Besluit van 12 oktober 2006, houdende regels met betrekking tot het gedragstoezicht op financiële ondernemingen (Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft)

Type AMvB
Publication 2026-07-24
Laatst bijgewerkt 2026-07-29
State In force
Source BWB
artikelen 913
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Andere feiten of omstandigheden die redelijkerwijs voor de Autoriteit Financiële Markten van belang kunnen zijn voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van betrokkene, zoals blijkend uit door tot de opsporing van strafbare feiten bevoegde ambtenaren opgemaakte processen-verbaal of rapporten die erop wijzen dat betrokkene betrokken is (geweest) bij een of meer van de onder 2.1 genoemde strafbare feiten. Onder processen-verbaal of rapporten wordt ook verstaan soortgelijke documenten met gelijke bewijskracht, opgemaakt door tot de opsporing van strafbare feiten bevoegde ambtenaren in het buitenland ter zake van daar geldende strafbepalingen, vergelijkbaar met de onder 2.1 genoemde.

Bij vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van een poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:

Bij vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van een poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:

Bij vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van een poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:

2. Overige strafrechtelijke antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel a

Bij vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokken van, mislukte uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:

Bij vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokken van, mislukte uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:

2.3. (Voorwaardelijk) sepot, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging

Door de WED strafbaar gestelde gedragingen, met name verbodsbepalingen uit de financiële toezichtswetgeving en overtreding van de artikelen 2, 3, eerste lid, 4, eerste lid, 5, eerste en derde lid, 8, 16, tweede lid, 23, eerste en tweede lid, 33 en 34 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.

2.2. Transacties

Betrokkene heeft een transactie als bedoeld in artikel 74 van het WvSr, artikel 76 van de AWR of artikel 10:15 van de Algemene Douanewet gedaan ter zake van een of meer van de hiervoor onder 2.1 genoemde strafbare feiten. Onder transacties wordt ook verstaan een daarmee vergelijkbare overeenkomst met betrekking tot niet-vervolging ter zake van met de hiervoor bedoelde vergelijkbare strafbare feiten in het buitenland, gesloten met de daartoe bevoegde autoriteit.

Betrokkene heeft een transactie als bedoeld in artikel 74 van het WvSr, artikel 76 van de AWR of artikel 10:15 van de Algemene Douanewet gedaan ter zake van een of meer van de hiervoor onder 2.1 genoemde strafbare feiten. Onder transacties wordt ook verstaan een daarmee vergelijkbare overeenkomst met betrekking tot niet-vervolging ter zake van met de hiervoor bedoelde vergelijkbare strafbare feiten in het buitenland, gesloten met de daartoe bevoegde autoriteit.

2.3. (Voorwaardelijk) sepot, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging

Betrokkene wordt ter zake van een of meer van de hiervoor onder 2.1 genoemde strafbare feiten niet of niet verder vervolgd of voorwaardelijk niet of niet verder vervolgd, of is vrijgesproken of ontslagen van rechtsvervolging.

Onder al dan niet voorwaardelijk sepot, niet verdere vervolging, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging worden ook verstaan soortgelijke uitspraken en maatregelen in het buitenland ter zake van overtreding van een of meer daar geldende strafbepalingen vergelijkbaar met de hiervoor genoemde.

Bij vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van een poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:

2. Overige strafrechtelijke antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel a

1.9. Een beschrijving van de formele of feitelijke zeggenschapsstructuur waarin de beleggingsmaatschappij met andere personen is verbonden.

Bij vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokken van, mislukte uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:

3.2. Zakelijk

Door de WED strafbaar gestelde gedragingen, met name verbodsbepalingen uit de financiële toezichtswetgeving en overtreding van de artikelen 2, 3, eerste lid, 4, eerste lid, 5, eerste en derde lid, 8, 16, tweede lid, 23, eerste en tweede lid, 33 en 34 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.

Bijlage G. , behorend bij artikel 116a

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 125a

Vervallen

Afdeling 10.1a. Elektronisch geld

Hoofdstuk 11. Aanvullende regels betreffende bemiddelen

Afdeling 10.2. Krediet

Afdeling 11.2. Krediet

Afdeling 10.3. Rechten van deelneming in een beleggingsinstelling

Hoofdstuk 12. Aanvullende regels betreffende herverzekeringsbemiddelen

Hoofdstuk 12. Aanvullende regels betreffende herverzekeringsbemiddelen

Hoofdstuk 9. Meldingsplichten

§ 9.1.2. Beleggingsondernemingen

Hoofdstuk 15. Slotbepalingen

Bijlage B. behorend bij artikel 5

1. Basismodule vakbekwaamheid

1.4. De personen zijn in staat met betrekking tot het bemiddelen in financiële producten:

2. Hypothecair krediet

3. Consumptief krediet

3.1. Voor de vaststelling van de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet, gelden met betrekking tot consumptief krediet de eindtermen genoemd in de onderdelen 3.2 tot en met 3.4.

1.1. Voor de vaststelling van de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet, gelden de eindtermen genoemd in de onderdelen 1.2 tot en met 1.7.

5. Levensverzekeringen

1.3. De personen zijn in staat met betrekking tot het aanbieden van:

6. Volmacht

Bijlage A. , inhoudende de basisvergelijking en aanvullende hypothesen, bedoeld in de definitie van jaarlijks kostenpercentage in artikel 1

  • I. De basisvergelijking die de gelijkwaardigheid van de kredietopnemingen enerzijds en de aflossingen en kosten anderzijds weergeeft. De basisvergelijking ter bepaling van het jaarlijks kostenpercentage (JKP) geeft op jaarbasis de gelijkheid weer tussen de som van de geactualiseerde waarden van de kredietopnemingen enerzijds, en de som van de geactualiseerde waarden van de aflossingen en kosten anderzijds: waarin: X = het JKP; m = het volgnummer van de laatste kredietopneming; k = het volgnummer van een kredietopneming, waarbij 1 ≤ k ≤ m; Ck = het bedrag van kredietopneming nummer k; tk = het tijdsinterval, uitgedrukt in jaren en fracties van jaren, tussen de datum van de eerste kredietopneming en de datum van elke latere kredietopneming, waarbij t1 = 0; m’ = het volgnummer van de laatste aflossing of betaling; l = het volgnummer van een aflossing of betaling; Dl = het bedrag van een aflossing of betaling; sl = het tijdsinterval, uitgedrukt in jaren en fracties van jaren, tussen de datum van de eerste kredietopneming en de datum van elke aflossing of betaling. Opmerkingen:
  • a). de door beide partijen op diverse tijdstippen betaalde bedragen zijn niet noodzakelijk gelijk en worden niet noodzakelijk met gelijke tussenpozen betaald.
  • b). de aanvangsdatum is die van de eerste kredietopneming.
  • c). het verschil tussen de data die bij de berekeningsmethoden worden gebruikt, wordt uitgedrukt in jaren of fracties van jaren. Een jaar wordt geacht 365 dagen (voor schrikkeljaren 366 dagen), 52 weken of twaalf gelijke maanden te tellen. Een gelijke maand wordt geacht 30,41666 dagen te tellen (dat wil zeggen 365/12), zowel voor gewone jaren als schrikkeljaren.
  • d). de uitkomst van de berekening wordt ten minste tot op de eerste decimaal weergegeven. Als de volgende decimaal groter is dan of gelijk is aan 5, wordt de eerste decimaal met 1 vermeerderd.
  • e). de vergelijking kan met slechts één sommatie worden herschreven aan de hand van het begrip flux (Ak). De flux is positief of negatief, dat wil zeggen wordt gedurende de perioden 1 tot en met k respectievelijk betaald of ontvangen, en wordt uitgedrukt in jaren: S is het saldo van de geactualiseerde flux en bedraagt nul indien de flux gelijkwaardig is.
  • II. Aanvullende hypothesen voor de berekening van het jaarlijks kostenpercentage:
  • a). indien de consument op grond van de overeenkomst inzake krediet vrij kan kiezen hoeveel krediet hij opneemt, wordt verondersteld dat het totale kredietbedrag onmiddellijk volledig wordt opgenomen;
  • b). indien een overeenkomst inzake krediet mogelijkheden van kredietopneming met verschillende kosten of debetrentevoeten biedt, wordt verondersteld dat het totale kredietbedrag tegen de hoogste kosten en debetrentevoet wordt opgenomen, toegepast op het meest gebruikelijke mechanisme voor kredietopneming waarvan in het kader van dat soort overeenkomst inzake krediet wordt gebruikgemaakt;
  • c). indien een overeenkomst inzake krediet de consument in het algemeen de vrijheid biedt om te kiezen hoeveel krediet hij opneemt, maar bij de verschillende wijzen van kredietopneming een beperking oplegt met betrekking tot het bedrag en de termijn, wordt verondersteld dat het kredietbedrag op de vroegste datum waarin de overeenkomst voorziet overeenkomstig deze kredietopnemingsbeperkingen wordt opgenomen;
  • d). indien er geen aflossingsschema is vastgesteld, wordt ervan uitgegaan:
  • i). dat het krediet wordt verleend voor een periode van één jaar, en
  • ii). dat het krediet in twaalf gelijke maandelijkse termijnen wordt afgelost;
  • e). indien er een aflossingsschema is vastgesteld, maar het bedrag van de aflossingen flexibel is, wordt verondersteld dat het bedrag van elke aflossing het laagste is waarin de overeenkomst voorziet;
  • f). indien in de overeenkomst inzake krediet verscheidene aflossingsdata worden vermeld, wordt het krediet, tenzij anders wordt bepaald, ter beschikking gesteld en worden de aflossingen op de eerste van deze data verricht;
  • g). indien het plafond dat van toepassing is op het krediet nog niet is overeengekomen, wordt het geacht 1500 EUR te zijn;
  • h). in geval van een geoorloofde debetstand op een rekening wordt verondersteld dat het totale kredietbedrag volledig en voor de volledige duur van de overeenkomst inzake krediet wordt opgenomen. Indien de duur van de overeenkomst inzake krediet onbekend is, wordt bij de berekening van het jaarlijkse kostenpercentage uitgegaan van de hypothese dat de duur van het krediet drie maanden bedraagt;
  • i). indien voor een beperkte termijn of een beperkt bedrag verschillende rentevoeten en kosten worden aangeboden, worden de hoogste rentevoet en de hoogste kosten geacht de rentevoet en de kosten voor de gehele duur van de overeenkomst inzake krediet te zijn;
  • j). met betrekking tot overeenkomsten inzake krediet waarvoor een vaste debetrentevoet voor de eerste periode is overeengekomen en waarvoor aan het eind van deze periode een nieuwe debetrentevoet wordt vastgesteld die vervolgens periodiek wordt aangepast volgens een overeengekomen indicator, wordt bij de berekening van het jaarlijkse kostenpercentage uitgegaan van de hypothese dat vanaf het eind van de periode met vaste debetrentevoet de debetrentevoet dezelfde is als op het ogenblik van de berekening van het jaarlijkse kostenpercentage, gebaseerd op de waarde van de overeengekomen indicator op dat moment.

1. Basismodule vakbekwaamheid

1.1. Voor de vaststelling van de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet, gelden de eindtermen genoemd in de onderdelen 1.2 tot en met 1.7.

5. Levensverzekeringen

2. Hypothecair krediet

2.1. Voor de vaststelling van de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet gelden, met betrekking tot hypothecair krediet, de eindtermen genoemd in de onderdelen 2.2 tot en met 2.7.

4. Schadeverzekeringen

2.4. De personen zijn in staat met betrekking tot het beheer en mutatie van de overeenkomst inzake hypothecair krediet:

3. Financiële antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel b

4.2. Andere feiten of omstandigheden

5.3. Andere feiten of omstandigheden

6. Overige antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel e

Bijlage D. behorend bij artikel 117

2. Overige strafrechtelijke antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel a

1. Strafrechtelijke antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel a

1.1. Veroordelingen

1. Strafrechtelijke antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel a

1. Basismodule vakbekwaamheid

Bijlage D. behorend bij artikel 117

2.2. Transacties

3. Consumptief krediet

4.2. Andere feiten of omstandigheden

5.3. Andere feiten of omstandigheden

1. Gegevens over de werkzaamheden van de beheerder

Andere feiten of omstandigheden die wijzen op betrokkenheid van betrokkene bij één of meer gedragingen ter zake waarvan in Nederlandse of buitenlandse financiële toezichtswetgeving regels zijn gesteld, welke gedraging of gedragingen die redelijkerwijs voor de Autoriteit Financiële Markten van belang kunnen zijn voor de beoordeling van diens betrouwbaarheid.

5.1. Persoonlijk

Bij vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van een poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:

5. Levensverzekeringen

3.7. Indien van toepassing: de organisatiestructuur van iedere bewaarder die de activa van meer dan een beleggingsinstelling bewaart.

1.1. Veroordelingen

Bij vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokken van, mislukte uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:

2.1. Veroordelingen

– overtreding fiscale wetgeving (artikelen 68 en 69).

2.2. Transacties

Onder veroordelingen worden ook verstaan veroordelingen in het buitenland wegens overtreding van een of meer in het buitenland geldende strafbepalingen, vergelijkbaar met de hierboven genoemde.

2.2. Transacties

Betrokkene wordt ter zake van een of meer van de hiervoor onder 2.1 genoemde strafbare feiten niet of niet verder vervolgd of voorwaardelijk niet of niet verder vervolgd, of is vrijgesproken of ontslagen van rechtsvervolging.

1. Strafrechtelijke antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel a

Andere feiten of omstandigheden die redelijkerwijs voor de Autoriteit Financiële Markten van belang kunnen zijn voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van betrokkene, zoals blijkend uit door tot de opsporing van strafbare feiten bevoegde ambtenaren opgemaakte processen-verbaal of rapporten die erop wijzen dat betrokkene betrokken is (geweest) bij een of meer van de onder 2.1 genoemde strafbare feiten. Onder processen-verbaal of rapporten wordt ook verstaan soortgelijke documenten met gelijke bewijskracht, opgemaakt door tot de opsporing van strafbare feiten bevoegde ambtenaren in het buitenland ter zake van daar geldende strafbepalingen, vergelijkbaar met de onder 2.1 genoemde.

1. Strafrechtelijke antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel a

Bij vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van een poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:

2. Overige strafrechtelijke antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel a

Onder veroordelingen worden ook verstaan veroordelingen in het buitenland wegens overtreding van een of meer in het buitenland geldende strafbepalingen, vergelijkbaar met de hierboven genoemde.

Bijlage A. inhoudende de basisvergelijking en aanvullende hypothesen voor consumptief krediet, bedoeld in de definitie van jaarlijks kostenpercentage in artikel 1

  • I. De basisvergelijking die de gelijkwaardigheid van de kredietopnemingen enerzijds en de aflossingen en kosten anderzijds weergeeft. De basisvergelijking ter bepaling van het jaarlijks kostenpercentage (JKP) geeft op jaarbasis de gelijkheid weer tussen de som van de geactualiseerde waarden van de kredietopnemingen enerzijds, en de som van de geactualiseerde waarden van de aflossingen en kosten anderzijds: waarin: X = het JKP; m = het volgnummer van de laatste kredietopneming; k = het volgnummer van een kredietopneming, waarbij 1 ≤ k ≤ m; Ck = het bedrag van kredietopneming nummer k; tk = het tijdsinterval, uitgedrukt in jaren en fracties van jaren, tussen de datum van de eerste kredietopneming en de datum van elke latere kredietopneming, waarbij t1 = 0; m’ = het volgnummer van de laatste aflossing of betaling; l = het volgnummer van een aflossing of betaling; Dl = het bedrag van een aflossing of betaling; sl = het tijdsinterval, uitgedrukt in jaren en fracties van jaren, tussen de datum van de eerste kredietopneming en de datum van elke aflossing of betaling. Opmerkingen:
  • a). de door beide partijen op diverse tijdstippen betaalde bedragen zijn niet noodzakelijk gelijk en worden niet noodzakelijk met gelijke tussenpozen betaald.
  • b). de aanvangsdatum is die van de eerste kredietopneming.
  • c). het verschil tussen de data die bij de berekeningsmethoden worden gebruikt, wordt uitgedrukt in jaren of fracties van jaren. Een jaar wordt geacht 365 dagen (voor schrikkeljaren 366 dagen), 52 weken of twaalf gelijke maanden te tellen. Een gelijke maand wordt geacht 30,41666 dagen te tellen (dat wil zeggen 365/12), zowel voor gewone jaren als schrikkeljaren.
  • d). de uitkomst van de berekening wordt ten minste tot op de eerste decimaal weergegeven. Als de volgende decimaal groter is dan of gelijk is aan 5, wordt de eerste decimaal met 1 vermeerderd.
  • e). de vergelijking kan met slechts één sommatie worden herschreven aan de hand van het begrip flux (Ak). De flux is positief of negatief, dat wil zeggen wordt gedurende de perioden 1 tot en met k respectievelijk betaald of ontvangen, en wordt uitgedrukt in jaren: S is het saldo van de geactualiseerde flux en bedraagt nul indien de flux gelijkwaardig is.
  • II. Aanvullende hypothesen voor de berekening van het jaarlijks kostenpercentage:
  • a). indien de consument op grond van de overeenkomst inzake krediet vrij kan kiezen hoeveel krediet hij opneemt, wordt verondersteld dat het totale kredietbedrag onmiddellijk volledig wordt opgenomen;
  • b). indien een overeenkomst inzake krediet de consument in het algemeen de vrijheid biedt om te kiezen hoeveel krediet hij opneemt, maar bij de verschillende wijzen van kredietopneming een beperking oplegt met betrekking tot het bedrag en de termijn, wordt verondersteld dat het kredietbedrag op de vroegste datum waarin de overeenkomst voorziet, overeenkomstig deze opnemingsbeperkingen wordt opgenomen;
  • c). indien een overeenkomst inzake krediet mogelijkheden van kredietopneming met verschillende kosten of debetrentevoeten biedt, wordt verondersteld dat het totale kredietbedrag tegen de hoogste kosten en debetrentevoet wordt opgenomen, toegepast op het meest gebruikelijke mechanisme voor kredietopneming waarvan in het kader van dat soort overeenkomst inzake krediet wordt gebruikgemaakt;
  • d). in geval van een geoorloofde debetstand op een rekening wordt verondersteld dat het totale kredietbedrag volledig en voor de volledige duur van de overeenkomst inzake krediet wordt opgenomen. Indien de duur van de geoorloofde debetstand onbekend is, wordt bij de berekening van het jaarlijks kostenpercentage uitgegaan van de hypothese dat de duur van het krediet drie maanden bedraagt;
  • e) in geval van een andere overeenkomst inzake krediet voor onbepaalde tijd dan een geoorloofde debetstand wordt geacht dat: In dit punt wordt onder een overeenkomst inzake krediet voor onbepaalde tijd een doorlopend krediet verstaan, met inbegrip van een krediet dat binnen of na een bepaalde periode volledig moet worden terugbetaald, maar vervolgens, na terugbetaling, weer beschikbaar is om te worden opgenomen.
  • i). het krediet vanaf de datum van de eerste kredietopneming voor een periode van één jaar wordt verstrekt en dat de laatste betaling door de consument het saldo van het kapitaal, de rente en de eventuele overige kosten dekt; en
  • ii). het kapitaal vanaf één maand na de datum van de eerste kredietopneming door de consument in gelijke maandelijkse termijnen wordt terugbetaald. In gevallen waarin het kapitaal binnen elke betalingstermijn uitsluitend volledig in één betaling moet worden terugbetaald, worden achtereenvolgende kredietopnemingen en terugbetalingen door de consument van het gehele kapitaal geacht over de periode van één jaar plaats te vinden. Rente en overige kosten worden overeenkomstig deze kredietopnemingen en terugbetalingen van kapitaal toegepast zoals in de overeenkomst inzake krediet vastgelegd.
  • f). in geval van andere overeenkomsten inzake krediet dan geoorloofde debetstanden en kredieten voor onbepaalde tijd zoals bedoeld in de hypothesen in de onderdelen d en e:
  • i). indien de datum of het bedrag van een door de consument te verrichten terugbetaling van kapitaal niet kan worden vastgesteld, wordt de terugbetaling geacht te zijn verricht op de vroegste datum en met het laagste bedrag waarin de overeenkomst inzake krediet voorziet;
  • ii). indien de datum waarop de overeenkomst inzake krediet is gesloten, niet bekend is, wordt de datum van de eerste kredietopneming geacht de datum te zijn met de kortste tijdspanne tussen deze datum en de datum waarop de consument de eerste betaling moet verrichten.
  • g). wanneer de datum of het bedrag van een door de consument te verrichten betaling op basis van de overeenkomst inzake krediet of op basis van de hypothesen in onderdeel d, e of f niet kan worden vastgesteld, wordt de betaling geacht te zijn verricht overeenkomstig de data en voorwaarden van de schuldeiser en, indien deze onbekend zijn:
  • i). wordt de rente samen met de terugbetalingen van kapitaal betaald;
  • ii). worden in één bedrag uitgedrukte niet-rentekosten betaald op de datum waarop de overeenkomst inzake krediet wordt gesloten;
  • iii). worden in verschillende betalingen uitgedrukte niet-rentekosten in periodieke termijnen betaald, te beginnen op de datum van de eerste terugbetaling van kapitaal, en indien het bedrag van dergelijke betalingen onbekend is, worden deze geacht gelijke bedragen te zijn; en
  • iv). dekt de laatste betaling het saldo van het kapitaal, de rente en de eventuele overige kosten;
  • h). indien het plafond dat op het krediet van toepassing is, nog niet is overeengekomen, wordt het geacht € 1500 te bedragen;
  • i). indien voor een beperkte termijn of een beperkt bedrag verschillende debetrentevoeten en kosten worden aangeboden, worden de hoogste rentevoet en de hoogste kosten geacht de debetrentevoet en de kosten voor de gehele duur van de overeenkomst inzake krediet te zijn;
  • j). met betrekking tot overeenkomsten inzake krediet waarvoor een vaste debetrentevoet voor de eerste periode is overeengekomen en waarvoor aan het eind van deze periode een nieuwe debetrentevoet wordt vastgesteld die vervolgens periodiek wordt aangepast volgens een overeengekomen indicator, wordt bij de berekening van het jaarlijks kostenpercentage uitgegaan van de hypothese dat vanaf het eind van de periode met vaste debetrentevoet de debetrentevoet dezelfde is als op het ogenblik van de berekening van het jaarlijks kostenpercentage, gebaseerd op de waarde van de overeengekomen indicator op dat moment.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 149a

Vervallen

Artikel 149b

Vervallen

Afdeling 9.1. Melding wijzigingen door financiële ondernemingen

Afdeling 11.3. Verzekeringen

Hoofdstuk 14. Aanvullende regels betreffende verlenen van beleggingsdiensten en verrichten van beleggingsactiviteiten

§ 8.2.1. Inwinnen van informatie door beleggingsondernemingen en financiëledienstverleners

Hoofdstuk 9. Meldingsplichten

Artikel 173a

Artikel 32 is niet van toepassing op financiële producten ter zake waarvan na 31 december 2012 geen nieuwe overeenkomsten worden aangegaan met een consument of, indien het een verzekering betreft, een cliënt.

Bijlage A. behorend bij artikel 1, onderdeel dd

    1. Bij de berekening van de theoretische looptijd van doorlopend krediet wordt ervan uitgegaan dat:
  • a. de overeenkomst inzake krediet overeenkomstig de bij het aangaan van de overeenkomst inzake het krediet vastgestelde hoogte en lengte van het termijnbedrag wordt afgewikkeld;
  • b. geen wijzigingen optreden in de kredietvergoeding, tenzij het wijzigingen betreft waarvan de omvang bij het aangaan van de overeenkomst inzake krediet is vastgesteld;
  • c. het uitstaand saldo op het tijdstip waarop door de aanbieder van krediet een geldsom ter beschikking wordt gesteld onderscheidenlijk met het verschaffen van het genot van een roerende zaak of een effect of het verlenen van een dienst een aanvang wordt gemaakt, gelijk is aan de kredietlimiet; en
  • d. het uitstaand saldo niet toeneemt anders dan uit hoofde van het in rekening brengen van kredietvergoeding.
    1. Bij overeenkomsten inzake doorlopend krediet waarbij het kredietvergoedingspercentage per betalingstermijn, de betalingstermijn en het termijnbedrag, met uitzondering van het laatste termijnbedrag, gelijk blijven, bedraagt de theoretische looptijd n betalingstermijnen, waarbij n de uitkomst is van de volgende formule: (log T – log (T – im.K)) / log (1 + im) In deze formule is:
  • T: het termijnbedrag;
  • im: het honderdste deel van het kredietvergoedingspercentage per betalingstermijn;
  • m: het aantal betalingstermijnen per jaar;
  • K: de kredietlimiet.
    1. Bij overeenkomsten inzake doorlopend krediet die niet voldoen aan de in het tweede lid genoemde kenmerken wordt de theoretische looptijd berekend als de som van de lengten van de betalingstermijnen die verstrijken alvorens het uitstaand saldo tot nihil is teruggebracht.
    1. Bij de bepaling van de theoretische looptijd wordt het aantal betalingstermijnen op een geheel getal naar boven afgerond.

2. Hypothecair krediet

5. Levensverzekeringen

Bijlage C. behorend bij artikel 13

3. Consumptief krediet

2.1. Veroordelingen

5. Levensverzekeringen

Bijlage D. behorend bij artikel 117

6. Volmacht

1. Basismodule vakbekwaamheid

Bijlage E. behorend bij artikel 118, eerste lid

4. Schadeverzekeringen

4. Schadeverzekeringen

1.1. Veroordelingen

2.2. Transacties

5.2. Zakelijk

1. Gegevens over de werkzaamheden van de beheerder

1. Strafrechtelijke antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel a

2.3. (Voorwaardelijk) sepot, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging

Bij vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokken van, mislukte uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:

4.1. Toezichtantecedenten

Door de WED strafbaar gestelde gedragingen, met name verbodsbepalingen uit de financiële toezichtswetgeving en overtreding van de artikelen 2, 3, eerste lid, 4, eerste lid, 5, eerste en derde lid, 8, 16, tweede lid, 23, eerste en tweede lid, 33 en 34 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.

Bijlage A. inhoudende de basisvergelijking en aanvullende hypothesen voor consumptief krediet, bedoeld in de definitie van jaarlijks kostenpercentage in artikel 1

  • I. De basisvergelijking die de gelijkwaardigheid van de kredietopnemingen enerzijds en de aflossingen en kosten anderzijds weergeeft. De basisvergelijking ter bepaling van het jaarlijks kostenpercentage (JKP) geeft op jaarbasis de gelijkheid weer tussen de som van de geactualiseerde waarden van de kredietopnemingen enerzijds, en de som van de geactualiseerde waarden van de aflossingen en kosten anderzijds: waarin: X = het JKP; m = het volgnummer van de laatste kredietopneming; k = het volgnummer van een kredietopneming, waarbij 1 ≤ k ≤ m; Ck = het bedrag van kredietopneming nummer k; tk = het tijdsinterval, uitgedrukt in jaren en fracties van jaren, tussen de datum van de eerste kredietopneming en de datum van elke latere kredietopneming, waarbij t1 = 0; m’ = het volgnummer van de laatste aflossing of betaling; l = het volgnummer van een aflossing of betaling; Dl = het bedrag van een aflossing of betaling; sl = het tijdsinterval, uitgedrukt in jaren en fracties van jaren, tussen de datum van de eerste kredietopneming en de datum van elke aflossing of betaling. Opmerkingen:
  • a). de door beide partijen op diverse tijdstippen betaalde bedragen zijn niet noodzakelijk gelijk en worden niet noodzakelijk met gelijke tussenpozen betaald.
  • b). de aanvangsdatum is die van de eerste kredietopneming.
  • c). het verschil tussen de data die bij de berekeningsmethoden worden gebruikt, wordt uitgedrukt in jaren of fracties van jaren. Een jaar wordt geacht 365 dagen (voor schrikkeljaren 366 dagen), 52 weken of twaalf gelijke maanden te tellen. Een gelijke maand wordt geacht 30,41666 dagen te tellen (dat wil zeggen 365/12), zowel voor gewone jaren als schrikkeljaren.
  • d). de uitkomst van de berekening wordt ten minste tot op de eerste decimaal weergegeven. Als de volgende decimaal groter is dan of gelijk is aan 5, wordt de eerste decimaal met 1 vermeerderd.
  • e). de vergelijking kan met slechts één sommatie worden herschreven aan de hand van het begrip flux (Ak). De flux is positief of negatief, dat wil zeggen wordt gedurende de perioden 1 tot en met k respectievelijk betaald of ontvangen, en wordt uitgedrukt in jaren: S is het saldo van de geactualiseerde flux en bedraagt nul indien de flux gelijkwaardig is.
  • II. Aanvullende hypothesen voor de berekening van het jaarlijks kostenpercentage:
  • a). indien de consument op grond van de overeenkomst inzake krediet vrij kan kiezen hoeveel krediet hij opneemt, wordt verondersteld dat het totale kredietbedrag onmiddellijk volledig wordt opgenomen;
  • b). indien een overeenkomst inzake krediet de consument in het algemeen de vrijheid biedt om te kiezen hoeveel krediet hij opneemt, maar bij de verschillende wijzen van kredietopneming een beperking oplegt met betrekking tot het bedrag en de termijn, wordt verondersteld dat het kredietbedrag op de vroegste datum waarin de overeenkomst voorziet, overeenkomstig deze opnemingsbeperkingen wordt opgenomen;
  • c). indien een overeenkomst inzake krediet mogelijkheden van kredietopneming met verschillende kosten of debetrentevoeten biedt, wordt verondersteld dat het totale kredietbedrag tegen de hoogste kosten en debetrentevoet wordt opgenomen, toegepast op het meest gebruikelijke mechanisme voor kredietopneming waarvan in het kader van dat soort overeenkomst inzake krediet wordt gebruikgemaakt;
  • d). in geval van een geoorloofde debetstand op een rekening wordt verondersteld dat het totale kredietbedrag volledig en voor de volledige duur van de overeenkomst inzake krediet wordt opgenomen. Indien de duur van de geoorloofde debetstand onbekend is, wordt bij de berekening van het jaarlijks kostenpercentage uitgegaan van de hypothese dat de duur van het krediet drie maanden bedraagt;
  • e) in geval van een andere overeenkomst inzake krediet voor onbepaalde tijd dan een geoorloofde debetstand wordt geacht dat: In dit punt wordt onder een overeenkomst inzake krediet voor onbepaalde tijd een doorlopend krediet verstaan, met inbegrip van een krediet dat binnen of na een bepaalde periode volledig moet worden terugbetaald, maar vervolgens, na terugbetaling, weer beschikbaar is om te worden opgenomen.
  • i). het krediet vanaf de datum van de eerste kredietopneming voor een periode van één jaar wordt verstrekt en dat de laatste betaling door de consument het saldo van het kapitaal, de rente en de eventuele overige kosten dekt; en
  • ii). het kapitaal vanaf één maand na de datum van de eerste kredietopneming door de consument in gelijke maandelijkse termijnen wordt terugbetaald. In gevallen waarin het kapitaal binnen elke betalingstermijn uitsluitend volledig in één betaling moet worden terugbetaald, worden achtereenvolgende kredietopnemingen en terugbetalingen door de consument van het gehele kapitaal geacht over de periode van één jaar plaats te vinden. Rente en overige kosten worden overeenkomstig deze kredietopnemingen en terugbetalingen van kapitaal toegepast zoals in de overeenkomst inzake krediet vastgelegd.
  • f). in geval van andere overeenkomsten inzake krediet dan geoorloofde debetstanden en kredieten voor onbepaalde tijd zoals bedoeld in de hypothesen in de onderdelen d en e:
  • i). indien de datum of het bedrag van een door de consument te verrichten terugbetaling van kapitaal niet kan worden vastgesteld, wordt de terugbetaling geacht te zijn verricht op de vroegste datum en met het laagste bedrag waarin de overeenkomst inzake krediet voorziet;
  • ii). indien de datum waarop de overeenkomst inzake krediet is gesloten, niet bekend is, wordt de datum van de eerste kredietopneming geacht de datum te zijn met de kortste tijdspanne tussen deze datum en de datum waarop de consument de eerste betaling moet verrichten.
  • g). wanneer de datum of het bedrag van een door de consument te verrichten betaling op basis van de overeenkomst inzake krediet of op basis van de hypothesen in onderdeel d, e of f niet kan worden vastgesteld, wordt de betaling geacht te zijn verricht overeenkomstig de data en voorwaarden van de schuldeiser en, indien deze onbekend zijn:
  • i). wordt de rente samen met de terugbetalingen van kapitaal betaald;
  • ii). worden in één bedrag uitgedrukte niet-rentekosten betaald op de datum waarop de overeenkomst inzake krediet wordt gesloten;
  • iii). worden in verschillende betalingen uitgedrukte niet-rentekosten in periodieke termijnen betaald, te beginnen op de datum van de eerste terugbetaling van kapitaal, en indien het bedrag van dergelijke betalingen onbekend is, worden deze geacht gelijke bedragen te zijn; en
  • iv). dekt de laatste betaling het saldo van het kapitaal, de rente en de eventuele overige kosten;
  • h). indien het plafond dat op het krediet van toepassing is, nog niet is overeengekomen, wordt het geacht € 1500 te bedragen;
  • i). indien voor een beperkte termijn of een beperkt bedrag verschillende debetrentevoeten en kosten worden aangeboden, worden de hoogste rentevoet en de hoogste kosten geacht de debetrentevoet en de kosten voor de gehele duur van de overeenkomst inzake krediet te zijn;
  • j). met betrekking tot overeenkomsten inzake krediet waarvoor een vaste debetrentevoet voor de eerste periode is overeengekomen en waarvoor aan het eind van deze periode een nieuwe debetrentevoet wordt vastgesteld die vervolgens periodiek wordt aangepast volgens een overeengekomen indicator, wordt bij de berekening van het jaarlijks kostenpercentage uitgegaan van de hypothese dat vanaf het eind van de periode met vaste debetrentevoet de debetrentevoet dezelfde is als op het ogenblik van de berekening van het jaarlijks kostenpercentage, gebaseerd op de waarde van de overeengekomen indicator op dat moment.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 38f

Vervallen

Artikel 38g

Een betaalinstelling of elektronischgeldinstelling besteedt de taken en werkzaamheden van personen die het dagelijks beleid bepalen, daaronder mede verstaan het vaststellen van het beleid en het afleggen van verantwoording over het gevoerde beleid, niet uit.

Artikel 38h

Een betaalinstelling of elektronischgeldinstelling als bedoeld in artikel 38g gaat niet over tot het uitbesteden van werkzaamheden indien dat afbreuk doet aan de kwaliteit van de interne controle van de betaalinstelling of elektronischgeldinstelling.

Artikel 38i

Indien een betaalinstelling of elektronischgeldinstelling voornemens is werkzaamheden in verband met het verlenen van betaaldiensten dan wel met de uitgifte van elektronisch geld uit te besteden, stelt zij de Autoriteit Financiële Markten daarvan in kennis.

Artikel 38j

Bij de uitbesteding van werkzaamheden in verband met het verlenen van betaaldiensten dan wel de uitgifte van elektronisch geld draagt de betaalinstelling of de elektronischgeldinstelling er zorg voor dat uitbesteding de verplichtingen van de betaalinstelling, onderscheidenlijk de elektronischgeldinstelling, jegens haar cliënten en de rechten van haar cliënten uit hoofde van de wet of Titel 7B van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek niet wijzigt.

Hoofdstuk 7. Klachtenafhandeling

§ 7.2. Erkende geschilleninstantie

Hoofdstuk 8. Zorgvuldige dienstverlening

Afdeling 8.1. Informatieverstrekking

§ 8.1.2a. Informatieverstrekking door beleggingsondernemingen

§ 8.1.1a. Cliëntenclassificatie

§ 8.1.2a. Informatieverstrekking door beleggingsondernemingen

Artikel 59a
1.

Een aanbieder verstrekt voorafgaand aan de totstandkoming van een overeenkomst inzake een complex product of hypothecair krediet aan de consument informatie over de totale prijs van het desbetreffende product met uitzondering van de advieskosten en distributiekosten, maar met inbegrip van alle bijbehorende kosten.

2.

Onverminderd het eerste lid verstrekt een aanbieder voorafgaand aan de totstandkoming van een overeenkomst met een consument inzake een complex product dat strekt tot vermogensopbouw, aan de consument, voor zover van toepassing, ten minste de volgende informatie:

  • a. het bedrag van de totale kosten, met uitzondering van de advieskosten en distributiekosten;
  • b. de kosten die worden ingehouden op de inleg of de premie, onderverdeeld naar soorten kosten, zoals in elk geval eerste kosten, doorlopende kosten en aan- en verkoopkosten;
  • c. de kosten die worden ingehouden op de vermogensopbouw of uitkering, onderverdeeld naar soorten kosten zoals in elk geval eerste kosten, doorlopende kosten en aan- en verkoopkosten;
  • d. de kosten die de beheerder van een beleggingsinstelling of beheerder van een icbe jaarlijks in rekening brengt voor het beheer van rechten van deelneming in die beleggingsinstelling of icbe;
  • e. de invloed van het gemiddelde jaarlijkse percentage van de kosten, bedoeld onder b, c en d, op het rendement en de vermogensopbouw of uitkering, verbonden aan de overeenkomst; en
  • f. de wijze waarop de kosten, bedoeld onder b, c en d, worden verdeeld over de looptijd van de overeenkomst.
3.

Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op:

  • a. overeenkomsten met betrekking tot beleggingsobjecten; en
  • b. overeenkomsten met betrekking tot het verlenen van een beleggingsdienst of nevendienst.
4.

Het tweede lid, aanhef en de onderdelen b tot en met f, zijn niet van toepassing op een levensverzekeraar die een levensverzekering aanbiedt waarbij de uitkering wordt uitgedrukt in rechten van deelneming in een beleggingsinstelling of icbe.

5.

Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op financiële ondernemingen die een complex product als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, onder 1°, 4° of 11° samenstellen en dat product in de markt verkrijgbaar stellen voor consumenten of, indien het een recht van deelneming in een beleggingsinstelling of icbe betreft, cliënten.

Artikel 59b
1.

Een betaaldienstverlener stelt een betaaldienstgebruiker voordat deze is gebonden door een overeenkomst betreffende een eenmalige betalingstransactie op gemakkelijk toegankelijke wijze de in artikel 59c bedoelde informatie en voorwaarden ter beschikking.

2.

Op verzoek van de betaaldienstgebruiker verstrekt de betaaldienstaanbieder hem de informatie en voorwaarden op papier of op een andere duurzame drager.

3.

De betaaldienstverlener verstrekt de informatie en voorwaarden aan de betaaldienstgebruiker in gemakkelijk te begrijpen bewoordingen en in duidelijke en bevattelijke vorm. Indien de betaaldienstverlener de betaaldienst verleent aan een betaaldienstgebruiker in een lidstaat, verstrekt hij de in de vorige volzin bedoelde informatie en voorwaarden in een officiële taal van die lidstaat of in een andere taal die tussen de partijen is overeengekomen.

4.

Indien de overeenkomst betreffende een eenmalige betalingstransactie op verzoek van de betaaldienstgebruiker is gesloten met gebruikmaking van een techniek voor communicatie op afstand welke het de betaaldienstverlener onmogelijk maakt aan het eerste lid te voldoen, voldoet deze onmiddellijk na de uitvoering van de betalingstransactie aan zijn verplichtingen ingevolge het genoemde lid.

5.

Aan het eerste tot en met het derde lid kan ook worden voldaan door het verstrekken van een exemplaar van het ontwerpcontract betreffende een eenmalige betalingstransactie of de ontwerpbetaalopdracht waarin de in artikel 59c bedoelde informatie en voorwaarden zijn opgenomen.

Artikel 59c
1.

Een betaaldienstverlener verstrekt aan een betaaldienstgebruiker in het geval van een eenmalige betalingstransactie de volgende informatie en voorwaarden of stelt deze aan hem ter beschikking:

  • a. gedetailleerde informatie of een unieke identificator die door de betaaldienstgebruiker moet worden verstrekt opdat een betaalopdracht correct kan worden geïnitieerd of uitgevoerd;
  • b. de maximale uitvoeringstermijn voor de aangeboden betaaldienst;
  • c. alle kosten die de betaaldienstgebruiker aan de betaaldienstverlener verschuldigd is en, voor zover van toepassing, de splitsing van de bedragen van eventuele kosten; en
  • d. voor zover van toepassing, de bij de betalingstransactie toe te passen feitelijke of referentiewisselkoers.
2.

Een betaalinitiatiedienstverlener verstrekt aan de betaler voorafgaand aan de initiëring van de betaalopdracht voor een eenmalige betalingstransactie de volgende informatie of stelt deze aan hem ter beschikking:

  • a. de naam van de betaalinititatiedienstverlener;
  • b. het adres van zijn hoofdkantoor;
  • c. voor zover van toepassing, het adres van zijn betaaldienstagent die of zijn bijkantoor dat is gevestigd in de lidstaat waar de betaaldienst wordt aangeboden;
  • d. alle andere voor communicatie met de betaaldienstverlener relevante contactgegevens; en
  • e. de contactgegevens van de Nederlandsche Bank.
3.

Voor zover van toepassing stelt de betaaldienstverlener de overige in artikel 59e bedoelde informatie en voorwaarden op gemakkelijk toegankelijke wijze aan de betaaldienstgebruiker ter beschikking.

Artikel 59d
1.

Een betaaldienstverlener verstrekt een betaaldienstgebruiker ruimschoots voordat deze is gebonden aan een raamovereenkomst voor betaaldiensten op papier of op een andere duurzame drager de in artikel 59e bedoelde informatie en voorwaarden.

2.

De betaaldienstverlener verstrekt de informatie en voorwaarden in gemakkelijk te begrijpen bewoordingen en in duidelijke en bevattelijke vorm. Indien de betaaldienstverlener de betaaldienst verleent aan een betaaldienstgebruiker in een lidstaat, verstrekt hij de in de vorige volzin bedoelde informatie en voorwaarden in een officiële taal van die lidstaat of in een andere taal die door de partijen is overeengekomen.

3.

Indien de raamovereenkomst voor betaaldiensten op verzoek van de betaaldienstgebruiker is gesloten met gebruikmaking van een techniek voor communicatie op afstand welke het de betaaldienstverlener onmogelijk maakt te voldoen aan het eerste lid, voldoet deze onmiddellijk na de sluiting van de raamovereenkomst aan zijn verplichtingen ingevolge het genoemde lid.

4.

Aan het eerste lid kan ook worden voldaan door het verstrekken van een exemplaar van de ontwerpraamovereenkomst waarin de in artikel 59e bedoelde informatie en voorwaarden zijn opgenomen.

Artikel 59e

De betaaldienstverlener verstrekt aan de betaaldienstgebruiker de volgende informatie en voorwaarden:

  • a. de naam van de betaaldienstverlener, het adres van het hoofdkantoor en, in voorkomend geval, het adres van zijn betaaldienstagent of bijkantoor in de lidstaat waar de betaaldienst wordt aangeboden, en enig ander adres, inclusief emailadres, dat relevant is voor de communicatie met de betaaldienstverlener;
  • b. de gegevens betreffende de relevante toezichthouders of toezichthoudende autoriteiten en betreffende het in artikel 1:107 van de wet bedoelde register en gegevens aan de hand waarvan de registerinschrijving kan worden gecontroleerd;
  • c. een beschrijving van de voornaamste kenmerken van de aan te bieden betaaldienst;
  • d. de gedetailleerde informatie of de unieke identificator die door de betaaldienstverlener wordt verstrekt opdat een betaalopdracht correct kan worden geïnitieerd of uitgevoerd;
  • e. de vorm waarin en de procedure volgens welke de instemming met het initiëren van een betaalopdracht of het uitvoeren van een betalingstransactie wordt verleend, respectievelijk wordt ingetrokken, overeenkomstig de artikelen 522 en 534 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
  • g. de maximum uitvoeringstermijn voor de aangeboden betaaldiensten;
  • i. bij betaalinstrumenten op basis van een kaart met co-badging, de rechten van de betaaldienstgebruiker uit hoofde van artikel 8 van Verordening (EU) 2015/751;
  • j. alle kosten die door de betaaldienstgebruiker aan de betaaldienstverlener verschuldigd zijn, waaronder de kosten die gerelateerd zijn aan de wijze waarop en de frequentie waarmee op grond van de richtlijn betaaldiensten gegevens worden verstrekt of ter beschikking worden gesteld, en, voor zover van toepassing, een uitsplitsing van de bedragen van die kosten;
  • k. voor zover van toepassing, de toe te passen rentevoet en wisselkoers, of, indien de referentierentevoet en -wisselkoers te hanteren zijn, de wijze van berekening van de feitelijke interesten en de relevante datum en de index of basis voor de vaststelling van die referentierentevoet of -wisselkoers;
  • m. voor zover van toepassing, de technieken voor communicatie, met inbegrip van de technische vereisten voor de apparatuur en software van de betaaldienstgebruiker, zoals tussen de partijen voor de mededeling van informatie en kennisgevingen krachtens de wet en Titel 7B van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek overeengekomen;
  • o. de taal of talen waarin de raamovereenkomst voor betaaldiensten wordt gesloten en waarin de communicatie gedurende de looptijd van de contractuele betrekking plaatsvindt;
  • r. de beveiligde procedure volgens welke de betaaldienstverlener de betaaldienstgebruiker in kennis stelt van een vermoede of daadwerkelijke fraude en van beveiligingsdreigingen;
  • x. indien overeengekomen, de informatie dat de betaaldienstgebruiker geacht wordt overeenkomstig artikel 517 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wijzigingen in de voorwaarden te hebben aanvaard tenzij hij de betaaldienstverlener voor de voorgestelde datum van inwerkingtreding van die wijzigingen ervan in kennis heeft gesteld dat hij de wijzigingen niet aanvaardt;
  • y. de looptijd van de raamovereenkomst voor betaaldiensten;
  • aa. de contractuele bepalingen inzake het op de raamovereenkomst voor betaaldiensten toepasselijke recht of de ter zake bevoegde rechter;
  • ab. de klachtenprocedure en buitengerechtelijke geschillenbeslechting die ingevolge artikel 4:17 van de wet voor de betaaldienstgebruiker openstaan;
  • ac. indien de betaaldienstgebruiker een consument is, de informatie, bedoeld in artikel 20, tweede lid, van de richtlijn betaalrekeningen, op de in dat artikel omschreven wijze en met inachtneming van de artikelen 6 en 8 van die richtlijn;
  • ad. indien de betaaldienstgebruiker een consument is, het informatiedocument bedoeld in artikel 4 van de richtlijn betaalrekeningen, op de in dat artikel omschreven wijze en met inachtneming van de artikelen 6 en 8 van die richtlijn.
Artikel 59f
1.

Een betaaldienstverlener verstrekt, in afwijking van de artikelen 59d en 59e, met betrekking tot betaalinstrumenten die overeenkomstig een raamovereenkomst voor betaaldiensten uitsluitend worden gebruikt voor afzonderlijke betalingstransacties van maximaal € 30, met een uitgavenlimiet van € 150 of waarop maximaal een bedrag van € 150 tegelijk kan worden opgeslagen, de betaler uitsluitend informatie over de voornaamste kenmerken van de betaaldienst, met inbegrip van de wijze waarop van het betaalinstrument gebruik kan worden gemaakt, de aansprakelijkheid, alle in rekening gebrachte kosten en andere belangrijke informatie die nodig is om een weloverwogen besluit te nemen, en geeft tevens aan waar andere in artikel 59e bedoelde informatie en voorwaarden op gemakkelijk toegankelijke wijze beschikbaar zijn gesteld.

2.

Voor nationale betalingstransacties worden de in het eerste lid genoemde bedragen verdubbeld.

3.

Voor vooraf betaalde betaalinstrumenten, bedoeld voor nationale betalingstransacties, worden de in het eerste lid genoemde bedragen verhoogd tot € 500.

§ 7.1. Interne klachtenprocedure

Artikel 71b
1.

In het tweede lid en de artikelen 71c en 71d wordt onder eenmalige betalingstransacties verstaan een betalingstransactie waarop niet een raamovereenkomst voor betaaldiensten van toepassing is.

2.

Indien een betaalopdracht voor een eenmalige betalingstransactie wordt doorgegeven via een onder een raamovereenkomst voor betaaldiensten vallend betaalinstrument, is de betaaldienstverlener niet verplicht informatie te verstrekken of beschikbaar te stellen die reeds uit hoofde van een raamovereenkomst voor betaaldiensten met een andere betaaldienstverlener aan de betaaldienstgebruiker is verstrekt of volgens de raamovereenkomst aan hem zal worden verstrekt.

Artikel 71c

Onmiddellijk na de ontvangst van een betaalopdracht voor een eenmalige betalingstransactie verstrekt de betaaldienstverlener van de betaler op dezelfde wijze als in artikel 59b, eerste tot en met derde lid, is bepaald, aan de betaler de volgende informatie of stelt hij deze aan hem ter beschikking:

  • a. een referentie aan de hand waarvan de betaler kan bepalen om welke betalingstransactie het gaat, en, in voorkomend geval, de informatie betreffende de betalingsbegunstigde;
  • b. het bedrag van de betalingstransactie in de in de betalingstransactie gebruikte valuta;
  • c. het bedrag van de voor de betalingstransactie door de betaler verschuldigde kosten en, voor zover van toepassing, de splitsing van de bedragen van dergelijke kosten;
  • d. voor zover van toepassing, de bij de betalingstransactie gehanteerde wisselkoers, of een desbetreffende referentie, indien deze verschilt van de overeenkomstig artikel 59c, eerste lid, onderdeel d, aangeboden wisselkoers, en het bedrag van de betalingstransactie na die valutawissel; en
  • e. de datum van ontvangst van de betaalopdracht.
Artikel 71d

Een betaaldienstverlener verstrekt onmiddellijk na de uitvoering van een eenmalige betalingstransactie de volgende informatie aan de betalingsbegunstigde op dezelfde wijze als in artikel 59b, eerste tot en met derde lid, is bepaald, of stelt deze aan hem ter beschikking:

  • a. de referentie aan de hand waarvan de betalingsbegunstigde kan bepalen welke betalingstransactie en, in voorkomend geval, welke betaler het betreft, en alle bij de betalingstransactie gevoegde informatie;
  • b. het bedrag van de betalingstransactie, in de valuta waarin de geldmiddelen ter beschikking van de betalingsbegunstigde worden gesteld;
  • c. het bedrag van de voor de betalingstransactie door de betalingsbegunstigde verschuldigde kosten en, voor zover van toepassing, de splitsing van de bedragen van dergelijke kosten;
  • d. voor zover van toepassing, de door de betaaldienstverlener van de betalingsbegunstigde bij de betalingstransactie gehanteerde wisselkoers, en het bedrag van de betalingstransactie voor die valutawissel; en
  • e. de valutadatum van de creditering.
Artikel 71e

In geval van een door de betaler geïnitieerde afzonderlijke betalingstransactie uit hoofde van een raamovereenkomst voor betaaldiensten, verstrekt een betaaldienstverlener op verzoek van de betaler voor deze specifieke betalingstransactie inzichtelijke informatie over de volgende elementen:

  • a. de maximale uitvoeringstermijn;
  • b. de door de betaler verschuldigde kosten; en
  • c. voor zover van toepassing, de verschuldigde kosten en de uitsplitsing van die kosten.
Artikel 71f
1.

Nadat het bedrag van een afzonderlijke betalingstransactie uit hoofde van een raamovereenkomst voor betaaldiensten van de betaalrekening van de betaler is gedebiteerd of, indien de betaler geen betaalrekening gebruikt, na ontvangst van de betaalopdracht, verstrekt de betaaldienstverlener van de betaler op de wijze bepaald in artikel 59d, eerste en tweede lid, de betaler onverwijld de volgende informatie:

  • a. een referentie aan de hand waarvan de betaler kan bepalen welke betalingstransactie het betreft en, in voorkomend geval, informatie betreffende de betalingsbegunstigde;
  • b. het bedrag van de betalingstransactie in de valuta waarin de betaalrekening van de betaler wordt gedebiteerd of in de voor de betaalopdracht gebruikte valuta;
  • c. het bedrag van de voor de betalingstransactie door de betaler verschuldigde kosten en, voor zover van toepassing, de splitsing daarvan, ofwel de aan de betaler in rekening te brengen interesten;
  • d. voor zover van toepassing, de door de betaaldienstverlener van de betaler bij de betalingstransactie gehanteerde wisselkoers, en het bedrag van de betalingstransactie na die valutawissel; en
  • e. de valutadatum van de debitering of de datum van ontvangst van de betaalopdracht.
2.

Een raamovereenkomst voor betaaldiensten bevat de voorwaarde dat de betaler kan verlangen dat de in het eerste lid bedoelde informatie periodiek en ten minste eenmaal per maand kosteloos moet worden verstrekt of ter beschikking moet worden gesteld op de overeengekomen wijze en die de betaler de mogelijkheid biedt informatie ongewijzigd op te slaan en te reproduceren.

Artikel 71g
1.

Na de uitvoering van een afzonderlijke betalingstransactie verstrekt de betaaldienstverlener van de betalingsbegunstigde op de wijze als bepaald in artikel 59d, eerste en tweede lid, de betalingsbegunstigde onverwijld de volgende informatie:

  • a. de referentie aan de hand waarvan de betalingsbegunstigde kan bepalen welke betalingstransactie het betreft en, in voorkomend geval, welke betaler het betreft, en alle bij de betalingstransactie gevoegde informatie;
  • b. het bedrag van de betalingstransactie, in de valuta waarin de rekening van de betalingsbegunstigde wordt gecrediteerd;
  • c. het bedrag van de voor de betalingstransactie door de betaler verschuldigde kosten en, voor zover van toepassing, de splitsing daarvan, ofwel de aan de betalingsbegunstigde in rekening te brengen interesten;
  • d. voor zover van toepassing, de door de betaaldienstverlener van de betalingsbegunstigde bij de betalingstransactie gehanteerde wisselkoers, en het bedrag van de betalingstransactie voor die valutawissel; en
  • e. de valutadatum van de creditering.
2.

In een raamovereenkomst voor betaaldiensten kan de voorwaarde worden opgenomen dat de in het eerste lid bedoelde informatie op gezette tijden en ten minste eenmaal per maand wordt verstrekt of ter beschikking wordt gesteld op een overeengekomen wijze die de betalingsbegunstigde de mogelijkheid biedt informatie ongewijzigd op te slaan en te reproduceren.

Artikel 71h
1.

Een betaaldienstverlener verstrekt de betaaldienstgebruiker op diens verzoek de in de artikelen 71f, eerste lid, en 71g, eerste lid, bedoelde informatie eenmaal per maand schriftelijk.

2.

Een betaaldienstverlener verstrekt de consument ten minste jaarlijks een vergoedingenstaat als bedoeld in artikel 5 van de richtlijn betaalrekeningen, op de in dat artikel omschreven wijze en met inachtneming van artikel 6 van die richtlijn.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van betaaldienstgebruikers aan wie via de website van de betaaldienstverlener de in het eerste lid bedoelde informatie wordt verstrekt, mits de betaaldienstgebruiker geheel of nagenoeg geheel via de website van deze betaaldienstverlener gebruik maakt van de door de desbetreffende betaaldienstverlener verleende betaaldiensten.

Artikel 71i
1.

Met betrekking tot betaalinstrumenten die overeenkomstig een raamovereenkomst voor betaaldiensten uitsluitend worden gebruikt voor afzonderlijke betalingstransacties van maximaal € 30, met een uitgavenlimiet van € 150 of waarop maximaal een bedrag van € 150 tegelijk kan worden opgeslagen verstrekt de betaaldienstverlener, in afwijking van artikel 71e, de betaler uitsluitend informatie over de voornaamste kenmerken van de betaaldienst, met inbegrip van de wijze waarop van het betaalinstrument gebruik kan worden gemaakt, de aansprakelijkheid, alle in rekening gebrachte kosten en andere belangrijke informatie die nodig is om een weloverwogen besluit te nemen;

2.

Een betaaldienstverlener kan, in afwijking van de artikelen 71f tot en met 71h, met de betaaldienstgebruiker overeenkomen dat de betaaldienstverlener na uitvoering van een betalingstransactie:

  • 1°. uitsluitend een referentie verstrekt of beschikbaar stelt waarmee de betaaldienstgebruiker van de betaaldienst de betalingstransactie, het daarmee gemoeide bedrag en de kosten ervan kan identificeren, of in het geval van verschillende gelijkaardige betalingstransacties aan dezelfde betalingsbegunstigde, uitsluitend informatie over het totale bedrag en de kosten van deze betalingstransacties;
  • 2°. niet verplicht is de onder 1° bedoelde informatie te verstrekken of beschikbaar te stellen als het betaalinstrument anoniem wordt gebruikt of als verstrekking hiervan voor de betaaldienstverlener uit technisch oogpunt onmogelijk is, waarbij de betaaldienstverlener de betaler echter een mogelijkheid biedt de opgeslagen bedragen te verifiëren.
2.

Voor nationale betalingstransacties worden de in het eerste lid genoemde bedragen verdubbeld.

3.

Voor vooraf betaalde betaalinstrumenten, bedoeld voor nationale betalingstransacties, worden de in het eerste lid genoemde bedragen verhoogd tot € 500.

Artikel 71j
1.

Indien een betalingsbegunstigde een vergoeding verlangt of een korting aanbiedt voor het gebruik van een bepaald betaalinstrument, informeert hij de betaler daarover voordat de betalingstransactie wordt geïnitieerd.

2.

Indien een betaaldienstverlener of een derde een vergoeding verlangt voor het gebruik van een bepaald betaalinstrument, informeert hij de betaaldienstgebruiker daarover voordat de betalingstransactie wordt geïnitieerd.

3.

De betaler is alleen verplicht om de in het eerste en tweede lid bedoelde vergoedingen te betalen indien het volledige bedrag ervan bekend is gemaakt voordat de betalingstransactie is geïnitieerd.

Artikel 71k

Artikel 59g is van overeenkomstige toepassing op de ingevolge de artikelen 71b tot en met 71j te verstrekken of ter beschikking te stellen informatie.

Artikel 71l

Een betaalinstelling of een elektronischgeldinstelling draagt er zorg voor dat betaaldienstagenten die voor haar rekening handelen, de betaaldienstgebruiker daarvan in kennis stellen. Zij draagt er tevens zorg voor dat haar bijkantoren de betaaldienstgebruiker in kennis stellen van het feit bijkantoor te zijn van de betaalinstelling, onderscheidenlijk de elektronischgeldinstelling.

§ 8.1.1a. Cliëntenclassificatie

Afdeling 8.1. Informatieverstrekking

§ 8.1.1. Inleidende bepalingen

§ 8.1.1a. Cliëntenclassificatie

Hoofdstuk 9. Meldingsplichten

Afdeling 9.1. Melding wijzigingen door financiële ondernemingen

§ 8.1.4. Verplichte precontractuele informatie

§ 9.1.3. Collectieve vergunninghouders

§ 9.1.2. Beleggingsondernemingen

§ 8.1.5. Essentiële beleggersinformatie, essentiële-informatiedocument voor pensioenproducten en informatiedocument voor schadeverzekeringen

Afdeling 9.2. Meldingsplicht accountant

Hoofdstuk 10. Aanvullende regels betreffende aanbieden

Afdeling 10.1. Beleggingsobjecten

Afdeling 9.2. Meldingsplicht accountant

§ 8.1.6. Informatie gedurende de looptijd van een overeenkomst

§ 8.1.5. Precontractuele informatiedocumenten

Afdeling 10.3. Rechten van deelneming in een beleggingsinstelling

§ 8.2.2. Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 4:25, eerste lid, 4:25a, eerste lid, en 4:25b van de wet

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)