Wijzigingsgeschiedenis
Regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat houdende regels met betrekking tot de opleiding, de aanstelling, de examinering en de uitrusting van verkeersregelaars (Regeling verkeersregelaars 2009)
10 versions
· 2020-07-01
2020-07-01
Regeling verkeersregelaars 2009
2017-10-01
Regeling verkeersregelaars 2009 — arts. 4, 14, 1
2016-04-01
Regeling verkeersregelaars 2009 — arts. 3, 4, 14, 1
2016-01-23
Regeling verkeersregelaars 2009 — arts. 3, 4, 14, 1
2016-01-18
Regeling verkeersregelaars 2009 — arts. 3, 3, 4 y 9 más
2013-01-01
Regeling verkeersregelaars 2009 — arts. 3, 4, 5 y 3 más
2009-05-01
Regeling verkeersregelaars 2009 — arts. 3, 4, 5 y 3 más
Wijzigingen op 2009-05-01
@@ -44,7 +44,7 @@
2. Het praktijkexamen wordt afgenomen in aanwezigheid van een vertegenwoordiger van de politie.
3. Bij het praktijkexamen wordt de geschiktheid van de kandidaat om als verkeersregelaar als bedoeld in het eerste lid op te treden, beoordeeld aan de hand van de in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025299&bijlage=1&z=2009-04-26&g=2009-04-26) opgenomen criteria.
3. Bij het praktijkexamen wordt de geschiktheid van de kandidaat om als verkeersregelaar als bedoeld in het eerste lid op te treden, beoordeeld aan de hand van de in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025299&bijlage=1&z=2009-05-01&g=2009-05-01) opgenomen criteria.
4. Voor aanstelling als eenmalige evenementenverkeersregelaar dient een standaardinstructie te zijn gevolgd.
@@ -54,7 +54,7 @@
1. Een getuigschrift wordt afgegeven nadat alle vereiste examens met goed gevolg zijn afgelegd.
2. Op het getuigschrift worden in ieder geval opgenomen: naam, voorletters, geboortedatum en adres van de betrokkene, de datum van afgifte van het getuigschrift en de naam van de afgevende instantie. Het getuigschrift dient door de in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025299¶graaf=2&artikel=3&z=2009-04-26&g=2009-04-26), bedoelde vertegenwoordiger te zijn voorzien van een waarmerk.
2. Op het getuigschrift worden in ieder geval opgenomen: naam, voorletters, geboortedatum en adres van de betrokkene, de datum van afgifte van het getuigschrift en de naam van de afgevende instantie. Het getuigschrift dient door de in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025299¶graaf=2&artikel=3&z=2009-05-01&g=2009-05-01), bedoelde vertegenwoordiger te zijn voorzien van een waarmerk.
#### § 3. Aanstelling transportbegeleiders en verkeersregelaars met in het kader van het beroep verkeersregelende werkzaamheden
@@ -72,7 +72,7 @@
- e. in het bezit zijn van een met het oog op het optreden als transportbegeleider afgegeven verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in [artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014194&artikel=28), die op de dag van de aanvraag niet ouder is dan twee maanden, of voorzover het betreft migrerende beroepsbeoefenaars, een hiermee overeenkomend document, afgegeven door het bevoegd gezag van de betrokken staat van oorsprong of herkomst.
2. De in het eerste lid, onder d, bedoelde proeve van bekwaamheid wordt overeenkomstig [artikel 3, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025299¶graaf=2&artikel=3&z=2009-04-26&g=2009-04-26), afgelegd bij een opleidingsinstituut in Nederland. [Artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025299¶graaf=2&artikel=4&z=2009-04-26&g=2009-04-26) is van overeenkomstige toepassing. De in het eerste lid, onder d, bedoelde verklaring wordt afgelegd door de transportbegeleider onder wiens verantwoordelijkheid de stage is doorlopen.
2. De in het eerste lid, onder d, bedoelde proeve van bekwaamheid wordt overeenkomstig [artikel 3, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025299¶graaf=2&artikel=3&z=2009-05-01&g=2009-05-01), afgelegd bij een opleidingsinstituut in Nederland. [Artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025299¶graaf=2&artikel=4&z=2009-05-01&g=2009-05-01) is van overeenkomstige toepassing. De in het eerste lid, onder d, bedoelde verklaring wordt afgelegd door de transportbegeleider onder wiens verantwoordelijkheid de stage is doorlopen.
##### Artikel 6
@@ -88,7 +88,7 @@
2. Verkeersregelaars met in het kader van het beroep verkeersregelende taken die in aanmerking komen voor een aanstelling ingevolge [artikel 56, eerste lid, onder a, van het BABW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004826&artikel=56), dienen in afwijking van het eerste lid, onder c, in het bezit te zijn van een verklaring van de werkgever waaruit blijkt dat deze betrokkene in het kader van diens beroep frequent in meerdere niet-aangrenzende gemeenten en niet uitsluitend in één provincie wenst in te zetten als verkeersregelaar. Deze verklaring is niet vereist voor de aanstelling van personen die als weginspecteur in dienst zijn van Rijkswaterstaat.
3. De in het eerste lid, onder b, bedoelde proeve van bekwaamheid wordt overeenkomstig [artikel 3, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025299¶graaf=2&artikel=3&z=2009-04-26&g=2009-04-26), afgelegd bij een opleidingsinstituut in Nederland. [Artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025299¶graaf=2&artikel=4&z=2009-04-26&g=2009-04-26) is van overeenkomstige toepassing. De in het eerste lid, onder d, bedoelde verklaring wordt afgelegd door de verkeersregelaar onder wiens verantwoordelijkheid de stage is doorlopen.
3. De in het eerste lid, onder b, bedoelde proeve van bekwaamheid wordt overeenkomstig [artikel 3, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025299¶graaf=2&artikel=3&z=2009-05-01&g=2009-05-01), afgelegd bij een opleidingsinstituut in Nederland. [Artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025299¶graaf=2&artikel=4&z=2009-05-01&g=2009-05-01) is van overeenkomstige toepassing. De in het eerste lid, onder d, bedoelde verklaring wordt afgelegd door de verkeersregelaar onder wiens verantwoordelijkheid de stage is doorlopen.
##### Artikel 7
@@ -150,13 +150,13 @@
##### Artikel 14
1. Tijdens de uitoefening van hun taak dragen verkeersregelaars, alsmede personen die optreden tijdens praktijklessen of praktijkexamens in het kader van een opleiding tot verkeersregelaar, voor de duur van hun werkzaamheden, respectievelijk van deze praktijklessen of het praktijkexamen, een jas of hes, die voldoet aan de omschrijving in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025299&bijlage=2&z=2009-04-26&g=2009-04-26).
2. Transportbegeleiders maken voor het begeleiden van transporten waarvoor een ontheffing als bedoeld in artikel 149 van de wet is verleend, voor zover die begeleiding uit de ontheffing voortvloeit, gebruik van een begeleidingsvoertuig dat voldoet aan de omschrijving in [bijlage 3, onderdeel A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025299&bijlage=3&z=2009-04-26&g=2009-04-26).
3. In het in het tweede lid bedoelde begeleidingsvoertuig zijn de hulpmiddelen, genoemd in [bijlage 3, onderdeel B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025299&bijlage=3&z=2009-04-26&g=2009-04-26), aanwezig.
4. Gedurende het in het tweede lid bedoelde transport wordt de in [bijlage 3, onderdeel A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025299&bijlage=3&z=2009-04-26&g=2009-04-26), bedoelde verlichting gevoerd.
1. Tijdens de uitoefening van hun taak dragen verkeersregelaars, alsmede personen die optreden tijdens praktijklessen of praktijkexamens in het kader van een opleiding tot verkeersregelaar, voor de duur van hun werkzaamheden, respectievelijk van deze praktijklessen of het praktijkexamen, een jas of hes, die voldoet aan de omschrijving in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025299&bijlage=2&z=2009-05-01&g=2009-05-01).
2. Transportbegeleiders maken voor het begeleiden van transporten waarvoor een ontheffing als bedoeld in artikel 149 van de wet is verleend, voor zover die begeleiding uit de ontheffing voortvloeit, gebruik van een begeleidingsvoertuig dat voldoet aan de omschrijving in [bijlage 3, onderdeel A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025299&bijlage=3&z=2009-05-01&g=2009-05-01).
3. In het in het tweede lid bedoelde begeleidingsvoertuig zijn de hulpmiddelen, genoemd in [bijlage 3, onderdeel B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025299&bijlage=3&z=2009-05-01&g=2009-05-01), aanwezig.
4. Gedurende het in het tweede lid bedoelde transport wordt de in [bijlage 3, onderdeel A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025299&bijlage=3&z=2009-05-01&g=2009-05-01), bedoelde verlichting gevoerd.
#### § 6. Intrekking van de aanstelling
@@ -182,9 +182,9 @@
##### Artikel 16
1. [Artikel 14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025299¶graaf=5&artikel=14&z=2009-04-26&g=2009-04-26), is gedurende vijf jaren na inwerkingtreding van deze regeling niet van toepassing op jassen en hessen die voor 1 januari 2010 in gebruik zijn genomen.
2. [Artikel 14, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025299¶graaf=5&artikel=14&z=2009-04-26&g=2009-04-26), is gedurende vijf jaren na inwerkingtreding van deze regeling niet van toepassing op begeleidingsvoertuigen die op de datum van inwerkingtreding van deze regeling feitelijk in gebruik zijn als begeleidingsvoertuig.
1. [Artikel 14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025299¶graaf=5&artikel=14&z=2009-05-01&g=2009-05-01), is gedurende vijf jaren na inwerkingtreding van deze regeling niet van toepassing op jassen en hessen die voor 1 januari 2010 in gebruik zijn genomen.
2. [Artikel 14, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025299¶graaf=5&artikel=14&z=2009-05-01&g=2009-05-01), is gedurende vijf jaren na inwerkingtreding van deze regeling niet van toepassing op begeleidingsvoertuigen die op de datum van inwerkingtreding van deze regeling feitelijk in gebruik zijn als begeleidingsvoertuig.
#### § 8. Slotbepalingen
@@ -210,7 +210,7 @@
## Bijlage 1
Criteria, bedoeld in [artikel 3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025299¶graaf=2&artikel=3&z=2009-04-26&g=2009-04-26):
Criteria, bedoeld in [artikel 3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025299¶graaf=2&artikel=3&z=2009-05-01&g=2009-05-01):
- 1. De kandidaat-verkeersregelaar toont zich tijdens het praktijkexamen gedurende 15 minuten bedreven in het op adequate en veilige wijze regelen van het verkeer. Dit wordt aangetoond door het kiezen van de juiste positie(s) bij het geven van aanwijzingen aan de verkeersdeelnemers tijdens het regelen van het verkeer op een kruising waar het verkeersaanbod, naar het oordeel van de examinatoren, gelijkmatig is verdeeld over kruisende wegen en de intensiteit hiervan zodanig is dat bedoelde bedrevenheid in redelijkheid is vast te stellen.
@@ -262,7 +262,7 @@
## Bijlage 3
Onderdeel A: eisen als bedoeld in [artikel 14, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025299¶graaf=5&artikel=14&z=2009-04-26&g=2009-04-26)
Onderdeel A: eisen als bedoeld in [artikel 14, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025299¶graaf=5&artikel=14&z=2009-05-01&g=2009-05-01)
- 1). Het begeleidingsvoertuig heeft over een lengte van tenminste 2,50 meter een minimale daklijnhoogte van 1,75 meter.
@@ -270,9 +270,9 @@
- 3). Het begeleidingsvoertuig is voorzien van geel zwaai- knipper- of flitslicht. Hieronder wordt verstaan verlichting, bestaande uit een set gele signaalverlichting. De verlichting is zodanig gemonteerd dat het signaal kan worden waargenomen rondom het voertuig vanaf een afstand van 25 m vanaf het voertuig, gemeten op 1,50 m boven het wegdek. Ter ondersteuning van de set mag aan de voorzijde van het voertuig symmetrisch ten opzichte van de lengteas van het voertuig op een hoogte tussen 0,40 m en 1,20 m boven het wegdek een set secundaire gele signaalverlichting zijn aangebracht. De zichthoek van de secundaire set is ten hoogste 90°. De secundaire set is alleen in werking wanneer de primaire signaalverlichting is ingeschakeld. De secundaire set mag separaat uitschakelbaar zijn.
- 4). Het begeleidingsvoertuig is voorzien van een verlichte transparant als bedoeld in [artikel 1.1, onderdeel bb1, van het Voertuigreglement](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006746&artikel=1.1), welke zodanig op het voertuig is bevestigd dat deze aan de achterzijde goed zichtbaar is.
- 5). Opvallende markering van het begeleidingsvoertuig Contourmarkering: Het begeleidingsvoertuig is voorzien van volledige contourmarkering aan de zijkanten en de achterkant die voldoet aan de volgende eisen: Markering zijkanten: Binnen de contourmarkering zijn de zijkanten voorzien van een markering uitgevoerd als chevronpijlen die naar de voorzijde van het begeleidingsvoertuig zijn gericht, die voldoet aan de volgende eisen: Markering voorkant: De voorkant is voorzien van een diagonale markering, uitgevoerd in rode en witte lijnen, die voldoet aan de volgende eisen: Markering achterzijde: Binnen de contourmarkering is de achterzijde voorzien van een diagonale markering uitgevoerd in rode en witte lijnen, die voldoet aan de volgende eisen: Overige eisen: Elk afzonderlijk deel van het markeringsmateriaal is voorzien van een goedkeuringsmerk als bedoeld in [artikel 5.3.57, zesde lid, van het Voertuigreglement](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006746&artikel=5.3.57).
- 4). Het begeleidingsvoertuig is voorzien van een verlichte transparant als bedoeld in [artikel 1.1 van de Regeling voertuigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025798&artikel=1.1), welke zodanig op het voertuig is bevestigd dat deze aan de achterzijde goed zichtbaar is.
- 5). Opvallende markering van het begeleidingsvoertuig Contourmarkering: Het begeleidingsvoertuig is voorzien van volledige contourmarkering aan de zijkanten en de achterkant die voldoet aan de volgende eisen: Markering zijkanten: Binnen de contourmarkering zijn de zijkanten voorzien van een markering uitgevoerd als chevronpijlen die naar de voorzijde van het begeleidingsvoertuig zijn gericht, die voldoet aan de volgende eisen: Markering voorkant: De voorkant is voorzien van een diagonale markering, uitgevoerd in rode en witte lijnen, die voldoet aan de volgende eisen: Markering achterzijde: Binnen de contourmarkering is de achterzijde voorzien van een diagonale markering uitgevoerd in rode en witte lijnen, die voldoet aan de volgende eisen: Overige eisen: Elk afzonderlijk deel van het markeringsmateriaal is voorzien van een goedkeuringsmerk als bedoeld in [bijlage VIII van de Regeling voertuigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025798&bijlage=VIII).
- •. De opvallende markering is zo dicht mogelijk bij de rand van het begeleidingsvoertuig aangebracht;
@@ -282,7 +282,7 @@
- •. De kleur van de opvallende markering is wit of geel aan de zijkanten en rood, wit of geel aan de achterkant;
- •. Het materiaal voor de contourmarkering voldoet aan ECE-reglement nr. 104, klasse C, en is geïnstalleerd overeenkomst [hoofdstuk 2, titel 10, § 9 van de Regeling permanente eisen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009581¶graaf=9).
- •. Het materiaal voor de contourmarkering voldoet aan ECE-reglement nr. 104, klasse C, en [artikel 127a van bijlage VIII van de Regeling voertuigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025798&bijlage=VIII).
- •. De afmetingen van het totale gemarkeerde gebied zijn minimaal 1,00 m in de lengterichting van het voertuig en minimaal 0,30 m hoog;
@@ -312,7 +312,7 @@
- 7). Het begeleidingsvoertuig is aan de voor- en achterkant voorzien van de aanduiding ‘convoi exceptionnel’. De aanduiding heeft een hoogte van ten hoogste 0,20 m en mag niet breder zijn dan het begeleidingsvoertuig. De aanduiding is niet retroreflecterend uitgevoerd.
Onderdeel B: eisen bedoeld als in [artikel 15, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025299¶graaf=6&artikel=15&z=2009-04-26&g=2009-04-26)
Onderdeel B: eisen bedoeld als in [artikel 15, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025299¶graaf=6&artikel=15&z=2009-05-01&g=2009-05-01)
In het begeleidingsvoertuig zijn tenminste aanwezig:
2009-04-26
Regeling verkeersregelaars 2009 — arts. 3, 4, 5 y 4 más
2009-03-01
Regeling verkeersregelaars 2009 — arts. 1, 1, 2 y 29 más
2009-03-01
Regeling verkeersregelaars 2009
original version
Tekst op deze datum