Wijzigingsgeschiedenis
Regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat houdende regels met betrekking tot de opleiding, de aanstelling, de examinering en de uitrusting van verkeersregelaars (Regeling verkeersregelaars 2009)
10 versions
· 2020-07-01
2020-07-01
Regeling verkeersregelaars 2009
2017-10-01
Regeling verkeersregelaars 2009 — arts. 4, 14, 1
2016-04-01
Regeling verkeersregelaars 2009 — arts. 3, 4, 14, 1
2016-01-23
Regeling verkeersregelaars 2009 — arts. 3, 4, 14, 1
2016-01-18
Regeling verkeersregelaars 2009 — arts. 3, 3, 4 y 9 más
2013-01-01
Regeling verkeersregelaars 2009 — arts. 3, 4, 5 y 3 más
2009-05-01
Regeling verkeersregelaars 2009 — arts. 3, 4, 5 y 3 más
2009-04-26
Regeling verkeersregelaars 2009 — arts. 3, 4, 5 y 4 más
2009-03-01
Regeling verkeersregelaars 2009 — arts. 1, 1, 2 y 29 más
Wijzigingen op 2009-03-01
@@ -337,105 +337,3 @@
- •. een goed werkende brandblusser van minimaal 2 kg.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
##### Artikel 4a
De aanvraag van een migrerend beroepsbeoefenaar tot het verlenen van erkenning van EU-beroepskwalificaties gaat vergezeld van de volgende documenten:
- a. de documenten betreffende nationaliteit en verblijf, bedoeld in [artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023066&artikel=13);
- b. een kopie van de bekwaamheidsattesten of de opleidingsbewijzen, gewaarmerkt door het bevoegde gezag in de betrokken staat van oorsprong of herkomst, op grond waarvan de aanvrager in die staat recht heeft op toegang tot en uitoefening van hetzelfde beroep als dat waarvoor de aanvrager erkenning van beroepskwalificaties wenst en
- c. indien de aanvraag en de onder a en b bedoelde stukken in een andere dan de Nederlandse, Duitse of Engelse taal zijn gesteld, een door een beëdigd tolk/vertaler opgestelde vertaling daarvan in één van deze talen.
#### § 3. Aanstelling transportbegeleiders en verkeersregelaars met in het kader van het beroep verkeersregelende werkzaamheden
#### § 4. Aanstelling evenementenverkeersregelaars
#### § 5. Uitrusting
#### § 6. Intrekking van de aanstelling
#### § 7. Uitvoering van taken van transportbegeleiders
#### § 8. Slotbepalingen
## Bijlage 3
Onderdeel A: eisen als bedoeld in [artikel 14, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025299¶graaf=5&artikel=14&z=2020-07-01&g=2020-07-01)
- 1). Het begeleidingsvoertuig heeft over een lengte van tenminste 2,50 m een minimale daklijnhoogte van 1,75 m.
- 2). De kleur van de buitenzijde van het begeleidingsvoertuig is geel RAL 1003, 1004 of 1023.
- 3). Het begeleidingsvoertuig is voorzien van geel zwaai-, knipper- of flitslicht. Hieronder wordt verstaan verlichting, bestaande uit een set gele signaalverlichting. De verlichting is zodanig gemonteerd dat het signaal kan worden waargenomen rondom het voertuig vanaf een afstand van 25 m vanaf het voertuig, gemeten op 1,50 m boven het wegdek. Ter ondersteuning van de set mag aan de voorzijde van het voertuig symmetrisch ten opzichte van de lengteas van het voertuig op een hoogte tussen 0,40 m en 1,20 m boven het wegdek een set secundaire gele signaalverlichting zijn aangebracht. De zichthoek van de secundaire set is ten hoogste 90°. De secundaire set is alleen in werking wanneer de primaire signaalverlichting is ingeschakeld. De secundaire set mag separaat uitschakelbaar zijn.
- 4). Het begeleidingsvoertuig is voorzien van een verlichte transparant als bedoeld in [artikel 1.1, tweede lid, van de Regeling voertuigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025798&artikel=1.1), welke zodanig op het voertuig is bevestigd dat deze aan de achterzijde goed zichtbaar is.
- 5). Opvallende markering van het begeleidingsvoertuig Contourmarkering: Het begeleidingsvoertuig is voorzien van volledige contourmarkering aan de zijkanten en de achterkant die voldoet aan de volgende eisen: Markering zijkanten: Binnen de contourmarkering zijn de zijkanten voorzien van een markering uitgevoerd als chevronpijlen die naar de voorzijde van het begeleidingsvoertuig zijn gericht, die voldoet aan de volgende eisen: Markering voorkant: De voorkant is voorzien van een diagonale markering, uitgevoerd in rode en witte lijnen, die voldoet aan de volgende eisen: Markering achterzijde: Binnen de contourmarkering is de achterzijde voorzien van een diagonale markering uitgevoerd in rode en witte lijnen, die voldoet aan de volgende eisen: Overige eisen: Elk afzonderlijk deel van het markeringsmateriaal is voorzien van een goedkeuringsmerk als bedoeld in [bijlage VIII, artikel 127a, van de Regeling voertuigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025798&bijlage=VIII).
- •. De opvallende markering is zo dicht mogelijk bij de rand van het begeleidingsvoertuig aangebracht;
- •. De opvallende markering wordt zo horizontaal en verticaal mogelijk aangebracht, aansluitend op de vorm, structuur, constructie en het gebruik van het begeleidingsvoertuig;
- •. De afstand tussen de opvallende markering aan de achterkant en ieder verplicht remlicht moet ten minste 200 mm bedragen;
- •. De kleur van de opvallende markering is wit of geel aan de zijkanten en rood, wit of geel aan de achterkant;
- •. Het materiaal voor de contourmarkering voldoet aan VN/ECE-reglement nr. 104, klasse C, en [artikel 127a van bijlage VIII van de Regeling voertuigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025798&bijlage=VIII).
- •. De afmetingen van het totale gemarkeerde gebied zijn minimaal 1,00 m in de lengterichting van het voertuig en minimaal 0,30 m hoog;
- •. De breedte van de pijlen is 0,10 m, de kleur is afwisselend rood en geel;
- •. Het materiaal voldoet aan VN/ECE-reglement nr. 104, klasse E;
- •. De markering is zodanig aangebracht dat deze geen nadelige invloed heeft op de effectiviteit van de contourmarkering en de verplichte lichten en retroreflecterende voorzieningen. In ieder geval mogen de retroreflecterende chevronpijlen niet meer dan 1/3 deel van de totale oppervlakte binnen de omtrek van de contourmarkering uitmaken.
- •. De oppervlakte van het gemarkeerd gebied is minimaal 0,50 m2;
- •. De breedte van de lijnen is minimaal 0,10 m en maximaal 0,12 m;
- •. De lijnen wijzen, onder een hoek van 45° naar boven gericht, symmetrisch naar het verticale mediaanlangsvlak van het voertuig;
- •. Het materiaal voldoet aan VN/ECE-reglement nr. 104, klasse E.
- •. De oppervlakte van het gemarkeerd gebied is minimaal 0,50 m2;
- •. De breedte van de lijnen is minimaal 0,10 m en maximaal 0,12 m;
- •. De lijnen wijzen, onder een hoek van 45° naar boven gericht, symmetrisch naar het verticale mediaanlangsvlak van het voertuig;
- •. Het materiaal voldoet aan VN/ECE-reglement nr. 104, klasse E.
- 6). Het begeleidingsvoertuig mag aan de beide zijkanten zijn voorzien van een bedrijfsnaam of -logo. Deze aanduiding bedraagt op beide zijden ten hoogste 0,40 m bij 0,20 m. De aanduiding is niet retroreflecterend uitgevoerd.
- 7). Het begeleidingsvoertuig is aan de voor- en achterkant voorzien van de aanduiding ‘convoi exceptionnel’. De aanduiding heeft een hoogte van ten hoogste 0,20 m en mag niet breder zijn dan het begeleidingsvoertuig. De aanduiding is niet retroreflecterend uitgevoerd.
- 8). Gedurende een begeleiding is het verboden om een aanhangwagen door het begeleidingsvoertuig voort te bewegen.
Onderdeel B: eisen bedoeld als in [artikel 14, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025299¶graaf=5&artikel=14&z=2020-07-01&g=2020-07-01)
In het begeleidingsvoertuig zijn tenminste aanwezig:
- •. een ingebouwde communicatie-installatie;
- •. een mobiel station voor communicatie tussen de transportbegeleiders en de chauffeur van het exceptionele transport;
- •. een mobiele telefoon;
- •. een rolbandmeter van minimaal 20 m;
- •. een hoogtemeter van minimaal 5 m;
- •. acht pylonen of zogenaamde klapbakens;
- •. rood/wit afzetlint;
- •. een zaklantaarn met rode kegel;
- •. een EHBO-set; en
- •. een goed werkende brandblusser van minimaal 2 kg.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
2009-03-01
Regeling verkeersregelaars 2009
original version
Tekst op deze datum