Besluit van 18 mei 2009, houdende de vaststelling van kerndoelen voor het speciaal onderwijs (Besluit kerndoelen WEC)

Type AMvB
Publication 2022-08-01
State In force
Source BWB
artikelen 6
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Het leergebied Mens, natuur en techniek in het vso-uitstroomprofiel Arbeidsmarktgericht is tweezijdig gericht: enerzijds op de zelfredzaamheid en de participatie van leerlingen op het gebied van (zelf)zorg, wonen, vrije tijdsbesteding en burgerschap en anderzijds op wat van een toekomstige werknemer mag worden verwacht. Als toekomstige werknemer werkt de leerling straks onder begeleiding van een leidinggevende of een gekwalificeerde vakman. De noodzakelijke kennis en vaardigheden om werkzaamheden uit te kunnen voeren, worden deels op school en deels tijdens (bedrijfs-)stages geleerd.

Overlap van kerndoelen in het leergebied Mens, natuur en techniek met kerndoelen ter voorbereiding op arbeid is er bewust. Bijvoorbeeld het aspect veiligheid is zeer belangrijk voor zowel woon- als werksituaties. Daarom is het aspect veiligheid twee keer opgenomen in de kerndoelen: als kerndoel in het leergebied Mens, natuur en techniek en als aspect in de kerndoelen ter voorbereiding op arbeid.

Algemeen geldt voor leerlingen met een beperking het belang dat zij ICT, technologische hulpmiddelen en aanpassingen steeds beter leren benutten om de eigen redzaamheid te vergroten. In het leergebied Mens, natuur en techniek wordt er tevens naar gestreefd dat leerlingen de mogelijkheden van ICT benutten bij het omgaan met werkgerelateerde informatie, zoals urenverantwoording en/of digitale uitlezing van machines en apparatuur.

Kerndoelen

Mens en maatschappij

Karakteristiek

Bij de invulling van hun rol als burger en als werknemer hebben veel vso-leerlingen in meerdere of mindere mate ondersteuning nodig. Het op adequate wijze stellen van hulpvragen en het omgaan met ondersteuning en ondersteuners behoort voor deze leerlingen eveneens tot de te ontwikkelen burgerschapscompetenties.

Algemeen geldt voor leerlingen met een beperking dat zij ICT, technologische hulpmiddelen en aanpassingen steeds beter leren benutten om de eigen redzaamheid te vergroten.

In het leergebied Mens en maatschappij wordt ernaar gestreefd dat leerlingen tevens de mogelijkheden van ICT benutten bij het zoeken en gebruiken van informatie.

Kerndoelen

Culturele oriëntatie en creatieve expressie

Karakteristiek

Binnen decreatieve expressie verkennen de leerlingen op een actieve manier hun eigen expressieve mogelijkheden binnen verschillende kunstzinnige disciplines: beeldend, audiovisueel, muziek, dans, drama. Hierna volgt reflectie op eigen voorkeuren en talenten, gevolgd door het maken van keuzes voor verbreding en/of verdieping van vaardigheden binnen de gekozen discipline(s).

In de gekozen discipline(s) worden verschillende functies verkend: uitdrukken van eigen gevoelens en ervaringen, vorm geven aan verbeelding, leren communiceren door middel van beeld, geluid en (lichaams)taal. De leerlingen leren daarbij hun creatieve en kunstzinnige uitingen op een toegankelijke wijze aan anderen te presenteren.

Daarbij en daarnaast leren de leerlingen oog te krijgen voor de diversiteit in de kunstzinnige en creatieve uitingen van anderen. Die «anderen» kunnen medeleerlingen zijn, maar ook professionele kunstenaars.

Kerndoelen

Bewegen en sport

Karakteristiek

Ter voorbereiding op een zinvolle en gezonde vrijetijdsbesteding zullen leerlingen zich ook oriënteren op een passende buitenschoolse bewegings- en sportcultuur zoals die wordt aangeboden in hun woon- of leefomgeving, op de meer seizoensgebonden bewegingsactiviteiten en eventueel op het naschoolse aanbod van de school.

Als scholen in de gelegenheid zijn om zwemles aan te bieden aan leerlingen die daarin nog onvoldoende vaardig zijn, kan worden bevorderd dat leerlingen in hun vrije tijd veilig kunnen zwemmen.

De meeste spelvormen en sportactiviteiten worden gezamenlijk ondernomen en dus is het nodig om te leren die zelfstandig en gezamenlijk op gang te brengen en te houden. Daarbij is het van belang dat leerlingen leren af te spreken wat de regels zijn, hoe die na te leven en wie welke rol speelt. Verder hoort daarbij elkaar helpen, op veiligheid letten, elkaars mogelijkheden respecteren en eigen mogelijkheden verkennen. Het is eigen aan bewegen dat er plezier aan te beleven valt. Dat plezier is van groot belang voor een blijvende deelname aan bewegingsactiviteiten.

Kerndoelen

Friese taal

Karakteristiek

De kerndoelen bieden de mogelijkheid voort te bouwen op het onderwijs Friese taal in het (speciaal) basisonderwijs. Het is belangrijk dat het onderwijs in het Fries aansluit op de eigen taalsituatie van de leerlingen en de onderwijsachtergrond in Fries en zich richt op het vergroten van de taalvaardigheid van leerlingen met het oog op hun te verwachten leef- en werksituatie. Daarbij is in dit uitstroomprofiel Arbeidsmarktgericht uiteraard ook te denken aan werksituaties waar in het Fries wordt gecommuniceerd.

Het leren van Fries in dit uitstroomprofiel zal vooral gericht zijn op praktisch gebruik in de eigen omgeving, op school en in sociale situaties zoals in het openbaar en in werksituaties. Hoofdzakelijk wordt dus gestreefd naar het leren van praktische taalvaardigheden, vooral receptief en communicatief. Belangrijk is de mondelinge taalvaardigheid, luisteren, begrijpen en spreken op voor betrokken leerlingen haalbaar niveau en aansluitend op het Fries thuis en op deelname van de leerling in de Friese samenleving. Voor leerlingen in dit uitstroomprofiel houdt het Fries ook enige schriftelijke taalvaardigheid in, zoals het lezen van voor de doelgroep geschikte teksten tot het schrijven van heel eenvoudige berichten, briefjes en korte berichtjes op nieuwe media als smartphones en tablets.

Het eerste kerndoel is gericht op het ontwikkelen van een positieve en actieve attitude ten opzichte van de Friese taal. Dat omvat mede het bewustzijn van de tweetaligheid in Fryslân en bijvoorbeeld zich kunnen instellen op situaties waarin het Fries aan de orde is.

Kerndoelen

Kerndoelen «Voorbereiding op arbeid»

Karakteristiek

De kerndoelen ter voorbereiding op arbeid zijn erop gericht dat leerlingen zich oriënteren op geschikte werkvelden en beroepen en hun loopbaan-, arbeidsmarkt- en beroepsvaardigheden maximaal kunnen ontwikkelen, rekening houdend met hun mogelijkheden en beperkingen. Daarbij dient ook rekening gehouden te worden met het arbeidsmarktperspectief in de regio.

Een integrale benadering is belangrijk. Tegelijkertijd met het leren uitvoeren van praktische taken, oriënteert de leerling zich ook op een concrete en praktische manier wat die arbeid in de betreffende sector of branche voor hem betekent. De leerling oriënteert zich daarnaast actief op het werk- en beroepenveld, bijvoorbeeld door middel van bedrijfsexcursies en oriënterende stages in meerdere branches of sectoren.

Arbeidscompetenties

De leerling ontwikkelt algemene competenties voor de arbeidsmarkt (kerndoel 61) en specifieke beroepscompetenties (kerndoel 62). De beschrijvingswijze van de kerndoelen is ontleend aan de beroepsgerichte kwalificatiestructuur van het mbo, omdat deze beschrijvingswijze herkend wordt door bedrijven en roc’s. Hierdoor kunnen doorgaande ontwikkelingslijnen voor leerlingen ontstaan van vso naar bedrijven en, indien mogelijk, naar vervolgtrajecten met een combinatie van werk en opleiding.

Maatwerk

Kerndoelen

Leergebiedspecifieke kerndoelen uitstroomprofiel dagbesteding

Karakteristiek

Beheersing van de taal maakt het leerlingen mogelijk te functioneren in allerlei communicatieve situaties, nu en in de toekomst. Leerlingen dienen zich begrijpelijk te kunnen uitdrukken en ze moeten kunnen verstaan en begrijpen wat anderen willen meedelen. Het taalonderwijs vso dagbesteding is gericht op praktisch en functioneel taalgebruik. Het bevorderen van redzaamheid en zelfstandigheid staat centraal.

Taalverwerving en taalonderwijs verlopen concentrisch: dezelfde soort inhoud komt in toenemende complexiteit en in toenemende mate van beheersing aan de orde. Het taalbeheersingsniveau dat de leerling in het (speciaal) basisonderwijs heeft bereikt en de leefwereld van de leerling zijn belangrijke uitgangspunten in het onderwijs in de Nederlandse taal. De leerlingen leren op de voor hen meest geëigende manier(en) communiceren en ze bewegen zich in een omgeving waar verschillende manieren van communiceren voorkomen. Leerlingen worden uitgedaagd tot taalactiviteiten. Ze ontwikkelen een positieve houding ten opzichte van verschillende vormen van taalgebruik.

Vanwege het uitstroomperspectief van deze doelgroep staan twee concrete toepassingsgebieden van de Nederlandse taal centraal: zoveel mogelijk zelfstandigheid in het leven van alledag en communicatie in de context van dagbesteding. Deelnemen aan overleg over huishouden of ontspanningsactiviteiten, omgaan met ondersteuners en zorgverleners en het begrijpen van instructies zijn voorbeelden van communicatieve situaties uit deze toepassingsgebieden.

In het vso is in dit uitstroomprofiel ook een groep leerlingen met ernstige meervoudige beperkingen. Deze leerlingen kunnen zich meestal slechts beperkt of niet via Nederlandse taal uitdrukken, ook voor hen is leren communiceren essentieel voor hun ontwikkeling, zodat alle mogelijkheden moeten worden aangegrepen. Het eerste kerndoel biedt daarom een basis die voor alle doelgroepen uit te werken is en waar verder het werken aan de andere kerndoelen op kan aansluiten.

Rekenen en wiskunde

Karakteristiek

In dit uitstroomprofiel ligt het accent op rekenen en wiskunde die nodig is ter voorbereiding op werk- en dagactiviteiten, wonen, vrije tijd en burgerschap, het is gericht op voor zover mogelijk zelfstandig en met hulp functioneren daarin.

Binnen de contexten van (toekomstige) woon- en leefsituaties ontwikkelen leerlingen hun reken- en wiskundevaardigheden verder en ze ontwikkelen tot zover als mogelijk hun vermogens om rekenen en wiskunde in (praktische) situaties te herkennen, te interpreteren en te gebruiken. Daarbij kunnen hulpmiddelen worden ingezet, zoals de computer en/of rekenmachine, zodat er ook gestreefd wordt naar het verwerven van de vaardigheden die nodig zijn om dat te kunnen.

Ook ontwikkelen de leerlingen reken- en wiskundetaal. Deze omvat de taal die het spreken over concrete reken en wiskundige handelingen mogelijk maakt (op het eigen niveau van de leerling) en de betekenis en (in)formele notaties van reken- en wiskundige aanduidingen, tekeningen, schema's en tabellen. Het gebruik van adequate reken- en wiskundetaal ondersteunt het ordenen van het eigen denken. Het helpt bij argumentaties en bij uitleg aan anderen. Ook helpt het om argumentaties en uitleg van anderen te begrijpen. Deze taal is tevens voorwaardelijk voor samenwerking. Op het eenvoudigste niveau kan hierbij gedacht worden aan begrippen die verhoudingen tussen hoeveelheden en groottes aangeven.

Kerndoelen

Mens, natuur en techniek

Karakteristiek

Het leergebied Mens, natuur en techniek in het uitstroomprofiel Dagbesteding kent verschillende thema’s:

In het leren over de onderwerpen in dit brede leergebied komen veel begrippen aan de orde, en het hangt daardoor samen met het niveau van taal- en woordenschatontwikkeling dat bereikt kan worden. Het leren zal voornamelijk met concrete situaties, taken en routines verbonden zijn.

Algemeen is voor leerlingen met een beperking belangrijk dat zij ICT, technologische hulpmiddelen en aanpassingen steeds beter leren benutten om de eigen redzaamheid te vergroten. De apparatuur en hulpmiddelen waarmee de leerlingen zelf dagelijks (zullen) omgaan kunnen hierbij worden betrokken.

Kerndoelen

Mens en maatschappij

Karakteristiek

Voor het functioneren op deze gebieden is belangrijk voor leerlingen met een beperking dat zij onder andere technologische hulpmiddelen en aanpassingen leren gebruiken om de eigen redzaamheid te vergroten.

In het leergebied Mens en maatschappij wordt tevens ernaar gestreefd dat leerlingen de mogelijkheden van ICT benutten bij het zoeken en gebruiken van informatie.

Bij de invulling van hun rol als burger en functioneren in de maatschappij hebben leerlingen in dit profiel verschillende vormen van ondersteuning nodig. Het stellen van (hulp-)vragen en het omgaan met ondersteuning en ondersteuners behoort voor deze leerlingen eveneens tot de te ontwikkelen burgerschapscompetenties.

Kerndoelen

Culturele oriëntatie en creatieve expressie

Karakteristiek

In de creatieve expressie verkennen de leerlingen op een actieve manier hun eigen expressieve mogelijkheden binnen verschillende kunstzinnige disciplines: beeldend, audiovisueel, muziek, dans, drama. Van daaruit krijgen zij zicht op eigen voorkeuren en talenten, op basis waarvan een keuze gemaakt kan worden voor verbreding en/of verdieping van vaardigheden in de gekozen discipline(s). Bij het maken van keuzes leren leerlingen omgaan met de mogelijkheden vanuit handicap-specifieke aspecten. In de gekozen discipline(s) worden verschillende functies verkend: uitdrukken van eigen gevoelens en ervaringen, vorm geven aan verbeelding, leren communiceren door middel van beelden, muziek, taal, spel en beweging, afhankelijk van hun individuele talenten. De leerlingen leren daarbij hun kunstzinnige en creatieve uitingen aan anderen te presenteren.

Daarbij en daarnaast leren de leerlingen oog te krijgen voor de diversiteit in kunstzinnige en creatieve uitingen van anderen. Die «anderen» kunnen medeleerlingen zijn, maar ook professionele kunstenaars.

Bewegen en sport

Karakteristiek

Veel spelvormen en sportactiviteiten worden gezamenlijk ondernomen. Daarbij is het van belang dat leerlingen leren af te spreken wat de regels zijn en hoe die na te leven, elkaar helpen, op veiligheid letten, elkaars mogelijkheden respecteren en eigen mogelijkheden verkennen. Hierdoor leren de leerlingen het bewegen te reguleren.

In veel activiteiten zitten aspecten die van belang zijn voor lichamelijke arbeid, zoals tillen en kracht zetten. Deze aspecten zullen gekoppeld aan passende activiteiten aan de orde komen. Veiligheid in bewegingssituaties en fitheid in relatie tot bewegen is ook een thema dat samen met verschillende activiteiten aan de orde komt. Op deze manier leren de leerlingen gezond te bewegen.

Het plezier beleven aan deelname aan verschillende bewegingsactiviteiten is belangrijk. Een positieve beleving van bewegingsactiviteiten op school vergroot het enthousiasme voor deelname aan bewegingsactiviteiten op andere momenten. Sport kan leerlingen aantrekkelijke spel- en bewegingsactiviteiten bieden. Er zijn tegenwoordig veel bewegingsactiviteiten met een vrijblijvender en individueler deelname dan in de georganiseerde sport. Wanneer de leerlingen worden voorbereid op deelname aan de bewegingscultuur, dan gebeurt dat via uitnodigende en bij hun leeftijd en mogelijkheden passende spel- en bewegingsvormen, bijvoorbeeld met aangepaste regels en materialen. Hierdoor kunnen de leerlingen deelnemen aan activiteiten van speciale sportclubs en blijft integratie in de reguliere sportwereld ook tot de mogelijkheden behoren.

Kerndoelen

Friese taal

Karakteristiek

De kerndoelen bieden de mogelijkheid voort te bouwen op het onderwijs Friese taal in het speciaal (basis)onderwijs. Het is belangrijk dat het onderwijs in het Fries aansluit op de eigen taalsituatie van de leerlingen en de onderwijsachtergrond in Fries en zich richt op het vergroten van de taalvaardigheid van leerlingen met het oog op hun te verwachten leef- en werksituatie.

Het leren van Fries in dit uitstroomprofiel Dagbesteding is gericht op praktisch gebruik in dagelijkse mondelinge communicatie in de eigen omgeving, op school en in sociale situaties. Hoofdzakelijk wordt gestreefd naar het leren van mondelinge taalvaardigheden: luisteren, begrijpen en spreken op voor betrokken leerlingen haalbaar niveau en aansluitend op het Fries thuis en op deelname in de Friese samenleving.

Het eerste kerndoel is gericht op het ontwikkelen van een positieve en actieve attitude ten opzichte van de Friese taal. Dat omvat mede het besef van de tweetaligheid in Fryslân en bijvoorbeeld zich kunnen instellen op situaties waarin het Fries aan de orde is.

Kerndoelen

Kerndoelen «Voorbereiding op dagbesteding»

Karakteristiek

De kerndoelen ter voorbereiding op dagbesteding sluiten aan op de doelen voorbereiding op arbeid in het uitstroomprofiel Arbeidsmarktgericht. Reden hiervoor is dat leerlingen soms in het profiel dagbesteding alsnog kunnen doorgroeien naar het profiel arbeidsmarktgericht, als ze zich doorontwikkelen in later jaren.

Wat een passende plek is voor een leerling kan eigenlijk alleen tot uiting komen door kennismaking en ervaring met het scala aan mogelijkheden dat voor hem of haar in aanmerking komt. De leerling moet het zelf ervaren, zijn voorkeuren ontdekken en leren te kiezen. Deels kan deze werkexploratie op school, maar heel nuttig is ook het gebruik maken van stagemogelijkheden bij de regionaal beschikbare zorgvoorzieningen.

Kiezen en loopbaansturing

Het zijn vrij globale geformuleerde competentiecategorieën en zullen in de praktijk voor deze leerlingen een eigen passende invulling krijgen.

In de praktijk wordt de term «werk» gehanteerd op de wijze waarop dat eveneens in deze karakteristiek wordt gedaan. Aangezien de term «werk» niet past binnen het juridische kader van de kerndoelen, wordt bij de kerndoelen hieronder in plaats van de term «werk» de term «arbeidsmatige dagbesteding» gehanteerd.

Kerndoelen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)