Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES
Indien deze belanghebbenden met betrekking tot de verdeling alsnog tot overeenstemming komen en daarvan door een authentieke akte doen blijken aan de in artikel 551, tweede lid, bedoelde bewaarder, keert deze aan ieder het hem volgens deze akte toekomende uit.
Artikel 552
Een gerechtelijke rangregeling als bedoeld in artikel 551a en in artikel 271 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, wordt verzocht aan de rechter in eerste aanleg binnen wiens rechtsgebied zich de geëxecuteerde zaken geheel of grotendeels bevinden.
Bij het verzoekschrift wordt gevoegd een door de bewaarder van de openbare registers af te geven getuigschrift, waarin de inschrijvingen en de boekingen in het register van voorlopige aantekeningen worden vermeld die voor de aanwijzing van de in artikel 551 bedoelde belanghebbenden van belang zijn, alsmede een door de notaris af te geven staat van de schuldeisers die beslag hebben gelegd op de opbrengst van de executie of hun vordering ontlenen aan artikel 264, derde lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.
Tegen een benoeming krachtens het eerste lid staat geen hogere voorziening open.
Op de rangregeling zijn de artikelen 482 tot en met 490a, 490c en 490d van toepassing.
Artikel 553
Indien bij een executoriale verkoop meer onroerende zaken of daarop rustende rechten te zamen, dan wel een of meer onroerende zaken of daarop rustende rechten te zamen met daarbij behorende roerende zaken, als omschreven in artikel 254 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, voor één prijs zijn verkocht en er deelnemers aan de rangregeling zijn wier recht of voorrang niet alle verkochte zaken of rechten betreft, deelt ieder van hen alleen mee of alleen met voorrang mee in het gedeelte van de netto-opbrengst dat naar schatting kan worden toegerekend aan de zaken of rechten waarop zijn recht of voorrang betrekking had.
In de in artikel 483 bedoelde staat van verdeling zal de rechter-commissaris aan de hand van de overgelegde stukken en zo nodig na verhoor van deskundigen een verdeling overeenkomstig het eerste lid voorstellen.
Afdeling 6. Gedwongen ontruiming
Artikel 555
De gedwongen ontruiming van onroerende zaken moet worden voorafgegaan door een exploot van een deurwaarder, houdende bevel om binnen drie dagen aan de executoriale titel te voldoen. De artikelen 502 en 503 zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 556
De gedwongen ontruiming geschiedt door een deurwaarder.
Deze kan zich doen bijstaan door een of twee getuigen, wier naam en woonplaats hij in dat geval in zijn proces-verbaal zal vermelden en die dit stuk mede zullen tekenen.
Artikel 557
Indien de deuren gesloten zijn, of de opening geweigerd wordt, gelijk mede indien geweigerd wordt enige kamer te openen, is artikel 444 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 558
Is de executant overeenkomstig artikel 299 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek gemachtigd ten aanzien van een onroerende zaak zelf datgene te verrichten waartoe nakoming van een jegens hem bestaande verplichting zou hebben geleid, en is daartoe gehele of gedeeltelijke al of niet tijdelijke ontruiming nodig, dan is deze afdeling mede van toepassing.
Titel 4. De gerechtelijke tenuitvoerlegging van schepen en luchtvaartuigen
Afdeling 1. Executoriaal beslag op en executie van schepen
Artikel 562a
In deze titel wordt onder schepen mede verstaan: schepen in aanbouw.
Artikel 563
Het beslag op schepen moet worden voorafgegaan door een aan de eigenaar of boekhouder te betekenen exploot van een deurwaarder, houdende een bevel om binnen 24 uur aan de executoriale titel te voldoen. Eerst na verloop van die termijn kan het beslag worden gelegd.
Indien er echter vrees bestaat dat het schip spoedig naar een andere plaats zal vertrekken, kan de rechter in eerste aanleg, ook op mondeling verzoek van de deurwaarder, bepalen dat deze ook zonder voorafgaand bevel tot de inbeslagneming kan overgaan.
In dat geval kan, in afwijking van artikel 430, derde lid, de betekening van de titel te zamen met die van het proces-verbaal van inbeslagneming geschieden.
Artikel 564
Het beslag op schepen wordt aan boord daarvan gedaan.
De deurwaarder kan zich doen bijstaan door een of twee getuigen, wier naam en woonplaats hij in dat geval in het in artikel 565 bedoelde proces-verbaal zal vermelden, en die dat stuk mede zullen ondertekenen.
De deurwaarder kan een bewaarder aan boord stellen en de nodige maatregelen nemen om het vertrek van het schip te beletten.
Artikel 444 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 565
Het beslag geschiedt bij een proces-verbaal van een deurwaarder dat, behalve de gewone formaliteiten, op straffe van nietigheid inhoudt:
- a. de vermelding van de voornamen, naam en woonplaats van de executant;
- b. de vermelding van de titel uit hoofde waarvan het beslag wordt gelegd;
- c. een opgave van het bedrag dat krachtens deze titel aan de executant verschuldigd is;
- d. de naam en de woonplaats van de eigenaar of de boekhouder, de naam van de kapitein, telkens indien zij bekend zijn, en de naam en woonplaats van hem jegens wie de in onderdeel b bedoelde titel luidt, indien deze een ander is dan de eigenaar;
- e. de naam, de soort en de ruimte van het schip en, zo het schip teboekstaat in het register, bedoeld in artikel 193 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, de gegevens omschreven in artikel 21, eerste lid, onderdeel c, van de Wet openbare registers BES;
- f. de algemene omschrijving van het scheepstoebehoren.
In het proces-verbaal moet de executant tot het einde van de executie woonplaats kiezen hier te lande bij een advocaat of, indien de verkoop dient plaats te vinden met toepassing van artikel 576, bij de deurwaarder of bij een advocaat.
Het proces-verbaal wordt binnen acht dagen betekend aan de eigenaar van het schip of, als deze een rederij is en een boekhouder heeft, aan de boekhouder, alsmede aan degene jegens wie de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde titel luidt, indien dit een andere is dan de eigenaar.
Indien de eigenaar van het schip of de boekhouder niet bekend is, kan aan de in het derde lid bedoelde eis worden voldaan door het proces-verbaal te betekenen aan boord aan de kapitein of zijn plaatsvervanger; zo deze niet te bereiken zijn, vindt de betekening plaats door een afschrift van het betekende proces-verbaal aan boord van het schip aan te plakken.
Artikel 435, derde lid, is niet van toepassing.
Artikel 566
Het proces-verbaal van inbeslagneming van schepen die teboekstaan in het in artikel 193 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde register, wordt ingeschreven in de in titel 1, afdeling 2, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde openbare registers.
Een vervreemding, bezwaring, onderbewindstelling, verhuring of vervrachting, totstandgekomen na de inschrijving van het proces-verbaal, kan niet tegen de beslaglegger worden ingeroepen.
De in artikel 565, derde lid, bedoelde betekening dient tevens binnen acht dagen na de inschrijving te geschieden.
Artikel 513a is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 567
Een inbeslagneming van schepen die niet teboekstaan in het in artikel 193 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde register, heeft tot gevolg dat een vervreemding, bezwaring, onderbewindstelling, verhuring of vervrachting, totstandgekomen na de in artikel 565, derde lid, bedoelde betekening, niet tegen de beslaglegger kan worden ingeroepen.
Artikel 568
Indien op een in beslag genomen schip dat teboekstaat in het in artikel 193 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde register, een of meer hypotheken rusten, zijn de artikelen 508 en 509 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 569
Indien meer schuldeisers op hetzelfde schip beslag hebben gelegd, vindt de executie plaats op vervolging van degene die het oudste executoriale beslag heeft gelegd.
De rechter in eerste aanleg binnen wiens rechtsgebied de verkoop zal plaatsvinden, kan op verzoek van een schuldeiser die later beslag heeft gelegd, bepalen dat deze de executie zal overnemen, indien de executant de executie niet met redelijke spoed voortzet.
Tegen een beschikking als bedoeld in het tweede lid, staat geen hogere voorziening open.
Bij toepassing van het tweede lid wordt de overneming bij exploot aangezegd aan de in artikel 565, derde en vierde lid, aangewezen personen.
Artikel 571
Geen verkoop kan plaatsvinden dan na verloop van twee weken nadat zij is bekendgemaakt door aanplakking volgens plaatselijk gebruik, die in elk geval mede op een in het oog vallende plaats van het schip geschiedt, en door aankondiging in een ter plaatse waar het schip zich bevindt, verspreid dagblad.
Geldt het de verkoop van een buitenlands zeeschip, dan wordt, zo mogelijk, een kennisgeving bovendien geplaatst in een of meer door de rechter in eerste aanleg binnen wiens rechtsgebied de verkoop zal plaatsvinden, aan te wijzen nieuwsbladen van het land waartoe het schip behoort.
Geldt het de verkoop van een buitenlands zeeschip, dan wordt in plaats van een termijn van twee weken in acht genomen de door de rechter in eerste aanleg te bepalen termijn.
De in het tweede en derde lid bedoelde beslissingen van de rechter in eerste aanleg worden gegeven op verzoek van de executant. Tegen toewijzing van het verzoek staat geen hogere voorziening open.
Artikel 572
De in artikel 571 bedoelde aanplakkingen en aankondigingen moeten inhouden:
- a. naar gelang de verkoop zal plaatsvinden met toepassing van artikel 575 of 576: de rechter in eerste aanleg voor wie de verkoop zal plaatsvinden of de naam van de deurwaarder die met de verkoop is belast;
- b. de voornamen, naam en woonplaats van de executant, alsmede de door deze met inachtneming van artikel 565, tweede lid, gekozen woonplaats;
- c. de titel uit hoofde waarvan de verkoop plaatsvindt, en het bedrag dat krachtens deze titel aan de executant verschuldigd is;
- d. de naam en de woonplaats van de eigenaar of de boekhouder van het in beslag genomen schip, indien een en ander bekend is, alsmede van hem jegens wie de in onderdeel c bedoelde titel luidt, indien deze een ander is dan de eigenaar;
- e. de naam van het schip;
- f. de scheepsruimte;
- g. de plaats waar het schip zich bevindt;
plaats, dag en uur van de verkoop.
Artikel 575
De executoriale verkoop geschiedt voor de rechter in eerste aanleg ter openbare terechtzitting, tenzij artikel 576 van toepassing is. De executant verzoekt daartoe aan de rechter in eerste aanleg binnen wiens rechtsgebied hij bij het beslagexploot woonplaats heeft gekozen, bepaling van dag en uur van de verkoop. De rechter stelt deze vast met inachtneming van de in het tweede lid bedoelde termijnen waarbinnen geen verkoop kan plaatsvinden.
De verkoop kan, onverminderd de in artikel 571 voorgeschreven termijn, niet plaatsvinden voordat 30 dagen, dan wel een door de rechter wegens een dringende reden bepaalde kortere termijn, zijn verstreken nadat de executant ter griffie heeft gedeponeerd:
- a. de veilingvoorwaarden;
- b. een verklaring van de deurwaarder of van een advocaat dat aan de in artikel 571, eerste lid, voorgeschreven aanplakkingen en aankondigingen is voldaan, waarbij exemplaren daarvan zijn gevoegd;
- c. een door een advocaat opgestelde en ondertekende lijst van de bekende rechthebbenden en beslagleggers op het schip.
De executant deelt onverwijld aan de in het tweede lid, onderdeel c, bedoelde rechthebbenden en beslagleggers schriftelijk dag en uur van de verkoop mee en deponeert ter griffie een verklaring van een advocaat dat aan dit voorschrift is voldaan.
Ten minste drie dagen voor de aanvang van de verkoop stelt de rechter een staat van geschatte kosten van de executie op, die op de griffie en ter terechtzitting ter inzage wordt gegeven.
De verkoop geschiedt eerst bij opbod en vervolgens bij afmijning. Met betrekking tot de veilingvoorwaarden zijn de artikelen 517, tweede lid, en 518 van overeenkomstige toepassing. De executant geeft schriftelijk van de verkoop kennis aan de geëxecuteerde en de hem bekende rechthebbenden en beslagleggers.
Tegen het vonnis van verkoop en toewijzing staat geen hogere voorziening open.
Artikel 538 is van overeenkomstige toepassing. De oproeping waarbij het verzet plaatsvindt, wordt mede aan de griffier betekend met een door de deurwaarder voor eensluidend getekend afschrift van de vordering. Deze betekening schorst de executie.
De rechter kan op verzoek van de executant nader dag en uur van de verkoop vaststellen. In dat geval vinden de in artikel 571, eerste lid, bedoelde aanplakkingen en aankondigingen opnieuw plaats.
Artikel 575a
De rechter in eerste aanleg kan de termijn van 30 dagen, gesteld in artikel 575, tweede lid, in bijzondere omstandigheden, zo nodig onder het stellen van voorwaarden, verkorten.
Artikel 576
De verkoop geschiedt als die van andere roerende zaken, indien het beslag gelegd is op schepen waarvan de bruto-inhoud minder dan 20 kubieke meters of de brutotonnage minder dan 6 bedraagt of, in geval van een schip in aanbouw, zal bedragen, en die niet in het in artikel 193 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde register teboekstaan.
De bekendmaking geschiedt door aankondiging in een dagblad, verspreid ter plaatse waar het schip zich bevindt, en door aanplakking naar plaatselijk gebruik en in elk geval op een in het oog vallende plaats van het schip.
Artikel 577
De koopprijs wordt gestort in handen van de griffier of de deurwaarder, naar gelang de verkoop plaats heeft gevonden met toepassing van artikel 575 of 576, dan wel bij een door de griffier of deurwaarder aan te wijzen bewaarder die aan de vereisten van artikel 445 voldoet, telkens onverminderd de bevoegdheid van de koper om in afwachting van de betaling voldoende zekerheid te stellen.
Bij gebreke van zodanige betaling, bewaring of zekerheidstelling is de executant bevoegd het schip ten laste van de koper, met inachtneming van de artikelen 571 en volgende, wederom te verkopen. De executant is tot deze verkoop gehouden, indien een van de bij de opbrengst direct belanghebbenden dit verlangt.
Artikel 578
Door betaling van de koopprijs, onderscheidenlijk zekerheidstelling of inbewaringgeving overeenkomstig artikel 577, eerste lid, wordt het schip bevrijd van de daarop bij voorrang verhaalbare vorderingen en vervallen de daarop gelegde beslagen, alsook de beperkte rechten die niet tegen de verkoper ingeroepen kunnen worden, of ter zake waarvan artikel 517, tweede lid, is toegepast.
Ter zake van schepen die teboekstaan in het in artikel 193 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde register is artikel 273, tweede en derde lid, van Boek 3, van het Burgerlijk Wetboek, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat bevoegd is de rechter in eerste aanleg binnen wiens rechtsgebied de verkoop heeft plaatsgevonden.
Artikel 579
Bij de executie door een hypotheekhouder van een schip dat teboekstaat in het in artikel 193 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde register, zijn de artikelen 544 en 545 van overeenkomstige toepassing. De executie geschiedt voorts met toepassing van de artikelen 571, eerste lid, en 572.
Artikel 580
Op de verdeling van de opbrengst zijn de artikelen 551 tot en met 552 van overeenkomstige toepassing. Is een schip als bedoeld in artikel 576, verkocht, dan zijn de artikelen 480 tot en met 490a, 490c en 490d van toepassing.
Artikel 581
Indien bij een executoriale verkoop van een schip voor één prijs mede scheepstoebehoren is verkocht dat ten tijde van de verkoop aan een ander dan de eigenaar van het schip toebehoorde en deze ander de eigendom van het scheepstoebehoren als gevolg van de verkoop verloren heeft, wordt aan hem uit de netto-opbrengst met voorrang boven allen jegens wie hij zijn recht ten tijde van de verkoop kon inroepen, een vergoeding uitgekeerd ten bedrage van de waarde die het scheepstoebehoren ten tijde van de executie naar schatting had.
Indien er bij de verdeling van de netto-opbrengst deelnemers aan de rangregeling zijn, wier recht of voorrang niet gelijkelijk schip en scheepstoebehoren betreft, is artikel 553 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 582
De executie tot afgifte van een schip vangt aan met een bevel als bedoeld in artikel 563, welk artikel van overeenkomstige toepassing is.
De executie geschiedt doordat de deurwaarder het schip, zo nodig met overeenkomstige toepassing van de artikelen 556 tot en met 558, onder zich neemt en afgeeft aan degene die het krachtens de executoriale titel moet ontvangen.
De artikelen 444 tot en met 444b, 492, eerste, tweede en vierde lid, 497, 499, 500 en 564 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de toepassing van artikel 444b de waarde van het schip in de plaats treedt van de vordering waarvoor het beslag is gelegd.
Afdeling 2. Executoriaal beslag op en executie van luchtvaartuigen
Artikel 584a
De in artikel 1300 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek opgenomen begripsomschrijvingen gelden ook voor deze afdeling.
In deze afdeling wordt voorts verstaan onder:
- a. het Verdrag van Chicago: het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (Stb. 1947, H 165, P.B. 1947, 133);
- b. nationaliteitsregister: een register als bedoeld in artikel 17 van het Verdrag van Chicago.
Artikel 584b
Het beslag op een in het register of in een verdragsregister teboekstaand luchtvaartuig moet worden voorafgegaan door een aan de geëxecuteerde te betekenen exploot van een deurwaarder, houdende een bevel om binnen 24 uur aan de executoriale titel te voldoen. Eerst na verloop van die termijn kan het beslag worden gelegd.
De rechter in eerste aanleg kan, ook op mondeling verzoek van de deurwaarder, bepalen dat deze ook zonder voorafgaand bevel tot inbeslagneming kan overgaan.
In een geval als bedoeld in het tweede lid, kan, in afwijking van artikel 430, derde lid, de betekening van de titel te zamen met die van het proces-verbaal van inbeslagneming geschieden.
Artikel 584c
De deurwaarder legt het beslag ter plaatse waar het luchtvaartuig zich bevindt, bij een proces-verbaal dat, behalve de gewone formaliteiten, op straffe van nietigheid inhoudt:
- a. de vermelding van de voornamen, naam en woonplaats van de executant en de naam, en zonodig de voornamen, en woonplaats van de geëxecuteerde;
- b. de vermelding van de titel uit hoofde waarvan het beslag wordt gelegd;
- c. een opgave van de vordering waarvoor het beslag wordt gelegd;
- d. de kentekenen van het luchtvaartuig en een korte aanduiding van de inhoud van het bewijs van inschrijving, bedoeld in artikel 29 van het Verdrag van Chicago, dan wel de vermelding dat dit hem, deurwaarder, bij navraag niet is vertoond;
- e. het adres van de in artikel III, eerste lid, van het Verdrag van Genève bedoelde dienst;
- f. een keuze van woonplaats ten kantore van de deurwaarder die het beslag legt en, desgewenst, hier te lande ten kantore van een advocaat.
De deurwaarder kan zich doen bijstaan door een of twee getuigen, wier naam en woonplaats hij in dat geval in het proces-verbaal zal vermelden en die dit stuk mede zullen ondertekenen.
De deurwaarder neemt de nodige maatregelen om vertrek van het luchtvaartuig te beletten. Hij is gerechtigd het luchtvaartuig of enig onderdeel daarvan in gerechtelijke bewaring te geven, waartoe hij tot verplaatsing hier te lande mag overgaan. De artikelen 445, tweede volzin, en 446, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 584d
Indien beslag is gelegd op een in het register teboekstaand luchtvaartuig, wordt het proces-verbaal van inbeslagneming in de in titel 1, afdeling 2, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde openbare registers ingeschreven.
Indien beslag is gelegd op een in een verdragsregister teboekstaand luchtvaartuig, zendt de deurwaarder een door hem gewaarmerkt afschrift van het proces-verbaal ten spoedigste rechtstreeks aangetekend en zo mogelijk per luchtpost naar de in artikel III, eerste lid, van het Verdrag van Genève bedoelde dienst, alsmede aan de bewaarder van het nationaliteitsregister waar het luchtvaartuig is ingeschreven.
In elk geval wordt het proces-verbaal van beslag op straffe van nietigheid binnen drie dagen na het leggen daarvan aan de geëxecuteerde betekend.
Artikel 584e
Een vervreemding, bezwaring of onderbewindstelling, tot stand gebracht na de inschrijving in de openbare registers, kan niet tegen de beslaglegger of de koper ter executie worden ingeroepen, wanneer deze totstandbrenging geschiedde door de geëxecuteerde terwijl hij kennis droeg van het beslag.
Artikel 584f
De beslaglegger legt op de griffie van het gerecht in eerste aanleg binnen welks rechtsgebied het luchtvaartuig zich dan bevindt, neer een afschrift van het proces-verbaal van inbeslagneming, alsmede een uittreksel uit de registratie voor luchtvaartuigen, behelzende alle met betrekking tot het luchtvaartuig bestaande teboekstellingen en aantekeningen, voor zover deze nog niet zijn doorgehaald, dan wel een soortgelijk uittreksel uit het verdragsregister.
De beslaglegger verzoekt voorts aan de president van het Hof van Justitie:
- a. benoeming van een rechter-commissaris voor de verificatie van de rechten waaraan het luchtvaartuig is onderworpen, en van de vorderingen die daarop verhaalbaar zijn;
- b. vaststelling van plaats, dag en uur van de verkoop en de toewijzing, welke dag ten minste een week na de dagtekening van de beschikking van de president moet liggen;
- c. vaststelling van de dag vóór welke zij die beweren rechten en vorderingen als bedoeld in onderdeel a, te bezitten, deze bij de rechter-commissaris moeten kenbaar maken, welke dag mag niet meer dan vier weken voor de dag van de verkoop moet liggen.
Ten minste zes weken vóór de voor de verkoop bestemde dag brengt de beslaglegger deze ter openbare kennis ter plaatse en op de wijze als voorgeschreven bij algemene maatregel van bestuur. Indien beslag is gelegd op een in een verdragsregister teboekstaand luchtvaartuig, brengt hij de verkoop tevens ter openbare kennis ter plaatse waar het nationaliteitsregister waarin het luchtvaartuig is ingeschreven, is gevestigd, op de aldaar voorgeschreven wijze.
De beslaglegger verwittigt voorts zes weken vóór de voor de verkoop bestemde dag degenen die in de registratie voor luchtvaartuigen of in een verdragsregister als beperkt gerechtigd of beslaglegger staan vermeld, van de voorgenomen verkoop bij aangetekende brief, alsmede, zo mogelijk, bij per luchtpost verzonden aangetekende brief, beide gericht naar hun woonplaatsen, vermeld in de registratie voor luchtvaartuigen, dan wel in het verdragsregister.
Artikel 584g
De kennisgevingen uit hoofde van artikel 584f, derde lid, behelzen:
- a. de voornamen, de naam, en woonplaats van de executant;
- b. de korte vermelding van de titel uit kracht waarvan hij beslag heeft gelegd;
- c. de vordering waarvoor het beslag is gelegd;
- d. de door hem in het proces-verbaal gekozen woonplaats;
- e. de veilingvoorwaarden;
- f. de door de rechter in eerste aanleg op grond van artikel 584f, tweede lid, gegeven beschikkingen.
Artikel 584h
Op verzoek van de executant kan de president van het Hof van Justitie ook na het verstrijken van de krachtens artikel 584f, tweede lid, onderdeel c, gestelde termijn, nader plaats, dag en uur van de verkoop en de toewijzing vaststellen, alsmede een nadere dag vóór welke de in artikel 584f bedoelde vorderingen bij de rechter-commissaris moeten zijn kenbaar gemaakt. De president neemt bij deze nadere vaststelling, die slechts éénmaal kan worden verricht, de termijnen, vermeld in artikel 584f, in acht en stelt overigens díe voorwaarden, die hem dienstig voorkomen. De executant vervult de formaliteiten, vermeld in artikel 584f, derde en vierde lid, en in artikel 584g.
Artikel 584i
Na het verstrijken van de krachtens artikel 584f, tweede lid, onderdeel c, of 584h door de president van het Hof van Justitie gestelde termijn maakt de rechter-commissaris uit de ingediende beweringen een staat op van de in artikel 584f, tweede lid, bedoelde rechten en vorderingen.
De artikelen 483a tot en met 490a, 490c en 490d zijn van overeenkomstige toepassing, voor zover uit de volgende artikelen van deze afdeling niet anders voortvloeit.
Artikel 584j
De in artikel 484 bedoelde nederlegging en mededeling vinden plaats ten minste twee weken vóór de voor de verkoop vastgestelde dag.
De rechter-commissaris sluit de lijst van rechten en vorderingen niet vóór het voor de verkoop vastgestelde tijdstip; tot dit tijdstip kunnen schuldeisers tegenspraak doen.
Artikel 584k
Indien voor het tijdstip van de verkoop geen tegenspraak is gedaan dan tegen rechten en vorderingen die in rang na die van de executant komen, sluit de rechter-commissaris de lijst en wordt tot verkoop overgegaan.
Indien voor het tijdstip van verkoop wel bedoelde tegenspraak is gedaan, verdaagt de rechter-commissaris de verkoop.
Zodra op de tegenspraak is beslist bij een vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan, sluit de rechter-commissaris op verzoek van de executant de lijst en bepaalt hij plaats, dag en uur van de verkoop en de toewijzing. Deze dag moet ten minste een week liggen na de dagtekening van de beschikking van de rechter-commissaris.
De executant vervult in dat geval opnieuw de formaliteiten, vermeld in artikel 584f, derde lid. Hij verwittigt voorts hen die een bewering hebben ingediend, alsmede de in artikel 584f, vierde lid, bedoelde beperkt gerechtigden en beslagleggers, van de voorgenomen verkoop bij, zo mogelijk per luchtpost verzonden, aangetekende brief.
Artikel 584l
Iedere schuldeiser wiens vordering op de door de rechter-commissaris vastgestelde lijst rang neemt boven die van de beslaglegger, kan bij de verkoop diens plaats innemen, mits hij de beslaglegger ten minste een week vóór de verkoop van zijn voornemen hiertoe bij aangetekende brief heeft kennis gegeven.
Indien de beslaglegger de uitwinning niet of niet op de bepaalde dag vervolgt, heeft iedere schuldeiser wiens vordering op de door de rechter-commissaris vastgestelde lijst rang neemt boven die van de beslaglegger, het recht dit te doen. Dit recht vervalt, indien hij, na aanmaning door een belanghebbende, er binnen een redelijke termijn geen gebruik van maakt. De schuldeiser die van dit recht gebruik wenst te maken, vervult in dat geval opnieuw de formaliteiten, vermeld in artikel 584k, vierde lid; artikel 584g vindt, voor zover mogelijk, overeenkomstige toepassing.
Artikel 584m
De verkoop geschiedt bij opbod en vervolgens bij afmijning voor de rechter-commissaris met inachtneming van de veilingvoorwaarden zoals hiervan door de beslaglegger is kennisgegeven of zoals deze door de rechter-commissaris op verzoek van een belanghebbende nader zijn bepaald, en overigens op de door de rechter-commissaris na raadpleging van de executant te bepalen wijze.
De rechter-commissaris beslist over de toewijzing. Toewijzing vindt niet plaats, indien niet alle vorderingen die op de door de rechter-commissaris vastgestelde lijst voorkomen als bevoorrecht boven de vordering van degene op wiens verzoek de verkoop geschiedt, uit de opbrengst worden voldaan of door de koper te zijnen laste worden genomen.
In een geval als bedoeld in het tweede lid, blijven de kosten van uitwinning ten laste van degene op wiens verzoek de verkoop geschiedt.
Artikel 584n
De koopprijs wordt binnen twee dagen voldaan in handen van de griffier van het gerecht in eerste aanleg binnen wiens rechtsgebied de verkoop is geschied, dan wel bij een door de griffier aan te wijzen bewaarder die aan de vereisten van artikel 445 voldoet. De griffier voldoet daaruit op last van de rechter-commissaris de kosten van de executie die in het gezamenlijk belang van de schuldeisers zijn gemaakt, en keert de netto-opbrengst uit overeenkomstig de door de rechter-commissaris opgestelde lijst, zodra deze gesloten is.
Schiet de koper in de nakoming van de koopovereenkomst tekort, dan zijn de artikelen 527 tot en met 529 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 584o
De koper verkrijgt de eigendom van een in het register teboekstaand lucht-vaartuig door inschrijving van het proces-verbaal van toewijzing.
De bewaarder van de registers weigert inschrijving, indien niet tevens een verklaring van de griffier wordt overgelegd dat de koopprijs in zijn handen is gestort.
De koper verkrijgt de eigendom van een in het verdragsregister teboekstaand luchtvaartuig door de voldoening van de koopprijs.
Artikel 584p
Tenzij in de veilingvoorwaarden anders is bepaald, vervallen door de levering aan de koper en de voldoening van de koopprijs alle op een in het register teboekstaand luchtvaartuig rustende rechten, voor zover deze niet rang nemen boven het recht van de executant, alsmede de rechten die niet op de lijst van de rechter-commissaris voorkomen. De ingeschreven overeenkomsten, bedoeld in de artikelen 1308 en 1309 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, worden ontbonden, voor zover de daaruit voortvloeiende rechten rang nemen na de vordering van de executant. Aldus waardeloos geworden inschrijvingen van hypotheken en beslagen worden ambtshalve doorgehaald.
Tenzij in de veilingvoorwaarden anders is bepaald, vervallen door de eigendomsverkrijging overeenkomstig artikel 584o, derde lid, alle in het eerste lid bedoelde rechten die op een in het verdragsregister teboekstaand luchtvaartuig rusten.
Artikel 584q
Indien het beslag en de executie niet overeenkomstig deze afdeling hebben plaats gevonden, kan een ieder die daardoor is benadeeld, binnen zes maanden na de toewijzing vorderen dat de rechter in eerste aanleg binnen wiens rechtsgebied de verkoop is geschied, de verkoop en daaropgevolgde eigendomsovergang vernietigt. Indien deze vordering een in het register teboekstaand luchtvaartuig betreft, moet zij op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen drie dagen na de instelling daarvan in de openbare registers worden ingeschreven.
Artikel 584r
De executie tot afgifte van een in het register of een verdragsregister teboekstaand luchtvaartuig vangt aan met een bevel als bedoeld in artikel 584b, welk artikel van overeenkomstige toepassing is.
De executie geschiedt doordat de deurwaarder het luchtvaartuig onder zich neemt en afgeeft aan degene die het krachtens executoriale titel moet ontvangen.
De artikelen 444 tot en met 444b, 492, eerste, tweede en vierde lid, 497, 499, 500 en 584c zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de toepassing van artikel 444b de waarde van het luchtvaartuig in de plaats treedt van de vordering waarvoor het beslag is gelegd.
Titel 5. Lijfsdwang en haar tenuitvoerlegging en dwangsom
Afdeling 1. Lijfsdwang
Artikel 585
De rechter kan op verlangen van de schuldeiser de tenuitvoerlegging bij lijfsdwang toestaan van:
- a. vonnissen en beschikkingen, voor zover zij een veroordeling tot iets anders dan het betalen van geld inhouden;
- b. vonnissen, beschikkingen en authentieke akten waarbij een uitkering tot levensonderhoud, krachtens Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek verschuldigd, daaronder begrepen het verschuldigde voor verzorging en opvoeding van een minderjarige en voor levensonderhoud en studie van een meerderjarige die de leeftijd van een en twintig jaren niet heeft bereikt, is bevolen of toegezegd, alsmede beschikkingen waarbij een uitkering krachtens artikel 85, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek door de ene echtgenoot aan de andere verschuldigd, is bevolen.
Artikel 586
Tenzij de tenuitvoerlegging bij lijfsdwang reeds was toegestaan in het vonnis of de beschikking tot nakoming waarvan dit dwangmiddel strekt, wordt een vordering tot uitvoerbaarverklaring ingesteld en behandeld als een kort geding.
Artikel 587
De rechter verklaart een vonnis, beschikking of akte als bedoeld in artikel 585 slechts uitvoerbaar bij lijfsdwang, indien aannemelijk is dat toepassing van een ander dwangmiddel onvoldoende uitkomst zal bieden en het belang van de schuldeiser toepassing daarvan rechtvaardigt.
Artikel 588
Uitvoerbaarheid bij lijfsdwang wordt niet uitgesproken indien de schuldenaar buiten staat is aan de verplichting waarvoor tenuitvoerlegging bij lijfsdwang wordt verlangd, te voldoen.
Artikel 589
De tenuitvoerlegging van de lijfsdwang duurt ter zake van dezelfde verplichting ten hoogste een jaar.
Strekt de verplichting van de schuldenaar tot nalaten, dan bepaalt de rechter de termijn na ommekomst waarvan geen lijfsdwang meer kan worden ten uitvoer gelegd. Bij andere verplichtingen kan de rechter een zodanige termijn bepalen.
Artikel 590
De rechter kan zijn beslissing over de uitvoerbaarheid bij lijfsdwang voor een door hem te bepalen termijn aanhouden.
Afdeling 2. Tenuitvoerlegging van lijfsdwang en ontslag
Artikel 591
Behoudens verlof tot dadelijke tenuitvoerlegging, kan lijfsdwang niet worden ten uitvoer gelegd dan een dag na betekening van het vonnis of de beschikking waarin de uitvoerbaarheid bij lijfsdwang is toegestaan.
Het exploot houdt mede een bevel tot nakoming in.
Artikel 592
De deurwaarder heeft voor de ingijzelingstelling van de schuldenaar toegang tot elke plaats, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig is. Artikel 444, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
De schuldenaar mag niet worden gegijzeld zolang een vrijgeleide duurt, waarvan de tijd moet worden bepaald door de rechter die het heeft gegeven teneinde de schuldenaar voor zich te laten verschijnen.
Artikel 593
De ingijzelingstelling kan op alle dagen en uren plaatsvinden.
Artikel 594
De deurwaarder kan zich door een of twee getuigen doen bijstaan.
Artikel 595
De deurwaarder kan de sterke arm verzoeken bij de aanhouding bijstand te verlenen.
Artikel 596
De gegijzelde schuldenaar wordt overgebracht naar een huis van bewaring.
Artikel 597
De schuldeiser schiet iedere dertig dagen een toereikende som tot onderhoud van de schuldenaar voor, volgens een bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld tarief.
Indien de schuldeiser niet aan het eerste lid voldoet, is de directeur van het huis van bewaring bevoegd de schuldenaar uit de gijzeling te ontslaan .
Artikel 598
Van de ingijzelingstelling en de insluiting in het huis van bewaring maakt de deurwaarder een akte op.
De akte vermeldt:
- a. het vonnis of de beschikking waarin de tenuitvoerlegging bij lijfsdwang is toegestaan;
- b. de datum van de betekening;
- c. de naam, de voornamen en de woonplaats van de schuldeiser;
- d. een door de schuldeiser gekozen woonplaats ter plaatse waar de schuldenaar is ingesloten;
- e. de voornamen, de naam en het kantooradres van de deurwaarder;
- f. de naam en de woonplaats van de schuldenaar;
- g. plaats en tijdstip van de ingijzelingstelling en, indien daarbij getuigen aanwezig waren, hun namen en woonplaatsen;
- h. het voorschot van onderhoud voor ten minste dertig dagen;
- i. de vermelding dat de schuldenaar een afschrift van de akte heeft ontvangen.
Artikel 599
De directeur van het huis van bewaring schrijft de gegevens, bedoeld in artikel 598, tweede lid, onderdelen a tot en met h, in in zijn register.
De deurwaarder verstrekt de directeur afschriften van het vonnis of de beschikking waarin de tenuitvoerlegging bij lijfsdwang werd toegestaan en van de akte van insluiting. Deze afschriften worden bij het in het eerste lid bedoelde register gevoegd. Indien de deurwaarder de afschriften niet verstrekt, weigert de directeur de opname van de schuldenaar.
Artikel 600
De schuldenaar wordt uit de gijzeling ontslagen indien:
- a. de schuldeiser daarin schriftelijk toestemt;
- b. de schuldenaar alsnog zijn schuld met de verschenen rente betaalt dan wel zich, in het geval zijn verplichting een andere is dan de betaling van geld, onder het stellen van voldoende waarborg bereid verklaart daaraan te voldoen, een en ander onder betaling van vereffende kosten, de kosten van de gijzeling en de voorgeschoten onderhoudskosten;
- c. de gijzeling een zodanig nadelige invloed op de gezondheid van de schuldenaar heeft dat zijn leven daardoor in gevaar komt;
- d. de schuldenaar buiten staat is te voldoen aan de prestatie waartoe hij verplicht is;
- e. het belang van de schuldeiser voortzetting van de gijzeling niet rechtvaardigt;
toepassing van een ander dwangmiddel alsnog redelijkerwijs voldoende uitkomst kan bieden.
Afdeling 3. Dwangsom
Artikel 611a
De rechter kan op vordering van een der partijen de wederpartij veroordelen tot betaling van een geldsom, dwangsom genaamd, voor het geval dat aan de hoofdveroordeling niet wordt voldaan, onverminderd het recht op schadevergoeding, indien daartoe gronden zijn. Een dwangsom wordt echter niet opgelegd in geval van een veroordeling tot betaling van een geldsom.
De dwangsom kan ook voor het eerst in verzet of in hoger beroep worden gevorderd.
De dwangsom wordt niet verbeurd vóór de betekening van de uitspraak waarbij zij is vastgesteld.
De rechter kan bepalen dat de veroordeelde pas na verloop van een zekere termijn de dwangsom zal kunnen verbeuren.
Artikel 611b
De rechter kan de dwangsom hetzij op een bedrag ineens, hetzij op een bedrag per tijdseenheid of per overtreding vaststellen. In de laatste twee gevallen kan de rechter eveneens een bedrag bepalen waarboven geen dwangsom meer verbeurd wordt.
Artikel 611c
De dwangsom, eenmaal verbeurd, komt ten volle toe aan de partij die de veroordeling heeft verkregen. Deze partij kan de dwangsom ten uitvoer leggen krachtens de titel waarbij zij is vastgesteld.
Artikel 611d
De rechter kan op vordering van de veroordeelde de dwangsom opheffen, de looptijd ervan opschorten gedurende de door hem te bepalen termijn, of de dwangsom verminderen in geval van blijvende of tijdelijke, gehele of gedeeltelijke onmogelijkheid voor de veroordeelde om aan de hoofdveroordeling te voldoen.
Indien de verbeurte van een dwangsom in de gegeven omstandigheden tot kennelijk onaanvaardbare gevolgen leidt, kan de rechter de verplichting tot betaling van verbeurde dwangsommen matigen.
Artikel 611e
De dwangsom kan gedurende het faillissement van de veroordeelde niet worden verbeurd.
Dwangsommen die vóór de faillietverklaring verbeurd zijn, worden in het passief van het faillissement niet toegelaten.
Artikel 611f
Na overlijden van de veroordeelde wordt een dwangsom die op een bepaald bedrag per tijdseenheid is vastgesteld, niet verder verbeurd, maar de vóór het overlijden verbeurde dwangsommen blijven verschuldigd. De dwangsom wordt door erfgenamen van de veroordeelde pas opnieuw verbeurd, nadat de rechter aldus heeft beslist. De rechter kan het bedrag en de voorwaarden ervan wijzigen.
Andere dwangsommen kunnen, op vordering van de erfgenamen, door de rechter worden opgeheven of verminderd, hetzij blijvend, hetzij tijdelijk, en, in voorkomend geval, met ingang van de dag waarop de veroordeelde overleden is.
Artikel 611g
Een dwangsom verjaart door verloop van zes maanden na de dag waarop zij verbeurd is.
De verjaring wordt geschorst door faillissement en ieder ander wettelijk beletsel voor tenuitvoerlegging van de dwangsom.
De verjaring wordt ook geschorst zolang degene die de veroordeling verkreeg, met het verbeuren van de dwangsom redelijkerwijs niet bekend kon zijn.
Artikel 611i
Onder rechter worden in deze afdeling mede verstaan: scheidsmannen.
Titel 6. Het vereffenen van schadevergoeding
Artikel 612
De rechter die een veroordeling tot schadevergoeding uitspreekt, begroot, voor zover hem dit mogelijk is, de schade in het vonnis. Indien begroting in het vonnis hem niet mogelijk is, spreekt hij een veroordeling uit tot schadevergoeding op te maken bij staat.
Artikel 613
De tenuitvoerlegging van een veroordeling tot schadevergoeding op te maken bij staat, vangt aan met de betekening aan de wederpartij van een staat waarin het beloop van de schade waarvan de vereffening wordt gevorderd, gespecificeerd wordt opgegeven.
In het exploot worden tevens dag en uur meegedeeld waarop de zaak op de terechtzitting zal worden gebracht. De bepalingen inzake oproeping zijn van overeenkomstige toepassing. Bevoegd is de rechter die in eerste instantie over de hoofdzaak heeft geoordeeld.
Artikel 614
De schuldeiser kan in de schadestaat ook vereffening van de schade in andere vorm dan betaling van een geldsom vorderen.
Artikel 615
De schuldeiser kan, onverschillig of in de hoofdzaak reeds schadeposten waren gesteld, nieuwe posten in de schadestaat opnemen. Indien de wederpartij zich door de opneming in haar verdediging onredelijk bemoeilijkt acht, kan zij daartegen bezwaar maken met overeenkomstige toepassing van artikel 109, eerste en tweede lid. Het bezwaar wordt in elk geval afgewezen, voor zover de schuldeiser ten tijde van de hoofdzaak niet met de schade bekend was.
Artikel 615a
Voor de toepassing van de artikelen 78 tot en met 90, 108, 109, 185 tot en met 190 en 208 tot en met 212 worden hoofdzaak en schadestaatprocedure als afzonderlijke gedingen beschouwd.
Artikel 615b
De schuldenaar wordt veroordeeld de vastgestelde schade te voldoen. Op verlangen van de schuldeiser kan de rechter de schadeposten afzonderlijk toewijzen, zodra zij zijn komen vast te staan.
Titel 7. Het stellen van zekerheid
Artikel 616
In geval van geschil over een krachtens vonnis of beschikking te stellen zekerheid wordt daarover op vordering van de meest gerede partij in kort geding beslist door de rechter in eerste aanleg door wie de zaak in eerste aanleg is behandeld, of, in geval van een arbitraal vonnis, van de rechter in eerste aanleg ter griffie van wiens gerecht dat vonnis is nedergelegd.
Gaat het om een uitspraak van het Hof van Justitie in eerste aanleg, dan wordt de vordering ingesteld voor de rechter in eerste aanleg die naar de gewone regels in eerste aanleg bevoegd zou zijn.
Zowel de rechter die het vonnis of de beschikking, bedoeld in het eerste en het tweede lid, wijst, als de rechter die over het geschil omtrent de te stellen zekerheid oordeelt, kan een termijn bepalen waarbinnen:
- a. de zekerheid moet worden aangeboden of gesteld, op straffe van verval van de bevoegdheid met het oog op de uitoefening waarvan de zekerheidstelling is bevolen;
- b. een aangeboden zekerheid door de wederpartij moet worden aanvaard of geweigerd, op straffe van verval van haar bevoegdheid zekerheidstelling te eisen.
De rechter die de termijn heeft bepaald, kan deze op verzoek van de meest gerede partij, in te dienen vóórdat de termijn is verstreken, verlengen. Tegen een verlenging staat geen hogere voorziening open.
Boek 3. Rechtspleging van onderscheiden aard
Titel 1. Rechtspleging in zaken van verkeersmiddelen en vervoer
Afdeling 1. Algemene bepalingen
Artikel 621
Bevoegd tot het kennisnemen van een betwisting als bedoeld in artikel 168 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, en van verzoeken tot verkoop als bedoeld in titel 3, afdeling 1, van Boek 8 van dat wetboek, is de rechter in eerste aanleg van de woonplaats, genoemd in artikel 194, zesde lid, van Boek 8 van dat wetboek. Verkoop van het schip geschiedt slechts na verhoor of behoorlijke oproeping van de leden van de rederij en de boekhouder, zo die er is.
Artikel 622
Indien binnen een maand nadat de boekhouder aan de leden van de rederij kennis heeft gegeven van zijn verlangen als bedoeld in artikel 170 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, tussen hem en alle leden van de rederij geen eenstemmigheid is verkregen omtrent de benoeming van de in dat artikel bedoelde deskundigen, zullen deze, in oneven getale, op verzoek van de boekhouder, dan wel een lid van de rederij, worden benoemd door de rechter in eerste aanleg van de woonplaats, bedoeld in artikel 194, zesde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek.
Indien binnen een maand nadat een lid van de rederij aan de andere leden daarvan kennis heeft gegeven van zijn verlangen als bedoeld in artikel 174 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, tussen hem en die andere leden geen eenstemmigheid is verkregen omtrent de benoeming van de in dat artikel bedoelde deskundigen, worden deze, in oneven getale, op verzoek van het eerstgenoemde lid van de rederij, benoemd door de in het eerste lid bedoelde rechter.
Artikel 623
Een vonnis, verkregen tegen de rederij of tegen de boekhouder als zodanig, kan op het gemeenschappelijke vermogen van de leden van de rederij ten uitvoer worden gelegd en daarnaast voor ieders aandeel op het overige vermogen van díe leden, die leden van de rederij waren op de dag dat de vordering waarvoor beslag wordt gelegd, is ontstaan.
Artikel 624
Bevoegd tot kennisneming van verzoeken tot goedkeuring als bedoeld in artikel 1303, vierde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, en tot machtiging tot doorhaling als bedoeld in de artikelen 195 of 1304 van Boek 8 van dat wetboek, zijn de rechter in eerste aanleg van de woonplaats, bedoeld in de artikelen 194, zesde lid, of 1303, zesde lid, van Boek 8 van dat wetboek, alsmede de rechter in eerste aanleg van de plaats waar het in de artikelen 193 of 1302 van Boek 8 van dat wetboek genoemde register wordt gehouden.
Machtiging wordt slechts verleend na verhoor of behoorlijke oproeping van degenen van wier recht of beslag uit een inschrijving blijkt of ten gunste van wie voorlopige aantekeningen bestaan. Deze machtiging wordt door de griffier van het gerecht in eerste aanleg op het verzoekschrift aangetekend.
Artikel 626
Een vervoerder kan ter zake van het hem verschuldigde conservatoir beslag leggen op onder de vervoerovereenkomst aan boord van een schip vervoerde zaken gedurende één maand na de aanvang van de dag waarop zij niet meer aan boord van het schip zijn, zolang niet een derde te goeder trouw en anders dan om niet daarop enig recht heeft verkregen.
Het beslag wordt gelegd met toepassing van de regels betreffende conservatoir beslag op roerende zaken in handen van de schuldenaar. De artikelen 711, eerste lid, 461d en 708, tweede lid, zijn op dit beslag niet van toepassing.
Artikel 627
De aanwijzing van een derde als bedoeld in artikel 481, tweede lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek of in enig desbetreffend partijbeding, geschiedt ten verzoeke van de meest gerede partij door de rechter in eerste aanleg van de plaats waar het cognossement aan de vervoerder moet worden afgegeven.
Artikel 628
Op een verzoek van de vervoerder tot toestemming om ten vervoer ontvangen zaken op te slaan, onder zichzelf te houden of daarvoor andere maatregelen te treffen wordt beslist door de rechter in eerste aanleg binnen wiens rechtsgebied de zaken zich bevinden.
Artikel 629
Bevoegd tot de kennisneming van geschillen tussen een vervoerder en een ontvanger die niet de afzender was, inzake overeenkomsten tot vervoer geheel of gedeeltelijk per schip van een in het buitenland gelegen plaats naar een hier te lande gelegen plaats van eindbestemming, is de rechter in eerste aanleg binnen wiens rechtsgebied die plaats hier te lande ligt. Onder ontvanger wordt mede verstaan: degene die een vordering instelt ter zake van niet afgeleverde zaken.
Nietig is ieder beding waarbij van het eerste lid wordt afgeweken, tenzij zulk een beding:
- a. bevoegd verklaart een rechter van een met name genoemde plaats, gelegen op het grondgebied van de staat waarin hetzij de vervoerder, hetzij de ontvanger woonplaats heeft, dan wel
- b. is neergelegd in een afzonderlijk, niet naar algemene voorwaarden verwijzend geschrift.
Artikel 631
Geschillen naar aanleiding van het stellen, aanvullen of vervangen van zekerheid als bedoeld in de artikelen 30, 69 en 489 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, worden op verzoek van de meest gerede partij beslist door de rechter in eerste aanleg binnen wiens rechtsgebied de aflevering plaatsvindt of moet plaatsvinden.
Artikel 632
Op een verzoek tot machtiging ten vervoer ontvangen zaken te verkopen, wordt beslist door de rechter in eerste aanleg binnen wiens rechtsgebied de zaken zich bevinden. De verzoeker is verplicht bij zijn verzoek aan te geven op welke wijze of wijzen de zaken kunnen worden verkocht.
De rechter bepaalt op verzoek van de meest gerede partij in zijn beschikking of en, zo ja, op welke wijze de opbrengst van het verkochte of een gedeelte daarvan zal strekken tot zekerheid voor nog niet vaststaande vorderingen van de vervoerder.
Artikel 633
Op een verzoek tot gerechtelijk onderzoek als bedoeld in de artikelen 494 en 495 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, wordt beslist door de rechter in eerste aanleg binnen wiens rechtsgebied de zaken zich bevinden. Deze wijst daarbij hetzij één, hetzij drie deskundigen aan en bepaalt op welke wijze deze de wederpartij van de verzoeker zullen oproepen bij het onderzoek aanwezig te zijn.
Op een verzoek van de in het eerste lid bedoelde verzoeker tot het geheel of gedeeltelijk ten laste van zijn wederpartij brengen van de kosten van het onderzoek of van een begroting als bedoeld in artikel 494 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel van de door dat onderzoek geleden schade, wordt beslist door de in dat lid bedoelde rechter.
Artikel 635
Onverminderd artikel 637 kan de eiser in zaken van aanvaring of van een voorval als bedoeld in artikel 541 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba, te zijner keuze zijn verzoekschrift richten aan:
- a. de rechter in eerste aanleg van de woonplaats van de verweerder of, indien er meer verweerders zijn, van een van hen;
- b. de rechter in eerste aanleg binnen wiens rechtsgebied de aanvaring of het voorval heeft plaatsgehad;
- c. de rechter in eerste aanleg van de plaats waar het schip van de verweerder in het in artikel 193 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba genoemde register teboekstaat;
- d. de rechter in eerste aanleg binnen wiens rechtsgebied op het schip beslag is gelegd.
Indien volgens het eerste lid geen rechter hier te lande bevoegd is, geschiedt de oproeping voor de rechter in eerste aanleg van de verblijfplaats van de verweerder of, indien er meer verweerders zijn, van een van hen, dan wel de rechter in eerste aanleg van de woonplaats van de eiser of, indien er meer eisers zijn, van een van hen.
Artikel 636
Een hulpverlener kan ter zake van het hem uit hoofde van hulpverlening verschuldigde conservatoir beslag leggen op zaken waaraan hulp is verleend doch die niet meer aan boord van het schip zijn, zolang niet een derde te goeder trouw en anders dan om niet daarop enig recht heeft verkregen.
Het beslag kan niet worden gelegd op zaken die zich onder beheer van de strandvonder bevinden.
Tenzij het een schip betreft dat teboekstaat in het in artikel 193 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde register, wordt het beslag gelegd met toepassing van de regels betreffende conservatoir beslag op roerende zaken in handen van de schuldenaar. De artikelen 711, eerste lid, 461d en 708, tweede lid, zijn op dit beslag niet van toepassing.
Artikel 637
Onverminderd artikel 635 kan de eiser in zaken van hulpverlening te zijner keuze zijn verzoekschrift richten aan:
- a. de rechter in eerste aanleg van de woonplaats van de verweerder of, indien er meer verweerders zijn, van een van hen;
- b. de rechter in eerste aanleg binnen wiens rechtsgebied de hulp is verleend;
- c. de rechter in eerste aanleg binnen wiens rechtsgebied tot verhaal van vorderingen ter zake van de hulpverlening beslag is gelegd.
Indien volgens het eerste lid geen rechter hier te lande bevoegd is, geschiedt de oproeping voor de rechter in eerste aanleg van de verblijfplaats van de verweerder of, indien er meer verweerders zijn, van een van hen, dan wel de rechter in eerste aanleg van de woonplaats van de eiser of, indien er meer eisers zijn, van een van hen.
Bevoegd ten aanzien van verzoeken als bedoeld in titel 6, afdeling 2, van Boek 8 en van geschillen met betrekking tot de zekerheid als bedoeld in artikel 571 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba is de rechter, bedoeld in het eerste of tweede lid.
Artikel 638
Indien zich naar zijn mening een geval van avarij-grosse voordeed, is de eigenaar van het schip en in geval van rompbevrachting de rompbevrachter verplicht met inachtneming van het derde lid binnen redelijke termijn na het einde van de onderneming een persoon, dispacheur geheten, aan te wijzen ter berekening van de avarij-grosse en ter vaststelling van degenen die recht hebben op vergoedingen, en van degenen ten laste van wie de bijdragen in de avarij-grosse komen. Hij is verplicht van deze aanwijzing tijdig mededeling te doen aan degenen die naar zijn mening in de avarij-grosse moeten bijdragen.
Indien de in het eerste lid genoemde verplichting niet is nagekomen, is ieder die van mening is recht te hebben op een vergoeding in avarij-grosse, dan wel in een avarij-grosse te zullen moeten bijdragen, bevoegd de rechter in eerste aanleg binnen wiens rechtsgebied de onderneming eindigde, te verzoeken de dispacheur te benoemen. Gelijke bevoegdheid komt toe aan ieder die zich niet kan verenigen met de ingevolge het eerste lid aangewezen dispacheur.
Tenzij de in het tweede lid bedoelde belanghebbenden anders overeenkomen, moet de dispacheur kantoor houden in, dan wel zo dicht mogelijk bij de plaats waar de onderneming eindigde. Ligt deze plaats hier te lande, dan moet de dispacheur hier te lande kantoor houden.
Artikel 639
De belanghebbenden bij de avarij-grosse zijn verplicht de dispacheur iedere inlichting en alle documenten die hij ter opstelling van de dispache vraagt, te doen toekomen.
Indien een partij niet aan de in het eerste lid genoemde verplichting voldoet, is de dispacheur gerechtigd zich de noodzakelijke inlichtingen of documenten te verschaffen; deze worden alsdan vermoed juist te zijn.
Artikel 640
De dispacheur is bevoegd een door hem ondertekend exemplaar van de dispache ter griffie van het gerecht in eerste aanleg te deponeren en is alsdan verplicht, voor zover hem dit redelijkerwijs mogelijk is, alle belanghebbenden, onder toezending van een exemplaar der dispache of een uittreksel daarvan, bericht te zenden.
Artikel 641
Degene die de hem toegezonden, dan wel ter griffie van het gerecht in eerste aanleg gedeponeerde dispache wenst af te wikkelen, verzoekt de rechter in eerste aanleg de dispache te homologeren. Zo dit nog niet is geschied, legt hij een exemplaar van de dispache of een uittreksel daarvan ter griffie neer.
Artikel 641a
Ieder van de in artikel 638 bedoelde personen die zich niet met de hem toegezonden, dan wel ter griffie van het gerecht in eerste aanleg gedeponeerde dispache kan verenigen, verzoekt de rechter in eerste aanleg de dispache te herzien. Zo dit nog niet is geschied, legt hij een exemplaar van de dispache of een uittreksel daarvan ter griffie neer.
Wijst de rechter het verzoek af, dan homologeert hij de dispache.
Artikel 641b
Gaat de rechter in het geval van artikel 641 of artikel 641a niet tot homologatie over, dan is de dispacheur of een mogelijkerwijs door de rechter aangewezen andere dispacheur verplicht de dispache in overeenstemming met de rechterlijke beslissing te wijzigen, dan wel haar in te trekken. In geval van intrekking wordt, tenzij de rechter anders beslist, de dispache desalniettemin wat betreft honorarium en kosten van de dispacheur gehomologeerd.
Gaat de rechter in het geval van artikel 641 of artikel 641a tot homologatie over, dan zijn zij die de dispache betwistten, hoofdelijk verplicht de belanghebbenden die niet tot dergelijke betwisting overgingen, de ten gevolge van de betwisting geleden schade te vergoeden.
Artikel 641c
Ieder die de dispache betwist, is op verzoek van ieder die dit niet deed, verplicht ten behoeve van deze laatste zekerheid te stellen voor de door deze laatste mogelijkerwijs geleden of te lijden schade. Geschillen naar aanleiding van het stellen, aanvullen of vervangen van deze zekerheid worden ten verzoeke van de meest gerede partij beslist door de rechter in eerste aanleg.
Artikel 641d
Na het in kracht van gewijsde gaan van een beschikking van homologatie levert de dispache een voor tenuitvoerlegging vatbare titel op.
Artikel 642
Tegen een beslissing van de rechter, gegeven in de gevallen van de artikelen 621 tot en met 641d, staat geen andere voorziening open dan cassatie in het belang van de wet.
Afdeling 2. Rechtspleging inzake beperking van aansprakelijkheid van scheepseigenaren
Artikel 642a
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)