Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES
Degene die op grond van artikel 750 of 751 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek een beroep wil doen op beperking van zijn aansprakelijkheid, verzoekt het gerecht in eerste aanleg het bedrag of de bedragen waartoe zijn aansprakelijkheid is beperkt, het bedrag van het fonds of van de fondsen, vast te stellen en te bevelen dat tot een procedure ter verdeling van een te stellen fonds zal worden overgegaan.
Het verzoek vermeldt:
- a. de naam van het schip;
- b. de nationaliteit van het schip;
- c. de naam en de woonplaats van de verzoeker;
- d. het bedrag dat naar het oordeel van de verzoeker het fonds of de fondsen belopen, en de gegevens, noodzakelijk ter berekening hiervan;
- e. de dag en de plaats van het voorval dat aanleiding gaf tot de vorderingen ten aanzien waarvan de verzoeker zijn aansprakelijkheid meent te kunnen beperken, alsmede een omschrijving daarvan;
- f. de naam en de woonplaats van de aan de verzoeker bekende personen tegenover wie hij meent zich op de beperking van zijn aansprakelijkheid te kunnen beroepen, met een schatting van het maximum-bedrag van ieders vordering.
De verzoeker doet in het verzoekschrift een voorstel omtrent de wijze waarop hij fonds denkt te stellen.
Het indienen van een verzoek vormt niet een erkenning van aansprakelijkheid.
De behandeling geschiedt op de dag en de tijd die door de griffier aan de in het tweede lid, onderdeel f, bedoelde personen worden meegedeeld. Bovendien doet de griffier van het verzoek aankondiging in een of meer door het gerecht mogelijkerwijs aan te wijzen nieuwsbladen.
Artikel 642b
Indien naar aanleiding van hetzelfde voorval meer dan één op eenzelfde schip betrekking hebbend verzoek als bedoeld in artikel 642a is ingediend, beveelt het gerecht in eerste aanleg, alvorens op deze verzoeken te beslissen, tenzij een verzoeker zich daartegen verzet en dit verzet gegrond is bevonden, de voeging van de zaken die op één fonds betrekking hebben.
Artikel 642c
Bij de behandeling van het in artikel 642a bedoelde verzoek kan geen beroep worden gedaan op artikel 754 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek.
Bij toewijzing van het verzoek bepaalt het gerecht in eerste aanleg met inachtneming van de artikelen 755 en 756 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek het in rekeneenheden uitgedrukte beloop van het fonds of de fondsen. Hij beveelt de verzoeker op een door hem te bepalen dag, die niet later ligt dan één maand na de dag van de beschikking, fonds te stellen:
- a. door het bedrag van het fonds, berekend met inachtneming van de artikelen 755, 756 en 759 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, vermeerderd met de wettelijke rente ingevolge artikel 757, alsmede vermeerderd met een bedrag ter bestrijding van de kosten van de procedure, ter griffie van het gerecht in eerste aanleg te storten, of
- b. door op andere door hem bepaalde wijze zekerheid te stellen ten belope van het in onderdeel a bedoelde bedrag, alsnog vermeerderd met de wettelijke rente daarover van de aanvang van de dag, volgende op de dag van laatstbedoelde zekerheidstelling, tot de aanvang van de dag waarop de griffier de in artikel 642v bedoelde oproep doet uitgaan.
De rechter in eerste aanleg vervult tevens de functie van rechter-commissaris ter vaststelling van de staat van verdeling van het fonds of de fondsen. Hij benoemt een vereffenaar van het fonds of de fondsen. Zo hij daartoe termen aanwezig acht, kan hij voor ieder fonds meer dan één vereffenaar benoemen.
Het fonds wordt gesteld ten name van de rechter-commissaris en de vereffenaar, die daarover met uitsluiting van de verzoeker, doch slechts gezamenlijk, kunnen beschikken.
De beschikking van het gerecht in eerste aanleg is uitvoerbaar bij voorraad. De werking van de beschikking kan door de hogere rechter niet worden geschorst.
De verzoeker die aan het bevel van het gerecht in eerste aanleg heeft voldaan, richt zich onverwijld tot haar met het verzoek zulks te verklaren. Indien het gerecht deze verklaring weigert, kan het de verzoeker een hernieuwd bevel tot het stellen van fonds geven op een door haar te bepalen dag, die niet later kan liggen dan één maand na de dag van de beschikking. De verzoeker die aan dit hernieuwde bevel van het gerecht heeft voldaan, richt zich wederom tot haar met het verzoek zulks te verklaren. De tweede volzin is alsdan niet van toepassing.
De verzoeker ten aanzien van wie het gerecht in eerste aanleg geen verklaring heeft gegeven, kan zijn aansprakelijkheid niet meer op grond van artikel 750 of 751 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek beperken.
Op de voldoening aan een bevel tot storting of andere zekerheidstelling als bedoeld in dit artikel, zijn de artikelen 45 tot en met 48 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek en de artikelen 38 tot en met 45 van de Faillissementswet BES niet van toepassing.
Artikel 642d
Indien ter zake van één en hetzelfde voorval een fonds is gesteld door een van de personen of zijn verzekeraar, genoemd in:
- d. artikel 758, tweede lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, wordt dit fonds aangemerkt als door alle in hetzelfde onderdeel genoemde personen te zijn gesteld, en zulks ten aanzien van de vorderingen waarvoor het fonds werd gesteld.
Artikel 642e
Indien na toewijzing van een op artikel 750 of artikel 751 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek geen van de schuldeisers binnen de in artikel 642g genoemde termijn betwist heeft dat de schuldenaar zijn aansprakelijkheid kan beperken, dan wel omtrent een zodanige betwisting onherroepelijk afwijzend is beslist en een fonds is gesteld ten aanzien waarvan het gerecht in eerste aanleg een verklaring als bedoeld in artikel 642c, zesde lid, heeft afgegeven, en dat werkelijk ten bate van de schuldeiser beschikbaar is, alsmede de schuldeiser zijn vordering op het fonds in rechte geldend kan maken, kan het gerecht op verzoek van degene ten behoeve van wie het fonds is gesteld, de opheffing van beslagen die zijn gelegd, ter zake van de vorderingen waarvoor het fonds is gesteld, dan wel de teruggave van de ter zake daarvan gegeven zekerheid, bevelen.
Indien aan de in het eerste lid gestelde vereisten is voldaan, geeft het gerecht in eerste aanleg op een verzoek als bedoeld in dat lid, een bevel als bedoeld in dat lid, wanneer het fonds is gesteld:
- a. in de haven waar het ongeval waaruit de aansprakelijkheid is voortgevloeid, plaatsvond of, indien dit ongeval niet in een haven plaatsvond, in de eerste haven die het schip daarna aanliep,
- b. in de haven van ontscheping van de betrokken persoon, indien de schade is voortgevloeid uit dood of letsel van personen,
- c. met betrekking tot beschadigde lading in de haven van lossing, of
- d. in de Staat waarin het beslag is gelegd.
Het eerste en het tweede lid zijn slechts van toepassing, indien het fonds aan de schuldeiser, wat zijn vordering betreft, vrij kan worden overgemaakt.
Artikel 642f
Indien aan de in artikel 642e gestelde vereisten is voldaan, worden procedures ter zake van vorderingen waarvoor het fonds is gesteld, geschorst door betekening vanwege de belanghebbenden aan de partij, ook al waren deze procedures reeds in staat van wijzen.
Behoudens de gevallen, bedoeld in het derde lid, wordt na schorsing van een hangende procedure het geding op verzoek van de meest gerede partij van de rol afgevoerd, wanneer:
- a. het verzoek van de schuldeiser tot verificatie als bedoeld in artikel 642l, is afgewezen,
- b. de staat van verdeling, bedoeld in artikel 642v, op de in dat artikel genoemde wijze is vastgesteld, of
- c. de vordering van de schuldeiser ingevolge artikel 642w is tenietgegaan.
Het geschorste geding wordt hervat, indien:
- a. alsnog onherroepelijk wordt beslist dat de schuldenaar zijn aansprakelijkheid niet de schuldeiser in de kosten van het geding vordert.
- b. in een van de in het tweede lid bedoelde gevallen de schuldenaar de veroordeling van aansprakelijkheid
Blijft een beroep op schorsing als bedoeld in het eerste lid, achterwege, dan verliest een schuldenaar de bevoegdheid jegens de betrokken schuldeiser beroep te doen op zijn beperkte kan beperken, of
Op de schorsing en de hervatting van het geding zijn de artikelen 185 tot en met 190 van toepassing.
Artikel 642g
Nadat de in artikel 642c, zesde lid, bedoelde verklaring is afgegeven, bepaalt de rechter-commissaris, de vereffenaar gehoord, zo spoedig mogelijk de dag waarop uiterlijk de vorderingen op de schuldenaar, alsmede de betwistingen van diens beroep op beperking van zijn aansprakelijkheid, hetzij ten aanzien van alle, hetzij ten aanzien van een of meer van de schuldeisers, bij de vereffenaar moeten worden ingediend.
De rechter-commissaris bepaalt, de vereffenaar gehoord hebbend, tevens de dag of de dagen met bepaling van tijd waarop, en plaats waar door hem zal worden overgegaan tot verificatie van de ingediende vorderingen en behandeling van betwistingen van het beroep op beperking van aansprakelijkheid. Deze dagen, tijden en plaatsen kunnen voor elk van de fondsen alsmede voor een van deze fondsen verschillend zijn.
Tussen de in het eerste lid genoemde dag voor de indiening van de vorderingen en het verrichten van betwistingen als in dat lid bedoeld, en de dag van de verificatiezitting of de zitting waarop deze betwistingen worden behandeld, liggen ten minste acht weken.
Artikel 642h
Indien een schuldenaar aantoont dat hij op een later tijdstip, niettegenstaande artikel 642f, eerste lid, gedwongen zou kunnen worden geheel of gedeeltelijk een bedrag te betalen waarvoor hij, als hij dit bedrag vóór de verdeling van het fonds had betaald, op grond van artikel 642j in de rechten van de schuldeiser zou zijn gesubrogeerd, kan de rechter-commissaris gelasten dat voorlopig een bedrag terzijde zal worden gesteld dat voldoende is om het de schuldenaar mogelijk te maken op dat latere tijdstip zijn rechten overeenkomstig artikel 642j geldend te maken.
Artikel 642i
De vereffenaar geeft van de beschikkingen, genoemd in artikel 642g, onverwijld bij aangetekende brief kennis aan de schuldenaar of de schuldenaren en de door deze opgegeven schuldeisers. Bovendien doet hij, indien de rechter-commissaris zulks beveelt, van deze beschikkingen aankondiging in een of meer door de rechter-commissaris aan te wijzen nieuwsbladen.
Artikel 642j
Een bedrag dat een schuldenaar of diens verzekeraar vóór de verdeling van een fonds heeft betaald, kan door hem niet geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd; hij wordt voor het betaalde bedrag van rechtswege gesubrogeerd in de rechten van de schuldeiser.
Artikel 642k
De schuldeiser die tegen het verzoek van een schuldenaar verweer voert, moet niettemin zijn vordering ter verificatie aanmelden. Hetzelfde geldt ten aanzien van een schuldeiser die twijfelt of de schuldenaar, gezien de aard van de vordering, met betrekking tot deze vordering jegens hem een beroep kan doen op de beperking van zijn aansprakelijkheid.
Artikel 642l
De indiening van de schuldvorderingen geschiedt bij de vereffenaar door de overlegging van een rekening of andere schriftelijke verklaring, aangevende de aard en het bedrag van de vordering, vergezeld van de bewijsstukken of een afschrift daarvan. De in artikel 642k, tweede volzin, bedoelde schuldeiser legt bovendien over een schriftelijke verklaring, bevattende de gronden van zijn in die volzin bedoelde twijfel.
Indiening van een vordering ter verificatie wordt ten aanzien van verjaring en verval aangemerkt als het in rechte instellen van deze vordering.
De schuldeisers zijn bevoegd van de vereffenaar een ontvangstbewijs te vorderen.
De vereffenaar toetst de ingezonden rekeningen aan de administratie en opgaven van de schuldenaar, treedt, als hij tegen de toelating van een vordering bezwaar heeft, met de schuldeiser en de schuldenaar of schuldenaren in overleg en is bevoegd van dezen overlegging van ontbrekende stukken alsook raadpleging van hun administratie en van de oorspronkelijke bewijsstukken te vorderen.
Voor ieder fonds brengt de vereffenaar de vorderingen die hij goedkeurt, op een lijst van voorlopig erkende schuldvorderingen en de vorderingen die hij betwist, op een afzonderlijke lijst, vermeldende de gronden van de betwisting.
De door de vereffenaar opgestelde lijsten liggen gedurende ten minste 21 dagen vóór de voor de verificatie bestemde dag ter griffie ter kosteloze inzage voor ieder. De nederlegging geschiedt kosteloos.
De vereffenaar vermeldt de verweerschriften, ingediend tegen het door een schuldenaar gedane verzoek, vermeldende de gronden van de betwisting.
Artikel 642m
Van de krachtens artikel 642l gedane nederlegging der lijsten geeft de vereffenaar aan alle bekende schuldeisers en de schuldenaar of schuldenaren schriftelijk bericht, waarbij hij een nadere oproeping tot de verificatievergadering voegt.
Artikel 642n
Op de ingevolge artikel 642g bepaalde dag of dagen houdt de rechter-commissaris in tegenwoordigheid van de vereffenaar een of meer openbare zittingen.
Artikel 642o
Vorderingen die zijn ingediend na afloop van de in artikel 642g, eerste lid, genoemde termijn, kunnen op verzoek van de schuldeiser door de rechter-commissaris tot de verificatie worden toegelaten.
Een dergelijk verzoek moet worden toegestaan indien de schuldeiser in het buitenland woont en daardoor verhinderd was zich eerder te melden.
In geval van geschil over het al dan niet aanwezig zijn van de verhindering beslist de rechter-commissaris na de vergadering te hebben geraadpleegd.
Artikel 642p
Alle schuldeisers en schuldenaren kunnen een vordering betwisten.
Vorderingen die niet worden betwist, worden door de rechter-commissaris vastgesteld op het beweerde bedrag.
Van de vaststelling door de rechter-commissaris wordt aantekening gemaakt in het proces-verbaal ter zitting en op de door de vereffenaar opgestelde lijst.
Artikel 642q
In geval van betwisting ter zitting van een vordering of van het beroep op beperking van aansprakelijkheid verwijst de rechter-commissaris partijen en de schuldenaar, zo hij hen niet kan verenigen, naar een of meer door hem te bepalen terechtzittingen van het gerecht in eerste aanleg ter beslissing van het punt van geschil. De rechter-commissaris verwijst ook de in artikel 642k, tweede volzin, bedoelde schuldeiser wiens vordering overigens niet wordt betwist, naar de terechtzitting van het gerecht in eerste aanleg ter beslissing van de vraag of zijn vordering terecht ter verificatie werd ingediend.
Indien een schuldeiser wiens vordering betwist wordt, of een schuldenaar niet ter zitting aanwezig is, geeft de vereffenaar hem onmiddellijk kennis per aangetekende brief van iedere verwijzing.
Artikel 642r
Verschijnt de schuldeiser die de verificatie vraagt, niet ter terechtzitting van het gerecht in eerste aanleg, dan wordt hij geacht zijn vordering voor zover zij betwist is, te hebben ingetrokken.
Verschijnt degene die een betwisting van enige stelling van een schuldenaar of schuldeiser deed, niet, dan wordt hij geacht deze betwisting te hebben laten varen.
De in artikel 642q, tweede lid, genoemde personen kunnen zich in het geding niet op het ontbreken van de in die bepaling bedoelde kennisgeving beroepen.
Schuldeisers die bij de indiening van hun vordering noch ter vergadering betwisting hebben gedaan, kunnen in het geding zich voegen noch tussenkomen; tussenkomst kan in geval van faillissement van een schuldenaar worden gevorderd door de curator in dat faillissement.
Een onherroepelijke beslissing, inhoudende dat een schuldenaar zijn aansprakelijkheid ten opzichte van een of meer vorderingen niet kan beperken, heeft bindende kracht zowel jegens een schuldenaar als in geval van diens faillissement jegens zijn schuldeisers.
Artikel 642s
Na afloop van de in artikel 642n bedoelde zittingen of, indien deze tot geschillen aanleiding hebben gegeven, nadat daarover onherroepelijk is beslist, wordt door de vereffenaar een staat van verdeling van het betrokken fonds opgemaakt en aan de goedkeuring van de rechter-commissaris onderworpen.
Indien onherroepelijk is beslist dat de schuldenaar zijn aansprakelijkheid niet kan beperken, vervalt de gestelde zekerheid en wordt een gestort bedrag uitgekeerd aan degene die de storting verrichtte, doch niet eerder dan één maand nadat het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan en de vereffenaar op de in artikel 642i voorgeschreven wijze kennis heeft gegeven van de dag waarop deze uitkering zal plaatsvinden.
Artikel 642t
Vorderingen waarvan de waarde in buitenlandse valuta is uitgedrukt, worden geverifieerd voor hun geschatte waarde in het hier te lande uitgegeven geld.
Indien de schuldenaar gebruik maakte van de hem in artikel 750 of 751 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek gegeven bevoegdheid, zijn de volgende regels van toepassing:
- a. het personenfonds wordt aangewend ter voldoening van vorderingen betreffende personenschade;
- b. het passagiersfonds wordt aangewend ter voldoening van vorderingen betreffende personenschade van reizigers;
- c. het zakenfonds wordt aangewend ter voldoening van vorderingen betreffende zaakschade en van vorderingen betreffende personenschade, voor zover deze nog onvoldaan zijn na toepassing van onderdeel a, met dien verstande dat vorderingen met betrekking tot beschadiging van kunstwerken van havens, dokken, waterwegen en van hulpmiddelen bij de navigatie vóór alle andere vorderingen betreffende zaakschade worden voldaan;
- d. het wrakkenfonds wordt aangewend ter voldoening van vorderingen als bedoeld in artikel 752, eerste lid, onderdelen d en e, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek;
- e. indien een volgens de onderdelen a tot en met d te verdelen bedrag niet voldoende is ter voldoening van de vorderingen waartoe het volgens die onderdelen wordt aangewend, worden die vorderingen naar evenredigheid gekort.
Voor de toepassing van het tweede lid wordt verstaan onder:
- personenschade: alle schade, voortspruitende uit dood of letsel van personen;
- zaakschade: alle schade die niet is personenschade.
Behoudens het tweede lid, onderdeel c, is ieder fonds uitsluitend bestemd voor de voldoening van de vorderingen met betrekking waartoe het is gesteld.
Artikel 642u
Een door de rechter-commissaris goedgekeurde staat van verdeling van het beschikbare fonds ligt gedurende twee weken ter griffie van het gerecht in eerste aanleg ter kosteloze inzage van de schuldeisers van wie vorderingen zijn erkend, en van de schuldenaren. De nederlegging geschiedt kosteloos.
Van de nederlegging wordt door de vereffenaar aankondiging gedaan op de wijze, voorgeschreven in artikel 642i, terwijl daarvan bovendien bij aangetekende brief kennis wordt gegeven aan de schuldenaren en aan ieder der schuldeisers van wie de vorderingen zijn erkend, met vermelding van het voor hen uitgetrokken bedrag; ieder van hen kan gedurende genoemde termijn bij het gerecht in eerste aanleg tegen de staat van verdeling in verzet komen door indiening van een met redenen omkleed bezwaarschrift ter griffie.
Na afloop van de termijn geeft het gerecht in eerste aanleg haar beschikking, nadat zij de schuldeisers en de schuldenaren heeft gehoord of behoorlijk doen oproepen. De oproeping geschiedt bij aangetekende brief door de vereffenaar.
Artikel 642v
Nadat een staat van verdeling door de rechter-commissaris of, indien tijdig verzet is gedaan, door het gerecht in eerste aanleg is vastgesteld, roept de griffier bij aangetekende brief de schuldeisers op het hun toekomende bedrag in ontvangst te nemen.
De staat ligt na de vaststelling ter griffie ter kosteloze inzage van belanghebbenden.
Een nog bestaand batig saldo en uitkeringen waarover niet binnen één jaar is beschikt, worden uitgekeerd aan degene die de storting verrichtte. Artikel 642s, tweede lid, is daarbij van overeenkomstige toepassing.
Artikel 642w
Behoudens artikel 642f, vierde lid, gaan de vorderingen van schuldeisers die, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen zijnde, deze niet ter verificatie hebben aangemeld, door het in kracht van gewijsde gaan van de staat van verdeling teniet.
Artikel 642x
De rechter-commissaris is bevoegd te allen tijde een voorlopige staat van verdeling vast te stellen. In dat geval zijn de artikelen 642s tot en met 642v van overeenkomstige toepassing.
De rechter-commissaris kan bevelen dat door schuldeisers aan wie op grond van een voorlopige staat van verdeling een uitkering wordt gedaan, een door hem aan te wijzen vorm van zekerheid wordt gegeven.
Artikel 642y
De beschikkingen van de rechter-commissaris, alsmede die van het gerecht in eerste aanleg krachtens artikel 642u, derde lid, zijn niet vatbaar voor hoger beroep, noch voor beroep in cassatie.
Tegen de andere uitspraken waartoe de artikelen 642a tot en met 642z aanleiding geven, kan door de schuldenaar en door de verschenen schuldeisers binnen vier weken na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld, tenzij krachtens enige algemene regeling een kortere termijn van toepassing is. Dezelfde termijn geldt voor het beroep in cassatie.
Indien beroep in cassatie wordt ingesteld, moet daarvan bij exploot worden kennis gegeven aan de griffier van het gerecht in eerste aanleg.
De uitspraak op het rechtsmiddel wordt door de griffier van het betrokken rechtscollege onverwijld meegedeeld aan de griffier van het gerecht in eerste aanleg, die daarvan bij aangetekende brief aan schuldeisers en schuldenaren kennis geeft.
Artikel 642z
Behoudens de toepassing van de artikelen 60 tot en met 63 en 64 komen de kosten, voortvloeiende uit de toepassing van de artikelen 642a tot en met 642y ten laste van de schuldenaar.
Titel 2. Procedures betreffende een nalatenschap of een gemeenschap
Afdeling 1. De verzegeling
Artikel 658
Zaken die behoren tot een nalatenschap of een gemeenschap waarop titel 7, afdeling 2, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing is, kunnen worden verzegeld met verlof van de rechter in eerste aanleg in wiens rechtsgebied de verzegeling moet plaatsvinden. De verzegeling geschiedt door een bij dit verlof aan te wijzen notaris met diens zegel. Tegen het verlof staat geen hogere voorziening open.
De notaris kan een bewaarder van de gelegde zegels aanstellen.
Artikel 659
De artikelen 444, 444a en 444b, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 660
Verlof tot verzegeling kan worden verzocht:
- a. door degene die de nalatenschap kan opeisen of als deelgenoot of beperkt gerechtigde op een aandeel van de gemeenschap verdeling daarvan kan vorderen;
- b. zo zich onder de in onderdeel a bedoelde personen onbekwamen bevinden die geen wettelijke vertegenwoordiger hebben of wier wettelijke vertegenwoordiger afwezig is, door een bloed- of aanverwant van de onbekwame;
- c. in geval van een nalatenschap:
- 1°. mede door de overgebleven echtgenoot of door de uitvoerders van een uiterste wilsbeschikking;
- 2°. zo noch de ten 1° bedoelde personen, noch een van de erfgenamen aanwezig is, door een van degenen die in dienst van de overledene waren of met hem samenwoonden;
- d. door een schuldeiser van de nalatenschap of gemeenschap, doch alleen indien hij zonder de verzegeling ernstig gevaar zou lopen zijn vordering niet te kunnen verhalen.
Het verlof wordt slechts gegeven, indien de verzoeker zijn recht of bevoegdheid en een voldoende ernstig belang bij de verzegeling summierlijk aannemelijk maakt.
Artikel 661
Indien in geval van een nalatenschap een der in artikel 660, eerste lid, onderdeel a, bedoelde personen afwezig of onbekwaam is en deze geen wettelijke vertegenwoordiger heeft of een wettelijke vertegenwoordiger die afwezig is, kan het verlof tot verzegeling ook door een notaris worden verzocht of door de rechter in eerste aanleg ambtshalve worden bevolen.
Artikel 662
Van de verzegeling moet door een proces-verbaal blijken, dat inhoudt:
- a. dag en uur van de verzegeling;
- b. naam, voornamen en woonplaats van degene op wiens verzoek de verzegeling is gedaan, en een keuze van woonplaats ten kantore van de notaris die de verzegeling verricht;
- c. de vermelding van het verlof tot verzegeling;
- d. de verschijning van de partijen en hun verzoeken en beweringen;
- e. de opgave van de plaatsen en de voorwerpen waarop het zegel is gezet, en een korte beschrijving van de zaken die buiten verzegeling zijn gebleven;
- f. naam, woonplaats en beroep van de bewaarder, bedoeld in artikel 658, tweede lid;
- g. de eed of belofte bij de sluiting der verzegeling die in handen van de notaris moet worden afgelegd door degenen die de zaken onder zich hadden, of het huis bewonen waar de verzegeling is gedaan, dat zij niets verduisterd hebben, noch gezien hebben, noch weten dat iets verduisterd is.
Artikel 663
Indien bij de verzegeling boeken of papieren worden gevonden, kunnen zij door de notaris worden geopend. Indien zij voor de nalatenschap of gemeenschap of de daartoe behorende goederen of schulden van belang kunnen zijn, worden zij overgebracht naar de griffie van het gerecht in eerste aanleg of naar een andere door de notaris aan te wijzen plaats, waar zij ter beschikking van de partijen blijven.
Zodra blijkt dat de overgebrachte boeken of papieren niet van belang zijn of aan een derde toebehoren, zorgt de notaris voor afgifte aan de rechthebbende.
Artikel 664
De notaris kan op verlangen en op kosten van elk der partijen de voorwerpen, boeken en papieren, alsmede de plaats waar zij zijn aangetroffen, doen fotograferen of kopiëren. Hij hecht de foto's of kopieën aan het proces-verbaal van verzegeling.
Artikel 665
Indien geen tot de nalatenschap of gemeenschap behorende roerende zaken van voldoende belang worden aangetroffen, wordt dit in het proces-verbaal vermeld en kan verzegeling achterwege blijven.
Zaken die niet voor beslag vatbaar zijn of niet zonder schade verzegeld kunnen worden, blijven buiten de verzegeling, maar worden overeenkomstig artikel 662, onderdeel e, in het proces-verbaal beschreven.
Afdeling 2. Ontzegeling
Artikel 666
De in artikel 660, eerste lid, onderdelen a en c, ten 1°, bedoelde personen kunnen aan de rechter in eerste aanleg die verlof tot de verzegeling gaf, verlof tot ontzegeling verzoeken. Tegen het verlof staat geen hogere voorziening open.
Ontzegeling heeft in elk geval plaats voor zover van de nalatenschap of gemeenschap van goederen een partijen bindende boedelbeschrijving wordt opgesteld of alle partijen hun toestemming tot de ontzegeling geven en het vrije beheer over hun goederen hebben.
Artikel 667
De in artikel 660, eerste lid, onderdelen a en c, ten 1°, bedoelde personen en degene die de verzegeling heeft uitgelokt, worden opgeroepen om op het verzoekschrift te worden gehoord, indien zij het verlangen daartoe tijdig aan de notaris die de verzegeling heeft verricht, hebben meegedeeld, met opgave van de redenen van dit verlangen en van hun woonplaats.
Bij het verzoekschrift wordt een verklaring van de notaris overgelegd, waaruit blijkt of en, zo ja, welke mededelingen zijn gedaan.
Artikel 668
De ontzegeling geschiedt door de in het verlof tot ontzegeling aangewezen notaris.
Artikel 669
De in artikel 660, eerste lid, onderdelen a en c, ten 1°, bedoelde personen en degene die de verzegeling heeft uitgelokt, worden door de notaris ten minste 24 uur tevoren van het tijdstip van ontzegeling op de hoogte gesteld. Hetzelfde geldt voor de schuldeiser van de nalatenschap of gemeenschap die zijn verlangen daartoe tijdig aan de notaris heeft meegedeeld, met opgave van zijn vordering en van zijn woonplaats.
Artikel 670
Het proces-verbaal van de ontzegeling moet bevatten:
- a. dag en uur waarop zij gedaan wordt;
- b. naam, voornamen en woonplaats of gekozen woonplaats van degene die de ontzegeling verzocht heeft;
- c. vermelding van het verlof tot ontzegeling;
- d. vermelding van de in artikel 669 bedoelde mededelingen;
- e. de verschijning van partijen en hun opmerkingen;
- f. de herkenning van de zegels en de bevinding daarvan als gaaf en ongeschonden, of indien zij dit niet zijn, de vermelding van de toestand waarin zij worden bevonden.
Afdeling 3. Boedelbeschrijving
Artikel 671
Indien alle partijen zich daarmee verenigen en het vrije beheer over hun goederen hebben, kan een voorgeschreven boedelbeschrijving plaatsvinden bij een onderhandse akte. In alle andere gevallen geschiedt zij bij notariële akte.
Artikel 672
De rechter in eerste aanleg in wiens rechtsgebied de boedel zich geheel of voor een groot deel bevindt, kan op verzoek van een der in artikel 660, eerste lid, onderdelen a en c, ten 1°, bedoelde personen of van iemand die daarbij op andere grond voldoende belang heeft, een boedelbeschrijving bevelen door een bij dat bevel aan te wijzen notaris. Tegen het bevel staat geen hogere voorziening open.
Het verzoek kan worden gedaan te zamen met een verzoek, strekkende tot verzegeling of tot ontzegeling.
Het bevel wordt slechts gegeven, indien de verzoeker zijn recht en belang summierlijk aannemelijk maakt.
Artikel 673
Indien de notaris het nodig oordeelt de te beschrijven zaken zelf in ogenschouw te nemen, zijn de artikelen 444, 444a en 444b, tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 674
De boedelbeschrijving bevat:
- a. naam, voornamen en woonplaats van de verschenen of opgeroepen partijen en van de aangewezen schatters;
- b. een korte beschrijving van alle tot de boedel behorende goederen en schulden en, zo een der partijen zulks wenst, een schatting van de waarde van de roerende zaken door een of meer door partijen aan te wijzen schatters, met hun beëdiging of aflegging van de belofte;
- c. een opgave van de plaats waar de beschreven zaken zich bevinden, of waarheen zij zijn overgebracht;
- d. een opgave van tot de boedel behorende geldsommen;
- e. een opgave van de aangetroffen boeken en registers met betrekking tot de boedel, die op de eerste en laatste bladzijden worden gewaarmerkt, in geval van een notariële beschrijving door de notaris en in geval van een onderhandse beschrijving door de partijen;
- f. vermelding van de akten die op de goederen en de schulden van de boedel betrekking hebben;
- g. in geval van een notariële beschrijving, vermelding van de eed of belofte, af te leggen in handen van de notaris, van degenen die vóór de beschrijving de goederen in hun macht hadden, of het huis waarin deze zich bevinden, bewoond hebben, dat zij niets hebben verduisterd, noch gezien hebben noch weten dat iets verduisterd is.
Artikel 675
Indien partijen het niet eens worden over de aanwijzing van de schatters, worden deze benoemd door de notaris of in geval van een onderhandse boedelbeschrijving door de in artikel 672 bedoelde rechter in eerste aanleg.
Afdeling 4. Geschillen in verband met verzegeling, ontzegeling en boedelbeschrijving
Artikel 676
Geschillen die in verband met een verzegeling, ontzegeling of boedelbeschrijving rijzen, worden in kort geding gebracht voor de rechter in eerste aanleg in wiens rechtsgebied de verzegeling is geschied of de te beschrijven boedel zich geheel of grotendeels bevindt.
Afdeling 5. De verdeling van een gemeenschap
Artikel 677
Het vonnis waarbij een vordering tot verdeling van een gemeenschap wordt toegewezen, zonder dat de rechter de vaststelling van de verdeling aan zich houdt, houdt in een bevel tot verdeling ten overstaan van een notaris, alsmede, zo partijen het over de keuze niet eens zijn, de benoeming van deze notaris. De rechter die een notaris benoemt, kan de zaak wat betreft hetgeen overigens ter zake van de verdeling is gevorderd, aanhouden totdat is gebleken of de notaris partijen kan verenigen. De griffier van het gerecht dat de benoeming deed, zendt de notaris onverwijld een expeditie van de uitspraak.
Op verlangen van elk der partijen kan het vonnis tevens de benoeming inhouden van een onzijdig persoon als bedoeld in artikel 181 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.
De notaris bepaalt dag en uur waarop partijen voor hem moeten verschijnen, en roept hen tegen het vastgestelde tijdstip op. Indien zij niet allen verschijnen, kan hij partijen eenmaal of meermalen tegen een nieuwe dag oproepen.
Deze afdeling is van overeenkomstige toepassing op verzoeken en beschikkingen betreffende de verdeling van een gemeenschap van goederen die door of tijdens een huwelijk is ontstaan.
Artikel 678
Indien de notaris partijen niet kan verenigen, constateert hij dit in een proces-verbaal, waarin hij desverlangd opgeeft op welke punten partijen reeds tot overeenstemming zijn gekomen.
Zolang geen volledige overeenstemming is bereikt, kan de meest gerede partij vorderen dat de rechter de wijze van verdeling gelast of zelf de verdeling vaststelt, dan wel wat overigens ter zake van hetgeen partijen verdeeld houdt, nodig is.
Zolang hem geen afschrift van het proces-verbaal wordt overgelegd, kan de rechter op verlangen van elk der partijen de zaak aanhouden ten einde de notaris opnieuw gelegenheid te geven tot toepassing van artikel 677, derde lid.
Artikel 679
Indien partijen het niet eens worden over de benoeming van een deskundige om de waarde van een of meer van de te verdelen goederen te schatten, geschiedt de benoeming op verzoek van de meest gerede partij door de rechter in eerste aanleg.
Is met betrekking tot de verdeling een procedure aanhangig, dan kan de benoeming ook, op verlangen van een der partijen of ambtshalve, worden gedaan door de rechter voor wie de zaak in eerste aanleg of in hoger beroep dient, of door de rechter voor wie een getuigenverhoor of verschijning van partijen is gelast.
Artikel 680
Indien een vordering tot verdeling, tot het gelasten van de wijze van verdeling of tot vaststelling van een verdeling niet de gehele voor verdeling vatbare gemeenschap betreft, kan ieder van de opgeroepenen overeenkomstig de hem in de artikelen 179 en 185 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek toegekende bevoegdheden eisen dat de verdeling van de gehele voor verdeling vatbare gemeenschap wordt bevolen of door de rechter zelf wordt vastgesteld.
Indien de vordering strekt tot het verkrijgen van een bevel tot verdeling of tot de wijze van verdeling van de gehele voor verdeling vatbare gemeenschap, kan ieder van de opgeroepenen vaststelling van de verdeling door de rechter zelf vorderen.
Een eis als bedoeld in het eerste of tweede lid, moet worden gedaan voor alle weren die niet de bevoegdheid van de rechter of zekerheidstelling overeenkomstig artikel 122 betreffen.
Zijn een of meer partijen niet verschenen, dan doet de rechter op verzoek van degene die de eis heeft gedaan, deze aan haar betekenen met inachtneming van de voor oproeping voorgeschreven termijnen en met oproeping tegen de dag waarop degene die de eis heeft gedaan de zaak wederom ter rolle wil doen dienen.
Zijn niet allen die aan de verdeling dienen mee te werken, in het geding betrokken, dan kan ieder van de opgeroepenen de rechter verzoeken hen met overeenkomstige toepassing van het vierde lid alsnog in het geding te roepen, met betekening tevens van een afschrift van de aan hemzelf uitgebrachte oproeping met een door de deurwaarder voor eensluidend getekend afschrift van de vordering.
Titel 4. Middelen tot bewaring van zijn recht
Afdeling 1. Algemene bepalingen
Artikel 700
Voor het leggen van conservatoir beslag is verlof vereist van de rechter in eerste aanleg binnen wiens rechtsgebied zich een of meer van de betrokken zaken bevinden, dan wel, indien het beslag niet op zaken betrekking heeft, de schuldenaar of degene of een van degenen onder wie het beslag gelegd wordt, woonplaats heeft.
Het verlof wordt verzocht bij een verzoekschrift, waarin de aard van het te leggen beslag en van het door de verzoeker ingeroepen recht en, zo dit recht een geldvordering is, ook het bedrag of, zo dit nog niet vaststaat, het maximum bedrag daarvan, worden vermeld, onverminderd de bijzondere vereisten door de wet gesteld voor een beslag van de soort waarom het gaat. De rechter beslist na summier onderzoek. In geval van een geldvordering stelt hij het bedrag vast waarvoor het verlof wordt verleend, met inbegrip van de kosten waarin de schuldenaar kan worden veroordeeld. Bij het verlof kan de rechter, onverminderd artikel 15, derde lid, tevens verlof verlenen het beslag te leggen op alle dagen en uren. Tegen een verlof staat geen hogere voorziening open.
Tenzij op het tijdstip van het verlof reeds een eis in de hoofdzaak is ingesteld, wordt het verlof verleend onder voorwaarde dat het instellen daarvan geschiedt binnen een door de rechter daartoe te bepalen termijn van ten minste acht dagen na het beslag. De rechter kan de termijn verlengen, indien de beslaglegger dit voor het verstrijken van de termijn verzoekt. Tegen de beschikking staat geen hogere voorziening open. In het geval van een beslag als bedoeld in artikel 714 of 718 moet de verlenging, om haar werking t hebben, binnen acht dagen na het tijdstip waarop de termijn zonder de verlenging zou verstrijken, schriftelijk zijn medegedeeld aan de in artikel 715 bedoelde vennootschap, onderscheidenlijk de in artikel 718 bedoelde derde. Overschrijding van de termijn voor het instellen van een eis in de hoofdzaak doet het beslag vervallen.
Artikel 701
De rechter in eerste aanleg kan het verlof verlenen onder voorwaarde dat tot een door hem te bepalen bedrag zekerheid wordt gesteld voor schade die door het beslag kan worden veroorzaakt.
De zekerheid moet voor of bij de betekening van het beslagexploot aan de beslagene worden aangeboden. Voor het overige is artikel 616 van toepassing.
Artikel 702
Tenzij de wet anders bepaalt, wordt een conservatoir beslag gelegd met overeenkomstige toepassing van de voorschriften die gelden voor het leggen van executoriaal beslag tot verhaal van een geldvordering op een goed van de soort als in beslag genomen wordt. In plaats van de executoriale titel wordt in het beslagexploot het in artikel 700 bedoelde verlof van de rechter in eerste aanleg vermeld.
Dit verlof en het verzoekschrift waarop het is gegeven, worden te zamen met het beslagexploot aan de beslagene betekend.
Artikel 703
Voor de openbare dienst bestemde goederen zijn niet vatbaar voor beslag.
Artikel 704
Zodra de beslaglegger in de hoofdzaak een executoriale titel heeft verkregen en deze voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, gaat het conservatoir beslag over in een executoriaal beslag, mits de verkregen titel aan de beslagene, en, zo het beslag onder een derde is gelegd, ook aan deze is betekend.
Wordt de eis in de hoofdzaak afgewezen en is deze afwijzing in kracht van gewijsde gegaan, dan vervalt daardoor tevens van rechtswege het beslag. Hetzelfde geldt, indien voor de tenuitvoerlegging van de beslissing in de hoofdzaak een rechterlijk bevelschrift of verlof nodig is en de beslissing waarbij dit door de rechter is geweigerd, in kracht van gewijsde is gegaan.
Artikel 705
De rechter in eerste aanleg die verlof tot het beslag heeft gegeven, kan, rechtdoende in kort geding, het beslag op vordering van elke belanghebbende opheffen, onverminderd de bevoegdheid van de gewone rechter.
De opheffing wordt onder meer uitgesproken bij verzuim van op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen, indien summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht of van het onnodige van het beslag blijkt, of, zo het beslag is gelegd voor een geldvordering, indien voor deze vordering voldoende zekerheid wordt gesteld.
Artikel 438, tweede lid, vierde volzin, derde, vierde en vijfde lid, en artikel 438a zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 706
De kosten van het beslag kunnen, al of niet in de hoofdzaak, van de beslagene worden teruggevorderd, tenzij het beslag nietig, onnodig of onrechtmatig was.
Artikel 707
De bepalingen omtrent conservatoir beslag op een goed zijn van overeenkomstige toepassing op conservatoir beslag op een beperkt recht op of een aandeel in een zodanig goed.
Artikel 708
De bepalingen omtrent conservatoir beslag op een goed van de schuldenaar zijn van overeenkomstige toepassing op conservatoir beslag op een goed waarop de schuldeiser zich kan verhalen, en dat aan een ander dan de schuldenaar toebehoort. De beslaglegger is in dit geval verplicht het beslag binnen acht dagen aan de schuldenaar te betekenen.
Wordt het beslag ten laste van de schuldenaar gelegd, dan is de beslaglegger verplicht het binnen acht dagen aan de ander te betekenen of, zo hij diens recht niet kent, onverwijld nadat hij van dat recht kennis heeft gekregen. Indien de ander, voordat acht dagen na deze betekening zijn verstreken, schriftelijk aan de deurwaarder meedeelt zich tegen het voorgenomen verhaal op zijn goed te verzetten, gaat het beslag jegens hem slechts over in een executoriaal beslag uit hoofde van een tegen hem verkregen executoriale titel om de executie te dulden.
Artikel 709
Op verzoek van degene die verlof vraagt tot het leggen van conservatoir beslag op roerende zaken die geen registergoederen zijn, of die op zodanige zaken reeds beslag heeft gelegd, kan de rechter in eerste aanleg die het verlof geeft of heeft gegeven of in wiens rechtsgebied zich een of meer van de betrokken zaken bevinden, bevelen dat zij tevens ter gerechtelijke bewaring zullen worden afgegeven aan een door de rechter aan te wijzen bewaarder.
Een overeenkomstig verzoek kan worden gedaan door een pandhouder als bedoeld in artikel 237 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, wanneer op de verpande zaak conservatoir of executoriaal beslag is gelegd.
De rechter in eerste aanleg wijst het verzoek niet toe dan na de beslagene en eventuele andere belanghebbenden gelegenheid te hebben gegeven te worden gehoord, tenzij bijzondere omstandigheden eisen dat het bevel terstond wordt gegeven. Tegen het bevel staat geen hogere voorziening open.
Artikel 701 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 710
Indien over een of meer goederen geschil bestaat aan wie van twee of meer partijen zij toekomen, kunnen zij op vordering van elk der partijen in kort geding onder bewind worden gesteld door de rechter in eerste aanleg in wiens rechtsgebied zich een of meer van de betrokken zaken bevinden, voor wie de hoofdzaak aanhangig is of die naar de gewone regels bevoegd zou zijn van de hoofdzaak kennis te nemen.
Tenzij reeds een eis in de hoofdzaak is ingesteld, vindt onderbewindstelling slechts plaats onder voorwaarde dat deze eis binnen een door de rechter daartoe te bepalen termijn ingesteld wordt. De rechter kan de termijn verlengen, indien dit voor het verstrijken van de termijn door een der partijen of de bewindvoerder wordt verzocht. Tegen de beschikking staat geen hogere voorziening open. Overschrijding van de termijn doet het bewind eindigen.
Door partijen op een of meer van de goederen gelegde beslagen beperken de bewindvoerder niet in de hem als zodanig toekomende bevoegdheden.
De bewindvoerder doet de onder het bewind staande goederen toekomen aan degene die daarop krachtens een in kracht van gewijsde gegane of uitvoerbaar bij voorraad verklaarde uitspraak recht heeft, tenzij de rechter anders heeft bepaald.
De rechter kan voor het bewind zodanige voorschriften geven als hij dienstig acht. Op het bewind zijn, voor zover deze voorschriften niet anders bepalen, de artikelen 433, eerste lid, 435, 436, eerste tot en met derde lid, 437, 438, eerste lid, 439, 441, eerste lid, eerste volzin, en 442 tot en met 448 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing. Het kan door een gezamenlijk besluit van partijen of op verzoek van een der partijen door de rechter in eerste aanleg worden opgeheven.
Artikel 710a
De indiening van verzoekschriften krachtens de artikelen 700, derde lid, tweede volzin, 709, tweede en derde lid, 715, tweede lid, derde volzin, en 721, tweede volzin, kan ook door een deurwaarder geschieden. Indien een deurwaarder het verzoekschrift indient, geldt zijn kantoor als gekozen woonplaats van de verzoeker.
Afdeling 2. Conservatoir beslag in handen van de schuldenaar
Artikel 711
Verlof om conservatoir beslag tot verhaal van een geldvordering te leggen op roerende zaken die geen registergoederen zijn en op rechten aan toonder of order, wordt slechts verleend, indien de schuldeiser aantoont dat er gegronde vrees bestaat voor verduistering, hetzij door de schuldenaar van zijn goederen, hetzij, zo de voor het beslag vatbare goederen aan een ander dan de schuldenaar toebehoren, door deze ander van die goederen.
De eis van vrees voor verduistering geldt niet wanneer het verlof wordt verleend aan de houder van een wisselbrief, een orderbiljet of cheque, waarvan de non-betaling door protest of een voor de cheque daarmee gelijk te stellen verklaring is vastgesteld, telkens voor hetgeen deze houder te vorderen heeft van de trekker, de acceptant, de avalist en de endossanten. Ook artikel 701 is in dit geval niet van toepassing.
Het eerste en het tweede lid zijn mede van toepassing op de goederen, bedoeld in artikel 474bb. Het in beslag te nemen goed moet in het in artikel 700, tweede lid, bedoelde verzoekschrift worden omschreven.
Artikel 712
De artikelen 441, eerste lid, 443 tot en met 445, 447, 448, 451, 453a, 455a, 457 en 461d zijn op het in artikel 711 bedoelde beslag van overeenkomstige toepassing.
Artikel 713
Wordt het beslag gelegd op een recht aan toonder of order, dan worden de in artikel 474b bedoelde baten geïnd door de bewaarder van het papier en zijn voorts dat artikel en artikel 474ba van overeenkomstige toepassing.
Afdeling 3. Conservatoir beslag op aandelen op naam, en effecten op naam die geen aandelen zijn
Artikel 714
De bepalingen van de artikelen 474b, tweede lid, 474ba en 711, eerste en tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing op het conservatoir beslag tot verhaal van een geldvordering op aandelen op naam en effecten op naam die geen aandelen zijn.
Artikel 715
Conservatoir beslag op aandelen op naam in een naamloze vennootschap, dan wel, in Curaçao of Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, in een besloten vennootschap, of, in Aruba, in een Aruba vrijgestelde vennootschap wordt gelegd op de wijze en met de gevolgen als bepaald in de artikelen 474c, 474d, 474e en 474f, met dien verstande dat het verlof van de rechter in eerste aanleg treedt in de plaats van de executoriale titel.
Het beslagexploot houdt in waar de hoofdzaak aanhangig is of binnen welke termijn zij blijkens het verlof ingesteld moet worden. Is nog geen eis in de hoofdzaak ingesteld, dan is de beslaglegger verplicht binnen acht dagen na dit instellen een afschrift van het bewijs van instellen, met een door de deurwaarder voor eensluidend getekend afschrift van het verzoekschrift, of, zo de eis op andere wijze is ingesteld, van het stuk waarbij dit geschiedde, aan de vennootschap te betekenen. De rechter kan deze termijn op verzoek van de beslaglegger verlengen, in dier voege dat de verlenging om haar werking te hebben binnen acht dagen na het verstrijken van de termijn schriftelijk aan de vennootschap moet zijn medegedeeld. Tegen de beschikking is geen hogere voorziening toegelaten.
De termijn, vermeld in artikel 474g, eerste lid, eindigt eerst één maand na de dag, waarop de in kracht van gewijsde gegane executoriale titel aan de vennootschap is betekend.
Artikel 716
Ten aanzien van de baten uit in beslag genomen aandelen op naam voortvloeiende geldt het beslag als een beslag onder de vennootschap. Van deze baten doet de vennootschap verklaring aan de rechter in eerste aanleg alvorens deze de beschikking bedoeld in artikel 474g geeft. Bij deze beschikking wordt tevens beslist omtrent de deugdelijkheid van deze verklaring, en wordt de afgifte van de baten aan de deurwaarder gelast, mits alle kosten aan de zijde van de vennootschap ter zake van de deugdelijk bevonden verklaring worden vergoed.
Artikel 717
De bepalingen van de artikelen 715 en 716 zijn voor zover mogelijk eveneens van toepassing op andere aandelen op naam dan in een naamloze vennootschap, besloten vennootschap of Aruba vrijgestelde vennootschap en op effecten op naam die geen aandelen zijn.
Lidmaatschapsrechten in verenigingen worden als effecten op naam aangemerkt, indien zij voor vervreemding vatbaar zijn.
Afdeling 4. Conservatoir beslag onder derden
Artikel 718
Een schuldeiser kan onder derden conservatoir beslag leggen op de in artikel 475 bedoelde goederen.
Artikel 719
Onverminderd hetgeen voortvloeit uit artikel 702, moeten op straffe van nietigheid in het beslagexploot worden vermeld het bedrag waarvoor het in artikel 700 bedoelde verlof werd verleend, alsmede waar de hoofdzaak aanhangig is, of binnen welke termijn zij blijkens het verlof ingesteld moet worden.
Bij het beslagexploot wordt aan de derde tevens een afschrift betekend van het verlof van de rechter in eerste aanleg en van het verzoekschrift waarop het is gegeven.
Artikel 720
De artikelen 475a tot en met 475i, 476a en 476b, 479 en 479a zijn van overeenkomstige toepassing. In het geval van artikel 475a, derde lid, moet de vordering waarop het beslag wordt gelegd, in het verzoekschrift waarbij verlof van de rechter in eerste aanleg wordt gevraagd, uitdrukkelijk worden omschreven.
Artikel 721
De beslaglegger is op straffe van nietigheid van het beslag verplicht om, zo de eis in de hoofdzaak na het beslag wordt ingesteld, binnen acht dagen na dit instellen een afschrift van het bewijs van instellen met een door de deurwaarder voor eensluidend getekend afschrift van de vordering of, zo de eis op andere wijze is ingesteld, van het stuk waarbij de instelling is geschied, aan de derde te betekenen. De rechter in eerste aanleg kan deze termijn op verzoek van de beslaglegger verlengen, in dier voege dat de verlenging om haar werking te hebben binnen acht dagen na het verstrijken van de termijn schriftelijk aan de derde moet zijn meegedeeld. Tegen de beschikking staat geen hogere voorziening open.
Artikel 722
De betekening aan de derde, voorgeschreven in artikel 704, eerste lid, dient te geschieden binnen één maand nadat ter zake van de hoofdvordering een executoriale titel is verkregen en deze voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden; blijft betekening binnen deze termijn uit, dan zullen de door de derde gedane betalingen van waarde zijn.
Artikel 723
De in artikel 477 bedoelde verplichting van de derde en de in 477a bedoelde bevoegdheden van de executant gaan niet in voordat vier weken sedert de in artikel 722 bedoelde betekening zijn verstreken.
Afdeling 5. Conservatoir beslag onder de schuldeiser zelf
Artikel 724
Een schuldeiser kan onder zichzelf beslag leggen op de in artikel 479h bedoelde goederen. Deze goederen moeten in het in artikel 700, tweede lid, bedoelde verzoekschrift worden omschreven.
De artikelen 475a, eerste en tweede lid, en 475h zijn van overeenkomstige toepassing.
De termijn van artikel 479j, eerste lid, begint te lopen vanaf de dag dat de schuldeiser een executoriale titel heeft verkregen en deze voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden en aan de schuldenaar is betekend.
Afdeling 6. Conservatoir beslag op onroerende zaken
Artikel 725
Indien is voldaan aan de vereisten die in artikel 711, eerste en tweede lid, voor het verlof worden gesteld, kan ook verlof verleend worden om beslag te leggen op een of meer bepaald aan te wijzen onroerende zaken.
Artikel 726
De artikelen 504a, eerste lid, 505, 506, 507a en 513a zijn van overeenkomstige toepassing.
De termijn van artikel 508 begint te lopen vanaf de dag dat de schuldeiser een executoriale titel heeft verkregen en deze voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden en aan de schuldenaar is betekend.
Artikel 727
Indien de eis in de hoofdzaak niet binnen de overeenkomstig artikel 700, derde lid, bepaalde termijn is ingesteld, is de beslaglegger verplicht de inschrijving van het beslag in de openbare registers onverwijld te doen doorhalen op straffe van schadevergoeding.
Afdeling 6a. Conservatoir beslag op schepen
Artikel 728
Tot het geven van verlof tot het leggen van conservatoir beslag op schepen is mede bevoegd de rechter in eerste aanleg binnen wiens rechtsgebied het schip wordt verwacht. Artikel 711, eerste lid, is niet van toepassing. Artikel 712 is evenmin van toepassing, tenzij het beslag is gelegd op een schip als bedoeld in artikel 576. Artikel 444 is van overeenkomstige toepassing.
In het proces-verbaal van inbeslagneming kan woonplaats worden gekozen ten kantore van de deurwaarder in plaats van bij een notaris. Tevens kan woonplaats worden gekozen ten kantore van een advocaat hier te lande.
Artikel 728a
Artikel 708, tweede lid, is niet van toepassing. De artikelen 566, 567 en 513a zijn van overeenkomstige toepassing.
De termijn van artikel 508, in verbinding met artikel 568, begint te lopen vanaf de dag dat de schuldeiser een executoriale titel heeft verkregen en deze voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden en is betekend aan de schuldenaar jegens wie deze titel luidt.
Artikel 728b
Indien het beslag is gelegd op een schip dat teboekstaat in het in artikel 193 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde register, en de eis in de hoofdzaak niet binnen de overeenkomstig artikel 700, derde lid, bepaalde termijn is ingesteld, is de beslaglegger verplicht de inschrijving van het beslag in de openbare registers onverwijld te doen doorhalen op straffe van schadevergoeding.
Afdeling 6b. Conservatoir beslag op luchtvaartuigen
Artikel 729
Deze afdeling geldt uitsluitend voor in het in artikel 1302 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde register teboekstaande luchtvaartuigen en voor luchtvaartuigen van de nationaliteit van een vreemde staat ten aanzien waarvan het op 29 mei 1933 te Rome gesloten verdrag tot het vaststellen van enige eenvormige bepalingen inzake conservatoir beslag op luchtvaartuigen (Stb. 1938, 12) van kracht is.
De in artikel 1300 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek opgenomen begripsomschrijvingen gelden ook voor deze afdeling.
Artikel 729a
Voor beslag zijn niet vatbaar:
- a. luchtvaartuigen die bij uitsluiting zijn bestemd voor de dienst van een vreemde Staat, postvervoer daaronder begrepen, doch met uitsluiting van handelsvervoer;
- b. luchtvaartuigen die daadwerkelijk in dienst zijn gesteld op een geregelde luchtlijn van openbaar vervoer en de daarvoor onontbeerlijke reserveluchtvaartuigen;
- c. elk ander luchtvaartuig dat dient voor het vervoer van personen of zaken tegen betaling, wanneer het gereed staat voor zulk een vervoer te vertrekken, behalve indien het beslag wordt gelegd voor een schuld, aangegaan ten behoeve van de reis die het luchtvaartuig op het punt staat te ondernemen, of voor een vordering die tijdens de reis is ontstaan.
Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van beslag dat wordt gelegd ter zake van terugvordering van een ontvreemd luchtvaartuig.
Artikel 729b
Onverminderd artikel 729a, mag geen beslag op een luchtvaartuig worden gelegd, indien ter voorkoming daarvan voldoende zekerheid is gesteld. Onmiddellijke opheffing van gelegd beslag wordt gelast, wanneer voldoende zekerheid wordt gesteld.
De zekerheid is voldoende, indien zij het bedrag van de schuldvordering en de kosten dekt en uitsluitend is bestemd voor de betaling van de schuldeiser of, indien zij de waarde van het luchtvaartuig dekt, indien deze geringer is dan het bedrag van de schuld en de kosten.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)