Wijzigingsgeschiedenis

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 9 december 2014, nr. HO&S/695142, houdende onder meer het vaststellen van de normbedragen in de Wet studiefinanciering 2000, de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten alsmede de Wet studiefinanciering BES voor het jaar 2015 (Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES, voor het jaar 2015)

19 versions · 2026-01-01
2026-01-01
Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES — arts. 2, 3, 5 y 14 más

Wijzigingen op 2026-01-01

@@ -22,19 +22,19 @@
##### Artikel 2. Indexcijfer cao-lonen en consumentenprijsindex
1. Voor de toepassing van [artikel 17, derde lid, van het BSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011545&artikel=17) en [artikel 5, derde lid, van het BTOS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012645&artikel=5) wordt onder indexcijfer van de cao-lonen verstaan: de reeks ‘CAO-lonen per maand inclusief bijzondere beloningen’, zoals die is berekend door het Centraal Bureau voor de Statistiek en is gepubliceerd in het Statistisch Bulletin. De van toepassing zijnde procentuele ontwikkeling is 6,66 procent.
2. Voor de toepassing van [artikel 17, derde lid, van het BSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011545&artikel=17), en [artikel 5, derde lid, van het BTOS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012645&artikel=5), wordt onder consumentenprijsindex verstaan: de reeks ‘consumentenprijsindex alle huishoudens’, zoals die is berekend door het Centraal Bureau voor de Statistiek en is gepubliceerd in het Statistisch Bulletin. De van toepassing zijnde procentuele ontwikkeling is 3,84 procent.
3. Voor de toepassing van [artikel 8.1, tweede lid van de WSF BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028393&artikel=8.1) wordt onder consumentenprijsindex verstaan: de index in de reeks ‘consumentenprijsindex Caribisch Nederland’ met de grootste procentuele stijging. De van toepassing zijnde procentuele ontwikkeling is 3,99 procent.
1. Voor de toepassing van [artikel 17, derde lid, van het BSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011545&artikel=17) en [artikel 5, derde lid, van het BTOS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012645&artikel=5) wordt onder indexcijfer van de cao-lonen verstaan: de reeks ‘CAO-lonen per maand inclusief bijzondere beloningen’, zoals die is berekend door het Centraal Bureau voor de Statistiek en is gepubliceerd in het Statistisch Bulletin. De van toepassing zijnde procentuele ontwikkeling is 6,33 procent.
2. Voor de toepassing van [artikel 17, derde lid, van het BSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011545&artikel=17), en [artikel 5, derde lid, van het BTOS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012645&artikel=5), wordt onder consumentenprijsindex verstaan: de reeks ‘consumentenprijsindex alle huishoudens’, zoals die is berekend door het Centraal Bureau voor de Statistiek en is gepubliceerd in het Statistisch Bulletin. De van toepassing zijnde procentuele ontwikkeling is 3,35 procent.
3. Voor de toepassing van [artikel 8.1, tweede lid van de WSF BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028393&artikel=8.1) wordt onder consumentenprijsindex verstaan: de index in de reeks ‘consumentenprijsindex Caribisch Nederland’ met de grootste procentuele stijging. De van toepassing zijnde procentuele ontwikkeling is 2,56 procent.
##### Artikel 3. Rentepercentage [WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453) en [WSF BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028393)
1. Het rentepercentage, bedoeld in [artikel 6.3, eerste lid, van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=6.3) zoals dat luidde voor inwerkingtreding van [artikel I, onderdeel N, van de Wet herinvoering basisbeurs hoger onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048256&artikel=I), wordt voor het jaar 2025 vastgesteld op 2,21 procent.
2. Het rentepercentage, bedoeld in [artikel 6.3 van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=6.3), wordt voor het jaar 2025 vastgesteld op 2,57 procent.
3. Het rentepercentage, bedoeld in [artikel 4.3 van de WSF BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028393&artikel=4.3), wordt voor het jaar 2025 vastgesteld op 2,21 procent.
1. Het rentepercentage, bedoeld in [artikel 6.3, eerste lid, van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=6.3) zoals dat luidde voor inwerkingtreding van [artikel I, onderdeel N, van de Wet herinvoering basisbeurs hoger onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048256&artikel=I), wordt voor het jaar 2026 vastgesteld op 2,29 procent.
2. Het rentepercentage, bedoeld in [artikel 6.3 van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=6.3), wordt voor het jaar 2026 vastgesteld op 2,33 procent.
3. Het rentepercentage, bedoeld in [artikel 4.3 van de WSF BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028393&artikel=4.3), wordt voor het jaar 2026 vastgesteld op 2,29 procent.
### Hoofdstuk 2. Normen [WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453) en [BSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011545)
@@ -44,7 +44,7 @@
##### Artikel 5. Vrije voet veronderstelde ouderlijke bijdrage beroepsonderwijs
Met ingang van 1 januari 2025 worden de bedragen, genoemd in [artikel 3.9, tweede lid, van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=3.9), vastgesteld op € 21.774,38 onderscheidenlijk € 27.587,00.
Met ingang van 1 januari 2026 worden de bedragen, genoemd in [artikel 3.9, tweede lid, van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=3.9), vastgesteld op € 23.152,70 onderscheidenlijk € 29.333,26.
##### Artikel 6. Vordering wegens eigen inkomsten mbo-student
@@ -52,91 +52,91 @@
##### Artikel 7. Normbedragen studiefinanciering
Met ingang van 1 januari 2025 luiden de bedragen, genoemd in de overzichten 1, 2 en 3 van [artikel 3.18 van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=3.18), als volgt:
Met ingang van 1 januari 2026 luiden de bedragen, genoemd in de overzichten 1, 2 en 3 van [artikel 3.18 van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=3.18), als volgt:
| **A. Beroepsonderwijs** | |
| --- | --- |
| Normbedrag thuiswonend | € 636,18 |
| Normbedrag uitwonend | € 898,48 |
| Normbedrag thuiswonend | € 657,49 |
| Normbedrag uitwonend | € 928,58 |
| **B. Hoger onderwijs** | |
| Normbedrag thuiswonend | € 906,11 |
| Normbedrag uitwonend | € 1.094,12 |
| Normbedrag thuiswonend | € 936,46 |
| Normbedrag uitwonend | € 1.130,77 |
| **A. Beroepsonderwijs** | |
| --- | --- |
| Basisbeurs (exclusief toeslag eenoudergezin) | Basisbeurs (exclusief toeslag eenoudergezin) |
| • Thuiswonend | € 103,78 |
| • uitwonend | € 338,68 |
| **Basislening** | **Basislening** |
| • thuis- en uitwonend | € 226,08 |
| • Thuiswonend | € 107,26 |
| • uitwonend | € 350,03 |
| Basislening | Basislening |
| • thuis- en uitwonend | € 233,65 |
| Maximale aanvullende beurs/lening of veronderstelde ouderlijke bijdrage1 | Maximale aanvullende beurs/lening of veronderstelde ouderlijke bijdrage1 |
| • thuiswonend | € 306,32 |
| • uitwonend | € 333,72 |
| • thuiswonend | € 316,58 |
| • uitwonend | € 344,90 |
| **B. Hoger onderwijs** | **B. Hoger onderwijs** |
| Basisbeurs | |
| • Thuiswonend | € 125,99 |
| • Uitwonend | € 314,00 |
| **Basislening** | € 304,95 |
| Maximale aanvullende beurs/lening of veronderstelde ouderlijke bijdrage | € 475,17 |
1 Voor mbo-studenten die lesgeld verschuldigd zijn, wordt de maximale aanvullende beurs/lening ingevolge [artikel 3.2, derde lid, van de Wet studiefinanciering 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=3.2) vanaf 1 januari 2025 verhoogd met € 118,25 en per 1 augustus 2025 met € 121,50 per maand.
| • Thuiswonend | € 130,21 |
| • Uitwonend | € 324,52 |
| Basislening | € 315,17 |
| Maximale aanvullende beurs/lening of veronderstelde ouderlijke bijdrage | € 491,08 |
1 Voor mbo-studenten die lesgeld verschuldigd zijn, wordt de maximale aanvullende beurs/lening ingevolge [artikel 3.2, derde lid, van de Wet studiefinanciering 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=3.2) vanaf 1 januari 2026 verhoogd met € 121,50 en per 1 augustus 2026 met € 125,92 per maand.
| | Hoger onderwijs | Beroepsonderwijs |
| --- | --- | --- |
| Toeslag eenoudergezin | € 316,55 | € 316,55 |
| Toeslag eenoudergezin | € 327,15 | € 327,15 |
##### Artikel 8. Maximale hoogte lening
Met ingang van 1 januari 2025 wordt het bedrag, genoemd in de [artikelen 4.7, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=4.7), [4.18, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=4.18), en [5.2, vierde lid, van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=5.2), vastgesteld op € 1.174,60.
Met ingang van 1 januari 2026 wordt het bedrag, genoemd in de [artikelen 4.7, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=4.7), [4.18, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=4.18), en [5.2, vierde lid, van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=5.2), vastgesteld op € 1.213,95.
### Hoofdstuk 3. Normen [WTOS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438)
##### Artikel 9. Grensbedragen draagkracht en toetsingsinkomen
Met ingang van schooljaar 2025–2026 wordt het grensbedrag draagkracht, bedoeld in [artikel 2.23, tweede lid, van de WTOS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&artikel=2.23), vastgesteld op € 42.966,34.
Met ingang van schooljaar 2026–2027 wordt het grensbedrag draagkracht, bedoeld in [artikel 2.23, tweede lid, van de WTOS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&artikel=2.23), vastgesteld op € 45.686,11.
##### Artikel 10. Normbedragen basistoelage
Met ingang van 1 januari 2025 wordt de hoogte van de basistoelage per kalendermaand, bedoeld in [artikel 4.3 van de WTOS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&artikel=4.3), als volgt vastgesteld:
- a. € 142,86 voor een thuiswonende leerling;
- b. € 333,10 voor een uitwonende leerling.
Met ingang van 1 januari 2026 wordt de hoogte van de basistoelage per kalendermaand, bedoeld in [artikel 4.3 van de WTOS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&artikel=4.3), als volgt vastgesteld:
- a. € 147,65 voor een thuiswonende leerling;
- b. € 344,26 voor een uitwonende leerling.
##### Artikel 11. Normbedragen tegemoetkoming schoolkosten ex [artikel 4.6 WTOS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&artikel=4.6)
Met ingang van schooljaar 2025–2026 luiden de bedragen van de tegemoetkoming schoolkosten, bedoeld in [artikel 4.6 van de WTOS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&artikel=4.6), als volgt:
| a. onderbouw op grond van de WVO bekostigd onderwijs | € 100,74 |
| --- | --- |
| b. bovenbouw op grond van de WVO bekostigd onderwijs | € 110,29 |
| c. onderbouw niet volledig en rechtstreeks bekostigd vo | € 137,91 |
| d. bovenbouw niet volledig en rechtstreeks bekostigd vo | € 147,53 |
| e. speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs | € 66,91 |
| f. voortgezet algemeen volwassenen onderwijs (vavo) | € 147,53 |
Met ingang van schooljaar 2026–2027 luiden de bedragen van de tegemoetkoming schoolkosten, bedoeld in [artikel 4.6 van de WTOS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&artikel=4.6), als volgt:
| a. onderbouw op grond van de WVO bekostigd onderwijs | € 104,11 |
| --- | --- |
| b. bovenbouw op grond van de WVO bekostigd onderwijs | € 113,98 |
| c. onderbouw niet volledig en rechtstreeks bekostigd vo | € 142,53 |
| d. bovenbouw niet volledig en rechtstreeks bekostigd vo | € 152,47 |
| e. speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs | € 69,15 |
| f. voortgezet algemeen volwassenen onderwijs (vavo) | € 152,47 |
##### Artikel 12. Normbedrag tegemoetkoming schoolkosten ex [artikel 5.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&artikel=5.4)
Met ingang van schooljaar 2025–2026 wordt de tegemoetkoming schoolkosten, bedoeld in [artikel 5.4 van de WTOS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&artikel=5.4), vastgesteld op € 927,92.
Met ingang van schooljaar 2026–2027 wordt de tegemoetkoming schoolkosten, bedoeld in [artikel 5.4 van de WTOS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&artikel=5.4), vastgesteld op € 959,01.
##### Artikel 13. Normbedragen tegemoetkoming schoolkosten ex [artikel 5.10 WTOS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&artikel=5.10)
Met ingang van schooljaar 2025–2026 luiden de bedragen van de tegemoetkoming schoolkosten, bedoeld in de overzichten 1 en 2 van [artikel 5.10 van de WTOS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&artikel=5.10), als volgt:
Met ingang van schooljaar 2026–2027 luiden de bedragen van de tegemoetkoming schoolkosten, bedoeld in de overzichten 1 en 2 van [artikel 5.10 van de WTOS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&artikel=5.10), als volgt:
| Aantal minuten per week | Schoolkosten |
| --- | --- |
| 540 of meer | € 397,04 |
| 540 of meer en voor 1 januari 270 tot 540 | € 198,52 + € 198,52 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd |
| 270 tot 540 | € 267,49 |
| 270 tot 540 en voor 1 januari minder dan 270 | € 133,75 + € 133,75 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd |
| 540 of meer | € 410,34 |
| 540 of meer en voor 1 januari 270 tot 540 | € 205,17+ € 205,17 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd |
| 270 tot 540 | € 276,45 |
| 270 tot 540 en voor 1 januari minder dan 270 | € 138,23 + € 138,23 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd |
| minder dan 270 | Nihil |
| Aantal minuten per week | Schoolkosten |
| --- | --- |
| 540 of meer | € 198,52 |
| 540 of meer en voor 1 januari 270 tot 540 | € 99,26 + € 99,26 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd |
| 270 tot 540 | € 133,75 |
| 270 tot 540 en voor 1 januari minder dan 270 | € 66,88 + € 66,88 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd |
| 540 of meer | € 205,17 |
| 540 of meer en voor 1 januari 270 tot 540 | € 102,59 + € 102,59 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd |
| 270 tot 540 | € 138,23 |
| 270 tot 540 en voor 1 januari minder dan 270 | € 69,12 + € 69,12 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd |
| Minder dan 270 | Nihil |
##### Artikel 14. Normbedragen tegemoetkoming schoolkosten ex [artikel 10.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&artikel=10.7)
@@ -147,22 +147,22 @@
##### Artikel 15. Normbedragen studiefinanciering en opstarttoelage BES
Met ingang van 1 januari 2025 luiden de bedragen, bedoeld in [artikel 2.2 van de WSF BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028393&artikel=2.2), als volgt:
Met ingang van 1 januari 2026 luiden de bedragen, bedoeld in [artikel 2.2 van de WSF BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028393&artikel=2.2), als volgt:
| I. Onderwijstype | II. Plaats opleiding | III. Prestatiebeurs of gift per maand | IV. Lening tijdens prestatiebeurs per maand | V. Lening na prestatiebeurs per maand |
| --- | --- | --- | --- | --- |
| Beroepsonderwijs | Eigen openbaar lichaam | USD 92,25 | USD 184,50 | USD 276,75 |
| | Ander openbaar lichaam, Aruba, Curaçao, Sint Maarten | USD 299,77 | USD 599,54 | USD 899,31 |
| | Overig deel Caribische regio | USD 461,16 | USD 922,32 | USD 1.383,48 |
| | Verenigde Staten van Amerika en Canada | USD 632,61 | USD 1.265,22 | USD 1.897,83 |
| Hoger onderwijs | Eigen openbaar lichaam | USD 172,93 | USD 345,86 | USD 518,79 |
| | Ander openbaar lichaam, Aruba, Curaçao, Sint Maarten | USD 345,85 | USD 691,70 | USD 1.037,55 |
| | Overig deel Caribische regio | USD 461,16 | USD 922,32 | USD 1.383,48 |
| | Verenigde Staten van Amerika en Canada | USD 632,61 | USD 1.265,22 | USD 1.897,83 |
| Beroepsonderwijs | Eigen openbaar lichaam | USD 94,61 | USD 189,22 | USD 283,83 |
| | Ander openbaar lichaam, Aruba, Curaçao, Sint Maarten | USD 307,45 | USD 614,90 | USD 922,35 |
| | Overig deel Caribische regio | USD 472,97 | USD 945,94 | USD 1.418,91 |
| | Verenigde Staten van Amerika en Canada | USD 648,81 | USD 1.297,62 | USD 1.946,43 |
| Hoger onderwijs | Eigen openbaar lichaam | USD 177,36 | USD 354,72 | USD 532,08 |
| | Ander openbaar lichaam, Aruba, Curaçao, Sint Maarten | USD 354,71 | USD 709,42 | USD 1.064,13 |
| | Overig deel Caribische regio | USD 472,97 | USD 945,94 | USD 1.418,91 |
| | Verenigde Staten van Amerika en Canada | USD 648,81 | USD 1.297,62 | USD 1.946,43 |
| I. Onderwijstype | II. Plaats opleiding | III. Prestatiebeurs | IV. Lening |
| --- | --- | --- | --- |
| Beroepsonderwijs opleiding niveau 3 of 4 en hoger onderwijs | Europees deel van Nederland | USD 3.183,46 | USD 6.366,92 |
| Beroepsonderwijs opleiding niveau 3 of 4 en hoger onderwijs | Europees deel van Nederland | USD 3.264,99 | USD 6.529,98 |
### Hoofdstuk 5. Wijziging bedragen in andere regelingen
@@ -192,26 +192,26 @@
##### Artikel 8a. Normbedrag kwijtschelding studieschuld
Met ingang van 1 januari 2025 wordt het bedrag, genoemd in [artikel 6.2a, tweede lid, van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=6.2a), zoals dat luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van [artikel I, onderdeel M, van de Wet herinvoering basisbeurs hoger onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048256&artikel=I), vastgesteld op € 1.575,74.
Met ingang van 1 januari 2026 wordt het bedrag, genoemd in [artikel 6.2a, tweede lid, van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=6.2a), zoals dat luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van [artikel I, onderdeel M, van de Wet herinvoering basisbeurs hoger onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048256&artikel=I), vastgesteld op € 1.628,53.
##### Artikel 8b. Normbedragen cohortgarantie
Met ingang van 1 januari 2025 luiden de bedragen, genoemd in [artikel 12.14, tweede lid, van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=12.14), als volgt:
Met ingang van 1 januari 2026 luiden de bedragen, genoemd in [artikel 12.14, tweede lid, van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=12.14), als volgt:
| | thuiswonende | uitwonende |
| --- | --- | --- |
| a. maandbedrag als bedoeld in overzicht 1 van [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=3.18) | € 906,11 | € 1.094,12 |
| b. basisbeurs als bedoeld in overzicht 2 van [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=3.18) | € 125,99 | € 314,00 |
| c. maximale aanvullende beurs of lening als bedoeld in overzicht 2 van [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=3.18) | € 475,17 | € 475,17 |
| d. basislening als bedoeld in overzicht 2 van [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=3.18) | € 304,95 | € 304,95 |
| a. maandbedrag als bedoeld in overzicht 1 van [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=3.18) | € 859,63 | € 1.130,77 |
| b. basisbeurs als bedoeld in overzicht 2 van [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=3.18) | € 136,07 | € 378,82 |
| c. maximale aanvullende beurs of lening als bedoeld in overzicht 2 van [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=3.18) | € 334,37 | € 362,76 |
| d. basislening als bedoeld in overzicht 2 van [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=3.18) | € 389,19 | € 389,19 |
##### Artikel 8c. Bedrag tegemoetkoming voor de eerste vier cohorten onder het studievoorschot hoger onderwijs
Met ingang van 1 januari 2025 wordt het bedrag, genoemd in [artikel 12.15, derde lid, van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=12.15), vastgesteld op € 2.097,08.
Met ingang van 1 januari 2026 wordt het bedrag, genoemd in [artikel 12.15, derde lid, van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=12.15), vastgesteld op € 2.167,34.
##### Artikel 8d. Bedrag tegemoetkoming voor cohorten onder het studievoorschot hoger onderwijs
Met ingang van 1 januari 2025 wordt het bedrag, genoemd in [artikel 12.30, derde lid, van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=12.30), vastgesteld op € 34,17.
Met ingang van 1 januari 2026 wordt het bedrag, genoemd in [artikel 12.30, derde lid, van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=12.30), vastgesteld op € 35,31.
### Hoofdstuk 3. Normen [WTOS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438)
@@ -223,9 +223,9 @@
##### Artikel 5a. Vrije voet veronderstelde ouderlijke bijdrage hoger onderwijs
1. Met ingang van 1 januari 2025 wordt het bedrag, genoemd in [artikel 3.9a, onder a, van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=3.9a), vastgesteld op € 19.515,00.
2. Met ingang van 1 januari 2025 wordt het bedrag, genoemd in [artikel 3.9a, onder b, van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=3.9a), vastgesteld op € 24.724,24.
1. Met ingang van 1 januari 2026 wordt het bedrag, genoemd in [artikel 3.9a, onder a, van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=3.9a), vastgesteld op € 20.750,30.
2. Met ingang van 1 januari 2026 wordt het bedrag, genoemd in [artikel 3.9a, onder b, van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=3.9a), vastgesteld op € 26.289,28.
### Hoofdstuk 3. Normen [WTOS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438)
@@ -239,9 +239,9 @@
##### Artikel 7a. Bedragen OV-boete
1. Met ingang van 1 januari 2025 wordt het bedrag, genoemd in [artikel 3.27, tweede lid, onder a, van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=3.27), vastgesteld op € 92,98.
2. Met ingang van 1 januari 2025 wordt het bedrag, genoemd in [artikel 3.27, tweede lid, onder b, van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=3.27), vastgesteld op € 185,98.
1. Met ingang van 1 januari 2026 wordt het bedrag, genoemd in [artikel 3.27, tweede lid, onder a, van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=3.27), vastgesteld op € 96,09.
2. Met ingang van 1 januari 2026 wordt het bedrag, genoemd in [artikel 3.27, tweede lid, onder b, van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=3.27), vastgesteld op € 192,21.
### Hoofdstuk 3. Normen [WTOS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438)
2025-01-01
Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES — arts. 2, 3, 5 y 14 más
2024-01-01
Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES — art. 6
2023-09-01
Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES — art. 8
2023-07-08
Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES — art. 7
2023-01-01
Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES — arts. 2, 3, 5 y 14 más
2022-08-01
Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES — art. 11
2022-01-01
Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES — arts. 2, 3, 5 y 15 más
2021-01-01
Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES
2020-11-25
Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES — art. 6
2020-01-01
Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES — arts. 2, 3, 5 y 14 más
2019-01-01
Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES — arts. 2, 3, 2 y 15 más
2018-01-01
Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES — arts. 2, 3, 5 y 13 más
2017-01-01
Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES — art. 8
2016-09-01
Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES — arts. 5, 5
2016-01-01
Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES
2015-09-01
Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES
2015-01-01
Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES — arts. 1, 1, 2 y 23 más
2015-01-01
Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES
original version Tekst op deze datum