Wijzigingsgeschiedenis

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 9 december 2014, nr. HO&S/695142, houdende onder meer het vaststellen van de normbedragen in de Wet studiefinanciering 2000, de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten alsmede de Wet studiefinanciering BES voor het jaar 2015 (Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES, voor het jaar 2015)

19 versions · 2026-01-01
2026-01-01
Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES — arts. 2, 3, 5 y 14 más
2025-01-01
Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES — arts. 2, 3, 5 y 14 más
2024-01-01
Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES — art. 6
2023-09-01
Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES — art. 8
2023-07-08
Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES — art. 7
2023-01-01
Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES — arts. 2, 3, 5 y 14 más
2022-08-01
Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES — art. 11
2022-01-01
Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES — arts. 2, 3, 5 y 15 más
2021-01-01
Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES
2020-11-25
Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES — art. 6
2020-01-01
Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES — arts. 2, 3, 5 y 14 más
2019-01-01
Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES — arts. 2, 3, 2 y 15 más
2018-01-01
Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES — arts. 2, 3, 5 y 13 más
2017-01-01
Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES — art. 8

Wijzigingen op 2017-01-01

@@ -22,17 +22,19 @@
##### Artikel 2. Indexcijfer cao-lonen en consumentenprijsindex
1. Voor de toepassing van [artikel 17, derde lid, van het BSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011545&artikel=17) en [artikel 5, derde lid, van het BTOS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012645&artikel=5) wordt onder indexcijfer van de cao-lonen verstaan: de reeks ‘CAO-lonen per maand inclusief bijzondere beloningen’, zoals die is berekend door het Centraal Bureau voor de Statistiek en is gepubliceerd in het Statistisch Bulletin. De van toepassing zijnde procentuele ontwikkeling is 0,96 procent.
2. Voor de toepassing van [artikel 17, derde lid, van het BSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011545&artikel=17), en [artikel 5, derde lid, van het BTOS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012645&artikel=5), wordt onder consumentenprijsindex verstaan: de reeks ‘consumentenprijsindex alle huishoudens’, zoals die is berekend door het Centraal Bureau voor de Statistiek en is gepubliceerd in het Statistisch Bulletin. De van toepassing zijnde procentuele ontwikkeling is 0,98 procent.
3. Voor de toepassing van [artikel 8.1, eerste lid, van de WSF BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028393&artikel=8.1) wordt onder consumentenprijsindex verstaan: de index opgenomen in de reeks ‘consumentenprijsindex Caribisch Nederland’ voor Bonaire, zoals die is berekend door het Centraal Bureau voor de Statistiek en is gepubliceerd op internet. De van toepassing zijnde procentuele ontwikkeling is 1,47 procent.
1. Voor de toepassing van [artikel 17, derde lid, van het BSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011545&artikel=17) en [artikel 5, derde lid, van het BTOS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012645&artikel=5) wordt onder indexcijfer van de cao-lonen verstaan: de reeks ‘CAO-lonen per maand inclusief bijzondere beloningen’, zoals die is berekend door het Centraal Bureau voor de Statistiek en is gepubliceerd in het Statistisch Bulletin. De van toepassing zijnde procentuele ontwikkeling is 1,62 procent.
2. Voor de toepassing van [artikel 17, derde lid, van het BSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011545&artikel=17), en [artikel 5, derde lid, van het BTOS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012645&artikel=5), wordt onder consumentenprijsindex verstaan: de reeks ‘consumentenprijsindex alle huishoudens’, zoals die is berekend door het Centraal Bureau voor de Statistiek en is gepubliceerd in het Statistisch Bulletin. De van toepassing zijnde procentuele ontwikkeling is 0,60 procent.
3. Voor de toepassing van [artikel 8.1, eerste lid, van de WSF BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028393&artikel=8.1) wordt onder consumentenprijsindex verstaan: de index in de reeks ‘consumentenprijsindex Caribisch Nederland’ met de grootste procentuele stijging. De van toepassing zijnde procentuele ontwikkeling is 0,45 procent.
##### Artikel 3. Rentepercentage [WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453) en [WSF BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028393)
1. Het rentepercentage, bedoeld in [artikel 6.3 van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=6.3), wordt voor het jaar 2016 vastgesteld op 0,01 procent.
2. Het rentepercentage, bedoeld in [artikel 4.3 van de WSF BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028393&artikel=4.3), wordt voor het jaar 2016 vastgesteld op 0,0 procent.
1. Het rentepercentage, bedoeld in [artikel 6.3, eerste lid, van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=6.3), wordt voor het jaar 2017 vastgesteld op 0,0 procent.
2. Het rentepercentage, bedoeld in [artikel 6.3, tweede lid, van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=6.3), wordt voor het jaar 2017 vastgesteld op 0,0 procent.
3. Het rentepercentage, bedoeld in [artikel 4.3 van de WSF BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028393&artikel=4.3), wordt voor het jaar 2017 vastgesteld op 0,0 procent.
### Hoofdstuk 2. Normen [WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453)
@@ -42,133 +44,133 @@
##### Artikel 5. Vrije voet veronderstelde ouderlijke bijdrage beroepsonderwijs
Met ingang van 1 januari 2016 worden de bedragen, genoemd in [artikel 3.9, tweede lid, van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=3.9), vastgesteld op € 17.052,77 respectievelijk € 21.604,95.
Met ingang van 1 januari 2017 worden de bedragen, genoemd in [artikel 3.9, tweede lid, van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=3.9), vastgesteld op € 17.329,02 respectievelijk € 21.954,95.
##### Artikel 6. Vordering wegens eigen inkomsten studerende
1. Met ingang van 1 januari 2016 wordt het bedrag, genoemd in [artikel 3.17, eerste lid, van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=3.17), vastgesteld op € 13.989,13.
2. Naar de maatstaf van 1 januari 2016 bedraagt het bedrag, genoemd in [artikel 3.17, vierde lid, van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=3.17), € 335,73.
1. Met ingang van 1 januari 2017 wordt het bedrag, genoemd in [artikel 3.17, eerste lid, van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=3.17), vastgesteld op € 14.215,75.
2. Naar de maatstaf van 1 januari 2017 bedraagt het bedrag, genoemd in [artikel 3.17, vierde lid, van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=3.17), € 337,68.
##### Artikel 7. Normbedragen studiefinanciering
De bedragen, genoemd in de overzichten 1, 2 en 3 van [artikel 3.18 van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=3.18) luiden per maand naar de maatstaf van 1 januari 2016 als volgt:
Met ingang van 1 januari 2017 luiden de bedragen, genoemd in de overzichten 1, 2 en 3 van [artikel 3.18 van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=3.18), als volgt:
| **A. Beroepsonderwijs** | |
| --- | --- |
| Normbedrag thuiswonend | € 501,51 |
| Normbedrag uitwonend | € 708,29 |
| Normbedrag thuiswonend | € 504,52 |
| Normbedrag uitwonend | € 712,54 |
| **B. Hoger onderwijs** | |
| normbedrag | € 862,50 |
| **A. Beroepsonderwijs** | |
| Normbedrag | € 867,68 |
| A. Beroepsonderwijs | |
| --- | --- |
| Basisbeurs (exclusief toeslag eenoudergezin) | |
| thuiswonend | € 81,81 |
| uitwonend | € 266,99 |
| thuiswonend | € 82,30 |
| uitwonend | € 268,59 |
| Basislening | |
| thuis- en uitwonend | € 178,22 |
| thuis- en uitwonend | € 179,29 |
| Maximale aanvullende beurs/lening of veronderstelde ouderlijke bijdrage | |
| thuiswonend | € 241,48 |
| uitwonend | € 263,08 |
| **B. Hoger onderwijs** | |
| Basislening | € 480,57 |
| Maximale aanvullende beurs/lening of veronderstelde ouderlijke bijdrage | € 381,93 |
| thuiswonend | € 337,68 |
| uitwonend | € 359,41 |
| B. Hoger onderwijs | |
| Basislening | € 481,60 |
| Maximale aanvullende beurs/lening of veronderstelde ouderlijke bijdrage | € 386,08 |
| | Hoger onderwijs | Beroepsonderwijs |
| --- | --- | --- |
| Toeslag eenoudergezin | € 249,54 | € 249,54 |
| Toeslag eenoudergezin | € 251,04 | € 251,04 |
##### Artikel 8. Maximale hoogte lening
Van 1 januari 2016 tot 1 januari 2017 wordt het bedrag, genoemd in de [artikelen 4.7, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=4.7), [4.18, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=4.18), en [5.2, vierde lid, van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=5.2), vastgesteld op € 925,95.
Van 1 januari 2017 tot 1 januari 2018 wordt het bedrag, genoemd in de [artikelen 4.7, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=4.7), [4.18, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=4.18), en [5.2, vierde lid, van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=5.2), vastgesteld op € 931,51.
### Hoofdstuk 3. Normen [WTOS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438)
##### Artikel 9. Grensbedragen draagkracht en toetsingsinkomen
1. Met ingang van schooljaar 2016–2017 wordt het grensbedrag draagkracht, bedoeld in [artikel 2.23, tweede lid, van de WTOS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&artikel=2.23), vastgesteld op € 33.649,39.
2. Met ingang van 1 januari 2016 wordt het grensbedrag toetsingsinkomen, bedoeld in [artikel 10.5, tweede lid, van de WTOS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&artikel=10.5), vastgesteld op € 3.782,86.
1. Met ingang van schooljaar 2017–2018 wordt het grensbedrag draagkracht, bedoeld in [artikel 2.23, tweede lid, van de WTOS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&artikel=2.23), vastgesteld op € 34.194,51.
2. Met ingang van 1 januari 2017 wordt het grensbedrag toetsingsinkomen, bedoeld in [artikel 10.5, tweede lid, van de WTOS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&artikel=10.5), vastgesteld op € 3.844,14.
##### Artikel 10. Normbedragen basistoelage
Met ingang van 1 januari 2016 wordt de hoogte van de basistoelage per kalendermaand, bedoeld in [artikel 4.3 van de WTOS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&artikel=4.3), als volgt vastgesteld:
- a. € 112,62 voor een thuiswonende leerling;
- b. € 262,58 voor een uitwonende leerling.
Met ingang van 1 januari 2017 wordt de hoogte van de basistoelage per kalendermaand, bedoeld in [artikel 4.3 van de WTOS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&artikel=4.3), als volgt vastgesteld:
- a. € 113,30 voor een thuiswonende leerling;
- b. € 264,16 voor een uitwonende leerling.
##### Artikel 11. Normbedragen tegemoetkoming schoolkosten ex [artikel 4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&artikel=4.6)
Met ingang van schooljaar 2016–2017 wordt de tegemoetkoming schoolkosten, bedoeld in [artikel 4.6 van de WTOS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&artikel=4.6), als volgt vastgesteld:
| a. onderbouw volledig op grond van de [WVO](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399) bekostigd onderwijs en onderbouw + bovenbouw volledig op grond van de [WEB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625) bekostigd voorbereidend beroepsonderwijs verzorgd in een agrarisch opleidingscentrum | € 79,40 |
| --- | --- |
| b. bovenbouw volledig op grond van de [WVO](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399) bekostigd onderwijs | € 86,94 |
| c. onderbouw niet volledig en rechtstreeks bekostigd vo | € 108,73 |
| d. bovenbouw niet volledig en rechtstreeks bekostigd vo | € 116,30 |
| e. speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs | € 52,75 |
| f. voortgezet algemeen volwassenen onderwijs (vavo) | € 116,30 |
Met ingang van schooljaar 2017–2018 luidt de tegemoetkoming schoolkosten, bedoeld in [artikel 4.6 van de WTOS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&artikel=4.6), als volgt:
| a. onderbouw volledig op grond van de [WVO](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399) bekostigd onderwijs en onderbouw + bovenbouw volledig op grond van de [WEB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625) bekostigd voorbereidend beroepsonderwijs verzorgd in een agrarisch opleidingscentrum | € 79,88 |
| --- | --- |
| b. bovenbouw volledig op grond van de WVO bekostigd onderwijs | € 87.46 |
| c. onderbouw niet volledig en rechtstreeks bekostigd vo | € 109,38 |
| d. bovenbouw niet volledig en rechtstreeks bekostigd vo | € 117,00 |
| e. speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs | € 53,07 |
| f. voortgezet algemeen volwassenen onderwijs (vavo) | € 117,00 |
##### Artikel 12. Normbedrag tegemoetkoming schoolkosten ex [artikel 5.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&artikel=5.4)
Met ingang van het schooljaar 2016–2017 wordt de tegemoetkoming schoolkosten, bedoeld in [artikel 5.4 van de WTOS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&artikel=5.4), vastgesteld op € 731,50.
Met ingang van het schooljaar 2017–2018 wordt de tegemoetkoming schoolkosten, bedoeld in [artikel 5.4 van de WTOS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&artikel=5.4), vastgesteld op € 735,89.
##### Artikel 13. Normbedragen tegemoetkoming schoolkosten ex [artikel 5.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&artikel=5.10)
Met ingang van het schooljaar 2016–2017 wordt de tegemoetkoming schoolkosten, bedoeld in de overzichten 1 en 2 van [artikel 5.10 van de WTOS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&artikel=5.10), als volgt vastgesteld:
Met ingang van het schooljaar 2017–2018 luidt de tegemoetkoming schoolkosten, bedoeld in de overzichten 1 en 2 van [artikel 5.10 van de WTOS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&artikel=5.10), als volgt:
| aantal minuten per week | schoolkosten |
| --- | --- |
| 540 of meer | € 312,98 |
| 540 of meer en voor 1 januari 270 tot 540 | € 156,49 + € 156,49 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd |
| 270 tot 540 | € 210,86 |
| 270 tot 540 en voor 1 januari minder dan 270 | € 105,43 + € 105,43 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd |
| 540 of meer | € 314,86 |
| 540 of meer en voor 1 januari 270 tot 540 | € 157,43 + € 157,43 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd |
| 270 tot 540 | € 212,13 |
| 270 tot 540 en voor 1 januari minder dan 270 | € 106,06 + € 106,07 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd |
| minder dan 270 | nihil |
| aantal minuten per week | schoolkosten |
| --- | --- |
| 540 of meer | € 156,49 |
| 540 of meer en voor 1 januari 270 tot 540 | € 78,25 + € 78,24 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd |
| 270 tot 540 | € 105,43 |
| 270 tot 540 en voor 1 januari minder dan 270 | € 52,72 + € 52,71 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd |
| 540 of meer | € 157,43 |
| 540 of meer en voor 1 januari 270 tot 540 | € 78,72 + € 78,71 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd |
| 270 tot 540 | € 106,06 |
| 270 tot 540 en voor 1 januari minder dan 270 | € 53,03 + € 53,03 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd |
| Minder dan 270 | nihil |
##### Artikel 14. Normbedragen tegemoetkoming schoolkosten ex [artikel 10.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&artikel=10.7)
Met ingang van het schooljaar of studiejaar 2016–2017 wordt de tegemoetkoming in de schoolkosten, genoemd in [artikel 10.7, derde lid, van de WTOS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&artikel=10.7), als volgt vastgesteld:
- a. € 732,00 voor het onderwijs genoemd in onderdeel a;
- b. € 312,98 voor het onderwijs genoemd in onderdeel b;
- c. € 210,86 voor het onderwijs genoemd in onderdeel c.
Met ingang van het schooljaar of studiejaar 2017–2018 wordt de tegemoetkoming in de schoolkosten, genoemd in [artikel 10.7, derde lid, van de WTOS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&artikel=10.7), als volgt vastgesteld:
- a. € 736,00 voor het onderwijs genoemd in onderdeel a;
- b. € 314,86 voor het onderwijs genoemd in onderdeel b;
- c. € 212,13 voor het onderwijs genoemd in onderdeel c.
### Hoofdstuk 4. Normen [WSF BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028393)
##### Artikel 15. Normbedragen studiefinanciering en opstarttoelage BES
Met ingang van 1 januari 2016 worden de bedragen, bedoeld in [artikel 2.2 van de WSF BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028393&artikel=2.2), als volgt vastgesteld:
Met ingang van 1 januari 2017 luiden de bedragen, bedoeld in [artikel 2.2 van de WSF BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028393&artikel=2.2), als volgt:
| I. Onderwijstype | II. Plaats opleiding | III. Prestatiebeurs of gift per maand | IV. Lening tijdens prestatiebeurs per maand | V. Lening na prestatiebeurs per maand |
| --- | --- | --- | --- | --- |
| Beroepsonderwijs | Eigen openbaar lichaam | USD 74,23 | USD 148,46 | USD 222,69 |
| | Ander openbaar lichaam, Aruba, Curaçao, Sint Maarten | USD 241,23 | USD 482,46 | USD 723,69 |
| | Overig deel Caribische regio | USD 371,13 | USD 742,26 | USD 1.113,39 |
| | Verenigde Staten van Amerika | USD 509,11 | USD 1.018,22 | USD 1.527,33 |
| Hoger onderwijs | Eigen openbaar lichaam | USD 139,17 | USD 278,34 | USD 417,51 |
| | Ander openbaar lichaam, Aruba, Curaçao, Sint Maarten | USD 278,33 | USD 556,66 | USD 834,99 |
| | Overig deel Caribische regio | USD 371,13 | USD 742,26 | USD 1.113,39 |
| | Verenigde Staten van Amerika | USD 509,11 | USD 1.018,22 | USD 1.527,33 |
| Beroepsonderwijs | Eigen openbaar lichaam | USD 74,56 | USD 149,12 | USD 223,68 |
| | Ander openbaar lichaam, Aruba, Curaçao, Sint Maarten | USD 242,31 | USD 484,62 | USD 726,93 |
| | Overig deel Caribische regio | USD 372,79 | USD 745,58 | USD 1.118,37 |
| | Verenigde Staten van Amerika | USD 511,39 | USD 1.022,78 | USD 1.534,17 |
| Hoger onderwijs | Eigen openbaar lichaam | USD 139,79 | USD 279,58 | USD 419,37 |
| | Ander openbaar lichaam, Aruba, Curaçao, Sint Maarten | USD 279,58 | USD 559,16 | USD 838,74 |
| | Overig deel Caribische regio | USD 372,79 | USD 745,58 | USD 1.118,37 |
| | Verenigde Staten van Amerika | USD 511,39 | USD 1.022,78 | USD 1.534,17 |
| I. Onderwijstype | II. Plaats opleiding | III. Prestatiebeurs | IV. Lening |
| --- | --- | --- | --- |
| Beroepsonderwijs opleiding niveau 3 of 4 en hoger onderwijs | Europees deel van Nederland | USD 2.561,92 | USD 5.123,84 |
| Beroepsonderwijs opleiding niveau 3 of 4 en hoger onderwijs | Europees deel van Nederland | USD 2.573,40 | USD 5.146,80 |
### Hoofdstuk 5. Wijziging bedragen in andere regelingen
##### Artikel 16. Maximale verrekenbedrag 2015 in de [Regeling studiefinanciering 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011595&wetgeving)
##### Artikel 16. Maximale verrekenbedrag 2015 in de [Regeling studiefinanciering 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011595)
Vervallen
@@ -194,22 +196,22 @@
##### Artikel 8a. Normbedrag kwijtschelding studieschuld
Naar de maatstaf van 1 januari 2016 bedraagt het bedrag, genoemd in [artikel 6.2a, tweede lid, van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=6.2a), € 1.242,18.
Naar de maatstaf van 1 januari 2017 bedraagt het bedrag, genoemd in [artikel 6.2a, tweede lid, van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=6.2a), € 1.249,63.
##### Artikel 8b. Normbedragen cohortgarantie
Naar de maatstaf van 1 januari 2016 luiden de bedragen, genoemd in [artikel 12.14, tweede lid, van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=12.14):
Met ingang van 1 januari 2017 luiden de bedragen, genoemd in [artikel 12.14, tweede lid, van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=12.14), als volgt:
| | thuiswonende | uitwonende |
| --- | --- | --- |
| a. maandbedrag als bedoeld in overzicht 1 van [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=3.18) | € 655,70 | € 862,50 |
| b. basisbeurs als bedoeld in overzicht 2 van [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=3.18) | € 103,78 | € 288,95 |
| c. maximale aanvullende beurs of lening als bedoeld in overzicht 2 van [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=3.18) | € 249,56 | € 271,19 |
| d. basislening als bedoeld in overzicht 2 van [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=3.18) | € 302,36 | € 302,36 |
| a. maandbedrag als bedoeld in overzicht 1 van [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=3.18) | € 659,63 | € 867,68 |
| b. basisbeurs als bedoeld in overzicht 2 van artikel 3.18 | € 104,40 | € 290,68 |
| c. maximale aanvullende beurs of lening als bedoeld in overzicht 2 van artikel 3.18 | € 252,91 | € 274,68 |
| d. basislening als bedoeld in overzicht 2 van artikel 3.18 | € 302,32 | € 302,32 |
##### Artikel 8c. Normbedrag verhoogde aanvullende beurs
Naar de maatstaf van 1 januari 2016 bedragen de bedragen, genoemd in [artikel 12.16, eerste en tweede lid, van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=12.16), € 271,19 onderscheidenlijk € 110,74.
Vervallen
##### Artikel 8d. Normbedrag partnertoeslag
@@ -225,9 +227,9 @@
##### Artikel 5a. Vrije voet veronderstelde ouderlijke bijdrage hoger onderwijs
1. Naar de maatstaf van 1 januari 2016 wordt het bedrag, genoemd in [artikel 3.9a, onder a, van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=3.9a), vastgesteld op € 15.283,32.
2. Naar de maatstaf van 1 januari 2016 wordt het bedrag, genoemd in [artikel 3.9a, onder b, van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=3.9a), vastgesteld op € 19.362,96.
1. Naar de maatstaf van 1 januari 2017 wordt het bedrag, genoemd in [artikel 3.9a, onder a, van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=3.9a), vastgesteld op € 15.530,91.
2. Naar de maatstaf van 1 januari 2017 wordt het bedrag, genoemd in [artikel 3.9a, onder b, van de WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=3.9a), vastgesteld op € 19.676,64.
### Hoofdstuk 3. Normen [WTOS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438)
2016-09-01
Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES — arts. 5, 5
2016-01-01
Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES
2015-09-01
Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES
2015-01-01
Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES — arts. 1, 1, 2 y 23 más
2015-01-01
Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES
original version Tekst op deze datum