Wijzigingsgeschiedenis
Regeling van de Minister van Economische Zaken van 9 december 2014, nr. WJZ/14198645, houdende regels omtrent garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit (Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit)
23 versions
· 2026-01-01
2026-01-01
Regeling garanties van oorsprong
2025-04-01
Regeling garanties van oorsprong — arts. 12, 20, 32
2025-01-01
Regeling garanties van oorsprong — arts. 2, 4, 2 y 33 más
2024-01-01
Regeling garanties van oorsprong — arts. 12, 20, 32
2023-07-01
Regeling garanties van oorsprong — arts. 12, 20, 32
2023-04-27
Regeling garanties van oorsprong — arts. 12, 20, 32
2023-01-01
Regeling garanties van oorsprong — arts. 12, 20, 32
2022-10-01
Regeling garanties van oorsprong — arts. 2, 4, 2 y 25 más
2022-01-01
Regeling garanties van oorsprong — arts. 12, 20, 32
2021-04-30
Regeling garanties van oorsprong
Wijzigingen op 2021-04-30
@@ -36,7 +36,7 @@
- **hoogrenderende warmtekrachtkoppeling:** warmtekrachtkoppeling die voldoet aan bijlage I bij [richtlijn 2012/27](32012L0027)/EU;
- **HR-WKK-eenheid:** een onderdeel binnen een productie-installatie dat zelfstandig warmte en elektriciteit of mechanische energie opwekt op een zodanige wijze dat sprake is van hoogrenderende warmtekrachtkoppeling en waarvoor op grond van de meetvoorwaarden, opgenomen in de bij deze regeling behorende [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971&bijlage=2A&z=2021-04-01&g=2021-04-01), een systeemgrens is bepaald;
- **HR-WKK-eenheid:** een onderdeel binnen een productie-installatie dat zelfstandig warmte en elektriciteit of mechanische energie opwekt op een zodanige wijze dat sprake is van hoogrenderende warmtekrachtkoppeling en waarvoor op grond van de meetvoorwaarden, opgenomen in de bij deze regeling behorende [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971&bijlage=2A&z=2021-04-30&g=2021-04-30), een systeemgrens is bepaald;
- **HR-WKK-elektriciteit:** de elektriciteit die wordt opgewekt door middel van hoogrenderende warmtekrachtkoppeling en die voldoet aan de rendementseisen als bedoeld in bijlage II bij [richtlijn 2012/27](32012L0027)/EU;
@@ -110,11 +110,11 @@
1. Indien een producent:
- a. de netbeheerder verzoekt om de vaststelling, bedoeld in [artikel 16, eerste lid, onderdeel h, van de Elektriciteitswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009755&artikel=16), te verrichten, gebruikt hij hiervoor het formulier dat is opgenomen in [bijlage 1A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971&bijlage=1A&z=2021-04-01&g=2021-04-01);
- b. de netbeheerder verzoekt om de vaststelling, bedoeld in [artikel 10, vijfde lid, onderdeel c, van de Gaswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011440&artikel=10) te verrichten, gebruikt hij hiervoor het formulier dat is opgenomen in [bijlage 1C](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971&bijlage=1C&z=2021-04-01&g=2021-04-01);
- c. de meetverantwoordelijke verzoekt om de vaststelling, bedoeld in [artikel 27 van de Warmtewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&artikel=27) te verrichten, gebruikt hij hiervoor het formulier dat is opgenomen in [bijlage 1D](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971&bijlage=1d&z=2021-04-01&g=2021-04-01).
- a. de netbeheerder verzoekt om de vaststelling, bedoeld in [artikel 16, eerste lid, onderdeel h, van de Elektriciteitswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009755&artikel=16), te verrichten, gebruikt hij hiervoor het formulier dat is opgenomen in [bijlage 1A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971&bijlage=1A&z=2021-04-30&g=2021-04-30);
- b. de netbeheerder verzoekt om de vaststelling, bedoeld in [artikel 10, vijfde lid, onderdeel c, van de Gaswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011440&artikel=10) te verrichten, gebruikt hij hiervoor het formulier dat is opgenomen in [bijlage 1C](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971&bijlage=1C&z=2021-04-30&g=2021-04-30);
- c. de meetverantwoordelijke verzoekt om de vaststelling, bedoeld in [artikel 27 van de Warmtewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&artikel=27) te verrichten, gebruikt hij hiervoor het formulier dat is opgenomen in [bijlage 1D](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971&bijlage=1d&z=2021-04-30&g=2021-04-30).
2. Een producent:
@@ -124,7 +124,7 @@
3. Het tweede lid, onderdeel b, is niet van toepassing op een producent voor zover deze een productie-installatie in stand houdt met een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan 15 kW.
4. Indien [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=7&z=2021-04-01&g=2021-04-01) bepaalt dat een producent een meetprotocol moet opstellen, legt de producent bij het verzoek, bedoeld in het eerste lid, een op basis van artikel 7 goedgekeurd meetprotocol over aan de netbeheerder. De netbeheerder stelt vast of een toepasselijk meetprotocol aanwezig is dat is goedgekeurd door een meetverantwoordelijke vòòr de eerste dag van de kalendermaand waarin de producent het verzoek heeft ingediend.
4. Indien [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=7&z=2021-04-30&g=2021-04-30) bepaalt dat een producent een meetprotocol moet opstellen, legt de producent bij het verzoek, bedoeld in het eerste lid, een op basis van artikel 7 goedgekeurd meetprotocol over aan de netbeheerder. De netbeheerder stelt vast of een toepasselijk meetprotocol aanwezig is dat is goedgekeurd door een meetverantwoordelijke vòòr de eerste dag van de kalendermaand waarin de producent het verzoek heeft ingediend.
5. De producent die een productie-installatie in stand houdt met een aansluitwaarde gelijk aan of kleiner dan 3 × 80 A die een verzoek als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a indient, kan afzien van het installeren van een meetinrichting die geschikt is voor meting van de hoeveelheid opgewekte elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen die op een net of een installatie wordt ingevoed. Hij maakt hiervan melding op het formulier bedoeld in het eerste lid.
@@ -154,7 +154,7 @@
- b. voor gas, de voorwaarden op grond van [artikel 12b, eerste lid, onderdeel b, van de Gaswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011440&artikel=12b);
- c. voor warmte, de voorwaarden die zijn opgenomen in [bijlage 2C](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971&bijlage=2C&z=2021-04-01&g=2021-04-01).
- c. voor warmte, de voorwaarden die zijn opgenomen in [bijlage 2C](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971&bijlage=2C&z=2021-04-30&g=2021-04-30).
2. In het geval de nauwkeurigheidseisen van de meetinrichting op de aansluiting waarachter deze installatie zich bevindt niet passend zijn bij het vermogen van de productie-installatie, voldoet de meetinrichting van de productie-installatie in afwijking van het eerste lid aan de nauwkeurigheidseisen zoals passend bij het vermogen van de productie-installatie.
@@ -174,7 +174,7 @@
3. Indien jaarlijks een meetbericht wordt opgesteld, wordt de meetwaarde toegewezen aan de laatste volledige kalendermaand van de periode die is bemeten.
4. Indien een producent als bedoeld in [artikel 2, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=2&artikel=2&z=2021-04-01&g=2021-04-01), voor de opwekking van duurzame elektriciteit geen meetinrichting heeft die geschikt is voor de meting van de hoeveelheid duurzaam opgewekte elektriciteit die op een net wordt ingevoed, wordt de hoeveelheid duurzaam opgewekte elektriciteit die door de betreffende productie-installaties op een net wordt ingevoed gesteld op nul kWh.
4. Indien een producent als bedoeld in [artikel 2, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=2&artikel=2&z=2021-04-30&g=2021-04-30), voor de opwekking van duurzame elektriciteit geen meetinrichting heeft die geschikt is voor de meting van de hoeveelheid duurzaam opgewekte elektriciteit die op een net wordt ingevoed, wordt de hoeveelheid duurzaam opgewekte elektriciteit die door de betreffende productie-installaties op een net wordt ingevoed gesteld op nul kWh.
##### Artikel 6
@@ -192,17 +192,17 @@
- b. het opwekken van duurzame elektriciteit door middel van een afvalverbrandingsinstallatie en aan de producent die deze installatie in stand houdt subsidie op grond van [artikel 72m van de Elektriciteitswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009755&artikel=72m) zoals dat luidde op 31 december 2008, is verleend,
iedere vijf jaar een meetprotocol vast dat voldoet aan de meetvoorwaarden die zijn opgenomen in [bijlage 2A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971&bijlage=2A&z=2021-04-01&g=2021-04-01).
2. Voor het verkrijgen van garanties van oorsprong stelt een producent die een productie-installatie in stand houdt voor het opwekken van duurzame elektriciteit door middel van naar zijn aard zuiver biogas iedere vijf jaar een meetprotocol vast dat voldoet aan de meetvoorwaarden die zijn opgenomen in [bijlage 2B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971&bijlage=2B&z=2021-04-01&g=2021-04-01).
3. Voor het verkrijgen van garanties van oorsprong stelt een producent die een productie-installatie in stand houdt voor het opwekken van warmte uit hernieuwbare energiebronnen iedere vijf jaar een meetprotocol vast dat voldoet aan de meetvoorwaarden die zijn opgenomen in [bijlage 2C](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971&bijlage=2C&z=2021-04-01&g=2021-04-01).
4. Voor het verkrijgen van garanties van oorsprong stelt een producent die een productie-installatie in stand houdt voor het opwekken van gas uit hernieuwbare energiebronnen iedere vijf jaar een meetprotocol vast dat voldoet aan de meetvoorwaarden die zijn opgenomen in [bijlage 2D](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971&bijlage=2d&z=2021-04-01&g=2021-04-01).
5. Voor het verkrijgen van garanties van oorsprong stelt een producent die een productie-installatie in stand houdt voor het opwekken van HR-WKK-elektriciteit iedere vijf jaar een meetprotocol vast dat voldoet aan de meetvoorwaarden die zijn opgenomen in [bijlage 2E](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971&bijlage=2e&z=2021-04-01&g=2021-04-01).
6. De producent laat het meetprotocol voor de eerste dag van de kalendermaand waarin hij het verzoek, bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=2&artikel=2&z=2021-04-01&g=2021-04-01), indient, goedkeuren door een meetverantwoordelijke.
iedere vijf jaar een meetprotocol vast dat voldoet aan de meetvoorwaarden die zijn opgenomen in [bijlage 2A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971&bijlage=2A&z=2021-04-30&g=2021-04-30).
2. Voor het verkrijgen van garanties van oorsprong stelt een producent die een productie-installatie in stand houdt voor het opwekken van duurzame elektriciteit door middel van naar zijn aard zuiver biogas iedere vijf jaar een meetprotocol vast dat voldoet aan de meetvoorwaarden die zijn opgenomen in [bijlage 2B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971&bijlage=2B&z=2021-04-30&g=2021-04-30).
3. Voor het verkrijgen van garanties van oorsprong stelt een producent die een productie-installatie in stand houdt voor het opwekken van warmte uit hernieuwbare energiebronnen iedere vijf jaar een meetprotocol vast dat voldoet aan de meetvoorwaarden die zijn opgenomen in [bijlage 2C](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971&bijlage=2C&z=2021-04-30&g=2021-04-30).
4. Voor het verkrijgen van garanties van oorsprong stelt een producent die een productie-installatie in stand houdt voor het opwekken van gas uit hernieuwbare energiebronnen iedere vijf jaar een meetprotocol vast dat voldoet aan de meetvoorwaarden die zijn opgenomen in [bijlage 2D](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971&bijlage=2d&z=2021-04-30&g=2021-04-30).
5. Voor het verkrijgen van garanties van oorsprong stelt een producent die een productie-installatie in stand houdt voor het opwekken van HR-WKK-elektriciteit iedere vijf jaar een meetprotocol vast dat voldoet aan de meetvoorwaarden die zijn opgenomen in [bijlage 2E](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971&bijlage=2e&z=2021-04-30&g=2021-04-30).
6. De producent laat het meetprotocol voor de eerste dag van de kalendermaand waarin hij het verzoek, bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=2&artikel=2&z=2021-04-30&g=2021-04-30), indient, goedkeuren door een meetverantwoordelijke.
7. Indien de producent voornemens is een aanpassing door te voeren die een wijziging van het meetprotocol tot gevolg heeft, draagt hij er zorg voor dat alvorens hij die aanpassing doorvoert, een nieuw meetprotocol wordt opgesteld en wordt goedgekeurd door een meetverantwoordelijke. De termijn van 5 jaar, bedoeld in het eerste tot en met het vijfde lid, wordt geacht aan te vangen op het moment van goedkeuring van het nieuwe meetprotocol.
@@ -210,7 +210,7 @@
##### Artikel 8
1. Indien de producent op grond van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=7&z=2021-04-01&g=2021-04-01) een meetprotocol vaststelt, draagt de producent er zorg voor dat alle energiestromen die zijn omschreven in de meetvoorwaarden die zijn opgenomen in [bijlagen 2A tot en met 2E](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971&bijlage=2A&z=2021-04-01&g=2021-04-01) en die de systeemgrens passeren gemeten worden volgens het meetprotocol.
1. Indien de producent op grond van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=7&z=2021-04-30&g=2021-04-30) een meetprotocol vaststelt, draagt de producent er zorg voor dat alle energiestromen die zijn omschreven in de meetvoorwaarden die zijn opgenomen in [bijlagen 2A tot en met 2E](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971&bijlage=2A&z=2021-04-30&g=2021-04-30) en die de systeemgrens passeren gemeten worden volgens het meetprotocol.
2. Indien een meetverantwoordelijke afwijkingen van het meetprotocol constateert meldt de meetverantwoordelijke de Minister dat binnen vier weken na constatering.
@@ -226,15 +226,15 @@
##### Artikel 10
1. Indien de producent op grond van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=7&z=2021-04-01&g=2021-04-01) een meetprotocol vaststelt, draagt de producent er zorg voor dat per kalendermaand onder toepassing van het meetprotocol een meetrapport wordt opgesteld dat:
- a. voldoet aan de meetvoorwaarden, opgenomen in de bij deze regeling behorende [bijlagen 2A tot en met 2E](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971&bijlage=2A&z=2021-04-01&g=2021-04-01);
1. Indien de producent op grond van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=7&z=2021-04-30&g=2021-04-30) een meetprotocol vaststelt, draagt de producent er zorg voor dat per kalendermaand onder toepassing van het meetprotocol een meetrapport wordt opgesteld dat:
- a. voldoet aan de meetvoorwaarden, opgenomen in de bij deze regeling behorende [bijlagen 2A tot en met 2E](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971&bijlage=2A&z=2021-04-30&g=2021-04-30);
- b. de wijze van totstandkoming van de meetgegevens beschrijft, en
- c. geverifieerd wordt door een meetverantwoordelijke, waarbij de meetverantwoordelijke ten minste de meetgegevens en de door de producent opgegeven brandstof ten opzichte van de geproduceerde energie controleert.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op producenten als bedoeld in [artikel 17, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=4&artikel=17&z=2021-04-01&g=2021-04-01).
2. Het eerste lid is niet van toepassing op producenten als bedoeld in [artikel 17, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=4&artikel=17&z=2021-04-30&g=2021-04-30).
##### Artikel 11
@@ -246,9 +246,9 @@
- b. een productie-installatie voor warmte uit hernieuwbare energiebronnen groter dan 3 MWth of een HR-WKK-installatie in stand houdt het meetrapport uiterlijk twee maanden na afloop van de kalendermaand waar het meetrapport betrekking op heeft over aan de minister.
3. Indien in een productie-installatie naar zijn aard zuiver biogas wordt verwerkt en de producent subsidie ontvangt op grond van [artikel 2 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&artikel=2), rapporteert de producent gelijktijdig met de overlegging van het meetrapport over de ingezette biomassa middels het formulier dat is opgenomen in [bijlage 3A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971&bijlage=3A&z=2021-04-01&g=2021-04-01).
4. Indien in een productie-installatie biomassa of overige brandstoffen worden verwerkt, verklaart de producent gelijktijdig met het overleggen van het meetbericht, bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=5&z=2021-04-01&g=2021-04-01), welk gewogen percentage van de door zijn productie-installatie in de desbetreffende kalendermaand of het desbetreffende kalenderjaar opgewekte totale hoeveelheid energie uit hernieuwbare energiebronnen is opgewekt door middel van:
3. Indien in een productie-installatie naar zijn aard zuiver biogas wordt verwerkt en de producent subsidie ontvangt op grond van [artikel 2 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&artikel=2), rapporteert de producent gelijktijdig met de overlegging van het meetrapport over de ingezette biomassa.
4. Indien in een productie-installatie biomassa of overige brandstoffen worden verwerkt, verklaart de producent gelijktijdig met het overleggen van het meetbericht, bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=5&z=2021-04-30&g=2021-04-30), welk gewogen percentage van de door zijn productie-installatie in de desbetreffende kalendermaand of het desbetreffende kalenderjaar opgewekte totale hoeveelheid energie uit hernieuwbare energiebronnen is opgewekt door middel van:
- a. zuivere biomassa;
@@ -260,11 +260,11 @@
##### Artikel 12
1. In afwijking van [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=11&z=2021-04-01&g=2021-04-01) legt een producent die een productie-installatie voor gas uit hernieuwbare energiebronnen in stand houdt het meetrapport uiterlijk 20 dagen na afloop van de kalendermaand waar het meetrapport betrekking op heeft over aan de netbeheerder.
1. In afwijking van [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=11&z=2021-04-30&g=2021-04-30) legt een producent die een productie-installatie voor gas uit hernieuwbare energiebronnen in stand houdt het meetrapport uiterlijk 20 dagen na afloop van de kalendermaand waar het meetrapport betrekking op heeft over aan de netbeheerder.
2. De netbeheerder berekent op basis van de in het meetrapport opgenomen meetgegevens de hoeveelheid gas uit hernieuwbare energiebronnen in m3(n) aardgasequivalent.
3. De netbeheerder vermeldt de in het tweede lid bedoelde hoeveelheid gas in het meetbericht, bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=5&z=2021-04-01&g=2021-04-01).
3. De netbeheerder vermeldt de in het tweede lid bedoelde hoeveelheid gas in het meetbericht, bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=5&z=2021-04-30&g=2021-04-30).
##### Artikel 13
@@ -278,7 +278,7 @@
##### Artikel 15
1. Indien in een productie-installatie zuivere biomassa wordt verwerkt, verklaart de producent dat hij door middel van een daartoe geëigende methode als bedoeld in [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=4&artikel=16&z=2021-04-01&g=2021-04-01) aan de hand van bemonstering per partij vaststelt dat het materiaal waaruit de energie uit hernieuwbare energiebronnen wordt opgewekt, is aan te merken als zuivere biomassa.
1. Indien in een productie-installatie zuivere biomassa wordt verwerkt, verklaart de producent dat hij door middel van een daartoe geëigende methode als bedoeld in [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=4&artikel=16&z=2021-04-30&g=2021-04-30) aan de hand van bemonstering per partij vaststelt dat het materiaal waaruit de energie uit hernieuwbare energiebronnen wordt opgewekt, is aan te merken als zuivere biomassa.
2. Indien in een productie-installatie biomassa wordt verwerkt die een behandeling heeft ondergaan, zoals pyrolyse, torrefactie of carbonisatie, hanteert de producent in afwijking van het eerste lid, een daartoe geëigende methode om vast te stellen dat de biomassa vóór de behandeling is aan te merken als zuivere biomassa.
@@ -290,13 +290,13 @@
##### Artikel 16
1. De methode van vaststelling, bedoeld in [artikel 15, eerste, derde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=4&artikel=15&z=2021-04-01&g=2021-04-01), is geëigend als de producent ter zake van de werkzaamheden voor de bepaling van het biologisch afbreekbare gedeelte van de biomassa beschikt over:
1. De methode van vaststelling, bedoeld in [artikel 15, eerste, derde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=4&artikel=15&z=2021-04-30&g=2021-04-30), is geëigend als de producent ter zake van de werkzaamheden voor de bepaling van het biologisch afbreekbare gedeelte van de biomassa beschikt over:
- a. een productcertificaat als bedoeld in de Kiwa-beoordelingsrichtlijn BRL-K 10016 voor de vaststelling van het aandeel biomassa in secundaire brandstoffen, of
- b. een schriftelijk bewijs dat hij voldoet aan vergelijkbare procesnormen als vastgelegd in Kiwa-beoordelingsrichtlijn BRL-K 10016.
2. De methode van vaststelling, bedoeld in [artikel 15, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=4&artikel=15&z=2021-04-01&g=2021-04-01), is geëigend als de producent beschikt over:
2. De methode van vaststelling, bedoeld in [artikel 15, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=4&artikel=15&z=2021-04-30&g=2021-04-30), is geëigend als de producent beschikt over:
- a. een certificaat behorend bij de behandelde biomassa, afgegeven door een certificeringsinstantie, waaruit blijkt dat de oorsprong van de biomassa van die partijen volledig is aan te merken als zuivere biomassa, en
@@ -318,23 +318,19 @@
- e. elektriciteit produceren met verschillende typen niet hernieuwbare brandstoffen.
2. Uiterlijk vier maanden na afloop van het kalenderjaar overlegt een producent aan de minister een assurancerapport van een externe accountant dat betrekking heeft op dat kalenderjaar en dat is opgesteld met inachtneming van het controleprotocol Assurance rapport biomassa dat:
- a. voor duurzame elektriciteit en warmte uit hernieuwbare energie bronnen is opgenomen in [bijlage 3A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971&bijlage=3A&z=2021-04-01&g=2021-04-01) en,
- b. voor gas uit hernieuwbare energiebronnen is opgenomen in [bijlage 3B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971&bijlage=3B&z=2021-04-01&g=2021-04-01).
2. Uiterlijk vier maanden na afloop van het kalenderjaar overlegt een producent aan de minister een assurancerapport van een externe accountant dat betrekking heeft op dat kalenderjaar.
3. Uit het assurancerapport blijkt eenduidig:
- a. per kalendermaand de hoeveelheid, aard en, in honderdsten van procenten nauwkeurig, de verhouding van de in de productie-installatie verwerkte brandstoffen;
- b. of de door de producent op grond van [artikel 11, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=11&z=2021-04-01&g=2021-04-01), meegedeelde percentages overeenstemmen met de verhouding van de onder a bedoelde brandstoffen;
- c. of uit de administratie van de producent of van uit andere de accountant ter beschikking staande gegevens volgt dat er gedurende het afgelopen jaar in overeenstemming is gehandeld met de overgelegde verklaring, bedoeld in [artikel 11, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=11&z=2021-04-01&g=2021-04-01).
4. Ten behoeve van het bepalen van de gegevens, bedoeld in het derde lid, gaat de accountant na of een juiste toepassing is gegeven aan de geëigende methode, bedoeld in [artikel 16, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=4&artikel=16&z=2021-04-01&g=2021-04-01).
5. Indien op verzoek van de producent op de garantie van oorsprong voor gas uit hernieuwbare energiebronnen de gegevens, bedoeld in [artikel 24 derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=6&artikel=24&z=2021-04-01&g=2021-04-01), worden opgenomen, blijkt uit het assurancerapport tevens dat deze gegevens overeenkomen met de gegevens uit de audit die is uitgevoerd op het toegepaste duurzaamheidssysteem.
- b. of de door de producent op grond van [artikel 11, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=11&z=2021-04-30&g=2021-04-30), meegedeelde percentages overeenstemmen met de verhouding van de onder a bedoelde brandstoffen;
- c. of uit de administratie van de producent of van uit andere de accountant ter beschikking staande gegevens volgt dat er gedurende het afgelopen jaar in overeenstemming is gehandeld met de overgelegde verklaring, bedoeld in [artikel 11, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=11&z=2021-04-30&g=2021-04-30).
4. Ten behoeve van het bepalen van de gegevens, bedoeld in het derde lid, gaat de accountant na of de producent beschikt over de benodigde documentatie voor de onderbouwing van het gebruik van de geëigende methode, bedoeld in [artikel 16, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=4&artikel=16&z=2021-04-30&g=2021-04-30).
5. Indien op verzoek van de producent op de garantie van oorsprong voor gas uit hernieuwbare energiebronnen de gegevens, bedoeld in [artikel 24 derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=6&artikel=24&z=2021-04-30&g=2021-04-30), worden opgenomen, blijkt uit het assurancerapport tevens dat deze gegevens overeenkomen met de gegevens uit de audit die is uitgevoerd op het toegepaste duurzaamheidssysteem.
##### Artikel 18
@@ -350,7 +346,7 @@
##### Artikel 20
1. Dit artikel is uitsluitend van toepassing op een producent als bedoeld in [artikel 7, eerste lid, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=7&z=2021-04-01&g=2021-04-01).
1. Dit artikel is uitsluitend van toepassing op een producent als bedoeld in [artikel 7, eerste lid, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=7&z=2021-04-30&g=2021-04-30).
2. Het rendement van een afvalverbrandingsinstallatie of van een AVI-eenheid bedraagt:
@@ -380,7 +376,7 @@
Rm-1 = het rendement als bedoeld in het derde lid voor de maand voorafgaand aan m.
4. De minister bepaalt na ontvangst van het meetrapport het rendement en het gewogen maandelijks rendement van een afvalverbrandingsinstallatie en van een AVI-eenheid. Het rendement wordt niet bepaald voor de periode die ligt vóór het moment dat de producent een verzoek als bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=2&artikel=2&z=2021-04-01&g=2021-04-01), heeft gedaan. Het gewogen maandelijks rendement wordt in het eerste jaar bepaald over de maanden nadat de producent een verzoek als bedoeld in artikel 2, eerste lid, heeft gedaan.
4. De minister bepaalt na ontvangst van het meetrapport het rendement en het gewogen maandelijks rendement van een afvalverbrandingsinstallatie en van een AVI-eenheid. Het rendement wordt niet bepaald voor de periode die ligt vóór het moment dat de producent een verzoek als bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=2&artikel=2&z=2021-04-30&g=2021-04-30), heeft gedaan. Het gewogen maandelijks rendement wordt in het eerste jaar bepaald over de maanden nadat de producent een verzoek als bedoeld in artikel 2, eerste lid, heeft gedaan.
5. De minister kan het product van de massa van het in de afvalverbrandingsinstallatie en de AVI-eenheid per kalendermaand verwerkte afval en overige brandstoffen, en de calorische waarde van het verwerkte afval en overige brandstoffen mede bepalen op basis van de in de meetvoorwaarden beschreven iteratieve methode.
@@ -392,19 +388,19 @@
##### Artikel 22
1. De minister boekt garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong die betrekking hebben op de energie die is opgewekt vanaf de eerste dag van de kalendermaand waarin de producent het verzoek, bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=2&artikel=2&z=2021-04-01&g=2021-04-01), heeft gedaan op de door de producent gespecificeerde rekening, indien:
- a. de producent beschikt over een geldige vaststelling, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=2&artikel=2&z=2021-04-01&g=2021-04-01), en
- b. het meetbericht, bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=5&z=2021-04-01&g=2021-04-01) of de benodigde meetgegevens, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a en [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=9&z=2021-04-01&g=2021-04-01), eerste lid en voor zover van toepassing de biomassapercentages met betrekking tot de hoeveelheid energie uit hernieuwbare energiebronnen of HR-WKK-elektriciteit die vanaf dat moment is opgewekt zijn overlegd.
2. Indien de producent een afvalverbrandingsinstallatie in stand houdt, hanteert de minister bij het bepalen van het aantal uit te geven garanties van oorsprong de percentages, bedoeld in [artikel 19, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=5&artikel=19&z=2021-04-01&g=2021-04-01).
1. De minister boekt garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong die betrekking hebben op de energie die is opgewekt vanaf de eerste dag van de kalendermaand waarin de producent het verzoek, bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=2&artikel=2&z=2021-04-30&g=2021-04-30), heeft gedaan op de door de producent gespecificeerde rekening, indien:
- a. de producent beschikt over een geldige vaststelling, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=2&artikel=2&z=2021-04-30&g=2021-04-30), en
- b. het meetbericht, bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=5&z=2021-04-30&g=2021-04-30) of de benodigde meetgegevens, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a en [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=9&z=2021-04-30&g=2021-04-30), eerste lid en voor zover van toepassing de biomassapercentages met betrekking tot de hoeveelheid energie uit hernieuwbare energiebronnen of HR-WKK-elektriciteit die vanaf dat moment is opgewekt zijn overlegd.
2. Indien de producent een afvalverbrandingsinstallatie in stand houdt, hanteert de minister bij het bepalen van het aantal uit te geven garanties van oorsprong de percentages, bedoeld in [artikel 19, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=5&artikel=19&z=2021-04-30&g=2021-04-30).
##### Artikel 23
1. Een rekeninghouder die over garanties van oorsprong of certificaten van oorsprong beschikt kan deze garanties van oorsprong, niet zijnde garanties van oorsprong voor niet-netlevering, of certificaten van oorsprong, niet zijnde certificaten van oorsprong voor niet-netlevering, overboeken op een andere rekening.
2. Een producent of handelaar die over garanties van oorsprong beschikt waarop de gegevens, genoemd in [artikel 24, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=6&artikel=24&z=2021-04-01&g=2021-04-01), zijn vermeld, die hij wil gebruiken of wil doen gebruiken om hernieuwbare brandstofeenheden als bedoeld in [artikel 9.7.3.1. van de Wet milieubeheer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&artikel=9.7.3.1) te verwerven, boekt deze garanties over op de rekening van de Nederlandse Emissieautoriteit.
2. Een producent of handelaar die over garanties van oorsprong beschikt waarop de gegevens, genoemd in [artikel 24, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=6&artikel=24&z=2021-04-30&g=2021-04-30), zijn vermeld, die hij wil gebruiken of wil doen gebruiken om hernieuwbare brandstofeenheden als bedoeld in [artikel 9.7.3.1. van de Wet milieubeheer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&artikel=9.7.3.1) te verwerven, boekt deze garanties over op de rekening van de Nederlandse Emissieautoriteit.
##### Artikel 24
@@ -418,7 +414,7 @@
- 1°. de soort biomassa;
- 2°. de afgegeven certificaten, bedoeld in [artikel 11, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=11&z=2021-04-01&g=2021-04-01);
- 2°. de afgegeven certificaten, bedoeld in [artikel 11, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=11&z=2021-04-30&g=2021-04-30);
- d. de begindatum en einddatum van de productie;
@@ -458,7 +454,7 @@
- e. broeikasgasemissie zoals berekend door het duurzaamheidsysteem;
- f. energieproductie zonder, indien toegepast, correctie voor eigen gebruik van het gas als vermeld in [artikel 6 tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=6&z=2021-04-01&g=2021-04-01).
- f. energieproductie zonder, indien toegepast, correctie voor eigen gebruik van het gas als vermeld in [artikel 6 tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=6&z=2021-04-30&g=2021-04-30).
4. Op een certificaat van oorsprong wordt in ieder geval vermeld:
@@ -486,7 +482,7 @@
1. Een certificaat van oorsprong en een garantie van oorsprong, niet zijnde een garantie van oorsprong voor gas uit hernieuwbare bronnen die is overgeboekt aan de Nederlandse Emissieautoriteit, verliest haar geldigheid:
- a. na afboeking als bewijs van levering als bedoeld in [artikel 25, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=6&artikel=25&z=2021-04-01&g=2021-04-01), of [artikel 77a, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009755&artikel=77a);
- a. na afboeking als bewijs van levering als bedoeld in [artikel 25, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=6&artikel=25&z=2021-04-30&g=2021-04-30), of [artikel 77a, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009755&artikel=77a);
- b. uiterlijk na het verstrijken van de twaalf maanden na de einddatum van de productie van de energie waarvoor de garantie van oorsprong of het certificaat van oorsprong is geboekt.
@@ -502,9 +498,9 @@
##### Artikel 28
1. Indien de overeenkomstig [artikel 11, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=11&z=2021-04-01&g=2021-04-01), meegedeelde percentages afwijken van de percentages die uit het meetrapport als bedoeld in [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=10&z=2021-04-01&g=2021-04-01) of uit assurancerapport als bedoeld in [artikel 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=4&artikel=17&z=2021-04-01&g=2021-04-01) blijken, corrigeert de minister het ten gevolge van deze afwijking ontstane verschil door garanties van oorsprong of certificaten van oorsprong bij te boeken of af te boeken van de desbetreffende rekening.
2. Indien het in [artikel 11, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=11&z=2021-04-01&g=2021-04-01), [artikel 12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=12&z=2021-04-01&g=2021-04-01), of [artikel 17, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=4&artikel=17&z=2021-04-01&g=2021-04-01), bedoelde tijdstip van indiening van het meetrapport of het assurancerapport wordt overschreden, vermindert de minister het aantal garanties van oorsprong of certificaten van oorsprong op de rekening van de rekeninghouder met toepassing van de formule:
1. Indien de overeenkomstig [artikel 11, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=11&z=2021-04-30&g=2021-04-30), meegedeelde percentages afwijken van de percentages die uit het meetrapport als bedoeld in [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=10&z=2021-04-30&g=2021-04-30) of uit assurancerapport als bedoeld in [artikel 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=4&artikel=17&z=2021-04-30&g=2021-04-30) blijken, corrigeert de minister het ten gevolge van deze afwijking ontstane verschil door garanties van oorsprong of certificaten van oorsprong bij te boeken of af te boeken van de desbetreffende rekening.
2. Indien het in [artikel 11, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=11&z=2021-04-30&g=2021-04-30), [artikel 12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=12&z=2021-04-30&g=2021-04-30), of [artikel 17, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=4&artikel=17&z=2021-04-30&g=2021-04-30), bedoelde tijdstip van indiening van het meetrapport of het assurancerapport wordt overschreden, vermindert de minister het aantal garanties van oorsprong of certificaten van oorsprong op de rekening van de rekeninghouder met toepassing van de formule:
hoeveelheid af te boeken garanties van oorsprong of certificaten van oorsprong = [EHE/365 * OT] / 1 MWh,
@@ -514,7 +510,7 @@
OT = aantal overschrijdingstijdvakken van één dag.
3. Indien het meetrapport of het assurancerapport niet voldoet aan de vereisten, bedoeld in de [artikelen 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=11&z=2021-04-01&g=2021-04-01), [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=12&z=2021-04-01&g=2021-04-01) of [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=4&artikel=17&z=2021-04-01&g=2021-04-01) geeft de minister de producent vier weken de tijd om het meetrapport of het assurancerapport alsnog aan deze eisen te laten voldoen. Indien de producent hieraan geen of onvoldoende gehoor geeft, vermindert de minister het aantal garanties van oorsprong op de rekening van de rekeninghouder met toepassing van de in het tweede lid opgenomen formule.
3. Indien het meetrapport of het assurancerapport niet voldoet aan de vereisten, bedoeld in de [artikelen 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=11&z=2021-04-30&g=2021-04-30), [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=12&z=2021-04-30&g=2021-04-30) of [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=4&artikel=17&z=2021-04-30&g=2021-04-30) geeft de minister de producent vier weken de tijd om het meetrapport of het assurancerapport alsnog aan deze eisen te laten voldoen. Indien de producent hieraan geen of onvoldoende gehoor geeft, vermindert de minister het aantal garanties van oorsprong op de rekening van de rekeninghouder met toepassing van de in het tweede lid opgenomen formule.
4. In afwijking van het derde lid kan de Minister op verzoek van een producent de in dat lid genoemde termijn verlengen indien de producent aantoont dat het onmogelijk is om aan deze termijn te voldoen.
@@ -608,7 +604,7 @@
2. Het aantal garanties van oorsprong en het aantal garanties van oorsprong voor niet-netlevering dat op het moment van inwerkingtreding van deze regeling is geboekt op een rekening als bedoeld in [artikel 77, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009755&artikel=77), of [artikel 77cb, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009755&artikel=77cb) zoals dat luidde op 31 december 2014 wordt geacht te zijn geboekt op een rekening als bedoeld in [artikel 73, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009755&artikel=73).
3. De periode van vijf jaar, bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=2&artikel=3&z=2021-04-01&g=2021-04-01), en [artikel 5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=5&z=2021-04-01&g=2021-04-01) wordt ten aanzien van een producent, die op het moment van inwerkingtreding van deze regeling beschikt over een rekening als bedoeld in [artikel 77, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009755&artikel=77), of [artikel 77cb, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009755&artikel=77cb) zoals dat luidde op 31 december 2014, geacht aan te vangen op het moment dat de netbeheerder de vaststelling verrichtte, als bedoeld in [artikel 2 van de Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0016021&artikel=2) zoals dat luidde op 31 december 2014 of in [artikel 3 van de Regeling garanties van oorsprong voor elektriciteit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0016021&artikel=3) opgewekt in installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling zoals dat luidde op december juni 2014.
3. De periode van vijf jaar, bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=2&artikel=3&z=2021-04-30&g=2021-04-30), en [artikel 5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=5&z=2021-04-30&g=2021-04-30) wordt ten aanzien van een producent, die op het moment van inwerkingtreding van deze regeling beschikt over een rekening als bedoeld in [artikel 77, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009755&artikel=77), of [artikel 77cb, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009755&artikel=77cb) zoals dat luidde op 31 december 2014, geacht aan te vangen op het moment dat de netbeheerder de vaststelling verrichtte, als bedoeld in [artikel 2 van de Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0016021&artikel=2) zoals dat luidde op 31 december 2014 of in [artikel 3 van de Regeling garanties van oorsprong voor elektriciteit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0016021&artikel=3) opgewekt in installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling zoals dat luidde op december juni 2014.
4. Een producent die voor de inwerkingtreding van deze regeling een productie-installatie voor het opwekken van gas uit hernieuwbare energiebronnen in stand houdt en beschikt over een door Vertogas B.V. goedgekeurd meetprotocol wordt voor de periode waarvoor deze goedkeuring is verleend geacht te beschikken over een vaststelling als bedoeld in artikel 2.
@@ -1845,7 +1841,7 @@
##### Artikel 25a
Voor de toepassing van [artikel 77a van de Elektriciteitswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009755&artikel=77a) alsmede van [artikel 25, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=6&artikel=25&z=2021-04-01&g=2021-04-01), geldt een:
Voor de toepassing van [artikel 77a van de Elektriciteitswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009755&artikel=77a) alsmede van [artikel 25, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=6&artikel=25&z=2021-04-30&g=2021-04-30), geldt een:
- a. garantie van oorsprong voor niet-netlevering slechts als bewijs voor levering aan een eindafnemer die aan dezelfde directe lijn aangesloten is als waar de energie is ingevoed of op wiens installatie de energie direct is ingevoed;
@@ -1865,7 +1861,7 @@
Etiketteringscertificaten die zijn afgegeven op grond van [artikel 15 van de Regeling afnemers en monitoring Elektriciteitswet 1998 en Gaswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0016979&artikel=15) voor elektriciteit opgewekt in juli tot en met december 2019 worden vanaf 1 januari 2020 gezien als certificaten van oorsprong.
## Bijlage 1A. behorende bij [artikel 2, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=2&artikel=2&z=2021-04-01&g=2021-04-01), van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong
## Bijlage 1A. behorende bij [artikel 2, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=2&artikel=2&z=2021-04-30&g=2021-04-30), van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong
Met dit formulier verklaart u duurzame elektriciteit te produceren, verzoekt u de netbeheerder vast te stellen of uw meetinrichting geschikt is voor de meting van duurzame elektriciteit en verzoekt u de netbeheerder de meetgegevens met betrekking tot de door u geproduceerde duurzame elektriciteit mede te delen aan de Minister.
@@ -1984,13 +1980,13 @@
- e. Indien uw aanvraag een afvalverbrandingsinstallatie betreft: hebt u een MEP-subsidiebeschikking of een SDE-subsidiebeschikking voor het jaar 2008, 2009 of 2010?
- o. Ja (voeg een meetprotocol toe, dat voldoet aan de AVI-meetvoorwaarden ([bijlage 2A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971&bijlage=2A&z=2021-04-01&g=2021-04-01) bij de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong))
- o. Ja (voeg een meetprotocol toe, dat voldoet aan de AVI-meetvoorwaarden ([bijlage 2A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971&bijlage=2A&z=2021-04-30&g=2021-04-30) bij de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong))
- o. Nee
- f. Indien u elektriciteit opwekt door middel van hoogrenderende warmtekrachtkoppeling die voldoet aan de rendementseisen als bedoeld in bijlage II bij [richtlijn 2012/27](32012L0027)/EU, wilt u dat de uit te geven certificaten tevens kwalificeren als garanties van oorsprong voor HR-WKK-elektriciteit?
- o. Ja (voeg een meetprotocol toe, dat voldoet aan de HR-WKK-meetvoorwaarden ([bijlage 2E](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971&bijlage=2e&z=2021-04-01&g=2021-04-01) bij de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong)); ga verder met vraag 3g
- o. Ja (voeg een meetprotocol toe, dat voldoet aan de HR-WKK-meetvoorwaarden ([bijlage 2E](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971&bijlage=2e&z=2021-04-30&g=2021-04-30) bij de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong)); ga verder met vraag 3g
- o. Nee; ga verder met vraag 3h
@@ -2120,7 +2116,7 @@
Vervallen
## Bijlage 1C. behorende bij [artikel 2, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=2&artikel=2&z=2021-04-01&g=2021-04-01), van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong
## Bijlage 1C. behorende bij [artikel 2, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=2&artikel=2&z=2021-04-30&g=2021-04-30), van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong
Met dit formulier verklaart u gas uit hernieuwbare energiebronnen te produceren en verzoekt u de netbeheerder vast te stellen of uw productie-installatie geschikt is voor de opwekking van gas uit hernieuwbare energiebronnen en of uw meetinrichting geschikt is voor de meting van gas uit hernieuwbare energiebronnen en verzoekt u de netbeheerder de meetgegevens met betrekking tot het door u geproduceerde gas uit hernieuwbare energiebronnen als zodanig mede te delen aan de minister.
@@ -2138,7 +2134,7 @@
Naam netbeheerder:
## Bijlage 1d. behorende bij [artikel 2, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=2&artikel=2&z=2021-04-01&g=2021-04-01), van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong
## Bijlage 1d. behorende bij [artikel 2, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=2&artikel=2&z=2021-04-30&g=2021-04-30), van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong
Met dit formulier verklaart u:
@@ -2268,119 +2264,29 @@
| |
| |
## Bijlage 2A. behorende bij [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=7&z=2021-04-01&g=2021-04-01), van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong
## Bijlage 2B. behorende bij [artikel 7, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=7&z=2021-04-01&g=2021-04-01), van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong
## Bijlage 2A. behorende bij [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=7&z=2021-04-30&g=2021-04-30), van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong
## Bijlage 2B. behorende bij [artikel 7, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=7&z=2021-04-30&g=2021-04-30), van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong
### 3. Systeemgrens
## Bijlage 2C. behorende bij [artikel 7, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=7&z=2021-04-01&g=2021-04-01), van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong
## Bijlage 2d. behorende bij [artikel 7, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=7&z=2021-04-01&g=2021-04-01), van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong
## Bijlage 2e. behorende bij [artikel 7, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=7&z=2021-04-01&g=2021-04-01), van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong
## Bijlage 2C. behorende bij [artikel 7, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=7&z=2021-04-30&g=2021-04-30), van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong
## Bijlage 2d. behorende bij [artikel 7, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=7&z=2021-04-30&g=2021-04-30), van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong
## Bijlage 2e. behorende bij [artikel 7, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=7&z=2021-04-30&g=2021-04-30), van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong
### 3. Systeemgrens
### 4. Nauwkeurigheidseisen aan meetinrichtingen en meters
## Bijlage 3A. behorende bij [artikel 17, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=4&artikel=17&z=2021-04-01&g=2021-04-01) van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong
Op grond van [artikel 17, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=4&artikel=17&z=2021-04-01&g=2021-04-01), van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong (hierna: regeling) overlegt de producent die is beschreven in artikel 17, eerste lid, een assurance rapport van een externe accountant over aan de Minister.
Het assurance rapport dient ter controle van de rapportage van de producent over de aard en de verhouding van de in de productie-installatie verwerkte brandstoffen.
Het assurance rapport dient te worden opgesteld conform het in deze bijlage opgenomen model, met inachtneming van het in deze bijlage opgenomen onderzoeksprotocol Assurancerapport productie elektriciteit (en warmte) uit meerdere brandstoffen.
Het assurance rapport moet samen met de door een producent opgegeven rapportage over de verhoudingen van de in de installatie verwerkte brandstoffen uiterlijk vier maanden na afloop van het kalenderjaar worden opgestuurd naar de Minister. Voor iedere afzonderlijke productie-installatie dient een assurance rapport te worden opgesteld. Enkel als er sprake is van meerdere vergelijkbare productie-installaties die gezamenlijk een nominaal elektrisch vermogen groter dan 2 MW hebben, kan het assurance rapport voor meerdere productie-installaties gezamenlijk worden opgesteld. Een productie-installatie kan uit verschillende eenheden bestaan en heeft één netaansluiting.
In [artikel 17, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=4&artikel=17&z=2021-04-01&g=2021-04-01), van de regeling is bepaald dat de producent uiterlijk binnen vier maanden na afloop van ieder kalenderjaar aan de Minister een assurance rapport (conform NV COS richtlijn 3000)1 overlegt inzake, onder meer, de aard en de verhouding van de in de installatie verwerkte brandstoffen.
Dit controleprotocol beoogt in aanvulling op (het stramien voor Assurance-opdrachten en) de NV COS richtlijn 3000 (zie website NBA.nl) een handreiking aan de controlerend accountant te geven met specifieke aandachtspunten bij de inrichting van zijn onderzoek. De accountant onderzoekt de definitieve opgave van de producent met toelichtingen op conformiteit met [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=4&artikel=15&z=2021-04-01&g=2021-04-01) en [16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=4&artikel=16&z=2021-04-01&g=2021-04-01) van de regeling (zie NV COS richtlijn 3000 nr. 33). Dit ter onderbouwing van zijn conclusies/oordeel. Hiertoe onderzoekt de accountant de door de producent verantwoorde definitieve uitkomsten van de aard en verhouding van de in de productie-installatie verwerkte brandstoffen.
Het doel van het assurance rapport is om – met redelijke mate van zekerheid – een oordeel te verstrekken over de juistheid van de door de producent (of zijn gemachtigde) opgegeven verhouding van de in de installatie verwerkte brandstoffen. In het geval de opgewekte energie wordt aangemerkt als duurzame energie, waarvoor een subsidie-beschikking is afgegeven, zal voor de subsidiabele hoeveelheid duurzaam opgewekte energie subsidie worden verstrekt. De accountant dient derhalve rekening te houden met een tendentie in de opgegeven verhouding.
In het assurance rapport moet verwezen worden naar het stramien voor Assurance-opdrachten en de nadere voorschriften zoals opgenomen in de controle- en overige standaard (NV COS richtlijn 3000), zoals vermeld op de website van het NBA, en naar de aanvullende specifieke punten van aandacht zoals vermeld in het betreffende protocol.
Ten behoeve van de controle van de opgegeven verhouding van de in de installatie verwerkte brandstoffen onderzoekt de accountant wat de aard en de calorische verhouding is van de gebruikte brandstoffen en welke brandstoffen zijn ingezet en in welke hoeveelheid.
De Auditdienst van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat kan een review uitvoeren op de uitgevoerde accountantscontrole. De accountant, die de controle heeft uitgevoerd, verstrekt de Auditdienst desgevraagd alle inlichtingen en bescheiden2. De eventuele extra kosten van de accountant in verband met de review zijn niet voor rekening van het ministerie.
De aan de individuele regels van de rapportage toegerekende onderzoekstolerantie bedraagt maximaal éénhonderdste deel van het verantwoorde percentage. Het onderzoek van de accountant dient er op gericht te zijn om redelijke mate van zekerheid te verkrijgen dat deze tolerantie niet wordt overschreden.
- 1. Het beoordelen van de inrichting van de administratie teneinde vast te stellen dat deze als basis kan dienen voor de opstelling van de jaaropgave. Daarbij stelt de accountant vast dat er bij de producent een stelsel van al dan niet geautomatiseerde interne controlemaatregelen aanwezig is, in opzet, bestaan en in werking, waaraan een redelijke mate van zekerheid is te ontlenen dat de opgegeven verhouding geen fouten van materieel belang bevat.
- 2. Het beoordelen van de opzet van de methode van bemonsteren door de producent (door middel van het inwinnen van inlichtingen van de producent c.q. beoordelen van de relevante AO-beschrijving van de producent) en het vaststellen van bestaan en werking daarvan (door middel van deelwaarnemingen).
- 3. Het vaststellen (door middel van deelwaarnemingen) van correcte verwerking in de administratie, van de resultaten van de bemonsteringen, waaruit de aard en calorische verhouding van de gebruikte brandstoffen die zijn ingezet voor de productie van elektriciteit en warmte blijken.
- 4. Aansluiten van de verantwoorde brandstoffen met de administratie, uitgesplitst naar maand en soort. Vaststellen van juist gebruik van de NTA-codes of [bijlage Aa](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018989&bijlage=Aa), behorende bij [artikel 4 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018989&artikel=4). In het verlengde hiervan stelt de accountant vast in welke verhouding deze brandstoffen zijn verwerkt en of deze verhouding inderdaad heeft geleid tot de percentages opgewekte warmte of elektriciteit zoals deze door de producent of zijn gemachtigde zijn opgegeven. De accountant maakt hierbij gebruik van de sluitende energie balans van de betreffende installatie, gebaseerd op voldoende onderbouwde normen (omzettingsfactoren: van grondstoffen in biogas en van biogas in elektriciteit) en juist en volledig vastgestelde meet- en installatiegegevens en heeft hier specifieke aandacht voor de aanwezigheid van een gasaansluiting. Indien een geëigende methode dient te worden toegepast, stelt de accountant vast of een juiste toepassing is gegeven aan de geëigende methode.
- 5. Vaststellen dat de definitieve opgave van de producent en de daarin opgenomen verhouding van de verwerkte brandstoffen in honderdste van procenten nauwkeurig is.
In de praktijk blijkt de regeling met betrekking tot de inzet van brandstoffen complexe materie. Dit document bevat een toelichting bij het format van de jaarlijks op te stellen opgave en de daarbij te hanteren brandstofindeling, type installaties en de vereisten waaraan het assurance rapport moet voldoen.
Op basis van de regeling is biomassa ingedeeld in zuiver en niet zuiver. Zuivere biomassa bevat niet meer dan drie massaprocent onvermijdbare kunststoffen.
Zuivere biomassa kan worden verdeeld in twee groepen: 1) Naar haar aard zuiver en 2) niet naar haar aard zuiver. Voor biogassen wordt gesproken over resp. naar zijn aard zuiver en niet naar zijn aard zuiver. De definitie van naar haar aard zuivere biomassa is opgenomen in [artikel 1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=1&artikel=1&z=2021-04-01&g=2021-04-01), van de regeling.
Niet zuivere biomassa wordt in de regeling ook wel aangeduid als mengstromen. Het dient bemonsterd te worden (volgens BRL-K10016). Bepaald dient te worden in welke mate het biogene gedeelte bijdraagt in de energieopwekking. Dat betekent dat het calorische aandeel van het biogene deel dient te worden bepaald in verhouding tot de totale calorische waarde.
De volgende soorten biogassen worden beschouwd als naar zijn aard zuiver: Stortgas, rioolwaterzuiveringsgas, afvalwaterzuiveringsgas en biogas dat ontstaat door middel van vergisting. Voor overige soorten biogas dient te worden aangetoond of het gaat om zuiver biogas. Hiertoe dient het basismateriaal waaruit het biogas ontstaat te worden bemonsterd. Voor mest (co-)vergisting op basis van [bijlage Aa](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018989&bijlage=Aa), behorende bij [artikel 4 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018989&artikel=4) en voor de overige vergisting op basis van NTA-codes.
Niet-hernieuwbare brandstoffen worden per soort brandstof gerapporteerd met daarbij een omschrijving van de brandstof
In het geval van hernieuwbare elektriciteit en/of warmte dienen producenten naast de gebruikte soort tevens te rapporteren over de hoeveelheid biomassagrondstoffen, gespecificeerd in NTA-codes. In het geval dat biogas is gebruikt, dient te worden gerapporteerd over de soort biomassagrondstof waaruit het biogas is geproduceerd. Voor mest (co-)vergisting op basis van [bijlage Aa](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018989&bijlage=Aa), behorende bij [artikel 4 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018989&artikel=4) en voor overige vergisting en bij inzet van vaste en vloeibare biomassa op basis van de codes uit NTA8003:2017.
Naam accountantskantoor:
Aan*:
*. Opdrachtgever/producent
Ingevolge uw opdracht hebben wij de bijgevoegde, door ons gewaarmerkte rapportage betreffende de aard en calorische verhouding van de gebruikte brandstoffen en de soort en hoeveelheid daarvan die zijn ingezet voor de productie van energie in de installatie, bekend onder EAN-code <123456789012345678>, met betrekking tot de periode van <datum> t/m <datum> onderzocht op juistheid en overeenstemming met de wettelijke bepalingen zoals opgenomen in [artikel 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=4&artikel=17&z=2021-04-01&g=2021-04-01) van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong (hierna aangeduid als de regeling),
De opgave is opgesteld onder verantwoordelijkheid van <het bestuur van de vennootschap/de leiding van de huishouding>. Het is onze verantwoordelijkheid om een assurance rapport inzake deze rapportage te verstrekken.
Wij hebben ons onderzoek verricht in overeenstemming met het Nederlands recht, waaronder Standaard 3000 assurance-opdrachten anders dan opdrachten tot controle en beoordeling van historische financiële informatie- en het onderzoeksprotocol dat als bijlage bij de regeling is gepubliceerd.
Dienovereenkomstig dient het onderzoek zodanig te worden gepland en uitgevoerd dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de opgave geen afwijkingen van materieel belang bevat.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen assurance-informatie voldoende en geschikt is voor onze conclusie.
Op grond van onze werkzaamheden concluderen wij dat de bovengenoemde rapportage juist weergeeft en in overeenstemming met de wettelijke bepalingen zoals opgenomen in de [artikelen 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=4&artikel=15&z=2021-04-01&g=2021-04-01) en [16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=4&artikel=16&z=2021-04-01&g=2021-04-01) van de regeling de opgave van:
- –. de aard en de calorische verhouding van de gebruikte brandstoffen per maand
- –. de soort en hoeveelheid ingezette brandstoffen per maand
Tevens concluderen wij dat de door de <producent/gemachtigde van de producent> op grond van [artikel 15, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=4&artikel=15&z=2021-04-01&g=2021-04-01), van de regeling meegedeelde percentages <niet> overeenstemmen met de in bovengenoemde rapportage weergegeven verhouding van de brandstoffen
Ingeval van zuivere en niet naar haar aard zuiver biomassa
<en dat de geëigende methode voor de vaststelling of het in de installatie verwerkte materiaal als zuivere biomassa kan worden aangemerkt ten behoeve van de berekening van de verhouding, op een juiste wijze is toegepast.>
Ingeval van niet zuivere biomassa
<en dat de geëigende methode voor de vaststelling van het gedeelte van de in de installatie verwerkte niet-zuivere biomassa dat biologisch afbreekbaar is, ten behoeve van de berekening van de verhouding, op een juiste wijze is toegepast>
In geval van niet-hernieuwbare brandstoffen
<en dat de geëigende methode voor de vaststelling of het in de installatie verwerkte materiaal als fossiele brandstoffen kan worden aangemerkt ten behoeve van de berekening van de verhouding, op een juiste wijze is toegepast.>
De accountant kan hier overige informatie en uiteenzettingen opnemen die niet als doel hebben afbreuk te doen aan zijn conclusie.
Dit assurancerapport is uitsluitend bedoeld ter onderbouwing van het jaarlijks door de directie van de onderneming te verstrekken rapportage aan de Minister ([artikel 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=4&artikel=17&z=2021-04-01&g=2021-04-01) van de regeling) en kan derhalve niet voor andere doeleinden worden gebruikt.
Plaats en datum:
Ondertekening:
1 3.000 assurance-opdrachten anders dan opdrachten tot controle of beoordeling van historische financiële informatie.
2 Krachtens de [Comptabiliteitswet 2016](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039429) ([artikelen 6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039429&artikel=6.1) en [6.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039429&artikel=6.3)) heeft de Minister (die het aangaat) – bij commanditaire vennootschappen, vennootschappen onder firma en natuurlijke personen die een beroep of bedrijf uitoefenen aan wie door de Staat of een derde voor rekening of risico van de Staat rechtstreeks of middellijk een subsidie, een lening of garantie wordt verstrekt – het recht nadere inlichtingen in te winnen n.a.v. ter zake ontvangen bescheiden. Ook is de Minister (die het aangaat) bevoegd inzage te vorderen in de controledossiers van de accountant die de betreffende bescheiden heeft gecontroleerd om te bepalen of bij de vaststelling kan worden gesteund op de door deze accountant uitgevoerde controle. Met betrekking tot het verlenen van inzage in het controledossier kan de accountant zich niet beroepen op de omstandigheid dat hij op grond van andere bij of krachtens de wet opgelegde verplichtingen tot geheimhouding is verplicht van in dit dossier opgenomen vertrouwelijke gegevens. De Minister (die het aangaat) is bevoegd van stukken inzake de betreffende controle uit de controledossiers kopieën te maken.
## Bijlage 3B. behorende bij [artikel 17, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=4&artikel=17&z=2021-04-01&g=2021-04-01), van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong
## Bijlage 3A. behorende bij [artikel 17, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=4&artikel=17&z=2021-04-30&g=2021-04-30) van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong
Vervallen
## Bijlage 3B. behorende bij [artikel 17, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035971¶graaf=4&artikel=17&z=2021-04-30&g=2021-04-30), van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong
Vervallen
### Controleprotocol en voorbeeld assurancerapport productie gas uit biomassa
@@ -2397,3 +2303,5 @@
1 Krachtens de [Comptabiliteitswet 2016](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039429) ([artikelen 6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039429&artikel=6.1) en [6.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039429&artikel=6.3)) heeft de Minister (die het aangaat) - bij commanditaire vennootschappen, vennootschappen onder firma en natuurlijke personen die een beroep of bedrijf uitoefenen aan wie door de Staat of een derde voor rekening of risico van de Staat rechtstreeks of middellijk een subsidie, een lening of garantie wordt verstrekt - het recht nadere inlichtingen in te winnen n.a.v. ter zake ontvangen bescheiden. Ook is de Minister (die het aangaat) bevoegd inzage te vorderen in de controledossiers van de accountant die de betreffende bescheiden heeft gecontroleerd om te bepalen of bij de vaststelling kan worden gesteund op de door deze accountant uitgevoerde controle. Met betrekking tot het verlenen van inzage in het controledossier kan de accountant zich niet beroepen op de omstandigheid dat hij op grond van andere bij of krachtens de wet opgelegde verplichtingen tot geheimhouding is verplicht van in dit dossier opgenomen vertrouwelijke gegevens. De Minister (die het aangaat) is bevoegd van stukken inzake de betreffende controle uit de controledossiers kopieën te maken.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
2021-04-01
Regeling garanties van oorsprong — art. 17
2021-01-01
Regeling garanties van oorsprong — art. 17
2020-01-01
Regeling garanties van oorsprong — arts. 2, 2, 1 y 41 más
2019-01-01
Regeling garanties van oorsprong — arts. 1, 2, 2 y 38 más
2018-01-01
Regeling garanties van oorsprong — arts. 17, 3, 17 y 5 más
2017-06-27
Regeling garanties van oorsprong
2017-02-15
Regeling garanties van oorsprong
2017-01-01
Regeling garanties van oorsprong — arts. 1, 1, 2 y 58 más
2016-02-09
Regeling garanties van oorsprong
2016-01-01
Regeling garanties van oorsprong
2015-09-04
Regeling garanties van oorsprong
2015-01-01
Regeling garanties van oorsprong — arts. 1, 1, 1 y 95 más
2015-01-01
Regeling garanties van oorsprong
original version
Tekst op deze datum