Wijzigingsgeschiedenis
Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 16 februari 2017, nr. WJZ/17023701, houdende invoering van de verplichting tot betaling van een geldsom (Regeling fosfaatreductieplan 2017)
6 versions
· 2020-01-01
2020-01-01
Regeling fosfaatreductieplan 2017 — arts. 7, 13, 9
2017-06-01
Regeling fosfaatreductieplan 2017 — arts. 1, 7, 8 y 2 más
Wijzigingen op 2017-06-01
@@ -14,13 +14,13 @@
- c. **rund:** vrouwelijk rund van 0 tot 1 jaar, vrouwelijk rund van 1 jaar of ouder dat niet heeft gekalfd of rund dat ten minste eenmaal heeft gekalfd, waarbij onder rund wordt verstaan een dier als bedoeld in [artikel 1, onderdeel n, van de Regeling identificatie en registratie van dieren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014538&artikel=1), met uitzondering van runderen die behoren tot de soorten Bison bison en Bubalus bubalus, en dat is geregistreerd in het I&R-systeem;
- d. **referentieaantal:** aantal runderen van de houder dat op 2 juli 2015 in het I&R-systeem is geregistreerd verminderd met 4%, behoudens het bepaalde in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=7&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [9, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=9&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
- e. **doelstellingsaantal:** aantal runderen dat overeenkomt met het aantal runderen van de houder dat op 1 oktober 2016 in het I&R-systeem is geregistreerd verminderd met het krachtens [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=3&z=2017-05-01&g=2017-05-01) toe te passen verminderingspercentage, met dien verstande dat het doelstellingsaantal nooit lager is dan het referentieaantal;
- d. **referentieaantal:** aantal runderen van de houder dat op 2 juli 2015 in het I&R-systeem is geregistreerd verminderd met 4%, behoudens het bepaalde in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=7&z=2017-06-01&g=2017-06-01) en [9, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=9&z=2017-06-01&g=2017-06-01);
- e. **doelstellingsaantal:** aantal runderen dat overeenkomt met het aantal runderen van de houder dat op 1 oktober 2016 in het I&R-systeem is geregistreerd verminderd met het krachtens [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=3&z=2017-06-01&g=2017-06-01) toe te passen verminderingspercentage, met dien verstande dat het doelstellingsaantal nooit lager is dan het referentieaantal;
- f. **GVE:** grootvee-eenheid;
- g. **Verordening (EU) nr. 1408/2013:** Verordening (EU) [nr. 1408/2013](onbekend) van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector (PB L 352);
- g. **Verordening (EU) nr. 1408/2013:** Verordening (EU) [nr. 1408/2013](32013R1408) van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector (PB L 352);
- h. **bedrijf:** bedrijf als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054&artikel=1);
@@ -40,7 +40,7 @@
##### Artikel 2. (omrekeningsfactor GVE)
Onder rund als bedoeld in [artikel 1, onderdelen d, e, en l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), de [artikelen 4, derde tot en met zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=4&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [6 tweede tot en met zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=6&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=7&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [9, eerste, tweede, vijfde, zesde en achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=9&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=11&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [12, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), en [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=13&z=2017-05-01&g=2017-05-01), wordt verstaan GVE overeenkomstig de volgende omrekeningsfactoren:
Onder rund als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdelen d, e en l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=1&z=2017-06-01&g=2017-06-01), de [artikelen 4, derde tot en met negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=4&z=2017-06-01&g=2017-06-01), [6, tweede tot en met achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=6&z=2017-06-01&g=2017-06-01), [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=7&z=2017-06-01&g=2017-06-01), [9, eerste, tweede, vijfde, zesde en achtste tot en met tiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=9&z=2017-06-01&g=2017-06-01), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=11&z=2017-06-01&g=2017-06-01), [12, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=12&z=2017-06-01&g=2017-06-01), en [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=13&z=2017-06-01&g=2017-06-01), wordt verstaan GVE overeenkomstig de volgende omrekeningsfactoren:
- a. 0,23 GVE voor een rund van 0 tot 1 jaar;
@@ -50,37 +50,35 @@
##### Artikel 3. (verminderingspercentage)
1. Het verminderingspercentage, bedoeld in [artikel 1, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), bedraagt:
1. Het verminderingspercentage, bedoeld in [artikel 1, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=1&z=2017-06-01&g=2017-06-01), bedraagt:
- a. 5% voor elke maand in periode 1;
- b. 10% voor elke maand in periode 2;
- c. ten hoogste 20% voor elke maand in periode 3;
- c. 12% voor elke maand in periode 3;
- d. ten hoogste 40% voor elke maand in de perioden 4 en 5.
2. De verminderingspercentages voor de perioden 3 tot en met 5 worden telkens uiterlijk op de laatste dag van de voorafgaande periode door de minister vastgesteld en bekendgemaakt in de Staatscourant en bedragen niet minder dan het verminderingspercentage van de voorafgaande periode.
2. De verminderingspercentages voor de perioden 4 en 5 worden telkens uiterlijk op de laatste dag van de voorafgaande periode door de minister vastgesteld en bekendgemaakt in de Staatscourant en bedragen niet minder dan het verminderingspercentage van de voorafgaande periode.
##### Artikel 4. (geldsom)
1. De minister legt de houder de verplichting op tot betaling van een geldsom in euro’s.
2. De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt voor elk van de perioden 1 en 2 en voor elk van de maanden van de perioden 3, 4 en 5.
3. De hoogte van de geldsom, bedoeld in het eerste lid, komt voor periode 1 overeen met de uitkomst van de volgende vermenigvuldiging: (het gemiddeld aantal runderen in april van periode 1 verminderd met het referentieaantal) vermenigvuldigd met 480.
4. De hoogte van de geldsom, bedoeld in het eerste lid, komt voor periode 2 overeen met de hoogste uitkomst van de volgende vermenigvuldigingen:
- a. (het gemiddeld aantal runderen in juni van periode 2 verminderd met het referentieaantal) vermenigvuldigd met 480;
- b. (het gemiddeld aantal runderen in juni van periode 2 dat ten minste eenmaal heeft gekalfd vermeerderd met de uitkomst van de vermenigvuldiging van het jongveegetal met dat aantal runderen en vervolgens verminderd met het referentieaantal) vermenigvuldigd met 480.
5. De hoogte van de geldsom, bedoeld in het eerste lid, komt voor elk van de maanden van de perioden 3, 4 en 5 overeen met de hoogste uitkomst van de volgende vermenigvuldigingen:
- a. (het gemiddeld aantal runderen in de desbetreffende maand verminderd met het referentieaantal) vermenigvuldigd met 240;
- b. (het gemiddeld aantal runderen in de desbetreffende maand dat ten minste eenmaal heeft gekalfd vermeerderd met de uitkomst van de vermenigvuldiging van het jongveegetal met dat aantal runderen en vervolgens verminderd met het referentieaantal) vermenigvuldigd met 240.
2. De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt voor elk van de perioden 1, 2, 3, 4 en 5.
3. De hoogte van de geldsom, bedoeld in het eerste lid, komt voor periode 1 overeen met de uitkomst van de volgende vermenigvuldiging:
(het gemiddeld aantal runderen in april van periode 1 verminderd met het referentieaantal) vermenigvuldigd met 480.
4. De hoogte van de geldsom, bedoeld in het eerste lid, komt voor elk van de perioden 2, 3, 4 en 5 overeen met de hoogste uitkomst van de volgende vermenigvuldigingen:
- a. (het gemiddeld aantal runderen in juni, augustus, oktober onderscheidenlijk december van die perioden verminderd met het referentieaantal) vermenigvuldigd met 480;
- b. (het gemiddeld aantal runderen in juni, augustus, oktober onderscheidenlijk december van die perioden dat ten minste eenmaal heeft gekalfd vermeerderd met de uitkomst van de vermenigvuldiging van het jongveegetal met dat aantal runderen en vervolgens verminderd met het referentieaantal) vermenigvuldigd met 480.
5. In zoverre in afwijking van het vierde lid wordt de hoogte van de geldsom, bedoeld in het eerste lid, voor periode 2, 3, 4 of 5 uitsluitend berekend op grond van het vierde lid, aanhef en onderdeel a, mits in het geval bij afvoer op of na 1 juni in periode 2, of in de desbetreffende periode 3, 4 of 5, van runderen ouder dan 35 dagen die niet hebben gekalfd, deze door de houder uitsluitend zijn afgevoerd voor slacht, export of wel in verband met sterfte.
6. De geldsom, bedoeld in het eerste lid, is voor periode 1 niet verschuldigd indien in de maand april van periode 1:
@@ -88,13 +86,21 @@
- b. het gemiddeld aantal runderen gelijk of lager is dan het getal dat overeenkomt met het doelstellingsaantal voor die maand.
7. De geldsom, bedoeld in het eerste lid, is voor periode 2, onderscheidenlijk voor elk van de maanden van periode 3, 4 ten 5, niet verschuldigd indien in juni van periode 2, onderscheidenlijk in die hiervoor bedoelde maanden van de perioden 3, 4 en 5:
- a. het gemiddeld aantal runderen niet hoger is dan het referentieaantal en tevens het aantal runderen dat wordt berekend door het gemiddeld aantal runderen in de desbetreffende maand dat ten minste eenmaal heeft gekalfd te vermeerderen met de uitkomst van de vermenigvuldiging van het jongveegetal met dat aantal runderen, niet hoger is dan het referentieaantal, of
7. De geldsom, bedoeld in het eerste lid, is voor periode 2, 3, 4 onderscheidenlijk 5, niet verschuldigd indien in juni, augustus, oktober onderscheidenlijk december van die perioden:
- a. het gemiddeld aantal runderen niet hoger is dan het referentieaantal en tevens het aantal runderen dat wordt berekend door het gemiddeld aantal runderen in de desbetreffende maand dat ten minste eenmaal heeft gekalfd te vermeerderen met de uitkomst van de vermenigvuldiging van het jongveegetal met dat aantal runderen, gelijk of lager is dan het referentieaantal, of
- b. het gemiddeld aantal runderen gelijk of lager is dan het doelstellingsaantal en tevens het aantal runderen dat wordt berekend door het gemiddeld aantal runderen in de desbetreffende maand dat ten minste eenmaal heeft gekalfd te vermeerderen met de uitkomst van de vermenigvuldiging van het jongveegetal met dat aantal runderen, gelijk of lager is dan het doelstellingsaantal.
8. Telkens indien in de tweede maand van de perioden 3 tot en met 5 de geldsom overeenkomstig het zevende lid niet is verschuldigd, is de geldsom die op grond van het eerste lid in voorkomend geval verschuldigd is over de daaraan voorafgaande maand alsnog niet verschuldigd.
8. In zoverre in afwijking van het zevende lid is de geldsom, bedoeld in het eerste lid, voor periode 2, 3, 4 onderscheidenlijk 5 niet verschuldigd, indien in juni, augustus, oktober onderscheidenlijk december van die perioden:
- a. het gemiddeld aantal runderen niet hoger is dan het referentieaantal, of
- b. het gemiddeld aantal runderen gelijk is of lager dan het doelstellingsaantal;
een en ander mits, in het geval van afvoer op of na 1 juni in periode 2 of in de desbetreffende periode 3, 4 of 5 van runderen ouder dan 35 dagen die niet hebben gekalfd, deze door de houder uitsluitend zijn afgevoerd voor slacht, export of in verband met sterfte.
9. Zodra na toepassing van het vijfde lid in een periode runderen ouder dan 35 dagen die niet hebben gekalfd worden afgevoerd anders dan voor slacht, export of in verband met sterfte, is dat lid, alsmede het achtste lid, op de houder voor de toepassing van dit artikel niet van toepassing voor die periode en de eventuele daarna nog volgende periode of perioden.
##### Artikel 5. (geldsom houders runderen overig)
@@ -102,59 +108,65 @@
##### Artikel 6. (solidariteits-geldsom)
1. De minister legt de houder over de perioden 1 en 2 en over elke van de in [artikel 1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), genoemde maanden van de perioden 3, 4 en 5, een verplichting tot betaling van een solidariteits-geldsom in euro’s op.
2. De hoogte van de geldsom, bedoeld in het eerste lid, komt voor elk van de maanden van de perioden 3, 4 en 5 overeen met de hoogste uitkomst van de volgende vermenigvuldigingen:
- a. (het gemiddeld aantal runderen in de desbetreffende maand verminderd met het referentieaantal) vermenigvuldigd met 56;
- b. (het gemiddeld aantal runderen in de desbetreffende maand dat ten minste eenmaal heeft gekalfd vermeerderd met de uitkomst van de vermenigvuldiging van het jongveegetal met dat aantal runderen en vervolgens verminderd met het referentieaantal) vermenigvuldigd met 56.
3. De minister legt de houder, bedoeld in het eerste lid, een verplichting tot betaling van een geldsom op over periode 1, waarbij de hoogte van de geldsom overeenkomt met de uitkomst van de volgende vermenigvuldiging:
(het gemiddeld aantal runderen in de maand april van periode 1 verminderd met het referentieaantal) vermenigvuldigd met 112.
4. De hoogte van de geldsom, bedoeld in het eerste lid, komt voor periode 2 overeen met de hoogste uitkomst van de volgende vermenigvuldigingen:
- a. (het gemiddeld aantal runderen in juni van periode 2 verminderd met het referentieaantal) vermenigvuldigd met 112;
- b. (het gemiddeld aantal runderen in juni van periode 2 dat ten minste eenmaal heeft gekalfd vermeerderd met de uitkomst van de vermenigvuldiging van het jongveegetal met dat aantal runderen en vervolgens verminderd met het referentieaantal) vermenigvuldigd met 112.
5. De solidariteits-geldsom is niet verschuldigd indien in de desbetreffende maand:
- a. op grond van [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=4&z=2017-05-01&g=2017-05-01) een geldsom is verschuldigd, of
- b. het gemiddeld aantal runderen gelijk is of lager is dan het referentieaantal, en tevens het aantal runderen dat wordt berekend door het gemiddeld aantal runderen in de desbetreffende maand dat ten minste eenmaal heeft gekalfd te vermeerderen met de uitkomst van de vermenigvuldiging van het jongveegetal met dat aantal runderen, niet hoger is dan het referentieaantal.
6. Indien in de tweede maand van periode 3, 4 of 5 het gemiddeld aantal runderen overeenkomt met of lager is dan het referentieaantal, is de geldsom die op grond van het eerste lid in voorkomend geval verschuldigd is over de voorafgaande maand alsnog niet verschuldigd.
7. In het geval [artikel 4, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=4&z=2017-05-01&g=2017-05-01), van toepassing is en in de perioden 3, 4 of 5 voor de tweede maand van desbetreffende periode ingevolge het eerste lid een solidariteits-geldsom verschuldigd is, is deze geldsom, berekend overeenkomstig het tweede lid, eveneens verschuldigd over de eerste maand van die periode.
1. De minister legt de houder over elk van de perioden 1, 2, 3, 4 en 5 de verplichting tot betaling van een solidariteits-geldsom in euro’s op.
2. De hoogte van de geldsom, bedoeld in het eerste lid, komt voor elk van de perioden 2, 3, 4 en 5 overeen met de hoogste uitkomst van de volgende vermenigvuldigingen:
- a. (het gemiddeld aantal runderen in juni, augustus, oktober onderscheidenlijk december van die perioden verminderd met het referentieaantal) vermenigvuldigd met 112;
- b. (het gemiddeld aantal runderen in juni, augustus, oktober onderscheidenlijk december van die perioden dat ten minste eenmaal heeft gekalfd vermeerderd met de uitkomst van de vermenigvuldiging van het jongveegetal met dat aantal runderen en vervolgens verminderd met het referentieaantal) vermenigvuldigd met 112.
3. De minister legt de houder, bedoeld in het eerste lid, de verplichting tot betaling van een geldsom op over periode 1, waarbij de hoogte van de geldsom overeenkomt met de uitkomst van de volgende vermenigvuldiging:
(het gemiddeld aantal runderen in april van periode 2 verminderd met het referentieaantal) vermenigvuldigd met 112.
4. In zoverre in afwijking van het tweede lid wordt de hoogte van de geldsom, bedoeld in het eerste lid, voor periode 2, 3, 4 of 5 uitsluitend berekend op grond van het tweede lid, aanhef en onderdeel a, mits in het geval bij afvoer op of na 1 juni in periode 2, of in de desbetreffende periode 3, 4 of 5, van runderen ouder dan 35 dagen die niet hebben gekalfd, deze door de houder uitsluitend zijn afgevoerd voor slacht, export of in verband met sterfte.
5. De solidariteits-geldsom, bedoeld in het eerste lid, is voor periode 1 niet verschuldigd indien in de maand april van periode 1:
- a. op grond van [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=4&z=2017-06-01&g=2017-06-01) een geldsom is verschuldigd, of
- b. het gemiddeld aantal runderen gelijk is of lager dan het referentieaantal.
6. De solidariteits-geldsom, bedoeld in het eerste lid, is voor periode 2, 3, 4 onderscheidenlijk 5 niet verschuldigd indien in juni, augustus, oktober onderscheidenlijk december van die perioden:
- a. op grond van [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=4&z=2017-06-01&g=2017-06-01) een geldsom is verschuldigd, of
- b. het gemiddeld aantal runderen gelijk is of lager dan het referentieaantal, en tevens het aantal runderen dat wordt berekend door het gemiddeld aantal runderen in de desbetreffende maand dat ten minste eenmaal heeft gekalfd te vermeerderen met de uitkomst van de vermenigvuldiging van het jongveegetal met dat aantal runderen, niet hoger is dan het referentieaantal.
7. In zoverre in afwijking van het zesde lid is de solidariteits-geldsom, bedoeld in het eerste lid, voor periode 2, 3, 4 onderscheidenlijk 5 niet verschuldigd, indien in juni, augustus, oktober onderscheidenlijk december van de perioden 2, 3, 4 of 5:
- a. op grond van [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=4&z=2017-06-01&g=2017-06-01) een geldsom is verschuldigd, of
- b. het gemiddeld aantal runderen gelijk of lager is dan het referentieaantal, mits, in het geval van afvoer op of na 1 juni in periode 2 of in de desbetreffende periode 3, 4 of 5 van runderen ouder dan 35 dagen die niet hebben gekalfd, deze door de houder uitsluitend zijn afgevoerd voor slacht, export of in verband met sterfte.
8. Zodra na toepassing van het vierde lid in een periode runderen ouder dan 35 dagen die niet hebben gekalfd worden afgevoerd anders dan voor slacht, export of in verband met sterfte, is dat lid, alsmede het zevende lid, op de houder voor de toepassing van dit artikel niet van toepassing voor die periode en de eventuele daarna nog volgende periode of perioden.
##### Artikel 7. (referentieaantal grondgebonden bedrijf)
Indien houder runderen hield op 2 juli 2015 op een grondgebonden bedrijf, is het referentieaantal voor de toepassing van de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=4&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=6&z=2017-05-01&g=2017-05-01) niet verminderd met 4%.
Indien houder runderen hield op 2 juli 2015 op een grondgebonden bedrijf, is het referentieaantal voor de toepassing van de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=4&z=2017-06-01&g=2017-06-01) en [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=6&z=2017-06-01&g=2017-06-01) niet verminderd met 4%.
##### Artikel 8. (inwinning)
1. De geldsommen, bedoeld in de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=4&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=6&z=2017-05-01&g=2017-05-01), worden door of vanwege de minister uiterlijk ingewonnen in de tweede maand die volgt op de maand waarover de geldsom is verschuldigd.
2. De inwinning van de geldsommen, bedoeld in de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=4&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=6&z=2017-05-01&g=2017-05-01), geschiedt door het zuivelbedrijf waaraan de houder melk levert indien dat zuivelbedrijf op grond van een overeenkomst is aangesloten bij ZuivelNL.
1. De geldsommen, bedoeld in de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=4&z=2017-06-01&g=2017-06-01) en [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=6&z=2017-06-01&g=2017-06-01), worden door of vanwege de minister uiterlijk ingewonnen in de tweede maand die volgt op de maand waarover de geldsom is verschuldigd.
2. De inwinning van de geldsommen, bedoeld in de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=4&z=2017-06-01&g=2017-06-01) en [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=6&z=2017-06-01&g=2017-06-01), geschiedt door het zuivelbedrijf waaraan de houder melk levert indien dat zuivelbedrijf op grond van een overeenkomst is aangesloten bij ZuivelNL.
##### Artikel 9. (bonus-geldsom)
1. De minister kent de houder van runderen uit de opbrengsten van de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=4&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=6&z=2017-05-01&g=2017-05-01) over juni van periode 2 en elk van de in [artikel 1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), genoemde maanden, met uitzondering van maart en april, een bonus-geldsom toe indien het gemiddeld aantal runderen in de desbetreffende maand lager is dan het referentieaantal, waarbij de hoogte van de geldsom een bedrag bedraagt in euro’s dat overeenkomt met de laagste uitkomst van de volgende vermenigvuldigingen:
- a. (het referentieaantal verminderd met het gemiddeld aantal runderen in desbetreffende maand) vermenigvuldigd met 120 in juni van periode 2, met 60 in periode 3 en vermenigvuldigd met 150 in de perioden 4 en 5;
- b. (het referentieaantal verminderd met het gemiddeld aantal runderen in desbetreffende maand, welk gemiddeld maandaantal wordt berekend door het gemiddeld aantal runderen in die maand dat ten minste eenmaal heeft gekalfd te vermeerderen met de uitkomst van de vermenigvuldiging van het jongveegetal met dat aantal runderen) vermenigvuldigd met 120 in juni van periode 2, met 60 in periode 3 en vermenigvuldigd met 150 in de perioden 4 en 5.
2. De minister kent de houder, bedoeld in het eerste lid, uit de opbrengsten van de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=4&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=6&z=2017-05-01&g=2017-05-01) over de maand april van periode 1 een bonus-geldsom toe indien het gemiddeld aantal runderen in die maand lager is dan het referentieaantal, waarbij de hoogte van de geldsom een bedrag bedraagt in euro’s dat overeenkomt met de uitkomst van de vermenigvuldiging:
1. De minister kent de houder van runderen uit de opbrengsten van de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=4&z=2017-06-01&g=2017-06-01) en [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=6&z=2017-06-01&g=2017-06-01) over juni van periode 2, augustus van periode 3, oktober van periode 4, onderscheidenlijk december van periode 5, een bonus-geldsom toe indien het gemiddeld aantal runderen in de desbetreffende maand lager is dan het referentieaantal, waarbij de hoogte van de geldsom een bedrag in euro’s bedraagt dat overeenkomt met de laagste uitkomst van de volgende vermenigvuldigingen:
- a. (het referentieaantal verminderd met het gemiddeld aantal runderen in desbetreffende maand) vermenigvuldigd met 120 in periode 2 en 3 en vermenigvuldigd met 300 in perioden 4 en 5;
- b. (het referentieaantal verminderd met het aantal runderen in desbetreffende maand, welk gemiddeld maandaantal wordt berekend door het gemiddeld aantal runderen in die maand dat ten minste eenmaal heeft gekalfd te vermeerderen met de uitkomst van de vermenigvuldiging van het jongveegetal met dat aantal runderen) vermenigvuldigd met 120 in periode 2 en 3 en vermenigvuldigd met 300 in perioden 4 en 5.
2. De minister kent de houder, bedoeld in het eerste lid, uit de opbrengsten van de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=4&z=2017-06-01&g=2017-06-01) en [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=6&z=2017-06-01&g=2017-06-01) over de maand april van periode 1 een bonus-geldsom toe indien het gemiddeld aantal runderen in die maand lager is dan het referentieaantal, waarbij de hoogte van de geldsom een bedrag bedraagt in euro’s dat overeenkomt met de uitkomst van de vermenigvuldiging:
(het referentieaantal verminderd met het gemiddeld aantal runderen in april) vermenigvuldigd met 120.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid, bedraagt, indien de uitkomst van de in die leden tussen haken geplaatste aftreksom lager is dan het referentieaantal verminderd met 10%, de hoogte van de geldsom een bedrag in euro’s dat overeenkomt met de uitkomst van de volgende vermenigvuldiging:
(het referentieaantal verminderd met het referentieaantal verminderd met 10%) vermenigvuldigd met 120 in de maand april van periode 1 en in juni van periode 2, met 60 in periode 3 en vermenigvuldigd met 150 in de maanden van periode 4 en 5.
3. In afwijking van het eerste lid en tweede lid, bedraagt, indien de uitkomst van de in die leden tussen haken geplaatste aftreksom lager is dan het referentieaantal verminderd met 10%, de hoogte van de geldsom een bedrag in euro’s dat overeenkomt met de uitkomst van de volgende vermenigvuldiging:
(het referentieaantal verminderd met het referentieaantal verminderd met 10%) vermenigvuldigd met 120 in april, juni en augustus van perioden 1, 2 en 3 en met 300 in oktober en december van perioden 4 en 5.
4. In het geval de opbrengsten, bedoeld in het eerste en tweede lid, ontoereikend zijn om aan alle houders een bonus-geldsom te verstrekken overeenkomstig het eerste tot en met derde lid, worden de bonus-geldsommen naar rato van het ontstane tekort verlaagd.
@@ -164,17 +176,17 @@
7. De geldsommen, bedoeld in dit artikel, zijn de-minimissteun als bedoeld in artikel 3 van Verordening (EU) nr. 1408/2013 en worden uitsluitend aan de houder toegekend indien de houder een verklaring als bedoeld in artikel 6 van Verordening (EU) nr. 1408/2013 heeft ingediend.
8. Het eerste lid wordt niet toegepast indien het gemiddeld aantal runderen in de desbetreffende maand, bedoeld in de aanhef van dat lid, gelijk of hoger is dan het referentieaantal op grond van de volgende berekening van dat gemiddeld aantal runderen in de desbetreffende maand: het aantal runderen dat wordt berekend door het gemiddeld aantal runderen in de desbetreffende maand dat ten minste eenmaal heeft gekalfd te vermeerderen met de uitkomst van de vermenigvuldiging van het jongveegetal met dat aantal runderen.
8. In zoverre in afwijking van het eerste lid wordt de hoogte van de bonus-geldsom, voor periode 2, 3, 4 of 5 uitsluitend berekend op grond van het eerste lid, aanhef en onderdeel a, mits in het geval bij afvoer op of na 1 juni in periode 2, of in de desbetreffende periode 3, 4 of 5, van runderen ouder dan 35 dagen die niet hebben gekalfd, deze door de houder uitsluitend zijn afgevoerd voor slacht, export of in verband met sterfte.
9. Zodra na toepassing van het achtste lid in een periode runderen ouder dan 35 dagen die niet hebben gekalfd worden afgevoerd anders dan voor slacht, export of in verband met sterfte, is dat lid op de houder voor de toepassing van dit artikel niet van toepassing voor die periode en de eventuele daarna volgende periode of perioden.
##### Artikel 10. (uitkering bonus-geldsom)
1. De geldsom, bedoeld in [artikel 9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=9&z=2017-05-01&g=2017-05-01):
De geldsom, bedoeld in [artikel 9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=9&z=2017-06-01&g=2017-06-01):
- a. wordt uitgekeerd door het zuivelbedrijf waaraan de houder melk levert indien dat zuivelbedrijf op grond van een overeenkomst is aangesloten bij ZuivelNL;
- b. wordt uitgekeerd in de maand die volgt op de maand waarin het recht op de geldsom is ontstaan.
2. Indien het eerste lid, onderdeel a, niet van toepassing is, wordt in afwijking van onderdeel b van dat lid de geldsom uiterlijk uitgekeerd in de tweede maand die volgt op de periode waarin het recht op de geldsom is ontstaan.
- b. wordt uitgekeerd uiterlijk in de tweede maand die volgt op de maand waarin het recht op de geldsom is ontstaan.
##### Artikel 11. (in- en uitscharing)
@@ -202,7 +214,7 @@
- b. het zesde lid, onderdeel b bedraagt ten hoogste het aantal op 1 oktober 2016 uitgeschaarde onderscheidenlijk ingeschaarde runderen.
9. Een houder die een verzoek heeft ingediend als bedoeld in het eerste of vierde lid kan voor de toepassing van deze regeling tevens bij de minister voor 20 mei 2017 een verzoek indienen voor berekening van het jongveegetal in de perioden 2, 3 en 5 op de volgende, van [artikel 1, eerste lid, onderdeel l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), afwijkende berekeningswijze: (het aantal runderen van de houder op 28 april 2017 van 0 tot 1 jaar en van 1 jaar of ouder dat niet heeft gekalfd verminderd met het aantal uitgeschaarde runderen overeenkomstig het tweede lid) gedeeld door het aantal runderen van de houder op 28 april 2017 dat ten minste eenmaal heeft gekalfd.
9. Een houder die een verzoek heeft ingediend als bedoeld in het eerste of vierde lid kan voor de toepassing van deze regeling tevens bij de minister voor 20 mei 2017 een verzoek indienen voor berekening van het jongveegetal in de perioden 2, 3 en 4 op de volgende, van [artikel 1, eerste lid, onderdeel l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=1&z=2017-06-01&g=2017-06-01), afwijkende berekeningswijze: (het aantal runderen van de houder op 28 april 2017 van 0 tot 1 jaar en van 1 jaar of ouder dat niet heeft gekalfd verminderd met het aantal uitgeschaarde runderen overeenkomstig het tweede lid) gedeeld door het aantal runderen van de houder op 28 april 2017 dat ten minste eenmaal heeft gekalfd.
##### Artikel 12. (bedrijfsovername en bijzondere omstandigheden)
@@ -214,7 +226,7 @@
##### Artikel 13. (uitzonderingen)
1. Bij het gemiddeld aantal runderen, bedoeld in de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=4&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=6&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=9&z=2017-05-01&g=2017-05-01), is niet inbegrepen:
1. Bij het gemiddeld aantal runderen, bedoeld in de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=4&z=2017-06-01&g=2017-06-01), [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=6&z=2017-06-01&g=2017-06-01) en [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=9&z=2017-06-01&g=2017-06-01), is niet inbegrepen:
- a. het aantal runderen dat door de houder in de desbetreffende maand is geplaatst in een op grond van [artikel 21 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018397&artikel=21) erkend verzamelcentrum of in een door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit goedgekeurde inrichting of voorziening, waar de runderen die bestemd zijn voor uitvoer binnen de Europese Unie of voor export naar derde landen in afzondering worden gehouden zonder direct of indirect contact met andere dieren teneinde gedurende een bepaalde periode runderen te observeren en te testen;
@@ -234,12 +246,12 @@
##### Artikel 9a. (herberekening)
1. Telkens in het geval een rund dat ten minste eenmaal heeft gekalfd door de houder na 28 april 2017 in het I&R-systeem is afgemeld en binnen 4 maanden na die afmelding terugkeert in het I&R-systeem van die houder, past de minister, met ingang van de periode dat het rund door de houder in het I&R-systeem was afgemeld, voor die houder de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=4&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=6&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=9&z=2017-05-01&g=2017-05-01) voor de perioden 2 tot en met 5 opnieuw toe waarbij dat rund, voor zover van toepassing, alsnog meetelt bij het gemiddeld aantal runderen dat in de tweede maand van periode 2, onderscheidenlijk in de desbetreffende maanden van de perioden 3, 4 en 5, werd gehouden.
1. Telkens in het geval een rund dat ten minste eenmaal heeft gekalfd door de houder na 28 april 2017 in het I&R-systeem is afgemeld en binnen 4 maanden na die afmelding terugkeert in het I&R-systeem van die houder, past de minister, met ingang van de periode dat het rund door de houder in het I&R-systeem was afgemeld, voor die houder de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=4&z=2017-06-01&g=2017-06-01), [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=6&z=2017-06-01&g=2017-06-01) en [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=9&z=2017-06-01&g=2017-06-01) voor de perioden 2 tot en met 5 opnieuw toe waarbij dat rund, voor zover van toepassing, alsnog meetelt bij het gemiddeld aantal runderen dat in de tweede maand van periode 2, onderscheidenlijk in de desbetreffende maanden van de perioden 3, 4 en 5, werd gehouden.
2. In het geval de toepassing van het eerste lid leidt tot:
- a. een hogere geldsom dan ingevolge [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=4&z=2017-05-01&g=2017-05-01) of [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=6&z=2017-05-01&g=2017-05-01) voor de desbetreffende periode of maand is opgelegd, is de houder per ommegaande het verschil tussen beide geldsommen aan de minister verschuldigd;
- b. een lagere bonus-geldsom dan ingevolge [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=9&z=2017-05-01&g=2017-05-01) voor de desbetreffende periode of maand is toegekend, is de houder per ommegaande het verschil tussen beide bonus-geldsommen aan de minister verschuldigd.
- a. een hogere geldsom dan ingevolge [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=4&z=2017-06-01&g=2017-06-01) of [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=6&z=2017-06-01&g=2017-06-01) voor de desbetreffende periode of maand is opgelegd, is de houder per ommegaande het verschil tussen beide geldsommen aan de minister verschuldigd;
- b. een lagere bonus-geldsom dan ingevolge [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039205&artikel=9&z=2017-06-01&g=2017-06-01) voor de desbetreffende periode of maand is toegekend, is de houder per ommegaande het verschil tussen beide bonus-geldsommen aan de minister verschuldigd.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
2017-05-01
Regeling fosfaatreductieplan 2017
2017-03-31
Regeling fosfaatreductieplan 2017 — arts. 1, 1, 5 y 5 más
2017-03-01
Regeling fosfaatreductieplan 2017 — arts. 13, 1, 1 y 37 más
2017-03-01
Regeling fosfaatreductieplan 2017
original version
Tekst op deze datum