Wijzigingsgeschiedenis

Besluit van 17 juli 2018, houdende nadere regels met betrekking tot uiteindelijk belanghebbenden en politiek prominente personen, het vaststellen van indicatoren voor het melden van ongebruikelijke transacties en tot wijziging van enige andere besluiten in verband met de implementatie van de vierde anti-witwasrichtlijn en de verordening betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie (Uitvoeringsbesluit Wwft 2018)

9 versions · 2025-02-04
2025-02-04
Uitvoeringsbesluit Wwft 2018
2024-07-01
Uitvoeringsbesluit Wwft 2018 — arts. 2, 3, 4 y 2 más
2022-11-01
Uitvoeringsbesluit Wwft 2018 — arts. 2, 3, 4 y 2 más
2021-04-01
Uitvoeringsbesluit Wwft 2018 — arts. 2, 3, 4 y 2 más
2020-09-27
Uitvoeringsbesluit Wwft 2018 — arts. 2, 3, 4 y 2 más

Wijzigingen op 2020-09-27

@@ -132,11 +132,13 @@
5. Het eerste lid, onderdeel e, is van overeenkomstige toepassing op andere juridische constructies vergelijkbaar met een trust.
6. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder hoger leidinggevend personeel uitsluitend verstaan: een of meer bestuurders in de zin van [artikel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=9), of, in het geval van een personenvennootschap, een of meer vennoten, met uitzondering van een vennoot bij wijze van geldschieting als bedoeld in [artikel 19, eerste lid, van het Wetboek van Koophandel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001838&artikel=19).
6. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder hoger leidinggevend personeel uitsluitend verstaan: elke bestuurder in de zin van [artikel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=9), of, in het geval van een personenvennootschap, elke vennoot, met uitzondering van een vennoot bij wijze van geldschieting als bedoeld in [artikel 19, eerste lid, van het Wetboek van Koophandel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001838&artikel=19).
7. Het eerste lid, onderdeel e, en het vijfde lid zijn niet van toepassing op de personen die op grond van [artikel 10a van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=10a) als uiteindelijk belanghebbenden moeten worden aangemerkt.
##### Artikel 4
1. De indicatoren, bedoeld in [artikel 15, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=15), zijn vastgesteld in de [bijlage](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041193&bijlage=1&z=2020-05-21&g=2020-05-21) bij dit besluit.
1. De indicatoren, bedoeld in [artikel 15, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=15), zijn vastgesteld in de [bijlage](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041193&bijlage=1&z=2020-09-27&g=2020-09-27) bij dit besluit.
2. Voor bijkantoren in Nederland van een bank of andere financiële onderneming met zetel buiten Nederland als bedoeld in [artikel 1a, tweede en derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=1a), gelden de indicatoren die van toepassing zijn voor een bank of het type financiële onderneming waarvan het bijkantoor deel uitmaakt.
@@ -146,11 +148,11 @@
##### Artikel 6
De Nederlandsche Bank neemt bij de vaststelling, bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041193&paragraaf=3&artikel=5&z=2020-05-21&g=2020-05-21), in ieder geval de antecedenten genoemd in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041193&bijlage=2&z=2020-05-21&g=2020-05-21) in aanmerking.
De Nederlandsche Bank neemt bij de vaststelling, bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041193&paragraaf=3&artikel=5&z=2020-09-27&g=2020-09-27), in ieder geval de antecedenten genoemd in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041193&bijlage=2&z=2020-09-27&g=2020-09-27) in aanmerking.
##### Artikel 7
1. De Nederlandsche Bank verkrijgt inzicht in de in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041193&paragraaf=3&artikel=5&z=2020-05-21&g=2020-05-21) bedoelde voornemens, handelingen en antecedenten op grond van:
1. De Nederlandsche Bank verkrijgt inzicht in de in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041193&paragraaf=3&artikel=5&z=2020-09-27&g=2020-09-27) bedoelde voornemens, handelingen en antecedenten op grond van:
- a. door betrokkene verstrekte gegevens en inlichtingen;
@@ -186,15 +188,15 @@
1. De betrouwbaarheid van de betrokkene staat niet buiten twijfel indien:
- a. deze onherroepelijk veroordeeld is terzake van een misdrijf, genoemd in onderdeel 1 van [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041193&bijlage=2&z=2020-05-21&g=2020-05-21), waarbij sinds het onherroepelijk worden van de uitspraak minder dan acht jaren zijn verstreken;
- b. deze veroordeeld is terzake van een misdrijf, genoemd in onderdeel 1 van [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041193&bijlage=2&z=2020-05-21&g=2020-05-21), waarbij de uitspraak nog niet onherroepelijk is of waarbij sinds het onherroepelijk worden van de uitspraak acht of meer jaren zijn verstreken;
- a. deze onherroepelijk veroordeeld is terzake van een misdrijf, genoemd in onderdeel 1 van [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041193&bijlage=2&z=2020-09-27&g=2020-09-27), waarbij sinds het onherroepelijk worden van de uitspraak minder dan acht jaren zijn verstreken;
- b. deze veroordeeld is terzake van een misdrijf, genoemd in onderdeel 1 van [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041193&bijlage=2&z=2020-09-27&g=2020-09-27), waarbij de uitspraak nog niet onherroepelijk is of waarbij sinds het onherroepelijk worden van de uitspraak acht of meer jaren zijn verstreken;
- c. deze veroordeeld is terzake van een overtreding van [artikel 69 van de Algemene wet inzake de rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=69) of [artikel 65 van de Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=65), waarbij betrokkene veroordeeld is tot een gevangenisstraf of boete; of
- d. deze een vergrijpboete van meer dan € 62.500 opgelegd heeft gekregen terzake van een feit, genoemd in onderdeel 5 van [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041193&bijlage=2&z=2020-05-21&g=2020-05-21), en het besluit waarbij de vergrijpboete is opgelegd onherroepelijk is geworden of waarbij ten minste de rechter in eerste aanleg uitspraak heeft gedaan.
2. De Nederlandsche Bank kan op grond van de omstandigheden of belangen, genoemd in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041193&paragraaf=3&artikel=9&z=2020-05-21&g=2020-05-21), afwijken van het eerste lid, ten aanzien van de onderdelen b, c en d.
- d. deze een vergrijpboete van meer dan € 62.500 opgelegd heeft gekregen terzake van een feit, genoemd in onderdeel 5 van [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041193&bijlage=2&z=2020-09-27&g=2020-09-27), en het besluit waarbij de vergrijpboete is opgelegd onherroepelijk is geworden of waarbij ten minste de rechter in eerste aanleg uitspraak heeft gedaan.
2. De Nederlandsche Bank kan op grond van de omstandigheden of belangen, genoemd in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041193&paragraaf=3&artikel=9&z=2020-09-27&g=2020-09-27), afwijken van het eerste lid, ten aanzien van de onderdelen b, c en d.
##### Artikel 9
@@ -369,7 +371,7 @@
Bij vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van een poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:
### 2. Overige strafrechtelijke antecedenten als bedoeld in [artikel 6, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041193&paragraaf=3&artikel=6&z=2020-05-21&g=2020-05-21)
### 2. Overige strafrechtelijke antecedenten als bedoeld in [artikel 6, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041193&paragraaf=3&artikel=6&z=2020-09-27&g=2020-09-27)
### 2.1. Veroordelingen
@@ -411,7 +413,7 @@
Andere feiten of omstandigheden die redelijkerwijs voor de Nederlandsche Bank van belang kunnen zijn voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van betrokkene, zoals blijkend uit door tot de opsporing van strafbare feiten bevoegde ambtenaren opgemaakte processen-verbaal of rapporten die erop wijzen dat betrokkene betrokken is (geweest) bij een of meer van de onder 2.1 genoemde strafbare feiten. Onder processen-verbaal of rapporten wordt ook verstaan soortgelijke documenten met gelijke bewijskracht, opgemaakt door tot de opsporing van strafbare feiten bevoegde ambtenaren in het buitenland ter zake van daar geldende strafbepalingen, vergelijkbaar met de onder 2.1 genoemde.
### 3. Financiële antecedenten als bedoeld in [artikel 6, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041193&paragraaf=3&artikel=6&z=2020-05-21&g=2020-05-21)
### 3. Financiële antecedenten als bedoeld in [artikel 6, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041193&paragraaf=3&artikel=6&z=2020-09-27&g=2020-09-27)
### 3.1. Persoonlijk
@@ -421,7 +423,7 @@
Andere feiten of omstandigheden die wijzen op betrokkenheid van betrokkene bij één of meer financiële gedragingen, voor zover die redelijkerwijs voor de Nederlandsche Bank van belang kunnen zijn voor de beoordeling van diens betrouwbaarheid.
### 4. Toezichtantecedenten als bedoeld in [artikel 6, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041193&paragraaf=3&artikel=6&z=2020-05-21&g=2020-05-21)
### 4. Toezichtantecedenten als bedoeld in [artikel 6, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041193&paragraaf=3&artikel=6&z=2020-09-27&g=2020-09-27)
### 4.1. Toezichtantecedenten
@@ -429,7 +431,7 @@
Andere feiten of omstandigheden die wijzen op betrokkenheid van betrokkene bij één of meer gedragingen ter zake waarvan in Nederlandse of buitenlandse financiële toezichtswetgeving regels zijn gesteld, welke gedraging of gedragingen die redelijkerwijs voor de Nederlandsche Bank van belang kunnen zijn voor de beoordeling van diens betrouwbaarheid.
### 5. Fiscaal bestuursrechtelijke antecedenten als bedoeld in [artikel 6, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041193&paragraaf=3&artikel=6&z=2020-05-21&g=2020-05-21)
### 5. Fiscaal bestuursrechtelijke antecedenten als bedoeld in [artikel 6, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041193&paragraaf=3&artikel=6&z=2020-09-27&g=2020-09-27)
### 5.1. Persoonlijk
@@ -443,6 +445,6 @@
Andere feiten of omstandigheden die wijzen op betrokkenheid van betrokkene bij één of meer gedragingen op fiscaal gebied die redelijkerwijs voor de Nederlandsche Bank van belang kunnen zijn voor de beoordeling van diens betrouwbaarheid.
### 6. Overige antecedenten als bedoeld in [artikel 6, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041193&paragraaf=3&artikel=6&z=2020-05-21&g=2020-05-21)
### 6. Overige antecedenten als bedoeld in [artikel 6, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041193&paragraaf=3&artikel=6&z=2020-09-27&g=2020-09-27)
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
2020-05-21
Uitvoeringsbesluit Wwft 2018 — arts. 6, 1, 1 y 21 más
2019-10-18
Uitvoeringsbesluit Wwft 2018
2018-07-25
Uitvoeringsbesluit Wwft 2018 — arts. 31, 1, 2 y 11 más
2018-07-25
Uitvoeringsbesluit Wwft 2018
original version Tekst op deze datum