Wijzigingsgeschiedenis
Besluit van 17 juli 2018, houdende nadere regels met betrekking tot uiteindelijk belanghebbenden en politiek prominente personen, het vaststellen van indicatoren voor het melden van ongebruikelijke transacties en tot wijziging van enige andere besluiten in verband met de implementatie van de vierde anti-witwasrichtlijn en de verordening betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie (Uitvoeringsbesluit Wwft 2018)
9 versions
· 2025-02-04
2025-02-04
Uitvoeringsbesluit Wwft 2018
2024-07-01
Uitvoeringsbesluit Wwft 2018 — arts. 2, 3, 4 y 2 más
2022-11-01
Uitvoeringsbesluit Wwft 2018 — arts. 2, 3, 4 y 2 más
2021-04-01
Uitvoeringsbesluit Wwft 2018 — arts. 2, 3, 4 y 2 más
2020-09-27
Uitvoeringsbesluit Wwft 2018 — arts. 2, 3, 4 y 2 más
2020-05-21
Uitvoeringsbesluit Wwft 2018 — arts. 6, 1, 1 y 21 más
Wijzigingen op 2020-05-21
@@ -16,6 +16,8 @@
In dit besluit wordt verstaan onder:
- **aanbieder:** aanbieder als bedoeld in [artikel 23b van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=23b);
- **betaalinstrument:** betaalinstrument in de zin van artikel 4, onderdeel 14, van de richtlijn betaaldiensten;
- **eigendomsbelang:** recht op uitkering uit het vermogen van een rechtspersoon of personenvennootschap, waaronder de winst of de reserves, of op overschot na vereffening;
@@ -60,7 +62,7 @@
- c. de ouder van een politiek prominente persoon.
3. Personen bekend als naaste geassocieerde van een politiek prominente persoon in de zin van [artikel 1, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=1) zijn:
4. Personen bekend als naaste geassocieerde van een politiek prominente persoon in de zin van [artikel 1, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=1) zijn:
- a. een natuurlijke persoon van wie bekend is dat deze met een politiek prominente persoon de gezamenlijke uiteindelijk belanghebbende is van een juridische entiteit of een juridische constructie, of die met een politiek prominente persoon andere nauwe zakelijke relaties heeft;
@@ -134,37 +136,99 @@
##### Artikel 4
1. De indicatoren, bedoeld in [artikel 15, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=15), zijn vastgesteld in de bijlage bij dit besluit.
1. De indicatoren, bedoeld in [artikel 15, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=15), zijn vastgesteld in de [bijlage](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041193&bijlage=1&z=2020-05-21&g=2020-05-21) bij dit besluit.
2. Voor bijkantoren in Nederland van een bank of andere financiële onderneming met zetel buiten Nederland als bedoeld in [artikel 1a, tweede en derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=1a), gelden de indicatoren die van toepassing zijn voor een bank of het type financiële onderneming waarvan het bijkantoor deel uitmaakt.
##### Artikel 5
Wijzigt het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector.
De Nederlandsche Bank stelt vast of de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in [artikel 23h, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=23h) buiten twijfel staat op basis van diens voornemens, handelingen en antecedenten.
##### Artikel 6
Wijzigt het Besluit Markttoegang financiële ondernemingen Wft.
De Nederlandsche Bank neemt bij de vaststelling, bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041193¶graaf=3&artikel=5&z=2020-05-21&g=2020-05-21), in ieder geval de antecedenten genoemd in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041193&bijlage=2&z=2020-05-21&g=2020-05-21) in aanmerking.
##### Artikel 7
Wijzigt het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft.
1. De Nederlandsche Bank verkrijgt inzicht in de in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041193¶graaf=3&artikel=5&z=2020-05-21&g=2020-05-21) bedoelde voornemens, handelingen en antecedenten op grond van:
- a. door betrokkene verstrekte gegevens en inlichtingen;
- b. door de Landelijke Officier van Justitie verstrekte politiegegevens;
- c. gegevens uit de registratie, bedoeld in [artikel 1, onderdeel b, van de Wet controle op rechtspersonen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015049&artikel=1);
- d. gegevens en inlichtingen, verkregen van de Belastingdienst;
- e. gegevens en inlichtingen, verkregen van Nederlandse of buitenlandse overheidsinstanties dan wel van Nederlandse of buitenlandse van overheidswege aangewezen instanties die belast zijn met het toezicht op financiële markten of op personen die op die markten werkzaam zijn;
- f. ambtsberichten van het Openbaar Ministerie;
- g. inlichtingen, verkregen van door betrokkene opgegeven referenties;
- h. gegevens uit openbare bronnen;
- i. inlichtingen, verkregen van curatoren of bewindvoerders met betrekking tot faillissementen, surseances, schuldsaneringen, bewindvoeringen of noodregelingen waarbij de in artikel 1c bedoelde persoon betrokken is geweest;
- j. inlichtingen, verkregen van organisaties van huidige of voormalige beroepsgenoten van betrokkene; of
- k. gegevens en inlichtingen, verkregen uit andere bij ministeriële regeling aan te wijzen bronnen.
2. Indien de gegevens of inlichtingen, verkregen overeenkomstig het eerste lid, de Nederlandsche Bank aanleiding geven tot nader onderzoek, kan de Nederlandsche Bank ook inlichtingen inwinnen en gegevens opvragen bij andere personen of instanties dan genoemd in dat lid. De Nederlandsche Bank stelt de betrokkene in dat geval vooraf schriftelijk in kennis van:
- a. de reden van het nadere onderzoek;
- b. de personen of instanties bij wie nadere gegevens of inlichtingen zullen worden ingewonnen; en
- c. de aard van de nadere gegevens of inlichtingen.
##### Artikel 8
Wijzigt het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015.
1. De betrouwbaarheid van de betrokkene staat niet buiten twijfel indien:
- a. deze onherroepelijk veroordeeld is terzake van een misdrijf, genoemd in onderdeel 1 van [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041193&bijlage=2&z=2020-05-21&g=2020-05-21), waarbij sinds het onherroepelijk worden van de uitspraak minder dan acht jaren zijn verstreken;
- b. deze veroordeeld is terzake van een misdrijf, genoemd in onderdeel 1 van [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041193&bijlage=2&z=2020-05-21&g=2020-05-21), waarbij de uitspraak nog niet onherroepelijk is of waarbij sinds het onherroepelijk worden van de uitspraak acht of meer jaren zijn verstreken;
- c. deze veroordeeld is terzake van een overtreding van [artikel 69 van de Algemene wet inzake de rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=69) of [artikel 65 van de Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=65), waarbij betrokkene veroordeeld is tot een gevangenisstraf of boete; of
- d. deze een vergrijpboete van meer dan € 62.500 opgelegd heeft gekregen terzake van een feit, genoemd in onderdeel 5 van [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041193&bijlage=2&z=2020-05-21&g=2020-05-21), en het besluit waarbij de vergrijpboete is opgelegd onherroepelijk is geworden of waarbij ten minste de rechter in eerste aanleg uitspraak heeft gedaan.
2. De Nederlandsche Bank kan op grond van de omstandigheden of belangen, genoemd in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041193¶graaf=3&artikel=9&z=2020-05-21&g=2020-05-21), afwijken van het eerste lid, ten aanzien van de onderdelen b, c en d.
##### Artikel 9
Wijzigt het Besluit basisregistratie personen.
De Nederlandsche Bank neemt bij de vaststelling van de betrouwbaarheid in aanmerking:
- a. het onderlinge verband tussen de aan een antecedent ten grondslag liggende gedraging of gedragingen en de overige omstandigheden van het geval;
- b. de belangen die de wet beoogt te beschermen; en
- c. de overige belangen van de aanbieder en de betrokkene.
##### Artikel 10
Wijzigt het Reglement rijbewijzen.
Een aanbieder beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot het tegengaan van verstrengeling van belangen van:
- a. personen die het beleid van de aanbieder bepalen of mede bepalen;
- b. indien van toepassing, bestuurders van de aanbieder of een rechtspersoon of vennootschap van dezelfde groep;
- c. indien van toepassing, personen die belast zijn met de compliancefunctie of auditfunctie of lid zijn van een orgaan belast met het intern toezicht op de aanbieder;
- d. indien van toepassing, andere werknemers of personen die in opdracht van de aanbieder werkzaamheden verrichten met een taak of functie waarin belangenverstrengeling zich redelijkerwijs zou kunnen voordoen.
##### Artikel 11
Het [Uitvoeringsbesluit Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024280) wordt ingetrokken.
1. De bedrijfsvoering van een aanbieder bestaat ten minste uit:
- a. een duidelijke, evenwichtige en adequate organisatiestructuur; en
- b. een duidelijke, evenwichtige en adequate verdeling van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden.
2. De bedrijfsvoering is afgestemd op de aard en de omvang van de integriteitsrisico’s van de aanbieder.
3. De bedrijfsvoering wordt op inzichtelijke wijze vastgelegd.
##### Artikel 12
@@ -219,3 +283,166 @@
Het ligt in de rede dat transacties die in verband met witwassen of financieren van terrorisme aan politie of Openbaar Ministerie worden gemeld, ook aan de Financiële inlichtingen eenheid worden gemeld; er is immers de veronderstelling dat deze transacties verband kunnen houden met witwassen of financieren van terrorisme.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
#### § 1. Inleidende bepalingen
##### Artikel 1a
1. De bij de registratie aan te leveren gegevens, bedoeld in [artikel 23c, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=23c) zijn in ieder geval:
- a. contactgegevens van de aanbieder;
- b. gegevens met betrekking tot de bedrijfsvoering en de zeggenschapsstructuur van de aanbieder;
- c. gegevens met betrekking tot personen die het beleid van de aanbieder bepalen of mede bepalen alsmede personen die al dan niet middellijk een gekwalificeerde deelneming houden in de aanbieder;
- d. gegevens die verband houden met de naleving van [de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282) of de [Sanctiewet 1977](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296);
- e. overige bij ministeriële regeling te bepalen gegevens.
2. De gegevens bedoeld in het eerste lid kunnen nader worden uitgewerkt bij ministeriële regeling.
#### § 2. Nadere uitwerking definities politiek prominente personen en uiteindelijk belanghebbende
#### § 3. Nadere regels betrouwbaarheid
#### § 4. Integere en beheerste bedrijfsvoering
##### Artikel 10a
Een aanbieder draagt er zorg voor dat het beleid, bedoeld in [artikel 23j, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=23j), wordt vertaald in procedures en maatregelen.
## Bijlage 1. Indicatorenlijst
**Bijlage als bedoeld in artikel 4, eerste lid.**
| **Instelling** | **Toepasselijke indicatoren*** |
| --- | --- |
| Bank ([artikel 1a, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=1a)) | Een transactie waarbij de instelling aanleiding heeft om te veronderstellen dat deze verband kan houden met witwassen of financieren van terrorisme. Een transactie voor een bedrag van € 10.000,– of meer, waarbij contante omwisseling in een andere valuta of van kleine naar grote coupures plaatsvindt. Een contante storting voor een bedrag van € 10.000,– of meer ten gunste van een credit card of een vooraf betaald betaalinstrument (prepaid card). Het gebruik van een credit card of een vooraf betaald betaalinstrument (prepaid card) in verband met een transactie voor een bedrag van € 15.000,– of meer. Een geldtransfer voor een bedrag van € 2.000,– of meer, tenzij het een geldtransfer betreft door een instelling die de afwikkeling van bedoelde geldtransfer overlaat aan een andere instelling waarop de meldingsplicht, bedoeld in [artikel 16, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=16), eveneens van toepassing is. |
| Degene die, geen bank zijnde, in hoofdzaak zijn bedrijf maakt van het verrichten van een of meer van de werkzaamheden die zijn opgenomen onder punt 2, 3, 5, 6, 9, 10 en 12 van Bijlage I bij de richtlijn kapitaalvereisten ([artikel 1a, derde lid, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=1a)) | Een transactie waarbij de instelling aanleiding heeft om te veronderstellen dat deze verband kan houden met witwassen of financieren van terrorisme. Een transactie voor een bedrag van € 10.000,– of meer, waarbij contante omwisseling in een andere valuta of van kleine naar grote coupures plaatsvindt. Een contante storting voor een bedrag van € 10.000,– of meer ten gunste van een credit card of een vooraf betaald betaalinstrument (prepaid card). Het gebruik van een credit card of een vooraf betaald betaalinstrument (prepaid card) in verband met een transactie voor een bedrag van € 15.000,– of meer. Een geldtransfer voor een bedrag van € 2.000,– of meer, tenzij het een geldtransfer betreft door een instelling die de afwikkeling van bedoelde geldtransfer overlaat aan een andere instelling waarop de meldingsplicht, bedoeld in [artikel 16, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=16), eveneens van toepassing is. |
| Degene die, geen bank zijnde, in hoofdzaak zijn bedrijf maakt van het verrichten van de werkzaamheden die zijn opgenomen onder punt 14 van bijlage I bij de richtlijn kapitaalvereisten ([artikel 1a, derde lid, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=1a)) | Een transactie waarbij de instelling aanleiding heeft om te veronderstellen dat deze verband kan houden met witwassen of financieren van terrorisme. |
| Degene die, geen bank zijnde, in hoofdzaak zijn bedrijf maakt van het verrichten van betaaldiensten als bedoeld in de bijlage bij de richtlijn betaaldiensten ([artikel 1a, derde lid, onderdeel b, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=1a)) | Een transactie waarbij de instelling aanleiding heeft om te veronderstellen dat deze verband kan houden met witwassen of financieren van terrorisme. Een transactie voor een bedrag van € 10.000,– of meer, waarbij contante omwisseling in een andere valuta of van kleine naar grote coupures plaatsvindt. Een contante storting voor een bedrag van € 10.000,– of meer ten gunste van een credit card of een vooraf betaald betaalinstrument (prepaid card). Het gebruik van een credit card of een vooraf betaald betaalinstrument (prepaid card) in verband met een transactie voor een bedrag van € 15.000,– of meer. Een geldtransfer voor een bedrag van € 2.000,– of meer, tenzij het een geldtransfer betreft door een instelling die de afwikkeling van bedoelde geldtransfer overlaat aan een andere instelling waarop de meldingsplicht, bedoeld in [artikel 16, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=16), eveneens van toepassing is. |
| Beleggingsonderneming ([artikel 1a, derde lid, onderdeel c, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=1a)) | Een transactie waarbij de instelling aanleiding heeft om te veronderstellen dat deze verband kan houden met witwassen of financieren van terrorisme. |
| Beleggingsinstelling ([artikel 1a, derde lid, onderdeel d, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=1a)) | Een transactie waarbij de instelling aanleiding heeft om te veronderstellen dat deze verband kan houden met witwassen of financieren van terrorisme. |
| Elektronischgeldinstelling ([artikel 1a, derde lid, onderdeel e, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=1a)) | Een transactie waarbij de instelling aanleiding heeft om te veronderstellen dat deze verband kan houden met witwassen of financieren van terrorisme. Een contante storting voor een bedrag van € 10.000,– of meer ten gunste van een credit card of een vooraf betaald betaalinstrument (prepaid card). Het gebruik van een credit card of een vooraf betaald betaalinstrument (prepaid card) in verband met een transactie voor een bedrag van € 15.000,– of meer. Een geldtransfer voor een bedrag van € 2.000,– of meer, tenzij het een geldtransfer betreft door een instelling die de afwikkeling van bedoelde geldtransfer overlaat aan een andere instelling waarop de meldingsplicht, bedoeld in [artikel 16, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=16), eveneens van toepassing is. |
| Wisselinstelling ([artikel 1a, derde lid, onderdeel f, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=1a)) | Een transactie waarbij de instelling aanleiding heeft om te veronderstellen dat deze verband kan houden met witwassen of financieren van terrorisme. Een transactie van € 10.000,– of meer, waarbij contante omwisseling in een andere valuta of van kleine naar grote coupures plaatsvindt. |
| Levensverzekeraar ([artikel 1a, derde lid, onderdeel g, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=1a)) | Een transactie waarbij de instelling aanleiding heeft om te veronderstellen dat deze verband kan houden met witwassen of financieren van terrorisme. |
| Icbe ([artikel 1a, derde lid, onderdeel h, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=1a)) | Een transactie waarbij de instelling aanleiding heeft om te veronderstellen dat deze verband kan houden met witwassen of financieren van terrorisme. |
| Financiële dienstverlener die bemiddelt in levensverzekeringen ([artikel 1a, derde lid, onderdeel i, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=1a)) | Een transactie waarbij de instelling aanleiding heeft om te veronderstellen dat deze verband kan houden met witwassen of financieren van terrorisme. |
| Betaaldienstagent ([artikel 1a, derde lid, onderdeel j, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=1a)) | Een transactie waarbij de instelling aanleiding heeft om te veronderstellen dat deze verband kan houden met witwassen of financieren van terrorisme. Een contante storting voor een bedrag van € 10.000,– of meer ten gunste van een credit card of een vooraf betaald betaalinstrument (prepaid card). Het gebruik van een credit card of een vooraf betaald betaalinstrument (prepaid card) in verband met een transactie voor een bedrag van € 15.000,– of meer. Een geldtransfer voor een bedrag van € 2.000,– of meer, tenzij het een geldtransfer betreft door een instelling die de afwikkeling van bedoelde geldtransfer overlaat aan een andere instelling waarop de meldingsplicht, bedoeld in [artikel 16, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=16), eveneens van toepassing is. |
*Waar de genoemde bedragen in euro staan vermeld is ook bedoeld de tegenwaarde daarvan in een vreemde valuta.
Het ligt in de rede dat transacties die in verband met witwassen of financieren van terrorisme aan politie of Openbaar Ministerie worden gemeld, ook aan de Financiële inlichtingen eenheid worden gemeld; er is immers de veronderstelling dat deze transacties verband kunnen houden met witwassen of financieren van terrorisme.
| **Instelling** | **Toepasselijke indicatoren*** |
| --- | --- |
| Belastingadviseur ([artikel 1a, vierde lid, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=1a)) | Een transactie waarbij de instelling aanleiding heeft om te veronderstellen dat deze verband kan houden met witwassen of financieren van terrorisme. Een transactie voor een bedrag van € 10.000,– of meer, betaald aan of door tussenkomst van de instelling in contanten, met cheques aan toonder, een vooraf betaald betaalinstrument (prepaid card) of soortgelijke betaalmiddelen. |
| Externe registeraccountant of externe accountant-administratieconsulent ([artikel 1a, vierde lid, onderdeel b, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=1a)) | Een transactie waarbij de instelling aanleiding heeft om te veronderstellen dat deze verband kan houden met witwassen of financieren van terrorisme. Een transactie voor een bedrag van € 10.000,– of meer, betaald aan of door tussenkomst van de instelling in contanten, met cheques aan toonder, een vooraf betaald betaalinstrument (prepaid card) of soortgelijke betaalmiddelen. |
| Advocaat ([artikel 1a, vierde lid, onderdeel c, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=1a)) | Een transactie waarbij de instelling aanleiding heeft om te veronderstellen dat deze verband kan houden met witwassen of financieren van terrorisme. Een transactie voor een bedrag van € 10.000,– of meer, betaald aan of door tussenkomst van de instelling in contanten, met cheques aan toonder, een vooraf betaald betaalinstrument (prepaid card) of soortgelijke betaalmiddelen. |
| Notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris ([artikel 1a, vierde lid, onderdeel d, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=1a)) | Een transactie waarbij de instelling aanleiding heeft om te veronderstellen dat deze verband kan houden met witwassen of financieren van terrorisme. Een transactie voor een bedrag van € 10.000,– of meer, betaald aan of door tussenkomst van de instelling in contanten, met cheques aan toonder, een vooraf betaald betaalinstrument (prepaid card) of soortgelijke betaalmiddelen. |
| Degene die werkzaamheden verricht in de uitoefening van een aan dat van advocaat, notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris gelijksoortig juridisch beroep of bedrijf ([artikel 1a, vierde lid, onderdeel e, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=1a)) | Een transactie waarbij de instelling aanleiding heeft om te veronderstellen dat deze verband kan houden met witwassen of financieren van terrorisme. Een transactie voor een bedrag van € 10.000,– of meer, betaald aan of door tussenkomst van de instelling in contanten, met cheques aan toonder, een vooraf betaald betaalinstrument (prepaid card) of soortgelijke betaalmiddelen. |
| Trustkantoor ([artikel 1a, vierde lid, onderdeel f, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=1a)) | Een transactie waarbij de instelling aanleiding heeft om te veronderstellen dat deze verband kan houden met witwassen of financieren van terrorisme. Een transactie voor een bedrag van € 10.000,– of meer, betaald aan of door tussenkomst van de instelling in contanten, met cheques aan toonder, een vooraf betaald betaalinstrument (prepaid card) of soortgelijke betaalmiddelen. |
| Persoon die beroeps- of bedrijfmatig een adres of postadres ter beschikking stelt ([artikel 1a, vierde lid, onderdeel g, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=1a)) | Een transactie waarbij de instelling aanleiding heeft om te veronderstellen dat deze verband kan houden met witwassen of financieren van terrorisme. |
| Tussenpersoon, voor zover deze bemiddelt bij het tot stand brengen en het sluiten van overeenkomsten inzake onroerende zaken of rechten waaraan onroerende zaken zijn onderworpen ([artikel 1a, vierde lid, onderdeel h, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=1a)) | Een transactie waarbij de instelling aanleiding heeft om te veronderstellen dat deze verband kan houden met witwassen of financieren van terrorisme. Een transactie voor een bedrag van € 10.000,– of meer, betaald aan of door tussenkomst van de instelling in contanten, met cheques aan toonder, een vooraf betaald betaalinstrument (prepaid card) of soortgelijke betaalmiddelen. |
| Tussenpersoon, voor zover deze bemiddelt bij het tot stand brengen en het sluiten van overeenkomsten inzake koop en verkoop van voertuigen, schepen, kunstvoorwerpen, antiquiteiten, edelstenen, edele metalen, sieraden of juwelen ([artikel 1a, vierde lid, onderdeel h, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=1a)) | Een transactie waarbij de instelling aanleiding heeft om te veronderstellen dat deze verband kan houden met witwassen of financieren van terrorisme. Een transactie waarbij een of meerdere voertuigen, schepen, kunstvoorwerpen, antiquiteiten, edelstenen, edele metalen, sieraden of juwelen verkocht worden tegen geheel of gedeeltelijke contante betaling, waarbij het contant te betalen bedrag € 20.000,– of meer bedraagt. |
| Beroeps- of bedrijfsmatig handelende koper of verkoper van goederen, voor zover betaling van deze goederen in contanten plaatsvindt voor een bedrag van € 10.000 of meer ([artikel 1a, vierde lid, onderdeel i, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=1a)) | Een transactie waarbij de instelling aanleiding heeft om te veronderstellen dat deze verband kan houden met witwassen of financieren van terrorisme. Een transactie waarbij tegen geheel of gedeeltelijke contante betaling een of meerdere voertuigen, schepen, kunstvoorwerpen, antiquiteiten, edelstenen, edele metalen, sieraden of juwelen gekocht of verkocht worden, waarbij het contant te betalen bedrag € 20.000,– of meer bedraagt. |
| Speelcasino ([artikel 1a, vierde lid, onderdeel n, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=1a)) | Een transactie waarbij de instelling aanleiding heeft om te veronderstellen dat deze verband kan houden met witwassen of financieren van terrorisme. Het in depot nemen van munten, bankbiljetten of andere waarden voor een bedrag van € 10.000,– of meer. Een girale betalingstransactie voor een bedrag van € 15.000,– of meer. Een transactie voor een bedrag van € 10.000,– of meer, betaald aan of door tussenkomst van de instelling in contanten, met cheques, een vooraf betaald betaalinstrument (prepaid card) of buitenlandse valuta. |
| Aanbieders van kansspelen, anders dan een speelcasino ([artikel 1a, vierde lid, onderdeel n, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=1a)) | Een transactie waarbij de instelling aanleiding heeft om te veronderstellen dat deze verband kan houden met witwassen of financieren van terrorisme. |
| Taxateur ([artikel 1a, vierde lid, onderdeel o, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=1a)) | Een transactie waarbij de instelling aanleiding heeft om te veronderstellen dat deze verband kan houden met witwassen of financieren van terrorisme. Een transactie voor een bedrag van € 10.000,– of meer, betaald aan of door tussenkomst van de instelling in contanten, met cheques, een vooraf betaald betaalinstrument (prepaid card) of buitenlandse valuta. |
| Pandhuis ([artikel 1a, vierde lid, onderdeel p, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=1a)) | Een transactie waarbij de instelling aanleiding heeft om te veronderstellen dat deze verband kan houden met witwassen of financieren van terrorisme. Een transactie waarbij een goed of goederen in de macht van het pandhuis gebracht worden, waarbij het door het pandhuis daarvoor ter beschikking gestelde bedrag € 20.000,– of meer bedraagt. |
| Kopers en verkopers van kunstvoorwerpen ([artikel 1a, vierde lid, onderdeel k, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=1a)) | Een transactie waarbij de instelling aanleiding heeft om te veronderstellen dat deze verband kan houden met witwassen of financieren van terrorisme. Een transactie van € 20.000,– of meer. |
| Aanbieders van wisseldiensten tussen virtuele valuta en fiduciaire valuta ([artikel 1a, vierde lid, onderdeel l, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=1a)) | Een transactie waarbij de instelling aanleiding heeft om te veronderstellen dat deze verband kan houden met witwassen of financieren van terrorisme. Een transactie van een bedrag van € 15.000,– of meer. Een transactie van een bedrag van € 10.000,– of meer waarbij een omwisseling plaatsvindt tussen virtuele valuta en contante fiduciaire valuta. |
| Aanbieders van bewaarportemonnees ([artikel 1a, vierde lid, onderdeel m, van de wet)](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=1a) | Een transactie waarbij de instelling aanleiding heeft om te veronderstellen dat deze verband kan houden met witwassen of financieren van terrorisme. Een transactie van een bedrag van € 15.000,– of meer. |
*Waar de genoemde bedragen in euro staan vermeld is ook bedoeld de tegenwaarde daarvan in een vreemde valuta.
Het ligt in de rede dat transacties die in verband met witwassen of financieren van terrorisme aan politie of Openbaar Ministerie worden gemeld, ook aan de Financiële inlichtingen eenheid worden gemeld; er is immers de veronderstelling dat deze transacties verband kunnen houden met witwassen of financieren van terrorisme.
## Bijlage 2. Bijlage antecedenten
**Bijlage behorend bij artikel 6**
### 1. Strafrechtelijke antecedenten
### 1.1. Veroordelingen
Bij vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van een poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:
### 2. Overige strafrechtelijke antecedenten als bedoeld in [artikel 6, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041193¶graaf=3&artikel=6&z=2020-05-21&g=2020-05-21)
### 2.1. Veroordelingen
Bij vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, mislukte uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:
[Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854):
[Algemene wet inzake de rijksbelastingen (AWR)](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320):
[Opiumwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941):
[Wet op de economische delicten (WED)](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002063):
Door de [WED](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002063) strafbaar gestelde gedragingen, met name verbodsbepalingen uit de financiële toezichtswetgeving en overtreding van de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=2), [3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=3), [4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=4), [5, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=5), [8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=8), [16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=8), [17, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=17), [23, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=23), [33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=33) en [34 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024282&artikel=34).
[Wet wapens en munitie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008804):
[Wegenverkeerswet 1994](onbekend):
[Algemene Douanewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023746)
[Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770)
Buitenlandse strafbepalingen
Onder veroordelingen worden ook verstaan veroordelingen in het buitenland wegens overtreding van een of meer in het buitenland geldende strafbepalingen, vergelijkbaar met de hierboven genoemde.
### 2.2. Transacties
Betrokkene heeft een transactie als bedoeld in [artikel 74 van het WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=74), [artikel 76 van de AWR](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=76) of [artikel 10:15 van de Algemene Douanewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023746&artikel=10:15) gedaan ter zake van een of meer van de hiervoor onder 2.1 genoemde strafbare feiten. Onder transacties wordt ook verstaan een daarmee vergelijkbare overeenkomst met betrekking tot niet-vervolging ter zake van met de hiervoor bedoelde vergelijkbare strafbare feiten in het buitenland, gesloten met de daartoe bevoegde autoriteit.
### 2.3. (voorwaardelijk) sepot, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging
Betrokkene wordt ter zake van een of meer van de hiervoor onder 2.1 genoemde strafbare feiten niet of niet verder vervolgd of voorwaardelijk niet of niet verder vervolgd, of is vrijgesproken of ontslagen van rechtsvervolging.
Onder al dan niet voorwaardelijk sepot, niet verdere vervolging, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging worden ook verstaan soortgelijke uitspraken en maatregelen in het buitenland ter zake van overtreding van een of meer daar geldende strafbepalingen vergelijkbaar met de hiervoor genoemde.
### 2.4. Andere feiten of omstandigheden
Andere feiten of omstandigheden die redelijkerwijs voor de Nederlandsche Bank van belang kunnen zijn voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van betrokkene, zoals blijkend uit door tot de opsporing van strafbare feiten bevoegde ambtenaren opgemaakte processen-verbaal of rapporten die erop wijzen dat betrokkene betrokken is (geweest) bij een of meer van de onder 2.1 genoemde strafbare feiten. Onder processen-verbaal of rapporten wordt ook verstaan soortgelijke documenten met gelijke bewijskracht, opgemaakt door tot de opsporing van strafbare feiten bevoegde ambtenaren in het buitenland ter zake van daar geldende strafbepalingen, vergelijkbaar met de onder 2.1 genoemde.
### 3. Financiële antecedenten als bedoeld in [artikel 6, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041193¶graaf=3&artikel=6&z=2020-05-21&g=2020-05-21)
### 3.1. Persoonlijk
### 3.2. Zakelijk
### 3.3. Andere feiten of omstandigheden
Andere feiten of omstandigheden die wijzen op betrokkenheid van betrokkene bij één of meer financiële gedragingen, voor zover die redelijkerwijs voor de Nederlandsche Bank van belang kunnen zijn voor de beoordeling van diens betrouwbaarheid.
### 4. Toezichtantecedenten als bedoeld in [artikel 6, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041193¶graaf=3&artikel=6&z=2020-05-21&g=2020-05-21)
### 4.1. Toezichtantecedenten
### 4.2. Andere feiten of omstandigheden
Andere feiten of omstandigheden die wijzen op betrokkenheid van betrokkene bij één of meer gedragingen ter zake waarvan in Nederlandse of buitenlandse financiële toezichtswetgeving regels zijn gesteld, welke gedraging of gedragingen die redelijkerwijs voor de Nederlandsche Bank van belang kunnen zijn voor de beoordeling van diens betrouwbaarheid.
### 5. Fiscaal bestuursrechtelijke antecedenten als bedoeld in [artikel 6, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041193¶graaf=3&artikel=6&z=2020-05-21&g=2020-05-21)
### 5.1. Persoonlijk
Aan betrokkene is op grond van de [Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320) een vergrijpboete opgelegd ter zake van één of meer van de hieronder genoemde strafbare feiten:
### 5.2. Zakelijk
Aan de huidige of één van de voormalige werkgevers of enige vennootschap of rechtspersoon, waarbij betrokkene een functie bekleedt of bekleedde als beleidsbepalende of medebeleidsbepalende persoon, feitelijke zeggenschap in het bestuur uitoefent of uitoefende of anderszins (mede)verantwoordelijk is of was voor het beleid, is op grond van de [Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320) een vergrijpboete opgelegd ter zake van één of meer van de hieronder genoemde strafbare feiten:
### 5.3. Andere feiten of omstandigheden
Andere feiten of omstandigheden die wijzen op betrokkenheid van betrokkene bij één of meer gedragingen op fiscaal gebied die redelijkerwijs voor de Nederlandsche Bank van belang kunnen zijn voor de beoordeling van diens betrouwbaarheid.
### 6. Overige antecedenten als bedoeld in [artikel 6, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041193¶graaf=3&artikel=6&z=2020-05-21&g=2020-05-21)
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
2019-10-18
Uitvoeringsbesluit Wwft 2018
2018-07-25
Uitvoeringsbesluit Wwft 2018 — arts. 31, 1, 2 y 11 más
2018-07-25
Uitvoeringsbesluit Wwft 2018
original version
Tekst op deze datum