Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over activiteiten in de fysieke leefomgeving (Besluit activiteiten leefomgeving)
- c. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1;
- d. zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3;
- e. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4; en
- f. geluid op industrieterreinen, bedoeld in paragraaf 5.4.5.
§ 3.3.7. Complexe minerale industrie
Artikel 3.69. (aanwijzing milieubelastende activiteiten)
Als milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 worden aangewezen:
- a. het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van cement, cementklinkers, ongebluste kalk en magnesiumoxide, bedoeld in categorie 3.1 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies;
- b. het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het maken van cement, cementklinkers, ongebluste kalk en magnesiumoxide;
- c. het exploiteren van een ippc-installatie voor het winnen van asbest of het maken van asbestproducten, bedoeld in categorie 3.2 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies;
- d. het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van glas, met inbegrip van het maken van glasvezels, bedoeld in categorie 3.3 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies;
- e. het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het maken van glas, met inbegrip van het maken van glasvezels;
- f. het exploiteren van een ippc-installatie voor het smelten van minerale stoffen en het maken van mineraalvezels, glazuren of emailles, bedoeld in categorie 3.4 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies;
- g. het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het smelten van minerale stoffen en het maken van mineraalvezels, glazuren of emailles; en
- h. het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van koolstof of elektrografiet door verbranding of grafitisering, bedoeld in categorie 6.8 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies.
De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat exploiteren functioneel ondersteunen.
Artikel 3.70. (aanwijzing vergunningplichtige gevallen)
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.69.
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van afvalwater afkomstig van de milieubelastende activiteiten, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 3.71. (algemene regels)
Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.69, en lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij worden verricht, wordt voldaan aan de regels over:
- a. het eindonderzoek bodem, bedoeld in paragraaf 5.2.1, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie;
- b. PRTR, bedoeld in paragraaf 5.3.1, voor zover het gaat om exploiteren van een ippc-installatie voor een activiteit als bedoeld in categorie 3.1 tot en met 3.4 of 6.8 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies;
- c. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1;
- d. zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3;
- e. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4; en
- f. geluid op industrieterreinen, bedoeld in paragraaf 5.4.5.
§ 3.3.8. Basischemie
Artikel 3.72. (aanwijzing milieubelastende activiteiten)
Als milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 worden aangewezen:
- a. het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van organisch-chemische producten, bedoeld in categorie 4.1 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies;
- b. het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van anorganisch-chemische producten, bedoeld in categorie 4.2 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies;
- c. het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van fosfaathoudende, stikstofhoudende of kaliumhoudende meststoffen, bedoeld in categorie 4.3 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies;
- d. het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van producten voor gewasbescherming of van biociden, bedoeld in categorie 4.4 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies;
- e. het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van farmaceutische producten, bedoeld in categorie 4.5 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies; en
- f. het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van explosieven, bedoeld in categorie 4.6 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies.
De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat exploiteren functioneel ondersteunen.
Artikel 3.73. (aanwijzing vergunningplichtige gevallen)
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.72.
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van afvalwater afkomstig van de milieubelastende activiteiten, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 3.74. (algemene regels)
Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.72, en lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij worden verricht, wordt voldaan aan de regels over:
- a. een titaandioxide-installatie, bedoeld in paragraaf 4.5; en
- b. een oplosmiddeleninstallatie, bedoeld in paragraaf 4.34.
Ook wordt voldaan aan de regels over:
- a. het eindonderzoek bodem, bedoeld in paragraaf 5.2.1, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie;
- b. PRTR, bedoeld in paragraaf 5.3.1;
- c. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1;
- d. zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3;
- e. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4; en
- f. geluid op industrieterreinen, bedoeld in paragraaf 5.4.5.
§ 3.3.9. Complexe papierindustrie, houtindustrie en textielindustrie
Artikel 3.75. (aanwijzing milieubelastende activiteiten)
Als milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 worden aangewezen:
- a. het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van papierpulp, papier, karton, oriented strand board, spaanplaat of vezelplaat van hout, bedoeld in categorie 6.1 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies; en
- b. het exploiteren van een ippc-installatie voor het voorbehandelen of het verven van textielvezels of textiel, bedoeld in categorie 6.2 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies.
De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat exploiteren functioneel ondersteunen.
Artikel 3.76. (aanwijzing vergunningplichtige gevallen)
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.75.
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van afvalwater afkomstig van de milieubelastende activiteiten, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 3.77. (algemene regels)
Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.75, en lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij worden verricht, wordt voldaan aan de regels over een oplosmiddeleninstallatie, bedoeld in paragraaf 4.34.
Ook wordt voldaan aan de regels over:
- a. het eindonderzoek bodem, bedoeld in paragraaf 5.2.1, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie;
- b. PRTR, bedoeld in paragraaf 5.3.1;
- c. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1;
- d. zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3;
- e. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4; en
- f. geluid op industrieterreinen, bedoeld in paragraaf 5.4.5, voor zover het gaat om de activiteit, bedoeld in artikel 3.75, eerste lid, onder a.
§ 3.3.10. Afvalbeheer ippc-installaties
Artikel 3.78. (aanwijzing milieubelastende activiteiten)
Als milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 worden aangewezen:
- a. het exploiteren van een ippc-installatie voor het verwijderen of nuttig toepassen van gevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in categorie 5.1 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies;
- b. het exploiteren van een ippc-installatie voor het verwijderen of nuttig toepassen van ongevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in categorie 5.3 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies;
- c. het exploiteren van een ippc-installatie voor het tijdelijk opslaan van gevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in categorie 5.5 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies; en
- d. het exploiteren van een ippc-installatie voor het ondergronds opslaan van gevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in categorie 5.6 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies.
De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat exploiteren functioneel ondersteunen.
Artikel 3.79. (aanwijzing vergunningplichtige gevallen)
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.78.
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van afvalwater afkomstig van de milieubelastende activiteiten, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 3.80. (algemene regels)
Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.78, en lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij worden verricht, wordt voldaan aan de regels over het shredderen van autowrakken, bedoeld in paragraaf 4.31.
Ook wordt voldaan aan de regels over:
- a. het eindonderzoek bodem, bedoeld in paragraaf 5.2.1, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie;
- b. PRTR, bedoeld in paragraaf 5.3.1, voor zover het gaat om:
- 1°. het nuttig toepassen of verwijderen van gevaarlijke afvalstoffen als per dag 10 ton of meer gevaarlijke afvalstoffen worden ontvangen; en
- 2°. het verwijderen van niet-gevaarlijke afvalstoffen bij een capaciteit van 50 ton of meer per dag;
- c. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1;
- d. zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3; en
- e. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4.
§ 3.3.11. Kadavers of dierlijk afval
Artikel 3.81. (aanwijzing milieubelastende activiteiten)
Als milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 2.1 wordt aangewezen het exploiteren van een ippc-installatie voor de destructie of het verwerken van kadavers of dierlijk afval, bedoeld in categorie 6.5 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies.
De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat exploiteren functioneel ondersteunen.
Artikel 3.82. (aanwijzing vergunningplichtige gevallen)
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.81.
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van afvalwater afkomstig van de milieubelastende activiteit, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 3.83. (algemene regels)
Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 3.81, en een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij wordt verricht, wordt voldaan aan de regels over:
- a. het eindonderzoek bodem, bedoeld in paragraaf 5.2.1, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie;
- b. PRTR, bedoeld in paragraaf 5.3.1;
- c. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1; en
- d. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4.
§ 3.3.12. Stortplaats of winningsafvalvoorziening
Artikel 3.84. (aanwijzing milieubelastende activiteiten)
Als milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 worden aangewezen:
- a. het exploiteren van een ippc-installatie voor het storten van afvalstoffen, bedoeld in categorie 5.4 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies;
- b. het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het storten van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen op een stortplaats; en
- c. het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het storten of verzamelen van winningsafvalstoffen in een winningsafvalvoorziening.
De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat exploiteren functioneel ondersteunen.
Onder de aanwijzing vallen niet:
- a. de activiteit, bedoeld in het eerste lid, onder b, met huishoudelijke afvalstoffen die nog niet zijn ingezameld of afgegeven; en
- b. het exploiteren van een mijnbouwwerk voor het permanent opslaan van CO2 als bedoeld in artikel 1, onder u, van de Mijnbouwwet.
Artikel 3.85. (aanwijzing vergunningplichtige gevallen)
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.84.
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van stoffen of afvalwater afkomstig van de milieubelastende activiteiten, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 3.86. (algemene regels)
Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.84, en lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij worden verricht, wordt voldaan aan de regels over:
- a. het eindonderzoek bodem, bedoeld in paragraaf 5.2.1, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie;
- b. PRTR, bedoeld in paragraaf 5.3.1, voor zover het gaat om:
- 1°. het exploiteren van een stortplaats, bedoeld in categorie 5.4 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies;
- 2°. het nuttig toepassen of verwijderen van gevaarlijke afvalstoffen als per dag 10 ton of meer gevaarlijke afvalstoffen worden ontvangen; en
- 3°. het verwijderen van niet-gevaarlijke afvalstoffen bij een capaciteit van 50 ton of meer per dag;
- c. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1; en
- d. zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3.
§ 3.3.13. Verbranden van afvalstoffen in een ippc-installatie
Artikel 3.87. (aanwijzing milieubelastende activiteiten)
Als milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 2.1 wordt aangewezen het exploiteren van een ippc-installatie voor het verwijderen of het nuttig toepassen van afvalstoffen in een afvalverbrandingsinstallatie of afvalmeeverbrandingsinstallatie, bedoeld in categorie 5.2 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies.
De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat exploiteren functioneel ondersteunen.
Artikel 3.88. (aanwijzing vergunningplichtige gevallen)
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.87.
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van afvalwater afkomstig van de milieubelastende activiteit, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 3.89. (algemene regels)
Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 3.87, en een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij wordt verricht, wordt voldaan aan de regels over:
- a. een grote stookinstallatie, bedoeld in paragraaf 4.3, als geen andere afvalstoffen worden verbrand dan rie-biomassa;
- b. een afvalverbrandingsinstallatie of afvalmeeverbrandingsinstallatie, bedoeld in paragraaf 4.4;
- c. een kleine of middelgrote stookinstallatie voor standaard brandstoffen, bedoeld in paragraaf 4.126, als geen andere afvalstoffen worden verbrand dan rie-biomassa; en
- d. een middelgrote stookinstallatie voor niet-standaard brandstoffen, bedoeld in paragraaf 4.127, als geen andere afvalstoffen worden verbrand dan rie-biomassa.
Ook wordt voldaan aan de regels over:
- a. het eindonderzoek bodem, bedoeld in paragraaf 5.2.1, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie;
- b. de kosten-batenanalyse energie-efficiëntie, bedoeld in paragraaf 5.2.3;
- c. PRTR, bedoeld in paragraaf 5.3.1;
- d. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1;
- e. zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3; en
- f. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4.
§ 3.3.14. Grootschalige mestverwerking
Artikel 3.90. (aanwijzing milieubelastende activiteiten)
Als milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 2.1 wordt aangewezen het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het behandelen van meer dan 25.000 m3 dierlijke meststoffen per jaar op een andere locatie dan de locatie van productie.
De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat exploiteren functioneel ondersteunen.
Artikel 3.91. (aanwijzing vergunningplichtige gevallen)
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.90.
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van afvalwater afkomstig van de milieubelastende activiteit, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 3.92. (algemene regels)
Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 3.90, en een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij wordt verricht, wordt voldaan aan de regels over:
- a. een afvalverbrandingsinstallatie of afvalmeeverbrandingsinstallatie, bedoeld in paragraaf 4.4;
- b. het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie, bedoeld in paragraaf 4.83; en
- c. het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een mestbassin, bedoeld in paragraaf 4.86.
Ook wordt voldaan aan de regels over:
- a. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1;
- b. zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3; en
- c. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4.
Afdeling 3.4. Nutssector en industrie
§ 3.4.1. Drinkwaterbedrijf
Artikel 3.93. (aanwijzing milieubelastende activiteiten)
Als milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 2.1 wordt aangewezen het bereiden van drinkwater voor de openbare drinkwatervoorziening.
De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat bereiden functioneel ondersteunen.
Artikel 3.94. (aanwijzing vergunningplichtige gevallen)
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van afvalwater afkomstig van de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.93, eerste lid.
Artikel 3.95. (algemene regels)
Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 3.93, en een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij wordt verricht, wordt voldaan aan de regels over:
- a. het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;
- b. het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40; en
- c. het opslaan van goederen, bedoeld in paragraaf 4.104.
Ook wordt voldaan aan de regels over verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1.
Artikel 3.96. (gegevens en bescheiden)
Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 3.93, worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:
- a. de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en
- b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.
Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
§ 3.4.2. Behandelen, regelen en meten van aardgas
Artikel 3.97. (aanwijzing milieubelastende activiteiten)
Als milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 worden aangewezen:
- a. het behandelen van aardgas;
- b. het regelen van aardgasdruk; en
- c. het meten van de hoeveelheid of kwaliteit van aardgas.
De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat behandelen, regelen of meten functioneel ondersteunen.
Onder de aanwijzing vallen niet de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, die worden verricht in een installatie:
- a. met een ontwerpcapaciteit van ten hoogste 10 Nm3/u en een werkdruk aan de inlaatzijde van ten hoogste 1.600 kPa; of
- b. met een ontwerpcapaciteit van ten hoogste 650 Nm3/u en een werkdruk aan de inlaatzijde van ten hoogste 10 kPa.
Artikel 3.98. (aanwijzing vergunningplichtige gevallen)
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.97, voor zover deze worden verricht in een installatie met:
- a. een werkdruk aan de inlaatzijde van meer dan 10.000 kPa; of
- b. een gastoevoerleiding met een diameter van meer dan 50,8 cm.
Artikel 3.99. (algemene regels)
Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.97, wordt voldaan aan de regels over het regelen en meten van aardgas, bedoeld in paragraaf 4.29, als de activiteiten niet als vergunningplichtig zijn aangewezen in artikel 3.98.
Ook wordt voldaan aan de regels over verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1.
Artikel 3.100. (gegevens en bescheiden)
Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 3.97 worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:
- a. de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en
- b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.
Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
§ 3.4.3. Buisleiding met gevaarlijke stoffen
Artikel 3.101. (aanwijzing milieubelastende activiteiten)
Als milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 2.1 wordt aangewezen het exploiteren van een buisleiding voor:
- a. aardgas, met een uitwendige diameter van ten minste 50 mm en een druk van ten minste 1.600 kPa;
- b. andere stoffen dan aardgas, met een uitwendige diameter van ten minste 70 mm of een binnendiameter van ten minste 50 mm en een druk van ten minste 1.600 kPa, als het gaat om gevaarlijke stoffen in de gevarenklasse:
- 1°. ontvlambare gassen, categorie 1 of 2, bedoeld in bijlage I, deel 2, bij de CLP-verordening; of
- 2°. ontvlambare vloeistoffen, categorie 1, 2 of 3, bedoeld in bijlage I, deel 2, bij de CLP-verordening;
- c. gevaarlijke stoffen in de gevarenklasse acute toxiciteit, categorie 1, 2 of 3, bedoeld in bijlage I, deel 3, bij de CLP-verordening;
- d. kooldioxide, zuurstof of stikstof, met een uitwendige diameter van ten minste 70 mm of een binnendiameter van ten minste 50 mm en een druk van ten minste 1.600 kPa;
- e. warmte, als onderdeel van een warmtenet; of
- f. koude, als onderdeel van een koudenet.
De aanwijzing omvat ook de voorzieningen die bij de buisleiding horen, met uitzondering van een verpompingsstation of compressorstation waarop paragraaf 3.3.1 van toepassing is.
Onder de aanwijzing valt niet het exploiteren van een buisleiding:
- a. in de Noordzee;
- b. door de Nederlandse of een bondgenootschappelijke krijgsmacht in of boven een militaire zeehaven als bedoeld in artikel 3.323 of een militaire luchthaven als bedoeld in artikel 3.326; of
- c. die een activiteit met externe veiligheidsrisico’s als bedoeld in bijlage VII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving functioneel ondersteunt en ligt binnen de begrenzing van de locatie waarop die activiteit wordt verricht.
Artikel 3.102. (algemene regels)
Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 3.101, eerste lid, onder a tot en met d, wordt voldaan aan de regels over een buisleiding met gevaarlijke stoffen, bedoeld in paragraaf 4.108.
Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 3.101, eerste lid, onder e of f, wordt voldaan aan de regels over de kosten-batenanalyse energie-efficiëntie, bedoeld in paragraaf 5.2.3.
§ 3.4.4. Metaalproductenindustrie
Artikel 3.103. (aanwijzing milieubelastende activiteiten)
Als milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 worden aangewezen:
- a. het exploiteren van een ippc-installatie voor het behandelen van het oppervlak van metalen of kunststoffen door een elektrolytisch of chemisch procedé, bedoeld in categorie 2.6 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies, als het oppervlak van metalen wordt behandeld;
- b. het verwerken van metalen door smeden met hamers, smelten, legeren, gieten, walsen, trekken of klinken;
- c. het op metaal aanbrengen van anorganische deklagen, conversielagen of deklagen van gesmolten metaal;
- d. het behandelen van het oppervlak van metalen door een elektrolytisch of chemisch procedé;
- e. het harden en gloeien van metalen en het diffunderen van stoffen in het metaaloppervlak; en
- f. het maken van producten van metaal.
De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, functioneel ondersteunen.
Onder de aanwijzing vallen niet activiteiten, bedoeld in het eerste lid, als deze deel uitmaken van een activiteit als bedoeld in paragraaf 3.3.6.
Onder de aanwijzing vallen ook niet de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder b tot en met f, als deze alleen worden verricht:
- a. tijdens het verrichten van een bouwactiviteit of sloopactiviteit of het aanleggen, wijzigen of verwijderen van een weg;
- b. bij een huishouden of bij het uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis;
- c. voor educatieve doelen; of
- d. tijdens het maken, onderhouden, repareren en behandelen van de scheepshuid van vaartuigen of drijvende werktuigen, bedoeld in paragraaf 3.4.11.
Artikel 3.104. (aanwijzing vergunningplichtige gevallen: ippc-installatie)
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.103, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie voor het behandelen van het oppervlak van metalen of kunststoffen door een elektrolytisch of chemisch procedé, bedoeld in categorie 2.6 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies.
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van afvalwater afkomstig van de milieubelastende activiteit, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 3.105. (aanwijzing vergunningplichtige gevallen: overige activiteiten)
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.103, voor zover het gaat om:
- a. het smelten, met inbegrip van het legeren, of gieten van meer dan 500 kg/jaar goud, zilver, platina en legeringen met ten minste 30% van deze metalen;
- b. het harden of gloeien van metalen of het diffunderen van stoffen in het metaaloppervlak, als daarbij zouten, oliën of gassen anders dan inerte gassen of koolzuurgas worden gebruikt;
- c. het aanbrengen van metaallagen met een cyanidehoudend bad met een inhoud van ten minste 100 l; of
- d. het behandelen van het oppervlak van metalen met een bad met een inhoud van ten minste 1 m3 vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 6.1 of vloeibare gevaarlijke stoffen in de gevarenklasse acute toxiciteit, categorie 1, 2 of 3, bedoeld in bijlage I, deel 3, bij de CLP-verordening.
Artikel 3.106. (aanwijzing vergunningplichtige gevallen: andere milieubelastende installatie)
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.103, voor zover het gaat om het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor:
- a. het verwerken van ferrometalen door warmwalsen, het smeden met hamers of het aanbrengen van deklagen van gesmolten metaal;
- b. het smelten, met inbegrip van het legeren, van non-ferrometalen, met uitzondering van edele metalen, en met inbegrip van terugwinningsproducten;
- c. het behandelen van het oppervlak van metalen met een elektrolytisch of chemisch procedé;
- d. het maken van auto’s of motoren van auto’s of het assembleren van auto’s;
- e. het bouwen of repareren van luchtvaartuigen; of
- f. het maken van spoorwegmaterieel.
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.103, voor zover het gaat om:
- a. het met testbanken beproeven van motoren, turbines of reactoren; of
- b. het uitstampen van metalen met springstoffen.
Artikel 3.107. (aanwijzing vergunningplichtige gevallen: andere milieubelastende installatie en productieoppervlakte ten minste 2.000 m2)
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.103, voor zover het gaat om het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het verwerken van metalen waarvan de productieoppervlakte daarvoor ten minste 2.000 m2 is:
- a. door warmwalsen of koudwalsen, voor zover het smeltpunt van de metalen ten minste 800 K is en de dikte van het aangevoerde materiaal ten minste 1 mm is;
- b. in een walsinstallatie of trekinstallatie voor het maken van profielmateriaal of stafmateriaal;
- c. in een walsinstallatie, trekinstallatie of lasinstallatie voor het maken van metalen buizen;
- d. door smeden voor het maken van ankers of kettingen; of
- e. door het maken of schoonmaken van metalen ketels, vaten, tanks of containers.
Het verbod geldt ook voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.103, voor zover het gaat om het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het verwerken van metalen door het samenvoegen van plaatmaterialen, profielmaterialen, stafmaterialen of buismaterialen door smeden, klinken, lassen of monteren, waarvan de niet in een gesloten gebouw ondergebrachte productieoppervlakte daarvoor ten minste 2.000 m2 is.
Artikel 3.108. (aanwijzing vergunningplichtige gevallen: lozen van koelwater)
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen van koelwater met een warmtevracht van meer dan 50 MW, afkomstig van de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.103, voor zover het niet gaat om de activiteit, bedoeld in artikel 3.104.
Artikel 3.109. (algemene regels)
Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.103, en lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij worden verricht, wordt voldaan aan de regels over:
- a. het aanbrengen van lagen op metalen, bedoeld in paragraaf 4.11;
- b. het smelten en gieten van metalen, bedoeld in paragraaf 4.12;
- c. het stralen van metalen, bedoeld in paragraaf 4.13;
- d. het schoonbranden van metalen, bedoeld in paragraaf 4.14;
- e. het etsen en beitsen van metalen, bedoeld in paragraaf 4.15;
- f. het lassen van metalen, bedoeld in paragraaf 4.16;
- g. het solderen van metalen, bedoeld in paragraaf 4.17;
- h. het mechanisch en thermisch bewerken van metalen, bedoeld in paragraaf 4.18;
- i. het reinigen, lijmen en coaten van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.21;
- j. het onderhouden en repareren van verbrandingsmotoren, gemotoriseerde voertuigen, vliegtuigen, vaartuigen of werktuigen, bedoeld in paragraaf 4.22;
- k. het proefdraaien van verbrandingsmotoren, bedoeld in paragraaf 4.23;
- l. een oplosmiddeleninstallatie, bedoeld in paragraaf 4.34;
- m. het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;
- n. het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40;
- o. het vullen van gasflessen met propaan of butaan, bedoeld in paragraaf 4.101;
- p. het opslaan van goederen, bedoeld in paragraaf 4.104; en
- q. het laden en lossen van vaartuigen of drijvende werktuigen, bedoeld in paragraaf 4.107.
Bij het verrichten van de activiteiten wordt ook voldaan aan de regels over het lozen van koelwater, bedoeld in paragraaf 4.110, als de activiteiten niet als vergunningplichtig zijn aangewezen in dit hoofdstuk.
Ook wordt voldaan aan de regels over:
- a. het eindonderzoek bodem, bedoeld in paragraaf 5.2.1, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie;
- b. PRTR, bedoeld in paragraaf 5.3.1, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie voor een activiteit als bedoeld in categorie 2.6 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies;
- c. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1;
- d. zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in de artikelen 3.104 tot en met 3.108;
- e. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4; en
- f. geluid op industrieterreinen, bedoeld in paragraaf 5.4.5, voor zover de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.106, eerste lid, of 3.107.
Artikel 3.110. (gegevens en bescheiden)
Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 3.103 worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:
- a. de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en
- b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.
Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
§ 3.4.5. Minerale producten industrie
Artikel 3.111. (aanwijzing milieubelastende activiteiten)
Als milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 worden aangewezen:
- a. het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van keramische producten door verhitting, bedoeld in categorie 3.5 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies;
- b. het maken van producten van glas, met een oven met een nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 100 kW of een aansluitwaarde van meer dan 100 kW;
- c. het maken van keramische producten door verhitting, met een oven met een nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 100 kW of een aansluitwaarde van meer dan 100 kW;
- d. het maken van asfalt of asfaltproducten;
- e. het winnen van steen, mergel, zand, grind of kalk;
- f. het breken, malen, zeven en drogen van mergel, zand, grind, kalk, steenkolen of andere mineralen of derivaten daarvan;
- g. het maken van kalkzandsteen of cellenbeton;
- h. het maken van betonmortel of producten van betonmortel; en
- i. het maken van producten van steen.
De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, functioneel ondersteunen.
Onder de aanwijzing valt niet een activiteit als bedoeld in paragraaf 3.3.7.
Onder de aanwijzing vallen niet de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder b tot en met i, als deze alleen worden verricht:
- a. tijdens het verrichten van een bouwactiviteit of sloopactiviteit of het aanleggen, wijzigen of verwijderen van een weg;
- b. bij een huishouden of bij het uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis; of
- c. voor educatieve doelen.
Artikel 3.112. (aanwijzing vergunningplichtige gevallen: ippc-installatie)
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.111, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van keramische producten door verhitting, bedoeld in categorie 3.5 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies.
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van afvalwater afkomstig van de milieubelastende activiteit, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 3.113. (aanwijzing vergunningplichtige gevallen: asfalt, asfaltproducten, kalkzandsteen en cellenbeton)
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.111, voor zover het gaat om het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor:
- a. het maken van asfalt of asfaltproducten; of
- b. het maken van kalkzandsteen of cellenbeton.
Artikel 3.114. (aanwijzing vergunningplichtige gevallen: andere milieubelastende installatie voor keramische producten)
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.111, voor zover het gaat om het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het maken van keramische producten door verhitting.
Artikel 3.115. (aanwijzing vergunningplichtige gevallen: andere milieubelastende installatie overig)
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.111, voor zover het gaat om het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor:
- a. het breken, malen, zeven of drogen van mergel, zand, grind, kalk, steenkolen of andere mineralen of derivaten daarvan, bij een capaciteit van 100.000.000 kg/jaar of meer;
- b. het winnen van steen, mergel, zand, grind of kalk; of
- c. het maken van betonmortel of producten van betonmortel.
Artikel 3.116. (algemene regels)
Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.111, en lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij worden verricht, wordt voldaan aan de regels over:
- a. een asfaltcentrale, bedoeld in paragraaf 4.7;
- b. een betoncentrale, bedoeld in paragraaf 4.8;
- c. het vormgeven van betonproducten, bedoeld in paragraaf 4.9;
- d. het mechanisch bewerken van steen, bedoeld in paragraaf 4.19;
- e. het mechanisch bewerken van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.20;
- f. het reinigen, lijmen en coaten van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.21;
- g. het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;
- h. het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40;
- i. het vullen van gasflessen met propaan of butaan, bedoeld in paragraaf 4.101;
- j. het opslaan van goederen, bedoeld in paragraaf 4.104; en
- k. het laden en lossen van vaartuigen of drijvende werktuigen, bedoeld in paragraaf 4.107.
Bij het verrichten van de activiteiten wordt ook voldaan aan de regels over het lozen van koelwater, bedoeld in paragraaf 4.110, als de activiteiten niet als vergunningplichtig zijn aangewezen in dit hoofdstuk.
Ook wordt voldaan aan de regels over:
- a. het eindonderzoek bodem, bedoeld in paragraaf 5.2.1, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie;
- b. PRTR, bedoeld in paragraaf 5.3.1, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie voor een activiteit als bedoeld in categorie 3.5 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies;
- c. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1;
- d. zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in de artikelen 3.112 tot en met 3.115;
- e. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4; en
- f. geluid op industrieterreinen, bedoeld in paragraaf 5.4.5.
Artikel 3.117. (gegevens en bescheiden)
Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 3.111 worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:
- a. de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en
- b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.
Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
§ 3.4.6. Chemische producten industrie
Artikel 3.118. (aanwijzing milieubelastende activiteiten)
Als milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 worden aangewezen:
- a. het maken van elastomeren, verf, lak, drukinkt, lijm, waspoeder of enzymen;
- b. het vullen van spuitbussen met drijfgassen;
- c. het maken van vloeibare biobrandstof;
- d. het maken van vloeibare gassen uit de buitenlucht; en
- e. het maken van schoonmaakmiddelen of cosmetica.
De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, functioneel ondersteunen.
Onder de aanwijzing valt niet een activiteit als bedoeld in paragraaf 3.3.8.
Onder de aanwijzing vallen niet de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, als deze alleen worden verricht:
- a. bij een huishouden of bij het uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis;
- b. voor educatieve doelen; of
- c. bij een laboratorium.
Artikel 3.119. (aanwijzing vergunningplichtige gevallen)
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.118, voor zover het gaat om het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor:
- a. het maken van elastomeren, verf, lak, drukinkt, lijm, waspoeder of enzymen;
- b. het vullen van spuitbussen met drijfgassen;
- c. het maken van vloeibare biobrandstof; of
- d. het maken van vloeibare gassen uit de buitenlucht.
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van afvalwater afkomstig van de milieubelastende activiteiten, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 3.120. (algemene regels)
Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.118, en lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij worden verricht, wordt voldaan aan de regels over:
- a. een oplosmiddeleninstallatie, bedoeld in paragraaf 4.34;
- b. het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;
- c. het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40; en
- d. het opslaan van goederen, bedoeld in paragraaf 4.104.
Bij het verrichten van de activiteiten wordt ook voldaan aan de regels over het lozen van koelwater, bedoeld in paragraaf 4.110, als de activiteiten niet als vergunningplichtig zijn aangewezen in dit hoofdstuk.
Ook wordt voldaan aan de regels over:
- a. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1;
- b. zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in artikel 3.119;
- c. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4; en
- d. geluid op industrieterreinen, bedoeld in paragraaf 5.4.5, voor zover het gaat om de activiteit, bedoeld in artikel 3.118, eerste lid, onder d.
Artikel 3.121. (gegevens en bescheiden)
Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 3.118 worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:
- a. de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en
- b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.
Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
§ 3.4.7. Papierindustrie, houtindustrie, textielindustrie en leerindustrie
Artikel 3.122. (aanwijzing milieubelastende activiteiten)
Als milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 worden aangewezen:
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)