Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over activiteiten in de fysieke leefomgeving (Besluit activiteiten leefomgeving)

Type AMvB
Publication 2026-07-11
Laatst bijgewerkt 2026-07-14
State In force
Source BWB
artikelen 3321
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
3.

Een maatwerkregel kan worden gesteld met het oog op het belang, bedoeld in artikel 18.3.

4.

Een maatwerkregel wordt gesteld in het omgevingsplan.

Artikel 18.8. (maatwerkvoorschriften)
1.

Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over artikel 18.12.

2.

Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van artikel 18.12, tenzij anders is bepaald.

Artikel 18.9. (algemene gegevens bij het verstrekken van gegevens en bescheiden)

Als gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het bevoegd gezag, bedoeld in deze afdeling, worden die ondertekend en voorzien van:

  • a. de naam, het e-mailadres en het telefoonnummer van de contactpersoon van de onderneming of rechtspersoon;
  • b. het adres van de vestiging van de onderneming of rechtspersoon of, als sprake is van meerdere vestigingen, het adres van de hoofdvestiging of hoofdnederzetting van de onderneming of rechtspersoon;
  • c. het nummer van de inschrijving van de onderneming of rechtspersoon in het handelsregister; en
  • d. de dagtekening.
Artikel 18.10. (gegevens bij wijzigen algemene gegevens)
1.

Voordat de naam, het adres of het nummer, bedoeld in artikel 18.9 wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag, bedoeld in deze afdeling.

2.

Ten minste vier weken voordat de activiteit door een ander zal gaan worden verricht, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag, bedoeld in deze afdeling.

§ 18.1.2. Inhoudelijke regels

Artikel 18.11. (aanwijzing milieubelastende activiteiten)
1.

Als milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 18.2 worden aangewezen:

  • a. het door een onderneming of rechtspersoon laten reizen van een werknemer tussen de woon- of verblijfplaats van de werknemer en de locatie waar de arbeid pleegt te worden verricht; en
  • b. het door een onderneming of rechtspersoon laten reizen van een werknemer in het kader van de dienstbetrekking, met uitzondering van woon-werkmobiliteit.
2.

Onder de aanwijzing valt niet het laten reizen van een werknemer:

  • a. buiten Nederland, voor zover de reizen van de werknemer niet in Nederland beginnen of eindigen;
  • b. door een onderneming of rechtspersoon die geen financiële vergoeding, fiets, bromfiets, motorvoertuig, vervoersbewijs voor openbaar vervoer of andere mobiliteitsvoorziening beschikbaar stelt voor zakelijke mobiliteit of woon-werkmobiliteit;
  • c. door een in Nederland gevestigde onderneming of rechtspersoon die op 1 januari van het kalenderjaar, bedoeld in artikel 18.15, eerste lid, in totaal minder dan 100 werknemers heeft;
  • d. door een buiten Nederland gevestigde onderneming of rechtspersoon waarvan de nevenvestigingen in Nederland op 1 januari van het kalenderjaar, bedoeld in artikel 18.15, eerste lid, in totaal minder dan 100 werknemers hebben;
  • e. met vliegtuigen, helikopters, vaartuigen of werktuigen;
  • f. met voertuigen die zijn bedoeld voor:
  • 1°. het vervoer van goederen of dieren;
  • 3°. militair gebruik en die zijn voorzien van een militair kenteken;
  • g. met andere voertuigen dan bedoeld onder f, aanhef en onder 2°:
  • h. als bestuurder van een voertuig dat is bedoeld voor het vervoer van personen tegen betaling of als controleur van vervoerbewijzen in dat voertuig.
Artikel 18.12. (lucht: emissiegrenswaarden)
1.

Voor de emissie in de lucht van kooldioxide door woon-werkmobiliteit en zakelijke mobiliteit is de emissiegrenswaarde in kalenderjaargemiddelde waaraan met ingang van 1 januari 2050 wordt voldaan: 0 g per reizigerskilometer.

2.

Dit lid is nog niet in werking getreden.

3.

Dit lid is nog niet in werking getreden.

Artikel 18.13. (afbakening mogelijkheid maatwerk)

Een maatwerkregel of maatwerkvoorschrift waarmee artikel 18.12 wordt versoepeld, wordt alleen gesteld over de emissiegrenswaarde, bedoeld in artikel 18.12, tweede lid.

Artikel 18.14. (lucht: berekening CO2-emissie)
1.

De emissie in de lucht van kooldioxide door woon-werkmobiliteit of zakelijke mobiliteit in kalenderjaargemiddelde per reizigerskilometer wordt berekend door de emissie in de lucht van kooldioxide door woon-werkmobiliteit of zakelijke mobiliteit in het kalenderjaar te delen door het aantal reizigerskilometers voor woon-werkmobiliteit respectievelijk zakelijke mobiliteit in het kalenderjaar.

2.

De emissie in de lucht van kooldioxide door woon-werkmobiliteit of zakelijke mobiliteit, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend door voor elke reismodaliteit het aantal in het kalenderjaar gereisde kilometers voor woon-werkmobiliteit respectievelijk zakelijke mobiliteit te vermenigvuldigen met de bij ministeriële regeling vastgestelde emissiefactor voor die reismodaliteit en de uitkomsten bij elkaar op te tellen.

Artikel 18.15. (gegevens en bescheiden)
1.

Jaarlijks worden uiterlijk op 30 juni de volgende gegevens over het aan die datum voorafgaande kalenderjaar verstrekt aan het bevoegd gezag, bedoeld in deze afdeling:

  • a. het aantal werknemers op 1 januari van dat kalenderjaar;
  • b. de gebruikte reismodaliteiten, waarbij in ieder geval onderscheid wordt gemaakt tussen het laten reizen:
  • 1°. met openbaar vervoer;
  • 2°. per fiets of te voet;
  • 3°. per bromfiets; en
  • 4°. per motorvoertuig;
  • c. per reismodaliteit, bedoeld onder b, onder 3° en 4°, de gebruikte brandstof of andere voeding van de motor van het voertuig, waarbij in ieder geval onderscheid wordt gemaakt tussen:
  • 1°. elektrisch;
  • 2°. elektrisch in combinatie met benzine, diesel of waterstof;
  • 3°. LPG;
  • 4°. CNG;
  • 5°. LNG;
  • 6°. benzine;
  • 7°. biobrandstof; en
  • 8°. diesel; en
  • d. het aantal kilometers dat de onderneming of rechtspersoon de werknemers heeft laten reizen.
2.

In de gegevens, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b tot en met d, wordt onderscheid gemaakt tussen woon-werkmobiliteit en zakelijke mobiliteit. Ten behoeve van het verstrekken van die gegevens worden persoonsgegevens verwerkt.

3.

Als het gaat om woon-werkmobiliteit kan, in afwijking van het eerste lid, aanhef en onder d, bij gebruik van meer dan een reismodaliteit worden volstaan met het verzamelen en verstrekken van gegevens over de reismodaliteit waarmee de werknemer de meeste reizigerskilometers heeft afgelegd, waarbij de reizigerskilometers die de werknemer als gevolg van andere reismodaliteiten heeft afgelegd, bij de eerstbedoelde reizigerskilometers worden opgeteld.

4.

De gegevens worden verstrekt met gebruikmaking van een elektronische voorziening die door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat beschikbaar wordt gesteld. De gegevens gelden als ondertekend.

5.

Het eerste lid, aanhef en onder b tot en met d, is niet van toepassing als in het kalenderjaar, bedoeld in het eerste lid, en het daaraan voorafgaande kalenderjaar de emissie in de lucht van kooldioxide door woon-werkmobiliteit en zakelijke mobiliteit in kalenderjaargemiddelde niet hoger is dan 3 g per reizigerskilometer.

Hoofdstuk 19. Overige en slotbepalingen

Afdeling 19.1. Implementatie internationaalrechtelijke verplichtingen

§ 19.1.1. Grenswaarden afvalwater

§ 18.1.2. Inhoudelijke regels

Afdeling 19.2. Slotbepalingen

Bijlage I. bij artikel 1.1 van dit besluit (begrippen)

A. Begrippen

vuurwerk van categorie F3: vuurwerk dat op grond van artikel 1A.1.3 van het Vuurwerkbesluit is ondergebracht in categorie F3,

warmtenet: warmtenet als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Warmtewet;

warmtevracht: warmtevracht berekend volgens artikel 4.1133;

waterbodem: bodem van een oppervlaktewaterlichaam waarvan het beheer van de waterkwaliteit bij het Rijk of het waterschap berust;

weidegronden: landbouwgronden, natuurgronden en overige gronden die voor ten minste 50% zijn beteeld met gras voor het beweiden van dieren of voor het gebruik als voer voor dieren;

wet: Omgevingswet;

windparkexportkabel: kabel die het transformatorstation van een windpark verbindt met een transmissiesysteem voor elektriciteit als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet;

winterbed: rivierbed, met uitzondering van:

woonfunctie: woonfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;

wrak van een tweewielig gemotoriseerd voertuig: gemotoriseerd voertuig op twee wielen dat een bromfiets of motorfiets als bedoeld in de regeling op grond van artikel 71, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 is en dat een afvalstof is;

zandgronden of lössgronden: zandgronden of lössgronden als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder o, van de Meststoffenwet;

Bijlage II. bij de artikelen 3.39, 3.40, 3.184, 3.195 en 3.196 van dit besluit (categorieën afvalstoffen)

Cat.1, 2 ga/nga3 beschrijving
1 ga Autowrakken die gevaarlijke afvalstoffen zijn
2 nga Autowrakken die geen gevaarlijke afvalstoffen zijn
3 nga Banden afkomstig van voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder a, van het Besluit beheer autobanden en banden met een vergelijkbare samenstelling
4 nga Tanks van voertuigen voor gecomprimeerd of tot vloeistof verdicht gas (LPG-, aardgas- en waterstoftanks)
5 nga Opgegraven ondergrondse opslagtanks
6A ga Brandblussers groter dan 1 kg en drukhouders die met gassen zijn gevuld, die gevaarlijke afvalstoffen zijn
6B nga Brandblussers groter dan 1 kg en drukhouders die met gassen zijn gevuld, die geen gevaarlijke afvalstoffen zijn
7A ga Papiergeïsoleerde kabels, kunststofgeïsoleerde kabels, oliedrukkabels, gepantserde papier-loodkabels en restanten van deze kabels, die gevaarlijke afvalstoffen zijn
7B nga Papiergeïsoleerde kabels, kunststofgeïsoleerde kabels, oliedrukkabels, gepantserde papier-loodkabels en restanten van deze kabels, die geen gevaarlijke afvalstoffen zijn
8 nga Deelstromen van grove huishoudelijke afvalstoffen van milieustraten die op grond van een maatwerkvoorschrift bij artikel 4.623 in dezelfde opslagvoorziening mogen worden opgeslagen
9 nga Grove huishoudelijke restafvalstoffen die gemengd zijn aangeboden of bij inzameling niet naar soort gescheiden zijn gehouden
10 nga Procesafhankelijke industriële afvalstoffen van productieprocessen die geen gevaarlijke afvalstoffen zijn en niet vallen onder een andere categorie
11 ga Procesafhankelijke industriële afvalstoffen van productieprocessen die gevaarlijke afvalstoffen zijn en niet vallen onder een andere categorie
12 nga Groenafval
13 nga bioafval als bedoeld in de Wet milieubeheer en daarmee vergelijkbaar biologisch afbreekbaar bedrijfsafval, met uitzondering van groenafval
14 nga Afvalstoffen die vrijkomen bij het vegen van openbare straten, terreinen en overige openbare ruimten, met uitzondering van stranden (veegafval)
15 nga Afvalstoffen die vrijkomen bij het reinigen van riolen, kolken en gemalen (RKG-slib)
16 nga Slib dat vrijkomt bij de biologische zuivering van afvalwater uit de voedings- en genotmiddelenindustrie
17 nga Reststoffen van drinkwaterbereiding met een gehalte aan arseen van ten hoogste 500 mg/kg droge stof die • geschikt zijn voor gebruik als hulpstof bij de productie van meststoffen of in een zuiveringtechnisch werk; of • binnen geldende wet- en regelgeving geschikt zijn voor andere vormen van recycling
18 nga Reststoffen van drinkwaterbereiding die zijn bedoeld om in te zetten als bouwstof of voor de productie van een bouwstof en die daarvoor geschikt zijn volgens de bepalingen van het Besluit bodemkwaliteit
19 nga Niet-geïmpregneerd hout (A- en B-hout), met uitzondering van houten verpakkingen
20 nga Niet-geïmpregneerde houten verpakkingen
21 ga Hout dat is behandeld om de gebruiksduur te verlengen met middelen die koper en chroom (CC-hout) of koper, chroom en arseen (CCA-hout) bevatten (gewolmaniseerd C-hout)
22 nga Gemengde kunststof afvalstoffen, met inbegrip van mengsels van kunststof en rubber, of partijen thermoplastische kunststoffen die geen gevaarlijke afvalstoffen zijn, met uitzondering van: • partijen die alleen of in hoofdzaak bestaan uit geëxpandeerd polystyreenschuim (categorie 31); • partijen die alleen of in hoofdzaak bestaan uit rubber (categorie 112); • kunststof afvalstoffen die, vanwege de aanwezigheid van weekmakers, bepaalde pigmenten of andere additieven, als gevaarlijk afval worden aangemerkt (categorie 112); en • thermohardende kunststoffen, elastomeren en biologisch afbreekbare kunststoffen (categorie 112)
23 nga Kunstgras
24 nga Metalen
25A ga Vaste afvalstoffen die voor meer dan 50 gewichtsprocent uit metalen bestaan en die gevaarlijke afvalstoffen zijn
25B nga Vaste afvalstoffen die voor meer dan 50 gewichtsprocent uit metalen bestaan en die geen gevaarlijke afvalstoffen zijn
26 nga Papier en karton met uitzondering van niet-ontwikkeld fotopapier
27 nga Niet-ontwikkeld fotopapier
28 nga Textiel, met uitzondering van tapijt
29 nga Matrassen
30 nga Luiers en ander incontinentiemateriaal
31 nga Geëxpandeerd polystyreenschuim (EPS) met een concentratie aan HBCDD die lager is dan 1.000 mg/kg
32 nga Steenwol
33 ga Verpakkingen van verf, lijm, kit en hars die zijn verontreinigd met niet volledig uitgeharde restanten en die gevaarlijke afvalstoffen zijn
34 nga Verpakkingsglas
35 nga Vlakglas dat geen gevaarlijke afvalstof is
36 nga Afvalstoffen die vallen onder de verordening dierlijke bijproducten
37A ga Infectieuze afvalstoffen, lichaamsdelen, organen, bloedzakjes en geconserveerd bloed en cytotoxische en cytostatische geneesmiddelen, afkomstig van de gezondheidszorg bij de mens of van verwant onderzoek, die gevaarlijke afvalstoffen zijn
37B nga Lichaamsdelen, organen, bloedzakjes en geconserveerd bloed, die geen gevaarlijke afvalstoffen zijn
38 nga Afvalstoffen afkomstig van de gezondheidszorg bij mens of van verwant onderzoek waarvoor het infectierisico is verwijderd door middel van decontaminatie conform de Richtlijn decontaminatie apparatuur ziekenhuisafval
39 ga Infectieuze afvalstoffen en cytotoxische en cytostatische geneesmiddelen afkomstig van de gezondheidszorg bij dieren of verwant onderzoek
40A ga Asfalt met meer dan 75 mg/kg PAK10 VROM dat op basis van de Regeling Europese afvalstoffenlijst als gevaarlijke afvalstof moet worden aangemerkt
41 nga Asfalt met niet meer dan 75 mg/kg PAK, dat geen gevaarlijke afvalstof is
42 nga Zeefzand met meer dan 50 mg/kg PAK, dat geen gevaarlijke afvalstof is, ontstaan bij: • het afzeven van het fijne materiaal in sorteerinstallaties voor bouw- en sloopafval; of • het voorzeven van steenachtige fracties uit bouw- en sloopafval in puinbreekinstallaties
43 nga Zeefzand met niet meer dan 50 mg/kg PAK dat geen gevaarlijke afvalstof is, ontstaan bij • het afzeven van het fijne materiaal in sorteerinstallaties voor bouw- en sloopafval; of • het voorzeven van steenachtige fracties uit bouw- en sloopafval in puinbreekinstallaties
44A ga Dakafval met meer dan 75 mg/kg PAK dat een gevaarlijke afvalstof is en niet valt onder de categorieën 46, 47, 48, 49, 91 en 92
44B nga Dakafval met meer dan 75 mg/kg PAK, dat geen gevaarlijke afvalstof is en niet valt onder de categorieën 46, 47, 48, 49, 91 en 92
45 nga Dakafval met niet meer dan 75 mg/kg PAK dat geen gevaarlijke afvalstof is en niet valt onder de categorieën 46, 47, 48, 49, 91 en 92
46A ga Composiet dakafval met meer dan 75 mg/kg PAK en minder dan 10% dakbedekkingvreemd materiaal dat een gevaarlijke afvalstof is
46B nga Composiet dakafval met meer dan 75 mg/kg PAK en minder dan 10% dakbedekkingvreemd materiaal dat geen gevaarlijke afvalstof is
47A ga Composiet dakafval met meer dan 75 mg/kg PAK en meer dan 10% dakbedekkingvreemd materiaal dat een gevaarlijke afvalstof is
47B nga Composiet dakafval met meer dan 75 mg/kg PAK en meer dan 10% dakbedekkingvreemd materiaal dat geen gevaarlijke afvalstof is
48 nga Composiet dakafval met niet meer dan 75 mg/kg PAK en minder dan 10% dakbedekkingvreemd materiaal dat geen gevaarlijke afvalstof is
49 nga Composiet dakafval met niet meer dan 75 mg/kg PAK en meer dan 10% dakbedekkingvreemd materiaal dat geen gevaarlijke afvalstof is
50A ga Verkleefd dakgrind dat een gevaarlijke afvalstof is
50B nga Verkleefd dakgrind dat geen gevaarlijke afvalstof is
51 nga Gips, gipsblokken, gipsplaat
52 nga Cellenbeton
53A ga Met gips of cellenbeton verontreinigd bouw- en sloopafval dat een gevaarlijke afvalstof is
53B nga Met gips of cellenbeton verontreinigd bouw- en sloopafval dat geen gevaarlijke afvalstof is
54 nga Steenachtig materiaal met meer dan 50 mg/kg PAK dat: • in hoofdzaak bestaat uit beton- en metselwerk, tegels, dakpannen, stenen en steengruis en ballastgrind; • niet valt onder een van de categorieën 40 t/m 53, 91 en 92; en • geen gevaarlijke afvalstof is
55 nga Steenachtig materiaal met niet meer dan 50 mg/kg PAK dat: • in hoofdzaak bestaat uit beton- en metselwerk, tegels, dakpannen, stenen en steengruis en ballastgrind; • niet valt onder een van de categorieën 40 t/m 53, 91 en 92; en • geen gevaarlijke afvalstof is
56A ga Gemengd bouw- en sloopafval, met bouw- en sloopafval vergelijkbaar afval van bedrijven en particulier gemengd verbouwingsafval, die gevaarlijke afvalstoffen zijn
56B nga Gemengd bouw- en sloopafval, met bouw- en sloopafval vergelijkbaar afval van bedrijven en particulier gemengd verbouwingsafval, die geen gevaarlijke afvalstoffen zijn
57 nga Bouwstoffen als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit, voor zover niet vallend onder een van de categorieën 40 t/m 56
58 ga Oliefilters afkomstig uit vaartuigen, voertuigen en werktuigen
59 ga Zwart-witfixeer, zwart-witontwikkelaar en mengsels daarvan met een zilvergehalte groter dan 50 mg/l
60 ga Bleekfixeer, kleurontwikkelaar en mengsels van deze afvalstoffen met een zilvergehalte hoger dan 100 mg/l
61 ga Zwart-witfixeer, zwart-witontwikkelaar en mengsels daarvan met een zilvergehalte lager dan 50 mg/l en bleekfixeer, kleurontwikkelaar en mengsels daarvan met een zilvergehalte lager dan 100 mg/l en slibben en andere residuen die ontstaan bij de eerste stap in de verwerking van ontwikkelaar en fixeer
62 ga Hardingszouten
63 ga Afgewerkte olie van minerale of synthetische oorsprong, met inbegrip van mengsels, met de volgende kenmerken: • het gehalte aan polychloorbifenylen is niet hoger dan 0,5 mg/kg (as received) per congeneer 28, 52, 101, 118, 138, 153 of 180; • het gehalte aan organische halogeenverbindingen, berekend als chloor is niet hoger dan 1.000 mg/kg (as received); • de olie is na het gebruik waarvoor zij oorspronkelijk was bedoeld, niet vermengd met andere stoffen; en • de olie is na het gebruik waarvoor zij oorspronkelijk was bedoeld, separaat afgetapt of verzameld en opgeslagen of opgebulkt
64 ga Afgewerkte olie van minerale of synthetische oorsprong, met inbegrip van mengsels, met de volgende kenmerken: • het gehalte aan polychloorbifenylen is niet hoger dan 0,5 mg/kg (as received) per congeneer 28, 52, 101, 118, 138, 153 of 180; en • het gehalte aan organische halogeenverbindingen, berekend als chloor, is hoger dan 1.000 mg/kg (as received)
65 ga Oplosmiddelen en glycolen met niet meer dan 0,5% fluor, niet meer dan 4% chloor, niet meer dan 4% broom en niet meer dan 4% jood, als het gaat om een partij van meer dan 1.000 l, afkomstig van één ontdoener
66 ga Olie-watermengsels (ow-mengsels) en olie-water-slibmengsels (ows-mengsels) • die vrijkomen bij olie- en slibafscheiders; • die ontstaan bij schoonmaakactiviteiten; of • afkomstig uit de scheepvaart (bijvoorbeeld oliehoudende ladingrestanten, oliehoudend afval van lading, oliehoudend waswater, ballastwater, bilgewater en slops); • en overige oliehoudende slibben voor zover zij qua aard of samenstelling vergelijkbaar zijn met de slibfractie van olie- en slibafscheiders.
67 ga Niet-gebruikte oliën en partijen olie en brandstof die niet aan de specificaties voldoen (off-spec partijen)
68 ga Boorspoeling op oliebasis (oil-based-mud; obm), met obm verontreinigd boorgruis en de oliefractie van met obm verontreinigde stoffen
69 ga Oliehoudende vloeistof die bij de bewerking van metalen en kunststoffen is toegepast, waaronder boor-, snij-, slijp- en walsolie
70A ga Bodemas die resteert na verbranding in een roosteroven of wervelbedoven die alleen of in hoofdzaak is bedoeld voor het verbranden van huishoudelijke afvalstoffen en bedrijfsafvalstoffen als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer en die een gevaarlijke afvalstof is
70B nga Bodemas die resteert na verbranding in een roosteroven of wervelbedoven die alleen of in hoofdzaak is bedoeld voor het verbranden van huishoudelijke afvalstoffen en bedrijfsafvalstoffen als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheeren die geen gevaarlijke afvalstof is
71 ga Arseensulfideslib en arseensulfidefilterkoek
72 ga As die resteert na verbranding van afvalstoffen in een slibverbrandingsinstallatie (SVI) en die een gevaarlijke afvalstof is
73 nga As die resteert na verbranding van afvalstoffen in een slibverbrandingsinstallatie (SVI) en die geen gevaarlijke afvalstof is
74 ga Reststoffen van kolengestookte energiecentrales die gevaarlijke afvalstoffen zijn
75 nga Reststoffen van kolengestookte energiecentrales die geen gevaarlijke afvalstoffen zijn
76A ga Afvalwaterstromen en baden die gevaarlijke afvalstoffen zijn en waarvan de concentratie opgeloste stoffen in water voor een of meer van de volgende gevallen ten minste de daarbij aangegeven waarde heeft: • som metalen (arseen, chroom, kobalt, koper, molybdeen, lood, nikkel, tin, vanadium en zink): 25 mg/l; • cyanide (vrij cyanide): 1 mg/l; • zeswaardig chroom: 0,1 mg/l; • cadmium: 0,1 mg/l; of • kwik: 0,01 mg/l; en waarvan het gehalte aan organische verontreinigingen die worden aangemerkt als zeer zorgwekkende stof voor elke individuele zeer zorgwekkende organische stof lager is dan 0,1 mg/l en het gehalte aan adsorbeerbare organische halogeenverbindingen (uitgedrukt als AOX) lager is dan 15 mg/l
76B nga Afvalwaterstromen en baden die geen gevaarlijke afvalstoffen zijn en waarvan de concentratie opgeloste stoffen in water voor een of meer van de volgende gevallen ten minste de daarbij aangegeven waarde heeft: • som metalen (arseen, chroom, kobalt, koper, molybdeen, lood, nikkel, tin, vanadium en zink): 25 mg/l; • cyanide (vrij cyanide): 1 mg/l; • zeswaardig chroom: 0,1 mg/l; • cadmium: 0,1 mg/l; of • kwik: 0,01 mg/l; en waarvan het gehalte aan organische verontreinigingen die worden aangemerkt als zeer zorgwekkende stof voor elke individuele zeer zorgwekkende organische stof lager is dan 0,1 mg/l en het gehalte aan adsorbeerbare organische halogeenverbindingen (uitgedrukt als AOX) lager is dan 15 mg/l
77A ga Afvalwaterstromen en baden die gevaarlijke afvalstoffen zijn en die: • PCB’s, dioxines met chlooratomen op de 2-, 3-, 7- en 8-plaatsen, bestrijdingsmiddelen, organotinverbindingen of gebromeerde difenylethers in aantoonbare hoeveelheden bevatten; • niet snel afbreekbaar zijn en organische verontreinigingen bevatten die worden aangemerkt als zeer zorgwekkende stoffen als de concentratie voor een organische zeer zorgwekkende stof ten minste 0,1 mg/l is; of • een gehalte aan adsorbeerbare organische halogeenverbindingen, uitgedrukt als AOX, bevatten van ten minste 15 mg/l
77B nga Afvalwaterstromen en baden die geen gevaarlijke afvalstoffen zijn en die: • PCB’s, dioxines met chlooratomen op de 2-, 3-, 7- en 8-plaatsen, bestrijdingsmiddelen, organotinverbindingen of gebromeerde difenylethers in aantoonbare hoeveelheden bevatten; • niet snel afbreekbaar zijn en organische verontreinigingen bevatten die worden aangemerkt als zeer zorgwekkende stoffen als de concentratie voor een organische zeer zorgwekkende stof ten minste 0,1 mg/l is; of • een gehalte aan adsorbeerbare organische halogeenverbindingen, uitgedrukt als AOX, bevatten van ten minste 15 mg/l
78 ga Filterkoek van het ontgiften, neutraliseren, ontwateren (ONO-filterkoek) die een gevaarlijke afvalstof is
79A ga Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur die valt onder de Regeling afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, die een gevaarlijke afvalstof is en voor zover niet vallend onder een andere categorie
79B nga Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur die valt onder de Regeling afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, die geen gevaarlijke afvalstof is en voor zover niet vallend onder een andere categorie
80A ga Onderdelen en fracties die vrijkomen bij de verwerking van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur voor zover: • dit geen beeldbuisglas van CRT-beeldbuizen is en geen restanten van dit beeldbuisglas zijn; • het gevaarlijke afvalstoffen zijn; en • deze niet vallen onder een andere categorie
80B nga Onderdelen en fracties die vrijkomen bij de verwerking van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur voor zover: • dit geen beeldbuisglas van CRT-beeldbuizen is en geen restanten van dit beeldbuisglas zijn; • het geen gevaarlijke afvalstoffen zijn; en • deze niet vallen onder een andere categorie
81A ga Straalgrit dat op grond van de Regeling niet-reinigbaar straalgrit reinigbaar is en dat een gevaarlijke afvalstof is
81B nga Straalgrit dat op grond van de Regeling niet-reinigbaar straalgrit reinigbaar is en dat geen gevaarlijke afvalstof is
82 ga Loodzuurbatterijen en -accu’s
83A ga Batterijen en accu’s als bedoeld in de Regeling beheer batterijen en accu’s 2008 die gevaarlijke afvalstoffen zijn, met uitzondering van loodzuurbatterijen en -accu’s
83B nga Batterijen en accu’s als bedoeld in de Regeling beheer batterijen en accu’s 2008 die geen gevaarlijke afvalstoffen zijn, met uitzondering van loodzuurbatterijen en -accu’s
84 ga Gasontladingslampen
85A ga Fluorescentiepoeder met een kwikgehalte dat lager is dan 0,1 mg/kg droge stof dat een gevaarlijke afvalstof is
85B nga Fluorescentiepoeder met een kwikgehalte dat lager is dan 0,1 mg/kg droge stof dat geen gevaarlijke afvalstof is
86 ga Kwikhoudende voorwerpen
87A ga Afvalstoffen met een gehalte aan kwik van 0,1 tot 10 mg/kg droge stof die gevaarlijke afvalstoffen zijn, met uitzondering van: • slib van biologische zuivering van afvalwater (categorie 112); • rookgasreinigingsresidu (categorie 110); • kwik(oxide) houdende batterijen (categorie 83); • schakelaars en andere apparatuur (categorie 79 of 80); en • kwikhoudend afvalwater (categorie 76)
87B nga Afvalstoffen met een gehalte aan kwik van 0,1 tot 10 mg/kg droge stof die geen gevaarlijke afvalstoffen zijn, met uitzondering van: • slib van biologische zuivering van afvalwater (categorie 112); • rookgasreinigingsresidu (categorie 111); • kwik(oxide) houdende batterijen (categorie 83); • schakelaars en andere apparatuur (categorie 79 of 80); en • kwikhoudend afvalwater (categorie 76)
88A ga Afvalstoffen met een gehalte aan kwik van 10 tot 50 mg/kg droge stof die gevaarlijke afvalstoffen zijn, met uitzondering van: • slib van biologische zuivering van afvalwater (categorie 112); • rookgasreinigingsresidu (categorie 110); • kwik(oxide) houdende batterijen (categorie 83); • schakelaars en andere apparatuur (categorie 79 of 80); en • kwikhoudend afvalwater (categorie 76)
88B nga Afvalstoffen met een gehalte aan kwik van 10 tot 50 mg/kg droge stof die geen gevaarlijke afvalstoffen zijn, met uitzondering van: • slib van biologische zuivering van afvalwater (categorie 112); • rookgasreinigingsresidu (categorie 111); • kwik(oxide) houdende batterijen (categorie 83); • schakelaars en andere apparatuur (categorie 79 of 80); en • kwikhoudend afvalwater (categorie 76)
89A ga Afvalstoffen met een gehalte aan kwik dat hoger is dan 50 mg/kg droge stof die gevaarlijke afvalstoffen zijn, met uitzondering van: • slib van biologische zuivering van afvalwater (categorie 112); • rookgasreinigingsresidu (categorie 110); • kwik(oxide) houdende batterijen (categorie 83); • schakelaars en andere apparatuur (categorie 79 of 80); en • kwikhoudend afvalwater (categorie 76)
89B nga Afvalstoffen met een gehalte aan kwik dat hoger is dan 50 mg/kg droge stof die geen gevaarlijke afvalstoffen zijn, met uitzondering van: • slib van biologische zuivering van afvalwater (categorie 112); • rookgasreinigingsresidu (categorie 111); • kwik(oxide) houdende batterijen (categorie 83); • schakelaars en andere apparatuur (categorie 79 of 80); en • kwikhoudend afvalwater (categorie 76)
90 ga Metallisch kwik, zijnde kwikafval zoals gedefinieerd in Verordening (EU) 2017/852 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 betreffende kwik, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1102/2008 (PbEU 2017, L 137/1) en gestabiliseerd metallisch kwik ten behoeve van permanente berging
91A ga Asbest, asbestcementplaten, asbesthoudende voorwerpen en andere met asbest verontreinigde afvalstoffen, voor zover: • de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met tien maal de concentratie amfiboolasbest, bepaald overeenkomstig een op grond van het Productenbesluit asbest vastgestelde methode, hoger is dan 100 mg/kg droge stof; en • de totale concentratie aan asbest ten minste 1000 mg/kg is; • en die niet vallen onder categorie 92.
91B nga Asbest, asbestcementplaten, asbesthoudende voorwerpen en andere met asbest verontreinigde afvalstoffen, voor zover: • de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met tien maal de concentratie amfiboolasbest, bepaald overeenkomstig een op grond van het Productenbesluit asbest vastgestelde methode, hoger is dan 100 mg/kg droge stof; en • de totale concentratie aan asbest lager is dan 1000 mg/kg; • en die niet vallen onder categorie 92.
92A ga Asbesthoudende grond, puin en (oud) puingranulaat en andere asbesthoudende afvalstoffen, voor zover: • de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met tien maal de concentratie amfiboolasbest, bepaald overeenkomstig een op grond van het Productenbesluit asbest vastgestelde methode, hoger is dan 100 mg/kg droge stof; en • de totale concentratie aan asbest ten minste 1000 mg/kg is; • en die middels extractief reinigen van het asbest kunnen worden ontdaan.
92B nga Asbesthoudende grond, puin en (oud) puingranulaat en andere asbesthoudende afvalstoffen, voor zover • de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met tien maal de concentratie amfiboolasbest, bepaald overeenkomstig een op grond van het Productenbesluit asbest vastgestelde methode, hoger is dan 100 mg/kg droge stof; en • de totale concentratie aan asbest lager is dan 1000 mg/kg; • en die middels extractief reinigen van het asbest kunnen worden ontdaan.
93A ga Reststroom van het shredderen van autowrakken of onderdelen daarvan (autoshredderafval) die een gevaarlijke afvalstof is
93B nga Reststroom van het shredderen van autowrakken of onderdelen daarvan (autoshredderafval) die geen gevaarlijke afvalstof is
94A ga Reststroom van het shredderen van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur of onderdelen daarvan en ander metaalhoudend afval die niet valt onder categorie 93, die een gevaarlijke afvalstof is
94B nga Reststroom van het shredderen van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur of onderdelen daarvan en ander metaalhoudend afval die niet valt onder categorie 93, die geen gevaarlijke afvalstof is
95 ga PCB-houdende afvalstoffen voor zover niet vallend onder categorie 96 en voor zover het niet gaat om baggerspecie (categorie 107) en waarvan het PCB-gehalte hoger is dan 0,5 mg/kg (as received) per congeneer 28, 52, 101, 118, 138, 153 en 180
96 ga Apparaten waarvan de in het apparaat aanwezige vloeistof een PCB-gehalte heeft hoger dan 0,5 mg/kg (as received) per congeneer 28, 52, 101, 118, 138, 153 en 180, betrokken op deze in het apparaat aanwezige vloeistof
97 ga Metaalafvalstoffen met aanhangende olie of emulsie
98 nga Toepasbare grond of baggerspecie die is ingedeeld in de kwaliteitsklasse «landbouw/natuur» (grond) of «niet verontreinigd» (baggerspecie) als bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit
99 nga Toepasbare grond of baggerspecie die geen gevaarlijke afvalstof is en die is ingedeeld in de kwaliteitsklasse «wonen» als bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit
100 nga Toepasbare grond of baggerspecie die geen gevaarlijke afvalstof is en die is ingedeeld in de kwaliteitsklasse «industrie» als bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit
101 nga Toepasbare baggerspecie die geen gevaarlijke afvalstof is en die is ingedeeld in de kwaliteitsklasse «licht verontreinigd» als bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit
102 nga Toepasbare baggerspecie die geen gevaarlijke afvalstof is en die is ingedeeld in de kwaliteitsklasse «matig verontreinigd» als bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit, met uitzondering van baggerspecie die valt onder categorie 107
103 nga Niet-toepasbare grond die geen gevaarlijke afvalstof is en die is ingedeeld in de kwaliteitsklasse «matig verontreinigd» als bedoeld het Besluit bodemkwaliteit, tenzij het gaat om partijen waarvoor door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat een verklaring van niet-reinigbaarheid en niet-immobiliseerbaarheid is afgegeven, en die niet behoort tot categorie 106.
104A ga Niet-toepasbare grond die een gevaarlijke afvalstof is en die is ingedeeld in de kwaliteitsklasse «sterk verontreinigd» als bedoeld het Besluit bodemkwaliteit, tenzij het gaat om partijen waarvoor door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat een verklaring van niet-reinigbaarheid en niet-immobiliseerbaarheid is afgegeven, en die niet behoort tot categorie 95 of 106
104B nga Niet-toepasbare grond die geen gevaarlijke afvalstof is, en die is ingedeeld in de kwaliteitsklasse «sterk verontreinigd» als bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit, tenzij het gaat om partijen waarvoor door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat een verklaring van niet-reinigbaarheid en niet-immobiliseerbaarheid is afgegeven, en die niet behoort tot categorie 106.
105A ga Niet-toepasbare baggerspecie die een gevaarlijke afvalstof is en die is ingedeeld in de kwaliteitsklasse «sterk verontreinigd» als bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit, en die niet behoort tot categorie 107
105B nga Niet-toepasbare baggerspecie die geen gevaarlijke afvalstof is en die is ingedeeld in de kwaliteitsklasse «sterk verontreinigd» als bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit, en die niet behoort tot categorie 107
106A ga Grond die een gevaarlijke afvalstof is, waarvan het gehalte aan stoffen, vermeld in bijlage IV bij de verordening persistente organische verontreinigende stoffen, ten minste gelijk is aan de in die bijlage aangegeven grenswaarde, met uitzondering van grond verontreinigd met PCB’s (categorie 95)
106B nga Grond die geen gevaarlijke afvalstof is, waarvan het gehalte aan stoffen, vermeld in bijlage IV bij de verordening persistente organische verontreinigende stoffen, ten minste gelijk is aan de in die bijlage aangegeven grenswaarde, met uitzondering van grond verontreinigd met PCB’s (categorie 95)
107A ga Baggerspecie die een gevaarlijke afvalstof is, waarvan het gehalte aan stoffen, vermeld in bijlage IV bij de verordening persistente organische verontreinigende stoffen, ten minste gelijk is aan de in die bijlage aangegeven grenswaarde
107B nga Baggerspecie die geen gevaarlijke stof is, waarvan het gehalte aan stoffen vermeld in bijlage IV bij de verordening persistente organische verontreinigende stoffen, ten minste gelijk is aan de in die bijlage aangegeven grenswaarde
108 ga Zwavelzuur
109A ga Zuurteer en overige afvalstoffen met een zwavelgehalte van niet lager dan 5 gewichtsprocent dat een gevaarlijke afvalstof is, met uitzondering van zwavelzuur
109B nga Zuurteer en overige afvalstoffen met een zwavelgehalte van niet lager dan 5 gewichtsprocent dat geen gevaarlijke afvalstof is, met uitzondering van zwavelzuur
110 ga Overige gevaarlijke afvalstoffen die op een stortplaats mogen worden gestort volgens het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen of een minimumstandaard uit het Landelijk afvalbeheerplan
111 nga Overige niet-gevaarlijke afvalstoffen die op een stortplaats mogen worden gestort volgens het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen of een minimumstandaard uit het Landelijk afvalbeheerplan
112A ga Overige gevaarlijke afvalstoffen die niet op een stortplaats mogen worden gestort volgens het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen of een minimumstandaard uit het Landelijk afvalbeheerplan
112B nga Overige niet-gevaarlijke afvalstoffen die niet op een stortplaats mogen worden gestort volgens het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen of een minimumstandaard uit het Landelijk afvalbeheerplan

1 Afvalwaterstromen die niet in categorie 1 tot en met 109 zijn vermeld, worden niet gerekend tot categorie 112A of 112B. Die afvalwaterstromen worden gerekend tot dezelfde categorie als andere niet in categorie 1 tot en met 109 vermelde afvalwaterstromen, als het lozen op dezelfde wijze is toegestaan en:

  • –. het behandelen voorafgaand aan het lozen op dezelfde wijze is toegestaan; of
  • –. geen behandeling voorafgaand aan het lozen nodig is.

2 Voor de toepassing van de artikelen 3.39, eerste lid, onder d, e en f, en 3.184, derde lid, onder j, worden twee categorieën die zijn aangeduid met hetzelfde nummer, voorzien van de aanduiding A en B, aangemerkt als dezelfde categorie.

3 De aanduiding «ga» betekent dat een afvalstof alleen in de categorie valt als de afvalstof eigenschappen bezit als bedoeld in bijlage III bij de kaderrichtlijn afvalstoffen. Bij de aanduiding nga valt een afvalstof alleen in de categorie als de afvalstof deze eigenschappen niet bezit.

Bijlage IIa. bij de artikelen 3.48d en 3.48f van dit besluit (interventiewaarde bodemkwaliteit)

Stof CAS-nummer Interventiewaarde bodemkwaliteit (mg/kg ds)1, 2
1. Metalen 1. Metalen
Antimoon 7440-36-0 22
Arseen 7440-38-2 76
Barium3 7440-39-3 –
Cadmium 7440-43-9 13
Chroom III 7440-47-3 180
Chroom VI 18540-29-9 78
Kobalt 7440-48-4 190
Koper 7440-50-8 190
Kwik (anorganisch) 36
Kwik (organisch) 4
Lood 7439-92-1 530
Molybdeen 7439-98-7 190
Nikkel 7440-02-0 100
Zink 7440-66-6 720
2. Overige anorganische stoffen 2. Overige anorganische stoffen
Cyanide (vrij) 57-12-5 20
Cyanide (complex) 50
Thiocyanaat 20
3. Aromatische verbindingen 3. Aromatische verbindingen
Benzeen 71-43-2 1,1
Ethylbenzeen 100-41-4 110
Tolueen 108-88-3 32
Xylenen (som)4 17
Styreen (vinylbenzeen) 100-42-5 86
Fenol 108-95-2 14
Cresolen (som)4 13
4. Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) 4. Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) 4. Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s)
PAK’s (totaal) (som 10)4 40
5. Gechloreerde koolwaterstoffen 5. Gechloreerde koolwaterstoffen 5. Gechloreerde koolwaterstoffen
Vluchtige chloorkoolwaterstoffen Vluchtige chloorkoolwaterstoffen
Monochlooretheen (Vinylchloride)5 75-01-4 0,1
Dichloormethaan 75-09-2 3,9
1,1-dichloorethaan 75-34-3 15
1,2-dichloorethaan 107-06-2 6,4
1,1-dichlooretheen5 75-35-4 0,3
1,2-dichlooretheen (som)4 540-59-0 1
Dichloorpropanen (som)4 2
Trichloormethaan (chloroform) 67-66-3;75-62-7 5,6
1,1,1-trichloorethaan 71-55-6 15
1,1,2-trichloorethaan 79-00-5 10
Trichlooretheen (Tri) 79-01-6 2,5
Tetrachloormethaan (Tetra) 56-23-5 0,7
Tetrachlooretheen (Per) 127-18-4 8,8
Chloorbenzenen Chloorbenzenen
Monochloorbenzeen 108-90-7 15
Dichloorbenzenen (som)4 25321-22-6 19
Trichloorbenzenen (som)4 11
Tetrachloorbenzenen (som)4 12408-10-5 2,2
Pentachloorbenzeen 608-93-5 6,7
Hexachloorbenzeen 118-74-1 2
Chloorfenolen Chloorfenolen
Monochloorfenolen (som)4 25167-80-0 5,4
Dichloorfenolen(som)4 22
Trichloorfenolen(som)4 22
Tetrachloorfenolen (som)4 21
Pentachloorfenol 87-86-5 12
Polychloorbifenylen (PCB’s) Polychloorbifenylen (PCB’s)
PCB’s (som 7)4 1
Overige gechloreerde koolwaterstoffen Overige gechloreerde koolwaterstoffen
Monochlooranilinen (som)4 50
Dioxine (som TEQ)4, 6 0,00018
Chloornaftaleen (som)4 25586-43-0 23
6. Bestrijdingsmiddelen 6. Bestrijdingsmiddelen
a. Organochloor-bestrijdingsmiddelen a. Organochloor-bestrijdingsmiddelen
Chloordaan (som)4 57-74-9 4
DDT (som)4 1,7
DDE (som)4 2,3
DDD (som)4 34
Aldrin 309-00-2 0,32
Drins (som)4 4
α-endosulfaan 959-98-8 4
α-HCH 319-84-6 17
β-HCH 319-85-7 1,6
γ-HCH (lindaan) 58-89-9 1,2
Heptachloor 76-44-8 4
Heptachloorepoxide (som)4 1024-57-3 4
b. Organotinbestrijdingsmiddelen b. Organotinbestrijdingsmiddelen
Organotinverbindingen (som)4 2,5
c. Chloorfenoxy-azijnzuur herbiciden c. Chloorfenoxy-azijnzuur herbiciden
MCPA 94-74-6 4
d. Overige bestrijdingsmiddelen d. Overige bestrijdingsmiddelen
Atrazine 1912-24-9 0,71
Carbaryl 63-25-2 0,45
Carbofuran5 1563-66-2 0,017
7. Overige stoffen 7. Overige stoffen
Asbest7 1332-21-4 100
Cyclohexanon 108-94-1 150
Dimethyl ftalaat 131-11-3 82
Diethyl ftalaat 84-66-2 53
Di-isobutyl ftalaat 84-69-5 17
Dibutyl ftalaat 84-74-2 36
Benzylbutylftalaat 85-68-7 48
Dihexyl ftalaat 84-75-3 220
Di(2-ethylhexyl)ftalaat 117-81-7 60
Minerale olie8 8042-47-5 5000
Pyridine 110-86-1 11
Tetrahydrofuran 109-99-9 7
Tetrahydrothiofeen 110-01-0 8,8
Tribroommethaan (bromoform) 75-25-2 75

1 De waarden in deze tabel gelden voor een standaardbodem (10% organische stof en 25% lutum). Op het omrekenen van de meetwaarden naar een standaardbodem zijn de regels krachtens artikel 25g, negende lid, onder i en j, van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing.

2 Op het omgaan met meetwaarden beneden de bepalingsgrens van het laboratorium zijn de regels krachtens artikel 25g, negende lid, onder i en j, van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing.

3 De norm voor barium wordt op termijn herzien. Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Als sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 920 mg/kg ds

4 Deze stoffen maken onderdeel uit van een somparameter. Op de samenstelling van de somparameters zijn de regels krachtens artikel 25g, negende lid, onder j, van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing.

5 De interventiewaarde voor deze stoffen is gelijk aan of kleiner dan de bepalingsgrens (intralaboratorium reproduceerbaarheid).

6 Op het berekenen van de som TEQ voor dioxine zijn de regels krachtens artikel 25g, negende lid, onder j, van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing.

7 Gewogen norm (concentratie serpentijn asbest + 10 x concentratie amfibool asbest). Serpentijn asbest bestaat uit chrysotiel. Amfibool asbest bestaat uit amosiet, crocidoliet, tremoliet, actinoliet en anthofylliet. Op het vaststellen van het gewogen gehalte asbest van partijen grond onder, gelijk aan en boven de interventiewaarde bodemkwaliteit is NEN 5707 van toepassing bij gebruik van ten hoogste 50% van de droge stof bodemvreemd materiaal en NEN 5897 bij gebruik van meer dan 50% van de droge stof bodemvreemd materiaal.

8 De definitie van minerale olie wordt beschreven bij de analysenorm. Als er sprake is van verontreiniging met mengsels (bijvoorbeeld benzine of huisbrandolie), wordt behalve het alkaangehalte ook het gehalte aan aromatische of polycyclische aromatische koolwaterstoffen bepaald. Met deze somparameter is om praktische redenen volstaan. Nadere toxicologische en chemische differentiatie wordt bestudeerd.

Bijlage III. bij de artikelen 4.192, 4.207, 4.226, 4.236, 4.277, 4.654 en 5.28van dit besluit (stofklassen)

Stoffen kunnen zijn ingedeeld in de stofklassen ERS, MVP 1, MVP 2, gA, gO, totaal stof (S), sO en sA. De stofklasse van een individuele stof kan afwijken van die voor een stofgroep. In dat geval geldt de stofklasse met de strengste emissiegrenswaarde voor de individuele stof.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)