Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over activiteiten in de fysieke leefomgeving (Besluit activiteiten leefomgeving)
Ook wordt voldaan aan de regels over verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1.
Artikel 3.172. (gegevens en bescheiden)
Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 3.170, worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:
- a. de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en
- b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.
Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
§ 3.5.7. Zuiveringtechnisch werk
Artikel 3.173. (aanwijzing milieubelastende activiteiten)
Als milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 2.1 wordt aangewezen het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk.
De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat exploiteren functioneel ondersteunen.
Artikel 3.174. (aanwijzing vergunningplichtige gevallen)
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.173, eerste lid.
Artikel 3.175
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2020/400.
Artikel 3.176. (algemene regels)
Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 3.173, en een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij wordt verricht, wordt voldaan aan de regels over:
- a. een zuiveringtechnisch werk, bedoeld in paragraaf 4.49; en
- b. het ontvangen van afvalstoffen, bedoeld in paragraaf 4.50, als de activiteit niet als vergunningplichtig is aangewezen in dit hoofdstuk.
Ook wordt voldaan aan de regels over:
- a. PRTR, bedoeld in paragraaf 5.3.1, voor zover het gaat om het behandelen van stedelijk afvalwater bij een capaciteit van ten minste 100.000 inwonerequivalenten; en
- b. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1.
Artikel 3.177. (gegevens en bescheiden)
Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 3.173, worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:
- a. de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en
- b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.
Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
§ 3.5.8. Grondbank of grondreinigingsbedrijf
Artikel 3.178. (aanwijzing milieubelastende activiteiten)
Als milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 worden aangewezen:
- a. het opslaan van meer dan een partij ingezamelde of afgegeven grond of baggerspecie; en
- b. het bewerken van grond of baggerspecie.
De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat opslaan en bewerken functioneel ondersteunen.
Onder de aanwijzing valt niet het bewerken van grond of baggerspecie, als dat alleen bestaat uit:
- a. het zeven van grond bij het graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit, bedoeld in paragraaf 3.2.21;
- b. het zeven van grond bij het graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit, bedoeld in paragraaf 3.2.22;
- c. het saneren van de bodem, bedoeld in paragraaf 3.2.23;
- d. het zeven of samenvoegen van grond of baggerspecie of het mechanisch ontwateren van baggerspecie bij het opslaan van grond of baggerspecie, bedoeld in paragraaf 3.2.24; of
- e. het als grondstof inzetten van grond in een productieproces of reparatieproces.
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
- a. baggerspecie: baggerspecie als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit;
- b. grond: grond als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit; en
- c. partij: hoeveelheid materiaal die volgens de bij of krachtens het Besluit bodemkwaliteit gestelde regels als partij wordt aangemerkt.
Artikel 3.179. (aanwijzing vergunningplichtige gevallen)
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.178, voor zover het gaat om het bewerken van grond van de kwaliteitsklasse matig verontreinigd of sterk verontreinigd of baggerspecie van de kwaliteitsklasse sterk verontreinigd, bedoeld in artikel 25d van het Besluit bodemkwaliteit.
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van afvalwater afkomstig van de milieubelastende activiteiten, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 3.180. (algemene regels)
Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.178, wordt voldaan aan de regels over:
- a. het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;
- b. het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40;
- c. het ontvangen van afvalstoffen, bedoeld in paragraaf 4.50, als de activiteit niet als vergunningplichtig is aangewezen in dit hoofdstuk; en
- d. het laden en lossen van vaartuigen of drijvende werktuigen, bedoeld in paragraaf 4.107.
Ook wordt voldaan aan de regels over verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1.
Artikel 3.181. (gegevens en bescheiden)
Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 3.178 worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:
- a. de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en
- b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.
Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
§ 3.5.9. Op of in de bodem brengen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen buiten stortplaatsen
§ 3.5.10. Grondbank en grondreinigingsbedrijf
§ 3.5.11. Verwerken van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen
Artikel 3.184. (aanwijzing milieubelastende activiteiten)
Als milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 2.1 wordt aangewezen het verwerken van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen.
De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat verwerken functioneel ondersteunen.
Onder de aanwijzing vallen niet:
- a. het vervoeren van afvalstoffen en het inzamelen van afvalstoffen;
- b. het op of in de bodem brengen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen en het verzamelen van winningsafvalstoffen in een winningsafvalvoorziening;
- c. het verbranden van afvalstoffen;
- d. het in de atmosfeer uitstoten van gasvormige effluenten;
- e. het afvangen van kooldioxide voor ondergrondse opslag, bedoeld in paragraaf 3.2.19;
- f. het verwerken van kooldioxide voor het permanent opslaan van CO2 als bedoeld in artikel 1, onder u, van de Mijnbouwwet;
- g. het verwerken van dierlijke meststoffen en het vergisten van plantaardig materiaal, bedoeld in de paragrafen 3.3.14 en 3.6.8;
- h. het verwerken van dierlijke bijproducten, anders dan het verwerken door composteren of vergisten en de aan dat composteren of vergisten voorafgaande activiteiten;
- i. het zuiveren van afvalwater;
- j. het opslaan, mengen en opbulken van ingenomen huishoudelijke afvalstoffen als het innemen hoort bij geleverde diensten en de afvalstoffen die worden gemengd behoren tot dezelfde categorie van afvalstoffen, bedoeld in bijlage II;
- k. het opslaan, mengen en opbulken van ingenomen huishoudelijke afvalstoffen op een door de gemeente beschikbaar gestelde locatie in de openbare ruimte;
- l. het opslaan van grond of baggerspecie, bedoeld in paragraaf 3.2.24;
- m. het opslaan of bewerken van grond of baggerspecie, bedoeld in paragraaf 3.5.8; en
- n. een activiteit als bedoeld in paragraaf 3.3.10.
Onder de aanwijzing valt ook niet het verwerken van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen als dat alleen bestaat uit:
- a. het mengen, opbulken, opslaan, scheiden, herverpakken of verdichten van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen voorafgaand aan inzameling of afgifte;
- b. het mobiel breken van bouwafval en sloopafval, bedoeld in afdeling 7.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; of
- c. het lozen van afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam.
Onder de aanwijzing valt ook niet het verwerken van huishoudelijke afvalstoffen die nog niet zijn ingezameld of afgegeven.
Artikel 3.185. (aanwijzing vergunningplichtige gevallen: opslaan, herverpakken en opbulken van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen)
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.184, voor zover het gaat om het opslaan, herverpakken of opbulken van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen.
Het verbod geldt ook voor andere milieubelastende activiteiten met deze afvalstoffen die worden verricht op dezelfde locatie als dat opslaan, herverpakken of opbulken.
Het verbod geldt niet voor het opslaan van:
- a. afvalstoffen van gezondheidszorg bij mens of dier en gebruikte hygiënische producten, met uitzondering van infectieuze afvalstoffen, lichaamsdelen of organen, en afvalstoffen van cytotoxische of cytostatische geneesmiddelen;
- b. niet meer dan 10.000 ton banden van voertuigen;
- c. metaal voor zover de opslagcapaciteit ten hoogste 50.000 ton is en het niet gaat om gevaarlijke afvalstoffen;
- d. niet meer dan 100 m3 afgedankte elektrische of elektronische apparatuur die afkomstig is van particuliere huishoudens of die naar aard en hoeveelheid met die van particuliere huishoudens vergelijkbaar is;
- e. niet meer dan 5 m3 draagbare batterijen of accu’s;
- f. niet meer dan 5 m3 spaarlampen of gasontladingslampen;
- g. niet meer dan 5 m3 inktcassettes of tonercassettes;
- h. siervoorwerpen of gebruiksvoorwerpen op een locatie waarop het hergebruik van deze voorwerpen wordt voorbereid als de opslagoppervlakte ten hoogste 1.000 m2 is en het gaat om gevaarlijke afvalstoffen;
- i. siervoorwerpen, gebruiksvoorwerpen of tweedehands bouwmaterialen als de opslagoppervlakte ten hoogste 6.000 m2 is en het gaat om bedrijfsafvalstoffen;
- j. lege ongereinigde verpakkingen die gevaarlijke afvalstoffen zijn of niet meer dan 45 m3 lege ongereinigde verpakkingen die bedrijfsafvalstoffen zijn, op een locatie waarop olie, vet, verf, lijm, kit, hars, gewasbeschermingsmiddelen, biociden of gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 3.27, eerste lid, onder a, b of c, in verpakking worden opgeslagen om te worden verkocht of geleverd aan afnemers en voor zover de lege ongereinigde verpakkingen zijn ingenomen van die afnemers;
- k. ingenomen afvalstoffen van reparatiewerkzaamheden of onderhoudswerkzaamheden aan pleziervaartuigen of bilgewater bij een jachthaven;
- l. afgescheiden oliefractie of waterfractie van ingenomen bilgewater bij een jachthaven;
- m. afgewerkte olie, smeervet of oliehoudende of vethoudende afvalstoffen, ontstaan als gevolg van onderhoud aan vaartuigen bij een bunkerstation, als deze afvalstoffen zijn ingenomen van personen die brandstof, smeerolie of smeervet bij het bunkerstation aanschaffen;
- n. ontplofbare stoffen of voorwerpen door de Nederlandse of een bondgenootschappelijke krijgsmacht;
- o. metalen met aanhangende olie of emulsie van olie, afgescheiden oliefracties of emulsiefracties;
- p. niet meer dan 30 ton autobatterijen, autoaccu’s, industriële batterijen of accu’s;
- q. niet meer dan 10.000 ton van elk van de volgende bedrijfsafvalstoffen:
- 1°. bouwstoffen die op grond van paragraaf 3.2.25 mogen worden toegepast;
- 2°. textiel;
- 3°. verpakkingsglas;
- 4°. vlakglas;
- 5°. voedingsmiddelen afkomstig van detailhandel of groothandel;
- 6°. niet-geïmpregneerd hout;
- 7°. papier of karton; en
- 8°. kunststof;
- r. niet meer dan 600 m3 groenafval dat een bedrijfsafvalstof is;
- s. niet meer dan 1 m3 gebruikte frituurvetten of frituuroliën die bedrijfsafvalstoffen zijn;
- t. niet meer dan 1.000 m3 plantaardige restproducten uit de landbouw, tuinbouw, voedselbereiding of voedselverwerking voor het maken van diervoeder voor de dieren van degene die de activiteit verricht;
- u. wrakken van gemotoriseerde voertuigen bij het onderhouden of repareren van gemotoriseerde voertuigen waarop paragraaf 4.22 van toepassing is;
- v. niet meer dan vier wrakken van tweewielige gemotoriseerde voertuigen of niet meer dan vier autowrakken of andere voertuigwrakken na demontage, bij een instelling voor oefendoeleinden of opleidingsdoeleinden;
- w. autowrakken, wrakken van tweewielige gemotoriseerde voertuigen of andere voertuigwrakken bij het verlenen van hulp voor gemotoriseerde voertuigen als bedoeld in paragraaf 3.8.1 of in het kader van onderzoek door politie of justitie;
- x. autowrakken na demontage op een andere locatie dan de locatie waarop demontage heeft plaatsgevonden, behalve als wordt opgeslagen op een instelling voor oefendoeleinden of opleidingsdoeleinden; of
- y. autowrakken of wrakken van tweewielige gemotoriseerde voertuigen of de bij het demonteren van deze wrakken vrijkomende afvalstoffen, als dat opslaan gebeurt bij het demonteren van ingezamelde of afgegeven autowrakken of wrakken van tweewielige gemotoriseerde voertuigen, bedoeld in paragraaf 3.5.1.
Het verbod geldt ook niet voor het opbulken of herverpakken van afvalstoffen als het opslaan van de afvalstoffen niet als vergunningplichtig is aangewezen in dit artikel.
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van stoffen afkomstig van de milieubelastende activiteiten, bedoeld in het eerste en tweede lid, behalve als die activiteiten bestaan uit de activiteiten, bedoeld in het derde lid.
Artikel 3.186. (aanwijzing vergunningplichtige gevallen: demonteren bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen)
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.184, voor zover het gaat om het demonteren van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen.
Het verbod geldt ook voor andere milieubelastende activiteiten met deze afvalstoffen die worden verricht op dezelfde locatie als dat demonteren.
Het verbod geldt niet als het demonteren alleen bestaat uit:
- a. het demonteren van autowrakken of het demonteren van wrakken van tweewielige gemotoriseerde voertuigen bij een activiteit als bedoeld in paragraaf 3.5.1;
- b. het demonteren van accessoires van een autowrak of wrak van een tweewielig gemotoriseerd voertuig bij een activiteit waarop paragraaf 4.22 van toepassing is;
- c. activiteiten met een autowrak, wrak van een tweewielig gemotoriseerd voertuig of ander voertuigwrak na demontage, bij een instelling voor oefendoeleinden of opleidingsdoeleinden, als de identiteit of de inhoud van de autowrakken herkenbaar blijft en de activiteit samenhangt met het oefendoel of opleidingsdoel;
- d. het voor recycling demonteren van siervoorwerpen of gebruiksvoorwerpen die bedrijfsafvalstoffen zijn en alleen bestaan uit metaal, hout, kunststof, textiel, papier, karton of verbindingsmaterialen; of
- e. het demonteren van siervoorwerpen of gebruiksvoorwerpen voor hergebruik als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer.
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van afvalwater afkomstig van de milieubelastende activiteiten, bedoeld in het eerste en tweede lid, behalve als die activiteiten alleen bestaan uit de activiteiten, bedoeld in het derde lid.
Artikel 3.187. (aanwijzing vergunningplichtige gevallen: ontwateren en drogen bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van afvalwater)
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.184, voor zover het gaat om het ontwateren of drogen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen, die geen afvalwater zijn.
Het verbod geldt niet als dat ontwateren alleen bestaat uit het mechanisch ontwateren van zuiveringsslib dat een bedrijfsafvalstof is of het passief ontwateren of drogen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen.
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van afvalwater afkomstig van de milieubelastende activiteiten, bedoeld in het eerste lid, behalve als die activiteiten alleen bestaan uit de activiteiten, bedoeld in het tweede lid.
Artikel 3.188. (aanwijzing vergunningplichtige gevallen: verkleinen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen)
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.184, voor zover het gaat om het verkleinen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen.
Het verbod geldt niet als dat verkleinen alleen bestaat uit:
- a. het verkleinen van metaal, niet-geïmpregneerd hout, kunststof, papier of karton die bedrijfsafvalstoffen zijn, met uitzondering van autowrakken;
- b. het verkleinen van groenafval dat een bedrijfsafvalstof is, ontstaan bij werkzaamheden die zijn verricht door degene die de activiteit verricht;
- c. het voor recycling verkleinen van siervoorwerpen of gebruiksvoorwerpen die geen elektronica bevatten, bedrijfsafvalstoffen zijn en alleen bestaan uit metaal, hout, kunststof, textiel, papier, karton of verbindingsmaterialen; of
- d. het demonteren van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 3.186.
Artikel 3.189. (aanwijzing vergunningplichtige gevallen: reinigen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen)
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.184, voor zover het gaat om het reinigen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen.
Het verbod geldt niet als het reinigen alleen bestaat uit:
- a. het schoonmaken als voorbereiden voor hergebruik als bedoeld in artikel 3.190;
- b. het reinigen van kunststof dat een bedrijfsafvalstof is; of
- c. het schoonbranden van een spoel uit een elektromotor.
Artikel 3.190. (aanwijzing vergunningplichtige gevallen: voorbereiden voor hergebruik van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen)
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.184, voor zover het gaat om het voorbereiden voor hergebruik van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van het voorbereiden voor hergebruik van onderdelen van voertuigwrakken, siervoorwerpen, gebruiksvoorwerpen of tweedehands bouwmaterialen.
Artikel 3.191. (aanwijzing vergunningplichtige gevallen: composteren en vergisten van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen)
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.184, voor zover het gaat om het composteren of vergisten van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen.
Het verbod geldt ook voor andere milieubelastende activiteiten met deze afvalstoffen die worden verricht op dezelfde locatie als dat composteren of vergisten.
Het verbod geldt niet voor het composteren van ten hoogste 600 m3 groenafval dat een bedrijfsafvalstof is, ontstaan bij werkzaamheden die zijn verricht door degene die de activiteit verricht.
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van afvalwater afkomstig van de milieubelastende activiteiten, bedoeld in het eerste en tweede lid, behalve als die activiteiten bestaan uit de activiteit, bedoeld in het derde lid.
Artikel 3.192. (aanwijzing vergunningplichtige gevallen: recyclen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen, vervaardigen van brandstoffen of opvulmateriaal uit bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen en voorbehandelen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen voor nuttige toepassing)
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.184, voor zover het gaat om het recyclen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen, het vervaardigen van brandstoffen of opvulmateriaal uit bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen of het voorbehandelen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen voor nuttige toepassing, anders dan de activiteiten met afvalstoffen, bedoeld in de artikelen 3.185 tot en met 3.191 en 3.193 tot en met 3.196.
Het verbod geldt ook voor andere milieubelastende activiteiten met deze afvalstoffen die worden verricht op dezelfde locatie als dat recyclen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen, vervaardigen van brandstoffen of opvulmateriaal uit bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen of het voorbehandelen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen voor nuttige toepassing.
Het verbod geldt niet als de activiteit alleen bestaat uit:
- a. het vernieuwen van het loopvlak van banden van voertuigen;
- b. het extruderen of spuitgieten van kunststof dat een bedrijfsafvalstof is;
- c. het als grondstof inzetten van rubber, kunststof, metalen, steen, steenachtig materiaal, papier, karton, textiel, bont, leer, gips, kurk, hout of houtachtig materiaal of grond als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit van de kwaliteitsklasse landbouw/natuur, bedoeld in artikel 25d van dat besluit, in een productieproces of reparatieproces, als de afvalstoffen bedrijfsafvalstoffen zijn; of
- d. het maken van diervoeder voor eigen dieren van plantaardig materiaal uit de landbouw, tuinbouw, voedselbereiding of voedselverwerking, als de capaciteit voor het maken van diervoeder van deze afvalstoffen niet meer is dan 4.000 ton/jaar.
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van afvalwater afkomstig van de milieubelastende activiteiten, bedoeld in het eerste en tweede lid, behalve als die activiteiten alleen bestaan uit de activiteiten, bedoeld in het derde lid.
Artikel 3.193. (aanwijzing vergunningplichtige gevallen: verdichten van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen)
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.184, voor zover het gaat om het verdichten van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen.
Het verbod geldt niet voor het verdichten van bedrijfsafvalstoffen dat geen belemmering vormt voor de nascheiding of recycling als het opslaan van de afvalstoffen die worden verdicht niet als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.185.
Artikel 3.194. (aanwijzing vergunningplichtige gevallen: scheiden van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen)
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.184, voor zover het gaat om het scheiden van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen.
Het verbod geldt niet als dat scheiden alleen bestaat uit:
- a. het scheiden van afvalstoffen, waarvan het opslaan niet als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.185;
- b. het demonteren, bedoeld in artikel 3.186;
- c. het ontwateren of drogen, bedoeld in artikel 3.187;
- d. het verkleinen, bedoeld in artikel 3.188;
- e. het reinigen, bedoeld in artikel 3.189; of
- f. het voorbereiden voor hergebruik, bedoeld in artikel 3.190.
Artikel 3.195. (aanwijzing vergunningplichtige gevallen: mengen van bedrijfsafvalstoffen)
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.184, voor zover het gaat om het mengen van bedrijfsafvalstoffen.
Het verbod geldt ook voor andere milieubelastende activiteiten met deze afvalstoffen die worden verricht op dezelfde locatie als dat mengen.
Het verbod geldt niet als het mengen alleen bestaat uit:
- a. het mengen van bedrijfsafvalstoffen met stoffen of materialen die geen afvalstoffen zijn, als het opslaan van de afvalstoffen niet als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.185 en er wordt gemengd tijdens recycling of het voorbereiden voor hergebruik;
- b. het mengen van rie-biomassa met stoffen of materialen die geen afvalstoffen zijn, als het opslaan van de rie-biomassa niet als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.185;
- c. het bij het verbranden van rie-biomassa mengen van partijen rie-biomassa die behoren tot verschillende categorieën van afvalstoffen als bedoeld in bijlage II, als het opslaan van de afvalstoffen of het verbranden van de rie-biomassa niet als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.40e of 3.185; of
- d. het mengen van bedrijfsafvalstoffen die behoren tot dezelfde categorie van afvalstoffen, met uitzondering van de categorieën 10 en 111, bedoeld in bijlage II, als het opslaan van de afvalstoffen niet als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.185.
Artikel 3.196. (aanwijzing vergunningplichtige gevallen: mengen van gevaarlijke afvalstoffen)
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.184, voor zover het gaat om het mengen van gevaarlijke afvalstoffen.
Het verbod geldt ook voor andere milieubelastende activiteiten met deze afvalstoffen die worden verricht op dezelfde locatie als dat mengen.
Het verbod geldt niet als dat mengen alleen bestaat uit het mengen van gevaarlijke afvalstoffen die behoren tot dezelfde categorie van afvalstoffen, met uitzondering van de categorieën 11 en 110, bedoeld in bijlage II, als het opslaan van de afvalstoffen niet als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.185.
Artikel 3.197. (aanwijzing vergunningplichtige gevallen: verwijderen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen)
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.184, voor zover het gaat om het verwijderen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van het lozen van afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam.
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van stoffen of afvalwater afkomstig van de milieubelastende activiteit, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 3.198. (algemene regels)
Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 3.184, en een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij wordt verricht, wordt voldaan aan de regels over:
- a. het stralen van metalen, bedoeld in paragraaf 4.13;
- b. het schoonbranden van metalen, bedoeld in paragraaf 4.14;
- c. het lassen van metalen, bedoeld in paragraaf 4.16;
- d. het solderen van metalen, bedoeld in paragraaf 4.17;
- e. het mechanisch en thermisch bewerken van metalen, bedoeld in paragraaf 4.18;
- f. het mechanisch bewerken van steen, bedoeld in paragraaf 4.19;
- g. het mechanisch bewerken van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.20;
- h. het reinigen, lijmen en coaten van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.21;
- i. het onderhouden en repareren van verbrandingsmotoren, gemotoriseerde voertuigen, vliegtuigen, vaartuigen of werktuigen, bedoeld in paragraaf 4.22;
- j. het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;
- k. het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40;
- l. het shredderen van autowrakken, bedoeld in paragraaf 4.31;
- m. het opslaan van afvalstoffen, bedoeld in paragraaf 4.32, als de activiteit niet als vergunningplichtig is aangewezen in dit hoofdstuk;
- n. het ontvangen van afvalstoffen, bedoeld in paragraaf 4.50, als de activiteit niet als vergunningplichtig is aangewezen in dit hoofdstuk;
- o. het vullen van gasflessen met propaan of butaan, bedoeld in paragraaf 4.101;
- p. het opslaan van goederen, bedoeld in paragraaf 4.104; en
- q. het laden en lossen van vaartuigen of drijvende werktuigen, bedoeld in paragraaf 4.107.
Ook wordt voldaan aan de regels over:
- a. PRTR, bedoeld in paragraaf 5.3.1, voor zover het gaat om:
- 1°. het nuttig toepassen of verwijderen van gevaarlijke afvalstoffen als per dag 10 ton of meer gevaarlijk afval wordt ontvangen; en
- 2°. het verwijderen van niet-gevaarlijke afvalstoffen bij een capaciteit van 50 ton of meer per dag;
- b. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1;
- c. zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in de artikelen 3.185 tot en met 3.197; en
- d. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4.
Artikel 3.199. (gegevens en bescheiden)
Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 3.184, worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:
- a. de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en
- b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.
Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
Afdeling 3.6. Agrarische sector
§ 3.6.1. Veehouderij
Artikel 3.200. (aanwijzing milieubelastende activiteiten)
Als milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 worden aangewezen:
- a. het exploiteren van een ippc-installatie voor het houden van pluimvee of varkens, bedoeld in categorie 6.6 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies; en
- b. het houden van landbouwhuisdieren.
Onder de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, onder b, valt niet het houden van ten hoogste:
- a. 10 stuks rundvee die als landbouwhuisdieren worden gehouden;
- b. 15 varkens die als landbouwhuisdieren worden gehouden;
- c. 350 kippen die als landbouwhuisdieren worden gehouden; en
- d. 25 overige landbouwhuisdieren.
De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, functioneel ondersteunen.
Onder de aanwijzing valt niet het houden van landbouwhuisdieren alleen:
- a. voor natuurbeheer of beheer van de openbare ruimte;
- b. voor educatieve doeleinden; of
- c. bij onderzoeksinstellingen.
Artikel 3.201. (aanwijzing vergunningplichtige gevallen: ippc-installatie)
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.200, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie voor het houden van pluimvee of varkens, bedoeld in categorie 6.6 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies.
Artikel 3.202. (aanwijzing vergunningplichtige gevallen: andere milieubelastende installatie)
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.200, voor zover het gaat om het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het houden van:
- a. meer dan 200 melkkoeien van 2 jaar en ouder, kalfkoeien van 2 jaar en ouder of zoogkoeien van 2 jaar en ouder;
- b. meer dan 340 stuks vrouwelijk jongvee jonger dan 2 jaar, fokstieren jonger dan 2 jaar, melkkoeien van 2 jaar en ouder, kalfkoeien van 2 jaar en ouder of zoogkoeien van 2 jaar en ouder;
- c. meer dan 50 paarden van 3 jaar en ouder of pony’s van 3 jaar en ouder;
- d. meer dan 50 schapen van 1 jaar en ouder of geiten;
- e. meer dan 2.500 kippen, kalkoenen, eenden of parelhoenders;
- f. meer dan 50 vleesvarkens van 25 kg en meer, opfokberen van 25 kg en meer en jonger dan 7 maanden of opfokzeugen van 25 kg en meer;
- g. meer dan 50 kraamzeugen, guste zeugen, dragende zeugen en opfokzeugen van 25 kg en meer;
- h. meer dan 500 gespeende biggen van minder dan 25 kg;
- i. meer dan 50 vleeskalveren jonger dan 1 jaar, overig vleesvee vanaf spenen en jonger dan 2 jaar of overig rundvee van 2 jaar en ouder; of
- j. meer dan 50 overige landbouwhuisdieren.
Artikel 3.203. (algemene regels)
Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.200, en lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij worden verricht, wordt voldaan aan de regels over:
- a. het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;
- b. het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40;
- c. het bereiden van drinkwater voor landbouwhuisdieren, bedoeld in paragraaf 4.81;
- d. dierenverblijven, bedoeld in paragraaf 4.82;
- e. het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie, bedoeld in paragraaf 4.83;
- f. het opslaan van kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen, bedoeld in paragraaf 4.84;
- g. het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een mestbassin, bedoeld in paragraaf 4.86;
- h. het composteren en opslaan van groenafval, bedoeld in paragraaf 4.89;
- i. het reinigen van voertuigen of werktuigen voor agrarische activiteiten, bedoeld in paragraaf 4.90; en
- j. het vullen van gasflessen met propaan of butaan, bedoeld in paragraaf 4.101.
Ook wordt voldaan aan de regels over:
- a. het eindonderzoek bodem, bedoeld in paragraaf 5.2.1, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie;
- b. PRTR, bedoeld in paragraaf 5.3.1, voor zover het gaat om het exploiteren van een PRTR-installatie voor het houden van pluimvee of varkens als bedoeld in categorie 6.6 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies; en
- c. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1.
Artikel 3.204. (gegevens en bescheiden)
Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 3.200 worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:
- a. de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en
- b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.
Het eerste lid, onder a, is niet van toepassing op gronden die worden gebruikt voor de teelt van gewassen in de openlucht.
Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
Artikel 3.204a
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2020/172.
§ 3.6.2. Glastuinbouwbedrijf
Artikel 3.205. (aanwijzing milieubelastende activiteiten)
Als milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 2.1 wordt aangewezen het telen van gewassen in kassen.
De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat telen functioneel ondersteunen.
Onder de aanwijzing valt niet het telen van gewassen in kassen alleen:
- a. bij een huishouden of bij het uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis;
- b. voor educatieve doeleinden;
- c. bij onderzoeksinstellingen; of
- d. bij volkstuinen.
Artikel 3.206. (algemene regels)
Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 3.205, en een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij wordt verricht, wordt voldaan aan de regels over:
- a. het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;
- b. het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40;
- c. het aanmaken en via vaste leidingen transporteren van gewasbeschermingsmiddelen, biociden of bladmeststoffen, bedoeld in paragraaf 4.62;
- d. het behandelen van geoogste gewassen met gewasbeschermingsmiddelen, bedoeld in paragraaf 4.65;
- e. het reinigen van verpakkingen voor biologisch geteelde gewassen, bedoeld in paragraaf 4.66;
- f. het reinigen van verpakkingen voor niet-biologisch geteelde gewassen, bedoeld in paragraaf 4.67;
- g. het spoelen van gewassen, bedoeld in paragraaf 4.68;
- h. het spoelen van niet-biologisch geteelde bloembollen of bloemknollen, bedoeld in paragraaf 4.69;
- i. het spoelen van biologisch geteelde gewassen, bedoeld in paragraaf 4.70;
- j. het sorteren van niet-biologisch geteeld fruit, bedoeld in paragraaf 4.71;
- k. het sorteren van biologisch geteeld fruit, bedoeld in paragraaf 4.72;
- l. assimilatiebelichting, bedoeld in paragraaf 4.75;
- m. drainwater of spoelwater van filters bij substraatteelt in een kas, bedoeld in paragraaf 4.76;
- n. drainagewater of spoelwater van filters bij grondgebonden teelt in een kas, bedoeld in paragraaf 4.77;
- o. overig afvalwater van kassen, bedoeld in paragraaf 4.78;
- p. het bereiden van gietwater, bedoeld in paragraaf 4.80;
- q. het opslaan van gebruikt substraatmateriaal, bedoeld in paragraaf 4.85;
- r. het composteren en opslaan van groenafval, bedoeld in paragraaf 4.89;
- s. het reinigen van voertuigen of werktuigen voor agrarische activiteiten, bedoeld in paragraaf 4.90; en
- t. het vullen van gasflessen met propaan of butaan, bedoeld in paragraaf 4.101.
Ook wordt voldaan aan de regels over verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1.
Artikel 3.207. (gegevens en bescheiden)
Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 3.205, worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:
- a. de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en
- b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.
Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
§ 3.6.3. Telen van gewassen in de openlucht
Artikel 3.208. (aanwijzing milieubelastende activiteiten)
Als milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 worden aangewezen:
- a. het telen van gewassen in de openlucht; en
- b. het behandelen van gewassen direct voor of na de teelt.
De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat telen of behandelen functioneel ondersteunen.
Onder de aanwijzing vallen niet de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, als die alleen worden verricht:
- a. bij een huishouden of bij het uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis;
- b. voor educatieve doeleinden;
- c. bij onderzoeksinstellingen; of
- d. bij volkstuinen.
Artikel 3.209. (algemene regels)
Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.208, en lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij worden verricht, wordt voldaan aan de regels over:
- a. het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;
- b. het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40;
- c. het aanmaken en via vaste leidingen transporteren van gewasbeschermingsmiddelen, biociden of bladmeststoffen, bedoeld in paragraaf 4.62;
- d. het aanmaken van gewasbeschermingsmiddelen of meststoffen op landbouwgronden, bedoeld in paragraaf 4.63;
- e. het gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen of meststoffen op braakliggende landbouwgronden en bij het telen van gewassen in de openlucht, bedoeld in paragraaf 4.64;
- f. het behandelen van geoogste gewassen met gewasbeschermingsmiddelen, bedoeld in paragraaf 4.65;
- g. het reinigen van verpakkingen voor biologisch geteelde gewassen, bedoeld in paragraaf 4.66;
- h. het reinigen van verpakkingen voor niet-biologisch geteelde gewassen, bedoeld in paragraaf 4.67;
- i. het spoelen van gewassen, bedoeld in paragraaf 4.68;
- j. het spoelen van niet-biologisch geteelde bloembollen of bloemknollen, bedoeld in paragraaf 4.69;
- k. het spoelen van biologisch geteelde gewassen, bedoeld in paragraaf 4.70;
- l. het sorteren van niet-biologisch geteeld fruit, bedoeld in paragraaf 4.71;
- m. het sorteren van biologisch geteeld fruit, bedoeld in paragraaf 4.72;
- n. substraatteelt van gewassen in de openlucht, bedoeld in paragraaf 4.73;
- o. substraatteelt van gewassen op stellingen of in een gotensysteem in de openlucht, bedoeld in paragraaf 4.74;
- p. het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie, bedoeld in paragraaf 4.83;
- q. het opslaan van gebruikt substraatmateriaal, bedoeld in paragraaf 4.85;
- r. het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een mestbassin, bedoeld in paragraaf 4.86;
- s. het composteren en opslaan van groenafval, bedoeld in paragraaf 4.89;
- t. het reinigen van voertuigen of werktuigen voor agrarische activiteiten, bedoeld in paragraaf 4.90; en
- u. het vullen van gasflessen met propaan of butaan, bedoeld in paragraaf 4.101.
Ook wordt voldaan aan de regels over verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1.
Artikel 3.210. (gegevens en bescheiden)
Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 3.208 worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:
- a. de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en
- b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.
Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
Het eerste lid is niet van toepassing voor zover de activiteit wordt verricht op landbouwgronden.
§ 3.6.4. Telen van gewassen in een gebouw
Artikel 3.211. (aanwijzing milieubelastende activiteiten)
Als milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 2.1 wordt aangewezen het telen van gewassen in een gebouw, anders dan een kas.
De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat telen functioneel ondersteunen.
Onder de aanwijzing valt niet het telen van gewassen in een gebouw alleen:
- a. bij een huishouden of bij het uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis;
- b. voor educatieve doelen; of
- c. bij onderzoeksinstellingen.
Artikel 3.212
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2020/400.
Artikel 3.213. (algemene regels)
Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 3.211, en een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij wordt verricht, wordt voldaan aan de regels over:
- a. het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;
- b. het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40;
- c. het aanmaken en via vaste leidingen transporteren van gewasbeschermingsmiddelen, biociden of bladmeststoffen, bedoeld in paragraaf 4.62;
- d. het behandelen van geoogste gewassen met gewasbeschermingsmiddelen, bedoeld in paragraaf 4.65;
- e. het reinigen van verpakkingen voor biologisch geteelde gewassen, bedoeld in paragraaf 4.66;
- f. het reinigen van verpakkingen voor niet-biologisch geteelde gewassen, bedoeld in paragraaf 4.67;
- g. het lozen van afvalwater bij telen van gewassen in een gebouw, bedoeld in paragraaf 4.79;
- h. het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie, bedoeld in paragraaf 4.83;
- i. het opslaan van gebruikt substraatmateriaal, bedoeld in paragraaf 4.85;
- j. het composteren en opslaan van groenafval, bedoeld in paragraaf 4.89;
- k. het reinigen van voertuigen of werktuigen voor agrarische activiteiten, bedoeld in paragraaf 4.90; en
- l. het vullen van gasflessen met propaan of butaan, bedoeld in paragraaf 4.101.
Ook wordt voldaan aan de regels over verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1.
Artikel 3.214. (gegevens en bescheiden)
Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 3.211, worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:
- a. de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en
- b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.
Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
§ 3.6.5. Agrarisch loonwerkbedrijf
Artikel 3.215. (aanwijzing milieubelastende activiteiten)
Als milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 worden aangewezen het voor agrarisch loonwerk:
- a. opslaan van stoffen op een andere locatie dan de locatie van dat loonwerk; en
- b. onderhouden, repareren en schoonmaken van voertuigen of werktuigen op een andere locatie dan de locatie van dat loonwerk.
De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat opslaan, onderhouden, repareren of schoonmaken functioneel ondersteunen.
Artikel 3.216. (algemene regels)
Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.215, en lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij worden verricht, wordt voldaan aan de regels over:
- a. het onderhouden en repareren van verbrandingsmotoren, gemotoriseerde voertuigen, vliegtuigen, vaartuigen of werktuigen, bedoeld in paragraaf 4.22;
- b. het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)