Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 8 oktober 2021, nr. WJZ/20222966, houdende vaststelling van subsidie-instrumenten in het kader van de Europese structuur- en investeringsfondsen op het terrein van de Ministeries van Economische Zaken en Klimaat en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies 2021)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-07-11
Laatst bijgewerkt 2026-07-14
State In force
Source BWB
artikelen 1277
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
  • 1°. advies, audits, certificering en lidmaatschapskosten;
  • 2°. personeelskosten in verband met de certificeringssystemen;
  • 3°. het ontwikkelen van materialen voor certificeringssystemen; en
  • 4°. de kosten van ontwikkeling en verbeteren van ICT-systemen en registratiemodules met betrekking tot certificeringssystemen.
2.

Subsidiabel zijn:

  • a. Nationale en internationale algemene certificeringssystemen en specifieke certificeringssystemen (zoals van de producentenorganisatie zelf of van retailers) op het gebied van kwaliteit en voedselveiligheid;
  • b. biologische certificeringssystemen; en
  • c. certificeringssystemen op het gebied van duurzaamheid en Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO), die bijdragen aan de agromilieuklimaatdoelstellingen.
3.

Voor biologische certificeringssystemen als bedoeld in het tweede lid onderdeel b, zijn subsidiabel uitgaven voor:

  • a. biologische certificeringssystemen in de EU gebaseerd op verordening 2018/848 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten, waaronder Skal;
  • b. uitgaven voor op grond van Verordening 2018/848 als equivalent erkende biologische certificeringssystemen in derde landen; en
  • c. lidmaatschapskosten van Skal.
4.

Niet subsidiabel zijn:

  • a. uitgaven voor certificering van groenlabelkassen; en
  • b. de aanschaf van materialen.
Artikel 5.3.101

Indien dit noodzakelijk is voor het functioneren van de LED-belichtingsinstallatie, bedoeld in artikel 5.3.75, eerste lid, zijn uitgaven van de producentenorganisatie voor de aansluiting van een extern trafostation van het energiebedrijf of de verzwaring van de netkoppeling op de warmte-krachtkoppelingsinstallatie, inclusief personeelskosten, subsidiabel.

Artikel 5.3.102
1.

Subsidiabel zijn uitgaven voor organische onkruidwerende materialen ten behoeve van gewasbescherming door het bevorderen van weerbare teelt en verminderde afhankelijkheid van middelen.

2.

In het geval van biologisch afbreekbare folie bestemd voor onkruidbestrijding komen alleen de specifieke kosten voor biologisch afbreekbare folie in vergelijking met conventionele kunststoffolie in aanmerking voor ondersteuning.

Artikel 5.3.103
1.

Uitgaven voor de bestrijding van ziekten en plagen zijn subsidiabel. In het geval van middelen voor biologische of geïntegreerde gewasbescherming zijn de volgende kosten subsidiabel:

  • e. feromonen als lokstof;
  • f. kalkmelk voor de fruitteelt;
  • g. organismen, voeding en middelen voor dosering ter ondersteuning van biologische gewasbescherming;
  • h. natuurlijke vijanden waarvoor een ontheffing van de minister geldt;
  • i. natuurlijke vijanden waarvoor het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden een ‘dringend vereiste’ vergunning heeft afgegeven; en
  • j. gewasbeschermingsmiddelen met laagrisico stoffen of basisstoffen die zijn toegelaten door het College Toelating Gewasbeschermingsmiddelen en voorzien zijn van N-nummer;
2.

In het geval van biologische gewasbeschermingsmiddelen zijn de volgende kosten subsidiabel:

  • a. een scoutbox voor automatische detectie en diagnose van plagen;
  • b. de kosten voor de scoutbox-softwarelicentie;
  • c. sporenfilters voor de champignonteelt;
  • d. vangplaten en rollertraps; en
  • e. zaaizaad Tagetes als aaltjesbestrijders.
3.

Niet subsidiabel zijn:

  • a. gewasbescherming van conventionele, niet natuurlijke oorsprong;
  • b. toeslag voor behandelingskosten doorbelast door leveranciers of plantenkwekers; en
  • c. ondersteunende materialen zoals afdichtingsmateriaal ten behoeve van het afdichten van champignoncellen.
Artikel 5.3.104
1.

Voor de uitgaven, bedoeld in artikel 5.3.103, eerste lid, geldt een forfaitair tarief van 40%.

2.

De producentenorganisatie onderbouwt bij de indiening van de subsidieaanvraag de uitgaven, bedoeld in artikel 5.3.103, eerste lid, met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel.

Artikel 5.3.105

De specifieke kosten voor de aanschaf van biostimulanten in het kader van geïntegreerde gewasbescherming zijn subsidiabel indien de biostimulanten voldoen aan de voorwaarden uit verordening 2019/1009 en voorzien zijn van CE-markering.

Artikel 5.3.106
1.

Uitgaven voor biologisch uitgangsmateriaal en niet-chemisch behandelde zaden van gangbare oorsprong zijn subsidiabel indien zij door de Stichting Skal, bedoeld in artikel 1 van het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007, of een andere erkende instantie overeenkomstig Hoofdstuk V van verordening 2018/848 dan wel een op grond van artikel 46 van verordening 2018/848 erkende instantie, gecertificeerd zijn.

2.

Voor de uitgaven, bedoeld in het eerste lid, geldt voor groenten en fruit geteeld onder glas een forfaitair tarief van 17% en voor overige producten een forfaitair tarief van 25%.

3.

De producentenorganisatie beschikt over:

  • a. een factuur en een afleverbon met vermelding van Skalnummer en ‘eko’ of ‘bio’;
  • b. het Skal certificaat van de leverancier of een lijst van Skal-gecertificeerde leveranciers en Skal-nummers; of
  • c. het certificaat van de leverancier afgegeven door een andere dan Skal erkende instantie, bedoeld in het eerste lid.
4.

Niet subsidiabel is niet-biologisch teeltmateriaal, met uitzondering van alle vrijstellingen die Skal heeft verstrekt en goedgekeurd voor algemeen teeltmateriaal in de nationale bijlage.

Artikel 5.3.107
1.

Als uitgaven voor de specifieke kosten van aankoop van duurzame meststoffen en compost zijn subsidiabel:

  • a. mest en compost afkomstig van door SKAL gecertificeerde biologische landbouwbedrijven;
  • b. meststoffen verkregen uit opgewerkte dierlijke mest en compost;
2.

De producentenorganisatie toont de biologische oorsprong van mest en compost bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan door middel van:

  • a. een factuur en een afleverbon met vermelding van Skalnummer van het betrokken landbouwbedrijf en ‘eko’ of ‘bio’;
  • b. het Skal certificaat van het betrokken landbouwbedrijf of een lijst van Skal-gecertificeerde landbouwbedrijven en Skal-nummers; en
  • c. een opgave per deelnemende producent van:
  • 1°. het areaal gewassen waarvoor de producentenorganisatie is erkend;
  • 2°. de hoeveelheid en het type mest of compost; en
  • 3°. de opgevoerde kosten.
3.

De uitgaven van de producentenorganisatie, bedoeld in het eerste lid, voor geconcentreerde handelsmeststoffen zijn niet subsidiabel.

4.

Mest en compost afkomstig van door SKAL gecertificeerde biologische landbouwbedrijven, bedoeld in het eerste lid onderdeel a, is slechts subsidiabel voor zover deze is bestemd voor een SKAL gecertificeerd lid.

Artikel 5.3.108

Uitgaven ten behoeve van duurzaam bodembeheer zijn subsidiabel indien het gaat om uitgaven voor de aanschaf van groenbemesters.

Artikel 5.3.109

De specifieke kosten voor biologisch afbreekbare bevestigingsmaterialen, zoals biologisch afbreekbare clips en biologisch afbreekbaar touw, zijn subsidiabel.

Artikel 5.3.110

Vervallen

Artikel 5.3.111
1.

Uitgaven om een nieuw product of nieuw concept in de keten te borgen door deze onder te brengen in een certificeringssysteem, inclusief personeelskosten, zijn subsidiabel.

2.

Niet subsidiabel zijn uitgaven van de producentenorganisatie:

  • a. voor onderhoudsabonnementen;
  • b. voor de aanschaf van een Global Location Number (GLN);
  • c. om aan keurmerken te voldoen;
  • d. voor ICT voorzieningen:
  • 1°. voor tracking en tracing systemen indien het gaat om de registraties van productherkomst, ziekten, plagen, middelen of meststoffen; of
  • 2°. het laten functioneren van oogstkarren, weeginstallaties of kantelinstallaties.
Artikel 5.3.112
1.

Uitgaven van de producentenorganisatie voor personeel en externe diensten in het kader van investeringen ten behoeve van de bundeling van productstromen zijn subsidiabel indien het gaat om:

  • a. de kosten van bouwkundig advies;
  • b. de kosten van bouwbegeleiding;
  • c. de kosten van projectmanagement;
  • d. de kosten van onafhankelijk toezicht op uitvoering van een project;
  • e. de kosten van haalbaarheidsstudies;
  • f. juridische advieskosten; of
  • g. reis- en verblijfkosten.
2.

Uitgaven als bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, zijn niet subsidiabel indien het gaat om reis- en verblijfkosten voor het personeel van de producentenorganisatie of haar leden.

3.

De investeringen voldoen aan de kwalificatie ‘Excellent’ en scoren minimaal 60% op de categorie ‘Energie’, volgens BREEAM-NL.

Artikel 5.3.113
1.

Uitgaven van de producentenorganisatie of een dochteronderneming voor opleidingen van leden die teler zijn, medewerkers van de producentenorganisatie en medewerkers van leden die telers zijn om te komen tot een verhoging van de kwalificatie van het personeel of het versterken van de interne professionalisering zijn subsidiabel, inclusief personeelskosten indien het gaat om uitgaven voor:

  • a. deelname aan opleidingen, trainingen en bijeenkomsten;
  • b. trainers of externe deskundigen;
  • c. educatieve bijeenkomsten; en
  • d. cursusmateriaal.
2.

Opleidingen als bedoeld in het eerste lid kunnen betrekking hebben op de volgende gebieden:

  • a. de afzet van de markt;
  • b. logistiek;
  • c. kwaliteit;
  • d. milieubescherming;
  • e. teelttechniek;
  • f. crisispreventie en risicobeheer; en
  • g. fytosanitair bewustzijn.
3.

Niet subsidiabel zijn uitgaven voor:

  • a. zaalhuur; en
  • b. opleidingen ten behoeve van het verwerven van algemene kennis en vaardigheden.
4.

Bij de aanvraag tot subsidievaststelling verstrekt de producentenorganisatie in geval van educatieve bijeenkomsten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, aan de Minister:

  • a. een deelnemerslijst; en
  • b. een aanwezigheidsregistratie per bijeenkomst per deelnemer voorzien van een handtekening van de deelnemer.
Artikel 5.3.114
1.

Uitgaven van de producentenorganisatie voor specifieke advies en begeleiding ten behoeve van de geïntegreerde teelt en bijdragen aan de agromilieuklimaatdoelstellingen, inclusief personeelskosten, zijn subsidiabel indien het onder meer gaat om:

  • a. gewasbeoordeling;
  • b. biologische gewasbescherming;
  • c. watermanagement;
  • d. bemesting en reduceren mineralengebruik;
  • e. klimaataansturing; of
  • f. energiereductie.
2.

Uitgaven die betrekking hebben op de begeleiding voor de teelt van witlofpennen zijn niet subsidiabel.

Artikel 5.3.115

Uitgaven van de producentenorganisatie voor specifieke advies en begeleiding ten behoeve van de biologische teelt en bijdragen aan de agromilieuklimaatdoelstellingen, inclusief personeelskosten, zijn subsidiabel indien:

  • a. het onder meer gaat om:
  • 1°. biologische teelt;
  • 2°. bodemvruchtbaarheid;
  • 3°. biologische bemesting;
  • 4°. compostering;
  • 5°. vruchtwisseling;
  • 6°. rassenkeuze;
  • 7°. biologische bestrijding en biologisch evenwicht; of
  • 8°. biologische teelttechniek;
  • c. deelnemende leden van de producentenorganisatie beschikken over een geldig Skal certificaat of een bevestiging van Stichting Skal dat het bedrijf van het lid in omschakeling is naar biologische productie.
Artikel 5.3.116
1.

Uitgaven voor het opstellen van berekeningen ten aanzien van duurzaamheidsindicatoren zoals een CO2 voetafdruk en een levenscyclusanalyse, inclusief personeelskosten, ten behoeve van de tuinbouw zijn subsidiabel.

2.

Subsidiabele uitgaven zijn:

  • a. registratie en verslaglegging van indicatoren op locaties van de producentenorganisatie of aangesloten producenten;
  • b. licenties voor benodigde software;
  • c. advieskosten;
  • d. kosten van externe audits; en
  • e. kosten van communicatie ten behoeve van de CO2 voetafdruk en levenscyclusanalyse.
Artikel 5.3.117

In het kader van uitgaven voor educatieve bijeenkomsten zijn uitsluitend subsidiabel:

  • a. de door de organisatie van de educatieve bijeenkomst in rekening gebrachte kosten voor deelname van leden, medewerkers van leden en medewerkers van de producentenorganisatie of dochterondernemingen; en
  • b. de kosten van inhuur van externe deskundigen.

§ 5. Onderzoek naar en ontwikkeling van duurzame productietechnieken

§ 5.1. Algemene bepalingen

Artikel 5.3.118

De activiteiten die zijn opgenomen in deze paragraaf kunnen worden ingezet in het kader van projecten ter realisatie van de sectorale doelstelling bijdragen tot matiging van en aanpassing aan klimaatverandering, bedoeld in artikel 46, aanhef en onderdeel f, van verordening 2021/2115.

§ 7.2. Uitgaven voor duurzame productiemiddelen

Artikel 5.3.119
1.

Uitgaven voor investeringen in duurzame energie zijn subsidiabel indien het gaat om onder meer:

  • a. zonnepanelen;
  • b. zonnecollectoren;
  • c. windmolens;
  • d. aardwarmte;
  • e. losse batterijen voor tijdelijke opslag van energie ten behoeve van eerder aangeschafte zonnepanelen.
2.

In het geval van investeringen genoemd in het eerste lid zijn in combinatie met deze investeringen subsidiabel:

  • a. de kosten verbonden aan het aansluiten van het lid, de producentenorganisatie of de dochteronderneming op een geothermische bron;
  • b. in het geval van zonnepanelen en zonnecollectoren de kosten in verband met de voor de installatie noodzakelijke aanpassing van het gebouw van de producentenorganisatie, een lid of een dochteronderneming, en het ondersteuningsmateriaal;
  • c. de kosten verbonden aan het transformatorstation, het aansluiten van het transformatorstation van het lid, de producentenorganisatie of dochteronderneming op een extern transformatorstation van de energieleverancier en de kosten voor het versterken van de verbinding voor hernieuwbare energie; en
  • d. batterijen voor tijdelijke opslag van energie.
3.

Niet subsidiabel zijn uitgaven voor:

  • a. warmte-krachtkoppeling installaties of de revisie daarvan; en
  • b. biobrandstofbranders.
4.

In aanvulling op het eerste lid, onderdeel e, en het tweede lid, onderdeel d, toont de producentenorganisatie de passendheid en de reductie van ten minste 15% op verbruik conform artikel 5.3.9, tweede lid, aan met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel.

Artikel 5.3.120
1.

Uitgaven voor investeringen in apparatuur en andere benodigdheden voor het gebruik van reststromen als bedoeld in artikel 46, derde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, zoals CO2-, aardwarmte- en restwarmtenetwerken en biogas, op teeltbedrijven zijn subsidiabel.

2.

Subsidiabel zijn:

  • a. installaties, waaronder interconnectoren en transportpijplijnen, benodigd voor het gebruik van energie en CO2 uit reststromen van derden;
  • b. kosten die verband houden met het aansluiten van het lid, de producentenorganisatie of dochteronderneming op de bron van de leverancier; en
  • c. in het geval van CO2, ook de kosten in verband met voorzieningen voor de (tijdelijke) opslag van CO2 op het teeltbedrijf. Bijvoorbeeld na aanvoer door vrachtauto’s of om uitval/storingen bij netwerken op te vangen.
3.

Niet subsidiabel zijn de uitgaven:

  • a. voor voorzieningen voor de distributie en regulering van warmte en CO2 in de kas; en
  • b. die verband houden met een vergistingsinstallatie op het bedrijf en biobranders voor de productie van restwarmte en biobrandstoffen.
4.

De producentenorganisatie overlegt bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan de minister voor de uitgaven, bedoeld in het eerste lid, het leveringscontract tussen de producentenorganisatie, haar dochteronderneming of het lid en de leverancier.

Artikel 5.3.121
1.

Uitgaven voor investeringen in het kader van verbetering van energie-efficiëntie door toepassing van energiebesparende technieken zijn subsidiabel.

2.

Subsidiabel zijn:

  • a. apparatuur voor energieopslag en -uitwisselingssystemen, zoals energiebesparende warmtepompen, warmtewisselaars, waterhoudende grondlagen voor warmte- en koudebuffering en aquathermie;
  • b. apparatuur voor gesloten en semi-gesloten kassystemen, zoals energiebesparende ventilatie-, luchtbehandeling- en hogedrukvernevelingssystemen, energiebesparende tweede energieschermen bij bestaande bouw of derde energieschermen bij bestaande bouw en nieuwbouw en innovatieve energiebesparende en isolerende dak- en gevelsystemen zoals airmix ventilatoren;
  • c. apparatuur voor het energiezuinig drogen en opslaan van producten zoals CO2-propaankoeling;
  • d. andere energie-efficiënte apparatuur, die voldoet aan de voorschriften in titel 2.3 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies, waarbij geldt dat wijzigingen in deze voorschriften gedurende een uitvoeringsjaar met ingang van het volgende uitvoeringsjaar voor dit artikel van toepassing worden; en
  • e. technieken voor het ontvochtigen van kaslucht.
3.

In het geval van gesloten en semi-gesloten kassystemen zijn de volgende kassystemen in het kader van een totaalconcept subsidiabel:

  • a. buitenluchtaanzuiging in combinatie met een tweede beweegbaar energiescherm;
  • b. energiebesparend ventilatiesysteem met warmteterugwinning of voorverwarming;
  • c. luchtbehandelingssystemen ter ontvochtiging van lucht (ontvochtingsinstallaties);
  • d. hogedrukvernevelingsysteem met een adiabatische koeling waarbij de druppelgrootte 5 tot maximaal 15 micron bedraagt;
  • e. gevelschermen die een energiebesparing realiseren van ten minste 40 procent wanneer het scherm gesloten is;
  • f. warmte-uitwisselingsysteem;
  • g. warmtepomp;
  • h. waterhoudende lagen voor warmte- en koudebuffering; en
  • i. tweede energiescherm, dat een energiebesparing van ten minste 45 procent oplevert wanneer het scherm gesloten is.
4.

In het geval van energiebesparende en isolerende dak- en gevelsystemen voor nieuwe kassen zijn de volgende voorwaarden van toepassing:

  • a. het materiaal is van dubbelglas en licht doorlatend (diffuus gecoat); of
  • b. het materiaal is dubbel gelaagd met een combinatie van glas en hoge kwaliteitsfilm en doorschijnend (diffuus gecoat); en
  • c. in het geval van dubbele beglazing zijn alleen de aanvullende uitgaven die verband houden met dubbele beglazing ten opzichte van enkele beglazing subsidiabel.
5.

In het geval van energiebesparende en isolerende dak- en gevelsystemen voor bestaande kassen zijn de volgende voorwaarden van toepassing:

  • a. het materiaal heeft betere doorschijnende eigenschappen dan enkele beglazing en is doorschijnend;
  • b. het systeem bestaat uit plastic panelen, dubbelglas panelen of dubbel fluorpolymeer (EFTE) film met een optionele overdrukventilatie ventilator om folies van elkaar te scheiden en de isolatie te verbeteren;
  • c. het systeem bestaat uit isolatiemateriaal waarbij de som van de warmteweerstand van de lagen (R=∑(Rm)=∑d/λ) toeneemt met ten minste 1,50 m2K/W in vergelijking met de oude situatie; en
  • d. alleen de aanvullende uitgaven voor de geïsoleerde oppervlakte zijn subsidiabel.
6.

In het geval van energie efficiënte droog- en opslagmethoden, zijn de volgende voorwaarden van toepassing:

  • a. de apparatuur is bedoeld voor de korte en lange termijn bewaring van producten; en
  • b. de uitgaven voor meet- en controleapparatuur zijn subsidiabel.
7.

De volgende investeringen zijn niet subsidiabel:

  • a. warmte buffer boiler tank;
  • b. warmte buffer tank;
  • c. eerste energieschermen;
  • d. verduisteringsschermen;
  • e. zonwerende materialen;
  • f. rookgas afvoer en bijbehorende meetapparatuur;
  • g. de vervanging van een tweede scherm;
  • h. aanpassingen aan de kas die noodzakelijk zijn om de investering, bedoeld in het eerste lid, te realiseren;
  • i. E-boilers;
  • j. installaties of apparatuur voor conditionering van champignon- en witloftrekcellen.
Artikel 5.3.122

Vervallen

Artikel 5.3.123
1.

Uitgaven van de producentenorganisatie voor investeringen in de vervanging van bestaande belichtingsinstallaties door LED belichtingsinstallaties als bedoeld in artikel 5.3.11. zijn subsidiabel.

2.

De producentenorganisatie toont bij de indiening van het operationeel programma aan dat:

  • a. de belichtingsinstallatie waarvoor subsidie wordt aangevraagd voldoet aan de voorwaarden gesteld in titel 2.3 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies, waarbij geldt dat wijzigingen in deze voorwaarden gedurende een uitvoeringsjaar met ingang van het volgende uitvoeringsjaar voor dit artikel van toepassing worden; en
  • b. de energie die voor de belichtingsinstallatie wordt gebruikt een duurzaam karakter heeft of wordt opgewekt met behulp van een warmtekrachtkoppelingsinstallatie.
3.

In het geval van investeringen, bedoeld in het eerste lid, zijn in combinatie met deze investeringen de uitgaven voor een transformatorstation subsidiabel.

4.

Niet subsidiabel zijn:

  • a. Uitgaven voor schermen ten behoeve van lichtafscherming en verwijderingsbijdragen;
  • b. Uitgaven voor belichtingsinstallaties met andere dan LED verlichting, zoals SON-T;
  • c. Uitgaven voor cyclische belichting;
  • d. Uitgaven voor de vervanging van bestaande LED belichtingsinstallaties of onderdelen daarvan.
Artikel 5.3.124

Uitgaven ten behoeve van investeringen in duurzaam bodembeheer zijn subsidiabel indien het gaat om uitgaven voor:

  • a. een ecoploeg;
  • b. rupsbanden;
  • c. mulchers;
  • d. een schijveneg.
Artikel 5.3.125

Uitgaven voor investeringen in het kader van klimaatadaptatie zijn subsidiabel indien het gaat om uitgaven voor hagelnetten en regenkappen.

§ 5.3. Uitgaven voor overige kosten

Artikel 5.3.126

Indien dit noodzakelijk is voor het functioneren van de LED-belichtingsinstallatie, bedoeld in artikel 5.3.123 eerste lid, zijn uitgaven van de producentenorganisatie voor de aansluiting van een extern trafostation van het energiebedrijf of de verzwaring van de netkoppeling op de warmte-krachtkoppelingsinstallatie, inclusief personeelskosten, subsidiabel.

Artikel 5.3.127

Uitgaven ten behoeve van duurzaam bodembeheer zijn subsidiabel indien het gaat om uitgaven voor anti-verstuivingsmethoden zoals:

  • a. bodembedekkers;
  • b. papiercellulose;
Artikel 5.3.128

In het kader van uitgaven voor educatieve bijeenkomsten zijn uitsluitend subsidiabel:

  • a. de door de organisatie van de educatieve bijeenkomst in rekening gebrachte kosten voor deelname van leden, medewerkers van leden en medewerkers van de producentenorganisatie of dochterondernemingen; en
  • b. de kosten van inhuur van externe deskundigen.

§ 8. Verhoging van de handelswaarde en de kwaliteit van de producten

§ 4.3. Uitgaven voor overige kosten

Artikel 5.3.129

De activiteiten die zijn opgenomen in deze paragraaf kunnen worden ingezet in het kader van projecten ter realisatie van de sectorale doelstelling verhoging van de handelswaarde en de kwaliteit van de producten, bedoeld in artikel 46, aanhef en onderdeel g, van verordening 2021/2115.

§ 7.1. Algemene bepalingen

Artikel 5.3.130
1.

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten ten behoeve van het optimaliseren van de productkwaliteit in de keten zijn subsidiabel indien het gaat om investeringen ten behoeve van:

  • a. het verhogen van de houdbaarheid van de producten;
  • b. voedselveiligheid;
  • c. kwaliteitszorgsystemen;
  • d. het verhogen van de fysieke productkwaliteit; en
  • e. lange en korte bewaring in koelhuizen, koelcellen, koelinstallaties, vriescellen.
2.

Investeringen als bedoeld in het eerste lid zijn niet subsidiabel voor zover deze normale landbouwpraktijk zijn.

Artikel 5.3.131
1.

Uitgaven van de producentenorganisatie ten behoeve van fytosanitaire maatregelen zijn subsidiabel indien het gaat om investeringen zoals:

  • a. aanschaf van plastic pallets ten behoeve van het tegengaan van de verspreiding van organismen die plantenziekten kunnen veroorzaken;
  • b. traps;
  • c. toegangspoorten;
  • d. hygiënestations en -sluizen; of
  • e. insectengaas.
2.

Uitgaven zijn niet subsidiabel indien het gaat om investeringen:

  • a. in reinigingsinstallaties die niet primair gericht zijn op fytosanitaire doelen;
  • b. in fustwasinstallaties die niet primair gericht zijn op fytosanitaire doelen;
  • c. in installaties en apparatuur voor conditionering van champignon- en witloftrekcellen;
  • d. in voorzieningen voor gekoeld of geconditioneerd transport op het teeltbedrijf;
  • e. in droogsystemen voor aanzuiging van buitenlucht voor knoflook;
  • f. in vogel- en wildafweer; of
  • g. investeringen die de producentenorganisatie doet om te voldoen aan de voorwaarden vankwaliteitskeurmerken, tenzij bedoeld voor overgang van gangbaar naar biologische teelt.
Artikel 5.3.132
1.

Uitgaven voor investeringen om een nieuw product of nieuw concept in de keten te borgen door deze onder te brengen in een certificeringssysteem zijn subsidiabel.

2.

Niet subsidiabel zijn uitgaven voor investeringen in ICT voorzieningen ten behoeve van:

  • a. tracking en tracing systemen indien het gaat om de registraties van productherkomst, ziekten, plagen, middelen of meststoffen; of
  • b. het laten functioneren van oogstkarren, weeginstallaties of kantelinstallaties.
Artikel 5.3.133
1.

Uitgaven van de producentenorganisatie voor investeringen in fertigatie in het kader van precisiebemestingstechnieken zijn subsidiabel, indien het gaat om een volledige investering in fertigatie, die bestemd is voor besparing en het gereguleerd doseren van water en meststoffen aan gewassen in vollegrondsgroente- en fruitteelt;

2.

Onder een investering in fertigatie wordt verstaan:

  • a. een waterafgiftesysteem op het perceel, waaronder de waterpomp, verdeelleidingen en druppelleidingen, die niet uitsluitend worden gebruikt voor het geven van water;
  • b. een regeleenheid
  • c. vochtmeetapparatuur;
  • d. apparatuur voor het bepalen van het mineralengehalte en pH; of
  • e. voorzieningen voor dosering en menging van meststoffen.
3.

Investeringen in een waterafgiftesysteem zijn niet subsidiabel indien het investeringen betreft in:

  • a. fertigatie in teeltsystemen los van de grond;
  • b. de aanleg van een waterbron; of
  • c. aanvoerleidingen naar het te fertigeren perceel.
Artikel 5.3.134
1.

Uitgaven van de producentenorganisatie voor investeringen bij substraatteelt ter verbetering van de waterkwaliteit bij de bron zijn subsidiabel indien bedoeld om de emissie van (vervuild) recirculatiewater te voorkomen.

2.

Een producentenorganisatie die uitgaven voor investeringen, bedoeld in het eerste lid, in haar operationeel programma opneemt, beschikt over een technische specificatie van de leverancier van het systeem of een erkende deskundige ten behoeve van de onderbouwing van de te bereiken verbetering van de waterkwaliteit.

Artikel 5.3.135
1.

Investeringen van producentenorganisaties ten behoeve van voorraadbeheer en distributie door de keten zijn subsidiabel indien het gaat om ICT systemen voor logistieke planning en voor zover zij tot doel hebben:

  • a. kwaliteitsverbetering van het proces, inclusief de werking van koeling in de keten;
  • b. tracking and tracing van producten, inclusief het volgen van kratten of bakken hogerop in de keten, mits het ten behoeve van de producentenorganisatie is;
  • c. koppeling van vraag aan aanbod; of
  • d. efficiencyverbetering.
2.

Onder de uitgaven vallen kosten voor de interfaces van ICT systemen voor logistieke planning, inclusief de benodigde aanpassingen ten behoeve van de werking van de interfaces, met:

  • a. een aanvoerregistratiesysteem;
  • b. een verkoopsysteem;
  • c. het verladingssysteem;
  • d. een orderregistratiesysteem; of
  • e. een facturatiesysteem.
3.

Uitgaven op locatie van de leden van de producentenorganisatie zijn slechts subsidiabel indien de producentenorganisatie kan aantonen dat zij integraal onderdeel uitmaken van het systeem voor logistieke planning van de producentenorganisatie.

4.

Uitgaven zijn alleen subsidiabel indien zij voldoen aan de algemene voorschriften voor ICT, bedoeld in paragraaf 4.1.

Artikel 5.3.136
1.

Uitgaven van de producentenorganisatie voor investeringen in conditioneringssystemen ten behoeve van bewaring van producten zijn subsidiabel.

2.

Niet subsidiabel zijn uitgaven voor:

  • a. installaties of apparatuur voor conditionering van champignon- en witloftrekcellen; en
  • b. droogsystemen voor de aanzuiging van buitenlucht ten behoeve van knoflook.
Artikel 5.3.137
1.

Uitgaven van producentenorganisaties voor investeringen in ICT systemen voor markt en afzet zijn subsidiabel indien het systeem tot doel heeft:

  • a. kwaliteitsverbetering van het proces;
  • b. koppeling van vraag aan aanbod; of
  • c. efficiencyverbetering.
2.

Uitgaven zijn alleen subsidiabel indien zij voldoen aan de algemene voorschriften voor ICT, bedoeld in paragraaf 4.1.

3.

De producentenorganisatie overlegt jaarlijks bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan de Minister een overzicht van het aantal systemen, en het aantal aansluitingen van haar klanten op deze systemen.

Artikel 5.3.138
1.

Uitgaven van producentenorganisaties voor investeringen in ICT systemen voor customer relationship management zijn subsidiabel.

2.

Onder de uitgaven vallen kosten voor de interface van de ICT systemen voor customer relationship management, inclusief de benodigde aanpassingen ten behoeve van de werking van de interface, met:

  • a. een aanvoerregistratiesysteem;
  • b. een verkoopsysteem;
  • c. het verladingssysteem;
  • d. een orderregistratiesysteem; of
  • e. een facturatiesysteem.
3.

Uitgaven op locatie van de leden van de producentenorganisatie zijn slechts subsidiabel indien de producentenorganisatie kan aantonen dat zij integraal onderdeel uitmaken van het ICT systeem voor customer relationship management van de producentenorganisatie.

4.

Uitgaven zijn alleen subsidiabel indien zij voldoen aan de algemene voorschriften voor ICT, bedoeld in paragraaf 4.1.

Artikel 5.3.139
1.

Uitgaven van de producentenorganisatie zijn subsidiabel indien:

  • a. het gaat om investeringen in gecombineerde oogst-, sorteer- en verpakkingssystemen, waaronder apparatuur, bestemd voor het reinigen, sorteren, wegen of verpakken van geteelde gewassen; en
  • b. de investeringen gebruikt worden direct na de oogstfase in het veld of in de kas.
2.

In geval van een geïntegreerd systeem met een oogstmachine zijn de meerkosten van de toegevoegde functies ten opzichte van een vergelijkbare oogstmachine zonder extra functies subsidiabel.

3.

Investeringen in aparte oogstsystemen en tractoren zijn niet subsidiabel.

Artikel 5.3.140
1.

Investeringen van de producentenorganisatie voor het opzetten of ontwikkelen van ICT-systemen ten behoeve van innovatieve bezorgsystemen binnen de producentenorganisatie zijn subsidiabel indien het gaat om uitgaven voor:

  • a. ontwikkeling en inzet van nieuwe informatiedragers, zoals stickers, QR codes, barcodes, chips, of andere nieuwe vormen; en
  • b. verbetering van uitwisseling van data en digitale infrastructuur tussen diverse keten partijen.
2.

Uitgaven zijn alleen subsidiabel indien zij voldoen aan de algemene voorschriften voor ICT, bedoeld in paragraaf 4.1.

Artikel 5.3.141
1.

Uitgaven van de producentenorganisatie ten behoeve van het exclusieve gebruik van rassen of variëteiten zijn subsidiabel indien gaat om de aanschaf van:

  • a. bomen of meerjarig plantmateriaal; of
  • b. kruisbestuivers die nodig zijn voor de aanplant van nieuw in het operationeel programma op te nemen bomen en meerjarige planten.
2.

Uitgaven voor de aankoop van meerjarig plantmateriaal en bomen zijn evenwel slechts subsidiabel indien:

  • a. er gedurende meerdere jaren van de bomen en planten geoogst wordt; en
  • b. het gaat om de uitgaven voor de initiële aanplant.
3.

De producentenorganisatie evalueert voor het einde van de looptijd van het operationeel programma hoe de producentenorganisatie zich in de markt met het betreffende ras heeft onderscheiden.

Artikel 5.3.142
1.

Uitgaven voor investeringen voor het opstellen van berekeningen ten aanzien

van duurzaamheidsindicatoren zoals een CO2 voetafdruk en een levenscyclusanalyse ten behoeve van de tuinbouw zijn subsidiabel.

2.

Subsidiabele uitgaven zijn:

  • a. investeringen in automatisering en informatisering;
  • b. aanschaf van meetinstrumenten en sensoren ten behoeve van berekeningen ten aanzien van duurzaamheidsindicatoren zoals een CO2 voetafdruk of levenscyclusanalyse.

§ 5.2. Investering in een duurzaam productiemiddel

Artikel 5.3.143

Uitgaven van voedingsclaims, zoals het vermelden van gezondheidswaarden van groenten en fruit producten om de afzet te bevorderen, zijn subsidiabel indien het gaat om:

  • a. kosten met betrekking tot onderzoek voor de onderbouwing van de voedingsclaim en de vastlegging; of
  • b. indien van toepassing, certificeringskosten.
Artikel 5.3.144
1.

Uitgaven voor deelname aan certificeringssystemen om een keurmerk te verkrijgen zijn subsidiabel indien:

  • a. het certificeringssysteem bindende voorwaarden omvat met betrekking tot productiemethoden;
  • b. de naleving van de voorwaarden, bedoeld in onderdeel a, het onderwerp zijn van een onafhankelijke controle door gekwalificeerde personen of organen; en
  • c. het gaat om de volgende uitgaven voor:
  • 1°. advies, audits, certificering en lidmaatschapskosten;
  • 2°. personeelskosten in verband met de certificeringssystemen;
  • 3°. het ontwikkelen van materialen voor certificeringssystemen; en
  • 4°. de kosten van ontwikkeling en verbeteren van ICT-systemen en registratiemodules met betrekking tot certificeringssystemen.
2.

Subsidiabel zijn:

  • a. Nationale en internationale algemene certificeringssystemen en specifieke certificeringssystemen (zoals van de producentenorganisatie zelf of van retailers) op het gebied van kwaliteit en voedselveiligheid;
  • b. biologische certificeringssystemen; en
  • c. certificeringssystemen op het gebied van duurzaamheid en Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO).
3.

Voor biologische certificeringssystemen, als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, zijn subsidiabel uitgaven voor:

  • a. biologische certificeringssystemen in de EU gebaseerd op verordening 2018/848 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten, waaronder Skal;
  • b. uitgaven voor op grond van Verordening 2018/848 als equivalent erkende biologische certificeringssystemen in derde landen; en
  • c. lidmaatschapskosten van Skal.
4.

Niet subsidiabel zijn:

  • a. uitgaven voor certificering van groenlabelkassen; en
  • b. de aanschaf van materialen.
Artikel 5.3.145
1.

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten ten behoeve van het optimaliseren van de productkwaliteit in de keten zijn subsidiabel, inclusief personeelskosten, indien het gaat om uitgaven voor:

  • a. het verhogen van de houdbaarheid van de producten;
  • b. voedselveiligheid, met name residumonitoring, inclusief bladmonsters in het kader van keurmerken als bedoeld in artikel 5.3.144, tweede lid en productmonsters, watermonsters voor microbiologisch onderzoek en fytosanitaire controles;
  • c. kwaliteitszorgsystemen, indien het gaat om:
  • 1°. uitgaven voor de inhuur van gekwalificeerde externe diensten bestemd voor begeleiding en audits van kwaliteitszorgsystemen;
  • 2°. uitgaven voor de inhuur van gekwalificeerde externe diensten bestemd voor productcontroles;
  • 3°. uitgaven voor certificering; of
  • 4°. lidmaatschapskosten;
  • d. het verhogen van de fysieke productkwaliteit;
  • e. het vergroten van de duurzaamheid van het product en van het productieproces;
  • f. het ontwikkelen en verbeteren van ICT en registratiemodules; of
  • g. software van conditioneringssystemen ten behoeve van lange of korte bewaring van producten waarbij productieplanning het doel is.
2.

Niet subsidiabel zijn uitgaven voor:

  • a. certificering van meet- en weegapparatuur
  • b. aanschaf van bedrijfskleding;
  • c. materialen voor certificeringssystemen;
  • d. het schoonmaken van bedrijfsruimten;
  • e. aanschaf van Global Location Number (GLN) codes in het kader van GlobalGAP;
  • f. investeringen als bedoeld in het eerste lid, voor zover deze normale landbouwpraktijk zijn.
Artikel 5.3.146
1.

Uitgaven om een nieuw product of nieuw concept in de keten te borgen door deze onder te brengen in een certificeringssysteem inclusief personeelskosten, zijn subsidiabel.

2.

Niet subsidiabel zijn uitgaven van de producentenorganisatie:

  • a. voor onderhoudsabonnementen;
  • b. voor de aanschaf van een Global Location Number (GLN);
  • c. voor productiekosten en voorzieningen om aan keurmerken te voldoen;
  • d. voor ICT voorzieningen:
  • 1°. voor tracking en tracing systemen indien het gaat om de registraties van productherkomst, ziekten, plagen, middelen of meststoffen; of
  • 2°. het laten functioneren van oogstkarren, weeginstallaties of kantelinstallaties.
Artikel 5.3.147
1.

Uitgaven van de producentenorganisatie voor personeelskosten en externe diensten ten behoeve van voorraadbeheer en distributie door de keten zijn subsidiabel indien het gaat om ICT systemen voor logistieke planning als bedoeld in artikel 5.3.135, eerste lid.

2.

Uitgaven zijn alleen subsidiabel indien zij voldoen aan de algemene voorschriften voor ICT, bedoeld in paragraaf 4.1.

Artikel 5.3.148
1.

Uitgaven van producentenorganisaties voor ICT systemen voor markt en afzet, voor customer relationship management inclusief personeelskosten, zijn subsidiabel indien het gaat om de kosten van de benodigde aanpassingen van het systeem en de interface, inclusief de benodigde aanpassingen ten behoeve van de werking van de interface, met:

  • a. een aanvoerregistratiesysteem;
  • b. een verkoopsysteem;
  • c. een verladingssysteem;
  • d. een orderregistratiesysteem; of
  • e. een facturatiesysteem.
2.

Uitgaven zijn alleen subsidiabel indien zij voldoen aan de algemene voorschriften voor ICT, bedoeld in paragraaf 4.1.

Artikel 5.3.149
1.

Uitgaven van de producentenorganisatie ten behoeve van ICT systemen voor customer relationship management systemen, inclusief personeelskosten, zijn subsidiabel.

2.

Uitgaven zijn alleen subsidiabel indien zij voldoen aan de algemene voorschriften voor ICT, bedoeld in paragraaf 4.1.

Artikel 5.3.150
1.

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten ten behoeve van professionalisering van de producentenorganisatie richting de markt, inclusief personeelskosten, zijn subsidiabel, indien het gaat om de kosten van opleidingen voor personeel of lidtelers voor activiteiten van de producentenorganisatie op het gebied van:

  • a. logistiek; of
  • b. kwaliteit.
2.

Uitgaven voor opleiding en advies ten behoeve van het verwerven van algemene kennis en vaardigheden zijn niet subsidiabel.

Artikel 5.3.151

Uitgaven voor activiteiten ten behoeve van professionalisering van de producentenorganisatie richting de markt zijn subsidiabel, indien het gaat om de kosten van inhuur van externe deskundigen voor activiteiten van de producentenorganisatie op het gebied van:

  • a. logistiek; of
  • b. kwaliteit.
Artikel 5.3.152
1.

Uitgaven van de producentenorganisatie voor het opzetten of ontwikkelen van ICT-systemen ten behoeve van innovatieve bezorgsystemen binnen de producentenorganisatie zijn subsidiabel, inclusief personeelskosten indien het gaat om uitgaven voor:

  • a. ontwikkeling en inzet van nieuwe informatiedragers, zoals stickers, QR codes, barcodes, chips, of andere nieuwe vormen; en
  • b. verbetering van uitwisseling van data en digitale infrastructuur tussen diverse keten partijen.
2.

Uitgaven zijn alleen subsidiabel indien zij voldoen aan de algemene voorschriften voor ICT, bedoeld in paragraaf 4.1.

Artikel 5.3.153
1.

Uitgaven van de producentenorganisatie, inclusief personeelskosten, voor licenties voor het exclusieve recht op het gebruik van zaden en plantgoed zijn subsidiabel.

2.

Uitgaven voor een volledige overname van een licentie en de kosten van aankoop van het zaad en het plantgoed zijn niet subsidiabel.

3.

De producentenorganisatie evalueert voor het einde van de looptijd van het operationeel programma hoe de producentenorganisatie zich in de markt met het betreffende ras heeft onderscheiden.

Artikel 5.3.154
1.

Uitgaven voor het opstellen van berekeningen ten aanzien van duurzaamheidsindicatoren zoals een CO2 voetafdruk en een levenscyclusanalyse, inclusief personeelskosten, ten behoeve van de tuinbouw zijn subsidiabel.

2.

Subsidiabele uitgaven zijn:

  • a. registratie en verslaglegging van indicatoren op locaties van de producentenorganisatie of aangesloten producenten;
  • b. licenties voor benodigde software
  • c. advieskosten;
  • d. kosten van externe audits
  • e. kosten van communicatie ten behoeve van de CO2 voetafdruk en levenscyclusanalyse
Artikel 5.3.155

In het kader van uitgaven voor educatieve bijeenkomsten zijn uitsluitend subsidiabel:

  • a. de door de organisatie van de educatieve bijeenkomst in rekening gebrachte kosten voor deelname van leden, medewerkers van leden en medewerkers van de producentenorganisatie of dochterondernemingen; en
  • b. de kosten van inhuur van externe deskundigen.

§ 9. Afzetbevordering en marketing van producten

§ 9.1. Algemene bepalingen

Artikel 5.3.156

De activiteiten die zijn opgenomen in deze paragraaf kunnen worden ingezet in het kader van projecten ter realisatie van de sectorale doelstelling afzetbevordering en marketing van producten, bedoeld in artikel 46, aanhef en onderdeel h, van verordening 2021/2115.

§ 7.1. Algemene bepalingen

Artikel 5.3.157

Uitgaven van voedingsclaims, zoals het vermelden van gezondheidswaarden van groenten en fruit producten om de afzet te bevorderen, zijn subsidiabel indien het gaat om:

  • a. kosten met betrekking tot onderzoek voor de onderbouwing van de voedingsclaim en de vastlegging; of
  • b. indien van toepassing, certificeringskosten.
Artikel 5.3.158
1.

Uitgaven van de producentenorganisatie ten behoeve van marktonderzoek, marktontwikkeling en marketing, inclusief personeelskosten, zijn subsidiabel indien het gaat om:

  • a. consumentenonderzoek en aankoop van marktdata en paneldata;
  • b. het testen van een product door middel van technische metingen op voor de markt relevante producteigenschappen;
  • c. onderzoek naar het onderhouden van schap of retail positionering;
  • d. productmarktanalyses;
  • e. marktonderzoek;
  • f. het doen van marktonderzoek door middel van pop-up stores;
  • g. verkoopbevordering van merken en handelsnamen; en
  • h. afzetbeleid en marktstrategie, voor zover niet gericht op de interne organisatie van de producentenorganisatie;
2.

Onderzoeken naar verwerkte producten zijn slechts subsidiabel indien dit onderzoek betrekking heeft op producten die bestemd zijn voor de food-markt.

3.

Onder marktstrategie wordt verstaan samenwerking in de keten, reclame, innovatie en planning van het productaanbod.

4.

Uitgaven voor activiteiten gericht op het bepalen van een markstrategie zijn subsidiabel voor zover deze betrekking hebben op het:

  • a. samenstellen van een innovatief, concurrerend en formulegericht assortiment per productgroep;
  • b. behouden van klanten of nieuwe klanten werven door acquisitieactiviteiten;
  • c. bepalen van de ontwikkeling, de productie, de marketing en het in de markt zetten van een product en het analyseren van de resultaten met het oog op de commerciële lange termijn doelen;
  • d. bepalen van de marktstrategie door middel van marketingplannen en het ervoor zorgen dat deze strategie wordt geïmplementeerd en nageleefd; of
  • e. onderzoek naar alle factoren op alle verschillende (potentiële) markten die de vraag naar een product beïnvloeden, onder meer wat betreft trends, klanttevredenheid, de onderliggende behoeften van klanten en het imago van de sector.
Artikel 5.3.159
1.

Uitgaven van de producentenorganisatie ten behoeve van de verbetering van concepten rondom verse, bewerkte en verwerkte producten, inclusief personeelskosten, zijn subsidiabel indien het gaat om:

  • a. conceptontwikkeling op het gebied van duurzaamheid, gezondheid en gemak;
  • b. ontwikkeling van nieuwe verpakkingen;
  • c. nieuwe verwerkte producten ten behoeve van de foodmarket; en
  • d. ontwikkeling van ondersteunende voedingsproducten en niet voedingsproducten ten behoeve van bewerkte en verwerkte producten.
2.

Uitgaven als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, voor verse producten, en onderdeel d, zijn slechts subsidiabel indien deze rechtstreeks bijdragen aan het kwaliteitsbehoud.

3.

Uitgaven als bedoeld in het eerste lid, onderdelen c en d, zijn slechts subsidiabel indien het verwerkte product dat de producentenorganisatie met behulp van de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c en d, produceert:

  • a. direct, zonder verdere verwerking, door consumenten kan worden geconsumeerd; en
  • b. niet wordt verwerkt in ingrediënten ten behoeve van de voedselindustrie.
Artikel 5.3.160
1.

Uitgaven van de producentenorganisatie ten behoeve van generieke afzetbevordering, en voorlichtingsacties gericht op het verhogen van bewustzijn van de voordelen van de consumptie van groenten en fruit, zijn subsidiabel, inclusief personeelskosten, indien het gaat om uitgaven voor:

  • a. generieke promotie op beurzen;
  • b. generieke promotie tijdens publieksevenementen;
  • c. generieke promotie in het kader van duurzaam telen;
  • d. generieke promotie gericht op doelgroepen;
  • e. sectorpromotie en PR-campagnes; of
  • f. het opzetten of verbeteren van websites en sociale media, indien het gaat om:
  • 1°. het registreren van een domeinnaam;
  • 2°. het bouwen van een website;
  • 3°. het uitbreiden van een bestaande website met aantoonbaar nieuwe elementen; en
  • 4°. het laten verzorgen van content door een professionele externe organisatie.
2.

Niet subsidiabel zijn uitgaven voor:

  • a. activiteiten op het gebied van verkoop van producten;
  • b. activiteiten op het gebied van gezamenlijke verkoopbevordering waarvan de kosten mede worden gedragen door een afnemer;
  • c. de kosten van producten in het geval van het gratis verstrekken van product;
  • d. abonnementen bij providers, hosting van serverruimte, communicatie met het web;
  • e. uitgaven voor sponsoring; en
  • f. uitgaven, waaronder personeelskosten, die worden gemaakt ten behoeve van de aanvraag voor goedkeuring en uitvoering van promotieprogramma’s in het kader van verordening 1144/2014.
3.

De producentenorganisatie voorziet afzetbevorderingsmateriaal van het embleem van de Unie en van de vermelding ‘Gefinancierd door de Europese Unie’, bedoeld in artikel 14, tweede lid, van verordening 2022/126.

Artikel 5.3.161
1.

Uitgaven van de producentenorganisatie, inclusief personeelskosten, ten behoeve van marketing en verkoopbevordering van merken en handelsnamen van de producentenorganisatie, dochterondernemingen zijn subsidiabel indien het gaat om uitgaven voor:

  • a. promotie van merken of handelsnamen op consumentenbeurzen;
  • b. promotie van merken of handelsnamen op publieksevenementen;
  • c. promotie van merken of handelsnamen in het kader van duurzaam telen;
  • d. promotie van merken of handelsnamen gericht op doelgroepen;
  • e. sectorpromotie en PR-campagnes;
  • f. het opzetten of verbeteren van websites en sociale media, indien het gaat om:
  • 1°. het registreren van een domeinnaam;
  • 2°. het bouwen van een website;
  • 3°. het uitbreiden van een bestaande website met aantoonbaar nieuwe elementen; en
  • 4°. het laten verzorgen van content door een professionele externe organisatie.
  • g. het opstellen en uitvoeren van plannen voor accountmanagement of categorymanagement; of
  • h. het laten uitvoeren van onderzoek op het gebied van afzetbeleid, voor zover niet gericht op de interne organisatie van de producentenorganisatie.
2.

Niet subsidiabel zijn uitgaven voor:

  • a. de aankoop van een merk;
  • b. activiteiten ten behoeve van een merk waarvan de licentie gehuurd of geleased is;
  • c. activiteiten op het gebied van verkoop van producten;
  • d. uitgaven voor gezamenlijke verkoopbevordering, waarvan de kosten mede worden gedragen door een afnemer;
  • e. de kosten van producten in het geval van het gratis verstrekken van product;
  • f. abonnementen bij providers, hosting van serverruimte, communicatie met het web, het updaten van bestaande websites, personeelskosten ten behoeve van berichtgeving in het kader van social media;
  • g. uitgaven voor sponsoring; en
  • h. PR-activiteiten richting potentiële leden van een producentenorganisatie.
Artikel 5.3.162
1.

Uitgaven van de producentenorganisatie voor reclameactiviteiten en reclameartikelen voor producten waarvoor de producentenorganisatie is erkend, inclusief personeelskosten, zijn subsidiabel als het gaat om uitgaven voor:

  • a. advertenties in magazines of kranten;
  • b. promotie in een blad of magazine van supermarkten, indien:
  • 1°. in het blad of magazine duidelijk vermeld is dat de producentenorganisatie de afzender is; en
  • 2°. er geen logo of verwijzing naar de supermarkt in de advertentie is opgenomen;
  • c. ontwikkelingskosten van de lay-out en extra kosten van reclamedrukwerk op verpakkingen of etiketten, steekkaarten of wikkels voor zover gebruikt bij tijdelijke acties;
  • d. toonbankdisplays, flyers of folders, gadgets, belettering, aangekochte producten voor standaankleding;
  • e. billboards, radioreclame, tv-reclame, banners op websites;
  • f. kookdemonstraties;
  • g. bedrijfsrondleidingen, gericht op afnemers of potentiële afnemers, bij een producentenorganisatie of lid van de producentenorganisatie, een open dag, opening of jubileum, met uitzondering van verstrekte consumpties; of
  • h. deelname aan beurzen, indien deze beurzen gericht zijn op afnemers van de producentenorganisatie, met uitzondering van verstrekte consumpties.
2.

Reclameacties en reclameartikelen waarvan de kosten mede worden gedragen door een afnemer zijn niet subsidiabel.

Artikel 5.3.163
1.

Uitgaven van de producentenorganisatie of een dochteronderneming voor activiteiten ten behoeve van versterking van de professionalisering van de producentenorganisatie of een dochteronderneming richting de markt, inclusief personeelskosten, zijn subsidiabel, indien het gaat om de kosten van opleidingen voor personeel of lidtelers voor activiteiten van de producentenorganisatie of een dochteronderneming op het gebied van afzet.

2.

Uitgaven voor opleiding en advies ten behoeve van het verwerven van algemene kennis en vaardigheden zijn niet subsidiabel.

Artikel 5.3.164

Uitgaven voor activiteiten ten behoeve van professionalisering van de producentenorganisatie richting de markt zijn subsidiabel, indien het gaat om de kosten van inhuur van externe deskundigen voor activiteiten van de producentenorganisatie op het gebied van afzet.

Artikel 5.3.165

In het kader van uitgaven voor educatieve bijeenkomsten zijn uitsluitend subsidiabel:

  • a. de door de organisatie van de educatieve bijeenkomst in rekening gebrachte kosten voor deelname van leden, medewerkers van leden en medewerkers van de producentenorganisatie of dochterondernemingen; en
  • b. de kosten van inhuur van externe deskundigen.

§ 7. Bijdragen tot matiging van en aanpassing aan klimaatverandering

§ 7.1. Algemene bepalingen

Artikel 5.3.166

De activiteiten die zijn opgenomen in deze paragraaf kunnen worden ingezet in het kader van projecten ter realisatie van de sectorale doelstelling verhoging van de consumptie van producten van de sector groenten en fruit, bedoeld in artikel 46, aanhef en onderdeel i, van verordening 2021/2115.

§ 7.2. Investering in een duurzaam productiemiddel

Artikel 5.3.167
1.

Uitgaven van de producentenorganisatie ten behoeve van generieke afzetbevordering, inclusief personeelskosten en voorlichtingsacties gericht op het verhogen van bewustzijn van de voordelen van de consumptie van groenten en fruit, zijn subsidiabel indien het gaat om uitgaven voor:

  • a. generieke promotie op consumentenbeurzen;
  • b. generieke promotie tijdens publieksevenementen;
  • c. generieke promotie in het kader van duurzaam telen;
  • d. generieke promotie gericht op doelgroepen;
  • e. sectorpromotie en PR-campagnes;
  • f. het opzetten of verbeteren van websites en sociale media, indien het gaat om:
  • 1°. het registreren van een domeinnaam;
  • 2°. het bouwen van een website;
  • 3°. het uitbreiden van een bestaande website met aantoonbaar nieuwe elementen; en
  • 4°. het laten verzorgen van content door een professionele externe organisatie.
2.

Niet subsidiabel zijn uitgaven voor:

  • a. activiteiten op het gebied van verkoop van producten;
  • b. activiteiten op het gebied van gezamenlijke verkoopbevordering waarvan de kosten mede worden gedragen door een afnemer;
  • c. de kosten van producten in het geval van het gratis verstrekken van product;
  • d. abonnementen bij providers, hosting van serverruimte, communicatie met het web;
  • e. uitgaven voor sponsoring; en
  • f. uitgaven, waaronder personeelskosten, die worden gemaakt ten behoeve van de aanvraag voor goedkeuring en uitvoering van promotieprogramma’s in het kader van verordening 1144/2014.
3.

De producentenorganisatie voorziet afzetbevorderingsmateriaal van het embleem van de Unie en van de vermelding ‘Gefinancierd door de Europese Unie’, bedoeld in artikel 14, tweede lid, van verordening 2022/126.

Artikel 5.3.168
1.

Uitgaven van de producentenorganisatie, inclusief personeelskosten, ten behoeve van marketing en verkoopbevordering van merken en handelsnamen van de producentenorganisatie, dochterondernemingen zijn subsidiabel indien het gaat om uitgaven voor:

  • a. promotie van merken of handelsnamen op consumentenbeurzen;
  • b. promotie van merken of handelsnamen op publieksevenementen;
  • c. promotie van merken of handelsnamen in het kader van duurzaam telen;
  • d. promotie van merken of handelsnamen gericht op doelgroepen;
  • e. sectorpromotie en PR-campagnes;
  • f. het opzetten of verbeteren van websites en sociale media, indien het gaat om:
  • 1°. het registreren van een domeinnaam;
  • 2°. het bouwen van een website;
  • 3°. het uitbreiden van een bestaande website met aantoonbaar nieuwe elementen; en
  • 4°. het laten verzorgen van content door een professionele externe organisatie.
  • g. het opstellen en uitvoeren van plannen voor accountmanagement of categorymanagement; of
  • h. het laten uitvoeren van onderzoek op het gebied van afzetbeleid, voor zover niet gericht op de interne organisatie van de producentenorganisatie.
2.

Niet subsidiabel zijn uitgaven voor:

  • a. de aankoop van een merk;
  • b. activiteiten ten behoeve van een merk waarvan de licentie gehuurd of geleased is;
  • c. activiteiten op het gebied van verkoop van producten;
  • d. uitgaven voor gezamenlijke verkoopbevordering, waarvan de kosten mede worden gedragen door een afnemer;
  • e. de kosten van producten in het geval van het gratis verstrekken van product;
  • f. abonnementen bij providers, hosting van serverruimte, communicatie met het web, het updaten van bestaande websites, personeelskosten ten behoeve van berichtgeving in het kader van social media;
  • g. uitgaven voor sponsoring; en
  • h. PR-activiteiten richting potentiële leden van een producentenorganisatie.
Artikel 5.3.169
1.

Uitgaven van de producentenorganisatie voor reclameactiviteiten en reclameartikelen voor producten waarvoor de producentenorganisatie is erkend, inclusief personeelskosten, zijn subsidiabel als het gaat om uitgaven voor:

  • a. advertenties in magazines of kranten;
  • b. promotie in een blad of magazine van supermarkten, indien:
  • 1°. in het blad of magazine duidelijk vermeld is dat de producentenorganisatie de afzender is; en
  • 2°. er geen logo of verwijzing naar de supermarkt in de advertentie is opgenomen;
  • c. ontwikkelingskosten van de lay-out en extra kosten van reclamedrukwerk op verpakkingen of etiketten, steekkaarten of wikkels voor zover gebruikt bij tijdelijke acties;
  • d. toonbankdisplays, flyers of folders, gadgets, belettering, aangekochte producten voor standaankleding;
  • e. billboards, radioreclame, tv-reclame, banners op websites;
  • f. kookdemonstraties;
  • g. bedrijfsrondleidingen, gericht op afnemers of potentiële afnemers, bij een producentenorganisatie of lid van de producentenorganisatie, een open dag, opening of jubileum, met uitzondering van verstrekte consumpties; of
  • h. deelname aan beurzen, indien deze beurzen gericht zijn op afnemers van de producentenorganisatie, met uitzondering van verstrekte consumpties.
2.

Reclameacties en reclameartikelen waarvan de kosten mede worden gedragen door een afnemer zijn niet subsidiabel.

Artikel 5.3.170

In het kader van uitgaven voor educatieve bijeenkomsten zijn uitsluitend subsidiabel:

  • a. de door de organisatie van de educatieve bijeenkomst in rekening gebrachte kosten voor deelname van leden, medewerkers van leden en medewerkers van de producentenorganisatie of dochterondernemingen; en
  • b. de kosten van inhuur van externe deskundigen.

§ 11. Crisispreventie en risicobeheer

Artikel 5.3.171

De activiteiten die zijn opgenomen in deze paragraaf kunnen worden ingezet in het kader van projecten ter realisatie van de sectorale doelstelling crisispreventie en risicobeheer, bedoeld in artikel 46, aanhef en onderdeel j, van verordening 2021/2115.

Artikel 5.3.172
1.

Producentenorganisaties die een operationeel programma ten uitvoer leggen kunnen een onderling fonds als bedoeld in artikel 47, tweede lid, onderdeel a van verordening 2021/2115 oprichten.

2.

De vulling van het onderlinge fonds is subsidiabel.

3.

De aanvulling van het onderlinge fonds uit het actiefonds na uitkering van vergoedingen aan een of meer leden is subsidiabel indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • a. De vergoeding is uitgekeerd ter compensatie van:
  • 1°. een daling van het gemiddelde inkomen van het lid als gevolg van ongunstige marktomstandigheden met meer dan 20%, waarbij het gemiddelde inkomen wordt berekend op basis van de waarde van de door het lid afgezette productie over de drie voorafgaande jaren; of
  • 2°. de stijging van de prijzen van grondstoffen met meer dan 20% over de drie voorafgaande jaren zonder dat deze prijsstijging heeft geleid tot een evenredige toename van de waarde van de afgezette productie van het lid;
  • 3°. een daling van het gemiddelde inkomen van het lid als gevolg van het rooien van gewas als gevolg van ziekten en plagen met meer dan 20%, waarbij het gemiddelde inkomen wordt berekend op basis van de waarde van de door het lid afgezette productie over de drie voorafgaande jaren; en
  • b. de vergoeding heeft niet meer bedragen dan 70% van het inkomensverlies van het betreffende lid.
4.

De ongunstige marktomstandigheden, fytosanitaire noodzaak of stijging van de grondstofprijzen worden door de producentenorganisatie gemotiveerd en gedocumenteerd.

5.

Een onderling fonds wordt opgericht door middel van een notariële akte, waarin in ieder geval is bepaald:

  • a. de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder het onderlinge fonds in overeenstemming met artikel 47, tweede lid, onderdeel a) van verordening 2115/2021 uitkeert;
  • b. de wijze waarop het onderlinge fonds wordt beheerd, inclusief sancties bij niet naleving van de voorwaarden door de leden en terugbetaling uit het fonds na minimaal 5 jaren.
  • c. de wijze waarop het onderlinge fonds wordt gevuld, en
  • d. de wijze waarop uitkeringen plaats zullen vinden.
6.

Het voornemen tot het oprichten van het fonds en de ontwerp akte, bedoeld in het vijfde lid, worden door de algemene vergadering goedgekeurd.

7.

Indien de bijdragen aan of de uitkering uit het onderlinge fonds gedifferentieerd worden, wordt deze differentiatie in de notariële akte vastgelegd.

8.

Het vermogen van het onderlinge fonds wordt afgezonderd van overige financiële middelen van de producentenorganisatie. Hiertoe wordt in ieder geval een aparte bankrekening gebruikt.

9.

Uitgaven, inclusief personeelskosten, die gepaard gaan met het oprichten van het onderlinge fonds zijn subsidiabel binnen de voorwaarden en maxima uit artikel 15, tweede en derde lid, van verordening 2022/126 en hebben betrekking op het beheer van het fonds, waaronder uitgaven voor externe kosten zoals kosten voor de notaris, de accountant of de bank.

10.

Uitkering van vergoedingen als bedoeld in het derde lid is slechts mogelijk indien voor de betreffende ongunstige marktomstandigheden, fytosanitaire noodzaak of stijging van de prijzen van grondstoffen geen andere activiteiten uit de artikelen 5.3.173 tot en met 5.3.184 worden ingezet.

11.

Over het beheer van het onderlinge fonds wordt een verklaring van een externe accountant verstrekt, volgens een door de minister vastgesteld format.

Artikel 5.3.173
1.

Uitgaven van de producentenorganisatie voor het uit de markt nemen van producten bedoeld in artikel 47, tweede lid, onderdeel f, van verordening 2021/2115 zijn subsidiabel.

2.

Als relevante producten voor het uit de markt nemen als bedoeld in artikel 47, tweede lid, onderdeel f, van verordening 2021/2115 worden aangewezen:

  • a. tomaten met GN code 0702 00 00;
  • b. niet-scherpsmakende pepers (paprika’s) met GN code 0709 60 10;
  • c. bloemkool en broccoli met GN code 0704 10 00;
  • d. komkommers met GN code 0707 00 05;
  • e. appelen met GN code 0808 10;
  • f. peren met GN code 0808 30;
  • g. aardbeien met GN code 0810 10; en
  • h. aubergines met GN code 0709 30.
3.

In het geval van een crisis kan de minister besluiten om het uit de markt nemen van producten als bedoeld in artikel 47, tweede lid, onderdeel f, van verordening 2021/2115 ook voor andere producten open te stellen.

4.

Als toegestane bestemmingen als bedoeld in artikel 27, eerste lid, van verordening 2022/126 worden aangewezen:

  • a. afvoer naar de afvalverwerkende industrie, nadat het product is gedenatureerd en daarmee niet meer voor voedingsdoeleinden op de markt kan komen;
  • b. afvoer naar veehouders ten behoeve van vervoedering, nadat het product is gedenatureerd en daarmee niet meer voor voedingsdoeleinden op de markt kan komen; en
5.

Het vierde lid, onderdelen a en b, zijn alleen van toepassing op bederfelijke producten die zonder koeling niet duurzaam kunnen worden opgeslagen in het normale handelsstadium van die producten, als bedoeld in artikel 19, tweede alinea, van verordening 2022/126.

6.

Afvalverwerkers beschikken over een geldige milieuvergunning.

7.

Afnemers van producten die uit de markt genomen zijn mogen geen vergoeding betalen voor het uit de markt genomen product.

Artikel 5.3.174
1.

Producentenorganisaties die producten uit de markt willen nemen, melden dit vooraf bij de Minister, door middel van een door de minister voorgeschreven middel.

2.

Een melding als bedoeld in het eerste lid betreft een massa van ten hoogste 30.000 kilogram.

3.

Indien de melding plaats vindt voor 0:00 uur, vindt de controle op hoeveelheid en kwaliteit uiterlijk de derde werkdag plaats of informeert de minister de producentenorganisatie dat er geen controle zal plaatsvinden.

4.

De uit de markt genomen producten worden bij controle in dusdanige verpakking aangeboden dat controle mogelijk is en in elk geval niet in een verpakking met een omvang groter dan 1 kubieke meter en een gewicht van meer dan 300 kg.

5.

In afwijking van het vierde lid worden de producten, bedoeld in artikel 5.3.173, tweede lid, onderdelen a en g, in elk geval niet aangeboden in verpakkingen van meer dan 25 kg.

6.

Een producentenorganisatie toont aan dat bij het indienen van een melding van het uit de markt nemen ten behoeve van gratis verstrekking als bedoeld in artikel 5.3.173, vierde lid, onderdeel c, de afname door de liefdadigheidsinstelling of -organisatie verzekerd is. Op verzoek van de minister overlegt de producentenorganisatie hiertoe schriftelijke bewijsstukken.

Artikel 5.3.175

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)