Wijzigingsgeschiedenis

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 21 april 2022, 2022-0000091000, tot vaststelling van een tijdelijke subsidieregeling gericht op het ontwikkelen, uitvoeren en onderzoeken van experimenten en het uitvoeren van wetenschappelijke onderzoek naar effectieve interventies inzake duurzame inzetbaarheid en leven lang ontwikkelen (Tijdelijke subsidieregeling onderzoek en experimenten duurzame inzetbaarheidsinterventies)

4 versions · 2024-07-02
2024-07-02
Tijdelijke subsidieregeling onderzoek en experimenten duurzame inzetbaa
2024-01-20
Tijdelijke subsidieregeling onderzoek en experimenten duurzame inzetbaa

Wijzigingen op 2024-01-20

@@ -10,11 +10,7 @@
- **aanvraagtijdvak:** een door de Minister vastgesteld tijdvak waarin aanvragen voor subsidie op grond van deze regeling kunnen worden ingediend;
- **activiteit:** een activiteit als bedoeld in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=4&z=2022-05-04&g=2022-05-04);
- **activiteit A:** een activiteit als bedoeld in [artikel 4, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=4&z=2022-05-04&g=2022-05-04);
- **activiteit B:** een activiteit als bedoeld in [artikel 4, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=4&z=2022-05-04&g=2022-05-04);
- **activiteit:** een activiteit als bedoeld in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=4&z=2024-01-20&g=2024-01-20);
- **brancheorganisatie:** een organisatie die de belangen behartigt van leden die tot eenzelfde branche behoren;
@@ -22,7 +18,7 @@
- **duurzame inzetbaarheid:** het gemotiveerd, gezond en productief houden van werkenden om hen in staat te stellen tot aan het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in [artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=7a), binnen of buiten een arbeidsorganisatie betaalde arbeid te verrichten;
- **hoofdaanvrager:** een organisatie als bedoeld in [artikel 13, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=13&z=2022-05-04&g=2022-05-04);
- **hoofdaanvrager:** een organisatie als bedoeld in [artikel 13, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=13&z=2024-01-20&g=2024-01-20);
- **Kaderregeling subsidies:** [Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037603);
@@ -40,7 +36,9 @@
- c. paritair wordt bestuurd door vertegenwoordigers van een of meer werkgeversorganisaties alsmede vertegenwoordigers van een of meer werknemersorganisaties;
- **samenwerkingsverband:** een samenwerkingsverband als bedoeld in [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=13&z=2022-05-04&g=2022-05-04);
- **preadvies:** advies dat vrijblijvend kan worden aangevraagd om een beknopte conceptaanvraag te toetsen, als bedoeld in artikel 11a;
- **samenwerkingsverband:** een samenwerkingsverband als bedoeld in [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=13&z=2024-01-20&g=2024-01-20);
- **subsidieaanvrager:** samenwerkingsverband dat subsidie aanvraagt op grond van deze regeling;
@@ -76,79 +74,69 @@
##### Artikel 4. Subsidiabele activiteiten
1. De Minister kan op aanvraag subsidie verstrekken voor de volgende activiteiten die passen bij het doel van deze regeling en bijdragen aan een leven lang ontwikkelen en duurzame inzetbaarheid, onderverdeeld in:
- a. activiteit A, inhoudende het ontwikkelen, uitvoeren en onderzoeken van experimenten in bedrijven of organisaties teneinde de ontwikkeling van nieuwe praktijken en inzichten te ondersteunen, waarbij voor de activiteit geen methodiekbeschrijving of procesevaluatie is; of
- b. activiteit B, inhoudende het breder toepasbaar maken van praktijk- of wetenschappelijke kennis via het implementeren van interventies, werkwijzen of methodieken alsmede het door middel van onderzoek bepalen van succesfactoren, waarbij de aanvraag activiteit voortbouwt op een bestaande methodiekbeschrijving of procesevaluatie.
2. De activiteiten zijn gericht op werkenden dan wel de organisatie van het werk van werkenden, met het oog op de in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=3&z=2022-05-04&g=2022-05-04), genoemde doelen.
3. De activiteiten dragen bij aan het vergroten van de in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=3&z=2022-05-04&g=2022-05-04) bedoelde kennis, de werkzaamheid daarvan en het breder toepasbaar maken van die kennis voor andere bedrijven of organisaties en hun werkenden.
1. De Minister kan op aanvraag subsidie verstrekken voor de volgende activiteiten die passen bij het doel van deze regeling:
- a. het ontwikkelen, uitvoeren en onderzoeken van experimenten in bedrijven of organisaties om de ontwikkeling van nieuwe praktijken en inzichten te ondersteunen; of
- b. het breder toepasbaar maken van praktijkkennis of wetenschappelijke kennis via het implementeren van interventies, werkwijzen of methodieken, en het door middel van onderzoek bepalen van succesfactoren.
2. De activiteiten zijn gericht op werkenden dan wel de organisatie van het werk van werkenden, met het oog op de in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=3&z=2024-01-20&g=2024-01-20), genoemde doelen.
3. De activiteiten dragen bij aan het vergroten van de in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=3&z=2024-01-20&g=2024-01-20) bedoelde kennis, de werkzaamheid daarvan en het breder toepasbaar maken van die kennis voor andere bedrijven of organisaties en hun werkenden.
##### Artikel 5. Subsidieplafond en maximale hoeveelheid aanvragen
1. De Minister stelt in het jaar 2022 en in het jaar 2024 € 3 miljoen beschikbaar voor activiteiten A, en in het jaar 2022 en in het jaar 2024 € 12 miljoen beschikbaar voor activiteiten B.
2. Indien voor een activiteit, in het jaar 2022 of het jaar 2024 het beschikbare budget niet volledig wordt benut, kan het resterende budget worden toegevoegd aan het beschikbare budget voor de andere activiteit in dat jaar. De Minister maakt de verschuivingen van het beschikbare budget bekend op [www.uitvoeringvanbeleidszw.nl](onbekend).
3. Met betrekking tot aanvragen van samenwerkingsverbanden geldt dat een samenwerkingsverband in een aanvraagtijdvak slechts voor een activiteit A, dan wel voor een activiteit B, subsidie wordt verleend.
4. Met betrekking tot onderzoeksinstellingen geldt dat zij in een aanvraagtijdvak maximaal bij vier aanvragen van samenwerkingsverbanden betrokken zijn. Indien het beschikbare budget in een aanvraagtijdvak niet volledig wordt benut is betrokkenheid bij meer dan vier aanvragen toegestaan.
5. De mogelijkheid tot het indienen van aanvragen voor subsidie bestaat slechts gedurende door de Minister vastgestelde aanvraagtijdvakken.
1. Het subsidieplafond bedraagt € 18,5 miljoen voor aanvragen in 2024.
2. Per samenwerkingsverband wordt in een aanvraagtijdvak voor maximaal twee aanvragen subsidie verleend.
3. Als een onderzoeksinstelling in meerdere samenwerkingsverbanden deelneemt wordt per aanvraagtijdvak aan maximaal vier aanvragen waarbij die onderzoeksinstelling betrokken is, subsidie verleend. Deze bepaling is niet van toepassing indien het beschikbare budget in een aanvraagtijdvak niet volledig wordt benut.
4. De mogelijkheid tot het indienen van aanvragen voor subsidie bestaat slechts gedurende door de Minister vastgestelde aanvraagtijdvakken.
##### Artikel 6. Aanvraagtijdvakken
1. Het eerste aanvraagtijdvak loopt van 23 mei 2022 9.00 uur tot en met 24 juni 2022 17.00 uur.
2. De Minister maakt de openstelling van een tweede aanvraagtijdvak in het jaar 2024 voor 1 januari 2024 bekend in de Staatscourant.
2. Het tweede aanvraagtijdvak loopt van 27 mei 2024 9.00 uur tot en met 21 juni 2024 17.00 uur.
##### Artikel 7. Minimaal en maximaal aan te vragen subsidiebedrag
1. Voor activiteiten A bedraagt het minimum aan te vragen subsidiebedrag € 150.000 en het maximum aan te vragen subsidiebedrag € 1 miljoen.
2. Voor activiteiten B bedraagt het minimum aan te vragen subsidiebedrag € 1 miljoen en het maximum aan te vragen subsidiebedrag € 4 miljoen.
Het minimum aan te vragen subsidiebedrag bedraagt € 750.000 en het maximum aan te vragen subsidiebedrag bedraagt € 4 miljoen.
##### Artikel 8. Looptijd van de activiteiten
1. Activiteiten A hebben een looptijd van minimaal een jaar en maximaal twee jaar.
2. Activiteiten B hebben een looptijd van minimaal twee jaar en maximaal vier jaar.
3. Uiterlijk op de dag, gelegen drie maanden voor het einde van de voor de subsidieontvanger geldende looptijd, kan de subsidieontvanger de Minister verzoeken de looptijd van zijn activiteiten te verlengen. De Minister bepaalt, bij inwilliging van het verzoek, een nieuwe einddatum.
1. Activiteiten hebben een looptijd van minimaal een jaar en maximaal vier jaar.
2. Uiterlijk op de dag gelegen drie maanden voor het einde van de voor de subsidieontvanger geldende looptijd, kan de subsidieontvanger de Minister verzoeken de looptijd van zijn activiteiten te verlengen. De Minister bepaalt, bij inwilliging van het verzoek, een nieuwe einddatum.
##### Artikel 9. Subsidieaanvraag
1. Een subsidieaanvraag wordt ingediend door middel van een elektronisch aanvraagformulier ondertekend door een daartoe bevoegd functionaris van de hoofdaanvrager. Onderdeel van de aanvraag is in ieder geval:
- a. een activiteitenplan dat, in aanvulling op [artikel 3.4 van de Kaderregeling subsidies](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037603&artikel=3.4), voldoet aan de eisen die worden gesteld in [bijlage 1, onderdeel I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&bijlage=1&z=2022-05-04&g=2022-05-04);
- b. een onderzoeksplan dat voldoet aan de eisen die worden gesteld in [bijlage 1, onderdeel II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&bijlage=1&z=2022-05-04&g=2022-05-04);
- c. een beschrijving van de wijze waarop een activiteit door middel van een eenmalige subsidie als bedoeld in deze regeling, een eindproduct kan opleveren dat een bijdrage levert aan de overdracht van kennis als bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=3&z=2022-05-04&g=2022-05-04), dat voor een ieder beschikbaar is;
- d. het bedrag waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
- e. een beschrijving waarom subsidie door het Rijk in de gevraagde omvang noodzakelijk is voor de activiteit waarvoor subsidie is aangevraagd;
- f. de startdatum van de activiteit, de verwachte datum van afronding van de activiteit en een planning van de te ondernemen stappen ten aanzien van de activiteit;
- g. een onderbouwde begroting van de kosten van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, met een financieringsplan waaruit blijkt hoe de activiteiten gefinancierd worden en hoe de verdeling van kosten en van de subsidie, waaronder de in [artikel 16, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=16&z=2022-05-04&g=2022-05-04), bedoeld toeslag, tussen partijen in het samenwerkingsverband is; en
- h. een referentieproject van de onderzoekinstelling die deelneemt aan het samenwerkingsverband en waaruit blijkt dat de onderzoeksinstelling kennis en ervaring heeft met evaluatieonderzoek en met kwantitatieve en kwalitatieve onderzoeksmethodieken.
2. De subsidieaanvraag gaat vergezeld van een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in [artikel 13, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=13&z=2022-05-04&g=2022-05-04).
- a. een activiteitenplan dat, in aanvulling op [artikel 3.4 van de Kaderregeling subsidies](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037603&artikel=3.4), voldoet aan de eisen die worden gesteld in de bij deze regeling behorende bijlage;
- b. een beschrijving van de wijze waarop de activiteit door middel van een eenmalige subsidie als bedoeld in deze regeling, een eindproduct kan opleveren dat een bijdrage levert aan de overdracht van kennis als bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=3&z=2024-01-20&g=2024-01-20), dat voor een ieder beschikbaar is;
- c. het bedrag waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
- d. een onderbouwing waarom subsidie door het Rijk in de gevraagde omvang noodzakelijk is voor de activiteit waarvoor subsidie is aangevraagd;
- e. een onderbouwde begroting van de kosten van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, met een financieringsplan waaruit blijkt hoe de activiteiten gefinancierd worden en hoe de verdeling van kosten en van de subsidie, waaronder de in [artikel 16, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=16&z=2024-01-20&g=2024-01-20), bedoeld toeslag, tussen partijen in het samenwerkingsverband is; en
- f. een referentieproject van de onderzoekinstelling die deelneemt aan het samenwerkingsverband en waaruit blijkt dat de onderzoeksinstelling kennis en ervaring heeft met evaluatieonderzoek en met kwantitatieve en kwalitatieve onderzoeksmethodieken.
2. De subsidieaanvraag gaat vergezeld van een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in [artikel 13, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=13&z=2024-01-20&g=2024-01-20).
3. Voor zover de subsidieaanvrager voor dezelfde begrote kosten of een deel daarvan ook subsidie of een andere financiële bijdrage heeft aangevraagd of zal aanvragen bij een ander bestuursorgaan of rechtspersoon, doet hij daarvan mededeling in de subsidieaanvraag, onder vermelding van de stand van zaken van de beoordeling van die andere aanvraag.
4. Door het indienen van een aanvraag stemt de subsidieaanvrager ermee in dat het subsidiedossier, met uitzondering van persoonsgegevens, openbaar wordt gemaakt.
4. Door het indienen van een aanvraag stemt de subsidieaanvrager ermee in dat het subsidiedossier, met uitzondering van persoonsgegevens en stukken met betrekking tot het preadvies, openbaar wordt gemaakt.
##### Artikel 10. Behandeling subsidieaanvragen
1. Het beschikbare subsidiebedrag wordt na beoordeling van de subsidieaanvragen en hun onderlinge afweging verdeeld, waarbij de Minister aan de hand van de criteria, opgenomen in [artikel 11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=11&z=2022-05-04&g=2022-05-04), voorrang geeft aan subsidieaanvragen voor activiteiten die naar verwachting meer geschikt zijn om bij te dragen aan de doelstellingen van de regeling.
2. Indien er in een aanvraagtijdvak voor activiteit A of activiteit B meer dan vijftien aanvragen worden ingediend, worden de aanvragen, in afwijking van het eerste lid, eerst op volgorde van binnenkomst in tranches verdeeld. De eerste tranche bestaat uit vijftien aanvragen, de daarop volgende tranche of tranches bestaan uit maximaal vijf aanvragen.
1. Het beschikbare subsidiebedrag wordt na beoordeling van de subsidieaanvragen en hun onderlinge afweging verdeeld, waarbij de Minister aan de hand van de criteria, opgenomen in [artikel 11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=11&z=2024-01-20&g=2024-01-20), voorrang geeft aan subsidieaanvragen voor activiteiten die naar verwachting meer geschikt zijn om bij te dragen aan de doelstellingen van de regeling.
2. Indien er in een aanvraagtijdvak meer dan vijftien aanvragen worden ingediend, worden de aanvragen, in afwijking van het eerste lid, eerst op volgorde van binnenkomst in tranches verdeeld. De eerste tranche bestaat uit vijftien aanvragen, de daarop volgende tranche of tranches bestaan uit maximaal vijf aanvragen.
3. De aanvragen in een tranche worden, beginnend bij de eerste tranche, beoordeeld en het beschikbare subsidiebedrag wordt na onderlinge afweging binnen de tranche, op de wijze, bedoeld in het eerste lid, verdeeld.
@@ -156,33 +144,53 @@
5. Alleen volledige subsidieaanvragen worden in behandeling genomen.
6. Onvolledige subsidieaanvragen kunnen, binnen 2 weken na de mededeling van de Minister dat de aanvraag onvolledig is, worden aangevuld door de hoofdaanvrager.
7. Als een aanvraag krachtens het zesde lid is aangevuld, geldt bij de indeling in tranches de datum waarop de volledig aangevulde aanvraag is ontvangen, als de datum van ontvangst
6. Indien een aanvraag minimaal één week voor sluiting van het aanvraagtijdvak is ingediend, controleert de Minister of alle in [artikel 9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=9&z=2024-01-20&g=2024-01-20), genoemde stukken aanwezig zijn. Is de aanvraag onvolledig, dan deelt de Minister dat voor sluiting van het aanvraagtijdvak mee aan de aanvrager.
7. Een aanvraag kan tot sluiting van het aanvraagtijdvak worden aangepast of aangevuld. Na sluiting van het aanvraagtijdvak kan de aanvraag niet meer worden aangevuld of aangepast.
8. Als een aanvraag krachtens het zesde lid is aangevuld of aangepast, geldt bij de indeling in tranches de datum waarop de aangepaste of volledig aangevulde aanvraag is ontvangen, als de datum van ontvangst.
##### Artikel 11. Beoordeling subsidieaanvragen
1. De Minister kent, na advies van het adviespanel, bedoeld in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=12&z=2022-05-04&g=2022-05-04), aan een subsidieaanvraag voor een activiteit een hoger aantal punten toe naarmate:
- a. de activiteit beter aansluit bij de doelen van de regeling, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=3&z=2022-05-04&g=2022-05-04);
- b. de kennis die de activiteit oplevert meer urgentie heeft en breder toepasbaar is;
- c. de kwaliteit van het onderzoek in het kader van de activiteit beter is, waarbij gekeken wordt naar de methodiek, de uitvoerbaarheid, de mate waarin beschikbare middelen efficiënt worden ingezet en de toepasbaarheid en overdraagbaarheid van het op te leveren eindproduct, waarvoor een aantal criteria gelden; en
- d. het samenwerkingsverband dat de activiteit uitvoert meer geschikt is om de activiteit uit te voeren, blijkend uit de daarvoor benodigde competenties, de samenstelling van het samenwerkingsverband, de intrinsieke motivatie voor de activiteit en het externe draagvlak voor de activiteit bij bedrijven of organisaties.
1. De Minister kent, na advies van het adviespanel, bedoeld in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=12&z=2024-01-20&g=2024-01-20), aan een subsidieaanvraag een hoger aantal punten toe naarmate:
- a. de activiteit beter aansluit bij de doelen van de regeling, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=3&z=2024-01-20&g=2024-01-20);
- b. de omschreven kennisbehoefte meer urgentie heeft binnen één of meer sectoren;
- c. de activiteit en de kennis die de activiteit oplevert beter aansluiten bij de aangegeven kennisbehoefte;
- d. de kennis die de activiteit oplevert en het eindproduct meer toepasbaar en beter overdraagbaar zijn binnen en buiten de sector;
- e. de kwaliteit van het onderzoek in het kader van de activiteit beter is, waarbij gekeken wordt naar de methodiek en de uitvoerbaarheid;
- f. de mate waarin beschikbare middelen efficiënt worden ingezet; en
- g. het samenwerkingsverband dat de activiteit uitvoert meer geschikt is om de activiteit uit te voeren, blijkend uit de daarvoor benodigde competenties, de samenstelling van het samenwerkingsverband, de intrinsieke motivatie voor de activiteit en het externe draagvlak voor de activiteit bij bedrijven of organisaties.
2. De Minister kent per onderdeel van het eerste lid ten minste één en ten hoogste tien punten toe.
3. Voor de rangschikking worden de punten gegeven voor de onderdelen van het eerste lid opgeteld.
4. De Minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist hoger naarmate in totaal meer punten aan de aanvraag zijn toegekend.
4. Een subsidieaanvraag wordt als onvoldoende aangemerkt, als de aanvraag:
- a. voor meer dan één onderdeel van het eerste lid minder dan vijf en een half punt scoort;
- b. voor een onderdeel van het eerste lid minder dan vier punten scoort; of
- c. voor de onderdelen van het eerste lid gemiddeld minder dan vijf en een half punt scoort.
5. De Minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist hoger naarmate in totaal meer punten aan de aanvraag zijn toegekend.
##### Artikel 12. Adviespanel
1. De Minister stelt een adviespanel in dat tot taak heeft de Minister te adviseren over de beoordeling van de aanvragen, bedoeld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=11&z=2022-05-04&g=2022-05-04).
2. Het adviespanel beoordeelt subsidieaanvragen op basis van de criteria, bedoeld in [artikel 11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=11&z=2022-05-04&g=2022-05-04).
1. De Minister stelt een adviespanel in dat tot taak heeft de Minister te adviseren over de beoordeling van de aanvragen, bedoeld in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=9&z=2024-01-20&g=2024-01-20), en de beoordeling van de verzoeken tot een preadvies, bedoeld in artikel 11a.
2. Het adviespanel beoordeelt:
- a. subsidieaanvragen op basis van de criteria, bedoeld in [artikel 11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=11&z=2024-01-20&g=2024-01-20), en de weigeringsgrond, bedoeld in [artikel 15, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=15&z=2024-01-20&g=2024-01-20);
- b. verzoeken tot een preadvies op basis van de criteria, bedoeld in artikel 11a, eerste lid.
##### Artikel 13. Samenwerkingsverband
@@ -212,7 +220,7 @@
##### Artikel 14. Subsidieverlening
1. De Minister besluit binnen 22 weken na sluiting van het aanvraagtijdvak, bedoeld in [artikel 6, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=6&z=2022-05-04&g=2022-05-04), op de in dat tijdvak ingediende subsidieaanvragen.
1. De Minister besluit binnen 22 weken na sluiting van het aanvraagtijdvak, bedoeld in [artikel 6, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=6&z=2024-01-20&g=2024-01-20), op de in dat tijdvak ingediende subsidieaanvragen.
2. De subsidie wordt verleend aan de hoofdaanvrager.
@@ -226,15 +234,13 @@
5. Aan de subsidieverlening kunnen nadere verplichtingen worden verbonden.
6. Bij de subsidieverlening wordt aan de hoofdaanvrager een voorschot van 25% verleend.
7. De hoofdaanvrager kan na indiening van het eerste tussentijdse voortgangsverslag de Minister verzoeken opnieuw een voorschot van 25% te verlenen. Een dergelijk verzoek kan bij activiteiten B na indiening van het tweede tussentijdse voortgangsverslag opnieuw worden gedaan.
8. De subsidieontvanger kan, wanneer hij voorziet dat binnen zijn activiteiten een wijziging in betekenende mate plaatsvindt, een verzoek doen tot wijziging van zijn subsidieaanvraag.
6. Bij de subsidieverlening wordt aan de hoofdaanvrager een voorschot van 25% van de toegekende subsidie verleend.
7. De hoofdaanvrager kan na indiening van het eerste en het tweede tussentijdse voortgangsverslag, als bedoeld in [artikel 20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=20&z=2024-01-20&g=2024-01-20), de Minister verzoeken opnieuw een voorschot van 25% van de toegekende subsidie te verlenen.
##### Artikel 15. Weigeringsgronden
De aanvraag tot verlening van subsidie voor het uitvoeren van een activiteit A of B wordt in ieder geval geheel of gedeeltelijk geweigerd, indien naar het oordeel van de Minister:
De aanvraag tot verlening van subsidie wordt in ieder geval geheel of gedeeltelijk geweigerd, indien naar het oordeel van de Minister:
- a. de subsidieaanvraag niet voldoet aan de bij deze regeling gestelde eisen;
@@ -242,15 +248,15 @@
- c. de subsidiabele kosten niet in een redelijke verhouding staan tot de voorgenomen prestaties en de daarvan te verwachten resultaten;
- d. de subsidieaanvraag tot gevolg heeft dat een subsidieplafond als bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=5&z=2022-05-04&g=2022-05-04) in een aanvraagtijdvak wordt overschreden;
- e. de subsidieaanvraag vergelijkbaar is met een soortgelijke eerdere aanvraag door vergelijkbare partijen in een samenwerkingsverband;
- d. de subsidieaanvraag tot gevolg heeft dat een subsidieplafond als bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=5&z=2024-01-20&g=2024-01-20) in een aanvraagtijdvak wordt overschreden;
- e. de subsidieaanvraag met betrekking tot de beoogde activiteiten en de verwachte bijdrage aan de kennis, als bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=3&z=2024-01-20&g=2024-01-20), vergelijkbaar is met een andere aanvraag, en de andere aanvraag op basis van [artikel 11, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=11&z=2024-01-20&g=2024-01-20), hoger in de rangschikking staat;
- f. dezelfde subsidiabele kosten reeds uit hoofde van deze of een andere subsidieregeling worden gefinancierd;
- g. onvoldoende is aangetoond dat de administratie van de hoofdaanvrager zal voldoen aan de daaraan gestelde eisen; of
- h. de aanvraag als onvoldoende wordt beoordeeld op basis van de criteria, bedoeld in [artikel 11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=11&z=2022-05-04&g=2022-05-04).
- h. de subsidieaanvraag als onvoldoende is aangemerkt, als bedoeld in [artikel 11, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=11&z=2024-01-20&g=2024-01-20).
##### Artikel 16. Subsidiabele kosten
@@ -262,7 +268,7 @@
- c. een toeslag van 15% op de in de onderdelen a en b bedoelde kosten ter subsidiëring van overige gemaakte kosten; en
- d. kosten van een controleverklaring als bedoeld in de [artikelen 20, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=20&z=2022-05-04&g=2022-05-04), en [21, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=21&z=2022-05-04&g=2022-05-04).
- d. kosten van een controleverklaring als bedoeld in de [artikelen 20, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=20&z=2024-01-20&g=2024-01-20), en [21, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=21&z=2024-01-20&g=2024-01-20).
2. De kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, b en d, zijn daadwerkelijk gemaakt en betaald, waarbij de kosten ten laste van de activiteit zijn gebleven en
@@ -354,7 +360,7 @@
2. In het tussentijds voortgangsverslag wordt de voortgang van de activiteiten beschreven en worden tussentijdse inzichten gedeeld.
3. Indien de hoofdaanvrager een voorschot verzoekt als bedoeld in [artikel 14, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=14&z=2022-05-04&g=2022-05-04), dan is het tussentijdse voortgangsverslag voorzien van een rapport van feitelijke bevindingen opgesteld door een accountant overeenkomstig een door de Minister vastgesteld model met inachtneming van een door de Minister vastgesteld accountantsprotocol.
3. Indien de hoofdaanvrager een voorschot verzoekt als bedoeld in [artikel 14, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=14&z=2024-01-20&g=2024-01-20), dan is het tussentijdse voortgangsverslag voorzien van een rapport van feitelijke bevindingen opgesteld door een accountant overeenkomstig een door de Minister vastgesteld model met inachtneming van een door de Minister vastgesteld accountantsprotocol.
4. De hoofdaanvrager overlegt binnen drie maanden na ontvangst van de beschikking tot subsidieverlening een kopie van de opdrachtbevestiging of een andere schriftelijke mededeling, waarin de toepassing en naleving van het controleprotocol, dat naar aanleiding van de in de beschikking tot subsidieverlening opgenomen verplichting als bedoeld in het tweede lid is opgesteld, door de controlerend accountant wordt bevestigd.
@@ -364,9 +370,9 @@
1. De hoofdaanvrager dient binnen 22 weken na afloop van de in de beschikking tot subsidieverlening vastgelegde looptijd door middel van een elektronisch formulier een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in bij de Minister.
2. De aanvraag tot vaststelling van de subsidie omvat in ieder geval een activiteitenverslag, een financieel verslag, een overzicht van de kosten per activiteit door middel van een voorgeschreven format, de procesevaluatie en realistische evaluatie en in het geval van activiteit B de effectevaluatie.
3. De aanvraag tot vaststelling van de subsidie bevat daarnaast een eindproduct waarin minimaal een samenvatting wordt gegeven van de methodiekbeschrijving, procesevaluatie, realistische evaluatie en, in het geval van activiteit B, de effectevaluatie.
2. De aanvraag tot vaststelling van de subsidie omvat in ieder geval een activiteitenverslag, een financieel verslag, een overzicht van de kosten per activiteit door middel van een voorgeschreven format, de effectevaluatie, realistische evaluatie en procesevaluatie.
3. De aanvraag tot vaststelling van de subsidie bevat daarnaast een eindproduct waarin minimaal een samenvatting wordt gegeven van de methodiekbeschrijving, effectevaluatie, realistische evaluatie en procesevaluatie.
4. De aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat vergezeld van een controleverklaring opgesteld door een accountant, overeenkomstig een door de Minister vastgesteld model met inachtneming van een door de Minister vastgesteld accountantsprotocol.
@@ -380,23 +386,19 @@
##### Artikel 22. Intrekking en terugvordering
1. Onverminderd [artikel 4:48 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:48) wordt de beschikking tot subsidieverlening geheel ingetrokken indien:
- a. de subsidie niet is besteed aan de in de beschikking tot subsidieverlening toegekende subsidiabele kosten; of
- b. de in de beschikking tot subsidieverlening opgegeven verplichtingen niet zijn nageleefd.
1. Onverminderd [artikel 4:48 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:48) wordt de beschikking tot subsidieverlening geheel ingetrokken indien de subsidie niet is besteed aan de in de beschikking tot subsidieverlening toegekende subsidiabele kosten.
2. De beschikking tot subsidieverlening of de beschikking tot subsidievaststelling kan, in afwijking van het eerste lid, gedeeltelijk worden ingetrokken indien er naar het oordeel van de Minister geen aanleiding is de subsidie geheel in te trekken.
3. Indien de beschikking tot subsidievaststelling geheel of gedeeltelijk wordt ingetrokken, wordt het subsidiebedrag dat tot dat moment is uitgekeerd, vermeerderd met de wettelijke rente, geheel of gedeeltelijk van de subsidieaanvrager teruggevorderd.
4. Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de beschikking tot voorschotverlening, bedoeld in [artikel 14, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=14&z=2022-05-04&g=2022-05-04).
4. Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de beschikking tot voorschotverlening, bedoeld in [artikel 14, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=14&z=2024-01-20&g=2024-01-20).
##### Artikel 23. Evaluatie van de regeling
1. De Minister draagt zorg voor de evaluatie van de doeltreffendheid en doelmatigheid van deze regeling.
2. De hoofdaanvrager werkt mee aan door of namens de Minister ingesteld onderzoek dat erop is gericht de Minister inlichtingen te verschaffen die van belang zijn voor de evaluatie van de doeltreffendheid en de doelmatigheid van deze regeling en de ontwikkeling van het beleid van de Minister. De hoofdaanvrager verstrekt in dat kader de daartoe benodigde inlichtingen, onderzoeksbestanden, gegevens en bescheiden.
2. De hoofdaanvrager, of de indiener van een verzoek tot een preadvies, werkt mee aan door of namens de Minister ingesteld onderzoek dat erop is gericht de Minister inlichtingen te verschaffen die van belang zijn voor de evaluatie van de doeltreffendheid en de doelmatigheid van deze regeling en de ontwikkeling van het beleid van de Minister. De hoofdaanvrager, of de indiener van een verzoek tot een preadvies, verstrekt in dat kader de daartoe benodigde inlichtingen, onderzoeksbestanden, gegevens en bescheiden.
##### Artikel 24. Inwerkingtreding en vervaldatum
@@ -412,10 +414,52 @@
### 1. Eisen als bedoeld in [artikel 9, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=9&z=2022-05-04&g=2022-05-04), ten aanzien van het activiteitenplan
Het activiteitenplan bevat ten minste de volgende onderdelen:
### II. Eisen als bedoeld in [artikel 9, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=9&z=2022-05-04&g=2022-05-04), ten aanzien van het onderzoeksplan
Het onderzoeksplan bevat ten minste de volgende onderdelen:
Het activiteitenplan waar in [artikel 9, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=9&z=2024-01-20&g=2024-01-20), naar wordt verwezen moet in elk geval een aantal onderdelen bevatten. In deze bijlage wordt toegelicht uit welke onderdelen dit activiteitenplan moet bestaan.
### 1. Planning
Het gaat hierbij in elk geval om:
Deze regeling zal met toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.
##### Artikel 11a. Preadvies
1. Voorafgaand aan de subsidieaanvraag kan een partij als bedoeld in [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=13&z=2024-01-20&g=2024-01-20), die voornemens is deel te nemen aan een samenwerkingsverband namens dat samenwerkingsverband bij de Minister een verzoek tot een preadvies indienen.
2. Het verzoek wordt met gebruikmaking van een door de Minister vastgesteld aanvraagformulier ingediend langs elektronische weg en bevat een beknopte omschrijving van de beoogde activiteiten, waarin de volgende informatie wordt verstrekt:
- a. welke partijen plaatsnemen in het samenwerkingsverband;
- b. een probleemanalyse;
- c. een omschrijving van de kennis die wordt gebruikt als basis voor de activiteiten;
- d. een omschrijving van de activiteiten;
- e. een omschrijving van het onderzoek en de onderzoeksmethoden;
- f. een omschrijving van de beoogde kennis die wordt ontwikkeld door het project;
- g. een omschrijving van de wijze waarop de opgedane kennis wordt overgedragen en beschikbaar gesteld.
3. De Minister geeft op basis van de verstrekte informatie, na advies van het adviespanel, een terugkoppeling aan de indiener van het verzoek met daarin in ieder geval de sterke punten en verbetermogelijkheden met betrekking tot de criteria, bedoeld in [artikel 11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=11&z=2024-01-20&g=2024-01-20).
4. Een verzoek tot een preadvies kan worden ingediend van 26 februari 2024 9.00 uur tot en met 8 maart 2024 17.00 uur.
5. De indiener ontvangt het preadvies uiterlijk zes weken na afloop van het tijdvak als bedoeld in het vorige lid.
## Bijlage. behorend bij [artikel 9, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=9&z=2024-01-20&g=2024-01-20), van de Tijdelijke subsidieregeling onderzoek en experimenten duurzame inzetbaarheidsinterventies
### 2. Analyse en onderbouwing
Ter onderbouwing van de aanvraag is het nodig inzichtelijk te maken op basis van welke bestaande kennis deze aanvraag wordt gedaan. Daarom is ten minste onderdeel van de aanvraag:
### 3. Activiteitenbeschrijving
Onderdeel van het activiteitenplan is vanzelfsprekend een beschrijving van de activiteiten waar het om gaat. Daarom neemt de aanvrager in het activiteitenplan op:
### 4. Onderzoeksplan
Tot slot is het belangrijk inzicht te geven in hoe het onderzoek wordt opgezet. Om hier goed inzicht in te krijgen, is het van belang dat in het activiteitenplan wordt beschreven:
Deze regeling zal met toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.
2022-05-04
Tijdelijke subsidieregeling onderzoek en experimenten duurzame inzetbaa
2022-05-04
Tijdelijke subsidieregeling onderzoek en experimenten duurzame inzet
original version Tekst op deze datum