Wijzigingsgeschiedenis
Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 21 april 2022, 2022-0000091000, tot vaststelling van een tijdelijke subsidieregeling gericht op het ontwikkelen, uitvoeren en onderzoeken van experimenten en het uitvoeren van wetenschappelijke onderzoek naar effectieve interventies inzake duurzame inzetbaarheid en leven lang ontwikkelen (Tijdelijke subsidieregeling onderzoek en experimenten duurzame inzetbaarheidsinterventies)
4 versions
· 2024-07-02
2024-07-02
Tijdelijke subsidieregeling onderzoek en experimenten duurzame inzetbaa
Wijzigingen op 2024-07-02
@@ -10,7 +10,7 @@
- **aanvraagtijdvak:** een door de Minister vastgesteld tijdvak waarin aanvragen voor subsidie op grond van deze regeling kunnen worden ingediend;
- **activiteit:** een activiteit als bedoeld in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=4&z=2024-01-20&g=2024-01-20);
- **activiteit:** een activiteit als bedoeld in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=4&z=2024-07-02&g=2024-07-02);
- **brancheorganisatie:** een organisatie die de belangen behartigt van leden die tot eenzelfde branche behoren;
@@ -18,7 +18,7 @@
- **duurzame inzetbaarheid:** het gemotiveerd, gezond en productief houden van werkenden om hen in staat te stellen tot aan het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in [artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=7a), binnen of buiten een arbeidsorganisatie betaalde arbeid te verrichten;
- **hoofdaanvrager:** een organisatie als bedoeld in [artikel 13, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=13&z=2024-01-20&g=2024-01-20);
- **hoofdaanvrager:** een organisatie als bedoeld in [artikel 13, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=13&z=2024-07-02&g=2024-07-02);
- **Kaderregeling subsidies:** [Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037603);
@@ -38,7 +38,7 @@
- **preadvies:** advies dat vrijblijvend kan worden aangevraagd om een beknopte conceptaanvraag te toetsen, als bedoeld in artikel 11a;
- **samenwerkingsverband:** een samenwerkingsverband als bedoeld in [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=13&z=2024-01-20&g=2024-01-20);
- **samenwerkingsverband:** een samenwerkingsverband als bedoeld in [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=13&z=2024-07-02&g=2024-07-02);
- **subsidieaanvrager:** samenwerkingsverband dat subsidie aanvraagt op grond van deze regeling;
@@ -56,7 +56,7 @@
1. Op het aanvragen en verstrekken van subsidies op grond van deze regeling is de [Kaderregeling subsidies](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037603), met uitzondering van de [artikelen 3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037603&artikel=3.1) en [7.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037603&artikel=7.1), van toepassing.
2. De formulieren, modellen en formats waarnaar in deze regeling wordt verwezen, zijn door de Minister elektronisch beschikbaar gesteld op [www.uitvoeringvanbeleidszw.nl](onbekend).
2. De formulieren, modellen en formats waarnaar in deze regeling wordt verwezen, zijn door de Minister elektronisch beschikbaar gesteld op [www.uitvoeringvanbeleidszw.nl](http://www.uitvoeringvanbeleidszw.nl/).
##### Artikel 3. Doel en reikwijdte van de regeling
@@ -80,13 +80,13 @@
- b. het breder toepasbaar maken van praktijkkennis of wetenschappelijke kennis via het implementeren van interventies, werkwijzen of methodieken, en het door middel van onderzoek bepalen van succesfactoren.
2. De activiteiten zijn gericht op werkenden dan wel de organisatie van het werk van werkenden, met het oog op de in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=3&z=2024-01-20&g=2024-01-20), genoemde doelen.
3. De activiteiten dragen bij aan het vergroten van de in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=3&z=2024-01-20&g=2024-01-20) bedoelde kennis, de werkzaamheid daarvan en het breder toepasbaar maken van die kennis voor andere bedrijven of organisaties en hun werkenden.
2. De activiteiten zijn gericht op werkenden dan wel de organisatie van het werk van werkenden, met het oog op de in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=3&z=2024-07-02&g=2024-07-02), genoemde doelen.
3. De activiteiten dragen bij aan het vergroten van de in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=3&z=2024-07-02&g=2024-07-02) bedoelde kennis, de werkzaamheid daarvan en het breder toepasbaar maken van die kennis voor andere bedrijven of organisaties en hun werkenden.
##### Artikel 5. Subsidieplafond en maximale hoeveelheid aanvragen
1. Het subsidieplafond bedraagt € 18,5 miljoen voor aanvragen in 2024.
1. Het subsidieplafond bedraagt € 21,3 miljoen voor aanvragen in 2024.
2. Per samenwerkingsverband wordt in een aanvraagtijdvak voor maximaal twee aanvragen subsidie verleend.
@@ -116,17 +116,17 @@
- a. een activiteitenplan dat, in aanvulling op [artikel 3.4 van de Kaderregeling subsidies](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037603&artikel=3.4), voldoet aan de eisen die worden gesteld in de bij deze regeling behorende bijlage;
- b. een beschrijving van de wijze waarop de activiteit door middel van een eenmalige subsidie als bedoeld in deze regeling, een eindproduct kan opleveren dat een bijdrage levert aan de overdracht van kennis als bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=3&z=2024-01-20&g=2024-01-20), dat voor een ieder beschikbaar is;
- b. een beschrijving van de wijze waarop de activiteit door middel van een eenmalige subsidie als bedoeld in deze regeling, een eindproduct kan opleveren dat een bijdrage levert aan de overdracht van kennis als bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=3&z=2024-07-02&g=2024-07-02), dat voor een ieder beschikbaar is;
- c. het bedrag waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
- d. een onderbouwing waarom subsidie door het Rijk in de gevraagde omvang noodzakelijk is voor de activiteit waarvoor subsidie is aangevraagd;
- e. een onderbouwde begroting van de kosten van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, met een financieringsplan waaruit blijkt hoe de activiteiten gefinancierd worden en hoe de verdeling van kosten en van de subsidie, waaronder de in [artikel 16, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=16&z=2024-01-20&g=2024-01-20), bedoeld toeslag, tussen partijen in het samenwerkingsverband is; en
- e. een onderbouwde begroting van de kosten van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, met een financieringsplan waaruit blijkt hoe de activiteiten gefinancierd worden en hoe de verdeling van kosten en van de subsidie, waaronder de in [artikel 16, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=16&z=2024-07-02&g=2024-07-02), bedoeld toeslag, tussen partijen in het samenwerkingsverband is; en
- f. een referentieproject van de onderzoekinstelling die deelneemt aan het samenwerkingsverband en waaruit blijkt dat de onderzoeksinstelling kennis en ervaring heeft met evaluatieonderzoek en met kwantitatieve en kwalitatieve onderzoeksmethodieken.
2. De subsidieaanvraag gaat vergezeld van een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in [artikel 13, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=13&z=2024-01-20&g=2024-01-20).
2. De subsidieaanvraag gaat vergezeld van een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in [artikel 13, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=13&z=2024-07-02&g=2024-07-02).
3. Voor zover de subsidieaanvrager voor dezelfde begrote kosten of een deel daarvan ook subsidie of een andere financiële bijdrage heeft aangevraagd of zal aanvragen bij een ander bestuursorgaan of rechtspersoon, doet hij daarvan mededeling in de subsidieaanvraag, onder vermelding van de stand van zaken van de beoordeling van die andere aanvraag.
@@ -134,7 +134,7 @@
##### Artikel 10. Behandeling subsidieaanvragen
1. Het beschikbare subsidiebedrag wordt na beoordeling van de subsidieaanvragen en hun onderlinge afweging verdeeld, waarbij de Minister aan de hand van de criteria, opgenomen in [artikel 11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=11&z=2024-01-20&g=2024-01-20), voorrang geeft aan subsidieaanvragen voor activiteiten die naar verwachting meer geschikt zijn om bij te dragen aan de doelstellingen van de regeling.
1. Het beschikbare subsidiebedrag wordt na beoordeling van de subsidieaanvragen en hun onderlinge afweging verdeeld, waarbij de Minister aan de hand van de criteria, opgenomen in [artikel 11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=11&z=2024-07-02&g=2024-07-02), voorrang geeft aan subsidieaanvragen voor activiteiten die naar verwachting meer geschikt zijn om bij te dragen aan de doelstellingen van de regeling.
2. Indien er in een aanvraagtijdvak meer dan vijftien aanvragen worden ingediend, worden de aanvragen, in afwijking van het eerste lid, eerst op volgorde van binnenkomst in tranches verdeeld. De eerste tranche bestaat uit vijftien aanvragen, de daarop volgende tranche of tranches bestaan uit maximaal vijf aanvragen.
@@ -144,7 +144,7 @@
5. Alleen volledige subsidieaanvragen worden in behandeling genomen.
6. Indien een aanvraag minimaal één week voor sluiting van het aanvraagtijdvak is ingediend, controleert de Minister of alle in [artikel 9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=9&z=2024-01-20&g=2024-01-20), genoemde stukken aanwezig zijn. Is de aanvraag onvolledig, dan deelt de Minister dat voor sluiting van het aanvraagtijdvak mee aan de aanvrager.
6. Indien een aanvraag minimaal één week voor sluiting van het aanvraagtijdvak is ingediend, controleert de Minister of alle in [artikel 9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=9&z=2024-07-02&g=2024-07-02), genoemde stukken aanwezig zijn. Is de aanvraag onvolledig, dan deelt de Minister dat voor sluiting van het aanvraagtijdvak mee aan de aanvrager.
7. Een aanvraag kan tot sluiting van het aanvraagtijdvak worden aangepast of aangevuld. Na sluiting van het aanvraagtijdvak kan de aanvraag niet meer worden aangevuld of aangepast.
@@ -152,9 +152,9 @@
##### Artikel 11. Beoordeling subsidieaanvragen
1. De Minister kent, na advies van het adviespanel, bedoeld in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=12&z=2024-01-20&g=2024-01-20), aan een subsidieaanvraag een hoger aantal punten toe naarmate:
- a. de activiteit beter aansluit bij de doelen van de regeling, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=3&z=2024-01-20&g=2024-01-20);
1. De Minister kent, na advies van het adviespanel, bedoeld in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=12&z=2024-07-02&g=2024-07-02), aan een subsidieaanvraag een hoger aantal punten toe naarmate:
- a. de activiteit beter aansluit bij de doelen van de regeling, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=3&z=2024-07-02&g=2024-07-02);
- b. de omschreven kennisbehoefte meer urgentie heeft binnen één of meer sectoren;
@@ -184,11 +184,11 @@
##### Artikel 12. Adviespanel
1. De Minister stelt een adviespanel in dat tot taak heeft de Minister te adviseren over de beoordeling van de aanvragen, bedoeld in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=9&z=2024-01-20&g=2024-01-20), en de beoordeling van de verzoeken tot een preadvies, bedoeld in artikel 11a.
1. De Minister stelt een adviespanel in dat tot taak heeft de Minister te adviseren over de beoordeling van de aanvragen, bedoeld in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=9&z=2024-07-02&g=2024-07-02), en de beoordeling van de verzoeken tot een preadvies, bedoeld in artikel 11a.
2. Het adviespanel beoordeelt:
- a. subsidieaanvragen op basis van de criteria, bedoeld in [artikel 11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=11&z=2024-01-20&g=2024-01-20), en de weigeringsgrond, bedoeld in [artikel 15, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=15&z=2024-01-20&g=2024-01-20);
- a. subsidieaanvragen op basis van de criteria, bedoeld in [artikel 11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=11&z=2024-07-02&g=2024-07-02), en de weigeringsgrond, bedoeld in [artikel 15, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=15&z=2024-07-02&g=2024-07-02);
- b. verzoeken tot een preadvies op basis van de criteria, bedoeld in artikel 11a, eerste lid.
@@ -220,7 +220,7 @@
##### Artikel 14. Subsidieverlening
1. De Minister besluit binnen 22 weken na sluiting van het aanvraagtijdvak, bedoeld in [artikel 6, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=6&z=2024-01-20&g=2024-01-20), op de in dat tijdvak ingediende subsidieaanvragen.
1. De Minister besluit binnen 22 weken na sluiting van het aanvraagtijdvak, bedoeld in [artikel 6, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=6&z=2024-07-02&g=2024-07-02), op de in dat tijdvak ingediende subsidieaanvragen.
2. De subsidie wordt verleend aan de hoofdaanvrager.
@@ -236,7 +236,7 @@
6. Bij de subsidieverlening wordt aan de hoofdaanvrager een voorschot van 25% van de toegekende subsidie verleend.
7. De hoofdaanvrager kan na indiening van het eerste en het tweede tussentijdse voortgangsverslag, als bedoeld in [artikel 20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=20&z=2024-01-20&g=2024-01-20), de Minister verzoeken opnieuw een voorschot van 25% van de toegekende subsidie te verlenen.
7. De hoofdaanvrager kan na indiening van het eerste en het tweede tussentijdse voortgangsverslag, als bedoeld in [artikel 20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=20&z=2024-07-02&g=2024-07-02), de Minister verzoeken opnieuw een voorschot van 25% van de toegekende subsidie te verlenen.
##### Artikel 15. Weigeringsgronden
@@ -248,15 +248,15 @@
- c. de subsidiabele kosten niet in een redelijke verhouding staan tot de voorgenomen prestaties en de daarvan te verwachten resultaten;
- d. de subsidieaanvraag tot gevolg heeft dat een subsidieplafond als bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=5&z=2024-01-20&g=2024-01-20) in een aanvraagtijdvak wordt overschreden;
- e. de subsidieaanvraag met betrekking tot de beoogde activiteiten en de verwachte bijdrage aan de kennis, als bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=3&z=2024-01-20&g=2024-01-20), vergelijkbaar is met een andere aanvraag, en de andere aanvraag op basis van [artikel 11, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=11&z=2024-01-20&g=2024-01-20), hoger in de rangschikking staat;
- d. de subsidieaanvraag tot gevolg heeft dat een subsidieplafond als bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=5&z=2024-07-02&g=2024-07-02) in een aanvraagtijdvak wordt overschreden;
- e. de subsidieaanvraag met betrekking tot de beoogde activiteiten en de verwachte bijdrage aan de kennis, als bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=3&z=2024-07-02&g=2024-07-02), vergelijkbaar is met een andere aanvraag, en de andere aanvraag op basis van [artikel 11, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=11&z=2024-07-02&g=2024-07-02), hoger in de rangschikking staat;
- f. dezelfde subsidiabele kosten reeds uit hoofde van deze of een andere subsidieregeling worden gefinancierd;
- g. onvoldoende is aangetoond dat de administratie van de hoofdaanvrager zal voldoen aan de daaraan gestelde eisen; of
- h. de subsidieaanvraag als onvoldoende is aangemerkt, als bedoeld in [artikel 11, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=11&z=2024-01-20&g=2024-01-20).
- h. de subsidieaanvraag als onvoldoende is aangemerkt, als bedoeld in [artikel 11, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=11&z=2024-07-02&g=2024-07-02).
##### Artikel 16. Subsidiabele kosten
@@ -268,7 +268,7 @@
- c. een toeslag van 15% op de in de onderdelen a en b bedoelde kosten ter subsidiëring van overige gemaakte kosten; en
- d. kosten van een controleverklaring als bedoeld in de [artikelen 20, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=20&z=2024-01-20&g=2024-01-20), en [21, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=21&z=2024-01-20&g=2024-01-20).
- d. kosten van een controleverklaring als bedoeld in de [artikelen 20, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=20&z=2024-07-02&g=2024-07-02), en [21, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=21&z=2024-07-02&g=2024-07-02).
2. De kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, b en d, zijn daadwerkelijk gemaakt en betaald, waarbij de kosten ten laste van de activiteit zijn gebleven en
@@ -360,7 +360,7 @@
2. In het tussentijds voortgangsverslag wordt de voortgang van de activiteiten beschreven en worden tussentijdse inzichten gedeeld.
3. Indien de hoofdaanvrager een voorschot verzoekt als bedoeld in [artikel 14, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=14&z=2024-01-20&g=2024-01-20), dan is het tussentijdse voortgangsverslag voorzien van een rapport van feitelijke bevindingen opgesteld door een accountant overeenkomstig een door de Minister vastgesteld model met inachtneming van een door de Minister vastgesteld accountantsprotocol.
3. Indien de hoofdaanvrager een voorschot verzoekt als bedoeld in [artikel 14, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=14&z=2024-07-02&g=2024-07-02), dan is het tussentijdse voortgangsverslag voorzien van een rapport van feitelijke bevindingen opgesteld door een accountant overeenkomstig een door de Minister vastgesteld model met inachtneming van een door de Minister vastgesteld accountantsprotocol.
4. De hoofdaanvrager overlegt binnen drie maanden na ontvangst van de beschikking tot subsidieverlening een kopie van de opdrachtbevestiging of een andere schriftelijke mededeling, waarin de toepassing en naleving van het controleprotocol, dat naar aanleiding van de in de beschikking tot subsidieverlening opgenomen verplichting als bedoeld in het tweede lid is opgesteld, door de controlerend accountant wordt bevestigd.
@@ -392,7 +392,7 @@
3. Indien de beschikking tot subsidievaststelling geheel of gedeeltelijk wordt ingetrokken, wordt het subsidiebedrag dat tot dat moment is uitgekeerd, vermeerderd met de wettelijke rente, geheel of gedeeltelijk van de subsidieaanvrager teruggevorderd.
4. Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de beschikking tot voorschotverlening, bedoeld in [artikel 14, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=14&z=2024-01-20&g=2024-01-20).
4. Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de beschikking tot voorschotverlening, bedoeld in [artikel 14, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=14&z=2024-07-02&g=2024-07-02).
##### Artikel 23. Evaluatie van de regeling
@@ -414,7 +414,7 @@
### 1. Eisen als bedoeld in [artikel 9, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=9&z=2022-05-04&g=2022-05-04), ten aanzien van het activiteitenplan
Het activiteitenplan waar in [artikel 9, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=9&z=2024-01-20&g=2024-01-20), naar wordt verwezen moet in elk geval een aantal onderdelen bevatten. In deze bijlage wordt toegelicht uit welke onderdelen dit activiteitenplan moet bestaan.
Het activiteitenplan waar in [artikel 9, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=9&z=2024-07-02&g=2024-07-02), naar wordt verwezen moet in elk geval een aantal onderdelen bevatten. In deze bijlage wordt toegelicht uit welke onderdelen dit activiteitenplan moet bestaan.
### 1. Planning
@@ -424,7 +424,7 @@
##### Artikel 11a. Preadvies
1. Voorafgaand aan de subsidieaanvraag kan een partij als bedoeld in [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=13&z=2024-01-20&g=2024-01-20), die voornemens is deel te nemen aan een samenwerkingsverband namens dat samenwerkingsverband bij de Minister een verzoek tot een preadvies indienen.
1. Voorafgaand aan de subsidieaanvraag kan een partij als bedoeld in [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=13&z=2024-07-02&g=2024-07-02), die voornemens is deel te nemen aan een samenwerkingsverband namens dat samenwerkingsverband bij de Minister een verzoek tot een preadvies indienen.
2. Het verzoek wordt met gebruikmaking van een door de Minister vastgesteld aanvraagformulier ingediend langs elektronische weg en bevat een beknopte omschrijving van de beoogde activiteiten, waarin de volgende informatie wordt verstrekt:
@@ -442,13 +442,13 @@
- g. een omschrijving van de wijze waarop de opgedane kennis wordt overgedragen en beschikbaar gesteld.
3. De Minister geeft op basis van de verstrekte informatie, na advies van het adviespanel, een terugkoppeling aan de indiener van het verzoek met daarin in ieder geval de sterke punten en verbetermogelijkheden met betrekking tot de criteria, bedoeld in [artikel 11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=11&z=2024-01-20&g=2024-01-20).
3. De Minister geeft op basis van de verstrekte informatie, na advies van het adviespanel, een terugkoppeling aan de indiener van het verzoek met daarin in ieder geval de sterke punten en verbetermogelijkheden met betrekking tot de criteria, bedoeld in [artikel 11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=11&z=2024-07-02&g=2024-07-02).
4. Een verzoek tot een preadvies kan worden ingediend van 26 februari 2024 9.00 uur tot en met 8 maart 2024 17.00 uur.
5. De indiener ontvangt het preadvies uiterlijk zes weken na afloop van het tijdvak als bedoeld in het vorige lid.
## Bijlage. behorend bij [artikel 9, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=9&z=2024-01-20&g=2024-01-20), van de Tijdelijke subsidieregeling onderzoek en experimenten duurzame inzetbaarheidsinterventies
## Bijlage. behorend bij [artikel 9, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046626&artikel=9&z=2024-07-02&g=2024-07-02), van de Tijdelijke subsidieregeling onderzoek en experimenten duurzame inzetbaarheidsinterventies
### 2. Analyse en onderbouwing
2024-01-20
Tijdelijke subsidieregeling onderzoek en experimenten duurzame inzetbaa
2022-05-04
Tijdelijke subsidieregeling onderzoek en experimenten duurzame inzetbaa
2022-05-04
Tijdelijke subsidieregeling onderzoek en experimenten duurzame inzet
original version
Tekst op deze datum