Wijzigingsgeschiedenis
Regeling van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur van 28 augustus 2024, nr. WJZ/ 26374198, tot vaststelling van een regeling voor de verstrekking van subsidie voor het verplaatsen van veehouderijen met piekbelasting op natuurgebieden (Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting)
4 versions
· 2025-07-01
2025-07-01
Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting
2024-10-01
Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting
2024-09-03
Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting
Wijzigingen op 2024-09-03
@@ -2,25 +2,53 @@
### Hoofdstuk 1. Algemeen
### Hoofdstuk 2. Haalbaarheidsonderzoek bedrijfsverplaatsing
### Hoofdstuk 1. Algemeen
### Hoofdstuk 3. Bedrijfsverplaatsing
##### Artikel 3.1. Begripsomschrijvingen
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- –. **modernisering:** investering in een bouwwerk of voorziening, die voor de veehouderijonderneming nieuwe productietechnologie is of bestemd is ter vervanging van een aanwezige bouwwerk of voorziening, waarbij de betrokken productie of technologie fundamenteel gewijzigd wordt;
- –. **vervanging bestaand bouwwerk:** vervanging van een bouwwerk of een deel daarvan door een ander bouwwerk of een deel daarvan waarbij het doel, de functie en de uitvoering van het betreffende bouwwerk gelijkwaardig blijft.
##### Artikel 3.2. Subsidiabele activiteiten
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
De minister kan een veehouderijonderneming op aanvraag subsidie verstrekken voor:
- a. de verplaatsing van een veehouderijonderneming naar een hervestigingslocatie; en
- b. investeringen op de hervestigingslocatie in verband met de in onderdeel a bedoelde verplaatsing van de veehouderijonderneming.
##### Artikel 3.3. Vereisten hervestigingslocatie
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
1. De aanvrager vangt binnen vierentwintig maanden na de datum van de beschikking tot subsidieverlening de veehouderijonderneming aan op een door hem gekozen hervestigingslocatie.
2. De termijn, genoemd in het eerste lid, kan op verzoek van de aanvrager eenmalig met zes maanden worden verlengd, indien aannemelijk is dat de aanvrager niet binnen de in het eerste lid bedoelde termijn de veehouderijonderneming kan aanvangen op de hervestigingslocatie.
3. Van aanvangen van de veehouderijonderneming op de hervestigingslocatie is sprake als:
- a. deze locatie door de veehouder is geregistreerd met een uniek registratienummer;
- b. door de aanvrager landbouwhuisdieren worden gehouden op de hervestigingslocatie;
- c. het uniek registratienummer van de te verlaten veehouderijlocatie is beëindigd.
4. De hervestigingslocatie voldoet aan elk van de volgende voorwaarden:
- a. de hervestigingslocatie bevindt zich in een land dat op het moment van het indienen van de aanvraag de status van lidstaat van de Europese Unie heeft;
- b. het uitoefenen van de veehouderijonderneming door de verplaatsende veehouder past binnen de planologische functie van de hervestigingslocatie; en
- c. de stikstofvracht op een overbelast Natura 2000-gebied, op de hervestigingslocatie, berekend op basis van het toegestane aantal landbouwhuisdieren op grond van de voor de hervestigingslocatie verleende vergunning of toestemming van het bevoegd gezag, bedraagt minder dan 2.500 mol stikstof per jaar.
5. Indien de hervestigingslocatie zich bevindt buiten het grondgebied van de lidstaat Nederland, zijn het derde lid, onderdeel a, en het vierde lid, onderdeel c, niet van toepassing.
##### Artikel 3.4. Vereisten te verlaten veehouderijlocatie
1. Er is sprake van een verplaatsing van een veehouderijonderneming als bedoeld in [artikel 3.2, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.2&z=2024-10-01&g=2024-08-15), indien de veehouderijonderneming aanvangt als bedoeld in [artikel 3.3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.3&z=2024-10-01&g=2024-08-15), op een hervestigingslocatie, waarbij de te verlaten veehouderijlocatie wordt gesloten.
1. Er is sprake van een verplaatsing van een veehouderijonderneming als bedoeld in [artikel 3.2, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.2&z=2024-09-03&g=2024-09-03), indien de veehouderijonderneming aanvangt als bedoeld in [artikel 3.3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.3&z=2024-09-03&g=2024-09-03), op een hervestigingslocatie, waarbij de te verlaten veehouderijlocatie wordt gesloten.
2. Van een sluiting van de te verlaten veehouderijlocatie is sprake:
@@ -44,7 +72,7 @@
- f. indien het bevoegde bestuursorgaan van de gemeente binnen de grenzen waarvan de te verlaten veehouderijlocatie zich bevindt, een verzoek van de veehouder in behandeling heeft genomen om het omgevingsplan zodanig aan te passen dat op de locatie niet langer een veehouderijonderneming kan worden gevestigd;
- g. indien de veehouder zich met gebruikmaking van de in [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&bijlage=3&z=2024-10-01&g=2024-08-15) bij de regeling opgenomen modelovereenkomst met de Staat der Nederlanden heeft verbonden om:
- g. indien de veehouder zich met gebruikmaking van de in [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&bijlage=3&z=2024-09-03&g=2024-09-03) bij de regeling opgenomen modelovereenkomst met de Staat der Nederlanden heeft verbonden om:
- 1°. niet langer op de te verlaten veehouderijlocatie landbouwhuisdieren te houden, noch als persoon, noch tezamen met anderen in de vorm van een rechtspersoon of samenwerkingsverband;
@@ -56,83 +84,235 @@
##### Artikel 3.5. Subsidieplafond
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
1. Het subsidieplafond voor hoofdstuk 3 bedraagt € 90.000.000.
2. Indien blijkt dat het totale bedrag van de te verlenen subsidies voor de subsidiabele activiteiten, bedoeld in [artikel 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=2&artikel=2.2&z=2024-09-03&g=2024-09-03), lager is dan het daarvoor vastgestelde subsidieplafond, wordt het overblijvende bedrag zo nodig aan het subsidieplafond toegevoegd voor de subsidiabele activiteiten, bedoeld in [artikel 3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.2&z=2024-09-03&g=2024-09-03).
##### Artikel 3.6. Subsidiecomponenten
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
1. De subsidie omvat:
- a. een bijdrage in verband met de kosten van het demonteren van de bij de te verlaten veehouderlocatie aanwezige bouwwerken of voorzieningen met het oog op het hergebruik op de hervestigingslocatie;
- b. een bijdrage in verband met de kosten van het verhuizen van de op de te verlaten veehouderijlocatie aanwezige bouwwerken, voorzieningen of landbouwhuisdieren naar de hervestigingslocatie;
- c. een bijdrage in verband met het op de hervestigingslocatie opbouwen van de bij de te verlaten veehouderijlocatie te demonteren en verhuizen bouwwerken of voorzieningen;
- d. een bijdrage in verband met het overnemen van bestaande bouwwerken of vervanging van bestaande bouwwerken op de hervestigingslocatie; en
- e. een bijdrage in verband met het terugbrengen van de te verlaten veehouderijlocatie naar een uit milieuoogpunt bevredigende toestand door de op de te verlaten veehouderijlocatie gebruikte bouwwerken af te breken en te verwijderen;
- f. een bijdrage in verband met een investering op de hervestigingslocatie ten behoeve van de verplaatsing van de veehouderijonderneming, die leidt tot modernisering ten opzichte van de bouwwerken of voorzieningen die ten tijde van het indienen van de aanvraag om subsidie aanwezig zijn op de te verlaten veehouderijlocatie;
- g. een bijdrage in verband met de kosten voor de inhuur van deskundigen die direct verbonden zijn met de uitvoering van de bedrijfsverplaatsing.
2. De subsidie, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten minste € 25.000 per aanvraag.
##### Artikel 3.7. Bijdrage demonteer-, verhuis-, en opbouwkosten
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
1. De in [artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a, b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.6&z=2024-09-03&g=2024-09-03), bedoelde bijdrage bedraagt 100 procent van de werkelijke kosten:
- a. voor het demonteren en verhuizen van bouwwerken en voorzieningen van de te verlaten veehouderijlocatie naar de hervestigingslocatie, alsmede voor de kosten voor het opbouwen van de genoemde bouwwerken of voorzieningen op de hervestigingslocatie;
- b. voor het verhuizen van landbouwhuisdieren, tractoren of landbouwwerktuigen van de te verlaten veehouderijlocatie naar de hervestigingslocatie.
2. Onder de kosten voor het opbouwen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt mede verstaan de kosten voor de aanleg of vervanging van voor de te verhuizen bouwwerken benodigde onderdelen die niet, of niet zonder schade van betekenis, kunnen worden verwijderd van de te verlaten veehouderijlocatie.
3. Onder de kosten voor het verhuizen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, wordt mede verstaan de kosten voor de opslag en stalling van bouwwerken, voorzieningen, tractoren, landbouwwerktuigen of landbouwhuisdieren, voor de maximale duur van 31 dagen, totdat zij kunnen worden verhuisd naar, en in gebruik kunnen worden genomen op, de hervestigingslocatie.
##### Artikel 3.8. Bijdrage overnemen bestaande bouwwerken en vervangen bouwwerken op de hervestigingslocatie
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
1. De in [artikel 3.6, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.6&z=2024-09-03&g=2024-09-03), bedoelde bijdrage voor het overnemen van bestaande bouwwerken op de hervestigingslocatie en het vervangen van bouwwerken op de hervestigingslocatie wordt bepaald door de som van:
- a. 100 procent van de koopsom van de bouwwerken op de hervestigingslocatie tot een maximum van 100 procent van de marktwaarde van deze bouwwerken;
- b. 100 procent van de kosten van vervanging van de te vervangen bouwwerken op de hervestigingslocatie; en
- c. 100 procent van de onlosmakelijk met de overname van de bouwwerken op de hervestigingslocatie verbonden proceskosten, bedoeld in het zesde lid;
tot maximaal de vervangingswaarde van de op de te verlaten veehouderijlocatie aanwezige bouwwerken die in eigendom zijn van de subsidieontvanger.
2. Indien de subsidieontvanger op grond van [artikel 3.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.4&z=2024-09-03&g=2024-09-03), een ontheffing heeft gekregen voor het afbreken en verwijderen van een bouwwerk, wordt de vervangingswaarde van het betreffende bouwwerk niet meegenomen in het bepalen van de hoogte van de vervangingswaarde van de op de te verlaten veehouderijlocatie aanwezige bouwwerken, bedoeld in het eerste lid.
3. De in het eerste lid bedoelde bijdrage voor het overnemen of vervangen van bouwwerken op de hervestigingslocatie heeft alleen betrekking op de productiecapaciteit van deze bouwwerken tot maximaal 100 procent van de productiecapaciteit van de op de te verlaten veehouderijlocatie aanwezige bouwwerken.
4. Een bijdrage voor vervanging van een bestaand bouwwerk op de hervestigingslocatie wordt alleen verleend voor een bouwwerk dat voor meer dan de helft is afgeschreven ten tijde van het indienen van de subsidieaanvraag.
5. Voor het bepalen van de mate van afschrijving, bedoeld in het vierde lid, wordt gebruik gemaakt van de op het moment van indienen van de subsidieaanvraag meest actuele publicatie van het handboek Kwantitatieve Informatie Veehouderij.
6. Onder de in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde proceskosten wordt verstaan:
- a. de kosten voor de notaris;
- b. verschuldigde overdrachtsbelasting in verband met het verkrijgen van een zakelijk recht op de op de hervestigingslocatie aanwezige bouwwerken, voor zover deze overdrachtsbelasting betrekking heeft op de productiecapaciteit van de aanwezige bouwwerken op de hervestigingslocatie tot maximaal 100 procent van de productiecapaciteit van de op de te verlaten veehouderijlocatie aanwezige bouwwerken;
- c. kadastrale kosten;
- d. leges voor vergunningen en planologische procedures voor de hervestigingslocatie;
- e. kosten van de bouwkundige keuring van de bouwwerken;
- f. kosten voor de vertaling, bedoeld in [artikel 3.20, tweede lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.20&z=2024-09-03&g=2024-09-03).
7. Indien een subsidieontvanger op grond van het eerste lid in aanmerking komt voor subsidie voor de overname of vervanging van bouwwerken, komt de subsidieontvanger niet in aanmerking voor subsidie voor het demonteren, verhuizen en weer opbouwen van bouwwerken, bedoeld in [artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a, b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.6&z=2024-09-03&g=2024-09-03).
8. Een door een taxateur opgesteld taxatierapport van de in het eerste lid bedoelde marktwaarde van de op de hervestigingslocatie aanwezige bouwwerken, erfgrond, cultuurgrond en bedrijfswoning of van de in het eerste lid bedoelde vervangingswaarde van de bouwwerken op de te verlaten veehouderijlocatie, voldoet aan de eisen die zijn opgenomen in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&bijlage=2&z=2024-09-03&g=2024-09-03) bij de regeling.
##### Artikel 3.9. Bijdrage sloopkosten ten behoeve van het terugbrengen van de te verlaten veehouderijlocatie naar een uit milieuoogpunt bevredigende toestand
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
1. De in [artikel 3.6, eerste lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.6&z=2024-09-03&g=2024-09-03), bedoelde bijdrage bedraagt 100 procent van de werkelijke kosten voor het slopen en verwijderen van de op de te verlaten veehouderijlocatie aanwezige bouwwerken, tot een maximum van € 45,– per vierkante meter, van het totaal van de te slopen en te verwijderen bouwwerken.
2. Indien op grond van [artikel 3.6, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.6&z=2024-09-03&g=2024-09-03), een subsidieontvanger in aanmerking komt voor subsidie voor het demonteren van een bouwwerk, teneinde dit bouwwerk te verhuizen en weer op te bouwen op de hervestigingslocatie, komt de subsidieontvanger niet in aanmerking voor subsidie op grond van artikel 3.6, eerste lid, onderdeel e, voor het slopen van hetzelfde bouwwerk.
3. Onvoorwaardelijk ontvangen gelden voor bij de sloop vrijgekomen materialen die worden vervreemd door de subsidieontvanger, worden verrekend met de subsidie die wordt ontvangen op grond van [artikel 3.6, eerste lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.6&z=2024-09-03&g=2024-09-03).
4. Onder de in het eerste lid bedoelde werkelijke kosten voor het slopen wordt tevens begrepen de leges voor vergunningen en planologische procedures voor de te verlaten veehouderijlocatie, alsmede de kosten voor het laten uitvoeren van een flora- en fauna-onderzoek.
##### Artikel 3.10. Bijdrage investeringen die leiden tot modernisering van de bouwwerken of voorzieningen
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
1. De in [artikel 3.6, eerste lid, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.6&z=2024-09-03&g=2024-09-03), bedoelde bijdrage ten behoeve van een investering die leidt tot modernisering van de bouwwerken of voorzieningen in verband met verplaatsing van de veehouderijonderneming naar een hervestigingslocatie, bedraagt 65 procent van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 100.000 per subsidieaanvrager.
2. In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie 80 procent van de subsidiabele kosten, indien de veehouder die een veehouderijonderneming verplaatst een jonge landbouwer is.
3. Een jonge landbouwer als bedoeld in het tweede lid is een landbouwer die jonger is dan 40 jaar op 31 december van het jaar waarin de steun wordt aangevraagd, die bedrijfshoofd is en beschikt over de vereiste passende opleiding of vaardigheden.
4. Voor een bijdrage ten behoeve van een investering die leidt tot modernisering als bedoeld in het eerste lid komen in aanmerking de investeringen, bedoeld in [paragraaf 2a, onderdeel 2.2, van de bijlage bij de artikelen 1a en 2 van de Aanwijzingsregeling willekeurige afschrijving en investeringsaftrek milieu-investeringen 2009](onbekend).
##### Artikel 3.11. Bijdrage kosten inhuur deskundigen die direct verbonden zijn met de uitvoering van de bedrijfsverplaatsing
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
1. De in [artikel 3.6, eerste lid, onderdeel g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.6&z=2024-09-03&g=2024-09-03), bedoelde bijdrage bedraagt 95 procent van de subsidiabele kosten.
2. Het maximum subsidiebedrag per aanvrager bedraagt € 25.000 per subsidieaanvrager.
3. Als subsidiabele kosten komen de volgende kosten derden in aanmerking:
- a. kosten voor de makelaar, de accountant, de bedrijfsadviseur en de financiële instelling in verband met het verplaatsen naar een hervestigingslocatie;
- b. kosten van een door een taxateur uitgevoerde taxatie naar de marktwaarde van de hervestigingslocatie;
- c. kosten voor de architect die is ingeschreven in het register als bedoeld in [artikel 2 van de Wet op de architectentitel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004189&artikel=2), en de bouwkundige of bouwkundig inspecteur.
4. De subsidie voor de in het eerste lid genoemde kosten voor de inhuur van deskundigen en gelijkwaardige dienstverleners ter uitvoering van de bedrijfsverplaatsing wordt uitsluitend verstrekt, indien de dienst:
- a. wordt uitgevoerd door een onafhankelijke, gediplomeerde deskundige, die is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel of een ander handelsregister dat is gebaseerd op [Richtlijn (EU) 2017/1132](32017L1132) van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 aangaande bepaalde aspecten van het vennootschapsrecht (PbEU 2017, L 269), en over aantoonbare kennis beschikt over het onderwerp waarop de dienst betrekking heeft;
- b. een eenmalig karakter heeft en enkel betrekking heeft op de bedrijfsverplaatsing; en
- c. niet behoort tot de gewone bedrijfsuitgaven van de veehouderijonderneming.
##### Artikel 3.12. Niet-subsidiabele kosten
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
1. In afwijking van [artikel 3.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.6&z=2024-09-03&g=2024-09-03), komen de volgende kosten in ieder geval niet in aanmerking voor subsidie:
- a. de kosten, bedoeld in randnummer 154 van het landbouwsteunkader;
- b. kosten van het saneren van de bodem, het erf en toebehoren;
- c. kosten en investeringen ten behoeve van het overnemen van de bedrijfswoning inclusief ondergrond, erf en cultuurgrond;
- d. loonkosten;
- e. de met verhoging van de productiecapaciteit van de bouwwerken op de hervestigingslocatie ten opzichte van de productiecapaciteit van de bouwwerken op de te verlaten veehouderijlocatie gepaard gaande investeringskosten.
2. In aanvulling op het eerste lid, komen de kosten, bedoeld in [artikel 3.11, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.11&z=2024-09-03&g=2024-09-03), niet in aanmerking voor subsidie, indien er ten aanzien van de aanvrager een subsidie is verstrekt op grond van [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=2&z=2024-09-03&g=2024-09-03) van deze regeling voor dezelfde kosten.
##### Artikel 3.13. Realisatietermijn
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
1. De op grond van dit hoofdstuk gesubsidieerde activiteiten worden uitgevoerd binnen zesendertig maanden na de datum van de beschikking tot subsidieverlening.
2. Indien op grond van [artikel 3.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.3&z=2024-09-03&g=2024-09-03), de termijn, genoemd in het eerste lid van dat artikel, eenmalig met zes maanden is verlengd, wordt de in het eerste lid genoemde termijn tevens met zes maanden verlengd.
3. De op grond van dit hoofdstuk gesubsidieerde activiteiten worden voor het indienen van een aanvraag om subsidievaststelling door de subsidieontvanger voltooid.
##### Artikel 3.14. Openstellingsperiode
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
1. Een aanvraag kan worden ingediend in de periode van 6 januari 2025 tot en met 30 november 2027.
2. Aanvragen kunnen worden ingediend vanaf 09.00 uur op de in het eerste lid genoemde begindatum en zijn tijdig ingediend indien zij op de in het eerste lid genoemde einddatum vóór 17.00 uur zijn ontvangen.
##### Artikel 3.15. Informatieverplichtingen
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
1. Onverminderd [artikel 1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=1&artikel=1.6&z=2024-09-03&g=2024-09-03) bevat de aanvraag een opgave van de voor de veehouderijonderneming op de te verlaten veehouderijlocatie gebruikte bouwwerken waarbij de productiecapaciteit van deze bouwwerken wordt uitgedrukt in grootvee-eenheden.
2. Bij de aanvraag worden de volgende bescheiden gevoegd:
- a. voor zover van toepassing, een kopie inclusief bijlagen van de omgevingsrechtelijke melding, de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit en de omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit betreffende de hervestigingslocatie waarop de aanvraag betrekking heeft;
- b. indien de hervestigingslocatie is gelegen in Nederland, een kopie van de uitkomsten van de berekening van de stikstofvracht op de hervestigingslocatie, bedoeld in [artikel 3.3, vierde lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.3&z=2024-09-03&g=2024-09-03);
- c. een actuele kaart van de te verlaten veehouderijlocatie, met aanduiding van de voor de veehouderijonderneming gebruikte bouwwerken, waarbij de productiecapaciteit per bouwwerk wordt uitgedrukt in grootvee-eenheden;
- d. een kopie van het taxatierapport betreffende de vervangingswaarde van de bouwwerken op de te verlaten veehouderijlocatie;
- e. een kopie van het taxatierapport betreffende de marktwaarde van de bouwwerken op de hervestigingslocatie;
- f. een investeringsbegroting, betreffende de voorgenomen investering in vervanging van bouwwerken op de hervestigingslocatie als bedoeld in [artikel 3.8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.8&z=2024-09-03&g=2024-09-03), en de voorgenomen investering die leidt tot modernisering van de bouwwerken of voorzieningen op de hervestigingslocatie als bedoeld in [artikel 3.10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.10&z=2024-09-03&g=2024-09-03), waaruit tevens de financiële haalbaarheid van de genoemde investering blijkt;
- g. offertes voor het demonteren, verhuizen en opbouwen van voorzieningen en verhuizen van tractoren, landbouwwerktuigen en landbouwhuisdieren van de te verlaten veehouderijlocatie naar de hervestigingslocatie;
- h. indien de hervestigingslocatie is gelegen in een andere lidstaat van de Europese Unie dan Nederland, gegevens waaruit blijkt:
- 1°. dat de hervestigingslocatie voldoet aan de geldende planologische regelgeving;
- 2°. dat de op de hervestigingslocatie bestaande bouwwerken voldoen aan de geldende bouwkundige voorschriften;
- 3°. dat de hervestigingslocatie voldoet aan de geldende regelgeving ter implementatie van Richtlijn van de Raad van 12 december 1991 inzake de bescherming van water tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen (91/676/EEG) en [Richtlijn 2000/60/EG](32000L0060) van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PbEG 2000, L 327);
- 4°. dat de hervestigingslocatie voldoet aan de geldende regelgeving ter implementatie van [Richtlijn 92/43/EEG](31992L0043) van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEG 1992, L 206) en [Richtlijn 2009/147/EG](32009L0147) van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand (PbEU 2010, L 20);
- 5°. dat de hervestigingslocatie voldoet aan de geldende regelgeving inzake de emissies van geur en fijnstof;
- 6°. dat de hervestigingslocatie voldoet aan de geldende regelgeving inzake de emissies van broeikasgassen.
3. Voor zover de in het tweede lid genoemde gegevens zijn opgesteld in een andere taal dan het Nederlands, omdat de hervestigingslocatie is gelegen in een andere lidstaat van de Europese Unie dan Nederland, dienen ze voorzien te zijn van een door een beëdigd vertaler opgestelde vertaling in het Nederlands.
4. Onverminderd het eerste, tweede en derde lid bevat een aanvraag tot subsidieverlening, wanneer de subsidie wordt aangevraagd door een jonge landbouwer als bedoeld in [artikel 3.10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.10&z=2024-09-03&g=2024-09-03), de notariële akte van overdracht van aandelen of van de oprichting van de besloten vennootschap en het aandelenregister of de door alle maten getekende maatschapsakte met vermelding van alle maten.
##### Artikel 3.16. Fasering sluiting van de te verlaten veehouderijlocatie
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
1. De subsidieontvanger voldoet aan:
- a. het vereiste de onherroepelijke overeenkomst, bedoeld in [artikel 3.19, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.19&z=2024-09-03&g=2024-09-03), binnen zes maanden na de datum van de beschikking tot subsidieverlening ondertekend aan de minister te zenden;
- b. de vereisten, vermeld in [artikel 3.4, tweede lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.4&z=2024-09-03&g=2024-09-03), voor zover van toepassing, binnen zes maanden nadat de veehouderijonderneming de minister schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van het aanvangen van de veehouderijonderneming op de hervestigingslocatie, bedoeld in [artikel 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.3&z=2024-09-03&g=2024-09-03);
- c. het vereiste, vermeld in [artikel 3.4, tweede lid, onderdeel h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.4&z=2024-09-03&g=2024-09-03), binnen twaalf maanden nadat de veehouderijonderneming de minister schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van het aanvangen van de veehouderijonderneming op de hervestigingslocatie, bedoeld in [artikel 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.3&z=2024-09-03&g=2024-09-03).
2. De termijn, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, kan op verzoek van de subsidieontvanger eenmalig met zes maanden worden verlengd.
3. Het afbreken en verwijderen van de bouwwerken, bedoeld in [artikel 3.4, tweede lid, onderdeel h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.4&z=2024-09-03&g=2024-09-03), vindt niet eerder plaats dan nadat de minister heeft geconstateerd dat uitvoering is gegeven aan de in artikel 3.4, tweede lid, onderdelen a en b, bedoelde vereisten.
##### Artikel 3.17. Algemene verplichtingen subsidieontvanger
1. Onverminderd [artikel 1.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=1&artikel=1.10&z=2024-10-01&g=2024-08-15) dient de subsidieontvanger jaarlijks, totdat de aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend, een tussenrapportage in bij de minister, die informatie bevat over de uitvoering van de in [artikel 3.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.4&z=2024-10-01&g=2024-08-15), bedoelde vereisten.
1. Onverminderd [artikel 1.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=1&artikel=1.10&z=2024-09-03&g=2024-09-03) dient de subsidieontvanger jaarlijks, totdat de aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend, een tussenrapportage in bij de minister, die informatie bevat over de uitvoering van de in [artikel 3.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.4&z=2024-09-03&g=2024-09-03), bedoelde vereisten.
2. De beschikking tot subsidieverlening vermeldt op welke tijdstippen verslag wordt gedaan.
3. De subsidieontvanger verstrekt de minister binnen twee weken na het aanvangen van de veehouderijonderneming op de hervestigingslocatie als bedoeld in [artikel 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.3&z=2024-10-01&g=2024-08-15), de volgende bescheiden:
3. De subsidieontvanger verstrekt de minister binnen twee weken na het aanvangen van de veehouderijonderneming op de hervestigingslocatie als bedoeld in [artikel 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.3&z=2024-09-03&g=2024-09-03), de volgende bescheiden:
- a. indien de hervestigingslocatie is gelegen in Nederland, een bewijs waarmee wordt aangetoond dat het unieke registratienummer voor de hervestigingslocatie is geactiveerd;
- b. een bewijs waarmee wordt aangetoond dat het unieke registratienummer voor de te verlaten veehouderijlocatie is beëindigd;
- c. een afschrift van de getekende overeenkomst, bedoeld in [artikel 3.4, tweede lid, onderdeel g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.4&z=2024-10-01&g=2024-08-15);
- c. een afschrift van de getekende overeenkomst, bedoeld in [artikel 3.4, tweede lid, onderdeel g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.4&z=2024-09-03&g=2024-09-03);
- d. indien de hervestigingslocatie is gelegen in een andere lidstaat van de Europese Unie dan Nederland, een verklaring dat de veehouderijonderneming is aangevangen op de hervestigingslocatie.
4. De subsidieontvanger verstrekt de minister binnen twee weken na verloop van de in [artikel 3.16, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.16&z=2024-10-01&g=2024-08-15), bedoelde termijn informatie over de wijze waarop uitvoering is gegeven aan de in [artikel 3.4, tweede lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.4&z=2024-10-01&g=2024-08-15), bedoelde vereisten.
4. De subsidieontvanger verstrekt de minister binnen twee weken na verloop van de in [artikel 3.16, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.16&z=2024-09-03&g=2024-09-03), bedoelde termijn informatie over de wijze waarop uitvoering is gegeven aan de in [artikel 3.4, tweede lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.4&z=2024-09-03&g=2024-09-03), bedoelde vereisten.
5. De in het eerste, derde en vierde lid bedoelde informatieverstrekking vindt plaats met gebruikmaking van een daartoe door de minister ter beschikking gesteld middel.
6. Bij de in het vierde lid bedoelde informatieverstrekking worden de volgende bescheiden gevoegd:
- a. een kopie van de omgevingsrechtelijke melding, dan wel intrekking of wijziging van de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit, bedoeld in [artikel 3.4, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.4&z=2024-10-01&g=2024-08-15);
- a. een kopie van de omgevingsrechtelijke melding, dan wel intrekking of wijziging van de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit, bedoeld in [artikel 3.4, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.4&z=2024-09-03&g=2024-09-03);
- b. een kopie van het besluit, of indien het besluit nog niet is vastgesteld, het ingediende verzoek om een besluit, tot intrekking van de omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit of, indien op de locatie na de sluiting andere activiteiten worden verricht, de berekening van de stikstofdepositie als gevolg van die activiteiten;
- c. indien uit de in onderdeel b bedoelde berekening blijkt dat deze activiteiten stikstofdepositie op overbelast Natura 2000-gebied veroorzaken: een kopie van het besluit van gedeputeerde staten respectievelijk het bevoegd gezag, bedoeld in [artikel 3.4, tweede lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.4&z=2024-10-01&g=2024-08-15);
- d. een kopie van het verzoek, bedoeld in [artikel 3.4, tweede lid, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.4&z=2024-10-01&g=2024-08-15), en van een bericht van de gemeente waaruit blijkt dat het verzoek in behandeling is genomen.
7. De subsidieontvanger houdt zich aan de verplichtingen die hij jegens de Staat der Nederlanden is aangegaan op grond van [artikel 3.4, tweede lid, onderdeel g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.4&z=2024-10-01&g=2024-08-15).
- c. indien uit de in onderdeel b bedoelde berekening blijkt dat deze activiteiten stikstofdepositie op overbelast Natura 2000-gebied veroorzaken: een kopie van het besluit van gedeputeerde staten respectievelijk het bevoegd gezag, bedoeld in [artikel 3.4, tweede lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.4&z=2024-09-03&g=2024-09-03);
- d. een kopie van het verzoek, bedoeld in [artikel 3.4, tweede lid, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.4&z=2024-09-03&g=2024-09-03), en van een bericht van de gemeente waaruit blijkt dat het verzoek in behandeling is genomen.
7. De subsidieontvanger houdt zich aan de verplichtingen die hij jegens de Staat der Nederlanden is aangegaan op grond van [artikel 3.4, tweede lid, onderdeel g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.4&z=2024-09-03&g=2024-09-03).
8. De subsidieontvanger stelt geen ruimte voor stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied die voor de te verlaten veehouderijlocatie bestaat of bestond ingevolge de bestaande vergunningen, in het kader van extern salderen geheel of gedeeltelijk ter beschikking voor andere activiteiten met het oog op een daarvoor aangevraagde of aan te vragen omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit;
@@ -140,19 +320,65 @@
##### Artikel 3.18. Gegevensverwerking
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
1. De minister kan met het oog op de uitvoering van deze regeling gegevens over aanvragen op grond van deze regeling verstrekken aan het bevoegd gezag, bedoeld in [artikel 3.4, tweede lid, onderdelen c en e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.4&z=2024-09-03&g=2024-09-03).
2. De minister kan gegevens die de subsidieontvanger heeft verschaft in het kader van de subsidieverstrekking gebruiken voor:
- a. het opnemen van depositieruimte in Aerius Register, bedoeld in [hoofdstuk 17A van de Omgevingsregeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0045528&hoofdstuk=17a);
- b. de toepassing van [artikel 20.1, eerste lid, van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=20.1), de [artikelen 11.68](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041313&artikel=11.68), [11.69](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041313&artikel=11.69), [11.69a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041313&artikel=11.69a), [11.69c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041313&artikel=11.69c), [12.26b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041313&artikel=12.26b) en [12.26c van het Besluit kwaliteit leefomgeving](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041313&artikel=12.26c) en de [artikelen 10.36dc](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041278&artikel=10.36dc) en [15.5 van het Omgevingsbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041278&artikel=15.5).
##### Artikel 3.19. Bevoorschotting
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
1. De minister verstrekt de subsidieontvanger op aanvraag uiterlijk zes weken na het ontvangen van de onherroepelijke overeenkomst inzake de overname van de door de veehouder gekozen hervestigingslocatie, een voorschot van 60 procent van het subsidiebedrag.
2. De minister verstrekt de subsidieontvanger een voorschot van 30 procent van het subsidiebedrag uiterlijk zes weken na het ontvangen van de in [artikel 3.17, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.17&z=2024-09-03&g=2024-09-03), genoemde bescheiden.
##### Artikel 3.20. Aanvraag subsidievaststelling
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
1. De aanvraag om subsidievaststelling wordt uiterlijk dertien weken na voltooiing van de op grond van dit hoofdstuk gesubsidieerde activiteiten ingediend.
2. Onverminderd [artikel 1.12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=1&artikel=1.12&z=2024-09-03&g=2024-09-03), bevat een verzoek tot subsidievaststelling:
- a. gegevens die aantonen welke subsidiabele activiteiten zijn uitgevoerd, alsmede de hieraan verbonden kosten derden;
- b. kopieën van de voor de hervestigingslocatie benodigde vergunningen en toestemmingen;
- c. indien het subsidiebedrag € 125.000 of meer bedraagt, een controleverklaring van een accountant of accountant-administratieconsulent als bedoeld in [artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=393), waaruit blijkt dat met de aanvraag wordt voldaan aan de voorschriften bedoeld in [artikel 4:45 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:45);
- d. indien de omvang van de vast te stellen subsidie € 25.000 tot € 125.000 bedraagt, een verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten, waarin de subsidieontvanger aangeeft:
- 1°. dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend zijn verricht, voorzien van een korte toelichting op welke activiteiten zijn uitgevoerd en door wie, in welke periode of op welke data deze activiteiten zijn uitgevoerd;
- 2°. dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan;
- 3°. wat het totale bedrag is van de gerealiseerde kosten die met de activiteiten, bedoeld in subonderdeel 1°, gemoeid zijn;
- 4°. wat het totale bedrag van de gerealiseerde opbrengsten is, inclusief bijdragen van derden die met de activiteiten, bedoeld in subonderdeel 1°, gemoeid zijn; en
- 5°. wat het totale bedrag van de gerealiseerde eigen bijdrage is die met de activiteiten, bedoeld in subonderdeel 1°, gemoeid is;
- e. voor zover de in het tweede lid genoemde gegevens zijn opgesteld in een andere taal dan het Nederlands, omdat de hervestigingslocatie is gelegen in een andere lidstaat van de Europese Unie dan Nederland, dienen ze voorzien te zijn van een door een beëdigd vertaler opgestelde vertaling in het Nederlands.
##### Artikel 3.21. Staatssteun
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
1. De subsidie, bedoeld in [artikel 3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050183&hoofdstuk=3&artikel=3.2&z=2024-09-03&g=2024-09-03), bevat staatssteun.
2. De minister maakt, gelet op het landbouwsteunkader, na de datum van de subsidievaststelling de volgende gegevens over de subsidieverstrekking bekend:
- a. de naam van de subsidieontvanger;
- b. de hoogte van het verstrekte subsidiebedrag;
- c. de datum van de subsidievaststelling;
- d. het feit dat de subsidieverstrekking betrekking heeft op een onderneming die voldoet aan de in artikel 2, eerste lid, van bijlage I bij de groepsvrijstellingsverordening landbouw vastgestelde criteria;
- e. de provincie op het grondgebied waarin de te verlaten veehouderijlocatie en de hervestigingslocatie zich bevinden;
- f. de voornaamste economische sector waarin de subsidieontvanger ten tijde van de subsidieaanvraag actief was.
3. De gegevens, bedoeld in het tweede lid, blijven ten minste tien jaar openbaar beschikbaar.
### Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
2024-08-15
Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting — v
original version
Tekst op deze datum