Wijzigingsgeschiedenis
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen)
18 versions
· 2021-09-02
2021-09-02
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2021-05-06
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2020-01-01
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2019-03-01
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2019-01-01
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2018-06-01
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2018-01-01
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2016-10-01
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2013-10-01
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2012-03-01
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2012-01-01
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2010-09-30
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2009-10-01
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2009-04-17
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2007-02-01
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2006-09-01
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2005-02-25
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
Wijzigingen op 2005-02-25
@@ -2173,2609 +2173,3 @@
TEN BLIJKE WAARVAN de Gevolmachtigden dit verdrag hebben ondertekend en voorzien van hun zegel.
GEDAAN te Den Haag op 25 februari 2005, in drievoud, in de Nederlandse en in de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.
##### Artikel 4.4bis. i-DEPOT
1. Het Bureau kan onder de naam „i-DEPOT” bewijs verstrekken van het bestaan van stukken op de datum van hun ontvangst.
2. De stukken worden gedurende een bepaalde termijn door het Bureau bewaard. Dit gebeurt onder strikte geheimhouding, tenzij de indiener daarvan uitdrukkelijk afstand doet.
3. De modaliteiten van deze dienst worden bij uitvoeringsreglement bepaald.
### HOOFDSTUK 3. RECHTERLIJKE BEVOEGDHEID
### HOOFDSTUK 4. OVERIGE BEPALINGEN
## TITEL V. OVERGANGSBEPALINGEN
## TITEL VI. SLOTBEPALINGEN
De Hoge Verdragsluitende Partijen, wensende uitvoering te geven aan [artikel 1.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.6&z=2013-10-01&g=2013-10-01), van het Benelux Verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen) dat bepaalt dat de Hoge Verdragsluitende Partijen een protocol zullen sluiten waarin de voorrechten en immuniteiten worden vastgelegd welke nodig zijn voor de uitoefening van de taken en het bereiken van de doelstellingen van de Organisatie;
Zijn het volgende overeengekomen:
De Raad van Bestuur van het Benelux-Merkenbureau en de Raad van Bestuur van het Benelux-Bureau voor Tekeningen of Modellen,
gelet op de artikelen 5.5 en 6.2 van het Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen),
stellen hierbij, op 1 juni 2006, het volgende reglement vast:
## TITEL I. Merken
### HOOFDSTUK 1. HET BENELUX MERK
##### Regel 1.1. Depotvereisten
1. Het Beneluxdepot van een merk wordt verricht in het Nederlands, Frans of Engels door de indiening van een document, bevattende:
- a. naam en adres van de deposant; indien deposant een rechtspersoon is onder vermelding van zijn rechtsvorm;
- b. in voorkomend geval, naam en adres van de gemachtigde, of het in regel 3.6 bedoelde correspondentieadres;
- c. het merk;
- d. de opgave van de waren en diensten, waarvoor het merk is bestemd. Dit zoveel mogelijk met vermelding van de nummers van de klassen waarin deze waren en diensten volgens de [Overeenkomst van Nice](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003894) vallen;
- e. de aanduiding of het merk een woordmerk, een beeldmerk, een gecombineerd woord-beeldmerk, een vormmerk danwel een ander type merk is. In dit laatste geval dient eveneens te worden aangeduid welk type merk het betreft;
- f. de vermelding van de kleur of kleuren in woorden; in voorkomend geval voorzien van de daarmee overeenkomende kleurcode;
- g. de handtekening van de deposant of zijn gemachtigde.
2. Er kan een beschrijving in niet meer dan vijftig woorden van de onderscheidende elementen van het merk worden vermeld.
##### Regel 1.2. Collectief merk
1. Bij het depot dient in voorkomend geval te worden vermeld dat het een collectief merk betreft.
2. In dat geval dient het depot vergezeld te gaan van een reglement op het gebruik en het toezicht.
##### Regel 1.3. Vaststellen depotdatum; Regularisatie
1. De in artikel 2.5, lid 1, van het Verdrag bedoelde vereisten voor het vaststellen van een datum van depot, zijn die vermeld in regel 1.1, lid 1, sub a, c, d en e, en in regel 1.2, behoudens betaling van de basisrechten verschuldigd voor het depot binnen een termijn van een maand nadat aan voornoemde vereisten is voldaan.
2. Er wordt een termijn van minimaal een maand toegekend om aan de overige vereisten als bedoeld in artikel 2.5, lid 2, van het Verdrag te voldoen. Deze termijn kan ambtshalve en zal op verzoek worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden.
##### Regel 1.4. Prioriteit
1. Indien bij het depot een beroep wordt gedaan op het recht van voorrang, als bedoeld in artikel 2.6 van het Verdrag, dienen het land, de datum, het nummer en de houder van het depot, waarop het recht van voorrang berust, te worden vermeld. Indien de deposant van het merk in het land van oorsprong niet degene is, die het Beneluxdepot verricht, dan moet de laatstgenoemde aan zijn depot een document toevoegen, waaruit zijn rechten blijken.
2. De bijzondere verklaring betreffende het recht van voorrang, als bedoeld in artikel 2.6, lid 3, van het Verdrag, dient te bevatten: de naam en het adres van de deposant, zijn handtekening of die van zijn gemachtigde, in voorkomend geval naam en adres van de gemachtigde of het correspondentieadres als bedoeld in regel 3.6, een aanduiding van het merk, alsmede de in lid 1 bedoelde gegevens.
3. De deposant die zich op een recht van voorrang beroept is verplicht een afschrift van de documenten die dit recht van voorrang staven over te leggen.
4. Indien niet is voldaan aan het bepaalde in lid 1, 2 en 3 en in de regels 3.3 en 3.6, stelt het Bureau de betrokkene onverwijld daarvan in kennis en geeft hem een termijn van tenminste een maand om hieraan alsnog te voldoen. Deze termijn kan ambtshalve en zal op verzoek worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden. Het uitblijven van een tijdige reactie leidt tot verval van het recht van voorrang.
##### Regel 1.5. Publicatie depot
1. Het Bureau publiceert, conform het bepaalde in artikel 2.5, lid 5, van het Verdrag, de ingediende depots en vermeldt:
- a. de datum en het nummer van het depot;
- b. naam en adres van de deposant;
- c. in voorkomend geval, naam en adres van de gemachtigde;
- d. het merk;
- e. de waren en diensten, ingedeeld in klassen volgens de in de [Overeenkomst van Nice](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003894) bedoelde classificatie;
- f. het type merk;
- g. in voorkomend geval de vermelding dat het een collectief merk betreft;
- h. in voorkomend geval, de gegevens van de beeldmerkclassificatie zoals bedoeld in de [Overeenkomst van Wenen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003767) van 12 juni 1973 tot instelling van een internationale classificatie van beeldbestanddelen van merken;
- i. in voorkomend geval de door deposant opgegeven omschrijving van onderscheidende elementen;
- j. in voorkomend geval de vermelding van de kleur of kleuren in woorden; in voorkomend geval voorzien van de daarmee overeenkomende kleurcode;
- k. in voorkomend geval dat er, overeenkomstig artikel 2.6, van het Verdrag een recht van voorrang werd ingeroepen, onder vermelding van datum, nummer en land van dit recht van voorrang. Daarbij wordt in voorkomend geval vermeld dat nog niet werd voldaan aan het vereiste van regel 1.4, lid 3;
- l. de datum waarop de termijn voor het instellen van een oppositie tegen het merk verstrijkt.
2. Indien er in de publicatie van de gegevens van een depot, zoals vermeld in lid 1, een vergissing werd begaan die er toe zou kunnen leiden dat belanghebbenden over verkeerde informatie beschikten om te beslissen al dan niet oppositie in te stellen tegen het betreffende merk, verricht het Bureau een gecorrigeerde publicatie. Daarmee gaat de termijn voor het instellen van oppositie tegen het depot opnieuw lopen.
3. In voorkomend geval wordt een naar aanleiding van de eerdere, ingevolge lid 2 gecorrigeerde, publicatie reeds ingestelde oppositie op verzoek van de opposant verder buiten behandeling gelaten. Dit verzoek dient te worden verricht voor het einde van de oppositietermijn die ingevolge het bepaalde in lid 2 opnieuw gaat lopen. In dat geval worden de reeds betaalde rechten gerestitueerd. Indien de opposant niet verzoekt zijn oppositie verder buiten behandeling te laten wordt deze geacht tijdig te zijn ingesteld.
##### Regel 1.6. Inschrijving
1. Het Bureau schrijft het depot in het register in door vermelding van:
- a. het nummer van de inschrijving;
- b. de in regel 1.5, lid 1, bedoelde gegevens;
- c. de datum waarop de geldigheidsduur van de inschrijving verstrijkt;
- d. de datum van inschrijving van het merk.
2. Het Bureau geeft onverwijld uitvoering aan de in artikelen 2.12 en 2.17 van het Verdrag bedoelde rechterlijke beslissingen, zodra zij niet meer vatbaar zijn voor verzet, hoger beroep of voorziening in cassatie.
3. Als datum van inschrijving geldt de dag waarop het Bureau vaststelt dat het depot voldoet aan alle in het Verdrag en het onderhavige reglement gestelde vereisten voor inschrijving van het merk.
##### Regel 1.7. Spoedinschrijving
1. Het in artikel 2.8, lid 2, van het Verdrag bedoelde verzoek om onverwijld tot inschrijving van het depot over te gaan kan bij het depot of gedurende de inschrijvingsprocedure worden gedaan.
2. Het Bureau publiceert deze inschrijvingen, onder vermelding van de in regel 1.6 genoemde gegevens.
3. In voorkomend geval wordt bij de in lid 2 bedoelde publicatie de datum vermeld waarop de termijn voor het instellen van oppositie tegen het merk verstrijkt. De leden 2 en 3 van regel 1.5 zijn van overeenkomstige toepassing.
4. Het Bureau publiceert zijn besluiten om over te gaan tot doorhaling van de inschrijving ingevolge het bepaalde in artikel 2.8, lid 2, van het Verdrag. Deze publicatie vindt eerst plaats nadat het besluit tot doorhaling niet langer vatbaar is voor verzet, hoger beroep of voorziening in cassatie.
##### Regel 1.8. Internationaal depot
1. Als datum van inschrijving van internationale depots van merken waarbij de Benelux wordt aangeduid geldt de datum van de publicatie door het Internationaal Bureau van de door het Bureau verzonden verklaring bedoeld in regel 17, lid 6, a, i van het gemeenschappelijk uitvoeringsreglement bij de [Overeenkomst](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005273) en het [Protocol van Madrid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003002).
2. In uitzondering op het in het vorige lid bepaalde geldt, indien de houder van het internationale depot het Bureau verzoekt om ingevolge artikel 2.10, lid 3, van het Verdrag zijn depot onverwijld in te schrijven, de dag waarop het verzoek tot inschrijving aan het Bureau werd gedaan als datum van inschrijving. Het Bureau publiceert deze.
3. Indien het Bureau het Internationaal Bureau een kennisgeving op basis van artikel 2.13 lid 2, 2.18 lid 2 of 2.36 lid 2 van het Verdrag heeft toegezonden geldt als datum van inschrijving de datum van de publicatie door het Internationaal Bureau van de door het Bureau verzonden verklaring van op opheffing van de weigering, als bedoeld in regel 17, lid 5, a, i of ii van het van het gemeenschappelijk uitvoeringsreglement bij [Overeenkomst](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005273) en [Protocol van Madrid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003002). Indien er verschillende gronden voor weigering van toepassing zijn geweest en indien deze op verschillende tijdstippen werden opgeheven geldt de datum van de laatste publicatie door het Internationaal Bureau van een door het Bureau toegestuurde verklaring van opheffing van de weigering als datum van inschrijving.
##### Regel 1.9. Vernieuwing
1. De vernieuwing van de inschrijving geschiedt door betaling aan het Bureau van het daartoe verschuldigde recht.
2. Het Bureau schrijft de vernieuwing in door aanpassing van de datum waarop de geldigheidsduur van de inschrijving verstrijkt.
3. Het Bureau zendt degene die daartoe het verschuldigde recht heeft betaald een bevestiging van de vernieuwing.
##### Regel 1.10. Regularisatie vernieuwing
Vervallen
##### Regel 1.11. Inschrijving vernieuwing
Vervallen
### HOOFDSTUK 2. AANVRAAG OM INTERNATIONALE INSCHRIJVING EN OM VERNIEUWING VAN DE INTERNATIONALE INSCHRIJVING
##### Regel 1.12. Internationale aanvragen en vernieuwingen
1. Ieder die de voorwaarden vervult van de [Overeenkomst](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005273)of het [Protocol van Madrid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003002) kan bescherming van zijn merk verkrijgen in daarbij aangesloten landen. Daartoe moet bij het Bureau een aanvraag ingediend worden voor een internationale inschrijving of tot uitbreiding van de bescherming tot andere landen. De vernieuwing van de internationale inschrijving kan worden gevraagd door tussenkomst van het Bureau, of rechtstreeks bij het Internationaal Bureau.
2. De aanvraag geschiedt door het indienen van een document, dat de aanduidingen bevat voorgeschreven in het gemeenschappelijk uitvoeringsreglement van de [Overeenkomst](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005273)en het [Protocol van Madrid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003002), zo nodig met toevoeging van de stukken voorgeschreven in bedoeld uitvoeringsreglement.
3. Ten aanzien van deze aanvragen en van verzoeken tot wijziging van de internationale inschrijving vinden de regels 3.1, 3.3, 3.6 en 3.7 overeenkomstige toepassing.
4. Bij deze aanvragen en verzoeken dient betaling van de ingevolge de [Overeenkomst](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005273)en het [Protocol van Madrid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003002) verschuldigde rechten te worden verricht, voor zover deze niet rechtstreeks aan het Internationaal Bureau worden voldaan, alsmede betaling van het bemiddelingsrecht voor het Bureau, indien dit verschuldigd is.
5. Het Bureau zendt de in deze regel bedoelde aanvragen en verzoeken, die aan de in deze regel bedoelde vereisten voldoen, onverwijld door aan het Internationaal Bureau.
6. De datum van de aanvraag is de datum van ontvangst van de aanvraag door het Bureau.
7. Onverminderd het bepaalde in lid 6 kan de datum van een aanvraag gebaseerd op de [Overeenkomst van Madrid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005273) geen eerdere zijn dan de datum van inschrijving van het Beneluxmerk. Het Bureau verschuift in dat geval de datum van de aanvraag naar de datum van inschrijving van het Beneluxmerk.
8. Onverminderd het bepaalde in lid 6 en 7 stelt het Internationaal Bureau de datum van de aanvraag vast op het moment van ontvangst van de aanvraag bij het Internationaal Bureau indien er tussen het moment van ontvangst door het Internationaal Bureau en ontvangst door het Bureau meer dan twee maanden zijn verstreken.
##### Regel 1.13. Taalgebruik voor aanvragen gebaseerd op het [Protocol van Madrid](onbekend)
Vervallen
##### Regel 1.14. Omzetting
De aanvraag om inschrijving zoals bedoeld in [artikel 9quinquies van het Protocol van Madrid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003002&artikel=9quinquies) moet vergezeld zijn van een bewijs van de doorhaling van de internationale inschrijving.
### HOOFDSTUK 3. WEIGERING EN OPPOSITIE
##### Regel 1.15. Bezwaartermijn weigering
1. De termijn bedoeld in artikel 2.11, lid 3, en 2.13, lid 2, van het Verdrag om te antwoorden op de voorlopige weigering, bedraagt ten minste een maand; deze termijn kan ambtshalve en zal op verzoek worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden.
2. In voorkomend geval dient een deposant die zich tegen de voorlopige weigering verzet binnen de in lid 1 genoemde termijn eveneens te voldoen aan de vereisten van regel 3.6 en 3.7.
3. Het Bureau geeft onverwijld uitvoering aan de in artikel 2.12, lid 1, van het Verdrag bedoelde rechterlijke beslissingen zodra zij niet meer vatbaar zijn voor voorziening in cassatie.
##### Regel 1.16. Oppositiegegevens
1. De oppositie wordt ingediend door middel van een document, dat de volgende gegevens bevat:
- a. de naam van opposant;
- b. in voorkomend geval, de vermelding dat opposant optreedt in de hoedanigheid van licentiehouder van het oudere merk;
- c. gegevens ter identificatie van het oudere merk;
- d. de waren of diensten van het ingeroepen oudere merk waarop de oppositie berust. Indien een dergelijke vermelding ontbreekt wordt de oppositie verondersteld te berusten op alle waren en diensten waarop het oudere merk betrekking heeft;
- e. gegevens ter identificatie van het merk waartegen de oppositie is gericht;
- f. de waren of diensten waartegen de oppositie is gericht. Indien een dergelijke vermelding ontbreekt, wordt de oppositie verondersteld te zijn gericht tegen alle waren en diensten waarop het geopponeerde merk betrekking heeft;
- g. de voorkeuren betreffende het taalgebruik.
2. In voorkomend geval dienen stukken te worden overgelegd die de bevoegdheid van de licentiehouder aantonen.
3. Op het document dienen in voorkomend geval naam en adres van de gemachtigde of het in regel 3.6 bedoelde correspondentieadres te worden vermeld.
4. De in lid 1, sub d en f, bedoelde gegevens kunnen door enkele opgave van de nummers van de betreffende waren- of dienstenklassen worden vermeld. De waren of diensten waarop de oppositie berust of waartegen deze is gericht kunnen tot het moment van de in regel 1.17, lid 1, sub i, bedoelde beslissing door de opposant worden beperkt.
### HOOFDSTUK 4. CONVERSIES VAN GEMEENSCHAPSMERKEN
## TITEL II. Tekeningen of modellen
##### Regel 2.1. Depotvereisten
1. Het Beneluxdepot van een tekening of model geschiedt in het Nederlands, Frans of Engels door de indiening van een document, bevattende:
- a. naam en adres van de deposant; indien deposant een rechtspersoon is onder vermelding van zijn rechtsvorm;
- b. afbeelding(en) van het uiterlijk van het voortbrengsel;
- c. de vermelding van het voortbrengsel, waarin de tekening of het model is of wordt belichaamd;
- d. een omschrijving van de kleur of de kleuren van de tekening of het model; in voorkomend geval voorzien van de daarmee overeenstemmende kleurcode;
- e. de handtekening van de deposant of zijn gemachtigde.
2. Het document kan bovendien bevatten:
- a. een beschrijving in niet meer dan honderdvijftig woorden van de kenmerkende eigenschappen van het nieuwe uiterlijk van het voortbrengsel;
- b. de naam van de werkelijke ontwerper van de tekening of het model;
- c. een verzoek om opschorting van de publicatie van de inschrijving, als bedoeld in regel 2.5.
3. In voorkomend geval dienen naam en adres van de gemachtigde, of het in regel 3.6 bedoelde correspondentieadres te worden vermeld.
4. Het voortbrengsel, waarin de tekening of het model is of wordt belichaamd, moet nauwkeurig worden aangegeven en bij voorkeur met gebruikmaking van de bewoordingen van de alfabetische lijst van de internationale classificatie, bedoeld in de Overeenkomst van Locarno van 8 oktober 1968 tot instelling van een internationale classificatie voor tekeningen en modellen van nijverheid.
##### Regel 2.2. Meervoudig depot
Een Beneluxdepot kan verscheidene tekeningen of modellen bevatten tot ten hoogste vijftig. In zodanig geval is het bepaalde in [regel 2.1, lid 1, sub b, c en d, lid 2 en 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&artikel=2.1&z=2013-10-01&g=2013-10-01), ten aanzien van iedere tekening of model van toepassing. Iedere tekening of model dient aangeduid te worden met een verschillend nummer.
##### Regel 2.3. Vaststellen depotdatum en termijn regularisatie
1. De in artikel 3.9, lid 1, van het Verdrag bedoelde vereisten voor het vaststellen van een datum van depot, zijn die vermeld in regel 2.1, lid 1, sub a, b en c, behoudens betaling van de rechten verschuldigd voor het depot, binnen een termijn van een maand nadat aan voornoemde vereisten is voldaan.
2. De termijn bedoeld in artikel 3.9, lid 2, van het Verdrag om te voldoen aan de overige gestelde vereisten, bedraagt tenminste een maand. Deze termijn kan ambtshalve en zal op verzoek worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden.
3. In geval van een meervoudig depot is artikel 3.9, lid 3, van het Verdrag slechts van toepassing op de niet-geregulariseerde tekeningen of modellen.
##### Regel 2.4. Prioriteit
1. Indien bij het depot een beroep wordt gedaan op het recht van voorrang, als bedoeld in artikel 3.10 van het Verdrag, dienen het land, de dagtekening, het nummer en de houder van het depot, waarop het recht van voorrang steunt, te worden vermeld. Indien de deposant in het land van oorsprong niet degene is die het Beneluxdepot heeft verricht, dan moet de laatstgenoemde aan zijn depot een document toevoegen, waaruit zijn rechten blijken.
2. De bijzondere verklaring betreffende het recht van voorrang, als bedoeld in artikel 3.10 van het Verdrag, dient te bevatten: de naam en het adres van de deposant, zijn handtekening of die van zijn gemachtigde, in voorkomend geval naam en adres van de gemachtigde of het correspondentieadres als bedoeld in regel 3.6, een aanduiding van de tekening of het model, alsmede de in lid 1 bedoelde gegevens.
3. De deposant, die zich op een recht van voorrang beroept, is verplicht een afschrift van de documenten die dit recht van voorrang staven over te leggen.
4. Indien niet is voldaan aan het bepaalde in lid 1, 2 en 3 en in de regels 3.3 en 3.6, stelt het Bureau de betrokkene onverwijld daarvan in kennis en geeft hem een termijn van tenminste een maand om hieraan alsnog te voldoen. Deze termijn kan ambtshalve en zal op verzoek worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden. Het uitblijven van een tijdige reactie leidt tot verval van het recht van voorrang.
##### Regel 2.5. Opschorting publicatie
1. De deposant, die opschorting van de publicatie van de inschrijving wenst, dient hiertoe bij het depot een verzoek in te dienen onder opgave van de termijn, waarvoor opschorting van de publicatie gevraagd wordt.
2. De opschorting van de publicatie van de inschrijving van een meervoudig depot kan slechts gevraagd worden voor alle tekeningen en modellen tezamen en voor éénzelfde termijn.
3. Indien de deposant, die opschorting heeft gevraagd van de publicatie van de inschrijving van een meervoudig depot, bij afloop van de termijn van opschorting aan het Bureau meedeelt, dat hij slechts publicatie wenst van een deel van de tekeningen of modellen, dient hij dit te doen onder opgave van de nummers van de tekeningen of modellen waarvan hij publicatie wenst.
4. De deposant kan te allen tijde om beëindiging van de termijn van opschorting verzoeken.
##### Regel 2.6. Verzoek tweede publicatie
De termijn bedoeld in artikel 3.11, lid 3, van het Verdrag, gedurende welke de deposant aan het Bureau een tweede publicatie van de tekening of het model kan vragen, bedraagt drie maanden te rekenen van de datum van de eerste publicatie.
##### Regel 2.7. Inschrijving
1. Het Bureau schrijft het depot in het register in door vermelding van:
- a. het nummer van de inschrijving;
- b. de datum en het nummer van het depot;
- c. de in regel 2.1 bedoelde gegevens;
- d. in voorkomend geval, het ingeroepen recht van voorrang onder vermelding van het land, de dagtekening, het nummer en de houder van het depot waarop het ingeroepen recht van voorrang steunt overeenkomstig regel 2.4 lid 1;
- e. ingeval van opschorting van de publicatie van de inschrijving, de gegevens opgenomen in regel 2.5, lid 1;
- f. de datum waarop de geldigheidsduur van de inschrijving verstrijkt;
- g. het nummer van de klasse en de onderklasse van de internationale classificatie, bedoeld in de Overeenkomst van Locarno in welke het voortbrengsel, waarin de tekening of het model is of wordt belichaamd, is gerangschikt;
- h. de datum van inschrijving.
2. Als datum van inschrijving geldt de dag waarop het Bureau vaststelt dat het depot voldoet aan alle in het Verdrag en het onderhavige reglement gestelde vereisten.
3. Het Bureau zendt de houder onverwijld een bewijs van inschrijving toe.
##### Regel 2.8. Datum inschrijving internationale depots
Als datum van inschrijving van internationale depots van tekeningen of modellen waarbij de Benelux werd aangeduid geldt de datum van de in artikel 3.11, lid 1, van het Verdrag bedoelde publicatie.
##### Regel 2.9. Inschrijving handhaving gewijzigde vorm
Een verzoek tot inschrijving van de in artikel 3.24, lid 3, van het Verdrag bedoelde verklaring van de houder of rechterlijke beslissing dient te worden ingediend bij het Bureau en dient te bevatten de naam en het adres van de houder, zijn handtekening of die van zijn gemachtigde, in voorkomend geval naam en adres van de gemachtigde of het correspondentieadres als bedoeld in regel 3.6, alsmede het nummer van de inschrijving.
##### Regel 2.10. Inschrijving vordering tot opeising en doorhaling van deze inschrijving
1. Het verzoek tot inschrijving van de vordering tot opeising bedoeld in artikel 3.7, lid 1, van het Verdrag, dient te bevatten de naam en het adres van degene die de vordering instelt, zijn handtekening of die van zijn gemachtigde en, in voorkomend geval, naam en adres van de gemachtigde of het correspondentieadres als bedoeld in regel 3.6, alsmede de naam en het adres van de houder en het nummer van de inschrijving van het Benelux- of internationaal depot van de betreffende tekening of het betreffende model.
2. De in artikel 3.7, lid 1, van het Verdrag bedoelde inschrijving van de vordering tot opeising wordt op verzoek van de meest gerede partij doorgehaald. Deze dient daartoe, hetzij een rechterlijke beslissing waartegen geen hoger beroep of cassatie meer kan worden ingesteld, hetzij een stuk waaruit blijkt dat de vordering is ingetrokken, over te leggen.
##### Regel 2.11. Vernieuwing
De vernieuwing van de inschrijving geschiedt door betaling aan het Bureau van het daartoe verschuldigde recht. Indien de houder van een meervoudig depot gebruik wil maken van de mogelijkheid die wordt geopend door artikel 3.14, lid 4, van het Verdrag, dient hij de nummers te vermelden van de tekeningen of modellen waarvan hij de vernieuwing van de inschrijving wenst.
##### Regel 2.12. Inschrijving vernieuwing
1. Het Bureau schrijft de vernieuwingen in het register in door aanpassing van de datum waarop de geldigheidsduur van de inschrijving verstrijkt.
2. Het Bureau zendt degene die het daartoe verschuldigde recht heeft betaald een bevestiging van de vernieuwing toe.
## TITEL III. Bepalingen gemeenschappelijk aan merken en tekeningen of modellen
### HOOFDSTUK 1. AANPASSINGEN VAN INSCHRIJVINGEN
##### Regel 3.1. Wijzigingen in het register
1. Ieder verzoek tot wijziging van registergegevens met betrekking tot een Benelux depot of inschrijving dient aan het Bureau te worden gericht onder vermelding van het nummer van de inschrijving, de naam en het adres van de houder van het recht, zijn handtekening of die van zijn gemachtigde en, in voorkomend geval, naam en adres van de gemachtigde of het correspondentieadres bedoeld in regel 3.6. In voorkomend geval dient het verzoek van een bewijsstuk te zijn vergezeld.
2. Indien een zodanig verzoek de inschrijving betreft van een meervoudig depot van tekeningen of modellen maar geen betrekking heeft op alle tekeningen of modellen hierin, dient het de nummers te vermelden van de tekeningen of modellen waarom het gaat. Indien de overdracht of overgang het uitsluitend recht betreft op een of meer tekeningen of modellen die deel uitmaken van een meervoudig depot, wordt dit deel van het depot voortaan beschouwd als een zelfstandig depot.
3. De doorhaling van de inschrijving van een pandrecht of een beslag wordt verricht op basis van een bewijsstuk.
4. Er kan worden volstaan met het overleggen van een kopie van de akte waaruit overdracht, andere overgang, licentie of een pandrecht, als bedoeld in de artikelen 2.33 en 3.27 van het Verdrag, blijkt. Indien het Bureau gerede twijfel heeft over de juistheid van de verzochte wijziging kan het Bureau nadere informatie verzoeken, waaronder de indiening van originele stukken of gewaarmerkte kopieën daarvan.
5. Indien bij een verzoek als bedoeld in deze regel niet is voldaan aan het in dit reglement bepaalde of indien de verschuldigde rechten of vergoedingen niet of niet volledig zijn betaald, stelt het Bureau de betrokkene hiervan onverwijld in kennis. Onverminderd het bepaalde in regel 1.18, lid 5, geeft het hem een termijn van minimaal een maand om de gebreken alsnog op te heffen. Deze termijn kan ambtshalve en zal op verzoek worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden. Indien binnen de gestelde termijn niet is voldaan aan de gestelde vereisten worden de ontvangen stukken verder buiten behandeling gelaten.
### HOOFDSTUK 2. INTERNATIONALE DEPOTS
##### Regel 3.2. Internationale depots met geldigheid in de Benelux
1. Betreffende de internationale depots ten aanzien waarvan de deposanten verzocht hebben dat zij hun werking zullen uitstrekken over het Beneluxgebied, schrijft het Bureau, onverminderd het bepaalde in de regels 1.8 en 2.8, in het register in de van het Internationaal Bureau komende kennisgevingen als bedoeld in de artikelen 2.10 en 4.4 van het Verdrag.
2. Indien een internationaal depot van een collectief merk niet vergezeld is van een reglement op het gebruik en het toezicht, wijst het Bureau de deposant onverwijld op zijn verplichting dit reglement binnen de in artikel 2.36, lid 2, van het Verdrag bedoelde termijn, over te leggen. Met betrekking tot de collectieve merken wordt in dit register melding gemaakt van het al dan niet overgelegd zijn en van de wijzigingen van het reglement op het gebruik en het toezicht.
3. Bovendien worden in het register aangetekend de gegevens betreffende nietigverklaring, vervallenverklaring en licenties, pandrecht en beslag, van tekeningen of modellen voor zover deze het Beneluxgebied betreffen.
4. Regel 3.1 is van overeenkomstige toepassing op de inschrijving van de in lid 3 bedoelde gegevens.
### HOOFDSTUK 3. ADMINISTRATIEVE BEPALINGEN
##### Regel 3.3. Talen Bureau
1. De officiële talen van het Bureau zijn het Nederlands en het Frans. De werktalen van het Bureau zijn het Nederlands, Frans en Engels.
2. Alle stukken die aan het Bureau worden overgelegd dienen in een van de werktalen te zijn gesteld. Het bepaalde in [regel 1.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.24&z=2013-10-01&g=2013-10-01) vormt hierop een uitzondering.
3. Bewijzen van een recht van voorrang, van naamswijziging, uittreksels van akten waaruit een overdracht, een andere overgang, een licentie of een pandrecht blijkt, de daarop betrekking hebbende verklaringen, de reglementen op het gebruik en het toezicht en de wijzigingen daarvan, worden eveneens aanvaard indien zij in het Duits zijn gesteld.
4. De in lid 3 genoemde stukken die in een andere taal zijn gesteld worden eveneens aanvaard indien een vertaling ervan in een van de werktalen van het Bureau of het Duits is bijgevoegd.
5. Het Bureau levert op verzoek en tegen betaling van een recht een vertaling naar een van zijn officiële talen van alle Beneluxdepots of -inschrijvingen die in het Engels luiden en die openbaar gemaakt zijn.
##### Regel 3.4. Indiening van stukken
1. De aan het Bureau of de nationale diensten over te leggen stukken, bewijsstukken en bijlagen kunnen worden ingediend met behulp van de daartoe door de Directeur-Generaal aangeduide (al dan niet elektronische) middelen. De Directeur-Generaal kan daarbij per handeling waarop de indiening betrekking heeft verschillende middelen aanduiden.
2. De in lid 1 genoemde stukken, bewijsstukken en bijlagen die niet voldoen aan het daaromtrent door de Directeur-Generaal bepaalde worden geacht niet te zijn ontvangen door het Bureau.
##### Regel 3.5. Ondertekening van stukken
Indien enig stuk, overgelegd ter inschrijving in het Benelux-register of in het register van internationale inschrijvingen gehouden bij het Internationaal Bureau, is ondertekend namens een rechtspersoon, dient daarbij de naam en de hoedanigheid van de ondertekenaar te zijn vermeld.
##### Regel 3.6. Aanstelling gemachtigde
1. Alle handelingen bij het Bureau of een nationale dienst kunnen worden verricht door tussenkomst van een vertegenwoordiger die als gemachtigde optreedt.
2. Een gemachtigde dient een woonplaats of zetel te hebben binnen de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte.
3. Alle mededelingen ten aanzien van deze handelingen worden aan de gemachtigde gericht.
4. Een ieder die binnen de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte geen zetel of woonplaats heeft noch een gemachtigde heeft aangewezen, moet aldaar een correspondentieadres aangeven.
##### Regel 3.7. Volmachten
1. Eenieder die stelt op te treden als vertegenwoordiger van een belanghebbende voor het verrichten van een handeling bij het Bureau wordt verondersteld hiertoe door belanghebbende te zijn gemachtigd.
2. Indien een vertegenwoordiger het Bureau verzoekt een registratie door te halen dient deze een daartoe strekkende volmacht in te dienen.
3. Indien het Bureau redenen heeft om te twijfelen aan de machtiging van een vertegenwoordiger, bij welke handeling dan ook, kan het verzoeken een volmacht in te dienen. De termijn hiervoor bedraagt een maand. Deze termijn zal op verzoek met een maand worden verlengd. Het uitblijven van een tijdige reactie heeft tot gevolg dat het verzoek buiten behandeling zal worden gelaten.
##### Regel 3.8. Bevestiging ontvangst van stukken
1. Het Bureau bevestigt de ontvangst van elk stuk dat bestemd is voor inschrijving in het Benelux-register of in het register van de internationale inschrijvingen gehouden bij het Internationaal Bureau.
2. Ieder stuk wordt bij ontvangst door de bevoegde instantie gedagtekend onder vermelding van uur, dag, maand en jaar van ontvangst.
3. Het Bureau registreert de verzending en ontvangst van stukken. Deze registratie vormt, behoudens tegenbewijs, het bewijs van verzending en ontvangst en van het moment waarop dit heeft plaatsgevonden.
##### Regel 3.9. Termijnen en sluitingsdagen
1. De in dit reglement bedoelde in maanden uitgedrukte termijnen beginnen te lopen vanaf de dag waarop de desbetreffende handeling plaatsvindt en verstrijken, in de betreffende maand, op de dag die overeenkomt met de dag waarop de termijnen beginnen te lopen. Indien de betreffende maand geen overeenkomende dag heeft, verstrijkt de termijn op de laatste dag van deze maand.
2. De in dit reglement bedoelde in weken uitgedrukte termijnen beginnen te lopen vanaf de dag waarop de desbetreffende handeling plaatsvindt en verstrijken, in de betreffende week, op de dag die overeenkomt met de dag waarop de termijnen beginnen te lopen.
3. Indien de dienst van de bevoegde instantie gesloten is op de laatste dag van een ingevolge het Verdrag of dit reglement in acht te nemen termijn, wordt die termijn verlengd tot het einde van de eerstvolgende dag, waarop deze dienst geopend is.
4. In geval van verstoring van de normale postbedeling in een van de Beneluxlanden gedurende minstens één van de vijf werkdagen, voorafgaand aan het einde van de termijn bedoeld in de [regels 1.3, lid 1 en 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.3&z=2013-10-01&g=2013-10-01), [1.4, lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.4&z=2013-10-01&g=2013-10-01), [2.3, lid 1 en 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&artikel=2.3&z=2013-10-01&g=2013-10-01), [2.4, lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&artikel=2.4&z=2013-10-01&g=2013-10-01), en 3.1, lid 5, en de in [hoofdstuk 3 van titel I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&z=2013-10-01&g=2013-10-01) bedoelde termijnen, zullen stukken, binnengekomen bij de terzake bevoegde instantie na afloop van de in voornoemde regels bepaalde termijnen, in behandeling genomen worden alsof ze tijdig waren ingediend bij deze instantie, mits redelijkerwijs kan aangenomen worden dat de verstoring van de normale postbedeling de oorzaak is van het na afloop van genoemde termijnen binnenkomen van die stukken.
##### Regel 3.10. Inlichtingen en afschriften
1. Het Bureau verschaft afschriften en inlichtingen op grondslag van het Benelux-register. De nationale diensten verschaffen uit naam en voor rekening van het Bureau dezelfde inlichtingen en afschriften voor zover zij daarover beschikken.
2. Het register kan worden geraadpleegd op door de Directeur-Generaal vastgestelde wijze of in de vorm van een abonnement waarvan de modaliteiten door de Directeur-Generaal worden vastgesteld.
3. De bewijsstukken van het recht van voorrang, bedoeld in [artikel 4, onder D, derde lid, van het Verdrag van Parijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004120&artikel=4)worden door het Bureau, of in voorkomend geval de nationale diensten, verschaft. Een dergelijk document kan slechts worden afgegeven, nadat conform het bepaalde in de regels 1.3, lid 1, en 2.3, lid 1, de depotdatum is vastgesteld.
##### Regel 3.11. Ter beschikking stellen formulieren
Het Bureau en de nationale diensten stellen formulieren beschikbaar voor het verrichten van die handelingen die langs niet-elektronische weg kunnen worden verricht. De Directeur-Generaal stelt het model van deze formulieren vast. Deze worden gepubliceerd op de website van het Bureau.
##### Regel 3.12. Benelux-register
1. Het Benelux-register bevat twee gedeelten:
- a. een register van Beneluxdepots;
- b. een register van internationale depots.
2. Het Benelux-register en de stukken die dienen tot bewijs van de daarin opgenomen aantekeningen kunnen kosteloos worden ingezien bij het Bureau.
3. Het Benelux-register kan eveneens kosteloos worden geraadpleegd bij de Belgische en Luxemburgse nationale diensten.
##### Regel 3.13. Publicatie
Het Bureau publiceert, conform het bepaalde in [artikel 4.4, sub b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=IV&artikel=4.4&z=2013-10-01&g=2013-10-01), van het Verdrag uitsluitend in de taal waarin de inschrijving plaatsgevonden heeft:
- a. alle ingeschreven gegevens betreffende Beneluxdepots, bedoeld in de [regels 1.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.5&z=2013-10-01&g=2013-10-01), [1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.6&z=2013-10-01&g=2013-10-01), [1.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.7&z=2013-10-01&g=2013-10-01), [1.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.9&z=2013-10-01&g=2013-10-01), [2.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&artikel=2.7&z=2013-10-01&g=2013-10-01), [2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&artikel=2.12&z=2013-10-01&g=2013-10-01) en 3.1. Bij een beperkte vernieuwing van de inschrijving van een meervoudig depot van een tekening of model zal de publicatie van de vernieuwing de nummers van de gehandhaafde tekeningen of modellen vermelden;
- b. alle ingeschreven gegevens betreffende internationale merkdepots, bedoeld in [regel 1.8 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.8&z=2013-10-01&g=2013-10-01);
- c. alle ingeschreven gegevens betreffende internationale depots van tekeningen of modellen bedoeld in [regel 3.2 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=2&artikel=3.2&z=2013-10-01&g=2013-10-01);
- d. de inschrijving van de verklaring of de rechterlijke beslissing bedoeld in [regel 2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&artikel=2.9&z=2013-10-01&g=2013-10-01);
- e. het feit van de inschrijving van de vordering tot opeising bedoeld in [regel 2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&artikel=2.10&z=2013-10-01&g=2013-10-01).
##### Regel 3.14. Nadere regels
De in [regel 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.4&z=2013-10-01&g=2013-10-01) bedoelde nadere regels van de Directeur-Generaal voor het indienen van stukken worden op de website van het Bureau gepubliceerd.
## TITEL IV. : I-DEPOT
##### Regel 4.4. i-DEPOT enveloppe bewijs
Zowel het door het Bureau retour gezonden compartiment van de i-DEPOT enveloppe als het door het Bureau bewaarde compartiment van de i-DEPOT enveloppe vormen bewijs in de zin van [artikel 4.4bis van het Verdrag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=IV&hoofdstuk=2&artikel=4.4bis&z=2013-10-01&g=2013-10-01).
##### Regel 4.5. Indiening online i-DEPOT
1. Een online i-DEPOT bestaat uit een bestand voorzien van een elektronisch mechanisme ter beveiliging en verificatie aangebracht door het Bureau, waarmee wordt gegarandeerd dat de inhoud ervan vanaf het moment van ontvangst door het Bureau niet is gewijzigd.
2. Bij indiening van een online i-DEPOT dienen naam en adres van indiener te worden vermeld.
3. Bovendien dient bij een online i-DEPOT
- a. een omschrijving te worden vermeld, of;
- b. een of meer bestanden toe te worden gevoegd, of;
- c. een combinatie van het onder a en b genoemde.
4. Het Bureau kent het online i-DEPOT een nummer toe, stelt overeenkomstig [regel 3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.8&z=2013-10-01&g=2013-10-01) het moment van ontvangst van het online i-DEPOT vast en stuurt de indiener het in lid 1 bedoelde elektronische bestand toe. Dit bestand bevat de bestanddelen genoemd in de leden 2 en 3, het nummer van het online i-DEPOT alsmede datum en tijdstip van ontvangst door het Bureau.
##### Regel 4.6. Online i-DEPOT bewijs
Het elektronisch bestand bedoeld in regel 4.5 vormt bewijs in de zin van [artikel 4.4bis van het Verdrag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=IV&hoofdstuk=2&artikel=4.4bis&z=2013-10-01&g=2013-10-01).
##### Regel 4.7. Bewaring online i-DEPOT
1. Het Bureau bewaart een online i-DEPOT gedurende een periode van vijf jaar die telkens met eenzelfde periode kan worden verlengd.
2. Twee maanden voor het verstrijken van de bewaartermijn stuurt het Bureau de indiener een herinnering en informeert over de mogelijkheid de bewaring te verlengen.
3. Verlenging van de bewaartermijn geschiedt door betaling van het daarvoor verschuldigde recht. Dit dient ten laatste twee maanden na de afloop van de bewaartermijn te zijn voldaan.
4. Het Bureau vernietigt het online i-DEPOT waarvan de bewaartermijn niet tijdig werd verlengd.
5. Gedurende de bewaarneming kan indiener het Bureau verzoeken om de toezending van het online i-DEPOT bewijsstuk op een gegevensdrager tegen betaling van het daarvoor verschuldigde recht. Met dit verzoek geeft indiener het Bureau toestemming om de inhoud van het online i-DEPOT in te zien.
6. Indiener kan het Bureau te allen tijde verzoeken de bewaring van een online i-DEPOT te beëindigen en het te vernietigen.
##### Regel 4.8. Handelingen betrekking hebbend op het online i-DEPOT
De handelingen betrekking hebbende op een online i-DEPOT kunnen uitsluitend worden verricht door gebruikmaking van het daartoe door de Directeur-Generaal aangeduide middel dat op de website van het Bureau beschikbaar wordt gesteld.
##### Regel 4.9. Termijnen
Op de in de [regels 4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=IV&artikel=4.3&z=2013-10-01&g=2013-10-01) en [4.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=IV&artikel=4.7&z=2013-10-01&g=2013-10-01) bedoelde termijnen is [regel 3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.9&z=2013-10-01&g=2013-10-01) van overeenkomstige toepassing.
## TITEL V. Rechten en vergoedingen
### HOOFDSTUK 1. ALGEMEEN
##### Regel 5.1. Vaststelling tarieven
1. Ter uitvoering van het bepaalde in [artikel 1.13, lid 1 van het Verdrag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.13&z=2013-10-01&g=2013-10-01) keert het Bureau aan de nationale diensten 20 % uit van het bedrag van de rechten, die zijn geïnd ter zake van de door hun bemiddeling verrichte handelingen.
2. De Raad van Bestuur stelt de tarieven vast. De Raad kan de vastgestelde tarieven slechts eenmaal per jaar aanpassen.
3. [Artikel 6.5 van het Verdrag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=VI&artikel=6.5&z=2013-10-01&g=2013-10-01) is van overeenkomstige toepassing op de bekendmaking van nieuwe tarieven.
##### Regel 5.2. Betaling
1. Betaling van de verschuldigde rechten en vergoedingen dient vooraf te gaan aan handelingen door het Bureau. Betaalde verschuldigde rechten en vergoedingen, worden in geen geval gerestitueerd.
2. Het Bureau verzendt na ontvangst van een verzoek waaraan rechten verbonden zijn een overzicht van de verschuldigde rechten. Aan het niet-verzenden of niet-ontvangen van dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.
3. Indien voor een handeling overeenkomstig [regel 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.4&z=2013-10-01&g=2013-10-01) zowel elektronische als niet-elektronische indiening mogelijk is en de indiener ervoor kiest om een ander middel dan een door de Directeur-Generaal voor die specifieke handeling aangeduid elektronisch middel te gebruiken, is een vergoeding voor administratiekosten verschuldigd ter hoogte van 15%, naar beneden afgerond op hele euro’s, van het recht of de rechten verschuldigd voor de desbetreffende handeling. Deze vergoeding is niet eerder verschuldigd dan nadat hierover overeenkomstig [regel 3.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.14&z=2013-10-01&g=2013-10-01) een mededeling van de Directeur-Generaal is gepubliceerd.
##### Regel 5.3. Vergoedingen incidentele handelingen
1. De rechten voor de in het Verdrag en dit reglement opgenomen handelingen bij en door het Bureau zijn die opgesomd in deze titel.
2. De vergoedingen voor handelingen bij en door het Bureau die niet zijn opgenomen in deze titel, zogenaamde incidentele handelingen, worden vastgesteld door de Directeur-Generaal.
3. De Directeur-Generaal informeert de Raad van Bestuur over de vergoedingen vastgesteld voor meer structurele handelingen. De Raad van Bestuur kan besluiten deze vergoedingen op te nemen in deze titel.
### HOOFDSTUK 2. MERKEN
##### Regel 5.4. Rechten depot, oppositie, vernieuwing, wijzigingen
| a.basisrecht individueel merk, tot drie klassen ([regel 1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.1&z=2013-10-01&g=2013-10-01)) | 240 |
| --- | --- |
| b. basisrecht collectief merk, tot drie klassen ([regel 1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.2&z=2013-10-01&g=2013-10-01)) | 373 |
| c. aanvullend recht voor iedere klasse boven de derde | 37 |
| d. aanvullend recht voor spoedinschrijving, tot drie klassen ([regel 1.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.7&z=2013-10-01&g=2013-10-01)) | 193 |
| e. aanvullend recht voor spoedinschrijving per klasse boven de derde | 30 |
| f. aanvullend recht voor de beschrijving van onderscheidende elementen ([regel 1.1, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.7&z=2013-10-01&g=2013-10-01)) | 39 |
| g. inschrijving verklaring van een recht van voorrang ([regel 1.4, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.4&z=2013-10-01&g=2013-10-01)) | 15 |
| a. basisrecht oppositie | 1.000 |
| --- | --- |
| b. aanvullend recht per ingeroepen recht boven het derde | 100 |
| c. opschorting op verzoek en verlenging daarvan voor aanvang procedure (maximaal drie maal) ([regel 1.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.26&z=2013-10-01&g=2013-10-01)) | gratis |
| d. opschorting op verzoek en verlenging daarvan in overige gevallen, per vier maanden ([regel 1.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.26&z=2013-10-01&g=2013-10-01)) | 150 |
| e. vertaling van argumenten ([regel 1.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.21&z=2013-10-01&g=2013-10-01)) eerste vier pagina’s* iedere pagina* of deel daarvan, boven de vierde | gratis 55 |
| f. vertaling van beslissing, per pagina* of deel daarvan ([regel 1.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.21&z=2013-10-01&g=2013-10-01)) | 45 |
* pagina: maximaal 30 regels met maximaal 80 karakters.
| a. basisrecht individueel merk, tot drie klassen | 260 |
| --- | --- |
| b. basisrecht collectief merk, tot drie klassen | 474 |
| c. aanvullend recht voor iedere klasse boven de derde | 46 |
| d. extra-recht voor vernieuwing binnen zes maanden na vervaldatum ([artikel 2.9 lid 4 Verdrag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.9&z=2013-10-01&g=2013-10-01)) | 129 |
| a. overdracht of overgang, licentie, pandrecht of beslag | |
| --- | --- |
| eerste merk | 54 |
| tweede tot en met vijfde merk | 27 |
| elk volgend merk | gratis |
| b. aantekening waren- en dienstenbeperking | 44 |
| c. wijziging van gemachtigde, inbegrepen diens aanwijzing na inschrijving van het depot | |
| eerste merk | 22 |
| tweede tot en met vijfde merk van dezelfde houder | 11 |
| elk volgend merk van dezelfde houder | gratis |
| tweede tot en met vijfde merk van verschillende houders | 11 |
| elk volgend merk van verschillende houders | 2 |
| d. wijziging naam en/of adres van een merkhouder, gemachtigde of licentiehouder | gratis |
| e. herstel van aan de houder te wijten schrijffouten na inschrijving | |
| eerste merk | 18 |
| elk volgend merk | 9 |
##### Regel 5.5. Overige vergoedingen (merken)
| a. basisvergoeding onderzoek, tot drie klassen | 150 |
| --- | --- |
| b. aanvullende vergoeding voor iedere klasse boven de derde | 20 |
| a. basisvergoeding abonnement, tot drie klassen | 50 |
| --- | --- |
| b. aanvullende vergoeding voor iedere klasse boven de derde | 8 |
| a. niet gewaarmerkt, per inschrijving | 4 |
| --- | --- |
| b. niet gewaarmerkt, overige per bladzijde | 5 |
| c. gewaarmerkt, per inschrijving | 15 |
| d. gewaarmerkt, overige per bladzijde | 17 |
| e. bewijzen van voorrang (regel 3.10) | 15 |
| a. minder dan een uur | 23 |
| --- | --- |
| b. langer dan een uur, per uur | 55 |
0,20/ woord
##### Regel 5.6. Doorzending internationale en gemeenschapsmerken
| 1. Internationaal merk; indiening aanvraag inschrijving of vernieuwing | 80 |
| --- | --- |
| a. indiening aanvraag | 80 |
| --- | --- |
| b. indien de verzendkosten meer dan € 25,– bedragen | verzendkosten |
##### Regel 5.7. Individuele rechten internationale merken
Het bedrag van de individuele rechten zoals bedoeld in [artikel 8, 7), a) van het Protocol van Madrid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003002&artikel=8) is als volgt:
| a. basisrecht individueel merk, tot drie klassen | 159 |
| --- | --- |
| b. basisrecht collectief merk, tot drie klassen | 227 |
| c. aanvullend recht voor iedere klasse boven de derde | 16 |
| a. basisrecht individueel merk, tot drie klassen | 260 |
| --- | --- |
| b. basisrecht collectief merk, tot drie klassen | 474 |
| c. aanvullend recht voor iedere klasse boven de derde | 46 |
### HOOFDSTUK 3. TEKENINGEN OF MODELLEN
##### Regel 5.8. Rechten depot, vernieuwing, wijzigingen
| a. enkelvoudig depot | 108 |
| --- | --- |
| b. publicatie per afbeelding | 10 |
| c. publicatie beschrijving kenmerkende eigenschappen | 40 |
| a. depot eerste tekening of model | 108 |
| --- | --- |
| b. tweede t/m tiende tekening of model, per tekening of model | 54 |
| c. elfde t/m twintigste tekening of model, per tekening of model | 27 |
| d. eenentwintigste t/m vijftigste tekening of model, per tekening of model | 22 |
| e. publicatie per afbeelding | 10 |
| f. publicatie beschrijving kenmerkende eigenschappen, per tekening of model | 40 |
| 3. Opschorting publicatie ([regel 2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&artikel=2.5&z=2013-10-01&g=2013-10-01)) | 39 |
| --- | --- |
| 4. Inschrijving verklaring recht van voorrang ([regel 2.4 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&artikel=2.4&z=2013-10-01&g=2013-10-01)) | 12 |
| --- | --- |
| 5. Vernieuwing enkelvoudige inschrijving ([regel 2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&artikel=2.11&z=2013-10-01&g=2013-10-01)) | 95 |
| --- | --- |
| a. vernieuwing eerste tekening of model | 95 |
| --- | --- |
| b. tweede t/m tiende tekening of model, per tekening of model | 48 |
| c. elfde t/m twintigste tekening of model, per tekening of model | 24 |
| d. eenentwintigste t/m vijftigste tekening of model, per tekening of model | 20 |
| 7. Extra-recht voor vernieuwing binnen zes maanden na vervaldatum ([artikel 3.14 lid 3 Verdrag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=2&artikel=3.14&z=2013-10-01&g=2013-10-01)) | 12 |
| --- | --- |
| a. overdracht of overgang, licentie, pandrecht of beslag | |
| --- | --- |
| eerste tekening of model | 24 |
| elke volgende tekening of model | 12 |
| b. wijziging van gemachtigde, inbegrepen diens aanwijzing na inschrijving van het depot | |
| eerste tekening of model | 9 |
| elke volgende tekening of model | 5 |
| c. wijziging naam en/of adres van een modelhouder, gemachtigde of licentiehouder | gratis |
| d. herstel van aan de houder te wijten schrijffouten na inschrijving | |
| eerste tekening of model | 9 |
| elke volgende tekening of model | 5 |
| e. inschrijving vordering tot opeising (regel 2.10) | 12 |
##### Regel 5.9. Overige vergoedingen (tekeningen of modellen)
| a. niet gewaarmerkt, per inschrijving | 4 |
| --- | --- |
| b. niet gewaarmerkt, overige per bladzijde | 2 |
| c. gewaarmerkt, per inschrijving | 18 |
| d. gewaarmerkt, overige per bladzijde | 5 |
| e. bewijzen van voorrang (regel 3.10) | 12 |
| minder dan een uur | 17 |
| --- | --- |
| langer dan een uur, per uur | 30 |
| binnen het Beneluxgebied, losse aflevering | 8 |
| --- | --- |
| binnen het Beneluxgebied, jaarjabonnement | 79 |
| buiten het Beneluxgebied, losse aflevering | 9 |
| buiten het Beneluxgebied, jaarjabonnement | 87 |
0,20/ woord
##### Regel 5.10. Wijzigingen internationale modellen
| a. eerste tekening of model | 24 |
| --- | --- |
| b. elke volgende tekening of model | 12 |
##### Regel 5.11. Doorzending gemeenschapsmodel
| a. indiening aanvraag (artikel 35 lid 2 Gemeenschapsmodellenverordening) | 71 |
| --- | --- |
| b. indien de verzendkosten meer dan € 25,– bedragen | verzendkosten |
### HOOFDSTUK 4. OVERIGE DIENSTEN
##### Regel 5.12. i-DEPOT
1. i-DEPOT enveloppe:
- a. vijf jaar bewaartermijn: € 45;
- b. tien jaar bewaartermijn: € 65;
- c. vijf jaar verlenging bewaartermijn: € 45.
2. Online i-DEPOT
- a. indiening en bewaartermijn van vijf jaar: € 35;
- b. vijf jaar verlenging bewaartermijn: € 25;
- c. reproductie: € 15.
3. i-DEPOT account
- a. activeren account: € 350;
- b. 20 credits: € 100;
- c. 50 credits: € 225;
- d. 100 credits: € 400;
- e. 250 credits: € 875;
- f. 500 credits: € 1.250.
4. Tarieven online i-DEPOT in credits (enkel voor accounts)
- a.
- 1. Indienen en bewaring gedurende vijf jaar i-DEPOT tussen 0 – 10 Mb: 1 credit
- 2. Indienen en bewaring gedurende vijf jaar i-DEPOT tussen 10 – 50 Mb: 2 credits
- 3. Indienen en bewaring gedurende vijf jaar i-DEPOT tussen 50 – 100 Mb: 3 credits
- b. vijf jaar verlenging bewaartermijn: 1 credit
- c. reproductie: 3 credits
5. Tarieven voor i-DEPOTs ingediend door tussenkomst van tussenpersonen
| a. | aanmelding als tussenpersoon | 350 |
| --- | --- | --- |
| b. | i-DEPOT envelop, vijf jaar bewaartermijn | 35 |
| c. | i-DEPOT envelop, tien jaar bewaartermijn | 50 |
| d. | online i-DEPOT | 25 |
TEN BLIJKE WAARVAN de Gevolmachtigden dit verdrag hebben ondertekend en voorzien van hun zegel.
GEDAAN te Den Haag op 25 februari 2005, in drievoud, in de Nederlandse en in de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.
## TITEL V. Rechten en vergoedingen
### HOOFDSTUK 1. ALGEMEEN
##### Regel 5.1. Vaststelling tarieven
1. Ter uitvoering van het bepaalde in [artikel 1.13, lid 1 van het Verdrag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.13&z=2016-10-01&g=2016-10-01) keert het Bureau aan de nationale diensten 20 % uit van het bedrag van de rechten, die zijn geïnd ter zake van de door hun bemiddeling verrichte handelingen.
2. De Raad van Bestuur stelt de tarieven vast. De Raad kan de vastgestelde tarieven slechts eenmaal per jaar aanpassen.
3. [Artikel 6.5 van het Verdrag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=VI&artikel=6.5&z=2016-10-01&g=2016-10-01) is van overeenkomstige toepassing op de bekendmaking van nieuwe tarieven.
##### Regel 5.2. Betaling
1. Betaling van de verschuldigde rechten en vergoedingen dient vooraf te gaan aan handelingen door het Bureau. Betaalde verschuldigde rechten en vergoedingen, worden in geen geval gerestitueerd.
2. Het Bureau verzendt na ontvangst van een verzoek waaraan rechten verbonden zijn een overzicht van de verschuldigde rechten. Aan het niet-verzenden of niet-ontvangen van dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.
3. Indien voor een handeling overeenkomstig [regel 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.4&z=2016-10-01&g=2016-10-01) zowel elektronische als niet-elektronische indiening mogelijk is en de indiener ervoor kiest om een ander middel dan een door de Directeur-Generaal voor die specifieke handeling aangeduid elektronisch middel te gebruiken, is een vergoeding voor administratiekosten verschuldigd ter hoogte van 15%, naar beneden afgerond op hele euro’s, van het recht of de rechten verschuldigd voor de desbetreffende handeling. Deze vergoeding is niet eerder verschuldigd dan nadat hierover overeenkomstig [regel 3.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.14&z=2016-10-01&g=2016-10-01) een mededeling van de Directeur-Generaal is gepubliceerd.
##### Regel 5.3. Vergoedingen incidentele handelingen
1. De rechten voor de in het Verdrag en dit reglement opgenomen handelingen bij en door het Bureau zijn die opgesomd in deze titel.
2. De vergoedingen voor handelingen bij en door het Bureau die niet zijn opgenomen in deze titel, zogenaamde incidentele handelingen, worden vastgesteld door de Directeur-Generaal.
3. De Directeur-Generaal informeert de Raad van Bestuur over de vergoedingen vastgesteld voor meer structurele handelingen. De Raad van Bestuur kan besluiten deze vergoedingen op te nemen in deze titel.
### HOOFDSTUK 2. MERKEN
##### Regel 5.4. Rechten depot, oppositie, vernieuwing, wijzigingen
| a.basisrecht individueel merk, tot drie klassen ([regel 1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.1&z=2016-10-01&g=2016-10-01)) | 240 |
| --- | --- |
| b. basisrecht collectief merk, tot drie klassen ([regel 1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.2&z=2016-10-01&g=2016-10-01)) | 373 |
| c. aanvullend recht voor iedere klasse boven de derde | 37 |
| d. aanvullend recht voor spoedinschrijving, tot drie klassen ([regel 1.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.7&z=2016-10-01&g=2016-10-01)) | 193 |
| e. aanvullend recht voor spoedinschrijving per klasse boven de derde | 30 |
| f. aanvullend recht voor de beschrijving van onderscheidende elementen ([regel 1.1, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.7&z=2016-10-01&g=2016-10-01)) | 39 |
| g. inschrijving verklaring van een recht van voorrang ([regel 1.4, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.4&z=2016-10-01&g=2016-10-01)) | 15 |
| a. basisrecht oppositie | 1.000 |
| --- | --- |
| b. aanvullend recht per ingeroepen recht boven het derde | 100 |
| c. opschorting op verzoek en verlenging daarvan voor aanvang procedure (maximaal drie maal) ([regel 1.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.26&z=2016-10-01&g=2016-10-01)) | gratis |
| d. opschorting op verzoek en verlenging daarvan in overige gevallen, per vier maanden ([regel 1.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.26&z=2016-10-01&g=2016-10-01)) | 150 |
| e. vertaling van argumenten ([regel 1.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.21&z=2016-10-01&g=2016-10-01)) eerste vier pagina’s* iedere pagina* of deel daarvan, boven de vierde | gratis 55 |
| f. vertaling van beslissing, per pagina* of deel daarvan ([regel 1.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.21&z=2016-10-01&g=2016-10-01)) | 45 |
* pagina: maximaal 30 regels met maximaal 80 karakters.
| a. basisrecht individueel merk, tot drie klassen | 260 |
| --- | --- |
| b. basisrecht collectief merk, tot drie klassen | 474 |
| c. aanvullend recht voor iedere klasse boven de derde | 46 |
| d. extra-recht voor vernieuwing binnen zes maanden na vervaldatum ([artikel 2.9 lid 4 Verdrag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.9&z=2016-10-01&g=2016-10-01)) | 129 |
| a. overdracht of overgang, licentie, pandrecht of beslag | |
| --- | --- |
| eerste merk | 54 |
| tweede tot en met vijfde merk | 27 |
| elk volgend merk | gratis |
| b. aantekening waren- en dienstenbeperking | 44 |
| c. wijziging van gemachtigde, inbegrepen diens aanwijzing na inschrijving van het depot | |
| eerste merk | 22 |
| tweede tot en met vijfde merk van dezelfde houder | 11 |
| elk volgend merk van dezelfde houder | gratis |
| tweede tot en met vijfde merk van verschillende houders | 11 |
| elk volgend merk van verschillende houders | 2 |
| d. wijziging naam en/of adres van een merkhouder, gemachtigde of licentiehouder | gratis |
| e. herstel van aan de houder te wijten schrijffouten na inschrijving | |
| eerste merk | 18 |
| elk volgend merk | 9 |
##### Regel 5.5. Overige vergoedingen (merken)
| a. basisvergoeding onderzoek, tot drie klassen | 150 |
| --- | --- |
| b. aanvullende vergoeding voor iedere klasse boven de derde | 20 |
| a. basisvergoeding abonnement, tot drie klassen | 50 |
| --- | --- |
| b. aanvullende vergoeding voor iedere klasse boven de derde | 8 |
| a. niet gewaarmerkt, per inschrijving | 4 |
| --- | --- |
| b. niet gewaarmerkt, overige per bladzijde | 5 |
| c. gewaarmerkt, per inschrijving | 15 |
| d. gewaarmerkt, overige per bladzijde | 17 |
| e. bewijzen van voorrang (regel 3.10) | 15 |
| a. minder dan een uur | 23 |
| --- | --- |
| b. langer dan een uur, per uur | 55 |
0,20/ woord
### HOOFDSTUK 3. TEKENINGEN OF MODELLEN
### HOOFDSTUK 4. OVERIGE DIENSTEN
TEN BLIJKE WAARVAN de Gevolmachtigden dit verdrag hebben ondertekend en voorzien van hun zegel.
GEDAAN te Den Haag op 25 februari 2005, in drievoud, in de Nederlandse en in de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.
##### Regel 5.1. Vaststelling tarieven
1. Ter uitvoering van het bepaalde in [artikel 1.13, lid 1 van het Verdrag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.13&z=2018-01-01&g=2018-01-01) keert het Bureau aan de nationale diensten 20 % uit van het bedrag van de rechten, die zijn geïnd ter zake van de door hun bemiddeling verrichte handelingen.
2. De Raad van Bestuur stelt de tarieven vast van de voor de in het Verdrag en dit reglement opgenomen handelingen bij en door het Bureau. Deze tarieven worden vastgelegd in een lijst die een bijlage vormt bij dit reglement.
3. [Artikel 6.5 van het Verdrag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=VI&artikel=6.5&z=2018-01-01&g=2018-01-01) is van overeenkomstige toepassing op de bekendmaking van nieuwe tarieven.
##### Regel 5.2. Betaling
1. Betaling van de verschuldigde rechten en vergoedingen dient vooraf te gaan aan handelingen door het Bureau. Betaalde verschuldigde rechten en vergoedingen, worden in geen geval gerestitueerd.
2. Het Bureau verzendt na ontvangst van een verzoek waaraan rechten verbonden zijn een overzicht van de verschuldigde rechten. Aan het niet-verzenden of niet-ontvangen van dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.
3. Indien voor een handeling overeenkomstig [regel 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.4&z=2018-01-01&g=2018-01-01) zowel elektronische als niet-elektronische indiening mogelijk is en de indiener ervoor kiest om een ander middel dan een door de Directeur-Generaal voor die specifieke handeling aangeduid elektronisch middel te gebruiken, is een vergoeding voor administratiekosten verschuldigd ter hoogte van 15%, naar beneden afgerond op hele euro’s, van het recht of de rechten verschuldigd voor de desbetreffende handeling. Deze vergoeding is niet eerder verschuldigd dan nadat hierover overeenkomstig [regel 3.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.14&z=2018-01-01&g=2018-01-01) een mededeling van de Directeur-Generaal is gepubliceerd.
##### Regel 5.3. Vergoedingen incidentele handelingen
1. De vergoedingen voor handelingen bij en door het Bureau die niet zijn opgenomen op de in regel 5.1, lid 2, bedoelde lijst, zogenaamde incidentele handelingen, worden vastgesteld door de Directeur-Generaal.
2. De Directeur-Generaal informeert de Raad van Bestuur over de vergoedingen vastgesteld voor meer structurele handelingen. De Raad van Bestuur kan besluiten deze vergoedingen op te nemen op de in regel 5.1, lid 2, bedoelde lijst.
##### Artikel 1.15bis. Beroep
1. Eenieder die partij is in een procedure die heeft geleid tot een eindbeslissing van het Bureau in de uitvoering van zijn officiële taken ter toepassing van de [titels II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&z=2018-06-01&g=2018-06-01), [III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&z=2018-06-01&g=2018-06-01) en [IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=IV&z=2018-06-01&g=2018-06-01) van dit verdrag, kan daartegen beroep instellen bij het Benelux-Gerechtshof teneinde een vernietiging of herziening van deze beslissing te verkrijgen. De termijn voor het instellen van beroep bedraagt twee maanden te rekenen vanaf de kennisgeving van de eindbeslissing.
2. De Organisatie kan in procedures voor het Benelux-Gerechtshof die beslissingen van het Bureau betreffen, worden vertegenwoordigd door een daartoe aangewezen personeelslid.
## Titel II. MERKEN
### HOOFDSTUK 1. INDIVIDUELE MERKEN
### HOOFDSTUK 2. DEPOT, INSCHRIJVING EN VERNIEUWING
### HOOFDSTUK 3. TOETSING OP ABSOLUTE GRONDEN
### HOOFDSTUK 4. OPPOSITIE
### HOOFDSTUK 5. RECHTEN VAN DE HOUDER
### HOOFDSTUK 6. DOORHALING, VERVAL EN NIETIGHEID
### HOOFDSTUK 6bis. PROCEDURE TOT NIETIGVERKLARING OF VERVALLENVERKLARING BIJ HET BUREAU
##### Artikel 2.30bis. Instellen van de vordering
1. Een vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring van de inschrijving van een merk kan bij het Bureau worden ingediend:
- a. door iedere belanghebbende:
- i. op basis van de in [artikel 2.28, lid 1, sub a, b, c, d en e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6&artikel=2.28&z=2018-06-01&g=2018-06-01)genoemde gronden. Wanneer de vordering is gebaseerd op de sub b, c en d genoemde gronden, kan het Bureau oordelen dat het merk na inschrijving door gebruik onderscheidend vermogen heeft verkregen.
- ii. op basis van de in [artikel 2.26, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6&artikel=2.26&z=2018-06-01&g=2018-06-01), genoemde gronden, binnen de grenzen van [artikel 2.27, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6&artikel=2.27&z=2018-06-01&g=2018-06-01).
- b. door de deposant of houder van een ouder merk tegen een merk dat:
- i. in rangorde na het zijne komt, overeenkomstig [artikel 2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=1&artikel=2.3&z=2018-06-01&g=2018-06-01), binnen de grenzen van de [artikelen 2.27, lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6&artikel=2.27&z=2018-06-01&g=2018-06-01), en [2.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6&artikel=2.29&z=2018-06-01&g=2018-06-01), of
- ii. verwarring kan stichten met zijn algemeen bekend merk in de zin van [artikel 6bis van het Verdrag van Parijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004120&artikel=6bis), binnen de grenzen van [artikel 2.28, lid 3, sub b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6&artikel=2.28&z=2018-06-01&g=2018-06-01).
2. De op lid 1, sub b, van dit artikel gebaseerde vordering kan tevens worden ingediend door de licentiehouder, indien hij daartoe van de merkhouder toestemming heeft verkregen. Zij kan op een of meer oudere merken berusten.
3. De vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring wordt pas geacht te zijn ingesteld, nadat de verschuldigde rechten zijn betaald.
##### Artikel 2.30ter. Verloop van de procedure
1. Het Bureau behandelt de vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring binnen een redelijke termijn overeenkomstig de bepalingen vastgelegd in het uitvoeringsreglement en met inachtneming van het beginsel van hoor en wederhoor.
2. De procedure wordt opgeschort:
- a. wanneer de vordering is gebaseerd op [artikel 2.30bis, lid 1, sub b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6&artikel=2.30&z=2018-06-01&g=2018-06-01), en het oudere merk:
- i. nog niet is ingeschreven;
- ii. onverwijld is ingeschreven overeenkomstig [artikel 2.8, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6&artikel=2.30&z=2018-06-01&g=2018-06-01), en het voorwerp is van een weigeringsprocedure op absolute gronden of een oppositie;
- iii. het voorwerp is van een vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring;
- b. wanneer het betwiste merk:
- i. nog niet is ingeschreven;
- ii. onverwijld is ingeschreven overeenkomstig [artikel 2.8, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.8&z=2018-06-01&g=2018-06-01), en het voorwerp is van een weigeringsprocedure op absolute gronden of een oppositie;
- iii. het voorwerp is van een gerechtelijke vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring;
- c. op gezamenlijk verzoek van partijen;
- d. indien de opschorting om andere redenen passend is.
3. De procedure wordt afgesloten:
- a. wanneer verweerder niet reageert op de ingestelde vordering. In dit geval wordt hij geacht afstand te hebben gedaan van zijn rechten op de inschrijving en wordt deze doorgehaald;
- b. wanneer aan de vordering de grondslag is ontvallen hetzij omdat zij is ingetrokken, hetzij omdat de inschrijving waartegen de vordering is ingesteld is vervallen;
- c. wanneer de vordering is gebaseerd op [artikel 2.30bis, lid 1, sub b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6&artikel=2.30&z=2018-06-01&g=2018-06-01), en:
- i. de indiener niet langer de hoedanigheid heeft om op te kunnen treden, of
- ii. het oudere merk niet meer geldig is, of
- iii. de indiener binnen de gestelde termijn geen stukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat het recht op zijn merk niet ingevolge het ontbreken van normaal gebruik van het merk, zonder geldige reden, in de zin van dit verdrag dan wel in voorkomend geval van de Gemeenschapsmerkenverordening, vervallen kan worden verklaard.
In deze gevallen wordt een deel van de betaalde rechten gerestitueerd.
4. Nadat het onderzoek van de vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring is beëindigd, neemt het Bureau zo spoedig mogelijk een beslissing. Indien de vordering gegrond bevonden wordt, haalt het Bureau de inschrijving geheel of gedeeltelijk door. In het tegengestelde geval wordt de vordering afgewezen. Van de beslissing geeft het Bureau onverwijld schriftelijk kennis aan partijen, onder vermelding van het in [artikel 1.15bis](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.15bis&z=2018-06-01&g=2018-06-01) genoemde rechtsmiddel tegen die beslissing. De beslissing van het Bureau wordt eerst definitief nadat ze niet meer vatbaar is voor enig rechtsmiddel. Het Bureau is geen partij bij een beroep tegen zijn beslissing.
5. De in het ongelijk gestelde partij wordt in de kosten verwezen. Deze worden vastgesteld conform het bepaalde in het uitvoeringsreglement. De kosten zijn niet verschuldigd indien de vordering gedeeltelijk toegewezen wordt. De beslissing van het Bureau tot vaststelling van de kosten vormt executoriale titel; de gedwongen tenuitvoerlegging geschiedt volgens de bepalingen die van kracht zijn in de staat van executie.
##### Artikel 2.30quater. Vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring van internationale depots
1. Tegen een internationaal depot waarvan is verzocht de bescherming uit te strekken tot het Benelux-gebied kan een vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring worden ingesteld bij het Bureau. De [artikelen 2.30bis](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6bis&artikel=2.30bis&z=2018-06-01&g=2018-06-01) en [2.30ter](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6bis&artikel=2.30ter&z=2018-06-01&g=2018-06-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Het Bureau geeft onverwijld schriftelijk kennis aan het Internationaal Bureau van de ingediende vordering, onder vermelding van het bepaalde in de [artikelen 2.30bis](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6bis&artikel=2.30bis&z=2018-06-01&g=2018-06-01) en [2.30ter](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6bis&artikel=2.30ter&z=2018-06-01&g=2018-06-01), evenals de daarop betrekking hebbende bepalingen uit het uitvoeringsreglement.
### HOOFDSTUK 7. OVERGANG, LICENTIE EN ANDERE RECHTEN
### HOOFDSTUK 8. COLLECTIEVE MERKEN
## TITEL III. TEKENINGEN OF MODELLEN
### HOOFDSTUK 1. Tekeningen of modellen
### HOOFDSTUK 2. DEPOT, INSCHRIJVING EN VERNIEUWING
### HOOFDSTUK 3. RECHTEN VAN DE HOUDER
### HOOFDSTUK 5. OVERGANG, LICENTIE EN ANDERE RECHTEN
### HOOFDSTUK 6. SAMENLOOP MET HET AUTEURSRECHT
## TITEL IV. OVERIGE BEPALINGEN
### HOOFDSTUK 1. GEMACHTIGDENREGISTER
### HOOFDSTUK 3. RECHTERLIJKE BEVOEGDHEID
### HOOFDSTUK 4. OVERIGE BEPALINGEN
## TITEL VI. SLOTBEPALINGEN
De Hoge Verdragsluitende Partijen, wensende uitvoering te geven aan [artikel 1.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Benelux Verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen) dat bepaalt dat de Hoge Verdragsluitende Partijen een protocol zullen sluiten waarin de voorrechten en immuniteiten worden vastgelegd welke nodig zijn voor de uitoefening van de taken en het bereiken van de doelstellingen van de Organisatie;
Zijn het volgende overeengekomen:
De Raad van Bestuur van het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom (merken en tekeningen of modellen),
gelet op zijn bevoegdheid ex [artikel 1.9, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.9&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen) (BVIE),
overeenkomstig het voorstel van de Directeur-Generaal ex [artikel 1.11, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.11&z=2018-06-01&g=2018-06-01) BVIE,
verlangend het uitvoeringsreglement op een aantal punten te wijzigen, met name in verband met de invoering van een administratieve procedure tot nietigverklaring of vervallenverklaring van merken zoals voorzien in het Protocol van 16 december 2014 houdende wijziging van het BVIE,
heeft tijdens zijn zesentwintigste vergadering op 28 september 2017 besloten om het uitvoeringsreglement in te trekken en te vervangen door het onderhavige reglement:
## TITEL I. : MERKEN
### HOOFDSTUK 1. HET BENELUX MERK
##### Regel 1.1. Depotvereisten
1. Het Beneluxdepot van een merk wordt verricht in het Nederlands, Frans of Engels door de indiening van een document, bevattende:
- a. naam en adres van de deposant; indien deposant een rechtspersoon is onder vermelding van zijn rechtsvorm;
- b. in voorkomend geval, naam en adres van de gemachtigde, of het in [regel 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01) bedoelde correspondentieadres;
- c. het merk;
- d. de opgave van de waren en diensten, waarvoor het merk is bestemd. Dit zoveel mogelijk met vermelding van de nummers van de klassen waarin deze waren en diensten volgens de [Overeenkomst van Nice](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003894);
- e. de aanduiding of het merk een woordmerk, een beeldmerk, een gecombineerd woord-beeldmerk, een vormmerk dan wel een ander type merk is. In dit laatste geval dient eveneens te worden aangeduid welk type merk het betreft;
- f. de vermelding van de kleur of kleuren in woorden; in voorkomend geval voorzien van de daarmee overeenkomende kleurcode;
- g. de handtekening van de deposant of zijn gemachtigde.
2. Er kan een beschrijving in niet meer dan vijftig woorden van de onderscheidende elementen van het merk worden vermeld.
##### Regel 1.2. Collectief merk
1. Bij het depot dient in voorkomend geval te worden vermeld dat het een collectief merk betreft.
2. In dat geval dient het depot vergezeld te gaan van een reglement op het gebruik en het toezicht.
##### Regel 1.3. Vaststellen depotdatum; Regularisatie
1. De in [artikel 2.5, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&artikel=2.5&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag bedoelde vereisten voor het vaststellen van een datum van depot, zijn die vermeld in [regel 1.1, lid 1, sub a, c, d en e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.1&z=2018-06-01&g=2018-06-01), en in [regel 1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.2&z=2018-06-01&g=2018-06-01), behoudens betaling van de basisrechten verschuldigd voor het depot binnen een termijn van een maand nadat aan voornoemde vereisten is voldaan.
2. Er wordt een termijn van minimaal een maand toegekend om aan de overige vereisten als bedoeld in [artikel 2.5, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.5&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag te voldoen. Deze termijn kan ambtshalve en zal op verzoek worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden.
##### Regel 1.4. Prioriteit
1. Indien bij het depot een beroep wordt gedaan op het recht van voorrang, als bedoeld in [artikel 2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01) van het Verdrag, dienen het land, de datum, het nummer en de houder van het depot, waarop het recht van voorrang berust, te worden vermeld. Indien de deposant van het merk in het land van oorsprong niet degene is, die het Beneluxdepot verricht, dan moet de laatstgenoemde aan zijn depot een document toevoegen, waaruit zijn rechten blijken.
2. De bijzondere verklaring betreffende het recht van voorrang, als bedoeld in [artikel 2.6, lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag, dient te bevatten: de naam en het adres van de deposant, zijn handtekening of die van zijn gemachtigde, in voorkomend geval naam en adres van de gemachtigde of het correspondentieadres als bedoeld in [regel 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01), een aanduiding van het merk, alsmede de in lid 1 bedoelde gegevens.
3. De deposant die zich op een recht van voorrang beroept is verplicht een afschrift van de documenten die dit recht van voorrang staven over te leggen.
4. Indien niet is voldaan aan het bepaalde in lid 1, 2 en 3 en in de [regels 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.3&z=2018-06-01&g=2018-06-01) en [3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01), stelt het Bureau de betrokkene onverwijld daarvan in kennis en geeft hem een termijn van tenminste een maand om hieraan alsnog te voldoen. Deze termijn kan ambtshalve en zal op verzoek worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden. Het uitblijven van een tijdige reactie leidt tot verval van het recht van voorrang.
##### Regel 1.5. Publicatie depot
1. Het Bureau publiceert, conform het bepaalde in[artikel 2.5, lid 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.5&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag, de ingediende depots en vermeldt:
- a. de datum en het nummer van het depot;
- b. naam en adres van de deposant;
- c. in voorkomend geval, naam en adres van de gemachtigde;
- d. het merk;
- e. de waren en diensten, ingedeeld in klassen volgens de in de [Overeenkomst van Nice](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003894) bedoelde classificatie;
- f. het type merk;
- g. in voorkomend geval de vermelding dat het een collectief merk betreft;
- h. in voorkomend geval, de gegevens van de beeldmerkclassificatie zoals bedoeld in de [Overeenkomst van Wenen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003767) van 12 juni 1973 tot instelling van een internationale classificatie van beeldbestanddelen van merken;
- i. in voorkomend geval de door deposant opgegeven omschrijving van onderscheidende elementen;
- j. in voorkomend geval de vermelding van de kleur of kleuren in woorden; in voorkomend geval voorzien van de daarmee overeenkomende kleurcode;
- k. in voorkomend geval dat er, overeenkomstig [artikel 2.6, van het Verdrag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01) een recht van voorrang werd ingeroepen, onder vermelding van datum, nummer en land van dit recht van voorrang. Daarbij wordt in voorkomend geval vermeld dat nog niet werd voldaan aan het vereiste van [regel 1.4, lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.4&z=2018-06-01&g=2018-06-01);
- l. de datum waarop de termijn voor het instellen van een oppositie tegen het merk verstrijkt.
2. Indien er in de publicatie van de gegevens van een depot, zoals vermeld in lid 1, een vergissing werd begaan die er toe zou kunnen leiden dat belanghebbenden over verkeerde informatie beschikten om te beslissen al dan niet oppositie in te stellen tegen het betreffende merk, verricht het Bureau een gecorrigeerde publicatie. Daarmee gaat de termijn voor het instellen van oppositie tegen het depot opnieuw lopen.
3. In voorkomend geval wordt een naar aanleiding van de eerdere, ingevolge lid 2 gecorrigeerde, publicatie reeds ingestelde oppositie op verzoek van de opposant verder buiten behandeling gelaten. Dit verzoek dient te worden verricht voor het einde van de oppositietermijn die ingevolge het bepaalde in lid 2 opnieuw gaat lopen. In dat geval worden de reeds betaalde rechten gerestitueerd. Indien de opposant niet verzoekt zijn oppositie verder buiten behandeling te laten wordt deze geacht tijdig te zijn ingesteld.
##### Regel 1.6. Inschrijving
1. Het Bureau schrijft het depot in het register in door vermelding van:
- a. het nummer van de inschrijving;
- b. de in [regel 1.5, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.5&z=2018-06-01&g=2018-06-01), bedoelde gegevens;
- c. de datum waarop de geldigheidsduur van de inschrijving verstrijkt;
- d. de datum van inschrijving van het merk.
2. Het Bureau geeft onverwijld uitvoering aan de in[artikel 1.15bis](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.15bis&z=2018-06-01&g=2018-06-01) van het Verdrag bedoelde beslissingen van het Benelux- Gerechtshof, zodra zij niet meer vatbaar zijn voor enig rechtsmiddel.
3. Als datum van inschrijving geldt de dag waarop het Bureau vaststelt dat het depot voldoet aan alle in het Verdrag en het onderhavige reglement gestelde vereisten voor inschrijving van het merk.
##### Regel 1.7. Spoedinschrijving
1. Het in [artikel 2.8, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.8&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag bedoelde verzoek om onverwijld tot inschrijving van het depot over te gaan kan bij het depot of gedurende de inschrijvingsprocedure worden gedaan.
2. Het Bureau publiceert deze inschrijvingen, onder vermelding van de in [regel 1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01) genoemde gegevens.
3. In voorkomend geval wordt bij de in lid 2 bedoelde publicatie de datum vermeld waarop de termijn voor het instellen van oppositie tegen het merk verstrijkt. De [leden 2 en 3 van regel 1.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.5&z=2018-06-01&g=2018-06-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
4. Het Bureau publiceert zijn besluiten om over te gaan tot doorhaling van de inschrijving ingevolge het bepaalde in [artikel 2.8, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.8&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag. Deze publicatie vindt eerst plaats nadat het besluit tot doorhaling niet langer vatbaar is voor enig rechtsmiddel.
##### Regel 1.8. Internationaal depot met aanduiding van de Benelux
1. Als datum van inschrijving van internationale depots van merken waarbij de Benelux wordt aangeduid geldt de datum van de publicatie door het Internationaal Bureau van de door het Bureau verzonden verklaring van verlening van bescherming.
2. In uitzondering op het in het vorige lid bepaalde geldt, indien de houder van het internationale depot het Bureau verzoekt om ingevolge [artikel 2.10, lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&artikel=2.10&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag zijn depot onverwijld in te schrijven, de dag waarop het verzoek tot inschrijving aan het Bureau werd gedaan als datum van inschrijving. Het Bureau publiceert deze.
3. Indien het Bureau het Internationaal Bureau een kennisgeving op basis van [artikel 2.13 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=3&artikel=2.13&z=2018-06-01&g=2018-06-01), [2.18 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.18&z=2018-06-01&g=2018-06-01) of [2.36 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=8&artikel=2.36&z=2018-06-01&g=2018-06-01) van het Verdrag heeft toegezonden geldt als datum van inschrijving de datum van de publicatie door het Internationaal Bureau van de door het Bureau verzonden verklaring van opheffing van de bezwaren tegen de inschrijving als bedoeld in voornoemde artikelen. Indien er verschillende bezwaren van toepassing zijn geweest en indien deze op verschillende tijdstippen werden opgeheven geldt de datum van de laatste publicatie door het Internationaal Bureau van een door het Bureau toegestuurde verklaring van opheffing van een bezwaar als datum van inschrijving.
##### Regel 1.9. Vernieuwing
1. De vernieuwing van de inschrijving geschiedt door betaling aan het Bureau van het daartoe verschuldigde recht.
2. Het Bureau schrijft de vernieuwing in door aanpassing van de datum waarop de geldigheidsduur van de inschrijving verstrijkt.
3. Het Bureau zendt degene die daartoe het verschuldigde recht heeft betaald een bevestiging van de vernieuwing.
### HOOFDSTUK 2. INTERNATIONALE AANVRAAG GEBASEERD OP EEN BENELUXMERK
##### Regel 1.10. Aanvraag, vernieuwing en wijziging
1. De aanvraag voor een internationale inschrijving die op een Beneluxdepot is gebaseerd kan uitsluitend bij het Bureau worden ingediend. Een verzoek tot vernieuwing van de internationale inschrijving, uitbreiding van de bescherming tot andere landen of tot wijziging van de internationale inschrijving kan alleen bij het Bureau worden ingediend indien dit ingevolge het gemeenschappelijk uitvoeringsreglement van de Overeenkomst en het Protocol van Madrid niet rechtstreeks bij het Internationaal Bureau mogelijk is.
2. De aanvraag geschiedt door het indienen van een document, dat de aanduidingen bevat voorgeschreven in het gemeenschappelijk uitvoeringsreglement van de Overeenkomst en het Protocol van Madrid, zo nodig met toevoeging van de stukken voorgeschreven in bedoeld uitvoeringsreglement.
3. Ten aanzien van deze aanvragen en van verzoeken tot wijziging van de internationale inschrijving vinden de regels 3.1, [3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.3&z=2018-06-01&g=2018-06-01), [3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01) en [3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.7&z=2018-06-01&g=2018-06-01) overeenkomstige toepassing.
4. Bij deze aanvragen en verzoeken dient betaling van de ingevolge de Overeenkomst en het Protocol van Madrid verschuldigde rechten te worden verricht, voor zover deze niet rechtstreeks aan het Internationaal Bureau worden voldaan, alsmede betaling van het bemiddelingsrecht voor het Bureau, indien dit verschuldigd is.
5. Het Bureau zendt de in deze regel bedoelde aanvragen en verzoeken, die aan de in deze regel bedoelde vereisten voldoen, onverwijld door aan het Internationaal Bureau.
##### Regel 1.11. Omzetting
De aanvraag om inschrijving zoals bedoeld in artikel 9quinquies van het Protocol van Madrid moet vergezeld zijn van een bewijs van de doorhaling van de internationale inschrijving.
### HOOFDSTUK 3. WEIGERING EN OPPOSITIE
##### Regel 1.12. Bezwaartermijn weigering
1. De termijn bedoeld in [artikel 2.11, lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&artikel=2.11&z=2018-06-01&g=2018-06-01), en [2.13, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=3&artikel=2.13&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag om te antwoorden op de voorlopige weigering, bedraagt ten minste een maand; deze termijn kan ambtshalve en zal op verzoek worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden.
2. In voorkomend geval dient een deposant die zich tegen de voorlopige weigering verzet binnen de in lid 1 genoemde termijn eveneens te voldoen aan de vereisten van [regel 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01) en [3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.7&z=2018-06-01&g=2018-06-01).
##### Regel 1.13. Oppositiegegevens
1. De oppositie wordt ingediend door middel van een document, dat de volgende gegevens bevat:
- a. de naam van opposant;
- b. in voorkomend geval, de vermelding dat opposant optreedt in de hoedanigheid van licentiehouder van het oudere merk;
- c. gegevens ter identificatie van het oudere merk;
- d. de waren of diensten van het ingeroepen oudere merk waarop de oppositie berust. Indien een dergelijke vermelding ontbreekt wordt de oppositie verondersteld te berusten op alle waren en diensten waarop het oudere merk betrekking heeft;
- e. gegevens ter identificatie van het merk waartegen de oppositie is gericht;
- f. de waren of diensten waartegen de oppositie is gericht. Indien een dergelijke vermelding ontbreekt, wordt de oppositie verondersteld te zijn gericht tegen alle waren en diensten waarop het geopponeerde merk betrekking heeft;
- g. de voorkeuren betreffende het taalgebruik.
2. In voorkomend geval dienen stukken te worden overgelegd die de bevoegdheid van de licentiehouder aantonen.
3. Op het document dienen in voorkomend geval naam en adres van de gemachtigde of het in[regel 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01) bedoelde correspondentieadres te worden vermeld.
4. De in lid 1, sub d en f, bedoelde gegevens kunnen door enkele opgave van de nummers van de betreffende waren- of dienstenklassen worden vermeld. De waren of diensten waarop de oppositie berust of waartegen deze is gericht kunnen tot het moment van de in [regel 1.14, lid 1, sub i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.14&z=2018-06-01&g=2018-06-01), bedoelde beslissing door de opposant worden beperkt.
##### Regel 1.14. Verloop procedure
1. De oppositie wordt volgens de volgende procedure behandeld:
- a. het Bureau beslist overeenkomstig [regel 1.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.15&z=2018-06-01&g=2018-06-01) of de oppositie ontvankelijk is en stelt partijen of, in het in [artikel 2.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.18&z=2018-06-01&g=2018-06-01) van het Verdrag bedoelde geval, de opposant en het Internationaal Bureau hiervan in kennis;
- b. de procedure vangt twee maanden na de kennisgeving van ontvankelijkheid aan op voorwaarde dat de voor de oppositie verschuldigde rechten volledig zijn betaald. Het Bureau stuurt partijen een mededeling van aanvang van de procedure;
- c. de opposant beschikt over een termijn van twee maanden vanaf de onder b bedoelde mededeling van aanvang van de procedure om de oppositie met argumenten en stukken ter ondersteuning daarvan te onderbouwen en, in voorkomend geval, stukken over te leggen waaruit de algemene bekendheid van het oudere merk blijkt. Bij gebreke daarvan wordt de oppositie verder buiten behandeling gelaten. Argumenten die ingediend werden voor de aanvang van de procedure worden geacht bij de aanvang van de procedure te zijn ingediend;
- d. het Bureau stuurt de argumenten van opposant naar de verweerder, en stelt hem een termijn van twee maanden om schriftelijk te reageren en eventueel bewijzen van gebruik te vragen;
- e. in voorkomend geval wordt opposant een termijn van twee maanden gesteld om de gevraagde bewijzen van gebruik over te leggen dan wel te motiveren dat er een geldige reden voor niet-gebruik bestaat. Indien het merk slechts voor een deel van de waren en/of diensten waarvoor het is ingeschreven werd gebruikt wordt de beslissing van het Bureau gebaseerd op basis van de waren en diensten waarvoor het gebruik werd aangetoond;
- f. indien er bewijzen van gebruik worden overgelegd zendt het Bureau deze door naar de verweerder en stelt hem een termijn van twee maanden om schriftelijk te reageren op de bewijzen van gebruik en, indien deze dit bij de onder d bedoelde gelegenheid nog niet had gedaan, op de argumenten van opposant;
- g. indien het Bureau daartoe gronden aanwezig acht kan het een of meer partijen verzoeken om binnen een daartoe gestelde termijn aanvullende argumenten of stukken in te dienen;
- h. er kan een mondelinge behandeling worden gehouden overeenkomstig [regel 1.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.23&z=2018-06-01&g=2018-06-01);
- i. het Bureau neemt een beslissing. Indien een oppositie die op verscheidene oudere merken berust op basis van één van deze merken wordt toegewezen, neemt het Bureau over de overige ingeroepen merken geen beslissing.
2. Indien verweerder geen domicilie binnen de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte heeft, dient binnen de in lid 1, sub d genoemde termijn alsnog aan dit vereiste van [regel 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01) te worden voldaan.
##### Regel 1.15. Ontvankelijkheidsvereisten
1. De oppositie is ontvankelijk wanneer zij is ingediend binnen de in [artikel 2.14, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.14&z=2018-06-01&g=2018-06-01), of [2.18, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.14&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag genoemde termijn, voldoet aan de voorwaarden bedoeld in[regel 1.13, lid 1, sub a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.13&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van dit reglement, en [artikel 2.14, lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.14&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag.
2. Voor het vaststellen van de ontvankelijkheid van de oppositie is aan het vereiste van [artikel 2.14, lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.14&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag voldaan indien 40% van de verschuldigde rechten is voldaan.
3. Onverminderd het bepaalde in het vorige lid kan bij indiening het totale verschuldigde recht voor het indienen van de oppositie worden betaald. Het vorige lid laat onverlet dat het totale verschuldigde recht voor het einde van de termijn bepaald in [regel 1.14, lid 1, sub b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.14&z=2018-06-01&g=2018-06-01), dient te zijn voldaan.
4. Indien de oppositie is gebaseerd op meer merken dan waarvoor de rechten zijn betaald, wordt de oppositie in behandeling genomen maar worden alleen de merken in aanmerking genomen waarvoor de rechten betaald zijn, volgens de volgorde zoals bij indiening van de oppositie vermeld.
5. Indien de ingevolge [regel 1.13, lid 1, sub a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.13&z=2018-06-01&g=2018-06-01), verstrekte gegevens niet overeenstemmen met de geregistreerde gegevens van een ingevolge regel 1.13, lid 1, sub c, ingeroepen Beneluxmerk, wordt de ingediende oppositie door het Bureau tevens opgevat als een verzoek tot aantekening van een wijziging in het register. Het bepaalde in regel 3.1 is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de termijn bepaald in regel 3.1, lid 5, maximaal twee weken bedraagt. Wanneer het in regel 1.13, lid 1, sub c, bedoelde oudere merk een uniemerk of een internationaal merk betreft, stelt het Bureau opposant een termijn van twee weken om aan te tonen dat hij het nodige heeft gedaan om het betreffende register in overeenstemming te brengen met de door hem bij indiening van de oppositie verstrekte gegevens.
6. Indien de geldigheid van een ingeroepen ouder merk verstrijkt voor het einde van de termijn voor het instellen van oppositie en dit merk ingevolge de toepasselijke wettelijke bepalingen nog kan worden vernieuwd, stelt het Bureau opposant een termijn van twee weken om dit merk alsnog te vernieuwen. Indien het betreffende oudere merk een uniemerk of een internationaal merk is, stelt het Bureau een termijn van twee weken om aan te tonen dat het nodige is gedaan om het merk te vernieuwen.
##### Regel 1.16. Regularisatie oppositie
1. Indien het Bureau vaststelt dat de akte van oppositie niet voldoet aan andere vereisten dan die bedoeld in [regel 1.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.15&z=2018-06-01&g=2018-06-01), doet hij hiervan mededeling aan de opposant en stelt hem een termijn van twee maanden om de vastgestelde gebreken op te heffen. Indien deze gebreken niet tijdig worden opgeheven, wordt de oppositie verder buiten behandeling gelaten.
2. Indien het Bureau vaststelt dat andere door partijen ingediende stukken dan bedoeld in lid 1 niet voldoen aan de in dit reglement bedoelde vereisten, doet hij hiervan mededeling aan de betreffende partij en stelt hem een termijn van twee maanden om de vastgestelde gebreken op te heffen. Indien deze gebreken niet tijdig worden opgeheven, wordt het betreffende stuk geacht niet te zijn ingediend.
3. Indien op het moment van aanvang van de procedure, zoals bepaald in [regel 1.14, lid 1, sub b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.14&z=2018-06-01&g=2018-06-01), de voor de oppositie verschuldigde rechten niet volledig zijn voldaan wordt de oppositie verder buiten behandeling gelaten.
##### Regel 1.35. Vertaling
1. De vaststelling van de proceduretaal laat onverlet de mogelijkheid van partijen om zich in de procedure tot nietigverklaring of vervallenverklaring te bedienen van een andere werktaal van het Bureau dan de proceduretaal.
2. Indien een van de partijen argumenten indient in een werktaal van het Bureau die niet de proceduretaal is, vertaalt het Bureau deze argumenten in de proceduretaal, tenzij de wederpartij heeft aangegeven geen prijs te stellen op vertaling.
3. Op verzoek van een partij vertaalt het Bureau de in de proceduretaal ingediende argumenten van de wederpartij in een andere werktaal van het Bureau.
4. Op verzoek van een partij vertaalt het Bureau zijn beslissing in de andere werktaal van het Bureau.
5. Vertaling kan worden verzocht bij indiening van de vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring of bij de mededeling van verweerder als bedoeld in [regel 1.34, lid 4, sub b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=4&artikel=1.34&z=2018-06-01&g=2018-06-01). Gedurende de procedure kan elke partij schriftelijk te kennen geven niet langer prijs te stellen op vertaling door het Bureau.
6. Argumenten die niet in een van de werktalen van het Bureau zijn ingediend, worden als niet-ingediend beschouwd.
7. Indien argumenten ingevolge deze regel door het Bureau worden vertaald, geldt het document in de taal waarin het werd ingediend als authentiek.
##### Regel 1.36. Taal stukken ter ondersteuning argumenten of gebruik
[Regel 1.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.20&z=2018-06-01&g=2018-06-01) is van overeenkomstige toepassing op de procedure tot nietigverklaring of vervallenverklaring.
##### Regel 1.37. Beginsel van hoor en wederhoor
Op het beginsel van hoor en wederhoor als bedoeld in [artikel 2.30ter, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6bis&artikel=2.30ter&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag is [regel 1.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.21&z=2018-06-01&g=2018-06-01) van overeenkomstige toepassing.
##### Regel 1.38. Opschorting
1. Indien de procedure ingevolge [artikel 2.30ter, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6bis&artikel=2.30ter&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag wordt opgeschort doet het Bureau hiervan mededeling aan partijen, onder vermelding van de grond van opschorting.
2. Indien de grond voor opschorting is opgeheven, wordt de procedure voortgezet. Het Bureau deelt dit mede aan partijen, vermeldt hierbij welke handelingen op het betreffende moment in de procedure dienen te worden verricht en stelt hiervoor in voorkomend geval een aanvullende termijn.
3. Opschorting op gezamenlijk verzoek geschiedt voor een periode van vier maanden, en kan met telkens eenzelfde periode worden verlengd. Elke partij kan gedurende een opschorting op gezamenlijk verzoek verzoeken om de opschorting op te heffen.
4. Opschorting op gezamenlijk verzoek is gedurende de eerste drie opeenvolgende periodes kostenloos. Voor verdere opschorting op gezamenlijk verzoek en verlenging daarvan is een recht verschuldigd. Indien dit niet wordt betaald bij het verzoek tot opschorting stelt het Bureau daarvoor een termijn van een maand. Indien niet of te laat wordt betaald, wordt de procedure overeenkomstig lid 2 voortgezet.
5. Opschorting van de procedure ontheft partijen niet van de verplichtingen die zij hebben ingevolge [regel 1.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=4&artikel=1.33&z=2018-06-01&g=2018-06-01).
##### Regel 1.39. Mondelinge behandeling
Op een mondelinge behandeling als bedoeld in [regel 1.31, lid 1, sub h, of lid 2, sub g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=4&artikel=1.31&z=2018-06-01&g=2018-06-01), is [regel 1.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.23&z=2018-06-01&g=2018-06-01) van overeenkomstige toepassing.
##### Regel 1.40. Meer vorderingen tot nietigverklaring of vervallenverklaring
Indien verscheidene vorderingen tot nietigverklaring of vervallenverklaring van een merk zijn ingediend, is [regel 1.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.24&z=2018-06-01&g=2018-06-01) van overeenkomstige toepassing.
##### Regel 1.41. Bewijzen van gebruik
Op de ingevolge [regel 1.31, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=4&artikel=1.31&z=2018-06-01&g=2018-06-01), door verzoeker, dan wel ingevolge regel 1.31, lid 2, door verweerder in te dienen stukken om het gebruik van het merk aan te tonen is [regel 1.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.25&z=2018-06-01&g=2018-06-01) van overeenkomstige toepassing.
##### Regel 1.42. Openbaarheid procedure
[Regel 1.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.26&z=2018-06-01&g=2018-06-01) is van overeenkomstige toepassing op de procedure tot nietigverklaring of vervallenverklaring.
##### Regel 1.43. Inhoud beslissing
[Regel 1.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.27&z=2018-06-01&g=2018-06-01) is van overeenkomstige toepassing op de beslissing tot nietigverklaring of vervallenverklaring.
##### Regel 1.44. Kostenbepaling vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring
1. De restitutie als bedoeld in [artikel 2.30ter, lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6bis&artikel=2.30ter&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag wordt vastgesteld op een bedrag dat gelijk is aan 50% van het recht verschuldigd voor het instellen van de vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring.
2. De kosten als bedoeld in [artikel 2.30ter, lid 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6bis&artikel=2.30ter&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag worden vastgesteld op een bedrag dat gelijk is aan het basisrecht voor de vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring.
3. Voor vertaling ingevolge [regel 1.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=4&artikel=1.35&z=2018-06-01&g=2018-06-01) is een door de Directeur-Generaal vastgestelde vergoeding verschuldigd door de partij die argumenten indient in een taal van het Bureau die niet de proceduretaal is of door de partij die vertaling in de andere taal van het Bureau dan de proceduretaal wenst. De Directeur-Generaal stelt tevens een vergoeding vast voor vertaling van de beslissing en vertolking bij een mondelinge behandeling.
##### Regel 1.45. Verzoek om de beslissing niet ten uitvoer te leggen
Na de in [artikel 2.30ter, lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6bis&artikel=2.30ter&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag bedoelde beslissing en uiterlijk totdat deze definitief wordt, kunnen partijen het Bureau gezamenlijk verzoeken de beslissing niet ten uitvoer te leggen.
##### Regel 1.46. Conversies
1. In geval van een verzoek zoals bedoeld in artikel 139 van de Uniemerkenverordening (2017/1001) moet de aanvrager:
- a. een betaling verrichten van het recht voor een Beneluxdepot;
- b. een vertaling in een van de werktalen van het Bureau van het verzoek en de hierbij gevoegde stukken indienen;
- c. een domicilie kiezen in de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte overeenkomstig [regel 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01).
2. De termijn hiervoor bedraagt minimaal een maand. Deze termijn kan ambtshalve en zal op verzoek worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden. Indien binnen de gestelde termijn niet is voldaan aan deze bepalingen, worden de ontvangen stukken verder buiten behandeling gelaten.
## TITEL II. : TEKENINGEN OF MODELLEN
##### Regel 2.1. Depotvereisten
1. Het Beneluxdepot van een tekening of model geschiedt in het Nederlands, Frans of Engels door de indiening van een document, bevattende:
- a. naam en adres van de deposant; indien deposant een rechtspersoon is onder vermelding van zijn rechtsvorm;
- b. afbeelding(en) van het uiterlijk van het voortbrengsel;
- c. de vermelding van het voortbrengsel, waarin de tekening of het model is of wordt belichaamd;
- d. een omschrijving van de kleur of de kleuren van de tekening of het model; in voorkomend geval voorzien van de daarmee overeenstemmende kleurcode;
- e. de handtekening van de deposant of zijn gemachtigde.
2. Het document kan bovendien bevatten:
- a. een beschrijving in niet meer dan honderdvijftig woorden van de kenmerkende eigenschappen van het nieuwe uiterlijk van het voortbrengsel;
- b. de naam van de werkelijke ontwerper van de tekening of het model;
- c. een verzoek om opschorting van de publicatie van de inschrijving, als bedoeld in [regel 2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.5&z=2018-06-01&g=2018-06-01).
3. In voorkomend geval dienen naam en adres van de gemachtigde, of het in [regel 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01) bedoelde correspondentieadres te worden vermeld.
4. Het voortbrengsel, waarin de tekening of het model is of wordt belichaamd, moet nauwkeurig worden aangegeven en bij voorkeur met gebruikmaking van de bewoordingen van de alfabetische lijst van de internationale classificatie, bedoeld in de Overeenkomst van Locarno van 8 oktober 1968 tot instelling van een internationale classificatie voor tekeningen en modellen van nijverheid.
##### Regel 2.2. Meervoudig depot
Een Beneluxdepot kan verscheidene tekeningen of modellen bevatten tot ten hoogste vijftig. In zodanig geval is het bepaalde in [regel 2.1, lid 1, sub b, c en d, lid 2 en 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=1&artikel=2.1&z=2018-06-01&g=2018-06-01), ten aanzien van iedere tekening of model van toepassing. Iedere tekening of model dient aangeduid te worden met een verschillend nummer.
##### Regel 2.3. Vaststellen depotdatum en termijn regularisatie
1. De in [artikel 3.9, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=2&artikel=3.9&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag bedoelde vereisten voor het vaststellen van een datum van depot, zijn die vermeld in [regel 2.1, lid 1, sub a, b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=1&artikel=2.1&z=2018-06-01&g=2018-06-01), behoudens betaling van de rechten verschuldigd voor het depot, binnen een termijn van een maand nadat aan voornoemde vereisten is voldaan.
2. De termijn bedoeld in [artikel 3.9, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=2&artikel=3.9&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag om te voldoen aan de overige gestelde vereisten, bedraagt tenminste een maand. Deze termijn kan ambtshalve en zal op verzoek worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden.
3. In geval van een meervoudig depot is [artikel 3.9, lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=2&artikel=3.9&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag slechts van toepassing op de niet-geregulariseerde tekeningen of modellen.
##### Regel 2.4. Prioriteit
1. Indien bij het depot een beroep wordt gedaan op het recht van voorrang, als bedoeld in [artikel 3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=2&artikel=3.10&z=2018-06-01&g=2018-06-01) van het Verdrag, dienen het land, de dagtekening, het nummer en de houder van het depot, waarop het recht van voorrang steunt, te worden vermeld. Indien de deposant in het land van oorsprong niet degene is die het Beneluxdepot heeft verricht, dan moet de laatstgenoemde aan zijn depot een document toevoegen, waaruit zijn rechten blijken.
2. De bijzondere verklaring betreffende het recht van voorrang, als bedoeld in [artikel 3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=2&artikel=3.10&z=2018-06-01&g=2018-06-01) van het Verdrag, dient te bevatten: de naam en het adres van de deposant, zijn handtekening of die van zijn gemachtigde, in voorkomend geval naam en adres van de gemachtigde of het correspondentieadres als bedoeld in [regel 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01), een aanduiding van de tekening of het model, alsmede de in lid 1 bedoelde gegevens.
3. De deposant, die zich op een recht van voorrang beroept, is verplicht een afschrift van de documenten die dit recht van voorrang staven over te leggen.
4. Indien niet is voldaan aan het bepaalde in lid 1, 2 en 3 en in de [regels 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.3&z=2018-06-01&g=2018-06-01) en [3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01), stelt het Bureau de betrokkene onverwijld daarvan in kennis en geeft hem een termijn van tenminste een maand om hieraan alsnog te voldoen. Deze termijn kan ambtshalve en zal op verzoek worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden. Het uitblijven van een tijdige reactie leidt tot verval van het recht van voorrang.
##### Regel 2.5. Opschorting publicatie
1. De deposant, die opschorting van de publicatie van de inschrijving wenst, dient hiertoe bij het depot een verzoek in te dienen onder opgave van de termijn, waarvoor opschorting van de publicatie gevraagd wordt.
2. De opschorting van de publicatie van de inschrijving van een meervoudig depot kan slechts gevraagd worden voor alle tekeningen en modellen tezamen en voor éénzelfde termijn.
3. Indien de deposant, die opschorting heeft gevraagd van de publicatie van de inschrijving van een meervoudig depot, bij afloop van de termijn van opschorting aan het Bureau meedeelt, dat hij slechts publicatie wenst van een deel van de tekeningen of modellen, dient hij dit te doen onder opgave van de nummers van de tekeningen of modellen waarvan hij publicatie wenst.
4. De deposant kan te allen tijde om beëindiging van de termijn van opschorting verzoeken.
##### Regel 2.6. Verzoek tweede publicatie
De termijn bedoeld in [artikel 3.11, lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=2&artikel=3.11&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag, gedurende welke de deposant aan het Bureau een tweede publicatie van de tekening of het model kan vragen, bedraagt drie maanden te rekenen van de datum van de eerste publicatie.
##### Regel 2.7. Inschrijving
1. Het Bureau schrijft het depot in het register in door vermelding van:
- a. het nummer van de inschrijving;
- b. de datum en het nummer van het depot;
- c. de in [regel 2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=1&artikel=2.1&z=2018-06-01&g=2018-06-01) bedoelde gegevens;
- d. in voorkomend geval, het ingeroepen recht van voorrang onder vermelding van het land, de dagtekening, het nummer en de houder van het depot waarop het ingeroepen recht van voorrang steunt overeenkomstig [regel 2.4 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=1&artikel=2.4&z=2018-06-01&g=2018-06-01);
- e. ingeval van opschorting van de publicatie van de inschrijving, de gegevens opgenomen in [regel 2.5, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.5&z=2018-06-01&g=2018-06-01);
- f. de datum waarop de geldigheidsduur van de inschrijving verstrijkt;
- g. het nummer van de klasse en de onderklasse van de internationale classificatie, bedoeld in de [Overeenkomst van Locarno](onbekend) in welke het voortbrengsel, waarin de tekening of het model is of wordt belichaamd, is gerangschikt;
- h. de datum van inschrijving.
2. Als datum van inschrijving geldt de dag waarop het Bureau vaststelt dat het depot voldoet aan alle in het Verdrag en het onderhavige reglement gestelde vereisten.
3. Het Bureau zendt de houder onverwijld een bewijs van inschrijving toe.
##### Regel 2.8. Datum inschrijving internationale depots
Als datum van inschrijving van internationale depots van tekeningen of modellen waarbij de Benelux werd aangeduid geldt de datum van de in [artikel 3.11, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=2&artikel=3.11&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag bedoelde publicatie.
##### Regel 2.9. Inschrijving handhaving gewijzigde vorm
Een verzoek tot inschrijving van de in [artikel 3.24, lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=4&artikel=3.24&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag bedoelde verklaring van de houder of rechterlijke beslissing dient te worden ingediend bij het Bureau en dient te bevatten de naam en het adres van de houder, zijn handtekening of die van zijn gemachtigde, in voorkomend geval naam en adres van de gemachtigde of het correspondentieadres als bedoeld in [regel 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01), alsmede het nummer van de inschrijving.
##### Regel 2.10. Inschrijving vordering tot opeising en doorhaling van deze inschrijving
1. Het verzoek tot inschrijving van de vordering tot opeising bedoeld in [artikel 3.7, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.7&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag, dient te bevatten de naam en het adres van degene die de vordering instelt, zijn handtekening of die van zijn gemachtigde en, in voorkomend geval, naam en adres van de gemachtigde of het correspondentieadres als bedoeld in [regel 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01), alsmede de naam en het adres van de houder en het nummer van de inschrijving van het Benelux- of internationaal depot van de betreffende tekening of het betreffende model.
2. De in [artikel 3.7, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.7&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag bedoelde inschrijving van de vordering tot opeising wordt op verzoek van de meest gerede partij doorgehaald. Deze dient daartoe, hetzij een rechterlijke beslissing waartegen geen hoger beroep of cassatie meer kan worden ingesteld, hetzij een stuk waaruit blijkt dat de vordering is ingetrokken, over te leggen.
##### Regel 2.11. Vernieuwing
De vernieuwing van de inschrijving geschiedt door betaling aan het Bureau van het daartoe verschuldigde recht. Indien de houder van een meervoudig depot gebruik wil maken van de mogelijkheid die wordt geopend door [artikel 3.14, lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=2&artikel=3.14&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag, dient hij de nummers te vermelden van de tekeningen of modellen waarvan hij de vernieuwing van de inschrijving wenst.
##### Regel 2.12. Inschrijving vernieuwing
1. Het Bureau schrijft de vernieuwingen in het register in door aanpassing van de datum waarop de geldigheidsduur van de inschrijving verstrijkt.
2. Het Bureau zendt degene die het daartoe verschuldigde recht heeft betaald een bevestiging van de vernieuwing toe.
##### Regel 3.1. Wijzigingen in het register
1. Ieder verzoek tot wijziging van registergegevens met betrekking tot een Benelux depot of inschrijving dient aan het Bureau te worden gericht onder vermelding van het nummer van de inschrijving, de naam en het adres van de houder van het recht, zijn handtekening of die van zijn gemachtigde en, in voorkomend geval, naam en adres van de gemachtigde of het correspondentieadres bedoeld in [regel 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01). In voorkomend geval dient het verzoek van een bewijsstuk te zijn vergezeld.
2. Indien een zodanig verzoek de inschrijving betreft van een meervoudig depot van tekeningen of modellen maar geen betrekking heeft op alle tekeningen of modellen hierin, dient het de nummers te vermelden van de tekeningen of modellen waarom het gaat. Indien de overdracht of overgang het uitsluitend recht betreft op een of meer tekeningen of modellen die deel uitmaken van een meervoudig depot, wordt dit deel van het depot voortaan beschouwd als een zelfstandig depot.
3. De doorhaling van de inschrijving van een pandrecht of een beslag wordt verricht op basis van een bewijsstuk.
4. Er kan worden volstaan met het overleggen van een kopie van de akte waaruit overdracht, andere overgang, licentie of een pandrecht, als bedoeld in de [artikelen 2.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=7&artikel=2.33&z=2018-06-01&g=2018-06-01) en [3.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=5&artikel=3.27&z=2018-06-01&g=2018-06-01) van het Verdrag, blijkt. Indien het Bureau gerede twijfel heeft over de juistheid van de verzochte wijziging kan het Bureau nadere informatie verzoeken, waaronder de indiening van originele stukken of gewaarmerkte kopieën daarvan.
5. Indien bij een verzoek als bedoeld in deze regel niet is voldaan aan het in dit reglement bepaalde of indien de verschuldigde rechten of vergoedingen niet of niet volledig zijn betaald, stelt het Bureau de betrokkene hiervan onverwijld in kennis. Onverminderd het bepaalde in [regel 1.15, lid 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.15&z=2018-06-01&g=2018-06-01), geeft het hem een termijn van minimaal een maand om de gebreken alsnog op te heffen. Deze termijn kan ambtshalve en zal op verzoek worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden. Indien binnen de gestelde termijn niet is voldaan aan de gestelde vereisten worden de ontvangen stukken verder buiten behandeling gelaten.
### HOOFDSTUK 2. INTERNATIONALE DEPOTS
##### Regel 3.2. Internationale depots met geldigheid in de Benelux
1. Betreffende de internationale depots ten aanzien waarvan de deposanten verzocht hebben dat zij hun werking zullen uitstrekken over het Beneluxgebied, schrijft het Bureau, onverminderd het bepaalde in de [regels 1.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.8&z=2018-06-01&g=2018-06-01) en [2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.8&z=2018-06-01&g=2018-06-01), in het register in de van het Internationaal Bureau komende kennisgevingen als bedoeld in de [artikelen 2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.10&z=2018-06-01&g=2018-06-01) en [4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=IV&hoofdstuk=2&artikel=4.4&z=2018-06-01&g=2018-06-01) van het Verdrag.
2. Indien een internationaal depot van een collectief merk niet vergezeld is van een reglement op het gebruik en het toezicht, wijst het Bureau de deposant onverwijld op zijn verplichting dit reglement binnen de in [artikel 2.36, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=8&artikel=2.36&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag bedoelde termijn, over te leggen. Met betrekking tot de collectieve merken wordt in dit register melding gemaakt van het al dan niet overgelegd zijn en van de wijzigingen van het reglement op het gebruik en het toezicht.
3. Bovendien worden in het register aangetekend de gegevens betreffende nietigverklaring, vervallenverklaring en licenties, pandrecht en beslag, van tekeningen of modellen voor zover deze het Beneluxgebied betreffen.
4. [Regel 3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.1&z=2018-06-01&g=2018-06-01) is van overeenkomstige toepassing op de inschrijving van de in lid 3 bedoelde gegevens.
##### Regel 3.3. Talen Bureau
1. De officiële talen van het Bureau zijn het Nederlands en het Frans. De werktalen van het Bureau zijn het Nederlands, Frans en Engels.
2. Alle stukken die aan het Bureau worden overgelegd dienen in een van de werktalen te zijn gesteld. Het bepaalde in [regel 1.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.20&z=2018-06-01&g=2018-06-01) vormt hierop een uitzondering.
3. Bewijzen van een recht van voorrang, van naamswijziging, uittreksels van akten waaruit een overdracht, een andere overgang, een licentie of een pandrecht blijkt, de daarop betrekking hebbende verklaringen, de reglementen op het gebruik en het toezicht en de wijzigingen daarvan, worden eveneens aanvaard indien zij in het Duits zijn gesteld.
4. De in lid 3 genoemde stukken die in een andere taal zijn gesteld worden eveneens aanvaard indien een vertaling ervan in een van de werktalen van het Bureau of het Duits is bijgevoegd.
5. Het Bureau levert op verzoek en tegen betaling van een recht een vertaling naar een van zijn officiële talen van alle Beneluxdepots of -inschrijvingen die in het Engels luiden en die openbaar gemaakt zijn.
##### Regel 3.4. Indiening van stukken
1. De aan het Bureau of de nationale diensten over te leggen stukken, bewijsstukken en bijlagen kunnen worden ingediend met behulp van de daartoe door de Directeur-Generaal aangeduide (al dan niet elektronische) middelen. De Directeur-Generaal kan daarbij per handeling waarop de indiening betrekking heeft verschillende middelen aanduiden.
2. De in lid 1 genoemde stukken, bewijsstukken en bijlagen die niet voldoen aan het daaromtrent door de Directeur-Generaal bepaalde worden geacht niet te zijn ontvangen door het Bureau.
##### Regel 3.5. Ondertekening van stukken
Indien enig stuk, overgelegd ter inschrijving in het Benelux-register of in het register van internationale inschrijvingen gehouden bij het Internationaal Bureau, is ondertekend namens een rechtspersoon, dient daarbij de naam en de hoedanigheid van de ondertekenaar te zijn vermeld.
##### Regel 3.6. Aanstelling gemachtigde
1. Alle handelingen bij het Bureau of een nationale dienst kunnen worden verricht door tussenkomst van een vertegenwoordiger die als gemachtigde optreedt.
2. Een gemachtigde dient een woonplaats of zetel te hebben binnen de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte.
3. Alle mededelingen ten aanzien van deze handelingen worden aan de gemachtigde gericht.
4. Eenieder die binnen de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte geen zetel of woonplaats heeft noch een gemachtigde heeft aangewezen, moet aldaar een correspondentieadres aangeven.
##### Regel 3.7. Volmachten
1. Eenieder die stelt op te treden als vertegenwoordiger van een belanghebbende voor het verrichten van een handeling bij het Bureau wordt verondersteld hiertoe door belanghebbende te zijn gemachtigd.
2. Indien een vertegenwoordiger het Bureau verzoekt een registratie door te halen dient deze een daartoe strekkende volmacht in te dienen.
3. Indien het Bureau redenen heeft om te twijfelen aan de machtiging van een vertegenwoordiger, bij welke handeling dan ook, kan het verzoeken een volmacht in te dienen. De termijn hiervoor bedraagt een maand. Deze termijn zal op verzoek met een maand worden verlengd. Het uitblijven van een tijdige reactie heeft tot gevolg dat het verzoek buiten behandeling zal worden gelaten.
##### Regel 3.8. Bevestiging ontvangst van stukken
1. Het Bureau bevestigt de ontvangst van elk stuk dat bestemd is voor inschrijving in het Benelux-register of in het register van de internationale inschrijvingen gehouden bij het Internationaal Bureau.
2. Ieder stuk wordt bij ontvangst door de bevoegde instantie gedagtekend onder vermelding van uur, dag, maand en jaar van ontvangst.
3. Het Bureau registreert de verzending en ontvangst van stukken. Deze registratie vormt, behoudens tegenbewijs, het bewijs van verzending en ontvangst en van het moment waarop dit heeft plaatsgevonden.
##### Regel 3.9. Termijnen en sluitingsdagen
1. De in dit reglement bedoelde in maanden uitgedrukte termijnen beginnen te lopen vanaf de dag waarop de desbetreffende handeling plaatsvindt en verstrijken, in de betreffende maand, op de dag die overeenkomt met de dag waarop de termijnen beginnen te lopen. Indien de betreffende maand geen overeenkomende dag heeft, verstrijkt de termijn op de laatste dag van deze maand.
2. De in dit reglement bedoelde in weken uitgedrukte termijnen beginnen te lopen vanaf de dag waarop de desbetreffende handeling plaatsvindt en verstrijken, in de betreffende week, op de dag die overeenkomt met de dag waarop de termijnen beginnen te lopen.
3. Indien de dienst van de bevoegde instantie gesloten is op de laatste dag van een ingevolge het Verdrag of dit reglement in acht te nemen termijn, wordt die termijn verlengd tot het einde van de eerstvolgende dag, waarop deze dienst geopend is.
4. In geval van verstoring van de normale postbedeling in een van de Beneluxlanden gedurende minstens één van de vijf werkdagen, voorafgaand aan het einde van de termijn bedoeld in de [regels 1.3, lid 1 en 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.3&z=2018-06-01&g=2018-06-01), [1.4, lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.4&z=2018-06-01&g=2018-06-01), [2.3, lid 1 en 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=1&artikel=2.3&z=2018-06-01&g=2018-06-01), [2.4, lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=1&artikel=2.4&z=2018-06-01&g=2018-06-01), en [3.1, lid 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.1&z=2018-06-01&g=2018-06-01), en de in de [hoofdstukken 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&z=2018-06-01&g=2018-06-01) en 4 van titel I bedoelde termijnen, zullen stukken, binnengekomen bij de terzake bevoegde instantie na afloop van de in voornoemde regels bepaalde termijnen, in behandeling genomen worden alsof ze tijdig waren ingediend bij deze instantie, mits redelijkerwijs kan aangenomen worden dat de verstoring van de normale postbedeling de oorzaak is van het na afloop van genoemde termijnen binnenkomen van die stukken.
##### Regel 3.10. Inlichtingen en afschriften
1. Het Bureau verschaft afschriften en inlichtingen op grondslag van het Benelux-register. De nationale diensten verschaffen uit naam en voor rekening van het Bureau dezelfde inlichtingen en afschriften voor zover zij daarover beschikken.
2. Het register kan worden geraadpleegd op door de Directeur-Generaal vastgestelde wijze of in de vorm van een abonnement waarvan de modaliteiten door de Directeur-Generaal worden vastgesteld.
3. De bewijsstukken van het recht van voorrang, bedoeld in [artikel 4, onder D, derde lid, van het Verdrag van Parijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004120&artikel=4) worden door het Bureau, of in voorkomend geval de nationale diensten, verschaft. Een dergelijk document kan slechts worden afgegeven, nadat conform het bepaalde in de [regels 1.3, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.3&z=2018-06-01&g=2018-06-01), en [2.3, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=1&artikel=2.3&z=2018-06-01&g=2018-06-01), de depotdatum is vastgesteld.
##### Regel 3.11. Ter beschikking stellen formulieren
Het Bureau en de nationale diensten stellen formulieren beschikbaar voor het verrichten van die handelingen die langs niet- elektronische weg kunnen worden verricht. De Directeur-Generaal stelt het model van deze formulieren vast. Deze worden gepubliceerd op de website van het Bureau.
##### Regel 3.12. Benelux-register
1. Het Benelux-register bevat twee gedeelten:
- a. een register van Beneluxdepots;
- b. een register van internationale depots.
2. Het Benelux-register en de stukken die dienen tot bewijs van de daarin opgenomen aantekeningen kunnen kosteloos worden ingezien bij het Bureau.
3. Het Benelux-register kan eveneens kosteloos worden geraadpleegd bij de Belgische en Luxemburgse nationale diensten.
##### Regel 3.13. Publicatie
Het Bureau publiceert, conform het bepaalde in [artikel 4.4, sub b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=IV&hoofdstuk=2&artikel=4.4&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag uitsluitend in de taal waarin de inschrijving plaatsgevonden heeft:
- a. alle ingeschreven gegevens betreffende Beneluxdepots, bedoeld in de [regels 1.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.5&z=2018-06-01&g=2018-06-01), [1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01), [1.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.7&z=2018-06-01&g=2018-06-01), [1.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.9&z=2018-06-01&g=2018-06-01), [2.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.7&z=2018-06-01&g=2018-06-01), [2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=3&artikel=2.12&z=2018-06-01&g=2018-06-01) en [3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.1&z=2018-06-01&g=2018-06-01). Bij een beperkte vernieuwing van de inschrijving van een meervoudig depot van een tekening of model zal de publicatie van de vernieuwing de nummers van de gehandhaafde tekeningen of modellen vermelden;
- b. alle ingeschreven gegevens betreffende internationale merkdepots, bedoeld in [regel 1.8 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.8&z=2018-06-01&g=2018-06-01);
- c. alle ingeschreven gegevens betreffende internationale depots van tekeningen of modellen bedoeld in [regel 3.2 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.2&z=2018-06-01&g=2018-06-01);
- d. de inschrijving van de verklaring of de rechterlijke beslissing bedoeld in [regel 2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.9&z=2018-06-01&g=2018-06-01);
- e. het feit van de inschrijving van de vordering tot opeising bedoeld in [regel 2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.10&z=2018-06-01&g=2018-06-01).
##### Regel 3.14. Nadere regels
De in [regel 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.4&z=2018-06-01&g=2018-06-01) bedoelde nadere regels van de Directeur-Generaal voor het indienen van stukken worden op de website van het Bureau gepubliceerd.
## TITEL IV. : I-DEPOT
##### Regel 4.1. Soorten i-DEPOT
Het in [artikel 4.4bis](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=IV&hoofdstuk=2&artikel=4.4bis&z=2018-06-01&g=2018-06-01) van het Verdrag genoemde i-DEPOT bestaat in een fysieke variant („i-DEPOT enveloppe”) en in een elektronische variant („online i-DEPOT”).
##### Regel 4.2. Indiening i-DEPOT enveloppe
1. Een i-DEPOT enveloppe bestaat uit twee gelijke aan elkaar gekoppelde compartimenten en kan bij het Bureau worden verkregen tegen betaling van het daarvoor verschuldigde recht.
2. Indiening van een i-DEPOT enveloppe geschiedt door terugzending aan het Bureau van de twee aan elkaar gekoppelde compartimenten die beide dezelfde stukken dienen te bevatten; de enveloppe dient te zijn voorzien van naam en adres van de indiener.
3. Zonder de inhoud te controleren stelt het Bureau overeenkomstig [regel 3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.8&z=2018-06-01&g=2018-06-01) het moment van ontvangst van de i-DEPOT enveloppe vast, brengt een bevestiging hiervan aan op beide compartimenten van de enveloppe en stuurt één van deze compartimenten terug aan indiener.
##### Regel 4.3. Bewaring i-DEPOT enveloppe
1. Het Bureau bewaart één van de compartimenten van de i-DEPOT enveloppe gedurende een periode van vijf of tien jaar, afhankelijk van de terzake door indiener gemaakte keuze.
2. De bewaartermijn kan met periodes van vijf jaar worden verlengd.
3. Twee maanden voor het verstrijken van de bewaartermijn stuurt het Bureau de indiener een herinnering en informeert over de mogelijkheid de bewaring te verlengen.
4. Verlenging van de bewaartermijn geschiedt door betaling van het daarvoor verschuldigde recht. Dit dient ten laatste twee maanden na de afloop van de bewaartermijn te zijn voldaan.
5. Het Bureau vernietigt de i-DEPOT enveloppen waarvan de bewaartermijn niet tijdig werd verlengd.
6. Indiener kan het Bureau gedurende de bewaarneming verzoeken om de toezending van het door het Bureau bewaarde compartiment van de i-DEPOT enveloppe. Door toezending van dit compartiment eindigt de bewaarneming door het Bureau.
##### Regel 4.4. i-DEPOT enveloppe bewijs
Zowel het door het Bureau retour gezonden compartiment van de i-DEPOT enveloppe als het door het Bureau bewaarde compartiment van de i-DEPOT enveloppe vormen bewijs in de zin van [artikel 4.4bis](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=IV&hoofdstuk=2&artikel=4.4bis&z=2018-06-01&g=2018-06-01) van het Verdrag.
##### Regel 4.5. Indiening online i-DEPOT
1. Een online i-DEPOT bestaat uit een bestand voorzien van een elektronisch mechanisme ter beveiliging en verificatie aangebracht door het Bureau, waarmee wordt gegarandeerd dat de inhoud ervan vanaf het moment van ontvangst door het Bureau niet is gewijzigd.
2. Bij indiening van een online i-DEPOT dienen naam en adres van indiener te worden vermeld.
3. Bovendien dient bij een online i-DEPOT:
- a. een omschrijving te worden vermeld, of;
- b. een of meer bestanden toe te worden gevoegd, of;
- c. een combinatie van het onder a en b genoemde.
4. Het Bureau kent het online i-DEPOT een nummer toe, stelt overeenkomstig [regel 3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.8&z=2018-06-01&g=2018-06-01) het moment van ontvangst van het online i-DEPOT vast en stelt het in lid 1 bedoelde elektronische bestand op elektronische wijze beschikbaar aan indiener. Dit bestand bevat de bestanddelen genoemd in de leden 2 en 3, het nummer van het online i-DEPOT alsmede datum en tijdstip van ontvangst door het Bureau.
##### Regel 4.6. Online i-DEPOT bewijs
Het elektronisch bestand bedoeld in [regel 4.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=IV&hoofdstuk=3&artikel=4.5&z=2018-06-01&g=2018-06-01) vormt bewijs in de zin van [artikel 4.4bis](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=IV&hoofdstuk=2&artikel=4.4bis&z=2018-06-01&g=2018-06-01) van het Verdrag.
##### Regel 4.7. Bewaring online i-DEPOT
1. Het Bureau bewaart een online i-DEPOT gedurende een periode van vijf of tien jaar, afhankelijk van de terzake door indiener gemaakte keuze.
2. Twee maanden voor het verstrijken van de bewaartermijn stuurt het Bureau de indiener een herinnering en informeert over de mogelijkheid de bewaring te verlengen.
3. Verlenging van de bewaartermijn geschiedt door betaling van het daarvoor verschuldigde recht. Dit dient ten laatste twee maanden na de afloop van de bewaartermijn te zijn voldaan.
4. Het Bureau vernietigt het online i-DEPOT waarvan de bewaartermijn niet tijdig werd verlengd.
5. Indiener kan het Bureau te allen tijde verzoeken de bewaring van een online i-DEPOT te beëindigen en het te vernietigen.
##### Regel 4.8. Handelingen betrekking hebbend op het online i-DEPOT
De handelingen betrekking hebbende op een online i-DEPOT kunnen uitsluitend worden verricht door gebruikmaking van het daartoe door de Directeur-Generaal aangeduide middel dat op de website van het Bureau beschikbaar wordt gesteld.
##### Regel 4.9. Termijnen
Op de in de [regels 4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=IV&hoofdstuk=1&artikel=4.3&z=2018-06-01&g=2018-06-01) en [4.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=IV&hoofdstuk=4&artikel=4.7&z=2018-06-01&g=2018-06-01) bedoelde termijnen is [regel 3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=2&artikel=3.9&z=2018-06-01&g=2018-06-01) van overeenkomstige toepassing.
## TITEL V. : RECHTEN EN VERGOEDINGEN
##### Regel 5.1. Vaststelling tarieven
1. Ter uitvoering van het bepaalde in [artikel 1.13, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.13&z=2018-06-01&g=2018-06-01) van het Verdrag keert het Bureau aan de nationale diensten 20% uit van het bedrag van de rechten, die zijn geïnd ter zake van de door hun bemiddeling verrichte handelingen.
2. De Raad van Bestuur stelt de tarieven vast van de voor de in het Verdrag en dit reglement opgenomen handelingen bij en door het Bureau. Deze tarieven worden vastgelegd in een lijst die een bijlage vormt bij dit reglement. De Raad kan de vastgestelde tarieven slechts eenmaal per jaar aanpassen.
3. [Artikel 6.5 van het Verdrag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=VI&artikel=6.5&z=2018-06-01&g=2018-06-01) is van overeenkomstige toepassing op de bekendmaking van nieuwe tarieven.
##### Regel 5.2. Betaling
1. Betaling van de verschuldigde rechten en vergoedingen dient vooraf te gaan aan handelingen door het Bureau. Betaalde verschuldigde rechten en vergoedingen, worden in geen geval gerestitueerd.
2. Het Bureau verzendt na ontvangst van een verzoek waaraan rechten verbonden zijn een overzicht van de verschuldigde rechten. Aan het niet-verzenden of niet-ontvangen van dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.
3. Indien voor een handeling overeenkomstig [regel 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.4&z=2018-06-01&g=2018-06-01) zowel elektronische als niet-elektronische indiening mogelijk is en de indiener ervoor kiest om een ander middel dan een door de Directeur-Generaal voor die specifieke handeling aangeduid elektronisch middel te gebruiken, is een vergoeding voor administratiekosten verschuldigd ter hoogte van 15%, naar beneden afgerond op hele euro’s, van het recht of de rechten verschuldigd voor de desbetreffende handeling. Deze vergoeding is niet eerder verschuldigd dan nadat hierover overeenkomstig [regel 3.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=2&artikel=3.14&z=2018-06-01&g=2018-06-01) een mededeling van de Directeur-Generaal is gepubliceerd.
##### Regel 5.3. Vergoedingen incidentele handelingen
1. De vergoedingen voor handelingen bij en door het Bureau die niet zijn opgenomen op de in [regel 5.1, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=V&artikel=5.1&z=2018-06-01&g=2018-06-01), bedoelde lijst, zogenaamde incidentele handelingen, worden vastgesteld door de Directeur-Generaal.
2. De Directeur-Generaal informeert de Raad van Bestuur over de vergoedingen vastgesteld voor meer structurele handelingen. De Raad van Bestuur kan besluiten deze vergoedingen op te nemen op de in [regel 5.1, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=V&artikel=5.1&z=2018-06-01&g=2018-06-01), bedoelde lijst.
TEN BLIJKE WAARVAN de Gevolmachtigden dit verdrag hebben ondertekend en voorzien van hun zegel.
GEDAAN te Den Haag op 25 februari 2005, in drievoud, in de Nederlandse en in de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.
##### Artikel 2.2bis. Absolute gronden voor weigering of nietigheid
1. Worden niet ingeschreven of, indien ingeschreven, kunnen nietig worden verklaard:
- a. tekens die geen merk kunnen vormen;
- b. merken die elk onderscheidend vermogen missen;
- c. merken die uitsluitend bestaan uit tekens of benamingen die in de handel kunnen dienen tot aanduiding van soort, hoedanigheid, hoeveelheid, bestemming, waarde, plaats van herkomst of tijdstip van vervaardiging van de waren of van verrichting van de dienst of andere kenmerken van de waren of diensten;
- d. merken die uitsluitend bestaan uit tekens of benamingen die in het normale taalgebruik of in het bonafide en gevestigd handelsverkeer gebruikelijk zijn geworden;
- e. tekens die uitsluitend bestaan uit:
- i. de vorm die, of een ander kenmerk dat, door de aard van de waren wordt bepaald;
- ii. de vorm van de waren die, of een ander kenmerk van de waren dat, noodzakelijk is om een technische uitkomst te verkrijgen;
- iii. de vorm die, of een ander kenmerk dat, een wezenlijke waarde aan de waren geeft;
- f. merken die in strijd zijn met de goede zeden of de openbare orde van één van de Benelux-landen;
- g. merken die tot misleiding van het publiek kunnen leiden, bijvoorbeeld ten aanzien van aard, hoedanigheid of plaats van herkomst van de waren of diensten;
- h. merken die bij gebreke van goedkeuring van de bevoegde autoriteiten, krachtens [artikel 6ter van het Verdrag van Parijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004120&artikel=6ter) geweigerd of nietig verklaard moeten worden;
- i. merken die van inschrijving zijn uitgesloten op grond van Uniewetgeving of het interne recht van een van de Benelux-landen, of op grond van internationale overeenkomsten waarbij de Europese Unie partij is of die werking hebben in een Benelux-land en die in bescherming van oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen voorzien;
- j. merken die van inschrijving zijn uitgesloten ingevolge Uniewetgeving of internationale overeenkomsten waarbij de Europese Unie partij is en die in bescherming van traditionele aanduidingen voor wijn voorzien;
- k. merken die van inschrijving zijn uitgesloten ingevolge Uniewetgeving of internationale overeenkomsten waarbij de Europese Unie partij is en die in bescherming van gegarandeerde traditionele specialiteiten voorzien;
- l. merken die bestaan uit of de essentiële onderdelen reproduceren van een oudere plantenrasbenaming die is ingeschreven overeenkomstig Uniewetgeving of het interne recht van een van de Benelux-landen, of overeenkomstig internationale overeenkomsten waarbij de Europese Unie partij is of die werking hebben in een Benelux-land, ter bescherming van kweekproducten, en die betrekking hebben op kweekproducten van hetzelfde of een nauwverwant plantenras.
2. Een merk kan nietig worden verklaard wanneer de aanvraag om inschrijving van het merk te kwader trouw is ingediend.
3. Een merk wordt niet geweigerd op grond van lid 1, sub b, c of d, indien het merk, als gevolg van het gebruik dat ervan is gemaakt, vóór de datum van de aanvraag om inschrijving onderscheidend vermogen heeft verkregen. Een merk wordt niet om dezelfde redenen nietig verklaard indien het, voor de datum van de vordering tot nietigverklaring, als gevolg van het gebruik dat ervan is gemaakt, onderscheidend vermogen heeft verkregen.
##### Artikel 2.2ter. Relatieve gronden voor weigering of nietigheid
1. Een merk wordt wanneer daartegen oppositie wordt ingesteld niet ingeschreven of kan, indien ingeschreven, nietig worden verklaard indien:
- a. het gelijk is aan een ouder merk en de waren of diensten waarvoor het merk is aangevraagd of ingeschreven, dezelfde zijn als de waren of diensten waarvoor het oudere merk is beschermd;
- b. het gelijk is aan of overeenstemt met een ouder merk en betrekking heeft op gelijke of overeenstemmende waren of diensten en daardoor bij het publiek gevaar voor verwarring bestaat, ook wanneer die verwarring het gevolg is van associatie met het oudere merk.
2. Onder „oudere merken” in de zin van lid 1 worden verstaan:
- a. merken waarvan de depotdatum voorafgaat aan de depotdatum van het merk, waarbij in voorkomend geval rekening wordt gehouden met het ten behoeve van die merken ingeroepen voorrangsrecht, en die behoren tot de volgende categorieën:
- i. Beneluxmerken en internationale merken waarvan de bescherming zich uitstrekt tot het Benelux-gebied;
- ii. Uniemerken, waaronder begrepen internationale merken waarvan de bescherming zich uitstrekt tot de Europese Unie;
- b. Uniemerken waarvan overeenkomstig de Uniemerkenverordening op geldige wijze de anciënniteit wordt ingeroepen op grond van een onder a, sub i, bedoeld merk, ook al is van dit merk afstand gedaan of is het merk vervallen;
- c. de aanvragen om inschrijving van merken als bedoeld onder a en b, mits deze zullen worden ingeschreven;
- d. merken die op de depotdatum van de aanvraag om inschrijving van het merk of, in voorkomend geval, van het ten behoeve van de merkaanvraag ingeroepen voorrangsrecht, in het Benelux-gebied algemeen bekend zijn in de zin van [artikel 6bis van het Verdrag van Parijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004120&artikel=6bis).
3. Voorts wordt een merk wanneer daartegen oppositie wordt ingesteld niet ingeschreven of kan het, indien ingeschreven, nietig worden verklaard:
- a. indien het gelijk is aan of overeenstemt met een ouder merk ongeacht of de waren of diensten waarvoor het is aangevraagd of ingeschreven, gelijk aan, overeenstemmend of niet overeenstemmend zijn met die waarvoor het oudere merk ingeschreven is, wanneer het oudere merk bekend is in het Benelux-gebied, of, in geval van een Uniemerk, in de Europese Unie bekend is en door het gebruik, zonder geldige reden, van het jongere merk ongerechtvaardigd voordeel wordt getrokken uit of afbreuk wordt gedaan aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het oudere merk;
- b. indien het door een gemachtigde of de vertegenwoordiger van de houder op eigen naam en zonder toestemming van de houder wordt aangevraagd, tenzij de gemachtigde of vertegenwoordiger zijn handelwijze rechtvaardigt;
- c. indien en voor zover ingevolge de Uniewetgeving of het interne recht van een van de Beneluxlanden ter bescherming van oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen:
- i. er reeds een aanvraag voor een oorsprongsbenaming of een geografische aanduiding was ingediend overeenkomstig de Uniewetgeving of het interne recht van een van de Beneluxlanden, vóór de datum van de aanvraag om inschrijving van het merk of de datum van het ten behoeve van de aanvraag ingeroepen voorrangsrecht, onder voorbehoud van latere inschrijving;
- ii. die oorsprongsbenaming of geografische aanduiding de persoon die krachtens de toepasselijke wetgeving bevoegd is voor de uitoefening van de daaruit voortvloeiende rechten, machtigt om het gebruik van een later merk te verbieden.
4. Een merk hoeft niet te worden geweigerd of nietigverklaard wanneer de houder van het oudere merk of oudere recht erin toestemt dat het merk wordt ingeschreven.
##### Artikel 2.2quater. Gronden voor weigering of nietigverklaring voor slechts een deel van de waren of diensten
Indien een grond voor weigering van inschrijving of nietigverklaring van een merk slechts bestaat voor een deel van de waren of diensten waarvoor dit merk is gedeponeerd of ingeschreven, betreft de weigering van inschrijving of de nietigverklaring alleen die waren of diensten.
### HOOFDSTUK 2. AANVRAAG, INSCHRIJVING EN VERNIEUWING
##### Artikel 2.5bis. Aanduiding en classificatie van waren en diensten
1. De waren en diensten waarvoor een merkinschrijving wordt aangevraagd, worden ingedeeld volgens de in de [Overeenkomst van Nice](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005056) bedoelde classificatie (Classificatie van Nice).
2. De aanvrager omschrijft de waren en diensten waarvoor bescherming wordt gevraagd voldoende duidelijk en nauwkeurig opdat de bevoegde autoriteiten en de marktdeelnemers alleen op basis daarvan de omvang van de gevraagde bescherming kunnen bepalen.
3. Voor de toepassing van lid 2 kunnen de algemene aanduidingen in de klasseomschrijvingen van de Classificatie van Nice of andere algemene bewoordingen worden gebruikt op voorwaarde dat deze voldoen aan de in dit artikel gestelde basisvereisten van duidelijkheid en nauwkeurigheid.
4. Het Bureau wijst een aanvraag af met betrekking tot onduidelijke of onnauwkeurige aanduidingen of bewoordingen indien de aanvrager geen aanvaardbare formulering voorstelt binnen de daartoe door het Bureau gestelde termijn.
5. Het gebruik van algemene bewoordingen, met inbegrip van de algemene aanduidingen in de klasseomschrijvingen van de Classificatie van Nice, wordt geïnterpreteerd als betrekking hebbende op alle waren of diensten die duidelijk onder de letterlijke betekenis van de aanduiding of bewoording vallen. Het gebruik van deze aanduidingen of bewoordingen wordt niet geïnterpreteerd als betrekking hebbende op waren of diensten die niet aldus kunnen worden begrepen.
6. Wanneer de aanvrager verzoekt om inschrijving voor meer dan één klasse, groepeert de aanvrager de waren en diensten volgens de klassen van de Classificatie van Nice, waarbij elke groep wordt voorafgegaan door het nummer van de klasse waartoe deze groep van waren of diensten behoort, en presenteert hij deze in de volgorde van de klassen.
7. Waren en diensten worden niet geacht overeen te stemmen op grond van het feit dat zij in dezelfde klasse volgens de Classificatie van Nice voorkomen. Waren en diensten worden niet geacht niet overeen te stemmen op grond van het feit dat zij in verschillende klassen volgens de Classificatie van Nice voorkomen.
### HOOFDSTUK 4. OPPOSITIE
##### Artikel 2.16bis. Niet-gebruik als verweer in een oppositieprocedure
1. Wanneer in een oppositieprocedure ingevolge [artikel 2.14, lid 2, sub a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.14&z=2019-03-01&g=2019-03-01), op de datum van indiening of voorrang van het jongere merk de periode van vijf jaar was verstreken waarbinnen het oudere merk normaal moet zijn gebruikt overeenkomstig [artikel 2.23bis](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=5&artikel=2.23bis&z=2019-03-01&g=2019-03-01), levert de opposant, op verzoek van verweerder, het bewijs dat het oudere merk normaal is gebruikt overeenkomstig artikel 2.23bis in de periode van vijf jaar voorafgaand aan de datum van indiening of voorrang van het jongere merk, dan wel dat er geldige redenen voor het niet-gebruik bestonden.
2. Indien het oudere merk slechts is gebruikt voor een deel van de waren of diensten waarvoor het is ingeschreven, wordt het voor het in lid 1 bedoelde onderzoek van de oppositie geacht voor dat deel van de waren of diensten te zijn ingeschreven.
3. De leden 1 en 2 zijn ook van toepassing wanneer het oudere merk een Uniemerk is. In dat geval wordt het normale gebruik overeenkomstig artikel 18 van de Uniemerkenverordening vastgesteld.
### HOOFDSTUK 5. RECHTEN VAN DE HOUDER
##### Artikel 2.20bis. Weergave van merken in woordenboeken
Wanneer door de weergave van een merk in een woordenboek, een encyclopedie of een ander naslagwerk in gedrukte of elektronische vorm de indruk wordt gewekt dat het gaat om de soortnaam van de waren of diensten waarvoor het merk is ingeschreven, draagt de uitgever er op verzoek van de houder van het merk zorg voor dat de weergave van het merk onverwijld, en ingeval het een werk in gedrukte vorm betreft, uiterlijk bij de volgende uitgave van het werk, vergezeld gaat van de vermelding dat het een ingeschreven merk betreft.
##### Artikel 2.20ter. Verbod op het gebruik van een merk dat op naam van een gemachtigde of vertegenwoordiger is ingeschreven
1. Wanneer een merk zonder de toestemming van de houder is ingeschreven op naam van de gemachtigde of vertegenwoordiger van een persoon die de houder van dat merk is, is de houder gerechtigd een van beide of beide volgende handelingen te verrichten:
- a. zich te verzetten tegen het gebruik van het merk door zijn gemachtigde of vertegenwoordiger;
- b. de overdracht van de inschrijving te zijnen gunste te vorderen.
2. Lid 1 is niet van toepassing wanneer de gemachtigde of vertegenwoordiger zijn handelwijze rechtvaardigt.
##### Artikel 2.23bis. Normaal gebruik van het merk
1. Een merk waarvan de houder vijf jaar nadat de inschrijvingsprocedure is voltooid, in het Beneluxgebied geen normaal gebruik heeft gemaakt voor de waren of diensten waarvoor het is ingeschreven, of waarvan gedurende een ononderbroken periode van vijf jaar geen gebruik is gemaakt, is vatbaar voor de beperkingen en sancties van de [artikelen 2.16bis, leden 1 en 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.16bis&z=2019-03-01&g=2019-03-01), [2.23ter](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=5&artikel=2.23ter&z=2019-03-01&g=2019-03-01), [2.27, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6&artikel=2.27&z=2019-03-01&g=2019-03-01), en [2.30quinquies, leden 3 en 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6quater&artikel=2.30quinquies&z=2019-03-01&g=2019-03-01), tenzij er een geldige reden is voor het niet-gebruik.
2. In het in [artikel 2.8, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.8&z=2019-03-01&g=2019-03-01), bedoelde geval, wordt de in lid 1 bedoelde termijn van vijf jaar berekend met ingang van de datum waarop het merk niet langer voorwerp kan zijn van een weigering op absolute gronden of een oppositie of, ingeval een weigering is uitgesproken of een oppositie is ingesteld, met ingang van de datum waarop een beslissing waardoor de door het Bureau opgeworpen bezwaren op absolute gronden worden opgeheven of de oppositie wordt beëindigd, onherroepelijk is geworden of de oppositie is ingetrokken.
3. Met betrekking tot inschrijvingen van internationale merken met werking in het Benelux-gebied wordt de in lid 1 bedoelde termijn van vijf jaar berekend met ingang van de datum waarop het merk niet langer kan worden geweigerd of daartegen niet langer oppositie kan worden ingesteld. Wanneer oppositie is ingesteld of wanneer kennis is gegeven van een weigering op absolute gronden, wordt de termijn berekend met ingang van de datum waarop een beslissing waardoor de oppositieprocedure wordt beëindigd, of een beslissing over de absolute weigeringsgronden onherroepelijk is geworden of waarop de oppositie is ingetrokken.
4. De aanvangsdatum van de in de leden 1 en 2 bedoelde termijn van vijf jaar wordt in het register opgenomen.
5. Als gebruik in de zin van lid 1 wordt eveneens beschouwd:
- a. het gebruik van het merk in een op onderdelen afwijkende vorm die het onderscheidend vermogen van het merk in de vorm waarin het is ingeschreven, niet wijzigt, ongeacht of het merk in de gebruikte vorm al dan niet ook op naam van de houder is ingeschreven;
- b. het aanbrengen van het merk op waren of de verpakking daarvan in het Benelux-gebied, uitsluitend met het oog op uitvoer.
6. Het gebruik van het merk met toestemming van de houder wordt als gebruik door de merkhouder beschouwd.
##### Artikel 2.23ter. Niet-gebruik als verweer in een inbreukprocedure
De houder van een merk kan het gebruik van een teken alleen verbieden voor zover de rechten van de houder niet op grond van [artikel 2.27, lid 2 tot en met 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6&artikel=2.27&z=2019-03-01&g=2019-03-01), vervallen kunnen worden verklaard op het tijdstip waarop de vordering wegens inbreuk wordt ingesteld. Indien de verweerder daarom verzoekt, levert de houder van het merk het bewijs dat gedurende de periode van vijf jaar voorafgaand aan de datum waarop de vordering wordt ingesteld, normaal gebruik van het merk is gemaakt als bedoeld in [artikel 2.23bis](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=5&artikel=2.23bis&z=2019-03-01&g=2019-03-01), voor de waren of diensten waarvoor het is ingeschreven, en die ter rechtvaardiging van de vordering worden aangehaald, dan wel dat er geldige redenen voor het niet-gebruik bestonden, op voorwaarde dat de procedure van inschrijving van het merk op de datum waarop de vordering wordt ingesteld, reeds ten minste vijf jaar geleden is afgerond.
##### Artikel 2.23 quater. Recht van de houder van een later ingeschreven merk om tussen te komen als verweer in een inbreukprocedure
1. In een inbreukprocedure is de houder van een merk niet gerechtigd het gebruik van een later ingeschreven merk te verbieden wanneer dat jongere merk niet nietig zou worden verklaard op grond van [artikel 2.30quinques, lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6quater&artikel=2.30quinquies&z=2019-03-01&g=2019-03-01), [artikel 2.30sexies](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6quater&artikel=2.30sexies&z=2019-03-01&g=2019-03-01) of [artikel 2.30septies, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6quater&artikel=2.30septies&z=2019-03-01&g=2019-03-01).
2. In een inbreukprocedure is de houder van een merk niet gerechtigd het gebruik van een later ingeschreven Uniemerk te verbieden wanneer dat jongere merk niet nietig zou worden verklaard op grond van artikel 60, lid 1, 3 of 4, artikel 61, lid 1 of 2, of artikel 64, lid 2, van de Uniemerkenverordening.
3. Wanneer de houder van een merk overeenkomstig lid 1 of 2 niet gerechtigd is het gebruik van een later ingeschreven merk te verbieden, is de houder van dat later ingeschreven merk in een inbreukprocedure niet gerechtigd het gebruik van het oudere merk te verbieden, ofschoon dat ouder recht niet langer tegen het jongere merk kan worden ingeroepen.
### Hoofdstuk 6bis. Procedure tot nietigverklaring of vervallenverklaring bij de rechter
### Hoofdstuk 6ter. Procedure tot nietigverklaring of vervallenverklaring bij het Bureau
##### Artikel 2.30quinquies. Niet-gebruik als verweer in een procedure tot nietigverklaring
1. Wanneer in een procedure tot nietigverklaring op basis van een ingeschreven merk met een vroegere datum van indiening of van voorrang de houder van het jongere merk daarom verzoekt, levert de houder van het oudere merk het bewijs dat in de periode van vijf jaar voorafgaand aan de datum van indiening van de vordering om nietigverklaring het oudere merk normaal is gebruikt overeenkomstig [artikel 2.23bis](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=5&artikel=2.23bis&z=2019-03-01&g=2019-03-01) voor de waren of diensten waarvoor het is ingeschreven en die ter rechtvaardiging van de vordering worden aangehaald, dan wel dat er geldige redenen voor het niet gebruik bestonden, op voorwaarde dat het inschrijvingsproces van het oudere merk op de datum van indiening van een vordering tot nietigverklaring minstens vijf jaar geleden is voltooid.
2. Wanneer de periode van vijf jaar waarin het oudere merk normaal moest zijn gebruikt overeenkomstig [artikel 2.23bis](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=5&artikel=2.23bis&z=2019-03-01&g=2019-03-01), op de datum van indiening of voorrang van het jongere merk is verstreken, bewijst de houder van het oudere merk naast het op grond van lid 1 vereiste bewijs dat het merk in de periode van vijf jaar voorafgaand aan de datum van indiening of voorrang normaal was gebruikt dan wel dat er geldige redenen voor het niet-gebruik bestonden.
3. Bij gebreke van de in de leden 1 en 2 bedoelde bewijzen wordt een vordering tot nietigverklaring op basis van een ouder merk afgewezen.
4. Indien het oudere merk overeenkomstig [artikel 2.23bis](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=5&artikel=2.23bis&z=2019-03-01&g=2019-03-01) slechts is gebruikt voor een deel van de waren of diensten waarvoor het is ingeschreven, wordt het voor het onderzoek van de vordering tot nietigverklaring geacht alleen voor dat deel van de waren of diensten te zijn ingeschreven.
5. De leden 1 tot en met 4 zijn ook van toepassing wanneer het oudere merk een Uniemerk is. In dat geval wordt het normale gebruik overeenkomstig artikel 18 van de Uniemerkenverordening vastgesteld.
##### Artikel 2.30sexies. Ontbreken van onderscheidend vermogen of van bekendheid van een ouder merk waardoor nietigverklaring van een ingeschreven merk is uitgesloten
Een vordering tot nietigverklaring op basis van een ouder merk moet op de datum van de vordering tot nietigverklaring worden afgewezen indien zij op de datum van indiening of voorrang van het jongere merk niet zou zijn geslaagd om een van de volgende redenen:
- a. het oudere merk, dat nietig kan worden verklaard krachtens [artikel 2.2bis, lid 1, sub b, c of d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=1&artikel=2.2bis&z=2019-03-01&g=2019-03-01), had nog geen onderscheidend vermogen verkregen als bedoeld in artikel 2.2bis, lid 3;
- b. de vordering tot nietigverklaring is gebaseerd op [artikel 2.2ter, lid 1, sub b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=1&artikel=2.2ter&z=2019-03-01&g=2019-03-01), en het oudere merk had nog niet voldoende onderscheidend vermogen verkregen om de conclusie te staven dat er verwarring kon ontstaan in de zin van artikel 2.2ter, lid 1, sub b;
- c. de vordering tot nietigverklaring is gebaseerd op [artikel 2.2ter, lid 3, sub a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=1&artikel=2.2ter&z=2019-03-01&g=2019-03-01), en het oudere merk was nog niet voldoende bekend in de zin van artikel 2.2ter, lid 3, sub a.
##### Artikel 2.30septies. Voorkoming van nietigverklaring wegens gedogen
1. De houder van een ouder merk als bedoeld in [artikel 2.2ter, lid 2 of lid 3, sub a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=1&artikel=2.2ter&z=2019-03-01&g=2019-03-01), die het gebruik van een ingeschreven jonger merk bewust heeft gedoogd gedurende vijf opeenvolgende jaren, kan niet langer op grond van het oudere merk vorderen dat het jongere merk nietig wordt verklaard voor de waren of diensten waarvoor dat jongere merk is gebruikt, tenzij het jongere merk te kwader trouw is gedeponeerd.
2. In het in lid 1 bedoelde geval kan de houder van een later ingeschreven merk geen bezwaar maken tegen het gebruik van het oudere recht, ofschoon dat recht niet langer aan het jongere merk kan worden tegengeworpen.
##### Artikel 2.30octies. Inroepen van de nietigheid of het verval van een merk waarop anciënniteit voor een Uniemerk is gebaseerd
Wanneer de anciënniteit van een ingevolge dit verdrag ingeschreven merk, waarvan de houder afstand heeft gedaan of dat hij heeft laten vervallen, wordt ingeroepen voor een Uniemerk, kan de nietigheid of het verval van het merk dat de basis vormt voor het inroepen van de anciënniteit, achteraf worden vastgesteld, mits dit merk nietig of vervallen had kunnen worden verklaard op het tijdstip waarop de houder daarvan afstand heeft gedaan of het heeft laten vervallen.
##### Artikel 2.30nonies. Reikwijdte van nietigheid en verval
1. De nietigheid of het verval betreffen het teken, dat het merk vormt, in zijn geheel.
2. Een vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring kan worden gericht tegen een deel of het geheel van de waren of diensten waarvoor het betwiste merk is ingeschreven en kan worden gebaseerd op een of meer oudere rechten, mits zij allemaal aan dezelfde houder toebehoren.
3. Indien een grond voor nietig- of vervallenverklaring van een merk slechts bestaat voor een deel van de waren of diensten waarvoor dit merk is ingeschreven, betreft de nietig- of vervallenverklaring alleen die waren of diensten.
4. Een ingeschreven merk wordt geacht de in dit verdrag bedoelde gevolgen niet te hebben gehad vanaf de datum van de vordering tot vervallenverklaring, voor zover de rechten van de houder vervallen zijn verklaard. In de beslissing over de vordering tot vervallenverklaring kan op verzoek van een van de partijen een vroegere datum worden vastgesteld waarop een van de gronden voor vervallenverklaring zich heeft voorgedaan.
5. Een ingeschreven merk wordt geacht de in dit verdrag bedoelde gevolgen vanaf het begin niet te hebben gehad, voor zover het merk nietig is verklaard.
### Hoofdstuk 7. Merken als onderdeel van het vermogen
##### Artikel 2.32bis. Zakelijke rechten en gedwongen tenuitvoerlegging
1. Een merk kan onafhankelijk van de onderneming in pand worden gegeven of het voorwerp vormen van een ander zakelijk recht.
2. Een merk kan het voorwerp vormen van gedwongen tenuitvoerlegging.
##### Artikel 2.33bis. Aanvragen om een merk als vermogensbestanddeel
De artikelen 2.31 tot en met 2.33 zijn van toepassing op aanvragen om merken.
### Hoofdstuk 8. Collectieve merken
##### Artikel 2.34bis. Collectieve merken
1. Een collectief merk is een merk dat bij de aanvraag als zodanig wordt aangewezen en op grond waarvan de waren of diensten van de leden van de vereniging die merkhouder is, onderscheiden kunnen worden van de waren of diensten van andere ondernemingen. Verenigingen van fabrikanten, producenten, dienstverrichters of handelaren die overeenkomstig het toepasselijke recht bevoegd zijn om in eigen naam drager te zijn van rechten en verplichtingen, overeenkomsten aan te gaan of andere rechtshandelingen te verrichten, en in rechte op te treden, alsmede publiekrechtelijke rechtspersonen, kunnen collectieve merken aanvragen.
2. In afwijking van [artikel 2.2bis, lid 1, sub c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=1&artikel=2.2bis&z=2019-03-01&g=2019-03-01), kunnen tekens of benamingen die in de handel kunnen dienen tot aanduiding van de plaats van herkomst van de waren of diensten, collectieve merken vormen. Een dergelijk collectief merk verleent de merkhouder niet het recht om een derde te verbieden om in het economisch verkeer deze tekens of aanduidingen te gebruiken, mits die derde ze volgens de eerlijke gebruiken in nijverheid en handel gebruikt. Met name kan een dergelijk merk niet worden ingeroepen tegen een derde die gerechtigd is een geografische benaming te gebruiken.
3. Collectieve merken zijn onderworpen aan alle bepalingen van dit verdrag die betrekking hebben op merken, tenzij in dit hoofdstuk anders is bepaald.
##### Artikel 2.34ter. Reglement inzake gebruik van een collectief merk
1. De aanvrager van een collectief merk moet bij de aanvraag het reglement inzake het gebruik daarvan indienen.
2. Indien het evenwel gaat om een internationale aanvraag kan de aanvrager dit reglement nog indienen gedurende een termijn van zes maanden te rekenen vanaf de in [artikel 3, sub (4), van de Overeenkomst](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005273&artikel=3) en het [Protocol van Madrid](onbekend) bedoelde kennisgeving van de internationale inschrijving.
3. Het reglement bepaalt ten minste welke personen het merk mogen gebruiken, onder welke voorwaarden iemand tot de vereniging behoort en onder welke voorwaarden, met inbegrip van sancties, het merk kan worden gebruikt. Het reglement van een in [artikel 2.34bis, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=8&artikel=2.34bis&z=2019-03-01&g=2019-03-01), bedoeld merk stelt het lidmaatschap van de vereniging die houder is van dat merk, open voor eenieder wiens waren of diensten uit het betrokken geografische gebied afkomstig zijn, mits hij aan alle andere voorwaarden van het reglement voldoet.
##### Artikel 2.34quater. Afwijzing van een aanvraag
1. Naast de in [artikel 2.2bis](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=1&artikel=2.2bis&z=2019-03-01&g=2019-03-01) bepaalde weigeringsgronden, met uitzondering van artikel 2.2bis, lid 1, sub c, met betrekking tot tekens of benamingen die in de handel tot aanduiding van de plaats van herkomst van de waren of diensten kunnen dienen, wordt een aanvraag om een collectief merk afgewezen indien niet is voldaan aan de bepalingen van [artikel 2.34bis](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=8&artikel=2.34bis&z=2019-03-01&g=2019-03-01) of [2.34ter](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=8&artikel=2.34ter&z=2019-03-01&g=2019-03-01) of indien het reglement voor dat collectief merk strijdig is met de openbare orde of de goede zeden.
2. Een aanvraag om een collectief merk wordt eveneens afgewezen wanneer het publiek kan worden misleid inzake de aard of betekenis van het merk, met name wanneer het de indruk kan wekken iets anders te zijn dan een collectief merk.
3. De aanvraag wordt niet afgewezen wanneer de aanvrager door een wijziging van het reglement voor dat collectief merk voldoet aan de in de leden 1 en 2 gestelde eisen.
##### Artikel 2.34quinquies. Gebruik van collectieve merken
Aan de vereisten van [artikel 2.23bis](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=5&artikel=2.23bis&z=2019-03-01&g=2019-03-01) wordt voldaan wanneer van een collectief merk overeenkomstig dat artikel normaal gebruik wordt gemaakt door iemand die daartoe bevoegd is.
##### Artikel 2.34sexies. Wijzigingen van het reglement inzake het gebruik van het collectieve merk
1. De houder van het collectieve merk legt het Bureau elke wijziging van het reglement voor.
2. Wijzigingen van het reglement worden in het register vermeld tenzij het gewijzigde reglement niet voldoet aan [artikel 2.34ter](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=8&artikel=2.34ter&z=2019-03-01&g=2019-03-01) of een in [artikel 2.34quater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=8&artikel=2.34quater&z=2019-03-01&g=2019-03-01) vermelde weigeringsgrond doet ontstaan.
3. Voor de toepassing van dit verdrag worden wijzigingen van het reglement pas van kracht vanaf de datum waarop die wijzigingen in het register worden vermeld.
##### Artikel 2.34septies. Personen die bevoegd zijn een vordering wegens inbreuk in te stellen
1. [Artikel 2.32, leden 4 en 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=7&artikel=2.32&z=2019-03-01&g=2019-03-01), is van toepassing op eenieder die bevoegd is een collectief merk te gebruiken.
2. De houder van een collectief merk kan vergoeding eisen namens de personen die bevoegd zijn het merk te gebruiken, indien deze personen schade hebben geleden door onrechtmatig gebruik van het merk.
##### Artikel 2.34octies. Aanvullende gronden voor vervallenverklaring
In aanvulling op de in [artikel 2.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6&artikel=2.27&z=2019-03-01&g=2019-03-01) vermelde gronden worden de rechten van de houder van een collectief merk vervallen verklaard op de volgende gronden:
- a. de merkhouder neemt geen redelijke maatregelen om te voorkomen dat het merk wordt gebruikt op een wijze die niet verenigbaar is met de voorwaarden van het reglement, met inbegrip van in het register vermelde wijzigingen daarvan;
- b. het publiek kan worden misleid in de zin van [artikel 2.34quater, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=8&artikel=2.34quater&z=2019-03-01&g=2019-03-01), door de wijze waarop bevoegde personen het merk hebben gebruikt;
- c. een wijziging van het reglement is, in strijd met [artikel 2.34sexies, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=8&artikel=2.34sexies&z=2019-03-01&g=2019-03-01), in het register vermeld, tenzij de merkhouder door een nieuwe wijziging van het reglement voldoet aan de in dat artikel gestelde eisen.
##### Artikel 2.34nonies. Aanvullende gronden voor nietigverklaring
In aanvulling op de gronden voor nietigverklaring in [artikel 2.2bis](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=1&artikel=2.2bis&z=2019-03-01&g=2019-03-01), met uitzondering van artikel 2.2bis, lid 1, sub c, betreffende tekens of benamingen die in de handel kunnen dienen tot aanduiding van de plaats van herkomst van de waren of diensten, en in [artikel 2.2ter](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=1&artikel=2.2ter&z=2019-03-01&g=2019-03-01), wordt een collectief merk nietig verklaard indien het in strijd met [artikel 2.34quater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=8&artikel=2.34quater&z=2019-03-01&g=2019-03-01) is ingeschreven, tenzij de merkhouder door een wijziging van het reglement voldoet aan de in artikel 2.34quater gestelde eisen.
### Hoofdstuk 8bis. Certificeringsmerken
##### Artikel 2.35bis. Certificeringsmerken
1. Een certificeringsmerk is een merk dat bij de aanvraag als zodanig wordt omschreven en op grond waarvan de waren of diensten die door de houder van het merk worden gecertificeerd met betrekking tot het materiaal, de wijze van vervaardiging van waren of verrichting van diensten, kwaliteit, nauwkeurigheid of andere kenmerken, met uitzondering van de geografische herkomst, kunnen worden onderscheiden van waren en diensten die niet als zodanig zijn gecertificeerd.
2. Een natuurlijke of rechtspersoon, met inbegrip van publiekrechtelijke instellingen, autoriteiten en instanties, kan certificeringsmerken aanvragen op voorwaarde dat die persoon geen activiteiten uitoefent waarbij waren worden geleverd of diensten worden verricht van het soort waarop het merk betrekking heeft.
3. Certificeringsmerken zijn onderworpen aan alle bepalingen van dit verdrag die betrekking hebben op merken, tenzij in dit hoofdstuk anders is bepaald.
##### Artikel 2.35ter. Reglement voor het gebruik van het certificeringsmerk
1. De aanvrager van een certificeringsmerk moet bij de aanvraag het reglement inzake het gebruik daarvan indienen.
2. Indien het evenwel gaat om een internationale aanvraag kan de aanvrager dit reglement nog deponeren gedurende een termijn van zes maanden te rekenen vanaf de in [artikel 3, sub (4), van de Overeenkomst](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005052&artikel=3) en het [Protocol van Madrid](onbekend) bedoelde kennisgeving van de internationale inschrijving.
3. Het gebruiksreglement geeft aan welke personen het merk mogen gebruiken, welke kenmerken door het merk worden gecertificeerd, hoe de certificeringsinstantie deze kenmerken moet testen en hoe zij moet toezien op het gebruik van het merk. Dat reglement bepaalt tevens onder welke voorwaarden het merk kan worden gebruikt, alsmede welke sancties kunnen worden opgelegd.
##### Artikel 2.35quater. Afwijzing van de aanvraag
1. Naast de in [artikel 2.2bis](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=1&artikel=2.2bis&z=2019-03-01&g=2019-03-01) bepaalde weigeringsgronden wordt de aanvraag voor een certificeringsmerk afgewezen wanneer niet aan de in de [artikelen 2.35bis](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=8bis&artikel=2.35bis&z=2019-03-01&g=2019-03-01) en [2.35ter](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=8bis&artikel=2.35ter&z=2019-03-01&g=2019-03-01) gestelde voorwaarden is voldaan of wanneer het gebruiksreglement strijdig is met de openbare orde of de goede zeden.
2. Een aanvraag voor een certificeringsmerk wordt eveneens afgewezen wanneer het publiek kan worden misleid over de aard of betekenis van het merk, in het bijzonder wanneer het de indruk kan wekken iets anders te zijn dan een certificeringsmerk.
3. De aanvraag wordt niet afgewezen wanneer de aanvrager door een wijziging van het gebruiksreglement voldoet aan de in leden 1 en 2 gestelde voorwaarden.
##### Artikel 2.35quinquies. Gebruik van het certificeringsmerk
Aan de vereisten van [artikel 2.23bis](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=5&artikel=2.23bis&z=2019-03-01&g=2019-03-01) wordt voldaan wanneer van een certificeringsmerk overeenkomstig dat artikel normaal gebruik wordt gemaakt door iemand die daartoe overeenkomstig het in [artikel 2.35ter](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=8bis&artikel=2.35ter&z=2019-03-01&g=2019-03-01) bedoelde gebruiksreglement bevoegd is.
##### Artikel 2.35sexies. Wijziging van het reglement voor gebruik van het merk
1. De houder van het certificeringsmerk legt elke wijziging van het gebruiksreglement voor aan het Bureau.
2. Wijzigingen van het reglement worden in het register vermeld tenzij het gewijzigde reglement niet voldoet aan [artikel 2.35ter](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=8bis&artikel=2.35ter&z=2019-03-01&g=2019-03-01) of een in [artikel 2.35quater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=8bis&artikel=2.35quater&z=2019-03-01&g=2019-03-01) vermelde weigeringsgrond doet ontstaan.
3. Voor de toepassing van dit verdrag worden wijzigingen van het gebruiksreglement pas van kracht vanaf de datum waarop de wijziging in het register wordt vermeld.
##### Artikel 2.35septies. Overgang
In afwijking van [artikel 2.31, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=7&artikel=2.31&z=2019-03-01&g=2019-03-01), kan een certificeringsmerk alleen overgaan op een persoon die voldoet aan de vereisten van [artikel 2.35bis, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=8bis&artikel=2.35bis&z=2019-03-01&g=2019-03-01).
##### Artikel 2.35octies. Personen die een vordering wegens inbreuk kunnen instellen
1. Alleen de houder van een certificeringsmerk of een door hem specifiek daartoe gemachtigde persoon kan een vordering wegens inbreuk instellen.
2. De houder van een certificeringsmerk kan vergoeding eisen namens de personen die bevoegd zijn het merk te gebruiken, indien zij schade hebben geleden door onrechtmatig gebruik van het merk.
##### Artikel 2.35nonies. Aanvullende gronden voor vervallenverklaring
In aanvulling op de in [artikel 2.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6&artikel=2.27&z=2019-03-01&g=2019-03-01) vermelde gronden worden de rechten van de houder van een certificeringsmerk vervallen verklaard op de volgende gronden:
- a. de houder voldoet niet langer aan de vereisten van [artikel 2.35bis, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=8bis&artikel=2.35bis&z=2019-03-01&g=2019-03-01);
- b. de houder neemt geen redelijke maatregelen om te voorkomen dat het merk wordt gebruikt op een wijze die niet verenigbaar is met de voorwaarden van het gebruiksreglement, met inbegrip van in het register vermelde wijzigingen daarvan;
- c. het publiek kan worden misleid in de zin van [artikel 2.35quater, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=8bis&artikel=2.35quater&z=2019-03-01&g=2019-03-01), door de wijze waarop de merkhouder het merk heeft gebruikt;
- d. een wijziging van het gebruiksreglement is, in strijd met [artikel 2.35sexies, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=8bis&artikel=2.35sexies&z=2019-03-01&g=2019-03-01), in het register vermeld, tenzij de merkhouder door een nieuwe wijziging van het gebruiksreglement voldoet aan de in dat artikel gestelde eisen.
##### Artikel 2.35decies. Aanvullende gronden voor nietigverklaring
In aanvulling op de in de [artikelen 2.2bis](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=1&artikel=2.2bis&z=2019-03-01&g=2019-03-01)[artikel 2.2ter](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=1&artikel=2.2ter&z=2019-03-01&g=2019-03-01) bedoelde gronden voor nietigverklaring wordt een certificeringsmerk dat in strijd met [artikel 2.35quater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=8bis&artikel=2.35quater&z=2019-03-01&g=2019-03-01) is ingeschreven nietig verklaard, tenzij de merkhouder door een wijziging van het gebruiksreglement voldoet aan de vereisten van artikel 2.35quater.
## TITEL III. TEKENINGEN OF MODELLEN
### HOOFDSTUK 1. Tekeningen of modellen
### HOOFDSTUK 3. RECHTEN VAN DE HOUDER
### HOOFDSTUK 4. DOORHALING, VERVAL EN NIETIGHEID
### HOOFDSTUK 5. OVERGANG, LICENTIE EN ANDERE RECHTEN
### HOOFDSTUK 6. SAMENLOOP MET HET AUTEURSRECHT
## TITEL IV. OVERIGE BEPALINGEN
### HOOFDSTUK 1. GEMACHTIGDENREGISTER
### HOOFDSTUK 2. OVERIGE TAKEN VAN HET BUREAU
### HOOFDSTUK 3. RECHTERLIJKE BEVOEGDHEID
### HOOFDSTUK 4. OVERIGE BEPALINGEN
##### Artikel 4.8bis. Toepasselijk recht op merken en tekeningen of modellen als vermogensbestanddeel
1. Een merk of een tekening of model wordt als vermogensbestanddeel in zijn geheel en voor het gehele Benelux-gebied beheerst door het interne recht van het Benelux-land waar, volgens het register:
- a. de houder op de datum van de aanvraag om inschrijving zijn woonplaats of zetel had;
- b. indien het bepaalde onder a. niet van toepassing is, de houder op de datum van de aanvraag om inschrijving een vestiging had.
2. Indien lid 1 niet van toepassing is, is het recht van het Koninkrijk der Nederlanden van toepassing.
3. Indien twee of meer personen als gezamenlijke houders zijn ingeschreven in het register, wordt lid 1 toegepast op de eerst genoemde gezamenlijke houder; zo dit niet mogelijk is, op de eerstvolgende gezamenlijke houders in volgorde van inschrijving. Indien lid 1 op geen van de gezamenlijke houders van toepassing is, is lid 2 van toepassing.
## TITEL VI. SLOTBEPALINGEN
De Hoge Verdragsluitende Partijen, wensende uitvoering te geven aan [artikel 1.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.6&z=2019-03-01&g=2019-03-01), van het Benelux Verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen) dat bepaalt dat de Hoge Verdragsluitende Partijen een protocol zullen sluiten waarin de voorrechten en immuniteiten worden vastgelegd welke nodig zijn voor de uitoefening van de taken en het bereiken van de doelstellingen van de Organisatie;
Zijn het volgende overeengekomen:
De Raad van Bestuur van het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom (merken en tekeningen of modellen),
Gelet op zijn bevoegdheid ex [artikel 1.9, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.9&z=2019-03-01&g=2019-03-01), van het Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen) (BVIE),
Overeenkomstig het voorstel van de Directeur-Generaal ex [artikel 1.11, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.11&z=2019-03-01&g=2019-03-01) BVIE,
Verlangend in het uitvoeringsreglement op een aantal punten wijzigingen aan te brengen, met name verband houdende met het Protocol van 11 december 2017 houdende wijziging van het BVIE, in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2015/2436,
Heeft tijdens zijn achtentwintigste vergadering op 5 en 6 juli 2018 besloten om het uitvoeringsreglement in te trekken en te vervangen door het onderhavige reglement:
## TITEL I. : MERKEN
### HOOFDSTUK 1. HET BENELUX MERK
##### Regel 1.1. Depotvereisten
1. De Benelux-aanvraag van een merk wordt verricht in het Nederlands, Frans of Engels door de indiening van een document, bevattende:
- a. naam en adres van de aanvrager; indien aanvrager een rechtspersoon is onder vermelding van zijn rechtsvorm;
- b. in voorkomend geval, naam en adres van de gemachtigde, of het in [regel 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.6&z=2019-03-01&g=2019-03-01) bedoelde correspondentieadres;
- c. de weergave van het merk overeenkomstig [artikel 2.1, sub b, BVIE](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=1&artikel=2.1&z=2019-03-01&g=2019-03-01);
- d. de opgave van de waren en diensten, waarvoor het merk is bestemd, overeenkomstig [artikel 2.5bis BVIE](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.5bis&z=2019-03-01&g=2019-03-01);
- e. de aanduiding of het merk een woordmerk, een beeldmerk, een gecombineerd woord-beeldmerk, een vormmerk dan wel een ander type merk is. In dit laatste geval dient eveneens te worden aangeduid welk type merk het betreft;
- f. in voorkomend geval de code of codes van de kleur of kleuren van het merk;
- g. de handtekening van de aanvrager of zijn gemachtigde.
2. Er kan een beschrijving in niet meer dan vijftig woorden van de onderscheidende elementen van het merk worden vermeld.
3. De in lid 1, sub c, bedoelde weergave van het merk dient te voldoen aan de overeenkomstig [regel 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.4&z=2019-03-01&g=2019-03-01) vastgestelde nadere regels van de Directeur-Generaal voor het indienen van stukken.
##### Regel 1.2. Collectieve merken en certificeringsmerken
1. Bij de aanvraag dient in voorkomend geval te worden vermeld dat het een collectief merk of een certificeringsmerk betreft.
2. In dat geval dient de aanvraag vergezeld te gaan van een reglement inzake het gebruik overeenkomstig [artikel 2.34ter](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=8&artikel=2.34ter&z=2019-03-01&g=2019-03-01) of [2.35ter BVIE](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=8bis&artikel=2.35ter&z=2019-03-01&g=2019-03-01).
##### Regel 1.3. Vaststellen depotdatum; Regularisatie
1. De in [artikel 2.5, lid 1, BVIE](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.5&z=2019-03-01&g=2019-03-01) bedoelde vereisten voor het vaststellen van een depotdatum, zijn die vermeld in [regel 1.1, lid 1, sub a, c, d en e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.1&z=2019-03-01&g=2019-03-01), en in [regel 1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.2&z=2019-03-01&g=2019-03-01), behoudens betaling van de basistaksen verschuldigd voor de aanvraag binnen een termijn van een maand nadat aan voornoemde vereisten is voldaan.
2. Er wordt een termijn van minimaal een maand toegekend om aan de overige vereisten als bedoeld in [artikel 2.5, lid 2, BVIE](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.5&z=2019-03-01&g=2019-03-01) te voldoen. Deze termijn kan ambtshalve en zal op verzoek worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden.
##### Regel 1.4. Prioriteit
1. Indien bij de aanvraag een beroep wordt gedaan op het recht van voorrang, als bedoeld in [artikel 2.6 BVIE](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.6&z=2019-03-01&g=2019-03-01), dienen het land, de datum, het nummer en de houder van de aanvraag, waarop het recht van voorrang berust, te worden vermeld. Indien de aanvrager van het merk in het land van oorsprong niet degene is, die de Benelux-aanvraag verricht, dan moet de laatstgenoemde aan zijn aanvraag een document toevoegen, waaruit zijn rechten blijken.
2. De bijzondere verklaring betreffende het recht van voorrang, als bedoeld in [artikel 2.6, lid 3, BVIE](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.6&z=2019-03-01&g=2019-03-01), dient te bevatten: de naam en het adres van de aanvrager, zijn handtekening of die van zijn gemachtigde, in voorkomend geval naam en adres van de gemachtigde of het correspondentieadres als bedoeld in [regel 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.6&z=2019-03-01&g=2019-03-01), een aanduiding van het merk, alsmede de in lid 1 bedoelde gegevens.
3. De aanvrager die zich op een recht van voorrang beroept dient indien het Bureau daarom verzoekt een afschrift van de documenten die dit recht van voorrang staven over te leggen.
4. Indien niet is voldaan aan het bepaalde in lid 1, 2 en 3 en in de [regels 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.3&z=2019-03-01&g=2019-03-01) en [3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.6&z=2019-03-01&g=2019-03-01), stelt het Bureau de betrokkene onverwijld daarvan in kennis en geeft hem een termijn van tenminste een maand om hieraan alsnog te voldoen. Deze termijn kan ambtshalve en zal op verzoek worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden. Het uitblijven van een tijdige reactie leidt tot verval van het recht van voorrang.
##### Regel 1.5. Publicatie aanvraag
1. Het Bureau publiceert, conform het bepaalde in [artikel 2.5, lid 5, BVIE](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.5&z=2019-03-01&g=2019-03-01), de ingediende aanvragen en vermeldt:
- a. de datum en het nummer van de aanvraag;
- b. naam en adres van de aanvrager;
- c. in voorkomend geval, naam en adres van de gemachtigde;
- d. de weergave van het merk;
- e. de waren en diensten, overeenkomstig [artikel 2.5bis BVIE](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.5&z=2019-03-01&g=2019-03-01);
- f. het type merk;
- g. in voorkomend geval de vermelding dat het een collectief merk of een certificeringsmerk betreft;
- h. in voorkomend geval, de gegevens van de beeldmerkclassificatie zoals bedoeld in de [Overeenkomst van Wenen van 12 juni 1973 tot instelling van een internationale classificatie van beeldbestanddelen van merken](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003767);
- i. in voorkomend geval de door de aanvrager opgegeven omschrijving van onderscheidende elementen;
- j. in voorkomend geval de code of codes van de kleur of kleuren van het merk;
- k. in voorkomend geval dat er, overeenkomstig [artikel 2.6, BVIE](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.6&z=2019-03-01&g=2019-03-01) een recht van voorrang werd ingeroepen, onder vermelding van datum, nummer en land van dit recht van voorrang. Daarbij wordt in voorkomend geval vermeld dat nog niet werd voldaan aan het vereiste van [regel 1.4, lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.4&z=2019-03-01&g=2019-03-01);
- l. de datum waarop de termijn voor het instellen van een oppositie tegen het merk verstrijkt.
2. Indien er in de publicatie van de gegevens van een aanvraag, zoals vermeld in lid 1, een vergissing werd begaan die er toe zou kunnen leiden dat belanghebbenden over verkeerde informatie beschikten om te beslissen al dan niet oppositie in te stellen tegen het betreffende merk, verricht het Bureau een gecorrigeerde publicatie. Daarmee gaat de termijn voor het instellen van oppositie tegen de aanvraag opnieuw lopen.
3. In voorkomend geval wordt een naar aanleiding van de eerdere, ingevolge lid 2 gecorrigeerde, publicatie reeds ingestelde oppositie op verzoek van de opposant verder buiten behandeling gelaten. Dit verzoek dient te worden verricht voor het einde van de oppositietermijn die ingevolge het bepaalde in lid 2 opnieuw gaat lopen. In dat geval worden de reeds betaalde taksen gerestitueerd. Indien de opposant niet verzoekt zijn oppositie verder buiten behandeling te laten wordt deze geacht tijdig te zijn ingesteld.
##### Regel 1.6. Inschrijving
1. Het Bureau schrijft de aanvraag in het register in door vermelding van:
- a. het nummer van de inschrijving;
- b. de in [regel 1.5, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.5&z=2019-03-01&g=2019-03-01), bedoelde gegevens;
- c. de datum waarop de geldigheidsduur van de inschrijving verstrijkt;
- d. de datum van inschrijving van het merk.
2. Het Bureau geeft onverwijld uitvoering aan de in [artikel 1.15bis BVIE](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.15bis&z=2019-03-01&g=2019-03-01) bedoelde beslissingen van het Benelux-Gerechtshof, zodra zij niet meer vatbaar zijn voor enig rechtsmiddel.
3. Als datum van inschrijving geldt de dag waarop het Bureau vaststelt dat de aanvraag voldoet aan alle in het BVIE en het onderhavige reglement gestelde vereisten voor inschrijving van het merk.
##### Regel 1.7. Spoedinschrijving
1. Het in [artikel 2.8, lid 2, BVIE](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.8&z=2019-03-01&g=2019-03-01) bedoelde verzoek om onverwijld tot inschrijving van de aanvraag over te gaan kan bij de aanvraag of gedurende de inschrijvingsprocedure worden gedaan.
2. Het Bureau publiceert deze inschrijvingen, onder vermelding van de in [regel 1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.6&z=2019-03-01&g=2019-03-01) genoemde gegevens.
3. In voorkomend geval wordt bij de in lid 2 bedoelde publicatie de datum vermeld waarop de termijn voor het instellen van oppositie tegen het merk verstrijkt. De [leden 2 en 3 van regel 1.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.5&z=2019-03-01&g=2019-03-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
4. Het Bureau publiceert zijn besluiten om over te gaan tot doorhaling van de inschrijving ingevolge het bepaalde in [artikel 2.8, lid 2, BVIE](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&artikel=2.8&z=2019-03-01&g=2019-03-01). Deze publicatie vindt eerst plaats nadat het besluit tot doorhaling niet langer vatbaar is voor enig rechtsmiddel.
5. In voorkomend geval publiceert het Bureau de in [artikel 2.23bis, leden 2 en 4, BVIE](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=5&artikel=2.23bis&z=2019-03-01&g=2019-03-01) bedoelde aanvangsdatum van de gebruiksplicht.
##### Regel 1.8. Internationale aanvraag met aanduiding van de Benelux
1. Als datum van inschrijving van internationale aanvragen van merken waarbij de Benelux wordt aangeduid geldt de datum van de publicatie door het Internationaal Bureau van de door het Bureau verzonden verklaring van verlening van bescherming.
2. Indien het Bureau het Internationaal Bureau een kennisgeving op basis van [artikel 2.5bis, lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.5bis&z=2019-03-01&g=2019-03-01), [2.13, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=3&artikel=2.13&z=2019-03-01&g=2019-03-01), [2.18, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.18&z=2019-03-01&g=2019-03-01), [2.34ter, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=8&artikel=2.34ter&z=2019-03-01&g=2019-03-01), of [2.35ter, lid 2, BVIE](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=8bis&artikel=2.35ter&z=2019-03-01&g=2019-03-01) heeft toegezonden geldt als datum van inschrijving de datum van de publicatie door het Internationaal Bureau van de door het Bureau verzonden verklaring van opheffing van de bezwaren tegen de inschrijving als bedoeld in voornoemde artikelen. Indien er verschillende bezwaren van toepassing zijn geweest en indien deze op verschillende tijdstippen werden opgeheven geldt de datum van de laatste publicatie door het Internationaal Bureau van een door het Bureau toegestuurde verklaring van opheffing van een bezwaar als datum van inschrijving.
3. In uitzondering op het in de leden 1 en 2 bepaalde geldt, indien de houder van de internationale aanvraag het Bureau verzoekt om ingevolge [artikel 2.10, lid 3, BVIE](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.10&z=2019-03-01&g=2019-03-01) zijn aanvraag onverwijld in te schrijven, de dag waarop het verzoek tot inschrijving aan het Bureau werd gedaan als datum van inschrijving. Het Bureau publiceert deze. De in [artikel 2.23bis BVIE](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=5&artikel=2.23bis&z=2019-03-01&g=2019-03-01) bedoelde aanvangsdatum van de gebruiksplicht wordt evenwel bepaald conform de leden 1 en 2.
##### Regel 1.9. Vernieuwing
1. Gedeeltelijke vernieuwing conform [artikel 2.9, lid 4, BVIE](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.9&z=2019-03-01&g=2019-03-01) is uitsluitend mogelijk per klasse. De aanvrager dient in dat geval de nummers te vermelden van de klasse of klassen waarvoor hij de vernieuwing wenst.
2. Het Bureau schrijft de vernieuwing in door aanpassing van de datum waarop de geldigheidsduur van de inschrijving verstrijkt.
3. Het Bureau zendt degene die daartoe de verschuldigde taks heeft betaald een bevestiging van de vernieuwing.
### HOOFDSTUK 2. INTERNATIONALE AANVRAAG GEBASEERD OP EEN BENELUXMERK
##### Regel 1.10. Aanvraag, vernieuwing en wijziging
1. De aanvraag voor een internationale inschrijving die op een Benelux-aanvraag is gebaseerd kan uitsluitend bij het Bureau worden ingediend. Een verzoek tot vernieuwing van de internationale inschrijving, uitbreiding van de bescherming tot andere landen of tot wijziging van de internationale inschrijving kan alleen bij het Bureau worden ingediend indien dit ingevolge het gemeenschappelijk uitvoeringsreglement van de [Overeenkomst](onbekend) en het [Protocol van Madrid](onbekend) niet rechtstreeks bij het Internationaal Bureau mogelijk is.
2. De aanvraag geschiedt door het indienen van een document, dat de aanduidingen bevat voorgeschreven in het gemeenschappelijk uitvoeringsreglement van de [Overeenkomst](onbekend) en het [Protocol van Madrid](onbekend), zo nodig met toevoeging van de stukken voorgeschreven in bedoeld uitvoeringsreglement.
3. Ten aanzien van deze aanvragen en van verzoeken tot wijziging van de internationale inschrijving vinden de regels 3.1, [3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.3&z=2019-03-01&g=2019-03-01), [3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.6&z=2019-03-01&g=2019-03-01) en [3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.7&z=2019-03-01&g=2019-03-01) overeenkomstige toepassing.
4. Bij deze aanvragen en verzoeken dient betaling van de ingevolge de [Overeenkomst](onbekend) en het [Protocol van Madrid](onbekend) verschuldigde taksen te worden verricht, voor zover deze niet rechtstreeks aan het Internationaal Bureau worden voldaan, alsmede betaling van de bemiddelingstaks voor het Bureau, indien deze verschuldigd is.
5. Het Bureau zendt de in deze regel bedoelde aanvragen en verzoeken, die aan de in deze regel bedoelde vereisten voldoen, onverwijld door aan het Internationaal Bureau.
##### Regel 1.11. Omzetting
De aanvraag om inschrijving zoals bedoeld in [artikel 9quinquies van het Protocol van Madrid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003002&artikel=9quinquies) moet vergezeld zijn van een bewijs van de doorhaling van de internationale inschrijving.
### HOOFDSTUK 3. WEIGERING EN OPPOSITIE
##### Regel 1.12. Bezwaartermijn weigering
1. De termijn bedoeld in [artikel 2.11, lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&artikel=2.11&z=2019-03-01&g=2019-03-01), en [2.13, lid 2, BVIE](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=3&artikel=2.13&z=2019-03-01&g=2019-03-01) om te antwoorden op de voorlopige weigering, bedraagt ten minste een maand; deze termijn kan ambtshalve en zal op verzoek worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden.
2. In voorkomend geval dient een aanvrager die zich tegen de voorlopige weigering verzet binnen de in lid 1 genoemde termijn eveneens te voldoen aan de vereisten van [regel 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.6&z=2019-03-01&g=2019-03-01) en [3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.7&z=2019-03-01&g=2019-03-01).
##### Regel 1.13. Oppositiegegevens
1. De oppositie wordt ingediend door middel van een document, dat de volgende gegevens bevat:
- a. de naam van opposant;
- b. gegevens ter identificatie van de aanvraag of het merk waartegen de oppositie is gericht;
- c. de waren of diensten waartegen de oppositie is gericht. Indien een dergelijke vermelding ontbreekt, wordt de oppositie verondersteld te zijn gericht tegen alle waren en diensten;
- d. een aanduiding of de oppositie is gebaseerd op [artikel 2.14, lid 2, sub a, b of c, BVIE](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.14&z=2019-03-01&g=2019-03-01);
- e. indien de oppositie is gebaseerd op een ouder merk of op een ouder recht in de zin van [artikel 2.14, lid 2, sub c, BVIE](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.14&z=2019-03-01&g=2019-03-01), gegevens ter identificatie van het oudere merk of het oudere recht;
- f. indien de oppositie is gebaseerd op een ouder merk, de waren of diensten van het ingeroepen oudere merk waarop de oppositie berust. Indien een dergelijke vermelding ontbreekt wordt de oppositie verondersteld te berusten op alle waren en diensten;
- g. in voorkomend geval, de vermelding dat opposant optreedt in de hoedanigheid van licentiehouder van het oudere merk;
- h. de voorkeuren betreffende het taalgebruik.
2. In voorkomend geval dienen stukken te worden overgelegd die de bevoegdheid van de licentiehouder aantonen.
3. Op het document dienen in voorkomend geval naam en adres van de gemachtigde of het in [regel 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.6&z=2019-03-01&g=2019-03-01) bedoelde correspondentieadres te worden vermeld.
4. De in lid 1, sub c en f, bedoelde gegevens kunnen door enkele opgave van de nummers van de betreffende waren- of dienstenklassen worden vermeld. De waren of diensten waarop de oppositie berust of waartegen deze is gericht kunnen tot het moment van de in [regel 1.14, lid 1, sub i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.14&z=2019-03-01&g=2019-03-01), bedoelde beslissing door de opposant worden beperkt.
##### Regel 1.14. Verloop procedure
1. De oppositie wordt volgens de volgende procedure behandeld:
- a. het Bureau beslist overeenkomstig [regel 1.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.15&z=2019-03-01&g=2019-03-01) of de oppositie ontvankelijk is en stelt partijen of, in het in [artikel 2.18 BVIE](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.18&z=2019-03-01&g=2019-03-01) bedoelde geval, de opposant en het Internationaal Bureau hiervan in kennis;
- b. de procedure vangt twee maanden na de kennisgeving van ontvankelijkheid aan op voorwaarde dat de voor de oppositie verschuldigde taksen volledig zijn betaald. Het Bureau stuurt partijen een mededeling van aanvang van de procedure;
- c. de opposant beschikt over een termijn van twee maanden vanaf de onder b bedoelde mededeling van aanvang van de procedure om de oppositie met argumenten en stukken ter ondersteuning daarvan te onderbouwen. Bij gebreke daarvan wordt de oppositie verder buiten behandeling gelaten. Argumenten die ingediend werden voor de aanvang van de procedure worden geacht bij de aanvang van de procedure te zijn ingediend;
- d. het Bureau stuurt de argumenten van opposant naar de verweerder, en stelt hem een termijn van twee maanden om schriftelijk te reageren en eventueel bewijzen van gebruik van het oudere merk als bedoeld in [artikel 2.16bis BVIE](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.16&z=2019-03-01&g=2019-03-01) te vragen;
- e. in voorkomend geval wordt opposant een termijn van twee maanden gesteld om de gevraagde bewijzen van gebruik over te leggen dan wel te motiveren dat er een geldige reden voor niet-gebruik bestaat;
- f. indien er bewijzen van gebruik worden overgelegd zendt het Bureau deze door naar de verweerder en stelt hem een termijn van twee maanden om schriftelijk te reageren op de bewijzen van gebruik en, indien deze dit bij de onder d bedoelde gelegenheid nog niet had gedaan, op de argumenten van opposant;
- g. indien het Bureau daartoe gronden aanwezig acht kan het een of meer partijen verzoeken om binnen een daartoe gestelde termijn aanvullende argumenten of stukken in te dienen;
- h. er kan een mondelinge behandeling worden gehouden overeenkomstig [regel 1.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.23&z=2019-03-01&g=2019-03-01);
- i. het Bureau neemt een beslissing. Indien een oppositie die op verscheidene gronden berust op basis van één van deze gronden wordt toegewezen, neemt het Bureau over de overige ingeroepen gronden, indien deze hetzelfde rechtsgevolg hebben, geen beslissing. Indien een op [artikel 2.14, lid 1, sub a, BVIE](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.14&z=2019-03-01&g=2019-03-01) gebaseerde oppositie die op verscheidene oudere merken berust op basis van één van deze merken wordt toegewezen neemt het Bureau over de overige ingeroepen merken evenmin een beslissing.
2. Indien verweerder geen domicilie binnen de Europese Economische Ruimte heeft, dient binnen de in lid 1, sub d genoemde termijn alsnog aan dit vereiste van [regel 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.6&z=2019-03-01&g=2019-03-01) te worden voldaan.
##### Regel 1.15. Ontvankelijkheidsvereisten
1. De oppositie is ontvankelijk wanneer zij is ingediend binnen de in [artikel 2.14, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.14&z=2019-03-01&g=2019-03-01), of [2.18, lid 1, BVIE](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.18&z=2019-03-01&g=2019-03-01)genoemde termijn, voldoet aan de voorwaarden bedoeld in [regel 1.13, lid 1, sub a tot en met g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.13&z=2019-03-01&g=2019-03-01), van dit reglement, en [artikel 2.14, lid 4, BVIE](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.14&z=2019-03-01&g=2019-03-01).
2. Voor het vaststellen van de ontvankelijkheid van de oppositie is aan het vereiste van [artikel 2.14, lid 4, BVIE](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.14&z=2019-03-01&g=2019-03-01) voldaan indien 40% van de verschuldigde taksen is voldaan.
3. Onverminderd het bepaalde in het vorige lid kan bij indiening de totale verschuldigde taks voor het indienen van de oppositie worden betaald. Het vorige lid laat onverlet dat de totale verschuldigde taks voor het einde van de termijn bepaald in [regel 1.14, lid 1, sub b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.14&z=2019-03-01&g=2019-03-01), dient te zijn voldaan.
4. Indien de oppositie is gebaseerd op meer oudere merken of rechten dan waarvoor de taksen zijn betaald, wordt de oppositie in behandeling genomen maar worden alleen de merken of rechten in aanmerking genomen waarvoor de taksen betaald zijn, volgens de volgorde zoals bij indiening van de oppositie vermeld.
5. Indien de ingevolge [regel 1.13, lid 1, sub a en g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.13&z=2019-03-01&g=2019-03-01), verstrekte gegevens niet overeenstemmen met de geregistreerde gegevens van een ingeroepen ouder Beneluxmerk, wordt de ingediende oppositie door het Bureau tevens opgevat als een verzoek tot aantekening van een wijziging in het register. Het bepaalde in regel 3.1 is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de termijn bepaald in regel 3.1, lid 5, maximaal twee weken bedraagt. Wanneer het ingeroepen oudere merk een Uniemerk of een internationaal merk betreft, stelt het Bureau opposant een termijn van twee weken om aan te tonen dat hij het nodige heeft gedaan om het betreffende register in overeenstemming te brengen met de door hem bij indiening van de oppositie verstrekte gegevens.
6. Indien de geldigheid van een ingeroepen ouder merk verstrijkt voor het einde van de termijn voor het instellen van oppositie en dit merk ingevolge de toepasselijke wettelijke bepalingen nog kan worden vernieuwd, stelt het Bureau opposant een termijn van twee weken om dit merk alsnog te vernieuwen. Indien het betreffende oudere merk een Uniemerk of een internationaal merk is, stelt het Bureau een termijn van twee weken om aan te tonen dat het nodige is gedaan om het merk te vernieuwen.
##### Regel 1.16. Regularisatie oppositie
1. Indien het Bureau vaststelt dat de akte van oppositie niet voldoet aan andere vereisten dan die bedoeld in [regel 1.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.15&z=2019-03-01&g=2019-03-01), doet hij hiervan mededeling aan de opposant en stelt hem een termijn van twee maanden om de vastgestelde gebreken op te heffen. Indien deze gebreken niet tijdig worden opgeheven, wordt de oppositie verder buiten behandeling gelaten.
2. Indien het Bureau vaststelt dat andere door partijen ingediende stukken dan bedoeld in lid 1 niet voldoen aan de in dit reglement bedoelde vereisten, doet hij hiervan mededeling aan de betreffende partij en stelt hem een termijn van twee maanden om de vastgestelde gebreken op te heffen. Indien deze gebreken niet tijdig worden opgeheven, wordt het betreffende stuk geacht niet te zijn ingediend.
3. Indien op het moment van aanvang van de procedure, zoals bepaald in [regel 1.14, lid 1, sub b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.14&z=2019-03-01&g=2019-03-01), de voor de oppositie verschuldigde taksen niet volledig zijn voldaan, stelt het Bureau opposant een termijn van een maand om deze alsnog te betalen. Bij gebreke daarvan wordt de oppositie verder buiten behandeling gelaten.
### HOOFDSTUK 4. PROCEDURE TOT NIETIGVERKLARING OF VERVALLENVERKLARING BIJ HET BUREAU
### HOOFDSTUK 5. CONVERSIES VAN UNIEMERKEN
## TITEL II. : TEKENINGEN OF MODELLEN
##### Regel 2.1. Depotvereisten
1. Het Benelux-depot van een tekening of model geschiedt in het Nederlands, Frans of Engels door de indiening van een document, bevattende:
- a. naam en adres van de deposant; indien deposant een rechtspersoon is onder vermelding van zijn rechtsvorm;
- b. afbeelding(en) van het uiterlijk van het voortbrengsel;
- c. de vermelding van het voortbrengsel, waarin de tekening of het model is of wordt belichaamd;
- d. in voorkomend geval de code of codes van de kleur of kleuren van de tekening of het model;
- e. de handtekening van de deposant of zijn gemachtigde.
2. Het document kan bovendien bevatten:
- a. een beschrijving in niet meer dan honderdvijftig woorden van de kenmerkende eigenschappen van het nieuwe uiterlijk van het voortbrengsel;
- b. de naam van de werkelijke ontwerper van de tekening of het model;
- c. een verzoek om opschorting van de publicatie van de inschrijving, als bedoeld in [regel 2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.5&z=2019-03-01&g=2019-03-01).
3. In voorkomend geval dienen naam en adres van de gemachtigde, of het in [regel 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.6&z=2019-03-01&g=2019-03-01) bedoelde correspondentieadres te worden vermeld.
4. Het voortbrengsel, waarin de tekening of het model is of wordt belichaamd, moet nauwkeurig worden aangegeven en bij voorkeur met gebruikmaking van de bewoordingen van de alfabetische lijst van de internationale classificatie, bedoeld in de [Overeenkomst van Locarno van 8 oktober 1968](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004456) tot instelling van een internationale classificatie voor tekeningen en modellen van nijverheid.
##### Regel 2.2. Meervoudig depot
Een Benelux-depot kan verscheidene tekeningen of modellen bevatten tot ten hoogste vijftig. In zodanig geval is het bepaalde in [regel 2.1, lid 1, sub b, c en d, lid 2 en 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&artikel=2.1&z=2019-03-01&g=2019-03-01), ten aanzien van iedere tekening of model van toepassing. Iedere tekening of model dient aangeduid te worden met een verschillend nummer.
##### Regel 2.3. Vaststellen depotdatum en termijn regularisatie
1. De in [artikel 3.9, lid 1, BVIE](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.9&z=2019-03-01&g=2019-03-01) bedoelde vereisten voor het vaststellen van een datum van depot, zijn die vermeld in [regel 2.1, lid 1, sub a, b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&artikel=2.1&z=2019-03-01&g=2019-03-01), behoudens betaling van de taksen verschuldigd voor het depot, binnen een termijn van een maand nadat aan voornoemde vereisten is voldaan.
2. De termijn bedoeld in [artikel 3.9, lid 2, BVIE](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.9&z=2019-03-01&g=2019-03-01) om te voldoen aan de overige gestelde vereisten, bedraagt tenminste een maand. Deze termijn kan ambtshalve en zal op verzoek worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden.
3. In geval van een meervoudig depot is [artikel 3.9, lid 3, BVIE](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.9&z=2019-03-01&g=2019-03-01) slechts van toepassing op de niet-geregulariseerde tekeningen of modellen.
##### Regel 2.4. Prioriteit
1. Indien bij het depot een beroep wordt gedaan op het recht van voorrang, als bedoeld in [artikel 3.10 BVIE](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.10&z=2019-03-01&g=2019-03-01), dienen het land, de dagtekening, het nummer en de houder van het depot, waarop het recht van voorrang steunt, te worden vermeld. Indien de deposant in het land van oorsprong niet degene is die het Benelux-depot heeft verricht, dan moet de laatstgenoemde aan zijn depot een document toevoegen, waaruit zijn rechten blijken.
2. De bijzondere verklaring betreffende het recht van voorrang, als bedoeld in [artikel 3.10 BVIE](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.10&z=2019-03-01&g=2019-03-01), dient te bevatten: de naam en het adres van de deposant, zijn handtekening of die van zijn gemachtigde, in voorkomend geval naam en adres van de gemachtigde of het correspondentieadres als bedoeld in [regel 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.6&z=2019-03-01&g=2019-03-01), een aanduiding van de tekening of het model, alsmede de in lid 1 bedoelde gegevens.
3. De deposant die zich op een recht van voorrang beroept dient indien het Bureau daarom verzoekt een afschrift van de documenten die dit recht van voorrang staven over te leggen.
4. Indien niet is voldaan aan het bepaalde in lid 1, 2 en 3 en in de [regels 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.3&z=2019-03-01&g=2019-03-01) en [3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.6&z=2019-03-01&g=2019-03-01), stelt het Bureau de betrokkene onverwijld daarvan in kennis en geeft hem een termijn van tenminste een maand om hieraan alsnog te voldoen. Deze termijn kan ambtshalve en zal op verzoek worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden. Het uitblijven van een tijdige reactie leidt tot verval van het recht van voorrang.
##### Regel 2.5. Opschorting publicatie
1. De deposant, die opschorting van de publicatie van de inschrijving wenst, dient hiertoe bij het depot een verzoek in te dienen onder opgave van de termijn, waarvoor opschorting van de publicatie gevraagd wordt.
2. De opschorting van de publicatie van de inschrijving van een meervoudig depot kan slechts gevraagd worden voor alle tekeningen en modellen tezamen en voor éénzelfde termijn.
3. Indien de deposant, die opschorting heeft gevraagd van de publicatie van de inschrijving van een meervoudig depot, bij afloop van de termijn van opschorting aan het Bureau meedeelt, dat hij slechts publicatie wenst van een deel van de tekeningen of modellen, dient hij dit te doen onder opgave van de nummers van de tekeningen of modellen waarvan hij publicatie wenst.
4. De deposant kan te allen tijde om beëindiging van de termijn van opschorting verzoeken.
##### Regel 2.6. Verzoek tweede publicatie
De termijn bedoeld in [artikel 3.11, lid 3, BVIE](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.11&z=2019-03-01&g=2019-03-01), gedurende welke de deposant aan het Bureau een tweede publicatie van de tekening of het model kan vragen, bedraagt drie maanden te rekenen van de datum van de eerste publicatie.
##### Regel 2.7. Inschrijving
1. Het Bureau schrijft het depot in het register in door vermelding van:
- a. het nummer van de inschrijving;
- b. de datum en het nummer van het depot;
- c. de in [regel 2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&artikel=2.1&z=2019-03-01&g=2019-03-01) bedoelde gegevens;
- d. in voorkomend geval, het ingeroepen recht van voorrang onder vermelding van het land, de dagtekening, het nummer en de houder van het depot waarop het ingeroepen recht van voorrang steunt overeenkomstig [regel 2.4 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&artikel=2.4&z=2019-03-01&g=2019-03-01);
- e. in geval van opschorting van de publicatie van de inschrijving, de gegevens opgenomen in [regel 2.5, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&artikel=2.5&z=2019-03-01&g=2019-03-01);
- f. de datum waarop de geldigheidsduur van de inschrijving verstrijkt;
- g. het nummer van de klasse en de onderklasse van de internationale classificatie, bedoeld in de [Overeenkomst van Locarno](onbekend) in welke het voortbrengsel, waarin de tekening of het model is of wordt belichaamd, is gerangschikt;
- h. de datum van inschrijving.
2. Als datum van inschrijving geldt de dag waarop het Bureau vaststelt dat het depot voldoet aan alle in het BVIE en het onderhavige reglement gestelde vereisten.
##### Regel 2.8. Datum inschrijving internationale aanvraag
Als datum van inschrijving van internationale depots van tekeningen of modellen waarbij de Benelux werd aangeduid geldt de datum van de in [artikel 3.11, lid 1, BVIE](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.11&z=2019-03-01&g=2019-03-01) bedoelde publicatie.
##### Regel 2.9. Inschrijving handhaving gewijzigde vorm
Een verzoek tot inschrijving van de in [artikel 3.24, lid 3, BVIE](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=4&artikel=3.24&z=2019-03-01&g=2019-03-01) bedoelde verklaring van de houder of rechterlijke beslissing dient te worden ingediend bij het Bureau en dient te bevatten de naam en het adres van de houder, zijn handtekening of die van zijn gemachtigde, in voorkomend geval naam en adres van de gemachtigde of het correspondentieadres als bedoeld in [regel 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.6&z=2019-03-01&g=2019-03-01), alsmede het nummer van de inschrijving.
##### Regel 2.10. Inschrijving vordering tot opeising en doorhaling van deze inschrijving
1. Het verzoek tot inschrijving van de vordering tot opeising bedoeld in [artikel 3.7, lid 1, BVIE](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.7&z=2019-03-01&g=2019-03-01), dient te bevatten de naam en het adres van degene die de vordering instelt, zijn handtekening of die van zijn gemachtigde en, in voorkomend geval, naam en adres van de gemachtigde of het correspondentieadres als bedoeld in [regel 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.6&z=2019-03-01&g=2019-03-01), alsmede de naam en het adres van de houder en het nummer van de inschrijving van het Benelux- of internationaal depot van de betreffende tekening of het betreffende model.
2. De in [artikel 3.7, lid 1, BVIE](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.7&z=2019-03-01&g=2019-03-01) bedoelde inschrijving van de vordering tot opeising wordt op verzoek van de meest gerede partij doorgehaald. Deze dient daartoe, hetzij een rechterlijke beslissing waartegen geen hoger beroep of cassatie meer kan worden ingesteld, hetzij een stuk waaruit blijkt dat de vordering is ingetrokken, over te leggen.
##### Regel 2.11. Vernieuwing
1. Indien de aanvrager conform [artikel 3.14, lid 4, BVIE](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.14&z=2019-03-01&g=2019-03-01), de vernieuwing wenst te beperken tot een deel van de in een meervoudig depot vervatte rechten, dient hij de nummers te vermelden van de tekeningen of modellen waarvan hij de vernieuwing van de inschrijving wenst.
2. Het Bureau schrijft de vernieuwing in door aanpassing van de datum waarop de geldigheidsduur van de inschrijving verstrijkt.
3. Het Bureau zendt degene die de daartoe verschuldigde taks heeft betaald een bevestiging van de vernieuwing toe.
## TITEL III. : BEPALINGEN GEMEENSCHAPPELIJK AAN MERKEN EN TEKENINGEN OF MODELLEN
##### Regel 3.1. Wijzigingen in het register
1. Ieder verzoek tot wijziging van registergegevens met betrekking tot een Benelux-aanvraag of -inschrijving dient aan het Bureau te worden gericht onder vermelding van het nummer van de inschrijving, de naam en het adres van de houder van het recht, zijn handtekening of die van zijn gemachtigde en, in voorkomend geval, naam en adres van de gemachtigde of het correspondentieadres bedoeld in [regel 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.6&z=2019-03-01&g=2019-03-01). In voorkomend geval dient het verzoek van een bewijsstuk te zijn vergezeld.
2. Indien een zodanig verzoek de inschrijving betreft van een meervoudig depot van tekeningen of modellen maar geen betrekking heeft op alle tekeningen of modellen hierin, dient het de nummers te vermelden van de tekeningen of modellen waarom het gaat. Indien de overdracht of overgang het uitsluitend recht betreft op een of meer tekeningen of modellen die deel uitmaken van een meervoudig depot, wordt dit deel van het depot voortaan beschouwd als een zelfstandig depot.
3. De doorhaling van de inschrijving van een zakelijk recht of gedwongen tenuitvoerlegging wordt verricht op basis van een bewijsstuk.
4. Er kan worden volstaan met het overleggen van een kopie van de akte waaruit overdracht, andere overgang, licentie of een zakelijk recht, als bedoeld in de [artikelen 2.32bis](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=7&artikel=2.32bis&z=2019-03-01&g=2019-03-01) en [3.27 BVIE](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=5&artikel=3.27&z=2019-03-01&g=2019-03-01), blijkt. Indien het Bureau gerede twijfel heeft over de juistheid van de verzochte wijziging kan het Bureau nadere informatie verzoeken, waaronder de indiening van originele stukken of gewaarmerkte kopieën daarvan.
5. Indien bij een verzoek als bedoeld in deze regel niet is voldaan aan het in dit reglement bepaalde of indien de verschuldigde taksen of vergoedingen niet of niet volledig zijn betaald, stelt het Bureau de betrokkene hiervan onverwijld in kennis. Onverminderd het bepaalde in [regel 1.15, lid 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.15&z=2019-03-01&g=2019-03-01), geeft het hem een termijn van minimaal een maand om de gebreken alsnog op te heffen. Deze termijn kan ambtshalve en zal op verzoek worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden. Indien binnen de gestelde termijn niet is voldaan aan de gestelde vereisten worden de ontvangen stukken verder buiten behandeling gelaten.
### HOOFDSTUK 2. INTERNATIONALE AANVRAGEN
##### Regel 3.2. Internationale aanvragen met geldigheid in de Benelux
1. Betreffende de internationale aanvragen ten aanzien waarvan de aanvragers verzocht hebben dat zij hun werking zullen uitstrekken over het Benelux-gebied, schrijft het Bureau, onverminderd het bepaalde in de [regels 1.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.8&z=2019-03-01&g=2019-03-01) en [2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&artikel=2.8&z=2019-03-01&g=2019-03-01), in het register in de van het Internationaal Bureau komende kennisgevingen als bedoeld in de [artikelen 2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.10&z=2019-03-01&g=2019-03-01) en [4.4 BVIE](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=IV&hoofdstuk=2&artikel=4.4&z=2019-03-01&g=2019-03-01).
2. Indien een internationale aanvraag van een collectief merk of een certificeringsmerk niet vergezeld is van een reglement op het gebruik, wijst het Bureau de aanvrager onverwijld op zijn verplichting dit reglement binnen de in [artikel 2.34ter, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=8&artikel=2.34ter&z=2019-03-01&g=2019-03-01), of [2.35ter, lid 2, BVIE](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=8bis&artikel=2.35ter&z=2019-03-01&g=2019-03-01) bedoelde termijn, over te leggen. Met betrekking tot de collectieve merken of certificeringsmerken wordt in dit register melding gemaakt van het al dan niet overgelegd zijn en van de wijzigingen van het reglement op het gebruik.
3. Bovendien worden in het register aangetekend de gegevens betreffende nietigverklaring, vervallenverklaring en licenties, pandrecht en beslag, van tekeningen of modellen voor zover deze het Benelux-gebied betreffen.
4. Regel 3.1 is van overeenkomstige toepassing op de inschrijving van de in lid 3 bedoelde gegevens.
### HOOFDSTUK 3. ADMINISTRATIEVE BEPALINGEN
##### Regel 3.3. Talen Bureau
1. De officiële talen van het Bureau zijn het Nederlands en het Frans. De werktalen van het Bureau zijn het Nederlands, Frans en Engels.
2. Alle stukken die aan het Bureau worden overgelegd dienen in een van de werktalen te zijn gesteld. Het bepaalde in [regel 1.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.20&z=2019-03-01&g=2019-03-01) vormt hierop een uitzondering.
3. Bewijzen van een recht van voorrang, van naamswijziging, uittreksels van akten waaruit een overdracht, een andere overgang, een licentie of een zakelijk recht blijkt, de daarop betrekking hebbende verklaringen, de reglementen op het gebruik en het toezicht en de wijzigingen daarvan, worden eveneens aanvaard indien zij in het Duits zijn gesteld.
4. De in lid 3 genoemde stukken die in een andere taal zijn gesteld worden eveneens aanvaard indien een vertaling ervan in een van de werktalen van het Bureau of het Duits is bijgevoegd.
5. Het Bureau levert op verzoek en tegen betaling van een taks een vertaling naar een van zijn officiële talen van alle Benelux-aanvragen of -inschrijvingen die in het Engels luiden en die openbaar gemaakt zijn.
##### Regel 3.4. Indiening van stukken
1. De aan het Bureau of de nationale diensten over te leggen stukken, bewijsstukken en bijlagen kunnen worden ingediend met behulp van de daartoe door de Directeur-Generaal aangeduide (al dan niet elektronische) middelen. De Directeur-Generaal kan daarbij per handeling waarop de indiening betrekking heeft verschillende middelen aanduiden.
2. De in lid 1 genoemde stukken, bewijsstukken en bijlagen die niet voldoen aan het daaromtrent door de Directeur-Generaal bepaalde worden geacht niet te zijn ontvangen door het Bureau.
##### Regel 3.5. Ondertekening van stukken
Indien enig stuk, overgelegd ter inschrijving in het Benelux-register of in het register van internationale inschrijvingen gehouden bij het Internationaal Bureau, is ondertekend namens een rechtspersoon, dient daarbij de naam en de hoedanigheid van de ondertekenaar te zijn vermeld.
##### Regel 3.6. Aanstelling gemachtigde
1. Alle handelingen bij het Bureau of een nationale dienst kunnen worden verricht door tussenkomst van een vertegenwoordiger die als gemachtigde optreedt.
2. Een gemachtigde dient een woonplaats of zetel te hebben binnen de Europese Economische Ruimte.
3. Alle mededelingen ten aanzien van deze handelingen worden aan de gemachtigde gericht.
4. Eenieder die binnen de Europese Economische Ruimte geen zetel of woonplaats heeft noch een gemachtigde heeft aangewezen, moet aldaar een correspondentieadres aangeven.
##### Regel 3.7. Volmachten
1. Eenieder die stelt op te treden als vertegenwoordiger van een belanghebbende voor het verrichten van een handeling bij het Bureau wordt verondersteld hiertoe door belanghebbende te zijn gemachtigd.
2. Indien een vertegenwoordiger het Bureau verzoekt een registratie door te halen dient deze een daartoe strekkende volmacht in te dienen.
3. Indien het Bureau redenen heeft om te twijfelen aan de machtiging van een vertegenwoordiger, bij welke handeling dan ook, kan het verzoeken een volmacht in te dienen. De termijn hiervoor bedraagt een maand. Deze termijn zal op verzoek met een maand worden verlengd. Het uitblijven van een tijdige reactie heeft tot gevolg dat het verzoek buiten behandeling zal worden gelaten.
##### Regel 3.8. Bevestiging ontvangst van stukken
1. Het Bureau bevestigt de ontvangst van elk stuk dat bestemd is voor inschrijving in het Benelux-register of in het register van de internationale inschrijvingen gehouden bij het Internationaal Bureau.
2. Ieder stuk wordt bij ontvangst door de bevoegde instantie gedagtekend onder vermelding van uur, dag, maand en jaar van ontvangst.
3. Het Bureau registreert de verzending en ontvangst van stukken. Deze registratie vormt, behoudens tegenbewijs, het bewijs van verzending en ontvangst en van het moment waarop dit heeft plaatsgevonden.
##### Regel 3.9. Termijnen en sluitingsdagen
1. De in dit reglement bedoelde in maanden uitgedrukte termijnen beginnen te lopen vanaf de dag waarop de desbetreffende handeling plaatsvindt en verstrijken, in de betreffende maand, op de dag die overeenkomt met de dag waarop de termijnen beginnen te lopen. Indien de betreffende maand geen overeenkomende dag heeft, verstrijkt de termijn op de laatste dag van deze maand.
2. De in dit reglement bedoelde in weken uitgedrukte termijnen beginnen te lopen vanaf de dag waarop de desbetreffende handeling plaatsvindt en verstrijken, in de betreffende week, op de dag die overeenkomt met de dag waarop de termijnen beginnen te lopen.
3. Indien de dienst van de bevoegde instantie gesloten is op de laatste dag van een ingevolge het BVIE of dit reglement in acht te nemen termijn, wordt die termijn verlengd tot het einde van de eerstvolgende dag, waarop deze dienst geopend is.
4. In geval van verstoring van de normale postbedeling in een van de Benelux-landen gedurende minstens één van de vijf werkdagen, voorafgaand aan het einde van de termijn bedoeld in de [regels 1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.3&z=2019-03-01&g=2019-03-01), [1.4, lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.4&z=2019-03-01&g=2019-03-01), [2.3, lid 1 en 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&artikel=2.3&z=2019-03-01&g=2019-03-01), [2.4, lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&artikel=2.4&z=2019-03-01&g=2019-03-01), en 3.1, lid 5, en de in de [hoofdstukken 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&z=2019-03-01&g=2019-03-01) en [4 van titel I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=4&z=2019-03-01&g=2019-03-01) bedoelde termijnen, zullen stukken, binnengekomen bij de terzake bevoegde instantie na afloop van de in voornoemde regels bepaalde termijnen, in behandeling genomen worden alsof ze tijdig waren ingediend bij deze instantie, mits redelijkerwijs kan aangenomen worden dat de verstoring van de normale postbedeling de oorzaak is van het na afloop van genoemde termijnen binnenkomen van die stukken.
##### Regel 3.10. Inlichtingen en afschriften
1. Het Bureau verschaft afschriften en inlichtingen op grondslag van het Benelux-register.
2. Het register kan worden geraadpleegd op door de Directeur-Generaal vastgestelde wijze of in de vorm van een abonnement waarvan de modaliteiten door de Directeur-Generaal worden vastgesteld.
3. De bewijsstukken van het recht van voorrang, bedoeld in [artikel 4, onder D, derde lid, van het Verdrag van Parijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004120&artikel=4) worden door het Bureau verschaft. Een dergelijk document kan slechts worden afgegeven, nadat conform het bepaalde in de [regels 1.3, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.3&z=2019-03-01&g=2019-03-01), en [2.3, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=1&artikel=2.3&z=2019-03-01&g=2019-03-01), de depotdatum is vastgesteld.
##### Regel 3.11. Ter beschikking stellen formulieren
Het Bureau stelt formulieren beschikbaar voor het verrichten van die handelingen die langs niet-elektronische weg kunnen worden verricht. De Directeur-Generaal stelt het model van deze formulieren vast. Deze worden gepubliceerd op de website van het Bureau.
##### Regel 3.12. Benelux-register
1. Het Benelux-register bevat twee gedeelten:
- a. een register van Benelux-aanvragen;
- b. een register van internationale aanvragen.
2. Het Benelux-register en de stukken die dienen tot bewijs van de daarin opgenomen aantekeningen kunnen kosteloos worden ingezien bij het Bureau.
##### Regel 3.13. Publicatie
Het Bureau publiceert, conform het bepaalde in [artikel 4.4, sub b, BVIE](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=IV&hoofdstuk=2&artikel=4.4&z=2019-03-01&g=2019-03-01) uitsluitend in de taal waarin de inschrijving plaatsgevonden heeft:
- a. alle ingeschreven gegevens betreffende Benelux-aanvragen, bedoeld in de [regels 1.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.5&z=2019-03-01&g=2019-03-01), [1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.6&z=2019-03-01&g=2019-03-01), [1.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.7&z=2019-03-01&g=2019-03-01), [1.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.9&z=2019-03-01&g=2019-03-01), [2.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.7&z=2019-03-01&g=2019-03-01), [2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&artikel=2.11&z=2019-03-01&g=2019-03-01) en [3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.1&z=2019-03-01&g=2019-03-01);
- b. alle ingeschreven gegevens betreffende internationale merkaanvragen, bedoeld in [regel 1.8 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.8&z=2019-03-01&g=2019-03-01);
- c. alle ingeschreven gegevens betreffende internationale depots van tekeningen of modellen bedoeld in [regel 3.2 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.2&z=2019-03-01&g=2019-03-01);
- d. de inschrijving van de verklaring of de rechterlijke beslissing bedoeld in [regel 2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.9&z=2019-03-01&g=2019-03-01);
- e. het feit van de inschrijving van de vordering tot opeising bedoeld in [regel 2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.10&z=2019-03-01&g=2019-03-01).
##### Regel 3.14. Nadere regels
De in [regel 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.4&z=2019-03-01&g=2019-03-01) bedoelde nadere regels van de Directeur-Generaal voor het indienen van stukken worden op de website van het Bureau gepubliceerd.
## TITEL IV. : I-DEPOT
##### Regel 4.1. Soorten i-DEPOT
Het in [artikel 4.4bis BVIE](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=IV&hoofdstuk=2&artikel=4.4bis&z=2019-03-01&g=2019-03-01) genoemde i-DEPOT bestaat in een fysieke variant („i-DEPOT enveloppe”) en in een elektronische variant („online i-DEPOT”).
##### Regel 4.2. Indiening i-DEPOT enveloppe
1. Een i-DEPOT enveloppe bestaat uit twee gelijke aan elkaar gekoppelde compartimenten en kan bij het Bureau worden verkregen tegen betaling van de daarvoor verschuldigde taks.
2. Indiening van een i-DEPOT enveloppe geschiedt door terugzending aan het Bureau van de twee aan elkaar gekoppelde compartimenten die beide dezelfde stukken dienen te bevatten; de enveloppe dient te zijn voorzien van naam en adres van de indiener.
3. Zonder de inhoud te controleren stelt het Bureau overeenkomstig [regel 3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.8&z=2019-03-01&g=2019-03-01) het moment van ontvangst van de i-DEPOT enveloppe vast, brengt een bevestiging hiervan aan op beide compartimenten van de enveloppe en stuurt één van deze compartimenten terug aan indiener.
##### Regel 4.3. Bewaring i-DEPOT enveloppe
1. Het Bureau bewaart één van de compartimenten van de i-DEPOT enveloppe gedurende een periode van vijf of tien jaar, afhankelijk van de terzake door indiener gemaakte keuze.
2. De bewaartermijn kan met periodes van vijf jaar worden verlengd.
3. Twee maanden voor het verstrijken van de bewaartermijn stuurt het Bureau de indiener een herinnering en informeert over de mogelijkheid de bewaring te verlengen.
4. Verlenging van de bewaartermijn geschiedt door betaling van de daarvoor verschuldigde taks. Deze dient ten laatste twee maanden na de afloop van de bewaartermijn te zijn voldaan.
5. Het Bureau vernietigt de i-DEPOT enveloppen waarvan de bewaartermijn niet tijdig werd verlengd.
6. Indiener kan het Bureau gedurende de bewaarneming verzoeken om de toezending van het door het Bureau bewaarde compartiment van de i-DEPOT enveloppe. Door toezending van dit compartiment eindigt de bewaarneming door het Bureau.
##### Regel 4.4. i-DEPOT enveloppe bewijs
Zowel het door het Bureau retour gezonden compartiment van de i-DEPOT enveloppe als het door het Bureau bewaarde compartiment van de i-DEPOT enveloppe vormen bewijs in de zin van [artikel 4.4bis BVIE](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=IV&hoofdstuk=2&artikel=4.4bis&z=2019-03-01&g=2019-03-01).
##### Regel 4.5. Indiening online i-DEPOT
1. Een online i-DEPOT bestaat uit een bestand voorzien van een elektronisch mechanisme ter beveiliging en verificatie aangebracht door het Bureau, waarmee wordt gegarandeerd dat de inhoud ervan vanaf het moment van ontvangst door het Bureau niet is gewijzigd.
2. Bij indiening van een online i-DEPOT dienen naam en adres van indiener te worden vermeld.
3. Bovendien dient bij een online i-DEPOT:
- a. een omschrijving te worden vermeld, of;
- b. een of meer bestanden toe te worden gevoegd, of;
- c. een combinatie van het onder a en b genoemde.
4. Het Bureau kent het online i-DEPOT een nummer toe, stelt overeenkomstig [regel 3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.8&z=2019-03-01&g=2019-03-01) het moment van ontvangst van het online i-DEPOT vast en stelt het in lid 1 bedoelde elektronische bestand op elektronische wijze beschikbaar aan indiener. Dit bestand bevat de bestanddelen genoemd in de leden 2 en 3, het nummer van het online i-DEPOT alsmede datum en tijdstip van ontvangst door het Bureau.
##### Regel 4.6. Online i-DEPOT bewijs
Het elektronisch bestand bedoeld in [regel 4.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=IV&hoofdstuk=3&artikel=4.5&z=2019-03-01&g=2019-03-01) vormt bewijs in de zin van [artikel 4.4bis](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=IV&hoofdstuk=2&artikel=4.4bis&z=2019-03-01&g=2019-03-01) BVIE.
##### Regel 4.7. Bewaring online i-DEPOT
1. Het Bureau bewaart een online i-DEPOT gedurende een periode van vijf of tien jaar, afhankelijk van de terzake door indiener gemaakte keuze.
2. Twee maanden voor het verstrijken van de bewaartermijn stuurt het Bureau de indiener een herinnering en informeert over de mogelijkheid de bewaring te verlengen.
3. Verlenging van de bewaartermijn geschiedt door betaling van de daarvoor verschuldigde taks. Deze dient ten laatste twee maanden na de afloop van de bewaartermijn te zijn voldaan.
4. Het Bureau vernietigt het online i-DEPOT waarvan de bewaartermijn niet tijdig werd verlengd.
5. Indiener kan het Bureau te allen tijde verzoeken de bewaring van een online i-DEPOT te beëindigen en het te vernietigen.
##### Regel 4.8. Handelingen betrekking hebbend op het online i-DEPOT
De handelingen betrekking hebbende op een online i-DEPOT kunnen uitsluitend worden verricht door gebruikmaking van het daartoe door de Directeur-Generaal aangeduide middel dat op de website van het Bureau beschikbaar wordt gesteld.
##### Regel 4.9. Termijnen
Op de in de [regels 4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=IV&hoofdstuk=1&artikel=4.3&z=2019-03-01&g=2019-03-01) en [4.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=IV&hoofdstuk=4&artikel=4.7&z=2019-03-01&g=2019-03-01) bedoelde termijnen is [regel 3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=2&artikel=3.9&z=2019-03-01&g=2019-03-01) van overeenkomstige toepassing.
## TITEL V. : TAKSEN EN VERGOEDINGEN
##### Regel 5.1. Vaststelling tarieven
1. Ter uitvoering van het bepaalde in [artikel 1.13, lid 1 BVIE](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.13&z=2019-03-01&g=2019-03-01) keert het Bureau aan de nationale diensten 20% uit van het bedrag van de taksen, die zijn geïnd ter zake van de door hun bemiddeling verrichte handelingen.
2. De Raad van Bestuur stelt de tarieven vast van de in het BVIE en dit reglement opgenomen handelingen bij en door het Bureau. Deze tarieven worden vastgelegd in een lijst die een bijlage vormt bij dit reglement. De Raad kan de vastgestelde tarieven slechts eenmaal per jaar aanpassen.
3. [Artikel 6.5 BVIE](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=VI&artikel=6.5&z=2019-03-01&g=2019-03-01) is van overeenkomstige toepassing op de bekendmaking van nieuwe tarieven.
##### Regel 5.2. Betaling
1. Betaling van de verschuldigde taksen en vergoedingen dient vooraf te gaan aan handelingen door het Bureau. Betaalde verschuldigde taksen en vergoedingen, worden in geen geval gerestitueerd.
2. Het Bureau verzendt na ontvangst van een verzoek waaraan taksen verbonden zijn een overzicht van de verschuldigde taksen. Aan het niet-verzenden of niet-ontvangen van dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.
3. Indien voor een handeling overeenkomstig [regel 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.4&z=2019-03-01&g=2019-03-01) zowel elektronische als niet-elektronische indiening mogelijk is en de indiener ervoor kiest om een ander middel dan een door de Directeur-Generaal voor die specifieke handeling aangeduid elektronisch middel te gebruiken, is een vergoeding voor administratiekosten verschuldigd ter hoogte van 15%, naar beneden afgerond op hele euro’s, van de taks of de taksen verschuldigd voor de desbetreffende handeling. Deze vergoeding is niet eerder verschuldigd dan nadat hierover overeenkomstig [regel 3.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.14&z=2019-03-01&g=2019-03-01) een mededeling van de Directeur-Generaal is gepubliceerd.
##### Regel 5.3. Vergoedingen incidentele handelingen
1. De vergoedingen voor handelingen bij en door het Bureau die niet zijn opgenomen op de in [regel 5.1, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=V&artikel=5.1&z=2019-03-01&g=2019-03-01), bedoelde lijst, zogenaamde incidentele handelingen, worden vastgesteld door de Directeur-Generaal.
2. De Directeur-Generaal informeert de Raad van Bestuur over de vergoedingen vastgesteld voor meer structurele handelingen. De Raad van Bestuur kan besluiten deze vergoedingen op te nemen op de in [regel 5.1, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=V&artikel=5.1&z=2019-03-01&g=2019-03-01), bedoelde lijst.
TEN BLIJKE WAARVAN de Gevolmachtigden dit verdrag hebben ondertekend en voorzien van hun zegel.
GEDAAN te Den Haag op 25 februari 2005, in drievoud, in de Nederlandse en in de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.
2005-02-25
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekening
original version
Tekst op deze datum