Wijzigingsgeschiedenis
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen)
18 versions
· 2021-09-02
2021-09-02
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2021-05-06
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2020-01-01
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2019-03-01
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2019-01-01
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2018-06-01
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2018-01-01
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2016-10-01
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2013-10-01
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
Wijzigingen op 2013-10-01
@@ -46,13 +46,13 @@
- –. [Overeenkomst van 's-Gravenhage](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0002034): de Overeenkomst van 's-Gravenhage betreffende het internationale depot van tekeningen of modellen van nijverheid van 6 november 1925;
- –. Gemeenschapsmerkenverordening: de [Verordening (EG) nr. 40/94](31994R0040) van de Raad van 20 december 1993 inzake het Gemeenschapsmerk;
- –. Gemeenschapsmerkenverordening: de [Verordening (EG) nr. 207/2009](32009R0207) van de Raad van 26 februari 2009 inzake het Gemeenschapsmerk;
- –. Gemeenschapsmodellenverordening: de [Verordening (EG) nr. 6/2002](32002R0006) van de Raad van 12 december 2001 betreffende Gemeenschapsmodellen;
- –. [TRIPS verdrag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001160&bijlage=IC): de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de Intellectuele Eigendom van 15 april 1994; bijlage 1C bij de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie;
- –. Internationaal Bureau: het Internationaal Bureau voor de intellectuele eigendom, zoals opgericht bij het [Verdrag van 14 juli 1967 tot oprichting ven de Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004328).
- –. Internationaal Bureau: het Internationaal Bureau voor de intellectuele eigendom, zoals opgericht bij het [Verdrag van 14 juli 1967 tot oprichting van de Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004328).
##### Artikel 1.2. Organisatie
@@ -176,7 +176,7 @@
##### Artikel 1.15. Benelux-Gerechtshof
Het Benelux-Gerechtshof als bedoeld in [artikel 1 van het Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004117&artikel=1), neemt kennis van de vragen van uitlegging van dit verdrag en het uitvoeringsreglement, met uitzondering van vragen van uitlegging betreffende het in [artikel 1.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.6&z=2012-03-01&g=2012-03-01), bedoelde protocol inzake voorrechten en immuniteiten.
Het Benelux-Gerechtshof als bedoeld in [artikel 1 van het Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004117&artikel=1), neemt kennis van de vragen van uitlegging van dit verdrag en het uitvoeringsreglement, met uitzondering van vragen van uitlegging betreffende het in [artikel 1.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.6&z=2013-10-01&g=2013-10-01), bedoelde protocol inzake voorrechten en immuniteiten.
##### Artikel 1.16. Toepassing
@@ -256,7 +256,9 @@
##### Artikel 2.7. Onderzoek
Het Bureau verricht op verzoek een onderzoek naar eerdere inschrijvingen.
1. Het Bureau kan als dienst een onderzoek naar eerdere inschrijvingen aanbieden.
2. De Directeur-Generaal stelt hiervan de modaliteiten vast.
##### Artikel 2.8. Inschrijving
@@ -270,9 +272,9 @@
2. Het teken waaruit het merk bestaat mag niet worden gewijzigd, noch gedurende de inschrijving noch ter gelegenheid van de vernieuwing daarvan.
3. De inschrijving wordt op verzoek vernieuwd, voor verdere termijnen van 10 jaren, met inachtneming van de bij uitvoeringsreglement gestelde vormvereisten en tegen betaling van de verschuldigde rechten.
4. De vernieuwing moet worden verzocht en de rechten moeten worden betaald binnen zes maanden voorafgaand aan het verstrijken van de geldigheidsduur van de inschrijving. Binnen zes maanden na verstrijken van de geldigheidsduur van de inschrijving kan de vernieuwing alsnog worden verzocht, indien gelijktijdig een extra recht wordt betaald. De vernieuwing gaat in op de datum van het verstrijken van de geldigheidsduur van de inschrijving.
3. De inschrijving kan voor verdere termijnen van 10 jaren worden vernieuwd.
4. Vernieuwing geschiedt door betaling van het daartoe vastgestelde recht. Dit recht dient betaald te worden binnen zes maanden voorafgaand aan het verstrijken van de geldigheidsduur van de inschrijving; het kan nog betaald worden binnen zes maanden die volgen op de datum van het verstrijken van de geldigheidsduur, indien gelijktijdig een extra recht wordt betaald. De vernieuwing heeft effect vanaf het verstrijken van de geldigheidsduur van de inschrijving.
5. Zes maanden voor het verstrijken van de geldigheidsduur van de inschrijving herinnert het Bureau de merkhouder schriftelijk aan de datum van dat verstrijken.
@@ -336,7 +338,7 @@
##### Artikel 2.14. Instellen van de procedure
1. De deposant of houder van een ouder merk kan, binnen een termijn van twee maanden, te rekenen vanaf de eerste dag van de maand volgende op de publicatie van het depot, schriftelijk oppositie instellen bij het Bureau tegen een merk dat:
1. De deposant of houder van een ouder merk kan, binnen een termijn van twee maanden, te rekenen vanaf de publicatie van het depot, schriftelijk oppositie instellen bij het Bureau tegen een merk dat:
- a. in rangorde na het zijne komt, overeenkomstig de bepalingen in artikel 2.3, sub a en b, of
@@ -350,25 +352,7 @@
##### Artikel 2.15. Vertegenwoordiging bij oppositie
1. Behoudens lid 2, is niemand verplicht zich voor het Bureau te doen vertegenwoordigen.
2. Onverminderd de tweede zin van lid 3, moeten natuurlijke personen en rechtspersonen die op het grondgebied van de Europese Gemeenschap of Europese Economische Ruimte geen woonplaats, zetel of werkelijke en feitelijke vestiging voor bedrijf of handel hebben, zich doen vertegenwoordigen door een gemachtigde bij een overeenkomstig artikel 2.14 en 2.16 gevoerde oppositieprocedure.
3. Natuurlijke personen en rechtspersonen die op het grondgebied van de Europese Gemeenschap of Europese Economische Ruimte een woonplaats, zetel of werkelijke en feitelijke vestiging voor bedrijf of handel hebben, kunnen in een oppositieprocedure optreden door tussenkomst van een werknemer die overeenkomstig de bepalingen van het uitvoeringsreglement een ondertekende volmacht bij het Bureau dient over te leggen. De werknemer van een rechtspersoon als bedoeld in dit lid kan ook handelen voor andere rechtspersonen die met deze rechtspersoon economisch verbonden zijn, ook indien die andere rechtspersonen op het grondgebied van de Europese Gemeenschap of Europese Economische Ruimte geen woonplaats, zetel of werkelijke en feitelijke vestiging voor bedrijf of handel hebben.
4. In geval van vertegenwoordiging kunnen optreden als gemachtigde:
- a. een in het register bij het Bureau ingeschreven gemachtigde;
- b. een advocaat die is ingeschreven op het tableau van de rechtbank of van de orde of op de lijst van stagiaires van een binnen het Benelux-gebied gelegen balie;
- c. een advocaat die de nationaliteit heeft van een lidstaat van de Europese Gemeenschap of van de Europese Economische Ruimte, die gerechtigd is zijn beroep uit te oefenen op het grondgebied van een der lidstaten en kantoor houdt in de Europese Gemeenschap of Europese Economische Ruimte;
- d. een persoon die de nationaliteit heeft van een lidstaat van de Europese Gemeenschap of van de Europese Economische Ruimte en die gerechtigd is tot optreden als vertegenwoordiger in het kader van oppositieprocedures voor het Bureau voor de harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen);
- e. een persoon die de nationaliteit heeft van en kantoor houdt in een lidstaat van de Europese Gemeenschap of van de Europese Economische Ruimte en die voldoet aan de voorwaarde van een bijzondere beroepskwalificatie om te kunnen optreden als vertegenwoordiger in oppositieprocedures voor de centrale dienst voor de industriële eigendom van een lidstaat van de Europese Gemeenschap of van de Europese Economische Ruimte;
- f. een persoon die de nationaliteit heeft van en kantoor houdt in een lidstaat van de Europese Gemeenschap of van de Europese Economische Ruimte en die sinds tenminste vijf jaar regelmatig optreedt als vertegenwoordiger in oppositieprocedures voor de centrale dienst voor de industriële eigendom van een lidstaat van de Europese Gemeenschap of van de Europese Economische Ruimte waar deze bevoegdheid niet afhankelijk is gesteld van een bijzondere beroepskwalificatie.
Vervallen
##### Artikel 2.16. Verloop van de procedure
@@ -386,7 +370,7 @@
3. De oppositieprocedure wordt afgesloten:
- a. wanneer de opposant niet langer de hoedanigheid heeft om op te kunnen treden of binnen de gestelde termijn geen stukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat het recht op zijn merk niet ingevolge artikel 2.26, lid 2, sub a, vervallen kan worden verklaard;
- a. wanneer de opposant niet langer de hoedanigheid heeft om op te kunnen treden of binnen de gestelde termijn geen stukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat het recht op zijn merk niet ingevolge het ontbreken van normaal gebruik van het merk, zonder geldige reden, in de zin van dit Verdrag dan wel in voorkomend geval van de Gemeenschapsmerkenverordening, vervallen kan worden verklaard;
- b. wanneer verweerder niet reageert op de ingestelde oppositie. In dit geval wordt hij geacht afstand te hebben gedaan van zijn rechten op het depot;
@@ -408,7 +392,7 @@
##### Artikel 2.18. Oppositie tegen internationale depots
1. Tegen een internationaal depot waarvan is verzocht de bescherming uit te strekken tot het Benelux-gebied kan binnen een termijn van twee maanden, te rekenen vanaf de eerste dag van de maand volgende op de publicatie door het Internationaal Bureau, oppositie worden ingesteld bij het Bureau. De artikelen 2.14 en 2.16 zijn van overeenkomstige toepassing.
1. Tegen een internationaal depot waarvan is verzocht de bescherming uit te strekken tot het Benelux-gebied kan binnen een termijn van twee maanden, te rekenen vanaf de publicatie door het Internationaal Bureau, oppositie worden ingesteld bij het Bureau. De artikelen 2.14 en 2.16 zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Het Bureau geeft onverwijld schriftelijk kennis aan het Internationaal Bureau van de ingediende oppositie onder vermelding van het bepaalde in de artikelen 2.14 tot en met 2.17 evenals de daarop betrekking hebbende bepalingen uit het uitvoeringsreglement.
@@ -732,7 +716,7 @@
- b. de uiterlijke kenmerken van een voortbrengsel die noodzakelijkerwijs in precies dezelfde vorm en afmetingen gereproduceerd moeten worden om het voortbrengsel waarin de tekening of het model verwerkt is of waarop het toegepast is, mechanisch met een ander voortbrengsel te kunnen verbinden of om het in, rond of tegen een ander voortbrengsel te kunnen plaatsen, zodat elk van beide voortbrengselen zijn functie kan vervullen.
2. In afwijking van lid 1, sub b, worden de uiterlijke kenmerken van een voortbrengsel die tot doel hebben binnen een modulair systeem de meervoudige samenvoeging of verbinding van onderling verwisselbare voortbrengselen mogelijk te maken, beschermd door een modelrecht onder de in [artikel 3.1, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.1&z=2012-03-01&g=2012-03-01), gestelde voorwaarden.
2. In afwijking van lid 1, sub b, worden de uiterlijke kenmerken van een voortbrengsel die tot doel hebben binnen een modulair systeem de meervoudige samenvoeging of verbinding van onderling verwisselbare voortbrengselen mogelijk te maken, beschermd door een modelrecht onder de in [artikel 3.1, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.1&z=2013-10-01&g=2013-10-01), gestelde voorwaarden.
##### Artikel 3.3. Nieuwheid en eigen karakter
@@ -766,11 +750,11 @@
1. Onverminderd het recht van voorrang wordt het uitsluitend recht op een tekening of model verkregen door de inschrijving van het depot, verricht binnen het Benelux-gebied bij het Bureau (Benelux-depot), of verricht bij het Internationaal Bureau (internationaal depot).
2. Indien bij samenloop van depots het eerste depot niet wordt gevolgd door de publicatie als bedoeld in [artikel 3.11, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=2&artikel=3.11&z=2012-03-01&g=2012-03-01), van dit verdrag of in [artikel 6, onder 3 van de Overeenkomst van 's-Gravenhage](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0002034&artikel=6), verkrijgt het latere depot de rang van eerste depot.
2. Indien bij samenloop van depots het eerste depot niet wordt gevolgd door de publicatie als bedoeld in [artikel 3.11, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=2&artikel=3.11&z=2013-10-01&g=2013-10-01), van dit verdrag of in [artikel 6, onder 3 van de Overeenkomst van 's-Gravenhage](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0002034&artikel=6), verkrijgt het latere depot de rang van eerste depot.
##### Artikel 3.6. Restricties
Binnen de in [artikelen 3.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=4&artikel=3.23&z=2012-03-01&g=2012-03-01) en [3.24, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=4&artikel=3.24&z=2012-03-01&g=2012-03-01), gestelde grenzen wordt geen recht op een tekening of model verkregen door de inschrijving indien:
Binnen de in [artikelen 3.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=4&artikel=3.23&z=2013-10-01&g=2013-10-01) en [3.24, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=4&artikel=3.24&z=2013-10-01&g=2013-10-01), gestelde grenzen wordt geen recht op een tekening of model verkregen door de inschrijving indien:
- a. de tekening of het model in strijd is met een oudere tekening die of ouder model dat na de datum van depot of na de datum van voorrang voor het publiek beschikbaar is gesteld en vanaf een aan deze datum voorafgaand tijdstip beschermd wordt door een uitsluitend recht dat voortvloeit uit een Gemeenschapsmodel, de inschrijving van een Benelux-depot dan wel door een internationaal depot;
@@ -790,7 +774,7 @@
2. Indien de in lid 1 bedoelde deposant gehele of gedeeltelijke doorhaling heeft verzocht van de inschrijving van het Benelux-depot of afstand heeft gedaan van de rechten, die voor het Benelux-gebied uit het internationaal depot voortvloeien, heeft deze doorhaling of afstand geen werking ten aanzien van de ontwerper of van degene die volgens artikel 3.8 als ontwerper wordt beschouwd onder voorbehoud van lid 3, mits het depot werd opgeëist binnen één jaar na de datum van publicatie van de doorhaling of afstand en vóór het verstrijken van de in lid 1 genoemde termijn van vijf jaren.
3. Indien in het tijdvak gelegen tussen de doorhaling of afstand bedoeld in lid 2, en de inschrijving van de vordering tot opeising, een derde te goeder trouw een voortbrengsel heeft geëxploiteerd dat hetzelfde uiterlijk vertoont, wordt dit voortbrengsel als rechtmatig in het verkeer gebracht beschouwd.
3. Indien in het tijdvak gelegen tussen de doorhaling of afstand bedoeld in lid 2, en de inschrijving van de vordering tot opeising, een derde te goeder trouw een voortbrengsel heeft geëxploiteerd dat hetzelfde uiterlijk vertoont of bij de geïnformeerde gebruiker geen andere algemene indruk wekt, wordt dit voortbrengsel als rechtmatig in het verkeer gebracht beschouwd.
##### Artikel 3.8. Rechten van werk- en opdrachtgevers
@@ -822,7 +806,7 @@
1. Het Bureau schrijft onverwijld de Benelux-depots in, evenals de internationale depots die gepubliceerd zijn in het „Bulletin International des dessins ou modèles – International Design Gazette" ten aanzien waarvan de deposanten verzocht hebben dat zij hun werking zullen uitstrekken over het Benelux-gebied.
2. Onverminderd het bepaalde in [artikelen 3.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=2&artikel=3.12&z=2012-03-01&g=2012-03-01) en [3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=2&artikel=3.13&z=2012-03-01&g=2012-03-01), publiceert het Bureau overeenkomstig het uitvoeringsreglement zo spoedig mogelijk de inschrijvingen van Benelux-depots.
2. Onverminderd het bepaalde in [artikelen 3.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=2&artikel=3.12&z=2013-10-01&g=2013-10-01) en [3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=2&artikel=3.13&z=2013-10-01&g=2013-10-01), publiceert het Bureau overeenkomstig het uitvoeringsreglement zo spoedig mogelijk de inschrijvingen van Benelux-depots.
3. Indien de kenmerkende eigenschappen van de tekening of het model in de publicatie niet voldoende tot hun recht komen, kan de deposant, binnen de daartoe vastgestelde termijn, het Bureau verzoeken kosteloos een tweede publicatie te verrichten.
@@ -874,7 +858,7 @@
##### Artikel 3.17. Schadevergoeding en andere vorderingen
1. De houder kan op grond van het uitsluitend recht slechts schadevergoeding vorderen voor de in [artikel 3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.16&z=2012-03-01&g=2012-03-01) opgesomde handelingen, indien deze hebben plaatsgevonden na de in [artikel 3.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=2&artikel=3.11&z=2012-03-01&g=2012-03-01) bedoelde publicatie, waarin de kenmerkende eigenschappen van de tekening of het model op voldoende wijze werden weergegeven.
1. De houder kan op grond van het uitsluitend recht slechts schadevergoeding vorderen voor de in [artikel 3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.16&z=2013-10-01&g=2013-10-01) opgesomde handelingen, indien deze hebben plaatsgevonden na de in [artikel 3.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=2&artikel=3.11&z=2013-10-01&g=2013-10-01) bedoelde publicatie, waarin de kenmerkende eigenschappen van de tekening of het model op voldoende wijze werden weergegeven.
2. De rechter die de schadevergoeding vaststelt:
@@ -884,11 +868,11 @@
3. De rechter kan bij wijze van schadevergoeding op vordering van de houder van het uitsluitend recht op een tekening of model bevelen tot de afgifte aan deze houder, van de goederen die een inbreuk maken op een tekening- of modelrecht, alsmede, in passende gevallen, van de materialen en werktuigen die voornamelijk bij de productie van die goederen zijn gebruikt. De rechter kan gelasten dat de afgifte niet plaatsvindt dan tegen een door hem vast te stellen, door de eiser te betalen vergoeding.
4. Naast of in plaats van een vordering tot schadevergoeding, kan de houder van een uitsluitend recht op een tekening of model een vordering instellen tot het afdragen van ten gevolge van het in [artikel 3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.16&z=2012-03-01&g=2012-03-01), bedoelde gebruik genoten winst alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording dienaangaande. Indien de rechter van oordeel is dat dit gebruik niet te kwader trouw is of dat de omstandigheden van het geval tot zulk een veroordeling geen aanleiding geven, wijst hij de vordering af.
5. De houder van het uitsluitend recht op een tekening of model kan de vordering tot schadevergoeding of het afdragen van winst namens de licentiehouder instellen, onverminderd de aan deze laatste in [artikel 3.26, lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=5&artikel=3.26&z=2012-03-01&g=2012-03-01), toegekende bevoegdheid.
6. Vanaf de datum van depot kan een redelijke vergoeding gevorderd worden van degene die met wetenschap van het depot handelingen heeft verricht als bedoeld in [artikel 3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.16&z=2012-03-01&g=2012-03-01), voor zover de houder daarvoor uitsluitende rechten heeft gekregen.
4. Naast of in plaats van een vordering tot schadevergoeding, kan de houder van een uitsluitend recht op een tekening of model een vordering instellen tot het afdragen van ten gevolge van het in [artikel 3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.16&z=2013-10-01&g=2013-10-01), bedoelde gebruik genoten winst alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording dienaangaande. Indien de rechter van oordeel is dat dit gebruik niet te kwader trouw is of dat de omstandigheden van het geval tot zulk een veroordeling geen aanleiding geven, wijst hij de vordering af.
5. De houder van het uitsluitend recht op een tekening of model kan de vordering tot schadevergoeding of het afdragen van winst namens de licentiehouder instellen, onverminderd de aan deze laatste in [artikel 3.26, lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=5&artikel=3.26&z=2013-10-01&g=2013-10-01), toegekende bevoegdheid.
6. Vanaf de datum van depot kan een redelijke vergoeding gevorderd worden van degene die met wetenschap van het depot handelingen heeft verricht als bedoeld in [artikel 3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.16&z=2013-10-01&g=2013-10-01), voor zover de houder daarvoor uitsluitende rechten heeft gekregen.
##### Artikel 3.18. Nevenvorderingen
@@ -932,7 +916,7 @@
3. Het uitsluitend recht op een tekening of model dat een onderdeel vormt van een samengesteld voortbrengsel houdt niet het recht in zich te verzetten tegen het gebruik van de tekening of het model voor reparatie van dit samengestelde voortbrengsel met de bedoeling het zijn oorspronkelijke uiterlijk terug te geven.
4. Het uitsluitend recht op een tekening of model houdt niet in het recht zich te verzetten tegen de in [artikel 3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.16&z=2012-03-01&g=2012-03-01) bedoelde handelingen die betrekking hebben op voortbrengselen die in één der lidstaten van de Europese Gemeenschap of van de Europese Economische Ruimte in het verkeer zijn gebracht door de houder of met diens toestemming, of tegen handelingen als bedoeld in [artikel 3.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.20&z=2012-03-01&g=2012-03-01).
4. Het uitsluitend recht op een tekening of model houdt niet in het recht zich te verzetten tegen de in [artikel 3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.16&z=2013-10-01&g=2013-10-01) bedoelde handelingen die betrekking hebben op voortbrengselen die in één der lidstaten van de Europese Gemeenschap of van de Europese Economische Ruimte in het verkeer zijn gebracht door de houder of met diens toestemming, of tegen handelingen als bedoeld in [artikel 3.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.20&z=2013-10-01&g=2013-10-01).
5. De vorderingen kunnen geen betrekking hebben op voortbrengselen die vóór de datum van het depot in het Benelux-gebied in het verkeer werden gebracht.
@@ -944,7 +928,7 @@
3. Dit recht wordt echter niet toegekend aan de derde, die de tekening of het model zonder toestemming van de ontwerper heeft nagemaakt.
4. Op grond van het recht van voorgebruik kan de houder daarvan de vervaardiging van bedoelde voortbrengselen voortzetten of, in het geval bedoeld in lid 2, een aanvang maken met deze vervaardiging en, niettegenstaande het uit de inschrijving voortvloeiende recht, alle andere in [artikel 3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.16&z=2012-03-01&g=2012-03-01) bedoelde handelingen verrichten, met uitzondering van invoer.
4. Op grond van het recht van voorgebruik kan de houder daarvan de vervaardiging van bedoelde voortbrengselen voortzetten of, in het geval bedoeld in lid 2, een aanvang maken met deze vervaardiging en, niettegenstaande het uit de inschrijving voortvloeiende recht, alle andere in [artikel 3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.16&z=2013-10-01&g=2013-10-01) bedoelde handelingen verrichten, met uitzondering van invoer.
5. Het recht van voorgebruik kan slechts overgaan tezamen met het bedrijf waarin de handelingen, die hebben geleid tot het ontstaan van dat recht, hebben plaatsgevonden.
@@ -964,7 +948,7 @@
##### Artikel 3.22. Verval van het recht
Behoudens het bepaalde in [artikel 3.7, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.7&z=2012-03-01&g=2012-03-01), vervalt het uitsluitend recht op een tekening of model:
Behoudens het bepaalde in [artikel 3.7, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.7&z=2013-10-01&g=2013-10-01), vervalt het uitsluitend recht op een tekening of model:
- a. door vrijwillige doorhaling of door het verstrijken van de geldigheidsduur van de inschrijving van het Benelux-depot;
@@ -974,21 +958,21 @@
1. Iedere belanghebbende met inbegrip van het Openbaar Ministerie kan de nietigheid inroepen van de inschrijving van een tekening of model indien:
- a. de tekening of het model geen tekening of model is in de zin van [artikel 3.1, lid 2 en 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.1&z=2012-03-01&g=2012-03-01);
- b. de tekening of het model niet voldoet aan de voorwaarden gesteld in [artikel 3.1, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.1&z=2012-03-01&g=2012-03-01), en de [artikelen 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.3&z=2012-03-01&g=2012-03-01) en [3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.4&z=2012-03-01&g=2012-03-01);
- c. de tekening of het model onder de toepassing van [artikel 3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.2&z=2012-03-01&g=2012-03-01) valt;
- d. door die inschrijving krachtens [artikel 3.6, sub e of f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.6&z=2012-03-01&g=2012-03-01), geen recht op een tekening of model wordt verkregen.
2. Enkel de deposant of houder van een uitsluitend recht op een tekening of model dat voortvloeit uit een inschrijving van een Gemeenschapsmodel, een Benelux-inschrijving, of een internationaal depot, kan de nietigheid inroepen van de inschrijving van een met zijn recht strijdig jonger depot van een tekening of model, indien krachtens [artikel 3.6, sub a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.6&z=2012-03-01&g=2012-03-01), door de inschrijving geen recht op de tekening of het model wordt verkregen.
3. Enkel de houder van een ouder merkrecht of de houder van een ouder auteursrecht kan de nietigheid van de inschrijving van het Benelux-depot of de voor het Benelux-gebied uit het internationaal depot van die tekening of dat model voortvloeiende rechten inroepen, indien krachtens [artikel 3.6, sub b, respectievelijk sub c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.6&z=2012-03-01&g=2012-03-01), geen recht op de tekening of het model wordt verkregen.
4. Enkel de belanghebbende kan de nietigheid van de inschrijving van de tekening of het model inroepen, indien krachtens [artikel 3.6, sub d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.6&z=2012-03-01&g=2012-03-01), geen recht op de tekening of het model wordt verkregen.
5. Enkel de ontwerper van een tekening of model als bedoeld in [artikel 3.7, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.7&z=2012-03-01&g=2012-03-01), kan onder de voorwaarden genoemd in dat artikel de nietigheid inroepen van de inschrijving van een depot van de tekening of het model, dat zonder zijn toestemming is verricht door een derde.
- a. de tekening of het model geen tekening of model is in de zin van [artikel 3.1, lid 2 en 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.1&z=2013-10-01&g=2013-10-01);
- b. de tekening of het model niet voldoet aan de voorwaarden gesteld in [artikel 3.1, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.1&z=2013-10-01&g=2013-10-01), en de [artikelen 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.3&z=2013-10-01&g=2013-10-01) en [3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.4&z=2013-10-01&g=2013-10-01);
- c. de tekening of het model onder de toepassing van [artikel 3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.2&z=2013-10-01&g=2013-10-01) valt;
- d. door die inschrijving krachtens [artikel 3.6, sub e of f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.6&z=2013-10-01&g=2013-10-01), geen recht op een tekening of model wordt verkregen.
2. Enkel de deposant of houder van een uitsluitend recht op een tekening of model dat voortvloeit uit een inschrijving van een Gemeenschapsmodel, een Benelux-inschrijving, of een internationaal depot, kan de nietigheid inroepen van de inschrijving van een met zijn recht strijdig jonger depot van een tekening of model, indien krachtens [artikel 3.6, sub a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.6&z=2013-10-01&g=2013-10-01), door de inschrijving geen recht op de tekening of het model wordt verkregen.
3. Enkel de houder van een ouder merkrecht of de houder van een ouder auteursrecht kan de nietigheid van de inschrijving van het Benelux-depot of de voor het Benelux-gebied uit het internationaal depot van die tekening of dat model voortvloeiende rechten inroepen, indien krachtens [artikel 3.6, sub b, respectievelijk sub c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.6&z=2013-10-01&g=2013-10-01), geen recht op de tekening of het model wordt verkregen.
4. Enkel de belanghebbende kan de nietigheid van de inschrijving van de tekening of het model inroepen, indien krachtens [artikel 3.6, sub d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.6&z=2013-10-01&g=2013-10-01), geen recht op de tekening of het model wordt verkregen.
5. Enkel de ontwerper van een tekening of model als bedoeld in [artikel 3.7, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.7&z=2013-10-01&g=2013-10-01), kan onder de voorwaarden genoemd in dat artikel de nietigheid inroepen van de inschrijving van een depot van de tekening of het model, dat zonder zijn toestemming is verricht door een derde.
6. De inschrijving van het depot van een tekening of model kan ook na verval of afstand nietig worden verklaard.
@@ -998,7 +982,7 @@
1. Behoudens het bepaalde in lid 2, hebben de nietigverklaring, de vrijwillige doorhaling en de afstand steeds betrekking op de gehele tekening of het gehele model.
2. Wanneer de inschrijving van het depot van een tekening of model op grond van [artikel 3.6, sub b, c, d of e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.6&z=2012-03-01&g=2012-03-01), en [artikel 3.23, lid 1, sub b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=4&artikel=3.23&z=2012-03-01&g=2012-03-01), nietig kan worden verklaard, kan het depot worden gehandhaafd in gewijzigde vorm, indien de tekening of het model in die vorm aan de beschermingsvoorwaarden voldoet en de identiteit ervan behouden blijft.
2. Wanneer de inschrijving van het depot van een tekening of model op grond van [artikel 3.6, sub b, c, d of e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.6&z=2013-10-01&g=2013-10-01), en [artikel 3.23, lid 1, sub b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=4&artikel=3.23&z=2013-10-01&g=2013-10-01), nietig kan worden verklaard, kan het depot worden gehandhaafd in gewijzigde vorm, indien de tekening of het model in die vorm aan de beschermingsvoorwaarden voldoet en de identiteit ervan behouden blijft.
3. De handhaving bedoeld in lid 2, kan erin bestaan dat een verklaring van de houder dat hij gedeeltelijk afziet van aanspraken op het recht, of een rechterlijke beslissing waarbij het recht gedeeltelijk nietig is verklaard en die niet meer vatbaar is voor verzet noch voor hoger beroep noch voor voorziening in cassatie, wordt ingeschreven.
@@ -1020,11 +1004,11 @@
2. Het uitsluitend recht op een tekening of model kan door de houder daarvan ingeroepen worden tegen een licentiehouder die handelt in strijd met de bepalingen van de licentieovereenkomst inzake de duur daarvan, de door de inschrijving gedekte vorm waarin de tekening of het model mag worden gebruikt, de voortbrengselen waarvoor de licentie is verleend en de kwaliteit van de door de licentiehouder in het verkeer gebrachte voortbrengselen.
3. De doorhaling van de inschrijving van de licentie in het register vindt slechts plaats op gezamenlijk verzoek van merkhouder en de licentiehouder.
4. De licentiehouder is bevoegd in een door de houder van het uitsluitend recht op een tekening of model ingestelde vordering als bedoeld in artikel 3.17, lid 1 tot en met 4, tussen te komen om rechtstreeks de door hem geleden schade vergoed te krijgen of zich een evenredig deel van de door de gedaagde genoten winst te doen toewijzen. Een zelfstandige vordering als bedoeld in artikel 3.17, lid 1 tot en met 4, kan de licentiehouder slechts instellen indien hij de bevoegdheid daartoe van de houder van het uitsluitend recht heeft bedongen.
5. De licentiehouder heeft het recht de in artikel 3.18, lid 1, bedoelde bevoegdheden uit te oefenen voor zover deze strekken tot bescherming van de rechten waarvan hem de uitoefening is toegestaan, indien hij daartoe toestemming van de houder van het uitsluitend recht op een tekening of model heeft verkregen.
3. De doorhaling van de inschrijving van de licentie in het register vindt slechts plaats op gezamenlijk verzoek van de houder van de tekening of het model en de licentiehouder.
4. De licentiehouder is bevoegd in een door de houder van het uitsluitend recht op een tekening of model ingestelde vordering als bedoeld in [artikel 3.17, lid 1 tot en met 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.17&z=2013-10-01&g=2013-10-01), tussen te komen om rechtstreeks de door hem geleden schade vergoed te krijgen of zich een evenredig deel van de door de gedaagde genoten winst te doen toewijzen. Een zelfstandige vordering als bedoeld in artikel 3.17, lid 1 tot en met 4, kan de licentiehouder slechts instellen indien hij de bevoegdheid daartoe van de houder van het uitsluitend recht heeft bedongen.
5. De licentiehouder heeft het recht de in [artikel 3.18, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.18&z=2013-10-01&g=2013-10-01), bedoelde bevoegdheden uit te oefenen voor zover deze strekken tot bescherming van de rechten waarvan hem de uitoefening is toegestaan, indien hij daartoe toestemming van de houder van het uitsluitend recht op een tekening of model heeft verkregen.
##### Artikel 3.27. Derdenwerking
@@ -1038,41 +1022,27 @@
2. De deposant van een tekening of model wordt vermoed tevens de houder te zijn van het desbetreffende auteursrecht; dit vermoeden geldt echter niet ten aanzien van de werkelijke ontwerper of zijn rechtverkrijgende.
3. Onverminderd de toepassing van [artikel 3.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=5&artikel=3.25&z=2012-03-01&g=2012-03-01) houdt overdracht van het auteursrecht inzake een tekening of model tevens overdracht in van het recht op de tekening of het model en omgekeerd.
3. Onverminderd de toepassing van [artikel 3.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=5&artikel=3.25&z=2013-10-01&g=2013-10-01) houdt overdracht van het auteursrecht inzake een tekening of model tevens overdracht in van het recht op de tekening of het model en omgekeerd.
##### Artikel 3.29. Auteursrecht van werk- en opdrachtgevers
Wanneer een tekening of model onder de omstandigheden als bedoeld in [artikel 3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.8&z=2012-03-01&g=2012-03-01) werd ontworpen, komt het auteursrecht inzake bedoelde tekening of model toe aan degene die overeenkomstig het in dat artikel bepaalde als de ontwerper wordt beschouwd.
## TITEL IV. BEPALINGEN GEMEENSCHAPPELIJK AAN MERKEN EN TEKENINGEN OF MODELLEN
Wanneer een tekening of model onder de omstandigheden als bedoeld in [artikel 3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.8&z=2013-10-01&g=2013-10-01) werd ontworpen, komt het auteursrecht inzake bedoelde tekening of model toe aan degene die overeenkomstig het in dat artikel bepaalde als de ontwerper wordt beschouwd.
## TITEL IV. OVERIGE BEPALINGEN
### HOOFDSTUK 1. GEMACHTIGDENREGISTER
##### Artikel 4.1. Algemene bepalingen inzake het gemachtigdenregister
1. Het Bureau houdt, overeenkomstig de bepalingen van het uitvoeringsreglement, een register van merken- en tekeningen- of modellengemachtigden in stand, waaruit kan worden afgeleid wie ingevolge dit verdrag aan de eisen van vakbekwaamheid van merken- en tekeningen- of modellengemachtigde voldoet. Het register is voor iedereen kosteloos ter inzage.
2. In een register als bedoeld in lid 1 kan op verzoek worden ingeschreven iedereen die:
- a. beschikt over een door de Raad van Bestuur erkend diploma of soortgelijk bewijsstuk, dan wel
- b. beschikt over een door de Directeur-Generaal afgegeven getuigschrift waaruit blijkt dat met goed gevolg een proeve van bekwaamheid is afgelegd, dan wel
- c. beschikt over een door de Directeur-Generaal verleende ontheffing van de plicht om een document als bedoeld sub a of b, over te leggen.
3. De Raad van Bestuur erkent een diploma als bedoeld in lid 2, sub a, indien hij oordeelt dat het door de organisatie, die in het diploma verstrekt, af te nemen examen leidt tot voldoende kennis van de Benelux regelgeving en de belangrijkste internationale regelingen met betrekking tot het merkenrecht en het tekeningen- of modellenrecht, evenals tot voldoende vaardigheid om deze te kunnen toepassen.
Vervallen
##### Artikel 4.2. Beroep tegen weigering tot inschrijving in het register of erkenning diploma
1. In geval van een weigering tot inschrijving of verlening van ontheffing of een doorhaling van een inschrijving in een register, dan wel een weigering tot erkenning of een intrekking van de erkenning van een diploma kan een belanghebbende zich binnen twee maanden na een dergelijke weigering, doorhaling of intrekking bij verzoekschrift wenden tot het Hof van Beroep te Brussel, het Gerechtshof te 's-Gravenhage of het Cour d'appel te Luxemburg teneinde een bevel tot inschrijving in het register of een erkenning van een diploma te verkrijgen.
2. In het kader van deze procedure kan het Bureau vertegenwoordigd worden door een daartoe aangewezen personeelslid.
3. Tegen de beslissing van de appèlrechter staat voorziening in cassatie open, welke opschortende werking heeft.
Vervallen
##### Artikel 4.3. Misbruik door niet-ingeschreven personen
Het is anderen dan degenen die in een register als bedoeld in artikel 4.1, lid 1, zijn ingeschreven, verboden zichzelf in het economisch verkeer aan te duiden alsof zij in bedoeld register zouden zijn ingeschreven. Bij uitvoeringsreglement worden nadere regels gesteld.
Vervallen
### HOOFDSTUK 2. OVERIGE TAKEN VAN HET BUREAU
@@ -1084,9 +1054,7 @@
- b. het publiceren van de inschrijvingen van de Benelux-depots van merken en tekeningen of modellen en alle andere vermeldingen voorgeschreven bij uitvoeringsreglement;
- c. het verstrekken op verzoek van iedere belanghebbende van afschriften van inschrijvingen;
- d. het aan eenieder op verzoek verstrekken van inlichtingen uit het register van merken- en tekeningen- of modellengemachtigden alsmede omtrent de bij of krachtens dit verdrag gegeven voorschriften ten aanzien van de registratie van merken- en tekeningen- of modellengemachtigden.
- c. het verstrekken op verzoek van iedere belanghebbende van afschriften van inschrijvingen.
### HOOFDSTUK 3. RECHTERLIJKE BEVOEGDHEID
@@ -1148,7 +1116,7 @@
##### Artikel 5.5. Eerste uitvoeringsreglement
In afwijking van het bepaalde in [artikel 1.9, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.9&z=2012-03-01&g=2012-03-01), zijn de Raad van Bestuur van het Benelux-Merkenbureau en de Raad van Bestuur van het Benelux-Bureau voor Tekeningen of Modellen bevoegd het eerste uitvoeringsreglement gezamenlijk vast te stellen.
In afwijking van het bepaalde in [artikel 1.9, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.9&z=2013-10-01&g=2013-10-01), zijn de Raad van Bestuur van het Benelux-Merkenbureau en de Raad van Bestuur van het Benelux-Bureau voor Tekeningen of Modellen bevoegd het eerste uitvoeringsreglement gezamenlijk vast te stellen.
## TITEL VI. SLOTBEPALINGEN
@@ -1160,9 +1128,9 @@
1. Dit verdrag treedt, onverminderd het bepaalde in de leden 2 en 3, in werking op de eerste dag van de derde maand, volgende op de nederlegging van de derde akte van bekrachtiging.
2. Artikel 2.15, hoofdstuk 1 van titel IV en artikel 4.4, sub d, treden in werking op een bij uitvoeringsreglement te bepalen datum, waarbij voor de inwerkingtreding van deze bepalingen verschillende data kunnen worden vastgesteld.
3. Artikel 5.5 wordt voorlopig toegepast.
2. Vervallen.
3. [Artikel 5.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=V&artikel=5.5&z=2013-10-01&g=2013-10-01) wordt voorlopig toegepast.
##### Artikel 6.3. Duur van het verdrag
@@ -1178,17 +1146,21 @@
##### Artikel 6.5. Uitvoeringsreglement
1. De uitvoering van dit verdrag wordt geregeld bij uitvoeringsreglement. Dit wordt bekendgemaakt in het officiële publicatieblad van ieder der Hoge Verdragsluitende Partijen.
1. De uitvoering van dit verdrag wordt geregeld bij uitvoeringsreglement. De Directeur-Generaal maakt dit bekend door publicatie op de website van het Bureau.
2. Indien de tekst van dit verdrag en het uitvoeringsreglement met elkaar in strijd zijn, geeft de tekst van het verdrag de doorslag.
3. Wijzigingen in het uitvoeringsreglement treden niet eerder in werking dan na de in lid 1 genoemde publicatie.
4. De Hoge Verdragsluitende Partijen maken deze wijzigingen eveneens in hun officiële publicatiebladen bekend.
De Hoge Verdragsluitende Partijen, wensende uitvoering te geven aan [artikel 1.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.6&z=2012-03-01&g=2012-03-01), van het Benelux Verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen) dat bepaalt dat de Hoge Verdragsluitende Partijen een protocol zullen sluiten waarin de voorrechten en immuniteiten worden vastgelegd welke nodig zijn voor de uitoefening van de taken en het bereiken van de doelstellingen van de Organisatie;
Zijn het volgende overeengekomen:
##### Artikel 1
1. In de zin van dit Protocol wordt onder officiële werkzaamheden van de Organisatie die werkzaamheden verstaan welke strikt noodzakelijk zijn voor de uitvoering van haar taak zoals die is vastgesteld in [artikel 1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.3&z=2012-03-01&g=2012-03-01) van het Verdrag.
1. In de zin van dit Protocol wordt onder officiële werkzaamheden van de Organisatie die werkzaamheden verstaan welke strikt noodzakelijk zijn voor de uitvoering van haar taak zoals die is vastgesteld in [artikel 1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.3&z=2013-10-01&g=2013-10-01) van het Verdrag.
2. De in dit Protocol aan vertegenwoordigers van de Hoge Verdragsluitende Partijen, aan hun plaatsvervangers, hun raadgevers of deskundigen, aan de Directeur-generaal, de personeelsleden van de Organisatie en aan de deskundigen die namens de Organisatie een functie uitoefenen of voor haar een zending uitvoeren, toegekende voorrechten en immuniteiten zijn niet bedoeld om de betrokkenen tot persoonlijk voordeel te strekken. Zij beogen uitsluitend het onbelemmerd functioneren van de Organisatie onder alle omstandigheden, alsmede de volledige onafhankelijkheid van de betrokkenen.
@@ -1268,7 +1240,7 @@
##### Artikel 8
1. Naast de in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&artikel=7&z=2012-03-01&g=2012-03-01) vastgelegde voorrechten en immuniteiten geniet de Directeur-generaal de voorrechten en immuniteiten die zijn toegekend aan een diplomatiek ambtenaar ingevolge het [Verdrag van Wenen van 18 april 1961 inzake diplomatiek verkeer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004345).
1. Naast de in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&artikel=7&z=2013-10-01&g=2013-10-01) vastgelegde voorrechten en immuniteiten geniet de Directeur-generaal de voorrechten en immuniteiten die zijn toegekend aan een diplomatiek ambtenaar ingevolge het [Verdrag van Wenen van 18 april 1961 inzake diplomatiek verkeer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004345).
2. De immuniteit van rechtsmacht geldt niet met betrekking tot civiele vorderingen die voortvloeien uit door de Directeur-generaal in de privé-sfeer veroorzaakte schade dan wel uit door hem in de privé-sfeer afgesloten contracten.
@@ -1284,7 +1256,7 @@
##### Artikel 10
1. De Hoge Verdragsluitende Partijen zijn niet verplicht de in [artikelen 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&artikel=6&z=2012-03-01&g=2012-03-01), 7b en [8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&artikel=8&z=2012-03-01&g=2012-03-01) bedoelde voorrechten en immuniteiten toe te kennen aan:
1. De Hoge Verdragsluitende Partijen zijn niet verplicht de in [artikelen 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&artikel=6&z=2013-10-01&g=2013-10-01), 7b en [8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&artikel=8&z=2013-10-01&g=2013-10-01) bedoelde voorrechten en immuniteiten toe te kennen aan:
- a. hun eigen onderdanen;
@@ -1294,11 +1266,11 @@
##### Artikel 11
1. De Directeur-generaal heeft de plicht de immuniteit van de personeelsleden bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&artikel=7&z=2012-03-01&g=2012-03-01) evenals van de deskundigen bedoeld in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&artikel=9&z=2012-03-01&g=2012-03-01) op te heffen indien hij van oordeel is dat deze immuniteit aan de loop van het recht in de weg staat en indien het mogelijk is van deze immuniteit afstand te doen zonder de belangen van de Organisatie in gevaar te brengen.
2. De Raad van Bestuur kan op dezelfde gronden de aan de Directeur-generaal toegekende immuniteiten, bedoeld in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&artikel=8&z=2012-03-01&g=2012-03-01), opheffen.
3. Elke Hoge Verdragsluitende Partij heeft de plicht de immuniteit op te heffen van haar vertegenwoordigers alsmede van haar plaatsvervangers, raadgevers of deskundigen, bedoeld in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&artikel=6&z=2012-03-01&g=2012-03-01), telkens wanneer, naar het oordeel van de betreffende Staat, de immuniteit aan de loop van het recht in de weg zou staan, en er afstand van kan worden gedaan zonder de doeleinden waarvoor zij was toegekend in gevaar te brengen.
1. De Directeur-generaal heeft de plicht de immuniteit van de personeelsleden bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&artikel=7&z=2013-10-01&g=2013-10-01) evenals van de deskundigen bedoeld in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&artikel=9&z=2013-10-01&g=2013-10-01) op te heffen indien hij van oordeel is dat deze immuniteit aan de loop van het recht in de weg staat en indien het mogelijk is van deze immuniteit afstand te doen zonder de belangen van de Organisatie in gevaar te brengen.
2. De Raad van Bestuur kan op dezelfde gronden de aan de Directeur-generaal toegekende immuniteiten, bedoeld in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&artikel=8&z=2013-10-01&g=2013-10-01), opheffen.
3. Elke Hoge Verdragsluitende Partij heeft de plicht de immuniteit op te heffen van haar vertegenwoordigers alsmede van haar plaatsvervangers, raadgevers of deskundigen, bedoeld in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&artikel=6&z=2013-10-01&g=2013-10-01), telkens wanneer, naar het oordeel van de betreffende Staat, de immuniteit aan de loop van het recht in de weg zou staan, en er afstand van kan worden gedaan zonder de doeleinden waarvoor zij was toegekend in gevaar te brengen.
##### Artikel 12
@@ -1538,7 +1510,7 @@
1. De oppositie wordt volgens de volgende procedure behandeld:
- a. het Bureau beslist overeenkomstig regel 1.18 of de oppositie ontvankelijk is en stelt partijen of, in het in artikel 2.18 van het Verdrag bedoelde geval, de opposant en het Internationaal Bureau hiervan in kennis;
- a. het Bureau beslist overeenkomstig [regel 1.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.18&z=2013-10-01&g=2013-10-01) of de oppositie ontvankelijk is en stelt partijen of, in het in [artikel 2.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.18&z=2013-10-01&g=2013-10-01) van het Verdrag bedoelde geval, de opposant en het Internationaal Bureau hiervan in kennis;
- b. de procedure vangt twee maanden na de kennisgeving van ontvankelijkheid aan op voorwaarde dat de voor de oppositie verschuldigde rechten volledig zijn betaald. Het Bureau stuurt partijen een mededeling van aanvang van de procedure;
@@ -1546,31 +1518,31 @@
- d. het Bureau stuurt de argumenten van opposant naar de verweerder, en stelt hem een termijn van twee maanden om schriftelijk te reageren en eventueel bewijzen van gebruik te vragen;
- e. in voorkomend geval wordt opposant een termijn van twee maanden gesteld om de gevraagde bewijzen van gebruik over te leggen danwel te motiveren dat er een geldige reden voor niet-gebruik bestaat overeenkomstig artikel 2.26 lid 2 van het Verdrag. Indien het merk slechts voor een deel van de waren en/of diensten waarvoor het is ingeschreven werd gebruikt wordt de beslissing van het Bureau gebaseerd op basis van de waren en diensten waarvoor het gebruik werd aangetoond;
- e. in voorkomend geval wordt opposant een termijn van twee maanden gesteld om de gevraagde bewijzen van gebruik over te leggen danwel te motiveren dat er een geldige reden voor niet-gebruik bestaat. Indien het merk slechts voor een deel van de waren en/of diensten waarvoor het is ingeschreven werd gebruikt wordt de beslissing van het Bureau gebaseerd op basis van de waren en diensten waarvoor het gebruik werd aangetoond;
- f. indien er bewijzen van gebruik worden overgelegd zendt het Bureau deze door naar de verweerder en stelt hem een termijn van twee maanden om schriftelijk te reageren op de bewijzen van gebruik en, indien deze dit bij de onder d bedoelde gelegenheid nog niet had gedaan, op de argumenten van opposant;
- g. indien het Bureau daartoe gronden aanwezig acht kan het een of meer partijen verzoeken om binnen een daartoe gestelde termijn aanvullende argumenten of stukken in te dienen;
- h. er kan een mondelinge behandeling worden gehouden overeenkomstig regel 1.27; .
- h. er kan een mondelinge behandeling worden gehouden overeenkomstig [regel 1.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.27&z=2013-10-01&g=2013-10-01); .
- i. het Bureau neemt een beslissing. Indien een oppositie die op verscheidene oudere merken berust op basis van één van deze merken wordt toegewezen, neemt het Bureau over de overige ingeroepen merken geen beslissing.
2. In voorkomend geval dient verweerder, binnen de in lid 1 sub d gestelde termijn, een gemachtigde aan te wijzen of een correspondentieadres zoals bedoeld in regel 3.6 aan te geven.
2. Indien verweerder geen domicilie binnen de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte heeft, dient binnen de in lid 1, sub d genoemde termijn alsnog aan dit vereiste van [regel 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.6&z=2013-10-01&g=2013-10-01) te worden voldaan.
##### Regel 1.18. Ontvankelijkheidsvereisten
1. De oppositie is ontvankelijk wanneer zij is ingediend binnen de in artikel 2.14, lid 1, of 2.18, lid 1, van het Verdrag genoemde termijn, voldoet aan de voorwaarden bedoeld in regel 1.16, lid 1, sub a tot en met f, van dit reglement, en artikel 2.14, lid 4, van het Verdrag.
2. Voor het vaststellen van de ontvankelijkheid van de oppositie is aan het vereiste van artikel 2.14, lid 4, van het Verdrag voldaan indien 40% van de verschuldigde rechten is voldaan.
3. Onverminderd het bepaalde in het vorige lid kan bij indiening het totale verschuldigde recht voor het indienen van de oppositie worden betaald. Het vorige lid laat onverlet dat het totale verschuldigde recht voor het einde van de termijn bepaald in regel 1.17, lid 1, sub b, dient te zijn voldaan.
1. De oppositie is ontvankelijk wanneer zij is ingediend binnen de in [artikel 2.14, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.14&z=2013-10-01&g=2013-10-01), of [2.18, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.18&z=2013-10-01&g=2013-10-01), van het Verdrag genoemde termijn, voldoet aan de voorwaarden bedoeld in [regel 1.16, lid 1, sub a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.16&z=2013-10-01&g=2013-10-01), van dit reglement, en artikel 2.14, lid 4, van het Verdrag.
2. Voor het vaststellen van de ontvankelijkheid van de oppositie is aan het vereiste van [artikel 2.14, lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.14&z=2013-10-01&g=2013-10-01), van het Verdrag voldaan indien 40% van de verschuldigde rechten is voldaan.
3. Onverminderd het bepaalde in het vorige lid kan bij indiening het totale verschuldigde recht voor het indienen van de oppositie worden betaald. Het vorige lid laat onverlet dat het totale verschuldigde recht voor het einde van de termijn bepaald in [regel 1.17, lid 1, sub b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.17&z=2013-10-01&g=2013-10-01), dient te zijn voldaan.
4. Indien de oppositie is gebaseerd op meer merken dan waarvoor de rechten zijn betaald, wordt de oppositie in behandeling genomen maar worden alleen de merken in aanmerking genomen waarvoor de rechten betaald zijn, volgens de volgorde zoals bij indiening van de oppositie vermeld.
5. Indien de ingevolge regel 1.16, lid 1, sub a en b, verstrekte gegevens niet overeenstemmen met de geregistreerde gegevens van een ingevolge 1.16, lid 1, sub c, ingeroepen Beneluxmerk, wordt de ingediende oppositie door het Bureau tevens opgevat als een verzoek tot aantekening van een wijziging in het register. Het bepaalde in regel 3.1 is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de termijn bepaald in regel 3.1, lid 5, maximaal twee weken bedraagt.
6. Indien de geldigheid van het ingeroepen Beneluxmerk voor het einde van de termijn voor het instellen van oppositie verstrijkt wordt de ingediende oppositie door het Bureau tevens opgevat als een verzoek tot vernieuwing van het merk. Het bepaalde in regel 1.10 is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de termijn bepaald in regel 1.10, lid 1, maximaal twee weken bedraagt.
5. Indien de ingevolge [regel 1.16, lid 1, sub a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.16&z=2013-10-01&g=2013-10-01), verstrekte gegevens niet overeenstemmen met de geregistreerde gegevens van een ingevolge regel 1.16, lid 1, sub c, ingeroepen Beneluxmerk, wordt de ingediende oppositie door het Bureau tevens opgevat als een verzoek tot aantekening van een wijziging in het register. Het bepaalde in regel 3.1 is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de termijn bepaald in regel 3.1, lid 5, maximaal twee weken bedraagt. Wanneer het in regel 1.16, lid 1, sub c, bedoelde oudere merk een gemeenschapsmerk of een internationaal merk betreft, stelt het Bureau opposant een termijn van twee weken om aan te tonen dat hij het nodige heeft gedaan om het betreffende register in overeenstemming te brengen met de door hem bij indiening van de oppositie verstrekte gegevens.
6. Indien de geldigheid van een ingeroepen ouder merk verstrijkt voor het einde van de termijn voor het instellen van oppositie en dit merk ingevolge de toepasselijke wettelijke bepalingen nog kan worden vernieuwd, stelt het Bureau opposant een termijn van twee weken om dit merk alsnog te vernieuwen. Indien het betreffende oudere merk een gemeenschapsmerk of een internationaal merk is, stelt het Bureau een termijn van twee weken om aan te tonen dat het nodige is gedaan om het merk te vernieuwen.
##### Regel 1.19. Regularisatie oppositie
@@ -1582,61 +1554,51 @@
##### Regel 1.20. Proceduretaal
1. De proceduretaal is een van de talen van het Bureau: het Nederlands of het Frans. Zij wordt vastgesteld op de volgende wijze:
- a. de proceduretaal is de taal van het depot van verweerder. Niettemin, indien dit depot een internationaal depot is, is de proceduretaal de taal van het Bureau die wordt gekozen door de verweerder binnen een termijn van een maand na de datum van de kennisgeving van ontvankelijkheid. Bij het uitblijven van een keuze is de proceduretaal het Frans;
- b. in afwijking van het onder a bepaalde kunnen partijen gezamenlijk kiezen voor de andere taal van het Bureau.
2. De in lid 1, sub b, vermelde keuze voor een proceduretaal wordt gemaakt als volgt:
- a. de opposant geeft bij de akte van oppositie de taal van het Bureau aan die zijn voorkeur heeft als proceduretaal;
1. De proceduretaal is een van de werktalen van het Bureau. Zij wordt bij oppositie tegen een Beneluxdepot vastgesteld op de volgende wijze:
- a. de proceduretaal is de taal van het depot van verweerder;
- b. in afwijking van het onder a bepaalde is de proceduretaal de taal gekozen door de opposant indien de taal van het depot van verweerder het Engels is.
2. In geval van een oppositie tegen een internationaal depot wordt de proceduretaal door opposant gekozen uit de werktalen van het Bureau. Indien opposant kiest voor een van de officiële talen van het Bureau, kan verweerder binnen een termijn van een maand na de datum van de kennisgeving van ontvankelijkheid aangeven daarmee niet akkoord te gaan en kiezen voor de andere officiële taal van het Bureau. Indien opposant voor het Engels kiest, kan verweerder binnen een termijn van een maand na de datum van de kennisgeving van ontvankelijkheid aangeven daarmee niet akkoord te gaan en kiezen voor een van de officiële talen van het Bureau. Bij uitblijven van een reactie van verweerder op de taalkeuze van opposant is de proceduretaal de taal gekozen door opposant.
3. In afwijking van het in de leden 1 en 2 bepaalde kunnen partijen gezamenlijk kiezen voor een andere proceduretaal.
4. De keuze voor een proceduretaal wordt gemaakt als volgt:
- a. de opposant geeft bij de akte van oppositie de werktaal van het Bureau aan die zijn voorkeur heeft als proceduretaal;
- b. indien de verweerder zich kan verenigen met de taalkeuze van opposant deelt hij dit binnen een termijn van een maand na de datum van de kennisgeving van ontvankelijkheid van de oppositie mede.
3. Het Bureau deelt de proceduretaal mede aan partijen.
4. De oppositiebeslissing wordt opgesteld in de proceduretaal.
5. Het Bureau deelt de proceduretaal mede aan partijen.
6. De oppositiebeslissing wordt opgesteld in de proceduretaal.
##### Regel 1.21. Vertaling
1. De vaststelling van de proceduretaal laat onverlet de mogelijkheid van partijen om zich in de oppositieprocedure te bedienen van de andere taal van het Bureau dan de proceduretaal.
2. Indien een van de partijen argumenten indient in de taal van het Bureau die niet de proceduretaal is, vertaalt het Bureau deze argumenten in de proceduretaal, tenzij de wederpartij heeft aangegeven geen prijs te stellen op vertaling.
3. Op verzoek van een partij vertaalt het Bureau de in de proceduretaal ingediende argumenten van de wederpartij in de andere taal van het Bureau.
4. Op verzoek van een partij vertaalt het Bureau de oppositiebeslissing in de andere taal van het Bureau.
5. Vertaling kan worden verzocht bij indiening van de akte van oppositie of bij de mededeling van verweerder als bedoeld in regel 1.20, lid 2, sub b.
6. Onverminderd het bepaalde in regel 1.22 worden argumenten die niet in een van de talen van het Bureau zijn ingediend als niet-ingediend beschouwd.
1. De vaststelling van de proceduretaal laat onverlet de mogelijkheid van partijen om zich in de oppositieprocedure te bedienen van een andere werktaal van het Bureau dan de proceduretaal.
2. Indien een van de partijen argumenten indient in een werktaal van het Bureau die niet de proceduretaal is, vertaalt het Bureau deze argumenten in de proceduretaal, tenzij de wederpartij heeft aangegeven geen prijs te stellen op vertaling.
3. Op verzoek van een partij vertaalt het Bureau de in de proceduretaal ingediende argumenten van de wederpartij in een andere werktaal van het Bureau.
4. Op verzoek van een partij vertaalt het Bureau de oppositiebeslissing in de andere werktaal van het Bureau.
5. Vertaling kan worden verzocht bij indiening van de akte van oppositie of bij de mededeling van verweerder als bedoeld in [regel 1.20, lid 4, sub b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.20&z=2013-10-01&g=2013-10-01).
6. Argumenten die niet in een van de werktalen van het Bureau zijn ingediend, worden als niet-ingediend beschouwd.
7. Indien argumenten ingevolge deze regel door het Bureau worden vertaald, geldt het document in de taal waarin het werd ingediend als authentiek.
##### Regel 1.22. Gebruik van het Engels
1. De vaststelling van de proceduretaal laat onverlet dat partijen de mogelijkheid hebben in de oppositieprocedure argumenten in het Engels uit te wisselen, indien zij dit gezamenlijk wensen.
2. De gezamenlijke keuze voor gebruik van het Engels wordt als volgt gedaan:
- a. opposant geeft bij indiening van de akte van oppositie aan dat hij zich, indien verweerder hiermee akkoord gaat, in het Engels wenst uit te drukken;
- b. verweerder maakt bij zijn mededeling als bedoeld in regel 1.20, lid 2, sub b, kenbaar dat hij met het gebruik van het Engels akkoord gaat.
3. Indien het Bureau vaststelt dat er een gezamenlijke keuze voor het gebruik van het Engels is gemaakt wordt dit medegedeeld aan partijen.
4. In geval van een gezamenlijke keuze voor het Engels:
- a. worden argumenten die in een andere taal worden ingediend als niet-ingediend beschouwd;
- b. verricht het Bureau geen vertaling van de argumenten van partijen.
Vervallen
##### Regel 1.23. Wijziging taalkeuze
1. Tot de aanvang van de procedure kunnen de ingevolge de regels 1.20 en 1.22 gemaakte keuzen op gezamenlijk verzoek van partijen worden gewijzigd.
2. Gedurende de oppositieprocedure kan elke partij schriftelijk te kennen geven niet langer prijs te stellen op vertaling door het Bureau bedoeld in regel 1.21.
1. Tot de aanvang van de procedure kunnen de ingevolge [regel 1.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.20&z=2013-10-01&g=2013-10-01) gemaakte keuzen op gezamenlijk verzoek van partijen worden gewijzigd.
2. Gedurende de oppositieprocedure kan elke partij schriftelijk te kennen geven niet langer prijs te stellen op vertaling door het Bureau bedoeld in [regel 1.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.21&z=2013-10-01&g=2013-10-01).
##### Regel 1.24. Taal stukken ter ondersteuning argumenten of gebruik
@@ -1660,17 +1622,17 @@
##### Regel 1.26. Opschorting
1. Indien de procedure ingevolge artikel 2.16, lid 2, van het Verdrag wordt opgeschort doet het Bureau hiervan mededeling aan partijen, onder vermelding van de grond van opschorting.
1. Indien de procedure ingevolge [artikel 2.16, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.16&z=2013-10-01&g=2013-10-01), van het Verdrag wordt opgeschort doet het Bureau hiervan mededeling aan partijen, onder vermelding van de grond van opschorting.
2. Indien de grond voor opschorting is opgeheven wordt de procedure voortgezet. Het Bureau deelt dit mede aan partijen, vermeldt hierbij welke handelingen op het betreffende moment in de procedure dienen te worden verricht en stelt hiervoor in voorkomend geval een aanvullende termijn.
3. Opschorting op gezamenlijk verzoek geschiedt voor een periode van twee maanden, en kan met telkens eenzelfde periode worden verlengd.
4. Indien de procedure is aangevangen, gaat de opschorting in op het moment dat het Bureau het gezamenlijk verzoek heeft ontvangen. Indien de procedure nog niet is aangevangen, wordt het gezamenlijk verzoek tot opschorting opgevat als een verlenging van de termijn van twee maanden na kennisgeving van de ontvankelijkheid bedoeld in regel 1.17, lid 1, sub b.
3. Opschorting op gezamenlijk verzoek geschiedt voor een periode van vier maanden, en kan met telkens eenzelfde periode worden verlengd. Elke partij kan gedurende een opschorting op gezamenlijk verzoek op ieder moment verzoeken de opschorting op te heffen.
4. Indien de procedure is aangevangen, wordt deze opgeschort op het moment dat het Bureau het gezamenlijk verzoek heeft ontvangen. Het Bureau deelt dit mede aan partijen en vermeldt hierbij de nieuwe termijn. Indien de procedure nog niet is aangevangen, wordt het gezamenlijk verzoek tot opschorting opgevat als een verlenging van de in [regel 1.17, lid 1, sub b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.17&z=2013-10-01&g=2013-10-01) bedoelde termijn.
5. Voordat de procedure is aangevangen is opschorting op gezamenlijk verzoek gedurende de eerste twaalf maanden gratis. Voor verdere verlenging van de opschorting voor aanvang van de procedure, voor opschorting gedurende de procedure en de verlenging daarvan is een recht verschuldigd. Indien niet wordt betaald bij het verzoek tot opschorting stelt het Bureau daarvoor een termijn van een maand. Indien niet of te laat wordt betaald wordt de procedure overeenkomstig lid 2 voortgezet.
6. Opschorting van de oppositieprocedure ontheft partijen niet van de verplichtingen die zij hebben ingevolge regel 1.19.
6. Opschorting van de oppositieprocedure ontheft partijen niet van de verplichtingen die zij hebben ingevolge [regel 1.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.19&z=2013-10-01&g=2013-10-01).
##### Regel 1.27. Mondelinge behandeling
@@ -1682,7 +1644,7 @@
1. Indien verscheidene opposities tegen een merk zijn ingediend kan het Bureau voor aanvang van de procedure besluiten een of meer opposities die bij een eerste onderzoek de meeste kans op toewijzing lijken te hebben in behandeling te nemen. In dat geval kan het Bureau besluiten om de behandeling van de overige opposities uit te stellen. Het Bureau stelt de resterende opposanten in kennis van elke relevante beslissing die in de voortgezette procedures wordt genomen.
2. Indien de in behandeling genomen oppositie gegrond bevonden wordt en deze beslissing definitief geworden is wordt aan de uitgestelde opposities geacht de grondslag te zijn ontvallen.
2. Indien de in behandeling genomen oppositie gegrond bevonden wordt en deze beslissing definitief geworden is, wordt aan de uitgestelde opposities geacht de grondslag te zijn ontvallen.
##### Regel 1.29. Bewijzen van gebruik
@@ -1722,7 +1684,7 @@
- i. de beslissing met betrekking tot de kosten;
- j. de namen van de rapporteur van de oppositieafdeling en van de overige twee leden die aan de besluitvorming hebben deelgenomen;
- j. de namen van de rapporteur en de overige twee personen die aan de besluitvorming hebben deelgenomen;
- k. de naam van de administratieve behandelaar van het dossier.
@@ -1746,13 +1708,13 @@
##### Regel 1.34. Conversies
1. In geval van een verzoek zoals bedoeld in artikel 112 van de Gemeenschapsmerkenverordening moet de aanvrager:
1. In geval van een verzoek zoals bedoeld in artikel 110 van de Gemeenschapsmerkenverordening moet de aanvrager:
- a. een betaling verrichten van het recht voor een Beneluxdepot;
- b. een vertaling in een van de talen van het Bureau van het verzoek en de hierbij gevoegde stukken indienen;
- c. een domicilie kiezen in de Europese Gemeenschap of de Europese Economische Ruimte overeenkomstig regel 3.6.
- b. een vertaling in een van de werktalen van het Bureau van het verzoek en de hierbij gevoegde stukken indienen;
- c. een domicilie kiezen in de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte overeenkomstig regel 3.6.
2. De termijn hiervoor bedraagt minimaal een maand. Deze termijn kan ambtshalve en zal op verzoek worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden. Indien binnen de gestelde termijn niet is voldaan aan deze bepalingen, worden de ontvangen stukken verder buiten behandeling gelaten.
@@ -2000,29 +1962,31 @@
### HOOFDSTUK 1. ALGEMEEN
##### Regel 4.1. Vaststelling tarieven
1. Ter uitvoering van het bepaalde in artikel 1.13, lid 1 van het Verdrag keert het Bureau aan de nationale diensten 20 % uit van het bedrag van de rechten, die zijn geïnd ter zake van de door hun bemiddeling verrichte handelingen.
2. De Raad van Bestuur stelt de tarieven vast. De Raad kan de vastgestelde tarieven slechts eenmaal per jaar aanpassen.
3. Artikel 6.5 van het Verdrag is van overeenkomstige toepassing op de bekendmaking van nieuwe tarieven.
##### Regel 4.2. Betaling
1. Betaling van de verschuldigde rechten en vergoedingen dient vooraf te gaan aan handelingen door het Bureau.
2. Het Bureau verzendt na ontvangst van een verzoek waaraan rechten verbonden zijn een overzicht van de verschuldigde rechten. Aan het niet-verzenden of niet-ontvangen van dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.
3. Indien voor een handeling overeenkomstig [regel 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.4&z=2012-03-01&g=2012-03-01) zowel elektronische als niet-elektronische indiening mogelijk is en de indiener ervoor kiest om een ander middel dan een door de Directeur-Generaal voor die specifieke handeling aangeduid elektronisch middel te gebruiken, is een vergoeding voor administratiekosten verschuldigd ter hoogte van 15%, naar beneden afgerond op hele euro’s, van het recht of de rechten verschuldigd voor de desbetreffende handeling. Deze vergoeding is niet eerder verschuldigd dan nadat hierover overeenkomstig [regel 3.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.14&z=2012-03-01&g=2012-03-01) een mededeling van de Directeur-Generaal is gepubliceerd.
##### Regel 4.3. Vergoedingen incidentele handelingen
1. De rechten voor de in het Verdrag en dit reglement opgenomen handelingen bij en door het Bureau zijn die opgesomd in deze titel.
2. De vergoedingen voor handelingen bij en door het Bureau die niet zijn opgenomen in deze titel, zogenaamde incidentele handelingen, worden vastgesteld door de Directeur-Generaal.
3. De Directeur-Generaal informeert de Raad van Bestuur over de vergoedingen vastgesteld voor meer structurele handelingen. De Raad van Bestuur kan besluiten deze vergoedingen op te nemen in deze titel.
##### Regel 4.1. Soorten i-DEPOT
Het in [artikel 4.4bis van het Verdrag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=IV&hoofdstuk=2&artikel=4.4bis&z=2013-10-01&g=2013-10-01) genoemde i-DEPOT bestaat in een fysieke variant („i-DEPOT enveloppe”) en in een elektronische variant („online i-DEPOT”).
##### Regel 4.2. Indiening i-DEPOT enveloppe
1. Een i-DEPOT enveloppe bestaat uit twee gelijke aan elkaar gekoppelde compartimenten en kan bij het Bureau worden verkregen tegen betaling van het daarvoor verschuldigde recht.
2. Indiening van een i-DEPOT enveloppe geschiedt door terugzending aan het Bureau van de twee aan elkaar gekoppelde compartimenten die beide dezelfde stukken dienen te bevatten; de enveloppe dient te zijn voorzien van naam en adres van de indiener.
3. Zonder de inhoud te controleren stelt het Bureau overeenkomstig regel 3.8 het moment van ontvangst van de i-DEPOT enveloppe vast, brengt een bevestiging hiervan aan op beide compartimenten van de enveloppe en stuurt één van deze compartimenten terug aan indiener.
##### Regel 4.3. Bewaring i-DEPOT enveloppe
1. Het Bureau bewaart één van de compartimenten van de i-DEPOT enveloppe gedurende een periode van vijf of tien jaar, afhankelijk van de terzake door indiener gemaakte keuze.
2. De bewaartermijn kan met periodes van vijf jaar worden verlengd.
3. Twee maanden voor het verstrijken van de bewaartermijn stuurt het Bureau de indiener een herinnering en informeert over de mogelijkheid de bewaring te verlengen.
4. Verlenging van de bewaartermijn geschiedt door betaling van het daarvoor verschuldigde recht. Dit dient ten laatste twee maanden na de afloop van de bewaartermijn te zijn voldaan.
5. Het Bureau vernietigt de i-DEPOT enveloppen waarvan de bewaartermijn niet tijdig werd verlengd.
6. Indiener kan het Bureau gedurende de bewaarneming verzoeken om de toezending van het door het Bureau bewaarde compartiment van de i-DEPOT enveloppe. Door toezending van dit compartiment eindigt de bewaarneming door het Bureau.
### HOOFDSTUK 2. MERKEN
@@ -2264,3 +2228,772 @@
TEN BLIJKE WAARVAN de Gevolmachtigden dit verdrag hebben ondertekend en voorzien van hun zegel.
GEDAAN te Den Haag op 25 februari 2005, in drievoud, in de Nederlandse en in de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.
##### Artikel 4.4bis. i-DEPOT
1. Het Bureau kan onder de naam „i-DEPOT” bewijs verstrekken van het bestaan van stukken op de datum van hun ontvangst.
2. De stukken worden gedurende een bepaalde termijn door het Bureau bewaard. Dit gebeurt onder strikte geheimhouding, tenzij de indiener daarvan uitdrukkelijk afstand doet.
3. De modaliteiten van deze dienst worden bij uitvoeringsreglement bepaald.
### HOOFDSTUK 3. RECHTERLIJKE BEVOEGDHEID
### HOOFDSTUK 4. OVERIGE BEPALINGEN
## TITEL V. OVERGANGSBEPALINGEN
## TITEL VI. SLOTBEPALINGEN
De Hoge Verdragsluitende Partijen, wensende uitvoering te geven aan [artikel 1.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.6&z=2013-10-01&g=2013-10-01), van het Benelux Verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen) dat bepaalt dat de Hoge Verdragsluitende Partijen een protocol zullen sluiten waarin de voorrechten en immuniteiten worden vastgelegd welke nodig zijn voor de uitoefening van de taken en het bereiken van de doelstellingen van de Organisatie;
Zijn het volgende overeengekomen:
De Raad van Bestuur van het Benelux-Merkenbureau en de Raad van Bestuur van het Benelux-Bureau voor Tekeningen of Modellen,
gelet op de artikelen 5.5 en 6.2 van het Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen),
stellen hierbij, op 1 juni 2006, het volgende reglement vast:
## TITEL I. Merken
### HOOFDSTUK 1. HET BENELUX MERK
##### Regel 1.1. Depotvereisten
1. Het Beneluxdepot van een merk wordt verricht in het Nederlands, Frans of Engels door de indiening van een document, bevattende:
- a. naam en adres van de deposant; indien deposant een rechtspersoon is onder vermelding van zijn rechtsvorm;
- b. in voorkomend geval, naam en adres van de gemachtigde, of het in regel 3.6 bedoelde correspondentieadres;
- c. het merk;
- d. de opgave van de waren en diensten, waarvoor het merk is bestemd. Dit zoveel mogelijk met vermelding van de nummers van de klassen waarin deze waren en diensten volgens de [Overeenkomst van Nice](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003894) vallen;
- e. de aanduiding of het merk een woordmerk, een beeldmerk, een gecombineerd woord-beeldmerk, een vormmerk danwel een ander type merk is. In dit laatste geval dient eveneens te worden aangeduid welk type merk het betreft;
- f. de vermelding van de kleur of kleuren in woorden; in voorkomend geval voorzien van de daarmee overeenkomende kleurcode;
- g. de handtekening van de deposant of zijn gemachtigde.
2. Er kan een beschrijving in niet meer dan vijftig woorden van de onderscheidende elementen van het merk worden vermeld.
##### Regel 1.2. Collectief merk
1. Bij het depot dient in voorkomend geval te worden vermeld dat het een collectief merk betreft.
2. In dat geval dient het depot vergezeld te gaan van een reglement op het gebruik en het toezicht.
##### Regel 1.3. Vaststellen depotdatum; Regularisatie
1. De in artikel 2.5, lid 1, van het Verdrag bedoelde vereisten voor het vaststellen van een datum van depot, zijn die vermeld in regel 1.1, lid 1, sub a, c, d en e, en in regel 1.2, behoudens betaling van de basisrechten verschuldigd voor het depot binnen een termijn van een maand nadat aan voornoemde vereisten is voldaan.
2. Er wordt een termijn van minimaal een maand toegekend om aan de overige vereisten als bedoeld in artikel 2.5, lid 2, van het Verdrag te voldoen. Deze termijn kan ambtshalve en zal op verzoek worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden.
##### Regel 1.4. Prioriteit
1. Indien bij het depot een beroep wordt gedaan op het recht van voorrang, als bedoeld in artikel 2.6 van het Verdrag, dienen het land, de datum, het nummer en de houder van het depot, waarop het recht van voorrang berust, te worden vermeld. Indien de deposant van het merk in het land van oorsprong niet degene is, die het Beneluxdepot verricht, dan moet de laatstgenoemde aan zijn depot een document toevoegen, waaruit zijn rechten blijken.
2. De bijzondere verklaring betreffende het recht van voorrang, als bedoeld in artikel 2.6, lid 3, van het Verdrag, dient te bevatten: de naam en het adres van de deposant, zijn handtekening of die van zijn gemachtigde, in voorkomend geval naam en adres van de gemachtigde of het correspondentieadres als bedoeld in regel 3.6, een aanduiding van het merk, alsmede de in lid 1 bedoelde gegevens.
3. De deposant die zich op een recht van voorrang beroept is verplicht een afschrift van de documenten die dit recht van voorrang staven over te leggen.
4. Indien niet is voldaan aan het bepaalde in lid 1, 2 en 3 en in de regels 3.3 en 3.6, stelt het Bureau de betrokkene onverwijld daarvan in kennis en geeft hem een termijn van tenminste een maand om hieraan alsnog te voldoen. Deze termijn kan ambtshalve en zal op verzoek worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden. Het uitblijven van een tijdige reactie leidt tot verval van het recht van voorrang.
##### Regel 1.5. Publicatie depot
1. Het Bureau publiceert, conform het bepaalde in artikel 2.5, lid 5, van het Verdrag, de ingediende depots en vermeldt:
- a. de datum en het nummer van het depot;
- b. naam en adres van de deposant;
- c. in voorkomend geval, naam en adres van de gemachtigde;
- d. het merk;
- e. de waren en diensten, ingedeeld in klassen volgens de in de [Overeenkomst van Nice](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003894) bedoelde classificatie;
- f. het type merk;
- g. in voorkomend geval de vermelding dat het een collectief merk betreft;
- h. in voorkomend geval, de gegevens van de beeldmerkclassificatie zoals bedoeld in de [Overeenkomst van Wenen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003767) van 12 juni 1973 tot instelling van een internationale classificatie van beeldbestanddelen van merken;
- i. in voorkomend geval de door deposant opgegeven omschrijving van onderscheidende elementen;
- j. in voorkomend geval de vermelding van de kleur of kleuren in woorden; in voorkomend geval voorzien van de daarmee overeenkomende kleurcode;
- k. in voorkomend geval dat er, overeenkomstig artikel 2.6, van het Verdrag een recht van voorrang werd ingeroepen, onder vermelding van datum, nummer en land van dit recht van voorrang. Daarbij wordt in voorkomend geval vermeld dat nog niet werd voldaan aan het vereiste van regel 1.4, lid 3;
- l. de datum waarop de termijn voor het instellen van een oppositie tegen het merk verstrijkt.
2. Indien er in de publicatie van de gegevens van een depot, zoals vermeld in lid 1, een vergissing werd begaan die er toe zou kunnen leiden dat belanghebbenden over verkeerde informatie beschikten om te beslissen al dan niet oppositie in te stellen tegen het betreffende merk, verricht het Bureau een gecorrigeerde publicatie. Daarmee gaat de termijn voor het instellen van oppositie tegen het depot opnieuw lopen.
3. In voorkomend geval wordt een naar aanleiding van de eerdere, ingevolge lid 2 gecorrigeerde, publicatie reeds ingestelde oppositie op verzoek van de opposant verder buiten behandeling gelaten. Dit verzoek dient te worden verricht voor het einde van de oppositietermijn die ingevolge het bepaalde in lid 2 opnieuw gaat lopen. In dat geval worden de reeds betaalde rechten gerestitueerd. Indien de opposant niet verzoekt zijn oppositie verder buiten behandeling te laten wordt deze geacht tijdig te zijn ingesteld.
##### Regel 1.6. Inschrijving
1. Het Bureau schrijft het depot in het register in door vermelding van:
- a. het nummer van de inschrijving;
- b. de in regel 1.5, lid 1, bedoelde gegevens;
- c. de datum waarop de geldigheidsduur van de inschrijving verstrijkt;
- d. de datum van inschrijving van het merk.
2. Het Bureau geeft onverwijld uitvoering aan de in artikelen 2.12 en 2.17 van het Verdrag bedoelde rechterlijke beslissingen, zodra zij niet meer vatbaar zijn voor verzet, hoger beroep of voorziening in cassatie.
3. Als datum van inschrijving geldt de dag waarop het Bureau vaststelt dat het depot voldoet aan alle in het Verdrag en het onderhavige reglement gestelde vereisten voor inschrijving van het merk.
##### Regel 1.7. Spoedinschrijving
1. Het in artikel 2.8, lid 2, van het Verdrag bedoelde verzoek om onverwijld tot inschrijving van het depot over te gaan kan bij het depot of gedurende de inschrijvingsprocedure worden gedaan.
2. Het Bureau publiceert deze inschrijvingen, onder vermelding van de in regel 1.6 genoemde gegevens.
3. In voorkomend geval wordt bij de in lid 2 bedoelde publicatie de datum vermeld waarop de termijn voor het instellen van oppositie tegen het merk verstrijkt. De leden 2 en 3 van regel 1.5 zijn van overeenkomstige toepassing.
4. Het Bureau publiceert zijn besluiten om over te gaan tot doorhaling van de inschrijving ingevolge het bepaalde in artikel 2.8, lid 2, van het Verdrag. Deze publicatie vindt eerst plaats nadat het besluit tot doorhaling niet langer vatbaar is voor verzet, hoger beroep of voorziening in cassatie.
##### Regel 1.8. Internationaal depot
1. Als datum van inschrijving van internationale depots van merken waarbij de Benelux wordt aangeduid geldt de datum van de publicatie door het Internationaal Bureau van de door het Bureau verzonden verklaring bedoeld in regel 17, lid 6, a, i van het gemeenschappelijk uitvoeringsreglement bij de [Overeenkomst](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005273) en het [Protocol van Madrid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003002).
2. In uitzondering op het in het vorige lid bepaalde geldt, indien de houder van het internationale depot het Bureau verzoekt om ingevolge artikel 2.10, lid 3, van het Verdrag zijn depot onverwijld in te schrijven, de dag waarop het verzoek tot inschrijving aan het Bureau werd gedaan als datum van inschrijving. Het Bureau publiceert deze.
3. Indien het Bureau het Internationaal Bureau een kennisgeving op basis van artikel 2.13 lid 2, 2.18 lid 2 of 2.36 lid 2 van het Verdrag heeft toegezonden geldt als datum van inschrijving de datum van de publicatie door het Internationaal Bureau van de door het Bureau verzonden verklaring van op opheffing van de weigering, als bedoeld in regel 17, lid 5, a, i of ii van het van het gemeenschappelijk uitvoeringsreglement bij [Overeenkomst](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005273) en [Protocol van Madrid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003002). Indien er verschillende gronden voor weigering van toepassing zijn geweest en indien deze op verschillende tijdstippen werden opgeheven geldt de datum van de laatste publicatie door het Internationaal Bureau van een door het Bureau toegestuurde verklaring van opheffing van de weigering als datum van inschrijving.
##### Regel 1.9. Vernieuwing
1. De vernieuwing van de inschrijving geschiedt door betaling aan het Bureau van het daartoe verschuldigde recht.
2. Het Bureau schrijft de vernieuwing in door aanpassing van de datum waarop de geldigheidsduur van de inschrijving verstrijkt.
3. Het Bureau zendt degene die daartoe het verschuldigde recht heeft betaald een bevestiging van de vernieuwing.
##### Regel 1.10. Regularisatie vernieuwing
Vervallen
##### Regel 1.11. Inschrijving vernieuwing
Vervallen
### HOOFDSTUK 2. AANVRAAG OM INTERNATIONALE INSCHRIJVING EN OM VERNIEUWING VAN DE INTERNATIONALE INSCHRIJVING
##### Regel 1.12. Internationale aanvragen en vernieuwingen
1. Ieder die de voorwaarden vervult van de [Overeenkomst](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005273)of het [Protocol van Madrid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003002) kan bescherming van zijn merk verkrijgen in daarbij aangesloten landen. Daartoe moet bij het Bureau een aanvraag ingediend worden voor een internationale inschrijving of tot uitbreiding van de bescherming tot andere landen. De vernieuwing van de internationale inschrijving kan worden gevraagd door tussenkomst van het Bureau, of rechtstreeks bij het Internationaal Bureau.
2. De aanvraag geschiedt door het indienen van een document, dat de aanduidingen bevat voorgeschreven in het gemeenschappelijk uitvoeringsreglement van de [Overeenkomst](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005273)en het [Protocol van Madrid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003002), zo nodig met toevoeging van de stukken voorgeschreven in bedoeld uitvoeringsreglement.
3. Ten aanzien van deze aanvragen en van verzoeken tot wijziging van de internationale inschrijving vinden de regels 3.1, 3.3, 3.6 en 3.7 overeenkomstige toepassing.
4. Bij deze aanvragen en verzoeken dient betaling van de ingevolge de [Overeenkomst](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005273)en het [Protocol van Madrid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003002) verschuldigde rechten te worden verricht, voor zover deze niet rechtstreeks aan het Internationaal Bureau worden voldaan, alsmede betaling van het bemiddelingsrecht voor het Bureau, indien dit verschuldigd is.
5. Het Bureau zendt de in deze regel bedoelde aanvragen en verzoeken, die aan de in deze regel bedoelde vereisten voldoen, onverwijld door aan het Internationaal Bureau.
6. De datum van de aanvraag is de datum van ontvangst van de aanvraag door het Bureau.
7. Onverminderd het bepaalde in lid 6 kan de datum van een aanvraag gebaseerd op de [Overeenkomst van Madrid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005273) geen eerdere zijn dan de datum van inschrijving van het Beneluxmerk. Het Bureau verschuift in dat geval de datum van de aanvraag naar de datum van inschrijving van het Beneluxmerk.
8. Onverminderd het bepaalde in lid 6 en 7 stelt het Internationaal Bureau de datum van de aanvraag vast op het moment van ontvangst van de aanvraag bij het Internationaal Bureau indien er tussen het moment van ontvangst door het Internationaal Bureau en ontvangst door het Bureau meer dan twee maanden zijn verstreken.
##### Regel 1.13. Taalgebruik voor aanvragen gebaseerd op het [Protocol van Madrid](onbekend)
Vervallen
##### Regel 1.14. Omzetting
De aanvraag om inschrijving zoals bedoeld in [artikel 9quinquies van het Protocol van Madrid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003002&artikel=9quinquies) moet vergezeld zijn van een bewijs van de doorhaling van de internationale inschrijving.
### HOOFDSTUK 3. WEIGERING EN OPPOSITIE
##### Regel 1.15. Bezwaartermijn weigering
1. De termijn bedoeld in artikel 2.11, lid 3, en 2.13, lid 2, van het Verdrag om te antwoorden op de voorlopige weigering, bedraagt ten minste een maand; deze termijn kan ambtshalve en zal op verzoek worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden.
2. In voorkomend geval dient een deposant die zich tegen de voorlopige weigering verzet binnen de in lid 1 genoemde termijn eveneens te voldoen aan de vereisten van regel 3.6 en 3.7.
3. Het Bureau geeft onverwijld uitvoering aan de in artikel 2.12, lid 1, van het Verdrag bedoelde rechterlijke beslissingen zodra zij niet meer vatbaar zijn voor voorziening in cassatie.
##### Regel 1.16. Oppositiegegevens
1. De oppositie wordt ingediend door middel van een document, dat de volgende gegevens bevat:
- a. de naam van opposant;
- b. in voorkomend geval, de vermelding dat opposant optreedt in de hoedanigheid van licentiehouder van het oudere merk;
- c. gegevens ter identificatie van het oudere merk;
- d. de waren of diensten van het ingeroepen oudere merk waarop de oppositie berust. Indien een dergelijke vermelding ontbreekt wordt de oppositie verondersteld te berusten op alle waren en diensten waarop het oudere merk betrekking heeft;
- e. gegevens ter identificatie van het merk waartegen de oppositie is gericht;
- f. de waren of diensten waartegen de oppositie is gericht. Indien een dergelijke vermelding ontbreekt, wordt de oppositie verondersteld te zijn gericht tegen alle waren en diensten waarop het geopponeerde merk betrekking heeft;
- g. de voorkeuren betreffende het taalgebruik.
2. In voorkomend geval dienen stukken te worden overgelegd die de bevoegdheid van de licentiehouder aantonen.
3. Op het document dienen in voorkomend geval naam en adres van de gemachtigde of het in regel 3.6 bedoelde correspondentieadres te worden vermeld.
4. De in lid 1, sub d en f, bedoelde gegevens kunnen door enkele opgave van de nummers van de betreffende waren- of dienstenklassen worden vermeld. De waren of diensten waarop de oppositie berust of waartegen deze is gericht kunnen tot het moment van de in regel 1.17, lid 1, sub i, bedoelde beslissing door de opposant worden beperkt.
### HOOFDSTUK 4. CONVERSIES VAN GEMEENSCHAPSMERKEN
## TITEL II. Tekeningen of modellen
##### Regel 2.1. Depotvereisten
1. Het Beneluxdepot van een tekening of model geschiedt in het Nederlands, Frans of Engels door de indiening van een document, bevattende:
- a. naam en adres van de deposant; indien deposant een rechtspersoon is onder vermelding van zijn rechtsvorm;
- b. afbeelding(en) van het uiterlijk van het voortbrengsel;
- c. de vermelding van het voortbrengsel, waarin de tekening of het model is of wordt belichaamd;
- d. een omschrijving van de kleur of de kleuren van de tekening of het model; in voorkomend geval voorzien van de daarmee overeenstemmende kleurcode;
- e. de handtekening van de deposant of zijn gemachtigde.
2. Het document kan bovendien bevatten:
- a. een beschrijving in niet meer dan honderdvijftig woorden van de kenmerkende eigenschappen van het nieuwe uiterlijk van het voortbrengsel;
- b. de naam van de werkelijke ontwerper van de tekening of het model;
- c. een verzoek om opschorting van de publicatie van de inschrijving, als bedoeld in regel 2.5.
3. In voorkomend geval dienen naam en adres van de gemachtigde, of het in regel 3.6 bedoelde correspondentieadres te worden vermeld.
4. Het voortbrengsel, waarin de tekening of het model is of wordt belichaamd, moet nauwkeurig worden aangegeven en bij voorkeur met gebruikmaking van de bewoordingen van de alfabetische lijst van de internationale classificatie, bedoeld in de Overeenkomst van Locarno van 8 oktober 1968 tot instelling van een internationale classificatie voor tekeningen en modellen van nijverheid.
##### Regel 2.2. Meervoudig depot
Een Beneluxdepot kan verscheidene tekeningen of modellen bevatten tot ten hoogste vijftig. In zodanig geval is het bepaalde in [regel 2.1, lid 1, sub b, c en d, lid 2 en 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&artikel=2.1&z=2013-10-01&g=2013-10-01), ten aanzien van iedere tekening of model van toepassing. Iedere tekening of model dient aangeduid te worden met een verschillend nummer.
##### Regel 2.3. Vaststellen depotdatum en termijn regularisatie
1. De in artikel 3.9, lid 1, van het Verdrag bedoelde vereisten voor het vaststellen van een datum van depot, zijn die vermeld in regel 2.1, lid 1, sub a, b en c, behoudens betaling van de rechten verschuldigd voor het depot, binnen een termijn van een maand nadat aan voornoemde vereisten is voldaan.
2. De termijn bedoeld in artikel 3.9, lid 2, van het Verdrag om te voldoen aan de overige gestelde vereisten, bedraagt tenminste een maand. Deze termijn kan ambtshalve en zal op verzoek worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden.
3. In geval van een meervoudig depot is artikel 3.9, lid 3, van het Verdrag slechts van toepassing op de niet-geregulariseerde tekeningen of modellen.
##### Regel 2.4. Prioriteit
1. Indien bij het depot een beroep wordt gedaan op het recht van voorrang, als bedoeld in artikel 3.10 van het Verdrag, dienen het land, de dagtekening, het nummer en de houder van het depot, waarop het recht van voorrang steunt, te worden vermeld. Indien de deposant in het land van oorsprong niet degene is die het Beneluxdepot heeft verricht, dan moet de laatstgenoemde aan zijn depot een document toevoegen, waaruit zijn rechten blijken.
2. De bijzondere verklaring betreffende het recht van voorrang, als bedoeld in artikel 3.10 van het Verdrag, dient te bevatten: de naam en het adres van de deposant, zijn handtekening of die van zijn gemachtigde, in voorkomend geval naam en adres van de gemachtigde of het correspondentieadres als bedoeld in regel 3.6, een aanduiding van de tekening of het model, alsmede de in lid 1 bedoelde gegevens.
3. De deposant, die zich op een recht van voorrang beroept, is verplicht een afschrift van de documenten die dit recht van voorrang staven over te leggen.
4. Indien niet is voldaan aan het bepaalde in lid 1, 2 en 3 en in de regels 3.3 en 3.6, stelt het Bureau de betrokkene onverwijld daarvan in kennis en geeft hem een termijn van tenminste een maand om hieraan alsnog te voldoen. Deze termijn kan ambtshalve en zal op verzoek worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden. Het uitblijven van een tijdige reactie leidt tot verval van het recht van voorrang.
##### Regel 2.5. Opschorting publicatie
1. De deposant, die opschorting van de publicatie van de inschrijving wenst, dient hiertoe bij het depot een verzoek in te dienen onder opgave van de termijn, waarvoor opschorting van de publicatie gevraagd wordt.
2. De opschorting van de publicatie van de inschrijving van een meervoudig depot kan slechts gevraagd worden voor alle tekeningen en modellen tezamen en voor éénzelfde termijn.
3. Indien de deposant, die opschorting heeft gevraagd van de publicatie van de inschrijving van een meervoudig depot, bij afloop van de termijn van opschorting aan het Bureau meedeelt, dat hij slechts publicatie wenst van een deel van de tekeningen of modellen, dient hij dit te doen onder opgave van de nummers van de tekeningen of modellen waarvan hij publicatie wenst.
4. De deposant kan te allen tijde om beëindiging van de termijn van opschorting verzoeken.
##### Regel 2.6. Verzoek tweede publicatie
De termijn bedoeld in artikel 3.11, lid 3, van het Verdrag, gedurende welke de deposant aan het Bureau een tweede publicatie van de tekening of het model kan vragen, bedraagt drie maanden te rekenen van de datum van de eerste publicatie.
##### Regel 2.7. Inschrijving
1. Het Bureau schrijft het depot in het register in door vermelding van:
- a. het nummer van de inschrijving;
- b. de datum en het nummer van het depot;
- c. de in regel 2.1 bedoelde gegevens;
- d. in voorkomend geval, het ingeroepen recht van voorrang onder vermelding van het land, de dagtekening, het nummer en de houder van het depot waarop het ingeroepen recht van voorrang steunt overeenkomstig regel 2.4 lid 1;
- e. ingeval van opschorting van de publicatie van de inschrijving, de gegevens opgenomen in regel 2.5, lid 1;
- f. de datum waarop de geldigheidsduur van de inschrijving verstrijkt;
- g. het nummer van de klasse en de onderklasse van de internationale classificatie, bedoeld in de Overeenkomst van Locarno in welke het voortbrengsel, waarin de tekening of het model is of wordt belichaamd, is gerangschikt;
- h. de datum van inschrijving.
2. Als datum van inschrijving geldt de dag waarop het Bureau vaststelt dat het depot voldoet aan alle in het Verdrag en het onderhavige reglement gestelde vereisten.
3. Het Bureau zendt de houder onverwijld een bewijs van inschrijving toe.
##### Regel 2.8. Datum inschrijving internationale depots
Als datum van inschrijving van internationale depots van tekeningen of modellen waarbij de Benelux werd aangeduid geldt de datum van de in artikel 3.11, lid 1, van het Verdrag bedoelde publicatie.
##### Regel 2.9. Inschrijving handhaving gewijzigde vorm
Een verzoek tot inschrijving van de in artikel 3.24, lid 3, van het Verdrag bedoelde verklaring van de houder of rechterlijke beslissing dient te worden ingediend bij het Bureau en dient te bevatten de naam en het adres van de houder, zijn handtekening of die van zijn gemachtigde, in voorkomend geval naam en adres van de gemachtigde of het correspondentieadres als bedoeld in regel 3.6, alsmede het nummer van de inschrijving.
##### Regel 2.10. Inschrijving vordering tot opeising en doorhaling van deze inschrijving
1. Het verzoek tot inschrijving van de vordering tot opeising bedoeld in artikel 3.7, lid 1, van het Verdrag, dient te bevatten de naam en het adres van degene die de vordering instelt, zijn handtekening of die van zijn gemachtigde en, in voorkomend geval, naam en adres van de gemachtigde of het correspondentieadres als bedoeld in regel 3.6, alsmede de naam en het adres van de houder en het nummer van de inschrijving van het Benelux- of internationaal depot van de betreffende tekening of het betreffende model.
2. De in artikel 3.7, lid 1, van het Verdrag bedoelde inschrijving van de vordering tot opeising wordt op verzoek van de meest gerede partij doorgehaald. Deze dient daartoe, hetzij een rechterlijke beslissing waartegen geen hoger beroep of cassatie meer kan worden ingesteld, hetzij een stuk waaruit blijkt dat de vordering is ingetrokken, over te leggen.
##### Regel 2.11. Vernieuwing
De vernieuwing van de inschrijving geschiedt door betaling aan het Bureau van het daartoe verschuldigde recht. Indien de houder van een meervoudig depot gebruik wil maken van de mogelijkheid die wordt geopend door artikel 3.14, lid 4, van het Verdrag, dient hij de nummers te vermelden van de tekeningen of modellen waarvan hij de vernieuwing van de inschrijving wenst.
##### Regel 2.12. Inschrijving vernieuwing
1. Het Bureau schrijft de vernieuwingen in het register in door aanpassing van de datum waarop de geldigheidsduur van de inschrijving verstrijkt.
2. Het Bureau zendt degene die het daartoe verschuldigde recht heeft betaald een bevestiging van de vernieuwing toe.
## TITEL III. Bepalingen gemeenschappelijk aan merken en tekeningen of modellen
### HOOFDSTUK 1. AANPASSINGEN VAN INSCHRIJVINGEN
##### Regel 3.1. Wijzigingen in het register
1. Ieder verzoek tot wijziging van registergegevens met betrekking tot een Benelux depot of inschrijving dient aan het Bureau te worden gericht onder vermelding van het nummer van de inschrijving, de naam en het adres van de houder van het recht, zijn handtekening of die van zijn gemachtigde en, in voorkomend geval, naam en adres van de gemachtigde of het correspondentieadres bedoeld in regel 3.6. In voorkomend geval dient het verzoek van een bewijsstuk te zijn vergezeld.
2. Indien een zodanig verzoek de inschrijving betreft van een meervoudig depot van tekeningen of modellen maar geen betrekking heeft op alle tekeningen of modellen hierin, dient het de nummers te vermelden van de tekeningen of modellen waarom het gaat. Indien de overdracht of overgang het uitsluitend recht betreft op een of meer tekeningen of modellen die deel uitmaken van een meervoudig depot, wordt dit deel van het depot voortaan beschouwd als een zelfstandig depot.
3. De doorhaling van de inschrijving van een pandrecht of een beslag wordt verricht op basis van een bewijsstuk.
4. Er kan worden volstaan met het overleggen van een kopie van de akte waaruit overdracht, andere overgang, licentie of een pandrecht, als bedoeld in de artikelen 2.33 en 3.27 van het Verdrag, blijkt. Indien het Bureau gerede twijfel heeft over de juistheid van de verzochte wijziging kan het Bureau nadere informatie verzoeken, waaronder de indiening van originele stukken of gewaarmerkte kopieën daarvan.
5. Indien bij een verzoek als bedoeld in deze regel niet is voldaan aan het in dit reglement bepaalde of indien de verschuldigde rechten of vergoedingen niet of niet volledig zijn betaald, stelt het Bureau de betrokkene hiervan onverwijld in kennis. Onverminderd het bepaalde in regel 1.18, lid 5, geeft het hem een termijn van minimaal een maand om de gebreken alsnog op te heffen. Deze termijn kan ambtshalve en zal op verzoek worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden. Indien binnen de gestelde termijn niet is voldaan aan de gestelde vereisten worden de ontvangen stukken verder buiten behandeling gelaten.
### HOOFDSTUK 2. INTERNATIONALE DEPOTS
##### Regel 3.2. Internationale depots met geldigheid in de Benelux
1. Betreffende de internationale depots ten aanzien waarvan de deposanten verzocht hebben dat zij hun werking zullen uitstrekken over het Beneluxgebied, schrijft het Bureau, onverminderd het bepaalde in de regels 1.8 en 2.8, in het register in de van het Internationaal Bureau komende kennisgevingen als bedoeld in de artikelen 2.10 en 4.4 van het Verdrag.
2. Indien een internationaal depot van een collectief merk niet vergezeld is van een reglement op het gebruik en het toezicht, wijst het Bureau de deposant onverwijld op zijn verplichting dit reglement binnen de in artikel 2.36, lid 2, van het Verdrag bedoelde termijn, over te leggen. Met betrekking tot de collectieve merken wordt in dit register melding gemaakt van het al dan niet overgelegd zijn en van de wijzigingen van het reglement op het gebruik en het toezicht.
3. Bovendien worden in het register aangetekend de gegevens betreffende nietigverklaring, vervallenverklaring en licenties, pandrecht en beslag, van tekeningen of modellen voor zover deze het Beneluxgebied betreffen.
4. Regel 3.1 is van overeenkomstige toepassing op de inschrijving van de in lid 3 bedoelde gegevens.
### HOOFDSTUK 3. ADMINISTRATIEVE BEPALINGEN
##### Regel 3.3. Talen Bureau
1. De officiële talen van het Bureau zijn het Nederlands en het Frans. De werktalen van het Bureau zijn het Nederlands, Frans en Engels.
2. Alle stukken die aan het Bureau worden overgelegd dienen in een van de werktalen te zijn gesteld. Het bepaalde in [regel 1.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.24&z=2013-10-01&g=2013-10-01) vormt hierop een uitzondering.
3. Bewijzen van een recht van voorrang, van naamswijziging, uittreksels van akten waaruit een overdracht, een andere overgang, een licentie of een pandrecht blijkt, de daarop betrekking hebbende verklaringen, de reglementen op het gebruik en het toezicht en de wijzigingen daarvan, worden eveneens aanvaard indien zij in het Duits zijn gesteld.
4. De in lid 3 genoemde stukken die in een andere taal zijn gesteld worden eveneens aanvaard indien een vertaling ervan in een van de werktalen van het Bureau of het Duits is bijgevoegd.
5. Het Bureau levert op verzoek en tegen betaling van een recht een vertaling naar een van zijn officiële talen van alle Beneluxdepots of -inschrijvingen die in het Engels luiden en die openbaar gemaakt zijn.
##### Regel 3.4. Indiening van stukken
1. De aan het Bureau of de nationale diensten over te leggen stukken, bewijsstukken en bijlagen kunnen worden ingediend met behulp van de daartoe door de Directeur-Generaal aangeduide (al dan niet elektronische) middelen. De Directeur-Generaal kan daarbij per handeling waarop de indiening betrekking heeft verschillende middelen aanduiden.
2. De in lid 1 genoemde stukken, bewijsstukken en bijlagen die niet voldoen aan het daaromtrent door de Directeur-Generaal bepaalde worden geacht niet te zijn ontvangen door het Bureau.
##### Regel 3.5. Ondertekening van stukken
Indien enig stuk, overgelegd ter inschrijving in het Benelux-register of in het register van internationale inschrijvingen gehouden bij het Internationaal Bureau, is ondertekend namens een rechtspersoon, dient daarbij de naam en de hoedanigheid van de ondertekenaar te zijn vermeld.
##### Regel 3.6. Aanstelling gemachtigde
1. Alle handelingen bij het Bureau of een nationale dienst kunnen worden verricht door tussenkomst van een vertegenwoordiger die als gemachtigde optreedt.
2. Een gemachtigde dient een woonplaats of zetel te hebben binnen de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte.
3. Alle mededelingen ten aanzien van deze handelingen worden aan de gemachtigde gericht.
4. Een ieder die binnen de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte geen zetel of woonplaats heeft noch een gemachtigde heeft aangewezen, moet aldaar een correspondentieadres aangeven.
##### Regel 3.7. Volmachten
1. Eenieder die stelt op te treden als vertegenwoordiger van een belanghebbende voor het verrichten van een handeling bij het Bureau wordt verondersteld hiertoe door belanghebbende te zijn gemachtigd.
2. Indien een vertegenwoordiger het Bureau verzoekt een registratie door te halen dient deze een daartoe strekkende volmacht in te dienen.
3. Indien het Bureau redenen heeft om te twijfelen aan de machtiging van een vertegenwoordiger, bij welke handeling dan ook, kan het verzoeken een volmacht in te dienen. De termijn hiervoor bedraagt een maand. Deze termijn zal op verzoek met een maand worden verlengd. Het uitblijven van een tijdige reactie heeft tot gevolg dat het verzoek buiten behandeling zal worden gelaten.
##### Regel 3.8. Bevestiging ontvangst van stukken
1. Het Bureau bevestigt de ontvangst van elk stuk dat bestemd is voor inschrijving in het Benelux-register of in het register van de internationale inschrijvingen gehouden bij het Internationaal Bureau.
2. Ieder stuk wordt bij ontvangst door de bevoegde instantie gedagtekend onder vermelding van uur, dag, maand en jaar van ontvangst.
3. Het Bureau registreert de verzending en ontvangst van stukken. Deze registratie vormt, behoudens tegenbewijs, het bewijs van verzending en ontvangst en van het moment waarop dit heeft plaatsgevonden.
##### Regel 3.9. Termijnen en sluitingsdagen
1. De in dit reglement bedoelde in maanden uitgedrukte termijnen beginnen te lopen vanaf de dag waarop de desbetreffende handeling plaatsvindt en verstrijken, in de betreffende maand, op de dag die overeenkomt met de dag waarop de termijnen beginnen te lopen. Indien de betreffende maand geen overeenkomende dag heeft, verstrijkt de termijn op de laatste dag van deze maand.
2. De in dit reglement bedoelde in weken uitgedrukte termijnen beginnen te lopen vanaf de dag waarop de desbetreffende handeling plaatsvindt en verstrijken, in de betreffende week, op de dag die overeenkomt met de dag waarop de termijnen beginnen te lopen.
3. Indien de dienst van de bevoegde instantie gesloten is op de laatste dag van een ingevolge het Verdrag of dit reglement in acht te nemen termijn, wordt die termijn verlengd tot het einde van de eerstvolgende dag, waarop deze dienst geopend is.
4. In geval van verstoring van de normale postbedeling in een van de Beneluxlanden gedurende minstens één van de vijf werkdagen, voorafgaand aan het einde van de termijn bedoeld in de [regels 1.3, lid 1 en 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.3&z=2013-10-01&g=2013-10-01), [1.4, lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.4&z=2013-10-01&g=2013-10-01), [2.3, lid 1 en 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&artikel=2.3&z=2013-10-01&g=2013-10-01), [2.4, lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&artikel=2.4&z=2013-10-01&g=2013-10-01), en 3.1, lid 5, en de in [hoofdstuk 3 van titel I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&z=2013-10-01&g=2013-10-01) bedoelde termijnen, zullen stukken, binnengekomen bij de terzake bevoegde instantie na afloop van de in voornoemde regels bepaalde termijnen, in behandeling genomen worden alsof ze tijdig waren ingediend bij deze instantie, mits redelijkerwijs kan aangenomen worden dat de verstoring van de normale postbedeling de oorzaak is van het na afloop van genoemde termijnen binnenkomen van die stukken.
##### Regel 3.10. Inlichtingen en afschriften
1. Het Bureau verschaft afschriften en inlichtingen op grondslag van het Benelux-register. De nationale diensten verschaffen uit naam en voor rekening van het Bureau dezelfde inlichtingen en afschriften voor zover zij daarover beschikken.
2. Het register kan worden geraadpleegd op door de Directeur-Generaal vastgestelde wijze of in de vorm van een abonnement waarvan de modaliteiten door de Directeur-Generaal worden vastgesteld.
3. De bewijsstukken van het recht van voorrang, bedoeld in [artikel 4, onder D, derde lid, van het Verdrag van Parijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004120&artikel=4)worden door het Bureau, of in voorkomend geval de nationale diensten, verschaft. Een dergelijk document kan slechts worden afgegeven, nadat conform het bepaalde in de regels 1.3, lid 1, en 2.3, lid 1, de depotdatum is vastgesteld.
##### Regel 3.11. Ter beschikking stellen formulieren
Het Bureau en de nationale diensten stellen formulieren beschikbaar voor het verrichten van die handelingen die langs niet-elektronische weg kunnen worden verricht. De Directeur-Generaal stelt het model van deze formulieren vast. Deze worden gepubliceerd op de website van het Bureau.
##### Regel 3.12. Benelux-register
1. Het Benelux-register bevat twee gedeelten:
- a. een register van Beneluxdepots;
- b. een register van internationale depots.
2. Het Benelux-register en de stukken die dienen tot bewijs van de daarin opgenomen aantekeningen kunnen kosteloos worden ingezien bij het Bureau.
3. Het Benelux-register kan eveneens kosteloos worden geraadpleegd bij de Belgische en Luxemburgse nationale diensten.
##### Regel 3.13. Publicatie
Het Bureau publiceert, conform het bepaalde in [artikel 4.4, sub b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=IV&artikel=4.4&z=2013-10-01&g=2013-10-01), van het Verdrag uitsluitend in de taal waarin de inschrijving plaatsgevonden heeft:
- a. alle ingeschreven gegevens betreffende Beneluxdepots, bedoeld in de [regels 1.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.5&z=2013-10-01&g=2013-10-01), [1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.6&z=2013-10-01&g=2013-10-01), [1.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.7&z=2013-10-01&g=2013-10-01), [1.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.9&z=2013-10-01&g=2013-10-01), [2.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&artikel=2.7&z=2013-10-01&g=2013-10-01), [2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&artikel=2.12&z=2013-10-01&g=2013-10-01) en 3.1. Bij een beperkte vernieuwing van de inschrijving van een meervoudig depot van een tekening of model zal de publicatie van de vernieuwing de nummers van de gehandhaafde tekeningen of modellen vermelden;
- b. alle ingeschreven gegevens betreffende internationale merkdepots, bedoeld in [regel 1.8 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.8&z=2013-10-01&g=2013-10-01);
- c. alle ingeschreven gegevens betreffende internationale depots van tekeningen of modellen bedoeld in [regel 3.2 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=2&artikel=3.2&z=2013-10-01&g=2013-10-01);
- d. de inschrijving van de verklaring of de rechterlijke beslissing bedoeld in [regel 2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&artikel=2.9&z=2013-10-01&g=2013-10-01);
- e. het feit van de inschrijving van de vordering tot opeising bedoeld in [regel 2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&artikel=2.10&z=2013-10-01&g=2013-10-01).
##### Regel 3.14. Nadere regels
De in [regel 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.4&z=2013-10-01&g=2013-10-01) bedoelde nadere regels van de Directeur-Generaal voor het indienen van stukken worden op de website van het Bureau gepubliceerd.
## TITEL IV. : I-DEPOT
##### Regel 4.4. i-DEPOT enveloppe bewijs
Zowel het door het Bureau retour gezonden compartiment van de i-DEPOT enveloppe als het door het Bureau bewaarde compartiment van de i-DEPOT enveloppe vormen bewijs in de zin van [artikel 4.4bis van het Verdrag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=IV&hoofdstuk=2&artikel=4.4bis&z=2013-10-01&g=2013-10-01).
##### Regel 4.5. Indiening online i-DEPOT
1. Een online i-DEPOT bestaat uit een bestand voorzien van een elektronisch mechanisme ter beveiliging en verificatie aangebracht door het Bureau, waarmee wordt gegarandeerd dat de inhoud ervan vanaf het moment van ontvangst door het Bureau niet is gewijzigd.
2. Bij indiening van een online i-DEPOT dienen naam en adres van indiener te worden vermeld.
3. Bovendien dient bij een online i-DEPOT
- a. een omschrijving te worden vermeld, of;
- b. een of meer bestanden toe te worden gevoegd, of;
- c. een combinatie van het onder a en b genoemde.
4. Het Bureau kent het online i-DEPOT een nummer toe, stelt overeenkomstig [regel 3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.8&z=2013-10-01&g=2013-10-01) het moment van ontvangst van het online i-DEPOT vast en stuurt de indiener het in lid 1 bedoelde elektronische bestand toe. Dit bestand bevat de bestanddelen genoemd in de leden 2 en 3, het nummer van het online i-DEPOT alsmede datum en tijdstip van ontvangst door het Bureau.
##### Regel 4.6. Online i-DEPOT bewijs
Het elektronisch bestand bedoeld in regel 4.5 vormt bewijs in de zin van [artikel 4.4bis van het Verdrag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=IV&hoofdstuk=2&artikel=4.4bis&z=2013-10-01&g=2013-10-01).
##### Regel 4.7. Bewaring online i-DEPOT
1. Het Bureau bewaart een online i-DEPOT gedurende een periode van vijf jaar die telkens met eenzelfde periode kan worden verlengd.
2. Twee maanden voor het verstrijken van de bewaartermijn stuurt het Bureau de indiener een herinnering en informeert over de mogelijkheid de bewaring te verlengen.
3. Verlenging van de bewaartermijn geschiedt door betaling van het daarvoor verschuldigde recht. Dit dient ten laatste twee maanden na de afloop van de bewaartermijn te zijn voldaan.
4. Het Bureau vernietigt het online i-DEPOT waarvan de bewaartermijn niet tijdig werd verlengd.
5. Gedurende de bewaarneming kan indiener het Bureau verzoeken om de toezending van het online i-DEPOT bewijsstuk op een gegevensdrager tegen betaling van het daarvoor verschuldigde recht. Met dit verzoek geeft indiener het Bureau toestemming om de inhoud van het online i-DEPOT in te zien.
6. Indiener kan het Bureau te allen tijde verzoeken de bewaring van een online i-DEPOT te beëindigen en het te vernietigen.
##### Regel 4.8. Handelingen betrekking hebbend op het online i-DEPOT
De handelingen betrekking hebbende op een online i-DEPOT kunnen uitsluitend worden verricht door gebruikmaking van het daartoe door de Directeur-Generaal aangeduide middel dat op de website van het Bureau beschikbaar wordt gesteld.
##### Regel 4.9. Termijnen
Op de in de [regels 4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=IV&artikel=4.3&z=2013-10-01&g=2013-10-01) en [4.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=IV&artikel=4.7&z=2013-10-01&g=2013-10-01) bedoelde termijnen is [regel 3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.9&z=2013-10-01&g=2013-10-01) van overeenkomstige toepassing.
## TITEL V. Rechten en vergoedingen
### HOOFDSTUK 1. ALGEMEEN
##### Regel 5.1. Vaststelling tarieven
1. Ter uitvoering van het bepaalde in [artikel 1.13, lid 1 van het Verdrag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.13&z=2013-10-01&g=2013-10-01) keert het Bureau aan de nationale diensten 20 % uit van het bedrag van de rechten, die zijn geïnd ter zake van de door hun bemiddeling verrichte handelingen.
2. De Raad van Bestuur stelt de tarieven vast. De Raad kan de vastgestelde tarieven slechts eenmaal per jaar aanpassen.
3. [Artikel 6.5 van het Verdrag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=VI&artikel=6.5&z=2013-10-01&g=2013-10-01) is van overeenkomstige toepassing op de bekendmaking van nieuwe tarieven.
##### Regel 5.2. Betaling
1. Betaling van de verschuldigde rechten en vergoedingen dient vooraf te gaan aan handelingen door het Bureau. Betaalde verschuldigde rechten en vergoedingen, worden in geen geval gerestitueerd.
2. Het Bureau verzendt na ontvangst van een verzoek waaraan rechten verbonden zijn een overzicht van de verschuldigde rechten. Aan het niet-verzenden of niet-ontvangen van dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.
3. Indien voor een handeling overeenkomstig [regel 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.4&z=2013-10-01&g=2013-10-01) zowel elektronische als niet-elektronische indiening mogelijk is en de indiener ervoor kiest om een ander middel dan een door de Directeur-Generaal voor die specifieke handeling aangeduid elektronisch middel te gebruiken, is een vergoeding voor administratiekosten verschuldigd ter hoogte van 15%, naar beneden afgerond op hele euro’s, van het recht of de rechten verschuldigd voor de desbetreffende handeling. Deze vergoeding is niet eerder verschuldigd dan nadat hierover overeenkomstig [regel 3.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.14&z=2013-10-01&g=2013-10-01) een mededeling van de Directeur-Generaal is gepubliceerd.
##### Regel 5.3. Vergoedingen incidentele handelingen
1. De rechten voor de in het Verdrag en dit reglement opgenomen handelingen bij en door het Bureau zijn die opgesomd in deze titel.
2. De vergoedingen voor handelingen bij en door het Bureau die niet zijn opgenomen in deze titel, zogenaamde incidentele handelingen, worden vastgesteld door de Directeur-Generaal.
3. De Directeur-Generaal informeert de Raad van Bestuur over de vergoedingen vastgesteld voor meer structurele handelingen. De Raad van Bestuur kan besluiten deze vergoedingen op te nemen in deze titel.
### HOOFDSTUK 2. MERKEN
##### Regel 5.4. Rechten depot, oppositie, vernieuwing, wijzigingen
| a.basisrecht individueel merk, tot drie klassen ([regel 1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.1&z=2013-10-01&g=2013-10-01)) | 240 |
| --- | --- |
| b. basisrecht collectief merk, tot drie klassen ([regel 1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.2&z=2013-10-01&g=2013-10-01)) | 373 |
| c. aanvullend recht voor iedere klasse boven de derde | 37 |
| d. aanvullend recht voor spoedinschrijving, tot drie klassen ([regel 1.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.7&z=2013-10-01&g=2013-10-01)) | 193 |
| e. aanvullend recht voor spoedinschrijving per klasse boven de derde | 30 |
| f. aanvullend recht voor de beschrijving van onderscheidende elementen ([regel 1.1, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.7&z=2013-10-01&g=2013-10-01)) | 39 |
| g. inschrijving verklaring van een recht van voorrang ([regel 1.4, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.4&z=2013-10-01&g=2013-10-01)) | 15 |
| a. basisrecht oppositie | 1.000 |
| --- | --- |
| b. aanvullend recht per ingeroepen recht boven het derde | 100 |
| c. opschorting op verzoek en verlenging daarvan voor aanvang procedure (maximaal drie maal) ([regel 1.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.26&z=2013-10-01&g=2013-10-01)) | gratis |
| d. opschorting op verzoek en verlenging daarvan in overige gevallen, per vier maanden ([regel 1.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.26&z=2013-10-01&g=2013-10-01)) | 150 |
| e. vertaling van argumenten ([regel 1.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.21&z=2013-10-01&g=2013-10-01)) eerste vier pagina’s* iedere pagina* of deel daarvan, boven de vierde | gratis 55 |
| f. vertaling van beslissing, per pagina* of deel daarvan ([regel 1.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.21&z=2013-10-01&g=2013-10-01)) | 45 |
* pagina: maximaal 30 regels met maximaal 80 karakters.
| a. basisrecht individueel merk, tot drie klassen | 260 |
| --- | --- |
| b. basisrecht collectief merk, tot drie klassen | 474 |
| c. aanvullend recht voor iedere klasse boven de derde | 46 |
| d. extra-recht voor vernieuwing binnen zes maanden na vervaldatum ([artikel 2.9 lid 4 Verdrag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.9&z=2013-10-01&g=2013-10-01)) | 129 |
| a. overdracht of overgang, licentie, pandrecht of beslag | |
| --- | --- |
| eerste merk | 54 |
| tweede tot en met vijfde merk | 27 |
| elk volgend merk | gratis |
| b. aantekening waren- en dienstenbeperking | 44 |
| c. wijziging van gemachtigde, inbegrepen diens aanwijzing na inschrijving van het depot | |
| eerste merk | 22 |
| tweede tot en met vijfde merk van dezelfde houder | 11 |
| elk volgend merk van dezelfde houder | gratis |
| tweede tot en met vijfde merk van verschillende houders | 11 |
| elk volgend merk van verschillende houders | 2 |
| d. wijziging naam en/of adres van een merkhouder, gemachtigde of licentiehouder | gratis |
| e. herstel van aan de houder te wijten schrijffouten na inschrijving | |
| eerste merk | 18 |
| elk volgend merk | 9 |
##### Regel 5.5. Overige vergoedingen (merken)
| a. basisvergoeding onderzoek, tot drie klassen | 150 |
| --- | --- |
| b. aanvullende vergoeding voor iedere klasse boven de derde | 20 |
| a. basisvergoeding abonnement, tot drie klassen | 50 |
| --- | --- |
| b. aanvullende vergoeding voor iedere klasse boven de derde | 8 |
| a. niet gewaarmerkt, per inschrijving | 4 |
| --- | --- |
| b. niet gewaarmerkt, overige per bladzijde | 5 |
| c. gewaarmerkt, per inschrijving | 15 |
| d. gewaarmerkt, overige per bladzijde | 17 |
| e. bewijzen van voorrang (regel 3.10) | 15 |
| a. minder dan een uur | 23 |
| --- | --- |
| b. langer dan een uur, per uur | 55 |
0,20/ woord
##### Regel 5.6. Doorzending internationale en gemeenschapsmerken
| 1. Internationaal merk; indiening aanvraag inschrijving of vernieuwing | 80 |
| --- | --- |
| a. indiening aanvraag | 80 |
| --- | --- |
| b. indien de verzendkosten meer dan € 25,– bedragen | verzendkosten |
##### Regel 5.7. Individuele rechten internationale merken
Het bedrag van de individuele rechten zoals bedoeld in [artikel 8, 7), a) van het Protocol van Madrid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003002&artikel=8) is als volgt:
| a. basisrecht individueel merk, tot drie klassen | 159 |
| --- | --- |
| b. basisrecht collectief merk, tot drie klassen | 227 |
| c. aanvullend recht voor iedere klasse boven de derde | 16 |
| a. basisrecht individueel merk, tot drie klassen | 260 |
| --- | --- |
| b. basisrecht collectief merk, tot drie klassen | 474 |
| c. aanvullend recht voor iedere klasse boven de derde | 46 |
### HOOFDSTUK 3. TEKENINGEN OF MODELLEN
##### Regel 5.8. Rechten depot, vernieuwing, wijzigingen
| a. enkelvoudig depot | 108 |
| --- | --- |
| b. publicatie per afbeelding | 10 |
| c. publicatie beschrijving kenmerkende eigenschappen | 40 |
| a. depot eerste tekening of model | 108 |
| --- | --- |
| b. tweede t/m tiende tekening of model, per tekening of model | 54 |
| c. elfde t/m twintigste tekening of model, per tekening of model | 27 |
| d. eenentwintigste t/m vijftigste tekening of model, per tekening of model | 22 |
| e. publicatie per afbeelding | 10 |
| f. publicatie beschrijving kenmerkende eigenschappen, per tekening of model | 40 |
| 3. Opschorting publicatie ([regel 2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&artikel=2.5&z=2013-10-01&g=2013-10-01)) | 39 |
| --- | --- |
| 4. Inschrijving verklaring recht van voorrang ([regel 2.4 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&artikel=2.4&z=2013-10-01&g=2013-10-01)) | 12 |
| --- | --- |
| 5. Vernieuwing enkelvoudige inschrijving ([regel 2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&artikel=2.11&z=2013-10-01&g=2013-10-01)) | 95 |
| --- | --- |
| a. vernieuwing eerste tekening of model | 95 |
| --- | --- |
| b. tweede t/m tiende tekening of model, per tekening of model | 48 |
| c. elfde t/m twintigste tekening of model, per tekening of model | 24 |
| d. eenentwintigste t/m vijftigste tekening of model, per tekening of model | 20 |
| 7. Extra-recht voor vernieuwing binnen zes maanden na vervaldatum ([artikel 3.14 lid 3 Verdrag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=2&artikel=3.14&z=2013-10-01&g=2013-10-01)) | 12 |
| --- | --- |
| a. overdracht of overgang, licentie, pandrecht of beslag | |
| --- | --- |
| eerste tekening of model | 24 |
| elke volgende tekening of model | 12 |
| b. wijziging van gemachtigde, inbegrepen diens aanwijzing na inschrijving van het depot | |
| eerste tekening of model | 9 |
| elke volgende tekening of model | 5 |
| c. wijziging naam en/of adres van een modelhouder, gemachtigde of licentiehouder | gratis |
| d. herstel van aan de houder te wijten schrijffouten na inschrijving | |
| eerste tekening of model | 9 |
| elke volgende tekening of model | 5 |
| e. inschrijving vordering tot opeising (regel 2.10) | 12 |
##### Regel 5.9. Overige vergoedingen (tekeningen of modellen)
| a. niet gewaarmerkt, per inschrijving | 4 |
| --- | --- |
| b. niet gewaarmerkt, overige per bladzijde | 2 |
| c. gewaarmerkt, per inschrijving | 18 |
| d. gewaarmerkt, overige per bladzijde | 5 |
| e. bewijzen van voorrang (regel 3.10) | 12 |
| minder dan een uur | 17 |
| --- | --- |
| langer dan een uur, per uur | 30 |
| binnen het Beneluxgebied, losse aflevering | 8 |
| --- | --- |
| binnen het Beneluxgebied, jaarjabonnement | 79 |
| buiten het Beneluxgebied, losse aflevering | 9 |
| buiten het Beneluxgebied, jaarjabonnement | 87 |
0,20/ woord
##### Regel 5.10. Wijzigingen internationale modellen
| a. eerste tekening of model | 24 |
| --- | --- |
| b. elke volgende tekening of model | 12 |
##### Regel 5.11. Doorzending gemeenschapsmodel
| a. indiening aanvraag (artikel 35 lid 2 Gemeenschapsmodellenverordening) | 71 |
| --- | --- |
| b. indien de verzendkosten meer dan € 25,– bedragen | verzendkosten |
### HOOFDSTUK 4. OVERIGE DIENSTEN
##### Regel 5.12. i-DEPOT
1. i-DEPOT enveloppe:
- a. vijf jaar bewaartermijn: € 45;
- b. tien jaar bewaartermijn: € 65;
- c. vijf jaar verlenging bewaartermijn: € 45.
2. Online i-DEPOT
- a. indiening en bewaartermijn van vijf jaar: € 35;
- b. vijf jaar verlenging bewaartermijn: € 25;
- c. reproductie: € 15.
3. i-DEPOT account
- a. activeren account: € 350;
- b. 20 credits: € 100;
- c. 50 credits: € 225;
- d. 100 credits: € 400;
- e. 250 credits: € 875;
- f. 500 credits: € 1.250.
4. Tarieven online i-DEPOT in credits (enkel voor accounts)
- a.
- 1. Indienen en bewaring gedurende vijf jaar i-DEPOT tussen 0 – 10 Mb: 1 credit
- 2. Indienen en bewaring gedurende vijf jaar i-DEPOT tussen 10 – 50 Mb: 2 credits
- 3. Indienen en bewaring gedurende vijf jaar i-DEPOT tussen 50 – 100 Mb: 3 credits
- b. vijf jaar verlenging bewaartermijn: 1 credit
- c. reproductie: 3 credits
5. Tarieven voor i-DEPOTs ingediend door tussenkomst van tussenpersonen
| a. | aanmelding als tussenpersoon | 350 |
| --- | --- | --- |
| b. | i-DEPOT envelop, vijf jaar bewaartermijn | 35 |
| c. | i-DEPOT envelop, tien jaar bewaartermijn | 50 |
| d. | online i-DEPOT | 25 |
TEN BLIJKE WAARVAN de Gevolmachtigden dit verdrag hebben ondertekend en voorzien van hun zegel.
GEDAAN te Den Haag op 25 februari 2005, in drievoud, in de Nederlandse en in de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.
2012-03-01
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2012-01-01
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2010-09-30
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2009-10-01
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2009-04-17
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2007-02-01
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2006-09-01
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2005-02-25
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2005-02-25
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekening
original version
Tekst op deze datum