Wijzigingsgeschiedenis

Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen)

18 versions · 2021-09-02
2021-09-02
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2021-05-06
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2020-01-01
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2019-03-01
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2019-01-01
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2018-06-01
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen

Wijzigingen op 2018-06-01

@@ -176,7 +176,7 @@
##### Artikel 1.15. Benelux-Gerechtshof
Het Benelux-Gerechtshof als bedoeld in [artikel 1 van het Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004117&artikel=1), neemt kennis van de vragen van uitlegging van dit verdrag en het uitvoeringsreglement, met uitzondering van vragen van uitlegging betreffende het in [artikel 1.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.6&z=2018-01-01&g=2018-01-01), bedoelde protocol inzake voorrechten en immuniteiten.
Het Benelux-Gerechtshof als bedoeld in [artikel 1 van het Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004117&artikel=1), neemt kennis van de vragen van uitlegging van dit verdrag en het uitvoeringsreglement, met uitzondering van vragen van uitlegging betreffende het in [artikel 1.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01), bedoelde protocol inzake voorrechten en immuniteiten.
##### Artikel 1.16. Toepassing
@@ -262,9 +262,9 @@
##### Artikel 2.8. Inschrijving
1. Onverminderd de toepassing van de artikelen 2.11, 2.14 en 2.16 wordt het gedeponeerde merk, indien aan de in het uitvoeringsreglement gestelde vereisten is voldaan, voor de door de deposant vermelde waren of diensten ingeschreven. Aan de merkhouder wordt een bewijs van inschrijving verstrekt.
2. De deposant kan, indien aan alle in artikel 2.5 bedoelde vereisten is voldaan, het Bureau verzoeken, overeenkomstig de bepalingen van het uitvoeringsreglement, om onverwijld tot inschrijving van het depot over te gaan. Op de aldus ingeschreven merken zijn de artikelen 2.11, 2.12, 2.14, 2.16 en 2.17 van toepassing, met dien verstande dat het Bureau bevoegd is tot de doorhaling van de inschrijving te besluiten en de merkhouder in beroep kan verzoeken om handhaving van de inschrijving.
1. Onverminderd de toepassing van de [artikelen 2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=3&artikel=2.11&z=2018-06-01&g=2018-06-01), [2.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.14&z=2018-06-01&g=2018-06-01) en [2.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.16&z=2018-06-01&g=2018-06-01) wordt het gedeponeerde merk, indien aan de in het uitvoeringsreglement gestelde vereisten is voldaan, voor de door de deposant vermelde waren of diensten ingeschreven. Aan de merkhouder wordt een bewijs van inschrijving verstrekt.
2. De deposant kan, indien aan alle in [artikel 2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.5&z=2018-06-01&g=2018-06-01) bedoelde vereisten is voldaan, het Bureau verzoeken, overeenkomstig de bepalingen van het uitvoeringsreglement, om onverwijld tot inschrijving van het depot over te gaan. Op de aldus ingeschreven merken zijn de [artikelen 2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=3&artikel=2.11&z=2018-06-01&g=2018-06-01), [2.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.14&z=2018-06-01&g=2018-06-01) en [2.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.16&z=2018-06-01&g=2018-06-01) van toepassing, met dien verstande dat het Bureau bevoegd is tot de doorhaling van de inschrijving te besluiten.
##### Artikel 2.9. Geldigheidsduur en vernieuwing
@@ -286,9 +286,9 @@
1. De internationale depots van merken geschieden volgens de bepalingen van de [Overeenkomst van Madrid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005273) en het Protocol van Madrid. De nationale rechten, bedoeld in [artikel 8, onder (1), van de Overeenkomst van Madrid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005273&artikel=8) en het [Protocol van Madrid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003002), alsmede de rechten bedoeld in [artikel 8, onder 7 (a), van het Protocol van Madrid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003002&artikel=8), worden bij uitvoeringsreglement bepaald.
2. Onverminderd de toepassing van de artikelen 2.13 en 2.18 schrijft het Bureau de internationale depots in ten aanzien waarvan is verzocht de bescherming uit te strekken tot het Benelux-gebied.
3. De deposant kan het Bureau verzoeken, overeenkomstig de bepalingen van het uitvoeringsreglement, om onverwijld tot inschrijving over te gaan. Op de aldus ingeschreven merken zijn de artikelen 2.11, 2.12, 2.14, 2.16 en 2.17 van toepassing, met dien verstande dat het Bureau bevoegd is tot de doorhaling van de inschrijving te besluiten, en de merkhouder in beroep kan verzoeken om handhaving van de inschrijving.
2. Onverminderd de toepassing van de [artikelen 2.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=3&artikel=2.13&z=2018-06-01&g=2018-06-01) en [2.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.18&z=2018-06-01&g=2018-06-01) schrijft het Bureau de internationale depots in ten aanzien waarvan is verzocht de bescherming uit te strekken tot het Benelux-gebied.
3. De deposant kan het Bureau verzoeken, overeenkomstig de bepalingen van het uitvoeringsreglement, om onverwijld tot inschrijving over te gaan. Op de aldus ingeschreven merken zijn de [artikelen 2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=3&artikel=2.11&z=2018-06-01&g=2018-06-01), [2.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.14&z=2018-06-01&g=2018-06-01) en [2.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.16&z=2018-06-01&g=2018-06-01) van toepassing, met dien verstande dat het Bureau bevoegd is tot de doorhaling van de inschrijving te besluiten.
### HOOFDSTUK 3. TOETSING OP ABSOLUTE GRONDEN
@@ -296,7 +296,7 @@
1. Het Bureau weigert een merk in te schrijven indien naar zijn oordeel:
- a. het teken geen merk kan vormen in de zin van artikel 2.1, lid 1 en 2;
- a. het teken geen merk kan vormen in de zin van [artikel 2.1, lid 1 en 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=1&artikel=2.1&z=2018-06-01&g=2018-06-01);
- b. het merk elk onderscheidend vermogen mist;
@@ -304,35 +304,25 @@
- d. het merk uitsluitend bestaat uit tekens of benamingen die in het normale taalgebruik of in het bonafide handelsverkeer gebruikelijk zijn geworden;
- e. het een merk betreft als bedoeld in artikel 2.4, sub a, b of g.
- e. het een merk betreft als bedoeld in [artikel 2.4, sub a, b of g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=1&artikel=2.4&z=2018-06-01&g=2018-06-01).
2. De weigering om tot inschrijving over te gaan moet het teken dat een merk vormt in zijn geheel betreffen. Zij kan tot een of meer van de waren of diensten waarvoor het merk bestemd is worden beperkt.
3. Het Bureau geeft van zijn voornemen de inschrijving geheel of gedeeltelijk te weigeren, onder opgave van redenen, onverwijld schriftelijk kennis aan de deposant en stelt hem in de gelegenheid hierop binnen een bij uitvoeringsreglement gestelde termijn te antwoorden.
4. Indien de bezwaren van het Bureau tegen de inschrijving niet binnen de gestelde termijn zijn opgeheven, wordt de inschrijving van het merk geheel of gedeeltelijk geweigerd. Van de weigering geeft het Bureau onder opgave van redenen onverwijld schriftelijk kennis aan de deposant, onder vermelding van het in artikel 2.12 genoemde rechtsmiddel tegen die beslissing.
5. De weigering wordt eerst definitief nadat de beslissing niet meer vatbaar is voor beroep, dan wel in voorkomend geval nadat de beslissing van de appèlrechter niet langer vatbaar is voor voorziening in cassatie.
4. Indien de bezwaren van het Bureau tegen de inschrijving niet binnen de gestelde termijn zijn opgeheven, wordt de inschrijving van het merk geheel of gedeeltelijk geweigerd. Van de weigering geeft het Bureau onder opgave van redenen onverwijld schriftelijk kennis aan de deposant, onder vermelding van het in [artikel 1.15bis](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.15bis&z=2018-06-01&g=2018-06-01) genoemde rechtsmiddel tegen die beslissing.
5. De weigering wordt eerst definitief nadat de beslissing niet meer vatbaar is voor enig rechtsmiddel.
##### Artikel 2.12. Beroep tegen de weigering
1. De deposant kan zich binnen twee maanden na de kennisgeving bedoeld in artikel 2.11, lid 4, bij verzoekschrift wenden tot het Hof van Beroep te Brussel, het Gerechtshof te 's-Gravenhage of het Cour d'appel te Luxemburg teneinde een bevel tot inschrijving van het merk te verkrijgen.
2. In het kader van deze procedure kan het Bureau vertegenwoordigd worden door een daartoe aangewezen personeelslid.
3. Het territoriaal bevoegde hof wordt bepaald door het bij het depot vermelde adres van de deposant of zijn gemachtigde dan wel het bij het depot opgegeven correspondentieadres. Indien noch de deposant, noch diens gemachtigde een adres of een correspondentieadres binnen het Benelux-gebied heeft, dan is het bevoegde hof het hof dat gekozen wordt door de deposant.
4. Tegen de beslissing van de appèlrechter staat voorziening in cassatie open, deze heeft opschortende werking.
Vervallen
##### Artikel 2.13. Weigering op absolute gronden van internationale depots
1. Artikel 2.11, lid 1 en 2, is van overeenkomstige toepassing op internationale depots.
2. Het Bureau geeft van zijn voornemen de inschrijving te weigeren, onder opgave van redenen, zo spoedig mogelijk schriftelijk kennis aan het Internationaal Bureau door middel van een voorlopige gehele of gedeeltelijke weigering van bescherming van het merk en stelt de deposant daarbij in de gelegenheid hierop te antwoorden overeenkomstig het bepaalde bij uitvoeringsreglement. Artikel 2.11, lid 4, is van overeenkomstige toepassing.
3. Artikel 2.12 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het territoriaal bevoegde hof wordt bepaald door het adres van de gemachtigde of door het correspondentieadres. Indien geen van beide adressen zich binnen het Benelux-gebied bevindt dan is het bevoegde hof het hof dat gekozen wordt door de deposant.
4. Van de beslissing waartegen geen beroep meer openstaat geeft het Bureau schriftelijk, onder opgave van redenen, onverwijld kennis aan het Internationaal Bureau.
1. [Artikel 2.11, lid 1 en 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=3&artikel=2.11&z=2018-06-01&g=2018-06-01), is van overeenkomstige toepassing op internationale depots.
2. Het Bureau geeft van zijn voornemen de inschrijving te weigeren, onder opgave van redenen, zo spoedig mogelijk schriftelijk kennis aan het Internationaal Bureau door middel van een voorlopige gehele of gedeeltelijke weigering van bescherming van het merk en stelt de deposant daarbij in de gelegenheid hierop te antwoorden overeenkomstig het bepaalde bij uitvoeringsreglement. [Artikel 2.11, lid 4 en 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=3&artikel=2.11&z=2018-06-01&g=2018-06-01), is van overeenkomstige toepassing.
### HOOFDSTUK 4. OPPOSITIE
@@ -340,7 +330,7 @@
1. De deposant of houder van een ouder merk kan, binnen een termijn van twee maanden, te rekenen vanaf de publicatie van het depot, schriftelijk oppositie instellen bij het Bureau tegen een merk dat:
- a. in rangorde na het zijne komt, overeenkomstig de bepalingen in artikel 2.3, sub a en b, of
- a. in rangorde na het zijne komt, overeenkomstig [artikel 2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=1&artikel=2.3&z=2018-06-01&g=2018-06-01), of
- b. verwarring kan stichten met zijn algemeen bekend merk in de zin van [artikel 6**bis** van het Verdrag van Parijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004120&artikel=6bis).
@@ -360,13 +350,23 @@
2. De oppositieprocedure wordt opgeschort:
- a. wanneer de oppositie op een merkdepot berust;
- b. wanneer een vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring is ingesteld;
- c. tijdens de duur van de weigeringsprocedure op absolute gronden;
- d. op gezamenlijk verzoek van partijen.
- a. wanneer het oudere merk:
- i. nog niet is ingeschreven;
- ii. onverwijld is ingeschreven overeenkomstig [artikel 2.8, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.8&z=2018-06-01&g=2018-06-01), en het voorwerp is van een weigeringsprocedure op absolute gronden of een oppositie;
- iii. het voorwerp is van een vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring;
- b. wanneer het betwiste merk:
- i. het voorwerp is van een weigeringsprocedure op absolute gronden;
- ii. onverwijld is ingeschreven overeenkomstig [artikel 2.8, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.8&z=2018-06-01&g=2018-06-01), en het voorwerp is van een gerechtelijke vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring;
- c. op gezamenlijk verzoek van partijen;
- d. indien de opschorting om andere redenen passend is.
3. De oppositieprocedure wordt afgesloten:
@@ -378,25 +378,19 @@
- d. wanneer het oudere merk niet meer geldig is. In deze gevallen wordt een deel van de betaalde rechten gerestitueerd.
4. Nadat het onderzoek van de oppositie is beëindigd, neemt het Bureau zo spoedig mogelijk een beslissing. Indien de oppositie gegrond bevonden wordt, weigert het Bureau het merk geheel of gedeeltelijk in te schrijven. In het tegengestelde geval wordt de oppositie afgewezen. De beslissing van het Bureau wordt eerst definitief nadat deze niet meer vatbaar is voor beroep, dan wel in voorkomend geval nadat de beslissing van de appèlrechter niet meer vatbaar is voor voorziening in cassatie.
4. Nadat het onderzoek van de oppositie is beëindigd, neemt het Bureau zo spoedig mogelijk een beslissing. Indien de oppositie gegrond bevonden wordt, weigert het Bureau het merk geheel of gedeeltelijk in te schrijven. In het tegengestelde geval wordt de oppositie afgewezen. Van de beslissing geeft het Bureau onverwijld schriftelijk kennis aan de partijen, onder vermelding van het in [artikel 1.15bis](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.15bis&z=2018-06-01&g=2018-06-01) genoemde rechtsmiddel tegen die beslissing. De beslissing van het Bureau wordt eerst definitief nadat ze niet meer vatbaar is voor enig rechtsmiddel. Het Bureau is geen partij bij een beroep tegen zijn beslissing.
5. De in het ongelijk gestelde partij wordt in de kosten verwezen. Deze worden vastgesteld conform het bepaalde in het uitvoeringsreglement. De kosten zijn niet verschuldigd indien de oppositie gedeeltelijk toegewezen wordt. De beslissing van het Bureau tot vaststelling van de kosten vormt executoriale titel; de gedwongen tenuitvoerlegging geschiedt volgens de bepalingen die van kracht zijn in de staat van executie.
##### Artikel 2.17. Beroep
1. Binnen twee maanden nadat over de oppositie uitspraak is gedaan overeenkomstig artikel 2.16, lid 4, kunnen partijen zich bij verzoekschrift wenden tot het Hof van Beroep te Brussel, het Gerechtshof te 's-Gravenhage of het Cour d'appel te Luxemburg teneinde een bevel tot vernietiging van de beslissing van het Bureau te verkrijgen.
2. Het territoriaal bevoegde hof wordt bepaald door het adres van de oorspronkelijke verweerder, het adres van zijn gemachtigde dan wel het bij het depot opgegeven correspondentieadres. Indien geen van die adressen in het Benelux-gebied gelegen is, wordt het territoriaal bevoegde hof bepaald door het adres van de opposant of zijn gemachtigde. Indien noch de opposant noch diens gemachtigde een adres of correspondentieadres binnen het Benelux-gebied hebben, dan is het bevoegde hof het hof dat gekozen is door de partij die het beroep instelt.
3. Tegen de beslissing van de appèlrechter staat voorziening in cassatie open, deze heeft opschortende werking.
Vervallen
##### Artikel 2.18. Oppositie tegen internationale depots
1. Tegen een internationaal depot waarvan is verzocht de bescherming uit te strekken tot het Benelux-gebied kan binnen een termijn van twee maanden, te rekenen vanaf de publicatie door het Internationaal Bureau, oppositie worden ingesteld bij het Bureau. De artikelen 2.14 en 2.16 zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Het Bureau geeft onverwijld schriftelijk kennis aan het Internationaal Bureau van de ingediende oppositie onder vermelding van het bepaalde in de artikelen 2.14 tot en met 2.17 evenals de daarop betrekking hebbende bepalingen uit het uitvoeringsreglement.
3. Van de beslissing waartegen geen beroep meer openstaat geeft het Bureau schriftelijk, onder opgave van redenen, onverwijld kennis aan het Internationaal Bureau.
1. Tegen een internationaal depot waarvan is verzocht de bescherming uit te strekken tot het Benelux-gebied kan binnen een termijn van twee maanden, te rekenen vanaf de publicatie door het Internationaal Bureau, oppositie worden ingesteld bij het Bureau. De [artikelen 2.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.14&z=2018-06-01&g=2018-06-01) en [2.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.16&z=2018-06-01&g=2018-06-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Het Bureau geeft onverwijld schriftelijk kennis aan het Internationaal Bureau van de ingediende oppositie onder vermelding van het bepaalde in de artikelen 2.14 tot en met 2.16 evenals de daarop betrekking hebbende bepalingen uit het uitvoeringsreglement.
### HOOFDSTUK 5. RECHTEN VAN DE HOUDER
@@ -534,21 +528,21 @@
- c. het gebruik van het merk door een derde met toestemming van de merkhouder.
##### Artikel 2.27. Inroepen van het verval
1. Iedere belanghebbende kan het verval van het merkrecht inroepen in de gevallen vermeld in artikel 2.26, lid 2.
2. Het verval van een merkrecht op grond van artikel 2.26, lid 2, sub a, kan niet meer worden ingeroepen, wanneer het merk in de periode tussen het verstrijken van de periode van vijf jaren en de instelling van de vordering tot vervallenverklaring voor het eerst of opnieuw normaal is gebruikt. Begin van gebruik of hernieuwd gebruik binnen drie maanden voorafgaand aan de instelling van de vordering tot vervallenverklaring wordt echter niet in aanmerking genomen, indien de voorbereiding van het begin van gebruik of van hernieuwd gebruik pas wordt getroffen nadat de merkhouder er kennis van heeft genomen dat een vordering tot vervallenverklaring zou kunnen worden ingesteld.
3. De houder van het merkrecht ten aanzien waarvan het verval ingevolge lid 2 niet meer kan worden ingeroepen, kan zich niet ingevolge 2.20, lid 1, sub a, b en c, verzetten tegen gebruik van een merk waarvan het depot is verricht tijdens de periode waarin het oudere merkrecht vervallen kon worden verklaard op grond van artikel 2.26, lid 2, sub a.
4. De houder van het merkrecht ten aanzien waarvan het verval ingevolge lid 2 niet meer kan worden ingeroepen, kan niet overeenkomstig het in artikel 2.28, lid 3, bepaalde de nietigheid inroepen van de inschrijving van een merk, waarvan het depot is verricht tijdens de periode waarin het oudere merkrecht vervallen kon worden verklaard op grond van artikel 2.26, lid 2, sub a.
##### Artikel 2.28. Inroepen van de nietigheid
##### Artikel 2.27. Inroepen van het verval bij de rechter
1. Iedere belanghebbende kan het verval van het merkrecht inroepen in de gevallen vermeld in [artikel 2.26, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6&artikel=2.26&z=2018-06-01&g=2018-06-01).
2. Het verval van een merkrecht op grond van [artikel 2.26, lid 2, sub a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6&artikel=2.26&z=2018-06-01&g=2018-06-01), kan niet meer worden ingeroepen, wanneer het merk in de periode tussen het verstrijken van de periode van vijf jaren en de instelling van de vordering tot vervallenverklaring voor het eerst of opnieuw normaal is gebruikt. Begin van gebruik of hernieuwd gebruik binnen drie maanden voorafgaand aan de instelling van de vordering tot vervallenverklaring wordt echter niet in aanmerking genomen, indien de voorbereiding van het begin van gebruik of van hernieuwd gebruik pas wordt getroffen nadat de merkhouder er kennis van heeft genomen dat een vordering tot vervallenverklaring zou kunnen worden ingesteld.
3. De houder van het merkrecht ten aanzien waarvan het verval ingevolge lid 2 niet meer kan worden ingeroepen, kan zich niet ingevolge [2.20, lid 1, sub a, b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=5&artikel=2.20&z=2018-06-01&g=2018-06-01), verzetten tegen gebruik van een merk waarvan het depot is verricht tijdens de periode waarin het oudere merkrecht vervallen kon worden verklaard op grond van [artikel 2.26, lid 2, sub a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6&artikel=2.26&z=2018-06-01&g=2018-06-01).
4. De houder van het merkrecht ten aanzien waarvan het verval ingevolge lid 2 niet meer kan worden ingeroepen, kan niet overeenkomstig het in [artikel 2.28, lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6&artikel=2.28&z=2018-06-01&g=2018-06-01), bepaalde de nietigheid inroepen van de inschrijving van een merk, waarvan het depot is verricht tijdens de periode waarin het oudere merkrecht vervallen kon worden verklaard op grond van [artikel 2.26, lid 2, sub a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6&artikel=2.26&z=2018-06-01&g=2018-06-01).
##### Artikel 2.28. Inroepen van de nietigheid bij de rechter
1. Iedere belanghebbende, met inbegrip van het Openbaar Ministerie, kan de nietigheid inroepen:
- a. van de inschrijving van het teken dat geen merk kan vormen in de zin van artikel 2.1, lid 1 en 2;
- a. van de inschrijving van het teken dat geen merk kan vormen in de zin van [artikel 2.1, lid 1 en 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=1&artikel=2.1&z=2018-06-01&g=2018-06-01);
- b. van de inschrijving van het merk dat elk onderscheidend vermogen mist;
@@ -556,17 +550,17 @@
- d. van de inschrijving van het merk dat uitsluitend bestaat uit tekens of benamingen die in het normale taalgebruik of in het bonafide handelsverkeer gebruikelijk zijn geworden;
- e. van de inschrijving van het merk waarvoor krachtens artikel 2.4, sub a, b en g, geen merkrecht wordt verkregen.
- f. van de inschrijving van het merk waarvoor krachtens artikel 2.4, sub c, geen merkrecht wordt verkregen op voorwaarde dat de nietigheid wordt ingeroepen binnen een termijn van vijf jaren, te rekenen van de datum van inschrijving.
- e. van de inschrijving van het merk waarvoor krachtens [artikel 2.4, sub a, b en g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=1&artikel=2.4&z=2018-06-01&g=2018-06-01), geen merkrecht wordt verkregen.
- f. van de inschrijving van het merk waarvoor krachtens [artikel 2.4, sub c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=1&artikel=2.4&z=2018-06-01&g=2018-06-01), geen merkrecht wordt verkregen op voorwaarde dat de nietigheid wordt ingeroepen binnen een termijn van vijf jaren, te rekenen van de datum van inschrijving.
2. De rechter kan oordelen dat de merken zoals bedoeld in lid 1, sub b, c en d, na inschrijving door gebruik onderscheidend vermogen hebben verkregen.
3. Wanneer de houder van de eerdere inschrijving of de in artikel 2.4, sub d, e en f bedoelde derde aan het geding deelneemt, kan iedere belanghebbende de nietigheid inroepen:
3. Wanneer de houder van de eerdere inschrijving of de in [artikel 2.4, sub d, e en f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=1&artikel=2.4&z=2018-06-01&g=2018-06-01) bedoelde derde aan het geding deelneemt, kan iedere belanghebbende de nietigheid inroepen:
- a. van de inschrijving van het merk waarvan het depot in rangorde na het depot van een overeenstemmend merk komt, overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.3;
- b. van de inschrijving van het merk waarvoor krachtens artikel 2.4, sub d, e en f, geen merkrecht wordt verkregen; de nietigheid op grond van artikel 2.4, sub d, moet worden ingeroepen binnen een termijn van drie jaren, te rekenen van de datum waarop de geldigheidsduur der eerdere inschrijving verstrijkt; de nietigheid op grond van artikel 2.4, sub e en f moet worden ingeroepen binnen een termijn van vijf jaren, te rekenen van de datum van inschrijving. Deze termijn van vijf jaren is niet van toepassing op inschrijvingen van merken als bedoeld in artikel 2.4, sub e, welke te kwader trouw zijn gedeponeerd.
- b. van de inschrijving van het merk waarvoor krachtens [artikel 2.4, sub d, e en f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=1&artikel=2.4&z=2018-06-01&g=2018-06-01), geen merkrecht wordt verkregen; de nietigheid op grond van artikel 2.4, sub d, moet worden ingeroepen binnen een termijn van drie jaren, te rekenen van de datum waarop de geldigheidsduur der eerdere inschrijving verstrijkt; de nietigheid op grond van artikel 2.4, sub e en f moet worden ingeroepen binnen een termijn van vijf jaren, te rekenen van de datum van inschrijving. Deze termijn van vijf jaren is niet van toepassing op inschrijvingen van merken als bedoeld in artikel 2.4, sub e, welke te kwader trouw zijn gedeponeerd.
4. Wordt het geding tot nietigverklaring door het Openbaar Ministerie aanhangig gemaakt, dan zijn in de in lid 1 vermelde gevallen alleen de rechter te Brussel, 's-Gravenhage en te Luxemburg bevoegd. Het aanhangig maken van het geding door het Openbaar Ministerie schorst ieder ander op dezelfde grondslag ingesteld geding.
@@ -696,7 +690,7 @@
## TITEL III. TEKENINGEN OF MODELLEN
### HOOFDSTUK 1. Tekeningen of modellen
### HOOFDSTUK 9. BEPALINGEN INZAKE GEMEENSCHAPSMERKEN
##### Artikel 3.1. Tekeningen of modellen
@@ -716,7 +710,7 @@
- b. de uiterlijke kenmerken van een voortbrengsel die noodzakelijkerwijs in precies dezelfde vorm en afmetingen gereproduceerd moeten worden om het voortbrengsel waarin de tekening of het model verwerkt is of waarop het toegepast is, mechanisch met een ander voortbrengsel te kunnen verbinden of om het in, rond of tegen een ander voortbrengsel te kunnen plaatsen, zodat elk van beide voortbrengselen zijn functie kan vervullen.
2. In afwijking van lid 1, sub b, worden de uiterlijke kenmerken van een voortbrengsel die tot doel hebben binnen een modulair systeem de meervoudige samenvoeging of verbinding van onderling verwisselbare voortbrengselen mogelijk te maken, beschermd door een modelrecht onder de in [artikel 3.1, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.1&z=2018-01-01&g=2018-01-01), gestelde voorwaarden.
2. In afwijking van lid 1, sub b, worden de uiterlijke kenmerken van een voortbrengsel die tot doel hebben binnen een modulair systeem de meervoudige samenvoeging of verbinding van onderling verwisselbare voortbrengselen mogelijk te maken, beschermd door een modelrecht onder de in [artikel 3.1, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.1&z=2018-06-01&g=2018-06-01), gestelde voorwaarden.
##### Artikel 3.3. Nieuwheid en eigen karakter
@@ -750,11 +744,11 @@
1. Onverminderd het recht van voorrang wordt het uitsluitend recht op een tekening of model verkregen door de inschrijving van het depot, verricht binnen het Benelux-gebied bij het Bureau (Benelux-depot), of verricht bij het Internationaal Bureau (internationaal depot).
2. Indien bij samenloop van depots het eerste depot niet wordt gevolgd door de publicatie als bedoeld in [artikel 3.11, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=2&artikel=3.11&z=2018-01-01&g=2018-01-01), van dit verdrag of in [artikel 6, onder 3 van de Overeenkomst van 's-Gravenhage](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0002034&artikel=6), verkrijgt het latere depot de rang van eerste depot.
2. Indien bij samenloop van depots het eerste depot niet wordt gevolgd door de publicatie als bedoeld in [artikel 3.11, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=2&artikel=3.11&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van dit verdrag of in [artikel 6, onder 3 van de Overeenkomst van 's-Gravenhage](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0002034&artikel=6), verkrijgt het latere depot de rang van eerste depot.
##### Artikel 3.6. Restricties
Binnen de in [artikelen 3.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=4&artikel=3.23&z=2018-01-01&g=2018-01-01) en [3.24, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=4&artikel=3.24&z=2018-01-01&g=2018-01-01), gestelde grenzen wordt geen recht op een tekening of model verkregen door de inschrijving indien:
Binnen de in [artikelen 3.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=4&artikel=3.23&z=2018-06-01&g=2018-06-01) en [3.24, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=4&artikel=3.24&z=2018-06-01&g=2018-06-01), gestelde grenzen wordt geen recht op een tekening of model verkregen door de inschrijving indien:
- a. de tekening of het model in strijd is met een oudere tekening die of ouder model dat na de datum van depot of na de datum van voorrang voor het publiek beschikbaar is gesteld en vanaf een aan deze datum voorafgaand tijdstip beschermd wordt door een uitsluitend recht dat voortvloeit uit een Gemeenschapsmodel, de inschrijving van een Benelux-depot dan wel door een internationaal depot;
@@ -806,7 +800,7 @@
1. Het Bureau schrijft onverwijld de Benelux-depots in, evenals de internationale depots die gepubliceerd zijn in het „Bulletin International des dessins ou modèles – International Design Gazette" ten aanzien waarvan de deposanten verzocht hebben dat zij hun werking zullen uitstrekken over het Benelux-gebied.
2. Onverminderd het bepaalde in [artikelen 3.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=2&artikel=3.12&z=2018-01-01&g=2018-01-01) en [3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=2&artikel=3.13&z=2018-01-01&g=2018-01-01), publiceert het Bureau overeenkomstig het uitvoeringsreglement zo spoedig mogelijk de inschrijvingen van Benelux-depots.
2. Onverminderd het bepaalde in [artikelen 3.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=2&artikel=3.12&z=2018-06-01&g=2018-06-01) en [3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=2&artikel=3.13&z=2018-06-01&g=2018-06-01), publiceert het Bureau overeenkomstig het uitvoeringsreglement zo spoedig mogelijk de inschrijvingen van Benelux-depots.
3. Indien de kenmerkende eigenschappen van de tekening of het model in de publicatie niet voldoende tot hun recht komen, kan de deposant, binnen de daartoe vastgestelde termijn, het Bureau verzoeken kosteloos een tweede publicatie te verrichten.
@@ -820,13 +814,13 @@
##### Artikel 3.13. Strijd met openbare orde en goede zeden
1. Indien het Bureau oordeelt, dat op de tekening of het model artikel 3.6, sub e, van toepassing is schort hij de publicatie op.
1. Indien het Bureau oordeelt, dat op de tekening of het model [artikel 3.6, sub e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van toepassing is schort hij de publicatie op.
2. Het Bureau stelt de deposant daarvan in kennis en verzoekt hem zijn depot binnen een termijn van twee maanden in te trekken.
3. Indien de belanghebbende na het verstrijken van deze termijn zijn depot niet heeft ingetrokken, verzoekt het Bureau zo spoedig mogelijk het Openbaar Ministerie een vordering in te stellen tot nietigverklaring van het depot.
4. Indien het Openbaar Ministerie van oordeel is dat er geen aanleiding bestaat tot het instellen van een dergelijke vordering of indien de vordering werd afgewezen bij een rechterlijke beslissing die niet meer vatbaar is voor verzet, noch beroep, noch voor voorziening in cassatie, gaat het Bureau onverwijld over tot publicatie van de inschrijving van de tekening of het model.
3. Indien de belanghebbende na het verstrijken van deze termijn zijn depot niet heeft ingetrokken, weigert het Bureau de publicatie. Van de weigering tot publicatie geeft het Bureau onder opgave van redenen onverwijld schriftelijk kennis aan de deposant, onder vermelding van het in [artikel 1.15bis](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.15bis&z=2018-06-01&g=2018-06-01) genoemde rechtsmiddel tegen die beslissing.
4. De weigering tot publicatie wordt eerst definitief nadat de beslissing van het Bureau niet meer vatbaar is voor enig rechtsmiddel. Dit heeft de nietigheid van het depot tot gevolg.
##### Artikel 3.14. Geldigheidsduur en vernieuwing
@@ -858,7 +852,7 @@
##### Artikel 3.17. Schadevergoeding en andere vorderingen
1. De houder kan op grond van het uitsluitend recht slechts schadevergoeding vorderen voor de in [artikel 3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.16&z=2018-01-01&g=2018-01-01) opgesomde handelingen, indien deze hebben plaatsgevonden na de in [artikel 3.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=2&artikel=3.11&z=2018-01-01&g=2018-01-01) bedoelde publicatie, waarin de kenmerkende eigenschappen van de tekening of het model op voldoende wijze werden weergegeven.
1. De houder kan op grond van het uitsluitend recht slechts schadevergoeding vorderen voor de in [artikel 3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.16&z=2018-06-01&g=2018-06-01) opgesomde handelingen, indien deze hebben plaatsgevonden na de in [artikel 3.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=2&artikel=3.11&z=2018-06-01&g=2018-06-01) bedoelde publicatie, waarin de kenmerkende eigenschappen van de tekening of het model op voldoende wijze werden weergegeven.
2. De rechter die de schadevergoeding vaststelt:
@@ -868,11 +862,11 @@
3. De rechter kan bij wijze van schadevergoeding op vordering van de houder van het uitsluitend recht op een tekening of model bevelen tot de afgifte aan deze houder, van de goederen die een inbreuk maken op een tekening- of modelrecht, alsmede, in passende gevallen, van de materialen en werktuigen die voornamelijk bij de productie van die goederen zijn gebruikt. De rechter kan gelasten dat de afgifte niet plaatsvindt dan tegen een door hem vast te stellen, door de eiser te betalen vergoeding.
4. Naast of in plaats van een vordering tot schadevergoeding, kan de houder van een uitsluitend recht op een tekening of model een vordering instellen tot het afdragen van ten gevolge van het in [artikel 3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.16&z=2018-01-01&g=2018-01-01), bedoelde gebruik genoten winst alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording dienaangaande. Indien de rechter van oordeel is dat dit gebruik niet te kwader trouw is of dat de omstandigheden van het geval tot zulk een veroordeling geen aanleiding geven, wijst hij de vordering af.
5. De houder van het uitsluitend recht op een tekening of model kan de vordering tot schadevergoeding of het afdragen van winst namens de licentiehouder instellen, onverminderd de aan deze laatste in [artikel 3.26, lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=5&artikel=3.26&z=2018-01-01&g=2018-01-01), toegekende bevoegdheid.
6. Vanaf de datum van depot kan een redelijke vergoeding gevorderd worden van degene die met wetenschap van het depot handelingen heeft verricht als bedoeld in [artikel 3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.16&z=2018-01-01&g=2018-01-01), voor zover de houder daarvoor uitsluitende rechten heeft gekregen.
4. Naast of in plaats van een vordering tot schadevergoeding, kan de houder van een uitsluitend recht op een tekening of model een vordering instellen tot het afdragen van ten gevolge van het in [artikel 3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.16&z=2018-06-01&g=2018-06-01), bedoelde gebruik genoten winst alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording dienaangaande. Indien de rechter van oordeel is dat dit gebruik niet te kwader trouw is of dat de omstandigheden van het geval tot zulk een veroordeling geen aanleiding geven, wijst hij de vordering af.
5. De houder van het uitsluitend recht op een tekening of model kan de vordering tot schadevergoeding of het afdragen van winst namens de licentiehouder instellen, onverminderd de aan deze laatste in [artikel 3.26, lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=5&artikel=3.26&z=2018-06-01&g=2018-06-01), toegekende bevoegdheid.
6. Vanaf de datum van depot kan een redelijke vergoeding gevorderd worden van degene die met wetenschap van het depot handelingen heeft verricht als bedoeld in [artikel 3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.16&z=2018-06-01&g=2018-06-01), voor zover de houder daarvoor uitsluitende rechten heeft gekregen.
##### Artikel 3.18. Nevenvorderingen
@@ -916,7 +910,7 @@
3. Het uitsluitend recht op een tekening of model dat een onderdeel vormt van een samengesteld voortbrengsel houdt niet het recht in zich te verzetten tegen het gebruik van de tekening of het model voor reparatie van dit samengestelde voortbrengsel met de bedoeling het zijn oorspronkelijke uiterlijk terug te geven.
4. Het uitsluitend recht op een tekening of model houdt niet in het recht zich te verzetten tegen de in [artikel 3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.16&z=2018-01-01&g=2018-01-01) bedoelde handelingen die betrekking hebben op voortbrengselen die in één der lidstaten van de Europese Gemeenschap of van de Europese Economische Ruimte in het verkeer zijn gebracht door de houder of met diens toestemming, of tegen handelingen als bedoeld in [artikel 3.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.20&z=2018-01-01&g=2018-01-01).
4. Het uitsluitend recht op een tekening of model houdt niet in het recht zich te verzetten tegen de in [artikel 3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.16&z=2018-06-01&g=2018-06-01) bedoelde handelingen die betrekking hebben op voortbrengselen die in één der lidstaten van de Europese Gemeenschap of van de Europese Economische Ruimte in het verkeer zijn gebracht door de houder of met diens toestemming, of tegen handelingen als bedoeld in [artikel 3.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.20&z=2018-06-01&g=2018-06-01).
5. De vorderingen kunnen geen betrekking hebben op voortbrengselen die vóór de datum van het depot in het Benelux-gebied in het verkeer werden gebracht.
@@ -928,7 +922,7 @@
3. Dit recht wordt echter niet toegekend aan de derde, die de tekening of het model zonder toestemming van de ontwerper heeft nagemaakt.
4. Op grond van het recht van voorgebruik kan de houder daarvan de vervaardiging van bedoelde voortbrengselen voortzetten of, in het geval bedoeld in lid 2, een aanvang maken met deze vervaardiging en, niettegenstaande het uit de inschrijving voortvloeiende recht, alle andere in [artikel 3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.16&z=2018-01-01&g=2018-01-01) bedoelde handelingen verrichten, met uitzondering van invoer.
4. Op grond van het recht van voorgebruik kan de houder daarvan de vervaardiging van bedoelde voortbrengselen voortzetten of, in het geval bedoeld in lid 2, een aanvang maken met deze vervaardiging en, niettegenstaande het uit de inschrijving voortvloeiende recht, alle andere in [artikel 3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.16&z=2018-06-01&g=2018-06-01) bedoelde handelingen verrichten, met uitzondering van invoer.
5. Het recht van voorgebruik kan slechts overgaan tezamen met het bedrijf waarin de handelingen, die hebben geleid tot het ontstaan van dat recht, hebben plaatsgevonden.
@@ -948,7 +942,7 @@
##### Artikel 3.22. Verval van het recht
Behoudens het bepaalde in [artikel 3.7, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.7&z=2018-01-01&g=2018-01-01), vervalt het uitsluitend recht op een tekening of model:
Behoudens het bepaalde in [artikel 3.7, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.7&z=2018-06-01&g=2018-06-01), vervalt het uitsluitend recht op een tekening of model:
- a. door vrijwillige doorhaling of door het verstrijken van de geldigheidsduur van de inschrijving van het Benelux-depot;
@@ -958,21 +952,21 @@
1. Iedere belanghebbende met inbegrip van het Openbaar Ministerie kan de nietigheid inroepen van de inschrijving van een tekening of model indien:
- a. de tekening of het model geen tekening of model is in de zin van [artikel 3.1, lid 2 en 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.1&z=2018-01-01&g=2018-01-01);
- b. de tekening of het model niet voldoet aan de voorwaarden gesteld in [artikel 3.1, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.1&z=2018-01-01&g=2018-01-01), en de [artikelen 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.3&z=2018-01-01&g=2018-01-01) en [3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.4&z=2018-01-01&g=2018-01-01);
- c. de tekening of het model onder de toepassing van [artikel 3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.2&z=2018-01-01&g=2018-01-01) valt;
- d. door die inschrijving krachtens [artikel 3.6, sub e of f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.6&z=2018-01-01&g=2018-01-01), geen recht op een tekening of model wordt verkregen.
2. Enkel de deposant of houder van een uitsluitend recht op een tekening of model dat voortvloeit uit een inschrijving van een Gemeenschapsmodel, een Benelux-inschrijving, of een internationaal depot, kan de nietigheid inroepen van de inschrijving van een met zijn recht strijdig jonger depot van een tekening of model, indien krachtens [artikel 3.6, sub a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.6&z=2018-01-01&g=2018-01-01), door de inschrijving geen recht op de tekening of het model wordt verkregen.
3. Enkel de houder van een ouder merkrecht of de houder van een ouder auteursrecht kan de nietigheid van de inschrijving van het Benelux-depot of de voor het Benelux-gebied uit het internationaal depot van die tekening of dat model voortvloeiende rechten inroepen, indien krachtens [artikel 3.6, sub b, respectievelijk sub c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.6&z=2018-01-01&g=2018-01-01), geen recht op de tekening of het model wordt verkregen.
4. Enkel de belanghebbende kan de nietigheid van de inschrijving van de tekening of het model inroepen, indien krachtens [artikel 3.6, sub d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.6&z=2018-01-01&g=2018-01-01), geen recht op de tekening of het model wordt verkregen.
5. Enkel de ontwerper van een tekening of model als bedoeld in [artikel 3.7, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.7&z=2018-01-01&g=2018-01-01), kan onder de voorwaarden genoemd in dat artikel de nietigheid inroepen van de inschrijving van een depot van de tekening of het model, dat zonder zijn toestemming is verricht door een derde.
- a. de tekening of het model geen tekening of model is in de zin van [artikel 3.1, lid 2 en 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.1&z=2018-06-01&g=2018-06-01);
- b. de tekening of het model niet voldoet aan de voorwaarden gesteld in [artikel 3.1, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.1&z=2018-06-01&g=2018-06-01), en de [artikelen 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.3&z=2018-06-01&g=2018-06-01) en [3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.4&z=2018-06-01&g=2018-06-01);
- c. de tekening of het model onder de toepassing van [artikel 3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.2&z=2018-06-01&g=2018-06-01) valt;
- d. door die inschrijving krachtens [artikel 3.6, sub e of f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01), geen recht op een tekening of model wordt verkregen.
2. Enkel de deposant of houder van een uitsluitend recht op een tekening of model dat voortvloeit uit een inschrijving van een Gemeenschapsmodel, een Benelux-inschrijving, of een internationaal depot, kan de nietigheid inroepen van de inschrijving van een met zijn recht strijdig jonger depot van een tekening of model, indien krachtens [artikel 3.6, sub a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01), door de inschrijving geen recht op de tekening of het model wordt verkregen.
3. Enkel de houder van een ouder merkrecht of de houder van een ouder auteursrecht kan de nietigheid van de inschrijving van het Benelux-depot of de voor het Benelux-gebied uit het internationaal depot van die tekening of dat model voortvloeiende rechten inroepen, indien krachtens [artikel 3.6, sub b, respectievelijk sub c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01), geen recht op de tekening of het model wordt verkregen.
4. Enkel de belanghebbende kan de nietigheid van de inschrijving van de tekening of het model inroepen, indien krachtens [artikel 3.6, sub d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01), geen recht op de tekening of het model wordt verkregen.
5. Enkel de ontwerper van een tekening of model als bedoeld in [artikel 3.7, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.7&z=2018-06-01&g=2018-06-01), kan onder de voorwaarden genoemd in dat artikel de nietigheid inroepen van de inschrijving van een depot van de tekening of het model, dat zonder zijn toestemming is verricht door een derde.
6. De inschrijving van het depot van een tekening of model kan ook na verval of afstand nietig worden verklaard.
@@ -982,11 +976,11 @@
1. Behoudens het bepaalde in lid 2, hebben de nietigverklaring, de vrijwillige doorhaling en de afstand steeds betrekking op de gehele tekening of het gehele model.
2. Wanneer de inschrijving van het depot van een tekening of model op grond van [artikel 3.6, sub b, c, d of e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.6&z=2018-01-01&g=2018-01-01), en [artikel 3.23, lid 1, sub b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=4&artikel=3.23&z=2018-01-01&g=2018-01-01), nietig kan worden verklaard, kan het depot worden gehandhaafd in gewijzigde vorm, indien de tekening of het model in die vorm aan de beschermingsvoorwaarden voldoet en de identiteit ervan behouden blijft.
2. Wanneer de inschrijving van het depot van een tekening of model op grond van [artikel 3.6, sub b, c, d of e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01), en [artikel 3.23, lid 1, sub b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=4&artikel=3.23&z=2018-06-01&g=2018-06-01), nietig kan worden verklaard, kan het depot worden gehandhaafd in gewijzigde vorm, indien de tekening of het model in die vorm aan de beschermingsvoorwaarden voldoet en de identiteit ervan behouden blijft.
3. De handhaving bedoeld in lid 2, kan erin bestaan dat een verklaring van de houder dat hij gedeeltelijk afziet van aanspraken op het recht, of een rechterlijke beslissing waarbij het recht gedeeltelijk nietig is verklaard en die niet meer vatbaar is voor verzet noch voor hoger beroep noch voor voorziening in cassatie, wordt ingeschreven.
### HOOFDSTUK 5. OVERGANG, LICENTIE EN ANDERE RECHTEN
### HOOFDSTUK 4. DOORHALING, VERVAL EN NIETIGHEID
##### Artikel 3.25. Overgang
@@ -1006,9 +1000,9 @@
3. De doorhaling van de inschrijving van de licentie in het register vindt slechts plaats op gezamenlijk verzoek van de houder van de tekening of het model en de licentiehouder.
4. De licentiehouder is bevoegd in een door de houder van het uitsluitend recht op een tekening of model ingestelde vordering als bedoeld in [artikel 3.17, lid 1 tot en met 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.17&z=2018-01-01&g=2018-01-01), tussen te komen om rechtstreeks de door hem geleden schade vergoed te krijgen of zich een evenredig deel van de door de gedaagde genoten winst te doen toewijzen. Een zelfstandige vordering als bedoeld in artikel 3.17, lid 1 tot en met 4, kan de licentiehouder slechts instellen indien hij de bevoegdheid daartoe van de houder van het uitsluitend recht heeft bedongen.
5. De licentiehouder heeft het recht de in [artikel 3.18, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.18&z=2018-01-01&g=2018-01-01), bedoelde bevoegdheden uit te oefenen voor zover deze strekken tot bescherming van de rechten waarvan hem de uitoefening is toegestaan, indien hij daartoe toestemming van de houder van het uitsluitend recht op een tekening of model heeft verkregen.
4. De licentiehouder is bevoegd in een door de houder van het uitsluitend recht op een tekening of model ingestelde vordering als bedoeld in [artikel 3.17, lid 1 tot en met 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.17&z=2018-06-01&g=2018-06-01), tussen te komen om rechtstreeks de door hem geleden schade vergoed te krijgen of zich een evenredig deel van de door de gedaagde genoten winst te doen toewijzen. Een zelfstandige vordering als bedoeld in artikel 3.17, lid 1 tot en met 4, kan de licentiehouder slechts instellen indien hij de bevoegdheid daartoe van de houder van het uitsluitend recht heeft bedongen.
5. De licentiehouder heeft het recht de in [artikel 3.18, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.18&z=2018-06-01&g=2018-06-01), bedoelde bevoegdheden uit te oefenen voor zover deze strekken tot bescherming van de rechten waarvan hem de uitoefening is toegestaan, indien hij daartoe toestemming van de houder van het uitsluitend recht op een tekening of model heeft verkregen.
##### Artikel 3.27. Derdenwerking
@@ -1022,11 +1016,11 @@
2. De deposant van een tekening of model wordt vermoed tevens de houder te zijn van het desbetreffende auteursrecht; dit vermoeden geldt echter niet ten aanzien van de werkelijke ontwerper of zijn rechtverkrijgende.
3. Onverminderd de toepassing van [artikel 3.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=5&artikel=3.25&z=2018-01-01&g=2018-01-01) houdt overdracht van het auteursrecht inzake een tekening of model tevens overdracht in van het recht op de tekening of het model en omgekeerd.
3. Onverminderd de toepassing van [artikel 3.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=5&artikel=3.25&z=2018-06-01&g=2018-06-01) houdt overdracht van het auteursrecht inzake een tekening of model tevens overdracht in van het recht op de tekening of het model en omgekeerd.
##### Artikel 3.29. Auteursrecht van werk- en opdrachtgevers
Wanneer een tekening of model onder de omstandigheden als bedoeld in [artikel 3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.8&z=2018-01-01&g=2018-01-01) werd ontworpen, komt het auteursrecht inzake bedoelde tekening of model toe aan degene die overeenkomstig het in dat artikel bepaalde als de ontwerper wordt beschouwd.
Wanneer een tekening of model onder de omstandigheden als bedoeld in [artikel 3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.8&z=2018-06-01&g=2018-06-01) werd ontworpen, komt het auteursrecht inzake bedoelde tekening of model toe aan degene die overeenkomstig het in dat artikel bepaalde als de ontwerper wordt beschouwd.
## TITEL IV. OVERIGE BEPALINGEN
@@ -1060,7 +1054,7 @@
##### Artikel 4.5. Geschillenbeslechting
1. Alleen de rechter is bevoegd uitspraak te doen in gedingen, welke op dit verdrag zijn gegrond.
1. Onverminderd het bepaalde in de [artikelen 2.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.14&z=2018-06-01&g=2018-06-01) en [2.30bis](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6bis&artikel=2.30bis&z=2018-06-01&g=2018-06-01), is alleen de rechter bevoegd uitspraak te doen in gedingen, welke op dit verdrag zijn gegrond.
2. De niet-ontvankelijkheid die voortvloeit uit het ontbreken van de inschrijving van een depot van het merk of de tekening of het model, wordt opgeheven door inschrijving of vernieuwing van de inschrijving van het merk of de tekening of het model tijdens het geding.
@@ -1078,7 +1072,7 @@
5. De rechters van één der drie landen verwijzen op vordering van één der partijen de geschillen, waarmede men zich tot hen heeft gewend, naar die van één der twee andere landen, wanneer deze geschillen daar reeds aanhangig zijn of wanneer zij verknocht zijn aan andere, aan het oordeel van deze rechters onderworpen geschillen. De verwijzing kan slechts worden gevorderd, wanneer de zaken in eerste aanleg aanhangig zijn. Zij geschiedt naar de rechter, bij wie de zaak het eerst bij een inleidend stuk aanhangig is gemaakt, tenzij een andere rechter terzake een eerdere uitspraak heeft gegeven, die niet louter een maatregel van orde is; in het eerste geval geschiedt de verwijzing naar die andere rechter.
### HOOFDSTUK 4. OVERIGE BEPALINGEN
### HOOFDSTUK 2. OVERIGE TAKEN VAN HET BUREAU
##### Artikel 4.7. Rechtstreekse werking
@@ -1116,9 +1110,9 @@
##### Artikel 5.5. Eerste uitvoeringsreglement
In afwijking van het bepaalde in [artikel 1.9, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.9&z=2018-01-01&g=2018-01-01), zijn de Raad van Bestuur van het Benelux-Merkenbureau en de Raad van Bestuur van het Benelux-Bureau voor Tekeningen of Modellen bevoegd het eerste uitvoeringsreglement gezamenlijk vast te stellen.
## TITEL VI. SLOTBEPALINGEN
In afwijking van het bepaalde in [artikel 1.9, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.9&z=2018-06-01&g=2018-06-01), zijn de Raad van Bestuur van het Benelux-Merkenbureau en de Raad van Bestuur van het Benelux-Bureau voor Tekeningen of Modellen bevoegd het eerste uitvoeringsreglement gezamenlijk vast te stellen.
## TITEL V. OVERGANGSBEPALINGEN
##### Artikel 6.1. Bekrachtiging
@@ -1130,7 +1124,7 @@
2. Vervallen.
3. [Artikel 5.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=V&artikel=5.5&z=2018-01-01&g=2018-01-01) wordt voorlopig toegepast.
3. [Artikel 5.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=V&artikel=5.5&z=2018-06-01&g=2018-06-01) wordt voorlopig toegepast.
##### Artikel 6.3. Duur van het verdrag
@@ -1160,7 +1154,7 @@
##### Artikel 1
1. In de zin van dit Protocol wordt onder officiële werkzaamheden van de Organisatie die werkzaamheden verstaan welke strikt noodzakelijk zijn voor de uitvoering van haar taak zoals die is vastgesteld in [artikel 1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.3&z=2018-01-01&g=2018-01-01) van het Verdrag.
1. In de zin van dit Protocol wordt onder officiële werkzaamheden van de Organisatie die werkzaamheden verstaan welke strikt noodzakelijk zijn voor de uitvoering van haar taak zoals die is vastgesteld in [artikel 1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.3&z=2018-06-01&g=2018-06-01) van het Verdrag.
2. De in dit Protocol aan vertegenwoordigers van de Hoge Verdragsluitende Partijen, aan hun plaatsvervangers, hun raadgevers of deskundigen, aan de Directeur-generaal, de personeelsleden van de Organisatie en aan de deskundigen die namens de Organisatie een functie uitoefenen of voor haar een zending uitvoeren, toegekende voorrechten en immuniteiten zijn niet bedoeld om de betrokkenen tot persoonlijk voordeel te strekken. Zij beogen uitsluitend het onbelemmerd functioneren van de Organisatie onder alle omstandigheden, alsmede de volledige onafhankelijkheid van de betrokkenen.
@@ -1240,7 +1234,7 @@
##### Artikel 8
1. Naast de in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&artikel=7&z=2018-01-01&g=2018-01-01) vastgelegde voorrechten en immuniteiten geniet de Directeur-generaal de voorrechten en immuniteiten die zijn toegekend aan een diplomatiek ambtenaar ingevolge het [Verdrag van Wenen van 18 april 1961 inzake diplomatiek verkeer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004345).
1. Naast de in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&artikel=7&z=2018-06-01&g=2018-06-01) vastgelegde voorrechten en immuniteiten geniet de Directeur-generaal de voorrechten en immuniteiten die zijn toegekend aan een diplomatiek ambtenaar ingevolge het [Verdrag van Wenen van 18 april 1961 inzake diplomatiek verkeer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004345).
2. De immuniteit van rechtsmacht geldt niet met betrekking tot civiele vorderingen die voortvloeien uit door de Directeur-generaal in de privé-sfeer veroorzaakte schade dan wel uit door hem in de privé-sfeer afgesloten contracten.
@@ -1256,7 +1250,7 @@
##### Artikel 10
1. De Hoge Verdragsluitende Partijen zijn niet verplicht de in [artikelen 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&artikel=6&z=2018-01-01&g=2018-01-01), 7b en [8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&artikel=8&z=2018-01-01&g=2018-01-01) bedoelde voorrechten en immuniteiten toe te kennen aan:
1. De Hoge Verdragsluitende Partijen zijn niet verplicht de in [artikelen 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&artikel=6&z=2018-06-01&g=2018-06-01), 7b en [8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&artikel=8&z=2018-06-01&g=2018-06-01) bedoelde voorrechten en immuniteiten toe te kennen aan:
- a. hun eigen onderdanen;
@@ -1266,11 +1260,11 @@
##### Artikel 11
1. De Directeur-generaal heeft de plicht de immuniteit van de personeelsleden bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&artikel=7&z=2018-01-01&g=2018-01-01) evenals van de deskundigen bedoeld in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&artikel=9&z=2018-01-01&g=2018-01-01) op te heffen indien hij van oordeel is dat deze immuniteit aan de loop van het recht in de weg staat en indien het mogelijk is van deze immuniteit afstand te doen zonder de belangen van de Organisatie in gevaar te brengen.
2. De Raad van Bestuur kan op dezelfde gronden de aan de Directeur-generaal toegekende immuniteiten, bedoeld in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&artikel=8&z=2018-01-01&g=2018-01-01), opheffen.
3. Elke Hoge Verdragsluitende Partij heeft de plicht de immuniteit op te heffen van haar vertegenwoordigers alsmede van haar plaatsvervangers, raadgevers of deskundigen, bedoeld in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&artikel=6&z=2018-01-01&g=2018-01-01), telkens wanneer, naar het oordeel van de betreffende Staat, de immuniteit aan de loop van het recht in de weg zou staan, en er afstand van kan worden gedaan zonder de doeleinden waarvoor zij was toegekend in gevaar te brengen.
1. De Directeur-generaal heeft de plicht de immuniteit van de personeelsleden bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&artikel=7&z=2018-06-01&g=2018-06-01) evenals van de deskundigen bedoeld in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&artikel=9&z=2018-06-01&g=2018-06-01) op te heffen indien hij van oordeel is dat deze immuniteit aan de loop van het recht in de weg staat en indien het mogelijk is van deze immuniteit afstand te doen zonder de belangen van de Organisatie in gevaar te brengen.
2. De Raad van Bestuur kan op dezelfde gronden de aan de Directeur-generaal toegekende immuniteiten, bedoeld in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&artikel=8&z=2018-06-01&g=2018-06-01), opheffen.
3. Elke Hoge Verdragsluitende Partij heeft de plicht de immuniteit op te heffen van haar vertegenwoordigers alsmede van haar plaatsvervangers, raadgevers of deskundigen, bedoeld in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&artikel=6&z=2018-06-01&g=2018-06-01), telkens wanneer, naar het oordeel van de betreffende Staat, de immuniteit aan de loop van het recht in de weg zou staan, en er afstand van kan worden gedaan zonder de doeleinden waarvoor zij was toegekend in gevaar te brengen.
##### Artikel 12
@@ -1506,217 +1500,257 @@
4. De in lid 1, sub d en f, bedoelde gegevens kunnen door enkele opgave van de nummers van de betreffende waren- of dienstenklassen worden vermeld. De waren of diensten waarop de oppositie berust of waartegen deze is gericht kunnen tot het moment van de in regel 1.17, lid 1, sub i, bedoelde beslissing door de opposant worden beperkt.
##### Regel 1.17. Verloop procedure
1. De oppositie wordt volgens de volgende procedure behandeld:
- a. het Bureau beslist overeenkomstig [regel 1.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.18&z=2018-01-01&g=2018-01-01) of de oppositie ontvankelijk is en stelt partijen of, in het in [artikel 2.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.18&z=2018-01-01&g=2018-01-01) van het Verdrag bedoelde geval, de opposant en het Internationaal Bureau hiervan in kennis;
- b. de procedure vangt twee maanden na de kennisgeving van ontvankelijkheid aan op voorwaarde dat de voor de oppositie verschuldigde rechten volledig zijn betaald. Het Bureau stuurt partijen een mededeling van aanvang van de procedure;
- c. de opposant beschikt over een termijn van twee maanden vanaf de onder b bedoelde mededeling van aanvang van de procedure om de oppositie met argumenten en stukken ter ondersteuning daarvan te onderbouwen en, in voorkomend geval, stukken over te leggen waaruit de algemene bekendheid van het oudere merk blijkt. Bij gebreke daarvan wordt de oppositie verder buiten behandeling gelaten. Argumenten die ingediend werden voor de aanvang van de procedure worden geacht bij de aanvang van de procedure te zijn ingediend;
- d. het Bureau stuurt de argumenten van opposant naar de verweerder, en stelt hem een termijn van twee maanden om schriftelijk te reageren en eventueel bewijzen van gebruik te vragen;
- e. in voorkomend geval wordt opposant een termijn van twee maanden gesteld om de gevraagde bewijzen van gebruik over te leggen danwel te motiveren dat er een geldige reden voor niet-gebruik bestaat. Indien het merk slechts voor een deel van de waren en/of diensten waarvoor het is ingeschreven werd gebruikt wordt de beslissing van het Bureau gebaseerd op basis van de waren en diensten waarvoor het gebruik werd aangetoond;
- f. indien er bewijzen van gebruik worden overgelegd zendt het Bureau deze door naar de verweerder en stelt hem een termijn van twee maanden om schriftelijk te reageren op de bewijzen van gebruik en, indien deze dit bij de onder d bedoelde gelegenheid nog niet had gedaan, op de argumenten van opposant;
- g. indien het Bureau daartoe gronden aanwezig acht kan het een of meer partijen verzoeken om binnen een daartoe gestelde termijn aanvullende argumenten of stukken in te dienen;
- h. er kan een mondelinge behandeling worden gehouden overeenkomstig [regel 1.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.27&z=2018-01-01&g=2018-01-01); .
- i. het Bureau neemt een beslissing. Indien een oppositie die op verscheidene oudere merken berust op basis van één van deze merken wordt toegewezen, neemt het Bureau over de overige ingeroepen merken geen beslissing.
2. Indien verweerder geen domicilie binnen de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte heeft, dient binnen de in lid 1, sub d genoemde termijn alsnog aan dit vereiste van [regel 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.6&z=2018-01-01&g=2018-01-01) te worden voldaan.
##### Regel 1.18. Ontvankelijkheidsvereisten
1. De oppositie is ontvankelijk wanneer zij is ingediend binnen de in [artikel 2.14, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.14&z=2018-01-01&g=2018-01-01), of [2.18, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.18&z=2018-01-01&g=2018-01-01), van het Verdrag genoemde termijn, voldoet aan de voorwaarden bedoeld in [regel 1.16, lid 1, sub a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.16&z=2018-01-01&g=2018-01-01), van dit reglement, en artikel 2.14, lid 4, van het Verdrag.
2. Voor het vaststellen van de ontvankelijkheid van de oppositie is aan het vereiste van [artikel 2.14, lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.14&z=2018-01-01&g=2018-01-01), van het Verdrag voldaan indien 40% van de verschuldigde rechten is voldaan.
3. Onverminderd het bepaalde in het vorige lid kan bij indiening het totale verschuldigde recht voor het indienen van de oppositie worden betaald. Het vorige lid laat onverlet dat het totale verschuldigde recht voor het einde van de termijn bepaald in [regel 1.17, lid 1, sub b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.17&z=2018-01-01&g=2018-01-01), dient te zijn voldaan.
4. Indien de oppositie is gebaseerd op meer merken dan waarvoor de rechten zijn betaald, wordt de oppositie in behandeling genomen maar worden alleen de merken in aanmerking genomen waarvoor de rechten betaald zijn, volgens de volgorde zoals bij indiening van de oppositie vermeld.
5. Indien de ingevolge [regel 1.16, lid 1, sub a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.16&z=2018-01-01&g=2018-01-01), verstrekte gegevens niet overeenstemmen met de geregistreerde gegevens van een ingevolge regel 1.16, lid 1, sub c, ingeroepen Beneluxmerk, wordt de ingediende oppositie door het Bureau tevens opgevat als een verzoek tot aantekening van een wijziging in het register. Het bepaalde in regel 3.1 is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de termijn bepaald in regel 3.1, lid 5, maximaal twee weken bedraagt. Wanneer het in regel 1.16, lid 1, sub c, bedoelde oudere merk een gemeenschapsmerk of een internationaal merk betreft, stelt het Bureau opposant een termijn van twee weken om aan te tonen dat hij het nodige heeft gedaan om het betreffende register in overeenstemming te brengen met de door hem bij indiening van de oppositie verstrekte gegevens.
6. Indien de geldigheid van een ingeroepen ouder merk verstrijkt voor het einde van de termijn voor het instellen van oppositie en dit merk ingevolge de toepasselijke wettelijke bepalingen nog kan worden vernieuwd, stelt het Bureau opposant een termijn van twee weken om dit merk alsnog te vernieuwen. Indien het betreffende oudere merk een gemeenschapsmerk of een internationaal merk is, stelt het Bureau een termijn van twee weken om aan te tonen dat het nodige is gedaan om het merk te vernieuwen.
##### Regel 1.19. Regularisatie oppositie
1. Indien het Bureau vaststelt dat de akte van oppositie niet voldoet aan andere vereisten dan die bedoeld in regel 1.18, doet hij hiervan mededeling aan de opposant en stelt hem een termijn van twee maanden om de vastgestelde gebreken op te heffen. Indien deze gebreken niet tijdig worden opgeheven, wordt de oppositie verder buiten behandeling gelaten.
##### Regel 1.17. Proceduretaal
1. De proceduretaal is een van de werktalen van het Bureau. Zij wordt bij oppositie tegen een Beneluxdepot vastgesteld op de volgende wijze:
- a. de proceduretaal is de taal van het depot van verweerder;
- b. in afwijking van het onder a bepaalde is de proceduretaal de taal gekozen door de opposant indien de taal van het depot van verweerder het Engels is.
2. In geval van een oppositie tegen een internationaal depot wordt de proceduretaal door opposant gekozen uit de werktalen van het Bureau. Indien opposant kiest voor een van de officiële talen van het Bureau, kan verweerder binnen een termijn van een maand na de datum van de kennisgeving van ontvankelijkheid aangeven daarmee niet akkoord te gaan en kiezen voor de andere officiële taal van het Bureau. Indien opposant voor het Engels kiest, kan verweerder binnen een termijn van een maand na de datum van de kennisgeving van ontvankelijkheid aangeven daarmee niet akkoord te gaan en kiezen voor een van de officiële talen van het Bureau. Bij uitblijven van een reactie van verweerder op de taalkeuze van opposant is de proceduretaal de taal gekozen door opposant.
3. In afwijking van het in de leden 1 en 2 bepaalde kunnen partijen gezamenlijk kiezen voor een andere proceduretaal.
4. De keuze voor een proceduretaal wordt gemaakt als volgt:
- a. de opposant geeft bij de akte van oppositie de werktaal van het Bureau aan die zijn voorkeur heeft als proceduretaal;
- b. indien de verweerder zich kan verenigen met de taalkeuze van opposant deelt hij dit binnen een termijn van een maand na de datum van de kennisgeving van ontvankelijkheid van de oppositie mede.
5. Het Bureau deelt de proceduretaal mede aan partijen.
6. De oppositiebeslissing wordt opgesteld in de proceduretaal.
##### Regel 1.18. Vertaling
1. De vaststelling van de proceduretaal laat onverlet de mogelijkheid van partijen om zich in de oppositieprocedure te bedienen van een andere werktaal van het Bureau dan de proceduretaal.
2. Indien een van de partijen argumenten indient in een werktaal van het Bureau die niet de proceduretaal is, vertaalt het Bureau deze argumenten in de proceduretaal, tenzij de wederpartij heeft aangegeven geen prijs te stellen op vertaling.
3. Op verzoek van een partij vertaalt het Bureau de in de proceduretaal ingediende argumenten van de wederpartij in een andere werktaal van het Bureau.
4. Op verzoek van een partij vertaalt het Bureau de oppositiebeslissing in de andere werktaal van het Bureau.
5. Vertaling kan worden verzocht bij indiening van de akte van oppositie of bij de mededeling van verweerder als bedoeld in [regel 1.17, lid 4, sub b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.17&z=2018-06-01&g=2018-06-01).
6. Argumenten die niet in een van de werktalen van het Bureau zijn ingediend, worden als niet-ingediend beschouwd.
7. Indien argumenten ingevolge deze regel door het Bureau worden vertaald, geldt het document in de taal waarin het werd ingediend als authentiek.
##### Regel 1.19. Wijziging taalkeuze
1. Tot de aanvang van de procedure kunnen de ingevolge [regel 1.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.17&z=2018-06-01&g=2018-06-01) gemaakte keuzen op gezamenlijk verzoek van partijen worden gewijzigd.
2. Gedurende de oppositieprocedure kan elke partij schriftelijk te kennen geven niet langer prijs te stellen op vertaling door het Bureau bedoeld in [regel 1.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.18&z=2018-06-01&g=2018-06-01).
##### Regel 1.20. Taal stukken ter ondersteuning argumenten of gebruik
Het bepaalde in de regels 1.17 tot en met 1.19 laat onverlet dat stukken die dienen ter ondersteuning van argumenten of om gebruik van een merk aan te tonen, in hun oorspronkelijke taal kunnen worden ingediend. De stukken worden slechts in aanmerking genomen indien het Bureau oordeelt dat deze, gezien de reden van indiening, voldoende begrijpelijk zijn.
##### Regel 1.21. Beginsel van hoor en wederhoor
De inachtneming van het beginsel van hoor en wederhoor als bedoeld in [artikel 2.16, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.16&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag houdt met name in dat:
- a. een afschrift van elk relevant stuk dat bij het Bureau door een partij wordt ingediend naar de andere partij wordt verzonden, ook indien de oppositie niet ontvankelijk is. Indien ingediende argumenten ingevolge het bepaalde in [regel 1.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.18&z=2018-06-01&g=2018-06-01) door het Bureau worden vertaald zal doorzending plaatsvinden tezamen met deze vertaling;
- b. een afschrift van elk relevant stuk dat het Bureau aan een partij zendt tevens aan de andere partij wordt gezonden;
- c. de oppositiebeslissing slechts kan worden genomen op gronden waartegen de partijen verweer hebben kunnen voeren;
- d. feiten waarop de wederpartij niet heeft gereageerd als niet betwist worden beschouwd;
- e. het oppositieonderzoek beperkt is tot de door partijen aangevoerde argumenten, feiten en bewijsmiddelen;
- f. de oppositiebeslissing schriftelijk opgesteld, gemotiveerd en naar partijen gestuurd wordt.
##### Regel 1.22. Opschorting
1. Indien de procedure ingevolge [artikel 2.16, lid 2, van het Verdrag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.16&z=2018-06-01&g=2018-06-01) wordt opgeschort doet het Bureau hiervan mededeling aan partijen, onder vermelding van de grond van opschorting.
2. Indien de grond voor opschorting is opgeheven wordt de procedure voortgezet. Het Bureau deelt dit mede aan partijen, vermeldt hierbij welke handelingen op het betreffende moment in de procedure dienen te worden verricht en stelt hiervoor in voorkomend geval een aanvullende termijn.
3. Opschorting op gezamenlijk verzoek geschiedt voor een periode van vier maanden, en kan met telkens eenzelfde periode worden verlengd. Elke partij kan gedurende een opschorting op gezamenlijk verzoek op ieder moment verzoeken de opschorting op te heffen.
4. Indien de procedure is aangevangen, wordt deze opgeschort op het moment dat het Bureau het gezamenlijk verzoek heeft ontvangen. Het Bureau deelt dit mede aan partijen en vermeldt hierbij de nieuwe termijn. Indien de procedure nog niet is aangevangen, wordt het gezamenlijk verzoek tot opschorting opgevat als een verlenging van de in [regel 1.14, lid 1, sub b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.14&z=2018-06-01&g=2018-06-01) bedoelde termijn.
5. Voordat de procedure is aangevangen is opschorting op gezamenlijk verzoek gedurende de eerste twaalf maanden kostenloos. Voor verdere verlenging van de opschorting voor aanvang van de procedure, voor opschorting gedurende de procedure en de verlenging daarvan is een recht verschuldigd. Indien dit niet wordt betaald bij het verzoek tot opschorting stelt het Bureau daarvoor een termijn van een maand. Indien niet of te laat wordt betaald wordt de procedure overeenkomstig lid 2 voortgezet.
6. Opschorting van de oppositieprocedure ontheft partijen niet van de verplichtingen die zij hebben ingevolge [regel 1.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.16&z=2018-06-01&g=2018-06-01).
##### Regel 1.23. Mondelinge behandeling
1. Een mondelinge behandeling kan ambtshalve of op verzoek van partijen worden gehouden indien het Bureau hiertoe gronden aanwezig acht.
2. De mondelinge behandeling verloopt volgens een door de Directeur-Generaal opgesteld reglement.
##### Regel 1.24. Meer opposities
1. Indien verscheidene opposities tegen een merk zijn ingediend kan het Bureau voor aanvang van de procedure besluiten een of meer opposities die bij een eerste onderzoek de meeste kans op toewijzing lijken te hebben in behandeling te nemen. In dat geval kan het Bureau besluiten om de behandeling van de overige opposities uit te stellen. Het Bureau stelt de resterende opposanten in kennis van elke relevante beslissing die in de voortgezette procedures wordt genomen.
2. Indien de in behandeling genomen oppositie gegrond bevonden wordt en deze beslissing definitief geworden is, wordt aan de uitgestelde opposities geacht de grondslag te zijn ontvallen.
##### Regel 1.25. Bewijzen van gebruik
1. De in [artikel 2.16, lid 3, sub a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.16&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag bedoelde stukken om het gebruik van het merk aan te tonen worden gevraagd en overgelegd volgens de nadere regels, vastgelegd in [regel 1.14, lid 1, sub d, e en f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.14&z=2018-06-01&g=2018-06-01).
2. De bewijzen van gebruik dienen aanwijzingen te bevatten over de plaats, duur, omvang en wijze van het gebruik dat is gemaakt van het oudere merk voor de waren en diensten waarop de oppositie berust. Het bewijs moet gebruik in de periode van vijf jaar voorafgaand aan de datum van publicatie van het merk waartegen de oppositie zich richt aantonen.
3. Deze bewijzen beperken zich bij voorkeur tot papieren materiaal zoals verpakkingen, etiketten, prijslijsten, catalogi, facturen, foto’s en krantenadvertenties. Indien de kosten van het doorgeleiden van de stukken naar verweerder een bedrag van € 25,– te boven gaan komen deze voor rekening van opposant.
4. De verweerder kan zijn aanvraag om bewijzen van gebruik in te dienen intrekken dan wel de verstrekte bewijzen als voldoende beschouwen.
5. Het Bureau kan overgaan tot vernietiging van de ingediende bewijsstukken indien de opposant niet binnen twee maanden na het definitief worden van de oppositiebeslissing heeft verzocht om terugzending. Indien de kosten van het terugzenden van de stukken een bedrag van € 25,– te boven gaan komen deze voor rekening van opposant.
##### Regel 1.26. Openbaarheid oppositie
De akte van oppositie en de oppositiebeslissing zijn openbaar. De argumenten en overige stukken van de partijen, ongeacht of ze mondeling dan wel schriftelijk worden aangevoerd, zijn slechts toegankelijk voor derden met de instemming van de partijen.
##### Regel 1.27. Inhoud oppositiebeslissing
Een oppositiebeslissing bevat de volgende gegevens:
- a. het nummer van de oppositie;
- b. de datum van de beslissing;
- c. de namen van de partijen en in voorkomend geval hun gemachtigden;
- d. gegevens van de bij de oppositieprocedure betrokken merken;
- e. een samenvatting van de feiten en het verloop van de procedure;
- f. in voorkomend geval een analyse van de gebruiksbewijzen;
- g. een vergelijking van de merken en de waren of diensten waarop deze betrekking hebben;
- h. de beslissing van het Bureau;
- i. de beslissing met betrekking tot de kosten;
- j. de namen van de rapporteur en de overige twee personen die aan de besluitvorming hebben deelgenomen;
- k. de naam van de administratieve behandelaar van het dossier.
##### Regel 1.28. Kostenbepaling oppositie
1. De restitutie als bedoeld in [artikel 2.16, lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.16&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag wordt vastgesteld op een bedrag dat gelijk is aan 60% van het recht verschuldigd voor oppositie, wanneer zij voor de aanvang van de procedure plaatsvindt en op een bedrag dat gelijk is aan 40% van dit recht, wanneer zij na dat tijdstip plaatsvindt.
2. Er vindt geen restitutie plaats indien er, overeenkomstig het bepaalde in [regel 1.15, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.15&z=2018-06-01&g=2018-06-01), slechts een betaling van 40% van de voor oppositie verschuldigde rechten heeft plaatsgevonden.
3. De kosten als bedoeld in [artikel 2.16, lid 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.16&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag worden vastgesteld op een bedrag dat gelijk is aan het basisrecht oppositie.
4. Voor vertaling ingevolge [regel 1.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.18&z=2018-06-01&g=2018-06-01) is een door de Directeur-Generaal vastgestelde vergoeding verschuldigd door de partij die argumenten indient in een taal van het Bureau die niet de proceduretaal is of door de partij die vertaling in de andere taal van het Bureau dan de proceduretaal wenst. De Directeur-Generaal stelt tevens een vergoeding vast voor vertaling van de oppositiebeslissing en vertolking bij een mondelinge behandeling.
##### Regel 1.29. Verzoek om de beslissing niet ten uitvoer te leggen
Na de in [artikel 2.16, lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.16&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag bedoelde beslissing en uiterlijk totdat deze definitief wordt, kunnen partijen het Bureau gezamenlijk verzoeken de beslissing niet ten uitvoer te leggen.
##### Regel 1.30. Indiening van de vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring
1. De vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring als bedoeld in [artikel 2.30bis](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6bis&artikel=2.30bis&z=2018-06-01&g=2018-06-01) van het Verdrag wordt ingediend door middel van een document, dat de volgende gegevens bevat:
- a. de naam van verzoeker;
- b. gegevens ter identificatie van de merkinschrijving waartegen de vordering is gericht;
- c. de waren of diensten waartegen de vordering is gericht. Indien een dergelijke vermelding ontbreekt, wordt de vordering verondersteld te zijn gericht tegen alle waren en diensten waarop het betwiste merk betrekking heeft;
- d. een aanduiding van de grond of gronden waarop de vordering is gebaseerd. Verzoeker kan deze grond of gronden gedurende de procedure, uiterlijk bij het indienen van zijn argumenten of reactie, wijzigen of uitbreiden;
- e. de voorkeuren betreffende het taalgebruik.
2. Indien de vordering is gebaseerd op de in [artikel 2.30bis, lid 1, sub b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6bis&artikel=2.30bis&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag bedoelde gronden, dient het document tevens de volgende gegevens te bevatten:
- a. gegevens ter identificatie van het oudere merk;
- b. in voorkomend geval, de vermelding dat verzoeker optreedt in de hoedanigheid van licentiehouder van het oudere merk;
- c. de waren of diensten van het ingeroepen oudere merk waarop de vordering berust. Indien een dergelijke vermelding ontbreekt wordt de vordering verondersteld te berusten op alle waren en diensten waarop het oudere merk betrekking heeft.
3. In het in lid 2, sub b, bedoelde geval dienen stukken te worden overgelegd die de bevoegdheid van de licentiehouder aantonen.
4. Op het document dienen in voorkomend geval naam en adres van de gemachtigde of het in [regel 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01) bedoelde correspondentieadres te worden vermeld.
5. De in lid 1, sub c en lid 2, sub c, bedoelde gegevens kunnen door enkele opgave van de nummers van de betreffende waren- of dienstenklassen worden vermeld. De waren of diensten waarop de vordering berust of waartegen deze is gericht kunnen tot het moment van de in [regel 1.31, lid 1, sub i, of lid 2, sub h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=4&artikel=1.31&z=2018-06-01&g=2018-06-01), bedoelde beslissing door de verzoeker worden beperkt.
##### Regel 1.31. Verloop procedure
1. De vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring wordt volgens de volgende procedure behandeld:
- a. het Bureau beslist overeenkomstig [regel 1.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=4&artikel=1.32&z=2018-06-01&g=2018-06-01) of de vordering ontvankelijk is en stelt partijen of, in het in [artikel 2.30quater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6bis&artikel=2.30quater&z=2018-06-01&g=2018-06-01) van het Verdrag bedoelde geval, de verzoeker en het Internationaal Bureau hiervan in kennis;
- b. de verweerder beschikt over een termijn van een maand om zijn voorkeuren betreffende het taalgebruik aan te geven, waarna het Bureau overeenkomstig [regel 1.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=4&artikel=1.34&z=2018-06-01&g=2018-06-01) de proceduretaal vaststelt en deze aan partijen meedeelt;
- c. de verzoeker beschikt over een termijn van twee maanden vanaf de onder b bedoelde mededeling om de vordering met argumenten en stukken ter ondersteuning daarvan te onderbouwen en, in voorkomend geval, stukken over te leggen waaruit de algemene bekendheid van het oudere merk blijkt. Bij gebreke daarvan wordt de vordering verder buiten behandeling gelaten;
- d. het Bureau stuurt de argumenten van verzoeker naar de verweerder, en stelt hem een termijn van twee maanden om schriftelijk te reageren en, indien de vordering is gebaseerd op [artikel 2.30bis, lid 1, sub b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6bis&artikel=2.30bis&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag, eventueel bewijzen van gebruik te vragen;
- e. in voorkomend geval wordt verzoeker een termijn van twee maanden gesteld om de gevraagde bewijzen van gebruik over te leggen dan wel te motiveren dat er een geldige reden voor niet-gebruik bestaat. Indien het merk slechts voor een deel van de waren en/of diensten waarvoor het is ingeschreven werd gebruikt, wordt de beslissing van het Bureau gebaseerd op basis van de waren en diensten waarvoor het gebruik werd aangetoond;
- f. indien er bewijzen van gebruik worden overgelegd, zendt het Bureau deze door naar de verweerder en stelt hem een termijn van twee maanden om schriftelijk te reageren op de bewijzen van gebruik en, indien deze dit bij de onder d bedoelde gelegenheid nog niet had gedaan, op de argumenten van verzoeker;
- g. indien het Bureau daartoe gronden aanwezig acht, kan het een of meer partijen verzoeken om binnen een daartoe gestelde termijn aanvullende argumenten of stukken in te dienen;
- h. er kan een mondelinge behandeling worden gehouden overeenkomstig [regel 1.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=4&artikel=1.39&z=2018-06-01&g=2018-06-01);
- i. het Bureau neemt een beslissing. Indien een vordering die op verscheidene gronden berust op basis van één van deze gronden wordt toegewezen, neemt het Bureau over de overige ingeroepen gronden, indien deze hetzelfde rechtsgevolg hebben, geen beslissing. Indien een op [artikel 2.30bis, lid 1, sub b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6bis&artikel=2.30bis&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag gebaseerde vordering die op verscheidene oudere merken berust op basis van één van deze merken wordt toegewezen neemt het Bureau over de overige ingeroepen merken evenmin een beslissing.
2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 wordt de vordering, indien deze uitsluitend is gebaseerd op [artikel 2.30bis, lid 1, sub a, onder ii](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6bis&artikel=2.30bis&z=2018-06-01&g=2018-06-01), jo. [artikel 2.26, lid 2, sub a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6bis&artikel=2.30bis&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag, volgens de volgende procedure behandeld:
- a. het Bureau beslist overeenkomstig [regel 1.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=4&artikel=1.32&z=2018-06-01&g=2018-06-01) of de vordering ontvankelijk is en stelt partijen of, in het in [artikel 2.30quater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6bis&artikel=2.30quater&z=2018-06-01&g=2018-06-01) van het Verdrag bedoelde geval, de verzoeker en het Internationaal Bureau hiervan in kennis;
- b. de verweerder beschikt over een termijn van een maand om zijn voorkeuren betreffende het taalgebruik aan te geven, waarna het Bureau overeenkomstig [regel 1.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=4&artikel=1.34&z=2018-06-01&g=2018-06-01) de proceduretaal vaststelt en deze aan partijen meedeelt;
- c. de verweerder beschikt over een termijn van twee maanden vanaf de onder b bedoelde mededeling om schriftelijk te reageren door bewijzen van gebruik in te dienen dan wel te motiveren dat er een geldige reden voor niet-gebruik bestaat;
- d. indien verweerder reageert, stuurt het Bureau deze reactie door naar verzoeker en stelt hem een termijn van twee maanden om daarop schriftelijk te reageren. Bij uitblijven van een reactie van verzoeker wordt de vordering verder buiten behandeling gelaten;
- e. het Bureau stuurt de reactie van verzoeker door naar verweerder en stelt hem een termijn van twee maanden om daarop schriftelijk te reageren;
- f. indien het Bureau daartoe gronden aanwezig acht, kan het een of meer partijen verzoeken om binnen een daartoe gestelde termijn aanvullende argumenten of stukken in te dienen;
- g. er kan een mondelinge behandeling worden gehouden overeenkomstig [regel 1.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=4&artikel=1.39&z=2018-06-01&g=2018-06-01);
- h. het Bureau neemt een beslissing.
3. Indien verweerder geen domicilie binnen de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte heeft, dient binnen de in lid 1, sub d of lid 2, sub c, genoemde termijn alsnog aan dit vereiste van[regel 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01) te worden voldaan.
##### Regel 1.32. Ontvankelijkheidsvereisten
1. De vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring is ontvankelijk wanneer zij voldoet aan de voorwaarden bedoeld in [regel 1.30, lid 1, sub a tot en met d, en lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=4&artikel=1.30&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van dit reglement, en [artikel 2.30bis, lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6bis&artikel=2.30bis&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag.
2. Indien de vordering is gebaseerd op [artikel 2.30bis, lid 1, sub a, onder ii](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6bis&artikel=2.30bis&z=2018-06-01&g=2018-06-01), jo. [artikel 2.26, lid 2, sub a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6&artikel=2.26&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag, is zij slechts ontvankelijk wanneer het betwiste merk op het moment van instellen van de vordering langer dan vijf jaar is ingeschreven.
##### Regel 1.33. Regularisatie vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring
1. Indien het Bureau vaststelt dat de vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring niet voldoet aan andere vereisten dan die bedoeld in [regel 1.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=4&artikel=1.32&z=2018-06-01&g=2018-06-01), doet hij hiervan mededeling aan de verzoeker en stelt hem een termijn van twee maanden om de vastgestelde gebreken op te heffen. Indien deze gebreken niet tijdig worden opgeheven, wordt de vordering verder buiten behandeling gelaten.
2. Indien het Bureau vaststelt dat andere door partijen ingediende stukken dan bedoeld in lid 1 niet voldoen aan de in dit reglement bedoelde vereisten, doet hij hiervan mededeling aan de betreffende partij en stelt hem een termijn van twee maanden om de vastgestelde gebreken op te heffen. Indien deze gebreken niet tijdig worden opgeheven, wordt het betreffende stuk geacht niet te zijn ingediend.
3. Indien op het moment van aanvang van de procedure, zoals bepaald in regel 1.17, lid 1, sub b, de voor de oppositie verschuldigde rechten niet volledig zijn voldaan wordt de oppositie verder buiten behandeling gelaten.
##### Regel 1.20. Proceduretaal
1. De proceduretaal is een van de werktalen van het Bureau. Zij wordt bij oppositie tegen een Beneluxdepot vastgesteld op de volgende wijze:
- a. de proceduretaal is de taal van het depot van verweerder;
- b. in afwijking van het onder a bepaalde is de proceduretaal de taal gekozen door de opposant indien de taal van het depot van verweerder het Engels is.
2. In geval van een oppositie tegen een internationaal depot wordt de proceduretaal door opposant gekozen uit de werktalen van het Bureau. Indien opposant kiest voor een van de officiële talen van het Bureau, kan verweerder binnen een termijn van een maand na de datum van de kennisgeving van ontvankelijkheid aangeven daarmee niet akkoord te gaan en kiezen voor de andere officiële taal van het Bureau. Indien opposant voor het Engels kiest, kan verweerder binnen een termijn van een maand na de datum van de kennisgeving van ontvankelijkheid aangeven daarmee niet akkoord te gaan en kiezen voor een van de officiële talen van het Bureau. Bij uitblijven van een reactie van verweerder op de taalkeuze van opposant is de proceduretaal de taal gekozen door opposant.
### HOOFDSTUK 4. CONVERSIES VAN GEMEENSCHAPSMERKEN
##### Regel 1.34. Proceduretaal
1. De proceduretaal is een van de werktalen van het Bureau. Zij wordt bij een vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring tegen een Beneluxinschrijving vastgesteld op de volgende wijze:
- a. de proceduretaal is de taal van de inschrijving van verweerder;
- b. in afwijking van het onder a bepaalde is de proceduretaal de taal gekozen door de verzoeker indien de taal van de inschrijving van verweerder het Engels is.
2. In geval van een vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring tegen een internationale inschrijving wordt de proceduretaal door verzoeker gekozen uit de werktalen van het Bureau. Indien verzoeker kiest voor een van de officiële talen van het Bureau, kan verweerder binnen een termijn van een maand na de datum van de kennisgeving van ontvankelijkheid aangeven daarmee niet akkoord te gaan en kiezen voor de andere officiële taal van het Bureau. Indien verzoeker voor het Engels kiest, kan verweerder binnen een termijn van een maand na de datum van de kennisgeving van ontvankelijkheid aangeven daarmee niet akkoord te gaan en kiezen voor een van de officiële talen van het Bureau. Bij uitblijven van een reactie van verweerder op de taalkeuze van verzoeker is de proceduretaal de taal gekozen door verzoeker.
3. In afwijking van het in de leden 1 en 2 bepaalde kunnen partijen gezamenlijk kiezen voor een andere proceduretaal.
4. De keuze voor een proceduretaal wordt gemaakt als volgt:
- a. de opposant geeft bij de akte van oppositie de werktaal van het Bureau aan die zijn voorkeur heeft als proceduretaal;
- b. indien de verweerder zich kan verenigen met de taalkeuze van opposant deelt hij dit binnen een termijn van een maand na de datum van de kennisgeving van ontvankelijkheid van de oppositie mede.
- a. de verzoeker geeft bij indiening van de vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring de werktaal van het Bureau aan die zijn voorkeur heeft als proceduretaal;
- b. indien de verweerder zich kan verenigen met de taalkeuze van verzoeker deelt hij dit binnen de in [regel 1.31, lid 1, sub b of lid 2, sub b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=4&artikel=1.31&z=2018-06-01&g=2018-06-01), bedoelde termijn mede.
5. Het Bureau deelt de proceduretaal mede aan partijen.
6. De oppositiebeslissing wordt opgesteld in de proceduretaal.
##### Regel 1.21. Vertaling
1. De vaststelling van de proceduretaal laat onverlet de mogelijkheid van partijen om zich in de oppositieprocedure te bedienen van een andere werktaal van het Bureau dan de proceduretaal.
2. Indien een van de partijen argumenten indient in een werktaal van het Bureau die niet de proceduretaal is, vertaalt het Bureau deze argumenten in de proceduretaal, tenzij de wederpartij heeft aangegeven geen prijs te stellen op vertaling.
3. Op verzoek van een partij vertaalt het Bureau de in de proceduretaal ingediende argumenten van de wederpartij in een andere werktaal van het Bureau.
4. Op verzoek van een partij vertaalt het Bureau de oppositiebeslissing in de andere werktaal van het Bureau.
5. Vertaling kan worden verzocht bij indiening van de akte van oppositie of bij de mededeling van verweerder als bedoeld in [regel 1.20, lid 4, sub b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.20&z=2018-01-01&g=2018-01-01).
6. Argumenten die niet in een van de werktalen van het Bureau zijn ingediend, worden als niet-ingediend beschouwd.
7. Indien argumenten ingevolge deze regel door het Bureau worden vertaald, geldt het document in de taal waarin het werd ingediend als authentiek.
##### Regel 1.22. Gebruik van het Engels
Vervallen
##### Regel 1.23. Wijziging taalkeuze
1. Tot de aanvang van de procedure kunnen de ingevolge [regel 1.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.20&z=2018-01-01&g=2018-01-01) gemaakte keuzen op gezamenlijk verzoek van partijen worden gewijzigd.
2. Gedurende de oppositieprocedure kan elke partij schriftelijk te kennen geven niet langer prijs te stellen op vertaling door het Bureau bedoeld in [regel 1.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.21&z=2018-01-01&g=2018-01-01).
##### Regel 1.24. Taal stukken ter ondersteuning argumenten of gebruik
Het bepaalde in de regels 1.20 tot en met 1.23 laat onverlet dat stukken die dienen ter ondersteuning van argumenten of om gebruik van een merk aan te tonen, in hun oorspronkelijke taal kunnen worden ingediend. De stukken worden slechts in aanmerking genomen indien het Bureau oordeelt dat deze, gezien de reden van indiening, voldoende begrijpelijk zijn.
##### Regel 1.25. Beginsel van hoor en wederhoor
De inachtneming van het beginsel van hoor en wederhoor als bedoeld in artikel 2.16, lid 1, van het Verdrag houdt met name in dat:
- a. een afschrift van elk relevant stuk dat bij het Bureau door een partij wordt ingediend naar de andere partij wordt verzonden, ook indien de oppositie niet ontvankelijk is. Indien ingediende argumenten ingevolge het bepaalde in regel 1.21 door het Bureau worden vertaald zal doorzending plaatsvinden tezamen met deze vertaling;
- b. een afschrift van elk relevant stuk dat het Bureau aan een partij zendt tevens aan de andere partij wordt gezonden;
- c. de oppositiebeslissing slechts kan worden genomen op gronden waartegen de partijen verweer hebben kunnen voeren;
- d. feiten waarop de wederpartij niet heeft gereageerd als niet betwist worden beschouwd;
- e. het oppositieonderzoek beperkt is tot de door partijen aangevoerde argumenten, feiten en bewijsmiddelen;
- f. de oppositiebeslissing schriftelijk opgesteld, gemotiveerd en naar partijen gestuurd wordt.
##### Regel 1.26. Opschorting
1. Indien de procedure ingevolge [artikel 2.16, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.16&z=2018-01-01&g=2018-01-01), van het Verdrag wordt opgeschort doet het Bureau hiervan mededeling aan partijen, onder vermelding van de grond van opschorting.
2. Indien de grond voor opschorting is opgeheven wordt de procedure voortgezet. Het Bureau deelt dit mede aan partijen, vermeldt hierbij welke handelingen op het betreffende moment in de procedure dienen te worden verricht en stelt hiervoor in voorkomend geval een aanvullende termijn.
3. Opschorting op gezamenlijk verzoek geschiedt voor een periode van vier maanden, en kan met telkens eenzelfde periode worden verlengd. Elke partij kan gedurende een opschorting op gezamenlijk verzoek op ieder moment verzoeken de opschorting op te heffen.
4. Indien de procedure is aangevangen, wordt deze opgeschort op het moment dat het Bureau het gezamenlijk verzoek heeft ontvangen. Het Bureau deelt dit mede aan partijen en vermeldt hierbij de nieuwe termijn. Indien de procedure nog niet is aangevangen, wordt het gezamenlijk verzoek tot opschorting opgevat als een verlenging van de in [regel 1.17, lid 1, sub b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.17&z=2018-01-01&g=2018-01-01) bedoelde termijn.
5. Voordat de procedure is aangevangen is opschorting op gezamenlijk verzoek gedurende de eerste twaalf maanden gratis. Voor verdere verlenging van de opschorting voor aanvang van de procedure, voor opschorting gedurende de procedure en de verlenging daarvan is een recht verschuldigd. Indien niet wordt betaald bij het verzoek tot opschorting stelt het Bureau daarvoor een termijn van een maand. Indien niet of te laat wordt betaald wordt de procedure overeenkomstig lid 2 voortgezet.
6. Opschorting van de oppositieprocedure ontheft partijen niet van de verplichtingen die zij hebben ingevolge [regel 1.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.19&z=2018-01-01&g=2018-01-01).
##### Regel 1.27. Mondelinge behandeling
1. Een mondelinge behandeling kan ambtshalve of op verzoek van partijen worden gehouden indien het Bureau hiertoe gronden aanwezig acht.
2. De mondelinge behandeling verloopt volgens een door de Directeur-Generaal opgesteld reglement.
##### Regel 1.28. Meer opposities
1. Indien verscheidene opposities tegen een merk zijn ingediend kan het Bureau voor aanvang van de procedure besluiten een of meer opposities die bij een eerste onderzoek de meeste kans op toewijzing lijken te hebben in behandeling te nemen. In dat geval kan het Bureau besluiten om de behandeling van de overige opposities uit te stellen. Het Bureau stelt de resterende opposanten in kennis van elke relevante beslissing die in de voortgezette procedures wordt genomen.
2. Indien de in behandeling genomen oppositie gegrond bevonden wordt en deze beslissing definitief geworden is, wordt aan de uitgestelde opposities geacht de grondslag te zijn ontvallen.
##### Regel 1.29. Bewijzen van gebruik
1. De in artikel 2.16, lid 3, sub a, van het Verdrag bedoelde stukken om het gebruik van het merk aan te tonen worden gevraagd en overgelegd volgens de nadere regels, vastgelegd in regel 1.17, lid 1, sub d, e en f.
2. De bewijzen van gebruik dienen aanwijzingen te bevatten over de plaats, duur, omvang en wijze van het gebruik dat is gemaakt van het oudere merk voor de waren en diensten waarop de oppositie berust. Het bewijs moet gebruik in de periode van vijf jaar voorafgaand aan de datum van publicatie van het merk waartegen de oppositie zich richt aantonen.
3. Deze bewijzen beperken zich bij voorkeur tot papieren materiaal zoals verpakkingen, etiketten, prijslijsten, catalogi, facturen, foto’s en krantenadvertenties. Indien de kosten van het doorgeleiden van de stukken naar verweerder een bedrag van € 25,– te boven gaan komen deze voor rekening van opposant.
4. De verweerder kan zijn aanvraag om bewijzen van gebruik in te dienen intrekken dan wel de verstrekte bewijzen als voldoende beschouwen.
5. Het Bureau kan overgaan tot vernietiging van de ingediende bewijsstukken indien de opposant niet binnen twee maanden na het definitief worden van de oppositiebeslissing heeft verzocht om terugzending. Indien de kosten van het terugzenden van de stukken een bedrag van € 25,– te boven gaan komen deze voor rekening van opposant.
##### Regel 1.30. Openbaarheid oppositiebeslissing
De akte van oppositie en de oppositiebeslissing zijn openbaar. De argumenten en overige stukken van de partijen, ongeacht of ze mondeling dan wel schriftelijk worden aangevoerd, zijn slechts toegankelijk voor derden met de instemming van de partijen.
##### Regel 1.31. Inhoud oppositiebeslissing
Een oppositiebeslissing bevat de volgende gegevens:
- a. het nummer van de oppositie;
- b. de datum van de beslissing;
- c. de namen van de partijen en in voorkomend geval hun gemachtigden;
- d. gegevens van de bij de oppositieprocedure betrokken merken;
- e. een samenvatting van de feiten en het verloop van de procedure;
- f. in voorkomend geval een analyse van de gebruiksbewijzen;
- g. een vergelijking van de merken en de waren of diensten waarop deze betrekking hebben;
- h. de beslissing van het Bureau;
- i. de beslissing met betrekking tot de kosten;
- j. de namen van de rapporteur en de overige twee personen die aan de besluitvorming hebben deelgenomen;
- k. de naam van de administratieve behandelaar van het dossier.
##### Regel 1.32. Kostenbepaling oppositie
1. De restitutie als bedoeld in artikel 2.16, lid 3, van het Verdrag wordt vastgesteld op een bedrag dat gelijk is aan 60% van het recht verschuldigd voor oppositie, wanneer zij voor de aanvang van de procedure plaatsvindt en op een bedrag dat gelijk is aan 40% van dit recht, wanneer zij na dat tijdstip plaatsvindt.
2. Er vind geen restitutie plaats indien er, overeenkomstig het bepaalde in regel 1.18, lid 2, slechts een betaling van 40% van de voor oppositie verschuldigde rechten heeft plaatsgevonden. Er vindt evenmin restitutie plaats indien de oppositie wordt ingetrokken nadat het Bureau een beslissing heeft genomen overeenkomstig artikel 2.16, lid 4, van het Verdrag.
3. De kosten als bedoeld in artikel 2.16, lid 5, van het Verdrag worden vastgesteld op een bedrag dat gelijk is aan het basisrecht oppositie.
4. Voor vertaling ingevolge regel 1.21 is een door de Directeur-Generaal vastgestelde vergoeding verschuldigd door de partij die argumenten indient in een taal van het Bureau die niet de proceduretaal is of door de partij die vertaling in de andere taal van het Bureau dan de proceduretaal wenst. De Directeur-Generaal stelt tevens een vergoeding vast voor vertaling van de oppositiebeslissing en vertolking bij een mondelinge behandeling.
##### Regel 1.33. – intrekking na beslissing en beroep
1. De oppositie kan ook na de in artikel 2.16, lid 4, van het Verdrag bedoelde beslissing en uiterlijk totdat deze definitief wordt, worden ingetrokken.
2. Het Bureau geeft onverwijld uitvoering aan de in artikel 2.17, lid 1, van het Verdrag bedoelde rechterlijke beslissingen zodra zij niet meer vatbaar zijn voor verzet of voor voorziening in cassatie.
### HOOFDSTUK 4. CONVERSIES VAN GEMEENSCHAPSMERKEN
##### Regel 1.34. Conversies
1. In geval van een verzoek zoals bedoeld in artikel 110 van de Gemeenschapsmerkenverordening moet de aanvrager:
- a. een betaling verrichten van het recht voor een Beneluxdepot;
- b. een vertaling in een van de werktalen van het Bureau van het verzoek en de hierbij gevoegde stukken indienen;
- c. een domicilie kiezen in de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte overeenkomstig regel 3.6.
2. De termijn hiervoor bedraagt minimaal een maand. Deze termijn kan ambtshalve en zal op verzoek worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden. Indien binnen de gestelde termijn niet is voldaan aan deze bepalingen, worden de ontvangen stukken verder buiten behandeling gelaten.
6. De beslissing van het Bureau wordt opgesteld in de proceduretaal.
## TITEL II. TEKENINGEN OF MODELLEN
@@ -1846,7 +1880,7 @@
5. Indien bij een verzoek als bedoeld in deze regel niet is voldaan aan het in dit reglement bepaalde of indien de verschuldigde rechten of vergoedingen niet of niet volledig zijn betaald, stelt het Bureau de betrokkene hiervan onverwijld in kennis. Onverminderd het bepaalde in regel 1.18, lid 5, geeft het hem een termijn van minimaal een maand om de gebreken alsnog op te heffen. Deze termijn kan ambtshalve en zal op verzoek worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden. Indien binnen de gestelde termijn niet is voldaan aan de gestelde vereisten worden de ontvangen stukken verder buiten behandeling gelaten.
### HOOFDSTUK 2. INTERNATIONALE DEPOTS
### HOOFDSTUK 5. CONVERSIES VAN UNIEMERKEN
##### Regel 3.2. Internationale depots met geldigheid in de Benelux
@@ -1958,9 +1992,9 @@
De in [regel 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.4&z=2012-03-01&g=2012-03-01) bedoelde nadere regels van de Directeur-Generaal voor het indienen van stukken worden op de website van het Bureau gepubliceerd.
## TITEL IV. RECHTEN EN VERGOEDINGEN
### HOOFDSTUK 1. ALGEMEEN
## TITEL III. : BEPALINGEN GEMEENSCHAPPELIJK AAN MERKEN EN TEKENINGEN OF MODELLEN
### HOOFDSTUK 1. AANPASSINGEN VAN INSCHRIJVINGEN
##### Regel 4.1. Soorten i-DEPOT
@@ -1988,7 +2022,7 @@
6. Indiener kan het Bureau gedurende de bewaarneming verzoeken om de toezending van het door het Bureau bewaarde compartiment van de i-DEPOT enveloppe. Door toezending van dit compartiment eindigt de bewaarneming door het Bureau.
### HOOFDSTUK 2. MERKEN
### HOOFDSTUK 3. ADMINISTRATIEVE BEPALINGEN
##### Regel 4.4. Rechten depot, vernieuwing, wijzigingen
@@ -2147,19 +2181,19 @@
##### Regel 4.10. Openbaar i-DEPOT
1. Bij indiening of op elk moment gedurende de bewaartermijn kan de indiener van een online i-DEPOT dit i- DEPOT, of een door hem bepaald deel van de inhoud daarvan, openbaar maken op de website van het Bureau of op een andere door de Directeur-Generaal te bepalen wijze. De indiener kan te allen tijde besluiten deze publicatie te beëindigen.
2. Ten tijde van de openbaarmaking verklaart de indiener nadrukkelijk dat deze voor zijn rekening verantwoording wordt gedaan. Het Bureau oefent geen controle uit op de inhoud van de publicatie en is hiervoor in geen geval aansprakelijk.
1. Bij indiening of op elk moment gedurende de bewaartermijn kan de indiener van een online i-DEPOT dit i-DEPOT, of een door hem bepaald deel van de inhoud daarvan, openbaar maken op de website van het Bureau of op een andere door de Directeur-Generaal te bepalen wijze. De indiener kan te allen tijde besluiten deze publicatie te beëindigen.
2. Ten tijde van de openbaarmaking verklaart de indiener nadrukkelijk dat deze voor zijn rekening en verantwoording wordt gedaan. Het Bureau oefent geen controle uit op de inhoud van de publicatie en is hiervoor in geen geval aansprakelijk.
3. Bij beëindiging van de bewaring van een i-DEPOT wordt de publicatie eveneens beëindigd.
4. De gegevens met betrekking tot de publicatie, waaronder de data van begin en einde daarvan en het nummer van het i-DEPOT worden vermeld op de website van het Bureau of op een andere door de Directeur- Generaal te bepalen wijze.
4. De gegevens met betrekking tot de publicatie, waaronder de data van begin en einde daarvan en het nummer van het i-DEPOT worden vermeld op de website van het Bureau of op een andere door de Directeur-Generaal te bepalen wijze.
5. De openbaarmaking en de beëindiging van de publicatie vinden uitsluitend plaats door gebruikmaking van het door de Directeur-Generaal aangeduide en door het Bureau beschikbaar gestelde middel.
##### Regel 4.11. Bezwaar tegen een openbaar i-DEPOT
1. Onder voorbehoud van het bepaalde in lid 3 kan iedereen het Bureau verzoeken de publicatie van een i-DEPOT te beëindigen door het instellen van een notice-and-takedown procedure openbaar i-DEPOT („NTD-procedure”) op basis van de hiertoe door de Directeur-Generaal opgestelde regels, op de volgende gronden:
1. Onder voorbehoud van het bepaalde in lid 3 kan iedereen het Bureau verzoeken de publicatie van een i-DEPOT te beëindigen door het instellen van een notice-and-takedown procedure openbaar i-DEPOT (“NTD-procedure”) op basis van de hiertoe door de Directeur-Generaal opgestelde regels, op de volgende gronden:
- a. dat de publicatie een strafbaar feit oplevert, of
@@ -2463,7 +2497,7 @@
4. De in lid 1, sub d en f, bedoelde gegevens kunnen door enkele opgave van de nummers van de betreffende waren- of dienstenklassen worden vermeld. De waren of diensten waarop de oppositie berust of waartegen deze is gericht kunnen tot het moment van de in regel 1.17, lid 1, sub i, bedoelde beslissing door de opposant worden beperkt.
### HOOFDSTUK 4. CONVERSIES VAN GEMEENSCHAPSMERKEN
### HOOFDSTUK 4. PROCEDURE TOT NIETIGVERKLARING OF VERVALLENVERKLARING BIJ HET BUREAU
## TITEL II. Tekeningen of modellen
@@ -3121,3 +3155,769 @@
1. De vergoedingen voor handelingen bij en door het Bureau die niet zijn opgenomen op de in regel 5.1, lid 2, bedoelde lijst, zogenaamde incidentele handelingen, worden vastgesteld door de Directeur-Generaal.
2. De Directeur-Generaal informeert de Raad van Bestuur over de vergoedingen vastgesteld voor meer structurele handelingen. De Raad van Bestuur kan besluiten deze vergoedingen op te nemen op de in regel 5.1, lid 2, bedoelde lijst.
##### Artikel 1.15bis. Beroep
1. Eenieder die partij is in een procedure die heeft geleid tot een eindbeslissing van het Bureau in de uitvoering van zijn officiële taken ter toepassing van de [titels II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&z=2018-06-01&g=2018-06-01), [III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&z=2018-06-01&g=2018-06-01) en [IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=IV&z=2018-06-01&g=2018-06-01) van dit verdrag, kan daartegen beroep instellen bij het Benelux-Gerechtshof teneinde een vernietiging of herziening van deze beslissing te verkrijgen. De termijn voor het instellen van beroep bedraagt twee maanden te rekenen vanaf de kennisgeving van de eindbeslissing.
2. De Organisatie kan in procedures voor het Benelux-Gerechtshof die beslissingen van het Bureau betreffen, worden vertegenwoordigd door een daartoe aangewezen personeelslid.
## Titel II. MERKEN
### HOOFDSTUK 1. INDIVIDUELE MERKEN
### HOOFDSTUK 2. DEPOT, INSCHRIJVING EN VERNIEUWING
### HOOFDSTUK 3. TOETSING OP ABSOLUTE GRONDEN
### HOOFDSTUK 4. OPPOSITIE
### HOOFDSTUK 5. RECHTEN VAN DE HOUDER
### HOOFDSTUK 6. DOORHALING, VERVAL EN NIETIGHEID
### HOOFDSTUK 6bis. PROCEDURE TOT NIETIGVERKLARING OF VERVALLENVERKLARING BIJ HET BUREAU
##### Artikel 2.30bis. Instellen van de vordering
1. Een vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring van de inschrijving van een merk kan bij het Bureau worden ingediend:
- a. door iedere belanghebbende:
- i. op basis van de in [artikel 2.28, lid 1, sub a, b, c, d en e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6&artikel=2.28&z=2018-06-01&g=2018-06-01)genoemde gronden. Wanneer de vordering is gebaseerd op de sub b, c en d genoemde gronden, kan het Bureau oordelen dat het merk na inschrijving door gebruik onderscheidend vermogen heeft verkregen.
- ii. op basis van de in [artikel 2.26, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6&artikel=2.26&z=2018-06-01&g=2018-06-01), genoemde gronden, binnen de grenzen van [artikel 2.27, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6&artikel=2.27&z=2018-06-01&g=2018-06-01).
- b. door de deposant of houder van een ouder merk tegen een merk dat:
- i. in rangorde na het zijne komt, overeenkomstig [artikel 2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=1&artikel=2.3&z=2018-06-01&g=2018-06-01), binnen de grenzen van de [artikelen 2.27, lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6&artikel=2.27&z=2018-06-01&g=2018-06-01), en [2.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6&artikel=2.29&z=2018-06-01&g=2018-06-01), of
- ii. verwarring kan stichten met zijn algemeen bekend merk in de zin van [artikel 6bis van het Verdrag van Parijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004120&artikel=6bis), binnen de grenzen van [artikel 2.28, lid 3, sub b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6&artikel=2.28&z=2018-06-01&g=2018-06-01).
2. De op lid 1, sub b, van dit artikel gebaseerde vordering kan tevens worden ingediend door de licentiehouder, indien hij daartoe van de merkhouder toestemming heeft verkregen. Zij kan op een of meer oudere merken berusten.
3. De vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring wordt pas geacht te zijn ingesteld, nadat de verschuldigde rechten zijn betaald.
##### Artikel 2.30ter. Verloop van de procedure
1. Het Bureau behandelt de vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring binnen een redelijke termijn overeenkomstig de bepalingen vastgelegd in het uitvoeringsreglement en met inachtneming van het beginsel van hoor en wederhoor.
2. De procedure wordt opgeschort:
- a. wanneer de vordering is gebaseerd op [artikel 2.30bis, lid 1, sub b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6&artikel=2.30&z=2018-06-01&g=2018-06-01), en het oudere merk:
- i. nog niet is ingeschreven;
- ii. onverwijld is ingeschreven overeenkomstig [artikel 2.8, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6&artikel=2.30&z=2018-06-01&g=2018-06-01), en het voorwerp is van een weigeringsprocedure op absolute gronden of een oppositie;
- iii. het voorwerp is van een vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring;
- b. wanneer het betwiste merk:
- i. nog niet is ingeschreven;
- ii. onverwijld is ingeschreven overeenkomstig [artikel 2.8, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.8&z=2018-06-01&g=2018-06-01), en het voorwerp is van een weigeringsprocedure op absolute gronden of een oppositie;
- iii. het voorwerp is van een gerechtelijke vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring;
- c. op gezamenlijk verzoek van partijen;
- d. indien de opschorting om andere redenen passend is.
3. De procedure wordt afgesloten:
- a. wanneer verweerder niet reageert op de ingestelde vordering. In dit geval wordt hij geacht afstand te hebben gedaan van zijn rechten op de inschrijving en wordt deze doorgehaald;
- b. wanneer aan de vordering de grondslag is ontvallen hetzij omdat zij is ingetrokken, hetzij omdat de inschrijving waartegen de vordering is ingesteld is vervallen;
- c. wanneer de vordering is gebaseerd op [artikel 2.30bis, lid 1, sub b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6&artikel=2.30&z=2018-06-01&g=2018-06-01), en:
- i. de indiener niet langer de hoedanigheid heeft om op te kunnen treden, of
- ii. het oudere merk niet meer geldig is, of
- iii. de indiener binnen de gestelde termijn geen stukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat het recht op zijn merk niet ingevolge het ontbreken van normaal gebruik van het merk, zonder geldige reden, in de zin van dit verdrag dan wel in voorkomend geval van de Gemeenschapsmerkenverordening, vervallen kan worden verklaard.
In deze gevallen wordt een deel van de betaalde rechten gerestitueerd.
4. Nadat het onderzoek van de vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring is beëindigd, neemt het Bureau zo spoedig mogelijk een beslissing. Indien de vordering gegrond bevonden wordt, haalt het Bureau de inschrijving geheel of gedeeltelijk door. In het tegengestelde geval wordt de vordering afgewezen. Van de beslissing geeft het Bureau onverwijld schriftelijk kennis aan partijen, onder vermelding van het in [artikel 1.15bis](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.15bis&z=2018-06-01&g=2018-06-01) genoemde rechtsmiddel tegen die beslissing. De beslissing van het Bureau wordt eerst definitief nadat ze niet meer vatbaar is voor enig rechtsmiddel. Het Bureau is geen partij bij een beroep tegen zijn beslissing.
5. De in het ongelijk gestelde partij wordt in de kosten verwezen. Deze worden vastgesteld conform het bepaalde in het uitvoeringsreglement. De kosten zijn niet verschuldigd indien de vordering gedeeltelijk toegewezen wordt. De beslissing van het Bureau tot vaststelling van de kosten vormt executoriale titel; de gedwongen tenuitvoerlegging geschiedt volgens de bepalingen die van kracht zijn in de staat van executie.
##### Artikel 2.30quater. Vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring van internationale depots
1. Tegen een internationaal depot waarvan is verzocht de bescherming uit te strekken tot het Benelux-gebied kan een vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring worden ingesteld bij het Bureau. De [artikelen 2.30bis](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6bis&artikel=2.30bis&z=2018-06-01&g=2018-06-01) en [2.30ter](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6bis&artikel=2.30ter&z=2018-06-01&g=2018-06-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Het Bureau geeft onverwijld schriftelijk kennis aan het Internationaal Bureau van de ingediende vordering, onder vermelding van het bepaalde in de [artikelen 2.30bis](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6bis&artikel=2.30bis&z=2018-06-01&g=2018-06-01) en [2.30ter](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6bis&artikel=2.30ter&z=2018-06-01&g=2018-06-01), evenals de daarop betrekking hebbende bepalingen uit het uitvoeringsreglement.
### HOOFDSTUK 7. OVERGANG, LICENTIE EN ANDERE RECHTEN
### HOOFDSTUK 8. COLLECTIEVE MERKEN
## TITEL III. TEKENINGEN OF MODELLEN
### HOOFDSTUK 1. Tekeningen of modellen
### HOOFDSTUK 2. DEPOT, INSCHRIJVING EN VERNIEUWING
### HOOFDSTUK 3. RECHTEN VAN DE HOUDER
### HOOFDSTUK 5. OVERGANG, LICENTIE EN ANDERE RECHTEN
### HOOFDSTUK 6. SAMENLOOP MET HET AUTEURSRECHT
## TITEL IV. OVERIGE BEPALINGEN
### HOOFDSTUK 1. GEMACHTIGDENREGISTER
### HOOFDSTUK 3. RECHTERLIJKE BEVOEGDHEID
### HOOFDSTUK 4. OVERIGE BEPALINGEN
## TITEL VI. SLOTBEPALINGEN
De Hoge Verdragsluitende Partijen, wensende uitvoering te geven aan [artikel 1.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Benelux Verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen) dat bepaalt dat de Hoge Verdragsluitende Partijen een protocol zullen sluiten waarin de voorrechten en immuniteiten worden vastgelegd welke nodig zijn voor de uitoefening van de taken en het bereiken van de doelstellingen van de Organisatie;
Zijn het volgende overeengekomen:
De Raad van Bestuur van het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom (merken en tekeningen of modellen),
gelet op zijn bevoegdheid ex [artikel 1.9, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.9&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen) (BVIE),
overeenkomstig het voorstel van de Directeur-Generaal ex [artikel 1.11, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.11&z=2018-06-01&g=2018-06-01) BVIE,
verlangend het uitvoeringsreglement op een aantal punten te wijzigen, met name in verband met de invoering van een administratieve procedure tot nietigverklaring of vervallenverklaring van merken zoals voorzien in het Protocol van 16 december 2014 houdende wijziging van het BVIE,
heeft tijdens zijn zesentwintigste vergadering op 28 september 2017 besloten om het uitvoeringsreglement in te trekken en te vervangen door het onderhavige reglement:
## TITEL I. : MERKEN
### HOOFDSTUK 1. HET BENELUX MERK
##### Regel 1.1. Depotvereisten
1. Het Beneluxdepot van een merk wordt verricht in het Nederlands, Frans of Engels door de indiening van een document, bevattende:
- a. naam en adres van de deposant; indien deposant een rechtspersoon is onder vermelding van zijn rechtsvorm;
- b. in voorkomend geval, naam en adres van de gemachtigde, of het in [regel 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01) bedoelde correspondentieadres;
- c. het merk;
- d. de opgave van de waren en diensten, waarvoor het merk is bestemd. Dit zoveel mogelijk met vermelding van de nummers van de klassen waarin deze waren en diensten volgens de [Overeenkomst van Nice](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003894);
- e. de aanduiding of het merk een woordmerk, een beeldmerk, een gecombineerd woord-beeldmerk, een vormmerk dan wel een ander type merk is. In dit laatste geval dient eveneens te worden aangeduid welk type merk het betreft;
- f. de vermelding van de kleur of kleuren in woorden; in voorkomend geval voorzien van de daarmee overeenkomende kleurcode;
- g. de handtekening van de deposant of zijn gemachtigde.
2. Er kan een beschrijving in niet meer dan vijftig woorden van de onderscheidende elementen van het merk worden vermeld.
##### Regel 1.2. Collectief merk
1. Bij het depot dient in voorkomend geval te worden vermeld dat het een collectief merk betreft.
2. In dat geval dient het depot vergezeld te gaan van een reglement op het gebruik en het toezicht.
##### Regel 1.3. Vaststellen depotdatum; Regularisatie
1. De in [artikel 2.5, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&artikel=2.5&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag bedoelde vereisten voor het vaststellen van een datum van depot, zijn die vermeld in [regel 1.1, lid 1, sub a, c, d en e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.1&z=2018-06-01&g=2018-06-01), en in [regel 1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.2&z=2018-06-01&g=2018-06-01), behoudens betaling van de basisrechten verschuldigd voor het depot binnen een termijn van een maand nadat aan voornoemde vereisten is voldaan.
2. Er wordt een termijn van minimaal een maand toegekend om aan de overige vereisten als bedoeld in [artikel 2.5, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.5&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag te voldoen. Deze termijn kan ambtshalve en zal op verzoek worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden.
##### Regel 1.4. Prioriteit
1. Indien bij het depot een beroep wordt gedaan op het recht van voorrang, als bedoeld in [artikel 2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01) van het Verdrag, dienen het land, de datum, het nummer en de houder van het depot, waarop het recht van voorrang berust, te worden vermeld. Indien de deposant van het merk in het land van oorsprong niet degene is, die het Beneluxdepot verricht, dan moet de laatstgenoemde aan zijn depot een document toevoegen, waaruit zijn rechten blijken.
2. De bijzondere verklaring betreffende het recht van voorrang, als bedoeld in [artikel 2.6, lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag, dient te bevatten: de naam en het adres van de deposant, zijn handtekening of die van zijn gemachtigde, in voorkomend geval naam en adres van de gemachtigde of het correspondentieadres als bedoeld in [regel 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01), een aanduiding van het merk, alsmede de in lid 1 bedoelde gegevens.
3. De deposant die zich op een recht van voorrang beroept is verplicht een afschrift van de documenten die dit recht van voorrang staven over te leggen.
4. Indien niet is voldaan aan het bepaalde in lid 1, 2 en 3 en in de [regels 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.3&z=2018-06-01&g=2018-06-01) en [3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01), stelt het Bureau de betrokkene onverwijld daarvan in kennis en geeft hem een termijn van tenminste een maand om hieraan alsnog te voldoen. Deze termijn kan ambtshalve en zal op verzoek worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden. Het uitblijven van een tijdige reactie leidt tot verval van het recht van voorrang.
##### Regel 1.5. Publicatie depot
1. Het Bureau publiceert, conform het bepaalde in[artikel 2.5, lid 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.5&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag, de ingediende depots en vermeldt:
- a. de datum en het nummer van het depot;
- b. naam en adres van de deposant;
- c. in voorkomend geval, naam en adres van de gemachtigde;
- d. het merk;
- e. de waren en diensten, ingedeeld in klassen volgens de in de [Overeenkomst van Nice](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003894) bedoelde classificatie;
- f. het type merk;
- g. in voorkomend geval de vermelding dat het een collectief merk betreft;
- h. in voorkomend geval, de gegevens van de beeldmerkclassificatie zoals bedoeld in de [Overeenkomst van Wenen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003767) van 12 juni 1973 tot instelling van een internationale classificatie van beeldbestanddelen van merken;
- i. in voorkomend geval de door deposant opgegeven omschrijving van onderscheidende elementen;
- j. in voorkomend geval de vermelding van de kleur of kleuren in woorden; in voorkomend geval voorzien van de daarmee overeenkomende kleurcode;
- k. in voorkomend geval dat er, overeenkomstig [artikel 2.6, van het Verdrag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01) een recht van voorrang werd ingeroepen, onder vermelding van datum, nummer en land van dit recht van voorrang. Daarbij wordt in voorkomend geval vermeld dat nog niet werd voldaan aan het vereiste van [regel 1.4, lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.4&z=2018-06-01&g=2018-06-01);
- l. de datum waarop de termijn voor het instellen van een oppositie tegen het merk verstrijkt.
2. Indien er in de publicatie van de gegevens van een depot, zoals vermeld in lid 1, een vergissing werd begaan die er toe zou kunnen leiden dat belanghebbenden over verkeerde informatie beschikten om te beslissen al dan niet oppositie in te stellen tegen het betreffende merk, verricht het Bureau een gecorrigeerde publicatie. Daarmee gaat de termijn voor het instellen van oppositie tegen het depot opnieuw lopen.
3. In voorkomend geval wordt een naar aanleiding van de eerdere, ingevolge lid 2 gecorrigeerde, publicatie reeds ingestelde oppositie op verzoek van de opposant verder buiten behandeling gelaten. Dit verzoek dient te worden verricht voor het einde van de oppositietermijn die ingevolge het bepaalde in lid 2 opnieuw gaat lopen. In dat geval worden de reeds betaalde rechten gerestitueerd. Indien de opposant niet verzoekt zijn oppositie verder buiten behandeling te laten wordt deze geacht tijdig te zijn ingesteld.
##### Regel 1.6. Inschrijving
1. Het Bureau schrijft het depot in het register in door vermelding van:
- a. het nummer van de inschrijving;
- b. de in [regel 1.5, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.5&z=2018-06-01&g=2018-06-01), bedoelde gegevens;
- c. de datum waarop de geldigheidsduur van de inschrijving verstrijkt;
- d. de datum van inschrijving van het merk.
2. Het Bureau geeft onverwijld uitvoering aan de in[artikel 1.15bis](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.15bis&z=2018-06-01&g=2018-06-01) van het Verdrag bedoelde beslissingen van het Benelux- Gerechtshof, zodra zij niet meer vatbaar zijn voor enig rechtsmiddel.
3. Als datum van inschrijving geldt de dag waarop het Bureau vaststelt dat het depot voldoet aan alle in het Verdrag en het onderhavige reglement gestelde vereisten voor inschrijving van het merk.
##### Regel 1.7. Spoedinschrijving
1. Het in [artikel 2.8, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.8&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag bedoelde verzoek om onverwijld tot inschrijving van het depot over te gaan kan bij het depot of gedurende de inschrijvingsprocedure worden gedaan.
2. Het Bureau publiceert deze inschrijvingen, onder vermelding van de in [regel 1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01) genoemde gegevens.
3. In voorkomend geval wordt bij de in lid 2 bedoelde publicatie de datum vermeld waarop de termijn voor het instellen van oppositie tegen het merk verstrijkt. De [leden 2 en 3 van regel 1.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.5&z=2018-06-01&g=2018-06-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
4. Het Bureau publiceert zijn besluiten om over te gaan tot doorhaling van de inschrijving ingevolge het bepaalde in [artikel 2.8, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.8&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag. Deze publicatie vindt eerst plaats nadat het besluit tot doorhaling niet langer vatbaar is voor enig rechtsmiddel.
##### Regel 1.8. Internationaal depot met aanduiding van de Benelux
1. Als datum van inschrijving van internationale depots van merken waarbij de Benelux wordt aangeduid geldt de datum van de publicatie door het Internationaal Bureau van de door het Bureau verzonden verklaring van verlening van bescherming.
2. In uitzondering op het in het vorige lid bepaalde geldt, indien de houder van het internationale depot het Bureau verzoekt om ingevolge [artikel 2.10, lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&artikel=2.10&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag zijn depot onverwijld in te schrijven, de dag waarop het verzoek tot inschrijving aan het Bureau werd gedaan als datum van inschrijving. Het Bureau publiceert deze.
3. Indien het Bureau het Internationaal Bureau een kennisgeving op basis van [artikel 2.13 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=3&artikel=2.13&z=2018-06-01&g=2018-06-01), [2.18 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.18&z=2018-06-01&g=2018-06-01) of [2.36 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=8&artikel=2.36&z=2018-06-01&g=2018-06-01) van het Verdrag heeft toegezonden geldt als datum van inschrijving de datum van de publicatie door het Internationaal Bureau van de door het Bureau verzonden verklaring van opheffing van de bezwaren tegen de inschrijving als bedoeld in voornoemde artikelen. Indien er verschillende bezwaren van toepassing zijn geweest en indien deze op verschillende tijdstippen werden opgeheven geldt de datum van de laatste publicatie door het Internationaal Bureau van een door het Bureau toegestuurde verklaring van opheffing van een bezwaar als datum van inschrijving.
##### Regel 1.9. Vernieuwing
1. De vernieuwing van de inschrijving geschiedt door betaling aan het Bureau van het daartoe verschuldigde recht.
2. Het Bureau schrijft de vernieuwing in door aanpassing van de datum waarop de geldigheidsduur van de inschrijving verstrijkt.
3. Het Bureau zendt degene die daartoe het verschuldigde recht heeft betaald een bevestiging van de vernieuwing.
### HOOFDSTUK 2. INTERNATIONALE AANVRAAG GEBASEERD OP EEN BENELUXMERK
##### Regel 1.10. Aanvraag, vernieuwing en wijziging
1. De aanvraag voor een internationale inschrijving die op een Beneluxdepot is gebaseerd kan uitsluitend bij het Bureau worden ingediend. Een verzoek tot vernieuwing van de internationale inschrijving, uitbreiding van de bescherming tot andere landen of tot wijziging van de internationale inschrijving kan alleen bij het Bureau worden ingediend indien dit ingevolge het gemeenschappelijk uitvoeringsreglement van de Overeenkomst en het Protocol van Madrid niet rechtstreeks bij het Internationaal Bureau mogelijk is.
2. De aanvraag geschiedt door het indienen van een document, dat de aanduidingen bevat voorgeschreven in het gemeenschappelijk uitvoeringsreglement van de Overeenkomst en het Protocol van Madrid, zo nodig met toevoeging van de stukken voorgeschreven in bedoeld uitvoeringsreglement.
3. Ten aanzien van deze aanvragen en van verzoeken tot wijziging van de internationale inschrijving vinden de regels 3.1, [3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.3&z=2018-06-01&g=2018-06-01), [3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01) en [3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.7&z=2018-06-01&g=2018-06-01) overeenkomstige toepassing.
4. Bij deze aanvragen en verzoeken dient betaling van de ingevolge de Overeenkomst en het Protocol van Madrid verschuldigde rechten te worden verricht, voor zover deze niet rechtstreeks aan het Internationaal Bureau worden voldaan, alsmede betaling van het bemiddelingsrecht voor het Bureau, indien dit verschuldigd is.
5. Het Bureau zendt de in deze regel bedoelde aanvragen en verzoeken, die aan de in deze regel bedoelde vereisten voldoen, onverwijld door aan het Internationaal Bureau.
##### Regel 1.11. Omzetting
De aanvraag om inschrijving zoals bedoeld in artikel 9quinquies van het Protocol van Madrid moet vergezeld zijn van een bewijs van de doorhaling van de internationale inschrijving.
### HOOFDSTUK 3. WEIGERING EN OPPOSITIE
##### Regel 1.12. Bezwaartermijn weigering
1. De termijn bedoeld in [artikel 2.11, lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&artikel=2.11&z=2018-06-01&g=2018-06-01), en [2.13, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=3&artikel=2.13&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag om te antwoorden op de voorlopige weigering, bedraagt ten minste een maand; deze termijn kan ambtshalve en zal op verzoek worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden.
2. In voorkomend geval dient een deposant die zich tegen de voorlopige weigering verzet binnen de in lid 1 genoemde termijn eveneens te voldoen aan de vereisten van [regel 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01) en [3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.7&z=2018-06-01&g=2018-06-01).
##### Regel 1.13. Oppositiegegevens
1. De oppositie wordt ingediend door middel van een document, dat de volgende gegevens bevat:
- a. de naam van opposant;
- b. in voorkomend geval, de vermelding dat opposant optreedt in de hoedanigheid van licentiehouder van het oudere merk;
- c. gegevens ter identificatie van het oudere merk;
- d. de waren of diensten van het ingeroepen oudere merk waarop de oppositie berust. Indien een dergelijke vermelding ontbreekt wordt de oppositie verondersteld te berusten op alle waren en diensten waarop het oudere merk betrekking heeft;
- e. gegevens ter identificatie van het merk waartegen de oppositie is gericht;
- f. de waren of diensten waartegen de oppositie is gericht. Indien een dergelijke vermelding ontbreekt, wordt de oppositie verondersteld te zijn gericht tegen alle waren en diensten waarop het geopponeerde merk betrekking heeft;
- g. de voorkeuren betreffende het taalgebruik.
2. In voorkomend geval dienen stukken te worden overgelegd die de bevoegdheid van de licentiehouder aantonen.
3. Op het document dienen in voorkomend geval naam en adres van de gemachtigde of het in[regel 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01) bedoelde correspondentieadres te worden vermeld.
4. De in lid 1, sub d en f, bedoelde gegevens kunnen door enkele opgave van de nummers van de betreffende waren- of dienstenklassen worden vermeld. De waren of diensten waarop de oppositie berust of waartegen deze is gericht kunnen tot het moment van de in [regel 1.14, lid 1, sub i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.14&z=2018-06-01&g=2018-06-01), bedoelde beslissing door de opposant worden beperkt.
##### Regel 1.14. Verloop procedure
1. De oppositie wordt volgens de volgende procedure behandeld:
- a. het Bureau beslist overeenkomstig [regel 1.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.15&z=2018-06-01&g=2018-06-01) of de oppositie ontvankelijk is en stelt partijen of, in het in [artikel 2.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.18&z=2018-06-01&g=2018-06-01) van het Verdrag bedoelde geval, de opposant en het Internationaal Bureau hiervan in kennis;
- b. de procedure vangt twee maanden na de kennisgeving van ontvankelijkheid aan op voorwaarde dat de voor de oppositie verschuldigde rechten volledig zijn betaald. Het Bureau stuurt partijen een mededeling van aanvang van de procedure;
- c. de opposant beschikt over een termijn van twee maanden vanaf de onder b bedoelde mededeling van aanvang van de procedure om de oppositie met argumenten en stukken ter ondersteuning daarvan te onderbouwen en, in voorkomend geval, stukken over te leggen waaruit de algemene bekendheid van het oudere merk blijkt. Bij gebreke daarvan wordt de oppositie verder buiten behandeling gelaten. Argumenten die ingediend werden voor de aanvang van de procedure worden geacht bij de aanvang van de procedure te zijn ingediend;
- d. het Bureau stuurt de argumenten van opposant naar de verweerder, en stelt hem een termijn van twee maanden om schriftelijk te reageren en eventueel bewijzen van gebruik te vragen;
- e. in voorkomend geval wordt opposant een termijn van twee maanden gesteld om de gevraagde bewijzen van gebruik over te leggen dan wel te motiveren dat er een geldige reden voor niet-gebruik bestaat. Indien het merk slechts voor een deel van de waren en/of diensten waarvoor het is ingeschreven werd gebruikt wordt de beslissing van het Bureau gebaseerd op basis van de waren en diensten waarvoor het gebruik werd aangetoond;
- f. indien er bewijzen van gebruik worden overgelegd zendt het Bureau deze door naar de verweerder en stelt hem een termijn van twee maanden om schriftelijk te reageren op de bewijzen van gebruik en, indien deze dit bij de onder d bedoelde gelegenheid nog niet had gedaan, op de argumenten van opposant;
- g. indien het Bureau daartoe gronden aanwezig acht kan het een of meer partijen verzoeken om binnen een daartoe gestelde termijn aanvullende argumenten of stukken in te dienen;
- h. er kan een mondelinge behandeling worden gehouden overeenkomstig [regel 1.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.23&z=2018-06-01&g=2018-06-01);
- i. het Bureau neemt een beslissing. Indien een oppositie die op verscheidene oudere merken berust op basis van één van deze merken wordt toegewezen, neemt het Bureau over de overige ingeroepen merken geen beslissing.
2. Indien verweerder geen domicilie binnen de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte heeft, dient binnen de in lid 1, sub d genoemde termijn alsnog aan dit vereiste van [regel 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=3&artikel=3.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01) te worden voldaan.
##### Regel 1.15. Ontvankelijkheidsvereisten
1. De oppositie is ontvankelijk wanneer zij is ingediend binnen de in [artikel 2.14, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.14&z=2018-06-01&g=2018-06-01), of [2.18, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.14&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag genoemde termijn, voldoet aan de voorwaarden bedoeld in[regel 1.13, lid 1, sub a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.13&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van dit reglement, en [artikel 2.14, lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.14&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag.
2. Voor het vaststellen van de ontvankelijkheid van de oppositie is aan het vereiste van [artikel 2.14, lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=4&artikel=2.14&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag voldaan indien 40% van de verschuldigde rechten is voldaan.
3. Onverminderd het bepaalde in het vorige lid kan bij indiening het totale verschuldigde recht voor het indienen van de oppositie worden betaald. Het vorige lid laat onverlet dat het totale verschuldigde recht voor het einde van de termijn bepaald in [regel 1.14, lid 1, sub b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.14&z=2018-06-01&g=2018-06-01), dient te zijn voldaan.
4. Indien de oppositie is gebaseerd op meer merken dan waarvoor de rechten zijn betaald, wordt de oppositie in behandeling genomen maar worden alleen de merken in aanmerking genomen waarvoor de rechten betaald zijn, volgens de volgorde zoals bij indiening van de oppositie vermeld.
5. Indien de ingevolge [regel 1.13, lid 1, sub a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.13&z=2018-06-01&g=2018-06-01), verstrekte gegevens niet overeenstemmen met de geregistreerde gegevens van een ingevolge regel 1.13, lid 1, sub c, ingeroepen Beneluxmerk, wordt de ingediende oppositie door het Bureau tevens opgevat als een verzoek tot aantekening van een wijziging in het register. Het bepaalde in regel 3.1 is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de termijn bepaald in regel 3.1, lid 5, maximaal twee weken bedraagt. Wanneer het in regel 1.13, lid 1, sub c, bedoelde oudere merk een uniemerk of een internationaal merk betreft, stelt het Bureau opposant een termijn van twee weken om aan te tonen dat hij het nodige heeft gedaan om het betreffende register in overeenstemming te brengen met de door hem bij indiening van de oppositie verstrekte gegevens.
6. Indien de geldigheid van een ingeroepen ouder merk verstrijkt voor het einde van de termijn voor het instellen van oppositie en dit merk ingevolge de toepasselijke wettelijke bepalingen nog kan worden vernieuwd, stelt het Bureau opposant een termijn van twee weken om dit merk alsnog te vernieuwen. Indien het betreffende oudere merk een uniemerk of een internationaal merk is, stelt het Bureau een termijn van twee weken om aan te tonen dat het nodige is gedaan om het merk te vernieuwen.
##### Regel 1.16. Regularisatie oppositie
1. Indien het Bureau vaststelt dat de akte van oppositie niet voldoet aan andere vereisten dan die bedoeld in [regel 1.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.15&z=2018-06-01&g=2018-06-01), doet hij hiervan mededeling aan de opposant en stelt hem een termijn van twee maanden om de vastgestelde gebreken op te heffen. Indien deze gebreken niet tijdig worden opgeheven, wordt de oppositie verder buiten behandeling gelaten.
2. Indien het Bureau vaststelt dat andere door partijen ingediende stukken dan bedoeld in lid 1 niet voldoen aan de in dit reglement bedoelde vereisten, doet hij hiervan mededeling aan de betreffende partij en stelt hem een termijn van twee maanden om de vastgestelde gebreken op te heffen. Indien deze gebreken niet tijdig worden opgeheven, wordt het betreffende stuk geacht niet te zijn ingediend.
3. Indien op het moment van aanvang van de procedure, zoals bepaald in [regel 1.14, lid 1, sub b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.14&z=2018-06-01&g=2018-06-01), de voor de oppositie verschuldigde rechten niet volledig zijn voldaan wordt de oppositie verder buiten behandeling gelaten.
##### Regel 1.35. Vertaling
1. De vaststelling van de proceduretaal laat onverlet de mogelijkheid van partijen om zich in de procedure tot nietigverklaring of vervallenverklaring te bedienen van een andere werktaal van het Bureau dan de proceduretaal.
2. Indien een van de partijen argumenten indient in een werktaal van het Bureau die niet de proceduretaal is, vertaalt het Bureau deze argumenten in de proceduretaal, tenzij de wederpartij heeft aangegeven geen prijs te stellen op vertaling.
3. Op verzoek van een partij vertaalt het Bureau de in de proceduretaal ingediende argumenten van de wederpartij in een andere werktaal van het Bureau.
4. Op verzoek van een partij vertaalt het Bureau zijn beslissing in de andere werktaal van het Bureau.
5. Vertaling kan worden verzocht bij indiening van de vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring of bij de mededeling van verweerder als bedoeld in [regel 1.34, lid 4, sub b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=4&artikel=1.34&z=2018-06-01&g=2018-06-01). Gedurende de procedure kan elke partij schriftelijk te kennen geven niet langer prijs te stellen op vertaling door het Bureau.
6. Argumenten die niet in een van de werktalen van het Bureau zijn ingediend, worden als niet-ingediend beschouwd.
7. Indien argumenten ingevolge deze regel door het Bureau worden vertaald, geldt het document in de taal waarin het werd ingediend als authentiek.
##### Regel 1.36. Taal stukken ter ondersteuning argumenten of gebruik
[Regel 1.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.20&z=2018-06-01&g=2018-06-01) is van overeenkomstige toepassing op de procedure tot nietigverklaring of vervallenverklaring.
##### Regel 1.37. Beginsel van hoor en wederhoor
Op het beginsel van hoor en wederhoor als bedoeld in [artikel 2.30ter, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6bis&artikel=2.30ter&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag is [regel 1.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.21&z=2018-06-01&g=2018-06-01) van overeenkomstige toepassing.
##### Regel 1.38. Opschorting
1. Indien de procedure ingevolge [artikel 2.30ter, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6bis&artikel=2.30ter&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag wordt opgeschort doet het Bureau hiervan mededeling aan partijen, onder vermelding van de grond van opschorting.
2. Indien de grond voor opschorting is opgeheven, wordt de procedure voortgezet. Het Bureau deelt dit mede aan partijen, vermeldt hierbij welke handelingen op het betreffende moment in de procedure dienen te worden verricht en stelt hiervoor in voorkomend geval een aanvullende termijn.
3. Opschorting op gezamenlijk verzoek geschiedt voor een periode van vier maanden, en kan met telkens eenzelfde periode worden verlengd. Elke partij kan gedurende een opschorting op gezamenlijk verzoek verzoeken om de opschorting op te heffen.
4. Opschorting op gezamenlijk verzoek is gedurende de eerste drie opeenvolgende periodes kostenloos. Voor verdere opschorting op gezamenlijk verzoek en verlenging daarvan is een recht verschuldigd. Indien dit niet wordt betaald bij het verzoek tot opschorting stelt het Bureau daarvoor een termijn van een maand. Indien niet of te laat wordt betaald, wordt de procedure overeenkomstig lid 2 voortgezet.
5. Opschorting van de procedure ontheft partijen niet van de verplichtingen die zij hebben ingevolge [regel 1.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=4&artikel=1.33&z=2018-06-01&g=2018-06-01).
##### Regel 1.39. Mondelinge behandeling
Op een mondelinge behandeling als bedoeld in [regel 1.31, lid 1, sub h, of lid 2, sub g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=4&artikel=1.31&z=2018-06-01&g=2018-06-01), is [regel 1.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.23&z=2018-06-01&g=2018-06-01) van overeenkomstige toepassing.
##### Regel 1.40. Meer vorderingen tot nietigverklaring of vervallenverklaring
Indien verscheidene vorderingen tot nietigverklaring of vervallenverklaring van een merk zijn ingediend, is [regel 1.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.24&z=2018-06-01&g=2018-06-01) van overeenkomstige toepassing.
##### Regel 1.41. Bewijzen van gebruik
Op de ingevolge [regel 1.31, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=4&artikel=1.31&z=2018-06-01&g=2018-06-01), door verzoeker, dan wel ingevolge regel 1.31, lid 2, door verweerder in te dienen stukken om het gebruik van het merk aan te tonen is [regel 1.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.25&z=2018-06-01&g=2018-06-01) van overeenkomstige toepassing.
##### Regel 1.42. Openbaarheid procedure
[Regel 1.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.26&z=2018-06-01&g=2018-06-01) is van overeenkomstige toepassing op de procedure tot nietigverklaring of vervallenverklaring.
##### Regel 1.43. Inhoud beslissing
[Regel 1.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.27&z=2018-06-01&g=2018-06-01) is van overeenkomstige toepassing op de beslissing tot nietigverklaring of vervallenverklaring.
##### Regel 1.44. Kostenbepaling vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring
1. De restitutie als bedoeld in [artikel 2.30ter, lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6bis&artikel=2.30ter&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag wordt vastgesteld op een bedrag dat gelijk is aan 50% van het recht verschuldigd voor het instellen van de vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring.
2. De kosten als bedoeld in [artikel 2.30ter, lid 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6bis&artikel=2.30ter&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag worden vastgesteld op een bedrag dat gelijk is aan het basisrecht voor de vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring.
3. Voor vertaling ingevolge [regel 1.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=4&artikel=1.35&z=2018-06-01&g=2018-06-01) is een door de Directeur-Generaal vastgestelde vergoeding verschuldigd door de partij die argumenten indient in een taal van het Bureau die niet de proceduretaal is of door de partij die vertaling in de andere taal van het Bureau dan de proceduretaal wenst. De Directeur-Generaal stelt tevens een vergoeding vast voor vertaling van de beslissing en vertolking bij een mondelinge behandeling.
##### Regel 1.45. Verzoek om de beslissing niet ten uitvoer te leggen
Na de in [artikel 2.30ter, lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=6bis&artikel=2.30ter&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag bedoelde beslissing en uiterlijk totdat deze definitief wordt, kunnen partijen het Bureau gezamenlijk verzoeken de beslissing niet ten uitvoer te leggen.
##### Regel 1.46. Conversies
1. In geval van een verzoek zoals bedoeld in artikel 139 van de Uniemerkenverordening (2017/1001) moet de aanvrager:
- a. een betaling verrichten van het recht voor een Beneluxdepot;
- b. een vertaling in een van de werktalen van het Bureau van het verzoek en de hierbij gevoegde stukken indienen;
- c. een domicilie kiezen in de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte overeenkomstig [regel 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01).
2. De termijn hiervoor bedraagt minimaal een maand. Deze termijn kan ambtshalve en zal op verzoek worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden. Indien binnen de gestelde termijn niet is voldaan aan deze bepalingen, worden de ontvangen stukken verder buiten behandeling gelaten.
## TITEL II. : TEKENINGEN OF MODELLEN
##### Regel 2.1. Depotvereisten
1. Het Beneluxdepot van een tekening of model geschiedt in het Nederlands, Frans of Engels door de indiening van een document, bevattende:
- a. naam en adres van de deposant; indien deposant een rechtspersoon is onder vermelding van zijn rechtsvorm;
- b. afbeelding(en) van het uiterlijk van het voortbrengsel;
- c. de vermelding van het voortbrengsel, waarin de tekening of het model is of wordt belichaamd;
- d. een omschrijving van de kleur of de kleuren van de tekening of het model; in voorkomend geval voorzien van de daarmee overeenstemmende kleurcode;
- e. de handtekening van de deposant of zijn gemachtigde.
2. Het document kan bovendien bevatten:
- a. een beschrijving in niet meer dan honderdvijftig woorden van de kenmerkende eigenschappen van het nieuwe uiterlijk van het voortbrengsel;
- b. de naam van de werkelijke ontwerper van de tekening of het model;
- c. een verzoek om opschorting van de publicatie van de inschrijving, als bedoeld in [regel 2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.5&z=2018-06-01&g=2018-06-01).
3. In voorkomend geval dienen naam en adres van de gemachtigde, of het in [regel 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01) bedoelde correspondentieadres te worden vermeld.
4. Het voortbrengsel, waarin de tekening of het model is of wordt belichaamd, moet nauwkeurig worden aangegeven en bij voorkeur met gebruikmaking van de bewoordingen van de alfabetische lijst van de internationale classificatie, bedoeld in de Overeenkomst van Locarno van 8 oktober 1968 tot instelling van een internationale classificatie voor tekeningen en modellen van nijverheid.
##### Regel 2.2. Meervoudig depot
Een Beneluxdepot kan verscheidene tekeningen of modellen bevatten tot ten hoogste vijftig. In zodanig geval is het bepaalde in [regel 2.1, lid 1, sub b, c en d, lid 2 en 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=1&artikel=2.1&z=2018-06-01&g=2018-06-01), ten aanzien van iedere tekening of model van toepassing. Iedere tekening of model dient aangeduid te worden met een verschillend nummer.
##### Regel 2.3. Vaststellen depotdatum en termijn regularisatie
1. De in [artikel 3.9, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=2&artikel=3.9&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag bedoelde vereisten voor het vaststellen van een datum van depot, zijn die vermeld in [regel 2.1, lid 1, sub a, b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=1&artikel=2.1&z=2018-06-01&g=2018-06-01), behoudens betaling van de rechten verschuldigd voor het depot, binnen een termijn van een maand nadat aan voornoemde vereisten is voldaan.
2. De termijn bedoeld in [artikel 3.9, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=2&artikel=3.9&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag om te voldoen aan de overige gestelde vereisten, bedraagt tenminste een maand. Deze termijn kan ambtshalve en zal op verzoek worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden.
3. In geval van een meervoudig depot is [artikel 3.9, lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=2&artikel=3.9&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag slechts van toepassing op de niet-geregulariseerde tekeningen of modellen.
##### Regel 2.4. Prioriteit
1. Indien bij het depot een beroep wordt gedaan op het recht van voorrang, als bedoeld in [artikel 3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=2&artikel=3.10&z=2018-06-01&g=2018-06-01) van het Verdrag, dienen het land, de dagtekening, het nummer en de houder van het depot, waarop het recht van voorrang steunt, te worden vermeld. Indien de deposant in het land van oorsprong niet degene is die het Beneluxdepot heeft verricht, dan moet de laatstgenoemde aan zijn depot een document toevoegen, waaruit zijn rechten blijken.
2. De bijzondere verklaring betreffende het recht van voorrang, als bedoeld in [artikel 3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=2&artikel=3.10&z=2018-06-01&g=2018-06-01) van het Verdrag, dient te bevatten: de naam en het adres van de deposant, zijn handtekening of die van zijn gemachtigde, in voorkomend geval naam en adres van de gemachtigde of het correspondentieadres als bedoeld in [regel 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01), een aanduiding van de tekening of het model, alsmede de in lid 1 bedoelde gegevens.
3. De deposant, die zich op een recht van voorrang beroept, is verplicht een afschrift van de documenten die dit recht van voorrang staven over te leggen.
4. Indien niet is voldaan aan het bepaalde in lid 1, 2 en 3 en in de [regels 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.3&z=2018-06-01&g=2018-06-01) en [3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01), stelt het Bureau de betrokkene onverwijld daarvan in kennis en geeft hem een termijn van tenminste een maand om hieraan alsnog te voldoen. Deze termijn kan ambtshalve en zal op verzoek worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden. Het uitblijven van een tijdige reactie leidt tot verval van het recht van voorrang.
##### Regel 2.5. Opschorting publicatie
1. De deposant, die opschorting van de publicatie van de inschrijving wenst, dient hiertoe bij het depot een verzoek in te dienen onder opgave van de termijn, waarvoor opschorting van de publicatie gevraagd wordt.
2. De opschorting van de publicatie van de inschrijving van een meervoudig depot kan slechts gevraagd worden voor alle tekeningen en modellen tezamen en voor éénzelfde termijn.
3. Indien de deposant, die opschorting heeft gevraagd van de publicatie van de inschrijving van een meervoudig depot, bij afloop van de termijn van opschorting aan het Bureau meedeelt, dat hij slechts publicatie wenst van een deel van de tekeningen of modellen, dient hij dit te doen onder opgave van de nummers van de tekeningen of modellen waarvan hij publicatie wenst.
4. De deposant kan te allen tijde om beëindiging van de termijn van opschorting verzoeken.
##### Regel 2.6. Verzoek tweede publicatie
De termijn bedoeld in [artikel 3.11, lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=2&artikel=3.11&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag, gedurende welke de deposant aan het Bureau een tweede publicatie van de tekening of het model kan vragen, bedraagt drie maanden te rekenen van de datum van de eerste publicatie.
##### Regel 2.7. Inschrijving
1. Het Bureau schrijft het depot in het register in door vermelding van:
- a. het nummer van de inschrijving;
- b. de datum en het nummer van het depot;
- c. de in [regel 2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=1&artikel=2.1&z=2018-06-01&g=2018-06-01) bedoelde gegevens;
- d. in voorkomend geval, het ingeroepen recht van voorrang onder vermelding van het land, de dagtekening, het nummer en de houder van het depot waarop het ingeroepen recht van voorrang steunt overeenkomstig [regel 2.4 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=1&artikel=2.4&z=2018-06-01&g=2018-06-01);
- e. ingeval van opschorting van de publicatie van de inschrijving, de gegevens opgenomen in [regel 2.5, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.5&z=2018-06-01&g=2018-06-01);
- f. de datum waarop de geldigheidsduur van de inschrijving verstrijkt;
- g. het nummer van de klasse en de onderklasse van de internationale classificatie, bedoeld in de [Overeenkomst van Locarno](onbekend) in welke het voortbrengsel, waarin de tekening of het model is of wordt belichaamd, is gerangschikt;
- h. de datum van inschrijving.
2. Als datum van inschrijving geldt de dag waarop het Bureau vaststelt dat het depot voldoet aan alle in het Verdrag en het onderhavige reglement gestelde vereisten.
3. Het Bureau zendt de houder onverwijld een bewijs van inschrijving toe.
##### Regel 2.8. Datum inschrijving internationale depots
Als datum van inschrijving van internationale depots van tekeningen of modellen waarbij de Benelux werd aangeduid geldt de datum van de in [artikel 3.11, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=2&artikel=3.11&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag bedoelde publicatie.
##### Regel 2.9. Inschrijving handhaving gewijzigde vorm
Een verzoek tot inschrijving van de in [artikel 3.24, lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=4&artikel=3.24&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag bedoelde verklaring van de houder of rechterlijke beslissing dient te worden ingediend bij het Bureau en dient te bevatten de naam en het adres van de houder, zijn handtekening of die van zijn gemachtigde, in voorkomend geval naam en adres van de gemachtigde of het correspondentieadres als bedoeld in [regel 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01), alsmede het nummer van de inschrijving.
##### Regel 2.10. Inschrijving vordering tot opeising en doorhaling van deze inschrijving
1. Het verzoek tot inschrijving van de vordering tot opeising bedoeld in [artikel 3.7, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.7&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag, dient te bevatten de naam en het adres van degene die de vordering instelt, zijn handtekening of die van zijn gemachtigde en, in voorkomend geval, naam en adres van de gemachtigde of het correspondentieadres als bedoeld in [regel 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01), alsmede de naam en het adres van de houder en het nummer van de inschrijving van het Benelux- of internationaal depot van de betreffende tekening of het betreffende model.
2. De in [artikel 3.7, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.7&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag bedoelde inschrijving van de vordering tot opeising wordt op verzoek van de meest gerede partij doorgehaald. Deze dient daartoe, hetzij een rechterlijke beslissing waartegen geen hoger beroep of cassatie meer kan worden ingesteld, hetzij een stuk waaruit blijkt dat de vordering is ingetrokken, over te leggen.
##### Regel 2.11. Vernieuwing
De vernieuwing van de inschrijving geschiedt door betaling aan het Bureau van het daartoe verschuldigde recht. Indien de houder van een meervoudig depot gebruik wil maken van de mogelijkheid die wordt geopend door [artikel 3.14, lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=2&artikel=3.14&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag, dient hij de nummers te vermelden van de tekeningen of modellen waarvan hij de vernieuwing van de inschrijving wenst.
##### Regel 2.12. Inschrijving vernieuwing
1. Het Bureau schrijft de vernieuwingen in het register in door aanpassing van de datum waarop de geldigheidsduur van de inschrijving verstrijkt.
2. Het Bureau zendt degene die het daartoe verschuldigde recht heeft betaald een bevestiging van de vernieuwing toe.
##### Regel 3.1. Wijzigingen in het register
1. Ieder verzoek tot wijziging van registergegevens met betrekking tot een Benelux depot of inschrijving dient aan het Bureau te worden gericht onder vermelding van het nummer van de inschrijving, de naam en het adres van de houder van het recht, zijn handtekening of die van zijn gemachtigde en, in voorkomend geval, naam en adres van de gemachtigde of het correspondentieadres bedoeld in [regel 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01). In voorkomend geval dient het verzoek van een bewijsstuk te zijn vergezeld.
2. Indien een zodanig verzoek de inschrijving betreft van een meervoudig depot van tekeningen of modellen maar geen betrekking heeft op alle tekeningen of modellen hierin, dient het de nummers te vermelden van de tekeningen of modellen waarom het gaat. Indien de overdracht of overgang het uitsluitend recht betreft op een of meer tekeningen of modellen die deel uitmaken van een meervoudig depot, wordt dit deel van het depot voortaan beschouwd als een zelfstandig depot.
3. De doorhaling van de inschrijving van een pandrecht of een beslag wordt verricht op basis van een bewijsstuk.
4. Er kan worden volstaan met het overleggen van een kopie van de akte waaruit overdracht, andere overgang, licentie of een pandrecht, als bedoeld in de [artikelen 2.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=7&artikel=2.33&z=2018-06-01&g=2018-06-01) en [3.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=5&artikel=3.27&z=2018-06-01&g=2018-06-01) van het Verdrag, blijkt. Indien het Bureau gerede twijfel heeft over de juistheid van de verzochte wijziging kan het Bureau nadere informatie verzoeken, waaronder de indiening van originele stukken of gewaarmerkte kopieën daarvan.
5. Indien bij een verzoek als bedoeld in deze regel niet is voldaan aan het in dit reglement bepaalde of indien de verschuldigde rechten of vergoedingen niet of niet volledig zijn betaald, stelt het Bureau de betrokkene hiervan onverwijld in kennis. Onverminderd het bepaalde in [regel 1.15, lid 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.15&z=2018-06-01&g=2018-06-01), geeft het hem een termijn van minimaal een maand om de gebreken alsnog op te heffen. Deze termijn kan ambtshalve en zal op verzoek worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden. Indien binnen de gestelde termijn niet is voldaan aan de gestelde vereisten worden de ontvangen stukken verder buiten behandeling gelaten.
### HOOFDSTUK 2. INTERNATIONALE DEPOTS
##### Regel 3.2. Internationale depots met geldigheid in de Benelux
1. Betreffende de internationale depots ten aanzien waarvan de deposanten verzocht hebben dat zij hun werking zullen uitstrekken over het Beneluxgebied, schrijft het Bureau, onverminderd het bepaalde in de [regels 1.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.8&z=2018-06-01&g=2018-06-01) en [2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.8&z=2018-06-01&g=2018-06-01), in het register in de van het Internationaal Bureau komende kennisgevingen als bedoeld in de [artikelen 2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.10&z=2018-06-01&g=2018-06-01) en [4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=IV&hoofdstuk=2&artikel=4.4&z=2018-06-01&g=2018-06-01) van het Verdrag.
2. Indien een internationaal depot van een collectief merk niet vergezeld is van een reglement op het gebruik en het toezicht, wijst het Bureau de deposant onverwijld op zijn verplichting dit reglement binnen de in [artikel 2.36, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=8&artikel=2.36&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag bedoelde termijn, over te leggen. Met betrekking tot de collectieve merken wordt in dit register melding gemaakt van het al dan niet overgelegd zijn en van de wijzigingen van het reglement op het gebruik en het toezicht.
3. Bovendien worden in het register aangetekend de gegevens betreffende nietigverklaring, vervallenverklaring en licenties, pandrecht en beslag, van tekeningen of modellen voor zover deze het Beneluxgebied betreffen.
4. [Regel 3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.1&z=2018-06-01&g=2018-06-01) is van overeenkomstige toepassing op de inschrijving van de in lid 3 bedoelde gegevens.
##### Regel 3.3. Talen Bureau
1. De officiële talen van het Bureau zijn het Nederlands en het Frans. De werktalen van het Bureau zijn het Nederlands, Frans en Engels.
2. Alle stukken die aan het Bureau worden overgelegd dienen in een van de werktalen te zijn gesteld. Het bepaalde in [regel 1.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&artikel=1.20&z=2018-06-01&g=2018-06-01) vormt hierop een uitzondering.
3. Bewijzen van een recht van voorrang, van naamswijziging, uittreksels van akten waaruit een overdracht, een andere overgang, een licentie of een pandrecht blijkt, de daarop betrekking hebbende verklaringen, de reglementen op het gebruik en het toezicht en de wijzigingen daarvan, worden eveneens aanvaard indien zij in het Duits zijn gesteld.
4. De in lid 3 genoemde stukken die in een andere taal zijn gesteld worden eveneens aanvaard indien een vertaling ervan in een van de werktalen van het Bureau of het Duits is bijgevoegd.
5. Het Bureau levert op verzoek en tegen betaling van een recht een vertaling naar een van zijn officiële talen van alle Beneluxdepots of -inschrijvingen die in het Engels luiden en die openbaar gemaakt zijn.
##### Regel 3.4. Indiening van stukken
1. De aan het Bureau of de nationale diensten over te leggen stukken, bewijsstukken en bijlagen kunnen worden ingediend met behulp van de daartoe door de Directeur-Generaal aangeduide (al dan niet elektronische) middelen. De Directeur-Generaal kan daarbij per handeling waarop de indiening betrekking heeft verschillende middelen aanduiden.
2. De in lid 1 genoemde stukken, bewijsstukken en bijlagen die niet voldoen aan het daaromtrent door de Directeur-Generaal bepaalde worden geacht niet te zijn ontvangen door het Bureau.
##### Regel 3.5. Ondertekening van stukken
Indien enig stuk, overgelegd ter inschrijving in het Benelux-register of in het register van internationale inschrijvingen gehouden bij het Internationaal Bureau, is ondertekend namens een rechtspersoon, dient daarbij de naam en de hoedanigheid van de ondertekenaar te zijn vermeld.
##### Regel 3.6. Aanstelling gemachtigde
1. Alle handelingen bij het Bureau of een nationale dienst kunnen worden verricht door tussenkomst van een vertegenwoordiger die als gemachtigde optreedt.
2. Een gemachtigde dient een woonplaats of zetel te hebben binnen de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte.
3. Alle mededelingen ten aanzien van deze handelingen worden aan de gemachtigde gericht.
4. Eenieder die binnen de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte geen zetel of woonplaats heeft noch een gemachtigde heeft aangewezen, moet aldaar een correspondentieadres aangeven.
##### Regel 3.7. Volmachten
1. Eenieder die stelt op te treden als vertegenwoordiger van een belanghebbende voor het verrichten van een handeling bij het Bureau wordt verondersteld hiertoe door belanghebbende te zijn gemachtigd.
2. Indien een vertegenwoordiger het Bureau verzoekt een registratie door te halen dient deze een daartoe strekkende volmacht in te dienen.
3. Indien het Bureau redenen heeft om te twijfelen aan de machtiging van een vertegenwoordiger, bij welke handeling dan ook, kan het verzoeken een volmacht in te dienen. De termijn hiervoor bedraagt een maand. Deze termijn zal op verzoek met een maand worden verlengd. Het uitblijven van een tijdige reactie heeft tot gevolg dat het verzoek buiten behandeling zal worden gelaten.
##### Regel 3.8. Bevestiging ontvangst van stukken
1. Het Bureau bevestigt de ontvangst van elk stuk dat bestemd is voor inschrijving in het Benelux-register of in het register van de internationale inschrijvingen gehouden bij het Internationaal Bureau.
2. Ieder stuk wordt bij ontvangst door de bevoegde instantie gedagtekend onder vermelding van uur, dag, maand en jaar van ontvangst.
3. Het Bureau registreert de verzending en ontvangst van stukken. Deze registratie vormt, behoudens tegenbewijs, het bewijs van verzending en ontvangst en van het moment waarop dit heeft plaatsgevonden.
##### Regel 3.9. Termijnen en sluitingsdagen
1. De in dit reglement bedoelde in maanden uitgedrukte termijnen beginnen te lopen vanaf de dag waarop de desbetreffende handeling plaatsvindt en verstrijken, in de betreffende maand, op de dag die overeenkomt met de dag waarop de termijnen beginnen te lopen. Indien de betreffende maand geen overeenkomende dag heeft, verstrijkt de termijn op de laatste dag van deze maand.
2. De in dit reglement bedoelde in weken uitgedrukte termijnen beginnen te lopen vanaf de dag waarop de desbetreffende handeling plaatsvindt en verstrijken, in de betreffende week, op de dag die overeenkomt met de dag waarop de termijnen beginnen te lopen.
3. Indien de dienst van de bevoegde instantie gesloten is op de laatste dag van een ingevolge het Verdrag of dit reglement in acht te nemen termijn, wordt die termijn verlengd tot het einde van de eerstvolgende dag, waarop deze dienst geopend is.
4. In geval van verstoring van de normale postbedeling in een van de Beneluxlanden gedurende minstens één van de vijf werkdagen, voorafgaand aan het einde van de termijn bedoeld in de [regels 1.3, lid 1 en 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.3&z=2018-06-01&g=2018-06-01), [1.4, lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.4&z=2018-06-01&g=2018-06-01), [2.3, lid 1 en 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=1&artikel=2.3&z=2018-06-01&g=2018-06-01), [2.4, lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=1&artikel=2.4&z=2018-06-01&g=2018-06-01), en [3.1, lid 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.1&z=2018-06-01&g=2018-06-01), en de in de [hoofdstukken 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&hoofdstuk=3&z=2018-06-01&g=2018-06-01) en 4 van titel I bedoelde termijnen, zullen stukken, binnengekomen bij de terzake bevoegde instantie na afloop van de in voornoemde regels bepaalde termijnen, in behandeling genomen worden alsof ze tijdig waren ingediend bij deze instantie, mits redelijkerwijs kan aangenomen worden dat de verstoring van de normale postbedeling de oorzaak is van het na afloop van genoemde termijnen binnenkomen van die stukken.
##### Regel 3.10. Inlichtingen en afschriften
1. Het Bureau verschaft afschriften en inlichtingen op grondslag van het Benelux-register. De nationale diensten verschaffen uit naam en voor rekening van het Bureau dezelfde inlichtingen en afschriften voor zover zij daarover beschikken.
2. Het register kan worden geraadpleegd op door de Directeur-Generaal vastgestelde wijze of in de vorm van een abonnement waarvan de modaliteiten door de Directeur-Generaal worden vastgesteld.
3. De bewijsstukken van het recht van voorrang, bedoeld in [artikel 4, onder D, derde lid, van het Verdrag van Parijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0004120&artikel=4) worden door het Bureau, of in voorkomend geval de nationale diensten, verschaft. Een dergelijk document kan slechts worden afgegeven, nadat conform het bepaalde in de [regels 1.3, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.3&z=2018-06-01&g=2018-06-01), en [2.3, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=1&artikel=2.3&z=2018-06-01&g=2018-06-01), de depotdatum is vastgesteld.
##### Regel 3.11. Ter beschikking stellen formulieren
Het Bureau en de nationale diensten stellen formulieren beschikbaar voor het verrichten van die handelingen die langs niet- elektronische weg kunnen worden verricht. De Directeur-Generaal stelt het model van deze formulieren vast. Deze worden gepubliceerd op de website van het Bureau.
##### Regel 3.12. Benelux-register
1. Het Benelux-register bevat twee gedeelten:
- a. een register van Beneluxdepots;
- b. een register van internationale depots.
2. Het Benelux-register en de stukken die dienen tot bewijs van de daarin opgenomen aantekeningen kunnen kosteloos worden ingezien bij het Bureau.
3. Het Benelux-register kan eveneens kosteloos worden geraadpleegd bij de Belgische en Luxemburgse nationale diensten.
##### Regel 3.13. Publicatie
Het Bureau publiceert, conform het bepaalde in [artikel 4.4, sub b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=IV&hoofdstuk=2&artikel=4.4&z=2018-06-01&g=2018-06-01), van het Verdrag uitsluitend in de taal waarin de inschrijving plaatsgevonden heeft:
- a. alle ingeschreven gegevens betreffende Beneluxdepots, bedoeld in de [regels 1.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.5&z=2018-06-01&g=2018-06-01), [1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.6&z=2018-06-01&g=2018-06-01), [1.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.7&z=2018-06-01&g=2018-06-01), [1.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.9&z=2018-06-01&g=2018-06-01), [2.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.7&z=2018-06-01&g=2018-06-01), [2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=3&artikel=2.12&z=2018-06-01&g=2018-06-01) en [3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.1&z=2018-06-01&g=2018-06-01). Bij een beperkte vernieuwing van de inschrijving van een meervoudig depot van een tekening of model zal de publicatie van de vernieuwing de nummers van de gehandhaafde tekeningen of modellen vermelden;
- b. alle ingeschreven gegevens betreffende internationale merkdepots, bedoeld in [regel 1.8 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.8&z=2018-06-01&g=2018-06-01);
- c. alle ingeschreven gegevens betreffende internationale depots van tekeningen of modellen bedoeld in [regel 3.2 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.2&z=2018-06-01&g=2018-06-01);
- d. de inschrijving van de verklaring of de rechterlijke beslissing bedoeld in [regel 2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.9&z=2018-06-01&g=2018-06-01);
- e. het feit van de inschrijving van de vordering tot opeising bedoeld in [regel 2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=II&hoofdstuk=2&artikel=2.10&z=2018-06-01&g=2018-06-01).
##### Regel 3.14. Nadere regels
De in [regel 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.4&z=2018-06-01&g=2018-06-01) bedoelde nadere regels van de Directeur-Generaal voor het indienen van stukken worden op de website van het Bureau gepubliceerd.
## TITEL IV. : I-DEPOT
##### Regel 4.1. Soorten i-DEPOT
Het in [artikel 4.4bis](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=IV&hoofdstuk=2&artikel=4.4bis&z=2018-06-01&g=2018-06-01) van het Verdrag genoemde i-DEPOT bestaat in een fysieke variant („i-DEPOT enveloppe”) en in een elektronische variant („online i-DEPOT”).
##### Regel 4.2. Indiening i-DEPOT enveloppe
1. Een i-DEPOT enveloppe bestaat uit twee gelijke aan elkaar gekoppelde compartimenten en kan bij het Bureau worden verkregen tegen betaling van het daarvoor verschuldigde recht.
2. Indiening van een i-DEPOT enveloppe geschiedt door terugzending aan het Bureau van de twee aan elkaar gekoppelde compartimenten die beide dezelfde stukken dienen te bevatten; de enveloppe dient te zijn voorzien van naam en adres van de indiener.
3. Zonder de inhoud te controleren stelt het Bureau overeenkomstig [regel 3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.8&z=2018-06-01&g=2018-06-01) het moment van ontvangst van de i-DEPOT enveloppe vast, brengt een bevestiging hiervan aan op beide compartimenten van de enveloppe en stuurt één van deze compartimenten terug aan indiener.
##### Regel 4.3. Bewaring i-DEPOT enveloppe
1. Het Bureau bewaart één van de compartimenten van de i-DEPOT enveloppe gedurende een periode van vijf of tien jaar, afhankelijk van de terzake door indiener gemaakte keuze.
2. De bewaartermijn kan met periodes van vijf jaar worden verlengd.
3. Twee maanden voor het verstrijken van de bewaartermijn stuurt het Bureau de indiener een herinnering en informeert over de mogelijkheid de bewaring te verlengen.
4. Verlenging van de bewaartermijn geschiedt door betaling van het daarvoor verschuldigde recht. Dit dient ten laatste twee maanden na de afloop van de bewaartermijn te zijn voldaan.
5. Het Bureau vernietigt de i-DEPOT enveloppen waarvan de bewaartermijn niet tijdig werd verlengd.
6. Indiener kan het Bureau gedurende de bewaarneming verzoeken om de toezending van het door het Bureau bewaarde compartiment van de i-DEPOT enveloppe. Door toezending van dit compartiment eindigt de bewaarneming door het Bureau.
##### Regel 4.4. i-DEPOT enveloppe bewijs
Zowel het door het Bureau retour gezonden compartiment van de i-DEPOT enveloppe als het door het Bureau bewaarde compartiment van de i-DEPOT enveloppe vormen bewijs in de zin van [artikel 4.4bis](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=IV&hoofdstuk=2&artikel=4.4bis&z=2018-06-01&g=2018-06-01) van het Verdrag.
##### Regel 4.5. Indiening online i-DEPOT
1. Een online i-DEPOT bestaat uit een bestand voorzien van een elektronisch mechanisme ter beveiliging en verificatie aangebracht door het Bureau, waarmee wordt gegarandeerd dat de inhoud ervan vanaf het moment van ontvangst door het Bureau niet is gewijzigd.
2. Bij indiening van een online i-DEPOT dienen naam en adres van indiener te worden vermeld.
3. Bovendien dient bij een online i-DEPOT:
- a. een omschrijving te worden vermeld, of;
- b. een of meer bestanden toe te worden gevoegd, of;
- c. een combinatie van het onder a en b genoemde.
4. Het Bureau kent het online i-DEPOT een nummer toe, stelt overeenkomstig [regel 3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.8&z=2018-06-01&g=2018-06-01) het moment van ontvangst van het online i-DEPOT vast en stelt het in lid 1 bedoelde elektronische bestand op elektronische wijze beschikbaar aan indiener. Dit bestand bevat de bestanddelen genoemd in de leden 2 en 3, het nummer van het online i-DEPOT alsmede datum en tijdstip van ontvangst door het Bureau.
##### Regel 4.6. Online i-DEPOT bewijs
Het elektronisch bestand bedoeld in [regel 4.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=IV&hoofdstuk=3&artikel=4.5&z=2018-06-01&g=2018-06-01) vormt bewijs in de zin van [artikel 4.4bis](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=IV&hoofdstuk=2&artikel=4.4bis&z=2018-06-01&g=2018-06-01) van het Verdrag.
##### Regel 4.7. Bewaring online i-DEPOT
1. Het Bureau bewaart een online i-DEPOT gedurende een periode van vijf of tien jaar, afhankelijk van de terzake door indiener gemaakte keuze.
2. Twee maanden voor het verstrijken van de bewaartermijn stuurt het Bureau de indiener een herinnering en informeert over de mogelijkheid de bewaring te verlengen.
3. Verlenging van de bewaartermijn geschiedt door betaling van het daarvoor verschuldigde recht. Dit dient ten laatste twee maanden na de afloop van de bewaartermijn te zijn voldaan.
4. Het Bureau vernietigt het online i-DEPOT waarvan de bewaartermijn niet tijdig werd verlengd.
5. Indiener kan het Bureau te allen tijde verzoeken de bewaring van een online i-DEPOT te beëindigen en het te vernietigen.
##### Regel 4.8. Handelingen betrekking hebbend op het online i-DEPOT
De handelingen betrekking hebbende op een online i-DEPOT kunnen uitsluitend worden verricht door gebruikmaking van het daartoe door de Directeur-Generaal aangeduide middel dat op de website van het Bureau beschikbaar wordt gesteld.
##### Regel 4.9. Termijnen
Op de in de [regels 4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=IV&hoofdstuk=1&artikel=4.3&z=2018-06-01&g=2018-06-01) en [4.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=IV&hoofdstuk=4&artikel=4.7&z=2018-06-01&g=2018-06-01) bedoelde termijnen is [regel 3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=2&artikel=3.9&z=2018-06-01&g=2018-06-01) van overeenkomstige toepassing.
## TITEL V. : RECHTEN EN VERGOEDINGEN
##### Regel 5.1. Vaststelling tarieven
1. Ter uitvoering van het bepaalde in [artikel 1.13, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=I&artikel=1.13&z=2018-06-01&g=2018-06-01) van het Verdrag keert het Bureau aan de nationale diensten 20% uit van het bedrag van de rechten, die zijn geïnd ter zake van de door hun bemiddeling verrichte handelingen.
2. De Raad van Bestuur stelt de tarieven vast van de voor de in het Verdrag en dit reglement opgenomen handelingen bij en door het Bureau. Deze tarieven worden vastgelegd in een lijst die een bijlage vormt bij dit reglement. De Raad kan de vastgestelde tarieven slechts eenmaal per jaar aanpassen.
3. [Artikel 6.5 van het Verdrag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=VI&artikel=6.5&z=2018-06-01&g=2018-06-01) is van overeenkomstige toepassing op de bekendmaking van nieuwe tarieven.
##### Regel 5.2. Betaling
1. Betaling van de verschuldigde rechten en vergoedingen dient vooraf te gaan aan handelingen door het Bureau. Betaalde verschuldigde rechten en vergoedingen, worden in geen geval gerestitueerd.
2. Het Bureau verzendt na ontvangst van een verzoek waaraan rechten verbonden zijn een overzicht van de verschuldigde rechten. Aan het niet-verzenden of niet-ontvangen van dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.
3. Indien voor een handeling overeenkomstig [regel 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=1&artikel=3.4&z=2018-06-01&g=2018-06-01) zowel elektronische als niet-elektronische indiening mogelijk is en de indiener ervoor kiest om een ander middel dan een door de Directeur-Generaal voor die specifieke handeling aangeduid elektronisch middel te gebruiken, is een vergoeding voor administratiekosten verschuldigd ter hoogte van 15%, naar beneden afgerond op hele euro’s, van het recht of de rechten verschuldigd voor de desbetreffende handeling. Deze vergoeding is niet eerder verschuldigd dan nadat hierover overeenkomstig [regel 3.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=III&hoofdstuk=2&artikel=3.14&z=2018-06-01&g=2018-06-01) een mededeling van de Directeur-Generaal is gepubliceerd.
##### Regel 5.3. Vergoedingen incidentele handelingen
1. De vergoedingen voor handelingen bij en door het Bureau die niet zijn opgenomen op de in [regel 5.1, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=V&artikel=5.1&z=2018-06-01&g=2018-06-01), bedoelde lijst, zogenaamde incidentele handelingen, worden vastgesteld door de Directeur-Generaal.
2. De Directeur-Generaal informeert de Raad van Bestuur over de vergoedingen vastgesteld voor meer structurele handelingen. De Raad van Bestuur kan besluiten deze vergoedingen op te nemen op de in [regel 5.1, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001716&titeldeel=V&artikel=5.1&z=2018-06-01&g=2018-06-01), bedoelde lijst.
TEN BLIJKE WAARVAN de Gevolmachtigden dit verdrag hebben ondertekend en voorzien van hun zegel.
GEDAAN te Den Haag op 25 februari 2005, in drievoud, in de Nederlandse en in de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.
2018-01-01
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2016-10-01
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2013-10-01
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2012-03-01
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2012-01-01
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2010-09-30
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2009-10-01
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2009-04-17
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2007-02-01
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2006-09-01
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2005-02-25
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen
2005-02-25
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekening
original version Tekst op deze datum