Wijzigingsgeschiedenis
Protocol betreffende milieubescherming bij het Verdrag inzake Antarctica
2 versions
· 2016-12-08
2016-12-08
Protocol betreffende milieubescherming bij het Verdrag inzake Antarctic
Wijzigingen op 2016-12-08
@@ -542,588 +542,608 @@
Voor de toepassing van deze Bijlage wordt verstaan onder:
- a. „inheems zoogdier": ieder lid van een soort die behoort tot de klasse Mammalia en die thuishoort in het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is of daar in bepaalde seizoenen door natuurlijke migratie voorkomt;
- b. „inheemse vogel": ieder lid, in elke fase van zijn levenscyclus (met inbegrip van eieren), van een soort die behoort tot de klasse Aves en die thuishoort in het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is of daar in bepaalde seizoenen door natuurlijke migratie voorkomt;
- c. „inheemse plant": iedere vegetatie op land of in zoet water, met inbegrip van bryofyten, korstmossen, zwammen en algen, in elke fase van haar levenscyclus (met inbegrip van zaden, en andere voortplantingscellen), die thuishoort in het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is;
- d. „inheems ongewerveld dier": ieder op land of in zoet water levend ongewerveld dier, in elke fase van zijn levenscyclus, dat thuishoort in het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is;
- e. „bevoegde autoriteit": iedere persoon of instantie die door een Partij gemachtigd is om vergunningen af te geven krachtens deze Bijlage;
- f. „vergunning": een officiële schriftelijke vergunning afgegeven door een bevoegde autoriteit;
- g. „het onttrekken van planten of dieren aan hun populatie": inheemse zoogdieren of vogels doden, verwonden, gevangennemen, vastpakken of moedwillig beschadigen, dan wel inheemse planten in zulke hoeveelheden verwijderen of beschadigen dat hun plaatselijke verspreiding of rijkdom aanmerkelijk wordt aangetast;
- h. „schadelijkoptreden":
- i. het vliegen in of het doen landen van helikopters of andere luchtvaartuigen zodanig dat concentraties vogels en zeehonden worden verstoord;
- ii. het gebruiken van voertuigen of vaartuigen, met inbegrip van hovercraft en kleine boten, zodanig dat concentraties vogels en zeehonden worden verstoord;
- iii. het gebruiken van explosieven of vuurwapens zodanig dat concentraties vogels en zeehonden worden verstoord;
- iv. het opzettelijk verstoren van broedende of ruiende vogels of concentraties vogels en zeehonden door personen te voet;
- v. het aanmerkelijk beschadigen van concentraties inheemse, op land voorkomende, planten door het doen landen van lucht vaartuigen of het rijden in voertuigen, dan wel door erop te lopen, of op een andere wijze;
- vi. activiteiten die een belangrijke nadelige wijziging van de leefmilieus van een soort of een populatie van inheemse zoogdieren, vogels, planten of ongewervelde dieren tot gevolg hebben;en
- i. „[Verdrag tot regeling van de walvisvangst](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005482)": het Verdrag gedaan te Washington op 2 december 1946.
- a. „inheems zoogdier”: ieder lid van een soort die behoort tot de klasse Mammalia en die thuishoort in het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is of daar door natuurlijke migratie voorkomt;
- b. „inheemse vogel”: ieder lid, in elke fase van zijn levenscyclus (met inbegrip van eieren), van een soort die behoort tot de klasse Aves en die thuishoort in het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is of daar door natuurlijke migratie voorkomt;
- c. „inheemse plant”: ieder lid van op land of in zoet water levende vegetatiesoorten, met inbegrip van bryofyten, korstmossen, schimmels en algen, in elke fase van zijn levenscyclus (met inbegrip van zaden en andere voortplantingscellen), dat thuishoort in het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is;
- d. „inheems ongewerveld dier”: ieder lid van op land of in zoet water levende ongewervelde soorten, in elke fase van zijn levenscyclus, dat thuishoort in het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is;
- e. „bevoegde autoriteit”: iedere persoon of instantie die door een Partij gemachtigd is om vergunningen af te geven krachtens deze Bijlage;
- f. „vergunning”: een officiële schriftelijke vergunning afgegeven door een bevoegde autoriteit;
- g. „het onttrekken van dieren of planten aan hun populatie”: inheemse zoogdieren of vogels doden, verwonden, gevangennemen, vastpakken of moedwillig beschadigen, dan wel inheemse planten of ongewervelde dieren in zulke hoeveelheden verwijderen of beschadigen dat hun plaatselijke verspreiding of rijkdom aanmerkelijk wordt aangetast;
- h. „schadelijk optreden”:
- i. het vliegen in of het doen landen van helikopters of andere luchtvaartuigen zodanig dat concentraties inheemse vogels of zeehonden worden verstoord;
- ii. het gebruiken van voertuigen of vaartuigen, met inbegrip van luchtkussenvaartuigen en kleine boten, zodanig dat concentraties inheemse vogels of zeehonden worden verstoord;
- iii. het gebruiken van explosieven of vuurwapens zodanig dat concentraties inheemse vogels of zeehonden worden verstoord;
- iv. het opzettelijk verstoren van broedende of ruiende inheemse vogels of concentraties inheemse vogels of zeehonden door personen te voet;
- v. het aanmerkelijk beschadigen van concentraties op land voorkomende inheemse planten door het doen landen van luchtvaartuigen of het rijden in voertuigen, dan wel door erop te lopen, of op een andere wijze; en
- vi. activiteiten die een belangrijke nadelige wijziging van de leefmilieus van een soort of een populatie van inheemse zoogdieren, vogels, planten of ongewervelde dieren tot gevolg hebben.
- i. „[Verdrag tot regeling van de walvisvangst](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005482)”: het verdrag gedaan te Washington op 2 december 1946;
- j. „Verdrag inzake de instandhouding van albatrossen en stormvogels”: het verdrag gedaan te Canberra op 19 juni 2001.
##### Artikel 2. Noodgevallen
1. De bepalingen van deze Bijlage zijn niet van toepassing in noodgevallen betreffende de veiligheid van mensenlevens of van schepen, luchtvaartuigen, of materieel en faciliteiten van grote waarde, of de bescherming van het milieu.
1. De bepalingen van deze Bijlage zijn niet van toepassing in noodgevallen betreffende de veiligheid van mensenlevens of van schepen, luchtvaartuigen of materieel en faciliteiten van grote waarde, of de bescherming van het milieu.
2. Van activiteiten ondernomen in noodgevallen die leiden tot onttrekking van planten of dieren aan hun populatie of schadelijk optreden wordt onverwijld kennisgeving gedaan aan alle Partijen en aan de Commissie.
##### Artikel 3. Bescherming van de inheemse flora en fauna
1. Het onttrekken van planten en dieren aan hun populatie of schadelijk optreden is verboden, behalve overeenkomstig een vergunning.
2. Deze vergunningen vermelden de toegestane activiteit, met inbegrip van wanneer, waar en door wie deze zal worden uitgevoerd en worden uitsluitend in de volgende omstandigheden afgegeven:
- a. voor het leveren van specimina ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek of wetenschappelijke informatie;
- b. voor het leveren van specimina voor musea, herbaria en botanische tuinen of andere educatieve instellingen of toepassingen;
- c. voor het leveren van exemplaren voor dierentuinen; in het geval van inheemse zoogdieren of vogels is zulks evenwel uitsluitend toegestaan indien dergelijke exemplaren niet kunnen worden verkregen uit populaties in gevangenschap elders of in het geval van dringende noodzaak tot instandhouding; en
- d. voor het regelen van de onvermijdelijke gevolgen van wetenschappelijke activiteiten die anderszins niet zijn toegestaan krachtens de letters a, b of c hierboven, of van de bouw en exploitatie van faciliteiten voor wetenschappelijke ondersteuning.
3. De afgifte van dergelijke vergunningen wordt beperkt teneinde te verzekeren dat:
- a. niet meer inheemse zoogdieren, vogels, planten of ongewervelde dieren aan hun populatie worden onttrokken dan strikt noodzakelijk is om de doelstellingen beschreven in het tweede lid van dit artikel te verwezenlijken;
- b. uitsluitend kleine aantallen inheemse zoogdieren of vogels worden gedood en dat er in geen geval meer inheemse zoogdieren of vogels van plaatselijke populaties worden gedood dan er, gevoegd bij de aantallen inheemse zoogdieren of vogels die anderszins aan hun populatie mogen worden onttrokken, normaal door natuurlijke voortplanting in het volgende seizoen kunnen worden vervangen; en
- c. de verscheidenheid aan soorten alsmede de voor hun bestaan essentiële leefmilieus, en het evenwicht van de ecosystemen binnen het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is, worden gehandhaafd.
4. Alle soorten inheemse zoogdieren, vogels, planten en ongewervelde dieren genoemd in Aanhangsel A bij deze Bijlage worden aangewezen als „Speciaal Beschermde Soorten” en genieten speciale bescherming door de Partijen.
5. Aanwijzing van een soort als Speciaal Beschermde Soort geschiedt overeenkomstig de overeengekomen procedures en criteria aangenomen door de Consultatieve Vergadering van het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237).
6. De Commissie toetst de criteria voor het voordragen van inheemse zoogdieren, vogels, planten of ongewervelde dieren voor aanwijzing als Speciaal Beschermde Soort en brengt daarover advies uit.
7. Elke Partij, de Commissie, de Wetenschappelijke commissie voor onderzoek op Antarctica of de Commissie voor de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren kunnen soorten voordragen voor aanwijzing als Speciaal Beschermde Soort door een met redenen omkleed voorstel in te dienen bij de Consultatieve Vergadering van het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237).
8. Er wordt geen vergunning afgegeven voor het onttrekken van een Speciaal Beschermde Soort aan haar populatie, tenzij:
- a. dat een dwingend wetenschappelijk doel dient; en
- b. hiermee niet het voortbestaan of het herstel van die soort of plaatselijke populatie in gevaar wordt gebracht.
9. Het gebruik van letale technieken op Speciaal Beschermde Soorten is uitsluitend toegestaan indien er geen geschikte alternatieve techniek voor bestaat.
10. Voorstellen voor de aanwijzing van een soort als Speciaal Beschermde Soort worden toegezonden aan de Commissie, aan de Wetenschappelijke commissie voor onderzoek op Antarctica en, voor inheemse zoogdieren en vogels, aan de Commissie voor de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren en, indien van toepassing, de Vergadering van de Partijen bij het Verdrag inzake de instandhouding van albatrossen en stormvogels en andere organisaties. Bij het opstellen van haar advies aan de Consultatieve Vergadering van het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) omtrent de vraag of een soort als Speciaal Beschermde Soort moet worden aangewezen, houdt de Commissie rekening met het commentaar van de Wetenschappelijke commissie voor onderzoek op Antarctica en, voor inheemse zoogdieren en vogels, van de Commissie voor de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren alsmede, indien van toepassing, van de Vergadering van de Partijen bij het Verdrag inzake de instandhouding van albatrossen en stormvogels en andere organisaties.
11. Het onttrekken van inheemse zoogdieren en vogels aan hun populatie vindt zodanig plaats dat dit zo min mogelijk pijn en lijden met zich meebrengt.
##### Artikel 4. Het in het gebied brengen van niet-inheemse soorten en ziekten
1. Er worden geen soorten van levende organismen die niet inheems zijn in het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is binnengebracht op het land, op ijsplaten of in het water waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is, behalve overeenkomstig een vergunning.
2. Er worden geen honden binnengebracht op het land, op ijsplaten of op zee-ijs.
3. Vergunningen krachtens het eerste lid hierboven:
- a. worden uitsluitend afgegeven om de invoer van gecultiveerde planten en hun voortplantingscellen voor gecontroleerd gebruik of soorten van levende organismen voor gecontroleerd experimenteel gebruik mogelijk te maken; en
- b. vermelden de soorten, aantallen en waar van toepassing de leeftijd en het geslacht van de binnen te brengen soorten alsmede de redenen voor het binnenbrengen en de te nemen voorzorgen ter voorkoming van ontsnapping of contact met flora en fauna.
4. Alle soorten waarvoor overeenkomstig het eerste en derde lid hierboven een vergunning is afgegeven, worden voor het verlopen van de vergunning verwijderd uit het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is of worden vernietigd door verbranding dan wel met behulp van even doeltreffende middelen waardoor risico voor de inheemse flora en fauna uitgesloten wordt. De vergunning vermeldt deze verplichting.
5. Alle soorten die niet inheems zijn in het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is, met inbegrip van daaruit voortgekomen nageslacht, die zonder een overeenkomstig het eerste en derde lid hierboven afgegeven vergunning in dat gebied zijn binnengebracht worden, waar mogelijk, verwijderd of vernietigd, tenzij verwijdering of vernietiging grotere schadelijke gevolgen zou hebben voor het milieu. De verwijdering of vernietiging kan geschieden door verbranding of met behulp van even doeltreffende middelen die de soorten steriel doen worden, tenzij is vastgesteld dat zij geen risico vormen voor de inheemse flora en fauna. Daarnaast dienen alle redelijke maatregelen te worden genomen om de gevolgen van het binnenbrengen te beheersen en schade aan de inheemse flora en fauna te voorkomen.
6. Geen enkele bepaling in dit artikel is van toepassing op de invoer van voedsel in het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is, mits hiertoe geen levende dieren worden ingevoerd en alle delen en producten van planten en dieren onder zorgvuldig gecontroleerde omstandigheden worden bewaard en verwijderd overeenkomstig Bijlage III bij het Protocol.
7. Elke Partij vereist dat voorzorgen worden getroffen om te voorkomen dat micro-organismen (zoals virussen, bacteriën, gisten, schimmels) die er niet van nature thuishoren onbedoeld worden binnengebracht in het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is.
8. Geen levend pluimvee of andere levende vogels mogen worden binnengebracht in het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is. Alles dient in het werk te worden gesteld om te verzekeren dat pluimvee- of gevogelteproducten die Antarctica worden binnengebracht vrij zijn van ziekten (zoals de ziekte van Newcastle, tuberculose en gistinfecties) die schadelijk kunnen zijn voor de inheemse flora en fauna. Alle niet-geconsumeerde pluimvee- of gevogelteproducten worden uit het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is verwijderd of verbrand of op daarmee vergelijkbare wijze vernietigd teneinde de risico's uit te bannen van het binnenbrengen van micro-organismen (zoals virussen, bacteriën, gisten, schimmels) voor de inheemse flora en fauna.
9. De opzettelijke invoer van niet-steriele aarde in het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is, is verboden. De Partijen zouden alles in het werk moeten stellen om te verzekeren dat niet-steriele aarde onbedoeld het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is wordt binnengebracht.
##### Artikel 5. Informatie
Elke Partij maakt voor alle aanwezigen in het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is alsmede voor personen die voornemens zijn er naartoe te gaan, informatie openbaar over verboden activiteiten en Speciaal Beschermde Soorten teneinde te verzekeren dat zij de bepalingen van deze Bijlage begrijpen en in acht nemen.
##### Artikel 6. Uitwisseling van informatie
1. De Partijen treffen regelingen voor:
- a. het verzamelen en jaarlijks uitwisselen van registers (met inbegrip van registers van vergunningen) en statistieken inzake de aantallen of hoeveelheden van alle soorten inheemse zoogdieren, vogels, planten of ongewervelde dieren die in het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is aan hun populatie worden onttrokken; en
- b. het verkrijgen en uitwisselen van informatie over de stand van de inheemse zoogdieren, vogels, planten en ongewervelde dieren in het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is, en de mate waarin elke soort of populatie bescherming behoeft.
2. Zo snel mogelijk na het eind van het zomerseizoen op het zuidelijk halfrond en in elk geval vóór 1 oktober van elk jaar lichten de Partijen elkaar en de Commissie in over ingevolge het eerste lid hierboven genomen actie en over het aantal en de aard van de vergunningen die in de daaraan voorafgaande periode tussen 1 april en 31 maart uit hoofde van deze Bijlage zijn afgegeven.
##### Artikel 7. Verhouding tot andere overeenkomsten buiten het antarctisch verdragssysteem
De bepalingen in deze Bijlage laten de rechten en verplichtingen van de Partijen uit hoofde van het [Verdrag tot regeling van de walvisvangst](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005482) onverlet.
##### Artikel 8. Toetsing
De Partijen toetsen voortdurend de maatregelen voor de instandhouding van de flora en fauna van Antarctica, daarbij rekening houdend met eventuele aanbevelingen van de Commissie.
##### Artikel 9. Amendering of wijziging
1. Deze Bijlage kan worden geamendeerd of gewijzigd bij een maatregel aangenomen in overeenstemming met [artikel IX, eerste lid, van het Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237&artikel=IX). Tenzij in de maatregel anders wordt aangegeven, wordt de amendering of wijziging geacht te zijn aanvaard en treedt zij in werking één jaar na de sluiting van de Consultatieve Vergadering van het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) tijdens welke zij werd aangenomen, tenzij een of meer van de Consultatieve Partijen bij het Verdrag inzake Antarctica de Depositaris binnen die termijn ervan in kennis stellen dat zij een verlenging van die termijn wensen of dat zij de maatregel niet kunnen goedkeuren.
2. Amenderingen of wijzigingen van deze Bijlage die in werking treden overeenkomstig het eerste lid hierboven treden daarna in werking ten aanzien van iedere andere Partij wanneer de kennisgeving van haar goedkeuring door de Depositaris is ontvangen.
##### Artikel 1. Algemene verplichtingen
1. Deze Bijlage is van toepassing op activiteiten die worden ondernomen in het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is en die voortvloeien uit programma's voor wetenschappelijk onderzoek, toeristische activiteiten en alle andere gouvernementele en niet-gouvernementele activiteiten in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is en waarvan vooraf, krachtens [artikel VII, vijfde lid, van het Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237&artikel=VII) kennisgeving dient te worden gedaan, met inbegrip van daarmee samenhangende logistieke ondersteuning.
2. De hoeveelheid afval geproduceerd of gestort of verbrand in het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is, wordt zoveel mogelijk beperkt om het effect op het Antarctisch milieu tot een minimum te beperken, alsmede om verstoring van de natuurlijke waarden van Antarctica, van wetenschappelijk onderzoek en van andere vormen van gebruik van Antarctica die verenigbaar zijn met het Verdrag inzake Antarctica, tot een minimum te beperken.
3. Opslag, storten en verbranden, en afvoer van afval uit het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is alsmede hergebruik en reductie aan de bron vormen essentiële overwegingen bij het plannen en uitvoeren van activiteiten in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is.
4. Afval afgevoerd uit het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is, wordt zoveel mogelijk geretourneerd naar het land dat de activiteiten heeft georganiseerd waardoor het afval is ontstaan, of ieder ander land waar regelingen zijn getroffen voor het storten of verbranden van dit afval overeenkomstig relevante internationale overeenkomsten.
5. Vroegere en huidige afvalstort- en verbrandingsplaatsen op land en verlaten werkplaatsen waar activiteiten op Antarctica hebben plaatsgevonden, worden schoongemaakt door de veroorzaker van dat afval en de gebruiker van die plaatsen. Deze verplichting wordt niet uitgelegd als zou vereist zijn:
- a. dat een object dat is aangewezen als een historische plaats of historisch monument wordt afgevoerd; of
- b. dat een object of afvalmateriaal in omstandigheden waar de afvoer door middel van ongeacht welke uitvoerbare methode zou leiden tot grotere nadelige milieu-effecten dan wanneer het object of het afvalmateriaal op dezelfde plaats blijft, wordt afgevoerd.
##### Artikel 2. Afvoer van afval uit het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) va toepassing is
1. Indien de volgende soorten afval zijn ontstaan na de inwerkingtreding van deze Bijlage, worden deze door de veroorzaker hiervan afgevoerd uit het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is:
- a. radioactieve materialen;
- b. elektrische batterijen;
- c. brandstof, zowel in vloeibare als in vaste vorm;
- d. afval dat een schadelijk gehalte aan zware metalen of acuut toxische of schadelijke, moeilijk afbreekbare, verbindingen bevat;
- e. polyvinylchloride (PVC), polyurethaan schuim, polystyreen schuim, rubber en smeerolie, behandeld hout en andere produkten die additieven bevatten waardoor bij verbranding schadelijke emissie kan ontstaan;
- f. al het andere plastic afval, met uitzondering van LDPE-verpakkingsmateriaal (zoals zakken voor de opslag van afval), mits dit verpakkingsmateriaal wordt verbrand overeenkomstig artikel 3, eerste lid;
- g. brandstofvaten;en
- h. ander vast, niet-verbrandbaar afval; met dien verstande dat de verplichting om vaten en niet-verbrandbaar vast afval bedoeld in de letters g en h hierboven af te voeren, niet van toepassing is in omstandigheden waar het verwijderen van dit afval door middel van ongeacht welke uitvoerbare methode zou leiden tot grotere nadelige milieu-effecten dan wanneer deze op dezelfde plaats blijven.
2. Vloeibaar afval dat niet valt onder het eerste lid hierboven, sanitair afval alsmede vloeibaar huishoudelijk afval wordt zo veel mogelijk uit het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is, afgevoerd door de veroorzaker van dit afval.
3. De volgende soorten afval worden afgevoerd uit het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is door de veroorzaker van dit afval, tenzij het is verbrand, door een autoclaaf is gevoerd of anderszins is behandeld om steriel te maken:
- a. overblijfselen van karkassen van ingevoerde dieren;
- b. laboratoriumcultuur van micro-organismen en plantaardige pathogene stoffen; en
- c. in het gebied binnengebrachte vogelprodukten.
##### Artikel 3. Verbranding van afval
1. Behoudens het tweede lid hieronder wordt ander verbrandbaar afval dan bedoeld in artikel 2, eerste lid, dat niet is afgevoerd uit het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is, verbrand in verbrandingsovens, waarbij schadelijke emissie zo veel mogelijk wordt beperkt. Er wordt rekening gehouden met alle emissienormen en richtlijnen voor materieel die onder andere kunnen worden aanbevolen door de Commissie en de Wetenschappelijke Commissie voor Onderzoek op Antarctica. De vaste verbrandingsresten worden afgevoerd uit het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is.
2. Het in de open lucht verbranden van afval wordt zo snel mogelijk stapsgewijs afgeschaft, maar uiterlijk aan het eind van het seizoen 1998/1999. In afwachting van de voltooiing van die stapsgewijze afschaffing wordt, wanneer het nodig is zich te ontdoen van afval door verbranding in de open lucht, rekening gehouden met de windrichting, de windkracht en het soort afval dat wordt verbrand om afzetting van deeltjes te beperken en te vermijden dat deze worden afgezet in gebieden van bijzondere biologische, wetenschappelijke, historische of esthetische betekenis of van betekenis als wildernis, met inbegrip van, met name, de gebieden die bescherming genieten uit hoofde van het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237).
##### Artikel 4. Andere wijzen van verwijderen van afval op land
1. Afval dat niet is afgevoerd, of gestort of verbrand overeenkomstig de artikelen 2 en 3 wordt niet verwijderd in ijsvrije gebieden of in zoetwatersystemen.
2. Sanitair afval, vloeibaar huishoudelijk afval alsmede ander vloeibaar afval dat niet is afgevoerd uit het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is, wordt zo min mogelijk verwijderd op zeeijs, ijsplaten of de ijskap, met dien verstande dat afval ontstaan in landinwaarts op ijsplaten of op de ijskap gelegen stations mag worden gestort in diepe ijsputten, waar een dergelijke storting de enig uitvoerbare methode is. Dergelijke putten worden niet aangelegd op bekende stroomlijnen in ijs die eindigen bij ijsvrije gebieden of in gebieden met een hoge afsmelting.
3. Afval ontstaan in bivakken wordt zoveel mogelijk door de veroorzaker van dat afval afgevoerd naar ondersteunende stations of schepen om te worden verwijderd overeenkomstig deze Bijlage.
##### Artikel 5. Het lozen van afval in zee
1. Sanitair afval alsmede vloeibaar huisafval kan direct in zee worden geloosd, daarbij rekening houdend met het assimilatievermogen van het ontvangende mariene milieu en op voorwaarde dat:
- a. de lozing geschiedt, indien uitvoerbaar, op een plaats waar voorwaarden aanwezig zijn voor een onmiddellijke verdunning en een snelle verspreiding; en
- b. grote hoeveelheden afval (ontstaan in stations waar de gemiddelde wekelijkse bezetting in de australe zomer uit ongeveer 30 personen of meer bestaat) ten minste een maceratiebewerking heeft ondergaan.
2. Het bijprodukt dat ontstaat bij de behandeling van sanitair afval met behulp van een roterende biologische waterzuiveringstrommel of met soortgelijke procédés kan worden verwijderd in zee mits die verwijdering geen nadelige invloed heeft op het plaatselijke milieu en mits die verwijdering in zee tevens in overeenstemming is met Bijlage IV bij het Protocol.
##### Artikel 6. Opslag van afval
Al het afval dat dient te worden afgevoerd uit het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is, dan wel anderszins dient te worden verwijderd, wordt zodanig tijdelijk opgeslagen dat verspreiding daarvan in het milieu wordt voorkomen.
##### Artikel 7. Verboden produkten
Er worden geen polychloorbifenylen (PCB's), niet-steriele aarde, polystyrene bolletjes, chips of soortgelijke vormen van verpakking, of pesticiden (anders dan vereist voor wetenschappelijke, medische of hygiënische doeleinden) binnengebracht op het land of ijsplaten of in het water in het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is.
##### Artikel 8. Afvalbeheersplanning
1. Elke Partij die zelfactiviteiten uitvoert in het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is, stelt ten aanzien van die activiteiten een classificatiesysteem voor het verwijderen van afval op als basis voor de registratie van afval en ten einde onderzoek te vergemakkelijken ter evaluatie van de milieu-effecten van wetenschappelijke activiteiten en daarmee samenhangende logistieke ondersteuning. Hiertoe wordt geproduceerd afval geclassificeerd als:
- a. sanitair afval en vloeibaar huishoudelijk afval (Groep 1);
- b. ander vloeibaar afval en chemicaliën, met inbegrip van brandstoffen en smeermiddelen (Groep 2);
- c. te verbranden vaste stoffen (Groep 3);
- d. ander vast afval (Groep 4); en
- e. radioactief materiaal (Groep 5).
2. Ten einde het effect van afval op het Antarctische milieu verder te beperken, stelt elke Partij afvalbeheersplannen op die zij jaarlijks toetst en bijstelt (met inbegrip van afvalbeperking, opslag en verwijdering), en waarin voor elke vaste plaats, voor bivakken in het algemeen en voor elk schip (anders dan kleine boten die onderdeel zijn van de bedrijfsvoering van vaste plaatsen of van schepen en rekening houdend met bestaande beheersplannen voor schepen) het volgende wordt vermeld:
- a. programma's voor het schoonmaken van bestaande afvalstorten verbrandingsplaatsen en verlaten werkplaatsen;
- b. van kracht zijnde en geplande afvalbeheersregelingen, met inbegrip van definitieve verwijdering;
- c. van kracht zijnde en geplande regelingen om de gevolgen van afval en afvalbeheer voor het milieu te analyseren; en
- d. andere pogingen om de gevolgen van afval en afvalbeheer voor het milieu tot een minimum te beperken.
3. Elke Partij stelt voor zover mogelijk een inventaris op van locaties waar in het verleden activiteiten hebben plaatsgevonden (zoals overslagplaatsen, brandstofdepots, veldbases, neergestorte vliegtuigen) voordat de informatie verloren is gegaan, zodat met die locaties rekening kan worden gehouden bij het in de toekomst plannen van wetenschappelijke programma's (zoals chemisch onderzoek van het ijs, milieuvervuilende stoffen in korstmossen of het boren naar ijskernen).
##### Artikel 9. Toezending en toetsing van afvalbeheersplannen
1. De overeenkomstig artikel 8 opgestelde afvalbeheersplannen, rapporten over de uitvoering hiervan en de inventarissen bedoeld in artikel 8, derde lid, maken onderdeel uit van de jaarlijkse informatieuitwisselingen overeenkomstig de [artikelen III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237&artikel=III) en [VII van het Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237&artikel=VII) en daarmee verband houdende Aanbevelingen krachtens [artikel IX van het Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237&artikel=IX).
2. Elke Partij zendt afschriften van haar afvalbeheersplannen en rapporten inzake de uitvoering en toetsing hiervan, aan de Commissie.
3. De Commissie kan afvalbeheersplannen en rapporten daarover toetsen en kan commentaren hierop, met inbegrip van suggesties om de effecten tot een minimum te beperken en wijzigingen en verbetering van de plannen, ter bestudering aan de Partijen voorleggen.
4. De Partijen kunnen informatie uitwisselen en advies verstrekken over, onder andere, ter beschikking staande schone technologieën, aanpassing van bestaande installaties, speciale eisen ten aanzien van uitstromende vloeistoffen en passende verwijderings- en loosmethoden.
##### Artikel 10. Beheersprocedures in de praktijk
Elke Partij:
- a. wijst een functionaris aan die afvalbeheersplannen ontwikkelt en controleert; ter plekke wordt deze verantwoordelijkheid overgedragen aan een geschikte persoon op elke plaats;
- b. ziet erop toe dat leden van haar expedities training krijgen die erop gericht is om het effect van haar werkzaamheden op het Antarctisch milieu te beperken en hen op de hoogte te stellen van de eisen van deze Bijlage; en
- c. ontmoedigt het gebruik van produkten vervaardigd van polyvinylchloride (PVC) en ziet erop toe dat haar expedities naar het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is ingelicht worden over PVC-produkten die zij eventueel binnenbrengen in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is, zodat deze produkten vervolgens overeenkomstig deze Bijlage kunnen worden verwijderd.
##### Artikel 11. Toetsing
Deze Bijlage wordt aan regelmatige toetsing onderworpen ten einde te verzekeren dat deze wordt bijgewerkt om verbeteringen in de technologie en procedures voor het verwijderen van afval daarin op te nemen, en een maximale bescherming van het Antarctisch milieu te waarborgen.
##### Artikel 12. Noodgevallen
1. Deze Bijlage is niet van toepassing in noodgevallen verband houdend met de veiligheid van mensenlevens, of met de veiligheid van schepen, luchtvaartuigen of ander materieel en andere faciliteiten van grote waarde, of de bescherming van het milieu.
2. Van activiteiten ondernomen in noodgevallen wordt onverwijld kennisgeving gedaan aan alle Partijen en aan de Commissie.
##### Artikel 13. Amendering of wijziging
1. Deze Bijlage kan worden geamendeerd of gewijzigd door een maatregel aangenomen in overeenstemming met [artikel IX, eerste lid, van het Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237&artikel=IX). Tenzij in de maatregel anders wordt aangegeven, wordt de amendering of wijziging geacht te zijn aanvaard en treedt zij in werking één jaar na de sluiting van de Consultatieve Vergadering van het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) tijdens welke zij werd aangenomen, tenzij een of meer van de Consultatieve Partijen bij het Verdrag inzake Antarctica de Depositaris binnen die termijn ervan in kennis stellen dat zij een verlenging van die termijn wensen of dat zij de maatregel niet kunnen goedkeuren.
2. Amenderingen of wijzigingen van deze Bijlage die in werking treden overeenkomstig het eerste lid hierboven, treden daarna in werking ten aanzien van iedere andere Partij wanneer kennisgeving van haar goedkeuring door de Depositaris is ontvangen.
##### Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van deze bijlage wordt verstaan onder:
- a. „lozen": ieder vrijkomen (van stoffen) van een schip, hoe ook veroorzaakt, met inbegrip van ontsnappen, over boord zetten, wegvloeien, lekken, pompen, storten of ledigen;
- b. „vuilnis": alle soorten etensresten, huishoudelijk afval en afval voortvloeiende uit de bedrijfsvoering, met uitzondering van verse vis en gedeelten daarvan, ontstaan tijdens de normale bedrijfsvoering van het schip, met uitzondering van de stoffen vallend onder de artikelen 3 en 4;
- c. „MARPOL 73/78": het [Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, 1973, zoals gewijzigd bij het Protocol van 1978](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003241) en bij enige andere van kracht zijnde wijziging daarna;
- d. „schadelijke vloeistof: iedere schadelijke vloeistof zoals omschreven in [Bijlage II bij MARPOL 73/78](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003241&bijlage=II);
- e. „olie": minerale olie in iedere vorm, daaronder begrepen ruwe olie, stookolie, oliehoudend slik, olieafval en geraffineerde produkten (anders dan petrochemische produkten die vallen onder de bepalingen van artikel 4);
- f. „oliehoudend mengsel": een mengsel dat olie bevat in elk gehalte;
- g. „schip": elk vaartuig, van welk type ook, dat in het mariene milieu opereert, waaronder begrepen: draagvleugelboten, luchtkussenvaartuigen, onderwatervaartuigen, vaartuigen in drijvende toestand, alsmede vaste of drijvende platforms.
##### Artikel 2. Toepassing
Deze Bijlage is, ten aanzien van elke Partij, van toepassing op schepen die gerechtigd zijn haar vlag te voeren, en ten aanzien van andere schepen die zich bezig houden met of ondersteuning verlenen aan haar werkzaamheden in het Antarctische gebied, terwijl deze dienst doen in het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is.
##### Artikel 3. Lozen van olie
1. Elke lozing in zee van olie of oliehoudende mengsels is verboden, behalve in de gevallen toegestaan krachtens [Bijlage I bij MARPOL 73/78](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003241&bijlage=I). Terwijl zij werkzaam zijn in het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is, dienen schepen alle oliehoudend slik, vuile ballast, tankwaswater en andere oliehoudende residuen en mengsels die niet in de zee mogen worden geloosd, aan boord te houden. Schepen mogen deze residuen alleen lozen buiten het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is, afgeven aan ontvangstinrichtingen of lozen zoals anderszins toegestaan krachtens Bijlage I bij MARPOL.
2. Dit artikel is niet van toepassing op:
- a. het lozen in zee van olie of oliehoudende mengsels ten gevolge van schade aan het schip of aan de uitrusting daarvan:
- i. mits na optreden van de beschadiging of na het ontdekken van het lozen alle redelijke voorzorgen zijn getroffen om de lozing te voorkomen of tot een minimum te beperken; en
- ii. behalve in geval de eigenaar of de kapitein handelde met het voornemen schade te veroorzaken, dan wel op roekeloze wijze en in de wetenschap, dat er waarschijnlijk schade zou ontstaan; of
- b. het lozen in zee van oliehoudende stoffen, indien dit gebeurt ter bestrijding van bepaalde gevallen van verontreiniging ten einde de schade door de verontreiniging tot een minimum te beperken.
##### Artikel 4. Lozen van schadelijke vloeistoffen
Het lozen in zee van schadelijke vloeistoffen en andere chemische of andere stoffen in hoeveelheden of concentraties die schadelijk zijn voor het mariene milieu is verboden.
##### Artikel 5. Storten van vuilnis
1. Het storten in zee van alle kunststoffen, met inbegrip van doch niet beperkt tot trossen en visnetten van synthetisch materiaal en plastic vuilniszakken, is verboden.
2. Het storten in zee van alle andere vuilnis, met inbegrip van papierprodukten, lompen, glas, metaal, flessen, aardewerk, verbrandingsas, stuwhout en bekledings- en verpakkingsmaterialen, is verboden.
3. Het storten in zee van voedselresten kan worden toegestaan, indien deze door een afbreek- of maalinstallatie zijn gevoerd, mits zulk storten, behalve in de gevallen toegestaan uit hoofde van [Bijlage V bij MARPOL 73/78](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003241&bijlage=V), zo ver als mogelijk van het land en van ijsplaten geschiedt, maar in elk geval niet minder dan 12 zeemijlen van het dichtstbijzijnde land of de dichtstbijzijnde ijsplaten. Deze afgebroken of gemalen voedselresten moeten een rooster met gaten van maximaal 25 mm doorsnee kunnen passeren.
4. Ingeval onder dit artikel vallende stoffen of materialen zijn vermengd met andere stoffen of materialen voor storten of lozen, waarvoor afwijkende eisen gelden met betrekking tot storten of lozen, zijn de zwaarste eisen voor storten of lozen van toepassing.
5. De bepalingen van het eerste en tweede lid hierboven zijn niet van toepassing op:
- a. het ontsnappen van vuilnis ten gevolge van schade aan een schip of aan de uitrusting daarvan, mits alle redelijke voorzorgen zijn genomen vóór en na het ontstaan van de schade, om het ontsnappen te voorkomen of tot een minimum te beperken; of
- b. het toevallige verlies van synthetische visnetten, mits alle redelijke voorzorgen zijn genomen om dit verlies te voorkomen.
6. De Partijen vereisen, waar passend, het gebruik van een vuilnisjournaal.
##### Artikel 6. Lozen van sanitair afval
1. Behalve wanneer het de werkzaamheden in het Antarctisch gebied onnodig zou belemmeren:
- a. legt élke Partij een algeheel verbod op aan alle lozingen in zee van onbehandeld sanitair afval (,;sanitair afval" zoals omschreven in [Bijlage IV bij MARPOL 73/78](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003241&bijlage=IV)) binnen 12 zeemijlen van het land of van ijsplaten;
- b. buiten deze afstand mag in een verzameltank opgeslagen sanitair afval niet ineens worden geloosd, doch in een matig tempo en, wanneer uitvoerbaar, terwijl het schip zijn vaarroute vervolgt met een snelheid van ten minste 4 knopen. Dit lid is niet van toepassing op schepen waarvoor een certificaat is afgegeven, voor het vervoer van ten hoogste 10 personen.
2. De Partijen vereisen, waar passend, het gebruik van een journaal voor sanitair afval.
##### Artikel 7. Noodgevallen
1. De artikelen 3,4,5 en 6 van deze Bijlage zijn niet van toepassing in noodgevallen verband houdend met de veiligheid van schip en opvarenden, of om mensenlevens op zee te redden.
2. Van activiteiten ondernomen in noodgevallen wordt onverwijld kennisgeving gedaan aan alle Partijen en aan de Commissie.
##### Artikel 8. Gevolgen voor afhankelijke en samenhangende ecosystemen
Bij de toepassing van de bepalingen van deze Bijlage dient naar behoren aandacht te worden geschonken aan de noodzaak nadelige gevolgen te vermijden voor afhankelijke en samenhangende ecosystemen buiten het gebied waarop het[Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is.
##### Artikel 9. Opslagcapaciteit van het schip en ontvangstinrichtingen
1. Elke Partij verbindt zich ertoe te verzekeren dat alle schepen die gerechtigd zijn haar vlag te voeren en alle andere schepen die zich bezig houden met of ondersteuning verlenen aan haar werkzaamheden in het Antarctisch gebied, alvorens het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is binnen te varen, aan boord zijn uitgerust met een tank of tanks van voldoende capaciteit voor het aan boord houden van alle oliehoudend slik, vuile ballast, tankwaswater en andere oliehoudende residuen en mengsels en over voldoende capaciteit voor het aan boord houden van vuilnis beschikken, terwijl zij werkzaam zijn in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is, en regelingen hebben getroffen om zulke oliehoudende residuen en vuilnis af te geven aan een ontvangstinrichting na het verlaten van dat gebied. Schepen dienen ook te beschikken over voldoende capaciteit voor het aan boord houden van schadelijke vloeistoffen.
2. Elke Partij uit wier havens schepen vertrekken op weg naar of in wier havens schepen aankomen uit het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237)van toepassing is, verbindt zich ertoe te verzekeren dat zo spoedig mogelijk toereikende inrichtingen worden geïnstalleerd voor het in ontvangst nemen van alle oliehoudend slik, vuile ballast, tankwaswater, andere oliehoudende residuen en mengsels en vuilnis van schepen, zonder onnodig oponthoud te veroorzaken en in overeenstemming met de behoeften van de schepen die daarvan gebruik maken.
3. De Partijen die schepen exploiteren die vertrekken naar of aankomen uit het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is, uit of in havens van andere Partijen, treden in overleg met deze Partijen ten einde te verzekeren dat de installatie van ontvangstinrichtingen in havens geen onevenredige last legt op de Partijen (wier grondgebied) grenst aan het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is.
##### Artikel 10. Ontwerp, bouw, bemanning en uitrusting van schepen
Bij het ontwerp, de bouw, de bemanning en de uitrusting van schepen die zich bezig houden met of ondersteuning verlenen aan werkzaamheden in het Antarctisch gebied, houdt elke Partij rekening met de doelstellingen van deze Bijlage.
##### Artikel 11. Soevereine immuniteit
1. Deze Bijlage is niet van toepassing op oorlogsschepen, schepen in gebruik als marine-hulpschepen of andere schepen in eigendom van of in beheer bij een Staat die, tijdelijk, uitsluitend worden ingezet voor niet-commerciële overheidsdienst. Elke Partij waarborgt evenwel, door het nemen van passende maatregelen die de werkzaamheden of de operationele kwaliteiten van dergelijke schepen in haar eigendom of beheer niet aantasten, dat dergelijke schepen, voor zover redelijk en uitvoerbaar, opereren in overeenstemming met deze Bijlage.
2. Bij de toepassing van het eerste lid hierboven, houdt elke Partij rekening met het belang van de bescherming van het Antarctisch milieu.
3. Elke Partij stelt de andere Partijen ervan in kennis hoe zij deze bepaling toepast.
4. De procedure voor de beslechting van geschillen beschreven in de artikelen 18 tot en met 20 van het Protocol is niet van toepassing op dit artikel.
##### Artikel 12. Voorzorgsmaatregelen en voorbereiding op en bestrijding van noodsituaties
1. Ten einde doeltreffender te kunnen optreden bij voorvallen van mariene verontreiniging of de dreiging daarvan in het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is, stellen de Partijen in overeenstemming met artikel 15 van het Protocol rampenplannen op voor de bestrijding van mariene verontreiniging in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is, met inbegrip van rampenplannen voor schepen (niet zijnde kleine boten die deel uitmaken van de werkzaamheden van vaste plaatsen of van schepen) die dienst doen in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is, met name voor schepen die olie als lading vervoeren en voor het wegvloeien van olie uit kustinstallaties die in het mariene milieu terechtkomt. Hiertoe:
- a. werken zij samen met het oog op de opstelling en uitvoering van zulke plannen; en
- b. winnen zij advies in bij de Commissie, de Internationale Maritieme Organisatie en andere internationale organisaties.
2. De Partijen stellen tevens procedures op voor samenwerking bij de bestrijding van door verontreiniging veroorzaakte noodsituaties en nemen passende bestrijdingsmaatregelen in overeenstemming met zodanige procedures.
##### Artikel 13. Toetsing
De Partijen toetsen voortdurend de bepalingen van deze Bijlage, alsmede andere maatregelen ter voorkoming, vermindering en bestrijding van verontreiniging van het Antarctische mariene milieu, met inbegrip van eventuele wijzigingen en nieuwe voorschriften aangenomen uit hoofde van [MARPOL 73/78](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003241), ten einde de doelstellingen van deze Bijlage te bereiken.
##### Artikel 14. Betrekking met [MARPOL 73/78](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003241)
Ten aanzien van de Partijen die tevens Partij zijn bij [MARPOL 73/78](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003241) laten de bepalingen in deze Bijlage de specifieke rechten en verplichtingen uit hoofde van dat verdrag onverlet.
##### Artikel 15. Amendering of wijziging
1. Deze Bijlage kan worden geamendeerd of gewijzigd door een maatregel aangenomen in overeenstemming met [artikel IX, eerste lid, van het Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237&artikel=IX). Tenzij in de maatregel anders wordt aangegeven, wordt de amendering of wijziging geacht te zijn aanvaard en treedt zij in werking één jaar na de sluiting van de Consultatieve Vergadering van het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) tijdens welke zij werd aangenomen, tenzij een of meer van de Consultatieve Partijen bij het Verdrag inzake Antarctica de Depositaris binnen die termijn ervan in kennis stellen dat zij een verlenging van die termijn wensen of dat zij de maatregel niet kunnen goedkeuren.
2. Amenderingen of wijzigingen van deze Bijlage die in werking treden overeenkomstig het eerste lid hierboven treden daarna in werking ten aanzien van iedere andere Partij wanneer kennisgeving van haar goedkeuring door de Depositaris is ontvangen.
##### Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van deze Bijlage wordt verstaan onder:
- a. „bevoegde autoriteit": iedere persoon of instantie die door een Partij is gemachtigd tot de afgifte van vergunningen ingevolge deze Bijlage;
- b. „vergunning": een officiële schriftelijke vergunning, afgegeven door een bevoegde autoriteit;
- c. „Beheersplan": een plan tot beheer van de activiteiten en ter bescherming van de speciale waarde(n) in een Speciaal Beschermd Antarctisch Gebied of een Speciaal Beheerd Antarctisch gebied.
##### Artikel 2. Doelstellingen
Voor de toepassing van deze Bijlage kan elk gebied, met inbegrip van elk zeegebied, worden aangewezen als Speciaal Beschermd Antarctisch Gebied of Speciaal Beheerd Antarctisch Gebied. In die gebieden worden activiteiten verboden, aan beperkingen onderworpen of beheerd in overeenstemming met ingevolge de bepalingen van deze Bijlage aangenomen Beheersplannen.
##### Artikel 3. Speciaal Beschermde Antarctische Gebieden
1. Elk gebied, met inbegrip van elk zeegebied, kan worden aangewezen als Speciaal Beschermd Antarctisch Gebied ter bescherming van opmerkelijke ecologische, wetenschappelijke, historische of esthetische waarden of de waarde als wildernis, dan wel een combinatie van deze waarden, of lopend of gepland wetenschappelijk onderzoek.
2. De Partijen streven ernaar, binnen een systematisch milieukundig-geografisch kader, aan te duiden en op te nemen in de reeks Speciaal Beschermde Antarctische Gebieden:
- a. ongerepte gebieden die zijn behoed voor menselijk ingrijpen, zodat toekomstige vergelijkingen mogelijk zijn met plaatsen die zijn aangetast door menselijke activiteiten;
- b. representatieve voorbeelden van belangrijke ecosystemen te land, met inbegrip van glaciale en aquatische ecosystemen, en mariene ecosystemen;
- c. gebieden met belangrijke of ongewone verzamelingen van soorten, met inbegrip van grote kolonies broedende inheemse vogels of zoogdieren;
- d. de hoofdvindplaats of de enige bekende habitat van een soort;
- e. gebieden die van bijzonder belang zijn voor lopend of gepland wetenschappelijk onderzoek;
- f. voorbeelden van bijzondere geologische, glaciologische of geomorfologische kenmerken;
- g. gebieden van bijzondere esthetische waarde en waarde als wildernis;
- h. plaatsen of monumenten met een erkende historische waarde; en
- i. alle andere in aanmerking komende gebieden voor de bescherming van de in het eerste lid hierboven bedoelde waarden.
3. Speciaal Beschermde Gebieden en Terreinen van Bijzonder Wetenschappelijk Belang die in het verleden door Consultatieve Vergaderingen van het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) als zodanig zijn aangewezen, worden hierbij aangewezen als Speciaal Beschermde Antarctische Gebieden en daaraan wordt bijgevolg een nieuwe benaming en een nieuw nummer toegekend.
4. De toegang tot een Speciaal Beschermd Antarctisch Gebied, anders dan in overeenstemming met een ingevolge artikel 7 afgegeven vergunning, is verboden.
##### Artikel 4. Speciaal Beheerde Antarctische Gebieden
1. Elk gebied, met inbegrip van elk zeegebied, waarin activiteiten worden verricht of in de toekomst kunnen worden verricht, kan worden aangewezen als Speciaal Beheerd Antarctisch Gebied ter ondersteuning van de planning of coördinatie van activiteiten, ter vermijding van mogelijke conflicten, ter verbetering van de samenwerking tussen Partijen of ter beperking van de milieu-effecten.
2. Speciaal Beheerde Antarctische Gebieden kunnen omvatten:
- a. gebieden waarin activiteiten risico's van wederzijdse verstoring of cumulatieve milieu-effecten inhouden; en
- b. plaatsen of monumenten met een erkende historische waarde.
3. Voor de toegang tot een Speciaal Beheerd Antarctisch Gebied is geen vergunning vereist.
4. Niettegenstaande het derde lid hierboven kan een Speciaal Beheerd Antarctisch Gebied één of meer Speciaal Beschermde Antarctische Gebieden omvatten, waartoe de toegang, anders dan in overeenstemming met een ingevolge artikel 7 afgegeven vergunning, is verboden.
##### Artikel 5. Beheersplannen
1. Elke Partij, de Commissie, de Wetenschappelijke Commissie voor Onderzoek op Antarctica en de Commissie voor de Instandhouding van de Levende Rijkdommen in de Antarctische Wateren kan een gebied voordragen voor aanwijzing als Speciaal Beschermd Antarctisch Gebied of Speciaal Beheerd Antarctisch Gebied door een ontwerp-Beheersplan in te dienen bij de Consultatieve Vergadering van het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237).
2. Het voor aanwijzing voorgedragen gebied moet van voldoende omvang zijn om de waarden te kunnen beschermen waarvoor speciale bescherming of speciaal beheer vereist is.
3. Ontwerp-Beheersplannen dienen te omvatten, indien van toepassing:
- a. een omschrijving van de waarde(n) waarvoor speciale bescherming of speciaal beheer vereist is;
- b. een uiteenzetting van de doelstellingen van het Beheersplan met betrekking tot de bescherming of het beheer van die waarden;
- c. beheersactiviteiten die zullen worden ondernomen ter bescherming van de waarden waarvoor speciale bescherming of speciaal beheer vereist is;
- d. eventueel een tijdvak waarvoor de aanwijzing geldt;
- e. een omschrijving van het gebied, onder vermelding van:
- i. de geografische coördinaten, grenstekens en natuurlijke kenmerken die het gebied afbakenen;
- ii. de toegang tot het gebied over land, vanaf zee of vanuit de lucht, met inbegrip van aanvaarroutes en ankerplaatsen in zee, voor voetgangers en voor voertuigen bestemde routes binnen het gebied, en aanvliegroutes en landingsplaatsen;
- iii. de ligging van bouwwerken, met inbegrip van wetenschappelijke stations, onderzoeks- of schuilfaciliteiten, zowel binnen het gebied als in de nabijheid daarvan, en
- iv. de ligging binnen of nabij het gebied van andere ingevolge deze Bijlage aangewezen Speciaal Beschermde Antarctische Gebie den of Speciaal Beheerde Antarctische Gebieden, of andere beschermde gebieden, aangewezen in overeenstemming met maatregelen die zijn genomen krachtens andere onderdelen van het Antarctisch Verdragsysteem;
- f. de aanduiding van zones binnen het gebied waarin activiteiten moeten worden verboden, onderworpen aan beperkingen of beheerd met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen als bedoeld onder letter b hierboven;
- g. kaarten en foto's die duidelijk de grens van het gebied ten opzichte van omringende landschapselementen, alsmede kenmerkende landschapselementen binnen, het gebied laten zien;
- h. ondersteunende documentatie;
- i. met betrekking tot een gebied dat wordt voorgedragen voor aanwijzing als Speciaal Beschermd Antarctisch Gebied, een duidelijke omschrijving van de voorwaarden waaronder door de bevoegde autoriteit vergunningen kunnen worden afgegeven betreffende:
- i. de toegang tot en de verplaatsingen binnen of over het gebied heen;
- ii. activiteiten die worden of kunnen worden verricht binnen het gebied, onder vermelding van beperkingen ten aanzien van tijd en plaats;
- iii. de plaatsing, verandering of verwijdering van bouwwerken;
- iv. de ligging van veldwerkkampen;
- v. beperkingen ten aanzien van materialen en organismen die in het gebied mogen worden gebracht;
- vi. het onttrekken van inheemse planten of dieren aan hun populatie of schadelijk optreden ten aanzien van inheemse flora en fauna;
- vii. het verzamelen of verwijderen van iets dat niet door de vergunninghouder in het gebied is gebracht;
- viii. het verwijderen van afval;
- ix. maatregelen die noodzakelijk kunnen zijn om te verzekeren dat de doelstellingen van het Beheersplan bij voortduring kunnen worden nagestreefd; en
- x. vereisten met betrekking tot aan de bevoegde autoriteit uit te brengen verslagen betreffende bezoeken aan het gebied;
- j. met betrekking tot een gebied dat wordt voorgedragen voor aanwijzing als Speciaal Beheerd Antarctisch Gebied, een gedragscode betreffende:
- i. de toegang tot en de verplaatsingen binnen of over het gebied heen;
- ii. activiteiten die worden of kunnen worden verricht binnen het gebied, onder vermelding van beperkingen ten aanzien van tijd en plaats;
- iii. de plaatsing, verandering of verwijdering van bouwwerken;
- iv. de ligging van veldwerkkampen;
- v. het onttrekken van inheemse planten of dieren aan hun popula tie of schadelijk optreden ten aanzien van inheemse flora en fauna;
- vi. het verzamelen of verwijderen van iets dat niet door de bezoeker in het gebied is gebracht;
- vii. het verwijderen van afval; en
- viii. eventuele vereisten met betrekking tot aan de bevoegde autoriteit uit te brengen verslagen betreffende bezoeken aan het gebied; en
- k. bepalingen inzake de omstandigheden waarin de Partijen dienen te trachten informatie uit te wisselen voorafgaand aan de activiteiten die zij voornemens zijn te verrichten.
##### Artikel 6. Aanwijzingsprocedures
1. Ontwerp-Beheersplannen dienen te worden ingediend bij de Commissie, de Wetenschappelijke Commissie voor Onderzoek op Antarctica en, indien van toepassing, de Commissie voor de Instandhouding van de Levende Rijkdommen in de Antarctische Wateren. Bij het uitbrengen van haar advies aan de Consultatieve Vergadering van het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) houdt de Commissie rekening met eventuele opmerkingen van de Wetenschappelijke Commissie voor Onderzoek op Antarctica en, indien van toepassing, de Commissie voor de Instandhouding van de Levende Rijkdommen in de Antarctische Wateren. Daarna kunnen de ontwerp-Beheersplannen worden goedgekeurd door de Consultatieve Partijen bij het Verdrag inzake Antarctica door een maatregel, aangenomen tijdens een Consultatieve Vergadering van het Verdrag inzake Antarctica in overeenstemming met [artikel IX, eerste lid, van het Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237&artikel=IX). Tenzij in de maatregel anders is aangegeven, wordt het Beheersplan geacht te zijn goedgekeurd 90 dagen na de sluiting van de Consultatieve Vergadering van het Verdrag inzake Antarctica tijdens welke de maatregel werd aangenomen, tenzij één of meer Consultatieve Partijen binnen dat tijdvak de Depositaris ervan in kennis stellen dat zij een verlenging van die termijn wensen of dat zij de maatregel niet kunnen goedkeuren.
2. Met inachtneming van de bepalingen van de artikelen 4 en 5 van het Protocol, wordt geen zeegebied aangewezen als Speciaal Beschermd Antarctisch Gebied of Speciaal Beheerd Antarctisch Gebied zonder de voorafgaande goedkeuring van de Commissie voor de Instandhouding van de Levende Rijkdommen in de Antarctische Wateren.
3. De aanwijzing van een Speciaal Beschermd Antarctisch Gebied of een Speciaal Beheerd Antarctisch Gebied geschiedt voor onbepaalde tijd, tenzij in het Beheersplan anders is bepaald. Ten minste eens in de vijf jaar,dient een Beheersplan te worden getoetst. Het dient, zo nodig, te worden bijgewerkt.
4. Beheersplannen kunnen worden gewijzigd of ingetrokken in overeenstemming met het eerste lid hierboven.
5. Na goedkeuring worden Beheersplannen onverwijld door de Depositaris toegezonden aan alle Partijen. De Depositaris houdt een register bij van alle tot dusver goedgekeurde Beheersplannen.
##### Artikel 7. Vergunningen
1. Elke Partij wijst een bevoegde autoriteit aan met het oog op de afgifte van vergunningen voor de toegang tot of het ondernemen van activiteiten in een Speciaal Beschermd Antarctisch Gebied in overeenstemming met de voorschriften van het op dat gebied betrekking hebbende Beheersplan. De vergunning dient vergezeld te gaan van de desbetreffende onderdelen van het Beheersplan en dient een vermelding td bevatten aangaande de omvang en de ligging van het gebied, de activiteiten waarvoor machtiging is verleend en waar, wanneer en door wie machtiging is verleend voor de activiteiten, alsmede aangaande eventuele andere voorwaarden die het Beheersplan voorschrijft.
2. In het geval van een Speciaal Beschermd Gebied, dat in het verleden door Consultatieve Vergaderingen van het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) als zodanig is aangewezen, ten aanzien waarvan geen Beheersplan bestaat, kan de bevoegde autoriteit een vergunning afgeven voor een dwingend wetenschappelijk doel dat niet elders kan worden gediend en dat het natuurlijke ecosysteem in dat gebied niet schaadt.
3. Elke Partij verlangt dat de vergunninghouder een exemplaar van de vergunning bij zich draagt terwijl hij zich in het betrokken Speciaal Beschermd Antarctisch Gebied bevindt.
##### Artikel 8. Historische plaatsen en historische monumenten
1. Plaatsen of monumenten met een erkende historische waarde die zijn aangewezen als Speciaal Beschermde Antarctische Gebieden of Speciaal Beheerde Antarctische Gebieden, ofwel binnen zodanige gebieden zijn gelegen, worden geplaatst op de lijst van Historische Plaatsen en Historische Monumenten.
2. Elke Partij kan een plaats of monument met een erkende historische waarde die c.q. dat nog niet is aangewezen als Speciaal Beschermd Antarctisch Gebied of Speciaal Beheerd Antarctisch Gebied, dan wel niet in een zodanig gebied is gelegen, voordragen voor plaatsing op de lijst als Historische Plaats of Historisch Monument. Deze voordracht kan door de Consultatieve Partijen bij het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) worden goedgekeurd door een maatregel, aangenomen tijdens een Consultatieve Vergadering van het Verdrag inzake Antarctica in overeenstemming met [artikel IX, eerste lid, van het Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237&artikel=IX). Tenzij in de maatregel anders is aangegeven, wordt de voordracht geacht te zijn goedgekeurd 90 dagen na de sluiting van de Consultatieve Vergadering van het Verdrag inzake Antarctica tijdens welke de maatregel werd aangenomen, tenzij één of meer Consultatieve Partijen binnen dat tijdvak de Depositaris ervan in kennis stellen dat zij een verlenging van die termijn wensen of dat zij de maatregel niet kunnen goedkeuren.
3. Bestaande Historische Plaatsen of Historische Monumenten die als zodanig zijn aangemerkt door eerdere Consultatieve Vergadering gen van het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237), worden geplaatst op de lijst van Historische Plaatsen en Historische Monumenten ingevolge dit artikel.
4. Op de lijst geplaatste Historische Plaatsen en Historische Monumenten mogen niet worden beschadigd, verwijderd of vernietigd.
5. De lijst van Historische Plaatsen en Historische Monumenten kan worden gewijzigd in overeenstemming met het tweede lid hierboven. De Depositaris houdt een lijst bij van tot dusver als zodanig aangemerkte Historische Plaatsen en Historische Monumenten.
##### Artikel 9. Informatie en Openbaarheid
1. Ten einde te verzekeren dat alle personen die Antarctica bezoeken, of voornemens zijn dit te bezoeken, op de hoogte zijn van de bepalingen van deze Bijlage en deze in acht nemen, stelt elke Partij informatieve documentatie ter beschikking die, met name, omvat:
- a. de ligging van Speciaal Beschermde Antarctische Gebieden en Speciaal Beheerde Antarctische Gebieden;
- b. een overzicht en kaarten van die gebieden;
- c. de Beheersplannen, met inbegrip van een overzicht van op elk gebied betrekking hebbende verboden;
- d. de ligging van Historische Plaatsen en Historische Monumenten en alle daarop betrekking hebbende verboden en beperkingen;
2. Elke Partij draagt er zorg voor dat de ligging en, indien mogelijk, de grenzen van Speciaal Beschermde Antarctische Gebieden, Speciaal Beheerde Antarctische Gebieden en Historische Plaatsen en Historische Monumenten zijn aangegeven op haar topografische kaarten, hydrografische kaarten en in andere relevante publikaties.
3. De Partijen werken samen ten einde te verzekeren dat, indien van toepassing, de grenzen van Speciaal Beschermde Antarctische Gebieden, Speciaal Beheerde Antarctische Gebieden en Historische Plaatsen en Historische Monumenten ter plaatse op passende wijze zijn aangegeven.
##### Artikel 10. Uitwisseling van informatie
1. De Partijen treffen regelingen voor:
- a. het verzamelen en uitwisselen van registers, met inbegrip van registers van vergunningen, en verslagen van bezoeken, met inbegrip van inspectiebezoeken, aan Speciaal Beschermde Antarctische Gebieden en verslagen van inspectiebezoeken aan Speciaal Beheerde Antarctische Gebieden;
- b. het verkrijgen en uitwisselen van informatie inzake elke aanzienlijke verandering in of schade aan een Speciaal Beheerd Antarctisch Gebied, Speciaal Beschermd Antarctisch Gebied of Historische Plaats of Historisch Monument; en
- c. het vaststellen van een gemeenschappelijk model waarin de registers en de informatie door de Partijen wordt voorgelegd overeenkomstig het tweede lid hieronder.
2. Elke Partij licht de andere Partijen alsmede de Commissie voor eind november van elk jaar in over het aantal en de aard van de krachtens deze Bijlage in de daaraan voorafgaande periode van 1 juli tot en met 30 juni afgegegeven vergunningen.
3. Elke Partij die onderzoek of andere activiteiten verricht in Speciaal Beschermde Antarctische Gebieden of Speciaal Beheerde Antarctische Gebieden, dan wel deze financiert of daartoe machtiging verleent, houdt een register bij van die activiteiten en geeft in de jaarlijkse uitwisseling van informatie in overeenstemming met het Verdrag beknopte beschrijvingen van de activiteiten die in het voorafgaande jaar in die gebieden werden verricht door personen die onder haar rechtsmacht vallen.
4. Elke Partij licht de andere Partijen alsmede de Commissie voor eind november van elk jaar in over maatregelen die zij heeft genomen ter uitvoering van deze Bijlage, met inbegrip van inspecties en stappen die zij heeft ondernomen om in te grijpen in geval van activiteiten die in strijd zijn met de bepalingen van het goedgekeurde Beheersplan voor een Speciaal Beschermd Antarctisch Gebied of een Speciaal Beheerd Antarctisch Gebied.
##### Artikel 11. Noodgevallen
1. De in deze Bijlage vastgelegde of toegestane beperkingen zijn niet van toepassing in noodgevallen verband houdend met de veiliheid van mensenlevens of van schepen, luchtvaartuigen, of van materieel en faciliteiten van grote waarde, of de bescherming van het milieu.
2. Van activiteiten ondernomen in noodgevallen wordt onverwijld kennisgeving gedaan aan alle Partijen.
##### Artikel 3. Bescherming van de inheemse flora en fauna
1. Het onttrekken van planten en dieren aan hun populatie of schadelijk optreden is verboden, behalve overeenkomstig een vergunning.
2. Deze vergunningen vermelden de toegestane activiteit, met inbegrip van wanneer, waar en door wie deze zal worden uitgevoerd en worden uitsluitend in de volgende omstandigheden afgegeven:
- a. met het oog op levering van specimina ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek of wetenschappelijke informatie;
- b. met het oog op levering van specimina ten behoeve van musea, herbaria, dierentuinen, botanische tuinen of andere educatieve of culturele instellingen of toepassingen; en
- c. met het oog op een regeling voor onvermijdelijke gevolgen van wetenschappelijke activiteiten die anderszins niet zijn toegestaan krachtens de letters a en b hierboven, of van de bouw en bedrijfsvoering van faciliteiten voor wetenschappelijke ondersteuning.
3. Afgifte van deze vergunningen wordt beperkt ten einde te verzekeren dat:
- a. niet meer inheemse zoogdieren, vogels of planten aan hun populatie worden onttrokken dan strikt noodzakelijk om de doelstellingen beschreven in het tweede lid hierboven te verwezenlijken;
- b. uitsluitend kleine aantallen inheemse zoogdieren of vogels worden gedood en in elk geval niet meer inheemse zoogdieren of vogels van plaatselijke populaties worden gedood dan er, gevoegd bij de aantallen zoogdieren of vogels die het anderszins is toegestaan aan hun populatie te onttrekken, normaal door natuurlijke voortplanting in het volgende seizoen kunnen worden vervangen; en
- c. de verscheidenheid aan soorten alsmede de voor hun bestaan essentiële leefmilieus, en het evenwicht van de ecosystemen binnen het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is, worden gehandhaafd.
4. Alle soorten inheemse zoogdieren, vogels en planten genoemd in Aanhangsel A bij deze Bijlage worden aangewezen als „Speciaal Beschermde Soorten" en genieten speciale bescherming door de Partijen.
5. Er wordt geen vergunning afgegeven voor het onttrekken van een Speciaal Beschermde Soort aan haar populatie tenzij:
- a. dit een dwingend wetenschappelijk doel dient;
- b. hiermee niet het voortbestaan of het herstel van die soort of plaatselijke populatie in gevaar wordt gebracht; en
- c. hiervoor waar mogelijk niet-letale technieken worden gebruikt.
6. Het onttrekken van inheemse zoogdieren en vogels aan hun populatie vindt zodanig plaats dat dit zo min mogelijk pijn en lijden met zich meebrengt.
##### Artikel 4. Het in het gebied binnenbrengen van niet-inheemse soorten, parasieten en ziekten
1. Er worden geen dier- of plantesoorten die niet inheems zijn in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is, binnengebracht op het land, op ijsplaten of in het water waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is, behalve overeenkomstig een vergunning.
2. Er worden geen honden binnengebracht op het land of op ijsplaten en de honden die momenteel in deze gebieden aanwezig zijn dienen uiterlijk 1 april 1994 te zijn verwijderd.
3. Vergunningen krachtens het eerste lid hierboven worden afgegeven om de invoer van uitsluitend de in Aanhangsel B bij deze Bijlage genoemde planten en dieren mogelijk te maken en vermelden de soorten, aantallen en, waar passend, leeftijd en geslacht, alsmede de voorzorgen die genomen worden om ontsnapping of contact met de inheemse flora en fauna te voorkomen.
4. Planten of dieren waarvoor een vergunning is afgegeven overeenkomstig het eerste en derde lid hierboven worden voor het verlopen van de vergunning verwijderd uit het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is, of worden verwijderd door verbranding dan wel met behulp van even doeltreffende middelen waardoor risico voor de inheemse flora en fauna uitgesloten wordt. De vergunning vermeldt deze verplichting. Alle andere planten of dieren die worden binnengebracht in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is en daar niet thuishoren, met inbegrip van daaruit voortgekomen planten en dieren, worden verwijderd uit het gebied dan wel verwijderd door verbranding of met behulp van even doeltreffende middelen steriel gemaakt, tenzij is vastgesteld dat zij geen risico vormen voor de inheemse flora en fauna.
5. Geen enkele bepaling in dit artikel is van toepassing op de invoer van voedsel in het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is, mits hiertoe geen levende dieren worden ingevoerd, en alle delen en produkten van planten en dieren onder zorgvuldig gecontroleerde omstandigheden worden bewaard en verwijderd overeenkomstig Bijlage III bij het Protocol en Aanhangsel C bij deze Bijlage.
6. Elke Partij vereist dat voorzorgen, met inbegrip van de in Aanhangsel C bij deze Bijlage genoemde voorzorgen, worden getroffen om te voorkomen dat niet in de inheemse flora en fauna aanwezig zijnde micro-organismen (zoals virussen, bacteriën, parasieten, gisten en zwammen) in het gebied worden binnengebracht.
##### Artikel 5. Informatie
Elke Partij stelt informatieve documentatie op waarin, met name, de verboden activiteiten worden beschreven en waarin lijsten worden verstrekt van Speciaal Beschermde Soorten en relevante Beschermde Gebieden en stelt deze ter beschikking van alle in het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is aanwezig zijnde personen of personen die voornemens zijn daarheen te gaan, ten einde te verzekeren dat die personen op de hoogte zijn van de bepalingen van deze Bijlage en deze in acht nemen.
##### Artikel 6. Uitwisseling van informatie
1. De Partijen treffen regelingen voor:
- a. het verzamelen en uitwisselen van registers (met inbegrip van registers van vergunningen) en statistieken inzake de aantallen of hoeveelheden van alle soorten inheemse zoogdieren, vogels of planten die jaarlijks in het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is, aan hun populatie worden onttrokken;
- b. het verkrijgen en uitwisselen van informatie inzake de stand van de inheemse zoogdieren, vogels, planten en ongewervelde dieren in het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is, en de mate waarin elke soort of populatie bescherming behoeft;
- c. het vaststellen van een gemeenschappelijk model waarin informatie door Partijen wordt voorgelegd overeenkomstig het tweede lid hieronder.
2. Elke Partij licht de andere Partijen alsmede de Commissie voor eind november van elk jaar in over elke ingevolge het eerste lid hierboven ondernomen stap en over het aantal en de aard van de krachtens deze Bijlage in de daaraan voorafgaande periode van 1 juli tot en met 30 juni afgegeven vergunningen.
##### Artikel 7. Betrekking met andere overeenkomsten buiten het Antarctisch Verdragssyteem
De bepalingen in deze Bijlage laten de rechten en verplichtingen van de Partijen uit hoofde van het [Verdrag tot regeling van de walvisvangst](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005482) onverlet.
##### Artikel 8. Toetsing
De Partijen toetsen voortdurend de maatregelen voor de instandhouding van de flora en fauna van Antarctica, daarbij rekening houdend met eventuele aanbevelingen van de Commissie.
##### Artikel 9. Amendering of wijziging
1. Deze Bijlage kan worden geamendeerd of gewijzigd door een maatregel aangenomen in overeenstemming met [artikel IX, eerste lid, van het Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237&artikel=IX). Tenzij in de maatregel anders wordt aangegeven, wordt de amendering of wijziging geacht te zijn aanvaard en treedt zij in werking één jaar na de sluiting van de Consultatieve Vergadering van het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237&artikel=IX) tijdens welke zij werd aangenomen, tenzij een of meer van de Consultatieve Partijen bij het Verdrag inzake Antarctica de Depositaris binnen die termijn ervan in kennis stellen dat zij een verlenging van die termijn wensen of dat zij de maatregel niet kunnen goedkeuren.
##### Artikel 12. Amendering of wijziging
1. Deze Bijlage kan wórden geamendeerd of gewijzigd door een maatregel aangenomen in overeenstemming met [artikel IX, eerste lid, van het Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237&artikel=IX). Tenzij in de maatregel anders is aangegeven, wórdt dé amendering of wijziging geacht te zijn goedgekeurd en treedt zij in werking één jaar na de sluiting van de Consultatieve Vergadering van het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) tijdens welke deze werd aangenomen, tenzij één of meer Consultatieve Partijen bij het Verdrag inzake Antarctica de Depositaris binnen dat tijdvak ervan in kennis stellen dat zij een verlenging van die termijn wensen of dat zij de maatregel niet kunnen goedkeuren.
2. Amenderingen of wijzigingen van deze Bijlage die in werking treden overeenkomstig het eerste lid hierboven, treden daarna in werking ten aanzien van iedere andere Partij wanneer kennisgeving van haar goedkeuring door de Depositaris is ontvangen.
##### Artikel 1. Algemene verplichtingen
1. Deze Bijlage is van toepassing op activiteiten die worden ondernomen in het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is en die voortvloeien uit programma's voor wetenschappelijk onderzoek, toeristische activiteiten en alle andere gouvernementele en niet-gouvernementele activiteiten in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is en waarvan vooraf, krachtens [artikel VII, vijfde lid, van het Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237&artikel=VII) kennisgeving dient te worden gedaan, met inbegrip van daarmee samenhangende logistieke ondersteuning.
2. De hoeveelheid afval geproduceerd of gestort of verbrand in het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is, wordt zoveel mogelijk beperkt om het effect op het Antarctisch milieu tot een minimum te beperken, alsmede om verstoring van de natuurlijke waarden van Antarctica, van wetenschappelijk onderzoek en van andere vormen van gebruik van Antarctica die verenigbaar zijn met het Verdrag inzake Antarctica, tot een minimum te beperken.
3. Opslag, storten en verbranden, en afvoer van afval uit het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is alsmede hergebruik en reductie aan de bron vormen essentiële overwegingen bij het plannen en uitvoeren van activiteiten in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is.
4. Afval afgevoerd uit het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is, wordt zoveel mogelijk geretourneerd naar het land dat de activiteiten heeft georganiseerd waardoor het afval is ontstaan, of ieder ander land waar regelingen zijn getroffen voor het storten of verbranden van dit afval overeenkomstig relevante internationale overeenkomsten.
5. Vroegere en huidige afvalstort- en verbrandingsplaatsen op land en verlaten werkplaatsen waar activiteiten op Antarctica hebben plaatsgevonden, worden schoongemaakt door de veroorzaker van dat afval en de gebruiker van die plaatsen. Deze verplichting wordt niet uitgelegd als zou vereist zijn:
- a. dat een object dat is aangewezen als een historische plaats of historisch monument wordt afgevoerd; of
- b. dat een object of afvalmateriaal in omstandigheden waar de afvoer door middel van ongeacht welke uitvoerbare methode zou leiden tot grotere nadelige milieu-effecten dan wanneer het object of het afvalmateriaal op dezelfde plaats blijft, wordt afgevoerd.
##### Artikel 2. Afvoer van afval uit het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) va toepassing is
1. Indien de volgende soorten afval zijn ontstaan na de inwerkingtreding van deze Bijlage, worden deze door de veroorzaker hiervan afgevoerd uit het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is:
- a. radioactieve materialen;
- b. elektrische batterijen;
- c. brandstof, zowel in vloeibare als in vaste vorm;
- d. afval dat een schadelijk gehalte aan zware metalen of acuut toxische of schadelijke, moeilijk afbreekbare, verbindingen bevat;
- e. polyvinylchloride (PVC), polyurethaan schuim, polystyreen schuim, rubber en smeerolie, behandeld hout en andere produkten die additieven bevatten waardoor bij verbranding schadelijke emissie kan ontstaan;
- f. al het andere plastic afval, met uitzondering van LDPE-verpakkingsmateriaal (zoals zakken voor de opslag van afval), mits dit verpakkingsmateriaal wordt verbrand overeenkomstig artikel 3, eerste lid;
- g. brandstofvaten;en
- h. ander vast, niet-verbrandbaar afval; met dien verstande dat de verplichting om vaten en niet-verbrandbaar vast afval bedoeld in de letters g en h hierboven af te voeren, niet van toepassing is in omstandigheden waar het verwijderen van dit afval door middel van ongeacht welke uitvoerbare methode zou leiden tot grotere nadelige milieu-effecten dan wanneer deze op dezelfde plaats blijven.
2. Vloeibaar afval dat niet valt onder het eerste lid hierboven, sanitair afval alsmede vloeibaar huishoudelijk afval wordt zo veel mogelijk uit het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is, afgevoerd door de veroorzaker van dit afval.
3. De volgende soorten afval worden afgevoerd uit het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is door de veroorzaker van dit afval, tenzij het is verbrand, door een autoclaaf is gevoerd of anderszins is behandeld om steriel te maken:
- a. overblijfselen van karkassen van ingevoerde dieren;
- b. laboratoriumcultuur van micro-organismen en plantaardige pathogene stoffen; en
- c. in het gebied binnengebrachte vogelprodukten.
##### Artikel 3. Verbranding van afval
1. Behoudens het tweede lid hieronder wordt ander verbrandbaar afval dan bedoeld in artikel 2, eerste lid, dat niet is afgevoerd uit het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is, verbrand in verbrandingsovens, waarbij schadelijke emissie zo veel mogelijk wordt beperkt. Er wordt rekening gehouden met alle emissienormen en richtlijnen voor materieel die onder andere kunnen worden aanbevolen door de Commissie en de Wetenschappelijke Commissie voor Onderzoek op Antarctica. De vaste verbrandingsresten worden afgevoerd uit het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is.
2. Het in de open lucht verbranden van afval wordt zo snel mogelijk stapsgewijs afgeschaft, maar uiterlijk aan het eind van het seizoen 1998/1999. In afwachting van de voltooiing van die stapsgewijze afschaffing wordt, wanneer het nodig is zich te ontdoen van afval door verbranding in de open lucht, rekening gehouden met de windrichting, de windkracht en het soort afval dat wordt verbrand om afzetting van deeltjes te beperken en te vermijden dat deze worden afgezet in gebieden van bijzondere biologische, wetenschappelijke, historische of esthetische betekenis of van betekenis als wildernis, met inbegrip van, met name, de gebieden die bescherming genieten uit hoofde van het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237).
##### Artikel 4. Andere wijzen van verwijderen van afval op land
1. Afval dat niet is afgevoerd, of gestort of verbrand overeenkomstig de artikelen 2 en 3 wordt niet verwijderd in ijsvrije gebieden of in zoetwatersystemen.
2. Sanitair afval, vloeibaar huishoudelijk afval alsmede ander vloeibaar afval dat niet is afgevoerd uit het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is, wordt zo min mogelijk verwijderd op zeeijs, ijsplaten of de ijskap, met dien verstande dat afval ontstaan in landinwaarts op ijsplaten of op de ijskap gelegen stations mag worden gestort in diepe ijsputten, waar een dergelijke storting de enig uitvoerbare methode is. Dergelijke putten worden niet aangelegd op bekende stroomlijnen in ijs die eindigen bij ijsvrije gebieden of in gebieden met een hoge afsmelting.
3. Afval ontstaan in bivakken wordt zoveel mogelijk door de veroorzaker van dat afval afgevoerd naar ondersteunende stations of schepen om te worden verwijderd overeenkomstig deze Bijlage.
##### Artikel 5. Het lozen van afval in zee
1. Sanitair afval alsmede vloeibaar huisafval kan direct in zee worden geloosd, daarbij rekening houdend met het assimilatievermogen van het ontvangende mariene milieu en op voorwaarde dat:
- a. de lozing geschiedt, indien uitvoerbaar, op een plaats waar voorwaarden aanwezig zijn voor een onmiddellijke verdunning en een snelle verspreiding; en
- b. grote hoeveelheden afval (ontstaan in stations waar de gemiddelde wekelijkse bezetting in de australe zomer uit ongeveer 30 personen of meer bestaat) ten minste een maceratiebewerking heeft ondergaan.
2. Het bijprodukt dat ontstaat bij de behandeling van sanitair afval met behulp van een roterende biologische waterzuiveringstrommel of met soortgelijke procédés kan worden verwijderd in zee mits die verwijdering geen nadelige invloed heeft op het plaatselijke milieu en mits die verwijdering in zee tevens in overeenstemming is met Bijlage IV bij het Protocol.
##### Artikel 6. Opslag van afval
Al het afval dat dient te worden afgevoerd uit het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is, dan wel anderszins dient te worden verwijderd, wordt zodanig tijdelijk opgeslagen dat verspreiding daarvan in het milieu wordt voorkomen.
##### Artikel 7. Verboden produkten
Er worden geen polychloorbifenylen (PCB's), niet-steriele aarde, polystyrene bolletjes, chips of soortgelijke vormen van verpakking, of pesticiden (anders dan vereist voor wetenschappelijke, medische of hygiënische doeleinden) binnengebracht op het land of ijsplaten of in het water in het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is.
##### Artikel 8. Afvalbeheersplanning
1. Elke Partij die zelfactiviteiten uitvoert in het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is, stelt ten aanzien van die activiteiten een classificatiesysteem voor het verwijderen van afval op als basis voor de registratie van afval en ten einde onderzoek te vergemakkelijken ter evaluatie van de milieu-effecten van wetenschappelijke activiteiten en daarmee samenhangende logistieke ondersteuning. Hiertoe wordt geproduceerd afval geclassificeerd als:
- a. sanitair afval en vloeibaar huishoudelijk afval (Groep 1);
- b. ander vloeibaar afval en chemicaliën, met inbegrip van brandstoffen en smeermiddelen (Groep 2);
- c. te verbranden vaste stoffen (Groep 3);
- d. ander vast afval (Groep 4); en
- e. radioactief materiaal (Groep 5).
2. Ten einde het effect van afval op het Antarctische milieu verder te beperken, stelt elke Partij afvalbeheersplannen op die zij jaarlijks toetst en bijstelt (met inbegrip van afvalbeperking, opslag en verwijdering), en waarin voor elke vaste plaats, voor bivakken in het algemeen en voor elk schip (anders dan kleine boten die onderdeel zijn van de bedrijfsvoering van vaste plaatsen of van schepen en rekening houdend met bestaande beheersplannen voor schepen) het volgende wordt vermeld:
- a. programma's voor het schoonmaken van bestaande afvalstorten verbrandingsplaatsen en verlaten werkplaatsen;
- b. van kracht zijnde en geplande afvalbeheersregelingen, met inbegrip van definitieve verwijdering;
- c. van kracht zijnde en geplande regelingen om de gevolgen van afval en afvalbeheer voor het milieu te analyseren; en
- d. andere pogingen om de gevolgen van afval en afvalbeheer voor het milieu tot een minimum te beperken.
3. Elke Partij stelt voor zover mogelijk een inventaris op van locaties waar in het verleden activiteiten hebben plaatsgevonden (zoals overslagplaatsen, brandstofdepots, veldbases, neergestorte vliegtuigen) voordat de informatie verloren is gegaan, zodat met die locaties rekening kan worden gehouden bij het in de toekomst plannen van wetenschappelijke programma's (zoals chemisch onderzoek van het ijs, milieuvervuilende stoffen in korstmossen of het boren naar ijskernen).
##### Artikel 9. Toezending en toetsing van afvalbeheersplannen
1. De overeenkomstig artikel 8 opgestelde afvalbeheersplannen, rapporten over de uitvoering hiervan en de inventarissen bedoeld in artikel 8, derde lid, maken onderdeel uit van de jaarlijkse informatieuitwisselingen overeenkomstig de [artikelen III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237&artikel=III) en [VII van het Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237&artikel=VII) en daarmee verband houdende Aanbevelingen krachtens [artikel IX van het Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237&artikel=IX).
2. Elke Partij zendt afschriften van haar afvalbeheersplannen en rapporten inzake de uitvoering en toetsing hiervan, aan de Commissie.
3. De Commissie kan afvalbeheersplannen en rapporten daarover toetsen en kan commentaren hierop, met inbegrip van suggesties om de effecten tot een minimum te beperken en wijzigingen en verbetering van de plannen, ter bestudering aan de Partijen voorleggen.
4. De Partijen kunnen informatie uitwisselen en advies verstrekken over, onder andere, ter beschikking staande schone technologieën, aanpassing van bestaande installaties, speciale eisen ten aanzien van uitstromende vloeistoffen en passende verwijderings- en loosmethoden.
##### Artikel 10. Beheersprocedures in de praktijk
Elke Partij:
- a. wijst een functionaris aan die afvalbeheersplannen ontwikkelt en controleert; ter plekke wordt deze verantwoordelijkheid overgedragen aan een geschikte persoon op elke plaats;
- b. ziet erop toe dat leden van haar expedities training krijgen die erop gericht is om het effect van haar werkzaamheden op het Antarctisch milieu te beperken en hen op de hoogte te stellen van de eisen van deze Bijlage; en
- c. ontmoedigt het gebruik van produkten vervaardigd van polyvinylchloride (PVC) en ziet erop toe dat haar expedities naar het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is ingelicht worden over PVC-produkten die zij eventueel binnenbrengen in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is, zodat deze produkten vervolgens overeenkomstig deze Bijlage kunnen worden verwijderd.
##### Artikel 11. Toetsing
Deze Bijlage wordt aan regelmatige toetsing onderworpen ten einde te verzekeren dat deze wordt bijgewerkt om verbeteringen in de technologie en procedures voor het verwijderen van afval daarin op te nemen, en een maximale bescherming van het Antarctisch milieu te waarborgen.
##### Artikel 12. Noodgevallen
1. Deze Bijlage is niet van toepassing in noodgevallen verband houdend met de veiligheid van mensenlevens, of met de veiligheid van schepen, luchtvaartuigen of ander materieel en andere faciliteiten van grote waarde, of de bescherming van het milieu.
2. Van activiteiten ondernomen in noodgevallen wordt onverwijld kennisgeving gedaan aan alle Partijen en aan de Commissie.
##### Artikel 13. Amendering of wijziging
1. Deze Bijlage kan worden geamendeerd of gewijzigd door een maatregel aangenomen in overeenstemming met [artikel IX, eerste lid, van het Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237&artikel=IX). Tenzij in de maatregel anders wordt aangegeven, wordt de amendering of wijziging geacht te zijn aanvaard en treedt zij in werking één jaar na de sluiting van de Consultatieve Vergadering van het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) tijdens welke zij werd aangenomen, tenzij een of meer van de Consultatieve Partijen bij het Verdrag inzake Antarctica de Depositaris binnen die termijn ervan in kennis stellen dat zij een verlenging van die termijn wensen of dat zij de maatregel niet kunnen goedkeuren.
2. Amenderingen of wijzigingen van deze Bijlage die in werking treden overeenkomstig het eerste lid hierboven, treden daarna in werking ten aanzien van iedere andere Partij wanneer kennisgeving van haar goedkeuring door de Depositaris is ontvangen.
##### Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van deze bijlage wordt verstaan onder:
- a. „lozen": ieder vrijkomen (van stoffen) van een schip, hoe ook veroorzaakt, met inbegrip van ontsnappen, over boord zetten, wegvloeien, lekken, pompen, storten of ledigen;
- b. „vuilnis": alle soorten etensresten, huishoudelijk afval en afval voortvloeiende uit de bedrijfsvoering, met uitzondering van verse vis en gedeelten daarvan, ontstaan tijdens de normale bedrijfsvoering van het schip, met uitzondering van de stoffen vallend onder de artikelen 3 en 4;
- c. „MARPOL 73/78": het [Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, 1973, zoals gewijzigd bij het Protocol van 1978](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003241) en bij enige andere van kracht zijnde wijziging daarna;
- d. „schadelijke vloeistof: iedere schadelijke vloeistof zoals omschreven in [Bijlage II bij MARPOL 73/78](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003241&bijlage=II);
- e. „olie": minerale olie in iedere vorm, daaronder begrepen ruwe olie, stookolie, oliehoudend slik, olieafval en geraffineerde produkten (anders dan petrochemische produkten die vallen onder de bepalingen van artikel 4);
- f. „oliehoudend mengsel": een mengsel dat olie bevat in elk gehalte;
- g. „schip": elk vaartuig, van welk type ook, dat in het mariene milieu opereert, waaronder begrepen: draagvleugelboten, luchtkussenvaartuigen, onderwatervaartuigen, vaartuigen in drijvende toestand, alsmede vaste of drijvende platforms.
##### Artikel 2. Toepassing
Deze Bijlage is, ten aanzien van elke Partij, van toepassing op schepen die gerechtigd zijn haar vlag te voeren, en ten aanzien van andere schepen die zich bezig houden met of ondersteuning verlenen aan haar werkzaamheden in het Antarctische gebied, terwijl deze dienst doen in het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is.
##### Artikel 3. Lozen van olie
1. Elke lozing in zee van olie of oliehoudende mengsels is verboden, behalve in de gevallen toegestaan krachtens [Bijlage I bij MARPOL 73/78](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003241&bijlage=I). Terwijl zij werkzaam zijn in het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is, dienen schepen alle oliehoudend slik, vuile ballast, tankwaswater en andere oliehoudende residuen en mengsels die niet in de zee mogen worden geloosd, aan boord te houden. Schepen mogen deze residuen alleen lozen buiten het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is, afgeven aan ontvangstinrichtingen of lozen zoals anderszins toegestaan krachtens Bijlage I bij MARPOL.
2. Dit artikel is niet van toepassing op:
- a. het lozen in zee van olie of oliehoudende mengsels ten gevolge van schade aan het schip of aan de uitrusting daarvan:
- i. mits na optreden van de beschadiging of na het ontdekken van het lozen alle redelijke voorzorgen zijn getroffen om de lozing te voorkomen of tot een minimum te beperken; en
- ii. behalve in geval de eigenaar of de kapitein handelde met het voornemen schade te veroorzaken, dan wel op roekeloze wijze en in de wetenschap, dat er waarschijnlijk schade zou ontstaan; of
- b. het lozen in zee van oliehoudende stoffen, indien dit gebeurt ter bestrijding van bepaalde gevallen van verontreiniging ten einde de schade door de verontreiniging tot een minimum te beperken.
##### Artikel 4. Lozen van schadelijke vloeistoffen
Het lozen in zee van schadelijke vloeistoffen en andere chemische of andere stoffen in hoeveelheden of concentraties die schadelijk zijn voor het mariene milieu is verboden.
##### Artikel 5. Storten van vuilnis
1. Het storten in zee van alle kunststoffen, met inbegrip van doch niet beperkt tot trossen en visnetten van synthetisch materiaal en plastic vuilniszakken, is verboden.
2. Het storten in zee van alle andere vuilnis, met inbegrip van papierprodukten, lompen, glas, metaal, flessen, aardewerk, verbrandingsas, stuwhout en bekledings- en verpakkingsmaterialen, is verboden.
3. Het storten in zee van voedselresten kan worden toegestaan, indien deze door een afbreek- of maalinstallatie zijn gevoerd, mits zulk storten, behalve in de gevallen toegestaan uit hoofde van [Bijlage V bij MARPOL 73/78](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003241&bijlage=V), zo ver als mogelijk van het land en van ijsplaten geschiedt, maar in elk geval niet minder dan 12 zeemijlen van het dichtstbijzijnde land of de dichtstbijzijnde ijsplaten. Deze afgebroken of gemalen voedselresten moeten een rooster met gaten van maximaal 25 mm doorsnee kunnen passeren.
4. Ingeval onder dit artikel vallende stoffen of materialen zijn vermengd met andere stoffen of materialen voor storten of lozen, waarvoor afwijkende eisen gelden met betrekking tot storten of lozen, zijn de zwaarste eisen voor storten of lozen van toepassing.
5. De bepalingen van het eerste en tweede lid hierboven zijn niet van toepassing op:
- a. het ontsnappen van vuilnis ten gevolge van schade aan een schip of aan de uitrusting daarvan, mits alle redelijke voorzorgen zijn genomen vóór en na het ontstaan van de schade, om het ontsnappen te voorkomen of tot een minimum te beperken; of
- b. het toevallige verlies van synthetische visnetten, mits alle redelijke voorzorgen zijn genomen om dit verlies te voorkomen.
6. De Partijen vereisen, waar passend, het gebruik van een vuilnisjournaal.
##### Artikel 6. Lozen van sanitair afval
1. Behalve wanneer het de werkzaamheden in het Antarctisch gebied onnodig zou belemmeren:
- a. legt élke Partij een algeheel verbod op aan alle lozingen in zee van onbehandeld sanitair afval (,;sanitair afval" zoals omschreven in [Bijlage IV bij MARPOL 73/78](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003241&bijlage=IV)) binnen 12 zeemijlen van het land of van ijsplaten;
- b. buiten deze afstand mag in een verzameltank opgeslagen sanitair afval niet ineens worden geloosd, doch in een matig tempo en, wanneer uitvoerbaar, terwijl het schip zijn vaarroute vervolgt met een snelheid van ten minste 4 knopen. Dit lid is niet van toepassing op schepen waarvoor een certificaat is afgegeven, voor het vervoer van ten hoogste 10 personen.
2. De Partijen vereisen, waar passend, het gebruik van een journaal voor sanitair afval.
##### Artikel 7. Noodgevallen
1. De artikelen 3,4,5 en 6 van deze Bijlage zijn niet van toepassing in noodgevallen verband houdend met de veiligheid van schip en opvarenden, of om mensenlevens op zee te redden.
2. Van activiteiten ondernomen in noodgevallen wordt onverwijld kennisgeving gedaan aan alle Partijen en aan de Commissie.
##### Artikel 8. Gevolgen voor afhankelijke en samenhangende ecosystemen
Bij de toepassing van de bepalingen van deze Bijlage dient naar behoren aandacht te worden geschonken aan de noodzaak nadelige gevolgen te vermijden voor afhankelijke en samenhangende ecosystemen buiten het gebied waarop het[Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is.
##### Artikel 9. Opslagcapaciteit van het schip en ontvangstinrichtingen
1. Elke Partij verbindt zich ertoe te verzekeren dat alle schepen die gerechtigd zijn haar vlag te voeren en alle andere schepen die zich bezig houden met of ondersteuning verlenen aan haar werkzaamheden in het Antarctisch gebied, alvorens het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is binnen te varen, aan boord zijn uitgerust met een tank of tanks van voldoende capaciteit voor het aan boord houden van alle oliehoudend slik, vuile ballast, tankwaswater en andere oliehoudende residuen en mengsels en over voldoende capaciteit voor het aan boord houden van vuilnis beschikken, terwijl zij werkzaam zijn in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is, en regelingen hebben getroffen om zulke oliehoudende residuen en vuilnis af te geven aan een ontvangstinrichting na het verlaten van dat gebied. Schepen dienen ook te beschikken over voldoende capaciteit voor het aan boord houden van schadelijke vloeistoffen.
2. Elke Partij uit wier havens schepen vertrekken op weg naar of in wier havens schepen aankomen uit het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237)van toepassing is, verbindt zich ertoe te verzekeren dat zo spoedig mogelijk toereikende inrichtingen worden geïnstalleerd voor het in ontvangst nemen van alle oliehoudend slik, vuile ballast, tankwaswater, andere oliehoudende residuen en mengsels en vuilnis van schepen, zonder onnodig oponthoud te veroorzaken en in overeenstemming met de behoeften van de schepen die daarvan gebruik maken.
3. De Partijen die schepen exploiteren die vertrekken naar of aankomen uit het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is, uit of in havens van andere Partijen, treden in overleg met deze Partijen ten einde te verzekeren dat de installatie van ontvangstinrichtingen in havens geen onevenredige last legt op de Partijen (wier grondgebied) grenst aan het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is.
##### Artikel 10. Ontwerp, bouw, bemanning en uitrusting van schepen
Bij het ontwerp, de bouw, de bemanning en de uitrusting van schepen die zich bezig houden met of ondersteuning verlenen aan werkzaamheden in het Antarctisch gebied, houdt elke Partij rekening met de doelstellingen van deze Bijlage.
##### Artikel 11. Soevereine immuniteit
1. Deze Bijlage is niet van toepassing op oorlogsschepen, schepen in gebruik als marine-hulpschepen of andere schepen in eigendom van of in beheer bij een Staat die, tijdelijk, uitsluitend worden ingezet voor niet-commerciële overheidsdienst. Elke Partij waarborgt evenwel, door het nemen van passende maatregelen die de werkzaamheden of de operationele kwaliteiten van dergelijke schepen in haar eigendom of beheer niet aantasten, dat dergelijke schepen, voor zover redelijk en uitvoerbaar, opereren in overeenstemming met deze Bijlage.
2. Bij de toepassing van het eerste lid hierboven, houdt elke Partij rekening met het belang van de bescherming van het Antarctisch milieu.
3. Elke Partij stelt de andere Partijen ervan in kennis hoe zij deze bepaling toepast.
4. De procedure voor de beslechting van geschillen beschreven in de artikelen 18 tot en met 20 van het Protocol is niet van toepassing op dit artikel.
##### Artikel 12. Voorzorgsmaatregelen en voorbereiding op en bestrijding van noodsituaties
1. Ten einde doeltreffender te kunnen optreden bij voorvallen van mariene verontreiniging of de dreiging daarvan in het gebied waarop het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) van toepassing is, stellen de Partijen in overeenstemming met artikel 15 van het Protocol rampenplannen op voor de bestrijding van mariene verontreiniging in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is, met inbegrip van rampenplannen voor schepen (niet zijnde kleine boten die deel uitmaken van de werkzaamheden van vaste plaatsen of van schepen) die dienst doen in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is, met name voor schepen die olie als lading vervoeren en voor het wegvloeien van olie uit kustinstallaties die in het mariene milieu terechtkomt. Hiertoe:
- a. werken zij samen met het oog op de opstelling en uitvoering van zulke plannen; en
- b. winnen zij advies in bij de Commissie, de Internationale Maritieme Organisatie en andere internationale organisaties.
2. De Partijen stellen tevens procedures op voor samenwerking bij de bestrijding van door verontreiniging veroorzaakte noodsituaties en nemen passende bestrijdingsmaatregelen in overeenstemming met zodanige procedures.
##### Artikel 13. Toetsing
De Partijen toetsen voortdurend de bepalingen van deze Bijlage, alsmede andere maatregelen ter voorkoming, vermindering en bestrijding van verontreiniging van het Antarctische mariene milieu, met inbegrip van eventuele wijzigingen en nieuwe voorschriften aangenomen uit hoofde van [MARPOL 73/78](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003241), ten einde de doelstellingen van deze Bijlage te bereiken.
##### Artikel 14. Betrekking met [MARPOL 73/78](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003241)
Ten aanzien van de Partijen die tevens Partij zijn bij [MARPOL 73/78](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003241) laten de bepalingen in deze Bijlage de specifieke rechten en verplichtingen uit hoofde van dat verdrag onverlet.
##### Artikel 15. Amendering of wijziging
1. Deze Bijlage kan worden geamendeerd of gewijzigd door een maatregel aangenomen in overeenstemming met [artikel IX, eerste lid, van het Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237&artikel=IX). Tenzij in de maatregel anders wordt aangegeven, wordt de amendering of wijziging geacht te zijn aanvaard en treedt zij in werking één jaar na de sluiting van de Consultatieve Vergadering van het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) tijdens welke zij werd aangenomen, tenzij een of meer van de Consultatieve Partijen bij het Verdrag inzake Antarctica de Depositaris binnen die termijn ervan in kennis stellen dat zij een verlenging van die termijn wensen of dat zij de maatregel niet kunnen goedkeuren.
2. Amenderingen of wijzigingen van deze Bijlage die in werking treden overeenkomstig het eerste lid hierboven treden daarna in werking ten aanzien van iedere andere Partij wanneer kennisgeving van haar goedkeuring door de Depositaris is ontvangen.
##### Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van deze Bijlage wordt verstaan onder:
- a. „bevoegde autoriteit": iedere persoon of instantie die door een Partij is gemachtigd tot de afgifte van vergunningen ingevolge deze Bijlage;
- b. „vergunning": een officiële schriftelijke vergunning, afgegeven door een bevoegde autoriteit;
- c. „Beheersplan": een plan tot beheer van de activiteiten en ter bescherming van de speciale waarde(n) in een Speciaal Beschermd Antarctisch Gebied of een Speciaal Beheerd Antarctisch gebied.
##### Artikel 2. Doelstellingen
Voor de toepassing van deze Bijlage kan elk gebied, met inbegrip van elk zeegebied, worden aangewezen als Speciaal Beschermd Antarctisch Gebied of Speciaal Beheerd Antarctisch Gebied. In die gebieden worden activiteiten verboden, aan beperkingen onderworpen of beheerd in overeenstemming met ingevolge de bepalingen van deze Bijlage aangenomen Beheersplannen.
##### Artikel 3. Speciaal Beschermde Antarctische Gebieden
1. Elk gebied, met inbegrip van elk zeegebied, kan worden aangewezen als Speciaal Beschermd Antarctisch Gebied ter bescherming van opmerkelijke ecologische, wetenschappelijke, historische of esthetische waarden of de waarde als wildernis, dan wel een combinatie van deze waarden, of lopend of gepland wetenschappelijk onderzoek.
2. De Partijen streven ernaar, binnen een systematisch milieukundig-geografisch kader, aan te duiden en op te nemen in de reeks Speciaal Beschermde Antarctische Gebieden:
- a. ongerepte gebieden die zijn behoed voor menselijk ingrijpen, zodat toekomstige vergelijkingen mogelijk zijn met plaatsen die zijn aangetast door menselijke activiteiten;
- b. representatieve voorbeelden van belangrijke ecosystemen te land, met inbegrip van glaciale en aquatische ecosystemen, en mariene ecosystemen;
- c. gebieden met belangrijke of ongewone verzamelingen van soorten, met inbegrip van grote kolonies broedende inheemse vogels of zoogdieren;
- d. de hoofdvindplaats of de enige bekende habitat van een soort;
- e. gebieden die van bijzonder belang zijn voor lopend of gepland wetenschappelijk onderzoek;
- f. voorbeelden van bijzondere geologische, glaciologische of geomorfologische kenmerken;
- g. gebieden van bijzondere esthetische waarde en waarde als wildernis;
- h. plaatsen of monumenten met een erkende historische waarde; en
- i. alle andere in aanmerking komende gebieden voor de bescherming van de in het eerste lid hierboven bedoelde waarden.
3. Speciaal Beschermde Gebieden en Terreinen van Bijzonder Wetenschappelijk Belang die in het verleden door Consultatieve Vergaderingen van het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) als zodanig zijn aangewezen, worden hierbij aangewezen als Speciaal Beschermde Antarctische Gebieden en daaraan wordt bijgevolg een nieuwe benaming en een nieuw nummer toegekend.
4. De toegang tot een Speciaal Beschermd Antarctisch Gebied, anders dan in overeenstemming met een ingevolge artikel 7 afgegeven vergunning, is verboden.
##### Artikel 4. Speciaal Beheerde Antarctische Gebieden
1. Elk gebied, met inbegrip van elk zeegebied, waarin activiteiten worden verricht of in de toekomst kunnen worden verricht, kan worden aangewezen als Speciaal Beheerd Antarctisch Gebied ter ondersteuning van de planning of coördinatie van activiteiten, ter vermijding van mogelijke conflicten, ter verbetering van de samenwerking tussen Partijen of ter beperking van de milieu-effecten.
2. Speciaal Beheerde Antarctische Gebieden kunnen omvatten:
- a. gebieden waarin activiteiten risico's van wederzijdse verstoring of cumulatieve milieu-effecten inhouden; en
- b. plaatsen of monumenten met een erkende historische waarde.
3. Voor de toegang tot een Speciaal Beheerd Antarctisch Gebied is geen vergunning vereist.
4. Niettegenstaande het derde lid hierboven kan een Speciaal Beheerd Antarctisch Gebied één of meer Speciaal Beschermde Antarctische Gebieden omvatten, waartoe de toegang, anders dan in overeenstemming met een ingevolge artikel 7 afgegeven vergunning, is verboden.
##### Artikel 5. Beheersplannen
1. Elke Partij, de Commissie, de Wetenschappelijke Commissie voor Onderzoek op Antarctica en de Commissie voor de Instandhouding van de Levende Rijkdommen in de Antarctische Wateren kan een gebied voordragen voor aanwijzing als Speciaal Beschermd Antarctisch Gebied of Speciaal Beheerd Antarctisch Gebied door een ontwerp-Beheersplan in te dienen bij de Consultatieve Vergadering van het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237).
2. Het voor aanwijzing voorgedragen gebied moet van voldoende omvang zijn om de waarden te kunnen beschermen waarvoor speciale bescherming of speciaal beheer vereist is.
3. Ontwerp-Beheersplannen dienen te omvatten, indien van toepassing:
- a. een omschrijving van de waarde(n) waarvoor speciale bescherming of speciaal beheer vereist is;
- b. een uiteenzetting van de doelstellingen van het Beheersplan met betrekking tot de bescherming of het beheer van die waarden;
- c. beheersactiviteiten die zullen worden ondernomen ter bescherming van de waarden waarvoor speciale bescherming of speciaal beheer vereist is;
- d. eventueel een tijdvak waarvoor de aanwijzing geldt;
- e. een omschrijving van het gebied, onder vermelding van:
- i. de geografische coördinaten, grenstekens en natuurlijke kenmerken die het gebied afbakenen;
- ii. de toegang tot het gebied over land, vanaf zee of vanuit de lucht, met inbegrip van aanvaarroutes en ankerplaatsen in zee, voor voetgangers en voor voertuigen bestemde routes binnen het gebied, en aanvliegroutes en landingsplaatsen;
- iii. de ligging van bouwwerken, met inbegrip van wetenschappelijke stations, onderzoeks- of schuilfaciliteiten, zowel binnen het gebied als in de nabijheid daarvan, en
- iv. de ligging binnen of nabij het gebied van andere ingevolge deze Bijlage aangewezen Speciaal Beschermde Antarctische Gebie den of Speciaal Beheerde Antarctische Gebieden, of andere beschermde gebieden, aangewezen in overeenstemming met maatregelen die zijn genomen krachtens andere onderdelen van het Antarctisch Verdragsysteem;
- f. de aanduiding van zones binnen het gebied waarin activiteiten moeten worden verboden, onderworpen aan beperkingen of beheerd met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen als bedoeld onder letter b hierboven;
- g. kaarten en foto's die duidelijk de grens van het gebied ten opzichte van omringende landschapselementen, alsmede kenmerkende landschapselementen binnen, het gebied laten zien;
- h. ondersteunende documentatie;
- i. met betrekking tot een gebied dat wordt voorgedragen voor aanwijzing als Speciaal Beschermd Antarctisch Gebied, een duidelijke omschrijving van de voorwaarden waaronder door de bevoegde autoriteit vergunningen kunnen worden afgegeven betreffende:
- i. de toegang tot en de verplaatsingen binnen of over het gebied heen;
- ii. activiteiten die worden of kunnen worden verricht binnen het gebied, onder vermelding van beperkingen ten aanzien van tijd en plaats;
- iii. de plaatsing, verandering of verwijdering van bouwwerken;
- iv. de ligging van veldwerkkampen;
- v. beperkingen ten aanzien van materialen en organismen die in het gebied mogen worden gebracht;
- vi. het onttrekken van inheemse planten of dieren aan hun populatie of schadelijk optreden ten aanzien van inheemse flora en fauna;
- vii. het verzamelen of verwijderen van iets dat niet door de vergunninghouder in het gebied is gebracht;
- viii. het verwijderen van afval;
- ix. maatregelen die noodzakelijk kunnen zijn om te verzekeren dat de doelstellingen van het Beheersplan bij voortduring kunnen worden nagestreefd; en
- x. vereisten met betrekking tot aan de bevoegde autoriteit uit te brengen verslagen betreffende bezoeken aan het gebied;
- j. met betrekking tot een gebied dat wordt voorgedragen voor aanwijzing als Speciaal Beheerd Antarctisch Gebied, een gedragscode betreffende:
- i. de toegang tot en de verplaatsingen binnen of over het gebied heen;
- ii. activiteiten die worden of kunnen worden verricht binnen het gebied, onder vermelding van beperkingen ten aanzien van tijd en plaats;
- iii. de plaatsing, verandering of verwijdering van bouwwerken;
- iv. de ligging van veldwerkkampen;
- v. het onttrekken van inheemse planten of dieren aan hun popula tie of schadelijk optreden ten aanzien van inheemse flora en fauna;
- vi. het verzamelen of verwijderen van iets dat niet door de bezoeker in het gebied is gebracht;
- vii. het verwijderen van afval; en
- viii. eventuele vereisten met betrekking tot aan de bevoegde autoriteit uit te brengen verslagen betreffende bezoeken aan het gebied; en
- k. bepalingen inzake de omstandigheden waarin de Partijen dienen te trachten informatie uit te wisselen voorafgaand aan de activiteiten die zij voornemens zijn te verrichten.
##### Artikel 6. Aanwijzingsprocedures
1. Ontwerp-Beheersplannen dienen te worden ingediend bij de Commissie, de Wetenschappelijke Commissie voor Onderzoek op Antarctica en, indien van toepassing, de Commissie voor de Instandhouding van de Levende Rijkdommen in de Antarctische Wateren. Bij het uitbrengen van haar advies aan de Consultatieve Vergadering van het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) houdt de Commissie rekening met eventuele opmerkingen van de Wetenschappelijke Commissie voor Onderzoek op Antarctica en, indien van toepassing, de Commissie voor de Instandhouding van de Levende Rijkdommen in de Antarctische Wateren. Daarna kunnen de ontwerp-Beheersplannen worden goedgekeurd door de Consultatieve Partijen bij het Verdrag inzake Antarctica door een maatregel, aangenomen tijdens een Consultatieve Vergadering van het Verdrag inzake Antarctica in overeenstemming met [artikel IX, eerste lid, van het Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237&artikel=IX). Tenzij in de maatregel anders is aangegeven, wordt het Beheersplan geacht te zijn goedgekeurd 90 dagen na de sluiting van de Consultatieve Vergadering van het Verdrag inzake Antarctica tijdens welke de maatregel werd aangenomen, tenzij één of meer Consultatieve Partijen binnen dat tijdvak de Depositaris ervan in kennis stellen dat zij een verlenging van die termijn wensen of dat zij de maatregel niet kunnen goedkeuren.
2. Met inachtneming van de bepalingen van de artikelen 4 en 5 van het Protocol, wordt geen zeegebied aangewezen als Speciaal Beschermd Antarctisch Gebied of Speciaal Beheerd Antarctisch Gebied zonder de voorafgaande goedkeuring van de Commissie voor de Instandhouding van de Levende Rijkdommen in de Antarctische Wateren.
3. De aanwijzing van een Speciaal Beschermd Antarctisch Gebied of een Speciaal Beheerd Antarctisch Gebied geschiedt voor onbepaalde tijd, tenzij in het Beheersplan anders is bepaald. Ten minste eens in de vijf jaar,dient een Beheersplan te worden getoetst. Het dient, zo nodig, te worden bijgewerkt.
4. Beheersplannen kunnen worden gewijzigd of ingetrokken in overeenstemming met het eerste lid hierboven.
5. Na goedkeuring worden Beheersplannen onverwijld door de Depositaris toegezonden aan alle Partijen. De Depositaris houdt een register bij van alle tot dusver goedgekeurde Beheersplannen.
##### Artikel 7. Vergunningen
1. Elke Partij wijst een bevoegde autoriteit aan met het oog op de afgifte van vergunningen voor de toegang tot of het ondernemen van activiteiten in een Speciaal Beschermd Antarctisch Gebied in overeenstemming met de voorschriften van het op dat gebied betrekking hebbende Beheersplan. De vergunning dient vergezeld te gaan van de desbetreffende onderdelen van het Beheersplan en dient een vermelding td bevatten aangaande de omvang en de ligging van het gebied, de activiteiten waarvoor machtiging is verleend en waar, wanneer en door wie machtiging is verleend voor de activiteiten, alsmede aangaande eventuele andere voorwaarden die het Beheersplan voorschrijft.
2. In het geval van een Speciaal Beschermd Gebied, dat in het verleden door Consultatieve Vergaderingen van het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) als zodanig is aangewezen, ten aanzien waarvan geen Beheersplan bestaat, kan de bevoegde autoriteit een vergunning afgeven voor een dwingend wetenschappelijk doel dat niet elders kan worden gediend en dat het natuurlijke ecosysteem in dat gebied niet schaadt.
3. Elke Partij verlangt dat de vergunninghouder een exemplaar van de vergunning bij zich draagt terwijl hij zich in het betrokken Speciaal Beschermd Antarctisch Gebied bevindt.
##### Artikel 8. Historische plaatsen en historische monumenten
1. Plaatsen of monumenten met een erkende historische waarde die zijn aangewezen als Speciaal Beschermde Antarctische Gebieden of Speciaal Beheerde Antarctische Gebieden, ofwel binnen zodanige gebieden zijn gelegen, worden geplaatst op de lijst van Historische Plaatsen en Historische Monumenten.
2. Elke Partij kan een plaats of monument met een erkende historische waarde die c.q. dat nog niet is aangewezen als Speciaal Beschermd Antarctisch Gebied of Speciaal Beheerd Antarctisch Gebied, dan wel niet in een zodanig gebied is gelegen, voordragen voor plaatsing op de lijst als Historische Plaats of Historisch Monument. Deze voordracht kan door de Consultatieve Partijen bij het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) worden goedgekeurd door een maatregel, aangenomen tijdens een Consultatieve Vergadering van het Verdrag inzake Antarctica in overeenstemming met [artikel IX, eerste lid, van het Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237&artikel=IX). Tenzij in de maatregel anders is aangegeven, wordt de voordracht geacht te zijn goedgekeurd 90 dagen na de sluiting van de Consultatieve Vergadering van het Verdrag inzake Antarctica tijdens welke de maatregel werd aangenomen, tenzij één of meer Consultatieve Partijen binnen dat tijdvak de Depositaris ervan in kennis stellen dat zij een verlenging van die termijn wensen of dat zij de maatregel niet kunnen goedkeuren.
3. Bestaande Historische Plaatsen of Historische Monumenten die als zodanig zijn aangemerkt door eerdere Consultatieve Vergadering gen van het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237), worden geplaatst op de lijst van Historische Plaatsen en Historische Monumenten ingevolge dit artikel.
4. Op de lijst geplaatste Historische Plaatsen en Historische Monumenten mogen niet worden beschadigd, verwijderd of vernietigd.
5. De lijst van Historische Plaatsen en Historische Monumenten kan worden gewijzigd in overeenstemming met het tweede lid hierboven. De Depositaris houdt een lijst bij van tot dusver als zodanig aangemerkte Historische Plaatsen en Historische Monumenten.
##### Artikel 9. Informatie en Openbaarheid
1. Ten einde te verzekeren dat alle personen die Antarctica bezoeken, of voornemens zijn dit te bezoeken, op de hoogte zijn van de bepalingen van deze Bijlage en deze in acht nemen, stelt elke Partij informatieve documentatie ter beschikking die, met name, omvat:
- a. de ligging van Speciaal Beschermde Antarctische Gebieden en Speciaal Beheerde Antarctische Gebieden;
- b. een overzicht en kaarten van die gebieden;
- c. de Beheersplannen, met inbegrip van een overzicht van op elk gebied betrekking hebbende verboden;
- d. de ligging van Historische Plaatsen en Historische Monumenten en alle daarop betrekking hebbende verboden en beperkingen;
2. Elke Partij draagt er zorg voor dat de ligging en, indien mogelijk, de grenzen van Speciaal Beschermde Antarctische Gebieden, Speciaal Beheerde Antarctische Gebieden en Historische Plaatsen en Historische Monumenten zijn aangegeven op haar topografische kaarten, hydrografische kaarten en in andere relevante publikaties.
3. De Partijen werken samen ten einde te verzekeren dat, indien van toepassing, de grenzen van Speciaal Beschermde Antarctische Gebieden, Speciaal Beheerde Antarctische Gebieden en Historische Plaatsen en Historische Monumenten ter plaatse op passende wijze zijn aangegeven.
##### Artikel 10. Uitwisseling van informatie
1. De Partijen treffen regelingen voor:
- a. het verzamelen en uitwisselen van registers, met inbegrip van registers van vergunningen, en verslagen van bezoeken, met inbegrip van inspectiebezoeken, aan Speciaal Beschermde Antarctische Gebieden en verslagen van inspectiebezoeken aan Speciaal Beheerde Antarctische Gebieden;
- b. het verkrijgen en uitwisselen van informatie inzake elke aanzienlijke verandering in of schade aan een Speciaal Beheerd Antarctisch Gebied, Speciaal Beschermd Antarctisch Gebied of Historische Plaats of Historisch Monument; en
- c. het vaststellen van een gemeenschappelijk model waarin de registers en de informatie door de Partijen wordt voorgelegd overeenkomstig het tweede lid hieronder.
2. Elke Partij licht de andere Partijen alsmede de Commissie voor eind november van elk jaar in over het aantal en de aard van de krachtens deze Bijlage in de daaraan voorafgaande periode van 1 juli tot en met 30 juni afgegegeven vergunningen.
3. Elke Partij die onderzoek of andere activiteiten verricht in Speciaal Beschermde Antarctische Gebieden of Speciaal Beheerde Antarctische Gebieden, dan wel deze financiert of daartoe machtiging verleent, houdt een register bij van die activiteiten en geeft in de jaarlijkse uitwisseling van informatie in overeenstemming met het Verdrag beknopte beschrijvingen van de activiteiten die in het voorafgaande jaar in die gebieden werden verricht door personen die onder haar rechtsmacht vallen.
4. Elke Partij licht de andere Partijen alsmede de Commissie voor eind november van elk jaar in over maatregelen die zij heeft genomen ter uitvoering van deze Bijlage, met inbegrip van inspecties en stappen die zij heeft ondernomen om in te grijpen in geval van activiteiten die in strijd zijn met de bepalingen van het goedgekeurde Beheersplan voor een Speciaal Beschermd Antarctisch Gebied of een Speciaal Beheerd Antarctisch Gebied.
##### Artikel 11. Noodgevallen
1. De in deze Bijlage vastgelegde of toegestane beperkingen zijn niet van toepassing in noodgevallen verband houdend met de veiliheid van mensenlevens of van schepen, luchtvaartuigen, of van materieel en faciliteiten van grote waarde, of de bescherming van het milieu.
2. Van activiteiten ondernomen in noodgevallen wordt onverwijld kennisgeving gedaan aan alle Partijen.
##### Artikel 12. Amendering of wijziging
1. Deze Bijlage kan wórden geamendeerd of gewijzigd door een maatregel aangenomen in overeenstemming met [artikel IX, eerste lid, van het Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237&artikel=IX). Tenzij in de maatregel anders is aangegeven, wórdt dé amendering of wijziging geacht te zijn goedgekeurd en treedt zij in werking één jaar na de sluiting van de Consultatieve Vergadering van het [Verdrag inzake Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005237) tijdens welke deze werd aangenomen, tenzij één of meer Consultatieve Partijen bij het Verdrag inzake Antarctica de Depositaris binnen dat tijdvak ervan in kennis stellen dat zij een verlenging van die termijn wensen of dat zij de maatregel niet kunnen goedkeuren.
2. Amenderingen of wijzigingen van deze Bijlage die in werking treden overeenkomstig het eerste lid hierboven, treden daarna in werking ten aanzien van iedere andere Partij wanneer kennisgeving van haar goedkeuring door de Depositaris is ontvangen.
IN WITNESS WHEREOF, the undersigned Plenipotentiaries, duly authorized, have signed the present Protocol.
DONE at Madrid this fourth day of October, one thousand ninehundred and ninety-one.
2002-05-24
Protocol betreffende milieubescherming bij het Verdrag inzake Antarc
original version
Tekst op deze datum