Verdrag tot samenwerking inzake octrooien

Type Verdrag
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 69
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
  • ii. niet vrijelijk kan worden omgewisseld in Zwitserse frank, is het ontvangende bureau verantwoordelijk voor het omwisselen van de voorgeschreven valuta van de internationale indieningstaks in Zwitserse frank en maakt het bedrag van die taks als vermeld in de Taksenschaal in Zwitserse frank over naar het Internationale Bureau in overeenstemming met Regel 96.2. Als alternatief kan het ontvangende bureau desgewenst de internationale indieningstaks van de voorgeschreven valuta omwisselen in euro of Amerikaanse dollar en het equivalente bedrag van die taks zoals vastgesteld door de Directeur-Generaal overeenkomstig door de Algemene Vergadering gegeven richtlijnen, als bedoeld onder i., in euro of Amerikaanse dollar overmaken naar het Internationale Bureau in overeenstemming met Regel 96.2.

15.3. Termijn voor betaling; te betalen bedrag

De internationale indieningstaks dient binnen een maand na de datum van ontvangst van de internationale aanvrage aan het ontvangende bureau te worden betaald.

Het te betalen bedrag is het bedrag dat van toepassing is op die datum van ontvangst.

15.4. Terugbetaling

Het ontvangende bureau betaalt de internationale indieningstaks aan de aanvrager terug:

  • ii. indien de internationale aanvrage wordt ingetrokken of wordt geacht te zijn ingetrokken vóór de toezending van het oorspronkelijke exemplaar aan het Internationale Bureau, of
  • iii. indien vanwege voorschriften met betrekking tot de nationale veiligheid de internationale aanvrage niet als zodanig wordt behandeld.

Regel 16. De taks voor het nieuwheidsonderzoek

16.1. Het recht een taks te vragen

  • a). Elke Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek kan verlangen, dat de aanvrager te haren gunste een taks („taks voor het nieuwheidsonderzoek”) betaalt voor het verrichten van het internationale nieuwheidsonderzoek en voor het vervullen van alle andere taken die door het Verdrag en dit Reglement aan Instanties voor Nieuwheidsonderzoek zijn opgedragen.
  • b). De taks voor het nieuwheidsonderzoek wordt geïnd door het ontvangende bureau. De bedoelde taks wordt betaald in de door dat bureau voorgeschreven valuta („voorgeschreven valuta”).
  • c). Indien de voorgeschreven valuta de valuta is waarin de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek de bedoelde taks heeft vastgesteld („vastgestelde valuta”), maakt het ontvangende bureau bedoelde taks in die valuta over naar die Instantie in overeenstemming met Regel 96.2.
  • d). Indien de voorgeschreven valuta niet de vastgestelde valuta is en die valuta:
  • i. vrijelijk kan worden omgewisseld in de vastgestelde valuta, stelt de Directeur-Generaal voor elk ontvangend bureau dat een dergelijke valuta voorschrijft voor de betaling van de taks voor het nieuwheidsonderzoek, een equivalent bedrag van die taks in de voorgeschreven valuta vast overeenkomstig de door de Algemene Vergadering gegeven richtlijnen en wordt het bedrag in die valuta door het ontvangende bureau naar de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek overgemaakt in overeenstemming met Regel 96.2;
  • ii. niet vrijelijk kan worden omgewisseld in de vastgestelde valuta, is het ontvangende bureau verantwoordelijk voor het omwisselen van de voorgeschreven valuta van de taks voor het nieuwheidsonderzoek in de vastgestelde valuta en maakt het die taks in het door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek vastgestelde bedrag in de vastgestelde valuta over naar de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek in overeenstemming met Regel 96.2.
  • e). Indien ter zake van de betaling van de taks voor het nieuwheidsonderzoek in een voorgeschreven valuta niet zijnde de vastgestelde valuta, het feitelijk door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek ingevolge paragraaf d. i van deze Regel ontvangen bedrag in de voorgeschreven valuta bij de omwisseling ervan in de vastgestelde valuta lager is dan het door de Instantie vastgestelde bedrag, betaalt het Internationale Bureau het verschil aan de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek; indien het feitelijk ontvangen bedrag hoger is, komt het verschil toe aan het Internationale Bureau.
  • f). Met betrekking tot de termijn voor betaling van de taks voor het nieuwheidsonderzoek en het te betalen bedrag zijn de bepalingen van Regel 15.3 inzake de internationale indieningstaks van overeenkomstige toepassing.

16.2. Terugbetaling

Het ontvangende bureau betaalt de taks voor het nieuwheidsonderzoek aan de aanvrager terug:

  • ii. indien de internationale aanvrage wordt ingetrokken of wordt geacht te zijn ingetrokken vóór de toezending van het exemplaar voor het nieuwheidsonderzoek aan de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, of
  • iii. indien vanwege voorschriften met betrekking tot nationale veiligheid de internationale aanvrage niet als zodanig wordt behandeld.

16.3. Gedeeltelijke terugbetaling

Indien de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek ingevolge Regel 41.1 de uitkomsten van een eerder nieuwheidsonderzoek in aanmerking neemt bij het verrichten van het internationale nieuwheidsonderzoek, betaalt die Instantie de in verband met de internationale aanvrage betaalde taks voor het nieuwheidsonderzoek terug voor zover en onder de voorwaarden voorzien in de overeenkomst uit hoofde van artikel 16, derde lid, onder b.

Regel 17. Het voorrangsbewijs

17.1. Verplichting een afschrift van een eerdere nationale of internationale aanvrage over te leggen

  • a. Wanneer ingevolge artikel 8 de voorrang op grond van een eerdere nationale of internationale aanvrage wordt ingeroepen, dient een afschrift van die eerdere aanvrage, gewaarmerkt door de instantie waarbij zij was ingediend (“het voorrangsbewijs”), tenzij reeds bij het ontvangende bureau ingediend, tezamen met de internationale aanvrage waarin de voorrang wordt ingeroepen, en met inachtneming van de paragrafen b. en b-bis., uiterlijk 16 maanden na de datum van voorrang door de aanvrager aan het Internationaal Bureau of aan het ontvangende bureau te worden overgelegd, met dien verstande dat een afschrift van genoemde eerdere aanvrage dat het Internationaal Bureau ontvangt na het verstrijken van die termijn wordt geacht door dat bureau te zijn ontvangen op de laatste dag van die termijn indien het bureau het ontvangt vóór de datum van internationale publicatie van de internationale aanvrage.
  • b. Wanneer het voorrangsbewijs door het ontvangende bureau wordt afgegeven, kan de aanvrager, in plaats van het voorrangsbewijs over te leggen, het ontvangende bureau verzoeken het voorrangsbewijs op te stellen en toe te zenden aan het Internationaal Bureau. Een dergelijk verzoek dient niet later te worden gedaan dan 16 maanden na de datum van voorrang en kan door het ontvangende bureau worden onderworpen aan de betaling van een taks.
  • b-bis. Indien het Internationaal Bureau in overeenstemming met de Administratieve Instructies voor de datum van internationale publicatie van de internationale aanvrage via een digitale bibliotheek kan beschikken over het voorrangsbewijs, kan de aanvrager voor de datum van internationale publicatie van de internationale aanvrage in plaats van het voorrangsbewijs over te leggen het Internationaal Bureau verzoeken het voorrangsbewijs via deze digitale bibliotheek op te vragen.
  • c. Indien aan geen van de vereisten van de drie voorgaande paragrafen is voldaan, kan een aangewezen bureau met inachtneming van paragraaf d, het beroep op het recht van voorrang buiten beschouwing laten, mits een aangewezen bureau het beroep op het recht van voorrang niet buiten beschouwing laat voordat de aanvrager in de gelegenheid is gesteld het voorrangsbewijs binnen een onder de omstandigheden redelijke termijn te verstrekken.
  • d. Een aangewezen bureau mag een beroep op het recht van voorrang ingevolge paragraaf c. niet buiten beschouwing laten, indien de eerdere aanvrage bedoeld in paragraaf a. bij dat bureau in de hoedanigheid van nationaal bureau is ingediend of indien het, in overeenstemming met de Administratieve Instructies, via een digitale bibliotheek over het voorrangsbewijs kan beschikken.

17.2. Beschikbaarheid van afschriften

  • a). Wanneer de aanvrager heeft voldaan aan Regel 17.1 a, b of b-bis verstrekt het Internationale Bureau, op het daartoe strekkende verzoek van het aangewezen bureau, onverwijld maar niet voor de internationale publicatie van de internationale aanvrage, een afschrift van het voorrangsbewijs aan dat bureau. Dat bureau mag de aanvrager niet zelf om een afschrift vragen. De aanvrager is niet verplicht vóór het verstrijken van de desbetreffende termijn krachtens artikel 22 een vertaling te verstrekken aan het aangewezen bureau. Indien de aanvrager voorafgaand aan de internationale publicatie van de internationale aanvrage een uitdrukkelijk verzoek krachtens artikel 23, tweede lid, doet aan het aangewezen bureau, verstrekt het Internationale Bureau na ontvangst van het daartoe strekkende verzoek van het aangewezen bureau onverwijld een afschrift van het voorrangsbewijs aan dat bureau.
  • b). Het Internationale Bureau stelt geen afschriften van het voorrangsbewijs ter beschikking van het publiek voor de internationale publikatie van de internationale aanvrage.
  • c). Wanneer de internationale aanvrage is gepubliceerd ingevolge artikel 21, verstrekt het Internationaal Bureau een ieder, op diens verzoek, een afschrift van het voorrangsbewijs tegen vergoeding van de kosten, tenzij, vóór die publicatie:
  • i. de internationale aanvrage werd ingetrokken,
  • ii. het desbetreffende beroep op een recht van voorrang werd ingetrokken of, ingevolge Regel 26bis 2 b, als niet gedaan werd beschouwd.

Regel 18. De aanvrager

18.1. Woonplaats en nationaliteit

  • a. Onverminderd het in de paragrafen b en c bepaalde, is de vraag of een aanvrager inwoner of onderdaan is van de Verdragsluitende Staat waarvan hij beweert inwoner of onderdaan te zijn, afhankelijk van de nationale wetgeving van die Staat en wordt hierover beslist door het ontvangende bureau.
  • b. In elk geval,
  • i. wordt het hebben van een daadwerkelijke en wezenlijke inrichting van nijverheid of handel in een Verdragsluitende Staat als bewijs van woonplaats in die Staat beschouwd, en
  • ii. wordt een rechtspersoon, opgericht volgens de nationale wetgeving van een Verdragsluitende Staat, als onderdaan van die Staat beschouwd.
  • c. Wanneer de internationale aanvrage wordt ingediend bij het Internationale Bureau dat als ontvangend bureau fungeert, verzoekt het Internationale Bureau, in de in de Administratieve Instructies genoemde omstandigheden, het nationale bureau van, of dat optreedt voor, de betrokken Verdragsluitende Staat te beslissen over de in paragraaf a bedoelde vraag. Het Internationale Bureau stelt de aanvrager van een eventueel verzoek hiertoe in kennis. De aanvrager dient de mogelijkheid te hebben rechtstreeks aan het nationale bureau argumenten voor te leggen. Het nationale bureau beslist onverwijld over deze vraag.

18.2. Vervallen.

18.3. Meer dan één aanvrager

Indien er meer dan één aanvrager is, bestaat het recht tot het indienen van een internationale aanvrage indien ten minste één van hen ingevolge artikel 9 bevoegd is een internationale aanvrage in te dienen.

18.4. Gegevens over voorwaarden met betrekking tot aanvragers op grond van nationale wetgeving

  • a). De internationale aanvrage kan verschillende aanvragers vermelden voor verschillende aangewezen Staten mits ten aanzien van elke aangewezen Staat ten minste één van de voor die Staat vermelde aanvragers ingevolge artikel 9 bevoegd is een internationale aanvrage in te dienen.
  • b). Indien aan het vereiste van paragraaf a) niet is voldaan ten aanzien van een aangewezen Staat, wordt de aanwijzing van die Staat als niet gedaan beschouwd.
  • c). Het internationale Bureau publiceert van tijd tot tijd gegevens over de verschillende nationale wetgevingen met betrekking tot de vraag wie bevoegd is (uitvinder, rechtsopvolger van de uitvinder, rechthebbende op de uitvinding of anderen) een nationale aanvrage in te dienen en voegt aan deze gegevens een waarschuwing toe dat de rechtsgevolgen van de internationale aanvrage in een aangewezen Staat kunnen afhangen van het feit of de in de internationale aanvrage voor die Staat als aanvrager vermelde persoon een persoon is die, ingevolge de nationale wetgeving van die Staat, bevoegd is een nationale aanvrage in te dienen.

Regel 19. Het bevoegde ontvangende bureau

19.1. Waar in te dienen

  • a). Behoudens het in paragraaf b bepaalde, wordt de internationale aanvrage, naar keuze van de aanvrager, ingediend,
  • i. bij het nationale bureau van, of dat optreedt voor, de Verdragsluitende Staat waarvan de aanvrager inwoner is,
  • ii. bij het nationale bureau van, of dat optreedt voor, de Verdragsluitende Staat waarvan de aanvrager onderdaan is, of
  • iii. ongeacht de Verdragsluitende Staat waarvan de aanvrager inwoner of onderdaan is, bij het Internationale Bureau.
  • b). Een Verdragsluitende Staat kan met een andere Verdragsluitende Staat of een intergouvernementele organisatie overeenkomen, dat het nationale bureau van laatstgenoemde Staat of de intergouvernementele organisatie voor alle of enkele aangelegenheden in plaats van het nationale bureau van de eerstgenoemde Staat optreedt als ontvangend bureau voor aanvragers die inwoner of onderdaan van die eerstgenoemde Staat zijn. Niettegenstaande een zodanige overeenkomst wordt het nationale bureau van de eerstgenoemde Staat beschouwd als het bevoegde ontvangende bureau voor de toepassing van artikel 15, vijfde lid.
  • c). In verband met besluiten genomen ingevolge artikel 9, tweede lid, wijst de Algemene Vergadering aan het nationale bureau dat, of de intergouvernementele organisatie die zal optreden als ontvangend bureau voor aanvragen van inwoners of onderdanen van door de Algemene Vergadering aangegeven Staten. Voor een zodanige aanwijzing is de voorafgaande toestemming van het genoemde nationaal bureau of de genoemde intergouvernementele organisatie vereist.

19.2. Meer dan één aanvrager

Indien er meer dan één aanvrager is:

  • i. wordt aan de vereisten van Regel 19.1 geacht te zijn voldaan indien het nationale bureau waarbij de internationale aanvrage is ingediend, het nationale bureau is van, of dat optreedt voor, een Verdragsluitende Staat waarvan ten minste één van de aanvragers inwoner of onderdaan is;
  • ii. kan de internationale aanvrage worden ingediend bij het Internationale Bureau ingevolge Regel 19.1 a iii, indien ten minste één van de aanvragers inwoner of onderdaan is van een Verdragsluitende Staat.

19.3. Bekendmaking van delegatie van de taken van het ontvangende bureau

  • a). Van een overeenkomst zoals bedoeld in Regel 19.1b) wordt door de Verdragsluitende Staat die de taken van het ontvangende bureau delegeert aan het nationale bureau van of optredend voor een andere Verdragsluitende Staat of een intergouvernementele organisatie, onverwijld kennis gegeven aan het Internationale Bureau.
  • b). Het Internationale Bureau maakt de kennisgeving onverwijld na ontvangst bekend in het mededelingenblad.

19.4. Toezending aan het Internationale Bureau als ontvangend bureau

  • a. Wanneer een internationale aanvrage wordt ingediend bij een nationaal bureau dat ingevolge het Verdrag optreedt als ontvangend bureau, maar
  • i. dat nationale bureau ingevolge Regel 19.1 of 19.2 niet bevoegd is om die internationale aanvrage te ontvangen, of
  • ii. die internationale aanvrage niet in een taal is gesteld die wordt geaccepteerd ingevolge Regel 12.1 a of de taalafhankelijke vrije tekst in het sequentie-opsommingsdeel van de beschrijving niet in een taal is gesteld die wordt geaccepteerd ingevolge Regel 12.1 d door dat nationaal bureau, maar in een taal die ingevolge die Regel door het Internationale Bureau als ontvangend bureau wordt geaccepteerd, of ii-bis de gehele of een deel van de internationale aanvrage wordt ingediend in elektronische vorm in een formaat dat niet door dat nationale bureau wordt geaccepteerd, of
  • iii. dat nationale bureau en het Internationale Bureau, om redenen anders dan die welke in i, ii en ii-bis zijn genoemd en met toestemming van de aanvrager, overeenkomen dat de procedure ingevolge deze Regel van toepassing is, dan wordt die internationale aanvrage, met inachtneming van paragraaf b, geacht te zijn ontvangen door dat bureau namens het Internationaal Bureau als ontvangend bureau ingevolge Regel 19.1 a iii.
  • b. Wanneer ingevolge paragraaf a een internationale aanvrage door een nationaal bureau wordt ontvangen namens het Internationale Bureau dat fungeert als ontvangend bureau ingevolge Regel 19.1 a iii, zendt dat nationale bureau de internationale aanvrage onverwijld toe aan het Internationale Bureau, tenzij voorschriften inzake de nationale veiligheid zulks beletten. Deze toezending kan door het nationale bureau afhankelijk worden gesteld van de betaling van een taks, ten gunste van dat bureau, die gelijk is aan de toezendingstaks die dat bureau int ingevolge Regel 14. De aldus toegezonden internationale aanvrage wordt geacht te zijn ontvangen door het Internationale Bureau dat fungeert als ontvangend bureau ingevolge Regel 19.1 a iii, op de datum van ontvangst van de internationale aanvrage door dat nationale bureau.
  • c. Voor de toepassing van de Regels 14.1 c, 15.3 en 16.1 f wordt, wanneer de internationale aanvrage ingevolge paragraaf b is verzonden aan het Internationale Bureau, de datum waarop de internationale aanvrage daadwerkelijk door het Internationale Bureau werd ontvangen beschouwd als de datum van ontvangst van de internationale aanvrage. Voor de toepassing van deze paragraaf is de laatste zin van paragraaf b niet van toepassing.

Regel 20. Datum van internationale indiening

20.1. Vaststelling ingevolge artikel 11, eerste lid

  • a. Onverwijld na de ontvangst van de bescheiden die bedoeld zijn als een internationale aanvrage, stelt het ontvangende bureau vast of deze voldoen aan de vereisten van artikel 11, eerste lid.
  • b. Voor de toepassing van artikel 11, eerste lid, iii, onder c, kan volstaan worden met het vermelden van de naam van de aanvrager op een wijze die het mogelijk maakt de identiteit van de aanvrager vast te stellen, zelfs wanneer de naam verkeerd is gespeld, de voornamen niet volledig zijn vermeld, of, in het geval van rechtspersonen, de naamsaanduiding afgekort of onvolledig is.
  • c. Voor de toepassing van artikel 11, eerste lid, onder ii, is het voldoende dat het deel dat een beschrijving lijkt te zijn (niet zijnde een sequentie-opsommingsdeel daarvan) en het deel dat een conclusie of conclusies lijkt te zijn, zijn gesteld in een door het ontvangende bureau ingevolge Regel 12.1 a geaccepteerde taal.
  • d. Indien paragraaf c op 1 oktober 1997 niet verenigbaar is met de door het ontvangende bureau toegepaste nationale wetgeving, is paragraaf c niet van toepassing op dat ontvangende bureau zolang deze bepaling niet verenigbaar is met die wetgeving, mits genoemd bureau het Internationale Bureau hiervan in kennis stelt voor 31 december 1997. De ontvangen informatie wordt door het Internationale Bureau onverwijld gepubliceerd in het mededelingenblad.

20.2. Positieve vaststelling ingevolge artikel 11, eerste lid

  • a. Indien het ontvangende bureau op het tijdstip van de ontvangst van de bescheiden die bedoeld zijn als een internationale aanvrage vaststelt dat aan de vereisten van artikel 11, eerste lid, is voldaan, kent het ontvangende bureau de datum van ontvangst van de internationale aanvrage toe als de datum van internationale indiening.
  • b. Het ontvangende bureau stempelt het verzoekschrift van de internationale aanvrage waaraan het een datum van internationale indiening heeft toegekend zoals voorgeschreven in de Administratieve Instructies. Het aldus gestempelde exemplaar van het verzoekschrift is het oorspronkelijke exemplaar van de internationale aanvrage.
  • c. Het ontvangende bureau stelt de aanvrager onverwijld in kennis van het nummer van de internationale aanvrage en datum van internationale indiening. Op hetzelfde tijdstip zendt het het Internationale Bureau een afschrift van de kennisgeving toe die aan de aanvrager is gezonden, tenzij het het oorspronkelijke exemplaar ingevolge Regel 22.1 a reeds aan het Internationale Bureau heeft gezonden of dat op hetzelfde tijdstip verzendt.

20.3. Gebreken ingevolge artikel 11, eerste lid

  • a. Indien bij het bepalen of de bescheiden die bedoeld zijn als een internationale aanvrage voldoen aan de vereisten van artikel 11, eerste lid, het ontvangende bureau vaststelt dat niet aan alle vereisten van artikel 11, eerste lid, is of lijkt te zijn voldaan, nodigt het de aanvrager uit om, naar keuze van de aanvrager:
  • i. de benodigde verbetering ingevolge artikel 11, tweede lid, te verstrekken; of
  • ii. indien de desbetreffende vereisten een element als bedoeld in artikel 11, eerste lid, iii, onder d of e, betreffen, in overeenstemming met Regel 20.6 a te bevestigen dat het element is opgenomen door middel van verwijzing ingevolge Regel 4.18; en eventueel bezwaar te maken binnen de van toepassing zijnde termijn ingevolge Regel 20.7. Indien deze termijn verstrijkt na afloop van 12 maanden na de datum van indiening van een aanvrage waarvoor een beroep op een recht van voorrang wordt gedaan, brengt het ontvangende bureau dit onder de aandacht van de aanvrager.
  • b. Indien naar aanleiding van een uitnodiging ingevolge paragraaf a of anderszins:
  • i. de aanvrager het ontvangende bureau de vereiste verbetering verstrekt overeenkomstig artikel 11, tweede lid, na de datum van ontvangst van de beoogde internationale aanvrage maar op een latere datum binnen de van toepassing zijnde termijn overeenkomstig Regel 20.7, kent het ontvangende bureau die latere datum toe als de datum van internationale indiening en handelt het zoals voorzien in Regel 20.2, b en c;
  • ii. een element bedoeld in artikel 11, eerste lid, iii, onder d of e, ingevolge Regel 20.6 b wordt beschouwd als zijnde vervat in de internationale aanvrage vanaf de datum waarop een of meer elementen als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onder iii, voor het eerst werden ontvangen door het ontvangende bureau, kent het ontvangende bureau de datum waarop aan alle vereisten van artikel 11, eerste lid, is voldaan toe als datum van internationale indiening en handelt het zoals voorzien in Regel 20.2 b en c.
  • c. Indien het ontvangende bureau later ontdekt of op grond van het antwoord van de aanvrager vaststelt dat het ten onrechte een uitnodiging ingevolge paragraaf a heeft gedaan, aangezien voldaan was aan de vereisten van artikel 11, eerste lid, toen de bescheiden werden ontvangen, dient het te handelen zoals voorzien in Regel 20.2.

20.4. Negatieve vaststelling ingevolge artikel 11, eerste lid

Indien het ontvangende bureau niet binnen de van toepassing zijnde termijn ingevolge Regel 20.7, een verbetering of bevestiging heeft ontvangen zoals bedoeld in Regel 20.3 a of indien een verbetering of bevestiging ontvangen is, maar de aanvrage nog niet voldoet aan de vereisten van artikel 11, eerste lid, dient het ontvangende bureau:

  • i. de aanvrager er onverwijld van in kennis te stellen dat de aanvrage niet wordt en niet zal worden behandeld als een internationale aanvrage en de redenen daarvoor te vermelden;
  • ii. het Internationale Bureau ervan in kennis te stellen dat het nummer dat het op de bescheiden heeft aangetekend niet als een nummer van een internationale aanvrage zal worden gebruikt;
  • iii. de bescheiden die de als internationaal bedoelde aanvrage vormen en daarop betrekking hebbende correspondentie te bewaren zoals voorzien in Regel 93.1; en
  • iv. een afschrift van de genoemde bescheiden te zenden aan het Internationale Bureau, naar aanleiding van een verzoek door de aanvrager ingevolge artikel 25, eerste lid, wanneer het Internationale Bureau een dergelijk afschrift nodig heeft en daar speciaal om verzoekt.

20.5. Ontbrekende onderdelen

  • a. Indien het ontvangende bureau bij het bepalen of de bescheiden die bedoeld zijn als een internationale aanvrage voldoen aan de vereisten van artikel 11, eerste lid, vaststelt dat een deel van de beschrijving, conclusies of tekeningen ontbreekt of lijkt te ontbreken, met inbegrip van de gevallen waarin een of alle tekeningen ontbreken of lijken te ontbreken („ontbrekend onderdeel”) evenwel met uitzondering van de gevallen waarin een volledig element zoals bedoeld in artikel 11, eerste lid, iii, onder d of e, ontbreekt of lijkt te ontbreken, en met uitzondering van het geval bedoeld in Regel 20.5bis a, nodigt het de aanvrager onverwijld uit, naar keuze van de aanvrager:
  • i. de als internationaal bedoelde aanvrage te voltooien door het ontbrekende onderdeel te verstrekken; of
  • ii. in overeenstemming met Regel 20.6 a te bevestigen dat het onderdeel overeenkomstig Regel 4.18 was opgenomen door middel van verwijzing; en eventueel binnen de van toepassing zijnde termijn ingevolge Regel 20.7 bezwaar te maken. Indien deze termijn verstrijkt na het verstrijken van 12 maanden na de datum van indiening van een aanvrage waarvoor een beroep op een recht van voorrang wordt gedaan, brengt het ontvangende bureau dat onder de aandacht van de aanvrager.
  • b. Indien de aanvrager naar aanleiding van een uitnodiging uit hoofde van paragraaf a of anderszins, het ontvangende bureau op of voor de datum waarop aan alle vereisten van artikel 11, eerste lid, is voldaan en binnen de van toepassing zijnde termijn ingevolge Regel 20.7 een ontbrekend onderdeel zoals bedoeld in paragraaf a verstrekt teneinde de als internationaal bedoelde aanvrage te voltooien, wordt dat onderdeel opgenomen in de aanvrage en kent het ontvangende bureau de datum waarop aan alle vereisten van artikel 11, eerste lid, is voldaan als datum van internationale indiening toe, en handelt zoals voorzien in Regel 20.2 b en c.
  • c. Indien de aanvrager naar aanleiding van een uitnodiging uit hoofde van paragraaf a of anderszins, het ontvangende bureau na de datum waarop aan alle vereisten van artikel 11, eerste lid, is voldaan en binnen de van toepassing zijnde termijn ingevolge Regel 20.7 een ontbrekend onderdeel zoals bedoeld in paragraaf a verstrekt teneinde de internationale aanvrage te voltooien, wordt dat onderdeel opgenomen in de aanvrage en wijzigt het ontvangende bureau de datum van internationale indiening in de datum waarop het dat onderdeel heeft ontvangen, stelt de aanvrager dienovereenkomstig in kennis en handelt zoals voorzien in de Administratieve Instructies.
  • d. Indien naar aanleiding van een uitnodiging ingevolge paragraaf a of anderszins een onderdeel bedoeld in paragraaf a, ingevolge Regel 20.6 b wordt beschouwd als zijnde vervat in de als internationaal bedoelde aanvrage vanaf de datum waarop een of meer elementen als bedoeld in artikel 11, eerste lid, iii, voor het eerst werden ontvangen door het ontvangende bureau, kent het ontvangende bureau de datum waarop aan alle vereisten van artikel 11, eerste lid, is voldaan toe als datum van internationale indiening en handelt zoals voorzien in Regel 20.2 b en c.
  • e. Indien de datum van internationale indiening verbeterd is ingevolge paragraaf c, kan de aanvrager in een kennisgeving aan het ontvangende bureau binnen een maand na de datum van de kennisgeving ingevolge paragraaf c, het ontvangende bureau verzoeken het ontbrekende onderdeel te negeren, in welk geval het ontbrekende onderdeel geacht wordt niet te zijn verstrekt en de datum van internationale indiening uit hoofde van die paragraaf niet te zijn verbeterd en handelt het ontvangende bureau zoals voorzien in de Administratieve Instructies.

20.5bis. Abusievelijk ingediende elementen en onderdelen

  • a. Indien het ontvangende bureau bij het bepalen of de bescheiden die bedoeld zijn als een internationale aanvrage voldoen aan de vereisten van artikel 11, eerste lid, vaststelt dat een volledig element zoals bedoeld in artikel 11, eerste lid, iii, onder d of e, abusievelijk is ingediend of abusievelijk lijkt te zijn ingediend, of dat een onderdeel van de beschrijving, conclusies of tekeningen abusievelijk is ingediend of abusievelijk lijkt te zijn ingediend, met inbegrip van het geval waarin alle tekeningen abusievelijk zijn ingediend of abusievelijk lijken te zijn ingediend („abusievelijk ingediend element of onderdeel”), nodigt het de aanvrager onverwijld uit, naar keuze van de aanvrager:
  • i. de als internationaal bedoelde aanvrage te corrigeren door het correcte element of onderdeel te verstrekken; of
  • ii. in overeenstemming met Regel 20.6 a te bevestigen dat het correcte element of onderdeel overeenkomstig Regel 4.18 was opgenomen door middel van verwijzing; en eventueel binnen de van toepassing zijnde termijn ingevolge Regel 20.7 bezwaar te maken. Indien deze termijn verstrijkt na het verstrijken van 12 maanden na de datum van indiening van een aanvrage waarvoor een beroep op een recht van voorrang wordt gedaan, brengt het ontvangende bureau dat onder de aandacht van de aanvrager.
  • b. Indien de aanvrager naar aanleiding van een uitnodiging uit hoofde van paragraaf a of anderszins, het ontvangende bureau op of voor de datum waarop aan alle vereisten van artikel 11, eerste lid, is voldaan en binnen de van toepassing zijnde termijn ingevolge Regel 20.7 een correct element of onderdeel verstrekt ten einde de als internationaal bedoelde aanvrage te corrigeren, wordt dat correcte element of onderdeel opgenomen in de aanvrage, wordt het desbetreffende abusievelijk ingediende element of onderdeel verwijderd uit de aanvrage en kent het ontvangende bureau de datum waarop aan alle vereisten van artikel 11, eerste lid, is voldaan als datum van internationale indiening toe, en handelt zoals voorzien in Regel 20.2 b en c, en zoals voorzien in de Administratieve Instructies.
  • c. Indien de aanvrager naar aanleiding van een uitnodiging uit hoofde van paragraaf a of anderszins, het ontvangende bureau na de datum waarop aan alle vereisten van artikel 11, eerste lid, is voldaan en binnen de van toepassing zijnde termijn ingevolge Regel 20.7 een correct element of onderdeel verstrekt teneinde de internationale aanvrage te corrigeren, wordt dat correcte element of onderdeel opgenomen in de aanvrage, wordt het abusievelijk ingediende element of desbetreffende onderdeel verwijderd uit de aanvrage en wijzigt het ontvangende bureau de datum van internationale indiening in de datum waarop het dat correcte element of onderdeel heeft ontvangen, stelt de aanvrager dienovereenkomstig in kennis en handelt zoals voorzien in de Administratieve Instructies.
  • d. Indien naar aanleiding van een uitnodiging ingevolge paragraaf a of anderszins een correct element of onderdeel, ingevolge Regel 20.6 b, wordt beschouwd als zijnde vervat in de als internationaal bedoelde aanvrage vanaf de datum waarop een of meer elementen als bedoeld in artikel 11, eerste lid, iii, voor het eerst werden ontvangen door het ontvangende bureau, blijft het desbetreffende abusievelijk ingediende element of onderdeel deel uitmaken van de aanvrage en kent het ontvangende bureau de datum waarop aan alle vereisten van artikel 11, eerste lid, is voldaan als datum van internationale indiening toe, en handelt zoals voorzien in Regel 20.2 b en c, en zoals voorzien in de Administratieve Instructies.
  • e. Indien de datum van internationale indiening verbeterd is ingevolge paragraaf c, kan de aanvrager in een kennisgeving aan het ontvangende bureau binnen een maand na de datum van de kennisgeving ingevolge paragraaf c, het ontvangende bureau verzoeken het correcte element of onderdeel te negeren, in welk geval het correcte element of onderdeel geacht wordt niet te zijn verstrekt, het desbetreffende abusievelijk ingediende element of onderdeel geacht wordt niet te zijn verwijderd uit de aanvrage en de verbetering van de datum van internationale indiening uit hoofde van die paragraaf geacht worden niet te zijn gedaan en handelt het ontvangende bureau zoals voorzien in de Administratieve Instructies.

20.6. Bevestiging van opneming van elementen en onderdelen door middel van verwijzing

  • a. De aanvrager kan bij het ontvangende bureau binnen de van toepassing zijnde termijn ingevolge Regel 20.7 een schriftelijke kennisgeving indienen teneinde te bevestigen dat een element of onderdeel door middel van verwijzing ingevolge Regel 4.18 is opgenomen in de internationale aanvrage, vergezeld van:
  • i. een blad dat of bladen die het volledige element belichamen zoals vervat in de eerdere aanvrage of het desbetreffende deel vertegenwoordigen;
  • ii. indien de aanvrager niet reeds heeft voldaan aan Regel 17.1 a of b-bis met betrekking tot het voorrangsbewijs, een afschrift van de eerdere aanvrage zoals ingediend;
  • iii. indien de eerdere aanvrage niet in de taal gesteld is waarin de internationale aanvrage is ingediend, een vertaling van de eerdere aanvrage in die taal of, indien een vertaling van de internationale aanvrage vereist is ingevolge Regel 12.3 a of 12.4 a, een vertaling van de eerdere aanvrage in zowel de taal waarin de internationale aanvrage is ingediend als de taal van die vertaling; en
  • iv. in het geval van een deel van de beschrijving, conclusies of tekeningen, een aanduiding waar dat onderdeel is opgenomen in de eerdere aanvrage en, indien van toepassing, in een eventuele vertaling zoals bedoeld onder iii.
  • b. Indien het ontvangende bureau vaststelt dat voldaan is aan de vereisten van Regel 4.18 en paragraaf a en dat het element of onderdeel bedoeld in paragraaf a volledig opgenomen is in de desbetreffende eerdere aanvrage, wordt dat element of onderdeel beschouwd als zijnde vervat in de als internationaal bedoelde aanvrage vanaf de datum waarop een of meer elementen bedoeld in artikel 11, eerste lid, iii, voor het eerst werden ontvangen door het ontvangende bureau.
  • c. Indien het ontvangende bureau vaststelt dat niet voldaan is aan een vereiste uit hoofde van Regel 4.18 of paragraaf a, of dat het element of onderdeel bedoeld in paragraaf a niet volledig vervat is in de desbetreffende eerdere aanvrage, handelt het ontvangende bureau zoals voorzien in Regel 20.3 b i, 20.5 b of 20.5 c, 20.5bis b of 20.5bis c, al naargelang van het geval.

20.7. Termijn

  • a. De van toepassing zijnde termijn bedoeld in de Regels 20.3 a en b, 20.4, 20.5 a, b en c, 20.5bis a, b en c, en 20.6 a is:
  • i. indien een uitnodiging ingevolge Regel 20.3 a of 20.5 a of 20.5bis a, indien van toepassing, aan de aanvrager is verzonden, twee maanden te rekenen vanaf de datum van de uitnodiging;
  • ii. indien een dergelijke uitnodiging niet aan de aanvrager is verzonden, twee maanden vanaf de datum waarop een of meer elementen zoals bedoeld in artikel 11, eerste lid, iii, voor het eerst werden ontvangen door het ontvangende bureau.
  • b. Indien noch een verbetering ingevolge artikel 11, tweede lid, noch een kennisgeving ingevolge Regel 20.6 (a) ter bevestiging van de opneming door verwijzing van een element bedoeld in artikel 11, eerste lid, (iii), (d) of (e), wordt ontvangen door het ontvangende bureau voor het verstrijken van de van toepassing zijnde termijn ingevolge paragraaf (a), wordt een verbetering of kennisgeving die het bureau ontvangt na het verstrijken van die termijn maar voordat het de aanvrager ingevolge Regel 20.4 (i) een kennisgeving toezendt, geacht binnen die termijn te zijn ontvangen.

20.8. Onverenigbaarheid met de nationale wetgeving

  • a. Indien een van de Regels 20.3 a ii en b ii, 20.5 a ii en d en 20.6 op 5 oktober 2005 niet verenigbaar is met de door het ontvangende bureau toegepaste nationale wetgeving, is de desbetreffende Regel niet van toepassing op een internationale aanvrage die bij dat ontvangende bureau is ingediend zolang deze niet verenigbaar is met die wetgeving, mits genoemd bureau het Internationale Bureau hiervan in kennis stelt voor 5 april 2006. De ontvangen informatie wordt door het Internationale Bureau onverwijld gepubliceerd in het mededelingenblad.
  • a-bis. Indien een van de Regels 20.5bis a ii en d, op 9 oktober 2019 niet verenigbaar is met de door het ontvangende bureau toegepaste nationale wetgeving, is de desbetreffende Regel niet van toepassing op een internationale aanvrage die bij dat ontvangende bureau is ingediend zolang deze niet verenigbaar is met die wetgeving, mits genoemd bureau het Internationale Bureau hiervan in kennis stelt voor 9 april 2020. De ontvangen informatie wordt door het Internationale Bureau onverwijld gepubliceerd in het mededelingenblad.
  • a-ter. Wanneer een element of onderdeel niet ingevolge Regel 4.18 en 20.6, door middel van verwijzing in de internationale aanvrage kan worden opgenomen vanwege de toepassing van paragraaf a of paragraaf a-bisvan deze Regel, handelt het ontvangende bureau zoals voorzien in Regel 20.3 b i, 20.5 b, 20.5 c , 20.5bis b ofs 20.5bis c, al naargelang van het geval. Wanneer het ontvangende bureau handelt zoals voorzien in Regel 20.5 c of 20.5bis c, mag de aanvrager handelen zoals voorzien in Regel 20.5 e of 20.5bise, al naargelang van het geval.
  • b. Indien een van de Regels 20.3 a ii en b ii, 20.5 a ii en d en 20.6 op 5 oktober 2005 niet verenigbaar is met de door het aangewezen bureau toegepaste nationale wetgeving, is de desbetreffende Regel niet van toepassing op dat bureau ter zake van een internationale aanvrage waarvoor de in artikel 22 bedoelde handelingen zijn verricht voor dat bureau, zolang deze niet verenigbaar is met die wetgeving, mits genoemd bureau het Internationale Bureau hiervan in kennis stelt voor 5 april 2006. De ontvangen informatie wordt door het Internationale Bureau onverwijld gepubliceerd in het mededelingenblad.
  • b-bis. Indien een van de Regels 20.5bis a ii en d, op 9 oktober 2019 niet verenigbaar is met de door het aangewezen bureau toegepaste nationale wetgeving, is de desbetreffende Regel niet van toepassing op dat bureau ter zake van een internationale aanvrage waarvoor de in artikel 22 bedoelde handelingen zijn verricht voor dat bureau, zolang deze niet verenigbaar is met die wetgeving, mits genoemd bureau het Internationale Bureau hiervan in kennis stelt voor 9 april 2020. De ontvangen informatie wordt door het Internationale Bureau onverwijld gepubliceerd in het mededelingenblad.
  • c. Wanneer een element of onderdeel door middel van verwijzing geacht wordt te zijn opgenomen in de internationale aanvrage uit hoofde van een vaststelling van het ontvangende bureau ingevolge Regel 20.6 b, maar deze opneming door verwijzing niet van toepassing is op de internationale aanvrage ten behoeve van een procedure voor een aangewezen bureau vanwege de toepassing van paragraaf b van deze Regel, kan het aangewezen bureau de aanvrage behandelen als was de datum van internationale indiening toegekend ingevolge Regel 20.3 b i, 20.5 b of 20.5bis b, of verbeterd ingevolge Regel 20.5 c of 20.5bis c, al naargelang van het geval, met dien verstande dat Regel 82ter.1 c en d van overeenkomstige toepassing zijn.

Regel 21. Het maken van afschriften

21.1. Verantwoordelijkheid van het ontvangende bureau

  • a). Wanneer de internationale aanvrage in één exemplaar moet worden ingediend, is het ontvangende bureau verantwoordelijk voor het maken van het ingevolge artikel 12, eerste lid, vereiste archiefexemplaar en het exemplaar voor het nieuwheidsonderzoek.
  • b). Wanneer de internationale aanvrage in twee exemplaren moet worden ingediend, is het ontvangende bureau verantwoordelijk voor het maken van het archiefexemplaar.
  • c). Indien de internationale aanvrage in minder exemplaren is ingediend dan het ingevolge Regel 11.1 b) vereiste aantal is het ontvangende bureau verantwoordelijk voor de onverwijlde vervaardiging van het aantal exemplaren en heeft het het recht voor het verrichten van deze taak een taks vast te stellen en deze van de aanvrager te innen.

21.2. Gewaarmerkt afschrift voor de aanvrager

Tegen betaling van een taks verstrekt het ontvangende bureau de aanvrager op verzoek gewaarmerkte afschriften van de internationale aanvrage zoals ingediend en van eventuele verbeteringen daarvan.

Regel 22. Toezending van het oorspronkelijke exemplaar en de vertaling

22.1. Procedure

  • a). Indien de vaststelling ingevolge artikel 11, eerste lid, positief uitvalt en tenzij voorschriften betreffende de nationale veiligheid beletten, dat de internationale aanvrage als zodanig wordt behandeld, zendt het ontvangende bureau het oorspronkelijke exemplaar toe aan het Internationale Bureau. Deze toezending geschiedt onverwijld na ontvangst van de internationale aanvrage of, indien een controle voor de bescherming van de nationale veiligheid moet worden verricht, zodra de vereiste toestemming is verkregen. In elk geval zendt het ontvangende bureau het oorspronkelijke exemplaar zo tijdig toe dat het het Internationale Bureau bereikt bij het verstrijken van de 13de maand vanaf de datum van voorrang. Indien de toezending per post geschiedt, dient het ontvangende bureau het oorspronkelijke exemplaar uiterlijk 5 dagen voor het verstrijken van de 13de maand vanaf de datum van voorrang te verzenden.
  • b). Indien het Internationale Bureau een afschrift van de kennisgeving ingevolge Regel 20.2 c heeft ontvangen, maar na het verstrijken van 13 maanden na de datum van voorrang niet in het bezit is van het oorspronkelijke exemplaar, herinnert het het ontvangende bureau eraan dat het het oorspronkelijke exemplaar onverwijld naar het Internationale Bureau dient te zenden.
  • c). Indien het Internationale Bureau een afschrift van de kennisgeving ingevolge Regel 20.2 c heeft ontvangen, maar na het verstrijken van 14 maanden na de datum van voorrang niet in het bezit is van het oorspronkelijke exemplaar, stelt het de aanvrager en het ontvangende bureau daarvan in kennis.
  • d). Na het verstrijken van 14 maanden, te rekenen van de datum van voorrang, kan de aanvrager het ontvangende bureau verzoeken een afschrift van zijn internationale aanvrage te waarmerken als zijnde gelijkluidend aan de ingediende internationale aanvrage en kan hij een dergelijk gewaarmerkt afschrift toezenden aan het Internationale Bureau.
  • e). Een waarmerking ingevolge paragraaf d) is kosteloos en kan slechts op een van de volgende gronden worden geweigerd:
  • (i). het afschrift welke het ontvangende bureau is verzocht te waarmerken, is niet gelijkluidend aan de ingediende internationale aanvrage;
  • (ii). voorschriften betreffende de nationale veiligheid beletten, dat de internationale aanvrage als zodanig wordt behandeld;
  • (iii). het ontvangende bureau heeft reeds het oorspronkelijke exemplaar toegezonden aan het Internationale Bureau en dit Bureau heeft het ontvangende bureau ervan in kennis gesteld dat het het oorspronkelijke exemplaar heeft ontvangen.
  • f). Tenzij het Internationale Bureau het oorspronkelijke exemplaar heeft ontvangen, of tot het het oorspronkelijke exemplaar ontvangt, wordt het ingevolge paragraaf e) gewaarmerkte en door het Internationale Bureau ontvangen afschrift beschouwd als zijnde het oorspronkelijke exemplaar.
  • g). Indien, bij het aflopen van de termijn van toepassing ingevolge artikel 22, de aanvrager de handelingen als bedoeld in dat artikel heeft verricht, maar het aangewezen bureau niet in kennis is gesteld door het Internationale Bureau van de ontvangst van het oorspronkelijke exemplaar, brengt het aangewezen bureau het Internationale Bureau daarvan op de hoogte. Indien het Internationale Bureau niet in het bezit is van het oorspronkelijke exemplaar, stelt het onverwijld de aanvrager en het ontvangende bureau daarvan in kennis, tenzij het deze ingevolge paragraaf c) daarvan reeds op de hoogte heeft gesteld.
  • h). Wanneer de internationale aanvrage moet worden gepubliceerd in de taal van een ingevolge Regel 12.3 of 12.4 verstrekte vertaling, wordt die vertaling door het ontvangende bureau aan het Internationaal Bureau toegezonden, tezamen met het oorspronkelijke exemplaar ingevolge paragraaf a of, indien het ontvangende bureau het oorspronkelijke exemplaar reeds ingevolge die paragraaf aan het Internationaal Bureau heeft verzonden, zo spoedig mogelijk na ontvangst van de vertaling.

22.2. Vervallen.

22.3. Termijn ingevolge artikel 12, derde lid

De termijn genoemd in artikel 12, derde lid, beloopt 3 maanden te rekenen van de datum van de kennisgeving gezonden door het Internationale Bureau aan de aanvrager ingevolge Regel 22.1 c) of g).

Regel 23. Toezending van het exemplaar voor het nieuwheidsonderzoek, de vertaling en de sequentie-opsomming

23.1. Procedure

  • a. Wanneer een vertaling van de internationale aanvrage niet vereist is ingevolge Regel 12.3 a, dient het exemplaar voor het nieuwheidsonderzoek uiterlijk op de dag waarop het oorspronkelijke exemplaar wordt toegezonden aan het Internationaal Bureau, door het ontvangende bureau te worden toegezonden aan de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, tenzij er geen taks voor het nieuwheidsonderzoek is betaald. In laatstbedoeld geval wordt het zo spoedig mogelijk na de betaling van de taks voor het nieuwheidsonderzoek toegezonden.
  • b. Wanneer een vertaling van de internationale aanvrage ingevolge Regel 12.3 wordt verstrekt, dient een exemplaar van die vertaling en van het verzoekschrift, die tezamen worden beschouwd als het exemplaar voor het nieuwheidsonderzoek ingevolge artikel 12, eerste lid, door het ontvangende bureau te worden toegezonden aan de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, tenzij er geen taks voor het nieuwheidsonderzoek is betaald. In laatstbedoeld geval wordt een exemplaar van de genoemde vertaling en van het verzoekschrift zo spoedig mogelijk na de betaling van de taks voor het nieuwheidsonderzoek toegezonden.
  • c. Een sequentie-opsomming in elektronische vorm die voor de toepassing van Regel 13ter is verstrekt, maar ingediend is bij het ontvangende bureau in plaats van bij de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek wordt door dat bureau onverwijld doorgezonden naar die Instantie.

Regel 24. Ontvangst van het oorspronkelijke exemplaar door het Internationaal Bureau

24.1. Vervallen.

24.2. Kennisgeving van ontvangst van het oorspronkelijke exemplaar

  • a. Het Internationaal Bureau stelt onverwijld: in kennis van de ontvangst alsmede de datum van ontvangst van het oorspronkelijke exemplaar. De kennisgeving duidt de internationale aanvrage aan met haar nummer, de datum van internationale indiening en de naam van de aanvrager en vermeldt de datum van indiening van elke eerdere aanvrage op grond waarvan de voorrang wordt ingeroepen. De kennisgeving aan de aanvrager omvat tevens een lijst van de aangewezen bureaus, en in het geval van een aangewezen bureau dat verantwoordelijk is voor het verlenen van regionale octrooien, van de Verdragsluitende Staten die voor een dergelijk regionaal octrooi zijn aangewezen.
  • i. de aanvrager,
  • ii. het ontvangende bureau, en
  • iii. de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek (tenzij deze het Internationale Bureau heeft laten weten dat zij geen kennisgeving wenst te ontvangen)
  • b. Vervallen.
  • c. Indien het oorspronkelijke exemplaar is ontvangen na het verstrijken van de in Regel 22.3 bepaalde termijn, stelt het Internationale Bureau de aanvrager, het ontvangende bureau en de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek hiervan onverwijld in kennis.

Regel 25. Ontvangst van het exemplaar voor het nieuwheidsonderzoek door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek

25.1. Kennisgeving van ontvangst van het exemplaar voor het nieuwheidsonderzoek

De Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek stelt onverwijld het Internationale Bureau, de aanvrager en - tenzij de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek dezelfde is als het ontvangende bureau - het ontvangende bureau, in kennis van het feit en de datum van ontvangst van het exemplaar voor het nieuwheidsonderzoek.

Regel 26. Controle en verbetering van bepaalde elementen van de internationale aanvrage bij het ontvangende bureau

26.1. Uitnodiging tot verbetering uit hoofde van artikel 14, eerste lid, onder b

Het ontvangende bureau doet de uitnodiging tot verbetering voorzien in artikel 14, eerste lid, onder b, zo spoedig mogelijk, bij voorkeur binnen een maand na ontvangst van de internationale aanvrage. In de uitnodiging nodigt het ontvangende bureau de aanvrager uit de vereiste verbetering te verstrekken en stelt het de aanvrager binnen de termijn ingevolge Regel 26.2 in de gelegenheid bezwaar te maken.

26.2. Termijn voor verbetering

De termijn bedoeld in Regel 26.1 is twee maanden vanaf de datum van de uitnodiging tot verbetering. Het ontvangende bureau kan deze te allen tijde voordat een beslissing is genomen verlengen.

26.2bis. Controle van de vormvoorschriften ingevolge artikel 14, eerste lid, onder a., sub i. en ii.

26.3. Controle van de vormvoorschriften ingevolge artikel 14, eerste lid, onder a, sub v

  • a. Wanneer de internationale aanvrage wordt ingediend in een taal van publicatie, controleert het ontvangende bureau:
  • i. of de internationale aanvrage voldoet aan de in Regel 11 genoemde vormvoorschriften alleen voor zover dat noodzakelijk is voor een redelijk eenvormige internationale publicatie;
  • ii. of een ingevolge Regel 12.3 verstrekte vertaling voldoet aan de in Regel 11 genoemde vormvoorschriften voor zover dat noodzakelijk is voor een bevredigende reproductie;
  • b. Wanneer de internationale aanvrage wordt ingediend in een taal waarin zij niet wordt gepubliceerd, controleert het ontvangende bureau:
  • i. of de internationale aanvrage voldoet aan de in Regel 11 genoemde vormvoorschriften voor zover dat noodzakelijk is voor een bevredigende reproductie;
  • ii. of een ingevolge Regel 12.3 of 12.4 verstrekte vertaling en de tekeningen voldoen aan de in Regel 11 genoemde vormvoorschriften voor zover dat noodzakelijk is voor een redelijk eenvormige internationale publicatie.

26.3bis. Uitnodiging ingevolge artikel 14, eerste lid, onder b, tot herstel van gebreken ingevolge Regel 11

Het ontvangende bureau behoeft de uitnodiging ingevolge artikel 14, eerste lid, onder b, tot verbetering van het gebrek ingevolge Regel 11 niet te doen wanneer aan de in die Regel genoemde vormvoorschriften is voldaan in de ingevolge Regel 26.3 vereiste mate.

26.3ter. Uitnodiging tot herstel van gebreken genoemd in artikel 3, vierde lid, onder i

  • a. Wanneer het uittreksel of de tekst bij de tekeningen wordt ingediend in een taal anders dan de taal van de beschrijving en de conclusies, zal het ontvangende bureau, tenzij de aanvrager uitnodigen een vertaling van het uittreksel of de tekst bij de tekeningen te verstrekken in de taal waarin de internationale aanvrage dient te worden gepubliceerd. De Regels 26.1, 26.2, 26.3, 26.3bis, 26.5 en 29.1 zijn van overeenkomstige toepassing.
  • i. een vertaling van de internationale aanvrage vereist is ingevolge Regel 12.3 a, of
  • ii. het uittreksel of de tekst bij de tekeningen is gesteld in de taal waarin de internationale aanvrage moet worden gepubliceerd,
  • b. Indien paragraaf a op 1 oktober 1997 niet verenigbaar is met de door het ontvangende bureau toegepaste nationale wetgeving, is paragraaf a niet van toepassing op dat ontvangende bureau zolang deze bepaling niet verenigbaar is met die wetgeving, mits genoemd bureau het Internationaal Bureau hiervan in kennis stelt voor 31 december 1997. De ontvangen informatie wordt door het Internationaal Bureau zo spoedig mogelijk gepubliceerd in het mededelingenblad.
  • c. Wanneer het verzoekschrift niet voldoet aan Regel 12.1 c, nodigt het ontvangende bureau de aanvrager uit een vertaling in te dienen om aan die Regel te voldoen. De Regels 3, 26.1, 26.2, 26.5 en 29.1 zijn van overeenkomstige toepassing.
  • d. Indien paragraaf c op 1 oktober 1997 niet verenigbaar is met de door het ontvangende bureau toegepaste nationale wetgeving, is paragraaf c niet van toepassing op dat ontvangende bureau zolang deze bepaling niet verenigbaar is met die wetgeving, mits genoemd bureau het Internationaal Bureau hiervan in kennis stelt voor 31 december 1997. De ontvangen informatie wordt door het Internationaal Bureau zo spoedig mogelijk gepubliceerd in het mededelingenblad.

26.4. Procedure

Een verbetering van het verzoekschrift die aan het ontvangende bureau wordt voorgelegd kan in een aan dat bureau gerichte brief vervat worden indien de verbetering van dien aard is dat zij van de brief in het verzoekschrift kan worden overgenomen zonder de duidelijkheid en de mogelijkheid tot directe verveelvoudiging van het blad waarop de verbetering wordt aangebracht nadelig te beïnvloeden. Indien dit niet mogelijk is, en in het geval van een verbetering van een element van de internationale aanvrage anders dan het verzoekschrift, wordt van de aanvrager verlangd dat hij een vervangend blad indient dat de verbetering bevat en dient de begeleidende brief bij het vervangende blad de aandacht te vestigen op de verschillen tussen het vervangen en het vervangende blad.

26.5. Beslissing van het ontvangende bureau

Het ontvangende bureau beslist of de aanvrager de verbetering binnen de van toepassing zijnde termijn ingevolge Regel 26.2 heeft ingediend en, indien de verbetering binnen die termijn is ingediend, of de aldus verbeterde internationale aanvrage al dan niet wordt aangemerkt als zijnde ingetrokken, met dien verstande dat internationale aanvragen niet worden aangemerkt als zijnde ingetrokken, met dien verstande dat een internationale aanvrage niet wordt aangemerkt als zijnde ingetrokken wegens niet-voldoen aan de vormvereisten bedoeld in Regel 11, indien zij aan die vereisten voldoet in die mate die nodig is voor een redelijk uniforme internationale publicatie.

Regel 27. Niet-betaling van taksen

27.1. Taksen

  • a. Voor de toepassing van artikel 14, derde lid, onder a. wordt onder „ingevolge artikel 3, vierde lid, sub iv. voorgeschreven taksen” verstaan: de toezendingstaks (Regel 14), de taks voor internationale indiening (Regel 15.1), de taks voor het nieuwheidsonderzoek (Regel 16) en, indien vereist, de taks wegens te late betaling (Regel 16bis. 2).

Regel 28. Gebreken vastgesteld door het Internationale Bureau

28.1. Vaststelling van bepaalde gebreken

Regel 29. Internationale aanvragen die als ingetrokken worden beschouwd

29.1. Vaststelling door het ontvangende bureau

Indien het ontvangende bureau ingevolge artikel 14, eerste lid, onder b, en Regel 26.5 (Nalaten bepaalde gebreken te herstellen), of ingevolge artikel 14, derde lid, onder a (Niet-betaling van de ingevolge Regel 27.1 a voorgeschreven taksen), of ingevolge artikel 14, vierde lid (Latere vaststelling dat niet voldaan is aan de vereisten genoemd in artikel 11, eerste lid, sub i tot en met iii), of ingevolge Regel 12.3 d of 12.4 d (Niet-verstrekking van een vereiste vertaling of, wanneer van toepassing, niet-betaling van een taks wegens te late verstrekking), of ingevolge Regel 92.4 g i (Niet-verstrekking van het origineel van een document), verklaart dat de internationale aanvrage als ingetrokken wordt beschouwd:

  • (i). zendt het ontvangende bureau het oorspronkelijke exemplaar (tenzij reeds toegezonden) en de door de aanvrager aangeboden verbeteringen toe aan het Internationale Bureau;
  • (ii). stelt het ontvangende bureau de aanvrager en het Internationale Bureau onverwijld in kennis van genoemde verklaring en doet het Internationale Bureau op zijn beurt kennisgeving aan elk aangewezen bureau dat reeds van zijn aanwijzing in kennis is gesteld;
  • (iii). zendt het ontvangende bureau het exemplaar voor het nieuwheidsonderzoek niet toe zoals bepaald in Regel 23, of, indien dit exemplaar reeds werd toegezonden, stelt het de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek in kennis van de genoemde verklaring;
  • (iv). is het Internationale Bureau niet verplicht de aanvrager in kennis te stellen van de ontvangst van het oorspronkelijke exemplaar;
  • (v). geschiedt geen internationale publicatie van de internationale aanvrage indien de kennisgeving inzake bedoelde verklaring verzonden door het ontvangende bureau het Internationale Bureau bereikt voordat de technische voorbereidingen voor internationale publicatie zijn voltooid.

29.2. Vervallen.

29.3. Het brengen van bepaalde feiten onder de aandacht van het ontvangende bureau

Indien het Internationale Bureau of de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek van oordeel is dat het ontvangende bureau een vaststelling ingevolge artikel 14, vierde lid, dient te verrichten brengt het of zij de desbetreffende feiten onder de aandacht van het ontvangende bureau.

29.4. Kennisgeving van voornemen een verklaring af te geven ingevolge artikel 14, vierde lid

  • a. Alvorens het ontvangende bureau een verklaring ingevolge artikel 14, vierde lid, aflegt, stelt het de aanvrager in kennis van zijn voornemen een dergelijke verklaring af te leggen alsmede van de redenen daarvoor. De aanvrager kan, indien hij niet instemt met de beoogde conclusie van het ontvangende bureau, binnen twee maanden na de datum van de kennisgeving zijn argumenten dienaangaande indienen.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)