Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds

Type Verdrag
Publication 2016-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 332
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Elk van beide partijen waarborgt het vertrouwelijke karakter van het telecommunicatieverkeer dat via een openbaar telecommunicatienetwerk en via openbare telecommunicatiediensten plaatsvindt, alsmede van de gegevens over dat verkeer, zonder daardoor de handel in diensten te beperken.

Artikel 7.36. Beslechting van telecommunicatiegeschillen
1.

Elk van beide partijen waarborgt dat:

  • a. verleners van diensten geschillen tussen verleners van diensten of tussen verleners en gebruikers van diensten over de in deze onderafdeling bedoelde aangelegenheden in het kader van beslechting daarvan aan een regelgevende autoriteit of andere relevante instantie uit de partij kunnen voorleggen; en
  • b. wanneer tussen leveranciers van openbare telecommunicatienetwerken of verleners van telecommunicatiediensten een geschil ontstaat in verband met uit deze onderafdeling voortvloeiende rechten en verplichtingen, geeft de betrokken regelgevende autoriteit op verzoek van een van de partijen bij het geschil een bindende beslissing om het geschil zo spoedig mogelijk en in elk geval binnen een redelijke termijn op te lossen.
2.

Een dienstverlener wiens door het recht beschermde belangen worden geschaad door een vaststelling of beslissing van een regelgevende autoriteit:

  • a. kan tegen die vaststelling of die beslissing bezwaar aantekenen of beroep instellen bij een instantie waarbij bezwaar kan worden aangetekend respectievelijk beroep kan worden ingesteld37)Voor geschillen tussen dienstverleners of tussen dienstverleners en gebruikers dient de beroepsinstantie onafhankelijk van de partijen in het geschil te zijn.. Wanneer de instantie waarbij bezwaar is aangetekend of beroep is ingesteld geen rechterlijke instantie is, motiveert zij haar vaststelling of beslissing altijd schriftelijk en kunnen haar vaststellingen of beslissingen tevens door een onpartijdige en onafhankelijke rechterlijke autoriteit worden getoetst. Vaststellingen of beslissingen van instanties die beslissen op bezwaar of in beroep, worden daadwerkelijk ten uitvoer gelegd; en
  • b. kan tegen de vaststelling of beslissing beroep instellen bij een onpartijdige en onafhankelijke rechterlijke autoriteit van de partij. Geen van beide partijen mag het instellen van beroep als grond van niet-naleving van de vaststelling of de beslissing van de regelgevende autoriteit aanmerken, tenzij de desbetreffende rechterlijke autoriteit die vaststelling of die beslissing schorst.

ONDERAFDELING E. FINANCIËLE DIENSTEN

Artikel 7.37. Toepassingsgebied en definities
1.

Deze onderafdeling bevat de beginselen van het regelgevingskader voor alle financiële diensten die in overeenstemming met de afdelingen B tot en met D zijn geliberaliseerd.

2.

Voor de toepassing van deze onderafdeling wordt verstaan onder:

financiële dienst: elke dienst van financiële aard, aangeboden door een verlener van financiële diensten uit een partij. Financiële diensten omvatten de volgende activiteiten:

  • a. Verzekeringen en aanverwante diensten
  • i. directe verzekering (met inbegrip van medeverzekering):
  • A. levensverzekering;
  • B. schadeverzekering;
  • ii. herverzekering en retrocessie;
  • iii. verzekeringsbemiddeling, zoals makelaars en agentschappen; en
  • iv. ondersteunende diensten voor verzekeringen, zoals adviesverstrekking, actuariaat, risicobeoordeling en de regeling van schade-eisen; en
  • b. Bankdiensten en andere financiële diensten (behalve verzekeringen):
  • i. aanvaarding van deposito's en andere terugbetaalbare fondsen van het publiek;
  • ii. alle soorten leningen, waaronder consumentenkrediet en hypotheken, factoring en financiering van commerciële transacties;
  • iii. financiële leasing;
  • iv. alle diensten in verband met het betalingsverkeer en de overmaking van geld, waaronder creditcards, betaalkaarten, debetkaarten, reischeques en bankwissels;
  • v. garanties en verbintenissen;
  • vi. transacties voor eigen rekening of voor rekening van cliënten, op de beurs of op de onderhandse markt of anderszins, ten aanzien van:
  • A. geldmarktinstrumenten (met inbegrip van cheques, effecten en depositocertificaten);
  • B. deviezen;
  • C. derivaten, met inbegrip van termijninstrumenten en opties;
  • D. wisselkoers- en rentetariefinstrumenten, waaronder producten als swaps en rentetermijncontracten;
  • E. verhandelbare effecten; en
  • F. andere verhandelbare stukken en financiële activa, met inbegrip van ongemunt goud en zilver;
  • vii. deelneming in de uitgifte van alle soorten effecten, met inbegrip van garantieverlening en plaatsing in de hoedanigheid van agent (openbaar dan wel particulier) en verlening van diensten in verband met deze uitgiften;
  • viii. financiële bemiddeling;
  • ix. beheer van activa, zoals beheer van contanten of portefeuillebeheer, alle vormen van beheer van collectieve investeringen, beheer van pensioenfondsen, diensten aangaande bewaarneming, depositodiensten en fiduciaire diensten;
  • x. betalings- en compensatiediensten in verband met financiële activa, met inbegrip van effecten, derivaten en andere verhandelbare instrumenten;
  • xi. verstrekking en doorgifte van financiële informatie en verwerking van financiële gegevens en daarop betrekking hebbende software; en
  • xii. advies- en bemiddelingsdiensten en andere ondersteunende financiële diensten voor alle onder i) tot en met xi) vermelde activiteiten, met inbegrip van kredietonderzoek en -analyse, onderzoek en advies aangaande investeringen en beleggingen, advies over overnames, bedrijfsreorganisaties en strategieën;

verlener van financiële diensten: een natuurlijke persoon of een rechtspersoon uit een partij die financiële diensten verleent of aanbiedt, met uitzondering van openbare instanties;

openbare instantie:

  • a. een overheid, centrale bank of monetaire autoriteit van een partij, of een instantie die eigendom is van een partij of onder zeggenschap staat van een partij en die zich in hoofdzaak bezighoudt met de uitvoering van overheidstaken of activiteiten voor overheidsdoeleinden, met uitzondering van instanties die zich in hoofdzaak bezighouden met het verlenen van financiële diensten op commerciële basis; of
  • b. een particuliere instantie, wanneer deze taken vervult die normalerwijze door een centrale bank of monetaire autoriteit worden vervuld;

nieuwe financiële dienst: een dienst van financiële aard, met inbegrip van diensten in verband met bestaande of nieuwe producten of de wijze waarop een product wordt geleverd, die niet wordt verleend door verleners van financiële diensten op het grondgebied van een partij, doch die op het grondgebied van de andere partij wordt verleend.

Artikel 7.38. Prudentiële uitzonderingsbepaling38)Een maatregel die wordt toegepast ten aanzien van in een partij gevestigde dienstverleners die niet door de financiële toezichthoudende autoriteit van die partij worden gereglementeerd en evenmin onder haar toezicht staan, wordt voor de toepassing van deze overeenkomst als prudentiële maatregel aangemerkt. Met het oog op de rechtszekerheid moet een dergelijke maatregel in overeenstemming met dit artikel worden getroffen.
1.

Elk van beide partijen kan maatregelen vaststellen of handhaven om prudentiële redenen39)Overeengekomen is dat de uitdrukking „prudentiële redenen” het handhaven van de veiligheid, degelijkheid, integriteit of financiële verantwoordelijkheid van individuele verleners van financiële diensten kan omvatten., waaronder:

  • a. de bescherming van investeerders, spaarders, polishouders of personen aan wie een verlener van financiële diensten een fiduciair recht verschuldigd is; en
  • b. het verzekeren van de integriteit en de stabiliteit van het financiële stelsel van de partij.
2.

Deze maatregelen zijn niet belastender dan nodig is voor het bereiken van hun doel, en worden, wanneer zij niet in overeenstemming zijn met de overige bepalingen van deze overeenkomst, niet gebruikt als middel om de verbintenissen of verplichtingen van elk van beide partijen ingevolge die bepalingen te ontwijken.

3.

Geen van de bepalingen van deze overeenkomst mag op zodanige wijze worden geïnterpreteerd dat zij een partij verplicht tot het verstrekken van informatie betreffende de zaken en de boekhouding van individuele consumenten, dan wel vertrouwelijke of geheime informatie die in het bezit is van openbare instanties.

4.

Onverminderd andere prudentiële regelgeving inzake grensoverschrijdende financiële dienstverlening, kan een partij registratie van verleners van grensoverschrijdende financiële diensten uit de andere partij verlangen.

Artikel 7.39. Transparantie

De partijen erkennen dat transparante regels en een transparant beleid ten aanzien van de activiteiten van verleners van financiële diensten van belang zijn om de toegang van buitenlandse verleners van financiële diensten tot, en hun activiteiten op, elkaars markten te bevorderen. Elke partij verbindt zich ertoe transparantie van regelgeving inzake financiële diensten te bevorderen.

Artikel 7.40. Zelfregulerende organisaties

Wanneer een partij het lidmaatschap van of deelneming in, dan wel toegang tot een zelfregulerende organisatie, effecten- of termijnbeurs of effecten- of termijnmarkt, verrekenkantoor of een andere organisatie of vereniging als voorwaarde stelt voor verleners van financiële diensten uit de andere partij om op voet van gelijkheid met haar eigen verleners van financiële diensten financiële diensten te kunnen verlenen, of wanneer zij dergelijke entiteiten direct of indirect voorrechten of voordelen voor de verlening van financiële diensten toekent, waarborgt zij dat de verplichtingen van de artikelen 7.6, 7.8, 7.12 en 7.14 door een dergelijke zelfregulerende organisatie worden nageleefd.

Artikel 7.41. Betalings- en clearingsystemen

Onder voorwaarden die nationale behandeling toelaat, verschaft elk van beide partijen aan op zijn grondgebied gevestigde verleners van financiële diensten uit de andere partij voor de toekenning van nationale behandeling toegang tot betalings- en clearingsystemen van openbare instanties, alsmede tot voor de normale bedrijfsvoering beschikbare officiële financierings- en herfinancieringsfaciliteiten. Dit artikel beoogt niet toegang te verschaffen tot de kredietfaciliteiten in laatste instantie van een partij.

Artikel 7.42. Nieuwe financiële diensten

Elk van beide partijen staat op haar grondgebied gevestigde verleners van financiële diensten uit de andere partij toe nieuwe financiële diensten te verlenen waarvoor de partij haar eigen verleners van financiële diensten krachtens haar interne wetgeving onder soortgelijke omstandigheden toestemming zou geven, tenzij de introductie van de nieuwe financiële dienst tot nieuwe wetgeving of een wetswijziging noodzaakt. De partijen kunnen de institutionele en rechtsvorm vaststellen waarin de dienst kan worden verleend en kunnen de betrokken dienstverlening aan een vergunningsplicht onderwerpen. Wanneer een vergunning vereist is, wordt hieromtrent binnen een redelijke termijn een besluit genomen en kan de vergunning uitsluitend worden geweigerd om prudentiële redenen.

Artikel 7.43. Gegevensverwerking

Uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst en uiterlijk op de datum waarop soortgelijke verbintenissen op grond van andere overeenkomsten inzake economische integratie van kracht worden:

  • a. staat elk van beide partijen op haar grondgebied gevestigde verleners van financiële diensten uit de andere partij toe informatie in elektronische of in andere vorm met het oog op gegevensverwerking van en naar haar grondgebied te verzenden, wanneer deze gegevensverwerking noodzakelijk is in het kader van de normale bedrijfsvoering van de betrokken verleners van financiële diensten; en
  • b. stelt elk van beide partijen, herbevestigend dat zij zich heeft verbonden40)Met het oog op de rechtszekerheid betreft deze verbintenis de rechten en vrijheden die zijn vermeld in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, de Guidelines for the Regulation of Computerized Personal Data Files (aangenomen bij resolutie 45/95 van de Algemene Vergadering van de VN van 14 december 1990), en de OESO-richtsnoeren inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en van grensoverschrijdend verkeer van persoonsgegevens (aangenomen door de OESO-Raad op 23 september 1980).tot bescherming van de fundamentele rechten en vrijheden van natuurlijke personen, passende waarborgen vast voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, in het bijzonder met betrekking tot de overdracht van persoonsgegevens.
Artikel 7.44. Specifieke uitzonderingen
1.

Geen enkele bepaling van dit hoofdstuk kan zodanig worden uitgelegd dat zij voor een partij, met inbegrip van haar openbare instanties, een beletsel vormt om op haar grondgebied exclusief activiteiten of diensten aan te bieden in het kader van een pensioenregeling van de overheid of een wettelijk stelsel van sociale zekerheid, tenzij verleners van financiële diensten deze activiteiten krachtens haar interne regelgeving in concurrentie met openbare instanties of particuliere instellingen kunnen aanbieden.

2.

Geen enkele bepaling in deze overeenkomst is van toepassing op de activiteiten van een centrale bank of een monetaire autoriteit of van enige andere openbare instantie die bevoegd is voor het monetaire beleid of het wisselkoersbeleid.

3.

Geen enkele bepaling van dit hoofdstuk kan zodanig worden uitgelegd dat zij voor een partij, met inbegrip van haar openbare instanties, een beletsel vormt om op haar grondgebied uitsluitend activiteiten of diensten aan te bieden voor rekening van of met garantiestelling door of gebruikmaking van de financiële middelen van de partij, tenzij verleners van financiële diensten deze activiteiten krachtens haar interne regelgeving in concurrentie met openbare instanties of particuliere instellingen kunnen aanbieden.

Artikel 7.45. Beslechting van geschillen
1.

Tenzij in dit artikel anders wordt bepaald is hoofdstuk veertien (Beslechting van geschillen) van toepassing op de beslechting van geschillen over financiële diensten die uitsluitend in het kader van dit hoofdstuk ontstaan.

2.

Het Handelscomité stelt uiterlijk zes maanden na de inwerkintreding van deze overeenkomst een lijst op van vijftien personen. Elk van beide partijen stelt vijf natuurlijke personen voor en de partijen kiezen tevens vijf natuurlijke personen die geen onderdaan van een van de partijen zijn en als voorzitter van het arbitragepanel fungeren. Deze personen beschikken over deskundigheid of ervaring op het gebied van de wetgeving betreffende of de praktijk van financiële diensten, waaronder in voorkomend geval de reglementering ten aanzien van verleners van financiële diensten, en leven de in bijlage 14-C opgenomen gedragscode (Gedragscode voor leden van arbitragepanels en bemiddelaars) na.

3.

Indien panelleden door loting worden aangewezen krachtens lid 3 van artikel 14.5 (Instelling van het arbitragepanel), lid 3 van artikel 14.9 (Redelijke termijn voor naleving), lid 3 van artikel 14.10 (Onderzoek van maatregelen getroffen tot naleving van de uitspraak van het arbitragepanel), lid 4 van artikel 14.11 (Tijdelijke maatregelen bij niet-naleving), lid 3 van artikel 14.12 (Onderzoek van nalevingsmaatregelen getroffen na de opschorting van verplichtingen), of de artikelen 6.1, 6.3 en 6.4 (Vervanging) van bijlage 14-B (Procedureregels voor arbitrage), dan geschiedt de aanwijzing uit de in lid 2 bedoelde lijst.

4.

In afwijking van artikel 14.11 mag de klagende partij, indien een panel tot de conclusie komt dat een maatregel niet in overeenstemming met deze overeenkomst is en de maatregel waartegen wordt opgekomen, de financiële-dienstensector en enige andere sector beïnvloedt, voordelen in de financiële-dienstensector van gelijke werking als de maatregel in haar financiële-dienstensector opschorten. Wanneer een dergelijke maatregel uitsluitend een andere sector dan de financiële-dienstensector beïnvloedt, mag de klagende partij de voordelen in de financiële-dienstensector niet opschorten.

Artikel 7.46. Erkenning
1.

Een partij kan prudentiële maatregelen van de andere partij erkennen door te bepalen op welke wijze de maatregelen van de partij met betrekking tot financiële diensten worden toegepast. Deze erkenning, door harmonisatie of op andere wijze, kan op een overeenkomst of regeling tussen de partijen worden gebaseerd of autonoom geschieden.

2.

Een partij die bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst dan wel daarna partij is bij een in lid 1 bedoelde overeenkomst of regeling met een derde partij, geeft de andere partij voldoende gelegenheid om over haar toetreding tot die overeenkomst of regeling te onderhandelen of met haar over daarmee vergelijkbare overeenkomsten of regelingen te onderhandelen in omstandigheden die tot gelijkwaardige resultaten leiden op het gebied van regelgeving, toezicht en tenuitvoerlegging van die regelgeving en, indien van toepassing, procedures voor de uitwisseling van informatie tussen de partijen bij de overeenkomst of regeling. Wanneer een partij autonoom tot erkenning overgaat, geeft zij de andere partij voldoende gelegenheid aan te tonen dat deze omstandigheden bestaan.

ONDERAFDELING F. INTERNATIONAAL ZEEVERVOER

Artikel 7.47. Toepassingsgebied, definities en beginselen
1.

Deze onderafdeling bevat de beginselen voor de liberalisering, in overeenstemming met de afdelingen B tot en met D, van diensten die verband houden met internationaal zeevervoer.

2.

Voor de toepassing van deze onderafdeling:

  • a. omvat internationaal zeevervoer ook vervoer van deur tot deur, zijnde het vervoer van goederen met behulp van meer dan een wijze van vervoer, waaronder ook vervoer over zee, met een enkel vervoersdocument, en in verband daarmee ook het recht rechtstreeks met dienstverleners voor andere wijzen van vervoer contracten te sluiten;
  • b. wordt onder behandeling van zeevracht verstaan activiteiten van stuwadoorsbedrijven en terminalexploitanten, maar zonder de activiteiten van dokwerkers, wanneer dezen niet door de stuwadoorsbedrijven of terminalexploitanten zijn tewerkgesteld. De hier bedoelde activiteiten omvatten de organisatie van en het toezicht op:
  • i. het laden en lossen van schepen;
  • ii. het sjorren en losmaken van vracht; en
  • iii. het in ontvangst nemen/afleveren en bewaken van vracht vóór verscheping of na lossing;
  • c. wordt onder in- en uitklaring verstaan de afhandeling van douaneformaliteiten namens een derde met betrekking tot de in-, uit- of doorvoer van vracht, ongeacht of deze dienst de hoofdactiviteit van de dienstverlener is of een gebruikelijke aanvulling op diens hoofdactiviteit;
  • d. wordt onder diensten in verband met de opslag van containers verstaan de opslag van containers op haventerreinen, om ze te laden of te lossen, te repareren en gereed te maken voor verscheping; en
  • e. wordt onder diensten van scheepsagenten verstaan activiteiten waarbij de zakelijke belangen van een of meer scheepvaartlijnen of scheepvaartmaatschappijen binnen een bepaald geografisch gebied door een agent worden behartigd voor de volgende doeleinden:
  • i. marketing en verkoop van zeevervoer en aanverwante diensten, van de prijsopgave tot de facturering, alsmede het afgeven van vrachtbrieven namens de maatschappijen, het kopen en weer verkopen van de nodige aanverwante diensten, het opstellen van documenten en het verschaffen van bedrijfsinformatie; en
  • ii. het optreden namens ondernemingen, het organiseren van de afroep van aanvragen om scheepsruimte of, indien nodig, het overnemen van vracht.
3.

Gezien het huidige niveau van de liberalisering tussen de partijen op het gebied van het internationale zeevervoer:

  • a. passen de partijen het beginsel van onbeperkte toegang tot de internationale markten voor zeevervoer op commerciële en niet-discriminerende grondslag toe; en
  • b. kent elk van beide partijen aan vaartuigen die de vlag voeren van de andere partij of worden geëxploiteerd door dienstverleners van de andere partij, een behandeling toe die niet minder gunstig is dan die welke zij aan haar eigen vaartuigen toekent voor, onder meer, de toegang tot havens, het gebruik van infrastructuur en ondersteunende havendiensten voor zeevervoer, evenals de daarmee verband houdende vergoedingen en heffingen, douanediensten en de toewijzing van aanlegplaatsen en laad- en losinstallaties.
4.

Bij de toepassing van deze beginselen:

  • a. nemen de partijen in toekomstige bilaterale overeenkomsten met derden geen vrachtverdelingsregelingen op met betrekking tot zeevervoerdiensten, met inbegrip van het vervoer van droge en vloeibare bulkladingen en het lijnverkeer, en zien zij ervan af dergelijke vrachtverdelingsregelingen te activeren wanneer deze in eerdere bilaterale overeenkomsten voorkomen; en
  • b. heffen de partijen bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst alle unilaterale maatregelen en administratieve, technische en andere belemmeringen op die de vrije en eerlijke mededinging kunnen beperken of die een verkapte beperking zijn van of een discriminerend effect hebben op het vrij verrichten van diensten in het internationale zeevervoer, en zien zij af van invoering ervan.
5.

Iedere partij staat verleners uit de andere partij van diensten in het internationale zeevervoer toe op haar grondgebied een vestiging te hebben onder voorwaarden, wat vestiging en exploitatie betreft, die niet minder gunstig zijn dan die welke zij aan haar eigen dienstverleners of aan dienstverleners uit derde landen, indien deze laatsten betere voorwaarden genieten, toekent overeenkomstig de voorwaarden die in haar lijst van verbintenissen zijn opgenomen.

6.

Elk van beide partijen geeft verleners uit de andere partij van diensten in het internationale zeevervoer op redelijke en niet-discriminerende voorwaarden toegang tot de volgende havendiensten:

  • a. loodsen;
  • b. hulp van duw- en sleepboten;
  • c. bevoorrading;
  • d. brandstof en water;
  • e. ophalen en verwerking van afval;
  • f. kapiteinsdiensten;
  • g. navigatiehulp; en
  • h. diensten vanaf de wal die essentieel zijn voor het functioneren van een schip, waaronder communicatie, water en elektriciteit, faciliteiten voor noodreparaties, verankering en aan- en afmeren.

AFDELING F. ELEKTRONISCHE HANDEL

Artikel 7.48. Doelstellingen en beginselen
1.

De partijen erkennen dat elektronische handel tot economische groei leidt en handelsmogelijkheden biedt, dat het van belang is belemmeringen voor het gebruik en de ontwikkeling ervan te vermijden, en dat de WTO-Overeenkomst op maatregelen met betrekking tot elektronische handel van toepasssing is, en komen overeen de ontwikkeling van hun onderlinge elektronische handel te bevorderen, met name door samenwerking op het gebied van de vraagstukken die in het kader van dit hoofdstuk door de elektronische handel worden opgeworpen.

2.

De partijen zijn het erover eens dat de ontwikkeling van de elektronische handel volledig in overeenstemming moet zijn met de internationale normen inzake gegevensbescherming, teneinde ervoor te zorgen dat de gebruikers vertrouwen in de elektronische handel hebben.

3.

De partijen komen overeen geen douanerechten te heffen op leveringen langs elektronische weg41De opname van de elektronische handel in dit hoofdstuk doet geen afbreuk aan het Koreaanse standpunt over de vraag of leveringen langs elektronische weg als handel in diensten of als handel in goederen moeten worden beschouwd..

Artikel 7.49. Samenwerking op het gebied van regelgeving
1.

De partijen onderhouden een dialoog over regelgevingskwesties in verband met de elektronische handel, onder meer over:

  • a. erkenning van aan het publiek afgegeven certificaten voor elektronische handtekeningen en bevordering van grensoverschrijdende certificeringsdiensten;
  • b. aansprakelijkheid van intermediairs bij de doorgifte of opslag van informatie;
  • c. behandeling van ongevraagde elektronische commerciële communicatie;
  • d. consumentenbescherming op het gebied van de elektronische handel;
  • e. ontwikkeling van papierloze handel; en
  • f. andere kwesties die van belang zijn voor de ontwikkeling van de elektronische handel.
2.

De dialoog kan uitwisseling van informatie omvatten over de respectieve wetgeving van de partijen met betrekking tot deze kwesties en over de tenuitvoerlegging van die wetgeving.

AFDELING G. UITZONDERINGEN

Artikel 7.50. Uitzonderingen

Mits de hieronder bedoelde maatregelen niet zodanig worden toegepast dat zij een middel tot een willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie tussen landen bij soortgelijke omstandigheden, of een verkapte beperking van het recht van vestiging of van grensoverschrijdende diensten vormen, wordt geen bepaling van dit hoofdstuk uitgelegd als beletsel voor het vaststellen of toepassen door een van de partijen van maatregelen die:

  • a. noodzakelijk zijn voor de bescherming van de openbare veiligheid of de openbare zeden of voor de handhaving van de openbare orde42)De uitzondering betreffende de openbare orde mag slechts worden ingeroepen in geval van een daadwerkelijke en voldoende ernstige bedreiging van de fundamentele maatschappelijke belangen.;
  • b. noodzakelijk zijn voor de bescherming van het leven en de gezondheid van mens, dier of plant;
  • c. betrekking hebben op de instandhouding van niet-duurzame natuurlijke hulpbronnen, mits die maatregelen met beperkingen voor interne investeerders of met beperkingen van het interne aanbod of verbruik van diensten gepaard gaan;
  • d. noodzakelijk zijn voor de bescherming van nationaal artistiek, historisch of archeologisch erfgoed;
  • e. noodzakelijk zijn voor de handhaving van wet- en regelgeving die niet strijdig zijn met de bepalingen van dit hoofdstuk, met inbegrip van die welke betrekking hebben op:
  • i. het voorkómen van misleidende of frauduleuze praktijken of op middelen om de gevolgen van de niet-nakoming van contracten te compenseren;
  • ii. de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in verband met de verwerking en verspreiding van persoonsgegevens en op de bescherming van de vertrouwelijke aard van persoonlijke dossiers en rekeningen;
  • iii. de veiligheid;
  • f. strijdig zijn met de artikelen 7.6 en 7.12, mits het verschil in behandeling bedoeld is om directe belastingen op billijke of doeltreffende43)Maatregelen die bedoeld zijn om directe belastingen op billijke of doeltreffende wijze te kunnen opleggen en innen omvatten maatregelen die een partij op grond van zijn belastingstelsel neemt en die:a.van toepassing zijn op investeerders en dienstverleners die geen ingezetenen zijn, gezien het feit dat de fiscale verplichtingen van niet-ingezetenen worden vastgesteld op grond van belastbare feiten die hun oorsprong vinden of geschieden op het grondgebied van de partij;b.van toepassing zijn op niet-ingezetenen om ervoor te zorgen dat belastingen op het grondgebied van de partij kunnen worden opgelegd of geïnd;c.van toepassing zijn op niet-ingezetenen of ingezetenen ter voorkoming van belastingontwijking of -ontduiking, uitvoeringsbepalingen daaronder begrepen;d.van toepassing zijn op gebruikers van diensten die op of vanaf het grondgebied van de andere partij worden verleend, om ervoor te zorgen dat door die gebruikers verschuldigde belastingen die hun bron op het grondgebied van de partij hebben, kunnen worden opgelegd of geïnd;e.een onderscheid maken tussen enerzijds investeerders en dienstverleners die belastingplichtig zijn ter zake van wereldwijd belastbare feiten, en anderzijds andere investeerders en dienstverleners, gezien het verschil in de aard van de heffingsgrondslag tussen hen; off.inkomen, winst, voordeel, verlies, aftrek of krediet van ingezeten personen of filialen, dan wel tussen gelieerde personen of filialen van dezelfde persoon vaststellen, toewijzen of omslaan, om de belastinggrondslag van de partij te behouden.De belastingvoorwaarden of -concepten in dit lid en deze voetnoot worden vastgesteld volgens de belastingdefinities en -concepten, dan wel gelijkwaardige of soortgelijke definities en concepten van het nationale recht van de partij die de maatregel neemt.wijze te kunnen opleggen of innen ten aanzien van economische activiteiten, investeerders of dienstverleners uit de andere partij.

HOOFDSTUK ACHT. BETALINGS- EN KAPITAALVERKEER

Artikel 8.1. Lopende betalingen

De partijen verbinden zich ertoe overeenkomstig de Statuten van het Internationaal Monetair Fonds toe te staan dat alle betalingen en overboekingen op de lopende rekening van de betalingsbalans tussen ingezetenen van de partijen worden verricht in vrij converteerbare valuta, en geen beperkingen dienaangaande vast te stellen.

Artikel 8.2. Kapitaalverkeer
1.

Wat de verrichtingen op de kapitaalrekening en de financiële rekening van de betalingsbalans betreft, verbinden de partijen zich ertoe het vrije kapitaalverkeer niet te beperken ten aanzien van in overeenstemming met de wetgeving van het gastland verrichte directe investeringen, overeenkomstig hoofdstuk zeven (Handel in diensten, vestiging en elektronische handel) geliberaliseerde investeringen en andere transacties, en de liquidatie en repatriëring van het aldus geïnvesteerde kapitaal en de opbrengsten daarvan.

2.

Onverminderd hetgeen elders in deze overeenkomst is bepaald, waarborgen de partijen met betrekking tot niet onder lid 1 vallende verrichtingen op de kapitaalrekening en de financiële rekening van de betalingsbalans overeenkomstig de wetgeving van het gastland het vrije verkeer van kapitaal voor investeerders uit de andere partij in verband met, onder meer:

  • a. kredieten in verband met commerciële transacties, waaronder het verlenen van diensten waaraan een ingezetene van een partij deelneemt;
  • b. financiële leningen en kredieten; of
  • c. deelneming in het kapitaal van een rechtspersoon zonder intentie duurzame economische banden aan te knopen of te handhaven.
3.

Onverminderd het bepaalde in deze overeenkomst voeren de partijen geen nieuwe beperkingen in op het kapitaalverkeer tussen ingezetenen van de partijen en brengen zij in de bestaande regelingen geen verdere beperkingen aan.

4.

De partijen kunnen overleg plegen teneinde hun onderlinge kapitaalverkeer verder te vergemakkelijken met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst.

Artikel 8.3. Uitzonderingen

Mits de hieronder bedoelde maatregelen niet zodanig worden toegepast dat zij een middel tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie tussen landen bij soortgelijke omstandigheden, of een verkapte beperking van het kapitaalverkeer vormen, wordt geen bepaling van dit hoofdstuk uitgelegd als beletsel voor het vaststellen of toepassen door een van de partijen van maatregelen die:

  • a. noodzakelijk zijn voor de bescherming van de openbare veiligheid en de openbare zeden of de handhaving van de openbare orde; of
  • b. noodzakelijk zijn voor de handhaving van wet- en regelgeving die niet strijdig zijn met de bepalingen van dit hoofdstuk, met inbegrip van die welke betrekking hebben op:
  • i. het voorkómen van overtredingen of misdrijven, misleidende of frauduleuze praktijken of op middelen om de gevolgen van de niet-nakoming van contracten te compenseren (faillissement, insolventie en crediteurenbescherming);
  • ii. het verzekeren van de integriteit en de stabiliteit van het financiële stelsel van een partij;
  • iii. de uitgifte van, de handel in of de verhandeling van effecten, opties, futures of andere derivaten;
  • iv. de financiële verslaglegging of boekhouding van betalingen indien nodig om hulp te bieden in het kader van rechtshandhaving of aan financiële regelgevende autoriteiten; of
  • v. het verzekeren dat wordt voldaan aan beschikkingen of uitspraken in gerechtelijke of administratieve procedures.
Artikel 8.4. Vrijwaringsmaatregelen
1.

Wanneer in uitzonderlijke omstandigheden betalingen en kapitaalbewegingen tussen de partijen ernstige moeilijkheden veroorzaken of dreigen te veroorzaken voor het monetair beleid of het wisselkoersbeleid44)Onder „ernstige moeilijkheden voor het monetair beleid of het wisselkoersbeleid” wordt onder meer begrepen: ernstige betalingsbalans- of externe financiële moeilijkheden, en de vrijwaringsmaatregelen krachtens dit artikel zijn niet van toepassing op buitenlandse directe investeringen.van Korea of van een of meer van de lidstaten van de Europese Unie, kunnen strikt noodzakelijke vrijwaringsmaatregelen45)De in dit artikel bedoelde vrijwaringsmaatregelen dienen met name zodanig te worden toegepast dat zij:a.niet tot confiscatie leiden;b.in de praktijk niet tot een duaal of meervoudig koersstelsel leiden;c.niet anderszins interfereren met het vermogen van de investeerder om een marktrendement te behalen op het grondgebied van de partij die vrijwaringsmaatregelen heeft genomen ten aanzien van de activa waarop de beperkingen zien;d.geen onnodig nadeel toebrengen aan de commerciële, economische en financiële belangen van de andere partij;e.van tijdelijke aard zijn en geleidelijk worden afgebouwd wanneer de situatie die tot dergelijke maatregelen noopt, verbetert; enf.door de voor het wisselkoersbeleid bevoegde autoriteiten onverwijld worden bekendgemaakt.ten aanzien van kapitaalbewegingen worden genomen door de betrokken partijen46)De Europese Unie of lidstaten van de Europese Unie of Korea., voor een periode van ten hoogste zes maanden47)Zolang de omstandigheden van het tijdstip waarop de vrijwaringsmaatregelen of daarmee gelijkwaardige maatregelen zijn genomen, voortduren, kan de toepassing van vrijwaringsmaatregelen door de betrokken partij met nog eens zes maanden worden verlengd. Indien een partij in uiterst uitzonderlijke omstandigheden de vrijwaringsmaatregelen nog verder wil verlengen, pleegt zij vooraf overleg met de andere partij over de tenuitvoerlegging van de voorgestelde verlenging..

2.

Het Handelscomité wordt onverwijld in kennis gesteld van de vaststelling van vrijwaringsmaatregelen en zo spoedig mogelijk van een tijdschema voor de intrekking ervan.

HOOFDSTUK NEGEN. OVERHEIDSOPDRACHTEN

Artikel 9.1. ALGEMENE BEPALINGEN
1.

De partijen bevestigen hun rechten en verplichtingen uit hoofde van de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten, die is opgenomen in bijlage 4 bij de WTO-Overeenkomst, hierna „de GPA 1994” genoemd, en hun belang bij een verdere uitbreiding van bilaterale handelsmogelijkheden op de markt voor overheidsopdrachten van elk van beide partijen.

2.

De partijen erkennen hun gedeelde belangstelling voor de bevordering van de internationale liberalisering van markten voor overheidsopdrachten in het kader van het geregulariseerde internationale handelsstelsel. De partijen zullen blijven samenwerken bij de herziening krachtens artikel XXIV, lid 7, van de GPA 1994 en in andere internationale fora ter zake.

3.

Geen enkele bepaling in dit hoofdstuk wordt zo uitgelegd dat wordt afgeweken van de rechten of verplichtingen van een van de partijen uit hoofde van de GPA 1994 of van een overeenkomst ter vervanging daarvan.

4.

Voor alle opdrachten waarop dit hoofdstuk van toepassing is, passen de partijen de voorlopig overeengekomen herziene GPA-tekst48)Opgenomen in WTO Document negs 268 (Job No[1].8274) van 19 november 2007., hierna de „herziene GPA” genoemd, toe, met uitzondering van onderstaande bepalingen:

  • a. de meestbegunstigingsbehandeling voor goederen en diensten en leveranciers en dienstverleners van andere partijen (artikel IV, lid 1, onder b), en lid 2, van de herziene GPA);
  • b. de bijzondere en gedifferentieerde behandeling van ontwikkelingslanden (artikel V van de herziene GPA);
  • c. de voorwaarden voor deelname (artikel VIII, lid 2, van de herziene GPA), die worden vervangen door: „legt niet de voorwaarde op dat een leverancier of dienstverlener van een partij alleen aan een opdracht kan deelnemen of hem alleen een opdracht kan worden gegund wanneer de aanbestedende dienst van de andere partij hem eerder een of meer opdrachten heeft gegund of wanneer hij vroegere werkervaring op het grondgebied van die partij heeft, tenzij die vroegere werkervaring van wezenlijk belang is om aan de eisen van de opdracht te voldoen;”;
  • d. de instellingen (artikel XXI van de herziene GPA); en
  • e. de slotbepalingen (artikel XXII van de herziene GPA).
5.

Voor de toepassing van de herziene GPA ingevolge lid 4 wordt verstaan onder:

  • a. „overeenkomst” in de herziene GPA: „hoofdstuk”, behalve dat onder „landen die geen partij bij deze overeenkomst zijn” wordt verstaan „niet-partijen” en onder „partij bij de overeenkomst” „partij”;
  • b. „andere partijen” in de herziene GPA: „de andere partij”; en
  • c. „het comité” in de herziene GPA: „de werkgroep”.
Artikel 9.2. Toepassingsgebied en dekking
1.

Dit hoofdstuk is van toepassing op alle opdrachten waarop de bijlagen bij de GPA 1994 van elk van beide partijen alsmede alle aan die bijlagen gehechte aantekeningen, met inbegrip van de wijzigingen of vervangingen daarvan, van toepassing zijn.

2.

Voor de toepassing van deze overeenkomst is bijlage 9 van toepassing op build-operate-transfer-contracten, hierna „BOT-contracten” genoemd, en op concessies voor openbare werken, zoals gedefinieerd in bijlage 9.

Artikel 9.3. Werkgroep overheidsopdrachten

De Werkgroep overheidsopdrachten, opgericht krachtens lid 1 van artikel 15.3 (Werkgroepen) komt in onderling overleg of op verzoek van een van de partijen bijeen om:

  • a. problemen met betrekking tot overheidsopdrachten en BOT-contracten of concessies voor openbare werken te bestuderen, die een van de partijen aan de werkgroep heeft voorgelegd;
  • b. informatie uit te wisselen over de mogelijkheden die elk van de partijen biedt met betrekking tot overheidsopdrachten en BOT-contracten of concessies voor openbare werken; en
  • c. alle andere aangelegenheden met betrekking tot dit hoofdstuk te bespreken.

HOOFDSTUK TIEN. INTELLECTUELE EIGENDOM

AFDELING A. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 10.1. Doelstellingen

De doelstellingen van dit hoofdstuk zijn:

  • a. het bevorderen van de productie en commercialisering van innovatieve en creatieve producten in de partijen; en
  • b. het bereiken van een adequaat en doeltreffend beschermings- en handhavingsniveau voor intellectuele-eigendomsrechten.
Artikel 10.2. Aard en toepassingsgebied van de verplichtingen
1.

De partijen waarborgen een adequate en doeltreffende tenuitvoerlegging van de internationale verdragen inzake intellectuele eigendom waarbij zij partij zijn, met inbegrip van de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom, die is opgenomen in bijlage 1C bij de WTO-Overeenkomst, hierna de „TRIPs-overeenkomst” genoemd. De bepalingen van dit hoofdstuk vormen een aanvulling op en specificatie van de tussen de partijen geldende rechten en verplichtingen uit hoofde van de TRIPs-overeenkomst.

2.

Voor de toepassing van deze overeenkomst behoren tot de intellectuele-eigendomsrechten:

  • a. auteursrechten, met inbegrip van auteursrechten op computerprogramma's en databanken, en naburige rechten;
  • b. rechten in verband met octrooien;
  • c. handelsmerken;
  • d. dienstmerken;
  • e. modellen;
  • f. ontwerpen voor schakelpatronen (topografieën) van geïntegreerde schakelingen;
  • g. geografische aanduidingen;
  • h. kwekersrechten; en
  • i. bescherming van niet openbaar gemaakte informatie.
3.

De bescherming van intellectuele eigendom omvat ook de bescherming tegen oneerlijke concurrentie zoals bedoeld in artikel 10 bis van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom (1967), hierna „het Verdrag van Parijs” genoemd.

Artikel 10.3. Overdracht van technologie
1.

De partijen komen overeen standpunten en informatie uit te wisselen over hun praktijk en beleid met betrekking tot de overdracht van technologie, zowel binnen hun respectieve grondgebied als met derde landen. Dit omvat in het bijzonder maatregelen om informatiestromen, zakelijke partnerschappen, de verlening van licenties en onderaanbesteding te vergemakkelijken. Er wordt bijzondere aandacht besteed aan de voorwaarden die nodig zijn voor het scheppen van een passend gunstig klimaat voor technologieoverdracht in de gastlanden, met inbegrip van onder meer kwesties als de ontwikkeling van menselijk kapitaal en een juridisch kader.

2.

Elk van beide partijen neemt passende maatregelen om licentiepraktijken of -voorwaarden met betrekking tot intellectuele-eigendomsrechten te voorkomen of te regelen, voor zover deze praktijken of voorwaarden de internationale technologieoverdracht kunnen schaden en een misbruik van intellectuele-eigendomsrechten door de houders van die rechten vormen.

Artikel 10.4. Uitputting

Het staat de partijen vrij hun eigen regeling voor de uitputting van intellectuele-eigendomsrechten vast te stellen.

AFDELING B. NORMEN BETREFFENDE INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN

ONDERAFDELING A. AUTEURSRECHT EN NABURIGE RECHTEN

Artikel 10.5. Geboden bescherming

De partijen leven de volgende bepalingen na:

Artikel 10.6. Duur van auteursrechten

Elk van beide partijen zorgt ervoor dat wanneer de duur van de bescherming van een werk op basis van het leven van een natuurlijk persoon moet worden berekend, deze duur niet korter is dan het leven van de auteur plus 70 jaar na de dood van de auteur.

Artikel 10.7. Omroeporganisaties
1.

De rechten van omroeporganisaties vervallen niet eerder dan 50 jaar na de eerste transmissie van een uitzending, ongeacht of de transmissie van deze uitzendingen plaatsvindt via de kabel of via de ether, via satelliet daaronder begrepen.

2.

Geen van beide partijen staat retransmissie van televisiesignalen (via terrestrische, kabel- of satellietverbinding) op internet toe zonder vergunning van de houder of houders (zo die er zijn) van het recht op de inhoud van het signaal en van het signaal zelf49)Voor de toepassing van dit lid is retransmissie op het grondgebied van een partij via een gesloten en welbepaald netwerk van abonnees dat niet toegankelijk is van buiten het grondgebied van de partij, geen retransmissie op internet..

Artikel 10.8. Samenwerking bij het collectieve beheer van rechten

De partijen streven ernaar de vaststelling van regelingen tussen hun respectieve auteursrechtenorganisaties te bevorderen, teneinde de toegang tot en de levering van inhoud tussen de partijen te vergemakkelijken en de wederzijdse overdracht van royalty's voor het gebruik van werken of ander door auteursrechten beschermd materiaal van de partijen te waarborgen. De partijen streven ernaar een hoog niveau van rationalisatie te bereiken en de transparantie met betrekking tot de uitvoering van de taak van hun respectieve auteursrechtenorganisaties te verbeteren.

Artikel 10.9. Uitzending en mededeling aan het publiek
1.

Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

  • a. uitzending: de draadloze transmissie van geluiden of van beelden en geluiden of van de weergaven daarvan voor ontvangst door het publiek; een dergelijke transmissie via satelliet wordt ook onder uitzending begrepen; de transmissie van gecodeerde signalen geldt als uitzending wanneer de middelen voor decodering aan het publiek worden geleverd door of met toestemming van de omroeporganisatie; en onder
  • b. mededeling aan het publiek: de overdracht aan het publiek door elk medium anders dan door uitzending, van geluiden van een uitvoering of de op een fonogram vastgelegde geluiden of weergaven van geluiden. Voor de toepassing van lid 5 wordt onder „mededeling aan het publiek” ook verstaan het voor het publiek hoorbaar maken van de op een fonogram vastgelegde geluiden of weergaven van geluiden.
2.

Elk van beide partijen verleent uitvoerende kunstenaars het uitsluitend recht om draadloze uitzending en mededeling aan het publiek van hun uitvoeringen toe te staan of te verbieden, behalve wanneer de uitvoering zelf al een uitgezonden uitvoering is of gemaakt is op basis van een vastlegging.

3.

Elk van beide partijen verleent uitvoerende kunstenaars en producenten van fonogrammen recht op een enkele billijke vergoeding voor het gebruik van voor commerciële doeleinden gepubliceerde fonogrammen of reproducties daarvan ten behoeve van draadloze uitzending of enigerlei mededeling aan het publiek.

4.

Elk van beide partijen neemt in haar wetgeving de bepaling op dat de enkele billijke vergoeding door de gebruiker verschuldigd is aan de uitvoerend kunstenaar, aan de producent van een fonogram, of aan beiden. De partijen kunnen in hun wetgeving de voorwaarden bepalen volgens welke uitvoerende kunstaars en producenten van fonogrammen de enkele billijke beloning verdelen wanneer hierover geen overeenstemming tussen de uitvoerend kunstenaar en de producent van een fonogram is bereikt.

5.

Elk van beide partijen verleent omroeporganisaties het uitsluitend recht om onderstaande handelingen toe te staan of te verbieden:

  • a. heruitzending van hun uitzendingen;
  • b. vastlegging van hun uitzendingen; en
  • c. mededeling aan het publiek van hun televisie-uitzendingen indien die mededeling geschiedt op plaatsen die tegen betaling van een entreeprijs voor het publiek toegankelijk zijn. De voorwaarden waaronder dit recht kan worden uitgeoefend, worden bepaald door het interne recht van de staat waar bescherming van dit recht wordt gevraagd.
Artikel 10.10. Volgrecht van kunstenaars

De partijen komen overeen van gedachten te wisselen en informatie uit te wisselen over de praktijk en het beleid met betrekking tot het volgrecht van kunstenaars. De partijen treden binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst opnieuw in overleg over de wenselijkheid en haalbaarheid van de invoering van het volgrecht van kunstenaars in Korea.

Artikel 10.11. Beperkingen en uitzonderingen

De partijen kunnen in hun wetgeving voorzien in beperkingen van en uitzonderingen op de in de artikelen 10.5 tot en met 10.10 bedoelde aan de houders van een recht verleende rechten in bepaalde bijzondere gevallen die niet in strijd zijn met een normale exploitatie van het werk en geen onredelijke inbreuk zijn op de rechtmatige belangen van de houders van het recht.

Artikel 10.12. Bescherming van technische voorzieningen
1.

Elk van beide partijen voorziet in een passende rechtsbescherming tegen het omzeilen van doeltreffende technische voorzieningen door een persoon die weet of redelijkerwijs behoort te weten dat hij aldus handelt.

2.

Elk van beide partijen voorziet in een passende rechtsbescherming tegen de vervaardiging, invoer, distributie, verkoop, verhuur, reclame voor verkoop of verhuur, of het bezit voor commerciële doeleinden van inrichtingen, producten of onderdelen, of het verrichten van diensten die:

  • a. gestimuleerd, aangeprezen of in de handel gebracht worden om de bescherming te omzeilen van,
  • b. slechts een commercieel beperkt doel of nut hebben, naast de omzeiling van de bescherming van, of
  • c. in het bijzonder ontworpen, geproduceerd of aangepast zijn dan wel verricht worden met het doel de omzeiling mogelijk of gemakkelijker te maken van

doeltreffende technische voorzieningen.

3.

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt onder technologische voorzieningen verstaan technologie, inrichtingen of onderdelen die in het kader van hun normale werking dienen voor het voorkomen of beperken van handelingen ten aanzien van werken of ander materiaal, die niet zijn toegestaan door de houders van auteursrechten of in de wetgeving van elk van beide partijen vastgelegde naburige rechten. Technische voorzieningen worden geacht doeltreffend te zijn indien het gebruik van een beschermd werk of van ander beschermd materiaal door de rechthebbenden wordt gecontroleerd door toepassing van een controle op de toegang of een beschermingsprocédé zoals encryptie, versluiering of een andere transformatie van het werk of ander materiaal, of een kopieerbeveiliging die de beoogde bescherming bereikt.

4.

Elk van beide partijen kan in overeenstemming met haar wetgeving en de in artikel 10.5 genoemde internationale overeenkomsten ter zake voorzien in uitzonderingen op en beperkingen van maatregelen ter uitvoering van de leden 1 en 2.

Artikel 10.13. Bescherming van informatie over het beheer van rechten
1.

Elk van beide partijen voorziet in een passende rechtsbescherming tegen eenieder die opzettelijk op ongeoorloofde wijze een van de volgende handelingen verricht:

  • a. de verwijdering of wijziging van elektronische informatie betreffende het beheer van rechten,
  • b. de verspreiding, de invoer ter verspreiding, de uitzending, de mededeling aan het publiek of de beschikbaarstelling voor het publiek van werken of ander materiaal beschermd krachtens deze overeenkomst, waaruit op ongeoorloofde wijze elektronische informatie betreffende het beheer van rechten is verwijderd of waarin op ongeoorloofde wijze dergelijke informatie is gewijzigd,

en die weet of redelijkerwijs behoort te weten dat hij zodoende aanzet tot een inbreuk op het auteursrecht of de in de wetgeving van de desbetreffende partij vastgestelde naburige rechten, dan wel een dergelijke inbreuk mogelijk maakt, vergemakkelijkt of verbergt.

2.

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt onder informatie over het beheer van rechten verstaan alle door de houders van een recht verstrekte informatie die dient ter identificatie van het werk of het andere materiaal bedoeld in deze overeenkomst, dan wel van de auteur of een andere rechthebbende, of informatie betreffende de voorwaarden voor het gebruik van het werk of het andere materiaal, alsook de cijfers of codes waarin die informatie vervat ligt.

3.

Lid 2 is van toepassing wanneer bestanddelen van deze informatie zijn verbonden met een kopie, of kenbaar worden bij de mededeling aan het publiek, van een werk of ander materiaal bedoeld in deze overeenkomst.

Artikel 10.14. Overgangsbepaling

Korea legt de in de artikelen 10.6 en 10.7 bedoelde verplichtingen binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst volledig ten uitvoer.

ONDERAFDELING B. HANDELSMERKEN

Artikel 10.15. Registratieprocedure

De Europese Unie en Korea voorzien in een systeem voor de registratie van handelsmerken waarbij de redenen voor een weigering een handelsmerk te registreren schriftelijk aan de aanvrager wordt medegedeeld en hem ook elektronisch kan worden verstrekt, en de aanvrager de mogelijkheid krijgt die weigering aan te vechten en bij de rechter in beroep te gaan tegen een definitieve weigering. De Europese Unie en Korea zien er ook op toe dat belanghebbenden zich tegen aanvragen voor een handelsmerk kunnen verzetten. De Europese Unie en Korea voorzien in een openbaar toegankelijke databank voor aanvragen voor en de registratie van handelsmerken.

Artikel 10.16. Internationale overeenkomsten

De Europese Unie en Korea nemen het Verdrag inzake het handelsmerkenrecht (1994) in acht en stellen alles wat redelijkerwijs mogelijk is in het werk om het Verdrag van Singapore inzake handelsmerkenrecht (2006) in acht te nemen.

Artikel 10.17. Uitzonderingen op de rechten die zijn verbonden aan een handelsmerk

Elk van beide partijen voorziet in een eerlijk gebruik van beschrijvende termen als beperkte uitzondering op de rechten die verbonden zijn aan een handelsmerk en kan voorzien in andere beperkte uitzonderingen, mits bij die beperkte uitzonderingen rekening wordt gehouden met de legitieme belangen van de houder van het handelsmerk en van derden.

ONDERAFDELING C. GEOGRAFISCHE AANDUIDINGEN50)In deze onderafdeling heeft „geografische aanduiding” betrekking op:a.geografische aanduidingen, oorsprongsbenamingen, in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijn en tafelwijn met een geografische aanduiding, zoals bedoeld in Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad van 20 maart 2006, Verordening (EG) nr. 110/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2008, Verordening (EEG) nr. 1601/1991 van de Raad van 10 juni 1991, Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad van 17 mei 1999 en Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007, of bepalingen die deze verordeningen vervangen; enb.geografische aanduidingen als bedoeld in de Wet op de kwaliteitscontrole van landbouwproducten (Wet nr. 9759 van 9 juni 2009) en de Wet op de alcoholbelasting (Wet nr. 8852 van 29 februari 2008) van Korea.51)De bescherming van een geografische aanduiding krachtens deze onderafdeling doet geen afbreuk aan andere bepalingen in deze overeenkomst.

Artikel 10.18. Erkenning van geografische aanduidingen voor landbouwproducten, levensmiddelen en wijn
1.

Na onderzoek van de Wet op de kwaliteitscontrole van landbouwproducten en de uitvoeringsbepalingen daarvan, voor zover deze betrekking hebben op de registratie van, het toezicht op en de bescherming van geografische aanduidingen van landbouwproducten en levensmiddelen in Korea, concludeert de Europese Unie dat deze wetgeving beantwoordt aan de in lid 6 neergelegde elementen.

2.

Na onderzoek van Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad en de uitvoeringsbepalingen daarvan, voor zover deze betrekking hebben op de registratie van, het toezicht op en de bescherming van geografische aanduidingen van landbouwproducten en levensmiddelen in de Europese Unie, en van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector wijn concludeert Korea dat deze wetgeving beantwoordt aan de in lid 6 neergelegde elementen.

3.

Na onderzoek van een samenvatting van de specificaties van de landbouwproducten en levensmiddelen waarop de in bijlage 10-A opgenomen geografische aanduidingen van Korea die door Korea zijn geregistreerd krachtens de in lid 1 bedoelde wetgeving betrekking hebben, verbindt de Europese Unie zich ertoe de in bijlage 10-A opgenomen geografische aanduidingen van Korea te beschermen overeenkomstig het in dit hoofdstuk neergelegde beschermingsniveau.

4.

Na onderzoek van een samenvatting van de specificaties van de landbouwproducten en levensmiddelen waarop de in bijlage 10-A opgenomen geografische aanduidingen van de Europese Unie die door de Europese Unie zijn geregistreerd krachtens de in lid 2 bedoelde wetgeving betrekking hebben, verbindt Korea zich ertoe de in bijlage 10-A opgenomen geografische aanduidingen van de Europese Unie te beschermen overeenkomstig het in dit hoofdstuk neergelegde beschermingsniveau.

5.

Lid 3 is van toepassing op geografische aanduidingen voor wijn die zijn toegevoegd overeenkomstig artikel 10.24.

6.

De Europese Unie en Korea komen overeen dat de registratie van en het toezicht op in de leden 1 en 2 bedoelde geografische aanduidingen de volgende elementen omvatten:

  • a. een register waarin de op hun respectieve grondgebied beschermde geografische aanduidingen zijn opgenomen;
  • b. een administratieve procedure om te controleren dat de geografische aanduidingen aangeven dat waren hun oorsprong in een gebied, regio of plaats van een van beide partijen hebben wanneer een bepaalde kwaliteit, reputatie of ander kenmerk van die waren hoofdzakelijk valt toe te schrijven aan hun geografische oorsprong;
  • c. het vereiste dat een geregistreerde naam overeenkomt met een specifiek product of met specifieke producten waarvoor een productspecificatie is vastgelegd die alleen kan worden gewijzigd volgens de daarvoor voorgeschreven administratieve procedure;
  • d. bepalingen inzake toezicht op de productie;
  • e. wettelijke bepalingen waarin is neergelegd dat een geregistreerde naam kan worden gebruikt door iedere marktdeelnemer die het landbouwproduct of het levensmiddel overeenkomstig de desbetreffende specificatie in de handel brengt; en
  • f. een bezwaarprocedure waarbij rekening wordt gehouden met de legitieme belangen van vroegere gebruikers van namen, ongeacht of deze namen als een vorm van intellectuele eigendom worden beschermd.
Artikel 10.19. Erkenning van specifieke geografische aanduidingen voor wijn52)Wijn in de zin van deze onderafdeling is een product dat valt onder post 22.04 van het GS en dat:a.voldoet aan Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007, Verordening (EG) nr. 606/2009 van de Commissie van 10 juli 2009 en Verordening (EG) nr. 607/2009 van de Commissie van 14 juli 2009 of wetgeving ter vervanging daarvan, ofb.voldoet aan de Wet op de kwaliteitscontrole van landbouwproducten (Wet nr. 9759 van 9 juni 2009) en de Wet op de alcoholbelasting (Wet nr. 8852 van 29 februari 2008) van Korea., gearomatiseerde wijn53)Gearomatiseerde wijn in de zin van deze onderafdeling is een product dat valt onder post 22.05 van het GS en dat:a.voldoet aan Verordening (EG) nr. 1601/1991 van de Raad van 10 juni 1991 of wetgeving ter vervanging daarvan, ofb.voldoet aan de Wet op de kwaliteitscontrole van landbouwproducten (Wet nr. 9759 van 9 juni 2009) en de Wet op de alcoholbelasting (Wet nr. 8852 van 29 februari 2008) van Korea.en gedistilleerde dranken54)Gedistilleerde dranken in de zin van deze onderafdeling zijn producten die vallen onder post 22.08 van het GS en die:a.voldoen aan Verordening (EG) nr. 110/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2008 en Verordening (EEG) nr. 1014/90 van de Commissie van 24 april 1990, of wetgeving ter vervanging daarvan, ofb.voldoen aan de Wet op de kwaliteitscontrole van landbouwproducten (Wet nr. 9759 van 9 juni 2009) en de Wet op de alcoholbelasting (Wet nr. 8852 van 29 februari 2008) van Korea.
1.

In Korea worden de in bijlage 10-B opgenomen geografische aanduidingen van de Europese Unie beschermd voor producten waarvoor deze geografische aanduidingen overeenkomstig de desbetreffende wetgeving van de Europese Unie inzake geografische aanduidingen worden gebruikt.

2.

In de Europese Unie worden de in bijlage 10-B opgenomen geografische aanduidingen van Korea beschermd voor producten waarvoor deze geografische aanduidingen overeenkomstig de desbetreffende wetgeving van Korea inzake geografische aanduidingen worden gebruikt.

Artikel 10.20. Gebruiksrecht

Een uit hoofde van deze onderafdeling beschermde naam mag worden gebruikt door iedere marktdeelnemer die landbouwproducten, levensmiddelen, wijn, gearomatiseerde wijn of gedistilleerde dranken overeenkomstig de desbetreffende specificatie in de handel brengt.

Artikel 10.21. Omvang van de bescherming
1.

De in de artikelen 10.18 en 10.19 bedoelde geografische aanduidingen worden beschermd tegen:

  • a. het gebruik van middelen in de benaming of voorstelling van waren waarmee wordt aangeduid of gesuggereerd dat de waren in kwestie hun oorsprong hebben in een ander geografisch gebied dan de werkelijke plaats van oorsprong op een wijze die het publiek misleidt ten aanzien van de geografische oorsprong van de waren;
  • b. het gebruik van een geografische aanduiding ter benoeming van waren voor soortgelijke waren55)Voor alle waren wordt „soortgelijke waren” uitgelegd overeenkomstig artikel 23, lid 1, van de TRIPs-overeenkomst betreffende het gebruik van een geografische aanduiding ter benoeming van wijnen voor wijnen die niet hun oorsprong hebben in de door de geografische aanduiding in kwestie aangeduide plaats, of van een geografische aanduiding ter benoeming van gedistilleerde dranken voor gedistilleerde dranken die niet hun oorsprong hebben in de door de geografische aanduiding in kwestie aangeduide plaats.die niet hun oorsprong hebben in de door de geografische aanduiding in kwestie aangeduide plaats, zelfs wanneer de werkelijke oorsprong van de waren is vermeld of de geografische aanduiding wordt gebruikt in vertaling of transcriptie of vergezeld gaat van uitdrukkingen zoals „soort”, „type”, „stijl”, „imitatie” en dergelijke; en
2.

Deze overeenkomst doet op generlei wijze afbreuk aan het recht van een persoon om in het handelsverkeer zijn naam of de naam van zijn voorganger in zaken te gebruiken, behalve wanneer deze naam op zodanige wijze wordt gebruikt dat de consumenten daardoor wordt misleid.

3.

Indien de geografische aanduidingen van de partijen gelijkluidend zijn, wordt elke aanduiding beschermd mits deze te goeder trouw wordt gebruikt. De Werkgroep geografische aanduidingen bepaalt de praktische gebruiksvoorwaarden om gelijkluidende geografische aanduidingen van elkaar te onderscheiden, er rekening mee houdend dat de betrokken producenten een billijke behandeling moeten krijgen en de consumenten niet mogen worden misleid. Indien een door deze overeenkomst beschermde geografische aanduiding gelijkluidend is met een geografische aanduiding van een derde land, bepaalt elk van beide partijen de praktische gebruiksvoorwaarden om gelijkluidende geografische aanduidingen van elkaar te onderscheiden, er rekening mee houdend dat de betrokken producenten een billijke behandeling moeten krijgen en de consumenten niet mogen worden misleid.

4.

Geen enkele bepaling in deze overeenkomst verplicht de Europese Unie of Korea ertoe een geografische aanduiding die in het land van oorsprong niet of niet meer wordt beschermd of er in onbruik is geraakt, te beschermen.

5.

De bescherming van een geografische aanduiding uit hoofde van dit artikel doet geen afbreuk aan het voortgezette gebruik van een handelsmerk dat op het grondgebied van een partij werd aangevraagd, geregistreerd of, indien de toepasselijke wetgeving in die mogelijkheid voorziet, door gebruik werd verworven vóór de datum waarop bescherming of erkenning van de geografische aanduiding werd aangevraagd, mits er in de wetgeving van de betrokken partij geen redenen voor de ongeldigheid of de herroeping van het handelsmerk zijn. De datum waarop de bescherming of erkenning van de geografische aanduiding werd aangevraagd, wordt bepaald overeenkomstig artikel 10.23, lid 2.

Artikel 10.22. Handhaving van bescherming

De partijen handhaven de in de artikelen 10.18 tot en met 10.23 bedoelde bescherming op eigen initiatief door passend optreden van hun autoriteiten. Ook handhaven zij die bescherming op verzoek van een belanghebbende.

Artikel 10.23. Verband met handelsmerken
1.

Wanneer registratie van een handelsmerk leidt tot een van de in artikel 10.21, lid 1, bedoelde situaties in verband met een beschermde geografische aanduiding voor soortgelijke waren, wordt deze registratie door de partijen alleen geweigerd of nietig verklaard mits de registratie van het handelsmerk is aangevraagd na de datum waarop bescherming of erkenning van de geografische aanduiding op het betrokken grondgebied werd aangevraagd.

2.

Voor de toepassing van lid 1 is de datum waarop bescherming of erkenning werd aangevraagd:

  • a. voor de in de artikelen 10.18 en 10.19 bedoelde geografische aanduidingen de datum waarop deze overeenkomst in werking treedt; en
  • b. voor de in artikel 10.24 bedoelde geografische aanduidingen de datum waarop een partij een verzoek van de andere partij ontvangt om een geografische aanduiding te beschermen of te erkennen.
Artikel 10.24. Toevoeging van beschermde geografische aanduidingen56)De partijen komen overeen om, indien een voorstel wordt gedaan door:a.Korea voor een product van oorsprong dat binnen het toepassingsgebied van de in artikel 10.18, lid 2, en de voetnoten bij artikel 10.19 genoemde wetgeving van de Europese Unie valt; ofb.de Europese Unie voor een product van oorsprong dat binnen het toepassingsgebied van de in artikel 10.18, lid 1, en de voetnoten bij artikel 10.19 genoemde wetgeving van Korea valt,om een oorsprongsbenaming aan deze overeenkomst toe te voegen, die door een van beide partijen door middel van een andere wet dan de wetten die bedoeld zijn in artikel 10.18, leden 1 en 2, en de voetnoten bij artikel 10.19 als geografische aanduiding in de zin van artikel 22, lid 1, van de TRIPs-overeenkomst is erkend, te onderzoeken of die geografische aanduiding krachtens deze onderafdeling aan deze overeenkomst kan worden toegevoegd.
1.

De Europese Unie en Korea komen overeen om te beschermen geografische aanduidingen volgens de procedure van artikel 10.25 aan de bijlagen 10-A en 10-B toe te voegen.

2.

De Europese Unie en Korea komen overeen om verzoeken van de ander om te beschermen geografische aanduidingen aan de bijlagen toe te voegen, onverwijld te behandelen.

3.

Een naam kan niet als geografische aanduiding worden geregistreerd indien hij strijdig is met de naam van een plantenras, met inbegrip van een druivenras, of een dierenras en de consument daardoor zou kunnen worden misleid met betrekking tot de werkelijke oorsprong van het product.

Artikel 10.25. Werkgroep geografische aanduidingen
1.

De Werkgroep geografische aanduidingen, die is opgericht ingevolge lid 1 van artikel 15.3 (Werkgroepen), komt in onderling overleg of op verzoek van een van de partijen bijeen om de samenwerking tussen de partijen en de dialoog over geografische aanduidingen te intensiveren. De werkgroep kan bij consensus aanbevelingen doen en besluiten nemen.

2.

De werkgroep komt bij toerbeurt bij de ene of de andere partij bijeen. Zij komt bijeen op een plaats en een tijdstip en op een wijze, waaronder eventueel per videoconferentie, die onderling door de partijen wordt bepaald, maar niet later dan 90 dagen nadat het verzoek is gedaan.

3.

De werkgroep kan besluiten:

  • a. tot wijziging van de bijlagen 10-A en 10-B, teneinde hierin geval voor geval geografische aanduidingen van de Europese Unie of Korea op te nemen die, nadat de in artikel 10.18, leden 3 en 4, bedoelde procedure ter zake, indien van toepassing, werd afgesloten, ook volgens de andere partij geografische aanduidingen vormen en op het grondgebied van die andere partij zullen worden beschermd;
  • b. tot wijziging57)Dit betreft wijzigingen van de geografische aanduiding als zodanig, met inbegrip van de naam en de productcategorie. Voor wijzigingen van specificaties zoals bedoeld in artikel 10.18, leden 3 en 4, of van de verantwoordelijke toezichtinstanties zoals bedoeld in artikel 10.18, lid 6, onder d), blijft alleen de partij bevoegd waaruit een geografische aanduiding van oorsprong is. Dergelijke wijzigingen kunnen ter informatie worden medegedeeld.van de onder a) bedoelde bijlagen, teneinde daaruit de geografische aanduidingen te verwijderen die in de partij van oorsprong niet meer worden beschermd58)Voor een besluit tot beëindiging van de bescherming van een geografische aanduiding is alleen de partij bevoegd waaruit de geografische aanduiding van oorsprong is.of die, in overeenstemming met de toepasselijke wetgeving, niet langer voldoen aan de voorwaarden om in de andere partij als geografische aanduiding te worden beschouwd; en
  • c. een verwijzing naar wetgeving in deze overeenkomst te beschouwen als een verwijzing naar die wetgeving zoals die op een bepaalde datum na de inwerkingtreding van deze overeenkomst gewijzigd, vervangen en van kracht is.
4.

De werkgroep vergewist zich ervan dat deze onderafdeling naar behoren functioneert, en kan aandacht besteden aan elke aangelegenheid met betrekking tot de uitvoering en de werking ervan. Zij is in het bijzonder bevoegd voor:

  • a. de uitwisseling van informatie over wetgevings- en beleidsontwikkelingen op het gebied van geografische aanduidingen;
  • b. de uitwisseling van informatie over specifieke geografische aanduidingen met het oog op hun eventuele bescherming in overeenstemming met deze overeenkomst; en
  • c. de uitwisseling van informatie met het oog op de optimale werking van deze overeenkomst.
5.

De werkgroep kan iedere kwestie van wederzijds belang op het gebied van geografische aanduidingen bespreken.

Artikel 10.26. Individuele toepassingen van de bescherming van geografische aanduidingen

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)