Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds

Type Verdrag
Publication 2016-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 332
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
3.

De partijen herbevestigen hun verbintenis ten aanzien van het bereiken van de uiteindelijke doelstelling van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering en het bijbehorende Protocol van Kyoto. Zij verbinden zich ertoe samen te werken bij de ontwikkeling van het toekomstige kader inzake klimaatverandering in overeenstemming met het Actieplan van Bali85)UNFCCC-besluit 1/CP.13, aangenomen tijdens de dertiende vergadering van de conferentie van de partijen bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (UNFCCC)..

Artikel 13.6. Handel ten behoeve van duurzame ontwikkeling
1.

De partijen herbevestigen dat de handel de duurzame ontwikkeling in al haar aspecten moet bevorderen. Zij erkennen het positieve effect dat fundamentele arbeidsnormen en fatsoenlijk werk op economische efficiëntie, innovatie en productiviteit kunnen hebben en benadrukken de waarde van een grotere politieke coherentie tussen het handelsbeleid enerzijds en het werkgelegenheids- en arbeidsbeleid anderzijds.

2.

De partijen streven ernaar de handel en de buitenlandse directe investeringen in milieugoederen en -diensten, waaronder milieutechnologieën, duurzame energie, energie-efficiënte goederen en diensten en goederen met een milieukeur te vergemakkelijken en te bevorderen, onder meer door de aanpak van niet-tarifaire belemmeringen ter zake. Zij streven er voorts naar de handel in goederen die bijdragen tot een duurzame ontwikkeling, waaronder goederen die onder programma's voor eerlijke en ethische handel vallen of waarvoor een verplichting tot maatschappelijk verantwoord ondernemen geldt, te vergemakkelijken en te bevorderen.

Artikel 13.7. Handhaving van beschermingsniveaus bij de toepassing en handhaving van wet- en regelgeving en normen
1.

De partijen doen geen afbreuk aan de daadwerkelijke handhaving van hun milieu- en arbeidswetgeving door een onafgebroken of herhaald handelen of nalaten, op een wijze die van invloed is op de handel of de investeringen tussen de partijen.

2.

De partijen zwakken de in hun wetgeving verleende bescherming van het milieu of van de werknemers niet af, noch verminderen zij deze om de handel of investeringen te bevorderen, door af te zien van toepassing van of anderszins af te wijken van, of door aan te bieden af te zien van toepassing van of anderszins af te wijken van hun wet- en regelgeving of normen, op een wijze die van invloed is op de handel of de investeringen tussen de partijen.

Artikel 13.8. Wetenschappelijke informatie

De partijen erkennen dat het belangrijk is om bij de opstelling en tenuitvoerlegging van maatregelen ter bescherming van het milieu en de sociale omstandigheden die van invloed zijn op de handel tussen de partijen, rekening te houden met wetenschappelijke en technische informatie, en internationale normen, richtsnoeren en aanbevelingen ter zake.

Artikel 13.9. Transparantie

De partijen komen overeen alle maatregelen ter bescherming van het milieu en de arbeidsomstandigheden die van invloed zijn op de handel tussen de partijen, in overeenstemming met hun respectieve interne wetgeving op transparante wijze op te stellen, in te voeren en ten uitvoer te leggen, deze maatregelen tijdig aan te kondigen, hierover een openbare raadpleging te houden en niet-overheidsactoren, waaronder de particuliere sector, op passende wijze tijdig te informeren en te consulteren.

Artikel 13.10. Evaluatie van effecten op de duurzaamheid

De partijen verbinden zich ertoe het effect van de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst op de duurzame ontwikkeling, waaronder de bevordering van fatsoenlijk werk, te evalueren, te beoordelen en te volgen via hun bestaande participatieprocessen en participatieve instellingen en die welke in het kader van deze overeenkomst in het leven zijn geroepen, bijvoorbeeld door handelsgerelateerde beoordelingen van het effect op de duurzaamheid.

Artikel 13.11. Samenwerking

Gezien het belang van samenwerking bij handelsgerelateerde aspecten van het sociale en milieubeleid om de doelstellingen van deze overeenkomst te bereiken, verbinden de partijen zich tot de in bijlage 13 bedoelde samenwerkingsactiviteiten.

Artikel 13.12. Institutioneel mechanisme
1.

Elk van beide partijen wijst binnen haar diensten een instantie aan voor contacten met de andere partij over de tenuitvoerlegging van dit hoofdstuk.

2.

Het bij lid 1 van artikel 15.2 (Gespecialiseerde comités) opgerichte Comité voor handel en duurzame ontwikkeling bestaat uit hoge ambtenaren van de partijen.

3.

Het comité komt in het eerste jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst bijeen, en vervolgens wanneer het nodig is, om toezicht te houden op de tenuitvoerlegging van dit hoofdstuk, met inbegrip van de krachtens bijlage 13 ondernomen samenwerkingsactiviteiten.

4.

Elk van beide partijen richt een of meer interne adviesgroepen voor duurzame ontwikkeling (milieu en arbeid) op, die tot taak hebben advies te verlenen over de tenuitvoerlegging van dit hoofdstuk.

5.

De interne adviesgroep(en) bestaat (bestaan) uit onafhankelijke representatieve organisaties uit het maatschappelijk middenveld, met een evenwichtige vertegenwoordiging van milieu-, arbeids- en bedrijfsorganisaties, alsmede andere belanghebbenden.

Artikel 13.13. Mechanisme voor de dialoog met het maatschappelijk middenveld
1.

Leden van de interne adviesgroep(en) van elk van beide partijen komen bijeen in een forum van het maatschappelijk middenveld om te discussiëren over de duurzameontwikkelingsaspecten van de handelsbetrekkingen tussen de partijen. Het forum komt eenmaal per jaar bijeen, tenzij de partijen anders overeenkomen. De partijen nemen binnen een jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst in het kader van het Comité voor handel en duurzame ontwikkeling een besluit over de functionering van het forum.

2.

De interne adviesgroep(en) kiest (kiezen) welke leden haar/hen vertegenwoordigen, waarbij zij zorgt/zorgen voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de in artikel 13.12, lid 5, bedoelde belanghebbenden.

3.

De partijen kunnen de meest recente gegevens over de tenuitvoerlegging van dit hoofdstuk aan het forum van het maatschappelijk middenveld voorleggen. De standpunten, opinies of bevindingen van het forum kunnen rechtstreeks of via de interne adviesgroep(en) aan de partijen worden voorgelegd.

Artikel 13.14. Overleg op regeringsniveau
1.

Een partij kan de andere partij verzoeken om overleg over alle aangelegenheden van wederzijds belang die zich in verband met dit hoofdstuk voortdoen, met inbegrip van de mededelingen van de in artikel 13.12 bedoelde interne adviesgroep(en), door hiertoe een schriftelijk verzoek in te dienen bij het contactpunt van de andere partij. Het overleg begint terstond na de indiening van het verzoek om overleg.

2.

De partijen stellen alles in het werk om de aangelegenheid op een voor beide partijen bevredigende wijze op te lossen. Zij zorgen ervoor dat de oplossing in overeenstemming is met de activiteiten van de ILO of van multilaterale milieuorganisaties of -instanties ter zake, teneinde een grotere samenwerking en meer samenhang tussen het werk van de partijen en die organisaties te bevorderen. In voorkomend geval kunnen zij, met instemming van beide partijen, deze organisaties of instanties om advies vragen.

3.

Indien een partij van oordeel is dat de aangelegenheid verder moet worden besproken, kan zij verzoeken het Comité voor handel en duurzame ontwikkeling voor behandeling van de aangelegenheid bijeen te roepen door hiertoe een schriftelijk verzoek bij het contactpunt van de andere partij in te dienen. Het comité komt onverwijld bijeen en probeert overeenstemming te bereiken over een oplossing van de aangelegenheid. De oplossing van het comité wordt openbaar gemaakt tenzij het comité anders besluit.

4.

Het comité kan de interne adviesgroep(en) van een of van beide partijen om advies vragen en elk van beide partijen kan zijn eigen interne adviesgroep(en) om advies vragen. Een interne adviesgroep van een partij kan ook op eigen initiatief mededelingen aan die partij of aan het comité doen.

Artikel 13.15. Deskundigenpanel
1.

Tenzij de partijen anders overeenkomen, kan een partij 90 dagen na de indiening van een verzoek om overleg ingevolge artikel 13.14, lid 1, verzoeken een deskundigenpanel bijeen te roepen om een aangelegenheid, die tijdens het overleg op regeringsniveau niet op bevredigende wijze werd opgelost, te onderzoeken. De partijen kunnen documenten aan het deskundigenpanel voorleggen. Het deskundigenpanel verzoekt de partijen, de interne adviesgroep(en) of internationale organisaties overeenkomstig artikel 13.14 om informatie en advies indien het dit nuttig acht. Het deskundigenpanel komt bijeen binnen twee maanden nadat een partij een verzoek daartoe heeft ingediend.

2.

Het deskundigenpanel, dat wordt geselecteerd in overeenstemming met de in lid 3 uiteengezette procedure, geeft zijn advies over de tenuitvoerlegging van dit hoofdstuk. Tenzij de partijen anders overeenkomen, legt het deskundigenpanel binnen 90 dagen nadat de laatste deskundige is geselecteerd, een verslag voor aan de partijen. De partijen doen al het mogelijke om zich naar het advies of de aanbeveling van het deskundigenpanel over de tenuitvoerlegging van dit hoofdstuk te voegen. Het Comité voor handel en duurzame ontwikkeling houdt toezicht op de tenuitvoerlegging van de aanbevelingen van het deskundigenpanel. Het verslag van het deskundigenpanel wordt beschikbaar gesteld aan de interne adviesgroep(en) van de partijen. Op vertrouwelijke informatie zijn de beginselen in bijlage 14-B (Procedureregels voor arbitrage) van toepassing.

3.

Na de inwerkingtreding van deze overeenkomst stellen de partijen in onderling overleg een lijst met ten minste 15 personen op die deskundig zijn op het door dit hoofdstuk bestreken gebied; ten minste vijf van deze personen, die het voorzitterschap van het deskundigenpanel zullen bekleden, zijn geen onderdaan van een van de partijen. De deskundigen zijn onafhankelijk van, hebben geen banden met en ontvangen geen instructies van een van de partijen of van de organisaties die in de interne adviesgroep(en) vertegenwoordigd zijn. Elk van beide partijen selecteert binnen 30 dagen na de ontvangst van het verzoek om samenstelling van een deskundigenpanel een deskundige uit de lijst van deskundigen. Indien een partij verzuimt haar deskundige binnen die periode te selecteren, selecteert de andere partij uit de lijst van deskundigen een onderdaan van de partij die verzuimt heeft een deskundige te selecteren. De twee geselecteerde deskundigen kiezen een voorzitter, die geen onderdaan van een van de partijen mag zijn.

Artikel 13.16. Beslechting van geschillen

Voor alle aangelegenheden die zich in verband met dit hoofdstuk voordoen, doen de partijen een beroep op de in de artikelen 13.14 en 13.15 opgenomen procedures.

HOOFDSTUK VEERTIEN. BESLECHTING VAN GESCHILLEN

AFDELING A. DOEL EN TOEPASSINGSGEBIED

Artikel 14.1. Doel

Het doel van dit hoofdstuk is geschillen tussen de partijen over de toepassing te goeder trouw van deze overeenkomst te vermijden en te beslechten en waar mogelijk tot een onderling overeengekomen oplossing te komen.

Artikel 14.2. Toepassingsgebied

Dit hoofdstuk is van toepassing op elk geschil over de interpretatie en toepassing van de bepalingen van deze overeenkomst, tenzij anders is bepaald86)Voor geschillen over het protocol betreffende culturele samenwerking worden alle verwijzingen in dit hoofdstuk naar het Handelscomité verstaan als verwijzingen naar het Comité voor culturele samenwerking..

AFDELING B. OVERLEG

Artikel 14.3. Overleg
1.

De partijen streven ernaar elk geschil over de interpretatie en toepassing van de in artikel 14.2 bedoelde bepalingen op te lossen door te goeder trouw overleg te voeren, teneinde tot een onderling overeengekomen oplossing te komen.

2.

Een partij verzoekt de andere partij schriftelijk om overleg en geeft daarbij aan om welke maatregel het gaat en welke bepalingen van de overeenkomst zij van toepassing acht. Een kopie van het verzoek om overleg wordt bij het Handelscomité ingediend.

3.

Het overleg wordt binnen 30 dagen na de datum van indiening van het verzoek gehouden en vindt, tenzij de partijen anders overeenkomen, plaats op het grondgebied van de partij waartegen de klacht gericht is. Het overleg wordt 30 dagen na de datum van indiening van het verzoek geacht te zijn afgesloten, tenzij de partijen overeenkomen het overleg voort te zetten. Alle tijdens het overleg verstrekte informatie wordt vertrouwelijk behandeld.

4.

Overleg over urgente kwesties, zoals over bederfelijke waren of seizoensgebonden goederen87)Seizoensgebonden goederen zijn goederen die, gezien over een representatieve periode, niet het hele jaar door worden ingevoerd, maar door seizoensinvloeden alleen in specifieke perioden van het jaar., vindt plaats binnen 15 dagen na de datum van indiening van het verzoek en wordt 15 dagen na de datum van indiening van het verzoek geacht te zijn afgesloten.

5.

Indien het overleg niet binnen de in lid 3 of lid 4 genoemde termijnen plaatsvindt, of indien het overleg is afgesloten zonder dat een onderling overeengekomen oplossing is bereikt, kan de klagende partij overeenkomstig artikel 14.4 verzoeken om de instelling van een arbitragepanel.

AFDELING C. PROCEDURES VOOR DE BESLECHTING VAN GESCHILLEN

ONDERAFDELING A. ARBITRAGEPROCEDURE

Artikel 14.4. Inleiding van de arbitrageprocedure
1.

Wanneer de partijen er niet in zijn geslaagd het geschil door middel van het in artikel 14.3 bedoelde overleg op te lossen, kan de klagende partij verzoeken om de instelling van een arbitragepanel.

2.

Het verzoek om instelling van een arbitragepanel wordt schriftelijk gedaan bij de partij waartegen de klacht gericht is en bij het Handelscomité. De klagende partij vermeldt in haar verzoek welke specifieke maatregel in het geding is en legt uit waarom die maatregel een inbreuk op de in artikel 14.2 bedoelde bepalingen is.

Artikel 14.5. Instelling van het arbitragepanel
1.

Een arbitragepanel bestaat uit drie scheidsrechters.

2.

De partijen voeren binnen 10 dagen na de datum van indiening van het verzoek aan het Handelscomité tot instelling van een arbitragepanel overleg over de samenstelling van dat panel.

3.

Wanneer de partijen binnen de in lid 2 genoemde termijn geen overeenstemming over de samenstelling van het arbitragepanel bereiken, kan een van de partijen de voorzitter van het Handelscomité of diens vertegenwoordiger verzoeken alle drie panelleden door loting aan te wijzen uit de in artikel 14.18 bedoelde lijst, te weten één lid uit de personen die door de klagende partij zijn aangewezen, één lid uit de personen die zijn aangewezen door de partij waartegen de klacht gericht is en één lid uit de personen die door de partijen zijn aangewezen om als voorzitter te fungeren. Wanneer de partijen het over een of meer leden van het arbitragepanel eens zijn, worden de overige leden volgens dezelfde procedure geselecteerd.

4.

De datum van instelling van het arbitragepanel is die waarop de drie scheidsrechters worden aangewezen.

Artikel 14.6. Tussentijds panelverslag
1.

Het arbitragepanel legt binnen 90 dagen na zijn instelling een tussentijds verslag aan de partijen voor, dat de resultaten van het feitenonderzoek, de toepasbaarheid van de desbetreffende bepalingen, alsmede de beweeggronden die aan de conclusies en aanbevelingen van het panel ten grondslag liggen, vermeldt. Wanneer het van oordeel is dat deze termijn niet kan worden gehaald, stelt de voorzitter van het arbitragepanel de partijen en het Handelscomité hiervan schriftelijk in kennis, met opgave van de redenen voor de vertraging en de datum waarop het panel zijn tussentijds verslag denkt te kunnen voorleggen. In geen geval mag het tussentijds verslag later dan 120 dagen na de instelling van het arbitragepanel worden voorgelegd.

2.

De partijen kunnen binnen 14 dagen nadat het tussentijds verslag is uitgebracht het arbitragepanel schriftelijk verzoeken bepaalde aspecten van dat verslag te heroverwegen.

3.

In dringende gevallen, zoals wanneer de zaak betrekking heeft op bederfelijke waren of seizoensgebonden goederen, stelt het arbitragepanel alles in het werk om zijn tussentijds verslag voor te leggen en kunnen de partijen het arbitragepanel schriftelijk verzoeken bepaalde aspecten van het tussentijds verslag te heroverwegen binnen de helft van de in de leden 1 en 2 genoemde termijnen.

4.

Het arbitragepanel kan het tussentijds verslag naar aanleiding van schriftelijk commentaar van de partijen wijzigen, en wanneer het dat zinvol acht, de zaak nader onderzoeken. In de definitieve uitspraak van het arbitragepanel worden de in de tussentijdse fase naar voren gebrachte argumenten besproken.

Artikel 14.7. Uitspraak van het arbitragepanel
1.

Het arbitragepanel maakt zijn uitspraak binnen 120 dagen na zijn instelling aan de partijen en aan het Handelscomité bekend. Wanneer het van oordeel is dat deze termijn niet kan worden gehaald, stelt de voorzitter van het arbitragepanel de partijen en het Handelscomité hiervan schriftelijk in kennis, met opgave van de redenen voor de vertraging en de datum waarop het panel zijn uitspraak denkt te kunnen bekendmaken. In geen geval mag de uitspraak later dan 150 dagen na de instelling van het arbitragepanel worden bekendgemaakt.

2.

In dringende gevallen, zoals wanneer de zaak betrekking heeft op bederfelijke waren of seizoensgebonden goederen, stelt het arbitragepanel alles in het werk om zijn uitspraak binnen 60 dagen na zijn instelling bekend te maken. De maximumtermijn is in geen geval langer dan 75 dagen na de instelling van het panel. Het arbitragepanel kan binnen 10 dagen na zijn instelling een voorlopige uitspraak doen over de vraag of het een zaak dringend acht.

ONDERAFDELING B. NALEVING

Artikel 14.8. Naleving van de uitspraak van het arbitragepanel

Elk van beide partijen neemt de nodige maatregelen om de uitspraak van het arbitragepanel te goeder trouw na te leven; zij streven ernaar overeenstemming te bereiken over de termijn waarbinnen zij de uitspraak zullen naleven.

Artikel 14.9. Redelijke termijn voor naleving
1.

Uiterlijk 30 dagen na de bekendmaking van de uitspraak van het arbitragepanel aan de partijen stelt de partij waartegen de klacht gericht is de klagende partij en het Handelscomité in kennis van de tijd die zij nodig heeft om de uitspraak na te leven.

2.

Indien de partijen het niet eens zijn over een redelijke termijn voor naleving van de uitspraak van het arbitragepanel, verzoekt de klagende partij het oorspronkelijke arbitragepanel binnen 20 dagen na de in lid 1 bedoelde kennisgeving door de partij waartegen de klacht gericht is schriftelijk om een redelijke termijn vast te stellen. Dit verzoek wordt medegedeeld aan de andere partij en aan het Handelscomité. Het arbitragepanel maakt zijn uitspraak binnen 20 dagen na de indiening van het verzoek aan de partijen en aan het Handelscomité bekend.

3.

Wanneer een van de leden van het oorspronkelijke arbitragepanel niet meer beschikbaar is, zijn de in artikel 14.5 beschreven procedures van toepassing. De termijn voor de bekendmaking van de uitspraak bedraagt 35 dagen na de datum van indiening van het in lid 2 bedoelde verzoek.

4.

De partij waartegen de klacht gericht is, stelt de klagende partij ten minste een maand voor afloop van de redelijke termijn schriftelijk in kennis van de vorderingen die zij maakt bij de nakoming van de uitspraak van het arbitragepanel.

5.

De partijen kunnen de redelijke termijn in onderling overleg verlengen.

Artikel 14.10. Onderzoek van maatregelen getroffen tot naleving van de uitspraak van het arbitragepanel
1.

De partij waartegen de klacht gericht is, stelt de klagende partij en het Handelscomité voor afloop van de redelijke termijn in kennis van de maatregelen die zij heeft getroffen om de uitspraak van het arbitragepanel na te leven.

2.

Wanneer er tussen de partijen onenigheid bestaat over het bestaan van een maatregel of over de vraag of een maatregel waarvan overeenkomstig lid 1 is kennisgegeven in overeenstemming is met de in artikel 14.2 bedoelde bepalingen, kan de klagende partij het oorspronkelijke arbitragepanel schriftelijk verzoeken hierover uitspraak te doen. In dat verzoek wordt aangegeven om welke specifieke maatregel het gaat en wordt uitgelegd waarom deze niet verenigbaar is met de in artikel 14.2 bedoelde bepalingen. Het arbitragepanel maakt zijn uitspraak binnen 45 dagen na de datum van indiening van het verzoek bekend.

3.

Wanneer een van de leden van het oorspronkelijke arbitragepanel niet meer beschikbaar is, zijn de in artikel 14.5 beschreven procedures van toepassing. De termijn voor de bekendmaking van de uitspraak bedraagt 60 dagen na de datum van indiening van het in lid 2 bedoelde verzoek.

Artikel 14.11. Tijdelijke maatregelen bij niet-naleving
1.

Indien de partij waartegen de klacht gericht is niet voor afloop van de redelijke termijn kennis geeft van een maatregel die zij heeft genomen om de uitspraak van het arbitragepanel na te leven, of indien het arbitragepanel oordeelt dat er geen maatregel is genomen om aan de uitspraak te voldoen of dat de maatregel waarvan overeenkomstig artikel 14.10, lid 1, is kennisgegeven, niet in overeenstemming is met de verplichtingen van de partij krachtens de in artikel 14.2 bedoelde bepalingen, biedt de partij waartegen de klacht gericht is de klagende partij, als die erom verzoekt, een tijdelijke compensatie aan.

2.

Indien de partijen geen overeenstemming over compensatie bereiken binnen 30 dagen na het eind van de redelijke termijn of de bekendmaking van de in artikel 14.10 bedoelde uitspraak van het arbitragepanel dat er geen maatregel is genomen om aan de uitspraak te voldoen of dat de maatregel waarvan overeenkomstig artikel 14.10, lid 1, is kennisgegeven, niet in overeenstemming is met de verplichtingen van de partij krachtens artikel 14.2, is de klagende partij gerechtigd om, na de partij waartegen de klacht gericht is en het Handelscomité hiervan in kennis te hebben gesteld, de verplichtingen uit hoofde van de in artikel 14.2 bedoelde bepalingen op te schorten in een mate die gelijkwaardig is aan de mate waarin de schending de voordelen voor de klagende partij tenietdoet of beperkt. In de kennisgeving wordt gespecificeerd in welke mate de klagende partij haar verplichtingen beoogt op te schorten. De klagende partij kan de opschorting 10 dagen na de datum van kennisgeving laten ingaan, tenzij de partij waartegen de klacht gericht is overeenkomstig lid 4 om arbitrage heeft verzocht.

3.

Wanneer de klagende partij haar verplichtingen opschort, kan zij ervoor kiezen haar tarieven tot het voor andere WTO-leden geldende niveau te verhogen voor een hoeveelheid verhandelde goederen die op zodanige wijze wordt vastgesteld dat deze hoeveelheid vermenigvuldigd met de toename van de tarieven gelijk is aan de waarde waarvoor de schending haar voordelen tenietdoet of beperkt.

4.

Indien de partij waartegen de klacht gericht is van oordeel is dat de mate van opschorting niet gelijkwaardig is aan de mate waarin de schending de voordelen voor de andere partij tenietdoet of beperkt, kan zij het oorspronkelijke arbitragepanel schriftelijk verzoeken hierover uitspraak te doen. Dit verzoek wordt voor het verstrijken van de in lid 2 bedoelde periode van 10 dagen medegedeeld aan de klagende partij en aan het Handelscomité. Het oorspronkelijke arbitragepanel maakt zijn uitspraak over de mate van opschorting van verplichtingen binnen 30 dagen na indiening van het verzoek aan de partijen en het Handelscomité bekend. De verplichtingen worden niet opgeschort voordat het oorspronkelijke arbitragepanel zijn uitspraak heeft bekendgemaakt en voor de eventuele opschorting wordt de uitspraak van het arbitragepanel in acht genomen.

5.

Wanneer een van de leden van het oorspronkelijke arbitragepanel niet meer beschikbaar is, zijn de in artikel 14.5 beschreven procedures van toepassing. De termijn voor de bekendmaking van de uitspraak bedraagt 45 dagen na de indiening van het in lid 4 bedoelde verzoek.

6.

De opschorting van verplichtingen is van tijdelijke aard en wordt slechts toegepast totdat de maatregel waarvan is vastgesteld dat deze niet in overeenstemming is met de in artikel 14.2 bedoelde bepalingen, is ingetrokken of gewijzigd en overeenkomstig artikel 14.12 met die bepalingen in overeenstemming is gebracht, of totdat de partijen zijn overeengekomen hun geschil bij te leggen.

Artikel 14.12. Onderzoek van nalevingsmaatregelen getroffen na de opschorting van verplichtingen
1.

De partij waartegen de klacht gericht is, stelt de klagende partij en het Handelscomité in kennis van elke maatregel die zij heeft getroffen om de uitspraak van het arbitragepanel na te leven, alsmede van haar verzoek om beëindiging van de opschorting van de verplichtingen door de klagende partij.

2.

Indien de partijen niet binnen 30 dagen na de kennisgeving overeenstemming bereiken over de verenigbaarheid van de maatregel waarvan is kennisgegeven met de in artikel 14.2 bedoelde bepalingen, verzoekt de klagende partij het oorspronkelijke arbitragepanel schriftelijk hierover uitspraak te doen. Dit verzoek wordt medegedeeld aan de partij waartegen de klacht gericht is en aan het Handelscomité. Het arbitragepanel maakt zijn uitspraak binnen 45 dagen na de indiening van het verzoek aan de partijen en aan het Handelscomité bekend. Indien het arbitragepanel oordeelt dat een maatregel die is getroffen om de uitspraak na te leven in overeenstemming is met de in artikel 14.2 bedoelde bepalingen, wordt de opschorting van verplichtingen beëindigd.

3.

Wanneer een van de leden van het oorspronkelijke arbitragepanel niet meer beschikbaar is, zijn de in artikel 14.5 beschreven procedures van toepassing. De termijn voor de bekendmaking van de uitspraak bedraagt 60 dagen na de indiening van het in lid 2 bedoelde verzoek.

ONDERAFDELING C. GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel 14.13. Onderling overeengekomen oplossing

De partijen kunnen te allen tijde onderling een oplossing voor een onder dit hoofdstuk vallend geschil overeenkomen. Zij stellen het Handelscomité van die oplossing in kennis. Na kennisgeving van de onderling overeengekomen oplossing is de procedure beëindigd.

Artikel 14.14. Reglement van orde
1.

Op de procedures voor de beslechting van geschillen in het kader van dit hoofdstuk is bijlage 14-B van toepassing.

2.

De hoorzittingen van het arbitragepanel staan, in overeenstemming met bijlage 14-B, open voor het publiek.

Artikel 14.15. Inlichtingen en technisch advies

Het arbitragepanel kan op verzoek van een partij of op eigen initiatief bij alle bronnen, met inbegrip van de bij het geschil betrokken partijen, de inlichtingen inwinnen die het nuttig acht voor de arbitrageprocedure. Het arbitragepanel heeft tevens het recht deskundigen om advies te vragen wanneer het dat nuttig acht. Alle op deze manier verkregen inlichtingen worden medegedeeld aan beide partijen, die hierover opmerkingen kunnen indienen. Belanghebbende natuurlijke of rechtspersonen van de partijen kunnen in overeenstemming met bijlage 14-B als amicus curiae opmerkingen bij het arbitragepanel indienen.

Artikel 14.16. Interpretatieregels

Arbitragepanels leggen de in artikel 14.2 bedoelde bepalingen uit volgens de gebruikelijke regels voor de interpretatie van het internationaal publiekrecht, met inbegrip van die in het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht. Wanneer een verplichting uit hoofde van deze overeenkomst identiek is aan een verplichting uit hoofde van de WTO-Overeenkomst, legt het arbitragepanel zich vast op een interpretatie die in overeenstemming is met een eventuele relevante interpretatie die is vastgesteld in uitspraken van het Orgaan voor geschillenbeslechting van de WTO, hierna „het DSB” (Dispute Settlement Body) genoemd. Uitspraken van een arbitragepanel kunnen de rechten en verplichtingen uit hoofde van de in artikel 14.2 bedoelde bepalingen niet verruimen of beperken.

Artikel 14.17. Besluiten en uitspraken van het arbitragepanel
1.

Het arbitragepanel stelt alles in het werk om elk besluit bij consensus te nemen. Wanneer het evenwel niet mogelijk is bij consensus tot een besluit te komen, wordt een besluit bij meerderheid van stemmen genomen. In geen geval worden afwijkende meningen van scheidsrechters gepubliceerd.

2.

De uitspraken van het arbitragepanel zijn bindend voor de partijen en scheppen geen rechten of verplichtingen voor natuurlijke of rechtspersonen. De uitspraak vermeldt de resultaten van het feitenonderzoek, de toepasbaarheid van de desbetreffende bepalingen, alsmede de beweeggronden die aan de conclusies en aanbevelingen van het panel ten grondslag liggen. Het Handelscomité maakt de volledige uitspraak van het arbitragepanel openbaar, maar kan besluiten dat niet te doen.

AFDELING D. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 14.18. Lijst van scheidsrechters
1.

Het Handelscomité stelt uiterlijk zes maanden na de inwerkintreding van deze overeenkomst een lijst op van vijftien personen die bereid en in staat zijn om als scheidsrechter op te treden. Elk van beide partijen stelt vijf personen voor die als scheidsrechter kunnen optreden. De partijen kiezen in onderling overleg bovendien vijf personen die geen onderdaan van een van de partijen zijn en als voorzitter van het arbitragepanel kunnen fungeren. Het Handelscomité ziet erop toe dat de lijst te allen tijde uit dit aantal personen blijft bestaan.

2.

De scheidsrechters hebben gespecialiseerde kennis of ervaring op het gebied van het recht en de internationale handel. Zij zijn onafhankelijk, treden op persoonlijke titel op, nemen geen instructies met betrekking tot het onderwerp van het geschil aan van enige organisatie of regering, zijn niet verbonden aan de regering van een van de partijen en nemen bijlage 14-C in acht.

Artikel 14.19. Relatie tot WTO-verplichtingen
1.

Een beroep op de bepalingen in dit hoofdstuk over de beslechting van geschillen doet geen afbreuk aan enige rechtsvordering in het kader van de WTO, met inbegrip van die tot beslechting van een geschil.

2.

Wanneer echter een partij in verband met een specifieke maatregel een procedure voor de beslechting van een geschil heeft ingeleid, hetzij krachtens dit hoofdstuk, hetzij krachtens de WTO-Overeenkomst, kan zij in verband met dezelfde maatregel geen procedure voor geschillenbeslechting in het andere forum inleiden totdat de eerste procedure is afgesloten. Bovendien kan een partij in verband met een identieke verplichting uit hoofde van deze overeenkomst en de WTO-Overeenkomst niet in beide fora een procedure inleiden. In dat geval kan de partij, zodra een procedure voor geschillenbeslechting is ingeleid, geen procedure ten aanzien van de identieke verplichting uit hoofde van de andere overeenkomst meer inleiden in het andere forum, tenzij het gekozen forum om procedurele of bevoegdheidsredenen geen uitspraak doet.

3.

Voor de toepassing van lid 2 worden:

  • b. procedures voor geschillenbeslechting krachtens dit hoofdstuk geacht te zijn ingeleid wanneer een partij overeenkomstig artikel 14.4, lid 1, een verzoek om instelling van een panel indient en worden zij geacht te zijn beëindigd wanneer het arbitragepanel overeenkomstig artikel 14.7 zijn uitspraak bekendmaakt aan de partijen en het Handelscomité.
4.

Geen enkele bepaling in deze overeenkomst belet een partij de opschorting van verplichtingen die is toegestaan door het DSB, ten uitvoer te leggen. Er kan geen beroep op de WTO-Overeenkomst worden gedaan om een partij te beletten verplichtingen uit hoofde van dit hoofdstuk op te schorten.

Artikel 14.20. Termijnen
1.

Alle in dit hoofdstuk vastgestelde termijnen, met inbegrip van die waarbinnen arbitragepanels hun uitspraken moeten bekendmaken, worden gerekend in kalenderdagen waarbij de eerste dag de dag is volgende op die waarop het desbetreffende besluit werd genomen of het desbetreffende feit plaatsvond.

2.

Alle in dit hoofdstuk vermelde termijnen kunnen in onderling overleg tussen de partijen worden verlengd.

HOOFDSTUK VIJFTIEN. INSTITUTIONELE, ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 15.1. Handelscomité
1.

De partijen richten een Handelscomité88)Zoals in het protocol betreffende culturele samenwerking is uiteengezet, is het Handelscomité niet bevoegd voor dat protocol; het Comité voor culturele samenwerking oefent ten aanzien van dat protocol alle functies van het Handelscomité uit, voor zover die functies van belang zijn voor de uitvoering van dat protocol.op, bestaande uit vertegenwoordigers van de EU en vertegenwoordigers van Korea.

2.

Het Handelscomité vergadert eenmaal per jaar, beurtelings in Brussel en in Seoel, of op verzoek van een van de partijen. Het voorzitterschap van het Handelscomité wordt bekleed door de minister van Handel van Korea en het lid van de Europese Commissie dat bevoegd is voor handel, of door hun respectieve vertegenwoordigers. Het Handelscomité stelt zelf zijn vergaderrooster en agenda vast.

3.

Het Handelscomité:

  • a. zorgt ervoor dat deze overeenkomst naar behoren functioneert;
  • b. houdt toezicht op en vergemakkelijkt de tenuitvoerlegging en toepassing van deze overeenkomst, en bevordert de algemene doelstellingen ervan;
  • c. houdt toezicht op de werkzaamheden van de gespecialiseerde comités, werkgroepen en andere organen die krachtens deze overeenkomst worden opgericht;
  • d. zoekt naar wegen om de handelsbetrekkingen tussen de partijen te verbeteren;
  • e. zoekt, onverminderd de in hoofdstuk veertien (Beslechting van geschillen) en bijlage 14-A (Bemiddelingsmechanisme voor niet-tarifaire maatregelen) toegekende rechten, naar passende wegen en methoden om eventuele problemen op de door deze overeenkomst bestreken gebieden te voorkomen, of om eventuele geschillen in verband met de interpretatie of de toepassing van deze overeenkomst op te lossen;
  • f. bestudeert de ontwikkeling van de handel tussen de partijen; en
  • g. buigt zich over alle andere aangelegenheden die van belang zijn met betrekking tot door deze overeenkomst bestreken gebieden.
4.

Het Handelscomité kan:

  • a. besluiten gespecialiseerde comités, werkgroepen en andere organen op te richten en daaraan verantwoordelijkheden over te dragen;
  • b. in contact treden met alle belanghebbenden, met inbegrip van de particuliere sector en organisaties van het maatschappelijk middenveld;
  • c. van gedachten wisselen over wijziging van deze overeenkomst of wijzigingen in deze overeenkomst aanbrengen, in gevallen waarin hierin in de overeenkomst is voorzien;
  • d. interpretaties van de bepalingen van deze overeenkomst geven;
  • e. aanbevelingen doen of besluiten nemen voor zover dat in deze overeenkomst is geregeld;
  • f. zijn eigen reglement van orde vaststellen; en
  • g. andere maatregelen in het kader van de uitoefening van zijn functies nemen wanneer de partijen dit overeenkomen.
5.

Het Handelscomité brengt tijdens elke regelmatige vergadering van het Gemengd Comité verslag aan dit comité uit over zijn activiteiten en de activiteiten van de gespecialiseerde comités, werkgroepen en andere organen.

6.

Onverminderd de in hoofdstuk veertien (Beslechting van geschillen) en bijlage 14-A (Bemiddelingsmechanisme voor niet-tarifaire maatregelen) toegekende rechten, kan een van beide partijen kwesties in verband met de interpretatie of de toepassing van deze overeenkomst aan het Handelscomité voorleggen.

7.

Wanneer een partij informatie die zij ingevolge haar wet- en regelgeving als vertrouwelijk beschouwt, aan het Handelscomité, of aan gespecialiseerde comités, werkgroepen of andere organen overlegt, wordt die informatie door de andere partij vertrouwelijk behandeld.

8.

Omdat de partijen zich ervan bewust zijn dat transparantie en openheid belangrijk zijn, bevestigen zij dat zij elk rekening houden met de mening van hun bevolking, teneinde de uitvoering van de overeenkomst op een breed spectrum van standpunten te baseren.

Artikel 15.2. Gespecialiseerde comités
1.

De volgende gespecialiseerde comités, die onder toezicht van het Handelscomité staan, worden opgericht:

  • a. het Comité voor de handel in goederen overeenkomstig artikel 2.16 (Comité voor de handel in goederen);
  • b. het Comité voor sanitaire en fytosanitaire maatregelen overeenkomstig artikel 5.10 (Comité voor sanitaire en fytosanitaire maatregelen);
  • c. het Douanecomité overeenkomstig artikel 6.16 (Douanecomité). Voor aangelegenheden die uitsluitend onder de Douaneovereenkomst vallen, treedt het Douanecomité op als het bij die overeenkomst opgerichte Gemengd comité douanesamenwerking;
  • d. het Comité voor de handel in diensten en voor vestiging en elektronische handel overeenkomstig artikel 7.3 (Comité voor de handel in diensten en voor vestiging en elektronische handel);
  • e. het Comité voor handel en duurzame ontwikkeling overeenkomstig artikel 13.12 (Institutioneel mechanisme); en
  • f. het Comité voor zones voor passieve veredeling op het Koreaanse schiereiland overeenkomstig bijlage IV bij het Protocol betreffende de definitie van „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking.

De opdracht en de taken van deze gespecialiseerde comités worden in de desbetreffende hoofdstukken van en protocollen bij deze overeenkomst vastgesteld.

2.

Het Handelscomité kan besluiten andere gespecialiseerde comités op te richten om hem bij de uitvoering van zijn taken bij te staan. Het stelt de samenstelling, taken en werking van de uit hoofde van dit artikel opgerichte gespecialiseerde comités vast.

3.

Tenzij in deze overeenkomst anders is bepaald, komen de gespecialiseerde comités gewoonlijk eenmaal per jaar op een passend niveau bijeen, beurtelings in Brussel en in Seoel, dan wel op verzoek van een van de partijen of van het Handelscomité; het voorzitterschap wordt bekleed door vertegenwoordigers van Korea en van de Europese Unie. De gespecialiseerde comités stellen zelf hun vergaderrooster en agenda vast.

4.

De gespecialiseerde comités stellen het Handelscomité ruimschoots voor hun vergaderingen in kennis van hun vergaderrooster en agenda. Bij elke regelmatige vergadering van het Handelscomité brengen zij verslag uit over hun activiteiten. De oprichting of het bestaan van een gespecialiseerd comité belet een partij niet een aangelegenheid direct aan het Handelscomité kan voorleggen.

5.

Het Handelscomité kan besluiten de taak van een gespecialiseerd comité te wijzigen of zelf uit te voeren, dan wel een gespecialiseerd comité op te heffen.

Artikel 15.3. Werkgroepen
1.

De volgende werkgroepen, die onder toezicht van het Handelscomité staan, worden opgericht:

  • a. de Werkgroep motorvoertuigen en delen overeenkomstig lid 2 van artikel 9 (Werkgroep motorvoertuigen en delen) van bijlage 2-C (Motorvoertuigen en delen);
  • b. de Werkgroep farmaceutische producten en medische hulpmiddelen overeenkomstig lid 3 van artikel 5 (Samenwerking bij regelgeving) van bijlage 2-D (Farmaceutische producten en medische hulpmiddelen);
  • c. de Werkgroep chemische stoffen overeenkomstig punt 4 van bijlage 2-E (Chemische stoffen);
  • d. de Werkgroep samenwerking bij handelsmaatregelen overeenkomstig lid 1 van artikel 3.16 (Werkgroep samenwerking bij handelsmaatregelen);
  • f. de Werkgroep overheidsopdrachten overeenkomstig artikel 9.3 (Werkgroep overheidsopdrachten); en
  • g. de Werkgroep geografische aanduidingen overeenkomstig artikel 10.25 (Werkgroep geografische aanduidingen).
2.

Het Handelscomité kan besluiten voor een specifieke taak of een specifiek onderwerp andere werkgroepen op te richten. Het stelt de samenstelling, taken en werking van de werkgroepen vast. Elke regelmatige of ad-hocvergadering tussen de partijen wordt als werkgroep in de zin van dit artikel beschouwd waneer de werkzaamheden betrekking hebben op aangelegenheden waarop deze overeenkomst van toepassing is.

3.

Tenzij in deze overeenkomst anders is bepaald, komen werkgroepen op een passend niveau bijeen wanneer de omstandigheden zulks vereisen dan wel op verzoek van een van de partijen of van het Handelscomité. Het voorzitterschap wordt bekleed door vertegenwoordigers van Korea en van de Europese Unie. De werkgroepen stellen zelf hun vergaderrooster en agenda vast.

4.

De werkgroepen stellen het Handelscomité ruimschoots voor hun vergaderingen in kennis van hun vergaderrooster en agenda. Bij elke regelmatige vergadering van het Handelscomité brengen zij verslag uit over hun activiteiten. De oprichting of het bestaan van een werkgroep staat er niet aan in de weg dat een partij een aangelegenheid direct aan het Handelscomité kan voorleggen.

5.

Het Handelscomité kan besluiten de taak van een werkgroep te wijzigen of zelf uit te voeren, dan wel een werkgroep op te heffen.

Artikel 15.4. Besluitvorming
1.

Om de doelstellingen van deze overeenkomst te bereiken, krijgt het Handelscomité de bevoegdheid besluiten te nemen ten aanzien van alle in deze overeenkomst bedoelde aangelegenheden.

2.

Deze besluiten zijn bindend voor de partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan. Het Handelscomité kan ook passende aanbevelingen doen.

3.

De besluiten en aanbevelingen van het Handelscomité worden vastgesteld in onderlinge overeenstemming tussen de partijen.

Artikel 15.5. Wijzigingen
1.

De partijen kunnen schriftelijk overeenkomen deze overeenkomst te wijzigen. Een wijziging treedt op een door de partijen overeengekomen datum in werking nadat de partijen schriftelijke kennisgevingen met elkaar hebben uitgewisseld waarin zij verklaren dat hun respectieve toepasselijke wettelijke vereisten en procedures volledig zijn afgerond.

2.

Onverminderd lid 1 kan het Handelscomité besluiten de bijlagen, aanhangsels, protocollen en aantekeningen bij deze overeenkomst te wijzigen. De partijen kunnen het besluit goedkeuren volgens hun respectieve toepasselijke wettelijke vereisten en procedures.

Artikel 15.6. Contactpunten
1.

Om de communicatie te vergemakkelijken en de doeltreffende uitvoering van deze overeenkomst te waarborgen, wijzen de partijen bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst coördinatoren aan. De aanwijzing van coördinatoren doet geen afbreuk aan de specifieke aanwijzing van bevoegde autoriteiten in het kader van specifieke hoofdstukken van deze overeenkomst.

2.

Op verzoek van een van de partijen geeft de coördinator van de andere partij aan welk bureau of welke ambtenaar verantwoordelijk is voor enige aangelegenheid die betrekking heeft op de uitvoering van deze overeenkomst en verleent hij de nodige hulp om de communicatie met de verzoekende partij te vergemakkelijken.

3.

Voor zover het krachtens hun wetgeving mogelijk is, verschaft elk van de partijen op verzoek van de andere partij via haar coördinatoren informatie, en antwoordt zij onverwijld op elke vraag van de andere partij met betrekking tot een bestaande of voorgestelde maatregel die van invloed kan zijn op de handel tussen de partijen.

Artikel 15.7. Belastingen
1.

Deze overeenkomst is alleen van toepassing op belastingmaatregelen wanneer dat nodig is om de bepalingen van deze overeenkomst uit te voeren.

2.

Geen enkele bepaling in deze overeenkomst is van invloed op de rechten en verplichtingen van beide partijen uit hoofde van belastingverdragen tussen Korea en de respectieve lidstaten van de Europese Unie. In geval van strijdigheid tussen deze overeenkomst en een dergelijk verdrag heeft dat verdrag voorrang voor zover het de strijdige bepalingen betreft. Wanneer er een belastingverdrag tussen Korea en de respectieve lidstaten van de Europese Unie bestaat, zijn alleen de krachtens dat verdrag bevoegde autoriteiten bevoegd om gezamenlijk vast te stellen of deze overeenkomst strijdig is met dat verdrag.

3.

Geen enkele bepaling in deze overeenkomst wordt uitgelegd als beletsel voor de partijen om bij de toepassing van de desbetreffende bepalingen van hun belastingwetgeving onderscheid te maken tussen belastingbetalers die niet in dezelfde situatie verkeren, in het bijzonder met betrekking tot hun verblijfplaats of de plaats waar hun kapitaal is geïnvesteerd.

4.

Geen enkele bepaling in deze overeenkomst wordt uitgelegd als beletsel voor het vaststellen of toepassen van maatregelen ter voorkoming van belastingontwijking of -ontduiking in overeenstemming met de fiscale bepalingen van overeenkomsten inzake voorkoming van dubbele belastingheffing, andere belastingregelingen of interne belastingwetten.

Artikel 15.8. Uitzonderingen in verband met de betalingsbalans
1.

In geval van ernstige problemen of dreigende ernstige problemen op het gebied van de betalingsbalans en de buitenlandse financiële positie mag een partij beperkende maatregelen ten aanzien van de handel in goederen en diensten en de vestiging instellen of handhaven.

2.

De partijen vermijden de toepassing van beperkende maatregelen als bedoeld in lid 1 zoveel mogelijk.

Beperkende maatregelen die krachtens dit artikel worden ingesteld of gehandhaafd, zijn niet-discriminerend en van beperkte duur en gaan niet verder dan wat nodig is om de moeilijkheden betreffende de betalingsbalans en de buitenlandse financiële positie op te lossen. Zij zijn, naargelang van het geval, in overeenstemming met de voorwaarden van de WTO-Overeenkomst en de statuten van het Internationaal Monetair Fonds.

3.

Wanneer een partij beperkende maatregelen instelt of handhaaft of wijzigingen van dergelijke maatregelen vaststelt, stelt zij de andere partij daarvan onmiddellijk in kennis en legt zij haar zo spoedig mogelijk een tijdschema voor de opheffing van de maatregelen voor.

4.

Wanneer de beperkingen worden ingesteld of gehandhaafd, wordt hierover onmiddellijk overleg gevoerd in het Handelscomité. Tijdens dit overleg worden de betalingsbalanspositie van de betrokken partij en de in het kader van dit artikel ingestelde of gehandhaafde beperkingen beoordeeld, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met de volgende factoren:

  • a. de aard en omvang van de betalingsbalans en de moeilijkheden met betrekking tot de buitenlandse financiële positie;
  • b. de economische positie en de handelssituatie ten opzichte van het buitenland; of
  • c. andere corrigerende maatregelen die genomen kunnen worden.

Het overleg heeft betrekking op de verenigbaarheid van de beperkende maatregelen met de leden 3 en 4. Alle bevindingen van statistische en andere aard met betrekking tot deviezen, monetaire reserves en de betalingsbalans die van het Internationaal Monetair Fonds afkomstig zijn, worden aanvaard, en de conclusies worden gebaseerd op het oordeel van het Fonds over de betalingsbalans en de externe financiële positie van de betrokken partij.

Artikel 15.9. Uitzonderingen op grond van veiligheidsoverwegingen

Geen enkele bepaling in deze overeenkomst wordt zodanig uitgelegd dat:

  • a. een partij verplicht wordt gegevens te verstrekken waarvan zij openbaarmaking in strijd acht met haar wezenlijke veiligheidsbelangen;
  • b. een partij belet wordt maatregelen te nemen die zij ter bescherming van haar wezenlijke veiligheidsbelangen nodig acht en die:
  • i. verband houden met de productie van of handel in wapens, munitie of oorlogsmaterieel, dan wel met economische activiteiten die direct of indirect de bevoorrading van een militaire inrichting ten doel hebben;
  • ii. betrekking hebben op splijt- of fusiestoffen of op grondstoffen waaruit deze kunnen worden vervaardigd; of
  • iii. in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen worden genomen; of
  • c. een partij belet wordt maatregelen te nemen tot uitvoering van haar internationale verplichtingen met het oog op de handhaving van de internationale vrede en veiligheid.
Artikel 15.10. Inwerkingtreding
1.

Deze overeenkomst wordt door de partijen goedgekeurd volgens hun eigen procedures.

2.

Deze overeenkomst treedt in werking 60 dagen nadat de partijen schriftelijke kennisgevingen met elkaar hebben uitgewisseld waarin zij verklaren dat hun respectieve toepasselijke wettelijke vereisten en procedures zijn afgesloten, of op een andere door de partijen overeengekomen datum.

3.

Onverminderd de leden 2 en 5 passen de partijen het Protocol betreffende culturele samenwerking toe vanaf de eerste dag van de derde maand na de datum waarop Korea zijn akte van ratificatie van het UNESCO-Verdrag betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen, hierna het „UNESCO-Verdrag” genoemd, dat op 20 oktober 2005 in Parijs is aangenomen, bij het secretariaat van de UNESCO in Parijs heeft neergelegd, tenzij Korea dit al voor de in de leden 2 en 5 bedoelde uitwisseling van kennisgevingen heeft gedaan.

4.

De kennisgevingen worden respectievelijk aan de secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie en het ministerie van Buitenlandse Zaken en Handel van de Korea, dan wel de opvolger daarvan, gericht.

  • a. Deze overeenkomst wordt voorlopig toegepast vanaf de eerste dag van de maand volgende op de datum waarop de EU en Korea elkaar kennis hebben gegeven van de voltooiing van hun respectieve procedures ter zake.
  • b. In het geval dat sommige bepalingen van deze overeenkomst niet voorlopig kunnen worden toegepast, stelt de partij die dit niet kan de andere partij in kennis van de bepalingen die zij niet voorlopig kan toepassen. Onverminderd punt a) worden, mits de andere partij de noodzakelijke procedures heeft afgesloten en zij niet binnen 10 dagen na de kennisgeving dat sommige bepalingen niet voorlopig kunnen worden toegepast, bezwaar heeft gemaakt tegen voorlopige toepassing, de bepalingen van deze overeenkomst waarvan geen kennis is gegeven voorlopig toegepast vanaf de eerste dag van de maand volgende op de kennisgeving.
  • c. Een partij kan de voorlopige toepassing beëindigen door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de andere partij. Die beëindiging treedt in werking op de eerste dag van de maand volgende op die van de kennisgeving.
  • d. Wanneer deze overeenkomst of sommige bepalingen ervan voorlopig worden toegepast, wordt onder „inwerkingtreding van deze overeenkomst” verstaan de datum van voorlopige toepassing.
Artikel 15.11. Duur
1.

Deze overeenkomst geldt voor onbepaalde tijd.

2.

Elk van beide partijen kan de andere partij schriftelijk in kennis stellen van haar voornemen de overeenkomst op te zeggen.

3.

De opzegging wordt zes maanden na de datum van de in lid 2 bedoelde kennisgeving van kracht.

Artikel 15.12. Voldoen aan verplichtingen
1.

De partijen treffen alle algemene en bijzondere maatregelen die nodig zijn om aan hun verplichtingen krachtens deze overeenkomst te voldoen. Zij zien erop toe dat de in deze overeenkomst genoemde doelstellingen worden bereikt.

2.

Elk van beide partijen kan onmiddellijk passende maatregelen in overeenstemming met het internationale recht nemen wanneer deze overeenkomst niet volgens de algemene regels van het internationale recht wordt opgezegd.

Artikel 15.13. Bijlagen, aanhangsels, protocollen en aantekeningen

De bijlagen, aanhangsels, protocollen en aantekeningen bij deze overeenkomst vormen daarvan een integrerend onderdeel.

Artikel 15.14. Relatie tot andere overeenkomsten
1.

Tenzij anders is bepaald, worden eerdere overeenkomsten tussen de lidstaten van de Europese Unie en/of de Europese Gemeenschap en/of de Europese Unie en Korea niet vervangen of beëindigd door deze overeenkomst.

2.

Deze overeenkomst is een integrerend onderdeel van de algemene bilaterale betrekkingen waarop de kaderovereenkomst van toepassing is. Deze overeenkomst is een specifieke overeenkomst waarmee uitvoering wordt gegeven aan de handelsbepalingen in de zin van de kaderovereenkomst.

3.

Het Protocol betreffende wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken vervangt de bepalingen over wederzijdse administratieve bijstand in de douaneovereenkomst.

4.

De partijen komen overeen dat geen enkele bepaling in deze overeenkomst hen verplicht te handelen op een wijze die in strijd is met hun verplichtingen uit hoofde van de WTO-Overeenkomst.

Artikel 15.15. Territoriale toepassing
1.

Deze overeenkomst is van toepassing, enerzijds, op elk grondgebied waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing zijn, onder de in die verdragen neergelegde voorwaarden, en, anderzijds, op het grondgebied van Korea. Verwijzingen naar „grondgebied” in deze overeenkomst wordt in deze zin begrepen, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald.

2.

Voor de bepalingen met betrekking tot de tariefbehandeling van goederen is deze overeenkomst ook van toepassing op gebieden die tot het douanegebied van de EU behoren maar niet onder lid 1 vallen.

Artikel 15.16. Authentieke teksten

Deze overeenkomst is opgesteld in tweevoud, in de volgende talen: Bulgaars, Deens, Duits, Engels, Ests, Fins, Frans, Grieks, Hongaars, Italiaans, Kroatisch, Lets, Litouws, Maltees, Nederlands, Pools, Portugees, Roemeens, Sloveens, Slowaaks, Spaans, Tsjechisch, Zweeds en Koreaans, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

AFDELING A. OORSPRONGSREGELS

TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Definities

In dit protocol wordt verstaan onder:

  • a. vervaardiging: elk type be- of verwerking, met inbegrip van telen, vissen, opfokken, jagen, assembleren of speciale behandelingen;
  • b. materiaal: alle ingrediënten, grondstoffen, componenten of delen enz., die bij de vervaardiging van een product worden gebruikt;
  • c. product: het vervaardigde product, ook indien dit bestemd is om later bij de vervaardiging van een ander product te worden gebruikt;
  • d. goederen: materialen, producten of artikelen;
  • e. douanewaarde: de waarde zoals bepaald volgens de Overeenkomst inzake de douanewaarde;
  • f. prijs af fabriek: de prijs die voor het product af fabriek is betaald of moet worden betaald aan de fabrikant in een partij in wiens onderneming de laatste be- of verwerking is verricht, voor zover in die prijs de waarde is begrepen van alle gebruikte materialen, verminderd met alle interne belastingen die worden of moeten worden terugbetaald wanneer het verkregen product wordt uitgevoerd;
  • g. waarde van de niet van oorsprong zijnde materialen: de douanewaarde ten tijde van de invoer van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn, of, indien deze niet bekend is en niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die voor de materialen in de EU of in Korea is betaald;
  • h. waarde van de materialen van oorsprong: de waarde van de materialen volgens de definitie in punt g), die van dienovereenkomstige toepassing is;
  • i. hoofdstukken, posten en onderverdelingen: de hoofdstukken (tweecijfercodes), posten (viercijfercodes) en onderverdelingen (zescijfercodes) van de nomenclatuur, die het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en codering van goederen, in dit protocol „het geharmoniseerd systeem” of „GS” genoemd, vormen;
  • j. ingedeeld: de indeling van een product of materiaal onder een bepaald hoofdstuk of een bepaalde post of onderverdeling;
  • k. zending: producten die gelijktijdig van één exporteur naar één geadresseerde worden verzonden of die vergezeld gaan van een enkel vervoersdocument voor de verzending van de exporteur naar de geadresseerde of, bij gebreke daarvan, van een enkele factuur;
  • l. GS: het van kracht zijnde geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en codering van goederen, met inbegrip van de algemene bepalingen en de aantekeningen; en
  • m. grondgebied: met inbegrip van de territoriale wateren.

TITEL II. DEFINITIE VAN „PRODUCTEN VAN OORSPRONG”

Artikel 2. Producten van oorsprong

Voor de toepassing van een preferentiële tariefbehandeling worden de volgende producten als van oorsprong uit een partij beschouwd:

  • a. volledig in een partij verkregen producten in de zin van artikel 4;
  • b. in een partij verkregen producten waarin materialen zijn verwerkt die daar niet volledig zijn verkregen, mits die materialen in de betrokken partij een be- of verwerking hebben ondergaan die toereikend is in de zin van artikel 5; of
  • c. in een partij verkregen producten die uitsluitend bestaan uit materialen die krachtens dit protocol als van oorsprong worden aangemerkt.
Artikel 3. Cumulatie van de oorsprong

Onverminderd artikel 2 worden producten als van oorsprong uit een partij beschouwd als zij daar zijn verkregen en in die producten materialen zijn verwerkt die van oorsprong zijn uit de andere partij, mits de be- of verwerking ingrijpender is dan de in artikel 6 genoemde be- of verwerkingen. Het is niet noodzakelijk dat deze materialen toereikende be- of verwerkingen hebben ondergaan.

Artikel 4. Volledig verkregen producten
1.

Voor de toepassing van artikel 2, onder a), worden als volledig in een partij verkregen beschouwd:

  • a. op het grondgebied van een partij uit de bodem of de zeebodem gewonnen producten;
  • b. aldaar geteelde en geoogste producten van het plantenrijk;
  • c. aldaar geboren en opgefokte levende dieren;
  • d. producten afkomstig van aldaar opgefokte levende dieren;
  • e.
  • i. producten verkregen door jagen of het zetten van vallen op het grondgebied te land, of door vissen op de binnenwateren of in de territoriale wateren van een partij;
  • ii. producten van de aldaar bedreven aquicultuur, wanneer de vis of de schaal- of weekdieren er zijn geboren en opgefokt;
  • f. producten van de zeevisserij en andere door de schepen van een partij buiten haar territoriale wateren uit zee gewonnen producten;
  • g. producten die aan boord van haar fabrieksschepen uitsluitend uit de onder f) bedoelde producten zijn vervaardigd;
  • h. producten, gewonnen uit de zeebodem of -ondergrond buiten de territoriale wateren van een partij, mits deze recht heeft op ontginning van deze bodem of ondergrond;
  • i. aldaar verzamelde gebruikte artikelen die slechts voor de terugwinning van grondstoffen kunnen dienen of slechts als afval kunnen worden gebruikt;
  • j. afval en schroot afkomstig van aldaar verrichte be- of verwerkingen; of
  • k. producten die in een partij uitsluitend uit de in dit lid bedoelde producten zijn vervaardigd.
2.

De termen „schepen van een partij” en „haar fabrieksschepen” in lid 1, onder f) en g), zijn uitsluitend van toepassing op schepen en fabrieksschepen:

  • a. die in een van de lidstaten van de Europese Unie of in Korea zijn geregistreerd;
  • b. die onder de vlag van een van de lidstaten van de Europese Unie of van Korea varen; en
  • c. die aan een van de volgende voorwaarden voldoen:
  • i. zij behoren voor ten minste 50% toe aan onderdanen van een lidstaat van de Europese Unie of van Korea; of
  • ii. zij behoren toe aan een onderneming:
  • A. die haar hoofdkantoor en haar belangrijkste handelsactiviteit in een van de lidstaten van de Europese Unie of in Korea heeft; en
  • B. die voor ten minste 50% toebehoort aan een van de lidstaten van de Europese Unie of aan Korea, overheidsorganen van een lidstaat van de Europese Unie of van Korea of onderdanen van een van de lidstaten van de Europese Unie of van Korea.
Artikel 5. Toereikende be- of verwerking
1.

Voor de toepassing van artikel 2, onder b), worden niet volledig verkregen producten geacht een toereikende be- of verwerking te hebben ondergaan wanneer aan de voorwaarden in de lijsten in bijlage II of II(a) is voldaan. Deze voorwaarden geven voor alle onder deze overeenkomst vallende producten aan welke be- of verwerkingen bij de vervaardiging gebruikte, niet van oorsprong zijnde materialen moeten hebben ondergaan, en gelden slechts voor die materialen. Hieruit volgt dat als:

  • a. niet van oorsprong zijnde materialen een toereikende be- of verwerking ondergaan waardoor een van oorsprong zijnd product ontstaat dat vervolgens voor de vervaardiging van een ander product wordt gebruikt, geen rekening wordt gehouden met de daarin verwerkte niet van oorsprong zijnde materialen; en
  • b. niet van oorsprong zijnde en van oorsprong zijnde materialen worden verwerkt tot een niet van oorsprong zijnd product dat vervolgens voor de vervaardiging van een ander product wordt gebruikt, alleen rekening wordt gehouden met de daarin verwerkte niet van oorsprong zijnde materialen.
2.

In afwijking van lid 1 kunnen niet van oorsprong zijnde materialen die volgens de voorwaarden in de lijst in bijlage II bij de vervaardiging van een product niet mogen worden gebruikt, in de volgende gevallen toch worden gebruikt:

  • a. de totale waarde ervan bedraagt niet meer dan 10% van de prijs af fabriek van het product; en
  • b. de in de lijst in bijlage II vermelde maximumwaarden voor niet van oorsprong zijnde materialen worden door de toepassing van dit lid niet overschreden.
3.

Lid 2 is niet van toepassing op producten van de hoofdstukken 50 tot en met 63 van het GS.

4.

De leden 1 tot en met 3 zijn van toepassing behoudens het bepaalde in artikel 6.

Artikel 6. Ontoereikende be- of verwerking
1.

Onverminderd lid 2 worden de volgende be- of verwerkingen als ontoereikend beschouwd om de oorsprongsstatus te verlenen, ongeacht of aan de voorwaarden van artikel 5 is voldaan:

  • a. behandelingen om de producten tijdens vervoer en opslag in goede staat te bewaren;
  • b. het veranderen van verpakkingen, het splitsen en samenvoegen van colli;
  • c. het wassen of schoonmaken; het stofvrij maken of het verwijderen van roest, olie, verf of dergelijke;
  • d. het strijken of persen van textiel;
  • e. het eenvoudig schilderen of polijsten;
  • f. het ontvliezen of doppen, het geheel of gedeeltelijk bleken, het polijsten en het glaceren van granen of rijst;
  • g. het kleuren of aromatiseren van suiker of het vormen van suikerklonten; het geheel of gedeeltelijk vermalen van kristalsuiker;
  • h. het pellen, ontpitten of schillen van noten, vruchten of groenten;
  • i. het aanscherpen of het eenvoudig vermalen of versnijden;
  • j. het zeven, sorteren, classificeren of assorteren (daaronder begrepen het samenstellen van stellen of assortimenten van artikelen);
  • k. het eenvoudig verpakken in flessen, flacons, blikken, zakken, kratten of dozen, het bevestigen op kaarten of platen en alle andere eenvoudige handelingen in verband met de verpakking;
  • l. het aanbrengen of opdrukken van merken, etiketten, beeldmerken of andere soortgelijke onderscheidingstekens op de producten zelf of op de verpakking;
  • m. het eenvoudig mengen van producten, ook van verschillende soorten; het mengen van suiker met andere stoffen;
  • n. het eenvoudig samenvoegen van delen van artikelen tot een volledig artikel en het uit elkaar nemen van artikelen;
  • o. het testen of kalibreren;
  • p. twee of meer van de onder a) tot en met o) vermelde behandelingen tezamen; of
  • q. het slachten van dieren.
2.

Alle be- of verwerkingen die een product in een partij heeft ondergaan, worden tezamen genomen om te bepalen of deze als ontoereikend in de zin van lid 1 moeten worden beschouwd.

Artikel 7. In aanmerking te nemen eenheid
1.

De voor de toepassing van dit protocol in aanmerking te nemen eenheid is het product dat bij het vaststellen van de indeling aan de hand van de nomenclatuur van het GS als de basiseenheid wordt beschouwd. Hieruit volgt dat:

  • a. wanneer een product, bestaande uit een groep of verzameling van artikelen, onder een enkele post van het GS wordt ingedeeld, het geheel de in aanmerking te nemen eenheid vormt; en
  • b. wanneer een zending uit een aantal identieke producten bestaat die onder dezelfde post van het GS worden ingedeeld, elk product voor de toepassing van dit protocol afzonderlijk moet worden genomen.
2.

Wanneer volgens algemene regel 5 van het GS de verpakking meetelt voor het vaststellen van de indeling van het product, telt deze ook mee voor het vaststellen van de oorsprong en wordt deze als van oorsprong beschouwd wanneer het product van oorsprong is.

Artikel 8. Toebehoren, vervangingsonderdelen en gereedschappen

Toebehoren, vervangingsonderdelen en gereedschappen die samen met een product worden geleverd en deel uitmaken van de normale uitrusting daarvan en die in de prijs ervan zijn begrepen of niet afzonderlijk in rekening worden gebracht, worden geacht een geheel te vormen met het product in kwestie.

Artikel 9. Stellen en assortimenten

Stellen en assortimenten in de zin van algemene regel 3 van het GS worden als van oorsprong beschouwd wanneer alle samenstellende delen van oorsprong zijn en het product aan alle andere toepasselijke eisen van dit protocol voldoet. Een stel of assortiment bestaande uit producten van oorsprong en producten die niet van oorsprong zijn, wordt evenwel als van oorsprong beschouwd indien de waarde van de producten die niet van oorsprong zijn niet meer dan 15% van de prijs af fabriek van het stel of assortiment bedraagt.

Artikel 10. Neutrale elementen

Om de oorsprong van een product te bepalen, behoeft niet te worden vastgesteld wat de oorsprong is van de goederen die bij de vervaardiging ervan worden gebruikt, maar die in de uiteindelijke samenstelling van het product niet voorkomen en ook niet bedoeld waren om daarin voor te komen.

Artikel 11. Gescheiden boekhouding van materialen
1.

Wanneer bij de vervaardiging van een product identieke en onderling verwisselbare van oorsprong zijnde en niet van oorsprong zijnde materialen worden gebruikt, worden die materialen tijdens de opslag naargelang van hun oorsprong fysiek gescheiden.

2.

Wanneer het aanhouden van gescheiden voorraden van bij de vervaardiging van een product gebruikte identieke en onderling verwisselbare van oorsprong zijnde en niet van oorsprong zijnde materialen met aanzienlijke kosten of moeilijkheden gepaard gaat, mag de producent voor het beheer van deze voorraden de methode van de gescheiden boekhouding gebruiken.

3.

Deze methode wordt geregistreerd en toegepast in overeenstemming met de algemeen aanvaarde boekhoudbeginselen die van toepassing zijn in de partij waar het product wordt vervaardigd.

4.

Met deze methode moet het mogelijk zijn ervoor te zorgen dat in een specifieke referentieperiode niet meer producten de oorsprongsstatus verwerven dan het geval zou zijn geweest wanneer de materialen wel fysiek waren gescheiden.

5.

Een partij mag eisen dat de douaneautoriteiten vooraf toestemming verlenen voor de toepassing van de in dit artikel bedoelde methode voor het beheer van de voorraden. In dat geval mogen de douaneautoriteiten aan een vergunning alle voorwaarden verbinden die zij passend achten, en houden zij toezicht op het gebruik van de vergunning; zij mogen de vergunning op elk moment intrekken wanneer de begunstigde er op enigerlei wijze oneigenlijk gebruik van maakt of niet voldoet aan de andere voorwaarden in dit protocol.

TITEL III. TERRITORIALE VOORWAARDEN

Artikel 12. Territorialiteitsbeginsel
1.

Aan de in titel II genoemde voorwaarden voor het verkrijgen van de oorsprongsstatus moet zonder onderbreking in een partij zijn voldaan, behoudens het bepaalde in artikel 3 en lid 3 van dit artikel.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)