Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds

Type Verdrag
Publication 2016-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 332
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De bepalingen van deze onderafdeling laten het recht om te streven naar erkenning en bescherming van een geografische aanduiding krachtens de wetgeving van de Europese Unie of Korea ter zake onverlet.

ONDERAFDELING D. MODELLEN

Artikel 10.27. Bescherming van geregistreerde modellen
1.

De Europese Unie en Korea voorzien in de bescherming van onafhankelijk ontworpen modellen die nieuw of oorspronkelijk zijn en een eigen karakter hebben59)Korea beschouwt modellen niet als nieuw indien een identiek of soortgelijk model algemeen bekend of algemeen in bedrijf genomen was voordat de registratieaanvraag voor het model werd ingediend. Korea beschouwt modellen niet als origineel als zij eenvoudig hadden kunnen worden ontworpen aan de hand van combinaties van modellen die algemeen bekend of algemeen in bedrijf genomen waren voordat de registratieaanvraag voor het model werd ingediend. De Europese Unie beschouwt modellen niet als nieuw indien een identiek model algemeen beschikbaar was voor de datum van indiening van een geregistreerd model of voor de datum van openbaarmaking van een niet-geregistreerd model. Een model wordt volgens de Europese Unie niet geacht een eigen karakter te hebben als de algemene indruk die het bij de geïnformeerde gebruiker wekt, niet verschilt van de algemene indruk die bij die gebruiker wordt gewekt door een model dat algemeen beschikbaar is..

2.

In deze bescherming wordt voorzien door registratie, die de houder van het recht uitsluitende rechten overeenkomstig het bepaalde in deze onderafdeling verleent.

Artikel 10.28. Door registratie verkregen rechten

De eigenaar van een beschermd model heeft het recht derden die daartoe niet zijn toestemming hebben, ten minste te beletten artikelen te vervaardigen, op de markt aan te bieden, te verkopen, in of uit te voeren of te gebruiken, die het beschermde model vertonen of incorporeren, wanneer dit om commerciële redenen gebeurt, wanneer hiermee zonder noodzaak afbreuk wordt gedaan aan de normale exploitatie van het model of wanneer dit niet in overeenstemming is met een eerlijke handelspraktijk.

Artikel 10.29. Bescherming van niet-geregistreerde verschijningsvormen

De Europese Unie en Korea voorzien in rechtsmiddelen ter voorkoming van het gebruik van niet-geregistreerde verschijningsvormen van een product, mits het omstreden gebruik voortvloeit uit het kopiëren van de niet-geregistreerde verschijningsvorm van het product60)Voor de toepassing van dit artikel kennen de Europese Unie en Korea aan „niet-geregistreerd model” en „niet-geregistreerde verschijningsvorm” dezelfde betekenis toe. De voorwaarden voor bescherming van een „niet-geregistreerd model” of een „niet-geregistreerde verschijningsvorm” zijn vastgelegd:a.voor Korea, in de Wet ter voorkoming van oneerlijke concurrentie en ter bescherming van handelsgeheimen (Wet nr. 8767 van 21 december 2007);b.voor de Europese Unie, in Verordening (EG) nr. 6/2002 van de Raad van 12 december 2001 betreffende Gemeenschapsmodellen, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1891/2006 van de Raad van 18 december 2006.. Een dergelijk gebruik omvat ten minste het aanbieden61)Voor de toepassing van dit artikel wordt „aanbieden” door de Europese Unie beschouwd als „in de handel brengen” en door Korea als „overdragen, leasen of tentoonstellen met het oog op overdracht of lease”.en het in- en uitvoeren van goederen.

Artikel 10.30. Duur van de bescherming
1.

Na registratie bieden de partijen bescherming voor de duur van ten minste 15 jaar.

2.

Niet-geregistreerde verschijningsvormen worden in de Europese Unie en Korea gedurende ten minste drie jaar beschermd.

Artikel 10.31. Uitzonderingen
1.

De Europese Unie en Korea kunnen voorzien in beperkte uitzonderingen op de bescherming van modellen, mits deze uitzonderingen niet op onredelijke wijze strijdig zijn met de normale exploitatie van beschermde modellen en niet op onredelijke wijze de legitieme belangen van de eigenaar van het beschermde model schaden, rekening houdend met de legitieme belangen van derden.

2.

De bescherming van modellen strekt zich niet uit tot modellen waarvoor hoofdzakelijk technische of functionele overwegingen bepalend zijn.

3.

Een model dat strijdig is met de openbare orde of de goede zeden, is niet vatbaar voor bescherming door een recht inzake modellen.

Artikel 10.32. Verband met auteursrecht

Een model dat overeenkomstig deze onderafdeling door een in de Europese Unie of in Korea ingeschreven modelrecht wordt beschermd, kan vanaf de datum waarop het model is ontworpen of in een vorm is vastgelegd tevens beschermd worden krachtens het auteursrecht dat op het grondgebied van de partijen van toepassing is62)De bescherming van een model uit hoofde van de auteursrechtwetgeving wordt niet automatisch verleend, maar alleen als een model in overeenstemming met die wetgeving voor bescherming in aanmerking komt..

ONDERAFDELING E. OCTROOIEN

Artikel 10.33. Internationale overeenkomst

De partijen stellen, binnen redelijke grenzen, alles in het werk om te voldoen aan de artikelen 1 tot en met 16 van het Verdrag inzake octrooirecht (2000).

Artikel 10.34. Octrooien en volksgezondheid
1.

De partijen erkennen het belang van de Verklaring inzake de TRIPs-Overeenkomst en de volksgezondheid, die op 14 november 2001 werd goedgekeurd door de ministeriële conferentie van de WTO (hierna de „Verklaring van Doha” genoemd). Voor de interpretatie en uitvoering van de rechten en verplichtingen uit hoofde van deze onderafdeling zijn de partijen gerechtigd zich op de Verklaring van Doha te beroepen.

2.

Elk van beide partijen draagt bij aan de uitvoering van het Besluit van de Algemene Raad van de WTO van 30 augustus 2003 over punt 6 van de Verklaring van de Doha en het Protocol tot wijziging van de TRIPs-overeenkomst, dat op 6 december 2005 in Genève werd vastgesteld, en neemt deze in acht.

Artikel 10.35. Verlenging van de duur van de door de octrooibescherming verkregen rechten
1.

De partijen erkennen dat farmaceutische producten63)Zoals gedefinieerd in bijlage 2-D (Farmaceutische producten en medische hulpmiddelen).en gewasbeschermingsmiddelen64)Gewasbeschermingsmiddelen, in de vorm waarin zij aan de gebruiker worden geleverd, bestaan geheel of gedeeltelijk uit werkzame stoffen, beschermstoffen of synergisten, en zijn bestemd voor een van de volgende toepassingen:a.de bescherming van gewassen of plantaardige producten tegen alle schadelijke organismen of het verhinderen van de werking van dergelijke organismen, tenzij deze middelen worden beschouwd als middelen die vooral om hygiënische redenen worden gebruikt en niet ter bescherming van gewassen of plantaardige producten;b.het beïnvloeden van de levensprocessen van planten, zoals het beïnvloeden van hun groei, voor zover het niet gaat om nutritieve stoffen;c.conservering van plantaardige producten, voor zover die stoffen of producten niet onder bijzondere bepalingen van de Europese Unie inzake conserveermiddelen vallen;d.de vernietiging van ongewenste planten of delen van planten, met uitzondering van algen, tenzij de producten op de bodem of in water worden gebruikt ter bescherming van planten; ofe.de beperking of voorkoming van de ongewenste groei van planten, met uitzondering van algen, tenzij de producten op de bodem of in water worden gebruikt ter bescherming van planten.die op hun respectieve grondgebied door een octrooi worden beschermd, aan een administratieve vergunnings- en registratieprocedure moeten worden onderworpen voordat zij er in de handel mogen worden gebracht.

2.

Op verzoek van de octrooihouder verlengen de partijen de duur van de door de octrooibescherming verleende rechten om hem te compenseren voor de verkorting van de effectieve duur van het octrooi als gevolg van de eerste vergunning voor het in de handel brengen van het product op hun respectieve markt. De duur van de door de octrooibescherming verleende rechten mag met niet meer dan vijf jaar worden verlengd65)Dit laat een mogelijke verlenging voor pediatrisch gebruik onverlet, indien hierin door de partijen is voorzien..

Artikel 10.36. Bescherming van gegevens die zijn ingediend om een vergunning voor het in de handel brengen van farmaceutische producten66)Zoals gedefinieerd in bijlage 2-D (Farmaceutische producten en medische hulpmiddelen).te verkrijgen
1.

De partijen garanderen gegevens die zijn ingediend om een vergunning voor het in de handel brengen van een farmaceutisch product te verkrijgen, geheim te houden en niet openbaar te maken en de exclusiviteit ervan te waarborgen.

2.

Daartoe garanderen de partijen in hun respectieve wetgeving dat gegevens zoals bedoeld in artikel 39 van de TRIPs-overeenkomst, die betrekking hebben op de veiligheid en de doeltreffendheid en die voor de eerste keer door een aanvrager zijn ingediend om een vergunning voor het in de handel brengen van een nieuw farmaceutisch product op het grondgebied van de respectieve partijen te verkrijgen, niet worden gebruikt om een andere vergunning voor het in de handel brengen van een farmaceutisch product te verlenen, tenzij bewijs wordt geleverd van de uitdrukkelijke toestemming van de vergunninghouder voor het gebruik van deze gegevens.

3.

De gegevens worden vanaf de datum van de eerste vergunning voor het in de handel brengen die op het grondgebied van de respectieve partij wordt verkregen, gedurende ten minste vijf jaar beschermd.

Artikel 10.37. Bescherming van gegevens die zijn ingediend om een vergunning voor het in de handel brengen van gewasbeschermingsmiddelen te verkrijgen
1.

De partijen stellen veiligheids- en doeltreffendheidsvereisten vast voordat zij vergunning verlenen voor het in de handel brengen van gewasbeschermingsmiddelen op hun respectieve markt.

2.

De partijen zorgen ervoor dat tests, studieverslagen en informatie die voor het eerst door een aanvrager zijn ingediend om een vergunning voor het in de handel brengen van een gewasbeschermingsmiddel te verkrijgen, niet door derden of door de desbetreffende autoriteiten worden gebruikt ten behoeve van een andere persoon die een vergunning voor het in de handel brengen van een gewasbeschermingsmiddel wil verkrijgen, tenzij bewijs wordt geleverd van de uitdrukkelijke toestemming van de eerste aanvrager voor het gebruik van deze gegevens. Deze bescherming wordt hierna gegevensbescherming genoemd.

3.

De gegevensbescherming geldt voor een periode van ten minste tien jaar vanaf de datum van de eerste vergunning voor het in de handel brengen bij de respectieve partij.

Artikel 10.38. Tenuitvoerlegging

De partijen nemen de nodige maatregelen om de volledige doeltreffendheid van de in deze onderafdeling bedoelde bescherming te waarborgen; zij werken op dit gebied actief samen en gaan een constructieve dialoog ter zake aan.

ONDERAFDELING F. ANDERE BEPALINGEN

Artikel 10.39. Kwekersrechten

Elk van beide partijen voorziet in de bescherming van kwekersrechten en voldoet aan haar verplichtingen uit hoofde van het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekproducten (1991).

Artikel 10.40. Genetische hulpbronnen, traditionele kennis en folklore
1.

Met inachtneming van hun wetgeving zorgen de partijen voor de eerbiediging, bescherming en instandhouding van de kennis, vernieuwingen en gebruiken van autochtone en plaatselijke gemeenschappen, waarop tradities zijn gebaseerd die van belang zijn voor het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit en voor de bevordering van de toepassing daarvan op grotere schaal, met de deelneming en instemming van de dragers van die kennis, vernieuwingen en gebruiken, alsmede voor de stimulering van de eerlijke verdeling van de voordelen van de toepassing van die kennis, vernieuwingen en gebruiken.

2.

De partijen komen overeen regelmatig van gedachten te wisselen en informatie uit te wisselen over multilaterale besprekingen ter zake:

  • a. in het kader van de WIPO, over onderwerpen die worden behandeld door het Intergouvernementeel Comité voor genetische hulpbronnen, traditionele kennis en folklore;
  • c. in het kader van het Verdrag inzake biologische diversiteit, over onderwerpen betreffende een internationale regeling inzake toegang tot genetische hulpbronnen en het delen van de voordelen ervan.
3.

De partijen komen overeen om na afloop van de in lid 2 bedoelde multilaterale besprekingen ter zake dit artikel binnen het Handelscomité op verzoek van een van de partijen te herzien in het licht van de resultaten en de conclusie van die multilaterale besprekingen. Het Handelscomité kan elk besluit aannemen dat nodig is om gevolg te geven aan de resultaten van de herziening.

AFDELING C. HANDHAVING VAN INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN

Artikel 10.41. Algemene verplichtingen
1.

De partijen bevestigen hun verbintenissen uit hoofde van de TRIPs-overeenkomst, en met name deel III; zij vergewissen zich ervan dat hun wetgeving de volgende aanvullende maatregelen, procedures en rechtsmiddelen biedt, zodat doeltreffend actie kan worden ondernomen tegen elke inbreuk op intellectuele-eigendomsrechten67)Zoals gedefinieerd in artikel 10.2, lid 2, onder a) tot en met h).waarop deze overeenkomst van toepassing is.

2.

Deze maatregelen, procedures en rechtsmiddelen:

  • a. omvatten snelle rechtsmiddelen om inbreuken te voorkomen en rechtsmiddelen die verdere inbreuken ontmoedigen;
  • b. zijn eerlijk en billijk;
  • c. zijn niet onnodig ingewikkeld of kostbaar of houden geen onredelijke termijnen of nodeloze vertragingen in; en
  • d. zijn doeltreffend, evenredig en afschrikwekkend en worden zodanig toegepast dat geen belemmeringen voor legitiem handelsverkeer worden gecreëerd en wordt voorzien in waarborgen tegen misbruik van deze maatregelen, procedures en rechtsmiddelen.
Artikel 10.42. Rechthebbenden

Elk van beide partijen erkent dat de volgende personen en instanties gerechtigd zijn te verzoeken om toepassing van de in deze afdeling en in deel III van de TRIPs-overeenkomst bedoelde maatregelen, procedures en rechtsmiddelen:

  • a. houders van intellectuele-eigendomsrechten, in overeenstemming met de bepalingen van het toepasselijke recht;
  • b. alle andere personen die gemachtigd zijn die rechten te gebruiken, in het bijzonder licentiehouders, voor zover toegestaan door en in overeenstemming met de bepalingen van het toepasselijke recht;
  • c. instanties voor het collectieve beheer van intellectuele-eigendomsrechten die officieel erkend zijn als gerechtigd tot het vertegenwoordigen van houders van intellectuele-eigendomsrechten, voor zover toegestaan door en in overeenstemming met de bepalingen van het toepasselijke recht; en
  • d. een federatie of vereniging die rechtens representatief en bevoegd is om die rechten te doen gelden, voor zover dat wordt toegestaan door en in overeenstemming is met de toepasselijke wetgeving.

ONDERAFDELING A. CIVIELE MAATREGELEN, PROCEDURES EN RECHTSMIDDELEN

Artikel 10.43. Bewijsmateriaal

Elk van beide partijen treft de nodige maatregelen teneinde de bevoegde rechterlijke instanties in staat te stellen om, in geval van een inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht op commerciële schaal, in voorkomend geval op verzoek van een partij overlegging te kunnen gelasten van bancaire, financiële of handelsdocumenten die zich in de macht van de tegenpartij bevinden, mits de bescherming van vertrouwelijke informatie wordt gewaarborgd.

Artikel 10.44. Voorlopige maatregelen ter bescherming van bewijsmateriaal
1.

Elk van beide partijen zorgt ervoor dat de bevoegde rechterlijke instanties, al voordat een bodemprocedure is begonnen, op verzoek van een partij die redelijkerwijs beschikbaar bewijsmateriaal heeft overgelegd tot staving van haar beweringen dat er inbreuk op haar intellectuele-eigendomsrecht is gemaakt of zal worden gemaakt, onmiddellijk afdoende voorlopige maatregelen kunnen gelasten om het relevante bewijsmateriaal in verband met de vermeende inbreuk te beschermen, mits de bescherming van vertrouwelijke informatie wordt gewaarborgd.

2.

Elk van beide partijen kan erin voorzien dat deze maatregelen de gedetailleerde beschrijving, met of zonder monsterneming, dan wel de fysieke inbeslagneming van de inbreuk makende goederen en, in voorkomend geval, de bij de productie of distributie daarvan gebruikte materialen en werktuigen en de desbetreffende documenten omvatten. Die maatregelen worden met name genomen, zo nodig zonder dat de wederpartij wordt gehoord, wanneer het aannemelijk is dat uitstel de houder van het recht onherstelbare schade zal berokkenen, of indien er een aantoonbaar gevaar bestaat dat bewijsmateriaal wordt vernietigd.

Artikel 10.45. Recht op informatie
1.

Elk van beide partijen ziet erop toe dat de bevoegde rechterlijke instanties in het kader van civiele procedures wegens inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht naar aanleiding van een met redenen omkleed en proportioneel verzoek van de eiser kunnen gelasten dat de inbreukmaker en/of iedere andere persoon die partij of getuige bij een geschil is, informatie verstrekt over de oorsprong en het distributienetwerk van de goederen of diensten die een inbreuk op het intellectuele-eigendomsrecht vormen.

  • a. In dit lid wordt met „ieder ander persoon” een persoon bedoeld die:
  • i. de inbreuk makende goederen op commerciële schaal in zijn bezit blijkt te hebben;
  • ii. de inbreuk makende diensten op commerciële schaal blijkt te gebruiken;
  • iii. op commerciële schaal diensten blijkt te verlenen die bij inbreuk makende handelingen worden gebruikt; of
  • iv. door een in deze alinea bedoelde persoon is aangewezen als zijnde betrokken bij de productie, de vervaardiging of de distributie van de goederen of bij het verlenen van de diensten.
  • b. De informatie omvat, naar gelang van het geval:
  • i. de naam en het adres van de producenten, fabrikanten, distributeurs, leveranciers en andere eerdere bezitters van de goederen of diensten, alsmede van de beoogde groot- en detailhandelaren; of
  • ii. inlichtingen over de geproduceerde, vervaardigde, geleverde, ontvangen of bestelde hoeveelheden, alsmede over de voor de desbetreffende goederen of diensten verkregen prijs.
2.

Dit artikel geldt onverminderd andere wettelijke bepalingen waarbij:

  • a. de houder van het recht ruimere rechten op informatie worden toegekend;
  • b. het gebruik van de krachtens dit artikel medegedeelde informatie in civiele procedures of strafzaken wordt geregeld;
  • c. de aansprakelijkheid wegens misbruik van het recht op informatie wordt geregeld;
  • d. de mogelijkheid wordt geboden te weigeren gegevens te verstrekken die de in lid 1 bedoelde persoon zouden dwingen deelname door hemzelf of door naaste verwanten aan een inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht toe te geven; of
  • e. de bescherming van de vertrouwelijkheid van informatiebronnen of de verwerking van persoonsgegevens wordt geregeld.
Artikel 10.46. Voorlopige en conservatoire maatregelen
1.

Elk van beide partijen ziet erop toe dat de rechterlijke instanties, op verzoek van de eiser, een voorlopig bevel kunnen uitvaardigen dat bedoeld is om een dreigende inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht te voorkomen of om, indien wenselijk en indien haar wetgeving erin voorziet, op straffe van een dwangsom tijdelijk voortzetting van de vermeende inbreuk op dat intellectuele-eigendomsrecht te verbieden, dan wel om aan voortzetting de voorwaarde te verbinden dat zekerheid wordt gesteld voor schadeloosstelling van de houder van het recht. Een voorlopig bevel kan ook worden uitgevaardigd tegen een tussenpersoon68)Voor de toepassing van dit lid wordt de reikwijdte van „tussenpersoon” bepaald door de wetgeving van elk van beide partijen, maar omvat deze in elk geval degene die de inbreuk makende goederen levert of distribueert, en naar gelang van het geval ook aanbieders van onlinediensten.wiens diensten door een derde worden gebruikt om inbreuk te maken op een auteursrecht of naburig recht, handelsmerk of geografische aanduiding.

2.

Een voorlopig bevel kan ook worden uitgevaardigd om de inbeslagneming te gelasten van goederen waarvan wordt vermoed dat zij inbreuk maken op een intellectuele-eigendomsrecht, teneinde te voorkomen dat zij in het handelsverkeer worden gebracht of zich daarin bevinden.

3.

Elk van beide partijen zorgt ervoor dat, in geval van inbreuk op commerciële schaal en indien de indiener van het verzoek omstandigheden aantoont die de schadevergoeding in gevaar dreigen te brengen, de rechterlijke instanties conservatoir beslag kunnen laten leggen op de roerende en onroerende goederen van de vermeende inbreukmaker, met inbegrip van het blokkeren van zijn bankrekeningen en andere tegoeden.

Artikel 10.47. Corrigerende maatregelen
1.

Elk van beide partijen ziet erop toe dat de bevoegde rechterlijke instanties op verzoek van de eiser, onverminderd de aan de houder van het recht wegens de inbreuk verschuldigde schadevergoeding en zonder schadeloosstelling van welke aard ook, de vernietiging kunnen gelasten van de goederen waarvan zij hebben vastgesteld dat zij een inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht vormen, dan wel andere maatregelen om die goederen definitief uit het handelsverkeer te verwijderen. In voorkomend geval kunnen de bevoegde rechterlijke instanties ook de vernietiging gelasten van materialen en werktuigen die hoofdzakelijk worden gebruikt voor het ontwerpen of vervaardigen van die goederen.

2.

De rechterlijke instanties gelasten dat deze maatregelen op kosten van de inbreukmaker worden uitgevoerd, tenzij bijzondere redenen dit beletten.

3.

Bij de behandeling van een verzoek om corrigerende maatregelen wordt rekening gehouden met de noodzakelijke evenredigheid tussen de ernst van de inbreuk en de gelaste maatregelen en met de belangen van derden.

Artikel 10.48. Rechterlijke bevelen
1.

Elk van beide partijen zorgt ervoor dat, wanneer bij rechterlijke uitspraak een inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht is vastgesteld, de rechterlijke instanties een bevel tot staking van de inbreuk tegen de inbreukmaker kunnen uitvaardigen.

2.

Wanneer de wetgeving erin voorziet, wordt bij niet-naleving van een rechterlijk bevel in voorkomend geval een dwangsom tot naleving van het verbod opgelegd. Elk van beide partijen zorgt ervoor dat de houders van het recht kunnen verzoeken om een rechterlijk bevel ten aanzien van tussenpersonen69)Voor de toepassing van dit lid wordt de reikwijdte van „tussenpersoon” bepaald door de wetgeving van elk van beide partijen, maar omvat deze in elk geval degene die de inbreuk makende goederen levert of distribueert, en naar gelang van het geval ook verstrekkers van onlinediensten.wier diensten door een derde worden gebruikt om inbreuk te maken op een auteursrecht of naburig recht, een handelsmerk of een geografische aanduiding.

Artikel 10.49. Alternatieve maatregelen

Elk van beide partijen kan bepalen dat de bevoegde rechterlijke instanties, in voorkomend geval en op verzoek van degene aan wie de in artikel 10.47 of 10.48 vastgelegde maatregelen kunnen worden opgelegd, kunnen gelasten dat aan de benadeelde partij een geldelijke schadeloosstelling wordt betaald in plaats van toepassing van de maatregelen uit artikel 10.47 of 10.48, indien de betrokkene zonder opzet en zonder nalatigheid heeft gehandeld, indien uitvoering van de maatregelen hem onevenredige schade zou berokkenen en indien geldelijke schadeloosstelling van de benadeelde partij redelijkerwijs bevredigend lijkt.

Artikel 10.50. Schadevergoeding
1.

Elk van beide partijen ziet erop toe dat wanneer de rechterlijke autoriteiten een schadevergoeding vaststellen:

  • a. zij rekening houden met alle passende aspecten, zoals de negatieve economische gevolgen, waaronder winstderving, die de benadeelde partij heeft ondervonden, de onrechtmatige winst die de inbreukmaker heeft genoten en, in voorkomend geval, andere elementen dan economische factoren, onder meer de morele schade die de houder van het recht door de inbreuk heeft geleden; of
  • b. zij deze als alternatief voor het bepaalde onder a) in voorkomend geval de schadevergoeding kunnen vaststellen als een vast bedrag, op basis van elementen zoals ten minste het bedrag aan royalty's of vergoedingen dat verschuldigd was geweest indien de inbreukmaker toestemming had gevraagd om het intellectuele-eigendomsrecht in kwestie te gebruiken.
2.

De partijen kunnen erin voorzien dat de rechterlijke instanties invordering van winsten of betaling van een vooraf vastgestelde schadevergoeding kunnen gelasten indien de inbreukmaker niet wist of niet redelijkerwijs had moeten weten dat hij inbreuk maakte.

3.

In het geval van civiele procedures kan elk van beide partijen, ten minste met betrekking tot door auteursrechten of naburige rechten beschermde werken, fonogrammen en uitvoeringen, alsmede in geval van de namaak van handelsmerken, vooraf vastgestelde schadevergoedingen vaststellen of handhaven, waarvan de houder van het recht desgewenst gebruik kan maken.

Artikel 10.51. Gerechtskosten

Elk van beide partijen zorgt ervoor dat, als algemene regel, redelijke en proportionele gerechtskosten en andere kosten die de in het gelijk gestelde partij heeft gemaakt, door de verliezende partij worden gedragen, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet.

Artikel 10.52. Openbaarmaking van rechterlijke uitspraken

Elk van beide partijen zorgt ervoor dat de rechterlijke instanties in het geval van inbreuken op een intellectuele-eigendomsrecht in voorkomend geval op verzoek van de eiser kunnen gelasten dat op kosten van de inbreukmaker passende maatregelen tot verspreiding van informatie over de uitspraak worden getroffen, met inbegrip van volledige of gedeeltelijke bekendmaking en publicatie van de uitspraak. Elk van beide partijen kan voorzien in andere bijkomende vormen van bekendmaking, zoals opvallende publiciteit, die passend zijn in de omstandigheden van het geval.

Artikel 10.53. Vermoeden van auteurschap of houderschap van rechten

Met betrekking tot civiele procedures over auteursrechten of naburige rechten voorziet elk van beide partijen erin dat, zolang het tegendeel niet is bewezen, er een vermoeden bestaat dat de persoon of de entiteit waarvan de naam op de gebruikelijke wijze als de auteur van of houder van een naburig recht op een werk of ander materiaal is aangeduid, de aangewezen houder van het recht op dat werk of materiaal is.

ONDERAFDELING B. STRAFRECHTELIJKE HANDHAVING

Artikel 10.54. Toepassingsgebied

Elk van beide partijen voorziet ten minste in gevallen van opzettelijke namaak van een handelsmerk of opzettelijke inbreuk op auteursrechten en naburige rechten70)De term „naburige rechten” wordt door elk van beide partijen gedefinieerd overeenkomstig haar internationale verplichtingen.op commerciële schaal in strafrechtelijke procedures en sancties.

Artikel 10.55. Namaak van geografische aanduidingen en modellen

Elk van beide partijen overweegt, met inachtneming van haar grondwet en andere nationale wet- en regelgeving, de goedkeuring van maatregelen ter vaststelling van de strafrechtelijke aansprakelijkheid voor het namaken van geografische aanduidingen en modellen.

Artikel 10.56. Aansprakelijkheid van rechtspersonen
1.

Elk van beide partijen keurt in overeenstemming met haar rechtsbeginselen de maatregelen goed die nodig kunnen zijn om de aansprakelijkheid van rechtspersonen voor de in artikel 10.54 bedoelde misdrijven vast te stellen.

2.

Die aansprakelijkheid doet geen afbreuk aan de strafrechtelijke aansprakelijkheid van natuurlijke personen die misdrijven hebben gepleegd.

Artikel 10.57. Medeplichtigheid en uitlokking

Deze onderafdeling is ook van toepassing op medeplichtigheid bij en uitlokking van de in artikel 10.54 bedoelde misdrijven.

Artikel 10.58. Inbeslagneming

Elk van beide partijen zorgt ervoor dat haar bevoegde autoriteiten in geval van een in artikel 10.54 bedoeld misdrijf bevoegd zijn de inbeslagneming van goederen te gelasten wanneer de verdenking bestaat dat het gaat om nagemaakte merkartikelen of onrechtmatig gereproduceerde goederen waarop een auteursrecht rust, van materialen en werktuigen die hoofdzakelijk zijn gebruikt voor het begaan van het vermeende misdrijf, van bewijsmateriaal met betrekking tot het vermeende misdrijf en van alle vermogensbestanddelen die stammen uit of die direct of indirect zijn verkregen door de inbreuk makende activiteit.

Artikel 10.59. Sancties

Ten aanzien van de in artikel 10.54 bedoelde misdrijven, voorziet elk van beide partijen in sancties, met inbegrip van gevangenisstraffen en/of geldboeten, die doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

Artikel 10.60. Verbeurdverklaring
1.

Elk van beide partijen zorgt ervoor dat haar bevoegde autoriteiten in geval van de in artikel 10.54 bedoelde misdrijven bevoegd zijn de verbeurdverklaring en/of vernietiging te gelasten van alle nagemaakte merkartikelen of onrechtmatig gereproduceerde goederen waarop een auteursrecht rust, van materialen en werktuigen die hoofdzakelijk zijn gebruikt voor de vervaardiging van de nagemaakte merkartikelen of onrechtmatig gereproduceerde goederen waarop een auteursrecht rust en van alle vermogensbestanddelen die stammen uit of die direct of indirect zijn verkregen door de inbreuk makende activiteit.

2.

Elk van beide partijen zorgt ervoor dat nagemaakte merkartikelen of onrechtmatig gereproduceerde goederen waarop een auteursrecht rust die ingevolge dit artikel verbeurd zijn verklaard, zo zij niet worden vernietigd, buiten de handelskanalen van de hand worden gedaan, mits zij niet gevaarlijk zijn voor de gezondheid en de veiligheid van personen.

3.

Elk van beide partijen zorgt er verder voor dat de verweerder op generlei wijze wordt vergoed voor krachtens dit artikel verbeurd verklaarde en vernietigde goederen.

4.

Elk van beide partijen kan erin voorzien dat haar rechterlijke autoriteiten bevoegd zijn de verbeurdverklaring te gelasten van vermogensbestanddelen ter waarde van de vermogensbestanddelen die stammen uit of die direct of indirect zijn verkregen door de inbreuk makende activiteit.

Artikel 10.61. Rechten van derden

Elk van beide partijen vergewist zich ervan dat de rechten van derden naar behoren worden beschermd en gevrijwaard.

ONDERAFDELING C. AANSPRAKELIJKHEID VAN AANBIEDERS VAN ONLINEDIENSTEN

Artikel 10.62. Aansprakelijkheid van aanbieders van onlinediensten71)Met betrekking tot de in artikel 10.63 bedoelde functie wordt onder een aanbieder van diensten verstaan een aanbieder van de doorgifte of routering van of van verbindingen voor digitale onlinecommunicatie, tussen door de gebruiker gespecificeerde punten, van door de gebruiker gekozen materiaal, zonder wijziging van de inhoud, en met betrekking tot de in de artikelen 10.64 en 10.65 bedoelde functies wordt onder een aanbieder van diensten verstaan een aanbieder of exploitant van faciliteiten voor onlinediensten of netwerktoegang.

De partijen erkennen dat derden voor inbreuk makende activiteiten gebruik kunnen maken van de diensten van tussenpersonen. Om het vrije verkeer van informatiediensten te waarborgen en terzelfder tijd intellectuele-eigendomsrechten in de digitale omgeving te handhaven, voorziet elk van beide partijen in de in de artikelen 10.63 tot en met 10.66 genoemde maatregelen voor aanbieders van intermediaire diensten, wanneer deze op generlei wijze betrokken zijn bij de doorgegeven informatie.

Artikel 10.63. Aansprakelijkheid van aanbieders van onlinediensten: „mere conduit” (doorgeefluik)
1.

De partijen zorgen ervoor dat, wanneer een dienst van de informatiemaatschappij bestaat in het doorgeven in een communicatienetwerk van door een afnemer van de dienst verstrekte informatie, of in het verschaffen van toegang tot een communicatienetwerk, de aanbieder van de dienst niet aansprakelijk is voor de doorgegeven informatie, op voorwaarde dat:

  • a. het initiatief tot de doorgifte niet bij hem ligt;
  • b. hij de ontvanger van de doorgegeven informatie niet selecteert, en
  • c. hij de doorgegeven informatie niet selecteert of wijzigt.
2.

Het doorgeven van informatie en het verschaffen van toegang in de zin van lid 1 omvatten de automatische, tussentijdse en tijdelijke opslag van de doorgegeven informatie, voor zover deze opslag uitsluitend dient om de doorgifte in het communicatienetwerk te bewerkstelligen en niet langer duurt dan redelijkerwijs voor het doorgeven nodig is.

3.

Dit artikel is niet van invloed op de mogelijkheid dat, in overeenstemming met het rechtssysteem van de partijen, een rechterlijke of administratieve autoriteit van de aanbieder van de dienst verlangt dat hij een inbreuk beëindigt of verhindert.

Artikel 10.64. Aansprakelijkheid van aanbieders van onlinediensten: „caching” (wijze van opslag)
1.

De partijen zorgen ervoor dat, wanneer een dienst van de informatiemaatschappij bestaat in het doorgeven in een communicatienetwerk van door een afnemer van de dienst verstrekte informatie, de aanbieder van de dienst niet aansprakelijk is voor de automatische, tussentijdse en tijdelijke opslag van die informatie, wanneer deze opslag enkel geschiedt om latere doorgifte van die informatie aan andere afnemers van de dienst op hun verzoek doeltreffender te maken, op voorwaarde dat de aanbieder van de dienst:

  • a. de informatie niet wijzigt;
  • b. de toegangsvoorwaarden voor de informatie in acht neemt;
  • c. de alom erkende en in de bedrijfstak gangbare regels betreffende de bijwerking van de informatie naleeft;
  • d. niets wijzigt aan het alom erkende en in de bedrijfstak gangbare rechtmatige gebruik van technologie voor het verkrijgen van gegevens over het gebruik van de informatie; en
  • e. prompt handelt om de door hem opgeslagen informatie te verwijderen of de toegang ertoe onmogelijk te maken, zodra hij er daadwerkelijk kennis van heeft dat de informatie verwijderd werd van de plaats waar zij zich oorspronkelijk in het net bevond of de toegang ertoe onmogelijk werd gemaakt, of dat een rechterlijke of administratieve autoriteit heeft gelast de informatie te verwijderen of de toegang daartoe onmogelijk te maken.
2.

Dit artikel is niet van invloed op de mogelijkheid dat, in overeenstemming met het rechtssysteem van de partijen, een rechterlijke of administratieve autoriteit van de aanbieder van de dienst verlangt dat hij een inbreuk beëindigt of verhindert.

Artikel 10.65. Aansprakelijkheid van aanbieders van onlinediensten: „hosting”
1.

De partijen zorgen ervoor dat, wanneer een dienst van de informatiemaatschappij bestaat in de opslag van de door een afnemer van de dienst verstrekte informatie, de aanbieder van de dienst niet aansprakelijk is voor de op verzoek van de afnemer van de dienst opgeslagen informatie, op voorwaarde dat de aanbieder van de dienst:

  • a. niet daadwerkelijk kennis heeft van de onwettige activiteit of informatie en, wanneer het een schadevergoedingsvordering betreft, geen kennis heeft van feiten of omstandigheden waaruit het onwettige karakter van de activiteit of informatie duidelijk blijkt; of
  • b. zodra hij van het bovenbedoelde daadwerkelijk kennis heeft of besef krijgt, prompt handelt om de informatie te verwijderen of de toegang daartoe onmogelijk te maken.
2.

Lid 1 is niet van toepassing wanneer de afnemer van de dienst op gezag of onder toezicht van de aanbieder van de dienst handelt.

3.

Dit artikel doet geen afbreuk aan de mogelijkheid dat, in overeenstemming met het rechtsstelsel van de partijen, een rechterlijke of administratieve autoriteit van de aanbieder van een dienst verlangt dat hij een inbreuk beëindigt of voorkomt, en evenmin aan de mogelijkheid dat partijen procedures vaststellen om informatie te verwijderen of de toegang daartoe onmogelijk te maken.

Artikel 10.66. Geen algemene toezichtverplichting
1.

De partijen leggen de aanbieders van de diensten geen algemene verplichting op om bij het aanbieden van de in de artikelen 10.63 tot en met 10.65 bedoelde diensten toezicht te houden op de informatie die zij doorgeven of opslaan, noch om actief te gaan zoeken naar feiten of omstandigheden die op onwettige activiteiten duiden.

2.

De partijen kunnen aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij verplichten om de bevoegde autoriteiten onverwijld in kennis te stellen van vermeende onwettige activiteiten of informatie van de afnemers van hun dienst of om de bevoegde autoriteiten op hun verzoek informatie te verstrekken die kan dienen tot de identificatie van afnemers van hun dienst waarmee zij een opslagovereenkomst hebben.

ONDERAFDELING D. ANDERE BEPALINGEN

Artikel 10.67. Grensmaatregelen
1.

Tenzij in deze afdeling anderszins wordt bepaald, stelt elk van beide partijen procedures72)Er bestaat overeenstemming over het feit dat er geen verplichting bestaat om deze procedures toe te passen op de invoer van goederen die door de houder van het recht of met diens toestemming in een ander land in de handel worden gebracht.vast om een houder van een recht die geldige gronden heeft om te vermoeden dat goederen worden ingevoerd, uitgevoerd of wederuitgevoerd, onder de regeling douanevervoer worden vervoerd, worden overgeslagen, in een vrije zone worden gebracht73)„Douanevervoer, overslag en in een vrije zone brengen” zoals gedefinieerd in de Overeenkomst van Kyoto., onder een schorsingsregeling worden gebracht74)Voor Korea omvat „onder een schorsingsregeling brengen” tijdelijke invoer en fabrieksentrepots. Voor de Europese Unie omvat „onder een schorsingsregeling brengen” tijdelijke invoer, actieve veredeling en behandeling onder douanetoezicht.of in een douane-entrepot worden geplaatst, terwijl met die goederen een inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht wordt gemaakt75)Voor de toepassing van dit artikel wordt onder goederen waarmee een inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht wordt gemaakt verstaan:a.nagemaakte goederen, namelijk:i.goederen, met inbegrip van hun verpakking, waarop zonder toestemming een handelsmerk is aangebracht dat identiek is aan het naar behoren geregistreerde handelsmerk voor dergelijke goederen of daarvan niet wezenlijk kan worden onderscheiden, en dat zodoende inbreuk maakt op de rechten van de houder van het betrokken merk;ii.beeldmerken (logo, etiket, sticker, prospectus, gebruiksaanwijzing of garantiebewijs), zelfs indien deze afzonderlijk worden aangeboden, waarvoor hetzelfde geldt als voor de onder a) i) bedoelde goederen;iii.afzonderlijk aangeboden verpakkingen waarop merken van nagemaakte goederen zijn aangebracht en waarvoor hetzelfde geldt als voor de onder i) bedoelde goederen;b.„onrechtmatig gereproduceerde goederen waarop een auteursrecht rust”, namelijk: goederen die kopieën zijn of bevatten, die zijn vervaardigd zonder toestemming van hetzij de houder van een al dan niet overeenkomstig de wetgeving van elk van beide partijen geregistreerd auteursrecht of naburig recht, hetzij een naar behoren door de houder van het recht gemachtigd persoon in het productieland;c.goederen die volgens de wetgeving van de partij waar het verzoek om optreden van de douane wordt ingediend, inbreuk maken op:i.een octrooi;ii.een kwekersrecht;iii.een geregistreerd model; ofiv.een geografische aanduiding., in staat te stellen bij de bevoegde administratieve of rechterlijke autoriteiten een schriftelijk verzoek in te dienen tot opschorting van het in het vrije verkeer brengen van deze goederen dan wel tot het vasthouden ervan door de douaneautoriteiten.

2.

De partijen zien erop toe dat wanneer de douaneautoriteiten in de loop van hun optreden en voordat een aanvraag door een houder van een recht is ingediend of gehonoreerd, voldoende gronden hebben om te vermoeden dat goederen een inbreuk maken op een intellectuele-eigendomsrecht, zij de vrijgave van de goederen kunnen opschorten of de goederen kunnen vasthouden teneinde de houder van het recht in staat te stellen een aanvraag voor een optreden uit hoofde van lid 1 in te dienen.

3.

Alle rechten of verplichtingen die in het kader van de uitvoering van titel 4 van deel III van de TRIPs-overeenkomst zijn vastgesteld voor de importeur, zijn ook van toepassing voor de exporteur of, indien nodig, voor de bezitter76)In elk geval met inbegrip van degene die eigenaar van de goederen is of degene die een soortgelijk recht heeft om over de goederen te beschikken.van de goederen.

4.

Korea legt binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst de in de leden 1 en 2 bedoelde verplichting met betrekking tot punt c), onder i) en iii), van voetnoot 75 lees: voetnoot 77 volledig ten uitvoer.

Artikel 10.68. Gedragscodes

De partijen stimuleren:

  • a. de ontwikkeling door handels- of beroepsverenigingen of -organisaties van gedragscodes die ten doel hebben bij te dragen tot handhaving van de intellectuele-eigendomsrechten, met name door aan te bevelen om op optische schijven een broncode te gebruiken waarmee kan worden vastgesteld waar zij zijn vervaardigd;
  • b. de indiening bij de bevoegde autoriteiten van de partijen van ontwerpgedragscodes en van evaluaties van de toepassing van deze gedragscodes.
Artikel 10.69. Samenwerking
1.

De partijen komen overeen samen te werken bij de ondersteuning van de tenuitvoerlegging van de verbintenissen en verplichtingen uit hoofde van dit hoofdstuk. De samenwerking strekt zich uit, maar is niet beperkt tot de volgende activiteiten:

  • a. uitwisseling van informatie over het rechtskader met betrekking tot intellectuele-eigendomsrechten en de regels om deze te beschermen en te handhaven; uitwisseling van ervaringen met betrekking tot de vooruitgang op wetgevingsgebied;
  • b. uitwisseling van ervaringen met betrekking tot de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten;
  • c. uitwisseling van ervaringen met betrekking tot de handhaving op centraal en subcentraal niveau door de douane, de politie en administratieve en gerechtelijke instanties; coördinatie ter voorkoming van de uitvoer van nagemaakte goederen, ook met andere landen; en
  • d. capaciteitsopbouw;
  • e. bevordering en verspreiding van informatie over intellectuele-eigendomsrechten, onder meer in zakenkringen en het maatschappelijk middenveld; voorlichting van consumenten en houders van een recht.
2.

Onverminderd lid 1 en als aanvulling daarop komen de Europese Unie en Korea overeen een effectieve dialoog over intellectuele-eigendomskwesties (IE-dialoog) op te bouwen en in stand te houden en daar onderwerpen te behandelen die van belang zijn voor de bescherming en de handhaving van de onder dit hoofdstuk vallende intellectuele-eigendomsrechten, alsmede alle andere relevante onderwerpen.

HOOFDSTUK ELF. MEDEDINGING

AFDELING A. MEDEDINGING

Artikel 11.1. Beginselen
1.

De partijen erkennen het belang van een vrije en onvervalste mededinging voor hun handelsbetrekkingen. De partijen verbinden zich ertoe hun respectieve mededingingswetgeving zo toe te passen dat wordt voorkomen dat de voordelen van de handelsliberalisering op het gebied van goederen, diensten en vestiging door concurrentieverstorend gedrag van ondernemingen of concurrentieverstorende transacties worden opgeheven of tenietgedaan.

2.

De partijen handhaven op hun respectieve grondgebied uitgebreide mededingingswetgeving waarbij doeltreffend wordt opgetreden tegen beperkende overeenkomsten, onderling afgestemde feitelijke gedragingen77)De toepassing van dit artikel op onderling afgestemde feitelijke gedragingen wordt bepaald door de mededingingswetgeving van elk van de partijen.en misbruik van machtspositie door een of meer ondernemingen en waarin wordt voorzien in een doeltreffend toezicht op concentraties van ondernemingen.

3.

De partijen komen overeen dat de volgende concurrentie beperkende activiteiten onverenigbaar zijn met de goede werking van deze overeenkomst, voor zover zij de handel tussen de partijen nadelig kunnen beïnvloeden:

  • a. overeenkomsten tussen ondernemingen, besluiten van verenigingen van ondernemingen en onderling afgestemde feitelijke gedragingen, die ten doel of als gevolg hebben dat de mededinging op het grondgebied van een van de partijen als geheel of in een aanzienlijk deel daarvan wordt voorkomen, beperkt of verstoord;
  • b. het misbruik door een of meer ondernemingen van een machtspositie op het grondgebied van een van de partijen als geheel of in een aanzienlijk deel daarvan; of
  • c. concentraties tussen ondernemingen die aanzienlijke hinder veroorzaken voor een doeltreffende mededinging, in het bijzonder als gevolg van de totstandbrenging of versterking van een machtspositie op het grondgebied van een van de partijen als geheel of in een aanzienlijk deel daarvan.
Artikel 11.2. Definities

Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder mededingingswetgeving verstaan:

  • b. voor Korea de Wet inzake monopolies en eerlijke handel en de uitvoeringsverordeningen en wijzigingen daarvan;
  • c. alle wijzigingen van in dit artikel bedoelde instrumenten na de inwerkingtreding van deze overeenkomst.
Artikel 11.3. Tenuitvoerlegging
1.

De partijen houden een autoriteit of autoriteiten in stand die verantwoordelijk is of zijn, dan wel goed is of zijn uitgerust voor de tenuitvoerlegging van de in artikel 11.2 bedoelde mededingingswetgeving.

2.

De partijen erkennen het belang van de toepassing van hun respectieve mededingingswetgeving op transparante, tijdige en niet-discriminerende wijze, met inachtneming van de beginselen van eerlijke procedures en het recht van verweer van de betrokkenen.

3.

Op verzoek van een van de partijen verschaft de andere partij de verzoekende partij openbare informatie over haar activiteiten en wetgeving inzake de handhaving van de mededingingswetgeving voor zover deze betrekking hebben op haar verplichtingen uit hoofde van deze afdeling.

Artikel 11.4. Overheidsondernemingen en ondernemingen met speciale rechten78)Een partij verleent speciale rechten wanneer zij ondernemingen aanwijst die toestemming hebben goederen te leveren of diensten te verlenen of hun aantal tot twee of meer beperkt, zonder daarbij objectieve, evenredige en niet-discriminerende criteria aan te houden, of wanneer zij ondernemingen voordelen op wet- of regelgevingsgebied toekent die een grote invloed hebben op het vermogen van andere ondernemingen om dezelfde goederen te leveren of diensten te verlenen.of exclusieve rechten
1.

Ten aanzien van overheidsondernemingen en ondernemingen waaraan speciale of exclusieve rechten zijn toegekend,

  • a. stellen de partijen geen maatregelen vast en handhaven zij geen maatregelen die in strijd zijn met de beginselen in artikel 11.1 en
  • b. zien de partijen erop toe dat de in artikel 11.2 bedoelde mededingingswetgeving van toepassing is op die ondernemingen, voor zover de toepassing van deze beginselen en mededingingswetgeving die ondernemingen niet belemmert in de wettelijke of feitelijke uitvoering van de hen toegewezen bijzondere taken.
2.

Lid 1 wordt niet zo uitgelegd dat een partij hierdoor wordt verhinderd een overheidsonderneming op te richten of in stand te houden, speciale of exclusieve rechten aan ondernemingen toe te vertrouwen of dergelijke rechten te handhaven.

Artikel 11.5. Staatsmonopolies
1.

Elk van beide partijen past commerciële staatsmonopolies zodanig aan dat wordt gewaarborgd dat er geen maatregelen betreffende de voorwaarden waaronder goederen worden ingekocht of in de handel worden gebracht, bestaan die discrimineren79)Discriminerende maatregelen zijn maatregelen die niet voldoen aan de bepalingen in deze overeenkomst inzake nationale behandeling, met inbegrip van de voorwaarden die worden bedoeld in de desbetreffende bijlagen bij deze overeenkomst.tussen natuurlijke of rechtspersonen van de partijen.

2.

Lid 1 wordt niet zo uitgelegd dat een partij hierdoor wordt verhinderd een staatsmonopolie op te richten of in stand te houden.

3.

Dit artikel laat de in hoofdstuk negen (Overheidsopdrachten) bedoelde rechten en verplichtingen onverlet.

Artikel 11.6. Samenwerking
1.

De partijen erkennen het belang van samenwerking en coördinatie tussen hun respectieve mededingingsautoriteiten met het oog op het verder verbeteren van een doeltreffende handhaving van de mededingingswetgeving en het bereiken van de doelstellingen van deze overeenkomst door middel van de bevordering van mededinging en de inperking van concurrentieverstorende zakelijke activiteiten of transacties.

2.

De partijen werken samen bij hun respectieve handhavingsbeleid en bij de handhaving van hun respectieve mededingingswetgeving, onder meer door samenwerking bij de handhaving, door kennisgeving, door overleg en door uitwisseling van niet-vertrouwelijke informatie in het kader van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van de Republiek Korea betreffende samenwerking ter bestrijding van concurrentieverstorende activiteiten, die is ondertekend op 23 mei 2009.

Artikel 11.7. Overleg
1.

Wanneer in de in artikel 11.6, lid 2, genoemde overeenkomst specifiekere regels ontbreken, treedt een partij, op verzoek van de andere partij, in overleg over bedenkingen van de andere partij, teneinde het wederzijdse begrip te bevorderen of specifieke aangelegenheden in verband met deze afdeling aan de orde te stellen. In haar verzoek geeft de andere partij, indien nodig, aan in welk opzicht de aangelegenheid van invloed is op de handel tussen de partijen.

2.

Op verzoek van een partij bespreken de partijen terstond alle vraagstukken in verband met de interpretatie of de toepassing van deze afdeling.

3.

Ter vergemakkelijking van de bespreking van de aangelegenheid die het onderwerp van het overleg is, stelt elk van beide partijen alles in het werk om de andere parij van relevante niet-vertrouwelijke informatie te voorzien.

Artikel 11.8. Beslechting van geschillen

Geen van beide partijen kan voor geschillen die in het kader van deze afdeling ontstaan een beroep doen op hoofdstuk veertien (Beslechting van geschillen).

AFDELING B. SUBSIDIES

Artikel 11.9. Beginselen

De partijen komen overeen alles in het werk te stellen om door toepassing van hun mededingingswetgeving of anderszins verstoringen van de mededinging als gevolg van subsidies, voor zover deze van invloed zijn op de internationale handel, ongedaan te maken of op te heffen en te verhinderen dat dergelijke situaties zich voordoen.

Artikel 11.10. Definitie van subsidie en specificiteit
1.

Een subsidie is een maatregel die beantwoordt aan de in artikel 1, lid 1, van de SCM-overeenkomst genoemde voorwaarden.

2.

Een subsidie is specifiek als deze valt onder het toepassingsgebied van artikel 2 van de SCM-overeenkomst. Deze afdeling is alleen van toepassing op specifieke subsidies in de zin van artikel 2 van de SCM-overeenkomst.

Artikel 11.11. Verboden subsidies80)De partijen komen overeen dat dit artikel alleen van toepassing is op subsidies die na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst worden ontvangen.81)Voor de toepassing van deze overeenkomst geldt dit artikel voor subsidies aan kleine en middelgrote ondernemingen die worden gegeven volgens de objectieve criteria of voorwaarden zoals bedoeld in artikel 2, lid 1, onder b), van de SCM-overeenkomst en voetnoot 2 daarbij.

De volgende subsidies worden geacht specifiek te zijn onder de voorwaarden van artikel 2 van de SCM-overeenkomst en zijn voor de toepassing van deze overeenkomst verboden voor zover zij schadelijk zijn voor de internationale handel van de partijen82)De internationale handel van de partijen omvat zowel de binnenlandse als de exportmarkt.:

  • a. subsidies die worden verleend uit hoofde van een wettelijke regeling waarbij een regering of een overheidsinstantie verantwoordelijk is voor schulden of verplichtingen van bepaalde ondernemingen in de zin van artikel 2, lid 1, van de SCM-overeenkomst, zonder wettelijke of feitelijke beperking van het bedrag van die schulden of verplichtingen of de duur van de verantwoordelijkheid; en
  • b. subsidies (zoals leningen en garantstellingen, uitkeringen in contanten, kapitaalinjecties, verstrekkingen van activa onder de marktprijs of belastingvrijstellingen) aan insolvente of noodlijdende ondernemingen, zonder dat er een geloofwaardig herstructureringsprogramma op basis van realistische vooronderstellingen bestaat dat ervoor moet zorgen dat de insolvente of noodlijdende onderneming binnen redelijke tijd weer op lange termijn levensvatbaar wordt, en zonder dat de onderneming zelf op significante wijze bijdraagt aan de kosten van de herstructurering. Dit belet de partijen niet subsidies te verlenen bij wijze van tijdelijke liquiditeitssteun in de vorm van kredietgaranties of leningen die beperkt zijn tot het bedrag dat nodig is om een noodlijdende onderneming boven water te houden voor de tijd die nodig is om een herstructurerings- of liquidatieplan uit te werken. Dit punt is niet van toepassing op subsidies die worden verleend als vergoeding voor de uitvoering van openbaredienstverplichtingen en op subsidies voor de kolenindustrie.
Artikel 11.12. Transparantie
1.

Elk van beide partijen zorgt voor transparantie op subsidiegebied. Daartoe brengen zij elk jaar aan de andere partij verslag uit over het totale bedrag aan specifieke subsidies die van invloed kunnen zijn op de internationale handel, de aard van die subsidies en de verdeling ervan over de verschillende sectoren. Het verslag moet informatie bevatten over het doel, de vorm, het bedrag of budget en zo mogelijk de ontvanger van de door een regering of overheidsinstantie verleende subsidie.

2.

Het verslag wordt geacht te zijn uitgebracht als het naar de andere partij is verzonden of als de desbetreffende informatie uiterlijk 31 december van het volgende kalenderjaar beschikbaar is gesteld op een openbaar toegankelijke internetwebsite.

3.

Op verzoek van een partij verstrekt de andere partij nadere informatie over subsidieregelingen en over bijzondere individuele gevallen van specifieke subsidies. De partijen wisselen deze informatie uit met inachtneming van de beperkingen die voortvloeien uit het beroeps- of zakengeheim.

Artikel 11.13. Verband met de WTO-Overeenkomst

De bepalingen van deze afdeling doen geen afbreuk aan het recht van een partij om uit hoofde van de desbetreffende bepalingen van de WTO-Overeenkomst handelsmaatregelen toe te passen, een geschillenbeslechtingsprocedure in te leiden of een andere passende maatregel te treffen wanneer door de andere partij een subsidie wordt verleend.

Artikel 11.14. Monitoring

De partijen volgen nauwgezet de aangelegenheden waarnaar in deze afdeling wordt verwezen. Elk van beide partijen kan dergelijke aangelegenheden voorleggen aan het Handelscomité. De partijen komen overeen om, tenzij zij anderszins besluiten, na de inwerkingtreding van deze overeenkomst om het andere jaar na te gaan welke vorderingen bij de tenuitvoerlegging van deze afdeling zijn gemaakt.

Artikel 11.15. Toepassingsgebied
1.

De artikelen 11.9 tot en met 11.14 zijn van toepassing op subsidies voor goederen met uitzondering van subsidies voor de visserij, subsidies voor producten die vallen onder bijlage 1 bij de Overeenkomst inzake de landbouw en andere subsidies die vallen onder de Overeenkomst inzake de landbouw.

2.

De partijen stellen alles in het werk om regels voor subsidies voor diensten te ontwikkelen, daarbij rekening houdend met de ontwikkelingen op multilateraal vlak, en om op verzoek van een van de partijen informatie uit te wisselen. De partijen komen overeen om binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst voor het eerst van gedachten te wisselen over subsidies voor diensten.

HOOFDSTUK TWAALF. TRANSPARANTIE

Artikel 12.1. Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • algemene maatregel, elke algemene handeling, procedure, interpretatie of ander vereiste, met inbegrip van niet-bindende maatregelen. Hieronder valt niet een besluit dat op een bepaalde persoon van toepassing is; en
  • belanghebbende, iedere natuurlijke of rechtspersoon op wie rechten en verplichtingen uit hoofde van een algemene maatregel van toepassing kunnen zijn in de zin van artikel 12.2.
Artikel 12.2. Doel en toepassingsgebied

De partijen erkennen dat hun respectieve regelgeving gevolgen voor hun onderlinge handel kan hebben en streven daarom naar een doeltreffende en voorspelbare regelgeving voor marktdeelnemers, en met name voor kleine bedrijven die op hun respectieve grondgebied zaken doen. De partijen bevestigen hun respectieve verbintenissen uit hoofde van de WTO-Overeenkomst en leggen verduidelijkingen en verbeterde regelingen vast op het gebied van de transparantie, de raadpleging en een beter beheer van algemene maatregelen, voor zover deze gevolgen kunnen hebben voor enige onder deze overeenkomst vallende aangelegenheid.

Artikel 12.3. Publicatie
1.

Elk van beide partijen zorgt ervoor dat algemene maatregelen die gevolgen kunnen hebben voor enige onder deze overeenkomst vallende aangelegenheid:

  • a. voor belanghebbenden gemakkelijk en op niet-discriminerende wijze toegankelijk zijn via een officieel aangewezen medium en, wanneer dit haalbaar en mogelijk is, langs elektronische weg, zodat belanghebbenden en de andere partij zich ermee vertrouwd kunnen maken;
  • b. een toelichting bevatten op hun doel en motivering; en
  • c. voldoende tijd tussen de bekendmaking en de inwerkingtreding bieden, waarbij zij naar behoren rekening houdt met de eisen van rechtszekerheid, legitieme verwachtingen en evenredigheid.
2.

Elk van beide partijen:

  • a. streeft ernaar algemene maatregelen die zij voornemens is vast te stellen of te wijzigen voordien al te publiceren, met inbegrip van een toelichting op het doel en de motivering van het voorstel;
  • b. biedt belanghebbenden redelijke mogelijkheden en met name voldoende tijd om commentaar te leveren op de voorgestelde maatregelen; en
  • c. streeft ernaar rekening te houden met het commentaar op de voorgestelde maatregelen dat zij van de belanghebbenden ontvangt.
Artikel 12.4. Vragen en contactpunten
1.

Elk van beide partijen voert passende mechanismen in, of handhaven dergelijke mechanismen, om vragen van belanghebbenden te beantwoorden over voorgestelde of van kracht zijnde algemene maatregelen die gevolgen kunnen hebben voor aangelegenheden waarop deze overeenkomst van toepassing is, en over de wijze waarop deze maatregelen worden toegepast. De vragen kunnen worden ingediend via uit hoofde van deze overeenkomst opgerichte informatie- of contactpunten of via een ander geschikt mechanisme.

2.

De partijen erkennen dat een antwoord zoals bedoeld in lid 1 niet altijd definitief en juridisch bindend is, maar alleen ter informatie wordt gegeven, tenzij in hun wet- en regelgeving anders wordt bepaald.

3.

Op verzoek van een partij verstrekt de andere partij onverwijld informatie en beantwoordt zij terstond vragen met betrekking tot een bestaande of voorgestelde algemene maatregel die volgens de verzoekende partij van invloed kan zijn op de werking van deze overeenkomst, ongeacht of de verzoekende partij voordien van die maatregel in kennis was gesteld.

4.

Elk van beide partijen streeft ernaar informatie- of contactpunten voor belanghebbenden van de andere partij aan te wijzen of op te richten, die tot taak hebben te proberen voor belanghebbenden een doeltreffende oplossing te vinden voor problemen die kunnen voortvloeien uit de toepassing van algemene maatregelen. Dergelijke procedures moeten gemakkelijk toegankelijk, tijdgebonden, op resultaat gericht en transparant zijn. Zij doen geen afbreuk aan beroeps- of herzieningsprocedures die de partijen invoeren of handhaven. Ook doen zij geen afbreuk aan de rechten en verplichtingen van de partijen uit hoofde van hoofdstuk veertien (Beslechting van geschillen) en bijlage 14-A (Bemiddelingsmechanisme voor niet-tarifaire maatregelen).

Artikel 12.5. Administratieve procedures

Teneinde alle algemene maatregelen die gevolgen kunnen hebben voor aangelegenheden waarop deze overeenkomst van toepassing is, consequent, onpartijdig en op redelijke wijze uit te voeren, ziet elk van beide partijen erop toe dat zij in specifieke gevallen bij de toepassing van die maatregelen op bepaalde personen, goederen of diensten van de andere partij:

  • a. ernaar streeft belanghebbenden van de andere partij voor wie een procedure rechtstreeks gevolgen heeft, tijdig en in overeenstemming met haar procedures een kennisgeving te sturen over de inleiding van een procedure, met daarbij een beschrijving van de aard van de procedure, een verklaring over de juridische instantie waar de procedure is begonnen en een algemene beschrijving van de aangelegenheden waarover het geschil gaat;
  • b. belanghebbenden een redelijke mogelijkheid biedt om feiten en argumenten ter ondersteuning van hun standpunten naar voren te brengen voordat tot een definitief administratief optreden wordt overgegaan, voor zover de tijd, de aard van de procedure en het openbaar belang dit toelaten; en
  • c. erop toeziet dat haar procedures gebaseerd zijn op de wet en hiermee in overeenstemming zijn.
Artikel 12.6. Herziening en beroep
1.

Elk van beide partijen voert rechterlijke, semi-rechterlijke of administratieve instanties of procedures in of handhaaft deze, met het oog op een onverwijlde herziening en, indien gerechtvaardigd, correctie van het administratieve optreden met betrekking tot aangelegenheden waarop deze overeenkomst van toepassing is. De instanties zijn onpartijdig en onafhankelijk van de dienst of de autoriteit die belast is met de administratieve handhaving en hebben geen materieel belang bij de uitkomst van de aangelegenheid.

2.

Elk van beide partijen zorgt ervoor dat de procespartijen bij dergelijke instanties of procedures recht krijgen op:

  • a. een redelijke mogelijkheid om hun respectieve standpunten te ondersteunen of te verdedigen; en
  • b. een beslissing die is gebaseerd op bewijsmateriaal en ingediende stukken, of, indien de wet dat vereist, op het door de administratieve autoriteit samengestelde dossier.
3.

Elk van beide partijen zorgt ervoor dat, behoudens beroep of latere herziening overeenkomstig de wet, de beslissing ten uitvoer wordt gelegd door de dienst of de autoriteit die voor het administratieve optreden ter zake bevoegd is en dat die beslissing ook ten grondslag komt te liggen aan de praktijk van de dienst of autoriteit ter zake.

Artikel 12.7. Regelgevingskwaliteit en -efficiency en goed bestuur
1.

De partijen komen overeen samen te werken bij de bevordering van de kwaliteit en efficiency van de regelgeving, onder meer door de uitwisseling van informatie en van optimale praktijken over de bij hen doorgevoerde hervorming van de regelgeving en de effectbeoordeling ter zake.

2.

De partijen onderschrijven de beginselen van goed bestuurlijk gedrag en komen overeen samen te werken bij de bevordering daarvan, onder meer door de uitwisseling van informatie en van optimale praktijken.

Artikel 12.8. Discriminatieverbod

Elk van beide partijen past op belanghebbenden van de andere partij normen inzake transparantie toe die niet minder gunstig zijn dan die welke gelden voor hun eigen belanghebbenden, of, indien deze beter zijn, voor belanghebbenden uit derde landen of voor derde landen.

HOOFDSTUK DERTIEN. HANDEL EN DUURZAME ONTWIKKELING

Artikel 13.1. Context en doelstellingen
1.

De partijen herbevestigen hun verbintenissen uit hoofde van Agenda 21 over milieu en ontwikkeling van 1992, het Uitvoeringsplan van Johannesburg over duurzame ontwikkeling van 2002 en de Ministeriële Verklaring van 2006 van de Economische en Sociale Raad van de VN over volledige werkgelegenheid en fatsoenlijk werk om de ontwikkeling van de internationale handel op zodanige wijze te bevorderen dat deze bijdraagt tot de doelstelling van duurzame ontwikkeling, en streven ernaar erop toe te zien dat deze doelstelling op elk niveau integraal deel uitmaakt van hun handelsrelatie en hierin tot uiting komt.

2.

De partijen erkennen dat economische en sociale ontwikkeling en milieubescherming nauw samenhangen en elkaar wederzijds versterkende componenten van duurzame ontwikkeling zijn. Zij benadrukken de voordelen van samenwerking bij handelsgerelateerde sociale en milieukwesties als onderdeel van een wereldwijde aanpak van handel en duurzame ontwikkeling.

3.

De partijen erkennen dat het in dit hoofdstuk niet hun bedoeling is om de arbeids- of milieunormen van de partijen te harmoniseren, maar om hun handelsbetrekkingen en samenwerking zodanig te versterken dat de duurzame ontwikkeling in de context van de leden 1 en 2 wordt bevorderd.

Artikel 13.2. Toepassingsgebied
1.

Tenzij in dit hoofdstuk anders wordt bepaald, is dit hoofdstuk van toepassing op door de partijen vastgetstede83)Redactie Tractatenblad: kennelijk dient hier „vastgestelde” te worden gelezen.of gehandhaafde maatregelen die betrekking hebben op handelsgerelateerde aspecten van arbeids-84)Wanneer in dit hoofdstuk wordt verwezen naar arbeid en werknemers, gaat het om kwesties die betrekking hebben op het in het kader van de Internationale Arbeidsorganisatie, hierna „de ILO” genoemd, overeengekomen Programma voor fatsoenlijk werk en de Ministeriële Verklaring van 2006 van de Economische en Sociale Raad van de VN over volledige werkgelegenheid en fatsoenlijk werk.en milieukwesties in de context van artikel 13.1, leden 1 en 2.

2.

De partijen benadrukken dat milieu- en arbeidsnormen niet mogen worden gebruikt voor protectionistische handelsdoeleinden. Zij merken op dat hun comparatieve voordeel in geen geval ter discussie mag worden gesteld.

Artikel 13.3. Regelgevingsrecht en beschermingsniveaus

Gezien het recht van elk van beide partijen haar eigen beschermingsniveaus voor milieu en werknemers te bepalen en dienovereenkomstig haar wetgeving en beleid ter zake vast te stellen en te wijzigen, proberen zij te waarborgen dat die wetgeving en dat beleid in hoge beschermingsniveaus voor milieu en werknemers voorzien en deze bevorderen, in overeenstemming met de in de artikelen 13.4 en 13.5 genoemde internationaal erkende normen of overeenkomsten, en streven zij naar een voortdurende verbetering van die wetgeving en dat beleid.

Artikel 13.4. Multilaterale arbeidsnormen en -overeenkomsten
1.

De partijen erkennen de waarde van internationale samenwerking en overeenkomsten op het gebied van werkgelegenheid en arbeid als antwoord van de internationale gemeenschap op de uitdagingen en mogelijkheden die uit de mondialisering op economisch en sociaal gebied en op het gebied van de werkgelegenheid voortvloeien. Zij verbinden zich ertoe in voorkomend geval elkaar te raadplegen en samen te werken bij handelsgerelateerde vraagstukken op het gebied van arbeid en werkgelegenheid van wederzijds belang.

2.

De partijen herbevestigen hun verbintenis uit hoofde van de Ministeriële Verklaring van 2006 van de Economische en Sociale Raad van de VN over volledige werkgelegenheid en fatsoenlijk werk om volledige productieve werkgelegenheid en fatsoenlijk werk voor iedereen als hoofdelement van duurzame ontwikkeling voor alle landen en als prioritaire doelstelling van internationale samenwerking te erkennen, en om de ontwikkeling van de internationale handel op zodanige wijze te bevorderen dat deze tot volledige, productieve werkgelegenheid en fatsoenlijk werk voor iedereen, zowel mannen, vrouwen als jongeren, leidt.

3.

In overeenstemming met de verplichtingen die voortvloeien uit het lidmaatschap van de ILO en de Verklaring van de ILO over de fundamentele rechten en beginselen op het werk en de follow-up daarvan, die door de Internationale Arbeidsconferentie in 1998 tijdens haar 86e vergadering werd goedgekeurd, verbinden de partijen zich ertoe onderstaande beginselen inzake de fundamentele rechten in hun wetgeving en praktijk in acht te nemen, te bevorderen en te realiseren:

  • a. de vrijheid van vereniging en de daadwerkelijke erkenning van het recht op collectieve arbeidsovereenkomsten;
  • b. de uitbanning van alle vormen van dwangarbeid of verplichte arbeid;
  • c. de daadwerkelijke afschaffing van kinderarbeid; en
  • d. de uitbanning van discriminatie met betrekking tot werk en beroep.

De partijen herbevestigen hun verbintenis de ILO-overeenkomsten die Korea en de lidstaten van de Europese Unie geratificeerd hebben, daadwerkelijk uit te voeren. Zij streven voortdurend en consequent naar ratificatie van de fundamentele ILO-overeenkomsten en van andere overeenkomsten die door de ILO als „up-to-date” zijn geclassificeerd.

Artikel 13.5. Multilaterale milieuovereenkomsten
1.

De partijen erkennen de waarde van internationale governance en overeenkomsten op milieugebied als antwoord van de internationale gemeenschap op mondiale of regionale milieuproblemen en zij verbinden zich ertoe in voorkomend geval elkaar te raadplegen en samen te werken bij onderhandelingen over handelsgerelateerde milieuvraagstukken van wederzijds belang.

2.

De partijen herbevestigen hun verbintenis om de multilaterale milieuovereenkomsten waarbij zij partij zijn daadwerkelijk in hun wetgeving en praktijk ten uitvoer te leggen.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)