Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en haar lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds

Type Verdrag
Publication 2016-07-01
State In force
Source BWB
artikelen 494
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Preambule

Het Koninkrijk België,

De Republiek Bulgarije,

De Tsjechische Republiek,

Het Koninkrijk Denemarken,

De Bondsrepubliek Duitsland,

De Republiek Estland,

Ierland,

De Helleense Republiek,

Het Koninkrijk Spanje,

De Franse Republiek,

De Republiek Kroatië,

De Italiaanse Republiek,

De Republiek Cyprus,

De Republiek Letland,

De Republiek Litouwen,

Het Groothertogdom Luxemburg,

Hongarije,

De Republiek Malta,

Het Koninkrijk der Nederlanden,

De Republiek Oostenrijk,

De Republiek Polen,

De Portugese Republiek,

Roemenië,

De Republiek Slovenië,

De Slowaakse Republiek,

De Republiek Finland,

Het Koninkrijk Zweden,

Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Verdragsluitende partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, hierna „de lidstaten” genoemd,

DE EUROPESE UNIE, hierna „de Unie” of „de EU” genoemd, en

DE EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR ATOOMENERGIE, hierna „Euratom” genoemd,

enerzijds, en

Georgië,

anderzijds,

hierna gezamenlijk „de partijen” genoemd,

GEZIEN de sterke banden en de gemeenschappelijke waarden van de partijen, die in het verleden in het kader van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten enerzijds, en Georgië, anderzijds, zijn tot stand gekomen en, worden ontwikkeld binnen het kader van het Oostelijk Partnerschap als een specifieke dimensie van het Europees nabuurschapsbeleid en erkennende de gemeenschappelijke wens van de partijen hun betrekkingen verder te ontwikkelen, te versterken en uit te breiden op een ambitieuze en vernieuwende wijze;

MET INACHTNEMING VAN de Europese ambities en de Europese keuze van Georgië;

ERKENNEND dat de gemeenschappelijke waarden waarop de EU is gebouwd – democratie, eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden en de rechtsstaat – ook aan de basis van politiek partnerschap en economische integratie als bedoeld in deze overeenkomst liggen;

ERKENNEND dat Georgië, een Oost-Europees land, zich ertoe heeft verbonden deze waarden ten uitvoer te leggen en te bevorderen;

ERKENNEND dat Georgië historische banden en gemeenschappelijke waarden deelt met de lidstaten van de Europese Unie;

IN AANMERKING NEMEND dat deze overeenkomst geen afbreuk doet aan de betrekkingen tussen de EU en Georgië en ruimte laat voor verdere progressieve ontwikkelingen;

STREVEND naar de versterking van het respect voor de fundamentele vrijheden, de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren, de democratische beginselen, de rechtsstaat en goed bestuur, gebaseerd op gemeenschappelijke waarden van de partijen;

BEGRIJPEND dat interne hervormingen ter versterking van de democratie en markteconomie de deelname van Georgië aan het beleid, de programma's en de agentschappen van de EU zal vergemakkelijken. Dit proces en een duurzame conflictoplossing zullen elkaar wederzijds versterken en bijdragen tot het opbouwen van vertrouwen tussen door conflicten verdeelde gemeenschappen;

BEREID ZIJNDE een bijdrage te leveren aan de politieke, sociaal-economische en institutionele ontwikkeling van Georgië door middel van grootschalige samenwerking op een grote verscheidenheid van gebieden van gemeenschappelijk belang, zoals de ontwikkeling van de civiele samenleving, goed bestuur, inclusief op het gebied van belastingen, de integratie van de handel en een nauwere economische samenwerking, de opbouw van instellingen, het openbaar bestuur en de hervorming van het ambtenarenapparaat en de bestrijding van corruptie, de vermindering van de armoede en de samenwerking op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht die nodig is voor de effectieve uitvoering van deze overeenkomst en opmerkend dat de EU bereid is de desbetreffende hervormingen in Georgië te ondersteunen;

ZICH VERBINDEND TOT alle beginselen en bepalingen van het Handvest van de Verenigde Naties, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), met name de Slotakte van Helsinki van 1975 van de Conferentie over veiligheid en samenwerking in Europa, de slotdocumenten van de conferenties van Madrid, Istanbul en Wenen van 1991 en 1992, het Handvest van Parijs voor een Nieuw Europa van 1990, de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties van 1948 en het Europees Verdrag betreffende de bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden van 1950;

HERINNEREND aan de wil van de partijen om de internationale vrede en veiligheid te bevorderen en te streven naar efficiënt multilateralisme en de vreedzame oplossing van conflicten, in het bijzonder door nauw samen te werken binnen het kader van de Verenigde Naties (VN) en de OVSE;

ZICH VERBINDEND TOT de internationale verplichtingen tot bestrijding van de proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor en tot samenwerking inzake ontwapening;

ERKENNEND dat de actieve deelname van de partijen aan verschillende regionale samenwerkingsvormen toegevoegde waarde heeft;

ERNAAR STREVEND de regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale vraagstukken van wederzijds belang verder te ontwikkelen, met inbegrip van regionale aspecten, rekening houdend met het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) van de Europese Unie, met inbegrip van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB);

MET VOLLEDIGE INACHTNEMING VAN de beginselen van onafhankelijkheid, soevereiniteit, territoriale integriteit en de onaantastbaarheid van de internationaal erkende grenzen, zoals ook wordt erkend in het internationale recht, het Handvest van de Verenigde Naties, de slotakte van de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa in Helsinki en de desbetreffende resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties;

ERKENNEND dat het van belang is dat Georgië zich inzet voor verzoening en inspanningen levert om zijn territoriale integriteit te herstellen en de volledige en daadwerkelijke controle over de Georgische regio's Abchazië en Tskhnivali/Zuid-Ossetië te herstellen, met het oog op een vreedzame en duurzame conflictoplossing op basis van de beginselen van het internationale recht, en gezien het engagement van de EU om een vreedzame en duurzame oplossing van het conflict te ondersteunen;

ERKENNEND in dit verband het belang van de verdere uitvoering van het op 12 augustus 2008 bereikte zespuntenakkoord en de uitvoeringsmaatregelen ervan, van doeltreffende internationale aanwezigheid voor de handhaving van vrede en veiligheid op het terrein, van het voortzetten van een wederzijds ondersteunend beleid inzake niet-erkenning en betrokkenheid, van de ondersteuning van de internationale besprekingen in Genève en van een veilige en waardige terugkeer van alle vluchtelingen en binnenlandse ontheemden in overeenstemming met de beginselen van het internationale recht;

VASTBESLOTEN ervoor te zorgen dat de voordelen van nauwere politieke associatie en economische integratie tussen Georgië en de EU ten goede komen aan alle burgers van Georgië met inbegrip van de door conflicten verdeelde gemeenschappen;

ZICH INZETTEND VOOR de bestrijding van georganiseerde misdaad en illegale handel, en voor de versterking van de samenwerking bij terrorismebestrijding;

ZICH INZETTEND VOOR een verdieping van hun dialoog en samenwerking op het gebied van mobiliteit, migratie, asiel en grensbeheer, rekening houdend met het mobiliteitspartnerschap EU-Georgië, via een integrale aanpak met aandacht voor legale migratie, met inbegrip van circulaire migratie, en voor samenwerking bij het aanpakken van illegale migratie, mensenhandel en de doeltreffende uitvoering van de overnameovereenkomst;

ERKENNEND dat het van belang is op termijn een visumvrije regeling in te voeren voor de burgers van Georgië, mits aan alle voorwaarden voor een goed beheerde en veilige mobiliteit wordt voldaan, met inbegrip van de daadwerkelijke tenuitvoerlegging van overname- en visumversoepelingsovereenkomsten;

BELANG HECHTEND AAN de beginselen van de vrijemarkteconomie en de bereidheid van de EU een bijdrage te leveren aan de economische hervormingen in Georgië, mede in het kader van het Europees nabuurschapsbeleid en het oostelijk partnerschap;

STREVEND naar economische integratie, in het bijzonder met een diepe en brede vrijhandelsruimte (DCFTA) die integraal deel uitmaakt van deze overeenkomst, met inbegrip van de harmonisatie van de wet- en regelgeving en met inachtneming van de rechten en plichten die voortvloeien uit het lidmaatschap van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) van de partijen;

VAN OORDEEL dat deze overeenkomst een nieuw klimaat zal scheppen voor de economische relaties tussen de partijen en vooral ook voor de ontwikkeling van handel, investeringen en de stimulering van concurrentie, factoren die essentieel zijn voor de economische herstructurering en modernisering;

ZICH INZETTEND VOOR de eerbiediging van de beginselen van duurzame ontwikkeling, de bescherming van het milieu en het tegengaan van klimaatverandering, de voortdurende verbetering van milieubeheer en het voldoen aan milieubehoeften, met inbegrip van grensoverschrijdende samenwerking en tenuitvoerlegging van multilaterale internationale overeenkomsten;

ZICH INZETTEND VOOR de continuïteit van de energievoorziening, met inbegrip van de ontwikkeling van de zuidelijke corridor, onder meer door passende projecten op te zetten in Georgië ter vergemakkelijking van de ontwikkeling van geschikte infrastructuur, inclusief voor de doorreis over het grondgebied van Georgië, betere marktintegratie en geleidelijke aanpassing van de regelgeving aan kernaspecten van de Europese regelgeving, de stimulering van energie-efficiëntie en het gebruik van hernieuwbare energiebronnen;

ERKENNEND dat meer samenwerking op energiegebied nodig is, en dat de partijen het engagement zijn aangegaan om het Verdrag inzake het Europees Energiehandvest uit te voeren;

BEREID het niveau van de bescherming van de volksgezondheid en de gezondheid van de mens te verhogen, als een essentiële voorwaarde voor duurzame ontwikkeling en economische groei;

STREVEND naar meer contacten van mens tot mens, onder meer door samenwerking en uitwisselingen op het gebied van wetenschap en technologie, bedrijfsleven, jeugd, onderwijs en cultuur;

ZICH INZETTEND VOOR de bevordering van grensoverschrijdende en interregionale samenwerking door beide partijen in een geest van betrekkingen van goed nabuurschap;

ERKENNEND dat Georgië streeft naar de geleidelijke aanpassing van zijn wetgeving op de relevante terreinen aan die van de EU, in overeenstemming met deze overeenkomst en naar concrete uitvoering;

ERKENNEND dat Georgië streeft naar de ontwikkeling van zijn administratieve en institutionele infrastructuur voor zover nodig voor de handhaving van deze overeenkomst;

REKENING HOUDEND met de bereidheid van de EU om steun te verlenen voor de tenuitvoerlegging van hervormingen en daartoe gebruik te maken van alle beschikbare instrumenten voor samenwerking en technische, financiële en economische bijstand;

BEVESTIGEND dat de bepalingen van deze overeenkomst die binnen het toepassingsgebied van het derde deel, titel V, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vallen, het Verenigd Koninkrijk en Ierland als afzonderlijke overeenkomstsluitende partijen binden, en niet als deel van de EU, totdat de EU tezamen met het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland Georgië ervan in kennis heeft gesteld dat het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland gebonden zijn als deel van de EU, overeenkomstig Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht. Indien het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland niet langer gebonden zijn als deel van de EU overeenkomstig artikel 4 bis van dat protocol, moet de EU tezamen met het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland Georgië onmiddellijk in kennis stellen van iedere wijziging in hun positie; in dat geval blijven zij op persoonlijke titel gebonden door de bepalingen van de overeenkomst. Hetzelfde geldt voor Denemarken, overeenkomstig Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, dat aan die verdragen is gehecht,

Zijn het volgende overeengekomen[Red: De oorspronkelijke bijlagen bij de Overeenkomst en bij Protocol I liggen ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, en zijn gepubliceerd in PbEU 2014, L 261.]:

Artikel 1. Doelstellingen
1.

Er wordt een associatie tot stand gebracht tussen de Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds.

2.

Deze associatie heeft ten doel:

  • a. politieke associatie en economische integratie tussen de partijen te bewerkstelligen op basis van gemeenschappelijke waarden en nauwe banden, onder andere door de deelname van Georgië aan het beleid en aan programma's en agentschappen van de EU te vergroten;
  • b. een sterker kader voor een diepere politieke dialoog tot stand te brengen over alle zaken van wederzijds belang, zodat nauwe politieke betrekkingen tussen de partijen kunnen ontstaan;
  • c. bij te dragen aan de versterking van de democratie en de politieke, economische en institutionele stabiliteit in Georgië;
  • d. vrede en stabiliteit te bevorderen, bewaren en versterken, zowel op regionaal als op internationaal niveau, op basis van de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties en van de Slotakte van Helsinki van 1975 van de Conferentie over veiligheid en samenwerking in Europa, onder meer door de inspanningen te bundelen om oorzaken van spanningen op te heffen, de grensbeveiliging te verbeteren en de grensoverschrijdende samenwerking en goede nabuurschapsbetrekkingen te bevorderen;
  • e. de samenwerking te bevorderen met het oog op een vreedzame oplossing van conflicten;
  • f. de samenwerking te verbeteren op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht, om zo de rechtsstaat en het respect voor de mensenrechten en de fundamentele vrijheden te versterken;
  • g. de inspanningen van Georgië voor de ontwikkeling van zijn economische mogelijkheden door internationale samenwerking te ondersteunen, onder meer door de aanpassing van zijn regelgeving aan die van de EU;
  • h. de geleidelijke economische integratie van Georgië in de interne markt van de EU te bewerkstelligen, zoals bepaald in deze overeenkomst, onder meer door het opzetten van een diepe en brede vrijhandelsruimte die zal zorgen voor een verregaande toegang tot de markt op basis van de duurzame en alomvattende onderlinge aanpassing van de regelgeving in overeenstemming met de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit het WTO-lidmaatschap;
  • i. de voorwaarden te scheppen voor steeds nauwere samenwerking op andere gebieden van wederzijds belang.

TITEL I. ALGEMENE BEGINSELEN

Artikel 2. Algemene beginselen
1.

De eerbiediging van de democratische beginselen, de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, als beschreven in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties van 1948 en vastgelegd in het Europees Verdrag betreffende de bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden van 1950, de Slotakte van Helsinki van 1975 van de Conferentie over veiligheid en samenwerking in Europa en het Handvest van Parijs voor een Nieuw Europa van 1990 vormen de grondslag van het binnenlands en buitenlands beleid van de partijen en zijn een essentieel onderdeel van deze overeenkomst. Het tegengaan van de proliferatie van massavernietigingswapens, verwante materialen en overbrengingsmiddelen daarvoor is eveneens een essentieel onderdeel van deze overeenkomst.

2.

De partijen wijzen er nogmaals op dat zij vasthouden aan de beginselen van een vrije markteconomie, duurzame ontwikkeling en efficiënt multilateralisme.

3.

De partijen herbevestigen dat zij de beginselen van de rechtsstaat en goed bestuur, alsmede hun internationale verplichtingen, met name in het kader van de VN, de Raad van Europa en de OVSE zullen eerbiedigen. In het bijzonder komen zij overeen te ijveren voor de eerbiediging van de beginselen van souvereiniteit en territoriale integriteit, onschendbaarheid van de grenzen en onafhankelijkheid.

4.

De partijen zetten zich in voor de rechtsstaat, goed bestuur, corruptiebestrijding, de strijd tegen de verschillende vormen van transnationale georganiseerde misdaad en terrorisme, de bevordering van duurzame ontwikkeling, efficiënt multilateralisme en de bestrijding van de proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor. Deze verbintenis is van fundamenteel belang voor de ontwikkeling van de betrekkingen en de samenwerking tussen de partijen en draagt bij tot de regionale vrede en stabiliteit.

TITEL II. POLITIEKE DIALOOG EN HERVORMING, SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN HET BUITENLANDS EN VEILIGHEIDSBELEID

Artikel 3. Doelstellingen van de politieke dialoog
1.

De politieke dialoog tussen de partijen over alle gebieden van wederzijds belang, met inbegrip van het buitenlands en veiligheidsbeleid en binnenlandse hervormingen, wordt verder ontwikkeld en versterkt. Dit zal de doelmatigheid van de politieke samenwerking vergroten en convergentie op het gebied van het buitenlands en veiligheidsbeleid bevorderen, waardoor de relaties op een ambitieuze en vernieuwende wijze worden verstevigd.

2.

De doelstellingen van de politieke dialoog zijn:

  • a. een diepere politieke associatie en meer convergentie en doeltreffendheid op het vlak van politiek en veiligheidsbeleid;
  • b. bevordering van de beginselen van territoriale integriteit, onschendbaarheid van de internationaal erkende grenzen, soevereiniteit en onafhankelijkheid, in overeenstemming met het Handvest van de Verenigde Naties en de Slotakte van Helsinki van 1975 van de Conferentie over veiligheid en samenwerking in Europa;
  • c. bevordering van de vreedzame oplossing van conflicten;
  • d. meer internationale stabiliteit en veiligheid, op basis van efficiënt multilateralisme;
  • e. meer samenwerking en dialoog tussen de partijen over internationale veiligheid en crisisbeheer, met name om wereldwijde en regionale problemen en bedreigingen aan te pakken;
  • f. versterking van de samenwerking in de strijd tegen de proliferatie van massavernietigingswapens en hun overbrengingsmiddelen, met inbegrip van alternatieve tewerkstelling van wetenschappers die voorheen in MVW-programma's werkzaam waren;
  • g. meer resultaatgerichte en praktische samenwerking tussen de partijen om te komen tot vrede, veiligheid en stabiliteit op het Europese continent;
  • h. meer respect voor de democratische beginselen, de rechtsstaat en goed bestuur, de mensenrechten en fundamentele vrijheden, ook de persvrijheid en de rechten van personen die behoren tot nationale minderheden, en consolidering van binnenlandse politieke hervormingen;
  • i. verdere dialoog en meer samenwerking tussen de partijen op het vlak van veiligheid en defensie;
  • j. het sterker bevorderen van regionale samenwerking in verschillende vormen;
  • k. ervoor zorgen dat de voordelen van nauwere politieke associatie tussen de EU en Georgië, met inbegrip van meer convergentie op het vlak van veiligheidsbeleid, ten goede komen aan alle burgers van Georgië binnen de internationaal erkende grenzen van het land.
Artikel 4. Binnenlandse hervormingen

De partijen werken samen om de stabiliteit en doeltreffendheid van de democratische instellingen en de rechtsstaat te ontwikkelen, te versterken en te vergroten; de mensenrechten en de fundamentele vrijheden te eerbiedigen; verder te werken aan de hervorming van de wetgeving en de rechterlijke macht, zodat de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht wordt gewaarborgd, de bestuurlijke capaciteit wordt versterkt en de onpartijdigheid en efficiëntie van de instanties voor rechtshandhaving wordt gegarandeerd; verder te werken aan de hervorming van het openbaar bestuur met het oog op een verantwoordingsplichtig, efficiënt, doelmatig, transparant en professioneel ambtenarenapparaat; en daadwerkelijk te blijven strijden tegen de corruptie, in het bijzonder met het oog op het versterken van de internationale samenwerking bij de bestrijding van corruptie, en de relevante internationale rechtsinstrumenten, zoals het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie van 2003, daadwerkelijk ten uitvoer te leggen.

Artikel 5. Buitenlands en veiligheidsbeleid
1.

De partijen intensiveren hun dialoog en samenwerking en ondersteunen de geleidelijke convergentie op het vlak van buitenlands en veiligheidsbeleid, met inbegrip van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, en besteden bijzondere aandacht aan conflictpreventie, vreedzame conflictoplossing en crisisbeheer, regionale stabiliteit, ontwapening, non-proliferatie, wapenbeheersing en wapenuitvoercontrole. Samenwerking wordt gebaseerd op gemeenschappelijke waarden en gezamenlijke belangen en is gericht op meer convergentie en doeltreffendheid van het beleid, waarbij gebruik wordt gemaakt van bilaterale, internationale en regionale fora.

2.

De partijen bevestigen hun gehechtheid aan de beginselen van territoriale integriteit, onschendbaarheid van de internationaal erkende grenzen, soevereiniteit en onafhankelijkheid, in overeenstemming met het Handvest van de Verenigde Naties en de Slotakte van Helsinki van 1975 van de Conferentie over veiligheid en samenwerking in Europa, en verbinden zich ertoe deze beginselen te ondersteunen in hun bilaterale en multilaterale betrekkingen. De partijen ondersteunen voorts ten volle het beginsel van toestemming van het gastland voor de stationering van buitenlandse strijdkrachten op hun grondgebied. Zij zijn het erover eens dat voor de stationering van buitenlandse strijdkrachten op hun grondgebied de uitdrukkelijke toestemming van het gastland is vereist, in overeenstemming met het internationaal recht.

Artikel 6. Ernstige misdrijven waarmee de internationale gemeenschap wordt geconfronteerd
1.

De partijen bevestigen opnieuw dat de ernstigste misdrijven die de gehele internationale gemeenschap aangaan, niet ongestraft mogen blijven en dat de straffeloosheid van dit soort misdaden moet worden vermeden door maatregelen te nemen op nationaal en internationaal niveau, onder meer in het Internationaal Strafhof.

2.

De partijen zijn van oordeel dat de oprichting en doeltreffende werking van het Internationaal Strafhof een belangrijke ontwikkeling is voor de internationale vrede en gerechtigheid. De partijen bevestigen hun verbintenis om te blijven samenwerken met het Internationaal Strafhof door het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof en de bijbehorende instrumenten ten uitvoer te leggen, met inachtneming van het behoud van de integriteit ervan.

Artikel 7. Conflictpreventie en crisisbeheer

De partijen intensiveren de praktische samenwerking op het vlak van conflictpreventie en crisisbeheer, in het bijzonder met het oog op mogelijke deelname van Georgië aan civiele en militaire operaties inzake crisisbeheer onder leiding van de EU en aan oefeningen en opleidingen. Dit wordt van geval tot geval en na een eventuele uitnodiging door de EU beslist.

Artikel 8. Regionale stabiliteit
1.

De partijen voeren hun gezamenlijke inspanningen op voor meer stabiliteit, veiligheid en democratische ontwikkeling in de regio en voor het sterker bevorderen van regionale samenwerking in verschillende vormen, en in het bijzonder om te werken aan een vreedzame oplossing van onopgeloste conflicten in de regio.

2.

Deze inspanningen verlopen volgens de gemeenschappelijke beginselen voor handhaving van internationale vrede en veiligheid als bepaald in het Handvest van de Verenigde Naties, de Slotakte van Helsinki van 1975 van de Conferentie over veiligheid en samenwerking in Europa en andere relevante multilaterale documenten. De partijen maken ook ten volle gebruik van het multilaterale kader van het oostelijk partnerschap dat voorziet in samenwerking en een open en vrije dialoog, en in de versterking van de banden tussen de partnerlanden onderling.

Artikel 9. Vreedzame oplossing van conflicten
1.

De partijen bevestigen hun engagement voor een vreedzame conflictoplossing, met volledig respect voor de soevereiniteit en territoriale integriteit van Georgië binnen zijn internationaal erkende grenzen, en met het oog op gezamenlijke inspanningen voor wederopbouw en verzoening na het conflict. In afwachting van een duurzame oplossing voor het conflict en onverminderd de bestaande formaten voor de aanpak van conflictgerelateerde kwesties, vormt vreedzame conflictoplossing een van de centrale thema's op de agenda van de politieke dialoog tussen de partijen, alsook in de dialoog met andere relevante internationale actoren.

2.

De partijen erkennen dat het belangrijk is dat Georgië streeft naar verzoening en inspanningen levert om zijn territoriale integriteit te herstellen met het oog op een vreedzame en duurzame conflictoplossing, en dat werk wordt gemaakt van de volledige uitvoering van het op 12 augustus 2008 bereikte zespuntenakkoord en de uitvoeringsmaatregelen ervan, van het voortzetten van een wederzijds ondersteunend beleid inzake niet-erkenning en betrokkenheid, van de ondersteuning van de internationale besprekingen in Genève en van een veilige en waardige terugkeer van alle vluchtelingen en binnenlandse ontheemden naar hun gewoonlijke verblijfplaats in overeenstemming met de beginselen van het internationale recht, en van een duidelijke betrokkenheid op internationaal niveau, ook, in voorkomend geval, op het niveau van de EU.

3.

De partijen coördineren, ook met andere relevante internationale organisaties, hun inspanningen om bij te dragen tot de vreedzame oplossing van conflicten in Georgië, onder meer met betrekking tot de aanpak van humanitaire kwesties.

4.

Al deze inspanningen verlopen volgen de gezamenlijke beginselen voor handhaving van internationale vrede en veiligheid als bepaald in het Handvest van de Verenigde Naties, de Slotakte van Helsinki van 1975 van de Conferentie over veiligheid en samenwerking in Europa en andere relevante multilaterale documenten.

Artikel 10. Massavernietigingswapens
1.

De partijen zijn van oordeel dat de proliferatie van massavernietigingswapens en overbrengingsmiddelen daarvoor, onder zowel staten als niet-statelijke actoren, een van de ernstigste bedreigingen voor de internationale vrede en stabiliteit vormt. De partijen komen daarom overeen samen te werken en bij te dragen tot de bestrijding van de proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor, door volledige naleving en nationale tenuitvoerlegging van hun bestaande verplichtingen op grond van de internationale ontwapenings- en non-proliferatieverdragen en -overeenkomsten en andere internationale verplichtingen op dit gebied. De partijen komen overeen dat deze bepaling een essentieel onderdeel van deze overeenkomst vormt.

2.

De partijen komen bovendien overeen samen te werken en bij te dragen aan de strijd tegen massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor, door:

  • a. maatregelen te nemen, gericht op de ondertekening of de ratificatie van alle andere internationale instrumenten ter zake, of, in voorkomend geval, op aansluiting daarbij, en op de volledige tenuitvoerlegging daarvan; en
  • b. een doeltreffend nationaal uitvoercontrolesysteem in te voeren, gericht op zowel de uitvoer als de doorvoer van goederen die verband houden met massavernietigingswapens, waaronder controle op het eindgebruik van technologieën voor tweeërlei gebruik in het kader van massavernietigingswapens, en door doeltreffende sancties op te leggen in het geval van overtreding van de uitvoercontroles.
3.

De partijen komen overeen om deze kwesties aan te pakken in het kader van hun politieke dialoog.

Artikel 11. Handvuurwapens en lichte wapens en de controle op de uitvoer van conventionele wapens
1.

De partijen erkennen dat de illegale productie en overdracht van en de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens en munitie daarvoor, alsmede de buitensporige accumulatie, slecht beheer, inadequaat beveiligde voorraden en ongecontroleerde verspreiding ervan een ernstige bedreiging voor de vrede en de internationale veiligheid blijven vormen.

2.

De partijen komen overeen hun verplichtingen met betrekking tot de aanpak van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens en munitie daarvoor na te komen en volledig ten uitvoer te leggen, overeenkomstig de bestaande internationale verdragen en de resoluties van de VN-Veiligheidsraad, evenals hun verbintenissen in het kader van andere internationale instrumenten op dit gebied, zoals het VN-actieprogramma ter voorkoming, bestrijding en uitbanning van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens in al zijn aspecten.

3.

De partijen verbinden zich ertoe samen te werken en te zorgen voor coördinatie, complementariteit en synergie bij de aanpak van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens en de munitie daarvoor en de vernietiging van excessieve voorraden, op mondiaal, regionaal, subregionaal en nationaal niveau.

4.

Voorts komen de partijen overeen hun samenwerking voort te zetten op het vlak van de controle op de uitvoer van conventionele wapens, overeenkomstig het Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad van 8 december 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor de controle op de uitvoer van militaire goederen en technologie.

5.

De partijen komen overeen om deze kwesties aan te pakken in het kader van hun politieke dialoog.

Artikel 12. Bestrijding van terrorisme
1.

De partijen bevestigen opnieuw het belang van de strijd tegen en het voorkomen van terrorisme en komen overeen samen te werken op bilateraal, regionaal en internationaal niveau om terrorisme in al zijn vormen en uitingen te voorkomen en te bestrijden.

2.

De partijen komen overeen dat het terrorisme moet worden bestreden met volledige eerbiediging van de rechtsstaat en in overeenstemming met het internationale recht, met inbegrip van het internationale recht inzake de mensenrechten, het internationale vluchtelingenrecht en het internationaal humanitair recht en de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties, en alle relevante internationale instrumenten in verband met terrorismebestrijding.

3.

De partijen benadrukken het belang van de universele ratificatie en de volledige tenuitvoerlegging van alle VN-verdragen en protocollen in verband met terrorismebestrijding. De partijen komen overeen de dialoog te blijven bevorderen over het Alomvattend Verdrag betreffende internationaal terrorisme en samen te werken bij de tenuitvoerlegging van de mondiale strategie voor terrorismebestrijding van de Verenigde Naties, alsmede bij alle relevante resoluties van de VN-Veiligheidsraad en verdragen van de Raad van Europa. De partijen komen tevens overeen samen te werken met het oog op een internationale consensus over de preventie en bestrijding van terrorisme.

TITEL III. VRIJHEID, VEILIGHEID EN RECHT

Artikel 13. Rechtsstaat, respect voor de mensenrechten en de fundamentele vrijheden
1.

Bij hun samenwerking op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht schenken de partijen bijzondere aandacht aan de verdere bevordering van de rechtsstaat, met inbegrip van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, de toegang tot het gerecht en het recht op een eerlijk proces.

2.

De partijen werken nauw samen voor een doeltreffend functioneren van de instellingen op het gebied van de rechtshandhaving en rechtsbedeling.

3.

Respect voor de mensenrechten en de fundamentele vrijheden is de leidraad voor alle samenwerking inzake vrijheid, veiligheid en recht.

Artikel 14. Bescherming van persoonsgegevens

De partijen komen overeen samen te werken om een hoog niveau van bescherming van persoonsgegevens te waarborgen, in overeenstemming met de in bijlage I bij deze overeenkomst bedoelde Europese en internationale normen en juridische instrumenten, met inbegrip van de relevante instrumenten van de Raad van Europa.

Artikel 15. Migratie, asiel en grensbeheer
1.

De partijen herbevestigen het belang van een gezamenlijk beheer van migratiestromen tussen hun grondgebieden en brengen een brede dialoog tot stand over alle kwesties in verband met migratie, waaronder legale migratie, internationale bescherming en de strijd tegen illegale migratie, mensensmokkel en mensenhandel.

2.

Op basis van een specifieke analyse van de behoeften, die in onderling overleg door de partijen wordt verricht, werken de partijen samen overeenkomstig hun desbetreffende wetgeving. De samenwerking richt zich met name op:

  • a. de onderliggende oorzaken en de gevolgen van migratie;
  • c. de toelatingscriteria, alsmede de rechten en de status van toegelaten personen, de eerlijke behandeling en integratie van legale buitenlandse ingezetenen, onderwijs en opleiding en maatregelen tegen racisme en vreemdelingenhaat;
  • d. een betere doeltreffende en preventieve aanpak van illegale migratie, smokkel van migranten en mensenhandel, alsmede de vraag hoe netwerken van handelaars en smokkelaars kunnen worden bestreden en de slachtoffers van deze handel kunnen worden beschermd;
  • e. de uitvoering van de werkafspraak inzake de operationele samenwerking tussen het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie (FRONTEX) en het ministerie van Binnenlandse Zaken van Georgië, ondertekend op 4 december 2008;
  • f. op het gebied van de beveiliging van documenten en grensbewaking, kwesties zoals organisatie, opleiding, beste praktijken en andere operationele maatregelen.
3.

Samenwerking kan ook de circulaire migratie vergemakkelijken en komt ten goede aan de ontwikkeling.

Artikel 16. Verkeer van personen en overname
1.

De partijen zorgen voor de volledige tenuitvoerlegging van:

  • a. de Overeenkomst tussen de Europese Unie en Georgië inzake de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven, die op 1 maart 2011 in werking is getreden; en
  • b. de Overeenkomst tussen de Europese Unie en Georgië inzake de versoepeling van de afgifte van visa, die op 1 maart 2011 in werking is getreden.
2.

De partijen blijven streven naar meer mobiliteit van burgers en blijven geleidelijk evolueren in de richting van de gemeenschappelijk doelstelling van een op termijn visumvrije regeling, mits aan alle voorwaarden voor een goed beheerde en veilige mobiliteit wordt voldaan, als bepaald in het uit twee fasen bestaande actieplan voor visumliberalisering.

Artikel 17. Bestrijding van georganiseerde misdaad en corruptie
1.

De partijen werken samen aan de voorkoming en bestrijding van al dan niet georganiseerde criminele en illegale activiteiten, in het bijzonder transnationale activiteiten, zoals:

  • a. smokkel van en handel in mensen, handvuurwapens en illegale drugs;
  • b. smokkel van en illegale handel in goederen;
  • c. illegale economische en financiële activiteiten zoals namaak, belastingfraude en fraude bij openbare aanbestedingen;
  • d. verduistering van middelen van door internationale donoren gefinancierde projecten;
  • e. actieve en passieve corruptie, zowel in de openbare als in de particuliere sector;
  • f. vervalsing van documenten, het afleggen van onjuiste verklaringen; en
  • g. computercriminaliteit.
2.

De partijen verbeteren daarom de bilaterale, regionale en internationale samenwerking tussen wetshandhavingsinstanties en ontwikkelen de samenwerking tussen Europol en de betrokken Georgische autoriteiten. De partijen verbinden zich tot de effectieve tenuitvoerlegging van de relevante internationale normen, met name die welke in het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad van 2000 en de drie protocollen daarbij, en in het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie van 2003 zijn opgenomen.

Artikel 18. Illegale drugs
1.

Binnen het kader van hun respectieve bevoegdheden werken de partijen samen met het oog op een evenwichtige en geïntegreerde aanpak van drugsvraagstukken. Het beleid en de maatregelen met betrekking tot drugs zijn gericht op het versterken van de structuren om illegale drugs te voorkomen en te bestrijden, het beperken van het aanbod aan, de handel in en de vraag naar illegale drugs, waarbij de schadelijke gevolgen voor de gezondheid en de maatschappelijke consequenties van drugsgebruik worden aangepakt, en op het doeltreffender voorkomen dat chemische stoffen onrechtmatig worden gebruikt voor de illegale productie van drugs en psychotrope stoffen.

2.

De partijen komen overeen welke samenwerkingsmethoden nodig zijn om deze doelstellingen te bereiken. De activiteiten worden gebaseerd op onderling overeengekomen beginselen, overeenkomstig de desbetreffende internationale verdragen, de EU-drugsstrategie (2013-2020), de Politieke Verklaring inzake richtsnoeren om de vraag naar drugs te verminderen, goedgekeurd op de twintigste speciale zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties inzake drugs van juni 1998.

Artikel 19. Witwassen van geld en terrorismefinanciering
1.

De partijen werken samen om te voorkomen dat hun financiële systemen en relevante niet-financiële systemen worden gebruikt voor het witwassen van de opbrengsten uit criminele activiteiten in het algemeen en drugsmisdrijven in het bijzonder, of voor de financiering van terrorisme.

Deze samenwerking strekt zich uit tot inbeslagneming van vermogensbestanddelen of gelden die uit de opbrengsten van criminele activiteiten zijn verkregen.

2.

Door samenwerking op dit gebied moet het mogelijk worden relevante informatie uit te wisselen in het kader van de respectieve wetgeving en passende normen vast te stellen voor de voorkoming en bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, die vergelijkbaar zijn met die van de internationale instanties op dit gebied, zoals de Financial Action Task Force inzake het witwassen van geld (FATF).

Artikel 20. Bestrijding van terrorisme
1.

In volledige overeenstemming met de beginselen die ten grondslag liggen aan de strijd tegen het terrorisme als beschreven in artikel 12 van deze overeenkomst, bevestigen de partijen opnieuw het belang van rechtshandhaving en een justitiële aanpak in de strijd tegen het terrorisme en komen zij overeen samen te werken bij de voorkoming en bestrijding van terrorisme, in het bijzonder door:

  • a. de strafbaarstelling van terroristische misdrijven te waarborgen, in overeenstemming met de definitie in het Kaderbesluit 2008/919/JBZ van de Raad van 28 november 2008 tot wijziging van Kaderbesluit 2002/475/JBZ inzake de bestrijding van terrorisme;
  • b. informatie uit te wisselen over terroristische groepen en personen en de hen ondersteunende netwerken, overeenkomstig het nationale en internationale recht, in het bijzonder ten aanzien van gegevensbescherming en bescherming van de persoonlijke levenssfeer;
  • c. ervaringen uit te wisselen inzake de voorkoming en bestrijding van terrorisme, inzake middelen en methodes en de technische aspecten ervan, en inzake opleiding, in overeenstemming met de toepasselijke regelgeving;
  • d. informatie uit te wisselen over beste praktijken voor de aanpak en de bestrijding van radicalisering en rekrutering, en de bevordering van rehabilitatie;
  • e. standpunten en ervaringen uit te wisselen met betrekking tot grensoverschrijdend verkeer en reizen van terrorismeverdachten en met betrekking tot terroristische dreigingen;
  • f. beste praktijken te delen ten aanzien van de bescherming van de mensenrechten bij de strijd tegen terrorisme, in het bijzonder met betrekking tot strafrechtelijke procedures;
  • g. maatregelen te nemen tegen de dreiging van chemisch, biologisch, radiologisch en nucleair terrorisme en de nodige maatregelen te treffen om te voorkomen dat chemische, biologische, radiologische en nucleaire materialen worden verworven, overgedragen en gebruikt voor terroristische doeleinden en dat illegale handelingen worden verricht tegen risicovolle chemische, biologische, radiologische en nucleaire faciliteiten.
2.

De samenwerking is gebaseerd op de relevante beschikbare beoordelingen, zoals die van de bevoegde organen van de Verenigde Naties en de Raad van Europa, in wederzijds overleg tussen de partijen.

Artikel 21. Juridische samenwerking
1.

De partijen komen overeen de juridische samenwerking in burgerlijke en commerciële zaken uit te bouwen, met name wat betreft de onderhandelingen over, en de ratificatie en tenuitvoerlegging van multilaterale verdragen inzake juridische samenwerking in burgerlijke zaken, en met name de verdragen van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht op het gebied van internationale juridische samenwerking en procesvoering alsmede de bescherming van kinderen.

2.

Wat de juridische samenwerking in strafzaken betreft, streven de partijen naar verbetering van de samenwerking op het gebied van wederzijdse juridische bijstand op basis van de multilaterale overeenkomsten ter zake. Waar nodig impliceert dit de toetreding tot en uitvoering van de relevante internationale instrumenten van de VN en de Raad van Europa, en nauwere samenwerking met Eurojust.

TITEL IV. HANDEL EN DAARMEE VERBAND HOUDENDE AANGELEGENHEDEN

HOOFDSTUK 1. NATIONALE BEHANDELING EN MARKTTOEGANG VOOR GOEDEREN

AFDELING 1. GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel 22. Doelstelling

De partijen brengen een vrijhandelsruimte tot stand met ingang van de inwerkingtreding van deze overeenkomst, overeenkomstig het bepaalde in deze overeenkomst en in overeenstemming met artikel XXIV van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel 1994, hierna „GATT 1994” genoemd.

Artikel 23. Toepassingsgebied en dekking
1.

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de handel in goederen1)In deze overeenkomst wordt onder „goederen” verstaan producten als bedoeld in de GATT 1994, tenzij in deze overeenkomst anders is bepaald. Naar goederen die vallen binnen het toepassingsgebied van de WTO-Overeenkomst inzake de landbouw wordt in dit hoofdstuk verwezen als „landbouwproducten” of „producten”. tussen de partijen.

2.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden als „van oorsprong” beschouwd de goederen die aan de oorsprongsregels in protocol I bij deze overeenkomst voldoen.

AFDELING 2. AFSCHAFFING VAN DOUANERECHTEN, VERGOEDINGEN EN ANDERE HEFFINGEN

Artikel 24. Definitie van douanerechten

Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden onder „douanerechten” alle soorten rechten en heffingen verstaan die worden opgelegd ter zake van of in verband met de invoer of de uitvoer van goederen, met inbegrip van alle aanvullende heffingen of belastingen met betrekking tot deze invoer of uitvoer. Onder „douanerechten” worden niet verstaan:

  • a. heffingen gelijkwaardig aan interne belastingen die overeenkomstig artikel 31 van deze overeenkomst worden opgelegd;
  • c. vergoedingen en andere heffingen die overeenkomstig artikel 30 van deze overeenkomst worden opgelegd.
Artikel 25. Indeling van goederen

De indeling van goederen in het handelsverkeer tussen de partijen geschiedt overeenkomstig de respectieve tariefnomenclatuur van elke partij, in overeenstemming met het geharmoniseerde systeem van 2012, dat gebaseerd is op het Internationaal Verdrag betreffende het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen van 1983, hierna „GS” genoemd, en latere wijzigingen daarvan.

Artikel 26. Afschaffing van invoerrechten
1.

De partijen schaffen hun douanerechten op goederen van oorsprong uit de andere partij af vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst, behoudens het bepaalde in de leden 2 en 3 van dit artikel en onverminderd lid 4 van dit artikel.

2.

De in bijlage II-A bij deze overeenkomst vermelde producten mogen vrij van douanerechten in de Unie worden ingevoerd binnen de grenzen van de tariefcontingenten die in die bijlage zijn vermeld. Het meestbegunstigingsrecht wordt toegepast voor invoer die de grenzen van de tariefcontingenten te boven gaat.

3.

Voor de in bijlage II-B bij deze overeenkomst vermelde producten gelden ter zake van de invoer in de Unie geen ad-valoremrechten.

4.

Op de invoer van de in bijlage II-C bij deze overeenkomst vermelde producten van oorsprong uit Georgië zal het in artikel 27 van deze overeenkomst bedoelde antiontwijkingsmechanisme van toepassing zijn.

5.

Vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst treden de partijen, indien een van hen daarom verzoekt, in overleg om te bezien of de liberalisering op het gebied van douanerechten in het handelsverkeer tussen de partijen een breder toepassingsgebied kan krijgen. Een besluit uit hoofde van dit lid wordt genomen door het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, zoals bedoeld in artikel 408, lid 4, van deze overeenkomst.

Artikel 27. Antiontwijkingsmechanisme met betrekking tot landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten
1.

Op de in bijlage II-C bij deze overeenkomst vermelde producten is het in dit artikel bedoelde antiontwijkingsmechanisme van toepassing. Voor elke categorie van deze producten wordt het gemiddelde jaarlijkse invoervolume uit Georgië in de Unie vermeld in bijlage II-C bij deze overeenkomst.

2.

Zodra in een bepaald kalenderjaar het invoervolume voor een of meer categorieën van de in lid 1 bedoelde producten 70% bedraagt van het in bijlage II-C bij deze overeenkomst aangegeven volume, stelt de Unie Georgië in kennis van het invoervolume van het betrokken product of de betrokken producten. Na deze kennisgeving en binnen 14 kalenderdagen te rekenen vanaf de dag waarop het invoervolume voor een of meer categorieën van de in lid 1 bedoelde producten 80% bedraagt van het in bijlage II-C bij deze overeenkomst aangegeven volume, bezorgt Georgië de Unie gegevens waaruit duidelijk blijkt dat Georgië over de nodige capaciteit beschikt voor de vervaardiging van producten voor uitvoer naar de Unie boven de in deze bijlage aangegeven volumes. Indien Georgië geen deugdelijke uitleg verschaft, kan de Unie de preferentiële behandeling ten aanzien van de betrokken producten tijdelijk schorsen zodra deze invoer 100% bedraagt van het in bijlage II-C bij deze overeenkomst aangegeven volume.

Deze schorsing geldt voor een periode van zes maanden en gaat in op de dag waarop het besluit tot schorsing van de preferentiële behandeling in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt bekendgemaakt.

3.

De Unie stelt Georgië onverwijld in kennis van elke tijdelijke schorsing uit hoofde van lid 2.

4.

Een tijdelijke schorsing wordt vóór het einde van de periode van zes maanden na de inwerkingtreding ervan door de Unie opgeheven indien Georgië aan het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, zoals bedoeld in artikel 408, lid 4, van deze overeenkomst, voldoende en deugdelijk bewijsmateriaal bezorgt, waaruit blijkt dat het invoervolume van de desbetreffende categorie producten dat het in bijlage II-C bij deze overeenkomst aangegeven volume te boven gaat, voortvloeit uit een wijziging van de productie- en uitvoercapaciteit van Georgië voor het betrokken product of de betrokken producten.

5.

Bijlage II-C bij deze overeenkomst en het volume kunnen met wederzijdse instemming van de Unie en Georgië in het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken worden gewijzigd op verzoek van Georgië, om wijzigingen in de productie- en uitvoercapaciteit van Georgië voor het betrokken product of de betrokken producten tot uitdrukking te brengen.

Artikel 28. Status quo

Geen van de partijen mag nieuwe douanerechten vaststellen op een goed van oorsprong uit de andere partij of de douanerechten die van kracht zijn op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst verhogen. Dit sluit niet uit dat elke partij een douanerecht kan handhaven of verhogen als toegestaan door het Orgaan voor Geschillenbeslechting (DSB) van de WTO.

Artikel 29. Uitvoerrechten

Geen van de partijen mag rechten of belastingen vaststellen of handhaven ter zake van of in verband met de uitvoer van goederen naar het grondgebied van de andere partij, andere dan interne heffingen die worden opgelegd overeenkomstig artikel 30 van deze overeenkomst.

Artikel 30. Vergoedingen en andere heffingen

Elke partij draagt er in overeenstemming met artikel VIII van de GATT 1994 en de aantekeningen erop zorg voor dat alle vergoedingen en heffingen van welke aard ook – niet zijnde douanerechten of andere maatregelen als bedoeld in artikel 26 van deze overeenkomst – ter zake van of in verband met de invoer of de uitvoer van goederen worden beperkt tot, bij benadering, de kosten van de verleende diensten, en geen indirecte bescherming van interne goederen of een belasting op de invoer of de uitvoer voor fiscale doeleinden vormen.

AFDELING 3. NIET-TARIFAIRE MAATREGELEN

Artikel 31. Nationale behandeling

Elke partij behandelt goederen van de andere partij als nationale goederen, in overeenstemming met artikel III van de GATT 1994, met inbegrip van de aantekeningen erop. Hiertoe worden artikel III van de GATT 1994 en de aantekeningen erop in deze overeenkomst opgenomen en maken zij hier integraal deel van uit.

Artikel 32. Invoer- en uitvoerbeperkingen

Geen van de partijen mag verboden of beperkingen invoeren of handhaven ter zake van de invoer van een goed uit de andere partij of de uitvoer of verkoop ten uitvoer van een goed dat voor het grondgebied van de andere partij is bestemd, tenzij in deze overeenkomst anders is bepaald of zulks in overeenstemming is met artikel XI van de GATT 1994 en de aantekeningen erop. Hiertoe worden artikel XI van de GATT 1994 en de aantekeningen erop in deze overeenkomst opgenomen en maken zij hier integraal deel van uit.

AFDELING 4. SPECIFIEKE BEPALINGEN MET BETREKKING TOT GOEDEREN

Artikel 33. Algemene uitzonderingen

Geen enkele bepaling in dit hoofdstuk wordt uitgelegd als beletsel voor de goedkeuring of handhaving door een partij van maatregelen overeenkomstig de artikelen XX en XXI van de GATT 1994 en alle toepasselijke aantekeningen erop, die hierbij in deze overeenkomst worden opgenomen en hier integraal deel van uitmaken.

AFDELING 5. ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING EN COÖRDINATIE MET ANDERE LANDEN

Artikel 34. Tijdelijke intrekking van preferenties
1.

De partijen zijn het erover eens dat administratieve samenwerking en bijstand van essentieel belang zijn voor de tenuitvoerlegging van en de controle op de preferentiële tariefbehandeling die op grond van dit hoofdstuk wordt verleend, en benadrukken hun vastberadenheid om onregelmatigheden en fraude op het gebied van douane- en aanverwante aangelegenheden te bestrijden.

2.

Wanneer een partij op basis van objectieve informatie heeft vastgesteld dat de andere partij geen administratieve medewerking of bijstand heeft verleend en/of dat zich onregelmatigheden of fraude binnen het kader van dit hoofdstuk hebben voorgedaan, kan de betrokken partij de desbetreffende preferentiële behandeling ten aanzien van het betrokken product of de betrokken producten in overeenstemming met dit artikel tijdelijk schorsen.

3.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder het niet verlenen van administratieve medewerking of bijstand onder meer verstaan:

  • a. het herhaaldelijk niet nakomen van de verplichting om de oorsprongsstatus van het betrokken goed of de betrokken goederen te controleren;
  • b. het herhaaldelijk weigeren een controle achteraf van het bewijs van oorsprong uit te voeren en/of de resultaten daarvan mede te delen, of onredelijke vertraging daarbij;
  • c. het herhaaldelijk weigeren van toestemming voor het uitvoeren van onderzoeksmissies om de echtheid van documenten of de juistheid van gegevens vast te stellen die van belang zijn voor het verlenen van de desbetreffende preferentiële behandeling, of onredelijke vertraging bij het verlenen van toestemming.
4.

Voor de toepassing van dit artikel kunnen onregelmatigheden of fraude onder meer worden vastgesteld wanneer het invoervolume van goederen snel stijgt, zonder dat daarvoor een bevredigende verklaring is, dat invoervolume de gebruikelijke productie- en uitvoercapaciteit van de andere partij te boven gaat, en de stijging in verband kan worden gebracht met objectieve informatie betreffende onregelmatigheden of fraude.

5.

Voor een tijdelijke schorsing moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:

  • a. de partij die op basis van objectieve informatie heeft vastgesteld dat geen administratieve medewerking of bijstand werd verleend en/of dat zich onregelmatigheden of fraude vanuit de andere partij hebben voorgedaan, stelt het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, zoals bedoeld in artikel 408, lid 4, van deze overeenkomst, onverwijld in kennis van haar bevindingen en van de objectieve informatie, en treedt op basis van alle desbetreffende informatie en objectief vastgestelde bevindingen binnen dat comité in overleg om een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden;
  • b. wanneer de partijen binnen het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken in overleg zijn getreden en niet binnen drie maanden na de kennisgeving overeenstemming over een aanvaardbare oplossing hebben bereikt, kan de betrokken partij de preferentiële behandeling voor het betrokken goed of de betrokken goederen tijdelijk schorsen. Het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken wordt van een tijdelijke schorsing onverwijld in kennis gesteld;
  • c. tijdelijke schorsingen op grond van dit artikel blijven beperkt tot wat nodig is om de financiële belangen van de betrokken partij te beschermen. De schorsingstermijn bedraagt maximaal zes maanden en kan worden verlengd indien de omstandigheid die aanleiding gaf tot de aanvankelijke schorsing, op de vervaldatum van de termijn niet is gewijzigd. Binnen het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken vindt hierover periodiek overleg plaats, met name met het oog op beëindiging van de schorsingen zodra de omstandigheden die aanleiding gaven tot toepassing ervan, niet meer gelden.
6.

Elke partij publiceert overeenkomstig haar interne procedures berichten aan de importeurs met betrekking tot alle in lid 5, onder a), bedoelde kennisgevingen, alle in lid 5, onder b), bedoelde besluiten, en alle in lid 5, onder c), bedoelde verlengingen of beëindigingen.

Artikel 35. Handelwijze bij administratieve fouten

Indien de bevoegde autoriteiten bij het beheer van de preferentiële uitvoerregelingen een fout hebben gemaakt, met name bij de toepassing van de bepalingen van protocol I bij deze overeenkomst betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong” en de methoden van administratieve samenwerking, en deze fout gevolgen heeft voor de invoerrechten, kan de partij die met deze gevolgen wordt geconfronteerd, het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, zoals bedoeld in artikel 408, lid 4, van deze overeenkomst, verzoeken na te gaan of alle passende maatregelen kunnen worden genomen om de situatie te herstellen.

Artikel 36. Overeenkomsten met andere landen
1.

Deze overeenkomst belet niet de handhaving of oprichting van douane-unies, vrijhandelsruimtes of regelingen betreffende grensverkeer, tenzij hierdoor de in deze overeenkomst neergelegde handelsregelingen worden ondermijnd.

2.

Wanneer een van de partijen daarom verzoekt, voeren de partijen overleg in het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, zoals bedoeld in artikel 408, lid 4, van deze overeenkomst, over overeenkomsten waarbij douane-unies of vrijhandelsruimtes worden opgericht dan wel regelingen betreffende grensverkeer worden ingevoerd, alsmede over andere belangrijke aangelegenheden met betrekking tot hun respectieve handelsbeleid jegens derde landen. Dergelijk overleg zal in het bijzonder plaatsvinden ingeval een derde land tot de EU toetreedt, opdat wordt gewaarborgd dat rekening wordt gehouden met de wederzijdse belangen van de Unie en Georgië zoals weergegeven in deze overeenkomst.

HOOFDSTUK 2. HANDELSMAATREGELEN

AFDELING 1. ALGEMENE VRIJWARINGSMAATREGELEN

Artikel 37. Algemene bepalingen
1.

De partijen bevestigen hun rechten en verplichtingen ingevolge artikel XIX van de GATT 1994 en de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen als opgenomen in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst (hierna „Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen” genoemd) en artikel 5 van de Overeenkomst inzake de landbouw als opgenomen in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst (hierna „Landbouwovereenkomst” genoemd).

2.

De preferentiële oorsprongsregels van hoofdstuk 1 (Nationale behandeling en markttoegang voor goederen) van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst zijn niet van toepassing op deze afdeling.

3.

Hoofdstuk 14 (Beslechting van geschillen) van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst is niet van toepassing op de bepalingen van deze afdeling.

Artikel 38. Transparantie
1.

De partij die een vrijwaringsonderzoek opent, stelt de andere partij, indien deze laatste daarbij een aanmerkelijk economisch belang heeft, van die opening in kennis.

2.

Onverminderd artikel 37 van deze overeenkomst geeft de partij die een vrijwaringsonderzoek opent en voornemens is vrijwaringsmaatregelen te treffen, op verzoek van de andere partij onmiddellijk ad hoc schriftelijk kennis van alle relevante informatie die tot de opening van het vrijwaringsonderzoek en de instelling van vrijwaringsmaatregelen heeft geleid, alsmede voor zover relevant informatie over de opening van het vrijwaringsonderzoek en over de voorlopige en de definitieve bevindingen van dat onderzoek, en biedt zij de andere partij de mogelijkheid tot het voeren van overleg.

3.

Voor de toepassing van dit artikel wordt een partij geacht aanmerkelijk economisch belang te hebben wanneer zij, uitgedrukt in absoluut volume of waarde, in de drie voorgaande jaren tot de vijf grootste leveranciers van het ingevoerde product behoorde.

Artikel 39. Toepassing van maatregelen
1.

Wanneer de partijen vrijwaringsmaatregelen instellen, streven zij ernaar om dat te doen op een wijze die hun bilaterale handel zo weinig mogelijk beïnvloedt.

2.

Wanneer een partij in het kader van de toepassing van lid 1 van dit artikel van mening is dat aan de juridische vereisten voor de instelling van definitieve vrijwaringsmaatregelen is voldaan en deze partij voornemens is dergelijke maatregelen in te stellen, stelt zij de andere partij daarvan in kennis en biedt zij deze de mogelijkheid tot het voeren van bilateraal overleg. Indien binnen dertig dagen na de kennisgeving geen aanvaardbare oplossing wordt gevonden, kan de partij van invoer passende maatregelen nemen om het probleem op te lossen.

AFDELING 2. ANTIDUMPING- EN COMPENSERENDE MAATREGELEN

Artikel 40. Algemene bepalingen
1.

De partijen bevestigen hun rechten en verplichtingen ingevolge artikel VI van de GATT 1994, de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de GATT 1994 als opgenomen in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst (hierna „Antidumpingovereenkomst” genoemd) en de Overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen als opgenomen in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst (hierna „SCM-Overeenkomst” genoemd).

2.

De preferentiële oorsprongsregels van hoofdstuk 1 (Nationale behandeling en markttoegang voor goederen) van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst zijn niet van toepassing op deze afdeling.

3.

Hoofdstuk 14 (Beslechting van geschillen) van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst is niet van toepassing op de bepalingen van deze afdeling.

Artikel 41. Transparantie
1.

De partijen komen overeen dat bij gebruikmaking van antidumping- en compenserende maatregelen de vereisten van de Antidumpingovereenkomst en de SCM-Overeenkomst volledig worden gerespecteerd, en dat die maatregelen op een eerlijk en transparant systeem worden gebaseerd.

2.

De partijen waarborgen dat onmiddellijk na de instelling van voorlopige maatregelen en vóór de definitieve vaststelling, de belangrijkste feiten en overwegingen die aan de beslissing tot toepassing van maatregelen ten grondslag liggen, volledig en duidelijk worden meegedeeld, onverminderd artikel 6, lid 5, van de Antidumpingovereenkomst en artikel 12, lid 4, van de SCM-Overeenkomst. De feiten en overwegingen moeten schriftelijk worden meegedeeld, en er moet belanghebbenden voldoende tijd worden gelaten om hun opmerkingen in te dienen.

3.

Elke belanghebbende krijgt, mits zulks het onderzoek niet onnodig vertraagt, de gelegenheid te worden gehoord opdat hij gedurende antidumping- of antisubsidieonderzoeken zijn standpunt kenbaar kan maken.

Artikel 42. Algemeen belang

Antidumping- of compenserende maatregelen kunnen niet door een partij worden toegepast indien, op basis van de tijdens het onderzoek kenbaar gemaakte informatie, duidelijk kan worden geconcludeerd dat het niet in het algemeen belang is dergelijke maatregelen toe te passen. Bij de vaststelling met betrekking tot het algemeen belang wordt uitgegaan van een waardering van alle verschillende belangen, in hun geheel beschouwd, met inbegrip van de belangen van de interne bedrijfstak, gebruikers, consumenten en importeurs, voor zover zij relevante informatie aan de onderzoeksautoriteiten hebben verstrekt.

Artikel 43. Regel van het laagste recht

Indien een partij besluit om een voorlopig of definitief antidumping- of compenserend recht in te stellen, overschrijdt het bedrag van dit recht niet de dumpingmarge of het totale bedrag van de tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidies, maar is het lager dan de dumpingmarge of het totale bedrag van de tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidies wanneer de schade voor de interne bedrijfstak kan worden opgeheven door een lager recht.

HOOFDSTUK 3. TECHNISCHE HANDELSBELEMMERINGEN, NORMALISATIE, METROLOGIE, ACCREDITATIE EN CONFORMITEITSBEOORDELING

Artikel 44. Toepassingsgebied en definities
1.

Dit hoofdstuk is van toepassing op de opstelling, de aanneming en de toepassing van normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures zoals omschreven in de Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen, hierna „TBT-Overeenkomst” genoemd, die in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst is opgenomen, welke de handel in goederen tussen de partijen kunnen beïnvloeden.

2.

Onverminderd lid 1 is dit hoofdstuk noch op sanitaire en fytosanitaire maatregelen zoals omschreven in bijlage A bij de Overeenkomst inzake sanitaire en fytosanitaire maatregelen (hierna „SPS-Overeenkomst” genoemd), die in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst is opgenomen, noch op de aankoopspecificaties die door overheidsinstanties zijn opgesteld om in hun eigen productie- of verbruiksbehoeften te voorzien, van toepassing.

3.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de definities van bijlage 1 bij de TBT-Overeenkomst.

Artikel 45. Bevestiging van TBT-Overeenkomst

De partijen bevestigen hun bestaande wederzijdse rechten en verplichtingen ingevolge de TBT-Overeenkomst, die hierbij in de onderhavige overeenkomst wordt opgenomen en hier integraal deel van uitmaakt.

Artikel 46. Technische samenwerking
1.

De partijen versterken hun samenwerking op het gebied van normen, technische voorschriften, metrologie, markttoezicht, accreditatie en conformiteitsbeoordelingssystemen, teneinde het wederzijdse begrip van hun respectieve systemen te verbeteren en de toegang tot hun respectieve markten te vergemakkelijken. Hiertoe kunnen zij zowel op horizontaal als op sectorniveau dialogen over regelgeving tot stand brengen.

2.

Bij hun samenwerking streven de partijen ernaar om handelsbevorderende initiatieven in kaart te brengen, te ontwikkelen en te bevorderen die met name, doch niet uitsluitend, het volgende kunnen inhouden:

  • a. versterken van de samenwerking op regelgevingsgebied door de uitwisseling van gegevens en ervaringen alsmede door wetenschappelijke en technische samenwerking, teneinde de kwaliteit van hun technische voorschriften, normen, markttoezicht, conformiteitsbeoordeling en accreditatie te verbeteren en beter gebruik te maken van de beschikbare middelen op regelgevingsgebied;
  • b. bevorderen en aanmoedigen van samenwerking tussen hun respectieve openbare of particuliere organisaties voor metrologie, normalisatie, markttoezicht, conformiteitsbeoordeling en accreditatie;
  • c. bevorderen van de ontwikkeling van de kwaliteitsinfrastructuur voor normalisatie, metrologie, accreditatie, conformiteitsbeoordeling en van het systeem voor markttoezicht in Georgië;
  • d. bevorderen van de deelname van Georgië aan het werk van verwante Europese organisaties;
  • e. zoeken naar oplossingen voor technische handelsbelemmeringen die zich kunnen voordoen; en
  • f. in voorkomend geval inspanningen leveren voor afstemming van hun standpunten over aangelegenheden van wederzijds belang in internationale organisaties voor handel en regelgeving zoals de WTO en de Economische Commissie van de Verenigde Naties voor Europa, hierna „VN-ECE” genoemd.
Artikel 47. Aanpassing van technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordeling
1.

Rekening houdend met zijn prioriteiten inzake aanpassing in verschillende sectoren, neemt Georgië de maatregelen die nodig zijn om geleidelijk te komen tot aanpassing aan de technische voorschriften, normen, metrologie, accreditatie, conformiteitsbeoordeling, bijbehorende systemen en het systeem voor markttoezicht van de Unie, en verbindt het zich tot naleving van de beginselen en de praktijken die in het toepasselijke acquis van de Unie zijn neergelegd (indicatieve lijst in bijlage III-B bij deze overeenkomst). Een lijst van de maatregelen inzake aanpassing is opgenomen in bijlage III-A bij deze overeenkomst en kan worden gewijzigd bij besluit van het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, zoals bedoeld in artikel 408, lid 4, van deze overeenkomst.

2.

Met het oog op het bereiken van deze doelstellingen:

  • a. past Georgië, rekening houdend met zijn prioriteiten, zijn wetgeving geleidelijk aan het toepasselijke acquis van de Unie aan; en
  • b. verwezenlijkt en handhaaft Georgië het benodigde niveau van administratieve en institutionele efficiëntie met het oog op het doeltreffende en transparante stelsel dat voor de uitvoering van dit hoofdstuk vereist is.
3.

Georgië onthoudt zich van wijziging van zijn horizontale en sectorspecifieke wetgeving op de prioriteitsgebieden inzake aanpassing, tenzij wijziging plaatsvindt om die wetgeving geleidelijk aan het dienovereenkomstige acquis van de Unie aan te passen en die aanpassing te handhaven; en Georgië stelt de Unie van dergelijke wijzigingen van zijn nationale wetgeving in kennis.

4.

Georgië waarborgt en bevordert dat zijn desbetreffende nationale organen deelnemen aan de Europese en internationale organisaties voor normalisatie, wettelijke en fundamentele metrologie en conformiteitsbeoordeling met inbegrip van accreditatie, in overeenstemming met de respectieve werkzaamheden van die organen en de mogelijke deelnamestatus ervan.

5.

Met het oog op de integratie van zijn normalisatiestelsel stelt Georgië alles in het werk om ervoor te zorgen dat zijn normalisatie-instelling:

  • a. geleidelijk het geheel aan Europese normen (EN) omzet in nationale normen, met inbegrip van de geharmoniseerde Europese normen, waarvan het vrijwillige gebruik wordt vermoed in overeenstemming te zijn met de wetgeving van de Unie bij omzetting in de wetgeving van Georgië;
  • b. gelijktijdig met deze omzetting daarmee strijdige nationale normen intrekt;
  • c. geleidelijk de andere voorwaarden voor volwaardig lidmaatschap van de Europese organisaties voor normalisatie vervult.
Artikel 48. Overeenkomst inzake overeenstemmingsbeoordeling en aanvaarding van industrieproducten, hierna „OOA” genoemd

De partijen kunnen uiteindelijk overeenkomen dat zij aan deze overeenkomst een OOA hechten in de vorm van een protocol, inzake een of meer overeengekomen sectoren, na controle door de Unie dat de desbetreffende horizontale en sectorspecifieke wetgeving, instellingen en normen van Georgië volledig aan die van de Unie zijn aangepast. Een dergelijke OOA zal bepalen dat de handel tussen de partijen in producten in de door haar bestreken sectoren plaatsvindt onder dezelfde voorwaarden als die welke op de handel in dergelijke producten tussen de lidstaten van toepassing zijn.

Artikel 49. Merktekens en etikettering
1.

Onverminderd de artikelen 47 en 48 van deze overeenkomst bevestigen de partijen met betrekking tot de technische voorschriften voor de etikettering of merktekens opnieuw de beginselen van hoofdstuk 2.2 van de TBT-Overeenkomst dat die voorschriften niet moeten worden opgesteld, vastgesteld of toegepast met het oogmerk of gevolg dat er onnodige belemmeringen voor de internationale handel ontstaan. Hiertoe mogen dergelijke voorschriften voor de etikettering of merktekens de handel niet meer beperken dan voor het bereiken van een legitieme doelstelling noodzakelijk is, waarbij acht moet worden geslagen op de risico's die zouden ontstaan wanneer niet aan die voorschriften wordt voldaan.

2.

Met betrekking tot verplichte etikettering of merktekens komen de partijen met name overeen dat:

  • a. zij ernaar streven hun eisen inzake merktekens of etikettering tot een minimum te beperken, tenzij het om de overname van het acquis van de Unie op dit gebied en om de bescherming van de gezondheid, de veiligheid of het milieu, of om andere redelijke doelstellingen van overheidsbeleid gaat;
  • b. een partij de vorm van de etiketten of merktekens mag specificeren, maar geen goedkeuring, registratie of certificering van etiketten mag verlangen; en
  • c. de partijen gerechtigd blijven te verlangen dat de informatie op het etiket of merkteken in een bepaalde taal wordt gesteld.

HOOFDSTUK 4. SANITAIRE EN FYTOSANITAIRE MAATREGELEN

Artikel 50. Doel
1.

Het doel van dit hoofdstuk is het bevorderen van de handel in handelsartikelen waarop tussen de partijen sanitaire en fytosanitaire maatregelen (SPS-maatregelen), met inbegrip van alle in bijlage IV bij deze overeenkomst vermelde maatregelen, van toepassing zijn, en tegelijkertijd het leven of de gezondheid van mens, dier of plant te beschermen door:

  • a. te zorgen voor volledige transparantie inzake de in bijlage IV bij deze overeenkomst vermelde maatregelen die op de handel van toepassing zijn;
  • b. het regelgevingsstelsel van Georgië aan te passen aan dat van de Unie;
  • c. de dier- en plantgezondheidsstatus van de partijen te erkennen en het regionalisatiebeginsel toe te passen;
  • d. een mechanisme voor de erkenning van de gelijkwaardigheid van de in bijlage IV bij deze overeenkomst vermelde, door een partij toegepaste maatregelen in te voeren;
  • f. mechanismen en procedures voor handelsbevordering in te voeren; en
  • g. de communicatie en samenwerking tussen de partijen inzake de in bijlage IV bij deze overeenkomst vermelde maatregelen te verbeteren.
2.

Dit hoofdstuk heeft ook tot doel tussen de partijen een consensus over de normen voor dierenwelzijn te bereiken.

Artikel 51. Multilaterale verplichtingen

De partijen herbevestigen hun rechten en verplichtingen uit hoofde van de WTO-overeenkomsten, en in het bijzonder de SPS-Overeenkomst.

Artikel 52. Toepassingsgebied

Dit hoofdstuk is van toepassing op alle sanitaire en fytosanitaire maatregelen van een partij die de handel tussen de partijen al dan niet rechtstreeks kunnen beïnvloeden, met inbegrip van alle in bijlage IV bij deze overeenkomst vermelde maatregelen. Dit toepassingsgebied laat het bereik van de aanpassing als bedoeld in artikel 55 van deze overeenkomst onverlet.

Artikel 53. Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

    1. „dieren”: dieren zoals omschreven in de Terrestrial Animal Health Code (Gezondheidscode voor landdieren) respectievelijk de Aquatic Animal Health Code (Gezondheidscode voor waterdieren) van de Wereldorganisatie voor diergezondheid (OIE);
    1. „dierlijke producten”: producten van dierlijke oorsprong, met inbegrip van producten van waterdieren zoals omschreven in de Gezondheidscode voor waterdieren van het OIE;
    1. „niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten”: hele kadavers of delen van dieren, producten van dierlijke oorsprong of andere producten die uit dieren zijn verkregen en die niet voor menselijke consumptie bestemd zijn als vermeld in bijlage IV-A, deel 2 (II), bij deze overeenkomst;
    1. „planten”: levende planten en gespecificeerde levende delen daarvan, met inbegrip van zaden en kiemplasma:
  • a. fruit, in botanische zin, ander dan diepgevroren;
  • b. groente, andere dan diepgevroren;
  • c. bollen, knollen en wortelstokken;
  • d. snijbloemen;
  • e. takken met loof;
  • f. gekapte bomen met loof;
  • g. plantenweefselculturen;
  • h. bladeren, loof;
  • i. levende pollen; en
  • j. enten, stekken, knoppen;
    1. „plantaardige producten”: producten van plantaardige oorsprong die niet zijn verwerkt of die een eenvoudige behandeling hebben ondergaan, voor zover het geen planten betreft die in bijlage IV-A, deel 3, bij deze overeenkomst zijn vermeld;
    1. „zaden”: zaden in botanische zin, bestemd voor opplant;
    1. „plaagorganismen”: alle soorten, stammen of biotypes van planten, dieren of ziekteverwekkers die schadelijk zijn voor planten of plantaardige producten (schadelijke organismen);
    1. „beschermde gebieden”: gebieden als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder h), van Richtlijn 2000/29/EG van de Raad van 8 mei 2000 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige producten schadelijke organismen, of regeling ter opvolging daarvan;
    1. „dierziekte”: een klinisch of pathologisch besmettingsverschijnsel bij dieren;
    1. „ziekte bij aquacultuur”: klinische of niet-klinische besmetting met een of meer ziekteverwekkers van de ziekten die waterdieren treffen en die in de Gezondheidscode voor waterdieren van het OIE worden genoemd;
    1. „besmetting bij dieren”: de situatie waarbij dieren drager zijn van een besmettelijk agens, ongeacht of zij klinische of pathologische besmettingsverschijnselen vertonen;
    1. „normen op het gebied van dierenwelzijn”: normen voor de bescherming van dieren zoals deze door de partijen zijn opgesteld en worden toegepast en in voorkomend geval overeenstemmen met de normen van het OIE;
    1. „adequaat niveau van sanitaire en fytosanitaire bescherming”: het adequate niveau van sanitaire en fytosanitaire bescherming zoals omschreven in punt 5 van bijlage A bij de SPS-Overeenkomst;

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)