Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en haar lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds

Type Verdrag
Publication 2016-07-01
State In force
Source BWB
artikelen 494
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
  • e. onafhankelijk en doeltreffend toezicht te waarborgen.
Artikel 321
1.

De partijen moedigen de samenwerking tussen bevoegde regelgevende en toezichthoudende autoriteiten aan, inclusief de uitwisseling van informatie en deskundigheid inzake de financiële markten en dergelijke maatregelen.

2.

Bijzondere aandacht gaat daarbij uit naar de ontwikkeling van de administratieve capaciteit van dergelijke autoriteiten, onder meer door middel van de uitwisseling van personeel en gezamenlijke opleiding.

Artikel 322

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

Artikel 323

Georgië past zijn wetgeving aan die van de EU en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage XV-A bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.

HOOFDSTUK 8. INFORMATIEMAATSCHAPPIJ

Artikel 324

De partijen stimuleren de samenwerking inzake de ontwikkeling van de informatiemaatschappij om burgers en bedrijven voordelen te brengen door de brede beschikbaarheid van informatie- en communicatietechnologie (ICT) en hoogwaardiger diensten tegen betaalbare prijzen. Deze samenwerking beoogt een makkelijker toegang tot de elektronischecommunicatiemarkt, meer concurrentie en investeringen in de sector.

Artikel 325

De samenwerking strekt zich met name uit tot de volgende onderwerpen:

  • a. uitwisseling van informatie en optimale werkwijzen over de uitvoering van nationale informatie-maatschappij-initiatieven, onder meer initiatieven ter bevordering van breedbandtoegang, ter verbetering van de netwerkbeveiliging en tot invoering van openbare onlinediensten, en
  • b. uitwisseling van informatie, optimale werkwijzen en ervaringen ter bevordering van een omvattend regelgevingskader voor elektronische communicatie, en meer bepaald ter versterking van de bestuurlijke capaciteit van de nationale onafhankelijke regelgevende instantie, voor een beter gebruik van spectrumbronnen en ter bevordering van de interoperabiliteit van netwerken in Georgië en tussen Georgië en de EU;
Artikel 326

De partijen bevorderen de samenwerking tussen de regelgevende instanties in de EU en de nationale regelgevende instanties van Georgië op het gebied van elektronische communicatie.

Artikel 327

Georgië past zijn wetgeving aan die van de EU en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage XV-B bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.

HOOFDSTUK 9. TOERISME

Artikel 328

De partijen werken samen op het gebied van het toerisme, met het oog op de ontwikkeling van een beter concurrerende en duurzame toerismebedrijfstak die economische groei en emancipatie bevordert en werkgelegenheid en buitenlandse deviezen genereert.

Artikel 329

De samenwerking op bilateraal en Europees niveau wordt gebaseerd op de volgende beginselen:

  • a. respect voor de integriteit en de belangen van plaatselijke gemeenschappen, met name in plattelandsgebieden, met oog voor de lokale ontwikkelingsbehoeften en -prioriteiten;
  • b. het belang van het cultureel erfgoed, en
  • c. een positieve interactie tussen toerisme en milieubehoud.
Artikel 330

De samenwerking wordt in het bijzonder gericht op de volgende onderwerpen:

  • a. uitwisseling van informatie, optimale werkwijzen, ervaring en knowhow;
  • b. behoud van een partnerschap tussen openbare, particuliere en gemeenschapsbelangen, teneinde de duurzame ontwikkeling van het toerisme te waarborgen;
  • c. promotie en ontwikkeling van toeristenstromen, producten en markten, infrastructuur, menselijk potentieel en institutionele structuren;
  • d. ontwikkeling en uitvoering van efficiënt beleid;
  • e. opleiding en capaciteitsopbouw op toeristisch gebied met als doel het niveau van dienstverlening te verbeteren, en
  • f. ontwikkeling en promotie van onder meer in de gemeenschappen wortelend toerisme.
Artikel 331

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

HOOFDSTUK 10. LANDBOUW EN PLATTELANDSONTWIKKELING

Artikel 332

De partijen bevorderen de ontwikkeling van de landbouw en het platteland, met name door hun beleid en wetgeving geleidelijk op elkaar af te stemmen.

Artikel 333

De samenwerking op het gebied van landbouw en plattelandsontwikkeling omvat onder andere:

  • a. vergroten van wederzijds begrip van beleid met betrekking tot landbouw en plattelandsontwikkeling;
  • b. verbeteren van de bestuurlijke capaciteit op centraal en lokaal niveau voor het plannen, evalueren, tenuitvoerleggen en handhaven van beleid overeenkomstig de EU-regelgeving en optimale werkwijzen;
  • c. bevorderen van de modernisering en duurzaamheid van de landbouwproductie;
  • d. delen van kennis en optimale werkwijzen op het gebied van plattelandsontwikkeling ter bevordering van het economische welzijn van plattelandsgemeenschappen;
  • e. verbeteren van de concurrentiepositie van de landbouwsector, de efficiëntie en transparantie voor alle belanghebbenden binnen de markten;
  • f. bevorderen van een kwalitatief beleid en controlemechanismen daarvoor, met inbegrip van geografische aanduidingen en biologische landbouw;
  • g. wijnproductie en boerderijtoerisme;
  • h. verspreiden van kennis en bevorderen van voorlichtingsdiensten aan landbouwproducenten, en
  • i. streven naar de harmonisering van kwesties binnen het kader van internationale organisaties waarvan beide partijen lid zijn.
Artikel 334

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

HOOFDSTUK 11. VISSERIJBELEID EN MARITIEM BELEID

AFDELING 1. VISSERIJBELEID

Artikel 335
1.

De partijen werken samen op de terreinen van het visserijbeleid die van gemeenschappelijk belang zijn en waarop samenwerking voor elk van hen voordeel oplevert, zoals instandhouding en beheer van levende aquatische hulpbronnen, inspectie en controle, gegevensverzameling en de bestrijding van illegale, niet-aangegeven en niet-gereglementeerde visvangst, zoals bepaald in het Internationaal actieplan van de FAO van 2001 om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij (IOO-visserij) te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen.

2.

Bij deze samenwerking worden de internationale verplichtingen van de partijen met betrekking tot de instandhouding en het beheer van levende aquatische hulpbronnen in acht genomen.

Artikel 336

De partijen ondernemen gezamenlijke acties, wisselen informatie uit en helpen elkaar ter bevordering van:

  • a. goed bestuur en optimale werkwijzen met betrekking tot visserijbeheer, met het oog op de instandhouding en het beheer van de visbestanden, op duurzame wijze en op basis van de ecosysteemaanpak;
  • b. verantwoorde visvangst en verantwoord visserijbeheer in overeenstemming met de beginselen van duurzame ontwikkeling, om de visbestanden en ecosystemen gezond te houden, en
  • c. regionale samenwerking, ook via regionale organisaties voor visserijbeheer, waar nodig.
Artikel 337

In het kader van artikel 336 van deze overeenkomst en rekening houdend met het beste wetenschappelijke advies versterken de partijen de samenwerking en coördinatie met betrekking tot hun activiteiten inzake de instandhouding en het beheer van de levende aquatische hulpbronnen in de Zwarte Zee. Beide partijen stimuleren regionale samenwerking in de Zwarte Zee en betrekkingen met de relevantie regionale organisaties voor visserijbeheer, waar nodig.

Artikel 338

De partijen ondersteunen initiatieven zoals de uitwisseling van ervaringen en het verlenen van steun om te zorgen voor de uitvoering van een duurzaam visserijbeleid op basis van het EU-acquis en voor de partijen prioritaire gebieden op dit gebied, zoals:

  • a. beheer van levende aquatische hulpbronnen, visserijinspanning en technische maatregelen;
  • b. inspectie en controle van visserijactiviteiten, met gebruikmaking van de noodzakelijke uitrusting voor toezicht, waaronder instrumenten voor elektronisch toezicht en opsporing, en het zorgen voor afdwingbare wetgeving en controlemechanismen,
  • c. geharmoniseerde inzameling van compatibele gegevens over de vangst en de aanvoer en biologische en economische gegevens;
  • d. beheer van de visserijcapaciteit, waaronder een goed functionerend vissersvlootregister;
  • e. efficiëntere markten, met name door organisaties van producenten aan te moedigen, informatie aan consumenten te verstrekken, en door handelsnormen en traceerbaarheid, en
  • f. ontwikkeling van een structureel beleid voor de visserijsector, met het oog op duurzaamheid op economisch, ecologisch en sociaal vlak.

AFDELING 2. MARITIEM BELEID

Artikel 339

Rekening houdend met hun samenwerking op het gebied van visserij, maritiem transport, milieu en andere beleidsgebieden en in overeenstemming met de op het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee gebaseerde relevante internationale overeenkomsten, ontwikkelen de partijen ook samenwerking inzake een geïntegreerd maritiem beleid, met name:

  • a. bevorderen van een geïntegreerde aanpak van maritieme aangelegenheden, goed bestuur en uitwisseling van optimale werkwijzen met betrekking tot het gebruik van de mariene ruimte;
  • b. bevorderen van maritieme ruimtelijke ordening als een instrument voor betere besluitvorming voor het maken van keuzes tussen concurrerende menselijke activiteiten, in overeenstemming met de ecosysteemaanpak;
  • c. bevorderen van geïntegreerd beheer van de kustzones, in overeenstemming met de ecosysteemaanpak, om de duurzame ontwikkeling van kusten te bevorderen en de kustregio's weerbaarder te maken tegen kustrisico's, waaronder de gevolgen van de klimaatverandering;
  • d. bevorderen van innovatie en de efficiëntie van hulpbronnen in maritieme industrieën om economische groei en werkgelegenheid te genereren, onder andere door optimale werkwijzen uit te wisselen;
  • e. bevorderen van strategische allianties tussen maritieme industrieën, diensten en wetenschappelijke instellingen die gespecialiseerd zijn in marien en maritiem onderzoek;
  • f. streven naar meer grens- en sectoroverschrijdend maritiem toezicht om het hoofd te bieden aan de steeds grotere risico's als gevolg van intensief maritiem verkeer, afvallozingen door schepen en ongevallen en illegale activiteiten op zee, en
  • g. tot stand brengen van een regelmatige dialoog en bevorderen van verschillende netwerken tussen maritieme actoren.
Artikel 340

De samenwerking heeft met name betrekking op:

  • a. uitwisseling van informatie, optimale werkwijzen en ervaringen en overdracht van maritieme knowhow, onder andere inzake het gebruik van innovatieve technologieën in de maritieme sector en over kwesties betreffende het mariene milieu;
  • b. uitwisseling van informatie en optimale werkwijzen inzake financieringsopties voor projecten, waaronder publiek-private partnerschappen, en
  • c. bevordering van de samenwerking tussen de partijen in de relevante internationale maritieme fora.
Artikel 341

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt tussen de partijen een regelmatige dialoog gevoerd.

HOOFDSTUK 12. ONDERZOEK, TECHNOLOGISCHE ONTWIKKELING EN DEMONSTRATIE

Artikel 342

De partijen bevorderen samenwerking op alle gebieden van civiel wetenschappelijk onderzoek en technologische ontwikkeling en demonstratie (OTO) op basis van wederzijds voordeel en afhankelijk van geschikte en doeltreffende bescherming van intellectuele-eigendomsrechten.

Artikel 343

De samenwerking op het gebied van OTO omvat onder andere:

  • a. beleidsdialoog en de uitwisseling van wetenschappelijke en technologische informatie;
  • b. makkelijker toegang tot de respectieve programma's van de partijen;
  • c. meer onderzoekscapaciteit en de deelname van Georgische onderzoeksinstellingen aan het kaderprogramma van de EU voor onderzoek;
  • d. stimuleren van gezamenlijke onderzoeksprojecten op alle gebieden van OTO;
  • e. opleiding en mobiliteit voor wetenschappers, onderzoekers en ander onderzoekspersoneel betrokken bij OTO-activiteiten van de partijen;
  • f. vergemakkelijking, in het kader van de geldende wetgeving, van het vrij verkeer van onderzoekspersoneel dat deelneemt aan de activiteiten krachtens deze overeenkomst en het grensoverschrijdend verkeer van goederen die voor deze activiteiten worden gebruikt, en
  • g. andere vormen van samenwerking voor OTO op basis van onderling overleg.
Artikel 344

Bij dergelijke samenwerkingsactiviteiten moeten synergieën worden gezocht met de andere activiteiten die worden uitgevoerd in het kader van de financiële samenwerking tussen de EU en Georgië als bepaald in Titel VII (Financiële steun en antifraude- en controlebepalingen) van deze overeenkomst.

HOOFDSTUK 13. CONSUMENTENBELEID

Artikel 345

De partijen streven samen naar een hoog niveau van consumentenbescherming en verenigbaarheid van hun systemen voor consumentenbescherming.

Artikel 346

Om deze doelstellingen te verwezenlijken omvat de samenwerking indien nodig:

  • a. streven naar onderlinge aanpassing van de consumentenwetgeving met vermijding van handelsbelemmeringen;
  • b. de bevordering van de uitwisseling van informatie over systemen voor consumentenscherming, met inbegrip van consumentenwetgeving en de handhaving daarvan, de veiligheid van consumentenproducten, systemen voor de uitwisseling van informatie, consumentenopvoeding en bewustmaking, eigen verantwoordelijk en schadeloosstelling van consumenten;
  • c. opleidingsactiviteiten voor overheidsambtenaren en andere vertegenwoordigers van consumentenbelangen, en
  • d. stimulering van de activiteiten van onafhankelijke consumentenorganisaties en contacten tussen vertegenwoordigers van consumenten.
Artikel 347

Georgië past zijn wetgeving aan die van de EU en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage XXIX bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.

HOOFDSTUK 14. WERKGELEGENHEID, SOCIAAL BELEID EN GELIJKE KANSEN

Artikel 348

De partijen versterken hun dialoog en samenwerking ter bevordering van de agenda voor waardig werk, het werkgelegenheidsbeleid, gezondheid en veiligheid op het werk, de sociale dialoog, de sociale bescherming, sociale integratie, gelijke kansen en antidiscriminatie, en maatschappelijk verantwoord ondernemerschap, en dragen aldus bij tot de bevordering van meer en betere banen, armoedebestrijding, betere sociale samenhang, duurzame ontwikkeling en betere levenskwaliteit.

Artikel 349

De samenwerking die is gebaseerd op de uitwisseling van informatie en optimale werkwijzen, kan een aantal kwesties bestrijken op een van de volgende gebieden:

  • a. armoedebestrijding en grotere sociale samenhang;
  • b. het werkgelegenheidsbeleid, met het oog op meer en betere banen met correcte arbeidsvoorwaarden, teneinde de informele economie en informele werkgelegenheid terug te brengen;
  • c. de bevordering van actieve arbeidsmarktmaatregelen en van doeltreffende arbeidsbemiddelingsdiensten ter modernisering van de arbeidsmarkt en tot aanpassing aan de behoeften van de arbeidsmarkt van beide partijen;
  • d. de bevordering van een meer inclusieve arbeidsmarkt en meer inclusieve sociale-opvangsystemen ter integratie van benadeelde bevolkingsgroepen, zoals gehandicapten en personen uit minderheidsgroepen;
  • e. gelijke kansen, ter bevordering van de gelijkheid tussen de geslachten en gelijke kansen voor mannen en vrouwen, alsook ter bestrijding van discriminatie op grond van geslacht, ras of ethnische afkomst, godsdienst of geloof, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid;
  • f. sociaal beleid gericht op betere sociale bescherming en socialezekerheidsstelsels in termen van kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid;
  • g. de bevordering van de deelname van de sociale partners en van de sociale dialoog, onder meer door een versterking van de capaciteit van alle relevante belanghebbenden;
  • h. de bevordering van gezondheid en veiligheid op het werk, en
  • i. scholing en dialoog op het vlak van maatschappelijk verantwoord ondernemen.
Artikel 350

De partijen moedigen de participatie aan van alle relevante belanghebbenden, met name maatschappelijke organisaties en de sociale partners, in de beleidsontwikkeling en de beleidshervormingen en in de samenwerking tussen de partijen als bepaald in het desbetreffende deel van Titel VIII (Institutionele, algemene en slotbepalingen) van deze overeenkomst.

Artikel 351

De partijen streven naar meer samenwerking op het gebied van werkgelegenheid en sociaal beleid binnen alle relevante regionale, multilaterale en internationale fora en organisaties.

Artikel 352

De partijen bevorderen maatschappelijk verantwoord ondernemen en verantwoordingsplicht en moedigen verantwoorde zakelijke praktijken aan, zoals bepleit in een aantal internationale richtsnoeren voor maatschappelijk verantwoord ondernemen, en in het bijzonder de OESO-richtsnoeren voor multinationale ondernemingen.

Artikel 353

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

Artikel 354

Georgië past zijn wetgeving aan die van de EU en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage XXX bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.

HOOFDSTUK 15. VOLKSGEZONDHEID

Artikel 355

De partijen ontwikkelen samenwerking op het gebied van de volksgezondheid om het niveau van de bescherming van de volksgezondheid en de gezondheid van de mens te verhogen, als essentiële voorwaarde voor duurzame ontwikkeling en economische groei.

Artikel 356

De samenwerking richt zich onder meer op de volgende gebieden:

  • a. versterking van het Georgische volksgezondheidsstelsel, met name door voortgezette hervormingen van de gezondheidssector, waarborgen van zeer goede gezondheidszorg, ontwikkeling van personele middelen voor gezondheid, beter beheer inzake gezondheid en financiering voor gezondheidszorg;
  • b. epidemiologisch toezicht en controle van besmettelijke ziekten, zoals hiv/aids, virale hepatitis, tuberculose en antimicrobiële resistentie, alsook betere paraatheid bij bedreigingen en noodsituaties inzake de volksgezondheid;
  • c. preventie en controle van niet-overdraagbare ziekten door uitwisseling van informatie en optimale werkwijzen, bevordering van een gezonde levensstijl, lichaamsbeweging, aanpak van gezondheidsbepalende factoren zoals voeding en verslaving aan drugs, alcohol en tabak;
  • d. kwaliteit en veiligheid van stoffen van menselijke oorsprong;
  • e. gezondheidsinformatie en -kennis, en
Artikel 357

Georgië past zijn wetgeving aan die van de EU en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage XXXI bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.

HOOFDSTUK 16. ONDERWIJS, OPLEIDING EN JEUGD

Artikel 358

De partijen werken samen inzake onderwijs en opleiding om de samenwerking en dialoog te versterken, met inbegrip van de dialoog over beleidskwesties, waarbij wordt gestreefd naar aanpassing aan het beleid en de praktijken van de EU die relevant zijn. De partijen werken samen ter bevordering van een leven lang leren en moedigen samenwerking en transparantie aan op alle niveaus van onderwijs en opleiding, met speciale aandacht voor hoger onderwijs.

Artikel 359

De samenwerking op het vlak van onderwijs en opleiding wordt onder meer op de volgende terreinen gericht:

  • a. bevordering van een leven lang leren, dat essentieel is voor groei en werkgelegenheid en volledige participatie van de burger in de maatschappij mogelijk maakt;
  • b. modernisering van het onderwijs en de opleidingssystemen, verbetering van de kwaliteit, de relevantie en de toegang tijdens de hele opleidingsloopbaan, vanaf de preschoolse educatie en zorg tot hoger onderwijs;
  • c. bevordering van kwaliteit in het hoger onderwijs op een manier die strookt met het Bologna-proces en de EU-agenda voor de modernisering van het hoger onderwijs;
  • d. versterking van de internationale academische samenwerking, deelname aan de samenwerkingsprogramma's van de EU, toename van de mobiliteit van studenten en docenten;
  • e. aanmoediging van het leren van vreemde talen;
  • f. bevordering van vooruitgang met de erkenning van kwalificaties en competenties, en zorgen voor transparantie op dit gebied;
  • g. bevordering van samenwerking inzake beroepsonderwijs en -opleiding, rekening houdend met de optimale werkwijzen van de EU, en
  • h. verbetering van het begrip van en de kennis over het Europese integratieproces, de academische dialoog over de betrekkingen tussen de EU en het Oostelijk Partnerschap, en de deelname aan alle relevante EU-programma's.
Artikel 360

De partijen komen overeen samen te werken op jeugdgebied met het oog op:

  • a. versterkte samenwerking en uitwisselingen op het gebied van jeugdbeleid en niet-formeel onderwijs voor jongeren en jeugdwerkers;
  • b. steun voor de mobiliteit van jongeren en jeugdwerkers ter bevordering van de interculturele dialoog en de verwerving van kennis, vaardigheden en bevoegdheden buiten de formele onderwijssystemen, ook door vrijwilligerswerk;
  • c. bevordering van de samenwerking tussen jeugdorganisaties.
Artikel 361

Georgië voert en ontwikkelt een beleid dat overeenstemt met het beleidskader van de EU en de praktijk als bedoeld in de documenten in bijlage XXXII bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.

HOOFDSTUK 17. CULTUUR

Artikel 362

De partijen bevorderen de samenwerking op cultureel gebied en houden terdege rekening met de beginselen die zijn opgenomen in het verdrag van de organisatie van de Verenigde Naties voor onderwijs, wetenschap en cultuur (UNESCO) betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen van 2005. De partijen streven naar een regelmatige beleidsdialoog over gebieden van wederzijds belang, zoals de ontwikkeling van de cultuurindustrie in de EU en Georgië. De samenwerking tussen de partijen stimuleert de interculturele dialoog, ook via deelname van de cultuursector en het maatschappelijk middenveld van de EU en Georgië.

Artikel 363

De partijen spitsen hun samenwerking toe op een aantal gebieden:

  • a. samenwerking en uitwisseling op cultureel gebied;
  • b. mobiliteit van kunst en kunstenaars en versterking van de capaciteit van de culturele sector;
  • c. interculturele dialoog;
  • d. dialoog over cultuurbeleid, en
  • e. samenwerking in internationale fora zoals de Unesco en de Raad van Europa, onder meer om de culturele diversiteit te ontwikkelen en te behouden en het culturele en historische erfgoed beter te benutten.

HOOFDSTUK 18. AUDIOVISUEEL EN MEDIAGEBIED

Artikel 364

De partijen bevorderen samenwerking op audiovisueel gebied. Samenwerking versterkt de audiovisuele industrie in de EU en Georgië, in het bijzonder via de opleiding van professionals, de uitwisseling van informatie en de stimulering van coproducties voor cinema en televisie.

Artikel 365
1.

De partijen ontwikkelen een regelmatige dialoog over audiovisueel en mediabeleid en werken samen voor meer onafhankelijkheid en professionalisme van de media en voor meer banden met EU-media overeenkomstig de relevante EU-normen, met inbegrip van de normen van de Raad van Europa en het UNESCO-verdrag van 2005 betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen.

2.

Samenwerking kan onder meer op het vlak van opleiding van journalisten en andere mediaprofessionals.

Artikel 366

De partijen spitsen hun samenwerking toe op een aantal gebieden:

  • a. dialoog over audiovisueel en mediabeleid;
  • b. dialoog in internationale fora (UNESCO en WTO), en
  • c. samenwerking op audiovisueel en mediagebied, ook inzake cinema.
Artikel 367

Georgië past zijn wetgeving aan die van de EU en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage XXXIII bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.

HOOFDSTUK 19. SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN SPORT EN FYSIEKE ACTIVITEITEN

Artikel 368

De partijen bevorderen de samenwerking op het gebied van sport en fysieke activiteiten door de uitwisseling van informatie en goede werkwijzen ter bevordering van een gezonde levensstijl, de sociale en educatieve waarden van sport en mobiliteit in de sport en ter bestrijding van wereldwijde dreigingen als doping, racisme en geweld.

HOOFDSTUK 20. MAATSCHAPPELIJKE SAMENWERKING

Artikel 369

De partijen verdiepen de dialoog over maatschappelijke samenwerking, met de volgende doelstellingen:

  • a. intensivering van de contacten en de uitwisseling van informatie en ervaringen tussen alle sectoren van het maatschappelijk middenveld in de EU en Georgië;
  • b. meer kennis van en inzicht in de EU over Georgië, onder meer wat betreft de geschiedenis en cultuur van het land, en in het bijzonder bij de maatschappelijke organisaties in de lidstaten, voor meer bewustwording van de kansen en uitdagingen bij de toekomstige betrekkingen;
  • c. omgekeerd meer kennis van en inzicht in Georgië over de EU, en in het bijzonder bij de maatschappelijke organisaties in Georgië, met onder meer aandacht voor de waarden waarop de EU is gebaseerd, haar beleid en haar werking.
Artikel 370

De partijen bevorderen dialoog en samenwerking tussen vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld van beide partijen als integraal onderdeel van de betrekkingen tussen de EU en Georgië. Deze dialoog en samenwerking beogen:

  • a. de participatie te waarborgen van het maatschappelijk middenveld in de betrekkingen tussen de EU en Georgië, in het bijzonder bij de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst;
  • b. de participatie te vergroten van het maatschappelijk middenveld in het overheidsbesluitvormingsproces, met name door een open, transparante en regelmatige dialoog tussen de overheidsinstellingen en de representatieve verenigingen en het middenveld;
  • c. het stimuleren van een gunstig klimaat voor institutionele opbouw en ontwikkeling van maatschappelijke organisaties op verschillende manieren, onder andere door lobbying, informele en formele netwerken, bezoeken en workshops voor een wettelijk kader voor het maatschappelijk middenveld, en
  • d. de vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld van beide partijen vertrouwd te maken met het proces van overleg en dialoog tussen het maatschappelijk middenveld, met inbegrip van de sociale partners, en de overheden, in het bijzonder met het oog op de versterking van het maatschappelijk middenveld in de beleidsvorming.
Artikel 371

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt door de partijen een regelmatige dialoog gevoerd.

HOOFDSTUK 21. REGIONALE ONTWIKKELING, GRENSOVERSCHRIJDENDE EN REGIONALE SAMENWERKING

Artikel 372
1.

De partijen bevorderen wederzijds begrip en bilaterale samenwerking op het gebied van het regionaal ontwikkelingsbeleid, de methoden voor formulering en uitvoering van regionaal beleid, waaronder bestuur en partnerschap op meerdere niveaus, met bijzondere aandacht voor de ontwikkeling van kansarme gebieden en territoriale samenwerking, teneinde communicatiekanalen tot stand te brengen en de uitwisseling van informatie te bevorderen tussen nationale en lokale overheden, sociaal-economische actoren en het maatschappelijk middenveld.

2.

De partijen werken meer bepaald samen met het oog op een aanpassing van de werkwijzen van Georgië aan de volgende beginselen:

  • a. versterking van het bestuur op meerdere niveaus dat immers invloed heeft op zowel het centrale niveau als de gemeentelijke gemeenschappen, met bijzondere aandacht voor manieren om de betrokkenheid van lokale belanghebbenden te vergroten;
  • b. consolidering van het partnerschap tussen alle betrokken partijen van de regionale ontwikkeling, en
  • c. medefinanciering via de financiële bijdrage van de betrokkenen bij de tenuitvoerlegging van programma's en projecten voor regionale ontwikkeling.
Artikel 373
1.

De partijen ondersteunen en versterken de betrokkenheid van lokale overheden bij grensoverschrijdende en regionale samenwerking en de daarmee verband houdende beheersstructuren, bevorderen de samenwerking door een wederkerig passend wetgevend kader tot stand te brengen, ondersteunen en ontwikkelen maatregelen voor capaciteitsopbouw en bevorderen de versterking van grensoverschrijdende en regionale economische en zakelijke netwerken.

2.

De partijen werken samen voor de versterking van de institutionele en operationele capaciteit van Georgische instellingen op het gebied van regionale ontwikkeling en ruimtelijke ordening, onder meer door:

  • a. verbetering van interinstitutionele coördinatie en in het bijzonder het mechanisme van verticale en horizontale interactie van centrale en lokale overheden met het oog op de ontwikkeling en tenuitvorlegging van regionaal beleid;
  • b. ontwikkeling van de capaciteit van lokale overheden voor wederkerige grensoverschrijdende samenwerking volgens de beginselen en de praktijk van de EU;
  • c. uitwisseling van kennis, informatie en optimale werkwijzen inzake regionale ontwikkeling met het oog op grotere economische welstand voor lokale gemeenschappen en de eenvormige ontwikkeling van regio's.
Artikel 374
1.

De partijen versterken en stimuleren de ontwikkeling van de grensoverschrijdende samenwerking op terreinen die onder deze overeenkomst vallen, onder meer vervoer, energie, communicatienetwerken, cultuur, onderwijs, toerisme en gezondheid.

2.

De partijen versterken de samenwerking tussen hun regio's in de vorm van transnationale en interregionale programma's, ter ondersteuning van de deelname van de Georgische regio's aan Europese regionale structuren en organisaties en ter bevordering van hun economische en institutionele ontwikkeling door het uitvoeren van projecten van gezamenlijk belang.

3.

Deze activiteiten vinden plaats in de context van:

  • a. voortdurende territoriale samenwerking met Europese regio's, met inbegrip van transnationale en grensoverschrijdende samenwerkingsprogramma's;
  • b. samenwerking in het kader van het Oostelijk Partnerschap, met EU-organen, waaronder het Comité van de regio's, en deelname aan diverse Europese regionale projecten en initiatieven;
  • c. samenwerking met onder meer het Europees Economisch en Sociaal Comité en de Waarnemingspost voor de ruimtelijke ordening van het Europees grondgebied.
Artikel 375

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

HOOFDSTUK 22. CIVIELE BESCHERMING

Artikel 376

De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking inzake natuurrampen en door de mens veroorzaakte rampen. De partijen werken samen in hun beider belang op basis van gelijkheid en wederzijds voordeel, waarbij zij rekening houden met hun onderlinge afhankelijkheid en de multilaterale activiteiten op dat gebied.

Artikel 377

De samenwerking is gericht op een betere preventie van, paraatheid voor en respons op natuurrampen en door de mens veroorzaakte rampen.

Artikel 378

De partijen wisselen onder meer informatie en deskundigheid uit en voeren gezamenlijke activiteiten uit op bilaterale basis en/of in het kader van multilaterale programma's. De samenwerking kan onder meer verlopen via de tenuitvoerlegging van specifieke overeenkomsten en/of administratieve regelingen die de partijen op dit gebied met elkaar treffen.

Artikel 379

De samenwerking kan onder meer de volgende doelstellingen bestrijken:

  • a. de uitwisseling van contactgegevens en de regelmatige bijwerking ervan om de continuïteit van de dialoog te waarborgen en elkaar op 24-uurbasis te kunnen bereiken;
  • b. vergemakkelijking van wederzijdse bijstand bij ernstige noodsituaties, waar nodig en afhankelijk van de beschikbaarheid van voldoende middelen;
  • c. de uitwisseling op 24-uurbasis van vroegtijdige waarschuwingen en geactualiseerde informatie over noodsituaties op grote schaal die de EU of Georgië treffen, alsmede verzoeken om en aanbiedingen van bijstand;
  • d. de uitwisseling van informatie over het verstrekken van bijstand door de partijen aan derde landen voor noodsituaties waarvoor het mechanisme voor civiele bescherming van de EU wordt geactiveerd;
  • e. samenwerking inzake gastlandsteun bij verzoeken om en aanbiedingen van bijstand;
  • f. uitwisseling van optimale werkwijzen en richtlijnen inzake de preventie van, paraatheid voor en respons op rampen;
  • g. samenwerking inzake rampenrisicovermindering door onder meer verbanden tussen instellingen en lobbying; informatie, onderwijs en communicatie; optimale werkwijzen ter voorkoming of verzachting van de gevolgen van natuurrampen;
  • h. samenwerking om de kennis over rampen en risico's en risicobeoordeling voor rampenbeheer te verbeteren;
  • i. samenwerking over de beoordeling van de gevolgen van rampen voor het milieu en de volksgezondheid;
  • j. de uitnodiging van deskundigen voor specifieke technische workshops en symposia over civielebeschermingsvraagstukken;
  • k. de uitnodiging, per geval, van waarnemers voor specifieke oefeningen en opleidingen die door de EU en/of Georgië worden georganiseerd;
  • l. de versterking van de samenwerking inzake de doeltreffendste wijze om de beschikbare civiele beschermingscapaciteit in te zetten.

HOOFDSTUK 23. DEELNAME AAN EU-AGENTSCHAPPEN EN -PROGRAMMA'S

Artikel 380

Georgië mag deelnemen aan alle agentschappen van de Unie die overeenkomstig de bepalingen tot oprichting van die agentschappen voor het land openstaan. Georgië sluit voor elk agentschap een aparte overeenkomst met de EU inzake de deelname en zijn financiële bijdrage.

Artikel 381

Georgië mag deelnemen aan alle huidige en toekomstige programma's van de Unie die overeenkomstig de bepalingen tot vaststelling van die programma's voor het land openstaan. Deelname van Georgië aan de programma's van de Unie vindt plaats volgens de bepalingen van protocol III bij deze overeenkomst inzake een kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en Georgië inzake de algemene beginselen voor deelname van Georgië aan EU-programma's.

Artikel 382

De partijen houden een regelmatige dialoog over de deelname van Georgië aan EU-programma's en -agentschappen. De EU stelt Georgië met name in kennis van de oprichting van nieuwe EU-agentschappen en -programma's en van veranderingen in de voorwaarden voor deelname aan deze agentschappen en programma's zoals beschreven in de artikelen 380 en 381 van deze overeenkomst.

TITEL VII. FINANCIËLE BIJSTAND EN ANTIFRAUDE- EN CONTROLEBEPALINGEN

HOOFDSTUK 1. FINANCIËLE BIJSTAND

Artikel 383

Georgië komt in aanmerking voor financiële bijstand via de relevante EU-mechanismen en -instrumenten voor financiering. Georgië komt eveneens in aanmerking voor samenwerking met de Europese Investeringsbank (EIB), de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBWO) en andere internationale financiële organisaties. De financiële bijstand moet bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst en wordt verstrekt overeenkomstig dit hoofdstuk.

Artikel 384

De belangrijkste beginselen inzake de financiële bijstand worden vastgelegd in de relevante reglementen voor de financiële instrumenten van de EU.

Artikel 385

De prioritaire gebieden voor de financiële bijstand van de EU worden door de partijen bepaald en vastgelegd in jaarlijkse actieprogramma's, als die van toepassing zijn op meerjarige kaderregelingen waarin de overeengekomen beleidsprioriteiten tot uiting komen. Bij de vaststelling van de indicatieve bedragen van de bijstand wordt rekening gehouden met de behoeften van Georgië, de sectorale capaciteit en de vorderingen met betrekking tot de hervormingen, in het bijzonder op de werkterreinen die vallen onder deze overeenkomst.

Artikel 386

Om de beschikbare middelen optimaal te benutten streven de partijen ernaar de EU-bijstand uit te voeren in nauwe samenwerking en coördinatie met andere donorlanden, donororganisaties en internationale financiële instellingen en overeenkomstig de internationale beginselen inzake doeltreffendheid van hulp.

Artikel 387

De fundamentele juridische, administratieve en technische grondslag van de financiële bijstand wordt vastgelegd in specifieke overeenkomsten tussen de partijen.

Artikel 388

De Associatieraad wordt op de hoogte gehouden van de voortgang en de uitvoering van de financiële bijstand en de impact op de verwezenlijking van de doelstellingen van de overeenkomst. Daartoe zorgen de relevante organen van de partijen op passende wijze en op wederzijdse en permanente basis voor toezicht en evaluatie van informatie.

Artikel 389

De partijen voeren de financiële steun uit volgens de beginselen van goed financieel beheer en werken samen om de financiële belangen van de Europese Unie en van Georgië te beschermen, zoals beschreven in hoofdstuk 2 (Fraudebestrijding en controle) van deze titel.

HOOFDSTUK 2. FRAUDEBESTRIJDING EN CONTROLE

Artikel 390. Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de definities bepaald in protocol IV bij deze overeenkomst.

Artikel 391. Toepassingsgebied

Dit hoofdstuk is van toepassing op alle verdere overeenkomsten en financieringsinstrumenten die worden gesloten tussen de partijen en op alle EU-financieringsinstrumenten waarmee Georgië zich eventueel associeert, zonder afbreuk te doen aan andere aanvullende bepalingen inzake audits, verificaties ter plaatse, inspecties, controles en fraudebestrijdingsmaatregelen, onder andere die van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en de Europese Rekenkamer.

Artikel 392. Maatregelen om fraude, corruptie en andere illegale activiteiten te voorkomen en te bestrijden

De partijen nemen doeltreffende maatregelen om fraude, corruptie en andere illegale activiteiten in verband met de besteding van EU-middelen, te voorkomen en te bestrijden, onder andere door middel van wederzijdse administratieve en juridische bijstand op de terreinen waarop de overeenkomst van toepassing is.

Artikel 393. Gegevensuitwisseling en verdere samenwerking op operationeel niveau
1.

Met het oog op een goede uitvoering van dit hoofdstuk wisselen de bevoegde instanties van Georgië en de EU regelmatig informatie uit en plegen zij op verzoek van een van hen overleg.

2.

OLAF kan met de Georgische instantie voor fraudebestrijding in overeenstemming met het Georgische recht afspraken maken over verdere samenwerking op het vlak van fraudebestrijding met inbegrip van operationele regelingen met de Georgische autoriteiten.

3.

Voor de doorgifte en de verwerking van persoonsgegevens geldt titel III (Vrijheid, veiligheid en justitie), artikel 14.

Artikel 394. Fraudebestrijding, corruptie en onregelmatigheden
1.

De Georgische autoriteiten en de autoriteiten van de EU vergewissen zich er regelmatig van dat de met EU-middelen gefinancierde acties correct zijn uitgevoerd. Zij nemen passende maatregelen om onregelmatigheden en fraude te voorkomen en ongedaan te maken.

2.

De Georgische autoriteiten en de autoriteiten van de EU nemen passende maatregelen om praktijken van actieve of passieve corruptie te voorkomen en ongedaan te maken en elk belangenconflict te voorkomen in elke fase van de procedure met betrekking tot de besteding van EU-middelen.

3.

De Georgische autoriteiten stellen de Europese Commissie in kennis van elke preventiemaatregel.

4.

De Europese Commissie kan bewijzen verzamelen in overeenstemming met artikel 56 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen.

5.

Met name kan de Commissie zich ervan vergewissen dat de procedures inzake overheidsopdrachten en subsidies voldoen aan de beginselen van transparantie, gelijke behandeling en niet-discriminatie, belangenconflicten voorkomen, dezelfde garanties bieden als de internationaal erkende normen en de naleving van de bepalingen betreffende goed financieel beheer garanderen.

6.

Volgens hun eigen procedures verstrekken de partijen elkaar alle informatie met betrekking tot de besteding van EU-middelen en stellen zij elkaar onverwijld van elke wezenlijke wijziging van hun procedures of systemen in kennis.

Artikel 395. Gerechtelijke maatregelen, onderzoek en vervolging

De Georgische autoriteiten nemen naar aanleiding van nationale of EU-controles gerechtelijke maatregelen met inbegrip van – indien nodig – onderzoek naar en vervolging van alle vermoedelijke en effectieve gevallen van fraude of corruptie of elke andere onregelmatigheid inclusief belangenconflicten. In voorkomend geval kan OLAF de bevoegde Georgische autoriteiten in deze taak bijstaan.

Artikel 396. Kennisgeving van fraude, corruptie en onregelmatigheden
1.

De Georgische autoriteiten stellen de Europese Commissie onverwijld in kennis van ieder onder hun aandacht gebracht feit inzake bewezen gevallen van fraude of corruptie, en stellen de Europese Commissie onverwijld in kennis van elke andere onregelmatigheid, met inbegrip van belangenconflicten, die verband houden met de besteding van EU-middelen. Bij vermoeden van fraude of corruptie worden OLAF en de Europese Commissie hiervan ook in kennis gesteld.

2.

De bevoegde Georgische autoriteiten brengen ook verslag uit over alle maatregelen die zijn genomen met betrekking tot de in het kader van dit artikel medegedeelde feiten. Indien geen fraude, corruptie of andere onregelmatigheid te melden valt, dan stellen de Georgische autoriteiten na afloop van elk kalenderjaar de Commissie hiervan in kennis.

Artikel 397. Controles
1.

De Europese Commissie en de Europese Rekenkamer kunnen de wettigheid en de regelmatigheid onderzoeken van alle uitgaven met betrekking tot de besteding van EU-middelen en gaan tevens na of een goed financieel beheer werd gevoerd.

2.

De controle geschiedt aan de hand van betalingsverplichtingen en van betalingen. De controle geschiedt aan de hand van stukken en, zo nodig, ter plaatse in de gebouwen van elke entiteit die EU-middelen beheert of betrokken is bij de besteding van deze middelen. De controles kunnen worden uitgevoerd vóór de sluiting van de rekeningen van het desbetreffende begrotingsjaar en gedurende een termijn van vijf jaar na de datum van betaling van het saldo.

3.

Inspecteurs van de Europese Commissie of andere door de Europese Commissie of de Europese Rekenkamer gemachtigde personen kunnen overgaan tot controles van documenten of tot controles ter plaatse en audits in de lokalen van elke entiteit die de besteding van EU-middelen beheert of hierbij betrokken is en van hun onderaannemers in Georgië.

4.

Aan de inspecteurs van de Europese Commissie of door de Europese Commissie of de Europese Rekenkamer gemachtigde personen wordt passende toegang geboden tot plaatsen, werken en documenten, inclusief informatie in elektronische vorm, om deze audits uit te voeren. Dit recht van toegang wordt medegedeeld aan alle openbare instellingen van Georgië en wordt uitdrukkelijk vermeld in de contracten die worden gesloten in uitvoering van de instrumenten waarnaar in deze overeenkomst wordt verwezen.

5.

De hierboven vermelde controles en audits gelden voor alle contractanten en onderaannemers die EU-middelen hebben ontvangen. Bij de uitvoering van hun taken werken de Europese Rekenkamer en de Georgische auditinstanties samen in onderling vertrouwen en met behoud van hun onafhankelijkheid.

Artikel 398. Controles ter plaatse
1.

In het kader van deze overeenkomst is OLAF gemachtigd om controles en inspecties ter plaatse uit te voeren om de financiële belangen van de EU te beschermen, overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EG, Euratom) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden.

2.

Controles en verificaties ter plaatse worden door OLAF voorbereid en uitgevoerd, in nauwe samenwerking met de bevoegde Georgische autoriteiten, waarbij rekening wordt gehouden met de relevante Georgische wetgeving.

3.

De Georgische autoriteiten worden tijdig in kennis gesteld van voorwerp, doel en rechtsgrondslag van de controles en verificaties teneinde alle nodige hulp te kunnen verstrekken. Te dien einde kunnen functionarissen van de bevoegde Georgische autoriteiten aan de controles en verificaties ter plaatse deelnemen.

4.

Wanneer de betrokken Georgische instanties dat verlangen, worden de controles en verificaties ter plaatse gezamenlijk door OLAF en henzelf uitgevoerd.

5.

Wanneer een marktdeelnemer zich verzet tegen een controle of verificatie ter plaatse, verlenen de Georgische autoriteiten overeenkomstig de nationale bepalingen ter zake de nodige assistentie om OLAF in staat te stellen de opgedragen controles en verificaties ter plaatse tot een goed einde te brengen.

Artikel 399. Administratieve maatregelen en sancties

Onverminderd de toepassing van de Georgische wetgeving kan de Europese Commissie administratieve maatregelen en sancties opleggen in overeenstemming met Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 en Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie van 23 december 2002 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen en met Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen.

Artikel 400. Terugvordering
1.

De Georgische autoriteiten nemen passende maatregelen om de bepalingen uit te voeren betreffende de terugvordering van ten onrechte betaalde EU-middelen van het met de financiering belaste overheidsorgaan.

2.

Daar waar de besteding van EU-middelen aan de Georgische autoriteiten wordt toevertrouwd, is de Europese Commissie gemachtigd ten onrechte betaalde EU-middelen terug te vorderen, in het bijzonder door middel van financiële correcties. De Europese Commissie houdt hierbij rekening met de door de Georgische autoriteiten genomen maatregelen om het verlies van de desbetreffende EU-middelen te voorkomen.

3.

De Europese Commissie raadpleegt Georgië over de aangelegenheid alvorens een terugvorderingsbesluit te nemen. Betwistingen over terugvordering komen in de Associatieraad aan de orde.

4.

Wanneer de Europese Commissie EU-middelen al dan niet rechtstreeks besteedt door taken tot uitvoering van de begroting toe te vertrouwen aan derden, vormen besluiten van de Europese Commissie die zijn genomen binnen het toepassingsgebied van deze titel die voor natuurlijke of rechtspersonen, met uitzondering van de staten, een geldelijke verplichting inhouden, een executoriale titel in Georgië, overeenkomstig de volgende beginselen:

  • a. De tenuitvoerlegging geschiedt volgens de bepalingen van burgerlijke rechtsvordering die van kracht is in Georgië. De formule van tenuitvoerlegging wordt, zonder andere controle dan de verificatie van de authenticiteit van de titel, aangebracht door de nationale autoriteit die door de regering van Georgië daartoe wordt aangewezen. Van de aanwijzing geeft zij kennis aan de Europese Commissie en aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.
  • b. Nadat de bedoelde formaliteiten op verzoek van de belanghebbende zijn vervuld, kan deze de tenuitvoerlegging volgens de Georgische wetgeving voortzetten door zich rechtstreeks te wenden tot de bevoegde instantie.
  • c. De tenuitvoerlegging kan alleen worden geschorst krachtens een beslissing van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Het toezicht op de regelmatigheid van de tenuitvoerlegging behoort echter tot de bevoegdheid van de rechterlijke instanties van Georgië.
5.

De formule van tenuitvoerlegging wordt, zonder andere controle dan de verificatie van de authenticiteit van de titel, aangebracht door de autoriteit die daartoe door de Georgische regering wordt aangewezen De tenuitvoerlegging vindt plaats volgens de Georgische regels. De rechtsgeldigheid van het besluit van de desbetreffende EU-overheden dat executoriale titel vormt, is onderworpen aan de controle van het Hof van Justitie van de Europese Unie.

6.

Arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie die worden gewezen ingevolge een arbitrageclausule binnen het toepassingsgebied van dit hoofdstuk vormen onder dezelfde voorwaarden executoriale titel.

Artikel 401. Vertrouwelijkheid

Ingevolge dit hoofdstuk meegedeelde of verkregen informatie, in eender welke vorm, valt onder het beroepsgeheim en wordt beschermd op dezelfde wijze als soortgelijke informatie wordt beschermd krachtens het Georgische recht en de overeenkomstige bepalingen die gelden voor de EU-instellingen. Deze informatie mag niet worden meegedeeld aan andere personen dan die welke binnen de EU-instellingen, in de lidstaten of in Georgische op grond van hun functie van deze informatie op de hoogte moeten zijn, en mag niet worden gebruikt voor andere doeleinden dan het waarborgen van een doeltreffende bescherming van de financiële belangen van de partijen.

Artikel 402. Aanpassing van de wetgeving

Georgië past zijn wetgeving aan die van de EU en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage XXXIV bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.

TITEL VIII. INSTITUTIONELE, ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

HOOFDSTUK 1. INSTITUTIONEEL KADER

Artikel 403

Politieke en beleidsdialoog tussen de partijen, met inbegrip van kwesties betreffende sectorale samenwerking, kunnen plaatsvinden op elk niveau. Een regelmatige politieke en beleidsdialoog vindt plaats binnen de bij artikel 404 van deze overeenkomst opgerichte Associatieraad en in het kader van in overleg vast te stellen regelmatige vergaderingen tussen vertegenwoordigers van beide partijen op ministerieel niveau.

Artikel 404. Associatieraad
1.

Er wordt een Associatieraad opgericht. De Associatieraad houdt toezicht op en volgt de toepassing en tenuitvoerlegging van deze overeenkomst en toetst regelmatig de werking van de overeenkomst in het licht van de doelstellingen.

2.

De Associatieraad komt regelmatig bijeen op ministerieel niveau, ten minste eenmaal per jaar en verder wanneer de omstandigheden zulks vereisen. De Associatieraad komt bijeen in een samenstelling die in onderling overleg wordt bepaald.

3.

Naast het toezicht op de toepassing en tenuitvoerlegging van deze overeenkomst onderzoekt de Associatieraad alle belangrijke vraagstukken in het kader van de overeenkomst en alle andere bilaterale of internationale vraagstukken van wederzijds belang.

Artikel 405
1.

De Associatieraad bestaat uit de leden van de Raad van de Europese Unie en leden van de Europese Commissie, enerzijds, en leden van de regering van Georgië, anderzijds.

2.

De Associatieraad stelt zijn eigen reglement van orde vast.

3.

Het voorzitterschap van de Associatieraad wordt bij toerbeurt bekleed door een vertegenwoordiger van de Unie en een vertegenwoordiger van Georgië.

4.

Indien nodig en in overleg kunnen vertegenwoordigers van andere organen van de partijen als waarnemer deelnemen aan de werkzaamheden van de Associatieraad.

Artikel 406
1.

Om de doelstellingen van de overeenkomst te bereiken, heeft de Associatieraad de bevoegdheid besluiten te nemen binnen de toepassingssfeer van deze overeenkomst. Deze besluiten zijn bindend voor de partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan, waaronder indien noodzakelijk optreden door in het kader van deze overeenkomst ingestelde specifieke organen, in overeenstemming met de bepalingen van deze overeenkomst. De Associatieraad kan tevens aanbevelingen doen. De Associatieraad stelt zijn besluiten en aanbevelingen vast in overleg tussen de partijen, na voltooiing van hun interne procedures, waar nodig.

2.

Overeenkomstig de in deze overeenkomst vastgelegde doelstelling van geleidelijke aanpassing van de wetgeving van Georgië aan die van de Unie vormt de Associatieraad een forum voor de uitwisseling van informatie over bepaalde wetgeving van de Europese Unie en Georgië, zowel wetgeving die wordt voorbereid als wetgeving die van kracht is, en over de maatregelen met betrekking tot tenuitvoerlegging, handhaving en naleving.

3.

Overeenkomstig lid 1 van dit artikel is de Associatieraad bevoegd om de bijlagen bij deze overeenkomst bij te werken of te wijzigen, zonder afbreuk te doen aan eventuele specifieke bepalingen uit hoofde van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst.

Artikel 407. Associatiecomité
1.

Er wordt een Associatiecomité opgericht. Het Associatiecomité staat de Associatieraad bij in de uitvoering van zijn taken.

2.

Het Associatiecomité bestaat uit vertegenwoordigers van de partijen, gewoonlijk op het niveau van hoge ambtenaren.

3.

Het voorzitterschap van het Associatiecomité wordt bij toerbeurt bekleed door een vertegenwoordiger van de EU en een vertegenwoordiger van Georgië.

Artikel 408
1.

De Associatieraad stelt in zijn reglement van orde de taken en de werking van het Associatiecomité vast; in ieder geval behoort de voorbereiding van de vergaderingen van de Associatieraad tot de taken van het Associatiecomité. Het Associatiecomité komt ten minste één keer per jaar bijeen en wanneer de partijen overeenkomen dat zulks nodig is.

2.

De Associatieraad kan bevoegdheden overdragen aan het Associatiecomité, waaronder de bevoegdheid om bindende besluiten te nemen.

3.

Het Associatiecomité is bevoegd om besluiten vast te stellen in de in deze overeenkomst genoemde gevallen en op de terreinen waarvoor de Associatieraad bevoegdheden heeft overgedragen aan het Associatiecomité en zoals bepaald in artikel 406, lid 1, van deze overeenkomst. Deze besluiten zijn bindend voor de partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan. Het Associatiecomité stelt zijn besluiten vast in overleg tussen de partijen, na voltooiing van hun interne procedures.

4.

Het Associatiecomité komt in een specifieke samenstelling bijeen voor de bespreking van alle onderwerpen met betrekking tot titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst. Het Associatiecomité komt in deze samenstelling ten minste eenmaal per jaar bijeen.

Artikel 409. Bijzondere comités, subcomités en organen
1.

Het Associatiecomité wordt bijgestaan door de in het kader van deze overeenkomst opgerichte subcomités.

2.

De Associatieraad kan besluiten op specifieke terreinen andere bijzondere comités of organen in te stellen wanneer dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de overeenkomst; de Associatieraad bepaalt de samenstelling, taken en werking van die bijzondere comités of organen. Daarnaast kunnen dergelijke bijzondere comités of organen alle aangelegenheden bespreken die zij relevant achten, zonder afbreuk te doen aan de specifieke bepalingen van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst.

3.

Het Associatiecomité kan eveneens subcomités instellen om de vooruitgang te inventariseren die is geboekt in de regelmatige dialoog als bedoeld in titel V (Economische samenwerking) en titel VI (Ander samenwerkingsbeleid) van deze overeenkomst.

4.

De subcomités zijn bevoegd om besluiten vast te stellen in de in de overeenkomst genoemde gevallen. De subcomités brengen regelmatig verslag over hun activiteiten uit aan het Associatiecomité, overeenkomstig de vereisten.

5.

De op grond van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst ingestelde subcomités stellen het Associatiecomité in zijn specifieke samenstelling voor handel, zoals bedoeld in artikel 408, lid 4, van deze overeenkomst, tijdig in kennis van de datum en de agenda van hun vergaderingen. Zij brengen tijdens elke periodieke vergadering van het Associatiecomité in deze specifieke samenstelling verslag uit over hun activiteiten.

6.

Het bestaan van subcomités belet partijen niet een aangelegenheid rechtstreeks aan het Associatiecomité voor te leggen, ook in zijn specifieke samenstelling voor handel.

Artikel 410. Parlementair Associatiecomité
1.

Er wordt een Parlementair Associatiecomité ingesteld. Dit dient als forum voor leden van het Georgische parlement en het Europees Parlement om elkaar te ontmoeten en van gedachten te wisselen. Het Comité komt met een door hemzelf vast te stellen regelmaat bijeen.

2.

Het Parlementair Associatiecomité bestaat uit leden van het Europees Parlement enerzijds en leden van het Georgische parlement anderzijds.

3.

Het Parlementair Associatiecomité stelt zijn eigen reglement van orde vast.

4.

Het voorzitterschap van het Parlementair Associatiecomité wordt bij toerbeurt bekleed door een vertegenwoordiger van het Europees Parlement en een vertegenwoordiger van het Georgische parlement, overeenkomstig de in het reglement van orde vast te stellen bepalingen.

Artikel 411
1.

Het Parlementair Associatiecomité kan bij de Associatieraad inlichtingen inwinnen over de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst; de Associatieraad verstrekt het Parlementair Associatiecomité de verlangde informatie.

2.

Het Parlementair Associatiecomité wordt ingelicht over de besluiten en aanbevelingen van de Associatieraad.

3.

Het Parlementair Associatiecomité kan aanbevelingen doen aan de Associatieraad.

4.

Het Parlementair Associatiecomité kan subcomités instellen.

Artikel 412. Organisaties uit het maatschappelijke middenveld
1.

De partijen moedigen regelmatige bijeenkomsten tussen vertegenwoordigers van hun maatschappelijk middenveld aan om hen te informeren over of hun input te verzamelen voor de uitvoering van deze overeenkomst.

2.

Er wordt een platform voor het maatschappelijk middenveld van Georgië en de EU opgericht. Dat dient als forum om elkaar te ontmoeten en van gedachten te wisselen en bestaat uit vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld van de EU enerzijds, met onder meer leden van het Europees Economisch en Sociaal Comité, en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld van Georgië anderzijds, met onder meer vertegenwoordigers van het nationaal platform van het Forum van het maatschappelijk middenveld van het Oostelijk partnerschap. Het platform komt met een door hemzelf vast te stellen regelmaat bijeen.

3.

Het platform voor het maatschappelijk middenveld stelt zijn eigen reglement van orde vast.

4.

Het voorzitterschap van het platform voor het maatschappelijk middenveld wordt bij toerbeurt bekleed door een vertegenwoordiger van het Europees Economisch en Sociaal Comité en een vertegenwoordiger van het maatschappelijk middenveld van Georgië, overeenkomstig de in het reglement van orde vast te stellen bepalingen.

Artikel 413
1.

Het platform voor het maatschappelijk middenveld wordt ingelicht over de besluiten en aanbevelingen van de Associatieraad.

2.

Het platform voor het maatschappelijk middenveld kan aanbevelingen doen aan de Associatieraad.

3.

Het Associatiecomité en het Parlementair Associatiecomité organiseren regelmatige contacten met de vertegenwoordigers van het platform voor het maatschappelijk middenveld om hun standpunten inzake de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst te vernemen.

HOOFDSTUK 2. ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 414. Toegang tot gerechtelijke en administratieve instanties

Binnen het toepassingsgebied van deze overeenkomst zorgen de partijen ervoor dat natuurlijke personen en rechtspersonen van de andere partij, zonder discriminatie ten opzichte van haar eigen onderdanen, toegang krijgen tot de ter zake bevoegde gerechtelijke en administratieve instanties van de partijen, ter verdediging van hun individuele rechten, met inbegrip van hun eigendomsrechten.

Artikel 415. Uitzonderingen met betrekking tot de veiligheid

Niets in deze overeenkomst belet een partij maatregelen te nemen:

  • a. die zij nodig acht om onthulling te beletten van informatie die tegen haar vitale veiligheidsbelangen indruist;
  • b. die verband houden met de productie van of de handel in wapens, munitie of oorlogsmateriaal of met onderzoek, ontwikkeling of productie die absoluut vereist is voor defensiedoeleinden, mits deze maatregelen geen afbreuk doen aan de concurrentievoorwaarden voor producten die niet voor specifiek militaire doeleinden bestemd zijn;
  • c. die zij van vitaal belang acht voor haar eigen veiligheid, in geval van ernstige binnenlandse onlusten die de openbare orde bedreigen, in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen die een oorlogsdreiging inhouden, of om verplichtingen na te komen die zij voor de bewaring van de vrede en de internationale veiligheid is aangegaan.
Artikel 416. Non-discriminatie
1.

Op de door deze overeenkomst bestreken terreinen en onverminderd eventueel daarin neergelegde bijzondere bepalingen mogen:

  • a. de regelingen die Georgië ten opzichte van de Unie of de lidstaten toepast, geen aanleiding geven tot onderlinge discriminatie van de lidstaten, hun onderdanen of hun bedrijven;
  • b. de regelingen die de Unie of de lidstaten ten opzichte van Georgië toepassen, geen aanleiding geven tot discriminatie tussen onderdanen of bedrijven van Georgië.
2.

Lid 1 doet geen afbreuk aan het recht van de partijen om de desbetreffende bepalingen van hun belastingwetgeving toe te passen op belastingplichtigen die niet in een identieke situatie verkeren ten aanzien van hun woonplaats.

Artikel 417. Geleidelijke aanpassing

Georgië brengt zijn wetgeving geleidelijk in overeenstemming met de in de bijlagen bij deze overeenkomst beschreven EU-wetgeving, op basis van de verbintenissen die zijn beschreven in deze overeenkomst en de bepalingen van de genoemde bijlagen. Deze bepaling doet geen afbreuk aan eventuele specifieke beginselen en verplichtingen inzake aanpassing uit hoofde van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst.

Artikel 418. Dynamische aanpassing

In overeenstemming met de doelstelling van de geleidelijke aanpassing door Georgië aan de EU-wetgeving, zal de Associatieraad de bijlagen bij deze overeenkomst regelmatig herzien en bijwerken, onder meer om rekening te houden met de ontwikkeling van de EU-wetgeving en toepasselijke normen die worden vastgesteld in internationale instrumenten die de partijen relevant achten, na voltooiing van hun interne procedures, waar nodig. Deze bepaling doet geen afbreuk aan eventuele bepalingen uit hoofde van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst.

Artikel 419. Toezicht op de aanpassing
1.

Toezicht houdt in dat de vorderingen met betrekking tot de uitvoering en handhaving van alle maatregelen in het kader van de overeenkomst voortdurend worden geëvalueerd.

2.

Het toezicht omvat onder andere toetsing door de EU van de mate waarin de wetgeving van Georgië is aangepast aan die van de Europese Unie, zoals bepaald in deze overeenkomst, ook met betrekking tot de uitvoering en handhaving. Deze toetsing kan worden uitgevoerd door de EU alleen op haar eigen initiatief, zoals bepaald in titel IV ((Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst, door de EU in overeenstemming met Georgië, of door de partijen gezamenlijk. Om de toetsing te vergemakkelijken brengt Georgië aan de EU verslag uit over de aanpassing, waar nodig vóór het einde van de overgangsperioden die met betrekking tot de EU-wetgeving in de overeenkomst zijn vastgesteld. Bij de verslaglegging en toetsing, onder andere wat betreft de wijze van uitvoering en de frequentie van de toetsingen, wordt rekening gehouden met de bepalingen ter zake van deze overeenkomst en met besluiten van institutionele organen die op grond van deze overeenkomst worden opgericht.

3.

Het toezicht kan missies ter plaatse omvatten, waaraan de instellingen, organen en agentschappen van de EU deelnemen, evenals indien nodig niet-gouvernementele organisaties, toezichthoudende autoriteiten, onafhankelijke deskundigen en anderen.

4.

De resultaten van de toezichtactiviteiten, waaronder de toetsingen van de aanpassing als bedoeld in lid 2 van dit artikel, worden besproken in alle relevante krachtens deze overeenkomst opgerichte organen. Deze organen kunnen gezamenlijke aanbevelingen goedkeuren die worden voorgelegd aan de Associatieraad.

5.

Als de partijen menen dat de maatregelen die noodzakelijk zijn op grond van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) zijn uitgevoerd en worden nageleefd, kan de Associatieraad volgens de hem bij de artikelen 406 en 408 van deze overeenkomst verleende bevoegdheden besluiten tot verdere marktopenstelling zoals gedefinieerd in titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst.

6.

Een gezamenlijke aanbeveling als bedoeld in lid 4 van dit artikel die is voorgelegd aan de Associatieraad, of het feit dat er geen overeenstemming is bereikt over een dergelijke aanbeveling, valt niet onder de geschillenbeslechtingsprocedures zoals vastgesteld in titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst. Een besluit van het relevante institutionele orgaan of het feit dat een dergelijk besluit niet is genomen, valt niet onder de geschillenbeslechtingsprocedures zoals vastgesteld in titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst.

Artikel 420. Voldoen aan verplichtingen
1.

De partijen treffen alle algemene en bijzondere maatregelen die nodig zijn om aan hun verplichtingen krachtens deze overeenkomst te voldoen. Zij verzekeren dat de in de overeenkomst beschreven doelstellingen worden bereikt.

2.

De partijen komen overeen op verzoek van elk van de partijen onmiddellijk overleg te plegen via passende kanalen om kwesties met betrekking tot de interpretatie, de tenuitvoerlegging of de toepassing te goeder trouw van deze overeenkomst en andere relevante aspecten van de betrekkingen tussen de partijen te bespreken.

3.

De partijen leggen geschillen over de interpretatie, de tenuitvoerlegging of de toepassing te goeder trouw van deze overeenkomst voor aan de Associatieraad, overeenkomstig artikel 421. De Associatieraad kan een bindend besluit vaststellen om het geschil te beslechten.

Artikel 421. Geschillenbeslechting
1.

Wanneer tussen de partijen een meningsverschil ontstaat over de interpretatie, de tenuitvoerlegging of de toepassing te goeder trouw van de overeenkomst, dient de ene partij bij de andere partij en bij de Associatieraad een formeel verzoek tot geschillenbeslechting in. Op geschillen over de interpretatie, de tenuitvoerlegging of de toepassing te goeder trouw van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst is bij wijze van uitzondering alleen hoofdstuk 14 (Beslechting van geschillen) van die titel van toepassing.

2.

De partijen streven ernaar geschillen op te lossen via overleg te goeder trouw binnen de Associatieraad en de andere in de artikelen 407 en 409 van deze overeenkomst bedoelde organen, teneinde zo snel mogelijk tot een wederzijds aanvaardbare oplossing te komen.

3.

De partijen verstrekken de Associatieraad en de andere organen alle relevante informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie.

4.

Zolang een geschil niet beslecht is, wordt het tijdens elke bijeenkomst van de Associatieraad besproken. Een geschil wordt geacht beslecht te zijn wanneer de Associatieraad een bindend besluit heeft genomen zoals bedoeld in artikel 420, lid 3, van deze overeenkomst of wanneer hij heeft verklaard dat het geschil niet langer bestaat. In overleg tussen de partijen of op verzoek van een van de partijen kan een geschil ook worden besproken tijdens een vergadering van het Associatiecomité of een ander relevant orgaan als bedoeld in de artikelen 407 en 409 van deze overeenkomst. Overleg kan ook schriftelijk plaatsvinden.

5.

Alle tijdens het overleg verstrekte informatie wordt vertrouwelijk behandeld.

Artikel 422. Passende maatregelen bij niet-nakoming van verplichtingen
1.

Een partij kan passende maatregelen treffen als een kwestie niet is opgelost binnen drie maanden na indiening van een formeel verzoek tot geschillenbeslechting overeenkomstig artikel 421 van deze overeenkomst en als de klagende partij van mening is dat de andere partij een verplichting uit hoofde van de overeenkomst niet nakomt. De partijen kunnen in onderling overleg afzien van de vereiste overlegperiode van drie maanden; de overlegperiode geldt niet voor de uitzonderlijke gevallen bepaald in lid 3 van dit artikel.

2.

Bij voorrang moeten passende maatregelen worden gekozen die de werking van de overeenkomst het minst verstoren. Behalve de in lid 3 van dit artikel beschreven gevallen mogen dergelijke maatregelen niet de opschorting behelzen van rechten of plichten in het kader van deze overeenkomst die worden genoemd in titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden). De krachtens lid 1 van dit artikel getroffen maatregelen moeten onverwijld aan de Associatieraad worden gemeld en vallen onder de overlegprocedure van artikel 420, lid 2, en de geschillenbeslechtingsprocedure van artikel 420, lid 3, en artikel 421 van deze overeenkomst.

3.

De in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde uitzonderingen betreffen:

  • a. een verwerping van deze overeenkomst die in strijd is met de algemene regels van het internationaal recht, of
Artikel 423. Verband met andere overeenkomsten
1.

De partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds, die op 22 april 1996 werd ondertekend in Luxemburg en op 1 juli 1999 in werking trad, wordt ingetrokken.

2.

Deze overeenkomst vervangt de overeenkomst waarnaar in lid 1 wordt verwezen. Verwijzingen hiernaar in alle andere overeenkomsten tussen de partijen worden gelezen als verwijzingen naar deze overeenkomst.

3.

Deze overeenkomst vervangt de overeenkomst tussen de Europese Unie en Georgië inzake de bescherming van geografische aanduidingen van landbouwproducten en levensmiddelen die op 14 juli 2011 te Brussel is ondertekend en op 1 april 2012 in werking is getreden.

Artikel 424
1.

Zolang onder deze overeenkomst geen gelijkwaardige rechten zijn verworven voor natuurlijke en rechtspersonen, doet de overeenkomst geen afbreuk aan de rechten die hun worden verleend bij bestaande overeenkomsten tussen een of meer lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds.

2.

Bestaande overeenkomsten die betrekking hebben op specifieke samenwerkingsgebieden die binnen het toepassingsgebied van deze overeenkomst vallen, worden geacht onderdeel te zijn van de algemene bilaterale betrekkingen zoals die worden geregeld bij deze overeenkomst, en worden geacht deel uit te maken van een gemeenschappelijk institutioneel kader.

Artikel 425
1.

De partijen kunnen deze overeenkomst aanvullen door sluiting van specifieke overeenkomsten op alle samenwerkingsgebieden die binnen het toepassingsgebied van deze overeenkomst vallen. Dergelijke specifieke overeenkomsten vormen een integrerend onderdeel van de algemene bilaterale betrekkingen zoals die worden geregeld bij deze overeenkomst en maken deel uit van een gemeenschappelijk institutioneel kader.

2.

Onverminderd de desbetreffende bepalingen van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie doet deze overeenkomst of in het kader daarvan ondernomen actie op generlei wijze afbreuk aan de bevoegdheid van de lidstaten om bilaterale samenwerkingsactiviteiten met Georgië te ondernemen of desgewenst nieuwe samenwerkingsovereenkomsten met Georgië te sluiten.

Artikel 426. Bijlagen en protocollen

De bijlagen en protocollen vormen een integrerend onderdeel van deze overeenkomst.

Artikel 427. Duur
1.

Deze overeenkomst wordt voor onbeperkte duur gesloten.

2.

Elk van beide partijen kan deze overeenkomst opzeggen door de andere partij van deze opzegging in kennis te stellen. De overeenkomst verstrijkt zes maanden na de datum van ontvangst van die kennisgeving.

Artikel 428. Definitie van de partijen

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt onder „partijen” verstaan de EU, of haar lidstaten, of de EU en haar lidstaten, in overeenstemming met hun respectieve bevoegdheden krachtens het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en, waar nodig, ook Euratom, in overeenstemming met de bevoegdheden krachtens het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en Georgië, anderzijds.

Artikel 429. Territoriale toepassing
1.

Deze overeenkomst is van toepassing, enerzijds, op elk grondgebied waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie, het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie van toepassing zijn, onder de in die verdragen neergelegde voorwaarden, en, anderzijds, op het grondgebied van Georgië.

2.

De toepassing van deze overeenkomst, of van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) ervan, met betrekking tot de Georgische regio's Abchazië en Tskhnivali/Zuid-Ossetië waarover de Georgische regering geen effectieve controle uitoefent, neemt een aanvang zodra Georgië de volledige tenuitvoerlegging en handhaving van deze overeenkomst, of van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden), op zijn gehele grondgebied verzekert.

3.

De Associatieraad beslist wanneer de volledige tenuitvoerlegging en handhaving van deze overeenkomst, of van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) op het gehele grondgebied van Georgië is verzekerd.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)