Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en haar lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds

Type Verdrag
Publication 2016-07-01
State In force
Source BWB
artikelen 494
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
Artikel 249. Instelling van arbitragepanel
1.

Een arbitragepanel bestaat uit drie arbiters.

2.

Na ontvangst van het verzoek om instelling van een arbitragepanel treden de partijen onverwijld met elkaar in overleg en trachten zij overeenstemming te bereiken over de samenstelling van het arbitragepanel. Onverminderd de leden 3 en 4 van dit artikel kunnen de partijen te allen tijde vóór de instelling van het arbitragepanel besluiten het panel in onderlinge overeenstemming samen te stellen.

3.

Indien geen overeenstemming is bereikt over de samenstelling van het arbitragepanel kan een van de partijen vanaf vijf dagen na de datum van indiening van het verzoek om instelling van een panel verzoeken om toepassing van de in dit lid vastgestelde procedure voor de samenstelling van het panel. Elke partij kan binnen tien dagen na de datum van indiening van het verzoek om toepassing van de in dit lid bedoelde procedure een arbiter benoemen uit de krachtens artikel 268 van deze overeenkomst opgestelde lijst. Wanneer een van de partijen verzuimt een arbiter te benoemen, wordt deze op verzoek van de andere partij door de voorzitter of de vicevoorzitters van het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, als beschreven in artikel 408, lid 4, van deze overeenkomst, of door hun vertegenwoordigers door middel van loting aangewezen uit de sublijst van die partij die is opgenomen in de krachtens artikel 268 van deze overeenkomst opgestelde lijst. Wanneer de partijen geen overeenstemming hebben bereikt over de voorzitter van het arbitragepanel, wordt deze op verzoek van een van de partijen door de voorzitter of de vicevoorzitters van het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken of door hun vertegenwoordigers door middel van loting aangewezen uit de sublijst van voorzitters die is opgenomen in de krachtens artikel 268 van deze overeenkomst opgestelde lijst.

4.

In geval van aanwijzing van een of meer arbiters door middel van loting vindt de loting plaats binnen vijf dagen na de datum van indiening van het in lid 3 bedoelde verzoek om aanwijzing door middel van loting.

5.

De datum van instelling van het arbitragepanel is die waarop de laatste van de drie aangewezen arbiters de benoeming heeft aanvaard in overeenstemming met de procedureregels in bijlage XX bij deze overeenkomst.

6.

Indien een of meer van de in artikel 268 van deze overeenkomst bedoelde lijsten op het tijdstip van indiening van een verzoek als bedoeld in lid 3 niet zijn opgesteld of niet voldoende namen bevatten, worden de arbiters door middel van loting aangewezen. Zij worden aangewezen uit de personen die door elk van de partijen formeel zijn voorgedragen of, wanneer een van de partijen heeft verzuimd een dergelijke voordracht te doen, uit de door de andere partij voorgedragen personen.

7.

Tenzij de partijen anders overeenkomen, is met betrekking tot een geschil in het kader van hoofdstuk 11 (Handelsgerelateerde-energiebepalingen) van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst dat door een partij dringend wordt geacht wegens een volledige of gedeeltelijke onderbreking of dreigende onderbreking van het vervoer van aardgas, olie of elektriciteit tussen de partijen, de in lid 3 van dit artikel bedoelde procedure van aanwijzing door middel van loting van toepassing zonder dat een beroep op lid 2, eerste volzin, van dit artikel of de overige in lid 3 van dit artikel voorziene maatregelen kan worden gedaan, en bedraagt de in lid 4 van dit artikel bedoelde termijn twee dagen.

Artikel 250. Voorlopige uitspraak inzake dringende aard

Indien een partij daarom verzoekt, doet het arbitragepanel binnen tien dagen na de datum van zijn instelling een voorlopige uitspraak over de vraag of het een zaak dringend acht.

Artikel 251. Verslag van arbitragepanel
1.

Het arbitragepanel legt uiterlijk negentig dagen na de datum van zijn instelling een tussentijds verslag aan de partijen voor, dat de resultaten van het feitenonderzoek, de toepasselijkheid van de desbetreffende bepalingen alsmede de aan zijn bevindingen en aanbevelingen ten grondslag liggende beweegredenen vermeldt. Wanneer het van oordeel is dat deze termijn niet kan worden gehaald, stelt de voorzitter van het arbitragepanel de partijen en het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, als beschreven in artikel 408, lid 4, van deze overeenkomst, hiervan schriftelijk in kennis, met opgave van de redenen voor de vertraging en de datum waarop het panel zijn tussentijdse verslag denkt te kunnen voorleggen. In geen geval mag het tussentijdse verslag later dan honderdtwintig dagen na de datum van instelling van het arbitragepanel worden voorgelegd. Het tussentijdse verslag wordt niet openbaar gemaakt.

2.

Een partij kan binnen veertien dagen nadat zij van het verslag in kennis is gesteld het arbitragepanel schriftelijk verzoeken bepaalde aspecten van het tussentijdse verslag te heroverwegen.

3.

In dringende gevallen, zoals wanneer het bederfelijke waren of seizoensgebonden goederen of diensten betreft, stelt het arbitragepanel alles in het werk om zijn tussentijdse verslag binnen vijfenveertig, maar in geen geval later dan zestig dagen na de datum van zijn instelling voor te leggen. Een partij kan binnen zeven dagen nadat zij van het verslag in kennis is gesteld het arbitragepanel schriftelijk verzoeken bepaalde aspecten van het tussentijdse verslag te heroverwegen.

4.

Het arbitragepanel kan het tussentijdse verslag naar aanleiding van schriftelijk commentaar van de partijen wijzigen, en wanneer het dat zinvol acht, de zaak nader onderzoeken. In de definitieve uitspraak van het panel worden de in de tussentijdse fase naar voren gebrachte argumenten afdoende besproken en wordt duidelijk ingegaan op de vragen en opmerkingen van de partijen.

5.

Met betrekking tot een geschil in het kader van hoofdstuk 11 (Handelsgerelateerde-energiebepalingen) van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst dat door een partij dringend wordt geacht wegens een volledige of gedeeltelijke onderbreking of dreigende onderbreking van het vervoer van aardgas, olie of elektriciteit tussen de partijen, wordt het tussentijdse verslag twintig dagen na de datum van instelling van het arbitragepanel voorgelegd, en worden verzoeken ingevolge lid 2 van dit artikel gedaan binnen vijf dagen nadat het schriftelijke verslag is voorgelegd. Het arbitragepanel kan ook besluiten af te zien van het tussentijdse verslag.

Artikel 252. Conciliatie in geval van dringende energiegeschillen
1.

Met betrekking tot een geschil in het kader van hoofdstuk 11 (Handelsgerelateerde-energiebepalingen) van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst dat door een partij dringend wordt geacht wegens een volledige of gedeeltelijke onderbreking of dreigende onderbreking van het vervoer van aardgas, olie of elektriciteit tussen de partijen, kan elke partij de voorzitter van het arbitragepanel verzoeken als conciliator op te treden met betrekking tot aangelegenheden in verband met het geschil, door een verzoek tot het arbitragepanel te richten.

2.

De conciliator tracht overeenstemming te bereiken over een oplossing van het geschil of over een procedure om een dergelijke oplossing tot stand te brengen. Indien hij/zij niet binnen vijftien dagen na zijn/haar benoeming een dergelijke overeenstemming heeft bereikt, beveelt hij/zij een oplossing van het geschil of een procedure om een dergelijke oplossing tot stand te brengen aan en bepaalt hij/zij welke voorwaarden in acht moeten worden genomen vanaf een door hem/haar nader te bepalen datum totdat het geschil tot een oplossing is gebracht.

3.

De partijen en de onder hun zeggenschap of jurisdictie vallende entiteiten eerbiedigen de ingevolge lid 2 met betrekking tot de voorwaarden gedane aanbevelingen gedurende drie maanden na het besluit van de conciliator of, indien dat eerder is, totdat het geschil tot een oplossing is gebracht.

4.

De conciliator eerbiedigt de gedragscode bedoeld in bijlage XXI bij deze overeenkomst.

Artikel 253. Kennisgeving van uitspraak van arbitragepanel
1.

Het arbitragepanel stelt de partijen en het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, als beschreven in artikel 408, lid 4, van deze overeenkomst, binnen honderdtwintig dagen na de datum van zijn instelling in kennis van zijn definitieve uitspraak. Wanneer het van oordeel is dat deze termijn niet kan worden gehaald, stelt de voorzitter van het arbitragepanel de partijen en het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken hiervan schriftelijk in kennis, met opgave van de redenen voor de vertraging en de datum waarop het panel denkt kennis te kunnen geven van zijn uitspraak. In geen geval mag van de uitspraak later dan honderdvijftig dagen na de datum van instelling van het arbitragepanel worden kennisgegeven.

2.

In dringende gevallen, zoals wanneer het bederfelijke waren of seizoensgebonden goederen of diensten betreft, stelt het arbitragepanel alles in het werk om binnen zestig dagen na de datum van zijn instelling kennis te geven van zijn uitspraak. In geen geval mag van de uitspraak later dan vijfenzeventig dagen na de datum van zijn instelling worden kennisgegeven.

3.

Met betrekking tot een geschil in het kader van hoofdstuk 11 (Handelsgerelateerde-energiebepalingen) van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst dat door een partij dringend wordt geacht wegens een volledige of gedeeltelijke onderbreking of dreigende onderbreking van het vervoer van aardgas, olie of elektriciteit tussen de partijen, geeft het arbitragepanel binnen veertig dagen na de datum van zijn instelling kennis van zijn uitspraak.

ONDERAFDELING 2. NALEVING

Artikel 254. Naleving van uitspraak van arbitragepanel

De partij waartegen de klacht gericht is, neemt de nodige maatregelen om de uitspraak van het arbitragepanel onverwijld en te goeder trouw na te leven.

Artikel 255. Redelijke termijn voor naleving
1.

Indien onmiddellijke naleving niet mogelijk is, trachten de partijen overeenstemming te bereiken over de termijn waarbinnen zij de uitspraak zullen naleven. In dat geval stelt de partij waartegen de klacht gericht is uiterlijk dertig dagen na ontvangst van de kennisgeving van de uitspraak van het arbitragepanel aan de partijen, de klagende partij en het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, als beschreven in artikel 408, lid 4, van deze overeenkomst, in kennis van de tijd die zij nodig heeft om de uitspraak na te kunnen leven („redelijke termijn”).

2.

Indien de partijen het niet eens zijn over een redelijke termijn voor naleving van de uitspraak van het arbitragepanel, verzoekt de klagende partij binnen twintig dagen na de datum van ontvangst van de kennisgeving overeenkomstig lid 1 door de partij waartegen de klacht gericht is, het oorspronkelijke arbitragepanel schriftelijk om een redelijke termijn vast te stellen. Dit verzoek wordt tegelijkertijd medegedeeld aan de andere partij en aan het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken. Binnen twintig dagen na de indiening van het verzoek stelt het oorspronkelijke arbitragepanel de partijen en het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken van zijn uitspraak in kennis.

3.

De partij waartegen de klacht gericht is, stelt de klagende partij ten minste één maand voor afloop van de redelijke termijn schriftelijk in kennis van de vorderingen die zij maakt bij de naleving van de uitspraak van het arbitragepanel.

4.

De partijen kunnen de redelijke termijn in onderling overleg verlengen.

Artikel 256. Onderzoek van maatregelen tot naleving van uitspraak van arbitragepanel
1.

De partij waartegen de klacht gericht is, stelt de klagende partij en het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, als beschreven in artikel 408, lid 4, van deze overeenkomst, voor afloop van de redelijke termijn in kennis van de maatregelen die zij heeft getroffen om de uitspraak van het arbitragepanel na te leven.

2.

Wanneer er tussen de partijen onenigheid bestaat over het bestaan van een op grond van lid 1 getroffen nalevingsmaatregel of over de verenigbaarheid van die maatregel met de in artikel 245 van deze overeenkomst bedoelde bepalingen, kan de klagende partij het oorspronkelijke arbitragepanel schriftelijk verzoeken hierover uitspraak te doen. In dat verzoek geeft de klagende partij aan om welke specifieke maatregel het gaat en legt zij uit waarom deze maatregel onverenigbaar is met de in artikel 245 van deze overeenkomst bedoelde bepalingen, op zodanige wijze dat de rechtsgrond van de klacht duidelijk is. Binnen vijfenveertig dagen na de indiening van het verzoek stelt het oorspronkelijke arbitragepanel de partijen en het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken van zijn uitspraak in kennis.

Artikel 257. Tijdelijke maatregelen bij niet-naleving
1.

Indien de partij waartegen de klacht gericht is niet voor afloop van de redelijke termijn kennisgeeft van een maatregel die zij heeft getroffen om de uitspraak van het arbitragepanel na te leven, of indien het arbitragepanel oordeelt dat er geen maatregel is getroffen om aan de uitspraak te voldoen of dat de maatregel waarvan overeenkomstig artikel 256, lid 1, van deze overeenkomst is kennisgegeven, niet verenigbaar is met de verplichtingen van de partij krachtens de in artikel 245 van deze overeenkomst bedoelde bepalingen, biedt de partij waartegen de klacht gericht is de klagende partij, op verzoek van en na overleg met deze laatste, een tijdelijke compensatie aan.

2.

Indien de klagende partij besluit niet om een aanbod voor tijdelijke compensatie als bedoeld in lid 1 van dit artikel te verzoeken of, wanneer zij wel daarom verzoekt maar de partijen geen akkoord over compensatie bereiken binnen dertig dagen na afloop van de redelijke termijn of de kennisgeving van de uitspraak van het arbitragepanel op grond van artikel 256 van deze overeenkomst dat er geen maatregel is getroffen om aan de uitspraak te voldoen of dat een maatregel tot naleving daarvan niet verenigbaar is met de in artikel 245 van deze overeenkomst bedoelde bepalingen, is de klagende partij gerechtigd om, na de andere partij en het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, als beschreven in artikel 408, lid 4, van deze overeenkomst, hiervan in kennis te hebben gesteld, de verplichtingen uit hoofde van de in artikel 245 van deze overeenkomst bedoelde bepalingen op te schorten in een adequate mate die overeenstemt met de mate waarin de schending de voordelen voor de klagende partij tenietdoet of beperkt. In de kennisgeving wordt gespecificeerd in welke mate de verplichtingen worden opgeschort. De klagende partij kan de opschorting vanaf tien dagen na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de partij waartegen de klacht gericht is op elk gewenst tijdstip laten ingaan, tenzij de partij waartegen de klacht gericht is overeenkomstig lid 4 van dit artikel om arbitrage heeft verzocht.

3.

Wanneer de klagende partij haar verplichtingen opschort, kan zij ervoor kiezen haar tarieven tot het voor andere WTO-leden geldende niveau te verhogen voor een hoeveelheid verhandelde goederen die op zodanige wijze wordt vastgesteld dat deze hoeveelheid vermenigvuldigd met de verhoging van de tarieven gelijk is aan de waarde waarvoor de schending haar voordelen tenietdoet of beperkt.

4.

Indien de partij waartegen de klacht gericht is van oordeel is dat de mate van opschorting van de verplichtingen niet overeenstemt met de mate waarin de schending de voordelen voor de andere partij tenietdoet of beperkt, kan zij het oorspronkelijke arbitragepanel schriftelijk verzoeken hierover uitspraak te doen. Dit verzoek wordt voor afloop van de in lid 2 bedoelde termijn van tien dagen medegedeeld aan de klagende partij en aan het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken. Het oorspronkelijke arbitragepanel deelt zijn uitspraak over de mate van opschorting van de verplichtingen binnen dertig dagen na de datum van indiening van het verzoek aan de partijen en aan het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken mede. De verplichtingen worden niet opgeschort voordat het oorspronkelijke arbitragepanel zijn uitspraak heeft medegedeeld, en de eventuele opschorting dient in overeenstemming te zijn met de uitspraak van het arbitragepanel.

5.

De opschorting van de verplichtingen en de in dit artikel voorziene compensatie zijn van tijdelijke aard en mogen niet meer worden toegepast nadat:

  • a. de partijen ingevolge artikel 262 van deze overeenkomst tot een onderling overeengekomen oplossing zijn gekomen, of
  • b. de partijen zijn overeengekomen dat de maatregel waarvan overeenkomstig artikel 256, lid 1, van deze overeenkomst is kennisgegeven, ertoe leidt dat de partij waartegen de klacht gericht is in overeenstemming met de in artikel 245 van deze overeenkomst bedoelde bepalingen handelt, of
  • c. de maatregel waarvan is vastgesteld dat deze niet verenigbaar is met de in artikel 245 bedoelde bepalingen, is ingetrokken of gewijzigd en overeenkomstig artikel 256, lid 2, van deze overeenkomst met die bepalingen in overeenstemming is gebracht.
Artikel 258. Corrigerende maatregelen in geval van dringende energiegeschillen
1.

Met betrekking tot een geschil in het kader van hoofdstuk 11 (Handelsgerelateerde-energiebepalingen) van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst dat door een partij dringend wordt geacht wegens een volledige of gedeeltelijke onderbreking of dreigende onderbreking van het vervoer van aardgas, olie of elektriciteit tussen de partijen, zijn de bepalingen van dit artikel inzake corrigerende maatregelen van toepassing.

2.

In afwijking van de artikelen 255, 256 en 257 van deze overeenkomst kan de klagende partij haar uit titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst voortvloeiende verplichtingen opschorten in een adequate mate die overeenstemt met de mate waarin haar voordelen worden tenietgedaan of beperkt door de partij die verzuimt binnen vijftien dagen na de kennisgeving van de uitspraak van het arbitragepanel hieraan te voldoen. De opschorting kan direct ingaan. Deze opschorting mag zo lang duren als de partij waartegen de klacht gericht is niet aan de uitspraak van het arbitragepanel heeft voldaan.

3.

Indien de partij waartegen de klacht gericht is, betwist dat zij niet aan de uitspraak heeft voldaan dan wel bezwaar maakt tegen de mate van opschorting, kan zij een procedure uit hoofde van artikel 257, lid 4, of artikel 259 van deze overeenkomst aanhangig maken, waarbij de behandeling van de aangelegenheid op zo kort mogelijke termijn plaatsvindt. De klagende partij is enkel verplicht de opschorting in te trekken of aan te passen nadat het arbitragepanel uitspraak over de aangelegenheid heeft gedaan, en kan de opschorting hangende de procedure handhaven.

Artikel 259. Onderzoek van nalevingsmaatregelen getroffen na vaststelling van tijdelijke maatregelen in geval van niet-naleving
1.

De partij waartegen de klacht gericht is, stelt de klagende partij en het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, als beschreven in artikel 408, lid 4, van deze overeenkomst, in kennis van de maatregelen die zij heeft getroffen om na de schorsing van concessies of na de toepassing van tijdelijke compensatie, naar gelang het geval, de uitspraak van het arbitragepanel na te leven. Behalve in de in lid 2 van dit artikel bedoelde gevallen beëindigt de klagende partij de schorsing van concessies binnen dertig dagen na ontvangst van de kennisgeving. In de gevallen waarin compensatie is toegepast, met uitzondering van de in lid 2 van dit artikel bedoelde gevallen, mag de partij waartegen de klacht gericht is binnen dertig dagen na haar kennisgeving dat zij heeft voldaan aan de uitspraak van het arbitragepanel, die compensatie beëindigen.

2.

Indien de partijen binnen dertig dagen na de datum van ontvangst van de kennisgeving geen overeenstemming bereiken over de vraag of de maatregel waarvan is kennisgegeven, ertoe leidt dat de partij waartegen de klacht gericht is in overeenstemming met de in artikel 245 van deze overeenkomst bedoelde bepalingen handelt, verzoekt de klagende partij het oorspronkelijke arbitragepanel schriftelijk hierover uitspraak te doen. Dit verzoek wordt tegelijkertijd medegedeeld aan de andere partij en aan het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken. Het arbitragepanel stelt de partijen en het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken binnen vijfenveertig dagen na de indiening van het verzoek in kennis van zijn uitspraak. Indien het arbitragepanel oordeelt dat de maatregel die is getroffen om de uitspraak na te leven in overeenstemming is met de in artikel 245 van deze overeenkomst bedoelde bepalingen, wordt de opschorting van de verplichtingen of de compensatie, naar gelang het geval, beëindigd. Voor zover van toepassing, past de klagende partij de mate van schorsing van concessies aan de door het arbitragepanel bepaalde mate aan.

Artikel 260. Vervanging van arbiters

Indien in een in het kader van dit hoofdstuk gevoerde arbitrageprocedure een of meer leden van het oorspronkelijke panel niet in staat zijn om aan de werkzaamheden van het panel deel te nemen, zich terugtrekken of moeten worden vervangen wegens schending van de gedragscode bedoeld in bijlage XXI bij deze overeenkomst, is de procedure van artikel 249 van deze overeenkomst van toepassing. De termijn voor kennisgeving van de uitspraak van het arbitragepanel wordt verlengd met twintig dagen, behalve voor de dringende geschillen als bedoeld in artikel 249, lid 7, waarvoor de termijn wordt verlengd met vijf dagen.

ONDERAFDELING 3. GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel 261. Opschorting en beëindiging van arbitrage- en nalevingsprocedures

Op schriftelijk verzoek van beide partijen schort het arbitragepanel te allen tijde zijn werkzaamheden op gedurende een door de partijen overeengekomen periode, die echter niet meer dan twaalf opeenvolgende maanden mag bedragen. Op schriftelijk verzoek van beide partijen respectievelijk een van de partijen hervat het zijn werkzaamheden voor respectievelijk aan het einde van deze periode. De verzoekende partij brengt de voorzitter of de vicevoorzitters van het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, als beschreven in artikel 408, lid 4, van deze overeenkomst, en de andere partij hiervan op de hoogte. Indien een partij niet bij afloop van de overeengekomen opschortingsperiode het arbitragepanel verzoekt zijn werkzaamheden te hervatten, wordt de procedure beëindigd. De opschorting en de beëindiging van de werkzaamheden van het arbitragepanel laten de rechten van de partijen in andere procedures waarop artikel 269 van deze overeenkomst van toepassing is onverlet.

Artikel 262. Onderling overeengekomen oplossing

De partijen kunnen te allen tijde onderling een oplossing voor een onder titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst vallend geschil overeenkomen. Zij stellen in voorkomend geval gezamenlijk het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, als beschreven in artikel 408, lid 4, van deze overeenkomst, en de voorzitter van het arbitragepanel van die oplossing in kennis. Indien ingevolge de desbetreffende interne procedures van een van de partijen voor de oplossing goedkeuring vereist is, wordt in de kennisgeving naar dit vereiste verwezen en wordt de geschillenbeslechtingsprocedure opgeschort. Indien dergelijke goedkeuring niet vereist is, of nadat is kennisgegeven van de voltooiing van die interne procedures, wordt de geschillenbeslechtingsprocedure beëindigd.

Artikel 263. Procedureregels
1.

Op de procedures voor de beslechting van geschillen in het kader van dit hoofdstuk zijn de procedureregels in bijlage XX bij deze overeenkomst en de gedragscode in bijlage XXI bij deze overeenkomst van toepassing.

2.

Alle hoorzittingen van het arbitragepanel zijn voor het publiek toegankelijk, tenzij in de proceduregels anders wordt bepaald.

Artikel 264. Inlichtingen en technisch advies

Het arbitragepanel kan op verzoek van een partij of op eigen initiatief bij alle bronnen, met inbegrip van de bij het geschil betrokken partijen, alle inlichtingen inwinnen die het voor de arbitrageprocedure nuttig acht. Het arbitragepanel heeft tevens het recht deskundigen om advies te vragen wanneer het dat nuttig acht. Voordat het deskundigen kiest, raadpleegt het arbitragepanel de partijen. Op het grondgebied van een partij gevestigde natuurlijke of rechtspersonen kunnen overeenkomstig de procedureregels als amicus curiae opmerkingen bij het arbitragepanel indienen. Alle in het kader van dit artikel verkregen informatie moet voor commentaar aan elk van de partijen worden voorgelegd.

Artikel 265. Interpretatieregels

Het arbitragepanel legt de in artikel 245 van deze overeenkomst bedoelde bepalingen uit volgens de gebruikelijke regels voor de interpretatie van het internationaal publiekrecht, met inbegrip van die welke in het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht van 1969 zijn neergelegd. Het panel neemt tevens de relevante interpretaties in aanmerking die zijn vastgesteld in de panelverslagen en de verslagen van de Beroepsinstantie die zijn goedgekeurd door het Orgaan voor geschillenbeslechting van de WTO (Dispute Settlement Body - DSB). De uitspraken van het arbitragepanel kunnen de rechten en verplichtingen van de partijen uit hoofde van deze overeenkomst niet verruimen of beperken.

Artikel 266. Besluiten en uitspraken van arbitragepanel
1.

Het arbitragepanel stelt alles in het werk om elk besluit bij consensus te nemen. Wanneer het evenwel niet mogelijk is bij consensus tot een besluit te komen, wordt een besluit bij meerderheid van stemmen genomen. De beraadslagingen van het panel zijn vertrouwelijk en afwijkende meningen worden niet bekendgemaakt.

2.

De uitspraken van het arbitragepanel worden door de partijen onvoorwaardelijk aanvaard. Zij scheppen geen rechten of verplichtingen voor natuurlijke of rechtspersonen. De uitspraken vermelden de resultaten van het feitenonderzoek, de toepasselijkheid van de desbetreffende bepalingen bedoeld in artikel 245 van deze overeenkomst alsmede de aan de bevindingen en conclusies van het panel ten grondslag liggende beweegredenen. Het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, als beschreven in artikel 408, lid 4, van deze overeenkomst, maakt de volledige uitspraken van het arbitragepanel binnen tien dagen na de kennisgeving ervan openbaar, maar kan besluiten dat niet te doen met het oog op waarborging van de vertrouwelijkheid van informatie die door de partij die de informatie heeft verstrekt, op grond van haar wetgeving als vertrouwelijk is aangemerkt.

Artikel 267. Verwijzingen naar Hof van Justitie van Europese Unie
1.

De in dit artikel beschreven procedures zijn van toepassing op geschillen over de interpretatie en de toepassing van een bepaling van deze overeenkomst waarbij een partij een door verwijzing naar een bepaling van Unierecht nader omschreven verplichting wordt opgelegd.

2.

Voor zover een geschil een vraag opwerpt over de interpretatie van een bepaling van Unierecht als bedoeld in lid 1, zal het arbitragepanel niet over deze vraag beslissen, maar het Hof van Justitie van de Europese Unie verzoeken daarover uitspraak te doen. In die gevallen worden de termijnen voor het doen van een uitspraak door het arbitragepanel opgeschort totdat het Hof van Justitie van de Europese Unie uitspraak heeft gedaan. De uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie is bindend voor het arbitragepanel.

AFDELING 4. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 268. Lijsten van arbiters
1.

Het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, als beschreven in artikel 408, lid 4, van deze overeenkomst, stelt uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van deze overeenkomst een lijst op van ten minste vijftien personen die bereid en in staat zijn om als arbiter op te treden. De lijst bestaat uit drie sublijsten: een sublijst voor elke partij en een sublijst van personen die geen onderdaan van een van de partijen zijn en als voorzitter van het arbitragepanel kunnen optreden. Elke sublijst bevat ten minste vijf personen. Het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken ziet erop toe dat de lijst steeds die omvang heeft.

2.

De arbiters beschikken over gespecialiseerde kennis en ervaring op het gebied van het recht en de internationale handel. Zij zijn onafhankelijk, treden op persoonlijke titel op, nemen geen instructies van enige organisatie of regering aan, zijn niet verbonden aan de regering van een van de partijen en nemen de gedragscode in bijlage XXI bij deze overeenkomst in acht.

3.

Het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken kan aanvullende lijsten van twaalf personen met kennis van en ervaring in specifieke onder deze overeenkomst vallende sectoren opstellen. Behoudens instemming van de partijen worden die aanvullende lijsten gebruikt voor de samenstelling van het arbitragepanel overeenkomstig de procedure van artikel 249 van deze overeenkomst.

Artikel 269. Verhouding tot WTO-verplichtingen
1.

Een beroep op de bepalingen van dit hoofdstuk over de beslechting van geschillen doet geen afbreuk aan enige maatregel in het kader van de WTO, waaronder geschillenbeslechtingsprocedures.

2.

Wanneer evenwel een partij in verband met een specifieke maatregel een procedure voor de beslechting van een geschil heeft ingeleid, hetzij krachtens dit hoofdstuk, hetzij krachtens de WTO-Overeenkomst, kan zij in verband met dezelfde maatregel geen procedure voor geschillenbeslechting in het andere forum inleiden totdat de eerste procedure is afgesloten. Bovendien mag een partij in verband met een identieke verplichting uit hoofde van deze overeenkomst en de WTO-Overeenkomst niet in beide fora een procedure inleiden. In dat geval mogen de partijen zich, zodra een procedure voor geschillenbeslechting is ingeleid, tot het gekozen forum wenden, met uitsluiting van het andere forum, tenzij het gekozen forum om procedurele of bevoegdheidsredenen geen uitspraak kan doen in de procedure ten aanzien van de schending van die verplichting.

3.

Voor de toepassing van lid 2 van dit artikel worden:

  • b. procedures voor geschillenbeslechting krachtens dit hoofdstuk geacht te zijn ingeleid wanneer een partij overeenkomstig artikel 248 van deze overeenkomst een verzoek om instelling van een arbitragepanel indient, en worden zij geacht te zijn beëindigd wanneer het arbitragepanel overeenkomstig artikel 253 van deze overeenkomst de partijen en het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, als beschreven in artikel 408, lid 4, van deze overeenkomst, van zijn uitspraak in kennis stelt.
4.

Geen enkele bepaling in deze overeenkomst belet dat een partij de opschorting van de verplichtingen die is toegestaan door het DSB, ten uitvoer legt. Er kan geen beroep op de WTO-Overeenkomst worden gedaan om te beletten dat een partij de verplichtingen uit hoofde van dit hoofdstuk opschort.

Artikel 270. Termijnen
1.

Alle in dit hoofdstuk vastgestelde termijnen, met inbegrip van die waarbinnen een arbitragepanel zijn uitspraak moeten mededelen, worden gerekend in kalenderdagen vanaf de dag die volgt op de dag waarop het desbetreffende besluit werd genomen of het desbetreffende feit plaatsvond, tenzij anders wordt bepaald.

2.

Alle in dit hoofdstuk vermelde termijnen kunnen met wederzijdse instemming van de partijen bij het geschil worden gewijzigd. Het arbitragepanel kan de partijen te allen tijde voorstellen alle in dit hoofdstuk vermelde termijnen te wijzigen, met opgave van de redenen daarvoor.

HOOFDSTUK 15. ALGEMENE BEPALINGEN INZAKE AANPASSING UIT HOOFDE VAN TITEL IV

Artikel 271. Voortgang bij aanpassing op handelsgerelateerde gebieden
1.

Teneinde de beoordeling van de in artikel 419 van deze overeenkomst bedoelde aanpassing van de wetgeving van Georgië aan de wetgeving van de Unie op de handelsgerelateerde gebieden van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst te vergemakkelijken, bespreken de partijen regelmatig, en ten minste eenmaal per jaar, volgens de overeengekomen tijdschema's als bedoeld in de hoofdstukken 3, 4, 5, 6, en 8 van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst in het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, zoals bedoeld in artikel 408, lid 4, van deze overeenkomst, of in een van de op grond van deze overeenkomst ingestelde subcomités daarvan de bij de aanpassing geboekte voortgang.

2.

Op verzoek van de Unie, en ten behoeve van die bespreking, verstrekt Georgië het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken of, naar gelang het geval, een van de subcomités daarvan, met betrekking tot de desbetreffende hoofdstukken van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst schriftelijke informatie over de voortgang bij de aanpassing en over de doeltreffende tenuitvoerlegging en handhaving van de aangepaste nationale wetgeving.

3.

Georgië brengt de Unie op de hoogte wanneer het van oordeel is dat het de aanpassing voor elk van de in lid 1 bedoelde hoofdstukken heeft voltooid.

Artikel 272. Intrekking van onverenigbaar nationaal recht

In het kader van de aanpassing trekt Georgië de bepalingen van nationaal recht in of schaft het de administratieve praktijken af die onverenigbaar zijn met het recht van de Unie dat het voorwerp is van de bepalingen inzake aanpassing uit hoofde van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst, of met zijn aan het recht van de Unie aangepaste nationale wetgeving.

Artikel 273. Beoordeling van aanpassing op handelsgerelateerde gebieden
1.

De Unie vangt de beoordeling van de aanpassing uit hoofde van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst aan nadat Georgië haar overeenkomstig artikel 271, lid 3, van deze overeenkomst op de hoogte heeft gebracht, tenzij in de hoofdstukken 4 en 8 van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst anders is bepaald.

2.

De Unie beoordeelt of de wetgeving van Georgië is aangepast aan de wetgeving van de Unie en of die wetgeving doeltreffend ten uitvoer wordt gelegd en gehandhaafd. Georgië verstrekt de Unie alle nodige gegevens om die beoordeling mogelijk te maken, in een in onderling overleg overeen te komen taal.

3.

De Unie houdt bij de beoordeling op grond van lid 2 rekening met het bestaan en de werking van de infrastructuur, organen en procedures ter zake in Georgië die nodig zijn voor de doeltreffende tenuitvoerlegging en handhaving van de wetgeving van Georgië.

4.

De Unie houdt bij de beoordeling op grond van lid 2 rekening met het bestaan van eventuele bepalingen van nationaal recht of administratieve praktijken die onverenigbaar zijn met het recht van de Unie dat het voorwerp is van de bepalingen inzake aanpassing uit hoofde van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst, of met de aan het recht van de Unie aangepaste nationale wetgeving.

5.

De Unie brengt Georgië binnen een overeenkomstig artikel 276, lid 1, van deze overeenkomst vast te stellen termijn op de hoogte van de resultaten van haar beoordeling, tenzij anders wordt bepaald. De partijen kunnen de beoordeling bespreken in het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, zoals bedoeld in artikel 408, lid 4, van deze overeenkomst, of in de desbetreffende subcomités daarvan, overeenkomstig artikel 419, lid 4, van deze overeenkomst, tenzij anders wordt bepaald.

Artikel 274. Ontwikkelingen die van belang zijn voor aanpassing
1.

Georgië ziet toe op de doeltreffende tenuitvoerlegging van de uit hoofde van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst aangepaste nationale wetgeving en neemt alle maatregelen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat de ontwikkeling van het recht van de Unie in zijn nationale recht wordt weerspiegeld, overeenkomstig artikel 418 van deze overeenkomst.

2.

De Unie brengt Georgië op de hoogte van alle definitieve voorstellen van de Commissie tot vaststelling of wijziging van wetgeving van de Unie die van belang zijn voor de uit hoofde van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst op Georgië rustende verplichtingen tot aanpassing van de wetgeving.

3.

Georgië brengt de Unie op de hoogte van maatregelen, met inbegrip van wetgevingsvoorstellen en administratieve praktijken, die van invloed kunnen zijn op de uitvoering van zijn verplichtingen uit hoofde van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst tot aanpassing van de wetgeving.

4.

Op verzoek bespreken de partijen de gevolgen van alle in de leden 2 en 3 bedoelde voorstellen of maatregelen voor de wetgeving van Georgië of voor de nakoming van de verplichtingen uit hoofde van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst.

5.

Indien Georgië, nadat een beoordeling op grond van artikel 273 van deze overeenkomst is verricht, zijn nationale wetgeving wijzigt teneinde rekening te houden met wijzigingen inzake de aanpassing van de wetgeving die zijn aangebracht in de hoofdstukken 3, 4, 5, 6 en 8 van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst, verricht de Unie op grond van artikel 273 van deze overeenkomst een nieuwe beoordeling. Indien Georgië enige andere maatregel neemt die van invloed zou kunnen zijn op de tenuitvoerlegging en de handhaving van de aangepaste nationale wetgeving, kan de Unie op grond van artikel 273 van deze overeenkomst een nieuwe beoordeling verrichten.

6.

Wanneer de omstandigheden dit vereisen, kunnen de bijzondere voordelen die door de Unie zijn toegekend op basis van een beoordeling dat de wetgeving van Georgië is aangepast aan de wetgeving van de Unie en doeltreffend ten uitvoer is gelegd en gehandhaafd, tijdelijk worden opgeschort, indien Georgië zijn nationale wetgeving niet aanpast teneinde rekening te houden met wijzigingen inzake de aanpassing van de wetgeving die zijn aangebracht in titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst, indien uit de in lid 5 van dit artikel bedoelde beoordeling blijkt dat de wetgeving van Georgië niet langer is aangepast aan de wetgeving van de Unie of indien de Associatieraad nalaat een besluit te nemen tot bijwerking van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst in overeenstemming met de ontwikkelingen van de wetgeving van de Unie.

7.

Indien de Unie voornemens is die voordelen op te schorten, stelt zij Georgië hiervan onverwijld in kennis. Georgië kan de aangelegenheid binnen drie maanden na de kennisgeving, met schriftelijke opgave van de redenen daarvoor, voorleggen aan het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, zoals bedoeld in artikel 408, lid 4, van deze overeenkomst. Het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken bespreekt de aangelegenheid binnen drie maanden nadat deze aan hem is voorgelegd. Indien de aangelegenheid niet aan het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken wordt voorgelegd of indien de aangelegenheid niet door dit comité kan worden opgelost binnen drie maanden nadat deze aan hem is voorgelegd, kan de Unie overgaan tot opschorting van de voordelen. De opschorting wordt onverwijld ingetrokken, wanneer het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken de aangelegenheid vervolgens oplost.

Artikel 275. Uitwisseling van informatie

De uitwisseling van informatie met betrekking tot de aanpassing uit hoofde van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst vindt plaats via de op grond van artikel 222, lid 1, van deze overeenkomst opgerichte contactpunten.

Artikel 276. Algemene bepaling
1.

Het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, zoals bedoeld in artikel 408, lid 4, van deze overeenkomst, stelt procedures vast ter vergemakkelijking van de beoordeling van de aanpassing van de wetgeving en ter waarborging van de doeltreffende uitwisseling van informatie betreffende de aanpassing, met inbegrip van de voor de beoordeling geldende termijnen alsmede de vorm, de inhoud en de taal van de uitgewisselde informatie.

2.

Elke verwijzing naar een specifieke handeling van de Unie in titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst bestrijkt de wijzigingen, supplementen en vervangende maatregelen die vóór 29 november 2013 zijn bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

3.

De bepalingen van de hoofdstukken 3, 4, 5, 6 en 8 van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst hebben in geval van strijdigheid voorrang boven de bepalingen van dit hoofdstuk.

4.

Er mag geen schending van de bepalingen van dit hoofdstuk worden aangevoerd in het kader van hoofdstuk 14 (Beslechting van geschillen) van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst.

TITEL V. ECONOMISCHE SAMENWERKING

HOOFDSTUK 1. ECONOMISCHE DIALOOG

Artikel 277
1.

De Europese Unie en Georgië vergemakkelijken het proces van economische hervormingen door het inzicht in de basiselementen van hun respectieve economieën en het formuleren en uitvoeren van economisch beleid te verbeteren.

2.

Georgië streeft ernaar een goed functionerende markteconomie tot stand te brengen en zijn economische en financiële regelgeving geleidelijk aan te passen aan die van de EU, met waarborgen voor gezond macro-economisch beleid.

Artikel 278

De partijen komen daartoe overeen een regelmatige economische dialoog te voeren om:

  • a. informatie uit te wisselen over macro-economische trends en beleid, evenals over structurele hervormingen, met inbegrip van strategieën voor economische ontwikkeling;
  • b. deskundigheid en optimale werkwijzen uit te wisselen op gebieden als overheidsfinanciën, monetair en wisselkoersbeleid, beleid in de financiële sector en economische statistieken;
  • c. informatie en ervaringen uit te wisselen over regionale economische integratie, met inbegrip van de werking van de Europese economische en monetaire unie;
  • d. de stand van zaken te bekijken van de bilaterale samenwerking op het gebied van economie, financiën en statistiek.

HOOFDSTUK 2. BEHEER VAN OVERHEIDSFINANCIËN EN FINANCIËLE CONTROLE

Artikel 279

De partijen werken samen op het gebied van de interne controle op overheidsfinanciën (PIFC) en externe audit, met de volgende doelstellingen:

  • a. het PIFC-systeem ontwikkelen en uitvoeren op basis van het beginsel van verantwoordingsplicht, met inbegrip van een functioneel onafhankelijke interne-auditfunctie in de hele overheidssector, door middel van harmonisering met algemeen aanvaarde internationlae normen en methoden en optimale EU-werkwijzen, op basis van het PIFC-beleidsdocument dat de Georgische regering heeft goedgekeurd;
  • b. in het PIFC-beleidsdocument bepalen of en onder welke voorwaarden een financieel-inspectiesysteem kan worden uitgevoerd, dat gebaseerd zal zijn op klachten en de interne auditfunctie zal aanvullen zonder deze te overlappen;
  • c. komen tot doeltreffende samenwerking tussen de actoren die worden bepaald in het PIFC-beleidsdocument voor een beter bestuur;
  • d. de centrale harmonisatie-eenheid van de PIFC ondersteunen en haar bevoegdheden versterken;
  • e. het overheidsbureau voor boekhoudkundige controle van Georgië verder versterken als hogere controle-instantie van Georgië wat betreft zijn onafhankelijkheid, organisationele en auditcapaciteit, financiële en personele middelen en tenuitvoerlegging van internationaal aanvaarde externe-auditnormen (INTOSAI) door de hogere controle-instelling; en
  • f. de uitwisseling van informatie, ervaringen en optimale werkwijzen, ook door de uitwisseling van personeel en gezamenlijke opleiding ter zake.

HOOFDSTUK 3. BELASTINGEN

Artikel 280

De partijen werken samen ter versterking van goed bestuur op fiscaal gebied, teneinde de economische betrekkingen, handel, investeringen en eerlijke concurrentie verder te verbeteren.

Artikel 281

Ten aanzien van artikel 280 van deze overeenkomst erkennen de partijen de beginselen van goed bestuur op fiscaal gebied, dat wil zeggen de beginselen van transparantie, uitwisseling van informatie en eerlijke belastingconcurrentie, zoals de lidstaten die op EU-niveau onderschrijven, en verbinden de partijen zich tot tenuitvoerlegging van deze beginselen. De partijen streven daartoe naar betere internationale samenwerking op fiscaal gebied, vergemakkelijking van het innen van legitieme belastingen en het opzetten van maatregelen voor de doelmatige uitvoering van deze beginselen, zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheden van de Europese Unie en de lidstaten.

Artikel 282

De partijen intensiveren en versterken tevens hun samenwerking bij de ontwikkeling van het belastingstelsel en de belastingdienst van Georgië, met inbegrip van de verbetering van de capaciteit voor belastinginning en -controle, de verzekering van doeltreffende belastinginning en de versterking van de strijd tegen belastingfraude en belastingontwijking. De partijen streven ernaar beter samen te werken en ervaringen uit te wisselen ter bestrijding van belastingfraude, in het bijzonder carrouselfraude.

Artikel 283

De partijen ontwikkelen hun samenwerking en harmoniseren hun beleid om fraude met en smokkel van accijnsproducten te voorkomen en te bestrijden. Deze samenwerking omvat onder meer de geleidelijke onderlinge aanpassing van de accijnstarieven voor tabaksproducten, waarbij zo veel mogelijk rekening wordt gehouden met de beperkingen die de regionale context met zich meebrengt, in overeenstemming met het kaderverdrag van de Wereldgezondheidsorganisatie inzake tabaksontmoediging. De partijen zullen hiertoe streven naar versterking van hun samenwerking in regionaal verband.

Artikel 284

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

Artikel 285

Georgië past zijn wetgeving aan die van de EU en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage XXII bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.

HOOFDSTUK 4. STATISTIEK

Artikel 286

De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking inzake statistieken en dragen zo bij tot hun langetermijndoelstelling tijdig internationaal vergelijkbare en betrouwbare statistische gegevens te verstrekken. Hun verwachting is dat een duurzaam, efficiënt en professioneel onafhankelijk nationaal statistisch stelsel informatie oplevert die relevant is voor burgers, bedrijven en besluitvormers in Georgië en in de EU en hen in staat stelt op basis hiervan gefundeerde besluiten te nemen. Het nationale statistische stelsel dient de grondbeginselen van de officiële statistiek van de Verenigde Naties te respecteren en rekening te houden met het acquis van de EU op statistisch gebied, waaronder de Praktijkcode Europese statistieken, teneinde het nationale statistische stelsel af te stemmen op de Europese normen.

Artikel 287

De samenwerking is gericht op:

  • a. verdere versterking van de capaciteit van het nationale stelsel voor statistiek, met nadruk op een gezonde wettelijke grondslag, de productie van adequate gegevens en metagegevens, verspreiding en gebruiksvriendelijkheid, rekening houdend met diverse gebruikersgroepen, in het bijzonder de openbare en particuliere sector, de academische wereld en andere gebruikers;
  • b. verdere aanpassing van het statistische stelsel van Georgië aan het Europees statistisch systeem;
  • c. verfijning van de gegevensverstrekking aan de EU, rekening houdend met de toepassing van de relevante internationale en Europese methodes, waaronder statistische indelingen;
  • d. verbetering van de professionele capaciteit en de beheerscapaciteit van de medewerkers van het nationale bureau voor de statistiek, om de toepassing van de Europese statistieknormen te vergemakkelijken en bij te dragen tot de ontwikkeling van het Georgische statistische stelsel;
  • e. uitwisseling tussen de partijen van ervaringen betreffende de ontwikkeling van statistische kennis, en
  • f. bevordering van integrale kwaliteitszorg voor alle statistische productieprocessen en de verspreiding van statistische gegevens.
Artikel 288

De partijen werken samen in het kader van het Europees statistisch systeem, waarbinnen Eurostat de Europese autoriteit voor de statistiek is. De samenwerking wordt onder meer op de volgende terreinen gericht:

  • a. macro-economische statistieken, met inbegrip van nationale rekeningen, statistieken in verband met buitenlandse handel, statistieken in verband met de betalingsbalans en statistieken in verband met buitenlandse rechtstreekse investeringen;
  • b. demografische statistieken, met inbegrip van tellingen en sociale statistieken;
  • c. landbouwstatistieken, met inbegrip van landbouwtellingen en milieustatistieken;
  • d. bedrijfsstatistieken, met inbegrip van handelsregisters en het gebruik van administratieve bronnen voor statistische doeleinden;
  • e. energiestatistieken, met inbegrip van energiebalansen;
  • f. regionale statistieken;
  • g. horizontale activiteiten, met inbegrip van statistische indelingen, kwaliteitsbeheer, opleiding, verspreiding en gebruik van moderne informatietechnologieën, en
  • h. andere relevante gebieden.
Artikel 289

De partijen wisselen onder meer informatie en deskundigheid uit en zien toe op de verdere ontwikkeling van hun samenwerking, waarbij zij rekening houden met de in het kader van de diverse bijstandsprogramma's reeds opgebouwde ervaring met de hervorming van het statistische stelsel. Zij richten hun inspanningen op de afstemming op het acquis van de EU op statistisch gebied, op basis van de nationale strategie voor de ontwikkeling van het Georgische statistische stelsel, waarbij zij rekening houden met de ontwikkeling van het Europees statistisch systeem. Bij de productie van statistische gegevens ligt de nadruk op de verdere ontwikkeling van steekproefenquêtes en het gebruik van administratieve gegevens, rekening houdend met de noodzaak om de belasting voor de respondenten te verminderen. De gegevens moeten relevant zijn voor de opzet en de monitoring van het beleid op sleutelgebieden van het sociale en economische leven.

Artikel 290

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd. Voor zover mogelijk moeten de activiteiten binnen het Europees statistisch systeem, met inbegrip van de opleiding, openstaan voor deelname van Georgië.

Artikel 291

De geleidelijke aanpassing van de Georgische wetgeving waar nodig aan het acquis van de EU op statistisch gebied verloopt in overeenstemming met het jaarlijks bijgewerkte compendium voor de statistiek, dat door de partijen als bijlage bij deze overeenkomst wordt beschouwd (bijlage XXIII).

TITEL VI. ANDER SAMENWERKINGSBELEID

HOOFDSTUK 1. VERVOER

Artikel 292

De partijen:

  • a. vergroten en versterken hun samenwerking op vervoersgebied, teneinde bij te dragen tot de ontwikkeling van duurzame vervoerssystemen;
  • b. bevorderen efficiënt, veilig en betrouwbaar vervoer, alsmede de intermodaliteit en de interoperabiliteit van de vervoerssystemen, en
  • c. streven naar verbetering van de belangrijkste vervoersverbindingen tussen hun grondgebieden.
Artikel 293

De samenwerking richt zich onder meer op de volgende gebieden:

  • a. ontwikkeling van een duurzaam nationaal vervoersbeleid dat alle vervoerswijzen bestrijkt, met name om de milieuvriendelijkheid, efficiëntie, veiligheid en betrouwbaarheid van de vervoerssystemen te waarborgen en de integratie van deze overwegingen met betrekking tot vervoer in andere beleidsgebieden te bevorderen;
  • b. ontwikkeling van sectorale strategieën in verband met het nationale vervoerbeleid, onder meer de wettelijke vereisten voor de modernisering van technische uitrusting en vervoersvloten om aan de strengste internationale normen te voldoen zoals die zijn bepaald in de bijlagen XXIV en XV-D bij deze overeenkomst, voor het vervoer over de weg, per spoor, door de lucht en over zee en het intermodale vervoer; dit omvat tevens tijdschema's en mijlpalen voor de tenuitvoerlegging, administratieve taken en financieringsplannen;
  • c. versterking van het infrastructuurbeleid, zodat infrastructuurprojecten voor de diverse vervoerswijzen kunnen worden geïdentificeerd en geëvalueerd;
  • d. uitwerking van financieringsbeleid voor onderhoud, capaciteitsknelpunten en ontbrekende infrastructuurverbindingen, en aansporing en bevordering van de deelname van de particuliere sector aan vervoersprojecten;
  • e. toetreding tot relevante internationale vervoersorganisaties en -overeenkomsten, met inbegrip van de procedures om de strikte tenuitvoerlegging en doeltreffende handhaving van internationale vervoersovereenkomsten en -verdragen te waarborgen;
  • f. wetenschappelijke en technische samenwerking en uitwisseling van informatie met het oog op de ontwikkeling en verbetering van vervoerstechnologieën zoals intelligente vervoerssystemen; en
  • g. bevordering van het gebruik van intelligente vervoerssystemen en informatietechnologie bij het beheer en het gebruik van alle relevante vervoerswijzen, alsmede ondersteuning van intermodaliteit en samenwerking bij het gebruik van ruimtesystemen en commerciële toepassingen ter vergemakkelijking van het vervoer.
Artikel 294
1.

Met de samenwerking wordt tevens gestreefd naar verbetering van het verkeer van personen en goederen en de doorstroming van het vervoer tussen Georgië, de EU en derde landen in de regio door administratieve en technische en andere belemmeringen weg te nemen, de vervoersnetwerken te verbeteren en de infrastructuur te moderniseren, met name van de belangrijkste verkeersnetwerken tussen de partijen. De samenwerking omvat maatregelen ter vergemakkelijking van grensoverschrijdend verkeer.

2.

De samenwerking omvat informatie-uitwisseling en gezamenlijke activiteiten:

  • a. op regionaal niveau, in het bijzonder met inachtneming en met integratie van de vooruitgang die bereikt is in het kader van diverse regionale regelingen voor vervoerssamenwerking, zoals het Vervoerspanel voor het oostelijk partnerschap, de Transportcorridor Europa-Kaukasus-Azië (TRACECA), het proces van Bakoe en andere vervoersinitiatieven;
  • b. op internationaal niveau, onder meer ten aanzien van internationale vervoersorganisaties en internationale overeenkomsten en verdragen die door de partijen zijn geratificeerd, en
  • c. in het kader van de verschillende vervoersagentschappen van de EU.
Artikel 295

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

Artikel 296

Georgië past zijn wetgeving aan die van de EU en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlagen XXIV en XV-D bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlagen.

HOOFDSTUK 2. SAMENWERKING INZAKE ENERGIE

Artikel 297

De samenwerking moet gebaseerd op de beginselen van partnerschap, wederzijds belang, transparantie en voorspelbaarheid, en is gericht op marktintegratie en convergentie van de regelgeving in de energiesector, rekening houdend met de noodzaak van toegang tot veilige, milieubewuste en betaalbare energie.

Artikel 298

De samenwerking moet zich onder meer richten op de volgende gebieden:

  • a. energiestrategieën en -beleid;
  • b. ontwikkeling van competitieve, transparante en efficiënte energiemarkten waardoor derden op niet-discriminerende wijze toegang krijgen tot netwerken en consumenten overeenkomstig de normen van de EU, met inbegrip van de ontwikkeling van relevante regelgeving, zoals vereist;
  • c. samenwerking over regionale energiekwesties en de mogelijke toetreding van Georgië tot het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap waar Georgië momenteel de status van waarnemer heeft;
  • d. de ontwikkeling van een aantrekkelijk en stabiel investeringsklimaat door het aanpakken van de institutionele, wettelijke, fiscale en andere voorwaarden;
  • e. energie-infrastructuur van gemeenschappelijk belang, om de energiebronnen, leveranciers en transportroutes op een economisch gezonde en milieuvriendelijke manier te diversifiëren;
  • f. de verbetering van de veiligheid van de energietoevoer, meer marktintegratie en geleidelijke aanpassing van de regelgeving aan de belangrijkste onderdelen van het EU-acquis;
  • g. de verbetering en versterking van stabiliteit op lange termijn en van veiligheid van energiehandel, -doorvoer en -transport en prijsbeleid, met inbegrip van een algemeen kostengebaseerd systeem voor de transmissie van energiebronnen op een wederzijds voordelige en niet-discriminerende wijze overeenkomstig de internationale voorschriften, met inbegrip van het Energiehandvestverdrag;
  • h. de stimulering van energie-efficiëntie en energiebesparingen op een economisch gezonde en milieuvriendelijke manier;
  • i. ontwikkeling en ondersteuning van hernieuwbare energie met het accent primair op waterkracht en stimulering van bilaterale en regionale integratie op dit gebied;
  • j. wetenschappelijke en technische samenwerking en uitwisseling van informatie voor de ontwikkeling en verbetering van technologieën voor de productie, het vervoer, de levering en het eindgebruik van energie, met bijzondere aandacht voor energie-efficiënte en milieuvriendelijke technologieën, en
  • k. samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid, beveiliging en stralingsbescherming, overeenkomstig de beginselen en normen van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA) en de relevante internationale verdragen en overeenkomsten die binnen het kader van de IAEA zijn gesloten, alsook overeenkomstig, waar van toepassing, het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap.
Artikel 299

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

Artikel 300

Georgië past zijn wetgeving aan die van de EU en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage XXV bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.

HOOFDSTUK 3. MILIEU

Artikel 301

De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking inzake milieuaangelegenheden en dragen zo bij tot de langetermijndoelstelling van duurzame ontwikkeling en een groenere economie. Verwacht wordt dat betere bescherming van het milieu voordelen zal bieden voor burgers en bedrijven in Georgië en in de EU, onder meer door verbetering van de volksgezondheid, behoud van natuurlijke hulpbronnen, grotere economische en milieuefficiëntie en moderne, schonere technologieën die bijdragen aan duurzamere productiepatronen. De partijen werken samen in hun beider belang op basis van gelijkheid en wederzijds voordeel, waarbij zij rekening houden met hun onderlinge afhankelijkheid op het gebied van milieubescherming en de multilaterale overeenkomsten op dat gebied.

Artikel 302
1.

De samenwerking is gericht op behoud, bescherming, verbetering en herstel van de kwaliteit van het milieu, bescherming van de menselijke gezondheid, duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen en bevordering van maatregelen op internationaal niveau voor het aanpakken van regionale of mondiale milieuproblemen, onder andere op het gebied van:

  • a. goed bestuur op milieugebied en horizontale kwesties, onder meer strategische planning, milieueffectbeoordeling en strategische effectbeoordeling, onderwijs en opleiding, systemen voor toezicht en milieu-informatie, inspectie en handhaving, milieu-aansprakelijkheid, bestrijding van milieumisdrijven, grensoverschrijdende samenwerking, publieke toegang tot milieu-informatie, besluitvormingsprocedures en doeltreffende administratieve en gerechtelijke herzieningsprocedures;
  • b. luchtkwaliteit;
  • c. waterkwaliteit en bronnenbeheer, met inbegrip van de beheersing van overstromingsrisico's, waterschaarste en droogten en het mariene milieu;
  • d. afvalbeheer;
  • e. natuurbescherming, met inbegrip van bosbouw en behoud van biodiversiteit;
  • f. industriële verontreiniging en industriële risico’s en
  • g. beheer van chemische stoffen.
2.

Samenwerking is ook gericht op de integratie van het milieu in andere beleidsdomeinen dan het milieubeleid.

Artikel 303

De partijen wisselen onder meer ervaring en deskundigheid uit; zij werken samen op bilateraal, regionaal – ook via de bestaande samenwerkingsstructuren in de zuidelijke Kaukasus – en internationaal niveau, in het bijzonder met betrekking tot de multilaterale milieuovereenkomsten die de partijen hebben geratificeerd, en werken waar nodig samen in het kader van de relevante agentschappen.

Artikel 304
1.

De samenwerking bestrijkt onder meer de volgende doelstellingen:

  • a. de ontwikkeling van een nationaal milieuactieplan met daarin de algemene nationale en sectorgebonden strategische oriëntaties voor het milieu in Georgië en institutionele en administratieve kwesties;
  • b. het bevorderen van de integratie van milieuzaken in andere beleidsterreinen en
  • c. het vaststellen van de personele en financiële middelen die nodig zijn.
2.

Het nationale milieuactieplan wordt regelmatig bijgewerkt en goedgekeurd in overeenstemming met de Georgische wetgeving.

Artikel 305

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

Artikel 306

Georgië past zijn wetgeving aan die van de EU en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage XXVI bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.

HOOFDSTUK 4. KLIMAATACTIE

Artikel 307

De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking voor de bestrijding van de klimaatverandering. De partijen werken samen in hun beider belang op basis van gelijkheid en wederzijds voordeel, waarbij zij rekening houden met hun onderlinge afhankelijkheid en de bilaterale en multilaterale overeenkomsten op dit gebied.

Artikel 308

Samenwerking beoogt de verzachting van en aanpassing aan de klimaatverandering, evenals het stimuleren van maatregelen op internationaal niveau, ook op de volgende gebieden:

  • a. matiging van de klimaatverandering;
  • b. aanpassing aan de klimaatverandering;
  • c. handel in koolstofemissierechten;
  • d. onderzoek, ontwikkeling, demonstratie, exploitatie en verspreiding van veilige en duurzame koolstofarme en aanpassingstechnologieën, en
  • e. geleidelijke opname van klimaataspecten in het sectorale beleid.
Artikel 309

De partijen wisselen onder meer ervaring en deskundigheid uit; voeren gezamenlijke onderzoeksactiviteiten uit en wisselen informatie over schone technologieën uit; voeren gezamenlijke activiteiten uit op regionaal en internationaal niveau, onder meer met betrekking tot multilaterale milieuovereenkomsten die door de partijen zijn geratificeerd en voeren, in voorkomend geval, gezamenlijke activiteiten uit in het kader van de betrokken instanties. De partijen schenken bijzondere aandacht aan grensoverschrijdende vraagstukken en regionale samenwerking.

Artikel 310

De samenwerking is gebaseerd op wederzijds belang en heeft onder meer betrekking op de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van:

  • a. een nationaal actieprogramma voor aanpassing (NAPA);
  • b. een ontwikkelingsstrategie met geringe emissies, met inbegrip van nationaal geschikte acties voor verzachtende acties;
  • c. maatregelen ter bevordering van technologie-overdracht op basis van een evaluatie van de technologiebehoeften;
  • d. maatregelen inzake de ozonlaag afbrekende stoffen en gefluoreerde broeikasgassen.
Artikel 311

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

Artikel 312

Georgië past zijn wetgeving aan die van de EU en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage XXVII bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.

HOOFDSTUK 5. INDUSTRIE- EN ONDERNEMINGSBELEID EN MIJNBOUW

Artikel 313

De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking inzake het industrie- en ondernemingsbeleid en verbeteren zo het ondernemingsklimaat voor alle marktdeelnemers, maar met bijzondere nadruk op het midden- en kleinbedrijf (mkb) zoals dat respectievelijk in de wetgeving van de EU en van Georgië wordt gedefinieerd. De versterkte samenwerking moet leiden tot een beter administratief en regelgevingsnetwerk voor Georgische en EU-bedrijven die in Georgië en in de EU actief zijn en moet gebaseerd zijn op het industriebeleid en het mkb-beleid van de EU, rekening houdend met internationaal erkende beginselen en praktijken op dit gebied.

Artikel 314

De partijen werken daartoe samen op de volgende terreinen:

  • a. uitvoering van beleid voor de ontwikkeling van het midden- en kleinbedrijf op basis van het Europees handvest voor kleine ondernemingen en toezicht op het uitvoeringsproces door een regelmatige dialoog. Microbedrijven en ambachtelijke bedrijven, die voor de economieën van de EU en Georgië uiterst belangrijk zijn, vormen een van de aandachtsgebieden van deze samenwerking;
  • b. totstandbrenging van betere randvoorwaarden voor vergroting van het concurrentievermogen door uitwisseling van informatie en optimale werkwijzen. Deze samenwerking omvat het beheer van structurele kwesties (herstructurering) als milieu en energie;
  • c. vereenvoudiging en rationalisering van de regelgeving en de praktijk op dat gebied, met specifieke aandacht voor de uitwisseling van optimale werkwijzen inzake regelgevingstechniek, ook wat de beginselen van de EU betreft;
  • d. aanmoediging van de ontwikkeling van een innovatiebeleid door middel van uitwisseling van informatie en optimale werkwijzen over de commercialisering van onderzoek en ontwikkeling (waaronder instrumenten ter ondersteuning van startende technologiebedrijven, ontwikkeling van clusters en toegang tot financiering);
  • e. aanmoediging van meer contacten tussen bedrijven in de EU en bedrijven in Georgië en tussen bedrijven en autoriteiten in de EU en in Georgië;
  • f. aanmoediging van activiteiten op het gebied van exportpromotie tussen de EU en Georgië;
  • g. waar nodig facilitering van de modernisering en herstructurering van bepaalde sectoren van het bedrijfsleven in de EU en Georgië;
  • h. ontwikkeling en versterking van de samenwerking in de mijnbouwsector, en de productie van grondstoffen, ter stimulering van het wederzijds begrip, een beter ondernemingsklimaat en informatieuitwisseling en samenwerking op het vlak van niet-energetische mijnbouw, met name metaalertsen en industriële mineralen. De uitwisseling van informatie heeft betrekking op ontwikkeling in de sector van de mijnbouw en de grondstoffen, de handel in grondstoffen, optimale werkwijzen voor de duurzame ontwikkeling van de mijnbouw en opleiding, vaardigheden en gezondheid en veiligheid.
Artikel 315

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd. Hierbij zullen ook vertegenwoordigers van het bedrijfsleven in de EU en in Georgië worden betrokken.

HOOFDSTUK 6. VENNOOTSCHAPSRECHT, BOEKHOUDING, BOEKHOUDKUNDIGE CONTROLE EN CORPORATE GOVERNANCE

Artikel 316

De partijen erkennen dat voor het tot stand brengen van een volwaardig functionerende markteconomie en voor het stimuleren van het handelsverkeer doeltreffende voorschriften en werkwijzen op het gebied van vennootschapsrecht en corporate governance en op het gebied van boekhouding en boekhoudkundige controle noodzakelijk zijn, en komen daartoe overeen samen te werken inzake:

  • a. de bescherming van aandeelhouders, crediteuren en andere belanghebbenden, overeenkomstig de EU-voorschriften op dit gebied;
  • b. de tenuitvoerlegging van de relevante internationale normen op nationaal niveau en de geleidelijke aanpassing aan de EU-voorschriften voor boekhouding en boekhoudkundige controle, en
  • c. de verdere ontwikkeling van het beleid voor corporate governance overeenkomstig de internationale normen, alsmede de geleidelijke aanpassing aan de EU-voorschriften en -aanbevelingen op dit gebied.
Artikel 317

De partijen streven ernaar informatie en expertise uit te wisselen over zowel de bestaande systemen als relevante nieuwe ontwikkelingen op dit gebied. Voorts streven de partijen naar een daadwerkelijke uitwisseling van informatie tussen de bedrijfsregisters van de EU-lidstaten en het nationale register van de bedrijven in Georgië.

Artikel 318

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

Artikel 319

Georgië past zijn wetgeving aan die van de EU en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage XXVIII bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.

HOOFDSTUK 7. FINANCIËLE DIENSTEN

Artikel 320

De partijen erkennen dat voor het tot stand brengen van een volwaardig functionerende markteconomie en voor het stimuleren van hun onderlinge handelsverkeer doeltreffende voorschriften en werkwijzen op het gebied van financiële diensten noodzakelijk zijn, en komen daartoe overeen samen te werken op het gebied van financiële diensten teneinde:

  • a. de aanpassing van de regelgeving voor financiële diensten aan de behoeften van een open markteconomie te ondersteunen;
  • b. toe te zien op passende en doeltreffende bescherming van investeerders en andere consumenten van financiële diensten;
  • c. de integriteit en de stabiliteit van het gehele Georgische financiële stelsel te verzekeren;
  • d. de samenwerking tussen de verschillende actoren van het financiële stelsel, waaronder regelgevende en toezichthoudende instanties, te bevorderen en

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)