Wijzigingsgeschiedenis
Wet van 9 maart 1962, op de Raad van State
34 versions
· 2022-05-01
2022-05-01
Wet op de Raad van State — arts. 22, 16
2020-07-01
Wet op de Raad van State — arts. 22, 27, 16 y 2 más
2020-01-01
Wet op de Raad van State
2019-01-01
Wet op de Raad van State — arts. 22, 27, 16 y 2 más
2016-01-18
Wet op de Raad van State — arts. 22, 27, 16 y 2 más
2014-11-29
Wet op de Raad van State — arts. 22, 27, 16 y 2 más
2013-01-01
Wet op de Raad van State — arts. 8, 10, 22 y 4 más
2012-01-01
Wet op de Raad van State — arts. 8, 10, 22 y 7 más
Wijzigingen op 2012-01-01
@@ -152,7 +152,7 @@
3. De staatsraden worden bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in overeenstemming met Onze Minister van Justitie voor het leven benoemd. Voor zover zij niet met rechtspraak worden belast, kunnen zij voor een bepaalde tijd van ten minste drie jaren worden benoemd. Vacatures worden in de Staatscourant gepubliceerd onder opgave van het profiel van de gezochte kandidaat of kandidaten. De Tweede Kamer der Staten-Generaal voert ten minste eenmaal per jaar overleg met de vice-president over de vacatures. Voor de benoeming doet de Raad een aanbeveling. De aanbeveling wordt gedaan gehoord de afdeling of afdelingen van de Raad waarvan de te benoemen staatsraad deel zal uitmaken.
4. De [artikelen 2, derde tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=I&afdeling=1&artikel=2&z=2011-02-23&g=2011-02-23), [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=I&afdeling=1&artikel=3&z=2011-02-23&g=2011-02-23), [4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=I&afdeling=1&artikel=4&z=2011-02-23&g=2011-02-23), [5, eerste lid, aanhef en onder d, en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=I&afdeling=1&artikel=5&z=2011-02-23&g=2011-02-23), en [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=I&afdeling=1&artikel=6&z=2011-02-23&g=2011-02-23) zijn op hen van overeenkomstige toepassing.
4. De [artikelen 2, derde tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=I&afdeling=1&artikel=2&z=2012-01-01&g=2012-01-01), [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=I&afdeling=1&artikel=3&z=2012-01-01&g=2012-01-01), [4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=I&afdeling=1&artikel=4&z=2012-01-01&g=2012-01-01), [5, eerste lid, aanhef en onder d, en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=I&afdeling=1&artikel=5&z=2012-01-01&g=2012-01-01), en [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=I&afdeling=1&artikel=6&z=2012-01-01&g=2012-01-01) zijn op hen van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 17
@@ -176,7 +176,7 @@
2. Een staatsraad in buitengewone dienst neemt slechts deel aan de werkzaamheden van de Raad of van een van zijn afdelingen, voorzover hij daartoe door de vice-president is opgeroepen.
3. De [artikelen 2, derde tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=I&afdeling=1&artikel=2&z=2011-02-23&g=2011-02-23), [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=I&afdeling=1&artikel=3&z=2011-02-23&g=2011-02-23), [4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=I&afdeling=1&artikel=4&z=2011-02-23&g=2011-02-23), [5, eerste lid, aanhef en onder d, en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=I&afdeling=1&artikel=5&z=2011-02-23&g=2011-02-23), [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=I&afdeling=1&artikel=6&z=2011-02-23&g=2011-02-23), [8, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=I&afdeling=2&artikel=8&z=2011-02-23&g=2011-02-23), en [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=I&afdeling=2&artikel=9&z=2011-02-23&g=2011-02-23) zijn van overeenkomstige toepassing.
3. De [artikelen 2, derde tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=I&afdeling=1&artikel=2&z=2012-01-01&g=2012-01-01), [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=I&afdeling=1&artikel=3&z=2012-01-01&g=2012-01-01), [4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=I&afdeling=1&artikel=4&z=2012-01-01&g=2012-01-01), [5, eerste lid, aanhef en onder d, en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=I&afdeling=1&artikel=5&z=2012-01-01&g=2012-01-01), [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=I&afdeling=1&artikel=6&z=2012-01-01&g=2012-01-01), [8, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=I&afdeling=2&artikel=8&z=2012-01-01&g=2012-01-01), en [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=I&afdeling=2&artikel=9&z=2012-01-01&g=2012-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 11
@@ -298,7 +298,7 @@
##### Artikel 22
In de gevallen, bedoeld in [artikel 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=17&z=2011-02-23&g=2011-02-23), wordt de aangelegenheid hetzij door Ons, op voordracht van Onze Minister wie het aangaat, hetzij door Onze Minister krachtens koninklijke machtiging, ter overweging aanhangig gemaakt.
In de gevallen, bedoeld in [artikel 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=17&z=2012-01-01&g=2012-01-01), wordt de aangelegenheid hetzij door Ons, op voordracht van Onze Minister wie het aangaat, hetzij door Onze Minister krachtens koninklijke machtiging, ter overweging aanhangig gemaakt.
##### Artikel 23
@@ -376,9 +376,9 @@
- a. adviezen van de Afdeling advisering, door Ons gevraagd,
- b. adviezen als bedoeld in [artikel 21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=21&z=2011-02-23&g=2011-02-23),
- c. voorlichting in aangelegenheden van wetgeving en bestuur als bedoeld in [artikel 21a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=21a&z=2011-02-23&g=2011-02-23).
- b. adviezen als bedoeld in [artikel 21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=21&z=2012-01-01&g=2012-01-01),
- c. voorlichting in aangelegenheden van wetgeving en bestuur als bedoeld in [artikel 21a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=21a&z=2012-01-01&g=2012-01-01).
2. Openbaarmaking van de adviezen, bedoeld in het eerste lid onder a, geschiedt tezamen met openbaarmaking van de aan de Afdeling advisering voorgelegde tekst en van het nader rapport aan Ons. Zij heeft plaats voor wat betreft
@@ -400,7 +400,7 @@
##### Artikel 27
1. De Tweede Kamer der Staten-Generaal en de Staten-Generaal in verenigde vergadering dragen zorg voor het openbaar maken van de adviezen van de Afdeling advisering, bedoeld in [artikel 18, eerste en tweede lid, onderscheidenlijk vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=18&z=2011-02-23&g=2011-02-23), alsmede voor een schriftelijke reactie op deze adviezen.
1. De Tweede Kamer der Staten-Generaal en de Staten-Generaal in verenigde vergadering dragen zorg voor het openbaar maken van de adviezen van de Afdeling advisering, bedoeld in [artikel 18, eerste en tweede lid, onderscheidenlijk vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=18&z=2012-01-01&g=2012-01-01), alsmede voor een schriftelijke reactie op deze adviezen.
2. Openbaarmaking van de adviezen geschiedt tezamen met openbaarmaking van de schriftelijke reactie.
@@ -506,7 +506,7 @@
2. De meervoudige kamers bestaan uit drie leden, van wie een als voorzitter optreedt.
3. Leden van de Afdeling bestuursrechtspraak die niet voldoen aan het vereiste, gesteld in [artikel 2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=I&afdeling=1&artikel=2&z=2011-02-23&g=2011-02-23), kunnen:
3. Leden van de Afdeling bestuursrechtspraak die niet voldoen aan het vereiste, gesteld in [artikel 2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=I&afdeling=1&artikel=2&z=2012-01-01&g=2012-01-01), kunnen:
- a. geen zitting hebben in een enkelvoudige kamer en
@@ -994,15 +994,15 @@
- b. de leden, de staatsraden en de staatsraden in buitengewone dienst die in de Afdeling advisering zijn benoemd.
3. De leden van het koninklijk huis, bedoeld in [artikel 1, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=I&afdeling=1&artikel=1&z=2011-02-23&g=2011-02-23), hebben zitting in de Afdeling advisering. Artikel 1, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
4. De vice-president is voorzitter van de Afdeling advisering. [Artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=I&afdeling=1&artikel=7&z=2011-02-23&g=2011-02-23) is van overeenkomstige toepassing.
3. De leden van het koninklijk huis, bedoeld in [artikel 1, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=I&afdeling=1&artikel=1&z=2012-01-01&g=2012-01-01), hebben zitting in de Afdeling advisering. Artikel 1, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
4. De vice-president is voorzitter van de Afdeling advisering. [Artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=I&afdeling=1&artikel=7&z=2012-01-01&g=2012-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 21a
1. De Afdeling advisering dient op verzoek Onze Ministers dan wel een van beide kamers der Staten-Generaal van voorlichting in aangelegenheden van wetgeving en bestuur.
2. Indien voorlichting wordt gegeven aan een van beide kamers der Staten-Generaal, draagt deze kamer zorg voor de openbaarmaking, bedoeld in [artikel 26, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=26&z=2011-02-23&g=2011-02-23).
2. Indien voorlichting wordt gegeven aan een van beide kamers der Staten-Generaal, draagt deze kamer zorg voor de openbaarmaking, bedoeld in [artikel 26, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=26&z=2012-01-01&g=2012-01-01).
### Afdeling 2. Overige bepalingen
@@ -1038,7 +1038,7 @@
- b. een ontwerp-besluit omtrent een geschil als bedoeld in [artikel 136 van de Grondwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001840&artikel=136), kan de Afdeling advisering belanghebbenden, getuigen, deskundigen en tolken oproepen om te worden gehoord.
2. [Artikel 45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=III&afdeling=2&artikel=45&z=2011-02-23&g=2011-02-23) en de [artikelen 8:24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:24), [8:25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:25), [8:27 tot en met 8:29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:27), [8:31 tot en met 8:36, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:31), [8:39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:39), [8:50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:50) en [8:61 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:61) zijn van overeenkomstige toepassing.
2. [Artikel 45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=III&afdeling=2&artikel=45&z=2012-01-01&g=2012-01-01) en de [artikelen 8:24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:24), [8:25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:25), [8:27 tot en met 8:29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:27), [8:31 tot en met 8:36, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:31), [8:39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:39), [8:50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:50) en [8:61 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:61) zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Een door Onze Minister wie het aangaat aangewezen ambtenaar kan bij de beraadslaging aanwezig zijn om inlichtingen te geven.
@@ -1056,13 +1056,13 @@
##### Artikel 30a
1. Bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister van Justitie in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt uit de leden van de afdeling bestuursrechtspraak die voldoen aan het vereiste, gesteld in [artikel 2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=I&afdeling=1&artikel=2&z=2011-02-23&g=2011-02-23), een voorzitter van de afdeling bestuursrechtspraak benoemd. Voor de benoeming doet de Raad een aanbeveling, de afdeling bestuursrechtspraak gehoord.
1. Bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister van Justitie in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt uit de leden van de afdeling bestuursrechtspraak die voldoen aan het vereiste, gesteld in [artikel 2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=I&afdeling=1&artikel=2&z=2012-01-01&g=2012-01-01), een voorzitter van de afdeling bestuursrechtspraak benoemd. Voor de benoeming doet de Raad een aanbeveling, de afdeling bestuursrechtspraak gehoord.
2. De benoeming geldt voor het leven. Zij kan slechts op verzoek van de voorzitter worden ingetrokken en vervalt in geval van ontslag als lid van de Raad.
3. De voorzitter kan worden vervangen door een ander lid van de Afdeling bestuursrechtspraak dat voldoet aan het vereiste, gesteld in [artikel 2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=I&afdeling=1&artikel=2&z=2011-02-23&g=2011-02-23).
4. De voorzitter is lid van de Raad van State, zo nodig in afwijking van [artikel 1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=I&afdeling=1&artikel=1&z=2011-02-23&g=2011-02-23).
3. De voorzitter kan worden vervangen door een ander lid van de Afdeling bestuursrechtspraak dat voldoet aan het vereiste, gesteld in [artikel 2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=I&afdeling=1&artikel=2&z=2012-01-01&g=2012-01-01).
4. De voorzitter is lid van de Raad van State, zo nodig in afwijking van [artikel 1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=I&afdeling=1&artikel=1&z=2012-01-01&g=2012-01-01).
5. De voorzitter regelt de werkzaamheden van de Afdeling bestuursrechtspraak.
@@ -1102,11 +1102,11 @@
2. Het griffierecht bedraagt:
- a. € 227 indien door een natuurlijke persoon hoger beroep is ingesteld, tenzij bij wet anders is bepaald, en
- b. € 454 indien anders dan door een natuurlijke persoon hoger beroep is ingesteld.
3. Indien het bestuursorgaan hoger beroep heeft ingesteld en de uitspraak van de rechtbank wordt in stand gelaten, wordt van het bestuursorgaan een griffierecht geheven van € 454.
- a. € 232 indien door een natuurlijke persoon hoger beroep is ingesteld, tenzij bij wet anders is bepaald, en
- b. € 466 indien anders dan door een natuurlijke persoon hoger beroep is ingesteld.
3. Indien het bestuursorgaan hoger beroep heeft ingesteld en de uitspraak van de rechtbank wordt in stand gelaten, wordt van het bestuursorgaan een griffierecht geheven van € 466.
4. De secretaris wijst de indiener van het beroepschrift op de verschuldigdheid van het griffierecht en deelt hem mee dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de dag van verzending van zijn mededeling dient te zijn bijgeschreven op de rekening van de secretarie dan wel ter secretarie dient te zijn gestort. Indien het bedrag niet binnen deze termijn is bijgeschreven of gestort, wordt het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
@@ -1118,9 +1118,9 @@
##### Artikel 52
1. Van de verzoeker om een voorlopige voorziening wordt door de secretaris een griffierecht geheven. [Artikel 51, eerste lid, tweede en derde volzin, tweede en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=III&afdeling=3&artikel=51&z=2011-02-23&g=2011-02-23), is van overeenkomstige toepassing.
2. [Artikel 51, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=III&afdeling=3&artikel=51&z=2011-02-23&g=2011-02-23), is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de termijn binnen welke de bijschrijving of storting van het verschuldigde bedrag dient plaats te vinden, twee weken bedraagt. De voorzitter kan een kortere termijn stellen.
1. Van de verzoeker om een voorlopige voorziening wordt door de secretaris een griffierecht geheven. [Artikel 51, eerste lid, tweede en derde volzin, tweede en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=III&afdeling=3&artikel=51&z=2012-01-01&g=2012-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
2. [Artikel 51, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=III&afdeling=3&artikel=51&z=2012-01-01&g=2012-01-01), is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de termijn binnen welke de bijschrijving of storting van het verschuldigde bedrag dient plaats te vinden, twee weken bedraagt. De voorzitter kan een kortere termijn stellen.
3. Indien het verzoek wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan, onderscheidenlijk de belanghebbende tot wie het bestreden besluit is gericht, aan de voorzitter schriftelijk heeft medegedeeld de uitvoering van het bestreden besluit hangende de procedure met betrekking tot de hoofdzaak op te schorten dan wel de gevraagde voorlopige maatregelen te zullen nemen, wordt het betaalde griffierecht door de secretaris terugbetaald. In de overige gevallen kan het bestuursorgaan, indien het verzoek wordt ingetrokken, het betaalde griffierecht geheel of gedeeltelijk vergoeden.
@@ -1152,7 +1152,7 @@
##### Artikel 56
In de gevallen, bedoeld in [artikel 55, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=III&afdeling=3&artikel=55&z=2011-02-23&g=2011-02-23), kan de Afdeling bestuursrechtspraak de zaak zonder terugwijzing afdoen, indien zij naar haar oordeel geen nadere behandeling door de rechtbank behoeft.
In de gevallen, bedoeld in [artikel 55, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&hoofdstuk=III&afdeling=3&artikel=55&z=2012-01-01&g=2012-01-01), kan de Afdeling bestuursrechtspraak de zaak zonder terugwijzing afdoen, indien zij naar haar oordeel geen nadere behandeling door de rechtbank behoeft.
##### Artikel 57
2011-02-23
Wet op de Raad van State — arts. 8, 10, 22 y 7 más
2011-01-01
Wet op de Raad van State — art. 26
2010-09-01
Wet op de Raad van State
2010-07-01
Wet op de Raad van State — art. 25
2010-02-01
Wet op de Raad van State — art. 25
2010-01-01
Wet op de Raad van State — art. 25
2009-07-01
Wet op de Raad van State — art. 25
2009-02-13
Wet op de Raad van State — art. 25
2009-02-01
Wet op de Raad van State — art. 25
2008-09-01
Wet op de Raad van State — art. 25
2008-02-01
Wet op de Raad van State — art. 25
2007-03-01
Wet op de Raad van State — art. 25
2007-02-01
Wet op de Raad van State — art. 25
2006-12-13
Wet op de Raad van State — art. 25
2006-02-01
Wet op de Raad van State — art. 25
2005-03-01
Wet op de Raad van State — art. 25
2005-02-09
Wet op de Raad van State — art. 25
2005-02-01
Wet op de Raad van State — art. 25
2005-01-01
Wet op de Raad van State — art. 25
2004-09-01
Wet op de Raad van State — art. 25
2004-05-01
Wet op de Raad van State — art. 25
2004-02-01
Wet op de Raad van State — art. 25
2003-02-01
Wet op de Raad van State — art. 25
2002-05-15
Wet op de Raad van State — art. 25
2002-04-01
Wet op de Raad van State — arts. 13, 22, 24 y 2 más
2002-04-01
Wet op de Raad van State
original version
Tekst op deze datum