Wijzigingsgeschiedenis
Wet van 4 juli 1985, houdende Wet op de erkende onderwijsinstellingen
10 versions
· 2022-08-01
2022-08-01
Wet op de erkende onderwijsinstellingen — art. 30
2021-07-01
Wet op de erkende onderwijsinstellingen — art. 30
2020-04-01
Wet op de erkende onderwijsinstellingen — art. 30
2017-07-01
Wet op de erkende onderwijsinstellingen — art. 30
2013-07-04
Wet op de erkende onderwijsinstellingen — art. 30
2004-09-01
Wet op de erkende onderwijsinstellingen — art. 30
2004-04-01
Wet op de erkende onderwijsinstellingen — art. 30
2004-02-13
Wet op de erkende onderwijsinstellingen — art. 30
2002-09-01
Wet op de erkende onderwijsinstellingen — art. 3
Wijzigingen op 2002-09-01
@@ -18,7 +18,7 @@
- c. "bevoegd gezag": de natuurlijke persoon van wie de instelling uitgaat dan wel het orgaan van de rechtspersoon dat bevoegd is terzake van de instelling rechtshandelingen te verrichten;
- d. "de inspectie": de inspectie bedoeld in [artikel 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821&titeldeel=V&artikel=22&z=1998-08-01&g=1998-08-01), voor zover belast met taken op het gebied van het onderwijs waarop deze wet van toepassing is;
- d. "de inspectie": de inspectie bedoeld in de [Wet op het onderwijstoezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800), voor zover belast met taken op het gebied van het onderwijs waarop deze wet van toepassing is;
- e. "schriftelijk onderwijs": onderwijs waarbij de communicatie tussen cursist en instelling zich geheel of in hoofdzaak voltrekt door geregelde uitwisseling van het gedrukte en geschreven woord al dan niet in combinatie met visuele, auditieve, audiovisuele of andere hulpmiddelen;
@@ -46,13 +46,13 @@
##### Artikel 3. Voorwaarden erkenning
Onze Minister erkent een instelling, indien zij voldoet aan de voorschriften van deze wet en van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in [artikel 9, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821&titeldeel=III&artikel=9&z=1998-08-01&g=1998-08-01). Daar waar de erkenning betrekking heeft op een instelling die mede landbouwonderwijs verzorgt, handelt Onze Minister in overeenstemming met de Minister van Landbouw en Visserij.
Onze Minister erkent een instelling, indien zij voldoet aan de voorschriften van deze wet en van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in [artikel 9, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821&titeldeel=III&artikel=9&z=2002-09-01&g=2002-09-01). Daar waar de erkenning betrekking heeft op een instelling die mede landbouwonderwijs verzorgt, handelt Onze Minister in overeenstemming met de Minister van Landbouw en Visserij.
##### Artikel 4. Verzoek om erkenning; gegevens
1. Een verzoek om erkenning wordt ingediend door het bevoegd gezag van de instelling.
2. Het verzoek gaat vergezeld van gegevens omtrent het aantal en de aard der cursussen en het aantal cursisten, alsmede van een opgave van auteurs en/of docenten onder vermelding van hun onderwijsbevoegdheid bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821&titeldeel=III&artikel=7&z=1998-08-01&g=1998-08-01), en een in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821&titeldeel=III&artikel=8&z=1998-08-01&g=1998-08-01) bedoelde verklaring omtrent het gedrag van de leden van de directie van de instelling, en voor zover de instelling eigen examens verzorgt en [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821&titeldeel=III&artikel=12&z=1998-08-01&g=1998-08-01) van toepassing is, de examenreglementen bedoeld in [artikel 12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821&titeldeel=III&artikel=12&z=1998-08-01&g=1998-08-01).
2. Het verzoek gaat vergezeld van gegevens omtrent het aantal en de aard der cursussen en het aantal cursisten, alsmede van een opgave van auteurs en/of docenten onder vermelding van hun onderwijsbevoegdheid bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821&titeldeel=III&artikel=7&z=2002-09-01&g=2002-09-01), en een in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821&titeldeel=III&artikel=8&z=2002-09-01&g=2002-09-01) bedoelde verklaring omtrent het gedrag van de leden van de directie van de instelling, en voor zover de instelling eigen examens verzorgt en [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821&titeldeel=III&artikel=12&z=2002-09-01&g=2002-09-01) van toepassing is, de examenreglementen bedoeld in [artikel 12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821&titeldeel=III&artikel=12&z=2002-09-01&g=2002-09-01).
3. Het bevoegd gezag van de te erkennen instelling is desgevraagd verplicht Onze Minister nadere inlichtingen te verstrekken.
@@ -60,7 +60,7 @@
##### Artikel 5. Beslissing op het verzoek
Na ontvangst van het verzoek om erkenning en de in [artikel 4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821&titeldeel=II&artikel=4&z=1998-08-01&g=1998-08-01), bedoelde bijlagen wordt binnen 1 jaar na ontvangst hiervan, daarop een beslissing genomen.
Na ontvangst van het verzoek om erkenning en de in [artikel 4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821&titeldeel=II&artikel=4&z=2002-09-01&g=2002-09-01), bedoelde bijlagen wordt binnen 1 jaar na ontvangst hiervan, daarop een beslissing genomen.
## Titel III. Voorwaarden voor de erkende instelling
@@ -232,25 +232,15 @@
##### Artikel 22. Opdracht tot toezicht, inspectie
Het toezicht op de erkende instellingen is opgedragen aan Onze Minister. Het wordt onder zijn gezag uitgeoefend door de inspectie van het onderwijs onder leiding van de inspecteur-generaal van het onderwijs.
Vervallen
##### Artikel 23. Taak inspectie
De inspectie is belast met:
- a. het bekend blijven met de toestand van het onderwijs waarop deze wet van toepassing is;
- b. het toezien op de naleving van deze wet en van haar uitvoeringsvoorschriften door de erkende instellingen;
- c. het desgevraagd of uit eigen beweging rapporteren aan Onze Minister over de toestand van het onderwijs waarop deze wet van toepassing is en het doen van voorstellen aan Onze Minister, die zij in het belang van dit onderwijs nodig acht;
- d. het bijdragen aan de ontwikkeling van het onderwijs waarop deze wet van toepassing is door overleg met het bevoegd gezag, het personeel en de cursisten van de erkende instellingen.
Vervallen
##### Artikel 24. Toegang en inlichting inspectie
1. De inspectie heeft, voorzover van belang in verband met de uitvoering van deze wet, steeds toegang tot de plaatsen waar de erkende instellingen kantoor houden en tot de plaatsen, waar de cursisten mondelinge lessen volgen of vanwege de instellingen worden geëxamineerd, met uitzondering van die plaatsen die tevens woningen zijn of alleen door een woning toegankelijk zijn.
2. Het bevoegd gezag van de erkende instellingen alsmede het personeel van die instellingen zijn gehouden de inspectie, voorzover van belang in verband met de uitvoering van deze wet, alle gevraagde inlichtingen te geven omtrent de instelling en het onderwijs alsmede inzage te verlenen in het lesmateriaal en de overige op het onderwijs betrekking hebbende bescheiden.
Vervallen
## Titel VI. Bijzondere bepalingen
@@ -264,7 +254,7 @@
##### Artikel 27. Overgangsbepaling inzake erkenning
In afwijking van het bepaalde in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821&titeldeel=II&artikel=5&z=1998-08-01&g=1998-08-01) geldt voor verzoeken die zijn ingediend binnen 1 jaar na de inwerkingtreding van de wet, dat binnen 2 jaar na inwerkingtreding van de wet een beslissing wordt genomen.
In afwijking van het bepaalde in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821&titeldeel=II&artikel=5&z=2002-09-01&g=2002-09-01) geldt voor verzoeken die zijn ingediend binnen 1 jaar na de inwerkingtreding van de wet, dat binnen 2 jaar na inwerkingtreding van de wet een beslissing wordt genomen.
##### Artikel 28. Intrekking Weiso
@@ -280,7 +270,7 @@
##### Artikel 30. Inwerkingtreding
1. Deze wet treedt in werking op een bij Koninklijk besluit te bepalen tijdstip, met dien verstande dat de[artikelen 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821&titeldeel=II&artikel=5&z=1998-08-01&g=1998-08-01) en [28, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821&titeldeel=VII&artikel=28&z=1998-08-01&g=1998-08-01), een jaar na dat tijdstip in werking treden.
1. Deze wet treedt in werking op een bij Koninklijk besluit te bepalen tijdstip, met dien verstande dat de[artikelen 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821&titeldeel=II&artikel=5&z=2002-09-01&g=2002-09-01) en [28, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821&titeldeel=VII&artikel=28&z=2002-09-01&g=2002-09-01), een jaar na dat tijdstip in werking treden.
2. Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
1998-08-01
Wet op de erkende onderwijsinstellingen
original version
Tekst op deze datum