Wijzigingsgeschiedenis

Wet van 4 juli 1985, houdende Wet op de erkende onderwijsinstellingen

10 versions · 2022-08-01
2022-08-01
Wet op de erkende onderwijsinstellingen — art. 30

Wijzigingen op 2022-08-01

@@ -34,25 +34,23 @@
1. Deze wet is van toepassing op het onderwijs dat niet volledig en rechtstreeks uit ’s Rijks kas wordt bekostigd, gericht op het afleggen van een van de volgende examens:
- a. een staatsexamen als bedoeld in [artikel 60 van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=60),
- b. een examen ter verkrijging van een diploma als bedoeld in [artikel 30 van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=30), en
- c. een examen als bedoeld in [artikel 115](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002595&artikel=115) dan wel [116 van de Overgangswet W.V.O.](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002595&artikel=116)
2. Deze wet is niet van toepassing op het onderwijs, aangewezen op grond van [artikel 56 van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=56), en op onderwijs verricht in het kader van contractactiviteiten in de zin van de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399).
- a. een staatsexamen als bedoeld in [artikel 2.72 van de Wet voortgezet onderwijs 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212&artikel=2.72), en
- b. een eindexamen als bedoeld in [artikel 2.51, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212&artikel=2.51).
2. Deze wet is niet van toepassing op het onderwijs, aangewezen op grond van [artikel 2.66](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212&artikel=2.66) of [artikel 2.71 van de Wet voortgezet onderwijs 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212&artikel=2.71), op onderwijs verricht in het kader van contractactiviteiten als bedoeld in [artikel 2.9, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212&artikel=2.9), en op het onderwijs in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
## Titel II. Erkenning
##### Artikel 3. Voorwaarden erkenning
Onze Minister erkent een instelling, indien zij voldoet aan de voorschriften van deze wet en van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in [artikel 9, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821&titeldeel=III&artikel=9&z=2021-07-01&g=2021-07-01).
Onze Minister erkent een instelling, indien zij voldoet aan de voorschriften van deze wet en van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in [artikel 9, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821&titeldeel=III&artikel=9&z=2022-08-01&g=2022-08-01).
##### Artikel 4. Aanvraag tot erkenning; gegevens
1. Een aanvraag tot erkenning wordt ingediend door het bevoegd gezag van de instelling.
2. De aanvraag gaat vergezeld van gegevens omtrent het aantal en de aard der cursussen en het aantal cursisten, alsmede van een opgave van auteurs en/of docenten onder vermelding van hun onderwijsbevoegdheid bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821&titeldeel=III&artikel=7&z=2021-07-01&g=2021-07-01), en een in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821&titeldeel=III&artikel=8&z=2021-07-01&g=2021-07-01) bedoelde verklaring omtrent het gedrag van de leden van de directie van de instelling, en voor zover de instelling eigen examens verzorgt en [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821&titeldeel=III&artikel=12&z=2021-07-01&g=2021-07-01) van toepassing is, de examenreglementen bedoeld in [artikel 12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821&titeldeel=III&artikel=12&z=2021-07-01&g=2021-07-01).
2. De aanvraag gaat vergezeld van gegevens omtrent het aantal en de aard der cursussen en het aantal cursisten, alsmede van een opgave van auteurs en/of docenten onder vermelding van hun onderwijsbevoegdheid bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821&titeldeel=III&artikel=7&z=2022-08-01&g=2022-08-01), en een in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821&titeldeel=III&artikel=8&z=2022-08-01&g=2022-08-01) bedoelde verklaring omtrent het gedrag van de leden van de directie van de instelling, en voor zover de instelling eigen examens verzorgt en [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821&titeldeel=III&artikel=12&z=2022-08-01&g=2022-08-01) van toepassing is, de examenreglementen bedoeld in [artikel 12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821&titeldeel=III&artikel=12&z=2022-08-01&g=2022-08-01).
3. Het bevoegd gezag van de te erkennen instelling is desgevraagd verplicht Onze Minister nadere inlichtingen te verstrekken.
@@ -60,7 +58,7 @@
##### Artikel 5. Beslissing op de aanvraag
Na ontvangst van de aanvraag tot erkenning en de in [artikel 4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821&titeldeel=II&artikel=4&z=2021-07-01&g=2021-07-01), bedoelde bijlagen wordt binnen 1 jaar na ontvangst hiervan, daarop een beslissing genomen.
Na ontvangst van de aanvraag tot erkenning en de in [artikel 4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821&titeldeel=II&artikel=4&z=2022-08-01&g=2022-08-01), bedoelde bijlagen wordt binnen 1 jaar na ontvangst hiervan, daarop een beslissing genomen.
## Titel III. Voorwaarden voor de erkende instelling
@@ -74,7 +72,7 @@
1. De auteurs en docenten zijn in het bezit van een bewijs dan wel verklaring van bekwaamheid, zoals die voor het desbetreffende vak voor het op grond van een onderwijswet uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs vereist zijn en indien er geen overeenkomstig op grond van een onderwijswet uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs is, een door Onze Minister aanvaard bewijs of aanvaarde verklaring van bekwaamheid.
2. Onder onderwijswet bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: de Kleuteronderwijswet (**Stb.** 1974, 564), de Lager-onderwijswet 1920 (**Stb.** 1974, 565), de [Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420), de [Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549), de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399), de [Experimentenwet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002718) (**Stb.** 1970, 370) en het Besluit buitengewoon onderwijs 1967 (**Stb.** 1978, 582).
2. Onder onderwijswet bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: de [Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420), de [Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549), de [Wet voortgezet onderwijs 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212) en de [Experimentenwet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002718).
3. Onze Minister kan goedkeuren dat wordt afgeweken van de in het eerste lid gestelde eis.
@@ -254,7 +252,7 @@
##### Artikel 27. Overgangsbepaling inzake erkenning
In afwijking van het bepaalde in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821&titeldeel=II&artikel=5&z=2021-07-01&g=2021-07-01) geldt voor verzoeken die zijn ingediend binnen 1 jaar na de inwerkingtreding van de wet, dat binnen 2 jaar na inwerkingtreding van de wet een beslissing wordt genomen.
In afwijking van het bepaalde in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821&titeldeel=II&artikel=5&z=2022-08-01&g=2022-08-01) geldt voor verzoeken die zijn ingediend binnen 1 jaar na de inwerkingtreding van de wet, dat binnen 2 jaar na inwerkingtreding van de wet een beslissing wordt genomen.
##### Artikel 28. Intrekking Weiso
@@ -270,7 +268,7 @@
##### Artikel 30. Inwerkingtreding
1. Deze wet treedt in werking op een bij Koninklijk besluit te bepalen tijdstip, met dien verstande dat de[artikelen 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821&titeldeel=II&artikel=5&z=2021-07-01&g=2021-07-01) en [28, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821&titeldeel=VII&artikel=28&z=2021-07-01&g=2021-07-01), een jaar na dat tijdstip in werking treden.
1. Deze wet treedt in werking op een bij Koninklijk besluit te bepalen tijdstip, met dien verstande dat de[artikelen 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821&titeldeel=II&artikel=5&z=2022-08-01&g=2022-08-01) en [28, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821&titeldeel=VII&artikel=28&z=2022-08-01&g=2022-08-01), een jaar na dat tijdstip in werking treden.
2. Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
2021-07-01
Wet op de erkende onderwijsinstellingen — art. 30
2020-04-01
Wet op de erkende onderwijsinstellingen — art. 30
2017-07-01
Wet op de erkende onderwijsinstellingen — art. 30
2013-07-04
Wet op de erkende onderwijsinstellingen — art. 30
2004-09-01
Wet op de erkende onderwijsinstellingen — art. 30
2004-04-01
Wet op de erkende onderwijsinstellingen — art. 30
2004-02-13
Wet op de erkende onderwijsinstellingen — art. 30
2002-09-01
Wet op de erkende onderwijsinstellingen — art. 3
1998-08-01
Wet op de erkende onderwijsinstellingen
original version Tekst op deze datum