Wijzigingsgeschiedenis

Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen

9 versions · 2020-04-17
2020-04-17
Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen — art. 7

Wijzigingen op 2020-04-17

@@ -20,9 +20,9 @@
- d. de Minister: de Minister van Justitie;
- e. kind: ten laste komend kind als bedoeld in de [Participatiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703);
- e. echtgenoot: de echtgenoot, geregistreerde partner of ongehuwde partner die met een ander samenwoont en een gezamenlijke huishouding voert;
- f. echtgenoot: echtgenoot als bedoeld in de [Participatiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703);
- f. alleenstaande ouder: de ongehuwde tot wiens huishouden een of meer kinderen behoren die hij verzorgt en opvoedt en die geen gezamenlijke huishouding voert met een ander;
- g. minderjarige vreemdeling: een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, die niet over de Nederlandse nationaliteit beschikt en niet op grond van enig wettelijk voorschrift als Nederlander moet worden behandeld;
@@ -40,17 +40,9 @@
- b. een hier te lande verblijvende getuige van mensenhandel die in verband met de aangifte van overtreding van [artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=273f) rechtmatig verblijf heeft op grond van [artikel 8, onder f of h van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) en ten aanzien van wie door de korpschef of de Immigratie- en Naturalisatiedienst aan het COA een schriftelijke verklaring als bedoeld in het tweede lid is afgegeven, vanaf het tijdstip waarop de verklaring tot het moment waarop het rechtmatig verblijf op grond van [artikel 8, onder f of h van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) is geëindigd.
- c. een hier te lande verblijvende vreemdeling, anders dan de vreemdeling die op grond van de [Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017959) of de [Regeling opvang asielzoekers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005366) voor opvang in aanmerking komt, die in het kader van gezinshereniging of gezinsvorming een aanvraag heeft ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in [artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=14) en ten aanzien van wie door de korpschef of de Immigratie- en Naturalisatiedienst aan het COA een schriftelijke verklaring als bedoeld in het tweede lid is afgegeven, vanaf het tijdstip waarop de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning, blijkens de verklaring is ingediend, tot het moment waarop het rechtmatig verblijf op grond van [artikel 8, onder f of h van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) is geëindigd.
- c. een hier te lande verblijvende vreemdeling, die in het kader van gezinshereniging of gezinsvorming een aanvraag heeft ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in [artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=14) en ten aanzien van wie door de korpschef of de Immigratie- en Naturalisatiedienst aan het COA een schriftelijke verklaring als bedoeld in het tweede lid is afgegeven, vanaf het tijdstip waarop de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning, blijkens de verklaring is ingediend, tot het moment waarop het rechtmatig verblijf op grond van [artikel 8, onder f of h van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) is geëindigd.
- d. een hier te lande verblijvende vreemdeling, niet zijnde een vreemdeling als bedoeld in onderdeel c:
- 1º. die geen rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in [artikel 8, onder a tot en met e, van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8);
- 2º. die voor 1 juli 1998 een aanvraag heeft ingediend voor een vergunning tot verblijf op grond van artikel 9 van de Vreemdelingenwet;
- 3º. die voorafgaand aan de onder 2° van dit onderdeel bedoelde aanvraag een aanvraag om toelating als vluchteling en een aanvraag voor een vergunning tot verblijf als bedoeld in artikel 15a, eerste lid respectievelijk artikel 9 van de Vreemdelingenwet heeft ingediend;
- 4º. aan wie niet met toepassing van de [Regeling opvang asielzoekers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005366) of de [Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017959), opvang wordt geboden, en wiens recht op bijstand op grond van de [Participatiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703) als gevolg van de [Koppelingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009511) is beëindigd, vanaf het moment waarop het recht op bijstand op grond van de [Participatiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703) als gevolg van de [Koppelingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009511) is beëindigd, gedurende de termijn waarin blijkens de schriftelijke verklaring van de korpschef of de Immigratie- en Naturalisatiedienst aan het COA, niet onherroepelijk op de onder 2° van dit onderdeel bedoelde aanvraag is beslist.
- d. een hier te lande verblijvende vreemdeling, aan wie een verblijfsvergunning is verleend in verband met het zijn van slachtoffer van mensenhandel, die de ouder of verzorger is van één of meer minderjarige, bij deze vreemdeling verblijvende kinderen, die rechtmatig verblijf hebben op grond van [artikel 8, onder f, g of h van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8), ten aanzien van wie door de Immigratie- en Naturalisatiedienst aan het COA een schriftelijke verklaring als bedoeld in het tweede lid is afgegeven, tot het moment waarop het rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, onder f, g of h van de Vreemdelingenwet 2000 is geëindigd;
- e. een samen met tenminste één ouder of verzorger hier te lande verblijvende minderjarige vreemdeling, niet zijnde een vreemdeling als bedoeld in onderdeel c, die geen aanspraak heeft op verstrekkingen op grond van enig ander wettelijk voorschrift en die blijkens een schriftelijke verklaring van de Immigratie- en Naturalisatiedienst aan het COA rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in [artikel 8, onder f, g, of h, van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8), vanaf het moment dat het rechtmatig verblijf, bedoeld in [artikel 8, onder f, g, of h, van de Vreemdelingenwet 2000,](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) is verkregen tot het moment waarop dit rechtmatig verblijf is geëindigd;
@@ -72,7 +64,7 @@
##### Artikel 2a
De regeling is uitsluitend van toepassing op de in [artikel 2, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2019-09-12&g=2019-09-12), bedoelde vreemdeling:
De regeling is uitsluitend van toepassing op de in [artikel 2, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2020-04-17&g=2020-04-17), bedoelde vreemdeling:
- a. die voldoet aan de vereisten voor het bezit van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf en
@@ -80,39 +72,39 @@
##### Artikel 3
1. Het voorzien in de noodzakelijke bestaansvoorwaarden voor vreemdelingen als bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met d en f tot en met h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2019-09-12&g=2019-09-12), houdt in het voorzien in de volgende verstrekkingen:
1. Het voorzien in de noodzakelijke bestaansvoorwaarden voor vreemdelingen als bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met d en f tot en met h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2020-04-17&g=2020-04-17), houdt in het voorzien in de volgende verstrekkingen:
- a. een financiële toelage;
- b. de dekking van de kosten van medische verstrekkingen overeenkomstig een daartoe door het COA te treffen ziektekostenregeling.
2. Het voorzien in de noodzakelijke bestaansvoorwaarden voor vreemdelingen als bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onder e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2019-09-12&g=2019-09-12), houdt in het verstrekken van een financiële toelage.
2. Het voorzien in de noodzakelijke bestaansvoorwaarden voor vreemdelingen als bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onder e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2020-04-17&g=2020-04-17), houdt in het verstrekken van een financiële toelage.
3. De in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2019-09-12&g=2019-09-12), bedoelde categorieën vreemdelingen wordt geen onderdak in een opvangcentrum als bedoeld in [artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006685&artikel=3), geboden.
3. De in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2020-04-17&g=2020-04-17), bedoelde categorieën vreemdelingen wordt geen onderdak in een opvangvoorziening als bedoeld in [artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de Wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006685&artikel=3), geboden.
4. De in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2020-04-17&g=2020-04-17), bedoelde categorieën vreemdelingen wordt geen financiële toelage of dekking van kosten van medische verstrekkingen geboden indien anderszins in de noodzakelijke bestaansvoorwaarden voor de vreemdeling wordt of is voorzien.
##### Artikel 4
In het kader van deze regeling worden de volgende categorieën vreemdelingen onderscheiden:
- a. de vreemdeling, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel a, b, d, f, g of h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2019-09-12&g=2019-09-12);
- a. de vreemdeling, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel a, b, d, f, g of h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2020-04-17&g=2020-04-17);
- b. de vreemdeling, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2019-09-12&g=2019-09-12), die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend met het oog op gezinshereniging of -vorming met een in Nederland verblijvende echtgenoot tot wiens huishouden geen kinderen behoren;
- b. de vreemdeling, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2020-04-17&g=2020-04-17), die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend met het oog op gezinshereniging of -vorming met een in Nederland verblijvende echtgenoot tot wiens huishouden geen kinderen behoren;
- c. de vreemdeling, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2019-09-12&g=2019-09-12), die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend met het oog op gezinshereniging of -vorming met een in Nederland verblijvende echtgenoot tot wiens huishouden reeds één of meer kinderen behoren;
- c. de vreemdeling, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2020-04-17&g=2020-04-17), die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend met het oog op gezinshereniging of -vorming met een in Nederland verblijvende echtgenoot tot wiens huishouden reeds één of meer kinderen behoren;
- d. de vreemdeling, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2019-09-12&g=2019-09-12), die voor zichzelf en één of meer kinderen een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend met het oog op gezinshereniging of -vorming met een in Nederland verblijvende echtgenoot tot wiens huishouden geen kinderen behoren;
- d. de vreemdeling, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2020-04-17&g=2020-04-17), die voor zichzelf en één of meer kinderen een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend met het oog op gezinshereniging of -vorming met een in Nederland verblijvende echtgenoot tot wiens huishouden geen kinderen behoren;
- e. de vreemdeling, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2019-09-12&g=2019-09-12), die voor zichzelf en één of meer kinderen een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend met het oog op gezinshereniging of -vorming met een in Nederland verblijvende echtgenoot tot wiens huishouden reeds één of meer kinderen behoren;
- e. de vreemdeling, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2020-04-17&g=2020-04-17), die voor zichzelf en één of meer kinderen een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend met het oog op gezinshereniging of -vorming met een in Nederland verblijvende echtgenoot tot wiens huishouden reeds één of meer kinderen behoren;
- f. de vreemdeling, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2019-09-12&g=2019-09-12), jonger dan 18 jaar, die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend met het oog op gezinshereniging met een in Nederland verblijvende ouder of bloedverwant tot wiens huishouden geen kinderen behoren;
- f. de vreemdeling, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2020-04-17&g=2020-04-17), jonger dan 18 jaar, die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend met het oog op gezinshereniging met een in Nederland verblijvende ouder of bloedverwant tot wiens huishouden geen kinderen behoren;
- g. de vreemdeling, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2019-09-12&g=2019-09-12), jonger dan 18 jaar, die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend met het oog op gezinshereniging met een in Nederland verblijvende ouder of bloedverwant tot wiens huishouden reeds één of meer kinderen behoren;
- g. de vreemdeling, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2020-04-17&g=2020-04-17), jonger dan 18 jaar, die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend met het oog op gezinshereniging met een in Nederland verblijvende ouder of bloedverwant tot wiens huishouden reeds één of meer kinderen behoren;
- h. de vreemdelingen, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2019-09-12&g=2019-09-12), in de leeftijd van 18 tot en met 20 jaar, die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend met het oog op gezinshereniging met een bloedverwant in de eerste graad;
- h. de vreemdelingen, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2020-04-17&g=2020-04-17), in de leeftijd van 18 tot en met 20 jaar, die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend met het oog op gezinshereniging met een bloedverwant in de eerste graad;
- i. de vreemdeling, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2019-09-12&g=2019-09-12), in de leeftijd van 21 of 22 jaar, die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend met het oog op gezinshereniging met een bloedverwant in de eerste graad;
- j. de vreemdeling, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2019-09-12&g=2019-09-12), in de leeftijd van 23 jaar of ouder die aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend met het oog op gezinshereniging met een bloedverwant in de eerste graad.
- i. de vreemdeling, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2020-04-17&g=2020-04-17), in de leeftijd van 21 jaar of ouder, die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend met het oog op gezinshereniging met een bloedverwant in de eerste graad.
##### Artikel 5
@@ -124,37 +116,41 @@
##### Artikel 6
1. De berekeningsbasis is het bedrag, bedoeld in [artikel 21, onder c, van de Participatiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=21).
1. De berekeningsbasis is het bedrag, bedoeld in [artikel 21, onder b, van de Participatiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=21).
2. De financiële toelage bedraagt:
- a. voor de vreemdeling, bedoeld in [artikel 4, onder a of j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=4&z=2019-09-12&g=2019-09-12): 70 procent van de berekeningsbasis, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen;
- a. voor de vreemdeling, bedoeld in [artikel 4, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=4&z=2020-04-17&g=2020-04-17):
- b. voor de vreemdeling, bedoeld in [artikel 4 onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=4&z=2019-09-12&g=2019-09-12): 100 procent van de berekeningsbasis, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen;
- 1°. 70% van de berekeningsbasis, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen, tenzij het betreft twee echtgenoten die beiden vreemdeling als bedoeld in [artikel 4, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=4&z=2020-04-17&g=2020-04-17) zijn, in welk geval de echtgenoten ieder 50% van de berekeningsbasis toekomt, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen;
- c. voor de vreemdeling, bedoeld in [artikel 4 onder c of e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=4&z=2019-09-12&g=2019-09-12): 100 procent van de berekeningsbasis, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen, met een maximum van 10 procent van de berekeningsbasis;
- 2°. 90% van de berekeningsbasis, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen, indien deze vreemdeling een alleenstaande ouder is;
- d. voor de vreemdeling, bedoeld in [artikel 4 onder d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=4&z=2019-09-12&g=2019-09-12): 100 procent van de berekeningsbasis, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen, met een maximum van 30 procent van de berekeningsbasis;
- b. voor de vreemdeling, bedoeld in [artikel 4 onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=4&z=2020-04-17&g=2020-04-17): 100 procent van de berekeningsbasis, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen;
- e. voor de vreemdeling, bedoeld in [artikel 4 onder f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=4&z=2019-09-12&g=2019-09-12): 90 procent van de berekeningsbasis, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen, met een maximum van 20 procent van de berekeningsbasis;
- c. voor de vreemdeling, bedoeld in [artikel 4, onder c, d of e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=4&z=2020-04-17&g=2020-04-17): 100 procent van de berekeningsbasis, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen, met een maximum van 30% van de berekeningsbasis;
- f. voor de vreemdeling, bedoeld in [artikel 4 onder g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=4&z=2019-09-12&g=2019-09-12): 0 procent van de berekeningsbasis.
- d. voor het kind of de kinderen van de vreemdeling, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onder d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2020-04-17&g=2020-04-17): 20% van de berekeningsbasis, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen;
- g. voor de vreemdeling bedoeld in [artikel 4, onder h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=4&z=2019-09-12&g=2019-09-12): 17,5 procent van de berekeningsbasis, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen;
- e. voor de vreemdeling, bedoeld in [artikel 4 onder f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=4&z=2020-04-17&g=2020-04-17): 90 procent van de berekeningsbasis, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen, met een maximum van 20 procent van de berekeningsbasis;
- h. voor de vreemdeling, bedoeld in [artikel 4, onder i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=4&z=2019-09-12&g=2019-09-12): 50 procent van de berekeningsbasis, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen;
- f. voor de vreemdeling, bedoeld in [artikel 4 onder g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=4&z=2020-04-17&g=2020-04-17): 0 procent van de berekeningsbasis;
- i. voor de vreemdeling, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onder e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2019-09-12&g=2019-09-12): het bedrag, bedoeld in [artikel 20, eerste lid, onder a, van de Participatiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=20), verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen.
- g. voor de vreemdeling bedoeld in [artikel 4, onder h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=4&z=2020-04-17&g=2020-04-17): het bedrag, bedoeld in [artikel 20, eerste lid, onder a, van de Participatiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=20), verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen;
- h. voor de vreemdeling, bedoeld in [artikel 4, onder i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=4&z=2020-04-17&g=2020-04-17): 50 procent van de berekeningsbasis, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen, tenzij het betreft een alleenstaande ouder die gezinshereniging beoogt met een Nederlands kind, in welk geval aan de alleenstaande ouder 70% van de berekeningsbasis toekomt, verminderd met het in aanmerking te nemen vermogen;
- i. voor de vreemdeling, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onder e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2020-04-17&g=2020-04-17): het bedrag, bedoeld in [artikel 20, eerste lid, onder a, van de Participatiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=20), verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen.
##### Artikel 7
1. Het treffen van een ziektekostenregeling als bedoeld in [artikel 3, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=3&z=2019-09-12&g=2019-09-12), houdt in het afsluiten van een ziektekostencontract ter dekking van de kosten van het door de Minister vastgestelde pakket medische verstrekkingen.
1. Het treffen van een ziektekostenregeling als bedoeld in [artikel 3, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=3&z=2020-04-17&g=2020-04-17), houdt in het afsluiten van een ziektekostencontract ter dekking van de kosten van het door de Minister vastgestelde pakket medische verstrekkingen.
2. In de verstrekking als bedoeld in [artikel 3, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=3&z=2019-09-12&g=2019-09-12), wordt ten behoeve van de vreemdeling uitsluitend voorzien indien een toelage als bedoeld in [artikel 3, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=3&z=2019-09-12&g=2019-09-12) wordt toegekend.
2. In de verstrekking als bedoeld in [artikel 3, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=3&z=2020-04-17&g=2020-04-17), wordt ten behoeve van de vreemdeling uitsluitend voorzien indien een toelage als bedoeld in [artikel 3, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=3&z=2020-04-17&g=2020-04-17) wordt toegekend.
##### Artikel 8
1. Op het in aanmerking te nemen inkomen en vermogen zijn de [artikelen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=3&z=2019-09-12&g=2019-09-12) en [4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=4&z=2019-09-12&g=2019-09-12), in verbinding met de [artikelen 31 tot en met 34 van de Participatiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=31) van overeenkomstige toepassing.
1. Op het in aanmerking te nemen inkomen en vermogen zijn de [artikelen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=3&z=2020-04-17&g=2020-04-17) en [4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=4&z=2020-04-17&g=2020-04-17), in verbinding met de [artikelen 31 tot en met 34 van de Participatiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=31) van overeenkomstige toepassing.
2. Tot het in aanmerking te nemen inkomen wordt tevens gerekend het recht op algemene bijstand op grond van de [Participatiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703).
@@ -176,7 +172,7 @@
7. De toelage wordt maandelijks vastgesteld over dat deel van de kalendermaand waarover recht op de toelage bestaat.
8. De financiële toelage, bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=3&z=2019-09-12&g=2019-09-12), wordt niet toegekend over de periode voorafgaand aan 1 januari 2007.
8. De financiële toelage, bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=3&z=2020-04-17&g=2020-04-17), wordt niet toegekend over de periode voorafgaand aan 1 januari 2007.
##### Artikel 10
2019-09-12
Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen — art. 7
2019-04-03
Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen — arts. 7, 7
2015-01-01
Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen — art. 7
2011-01-01
Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen — art. 7
2009-06-21
Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen — art. 7
2007-10-01
Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen — art. 7
2007-01-01
Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen — art. 7
2002-01-01
Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen — versión
original version Tekst op deze datum