Wijzigingsgeschiedenis
Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen
9 versions
· 2020-04-17
2020-04-17
Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen — art. 7
2019-09-12
Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen — art. 7
2019-04-03
Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen — arts. 7, 7
2015-01-01
Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen — art. 7
2011-01-01
Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen — art. 7
2009-06-21
Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen — art. 7
2007-10-01
Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen — art. 7
2007-01-01
Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen — art. 7
Wijzigingen op 2007-01-01
@@ -12,15 +12,33 @@
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a. de Wet: de [Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006685);
- b. de Koppelingswet: de Wet van 26 maart 1998 tot wijziging van de Vreemdelingenwet en enige andere wetten teneinde de aanspraak van vreemdelingen jegens bestuursorganen op verstrekkingen, voorzieningen, uitkeringen, ontheffingen en vergunningen te koppelen aan het rechtmatig verblijf van de vreemdeling in Nederland.
- c. het orgaan: het Centraal Orgaan opvang asielzoekers;
- d. de Minister: de Minister van Justitie;
- e. kind: ten laste komend kind als bedoeld in de [Wet werk en bijstand](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703);
- f. echtgenoot: echtgenoot als bedoeld in de [Wet werk en bijstand](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703);
- g. minderjarige vreemdeling: een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, die niet over de Nederlandse nationaliteit beschikt en niet op grond van enig wettelijk voorschrift als Nederlander moet worden behandeld;
- h. verzorger: een persoon, niet zijnde de ouder, die de minderjarige verzorgt en opvoedt als behoort deze tot het gezin;
- i. wettelijke vertegenwoordiger: de persoon die het gezag over de minderjarige heeft.
##### Artikel 2
1. Het orgaan is belast met het voorzien in de noodzakelijke bestaansvoorwaarden voor de volgende categorieën vreemdelingen gedurende de daarbij aangegeven termijn:
- a. de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in [artikel 8, onder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=8&z=2002-01-01&g=2002-01-01) k van de [Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), of in aansluiting daarop op grond van artikel f of h van de Vreemdelingenwet 2000 en ten aanzien van wie door de korpschef aan het orgaan een schriftelijke verklaring als bedoeld in het tweede lid is afgegeven, vanaf het tijdstip waarop de verklaring is afgegeven tot het moment waarop het rechtmatig verblijf op grond van [artikel 8, onder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=8&z=2002-01-01&g=2002-01-01) k, f of h van de [Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) is geëindigd.
- a. de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in [artikel 8, onder k van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8), of in aansluiting daarop op grond van [artikel f of h van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) en ten aanzien van wie door de korpschef of de Immigratie- en Naturalisatiedienst aan het orgaan een schriftelijke verklaring als bedoeld in het tweede lid is afgegeven, vanaf het tijdstip waarop de verklaring is afgegeven tot het moment waarop het rechtmatig verblijf op grond van [artikel 8, onder k, f of h van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) is geëindigd.
- b. een hier te lande blijvende vreemdeling die in verband met de aangifte van overtreding van [artikel 250a van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=250a) rechtmatig verblijf heeft op grond van [artikel 8, onder f of h van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) en ten aanzien van wie door de korpschef aan het orgaan een schriftelijke verklaring als bedoeld in het tweede lid is afgegeven, vanaf het tijdstip waarop de verklaring tot het moment waarop het rechtmatig verblijf op grond van [artikel 8, onder f of h van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) is geëindigd.
- b. een hier te lande blijvende vreemdeling die in verband met de aangifte van overtreding van [artikel 250a van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=250a) rechtmatig verblijf heeft op grond van [artikel 8, onder f of h van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) en ten aanzien van wie door de korpschef of de Immigratie- en Naturalisatiedienst aan het orgaan een schriftelijke verklaring als bedoeld in het tweede lid is afgegeven, vanaf het tijdstip waarop de verklaring tot het moment waarop het rechtmatig verblijf op grond van [artikel 8, onder f of h van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) is geëindigd.
- c. een hier te lande verblijvende vreemdeling, anders dan de vreemdeling die op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 1997 of de Regeling opvang asielzoekers voor opvang in aanmerking komt, die in het kader van gezinshereniging of gezinsvorming een aanvraag heeft ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in [artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=14) en ten aanzien van wie door de korpschef aan het orgaan een schriftelijke verklaring als bedoeld in het tweede lid is afgegeven, vanaf het tijdstip waarop de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning, blijkens de verklaring is ingediend, tot het moment waarop het rechtmatig verblijf op grond van [artikel 8, onder f of h van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) is geëindigd.
- c. een hier te lande verblijvende vreemdeling, anders dan de vreemdeling die op grond van de [Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017959) of de [Regeling opvang asielzoekers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005366) voor opvang in aanmerking komt, die in het kader van gezinshereniging of gezinsvorming een aanvraag heeft ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in [artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=14) en ten aanzien van wie door de korpschef of de Immigratie- en Naturalisatiedienst aan het orgaan een schriftelijke verklaring als bedoeld in het tweede lid is afgegeven, vanaf het tijdstip waarop de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning, blijkens de verklaring is ingediend, tot het moment waarop het rechtmatig verblijf op grond van [artikel 8, onder f of h van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) is geëindigd.
- d. een hier te lande verblijvende vreemdeling, niet zijnde een vreemdeling als bedoeld in onderdeel c:
@@ -30,17 +48,15 @@
- 3º. die voorafgaand aan de onder 2° van dit onderdeel bedoelde aanvraag een aanvraag om toelating als vluchteling en een aanvraag voor een vergunning tot verblijf als bedoeld in artikel 15a, eerste lid respectievelijk artikel 9 van de Vreemdelingenwet heeft ingediend;
- 4º. aan wie niet met toepassing van de Regeling opvang asielzoekers of de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 1997, opvang wordt geboden, en wiens recht op bijstand op grond van de [Algemene bijstandswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007333) als gevolg van de [Koppelingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009511) is beëindigd, vanaf het moment waarop het recht op bijstand op grond van de [Algemene bijstandswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007333) als gevolg van de [Koppelingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009511) is beëindigd, gedurende de termijn waarin blijkens de schriftelijke verklaring van de korpschef aan het orgaan, niet onherroepelijk op de onder 2° van dit onderdeel bedoelde aanvraag is beslist.
- 4º. aan wie niet met toepassing van de [Regeling opvang asielzoekers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005366) of de [Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017959), opvang wordt geboden, en wiens recht op bijstand op grond van de [Wet werk en bijstand](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703) als gevolg van de [Koppelingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009511) is beëindigd, vanaf het moment waarop het recht op bijstand op grond van de [Wet werk en bijstand](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703) als gevolg van de [Koppelingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009511) is beëindigd, gedurende de termijn waarin blijkens de schriftelijke verklaring van de korpschef of de Immigratie- en Naturalisatiedienst aan het orgaan, niet onherroepelijk op de onder 2° van dit onderdeel bedoelde aanvraag is beslist.
2. De schriftelijke verklaring, bedoeld in het eerste lid, houdt in dat de vreemdeling:
- e. een samen met tenminste één ouder of verzorger hier te lande verblijvende minderjarige vreemdeling, niet zijnde een vreemdeling als bedoeld in onderdeel c, die geen aanspraak heeft op verstrekkingen op grond van enig ander wettelijk voorschrift en die blijkens een schriftelijke verklaring van de Immigratie- en Naturalisatiedienst aan het orgaan rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in [artikel 8, onder f, g, of h, van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8), vanaf het moment dat het rechtmatig verblijf, bedoeld in [artikel 8, onder f, g, of h, van de Vreemdelingenwet 2000,](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) is verkregen tot het moment waarop dit rechtmatig verblijf is geëindigd.
- a. zich overeenkomstig [Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) bij de korpschef tijdig heeft gemeld;
- b. behoort tot een van de in het eerste lid bedoelde categorieën vreemdelingen.
2. De schriftelijke verklaring, bedoeld in het eerste lid, houdt in dat de vreemdeling behoort tot één van de in het eerste lid bedoelde categorieën vreemdelingen.
##### Artikel 2a
De regeling is uitsluitend van toepassing op de in [artikel 2, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2002-01-01&g=2002-01-01), bedoelde vreemdeling:
De regeling is uitsluitend van toepassing op de in [artikel 2, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2007-01-01&g=2007-01-01), bedoelde vreemdeling:
- a. die voldoet aan de vereisten voor het bezit van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf en
@@ -48,37 +64,39 @@
##### Artikel 3
1. Het voorzien in de noodzakelijke bestaansvoorwaarden voor vreemdelingen als bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel a, b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2002-01-01&g=2002-01-01), houdt in het voorzien in de volgende verstrekkingen:
1. Het voorzien in de noodzakelijke bestaansvoorwaarden voor vreemdelingen als bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel a, b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2007-01-01&g=2007-01-01), houdt in het voorzien in de volgende verstrekkingen:
- a. een financiële toelage;
- b. de dekking van de kosten van medische verstrekkingen overeenkomstig een daartoe door het orgaan te treffen ziektekostenregeling.
2. De in [artikel 2, eerste lid, onderdeel a, b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2002-01-01&g=2002-01-01), bedoelde categorieën vreemdelingen wordt geen onderdak in een opvangcentrum als bedoeld in [artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006685&artikel=3), geboden.
2. Het voorzien in de noodzakelijke bestaansvoorwaarden voor vreemdelingen als bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onder e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2007-01-01&g=2007-01-01), houdt in het verstrekken van een financiële toelage.
3. De in [artikel 2, eerste lid, onderdeel a, b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2007-01-01&g=2007-01-01), bedoelde categorieën vreemdelingen wordt geen onderdak in een opvangcentrum als bedoeld in [artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006685&artikel=3), geboden.
##### Artikel 4
In het kader van deze regeling worden de volgende categorieën vreemdelingen onderscheiden:
- a. de vreemdeling, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel a of b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2002-01-01&g=2002-01-01);
- a. de vreemdeling, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel a of b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2007-01-01&g=2007-01-01);
- b. de vreemdeling, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2002-01-01&g=2002-01-01), die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend met het oog op gezinshereniging of -vorming met een in Nederland verblijvende echtgenoot tot wiens huishouden geen kinderen behoren;
- b. de vreemdeling, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2007-01-01&g=2007-01-01), die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend met het oog op gezinshereniging of -vorming met een in Nederland verblijvende echtgenoot tot wiens huishouden geen kinderen behoren;
- c. de vreemdeling, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2002-01-01&g=2002-01-01), die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend met het oog op gezinshereniging of -vorming met een in Nederland verblijvende echtgenoot tot wiens huishouden reeds één of meer kinderen behoren;
- c. de vreemdeling, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2007-01-01&g=2007-01-01), die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend met het oog op gezinshereniging of -vorming met een in Nederland verblijvende echtgenoot tot wiens huishouden reeds één of meer kinderen behoren;
- d. de vreemdeling, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2002-01-01&g=2002-01-01), die voor zichzelf en één of meer kinderen een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend met het oog op gezinshereniging of -vorming met een in Nederland verblijvende echtgenoot tot wiens huishouden geen kinderen behoren;
- d. de vreemdeling, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2007-01-01&g=2007-01-01), die voor zichzelf en één of meer kinderen een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend met het oog op gezinshereniging of -vorming met een in Nederland verblijvende echtgenoot tot wiens huishouden geen kinderen behoren;
- e. de vreemdeling, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2002-01-01&g=2002-01-01), die voor zichzelf en één of meer kinderen een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend met het oog op gezinshereniging of -vorming met een in Nederland verblijvende echtgenoot tot wiens huishouden reeds één of meer kinderen behoren;
- e. de vreemdeling, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2007-01-01&g=2007-01-01), die voor zichzelf en één of meer kinderen een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend met het oog op gezinshereniging of -vorming met een in Nederland verblijvende echtgenoot tot wiens huishouden reeds één of meer kinderen behoren;
- f. de vreemdeling, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2002-01-01&g=2002-01-01), jonger dan 18 jaar, die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend met het oog op gezinshereniging met een in Nederland verblijvende ouder of bloedverwant tot wiens huishouden geen kinderen behoren;
- f. de vreemdeling, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2007-01-01&g=2007-01-01), jonger dan 18 jaar, die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend met het oog op gezinshereniging met een in Nederland verblijvende ouder of bloedverwant tot wiens huishouden geen kinderen behoren;
- g. de vreemdeling, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2002-01-01&g=2002-01-01), jonger dan 18 jaar, die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend met het oog op gezinshereniging met een in Nederland verblijvende ouder of bloedverwant tot wiens huishouden reeds één of meer kinderen behoren;
- g. de vreemdeling, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2007-01-01&g=2007-01-01), jonger dan 18 jaar, die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend met het oog op gezinshereniging met een in Nederland verblijvende ouder of bloedverwant tot wiens huishouden reeds één of meer kinderen behoren;
- h. de vreemdelingen, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2002-01-01&g=2002-01-01), in de leeftijd van 18 tot en met 20 jaar, die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend met het oog op gezinshereniging met een bloedverwant in de eerste graad;
- h. de vreemdelingen, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2007-01-01&g=2007-01-01), in de leeftijd van 18 tot en met 20 jaar, die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend met het oog op gezinshereniging met een bloedverwant in de eerste graad;
- i. de vreemdeling, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2002-01-01&g=2002-01-01), in de leeftijd van 21 of 22 jaar, die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend met het oog op gezinshereniging met een bloedverwant in de eerste graad;
- i. de vreemdeling, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2007-01-01&g=2007-01-01), in de leeftijd van 21 of 22 jaar, die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend met het oog op gezinshereniging met een bloedverwant in de eerste graad;
- j. de vreemdeling, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2002-01-01&g=2002-01-01), in de leeftijd van 23 jaar of ouder die aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend met het oog op gezinshereniging met een bloedverwant in de eerste graad.
- j. de vreemdeling, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2007-01-01&g=2007-01-01), in de leeftijd van 23 jaar of ouder die aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend met het oog op gezinshereniging met een bloedverwant in de eerste graad.
##### Artikel 5
@@ -90,59 +108,63 @@
##### Artikel 6
1. De berekeningsbasis is het bedrag, bedoeld in [artikel 30, eerste lid onderdeel c, van de Algemene bijstandswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007333&artikel=30).
1. De berekeningsbasis is het bedrag, bedoeld in [artikel 21, onder c, van de Wet werk en bijstand](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=21).
2. De financiële toelage bedraagt:
- a. voor de vreemdeling, bedoeld in [artikel 4, onder a of j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=4&z=2002-01-01&g=2002-01-01): 70 procent van de berekeningsbasis, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen;
- a. voor de vreemdeling, bedoeld in [artikel 4, onder a of j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=4&z=2007-01-01&g=2007-01-01): 70 procent van de berekeningsbasis, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen;
- b. voor de vreemdeling, bedoeld in [artikel 4 onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=4&z=2002-01-01&g=2002-01-01): 100 procent van de berekeningsbasis, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen;
- b. voor de vreemdeling, bedoeld in [artikel 4 onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=4&z=2007-01-01&g=2007-01-01): 100 procent van de berekeningsbasis, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen;
- c. voor de vreemdeling, bedoeld in [artikel 4 onder c of e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=4&z=2002-01-01&g=2002-01-01): 100 procent van de berekeningsbasis, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen, met een maximum van 10 procent van de berekeningsbasis;
- c. voor de vreemdeling, bedoeld in [artikel 4 onder c of e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=4&z=2007-01-01&g=2007-01-01): 100 procent van de berekeningsbasis, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen, met een maximum van 10 procent van de berekeningsbasis;
- d. voor de vreemdeling, bedoeld in [artikel 4 onder d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=4&z=2002-01-01&g=2002-01-01): 100 procent van de berekeningsbasis, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen, met een maximum van 30 procent van de berekeningsbasis;
- d. voor de vreemdeling, bedoeld in [artikel 4 onder d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=4&z=2007-01-01&g=2007-01-01): 100 procent van de berekeningsbasis, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen, met een maximum van 30 procent van de berekeningsbasis;
- e. voor de vreemdeling, bedoeld in [artikel 4 onder f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=4&z=2002-01-01&g=2002-01-01): 90 procent van de berekeningsbasis, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen, met een maximum van 20 procent van de berekeningsbasis;
- e. voor de vreemdeling, bedoeld in [artikel 4 onder f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=4&z=2007-01-01&g=2007-01-01): 90 procent van de berekeningsbasis, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen, met een maximum van 20 procent van de berekeningsbasis;
- f. voor de vreemdeling, bedoeld in [artikel 4 onder g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=4&z=2002-01-01&g=2002-01-01): 0 procent van de berekeningsbasis.
- f. voor de vreemdeling, bedoeld in [artikel 4 onder g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=4&z=2007-01-01&g=2007-01-01): 0 procent van de berekeningsbasis.
- g. voor de vreemdeling bedoeld in [artikel 4, onder h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=4&z=2002-01-01&g=2002-01-01): 17,5 procent van de berekeningsbasis, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen;
- g. voor de vreemdeling bedoeld in [artikel 4, onder h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=4&z=2007-01-01&g=2007-01-01): 17,5 procent van de berekeningsbasis, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen;
- h. voor de vreemdeling, bedoeld in [artikel 4, onder i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=4&z=2002-01-01&g=2002-01-01): 50 procent van de berekeningsbasis, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen.
- h. voor de vreemdeling, bedoeld in [artikel 4, onder i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=4&z=2007-01-01&g=2007-01-01): 50 procent van de berekeningsbasis, verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen;
- i. voor de vreemdeling, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onder e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=2&z=2007-01-01&g=2007-01-01): het bedrag, bedoeld in [artikel 20, eerste lid, onder a, van de Wet werk en bijstand](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=20), verminderd met het in aanmerking te nemen inkomen.
##### Artikel 7
1. Het treffen van een ziektekostenregeling als bedoeld in [artikel 3, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=3&z=2002-01-01&g=2002-01-01), houdt in het afsluiten van een ziektekostencontract ter dekking van de kosten van het door de Minister vastgestelde pakket medische verstrekkingen.
1. Het treffen van een ziektekostenregeling als bedoeld in [artikel 3, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=3&z=2007-01-01&g=2007-01-01), houdt in het afsluiten van een ziektekostencontract ter dekking van de kosten van het door de Minister vastgestelde pakket medische verstrekkingen.
2. In de verstrekking als bedoeld in [artikel 3, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=3&z=2002-01-01&g=2002-01-01), wordt ten behoeve van de vreemdeling uitsluitend voorzien indien een toelage als bedoeld in [artikel 3, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=3&z=2002-01-01&g=2002-01-01) wordt toegekend.
2. In de verstrekking als bedoeld in [artikel 3, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=3&z=2007-01-01&g=2007-01-01), wordt ten behoeve van de vreemdeling uitsluitend voorzien indien een toelage als bedoeld in [artikel 3, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=3&z=2007-01-01&g=2007-01-01) wordt toegekend.
##### Artikel 8
1. Op het in aanmerking te nemen inkomen en vermogen zijn de [artikelen 42 tot en met 49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007333&artikel=42) en [51 tot en met 54 van de Algemene bijstandswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007333&artikel=51), juncto de artikelen 3 en 4 van die wet, van overeenkomstige toepassing.
1. Op het in aanmerking te nemen inkomen en vermogen zijn de [artikelen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=3&z=2007-01-01&g=2007-01-01) en [4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=4&z=2007-01-01&g=2007-01-01), in verbinding met de [artikelen 31 tot en met 34 van de Wet werk en bijstand](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=31) van overeenkomstige toepassing.
2. Tot het in aanmerking te nemen inkomen wordt tevens gerekend het recht op algemene bijstand op grond van de [Algemene bijstandswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007333).
2. Tot het in aanmerking te nemen inkomen wordt tevens gerekend het recht op algemene bijstand op grond van de [Wet werk en bijstand](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703).
3. Niet tot het in aanmerking te nemen inkomen wordt gerekend de bijzondere bijstand op grond van de [Algemene bijstandswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007333).
3. Niet tot het in aanmerking te nemen inkomen wordt gerekend de bijzondere bijstand op grond van de [Wet werk en bijstand](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703).
##### Artikel 9
1. De toelage wordt binnen een termijn van twee weken nadat aanspraak van de vreemdeling op de toelage is ontstaan, door de vreemdeling, diens ouder of bloedverwant, dan wel door een persoon die door een van hen daartoe is gemachtigd, aangevraagd.
1. De toelage wordt binnen twee weken nadat aanspraak van de vreemdeling op de toelage is ontstaan, door de vreemdeling, diens wettelijke vertegenwoordiger of bloedverwant in de eerste of tweede graad, dan wel door de persoon die door één van hen daartoe is gemachtigd, aangevraagd.
2. Het orgaan kan in bijzondere gevallen afwijken van het bepaalde in het eerste lid.
2. Het orgaan kan in bijzondere gevallen afwijken van het eerste lid.
3. De vreemdeling, diens ouder of bloedverwant, doet aan het orgaan op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op de toelage, het geldend maken van het recht op de toelage, de hoogte of de duur van de toelage, of op het bedrag van de toelage dat aan hem wordt uitbetaald.
3. De vreemdeling, diens wettelijke vertegenwoordiger of bloedverwant in de eerste of tweede graad, doet aan het orgaan op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op de toelage, het geldend maken van het recht op de toelage, de hoogte of de duur van de toelage, of op het bedrag dat aan hem wordt uitbetaald.
4. Voor de aanvraag van de toelage en de verstrekking van gegevens wordt gebruik gemaakt van een door het orgaan verstrekt formulier.
5. De vreemdeling, diens ouder of bloedverwant, is verplicht aan het orgaan desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze regeling.
5. De vreemdeling, diens wettelijke vertegenwoordiger of bloedverwant in de eerste of tweede graad, is verplicht aan het orgaan desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze regeling.
6. Het orgaan bepaalt welke gegevens ten behoeve van de verlening van de toelage dan wel de voortzetting daarvan door de vreemdeling, diens ouder of bloedverwant, in ieder geval dienen te worden verstrekt, welke bewijsstukken dienen te worden overlegd en de wijze en het tijdtip waarop de ver-strekking van de gegevens dient plaats te vinden.
6. Het orgaan bepaalt welke gegevens ten behoeve van de verlening van de toelage, dan wel de voortzetting daarvan, door de vreemdeling, diens wettelijke vertegenwoordiger of bloedverwant in de eerste of tweede graad, in ieder geval dienen te worden verstrekt, welke bewijsstukken dienen te worden overlegd en de wijze en het tijdstip waarop de verstrekking van de gegevens dient plaats te vinden.
7. De toelage wordt maandelijks vastgesteld over dat deel van de kalendermaand waarover recht op de toelage bestaat.
8. De financiële toelage, bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009726&artikel=3&z=2007-01-01&g=2007-01-01), wordt niet toegekend over de periode voorafgaand aan 1 januari 2007.
##### Artikel 10
1. De toelage wordt uitbetaald aan de vreemdeling, diens ouder of bloedverwant, of aan een door een van hen, blijkens een schriftelijke verklaring, aangewezen persoon of instantie.
1. De toelage wordt uitbetaald aan de vreemdeling, diens wettelijk vertegenwoordiger of bloedverwant in de eerste of tweede graad, of aan een door één van hen, blijkens een schriftelijke verklaring, aangewezen persoon of instantie.
2. Het orgaan betaalt de toelage maandelijks achteraf.
2002-01-01
Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen — versión
original version
Tekst op deze datum