Wijzigingsgeschiedenis
Besluit van 17 januari 2003, houdende de voorschriften voor de begrotings- en verantwoordingsdocumenten, uitvoeringsinformatie en informatie voor derden van provincies en gemeenten (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten)
17 versions
· 2025-04-17
2025-04-17
Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten — arts. 26,
2025-01-01
Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten
2019-07-01
Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten — arts. 26,
2017-12-09
Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten — arts. 26,
2016-04-14
Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten
Wijzigingen op 2016-04-14
@@ -40,35 +40,47 @@
- i. netto-vlottende schuld; als gedefinieerd in de [Wet fido, artikel 1, onder e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011987&artikel=1);
- j. EMU-saldo: het vorderingsaldo van de sector overheid op transactiebasis. Het EMU-saldo wordt berekend overeenkomstig het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de gemeenschap, ingevoerd bij Verordening (EG) nr. 2223/96 van de Raad van de Europese Unie van 25 juni 1996 inzake het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Gemeenschap;
- k. niet-effectieve positie: situatie waarin de onderliggende waarde en looptijd van een financieel derivaat niet overeenkomt met de financieringsbehoefte waar het derivaat betrekking op heeft.
- j. EMU-saldo: het geraamde onderscheidenlijk gerealiseerde saldo van de ontvangsten en uitgaven van een provincie onderscheidenlijk een gemeente, berekend op transactiebasis en overeenkomstig de voorschriften van het Europese systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie;
- k. niet-effectieve positie: situatie waarin de onderliggende waarde en looptijd van een financieel derivaat niet overeenkomt met de financieringsbehoefte waar het derivaat betrekking op heeft;
- l. overheadkosten: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces;
- m. bouwgrond in exploitatie: gronden in eigendom van een provincie onderscheidenlijk een gemeente, waarvoor provinciale staten onderscheidenlijk de raad een grondexploitatiepcomplex en een grondexploitatiebegroting heeft vastgesteld;
- n. taakvelden: eenheden waarin de programma’s, bedoeld in [artikel 8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=II&titeldeel=2.2&artikel=8&z=2016-04-14&g=2016-04-14), of de eenheden in overzichten en bedragen in het programmaplan, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdelen b tot en met e zijn onderverdeeld;
- o. economische categorieën: eenheden waarin de baten en lasten van activiteiten binnen een taakveld worden uitgedrukt;
- p. investeringen met economisch nut: investeringen die verhandelbaar zijn en kunnen bijdragen aan het genereren van middelen.
2. In dit besluit wordt onder verbonden partij mede verstaan een Europese groepering voor territoriale samenwerking als bedoeld in artikel 1 van verordening (EG) nr. 1082/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 juli 2006 betreffende een Europese groepering voor territoriale samenwerking (EGTS) (PbEU L 210) waarin de provincie onderscheidenlijk gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft.
##### Artikel 2
1. Voor de begroting, de meerjarenraming, de jaarstukken, de productenraming en de productenrealisatie wordt een stelsel van baten en lasten gehanteerd.
2. De baten en de lasten van het begrotingsjaar worden in de begroting, de jaarstukken, de productenraming en de productenrealisatie opgenomen, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar leiden, onderscheidenlijk hebben geleid.
1. Voor de begroting, de meerjarenraming, de jaarstukken en de uitvoeringsinformatie wordt een stelsel van baten en lasten gehanteerd.
2. De baten en de lasten van het begrotingsjaar worden in de begroting, de jaarstukken en de uitvoeringsinformatie opgenomen, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar leiden, onderscheidenlijk hebben geleid.
3. De baten en lasten worden geraamd dan wel verantwoord tot hun brutobedrag.
4. Onder de baten en lasten worden ook begrepen de over het eigen vermogen en de voorzieningen berekende bespaarde rente.
5. Onder baten en lasten wordt ook begrepen de heffing van de vennootschapsbelasting. Deze heffing wordt geraamd en verantwoord op basis van de fiscale grondslag.
##### Artikel 3
1. De begroting, de meerjarenraming, de jaarstukken en de productenraming en de productenrealisatie geven volgens normen die voor gemeenten en provincies als aanvaardbaar worden beschouwd een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd over de financiële positie en over de baten en de lasten. In het bijzonder provinciale staten en de raad moeten in staat zijn zich een zodanig oordeel te vormen.
2. De begroting, de meerjarenraming, de productenraming en de toelichtingen geven duidelijk en stelselmatig de omvang van alle geraamde baten en lasten, alsmede het saldo ervan weer. De begroting geeft tevens duidelijk en stelselmatig inzicht in de financiële positie.
3. De jaarstukken, de productenrealisatie en de toelichtingen geven getrouw, duidelijk en stelselmatig de baten en lasten van het begrotingsjaar, alsmede het saldo ervan weer. De jaarrekening geeft tevens een getrouw, duidelijk en stelselmatig inzicht in de financiële positie aan het einde van het begrotingsjaar.
1. De begroting, de meerjarenraming, de jaarstukken en de uitvoeringsinformatie geven volgens normen die voor gemeenten en provincies als aanvaardbaar worden beschouwd een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd over de financiële positie en over de baten en de lasten. In het bijzonder provinciale staten en de raad moeten in staat zijn zich een zodanig oordeel te vormen.
2. De begroting, de meerjarenraming en de uitvoeringsinformatie geven duidelijk en stelselmatig de omvang van alle geraamde baten en lasten, alsmede het saldo ervan weer. De begroting geeft tevens duidelijk en stelselmatig inzicht in de financiële positie.
3. De jaarstukken en de uitvoeringsinformatie geven getrouw, duidelijk en stelselmatig de baten en lasten van het begrotingsjaar, alsmede het saldo ervan weer. De jaarrekening geeft tevens een getrouw, duidelijk en stelselmatig inzicht in de financiële positie aan het einde van het begrotingsjaar.
##### Artikel 4
1. De indeling van de begroting en de jaarstukken is identiek.
2. Indien de indeling van de begroting, de meerjarenraming, de jaarstukken, de productenraming en de productenrealisatie afwijkt van die van het voorafgaande begrotingsjaar worden in de toelichting de verschillen aangegeven en worden de redenen die tot de afwijking hebben geleid uiteengezet.
2. Indien de indeling van de begroting, de meerjarenraming, de jaarstukken en de uitvoeringsinformatie afwijkt van die van het voorafgaande begrotingsjaar worden in de toelichting de verschillen aangegeven en worden de redenen die tot de afwijking hebben geleid uiteengezet.
##### Artikel 5
@@ -100,21 +112,33 @@
- a. het overzicht van baten en lasten en de toelichting;
- b. de uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting.
- b. de uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting;
- c. de bijlage met het overzicht van de geraamde baten en lasten per taakveld.
## Titel 2.2. Het programmaplan
##### Artikel 8
1. Het programmaplan bevat de te realiseren programma's, het overzicht van algemene dekkingsmiddelen en het bedrag voor onvoorzien.
1. Het programmaplan bevat:
- a. de te realiseren programma's;
- b. een overzicht van de algemene dekkingsmiddelen;
- c. een overzicht van de kosten van overhead;
- d. het bedrag voor de heffing voor de vennootschapsbelasting, en
- e. het bedrag voor onvoorzien.
2. Een programma is een samenhangend geheel van activiteiten.
3. Het programmaplan bevat per programma:
- a. de doelstelling, in het bijzonder de beoogde maatschappelijke effecten;
- b. de wijze waarop ernaar gestreefd zal worden die effecten te bereiken;
- a. de doelstelling, in het bijzonder de beoogde maatschappelijke effecten, ten minste toegelicht aan de hand van de bij ministeriële regeling vast te stellen beleidsindicatoren;
- b. de wijze waarop ernaar gestreefd zal worden die effecten te bereiken, en de betrokkenheid hierbij van verbonden partijen;
- c. de raming van baten en lasten.
@@ -164,7 +188,7 @@
- b. het beleid ten aanzien van de lokale heffingen;
- c. een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen;
- c. een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd;
- d. een aanduiding van de lokale lastendruk;
@@ -228,7 +252,7 @@
##### Artikel 13
De paragraaf betreffende de financiering bevat in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille.
De paragraaf betreffende de financiering bevat in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte.
##### Artikel 14
@@ -238,23 +262,31 @@
1. De paragraaf betreffende de verbonden partijen bevat ten minste:
- a. de visie op verbonden partijen in relatie tot de realisatie van de doelstellingen die zijn opgenomen in de begroting;
- b. de beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen;
- a. de visie op en de beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen;
- b. de lijst van verbonden partijen, die wordt onderverdeeld in:
- 1°. gemeenschappelijke regelingen;
- 2°. vennootschappen en coöperaties;
- 3°. stichtingen en verenigingen, en,
- 4°. overige verbonden partijen;
- c. de lijst van verbonden partijen.
2. In de lijst van verbonden partijen wordt ten minste de volgende informatie opgenomen:
- a. de naam en de vestigingsplaats;
- b. het openbaar belang dat op deze wijze behartigd wordt;
- c. het belang dat de provincie onderscheidenlijk de gemeente in de verbonden partij heeft aan het begin en de verwachte omvang aan het einde van het begrotingsjaar;
- d. de verwachte omvang van het eigen vermogen en het vreemd vermogen van de verbonden partij aan het begin en aan het einde van het begrotingsjaar;
- e. de verwachte omvang van het financiële resultaat van de verbonden partij in het begrotingsjaar.
- a. de wijze waarop de provincie onderscheidenlijk de gemeente een belang heeft in de verbonden partij en het openbaar belang dat ermee gediend wordt;
- b. het belang dat de provincie onderscheidenlijk de gemeente in de verbonden partij heeft aan het begin en de verwachte omvang aan het einde van het begrotingsjaar;
- c. de verwachte omvang van het eigen vermogen en het vreemd vermogen van de verbonden partij aan het begin en aan het einde van het begrotingsjaar;
- d. de verwachte omvang van het financiële resultaat van de verbonden partij in het begrotingsjaar;
- e. de eventuele risico’s, als bedoeld in [artikel 11, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=II&titeldeel=2.3&artikel=11&z=2016-04-14&g=2016-04-14), van de verbonden partij voor de financiële positie van de provincie onderscheidenlijk gemeente.
##### Artikel 16
@@ -278,7 +310,7 @@
- a. per programma, of per programmaonderdeel als bedoeld in artikel 8, vierde lid, de raming van de baten en lasten en het saldo;
- b. het overzicht van de geraamde algemene dekkingsmiddelen en het geraamde bedrag voor onvoorzien;
- b. het overzicht van de geraamde algemene dekkingsmiddelen, de geraamde kosten van de overhead, het geraamde bedrag van de heffing voor de vennootschapsbelasting en de het geraamde bedrag voor onvoorzien en het geraamde bedrag voor onvoorzien;
- c. het geraamde totaal saldo van baten en lasten, volgend uit de onderdelen a en b;
@@ -300,15 +332,19 @@
- c. een overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma, waarbij per programma ten minste de belangrijkste posten afzonderlijk worden gespecificeerd en de overige posten als een totaalbedrag kunnen worden opgenomen;
- d. een overzicht van de beoogde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves;
- e. de berekening van het aandeel van de gemeente, de provincie of de gemeenschappelijke regeling in het EMU-saldo, over het vorig begrotingsjaar, de berekening van het geraamde bedrag over het begrotingsjaar en de berekening van het geraamde bedrag over het jaar volgend op het begrotingsjaar.
- d. een overzicht van de beoogde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves.
## Titel 2.5. De uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting
##### Artikel 20
1. De uiteenzetting van de financiële positie bevat een raming voor het begrotingsjaar van de financiële gevolgen van het bestaande en het nieuwe beleid dat in de programma's is opgenomen.
1. De uiteenzetting van de financiële positie bevat:
- a. een raming voor het begrotingsjaar van de financiële gevolgen van het bestaande en nieuw beleid dat in de programma’s is opgenomen;
- b. een geprognosticeerde begin- en eindbalans van het begrotingsjaar, die ten minste de posten bevat om het EMU-saldo te kunnen berekenen, en
- c. het EMU-saldo over het vorig begrotingsjaar en de berekening van het geraamde bedrag over het begrotingsjaar alsmede het jaar volgend op het begrotingsjaar.
2. Afzonderlijke aandacht wordt ten minste besteed aan:
@@ -330,9 +366,9 @@
##### Artikel 22
1. De meerjarenraming bevat een raming van de financiële gevolgen voor de drie jaren volgend op het begrotingsjaar, waaronder de baten en de lasten van het bestaande en het nieuwe beleid dat in de programma's is opgenomen.
2. [Artikel 20, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=II&titeldeel=2.5&artikel=20&z=2015-06-12&g=2015-06-12), is van overeenkomstige toepassing.
1. De meerjarenraming bevat voor de drie jaren volgend op het begrotingsjaar een geprognosticeerde begin- en eindbalans en een raming van de financiële gevolgen, waaronder de baten en de lasten van het bestaande en het nieuwe beleid dat in de programma's is opgenomen.
2. [Artikel 20, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=II&titeldeel=2.5&artikel=20&z=2016-04-14&g=2016-04-14), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 23
@@ -342,7 +378,9 @@
- b. een overzicht per jaar van de geraamde incidentele baten en lasten per programma, waarbij per programma ten minste de belangrijkste posten afzonderlijk worden gespecificeerd en de overige posten als een totaalbedrag kunnen worden opgenomen;
- c. een overzicht per jaar van de beoogde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves.
- c. een overzicht per jaar van de beoogde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves;
- d. de ontwikkeling van het EMU-saldo voor de drie jaren volgend op het begrotingsjaar.
### Hoofdstuk IV. De jaarstukken en de toelichting
@@ -368,17 +406,25 @@
- b. de balans en de toelichting;
- c. de bijlage met de verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen.
- c. de bijlage met de verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen;
- d. een bijlage met het overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld.
## Titel 4.2. De programmaverantwoording
##### Artikel 25
1. De programmaverantwoording bestaat ten minste uit de verantwoording over de realisatie van de programma's en het overzicht van algemene dekkingsmiddelen. Daarnaast wordt inzicht gegeven in het gebruik van het geraamde bedrag voor onvoorzien.
1. De programmaverantwoording bestaat ten minste uit:
- a. de verantwoording over de realisatie van de programma's en de overzichten van de algemene dekkingsmiddelen en de kosten van overhead;
- b. het bedrag voor de heffing voor de vennootschapsbelasting, en
- c. geeft daarnaast inzicht in het gebruik van het geraamde bedrag voor onvoorzien.
2. De programmaverantwoording biedt per programma inzicht in:
- a. de mate waarin de doelstellingen zijn gerealiseerd;
- a. de mate waarin de doelstellingen zijn gerealiseerd ten minste toegelicht aan de hand van de bij ministeriële regeling vast te stellen beleidsindicatoren;
- b. de wijze waarop getracht is de beoogde maatschappelijke effecten te bereiken;
@@ -388,7 +434,7 @@
##### Artikel 26
Het jaarverslag bevat de paragrafen die ingevolge [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=II&titeldeel=2.3&artikel=9&z=2015-06-12&g=2015-06-12) in de begroting zijn opgenomen. Ze bevatten de verantwoording van hetgeen in de overeenkomstige paragrafen in de begroting is opgenomen.
Het jaarverslag bevat de paragrafen die ingevolge [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=II&titeldeel=2.3&artikel=9&z=2016-04-14&g=2016-04-14) in de begroting zijn opgenomen. Ze bevatten de verantwoording van hetgeen in de overeenkomstige paragrafen in de begroting is opgenomen.
## Titel 4.4. Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening en de toelichting
@@ -396,9 +442,9 @@
1. Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening bevat:
- a. per programma, of per programmaonderdeel als bedoeld in [artikel 8, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=II&titeldeel=2.2&artikel=8&z=2015-06-12&g=2015-06-12), de gerealiseerde baten en lasten en het saldo daarvan;
- b. het overzicht van de gerealiseerde algemene dekkingsmiddelen;
- a. per programma, of per programmaonderdeel als bedoeld in [artikel 8, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=II&titeldeel=2.2&artikel=8&z=2016-04-14&g=2016-04-14), de gerealiseerde baten en lasten en het saldo daarvan;
- b. het overzicht van de gerealiseerde algemene dekkingsmiddelen, de gerealiseerde kosten van de overhead en het bedrag van de heffing voor de vennootschapsbelasting;
- c. het gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten, volgend uit de onderdelen a en b;
@@ -412,7 +458,7 @@
De toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening bevat ten minste:
- a. voor alle onderdelen van [artikel 27, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.4&artikel=27&z=2015-06-12&g=2015-06-12), een analyse van de afwijkingen tussen de begroting na wijziging en de jaarstukken;
- a. voor alle onderdelen van [artikel 27, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.4&artikel=27&z=2016-04-14&g=2016-04-14), een analyse van de afwijkingen tussen de begroting na wijziging en de jaarstukken;
- b. een overzicht van de aanwending van het bedrag voor onvoorzien;
@@ -424,7 +470,7 @@
##### Artikel 29
Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening wordt vastgesteld met inachtneming van hetgeen omtrent de financiële positie op de balansdatum is gebleken tussen het moment van opmaken van de jaarstukken en het tijdstip van vaststelling daarvan, voor zover deze aanvullende informatie onontbeerlijk is voor het in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=I&artikel=3&z=2015-06-12&g=2015-06-12) bedoelde inzicht.
Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening wordt vastgesteld met inachtneming van hetgeen omtrent de financiële positie op de balansdatum is gebleken tussen het moment van opmaken van de jaarstukken en het tijdstip van vaststelling daarvan, voor zover deze aanvullende informatie onontbeerlijk is voor het in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=I&artikel=3&z=2016-04-14&g=2016-04-14) bedoelde inzicht.
## Titel 4.5. De balans en de toelichting
@@ -456,7 +502,9 @@
- a. kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio;
- b. kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief.
- b. kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief;
- c. bijdragen aan activa in eigendom van derden.
##### Artikel 35
@@ -498,9 +546,7 @@
- e. uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd van één jaar of langer;
- f. overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer;
- g. bijdragen aan activa in eigendom van derden.
- f. overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer.
#### Paragraaf 4.5.4. Vlottende activa
@@ -512,11 +558,7 @@
In de balans worden onder de voorraden afzonderlijk opgenomen:
- a. grond- en hulpstoffen gespecificeerd naar:
- 1. niet in exploitatie genomen bouwgronden;
- 2. overige grond- en hulpstoffen;
- a. grond- en hulpstoffen;
- b. onderhanden werk, waaronder bouwgronden in exploitatie;
@@ -582,9 +624,9 @@
- c. kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren;
- d. de bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven als bedoeld in [artikel 35, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.3&artikel=35&z=2015-06-12&g=2015-06-12).
2. Tot de voorzieningen worden ook gerekend van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de voorschotbedragen, bedoeld in [artikel 49, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.6&artikel=49&z=2015-06-12&g=2015-06-12).
- d. de bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven als bedoeld in [artikel 35, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.3&artikel=35&z=2016-04-14&g=2016-04-14).
2. Tot de voorzieningen worden ook gerekend van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de voorschotbedragen, bedoeld in [artikel 49, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.6&artikel=49&z=2016-04-14&g=2016-04-14).
3. Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume.
@@ -636,7 +678,7 @@
##### Artikel 49
In de balans worden onder de overlopende passiva afzonderlijk opgenomen:
1. In de balans worden onder de overlopende passiva afzonderlijk opgenomen:
- a. verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume;
@@ -644,6 +686,14 @@
- c. overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen.
2. De voorschotten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden uitgesplitst naar de ontvangen bedragen van;
- 1°. Europese overheidslichamen;
- 2°. het Rijk, en
- 3°. overige Nederlandse overheidslichamen.
##### Artikel 50
Aan de passiefzijde van de balans wordt buiten de balanstelling opgenomen het bedrag waartoe aan natuurlijke en rechtspersonen borgstellingen of garantstellingen zijn verstrekt.
@@ -652,7 +702,7 @@
##### Artikel 51
In de toelichting op de balans wordt aangegeven volgens welke methoden de afschrijvingen worden berekend. Ook wordt aangegeven welke investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut worden geactiveerd, welke afschrijvingstermijn hiervoor wordt voorzien en welke reserves hiervoor naar verwachting beschikbaar zullen zijn.
In de toelichting op de balans wordt aangegeven volgens welke methoden de afschrijvingen worden berekend.
##### Artikel 52
@@ -698,7 +748,7 @@
- 2°. het type en de belangrijkste kenmerken van het derivaat en de hoogte en de looptijd van de financieringsbehoefte waaraan het derivaat kan worden toegerekend, en
- 3°. in het geval van een niet-effectieve positie, als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2015-06-12&g=2015-06-12), in welk opzicht daarvan sprake is, de maatregelen die zijn genomen om die positie ongedaan te maken en de termijn die daarvoor naar verwachting nodig is.
- 3°. in het geval van een niet-effectieve positie, als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2016-04-14&g=2016-04-14), in welk opzicht daarvan sprake is, de maatregelen die zijn genomen om die positie ongedaan te maken en de termijn die daarvoor naar verwachting nodig is.
##### Artikel 54
@@ -718,7 +768,7 @@
##### Artikel 55
1. In de toelichting op de balans worden de aard en reden van de voorzieningen, bedoeld in [artikel 44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.5&artikel=44&z=2015-06-12&g=2015-06-12) en de wijzigingen daarin toegelicht.
1. In de toelichting op de balans worden de aard en reden van de voorzieningen, bedoeld in [artikel 44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.5&artikel=44&z=2016-04-14&g=2016-04-14) en de wijzigingen daarin toegelicht.
2. Per voorziening wordt het verloop gedurende het jaar in een overzicht weergegeven. Daaruit blijken:
@@ -734,11 +784,11 @@
##### Artikel 56
In de toelichting op de balans wordt de rentelast voor het begrotingsjaar vermeld van alle vaste schulden, genoemd in [artikel 46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.5&artikel=46&z=2015-06-12&g=2015-06-12).
In de toelichting op de balans wordt de rentelast voor het begrotingsjaar vermeld van alle vaste schulden, genoemd in [artikel 46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.5&artikel=46&z=2016-04-14&g=2016-04-14).
##### Artikel 57
1. In de toelichting op de balans worden de borgstellingen, bedoeld in [artikel 50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.6&artikel=50&z=2015-06-12&g=2015-06-12), gespecificeerd naar de aard van de geldleningen.
1. In de toelichting op de balans worden de borgstellingen, bedoeld in [artikel 50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.6&artikel=50&z=2016-04-14&g=2016-04-14), gespecificeerd naar de aard van de geldleningen.
2. Per specificatie wordt vermeld:
@@ -750,25 +800,21 @@
- d. het restantbedrag van de lening aan het eind van het begrotingsjaar.
3. In de toelichting op de balans wordt een specificatie opgenomen van de garantstellingen als bedoeld in [artikel 50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.6&artikel=50&z=2015-06-12&g=2015-06-12).
3. In de toelichting op de balans wordt een specificatie opgenomen van de garantstellingen als bedoeld in [artikel 50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.6&artikel=50&z=2016-04-14&g=2016-04-14).
4. In de toelichting wordt ook opgenomen het totaalbedrag van de betalingen die inzake de borg- en garantstelling zijn gedaan tot en met het eind van het begrotingsjaar.
##### Artikel 58
[Artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.4&artikel=29&z=2015-06-12&g=2015-06-12) is van overeenkomstige toepassing op de balans.
[Artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.4&artikel=29&z=2016-04-14&g=2016-04-14) is van overeenkomstige toepassing op de balans.
### Hoofdstuk V. Waardering, activeren en afschrijven
##### Artikel 59
1. Alle investeringen met een economisch nut worden geactiveerd.
2. Investeringen hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn en/of indien ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen.
3. In afwijking van het eerste lid worden kunstvoorwerpen met een cultuur-historische waarde niet geactiveerd.
4. Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut kunnen worden geactiveerd.
1. Alle investeringen worden geactiveerd.
2. In afwijking van het eerste lid worden kunstvoorwerpen met een cultuur-historische waarde niet geactiveerd.
##### Artikel 60
@@ -798,11 +844,9 @@
1. Alle vaste activa worden voor het bedrag van de investering geactiveerd.
2. In afwijking van het eerste lid kunnen bijdragen van derden die in directe relatie staan met een actief op de waardering daarvan in mindering worden gebracht.
3. In afwijking van het eerste lid kunnen reserves in mindering worden gebracht op investeringen, als bedoeld in [artikel 59, het vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=V&artikel=59&z=2015-06-12&g=2015-06-12).
4. In afwijking van het eerste lid moeten de voorzieningen, bedoeld in [artikel 44, eerste lid, onder d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.5&artikel=44&z=2015-06-12&g=2015-06-12), in mindering gebracht worden op de investeringen, bedoeld in [artikel 35, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.3&artikel=35&z=2015-06-12&g=2015-06-12).
2. In afwijking van het eerste lid worden de bijdragen van derden die in directe relatie staan met het actief op de waardering daarvan in mindering gebracht.
3. In afwijking van het eerste lid moeten de voorzieningen, bedoeld in [artikel 44, eerste lid, onder d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.5&artikel=44&z=2016-04-14&g=2016-04-14), in mindering gebracht worden op de investeringen, bedoeld in [artikel 35, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.3&artikel=35&z=2016-04-14&g=2016-04-14).
##### Artikel 63
@@ -828,13 +872,13 @@
2. Slechts om gegronde redenen mogen de afschrijvingen geschieden op andere grondslagen dan die welke in het voorafgaande begrotingsjaar zijn toegepast. De reden van de verandering wordt in de toelichting op de balans uiteengezet. Tevens wordt inzicht gegeven in haar betekenis voor de financiële positie en voor de baten en de lasten aan de hand van aangepaste cijfers voor het begrotingsjaar of voor het voorafgaande begrotingsjaar.
3. Op vaste activa met een beperkte gebruiksduur, waaronder begrepen de financiële vaste activa, bedoeld in [artikel 36, onderdeel g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.3&artikel=36&z=2015-06-12&g=2015-06-12), wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur.
4. In afwijking van het eerste en het derde lid kan er op de activa, bedoeld in [artikel 59, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=V&artikel=59&z=2015-06-12&g=2015-06-12), extra worden afgeschreven.
5. In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in [artikel 34 onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.3&artikel=34&z=2015-06-12&g=2015-06-12), maximaal gelijk aan de looptijd van de lening.
6. In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in [artikel 34 onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.3&artikel=34&z=2015-06-12&g=2015-06-12), ten hoogste vijf jaar.
3. Op vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur.
4. In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in [artikel 34 onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.3&artikel=34&z=2016-04-14&g=2016-04-14), maximaal gelijk aan de looptijd van de lening.
5. In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in [artikel 34 onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.3&artikel=34&z=2016-04-14&g=2016-04-14), ten hoogste vijf jaar.
6. Voor bijdragen aan de activa in eigendom van derden, bedoeld in [artikel 34, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.3&artikel=34&z=2016-04-14&g=2016-04-14), is de afschrijvingsduur maximaal gelijk aan die van de activa waarvoor de bijdrage aan derden wordt verstrekt.
##### Artikel 65
@@ -844,348 +888,318 @@
3. Een actief dat buiten gebruik wordt gesteld wordt afgewaardeerd op het moment van buitengebruikstelling, indien de restwaarde lager is dan de boekwaarde.
### Hoofdstuk V. Waardering, activeren en afschrijven
##### Artikel 66
1. De door gedeputeerde staten onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders vast te stellen uitvoeringsinformatie bestaat:
- a. uit een totaaloverzicht van de geraamde baten en lasten per taakveld, ten tijde van de begroting;
- b. uit een totaaloverzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld, ten tijde van de jaarstukken;
- c. het verdelingsprincipe waarmee de taakvelden over de programma’s zijn verdeeld.
2. De raming onderscheidenlijk realisatie van het totaaloverzicht van de baten en lasten per taakveld is integraal en omvat dezelfde totaalbedragen als de begroting onderscheidenlijk de jaarstukken.
3. Voor het overzicht met de gerealiseerde baten en lasten worden hetzelfde verdelingsprincipe en dezelfde indeling gebruikt als voor het overzicht met de ramingen.
4. De voor de uitvoeringsinformatie te gebruiken taakvelden worden bij ministeriële regeling vastgesteld.
##### Artikel 67
Vervallen
##### Artikel 68
Vervallen
##### Artikel 69
Vervallen
##### Artikel 70
Vervallen
### Hoofdstuk VI. Uitvoeringsinformatie
##### Artikel 66
1. De uitvoeringsinformatie bestaat uit:
- a. de productenraming en toelichting ten tijde van de begroting;
- b. de productenrealisatie en toelichting ten tijde van de jaarstukken.
2. De productenraming respectievelijk productenrealisatie bevat:
- a. de uitwerking van de programma's in producten;
- b. de geraamde respectievelijk gerealiseerde baten, lasten en het saldo per product;
- c. het verdelingsprincipe waarmee de producten over de programma's zijn verdeeld.
3. De productenraming respectievelijk productenrealisatie is integraal en omvat dezelfde totaalbedragen als de begroting respectievelijk de jaarstukken.
4. Producten zijn eenheden waarin de programma's zijn onderverdeeld.
5. De indeling van en de verdelingsprincipes behorende bij de productenrealisatie zijn identiek aan die van de productenraming.
##### Artikel 67
1. De toelichting op de productenraming bestaat ten minste uit een overzicht van kapitaallasten.
2. De toelichting op de productenrealisatie bestaat ten minste uit:
- a. een overzicht van kapitaallasten;
- b. de toelichting op onderhanden werk inzake grondexploitatie, bedoeld in [artikel 38, onder a, onder 1 en onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.4&artikel=38&z=2015-06-12&g=2015-06-12).
##### Artikel 68
In het overzicht van de kapitaallasten wordt de volgende informatie gegeven:
- a. de afschrijvingen;
- b. de toegerekende rente.
##### Artikel 69
##### Artikel 71
1. Gedeputeerde staten onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders verstrekken aan Onze Minister en het CBS de volgende informatie voor derden :
- a. de uitvoeringsinformatie, bedoeld in [artikel 66, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=VI&artikel=66&z=2016-04-14&g=2016-04-14);
- b. de economische categorieën per taakveld;
- c. de balansmutaties verbijzonderd naar economische categorie;
- d. de ontwikkelingen per kwartaal van de balansstanden van de bij ministeriële regeling vast te stellen activa en passiva;
- e. het aan de hand van een door het CBS beschikbaar gesteld model berekende EMU-saldo over het vorig begrotingsjaar, het geraamde bedrag over het begrotingsjaar en het geraamde bedrag over het jaar volgend op het begrotingsjaar;
- f. de actuele begroting.
2. Bij ministeriële regeling wordt geregeld welke informatie, bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt:
- a. ten tijde van het opstellen van de begroting vóór 15 november van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar;
- b. ten tijde van het opstellen van de jaarrekening vóór 15 juli van het jaar volgend op het begrotingsjaar; en,
- c. gedurende het begrotingsjaar per kwartaal, binnen een maand na afloop van het betreffende kwartaal.
3. Het CBS toetst of de informatie voor derden tijdig en op de juiste wijze is verstrekt en kwalitatief op orde is. De resultaten daarvan worden medegedeeld aan gedeputeerde staten onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders en Onze Minister.
4. Bij belangrijke wijzigingen in de administratie kan Onze Minister een accountantsverklaring aan gedeputeerde staten onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders vragen.
5. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de te verstrekken informatie voor derden en de wijze waarop dit geschiedt.
##### Artikel 72
Vervallen
##### Artikel 70
1. In de toelichting op het onderhanden werk inzake grondexploitatie wordt voor het totaal van de in exploitatie zijnde complexen aangegeven:
##### Artikel 73
Vervallen
##### Artikel 74
Vervallen
### Hoofdstuk VII. Informatie voor derden
##### Artikel 75
1. Er is een commissie voor het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.
2. De commissie draagt zorg voor een eenduidige uitvoering en toepassing van dit besluit, en voor een visie ten aanzien van rechtmatigheid in de controleverklaring van gemeenten, gemeenschappelijke regelingen, waterschappen en provincies. De commissie draagt daartoe ten minste zorg voor:
- a. een document dat de eenduidige interpretatie van dit besluit bevordert;
- b. het onderhouden van de Kadernota rechtmatigheid voor het geven van een visie ten aanzien van rechtmatigheid in de controleverklaring;
- c. de beantwoording van vragen.
3. De commissie bestaat uit:
- a. één onafhankelijk voorzitter;
- b. één secretaris;
- c. drie leden werkzaam als financieel ambtenaar bij gemeenten;
- d. twee leden werkzaam bij een provincie;
- e. twee leden werkzaam bij of voor de waterschappen;
- f. twee leden werkzaam bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
- g. een lid werkzaam bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu;
- h. één lid werkzaam bij het Ministerie van Financiën;
- i. één lid werkzaam bij het CBS;
- j. twee leden werkzaam in de provinciale of gemeentelijke accountancy, waarvan één verbonden aan een van de vier grootste gemeenten;
- k. één lid werkzaam als gemeentesecretaris;
- l. één lid werkzaam als raadsgriffier of statengriffier.
4. De leden van de commissie hebben op persoonlijke titel zitting in de commissie en nemen deel aan de vergaderingen zonder last.
5. Onze Minister benoemt en ontslaat de voorzitter, bedoeld in het derde lid, onder a.
6. De voorzitter benoemt de leden, bedoeld in het derde lid, onder b tot en met k. De benoeming geschiedt op voordracht van:
- a. de Vereniging van Nederlandse Gemeenten voor de secretaris en voor twee van de leden, bedoeld in het derde lid, onder c;
- b. de Vereniging Federatie van Algemene Middelenmanagers bij de Overheid voor één van de leden, bedoeld in het derde lid, onder c;
- c. het Interprovinciaal Overleg voor de leden, bedoeld in het derde lid onder d;
- d. de Unie van Waterschappen voor de leden, bedoeld in het derde lid, onder e;
- e. Onze Minister voor de leden, bedoeld in het derde lid, onder f;
- f. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu voor het lid, bedoeld in het derde lid, onder g;
- g. Onze Minister van Financiën voor het lid, bedoeld in het derde lid, onder h;
- h. het CBS voor het lid, bedoeld in het derde lid, onder i;
- i. het Koninklijk Nederlands Instituut van Registeraccountants voor de leden, bedoeld in het derde lid onder j;
- j. de Vereniging van Gemeentesecretarissen voor het lid, bedoeld in het derde lid onder k;
- k. de Vereniging van Griffiers voor het lid, bedoeld in het derde lid onder l.
Bij het besluit tot benoeming houdt de voorzitter rekening met in de commissie noodzakelijke kennis en ervaring.
7. In overleg met de commissie kan de voorzitter een adviseur aanstellen.
8. Het lidmaatschap van de commissie vervalt zodra een lid niet langer werkzaam is op het terrein, aangegeven in het derde lid, dan wel een instantie als genoemd in het zesde lid, onder a tot en met k, een andere persoon voordraagt als lid aan de voorzitter van de commissie.
### Hoofdstuk VIII. Commissie besluit begroting en verantwoording
##### Artikel 76
1. In afwijking van [artikel 63, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=V&artikel=63&z=2016-04-14&g=2016-04-14), worden activa, die op 31 december 1994 tegen actuele waarde zijn gewaardeerd, volgens de op dat moment aanwezige boekwaarde voor de rest van de periode afgeschreven.
2. In afwijking van [artikel 62, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=V&artikel=62&z=2016-04-14&g=2016-04-14), worden alle activa waar voor 31 december 2003 reserves op in mindering zijn gebracht op de waarde volgens de op 31 december 2003 aanwezige boekwaarde voor de rest van de periode afgeschreven.
##### Artikel 77
Het [Besluit comptabiliteitsvoorschriften 1995](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006654) wordt ingetrokken, met dien verstande dat het voor de begrotingswijzigingen, de jaarrekening en het jaarverslag over het jaar 2003 nog van kracht blijft.
##### Artikel 78
Dit besluit treedt in werking per 1 februari 2003, met dien verstande dat de begroting, meerjarenraming, de jaarstukken, de uitvoeringsinformatie en de informatie voor derden en de daarbij behorende toelichtingen met ingang van de begroting voor het begrotingsjaar 2004 voldoen aan de bepalingen van dit besluit.
##### Artikel 79
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
## Titel 4.6. De bijlage met de verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen.
##### Artikel 58a
1. Bij de jaarrekening is een bijlage gevoegd waarin verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen wordt verstrekt op basis van indicatoren.
2. Onze Minister stelt, in overeenstemming met Onze Minister wie het aangaat, bij ministeriële regeling een model vast voor de in het eerste lid bedoelde bijlage en bepaalt daarbij over welke specifieke uitkeringen daarin verantwoordingsinformatie wordt opgenomen en welke indicatoren worden gebruikt.
### Hoofdstuk V. Waardering, activeren en afschrijven
### Hoofdstuk VI. Uitvoeringsinformatie
### Hoofdstuk VI. Uitvoeringsinformatie
### Hoofdstuk IX. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 40a
1. In de balans worden onder de overlopende activa afzonderlijk opgenomen:
- a. de van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel;
- b. overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen.
2. De voorschotten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden uitgesplitst naar de ontvangen bedragen van;
- 1°. Europese overheidslichamen;
- 2°. het Rijk, en
- 3°. overige Nederlandse overheidslichamen.
#### Paragraaf 4.5.5. Vaste Passiva
#### Paragraaf 4.5.6. Vlottende passiva
#### Paragraaf 4.5.7. Toelichting op de balans
##### Artikel 52a
1. In de toelichting op de balans wordt per uitkering met een specifiek bestedingsdoel het verloop gedurende het jaar van de ontvangen voorschotbedragen, bedoeld in [artikel 49, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.6&artikel=49&z=2016-04-14&g=2016-04-14), in een overzicht weergegeven. Daaruit blijken:
- a. het saldo aan het begin van het begrotingsjaar;
- b. de ontvangen bedragen;
- c. de vrijgevallen bedragen of de terugbetalingen;
- d. het saldo aan het einde van het begrotingsjaar.
2. In de toelichting op de balans wordt per uitkering met een specifiek bestedingsdoel het verloop gedurende het jaar van de nog te ontvangen voorschotbedragen, bedoeld in [artikel 40a, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.4&artikel=40a&z=2016-04-14&g=2016-04-14), in een overzicht weergegeven. Daaruit blijken:
- a. het saldo aan het begin van het begrotingsjaar;
- b. de toevoegingen;
- c. de ontvangen bedragen;
- d. het saldo aan het einde van het begrotingsjaar.
##### Artikel 52b
De aard en omvang van de aangebrachte dan wel geraamde waardeverminderingen van de leningen en vorderingen, bedoeld in [artikel 63, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=V&artikel=63&z=2016-04-14&g=2016-04-14), van de vaste activa, bedoeld in [artikel 65, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=V&artikel=65&z=2016-04-14&g=2016-04-14), en van de deelnemingen en voorraden, bedoeld in [artikel 65, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=V&artikel=65&z=2016-04-14&g=2016-04-14), worden in de toelichting op de balans opgenomen.
## Titel 4.6. De bijlage met de verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen.
### Hoofdstuk V. Waardering, activeren en afschrijven
### Hoofdstuk VI. Uitvoeringsinformatie
### Hoofdstuk VIII. Commissie besluit begroting en verantwoording
### Hoofdstuk IX. Overgangs- en slotbepalingen
##### Artikel 76a
1. De [artikelen 40a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.4&artikel=40a&z=2016-04-14&g=2016-04-14), [52a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.7&artikel=52a&z=2016-04-14&g=2016-04-14) en [52b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.7&artikel=52b&z=2016-04-14&g=2016-04-14) zijn niet van toepassing op de begrotingswijzigingen, de jaarstukken, de uitvoeringsinformatie en de informatie voor derden en de daarbij behorende toelichtingen voor het begrotingsjaar 2007.
2. Op de begrotingswijzigingen, de jaarstukken, de uitvoeringsinformatie en de informatie voor derden en de daarbij behorende toelichtingen voor het begrotingsjaar 2007, zijn de [artikelen 2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=I&artikel=2&z=2016-04-14&g=2016-04-14), [19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=II&titeldeel=2.4&artikel=19&z=2016-04-14&g=2016-04-14), [43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.5&artikel=43&z=2016-04-14&g=2016-04-14), [44, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.5&artikel=44&z=2016-04-14&g=2016-04-14), [49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.6&artikel=49&z=2016-04-14&g=2016-04-14), [55, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.7&artikel=55&z=2016-04-14&g=2016-04-14), [63, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=V&artikel=63&z=2016-04-14&g=2016-04-14), [64, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=V&artikel=64&z=2016-04-14&g=2016-04-14), van toepassing zoals deze golden op 9 juli 2007.
3. Gemeenten die meerjarige specifieke uitkeringen ontvangen, waarvan de meerjarige uitkeringsperiode vóór 1-1-2007 aanving, kunnen hierover verantwoording afleggen op grond van de [artikelen 44, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.5&artikel=44&z=2016-04-14&g=2016-04-14), [49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.6&artikel=49&z=2016-04-14&g=2016-04-14) en [55, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.7&artikel=55&z=2016-04-14&g=2016-04-14) zoals deze golden op 9 juli 2007.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 52c
In de toelichting op de balans wordt vermeld:
- a. het drempelbedrag voor het begrotingsjaar waarover verantwoording wordt afgelegd; en
- b. voor ieder kwartaal van dat jaar, het bedrag aan middelen, bedoeld in [artikel 2, vierde lid, van de Wet financiering decentrale overheden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011987&artikel=2), dat in het kader van het drempelbedrag door de provincie onderscheidenlijk de gemeente buiten ’s Rijks schatkist is aangehouden.
## Titel 4.6. De bijlage met de verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen.
### Hoofdstuk V. Waardering, activeren en afschrijven
### Hoofdstuk VII. Informatie voor derden
### Hoofdstuk VIII. Commissie besluit begroting en verantwoording
### Hoofdstuk VIII. Commissie besluit begroting en verantwoording
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 40b
Aan de actiefzijde van de balans wordt buiten de balanstelling het bedrag opgenomen waarvan het recht bestaat op verliescompensatie krachtens de [Wet op de vennootschapsbelasting 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002672).
#### Paragraaf 4.5.5. Vaste Passiva
#### Paragraaf 4.5.6. Vlottende passiva
#### Paragraaf 4.5.7. Toelichting op de balans
##### Artikel 52d
1. In de toelichting op de balans wordt ten aanzien van de bouwgronden in exploitatie voor het totaal van de in exploitatie zijnde complexen aangegeven:
- a. de boekwaarde aan het begin van het begrotingsjaar;
- b. de vermeerderingen in het begrotingsjaar;
- c. de verminderingen in het begrotingsjaar;
- d. de boekwaarde aan het einde van het begrotingsjaar;
- e. de geraamde nog te maken kosten en een onderbouwing hiervan;
- f. de geraamde opbrengsten en een onderbouwing hiervan;
- g. het geraamde eindresultaat;
- h. een uiteenzetting van de wijze waarop eventuele nadelige resultaten worden opgevangen.
2. Van de nog niet in exploitatie genomen gronden wordt de gemiddelde boekwaarde per m2 vermeld.
### Hoofdstuk VI. Uitvoeringsinformatie
##### Artikel 71
1. Uit de productenraming wordt de volgende informatie voor derden gegenereerd:
- a. een conversietabel producten – programma's waarin wordt aangegeven:
- 1. welke producten onder welk programma vallen, inclusief de verdeelsleutel;
- 2. wat de baten, de lasten en het saldo per product zijn;
- b. een conversietabel producten – functies, waarin wordt aangegeven:
- 1. de baten en lasten volgens de functionele indeling;
- 2. per functie de producten die er aan zijn toegerekend;
- 3. het verdelingsprincipe waarmee de producten over de functies zijn verdeeld;
2. De functionele indeling wordt bij ministeriële regeling vastgesteld.
3. Aan de hand van een door het CBS beschikbaar gesteld model wordt als informatie voor derden gegenereerd de berekening van het aandeel van de gemeente, de provincie of de gemeenschappelijke regeling in het EMU-saldo, over het vorig begrotingsjaar, de berekening van het geraamde bedrag over het begrotingsjaar en de berekening van het geraamde bedrag over het jaar volgend op het begrotingsjaar.
4. De informatie bedoeld in het eerste en het derde lid wordt voor 15 november van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar, aan Onze Minister onderscheidenlijk gedeputeerde staten en het CBS gezonden.
##### Artikel 72
1. Uit de productenrealisatie wordt de volgende informatie voor derden gegenereerd:
- a. een conversietabel producten – programma's waarin wordt aangegeven:
- 1. welke producten onder welk programma vallen, inclusief de verdeelsleutel;
- 2. wat de baten, de lasten en het saldo per product zijn;
- b. verdelingsinformatie bestaande uit:
- 1. de baten en lasten, kostenplaatsen en balansmutaties volgens de verdelingsmatrix;
- 2. per functie de producten die er aan zijn toegerekend;
- 3. het verdelingsprincipe waarmee de producten over de functies zijn verdeeld.
2. De verdelingsmatrix wordt bij ministeriële regeling vastgesteld.
3. De informatie bedoeld in het eerste lid wordt voor 15 juli van het jaar, volgend op het begrotingsjaar, ondertekend door gedeputeerde staten onderscheidenlijk het college aan Onze Minister onderscheidenlijk gedeputeerde staten en het CBS gezonden.
4. Het CBS toetst de informatie bedoeld in het eerste lid, onder b, onder 1, op plausibiliteit en stuurt de resultaten daarvan op naar gedeputeerde staten onderscheidenlijk het college.
5. Bij de informatie bedoeld in het eerste lid betreffende het begrotingsjaar 2004 wordt een accountantsverklaring gevraagd. Bij belangrijke wijzigingen in de administratie kan Onze Minister onderscheidenlijk gedeputeerde staten een accountantsverklaring aan gedeputeerde staten onderscheidenlijk het college vragen.
##### Artikel 73
Indien de informatie voor derden niet voldoende inzicht biedt kan Onze Minister een deelverantwoording over een afzonderlijk deel van de provincie onderscheidenlijk gemeente vragen.
##### Artikel 74
1. Ieder kwartaal wordt de volgende informatie voor derden verstrekt:
- a. de baten en lasten, kostenplaatsen en balansmutaties volgens de verdelingsmatrix, als bedoeld in artikel 72, tweede lid;
- b. de stand van zaken betreffende de volgende activa:
- 1. de financiële vaste activa, als bedoeld in [artikel 36, onder a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.3&artikel=36&z=2015-06-12&g=2015-06-12);
- 2. de uitzettingen, als bedoeld in [artikel 39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.4&artikel=39&z=2015-06-12&g=2015-06-12);
- 3. de liquide middelen, als bedoeld in [artikel 40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.4&artikel=40&z=2015-06-12&g=2015-06-12);
- 4. de overlopende activa;
- c. de stand van zaken betreffende de volgende passiva:
- 1. de vaste schulden, als bedoeld en onderverdeeld in [artikel 46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.5&artikel=46&z=2015-06-12&g=2015-06-12);
- 2. de netto-vlottende schulden, als bedoeld en onderverdeeld in [artikel 48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.6&artikel=48&z=2015-06-12&g=2015-06-12);
- 3. de overlopende passiva.
2. De informatie genoemd in het eerste lid wordt, ondertekend door gedeputeerde staten onderscheidenlijk het college, binnen één maand na afloop van het kwartaal gezonden aan het CBS.
3. Het CBS toetst de informatie bedoeld in het eerste lid op plausibiliteit en stuurt de resultaten daarvan op naar gedeputeerde staten onderscheidenlijk het college.
- b. de vermeerderingen en verminderingen in het begrotingsjaar;
- c. de boekwaarde aan het einde van het begrotingsjaar;
- d. de geraamde nog te maken kosten met een onderbouwing;
- e. de geraamde opbrengsten met een onderbouwing;
- f. het geraamde eindresultaat en de berekeningswijze die hiervoor is gehanteerd met een onderbouwing en de aannames die eraan ten grondslag liggen.
2. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, zijn gebaseerd op een waardering per complex.
## Titel 4.6. De bijlage met de verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen.
### Hoofdstuk VII. Informatie voor derden
##### Artikel 75
1. Er is een commissie voor het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.
2. De commissie draagt zorg voor een eenduidige uitvoering en toepassing van dit besluit, en voor een visie ten aanzien van rechtmatigheid in de controleverklaring van gemeenten, gemeenschappelijke regelingen, waterschappen en provincies. De commissie draagt daartoe ten minste zorg voor:
- a. een document dat de eenduidige interpretatie van dit besluit bevordert;
- b. het onderhouden van de Kadernota rechtmatigheid voor het geven van een visie ten aanzien van rechtmatigheid in de controleverklaring;
- c. de beantwoording van vragen.
3. De commissie bestaat uit:
- a. één onafhankelijk voorzitter;
- b. één secretaris;
- c. drie leden werkzaam als financieel ambtenaar bij gemeenten;
- d. twee leden werkzaam bij een provincie;
- e. twee leden werkzaam bij of voor de waterschappen;
- f. twee leden werkzaam bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
- g. een lid werkzaam bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu;
- h. één lid werkzaam bij het Ministerie van Financiën;
- i. één lid werkzaam bij het CBS;
- j. twee leden werkzaam in de provinciale of gemeentelijke accountancy, waarvan één verbonden aan een van de vier grootste gemeenten;
- k. één lid werkzaam als gemeentesecretaris;
- l. één lid werkzaam als raadsgriffier of statengriffier.
4. De leden van de commissie hebben op persoonlijke titel zitting in de commissie en nemen deel aan de vergaderingen zonder last.
5. Onze Minister benoemt en ontslaat de voorzitter, bedoeld in het derde lid, onder a.
6. De voorzitter benoemt de leden, bedoeld in het derde lid, onder b tot en met k. De benoeming geschiedt op voordracht van:
- a. de Vereniging van Nederlandse Gemeenten voor de secretaris en voor twee van de leden, bedoeld in het derde lid, onder c;
- b. de Vereniging Federatie van Algemene Middelenmanagers bij de Overheid voor één van de leden, bedoeld in het derde lid, onder c;
- c. het Interprovinciaal Overleg voor de leden, bedoeld in het derde lid onder d;
- d. de Unie van Waterschappen voor de leden, bedoeld in het derde lid, onder e;
- e. Onze Minister voor de leden, bedoeld in het derde lid, onder f;
- f. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu voor het lid, bedoeld in het derde lid, onder g;
- g. Onze Minister van Financiën voor het lid, bedoeld in het derde lid, onder h;
- h. het CBS voor het lid, bedoeld in het derde lid, onder i;
- i. het Koninklijk Nederlands Instituut van Registeraccountants voor de leden, bedoeld in het derde lid onder j;
- j. de Vereniging van Gemeentesecretarissen voor het lid, bedoeld in het derde lid onder k;
- k. de Vereniging van Griffiers voor het lid, bedoeld in het derde lid onder l.
Bij het besluit tot benoeming houdt de voorzitter rekening met in de commissie noodzakelijke kennis en ervaring.
7. In overleg met de commissie kan de voorzitter een adviseur aanstellen.
8. Het lidmaatschap van de commissie vervalt zodra een lid niet langer werkzaam is op het terrein, aangegeven in het derde lid, dan wel een instantie als genoemd in het zesde lid, onder a tot en met k, een andere persoon voordraagt als lid aan de voorzitter van de commissie.
### Hoofdstuk VIII. Commissie besluit begroting en verantwoording
##### Artikel 76
1. In afwijking van [artikel 63, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=V&artikel=63&z=2015-06-12&g=2015-06-12), worden activa, die op 31 december 1994 tegen actuele waarde zijn gewaardeerd, volgens de op dat moment aanwezige boekwaarde voor de rest van de periode afgeschreven.
2. In afwijking van [artikel 62, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=V&artikel=62&z=2015-06-12&g=2015-06-12), worden alle activa waar voor 31 december 2003 reserves op in mindering zijn gebracht op de waarde volgens de op 31 december 2003 aanwezige boekwaarde voor de rest van de periode afgeschreven.
##### Artikel 77
Het [Besluit comptabiliteitsvoorschriften 1995](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006654) wordt ingetrokken, met dien verstande dat het voor de begrotingswijzigingen, de jaarrekening en het jaarverslag over het jaar 2003 nog van kracht blijft.
##### Artikel 78
Dit besluit treedt in werking per 1 februari 2003, met dien verstande dat de begroting, meerjarenraming, de jaarstukken, de uitvoeringsinformatie en de informatie voor derden en de daarbij behorende toelichtingen met ingang van de begroting voor het begrotingsjaar 2004 voldoen aan de bepalingen van dit besluit.
##### Artikel 79
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.
### Hoofdstuk IX. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
## Titel 4.6. De bijlage met de verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen.
##### Artikel 58a
1. Bij de jaarrekening is een bijlage gevoegd waarin verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen wordt verstrekt op basis van indicatoren.
2. Onze Minister stelt, in overeenstemming met Onze Minister wie het aangaat, bij ministeriële regeling een model vast voor de in het eerste lid bedoelde bijlage en bepaalt daarbij over welke specifieke uitkeringen daarin verantwoordingsinformatie wordt opgenomen en welke indicatoren worden gebruikt.
### Hoofdstuk V. Waardering, activeren en afschrijven
### Hoofdstuk VI. Uitvoeringsinformatie
### Hoofdstuk VII. Informatie voor derden
### Hoofdstuk IX. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 40a
In de balans worden onder de overlopende activa afzonderlijk opgenomen:
- a. de van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel;
- b. overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen.
#### Paragraaf 4.5.5. Vaste Passiva
#### Paragraaf 4.5.6. Vlottende passiva
#### Paragraaf 4.5.7. Toelichting op de balans
##### Artikel 52a
1. In de toelichting op de balans wordt per uitkering met een specifiek bestedingsdoel het verloop gedurende het jaar van de ontvangen voorschotbedragen, bedoeld in [artikel 49, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.6&artikel=49&z=2015-06-12&g=2015-06-12), in een overzicht weergegeven. Daaruit blijken:
- a. het saldo aan het begin van het begrotingsjaar;
- b. de ontvangen bedragen;
- c. de vrijgevallen bedragen of de terugbetalingen;
- d. het saldo aan het einde van het begrotingsjaar.
2. In de toelichting op de balans wordt per uitkering met een specifiek bestedingsdoel het verloop gedurende het jaar van de nog te ontvangen voorschotbedragen, bedoeld in [artikel 40a, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.4&artikel=40a&z=2015-06-12&g=2015-06-12), in een overzicht weergegeven. Daaruit blijken:
- a. het saldo aan het begin van het begrotingsjaar;
- b. de toevoegingen;
- c. de ontvangen bedragen;
- d. het saldo aan het einde van het begrotingsjaar.
##### Artikel 52b
De aard en omvang van de aangebrachte dan wel geraamde waardeverminderingen van de leningen en vorderingen, bedoeld in [artikel 63, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=V&artikel=63&z=2015-06-12&g=2015-06-12), van de vaste activa, bedoeld in [artikel 65, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=V&artikel=65&z=2015-06-12&g=2015-06-12), en van de deelnemingen en voorraden, bedoeld in [artikel 65, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=V&artikel=65&z=2015-06-12&g=2015-06-12), worden in de toelichting op de balans opgenomen.
## Titel 4.6. De bijlage met de verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen.
### Hoofdstuk V. Waardering, activeren en afschrijven
### Hoofdstuk VI. Uitvoeringsinformatie
### Hoofdstuk VIII. Commissie besluit begroting en verantwoording
### Hoofdstuk IX. Overgangs- en slotbepalingen
##### Artikel 76a
1. De [artikelen 40a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.4&artikel=40a&z=2015-06-12&g=2015-06-12), [52a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.7&artikel=52a&z=2015-06-12&g=2015-06-12) en [52b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.7&artikel=52b&z=2015-06-12&g=2015-06-12) zijn niet van toepassing op de begrotingswijzigingen, de jaarstukken, de uitvoeringsinformatie en de informatie voor derden en de daarbij behorende toelichtingen voor het begrotingsjaar 2007.
2. Op de begrotingswijzigingen, de jaarstukken, de uitvoeringsinformatie en de informatie voor derden en de daarbij behorende toelichtingen voor het begrotingsjaar 2007, zijn de [artikelen 2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=I&artikel=2&z=2015-06-12&g=2015-06-12), [19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=II&titeldeel=2.4&artikel=19&z=2015-06-12&g=2015-06-12), [43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.5&artikel=43&z=2015-06-12&g=2015-06-12), [44, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.5&artikel=44&z=2015-06-12&g=2015-06-12), [49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.6&artikel=49&z=2015-06-12&g=2015-06-12), [55, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.7&artikel=55&z=2015-06-12&g=2015-06-12), [63, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=V&artikel=63&z=2015-06-12&g=2015-06-12), [64, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=V&artikel=64&z=2015-06-12&g=2015-06-12), van toepassing zoals deze golden op 9 juli 2007.
3. Gemeenten die meerjarige specifieke uitkeringen ontvangen, waarvan de meerjarige uitkeringsperiode vóór 1-1-2007 aanving, kunnen hierover verantwoording afleggen op grond van de [artikelen 44, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.5&artikel=44&z=2015-06-12&g=2015-06-12), [49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.6&artikel=49&z=2015-06-12&g=2015-06-12) en [55, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&hoofdstuk=IV&titeldeel=4.5¶graaf=4.5.7&artikel=55&z=2015-06-12&g=2015-06-12) zoals deze golden op 9 juli 2007.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 52c
In de toelichting op de balans wordt vermeld:
- a. het drempelbedrag voor het begrotingsjaar waarover verantwoording wordt afgelegd; en
- b. voor ieder kwartaal van dat jaar, het bedrag aan middelen, bedoeld in [artikel 2, vierde lid, van de Wet financiering decentrale overheden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011987&artikel=2), dat in het kader van het drempelbedrag door de provincie onderscheidenlijk de gemeente buiten ’s Rijks schatkist is aangehouden.
## Titel 4.6. De bijlage met de verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen.
### Hoofdstuk V. Waardering, activeren en afschrijven
### Hoofdstuk VII. Informatie voor derden
### Hoofdstuk VIII. Commissie besluit begroting en verantwoording
### Hoofdstuk IX. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
2015-06-12
Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten — arts. 22,
2015-02-07
Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten — arts. 22,
2014-07-26
Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten
2014-03-19
Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten — arts. 22,
2013-12-25
Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten — arts. 22,
2013-07-01
Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten — arts. 22,
2013-01-01
Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten — arts. 22,
2010-09-22
Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten — arts. 22,
2007-08-17
Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten
2007-01-01
Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten
2003-02-01
Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten — arts. 1,
2003-02-01
Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten — versió
original version
Tekst op deze datum