Besluit van 12 oktober 2006, houdende regels met betrekking tot het gedragstoezicht op financiële ondernemingen (Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft)

Type AMvB
Publication 2026-07-24
Laatst bijgewerkt 2026-07-29
State In force
Source BWB
artikelen 913
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
  • b. dat het krediet wordt verleend of toegezegd tegen onderpand van financiële instrumenten en dat de kredietlimiet afhankelijk is van een bepaald dekkingspercentage en indien van toepassing, bepaalde spreidingseisen; en
  • c. welk dekkingspercentage en welke spreidingseisen worden gehanteerd ten aanzien van de in onderpand gegeven financiële instrumenten.
5.

Ten aanzien van hypothecair krediet zijn de belangrijkste kenmerken, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, de in bijlage K, deel A, onderdelen 3 tot en met 6, genoemde gegevens.

6.

Indien een overeenkomst op afstand tot stand komt via spraaktelefonie, verstrekt een financiëledienstverlener de in artikel 77, eerste lid, bedoelde informatie onmiddellijk na de totstandkoming van de overeenkomst op afstand aan de consument. Voorzover het een overeenkomst inzake een levensverzekering, natura-uitvaartverzekering of schadeverzekering betreft, is artikel 78, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onderscheidenlijk het tweede lid, aanhef en onderdeel b, of het derde lid van overeenkomstige toepassing.

7.

Artikel 49, eerste lid, eerste volzin, is niet van toepassing op het verstrekken van informatie als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 80

Gedurende de looptijd van een overeenkomst op afstand verstrekt een financiëledienstverlener aan de consument op diens verzoek de voorwaarden van de overeenkomst. Voorts kan de consument het gebruik van een ander middel van communicatie op afstand verlangen, tenzij dat niet met de tot stand gekomen overeenkomst op afstand te verenigen is.

Afdeling 8.2. Overige bepalingen met betrekking tot zorgvuldige dienstverlening

Artikel 81
1.

Het gebruik van automatische oproepsystemen zonder menselijke tussenkomst, faxen of elektronische berichten voor het overbrengen van ongevraagde informatie aan een consument, ter bevordering van de totstandkoming van een overeenkomst op afstand, is uitsluitend toegestaan indien de consument daarvoor voorafgaand toestemming heeft verleend. Er zijn voor de consument geen kosten verbonden aan het verlenen van deze toestemming.

2.

Het gebruik van andere dan de in het eerste lid genoemde technieken voor communicatie op afstand voor het overbrengen van ongevraagde informatie of het doen van ongevraagde mededelingen aan een consument, ter bevordering van de totstandkoming van een overeenkomst op afstand, is toegestaan, tenzij de desbetreffende consument te kennen heeft gegeven dat hij informatie of mededelingen waarbij van deze technieken gebruik wordt gemaakt, niet wenst te ontvangen. Er zijn voor de consument geen kosten verbonden aan voorzieningen waarmee wordt voorkomen dat aan een consument ongevraagde informatie wordt overgebracht.

3.

Een financiële onderneming die elektronische contactgegevens voor elektronische berichten heeft verkregen in het kader van de verkoop van een financieel product of het verlenen van een financiële dienst mag deze gegevens gebruiken voor het overbrengen van informatie ter bevordering van de totstandkoming van een overeenkomst op afstand met betrekking tot eigen gelijksoortige financiële producten of financiële diensten, indien bij de verkrijging van de contactgegevens aan de consument duidelijk en uitdrukkelijk de gelegenheid is geboden om kosteloos en op gemakkelijke wijze bezwaar in de zin van artikel 21 van de Algemene verordening gegevensbescherming aan te tekenen tegen het gebruik van die elektronische contactgegevens, en, indien de consument hiervan geen gebruik heeft gemaakt, hem bij elke tot stand gebrachte communicatie de mogelijkheid wordt geboden om onder dezelfde voorwaarden bezwaar in de zin van artikel 21 van de Algemene verordening gegevensbescherming aan te tekenen tegen het verdere gebruik van zijn elektronische contactgegevens.

4.

Bij het gebruik van elektronische berichten ter bevordering van de totstandkoming van een overeenkomst op afstand dienen telkens de volgende gegevens te worden vermeld:

  • a. de werkelijke identiteit van degene namens wie de communicatie wordt overgebracht, en
  • b. een geldig postadres of nummer waaraan de ontvanger een verzoek tot beëindiging van dergelijke communicatie kan richten.
Artikel 82
1.

Een maatschappij voor collectieve belegging in effecten, beleggingsonderneming of beheerder van een icbe benadert personen die geen professionele belegger zijn, die geen deelnemer zijn in de icbe of aan wie de beleggingsonderneming nog geen beleggingsdienst heeft verleend, direct noch indirect in persoon, anders dan door middel van een techniek voor communicatie op afstand als bedoeld in artikel 81, tenzij:

  • a. de betrokkene daarmee vooraf uitdrukkelijk schriftelijk dan wel elektronisch mee heeft ingestemd; of
  • b. de betrokkene in het contact slechts informatiemateriaal wordt aangeboden.
2.

Het eerste lid is niet van toepassing op beheerders van icbe’s met zetel in een andere lidstaat, icbe’s met zetel in een andere lidstaat en de eventueel aan die instellingen verbonden bewaarders.

Artikel 83
1.

Een beheerder van een icbe, maatschappij voor collectieve belegging in effecten of bewaarder van een icbe handelt in het belang van de deelnemers in de icbe.

2.

Een beheerder van een icbe of een maatschappij voor collectieve belegging in effecten die een securitisatiepositie heeft die niet langer voldoet aan de voorschriften van verordening (EU) nr. 2017/2402 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 tot vaststelling van een algemeen kader voor securitisatie en tot vaststelling van een specifiek kader voor eenvoudige, transparante en gestandaardiseerde securitisatie, en tot wijziging van de richtlijnen 2009/65/EG, 2009/138/EG en 2011/61/EU en de verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 648/2012 (PbEU 2017, L 347) handelt in het belang van de deelnemers in de icbe en neemt zo nodig corrigerende maatregelen.

3.

Een beheerder van een icbe of maatschappij voor collectieve belegging in effecten behandelt deelnemers onder vergelijkbare omstandigheden op gelijke wijze.

4.

Door of namens een icbe worden geen transacties uitgevoerd voor haar rekening met een zodanige frequentie of van een zodanige omvang dat dit gezien de omstandigheden kennelijk slechts strekt tot bevoordeling van de beheerder van de icbe, de icbe of met de beheerder van de icbe, maatschappij voor collectieve belegging in effecten of bewaarder van de icbe gelieerde partijen.

5.

Het eerste tot en met vierde lid is niet van toepassing op beheerders van icbe’s met zetel in een andere lidstaat die geen icbe’s met zetel in Nederland beheren, icbe’s met zetel in een andere lidstaat en de eventueel aan die instellingen verbonden bewaarders.

Artikel 84

Een beleggingsonderneming onthoudt zich van het uitvoeren van transacties voor rekening van cliënten met een zodanige frequentie of van een zodanige omvang dat dit gezien de omstandigheden kennelijk slechts strekt tot bevoordeling van de beleggingsonderneming, tenzij sprake is van transacties waarvoor de cliënt op eigen initiatief uitdrukkelijk opdracht heeft gegeven.

Artikel 85

Een beleggingsonderneming verricht geen transactie voor rekening van een cliënt, indien de op naam van de cliënt aanwezige saldi ontoereikend zijn om aan de verplichtingen te voldoen die voortvloeien uit die transactie.

Artikel 86
1.

Een beleggingsonderneming ziet er op toe dat cliënten die posities hebben in financiële instrumenten waaruit verplichtingen kunnen voortvloeien voortdurend over voldoende saldi beschikken om aan de actuele verplichtingen die uit die posities voortvloeien te voldoen.

2.

Indien een cliënt als bedoeld in het eerste lid over onvoldoende saldi beschikt om te voldoen aan de actuele verplichtingen die voortvloeien uit posities in financiële instrumenten, ziet de beleggingsonderneming er op toe dat deze cliënt zekerheden stelt waaruit die verplichtingen kunnen worden voldaan. Indien de cliënt geen zekerheden kan stellen, sluit de beleggingsonderneming de posities zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vijf werkdagen tenzij er zich bijzondere omstandigheden voordoen.

Hoofdstuk 8. Zorgvuldige dienstverlening

Afdeling 8.1. Informatieverstrekking

§ 7.2. Aangewezen geschilleninstantie

Artikel 87

Deze paragraaf is niet van toepassing op beheerders van icbe’s met zetel in een andere lidstaat en op beheerders van beleggingsinstellingen of icbe's met zetel in een aangewezen staat.

Artikel 88
1.

Een beheerder van een icbe meldt aan de Autoriteit Financiële Markten een wijziging in de gegevens die eerder door hemzelf of door een andere financiële onderneming aan een toezichthouder zijn verstrekt ten behoeve van de beoordeling van de ingevolge de wet gestelde eisen met betrekking tot de betrouwbaarheid van:

  • a. de personen die het beleid van de beheerder van een icbe, van een door hem beheerde maatschappij voor collectieve belegging in effecten of van een bewaarder die is verbonden aan een door hem beheerde icbe bepalen of mede bepalen; of
  • b. de personen die onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de beheerder van een icbe, van een door hem beheerde maatschappij voor collectieve belegging in effecten of van een bewaarder die is verbonden aan een door hem beheerde icbe.
2.

De beheerder van een icbe meldt de wijziging schriftelijk en onverwijld nadat hij daarvan in het kader van de normale bedrijfsvoering kennis heeft genomen.

Artikel 89
1.

Een beheerder van een icbe meldt aan de Autoriteit Financiële Markten schriftelijk het voornemen tot wijziging van het registratiedocument, bedoeld in artikel 4:48, eerste lid, van de wet, voorzover het betreft gegevens over:

  • a. de activiteiten van de beheerder en de soorten icbe's die hij beheert of voornemens is te beheren, bedoeld in onderdeel 1.b. van bijlage H;
  • b. de personen die het dagelijks beleid van de beheerder of van een bewaarder die is verbonden aan een door hem beheerde icbe bepalen, bedoeld in onderdeel 2.1.a van bijlage H;
  • c. de personen die het beleid van de beheerder of van een bewaarder die is verbonden aan een door hem beheerde icbe bepalen of mede bepalen, bedoeld in onderdeel 2.1.b. van bijlage H;
  • d. de personen die onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de beheerder of van een bewaarder die is verbonden aan een door hem beheerde icbe, bedoeld in onderdeel 2.1.c van bijlage H; of
  • e. de algemene gegevens betreffende de beheerder en de bewaarders, bedoeld in onderdeel 3 van bijlage H.
2.

De beheerder geeft geen uitvoering aan het voornemen, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, voordat de Autoriteit Financiële Markten heeft ingestemd met de wijziging. De Autoriteit Financiële Markten neemt een besluit omtrent de instemming binnen vier weken na ontvangst van de melding.

3.

De beheerder geeft geen uitvoering aan het voornemen, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, c of d, voordat de Autoriteit Financiële Markten heeft ingestemd met de wijziging. De Autoriteit Financiële Markten neemt een besluit omtrent de instemming:

  • a. binnen zes weken na ontvangst van de melding; of
  • b. indien de Autoriteit Financiële Markten binnen twee weken na ontvangst van de melding de beheerder of een derde om nadere gegevens heeft verzocht, binnen zes weken na ontvangst van die gegevens, doch uiterlijk binnen dertien weken na ontvangst van de melding.
4.

Indien de Autoriteit Financiële Markten een derde verzoekt om nadere gegevens als bedoeld in het derde lid, onderdeel b, doet zij daarvan mededeling aan de beheerder.

5.

Bij de melding, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, legt de beheerder ten aanzien van te benoemen personen die het dagelijks beleid zullen bepalen de volgende gegevens over:

  • a. een opgave van de naam, het privé-adres en de functie;
  • b. een curriculum vitae;
  • c. een opgave van de geldige relevante diploma’s;
  • d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
  • e. een opgave van referenten.
6.

Bij de melding, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdelen c en d, legt de beheerder ten aanzien van te benoemen personen die het beleid zullen bepalen of mede bepalen of die onderdeel zullen zijn van een orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken de volgende gegevens over:

  • a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
  • b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
  • c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in artikel 13; en
  • d. een opgave van referenten.
7.

Het zesde lid, onderdelen b, c en d, is niet van toepassing indien de voorgenomen wijziging een persoon betreft wiens betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.

Artikel 90

Een beheerder van een icbe zendt een afschrift van elke met een bewaarder van een icbe gesloten overeenkomst alsmede van wijzigingen van een met een bewaarder van een icbe gesloten overeenkomst binnen twee weken na ondertekening of wijziging van de overeenkomst aan de Autoriteit Financiële Markten.

Artikel 91
1.

Een beheerder van een icbe meldt een wijziging van de gegevens, bedoeld in artikel 4:50, eerste lid, met uitzondering van de onderdelen a, d, g en i van de wet, van een door hem beheerde icbe ten minste twee weken voorafgaand aan de wijziging schriftelijk aan de Autoriteit Financiële Markten.

2.

Een beheerder van een icbe meldt een wijziging in het fondsreglement of de statuten van een door hem beheerde icbe ten minste een maand voorafgaand aan de wijziging schriftelijk aan de Autoriteit Financiële Markten.

3.

Een beheerder van een icbe meldt het voornemen tot vervanging van de beheerder of de bewaarder die aan de icbe is verbonden ten minste een maand tevoren schriftelijk aan de Autoriteit Financiële Markten.

4.

De beheerder geeft geen uitvoering aan het voornemen, bedoeld in het tweede en derde lid, voordat de Autoriteit Financiële Markten daarmee heeft ingestemd.

Artikel 92
1.

Een beheerder van een icbe die vanuit een in een andere lidstaat gelegen bijkantoor een icbe beheert of rechten van deelneming in door hem beheerde icbe’s in die lidstaat aanbiedt, meldt aan de Autoriteit Financiële Markten en de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat schriftelijk ten minste een maand tevoren:

  • a. een wijziging in het adres in de lidstaat waar documenten kunnen worden opgevraagd;
  • b. een wijziging in de identiteit van de personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor bepalen; of
  • c. het voornemen om het aanbieden van rechten van deelneming in door hem beheerde icbe’s vanuit het in de andere lidstaat gelegen bijkantoor te staken.
2.

Een beheerder van een icbe die vanuit een in een andere lidstaat gelegen bijkantoor een icbe beheert of rechten van deelneming in door hem beheerde icbe’s in die lidstaat aanbiedt, meldt aan de Autoriteit Financiële Markten en de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat schriftelijk ten minste een maand tevoren het voornemen tot wijziging van de financiële diensten die hij vanuit het bijkantoor verleent, de organisatiestructuur van het bijkantoor, de procedure voor risicobeheer en de afhandeling van klachten.

3.

De beheerder van een icbe geeft geen uitvoering aan het voornemen, bedoeld in het tweede lid, voordat de Autoriteit Financiële Markten heeft ingestemd met de wijziging. De Autoriteit Financiële Markten neemt een besluit omtrent instemming binnen twee maanden na ontvangst van de melding en stemt in met de wijziging, tenzij de bedrijfsvoering of de financiële positie van de beheerder van een icbe gelet op de voorgenomen wijziging niet toereikend is.

§ 8.1.1. Inleidende bepalingen

Artikel 93

Deze paragraaf is niet van toepassing op beleggingsondernemingen met zetel in een andere lidstaat.

Artikel 94
1.

Een beleggingsonderneming meldt aan de Autoriteit Financiële Markten een wijziging in de gegevens die eerder door haarzelf of door een andere financiële onderneming aan een toezichthouder zijn verstrekt ten behoeve van de beoordeling van de ingevolge de wet gestelde eisen met betrekking tot de betrouwbaarheid van:

  • a. de personen die het beleid van de beleggingsonderneming bepalen of mede bepalen; of
  • b. de personen die onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de beleggingsonderneming.
2.

De beleggingsonderneming meldt de wijziging schriftelijk en onverwijld nadat zij daarvan in het kader van de normale bedrijfsvoering kennis heeft genomen.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op:

  • a. beleggingsondernemingen die voor de uitoefening van het bedrijf van bank een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben of voor de uitoefening van het bedrijf van financiële instelling een door de Nederlandsche Bank verleende verklaring van ondertoezichtstelling hebben; en
  • b. beleggingsondernemingen die voor het beheren van een instelling voor collectieve belegging in effecten een door de Autoriteit Financiële Markten verleende vergunning hebben.
Artikel 95
1.

Een beleggingsonderneming meldt aan de Autoriteit Financiële Markten schriftelijk het voornemen tot wijziging van:

  • a. de personen die het dagelijks beleid van de beleggingsonderneming bepalen;
  • b. de personen die het beleid van de beleggingsonderneming bepalen of mede bepalen; of
  • c. de personen die onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de beleggingsonderneming.
2.

Een beleggingsonderneming geeft geen uitvoering aan het voornemen, bedoeld in het eerste lid, voordat de Autoriteit Financiële Markten heeft ingestemd met de wijziging. De Autoriteit Financiële Markten neemt een besluit omtrent de instemming:

  • a. binnen zes weken na ontvangst van de melding; of
  • b. indien de Autoriteit Financiële Markten binnen twee weken na ontvangst van de melding de beleggingsonderneming of een derde om nadere gegevens heeft verzocht, binnen zes weken na ontvangst van die gegevens, doch uiterlijk binnen dertien weken na ontvangst van de melding.
3.

Indien de Autoriteit Financiële Markten een derde verzoekt om nadere gegevens als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, doet zij daarvan mededeling aan de beleggingsonderneming.

4.

Bij de melding, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, legt de beleggingsonderneming ten aanzien van te benoemen personen die het dagelijks beleid zullen bepalen de volgende gegevens over:

  • a. een opgave van de naam, het privé-adres en de functie;
  • b. een curriculum vitae;
  • c. een opgave van de relevante geldige diploma’s;
  • d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
  • e. een opgave van referenten.
5.

Bij de melding, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, legt de beleggingsonderneming ten aanzien van te benoemen personen die het beleid zullen bepalen of mede bepalen of die onderdeel zullen zijn van een orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken de volgende gegevens over:

  • a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
  • b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
  • c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in artikel 13; en
  • d. een opgave van referenten.
6.

Het vijfde lid, onderdelen b, c en d, is niet van toepassing indien de wijziging een persoon betreft wiens betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.

7.

Het eerste tot en met vijfde lid zijn niet van toepassing op:

  • a. beleggingsondernemingen die voor de uitoefening van het bedrijf van bank een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben of voor de uitoefening van het bedrijf van financiële instelling een door de Nederlandsche Bank verleende verklaring van ondertoezichtstelling hebben; en
  • b. beleggingsondernemingen die voor het beheren van een instelling voor collectieve belegging in effecten een door de Autoriteit Financiële Markten verleende vergunning hebben.
Artikel 96
1.

Een beleggingsonderneming meldt aan de Autoriteit Financiële Markten ten minste twee weken tevoren schriftelijk een wijziging in:

  • e. de naam en het adres van het hoofdkantoor van de beleggingsonderneming, en, indien zij haar zetel niet in Nederland heeft, het adres van het bijkantoor, alsmede, in voorkomend geval, de plaats van haar zetel;
  • f. indien zij met personen in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur is verbonden: de samenstelling daarvan; of
  • g. de financiële diensten die de beleggingsonderneming verleent of de financiële producten waarop deze diensten betrekking hebben.
2.

Het eerste lid, met uitzondering van de onderdelen b en d, is niet van toepassing op:

  • a. beleggingsondernemingen die voor de uitoefening van het bedrijf van bank een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben of voor de uitoefening van het bedrijf van financiële instelling een door de Nederlandsche Bank verleende verklaring van ondertoezichtstelling hebben; en
  • b. beleggingsondernemingen die voor het beheren van een instelling voor collectieve belegging in effecten een door de Autoriteit Financiële Markten verleende vergunning hebben.
Artikel 97
1.

Een beleggingsonderneming met zetel in Nederland die vanuit een in een andere lidstaat gelegen bijkantoor beleggingsdiensten verleent, meldt aan de Autoriteit Financiële Markten en de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat schriftelijk ten minste een maand tevoren:

  • a. een wijziging van de financiële diensten die zij vanuit het bijkantoor verleent;
  • b. een wijziging in het adres in de lidstaat waar documenten kunnen worden opgevraagd;
  • c. een wijziging in de identiteit van de personen die het dagelijks beleid bepalen van het bijkantoor; of
  • d. het voornemen om het verlenen van beleggingsdiensten vanuit het bijkantoor te staken.
2.

Het eerste lid, aanhef en onderdelen b en c, is niet van toepassing op beleggingsondernemingen die hebben voldaan aan artikel 92.

Artikel 98

Een beleggingsonderneming met zetel in Nederland die door middel van het verrichten van diensten naar een andere lidstaat beleggingsdiensten verleent, meldt aan de Autoriteit Financiële Markten en de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat schriftelijk ten minste een maand tevoren:

  • a. een wijziging van de financiële diensten die de beleggingsonderneming in de andere lidstaat verleent; en
  • b. het voornemen om het verlenen van beleggingsdiensten door middel van het verrichten van diensten naar de andere lidstaat te staken.
Artikel 99
1.

Een beleggingsonderneming met zetel in Nederland die vanuit een in een staat die geen lidstaat is gelegen bijkantoor beleggingsdiensten verleent, meldt aan de Autoriteit Financiële Markten schriftelijk ten minste een maand tevoren:

  • a. een wijziging in het adres van het bijkantoor;
  • b. een wijziging in de identiteit van de personen die het dagelijks beleid bepalen van het bijkantoor; of
  • c. het voornemen om het verlenen van beleggingsdiensten vanuit het bijkantoor te staken.
2.

Een beleggingsonderneming met zetel in Nederland die vanuit een in een staat die geen lidstaat is gelegen bijkantoor beleggingsdiensten verleent, meldt aan de Autoriteit Financiële Markten schriftelijk het voornemen tot wijziging van:

  • a. de financiële diensten die zij vanuit het bijkantoor verleent; of
  • b. de maatregelen gericht op het bevorderen en handhaven van een integere bedrijfsvoering.
3.

De beleggingsonderneming geeft geen uitvoering aan het voornemen, bedoeld in het tweede lid, voordat de Autoriteit Financiële Markten heeft ingestemd met de wijziging. De Autoriteit Financiële Markten neemt een besluit omtrent instemming binnen twee maanden na ontvangst van de melding en stemt in met de wijziging, tenzij de bedrijfsvoering of de financiële positie van de beleggingsonderneming gelet op de voorgenomen wijziging niet toereikend is.

4.

Zodra de beleggingsonderneming het voornemen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, uitvoert, meldt zij dit onverwijld aan de Autoriteit Financiële Markten.

5.

De melding, bedoeld in het eerste en tweede lid, gaat vergezeld van een vertaling van de desbetreffende gegevens, voorzover de Autoriteit Financiële Markten dat verlangt.

§ 8.1.2. Algemene informatie over financiële ondernemingen

Artikel 100

Een rechtspersoon als bedoeld in artikel 2:105, eerste lid, van de wet meldt aan de Autoriteit Financiële Markten binnen twee weken schriftelijk een wijziging in:

  • a. de naam en het adres van een aangesloten onderneming;
  • b. de rechtsvorm van een aangesloten onderneming;
  • c. indien een aangesloten onderneming een rechtspersoon is: de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen; of
  • d. indien een aangesloten onderneming is ingeschreven in het handelsregister: het nummer van de inschrijving.

§ 7.2. Aangewezen geschilleninstantie

Artikel 101

Deze paragraaf is niet van toepassing op:

  • a. bemiddelaars in verzekeringen met zetel in een andere lidstaat;
  • b. financiëledienstverleners die voor de uitoefening van het bedrijf van bank of verzekeraar een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben of voor de uitoefening van het bedrijf van financiële instelling een door de Nederlandsche Bank verleende verklaring van ondertoezichtstelling hebben;
  • c. financiëledienstverleners met zetel in een andere lidstaat of een aangewezen staat die het bedrijf van financiële instelling, bank of verzekeraar uitoefenen; en
  • d. herverzekeringsbemiddelaars met zetel in een andere lidstaat.
Artikel 102
1.

Een financiëledienstverlener meldt aan de Autoriteit Financiële Markten een wijziging in de gegevens die eerder door hemzelf of een andere financiële onderneming aan een toezichthouder zijn verstrekt ten behoeve van de beoordeling van de ingevolge de wet gestelde eisen met betrekking tot de betrouwbaarheid van:

  • a. de personen die het beleid van de financiëledienstverlener bepalen of mede bepalen; of
  • b. de personen die onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de financiëledienstverlener.
2.

De financiëledienstverlener meldt de wijziging schriftelijk en onverwijld nadat hij daarvan in het kader van de normale bedrijfsvoering kennis heeft genomen.

3.

Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op financiëledienstverleners die tevens beleggingsonderneming, beheerder van een beleggingsinstelling of beheerder van een icbe zijn.

Artikel 103
1.

Een financiëledienstverlener meldt aan de Autoriteit Financiële Markten schriftelijk het voornemen tot benoeming van:

  • a. een persoon die het beleid van de financiëledienstverlener bepaalt of mede bepaalt; of
  • b. een persoon die onderdeel is van een orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de financiëledienstverlener.
2.

Een financiëledienstverlener geeft geen uitvoering aan het voornemen, bedoeld in het eerste lid, voordat de Autoriteit Financiële Markten heeft vastgesteld dat de betrouwbaarheid van de betrokken persoon buiten twijfel staat en deze persoon geschikt is. De Autoriteit Financiële Markten neemt een besluit omtrent de betrouwbaarheid en geschiktheid:

  • a. binnen zes weken na ontvangst van de melding; of
  • b. indien de Autoriteit Financiële Markten binnen twee weken na ontvangst van de melding de financiëledienstverlener of een derde om nadere gegevens heeft verzocht, binnen zes weken na ontvangst van die gegevens, doch uiterlijk binnen dertien weken na ontvangst van de melding.
3.

Indien de Autoriteit Financiële Markten een derde verzoekt om nadere gegevens als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, doet zij daarvan mededeling aan de financiëledienstverlener.

4.

Bij de melding legt de financiëledienstverlener ten aanzien van de betrokken persoon de volgende gegevens over:

  • a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer, curriculum vitae, een opgave van de relevante geldige diploma's en de functie;
  • b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
  • c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in artikel 13; en
  • d. een opgave van referenten.
5.

Het vierde lid, onderdelen b, c en d, is niet van toepassing indien de voorgenomen benoeming een persoon betreft wiens betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet reeds is vastgesteld.

Artikel 104

Een financiëledienstverlener meldt aan de Autoriteit Financiële Markten binnen twee weken schriftelijk een wijziging in:

  • a. zijn naam en adres;
  • b. zijn rechtsvorm;
  • c. indien hij een rechtspersoon is: zijn statutaire zetel, statutaire naam en handelsnaam of handelsnamen;
  • d. indien hij is ingeschreven in het handelsregister: het nummer van de inschrijving;
  • e. de financiële diensten die hij verleent of de financiële producten waarop deze diensten betrekking hebben;
  • f. indien hij een bemiddelaar in verzekeringen is: de natuurlijke personen die zijn beleid bepalen; of
  • g. indien hij een gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent is: de verzekeraar voor wie zijn volmacht geldt of de natuurlijke personen die zijn beleid bepalen.

§ 8.1.2. Algemene informatie over financiële ondernemingen

Artikel 105

Een schadeverzekeraar met zetel in Nederland die de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen uitoefent of een schadeverzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is die de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen uitoefent vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor, meldt een wijziging in de naam of het adres van een door hem in een andere lidstaat aangestelde schaderegelaar als bedoeld in artikel 4:70, tweede lid, van de wet binnen twee weken schriftelijk aan de Autoriteit Financiële Markten.

Artikel 106

Een schadeverzekeraar met zetel buiten Nederland die de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen uitoefent door middel van het verrichten van diensten naar Nederland meldt een wijziging in de akte van aanstelling van de schade-afhandelaar, bedoeld in artikel 4:71, derde lid, van de wet binnen twee weken schriftelijk aan de Autoriteit Financiële Markten.

Afdeling 8.1. Informatieverstrekking

Artikel 107
1.

De door een accountant als bedoeld in artikel 4:27, tweede lid, van de wet op grond van artikel 4:27, vierde lid, van de wet te verstrekken gegevens zijn:

  • a. het accountantsverslag aan de bestuurders en de raad van commissarissen;
  • b. de directiebrieven; en
  • c. correspondentie tussen de accountant en de financiële onderneming die rechtstreeks betrekking heeft op de verklaring omtrent de getrouwheid van de jaarrekening van de financiële onderneming.
2.

De directiebrieven, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, met betrekking tot een icbe en een beheerder van een icbe bevatten in ieder geval een verklaring van de accountant of en zo ja, in hoeverre hij de inrichting van de bedrijfsvoering heeft beoordeeld.

Artikel 108
1.

Een accountant die voornemens is gegevens als bedoeld in artikel 107 te verstrekken, stelt de financiële onderneming daarvan in kennis.

2.

Indien de financiële onderneming dat wenst, kan zij zelf de gegevens aan de Autoriteit Financiële Markten verstrekken. In dat geval stelt zij de accountant daarvan in kennis. De accountant vergewist zich ervan dat de Autoriteit Financiële Markten de gegevens heeft ontvangen en dat de inhoud van de gegevens hem geen aanleiding geeft alsnog gegevens aan de Autoriteit Financiële Markten te verstrekken.

3.

Indien de accountant schriftelijk gegevens verstrekt aan de Autoriteit Financiële Markten, zendt hij onverwijld aan de financiële onderneming een afschrift van de gegevens en, indien van toepassing, van de begeleidende brief.

Hoofdstuk 8. Zorgvuldige dienstverlening

Afdeling 8.1. Informatieverstrekking

Artikel 109

In deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt in afwijking van artikel 1, verstaan onder gelieerde partij:

  • a. persoon die met een aanbieder van beleggingsobjecten in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur is verbonden;
  • b. persoon die direct of indirect stemrecht kan uitoefenen of anderszins bepaalde rechten kan uitoefenen in een aanbieder van beleggingsobjecten waardoor invloed van betekenis kan worden uitgeoefend op diens zakelijk of financieel beleid;
  • c. natuurlijke persoon die in een familierechtelijke betrekking staat of een persoonlijke relatie heeft met een bestuurder van een aanbieder van beleggingsobjecten of met een natuurlijke persoon als bedoeld in onderdeel a of b, op grond van welke relatie hij het handelen van de bestuurder of de natuurlijke persoon met betrekking tot de aanbieder van beleggingsobjecten kan beïnvloeden; of
  • d. rechtspersoon waarin een bestuurder van een aanbieder van beleggingsobjecten of een natuurlijke persoon als bedoeld in onderdeel c direct of indirect stemrecht kan uitoefenen of anderszins bepaalde rechten kan uitoefenen waardoor sprake is van invloed van betekenis op het zakelijk of financieel beleid van die rechtspersoon.
Artikel 110
1.

In het beleggingsobjectprospectus, bedoeld in artikel 4:30a, eerste lid, van de wet worden, voorzover van toepassing, de volgende gegevens opgenomen:

  • a. de naam, rechtsvorm, datum van oprichting, zetel en de plaats van het hoofdkantoor van de aanbieder;
  • b. een beschrijving van de formele of feitelijke zeggenschapsstructuur waarin de aanbieder met andere personen is verbonden en de met hem gelieerde partijen;
  • c. de voorwaarden, alsmede de wijze waarop deze voorwaarden kunnen worden gewijzigd en de wijze van bekendmaking van een wijziging aan de consument;
  • d. een beschrijving van de belangrijkste kenmerken van de serie van beleggingsobjecten waarvan het beleggingsobject deel uitmaakt, waaronder in ieder geval de aard, de bestaansduur en de risico’s, die onder meer inzichtelijk worden gemaakt door een risico-indicator, alsmede de effecten van die risico’s op het door de consument te realiseren rendement;
  • e. een beschrijving van de activiteiten van de aanbieder met betrekking tot de serie van beleggingsobjecten waarvan het beleggingsobject deel uitmaakt, voorzover mogelijk te onderscheiden in:
  • 1°. operationele activiteiten, onder vermelding van de plaats waar deze plaatsvinden;
  • 2°. financieringsactiviteiten, voorzover mogelijk te onderscheiden in het als kredietnemer aangaan van overeenkomsten inzake krediet en het als crediteur uitzetten van gelden; en
  • 3°. uitbestedingsactiviteiten onder vermelding van het beleid inzake het uitbesteden van werkzaamheden, waaronder ten minste een beschrijving van de werkzaamheden die zijn uitbesteed, de naam en de plaats van de zetel van de derde waaraan werkzaamheden zijn uitbesteed, alsmede de vermelding, indien van toepassing, dat de derde een gelieerde partij is;
  • f. een beschrijving van de wijze waarop wordt bepaald of de opbrengsten door de aanbieder aan de consument worden uitgekeerd;
  • g. een beschrijving van de door de aanbieder te verstrekken garanties die aan de consument in het vooruitzicht worden gesteld;
  • h. een beschrijving van de transacties die worden verricht met gelieerde partijen, waaronder:
  • 1°. de vermelding of een transactie onder marktconforme voorwaarden plaatsvindt, dan wel, indien dat niet het geval is, wat de reden daarvoor is; en
  • 2°. indien een transactie niet plaatsvindt op een gereglementeerde markt of een andere markt in financiële instrumenten: de vermelding of aan de transactie een onafhankelijke waardebepaling ten grondslag ligt of dat de waarde kan worden bepaald door een of meer bij de transactie betrokken partijen;
  • i. de kosten op jaarbasis per serie van beleggingsobjecten waarvan het beleggingsobject deel uitmaakt, en de relevante aannames die daaraan ten grondslag liggen; en
  • j. de gegevens op jaarbasis per serie van beleggingsobjecten waarvan het beleggingsobject deel uitmaakt, betreffende de brutowaarde, de financieringen, de prestatievergoedingen, en de rentebaten, met inbegrip van de daarbij gehanteerde waarderingsgrondslagen, waarbij als uitgangspunt geldt dat de brutowaarde wordt gebaseerd op de vrije verkoopwaarde per serie van beleggingsobjecten.
2.

Artikel 49 is van overeenkomstige toepassing op het verstrekken van het beleggingsobjectprospectus door de aanbieder van het beleggingsobject onderscheidenlijk de bemiddelaar.

3.

De Autoriteit Financiële Markten kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de gegevens, bedoeld in het eerste lid, in het beleggingsobjectprospectus worden opgenomen alsmede met betrekking tot de wijze van berekening van de kosten, risico’s en opbrengsten, bedoeld in het eerste lid.

Afdeling 8.1. Informatieverstrekking

§ 8.1.1. Inleidende bepalingen

Artikel 111

Artikel 4:33, eerste lid, van de wet is niet van toepassing op:

  • a. aanbieders van consumptief krediet, voorzover het consumptief krediet onderdeel uitmaakt van een complex product; en
  • b. aanbieders van consumptief krediet voorzover zij overeenkomsten inzake consumptief krediet beheren of uitvoeren.
Artikel 112
1.

De informatie, bedoeld in artikel 4:33, eerste lid, van de wet, met betrekking tot andere vormen van krediet dan bedoeld in de artikelen 112a, 112b, 112d en 112e, wordt schriftelijk of op een andere duurzame drager verstrekt in de vorm van het in bijlage D bij dit besluit opgenomen formulier en bevat de in die bijlage bedoelde gegevens.

2.

De informatie, bedoeld in het eerste lid, wordt gebaseerd op de door de consument kenbaar gemaakte voorkeur en verstrekte informatie.

3.

De aanbieder of de bemiddelaar, indien de kredietovereenkomst tot stand is gekomen door tussenkomst van een bemiddelaar, anders dan als nevenactiviteit, verstrekt in aanvulling op de informatie, bedoeld in het eerste lid, de naam van de benchmark en de beheerder daarvan, alsmede de mogelijke gevolgen voor de consument, indien de kredietovereenkomst is afgesloten na 30 juni 2018 en een debetrentevoet gebruikt die is gebaseerd op een benchmark als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel 3, van de verordening financiële benchmarks.

4.

Informatie in aanvulling op de informatie, bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt in een afzonderlijk document.

5.

Indien de overeenkomst op verzoek van de consument tot stand is gekomen met gebruikmaking van een techniek voor communicatie op afstand waardoor de in het eerste lid bedoelde informatie niet op de in dat lid voorgeschreven wijze voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst kan worden verstrekt, verstrekt de aanbieder de informatie onmiddellijk na de totstandkoming van de overeenkomst aan de consument.

6.

De aanbieder verstrekt aan de consument op zijn verzoek een kosteloos exemplaar van de ontwerpovereenkomst inzake krediet, tenzij de aanbieder op het tijdstip van het verzoek niet voornemens is de overeenkomst met de consument aan te gaan.

7.

Ten aanzien van een overeenkomst inzake krediet waarbij de betalingen door de consument niet tot een directe overeenkomstige aflossing van het totale kredietbedrag leiden, maar dienen om, gedurende de periodes en onder de voorwaarden die in de overeenkomst inzake krediet of in een nevenovereenkomst zijn vastgesteld, kapitaal op te bouwen, bevat de op grond van het eerste lid te verstrekken informatie een duidelijke en beknopte vermelding dat de overeenkomst inzake krediet niet voorziet in een garantie tot aflossing van het totale uit hoofde van de overeenkomst opgenomen kredietbedrag, tenzij die garantie wordt gegeven.

8.

De aanbieder verstrekt de consument, teneinde deze in staat te stellen te beoordelen of de voorgestelde overeenkomst inzake krediet aan zijn behoeften en financiële situatie beantwoordt:

  • a. een passende toelichting op de informatie, bedoeld in het eerste lid;
  • b. de voornaamste kenmerken van het voorgestelde krediet,
  • c. indien van toepassing, informatie inzake het goed of de dienst, bedoeld in bijlage D, onderdeel 2, van dit besluit en van de verzekering of de rekening, bedoeld in onderdeel 3 van die bijlage;
  • d. de specifieke gevolgen van het krediet voor de consument, met inbegrip van de gevolgen indien de consument niet betaalt.
9.

Indien informatie als bedoeld in het eerste lid niet voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst op de in dat lid bedoelde wijze kan worden bepaald, wordt zij bepaald met toepassing van de desbetreffende hypothese, bedoeld in bijlage A, deel II.

§ 8.1.1a. Cliëntenclassificatie

Artikel 113
1.

Een aanbieder van krediet gaat met een consument geen overeenkomst inzake krediet aan waarvan het totale kredietbedrag meer dan € 1000 bedraagt, indien hij niet beschikt over voldoende schriftelijke of op een andere duurzame drager vastgelegde informatie aangaande de financiële positie van de consument om, ter voorkoming van overkreditering, te kunnen beoordelen of het aangaan van de overeenkomst verantwoord is.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op aanbieders van krediet voorzover zij krediet aanbieden tegen onderpand van effecten als bedoeld in onderdeel a, dan wel onderdeel b van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, die tot zekerheid dienen voor de terugbetaling van het krediet aan een consument die reeds op het moment van aangaan van de overeenkomst inzake krediet bezitter is van de te verpanden effecten als bedoeld in onderdeel a, dan wel onderdeel b van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, van welk krediet het totale kredietbedrag gedurende de looptijd van de overeenkomst inzake het krediet niet hoger is dan zeventig procent van de waarde van de te verpanden effecten, indien het effecten betreffen als bedoeld in onderdeel a van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, dan wel niet hoger is dan tachtig procent van de waarde van de te verpanden effecten, indien het effecten betreffen als bedoeld in onderdeel b van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, en:

  • 1°. die effecten als bedoeld in onderdeel a, dan wel onderdeel b van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt; of
  • 2°. de waarde van die effecten als bedoeld in onderdeel a, dan wel onderdeel b van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, door middel van een openbare prijsaanduiding voor een ieder kenbaar is.
3.

Het eerste lid is niet van toepassing op aanbieders van krediet voor zover zij krediet aanbieden in de vorm van een geoorloofde debetstand die binnen drie maanden dient te worden afgelost en die niet hoger is dan het bedrag dat maandelijks op de rekening wordt gestort.

Artikel 114

Alvorens met een consument een overeenkomst inzake krediet aan te gaan waarvan het totale kredietbedrag meer dan € 250 bedraagt, raadpleegt een aanbieder van krediet de bij het stelsel van kredietregistratie waaraan hij deelneemt geregistreerde gegevens over reeds aan de consument verleende kredieten.

Artikel 115
1.

Ter voorkoming van overkreditering legt een aanbieder van krediet de criteria vast die hij ten grondslag legt aan de beoordeling van een kredietaanvraag van een consument en past hij deze criteria toe bij de beoordeling van een kredietaanvraag.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op aanbieders van krediet voor zover zij krediet aanbieden in de vorm van een geoorloofde debetstand die binnen drie maanden dient te worden afgelost en die niet hoger is dan het bedrag dat maandelijks op de rekening wordt gestort.

3.

Bij ministeriële regeling worden de inkomenscriteria vastgesteld en de maximale hoogte van het hypothecair krediet in verhouding tot de waarde van de woning.

4.

In aanvulling op het eerste lid past een aanbieder van hypothecair krediet de bij ministeriële regeling vastgestelde inkomenscriteria toe bij de beoordeling van een aanvraag voor een hypothecair krediet.

5.

Een aanbieder van hypothecair krediet houdt bij de beoordeling van de kredietaanvraag rekening met het bij ministeriële regeling bepaalde maximale hypothecair krediet in verhouding tot de waarde van de woning.

6.

De waarde van de woning is:

  • 1°. de koopsom of aanneemsom dan wel de kosten volgens de begroting van een bouwkundig bedrijf, eventueel vermeerderd met de kosten van de grond, kosten van de bouw, inclusief de kosten voor meerwerk, bouwrente en renteverlies tijdens de bouwperiode, en de aansluiting op nutsvoorzieningen;
  • 2°. de marktwaarde van de woning blijkens een door een deskundig taxateur opgemaakt taxatierapport dat op het moment van aangaan van het hypothecair krediet niet ouder is dan een jaar, eventueel na verbouwing; of
  • 3°. de modelmatige waardebepaling van de woning die is beoordeeld en goedgekeurd door een deskundig en onafhankelijk taxateur, met dien verstande dat:
  • a. de hoogte van het hypothecair krediet niet meer bedraagt dan 90 procent van de aldus vastgestelde waarde van de woning indien de modelmatige waarde van de woning is gebaseerd op een statistisch model dat in ten minste 90 procent van de waardebepalingen in Nederland of in een regionaal gebied dat deel uitmaakt van de gebiedsindeling opgesteld door de Coördinatiecommissie Regionaal Onderzoeksprogramma minder dan tien procent afwijkt van de uiteindelijke transactiewaarde van de woning; of
  • b. de hoogte van het hypothecair krediet niet meer bedraagt dan 70 procent van de aldus vastgestelde waarde van de woning indien de modelmatige waarde van de woning is gebaseerd op een statistisch model dat in ten minste 85 procent van de waardebepalingen in Nederland of in een regionaal gebied dat deel uitmaakt van de gebiedsindeling opgesteld door de Coördinatiecommissie Regionaal Onderzoeksprogramma minder dan vijftien procent afwijkt van de uiteindelijke transactiewaarde van de woning.
7.

Vervallen.

8.

De aanbieder van hypothecair krediet gebruikt uitsluitend een statistisch model als bedoeld in het zesde lid, onder 3°, dat jaarlijks door een externe accountant van de modelleverancier wordt beoordeeld waarbij de externe accountant heeft geconcludeerd dat het statistisch model voldoet aan de in het zesde lid, onder 3°, gestelde voorwaarden.

Afdeling 10.3. Rechten van deelneming in een beleggingsinstelling

§ 8.1.2. Algemene informatie over financiële ondernemingen

Artikel 116

Vervallen

Artikel 117

Het registratiedocument, bedoeld in artikel 4:48, eerste lid, van de wet, bevat ten minste de gegevens, genoemd in bijlage H.

Artikel 118
2.

In het prospectus worden in afzonderlijke paragrafen de gegevens opgenomen over:

  • a. de kosten van de icbe en de wijze waarop zij ten laste komen van het resultaat van de icbe, in mindering worden gebracht op het beheerde vermogen of anderszins direct of indirect ten laste komen van de deelnemers in de icbe; en
  • b. de aan de icbe verbonden risico’s.
3.

De Autoriteit Financiële Markten kan nadere regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de gegevens, bedoeld in bijlage I, worden opgenomen in het prospectus.

Artikel 119

Een beheerder van een icbe of een icbe verstrekt de jaarrekening, het bestuursverslag en de overige gegevens, bedoeld in artikel 4:51, eerste lid, van de wet, wat de indeling en inhoud betreft, onverminderd de artikelen 121 tot en met 124 en 146, in de vorm waarin deze zijn opgemaakt krachtens Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of de internationale jaarrekeningstandaarden.

Artikel 120
1.

Een beheerder van een icbe stelt de jaarrekening, het bestuursverslag en de overige gegevens, bedoeld in artikel 4:52, eerste lid, van de wet en de halfjaarcijfers, bedoeld in artikel 4:52, tweede lid, kosteloos verkrijgbaar voor deelnemers in de icbe.

2.

De openbaarmaking van de jaarrekening, het bestuursverslag en de overige gegevens, bedoeld in artikel 4:52, eerste lid, van de wet, geschiedt door publicatie op de website van de beheerder van de icbe. Gelijktijdig met de publicatie op de website deelt de beheerder in een landelijk verspreid Nederlands dagblad dan wel aan het adres van iedere deelnemer, mee dat voor deelnemers op verzoek bij de beheerder een afschrift van de jaarrekening, het bestuursverslag en de overige gegevens van de beheerder, de icbe of de bewaarder van een icbe voor de deelnemers in de icbe kosteloos verkrijgbaar is.

3.

De openbaarmaking van de halfjaarcijfers, bedoeld in artikel 4:52, tweede lid, van de wet geschiedt overeenkomstig het tweede lid.

4.

De beheerder van een icbe houdt de informatie, bedoeld in het tweede en derde lid, gedurende ten minste drie jaar beschikbaar op zijn website.

Artikel 121
1.

Het bestuursverslag van een icbe, bedoeld in artikel 4:51, eerste lid, van de wet, bevat een verklaring van de beheerder van een icbe dat hij voor de icbe beschikt over een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering die voldoet aan het bepaalde ingevolge de artikelen 3:17, tweede lid, onderdeel c, en 4:14, eerste lid, van de wet, en dat de bedrijfsvoering van de icbe effectief en overeenkomstig de beschrijving functioneert.

2.

Het bestuursverslag van een icbe bevat ten minste de gegevens omtrent beloningen, bedoeld in artikel 69, derde lid, van de richtlijn instellingen voor collectieve belegging in effecten.

Artikel 122
1.

De toelichting op de balans en de winst- en verliesrekening van een icbe bevat ten minste de volgende gegevens:

  • a. een sluitend overzicht van het verloop gedurende het boekjaar van de beleggingen waarbij de beleggingen worden onderscheiden naar soort;
  • b. een overzicht van de samenstelling van de activa aan het einde van het boekjaar;
  • c. een vergelijkend overzicht over de laatste drie jaren van de intrinsieke waarde van de icbe, het aantal uitstaande rechten van deelneming en de intrinsieke waarde per recht van deelneming, een en ander per het einde van het boekjaar;
  • d. een mededeling in hoeverre activa die geen financiële instrumenten zijn die zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt of een andere markt in financiële instrumenten door een onafhankelijke deskundige zijn gewaardeerd, volgens welke methode de waardering heeft plaatsgevonden, alsmede de regelmaat waarmee deze waardering plaatsvindt;
  • e. het bedrag der verplichtingen, onderscheiden naar soort aan het einde van het boekjaar, die voortvloeien uit dekkingstransacties met betrekking tot koers- en wisselkoersrisico in verband met de beleggingen, voorzover een en ander niet reeds in de balans en winst- en verliesrekening is begrepen;
  • g. indien de icbe 85 procent of meer van het beheerde vermogen direct of indirect belegt in een andere beleggingsinstelling of icbe: de gegevens, bedoeld in de onderdelen a, b, c, d en e, met betrekking tot de andere beleggingsinstelling of icbe.
2.

Onverminderd artikel 379, derde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek vermeldt de beheerder van een icbe onder de overige gegevens, bedoeld in artikel 4:51, eerste lid, van de wet, het totale persoonlijke belang dat de bestuurders van de beheerder van een icbe of de maatschappij voor collectieve belegging in effecten bij iedere belegging van de icbe aan het begin en het einde van het boekjaar hebben gehad.

Artikel 123
1.

De toelichting op de balans en de winst- en verliesrekening van een icbe bevat de volgende gegevens:

  • a. voorzover van toepassing: de kosten van oprichting van de icbe, de wijze waarop deze kosten ten laste zijn gekomen van het resultaat, in mindering zijn gebracht op het beheerde vermogen of anderszins ten laste zijn gekomen van de deelnemers in de icbe en welk gedeelte ten goede is gekomen aan de beheerder van een icbe, de bewaarder van een icbe, de bestuurders van de beheerder van een icbe, maatschappij voor collectieve belegging in effecten of bewaarder van een icbe, of aan met de beheerder van een icbe, maatschappij voor collectieve belegging in effecten of bewaarder van een icbe gelieerde partijen;
  • b. de naar soort onderscheiden kosten, gemoeid met het beheer van de icbe, de bewaring van activa van de icbe, de accountant, het toezicht op de icbe en de marketing, met inbegrip van de berekeningsgrondslag en de wijze waarop deze kosten ten laste zijn gekomen van het resultaat, in mindering zijn gebracht op het beheerde vermogen of anderszins ten laste zijn gekomen van de deelnemers in de icbe;
  • c. de transactiekosten die geïdentificeerd en gekwantificeerd kunnen worden en de wijze waarop deze kosten ten laste zijn gekomen van het resultaat, in mindering zijn gebracht op het beheerde vermogen of anderszins ten laste zijn gekomen van de deelnemers in de icbe;
  • d. indien van toepassing: de kosten die zijn gemaakt of vergoedingen die zijn gevraagd in verband met het in- en uitlenen van financiële instrumenten en de wijze waarop deze kosten ten laste zijn gekomen van het resultaat, in mindering zijn gebracht op het beheerde vermogen of anderszins ten laste zijn gekomen van de deelnemers in de icbe onderscheidenlijk aan wie deze vergoedingen ten goede zijn gekomen;
  • e. indien van toepassing: de kosten voor het uitbesteden van werkzaamheden in het kader van het beheer van de icbe of de bewaring van de activa van de icbe en de wijze waarop deze kosten ten laste zijn gekomen van het resultaat, in mindering zijn gebracht op het beheerde vermogen of anderszins ten laste zijn gekomen van de deelnemers in de icbe;
  • f. het totaal betaalde bedrag aan vergoedingen voor het aanbrengen van deelnemers indien dit bedrag hoger is dan één tiende procent van het gemiddelde beheerde vermogen van de icbe, de wijze waarop dit bedrag ten laste is gekomen van het resultaat, in mindering is gebracht op het beheerde vermogen of anderszins ten laste is gekomen van de deelnemers in de icbe en, indien van toepassing, de namen van met de maatschappij voor collectieve belegging in effecten, de beheerder van een icbe of de bewaarder van een icbe gelieerde partijen aan wie deze aanbrengprovisies ten goede zijn gekomen;
  • g. alle andere dan in onderdeel a tot en met f bedoelde naar soort onderscheiden kosten die hoger zijn dan tien procent van de totale kosten, inclusief de berekeningsgrondslag, en de wijze waarop deze kosten ten laste zijn gekomen van het resultaat, in mindering zijn gebracht op het beheerde vermogen of anderszins ten laste zijn gekomen van de deelnemers in de icbe;
  • h. de wijze waarop de op- en afslagen zijn berekend, aan wie de op- en afslagen ten goede zijn gekomen en, voor zover van toepassing, de wijze waarop zij zijn verwerkt in de jaarrekening;
  • i. de overige eenmalige kosten die deelnemers in de icbe betalen bij in- en uittreding, inclusief de berekeningsgrondslag;
  • j. een vergelijkend overzicht van de naar soort onderscheiden volgens het prospectus, bedoeld in artikel 4:49, eerste lid, van de wet, te maken kosten en de daadwerkelijk gemaakte kosten;
  • k. de naar soort onderscheiden kosten die voortvloeien uit directe of indirecte beleggingen in andere beleggingsinstellingen of icbe’s of icbe’s;
  • l. het niveau van de kosten van de icbe gerelateerd aan haar gemiddelde intrinsieke waarde, onder vermelding van de kosten die daarbij buiten beschouwing zijn gelaten; indien de icbe gemiddeld tien procent of meer van haar vermogen direct of indirect in andere belegginginstellingen of icbe’s of icbe’s belegt, worden de kosten van de andere beleggingsinstellingen of icbe’s of icbe’s meegenomen bij het bepalen van het niveau van de kosten van de icbe of wordt vermeld dat en waarom het niet mogelijk is de kosten van een andere beleggingsinstelling of icbe mee te nemen, alsmede dat de kosten van de betreffende andere beleggingsinstelling of icbe van invloed zijn op het resultaat van de icbe;
  • m. indien de icbe 85 procent of meer van het beheerde vermogen direct of indirect belegt in een andere beleggingsinstelling of icbe: het niveau van de kosten van de andere beleggingsinstelling of icbe gerelateerd aan de gemiddelde intrinsieke waarde van de andere beleggingstelling of icbe, onder vermelding van de kosten die daarbij buiten beschouwing zijn gelaten;
  • n. indien van toepassing: de retourprovisies die niet ten goede zijn gekomen aan de icbe en aan wie deze retourprovisies ten goede zijn gekomen;
  • o. indien van toepassing: de door de beheerder van een icbe, de bestuurders van de beleggingsmaatschappij, de beheerder van een icbe of de bewaarden van de icbe, de bewaarder van de icbe, de met de beheerder van de icbe, maatschappij voor collectieve belegging in effecten of bewaarder van de icbe gelieerde partijen of derden voor het uitvoeren van opdrachten ten behoeve van icbe ontvangen of in het vooruitzicht gestelde goederen; en
  • p. de omloopsnelheid van de beleggingen en een vergelijking met de in het voorgaande boekjaar gerealiseerde omloopsnelheid van de beleggingen.
2.

Het eerste lid, onderdeel p, is niet van toepassing op icbe’s die uitsluitend of vrijwel uitsluitend beleggen in onroerende zaken.

3.

De Autoriteit Financiële Markten stelt regels met betrekking tot de wijze waarop inzicht wordt verschaft in het niveau van de kosten van de icbe, bedoeld in het eerste lid, onderdelen l en m, en de daaraan ten grondslag liggende berekening en de wijze van berekening van de omloopsnelheid van de activa, bedoeld in het eerste lid, onderdeel p.

4.

De toelichting op de balans en de winst en verliesrekening van een beheerder bevat ten minste de volgende gegevens:

  • a. indien van toepassing: de door de beheerder van een icbe of diens bestuurders ontvangen retourprovisies;
  • b. indien van toepassing: de door de beheerder van een icbe of diens bestuurders voor het uitvoeren van opdrachten ten behoeve van de beheerder van een icbe of de door de beheerder van een icbe beheerde beleggingsinstellingen of icbe’s ontvangen of in het vooruitzicht gestelde goederen; en
  • c. de vergoedingen die zijn ontvangen in verband met het in- en uitlenen van financiële instrumenten van de door de beheerder van een icbe beheerde beleggingsinstellingen of icbe’s.
5.

De in het eerste en vierde lid bedoelde gegevens worden cijfermatig en tekstueel toegelicht.

6.

In de toelichting op de balans en de winst- en verliesrekening van de beheerder van een icbe en de icbe worden de in het vierde onderscheidenlijk het eerste lid bedoelde gegevens in één paragraaf opgenomen.

Artikel 124
1.

Een icbe vermeldt in de toelichting op de balans en de winst en verliesrekening:

  • a. indien van toepassing: de met de met de maatschappij voor collectieve belegging in effecten, de beheerder van een icbe of de bewaarder van een icbe gelieerde partijen aangegane overeenkomsten en een beschrijving van de hoofdlijnen van die overeenkomsten;
  • b. welk percentage van het totale transactievolume van de beleggingsinstelling is uitgevoerd via de met de maatschappij voor collectieve belegging in effecten, de beheerder van een icbe of de bewaarder van een icbe gelieerde partijen;
  • c. indien van toepassing: een opsomming van de soorten transacties die via de met de maatschappij voor collectieve belegging in effecten, de beheerder van een icbe of de bewaarder van een icbe gelieerde partijen zijn uitgevoerd en de voorwaarden waaronder die transacties plaatsvinden. Indien een transactie met een gelieerde partij niet tegen marktconforme voorwaarden heeft plaatsgevonden wordt tevens de naam van de gelieerde partij, de prijs, de relevante voorwaarden, de getaxeerde waarde en de reden voor niet marktconform handelen vermeld;
  • d. indien van toepassing: het totaalbedrag gemoeid met transacties met de met de maatschappij voor collectieve belegging in effecten, de beheerder van een icbe of de bewaarder van een icbe gelieerde partijen die niet op een gereglementeerde markt of een andere markt in financiële instrumenten worden verricht;
  • e. indien van toepassing: dat de icbe direct of indirect belegt in een andere maatschappij voor collectieve belegging in effecten of beleggingsmaatschappij die een met de beheerder van de icbe, maatschappij voor collectieve belegging in effecten, of bewaarder van de icbe gelieerde partij is of in een andere icbe of beleggingsinstelling die beheerd wordt door een met de beheerder van de icbe, maatschappij voor collectieve belegging in effecten, of bewaarder van de icbe gelieerde partij en onder welke voorwaarden verkoop of inkoop van, alsmede terugbetaling op de rechten van deelneming in de andere icbe of beleggingsinstelling plaatsvindt;
  • f. indien van toepassing: beleggingen in met de maatschappij voor collectieve belegging in effecten, beheerder van een icbe of bewaarder van een icbe gelieerde partijen, niet zijnde beleggingsinstellingen of icbe’s, die meer dan tien procent van het vermogen van de gelieerde partij of van het beheerde vermogen van de icbe uitmaken, met een uiteenzetting van de relatie met de gelieerde partijen en het land van vestiging van de betreffende gelieerde partijen indien dit niet Nederland is;
  • g. indien de beheerder van een icbe of bewaarder van een icbe in het kader van het beheer van de icbe onderscheidenlijk de bewaring van de activa van de icbe werkzaamheden heeft uitbesteed: de naam van degene aan wie werkzaamheden zijn uitbesteed en een beschrijving van de werkzaamheden die zijn uitbesteed;
  • h. indien financiële instrumenten worden in- of uitgeleend:
  • 1°. de waarde van de in- en uitgeleende financiële instrumenten; deze informatie dient in de toelichting op de balans onder de balanspost financiële instrumenten te worden vermeld; en
  • 2°. de zekerheden die de icbe heeft verkregen;
  • i. indien de icbe gemiddeld twintig procent of meer van het beheerde vermogen direct of indirect belegt in een andere beleggingsinstelling of icbe:
  • 1°. waar de meest recente jaarrekening en het meest recente bestuursverslag van de andere beleggingsinstelling of icbe verkrijgbaar zijn;
  • 2°. of en, zo ja, waar de andere beleggingsinstelling of icbe onder toezicht staat;
  • 3°. het relatieve belang van de icbe in de andere beleggingsinstelling of icbe aan het begin en het einde van het boekjaar van de icbe;
  • 4°. de intrinsieke waarde van de rechten van deelneming in de andere beleggingsinstelling of icbe aan het einde van het meest recente boekjaar van die andere beleggingsinstelling of icbe;
  • 5°. de samenstelling van de beleggingsportefeuille van de andere beleggingsinstelling of icbe aan het begin en het einde van het meest recente boekjaar van die andere beleggingsinstelling of icbe;
  • 6°. een beschrijving van het beleggingsresultaat van de andere beleggingsinstelling of icbe aan de hand van de meest recente jaarrekening van die andere beleggingsinstelling of icbe; en
  • 7°. indien van toepassing: de afspraken tussen de icbe en de andere beleggingsinstelling of icbe over de verdeling van kosten en aan wie het voordeel ten goede komt; en
  • j. indien de icbe 85 procent of meer van het beheerde vermogen direct of indirect belegt in een andere beleggingsinstelling of icbe: het beleggingsbeleid van de andere beleggingsinstelling of icbe.
2.

De Autoriteit Financiële Markten kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de informatie, bedoeld in het eerste lid, wordt opgenomen in de jaarrekening.

Artikel 125
1.

De halfjaarcijfers van een icbe bevatten ten minste de volgende gegevens:

  • a. de balans en winst- en verliesrekening, alsmede een mutatieoverzicht van het eigen vermogen van de maatschappij voor collectieve belegging in effecten of van het beheerde vermogen van het fonds voor collectieve belegging in effecten met inachtneming, voorzover de aard van deze stukken dat toelaat, van de bepalingen van Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of de internationale jaarrekeningstandaarden;
  • b. een overzicht van de samenstelling van de activa van de icbe;
  • c. een opgave van de intrinsieke waarde van de icbe en het aantal uitstaande rechten van deelneming en de intrinsieke waarde per recht van deelneming;
  • e. indien van toepassing: een mededeling dat de icbe interimdividend heeft uitgekeerd of voornemens is dat te doen.
2.

De halfjaarcijfers van een beheerder van een icbe bevatten ten minste de balans en winst- en verliesrekening, alsmede een mutatieoverzicht van het eigen vermogen met inachtneming, voorzover de aard van deze stukken dat toelaat, van de bepalingen van Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met uitzondering van artikel 403, of de internationale jaarrekeningstandaarden.

3.

Indien de halfjaarcijfers van de beheerder van een icbe of de icbe door een accountant zijn onderzocht, wordt diens verklaring gevoegd bij de stukken die ingevolge artikel 4:51, tweede lid, van de wet aan de Autoriteit Financiële Markten worden verstrekt.

§ 8.1.4. Verplichte precontractuele informatie

Artikel 126
1.

Een beheerder die een icbe beheert of voornemens is te beheren op initiatief van een derde, inclusief het geval waarin de icbe de naam van de initiërende derde gebruikt, of wanneer een beheerder op grond van artikel 38a werkzaamheden uitbesteedt aan een initiërende derde, verstrekt in het kader van eventuele belangenconflicten uitleg en bewijs dat wordt voldaan aan artikel 4:59a, tweede lid, aan de Autoriteit Financiële Markten.

2.

De beheerder specificeert de maatregelen die hij heeft genomen om belangenconflicten als gevolg van de relatie met de derde te voorkomen of, indien belangenconflicten niet kunnen worden voorkomen, hoe hij deze belangenconflicten identificeert, beheert, monitort en, in voorkomend geval, openbaar maakt, om te voorkomen dat de belangen van de icbe en de beleggers worden geschaad.

Artikel 127

Vervallen

Artikel 128

De statuten of het fondsreglement van een icbe als bedoeld in artikel 4:61, eerste lid, van de wet vermelden:

  • a. de wijze waarop de bepaling plaatsvindt van de prijs bij het aanbieden, de verkoop- of inkoopprijs, en het bedrag bij terugbetaling van de waarde van de rechten van deelneming; en
  • b. de aard van de kosten die ten laste komen van het resultaat, in mindering worden gebracht op het beheerde vermogen of anderszins ten laste komen van de deelnemers in de icbe;
  • c. de instrumenten voor liquiditeitsbeheer, bedoeld in artikel 4:45a van de wet, voor eventueel gebruik in het belang van de deelnemers in de icbe.
Artikel 129

Een icbe als bedoeld in artikel 4:61, eerste lid, van de wet die belegt in rechten van deelneming in andere beleggingsinstellingen die door haar beheerder worden beheerd of die worden beheerd door een beheerder waarmee haar beheerder in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur is verbonden, brengt geen kosten in rekening voor inschrijving of aflossing ten aanzien van de rechten van deelneming in die andere beleggingsinstellingen.

Artikel 130

Het beheerde vermogen van een icbe als bedoeld in artikel 4:61, eerste lid, van de wet wordt uitsluitend belegd in:

  • a. effecten en geldmarktinstrumenten die zijn toegelaten tot de notering of worden verhandeld op een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit;
  • b. effecten en geldmarktinstrumenten die zijn toegelaten tot de notering of worden verhandeld op een met een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is, voorzover de statuten of het fondsreglement van de icbe voorzien in belegging in deze financiële instrumenten;
  • c. effecten waarvan het aannemelijk is dat zij binnen een jaar na emissie zullen worden toegelaten tot de notering of ter verhandeling zullen worden aangeboden op een gereglementeerde markt, een multilaterale handelsfaciliteit of een met een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is voorzover de statuten of het fondsreglement van de icbe voorzien in belegging in deze financiële instrumenten;
  • d. rechten van deelneming in icbe’s voor het aanbieden waarvan op grond van artikel 2:65 van de wet een vergunning is verleend of in icbe’s die overeenkomstig de richtlijn instellingen voor collectieve belegging in effecten in een andere lidstaat zijn toegelaten, indien de betreffende icbe’s volgens hun statuten of fondsreglementen niet meer dan tien procent van hun beheerde vermogen beleggen in rechten van deelneming in andere beleggingsinstellingen;
  • e. rechten van deelneming in beleggingsinstellingen met zetel in een aangewezen staat of in icbe’s waarop het toezicht naar het oordeel van de toezichthoudende instanties in andere lidstaten gelijkwaardig is aan de richtlijn instellingen voor collectieve belegging in effecten en ten aanzien waarvan de samenwerking tussen de toezichthouders en de toezichthoudende instanties genoegzaam is gewaarborgd, indien:
  • 1°. de rechten van deelneming in de beleggingsinstellingen of icbe’s op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald;
  • 2°. het reglementaire of statutaire doel van de beleggingsinstellingen of icbe’s uitsluitend is het beleggen in effecten, geldmarktinstrumenten, deposito’s of financiële derivaten met toepassing van het beginsel van risicospreiding;
  • 3°. de op de beleggingsinstellingen of icbe’s toepasselijke regels inzake scheiding van het vermogen, opnemen en verstrekken van leningen en verkopen van effecten en geldmarktinstrumenten vanuit een ongedekte positie gelijkwaardig zijn aan de voorschriften van de richtlijn instellingen voor collectieve belegging in effecten; en
  • 4°. de beleggingsinstellingen of icbe’s volgens hun statuten of fondsreglementen niet meer dan tien procent van hun beheerde vermogen beleggen in rechten van deelneming in andere beleggingsinstellingen of icbe’s;
  • f. deposito’s bij een bank met zetel in een lidstaat of in een staat die geen lidstaat is, mits de Nederlandsche Bank heeft vastgesteld dat het prudentieel toezicht in die staat die geen lidstaat is in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die de wet beoogt te beschermen;
  • g. financiële derivaten die zijn toegelaten tot de notering of worden verhandeld op een gereglementeerde markt, een multilaterale handelsfaciliteit of een met een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is, voorzover de waarde afhankelijk is van de in dit artikel genoemde financiële instrumenten en deposito’s, financiële indices, rentetarieven, wisselkoersen of valuta’s waarin de icbe krachtens haar statuten of reglementen mag beleggen;
  • h. financiële derivaten die niet op een gereglementeerde markt, een multilaterale handelsfaciliteit of een met een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is worden verhandeld, indien:
  • 1°. de waarde afhankelijk is van de in dit artikel genoemde financiële instrumenten en deposito’s, financiële indices, rentetarieven, wisselkoersen of valuta’s waarin icbe’s krachtens haar statuten of reglementen mag beleggen;
  • 2°. de tegenpartij een aan prudentieel toezicht onderworpen instelling is en behoort tot de categorieën die erkend zijn door de Autoriteit Financiële Markten of een toezichthoudende instantie in een andere lidstaat; en
  • 3°. zij aan betrouwbare en verifieerbare dagelijkse waardering onderworpen zijn en te allen tijde tegen hun waarde in het economisch verkeer op initiatief van de icbe kunnen worden verkocht, te gelde gemaakt of afgesloten door een compenserende transactie; of
  • i. geldmarktinstrumenten die niet op een gereglementeerde markt, een multilaterale handelsfaciliteit of een met een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is worden verhandeld, indien de emissie of de emittent van deze instrumenten zelf aan regelgeving is onderworpen met het oog op de bescherming van beleggers en spaargelden, en deze instrumenten:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)