Wijzigingsgeschiedenis
Besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 19 februari 2008, nr. P&O/2007/53275, houdende vaststelling van het Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 (Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008)
63 versions
· 2026-03-18
2026-03-18
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — art. 8
2025-10-30
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — art. 8
2024-11-06
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — art. 8
2024-07-02
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — arts. 8, 8
2024-06-29
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — art. 8
2024-01-20
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — art. 8
2023-12-09
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — art. 8
2022-10-15
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — art. 8
2022-08-01
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — arts. 8, 8
2022-05-01
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — arts. 8, 8
2022-04-08
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — art. 8
2022-04-01
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — arts. 8, 8
2022-01-15
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — art. 8
2022-01-10
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — arts. 8, 8
2020-06-25
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — art. 8
2020-01-01
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — arts. 8, 8
2019-06-06
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — art. 8
2019-03-01
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — arts. 8, 8
2018-02-21
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — art. 8
2017-10-26
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — arts. 16, 16
2017-03-03
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — art. 16
2016-07-01
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — arts. 16, 16
2016-04-01
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — arts. 16, 16
2015-04-15
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008
Wijzigingen op 2015-04-15
@@ -20,25 +20,21 @@
- e. **secretaris-generaal:** secretaris-generaal van het Ministerie,
- f. **plaatsvervangend secretaris-generaal:** plaatsvervangend secretaris-generaal van het Ministerie,
- g. **directeur-generaal:** een directeur-generaal van het Ministerie,
- h. **hoofd van een inspectie:** de inspecteur-generaal van het onderwijs of het hoofd van de Erfgoedinspectie,
- i. **directeur:** degene die aan het hoofd staat van een beleidsdirectie, een ondersteunende directie, of een ondersteunend bureau als bedoeld in de bijlage bij dit besluit,
- j. **budgethouder:** functionaris die verantwoordelijk is voor een rechtmatig en doelmatig financieel beheer van de aan hem toegewezen budgetten,
- k. **direct-leidinggevende:** degene die binnen het Ministerie belast is met de dagelijkse leiding van medewerkers en ten aanzien van die medewerkers personeelsbevoegdheden heeft,
- l. **naasthogere leidinggevende:** de direct-leidinggevende van de functionaris, bedoeld in onderdeel k,
- m. **managementteam:** managementteam van het ministerie bestaat uit de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal en de inspecteur-generaal van het Onderwijs,
- n. **budget:** aan een budgethouder toegewezen verplichtingen- en kasbedrag(en) alsmede de te realiseren ontvangsten ter uitvoering van een deel van de begroting,
- o. **bestedingsplan:** plan ter uitvoering van de begroting, opgesteld ten behoeve van het aangaan van verplichtingen anders dan in het kader van:
- f. **directeur-generaal:** een directeur-generaal van het Ministerie,
- g. **hoofd van een inspectie:** de inspecteur-generaal van het onderwijs of het hoofd van de Erfgoedinspectie,
- h. **directeur:** degene die aan het hoofd staat van een beleidsdirectie, een ondersteunende directie, of een ondersteunend bureau als bedoeld in de bijlage bij dit besluit,
- i. **budgethouder:** functionaris die verantwoordelijk is voor een rechtmatig en doelmatig financieel beheer van de aan hem toegewezen budgetten,
- j. **direct-leidinggevende:** degene die binnen het Ministerie belast is met de dagelijkse leiding van medewerkers en ten aanzien van die medewerkers personeelsbevoegdheden heeft,
- k. **managementteam:** managementteam van het ministerie bestaat uit de secretaris-generaal, de directeuren-generaal en de inspecteur-generaal van het Onderwijs,
- l. **budget:** aan een budgethouder toegewezen verplichtingen- en kasbedrag(en) alsmede de te realiseren ontvangsten ter uitvoering van een deel van de begroting,
- m. **bestedingsplan:** plan ter uitvoering van de begroting, opgesteld ten behoeve van het aangaan van verplichtingen anders dan in het kader van:
- –. de reguliere of aanvullende bekostiging van onderwijs en onderzoek,
@@ -46,9 +42,13 @@
- –. de verstrekking van subsidies als bedoeld in [artikel 34 van de Monumentenwet 1988](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004471&artikel=34),
- p. **managementafspraak:** afspraak omtrent de vertaling van beleidsdoelen in de begroting en de doelstellingen voor de interne bedrijfsvoering naar concrete acties en activiteiten, benodigde middelen en bevoegdheden of de prestatie- en kwaliteitsnormen ten aanzien van de te leveren producten of diensten, dan wel beide, met inbegrip van het bestedingsplan,
- q. **personele besluiten:** besluiten in de zin van de [Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537) ten aanzien van personele aangelegenheden.
- n. **managementafspraak:** afspraak omtrent de vertaling van beleidsdoelen in de begroting en de doelstellingen voor de interne bedrijfsvoering naar concrete acties en activiteiten, benodigde middelen en bevoegdheden of de prestatie- en kwaliteitsnormen ten aanzien van de te leveren producten of diensten, dan wel beide, met inbegrip van het bestedingsplan,
- o. **personele besluiten:** besluiten in de zin van de [Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537) ten aanzien van personele aangelegenheden;
- p. **ARAR:** [Algemeen Rijksambtenarenreglement](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001950);
- q. **BBRA:** [Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003630).
##### Artikel 2. Mandaat, volmacht en machtiging
@@ -108,17 +108,13 @@
3. De secretaris-generaal kan de stukken, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met h, afdoen en ondertekenen indien daarover afspraken zijn gemaakt tussen een bewindspersoon en de secretaris-generaal. De directeur Bestuursondersteuning en Advies draagt zorg voor bekendmaking van de afspraken, door openbare ter inzage legging op het Ministerie en door plaatsing op het intranet en de internetsite van het Ministerie.
##### Artikel 5. Mandaat aan SG en PSG
##### Artikel 5. Mandaat aan SG
1. De secretaris-generaal heeft mandaat voor al hetgeen het Ministerie betreft met inachtneming van de managementafspraak tussen de minister en de secretaris-generaal.
2. De secretaris-generaal geeft rechtstreeks leiding aan de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal, en de hoofden van de volgens de bijlage onder hem ressorterende dienstonderdelen.
3. De plaatsvervangend secretaris-generaal geeft rechtstreeks leiding aan de hoofden van de volgens de bijlage onder hem ressorterende dienstonderdelen.
4. De plaatsvervangend secretaris-generaal vervangt de secretaris-generaal bij diens afwezigheid of verhindering en in de gevallen daartoe door de secretaris-generaal aangewezen. Hij treedt alsdan in de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de secretaris-generaal.
5. Voor zover de secretaris-generaal of de plaatsvervangend secretaris-generaal rechtstreeks leiding geeft aan de hoofden van de volgens de bijlage onder hem ressorterende dienstonderdelen, zijn de voorschriften die van toepassing zijn op directeuren-generaal, van overeenkomstige toepassing.
2. De secretaris-generaal geeft rechtstreeks leiding aan de directeuren-generaal en de hoofden van de volgens de bijlage onder hem ressorterende dienstonderdelen.
3. Voor zover de secretaris-generaal rechtstreeks leiding geeft aan de hoofden van de volgens de bijlage onder hem ressorterende dienstonderdelen, zijn de voorschriften die van toepassing zijn op directeuren-generaal, van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 6. Mandaat aan DG’s
@@ -138,21 +134,21 @@
4. Onverminderd het eerste lid heeft de inspecteur-generaal van het onderwijs mandaat om:
- a. de bekostiging voor ten hoogste vijftien procent in te houden of geheel of gedeeltelijk op te schorten, op grond van [artikel 164 van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=164), [artikel 146 van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=146), [artikel 104 van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=104), [artikel 11.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=11.1) of [artikel 15.1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=15.1),
- a. de bekostiging voor ten hoogste vijftien procent in te houden of geheel of gedeeltelijk op te schorten, op grond van [artikel 164 van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=164), [artikel 129 van de Wet primair onderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030280&artikel=129), [artikel 146 van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=146), [artikel 104 van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=104), [artikel 184 van de Wet voortgezet onderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030284&artikel=184), [artikel 11.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=11.1), [artikel 10.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028395&artikel=10.2) of [artikel 15.1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=15.1);
- b. een subsidie lager vast te stellen, te wijzigen, of gedeeltelijk in te trekken of terug te vorderen op grond van de [afdelingen 4.2.5 tot en met 4.2.7 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=4.2.5),
- c. bij of krachtens de [Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420), de [Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549), de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399), de [Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625) of de [Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682) correcties aan te brengen of bedragen in mindering te brengen op de bekostiging,
- d. voor zover het niet de enige opleiding in zijn soort betreft, een waarschuwing als bedoeld in de [artikelen 6.1.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=6.1.5), [6.1.5b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=6.1.5b), [6.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=6.2.3), [6.2.3b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=6.2.3b) en [6.3.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=6.3.2) te geven, of een besluit als bedoeld in de [artikelen 6.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=6.1.4), 6.1.5b, [6.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=6.2.2), 6.2.3b en 6.3.2 van die wet te nemen,
- e. de bestuurlijke boete op te leggen, bedoeld in [artikel 27 van de Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628&artikel=27), of
- c. bij of krachtens de [Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420), de [Wet primair onderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030280), de [Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&wetgeving), de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&wetgeving), de [Wet voortgezet onderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030284), de [Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625), de [Wet educatie en beroepsonderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028395) of de [Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682) correcties aan te brengen of bedragen in mindering te brengen op de bekostiging;
- d. voor zover het niet de enige opleiding in zijn soort betreft, een waarschuwing als bedoeld in de [artikelen 6.1.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=6.1.5), [6.1.5b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=6.1.5b), [6.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=6.2.3), [6.2.3b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=6.2.3b) en [6.3.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=6.3.2) en de [artikelen 6.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028395&artikel=6.2.3), [6.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028395&artikel=6.2.4) en [6.3.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028395&artikel=6.3.1) te geven, of een besluit als bedoeld in de [artikelen 6.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=6.1.4), 6.1.5b, [6.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=6.2.2), 6.2.3b en 6.3.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs en de [artikelen 6.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028395&artikel=6.2.1), 6.2.4 en 6.3.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES te nemen;
- e. de bestuurlijke boete op te leggen, bedoeld in [artikel 27 van de Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628&artikel=27) of [artikel 39 van de Leerplichtwet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030281&artikel=39), of
- f. te beslissen op een tegen een besluit als bedoeld in de onderdelen a tot en met e ingediend bezwaarschrift.
##### Artikel 8. Mandaat aan het hoofd van de baten-lastendienst Nationaal Archief
1. Het hoofd van het Nationaal Archief heeft, onverminderd [artikel 4, eerste lid, onderdeel l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023543&artikel=4&z=2014-03-07&g=2014-03-07), en de mandaatverlening aan de secretaris-generaal en de directeur-generaal, binnen het kader van de managementafspraak mandaat ten aanzien van alle aangelegenheden die verband houden met de taken en verantwoordelijkheden op zijn werkterrein.
1. Het hoofd van het Nationaal Archief heeft, onverminderd [artikel 4, eerste lid, onderdeel l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023543&artikel=4&z=2015-04-15&g=2015-04-15), en de mandaatverlening aan de secretaris-generaal en de directeur-generaal, binnen het kader van de managementafspraak mandaat ten aanzien van alle aangelegenheden die verband houden met de taken en verantwoordelijkheden op zijn werkterrein.
2. Het hoofd van het Nationaal Archief is budgethouder voor de hem door de secretaris-generaal toegewezen budgetten.
@@ -164,9 +160,9 @@
##### Artikel 10. Managementafspraken
1. De secretaris-generaal maakt managementafspraken met de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal en de volgens de bijlage onder hem ressorterende hoofden van de in de bijlage opgenomen organisatieonderdelen.
2. De plaatsvervangend secretaris-generaal en de directeuren-generaal maken managementafspraken met de volgens de bijlage onder hen ressorterende hoofden van de in de bijlage opgenomen organisatieonderdelen.
1. De secretaris-generaal maakt managementafspraken met de directeuren-generaal en de volgens de bijlage onder hem ressorterende hoofden van de in de bijlage opgenomen organisatieonderdelen.
2. De directeuren-generaal maken managementafspraken met de volgens de bijlage onder hen ressorterende hoofden van de in de bijlage opgenomen organisatieonderdelen.
3. De directeur Personeel & Organisatie draagt zorg voor bekendmaking van de managementafspraken voor zover het betreft daarin opgenomen beperkingen of uitbreidingen van een mandaat dat op grond van dit besluit is verleend, door openbare ter inzage legging op het Ministerie en door plaatsing op het intranet en de internetsite van het Ministerie.
@@ -190,15 +186,15 @@
- c. stukken gericht aan de Nationale ombudsman,
- d. het verlenen van mandaat inzake een bevoegdheid, bedoeld in [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023543&artikel=13&z=2014-03-07&g=2014-03-07),
- d. het verlenen van mandaat inzake een bevoegdheid, bedoeld in [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023543&artikel=13&z=2015-04-15&g=2015-04-15),
- e. de afwikkeling van een gemeld vermoeden van een misstand,
- f. voorstellen tot verzelfstandiging van een organisatieonderdeel,
- g. de voorlopige buiteninvorderingstelling van vorderingen op derden, het kwijtschelden van vorderingen op derden, het deelnemen in een NV of BV met een financieel belang en het sluiten van huur-, huurkoop- en lease-overeenkomsten, een en ander voor een bedrag van meer dan € 500.000 voor de duur van de overeenkomst,
- h. het starten van projecten met betrekking tot informatiebeleid voor een bedrag van meer dan € 20.000.000,–
- g. de voorlopige buiteninvorderingstelling van vorderingen op derden, het kwijtschelden van vorderingen op derden, het deelnemen in een NV of BV met een financieel belang en het sluiten van huur-, huurkoop- en lease-overeenkomsten, een en ander voor een bedrag van meer dan € 500.000 voor de duur van de overeenkomst, en
- h. het starten van projecten met betrekking tot informatiebeleid voor een bedrag van meer dan € 20.000.000,–.
2. Het verlenen van ondermandaat van de bevoegdheden in dit artikel is niet mogelijk, met uitzondering van de bevoegdheid bedoeld in het eerste lid onder c.
@@ -212,63 +208,41 @@
- c. de voorlopige buiteninvorderingstelling van vorderingen op derden, het kwijtschelden van vorderingen op derden, het deelnemen in een NV of BV met een financieel belang en het sluiten van huur-, huurkoop- en leaseovereenkomsten, een en ander voor een bedrag tot € 500.000 voor de duur van de overeenkomst.
2. De directeur-generaal DUO is gemandateerd met betrekking tot het nemen van beslissingen op bezwaar- en beroepschriften onverminderd [artikel 7, vierde lid, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023543&artikel=7&z=2014-03-07&g=2014-03-07), en [artikel 14, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023543&artikel=14&z=2014-03-07&g=2014-03-07).
3. Met uitzondering van de bevoegdheid bedoeld in het tweede lid is ondermandaat van de bevoegdheden, bedoeld in dit artikel niet mogelijk.
2. De directeur-generaal DUO is gemandateerd met betrekking tot het nemen van beslissingen op bezwaar- en beroepschriften onverminderd [artikel 7, vierde lid, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023543&artikel=7&z=2015-04-15&g=2015-04-15), en [artikel 14, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023543&artikel=14&z=2015-04-15&g=2015-04-15).
3. De directeur-generaal Hoger Onderwijs, Beroepsonderwijs, Wetenschap en Emancipatie, de directeur-generaal Primair en Voortgezet Onderwijs en de directeur-generaal Cultuur en Media zijn met uitsluiting van anderen, met uitzondering van de secretaris-generaal, gemandateerd met betrekking tot het geven van toestemming voor schatkistbankieren.
4. Met uitzondering van de bevoegdheid bedoeld in het tweede lid is ondermandaat van de bevoegdheden, bedoeld in dit artikel niet mogelijk.
##### Artikel 14. Personele bevoegdheden
1. De secretaris-generaal is met uitsluiting van anderen gemandateerd met betrekking tot:
- a. het nemen van besluiten die voor alle ambtenaren van het Ministerie gelden;
- b. besluiten inhoudende:
- 1°. het toepassen van [artikel 40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001950&artikel=40) en [40a van het Algemeen Rijksambtenarenreglement](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001950&artikel=40a);
- 2°. voorwaardelijk en onvoorwaardelijk strafontslag;
- 3°. reorganisatieontslag;
- 4°. ontslag als bedoeld in [artikel 98b van het Algemeen Rijksambtenarenreglement](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001950&artikel=98b);
- 5°. ontslag als bedoeld in [artikel 99 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001950&artikel=99);
- 6°. de toekenning van financiële tegemoetkomingen als onderdeel van sociaal flankerende maatregelen;
- c. het beslissen op bezwaren, voor zover die betrekking hebben op handelingen of besluiten waarbij een ambtenaar als bedoeld in [artikel 1 van de Ambtenarenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001947&artikel=1) als zodanig belanghebbende is;
- d. besluiten als genoemd in het derde lid ten aanzien van medewerkers voor wie hij als direct-leidinggevende optreedt, voor zover niet bij of krachtens wet anders is of wordt bepaald.
2. De secretaris-generaal, de directeuren-generaal en de inspecteur-generaal van het onderwijs hebben mandaat voor het openstellen van vacatures voor de onder hen ressorterende dienstonderdelen.
3. Onverminderd het eerste en tweede lid zijn naasthogere leidinggevenden ten aanzien van het onder hen ressorterende personeel met uitzondering van de medewerkers aan wie zij rechtstreeks leiding geven gemandateerd met betrekking tot:
- a. aanstellings- en benoemingsbesluiten en daaraan voorafgaande besluiten die daarop betrekking hebben;
- b. ontslagbesluiten niet zijnde besluiten tot ontslag op eigen verzoek, anders dan besluiten inhoudende reorganisatieontslag, ontslag als bedoeld in de [artikelen 98b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001950&artikel=98b) en [99 van het algemeen Rijksambtenarenreglement](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001950&artikel=99) en voorwaardelijk en onvoorwaardelijk strafontslag;
- c. toekenning van een salarisschaal en functiewaardering,
- d. toekenning en intrekking van een salarisverhoging als bedoeld in [artikel 8 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003630&artikel=8);
- e. toekenning en intrekking van een periodieke toeslag als bedoeld in [artikel 22a van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003630&artikel=22a);
- f. het treffen van disciplinaire straffen, met uitzondering van voorwaardelijk en onvoorwaardelijk strafontslag;
- g. besluiten inhoudende erkenning van aansprakelijkheid ten aanzien van beroepsziekte, dienstongeval en beroepsincident en daaruit voortvloeiende besluiten met betrekking tot vergoeding van schade;
- h. besluiten als bedoeld in de [artikelen 47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001950&artikel=47), [48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001950&artikel=48), [66](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001950&artikel=66), [69](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001950&artikel=69) en [73 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001950&artikel=73).
4. Onverminderd het eerste, tweede en derde lid hebben de directeuren-generaal, de inspecteur-generaal van het onderwijs, het hoofd van de Erfgoedinspectie, het hoofd van het Nationaal Archief en de directeuren mandaat voor het nemen van personele besluiten ten behoeve van het onder hen ressorterende personeel.
5. Direct-leidinggevenden hebben binnen het kader van de managementafspraak mandaat ten aanzien van de personele aangelegenheden die verband houden met de taken en verantwoordelijkheden op hun werkterrein voor zover deze worden afgehandeld via het P-direktportaal.
6. Het verlenen van ondermandaat van het in dit artikel bepaalde is uitsluitend mogelijk voor de personele besluiten, bedoeld in het vierde lid, en voor zover het betreft de mandaten aan de directeur-generaal DUO, de inspecteur-generaal van het onderwijs, het hoofd van het Nationaal Archief en de directeur van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
1. De secretaris-generaal heeft bij uitsluiting van anderen mandaat ten aanzien van besluiten:
- a. die voor alle ambtenaren van het Ministerie gelden;
- b. inhoudende:
- 1°. ontslag als bedoeld in [artikel 99 van het ARAR](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001950&artikel=99);
- 2°. de toekenning van financiële tegemoetkomingen als onderdeel van sociaal flankerende maatregelen;
- c. personele besluiten als bedoeld in het tweede lid:
- 1°. ten aanzien waarvan de secretaris-generaal in een incidenteel geval aan een directeur-generaal of de inspecteur-generaal van het onderwijs mededeling heeft gedaan dat deze door hem zullen worden behandeld of
- 2°. die door een directeur-generaal of de inspecteur-generaal van het onderwijs aan de secretaris-generaal ter afhandeling worden voorgelegd, tenzij zij naar het oordeel van de secretaris-generaal door een andere directeur-generaal of inspecteur-generaal van het onderwijs moeten worden behandeld;
- d. het beslissen op bezwaren, voor zover die betrekking hebben op handelingen of besluiten waarbij een ambtenaar als bedoeld in [artikel 1 van de Ambtenarenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001947&artikel=1) als zodanig belanghebbende is.
2. Onverminderd het eerste lid hebben de secretaris-generaal, de directeuren-generaal en de inspecteur-generaal van het onderwijs mandaat ten aanzien van personele besluiten betreffende onder hen ressorterende medewerkers tenzij bij wettelijk voorschrift anders is of wordt bepaald.
3. De secretaris-generaal, de directeuren-generaal en de inspecteur-generaal van het onderwijs kunnen ondermandaat verlenen aan functionarissen binnen hun organisatieonderdeel ten aanzien van besluiten als bedoeld in het tweede lid.
4. Onverminderd het eerste tot en met het derde lid hebben direct-leidinggevenden binnen het kader van de managementafspraak mandaat ten aanzien van de personele aangelegenheden die verband houden met de taken en verantwoordelijkheden op hun werkterrein voor zover deze worden afgehandeld via het P-Direktportaal.
##### Artikel 15. Afwezigheid of verhindering
1. De secretaris-generaal voorziet in de vervanging bij afwezigheid of verhindering van de plaatsvervangend secretaris-generaal of een directeur-generaal, met uitzondering van de directeur-generaal DUO. Bij afwezigheid of verhindering van de plaatsvervangend secretaris-generaal of een directeur-generaal wordt voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens bevoegdheid uitgeoefend door de plaatsvervanger en bij diens afwezigheid door de tweede plaatsvervanger, met dien verstande dat het mandaat van de eerste vervanger niet de bevoegdheid omvat tot het verlenen, wijzigen of intrekken van mandaat en dat het mandaat van de tweede plaatsvervanger is beperkt tot het ondertekenen van stukken.
1. De secretaris-generaal voorziet in zijn vervanging bij afwezigheid of verhindering en voorts in de vervanging bij afwezigheid of verhindering van een directeur-generaal, met uitzondering van de directeur-generaal DUO. Bij afwezigheid of verhindering van een directeur-generaal wordt voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens bevoegdheid uitgeoefend door de plaatsvervanger en bij diens afwezigheid door de tweede plaatsvervanger, met dien verstande dat het mandaat van de eerste vervanger niet de bevoegdheid omvat tot het verlenen, wijzigen of intrekken van mandaat en dat het mandaat van de tweede plaatsvervanger is beperkt tot het ondertekenen van stukken.
2. De directeur-generaal DUO, de hoofden van inspecties, het hoofd van het Nationaal Archief en de directeuren voorzien in de vervanging bij hun afwezigheid of verhindering. Bij afwezigheid of verhindering wordt voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens bevoegdheid uitgeoefend door de plaatsvervanger, met dien verstande dat het mandaat van de vervanger niet de bevoegdheid omvat tot het verlenen, wijzigen of intrekken van mandaat.
@@ -290,7 +264,7 @@
naam van de gemandateerde.
2. De gemandateerde is gehouden in de ondertekening van stukken als bedoeld in [artikel 14a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023543&artikel=14a&z=2014-03-07&g=2014-03-07) zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid tot uitdrukking te brengen door opneming van de formule:
2. De gemandateerde is gehouden in de ondertekening van stukken als bedoeld in [artikel 14a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023543&artikel=14a&z=2015-04-15&g=2015-04-15) zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid tot uitdrukking te brengen door opneming van de formule:
**De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de minister van Infrastructuur en Milieu,**
@@ -1257,3 +1231,261 @@
- 11.5. College van beroep voor het hoger onderwijs (CBHO)
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
##### Artikel 14d. Rijksinkoop en departementale inkoopfunctie
1. Het hoofd Inkoop Bestuursdepartement van de directie FM/ICT fungeert tevens als coördinerend directeur inkoop, afgekort als CDI. Hij kan een onder hem ressorterende functionaris aanwijzen om namens hem als zodanig op te treden. De CDI is verantwoordelijk voor het goed functioneren van het CDI/CPO-stelsel binnen het Ministerie. De CDI wordt betrokken bij alle grote en/of risicovolle inkooptrajecten en wordt in de gelegenheid gesteld deze vooraf te beoordelen, conform de interdepartementale afspraken die dienaangaande gemaakt zijn in het Uitvoeringsprogramma Compacte Rijksdienst en binnen het CDI/CPO-stelsel.
2. De directeur-generaal DUO is gemandateerd tot het verrichten van aankopen ten behoeve van alle budgethouders van het Ministerie.
## Bijlage. : Organisatie van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
De bewindspersonen van het Ministerie zijn:
- –. minister, mevrouw dr. J. Bussemaker
- –. staatssecretaris, de heer S. Dekker
Het managementteam van het ministerie bestaat uit:
- –. de secretaris-generaal (SG)
- –. de plaatsvervangend secretaris-generaal (PSG)
- –. de directeuren-generaal (DG)
- –. de inspecteur-generaal van het Onderwijs (IGO).
De SG is ambtelijk verantwoordelijk voor het functioneren van het ministerie en voor de voorbereiding en uitvoering van het beleid waarvoor de politieke leiding de politieke verantwoordelijkheid draagt. De SG heeft als hoogste ambtenaar tot taak te zorgen voor een goede onderlinge afstemming van de verschillende beleidsterreinen en voor de uitvoering en uitvoerbaarheid van het ontwikkelde beleid.
De SG wordt in de ambtelijke leiding van het departement bijgestaan door een PSG. Deze vervangt hem bij zijn afwezigheid in al zijn taken en behartigt, namens de SG, de SG-taken op het gebied van het beheer van het departement. De PSG is verantwoordelijk voor de directies binnen haar kolom. Voor de inhoudelijke beleidsthema's van de directie Kennis is de SG echter eerste aanspreekpunt.
Daarnaast wordt hij in zijn taak bijgestaan door de directeuren-generaal Hoger Onderwijs, Beroepsonderwijs, Wetenschap en Emancipatie (DGHBWE), de directeur-generaal Primair en Voortgezet Onderwijs (DGPV), de directeur-generaal Cultuur en Media (DGCM) en de directeur-generaal Dienst Uitvoering Onderwijs (DGDUO). Deze directeuren-generaal zijn ambtelijk verantwoordelijk voor de beleidsterreinen van de onder hen ressorterende directies en voor de samenhang tussen die beleidsterreinen. Zij kunnen daarnaast ambtelijk verantwoordelijk zijn voor één of meer specifieke beleidsonderwerpen of projecten, die niet zonder meer tot de hierboven genoemde beleidsterreinen kunnen worden gerekend. DGDUO heeft zitting in het managementteam, om zo te waarborgen dat de onder hem ressorterende uitvoeringsinstantie betrokken is bij de voorbereiding van en de besluitvorming over nieuw beleid en om de betrokkenheid van de DG's bij de uitvoerbaarheid van beleid te waarborgen.
De SG, de DGHBWE, de DGPV en de DGCM worden ondersteund door een stafbureau. Deze stafbureaus zijn verantwoordelijk voor de secretariële ondersteuning en/of persoonlijke ambtelijke ondersteuning aan de SG, de DGHBWE, de DGPV onderscheidenlijk de DGCM. De SG, de DGHBWE, de DGPV onderscheidenlijk de DGCM zijn direct-leidinggevende van de medewerkers van de stafbureaus.
Het Ministerie bestaat uit de volgende dienstonderdelen:
- 3.1. organisatieonderdelen die rechtstreeks ressorteren onder de SG:
- a. Inspecties:
- 1e. Inspectie van het onderwijs (Ivho)
- 2e. Erfgoedinspectie
- 3.2. organisatieonderdelen die rechtstreeks ressorteren onder de pSG:
- 1e. Bestuursondersteuning en Advies (BOA)
- 2e. Communicatie (COM)
- 3e. Facilitair Management en ICT (FM/ICT)
- 4e. Financieel-Economische Zaken (FEZ)
- 5e. Kennis
- 6e. Personeel & Organisatie (P&O)
- 7e. Wetgeving en Juridische Zaken (WJZ)
- 3.3. organisatieonderdelen die rechtstreeks ressorteren onder de DGPV:
- a. Beleidsdirecties gericht op het stelsel:
- 1e. Primair Onderwijs (PO)
- 2e. Voortgezet Onderwijs (VO)
- b. Beleidsdirecties gericht op een thema:
- 1e. **Jeugd en Onderwijszorg**
- 2e. **Leraren**
- c. Ondersteunend bureau voor de:
- 1e. College voor toetsen en examens (CvTE)
- 2e. Onderwijsraad
- 3.4. organisatieonderdelen die rechtstreeks ressorteren onder de DGHBWE:
- a. Beleidsdirecties gericht op het stelsel:
- 1e. Middelbaar Beroepsonderwijs (MBO)
- 2e. Hoger Onderwijs & Studiefinanciering (HO&S)
- 3e. Onderzoek en Wetenschapsbeleid (OWB)
- b. Beleidsdirectie gericht op een thema:
- *. Emancipatie (DE)
- c. Ondersteunend bureau voor de:
- 1e. Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie (AWTI)
- 2e. College van beroep voor het hoger onderwijs (CBHO)
- 3.5. organisatieonderdelen die rechtstreeks ressorteren onder de DGCM:
- a. Beleidsdirecties gericht op het stelsel:
- 1e. Erfgoed en Kunsten (E&K)
- 2e. Media en Creatieve Industrie (M&C)
- b. Beleidsdirectie gericht op ondersteuning internationaal beleid:
- –. Internationaal Beleid (IB)
- c. Beleidsdirectie ingericht als buitendienst:
- **Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE)**
- d. Baten-lastendienst:
- –. Nationaal Archief (NA)
- e. Ondersteunend bureau voor de:
- –. Raad voor Cultuur (RvC)
- 3.6. organisatieonderdelen die rechtstreeks ressorteren onder de DGDUO:
- a. Baten-lastendienst:
- –. Dienst Uitvoering Onderwijs
De ondersteunende directies hebben de volgende taken en verantwoordelijkheden:
De directie BOA is verantwoordelijk voor de ondersteuning van de sturing op de politiek- bestuurlijke en organisatorische samenhang van het departement zodat het verkeer tussen de politieke top en de ambtelijke organisatie goed verloopt. De directie is tevens verantwoordelijk voor de inhoudelijke, procesmatige, instrumentele en logistieke ondersteuning van de bewindslieden en de ambtelijke top. De directie is ook verantwoordelijk voor de behandeling van burgerbrieven, daarin zo nodig inhoudelijk bijgestaan door beleidsdirecties. Verder is de directie verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling op het terrein van veiligheid voor alle sectoren van het Ministerie.
De directie COM is verantwoordelijk voor de interne en externe communicatie van het departement.
De directie FM/ICT verzorgt kaderstellend beleid en centrale regieorganisatie-taken voor het concern OCW naast decentrale regieorganisatie-taken en ondersteuning voor het bestuursdepartement op het gebied van Facilitair management, Huisvesting, Inkoop, Duurzaamheid en services (telefoon, receptie, vervoer, beveiliging, post, archief, huishoudelijke zaken) en ICT (beleid en beheer en diensten conform productdienstencatalogus).
De directie FEZ is verantwoordelijk voor het begrotingsproces en bewaakt de uitkomsten daarvan. Tevens is de directie verantwoordelijk voor de interne planning & control cyclus van het Ministerie. Vanuit de financiële expertise ondersteunt zij bij alle aspecten van beleid en bedrijfsvoering. Dit gebeurt zowel op het niveau van de DG (DG control) als op het niveau van SG respectievelijk minister (Concern control). De directie is belast met de algemene beleidsvorming en advisering over toezicht. De directie is tevens verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling op het terrein arbeidszaken.
De directie Kennis is verantwoordelijk voor het verbinden van beleidsvorming, wetenschap en praktijk. Daarmee wordt de kwaliteit van de beleidsvorming vergroot en wordt de relevantie van wetenschappelijk onderzoek op OCW-gebied versterkt. Door te werken aan het vergroten van het inzicht in de prestaties van de OCW-stelsels bij alle actoren, worden die actoren in staat gesteld de eigen prestaties te verhogen.
De directie P&O verzorgt binnen de door de rijksoverheid gegeven kaders:
- –. centrale regieorganisatie-, beleids- en adviestaken voor het Concern OCW/(p)SG en MT OCW;
- –. op directieniveau decentrale regieorganisatie- en adviestaken voor het management en de medewerkers van het bestuursdepartement en ook aan afzonderlijke diensten;
- –. administratieve beheertaken (concernbreed) voor zover niet ondergebracht in P-Direkt.
Tevens is de directie P&O verantwoordelijk voor de ontwikkeling en het beheer van managementinformatie en het uitvoeren van planning en control-taken inclusief advies en rapportages op het gebied van de bedrijfsvoering (apparaatskosten en centrale budgetten).
De directie WJZ is verantwoordelijk voor de totstandkoming van de wet- en regelgeving van OCW. Voorts is de directie WJZ verantwoordelijk voor de advisering op het terrein van bestuurlijke en juridische aangelegenheden, voor de toetsing van internationale- en EU-regelgeving alsmede beleid en regels waarvan de totstandkoming tot de rechtstreekse verantwoordelijkheid van de andere directies behoort.
De beleidsdirecties hebben de volgende taken en verantwoordelijkheden:
De directie PO is verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling voor het primair onderwijs. Tevens is zij verantwoordelijk voor het OCW-beleid t.a.v. burgerschap, het onderwijs in het buitenland en de departementale inbreng ten aanzien van het minderheden- en asielzoekersbeleid.
Het beleidsterrein van het primair onderwijs omvat de scholen voor basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs, en voortgezet speciaal onderwijs.
De directie VO is verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling voor het voortgezet onderwijs. In samenhang daarmee ontwikkelt de directie beleidsvoorstellen op onderwijsinhoudelijk, financieel, bekostigingstechnisch, juridisch en personeels gebied. Tevens is zij verantwoordelijk voor de coördinatie van de inzet van het departement rond het jeugdbeleid voor de hele onderwijssector en meer in het bijzonder voor de operatie Jong en sport.
De directie is ten slotte verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling voor de onderwijsondersteuning en coördineert dit beleid voor de directies PO, VO en BVE.
Het beleidsterrein van het voortgezet onderwijs omvat de scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo), het hoger algemeen voortgezet onderwijs (havo), voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo), praktijkonderwijs en de landelijke ondersteunende instellingen (landelijke pedagogische centra: APS, CPS en KPC-groep, alsmede CITO en SLO).
De directie Jeugd en Onderwijszorg is verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling op het terrein van Jeugd en Zorg, voor de sectoren primair onderwijs, voortgezet onderwijs, en beroepsonderwijs. De directie is in deze ook het aanspreekpunt voor de minister voor Jeugd en Gezin.
De directie Leraren is verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling op het terrein van leraren voor alle onderwijssectoren. In het bijzonder is de directie gericht op de kwaliteitsbevordering van leraren en de terugdringing van het lerarentekort.
De beleidsdirecties van het DGHBWE hebben de volgende taken en verantwoordelijkheden:
De directie MBO is verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling op het terrein van het middelbaar beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie, en coördineert het beleid tegen voortijdig schoolverlaten.
De directie HO&S is verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling op het terrein van hoger onderwijs, academische ziekenhuizen en studiefinanciering. De directie draagt zorg voor het hoger onderwijsstelsel en beheert wet- en regelgeving omtrent hoger onderwijs en studiefinanciering.
De directie OWB is verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling ten aanzien van het publiek gefinancierde onderzoeksbestel en het bestuur van de door OCW gefinancierde onderzoeksorganisaties, de interdepartementale aangelegenheden op het gebied van het wetenschapsbeleid (inclusief de OCW inbreng in het Innovatieplatform en de CWTI), en het internationale wetenschaps- en technologiebeleid voor zover de minister van OCW daarvoor verantwoordelijk is. Ook is de directie beleidsmatig verantwoordelijk voor de Nederlandse Taal.
DE is verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling op het terrein van emancipatie ter bevordering van de integratie van het emancipatiebeleid in het rijksbrede regeringsbeleid. De directie draagt tevens zorg voor de ondersteuning van het emancipatieproces in de samenleving (emancipatie subsidiebeleid).
Doel is de verhoging van de arbeidsparticipatie van vrouwen, meer vrouwen in topposities van overheid, onderwijs en bedrijfsleven, terugdringen van beloningsverschillen, maatschappelijke participatie van vrouwen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, meer meisjes in bèta, bestrijden van geweld tegen meisjes en vrouwen, actieve aanpak van homodiscriminatie, bevorderen combinatie arbeid en zorg tussen 7 en 7 en bijdragen aan verbetering van de positie van meisjes en vrouwen in de wereld.
De beleidsdirecties van het DGCM hebben de volgende taken en verantwoordelijkheden:
De directie E&K is verantwoordelijk voor beleidsontwikkeling op het terrein van erfgoed en kunsten en voert beleid ten aanzien van instellingen waarmee een subsidierelatie wordt onderhouden. Het beleid omvat de volgende disciplines: monumentenzorg, archeologie, musea, beeldende kunst, dans, muziek, muziektheater en theater.
De directie M&C is verantwoordelijk voor het beleid op terrein van media, bibliotheken, archieven en creatieve industrie. Doel van de directie is het waarborgen van een onafhankelijk, gevarieerd en kwalitatief hoogwaardig media-en informatieaanbod, dat toegankelijk is en blijft voor alle lagen van de bevolking. Daarnaast is de directie verantwoordelijk voor de ondersteuning van de ontwikkeling van de creatieve industrie via fondsen, kennisborging en netwerkvorming. M&C coördineert het topsectorenbeleid creatieve industrie in samenwerking met het ministerie van Economische Zaken.
De directie IB is verantwoordelijk voor de inbreng van Nederland overal waar onderwerpen op het terrein van OCW in internationale verbanden aan de orde zijn. Omgekeerd brengt de directie relevante informatie uit het buitenland op de tafel van betrokken directies binnen het ministerie – en via hen – van relevante delen van het onderwijs-, onderzoek- en cultuurveld.
De RCE voert, namens de minister, de wet- en regelgeving op het terrein van de erfgoedzorg uit en fungeert als kenniscentrum voor de instandhouding van het archeologische, gebouwde en cultuurlandschappelijke erfgoed van Nederland. De dienst is (mede) verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling en het uitvoeren van het beleid met betrekking tot het cultureel erfgoed en fungeert als kennisinstituut voor de bescherming van waardevolle sporen van menselijke bewoning.
De dienst is (mede)verantwoordelijk voor de ontwikkeling en uitvoering van het beleid voor roerend cultureel erfgoed en fungeert op dat terrein als kenniscentrum.
De dienst draagt in opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zorg voor de kunstcollectie van het Rijk voor zover niet ondergebracht bij rijksmusea en streeft ernaar deze optimaal toegankelijk te maken.
De dienst ontwikkelt en verspreidt kennis die het beheer en behoud van de erfgoedcollectie ondersteunt en verbetert en die de betekenis daarvan duidt en kenbaar maakt.
DUO is de hoofduitvoerder van OCW en voert de volgende kerntaken uit:
- •. Het bekostigen van onderwijsinstellingen: de bekostiging van erkende onderwijsinstellingen in het PO, VO, BVE en HO.
- •. Studiefinanciering, tegemoetkoming schoolkosten en inning debiteuren: het financieren van studerenden aan erkende en aangewezen onderwijsinstellingen in het VO, BVE en HO. Het nemen van een besluit over de toekenning van financiering op basis van het volgen van onderwijs. Het op basis van een toekenning financiering of contractafspraken uitbetalen van geld aan een student. Het op basis van ontvangen financiering of betaalverplichtingen anderszins, afhandelen van vorderingen op studenten.
- •. Diploma’s en examens: het afgeven, erkennen, legaliseren en beheren van diploma’s en examens. Het verzorgen van het proces van aanmelding, selectie en plaatsing voor het hoger onderwijs. Het organiseren van staatsexamens.
- •. Wettelijke basisregisters: het beheren en onderhouden van de wettelijk voorgeschreven basisregisters: BRIN, BROI, BRON, CRIHO en CROHO.
- •. Informatiediensten: het verstrekken en beheren van onderwijsinformatie ten behoeve van beleid en onderwijsveld.
Hiernaast voert DUO aanvullende werkzaamheden uit voor tweeden en derden. De omvang werken voor tweeden en derden wordt jaarlijks in de MA tussen SG en DG DUO overeengekomen. De basis voor afspraken hierover wordt gevormd door het kader ‘werken voor tweeden en derden’.
Voor de uitvoering van de activiteiten beschikt DG DUO over een eigen bedrijfsvoering binnen de OCW- en rijkskaders. DG DUO komt in afstemming met de MT OCW leden tot een ondernemingsplan. Dit plan wordt tweejaarlijks herijkt. Tevens brengt DUO een publicitair jaarverslag uit.
De inspecties hebben de volgende taken en verantwoordelijkheden:
De Erfgoedinspectie ziet toe op de naleving van:
- –. wet- en regelgeving op het gebied van het behoud en beheer van de rijkscollectie en van beschermde cultuurgoederen;
- –. de [Archiefwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007376) en andere regelgeving op het gebied van het archiefbeheer door overheidsorganen;
- –. de [Monumentenwet 1988](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004471) en andere regelgeving op het gebied van archeologische monumenten, opgravingen en vondsten;
- –. de [Monumentenwet 1988](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004471) en Besluiten op het gebied van beheer en behoud van gebouwde monumenten en beschermde stads en dorpsgezichten.
Zij rapporteert via de secretaris-generaal aan de bewindspersoon over de bevindingen en doet daarbij aanbevelingen.
De Ivho heeft de volgende taken:
- –. het beoordelen van de kwaliteit van het onderwijs door het uitvoeren van periodiek kwaliteitsonderzoek, waarbij gelet wordt op de in de wet vermelde kwaliteitsaspecten.
- –. via het toezicht stimuleren van de kwaliteit van het onderwijs en de eigen verantwoordelijkheid van scholen en instellingen.
- –. rapporteren over de ontwikkelingen in het onderwijs, in het bijzonder de kwaliteit daarvan, op instellings- en op stelselniveau.
- –. het beoordelen van de rechtmatigheid en de doeltreffendheid van de uitvoering van de taken, opgedragen aan het college van burgemeester en wethouders bij of krachtens [hoofdstuk 1, afdelingen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017017&afdeling=3) en [6, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017017&afdeling=6).
- –. het beoordelen van de financiële rechtmatigheid door in ieder geval het verrichten van onderzoek naar de controlerapporten van de door het bevoegd gezag aangewezen accountant, naar de rechtmatigheid van de bestedingen en de rechtmatigheid van het financieel beheer van de bekostigde onderwijsinstellingen.
- –. verrichten van overige bij of krachtens de wet aan de inspectie opgedragen taken.
Voor alle onderwijssectoren geldt dat de inspectie jaarlijks, op basis van [artikel 23, lid 8 van de Grondwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001840&artikel=23), in het Onderwijsverslag rapporteert over de staat van het onderwijs.
Het NA voert de [Archiefwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007376) en het [Archiefbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007748) uit en functioneert als kenniscentrum op het gebied van digitalisering, conservering en beheer van archieven, als gedocumenteerde verschijningsvorm van het cultureel erfgoed.
Er zijn de volgende bureaus die onafhankelijke of zelfstandige organisaties ondersteunen:
- 11.1. Onderwijsraad (OR)
- 11.2. Raad voor Cultuur (RvC)
- 11.3. Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie (AWTI)
- 11.4. College voor toetsen en examens (CvTE)
- 11.5. College van beroep voor het hoger onderwijs (CBHO)
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
2014-03-07
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — art. 16
2014-01-16
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — art. 16
2014-01-01
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — arts. 16, 16
2013-11-16
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — arts. 16, 16
2013-11-01
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — arts. 16, 16, 16
2013-09-01
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — arts. 16, 16, 16
2013-04-30
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — arts. 16, 16, 16
2013-01-01
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — arts. 16, 16, 16
2012-12-05
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008
2012-11-05
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — arts. 9, 9
2012-05-01
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — arts. 9, 9
2012-01-01
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — art. 9
2011-11-11
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — art. 9
2011-09-01
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — arts. 13, 13
2011-06-01
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — arts. 13, 13
2011-05-03
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — arts. 13, 13
2011-05-01
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — arts. 13, 13, 13
2011-03-25
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — arts. 13, 13
2011-01-01
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — arts. 13, 13, 13 y 6 más
2010-12-03
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — arts. 13, 13, 13 y 6 más
2010-10-14
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — arts. 9, 9, 9 y 21 más
2010-10-01
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — arts. 9, 9, 9 y 21 más
2010-08-01
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — arts. 9, 9, 9 y 21 más
2010-07-01
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — arts. 1, 9, 9 y 17 más
2010-06-28
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008
2010-04-01
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — art. 9
2010-01-06
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — arts. 1, 3, 4 y 11 más
2010-01-01
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — arts. 9, 9, 12 y 5 más
2009-10-16
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — arts. 9, 12, 13, 14
2009-10-01
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — arts. 9, 9, 12 y 5 más
2009-06-05
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — arts. 9, 12, 13, 14
2009-05-11
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — arts. 9, 9, 12 y 5 más
2009-04-01
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — arts. 9, 9, 12 y 5 más
2009-01-01
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — arts. 9, 12, 13, 14
2008-11-15
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008
2008-09-01
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008
2008-06-01
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008
2008-03-01
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 — arts. 1, 2, 3 y 16 más
2008-03-01
Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008
original version
Tekst op deze datum