Wijzigingsgeschiedenis
Wet van 25 maart 2009, houdende regels inzake de volledige liberalisering van de postmarkt en de garantie van de universele postdienstverlening (Postwet 2009)
17 versions
· 2019-01-01
2019-01-01
Postwet 2009 — arts. 18, 26, 38 y 5 más
2018-07-28
Postwet 2009 — arts. 18, 26, 38 y 5 más
2018-05-25
Postwet 2009 — arts. 18, 18, 26 y 13 más
2017-08-01
Postwet 2009 — arts. 18, 26, 38 y 5 más
2017-01-01
Postwet 2009 — arts. 18, 26, 38 y 5 más
2016-07-01
Postwet 2009 — arts. 18, 26, 38 y 4 más
2016-01-01
Postwet 2009
2015-01-01
Postwet 2009 — art. 41
2014-08-01
Postwet 2009 — arts. 15, 18, 26 y 5 más
2014-01-25
Postwet 2009 — arts. 3, 15, 18 y 7 más
2014-01-01
Postwet 2009
2013-04-01
Postwet 2009 — arts. 3, 15, 18 y 7 más
2013-01-01
Postwet 2009 — art. 42
2012-11-08
Postwet 2009 — art. 42
2012-02-08
Postwet 2009 — art. 42
Wijzigingen op 2012-02-08
@@ -14,7 +14,7 @@
1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. **Onze Minister:** Onze Minister van Economische Zaken;
- a. **Onze Minister:** Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;
- b. **college:** het college, genoemd in [artikel 2 van de Wet Onafhankelijke post- en telecommunicatieautoriteit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008807&artikel=2);
@@ -44,9 +44,9 @@
- e. **postvervoerbedrijf:** eenieder die postvervoerdiensten aanbiedt;
- f. **universele postdienst:** de universele postdienst, bedoeld in de [artikelen 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.3&artikel=16&z=2009-04-01&g=2009-04-01) en [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.3&artikel=17&z=2009-04-01&g=2009-04-01);
- g. **verlener van de universele postdienst:** een postvervoerbedrijf dat ingevolge [artikel 15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=15&z=2009-04-01&g=2009-04-01), is aangewezen;
- f. **universele postdienst:** de universele postdienst, bedoeld in de [artikelen 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.3&artikel=16&z=2012-02-08&g=2012-02-08) en [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.3&artikel=17&z=2012-02-08&g=2012-02-08);
- g. **verlener van de universele postdienst:** een postvervoerbedrijf dat ingevolge [artikel 15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=15&z=2012-02-08&g=2012-02-08), is aangewezen;
- h. **postbus:** een in een gebouw aanwezige afgesloten ruimte die bestemd is voor de aflevering van de voor de gebruiker daarvan bestemde poststukken;
@@ -70,7 +70,7 @@
- c. **liberalisatierichtlijn:** een richtlijn van de Commissie van de Europese Gemeenschappen die berust op artikel 86, derde lid, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en regels stelt met betrekking tot de postsector.
2. In deze wet wordt onder «wet» mede verstaan: een krachtens [artikel 66, vijfde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=10&artikel=66&z=2009-04-01&g=2009-04-01), aangewezen voorschrift uit een postverordening of een gedelegeerde verordening.
2. In deze wet wordt onder «wet» mede verstaan: een krachtens [artikel 66, vijfde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=10&artikel=66&z=2012-02-08&g=2012-02-08), aangewezen voorschrift uit een postverordening of een gedelegeerde verordening.
### Hoofdstuk 2. Regels voor postvervoerbedrijven
@@ -166,7 +166,7 @@
- a. de goede uitvoering van de universele postdienst of een gedeelte hiervan niet meer gewaarborgd is;
- b. een verlener van de universele postdienst overeenkomstig [artikel 30, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.7&artikel=30&z=2009-04-01&g=2009-04-01), heeft aangegeven dat de uitvoering van deze dienst nettokosten zal opleveren;
- b. een verlener van de universele postdienst overeenkomstig [artikel 30, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.7&artikel=30&z=2012-02-08&g=2012-02-08), heeft aangegeven dat de uitvoering van deze dienst nettokosten zal opleveren;
- c. het aangewezen postvervoerbedrijf daarom verzoekt;
@@ -252,7 +252,7 @@
1. Een verlener van de universele postdienst verzorgt binnen Nederland en van of naar gebieden buiten Nederland de universele postdienst.
2. De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt alleen indien poststukken zijn aangeboden aan een verlener van de universele postdienst in overeenstemming met de regels, bedoeld in [artikel 17, eerste lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.3&artikel=17&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
2. De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt alleen indien poststukken zijn aangeboden aan een verlener van de universele postdienst in overeenstemming met de regels, bedoeld in [artikel 17, eerste lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.3&artikel=17&z=2012-02-08&g=2012-02-08).
##### Artikel 19
@@ -278,7 +278,7 @@
##### Artikel 23
1. Een verlener van de universele postdienst verstrekt jaarlijks aan het college een rapportage over de uitvoering van de universele postdienst. Deze rapportage bevat de resultaten van regelmatige metingen van de kwaliteit van de universele postdienstverlening en de hierbij behorende kwaliteitsnormen, alsmede een overzicht van de kosten en opbrengsten van de universele postdienstverlening, bedoeld in [artikel 22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=22&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
1. Een verlener van de universele postdienst verstrekt jaarlijks aan het college een rapportage over de uitvoering van de universele postdienst. Deze rapportage bevat de resultaten van regelmatige metingen van de kwaliteit van de universele postdienstverlening en de hierbij behorende kwaliteitsnormen, alsmede een overzicht van de kosten en opbrengsten van de universele postdienstverlening, bedoeld in [artikel 22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=22&z=2012-02-08&g=2012-02-08).
2. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de rapportage. Deze regels kunnen betrekking hebben op de inrichting van de rapportage, op de metingen, bedoeld in het eerste lid, alsmede op de op te nemen financiële gegevens.
@@ -306,7 +306,7 @@
4. Het eerste en het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de tarieven, bedoeld in het derde lid.
5. In afwijking van de [artikelen 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.5&artikel=24&z=2009-04-01&g=2009-04-01) en [27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.5&artikel=27&z=2009-04-01&g=2009-04-01) worden de tarieven, bedoeld in het derde lid, door het college vastgesteld.
5. In afwijking van de [artikelen 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.5&artikel=24&z=2012-02-08&g=2012-02-08) en [27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.5&artikel=27&z=2012-02-08&g=2012-02-08) worden de tarieven, bedoeld in het derde lid, door het college vastgesteld.
6. Bij de ministeriële regeling, bedoeld in het derde lid, worden regels vastgesteld met betrekking tot de elementen van de tarieven, de wijze van berekening van de tarieven en de toerekening van de kosten.
@@ -316,13 +316,13 @@
##### Artikel 26
In afwijking van de [artikelen 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.5&artikel=24&z=2009-04-01&g=2009-04-01) en [25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.5&artikel=25&z=2009-04-01&g=2009-04-01) worden de kosten van het vervoer van poststukken die in hoofdzaak tekst bevatten in voor blinden bestemde tekens en die elk afzonderlijk ten hoogste zeven kilogram wegen door de verlener van de universele postdienst gedragen.
In afwijking van de [artikelen 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.5&artikel=24&z=2012-02-08&g=2012-02-08) en [25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.5&artikel=25&z=2012-02-08&g=2012-02-08) worden de kosten van het vervoer van poststukken die in hoofdzaak tekst bevatten in voor blinden bestemde tekens en die elk afzonderlijk ten hoogste zeven kilogram wegen door de verlener van de universele postdienst gedragen.
##### Artikel 27
1. De tarieven, bedoeld in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.5&artikel=24&z=2009-04-01&g=2009-04-01), en de wijzigingen hiervan worden niet eerder vastgesteld dan een maand na het tijdstip waarop zij aan het college zijn toegezonden ter toetsing aan [artikel 24, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.5&artikel=24&z=2009-04-01&g=2009-04-01), en aan het bepaalde krachtens [artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.5&artikel=25&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
2. Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over de procedure van de toetsing, alsmede over de wijze en het tijdstip van de toetsing aan [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.5&artikel=24&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
1. De tarieven, bedoeld in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.5&artikel=24&z=2012-02-08&g=2012-02-08), en de wijzigingen hiervan worden niet eerder vastgesteld dan een maand na het tijdstip waarop zij aan het college zijn toegezonden ter toetsing aan [artikel 24, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.5&artikel=24&z=2012-02-08&g=2012-02-08), en aan het bepaalde krachtens [artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.5&artikel=25&z=2012-02-08&g=2012-02-08).
2. Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over de procedure van de toetsing, alsmede over de wijze en het tijdstip van de toetsing aan [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.5&artikel=24&z=2012-02-08&g=2012-02-08).
##### Artikel 28
@@ -364,7 +364,7 @@
1. Een verlener van de universele postdienst meldt uiterlijk drie maanden voor de afloop van het kalenderjaar aan het college dat in het daaropvolgende kalenderjaar nettokosten worden verwacht voor de uitvoering van de universele postdienst. Daarbij wordt aangegeven hoe hoog de voor dat kalenderjaar verwachte nettokosten zullen zijn.
2. De nettokosten zijn de kosten die een verlener van de universele postdienst voor de aan hem opgedragen universele postdiensten maakt waartegenover door toepassing van de regels, bedoeld in [artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.5&artikel=25&z=2009-04-01&g=2009-04-01), geen vergoeding staat, verminderd met andere op geld waardeerbare voordelen die verband houden met de verlening van de universele postdienst, waaronder begrepen immateriële voordelen.
2. De nettokosten zijn de kosten die een verlener van de universele postdienst voor de aan hem opgedragen universele postdiensten maakt waartegenover door toepassing van de regels, bedoeld in [artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.5&artikel=25&z=2012-02-08&g=2012-02-08), geen vergoeding staat, verminderd met andere op geld waardeerbare voordelen die verband houden met de verlening van de universele postdienst, waaronder begrepen immateriële voordelen.
3. Een postvervoerbedrijf dat ingevolge het eerste lid nettokosten heeft aangekondigd, kan binnen een half jaar na afloop van het kalenderjaar waarin de nettokosten zijn ontstaan, bij het college een aanvraag indienen om vergoeding van de in het afgelopen kalenderjaar gemaakte nettokosten.
@@ -428,15 +428,15 @@
##### Artikel 37
1. Het college is belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, met uitzondering van [hoofdstuk 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=11&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
2. De bij besluit van het college aangewezen ambtenaren zijn belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, met uitzondering van [hoofdstuk 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=11&z=2009-04-01&g=2009-04-01). Van het besluit wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
1. Het college is belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, met uitzondering van [hoofdstuk 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=11&z=2012-02-08&g=2012-02-08).
2. De bij besluit van het college aangewezen ambtenaren zijn belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, met uitzondering van [hoofdstuk 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=11&z=2012-02-08&g=2012-02-08). Van het besluit wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
##### Artikel 38
1. Onze Minister is belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens [hoofdstuk 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=11&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
2. De bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren zijn belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens [hoofdstuk 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=11&z=2009-04-01&g=2009-04-01). Van het besluit wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
1. Onze Minister is belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens [hoofdstuk 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=11&z=2012-02-08&g=2012-02-08).
2. De bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren zijn belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens [hoofdstuk 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=11&z=2012-02-08&g=2012-02-08). Van het besluit wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
##### Artikel 39
@@ -464,21 +464,21 @@
##### Artikel 42
1. Het college stelt vast welke andere gegevens dan genoemd in [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=41&z=2009-04-01&g=2009-04-01) bij de mededeling aan het college worden overgelegd, alsmede de wijze waarop de mededeling wordt gedaan.
2. De gegevens, bedoeld [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=41&z=2009-04-01&g=2009-04-01) en het eerste lid, worden slechts verzameld ten behoeve van de goede uitvoering van deze wet.
3. Het college registreert het postvervoerbedrijf na ontvangst van de in [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=41&z=2009-04-01&g=2009-04-01) bedoelde mededeling en de daarbij behorende gegevens.
4. Een postvervoerbedrijf geeft wijzigingen van de gegevens, bedoeld in [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=41&z=2009-04-01&g=2009-04-01) en het eerste lid, onverwijld aan het college door.
1. Het college stelt vast welke andere gegevens dan genoemd in [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=41&z=2012-02-08&g=2012-02-08) bij de mededeling aan het college worden overgelegd, alsmede de wijze waarop de mededeling wordt gedaan.
2. De gegevens, bedoeld [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=41&z=2012-02-08&g=2012-02-08) en het eerste lid, worden slechts verzameld ten behoeve van de goede uitvoering van deze wet.
3. Het college registreert het postvervoerbedrijf na ontvangst van de in [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=41&z=2012-02-08&g=2012-02-08) bedoelde mededeling en de daarbij behorende gegevens.
4. Een postvervoerbedrijf geeft wijzigingen van de gegevens, bedoeld in [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=41&z=2012-02-08&g=2012-02-08) en het eerste lid, onverwijld aan het college door.
##### Artikel 43
1. Het college gaat niet over tot registratie als bedoeld in [artikel 42, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=42&z=2009-04-01&g=2009-04-01), indien:
1. Het college gaat niet over tot registratie als bedoeld in [artikel 42, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=42&z=2012-02-08&g=2012-02-08), indien:
- a. de mededeling geen betrekking heeft op het postvervoerbedrijf, of
- b. de op grond van [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=41&z=2009-04-01&g=2009-04-01) en [42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=42&z=2009-04-01&g=2009-04-01), te overleggen gegevens niet, onvolledig, of niet juist zijn verstrekt.
- b. de op grond van [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=41&z=2012-02-08&g=2012-02-08) en [42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=42&z=2012-02-08&g=2012-02-08), te overleggen gegevens niet, onvolledig, of niet juist zijn verstrekt.
2. Het college beëindigt de registratie indien de grond voor registratie is vervallen.
@@ -488,27 +488,27 @@
2. Het register ligt voor eenieder kosteloos ter inzage op een door het college te bepalen plaats. De gegevens uit het register zijn kosteloos op elektronische wijze te raadplegen.
3. Het college brengt het register in overeenstemming met de wijzigingen die voortvloeien uit [artikel 42, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=42&z=2009-04-01&g=2009-04-01), en [artikel 43, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=43&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
3. Het college brengt het register in overeenstemming met de wijzigingen die voortvloeien uit [artikel 42, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=42&z=2012-02-08&g=2012-02-08), en [artikel 43, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=43&z=2012-02-08&g=2012-02-08).
4. Het college kan de gegevens met betrekking tot de registratie wijzigen indien dit noodzakelijk is om feitelijke onjuistheden van eenvoudige aard weg te nemen.
##### Artikel 45
1. Het college verstrekt zo spoedig mogelijk na de registratie, bedoeld in [artikel 42, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=42&z=2009-04-01&g=2009-04-01), aan het postvervoerbedrijf een schriftelijke verklaring waaruit blijkt dat de mededeling, bedoeld in [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=41&z=2009-04-01&g=2009-04-01), aan het college is gedaan.
1. Het college verstrekt zo spoedig mogelijk na de registratie, bedoeld in [artikel 42, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=42&z=2012-02-08&g=2012-02-08), aan het postvervoerbedrijf een schriftelijke verklaring waaruit blijkt dat de mededeling, bedoeld in [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=41&z=2012-02-08&g=2012-02-08), aan het college is gedaan.
2. Het college verstrekt binnen een week na ontvangst van een daartoe strekkend schriftelijk verzoek van een postvervoerbedrijf een verklaring.
##### Artikel 46
Het college is verantwoordelijke in de zin van [artikel 1, onderdeel d, van de Wet bescherming persoonsgegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011468&artikel=1) voor de gegevensverzameling, bedoeld in [artikel 42, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=42&z=2009-04-01&g=2009-04-01), en voor het register, bedoeld in [artikel 44, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=44&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
Het college is verantwoordelijke in de zin van [artikel 1, onderdeel d, van de Wet bescherming persoonsgegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011468&artikel=1) voor de gegevensverzameling, bedoeld in [artikel 42, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=42&z=2012-02-08&g=2012-02-08), en voor het register, bedoeld in [artikel 44, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=44&z=2012-02-08&g=2012-02-08).
#### § 7.3. Aanwijzingen
##### Artikel 47
1. Het college kan bindende aanwijzingen geven in verband met de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, met uitzondering van [hoofdstuk 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=11&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
2. Onze Minister kan bindende aanwijzingen geven in verband met de naleving van het bepaalde bij of krachtens [hoofdstuk 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=11&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
1. Het college kan bindende aanwijzingen geven in verband met de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, met uitzondering van [hoofdstuk 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=11&z=2012-02-08&g=2012-02-08).
2. Onze Minister kan bindende aanwijzingen geven in verband met de naleving van het bepaalde bij of krachtens [hoofdstuk 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=11&z=2012-02-08&g=2012-02-08).
3. Een beschikking als bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt gepubliceerd in de Staatscourant.
@@ -516,117 +516,65 @@
##### Artikel 48
1. Het college is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen, met uitzondering van de verplichtingen bij of krachtens [hoofdstuk 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=11&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
2. Onze Minister is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens [hoofdstuk 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=11&z=2009-04-01&g=2009-04-01) gestelde verplichtingen.
1. Het college is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen, met uitzondering van de verplichtingen bij of krachtens [hoofdstuk 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=11&z=2012-02-08&g=2012-02-08).
2. Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens [hoofdstuk 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=11&z=2012-02-08&g=2012-02-08) gestelde verplichtingen.
#### § 7.5. Bestuurlijke boete
##### Artikel 49
1. Het college kan in geval van overtreding van een bindende aanwijzing als bedoeld in [artikel 47, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=47&z=2009-04-01&g=2009-04-01), alsmede overtreding van het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=4&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=8&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=3&artikel=9&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=3&artikel=10&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=3&artikel=12&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=3&artikel=13&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [16, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.3&artikel=16&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=18&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=19&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=22&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=23&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.5&artikel=24&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.5&artikel=26&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.5&artikel=27&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.5&artikel=28&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [31, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.7&artikel=31&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=5&artikel=32&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=6&artikel=35&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=6&artikel=36&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [39, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=39&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=41&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=8&artikel=59&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [61](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=8&artikel=61&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [63, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=8&artikel=63&z=2009-04-01&g=2009-04-01), en [64](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=9&artikel=64&z=2009-04-01&g=2009-04-01) van deze wet, alsmede [artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:20) de overtreder per overtreding een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 450 000 of, indien dat meer is, 10% van de relevante netto-omzet van de onderneming in Nederland.
2. Onze Minister kan in geval van overtreding van een bindende aanwijzing als bedoeld in [artikel 47, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=47&z=2009-04-01&g=2009-04-01), alsmede overtreding van het bepaalde bij of krachtens [hoofdstuk 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=11&z=2009-04-01&g=2009-04-01) de overtreder per overtreding een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 450 000 of, indien dat meer is, 10% van de relevante netto-omzet van de onderneming in Nederland.
3. Bij de vaststelling van de hoogte van boete houdt het college respectievelijk Onze Minister in ieder geval rekening met de aard, de ernst en de duur van de overtreding.
4. De berekening van de netto-omzet, bedoeld in het eerste en het tweede lid,
1. Het college kan in geval van overtreding van een bindende aanwijzing als bedoeld in [artikel 47, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=47&z=2012-02-08&g=2012-02-08), alsmede overtreding van het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=4&z=2012-02-08&g=2012-02-08), [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2012-02-08&g=2012-02-08), [8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=8&z=2012-02-08&g=2012-02-08), [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=3&artikel=9&z=2012-02-08&g=2012-02-08), [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=3&artikel=10&z=2012-02-08&g=2012-02-08), [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=3&artikel=12&z=2012-02-08&g=2012-02-08), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=3&artikel=13&z=2012-02-08&g=2012-02-08), [16, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.3&artikel=16&z=2012-02-08&g=2012-02-08), [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=18&z=2012-02-08&g=2012-02-08), [19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=19&z=2012-02-08&g=2012-02-08), [22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=22&z=2012-02-08&g=2012-02-08), [23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=23&z=2012-02-08&g=2012-02-08), [24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.5&artikel=24&z=2012-02-08&g=2012-02-08), [26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.5&artikel=26&z=2012-02-08&g=2012-02-08), [27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.5&artikel=27&z=2012-02-08&g=2012-02-08), [28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.5&artikel=28&z=2012-02-08&g=2012-02-08), [31, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.7&artikel=31&z=2012-02-08&g=2012-02-08), [32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=5&artikel=32&z=2012-02-08&g=2012-02-08), [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=6&artikel=35&z=2012-02-08&g=2012-02-08), [36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=6&artikel=36&z=2012-02-08&g=2012-02-08), [39, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=39&z=2012-02-08&g=2012-02-08), [41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=41&z=2012-02-08&g=2012-02-08), [59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=8&artikel=59&z=2012-02-08&g=2012-02-08), [61](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=8&artikel=61&z=2012-02-08&g=2012-02-08), [63, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=8&artikel=63&z=2012-02-08&g=2012-02-08), en [64](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=9&artikel=64&z=2012-02-08&g=2012-02-08) van deze wet, alsmede [artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:20) de overtreder per overtreding een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 450 000 of, indien dat meer is, 10% van de relevante netto-omzet van de onderneming in Nederland.
2. Onze Minister kan in geval van overtreding van een bindende aanwijzing als bedoeld in [artikel 47, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=47&z=2012-02-08&g=2012-02-08), alsmede overtreding van het bepaalde bij of krachtens [hoofdstuk 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=11&z=2012-02-08&g=2012-02-08) de overtreder per overtreding een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 450 000 of, indien dat meer is, 10% van de relevante netto-omzet van de onderneming in Nederland.
3. De berekening van de netto-omzet, bedoeld in het eerste en het tweede lid,
- a. geschiedt op de voet van [artikel 377, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=377);
- b. betreft het boekjaar voorafgaande aan de beschikking, bedoeld in het eerste en het tweede lid;
- c. is beperkt tot de omzet die betrekking heeft op de postvervoerdiensten, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=1¶graaf=1.1&artikel=2&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
- c. is beperkt tot de omzet die betrekking heeft op de postvervoerdiensten, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=1¶graaf=1.1&artikel=2&z=2012-02-08&g=2012-02-08).
##### Artikel 50
1. Het college respectievelijk Onze Minister legt geen bestuurlijke boete op voor zover de overtreding niet aan de overtreder kan worden verweten.
2. De bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete vervalt vijf jaren nadat de overtreding heeft plaatsgevonden.
3. Indien tegen de bestuurlijke boete bezwaar wordt gemaakt of beroep wordt ingesteld, wordt de vervaltermijn opgeschort tot onherroepelijk op het bezwaar onderscheidenlijk het beroep is beslist.
Vervallen
##### Artikel 51
1. Indien het college respectievelijk Onze Minister vaststelt dat een overtreding als bedoeld in [artikel 49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=7¶graaf=7.5&artikel=49&z=2009-04-01&g=2009-04-01) is begaan, maakt hij daarvan een rapport op.
2. Het rapport is gedagtekend en vermeldt in ieder geval:
- a. de naam van de overtreder,
- b. de overtreding alsmede het overtreden voorschrift, en
- c. zo nodig een aanduiding van de plaats waar en het tijdstip waarop de overtreding is geconstateerd.
3. Het college respectievelijk Onze Minister zendt een afschrift van het rapport aan de overtreder.
Vervallen
##### Artikel 52
1. Indien aan een handeling van het college respectievelijk Onze Minister redelijkerwijs de gevolgtrekking kan worden verbonden dat aan de overtreder een bestuurlijke boete zal worden opgelegd, is er geen verplichting meer van de zijde van die overtreder om ten behoeve van deze oplegging een verklaring omtrent de overtreding af te leggen.
2. De overtreder wordt hierop gewezen alvorens hem mondeling wordt gevraagd inlichtingen te verstrekken.
Vervallen
##### Artikel 53
1. Het college respectievelijk Onze Minister stelt de overtreder desgevraagd in de gelegenheid de gegevens waarop het voornemen tot het opleggen van een bestuurlijke boete berust, in te zien en daarvan afschriften te vervaardigen.
2. In afwijking van [afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=4.1.2) wordt de overtreder steeds in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.
3. Indien blijkt dat de verdediging van de overtreder dit redelijkerwijs vergt, draagt het college respectievelijk Onze Minister er zo veel mogelijk zorg voor dat de in het eerste lid bedoelde gegevens aan de overtreder worden medegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal.
Vervallen
##### Artikel 54
1. Het college respectievelijk Onze Minister beslist omtrent het opleggen van een bestuurlijke boete binnen dertien weken na de dagtekening van het rapport.
2. Mandaat tot het opleggen van een bestuurlijke boete wordt niet verleend aan degene die van de overtreding een rapport heeft opgemaakt.
3. In de beschikking tot oplegging van een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete wordt in ieder geval vermeld:
- a. indien een last onder dwangsom wordt opgelegd:
- 1°. de naam van de overtreder, en
- 2°. de inhoud van de last en de termijn waarvoor deze geldt;
- b. indien een bestuurlijke boete wordt opgelegd:
- 1°. de naam van de overtreder, en
- 2°. het bedrag van de boete;
- c. de overtreding ter zake waarvan de last of de bestuurlijke boete wordt opgelegd alsmede het overtreden wettelijk voorschrift.
Vervallen
##### Artikel 55
1. Een beschikking als bedoeld in [artikel 54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=7¶graaf=7.5&artikel=54&z=2009-04-01&g=2009-04-01) wordt, nadat zij bekend is gemaakt, ter inzage gelegd bij het college respectievelijk Onze Minister.
1. Een beschikking waarbij een last onder dwangsom dan wel een bestuurlijke boete als bedoeld in [artikel 49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=7¶graaf=7.5&artikel=49&z=2012-02-08&g=2012-02-08) wordt opgelegd wordt, nadat zij bekend is gemaakt, ter inzage gelegd bij het college respectievelijk Onze Minister.
2. Van de beschikking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
##### Artikel 56
1. Een bestuurlijke boete wordt betaald binnen zes weken nadat de beschikking waarbij de boete is opgelegd, in werking is getreden.
2. De boete wordt vermeerderd met de wettelijke rente, te rekenen zes weken vanaf de datum waarop de beschikking bekend is gemaakt.
3. Indien niet is betaald binnen de in het eerste lid genoemde termijn, wordt degene die de boete is verschuldigd schriftelijk bevolen binnen twee weken alsnog het bedrag van de boete, verhoogd met de krachtens het tweede lid verschuldigde rente en de kosten van de aanmaning, te betalen.
4. De werking van een beschikking als bedoeld in het eerste lid wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist.
Verzet schorst de tenuitvoerlegging van een dwangbevel dat strekt tot invordering van de bestuurlijke boete.
##### Artikel 57
1. Bij gebreke van betaling binnen de in [artikel 56, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=7¶graaf=7.5&artikel=56&z=2009-04-01&g=2009-04-01), bedoelde termijn van twee weken kan het college respectievelijk Onze Minister de verschuldigde boete, verhoogd met de op de aanmaning en invordering betrekking hebbende kosten, invorderen bij dwangbevel.
2. Het dwangbevel wordt op kosten van degene die de boete is verschuldigd bij deurwaardersexploit betekend en levert een executoriale titel op in de zin van [Boek 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&boek=Tweede).
3. Gedurende zes weken na de dag van betekening staat verzet tegen het dwangbevel open door dagvaarding van de staat.
4. Het verzet schorst de tenuitvoerlegging. Op verzoek van de staat kan de rechter de schorsing van de tenuitvoerlegging opheffen.
De te betalen geldsom van de door het college opgelegde bestuurlijke boete, de verbeurde dwangsommen bij een door het college opgelegde last en de als gevolg van die boete en dwangsom verschuldigde wettelijke rente, komen toe aan de Staat.
### Hoofdstuk 8. Geschillenbeslechting
##### Artikel 58
1. Indien tussen postvervoerbedrijven, tussen een postvervoerbedrijf en iemand die postbussen exploiteert, tussen een postvervoerbedrijf en iemand die een systeem met adresgegevens als bedoeld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2009-04-01&g=2009-04-01) exploiteert of beheert of tussen een postvervoerbedrijf en iemand die een postcodesysteem exploiteert of beheert een geschil is ontstaan inzake de nakoming van de verplichtingen bedoeld in [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=3&z=2009-04-01&g=2009-04-01), beslecht het college op aanvraag van een bij dat geschil betrokken partij het geschil voor zover naar het oordeel van het college verdere onderhandelingen redelijkerwijs niet meer zullen leiden tot overeenstemming.
1. Indien tussen postvervoerbedrijven, tussen een postvervoerbedrijf en iemand die postbussen exploiteert, tussen een postvervoerbedrijf en iemand die een systeem met adresgegevens als bedoeld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=3&artikel=11&z=2012-02-08&g=2012-02-08) exploiteert of beheert of tussen een postvervoerbedrijf en iemand die een postcodesysteem exploiteert of beheert een geschil is ontstaan inzake de nakoming van de verplichtingen bedoeld in [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=3&z=2012-02-08&g=2012-02-08), beslecht het college op aanvraag van een bij dat geschil betrokken partij het geschil voor zover naar het oordeel van het college verdere onderhandelingen redelijkerwijs niet meer zullen leiden tot overeenstemming.
2. Het college is onbevoegd tot het beslechten van een op grond van het eerste lid voorgelegd geschil indien de bij dat geschil betrokken partijen het college verzoeken het geschil niet langer te beslechten.
@@ -638,7 +586,7 @@
##### Artikel 60
1. Het college beslist op een aanvraag als bedoeld in [artikel 58, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=8&artikel=58&z=2009-04-01&g=2009-04-01), binnen zeventien weken na ontvangst van de aanvraag.
1. Het college beslist op een aanvraag als bedoeld in [artikel 58, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=8&artikel=58&z=2012-02-08&g=2012-02-08), binnen zeventien weken na ontvangst van de aanvraag.
2. In uitzonderlijke gevallen kan het college de termijn, bedoeld in het eerste lid, met ten hoogste acht weken verlengen. Het college stelt de betrokken postvervoerbedrijven hiervan in kennis en geeft de termijn aan waarbinnen het college het geschil zal beslechten.
@@ -646,11 +594,11 @@
##### Artikel 61
Een postvervoerbedrijf volgt het door het college op grond van [artikel 60](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=8&artikel=60&z=2009-04-01&g=2009-04-01) genomen besluit op. Het college kan daarbij een termijn stellen.
Een postvervoerbedrijf volgt het door het college op grond van [artikel 60](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=8&artikel=60&z=2012-02-08&g=2012-02-08) genomen besluit op. Het college kan daarbij een termijn stellen.
##### Artikel 62
Het college doet mededeling in de Staatscourant van een besluit als bedoeld in [artikel 60](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=8&artikel=60&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
Het college doet mededeling in de Staatscourant van een besluit als bedoeld in [artikel 60](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=8&artikel=60&z=2012-02-08&g=2012-02-08).
##### Artikel 63
@@ -670,9 +618,9 @@
##### Artikel 65
1. Onze Minister stelt de hoogte van de vergoeding, bedoeld in [artikel 64, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=9&artikel=64&z=2009-04-01&g=2009-04-01), vast.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels nadere gesteld over de vergoeding, bedoeld in [artikel 64](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=9&artikel=64&z=2009-04-01&g=2009-04-01). Deze regels kunnen mede betrekking hebben op de wijze waarop de vergoeding wordt vastgesteld, geheven en ingevorderd.
1. Onze Minister stelt de hoogte van de vergoeding, bedoeld in [artikel 64, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=9&artikel=64&z=2012-02-08&g=2012-02-08), vast.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels nadere gesteld over de vergoeding, bedoeld in [artikel 64](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=9&artikel=64&z=2012-02-08&g=2012-02-08). Deze regels kunnen mede betrekking hebben op de wijze waarop de vergoeding wordt vastgesteld, geheven en ingevorderd.
### Hoofdstuk 10. Implementatie van Europese richtlijnen en verordeningen
@@ -700,7 +648,7 @@
##### Artikel 68
1. Onverminderd de [artikelen 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007981&artikel=7), en [8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007981&artikel=8) kan, ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken, bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, voor het gehele land of een deel daarvan [artikel 70](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=11&artikel=70&z=2009-04-01&g=2009-04-01) in werking worden gesteld.
1. Onverminderd de [artikelen 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007981&artikel=7), en [8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007981&artikel=8) kan, ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken, bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, voor het gehele land of een deel daarvan [artikel 70](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=11&artikel=70&z=2012-02-08&g=2012-02-08) in werking worden gesteld.
2. Wanneer het in het eerste lid bedoelde besluit is genomen, wordt onverwijld een voorstel van wet aan de Tweede Kamer gezonden omtrent het voortduren van de werking van de bij dat besluit in werking gestelde bepaling.
@@ -714,7 +662,7 @@
##### Artikel 69
In geval voor Nederland of een gedeelte daarvan, op grond van de [artikelen 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007981&artikel=7), of [8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007981&artikel=8), bepalingen uit de [Oorlogswet voor Nederland](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007983) in werking zijn gesteld, oefent Onze Minister de in [artikel 70, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=11&artikel=70&z=2009-04-01&g=2009-04-01), bedoelde bevoegdheid uit in overeenstemming met Onze Minister van Defensie.
In geval voor Nederland of een gedeelte daarvan, op grond van de [artikelen 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007981&artikel=7), of [8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007981&artikel=8), bepalingen uit de [Oorlogswet voor Nederland](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007983) in werking zijn gesteld, oefent Onze Minister de in [artikel 70, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=11&artikel=70&z=2012-02-08&g=2012-02-08), bedoelde bevoegdheid uit in overeenstemming met Onze Minister van Defensie.
##### Artikel 70
@@ -728,7 +676,7 @@
##### Artikel 72
Onze Minister geeft aan een verlener van de universele postdienst voorschriften ten aanzien van de door deze te nemen organisatorische en personele maatregelen met betrekking tot de voorbereiding van de uitvoering van de universele postdienst in buitengewone omstandigheden als bedoeld in [artikel 68](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=11&artikel=68&z=2009-04-01&g=2009-04-01) en de door deze daarover aan Onze Minister te verstrekken informatie. Onze Minister bepaalt in die voorschriften welke kosten van de uitvoering redelijkerwijs ten laste van een verlener van de universele postdienst komen.
Onze Minister geeft aan een verlener van de universele postdienst voorschriften ten aanzien van de door deze te nemen organisatorische en personele maatregelen met betrekking tot de voorbereiding van de uitvoering van de universele postdienst in buitengewone omstandigheden als bedoeld in [artikel 68](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=11&artikel=68&z=2012-02-08&g=2012-02-08) en de door deze daarover aan Onze Minister te verstrekken informatie. Onze Minister bepaalt in die voorschriften welke kosten van de uitvoering redelijkerwijs ten laste van een verlener van de universele postdienst komen.
### Hoofdstuk 12. Beroep
@@ -792,7 +740,7 @@
##### Artikel 84
In afwijking van [artikel 15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=15&z=2009-04-01&g=2009-04-01), wordt met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van [artikel 15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=15&z=2009-04-01&g=2009-04-01), een bij besluit van Onze Minister te bepalen rechtspersoon aangewezen als verlener van de universele postdienst.
In afwijking van [artikel 15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=15&z=2012-02-08&g=2012-02-08), wordt met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van [artikel 15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=15&z=2012-02-08&g=2012-02-08), een bij besluit van Onze Minister te bepalen rechtspersoon aangewezen als verlener van de universele postdienst.
##### Artikel 85
2009-04-01
Postwet 2009 — art. 42
2009-04-01
Postwet 2009
original version
Tekst op deze datum