Wijzigingsgeschiedenis

Wet van 25 maart 2009, houdende regels inzake de volledige liberalisering van de postmarkt en de garantie van de universele postdienstverlening (Postwet 2009)

17 versions · 2019-01-01
2019-01-01
Postwet 2009 — arts. 18, 26, 38 y 5 más
2018-07-28
Postwet 2009 — arts. 18, 26, 38 y 5 más
2018-05-25
Postwet 2009 — arts. 18, 18, 26 y 13 más
2017-08-01
Postwet 2009 — arts. 18, 26, 38 y 5 más
2017-01-01
Postwet 2009 — arts. 18, 26, 38 y 5 más
2016-07-01
Postwet 2009 — arts. 18, 26, 38 y 4 más
2016-01-01
2015-01-01
Postwet 2009 — art. 41
2014-08-01
Postwet 2009 — arts. 15, 18, 26 y 5 más
2014-01-25
Postwet 2009 — arts. 3, 15, 18 y 7 más
2014-01-01
2013-04-01
Postwet 2009 — arts. 3, 15, 18 y 7 más
2013-01-01
Postwet 2009 — art. 42
2012-11-08
Postwet 2009 — art. 42
2012-02-08
Postwet 2009 — art. 42
2009-04-01
Postwet 2009 — art. 42

Wijzigingen op 2009-04-01

@@ -821,223 +821,3 @@
Deze wet wordt aangehaald als: Postwet met vermelding van het jaartal van het Staatsblad waarin zij zal worden geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 13a
Onder een postvervoerbedrijf dat beschikt over aanmerkelijke marktmacht wordt verstaan een postvervoerbedrijf dat alleen of tezamen met andere ondernemingen beschikt over een economische kracht op een in overeenstemming met de beginselen van het algemene Europese mededingingsrecht afgebakende markt voor postvervoerdiensten die het in staat stelt zich op deze markt in belangrijke mate onafhankelijk van zijn concurrenten, klanten en uiteindelijk consumenten te gedragen.
##### Artikel 13b
1. Indien de Autoriteit Consument en Markt op basis van een marktanalyse van oordeel is dat een postvervoerbedrijf beschikt over aanmerkelijke marktmacht kan zij dat postvervoerbedrijf een verplichting als bedoeld in de [artikelen 13e tot en met 13k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=3a&artikel=13e&z=2014-01-01&g=2014-01-01) opleggen.
2. De Autoriteit Consument en Markt kan de verplichtingen, bedoeld in de [artikelen 13e tot en met 13k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=3a&artikel=13e&z=2014-01-01&g=2014-01-01), niet opleggen aan de verlener van de universele postdienst met betrekking tot postvervoerdiensten die bij of krachtens de [artikelen 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4&paragraaf=4.3&artikel=16&z=2014-01-01&g=2014-01-01) en [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4&paragraaf=4.3&artikel=17&z=2014-01-01&g=2014-01-01) deel uitmaken van de universele postdienst.
3. De Autoriteit Consument en Markt neemt bij het opleggen van de verplichtingen, bedoeld in de [artikelen 13e tot en met 13k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=3a&artikel=13e&z=2014-01-01&g=2014-01-01) de eisen van proportionaliteit in acht.
##### Artikel 13c
1. Uiterlijk binnen drie jaar nadat een besluit als bedoeld in [artikel 13b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=3a&artikel=13b&z=2014-01-01&g=2014-01-01), in werking is getreden of in stand is gehouden, besluit de Autoriteit Consument en Markt op basis van een marktanalyse of de verplichting in stand blijft, gewijzigd wordt of wordt ingetrokken.
2. De Autoriteit Consument en Markt trekt de verplichting, bedoeld in de [artikelen 13e tot en met 13k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=3a&artikel=13e&z=2014-01-01&g=2014-01-01) in ieder geval in, indien de Autoriteit Consument en Markt van oordeel is dat een postvervoerbedrijf niet meer over aanmerkelijke marktmacht beschikt.
##### Artikel 13d
1. Op de voorbereiding van een besluit als bedoeld in [artikel 13b, eerste li](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=3a&artikel=13b&z=2014-01-01&g=2014-01-01)d, of [13c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=3a&artikel=13c&z=2014-01-01&g=2014-01-01) is de [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing.
2. In afwijking van het eerste lid kan de Autoriteit Consument en Markt besluiten om de in het eerste lid bedoelde procedure niet toe te passen:
- a. indien het besluit geen aanzienlijke gevolgen heeft voor de desbetreffende markt,
- b. in uitzonderlijke omstandigheden indien de vereiste spoed zich verzet tegen de toepassing van de procedure, teneinde de concurrentie te waarborgen of de belangen van de gebruikers te beschermen.
3. Een besluit als bedoeld in [artikel 13b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=3a&artikel=13b&z=2014-01-01&g=2014-01-01) dat wordt genomen met toepassing van onderdeel b geldt voor een periode van maximaal 26 weken.
4. Indien het een besluit op aanvraag betreft, is [artikel 3.18, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:18) niet van toepassing.
5. Van een besluit als bedoeld in de[artikelen 13b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=3a&artikel=13b&z=2014-01-01&g=2014-01-01) of [13c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=3a&artikel=13c&z=2014-01-01&g=2014-01-01) of het tweede lid wordt door de Autoriteit Consument en Markt mededeling gedaan in de Staatscourant. Van gegevens als bedoeld in [artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) wordt geen mededeling gedaan.
##### Artikel 13e
1. De Autoriteit Consument en Markt kan de verplichting opleggen om te voldoen aan redelijke verzoeken tot door haar te bepalen vormen van toegang.
2. Indien de Autoriteit Consument en Markt de verplichting, bedoeld in het eerste lid, oplegt, verleent het desbetreffende postvervoerbedrijf toegang onder gelijke omstandigheden onder gelijke voorwaarden, met dien verstande dat het postvervoerbedrijf in ieder geval gelijke voorwaarden toepast als die welke onder gelijke omstandigheden gelden voor haarzelf, haar dochterondernemingen of haar partnerondernemingen.
3. De Autoriteit Consument en Markt kan aan de verplichting, bedoeld in het eerste lid, voorschriften verbinden betreffende billijkheid, redelijkheid en opportuniteit.
4. Indien dit nodig is om toegang mogelijk te maken, kan de Autoriteit Consument en Markt technische of operationele voorschriften vaststellen die een postvervoerbedrijf dat toegang moet verlenen of een postvervoerbedrijf dat toegang heeft gekregen, in acht neemt.
##### Artikel 13f
1. De Autoriteit Consument en Markt kan voor door haar te bepalen vormen van toegang een verplichting opleggen betreffende de hiervoor te berekenen tarieven of de kostentoerekening indien naar het oordeel van de Autoriteit Consument en Markt uit een marktanalyse blijkt dat het betrokken postvervoerbedrijf doordat het beschikt over aanmerkelijke marktmacht de tarieven op een buitensporig hoog peil kan handhaven of de marges kan uithollen.
2. Een verplichting als bedoeld in het eerste lid kan inhouden dat voor toegang een kostengeoriënteerd tarief moet worden gerekend of dat een door de Autoriteit Consument en Markt te bepalen of goed te keuren kostentoerekeningsysteem moet worden gehanteerd.
3. Indien de Autoriteit Consument en Markt een postvervoerbedrijf heeft verplicht om voor toegang een kostengeoriënteerd tarief te rekenen, toont het bedrijf aan dat zijn tarieven werkelijk kostengeoriënteerd zijn.
4. De Autoriteit Consument en Markt kan aan een verplichting als bedoeld in het eerste lid voorschriften verbinden.
5. Indien een verplichting tot het opstellen van een kostentoerekeningsysteem is opgelegd, maakt het postvervoerbedrijf, met inachtneming van de door de Autoriteit Consument en Markt gegeven voorschriften, op genoegzame wijze een beschrijving van het systeem bekend die ten minste de hoofdcategorieën bevat waarin de kosten worden ingedeeld en de voor de toerekening van de kosten toegepaste regels.
6. De Autoriteit Consument en Markt of een door haar aan te wijzen onafhankelijke deskundige onderzoekt jaarlijks of het postvervoerbedrijf in overeenstemming met de opgelegde verplichting heeft gehandeld.
##### Artikel 13g
1. De Autoriteit Consument en Markt kan de verplichting opleggen om door haar nader te bepalen informatie bekend te maken op een door haar te bepalen wijze.
2. De Autoriteit Consument en Markt kan de verplichting opleggen om een referentieaanbod bekend te maken waarin een omschrijving is opgenomen van door haar te bepalen vormen van toegang. Het referentieaanbod is opgesplitst naar de door de Autoriteit Consument en Markt onderscheiden vormen van toegang en de daarbij gehanteerde tarieven en andere voorwaarden.
3. Aan een verplichting als bedoeld in het eerste of tweede lid kan de Autoriteit Consument en Markt voorschriften verbinden met betrekking tot de mate van detaillering en de wijze van bekendmaking.
##### Artikel 13h
1. De Autoriteit Consument en Markt kan de verplichting opleggen om een gescheiden boekhouding te voeren waarin de opbrengsten en de kosten van de door haar te bepalen postvervoerdiensten die het postvervoerbedrijf aanbiedt aan de onderneming zelf, aan andere postvervoerbedrijven of aan eindgebruikers, gescheiden zijn van die van de door het postvervoerbedrijf verrichte overige activiteiten.
2. Aan de verplichting tot het voeren van een gescheiden boekhouding als bedoeld in het eerste lid, kan de Autoriteit Consument en Markt voorschriften verbinden met betrekking tot de methode van inrichting van de boekhouding, de mate van detaillering en het aan de Autoriteit Consument en Markt verstrekken van boekhoudkundige documenten met inbegrip van gegevens over van derden ontvangen inkomsten.
##### Artikel 13i
1. De Autoriteit Consument en Markt kan de verplichting opleggen om bij de levering van door haar te bepalen postvervoerdiensten aan andere postvervoerbedrijven of eindgebruikers:
- a. een door haar te bepalen postvervoerdienst los te leveren van andere diensten;
- b. deze andere postvervoerbedrijven en eindgebruikers in gelijke gevallen gelijk te behandelen;
- c. een redelijk kwaliteitsniveau te garanderen.
2. Aan een verplichting als bedoeld in het eerste lid kunnen door de Autoriteit Consument en Markt nadere voorschriften worden verbonden die nodig zijn voor een goede uitvoering van die verplichtingen.
##### Artikel 13j
1. Voor door haar te bepalen postvervoerdiensten aan eindgebruikers kan de Autoriteit Consument en Markt verplichtingen opleggen betreffende het beheersen van de hiervoor te rekenen tarieven of de kostentoerekening.
2. [Artikel 13f, tweede tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=3a&artikel=13f&z=2014-01-01&g=2014-01-01), zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Aan een verplichting als bedoeld in het eerste lid kunnen door de Autoriteit Consument en Markt nadere voorschriften worden verbonden die nodig zijn voor een goede uitvoering van die verplichtingen.
##### Artikel 13k
1. Indien de Autoriteit Consument en Markt een verplichting als bedoeld in [artikel 13j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=3a&artikel=13j&z=2014-01-01&g=2014-01-01) oplegt of in stand houdt, kan zij tevens de verplichting opleggen om invoering van nieuwe of gewijzigde tarieven voor postvervoerdiensten aan eindgebruikers niet plaats te laten vinden dan nadat zij deze tarieven heeft goedgekeurd.
2. De Autoriteit Consument en Markt beoordeelt binnen drie weken na ontvangst van een verzoek tot goedkeuring, of het nieuwe of gewijzigde tarief in overeenstemming is met de opgelegde of in stand gehouden verplichting, bedoeld in [artikel 13j, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=3a&artikel=13j&z=2014-01-01&g=2014-01-01). Indien gegevens als bedoeld in het zevende lid, ontbreken wordt het postvervoerbedrijf binnen drie dagen na ontvangst van het verzoek, hiervan op de hoogte gesteld.
3. De Autoriteit Consument en Markt kan de termijn, bedoeld in het tweede lid, eerste volzin, eenmaal met drie weken verlengen. Zij doet hiervan schriftelijk mededeling aan het postvervoerbedrijf dat het verzoek heeft ingediend.
4. Indien de Autoriteit Consument en Markt van oordeel is dat het nieuwe of gewijzigde tarief in overeenstemming is met de opgelegde of in stand gehouden verplichting, bedoeld in [artikel 13j, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=3a&artikel=13j&z=2014-01-01&g=2014-01-01), keurt zij de invoering hiervan goed.
5. Indien de Autoriteit Consument en Markt van oordeel is dat het nieuwe of gewijzigde tarief niet in overeenstemming is met de verplichting, bedoeld in [artikel 13j, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=3a&artikel=13j&z=2014-01-01&g=2014-01-01), doet zij hiervan mededeling aan het desbetreffende postvervoerbedrijf. Zij deelt hierbij mede op welke punten niet voldaan is aan de verplichting, bedoeld in artikel 13j, eerste lid.
6. Het postvervoerbedrijf deelt de Autoriteit Consument en Markt binnen vier weken na de datum van de mededeling, bedoeld in het vijfde lid, schriftelijk mede in hoeverre het nieuwe of gewijzigde tarief wordt aangepast aan de mededeling van de Autoriteit Consument en Markt. De Autoriteit Consument en Markt beoordeelt binnen drie weken na ontvangst van de mededeling van het postvervoerbedrijf, bedoeld in de eerste volzin, op het verzoek tot goedkeuring, of het nieuwe of gewijzigde tarief in overeenstemming is met de opgelegde of in stand gehouden verplichting, bedoeld in [artikel 13j, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=3a&artikel=13j&z=2014-01-01&g=2014-01-01).
7. Uiterlijk op het tijdstip waarop de Autoriteit Consument en Markt een verplichting als bedoeld in [artikel 13j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=3a&artikel=13j&z=2014-01-01&g=2014-01-01) oplegt of in stand houdt, in werking treedt, stelt zij vast welke gegevens door de desbetreffende onderneming bij een verzoek als bedoeld in het tweede lid overgelegd moeten worden, en in welke vorm deze gegevens worden ingediend. De Autoriteit Consument en Markt doet hiervan mededeling aan het desbetreffende postvervoerbedrijf.
### Hoofdstuk 4. Universele postdienst
#### § 4.1. Algemeen
#### § 4.3. Omvang universele postdienst
#### § 4.4. Verplichtingen voor de universele postdienstverlener
#### § 4.5. Voorwaarden en tarieven voor de universele postdienst
#### § 4.6. Aansprakelijkheid verlener van de universele postdienst
#### § 4.7. Financiering van de universele postdienst
### Hoofdstuk 5. Wereldpostunie
### Hoofdstuk 6. Overige bepalingen
### Hoofdstuk 7. Toezicht en handhaving
#### § 7.2. Registratie
#### § 7.3. Aanwijzingen
#### § 7.4. Bestuursdwang
#### § 7.5. Bestuurlijke boete
### Hoofdstuk 10. Implementatie van Europese richtlijnen en verordeningen
### Hoofdstuk 11. Buitengewone omstandigheden
### Hoofdstuk 12. Beroep
### Hoofdstuk 13. Wijziging in andere wetten
#### § 13.1. Ministerie van Justitie
#### § 13.2. Ministerie van Binnenlandse Zaken
#### § 13.3. Ministerie van Financiën
#### § 13.4. Ministerie van Verkeer en Waterstaat
#### § 13.5. Ministerie van Economische Zaken
### Hoofdstuk 14. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 17a
Onze Minister onderzoekt iedere drie jaar of wanneer een verlener van de universele postdienst daartoe een gemotiveerd verzoek heeft ingediend, de universele postdienst en de eisen die gesteld worden aan een verlener van de universele postdienst.
##### Artikel 18a
1. De verlener van de universele postdienst vraagt advies aan consumentenorganisaties die de belangen behartigen van kwetsbare gebruikers van de universele postdienst over door hem voorgenomen wijzigingen in de uitvoering van de universele postdienst die het gevolg zijn van een wijziging van de eisen ten aanzien van het aantal en de spreiding van postvestigingen en brievenbussen.
2. De verlener van de universele postdienst vraagt het advies, bedoeld in het eerste lid, ten minste vier maanden voorafgaand aan de datum waarop de voorgenomen wijziging wordt gerealiseerd, en stelt een termijn voor het uitbrengen van het advies van ten minste acht weken.
3. De verlener van de universele postdienst geeft een schriftelijke reactie op het advies, bedoeld in het eerste lid, binnen zes weken na ontvangst van dat advies, met dien verstande dat de reactie in ieder geval wordt gegeven voorafgaand aan de datum waarop de voorgenomen wijziging wordt gerealiseerd. In de reactie geeft de verlener van de universele postdienst aan of het advies al dan niet wordt overgenomen en wat daarvan de redenen zijn.
#### § 4.5. Voorwaarden en tarieven voor de universele postdienst
##### Artikel 25a
1. De Autoriteit Consument en Markt wordt gehoord over een ministeriële regeling als bedoeld in [artikel 25, eerste, vierde of vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4&paragraaf=4.5&artikel=25&z=2016-01-01&g=2016-01-01).
2. Het ontwerp voor een krachtens [artikel 25, eerste, vierde of vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572&hoofdstuk=4&paragraaf=4.5&artikel=25&z=2016-01-01&g=2016-01-01), vast te stellen ministeriële regeling en de deskundige raad van de Autoriteit Consument en Markt worden gelijktijdig aan beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. De ministeriële regeling wordt niet eerder vastgesteld dan vier weken na de overlegging van het ontwerp.
#### § 4.6. Aansprakelijkheid verlener van de universele postdienst
#### § 4.7. Financiering van de universele postdienst
### Hoofdstuk 5. Wereldpostunie
### Hoofdstuk 6. Overige bepalingen
### Hoofdstuk 7. Toezicht en handhaving
#### § 7.1. Algemeen
#### § 7.2. Registratie
#### § 7.3. Aanwijzingen
#### § 7.4. Bestuursdwang
#### § 7.5. Bestuurlijke boete
### Hoofdstuk 8. Geschillenbeslechting
### Hoofdstuk 10. Implementatie van Europese richtlijnen en verordeningen
### Hoofdstuk 11. Buitengewone omstandigheden
### Hoofdstuk 12. Beroep
### Hoofdstuk 13. Wijziging in andere wetten
#### § 13.1. Ministerie van Justitie
#### § 13.2. Ministerie van Binnenlandse Zaken
#### § 13.4. Ministerie van Verkeer en Waterstaat
#### § 13.5. Ministerie van Economische Zaken
### Hoofdstuk 14. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
2009-04-01
Postwet 2009
original version Tekst op deze datum