Wijzigingsgeschiedenis
Besluit van de Minister van Justitie van 30 maart 2009, nummer WBN 2009/1, houdende wijziging van de tekst van de Handleiding voor de toepassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap toegespitst op buiten het Koninkrijk afgelegde optieverklaringen en ingediende naturalisatieverzoeken
37 versions
· 2026-02-01
2026-02-01
Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland — arts.
2026-01-01
Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland — arts.
2025-04-01
Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland — arts.
2025-01-01
Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland — arts.
2024-07-01
Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland — arts.
2024-01-01
Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland — arts.
2023-10-01
Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland — arts.
2023-08-01
Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland — arts.
2023-01-01
Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland — arts.
2022-09-01
Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland — art. 1
2022-07-01
Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland — art. 1
2022-04-01
Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland — arts.
2022-01-01
Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland — arts.
2021-08-30
Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland — arts.
2020-10-01
Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland — arts.
2020-04-01
Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland — arts.
2019-07-01
Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland — arts.
2018-05-01
Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland — arts.
2016-04-22
Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland — arts.
2016-04-01
Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland — arts.
2016-01-07
Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland — arts.
2015-10-27
Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland — arts.
2015-04-17
Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland — arts.
2015-04-01
Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland — arts.
2015-01-22
Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland — arts.
2015-01-01
Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland — arts.
2014-12-25
Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland — arts.
2014-11-22
Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland — arts.
Wijzigingen op 2014-11-22
@@ -76,7 +76,7 @@
### Paragraaf 2.2.1.1. Meerderjarige optant
Omdat in het kader van optie van belang is dat wordt aangetoond dat de optant degene is die hij opgeeft te zijn, dient de optant bij het afleggen van zijn verklaring in beginsel in persoon te verschijnen ([artikel 2, tweede lid, RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=2); [artikel 3, eerste lid, BVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&artikel=3)). Het hoofd van de post die de verklaring in ontvangst neemt, moet zich door middel van onderzoek de nodige zekerheid verschaffen omtrent de identiteit van de optant. Daartoe wordt de optant verzocht om – zoveel mogelijk – een geldig buitenlands reisdocument over te leggen. Daarnaast wordt de optant – ter meerdere zekerheid – gevraagd andere bewijsstukken, zoals een geboorteakte, over te leggen (zie hierna onder [paragraaf 2.2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=6-3¶graaf=2¶graaf=2.2¶graaf=2.2.5&z=2014-04-04&g=2014-04-04)**(Overige) over te leggen documenten**).
Omdat in het kader van optie van belang is dat wordt aangetoond dat de optant degene is die hij opgeeft te zijn, dient de optant bij het afleggen van zijn verklaring in beginsel in persoon te verschijnen ([artikel 2, tweede lid, RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=2); [artikel 3, eerste lid, BVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&artikel=3)). Het hoofd van de post die de verklaring in ontvangst neemt, moet zich door middel van onderzoek de nodige zekerheid verschaffen omtrent de identiteit van de optant. Daartoe wordt de optant verzocht om – zoveel mogelijk – een geldig buitenlands reisdocument over te leggen. Daarnaast wordt de optant – ter meerdere zekerheid – gevraagd andere bewijsstukken, zoals een geboorteakte, over te leggen (zie hierna onder [paragraaf 2.2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=6-3¶graaf=2¶graaf=2.2¶graaf=2.2.5&z=2014-04-04&g=2014-11-22)**(Overige) over te leggen documenten**).
Een optieverklaring ten behoeve van een optant die wegens handelingsonbekwaamheid onder curatele is gesteld, wordt afgelegd door zijn curator.
@@ -98,7 +98,7 @@
Voor dit kind is niet voorgeschreven dat het in persoon verschijnt om een zienswijze naar voren te brengen omtrent de verkrijging van het Nederlanderschap. Het verdient wel de voorkeur. Het kind wordt derhalve mondeling (indien aanwezig bij optieverklaring) of per brief gewezen op de mogelijkheid om in persoon dan wel schriftelijk een zienswijze te geven omtrent de verkrijging (1.2a, 1.18a en 1.19a) (zie [toelichting bij artikel 2, vierde lid, RWN](359339)).
Hebben kinderen de leeftijd van 16 jaar bereikt, dan is verschijning in persoon voorgeschreven om een instemmingsverklaring af te geven (model 1.2a, zie ook model 1.21a) ([artikel 6, derde lid, BVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&artikel=6)). Zij dienen zich – zoveel mogelijk – met een geldig buitenlands reisdocument te legitimeren (zie ook hierna [paragraaf 2.2.1.5.](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=6-3¶graaf=2¶graaf=2.2¶graaf=2.2.1¶graaf=2.2.1.5&z=2014-04-04&g=2014-04-04)). Van verschijning in persoon kan slechts om zwaarwegende redenen worden afgeweken (zie [toelichting bij artikel 2, tweede](359339) en [vierde lid, RWN](359339)).
Hebben kinderen de leeftijd van 16 jaar bereikt, dan is verschijning in persoon voorgeschreven om een instemmingsverklaring af te geven (model 1.2a, zie ook model 1.21a) ([artikel 6, derde lid, BVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&artikel=6)). Zij dienen zich – zoveel mogelijk – met een geldig buitenlands reisdocument te legitimeren (zie ook hierna [paragraaf 2.2.1.5.](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=6-3¶graaf=2¶graaf=2.2¶graaf=2.2.1¶graaf=2.2.1.5&z=2014-04-04&g=2014-11-22)). Van verschijning in persoon kan slechts om zwaarwegende redenen worden afgeweken (zie [toelichting bij artikel 2, tweede](359339) en [vierde lid, RWN](359339)).
### Paragraaf 2.2.1.4. Wettelijk vertegenwoordiger/andere ouder
@@ -180,7 +180,7 @@
### Paragraaf 2.2.4.3. Verklaring omtrent verblijfsstatus en gedrag
Indien de optant weigert de bereidverklaring te ondertekenen of op de bereidverklaring aangeeft dat hij niet bereid is de verklaring van verbondenheid af te leggen, attendeert het hoofd van de diplomatieke of consulaire post de optant erop dat hij vanwege zijn weigering het Nederlanderschap niet zal verkrijgen. Het hoofd van de diplomatieke of consulaire post zal de optant ontraden om een optieverklaring af te leggen. De verkrijging van het Nederlanderschap door optie zal worden geweigerd (zie [paragraaf 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=6-3¶graaf=2¶graaf=2.8&z=2014-04-04&g=2014-04-04)**Weigering bevestiging**).’
Indien de optant weigert de bereidverklaring te ondertekenen of op de bereidverklaring aangeeft dat hij niet bereid is de verklaring van verbondenheid af te leggen, attendeert het hoofd van de diplomatieke of consulaire post de optant erop dat hij vanwege zijn weigering het Nederlanderschap niet zal verkrijgen. Het hoofd van de diplomatieke of consulaire post zal de optant ontraden om een optieverklaring af te leggen. De verkrijging van het Nederlanderschap door optie zal worden geweigerd (zie [paragraaf 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=6-3¶graaf=2¶graaf=2.8&z=2014-04-04&g=2014-11-22)**Weigering bevestiging**).’
Enkele optanten zijn niet verplicht de zogenaamde verklaring omtrent gedrag af te leggen. Het gaat dan om opties op grond van [artikel 6, eerste lid, onder d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=6), [artikel 26, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=26) en [artikel 28, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=28), indien de optant op het moment van het afleggen van de optie de leeftijd van 16 jaar nog niet heeft bereikt. Voorts hoeft geen verklaring omtrent gedrag te worden ondertekend indien een optie op grond van [artikel 6, eerste lid, onder c RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=6) wordt afgelegd.
@@ -260,7 +260,7 @@
In geval betrokkene in de afgelopen vier jaar zijn hoofdverblijf in Nederland heeft gehad onderzoekt de IND aan de hand van in Nederland opgevraagde uittreksels uit het register van de Justitiële documentatiedienst (JDD) en gegevens van de korpschef (NSIS, OPS, HKD) de aanwezigheid van mogelijke antecedenten in Nederland. Het hoofd van de post verzoekt in deze gevallen de IND – door tussenkomst van de Minister van Buitenlandse Zaken – om verstrekking van deze gegevens.
Het hoofd van de diplomatieke of consulaire post controleert bij optieverklaringen die op of ná 1 maart 2009 zijn ingediend of iedere persoon die in de optieverklaring is genoemd en die hiertoe wettelijk verplicht is, zich bereid heeft verklaard bij de verkrijging van het Nederlanderschap een verklaring van verbondenheid af te leggen (zie [paragraaf 2.2.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=6-3¶graaf=2¶graaf=2.2¶graaf=2.2.4¶graaf=2.2.4.1&z=2014-04-04&g=2014-04-04) en [toelichting bij artikel 6, tweede lid, RWN](359339)). Alleen als het afleggen ervan redelijkerwijs niet gevraagd kan worden, zoals aan optanten die niet in staat zijn hun wil te bepalen of deze niet kunnen uiten of aan optanten aan wie het, door het hoofd van de diplomatieke of consulaire post is toegestaan zich bij het afleggen van de optieverklaring te laten vertegenwoordigen door een gemachtigde, hoeft de bereidverklaring niet ondertekend te zijn. Indien de optant zich op de naturalisatieceremonie laat vertegenwoordigen door een gemachtigde, moet de verklaring van verbondenheid schriftelijk getekend door de optant, worden aangeleverd door de gemachtigde op de ceremonie.
Het hoofd van de diplomatieke of consulaire post controleert bij optieverklaringen die op of ná 1 maart 2009 zijn ingediend of iedere persoon die in de optieverklaring is genoemd en die hiertoe wettelijk verplicht is, zich bereid heeft verklaard bij de verkrijging van het Nederlanderschap een verklaring van verbondenheid af te leggen (zie [paragraaf 2.2.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=6-3¶graaf=2¶graaf=2.2¶graaf=2.2.4¶graaf=2.2.4.1&z=2014-04-04&g=2014-11-22) en [toelichting bij artikel 6, tweede lid, RWN](359339)). Alleen als het afleggen ervan redelijkerwijs niet gevraagd kan worden, zoals aan optanten die niet in staat zijn hun wil te bepalen of deze niet kunnen uiten of aan optanten aan wie het, door het hoofd van de diplomatieke of consulaire post is toegestaan zich bij het afleggen van de optieverklaring te laten vertegenwoordigen door een gemachtigde, hoeft de bereidverklaring niet ondertekend te zijn. Indien de optant zich op de naturalisatieceremonie laat vertegenwoordigen door een gemachtigde, moet de verklaring van verbondenheid schriftelijk getekend door de optant, worden aangeleverd door de gemachtigde op de ceremonie.
### Paragraaf 2.4.2.3. Naamsvaststelling en naamskeuze bij optie
@@ -330,11 +330,11 @@
Indien in de bezwaarfase wordt geconcludeerd dat de bevestiging van de medeverkrijging van het Nederlanderschap ten aanzien van een minderjarig kind van de optant ten onrechte is geweigerd, wordt ten aanzien van dit kind alsnog een bevestiging afgegeven (model 1.33a en 1.34a). Het kind wordt in dat geval geacht het Nederlanderschap te hebben verkregen gelijktijdig met de ouder. Hierbij verdient aandacht dat het kind op het moment van de bevestiging van de verkrijging van Nederlanderschap van de ouder aan alle voorwaarden voor medeverkrijging moet hebben voldaan (ex tunc-toetsing). Van delen in de verkrijging van het Nederlanderschap kan immers geen sprake meer zijn als pas na de bevestiging van de ouder aan de voorwaarden wordt voldaan. Als het kind achteraf bezien op het moment van de bevestiging van de verkrijging van het Nederlanderschap door de ouder wél aan alle voorwaarden voldeed, maar nadien niet meer aan de voorwaarden voldoet, wordt de bevestiging wél alsnog afgegeven. De optiebevestiging wordt, indien de minderjarige medeoptant verplicht is de verklaring van verbondenheid af te leggen, na het afleggen van die verklaring in beginsel op een naturalisatieceremonie door middel van uitreiking aan de wettelijk vertegenwoordiger van het kind en aan de ouder die heeft verzocht om medeverkrijging (indien die ouder niet tevens wettelijk vertegenwoordiger is ) bekendgemaakt. Is de minderjarige niet wettelijk verplicht tot afleggen van de verklaring van verbondenheid dan wordt de bevestiging onverwijld aan de wettelijk vertegenwoordiger van het kind en aan de ouder die heeft verzocht om medeverkrijging (indien die ouder niet tevens wettelijk vertegenwoordiger is) uitgereikt of per aangetekende post verzonden. Indien het kind inmiddels meerderjarig is geworden wordt tevens een kopie van de bevestiging aan betrokkene zelf uitgereikt dan wel per post aan het kind verzonden. Indien het bezwaarschrift is ingediend door een gemachtigde of advocaat, wordt deze over het besluit ingelicht. De verscheidene instanties worden van de bevestiging op de hoogte gebracht. (Zie hierboven [paragraaf 2.6.](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=6-3¶graaf=2¶graaf=2.6&z=2013-07-01&g=2014-04-01)) Vervolgens wordt het dossier gearchiveerd. (Zie hierboven [paragraaf 2.7.](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=6-3¶graaf=2¶graaf=2.7&z=2013-07-01&g=2014-04-01))
Indien door de Minister van Buitenlandse Zaken wordt geconcludeerd dat het bezwaarschrift gegrond is en de optant (inmiddels) wel aan de voorwaarden voor verkrijging van het Nederlanderschap voldoet, wordt de verkrijging van het Nederlanderschap alsnog bevestigd en/of wordt de naam van de optant alsnog vastgesteld op de door hem verzochte manier. De bevestiging wordt door middel van uitreiking dan wel door verzending per post aan de optant bekend gemaakt. Indien het bezwaarschrift is ingediend door een gemachtigde of advocaat, wordt deze over het besluit ingelicht. De verscheidene instanties worden van de bevestiging op de hoogte gebracht. (Zie hierboven [paragraaf 2.6.](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=6-3¶graaf=2¶graaf=2.6&z=2014-04-04&g=2014-04-04)) Vervolgens wordt het dossier gearchiveerd. (Zie hierboven [paragraaf 2.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=6-3¶graaf=2¶graaf=2.7&z=2014-04-04&g=2014-04-04).)
Indien door de Minister van Buitenlandse Zaken wordt geconcludeerd dat het bezwaarschrift gegrond is en de optant (inmiddels) wel aan de voorwaarden voor verkrijging van het Nederlanderschap voldoet, wordt de verkrijging van het Nederlanderschap alsnog bevestigd en/of wordt de naam van de optant alsnog vastgesteld op de door hem verzochte manier. De bevestiging wordt door middel van uitreiking dan wel door verzending per post aan de optant bekend gemaakt. Indien het bezwaarschrift is ingediend door een gemachtigde of advocaat, wordt deze over het besluit ingelicht. De verscheidene instanties worden van de bevestiging op de hoogte gebracht. (Zie hierboven [paragraaf 2.6.](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=6-3¶graaf=2¶graaf=2.6&z=2014-04-04&g=2014-11-22)) Vervolgens wordt het dossier gearchiveerd. (Zie hierboven [paragraaf 2.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=6-3¶graaf=2¶graaf=2.7&z=2014-04-04&g=2014-11-22).)
### Paragraaf 2.9.2.2. Bezwaarschrift tegen weigering medeverkrijging Nederlanderschap door kind gegrond
Indien in de bezwaarfase wordt geconcludeerd dat de bevestiging van de medeverkrijging van het Nederlanderschap ten aanzien van een minderjarig kind van de optant ten onrechte is geweigerd, wordt ten aanzien van dit kind alsnog een bevestiging afgegeven (model 1.33a en 1.34a). Het kind wordt in dat geval geacht het Nederlanderschap te hebben verkregen gelijktijdig met de ouder. Hierbij verdient aandacht dat het kind op het moment van de bevestiging van de verkrijging van Nederlanderschap van de ouder aan alle voorwaarden voor medeverkrijging moet hebben voldaan (ex tunc-toetsing). Van delen in de verkrijging van het Nederlanderschap kan immers geen sprake meer zijn als pas na de bevestiging van de ouder aan de voorwaarden wordt voldaan. Als het kind achteraf bezien op het moment van de bevestiging van de verkrijging van het Nederlanderschap door de ouder wél aan alle voorwaarden voldeed, maar nadien niet meer aan de voorwaarden voldoet, wordt de bevestiging wél alsnog afgegeven. De optiebevestiging wordt, indien de minderjarige medeoptant verplicht is de verklaring van verbondenheid af te leggen, na het afleggen van die verklaring in beginsel op een naturalisatieceremonie door middel van uitreiking aan de wettelijk vertegenwoordiger van het kind en aan de ouder die heeft verzocht om medeverkrijging (indien die ouder niet tevens wettelijk vertegenwoordiger is ) bekendgemaakt. Is de minderjarige niet wettelijk verplicht tot afleggen van de verklaring van verbondenheid dan wordt de bevestiging onverwijld aan de wettelijk vertegenwoordiger van het kind en aan de ouder die heeft verzocht om medeverkrijging (indien die ouder niet tevens wettelijk vertegenwoordiger is) uitgereikt of per aangetekende post verzonden. Indien het kind inmiddels meerderjarig is geworden wordt tevens een kopie van de bevestiging aan betrokkene zelf uitgereikt dan wel per post aan het kind verzonden. Indien het bezwaarschrift is ingediend door een gemachtigde of advocaat, wordt deze over het besluit ingelicht. De verscheidene instanties worden van de bevestiging op de hoogte gebracht. (Zie hierboven [paragraaf 2.6.](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=6-3¶graaf=2¶graaf=2.6&z=2014-04-04&g=2014-04-04)) Vervolgens wordt het dossier gearchiveerd. (Zie hierboven [paragraaf 2.7.](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=6-3¶graaf=2¶graaf=2.7&z=2014-04-04&g=2014-04-04))
Indien in de bezwaarfase wordt geconcludeerd dat de bevestiging van de medeverkrijging van het Nederlanderschap ten aanzien van een minderjarig kind van de optant ten onrechte is geweigerd, wordt ten aanzien van dit kind alsnog een bevestiging afgegeven (model 1.33a en 1.34a). Het kind wordt in dat geval geacht het Nederlanderschap te hebben verkregen gelijktijdig met de ouder. Hierbij verdient aandacht dat het kind op het moment van de bevestiging van de verkrijging van Nederlanderschap van de ouder aan alle voorwaarden voor medeverkrijging moet hebben voldaan (ex tunc-toetsing). Van delen in de verkrijging van het Nederlanderschap kan immers geen sprake meer zijn als pas na de bevestiging van de ouder aan de voorwaarden wordt voldaan. Als het kind achteraf bezien op het moment van de bevestiging van de verkrijging van het Nederlanderschap door de ouder wél aan alle voorwaarden voldeed, maar nadien niet meer aan de voorwaarden voldoet, wordt de bevestiging wél alsnog afgegeven. De optiebevestiging wordt, indien de minderjarige medeoptant verplicht is de verklaring van verbondenheid af te leggen, na het afleggen van die verklaring in beginsel op een naturalisatieceremonie door middel van uitreiking aan de wettelijk vertegenwoordiger van het kind en aan de ouder die heeft verzocht om medeverkrijging (indien die ouder niet tevens wettelijk vertegenwoordiger is ) bekendgemaakt. Is de minderjarige niet wettelijk verplicht tot afleggen van de verklaring van verbondenheid dan wordt de bevestiging onverwijld aan de wettelijk vertegenwoordiger van het kind en aan de ouder die heeft verzocht om medeverkrijging (indien die ouder niet tevens wettelijk vertegenwoordiger is) uitgereikt of per aangetekende post verzonden. Indien het kind inmiddels meerderjarig is geworden wordt tevens een kopie van de bevestiging aan betrokkene zelf uitgereikt dan wel per post aan het kind verzonden. Indien het bezwaarschrift is ingediend door een gemachtigde of advocaat, wordt deze over het besluit ingelicht. De verscheidene instanties worden van de bevestiging op de hoogte gebracht. (Zie hierboven [paragraaf 2.6.](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=6-3¶graaf=2¶graaf=2.6&z=2014-04-04&g=2014-11-22)) Vervolgens wordt het dossier gearchiveerd. (Zie hierboven [paragraaf 2.7.](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=6-3¶graaf=2¶graaf=2.7&z=2014-04-04&g=2014-11-22))
Tegen een beslissing op het bezwaarschrift (bijvoorbeeld ongegrond- of niet-ontvankelijkverklaring) kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank Den Haag, sector Bestuursrecht, te Den Haag. Dit is de rechtbank van het rechtsgebied waar het bestuursorgaan (Ministerie van Buitenlandse Zaken) zijn zetel heeft ([artikel 8:7, tweede lid, Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:7)). De bepalingen in de [hoofdstukken 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&hoofdstuk=6) en [8 van de Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&hoofdstuk=8) met betrekking tot de beroepsprocedure, zijn van toepassing. (Zie voor de adressering het hoofdstuk Voorlichting).
@@ -366,11 +366,11 @@
De oproeping vindt plaats door middel van een schriftelijke uitnodiging aan de optant of zijn wettelijke vertegenwoordiger. In beginsel wordt die wettelijk vertegenwoordiger opgeroepen die namens de minderjarige optant de optieverklaring heeft afgelegd. Zie ook [bijlage 1 bij toelichting artikel 7 RWN (tabel: oproepen en uitreiken)](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBW33099&bijlage=1).
De oproeping vindt plaats tijdig voor de uitreiking ([artikel 60a, tweede lid BVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&artikel=60a), zie tevens [paragraaf 2.12.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=6-3¶graaf=2¶graaf=2.12¶graaf=2.12.3&z=2014-04-04&g=2014-04-04) Andere wijze van bekendmaking dan uitreiking en de termijn ([artikel 5, vijfde lid, RVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013506&artikel=5))). Indien de opgeroepen persoon niet verschijnt, en hij heeft geen (succesvol) beroep op zwaarwegende redenen gedaan, wordt hij opnieuw opgeroepen. Na de eerste afwezigheid kan worden nagegaan of de uitnodiging aan het juiste adres is gestuurd. Is de betrokkene ook na de tweede oproep niet verschenen, dan verzendt het hoofd van de diplomatieke of consulaire post zonodig een derde oproep per aangetekende post. Wie geen van deze drie keren verschijnt, zal daarna zich alsnog voor een uitreiking kunnen melden. De betrokken persoon zal dan voor een (eerst)volgende ceremonie worden uitgenodigd, tenzij de bevestiging – behoudens een eerdere rechterlijke vernietiging van het besluit inzake de wijze van uitreiking – alsdan zou worden uitgereikt één jaar na haar dagtekening. In de oproeping dient de betrokkene in ieder geval ook gewezen te worden op de (automatische) vervaltermijn van een jaar. (Zie [paragraaf 2.12.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=6-3¶graaf=2¶graaf=2.12¶graaf=2.12.2&z=2014-04-04&g=2014-04-04)).
De oproeping vindt plaats tijdig voor de uitreiking ([artikel 60a, tweede lid BVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&artikel=60a), zie tevens [paragraaf 2.12.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=6-3¶graaf=2¶graaf=2.12¶graaf=2.12.3&z=2014-04-04&g=2014-11-22) Andere wijze van bekendmaking dan uitreiking en de termijn ([artikel 5, vijfde lid, RVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013506&artikel=5))). Indien de opgeroepen persoon niet verschijnt, en hij heeft geen (succesvol) beroep op zwaarwegende redenen gedaan, wordt hij opnieuw opgeroepen. Na de eerste afwezigheid kan worden nagegaan of de uitnodiging aan het juiste adres is gestuurd. Is de betrokkene ook na de tweede oproep niet verschenen, dan verzendt het hoofd van de diplomatieke of consulaire post zonodig een derde oproep per aangetekende post. Wie geen van deze drie keren verschijnt, zal daarna zich alsnog voor een uitreiking kunnen melden. De betrokken persoon zal dan voor een (eerst)volgende ceremonie worden uitgenodigd, tenzij de bevestiging – behoudens een eerdere rechterlijke vernietiging van het besluit inzake de wijze van uitreiking – alsdan zou worden uitgereikt één jaar na haar dagtekening. In de oproeping dient de betrokkene in ieder geval ook gewezen te worden op de (automatische) vervaltermijn van een jaar. (Zie [paragraaf 2.12.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=6-3¶graaf=2¶graaf=2.12¶graaf=2.12.2&z=2014-04-04&g=2014-11-22)).
Is een jaar na de dag van ondertekening van de optiebevestiging verstreken zonder dat de optant (op een naturalisatieceremonie) is verschenen en derhalve de bevestiging niet aan hem is bekendgemaakt, dan vervalt de optiebevestiging ([artikel 60a, elfde lid, BVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&artikel=60a)). De vervaltermijn van één jaar is opgeschort indien sprake is van bezwaar en beroep tegen het besluit inzake de wijze van bekendmaking van de optiebevestiging en/of de wijze van aflegging van de verklaring van verbondenheid. Om te voorkomen dat het besluit zou vervallen is bepaald dat de termijn van één jaar door het instellen van bezwaar of beroep wordt opgeschort totdat op het bezwaar dan wel het beroep onherroepelijk is beslist. De vervaltermijn van één jaar wordt stopgezet op het moment dat het hoofd van de diplomatieke of consulaire post of de rechtbank het bezwaar- dan wel beroepschrift heeft ontvangen en gaat weer lopen op het moment dat de beslissing van het hoofd van de diplomatieke of consulaire post of de rechtbank onherroepelijk is geworden en er dus geen rechtsmiddelen meer open staan. De termijn loopt dus na de beslissing in bezwaar of beroep verder en vangt niet opnieuw aan. Onder beroep wordt mede hoger beroep begrepen ([artikel 60a, elfde lid, BVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&artikel=60a)).
De optiebevestiging treedt als regel in werking door de uitreiking in persoon tijdens een ceremoniële bijeenkomst, nadat de verklaring van verbondenheid daadwerkelijk is afgelegd. Slechts in bijzondere gevallen kan het hoofd van de diplomatieke of consulaire post hiervan afwijken. Onder zeer bijzondere omstandigheden wordt de bevestiging buiten de naturalisatieceremonie om uitgereikt of toegezonden aan de betrokkene in voorkomende gevallen nadat de verklaring van verbondenheid, al dan niet schriftelijk, daadwerkelijk is afgelegd. (Zie hiervoor [paragraaf 2.12.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=6-3¶graaf=2¶graaf=2.12¶graaf=2.12.4&z=2014-04-04&g=2014-04-04)). Het besluit werkt na bekendmaking terug tot het moment waarop het besluit is gedagtekend ([artikel 60a, eerste lid BVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&artikel=60a)). Dit betekent dat een nieuw feit dat zich heeft voorgedaan in de periode tussen het besluit tot bevestiging van de optieverklaring en de bekendmaking daarvan, geen reden vormt de optiebevestiging opnieuw te beoordelen. Wie in deze tussenliggende periode in strijd met de openbare orde handelt, verkrijgt niettemin het Nederlanderschap. Ook de als minderjarige aangemelde persoon die in de tussenliggende periode meerderjarig is geworden, wordt niet opnieuw aan de voorwaarden getoetst. Hoewel een op of na de dagtekening overleden persoon niet meer in persoon kan verschijnen, zal ook deze persoon Nederlander worden zodra de optiebevestiging aan een belanghebbende is uitgereikt of bekendgemaakt.
De optiebevestiging treedt als regel in werking door de uitreiking in persoon tijdens een ceremoniële bijeenkomst, nadat de verklaring van verbondenheid daadwerkelijk is afgelegd. Slechts in bijzondere gevallen kan het hoofd van de diplomatieke of consulaire post hiervan afwijken. Onder zeer bijzondere omstandigheden wordt de bevestiging buiten de naturalisatieceremonie om uitgereikt of toegezonden aan de betrokkene in voorkomende gevallen nadat de verklaring van verbondenheid, al dan niet schriftelijk, daadwerkelijk is afgelegd. (Zie hiervoor [paragraaf 2.12.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=6-3¶graaf=2¶graaf=2.12¶graaf=2.12.4&z=2014-04-04&g=2014-11-22)). Het besluit werkt na bekendmaking terug tot het moment waarop het besluit is gedagtekend ([artikel 60a, eerste lid BVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&artikel=60a)). Dit betekent dat een nieuw feit dat zich heeft voorgedaan in de periode tussen het besluit tot bevestiging van de optieverklaring en de bekendmaking daarvan, geen reden vormt de optiebevestiging opnieuw te beoordelen. Wie in deze tussenliggende periode in strijd met de openbare orde handelt, verkrijgt niettemin het Nederlanderschap. Ook de als minderjarige aangemelde persoon die in de tussenliggende periode meerderjarig is geworden, wordt niet opnieuw aan de voorwaarden getoetst. Hoewel een op of na de dagtekening overleden persoon niet meer in persoon kan verschijnen, zal ook deze persoon Nederlander worden zodra de optiebevestiging aan een belanghebbende is uitgereikt of bekendgemaakt.
De terugwerkende kracht is niet nieuw. Ook nu treedt het besluit tot bevestiging in werking door bekendmaking, die op dit moment niet door uitreiking, maar door toezending per post geschiedt. Ook hier werkt de inwerkingtreding terug tot het moment van ondertekening. En ook hier hebben feiten die zich na de ondertekening voordoen geen invloed op de verkrijging van het Nederlanderschap en treedt het rechtsgevolg in vanaf de dag van dagtekening.
@@ -394,7 +394,7 @@
Nederlandse vertegenwoordigingen in het buitenland verrichten hun werkzaamheden onder zeer verschillende omstandigheden en mogelijkheden. Ook bij de verkrijging van het Nederlanderschap in het buitenland is evenwel het uitgangspunt dat sprake is van uitreiking in persoon van het besluit leidend tot het Nederlanderschap. Desalniettemin kan het voorkomen dat een diplomatieke of consulaire post (niet behorend tot een diplomatieke post) zodanig kleinschalig is dat het organiseren van een ceremonie een te zware belasting zou worden of niet spoedig na de vaststelling van de optiebevestiging kan worden georganiseerd. In een dergelijk voorkomend geval kan incidenteel worden besloten geen ceremonie te houden, maar in het belang van de betrokken burger over te gaan tot de onmiddellijke bekendmaking via de postbezorging.
Uitgangspunt bij de bekendmaking is dat ook buiten het Koninkrijk een feestelijk getinte bijeenkomst ter viering van de verkrijging van het Nederlanderschap zal plaatsvinden. Echter wegens bijzondere aan de personele omvang van de diplomatieke of consulaire post gerelateerde omstandigheden kan het hoofd komen tot een andere wijze van bekendmaking dan uitreiking in persoon. Dit staat overigens los van de – door de op te roepen/reeds opgeroepen persoon – aan te voeren zwaarwegende redenen waarom de ceremonie door de optant niet in persoon kan worden bijgewoond (zie hiervoor verder [paragraaf 2.12.5.](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=6-3¶graaf=2¶graaf=2.12¶graaf=2.12.5&z=2014-04-04&g=2014-04-04)).
Uitgangspunt bij de bekendmaking is dat ook buiten het Koninkrijk een feestelijk getinte bijeenkomst ter viering van de verkrijging van het Nederlanderschap zal plaatsvinden. Echter wegens bijzondere aan de personele omvang van de diplomatieke of consulaire post gerelateerde omstandigheden kan het hoofd komen tot een andere wijze van bekendmaking dan uitreiking in persoon. Dit staat overigens los van de – door de op te roepen/reeds opgeroepen persoon – aan te voeren zwaarwegende redenen waarom de ceremonie door de optant niet in persoon kan worden bijgewoond (zie hiervoor verder [paragraaf 2.12.5.](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=6-3¶graaf=2¶graaf=2.12¶graaf=2.12.5&z=2014-04-04&g=2014-11-22)).
Op grond van [artikel 5, vierde lid onder d, RVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013506&artikel=5) kan het hoofd van de diplomatieke of consulaire post komen tot een andere wijze van bekendmaking van het besluit tot verkrijging van het Nederlanderschap dan uitreiking in persoon wegens bijzondere aan de personele omvang van de diplomatieke of consulaire post gerelateerde omstandigheden.
@@ -410,7 +410,7 @@
De verklaring van verbondenheid wordt besloten met het uitspreken van de bevestiging ‘Zo waarlijk helpe mij God almachtig’ òf ‘Dat verklaar en beloof ik’. De keuze is aan de optant. De tekst van de bevestiging staat wettelijk vast en van deze tekst kan **niet** worden afgeweken.
Het hoofd van de diplomatieke of consulaire post houdt bij of een verklaring van verbondenheid is afgelegd en de wijze waarop dit is gebeurd. Het feit van aflegging tekent het hoofd van de diplomatieke of consulaire post aan op het afschrift van de optieverklaring dat aan de IND ter opname in het nationaliteitenregister wordt verzonden (zie tevens [paragraaf 2.12.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=6-3¶graaf=2¶graaf=2.12¶graaf=2.12.6&z=2014-04-04&g=2014-04-04)**Procedurele aspecten na de terugmelding**). Dit geldt alleen voor optieverklaringen die zijn afgelegd op of ná 1 maart 2009.
Het hoofd van de diplomatieke of consulaire post houdt bij of een verklaring van verbondenheid is afgelegd en de wijze waarop dit is gebeurd. Het feit van aflegging tekent het hoofd van de diplomatieke of consulaire post aan op het afschrift van de optieverklaring dat aan de IND ter opname in het nationaliteitenregister wordt verzonden (zie tevens [paragraaf 2.12.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=6-3¶graaf=2¶graaf=2.12¶graaf=2.12.6&z=2014-04-04&g=2014-11-22)**Procedurele aspecten na de terugmelding**). Dit geldt alleen voor optieverklaringen die zijn afgelegd op of ná 1 maart 2009.
Indien de optant bij het afleggen van de optieverklaring zich wel bereid heeft verklaard (model 1.36a) de verklaring van verbondenheid af te leggen, maar hij komt deze toezegging niet na en door het hoofd van de diplomatieke of consulaire post is geen vrijstelling van het afleggen van deze verklaring gegeven, dan zal de optiebevestiging niet worden uitgereikt en het Nederlanderschap niet worden verkregen.
@@ -446,7 +446,7 @@
Voor een enkele optant zal een uitzondering gemaakt moeten worden. Indien van de optant door omstandigheden redelijkerwijs niet verlangd kan worden dat hij de verklaring van verbondenheid mondeling uitspreekt tegenover de bevoegde autoriteit, wordt een schriftelijke verklaring van verbondenheid ondertekend. Voor het schriftelijk afleggen van de verklaring van verbondenheid zijn twee modellen ontwikkeld. In model 4.1a is de verklaring van verbondenheid opgenomen die besluit met de bevestiging ‘Zo waarlijk helpe mij God almachtig’ en in model 4.2a de verklaring van verbondenheid opgenomen die besluit met ‘Dat verklaar en beloof ik’. De optant dient (volgens de dáár geldende regels) bij het afleggen van de optieverklaring wel de bereidverklaring in te vullen en te ondertekenen. De beoordeling of sprake is van de hier bedoelde omstandigheden, ligt bij het hoofd van de diplomatieke of consulaire post ([artikel 60a, vijfde lid, BVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&artikel=60a)) en wordt gestaafd door ten minste één door of namens de optant overgelegde bewijsstuk(ken).
De verklaring van verbondenheid wordt tevens schriftelijk afgelegd indien een persoon, vanwege zwaarwegende redenen, niet op een naturalisatieceremonie kan verschijnen, maar hij wel in staat is de verklaring van verbondenheid schriftelijk af te leggen. De gemachtigde die wél op de ceremonie verschijnt om namens de optant de optiebevestiging in ontvangst te nemen, overhandigt het hoofd van de diplomatieke of consulaire post de schriftelijke verklaring van verbondenheid. Voor de beoordeling of sprake is van zwaarwegende redenen zie [paragraaf 2.12.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=6-3¶graaf=2¶graaf=2.12¶graaf=2.12.5¶graaf=2.12.5.1&z=2014-04-04&g=2014-04-04). De verklaring van verbondenheid kan ook schriftelijk worden afgelegd indien de optant onredelijk ver zou moeten reizen om de naturalisatieceremonie op de diplomatieke of consulaire post bij te wonen.
De verklaring van verbondenheid wordt tevens schriftelijk afgelegd indien een persoon, vanwege zwaarwegende redenen, niet op een naturalisatieceremonie kan verschijnen, maar hij wel in staat is de verklaring van verbondenheid schriftelijk af te leggen. De gemachtigde die wél op de ceremonie verschijnt om namens de optant de optiebevestiging in ontvangst te nemen, overhandigt het hoofd van de diplomatieke of consulaire post de schriftelijke verklaring van verbondenheid. Voor de beoordeling of sprake is van zwaarwegende redenen zie [paragraaf 2.12.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=6-3¶graaf=2¶graaf=2.12¶graaf=2.12.5¶graaf=2.12.5.1&z=2014-04-04&g=2014-11-22). De verklaring van verbondenheid kan ook schriftelijk worden afgelegd indien de optant onredelijk ver zou moeten reizen om de naturalisatieceremonie op de diplomatieke of consulaire post bij te wonen.
In bovenstaande gevallen kan na het overhandigen dan wel na toezending aan het hoofd van de diplomatieke of consulaire post van de ondertekende schriftelijk afgelegde verklaring van verbondenheid, tot uitreiking van de optiebevestiging worden overgegaan, al dan niet aan een gemachtigde of op aangepaste wijze, hierbij valt te denken aan een uitreiking buiten de naturalisatieceremonie om of aan toezending van de optiebevestiging aan de optant.
@@ -524,7 +524,7 @@
### Paragraaf 3.2.1. Meerderjarige verzoeker ([artikel 8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=8), [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=10) en [artikel 11, vijfde lid RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=11))
Omdat het van belang is dat de verzoeker aantoont dat hij degene is die hij opgeeft te zijn, dient hij als hoofdregel in persoon te verschijnen bij de indiening van zijn verzoek ([artikel 2, tweede lid, RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=2); [artikel 3, eerste lid, BVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&artikel=3); zie ook [paragraaf 3.2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=7¶graaf=3.2¶graaf=3.2.5&z=2014-04-04&g=2014-04-04). (gemachtigde) (zie model 2.1a). Het hoofd van de post die het verzoek in ontvangst neemt, moet zich door nader onderzoek de nodige zekerheid verschaffen omtrent de identiteit van de verzoeker. Daartoe wordt de verzoeker gevraagd om – zoveel mogelijk – een geldig buitenlands reisdocument over te leggen. Voorts wordt de verzoeker – ter meerdere zekerheid – gevraagd om andere bewijsstukken over te leggen, zoals bijvoorbeeld een geboorteakte. Zie [paragraaf 3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=7¶graaf=3.5&z=2014-04-04&g=2014-04-04)**Over te leggen documenten**.
Omdat het van belang is dat de verzoeker aantoont dat hij degene is die hij opgeeft te zijn, dient hij als hoofdregel in persoon te verschijnen bij de indiening van zijn verzoek ([artikel 2, tweede lid, RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=2); [artikel 3, eerste lid, BVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&artikel=3); zie ook [paragraaf 3.2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=7¶graaf=3.2¶graaf=3.2.5&z=2014-04-04&g=2014-11-22). (gemachtigde) (zie model 2.1a). Het hoofd van de post die het verzoek in ontvangst neemt, moet zich door nader onderzoek de nodige zekerheid verschaffen omtrent de identiteit van de verzoeker. Daartoe wordt de verzoeker gevraagd om – zoveel mogelijk – een geldig buitenlands reisdocument over te leggen. Voorts wordt de verzoeker – ter meerdere zekerheid – gevraagd om andere bewijsstukken over te leggen, zoals bijvoorbeeld een geboorteakte. Zie [paragraaf 3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=7¶graaf=3.5&z=2014-04-04&g=2014-11-22)**Over te leggen documenten**.
### Paragraaf 3.2.2. Medeverlening ([artikel 11, eerste lid, RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=11))
@@ -624,7 +624,7 @@
### Paragraaf 3.5.2. Buitenlandse akten (van de burgerlijke stand)
De verzoeker dient in beginsel de volgende buitenlandse akten (van de burgerlijke stand) over te leggen (zie voor uitzonderingen hieronder [paragraaf 3.5.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=7¶graaf=3.5¶graaf=3.5.3&z=2014-04-04&g=2014-04-04) (in het verleden overgelegde buitenlandse akten)):
De verzoeker dient in beginsel de volgende buitenlandse akten (van de burgerlijke stand) over te leggen (zie voor uitzonderingen hieronder [paragraaf 3.5.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=7¶graaf=3.5¶graaf=3.5.3&z=2014-04-04&g=2014-11-22) (in het verleden overgelegde buitenlandse akten)):
### Paragraaf 3.5.3. In het verleden overgelegde buitenlandse akten
@@ -674,9 +674,9 @@
Het hoofd van de post beoordeelt voorts of de verzoeker is vrijgesteld ([artikel 3 BNT](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013604&artikel=3)) of ontheven ([artikel 4 BNT](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013604&artikel=4)) van het afleggen van het inburgeringsexamen als bedoeld in [artikel 2, tweede lid, BNT](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013604&artikel=2). Vrijstelling van het inburgeringsexamen kan bijvoorbeeld? geschieden op grond van een overgelegd diploma dat in Nederland is behaald; ontheffing kan plaatsvinden indien sprake is van een ernstige belemmering met medische oorzaak dan wel een ernstige taalgerichte belemmering.? Voor een gedetailleerde beschrijving van de procedure wordt verwezen naar de [toelichting bij artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d, RWN](359339) (zie ook dit onderdeel van de Handleiding). Indien de verzoeker niet is vrijgesteld noch ontheven, dan dient de verzoeker bij het verzoek om naturalisatie een inburgeringsdiploma, bedoeld in [artikel 5 BNT](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013604&artikel=5) over te leggen. Zie verder de [toelichting bij artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d, RWN](359339). Zie voor vrijstelling van de toets aldaar [paragraaf 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBW33099¶graaf=2.2) en voor ontheffing [paragraaf 2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBW33099¶graaf=2.3).
Het hoofd van de diplomatieke of consulaire post controleert bij verzoeken om naturalisatie die op of ná 1 maart 2009 zijn ingediend of iedere persoon die om verkrijging van het Nederlanderschap heeft verzocht en die hiertoe wettelijk verplicht is, zich bereid heeft verklaard bij de verkrijging van het Nederlanderschap een verklaring van verbondenheid af te leggen (zie [paragraaf 3.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=7¶graaf=3.4¶graaf=3.4.1&z=2014-04-04&g=2014-04-04) Bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid (model 2.30a)). Alleen als het afleggen ervan redelijkerwijs niet gevraagd kan worden, zoals aan verzoekers die niet in staat zijn hun wil te bepalen of deze niet kunnen uiten of aan verzoekers aan wie het, door het hoofd van de diplomatieke of consulaire post, is toegestaan zich bij de indiening van het verzoek om naturalisatie te laten vertegenwoordigen door een gemachtigde, hoeft de bereidverklaring niet ondertekend te zijn. Indien de verzoeker zich op de naturalisatieceremonie laat vertegenwoordigen door een gemachtigde, moet de verklaring van verbondenheid schriftelijk getekend door de verzoeker, worden aangeleverd door de gemachtigde op de ceremonie.
Indien een verzoeker om naturalisatie, ten aanzien van wie door het hoofd van de diplomatieke of consulaire post is bepaald dat niet kan worden afgezien van invulling en ondertekening van de bereidverklaring, die bereidverklaring (model 2.30a) niet heeft ingevuld en ondertekend of heeft verklaard niet bereid te zijn om de verklaring van verbondenheid af te leggen en desondanks toch in zijn verzoek om naturalisatie persisteert, brengt het hoofd van de diplomatieke of consulaire post een negatief advies uit en wijst de Minister het verzoek om naturalisatie af (zie tevens [paragraaf 3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=7¶graaf=3.9&z=2014-04-04&g=2014-04-04)).’
Het hoofd van de diplomatieke of consulaire post controleert bij verzoeken om naturalisatie die op of ná 1 maart 2009 zijn ingediend of iedere persoon die om verkrijging van het Nederlanderschap heeft verzocht en die hiertoe wettelijk verplicht is, zich bereid heeft verklaard bij de verkrijging van het Nederlanderschap een verklaring van verbondenheid af te leggen (zie [paragraaf 3.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=7¶graaf=3.4¶graaf=3.4.1&z=2014-04-04&g=2014-11-22) Bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid (model 2.30a)). Alleen als het afleggen ervan redelijkerwijs niet gevraagd kan worden, zoals aan verzoekers die niet in staat zijn hun wil te bepalen of deze niet kunnen uiten of aan verzoekers aan wie het, door het hoofd van de diplomatieke of consulaire post, is toegestaan zich bij de indiening van het verzoek om naturalisatie te laten vertegenwoordigen door een gemachtigde, hoeft de bereidverklaring niet ondertekend te zijn. Indien de verzoeker zich op de naturalisatieceremonie laat vertegenwoordigen door een gemachtigde, moet de verklaring van verbondenheid schriftelijk getekend door de verzoeker, worden aangeleverd door de gemachtigde op de ceremonie.
Indien een verzoeker om naturalisatie, ten aanzien van wie door het hoofd van de diplomatieke of consulaire post is bepaald dat niet kan worden afgezien van invulling en ondertekening van de bereidverklaring, die bereidverklaring (model 2.30a) niet heeft ingevuld en ondertekend of heeft verklaard niet bereid te zijn om de verklaring van verbondenheid af te leggen en desondanks toch in zijn verzoek om naturalisatie persisteert, brengt het hoofd van de diplomatieke of consulaire post een negatief advies uit en wijst de Minister het verzoek om naturalisatie af (zie tevens [paragraaf 3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=7¶graaf=3.9&z=2014-04-04&g=2014-11-22)).’
Indien de verzoeker niet alle gevraagde documenten overlegt op het moment van indiening van het verzoek om naturalisatie, stelt het hoofd van de post betrokkene in de gelegenheid om de ontbrekende documenten alsnog in te leveren binnen zes weken na de indiening van het verzoek. Het hoofd van de post deelt dit aan de verzoeker mee op het moment van de indiening van het verzoek.
@@ -730,7 +730,7 @@
In afwijking van de hoofdregel dat een beslissing op bezwaar wordt genomen met inachtneming van de feiten, omstandigheden en geldende regelgeving op het moment van de beslissing op bezwaar (ex nunc-toetsing), wordt een bezwaarschrift tegen afwijzing van een verzoek om medeverlening beoordeeld naar de feiten, omstandigheden en regelgeving ten tijde van de beslissing in eerste aanleg (ex tunc-toetsing). Dit vloeit voort uit het feit dat medeverlening aan de minderjarige is gekoppeld aan de situatie op de dag waarop aan de ouder het Nederlanderschap werd verleend. Om alsnog vanaf die dag Nederlander te kunnen worden, moet de minderjarige dus op die datum hebben voldaan aan alle vereisten voor medeverlening.
Op het verzoek wordt beslist binnen één jaar na de betaling van de naturalisatiegelden, of na de beslissing tot ontheffing daarvan, dan wel nadat de gevraagde stukken, noodzakelijk voor de beoordeling van het verzoek, zijn ontvangen ([artikel 9, vierde lid, RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=9)). De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) informeert de verzoeker over de beslissing tot afwijzing ([artikel 56, eerste lid, BVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&artikel=56)). In geval van een positieve beslissing stuurt de IND het de verzoeker betreffende uittreksel van het besluit tot verlening van het Nederlanderschap onverwijld aan de Minister van Buitenlandse Zaken, die het doorstuurt naar het hoofd van de diplomatieke of consulaire post in het ressort waar de verzoeker woonplaats heeft. Het hoofd van de diplomatieke of consulaire post draagt zorg voor het bekendmaken van het besluit (zie [paragraaf 3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=7¶graaf=3.13&z=2014-04-04&g=2014-04-04)). Het uittreksel vermeldt de naam van de persoon die is genaturaliseerd. Ook de meegenaturaliseerde minderjarige kinderen worden in het uittreksel genoemd. Benadrukt wordt dat kinderen slechts hebben gedeeld in de naturalisatie indien dit uitdrukkelijk is vermeld in het besluit tot verlening van het Nederlanderschap. Voor zover van toepassing blijkt uit de bekendmaking tevens de bij het naturalisatiebesluit tot stand gekomen naamsvaststelling c.q. naamswijziging.
Op het verzoek wordt beslist binnen één jaar na de betaling van de naturalisatiegelden, of na de beslissing tot ontheffing daarvan, dan wel nadat de gevraagde stukken, noodzakelijk voor de beoordeling van het verzoek, zijn ontvangen ([artikel 9, vierde lid, RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=9)). De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) informeert de verzoeker over de beslissing tot afwijzing ([artikel 56, eerste lid, BVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&artikel=56)). In geval van een positieve beslissing stuurt de IND het de verzoeker betreffende uittreksel van het besluit tot verlening van het Nederlanderschap onverwijld aan de Minister van Buitenlandse Zaken, die het doorstuurt naar het hoofd van de diplomatieke of consulaire post in het ressort waar de verzoeker woonplaats heeft. Het hoofd van de diplomatieke of consulaire post draagt zorg voor het bekendmaken van het besluit (zie [paragraaf 3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=7¶graaf=3.13&z=2014-04-04&g=2014-11-22)). Het uittreksel vermeldt de naam van de persoon die is genaturaliseerd. Ook de meegenaturaliseerde minderjarige kinderen worden in het uittreksel genoemd. Benadrukt wordt dat kinderen slechts hebben gedeeld in de naturalisatie indien dit uitdrukkelijk is vermeld in het besluit tot verlening van het Nederlanderschap. Voor zover van toepassing blijkt uit de bekendmaking tevens de bij het naturalisatiebesluit tot stand gekomen naamsvaststelling c.q. naamswijziging.
### Paragraaf 3.11. Bezwaar
@@ -754,7 +754,7 @@
De eis tot het afleggen van de verklaring van verbondenheid geldt alleen voor verzoeken om naturalisatie die worden ingediend op of na 1 maart 2009. Vanaf 1 maart 2009 moeten de naturalisandi bij de indiening van het verzoek om naturalisatie ook een bereidverklaring ondertekenen. Deze naturalisandi moeten in beginsel bij de naturalisatieceremonie de verklaring van verbondenheid afleggen.
De [regeling verkrijging en verlies Nederlanderschap](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013506) (hierna: RVVN) bevat in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013506&artikel=5) sinds 1 april 2003 de mogelijkheid tot een ceremoniële bijeenkomst op vrijwillige basis voor zowel overheid als betrokkenen. Tijdens deze ceremonie zal de verkrijging van het Nederlanderschap worden gevierd. Met ingang van 1 oktober 2006 is dit voor het naturalisatiebesluit veranderd ([artikel 5, vijfde lid, RVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013506&artikel=5)). Vanaf die datum treedt het naturalisatiebesluit voor een daarin genoemde persoon pas in werking door uitreiking van het hem betreffende uittreksel daarvan, in de regel op een naturalisatieceremonie. Met ingang van 1 maart 2009 is voor het verkrijgen van het Nederlanderschap nog een vereiste ingevoerd, namelijk het afleggen van de verklaring van verbondenheid. Uitgangspunt bij de verklaring van verbondenheid is dat deze in persoon en mondeling wordt afgelegd tijdens de naturalisatieceremonie. Indien het hoofd komt tot een andere wijze van bekendmaking dan uitreiking in persoon, wordt de verklaring van verbondenheid eerst schriftelijk afgelegd (zie hiervoor [artikel 56, tweede lid, BVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&artikel=56), [artikel 60b, vijfde en zesde lid, BVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&artikel=60b), [artikel 5, vierde lid, onder d, RVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013506&artikel=5), [paragraaf 3.13.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=7¶graaf=3.13¶graaf=3.13.5¶graaf=3.13.5.2&z=2014-04-04&g=2014-04-04) Mondeling afleggen verklaring van verbondenheid en uitzonderingen en [paragraaf 3.13.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=7¶graaf=3.13¶graaf=3.13.3&z=2014-04-04&g=2014-04-04) Andere wijze van bekendmaking dan uitreiking en de termijn ([artikel 5, vijfde lid, RVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=5))).
De [regeling verkrijging en verlies Nederlanderschap](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013506) (hierna: RVVN) bevat in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013506&artikel=5) sinds 1 april 2003 de mogelijkheid tot een ceremoniële bijeenkomst op vrijwillige basis voor zowel overheid als betrokkenen. Tijdens deze ceremonie zal de verkrijging van het Nederlanderschap worden gevierd. Met ingang van 1 oktober 2006 is dit voor het naturalisatiebesluit veranderd ([artikel 5, vijfde lid, RVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013506&artikel=5)). Vanaf die datum treedt het naturalisatiebesluit voor een daarin genoemde persoon pas in werking door uitreiking van het hem betreffende uittreksel daarvan, in de regel op een naturalisatieceremonie. Met ingang van 1 maart 2009 is voor het verkrijgen van het Nederlanderschap nog een vereiste ingevoerd, namelijk het afleggen van de verklaring van verbondenheid. Uitgangspunt bij de verklaring van verbondenheid is dat deze in persoon en mondeling wordt afgelegd tijdens de naturalisatieceremonie. Indien het hoofd komt tot een andere wijze van bekendmaking dan uitreiking in persoon, wordt de verklaring van verbondenheid eerst schriftelijk afgelegd (zie hiervoor [artikel 56, tweede lid, BVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&artikel=56), [artikel 60b, vijfde en zesde lid, BVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&artikel=60b), [artikel 5, vierde lid, onder d, RVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013506&artikel=5), [paragraaf 3.13.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=7¶graaf=3.13¶graaf=3.13.5¶graaf=3.13.5.2&z=2014-04-04&g=2014-11-22) Mondeling afleggen verklaring van verbondenheid en uitzonderingen en [paragraaf 3.13.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=7¶graaf=3.13¶graaf=3.13.3&z=2014-04-04&g=2014-11-22) Andere wijze van bekendmaking dan uitreiking en de termijn ([artikel 5, vijfde lid, RVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=5))).
### Paragraaf 3.13.2. De uitreiking/naturalisatieceremonie
@@ -768,17 +768,17 @@
Het naturalisatiebesluit treedt als regel in werking door uitreiking in persoon tijdens een ceremoniële bijeenkomst van het desbetreffende uittreksel daarvan, nadat de verklaring van verbondenheid daadwerkelijk is afgelegd. Slechts in bijzondere gevallen kan het hoofd van de diplomatieke of consulaire post hiervan afwijken. Onder zeer bijzondere omstandigheden wordt het uittreksel buiten de naturalisatieceremonie om uitgereikt of toegezonden aan de betrokkene, nadat de verklaring van verbondenheid, al dan niet schriftelijk, is afgelegd (zie hiervoor [paragraaf 3.13.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=7¶graaf=3.13¶graaf=3.13.3&z=2013-07-01&g=2014-04-01)). Het besluit werkt na bekendmaking terug tot het moment waarop het besluit is gedagtekend ([artikel 60b, eerste lid BVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&artikel=60b)). Dit betekent dat een nieuw feit dat zich heeft voorgedaan in de periode tussen de vaststelling van het besluit en de bekendmaking daarvan, geen reden vormt het naturalisatiebesluit opnieuw te beoordelen. Wie in deze tussenliggende periode in strijd met de openbare orde handelt, verkrijgt niettemin het Nederlanderschap. Ook de als minderjarige aangemelde persoon die in de tussenliggende periode meerderjarig is geworden, wordt niet opnieuw aan de voorwaarden getoetst. Hoewel een op of na de dagtekening overleden persoon niet meer in persoon kan verschijnen, zal ook deze persoon Nederlander worden zodra het naturalisatiebesluit aan een belanghebbende is uitgereikt of bekendgemaakt.
Het hoofd van de diplomatieke of consulaire post roept in beginsel de persoon op te verschijnen die ten tijde van het indienen van het naturalisatieverzoek 16 jaar of ouder was. Was de naturalisandus of mede-naturalisandus jonger dan 16 jaar, dan roept het hoofd van de diplomatieke of consulaire post zijn wettelijke vertegenwoordiger op ([artikel 60b, tweede lid BVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&artikel=60b), zie tevens [paragraaf 3.13.3 Andere wijze van bekendmaking dan uitreiking en de termijn (artikel 5, vijfde lid, RVVN)](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=7¶graaf=3.13¶graaf=3.13.3&z=2014-04-04&g=2014-04-04)). De oproeping vindt plaats door middel van een schriftelijke uitnodiging aan de naturalisandus of zijn wettelijke vertegenwoordiger. In beginsel wordt die wettelijk vertegenwoordiger opgeroepen die namens de minderjarige naturalisandus het naturalisatieverzoek heeft ingediend ([artikel 2, derde lid RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=2)). Zie ook bijlage 1 (tabel oproepen en uitreiken).
Het hoofd van de diplomatieke of consulaire post roept in beginsel de persoon op te verschijnen die ten tijde van het indienen van het naturalisatieverzoek 16 jaar of ouder was. Was de naturalisandus of mede-naturalisandus jonger dan 16 jaar, dan roept het hoofd van de diplomatieke of consulaire post zijn wettelijke vertegenwoordiger op ([artikel 60b, tweede lid BVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&artikel=60b), zie tevens [paragraaf 3.13.3 Andere wijze van bekendmaking dan uitreiking en de termijn (artikel 5, vijfde lid, RVVN)](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=7¶graaf=3.13¶graaf=3.13.3&z=2014-04-04&g=2014-11-22)). De oproeping vindt plaats door middel van een schriftelijke uitnodiging aan de naturalisandus of zijn wettelijke vertegenwoordiger. In beginsel wordt die wettelijk vertegenwoordiger opgeroepen die namens de minderjarige naturalisandus het naturalisatieverzoek heeft ingediend ([artikel 2, derde lid RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=2)). Zie ook bijlage 1 (tabel oproepen en uitreiken).
De oproeping vindt plaats tijdig voor de uitreiking ([artikel 60b, tweede lid, BVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&artikel=60b)). Indien de opgeroepen persoon niet verschijnt, en hij heeft geen (succesvol) beroep op zwaarwegende redenen gedaan, wordt hij opnieuw opgeroepen.
Na de eerste afwezigheid kan worden nagegaan of de uitnodiging aan het juiste adres is gestuurd. Is de betrokkene ook na de tweede oproep niet verschenen, dan verzendt het hoofd van de diplomatieke of consulaire post – zonodig – een derde oproep per aangetekende post. Wie geen van deze drie keren verschijnt, zal daarna zich alsnog voor een uitreiking kunnen melden. De betrokken persoon zal dan voor een (eerst)volgende ceremonie worden uitgenodigd, tenzij het desbetreffende uittreksel – behoudens een eerdere rechterlijke vernietiging van het besluit inzake de wijze van uitreiking – alsdan zou worden uitgereikt één jaar na dagtekening ervan.
In de oproeping dient de betrokkene in ieder geval ook gewezen te worden op de (automatische) vervaltermijn van een jaar. (Zie [paragraaf 3.13.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=7¶graaf=3.13¶graaf=3.13.2&z=2014-04-04&g=2014-04-04)).
In de oproeping dient de betrokkene in ieder geval ook gewezen te worden op de (automatische) vervaltermijn van een jaar. (Zie [paragraaf 3.13.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=7¶graaf=3.13¶graaf=3.13.2&z=2014-04-04&g=2014-11-22)).
Als na de vervaltermijn van een jaar geen uitreiking heeft plaatsgevonden en evenmin een bezwaar- of beroepsprocedure (gericht tegen de wijze van bekendmaking dan wel de wijze van aflegging van de verklaring van verbondenheid) aanhangig is, zendt het hoofd van de diplomatieke of consulaire post het besluit, via het ministerie van Buitenlandse Zaken, aan het hoofd van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), met de vermelding dat het besluit niet in werking is getreden ([artikel 5, zesde lid, onder a, RVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013506&artikel=5)).
Het naturalisatiebesluit treedt als regel in werking door uitreiking in persoon tijdens een ceremoniële bijeenkomst van het desbetreffende uittreksel daarvan, nadat de verklaring van verbondenheid daadwerkelijk is afgelegd. Slechts in bijzondere gevallen kan het hoofd van de diplomatieke of consulaire post hiervan afwijken. Onder zeer bijzondere omstandigheden wordt het uittreksel buiten de naturalisatieceremonie om uitgereikt of toegezonden aan de betrokkene, nadat de verklaring van verbondenheid, al dan niet schriftelijk, is afgelegd (zie hiervoor [paragraaf 3.13.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=7¶graaf=3.13¶graaf=3.13.3&z=2014-04-04&g=2014-04-04)). Het besluit werkt na bekendmaking terug tot het moment waarop het besluit is gedagtekend ([artikel 60b, eerste lid BVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&artikel=60b)). Dit betekent dat een nieuw feit dat zich heeft voorgedaan in de periode tussen de vaststelling van het besluit en de bekendmaking daarvan, geen reden vormt het naturalisatiebesluit opnieuw te beoordelen. Wie in deze tussenliggende periode in strijd met de openbare orde handelt, verkrijgt niettemin het Nederlanderschap. Ook de als minderjarige aangemelde persoon die in de tussenliggende periode meerderjarig is geworden, wordt niet opnieuw aan de voorwaarden getoetst. Hoewel een op of na de dagtekening overleden persoon niet meer in persoon kan verschijnen, zal ook deze persoon Nederlander worden zodra het naturalisatiebesluit aan een belanghebbende is uitgereikt of bekendgemaakt.
Het naturalisatiebesluit treedt als regel in werking door uitreiking in persoon tijdens een ceremoniële bijeenkomst van het desbetreffende uittreksel daarvan, nadat de verklaring van verbondenheid daadwerkelijk is afgelegd. Slechts in bijzondere gevallen kan het hoofd van de diplomatieke of consulaire post hiervan afwijken. Onder zeer bijzondere omstandigheden wordt het uittreksel buiten de naturalisatieceremonie om uitgereikt of toegezonden aan de betrokkene, nadat de verklaring van verbondenheid, al dan niet schriftelijk, is afgelegd (zie hiervoor [paragraaf 3.13.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=7¶graaf=3.13¶graaf=3.13.3&z=2014-04-04&g=2014-11-22)). Het besluit werkt na bekendmaking terug tot het moment waarop het besluit is gedagtekend ([artikel 60b, eerste lid BVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&artikel=60b)). Dit betekent dat een nieuw feit dat zich heeft voorgedaan in de periode tussen de vaststelling van het besluit en de bekendmaking daarvan, geen reden vormt het naturalisatiebesluit opnieuw te beoordelen. Wie in deze tussenliggende periode in strijd met de openbare orde handelt, verkrijgt niettemin het Nederlanderschap. Ook de als minderjarige aangemelde persoon die in de tussenliggende periode meerderjarig is geworden, wordt niet opnieuw aan de voorwaarden getoetst. Hoewel een op of na de dagtekening overleden persoon niet meer in persoon kan verschijnen, zal ook deze persoon Nederlander worden zodra het naturalisatiebesluit aan een belanghebbende is uitgereikt of bekendgemaakt.
### Paragraaf 3.13.3. Andere wijze van bekendmaking dan uitreiking en de termijn ([artikel 5, vijfde lid, RVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013506&artikel=5))
@@ -802,7 +802,7 @@
Voor naturalisandi die op of na 1 maart 2009 een verzoek om naturalisatie indienen, bevat de naturalisatieceremonie na die datum een onderdeel waarin zij de verklaring van verbondenheid afleggen. De verklaring van verbondenheid en het afleggen ervan is de onderstreping van het moment van de verkrijging van de nieuwe nationaliteit; het Nederlanderschap. Het is het moment dat nieuwe rechten en plichten meebrengt, welke men kenbaar aanvaart. Met het afleggen van de verklaring van verbondenheid verklaart de burger dat hij zich bewust is van de betekenis van aanvaarding en verkrijging van de nieuwe nationaliteit. De verklaring van verbondenheid wordt altijd in het Nederlands afgelegd. De verklaring van verbondenheid en de twee varianten voor de bevestiging zijn wettelijk bepaald in [artikel 23 RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=23). Daarmee staat de uit te spreken tekst wettelijk vast. Er kan geen sprake zijn van het uitspreken van een vertaling van de tekst.
Uitgangspunt bij de bekendmaking is dat ook buiten het Koninkrijk een feestelijk getinte bijeenkomst ter viering van de verkrijging van het Nederlanderschap zal plaatsvinden. Echter wegens bijzondere aan de personele omvang van de diplomatieke of consulaire post gerelateerde omstandigheden kan het hoofd komen tot een andere wijze van bekendmaking dan uitreiking in persoon. Dit staat overigens los van de – door de op te roepen/reeds opgeroepen persoon – aan te voeren zwaarwegende redenen waarom de ceremonie door de optant niet in persoon kan worden bijgewoond (zie hiervoor verder [paragraaf 3.13.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=7¶graaf=3.13¶graaf=3.13.4&z=2014-04-04&g=2014-04-04).).
Uitgangspunt bij de bekendmaking is dat ook buiten het Koninkrijk een feestelijk getinte bijeenkomst ter viering van de verkrijging van het Nederlanderschap zal plaatsvinden. Echter wegens bijzondere aan de personele omvang van de diplomatieke of consulaire post gerelateerde omstandigheden kan het hoofd komen tot een andere wijze van bekendmaking dan uitreiking in persoon. Dit staat overigens los van de – door de op te roepen/reeds opgeroepen persoon – aan te voeren zwaarwegende redenen waarom de ceremonie door de optant niet in persoon kan worden bijgewoond (zie hiervoor verder [paragraaf 3.13.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=7¶graaf=3.13¶graaf=3.13.4&z=2014-04-04&g=2014-11-22).).
Op grond van [artikel 5, vierde lid onder d, RVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013506&artikel=5) kan het hoofd van de diplomatieke of consulaire post komen tot een andere wijze van bekendmaking van het uittreksel uit het naturalisatiebesluit dan uitreiking in persoon wegens bijzondere aan de personele omvang van de diplomatieke of consulaire post gerelateerde omstandigheden.
@@ -818,7 +818,7 @@
De verklaring van verbondenheid wordt besloten met het uitspreken van de bevestiging ‘Zo waarlijk helpe mij God almachtig’ òf ‘Dat verklaar en beloof ik’. De keuze is aan de verzoeker. De tekst van de bevestiging staat wettelijk vast en van deze tekst kan **niet** worden afgeweken.
Het hoofd van de diplomatieke of consulaire post houdt van verzoeken om naturalisatie ingediend op of na 1 maart 2009 bij óf een verklaring van verbondenheid is afgelegd en de wijze waarop dit is gebeurd. Het feit van aflegging tekent het hoofd van de diplomatieke of consulaire post aan op het terugmeldformulier (model 2.29a of 2.29b) dat, via het ministerie van Buitenlandse Zaken, aan de IND wordt verzonden (zie tevens [paragraaf 2.12.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=6-3¶graaf=2¶graaf=2.12¶graaf=2.12.5&z=2014-04-04&g=2014-04-04) Procedurele aspecten na de terugmelding).
Het hoofd van de diplomatieke of consulaire post houdt van verzoeken om naturalisatie ingediend op of na 1 maart 2009 bij óf een verklaring van verbondenheid is afgelegd en de wijze waarop dit is gebeurd. Het feit van aflegging tekent het hoofd van de diplomatieke of consulaire post aan op het terugmeldformulier (model 2.29a of 2.29b) dat, via het ministerie van Buitenlandse Zaken, aan de IND wordt verzonden (zie tevens [paragraaf 2.12.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=6-3¶graaf=2¶graaf=2.12¶graaf=2.12.5&z=2014-04-04&g=2014-11-22) Procedurele aspecten na de terugmelding).
Vanaf 1 maart 2009 moet iedere meerderjarige verzoeker, die op of na 1 maart 2009 een verzoek om naturalisatie heeft ingediend, op de naturalisatieceremonie de verklaring van verbondenheid afleggen.
@@ -858,13 +858,13 @@
Voor een enkele naturalisandus kan een uitzondering gemaakt worden. Indien van de naturalisandus door omstandigheden redelijkerwijs niet verlangd kan worden dat hij de verklaring van verbondenheid mondeling uitspreekt tegenover de bevoegde autoriteit, wordt een schriftelijke verklaring van verbondenheid ondertekend. Voor het schriftelijk afleggen van de verklaring van verbondenheid zijn twee modellen ontwikkeld. In model 4.1a is de verklaring van verbondenheid opgenomen die besluit met de bevestiging ‘Zo waarlijk helpe mij God almachtig’ en in model 4.2a de verklaring van verbondenheid opgenomen die besluit met ‘Dat verklaar en beloof ik’. De verzoeker moet (volgens de dáár geldende regels) bij het indienen van het verzoek om naturalisatie wel de bereidverklaring invullen en ondertekenen. De beoordeling of sprake is van de hier bedoelde omstandigheden, ligt bij het hoofd van de diplomatieke of consulaire post (zie [artikel 60a, vijfde lid, BVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&artikel=60b)) en wordt gestaafd door ten minste één door of namens de optant overgelegde bewijsstuk(ken).
De verklaring van verbondenheid wordt tevens schriftelijk afgelegd indien een persoon, vanwege zwaarwegende redenen, niet op een naturalisatieceremonie kan verschijnen, maar hij wel in staat is de verklaring van verbondenheid schriftelijk af te leggen. De gemachtigde die wél op de ceremonie verschijnt om namens de verzoeker het naturalisatiebesluit in ontvangst te nemen, overhandigt het hoofd van de diplomatieke of consulaire post de schriftelijke verklaring van verbondenheid. De beoordeling of sprake is van zwaarwegende redenen ligt geheel bij het hoofd van de diplomatieke of consulaire post (zie tevens [paragraaf 3.13.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=7¶graaf=3.13¶graaf=3.13.5¶graaf=3.13.5.1&z=2014-04-04&g=2014-04-04)). De verklaring van verbondenheid kan ook schriftelijk worden afgelegd indien de optant onredelijk ver zou moeten reizen om de naturalisatie op de diplomatieke of consulaire post bij te wonen.
De verklaring van verbondenheid wordt tevens schriftelijk afgelegd indien een persoon, vanwege zwaarwegende redenen, niet op een naturalisatieceremonie kan verschijnen, maar hij wel in staat is de verklaring van verbondenheid schriftelijk af te leggen. De gemachtigde die wél op de ceremonie verschijnt om namens de verzoeker het naturalisatiebesluit in ontvangst te nemen, overhandigt het hoofd van de diplomatieke of consulaire post de schriftelijke verklaring van verbondenheid. De beoordeling of sprake is van zwaarwegende redenen ligt geheel bij het hoofd van de diplomatieke of consulaire post (zie tevens [paragraaf 3.13.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=7¶graaf=3.13¶graaf=3.13.5¶graaf=3.13.5.1&z=2014-04-04&g=2014-11-22)). De verklaring van verbondenheid kan ook schriftelijk worden afgelegd indien de optant onredelijk ver zou moeten reizen om de naturalisatie op de diplomatieke of consulaire post bij te wonen.
In bovenstaande gevallen kan na het overhandigen dan wel na toezending aan het hoofd van de diplomatieke of consulaire post van de ondertekende schriftelijk afgelegde verklaring van verbondenheid, tot uitreiking van het naturalisatiebesluit worden overgegaan, al dan niet aan een gemachtigde of op aangepaste wijze. Hierbij valt te denken aan een uitreiking buiten de ceremonie om of aan toezending van de bekendmaking van verlening van het Nederlanderschap aan de naturalisandus.
Er zijn omstandigheden denkbaar waarbij de verzoeker in het geheel niet in staat is om de verklaring van verbondenheid af te leggen. Is de verzoeker vanwege zijn fysieke of psychische toestand niet in staat de verklaring van verbondenheid mondeling of schriftelijk af te leggen, dan wordt de verklaring van verbondenheid niet afgelegd. Het zal hier zeer uitzonderlijke gevallen betreffen. Indien de verzoeker vanwege zijn fysieke of psychische toestand niet in staat is de verklaring van verbondenheid af te leggen, wordt het naturalisatiebesluit bekendgemaakt, zonder dat de verklaring van verbondenheid is afgelegd.
In voorkomende gevallen geeft het hoofd van de diplomatieke of consulaire post (meestal) bij de indiening van het verzoek om naturalisatie (door een gemachtigde) op het adviesblad bij punt 6 (zie hiervoor [paragraaf 3.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=7¶graaf=3.4¶graaf=3.4.1&z=2014-04-04&g=2014-04-04) onder alinea ‘Uitzondering ondertekenen bereidverklaring) reeds aan dat het afleggen van de bereidverklaring en het afleggen van de verklaring van verbondenheid niet mogelijk is vanwege de fysieke of psychische toestand van de verzoeker. Zie [artikel 60b, zesde lid, BVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&artikel=60b). Daarnaast heeft het hoofd van de diplomatieke of consulaire post ten minste één door of namens de verzoeker overgelegde bewijsstuk(ken) toegevoegd. Zie hiervoor de [toelichting bij artikel 2, tweede lid RWN](359339); bijvoorbeeld een gemotiveerde medische verklaring van een onafhankelijk (behandelend) medisch specialist. De uiteindelijke beoordeling of er sprake is van een fysieke of psychische onmogelijkheid tot het afleggen van de verklaring van verbondenheid ligt bij de Minister van Justitie. De verklaring van verbondenheid is immers een voorwaarde voor naturalisatie. Als uitgangspunt volgt de Minister van Justitie het advies in deze van het hoofd van de diplomatieke of consulaire post.
In voorkomende gevallen geeft het hoofd van de diplomatieke of consulaire post (meestal) bij de indiening van het verzoek om naturalisatie (door een gemachtigde) op het adviesblad bij punt 6 (zie hiervoor [paragraaf 3.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=7¶graaf=3.4¶graaf=3.4.1&z=2014-04-04&g=2014-11-22) onder alinea ‘Uitzondering ondertekenen bereidverklaring) reeds aan dat het afleggen van de bereidverklaring en het afleggen van de verklaring van verbondenheid niet mogelijk is vanwege de fysieke of psychische toestand van de verzoeker. Zie [artikel 60b, zesde lid, BVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&artikel=60b). Daarnaast heeft het hoofd van de diplomatieke of consulaire post ten minste één door of namens de verzoeker overgelegde bewijsstuk(ken) toegevoegd. Zie hiervoor de [toelichting bij artikel 2, tweede lid RWN](359339); bijvoorbeeld een gemotiveerde medische verklaring van een onafhankelijk (behandelend) medisch specialist. De uiteindelijke beoordeling of er sprake is van een fysieke of psychische onmogelijkheid tot het afleggen van de verklaring van verbondenheid ligt bij de Minister van Justitie. De verklaring van verbondenheid is immers een voorwaarde voor naturalisatie. Als uitgangspunt volgt de Minister van Justitie het advies in deze van het hoofd van de diplomatieke of consulaire post.
Het is mogelijk dat, tussen het afleggen van de bereidverklaring en de naturalisatieceremonie waar de verklaring van verbondenheid moet worden afgelegd de fysieke of psychische toestand van de verzoeker is gewijzigd. Het is aan het hoofd van de diplomatieke of consulaire post om te beoordelen of en zo ja op welke wijze de verklaring van verbondenheid onder de gewijzigde omstandigheden wordt afgelegd. Voorbeeld: Indien een verzoeker na het ondertekenen van de bereidverklaring in coma is geraakt, zal hij de verklaring van verbondenheid niet langer kunnen afleggen. In dit geval wordt het naturalisatiebesluit bekendgemaakt zonder dat de verklaring van verbondenheid is afgelegd.
@@ -1014,7 +1014,7 @@
### Paragraaf 2.2.4.1. Bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid (model 1.36a)
Ook is het mogelijk dat de optant vanwege zijn fysieke of psychische toestand niet in staat is om de bereidverklaring in te vullen en te ondertekenen en vervolgens ook niet in staat is de verklaring van verbondenheid af te leggen. Hierbij kan gedacht worden aan personen die niet in staat zijn hun wil te bepalen of deze niet kunnen uiten of aan personen aan wie het, door het hoofd van de diplomatieke of consulaire post, is toegestaan zich bij het afleggen van de optieverklaring te laten vertegenwoordigen door een gemachtigde. Zie hiervoor [artikel 2, tweede lid, RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=2). Indien bij het (door een gemachtigde) afleggen van de optieverklaring reeds aanstonds duidelijk is dat de optant vanwege zijn fysieke of psychische toestand niet in staat is de verklaring van verbondenheid af te leggen, wordt de bereidverklaring niet ingevuld en wordt er vervolgens geen verklaring van verbondenheid afgelegd. Zie hiervoor [artikel 60a, zesde lid, BVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&artikel=60a) en de [toelichting bij artikel 2, tweede lid, RWN](359339). Er moet echter wel ten minste één bewijsstuk(ken) van de onmogelijkheid tot het invullen van de bereidverklaring en het afleggen van de verklaring van verbondenheid worden overgelegd door bijvoorbeeld een gemachtigde. Zie hiervoor de toelichting bij [artikel 2, tweede lid RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=2); bijvoorbeeld een gemotiveerde medische verklaring van een onafhankelijk (behandelend) medisch specialist. De beoordeling of sprake is van een fysieke of psychische onmogelijkheid ligt bij het hoofd van de diplomatieke of consulaire post. Zie hiervoor de [toelichting bij artikel 2, tweede lid, RWN](359339) en [paragraaf 2.12.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=6-3¶graaf=2¶graaf=2.12¶graaf=2.12.5&z=2014-04-04&g=2014-04-04) Zwaarwegende redenen ([artikel 60a, zesde lid, BVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&artikel=60a)) en niet (mondeling) afleggen verklaring van verbondenheid).
Ook is het mogelijk dat de optant vanwege zijn fysieke of psychische toestand niet in staat is om de bereidverklaring in te vullen en te ondertekenen en vervolgens ook niet in staat is de verklaring van verbondenheid af te leggen. Hierbij kan gedacht worden aan personen die niet in staat zijn hun wil te bepalen of deze niet kunnen uiten of aan personen aan wie het, door het hoofd van de diplomatieke of consulaire post, is toegestaan zich bij het afleggen van de optieverklaring te laten vertegenwoordigen door een gemachtigde. Zie hiervoor [artikel 2, tweede lid, RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=2). Indien bij het (door een gemachtigde) afleggen van de optieverklaring reeds aanstonds duidelijk is dat de optant vanwege zijn fysieke of psychische toestand niet in staat is de verklaring van verbondenheid af te leggen, wordt de bereidverklaring niet ingevuld en wordt er vervolgens geen verklaring van verbondenheid afgelegd. Zie hiervoor [artikel 60a, zesde lid, BVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&artikel=60a) en de [toelichting bij artikel 2, tweede lid, RWN](359339). Er moet echter wel ten minste één bewijsstuk(ken) van de onmogelijkheid tot het invullen van de bereidverklaring en het afleggen van de verklaring van verbondenheid worden overgelegd door bijvoorbeeld een gemachtigde. Zie hiervoor de toelichting bij [artikel 2, tweede lid RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=2); bijvoorbeeld een gemotiveerde medische verklaring van een onafhankelijk (behandelend) medisch specialist. De beoordeling of sprake is van een fysieke of psychische onmogelijkheid ligt bij het hoofd van de diplomatieke of consulaire post. Zie hiervoor de [toelichting bij artikel 2, tweede lid, RWN](359339) en [paragraaf 2.12.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=6-3¶graaf=2¶graaf=2.12¶graaf=2.12.5&z=2014-04-04&g=2014-11-22) Zwaarwegende redenen ([artikel 60a, zesde lid, BVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&artikel=60a)) en niet (mondeling) afleggen verklaring van verbondenheid).
Indien het hoofd van de diplomatieke of consulaire post een verzoek om de verklaring van verbondenheid schriftelijk te mogen afleggen (gemotiveerd) weigert, is dit een beslissing in de zin van de [Algemene wet bestuursrecht (Awb)](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537) waartegen de optant binnen 6 weken bezwaar kan indienen bij het hoofd van de diplomatieke of consulaire post. Vervolgens staat beroep bij de bestuursrechter open.
@@ -1032,7 +1032,7 @@
### Paragraaf 2.2.5.2. Buitenlandse akten van de burgerlijke stand
Wat betreft verklaringen en/of afschriften dan wel uittreksels van buitenlandse akten van de burgerlijke stand geldt dat de optant in beginsel de volgende documenten dient over te leggen (zie voor uitzonderingen ook hierna bij [paragraaf 2.2.5.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=6-3¶graaf=2¶graaf=2.2¶graaf=2.2.5¶graaf=2.2.5.3&z=2014-04-04&g=2014-04-04)):
Wat betreft verklaringen en/of afschriften dan wel uittreksels van buitenlandse akten van de burgerlijke stand geldt dat de optant in beginsel de volgende documenten dient over te leggen (zie voor uitzonderingen ook hierna bij [paragraaf 2.2.5.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=6-3¶graaf=2¶graaf=2.2¶graaf=2.2.5¶graaf=2.2.5.3&z=2014-04-04&g=2014-11-22)):
### Paragraaf 2.2.5.3. In het verleden overgelegde buitenlandse akten
@@ -1062,7 +1062,7 @@
### Paragraaf 2.4.2.1. Bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid (bij optieverklaringen afgelegd op of ná 1 maart 2009)
Indien een aspirant-optant, ten aanzien van wie door het hoofd van de diplomatieke of consulaire post is bepaald dat niet kan worden afgezien van invulling en ondertekening van de bereidverklaring, die verklaring (model 1.36a) niet heeft ingevuld en ondertekend of indien een aspirant-optant heeft verklaard niet bereid te zijn om de verklaring van verbondenheid af te leggen en betrokkene desondanks toch in zijn optie persisteert, weigert het hoofd van de diplomatieke of consulaire post de verkrijging van het Nederlanderschap te bevestigen(zie [paragraaf 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=6-3¶graaf=2¶graaf=2.8&z=2014-04-04&g=2014-04-04)**Weigering bevestiging**).
Indien een aspirant-optant, ten aanzien van wie door het hoofd van de diplomatieke of consulaire post is bepaald dat niet kan worden afgezien van invulling en ondertekening van de bereidverklaring, die verklaring (model 1.36a) niet heeft ingevuld en ondertekend of indien een aspirant-optant heeft verklaard niet bereid te zijn om de verklaring van verbondenheid af te leggen en betrokkene desondanks toch in zijn optie persisteert, weigert het hoofd van de diplomatieke of consulaire post de verkrijging van het Nederlanderschap te bevestigen(zie [paragraaf 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=6-3¶graaf=2¶graaf=2.8&z=2014-04-04&g=2014-11-22)**Weigering bevestiging**).
### Paragraaf 2.4.2.3. Naamsvaststelling en naamskeuze bij optie
@@ -1340,7 +1340,7 @@
### Paragraaf 2.12. Naturalisatieceremonie
De [regeling verkrijging en verlies Nederlanderschap](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013506) (hierna: RVVN) bevat in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013506&artikel=5) sinds 1 april 2003 de mogelijkheid tot een ceremoniële bijeenkomst op vrijwillige basis voor zowel overheid als betrokkenen. Tijdens deze ceremonie zal de verkrijging van het Nederlanderschap worden gevierd. Met ingang van 1 januari 2007 is dit voor de optiebevestiging veranderd. Vanaf die datum treedt de optiebevestiging voor de daarin genoemde persoon of personen pas in werking door uitreiking van de optiebevestiging, in de regel op de naturalisatieceremonie. Met ingang van 1 maart 2009 voor het verkrijgen van het Nederlanderschap nog een vereiste ingevoerd, namelijk het afleggen van de verklaring van verbondenheid. Uitgangspunt bij de verklaring van verbondenheid is dat deze in persoon en mondeling wordt afgelegd tijdens de naturalisatieceremonie. Indien het hoofd komt tot een andere wijze van bekendmaking dan uitreiking in persoon, wordt de verklaring van verbondenheid eerst schriftelijk afgelegd (zie hiervoor [artikel 29, vierde lid, BVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&artikel=29), [artikel 60a, vijfde en zesde lid, BVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&artikel=60a), [artikel 5, vierde lid, onder d, RVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013506&artikel=5), [paragraaf 2.12.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=6-3¶graaf=2¶graaf=2.12¶graaf=2.12.5¶graaf=2.12.5.2&z=2014-04-04&g=2014-04-04) Mondeling afleggen verklaring van verbondenheid en uitzonderingen en [paragraaf 2.12.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=6-3¶graaf=2¶graaf=2.12¶graaf=2.12.3&z=2014-04-04&g=2014-04-04) Andere wijze van bekendmaking dan uitreiking en de termijn ([artikel 5, vijfde lid, RVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013506&artikel=5))). De optiebevestiging wordt aan de betrokkene bekendgemaakt door uitreiking en pas dan treedt het besluit tot verkrijging van het Nederlanderschap, met terugwerkende kracht tot de datum van dagtekening, in werking. Het besluit tot bevestiging van de optieverklaring werkt terug tot de dag van de dagtekening door het hoofd van de diplomatieke of consulaire post (zie ook onder ‘algemeen’ van [paragraaf 2.12.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=6-3¶graaf=2¶graaf=2.12¶graaf=2.12.2&z=2014-04-04&g=2014-04-04)).
De [regeling verkrijging en verlies Nederlanderschap](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013506) (hierna: RVVN) bevat in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013506&artikel=5) sinds 1 april 2003 de mogelijkheid tot een ceremoniële bijeenkomst op vrijwillige basis voor zowel overheid als betrokkenen. Tijdens deze ceremonie zal de verkrijging van het Nederlanderschap worden gevierd. Met ingang van 1 januari 2007 is dit voor de optiebevestiging veranderd. Vanaf die datum treedt de optiebevestiging voor de daarin genoemde persoon of personen pas in werking door uitreiking van de optiebevestiging, in de regel op de naturalisatieceremonie. Met ingang van 1 maart 2009 voor het verkrijgen van het Nederlanderschap nog een vereiste ingevoerd, namelijk het afleggen van de verklaring van verbondenheid. Uitgangspunt bij de verklaring van verbondenheid is dat deze in persoon en mondeling wordt afgelegd tijdens de naturalisatieceremonie. Indien het hoofd komt tot een andere wijze van bekendmaking dan uitreiking in persoon, wordt de verklaring van verbondenheid eerst schriftelijk afgelegd (zie hiervoor [artikel 29, vierde lid, BVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&artikel=29), [artikel 60a, vijfde en zesde lid, BVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&artikel=60a), [artikel 5, vierde lid, onder d, RVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013506&artikel=5), [paragraaf 2.12.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=6-3¶graaf=2¶graaf=2.12¶graaf=2.12.5¶graaf=2.12.5.2&z=2014-04-04&g=2014-11-22) Mondeling afleggen verklaring van verbondenheid en uitzonderingen en [paragraaf 2.12.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=6-3¶graaf=2¶graaf=2.12¶graaf=2.12.3&z=2014-04-04&g=2014-11-22) Andere wijze van bekendmaking dan uitreiking en de termijn ([artikel 5, vijfde lid, RVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013506&artikel=5))). De optiebevestiging wordt aan de betrokkene bekendgemaakt door uitreiking en pas dan treedt het besluit tot verkrijging van het Nederlanderschap, met terugwerkende kracht tot de datum van dagtekening, in werking. Het besluit tot bevestiging van de optieverklaring werkt terug tot de dag van de dagtekening door het hoofd van de diplomatieke of consulaire post (zie ook onder ‘algemeen’ van [paragraaf 2.12.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=6-3¶graaf=2¶graaf=2.12¶graaf=2.12.2&z=2014-04-04&g=2014-11-22)).
### Paragraaf 2.12.1. De oproeping
@@ -1358,7 +1358,7 @@
De optant heeft bij het afleggen van zijn optieverklaring de bereidverklaring ondertekend. Het hoofd van de diplomatieke of consulaire post heeft, al dan niet bij het afleggen van de optieverklaring, bepaald dat van de optant redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat hij de verklaring van verbondenheid mondeling kan afleggen.
Zie [artikel II van het Besluit van 19 mei 2006](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019915&artikel=II), Stb. 250, tot wijziging van het BVVN. Zie verder [artikel 60b BVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&artikel=60b) en hieronder [paragraaf 3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=7¶graaf=3.13&z=2014-04-04&g=2014-04-04).
Zie [artikel II van het Besluit van 19 mei 2006](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019915&artikel=II), Stb. 250, tot wijziging van het BVVN. Zie verder [artikel 60b BVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&artikel=60b) en hieronder [paragraaf 3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=7¶graaf=3.13&z=2014-04-04&g=2014-11-22).
Hieronder wordt de **procedure** beschreven voor de behandeling van verzoeken om naturalisatie.
@@ -1440,7 +1440,7 @@
### Paragraaf 1.1. Toelichting Openbare orde (Toelichting ad [artikel 11, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=11))
Het onderhavig artikellid verklaart slechts de vereisten van toelating en hoofdverblijf van het tweede en derde lid niet van toepassing, hetgeen betekent dat de overige in die leden gestelde vereisten voor medeverlening wél van toepassing zijn. Zo zal bij een verzoek om medeverlening van een kind van zestien jaar of ouder worden getoetst of er afwijzingsgronden van [artikel 9 RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=9)aanwezig zijn (zie [paragraaf 1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=11-2¶graaf=1.1&z=2014-04-04&g=2014-04-04)) en zal het kind uitdrukkelijk moeten instemmen met de medeverlening. Ook het bepaalde in [artikel 2 RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=2) is onverkort van toepassing. Zo zal het betrokken kind dat de leeftijd van twaalf jaar heeft bereikt, de wettelijk vertegenwoordiger of de andere ouder (mits de wettelijk vertegenwoordiger of andere ouder in hetzelfde land wonen) worden gewezen op de mogelijkheid om op verzoek een zienswijze omtrent de medeverlening naar voren te brengen (zie [artikel 54, vierde lid, BVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&artikel=54) en de [toelichting bij artikel 2, vierde lid, RWN](359339)).
Het onderhavig artikellid verklaart slechts de vereisten van toelating en hoofdverblijf van het tweede en derde lid niet van toepassing, hetgeen betekent dat de overige in die leden gestelde vereisten voor medeverlening wél van toepassing zijn. Zo zal bij een verzoek om medeverlening van een kind van zestien jaar of ouder worden getoetst of er afwijzingsgronden van [artikel 9 RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=9)aanwezig zijn (zie [paragraaf 1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025740&artikel=11-2¶graaf=1.1&z=2014-04-04&g=2014-11-22)) en zal het kind uitdrukkelijk moeten instemmen met de medeverlening. Ook het bepaalde in [artikel 2 RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=2) is onverkort van toepassing. Zo zal het betrokken kind dat de leeftijd van twaalf jaar heeft bereikt, de wettelijk vertegenwoordiger of de andere ouder (mits de wettelijk vertegenwoordiger of andere ouder in hetzelfde land wonen) worden gewezen op de mogelijkheid om op verzoek een zienswijze omtrent de medeverlening naar voren te brengen (zie [artikel 54, vierde lid, BVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&artikel=54) en de [toelichting bij artikel 2, vierde lid, RWN](359339)).
Ingevolge [artikel 2 BVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&artikel=2) is in het buitenland het hoofd van de diplomatieke of consulaire post bevoegd een verzoek om (mede)naturalisatie in ontvangst te nemen. De [artikelen 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&artikel=31), [32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&artikel=32), en [51 tot en met 56 BVVN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013605&artikel=51) voor de administratieve behandeling van verzoeken om naturalisatie vanuit het buitenland zijn van toepassing. Net als bij een verzoek in het Koninkrijk dient de ouder derhalve de kinderen die hij in zijn verzoek wenst te betrekken, te vermelden in zijn verzoek om naturalisatie en verstrekt hij voor zoveel mogelijk de relevante gegevens betreffende zichzelf en die kinderen.
2014-04-04
Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland — arts.
2014-04-01
Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland — arts.
2013-07-01
Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland — arts.
2013-05-01
Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland — arts.
2010-10-01
Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland — arts.
2010-01-01
Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland — arts.
2009-04-25
Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland — arts.
2009-03-02
Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland — arts.
2009-03-02
Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland — ver
original version
Tekst op deze datum