Wijzigingsgeschiedenis

Regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 27 oktober 2009, nr. CEND/HDJZ-2009/1166 sector LUV, houdende regels in verband met de aanleg, de inrichting, de uitrusting en het veilig gebruik van luchthavens en andere terreinen met het oog op de orde en de veiligheid op die luchthavens en terreinen (Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen)

16 versions · 2024-07-01
2024-07-01
Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen — arts. 6, 18
2024-01-01
Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen — arts. 6, 18,
2021-07-06
Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen — arts. 6, 18,
2020-07-11
Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen — arts. 6, 18,
2020-04-01
Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen — arts. 6, 18,
2019-11-07
Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen — arts. 6, 18,
2017-10-21
Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen
2017-05-11
Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen — arts. 6, 18,
2015-07-01
Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen — arts. 6, 18,
2015-01-28
Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen
2014-08-01
Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen — arts. 6, 18,
2013-07-01
Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen — arts. 6, 18,
2012-07-24
Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen
2010-07-06
Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen
2009-11-01
Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen — arts. 1, 1, 2

Wijzigingen op 2009-11-01

@@ -712,163 +712,3 @@
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
##### Artikel 30a
1. Een luchthaven die gebruikt wordt door een zeilvliegtuig of schermzweeftoestel voldoet, onverminderd het bepaalde in [§ 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3&paragraaf=2&z=2010-07-06&g=2010-07-06), aan de volgende eisen:
- a. de luchthaven is vrij van obstakels en oneffenheden welke gevaar kunnen opleveren bij een afgebroken start of noodlanding;
- b. de opstelplaats van de lier is gelegen op een afstand van ten minste 10 meter binnen de grens van de luchthaven;
- c. de startplaats heeft een lengte van ten minste 50 meter en een breedte van ten minste 30 meter;
- d. de opstelplaats voor een zeilvliegtuig is niet gelegen op de startplaats;
- e. de landingsplaats heeft een lengte van ten minste 60 meter en indien gelijktijdig met meerdere zeilvliegtuigen of schermzweeftoestellen wordt geland, per zeilvliegtuig of schermzweeftoestel een breedte van ten minste twee maal de spanwijdte van het betreffende zeilvliegtuig of schermzweeftoestel;
- f. de landingsplaats is niet gelegen op de lierbaan, startplaats of opstelplaats;
- g. de luchthaven is zodanig gelegen dat binnen een gebied met een straal van 500 meter vanuit de vastgestelde geografische positie van de luchthaven geen obstakels steken door een denkbeeldig horizontaal vlak op een hoogte van 45 meter boven het hoogst gelegen punt binnen de luchthaven;
- h. de luchthaven is zodanig gelegen dat in het verlengde van de baan geen obstakels steken door een denkbeeldig vlak dat met de breedte van de baan als basis, oploopt met een helling van 1:5 (hoogte:afstand) en divergeert met 10% tot op een afstand van 250 meter van de baan;
- i. de luchthaven is zodanig gelegen dat ter weerszijden van de baan geen obstakels steken door een denkbeeldig vlak dat met de lengte van de baan als basis, oploopt met een helling van 1:2 (hoogte:afstand) en aansluit op het horizontale vlak, bedoeld in onderdeel g.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een terrein voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik dat gebruikt wordt door een zeilvliegtuig of schermzweeftoestel.
##### Artikel 30b
1. Het gebruik van een luchthaven door een zeilvliegtuig of schermzweeftoestel voldoet, onverminderd het bepaalde in [§ 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3&paragraaf=2&z=2010-07-06&g=2010-07-06), aan de volgende eisen:
- a. gedurende het opstijgen en landen zijn er geen onbevoegde personen en obstakels aanwezig op de lierbaan, de startplaats en de landingsplaats;
- b. het opstijgen of doen opstijgen van een zeilvliegtuig of schermzweeftoestel door middel van een lier vindt alleen plaats indien de vallende lierkabel niet buiten de grens van de luchthaven kan vallen en geen letsel aan personen of schade aan zaken zal kunnen veroorzaken;
- c. de lierkabel wordt binnen de grenzen van de luchthaven in een rechte lijn uitgebracht;
- d. het afwerpen van de sleepkabel door een mla vindt alleen plaats als de sleepkabel niet buiten de grens van de luchthaven kan vallen en geen letsel aan personen of schade aan zaken zal kunnen veroorzaken;
- e. behoudens in geval van de koppeling van een zeilvliegtuig aan een sleepvliegtuig, is het gelijktijdig landen of starten van een zeilvliegtuig en een mla niet toegestaan;
- f. de lierhoogte overschrijdt niet de ondergrens van de ter plaatse geldende TMA;
- g. de lierhoogte overschrijdt niet de ter plaatse geldende minimum vlieghoogte, tenzij een Notam is uitgegeven met vermelding van locatie, lierhoogte en telefoonnummer, waar men op locatie bereikbaar is.
2. [Artikel 22, eerste lid, onderdeel c, onder 1, 3, 4 en 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3&paragraaf=2&artikel=22&z=2010-07-06&g=2010-07-06) zijn niet van toepassing op een luchthaven als bedoeld in het eerste lid.
3. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een terrein voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik dat gebruikt wordt door een zeilvliegtuig of schermzweeftoestel.
4. Een terrein voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik wordt door een zeilvliegtuig of schermzweeftoestel niet gebruikt:
- a. binnen een afstand van 6 zeemijlen van de grens van de CTR van de luchthaven, Schiphol, Maastricht, Rotterdam, Eelde, De Kooij of Eindhoven, tenzij de ontheffinghouder zich ervan heeft vergewist dat zijn activiteit de veilige uitvoering van het luchtverkeer van en naar de betreffende luchthaven niet belemmert;
- b. binnen een afstand van 3 zeemijlen van de grens van de CTR van een andere luchthaven dan genoemd in onderdeel a, tenzij de ontheffinghouder zich ervan heeft vergewist dat zijn activiteit de veilige uitvoering van het luchtverkeer van en naar de betreffende luchthaven niet belemmert;
- c. binnen een afstand van 3 zeemijl van de grens van een luchthaven waarboven geen CTR is ingesteld, tenzij de ontheffinghouder zich ervan heeft vergewist dat zijn activiteit de veilige uitvoering van het luchtverkeer van en naar de betreffende luchthaven niet belemmert.
#### § 9. Landbouwluchtvaartuigen
#### § 10. Luchtschepen
#### § 11. Onbemande luchtvaartuigen tot 150 kilogram
#### § 12. Gyroplanes
### Hoofdstuk 5. Wijziging andere regelingen
### Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
##### Artikel 14a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Afdeling 4. Helikopterluchthavens
#### § 1. Reikwijdte
#### § 2. Aanleg, inrichting, uitrusting en gebruik van de luchthaven
### Hoofdstuk 3. Regels veilig gebruik overige burgerluchthavens en terreinen voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik
#### § 1. Reikwijdte
#### § 2. Algemene aanleg-, inrichtings-, uitrustings- en gebruiksvoorschriften
#### § 3. Helikopters
#### § 4. Mla’s
#### § 5. Gemotoriseerde schermvliegtuigen
#### § 6. Vrije ballonnen
#### § 7. Watervliegtuigen
#### § 8. Zweefvliegtuigen
#### § 8a. Zeilvliegtuigen en schermzweeftoestellen
#### § 11. Onbemande luchtvaartuigen tot 150 kilogram
#### § 12. Gyroplanes
### Hoofdstuk 4. Procedurebepalingen
### Hoofdstuk 5. Wijziging andere regelingen
### Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
##### Artikel 14b
1. Indien een luchthaven buiten de reguliere openstellingstijden wordt gebruikt voor het innemen van brandstof ten behoeve van een HEMS-vlucht of een politievlucht, draagt de exploitant er zorg voor dat voorafgaande aan het gebruik schriftelijke afspraken met de betreffende gebruiker van de luchthaven zijn gemaakt over het veilig gebruik van de luchthaven.
2. De afspraken, bedoeld in het eerste lid, hebben in ieder geval betrekking op:
- a. het landen en starten;
- b. het gebruik van de tankinstallatie;
- c. het voorkomen en bestrijden van brand ten gevolge van een ongeval of incident en het redden van mensenlevens.
### Afdeling 4. Helikopterluchthavens
#### § 2. Aanleg, inrichting, uitrusting en gebruik van de luchthaven
### Hoofdstuk 3. Regels veilig gebruik overige burgerluchthavens en terreinen voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik
#### § 2. Algemene aanleg-, inrichtings-, uitrustings- en gebruiksvoorschriften
#### § 3. Helikopters
#### § 8. Zweefvliegtuigen
#### § 12. Gyroplanes
### Hoofdstuk 4. Procedurebepalingen
### Hoofdstuk 5. Wijziging andere regelingen
### Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
#### § 13. Luchtvaartuigen die een nood- of voorzorgslanding hebben gemaakt
##### Artikel 34a
1. De gezagvoerder van een luchtvaartuig dat op een terrein een nood- of voorzorgslanding heeft gemaakt, meldt dit onverwijld aan de Minister.
2. Het is verboden om met een luchtvaartuig op te stijgen vanaf een terrein als bedoeld in [artikel 19, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3&paragraaf=1&artikel=19&z=2017-10-21&g=2017-10-21), zonder voorafgaande toestemming van de Minister.
3. Handelen in strijd met dit artikel is een strafbaar feit.
### Hoofdstuk 5. Wijziging andere regelingen
### Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
2009-11-01
Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen — versión or
original version Tekst op deze datum