Wijzigingsgeschiedenis
Regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 27 oktober 2009, nr. CEND/HDJZ-2009/1166 sector LUV, houdende regels in verband met de aanleg, de inrichting, de uitrusting en het veilig gebruik van luchthavens en andere terreinen met het oog op de orde en de veiligheid op die luchthavens en terreinen (Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen)
16 versions
· 2024-07-01
2024-07-01
Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen — arts. 6, 18
2024-01-01
Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen — arts. 6, 18,
2021-07-06
Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen — arts. 6, 18,
2020-07-11
Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen — arts. 6, 18,
2020-04-01
Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen — arts. 6, 18,
2019-11-07
Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen — arts. 6, 18,
2017-10-21
Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen
2017-05-11
Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen — arts. 6, 18,
2015-07-01
Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen — arts. 6, 18,
Wijzigingen op 2015-07-01
@@ -16,11 +16,11 @@
- –. **CTR:** CTR als bedoeld in [artikel 1 van de Regeling luchtverkeersdienstverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009899&artikel=1);
- –. **gemotoriseerd schermvliegtuig:** schermvliegtuig als bedoeld in [artikel 1 van het Luchtverkeersreglement](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005775&artikel=1) uitgerust met een motor;
- –. **gyroplane:** helikopter als bedoeld in [artikel 1 van het Luchtverkeersreglement](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005775&artikel=1) waarvan de rotorbladen niet door de motor worden aangedreven;
- –. **helikopter:** helikopter als bedoeld in [artikel 1 van het Luchtverkeersreglement](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005775&artikel=1), niet zijnde een gyroplane;
- –. **gemotoriseerd schermvliegtuig:** schermvliegtuig, zijnde een zweeftoestel zonder starre hoofdstructuur dat kan worden gedragen en slechts kan worden gestart en geland door gebruik te maken van de benen van de bestuurder, dat over een motor beschikt;
- –. **gyroplane:** helikopter, waarvan de rotorbladen niet door de motor worden aangedreven;
- –. **helikopter:** gemotoriseerd luchtvaartuig met rotorbladen, zwaarder dan lucht, dat hoofdzakelijk in de lucht kan worden gehouden door aërodynamische reactiekrachten op zijn rotorbladen;
- –. **helikopterluchthaven:** burgerluchthaven die uitsluitend wordt gebruikt door helikopters;
@@ -36,13 +36,15 @@
- –. **mla:** MLA als bedoeld in [artikel 1 van het Besluit luchtvaartuigen 2008](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023922&artikel=1);
- –. **modelluchtvaartuig:** op afstand bestuurd luchtvaartuig, onbemand, dat wordt bediend anders dan voor het verrichten van luchtwerk als bedoeld in [artikel 1 van het Besluit vluchtuitvoering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020111&artikel=1);
- –. **obstakel:** een roerende of onroerende zaak, zowel tijdelijk als permanent, of een deel daarvan, die een belemmering vormt voor een luchtvaartuig, in een gebied bestemd voor bewegingen van een luchtvaartuig op de grond dan wel uitsteekt boven een omschreven vlak ter bescherming van een luchtvaartuig in zijn vlucht;
- –. **onbemand luchtvaartuig tot 150 kilogram:** onbemand luchtvaartuig tot 150 kilogram, niet zijnde een modelluchtvaartuig waarvan de totale massa ten hoogste 25 kilogram bedraagt;
- –. **politievlucht:** vlucht uitgevoerd met een vliegtuig of helikopter in het kader van de politietaak, bedoeld in [artikel 3 van de Politiewet 2012](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031788&artikel=3);
- –. **schermzweeftoestel:** schermzweeftoestel als bedoeld in [artikel 1 van het Luchtverkeersreglement](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005775&artikel=1);
- –. **RPA:** op afstand bestuurd luchtvaartuig (remotely piloted aircraft), niet zijnde een modelluchtvaartuig;
- –. **schermzweeftoestel:** ongemotoriseerd schermvliegtuig, zijnde een zweeftoestel zonder starre hoofdstructuur dat kan worden gedragen en slechts kan worden gestart en geland door gebruik te maken van de benen van de bestuurder;
- –. **soaren:** met een zeilvliegtuig of schermzweeftoestel vliegen op de hellingstijgwind aan de loefzijde van daarvoor geschikte kustverdedigingswerken;
@@ -50,15 +52,15 @@
- –. **terrein voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik:** terrein als bedoeld in [artikel 8a.51 van de Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&artikel=8a.51);
- –. **TMG:** Touring Motor Glider als bedoeld in [artikel 1 van het Luchtverkeersreglement](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005775&artikel=1);
- –. **TMG:** motorzweefvliegtuig met een integraal gemonteerde niet intrekbare motor en een niet intrekbare propeller, dat in staat is om op eigen kracht op te stijgen en te klimmen (Touring Motor Glider);
- –. **verdrag:** het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (Trb. 1973, 109);
- –. **verhoogde helikopterluchthaven:** een helikopterluchthaven op een bouwwerk of constructie van meer dan 3 meter hoogte ten opzichte van het omgevingsvlak;
- –. **vliegtuig:** vliegtuig als bedoeld in [artikel 1 van het Luchtverkeersreglement](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005775&artikel=1);
- –. **vrije ballon:** vrije ballon als bedoeld in [artikel 1 van het Luchtverkeersreglement](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005775&artikel=1);
- –. **vliegtuig:** gemotoriseerd luchtvaartuig met vaste vleugels, zwaarder dan lucht, dat hoofdzakelijk in de lucht gehouden kan worden door aërodynamische reactiekrachten op zijn vleugels;
- –. **vrije ballon:** luchtvaartuig, lichter dan lucht, dat niet voorzien is van een voortstuwingsinrichting en is ingericht en bestemd om ten minste één persoon te vervoeren;
- –. **waterluchthaven:** burgerluchthaven, zijnde een watergebied, ingericht voor het gebruik door watervliegtuigen;
@@ -66,9 +68,9 @@
- –. **zeemijl:** de afstand van 1852 meter;
- –. **zeilvliegtuig:** zeilvliegtuig als bedoeld in [artikel 1 van het Luchtverkeersreglement](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005775&artikel=1);
- –. **zweefvliegtuig:** zweefvliegtuig als bedoeld in [artikel 1 van het Luchtverkeersreglement](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005775&artikel=1).
- –. **zeilvliegtuig:** zweeftoestel met een starre hoofdstructuur, dat kan worden gedragen en slechts gestart en geland kan worden door gebruik te maken van de benen van de bestuurder;
- –. **zweefvliegtuig:** zweeftoestel met vaste vleugel, zijnde een luchtvaartuig zwaarder dan lucht, dat hoofdzakelijk in de lucht kan worden gehouden door aërodynamische reactiekrachten waarvan de vrije vlucht niet afhankelijk is van een motor.
2. Indien de tekst van de in deze regeling genoemde bijlagen bij het verdrag wijzigt, geldt deze wijziging vanaf het moment dat van deze wijziging mededeling is gedaan in het Tractatenblad.
@@ -82,7 +84,9 @@
- a. burgerluchthavens die gebruikt worden door vliegtuigen en waarvoor een luchthavenbesluit is vastgesteld;
- b. helikopterluchthavens:
- b. burgerluchthavens die gebruikt worden door vliegtuigen met een maximaal startgewicht van meer dan 890 kg en waarvoor een luchthavenregeling is vastgesteld;
- c. helikopterluchthavens:
- 1°. waarvoor een luchthavenbesluit is vastgesteld;
@@ -92,9 +96,9 @@
- 4°. die gelegen zijn buiten provinciegrenzen zoals bepaald bij of krachtens de [Provinciewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005645);
- c. de volgende luchthavens die gebruikt worden door vliegtuigen: Ameland, Budel, Drachten, Eelde, Hilversum, Hoogeveen, Lelystad, Maastricht, Midden-Zeeland, Oostwold, Rotterdam, Seppe, Schiphol, Teuge en Texel;
- d. de volgende helikopterluchthavens: Amsterdam (Amsterdam Heliport), Emmercompascuum (Heli Holland BV), Rotterdam Maasvlakte (ten behoeve van het loodswezen) en Zierikzee (Prince Helicopters).
- d. de volgende luchthavens die gebruikt worden door vliegtuigen: Ameland, Budel, Drachten, Eelde, Hilversum, Hoogeveen, Lelystad, Maastricht, Midden-Zeeland, Oostwold, Rotterdam, Seppe, Schiphol, Teuge en Texel;
- e. de volgende helikopterluchthavens: Amsterdam (Amsterdam Heliport), Emmercompascuum (Heli Holland BV), Rotterdam Maasvlakte (ten behoeve van het loodswezen) en Zierikzee (Prince Helicopters).
### Afdeling 2. Certificering
@@ -140,7 +144,7 @@
##### Artikel 6
1. Als sleutelfunctionaris als bedoeld in [artikel 4, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=2&afdeling=2&artikel=4&z=2015-01-28&g=2015-01-28), wordt in ieder geval aangemerkt een door de exploitant te benoemen havenmeester.
1. Als sleutelfunctionaris als bedoeld in [artikel 4, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=2&afdeling=2&artikel=4&z=2015-07-01&g=2015-07-01), wordt in ieder geval aangemerkt een door de exploitant te benoemen havenmeester.
2. De havenmeester wordt door de exploitant belast met het dagelijkse toezicht op de luchthaven en in het bijzonder met het toezicht op de orde en veiligheid in het luchtvaartgebied.
@@ -174,7 +178,9 @@
- a. burgerluchthavens die gebruikt worden door vliegtuigen en waarvoor een luchthavenbesluit is vastgesteld;
- b. de volgende luchthavens: Ameland, Budel, Drachten, Eelde, Hilversum, Hoogeveen, Lelystad, Maastricht, Midden-Zeeland, Oostwold, Rotterdam, Seppe, Schiphol, Teuge en Texel.
- b. burgerluchthavens die gebruikt worden door vliegtuigen met een maximaal startgewicht van meer dan 890 kg en waarvoor een luchthavenregeling is vastgesteld;
- c. de volgende luchthavens: Ameland, Budel, Drachten, Eelde, Hilversum, Hoogeveen, Lelystad, Maastricht, Midden-Zeeland, Oostwold, Rotterdam, Seppe, Schiphol, Teuge en Texel.
#### § 2. Aanleg, inrichting, uitrusting en gebruik van de luchthaven
@@ -196,7 +202,7 @@
##### Artikel 11
De in [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=2&afdeling=3¶graaf=2&artikel=10&z=2015-01-28&g=2015-01-28) niet uitgezonderde onderdelen van deel I (Aerodrome Design and Operations) van bijlage 14 bij het verdrag gelden met dien verstande dat:
De in [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=2&afdeling=3¶graaf=2&artikel=10&z=2015-07-01&g=2015-07-01) niet uitgezonderde onderdelen van deel I (Aerodrome Design and Operations) van bijlage 14 bij het verdrag gelden met dien verstande dat:
- a. de exploitant ervoor zorgt dat de gegevens, bedoeld in hoofdstuk 2 van deel I van bijlage 14, worden verstrekt aan de organisatie die verantwoordelijk is voor de uitgifte van luchtvaartpublicaties;
@@ -296,7 +302,7 @@
##### Artikel 13
Op het deel van een luchthaven, buiten het deel van de luchthaven dat wordt gebruikt voor en ten behoeve van de hoofdbaan, dat wordt gebruikt door een van de luchtvaartuigen als bedoeld in de [paragrafen 4 tot en met 12 van hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=4&z=2015-01-28&g=2015-01-28) van deze regeling, zijn de eisen die in deze paragrafen zijn opgenomen met betrekking tot een luchthaven en het gebruik hiervan door een dergelijk luchtvaartuig van overeenkomstige toepassing.
Op het deel van een luchthaven, buiten het deel van de luchthaven dat wordt gebruikt voor en ten behoeve van de hoofdbaan, dat wordt gebruikt door een van de luchtvaartuigen als bedoeld in de [paragrafen 4 tot en met 12 van hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=4&z=2015-07-01&g=2015-07-01) van deze regeling, zijn de eisen die in deze paragrafen zijn opgenomen met betrekking tot een luchthaven en het gebruik hiervan door een dergelijk luchtvaartuig van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 14
@@ -360,7 +366,7 @@
##### Artikel 17
De in [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=2&afdeling=4¶graaf=2&artikel=16&z=2015-01-28&g=2015-01-28) niet uitgezonderde onderdelen van deel II (Heliports) van bijlage 14 bij het verdrag gelden met dien verstande dat:
De in [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=2&afdeling=4¶graaf=2&artikel=16&z=2015-07-01&g=2015-07-01) niet uitgezonderde onderdelen van deel II (Heliports) van bijlage 14 bij het verdrag gelden met dien verstande dat:
- a. de voorschriften en aanbevelingen in hoofdstuk 2 van deel II van bijlage 14 alleen van toepassing zijn op de helikopterluchthaven Amsterdam (Amsterdam Heliport) en de exploitant ervoor zorg draagt dat de gegevens, bedoeld in hoofdstuk 2, worden verstrekt aan de organisatie die verantwoordelijk is voor de uitgifte van luchtvaartpublicaties;
@@ -380,7 +386,7 @@
1. Een verhoogde helikopterluchthaven die gebruikt wordt door een helikopter die is ingedeeld in performance klasse 3, bedoeld in onderdeel III van bijlage 6 bij het verdrag, is zodanig gelegen dat in de directe omgeving van de luchthaven geschikte gronden aanwezig zijn voor het uitvoeren van een nood- of voorzorgslanding.
2. [Artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=2&afdeling=3¶graaf=2&artikel=14&z=2015-01-28&g=2015-01-28) is, met uitzondering van helikopterluchthavens die verbonden zijn met een mijnbouwinstallatie als bedoeld in [artikel 51 van het Mijnbouwbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&artikel=51), van overeenkomstige toepassing.
2. [Artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=2&afdeling=3¶graaf=2&artikel=14&z=2015-07-01&g=2015-07-01) is, met uitzondering van helikopterluchthavens die verbonden zijn met een mijnbouwinstallatie als bedoeld in [artikel 51 van het Mijnbouwbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014394&artikel=51), van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 3. Regels veilig gebruik overige burgerluchthavens en terreinen voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik
@@ -390,7 +396,7 @@
1. Dit hoofdstuk is van toepassing op:
- a. burgerluchthavens die niet onder de reikwijdte van [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=2&z=2015-01-28&g=2015-01-28) vallen;
- a. burgerluchthavens die niet onder de reikwijdte van [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=2&z=2015-07-01&g=2015-07-01) vallen;
- b. terreinen voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik.
@@ -436,7 +442,7 @@
- a. in een gebied waar het uitoefenen van het burgerluchtverkeer tijdelijk of blijvend is verboden op grond van [artikel 5.10, eerste lid, van de Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&artikel=5.10);
- b. binnen een op grond van [artikel 45, tweede lid, onderdeel c, van het Luchtverkeersreglement](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005775&artikel=45) aangewezen openbaar oefengebied voor nood- of voorzorgslandingen van burgerluchtvaartuigen;
- b. binnen een op grond van [artikel 19, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit luchtverkeer 2014](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035899&artikel=19) aangewezen openbaar oefengebied voor nood- of voorzorgslandingen van burgerluchtvaartuigen;
- c. binnen een laagvlieggebied of onder of binnen een afstand van 3 zeemijlen van een laagvliegroute als bedoeld in de [artikelen 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035356&artikel=2), en [9, eerste lid, van de Regeling minimum VFR-vlieghoogten en VFR-vluchten buiten de daglichtperiode voor militaire vliegtuigen en helikopters](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035356&artikel=9), tenzij het gebruik zich beperkt tot vrijdagen na 17.00 uur plaatselijke tijd, zaterdagen, zondagen of nationale feestdagen.
@@ -482,7 +488,7 @@
##### Artikel 23
Een helikopterluchthaven en het gebruik hiervan voldoen, onverminderd het bepaalde in [§ 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=2&z=2015-01-28&g=2015-01-28), aan de volgende eisen:
Een helikopterluchthaven en het gebruik hiervan voldoen, onverminderd het bepaalde in [§ 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=2&z=2015-07-01&g=2015-07-01), aan de volgende eisen:
- a. de luchthaven en het gebruik hiervan voldoen aan de voorschriften en aanbevelingen uit de navolgende onderdelen van deel II (Heliports) van bijlage 14 bij het verdrag: 3.1.1, 3.1.2, 3.1.3, 3.1.6, 3.1.8, 3.1.14, 3.1.16, 3.1.21, 3.1.22, 3.1.23, 3.1.24 en 5.2.2;
@@ -492,7 +498,7 @@
##### Artikel 24
Een terrein voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik dat gebruikt wordt door een helikopter en het gebruik hiervan voldoen, onverminderd het bepaalde in [§ 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=2&z=2015-01-28&g=2015-01-28), aan de volgende eisen:
Een terrein voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik dat gebruikt wordt door een helikopter en het gebruik hiervan voldoen, onverminderd het bepaalde in [§ 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=2&z=2015-07-01&g=2015-07-01), aan de volgende eisen:
- a. het terrein is verder gelegen dan 50 meter van aaneengesloten woonbebouwing;
@@ -506,7 +512,7 @@
##### Artikel 25
1. Een luchthaven die gebruikt wordt door een mla en het gebruik hiervan voldoen, onverminderd het bepaalde in [§ 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=2&z=2015-01-28&g=2015-01-28), aan de volgende eisen:
1. Een luchthaven die gebruikt wordt door een mla en het gebruik hiervan voldoen, onverminderd het bepaalde in [§ 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=2&z=2015-07-01&g=2015-07-01), aan de volgende eisen:
- a. voor het landen en opstijgen is een baan beschikbaar met een lengte van ten minste 200 meter en een breedte van ten minste 30 meter;
@@ -518,13 +524,15 @@
- e. de luchthaven is zodanig gelegen dat ter weerszijden van de strook geen obstakels steken door een denkbeeldig vlak dat met de lengte van de strook als basis, oploopt met een helling van 1:5 (hoogte:afstand) en aansluit op het horizontale vlak, bedoeld in onderdeel c.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een terrein voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik dat gebruikt wordt door een mla.
2. Indien een luchthaven als bedoeld in het eerste lid eveneens gebruikt wordt door een vliegtuig, niet zijnde een mla, met een maximaal startgewicht van 890 kg, zijn, in afwijking van het eerste lid, de artikelen 10, 11, 12, 14a en 14b van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de voorschriften en aanbevelingen van onderdeel 9.2 van deel I van bijlage 14 niet van toepassing zijn.
3. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een terrein voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik dat gebruikt wordt door een mla.
#### § 4. Mla’s
##### Artikel 26
1. Een luchthaven die gebruikt wordt door een gemotoriseerd schermvliegtuig en het gebruik hiervan voldoen, onverminderd het bepaalde in [§ 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=2&z=2015-01-28&g=2015-01-28), aan de volgende eisen:
1. Een luchthaven die gebruikt wordt door een gemotoriseerd schermvliegtuig en het gebruik hiervan voldoen, onverminderd het bepaalde in [§ 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=2&z=2015-07-01&g=2015-07-01), aan de volgende eisen:
- a. voor het landen en opstijgen is een baan beschikbaar met een lengte van ten minste 70 meter en een breedte van ten minste 25 meter;
@@ -542,7 +550,7 @@
##### Artikel 27
1. Een luchthaven die gebruikt wordt door een vrije ballon en het gebruik hiervan voldoen, onverminderd het bepaalde in [§ 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=2&z=2015-01-28&g=2015-01-28), aan de volgende eisen:
1. Een luchthaven die gebruikt wordt door een vrije ballon en het gebruik hiervan voldoen, onverminderd het bepaalde in [§ 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=2&z=2015-07-01&g=2015-07-01), aan de volgende eisen:
- a. de luchthaven is zodanig gelegen dat in de richting van de opstijging eventuele obstakels met een hoogteverschil van ten minste 15 meter overvaren kunnen worden;
@@ -554,17 +562,17 @@
- e. een opstijging van een vrije ballon die door middel van een kabel tijdelijk is bevestigd aan het aardoppervlak wordt alleen gevoerd bij windsnelheden van minder dan 3 meter/seconden, de vrije ballon mag daarbij niet hoger stijgen dan 50 meter boven het aardoppervlak.
2. [Artikel 20, eerste lid, onderdeel a, het derde tot en met het achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=20&z=2015-01-28&g=2015-01-28) en [artikel 22, eerste lid, onderdeel c, onder 3, 4 en 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=22&z=2015-01-28&g=2015-01-28) zijn niet van toepassing op een luchthaven als bedoeld in het eerste lid.
2. [Artikel 20, eerste lid, onderdeel a, het derde tot en met het achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=20&z=2015-07-01&g=2015-07-01) en [artikel 22, eerste lid, onderdeel c, onder 3, 4 en 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=22&z=2015-07-01&g=2015-07-01) zijn niet van toepassing op een luchthaven als bedoeld in het eerste lid.
3. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een terrein voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik dat gebruikt wordt door een vrije ballon.
4. [Artikel 20, eerste lid, onderdeel a en het zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=20&z=2015-01-28&g=2015-01-28) zijn niet van toepassing op een terrein als bedoeld in het derde lid.
4. [Artikel 20, eerste lid, onderdeel a en het zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=20&z=2015-07-01&g=2015-07-01) zijn niet van toepassing op een terrein als bedoeld in het derde lid.
#### § 6. Vrije ballonnen
##### Artikel 28
1. Een waterluchthaven en het gebruik hiervan voldoen, onverminderd het bepaalde in [§ 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=2&z=2015-01-28&g=2015-01-28), aan de volgende eisen:
1. Een waterluchthaven en het gebruik hiervan voldoen, onverminderd het bepaalde in [§ 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=2&z=2015-07-01&g=2015-07-01), aan de volgende eisen:
- a. in het betreffende watergebied is een baan geprojecteerd met een lengte van ten minste 1000 meter;
@@ -576,7 +584,7 @@
- e. de luchthaven is zodanig gelegen dat ter weerszijden van de baan geen obstakels steken door een denkbeeldig vlak dat met de lengte van de baan als basis, oploopt met een helling van 1:5 (hoogte:afstand) tot een afstand van 150 meter.
2. [Artikel 22, eerste lid, onderdeel c, onder 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=22&z=2015-01-28&g=2015-01-28), is niet van toepassing op een luchthaven als bedoeld in het eerste lid.
2. [Artikel 22, eerste lid, onderdeel c, onder 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=22&z=2015-07-01&g=2015-07-01), is niet van toepassing op een luchthaven als bedoeld in het eerste lid.
3. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een terrein voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik dat gebruikt wordt door een watervliegtuig.
@@ -584,7 +592,7 @@
##### Artikel 29
1. Een luchthaven die gebruikt wordt door een zweefvliegtuig en het gebruik hiervan voldoen, onverminderd het bepaalde in [§ 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=2&z=2015-01-28&g=2015-01-28), aan de volgende eisen:
1. Een luchthaven die gebruikt wordt door een zweefvliegtuig en het gebruik hiervan voldoen, onverminderd het bepaalde in [§ 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=2&z=2015-07-01&g=2015-07-01), aan de volgende eisen:
- a. de lengte van de luchthaven is ten minste gelijk aan de lengte van de lierkabel;
@@ -618,19 +626,19 @@
##### Artikel 30
1. Het gebruik van een luchthaven door een zweefvliegtuig voldoet, onverminderd het bepaalde in [§ 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=2&z=2015-01-28&g=2015-01-28), aan de volgende eisen:
1. Het gebruik van een luchthaven door een zweefvliegtuig voldoet, onverminderd het bepaalde in [§ 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=2&z=2015-07-01&g=2015-07-01), aan de volgende eisen:
- a. gedurende het opstijgen en landen zijn er geen onbevoegde personen aanwezig op de lierbaan, de startplaats en de landingsplaats;
- b. de lierkabel wordt binnen de grenzen van de luchthaven in een rechte lijn uitgebracht;
- c. het opstijgen of doen opstijgen van een zweefvliegtuig door middel van een lier vindt alleen plaats indien de vallende lierkabel niet buiten de grens van de luchthaven of de veiligheidstrook, bedoeld in [artikel 29, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=8&artikel=29&z=2015-01-28&g=2015-01-28), kan vallen en geen letsel aan personen of schade aan zaken zal kunnen veroorzaken;
- c. het opstijgen of doen opstijgen van een zweefvliegtuig door middel van een lier vindt alleen plaats indien de vallende lierkabel niet buiten de grens van de luchthaven of de veiligheidstrook, bedoeld in [artikel 29, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=8&artikel=29&z=2015-07-01&g=2015-07-01), kan vallen en geen letsel aan personen of schade aan zaken zal kunnen veroorzaken;
- d. het afwerpen van de sleepkabel door een sleepvliegtuig vindt alleen plaats als de sleepkabel niet buiten de grens van de luchthaven kan vallen en geen letsel aan personen of schade aan zaken zal kunnen veroorzaken;
- e. behoudens in geval van de koppeling van een zweefvliegtuig aan een sleepvliegtuig, is het gelijktijdig landen of starten van een zweefvliegtuig, een TMG of een sleepvliegtuig niet toegestaan.
2. [Artikel 22, eerste lid, onderdeel c, onder 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=22&z=2015-01-28&g=2015-01-28), is niet van toepassing op een luchthaven als bedoeld in het eerste lid.
2. [Artikel 22, eerste lid, onderdeel c, onder 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=22&z=2015-07-01&g=2015-07-01), is niet van toepassing op een luchthaven als bedoeld in het eerste lid.
3. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een terrein voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik dat gebruikt wordt door een zweefvliegtuig met dien verstande dat:
@@ -650,7 +658,7 @@
##### Artikel 31
1. Een luchthaven die gebruikt wordt door een landbouwluchtvaartuig en het gebruik hiervan voldoen, onverminderd het bepaalde in [§ 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=2&z=2015-01-28&g=2015-01-28), aan de volgende eisen:
1. Een luchthaven die gebruikt wordt door een landbouwluchtvaartuig en het gebruik hiervan voldoen, onverminderd het bepaalde in [§ 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=2&z=2015-07-01&g=2015-07-01), aan de volgende eisen:
- a. voor het landen en opstijgen is een strook beschikbaar met een lengte die ten minste gelijk is aan de startlengte als vermeld in het vlieghandboek behorende bij het betreffende luchtvaartuig;
@@ -674,7 +682,7 @@
##### Artikel 32
1. Een luchthaven die gebruikt wordt door een luchtschip dat op zeeniveau in de internationale standaard-atmosfeer in geheel gevulde toestand een afmeting heeft van meer dan 5 meter of een inhoud van meer dan 4 kubieke meter, en het gebruik hiervan voldoen, onverminderd het bepaalde in [§ 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=2&z=2015-01-28&g=2015-01-28), aan de volgende eisen:
1. Een luchthaven die gebruikt wordt door een luchtschip dat op zeeniveau in de internationale standaard-atmosfeer in geheel gevulde toestand een afmeting heeft van meer dan 5 meter of een inhoud van meer dan 4 kubieke meter, en het gebruik hiervan voldoen, onverminderd het bepaalde in [§ 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=2&z=2015-07-01&g=2015-07-01), aan de volgende eisen:
- a. de luchthaven bevat een obstakelvrij grondvlak in de vorm van een cirkel met een straal van ten minste de lengte van het luchtschip;
@@ -690,19 +698,19 @@
##### Artikel 33
1. Onverminderd het bepaalde in [§ 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=2&z=2015-01-28&g=2015-01-28), zijn de eisen, bedoeld in [artikel 31, eerste lid, onderdelen a tot en met e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=9&artikel=31&z=2015-01-28&g=2015-01-28), van overeenkomstige toepassing op een luchthaven die gebruikt wordt door een onbemand vliegtuig van maximaal 150 kilogram, met dien verstande dat de lengte van de strook, bedoeld in onderdeel a, niet minder is dan 100 meter en de breedte van de strook, bedoeld in onderdeel b, niet minder is dan 10 meter.
2. Onverminderd het bepaalde in [§ 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=2&z=2015-01-28&g=2015-01-28), is de eis, bedoeld in [artikel 32, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=10&artikel=32&z=2015-01-28&g=2015-01-28), van overeenkomstige toepassing op een luchthaven die gebruikt wordt door een onbemand luchtschip van maximaal 150 kilogram.
3. Onverminderd het bepaalde in [§ 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=2&z=2015-01-28&g=2015-01-28), zijn de eisen, bedoeld in [artikel 24, met uitzondering van onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=24&z=2015-01-28&g=2015-01-28), van overeenkomstige toepassing op een luchthaven die gebruikt wordt door een onbemande helikopter van maximaal 150 kilogram.
4. Een luchthaven die gebruikt wordt door een onbemand luchtvaartuig van maximaal 150 kilogram is zodanig gelegen dat:
1. Onverminderd het bepaalde in [§ 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=2&z=2015-07-01&g=2015-07-01), zijn de eisen, bedoeld in [artikel 31, eerste lid, onderdelen a tot en met e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=9&artikel=31&z=2015-07-01&g=2015-07-01), van overeenkomstige toepassing op een luchthaven die gebruikt wordt door een onbemand vliegtuig van maximaal 150 kilogram, met dien verstande dat de lengte van de strook, bedoeld in onderdeel a, niet minder is dan 100 meter en de breedte van de strook, bedoeld in onderdeel b, niet minder is dan 10 meter.
2. Onverminderd het bepaalde in [§ 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=2&z=2015-07-01&g=2015-07-01), is de eis, bedoeld in [artikel 32, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=10&artikel=32&z=2015-07-01&g=2015-07-01), van overeenkomstige toepassing op een luchthaven die gebruikt wordt door een onbemand luchtschip van maximaal 150 kilogram.
3. Onverminderd het bepaalde in [§ 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=2&z=2015-07-01&g=2015-07-01), zijn de eisen, bedoeld in [artikel 24, met uitzondering van onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=24&z=2015-07-01&g=2015-07-01), van overeenkomstige toepassing op een luchthaven die gebruikt wordt door een onbemande helikopter van maximaal 150 kilogram.
4. Een luchthaven die gebruikt wordt door een RPA van maximaal 150 kilogram is zodanig gelegen dat:
- a. tijdens de start- en landingsfase een vrij uitzicht op de luchthaven mogelijk is;
- b. in de nabije omgeving van de luchthaven geen obstakels aanwezig zijn die een belemmering vormen voor het veilige gebruik van de luchthaven.
5. [Artikel 22, eerste lid, onderdeel c, onder 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=22&z=2015-01-28&g=2015-01-28), is niet van toepassing op een luchthaven als bedoeld in het eerste tot en met het derde lid.
5. [Artikel 22, eerste lid, onderdeel c, onder 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=22&z=2015-07-01&g=2015-07-01), is niet van toepassing op een luchthaven als bedoeld in het eerste tot en met het derde lid.
6. Het eerste tot en met het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een terrein voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik dat gebruikt wordt door een van de in deze leden bedoelde luchtvaartuigen.
@@ -710,7 +718,7 @@
##### Artikel 34
1. Een luchthaven die gebruikt wordt door een gyroplane en het gebruik hiervan voldoen, onverminderd het bepaalde in [§ 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=2&z=2015-01-28&g=2015-01-28), aan de volgende eisen:
1. Een luchthaven die gebruikt wordt door een gyroplane en het gebruik hiervan voldoen, onverminderd het bepaalde in [§ 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=2&z=2015-07-01&g=2015-07-01), aan de volgende eisen:
- a. voor het landen en opstijgen is een baan beschikbaar met een lengte die ten minste gelijk is aan de startlengte die vermeld is in het vlieghandboek van het betreffende luchtvaartuig, doch niet minder dan 200 meter en een breedte van ten minste 30 meter;
@@ -736,7 +744,7 @@
##### Artikel 36
1. De minister kan ontheffing verlenen van de voorschriften die op grond van [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3&z=2015-01-28&g=2015-01-28) gelden voor een terrein voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik. Deze ontheffing wordt slechts verleend indien:
1. De minister kan ontheffing verlenen van de voorschriften die op grond van [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3&z=2015-07-01&g=2015-07-01) gelden voor een terrein voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik. Deze ontheffing wordt slechts verleend indien:
- a. als gevolg van bijzondere omstandigheden de voorschriften in redelijkheid geen toepassing kunnen vinden, en
@@ -796,7 +804,7 @@
##### Artikel 30a
1. Een luchthaven die gebruikt wordt door een zeilvliegtuig of schermzweeftoestel en het gebruik hiervan voldoen, onverminderd het bepaalde in [§ 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=2&z=2015-01-28&g=2015-01-28), aan de volgende eisen:
1. Een luchthaven die gebruikt wordt door een zeilvliegtuig of schermzweeftoestel en het gebruik hiervan voldoen, onverminderd het bepaalde in [§ 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=2&z=2015-07-01&g=2015-07-01), aan de volgende eisen:
- a. de luchthaven is vrij van obstakels en oneffenheden welke gevaar kunnen opleveren bij een afgebroken start of noodlanding;
@@ -820,7 +828,7 @@
##### Artikel 30b
1. Het gebruik van een luchthaven door een zeilvliegtuig of schermzweeftoestel voldoet, onverminderd het bepaalde in [§ 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=2&z=2015-01-28&g=2015-01-28), aan de volgende eisen:
1. Het gebruik van een luchthaven door een zeilvliegtuig of schermzweeftoestel voldoet, onverminderd het bepaalde in [§ 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=2&z=2015-07-01&g=2015-07-01), aan de volgende eisen:
- a. gedurende het opstijgen en landen zijn er geen onbevoegde personen en obstakels aanwezig op de lierbaan, de startplaats en de landingsplaats;
@@ -836,7 +844,7 @@
- g. de lierhoogte overschrijdt niet de ter plaatse geldende minimum vlieghoogte, tenzij een NOTAM is uitgegeven of een publicatie in de luchtvaartgids heeft plaatsgevonden inhoudende de vermelding van locatie, lierhoogte en telefoonnummer.
2. [Artikel 22, eerste lid, onderdeel c, onder 1, 3, 4 en 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=22&z=2015-01-28&g=2015-01-28) zijn niet van toepassing op een luchthaven als bedoeld in het eerste lid.
2. [Artikel 22, eerste lid, onderdeel c, onder 1, 3, 4 en 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026570&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=22&z=2015-07-01&g=2015-07-01) zijn niet van toepassing op een luchthaven als bedoeld in het eerste lid.
3. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een terrein voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik dat gebruikt wordt door een zeilvliegtuig of schermzweeftoestel.
2015-01-28
Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen
2014-08-01
Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen — arts. 6, 18,
2013-07-01
Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen — arts. 6, 18,
2012-07-24
Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen
2010-07-06
Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen
2009-11-01
Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen — arts. 1, 1, 2
2009-11-01
Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen — versión or
original version
Tekst op deze datum