Wijzigingsgeschiedenis
Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba
13 versions
· 2026-01-01
2026-01-01
Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba — ar
2025-04-01
Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba — ar
2024-08-07
Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba — ar
2024-07-01
Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba — ar
2024-02-09
Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba — ar
2023-10-01
Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba — ar
2019-10-01
Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba — ar
2015-10-01
Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba — ar
2015-02-19
Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba — ar
2014-01-21
Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba — ar
2012-07-01
Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba — ar
2010-10-08
Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba — ar
Wijzigingen op 2010-10-08
@@ -4405,3599 +4405,3 @@
De IND-BES unit doet de ingekomen klacht zoveel mogelijk informeel af, waarbij de IND unit Caribisch Nederland in samenspraak met de klager een oplossing zoekt. Van de informeel gemaakte afspraken wordt een telefoonnotitie gemaakt. Hierin wordt vastgelegd of de klager akkoord gaat dat de IND unit Caribisch Nederland de klacht als afgehandeld mag beschouwen. De klager wordt de telefoonnotitie toegezonden. Indien de klager niet akkoord gaat met een informele afdoening, wordt schriftelijk aangegeven of de klacht als gegrond of ongegrond wordt beschouwd. Als de klager niet tevreden is over de klachtafhandeling of indien de klachtafhandeling niet tijdig heeft plaatsgevonden, kan de klager zich wenden tot de Nationale ombudsman.
### Modellen CTU-BES
De periode genoemd onder d wordt niet als onderbroken beschouwd door een verblijf buiten de openbare lichamen voor studiedoeleinden of wegens geneeskundige behandeling. In dat geval zijn de bepalingen van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) niet van toepassing.
Als de Nederlander niet binnen een jaar na de voltooiing van zijn studie of de beëindiging van de geneeskundige behandeling is teruggekeerd naar de openbare lichamen, dan wordt de vreemdeling geacht zijn hoofdverblijf te hebben verplaatst. De bepalingen van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) zijn in dat geval wel op die vreemdeling van toepassing.
### 2.3. Toelating van rechtswege van Nederlanders
### 2.3.1. Toepassing van [artikel 5a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5a)
Nederlanders mogen zonder toelating van rechtswege toegekend in de openbare lichamen verblijven gedurende een periode van maximaal zes maanden binnen een tijdvak van een jaar (zie [artikel 5a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5a) en artikel 1 Regeling van de Minister van Justitie, houdende wijziging van het Besluit toelating en uitzetting BES). In dit geval is wel sprake van toelating van rechtswege, maar is deze alleen niet toegekend middels het verstrekken van een verklaring waaruit dat blijkt.
Meerderjarige Nederlanders op wie de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) van toepassing is hebben toelating van rechtswege als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
### 3. Bijzondere categorieën
### 3.1. Bijzondere categorieën
Gedurende de tijd dat de openbare lichamen met toestemming van de bevoegde autoriteit wordt aangedaan.
Zolang de echtgenoot niet van tafel en bed is gescheiden.
De ongehuwde partner, van vreemde nationaliteit, van een vreemdeling die van rechtswege toelating heeft, kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd aanvragen voor een verblijfsdoel verband houdend met gezinshereniging bij partner. De geldigheidsduur van deze verblijfsvergunning is in beginsel een jaar. Als de hoofdpersoon korter dan een jaar van rechtswege is toegelaten, dan is de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning van de ongehuwde partner daarop afgestemd. Dit geldt ook voor de minderjarige kinderen, als deze kinderen zelf niet de Nederlandse nationaliteit hebben.
### 3.2.1. Indiening van de aanvraag
Om voor een verklaring in aanmerking te komen waaruit blijkt dat de toelating van rechtswege is toegekend moet een daartoe strekkende aanvraag worden ingediend bij de IND unit Caribisch Nederland middels model MBES8 CTU-BES.
### 3.2.2. Vereiste bescheiden
### 3.2.3. Verklaring
### 3.2.4. Einde toelating van rechtswege
Ten aanzien van de in [artikel 3, vijfde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) genoemde categorie geldt dat als de Nederlander niet langer beschikt over huisvesting dan wel over voldoende middelen van bestaan, de toelating van rechtswege eindigt.
Ten aanzien van de in [artikel 3, zesde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) genoemde categorie geldt dat als één van de ouders niet langer voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 3, vijfde lid, WTU-BES, de toelating van rechtswege van de minderjarige Nederlandse kinderen van die ouder eindigt.
Als de toelating van rechtswege is geëindigd, betekent dit dat ook de afhankelijke toelating van de echtgeno(o)t(e) en minderjarige kinderen is geëindigd. Dit geldt echter niet voor echtgenoten die zelf op basis van [artikel 3 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) van rechtswege zijn toegelaten (zie [artikel 13 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=13)).
Als een vreemdeling, van wie de toelating van rechtswege is geëindigd, een minderjarig kind heeft dat niet zelf toelating van rechtswege heeft op grond van [artikel 3, eerste lid, onder g, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3), eindigt ook de toelating van dit minderjarige kind. Dat is ook het geval als dit kind buiten de openbare lichamen verblijft voor studiedoeleinden of wegens geneeskundige behandeling (zie [artikel 4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=4), juncto [artikel 13 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=13)).
### 4. Verblijf in de vrije termijn
### 4.1. Algemeen
### 4.2. Categorieën
Op grond van [artikel 4.2, tweede lid BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.2) zijn toeristen onderworpen aan de bepalingen die gelden voor vreemdelingen die tot verblijf bij vergunning verleend zijn toegelaten. Zie hiervoor [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=3&z=2012-07-01&g=2012-07-01) CTU-BES.
### 4.3. Verklaring
Behalve voor de categorieën als genoemd in paragraaf 4.2 geldt er op grond van [artikel 4.4 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.4) voor sommige gevallen een afwijkende termijn gedurende welke het aan vreemdelingen is toegestaan in de vrije termijn in de openbare lichamen te verblijven:
Voor deze situatie gelden aanvullend de volgende voorwaarden:
Bijzondere omstandigheden zijn in ieder geval niet:
### Hoofdstuk 3. Toelating bij vergunning verleend
### 1. De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
### 1.1. Inleiding
Deze beperkingen kunnen nader worden omschreven bij de verlening van de verblijfsvergunning (zie [artikel 5.2, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2)).
Voor welke situaties is [artikel 5.2, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2)**niet** bedoeld?
### 1.3. Ingangsdatum
### 1.4. Arbeidsmarktaantekening
### 1.7. Voorschriften
De uitvoering gaat als volgt:
De vreemdeling moet met een schriftelijk bewijsstuk aantonen dat hij voldoende verzekerd is tegen ziektekosten, met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting. Een voorschrift tot het voldoende verzekerd zijn tegen ziektekosten wordt altijd aan de verblijfsvergunning verbonden.
### 1.8. De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend voor ten hoogste één jaar en kan telkens met ten hoogste één jaar worden verlengd ([artikel 5.26 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.26)).
### 1.9.1. Mvv-vereiste
### 1.9.1.1. Vrijstellingen
De persoon die feitelijk in de openbare lichamen verblijft en bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba een [artikel 17 RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=17) verzoek heeft ingediend tot vaststelling van zijn vermeende Nederlanderschap, wordt in het algemeen niet de openbare lichamen uitgezet als dat verzoek naar het oordeel van Minister van Justitie niet klaarblijkelijk van elke grond ontbloot is. In dat geval kan de vreemdeling, onder omstandigheden, in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, in afwachting van de beslissing op het artikel 17 RWN verzoek.
Het gezinslid wordt vrijgesteld van het mvv-vereiste als:
### 1.9.1.2. Toetsing van de vrijstellingscategorie
### 1.9.2. Geldig document voor grensoverschrijding
Bij de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd legt de vreemdeling in ieder geval een geldig document voor grensoverschrijding over (zie [artikel 5.50, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.50)). Als de vreemdeling dat niet overlegt, krijgt hij de gelegenheid om gedurende een redelijke termijn van vier weken de aanvraag aan te vullen door alsnog een geldig document voor grensoverschrijding te overleggen, voordat op de aanvraag wordt beslist. De redelijke termijn is in dit geval in beginsel vier weken. In bepaalde omstandigheden kan een kortere termijn worden gesteld, bijvoorbeeld als de vreemdeling snel kan worden uitgezet of als het een herhaalde aanvraag is.
Er wordt geen vrijstelling verleend om de enkele reden dat:
### 1.9.3. Middelen van bestaan
### 1.9.3.1. Zelfstandige middelen van bestaan
Of de betreffende arbeid als zelfstandige wettelijk is toegestaan moet worden aangetoond door overlegging van:
### 1.9.3.2. Duurzaamheid middelen van bestaan
Middelen van bestaan verkregen uit eigen vermogen zijn duurzaam, als zij gedurende een aaneengesloten periode van één jaar beschikbaar zijn geweest en nog één jaar beschikbaar zijn op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven (zie [artikel 5.34, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.34)).
### 1.9.3.3. Voldoende middelen van bestaan
Beleidsregels:
Bij de berekening van het totale inkomen worden alle bestanddelen van het inkomen (dus ook inkomsten uit bijvoorbeeld een nevenbetrekking) meegeteld als deze zelfstandig verworven en duurzaam beschikbaar zijn.
### 1.9.4. Openbare orde en nationale veiligheid
### 1.9.4.1. Eerste verblijfsaanvaarding
De aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan worden afgewezen als:
### 1.9.5. Medisch onderzoek
Als de vreemdeling niet bereid is onderzoek naar of behandeling van tuberculose te ondergaan of daaraan niet meewerkt wordt aangenomen dat het algemeen belang zich verzet tegen verlening van de vergunning (zie [artikel 5.35, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.35)).
Als TBC wordt vastgesteld, is dat op zichzelf geen grond om de aanvraag af te wijzen. Het gaat alleen om de bereidheid een onderzoek naar TBC dan wel behandeling van TBC te ondergaan of daaraan mee te werken.
Als blijkt dat de vreemdeling niet bereid is om het TBC-formulier te ondertekenen dan wordt de aanvraag afgewezen. Als de vreemdeling het TBC-formulier wel heeft ondertekend en voldoet aan de overige voorwaarden van het beoogde verblijfsdoel kan de verblijfsvergunning worden verleend. De IND unit Caribisch Nederland stelt achteraf vast, op basis van informatie verkregen van de arts, of de vreemdeling aan de verplichting om een TBC-onderzoek te ondergaan heeft voldaan. Als achteraf blijkt dat de vreemdeling ondanks ondertekening van het TBC-formulier niet daadwerkelijk bereid is gebleken onderzoek naar TBC of behandeling daarvan te ondergaan of daaraan mee te werken, wordt de verblijfsvergunning ingetrokken op grond van het algemeen belang wegens het verstrekken van onjuiste gegevens (zie [artikel 14, onder c, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=14)).
### 1.9.6. Niet voldoen aan de beperking
### 1.10. Gevolgen van de afwijzing
Als een vreemdeling geen verblijfsvergunning (meer) heeft en het hem niet is toegestaan de beslissing op de openbare lichamen af te wachten, moet de vreemdeling uit zichzelf de openbare lichamen verlaten binnen een gestelde termijn (zie [artikel 16a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16a)). Mocht de vreemdeling hier geen gehoor aan geven, dan kan hij worden uitgezet (zie [artikel 16 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16)).
Het besluit moet wel aan de vreemdeling bekend worden gemaakt. Als de vreemdeling een rechtsmiddel heeft ingesteld tegen de afwijzing, dan heeft het aangetekende bezwaar of ingestelde beroep geen opschortende werking. Dit is alleen het geval als de vreemdeling door een beslissing van Onze Minister of door een rechterlijke beslissing de vervolgprocedure in de openbare lichamen mag afwachten. Op grond van [artikel 19 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=19) is de termijn voor het instellen van een rechtsmiddel (bezwaar of beroep) vier weken. Op grond van [artikel 16, tweede lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16) kan van de vreemdeling medewerking worden gevorderd aan de voorbereiding van het vertrek uit de openbare lichamen.
### 1.11. Vertrektermijn
### 1.12. Verlenging en intrekking van de verblijfsvergunning voor (on)bepaalde tijd
### 1.12.1. Verlengen van de vergunning
Als de te late indiening van de aanvraag of de te late verstrekking van de noodzakelijke gegevens of bescheiden niet aan de vreemdeling toe te rekenen is, wordt gebruik gemaakt van de bevoegdheid om de verblijfsvergunning te verlengen in aansluiting op de verlopen vergunning.
### 1.12.2. Wijzigen van de vergunning
Een aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt op grond van [artikel 14, onder c, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=14) niet afgewezen, als de vreemdeling niet of niet langer beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding en naar het oordeel van Onze Minister heeft aangetoond dat hij niet of niet meer in het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding kan worden gesteld (zie [artikel 5.39 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.39)). Wat geldt voor het verlenen van de verblijfsvergunning (zie paragraaf 1.9.2) geldt ook voor de verlenging van de verblijfsvergunning. Als eerder bij de verlening van een verblijfsvergunning het ontbreken van een geldig document voor grensoverschrijding niet is tegengeworpen, moet bij de wijzigings- of verlengingsaanvraag beoordeeld worden of de vreemdeling inmiddels wel in het bezit kan worden gesteld van een geldig document voor grensoverschrijding of daarvan wederom kan worden vrijgesteld. De situatie kan namelijk zijn gewijzigd.
### 1.12.3. Gronden intrekking
Van vergaande behoeftigheid is bijvoorbeeld sprake als de vreemdeling tot bedelarij en/of landloperij (geen onderkomen) is vervallen.
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd die is verleend onder de beperking gezinshereniging of gezinsvorming, wordt niet ingetrokken op de enkele grond dat de samenwoning tijdelijk is verbroken, als de vreemdeling de persoon bij wie verblijf is toegestaan wegens gewelddaden heeft verlaten. Dit geldt niet als sinds de verbreking van de samenwoning een jaar is verstreken (zie [artikel 5.44 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.44)).
Voordat tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt overgegaan moet de vreemdeling in de gelegenheid gesteld worden om zijn zienswijze naar voren te brengen. Als de vreemdeling onvindbaar is kan de IND unit Caribisch Nederland direct tot intrekking van de verblijfsvergunning overgaan.
### 1.12.3.2. Voortzetting verblijf na intrekking verblijfsvergunning
De aanvraag van de vreemdeling wiens verblijfsvergunning is ingetrokken, maar waarbij de aanvraag nog is ontvangen binnen de redelijke termijn van zes maanden na de datum waarop de intrekkingsbeschikking is bekendgemaakt, wordt getoetst aan de voorwaarden voor voortzetting van verblijf. Het valt onder de categorie **‘niet-tijdig maar binnen de redelijke termijn’**. De aanvraag is slechts tijdig als deze is ingediend vóór het tijdstip tot wanneer de verblijfsvergunning is ingetrokken. Als de verblijfsvergunning is ingetrokken tot en met de datum waarop zij is verleend, kan betrokkene per definitie niet tijdig een verlengingsaanvraag indienen. De aanvraag wordt in deze gevallen aangemerkt als een aanvraag om eerste toelating.
### 2. De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd
### 2.1. Algemeen
### 2.2. Systematiek
Bepalend is de vraag of de vreemdeling al dan niet toelating van rechtswege heeft gehad gedurende een ononderbroken periode van ten minste vijf jaren. Als dit zo is, dan wordt de vergunning voor onbepaalde tijd verleend.
Volgens [artikel 14 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=14) kan de verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd door Onze Minister worden ingetrokken, bij een met reden omklede beslissing, in de volgende gevallen:
### 3. Procedurele bepalingen
### 3.1. De mvv-aanvraag
In ieder geval zal geen bestendig verblijf worden aangenomen indien de vreemdeling in het bezit is van een toeristen- of zakenvisum.
### 3.1.1. Aanvraagprocedure mvv ingediend door de vreemdeling
Na ontvangst van de aanvraag gaat de IND unit Caribisch Nederland aan de hand van de door de vreemdeling verstrekte gegevens na of een (in de openbare lichamen woonachtige) referent bekend is. Als dat het geval is, dan wordt (behoudens bijzondere omstandigheden) de referent door de IND unit Caribisch Nederland schriftelijk in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken de vereiste gegevens en bescheiden in te dienen. Als de referent van deze gelegenheid geen gebruik maakt, of niet alle gevraagde stukken overlegt, wordt hem éénmaal een hersteltermijn van twee weken verleend. Na ommekomst van de hersteltermijn beziet de IND unit Caribisch Nederland of de gevraagde documenten zijn overgelegd, en of deze documenten in orde zijn. Zonodig vindt onderzoek plaats naar de inhoud of authenticiteit van de overgelegde stukken.
### 3.1.2. Aanvraagprocedure mvv ingediend door de referent
Als wordt voldaan aan de toelatingsvoorwaarden voor het gevraagde verblijfsdoel, machtigt de IND unit Caribisch Nederland onder voorbehoud de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging om de mvv af te geven. Dit voorbehoud houdt in, dat door nader onderzoek door de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging naar de authenticiteit van de originele buitenlandse bewijsstukken betreffende de staat van personen en van het document voor grensoverschrijding, de identiteit van de vreemdeling komt vast te staan en dat zich ook verder geen feiten of omstandigheden voordoen die zich tegen de afgifte van de mvv verzetten.
Als het onderzoek de authenticiteit van de desbetreffende documenten bevestigt en zich ook overigens geen feiten of omstandigheden voordoen die zich tegen de afgifte van de mvv verzetten, wordt de mvv afgegeven.
### 3.1.3. Afgifte mvv
De mvv wordt afgegeven door de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het buitenland. De mvv kan alleen worden afgegeven na de kennisgeving van de IND unit Caribisch Nederland. Deze machtiging is drie maanden geldig te rekenen vanaf de datum van dagtekening van het bericht van de IND unit Caribisch Nederland aan de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging om een mvv te verstrekken. Binnen die drie maanden moet de vreemdeling de mvv hebben afgehaald. Als de vreemdeling zich niet binnen drie maanden bij de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging heeft vervoegd voor de afgifte van de mvv, zal een nieuwe aanvraag om een mvv moeten worden ingediend. Als de afgifte van de mvv plaats heeft gevonden binnen die drie maanden, heeft de vreemdeling vervolgens drie maanden, vanaf datum afgifte mvv, om naar de openbare lichamen te reizen.
### 3.1.4. Samenloop aanvraagprocedures
Als een vreemdeling een aanvraag heeft indiend om verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd om redenen verband houdend met bescherming, kan hij geen aanvraag om toelating doen op andere gronden dan voorzien bij [artikel 12a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a) zolang niet onherroepelijk is beslist op de aanvraag om toelating verband houdend met artikel 12a WTU-BES.
### 3.1.5. Mvv en verlening verblijfsvergunning bepaalde tijd
### 3.2. De aanvraag om een verblijfsvergunning voor (on)bepaalde tijd
Een herhaalde aanvraag kan op grond van [artikel 8 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=8) worden afgewezen. Deze aanvraag kan zich in verschillende vormen voordoen.
### 3.2.1. De vereisten voor het indienen van de aanvraag
De aanvraag tot verlening, verlenging, vervanging of vernieuwing van een verblijfsvergunning wordt schriftelijk ingediend door middel van een formulier, waarvan het model bij ministeriële regeling is vastgesteld ([artikel 7, lid 2, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7) en [artikel 5.47, lid 1, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.47)). Als de aanvraag niet is ingediend middels het juiste aanvraagformulier kan de aanvraag onder omstandigheden buiten behandeling worden gesteld.
### 3.3. Aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd
Als de vreemdeling aangeeft op grond van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd zonder beperking in de openbare lichamen te willen verblijven, dan moet hij in de gelegenheid worden gesteld om de aanvraag nader aan te vullen met een concreet verblijfsdoel. Ook moet hij de aanvraag nader met gegevens en bescheiden onderbouwen. De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt niet zonder beperking verleend, maar altijd onder een beperking die verband houdt met een specifiek verblijfsdoel (zie [artikel 5.2 BTU BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2)).
### 3.4. Onderbouwende gegevens en bescheiden
Bij de indiening van de aanvraag legt de vreemdeling een geldig document voor grensoverschrijding over en verstrekt hij de gegevens en bescheiden waarmee wordt aangetoond dat hij voldoet aan de voorwaarden (zie [artikel 5.50, lid 1, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.50)). Uitgangspunt is dat de vreemdeling een complete aanvraag indient. De vreemdeling draagt de verantwoordelijkheid om zich op de hoogte te stellen welke gegevens nodig zijn.
### 3.5. Specifieke bepalingen procedure verblijfsvergunning (on)bepaalde tijd
De vreemdeling moet hiervoor langs bij het IND-BES loket en aan het loket wordt een afspraak gemaakt met de vreemdeling voor het indienen van zijn aanvraag.
### 3.6. Leges
Een vreemdeling die een aanvraag indient tot het verlenen van een verblijfsvergunning onder een beperking gezinshereniging kan ontheven worden van de verplichting tot het betalen van leges. De vreemdeling moet een gerechtvaardigd beroep doen op artikel 8 EVRM. De hoofdpersoon bij wie de vreemdeling verblijf beoogd moet zijn financiële situatie met bewijsstukken aantonen. Hij moet aantonen dat hij niet over middelen beschikt om de leges te voldoen en dat hij de afgelopen drie jaren alles heeft gedaan om over de vereiste middelen te kunnen beschikken. Daarnaast moet hij ook aantonen dat hij op korte termijn niet zelf zal kunnen beschikken over de middelen om de leges te kunnen voldoen of door anderen in zijn omgeving. De vreemdeling moet bij het indienen van de aanvraag stukken overleggen waaruit dat blijkt. Als de vreemdeling zich beroept op vrijstelling van de leges maar bij de aanvraag geen stukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat hij de leges niet kan betalen, dan wordt hem herstel verzuim geboden. Als de vreemdeling vervolgens geen stukken overlegt dan wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld.
Als gelijktijdig aanvragen worden gedaan tot het verlengen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd en het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, dan moet de vreemdeling alleen de leges voor de afdoening van de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd betalen.
### 3.7.1. Herstel verzuim
Het bieden van herstel verzuim is niet nodig als van te voren al vast staat dat de vreemdeling niet aan een bepaalde inhoudelijke voorwaarde voldoet.
Dat geldt voor:
### 3.7.4. Bevoegdheid
### 3.7.5. Bekendmaking
### 3.7.5.1. Algemene regels
Wordt een beschikking gegeven waarbij aan de vreemdeling (voortzetting van) verblijf wordt toegestaan, geheel of gedeeltelijk in overeenstemming met een door hem ingediende aanvraag, dan moet de vreemdeling zich in persoon met de originele beschikking melden bij Burgerzaken voor uitreiking van het verblijfsdocument.
Als verblijfsdocument in de zin van [artikel 7, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7) wordt aangemerkt de Sédula.
De Sédula wordt afgegeven door Burgerzaken. Voor afgifte van de Sédula moet de vreemdeling zich in persoon melden bij Burgerzaken en daar de originele beschikking tonen waarbij de verblijfsvergunning is verleend. Het verblijfsdocument wordt alleen in persoon aan de vreemdeling uitgereikt. Een eventuele eerder afgegeven Sédula moet dan worden ingeleverd. Als sprake is van vermissing van de oude Sédula moet ook (een kopie van) een proces-verbaal van aangifte van vermissing daarvan worden overgelegd. Als de vreemdeling minderjarig is, moet het verblijfsdocument door de wettelijke vertegenwoordiger in het bijzijn van de minderjarige in ontvangst worden genomen.
### 3.7.5.2. Weigering verlenging en wijziging beperking
### 3.8. Overgangsrecht
### 3.8.1. Geldige verblijfstitels, verklaringen van verblijf van rechtswege en nvt-verklaringen
Een vergunning tot tijdelijk verblijf met als beperking een woonplaats, gelegen op Bonaire, Sint Eustatius of Saba, wordt, onder handhaving van de beperkingen en de geldigheidsduur, aangemerkt als een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571), met dien verstande dat de beperking met betrekking tot de woonplaats geacht wordt te zijn opgeheven.
### 3.8.2. In behandeling zijnde verzoeken
Een op het tijdstip van inwerkingtreding van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) in behandeling zijnd verzoek tot het verlenen, wijzigen of verlengen van een vergunning tot tijdelijk verblijf wordt aangemerkt als een aanvraag tot het verlenen, wjzigen of verlengen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van de WTU-BES.
Een op het tijdstip van inwerkingtreding van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) in behandeling zijnd verzoek tot het verstrekken van een verklaring van verblijf van rechtswege, ingediend bij de gezaghebber van Bonaire, Sint Eustatius of Saba, wordt aangemerkt als een aanvraag tot het verstrekken van een verklaring van verblijf van rechtswege op grond van de WTU-BES.
Gedurende vijf jaar na inwerkingtreding van het [BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599) wordt de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd in het kader van ‘voortgezet verblijf’ (zoals opgenomen in [artikel 5.2, lid 1 sub e, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2)) verleend aan de vreemdeling die:
### 3.8.4. Verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd na vijf jaar
### Hoofdstuk 4. Arbeid in loondienst
### 1. Inleiding
In [artikel 5.20 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.20) is geregeld in welke gevallen en onder welke voorwaarden een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend voor arbeid in loondienst, als er geen afwijzingsgronden van toepassing zijn. Als aan één of meer van de in artikel 5.20 BTU-BES genoemde verblijfsvoorwaarden niet is voldaan, of wanneer een algemene weigeringsgrond (zie [artikel 9 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9)) van toepassing is, is de Minister niet verplicht doch wel bevoegd de verblijfsvergunning te verlenen. De gevallen waarin van de bevoegdheid om de verblijfsvergunning te verlenen gebruik wordt gemaakt, worden aangegeven in de CTU-BES.
### 1.1. Samenhang tussen de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) en de [Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437)
Op grond van de [Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437) is een werkgever:
### 1.2. Meerdere werkgevers
Het werkgeversbegrip verwijst niet naar een juridische verhouding, gebaseerd op een arbeidsovereenkomst of aanstelling, maar naar de feitelijke situatie, waarbij een vreemdeling feitelijk arbeid verricht in opdracht van of voor een ander. Als gevolg van het brede werkgeversbegrip kunnen zich situaties voordoen dat een vreemdeling voor hetzelfde werk meerdere werkgevers heeft (uitzendarbeid, aanneming van werk). Met hetzelfde werk wordt hier letterlijk bedoeld hetzelfde werk (dus niet hetzelfde soort werk of dezelfde soort functie bij meerdere werkgevers). Als één van de werkgevers al beschikt over een TWV voor het betreffende werk, hoeven andere werkgevers geen TWV aan te vragen (zie voorbeeld 1). Als de vreemdeling meerdere werkgevers heeft als gevolg van het feit dat hij ook meerdere banen heeft, geldt dat elk van de werkgevers over een TWV moet beschikken voor de werkzaamheden die de vreemdeling voor die betreffende werkgever verricht (zie voorbeeld 2).
**Luciano verricht arbeid als metselaar bij bouwbedrijf A dat hem heeft ingeleend van bouwbedrijf B.**
### 2. Buitenlandse werknemers voor wie een TWV is vereist
Als er geen voor arbeid geldige verblijfsvergunning is aangevraagd, is dat een dwingende grond om een TWV te weigeren op grond van [artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d, Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437&artikel=8).
### 2.2. Vereiste bescheiden
De vreemdeling moet de volgende bescheiden overleggen:
### 2.3. Procedure bij het loket van IND-BES (1-loket procedure)
### 2.3.1. 1-loket procedure
De IND unit Caribisch Nederland stuurt de TWV-aanvraag ter behandeling door naar de SZW-BES unit. Deze voert een arbeidsmarkttoets uit en neemt een beslissing op de aanvraag om een TWV. Vervolgens wordt deze beslissing dan wel de TWV doorgestuurd naar de IND unit Caribisch Nederland.
### 2.3.2. Procedure gezinsleden bij het loket van IND-BES
Aanvragen om een mvv in het kader van gezinshereniging met een arbeidsmigrant worden eveneens bij het IND-BES loket ingediend als:
### 2.4. Samenhang beslissing aanvraag TWV en verblijfsvergunning
Een vreemdeling, die naar de openbare lichamen komt om arbeid in loondienst te verrichten, vraagt een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst aan bij de IND unit Caribisch Nederland. In de periode, gelegen tussen verlening van een TWV en de beslissing op de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning, is het de vreemdeling toegestaan de arbeid te verrichten waarvoor de TWV is afgegeven. Zolang geen beslissing op de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning is genomen, wordt hij daarom niet uit de openbare lichamen verwijderd. De verlening van een TWV betekent dat met de komst van een vreemdeling een wezenlijk belang is gediend. De verblijfsvergunning zal dan ook in principe worden verleend, tenzij één van de weigeringsgronden van [artikel 9 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9) van toepassing is.
Een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst wordt verleend voor een duur die maximaal gelijk is aan de duur van de TWV (zie [artikel 5.27 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.27)).
Het is van belang dat de ingangsdatum van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd zo veel mogelijk gelijk is aan de ingangsdatum van de TWV. Is dat niet zo, dan moet tijdig (d.w.z. voor afloop van de TWV waarvan verlening wordt beoogd), contact worden opgenomen met het loket van de IND unit Caribisch Nederland om verlenging van de verblijfsvergunning aan te vragen, als dat mogelijk is.
### 2.6. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 2.6.2. Arbeidsmarktaantekening
### 2.6.3. Voorschrift
Bij verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid
in loondienst, moet de schriftelijke garantstelling worden ondertekend door de werkgever, mits deze solvabel is.
Een werkgever wordt geacht solvabel te zijn als aan hem een TWV is verleend voor de door de vreemdeling te verrichten arbeid.
### 3. Buitenlandse werknemers voor wie een TWV niet is vereist
### 3.1. Verblijfsvoorwaarden
De voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst door deze categorie buitenlandse werknemers zijn (zie [artikel 5.20 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.20) en [artikel 3 Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437&artikel=3)):
### 3.2. Vrijgestelde categorieën vreemdelingen
Het verbod voor een werkgever om een vreemdeling zonder TWV arbeid te laten verrichten geldt niet voor een vreemdeling die beschikt over een verblijfsvergunning welke is voorzien van een aantekening van de Minister van Justitie waaruit blijkt dat aan die vergunning geen beperkingen zijn verbonden voor het verrichten van arbeid (zie [artikel 8,onder e, Besluit uitvoering Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=8)).
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst kan worden verleend aan een vreemdeling die in het bezit is van een arbeidsmarktaantekening ‘arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’ als hij in ieder geval voldoet aan de voorwaarden genoemd in [artikel 5.20, tweede lid, onder b, c en e, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.20).
### 4. Bijzondere categorieën vreemdelingen
### 4.1. Nederlandse zeeschepen
### 4.2. Internationale luchtvaart en scheepvaart
Het algemene vreemdelingenbeleid is niet van toepassing op buitenlandse werknemers in enkele specifieke sectoren (internationale luchtvaart en scheepvaart) van de internationale arbeidsmarkt, omdat zij niet dan wel het grootste deel van de tijd niet werkzaam zijn op Nederlands grondgebied. De toelating van rechtswege voor de duur van maximaal 3 maanden vervalt op het tijdstip van vertrek van het schip of luchtvaartuig.
De verbodsbepaling van de [Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437) is niet van toepassing op een vreemdeling die zijn hoofdverblijf buiten Nederland heeft én geen arbeidsovereenkomst heeft met een in de openbare lichamen gevestigde werkgever én uitsluitend arbeid verricht op buiten de openbare lichamen geregistreerde vervoermiddelen in het internationale verkeer (zie [artikel 8, onder b, Besluit uitvoering Wav-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=8)).
Van bovengenoemde buitenlandse werknemers moeten worden onderscheiden opvarenden van tot de zee- of luchtmacht van enige mogendheid behorende schepen of luchtvaartuigen. [Artikel 3, eerste lid, onder e, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) bepaalt dat deze opvarenden van rechtswege toelating tot verblijf hebben in de openbare lichamen, gedurende de tijd dat de openbare lichamen met toestemming van de bevoegde autoriteiten worden aangedaan. Laatstgenoemde vreemdelingen hoeven derhalve niet in het bezit te zijn van een verblijfsvergunning als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=6).
### 4.3. Stagiaires en praktikanten
### 4.3.1. Inleiding
In [artikel 5.20 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.20) staan de voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning voor het verrichten van arbeid in loondienst als stagiair of praktikant. Zie de onder dit hoofdstuk, paragraaf 2.1 genoemde voorwaarden.
Zie voor de vereiste bescheiden [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=3&z=2012-07-01&g=2012-07-01) CTU-BES.
### 4.3.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 4.3.3.3. Voorschriften
Hier gelden de beleidsregels zoals vermeld in 2.6.3.
### 4.3.4. Geldigheidsduur
Voor stagiaires geldt dat een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning voor het verrichten van arbeid in loondienst als stagiair voor hetzelfde doel wordt afgewezen, als de vreemdeling één jaar houder van deze verblijfsvergunning is geweest.
### 4.4. Kortdurende arbeid (maximaal drie maanden)
Vreemdelingen die verblijf hebben in de vrije termijn en in die periode arbeid in loondienst verrichten zijn bijvoorbeeld:
### 4.4.2. Meldplicht
### 4.4.3. Arbeidsovereenkomst of stage voor maximaal drie maanden
Niet-visumplichtige vreemdelingen en Nederlanders die op basis van een arbeidsovereenkomst voor maximaal drie maanden in de openbare lichamen arbeid in loondienst willen verrichten, hebben een vrije termijn van drie maanden binnen een tijdvak van zes maanden (zie [artikel 4.4, eerste lid, onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.4)). Binnen deze termijn hoeven zij niet in het bezit te zijn van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd dan wel van een verklaring waaruit blijkt dat men toelating van rechtswege heeft. Ook geldt voor hen geen meldplicht, als zij aannemelijk kunnen maken dat zij naar de openbare lichamen zijn gekomen om arbeid te verrichten voor een periode van maximaal drie maanden, te rekenen vanaf hun binnenkomst (zie paragraaf 4.4.2). In het geval van de niet-visumplichtige vreemdelingen zal de werkgever in beginsel wel in het bezit moeten zijn van een geldige TWV voor deze arbeid.
### 4.4.4.1. Verblijfsvoorwaarden
De zekerheid bestaat uit het overleggen van een verklaring van een solvabele derde die zich voor de kosten garant stelt (zie [artikel 3.9, tweede lid, onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=3.9)). In dit geval moet deze verklaring door de werkgever worden ondertekend. Van de overige in artikel 3.9, tweede lid, BTU-BES genoemde zekerheidstellingen wordt in beginsel geen gebruik gemaakt.
De werkgever moet in beginsel in het bezit zijn van een TWV (behoudens uitzonderingen genoemd in [artikel 3 Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437&artikel=3) en de [artikelen 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=7) en [8 Besluit uitvoering Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=8)). Voor de verlening van de TWV voor arbeid voor maximaal 12 weken moet de vreemdeling in het bezit zijn van een bewijs van rechtmatig verblijf. Met het oog daarop kan de vreemdeling zich melden bij de IND-unit Caribisch Nederland, die hem een verklaring afgeeft als aan de daarvoor geldende voorwaarden wordt voldaan (zie [artikel 3, derde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3)).
### 4.5. Van rechtswege toegelaten vreemdelingen
Voor vreemdelingen die op grond van [artikel 3, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) van rechtswege toelating tot verblijf hebben, hoeft de werkgever niet in het bezit te zijn van een TWV. Zie verder [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=2&z=2012-07-01&g=2012-07-01).
### 4.6. Directeuren-(groot)aandeelhouders
Als zij een belang van 25% of meer hebben in het bedrijf, ondernemingsrisico lopen en de hoogte van hun salaris zelf kunnen beïnvloeden, moeten zij een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als zelfstandige aanvragen. Als zij niet aan deze voorwaarden voldoen, is de procedure voor werknemers van toepassing. Zie in dat geval de voorwaarden voor verblijf genoemd in dit hoofdstuk, paragraaf 2.1.
Let op: voor de vreemdeling aan wie op grond van de [Wet vestiging bedrijven BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028164) een directievergunning is verleend, hoeft geen TWV te zijn afgegeven.
### 4.7. Dienstverrichters
Het kan bijvoorbeeld gaan om een buiten de openbare lichamen gevestigd bouwbedrijf dat in opdracht van een in de openbare lichamen gevestigde persoon of bedrijf een woning of kantoorpand bouwt in de openbare lichamen of om een bedrijf dat een buiten de openbare lichamen gevestigd bedrijf opdracht geeft tot het aanleggen van een ICT-systeem. De vreemdeling die in dienst is van dat buiten de openbare lichamen gevestigde bedrijf verricht diensten voor de binnen de openbare lichamen gevestigde opdrachtgever en valt in beginsel onder de TWV-plicht.
### 5. Voortzetting van verblijf
### 5.1. Inleiding
Daarnaast kunnen er algemene gronden zijn die kunnen leiden tot verblijfsbeëindiging. Zie daarvoor hoofdstuk 3, paragraaf 1.12.3.
In dat geval wordt immers niet meer voldaan aan de beperking waaronder de verblijfsvergunning aan de vreemdeling is verleend.
### 5.3. Werkloosheid
### 5.3.1. Houders van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd
### 5.3.2. Houders van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
Beleidsregel:
### 5.4. Arbeidsongeschiktheid
De onder b genoemde intrekkingsgrond kan met name gebruikt worden in geval van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid, aangezien de vreemdeling dan vaak nog wel gedeeltelijk arbeid verricht en dus nog wel aan de beperking van de aan hem verleende verblijfsvergunning zou kunnen voldoen.
Een werkgever is strafbaar op grond van [artikel 23, tweede lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=23) wegens het niet nakomen van een vordering van Onze Minister op grond van [artikel 6.39 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.39) tot het verstrekken van gegevens over vreemdelingen die hij in dienst heeft gehad.
### Hoofdstuk 5. Arbeid als zelfstandige
### 1. Inleiding
Aan een vreemdeling die een zelfstandig bedrijf uitoefent kan onder voorwaarden een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden verleend onder een beperking die verband houdt met het verrichten van arbeid als zelfstandige (zie [artikel 7, zevende lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7) en [artikel 5.2, eerste lid, onder d, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2)).
### 2. Verblijfsvoorwaarden
De vreemdeling moet aantonen dat hij door de uitoefening van zijn beroep of bedrijf beschikt over voldoende middelen van bestaan (zie [artikel 9, eerste lid, onder c, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9) en [artikel 5.33 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.33) en de beleidsregels bij deze algemene voorwaarde in hoofdstuk 3, paragraaf 1.9.3.3). Dat wil zeggen dat de vreemdeling een inkomen moet hebben dat ten minste gelijk is aan het bruto-inkomen per maand op grond van de [Wet minimumloon BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028170).
Vreemdelingen die in de openbare lichamen werkzaamheden als zelfstandige willen verrichten (uitoefenen van een bedrijf of starten van een bedrijf) of die als directeur van een bedrijf werkzaam willen zijn, moeten in het bezit zijn van een daartoe strekkende vergunning op grond van de [Wet vestiging bedrijven BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028164). Deze vestigingsvergunning of directievergunning kan worden aangevraagd bij het Bestuurscollege van het openbare lichaam waar de vreemdeling zich wil vestigen. Op grond van het [Besluit uitvoering Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231) geldt voor zelfstandig ondernemers/directeuren geen TWV-vereiste.
Uitoefenen zelfstandig beroep:
### 4.1. Beperking
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder de beperking: ‘arbeid als zelfstandige ......(aanduiding van het bedrijf)’.
### 4.2. Arbeidsmarktaantekening
Op de vergunning staat de aantekening: ‘arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’.
### 5. Geldigheidsduur
De geldigheidsduur van de te verlenen verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is een jaar. Deze kan daarna steeds met een jaar worden verlengd, als aan de daarvoor geldende voorwaarden wordt voldaan.
### 1. Inleiding
### 2. Voorwaarden
### 2.1. Verblijfsvoorwaarden
Het moet gaan om eigen kapitaal, niet om geleend geld. Het belegde ‘aanzienlijk kapitaal’ moet op peil worden gehouden. Dit houdt in dat het kapitaal nooit lager mag zijn dan het voor de desbetreffende ondernemingsvorm geldende minimum. De vreemdeling moet ter onderbouwing van zijn aanvraag recente cijfers overleggen die zijn gecontroleerd door een daartoe bevoegde externe deskundige.
Bij een eenmanszaak kan het aanzienlijk kapitaal worden aangetoond met enerzijds een bankafschrift van de onderneming waarop het geïnvesteerde geldbedrag staat én anderzijds de (openings)balans waarop het bedrag staat vermeld achter de rekening ‘Eigen vermogen’ (= de schuld van de zaak aan de eigenaar).
Bij een BV en een NV kan het aanzienlijk kapitaal worden aangetoond met de oprichtingsakte.
### 2.2. Vereiste bescheiden arbeid als zelfstandige op grond van het Verdrag
De vreemdeling moet bij de aanvraag de volgende documenten overleggen:
### 2.3. Vereiste bescheiden arbeid in loondienst als sleutelpersoneel op grond van het Verdrag
Als een Amerikaanse vreemdeling (hoofdpersoon) die op grond van het Verdrag in de openbare lichamen verblijft geen arbeid in loondienst als sleutelpersoneel wenst te verrichten, moet wijziging van de vergunning worden gevraagd en moet de werkgever beschikken over een TWV (zie hoofdstuk 4 ‘Arbeid in loondienst’ en punt 11 van het bijbehorende Protocol).
### 4. Gezinshereniging
Het verblijf van de echtgeno(o)t(e) of ongehuwd minderjarig kind van de hoofdpersoon, ongeacht hun nationaliteit, kan met toepassing van [artikel 9 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9) worden geweigerd, met uitzondering van het middelenvereiste (artikel 9, eerste lid, aanhef en onder c, WTU-BES). Dit geldt, zolang de hoofdpersoon voldoet aan de voorwaarden van het Verdrag, zowel voor eerste toelating als ook voor de verlengingsaanvraag van de gezinsleden.
### 5. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
De afhankelijke verblijfsvergunning voor bepaalde tijd aan echtgenoten en de minderjarige kinderen wordt verleend onder de beperking: ‘Verblijf bij .............. (naam hoofdpersoon).’
### 6. Geldigheidsduur
### 1. Inleiding
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan onder voorwaarden worden verleend onder een beperking die verband houdt met het volgen van studie (zie [artikel 7, zevende lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7) en [artikel 5.2, eerste lid, onder h, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2)). Het beleid voor buitenlandse studenten is erop gericht om onder bepaalde voorwaarden vreemdelingen in de gelegenheid te stellen tijdelijk in de openbare lichamen te studeren of een opleiding te volgen.
### 2. Studenten die al in het bezit zijn van een verblijfsvergunning voor een ander doel
### 3. Aanvraag gedurende verblijf in de vrije termijn
Als een mvv-plichtige vreemdeling in de openbare lichamen verblijft zonder dat hij een geldige mvv heeft en er doen zich andere omstandigheden voor, waaruit kan worden afgeleid dat hij het voornemen heeft langer dan drie maanden in de openbare lichamen te verblijven, dan verstrijkt de vrije termijn uiterlijk op de achtste dag nadat deze omstandigheden zich hebben voorgedaan (zie [artikel 4.4, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.4)). Dit is bijvoorbeeld het geval bij inschrijving gedurende de vrije termijn als student bij een onderwijsinstelling voor een studie die langer dan drie maanden duurt.
### 4. Verblijfsvoorwaarden
Als de vreemdeling binnen de maximale verblijfsduur de studie afrondt en een nieuwe studie begint, is de maximale verblijfsduur niet van toepassing. In dat geval is immers geen sprake van onvoldoende studievoortgang. Als hij aan alle voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning voor studie voldoet, wordt opnieuw een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor studie verleend. De berekening van de maximale verblijfsduur begint dan opnieuw.
Als de studie wordt bekostigd met middelen die afkomstig zijn uit een buiten de openbare lichamen aanwezige trust, kan het zijn dat er wel sprake is van een referent in de openbare lichamen gevestigde referent, die kan optreden als tussenpersoon/vertegenwoordiger van de trust. Deze referent is dan mogelijk niet gerechtigd om zelf te bepalen hoeveel er vanuit de trust wordt betaald ten behoeve van de studie en het levensonderhoud van de student. In dat geval is sprake van een buiten de openbare lichamen gevestigde (rechts)persoon die de studie en het levensonderhoud bekostigt en moeten de onder c1 of c2 genoemde bescheiden worden overgelegd als bewijs dat zelfstandige en duurzaam wordt beschikt over voldoende middelen van bestaan.
### 6. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
Dit verblijfsrecht is tijdelijk van aard. Dit moet uitdrukkelijk in de beschikking waarbij de verblijfsvergunning wordt verleend, worden vermeld.
### 6.2. Arbeidsmarktaantekening
### 8. Gezinshereniging
Het verblijfsrecht van de hoofdpersoon/student is tijdelijk (zie [artikel 5.3, tweede lid, onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.3)). [Artikel 5.9, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.9) en bovenstaande beleidsregel maken het mogelijk dat ook in dat geval een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verband houdend met gezinshereniging kan worden verleend.
### 9. Verandering van opleiding of onderwijsinstelling
Voor verandering van onderwijsinstelling moet wijziging gevraagd worden van de beperking waaronder de verblijfsvergunning is verleend. De totale termijn op grond waarvan verblijf in de openbare lichamen voor studie is toegestaan mag echter de maximale verblijfsduur niet mag overschrijden.
Voor verandering van opleiding bij dezelfde onderwijsinstelling hoeft geen wijziging van de beperking van de verblijfsvergunning te worden gevraagd. Ook hier geldt dat de maximale verblijfsduur niet mag worden overschreden als bij dezelfde onderwijsinstelling van opleiding wordt veranderd, terwijl de eerdere opleiding nog niet is afgerond.
### Hoofdstuk 8. Gepensioneerden en renteniers
### 1. Inleiding
**Gepensioneerde:**
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan onder een beperking verband houdend met verblijf als gepensioneerde of rentenier wordt verleend als de vreemdeling voldoet aan de onder paragraaf 2, 3.2 of 4.2 van dit hoofdstuk genoemde voorwaarden. Als hij niet voldoet aan één of meer van deze voorwaarden, wordt de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning afgewezen.
In [artikel X](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029268&artikel=X) en [XI van de Invoeringswet fiscaal stelsel BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029268&artikel=XI) is een overgangsrecht opgenomen. In dit overgangsrecht wordt aangegeven dat de ‘penshonado/rentenierregeling’ uit de artikelen 23B, 23C, 23D en 23E van de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 wordt voortgezet tot maximaal 1 januari 2015 voor de belastingplichtige die:
### 3. Reguliere gepensioneerden en renteniers
### 3.2. Verblijfsvoorwaarden
De middelen van bestaan van een gepensioneerde of rentenier zijn voldoende, zelfstandig en duurzaam als:
Een pensioenuitkering moet op het tijdstip waarop de aanvraag om een verblijfsvergunning is ontvangen of de beschikking wordt gegeven nog ten minste één jaar beschikbaar zijn. Dit kan worden aangetoond met een verklaring of brief van het pensioenfonds.
### 3.3. Vereiste bescheiden
### 4.1. Inleiding
Vreemdelingen die in de openbare lichamen willen overwinteren dan wel als toerist tijdelijk, gedurende een periode van maximaal zes maanden binnen een tijdvak van een jaar, in de openbare lichamen willen verblijven, kunnen een aanvraag indienen om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder de beperking ‘verblijf als gepensioneerde of rentenier’. Dit betreft een tijdelijk verblijfsrecht en moet uitdrukkelijk in de beschikking waarbij de verblijfsvergunning wordt verleend worden vermeld (zie [artikel 5.3, derde lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.3)).
### 4.2. Verblijfsvoorwaarden
Ten aanzien van deze voorwaarden zijn de beleidsregels met betrekking tot de algemene voorwaarden van [artikel 9, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9) van toepassing. Deze staan in [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=3&z=2012-07-01&g=2012-07-01).
De middelen van bestaan zijn voldoende, zelfstandig en duurzaam als:
### 5. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 5.1. Beperking
Als door de vreemdeling aan de hierboven in 2.2, 3.2 dan wel 4.2 genoemde voorwaarden wordt voldaan, wordt de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verleend onder de beperking: ‘verblijf als gepensioneerde of rentenier’.
### 5.2. Geldigheidsduur
De geldigheidsduur van de te verlenen verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is een jaar. Deze kan daarna steeds met een jaar verlengd worden, als aan de daarvoor geldende voorwaarden wordt voldaan.
De geldigheidsduur van deze verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan niet worden verlengd. Als de vreemdeling in een volgend tijdvak van een jaar opnieuw als overwinteraar in de openbare lichamen wil verblijven, dan moet hij daarvoor een nieuwe aanvraag voor verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd indienen.
### 5.4. Voorschriften
### Hoofdstuk 9. Investeerders
### 1. Inleiding
Onder ‘wezenlijk belang’ wordt verstaan:
De vreemdeling moet een zakelijke investering doen en/of onroerend goed aanschaffen met een totale waarde van tenminste USD 365.000,00. Deze investering moet binnen 18 maanden na de eerste aanvraag zijn verwezenlijkt.
### 3. Vereiste bescheiden
### 4. Gezinshereniging
Als hoofdregel geldt dat de gezinsleden in aanmerking kunnen komen voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verband houdend met gezinshereniging als de hoofdpersoon in het bezit is van een verblijfsvergunning die niet-tijdelijk is als bedoeld in [artikel 5.3 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.3) (zie [artikel 5.9, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.9) en [artikel 5.11 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.11)). In andere gevallen kan de verblijfsvergunning worden verleend (zie artikel 5.9, tweede lid, BTU-BES). Een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder de beperking ‘investeerder’ is tijdelijk van aard (zie artikel 5.11, eerste lid, onder b, BTU-BES en artikel 5.3, tweede lid, BTU-BES).
De gezinsleden, zoals genoemd in [artikel 5.10 BTU BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.10), komen in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op grond van gezinshereniging als aan de hoofdpersoon een verblijfsvergunning als ‘investeerders’ is verleend.
De gezinsleden moeten de in paragraaf 3 onder a, b, c, d, e, g, j en k genoemde bescheiden overleggen.
### 5. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van gezinshereniging wordt aan de gezinsleden verleend onder de beperking: ‘Verblijf bij (naam hoofdpersoon).’
### 5.3. Voorschriften
### Hoofdstuk 10. Vrijwilligers
### 3. Vereiste bescheiden
Beleidsregel:
Bij verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor verblijf als vrijwilliger, moet de schriftelijke garantstelling worden ondertekend door de organisatie voor wie men als vrijwilliger werkt, mits deze solvabel is.
De organisatie voor wie vrijwilligerswerk wordt verricht wordt geacht solvabel te zijn als daaraan een TWV is verleend voor het door de vreemdeling te verrichten vrijwilligerswerk.
### 4. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder de beperking: ‘verblijf als vrijwilliger’.
### 4.2. Arbeidsmarktaantekening
### 5. Geldigheidsduur
### 6. Gezinshereniging
Beleidsregel:
Aan de echtgeno(o)t(e) of (geregistreerde) partner en de minderjarige kinderen van de vrijwilliger kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verband houdend met gezinshereniging worden verleend, mits wordt voldaan aan de voor die beperking geldende voorwaarden, met uitzondering van de voorwaarde die betrekking heeft op het niet-tijdelijk verblijf van de hoofdpersoon (zie [artikel 5.9, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.9)).
Het verblijfsrecht van de hoofdpersoon/vrijwilliger is tijdelijk (zie [artikel 5.3, tweede lid, onder f, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.3)). [Artikel 5.9, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.9) en bovenstaande beleidsregel maken het mogelijk dat ook in dat geval een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verband houdend met gezinshereniging kan worden verleend.
### Hoofdstuk 11. Gezinshereniging en gezinsvorming
### 1.1. Inleiding
Gezinsvorming wordt gedefinieerd als: ‘gezinshereniging van de echtgenoot, geregistreerd partner of niet-geregistreerde partner, voor zover de gezinsband tot stand is gekomen op een tijdstip waarop de hoofdpersoon in de openbare lichamen hoofdverblijf had.’
In dit hoofdstuk wordt onder hoofdpersoon verstaan de persoon bij wie de vreemdeling als gezinslid (bijvoorbeeld als echtgenoot, geregistreerde partner, niet-geregistreerde partner, kind of ouder) in de openbare lichamen wil verblijven.
### 1.3. Beleid gezinsvorming
### 2. Huwelijk en geregistreerd partnerschap
### 2.1. Verblijfsvoorwaarden
Op grond van [artikel 5.13 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.13) wordt de verblijfsvergunning verleend als de vreemdeling en de hoofdpersoon samenwonen en een gemeenschappelijke huishouding voeren.
De vreemdeling en de persoon bij wie deze wil verblijven, moeten feitelijk samenwonen en een gemeenschappelijke huishouding voeren. Zij moeten ook naar buiten toe, bijvoorbeeld naar de werkgever en de zorgverzekeraar, hetzelfde adres voeren. Daarnaast moeten de vreemdeling en de persoon bij wie deze wil verblijven op hetzelfde adres in de basisadministratie persoonsgegevens staan ingeschreven.
Voor vreemdelingen die vanuit het buitenland verblijf (mvv) aanvragen, geldt dat zij direct na inreis in de openbare lichamen met hun echtgeno(o)t(e) moeten gaan samenwonen als hier bedoeld.
In geval van gezinshereniging of gezinsvorming wordt op grond van [artikel 5.18, onder a, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.18) juncto [artikel 5.33 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.33), de verblijfsvergunning verleend als de hoofdpersoon duurzaam en zelfstandig beschikt over voldoende middelen van bestaan (zie hoofdstuk 3, paragraaf 1.9.3.3).
### 2.2. Vereiste bescheiden
### 2.3. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
Als [artikel 7 Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=7) van toepassing is, wordt de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist. Beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.
### 2.3.3. Voorschrift
### 2.4. Geldigheidsduur
Een schijnhuwelijk is een huwelijk dat wordt aangegaan met als doel de nog niet of niet meer tot de openbare lichamen toegelaten buitenlandse partner een verblijfsrecht te verschaffen. Het gaat hierbij om voorgenomen huwelijken die op de openbare lichamen zullen plaatsvinden en huwelijken die in het buitenland zijn gesloten.
### 4. Relatie
### 4.1. Verblijfsvoorwaarden
De vreemdeling en de persoon bij wie deze wil verblijven, moeten feitelijk samenwonen en een gemeenschappelijke huishouding voeren. Zij moeten ook naar buiten toe, bijvoorbeeld naar de werkgever en de ziektekostenverzekeraar, hetzelfde adres voeren. Daarnaast moeten de vreemdeling en de persoon bij wie deze wil verblijven op hetzelfde adres in de basisadministratie persoonsgegevens staan ingeschreven.
Voor vreemdelingen die vanuit het buitenland verblijf (mvv) aanvragen, geldt dat zij direct na inreis in de openbare lichamen met hun (huwelijks)partner moeten gaan samenwonen als hier bedoeld.
De verblijfsvergunning wordt op grond van [artikel 5.16 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.16) verleend als de vreemdeling geen gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid.
De in de openbare lichamen gevestigde partner ondertekent een garantstelling, waarmee hij zich garant stelt voor de kosten die voor de staat en voor andere openbare lichamen voortvloeien uit het verblijf van de buitenlandse partner en ook voor de kosten van terugkeer naar een land waar de toelating van die buitenlandse partner is gewaarborgd. De garantverklaring kan niet door een derde worden ondertekend.
### 4.2. Vereiste bescheiden
### 4.3. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
Als [artikel 7 Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=7) van toepassing is, wordt de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist. Beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.
### 4.4. Geldigheidsduur
### 5. Minderjarige kinderen
### 5.1. Verblijfsvoorwaarden
Als sprake is van één of meer van de volgende genoemde omstandigheden wordt, in uitzondering op het bovenstaande, aangenomen dat een kind niet langer feitelijk behoort tot het gezin van de ouder(s):
Als het kind zelf de zorg heeft voor afhankelijke gezinsleden, onder wie (buitenechtelijke) kinderen, is dit alleen een reden om aan te nemen dat het niet langer feitelijk behoort tot het gezin van de ouder(s), als daarnaast sprake is van één van de eerste twee hiervóór genoemde omstandigheden.
Op grond van [artikel 5.11 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.11) wordt de verblijfsvergunning verleend, als de hoofdpersoon in de openbare lichamen verblijft als:
De verblijfsvergunning wordt op grond van [artikel 5.16 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.16) verleend als de vreemdeling geen gevaar vormt voor de openbare orde en nationale veiligheid.
De verblijfsvergunning wordt op grond van [artikel 5.18, onder a, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.18) verleend als de hoofdpersoon duurzaam en zelfstandig beschikt over voldoende middelen van bestaan (zie hoofdstuk 3, paragraaf 1.9.3.3).
Als de hoofdpersoon (de biologische of juridische ouder bij wie de vreemdeling verblijf beoogt) een naar Nederlands internationaal privaatrecht geldig huwelijk of een in Nederland geregistreerd partnerschap is aangegaan, dan wel een relatie onderhoudt in de zin van [artikel 5.10, aanhef en onder b, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.10) met een persoon die houder is van een verblijfsvergunning, dan wel Nederlander is, kan het duurzame, zelfstandig verworven bruto-inkomen van die persoon – mits deze samenwoont met de hoofdpersoon – worden meegeteld bij de berekening van de bestaansmiddelen.
### 5.3. Kinderen geboren uit rechtmatig verblijvende ouders
De aanvraag wordt niet afgewezen wegens het ontbreken van een geldig mvv of het ontbreken van voldoende middelen van bestaan. De aanvraag wordt ook niet afgewezen wegens het niet bereid zijn een onderzoek naar of behandeling voor TBC te ondergaan en daaraan mee te werken.
### 5.3.2. Vereiste bescheiden
### 5.4.1. Beperking
### 5.4.2. Arbeidsmarktaantekening
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: 'arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’. Beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.
### 5.4.3. Voorschrift
In afwijking van [artikel 5.25 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.25) kan op grond van [artikel 5.26 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.26) de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met gezinshereniging als minderjarige worden verleend voor de duur van ten hoogste:
De familierechtelijke relatie moet worden aangetoond met officiële gelegaliseerde documenten.
De verblijfsvergunning wordt verleend, als de in de openbare lichamen verblijvende kinderen in de openbare lichamen verblijven als:
### 6.3.1. Beperking
### 6.3.2. Arbeidsmarktaantekening
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: ‘arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’. Beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.
### 6.3.3. Voorschrift
Aan de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden van het sluiten van een voldoende ziektekostenverzekering, met inbegrip van de kosten die zijn verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.
### 6.4. Geldigheidsduur
### 7. Artikel 8 EVRM
In de volgende gevallen is in ieder geval sprake van familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM:
### 7.2. Inmenging
Inmenging op het familie- en gezinsleven, dan wel het privé-leven wordt aangenomen, als de vreemdeling:
### 7.3. Belangenafweging
De uitgangspositie van de belangenafweging wordt mede bepaald door de omstandigheid of sprake is van inmenging. Bij de weigering van voortgezet verblijf is de uitgangspositie van de vreemdeling sterker dan bij eerste toelating van vreemdelingen tot de openbare lichamen. De omstandigheid dat nooit sprake is geweest van rechtmatig verblijf zal ten nadele van de vreemdeling worden betrokken bij deze belangenafweging.
Als [artikel 7 Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=7) van toepassing is, wordt de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist. Beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.
### Hoofdstuk 12. Buitenlandse adoptiekinderen en buitenlandse pleegkinderen
### 1. Inleiding
### 2. Adoptiekinderen
### 3. Buitenlandse pleegkinderen
### 3.1. Verblijfsvoorwaarden
Zo nodig wint de Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel aanvullende gegevens in bij de Voogdijraad over de geschiktheid van de aspirant pleegouders voor de verzorging en opvoeding van het kind.
De aanvraag wordt afgewezen als uit de medische verklaring met betrekking tot het buitenlandse pleegkind niet blijkt dat in redelijkheid niet valt aan te nemen dat het kind lijdt aan een gevaarlijke besmettelijke of langdurige lichamelijke of geestelijke ziekte.
Dit vereiste zal er echter niet toe leiden dat een gehandicapt kind niet zou kunnen worden opgenomen. De Voogdijraad doet hier een uitspraak over.
Wanneer dit niet uit de medische verklaring blijkt, moet het kind (in de openbare lichamen) alsnog een TBC onderzoek ondergaan. Alleen wanneer niet aan dit onderzoek wordt meegewerkt of wanneer het kind weigert mee te werken aan de behandeling van TBC aan de ademhalingsorganen, wordt de aanvraag met toepassing van artikel [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) afgewezen.
De ouders moeten ook het wettelijk gezag over de minderjarige (tijdelijk) aan de aspirant pleegouders overdragen. Per land moet onderzocht te worden of dit kan via een notariële verklaring of dat de ouders hiervoor een rechterlijke uitspraak nodig hebben.
De verblijfsvergunning wordt niet verleend als de aspirant-pleegouders niet zelfstandig en duurzaam beschikken over voldoende middelen van bestaan.
### 3.2. Vereiste bescheiden
### 3.3.2. Arbeidsmarktaantekening
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: ‘arbeid is niet toegestaan’.
### 3.4. Geldigheidsduur
De verblijfsvergunning krijgt dezelfde geldigheidsduur als de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd van de hoofdpersoon. Als de hoofdpersoon een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd heeft of Nederlander is, bedraagt de geldigheidsduur vijf jaren.
Als de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding wordt dat niet tegengeworpen.
### Hoofdstuk 13. Wedertoelating
### 1. Inleiding
Op grond van [artikel 5.2 lid 1 onder g, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2) kan aan een oud-Nederlander verblijf verleend worden in het kader van wedertoelating tot de openbare lichamen.
Voor wedertoelating komen, onder voorwaarden, in aanmerking:
### 2.1. Algemeen
Verder kan onderscheid gemaakt worden tussen Nederlanders die in of buiten de openbare lichamen zijn geboren en getogen.
Ten aanzien van de oud-Nederlanders die in de openbare lichamen zijn geboren en getogen, geldt dat zij, op grond van het feit dat zij in die periode als Nederlander in de openbare lichamen hebben verbleven, geacht worden zodanig sterke banden met de openbare lichamen te hebben opgebouwd en na hun vertrek uit de openbare lichamen te hebben behouden, dat zij met voorbijgaan aan een aantal algemene voorwaarden in aanmerking kunnen komen voor verblijf in de openbare lichamen.
### 2.3. Oud-Nederlanders die geboren en getogen zijn buiten de openbare lichamen
### 2.3.3. Vereiste bescheiden
### 3.2. Verblijfsvoorwaarden voor een vergunning voor bepaalde tijd
De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd kan worden verleend aan de vreemdeling die:
Het gevaar voor de openbare orde wordt beoordeeld aan de hand van de maatstaven die zijn aangelegd voor verblijfsbeëindiging. Bij de vaststelling van de verblijfsduur wordt mede betrokken de periode waarin de vreemdeling als Nederlander in de openbare lichamen heeft verbleven. Onder strafmaat wordt verstaan de totale duur van de vrijheidsbenemende straffen of maatregelen, met inbegrip van die welke bij al dan niet onherroepelijk geworden uitspraak zijn opgelegd in de periode waarin de vreemdeling het Nederlanderschap bezat en in de periode na het verlies van het Nederlanderschap.
### 3.4. Vereiste bescheiden
Bij de aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde- of onbepaalde tijd moet de vreemdeling de volgende bescheiden overleggen:
### 4. Oud-Nederlanders ([artikel 15, eerste lid, aanhef onder b, RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=15))
### 4.1. Verblijfsvoorwaarden
Verblijf kan worden verleend aan de vreemdeling:
Het gaat hier om een vrijwillige handeling. De vreemdeling remigreert op grond van de remigratiewet naar het land van herkomst. Om in aanmerking te komen voor deze regelgeving moet de vreemdeling afstand doen van de Nederlandse nationaliteit. De vreemdeling moet binnen één jaar nadat hij de verklaring van afstand heeft afgelegd een aanvraag om een verblijfsvergunning indienen.
### 4.2. Vereiste bescheiden
Als [artikel 7 Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=7) van toepassing is, wordt de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
### 5.3. Voorschrift
Aan de verlening van de verblijfsvergunning is als voorschrift verbonden de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten aan opname of verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting (zie [artikel 5.4, eerste lid, aanhef en onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.4)).
### 6. Geldigheidsduur
De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘wedertoelating’ wordt niet afgewezen om de reden dat niet meer wordt voldaan aan de beperking waaronder de vergunning is verleend.
### 7.2. Intrekking
Gegeven de aard van de toelatingsgrond – een periode van eerder verblijf in Nederland – zal het zich niet voordoen dat de verblijfsvergunning die is verleend onder de beperking ‘wedertoelating’ kan worden ingetrokken, omdat niet meer wordt voldaan aan de beperking. Wel is het uiteraard mogelijk dat er onjuiste gegevens zijn verstrekt, die hebben geleid tot de verlening van de verblijfsvergunning. Verblijfsbeëindiging om die reden is niet uitgesloten.
### 8. Verblijfsvergunning in afwachting van verzoek ex [artikel 17 RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=17)
De beoordeling van de vraag of het verzoek ex [artikel 17 RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=17) klaarblijkelijk van elke grond is ontbloot, en de beslissing of de persoon hangende de beslissing op dat verzoek als vreemdeling uit de openbare lichamen zal worden verwijderd, geschiedt uitsluitend bij de IND unit Caribisch Nederland.
### 8.2. Vereiste bescheiden
### 8.3.1. Beperking
De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking ‘in afwachting verzoek ex [artikel 17 RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=17)’.
Als [artikel 7 Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=7) van toepassing is, wordt de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.
### 8.3.3. Voorschrift
Aan de verlening van de verblijfsvergunning is als voorschrift verbonden de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten aan opname of verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting (zie [artikel 5.4, eerste lid, aanhef en onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.4)).
### 8.4. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
De verblijfsvergunning wordt verleend met een geldigheidsduur van ten hoogste een jaar of zoveel korter als het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba uitspraak zal doen.
### 8.6. Verlenging geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
### 8.6.1. Verblijfsvoorwaarden
### 8.6.2. Vereiste bescheiden
### 8.6.3. Geldigheidsduur
Het begrip mensenhandel bevat de volgende elementen:
Het behandelen met respect van het slachtoffer en van de getuige-aangever die aangifte doet, maakt daarvan onderdeel uit. Evenals het garanderen van de veiligheid van slachtoffers en het beschermen van de rechten van de slachtoffers en getuige-aangevers van mensenhandel.
In dit hoofdstuk wordt uiteengezet onder welke voorwaarden de verblijfsvergunning in het kader van mensenhandel kan worden verleend.
### 2. Slachtoffer mensenhandel
### 2.1. Verblijfsvoorwaarden slachtoffer mensenhandel
Kinderen van het slachtoffer van mensenhandel die een mvv-aanvraag in het kader van gezinshereniging indienen, zijn eveneens vrijgesteld van het betalen van leges.
### 3.1. Verblijfsvoorwaarden getuige-aangever
Getuige-aangevers zijn vreemdelingen die niet zelf slachtoffer zijn van mensenhandel maar hier wel getuige van zijn geweest. Getuige-aangevers kunnen vreemdelingen zijn die zelf werkzaam zijn in dezelfde sector als het slachtoffer. Tevens kunnen het personen zijn, die werkzaam zijn buiten deze sector en die kennis dragen van mensenhandel. Alleen de getuige-aangevers die geen geldige verblijfstitel hebben in de openbare lichamen kunnen rechten ontlenen aan de in deze paragraaf omschreven procedure.
De aanvraag wordt niet afgewezen:
De IND unit Caribisch Nederland neemt naar aanleiding van de aanvraag om een verblijfsvergunning contact op met het OM. Wat de getuige-aangevers betreft is de stem van het OM doorslaggevend of een verblijfsvergunning zal worden verstrekt of niet. Criterium is hierbij de vraag of de aanwezigheid van de getuige-aangever in de openbare lichamen gewenst is voor het opsporings- en vervolgingsonderzoek tegen de verdachte.
### 3.2. Vereiste bescheiden
### 4.1. Beslissing op de aanvraag
Ten aanzien van de termijn waarbinnen op de aanvraag dient te worden beslist, wordt onderscheid gemaakt of het een aanvraag van een slachtoffer of van een getuige-aangever betreft. Op de aanvraag van een slachtoffer dient – onvoorziene omstandigheden daargelaten – binnen 24 uur nadat de aanvraag is ingediend te worden beslist. Bij een aanvraag van een getuige-aangever is het praktisch niet haalbaar binnen een dergelijke termijn te beslissen. Dit in verband met het verplicht consulteren van het OM, voordat op de aanvraag kan worden beslist.
De IND unit Caribisch Nederland stelt de politie in kennis van de beslissing op de aanvraag om een verblijfsvergunning.
### 4.2. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 4.2.1. Beperking
Op het verblijfsdocument zal evenwel worden vermeld ‘beperking conform beschikking Minister’
### 4.2.2. Arbeidsmarktaantekening
### 4.2.3. Voorschrift
Zodra het OM de aanwezigheid van de vreemdeling in de openbare lichamen niet langer noodzakelijk acht, komt de grond aan de verblijfsvergunning verband houdend met mensenhandel te ontvallen. Het OM doet hiervan melding aan de IND unit Caribisch Nederland en aan de getuige-aangever.
### 6. Verlenging
De geldigheid van de verblijfsvergunning wordt niet verlengd als er geen sprake meer is van een strafrechtelijk opsporings- of vervolgingsonderzoek naar of berechting in feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit ter zake waarvan aangifte is gedaan of waaraan op andere wijze medewerking is verleend.
Bij de beoordeling van de verlengingsaanvraag moet de IND unit Caribisch Nederland bij het OM na gaan of er nog sprake is van een strafrechtelijk opsporings- of vervolgingsonderzoek dan wel of de berechting in feitelijke aanleg van de verdachte heeft plaatsgevonden.
### 6.2. Verblijfsvoorwaarden getuige-aangever
### 6.3. Vereiste bescheiden
De aanvraag wordt niet afgewezen wegens het ontbreken van voldoende zelfstandige en duurzame middelen van bestaan.
De eerste aanvraag om een verblijfsvergunning verband houdend met mensenhandel wordt niet afgewezen als de vreemdeling niet over een geldig document voor grensoverschrijding beschikt. Ondertussen moet een geldig document voor grensoverschrijding worden aangevraagd bij de diplomatieke vertegenwoordiging van het land waarvan het slachtoffer de nationaliteit bezit. Bij de aanvraag tot verlenging van de verblijfsvergunning zal, als de vreemdeling nog steeds niet beschikt over een geldig document tot grensoverschrijding, worden beoordeeld of er aanleiding is (tijdelijk) vrij te stellen van het paspoort vereiste, omdat de vreemdeling heeft aangetoond dat hij vanwege de regering van het land waarvan hij onderdaan is niet of niet meer in het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding kan worden gesteld. (zie [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=3&z=2012-07-01&g=2012-07-01) CTU-BES).
### 6.4. Leges
### 7.1. Algemeen
Voor verlening van een verblijfsvergunning komen in aanmerking:
### Hoofdstuk 15. Voortgezet verblijf
### 1. Inleiding
Naast de voorwaarden zoals beschreven in de [artikelen 5.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.22), [5.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.23) en [5.24 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.24) gelden ook de algemene voorwaarden zoals beschreven in [artikel 9 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9).
De vreemdeling die als minderjarige in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning in het kader van gezinshereniging komt na vijf jaar verblijf in aanmerking voor een zelfstandige verblijfsvergunning. Ook de minderjarige die als pleeg- of adoptiekind verblijf heeft gehad, kan onder deze voorwaarden in aanmerking komen voor voortgezet verblijf.
### 2.1. Verblijfsvoorwaarden
Op grond van [artikel 5.22 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.22) wordt de vergunning voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met voortgezet verblijf verleend aan de vreemdeling die:
Daarnaast gelden de algemene voorwaarden voor verblijf:
Wanneer niet aan de voorwaarden voor verblijf wordt voldaan, betekent dit niet zonder meer dat de vergunning wordt geweigerd. Individuele omstandigheden kunnen altijd een rol spelen. (zie verder paragraaf 5.).
### 2.2. Vereiste bescheiden
### 2.3.2. Arbeidsmarktaantekening
### 2.3.3. Voorschriften
### 2.4. Geldigheidsduur
### 3. Voortgezet verblijf voor de overige gezinsleden
### 3.1. Verblijfsvoorwaarden
Voorbeeld 2:
Een man en vrouw hebben al gedurende acht jaar een relatie. De man heeft gedurende de afgelopen vijf jaar verblijf bij haar gehad. De man en vrouw hebben nog steeds een relatie en blijven bij elkaar wonen. Toch wil de man een verblijfsvergunning aanvragen in het kader van voortgezet verblijf. Wanneer aan de voorwaarden voor verblijf wordt voldaan, krijgt de man de gevraagde verblijfsvergunning. Dat hij nog steeds een relatie met zijn vriendin heeft is geen reden de man te verplichten de afhankelijke verblijfsvergunning – afhankelijk van de relatie met zijn vriendin – te houden.
Uitzondering op deze regel zijn:
Bij de beoordeling of artikel 8 EVRM aanleiding vormt om toch voortzetting van het verblijf toe te staan moet gedacht worden aan de volgende omstandigheden:
Uit de (huwelijks)relatie is een kind geboren. Het kind is acht jaar oud en gaat naar school. Het kind heeft een dubbele nationaliteit, de Nederlandse en de Venezolaanse. Het kind woont bij zijn moeder, maar de vader brengt en haalt het kind twee dagen in de week naar en van school. Het kind eet dan bij hem. Hij heeft samen met de moeder regelmatig contact met de school over de voortgang van het kind en wanneer er belangrijke beslissingen genomen moeten worden doen de ouders dit samen. De ouders hebben nog regelmatig contact over het kind. De vader draagt ook bij in de kosten van levensonderhoud van het kind. De ouders zijn voor deze regeling niet naar een rechter geweest. Zij hebben de afspraken in goede harmonie gemaakt en houden zich er ook aan.
Uit de (huwelijks)relatie is een kind geboren. Het kind is 12 jaar oud en gaat naar school. Het kind heeft een dubbele nationaliteit, de Nederlandse en de Venezolaanse. De vader geeft, af en toe, geld aan de moeder voor het levensonderhoud van het kind. Soms ziet hij het kind wanneer zijn ex-partner zijn familie bezoekt. Hij gaat nooit alleen met zijn kind op stap en is niet betrokken bij de opvoeding van het kind.
Er kan ook sprake zijn van objectieve belemmeringen om het gezinsleven buiten de openbare lichamen voort te zetten. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan:
In dat geval is het volgende van belang: hij die stelt toont aan. Niet de IND-unit Caribisch Nederland toont aan dat het niet zo is, de vreemdeling bewijst dat het wel zo is.
### 4.2. Vereiste bescheiden
### 4.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 4.3.1. Beperking
### 4.3.2. Arbeidsmarktaantekening
### 4.3.3. Voorschrift
### 4.4. Geldigheidsduur
### 5. Voortgezet verblijf wanneer sprake is van bijzondere omstandigheden
### 5.1. Verblijfsvoorwaarden
De vreemdeling die onder één van de hierboven genoemde twee categorieën valt, is de eerst aangewezene om dit aan te tonen middels het overleggen van een afschrift van de rechterlijke uitspraak in de strafzaak.
De IND unit Caribisch Nederland kan de verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf verlenen als:
Een veroordeling op grond van één van de andere in de strafzaak ten laste gelegde misdrijven is ook voldoende, als mensenhandel een onderdeel vormt van de tenlastelegging.
Om het recht op voortgezet verblijf niet geheel afhankelijk te maken van het verloop van de strafzaak zal, als de strafzaak niet tot een veroordeling leidt, doch de uitspraak anders luidt, en er wel tenminste drie jaar is verstreken tussen de verlening van de verblijfsvergunning verband houdend met de vervolging van mensenhandel en het in kracht van gewijsde gaan van de rechterlijke uitspraak, de verblijfsduur van het slachtoffer als belangrijkste humanitaire factor wegen. Hierbij is dan ook van belang dat de rechterlijke uitspraak in de strafzaak onherroepelijk is geworden.
Aanvragen om voortgezet verblijf na afloop van de verblijfsvergunning verband houdend met de vervolging van mensenhandel van vreemdelingen die niet onder één van de hierboven genoemde categorieën vallen kunnen alleen voor voortgezet verblijf in aanmerking komen als naar het oordeel van Onze Minister wegens bijzondere individuele omstandigheden van de vreemdeling niet gevergd kan worden dat hij de openbare lichamen verlaat.
De vreemdeling geeft aan welke klemmende redenen van humanitaire aard naar zijn mening tot voortgezet verblijf dienen te leiden en onderbouwt het beroep met terzake relevante gegevens en documenten.
Als een getuige-aangever aangifte heeft gedaan en de aangifte uiteindelijk heeft geleid tot een veroordeling van de verdachte(n), moet bij de beoordeling van het risico van represailles per geval bezien worden of zwaar gewicht dient te worden toegekend aan deze veroordeling. Als de veroordeling de conclusie rechtvaardigt dat in geval van de getuige-aangever bij terugkeer naar het land van herkomst gevaar voor represailles aanwezig is, kan hieraan doorslaggevende betekenis worden toegekend bij de belangenafweging op grond van [artikel 5.24 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.24).
Ten aanzien van getuige-aangevers geldt evenals ten aanzien van slachtoffers van mensenhandel dat onder de veroordeling ook de veroordeling wordt verstaan op grond van één van de andere in de strafzaak ten laste gelegde misdrijven, mits mensenhandel een onderdeel vormt van de tenlastelegging.
### 5.2. Vereiste bescheiden
### 5.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 5.3.1. Beperking
### 5.3.2. Arbeidsmarktaantekening
Aan de verlening van de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden dat de vreemdeling voldoet aan de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting (zie [artikel 5.4, eerste lid, aanhef en onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.4)).
### 5.4. Geldigheidsduur
### Hoofdstuk 16. Aanvragen om bescherming tegen terugzending
### 1. Inleiding
### 2. Bescherming op grond van het Vluchtelingenverdrag
### 2.1. De vreemdeling is verdragsvluchteling op grond van artikel 1A
Een vreemdeling moet als vluchteling worden aangemerkt, zodra hij voldoet aan de hierboven genoemde criteria. De beslissing om een vreemdeling als vluchteling te erkennen is declaratoir: na de vlucht wordt vastgesteld of de vreemdeling op het moment dat hij zijn land van herkomst verliet gegronde vrees voor vervolging had (zie ook réfugiés sur place).
Of een vreemdeling als vluchteling moet worden beschouwd, wordt beoordeeld op individuele basis. Op grond van de specifieke bijzonderheden van het geval wordt beoordeeld of de vreemdeling vluchteling is. Hierbij is onder andere van belang of hij persoonlijk de aandacht van de autoriteiten of derden heeft getrokken en daardoor gevaar loopt.
Van de vreemdeling van wie is vastgesteld dat hij een gegronde vrees voor vervolging heeft van de zijde van de centrale autoriteiten, kan niet verwacht worden dat hij zich aan die vervolging kan onttrekken door zich ergens anders in het land van herkomst te vestigen.
Bepalend hiervoor is de vraag of de vreemdeling in het betreffende land het centrum van zijn activiteiten (werk, wonen, familie) heeft.
### 2.2. Vervolgingsgronden
### 2.2.1. Discriminatie als daad van vervolging
Discriminatie door de autoriteiten en/of door medeburgers kan onder omstandigheden als daad van vervolging worden aangemerkt. Hiervan is sprake als de ondervonden discriminatie een dusdanig ernstige beperking van de bestaansmogelijkheden oplevert dat het onmogelijk is om op maatschappelijk en sociaal gebied te kunnen functioneren.
### 2.2.2. Vervolging vanwege godsdienst
Vervolging om reden van godsdienst doet zich op verschillende manieren voor, zoals:
### 2.2.3. Vervolging vanwege politieke overtuiging
### 2.2.4. Vervolging vanwege nationaliteit en ras
Hierbij kan gedacht worden aan een volk zonder eigen staat, maar met een eigen taal, geschiedenis en achtergrond.
### 2.2.5. Vervolging vanwege het behoren tot een sociale groep
Deze categorie functioneert als restcategorie ten opzichte van de overige vervolgingsgronden in het Vluchtelingenverdrag.
### 2.3. Politieke en commune delicten en discriminatoire of onevenredige bestraffing
### 2.4. Vervolging wegens dienstweigering of desertie
Een dienstweigeraar of deserteur is vluchteling als hij:
Bij deze categorie is de dienstweigering of desertie niet de oorzaak van de vervolging. De oorzaak is gelegen in de omstandigheid dat de vreemdeling behoort tot een van de genoemde groeperingen. De dienstweigering of desertie is slechts een aanleiding om tot vervolgingsmaatregelen over te gaan. Het enkele feit dat de dienstweigering wordt bestraft, leidt hier dan ook niet tot de conclusie dat de vreemdeling vluchteling is. Het moet gaan om een bestraffing met:
Verder moet het gaan om ernstige, onoverkomelijke gewetensbezwaren op grond van een godsdienstige of een andere diepgewortelde overtuiging.
Voor de beoordeling of een militaire actie behoort tot de tweede subcategorie is geen internationale veroordeling vereist. Wel moet zijn vastgesteld dat de betreffende militaire actie systematisch strijd oplevert met de fundamentele normen die gelden tijdens een gewapend conflict om bijvoorbeeld burgerslachtoffers te voorkomen. Een dergelijke vaststelling kan worden gedaan door:
### 2.5. Bijzondere situaties
De vrees voor vervolging hoeft niet altijd aanwezig te zijn op het moment dat iemand zijn land verlaat. Een persoon die geen vervolging te vrezen had op het moment dat hij zijn land van herkomst verliet, maar op een later tijdstip tijdens zijn verblijf buiten het land van herkomst vluchteling wordt heet ‘refugié sur place’. Er zijn twee mogelijke omstandigheden die iemand tot refugié sur place maken.
Ook wanneer een vreemdeling zijn politieke overtuiging pas verkondigt na vertrek uit zijn land van herkomst, kan hij refugié sur place worden. Dit kan het geval zijn als hij aannemelijk maakt dat de overtuiging al bestond in het land van herkomst. In ieder geval is vereist dat:
Deze activiteiten kunnenaanleiding zijn voor statusverlening als het gaat om een voortzetting van activiteiten die de vreemdeling in het land van herkomst heeft ontplooid.
### 2.5.2. Als de UNHCR de vreemdeling heeft erkend als vluchteling
Vaak heeft de UNHCR geen tijd om een individueel onderzoek in te stellen en beoordeelt de UNHCR een verzoek om bescherming vooruitlopend op nader individueel onderzoek ‘prima facie’.
Een minderjarige vreemdeling niet wordt begeleid door zijn ouders of een voogd kan ook vanwege zelfstandige motieven in aanmerking komen voor een vergunning tot verblijf op grond van [artikel 12a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a). Om te kunnen vaststellen of een minderjarige vreemdeling als vluchteling kan worden erkend, gelden dezelfde criteria als voor volwassen vreemdelingen. Bij de beoordeling van een aanvraag om bescherming van een minderjarige vreemdeling moet wel rekening worden gehouden met de mate van geestelijke ontwikkeling en volwassenheid van de minderjarige, in relatie tot zijn (persoonlijke en culturele) achtergrond. Over het algemeen genomen geldt dat van een minderjarige niet dezelfde mate van onderbouwing en gedetailleerdheid van verklaringen kan worden verwacht als van een volwassene.
### 2.6. Artikelen 1B tot en met 1F Vluchtelingenverdrag
### 2.6.1. Algemeen
### 2.6.2. Artikel 1B
### 2.6.3. Artikel 1C
### 2.6.4. Artikel 1D
### 2.6.5. Artikel 1E
### 2.6.6. Artikel 1F
Bij de beoordeling of de vreemdeling bescherming toekomt op grond van het Vluchtelingenverdrag, wordt daarom eerst de toepasselijkheid van artikel 1F Vluchtelingenverdrag onderzocht voordat wordt bezien of de vreemdeling een verdragsvluchteling in de zin van artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag is. Voor het tegenwerpen van artikel 1F is een (buitenlands) strafvonnis niet nodig, omdat vervolging van deze misdaden niet altijd kan plaatsvinden. Wordt artikel 1F tegengeworpen, dan is de toets aan het Vluchtelingenverdrag afgerond.
Deze pre-dominantietest wordt toegepast bij relatieve politieke misdrijven als mishandeling (tenzij mishandeling hier moet worden beschouwd als foltering/marteling), drugshandel, roofovervallen met buitensporig geweld en brandstichting.
De pre-dominantietest kan achterwege blijven bij misdrijven die vallen binnen de delictsomschrijving van enig bindend internationaal instrument dat bepaalt dat er in geval van een misdrijf dat binnen het bereik van dat instrument valt geen sprake kan zijn van een politiek misdrijf en/of van vluchtelingschap. Voorbeelden van zulke internationale instrumenen zijn het Genocide Verdrag, het Europees Verdrag ter bestrijding van terrorisme van 1977 en de resoluties 1269 en 1373 van de Veiligheidsraad van de VN van respectievelijk 19 oktober 1999 en september 2001 inzake terrorisme.
In beginsel zal terugzending van een vreemdeling aan de orde zijn als de openbare lichamen een vreemdeling van het grondgebied willen verwijderen of willen voorkomen dat de vreemdeling het grondgebied betreedt. Landen van herkomst worden geacht hun eigen onderdanen terug nemen. Terugzending van een vreemdeling zal dus in beginsel plaatsvinden naar het land waar de vreemdeling de nationaliteit van heeft. De vreemdeling heeft als gevolg van het Vluchtelingenverdrag in deze situatie het recht zich te beroepen op zijn status van vluchteling.
### 3. Bescherming in het EVRM tegen foltering of onmenselijke behandeling
Deze bepaling is ontleend aan artikel 3 EVRM. De verwijdering naar een land waar iemand een reëel risico (‘real risk’) loopt aan een dergelijke behandeling te worden onderworpen, vormt een schending van dit artikel. Indien dit reële risico aannemelijk is gemaakt of geworden, is dit in beginsel aanleiding tot verlening van een verblijfsvergunning bescherming. De enkele mogelijkheid (mere possibility) van schending van artikel 3 EVRM is onvoldoende.
### 3.2. Individualiseringsvereiste in de jurisprudentie
Om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning bescherming voor bepaalde tijd op grond van [artikel 12, eerste lid, onder b, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12), dient de vreemdeling aannemelijk te maken dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op de in die bepaling bedoelde behandeling. Bij de beantwoording van de vraag of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM is niet alleen de persoonlijke situatie van de vreemdeling van belang, maar ook de situatie in zijn land van herkomst. Met andere woorden: de individuele aspecten die de vreemdeling naar voren brengt, moeten worden afgewogen tegen de gewelds- en mensenrechtensituatie in het land van herkomst. Hoe slechter de situatie in het land van herkomst (‘most extreme cases’) hoe minder ‘distinguishing features’ nodig zijn om een reëel risico als bedoeld in artikel 3 EVRM aan te tonen. Dit vloeit voort uit de jurisprudentie van het Europese Hof van de rechten van de Mens. Er zijn vier situaties te onderscheiden.
### 3.2.1. Uitzonderlijke situatie
Wanneer er in het land van herkomst sprake is van een uitzonderlijk slechte veiligheidssituatie, kan de vreemdeling in aanmerking komen voor bescherming om de enkele reden dat hij uit dit land komt (zie de uitspraak N.A. tegen het Verenigd Koninkrijk, EHRM 17 juli 2008, nr 25904/07). Van een uitzonderlijke situatie als hier bedoeld zal slechts zelden sprake zijn en er zijn nog geen voorbeelden van bekend. In de jurisprudentie zal dit criterium verder uitgewerkt worden. Het zal in ieder geval moeten gaan om een situatie gaan waarin heel veel gebruik wordt gemaakt van dodelijke wapens zodat het gevaar om een dodelijk slachtoffer te worden heel erg groot is.
### 3.2.2. De mensenrechten van een bevolkingsgroep worden systematisch geschonden
Bij de bepaling of de mensenrechten van een bevolkingsgroep systematisch worden geschonden, zal de beschikbare landeninformatie een richtsnoer vormen om te concluderen of deze situatie zich in een land van herkomst van de vreemdeling voordoet. Deze situatie zal zich niet snel voordoen. Indien de vreemdeling aannemelijk maakt dat hij behoort tot een bevolkingsgroep van wie mensenrechten systematisch worden geschonden, komt hij in aanmerking voor bescherming. zie de uitspraak N.A. tegen het Verenigd Koninkrijk, EHRM 17 juli 2008, nr 25904/07
### 3.2.4. Individuele indicaties in de persoonlijke omstandigheden
Als geen sprake is van een situatie als genoemd in de paragrafen 3.2.1, 3.2.2, of 3.2.3 dient de vreemdeling, om toch in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning bescherming voor bepaalde tijd op grond van [artikel 12, eerste lid, onder b, WTU](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12), aannemelijk te maken dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op de in die bepaling bedoelde behandeling. De bewijslast is hoog. De vreemdeling dient specifieke individuele kenmerken (‘special distinguishing features’) naar voren te brengen, waaruit dit persoonlijk risico op een behandeling in de zin van artikel 3 EVRM valt af te leiden. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn als de vreemdeling aannemelijk maakt dat hij vanwege het feit dat hij overspel heeft gepleegd bij terugkeer in zijn land van herkomst een reëel risico loopt te worden bestraft met zweepslagen. Zie de uitspraken inzake Vilvarajah en anderen tegen het Verenigd Koninkrijk, uitspraaknummers 13163/87, 13164/87, 13165/87, 13447/87, 13448/87.
### 4. De beoordeling van aanvragen om bescherming
Hierbij kan het gestelde onder artikel 1C van het Vluchtelingenverdrag worden betrokken.
### 4.2.1. Algemeen
Zie 4.4. voor de situatie waarin een vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid.
### 4.2.3. Toetsingsvolgorde bij toetsing aan artikel 3 EVRM
Binnen het uitgangspunt dat er steeds sprake is van een individuele beoordeling, valt de toets in vier achtereenvolgende stappen uiteen. Om praktische redenen geldt de volgende volgorde:
### 4.3. Bewijslast en geloofwaardigheid
De vreemdeling hoeft niet expliciet te bewijzen maar moet aannemelijk maken dat hij gegronde vrees heeft voor vervolging of dat hij een reëel risico loopt op een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM. Hij moet alle relevante gegevens aanreiken. Zijn verklaringen moeten:
### 4.4. Openbare orde en nationale veiligheid
### 4.4.1. Algemeen
Onder gevaar voor de openbare orde wordt ook begrepen gevaar voor de openbare rust, de goede zeden, de volksgezondheid of de (goede) internationale betrekkingen. Ook ongewenste politieke activiteiten kunnen onder het openbare orde begrip worden geschaard.
Onder gevaar voor de gemeenschap of de nationale veiligheid wordt ook verstaan de situatie waarin het verlenen van een verblijfsvergunning zou betekenen dat de openbare lichamen zouden worden tot een gastland van mensen die elders de publieke rechtsorde ernstig schokten door daden die ook naar Nederlands recht zware misdrijven zouden opleveren.
### 4.4.2. Openbare orde en het Vluchtelingenverdrag
Voor het weigeren van de vergunning is tevens vereist dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de gemeenschap van de openbare lichamen. Dit wordt ex nunc (op het moment van de beslissing) beoordeeld. Het feit dat sinds de veroordeling een aanzienlijke tijd is verstreken zonder dat recidive heeft plaatsgevonden, kan een aanwijzing vormen dat de vreemdeling geen gevaar meer oplevert. In geval van een bijzonder misdrijf wordt een verjaringstermijn van tien jaren gehanteerd.
### 4.4.3. Openbare orde en artikel 3 EVRM
Indien de vreemdeling beschermd moet worden tegen terugkeer naar het land van herkomst omdat er een reëel risico is op een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 3 EVRM, betekent dit niet automatisch dat hij in aanmerking komt voor de gevraagde vergunning tot tijdelijk verblijf. In de onderstaande situaties wordt de betrokkene niet teruggezonden, maar wordt de gevraagde vergunning niet verleend.
### 5. De procedure van verzoeken om bescherming
### 5.1. Start van de procedure
De ambtenaar belast met het toezicht dan wel de ambtenaar belast met de grensbewaking beoordeelt tevens in overleg met de IND unit Caribisch Nederland of de vreemdeling de procedure in bewaring moet afwachten of dat hij op afspraak bij de IND unit Caribisch Nederland kan verschijnen voor de indiening van de aanvraag.
### 5.2. Situatie in bewaring
### 5.3. Handelingen in het kader van het toezicht
Wanneer een vreemdeling een aanvraag om bescherming wil indienen en er geen aanleiding bestaat om de vreemdeling in bewaring te stellen, dient de ambtenaar belast met grensbewaking (die tevens bevoegd is om handelingen in het kader van toezicht uit te voeren) of de ambtenaar belast met toezicht handelingen uit te voeren ter voorbereiding van de indiening en behandeling van de aanvraag om bescherming.
De toezichthouder of, indien nodig de IND unit Caribisch Nederland stelt de vreemdeling(en) bij het eerste contact in de gelegenheid de motieven voor de aanvraag om bescherming op schrift te stellen.
In het geval dat de gezinsleden zelfstandig om bescherming verzoeken, moeten van hen dezelfde gegevens verstrekt te worden.
### 5.5. Aanmelding en meldplicht
### 5.7. Melding op afspraak en het indienen van de aanvraag bij de IND unit Caribisch Nederland
Zodra de vreemdeling zich meldt bij de IND unit Caribisch Nederland stelt de IND unit Caribisch Nederland de vreemdeling(en) in de gelegenheid om de aanvraagformulieren en de antecedentenverklaring te ondertekenen. De aanvraag kan door de hoofdpersoon worden ondertekend mede namens de minderjarige kinderen in het geval zij hebben aangegeven dat zij niet zelfstandig hoeven te worden gehoord omdat zij geen zelfstandige motieven hebben.
### 5.8. Het horen van de vreemdeling en de beslissing
Nadat de IND unit Caribisch Nederland de door de vreemdeling ondertekende aanvraagformulieren heeft gevoegd in het dossier, wordt de vreemdeling al dan niet met tussenkomst van een tolk en al dan niet in het bijzijn van een (rechts)hulpverlener gehoord over de motieven om beschermd te worden tegen terugkeer. Tevens vraagt de IND unit Caribisch Nederland naar de gezinssamenstelling en naar de persoonsgegevens van eventuele achtergebleven gezinsleden die mogelijk later nog gezinshereniging willen vragen. Ook wordt gevraagd naar het eventuele verblijf in derde landen voorafgaand aan de komst naar de openbare lichamen.
De IND unit Caribisch Nederland neemt ter plaatse het concept-verslag met hem door, zo nodig door tussenkomst van de tolk, en de vreemdeling krijgt de gelegenheid ter plaatse correcties aan te brengen.
De IND unit Caribisch Nederland gaat vervolgens na of alle gegevens aanwezig zijn om te beslissen op de aanvraag of dat er eerst andere handelingen moeten worden verricht, zoals het uitvoeren van een onderzoek naar de reisroute of naar een eventueel strafregister van de vreemdeling. Zoveel mogelijk wordt direct gehandeld. Dat betekent dat hetzij het wordt onderzoek gestart hetzij direct de beslissing wordt genomen.
### 5.9. Mededelingen omtrent wijziging van de situatie
Hierbij moet gedacht worden aan:
### 5.10. De strekking van de beslissing
### 5.10.2. Ingangsdatum
### 5.10.3. Afwijzende beslissing met de beslissing dat de vreemdeling mag worden uitgezet
De vreemdeling wordt verzocht de IND unit Caribisch Nederland en de politie in kennis te stellen in het geval hij een rechtsmiddel heeft ingesteld.
### 5.10.4. Bijzondere situatie: de vreemdeling krijgt geen verblijfsvergunning maar mag niet worden uitgezet
In bijzondere gevallen kan de beslissing op de aanvraag inhouden dat de betrokkene vanwege het belang van de openbare orde en/of vanwege artikel 1F uitgesloten wordt van verblijf, maar niet mag worden uitgezet naar het land van herkomst. Aangehecht aan de negatieve beschikking wordt gewezen op de mogelijkheid om rechtsmiddelen aan te wenden tegen het meervoudig besluit. In het geval rechtsmiddelen worden ingesteld wordt de vreemdeling verzocht de IND unit Caribisch Nederland en de politie hiervan in kennis te stellen.
De IND unit Caribisch Nederland registreert de uitkomst van de beslissing en de datum van de verzending van de beslissing.
### 5.11. Kennisgeving van beslissingen en aanzegging van vertrek
Er kan zo nodig aansluitend aan de uitreiking van de beschikking worden overgegaan tot inbewaringstelling, voorzover is voldaan aan de voorwaarden voor inbewaringstelling. In dit geval dient de vreemdeling onmiddellijk vertrek aangezegd te worden en direct na het uitreiken van de beschikking in de gelegenheid te worden gesteld een advocaat te raadplegen.
Wanneer de aanvraag om bescherming is afgewezen, wordt op de aan de vreemdeling uit te reiken beschikking aangetekend:
### 5.12. Vertrek van de vreemdeling
### 5.13. Rechtsmiddelen na afwijzing van de aanvraag
Als de vreemdeling minvermogend is kan hij voor de indiening van een beroep een rechtsbijstandverlener via een toevoeging vragen. Het is niet mogelijk een toevoeging te vragen in het kader van een bezwaarschrift.
### 5.14. Regeling van het verblijf na inwilliging van de aanvraag
### 6. Afgeleide status voor gezinsleden en nareizende gezinsleden
Als aan de hoofdpersoon van een gezin een verblijfsvergunning is verleend verband houdend met bescherming op grond van [artikel 12a, eerste lid en onder a of b, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a), kan een van hem afhankelijk gezinslid in aanmerking komen voor een afgeleide verblijfsvergunning. Er zijn daarbij twee situaties te onderscheiden:
Cumulatieve vereisten in beide gevallen zijn:
De afgeleide vergunning tot verblijf verband houdend met bescherming wordt ook voor één jaar verleend.
### 7. Herhaalde aanvraag
De vreemdeling kan zich in verbinding stellen met de IND unit Caribisch Nederland om een afspraak te maken voor de indiening van een tweede of opvolgende aanvraag. Op de afgesproken datum wordt de vreemdeling in de gelegenheid gesteld de aanvraagformulieren te ondertekenen. De vreemdeling wordt gevraagd de nieuwe feiten en omstandigheden te noemen. Indien de IND unit Caribisch Nederland constateert dat er sprake is van een herhaling van hetgeen al in de eerdere procedure naar voren is gebracht, wordt het gehoor gestopt. De IND unit Caribisch Nederland brengt in dit geval de politie of de ambtenaar belast met de grensbewaking, direct – telefonisch en schriftelijk – van het voorlopig oordeel op de hoogte dat de betrokkene de afronding van de procedure niet mag afwachten. Een voorlopige voorziening gericht tegen het vertrek mag, indien er geen nieuwe feiten en omstandigheden zijn, niet worden afgewacht.
De aanvraag, het voorlopig oordeel en de datum van de opmaak en uitreiking van de beschikking worden geregistreerd door de IND unit Caribisch Nederland.
In het geval wel sprake is van nieuw gebleken feiten en/of omstandigheden is er geen sprake van een herhaalde maar van een opvolgende aanvraag en wordt gehandeld als bij een eerste aanvraag.
### 8. Verlenging van de verblijfstitel
Zolang de noodzaak tot bescherming blijft bestaan en er geen contra-indicaties bekend zijn die tot verblijfsbeëindiging aanleiding geven, kan het verblijfsdocument worden verlengd met een jaar. De vreemdeling kan in dat geval worden vrijgesteld van het vereiste om in het bezit te zijn van een geldig document voor grensoverschrijding.
### 9.1. Verblijfsbeëindiging omdat de grond voor bescherming is vervallen
Indien bij de jaarlijkse verlenging blijkt dat de grond voor bescherming is vervallen, kan de gevraagde verlenging van de bescherming worden geweigerd. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn indien de situatie in het land van herkomst ingrijpend is gewijzigd of als de vreemdeling vrijwillig zich weer onder de bescherming van de autoriteiten van het land van herkomst heeft begeven.
In beide situaties dient de betrokkene voorafgaand aan het besluit gehoord te worden door de IND unit Caribisch Nederland.
De rechtspositie van de vreemdeling is nadien dezelfde als die van een vreemdeling die nimmer in het bezit is geweest van een vergunning tot verblijf.
### 9.3. Verblijfsbeëindiging in verband met een strafbaar feit
Als blijkt dat de houder van een vergunning tot tijdelijk verblijf verband houdend met bescherming een strafbaar feit heeft gepleegd op de openbare lichamen, stelt de politie de IND unit Caribisch Nederland hiervan zo snel mogelijk in kennis. De IND unit Caribisch Nederland toetst aan het beleidskader voor de openbare orde en beoordeelt of er aanleiding bestaat het toegestane verblijf te beëindigen.
### Hoofdstuk 17. Vertrek, uitzetting en ongewenstverklaring
### 1. Inleiding
In [hoofdstuk 9 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&hoofdstuk=9) zijn regels opgenomen over het vertrek, de uitzetting en de ongewenstverklaring van de vreemdeling. Uitgangspunt is dat de vreemdeling die geen rechtmatig verblijf in de openbare lichamen (meer) heeft, deze uit eigen beweging verlaat. De vreemdeling is daarbij zelf verantwoordelijk voor het vertrek uit de openbare lichamen. Deze eigen verantwoordelijkheid is neergelegd in [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16) en [16a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16a).
### 2.1. Het vorderen van medewerking aan de voorbereiding van vertrek
Van de vreemdeling kan worden geëist dat hij meewerkt aan de voorbereiding van zijn vertrek uit de openbare lichamen. Deze eis kan ook gesteld worden als een aanvraag om een verblijfsvergunning is afgewezen of de verblijfsvergunning is ingetrokken, terwijl de werking van het besluit is opgeschort. Dit is neergelegd in [artikel 16, tweede lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16). De ambtenaar belast met het toezicht zal aan de vreemdeling duidelijk maken wat er wordt verlangd. In de vreemdelingenadministratie wordt dit geregistreerd.
### 2.2. Vertrek naar een ander land dan het land van herkomst
### 2.3.2. In mindering brengen van beroepstermijn op de vertrektermijn
### 2.3.3. Verkorten van de vertrektermijn
### 2.4. Reisdocumenten
Wanneer een vreemdeling niet beschikt over geldige reisdocumenten, moet hij hier zoveel mogelijk zelf voor zorgen.
### 2.4.1. Het stellen van aantekeningen in reisdocumenten
Ten aanzien van het plaatsen van aantekeningen over de verwijdering in het reisdocument van de vreemdeling, gelden de volgende hoofdregels:
### 3.1. Inleiding
Indien geen van de bovenstaande opties mogelijk is:
Van belang is dat in het kader van de uitzetting nooit aan de autoriteiten van het land van herkomst van de vreemdeling, noch aan autoriteiten van het land van doorreis of bestemming, wordt meegedeeld dat de vreemdeling eerder om bescherming heeft gevraagd. Er worden ook geen documenten verstrekt waaruit dit blijkt. Om te voorkomen dat deze informatie de genoemde autoriteiten bereikt, mag ook nooit aan het personeel van de vervoersmaatschappij waarmee de vreemdeling wordt uitgezet, worden meegedeeld dat de vreemdeling bescherming heeft gevraagd. Er wordt alleen aangegeven dat de vreemdeling geen rechtmatig verblijf in de openbare lichamen (meer) heeft.
### 3.2. Geen uitzetting ondanks de vertrekplicht
In [hoofdstuk 6 van de Ambtsinstructie BES voor de politie, Koninklijke Marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028717&hoofdstuk=6) zijn regels opgesteld voor het gebruik van hulpmiddelen ten behoeve van de uitzetting.
### 3.7. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 4. Bericht van vertrek of uitzetting
### 5. Vreemdelingen in de strafrechtketen
### 6. Ongewenstverklaring
### 6.2. Gronden voor ongewenstverklaring
De taakstraf komt in plaats van een gevangenisstraf. In het geval dat de vreemdeling wordt veroordeeld tot het verrichten van een taakstraf wordt de duur van de door de rechter bepaalde vervangende hechtenis als uitgangspunt genomen. Dit betekent dat iedere taakstraf wordt tegengeworpen ongeacht de duur van de taakstraf. Het is niet vereist dat de uitspraak onherroepelijk is geworden.
Een ander land dat een vreemdeling ongewenst heeft verklaard, kan een onderbouwd verzoek doen om de vreemdeling ook in de openbare lichamen ongewenst te verklaren. Aan een dergelijk verzoek moet een verdrag ten grondslag liggen. Op dit moment zijn er geen verdragen gesloten die hierop zien en die gelden voor de openbare lichamen.
### 6.3. Procedurele aspecten
Voordat besloten wordt een vreemdeling ongewenst te verklaren, wordt hij in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen. De vreemdeling kan daarbij feiten en omstandigheden aanvoeren die naar diens mening bij de besluitvorming moeten worden betrokken. Deze zienswijze kan de vreemdeling mondeling of schriftelijk naar voren brengen. Van een mondelinge zienswijze wordt een verslag of proces-verbaal opgemaakt. Personen die volgens de verklaring van de vreemdeling iets in diens voordeel kunnen aanvoeren, worden ook zoveel mogelijk in de gelegenheid gesteld hun zienswijze naar voren te brengen. Wanneer de vreemdeling weigert zijn zienswijze te geven, of wanneer het niet mogelijk is gebleken de vreemdeling naar diens zienswijze te vragen, wordt niet afgezien van het voornemen om de vreemdeling ongewenst te verklaren. De beslissing om de vreemdeling ongewenst te verklaren wordt dan ook genomen. In de beschikking wordt de reden vermeld waarom de zienswijze ontbreekt.
De ongewenstverklaring treedt onmiddellijk in werking nadat de beschikking bekend is gemaakt. De vreemdeling heeft vanaf dat moment geen rechtmatig verblijf meer in de openbare lichamen. De vreemdeling moet de openbare lichamen onmiddellijk uit eigen beweging verlaten en kan daartoe worden uitgezet (zie [artikel 16b, eerste lid WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16b)).
Het plaatsen van een dergelijke aantekening kan onder omstandigheden gevolgen hebben voor de doorreis of toelating tot een derde land. Als door deze aantekening de doorreis van de vreemdeling door, of diens toelating tot, een derde land wordt bemoeilijkt, mag deze aantekening niet in het document voor grensoverschrijding worden geplaatst.
### 6.4. Opheffing van de ongewenstverklaring
### 6.4.1. Inleiding
De ongewenstverklaring wordt alleen op aanvraag van de vreemdeling opgeheven. Dit volgt uit [artikel 16e WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16e).
In [artikel 8.5 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=8.5) zijn nadere regels gesteld over de mogelijkheden en bevoegdheden om de ongewenstverklaring op te heffen.
### 6.4.2. Aanvraag
De aanvraag moet:
### 6.4.3. Termijnen
De ongewenstverklaring wordt op aanvraag van de vreemdeling opgeheven, wanneer hij:
Een ongewenstverklaring op grond van een gevaar voor de nationale veiligheid wordt alleen op aanvraag opgeheven als de vreemdeling ten minste tien jaren onafgebroken buiten de openbare lichamen verbleef. Zolang de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid wordt de ongewenstverklaring echter niet opgeheven. Het gevaar voor de nationale veiligheid is geweken als dat blijkt uit ambtsberichten van de AIVD, de Dienst Nationale Recherche, ((inter)nationale) ministeries of inlichtingendiensten.
De termijn die de ongewenst verklaarde vreemdeling ten minste buiten de openbare lichamen moet verblijven begint weer opnieuw te lopen (zie [artikel 8.5, tweede lid BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=8.5)) als hij:
### 6.4.4. De inhoud van de aanvraag
Het overleggen van een verklaring als bedoeld onder d, kan achterwege blijven als het overleggen van een dergelijke verklaring niet mogelijk is, dit bijvoorbeeld vanwege de algemene (oorlogs)situatie of het ontbreken van een registratie in dat land.
### 6.5.1. Inleiding
Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring vindt alleen plaats in zeer uitzonderlijke en dringende gevallen. Aan de tijdelijke opheffing worden voorwaarden gesteld ten aanzien van de plaats van binnenkomst en de duur van het verblijf in de openbare lichamen (zie [artikel 8.6 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=8.6)).
### 6.5.2. Inhoud van het verzoek
Het verzoek moet minimaal de volgende gegevens bevatten:
### 6.5.3. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing
### 1. Inleiding
Vanwege het ingrijpende karakter blijft de toepassing van een vrijheidsbeperkende of vrijheidsontnemende maatregel beperkt tot het strikt noodzakelijke. De beginselen van proportionaliteit (doelmatigheid) en subsidiariteit (toepassen lichter middel indien mogelijk) worden voortdurend in acht genomen. De uitvoering van deze maatregelen is met strikte waarborgen omkleed.
### 2. Maatregelen
### 2.1. Vrijheidsbeperkende maatregelen
### 2.2. Vrijheidsontnemende maatregelen
Er wordt sterk terughoudend gehandeld bij vrijheidsontneming van minderjarigen. Voor deze groep wordt extra aandacht besteed aan het gebruik van minder ingrijpende maatregelen dan vrijheidsontneming.
### 2.2.1. Mededeling van vrijheidsontnemende maatregelen
Op verzoek van de vreemdeling wordt zo snel mogelijk mededeling gedaan van de uitvoering van een maatregel op grond van [artikel 2o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2o), [15b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=15b) of [15c, eerste lid WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=15c). De mededeling wordt gedaan aan de naaste verwanten en aan een in het Koninkrijk gevestigde diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de staat waarvan de vreemdeling onderdaan is. Er wordt tijdens de contacten met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging geen mededeling gedaan omtrent een door de vreemdeling ingediende toelatingsaanvraag.
Er wordt geen mededeling over zijn vrijheidsontneming gedaan als de vreemdeling geen contact met de betreffende vertegenwoordiging wenst.
### 2.2.2. Aanmelding vreemdeling
Ten behoeve van een zorgvuldige en efficiënte informatievoorziening aan alle betrokkenen, bij de uitzetting van een vreemdeling, wordt een aanmeldformulier vreemdeling opgemaakt. Het ingevulde formulier bevat informatie om de vrijheidsontneming en de uitzetting van een vreemdeling zo probleemloos mogelijk te laten verlopen. Het wordt opgemaakt bij iedere vrijheidsontneming op grond van [artikel 2o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2o), [15b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=15b), of [15c, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=15c) en moet de vreemdeling begeleiden van het moment van ingang van de maatregel tot zijn uitzetting of invrijheidstelling. Eventuele wijzigingen en aanvullingen worden gelijk aangebracht. Hierna wordt het formulier bewaard in de vreemdelingenadministratie.
### 2.2.3. Het lichten van vreemdelingen
Ten aanzien van gezinnen met minderjarige kinderen wordt zo veel mogelijk een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd in plaats van een vrijheidsontnemende maatregel om het vertrek voor te bereiden.
### 3. Beroep
### Hoofdstuk 19. Rechtsmiddelen
### 1. Inleiding
### 2. Bezwaar en beroep algemeen
### 2.1. Vereisten voor de indiening van bezwaar
Tegen de afwijzing van een verzoek verband houdende met bescherming als bedoeld in [artikel 12a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a) moet rechtstreeks beroep worden ingesteld.
Als door het uitstel de benodigde tolk niet tijdig beschikbaar is, geldt het gestelde onder a. Na afloop van de uitsteltermijn van vijf werkdagen gaat de IND-unit Caribisch Nederland ervan uit dat de zaken van de betreffende advocaat door de kantoorgenoten of collega’s zijn overgenomen.
De IND-unit Caribisch Nederland wijst een verzoek om uitstel af bij wijziging van de rechtshulpverlener.
### 2.2. Opschorting van de werking van het (afwijzende) besluit
Beschikkingen genomen op grond van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) hebben onmiddellijke werking. Het instellen van een rechtsmiddel schorst de werking ervan in beginsel niet. In individuele gevallen kan dit anders worden bepaald. In de volgende situaties zal de IND-unit Caribisch Nederland hiertoe in ieder geval niet overgaan), indien:
De vreemdeling kan ook een verzoek om schorsing indienen hangende het hoger beroep (zie [artikel 94 WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455&artikel=94)).
Ook tekent de IND-unit Caribisch Nederland aan of de vreemdeling dit rechtsmiddel mag afwachten en of de vreemdeling gedurende deze periode mag werken. Tenslotte geeft de IND-unit Caribisch Nederland aan tot wanneer de aantekening geldig blijft. Indien niet bekend is op welke datum de uitspraak bekend, vermeldt de IND-unit Caribisch Nederland een datum waarbinnen redelijkerwijs de beslissing of uitspraak te verwachten is.
Een vreemdeling mag een verzoek om een voorlopige voorziening, gericht tegen de uitzetting afwachten, tenzij:
### 2.4. Beroep
De IND-unit Caribisch Nederland is verplicht om bij de beschikking mededeling te doen van de mogelijkheid van het indienen van beroep en de termijn waarbinnen het beroepschrift moet zijn ingediend bij het Gerecht in Eerste Aanleg ([artikel 16, lid 4, WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455&artikel=16)). De beroepstermijn bedraagt, in afwijking van de [WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455), vier weken.
Wanneer een vreemdeling beroep indient, moet hij een kopie van het beroepschrift aan de IND-unit Caribisch Nederland verzenden.
Als betrokkene verblijft op Bonaire, dan moet het beroepschrift worden gestuurd naar de Griffie van het Gerecht in Eerste Aanleg te Bonaire.
Als betrokkene verblijft op Saba of Sint Eustatius, dan moet het beroepschrift worden gestuurd naar de Griffie van het Gerecht in Eerste Aanleg te Sint Maarten.
De IND-unit Caribisch Nederland kan, in het geval gewichtige redenen daartoe aanleiding geven, het verstrekken van inlichtingen of stukken weigeren dan wel meedelen dat uitsluitend het Gerecht in Eerste Aanleg kennis mag nemen van de verstrekte inlichtingen of stukken. Hiervan is sprake als de beslissing berust op vertrouwelijke informatie.
Het Gerecht in Eerste Aanleg kan aanvullende informatie inwinnen bij de IND-unit Caribisch Nederland, maar ook bij andere overheidsinstanties.
### 2.5. Hoger beroep
Een vreemdeling kan in hoger beroep gaan bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Wanneer een vreemdeling in hoger beroep gaat, moet hij een kopie van het hoger beroepschrift aan de Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel (dus de IND-unit Caribisch Nederland) verzenden.
### 3. Bijzondere rechtsmiddelen in de situatie van vrijheidsontneming
In de situatie van vrijheidsontneming gelden bijzondere rechtsmiddelen. Deze zijn uitgewerkt in de [artikelen 22j – 22x, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22j).
### 4. Klachten
De [Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537) is niet van toepassing op de openbare lichamen, met uitzondering van [hoofdstuk 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&hoofdstuk=9) (klachtbehandeling). Dit betekent dat vreemdelingen volgens hoofdstuk 9 van de Awb klachten kunnen indienen tegen de gedragingen van de IND unit Caribisch Nederland tot een jaar nadat de gedraging plaats heeft gevonden. Ongeacht de geldende wettelijke termijn ontvangt de IND unit Caribisch Nederland de klachten bij voorkeur zo snel mogelijk nadat de gedraging zich heeft voorgedaan.
De IND-BES unit doet de ingekomen klacht zoveel mogelijk informeel af, waarbij de IND unit Caribisch Nederland in samenspraak met de klager een oplossing zoekt. Van de informeel gemaakte afspraken wordt een telefoonnotitie gemaakt. Hierin wordt vastgelegd of de klager akkoord gaat dat de IND unit Caribisch Nederland de klacht als afgehandeld mag beschouwen. De klager wordt de telefoonnotitie toegezonden. Indien de klager niet akkoord gaat met een informele afdoening, wordt schriftelijk aangegeven of de klacht als gegrond of ongegrond wordt beschouwd. Als de klager niet tevreden is over de klachtafhandeling of indien de klachtafhandeling niet tijdig heeft plaatsgevonden, kan de klager zich wenden tot de Nationale ombudsman.
### Modellen CTU-BES
Als sprake is van een bachelor/masterstructuur wordt de studielast voor de bacheloropleiding en de masteropleiding bij elkaar opgeteld. De maximale verblijfsduur bedraagt één jaar meer dan die studielast. Het is niet noodzakelijk dat de master aan dezelfde instelling wordt gevolgd als de bachelor. Als de vreemdeling een schakeljaar volgt tussen HBO bachelor en universitaire master wordt de maximale verblijfsduur met één jaar verlengd.
### 6.1. Beperking
### 6.2. Arbeidsmarktaantekening
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: ‘arbeid niet toegestaan met uitzondering van arbeid van bijkomende aard; TWV vereist’.
### 6.3. Voorschriften
De schriftelijke garantverklaring genoemd in paragraaf 3, onder c, sub 1 dient om aan te tonen dat wordt voldaan aan het middelenvereiste.
### 7. Het verrichten van arbeid
### 8. Gezinshereniging
### 1.9.3.2. Duurzaamheid middelen van bestaan
### 1.9.3.3. Voldoende middelen van bestaan
### 1.9.4. Openbare orde en nationale veiligheid
### 1.9.4.1. Eerste verblijfsaanvaarding
### 1.9.5. Medisch onderzoek
### 1.9.6. Niet voldoen aan de beperking
### 1.10. Gevolgen van de afwijzing
### 1.11. Vertrektermijn
### 1.12. Verlenging en intrekking van de verblijfsvergunning voor (on)bepaalde tijd
### 1.12.1. Verlengen van de vergunning
### 1.12.3. Gronden intrekking
### 1.12.3.1. Besluit tot intrekking
### 1.12.3.2. Voortzetting verblijf na intrekking verblijfsvergunning
### 2. De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd
### 2.1. Algemeen
### 2.2. Systematiek
[Artikel 5.45, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.45) stelt dat de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd wordt verleend aan de vreemdeling direct voorafgaand aan de aanvraag of op het moment van de beslissing op de aanvraag gedurende een ononderbroken periode van tenminste vijf jaren houder is van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor een niet-tijdelijk doel, als de vreemdeling:
### 2.3. Intrekking van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd
### 3. Procedurele bepalingen
### 3.1. De mvv-aanvraag
Een vreemdeling die langer dan drie maanden in de openbare lichamen wil moet in het algemeen in het bezit zijn van een geldig document voor grensoverschrijding voorzien van een geldige mvv.
### 3.1.1. Aanvraagprocedure mvv ingediend door de vreemdeling
### 3.1.2. Aanvraagprocedure mvv ingediend door de referent
### 3.1.3. Afgifte mvv
### 3.1.4. Samenloop aanvraagprocedures
### 3.1.5. Mvv en verlening verblijfsvergunning bepaalde tijd
### 3.2.1. De vereisten voor het indienen van de aanvraag
### 3.3. Aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd
### 3.5. Specifieke bepalingen procedure verblijfsvergunning (on)bepaalde tijd
### 3.6. Leges
### 3.6.1. Restitutie leges
### 3.7. Behandeling van de aanvraag
### 3.7.1. Herstel verzuim
### 3.7.2. Beslistermijn
### 3.7.4. Bevoegdheid
Gevallen waarin de originele beschikking in persoon wordt uitgereikt.
Na bekendmaking van de inwilligende beschikking door de IND unit Caribisch Nederland aan de vreemdeling, moet aan de vreemdeling een verblijfsdocument worden verstrekt waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt.
### 3.7.5.2. Weigering verlenging en wijziging beperking
### 3.8. Overgangsrecht
### 3.8.1. Geldige verblijfstitels, verklaringen van verblijf van rechtswege en nvt-verklaringen
### 3.8.3. Voortgezet verblijf na vijf jaar
### 3.8.4. Verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd na vijf jaar
### Hoofdstuk 4. Arbeid in loondienst
### 1.2. Meerdere werkgevers
### 2. Buitenlandse werknemers voor wie een TWV is vereist
### 2.3. Procedure bij het loket van IND-BES (1-loket procedure)
De werkgever vraagt ten behoeve van de vreemdeling die in de openbare lichamen arbeid in loondienst wil gaan verrichten, bij het loket van IND-BES zoveel mogelijk gelijktijdig een TWV én een mvv voor het verrichten van arbeid in loondienst aan. Als de vreemdeling niet mvv-plichtig is, dient de werkgever bij het loket een aanvraag om een TWV in en dient de vreemdeling, zoveel mogelijk gelijktijdig, een aanvraag in om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst. Als de vreemdeling zelf de aanvraag om een mvv indient bij de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in zijn land van herkomst of bestendig verblijf, wordt deze aanvraag ter afhandeling doorgezonden naar de IND unit Caribisch Nederland. Na ontvangst van deze mvv-aanvraag wordt de werkgever door de IND unit Caribisch Nederland uitgenodigd om bij het loket een TWV-aanvraag in te dienen.
### 2.4. Samenhang beslissing aanvraag TWV en verblijfsvergunning
### 2.5. Geldigheidsduur: relatie met de TWV
### 2.6. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 2.6.1. Beperking
### 2.6.2. Arbeidsmarktaantekening
### 2.6.3. Voorschrift
Aan de verlening van de verblijfsvergunning worden de volgende voorschriften verbonden:
Een werkgever wordt geacht solvabel te zijn als aan hem een TWV is verleend voor de door de vreemdeling te verrichten arbeid.
### 3. Buitenlandse werknemers voor wie een TWV niet is vereist
De verbodsbepaling van de [Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437) is niet van toepassing op een vreemdeling die zijn hoofdverblijf buiten Nederland heeft én geen arbeidsovereenkomst heeft met een in de openbare lichamen gevestigde werkgever én uitsluitend arbeid verricht op buiten de openbare lichamen geregistreerde vervoermiddelen in het internationale verkeer (zie [artikel 8, onder b, Besluit uitvoering Wav-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=8)).
### 4.3.2. Verblijfsvoorwaarden
### 4.3.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 4.3.3.1. Beperking
### 4.3.3.3. Voorschriften
Aan de verlening van de verblijfsvergunning worden de volgende voorschriften verbonden:
### 4.3.4. Geldigheidsduur
Voortzetting van verblijf voor het verrichten van arbeid als stagiair of praktikant wordt dus niet toegestaan. Dit volgt uit het feit dat de TWV voor het verrichten van arbeid als stagiair of praktikant slechts voor maximaal een jaar respectievelijk 24 weken kan worden verleend.
### 4.4.1. Inleiding
### 4.4.2. Meldplicht
De vreemdeling die van rechtswege is toegelaten als bedoeld in [artikel 5a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5a) en die arbeid gaat zoeken of arbeid gaat verrichten, meldt dit onmiddellijk bij de korpschef ([artikelen 6.38, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.38)).
### 4.4.3. Arbeidsovereenkomst of stage voor maximaal drie maanden
Verblijf langer dan drie maanden:
### 4.4.4. Grensarbeiders
### 4.4.4.1. Verblijfsvoorwaarden
### 4.5. Van rechtswege toegelaten vreemdelingen
Voor vreemdelingen die op grond van [artikel 3, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) van rechtswege toelating tot verblijf hebben, hoeft de werkgever niet in het bezit te zijn van een TWV. Zie verder [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=2&z=2015-02-19&g=2015-02-19).
### 4.6. Directeuren-(groot)aandeelhouders
### 5.1. Inleiding
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan in dat geval op twee gronden worden ingetrokken:
### 5.5. Samenwerking met de arbeidsbemiddelingsorganisatie en SZW-BES
### 6. Strafbepalingen in de WTU-BES
### Hoofdstuk 5. Arbeid als zelfstandige
### 1. Inleiding
Aan een vreemdeling die een zelfstandig bedrijf uitoefent kan onder voorwaarden een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden verleend onder een beperking die verband houdt met het verrichten van arbeid als zelfstandige (zie [artikel 7, zevende lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7) en [artikel 5.2, eerste lid, onder d, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2)).
### 4. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 4.1. Beperking
### Hoofdstuk 6. Het Nederlands-Amerikaans vriendschapsverdrag
Het internationale recht, waaronder verdragen, gaat vóór het recht dat geldt in het Koninkrijk der Nederlanden en eist dat de verdragspartij zijn aangegane verplichtingen nakomt. De wijze waarop verdragsbepalingen in de rechtsorde van het Koninkrijk der Nederlanden doorwerken wordt echter niet geregeld door het internationale recht. Dit is een aangelegenheid van nationaal procedureel recht (zie [artikel 9.3 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=9.3)).
Onderdeel c daarentegen verduidelijkt dat het recht op toegang en verblijf van Amerikaanse onderdanen die voor andere doeleinden op het grondgebied van het Koninkrijk wensen te verblijven niet wordt ontleend aan het Verdrag, maar dat daartoe de wetten met betrekking tot de toelating en het verblijf van vreemdelingen in acht moeten worden genomen.
Een onderdaan van de Verenigde Staten van Amerika die, op grond artikel II, eerste lid, onder a of b, van het Verdrag, voorzetting van het verblijf wenst in de openbare lichamen, hoeft niet te voldoen aan het middelenvereiste zoals neergelegd in [artikel 9, eerste lid, aanhef en onder c, van de WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9), als hij voldoet aan de overige voorwaarden zoals omschreven in dit hoofdstuk.
### 2.2. Vereiste bescheiden arbeid als zelfstandige op grond van het Verdrag
### 2.3. Vereiste bescheiden arbeid in loondienst als sleutelpersoneel op grond van het Verdrag
### 3. Arbeid in loondienst
### 4. Gezinshereniging
### 5.1. Beperking en arbeidsmarktaantekening
### 6. Geldigheidsduur
Op grond van [artikel 5.25 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.25) wordt de verblijfsvergunning verleend voor één jaar.
De vreemdeling die:
Het starten van een studie in de vrije termijn zonder in het bezit te zijn van een geldige mvv heeft dus twee gevolgen:
### 4. Verblijfsvoorwaarden
### 5. Vereiste bescheiden
### 6. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
### 6.1. Beperking
### 6.2. Arbeidsmarktaantekening
### 6.3. Voorschriften
### 1. Inleiding
### 3. Reguliere gepensioneerden en renteniers
### 3.1. Inleiding
### 3.2. Verblijfsvoorwaarden
### 4. Overwinteraars
### 4.1. Inleiding
Voor Nederlanders geldt een vrije termijn van zes maanden binnen een tijdvak van een jaar (zie [artikel 4.2, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.2)) gedurende welke zij in de openbare lichamen kunnen verblijven.
### 5. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 5.2. Geldigheidsduur
### 5.4. Voorschriften
De verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting.
### Hoofdstuk 9. Investeerders
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan onder een beperking verband houdend met verblijf als investeerder worden verleend als de vreemdeling voldoet aan de onder 2 genoemde verblijfsvoorwaarden. Als de vreemdeling niet voldoet aan één of meer van deze voorwaarden, wordt de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning afgewezen.
### 2. Verblijfsvoorwaarden
### 3. Vereiste bescheiden
De gezinsleden moeten de in paragraaf 3 onder a, b, c, d, e, g, j en k genoemde bescheiden overleggen.
### 5. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 1. Inleiding
Als een vreemdeling vrijwilligerswerk verricht voor langer dan 12 weken, dan is hiervoor wel een TWV vereist en moet de vreemdeling ook een aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd aanvragen onder een beperking verband houdend met ‘verblijf als vrijwilliger’. Dit is een tijdelijk verblijfsrecht dat voor maximaal één jaar kan worden verleend. Na één jaar kan de verblijfsvergunning niet meer worden verlengd.
### 2. Verblijfsvoorwaarden
Beleidsregel:
### 3. Vereiste bescheiden
Beleidsregel:
### 4.1. Beperking
### 4.2. Arbeidsmarktaantekening
### 4.3. Voorschriften
Aan de echtgeno(o)t(e) of (geregistreerde) partner en de minderjarige kinderen van de vrijwilliger kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verband houdend met gezinshereniging worden verleend, mits wordt voldaan aan de voor die beperking geldende voorwaarden, met uitzondering van de voorwaarde die betrekking heeft op het niet-tijdelijk verblijf van de hoofdpersoon (zie [artikel 5.9, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.9)).
### Hoofdstuk 11. Gezinshereniging en gezinsvorming
### 2. Huwelijk en geregistreerd partnerschap
### 2.1. Verblijfsvoorwaarden
Het huwelijk is geldig als:
Ingeval van gezinshereniging of gezinsvorming wordt de verblijfsvergunning ingevolge de [artikelen 5.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.10) en [5.11 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.11) verleend als de vreemdeling en de hoofdpersoon eenentwintig jaar of ouder zijn.
### 2.2. Vereiste bescheiden
### 2.3. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
### 2.3.1. Beperking
### 2.3.2. Arbeidsmarktaantekening
Als het huwelijk binnen de openbare lichamen wordt gesloten, zal het bevolkingsregister bij twijfel ook de vreemdelingenpolitie verzoeken een onderzoek te laten plaatsvinden.
### 4.1. Verblijfsvoorwaarden
Gelegaliseerde akten:
### 4.2. Vereiste bescheiden
### 4.3. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
### 4.3.1. Beperking
### 4.3.2. Arbeidsmarktaantekening
Het gestelde rechtmatig gezag van de om verblijf vragende echtgenoot, geregistreerd partner of partner van de hoofdpersoon moet in beginsel met gelegaliseerde bescheiden worden aangetoond.
De aanvraag om een verblijfsvergunning, bedoeld in [artikel 5.9 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.9), wordt niet vanwege het ontbreken van een familierechtelijke relatie afgewezen als het minderjarige kind een pleegkind is van de hoofdpersoon. Daarbij geldt als voorwaarde dat het kind naar het oordeel van de Minister feitelijk behoort en al in het land van herkomst feitelijk behoorde tot het gezin van de hoofdpersoon.
De ouders moeten ook het wettelijk gezag over de minderjarige (tijdelijk) aan de pleegouders overdragen. Per land moet onderzocht worden of dit kan via een notariële verklaring of dat de ouders hiervoor een rechtelijke uitspraak nodig hebben.
### 5.2. Vereiste bescheiden
### 5.3. Kinderen geboren uit rechtmatig verblijvende ouders
### 5.3.2. Vereiste bescheiden
### 5.4. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
Bovengenoemde arbeidsmarktaantekening staat niet in de weg dat bij andere wetten beperkingen ten aanzien van het verrichten van arbeid door minderjarigen gesteld worden.
De familierechtelijke relatie moet worden aangetoond met officiële gelegaliseerde documenten.
### 6.1. Bijzondere vereisten voor toelating
### 6.3. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
### 7.1. Familie- of gezinsleven
In de volgende gevallen is in ieder geval sprake van familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM:
In de volgende gevallen kan ook sprake zijn van familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM:
### 7.2. Inmenging
### 7.4. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘uitoefenen van het gezinsleven conform artikel 8 EVRM bij (naam)’.
### 7.4.2. Arbeidsmarktaantekening
### 1. Inleiding
Het verschil tussen buitenlandse adoptiekinderen en buitenlandse pleegkinderen is een juridisch verschil.
Bij buitenlandse adoptie gaat het om een minderjarig kind van niet-Nederlandse nationaliteit, dat niet in de openbare lichamen is geboren en dat, als gevolg van een erkende buitenlandse adoptiebeslissing, geldt als kind van de adoptanten. Dit betekent dat de banden tussen de biologische ouders en het adoptiekind ophouden te bestaan, dat zij afstand hebben gedaan van het kind en dat de adoptiefouders in familierechtelijke band komen te staan tot dat kind. Het gaat ook om een permanente situatie.
### 2. Adoptiekinderen
### 3.1. Verblijfsvoorwaarden
Verblijf kan alleen worden verleend wanneer de verblijfgever de grootouder, broer, zuster, oom of tante van het pleegkind is.
### 3.2. Vereiste bescheiden
### 3.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### Hoofdstuk 13. Wedertoelating
Op grond van [artikel 5.2 lid 1 onder g, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2) kan aan een oud-Nederlander verblijf verleend worden in het kader van wedertoelating tot de openbare lichamen.
Voor wedertoelating komen, onder voorwaarden, in aanmerking:
### 2. Oud-Nederlanders
Verder kan onderscheid gemaakt worden tussen Nederlanders die in of buiten de openbare lichamen zijn geboren en getogen.
### 2.2. Oud-Nederlanders die geboren en getogen zijn in de openbare lichamen
De ouders zijn beiden geboren en getogen op Saba en in het bezit van de Nederlandse nationaliteit. De ouders verhuizen naar Venezuela alwaar hun kinderen zijn geboren. De kinderen hadden bij geboorte de Nederlandse nationaliteit. De ouders en de kinderen verkrijgen na verloop van tijd de Venezolaanse nationaliteit en verliezen daarbij de Nederlandse nationaliteit. Een van de kinderen verblijft inmiddels in Colombia en verzoekt nu om wedertoelating tot Saba op grond van het feit dat hij oud-Nederlander is.
### 2.3.3. Vereiste bescheiden
Aan de meerderjarige vreemdeling die het Nederlanderschap heeft verloren, omdat hij na de totstandkoming van zijn naturalisatie of optie heeft nagelaten al het mogelijke te doen om zijn oorspronkelijke nationaliteit te verliezen, kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd of onbepaalde tijd worden verleend.
Het gevaar voor de openbare orde wordt beoordeeld aan de hand van de maatstaven die zijn aangelegd voor verblijfsbeëindiging. Bij de vaststelling van de verblijfsduur wordt mede betrokken de periode waarin de vreemdeling als Nederlander in de openbare lichamen heeft verbleven. Onder strafmaat wordt verstaan de totale duur van de vrijheidsbenemende straffen of maatregelen, met inbegrip van die welke bij al dan niet onherroepelijk geworden uitspraak zijn opgelegd in de periode waarin de vreemdeling het Nederlanderschap bezat en in de periode na het verlies van het Nederlanderschap.
### 3.4. Vereiste bescheiden
Verblijf kan worden verleend aan de vreemdeling:
Het gaat hier om een vrijwillige handeling. De vreemdeling realiseert zich dat hij toch niet zijn oorspronkelijke wil verliezen en kiest er daarom zelf voor om afstand te doen van de Nederlandse nationaliteit, voordat hij hiertoe wordt gedwongen. De vreemdeling moet binnen twee jaar nadat hij de verklaring van afstand heeft afgelegd een aanvraag om een verblijfsvergunning indienen.
### 5. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘wedertoelating’ wordt niet afgewezen om de reden dat niet meer wordt voldaan aan de beperking waaronder de vergunning is verleend.
### 8.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking ‘in afwachting verzoek ex [artikel 17 RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=17)’.
Mensenhandel is een grove schending van de rechten van de mens en een ernstig misdrijf. Het delict is strafbaar gesteld in [artikel 286f van het Wetboek van Strafrecht BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=286f). Dit artikel ziet op mensenhandel in het algemeen, daaraan gerelateerde vormen van uitbuiting en het trekken van profijt daaruit.
### 2.1. Verblijfsvoorwaarden slachtoffer mensenhandel
De verblijfsvergunning, bedoeld in [artikel 7 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7), kan onder een beperking verband houdend met de vervolging van mensenhandel worden verleend, als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
Zodra de strafzaak door het OM wordt geseponeerd of tegen de uitspraak van de rechtbank in het proces tegen de verdachte geen beroep is ingesteld dan wel het gerechtshof uitspraak heeft gedaan, komt de grond aan de verblijfsvergunning als bedoeld in deze paragraaf te ontvallen.
### 2.2. Vereiste bescheiden
### 3. Getuige-aangever
### 3.2. Vereiste bescheiden
### 4. De beslissing
Ten aanzien van de termijn waarbinnen op de aanvraag dient te worden beslist, wordt onderscheid gemaakt of het een aanvraag van een slachtoffer of van een getuige-aangever betreft. Op de aanvraag van een slachtoffer dient – onvoorziene omstandigheden daargelaten – binnen 24 uur nadat de aanvraag is ingediend te worden beslist. Bij een aanvraag van een getuige-aangever is het praktisch niet haalbaar binnen een dergelijke termijn te beslissen. Dit in verband met het verplicht consulteren van het OM, voordat op de aanvraag kan worden beslist.
De IND unit Caribisch Nederland stelt de politie in kennis van de beslissing op de aanvraag om een verblijfsvergunning.
### 4.2.1. Beperking
### 4.2.2. Arbeidsmarktaantekening
### 6.1. Verblijfsvoorwaarden slachtoffermensenhandel
De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning van het slachtoffer kan worden verlengd zolang er sprake is van een strafrechtelijk opsporings- of vervolgingsonderzoek naar of berechting in feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit ter zake waarvan aangifte is gedaan of waaraan op andere wijze medewerking is verleend.
De geldigheid van de verblijfsvergunning wordt niet verlengd als er geen sprake meer is van een strafrechtelijk opsporings- of vervolgingsonderzoek naar of berechting in feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit ter zake waarvan aangifte is gedaan of waaraan op andere wijze medewerking is verleend.
### 6.2. Verblijfsvoorwaarden getuige-aangever
### 6.4. Leges
### 7.1. Algemeen
### Hoofdstuk 15. Voortgezet verblijf
### 2.2. Vereiste bescheiden
### 2.3. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder de beperking: ‘voortgezet verblijf’.
### 2.3.3. Voorschriften
Het gaat hier om vreemdelingen die als echtgenoot, (geregistreerd) partner, meerderjarig kind, als ouder of ander gezinslid in het kader van gezinsvorming of (verruimde) gezinshereniging verblijf in de openbare lichamen hebben gehad.
Als het gaat om een meerderjarig kind dat nog feitelijk bij zijn ouders woont, studeert en financieel afhankelijk is van zijn ouders, dan mag het inkomen van de ouders meegenomen worden bij de middeleneis.
### 3.2. Vereiste bescheiden
### 3.3.1. Beperking
### 3.3.3. Voorschrift
### 4. Voortgezet verblijf na overlijden van (huwelijks) partner
Wanneer de (huwelijks) partner binnen vijf jaar komt te overlijden komt de vreemdeling op grond van de voorwaarden van [artikel. 5.24, derde lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.24) in aanmerking voor voortgezet verblijf ook al is nog geen sprake van vijf jaar verblijf. In dat geval wegen de humanitaire omstandigheden zwaar mee. Wel dient de vreemdeling te beschikken over voldoende middelen van bestaan.
Wanneer de vreemdeling is toegelaten in het kader van het ouderenbeleid en de verblijfgever – het kind van de ouder – binnen vijf jaar komt te overlijden komt de vreemdeling niet in aanmerking voor voortgezet verblijf. Bij de boordeling van de aanvraag moet een afweging gemaakt worden op grond van [artikel 5.25 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.25). Voortgezet verblijf op grond van bijzondere, individuele humanitaire omstandigheden kan nog steeds gewenst zijn. De vreemdeling moet in dat geval de bijzondere omstandigheden onderbouwen.
### 4.2. Vereiste bescheiden
### 4.3.1. Beperking
Als [artikel 7 Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=7) van toepassing is, wordt de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
### 4.3.3. Voorschrift
Aan de verlening van de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden dat de vreemdeling voldoet aan de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting (zie [artikel 5.4, eerste lid, aanhef en onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.4)).
### 5. Voortgezet verblijf wanneer sprake is van bijzondere omstandigheden
### 5.2. Vereiste bescheiden
### 5.3.1. Beperking
### 5.3.3. Voorschrift
### Hoofdstuk 16. Aanvragen om bescherming tegen terugzending
Aanvragen om bescherming worden individueel beoordeeld.
### 2. Bescherming op grond van het Vluchtelingenverdrag
### 2.2. Vervolgingsgronden
### 2.2.1. Discriminatie als daad van vervolging
### 2.2.2. Vervolging vanwege godsdienst
### 2.3. Politieke en commune delicten en discriminatoire of onevenredige bestraffing
### 2.4. Vervolging wegens dienstweigering of desertie
### 2.5. Bijzondere situaties
### 2.5.1. Refugiés sur place
### 2.5.2. Als de UNHCR de vreemdeling heeft erkend als vluchteling
### 2.6.1. Algemeen
### 2.6.3. Artikel 1C
### 2.6.6. Artikel 1F
### 2.7. Terugzending (refoulement)
### 3. Bescherming in het EVRM tegen foltering of onmenselijke behandeling
### 3.1. Foltering of onmenselijke behandeling
Actoren van een behandeling in de zin van artikel 3 EVRM kunnen onder meer zijn:
### 3.2. Individualiseringsvereiste in de jurisprudentie
Wanneer er in het land van herkomst sprake is van een uitzonderlijk slechte veiligheidssituatie, kan de vreemdeling in aanmerking komen voor bescherming om de enkele reden dat hij uit dit land komt (zie de uitspraak N.A. tegen het Verenigd Koninkrijk, EHRM 17 juli 2008, nr 25904/07). Van een uitzonderlijke situatie als hier bedoeld zal slechts zelden sprake zijn en er zijn nog geen voorbeelden van bekend. In de jurisprudentie zal dit criterium verder uitgewerkt worden. Het zal in ieder geval moeten gaan om een situatie gaan waarin heel veel gebruik wordt gemaakt van dodelijke wapens zodat het gevaar om een dodelijk slachtoffer te worden heel erg groot is.
### 3.2.2. De mensenrechten van een bevolkingsgroep worden systematisch geschonden
### 3.2.3. Kwetsbare minderheidsgroep
### 3.2.4. Individuele indicaties in de persoonlijke omstandigheden
Dit betekent dat wanneer de vreemdeling aannemelijk maakt dat hem een reëel risico op executie of de doodstraf wacht of een andere onmenselijke behandeling in zijn land op grond van het feit dat hij daar een commuun delict heeft gepleegd, het EVRM de terugkeer naar het land van herkomst verbiedt.
### 4. De beoordeling van aanvragen om bescherming
### 4.1. Afwijzing zonder statusbepaling
Voorts moet er sprake zijn van enige omstandigheden op grond waarvan geconcludeerd kan worden dat betrokkene beschermd is tegen refoulement.
### 4.2. Toetsingsvolgorde
### 4.2.1. Algemeen
Als de vreemdeling hier niet voor in aanmerking komt, dient te worden beoordeeld of de vreemdeling bij terugkeer een schending van artikel 3 EVRM staat te wachten en in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning verband houdend met bescherming op grond van [artikel 12a, eerste lid, onder b, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a).
### 4.2.2. Toetsingsvolgorde bij toetsing aan het Vluchtelingenverdrag
### 4.2.3. Toetsingsvolgorde bij toetsing aan artikel 3 EVRM
Het gaat steeds om de beoordeling van de situatie zoals die is in het land van herkomst op het moment dat het vertrek van de vreemdeling naar het land van herkomst aan de orde is. Dat geldt dus:
### 4.3. Bewijslast en geloofwaardigheid
Als de vreemdeling niet over zodanig bewijs beschikt, moet hij een verklaring hebben voor het ontbreken ervan. Slaagt hij hierin, dan kan nader onderzoek worden ingesteld en/of hem het voordeel van de twijfel worden toegekend.
### 4.4. Openbare orde en nationale veiligheid
### 4.4.1. Algemeen
### 4.4.2. Openbare orde en het Vluchtelingenverdrag
### 4.4.3. Openbare orde en artikel 3 EVRM
### 5. De procedure van verzoeken om bescherming
### 5.1. Start van de procedure
### 5.2. Situatie in bewaring
### 5.3. Handelingen in het kader van het toezicht
### 5.5. Aanmelding en meldplicht
### 5.6. Voorbereidende handelingen van de IND unit Caribisch Nederland
### 5.8. Het horen van de vreemdeling en de beslissing
In het geval de vreemdeling het verslag corrigeert, verwerkt de IND unit Caribisch Nederland de correcties in het verslag. De IND-BES medewerker maakt het verslag definitief. In het definitieve verslag gehoor vermeldt de IND unit Caribisch Nederland dat de vreemdeling correcties heeft voorgesteld en dat deze zijn verwerkt. De IND unit Caribisch Nederland geeft de vreemdeling een exemplaar van het aangepaste en uitgeprinte verslag van het gehoor mee en voegt tevens een exemplaar toe aan het dossier van de vreemdeling. De datum van het gehoor en de gegevens uit het gehoor worden door de IND unit Caribisch Nederland in het registratiesysteem vastgelegd.
### 5.9. Mededelingen omtrent wijziging van de situatie
### 5.10.2. Ingangsdatum
### 5.10.3. Afwijzende beslissing met de beslissing dat de vreemdeling mag worden uitgezet
Het derde exemplaar is bestemd voor de administratie van de politie.
### 5.13. Rechtsmiddelen na afwijzing van de aanvraag
### 5.14. Regeling van het verblijf na inwilliging van de aanvraag
### 6. Afgeleide status voor gezinsleden en nareizende gezinsleden
### 7. Herhaalde aanvraag
De IND unit Caribisch Nederland maakt zo spoedig mogelijk een beslissing op de aanvraag en stelt, indien mogelijk, de vreemdeling hiervan schriftelijk in kennis. De politie wordt eveneens geïnformeerd.
### 9. Verblijfsbeëindiging
### 9.1. Verblijfsbeëindiging omdat de grond voor bescherming is vervallen
### Hoofdstuk 17. Vertrek, uitzetting en ongewenstverklaring
In [hoofdstuk 9 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&hoofdstuk=9) zijn regels opgenomen over het vertrek, de uitzetting en de ongewenstverklaring van de vreemdeling. Uitgangspunt is dat de vreemdeling die geen rechtmatig verblijf in de openbare lichamen (meer) heeft, deze uit eigen beweging verlaat. De vreemdeling is daarbij zelf verantwoordelijk voor het vertrek uit de openbare lichamen. Deze eigen verantwoordelijkheid is neergelegd in [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16) en [16a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16a).
### 2.1. Het vorderen van medewerking aan de voorbereiding van vertrek
De vertrektermijn kan in de volgende gevallen verkort worden in het belang van de uitzetting:
Ten aanzien van het plaatsen van aantekeningen over de verwijdering in het reisdocument van de vreemdeling, gelden de volgende hoofdregels:
### 3.1. Inleiding
Indien geen van de bovenstaande opties mogelijk is:
### 3.3. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
De Minister is verantwoordelijk voor de effectuering van de uitzetting. De feitelijke uitzetting geschiedt door de Commandant van de Koninklijke Marechaussee.
### 3.5. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
### 3.7. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
Op grond van [artikel 22 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22) is de gezagvoerder, reder of de luchtvaartmaatschappij die een, niet tot verblijf in de openbare lichamen gerechtigde, vreemdeling heeft aangebracht verplicht deze vreemdeling voor zijn rekening weer uit de openbare lichamen te vervoeren of doen vervoeren (zie [hoofdstuk 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=1&z=2015-02-19&g=2015-02-19) CTU-BES).
Verstekelingen vallen ook onder deze regelgeving.
### 4. Bericht van vertrek of uitzetting
De vreemdelingenpolitie of KMar meldt het vertrek of de uitzetting van een vreemdeling uit de openbare lichamen aan de IND unit Caribisch Nederland door het toesturen van een bericht van vertrek.
### 6. Ongewenstverklaring
### 6.1. Inleiding
De ongewenstverklaring is een administratieve maatregel, bedoeld om bepaalde vreemdelingen te weren, die niet (langer) in de openbare lichamen mogen verblijven.
### 6.2. Gronden voor ongewenstverklaring
De taakstraf komt in plaats van een gevangenisstraf. In het geval dat de vreemdeling wordt veroordeeld tot het verrichten van een taakstraf wordt de duur van de door de rechter bepaalde vervangende hechtenis als uitgangspunt genomen. Dit betekent dat iedere taakstraf wordt tegengeworpen ongeacht de duur van de taakstraf. Het is niet vereist dat de uitspraak onherroepelijk is geworden.
### 6.3. Procedurele aspecten
### 6.4.2. Aanvraag
### 6.4.3. Termijnen
### 6.5. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
### Hoofdstuk 18. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
Het vreemdelingentoezicht en het terugkeerbeleid maken deel uit van het door de overheid gevoerde vreemdelingenbeleid. De terugkeer van vreemdelingen is het sluitstuk van het binnenlandse vreemdelingentoezicht. Om deze taken van toezicht en terugkeer te realiseren maakt de overheid gebruik van vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen. Deze maatregelen zijn alleen geoorloofd op basis van een wettelijke bepaling.
### 2.1. Vrijheidsbeperkende maatregelen
### 2.2.1. Mededeling van vrijheidsontnemende maatregelen
Op verzoek van de vreemdeling wordt zo snel mogelijk mededeling gedaan van de uitvoering van een maatregel op grond van [artikel 2o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2o), [15b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=15b) of [15c, eerste lid WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=15c). De mededeling wordt gedaan aan de naaste verwanten en aan een in het Koninkrijk gevestigde diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de staat waarvan de vreemdeling onderdaan is. Er wordt tijdens de contacten met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging geen mededeling gedaan omtrent een door de vreemdeling ingediende toelatingsaanvraag.
### 2.2.3. Het lichten van vreemdelingen
### 2. Bezwaar en beroep algemeen
### 2.1. Vereisten voor de indiening van bezwaar
### 2.2. Opschorting van de werking van het (afwijzende) besluit
### 2.3. Het verzoek om een voorlopige voorziening
### 2.4. Beroep
### Modellen CTU-BES
De strekking van deze uitspraak is dat Amerikaanse onderdanen in het Caribisch Deel van het Koninkrijk de openbare lichamen aanspraak hebben op gelijke behandeling als Nederlanders die niet in het Caribisch Deel van het Koninkrijk zijn geboren. Dit betekent dat Amerikaanse onderdanen, net als die Nederlanders, op grond van [artikel 3, vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) WTU-BES op het grondgebied van de openbare lichamen van rechtswege toelating tot verblijf hebben.
Nederlanders mogen maximaal zes maanden binnen een tijdvak van een jaar als toerist op het grondgebied van de openbare lichamen verblijven ([artikel 4.2, derde lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.2)), zonder verblijf van rechtswege **toegekend**. Deze termijn kan niet worden verlengd.
### 7.1.4. Transitpassagiers van vliegtuigen
Transitpassagiers hoeven op grond van de vigerende visumregeling niet in het bezit te zijn van een visum kort verblijf voor de openbare lichamen als zij:
Als transitpassagiers de transitruimte langer dan 48 uur willen verlaten, dan kan dit alleen op vertoon van een visum kort verblijf voor de openbare lichamen. Dit visum dient van te voren, in het land van herkomst, te worden aangevraagd.
### 7.1.5. Zeelieden
### Hoofdstuk 2. Toelating van rechtswege
### 1. Inleiding
In [artikel 3, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) is bepaald wie van rechtswege toelating tot verblijf in de openbare lichamen hebben. Bij algemene maatregel van bestuur kan de categorie vreemdelingen die van rechtswege zijn toegelaten worden uitgebreid (zie artikel 3, tweede lid, WTU-BES).
In [artikel 5a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5a) is bepaald dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels kunnen worden gesteld over het verblijf zonder verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor verblijf in de vrije termijn (van niet langer dan zes maanden). In de [artikelen 4.1 tot en met 4.4 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.1) is dit uitgewerkt.
### 2. Nederlanders
### 2.1. Algemeen
[Artikel 1a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=1a) voorziet in een overgangsregeling voor de toegang en het verblijf van Nederlanders in de openbare lichamen, in afwachting van de totstandkoming van een Rijkswet personenverkeer. Door middel van een Rijkswet personenverkeer wordt gestreefd naar een uniforme regeling voor de toegang en toelating van alle Nederlanders tot alle delen van het Koninkrijk. In de overgangsregeling artikel 1a WTU-BES zal het bestaande regime voor de toegang en toelating van de Nederlanders tussen de verschillende landen van het Koninkrijk vooralsnog gehandhaafd worden. Als overgegaan zou worden tot volledig vrije vestiging van Nederlanders voor alleen de openbare lichamen zonder dat de andere landen daartoe overgaan zou dat tot een ongewenste situatie leiden voor de openbare lichamen.
### 2.2. Uitleg [artikel 1a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=1a)
Als de Nederlander niet binnen een jaar na de voltooiing van zijn studie of de beëindiging van de geneeskundige behandeling is teruggekeerd naar de openbare lichamen, dan wordt de vreemdeling geacht zijn hoofdverblijf te hebben verplaatst. De bepalingen van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) zijn in dat geval wel op die vreemdeling van toepassing.
### 2.3. Toelating van rechtswege
### 2.3.1. Toepassing van [artikel 5a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5a)
### 2.3.2. Toelating van rechtswege op grond van [artikel 3, vijfde en zesde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3)
### 3.1. Bijzondere categorieën
Voor vreemdelingen die vallen onder één van de bovengenoemde categorieën is het mvv-vereiste niet van toepassing. Het mvv-vereiste is alleen een afwijzingsgrond voor de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd en is geen voorwaarde voor toelating van rechtswege.
### 3.2. De toekenning van de toelating van rechtswege
### 3.2.2. Vereiste bescheiden
### 3.2.3. Verklaring
De toelating van rechtswege eindigt (zie [artikel 5 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5)):
Ten aanzien van de in [artikel 3, eerste lid, onder a, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) genoemde categorie geldt dat als de vreemdeling niet meer in overheidsdienst werkzaam is, de toelating van rechtswege eindigt.
Als de toelating van rechtswege is geëindigd, betekent dit dat ook de afhankelijke toelating van de echtgeno(o)t(e) en minderjarige kinderen is geëindigd. Dit geldt echter niet voor echtgenoten die zelf op basis van [artikel 3 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) van rechtswege zijn toegelaten (zie [artikel 13 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=13)).
### 4.1. Algemeen
Toeristen mogen ingevolge [artikel 4.2 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.2) zonder toelating bij vergunning verleend in de openbare lichamen binnenkomen en er verblijven gedurende een periode van maximaal drie maanden binnen een tijdsvak van zes maanden.
### 4.2.2. Bemanningsleden van schepen en luchtvaartuigen
### 4.3. Verklaring
### 4.4. Uitzondering op de termijn
Behalve voor de categorieën als genoemd in paragraaf 4.2 geldt er op grond van [artikel 4.4 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.4) voor sommige gevallen een afwijkende termijn gedurende welke het aan vreemdelingen is toegestaan in de vrije termijn in de openbare lichamen te verblijven:
### Hoofdstuk 3. Toelating bij vergunning verleend
### 1.1. Inleiding
### 1.2. Beperking
### 1.3. Ingangsdatum
### 1.4. Arbeidsmarktaantekening
### 1.5. Aantekening tijdelijk verblijfsrecht
### 1.6. Aantekening omtrent beroep op de publieke middelen
### 1.7. Voorschriften
Aan de verblijfsvergunning kunnen voorschriften tot het stellen van zekerheid worden verbonden. Met het stellen van een voorschrift tot het stellen van zekerheid wordt nog niet voldaan aan de algemene voorwaarde dat over voldoende middelen van bestaan moet worden beschikt. Ook is het stellen van een voorschrift aan een verblijfsvergunning niet hetzelfde als een voorschrift tot het stellen van zekerheid in verband met de vrije termijn.
### 1.8. De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
### 1.9. Afwijzingsgronden van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
### 1.9.1. Mvv-vereiste
### 1.9.1.1. Vrijstellingen
Een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt op grond van [artikel 9, derde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9) niet afgewezen wegens het ontbreken van een geldige mvv, in de volgende gevallen:
### 1.9.1.2. Toetsing van de vrijstellingscategorie
### 1.9.1.3. Hardheidsclausule
### 1.9.2. Geldig document voor grensoverschrijding
### 1.9.3. Middelen van bestaan
### 1.9.3.2. Duurzaamheid middelen van bestaan
### 1.9.3.3. Voldoende middelen van bestaan
### 1.9.4. Openbare orde en nationale veiligheid
### 1.9.6. Niet voldoen aan de beperking
### 1.11. Vertrektermijn
### 1.12. Verlenging en intrekking van de verblijfsvergunning voor (on)bepaalde tijd
### 1.12.3. Gronden intrekking
### 1.12.3.2. Voortzetting verblijf na intrekking verblijfsvergunning
### 2.2. Systematiek
### 2.3. Intrekking van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd
### 3.1. De mvv-aanvraag
### 3.1.1. Aanvraagprocedure mvv ingediend door de vreemdeling
### 3.1.2. Aanvraagprocedure mvv ingediend door de referent
### 3.1.3. Afgifte mvv
### 3.1.5. Mvv en verlening verblijfsvergunning bepaalde tijd
### 3.2. De aanvraag om een verblijfsvergunning voor (on)bepaalde tijd
### 3.2.1. De vereisten voor het indienen van de aanvraag
### 3.4. Onderbouwende gegevens en bescheiden
### 3.5. Specifieke bepalingen procedure verblijfsvergunning (on)bepaalde tijd
Als de vreemdeling één aanvraag indient mede ten behoeve van zijn minderjarige kinderen, dan moet voor ieder minderjarig kind ook leges worden betaald. Het totale bedrag moet in één keer worden voldaan.
De toepassing van het gezinstarief bij verlengingsaanvragen is niet afhankelijk van de vraag of er sprake is van meerdere gelijktijdig ingediende aanvragen. Voor alle individueel ingediende verlengingsaanvragen voor het verblijfsdoel ‘gezinshereniging’ komen de gezinsleden voor gezinstarief in aanmerking.
### 3.7.4. Bevoegdheid
### 3.7.5. Bekendmaking
### 3.7.5.1. Algemene regels
Een verklaring, inhoudende dat de Landsverordening toelating en uitzetting niet op de houder ervan van toepassing is, wordt, indien een vreemdeling daarvan de houder is en deze op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet woonplaats heeft op Bonaire, Sint Eustatius of Saba, aangemerkt als een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, afgegeven op grond van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571).
### 1. Inleiding
### 1.1. Samenhang tussen de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) en de [Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437)
### 2.1. Verblijfsvoorwaarden
### 2.2. Vereiste bescheiden
### 2.3.1. 1-loket procedure
### 2.6. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 2.6.1. Beperking
### 3.2.1. Vreemdelingen met aantekening ‘arbeid vrij toegestaan’
### 4.3. Stagiaires en praktikanten
Onder praktikant wordt verstaan een vreemdeling die naar de openbare lichamen komt om werkervaring op te doen die voor diens toekomstig functioneren in het land van herkomst van belang is.
### 4.3.2. Verblijfsvoorwaarden
### 4.3.3.2. Arbeidsmarktaantekening
### 4.3.5. Voortzetting van verblijf
### 4.4. Kortdurende arbeid (maximaal drie maanden)
### 4.4.3. Arbeidsovereenkomst of stage voor maximaal drie maanden
### 4.4.4. Grensarbeiders
### 4.5. Van rechtswege toegelaten vreemdelingen
### 5.2. Ongeoorloofde tewerkstelling
### 5.3. Werkloosheid
### 5.3.1. Houders van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd
### 5.4. Arbeidsongeschiktheid
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, verleend onder een beperking verband houdend met het verrichten van arbeid in loondienst, wordt in geval van arbeidsongeschiktheid ingetrokken op grond van:
### 5.5. Samenwerking met de arbeidsbemiddelingsorganisatie en SZW-BES
### 1. Inleiding
### 4.3. Voorschriften
### Hoofdstuk 6. Het Nederlands-Amerikaans vriendschapsverdrag
### 1. Inleiding
### 2.1. Verblijfsvoorwaarden
Bij een BV en een NV kan het aanzienlijk kapitaal worden aangetoond met de oprichtingsakte.
### 2.2. Vereiste bescheiden arbeid als zelfstandige op grond van het Verdrag
### 5. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 6. Geldigheidsduur
### 1. Inleiding
### 3. Aanvraag gedurende verblijf in de vrije termijn
### 4. Verblijfsvoorwaarden
De vreemdeling moet aantonen dat hij voor een studie aan één van de hiervoor genoemde in de openbare lichamen gevestigde onderwijsinstellingen voor voltijds hoger onderwijs is of zal worden ingeschreven. Dit kan hij aantonen door een verklaring te overleggen die is afgegeven door het College van Bestuur of het bevoegd gezag van de onderwijsinstelling.
### 6.2. Arbeidsmarktaantekening
### 7. Het verrichten van arbeid
### 9. Verandering van opleiding of onderwijsinstelling
Voor verandering van opleiding bij dezelfde onderwijsinstelling hoeft geen wijziging van de beperking van de verblijfsvergunning te worden gevraagd. Ook hier geldt dat de maximale verblijfsduur niet mag worden overschreden als bij dezelfde onderwijsinstelling van opleiding wordt veranderd, terwijl de eerdere opleiding nog niet is afgerond.
Het enkel voldoen aan de voorwaarden van de fiscale ‘penshonado/rentenierregeling’ is op zichzelf geen grond voor toelating.
### 4.2. Verblijfsvoorwaarden
### 5.2. Geldigheidsduur
### 5.3. Arbeidsmarktaantekening
### 1. Inleiding
### 2. Verblijfsvoorwaarden
### 4. Gezinshereniging
### 5. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 5.1. Beperking
De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van gezinshereniging wordt aan de gezinsleden verleend onder de beperking: ‘Verblijf bij (naam hoofdpersoon).’
### 5.3. Voorschriften
Beleidsregel:
### 1. Algemeen
### 1.1. Inleiding
### 1.2. Beleid gezinshereniging
### 1.3. Beleid gezinsvorming
Op grond van [artikel 5.10 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.10) en [artikel 5.12 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.12) wordt, zolang de vreemdeling of de hoofdpersoon met meer dan één andere persoon tegelijkertijd door een huwelijk of een (al dan niet geregistreerd) partnerschap is verbonden, de verblijfsvergunning maar aan één echtgenoot, geregistreerd partner of partner tegelijkertijd verleend, en aan de uit die vreemdeling geboren (minderjarige) kinderen.
### 2.3.1. Beperking
### 2.3.2. Arbeidsmarktaantekening
### 2.3.3. Voorschrift
### 2.4. Geldigheidsduur
### 3. Schijnhuwelijk
### 4.1. Verblijfsvoorwaarden
### 4.3.1. Beperking
### 4.3.2. Arbeidsmarktaantekening
### 4.3.3. Voorschrift
### 4.4. Geldigheidsduur
### 5. Minderjarige kinderen
### 5.1. Verblijfsvoorwaarden
Met de genoemde uitzonderingsgevallen is duidelijk gemaakt dat er omstandigheden kunnen zijn, waarin geoordeeld kan worden dat het kind niet (meer) feitelijk behoort tot het gezin van de ouder(s). In de eerste twee genoemde omstandigheden kan worden aangenomen dat het kind een zekere mate van zelfstandigheid heeft bereikt. In deze gevallen komt aan de handhaving van een restrictief vreemdelingenbeleid meer gewicht toe dan aan het individuele belang van het kind om alsnog bij zijn ouder(s) in de openbare lichamen te verblijven. De zorg voor afhankelijke gezinsleden, onder wie (buitenechtelijke) kinderen, kan uitsluitend tot het oordeel leiden dat het kind niet feitelijk behoort tot het gezin van de ouder(s), als het kind daarnaast zelfstandig woont en in eigen onderhoud voorziet, óf door het aangaan van een huwelijk of een relatie een zelfstandig gezin heeft gevormd.
### 5.3. Kinderen geboren uit rechtmatig verblijvende ouders
De verblijfsvergunning wordt verleend aan het in de openbare lichamen geboren kind, als:
### 5.4. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
### 6.3.1. Beperking
### 7.4.1. Beperking
### 7.4.2. Arbeidsmarktaantekening
### 7.5. Geldigheidsduur
### Hoofdstuk 12. Buitenlandse adoptiekinderen en buitenlandse pleegkinderen
### 1. Inleiding
### 3. Buitenlandse pleegkinderen
### Hoofdstuk 13. Wedertoelating
### 2.1. Algemeen
Als oud-Nederlanders kunnen in ieder geval worden aangemerkt:
De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd kan worden verleend aan de vreemdeling die:
### 8.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 8.3.2. Arbeidsmarktaantekening
### 8.5. Aard van het verblijfsrecht
### 8.6. Verlenging geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
### 1. Inleiding
Kinderen van het slachtoffer van mensenhandel die een mvv-aanvraag in het kader van gezinshereniging indienen, zijn eveneens vrijgesteld van het betalen van leges.
### 4.2.1. Beperking
De genoemde verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder de beperking als genoemd in [hoofdstuk 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=14&z=2015-10-01&g=2015-10-01) van de CTU-BES.
### 6.1. Verblijfsvoorwaarden slachtoffermensenhandel
De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning van het slachtoffer kan worden verlengd zolang er sprake is van een strafrechtelijk opsporings- of vervolgingsonderzoek naar of berechting in feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit ter zake waarvan aangifte is gedaan of waaraan op andere wijze medewerking is verleend.
### 6.2. Verblijfsvoorwaarden getuige-aangever
### 1. Inleiding
### 2.3.1. Beperking
### 2.3.2. Arbeidsmarktaantekening
### 2.3.3. Voorschriften
Bij de beoordeling of artikel 8 EVRM aanleiding vormt om toch voortzetting van het verblijf toe te staan moet gedacht worden aan de volgende omstandigheden:
Voorbeeld 2:
Er kan ook sprake zijn van objectieve belemmeringen om het gezinsleven buiten de openbare lichamen voort te zetten. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan:
### 3.3.1. Beperking
### 3.3.3. Voorschrift
### 3.4. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
### 4.1. Verblijfsvoorwaarden
### 4.3.1. Beperking
### 4.3.2. Arbeidsmarktaantekening
### 4.3.3. Voorschrift
### 4.4. Geldigheidsduur
### 5.3.1. Beperking
### 5.3.2. Arbeidsmarktaantekening
### 5.3.3. Voorschrift
### 5.4. Geldigheidsduur
### 2.2. Vervolgingsgronden
### 2.2.2. Vervolging vanwege godsdienst
### 2.2.4. Vervolging vanwege nationaliteit en ras
### 2.4. Vervolging wegens dienstweigering of desertie
aanleiding zijn om tot vluchtelingschap te besluiten, indien de betrokkene ernstige, onoverkomelijke gewetensbezwaren heeft tegen de vervulling van de dienstplicht.
### 2.5. Bijzondere situaties
### 2.5.1. Refugiés sur place
De vrees voor vervolging hoeft niet altijd aanwezig te zijn op het moment dat iemand zijn land verlaat. Een persoon die geen vervolging te vrezen had op het moment dat hij zijn land van herkomst verliet, maar op een later tijdstip tijdens zijn verblijf buiten het land van herkomst vluchteling wordt heet ‘refugié sur place’. Er zijn twee mogelijke omstandigheden die iemand tot refugié sur place maken.
### 2.5.3. Minderjarige vreemdelingen
### 2.6. Artikelen 1B tot en met 1F Vluchtelingenverdrag
### 2.6.4. Artikel 1D
### 2.6.5. Artikel 1E
### 3.2.1. Uitzonderlijke situatie
### 3.2.3. Kwetsbare minderheidsgroep
### 3.3. Het verbod op uitzetting heeft een absoluut karakter
### 4.1. Afwijzing zonder statusbepaling
### 4.2.1. Algemeen
### 4.2.2. Toetsingsvolgorde bij toetsing aan het Vluchtelingenverdrag
### 4.4.2. Openbare orde en het Vluchtelingenverdrag
### 4.4.3. Openbare orde en artikel 3 EVRM
### 5. De procedure van verzoeken om bescherming
### 5.3. Handelingen in het kader van het toezicht
Wanneer een vreemdeling een aanvraag om bescherming wil indienen en er geen aanleiding bestaat om de vreemdeling in bewaring te stellen, dient de ambtenaar belast met grensbewaking (die tevens bevoegd is om handelingen in het kader van toezicht uit te voeren) of de ambtenaar belast met toezicht handelingen uit te voeren ter voorbereiding van de indiening en behandeling van de aanvraag om bescherming.
### 5.8. Het horen van de vreemdeling en de beslissing
### 5.10. De strekking van de beslissing
### 5.10.1. Inwilligende beslissing
### 5.10.3. Afwijzende beslissing met de beslissing dat de vreemdeling mag worden uitgezet
### 5.10.4. Bijzondere situatie: de vreemdeling krijgt geen verblijfsvergunning maar mag niet worden uitgezet
### 5.11. Kennisgeving van beslissingen en aanzegging van vertrek
### 5.12. Vertrek van de vreemdeling
De IND unit Caribisch Nederland maakt zo spoedig mogelijk een beslissing op de aanvraag en stelt, indien mogelijk, de vreemdeling hiervan schriftelijk in kennis. De politie wordt eveneens geïnformeerd.
### Hoofdstuk 17. Vertrek, uitzetting en ongewenstverklaring
### 2. Vertrek
### 2.1. Het vorderen van medewerking aan de voorbereiding van vertrek
### 2.2. Vertrek naar een ander land dan het land van herkomst
### 2.3.4. Onthouden van een vertrektermijn
### 2.4. Reisdocumenten
### 3.1. Inleiding
### 3.4. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
### 3.7. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 4. Bericht van vertrek of uitzetting
### 5. Vreemdelingen in de strafrechtketen
### 6. Ongewenstverklaring
### 6.1. Inleiding
### 6.4. Opheffing van de ongewenstverklaring
### 6.5.1. Inleiding
### 6.5.3. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing
### Hoofdstuk 18. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
### 2.2.1. Mededeling van vrijheidsontnemende maatregelen
### 2.2.2. Aanmelding vreemdeling
### 2.2.3. Het lichten van vreemdelingen
### 1. Inleiding
### 2. Bezwaar en beroep algemeen
### 2.1. Vereisten voor de indiening van bezwaar
De IND-unit Caribisch Nederland streeft er naar om binnen uiterlijk vier maanden na de datum van indiening op het bezwaarschrift te beslissen (zie [artikel 69, eerste lid, WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455&artikel=69)).
In het geval de vreemdeling bezwaar of beroep instelt tegen een beschikking waarbij hem verder verblijf wordt ontzegd, neemt de IND-unit Caribisch Nederland het verblijfsdocument niet in als de uitzetting hangende het bezwaar of beroep mag worden afgewacht.
### 2.3. Het verzoek om een voorlopige voorziening
Een vreemdeling mag een verzoek om een voorlopige voorziening, gericht tegen de uitzetting afwachten, tenzij:
### 2.4. Beroep
De IND-unit Caribisch Nederland is verplicht om bij de beschikking mededeling te doen van de mogelijkheid van het indienen van beroep en de termijn waarbinnen het beroepschrift moet zijn ingediend bij het Gerecht in Eerste Aanleg ([artikel 16, lid 4, WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455&artikel=16)). De beroepstermijn bedraagt, in afwijking van de [WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455), vier weken.
Als betrokkene verblijft op Saba of Sint Eustatius, dan moet het beroepschrift worden gestuurd naar de Griffie van het Gerecht in Eerste Aanleg te Sint Maarten.
De IND-unit Caribisch Nederland kan, in het geval gewichtige redenen daartoe aanleiding geven, het verstrekken van inlichtingen of stukken weigeren dan wel meedelen dat uitsluitend het Gerecht in Eerste Aanleg kennis mag nemen van de verstrekte inlichtingen of stukken. Hiervan is sprake als de beslissing berust op vertrouwelijke informatie.
Het Gerecht in Eerste Aanleg kan aanvullende informatie inwinnen bij de IND-unit Caribisch Nederland, maar ook bij andere overheidsinstanties.
### 2.5. Hoger beroep
Een vreemdeling kan in hoger beroep gaan bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Wanneer een vreemdeling in hoger beroep gaat, moet hij een kopie van het hoger beroepschrift aan de Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel (dus de IND-unit Caribisch Nederland) verzenden.
### 3. Bijzondere rechtsmiddelen in de situatie van vrijheidsontneming
In de situatie van vrijheidsontneming gelden bijzondere rechtsmiddelen. Deze zijn uitgewerkt in de [artikelen 22j – 22x, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22j).
### 4. Klachten
De [Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537) is niet van toepassing op de openbare lichamen, met uitzondering van [hoofdstuk 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&hoofdstuk=9) (klachtbehandeling). Dit betekent dat vreemdelingen volgens hoofdstuk 9 van de Awb klachten kunnen indienen tegen de gedragingen van de IND unit Caribisch Nederland tot een jaar nadat de gedraging plaats heeft gevonden. Ongeacht de geldende wettelijke termijn ontvangt de IND unit Caribisch Nederland de klachten bij voorkeur zo snel mogelijk nadat de gedraging zich heeft voorgedaan.
De IND-BES unit doet de ingekomen klacht zoveel mogelijk informeel af, waarbij de IND unit Caribisch Nederland in samenspraak met de klager een oplossing zoekt. Van de informeel gemaakte afspraken wordt een telefoonnotitie gemaakt. Hierin wordt vastgelegd of de klager akkoord gaat dat de IND unit Caribisch Nederland de klacht als afgehandeld mag beschouwen. De klager wordt de telefoonnotitie toegezonden. Indien de klager niet akkoord gaat met een informele afdoening, wordt schriftelijk aangegeven of de klacht als gegrond of ongegrond wordt beschouwd. Als de klager niet tevreden is over de klachtafhandeling of indien de klachtafhandeling niet tijdig heeft plaatsgevonden, kan de klager zich wenden tot de Nationale ombudsman.
### Modellen CTU-BES
De ambtenaar weigert de toegang aan de vreemdeling die is gesignaleerd in een van bovengenoemde database. Hiervan kan worden afgeweken als Onze Minister dit noodzakelijk acht op grond van klemmende redenen van humanitaire aard, in het belang van het land of internationale betrekkingen.
### 2.3.1. Geldig document voor grensoverschrijding
De ambtenaar belast met grensbewaking is bevoegd om zelfstandig een bijzonder doorlaatbewijs af te geven aan een niet-visumplichtige vreemdeling. Voor afgifte moet steeds aan elk van de volgende voorwaarden zijn voldaan:
### 2.3.2. Visum voor kort verblijf, terugkeervisum, machtiging tot voorlopig verblijf (mvv)
De regels over het terugkeervisum worden nader uitgewerkt in paragraaf 6 van dit hoofdstuk.
### 2.3.3. Het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf
Het door de vreemdeling opgegeven doel en de duur van het voorgenomen verblijf moet aannemelijk worden gemaakt. Ter onderbouwing hiervan moet de vreemdeling alle gegevens verstrekken en beschikbare documenten tonen. Indien het doel en de voorgenomen verblijfsduur niet voldoende aannemelijk zijn gemaakt wordt de toegang op grond van [artikel 2r, eerste lid, onder c, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2r) geweigerd.
### 2.3.4. Voldoende middelen van bestaan
### 2.3.5. Geen gevaar voor de openbare orde, openbare veiligheid, de volksgezondheid of de internationale betrekkingen
### 2.3.6. Signalering (inter)nationale database
Bij twijfel kan de ambtenaar belast met de grensbewaking contact opnemen met de IND-unit Caribisch Nederland en de zaak voorleggen. De IND-unit Caribisch Nederland beslist of aan de vreemdeling alsnog toegang moet worden verleend op grond van klemmende redenen van humanitaire aard, in het belang van het land of de internationale betrekkingen. In het laatste geval dient de ambtenaar belast met de grensbewaking contact op te nemen met de Directie Consulaire Zaken en Visumbeleid (DCV) van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. De vreemdeling moet natuurlijk ook voldoen aan alle overige voorwaarden voor toegang.
### 3.1. Algemeen
Het bovenstaande doet niet af aan de mogelijkheid om aangifte te doen betreffende mensenhandel. Zie hiervoor hoofdstuk 14 CTU-BES.
Het kan voorkomen dat een vreemdeling bij een ambtenaar belast met de grensbewaking aangeeft een aanvraag om een verblijfsvergunning voor bescherming te willen indienen. Voor de procedure wordt verwezen naar hoofdstuk 16 CTU-BES.
### 3.2. Minimumcontrole en grondige controle
Een grondige controle bij uitreis staat uitgewerkt in [artikel 2t, derde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2t). Daarbij kan worden onderzocht:
### 3.3. Stempel
### 3.5. Toegangsverlening onder voorwaarden
Er kan door ambtenaren belast met grensbewaking aan de vreemdeling ‘toegang onder voorwaarden’ worden verleend als er sprake is van:
De aantekeningen worden geplaatst door middel van het aanbrengen van de sticker ’Doorlating onder voorwaarden openbare lichamen’ (MBES45). Deze sticker moet in het paspoort worden aangebracht. De inreisstempel wordt half op en half onder het laminaat geplaatst.
### 3.6. Toegangsweigering
### 3.6.1. Algemeen
De toegang wordt geweigerd door de ambtenaar belast met de grensbewaking. De ambtenaar kan ook een vrijheidsbeperkende of vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 2o, eerste en tweede lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2o) opleggen.
Vanwege het ingrijpende karakter blijft de toepassing van een vrijheidsbeperkende of vrijheidsontnemende maatregel beperkt tot het strikt noodzakelijke. De beginselen van proportionaliteit (doelmatigheid) en subsidiariteit (toepassen lichter middel voor zover mogelijk) moeten voortdurend in acht worden genomen. De uitvoering van deze maatregelen is met strikte waarborgen omkleed.
### 3.6.2. Procedure voor weigering toegang aan de grens
Iedere toegangsweigering moet worden geregistreerd. De volgende zaken met betrekking tot de vreemdeling moeten worden bijgehouden:
### 3.6.3. Weigering toegang gevaar openbare orde en nationale veiligheid
In het geval een vreemdeling de toegang tot het grondgebied is geweigerd omdat hij een gevaar vormt voor de volksgezondheid, treft de ambtenaar belast met de grensbewaking de nodige maatregelen die erop gericht zijn de volksgezondheid te beschermen. De ambtenaar belast met grensbewaking informeert de Korpschef van het openbare lichaam waar de vreemdeling toegang is geweigerd, over de in het kader van de grensbewaking getroffen maatregelen.
### 3.6.4. Aanwenden rechtsmiddelen
Het beroep kan binnen vier weken worden ingediend bij het Gerecht in Eerste Aanleg, zittingsplaats Bonaire. De behandeling van het beroepschrift mag niet in de openbare lichamen worden afgewacht. Zie [hoofdstuk 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=19&z=2019-10-01&g=2019-10-01) CTU-BES.
### 3.6.5. De toegang blijft geweigerd
Overtreding van voornoemde aanwijzingen is een strafbaar feit op grond van [artikel 26 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=26).
### 3.6.7. Verplichtingen voor vervoerder
Ten aanzien van de zeevaart moet als het gaat om vreemdelingen die geen verzoek tot bescherming indienen, het vertrek worden geëffectueerd zodra het aanvoerende schip vertrekt, tenzij het vertrek voordien, in overleg met de verantwoordelijke reder, op andere wijze kan worden geëffectueerd.
### 4. Verplichtingen in het kader van toezicht
### 4.1. Algemeen
Ten aanzien van vreemdelingen kan worden voorzien in een verplichting tot het – zonodig in persoon – verstrekken van gegevens die van belang zijn voor de toepassing van het bepaalde bij en op grond van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571).
De verplichting tot het op vordering verstrekken van gegevens kan worden opgelegd aan alle hier in de openbare lichamen aanwezige vreemdelingen, ongeacht of zij rechtmatig of onrechtmatig in de openbare lichamen verblijven. De vordering is steeds gericht tot de vreemdeling zelf, tenzij het kinderen beneden de leeftijd van twaalf jaar betreft. Ten aanzien van vreemdelingen beneden de leeftijd van twaalf jaar kan een vordering worden gericht tot de wettelijke vertegenwoordiger.
### 4.2. De verplichting tot opgave van verhuizing
### 4.3. De verplichting tot het verstrekken van gegevens
De verplichting tot het op vordering verstrekken van gegevens kan worden opgelegd aan alle aanwezige vreemdelingen. De vordering is gericht op de vreemdeling zelf, tenzij het gaat om kinderen jonger dan twaalf jaar. Ten aanzien van vreemdelingen die jonger zijn dan twaalf jaar kan een vordering worden gericht tot de wettelijk vertegenwoordiger ([artikel 6.34, vierde lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.34)).
Aanleiding tot het opleggen van deze verplichting bestaat bijvoorbeeld als:
### 4.3.3. Melding door de vreemdeling zonder rechtmatig verblijf
### 4.3.5. Verstrekken van gegevens over (vroegere) buitenlandse werknemers
Op grond van artikel 3.37 BTU-BES zijn werkgevers verplicht om ten aanzien van vreemdelingen aan wie het niet was toegestaan arbeid te verrichten desgevraagd gegevens te verstrekken aan de Korpschef. De verplichting geldt voor daartoe gevorderde werkgevers van wie bij de Korpschef bekend is dat zij vreemdelingen in dienst gehad hebben die illegaal in de openbare lichamen hebben verbleven of die ongeoorloofd in de openbare lichamen arbeid hebben verricht. De gevraagde gegevens moeten onmiddellijk of binnen een door de Korpschef aangegeven termijn worden verstrekt.
In het algemeen zal er aanleiding bestaan de werkgever te verplichten de gegevens te verstrekken over alle vreemdelingen, die op een bepaalde datum (te weten de datum waarop de vordering wordt gedaan) bij hem in dienst zijn, evenals de vreemdelingen (of bepaalde categorieën van vreemdelingen) die vanaf die datum bij hem tewerkgesteld worden. Het gaat om de volgende gegevens van zijn werknemers:
### 4.3.6. Mededeling over het zoeken of gaan verrichten van arbeid
Het ligt voor de hand in dit geval evenmin vrijstelling van de meldplicht te verlenen.
### 4.3.7. Mededeling over vervallen verblijf van rechtswege dan wel verblijfsdoel
### 4.4.1. Foto en vingerafdrukken
De in [artikel 6.41, onder b, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.41) genoemde verplichting mag alleen worden opgelegd als daartoe, naar het oordeel van de desbetreffende ambtenaar, in het belang van het toezicht op vreemdelingen gegronde reden bestaat. Dit wil zeggen, alleen in speciale daarvoor in aanmerking komende gevallen. De verplichting zich te laten fotograferen en vingerafdrukken van zich te laten nemen behoort in ieder geval te worden opgelegd aan vreemdelingen:
### 4.6. Aanmelding na binnenkomst in de openbare lichamen
Voor de berekening van het verblijf worden voorgaande verblijven in de openbare lichamen binnen een tijdvak van zes maanden onmiddellijk voorafgaande aan de binnenkomst mede in aanmerking genomen.
In het algemeen rust de aanmeldplicht op de vreemdeling zelf. Een uitzondering op deze regel bestaat voor kinderen jonger dan twaalf jaar. Degenen bij wie deze kinderen wonen of verblijven, zijn in dit geval tot aanmelding verplicht.
### 4.6.2. Verblijf korter dan drie maanden
De verplichting tot aanmelding geldt ingevolge [artikel 6.44, derde lid BTRU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.44) niet voor de vreemdeling die zijn intrek neemt in een hotel of in een inrichting, waarvan de eigenaar, houder of beheerder bij of op grond van gemeentelijke verordening verplicht is aan de daartoe aangewezen autoriteit kennis te geven van het verschaffen van nachtverblijf aan personen.
### 4.7. Periodieke aanmelding
### 4.7.1. Periodieke aanmelding ex [artikel 6.47 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.47)
De vreemdeling moet zich dan wekelijks melden, tenzij de Korpschef een andere termijn stelt. De verplichting geldt niet voor vreemdelingen die rechtens van hun vrijheid zijn beroofd.
Bij aanvang van de procedure tot het verlenen van een verblijfsvergunning moet de vreemdeling door de Korpschef erop worden gewezen dat op hem, hangende de beslissing op zijn aanvraag een meldplicht rust ([artikel 22h, eerste lid, onder f, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22h) juncto artikel 6.47, eerste lid, onder b, BTU-BES).
### 4.7.2. Individuele verplichting tot periodieke aanmelding
Betreffende het opleggen van de verplichting wordt door de Korpschef de bij [artikel 6.25, eerste lid, onder e, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.25) voorgeschreven aantekening in het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling geplaatst. In de gevallen als omschreven in het derde lid van artikel 6.25 BTU-BES wordt de aantekening geplaatst op een afzonderlijk inlegblad.
### 4.8. Inleveren van het document waaruit het rechtmatige verblijf blijkt
Het niet voldoen aan deze verplichting is op grond van het bepaalde in [artikel 26 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=26) een strafbaar feit.
### 4.9. Toezicht op documenten
### 4.9.1. Aangifte van vermissing van documenten
De IND unit Caribisch Nederland moet hierover worden bericht.
Het niet voldoen aan de verplichting van [artikel 6.40 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.40) is op grond van het bepaalde in [artikel 26 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=26) een strafbaar feit. Dit kan ertoe leiden dat er door Burgerzaken geen nieuw verblijfsdocument wordt afgegeven.
### 4.9.2. Vervanging van identiteitspapieren
### 4.9.3. Gedragslijn bij vreemdelingen zonder documenten
Een vreemdeling die, bij aanmelding of bij aantreffen, niet (meer) in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding, moet op grond van [artikel 22d WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22d) worden staande gehouden en gehoord. Zijn identiteit moet worden vastgelegd aan de hand van:
Van alle aangetroffen bescheiden, zoals reisbiljetten, diploma’s en dergelijke, moeten fotokopieën worden gemaakt. Op basis van aanwezige informatie zal de KMar proberen het voor het vertrek van de vreemdeling benodigde document te verkrijgen.
### 5. Verplichtingen vervoerders, en gezagvoerders
### 5.1. Verplichtingen voor vervoerders
Voor de openbare lichamen geldt dat vooral voor:
die één of meer vreemdelingen aanvoeren via een plaats waar buitengrenscontrole plaatsvindt en zich aan een aantal verplichtingen moeten houden.
### 5.1.1. De zorgplicht
De hierboven bedoelde controle houdt minimaal het volgende in:
### 5.1.2. De afschriftplicht
Eerdergenoemde lijst kan worden aangepast als ervaringsgegevens hiertoe aanleiding geven. Wanneer de lijst is aangepast wordt de lijst per brief kenbaar gemaakt aan de luchtvervoerders die vliegen vanaf een bepaalde locatie waarop de afschriftplicht van toepassing is. Hierbij zal worden aangegeven per wanneer de afschriftplicht geldt.
### 5.1.3. De passagiersinformatieplicht
De passagiersgegevens worden elektronisch door de luchtvervoerder verstrekt. De ambtenaar belast met de grensbewaking die vordert tot het verzamelen en verstrekken van de passagiersgegevens, schrijft een specifieke wijze van elektronische verstrekking voor ([artikel 3.2 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=3.2)). Voorgeschreven kan worden om de gegevens via een daartoe ter beschikking gesteld geautomatiseerd systeem of via een beveiligde internetverbinding aan te leveren. De door de luchtvervoerder verzamelde gegevens moeten voor het einde van de instapcontrole, de zogenaamde ‘flightclosure’, worden overgelegd.
### 5.1.4. De terugvoerplicht
Voor vreemdelingen die geen verzoek tot bescherming indienen, moet het vertrek worden geëffectueerd met als bestemming de plaats van het opstappen dan wel een andere plaats waar de toegang van de vreemdeling gewaarborgd is, zodra plaatsing aan boord van een luchtvaartuig van de betreffende maatschappij mogelijk is.
### 5.1.5. Strafrechtelijke aansprakelijkheid
### 5.1.6. Aansprakelijkheid voor uitzetting- en verblijfskosten
Als het niet mogelijk is om de vreemdeling binnen redelijke tijd naar een plaats buiten de openbare lichamen te vervoeren, dan kunnen de kosten van uitzetting, waaronder ook de verblijfskosten, uit de openbare lichamen, kunnen worden verhaald op een reder of luchtvaartmaatschappij (zie [artikel 22, tweede lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22) juncto [artikel 8.3 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=8.3)). Deze kosten omvatten volgens artikel 8.3 BTU-BES in ieder geval de kosten die verbonden zijn aan:
Ook als het uiteindelijk niet mogelijk blijkt de vreemdeling uit te zetten, is de vervoerder aansprakelijk voor de kosten die gemaakt worden met betrekking tot de door hem aangevoerde geweigerde vreemdeling.
### 5.2. Verplichtingen voor gezagvoerders
De overheid van de openbare lichamen kan de vervoerder opleggen om op de passagierslijst naast de namen van de reizigers ook andere gegevens vast te leggen.
### 6. Terugkeervisum
### 6.1. Algemeen
De aanvraag (of wijziging) van een terugkeervisum moet in persoon plaatsvinden bij een loket van de IND-unit Caribisch Nederland. Bij de aanvraag moeten de volgende documenten worden overgelegd:
Een terugkeervisum wordt geweigerd ten behoeve van de terugkeer uit het land van herkomst van de vreemdeling die een aanvraag verband houdend met bescherming als bedoeld in [artikel 12a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a) heeft gedaan en die in afwachting is van een beslissing op die aanvraag.
### 6.4. Geldigheidsduur
Onze Minister kan vrijstelling dan wel ontheffing verlenen van het eerste en tweede lid. De geldigheidsduur van een terugkeervisum kan niet worden verlengd.
### 6.5. Kosten
### 6.6. Wijzigen
In het geval dat de vreemdeling er voor kiest om:
Wijzigen van een terugkeervisum kan géén verlenging ([artikel 2j, vierde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2j)) en evenmin een omzetting van een enkele reis in een meervoudig terugkeervisum met zich meebrengen. Wel kan de reden (de oorzaak) of ook de beoogde duur van het verblijf in het land van herkomst van de aanvraag wijzigen, waardoor aanleiding kan bestaan de duur van het terugkeervisum in te korten. Inkorten vindt plaats door het aanbrengen van een nieuw sticker, waarbij het oorspronkelijke sticker ongeldig wordt gemaakt middels het doorhalen van de oude sticker door de IND unit Caribisch Nederland.
### 6.7. Intrekking
Als een ambtenaar van toezicht op grond van [art 2c, sub b, c of d, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2c) een terugkeervisum wil intrekken moet hier eerst contact over worden opgenomen met de IND unit Caribisch Nederland. Als toestemming wordt verleend voor intrekking, dan moet de intrekking van het terugkeervisum worden voorzien van een dienststempel en een paraaf van de desbetreffende ambtenaar belast met toezicht op vreemdelingen.
### 7. Specifieke voorschriften voor grenscontroles en categorieën vreemdelingen
### 7.1. Specifieke voorschriften voor categorieën vreemdelingen
### 7.1.1. Vreemdelingen die van rechtswege toelating tot verblijf hebben
Nederlanders hebben op grond van [artikel 3, vijfde en zesde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) van rechtswege toelating tot verblijf.
Het Gemeenschappelijk Hof van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba heeft op 15 december 2014 uitspraak gedaan inzake de uitleg van artikel 3 van het Protocol bij het Nederlands-Amerikaans verdrag inzake vriendschap, handel en scheepvaart.
De strekking van deze uitspraak is dat Amerikaanse onderdanen in het Caribisch Deel van het Koninkrijk de openbare lichamen aanspraak hebben op gelijke behandeling als Nederlanders die niet in het Caribisch Deel van het Koninkrijk zijn geboren. Dit betekent dat Amerikaanse onderdanen, net als die Nederlanders, op grond van [artikel 3, vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) WTU-BES op het grondgebied van de openbare lichamen van rechtswege toelating tot verblijf hebben.
### 7.1.2. Toeristen
Nederlanders mogen maximaal zes maanden binnen een tijdvak van een jaar als toerist op het grondgebied van de openbare lichamen verblijven (artikel 4.2, derde lid, BTU-BES), zonder verblijf van rechtswege toegekend. Deze termijn kan niet worden verlengd.
### 7.1.3. Piloten en andere bemanningsleden van luchtvaartuigen
### 7.1.5. Zeelieden
### Hoofdstuk 2. Toelating van rechtswege
### 1. Inleiding
### 2. Nederlanders
### 2.1. Algemeen
### 2.2. Uitleg [artikel 1a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=1a)
### 3.1. Bijzondere categorieën
### 3.2.1. Indiening van de aanvraag
### 3.2.2. Vereiste bescheiden
### 3.2.3. Verklaring
### 4. Verblijf in de vrije termijn
### 1. De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
### 1.1. Inleiding
### 1.2. Beperking
Deze beperkingen kunnen nader worden omschreven bij de verlening van de verblijfsvergunning (zie [artikel 5.2, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2)).
### 1.3. Ingangsdatum
### 1.4. Arbeidsmarktaantekening
### 1.6. Aantekening omtrent beroep op de publieke middelen
### 1.8. De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
### 1.9. Afwijzingsgronden van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
### 1.9.1. Mvv-vereiste
### 1.9.1.1. Vrijstellingen
### 1.9.1.3. Hardheidsclausule
### 1.9.2. Geldig document voor grensoverschrijding
### 1.9.3. Middelen van bestaan
### 1.9.3.1. Zelfstandige middelen van bestaan
### 1.9.3.2. Duurzaamheid middelen van bestaan
### 1.9.3.3. Voldoende middelen van bestaan
### 1.9.4. Openbare orde en nationale veiligheid
### 1.9.5. Medisch onderzoek
### 1.9.6. Niet voldoen aan de beperking
### 3.1.1. Aanvraagprocedure mvv ingediend door de vreemdeling
### 3.6.1. Restitutie leges
### 3.7.1. Herstel verzuim
### 3.7.3. Rechtmatig verblijf hangende besluitvorming
### 3.8. Overgangsrecht
### 3.8.1. Geldige verblijfstitels, verklaringen van verblijf van rechtswege en nvt-verklaringen
### 3.8.2. In behandeling zijnde verzoeken
### 3.8.3. Voortgezet verblijf na vijf jaar
### Hoofdstuk 4. Arbeid in loondienst
### 1. Inleiding
### 3.2. Vrijgestelde categorieën vreemdelingen
### 4. Bijzondere categorieën vreemdelingen
### 4.1. Nederlandse zeeschepen
### 4.2. Internationale luchtvaart en scheepvaart
### 4.3.1. Inleiding
### 4.3.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 4.4.2. Meldplicht
### 4.4.3. Arbeidsovereenkomst of stage voor maximaal drie maanden
### 4.4.4. Grensarbeiders
### 4.4.4.1. Verblijfsvoorwaarden
### 4.5. Van rechtswege toegelaten vreemdelingen
### 4.6. Directeuren-(groot)aandeelhouders
### 5.5. Samenwerking met de arbeidsbemiddelingsorganisatie en de RCN-unit SZW
### Hoofdstuk 5. Arbeid als zelfstandige
### 2. Verblijfsvoorwaarden
### 4. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 4.2. Arbeidsmarktaantekening
### 5. Geldigheidsduur
Het Verdrag van vriendschap, handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika met bijbehorend Protocol (Trb. 1956, 40) dat integrerend onderdeel uitmaakt van het verdrag (hierna: het Verdrag), heeft als doel de handel tussen Nederland en de Verenigde Staten van Amerika te vergemakkelijken. Het verdrag en Protocol zijn op 5 december 1957 inwerking getreden voor de alle toenmalige landen van het Koninkrijk. Het Verdrag is nog steeds van kracht, en dus ook van toepassing in de openbare lichamen.
### 6. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
### 6.2. Arbeidsmarktaantekening
### 1. Inleiding
### 3.2. Verblijfsvoorwaarden
### 3.3. Vereiste bescheiden
### 4.2. Verblijfsvoorwaarden
### 4.3. Vereiste bescheiden
### 5.2. Geldigheidsduur
### 4. Gezinshereniging
### 5.2. Arbeidsmarktaantekening
### 4.1. Beperking
### 4.2. Arbeidsmarktaantekening
### 6. Gezinshereniging
### Hoofdstuk 11. Gezinshereniging en gezinsvorming
### 1.2. Beleid gezinshereniging
### 2.3.3. Voorschrift
### 3. Schijnhuwelijk
### 4. Relatie
### 4.2. Vereiste bescheiden
### 4.3.2. Arbeidsmarktaantekening
### 4.3.3. Voorschrift
### 5. Minderjarige kinderen
### 5.2. Vereiste bescheiden
### 5.4.2. Arbeidsmarktaantekening
### 5.4.3. Voorschrift
### 5.5. Geldigheidsduur
### 3.3.2. Arbeidsmarktaantekening
### 3.3.3. Voorschrift
De ouders zijn beiden geboren en getogen op Saba en in het bezit van de Nederlandse nationaliteit. De ouders verhuizen naar Venezuela alwaar hun kinderen zijn geboren. De kinderen hadden bij geboorte de Nederlandse nationaliteit. De ouders en de kinderen verkrijgen na verloop van tijd de Venezolaanse nationaliteit en verliezen daarbij de Nederlandse nationaliteit. Een van de kinderen verblijft inmiddels in Colombia en verzoekt nu om wedertoelating tot Saba op grond van het feit dat hij oud-Nederlander is.
### 8.3.1. Beperking
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: 'arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’.
Aan de verlening van de verblijfsvergunning is als voorschrift verbonden de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten aan opname of verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting (zie [artikel 5.4, eerste lid, aanhef en onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.4)).
### 8.4. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
### Hoofdstuk 14. Mensenhandel
### 4.2.1. Beperking
### 4.2.2. Arbeidsmarktaantekening
### 5.1. Slachtoffer
### 5.2. Getuige-aangever
### 2.3.1. Beperking
### 3.1. Verblijfsvoorwaarden
### 3.3.1. Beperking
### 4.3.2. Arbeidsmarktaantekening
### 4.4. Geldigheidsduur
### 5. Voortgezet verblijf wanneer sprake is van bijzondere omstandigheden
### 5.1. Verblijfsvoorwaarden
### 5.2. Vereiste bescheiden
### 5.4. Geldigheidsduur
### Hoofdstuk 16. Aanvragen om bescherming tegen terugzending
### 1. Inleiding
### 2. Bescherming op grond van het Vluchtelingenverdrag
### 2.1. De vreemdeling is verdragsvluchteling op grond van artikel 1A
### 2.2.1. Discriminatie als daad van vervolging
### 2.2.2. Vervolging vanwege godsdienst
### 2.2.4. Vervolging vanwege nationaliteit en ras
### 2.3. Politieke en commune delicten en discriminatoire of onevenredige bestraffing
### 2.6.1. Algemeen
### 2.6.3. Artikel 1C
### 2.6.5. Artikel 1E
### 3. Bescherming in het EVRM tegen foltering of onmenselijke behandeling
### 3.2. Individualiseringsvereiste in de jurisprudentie
### 4.1. Afwijzing zonder statusbepaling
### 4.4.3. Openbare orde en artikel 3 EVRM
### 5.4. Geen aantekeningen in documenten
### 5.5. Aanmelding en meldplicht
### 5.7. Melding op afspraak en het indienen van de aanvraag bij de IND unit Caribisch Nederland
### 5.8. Het horen van de vreemdeling en de beslissing
### 5.10. De strekking van de beslissing
### 5.14. Regeling van het verblijf na inwilliging van de aanvraag
### 9. Verblijfsbeëindiging
De termijn waarbinnen deze vreemdelingen de openbare lichamen moeten verlaten varieert en is geregeld in [artikel 16a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16a).
### 3.3. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
### 3.5. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
### 3.6. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
### 3.7. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 6.1. Inleiding
### 6.2. Gronden voor ongewenstverklaring
### 6.5.1. Inleiding
### 6.5.2. Inhoud van het verzoek
### Hoofdstuk 19. Rechtsmiddelen
### 1. Inleiding
### 2. Bezwaar en beroep algemeen
### 2.1. Vereisten voor de indiening van bezwaar
### 2.2. Opschorting van de werking van het (afwijzende) besluit
Ook tekent de IND-unit Caribisch Nederland aan of de vreemdeling dit rechtsmiddel mag afwachten en of de vreemdeling gedurende deze periode mag werken. Tenslotte geeft de IND-unit Caribisch Nederland aan tot wanneer de aantekening geldig blijft. Indien niet bekend is op welke datum de uitspraak bekend, vermeldt de IND-unit Caribisch Nederland een datum waarbinnen redelijkerwijs de beslissing of uitspraak te verwachten is.
### 2.4. Beroep
### 4. Klachten
De [Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537) is niet van toepassing op de openbare lichamen, met uitzondering van [hoofdstuk 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&hoofdstuk=9) (klachtbehandeling). Dit betekent dat vreemdelingen volgens hoofdstuk 9 van de Awb klachten kunnen indienen tegen de gedragingen van de IND unit Caribisch Nederland tot een jaar nadat de gedraging plaats heeft gevonden. Ongeacht de geldende wettelijke termijn ontvangt de IND unit Caribisch Nederland de klachten bij voorkeur zo snel mogelijk nadat de gedraging zich heeft voorgedaan.
### Modellen CTU-BES
Machtiging tot voorlopig verblijf
Verblijfsvergunning voor bepaalde tijd zonder MVV of wijziging verblijfsdoel
Verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verbandhoudend met bescherming
Verlenging verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verbandhoudend met bescherming
Verklaring toelating van rechtswege
Verlenging verklaring toelating van rechtswege
Verklaring niet van toepassing
Verlening van een terugkeervisum
Telefoon: +599-318 3377
E-mailadres: INDStatia@rijksdienstCN.com
**Saba:**
Cap. Matthew Levenstone Street z/n, The Bottom
Telefoon: +599-416 3805
E-mailadres: INDSaba@rijksdienstCN.com
**Algemene informatie:**
Telefoonummer: +599-7158330
E-mailadres: IND@rijksdienstCN.com
Website: [www.rijksdienstcn.com/immigratie-naturalisatie](onbekend)
*** Afhankelijk van het land moet de akte gelegaliseerd worden door de Nederlandse ambassade in het land van herkomst dan wel voorzien zijn van een apostille stempel. Als de akte is opgesteld in een andere taal dan het Nederlands of Engels moet ook een vertaling van de akte worden bijgevoegd die is opgemaakt door een beëdigde vertaler. Deze akte moet ook gelegaliseerd worden bij de afdeling Burgerzaken van het betreffende Openbaar Lichaam. Let op! Voor inschrijving in de basisadministratie persoonsgegevens is een gelegaliseerde dan wel een van apostille voorziene geboorteakte noodzakelijk. Informeer bij Burgerzaken welke documenten nog meer benodigd zijn voor de inschrijving.**
**bij (andere) vermogenden of bij vermogende particulieren**
**Let op!** Als u een kopie van een document bij de aanvraag heeft gevoegd, wordt u aan het loket gevraagd het originele document te tonen. Dit is noodzakelijk om de echtheid van het originele document te kunnen controleren. U moet het originele document dus altijd kunnen tonen.
Verblijfsvergunning voor bepaalde tijd met MVV
Verblijfsvergunning voor bepaalde tijd zonder MVV of wijziging verblijfsdoel
Voor meer informatie over de aanvraagprocedure kunt u contact opnemen met de IND-unit Caribisch Nederland van het openbaar lichaam waar u de aanvraag heeft ingediend.
Dit is een productie van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)
Met dit formulier kunt u een aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd indienen, terwijl u niet hoeft te beschikken over een geldige MVV of een aanvraag om wijziging van het verblijfsdoel van uw huidige verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. Vul per aanvrager 1 formulier in.
Als u uw aanvraag in persoon heeft ingediend bij één van de loketten van de IND-unit Caribisch Nederland (zie hieronder de bezoekadressen) en uw aanvraag is volledig, wordt uw aanvraag in behandeling genomen. Als uw aanvraag niet compleet is, kan deze niet worden beoordeeld.
**Bonaire:**
Kaya Gresia 11
Telefoon: +599-715 8330
E-mailadres: IND@rijksdienstCN.com
**Sint Eustatius:**
Cottageroad z/n, Oranjestad
Telefoon: +599-318 3377
E-mailadres: INDStatia@rijksdienstCN.com
**Saba:**
Cap. Matthew Levenstone Street z/n, The Bottom
Telefoon: +599-416 3805
E-mailadres: INDSaba@rijksdienstCN.com
**Algemene informatie:**
Telefoonummer: +599-7158330
E-mailadres: IND@rijksdienstCN.com
Website: [www.rijksdienstcn.com/immigratie-naturalisatie](onbekend)
*** Afhankelijk van het land moet de akte gelegaliseerd worden door de Nederlandse ambassade in het land van herkomst dan wel voorzien zijn van een apostille stempel. Als de akte is opgesteld in een andere taal dan het Nederlands of Engels moet ook een vertaling van de akte worden bijgevoegd die is opgemaakt door een beëdigde vertaler. Deze akte moet ook gelegaliseerd worden bij de afdeling Burgerzaken van het betreffende Openbaar Lichaam. Let op! Voor inschrijving in de basisadministratie persoonsgegevens is een gelegaliseerde dan wel een van apostille voorziene geboorteakte noodzakelijk. Informeer bij Burgerzaken welke documenten nog meer benodigd zijn voor de inschrijving.**
**bij (andere) vermogenden of bij vermogende particulieren**
**Let op!** Als u een kopie van een document bij de aanvraag heeft gevoegd, wordt u aan het loket gevraagd het originele document te tonen. Dit is noodzakelijk om de echtheid van het originele document te kunnen controleren. U moet het originele document dus altijd kunnen tonen.
Verlenging verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
Voor meer informatie over de aanvraagprocedure kunt u contact opnemen met de IND-unit Caribisch Nederland van het openbaar lichaam waar u de aanvraag heeft ingediend.
Dit is een productie van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)
Met dit formulier kunt u een aanvraag indienen voor de verlenging van de geldigheidsduur van uw verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. Dien geen aanvraag in als uw verblijfsvergunning nog langer dan 4 maanden geldig is. Dit kan een reden zijn om uw aanvraag af te wijzen. De IND-unit Caribisch Nederland beoordeelt uw aanvraag en bepaalt of u in aanmerking komt voor verlenging van de geldigheidsduur van uw verblijfsvergunning. Of en hoe lang de geldigheidsduur van uw verblijfsvergunning wordt verlengd, is afhankelijk van uw situatie. Meestal kan uw verblijfsvergunning voor 1 jaar worden verlengd. U komt alleen in aanmerking voor verlenging als u:
In alle andere gevallen kunt u dit formulier niet gebruiken om uw aanvraag in te dienen. Vul per aanvrager 1 formulier in.
Als u uw aanvraag in persoon heeft ingediend bij één van de loketten van de IND-unit Caribisch Nederland (zie hieronder de bezoekadressen) en uw aanvraag is volledig, wordt uw aanvraag in behandeling genomen. Als uw aanvraag niet compleet is, kan deze niet worden beoordeeld.
**Bonaire:**
Kaya Gresia 11
Telefoon: +599-715 8330
E-mailadres: IND@rijksdienstCN.com
**Sint Eustatius:**
Cottageroad z/n, Oranjestad
Telefoon: +599-318 3377
E-mailadres: INDStatia@rijksdienstCN.com
**Saba:**
Cap. Matthew Levenstone Street z/n, The Bottom
Telefoon: +599-416 3805
E-mailadres: INDSaba@rijksdienstCN.com
**Algemene informatie:**
Telefoonummer: +599-7158330
E-mailadres: IND@rijksdienstCN.com
Website: [www.rijksdienstcn.com/immigratie-naturalisatie](onbekend)
*** Afhankelijk van het land moet de akte gelegaliseerd worden door de Nederlandse ambassade in het land van herkomst dan wel voorzien zijn van een apostille stempel. Als de akte is opgesteld in een andere taal dan het Nederlands of Engels moet ook een vertaling van de akte worden bijgevoegd die is opgemaakt door een beëdigde vertaler. Deze akte moet ook gelegaliseerd worden bij de afdeling Burgerzaken van het betreffende Openbaar Lichaam. Let op! Voor inschrijving in de basisadministratie persoonsgegevens is een gelegaliseerde dan wel een van apostille voorziene geboorteakte noodzakelijk. Informeer bij Burgerzaken welke documenten nog meer benodigd zijn voor de inschrijving.**
**bij (andere) vermogenden of bij vermogende particulieren**
**Let op!** Als u een kopie van een document bij de aanvraag heeft gevoegd, wordt u aan het loket gevraagd het originele document te tonen. Dit is noodzakelijk om de echtheid van het originele document te kunnen controleren. U moet het originele document dus altijd kunnen tonen.
Verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd
Verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verbandhoudend met bescherming
Verlenging verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verbandhoudend met bescherming
Verklaring toelating van rechtswege
Verlenging verklaring toelating van rechtswege
Verklaring niet van toepassing (NVT)
Verlening van een terugkeervisum
### 4. Verblijf in de vrije termijn
### 1. De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
### 1.6. Aantekening omtrent beroep op de publieke middelen
### 1.7. Voorschriften
### 1.9. Afwijzingsgronden van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
### 1.9.1.1. Vrijstellingen
### 1.9.1.2. Toetsing van de vrijstellingscategorie
### 1.9.1.3. Hardheidsclausule
### 1.9.3. Middelen van bestaan
### 1.9.4. Openbare orde en nationale veiligheid
### 1.9.5. Medisch onderzoek
### 1.12. Verlenging en intrekking van de verblijfsvergunning voor (on)bepaalde tijd
### 1.12.2. Wijzigen verblijfsdoel van de verblijfsvergunning
### 1.12.3. Gronden intrekking
### 2. De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd
### 3. Procedurele bepalingen
### 3.1. De mvv-aanvraag
### 3.1.1. Aanvraagprocedure mvv ingediend door de vreemdeling
### 3.1.2. Aanvraagprocedure mvv ingediend door de referent
### 3.1.3. Afgifte mvv
### 3.4. Onderbouwende gegevens en bescheiden
### 3.5. Specifieke bepalingen procedure verblijfsvergunning (on)bepaalde tijd
### 1.1. Samenhang tussen de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) en de [Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437)
### 1.2. Meerdere werkgevers
### 2.1. Verblijfsvoorwaarden
### 2.2. Vereiste bescheiden
### 2.3.2. Procedure gezinsleden bij het loket van de IND-unit Caribisch Nederland
### 2.4. Samenhang beslissing aanvraag TWV en verblijfsvergunning
### 2.5. Geldigheidsduur: relatie met de TWV
### 2.6. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 4.4.4.1. Verblijfsvoorwaarden
### 4.7. Dienstverrichters
### 5.1. Inleiding
### 5.3.1. Houders van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd
### 5.3.2. Houders van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
### 5.5. Samenwerking met de arbeidsbemiddelingsorganisatie en de RCN-unit SZW
### 6. Strafbepalingen in de WTU-BES
### 1. Inleiding
### 2.1. Verblijfsvoorwaarden
### 2.2. Vereiste bescheiden arbeid als zelfstandige op grond van het Verdrag
### 2.3. Vereiste bescheiden arbeid in loondienst als sleutelpersoneel op grond van het Verdrag
### 3. Vereiste bescheiden
### 5. Geldigheidsduur
### Hoofdstuk 11. Gezinshereniging en gezinsvorming
### 1.1. Inleiding
### 4. Relatie
### 5. Minderjarige kinderen
### 5.2. Vereiste bescheiden
De verblijfsvergunning wordt verleend, als de in de openbare lichamen verblijvende kinderen in de openbare lichamen verblijven als:
### 6.3.1. Beperking
### 3.1. Verblijfsvoorwaarden
De meerderjarige oud-Nederlander die buiten de openbare lichamen is geboren en die woont in een ander land dan dat waarvan hij onderdaan is, kan in aanmerking komen voor verblijf in de openbare lichamen, als er naar het oordeel van de Minister sprake is van bijzondere banden met de openbare lichamen.
Het gevaar voor de openbare orde wordt beoordeeld aan de hand van de maatstaven die zijn aangelegd voor verblijfsbeëindiging. Bij de vaststelling van de verblijfsduur wordt mede betrokken de periode waarin de vreemdeling als Nederlander in de openbare lichamen heeft verbleven. Onder strafmaat wordt verstaan de totale duur van de vrijheidsbenemende straffen of maatregelen, met inbegrip van die welke bij al dan niet onherroepelijk geworden uitspraak zijn opgelegd in de periode waarin de vreemdeling het Nederlanderschap bezat en in de periode na het verlies van het Nederlanderschap.
### 1. Inleiding
### 2.1. Verblijfsvoorwaarden slachtoffer mensenhandel
### 2.3.1. Beperking
### 2.4. Geldigheidsduur
### 4. Voortgezet verblijf na overlijden van (huwelijks) partner
### 4.4. Geldigheidsduur
### 5.4. Geldigheidsduur
### Hoofdstuk 16. Aanvragen om bescherming tegen terugzending
### 2.2.2. Vervolging vanwege godsdienst
### 2.2.4. Vervolging vanwege nationaliteit en ras
### 2.2.5. Vervolging vanwege het behoren tot een sociale groep
### 2.3. Politieke en commune delicten en discriminatoire of onevenredige bestraffing
### 2.4. Vervolging wegens dienstweigering of desertie
### 2.5.3. Minderjarige vreemdelingen
### 2.6.2. Artikel 1B
### 2.6.3. Artikel 1C
### 3.2.1. Uitzonderlijke situatie
### 4.4.3. Openbare orde en artikel 3 EVRM
### 5. De procedure van verzoeken om bescherming
### 5.3. Handelingen in het kader van het toezicht
### 5.4. Geen aantekeningen in documenten
### 5.5. Aanmelding en meldplicht
### 5.6. Voorbereidende handelingen van de IND unit Caribisch Nederland
### 3.7. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 5. Vreemdelingen in de strafrechtketen
### 6.2. Gronden voor ongewenstverklaring
### 6.3. Procedurele aspecten
### 6.4. Opheffing van de ongewenstverklaring
### 2. Maatregelen
### 2.2. Vrijheidsontnemende maatregelen
### 2.2.2. Aanmelding vreemdeling
### 3. Beroep
### Hoofdstuk 19. Rechtsmiddelen
### 2.1. Vereisten voor de indiening van bezwaar
### 2.2. Opschorting van de werking van het (afwijzende) besluit
### 2.3. Het verzoek om een voorlopige voorziening
### 4. Klachten
### Modellen CTU-BES
**bij gepensioneerden:**
**Let op!** Als u een kopie van een document bij de aanvraag heeft gevoegd, wordt u aan het loket gevraagd het originele document te tonen. Dit is noodzakelijk om de echtheid van het originele document te kunnen controleren. U moet het originele document dus altijd kunnen tonen.
Verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd
Verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verbandhoudend met bescherming
Verlenging verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verbandhoudend met bescherming
Verklaring toelating van rechtswege
MBES08
Voor meer informatie over de aanvraagprocedure kunt u contact opnemen met de IND-unit Caribisch Nederland van het openbaar lichaam waar u de aanvraag heeft ingediend.
Dit is een productie van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)
Met dit formulier kunt u een aanvraag indienen voor een verklaring voor toelating van rechtswege ([artikel 3 Wet Toelating en Uitzetting BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3)). Vul per aanvrager 1 formulier in.
De volgende personen krijgen toelating van rechtswege in de openbare lichamen op grond van [artikel 3 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3):
Als u uw aanvraag in persoon heeft ingediend bij één van de loketten van de IND-unit Caribisch Nederland (zie hieronder de bezoekadressen) en uw aanvraag is volledig, wordt uw aanvraag in behandeling genomen. Als uw aanvraag niet compleet is, kan deze niet worden beoordeeld.
**Bonaire:**
Kaya Gresia 11
Telefoon: +599-715 8330
E-mailadres: IND@rijksdienstCN.com
**Sint Eustatius:**
Cottageroad z/n, Oranjestad
Telefoon: +599-318 3377
E-mailadres: INDStatia@rijksdienstCN.com
**Saba:**
Cap. Matthew Levenstone Street z/n, The Bottom
Telefoon: +599-416 3805
E-mailadres: INDSaba@rijksdienstCN.com
**Algemene informatie:**
Telefoonummer: +599-7158330
E-mailadres: IND@rijksdienstCN.com
Website: [www.rijksdienstcn.com/immigratie-naturalisatie](http://www.rijksdienstcn.com/immigratie-naturalisatie)
*** Afhankelijk van het land moet de akte gelegaliseerd worden door de Nederlandse ambassade in het land van herkomst dan wel voorzien zijn van een apostille stempel. Als de akte is opgesteld in een andere taal dan het Nederlands of Engels moet ook een vertaling van de akte worden bijgevoegd die is opgemaakt door een beëdigde vertaler. Let op! Voor inschrijving in de administratie persoonsgegevens is een gelegaliseerde dan wel een van apostille voorziene geboorteakte noodzakelijk.**
**Let op!** Als u een kopie van een document bij de aanvraag heeft gevoegd, wordt u aan het loket gevraagd het originele document te tonen. Dit is noodzakelijk om de echtheid van het originele document te kunnen controleren. U moet het originele document dus altijd kunnen tonen.
Verlenging verklaring toelating van rechtswege
MBES08a
MBES08a
Voor meer informatie over de aanvraagprocedure kunt u contact opnemen met de IND-unit Caribisch Nederland van het openbaar lichaam waar u de aanvraag heeft ingediend.
Dit is een productie van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)
Met dit formulier kunt u een aanvraag indienen voor een verlenging van verklaring voor toelating van rechtswege ([artikel 3 Wet Toelating en Uitzetting BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3)). Vul per aanvrager 1 formulier in.
De volgende personen krijgen toelating van rechtswege in de openbare lichamen op grond van [artikel 3 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3):
Als u uw aanvraag in persoon heeft ingediend bij één van de loketten van de IND-unit Caribisch Nederland (zie hieronder de bezoekadressen) en uw aanvraag is volledig, wordt uw aanvraag in behandeling genomen. Als uw aanvraag niet compleet is, kan deze niet worden beoordeeld.
**Bonaire:**
Kaya Gresia 11
Telefoon: +599-715 8330
E-mailadres: IND@rijksdienstCN.com
**Sint Eustatius:**
Cottageroad z/n, Oranjestad
Telefoon: +599-318 3377
E-mailadres: INDStatia@rijksdienstCN.com
**Saba:**
Cap. Matthew Levenstone Street z/n, The Bottom
Telefoon: +599-416 3805
E-mailadres: INDSaba@rijksdienstCN.com
**Algemene informatie:**
Telefoonummer: +599-7158330
E-mailadres: IND@rijksdienstCN.com
Website: [www.rijksdienstcn.com/immigratie-naturalisatie](http://www.rijksdienstcn.com/immigratie-naturalisatie)
**door vreemdelingen en Nederlanders als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a tot en met g, WTU-BES:**
**door Nederlanders als bedoeld in artikel 3, vijfde en zesde lid, WTU-BES:**
**bij arbeid in loondienst:**
**bij arbeid als zelfstandige:**
**bij renteniers:**
**bij gepensioneerden:**
**bij stage:**
**bij studie:**
**als partner/echtgenoot garant staat:**
**Uitgangspunt bij middelen van bestaan:** de verblijfgever moet voldoen aan de norm van minimaal 120% van het brutoinkomen per maand (of per jaar) op grond van de [Wet minimumloon](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002638) als de aanvraag is ingediend voor een partner of een kind. Als de aanvraag is ingediend voor een partner en één of meerdere kinderen dan moet het inkomen gelijk zijn aan 140% van het brutoinkomen per maand (of per jaar) op grond van de [Wet minimumloon BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028170).
**Let op!** Als u een kopie van een document bij de aanvraag heeft gevoegd, wordt u aan het loket gevraagd het originele document te tonen. Dit is noodzakelijk om de echtheid van het originele document te kunnen controleren. U moet het originele document dus altijd kunnen tonen.
Verklaring niet van toepassing (NVT)
Verlening van een terugkeervisum
### 1. Inleiding
### 6.1. Beperking
### 3.3. Vereiste bescheiden
### 4.1. Verblijfsvoorwaarden
### 5.1. Verblijfsvoorwaarden
### 6.2. Vereiste bescheiden
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
### 7.4.1. Beperking
### 7.5. Geldigheidsduur
Op grond van [artikel 5.25 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.25) wordt de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verleend voor ten hoogste één jaar en kan de verblijfsvergunning telkens met ten hoogste één jaar worden verlengd.
### 3.1. Verblijfsvoorwaarden
### 3.2. Verblijfsvoorwaarden voor een vergunning voor bepaalde tijd
### 5.1. Beperking
De genoemde verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt aan de oud-Nederlanders verleend onder de beperking ‘wedertoelating’.
### 5.2. Arbeidsmarktaantekening
De verblijfsvergunning is geldig voor de duur van vijf jaar ([art. 6, tweede lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=6) en [art. 5.28 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.28)).
### 8. Verblijfsvergunning in afwachting van verzoek ex [artikel 17 RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=17)
Aan personen die een verzoek als bedoeld in [artikel 17 RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=17) hebben ingediend tot vaststelling van het Nederlanderschap kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden verleend.
### 3.1. Verblijfsvoorwaarden getuige-aangever
### 5.1. Slachtoffer
De IND unit Caribisch Nederland trekt de verblijfsvergunning vervolgens in.
### 2.2. Vereiste bescheiden
### 2.4. Geldigheidsduur
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
### 5.15. Doormigratie
### 9.1. Verblijfsbeëindiging omdat de grond voor bescherming is vervallen
### 2.3.3. Verkorten van de vertrektermijn
### 2.4.1. Het stellen van aantekeningen in reisdocumenten
2010-10-08
Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba —
original version
Tekst op deze datum