Wijzigingsgeschiedenis
Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba
13 versions
· 2026-01-01
2026-01-01
Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba — ar
2025-04-01
Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba — ar
2024-08-07
Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba — ar
2024-07-01
Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba — ar
2024-02-09
Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba — ar
2023-10-01
Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba — ar
2019-10-01
Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba — ar
Wijzigingen op 2019-10-01
@@ -52,550 +52,7112 @@
De vreemdeling moet desgevraagd de in [artikel 6.3 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.3) genoemde documenten en inlichtingen aan de ambtenaar belast met de grensbewaking tonen dan wel verstrekken.
Als de vreemdeling niet voldoet aan de voorwaarden zoals omschreven in [artikel 2r WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2r), wordt hem de toegang geweigerd. Verder kan de ambtenaar belast met grensbewaking de vreemdeling de toegang tot de openbare lichamen weigeren als de vreemdeling eerder de maximale duur van het toegestane verblijf in de openbare lichamen heeft overschreden.
Tot slot weigert de ambtenaar de toegang aan de vreemdeling die is gesignaleerd ter fine van weigering van de toegang. Hiervan kan worden afgeweken als de Minister dit noodzakelijk acht op grond van klemmende redenen van humanitaire aard, in het belang van het land of internationale betrekkingen.
Als de vreemdeling niet voldoet aan de voorwaarden zoals omschreven in artikel 2r WTU-BES, wordt hem de toegang geweigerd. Verder kan de ambtenaar belast met grensbewaking de vreemdeling de toegang tot de openbare lichamen weigeren als de vreemdeling eerder de maximale duur van het toegestane verblijf in de openbare lichamen heeft overschreden.
Op grond van artikel 2r, eerste lid onder e, WTU-BES moet de KMar in ieder geval de volgende (inter)nationale databases raadplegen om te kunnen nagaan of een vreemdeling een gevaar is voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of de internationale betrekkingen:
Het betreft de check op signaleringen waarin opvolging vereist is:
### 2.3.1. Geldig document voor grensoverschrijding
Onder bepaalde voorwaarden kan desondanks toegang worden verleend wanneer niet (volledig) wordt voldaan aan de voorwaarden voor toegang zoals genoemd in deze paragraaf. Zie hiervoor paragraaf 3.5 van dit hoofdstuk.
Het bezit van een geldig (nationaal) paspoort is een algemeen uitgangspunt. Het paspoortvereiste wordt onder meer gesteld als waarborg voor terugkeer.
In [artikel 2r, eerste lid, onder a, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2r) is bepaald dat de toegang aan een vreemdeling wordt geweigerd, als deze niet in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding. Voor de nadere uitwerking van de voorwaarde om te beschikken over een geldig document voor grensoverschrijding wordt verwezen naar de [artikelen 3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=3.5) en [3.6 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=3.6).
Het bezit van een geldig (nationaal) paspoort is een algemeen uitgangspunt. Het paspoortvereiste wordt onder meer gesteld als waarborg voor terugkeer.
Onder een paspoort wordt verstaan:
Het grensoverschrijdingsdocument moet zijn afgegeven door de bevoegde autoriteiten van een door Nederland erkende staat. Een uitzondering hierop vormt Taiwan. Dit land wordt door Nederland niet erkend, terwijl het reisdocument van Taiwan wel wordt erkend als geldig document voor grensoverschrijding.
Het document voor grensoverschrijding moet zijn voorzien van een goedgelijkende pasfoto van de houder en moet door de houder zijn ondertekend. Daarnaast moet dit document in het algemeen de volgende gegevens bevatten:
De geldigheidsduur van het paspoort moet de duur van het voorgenomen verblijf overschrijden.
De door het Koninkrijk der Nederlanden uitgegeven documenten die worden aangemerkt als geldig document voor grensoverschrijding zijn opgenomen in de [(Rijks)Paspoortwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005212).
Op grond van [art 3.5, vierde lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=3.5) kan worden afgeweken van het vereiste bezit van een geldig document voor grensoverschrijding.
Aan niet-visumplichtige vreemdelingen (voor de visum wet- en regelgeving: zie de Rijksvisumwet) die bij binnenkomst niet beschikken over het vereiste document voor grensoverschrijding kan aan de grens, met het oog op kort verblijf, een bijzonder doorlaatbewijs worden afgegeven. Dit doorlaatbewijs is als model opgenomen in de [RTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028815). Dit bijzonder doorlaatbewijs wordt na afgifte hiervan aangemerkt als een geldig document voor grensoverschrijding.
### 2.3.2. Visum voor kort verblijf, terugkeervisum, machtiging tot voorlopig verblijf (mvv)
Voor de afgifte van bijzondere doorlaatbewijzen zijn geen leges verschuldigd.
Voor een nader uitleg van het hebben van een visum kort verblijf wordt verwezen naar de Rijksvisumwet (artikel 5, tweede lid).
Behalve als de vreemdeling houder is van een geldige verblijfstitel, is een van de voorwaarden voor toegang voor de visumplichtige vreemdeling, het in het bezit zijn van een visum voor kort verblijf, een terugkeervisum of een mvv. Zie [artikel 2r, eerste lid, onder b, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2r).
Voor een nader uitleg van het hebben van een visum kort verblijf wordt verwezen naar [artikel 5 van de Rijksvisumwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0038494&artikel=5).
### 2.3.3. Het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf
De voorwaarden voor een mvv staan in [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=3&z=2019-10-01&g=2019-10-01) van de CTU-BES.
Als de vreemdeling gebruikt heeft gemaakt van een elektronisch ticket en daarom niet in het bezit is van een retourpassagebiljet, kan de ambtenaar belast met grensbewaking met toestemming van de vreemdeling hierover inlichtingen inwinnen. De betreffende luchtvaartmaatschappij heeft hiervoor een informatiepunt beschikbaar gesteld. Als de vreemdeling geen toestemming verleent aan de ambtenaar belast met grensbewaking om de bovenbedoelde informatie op te vragen bij de betreffende luchtvaartmaatschappij en niet op een andere manier het doel en de duur van het voorgenomen verblijf aannemelijk kan maken, wijst de ambtenaar de vreemdeling er op dat dit tot toegangsweigering kan leiden.
### 2.3.4. Voldoende middelen van bestaan
Als de vreemdeling gebruikt heeft gemaakt van een elektronisch ticket en daarom niet in het bezit is van een retourpassagebiljet, kan de ambtenaar belast met grensbewaking met toestemming van de vreemdeling hierover inlichtingen inwinnen. De betreffende luchtvaartmaatschappij heeft hiervoor een informatiepunt beschikbaar gesteld. Als de vreemdeling geen toestemming verleent aan de ambtenaar belast met grensbewaking om de bovenbedoelde informatie op te vragen bij de betreffende luchtvaartmaatschappij en niet op een andere manier het doel en de duur van het voorgenomen verblijf aannemelijk kan maken, wijst de ambtenaar de vreemdeling er op dat dit tot toegangsweigering kan leiden.
De middelen moeten toereikend zijn om te voorzien in zowel de kosten van het verblijf in de openbare lichamen als in de kosten van de reis naar een plaats buiten de openbare lichamen waar de toegang is gewaarborgd. Of de middelen waarover de vreemdeling kan beschikken toereikend zijn, hangt af van verschillende (persoonsgebonden) factoren, waaronder:
Als toegangsvoorwaarde voor verblijf van ten hoogste drie maanden geldt het vereiste om te beschikken over voldoende middelen van bestaan (zie [artikel 2r, eerste lid, onder d WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2r) en [artikel 3.8 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=3.8)). Overigens wordt ook in het kader van de aanvraag tot het verlenen van een visum voor kort verblijf bezien of de vreemdeling beschikt over voldoende middelen van bestaan voor de duur van het voorgenomen verblijf.
De middelen moeten toereikend zijn om te voorzien in zowel de kosten van het verblijf in de openbare lichamen als in de kosten van de reis naar een plaats buiten de openbare lichamen waar de toegang is gewaarborgd. Of de middelen waarover de vreemdeling kan beschikken toereikend zijn, hangt af van verschillende (persoonsgebonden) factoren, waaronder:
Vaste maatstaven zijn in dit verband niet te geven. Ter indicatie kan worden aangenomen dat vreemdelingen die zelfstandig reizen, moeten kunnen voorzien in de kosten van hun verblijf en onderdak. Voor de openbare lichamen komt dit neer op een bedrag van minimaal USD 1000 per week per persoon. Dit bedrag is exclusief de eventuele kosten voor een vliegreis naar een plaats buiten de openbare lichamen waar de toegang is gewaarborgd.
Aan vreemdelingen van wie niet zeker is dat zij over voldoende middelen van bestaan kunnen beschikken, kan onder voorwaarden toegang worden verleend voor:
Zie hiervoor paragraaf 3.5 van dit hoofdstuk.
Een voorwaarde voor toegang is dat de vreemdeling -indien nodig- zekerheid stelt (zie [artikel 3.9, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=3.9)) voor de kosten van de reis naar een plaats buiten de openbare lichamen waar zijn toelating is gewaarborgd. Dit doet hij door een in de openbare lichamen wonende solvabele derde die zich garant stelt door ondertekening van een garantverklaring (MBES14).
Uitgangspunt: een solvabele derde is een natuurlijk persoon.
De zekerheid kan worden gesteld doordat een op de openbare lichamen wonende solvabele derde zich garant stelt door ondertekening van een garantverklaring (MBES14).
In geval de vreemdeling zelf niet over voldoende middelen van bestaan beschikt kan desondanks toegang worden verleend wanneer een in de openbare lichamen rechtmatig verblijvende solvabele derde zich garant heeft gesteld.
Deze derde persoon stelt zich daarbij garant voor:
Nadat is besloten om de vreemdeling toegang te verlenen onder voorwaarden, brengt de ambtenaar belast met de grensbewaking een sticker ‘Doorlating onder voorwaarden openbare lichamen’ (MBES45) aan in het paspoort van de vreemdeling. Vervolgens plaatst de ambtenaar een inreisstempel half op en half onder het laminaat.
Zie hiervoor paragraaf 3.5 van dit hoofdstuk.
Bij inname en teruggave van het retourpassagebiljet (MBES11 CTU-BES) dan wel de garantiesom (MBES12 CTU-BES) wordt het originele bewijs ingenomen dan wel teruggegeven.
Indien er indicaties zijn dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of de internationale betrekkingen, wordt op grond van [artikel 2r, eerste lid, onder e, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2r) de vreemdeling de toegang geweigerd. Indien de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de volksgezondheid, dient de ambtenaar belast met de grensbewaking contact op te nemen met de Korpschef. In het geval sprake is dat een vreemdeling een gevaar vormt voor de internationale betrekkingen dient contact te worden gezocht met de Directie Consulaire Zaken en Visumbeleid (DCV) van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Deze derde persoon stelt zich daarbij garant voor:
Een vreemdeling die toegang tot de openbare lichamen wenst, maar is gesignaleerd geregistreerd ter fine van weigering van de toegang, wordt op grond van [artikel 2r, derde lid WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2r) de toegang geweigerd.
### 2.3.5. Geen gevaar voor de openbare orde, openbare veiligheid, de volksgezondheid of de internationale betrekkingen
Registratie van een vreemdeling ter fine van weigering vindt plaats in het Border Management System (BMS). Dit is het systeem dat de KMar gebruikt om personen te registreren. Een vreemdeling kan om verschillende redenen worden geregistreerd. Het Hoofd Grensbewaking KMar op de openbare lichamen is verantwoordelijk voor de registratie. Wanneer een vreemdeling wordt geregistreerd moet altijd vermeld worden wat de motivatie/reden hiertoe is (openbare orde, voldoende middelen van bestaan, geen mvv, etc). Daarnaast moet de termijn van de signalering worden genoteerd.
### 3. Toezicht aan de buitengrens, toegangsverlening en toegangsweigering
Een vreemdeling die toegang tot de openbare lichamen wenst, maar is geregistreerd ter fine van weigering van de toegang, wordt op grond van [artikel 2r, derde lid WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2r) de toegang geweigerd.
Alvorens op de verschillende aspecten van toezicht aan de buitengrens wordt ingegaan, worden een paar algemene opmerkingen geplaatst.
Het is niet mogelijk om een mvv-aanvraag of een aanvraag om een verblijfsvergunning aan een grensdoorlaatpost of door tussenkomst van een ambtenaar belast met de grensbewaking in te dienen. Dit is om te voorkomen dat het mvv-vereiste en de bijbehorende aanvraagprocedure vanuit het buitenland worden omzeild. Het mvv-vereiste wordt behandeld in hoofdstuk 3 van de CTU-BES.
### 3. Toezicht aan de buitengrens, toegangsverlening en toegangsweigering
### 3.1. Algemeen
Alvorens op de verschillende aspecten van toezicht aan de buitengrens wordt ingegaan, worden een paar algemene opmerkingen geplaatst.
Op grond van [artikel 2s WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2s) moet iedereen (zowel vreemdelingen, Nederlanders, eilandbewoners, etc.) bij in- en uitreis aan een minimumcontrole worden onderworpen.
De minimale controle behelst een onderzoek van het document voor grensoverschrijding en een onderzoek, op niet-systematische basis, naar signaleringen ter fine van opsporing en weigering van de toegang en het verblijf.
Op grond van [artikel 2t WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2t) worden slechts vreemdelingen bij binnenkomst en uitreis onderworpen aan een grondige controle. Een grondige controle bij inreis behelst verificatie van de toegangsvoorwaarden als genoemd in [artikel 2r WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2r).
### 3.2. Minimumcontrole en grondige controle
Als de nodige faciliteiten voorhanden zijn en de vreemdeling hier om verzoekt, vinden de bedoelde grondige controles in een privé-ruimte plaats.
De minimale controle behelst een onderzoek van het document voor grensoverschrijding en een onderzoek, op niet-systematische basis, naar signaleringen ter fine van opsporing en weigering van de toegang en het verblijf.
Op grond van [artikel 2v WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2v) worden bij overschrijding van de buitengrenzen de documenten voor grensoverschrijding afgestempeld. In artikel 2v, tweede lid WTU-BES staan de situaties neergeschreven wanneer er geen stempel hoeft te worden geplaatst.
Bij afwezigheid van een inreisstempel in het document voor grensoverschrijding wordt verwezen naar [artikel 2w WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2w). Wanneer in het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling geen inreisstempel is aangebracht, mogen de ambtenaren belast met de grensbewaking en het toezicht hier het vermoeden aan verbinden dat de houder niet of niet langer voldoet aan de voorwaarden ten aanzien van de maximale verblijfsduur. Het is aan de vreemdeling om het tegendeel aannemelijk te maken.
Verder wordt verwezen naar [artikel 6.20 tot en met artikel 6.24 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.20) voor het plaatsen van aantekeningen in reis- of identiteitspapieren.
### 3.4. Versoepeling grenscontroles
Op grond van [artikel 2u WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2u) kunnen de grenscontroles aan de grens in buitengewone en onvoorziene omstandigheden worden versoepeld. Van buitengewone en onvoorziene omstandigheden kan bijvoorbeeld sprake zijn ingeval van een overstroming of een andere ernstige natuurramp die de overschrijding van de grens bij andere doorlaatposten verhindert, zodat de verkeersstromen van verschillende doorlaatposten worden omgeleid naar slechts één grensdoorlaatpost.
Zelfs in geval van versoepeling van de grenscontroles moet de ambtenaar belast met de grensbewaking, zowel bij in- als bij uitreis de reisdocumenten van vreemdelingen afstempelen. Dit is neergelegd in [artikel 2v WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2v).
Verder wordt verwezen naar [artikel 6.20 tot en met artikel 6.24 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.20) voor het plaatsen van aantekeningen in reis- of identiteitspapieren.
### 3.4. Versoepeling grenscontroles
Er mag bij ‘toegang onder voorwaarden’ geen aanleiding bestaan de toegang om redenen genoemd in [artikel 2r WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2r) te weigeren. Voorts mogen er geen redenen zijn om aan te nemen dat de vreemdeling zich niet zal houden aan de in voorwaarden voor verblijf in de vrije termijn.
Bij toegang onder voorwaarden kunnen aantekeningen worden gesteld in het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling. Deze aantekeningen kunnen betrekking hebben op:
### 3.5. Toegangsverlening onder voorwaarden
Aan de Korpschef wordt van de toegang onder voorwaarden kennis gegeven door gebruik van een formulier (MBES17). Een eventuele garantverklaring (MBES14) wordt met deze kennisgeving meegezonden. In het geval van een niet-visumplichtige vreemdeling die zijn verblijfsdoel wijzigt in kort verblijf, worden eveneens de door de vreemdeling overgelegde verklaringen meegezonden.
De vreemdeling dient zich binnen twee werkdagen te melden bij de IND-unit Caribisch Nederland.
Ten aanzien van het opleggen van de meldplicht wordt opgemerkt dat dit betekent dat de vreemdeling zich binnen drie werkdagen bij de Korpschef moet aanmelden.
Als de vreemdeling in verband met een zaterdag, zondag of feestdag niet zou kunnen voldoen aan de verplichting tot aanmelding binnen drie werkdagen, wordt in het document voor grensoverschrijding de volgende aantekening gesteld: ‘aanmelden uiterlijk op ...... (datum)’.
Als daarvoor in het belang van het toezicht op vreemdelingen gegronde reden bestaat, kan bij de inreis eveneens een van de andere aantekeningen die zijn opgenomen in artikel 6.20, eerste lid, onder b en c, BTU-BES (doel, duur en middelen voorgenomen verblijf) en de toepassing van [artikel 3.6 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=3.6) in het document voor grensoverschrijding worden geplaatst.
Ten aanzien van het opleggen van de meldplicht wordt opgemerkt dat dit betekent dat de vreemdeling zich binnen drie dagen bij de Korpschef moet aanmelden.
Als de vreemdeling in verband met een zaterdag, zondag of feestdag niet zou kunnen voldoen aan de verplichting tot aanmelding binnen drie dagen, wordt in het document voor grensoverschrijding de volgende aantekening gesteld: ‘aanmelden uiterlijk op ...... (datum)’.
Aan iedereen die niet aan de toegangsvoorwaarden, genoemd in [artikel 2r WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2r), voldoet, wordt de toegang tot de openbare lichamen geweigerd.
### 3.6. Toegangsweigering
### 3.6.1. Algemeen
Als het al dan niet verlenen van toegang nauw samenhangt met de toelatingsbeslissing, neemt de ambtenaar belast met de grensbewaking contact op met de IND unit Caribisch Nederland. Dit gebeurt in elk geval als de ambtenaar belast met grensbewaking voornemens is om de toegang te weigeren aan vreemdelingen behorend tot één van onderstaande categorieën:
Verder neemt de ambtenaar belast met de grensbewaking contact op met de IND unit Caribisch Nederland als het weigeren van toegang vanwege klemmende redenen van humanitaire aard dan wel in het belang van het land of internationale betrekkingen niet wenselijk wordt geacht. Hierbij kan worden gedacht aan het bijzonder urgente reisdoel van de vreemdeling. Zie [artikel 2r, derde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2r).
Het is op grond van [artikel 2m, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2m) slechts mogelijk om na een bijzondere aanwijzing de toegang te weigeren aan een vreemdeling die bescherming zegt nodig te hebben.
Als het al dan niet verlenen van toegang nauw samenhangt met de toelatingsbeslissing, neemt de ambtenaar belast met de grensbewaking contact op met de IND unit Caribisch Nederland. Dit gebeurt in elk geval als de ambtenaar belast met grensbewaking voornemens is om de toegang te weigeren aan vreemdelingen behorend tot één van onderstaande categorieën:
De toegangsweigering van een persoon vindt schriftelijk plaats door uitreiking van een standaard weigeringsformulier (MBES15). De toegang wordt geweigerd op basis van [artikel 2r van de WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2r). Hiertoe behoren ook vreemdelingen die om bescherming vragen.
In het standaard weigeringsformulier (MBES15) moet het volgende duidelijk naar voren komen:
### 3.6.2. Procedure voor weigering toegang aan de grens
De toegangsweigering van een vreemdeling vindt schriftelijk plaats door uitreiking van een standaard weigeringsformulier (MBES15 CTU-BES). De toegang wordt geweigerd op basis van [artikel 2r van de WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2r). Hiertoe behoren ook vreemdelingen die om bescherming vragen.
In [artikel 3.7 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=3.7) is beschreven in welke gevallen de toegang van een vreemdeling tot de openbare lichamen wordt geweigerd op grond van gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid.
Op grond van het feit dat de vreemdeling een gevaar oplevert voor de openbare orde of de nationale veiligheid wordt in de volgende gevallen de toegang in ieder geval geweigerd:
### 3.6.3. Weigering toegang gevaar openbare orde en nationale veiligheid
In [artikel 3.7 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=3.7) is beschreven in welke gevallen de toegang van een vreemdeling tot de openbare lichamen wordt geweigerd op grond van gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid.
De schriftelijke toegangsweigering is een besluit waartegen de vreemdeling op grond van [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=19) en [22k WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22k) beroep kan instellen.
Op grond van [artikel 6 WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455&artikel=6) wordt rechtshulp bij beroep vergoed.
### 3.6.4. Aanwenden rechtsmiddelen
Op grond van [artikel 2n, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2n), moet de vreemdeling de openbare lichamen onmiddellijk verlaten, tenzij:
Op grond van [artikel 6 WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455&artikel=6) wordt rechtshulp bij beroep vergoed.
Als de vreemdeling de openbare lichamen niet onmiddellijk kan verlaten, kan een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van [artikel 2o, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2o) of vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 2o, tweede lid, WTU-BES worden opgelegd.
Ook als de geweigerde vreemdeling zijn vrijheid wordt ontnomen, bijvoorbeeld op strafrechtelijke gronden, blijft hem de toegang geweigerd. In dat geval blijft ook de terugvoerverplichting (zie paragraaf 5.1.4) in stand en blijft de mogelijkheid bestaan om hem – na beëindiging van de straf – in een grenslogies zijn vrijheid te ontnemen in afwachting van zijn uitzetting (artikel 2o juncto [artikel 2p WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2p) en MBES18). Hierbij kan worden gedacht aan de situatie waarin de vreemdeling op grond van het Wetboek van Strafrecht BES in een huis van bewaring wordt geplaatst. Het is dus mogelijk om de vreemdeling na vrijlating uit het huis van bewaring op grond van artikel 2o WTU-BES zijn vrijheid te beperken of te ontnemen (MBES16).
### 3.6.6. Verplichtingen voor geweigerde
De vreemdelingen aan wie de toegang is geweigerd, is verplicht onmiddellijk te vertrekken uit het openbare lichaam met inachtneming van de aanwijzingen van de grensbewakingsambtenaar ([artikel 2q, vierde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2q)).
Deze aanwijzingen kunnen onder meer betreffen:
### 3.6.6. Verplichtingen voor geweigerde
Tot op het tijdstip van uitvoering van de terugbrenging kunnen geweigerde vreemdelingen de aanwijzing krijgen zich op te houden in de hun daartoe door een met de grensbewaking belaste ambtenaar aangewezen ruimte ([artikel 2o WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2o)), die kan worden afgesloten of op andere wijze kan worden verzekerd tegen ongeoorloofd vertrek daaruit. Dit om illegale binnenkomst te verhinderen.
Deze aanwijzingen kunnen onder meer betreffen:
Vreemdelingen aan wie de toegang wordt geweigerd, moeten – ongeacht of zij wel of niet een verzoek tot bescherming hebben ingediend – voor terugname worden geclaimd bij de vervoerder ([artikel 22, tweede lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22) juncto [artikel 8.3 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=8.3)).
Ten aanzien van de luchtvaart moet, als het gaat om vreemdelingen die geen verzoek tot bescherming indienen, het vertrek worden geëffectueerd met als bestemming de plaats van het opstappen dan wel een andere plaats waar de toegang van de vreemdeling gewaarborgd is. Het effectueren van het vertrek moet plaatsvinden zodra plaatsing aan boord van een luchtvaartuig van de betreffende maatschappij mogelijk is.
### 3.6.7. Verplichtingen voor vervoerder
Zie voor een uitwerking van de verplichtingen voor vervoerders paragraaf 5 van dit hoofdstuk.
Ten aanzien van de luchtvaart moet, als het gaat om vreemdelingen die geen verzoek tot bescherming indienen, het vertrek worden geëffectueerd met als bestemming de plaats van het opstappen dan wel een andere plaats waar de toegang van de vreemdeling gewaarborgd is. Het effectueren van het vertrek moet plaatsvinden zodra plaatsing aan boord van een luchtvaartuig van de betreffende maatschappij mogelijk is.
Ten aanzien van de zeevaart moet als het gaat om vreemdelingen die geen verzoek tot bescherming indienen, het vertrek worden geëffectueerd zodra het aanvoerende schip vertrekt, tenzij het vertrek voordien, in overleg met de verantwoordelijke reder, op andere wijze kan worden geëffectueerd.
In [artikel 22h, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22h) is de grondslag opgenomen voor de verplichtingen die als maatregel van toezicht aan vreemdelingen kunnen worden opgelegd.
### 4. Verplichtingen in het kader van toezicht
### 4.1. Algemeen
Het niet voldoen aan de verplichtingen als genoemd in de [BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599) is op grond van het bepaalde in [artikel 26 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=26) een strafbaar feit.
Als een vreemdeling bij herhaling opzettelijk niet voldoet aan de hem opgelegde verplichting kan dit onder omstandigheden aanleiding zijn voor in bewaringstelling ex [artikel 15c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=15c), vrijheidsontneming ex [artikel 15b WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=15b) of signalering in het BMS.
De verplichting tot het op vordering verstrekken van gegevens kan worden opgelegd aan alle hier in de openbare lichamen aanwezige vreemdelingen, ongeacht of zij rechtmatig of onrechtmatig in de openbare lichamen verblijven. De vordering is steeds gericht tot de vreemdeling zelf, tenzij het kinderen beneden de leeftijd van twaalf jaar betreft. Ten aanzien van vreemdelingen beneden de leeftijd van twaalf jaar kan een vordering worden gericht tot de wettelijke vertegenwoordiger.
De in [artikel 6.33, eerste lid onder a, b en d, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.33) bedoelde kennisgevingen hoeven niet in persoon te worden gedaan. Een vreemdeling moet dit binnen vijf dagen melden aan de Korpschef. Van deze kennisgevingen kan een aantekening worden gemaakt in het document voor grensoverschrijding ([artikel 6.28 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.28)).
Als een vreemdeling bij herhaling opzettelijk niet voldoet aan de hem opgelegde verplichting kan dit onder omstandigheden aanleiding zijn voor in bewaringstelling ex [artikel 15c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=15c), vrijheidsontneming ex [artikel 15b WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=15b) of signalering in het BMS.
### 4.3.1. Algemeen
Op grond van [artikel 22h, eerste lid, onder b, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22h) kan ten aanzien van vreemdelingen worden voorzien in een verplichting tot het verstrekken van gegevens die van belang zijn voor de toepassing van het bepaalde bij en op grond van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571).
### 4.3. De verplichting tot het verstrekken van gegevens
### 4.3.2. Op vordering verstrekken van gegevens
Vreemdelingen zijn verplicht op vordering van de Korpschef, binnen de in de vordering aangegeven tijd, de gegevens te verstrekken die de Korpschef in het belang in het bepaalde bij en op grond van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) vraagt ([artikel 6.34 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.34)), voor zover het de gegevens betreft die worden bedoeld in [6.35 tot en met 6.40 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.35). Er moet steeds een rechtstreeks verband bestaan tussen het vragen van gegevens en de toepassing van de WTU-BES, dan wel de uitvoeringsbepalingen daarvan. Daarnaast kan een vordering tot het verstrekken van gegevens bijvoorbeeld worden gedaan met het oog op het bijhouden van de vreemdelingenadministratie.
Als daartoe in het belang van het toezicht op vreemdelingen gegronde reden bestaat, kan de vreemdeling worden verplicht de gevraagde gegevens persoonlijk te komen verstrekken.
### 4.3.2. Op vordering verstrekken van gegevens
Het verstrekken van onjuiste gegevens die hebben geleid tot het verlenen of verlengen van de verblijfsvergunning is strafbaar wegens overtreding van [artikel 6.34 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.34), juncto [artikel 22h, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22h). Voor de vreemdeling kan dit tot gevolg hebben dat de verleende vergunning wordt ingetrokken in het kader van het algemene belang ([artikel 14, onder c, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=14)).
Als daartoe in het belang van het toezicht op vreemdelingen gegronde reden bestaat, kan de vreemdeling worden verplicht de gevraagde gegevens persoonlijk te komen verstrekken.
Op grond van [artikel 6.35 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.35) is een vreemdeling verplicht zijn aanwezigheid onmiddellijk in persoon mee te delen aan de Korpschef als hij:
Voorbeelden:
### 4.3.4. Kennis geven van het verschaffen van nachtverblijf
Op grond van [artikel 6.36 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.36) moet de persoon die nachtverblijf verschaft aan een vreemdeling van wie hij weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat deze niet rechtmatig in de openbare lichamen verblijft dit onmiddellijk meedelen aan de Korpschef. De strekking van deze bepaling is om de opsporing van illegaal in de openbare lichamen verblijvende vreemdelingen makkelijker te maken en om hen, die – te kwader trouw – aan dit illegale verblijf medewerking verlenen, strafbaar te stellen ([artikel 26 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=26)).
Voorbeelden:
### 4.3.4. Kennis geven van het verschaffen van nachtverblijf
De Korpschef moet een vordering tot het verstrekken van inlichtingen aan de werkgever tekenen of per aangetekende brief verzenden. De vordering aan de werkgever moet duidelijk vermelden:
### 4.3.5. Verstrekken van gegevens over (vroegere) buitenlandse werknemers
Op grond van artikel 3.37 BTU-BES zijn werkgevers verplicht om ten aanzien van vreemdelingen aan wie het niet was toegestaan arbeid te verrichten desgevraagd gegevens te verstrekken aan de Korpschef. De verplichting geldt voor daartoe gevorderde werkgevers van wie bij de Korpschef bekend is dat zij vreemdelingen in dienst gehad hebben die illegaal in de openbare lichamen hebben verbleven of die ongeoorloofd in de openbare lichamen arbeid hebben verricht. De gevraagde gegevens moeten onmiddellijk of binnen een door de Korpschef aangegeven termijn worden verstrekt.
De vreemdeling die van rechtswege is toegelaten in de openbare lichamen als bedoeld in [artikel 5a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5a), en die arbeid gaat zoeken of arbeid gaat verrichten, is verplicht daarvan onmiddellijk mededeling te doen aan de Korpschef ([artikel 6.38 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.38)). Een aantal categorieën, genoemd in artikel 6.38, tweede lid, BTU-BES, is vrijgesteld van deze verplichting.
De beperking die in het [derde lid van artikel 6.38 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.38) is opgenomen, vloeit voort uit [artikel 5.21 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.21), waarin is bepaald dat geen verblijfsvergunning wordt verstrekt als:
### 4.3.6. Mededeling over het zoeken of gaan verrichten van arbeid
De vreemdeling die van rechtswege is toegelaten in de openbare lichamen als bedoeld in [artikel 5a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5a), en die arbeid gaat zoeken of arbeid gaat verrichten, is verplicht daarvan onmiddellijk mededeling te doen aan de Korpschef ([artikel 6.38 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.38)). Een aantal categorieën, genoemd in artikel 6.38, tweede lid, BTU-BES, is vrijgesteld van deze verplichting.
De vreemdeling die van rechtswege of bij vergunning verleend is toegelaten tot de openbare lichamen is verplicht onmiddellijk mededeling te doen aan de Korpschef ([artikel 6.39 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.39)) als:
Voldoet een vreemdeling niet meer aan de beperking waaronder de vergunning tot verblijf is verleend dan kan deze worden ingetrokken, dan wel kan de beperking worden gewijzigd of opgeheven.
### 4.4. Verlenen van medewerking aan identificatie
De vreemdeling die van rechtswege of bij vergunning verleend is toegelaten tot de openbare lichamen is verplicht onmiddellijk mededeling te doen aan de Korpschef ([artikel 6.39 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.39)) als:
De verplichtingen gelden tegenover de met de grensbewaking belaste ambtenaren en tegenover ambtenaren belast met het vreemdelingentoezicht ([artikel 6.41 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.41)). De verplichting tot het beschikbaar stellen van een pasfoto moet worden opgelegd met het oog op de registratie van de vreemdeling en in verband met de uitreiking van de voorgeschreven documenten.
### 4.4. Verlenen van medewerking aan identificatie
### 4.5. Verlenen van medewerking aan onderzoek naar tuberculose
De vreemdeling die naar de openbare lichamen is gekomen voor een verblijf van langer dan drie maanden is op grond van [artikel 6.42, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.42) verplicht om een TBC-onderzoek te ondergaan. Deze verplichting geldt niet voor de in artikel 6.42, tweede lid, BTU-BES bedoelde vreemdelingen.
De in [artikel 6.41, onder b, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.41) genoemde verplichting mag alleen worden opgelegd als daartoe, naar het oordeel van de desbetreffende ambtenaar, in het belang van het toezicht op vreemdelingen gegronde reden bestaat. Dit wil zeggen, alleen in speciale daarvoor in aanmerking komende gevallen. De verplichting zich te laten fotograferen en vingerafdrukken van zich te laten nemen behoort in ieder geval te worden opgelegd aan vreemdelingen:
### 4.6.1. Verblijf langer dan drie maanden
Een vreemdeling is ingevolge [artikel 6.43 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.43) verplicht zich binnen drie dagen na binnenkomst in de openbare lichamen in persoon aan te melden bij de Korpschef als hij:
### 4.6. Aanmelding na binnenkomst in de openbare lichamen
### 4.6.1. Verblijf langer dan drie maanden
Een vreemdeling is ingevolge [artikel 6.43 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.43) verplicht zich binnen drie dagen na binnenkomst in de openbare lichamen in persoon aan te melden bij de Korpschef als hij:
Een vreemdeling is ingevolge [artikel 6.44 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.44) verplicht zich binnen drie dagen na binnenkomst in de openbare lichamen in persoon aan te melden bij de Korpschef al hij langer dan drie dagen in de openbare lichamen wil verblijven. Het gaat om een vreemdeling die:
In het algemeen rust de aanmeldplicht op de vreemdeling zelf. Een uitzondering op deze regel bestaat voor kinderen jonger dan twaalf jaar. Degenen bij wie deze kinderen wonen of verblijven, zijn in dit geval tot aanmelding verplicht.
### 4.6.2. Verblijf korter dan drie maanden
Een vreemdeling is ingevolge [artikel 6.44 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.44) verplicht zich binnen drie dagen na binnenkomst in de openbare lichamen in persoon aan te melden bij de Korpschef al hij langer dan drie dagen in de openbare lichamen wil verblijven. Het gaat om een vreemdeling die:
In het algemeen rust de aanmeldplicht op de vreemdeling zelf. Een uitzondering op deze regel bestaat voor kinderen jonger dan twaalf jaar. Degenen bij wie deze kinderen wonen of verblijven, zijn in dit geval tot aanmelding verplicht.
Op grond van [artikel 6.47 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.47) is periodieke aanmelding bij de Korpschef verplicht voor de vreemdeling:
### 4.7. Periodieke aanmelding
### 4.7.1. Periodieke aanmelding ex [artikel 6.47 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.47)
Bij vreemdelingen die een aanvraag om toelating tot de openbare lichamen hebben ingediend in het kader van bescherming vindt het vorenstaande plaats middels model MBES33. Het gaat hier om een wekelijkse meldplicht op grond van artikel 6.47, tweede lid, BTU-BES.
De Korpschef kan ontheffing van de meldplicht verlenen. Verder kan hij een andere meldingstermijn dan de wekelijkse aan de meldplicht verbinden. Als de Korpschef van mening is dat ontheffing niet langer gewenst is, kan hij de ontheffing beëindigen. De vreemdeling moet steeds op hem aangaande wijzigingen betreffende de meldplicht worden gewezen.
Ten aanzien van vreemdelingen die toelating tot de openbare lichamen hebben in het kader van bescherming geldt dat ontheffing van de meldplicht gedurende het afwachten van de beslissing in eerste aanleg alleen wordt verleend in overleg met de IND-unit Caribisch Nederland.
Als de vreemdeling zich ondanks een verplichting daartoe niet houdt aan de meldplicht kan dit een aanwijzing zijn dat hij het land heeft verlaten of dat hij zich definitief aan het toezicht heeft onttrokken. Als de vreemdeling zich twee achtereenvolgende keren niet houdt aan de meldplicht moet hij gevorderd worden om in persoon gegevens te verstrekken over de onttrekking aan de meldplicht. Reageert de vreemdeling niet dan kan worden geconcludeerd dat hij de openbare lichamen heeft verlaten of zich definitief aan het toezicht heeft onttrokken en moet hij in de vreemdelingenadministratie worden afgemeld.
Over het (aangenomen) vertrek van een vreemdeling worden de IND-unit Caribisch Nederland en de KMar geïnformeerd middels model MBES38.
Ten aanzien van vreemdelingen die toelating tot de openbare lichamen hebben in het kader van bescherming geldt dat ontheffing van de meldplicht gedurende het afwachten van de beslissing in eerste aanleg alleen wordt verleend in overleg met de IND unit Caribisch Nederland.
Onze Minister kan op grond van [artikel 22h, tweede lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22h) aan een vreemdeling een individuele verplichting tot periodieke aanmelding bij de Korpschef opleggen. Deze maatregel kan alleen worden opgelegd als dat naar het oordeel van Onze Minister in het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid nodig is.
De verplichting kan worden opgelegd aan alle in de openbare lichamen verblijvende vreemdelingen.
### 4.7.2. Individuele verplichting tot periodieke aanmelding
De Minister kan op grond van [artikel 22h, tweede lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22h) aan een vreemdeling een individuele verplichting tot periodieke aanmelding bij de Korpschef opleggen. Deze maatregel kan alleen worden opgelegd als dat naar het oordeel van de Minister in het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid nodig is.
Ingevolge [artikel 6.48 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.48) is in de volgende gevallen de vreemdeling verplicht het document waaruit de toelating van rechtswege of bij vergunning blijkt, in persoon in te leveren bij de Korpschef:
De IND unit Caribisch Nederland moet hierover worden bericht.
### 4.8. Inleveren van het document waaruit het rechtmatige verblijf blijkt
Ingevolge [artikel 6.48 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.48) is in de volgende gevallen de vreemdeling verplicht het document waaruit de toelating van rechtswege of bij vergunning blijkt, in persoon in te leveren bij de Korpschef:
De IND unit Caribisch Nederland moet hierover worden bericht.
De vreemdeling moet ingevolge [artikel 6.40 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.40) in persoon aangifte doen bij de Korpschef als het document waaruit zijn toelating bij vergunning dan wel van rechtswege blijkt:
### 4.9. Toezicht op documenten
### 4.9.1. Aangifte van vermissing van documenten
Van de aangifte moet proces-verbaal worden opgemaakt. Een afschrift van het proces-verbaal moet worden gezonden aan de IND unit Caribisch Nederland.
De IND unit Caribisch Nederland moet hierover worden bericht.
Indien een verblijfsdocument moet worden vervangen, moet de IND unit Caribisch Nederland hierover worden bericht.
Van de aangifte moet proces-verbaal worden opgemaakt. Een afschrift van het proces-verbaal moet worden gezonden aan de IND unit Caribisch Nederland.
### 4.9.2. Vervanging van identiteitspapieren
De tolk moet als voldoende bekwaam en objectief kunnen worden beschouwd.
### 4.9.3. Gedragslijn bij vreemdelingen zonder documenten
Een vreemdeling die, bij aanmelding of bij aantreffen, niet (meer) in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding, moet op grond van [artikel 22d WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22d) worden staande gehouden en gehoord. Zijn identiteit moet worden vastgelegd aan de hand van:
De tolk moet als voldoende bekwaam en objectief kunnen worden beschouwd.
Onder vervoerder wordt verstaan een natuurlijke of rechtspersoon die beroepsmatig personen vervoert.
### 5. Verplichtingen vervoerders, en gezagvoerders
### 5.1. Verplichtingen voor vervoerders
De volgende verplichtingen zijn opgenomen in de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571):
Daarnaast kan de vervoerder op grond van [artikel 22, tweede lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22) juncto [artikel 8.3 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=8.3), aansprakelijk worden gesteld voor de uitzettings- en verblijfskosten die door de overheid worden gemaakt met betrekking tot geweigerde vreemdelingen die niet onmiddellijk kunnen worden terugvervoerd.
die één of meer vreemdelingen aanvoeren via een plaats waar buitengrenscontrole plaatsvindt en zich aan een aantal verplichtingen moeten houden.
Op grond van [artikel 2q WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2q) moet een vervoerder de nodige maatregelen nemen en houdt hij het toezicht dat redelijkerwijs van hem kan worden gevorderd om te voorkomen dat door de persoon niet wordt voldaan aan [artikel 2r, eerste lid, onder a en b, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2r). Dit betekent dat vervoerder zodanige voorzorgsmaatregelen moet nemen dat de aanvoer van niet of niet juist gedocumenteerde vreemdelingen wordt voorkomen. Als dergelijke vreemdelingen zonder voorafgaande toestemming van bevoegde autoriteiten toch worden aangevoerd, kan de vervoerder strafbaar zijn. In ieder geval zal hiervan een proces-verbaal worden opgemaakt.
Voor de vaststelling of een document voor grensoverschrijding geldig is, moet een vervoerder zodanige maatregelen treffen dat zijn personeel, dusdanig wordt geïnstrueerd dat controle van reisdocumenten plaatsvindt bij het inchecken en bij vertrek naar de openbare lichamen. Onder personeel wordt ook verstaan het personeel dat onder de verantwoordelijkheid van de vervoerder bepaalde formaliteiten verricht.
### 5.1.1. De zorgplicht
Bij de controle van vervoersbewijzen wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van technische apparatuur.
De overheid van de openbare lichamen kan de individuele vervoerder aanwijzingen geven om extra voorzorgsmaatregelen te nemen voor de controle voorafgaand aan het vertrek bij vervoer dat als risicodragend wordt aangemerkt. Deze aanwijzingen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit:
De hierboven bedoelde controle houdt minimaal het volgende in:
De overheid van de openbare lichamen kan op grond van [artikel 3.2 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=3.2) vervoerders verplichten een kopie te maken van de documenten die de vreemdeling in zijn bezit heeft. Deze afschriftplicht geldt slechts voor vluchten of vaarten vanaf die plaatsen van vertrek die specifiek, bij ministeriële regeling, zijn aangegeven.
Als de vervoerder de vreemdeling rechtstreeks, dan wel na transfer of transit naar de openbare lichamen, vervoert vanaf een luchthaven die bij ministeriële regeling is aangewezen als afschriftplichtige luchthaven, moet hij desgevraagd een afschrift kunnen overleggen van het op de vreemdeling betrekking hebbende document voor grensoverschrijding. De lijst met afschriftplichtige luchthavens is te vinden als bijlage in de [RTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028815).
### 5.1.2. De afschriftplicht
Aan de afschriftplicht wordt voldaan door het maken van een afbeelding van de pagina’s van het reisdocument die een aantal essentiële gegevens van de vreemdeling moeten bevatten. Zie hiervoor [artikel 3.2, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=3.2). Het is niet de bedoeling dat van alle pagina’s van het document voor grensoverschrijding van vorenbedoelde vreemdeling een afbeelding wordt gemaakt. De afbeelding moet van een dusdanige kwaliteit te zijn, dat teksten goed leesbaar zijn en de foto op het reisdocument goed tot de houder van het document te herleiden is. Bij voorkeur wordt een digitale scan van het reisdocument gemaakt.
Als een vreemdeling bij binnenkomst in de openbare lichamen niet over (de juiste) reisdocumenten blijkt te beschikken, moeten de bedoelde afbeeldingen desgevraagd worden overhandigd aan de bevoegde grensbewakingsautoriteiten. Deze overhandiging moet plaatsvinden binnen één uur na het verzoek van de ambtenaar belast met de grensbewaking.
Eerdergenoemde lijst kan worden aangepast als ervaringsgegevens hiertoe aanleiding geven. Wanneer de lijst is aangepast wordt de lijst per brief kenbaar gemaakt aan de luchtvervoerders die vliegen vanaf een bepaalde locatie waarop de afschriftplicht van toepassing is. Hierbij zal worden aangegeven per wanneer de afschriftplicht geldt.
Op grond van [artikel 2q, derde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2q) en [art 3.3 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=3.3) moeten de luchtvervoerder (luchtvaartmaatschappij) en gezagvoerder die passagiers naar de openbare lichamen vervoeren desgevraagd passagiersgegevens verzamelen en aan de grensbewakingautoriteiten van de openbare lichamen verstrekken.
Voor de passagiersgegevens die op vordering van de grensbewakingsautoriteiten door de luchtvervoerder moeten worden aangeleverd, wordt verwezen naar [artikel 3.3, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=3.3).
### 5.1.3. De passagiersinformatieplicht
Op basis van ervaringsgegevens en risicoanalyses, met betrekking tot illegale immigratie, bepaalt de ambtenaar belast met de grensbewaking van welke plaatsen van vertrek en van welke luchtvervoerders de passagiersgegevens worden gevorderd.
De passagiersgegevens die de luchtvervoerder, op vordering van de grensbewakingsautoriteiten, heeft verzameld worden niet langer dan 24 uur na aankomst door de vervoerder bewaard. Deze gegevens worden binnen 24 uur na aankomst vernietigd. De mogelijkheid blijft echter bestaan om die gegevens langer te bewaren als ze zijn verzameld met het oog op bijvoorbeeld de dienstverlening door de luchtvervoerder.
Voor de ambtenaar belast met de grensbewaking geldt in beginsel ook een bewaartermijn van 24 uur. Dit is alleen anders als de passagiersgegevens langer nodig zijn voor de uitoefening van zijn taken. Hierbij moet onder meer worden gedacht aan de toepassing van de terugvoerplicht, zoals beschreven in [artikel 2q vierde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2q) (zie paragraaf 5.1.4 van dit hoofdstuk).
De luchtvervoerder informeert de passagier over de naam en de contactgegevens van zijn luchtvaartmaatschappij en de doeleinden van het verzamelen van de gegevens, namelijk het tegengaan van illegale immigratie door middel van betere grenscontroles. Verder wordt de passagier door de luchtvaartmaatschappij over de volgende zaken geïnformeerd:
De passagiersgegevens die de luchtvervoerder, op vordering van de grensbewakingsautoriteiten, heeft verzameld worden niet langer dan 24 uur na aankomst door de vervoerder bewaard. Deze gegevens worden binnen 24 uur na aankomst vernietigd. De mogelijkheid blijft echter bestaan om die gegevens langer te bewaren als ze zijn verzameld met het oog op bijvoorbeeld de dienstverlening door de luchtvervoerder.
Op grond van [artikel 2q, vierde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2q) heeft de vervoerder de verplichting om een vreemdeling die hij naar de openbare lichamen heeft vervoerd en aan wie de toegang is geweigerd, terug te vervoeren naar een plaats, het land of derde staat van waar zij die persoon heeft vervoerd. Zie hiervoor ook [artikel 2n WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2n).
De terugvoerplicht is van toepassing op vreemdelingen aan wie de toegang is geweigerd, ongeacht de weigeringsgronden als beschreven in [artikel 2r, eerste, tweede en derde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2r). Vreemdelingen aan wie de toegang wordt geweigerd, moeten – ongeacht of zij wel of niet een verzoek tot bescherming indienen – voor terugname worden geclaimd bij de vervoerder.
### 5.1.4. De terugvoerplicht
Bij het terugvervoeren, als bedoeld in artikel 2q, vierde lid, WTU-BES, worden ‘removal orders’ gehanteerd (MBES19 en MBES20). Om het terugvoeren naar een plaats buiten de openbare lichamen door de vervoerder te faciliteren, wordt indien nodig door de ambtenaar belast met de grensbewaking gebruik gemaakt van de daarvoor in internationaal verband gehanteerde attesten. Deze attesten zijn bedoeld voor de met immigratie/grensbewaking belaste autoriteiten in het land van bestemming (Appendix 9, onder 1 en 2, van de Annex 9, Verdrag van Chicago).
Als de luchtvervoerder, reder of gezagvoerder het nalaat de vreemdeling uit de openbare lichamen te vervoeren of doen vervoeren, zullen zowel de kosten aan de uitzetting als alle andere noodzakelijke kosten, op grond van [artikel 22, tweede lid WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22), op de luchtvervoerder worden verhaald.
Vanaf het moment dat aan de vervoerder de aanwijzing is gegeven de vreemdeling terug te brengen naar een plaats buiten de openbare lichamen tot aan het moment dat de vreemdeling door de vervoersonderneming daadwerkelijk naar een plaats buiten de openbare lichamen wordt gevoerd, is de vervoerder verantwoordelijk voor de vreemdeling. Dit houdt in dat:
Indien nodig, kan door de ambtenaar belast met de grensbewaking of de ambtenaar belast met het toezicht op personen aan de vreemdeling, die zal worden teruggevoerd, een vrijheidsbeperkende of vrijheidsontnemende maatregel worden opgelegd.
In afwachting van het daadwerkelijke vertrek van de verstekeling ligt de verantwoordelijkheid voor de verstekeling bij de vervoerder. In overleg met de vervoerder kan de ambtenaar belast met de grensbewaking echter besluiten de verstekeling tijdelijk van boord te halen en de vrijheidsontnemende maatregel [artikel 2o WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2o) op te leggen (MBES16). De vervoerder blijft echter gehouden de verstekeling zo snel mogelijk te laten vertrekken van het grondgebied van de openbare lichamen. De vervoerder wordt tijdig geïnformeerd over de plaatsing van de verstekeling aan boord ter uitvoering van zijn verplichting.
In plaats van terugplaatsing aan boord kan de verstekeling, eveneens op kosten van de vervoerder:
Deze wijze van terugvervoeren is alleen mogelijk als deze praktisch uitvoerbaar is. Hiervoor moet de verstekeling in principe over voldoende documenten beschikken. Als dit niet het geval is, moet de identiteit en/ of nationaliteit vastgesteld worden en moet de diplomatieke/ consulaire vertegenwoordiging van het land van bestemming een vervangend reisdocument verstrekken aan de verstekeling. De vaststelling van de nationaliteit en identiteit en de afgifte van de vervangende reisdocumenten moet plaatsvinden voordat het schip waarmee de verstekeling is aangevoerd de haven heeft verlaten. De uitvoering van de terugvoerverplichting op deze wijze mag echter niet ten koste gaan van een unieke verwijdermogelijkheid.
Gezagvoerders van zeeschepen kunnen zich niet onttrekken aan hun verplichtingen als bedoeld [artikel 22 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22), door een beroep te doen [artikel 471 Wetboek van Koophandel BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028278&artikel=471). In dat artikel is onder meer sprake van een bevoegdheid van de kapitein om een verstekeling bij de eerste gelegenheid die zich voordoet van boord te verwijderen. Onder ‘gelegenheid’ moet hier namelijk worden verstaan een wettelijk geoorloofde gelegenheid. Dit wil zeggen dat het van boord zetten van een vreemdeling slechts mag plaatsvinden na verkregen toestemming van de bevoegde autoriteiten.
Evenmin kan de kapitein zich zonder meer onttrekken aan terugplaatsing van de verstekeling aan boord, door een beroep te doen op voorschrift 8 Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee. In het geval dat de kapitein zich op dit voorschrift beroept, moeten de omstandigheden waarop hij zich beroept door de ambtenaar belast met de grensbewaking worden beoordeeld en afgewogen tegen het belang van terugplaatsing van de verstekeling aan boord.
Als de vervoerder bij een controle in het kader van de zorgplicht (zie paragraaf 5.1.1) constateert dat hij te maken heeft met een vreemdeling die niet de juiste of geen documenten heeft, moet hij deze in principe niet vervoeren. Als de vreemdeling stelt dat zijn leven in het land van waar hij op dat moment wil vertrekken in direct gevaar is, kan de vervoerder de vreemdeling niet naar de Nederlandse vertegenwoordiging sturen om daar een aanvraag voor een mvv met als doel ‘bescherming’ in te dienen. Als de vervoerder in deze situatie overweegt de vreemdeling te vervoeren, moet de vervoerder contact opnemen met de IND-unit Caribisch Nederland. Deze unit bepaalt dan of de vreemdeling naar de openbare lichamen mag worden gebracht. Als een vervoerder een vreemdeling die niet de juiste of geen documenten heeft naar het grondgebied van de openbare lichamen heeft vervoerd, maar dit heeft gedaan met instemming van de IND-unit Caribisch Nederland, geldt voor de vervoerder geen terugvoerplicht. Ook wordt geen proces-verbaal opgemaakt ten aanzien van vermoedelijke overtreding van artikel 2q WTU-BES. Wel moet de vervoerder de feiten en omstandigheden zoals hij die daarbij heeft voorgelegd, deugdelijk schriftelijk vastleggen.
Gezagvoerders van zeeschepen kunnen zich niet onttrekken aan hun verplichtingen als bedoeld [artikel 22 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22), door een beroep te doen [artikel 471 Wetboek van Koophandel BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028278&artikel=471). In dat artikel is onder meer sprake van een bevoegdheid van de kapitein om een verstekeling bij de eerste gelegenheid die zich voordoet van boord te verwijderen. Onder ‘gelegenheid’ moet hier namelijk worden verstaan een wettelijk geoorloofde gelegenheid. Dit wil zeggen dat het van boord zetten van een vreemdeling slechts mag plaatsvinden na verkregen toestemming van de bevoegde autoriteiten.
De vervoerder kan worden vervolgd ten aanzien van overtreding van [artikel 2q, eerste en tweede lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2q) en ten aanzien van overtreding van artikel 2q vierde lid en [artikel 22 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22).
Als de vervoerder bij een controle in het kader van de zorgplicht (zie paragraaf 5.1.1) constateert dat hij te maken heeft met een vreemdeling die niet de juiste of geen documenten heeft, moet hij deze in principe niet vervoeren. Als de vreemdeling stelt dat zijn leven in het land van waar hij op dat moment wil vertrekken in direct gevaar is, kan de vervoerder de vreemdeling niet naar de Nederlandse vertegenwoordiging sturen om daar een aanvraag voor een mvv met als doel ‘bescherming’ in te dienen. Als de vervoerder in deze situatie overweegt de vreemdeling te vervoeren, moet de vervoerder contact opnemen met de IND unit Caribisch Nederland. Deze unit bepaalt dan of de vreemdeling naar de openbare lichamen mag worden gebracht. Als een vervoerder een vreemdeling die niet de juiste of geen documenten heeft naar het grondgebied van de openbare lichamen heeft vervoerd, maar dit heeft gedaan met instemming van de IND unit Caribisch Nederland, geldt voor de vervoerder geen terugvoerplicht. Ook wordt geen proces-verbaal opgemaakt ten aanzien van vermoedelijke overtreding van [artikel 2q WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2q). Wel moet de vervoerder de feiten en omstandigheden zoals hij die daarbij heeft voorgelegd, deugdelijk schriftelijk vastleggen.
### 5.1.5. Strafrechtelijke aansprakelijkheid
Als een vreemdeling, aan wie de toegang is geweigerd, een aanvraag om een verblijfsvergunning bescherming indient, wordt de aansprakelijkheid van de vervoerder voor de kosten voor de duur van de behandeling van de aanvraag opgeschort. Er zullen pas weer kosten op de vervoerder worden verhaald nadat de vreemdeling rechtmatig verwijderbaar is geworden en de ambtenaar belast met de grensbewaking aan de vervoerder de aanwijzing heeft gegeven de vreemdeling terug te vervoeren naar een plaats buiten de openbare lichamen.
### 5.1.6. Aansprakelijkheid voor uitzetting- en verblijfskosten
De kosten worden berekend op basis van nacalculatie.
Als een vreemdeling, aan wie de toegang is geweigerd, een aanvraag om een verblijfsvergunning bescherming indient, wordt de aansprakelijkheid van de vervoerder voor de kosten voor de duur van de behandeling van de aanvraag opgeschort. Er zullen pas weer kosten op de vervoerder worden verhaald nadat de vreemdeling rechtmatig verwijderbaar is geworden en de ambtenaar belast met de grensbewaking aan de vervoerder de aanwijzing heeft gegeven de vreemdeling terug te vervoeren naar een plaats buiten de openbare lichamen.
Voor de verplichtingen voor gezagvoerders in de (internationale) luchtvaart wordt verwezen naar [artikel 6.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.11) en [6.12 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.12). Voor de verplichtingen voor gezagvoerders in de zeevaart wordt verwezen naar [artikel 6.6 tot en met 6.10 van de BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.10).
Hieruit blijkt onder meer dat de gezagvoerders direct bij binnenkomst een passagiers- en bemanningslijst moeten overhandigen aan de ambtenaar belast met de grensbewaking. In de [RTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028815) zijn de (internationale) luchtvaart en zeevaart modellen voor bemannings- en passagierslijsten opgenomen als bijlagen. De passagierslijst kan ook gebruikt worden voor de opgave van de aanwezigheid van aangetroffen verstekelingen.
### 5.2. Verplichtingen voor gezagvoerders
Voor de verplichtingen voor gezagvoerders in de (internationale) luchtvaart wordt verwezen naar [artikel 6.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.11) en [6.12 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.12). Voor de verplichtingen voor gezagvoerders in de zeevaart wordt verwezen naar [artikel 6.6 tot en met 6.10 van de BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.10).
Hieruit blijkt onder meer dat de gezagvoerders direct bij binnenkomst een passagiers- en bemanningslijst moeten overhandigen aan de ambtenaar belast met de grensbewaking. In de [RTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028815) zijn de (internationale) luchtvaart en zeevaart modellen voor bemannings- en passagierslijsten opgenomen als bijlagen. De passagierslijst kan ook gebruikt worden voor de opgave van de aanwezigheid van aangetroffen verstekelingen.
Op grond van [artikel 1, onder g, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=1) wordt onder een terugkeervisum verstaan: een nationaal visum voor de toegang tot de openbare lichamen van een visumplichtige persoon die de openbare lichamen tijdelijk zal verlaten. Een dergelijk visum kan onder bepaalde voorwaarden door de IND unit Caribisch Nederland worden afgegeven aan vreemdelingen die daarom verzoeken. Aan het terugkeervisum worden voorschriften en beperkingen verbonden.
### 6.2. Vereiste bescheiden
### 6.1. Algemeen
Op de aanvraag wordt binnen twee weken beslist. Als er sprake is van verlenging van de beslistermijn, dan wordt er binnen vier weken beslist. Het terugkeervisum wordt in de vorm van een sticker in het document voor grensoverschrijding of op een apart inlegvel gekoppeld aan het document voor grensoverschrijding aangebracht.
### 6.3. Criteria
In [artikel 2i, eerste lid, onder a t/m g, tweede en derde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2i) zijn de gronden opgesomd die kunnen leiden tot weigering van het terugkeervisum.
Een terugkeervisum kan worden geweigerd als:
Een terugkeervisum wordt geweigerd ten behoeve van de terugkeer uit het land van herkomst van de vreemdeling die houder is van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verband houdend met bescherming als bedoeld in [artikel 12a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a).
### 6.3. Criteria
In de volgende gevallen wordt aangenomen dat sprake is van dringende redenen in de zin van [art 2i, eerste lid, onder a, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2i):
Op de hoofdregel dat sprake moet zijn van een dringende reden als bedoeld in [artikel 2i, eerste lid, onder a, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2i) bestaan een aantal uitzonderingen. Deze zijn opgesomd in [artikel 2.7 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=2.7).
Een terugkeervisum wordt niet geweigerd op de in [artikel 2i, eerste lid, onder a, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2i) bedoelde grond aan:
Een terugkeervisum wordt geweigerd ten behoeve van de terugkeer uit het land van herkomst van de vreemdeling die een aanvraag verband houdend met bescherming als bedoeld in [artikel 12a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a) heeft gedaan en die in afwachting is van een beslissing op die aanvraag.
In [artikel 2j WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2j) is de geldigheidsduur van een terugkeervisum geregeld.
De geldigheidsduur van een terugkeervisum kan de geldigheidsduur van de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet overschrijden, omdat het terugkeervisum gekoppeld is aan het document, waarmee de vreemdeling wenst te reizen. De geldigheidsduur van een terugkeervisum bedraagt ten hoogste een jaar. Het terugkeervisum kan worden verleend voor een of meer reizen.
Als de vreemdeling in de openbare lichamen verblijft in afwachting van de beslissing om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, dan is het terugkeervisum ten hoogste drie maanden geldig en wordt verleend voor één reis.
### 6.4. Geldigheidsduur
In [artikel 2j WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2j) is de geldigheidsduur van een terugkeervisum geregeld.
Voor de behandeling van de aanvraag voor een terugkeervisum zijn op grond van [Regeling op de Consulaire tarieven](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0016097) leges verschuldigd.
Als de vreemdeling in de openbare lichamen verblijft in afwachting van de beslissing om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, dan is het terugkeervisum ten hoogste drie maanden geldig en wordt verleend voor één reis.
Het wijzigen van een terugkeervisum is niet mogelijk als de vreemdeling de openbare lichamen heeft verlaten. De bedoeling van een terugkeervisum is immers dat de vreemdeling vooraf toestemming krijgt van de bevoegde autoriteiten om na een periode van uitreis weer terug te kunnen keren naar de openbare lichamen.
### 6.5. Kosten
dan moet de vreemdeling een mvv aanvragen bij de Nederlandse vertegenwoordiging in het buitenland. De mvv moet betrekking hebben op het verblijfsdoel waarvoor de vreemdeling in de openbare lichamen verbleef, althans waarvoor de vreemdeling verblijf in de openbare lichamen beoogde.
### 6.6. Wijzigen
Het wijzigen van een terugkeervisum is niet mogelijk als de vreemdeling de openbare lichamen heeft verlaten. De bedoeling van een terugkeervisum is immers dat de vreemdeling vooraf toestemming krijgt van de bevoegde autoriteiten om na een periode van uitreis weer terug te kunnen keren naar de openbare lichamen.
Op grond van [artikel 2c WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2c) kan een terugkeervisum worden ingetrokken:
De intrekking van een terugkeervisum vindt plaats door, bij voorkeur met rode inkt, op het terugkeervisum de volgende vermelding aan te brengen:
‘INGETROKKEN op ...(datum), op grond van [art 2c, sub ....(a,b,c of d), WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2c)’.
### 6.7. Intrekking
Op grond van [artikel 2c WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2c) kan een terugkeervisum worden ingetrokken:
De intrekking van een terugkeervisum vindt plaats door, bij voorkeur met rode inkt, op het terugkeervisum de volgende vermelding aan te brengen:
‘INGETROKKEN op ...(datum), op grond van [art 2c, sub ....(a,b,c of d), WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2c)’.
De volgende categorieën vreemdelingen hebben op grond van [artikel 3, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) van rechtswege toelating tot verblijf:
### 7. Specifieke voorschriften voor grenscontroles en categorieën vreemdelingen
### 7.1. Specifieke voorschriften voor categorieën vreemdelingen
### 7.1.1. Vreemdelingen die van rechtswege toelating tot verblijf hebben
Zie verder [hoofdstuk 2 CTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=2&z=2019-10-01&g=2019-10-01).
Nederlanders hebben op grond van [artikel 3, vijfde en zesde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) van rechtswege toelating tot verblijf.
Op grond van [artikel 4.2, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.2) mogen toeristen het grondgebied van de openbare lichamen binnenkomen en er verblijven zonder toelating tot verblijf bij vergunning verleend. Zij mogen maximaal drie maanden op het grondgebied van de openbare lichamen verblijven binnen een tijdvak van zes maanden (zie [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=2&z=2019-10-01&g=2019-10-01) CTU-BES).
### 7.1.2. Toeristen
Bij inwilliging van een dergelijke aanvraag dient de IND-unit Caribisch Nederland de reden van inwilliging in de vreemdelingenadministratie te registeren. Van de verlengingstermijn wordt in het paspoort een aantekening gemaakt.
### 7.1.2. Toeristen
Het Gemeenschappelijk Hof van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba heeft op 15 december 2014 uitspraak gedaan inzake de uitleg van artikel 3 van het Protocol bij het Nederlands-Amerikaans verdrag inzake vriendschap, handel en scheepvaart.
In verband daarmee mogen ook Amerikaanse toeristen maximaal zes maanden binnen een tijdvak van een jaar op het grondgebied van de openbare lichamen verblijven, zonder verblijf van rechtswege toegekend. Ook voor Amerikaanse onderdanen geldt dat deze termijn niet kan worden verlengd.
Bij inwilliging van een dergelijke aanvraag dient de IND-unit Caribisch Nederland de reden van inwilliging in de vreemdelingenadministratie te registeren. Van de verlengingstermijn wordt in het paspoort een aantekening gemaakt.
### 7.1.4. Transitpassagiers van vliegtuigen
Op grond van [artikel 4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.2) en [4.3 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.3) mogen bemanningsleden van luchtvaartuigen de openbare lichamen binnenkomen zonder toelating tot verblijf gedurende een periode van maximaal drie maanden binnen een tijdsvak van zes maanden. De toelating tot verblijf vervalt op het tijdstip van vertrek van het luchtvaartuig (zie ook [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=2&z=2019-10-01&g=2019-10-01)).
Op grond van [artikel 2v, tweede lid, onder b, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2v) wordt in de‘crew member licence’ of een ‘crew member certificate’ van piloten en bemanningsleden, als bedoeld in bijlage 9 bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart van 7 december 1944, geen in- of uitreisstempel aangebracht.
### 7.1.4. Transitpassagiers van vliegtuigen
Transitpassagiers hoeven op grond van de vigerende visumregeling niet in het bezit te zijn van een visum kort verblijf voor de openbare lichamen als zij:
Als transitpassagiers de transitruimte langer dan 48 uur willen verlaten, dan kan dit alleen op vertoon van een visum kort verblijf voor de openbare lichamen. Dit visum dient van te voren, in het land van herkomst, te worden aangevraagd.
Op grond van [artikel 2v, tweede lid, onder b, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2v) wordt in de‘crew member licence’ of een ‘crew member certificate’ van piloten en bemanningsleden, als bedoeld in bijlage 9 bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart van 7 december 1944, geen in- of uitreisstempel aangebracht.
Op grond van vigerende visumregelgeving zijn zeelieden die gedurende een aaneengesloten periode van niet langer dan 48 uur aangemeerd zijn, en geen gevaar opleveren voor de openbare orde en veiligheid uitgezonderd van de visumplicht.
### Hoofdstuk 2. Toelating van rechtswege
### 1. Inleiding
Op grond van [artikel 6.46 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.46) moet een vreemdeling die naar de openbare lichamen is gekomen, om als zeeman werk te zoen aan boord van een zeeschip, zich binnen drie dagen na binnenkomst in de openbare lichamen in persoon melden bij de Korpschef.
Op grond van vigerende visumregelgeving zijn zeelieden die gedurende een aaneengesloten periode van niet langer dan 48 uur aangemeerd zijn, en geen gevaar opleveren voor de openbare orde en veiligheid uitgezonderd van de visumplicht.
Op grond van [artikel 2v, tweede lid, onder c, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2v) worden geen stempels aangebracht in de documenten voor grensoverschrijding van zeelieden die slechts gedurende het afmeren van hun schip in de binnengevaren haven van de openbare lichamen verblijven.
In [artikel 3, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) is bepaald wie van rechtswege toelating tot verblijf in de openbare lichamen hebben. Bij algemene maatregel van bestuur kan de categorie vreemdelingen die van rechtswege zijn toegelaten worden uitgebreid (zie artikel 3, tweede lid, WTU-BES).
In [artikel 5a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5a) is bepaald dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels kunnen worden gesteld over het verblijf zonder verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor verblijf in de vrije termijn (van niet langer dan zes maanden). In de [artikelen 4.1 tot en met 4.4 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.1) is dit uitgewerkt.
De toelating van rechtswege, bedoeld in de [artikelen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) en [5a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5a), is tijdelijk.
Een vreemdeling die toelating van rechtswege heeft kan na een ononderbroken periode van ten minste vijf jaren toelating van rechtswege wel in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, als de vreemdeling aan de daarvoor geldende voorwaarden voldoet (zie [artikel 5.45, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.45)).
### 2. Nederlanders
### 2.1. Algemeen
Deze categorieën zijn hieronder uitgewerkt.
Een vreemdeling die toelating van rechtswege heeft kan na een ononderbroken periode van ten minste vijf jaren toelating van rechtswege wel in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, als de vreemdeling aan de daarvoor geldende voorwaarden voldoet (zie [artikel 5.45, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.45)).
Voor de regels over de verplichting tot aanmelding na binnenkomst bij de Korpschef wordt verwezen naar hoofdstuk 1 ‘Toegang’, paragraaf 4.6 ‘Aanmelding na binnenkomst in de openbare lichamen’.
Ieder afzonderlijk land van het Koninkrijk heeft eigen wet- en regelgeving omtrent toelating van Nederlanders. Dit zal vooralsnog zo blijven. Dit betekent voor Nederlanders het volgende:
De toegang en toelating van Nederlanders tot het Europese deel van Nederland blijven volledig vrij. Hier verandert niets aan.
De toegang en toelating van Nederlanders tot het land Aruba worden beheerst door de Landsverordening toelating, uitzetting en verwijdering (LTUV) van het land Aruba.
De toegang en toelating van Nederlanders tot Curaçao en Sint Maarten worden sinds 10 oktober 2010 beheerst door de Landsverordeningen toelating en uitzetting (LTU) van beide, respectievelijke landen.
### 2.2. Uitleg [artikel 1a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=1a)
Voor burgers van de Europese Unie en hun familieleden, ook Nederlanders, die zich naar de Caribische delen van het Koninkrijk begeven geldt dat zij geen beroep op de Europese regels betreffende het vrij verkeer van personen kunnen doen. Omdat de Caribische delen van het Koninkrijk behoren tot de zogeheten Landen en Gebieden Overzee, waarop alleen de Associatieregeling van toepassing is, zijn de Europese bepalingen en regels inzake het vrij verkeer van personen aldaar niet van toepassing.
De toegang en toelating van Nederlanders tot het Europese deel van Nederland blijven volledig vrij. Hier verandert niets aan.
De bepalingen van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) zijn van overeenkomstige toepassing op:
De bepalingen van de WTU-BES zijn niet van overeenkomstige toepassing op:
### 2.3. Toelating van rechtswege van Nederlanders
### 2.3.1. Toepassing van [artikel 5a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5a)
De periode genoemd onder d wordt niet als onderbroken beschouwd door een verblijf buiten de openbare lichamen voor studiedoeleinden of wegens geneeskundige behandeling. In dat geval zijn de bepalingen van de WTU-BES niet van toepassing.
Alleen als de Nederlander niet binnen een jaar na de voltooiing van zijn studie of de beëindiging van de geneeskundige behandeling is teruggekeerd naar de openbare lichamen, dan wordt de Nederlander geacht zijn hoofdverblijf te hebben verplaatst. De bepalingen van de WTU-BES zijn in dat geval wel op die vreemdeling van toepassing. Met het vorenstaande wordt aangesloten bij [artikel 4 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=4).
De bepalingen van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) zijn niet van overeenkomstige toepassing op:
### 2.3.1. Toepassing van [artikel 5a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5a)
Nederlanders op wie de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) (grotendeels) van overeenkomstige toepassing is mogen zonder toelating van rechtswege toegekend op het grondgebied van de openbare lichamen verblijven gedurende een periode van maximaal zes maanden binnen een tijdvak van een jaar (zie de [artikelen 1a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=1a) en [5a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5a)). In dit geval is wel sprake van toelating van rechtswege, maar er wordt geen verklaring afgegeven waaruit de toekenning blijkt.
Bedoelde Nederlanders behoeven pas na zes maanden verblijf op het grondgebied van de openbare lichamen een verklaring waaruit blijkt dat hen toelating van rechtswege is toegekend. Zij moeten dan wel voldoen aan de voorwaarden van [artikel 3, vijfde of zesde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3). Dit geldt ook als de Nederlander al bij binnenkomst langer dan zes maanden verblijf beoogt. Nederlanders dienen de termijn van zes maanden zelf in de gaten te houden.
### 2.3.2. Toelating van rechtswege op grond van [artikel 3, vijfde en zesde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3)
### 3.1. Bijzondere categorieën
De strekking van deze uitspraak is dat Amerikaanse onderdanen in het Caribisch Deel van het Koninkrijk – en daarmee op het grondgebied van de openbare lichamen -aanspraak hebben op gelijke behandeling als Nederlanders die niet in het Caribisch Deel van het Koninkrijk zijn geboren. Dit betekent dat Amerikaanse onderdanen, net als Nederlanders, op wie de WTU-BES (grotendeels) van overeenkomstige toepassing is, een vrije termijn van maximaal zes maanden hebben in een tijdbestek van een jaar (in plaats van drie maanden binnen een periode van zes maanden). Voorts komen zij in aanmerking voor een verklaring inzake toelating van rechtswege als ze aan de voorwaarden voldoen, waaraan ook bedoelde Nederlanders moeten voldoen.
Voor de rest geldt voor een Amerikaans onderdaan hetzelfde zoals hierboven is omschreven onder het kopje ‘Nederlanders’.
Nederlanders op wie de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) (grotendeels) van overeenkomstige toepassing is mogen zonder toelating van rechtswege toegekend op het grondgebied van de openbare lichamen verblijven gedurende een periode van maximaal zes maanden binnen een tijdvak van een jaar (zie de [artikelen 1a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=1a) en [5a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5a). In dit geval is wel sprake van toelating van rechtswege, maar er wordt geen verklaring afgegeven waaruit de toekenning blijkt.
Meerderjarige Nederlanders of Amerikanen op wie de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) van (al dan niet van overeenkomstige) toepassing is hebben recht op toelating van rechtswege als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
Voor voldoende middelen van bestaan wordt verwezen naar hoofdstuk 3/1.9.3.3 CTU-BES.
De minderjarige Nederlandse of Amerikaanse kinderen van de bovengenoemde Nederlanders respectievelijk Amerikanen die toelating van rechtswege hebben op grond van [artikel 3, vijfde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3), hebben toelating van rechtswege als één van de ouders het ouderlijk gezag heeft.
Dit betekent dat de aanvrager over een verklaring van goed gedrag moet beschikken uit alle landen waar de aanvrager de afgelopen 5 jaar heeft verbleven. De verklaring, afgegeven door de bevoegde autoriteit, mag op het moment van indiening van de aanvraag niet ouder zijn dan drie maanden.
Indien de verklaring van goed gedrag recenter is afgegeven wordt deze aangemerkt als een schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, van de WTU-BES.
Zolang de vreemdeling pensioen of uitkering bij wijze van pensioen ontvangt, dan wel zolang de weduwe of weduwnaar niet is hertrouwd.
Meerderjarige Nederlanders of Amerikanen op wie de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) van (al dan niet van overeenkomstige) toepassing is hebben recht op toelating van rechtswege als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
Aan de volgende bijzondere categorieën personen (vreemdelingen of Nederlanders) wordt op aanvraag de toelating van rechtswege op het grondgebied van de openbare lichamen toegekend (zie [artikel 3, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3)):
### 3.2. De toekenning van de toelating van rechtswege
### 3.2.1. Indiening van de aanvraag
Zolang de vreemdeling pensioen of uitkering bij wijze van pensioen ontvangt, dan wel zolang de weduwe of weduwnaar niet is hertrouwd.
### 3. Bijzondere categorieën
Zolang de vreemdeling in consulaire dienst is.
**Ad d:**
### 3.2. De toekenning van de toelating van rechtswege
**Ad e:**
### 3.2.4. Einde toelating van rechtswege
**Ad f:**
Zolang de echtgenoot niet van tafel en bed is gescheiden en de kinderen nog minderjarig zijn.
De ongehuwde partner, van vreemde nationaliteit, van een vreemdeling die van rechtswege toelating heeft, kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd aanvragen voor een verblijfsdoel verband houdend met gezinshereniging bij partner. De geldigheidsduur van deze verblijfsvergunning is in beginsel een jaar. Als de hoofdpersoon korter dan een jaar van rechtswege is toegelaten, dan is de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning van de ongehuwde partner daarop afgestemd. Dit geldt ook voor de minderjarige kinderen, als deze kinderen zelf niet de Nederlandse nationaliteit hebben.
Op grond van [artikel 38 van de Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028070&artikel=38) zijn leden en plaatsvervangend leden van het Hof alsmede hun echtgenoten of geregistreerd partners en minderjarige kinderen voor zover zij met hen een gemeenschappelijke huishouding voeren van rechtswege toegelaten tot de landen, en daarmee in voorkomend geval ook tot de openbare lichamen. Aan de leden en plaatsvervangend leden van het Hof en hun echtgenoten of geregistreerde partners worden geen nadere voorwaarden gesteld voor de uitoefening van een beroep of het verrichten van arbeid.
Gelet op het bovenstaande wordt op aanvraag een verklaring inzake toelating van rechtswege in de openbare lichamen afgegeven aan de leden en plaatsvervangend leden alsmede hun echtgenoten of geregistreerd partners en minderjarige kinderen voor zover zij met hen een gemeenschappelijke huishouding voeren.
Gedurende de tijd dat de openbare lichamen met toestemming van de bevoegde autoriteit wordt aangedaan.
**Ad f:**
Om voor een verklaring in aanmerking te komen waaruit blijkt dat de toelating van rechtswege is toegekend moet een daartoe strekkende aanvraag worden ingediend bij de IND-unit Caribisch Nederland (MBES8). Voor de aanvraag moeten leges worden betaald. Voor een verlengingsaanvraag van een verklaring van rechtswege is model MBES08a beschikbaar.
De ongehuwde partner, van vreemde nationaliteit, van een vreemdeling die van rechtswege toelating heeft, kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd aanvragen voor een verblijfsdoel verband houdend met gezinshereniging bij partner. De geldigheidsduur van deze verblijfsvergunning is in beginsel een jaar. Als de hoofdpersoon korter dan een jaar van rechtswege is toegelaten, dan is de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning van de ongehuwde partner daarop afgestemd. Dit geldt ook voor de minderjarige kinderen, als deze kinderen zelf niet de Nederlandse nationaliteit hebben.
Bij het indienen van een aanvraag om een verklaring van toelating van rechtswege moeten de volgende gegevens en bescheiden worden verstrekt dan wel overgelegd (door zowel vreemdelingen als Nederlanders):
Het gaat hier om visumplichtige toeristen die naar de openbare lichamen komen en vervolgens een verklaring van rechtswege willen aanvragen.
De aanvrager moet beschikken over een gelegaliseerde/geapostilleerde verklaring van goed gedrag uit alle landen waar hij de afgelopen vijf jaar heeft verbleven. De verklaring moet zijn afgegeven door de bevoegde autoriteit en mag op het moment van indiening van de aanvraag niet ouder zijn dan drie maanden.
### 3.2.1. Indiening van de aanvraag
### 4.1. Algemeen
Dit geldt alleen als uit de geboorteakte blijkt dat het kind niet het biologisch kind is van beide ouders. In dat geval moet een rechterlijke uitspraak overgelegd worden waaruit blijkt dat het ouderlijk gezag / voogdij aan de in de openbare lichamen verblijvende ouder is toegewezen.
Bij het indienen van een aanvraag om een verklaring van toelating van rechtswege moeten de volgende gegevens en bescheiden worden verstrekt dan wel overgelegd (door zowel vreemdelingen als Nederlanders):
### 4.2. Categorieën
### 3.2.4. Einde toelating van rechtswege
De toelating van rechtswege eindigt (zie [artikel 5 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5)):
De toelating van rechtswege eindigt van rechtswege. Dat wil zeggen dat daarvoor geen intrekkingsbeschikking of beëindigingsbeschikking nodig is. Doet één van de onder a of b genoemde omstandigheden zich voor, dan eindigt de toelating van rechtswege. De vreemdeling ontvangt een mededeling dat zijn toelating van rechtswege is geëindigd. Deze mededeling is aan te merken als een beschikking in de zin van de [WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455), zodat daartegen rechtsmiddelen aangewend kunnen worden. De vreemdeling moet de openbare lichamen zelfstandig verlaten na bekendmaking van de beschikking.
Als de toelating van rechtswege is geëindigd en er ook geen andere grond van toepassing is op grond waarvan toelating van rechtswege bestaat, maar men wel voor een ander doel in de openbare lichamen wil verblijven, kan daartoe een aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden ingediend. In dat geval is bij vreemdelingen in beginsel het mvv-vereiste van toepassing.
Als de vreemdeling of Nederlander toelating van rechtswege meent te hebben op een andere grond in [artikel 3 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3), moet hij daarvoor een nieuwe verklaring vragen waaruit de toelating van rechtswege blijkt. Pas dan kan immers getoetst worden of hij toelating van rechtswege heeft op de nieuwe grond.
**Ad a:**
### 4.2.1. Toeristen
Ten aanzien van de in [artikel 3, eerste lid, onder a, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) genoemde categorie geldt dat als de vreemdeling niet meer in overheidsdienst werkzaam is, de toelating van rechtswege eindigt.
Ten aanzien van de in [artikel 3, vijfde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) genoemde categorie geldt dat als de Nederlander niet langer beschikt over huisvesting dan wel over voldoende middelen van bestaan, de toelating van rechtswege eindigt.
Ten aanzien van de in [artikel 3, zesde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) genoemde categorie geldt dat als één van de ouders niet langer voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 3, vijfde lid, WTU-BES, de toelating van rechtswege van de minderjarige Nederlandse kinderen van die ouder eindigt.
### 4.3. Verklaring
Onder onafgebroken verblijf als bedoeld in [artikel 5, onder b, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5) wordt verstaan onafgebroken toelating van rechtswege of verblijf grond van een verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd.
### 4.2.2. Bemanningsleden van schepen en luchtvaartuigen
Als de toelating van rechtswege is geëindigd, betekent dit dat ook de afhankelijke toelating van de echtgeno(o)t(e) en minderjarige kinderen is geëindigd. Dit geldt echter niet voor echtgenoten die zelf op basis van [artikel 3 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) van rechtswege zijn toegelaten (zie [artikel 13 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=13)).
Als een vreemdeling, van wie de toelating van rechtswege is geëindigd, een minderjarig kind heeft dat niet zelf toelating van rechtswege heeft op grond van [artikel 3, eerste lid, onder g, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3), eindigt ook de toelating van dit minderjarige kind. Dat is ook het geval als dit kind buiten de openbare lichamen verblijft voor studiedoeleinden of wegens geneeskundige behandeling (zie [artikel 4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=4), juncto [artikel 13 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=13)).
**Ad b:**
Onder onafgebroken verblijf als bedoeld in [artikel 5, onder b, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5) wordt verstaan onafgebroken toelating van rechtswege of verblijf grond van een verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd.
Op grond van [artikel 5a van de WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5a) kunnen bij of op basis van algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld over het verblijf zonder vergunning tot tijdelijk verblijf voor verblijf in de vrije termijn van niet langer dan zes maanden. Dit is uitgewerkt in de artikelen [4.1 tot en met 4.4 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.1). Hierin zijn regels gesteld over verblijf in de zogenoemde vrije termijn, met een maximale verblijfsduur van zes maanden. Dit verblijf is aan te merken als een vorm van toelating van rechtswege.
### 4.4. Uitzondering op de termijn
### 4.2. Categorieën
### 4.2.1. Toeristen
Met toerist wordt bedoeld een vreemdeling die:
### 1.2. Beperking
Toeristen mogen ingevolge [artikel 4.2 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.2) zonder toelating bij vergunning verleend in de openbare lichamen binnenkomen en er verblijven gedurende een periode van maximaal drie maanden binnen een tijdsvak van zes maanden.
Op grond van [artikel 4.2, tweede lid BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.2) zijn toeristen onderworpen aan de bepalingen die gelden voor vreemdelingen die tot verblijf bij vergunning verleend zijn toegelaten. Zie hiervoor [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=3&z=2019-10-01&g=2019-10-01) CTU-BES.
Indien men korter dan drie maanden in de openbare lichamen wenst te verblijven hoeft men niet te voldoen aan de voorwaarde van bereidheid om mee te werken aan een onderzoek naar of behandeling van tuberculose.
Met toerist wordt bedoeld een vreemdeling die:
Voor specifieke voorschriften over het verkrijgen van toegang in de openbare lichamen wordt verwezen naar hoofdstuk 1 ‘toegang’, paragraaf 7.3.
### 1.2. Beperking
Op grond van [artikel 6.46 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.46) moet een vreemdeling die naar de openbare lichamen is gekomen, om als zeeman werk te zoeken aan boord van een zeeschip, zich binnen drie dagen na binnenkomst in de openbare lichamen in persoon melden bij de Korpschef.
### 4.3. Verklaring
Het is niet nodig dat toeristen en bemanningsleden van schepen en luchtvaartuigen een verklaring, als bedoeld in [artikel 3, derde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3), aanvragen waaruit blijkt dat zij van rechtswege toelating in de openbare lichamen hebben.
### 4.4. Uitzondering op de termijn
Behalve voor de categorieën als genoemd in paragraaf 4.2 geldt er op grond van [artikel 4.4 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.4) voor sommige gevallen een afwijkende termijn gedurende welke het aan vreemdelingen is toegestaan in de vrije termijn in de openbare lichamen te verblijven:
Voor deze situatie gelden aanvullend de volgende voorwaarden:
De verlengingsmogelijkheid van drie naar zes maanden is slechts bedoeld voor uitzonderlijke situaties, zoals overmacht.
Bijzondere omstandigheden zijn in ieder geval niet:
Voor deze situatie gelden aanvullend de volgende voorwaarden:
### Hoofdstuk 3. Toelating bij vergunning verleend
Voor deze situatie gelden aanvullend de volgende voorwaarden:
De verlengingsmogelijkheid van drie naar zes maanden is slechts bedoeld voor uitzonderlijke situaties, zoals overmacht.
Een vreemdeling die in de openbare lichamen verblijft en die geen toelating van rechtswege heeft op grond van [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) of [artikel 5a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5a), heeft een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd nodig (zie [artikel 6, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=6)).
Voor deze situatie gelden aanvullend de volgende voorwaarden:
Een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder beperkingen die verband houden met het doel waarvoor het verblijf is toegestaan (zie [artikel 7, zevende lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7)). In [artikel 5.2, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2) zijn de volgende beperkingen genoemd:
### 1. De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
Daarnaast kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden verleend onder een andere beperking dan hiervoor genoemd (zie [artikel 5.2, derde lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2)). Hiervan zal weinig gebruik worden gemaakt om precedentwerking te voorkomen.
Voor welke situaties is [artikel 5.2, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2)**niet** bedoeld?
Voor welke situaties is [artikel 5.2, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2)**wel** bedoeld?
Een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder beperkingen die verband houden met het doel waarvoor het verblijf is toegestaan (zie [artikel 7, zevende lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7)). In [artikel 5.2, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2) zijn de volgende beperkingen genoemd:
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend met ingang van de dag waarop de vreemdeling heeft aangetoond dat hij aan alle voorwaarden voldoet, maar niet eerder dan met ingang van de dag waarop de aanvraag is ontvangen. Dit geldt ook voor de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Zie [artikel 7, vierde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7).
Let op! Voornoemde bepaling geldt niet voor een aanvraag verklaring van rechtswege. De verklaring van rechtswege gaat in op de dag waarop de aanvraag is ingediend.
Voor welke situaties is [artikel 5.2, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2)**niet** bedoeld?
Op het document waaruit de verblijfsrechtelijke positie van de vreemdeling blijkt wordt aangetekend of de vreemdeling arbeid mag verrichten en of daarvoor op grond van de [Wav-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437) een TWV vereist is (zie [artikel 6.17, derde lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.17)).
In de betreffende hoofdstukken over de verschillende verblijfsdoelen wordt telkens aangegeven of en zo ja welke voorschriften aan de verblijfsvergunning worden verbonden.
Het verblijfsrecht op grond van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan tijdelijk of niet-tijdelijk zijn (zie [artikel 5.3, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.3)).
Er is sprake van tijdelijk verblijfsrecht als de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is verleend onder de volgende beperkingen (zie artikel 5.3, tweede lid, WTU-BES):
Als sprake is van een andere beperking dan hiervoor genoemd, is het verblijfsrecht van niet-tijdelijke aard, tenzij bij de verlening van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd anders is bepaald. Dit geldt ook voor de verblijfsvergunning die verleend wordt onder een andere beperking, bedoeld in [artikel 5.2, derde lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2).
Gevolgen tijdelijk verblijfsrecht:
De tijdelijkheid van het verblijfsrecht heeft niets te maken met:
Er is sprake van tijdelijk verblijfsrecht als de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is verleend onder de volgende beperkingen (zie [artikel 5.3, tweede lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.3)):
### 1.8. De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
In die gevallen kan de aantekening ‘beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’ op het verblijfsdocument worden geplaatst dan wel kan een met die aantekening corresponderende code op het verblijfsdocument worden geplaatst.
Als een beroep op de publieke middelen wordt gedaan kan dat betekenen dat niet meer aan de voorwaarden voor verblijf wordt voldaan zoals:
Als aan één of beide genoemde voorwaarden niet meer wordt voldaan, kan de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd om die reden worden ingetrokken (zie [artikel 14, onder d en e, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=14)) of kan een aanvraag om verlenging worden afgewezen (zie [artikel 9, eerste lid, onder b en c, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9)).
Onder publieke middelen wordt verstaan alle middelen die niet vallen onder de in de paragraaf 1.9.3.1 genoemde middelen. Dit zijn bijvoorbeeld middelen op grond van de Wet op de onderstand BES.
### 1.7. Voorschriften
Aan de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kunnen voorschriften worden verbonden (zie [artikel 7, zevende lid, WTU- BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7)). Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over voorschriften. Deze regels staan in de [artikelen 5.4 tot en met 5.8 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.4).
Aan de verblijfsvergunning kunnen voorschriften tot het stellen van zekerheid worden verbonden. Met het stellen van een voorschrift tot het stellen van zekerheid wordt nog niet voldaan aan de algemene voorwaarde dat over voldoende middelen van bestaan moet worden beschikt. Ook is het stellen van een voorschrift aan een verblijfsvergunning niet hetzelfde als een voorschrift tot het stellen van zekerheid in verband met de vrije termijn.
### 1.9.1. Mvv-vereiste
De volgende voorschriften tot het stellen van zekerheid kunnen aan de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden verbonden (zie [artikel 5.4 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.4)):
Uitgangspunt is dat een solvabele derde een natuurlijk persoon is.
### 1.9. Afwijzingsgronden van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
De verplichtingen die voortvloeien uit de garantstelling hebben uitsluitend betrekking op de kosten veroorzaakt binnen vijf jaren, nadat de verblijfsvergunning is verleend (zie [artikel 5.8, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.8)).
Deze periode is korter dan vijf jaren als:
De vreemdeling moet met een schriftelijk bewijsstuk aantonen dat hij voldoende verzekerd is tegen ziektekosten, met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting. Een voorschrift tot het voldoende verzekerd zijn tegen ziektekosten wordt altijd aan de verblijfsvergunning verbonden.
Van het voorschrift tot het deponeren van een waarborgsom voor de kosten van de reis naar een plaats buiten de openbare lichamen waar toelating van de vreemdeling gewaarborgd is, wordt in beginsel geen gebruik gemaakt, maar zal een solvabele derde zich schriftelijk moeten garantstellen. Dit voorschrift kan alleen aan de verblijfsvergunning worden verbonden op aanwijzing van Onze Minister. Dit zal alleen in uitzonderlijke gevallen plaatsvinden.
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend voor ten hoogste vijf achtereenvolgende jaren (zie [artikel 6, tweede lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=6)). In de [artikelen 5.25 tot en met 5.29 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.25) zijn regels gesteld over de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning en de verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning.
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend voor ten hoogste één jaar en kan telkens met ten hoogste één jaar worden verlengd ([artikel 5.25 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.25)).
Van deze hoofdregel wordt, in geval van bepaalde verblijfsdoelen, afgeweken in de [artikelen 5.26 tot en met 5.29 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.26).
Bij het onder a genoemde geval moet wel bedacht worden dat bij de verlenging van deze afhankelijke verblijfsvergunning de geldigheidsduur daarvan zich nooit mag uitstrekken tot na de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning van de echtgenoot of (geregistreerd) partner. Als de vreemdeling echter in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met voortgezet verblijf en hij heeft om wijziging van de beperking van zijn vergunning in voortgezet verblijf gevraagd, dan kan de vergunning wel verlengd worden tot na de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning van de echtgenoot of (geregistreerd) partner. De verblijfsvergunning kan dan dus gewoon verlengd worden met vijf jaren onder gelijktijdige wijziging van de beperking in ‘voortgezet verblijf’.
Als het voorschrift tot schriftelijke garantstelling aan de verblijfsvergunning is verbonden, betekent dit dat een in de openbare lichamen gevestigde solvabele derde een schriftelijke garantstelling ondertekent (zie model MBES26 CTU-BES), waarmee hij zich garant stelt voor de kosten die voor de staat en andere openbare overheden voortvloeien uit het verblijf van de vreemdeling in de openbare lichamen, en voor de kosten van terugkeer van de vreemdeling naar een plaats buiten de openbare lichamen waar zijn toelating is gewaarborgd.
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan op grond van [artikel 9, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9), worden geweigerd:
Hierna worden deze afwijzingsgronden toegelicht.
In plaats van de zekerheid van een waarborgsom of een schriftelijke garantstelling kan zakelijke zekerheid worden gesteld. In beginsel zal hier geen gebruik van worden gemaakt. Wat hiervoor is bepaald over de termijn van vijf jaren en de gevallen waarin deze korter kan zijn dan vijf jaren, is van overeenkomstige toepassing op de verplichtingen die voortvloeien uit het stellen van zakelijke zekerheid (zie [artikel 5.9, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.9)). In beginsel zal een solvabele derde zich moeten garant stellen.
Als hoofdregel geldt dat een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning wordt afgewezen als de vreemdeling geen mvv heeft, die is afgegeven voor het verblijfsdoel waarvoor de verblijfsvergunning is aangevraagd ([artikel 9, eerste lid onder a, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9) en [artikel 5.31, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.31)).
Het mvv-vereiste geldt niet voor:
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend voor ten hoogste vijf achtereenvolgende jaren (zie [artikel 6, tweede lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=6)). In de [artikelen 5.26 tot en met 5.30 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.26) zijn regels gesteld over de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning en de verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning.
In de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) en de [BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599) zijn een aantal vrijstellingen van het mvv-vereiste opgenomen.
Een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt op grond van [artikel 9, derde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9) niet afgewezen wegens het ontbreken van een geldige mvv, in de volgende gevallen:
### 1.9.1.2. Toetsing van de vrijstellingscategorie
Vreemdelingen uit deze landen mogen wel onverplicht een mvv aanvragen om vooraf te laten toetsen of zij recht hebben op een verblijfsvergunning.
Voor deze vrijstelling wordt beoordeeld of de vreemdeling kan reizen naar zijn land van herkomst of bestendig verblijf om daar de behandeling af te wachten van een ingediende mvv-aanvraag. Omstandigheden die de feitelijke toegankelijkheid van de medische zorg in het land van herkomst of bestendig verblijf betreffen, worden niet betrokken bij de beoordeling.
### 1.9.1.3. Hardheidsclausule
Een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt, in de volgende gevallen, op grond van [artikel 5.30,tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.30) niet afgewezen wegens het ontbreken van een geldige mvv:
De vreemdeling die voor zijn negentiende levensjaar tenminste vijf achtereenvolgende jaren toelating in de openbare lichamen heeft gehad, kan in aanmerking komen voor wedertoelating tot de openbare lichamen. Als de vreemdeling minderjarig is, kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden verleend. Is de vreemdeling meerderjarig dan kan een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd worden verleend. Hiermee verhoudt zich niet dat het mvv-vereiste wordt tegengeworpen.
Als hoofdregel geldt dat één van de ouders binnen drie dagen na de geboorte van het kind een aanvraag ten behoeve van het kind moet indienen bij de korpschef om het verblijfsrecht mede geldig te maken voor het kind. Vanaf de leeftijd van twaalf jaar kunnen deze kinderen ook feitelijk in het bezit worden gesteld van een vreemdelingendocument waaruit het verblijfsrecht blijkt.
Als het kind niet direct na de geboorte is aangemeld, dan kan tot en met de leeftijd van twaalf jaar alsnog een aanvraag worden ingediend. De verblijfsvergunning wordt verleend als naar het oordeel van Onze Minister voldoende is aangetoond dat het kind vanaf de geboorte onafgebroken in de openbare lichamen heeft verbleven en feitelijk is blijven behoren tot het gezin van de ouder die houder is van een verblijfsvergunning. Bij aanvragen van kinderen die in de openbare lichamen zijn geboren, is het niet rechtvaardig de aanvraag af te wijzen, omdat het kind niet in het bezit is van een geldige mvv.
Dit geldt ook als de ouder op het moment van de geboorte rechtmatig in de openbare lichamen verbleef, al dan niet in afwachting van een (nadere) beslissing op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning, en die aansluitend daarop in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning. Van dat kind wordt ook niet verlangd dat het met die ouder vertrekt naar het land van herkomst om daar de beslissing op de mvv-aanvraag af te wachten. Ook zijn vrijgesteld andere kinderen die in de openbare lichamen zijn geboren op een moment waarop de ouder op andere gronden toelating tot verblijf had in de openbare lichamen en die aansluitend op die toelating tot verblijf in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning. Andere gronden voor toelating zijn bijvoorbeeld verblijf in verband met de aangifte van mensenhandel of tijdens de vrije termijn,
### 1.9.1.3. Hardheidsclausule
Gelet op het feit dat:
is het niet redelijk van hen te verlangen dat zij terugkeren naar het land van herkomst om aldaar een mvv aan te vragen.
Het gezinslid wordt vrijgesteld van het mvv-vereiste als:
Het is aan de vreemdeling en/of de hoofdpersoon om de duur van het verblijf aan te tonen.
Het ontbreken van een geldige mvv leidt niet tot afwijzing van de aanvraag, als een ieder verbindende bepaling van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie zich daartegen verzet. Een voorbeeld van een dergelijke verplichting is artikel 8 EVRM. Toetsing aan artikel 8 EVRM vergt een op de concrete zaak toegespitste afweging van alle relevante feiten en omstandigheden van het individuele geval. Aan de vreemdeling van wie uitzetting in strijd met artikel 8 van het EVRM is, wordt op grond hiervan het mvv-vereiste niet tegen geworpen.
De vreemdeling die voor zijn negentiende levensjaar tenminste vijf achtereenvolgende jaren toelating in de openbare lichamen heeft gehad, kan in aanmerking komen voor wedertoelating tot de openbare lichamen. Als de vreemdeling minderjarig is, kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden verleend. Is de vreemdeling meerderjarig dan kan een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd worden verleend. Hiermee verhoudt zich niet dat het mvv-vereiste wordt tegengeworpen.
Als een vreemdeling zich beroept op een van de vrijstellingscategorieën moet hij zelf aantonen dat hij hiervoor in aanmerking kan komen. Dit gebeurt zoveel mogelijk direct aan het loket van de IND unit Caribisch Nederland. Op het aanvraagformulier staan de vrijstellingscategorieën ingevolge de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) en het [BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599) vermeld, voorzien van een korte toelichting per vrijstellingsgrond.
Ten aanzien van de beoordeling van een beroep op een van de vrijstellingscategorieën van het mvv-vereiste geldt dat hierbij uitsluitend wordt getoetst aan de voorwaarden van de vrijstellingscategorie. Hierbij wordt dus nog niet volledig aan de inhoudelijke verblijfsvoorwaarden van het gevraagde verblijfsdoel getoetst, ook al zal een toets aan de voorwaarden van de vrijstellingscategorie vaak voor een deel overeenkomen met een inhoudelijke toets aan de verblijfsvoorwaarden. Pas nadat is vastgesteld dat de vreemdeling zich met succes kan beroepen op een van de vrijstellingscategorieën, wordt aan de inhoudelijke voorwaarden voor de verlening van de verblijfsvergunning getoetst.
Dit geldt ook als de ouder op het moment van de geboorte rechtmatig in de openbare lichamen verbleef, al dan niet in afwachting van een (nadere) beslissing op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning, en die aansluitend daarop in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning. Van dat kind wordt ook niet verlangd dat het met die ouder vertrekt naar het land van herkomst om daar de beslissing op de mvv-aanvraag af te wachten. Ook zijn vrijgesteld andere kinderen die in de openbare lichamen zijn geboren op een moment waarop de ouder op andere gronden toelating tot verblijf had in de openbare lichamen en die aansluitend op die toelating tot verblijf in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning. Andere gronden voor toelating zijn bijvoorbeeld verblijf in verband met de aangifte van mensenhandel of tijdens de vrije termijn,
In het derde lid van [artikel 5.30 BTU](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.30) staat de zogenoemde hardheidsclausule. Als de vreemdeling niet beschikt over een geldige mvv en niet behoort tot een van de vrijgestelde categorieën kan het zijn dat de aanvraag niet wordt afgewezen, omdat de vreemdeling niet beschikt over een mvv. Dit gebeurt als de toepassing van het mvv-vereiste naar het oordeel van Onze Minister zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
De vreemdeling die een beroep op de hardheidsclausule doet moet bij de indiening van zijn aanvraag om een verblijfsvergunning het beroep al zo veel mogelijk met bewijsstukken onderbouwen.
### 1.9.3. Middelen van bestaan
Er is in ieder geval geen sprake van een zeer bijzonder geval, als de vreemdeling:
In bovengenoemde gevallen kan de hardheidsclausule in ieder geval niet worden toegepast.
Het ontbreken van een geldige mvv leidt niet tot afwijzing van de aanvraag, als een ieder verbindende bepaling van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie zich daartegen verzet. Een voorbeeld van een dergelijke verplichting is artikel 8 EVRM. Toetsing aan artikel 8 EVRM vergt een op de concrete zaak toegespitste afweging van alle relevante feiten en omstandigheden van het individuele geval. Aan de vreemdeling van wie uitzetting in strijd met artikel 8 van het EVRM is, wordt op grond hiervan het mvv-vereiste niet tegen geworpen.
Uit een geldig document voor grensoverschrijding moet blijken:
### 1.9.3.1. Zelfstandige middelen van bestaan
Let op: het komt soms voor dat op verzoek van een vreemdeling of van een familielid een paspoort wordt toegezonden aan de vreemdeling, zonder dat de beoogde houder van het paspoort zich in persoon voor de autoriteiten van het land van afgifte heeft moeten melden. Omdat in deze gevallen geen deugdelijke toetsing van de identiteit van de betrokken vreemdeling heeft plaatsgevonden, worden deze zogenoemde blanco paspoorten niet aangemerkt als geldig document voor grensoverschrijding.
Het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding is een voorwaarde voor verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, die wordt gesteld met het oog op het algemeen belang als bedoeld in [artikel 9, eerste lid, onder b, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9). Als hoofdregel geldt dat iedere vreemdeling in het bezit moet zijn van een geldig document voor grensoverschrijding. Als dat niet het geval is, kan de aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden afgewezen.
Van die bevoegdheid om een aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd om die reden af te wijzen wordt steeds gebruik gemaakt, behalve in de gevallen, bedoeld in [artikel 5.31 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.31).
Bij de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd legt de vreemdeling in ieder geval een geldig document voor grensoverschrijding over (zie [artikel 5.50, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.50)). Als de vreemdeling dat niet overlegt, krijgt hij de gelegenheid om gedurende een redelijke termijn van vier weken de aanvraag aan te vullen door alsnog een geldig document voor grensoverschrijding te overleggen, voordat op de aanvraag wordt beslist. De redelijke termijn is in dit geval in beginsel vier weken. In bepaalde omstandigheden kan een kortere termijn worden gesteld, bijvoorbeeld als de vreemdeling snel kan worden uitgezet of als het een herhaalde aanvraag is.
De beslistermijn van zes maanden wordt opgeschort met de redelijke termijn die is geboden voor herstel van het verzuim. De [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) zelf stelt geen wettelijke beslistermijnen. Daarom wordt hierbij de redelijke termijn gehanteerd ingevolge [artikel 3, lid 3, WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455&artikel=3).
Als de vreemdeling na de geboden redelijke termijn voor herstel verzuim geen geldig document voor grensoverschrijding heeft overgelegd, wordt de aanvraag afgewezen, tenzij de vrijstelling van artikel 5.31 BTU-BES van toepassing is.
Een aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan niet worden afgewezen op grond van artikel 9, eerste lid, onder b, WTU-BES, met het oog op het algemeen belang om de enkele reden dat de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, als de vreemdeling naar het oordeel van Onze Minister heeft aangetoond dat hij vanwege de regering van het land waarvan hij onderdaan is, niet of niet meer in het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding kan worden gesteld (zie artikel 5.31 BTU-BES).
De vreemdeling die stelt in aanmerking te komen voor deze vrijstelling moet, voor zover redelijkerwijs mogelijk, de volgende gegevens en bescheiden overleggen:
Dit kan een schriftelijke verklaring zijn van de autoriteiten van dat land, waarin gemotiveerd wordt aangegeven waarom de vreemdeling niet in het bezit wordt gesteld van een geldig document voor grensoverschrijding. Deze verklaring kan de vreemdeling vragen bij de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van zijn land in Nederland.
Als dat niet lukt, moet de vreemdeling in beginsel naar zijn land van herkomst terugreizen om daar een geldig document voor grensoverschrijding te vragen.
Er wordt geen vrijstelling verleend om de enkele reden dat:
Het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding is een voorwaarde voor verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, die wordt gesteld met het oog op het algemeen belang als bedoeld in [artikel 9, eerste lid, onder b, WTU- BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9). Als hoofdregel geldt dat iedere vreemdeling in het bezit moet zijn van een geldig document voor grensoverschrijding. Als dat niet het geval is, kan de aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden afgewezen.
### 1.9.3.2. Duurzaamheid middelen van bestaan
In bepaalde gevallen geldt dat degene bij wie de vreemdeling in de openbare lichamen wil verblijven zelfstandig en duurzaam moet beschikken over voldoende middelen van bestaan.
Middelen van bestaan dienen zelfstandig, duurzaam en voldoende te zijn op het moment van indiening van de aanvraag of op het moment van beslissen op de aanvraag. Dit betekent dat als de aanvrager op het moment van indiening van de aanvraag niet aan het middelenvereiste voldoet, maar op het moment van beslissen wel, dan krijgt de aanvrager alsnog de gevraagde verblijfsvergunning met ingang van de datum waarop hij heeft aangetoond aan deze voorwaarde te hebben voldaan.
Het algemene middelenvereiste is van toepassing op alle aanvragen tot het verlenen, verlengen en wijzigen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, tenzij uitdrukkelijk anders is vermeld in het [BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599) of in de CTU-BES.
De vreemdeling die stelt in aanmerking te komen voor deze vrijstelling moet, voor zover redelijkerwijs mogelijk, de volgende gegevens en bescheiden overleggen:
Als zelfstandige middelen van bestaan worden aangemerkt (zie [artikel 5.32 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.32)):
Naast de onder a, b en c genoemde middelen van bestaan worden als zelfstandige middelen van bestaan aangemerkt:
Dit zijn inkomsten uit een inkomensvervangende uitkering krachtens een sociale verzekeringswet, waarvoor premie is afgedragen.
De volgende middelen van bestaan uit overige bron worden eveneens als zelfstandig aangemerkt:
Niet als (bestanddeel van) middelen van bestaan wordt aangemerkt een uitkering of bijdrage uit de publieke middelen op grond van sociale voorzieningen waarvoor geen premie wordt afgedragen.
Op enig moment tussen de datum van indiening van de aanvraag en het moment waarop op de aanvraag wordt beslist, moet gelijktijdig zijn voldaan aan alle drie de elementen van het middelenvereiste: zelfstandig, duurzaam en voldoende (zie [artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b en c, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9) en [artikel 7, vierde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7)).
Middelen van bestaan moeten duurzaam zijn. Hiervan is sprake als zij nog één jaar beschikbaar zijn op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven (zie [artikel 5.34, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.34)).
### 1.9.3.1. Zelfstandige middelen van bestaan
Middelen van bestaan verkregen uit eigen vermogen zijn duurzaam, als zij gedurende een aaneengesloten periode van één jaar beschikbaar zijn geweest en nog één jaar beschikbaar zijn op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven (zie artikel 5.34, tweede lid, BTU-BES).
Middelen van bestaan uit arbeid als zelfstandige zijn duurzaam, als zij gedurende ten minste anderhalf jaar zijn verworven en nog één jaar beschikbaar zijn op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven (zie artikel 5.34, derde lid, BTU-BES en [artikel 4.10, eerste lid, RTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028815&artikel=4.10)).
De inkomsten van een ondernemer die nog niet ten minste anderhalf jaar werkzaam is als zelfstandig kunnen derhalve niet als duurzaam aangemerkt worden, ongeacht de hoogte van zijn inkomsten uit arbeid als zelfstandige. Ook de omstandigheid dat een ondernemer een al langer bestaande onderneming overneemt, maakt niet dat de uit die onderneming verkregen inkomsten uit arbeid als zelfstandige duurzaam zijn.
Duurzaamheid van middelen van bestaan uit arbeid als zelfstandige wordt aangetoond door overlegging van:
Als het een aanvraag betreft om verlening van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met het verrichten van arbeid als zelfstandige, is bovenstaande duurzaamheidseis niet van toepassing (zie artikel 4.10, tweede lid, RTU-BES).
Onregelmatige inkomsten (overwerkvergoeding, onregelmatigheidstoeslag en fooien) en loon in natura verworven uit arbeid in loondienst worden als duurzaam aangemerkt als deze inkomsten structureel zijn. Deze inkomsten zijn structureel als deze in de twaalf maanden voorafgaand aan de aanvraag of het moment van beschikken ten minste elf van de twaalf maanden zijn verworven. Het laagste verkregen maandelijkse bedrag wordt meegeteld bij de beoordeling of de vreemdeling over voldoende middelen van bestaan beschikt.
Hoofdregel:
Middelen van bestaan zijn voldoende, als het bruto-inkomen ten minste gelijk is aan de door Onze Minister vast te stellen bedragen (zie [artikel 9, eerste lid, aanhef en onder c, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9) en [artikel 5.33 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.33)). Voorkomen moet worden dat na verlening van een verblijfsvergunning aanspraak gemaakt kan worden op onderstand of een andere uitkering die gefinancierd wordt uit publieke middelen.
### 1.9.4. Openbare orde en nationale veiligheid
Als in een arbeidscontract een proeftijd is overeengekomen, heeft de proeftijd geen invloed voor het bepalen van de duurzaamheid van de middelen van bestaan. Als op het moment dat de aanvraag wordt beoordeeld de proeftijd nog niet is verstreken, dan vormt dit geen reden om de beslissing op de aanvraag aan te houden. Ook wordt de proeftijd niet in mindering gebracht op de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning. Ontslag tijdens de proeftijd kan wel gevolgen hebben voor het verblijfsrecht.
De verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd kan door Onze Minister worden geweigerd met het oog op de openbare orde of het algemeen belang (zie [artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9)).
Deze paragraaf bevat algemene beleidsregels met betrekking tot de openbare orde en het algemeen belang bij de verlening, verlenging, wijziging en intrekking van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in [artikel 6 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=6).
Onder gevaar voor de openbare orde wordt ook begrepen gevaar voor:
### 1.9.4.1. Eerste verblijfsaanvaarding
Duurzaamheid van middelen van bestaan uit arbeid als zelfstandige wordt aangetoond door overlegging van:
De verblijfsvergunning voor bepaalde kan door Onze Minister worden geweigerd met het oog op de openbare orde of het algemeen belang (zie [artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9)).
Van de bevoegdheid om de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd te weigeren wordt in de hieronder genoemde gevallen gebruik gemaakt.
De aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan worden afgewezen als:
Onder vrijheidsontnemende maatregelen wordt ook verstaan:
Aan gratieverlening komt geen betekenis toe. Ook hoeft de veroordeling niet onherroepelijk te zijn. Als hoger beroep is ingesteld tegen een veroordeling in eerste aanleg, of cassatieberoep is ingesteld tegen een veroordeling in hoger beroep, wordt de aanvraag om een verblijfsvergunning afgewezen. Bij een aanvraag voor een verblijfsdoel verband houdend met gezinshereniging of gezinsvorming moet bij de beoordeling van de aanvraag wel rekening worden gehouden met de aard en de hechtheid van de gezinsband van de vreemdeling en de duur van zijn verblijf, en ook het bestaan van familiebanden of culturele en sociale banden met het land van herkomst.
Als een strafzaak wegens het plegen van een misdrijf openstaat en bekendheid met de uitkomst van de strafzaak voor de te nemen beslissing noodzakelijk is, wordt contact opgenomen met het OM. De beslistermijn van zes maanden voor het geven van de beschikking wordt in dat geval schriftelijk met maximaal zes maanden verlengd.
Als een straf geheel of gedeeltelijk, voorwaardelijk of onvoorwaardelijk, door Nederlandse of buitenlandse autoriteiten is kwijtgescholden, wordt daaraan voor de toepassing van deze regels geen zelfstandige betekenis toegekend.
### 1.9.5. Medisch onderzoek
Deze paragraaf bevat algemene beleidsregels met betrekking tot de openbare orde en het algemeen belang bij de verlening, verlenging, wijziging en intrekking van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in [artikel 6 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=6).
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan worden geweigerd door Onze Minister met het oog op het algemeen belang, namelijk bescherming van de volksgezondheid (zie [artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9)).
Als de vreemdeling niet bereid is onderzoek naar of behandeling van tuberculose te ondergaan of daaraan niet meewerkt wordt aangenomen dat het algemeen belang zich verzet tegen verlening van de verblijfsvergunning (zie [artikel 5.35, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.35)).
Deze afwijzingsgrond geldt niet voor vreemdelingen die de nationaliteit bezitten van één van de in [artikel 4.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028815&artikel=4.8) en [4.9 van de RTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028815&artikel=4.9) genoemde landen (zie artikel 5.35, tweede lid, BTU-BES).
Als TBC wordt vastgesteld, is dat op zichzelf geen grond om de aanvraag af te wijzen. Het gaat alleen om de bereidheid een onderzoek naar TBC dan wel behandeling van TBC te ondergaan of daaraan mee te werken.
Deze afwijzingsgrond geldt alleen voor de verlening van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd en niet voor het wijzigen of verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd.
Als de vreemdeling voor het indienen van de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd het onderzoek naar TBC aan de ademhalingsorganen nog niet heeft ondergaan, en daar niet van is vrijgesteld, ondertekent de vreemdeling bij het indienen van de aanvraag om een verblijfsvergunning het TBC-formulier (MBES22). Daarin geeft de vreemdeling aan bereid te zijn een onderzoek naar en, indien nodig, behandeling van TBC te ondergaan. De vreemdeling meldt zich binnen drie maanden na datum aanvraag bij de daarvoor aangewezen instantie. De arts belast met het onderzoek vergelijkt de gegevens in het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling met de gegevens op het TBC-formulier. De arts vult na het onderzoek het formulier in en zendt het naar de IND-unit Caribisch Nederland.
### 1.9.6. Niet voldoen aan de beperking
Aan gratieverlening komt geen betekenis toe. Ook hoeft de veroordeling niet onherroepelijk te zijn. Als hoger beroep is ingesteld tegen een veroordeling in eerste aanleg, of cassatieberoep is ingesteld tegen een veroordeling in hoger beroep, wordt de aanvraag om een verblijfsvergunning afgewezen. Bij een aanvraag voor een verblijfsdoel verband houdend met gezinshereniging of gezinsvorming moet bij de beoordeling van de aanvraag wel rekening worden gehouden met de aard en de hechtheid van de gezinsband van de vreemdeling en de duur van zijn verblijf, en ook het bestaan van familiebanden of culturele en sociale banden met het land van herkomst.
### 1.10. Gevolgen van de afwijzing
Als een straf geheel of gedeeltelijk, voorwaardelijk of onvoorwaardelijk, door Nederlandse of buitenlandse autoriteiten is kwijtgescholden, wordt daaraan voor de toepassing van deze regels geen zelfstandige betekenis toegekend.
Als een vreemdeling geen verblijfsvergunning (meer) heeft en het hem niet is toegestaan de beslissing op de openbare lichamen af te wachten, moet de vreemdeling uit zichzelf de openbare lichamen verlaten binnen een gestelde termijn (zie [artikel 16a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16a)). Mocht de vreemdeling hier geen gehoor aan geven, dan kan hij worden uitgezet (zie [artikel 16 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16)).
### 1.9.5. Medisch onderzoek
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan worden geweigerd door Onze Minister met het oog op het algemeen belang, namelijk bescherming van de volksgezondheid (zie [artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9)).
Als de toelating bij vergunning is geëindigd of de aanvraag tot het verlenen, wijzigen of verlengen van een verblijfsvergunning wordt afgewezen, wordt aangegeven binnen welke termijn de vreemdeling de openbare lichamen moet verlaten. Als regel geldt dat de vreemdeling de openbare lichamen uit eigen beweging binnen vier weken moet verlaten (zie [artikel 16 a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16a)). Bij de bekendmaking van de beschikking wordt dat aan de vreemdeling meegedeeld. Tegen de vertrektermijn kan geen rechtsmiddel worden ingesteld.
Als de aanvraag is afgewezen, de verblijfsvergunning is ingetrokken, dan wel niet is verlengd verlaat de vreemdeling de openbare lichamen onmiddellijk als de beroepstermijn ongebruikt verstrijkt en tijdens die termijn de werking van de beschikking is opgeschort (zie [artikel 16a, tweede lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16a)).
### 1.12. Verlenging en intrekking van de verblijfsvergunning voor (on)bepaalde tijd
### 1.12. Verlenging en intrekking van de verblijfsvergunning voor (on)bepaalde tijd
Als de vreemdeling voor het indienen van de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd het onderzoek naar TBC aan de ademhalingsorganen nog niet heeft ondergaan, en daar niet van is vrijgesteld, ondertekent de vreemdeling bij het indienen van de aanvraag om een verblijfsvergunning het TBC-formulier (zie model MBES22 CTU-BES). Daarin geeft de vreemdeling aan bereid te zijn een onderzoek naar en, indien nodig, behandeling van TBC te ondergaan. De vreemdeling meldt zich binnen drie maanden na datum aanvraag bij de daarvoor aangewezen instantie. De arts belast met het onderzoek vergelijkt de gegevens in het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling met de gegevens op het TBC-formulier. De arts vult na het onderzoek het formulier in en zendt het naar de IND unit Caribisch Nederland.
Een aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning voor (on)bepaalde tijd kan worden afgewezen (zie [artikel 9, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9)):
De aanvraag tot het wijzigen of het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is tijdig ingediend, als de aanvraag is ontvangen uiterlijk op de dag van verloop van de geldigheidsduur (zie [artikel 5.36, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.36)). De aanvraag kan maximaal vier maanden voor het verstrijken van de geldigheidsduur en uiterlijk op de dag van verloop van de geldigheidsduur worden ingediend. De vreemdeling wordt geacht gedurende zijn wijzigingsverzoek dan wel verlengingsverzoek rechtmatig in de openbare lichamen te verblijven.
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan worden verlengd met ingang van de dag waarop de vreemdeling heeft aangetoond dat hij aan alle voorwaarden voldoet, maar niet eerder dan met ingang van de dag na die waarop de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning waarvoor verlenging is gevraagd, afloopt (zie [artikel 7, vijfde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7)).
Als de aanvraag later is ontvangen en de termijnoverschrijding de vreemdeling niet kan worden toegerekend, dan kan de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden verlengd met ingang van de dag na die waarop de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning waarvoor verlenging is gevraagd afloopt (zie artikel 5.36, eerste lid, BTU-BES en artikel 7, zesde lid, WTU-BES).
De vraag of de te late ontvangst van de aanvraag aan de vreemdeling is toe te rekenen, wordt van geval tot geval beoordeeld. Als uitgangspunt geldt dat de vreemdeling zelf de volledige verantwoordelijkheid draagt voor tijdige indiening van de verlengingsaanvraag.
Onderstaande omstandigheden kunnen niet worden aangemerkt als verschoonbare redenen voor termijnoverschrijding:
Als de te late indiening van de aanvraag of de te late verstrekking van de noodzakelijke gegevens of bescheiden niet aan de vreemdeling toe te rekenen is, wordt gebruik gemaakt van de bevoegdheid om de verblijfsvergunning te verlengen in aansluiting op de verlopen vergunning.
Als de aanvraag tot verlenging niet op de uiterste datum is ingediend, maar wel binnen zes maanden na afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning, moet de aanvraag wel als een verlengingsaanvraag worden behandeld. Alle vereiste documenten moeten ook binnen die termijn zijn overgelegd (zie [artikel 5.38 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.38)). De aanvraag wordt in dat geval niet afgewezen wegens het ontbreken van een geldige mvv en ook niet als de vreemdeling weigert een onderzoek naar en zonodig behandeling aan TBC te ondergaan (artikel 5.38, lid 1, BTU-BES).
Bovengenoemde geldt niet als de vreemdeling:
Als de aanvraag wordt ingewilligd dan is de ingangsdatum de datum waarop de verlengingsaanvraag is ingediend, tenzij het de vreemdeling niet is toe te rekenen dat de aanvraag te laat is ingediend (zie artikel 7, zesde lid, WTU-BES). Er ontstaat een onderbreking in het verblijfsrecht van de vreemdeling wat gevolgen heeft voor de opbouw van de verdere verblijfsrechten. Als de te late indiening van de aanvraag of de te late verstrekking van de noodzakelijke gegevens of bescheiden niet aan de vreemdeling toe te rekenen is, wordt gebruik gemaakt van de bevoegdheid om de verblijfsvergunning te verlengen in aansluiting op de verlopen verblijfsvergunning.
De niet-tijdig ingediende aanvraag tot het wijzigen of tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt gelijkgesteld met een aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd (zie artikel 5.36, tweede lid, BTU-BES). Dat is het geval als de verlengingsaanvraag na zes maanden, na verloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning, is ingediend. Betrokkene heeft in die periode geen verblijfsrecht. Betrokkene moet de afhandeling van de aanvraag in het buitenland afwachten. Als positief op de aanvraag is beslist verkrijgt betrokkene weer toelating tot verblijf in de zin van [artikel 6 van de WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=6). Hiervan kan worden afgeweken als niet door het toedoen van de aanvrager zelf pas op een later moment dan de zes maanden termijn een aanvraag kan worden ingediend.
### 1.12.2. Wijzigen verblijfsdoel van de verblijfsvergunning
Een tijdig ingediende aanvraag tot het wijzigen van het verblijfsdoel van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt getoetst als een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het gewijzigde doel. De [artikelen 5.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.30) en [5.35 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.35) zijn niet van toepassing (zie [artikel 5.37 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.37)). Als de aanvraag is ontvangen uiterlijk op de dag voor de dag waarop de geldigheidsduur van de oorspronkelijke vergunning verstrijkt is er sprake van voortgezet verblijf. De aanvraag wordt in dat geval niet afgewezen wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf en ook niet als de vreemdeling weigert een onderzoek naar en zonodig behandeling aan TBC te ondergaan.
De aanvraag wordt beoordeeld aan de hand van het recht zoals dat gold op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen en niet op het tijdstip waarop de geldigheidsduur van de oorspronkelijke vergunning afliep.
Een aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt op grond van [artikel 14, onder c, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=14) niet afgewezen, als de vreemdeling niet of niet langer beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding en naar het oordeel van Onze Minister heeft aangetoond dat hij niet of niet meer in het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding kan worden gesteld (zie artikel 5.39 BTU-BES). Wat geldt voor het verlenen van de verblijfsvergunning (zie paragraaf 1.9.2) geldt ook voor de verlenging van de verblijfsvergunning. Als eerder bij de verlening van een verblijfsvergunning het ontbreken van een geldig document voor grensoverschrijding niet is tegengeworpen, moet bij de wijzigings- of verlengingsaanvraag beoordeeld worden of de vreemdeling inmiddels wel in het bezit kan worden gesteld van een geldig document voor grensoverschrijding of daarvan wederom kan worden vrijgesteld. De situatie kan namelijk zijn gewijzigd.
Een aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt op grond van artikel 14, onder c, WTU-BES niet afgewezen, als de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden die tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag tot het verlenen of verlengen zouden hebben geleid, als er sinds de verlening, verlenging of wijziging van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd een periode van twaalf jaar is verstreken (zie [artikel 5.40 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.40)). Na verloop van twaalf jaren wegen de belangen van de overheid niet op tegen de belangen van de vreemdeling, namelijk voortzetting van het verblijf in de openbare lichamen. De periode van twaalf jaar wordt berekend vanaf de (op onjuiste of onvolledige gegevens gebaseerde) beslissing tot het verlenen, wijzigen of verlengen van de verblijfsvergunning.
Volgens [artikel 5.41 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.41) wordt de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet op grond van artikel 14, onder d, WTU-BES afgewezen, als de vreemdeling en degene bij wie hij als gezinslid in het kader van gezinshereniging of gezinsvorming verblijft gezamenlijk zelfstandig en duurzaam beschikken over een bruto-inkomen als bedoeld in [artikel 5.33 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.33) (zie paragraaf 1.9.3).
De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verleend onder een beperking verband houdend met de vervolging van mensenhandel, wordt niet afgewezen op grond van artikel 14, onder e, van de WTU-BES, om de enkele reden dat een beslissing tot niet vervolging of niet verdere vervolging van de verdachte is genomen, als de vreemdeling tegen die beslissing schriftelijk beklag heeft gedaan bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba en op dat beklag nog niet is beslist. Hiermee wordt beoogd om het slachtoffer of de getuige-aangever van mensenhandel een verblijfsvergunning voor de duur van het opsporings- en vervolgingsonderzoek in feitelijke aanleg te verlenen.
De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, verleend onder de beperking het verrichten van arbeid in loondienst, wordt niet op grond van [artikel 14, onder c, d, e, van de WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=14) afgewezen als de vreemdeling voor een periode van korter dan één jaar beschikt over arbeid in loondienst waarmee voldoende zelfstandige middelen van bestaan geworven wordt. De verblijfsvergunning wordt dan verlengd tot aan de periode waarin de vreemdeling beschikt over de arbeid (zie [artikel 5.43 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.43)).
### 1.12.3. Gronden intrekking
Volgens [artikel 14 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=14) kan de verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd door Onze Minister worden ingetrokken, bij een met reden omklede beslissing, in de volgende gevallen:
De gedraging van de vreemdeling moet voldoende ernstig zijn, daarom worden alleen misdrijven in aanmerking genomen. De sanctie moet voldoende zwaar zijn. Als de misdraging als een overtreding gekwalificeerd wordt of buiten het strafrecht afgedaan wordt, blijft de misdraging buiten beschouwing. De vraag of een bepaalde misdraging een misdrijf of een overtreding is, is afhankelijk van de desbetreffende wetgeving. Als het vonnis nog niet onherroepelijk is, of als de strafzaak nog openstaat, wordt contact opgenomen met het OM. Bij de berekening van de norm (drie maanden of langer) wordt alleen het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straf meegeteld. In geval van meerdere veroordelingen worden de onvoorwaardelijke gedeelten bij elkaar opgesteld, als de verblijfsduur vijf jaren of korter is.
Als een straf geheel of gedeeltelijk, voorwaardelijk of onvoorwaardelijk, door Nederlandse of buitenlandse autoriteiten is kwijtgescholden, wordt daaraan voor de toepassing van deze regels geen zelfstandige betekenis toegekend.
Strafbare feiten die buiten het Koninkrijk zijn gepleegd of bestraft, worden ook betrokken bij de beoordeling van het gevaar voor de openbare orde als het strafbare feiten naar het recht van de openbare lichamen zijn. Dat geldt ook als het strafbare feit naar buitenlands recht een overtreding, maar naar het recht van de openbare lichamen een misdrijf is. Of het feit naar het recht van de openbare lichamen een misdrijf is wordt beoordeeld aan de hand van de strafbepalingen in het [Wetboek van Strafrecht BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570) (op dit moment het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen) of de bijzondere strafwetten van de openbare lichamen. De vreemdeling verschaft zelf alle relevante gegevens en bescheiden met betrekking tot de strafbare feiten en de afdoening. Er wordt met het OM contact opgenomen voor de vraag welke straf in de openbare lichamen voor het strafbare feit zou worden gevorderd.
Gedacht kan worden aan de volgende situaties, waarbij opgemerkt wordt dat deze lijst niet uitputtend is:
Van vergaande behoeftigheid is bijvoorbeeld sprake als de vreemdeling tot bedelarij en/of landloperij (geen onderkomen) is vervallen.
De verblijfsvergunning wordt ingetrokken als niet wordt voldaan aan de beperking waaronder de vergunning is verleend of een voorschrift dat aan de vergunning is verbonden.
Gedacht kan worden aan de volgende situaties waarbij opgemerkt wordt dat deze lijst niet uitputtend is:
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd die is verleend onder de beperking gezinshereniging of gezinsvorming, wordt niet ingetrokken op de enkele grond dat de samenwoning tijdelijk is verbroken, als de vreemdeling de persoon bij wie verblijf is toegestaan wegens gewelddaden heeft verlaten. Dit geldt niet als sinds de verbreking van de samenwoning een jaar is verstreken (zie [artikel 5.44 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.44)).
Verblijfsbeëindiging blijft achterwege als het in strijd komt met een ieder verbindende verdragsbepaling of de gevolgen wegens de bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding met de beleidsregel te dienen doel. De verblijfsvergunning kan in die gevallen ambtshalve gewijzigd worden wegens de veranderde omstandigheden. Als wordt vastgesteld dat er bij de verlening, verlenging of wijziging van een verblijfsvergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt of relevante gegevens zijn achtergehouden, wordt de zaak bezien op aangifte van een strafbaar feit bij het OM.
### 1.12.3.1. Besluit tot intrekking
Voordat tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt overgegaan moet de vreemdeling in de gelegenheid gesteld worden om zijn zienswijze naar voren te brengen. Als de vreemdeling onvindbaar is kan de IND unit Caribisch Nederland direct tot intrekking van de verblijfsvergunning overgaan.
Het besluit om een verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd in te trekken moet:
### 1.12.3.2. Voortzetting verblijf na intrekking verblijfsvergunning
De aanvraag van de vreemdeling wiens verblijfsvergunning is ingetrokken, maar waarbij de aanvraag nog is ontvangen binnen de redelijke termijn van zes maanden na de datum waarop de intrekkingsbeschikking is bekendgemaakt, wordt getoetst aan de voorwaarden voor voortzetting van verblijf. Het valt onder de categorie **‘niet-tijdig maar binnen de redelijke termijn’**. De aanvraag is slechts tijdig als deze is ingediend vóór het tijdstip tot wanneer de verblijfsvergunning is ingetrokken. Als de verblijfsvergunning is ingetrokken tot en met de datum waarop zij is verleend, kan betrokkene per definitie niet tijdig een verlengingsaanvraag indienen. De aanvraag wordt in deze gevallen aangemerkt als een aanvraag om eerste toelating.
### 2. De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd
### 2.1. Algemeen
De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd wordt slechts verleend op aanvraag en ontstaat niet van rechtswege. De vreemdeling moet aan de hiervoor gestelde voorwaarden voldoen. Op het tijdstip van indiening of beoordeling van de aanvraag moet aan de voorwaarden worden voldaan. Er wordt niet ambtshalve getoetst of de vreemdeling op enig moment in het verleden aanspraak zou hebben gemaakt op de verblijfsvergunning als die destijds zou zijn aangevraagd. De afwijzing van de aanvraag betekent niet dat er sprake is van verblijfsbeëindiging.
Het is de houder van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd toegestaan voor onbepaalde tijd in de openbare lichamen te verblijven. Aan deze verblijfsvergunning worden geen beperkingen en voorschriften verbonden en deze hoeft niet te worden verlengd (zie [artikel 7, negende lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7)). Een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd mag arbeid verrichten, zonder dat een TWV is vereist.
### 2.2. Systematiek
De gronden waarop de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd afgewezen kunnen worden, komen overeen met de afwijzingsgronden voor het verlenen of verlengen van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd (zie [artikel 9, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9)).
[Artikel 5.45 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.45) vormt een nadere invulling van de afwijzingsgronden zoals opgenomen in artikel 9, eerste lid, WTU-BES. Er zijn twee situaties te onderscheiden:
[Artikel 5.45, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.45) stelt dat de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd wordt verleend aan de vreemdeling direct voorafgaand aan de aanvraag of op het moment van de beslissing op de aanvraag gedurende een ononderbroken periode van tenminste vijf jaren houder is van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor een niet-tijdelijk doel, als de vreemdeling:
Als een houder van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet aan de onder a tot en met f genoemde voorwaarden voldoet wordt de aanvraag afgewezen.
Bepalend is de vraag of de vreemdeling al dan niet toelating van rechtswege heeft gehad gedurende een ononderbroken periode van ten minste vijf jaren. Als dit zo is, dan wordt de vergunning voor onbepaalde tijd verleend.
Als de vreemdeling in afwachting is van een beslissing op een aanvraag om verlening, wijziging of verlenging van een verblijfsvergunning dan is er sprake van een formeel beperkt verblijfsrecht. Hangende bezwaar of beroep tegen de weigering een verblijfsvergunning te verlenen, verlengen, wijzigen of een intrekking van een verblijfsvergunning is er ook sprake van een formeel beperkt verblijfsrecht. Als de verblijfsvergunning uiteindelijk wordt verleend, verlengd, gewijzigd dan wel dat de intrekking van de verblijfsvergunning ongedaan wordt gemaakt en deze perioden uiteindelijk worden bestreken door een verblijfsvergunning tellen deze alsnog mee.
De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd kan worden verleend aan de vreemdeling die direct voorafgaand aan de aanvraag of op het moment van de beslissing op de aanvraag gedurende een ononderbroken periode van ten minste vijf jaren toelating van rechtswege heeft en die voldoet aan de voorwaarden a tot en met d zoals hierboven genoemd (zie artikel 5.45 BTU-BES).
In het geval dat een vreemdeling onjuiste gegevens dan wel essentiële gegevens heeft achtergehouden die hebben geleid tot de onterechte afgifte van een bewijs van toelating van rechtswege is bepalend of de vreemdeling toelating van rechtswege heeft gehad gedurende een ononderbroken periode van ten minste vijf jaren.
Als aan de bovengenoemde voorwaarden niet wordt voldaan wordt de aanvraag afgewezen.
### 2.3. Intrekking van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd
Volgens [artikel 14 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=14) kan de verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd door Onze Minister worden ingetrokken, bij een met reden omklede beslissing, in de volgende gevallen:
Zie paragraaf 1.12.3 van dit hoofdstuk voor de toelichting op de intrekkingsgronden.
[Artikel 5.46 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.46) stelt dat de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd niet wordt ingetrokken met toepassing van [artikel 14 onder b of d WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=14). Reden hiervoor is gelegen in de versterking van de rechtspositie van de vreemdeling die in de openbare lichamen verblijft op basis van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd.
Zoals uit het bovengenoemde blijkt zijn de gronden voor intrekking van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd en onbepaalde tijd aan elkaar gelijk afgezien van [artikel 14 onderdeel e WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=14). In [artikel 7, lid 9, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7) staat dat geen beperkingen en voorschriften verbonden worden aan de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Daarom staat eveneens in [artikel 5.46 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.46) dat de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd niet wordt ingetrokken met toepassing van artikel 14 onder e WTU-BES.
### 3. Procedurele bepalingen
### 3.1. De mvv-aanvraag
Op grond van [artikel 9 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9) kan een aanvraag tot het verlenen van verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in[artikel 7 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7) worden afgewezen als de vreemdeling niet beschikt over een geldige mvv die overeenkomt met het verblijfsdoel waarvoor de verblijfsvergunning is aangevraagd. Het beschikken over een geldige mvv is één van de voorwaarden voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd.
De aanvraag om afgifte van een mvv wordt getoetst aan de voorwaarden die worden gesteld met het oog op het verlenen van een verblijfsvergunning voor de openbare lichamen. De verplichting om vóór de komst naar de openbare lichamen een mvv aan te vragen, stelt de overheid in staat te onderzoeken of de vreemdeling aan alle voor toelating gestelde vereisten voldoet, zonder daarbij door diens aanwezigheid in de openbare lichamen voor een voldongen feit te worden geplaatst.
De aanvraag om afgifte van een mvv leidt, na verstrekking van de machtiging, tot afgifte van een visum voor het Koninkrijk der Nederlanden Caribisch gebied.
In artikel 9, derde lid, WTU-BES en [artikel 5.30 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.30) is een aantal categorieën aanvragen om verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 7 WTU-BES benoemd, die niet worden afgewezen wegens het ontbreken van een geldige mvv.
De mvv is in [artikel 1, onder e, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=1) omschreven als een visum voor de toegang tot een openbaar lichaam voor verblijf van meer dan drie maanden. Een vreemdeling die langer dan drie maanden in de openbare lichamen wil moet in het algemeen in het bezit zijn van een geldig document voor grensoverschrijding voorzien van een geldige mvv.
Een mvv kan worden aangevraagd:
Indien in het land van herkomst of bestendig verblijf geen Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging aanwezig is, kan de mvv in persoon worden aangevraagd bij:
De mvv wordt verstrekt door:
Een land van bestendig verblijf is een land waar de vreemdeling gerechtigd is om langer dan drie maanden te verblijven op grond van enige verblijfstitel. Hierbij is niet vereist dat de vreemdeling al gedurende drie maanden feitelijk in dat land verbleven heeft op het moment dat de aanvraag om een mvv wordt ingediend. Wel zal op het moment van indiening van de aanvraag, dan wel op het moment waarop wordt beslist op de aanvraag, sprake moeten zijn van nog ten minste drie maanden rechtmatig verblijf om te kunnen spreken van bestendig verblijf.
Van bestendig verblijf kan sprake zijn in de volgende gevallen:
De algemene uitgangspunten dat het verblijf rechtmatig moet zijn (naar maatstaven van het betreffende land) en voor een periode langer dan drie maanden, zijn hierop steeds van toepassing. Als het handhaven van de termijn van meer dan drie maanden rechtmatig verblijf tot onredelijke gevolgen zal leiden, kan in voorkomende gevallen een kortere termijn volstaan, als er maar geen sprake is van het omzeilen van de mvv-procedure of het oneigenlijk gebruik van de mvv-procedure.
In ieder geval zal geen bestendig verblijf worden aangenomen indien de vreemdeling in het bezit is van een toeristen- of zakenvisum.
Het bestendig verblijf moet door de vreemdeling aangetoond worden met officiële documenten, afgegeven door de autoriteiten van het land waar de vreemdeling verblijft. Uit deze documenten zal telkens moeten blijken dat de vreemdeling daar rechtmatig verblijft, en voor welke periode.
Ingevolge [artikel 2h WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2h) beslist Onze Minister binnen drie maanden na ontvangst van een aanvraag om verlenging of wijziging van een machtiging tot voorlopig verblijf. Onze Minister kan deze termijn verlengen met ten hoogste drie maanden. De termijn kan verlengd worden als naar het oordeel van Onze Minister voor de beoordeling van de aanvraag advies van of onderzoek door derden nodig is.
Een aanvraag tot het verlenen van een mvv wordt door de vreemdeling ingediend bij de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging. De vreemdeling wacht de uitkomst van de aanvraag tot het verlenen van een mvv af in het land van herkomst of bestendig verblijf.
Indien de vreemdeling beschikt over een referent in de openbare lichamen, kan de referent een aanvraag indienen tot het verlenen van een mvv aan de vreemdeling (referentprocedure). De mvv-aanvraag wordt ingediend bij de IND-unit Caribisch Nederland. Gelet op de ratio van het mvv-vereiste dient de vreemdeling zich ook gedurende de beoordeling van de door de referent ingediende aanvraag buiten de openbare lichamen te bevinden.
De mvv is in [artikel 1, onder e, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=1) omschreven als een visum voor de toegang tot een openbaar lichaam voor verblijf van meer dan drie maanden.
### 3.1.1. Aanvraagprocedure mvv ingediend door de vreemdeling
De aanvraag om een mvv wordt ingediend door dit formulier ingevuld en voorzien van de gevraagde gegevens en bescheiden in persoon te retourneren aan de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging. Immers de aanvraag dient in beginsel altijd in persoon te worden ingediend. De vreemdeling toont zijn identiteit aan. Vervolgens wordt door de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging bezien of betrokkene de vereiste gegevens en bescheiden heeft overgelegd.
Voor zover de door de vreemdeling te verstrekken gegevens en bescheiden moeten worden aangevuld, wordt hij eenmaal in de gelegenheid gesteld de aanvraag binnen twee weken aan te vullen. De IND-unit Caribisch Nederland wordt bij het doorsturen van de aanvraag door de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging geïnformeerd over de datum waarop de herstel verzuim periode van twee weken is ingegaan.
In voorkomende gevallen kan de vreemdeling ook worden verzocht zich in persoon bij de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging aan te melden om een mondelinge toelichting op zijn aanvraag te geven.
Na ommekomst van de termijn voor het aanvullen van de aanvraag, wordt door de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging bezien of de aldaar overgelegde buitenlandse bewijsstukken betreffende de staat van personen authentiek zijn, en of deze (voor zover vereist) zijn gelegaliseerd of geapostilleerd. Verder wordt door de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging bezien of ambtshalve feiten en omstandigheden bekend zijn die zich verzetten tegen afgifte van de mvv en of de leges zijn voldaan, dan wel herstel verzuim daarvoor is geboden. Daarna wordt de aanvraag doorgezonden naar de IND-unit Caribisch Nederland, onder mededeling van alle relevante feiten en omstandigheden.
Na ontvangst van de aanvraag gaat de IND-unit Caribisch Nederland aan de hand van de door de vreemdeling verstrekte gegevens na of een (in de openbare lichamen woonachtige) referent bekend is. Als dat het geval is, dan wordt (behoudens bijzondere omstandigheden) de referent door de IND-unit Caribisch Nederland schriftelijk in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken de vereiste gegevens en bescheiden in te dienen. Als de referent van deze gelegenheid geen gebruik maakt, of niet alle gevraagde stukken overlegt, wordt hem éénmaal een hersteltermijn van twee weken verleend. Na ommekomst van de hersteltermijn beziet de IND-unit Caribisch Nederland of de gevraagde documenten zijn overgelegd, en of deze documenten in orde zijn. Zonodig vindt onderzoek plaats naar de inhoud of authenticiteit van de overgelegde stukken.
De IND-unit Caribisch Nederland beoordeelt de aanvraag en stelt zo nodig nader onderzoek in naar de door de vreemdeling en/of referent aangeleverde informatie.
De IND-unit Caribisch Nederland besluit vervolgens of de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging gemachtigd kan worden om de mvv af te geven. De wettelijke beslistermijn voor een mvv-aanvraag is drie maanden (zie [artikel 2h WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2h)). Indien nodig kan Onze Minister deze termijn verlengen met ten hoogste drie maanden.
In geval van een inwilliging wordt de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging gemachtigd om een mvv af te geven. De IND-unit Caribisch Nederland stuurt de machtiging naar de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging en maakt deze tevens bekend aan de referent. De diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging nodigt de vreemdeling uit om in persoon te verschijnen ten behoeve van de afgifte van de mvv. De vreemdeling moet zijn document voor grensoverschrijding meebrengen, zodat de mvv in dat document kan worden aangebracht. De vreemdeling moet binnen drie maanden na ontvangst van de machtiging van de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging door de IND-unit Caribisch Nederland, verschijnen voor de afgifte van de mvv ([artikel 2e, eerste lid, van de WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2e)).
Als de aanvraag niet wordt ingewilligd, stuurt de IND-unit Caribisch Nederland de afwijzende beslissing naar de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging, die de beschikking bekendmaakt aan de vreemdeling. De referent ontvangt een afschrift van de beschikking.
Als zowel de referent als de vreemdeling zich in het buitenland bevinden, kan door de vreemdeling een mvv worden aangevraagd. De referent moet dan wel aantonen dat de vreemdeling na binnenkomst in de openbare lichamen zal beschikken over voldoende middelen van bestaan.
### 3.1.2. Aanvraagprocedure mvv ingediend door de referent
Een in de openbare lichamen verblijvende referent kan ten behoeve van een vreemdeling in het buitenland een mvv aanvragen. Gelet op de ratio van het mvv-vereiste mag de vreemdeling zich ook gedurende de beoordeling van een door de referent ingediende aanvraag om een mvv niet in de openbare lichamen te bevinden.
De referent kan de aanvraag indienen door het daartoe bestemde formulier ingevuld en voorzien van de gevraagde gegevens en bescheiden te retourneren aan IND unit Caribisch Nederland. Als de referent bij het indienen van de aanvraag niet alle gevraagde gegevens en bescheiden heeft overgelegd, wordt de referent éénmaal een hersteltermijn van twee weken verleend.
Na ommekomst van de hersteltermijn beziet de IND unit Caribisch Nederland of de gevraagde gegevens en bescheiden zijn overgelegd, en of deze in orde zijn.
De IND unit Caribisch Nederland neemt vervolgens een beslissing op de aanvraag.
Als niet wordt voldaan aan de toelatingsvoorwaarden voor het gevraagde verblijfsdoel ontvangt de referent een negatieve beschikking.
Als wordt voldaan aan de toelatingsvoorwaarden voor het gevraagde verblijfsdoel, machtigt de IND unit Caribisch Nederland onder voorbehoud de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging om de mvv af te geven. Dit voorbehoud houdt in, dat door nader onderzoek door de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging naar de authenticiteit van de originele buitenlandse bewijsstukken betreffende de staat van personen en van het document voor grensoverschrijding, de identiteit van de vreemdeling komt vast te staan en dat zich ook verder geen feiten of omstandigheden voordoen die zich tegen de afgifte van de mvv verzetten.
Verder wordt de referent op de hoogte gebracht van de positieve beslissing omtrent de afgifte van een mvv, onder vermelding van het voorbehoud. De referent wordt erop gewezen dat de vreemdeling, ter verkrijging van een mvv, zich moet wenden tot de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van zijn land van herkomst of bestendig verblijf. De vreemdeling wordt niet ambtshalve van de beslissing op de hoogte gebracht.
Bij de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging wordt onderzocht of de dan door de vreemdeling te overleggen originele buitenlandse bewijsstukken betreffende de staat van personen en het document voor grensoverschrijding, die door de referent in kopie bij de IND unit Caribisch Nederland zijn overgelegd, authentiek zijn en of deze (voor zover vereist) daadwerkelijk zijn gelegaliseerd of geapostilleerd.
Als het onderzoek de authenticiteit van de desbetreffende documenten bevestigt en zich ook overigens geen feiten of omstandigheden voordoen die zich tegen de afgifte van de mvv verzetten, wordt de mvv afgegeven.
Als uit dit onderzoek blijkt dat de betreffende documenten niet authentiek zijn of als zich feiten en omstandigheden voordoen die zich tegen de afgifte van de mvv verzetten, kan de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging aan de IND unit Caribisch Nederland een verzoek om heroverweging doen onder vermelding van alle relevante feiten en omstandigheden. Als daarvoor aanleiding is, kan de IND unit Caribisch Nederland vervolgens de inwilligende beschikking intrekken en een nieuwe beslissing nemen op de aanvraag.
### 3.1.3. Afgifte mvv
De mvv wordt afgegeven door de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het buitenland. De mvv kan alleen worden afgegeven na de kennisgeving van de IND unit Caribisch Nederland. Deze machtiging is drie maanden geldig te rekenen vanaf de datum van dagtekening van het bericht van de IND unit Caribisch Nederland aan de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging om een mvv te verstrekken. Binnen die drie maanden moet de vreemdeling de mvv hebben afgehaald. Als de vreemdeling zich niet binnen drie maanden bij de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging heeft vervoegd voor de afgifte van de mvv, zal een nieuwe aanvraag om een mvv moeten worden ingediend. Als de afgifte van de mvv plaats heeft gevonden binnen die drie maanden, heeft de vreemdeling vervolgens drie maanden, vanaf datum afgifte mvv, om naar de openbare lichamen te reizen.
Voordat de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging tot afgifte van de mvv overgaat, vindt een identiteitscontrole plaats. De vreemdeling moet zijn identiteit genoegzaam aantonen.
### 3.1.4. Samenloop aanvraagprocedures
Het mvv-vereiste geldt niet voor aanvragen om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd om redenen verband houdend met bescherming (zie [artikel 12a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a)) en voor aanvragen om een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd.
Als een vreemdeling een aanvraag heeft ingediend om verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd om redenen verband houdend met bescherming, kan hij geen aanvraag om toelating doen op andere gronden dan voorzien bij artikel 12a WTU-BES zolang niet onherroepelijk is beslist op de aanvraag om toelating verband houdend met artikel 12a WTU-BES.
### 3.1.5. Mvv en verlening verblijfsvergunning bepaalde tijd
De houder van een geldige mvv moet zich binnen drie werkdagen na binnenkomst in de openbare lichamen in persoon aanmelden bij de korpschef (zie [artikel 6.45 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.45)). Door de korpschef wordt in het geldige document voor grensoverschrijding van de vreemdeling of op een afzonderlijk inlegblad een aantekening gesteld omtrent het voldoen aan de aanmeldingsplicht (zie [artikel 6.25, eerste lid, onder a, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.25)). Op de sticker ‘Aantekeningen Toezicht’ wordt door de korpschef de datum van aanmelding en het nummer van het paspoort ingevuld achter de tekst ‘aangemeld op (datum)’.
Voor het indienen van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd moet de vreemdeling zich melden bij de IND-unit Caribisch Nederland. Aan de houder van een geldige mvv kan, uit het oogpunt van rechtszekerheid, alleen in uitzonderlijke gevallen een verblijfsvergunning worden geweigerd. Hiervan is sprake als blijkt dat niet aan de voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is voldaan. Uitzonderlijke gevallen zijn in ieder geval situaties waarin de vreemdeling:
Er is geen sprake van een uitzonderlijk geval als degene bij wie de vreemdeling verblijf beoogt na afgifte van de mvv alleen vanwege een latere aanscherping van het middelenvereiste niet meer voldoet aan het middelenvereiste.
### 3.2. De aanvraag om een verblijfsvergunning voor (on)bepaalde tijd
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als ook de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd wordt op aanvraag verleend. Dit geldt ook voor het verlengen van de al verleende verblijfsvergunning dan wel het wijzigen van de beperking van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd.
Een vreemdeling kan met een brief een aanvraag en eventuele vervolgprocedures intrekken. Uit de brief moet duidelijk blijken welke (vervolg)procedure wordt ingetrokken.
Een vreemdeling, zijn wettelijk vertegenwoordiger of gevolmachtigde kunnen een aanvraag en eventuele vervolgprocedures schriftelijk middels ondertekening intrekken. Het moet duidelijk zijn welke aanvraag of vervolgprocedure wordt ingetrokken. Indien dat niet duidelijk is moet de IND-unit Caribisch Nederland dit schriftelijk navragen. Voorts informeert de IND-unit Caribisch Nederland de politie over het beëindigen van de procedure.
De intrekking moet plaatsvinden middels model MBES35.
Een herhaalde aanvraag kan op grond van [artikel 8 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=8) worden afgewezen. Deze aanvraag kan zich in verschillende vormen voordoen.
In het geval dat de vreemdeling schriftelijk aan het bestuursorgaan verzoekt om terug te komen op een besluit dat in rechte onaantastbaar is geworden, dan moet dit verzoek aangemerkt als een herhaling van de eerdere aanvraag. Het verzoek is immers dat alsnog een verblijfsvergunning wordt verleend, zonder dat een nieuwe aanvraag wordt ingediend en nieuwe feiten en omstandigheden worden vermeld. Van de bevoegdheid om terug te komen op een rechtens onaantastbaar geworden besluit, wordt geen gebruik gemaakt.
In het geval dat de vreemdeling een nieuwe aanvraag indient na een geheel of gedeeltelijk afwijzende beschikking, dan moeten deze nieuwe feiten en omstandigheden worden vermeld. Er is sprake van nieuwe feiten en omstandigheden als die:
Wanneer geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden worden vermeld, kan de aanvraag worden afgewezen onder verwijzing naar de eerdere afwijzende beschikking. De aanvrager hoeft niet in de gelegenheid te worden gesteld de aanvraag inhoudelijk dan wel procedureel aan te vullen (zie artikel 8, tweede lid, WTU-BES). Als in het bezwaarschrift, gericht tegen de afwijzing van de herhaalde aanvraag, nieuwe feiten of omstandigheden worden aangevoerd vormt dat geen reden om het bezwaarschrift gegrond te verklaren. Deze nieuwe feiten en omstandigheden zijn immers niet aangevoerd bij de herhaalde aanvraag en doen daarom niet af aan de juistheid van de verkorte afdoening van de aanvraag. Dit kan voor de vreemdeling wel aanleiding zijn om een nieuwe aanvraag om een verblijfsvergunning in te dienen. Hiervoor moet wel opnieuw leges worden betaald.
Als er verzocht wordt om heroverweging van een in rechte onaantastbaar geworden beschikking wordt de vreemdeling eerst in de gelegenheid gesteld om aan de formele vereisten voor het indienen van een aanvraag te voldoen. Aan de vreemdeling wordt een termijn gegeven om het verzuim te herstellen. Als daarna nog steeds niet aan de formele vereisten wordt voldaan, kan de aanvraag buiten behandeling worden gesteld. Als de voor de aanvraag verschuldigde leges niet zijn betaald, kan de aanvraag bovendien buiten behandeling worden gesteld op grond van [artikel 7, derde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7). Als de vreemdeling wel voldoet aan de formele vereisten voor het indienen van de aanvraag, dan is het kopje ‘herhaalde aanvraag’ in deze paragraaf van toepassing.
### 3.2.1. De vereisten voor het indienen van de aanvraag
De aanvraag wordt altijd schriftelijk ingediend.
De aanvraag moet in persoon worden ingediend ([artikel 5.49, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.49)).
De vreemdeling kan tijdens kantooruren langs gaan bij een loket van de IND-unit Caribisch Nederland om een aanvraag om een verblijfsvergunning in te dienen.
Als de vreemdeling rechtens de vrijheid is ontnomen wordt de aanvraag om een verblijfsvergunning ingediend op de plaats waar de vrijheidsontneming ten uitvoer wordt gelegd (MBES34). Zie artikel 5.49, tweede lid, BTU-BES. De korpschef neemt de aanvraag in ontvangst en zendt haar door naar de IND-unit Caribisch Nederland. De relevante stukken worden met de aanvraag meegezonden. De IND-unit Caribisch Nederland beslist op de aanvraag en stelt de korpschef in kennis van de inhoud van de beslissing.
De aanvraag tot verlening, verlenging, vervanging of vernieuwing van een verblijfsvergunning wordt schriftelijk ingediend door middel van een formulier, waarvan het model bij ministeriële regeling is vastgesteld ([artikel 7, lid 2, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7) en [artikel 5.47, lid 1, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.47)). Als de aanvraag niet is ingediend middels het juiste aanvraagformulier kan de aanvraag onder omstandigheden buiten behandeling worden gesteld.
De ingediende aanvraag tot het verlenen, het wijzigen of het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan ook betrekking hebben op de inwonende kinderen die jonger zijn dan twaalf jaar (zie artikel 5.47, lid 2, BTU-BES). Deze kinderen worden zelf niet in het bezit gesteld van een verblijfsdocument.
Een aanvraagformulier kan worden verkregen bij de IND-unit Caribisch Nederland of anders via de website https://www.rijksdienstcn.com/immigratie-naturalisatie.
De aanvraag wordt ondertekend door de vreemdeling zelf of door een wettelijk vertegenwoordiger. Hieronder wordt verstaan: ouder, voogd of curator. Een advocaat of een zaakwaarnemer is dus geen wettelijk vertegenwoordiger. De aanvraag tot het verlenen, wijzigen of verlengen van een verblijfsvergunning kan namelijk mede betrekking hebben op de inwonende kinderen die jonger zijn dan twaalf jaar (artikel 5.47, lid 2, BTU-BES). De vreemdeling die namens een minderjarig kind een aanvraag indient, moet aantonen de wettelijke vertegenwoordiger van het kind te zijn. Als bij de aanvraag dat niet is aangetoond, dan moet de vreemdeling de gelegenheid worden geboden om dit alsnog binnen een termijn van twee weken aan te tonen. Als na deze twee weken het gebrek nog niet is hersteld, dan moet de aanvraag buiten behandeling worden gesteld. De aanvraag voldoet immers niet aan (een van) de vormvereisten.
De aanvraag bevat in ieder geval de naam en het adres van de vreemdeling, de dagtekening van de aanvraag. Bij ontvangst van de aanvraag wordt aangetekend op welke datum de aanvraag is ontvangen.
### 3.3. Aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd
De vreemdeling geeft op het aanvraagformulier aan welke verblijfsvergunning hij wenst te verkrijgen en voor welk verblijfsdoel hij in de openbare lichamen wenst te verblijven (zie [artikel 5.48, lid 1, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.48)).
Als de vreemdeling aangeeft op grond van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd zonder beperking in de openbare lichamen te willen verblijven, dan moet hij in de gelegenheid worden gesteld om de aanvraag nader aan te vullen met een concreet verblijfsdoel. Ook moet hij de aanvraag nader met gegevens en bescheiden onderbouwen. De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt niet zonder beperking verleend, maar altijd onder een beperking die verband houdt met een specifiek verblijfsdoel (zie [artikel 5.2 BTU BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2)).
Per aanvraag wordt één verblijfsdoel aangegeven. De verblijfsdoelen zijn genoemd in [artikel 5.2, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2). Als de vreemdeling aangeeft voor meerdere verblijfsdoelen in de openbare lichamen te verblijven, dan moet hij voor ieder gewenst verblijfsdoel een aparte aanvraag indienen. Per aanvraag moet de vreemdeling leges betalen.
Als de vreemdeling na de indiening van de aanvraag aangeeft verblijf in de openbare lichamen voor een ander doel te wensen, moet hij hiervoor een nieuwe aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd indienen (zie [artikel 5.48, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.48)). Op de aanvraag moet worden beschikt zoals zij is ingediend en er mag niet iets anders worden toegewezen of afgewezen dan is aangevraagd. Alleen als redelijkerwijs niet van wijziging van het verblijfsdoel kan worden gesproken, hoeft geen nieuwe aanvraag te worden ingediend. Dit is bijvoorbeeld het geval als eerst verblijf bij een ongehuwde partner wordt beoogd en men vervolgende gedurende de behandeling van de aanvraag trouwt.
Als de vreemdeling de eerdere ingediende aanvraag wenst in te trekken dan worden de leges die de vreemdeling hiervoor heeft betaald niet teruggegeven.
Zolang geen onherroepelijke beslissing is genomen op de aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verband houdend met bescherming tegen terugzending, kan de vreemdeling geen aanvraag om toelating doen op andere gronden dan genoemd in [artikel 12a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a) (zie [artikel 5.48, lid 2, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.48)).
### 3.4. Onderbouwende gegevens en bescheiden
Bij de indiening van de aanvraag legt de vreemdeling een geldig document voor grensoverschrijding over en verstrekt hij de gegevens en bescheiden waarmee wordt aangetoond dat hij voldoet aan de voorwaarden (zie [artikel 5.50, lid 1, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.50)). Uitgangspunt is dat de vreemdeling een complete aanvraag indient. De vreemdeling draagt de verantwoordelijkheid om zich op de hoogte te stellen welke gegevens nodig zijn.
Als de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, legt hij, voorzover mogelijk, gegevens en bescheiden over, waarmee wordt aangetoond dat hij vanwege de regering van het land waarvan hij onderdaan is, niet of niet meer in het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding kan worden gesteld. In dat geval legt hij gegevens of bescheiden over omtrent zijn identiteit en nationaliteit (zie artikel 5.50, lid 2, BTU-BES).
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
Een vreemdeling die twaalf jaar of ouder is moet bij een aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd een antecedentenverklaring ondertekenen. Deze verklaring is geïntegreerd in het aanvraagformulier. In het geval dat de vreemdeling dit gedeelte van het aanvraagformulier niet kan ondertekenen, moet worden onderzocht waarom hij dit niet kan. Als er sprake is van antecedenten, dan moet de vreemdeling documenten overleggen die betrekking hebben op deze antecedenten (bijvoorbeeld proces-verbaal, vonnis). Als de vreemdeling de redenen niet aangeeft of de documenten die betrekking hebben op zijn antecedenten niet overlegt, kan de aanvraag om procedurele redenen worden afgewezen (zie [artikel 5.47, derde lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.47)).
Alle buitenlandse documenten/verklaringen moeten zijn gelegaliseerd dan wel geapostilleerd, afhankelijk van het land dat het stuk afgeeft. De vreemdeling moet hier zelf voor zorgen.
### 3.5. Specifieke bepalingen procedure verblijfsvergunning (on)bepaalde tijd
In de openbare lichamen zijn loketten van de IND-unit Caribisch Nederland aanwezig waar de vreemdeling een aanvraag om een verblijfsvergunning kan indienen. De vreemdeling kan via de website en brochures nagaan waar hij zich moet melden en hoe de procedure werkt. De vreemdeling kan ook langs gaan bij het loket van de IND-unit Caribisch Nederland voor informatie over de procedure. Aan het loket van de IND-unit Caribisch Nederland wordt dan een afspraak met de vreemdeling gemaakt voor het indienen van zijn aanvraag om een verblijfsvergunning.
De identiteit van de vreemdeling moet worden vastgesteld aan de hand van de vereiste brondocumenten zoals aangegeven in de basisadministratie persoonsgegevens en aan het loket worden de overgelegde documenten op echtheid beoordeeld
De IND-unit Caribisch Nederland verstrekt aan de vreemdeling na de indiening van een aanvraag tot verlening dan wel wijziging van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd de sticker ‘verblijfsaantekeningen openbare lichamen algemeen’ (MBES46).
De sticker wordt afgegeven voor een duur die één maand korter is dan de geldigheidsduur van het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling met een maximum van zes maanden. De sticker bevat naast de aantekening over het rechtmatig verblijf ook informatie over de toegang tot de arbeidsmarkt (zie [artikel 7, eerste lid, WTU BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7)).
De IND-unit Caribisch Nederland maakt van alle door de vreemdeling overgelegde originele stukken kopieën.
Het verkrijgen van het aanvraagformulier verlenging geldigheidsduur verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
Een aanvraagformulier kan worden verkregen bij de IND-unit Caribisch Nederland of anders via de website https://www.rijksdienstcn.com/immigratie-naturalisatie.
De vreemdeling moet hiervoor langs bij het loket van de IND-unit Caribisch Nederland. Aan het loket wordt een afspraak gemaakt met de vreemdeling voor het indienen van zijn aanvraag.
De vreemdeling die na het verstrijken van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd in de openbare lichamen mag blijven om de beslissing op de verlengingsaanvraag af te wachten kan een sticker ‘verblijfsaantekeningen openbare lichamen algemeen’ (MBES46) krijgen waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt. Dit geldt ook voor de vreemdeling die in afwachting is van een beslissing op een door hem ingediende aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. De sticker bevat ook informatie over de toegang tot de arbeidsmarkt (zie artikel 7, eerste lid, WTU-BES).
Na bekendmaking van de inwilligende beschikking door de IND-unit Caribisch Nederland aan de vreemdeling, moet aan de vreemdeling een verblijfsdocument worden verstrekt waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt.
### 3.6. Leges
De Sédula wordt afgegeven door Burgerzaken. Voor afgifte van de Sédula moet de vreemdeling zich in persoon melden bij Burgerzaken en daar de originele beschikking tonen waarbij de verblijfsvergunning is verleend. Het verblijfsdocument wordt alleen in persoon aan de vreemdeling uitgereikt. Een eventuele eerder afgegeven Sédula moet dan worden ingeleverd. Als de vreemdeling minderjarig is, moet het verblijfsdocument door de wettelijke vertegenwoordiger in het bijzijn van de minderjarige in ontvangst worden genomen.
Bij vermissing van de Sédula moet hiervan aangifte worden gedaan bij Burgerzaken. De reden hiervan is dat de Sédula wordt afgegeven door Burgerzaken.
De identiteit van de vreemdeling moet worden vastgesteld aan de hand van de vereiste brondocumenten zoals aangegeven in de basisadministratie persoonsgegevens en aan het loket worden de overgelegde documenten op echtheid beoordeeld
De vreemdeling is leges verschuldigd voor de afdoening van een aanvraag tot het verlenen, wijzigen of verlengen van een verblijfsvergunning. Daarnaast kan aan de vreemdeling ook leges worden gevraagd voor de afgifte van het document zelf ([artikel 7, lid 3, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7)).
De vreemdeling moet voor een aanvraag leges betalen. Als hij meer dan één aanvraag indient, dan moet hij voor iedere afzonderlijke aanvraag leges betalen. De leges moeten betaald worden ongeacht de beslissing op de aanvraag. Als de vreemdeling de leges niet betaalt, dan wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld of het document niet afgegeven ([artikel 7, lid 3, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7)).
Als de vreemdeling één aanvraag indient mede ten behoeve van zijn minderjarige kinderen, dan moet voor ieder minderjarig kind ook leges worden betaald. Het totale bedrag moet in één keer worden voldaan.
Voor het afdoen van aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning met het oog op gezinshereniging kunnen twee legestarieven van toepassing zijn: een standaardtarief en een gezinstarief. Het gezinstarief is van toepassing als meerdere aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor gezinshereniging voor verblijf bij dezelfde hoofdpersoon, gelijktijdig worden ingediend. In het geval dat twee of meer vreemdelingen gelijktijdig een aanvraag indienen tot het verlenen van een verblijfsvergunning met het oog op gezinshereniging met een in de openbare lichaam verblijvende persoon, één van de aanvragers het standaardtarief moet betalen en de andere aanvragers het gezinstarief.
Een vreemdeling die een aanvraag indient tot het verlenen van een verblijfsvergunning onder een beperking gezinshereniging kan ontheven worden van de verplichting tot het betalen van leges. De vreemdeling moet een gerechtvaardigd beroep doen op artikel 8 EVRM. De hoofdpersoon bij wie de vreemdeling verblijf beoogd moet zijn financiële situatie met bewijsstukken aantonen. Hij moet aantonen dat hij niet over middelen beschikt om de leges te voldoen en dat hij de afgelopen drie jaren alles heeft gedaan om over de vereiste middelen te kunnen beschikken. Daarnaast moet hij ook aantonen dat hij op korte termijn niet zelf zal kunnen beschikken over de middelen om de leges te kunnen voldoen of door anderen in zijn omgeving. De vreemdeling moet bij het indienen van de aanvraag stukken overleggen waaruit dat blijkt. Als de vreemdeling zich beroept op vrijstelling van de leges maar bij de aanvraag geen stukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat hij de leges niet kan betalen, dan wordt hem herstel verzuim geboden. Als de vreemdeling vervolgens geen stukken overlegt dan wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld.
Het legestarief voor de afdoening van een aanvraag tot het verlengen van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is vastgelegd in de [RTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028815).
### 3.6.1. Restitutie leges
Als gelijktijdig aanvragen worden gedaan tot het verlengen en het wijzigen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, zijn voor de afdoening van de aanvraag tot het verlengen van de vergunning geen leges verschuldigd. Alleen voor de afdoening van de aanvraag tot het wijzigen van de vergunning moet de aanvrager leges betalen.
Als gelijktijdig aanvragen worden gedaan tot het verlengen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd en het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, dan moet de vreemdeling alleen de leges voor de afdoening van de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd betalen.
De vreemdeling is leges verschuldigd voor de afdoening van een aanvraag tot het verlenen, wijzigen of verlengen van een verblijfsvergunning. Daarnaast kan aan de vreemdeling ook leges worden gevraagd voor de afgifte van het document zelf ([artikel 7, lid 3, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7)).
### 3.7. Behandeling van de aanvraag
### 3.7.3. Rechtmatig verblijf hangende besluitvorming
Als de vreemdeling na het indienen van de aanvraag besluit om de aanvraag in te trekken, de aanvraag is afgewezen of buiten behandeling gesteld, dan worden de leges niet terugbetaald.
Een vreemdeling die een aanvraag indient tot het verlenen van een verblijfsvergunning onder een beperking gezinshereniging kan ontheven worden van de verplichting tot het betalen van leges. De vreemdeling moet een gerechtvaardigd beroep doen op artikel 8 EVRM. De hoofdpersoon bij wie de vreemdeling verblijf beoogd moet zijn financiële situatie met bewijsstukken aantonen. Hij moet aantonen dat hij niet over middelen beschikt om de leges te voldoen en dat hij de afgelopen drie jaren alles heeft gedaan om over de vereiste middelen te kunnen beschikken. Daarnaast moet hij ook aantonen dat hij op korte termijn niet zelf zal kunnen beschikken over de middelen om de leges te kunnen voldoen of door anderen in zijn omgeving. De vreemdeling moet bij het indienen van de aanvraag stukken overleggen waaruit dat blijkt. Als de vreemdeling zich beroept op vrijstelling van de leges maar bij de aanvraag geen stukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat hij de leges niet kan betalen, dan wordt hem herstel verzuim geboden. Als de vreemdeling vervolgens geen stukken overlegt dan wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld.
Het legestarief voor de afdoening van een aanvraag tot het verlengen van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is vastgelegd in de [RTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028815).
### 3.7.5. Bekendmaking
Het bieden van herstel verzuim is niet nodig als van te voren al vast staat dat de vreemdeling niet aan een bepaalde inhoudelijke voorwaarde voldoet.
De herstel verzuim termijn kan worden verlengd. Hiervoor moeten wel goede redenen aanwezig zijn. De vreemdeling moet dit schriftelijk verzoeken. In dit verzoek moet hij gemotiveerd aangeven waarom hij een langere termijn nodig heeft om het verzuim te herstellen.
### 3.7.2. Beslistermijn
De beschikking op de aanvraag moet worden gegeven uiterlijk binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag (zie [artikel 3 lid 3 WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455&artikel=3)). De wettelijke beslistermijn begint op de dag van ontvangst van de aanvraag en eindigt op het moment dat de beslissing op een voorgeschreven wijze aan de vreemdeling bekend is gemaakt.
### 3.7.2. Beslistermijn
Als de vreemdeling na het indienen van de aanvraag besluit om de aanvraag in te trekken, de aanvraag is afgewezen of buiten behandeling gesteld, dan worden de leges niet terugbetaald.
### 3.7. Behandeling van de aanvraag
### 3.7.4. Bevoegdheid
Alle beslissingen met betrekking tot de inwilliging, de afwijzing of buitenbehandelingstelling van aanvragen tot het verlenen, verlengen of wijzigen van verblijfsvergunningen, en intrekking daarvan, worden door of namens Onze Minister genomen.
Het bieden van herstel verzuim is niet nodig als van te voren al vast staat dat de vreemdeling niet aan een bepaalde inhoudelijke voorwaarde voldoet.
De herstel verzuim termijn kan worden verlengd. Hiervoor moeten wel goede redenen aanwezig zijn. De vreemdeling moet dit schriftelijk verzoeken. In dit verzoek moet hij gemotiveerd aangeven waarom hij een langere termijn nodig heeft om het verzuim te herstellen.
De termijn voor het indienen van een beroep- of bezwaarschrift vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt ([artikel 16, lid 1,2 en 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455&artikel=16) en [artikel 56, lid 1,2 en 4 van de WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455&artikel=56)).
De beschikking wordt bekend gemaakt door toezending naar het laatst bekende adres van de vreemdeling ([artikel 5.52, lid 4, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.52)).
In de beschikking wordt de vreemdeling gewezen op het instellen van rechtsmiddelen. Bij minderjarige kinderen geldt het adres van de wettelijk vertegenwoordiger. Als de vreemdeling niet op het bij de IND-unit Caribisch Nederland bekende adres woont en hij heeft verzuimd een adreswijziging door te geven, dan moet de beschikking naar het laatst bekende adres, zoals blijkt uit de basisadministratie persoonsgegevens, worden toegezonden. De beschikking is op deze wijze op voorgeschreven wijze bekend gemaakt.
Gevallen waarin de originele beschikking in persoon wordt uitgereikt.
Wordt een beschikking gegeven waarbij aan de vreemdeling (voortzetting van) verblijf wordt toegestaan, geheel of gedeeltelijk in overeenstemming met een door hem ingediende aanvraag, dan moet de vreemdeling zich in persoon met de originele beschikking melden bij Burgerzaken voor uitreiking van het verblijfsdocument.
Als de vreemdeling zich buiten het openbare lichaam bevindt dan wordt de beschikking bekendgemaakt na zijn aankomst in het openbaar lichaam (zie artikel 5.52, lid 3, BTU-BES).
### 3.7.5.2. Weigering verlenging en wijziging beperking
Als verblijfsdocument in de zin van [artikel 7, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7) wordt aangemerkt de Sédula. De Sédula wordt afgegeven door Burgerzaken. Gelet hierop dient bij vermissing van de Sédula dan ook aangifte te worden gedaan bij Burgerzaken.
Voor afgifte van de Sédula moet de vreemdeling zich in persoon melden bij Burgerzaken en daar de originele beschikking tonen waarbij de verblijfsvergunning is verleend. Het verblijfsdocument wordt alleen in persoon aan de vreemdeling uitgereikt. Een eventuele eerder afgegeven Sédula moet dan worden ingeleverd. Als de vreemdeling minderjarig is, moet het verblijfsdocument door de wettelijke vertegenwoordiger in het bijzijn van de minderjarige in ontvangst worden genomen.
### 3.7.5.2. Weigering verlenging en wijziging beperking
### 3.8.2. In behandeling zijnde verzoeken
Van deze beschikking wordt niet afzonderlijk kennis gegeven als tevens verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning wordt geweigerd of de vergunning wordt ingetrokken.
Gevallen waarin de originele beschikking in persoon wordt uitgereikt.
Wordt een beschikking gegeven waarbij aan de vreemdeling (voortzetting van) verblijf wordt toegestaan, geheel of gedeeltelijk in overeenstemming met een door hem ingediende aanvraag, dan moet de vreemdeling zich in persoon met de originele beschikking melden bij Burgerzaken voor uitreiking van het verblijfsdocument.
Een op het tijdstip van inwerkingtreding van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) geldige verblijfstitel, verklaring van verblijf van rechtswege of een verklaring, inhoudende dat de Landsverordening toelating en uitzetting niet op de houder ervan van toepassing is, afgegeven door of namens de Minister van Justitie van de Nederlandse Antillen, wordt op dat tijdstip met inachtneming van het tweede tot en met het vijfde lid van artikel II van de WTU-BES van rechtswege aangemerkt als een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, dan wel verklaring van verblijf van rechtswege, op grond van de WTU-BES.
Een vergunning tot tijdelijk verblijf met als beperking een woonplaats, gelegen op Bonaire, Sint Eustatius of Saba, wordt, onder handhaving van de beperkingen en de geldigheidsduur, aangemerkt als een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571), met dien verstande dat de beperking met betrekking tot de woonplaats geacht wordt te zijn opgeheven.
Bij de eerstvolgende aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur moet de vreemdeling op het aanvraagformulier het verblijfsdoel aangeven dat overeenkomt met het verblijfsdoel waarvoor de aan vergunning tot tijdelijk verblijf destijds aan hem is verleend. De aanvraag om verlenging wordt vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) getoetst aan de vanaf dat tijdstip geldende de voorwaarden voor verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het betreffende verblijfsdoel.
### 3.8.2. In behandeling zijnde verzoeken
Een verklaring van verblijf van rechtswege, waarvan een vreemdeling houder is, met als beperking een woonplaats, gelegen op Bonaire, Sint Eustatius of Saba, wordt, onder handhaving van de voorwaarden waaronder de verklaring is verstrekt en de geldigheidsduur, aangemerkt als een verklaring van verblijf van rechtswege als bedoeld in de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571), met dien verstande dat de daaraan verbonden voorwaarde met betrekking tot de woonplaats wordt geacht te zijn opgeheven.
Een verklaring, inhoudende dat de Landsverordening toelating en uitzetting niet op de houder ervan van toepassing is, wordt, indien een vreemdeling daarvan de houder is en deze op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet woonplaats heeft op Bonaire, Sint Eustatius of Saba, aangemerkt als een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, afgegeven op grond van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571).
Van deze beschikking wordt niet afzonderlijk kennis gegeven als tevens verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning wordt geweigerd of de vergunning wordt ingetrokken.
Een op het tijdstip van inwerkingtreding van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) in behandeling zijnd verzoek tot het verlenen, wijzigen of verlengen van een vergunning tot tijdelijk verblijf wordt aangemerkt als een aanvraag tot het verlenen, wjzigen of verlengen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van de WTU-BES.
Een op het tijdstip van inwerkingtreding van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) in behandeling zijnd verzoek tot het verlenen van een vergunning tot verblijf wordt aangemerkt als een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd op grond van de WTU-BES.
### 3.8.3. Voortgezet verblijf na vijf jaar
Een op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet in behandeling zijnd verzoek tot het verstrekken van een verklaring, inhoudende dat de Landsverordening toelating en uitzetting niet van toepassing is, ingediend bij de gezaghebber van Bonaire, Sint Eustatius of Saba, wordt aangemerkt als een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd op grond van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571).
### 3.8.4. Verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd na vijf jaar
Een vergunning tot verblijf met als beperking een woonplaats, gelegen op Bonaire, Sint Eustatius of Saba, wordt aangemerkt als een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571), met dien verstande dat daaraan verbonden beperkingen en voorschriften worden geacht te zijn opgeheven.
Gedurende vijf jaar na inwerkingtreding van het [BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599) wordt de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd in het kader van ‘voortgezet verblijf’ (zoals opgenomen in [artikel 5.2, lid 1 sub e, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2)) verleend aan de vreemdeling die:
### 3.8.4. Verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd na vijf jaar
### 3.8.2. In behandeling zijnde verzoeken
De aanvraag wordt beoordeeld aan de hand van het recht zoals dat gold op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen en niet op het tijdstip waarop de geldigheidsduur van de oorspronkelijke vergunning afliep (zie [artikel 5.51 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.51)).
Een op het tijdstip van inwerkingtreding van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) in behandeling zijnd verzoek tot het verlenen van een vergunning tot verblijf wordt aangemerkt als een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd op grond van de WTU-BES.
Een op het tijdstip van inwerkingtreding van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) in behandeling zijnd verzoek tot het verstrekken van een verklaring van verblijf van rechtswege, ingediend bij de gezaghebber van Bonaire, Sint Eustatius of Saba, wordt aangemerkt als een aanvraag tot het verstrekken van een verklaring van verblijf van rechtswege op grond van de WTU-BES.
In [artikel 5.20 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.20) is geregeld in welke gevallen en onder welke voorwaarden een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend voor arbeid in loondienst, als er geen afwijzingsgronden van toepassing zijn. Als aan één of meer van de in artikel 5.20 BTU-BES genoemde verblijfsvoorwaarden niet is voldaan, of wanneer een algemene weigeringsgrond (zie [artikel 9 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9)) van toepassing is, is Onze Minister niet verplicht doch wel bevoegd de verblijfsvergunning te verlenen. De gevallen waarin van de bevoegdheid om de verblijfsvergunning te verlenen gebruik wordt gemaakt, worden aangegeven in de CTU-BES.
Gelet op artikel 5.20, eerste lid, BTU-BES wordt, met inachtneming van een aantal procedurele bepalingen, de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met het verrichten van arbeid in loondienst verleend aan de buitenlandse werknemer:
### 3.8.3. Voortgezet verblijf na vijf jaar
[Artikel 5.21 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.21) bepaalt dat geen verblijfsvergunning wordt verleend voor het verrichten van arbeid, hetzij in loondienst, hetzij als zelfstandige, die geheel of gedeeltelijk bestaat uit het verrichten van seksuele handelingen of het verlenen van seksuele diensten.
De [Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437) kent een aantal uitzonderingen op de verplichte arbeidsmarkttoets (zie bijvoorbeeld [artikel 8, derde lid, Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437&artikel=8)). In die gevallen kan een TWV worden verleend zonder toetsing aan prioriteitgenietend aanbod op de arbeidsmarkt.
Onze Minister is verantwoordelijk voor de verlening van een verblijfsvergunning op grond van het bepaalde bij en krachtens de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571).
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is verantwoordelijk voor het beleid met betrekking tot de toelating tot de arbeidsmarkt van de openbare lichamen op grond van de [Wet arbeid vreemdelingen BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437) (Wav BES). Hij heeft de uitvoering van de Wav BES gedelegeerd aan de RCN-unit Sociale Zaken en Werkgelegenheid in de openbare lichamen.
Op grond van [artikel 2, eerste lid, Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437&artikel=2), is het een werkgever verboden een vreemdeling in de openbare lichamen arbeid te laten verrichten zonder dat de werkgever in het bezit is van een geldige TWV.
Op grond van de WTU-BES wordt getoetst of aan de voorwaarden voor verlening van de gevraagde verblijfsvergunning is voldaan.
Op grond van de Wav BES wordt getoetst of aan de voorwaarden voor verlening van een TWV is voldaan door de werkgever waarvoor de vreemdeling arbeid wil gaan verrichten.
De procedures die op grond van de WTU-BES en de Wav BES moeten worden gevolgd hangen zeer nauw met elkaar samen en de beslissingen op de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd en de aanvraag om verlening van een TWV beïnvloeden elkaar. Daarom is een nauwe samenwerking tussen de diensten die deze regelingen uitvoeren van belang.
### 1.2. Meerdere werkgevers
Het werkgeversbegrip verwijst niet naar een juridische verhouding, gebaseerd op een arbeidsovereenkomst of aanstelling, maar naar de feitelijke situatie, waarbij een vreemdeling feitelijk arbeid verricht in opdracht van of voor een ander. Als gevolg van het brede werkgeversbegrip kunnen zich situaties voordoen dat een vreemdeling voor hetzelfde werk meerdere werkgevers heeft (uitzendarbeid, aanneming van werk). Met hetzelfde werk wordt hier letterlijk bedoeld hetzelfde werk (dus niet hetzelfde soort werk of dezelfde soort functie bij meerdere werkgevers). Als één van de werkgevers al beschikt over een TWV voor het betreffende werk, hoeven andere werkgevers geen TWV aan te vragen (zie voorbeeld 1). Als de vreemdeling meerdere werkgevers heeft als gevolg van het feit dat hij ook meerdere banen heeft, geldt dat elk van de werkgevers over een TWV moet beschikken voor de werkzaamheden die de vreemdeling voor die betreffende werkgever verricht (zie voorbeeld 2).
**Luciano verricht arbeid als metselaar bij bouwbedrijf A dat hem heeft ingeleend van bouwbedrijf B.**
**Bouwbedrijf B heeft in beginsel de TWV voor de tewerkstelling van Luciano bij bouwbedrijf A. Als bouwbedrijf B de TWV niet heeft, moet bouwbedrijf A de TWV aanvragen.**
**Luciano verricht arbeid als metselaar bij bouwbedrijf A voor 3 dagen in de week. Daarnaast verricht hij werkzaamheden als metselaar bij bouwbedrijf B voor 2 dagen in de week. Beide bouwbedrijven moeten in dit geval een TWV hebben.**
**Luciano werkt bij een ICT-bedrijf dat hem bij verschillende werkgevers opdrachten laat uitvoeren. Het ICT-bedrijf moet beschikken over een TWV, op basis waarvan Luciano bij verschillende klanten opdrachten in de ICT-sector mag uitvoeren.**
### 2. Buitenlandse werknemers voor wie een TWV is vereist
### 2.1. Verblijfsvoorwaarden
De voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst zijn (zie [artikel 5.20 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.20)):
De van TWV-plicht vrijgestelde categorieën worden beschreven in [artikel 7 Besluit uitvoering Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=7).
Als er geen voor arbeid geldige verblijfsvergunning is aangevraagd, is dat een dwingende grond om een TWV te weigeren op grond van [artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d, Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437&artikel=8).
Andersom zal een aanvraag voor verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd of verlenging daarvan worden afgewezen als de vreemdeling arbeid verricht zonder dat voor die arbeid een TWV is verleend (zie [artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9) en [artikel 5.20, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.20)).
### 2.2. Vereiste bescheiden
De vreemdeling moet de volgende bescheiden overleggen:
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
### 2.3. Procedure bij het loket van de IND-unit Caribisch Nederland (1-loket procedure)
Van belang is de volgorde waarin de aanvragen worden ingediend en de volgorde waarin daarop wordt beslist. Ook is het belangrijk dat de bij de beslissingen betrokken instanties informatie met elkaar uitwisselen over de bij hen ingekomen aanvragen en hun beslissingen daarop. Hierdoor wordt voorkomen dat er een vicieuze cirkel ontstaat. Om deze reden is in de openbare lichamen een 1-loket procedure ingericht.
Om de doelmatigheid en de snelheid van de afhandeling van aanvragen om toelating en om een TWV te bevorderen en om een goede afstemming van de werkprocessen bij de IND-unit Caribisch Nederland en de RCN-unit SZW te waarborgen, kunnen aanvragen om een mvv /verblijfsvergunning én om een TWV bij het loket van de IND-unit Caribisch Nederland worden ingediend.
### 2.3.1. 1-loket procedure
De werkgever vraagt ten behoeve van de vreemdeling die in de openbare lichamen arbeid in loondienst wil gaan verrichten, bij het loket van de IND-unit Caribisch Nederland zoveel mogelijk gelijktijdig een TWV én een mvv voor het verrichten van arbeid in loondienst aan. Als de vreemdeling niet mvv-plichtig is, dient de werkgever bij het loket een aanvraag om een TWV in en dient de vreemdeling, zoveel mogelijk gelijktijdig, een aanvraag in om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst. Als de vreemdeling zelf de aanvraag om een mvv indient bij de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in zijn land van herkomst of bestendig verblijf, wordt deze aanvraag ter afhandeling doorgezonden naar de IND-unit Caribisch Nederland. Na ontvangst van deze mvv-aanvraag wordt de werkgever door de IND-unit Caribisch Nederland uitgenodigd om bij het loket een TWV-aanvraag in te dienen.
De formulieren voor het aanvragen van een TWV, een mvv en een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd zijn in ieder geval verkrijgbaar bij het loket van de IND-unit Caribisch Nederland. In de aanvraagformulieren staan welke gegevens en bescheiden bij het indienen van de aanvraag overgelegd moeten worden.
Bij het indienen van een aanvraag moet het formulier:
De IND-unit Caribisch Nederland stuurt de TWV-aanvraag ter behandeling door naar de RCN-unit SZW. Deze voert een arbeidsmarkttoets uit en neemt een beslissing op de aanvraag om een TWV. Vervolgens wordt deze beslissing dan wel de TWV doorgestuurd naar de IND-unit Caribisch Nederland.
Zodra de beslissing op de TWV-aanvraag bij de IND-unit Caribisch Nederland bekend is, neemt IND-unit Caribisch Nederland een beslissing op de aanvraag om een mvv of een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. Als de aanvraag om een TWV is afgewezen, wordt ook de aanvraag om een verblijfsvergunning afgewezen. Als de aanvraag om een TWV is ingewilligd, wordt in de regel ook de aanvraag om een mvv of verblijfsvergunning ingewilligd. Dit laatste hoeft echter niet per se het geval te zijn. Het kan voorkomen dat de aanvraag om een TWV is ingewilligd, maar dat niet aan alle voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt voldaan.
Uitzondering: als meteen al duidelijk is dat de mvv of verblijfsvergunning moet worden geweigerd, ongeacht of er wel of geen TWV wordt verleend, wordt de aanvraag om een mvv of verblijfsvergunning direct afgewezen en wordt niet gewacht op de beslissing van de RCN-unit SWZ op de aanvraag om een TWV. Hierbij moet met name worden gedacht aan gevallen waarin de aanvraag om een mvv of verblijfsvergunning wordt afgewezen wegens gevaar voor de openbare orde. De RCN-unit SZW wordt zo snel mogelijk van de beslissing op de aanvraag om een mvv of verblijfsvergunning in kennis gesteld, vanwege de te nemen beslissing op de TWV-aanvraag.
De beslissingen op de aanvragen om een TWV en om een mvv/verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden beide in beginsel bekendgemaakt door uitreiking in persoon van de beschikkingen aan het loket van de IND-unit Caribisch Nederland. In beginsel vindt dit zoveel mogelijk gelijktijdig plaats (zie voor regels over bekendmaking van besluiten hoofdstuk 3, paragraaf 3.7.6)
Als een werkgever een vreemdeling arbeid laat verrichten in de zin van de [Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437), zonder dat hij in het bezit is van de vereiste TWV, wordt vermoed dat die vreemdeling gedurende tenminste zes maanden werkzaam is geweest voor die werkgever (zie [artikel 20 Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437&artikel=20)). Met behulp van dit rechtsvermoeden kan een vreemdeling een loonvordering instellen. Voor het doorlopen van deze procedure in de openbare lichamen wordt aan de illegale vreemdeling echter geen verblijf toegestaan.
### 2.3.2. Procedure gezinsleden bij het loket van de IND-unit Caribisch Nederland
Aanvragen om een mvv in het kader van gezinshereniging met een arbeidsmigrant worden eveneens bij het loket van de IND-unit Caribisch Nederland ingediend als:
Het gelijktijdig afdoen van de aanvraag om toelating van gezinsleden door het loket van de IND-unit Caribisch Nederland, samen met die van de hoofdaanvrager, is verder alleen mogelijk:
Aanvragen verband houdend met adoptie en opname als pleegkind worden niet gelijktijdig met de aanvraag van de hoofdaanvrager afgehandeld.
Voor gezinsleden gelden daarnaast de in [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=3&z=2019-10-01&g=2019-10-01) neergelegde toepasselijke voorwaarden, waaronder de voorwaarden inzake legalisatie en verificatie van documenten.
Gezinsleden van arbeidsmigranten zijn niet vrij op de arbeidsmarkt. Als zij willen werken, moet de werkgever beschikken over een TWV.
### 2.4. Samenhang beslissing aanvraag TWV en verblijfsvergunning
Voor verblijf in de openbare lichamen verband houdend met het verrichten van arbeid in loondienst moet de werkgever van de vreemdeling beschikken over een TWV en de vreemdeling over een verblijfsvergunning. De beslissing op de aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd enerzijds en de beslissing op de aanvraag om een TWV anderzijds beïnvloeden elkaar.
Met de beslissing op de aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt gewacht totdat op de aanvraag om een TWV is beslist. Wordt de TWV verleend dan zal als regel ook de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden verleend, als ook aan de overige voorwaarden wordt voldaan.
Mogelijke situaties:
De afwijzing van de aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is een dwingende weigeringsgrond voor een TWV (zie [artikel 8, eerste lid onder e, Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437&artikel=8)). Door, als dat mogelijk is, direct op de aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd te beslissen wordt de ongewenste situatie voorkomen dat achteraf het verblijf moet worden ontzegd aan een vreemdeling, die inmiddels op grond van een aan de werkgever op diens aanvraag verleende TWV arbeid in loondienst is gaan verrichten. Er wordt direct op een aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd beslist als sprake is van de weigeringsgronden van [artikel 9 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9):
In afwachting van de beslissing op de aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst plaatst de IND-unit Caribisch Nederland een verblijfsaantekening in het paspoort of identiteitsbewijs van de vreemdeling.
Als de aanvraag om een TWV wordt geweigerd voordat op de aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is beslist, wordt als regel ook een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst geweigerd.
De TWV wordt verleend
Een vreemdeling, die naar de openbare lichamen komt om arbeid in loondienst te verrichten, vraagt een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst aan bij de IND-unit Caribisch Nederland. In de periode, gelegen tussen verlening van een TWV en de beslissing op de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning, is het de vreemdeling toegestaan de arbeid te verrichten waarvoor de TWV is afgegeven. Zolang geen beslissing op de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning is genomen, wordt hij daarom niet uit de openbare lichamen verwijderd. De verlening van een TWV betekent dat met de komst van een vreemdeling een wezenlijk belang is gediend. De verblijfsvergunning zal dan ook in principe worden verleend, tenzij één van de weigeringsgronden van artikel 9 WTU-BES van toepassing is.
Een weigering de geldigheidsduur te verlengen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd of de intrekking ervan en ook intrekking van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd vormt op grond van [artikel 10, onder b, Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437&artikel=10) een dwingende reden voor intrekking van de TWV.
Om in aanmerking te komen voor een TWV voor het verrichten van arbeid in loondienst of arbeid in loondienst als praktikant toetst de RCN-unit SZW of de vreemdeling met de voorgenomen arbeid een salaris zal ontvangen dat:
Om in aanmerking te komen voor een TWV voor het verrichten van arbeid in loondienst als stagiair toetst de RCN-unit SZW of de vreemdeling een stagevergoeding ontvangt van minimaal 50% van het bruto minimumloon, genoemd in artikel 9 van de Wet minimumlonen BES, na aftrek van de daarop in te houden loonheffing.
Als in de hiervoor genoemde gevallen ten behoeve van de vreemdeling een TWV is afgegeven, is daarmee ook aangetoond dat is voldaan aan het vereiste om zelfstandig te beschikken over voldoende middelen van bestaan (zie [artikel 5.33 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.33)). De in [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=3&z=2019-10-01&g=2019-10-01) genoemde bewijsstukken inkomsten uit arbeid in loondienst hoeven dan niet overgelegd te worden.
### 2.5. Geldigheidsduur: relatie met de TWV
Een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst wordt verleend voor een duur die maximaal gelijk is aan de duur van de TWV (zie [artikel 5.27 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.27)).
Een TWV wordt voor bepaalde tijd afgegeven (zie [artikel 7 Wav-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437&artikel=7)). In normale gevallen is de geldigheidsduur van een TWV gelijk aan de duur van het arbeidscontract. De maximale geldigheidsduur van een TWV is drie jaar. Er kan daarna (ook door dezelfde werkgever, ten behoeve van dezelfde werknemer en voor hetzelfde werk) wel een nieuwe TWV worden aangevraagd en verleend. De maximale geldigheidsduur van de verblijfsvergunning met als verblijfsdoel het verrichten van arbeid in loondienst is daarom drie jaar. Dit komt overeen met de maximale duur waarvoor een TWV kan worden afgegeven. De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning kan daarna telkens worden verlengd met de duur van daarop volgende tewerkstellingen.
Het is van belang dat de ingangsdatum van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd zo veel mogelijk gelijk is aan de ingangsdatum van de TWV. Is dat niet zo, dan moet tijdig (d.w.z. voor afloop van de TWV waarvan verlening wordt beoogd), contact worden opgenomen met het loket van de IND unit Caribisch Nederland om verlenging van de verblijfsvergunning aan te vragen, als dat mogelijk is.
Arbeid in loondienst is een niet-tijdelijk verblijfsdoel (zie [artikel 5.3, derde lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.3)).
### 2.6. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 2.6.1. Beperking
Als aan de hierboven in 2.1 genoemde voorwaarden wordt voldaan, wordt de verblijfsvergunning verleend onder de beperking ‘arbeid in loondienst bij ............ (naam werkgever)’.
### 2.6.2. Arbeidsmarktaantekening
Op de verblijfsvergunning staat in beginsel de aantekening: ’arbeid in loondienst alleen toegestaan indien de werkgever beschikt over TWV’. (Zie [artikel 6.17, derde lid, onder b, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.17)).
Als een vreemdeling voor een ander doel dan het verrichten van arbeid in loondienst wordt toegelaten, wordt ook een arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument geplaatst. Deze aantekening is afhankelijk van het doel waarvoor verblijf is toegestaan. In de desbetreffende hoofdstukken staat welke arbeidsmarktaantekening dan geldt.
### 2.6.3. Voorschrift
Aan de verlening van de verblijfsvergunning worden de volgende voorschriften verbonden:
Het uitgangspunt is dat een solvabele derde een natuurlijk persoon is.
Bij verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst, moet de schriftelijke garantstelling worden ondertekend door de werkgever, mits deze solvabel is.
Bij verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd in het kader van gezinshereniging bij een hoofdpersoon, die in het bezit is van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst dan wel die daarvoor een aanvraag heeft ingediend, moet de schriftelijke garantstelling worden ondertekend door de werkgever van de hoofdpersoon, mits deze solvabel is.
Een werkgever wordt geacht solvabel te zijn als aan hem een TWV is verleend voor de door de vreemdeling te verrichten arbeid.
Het verbod voor een werkgever om een vreemdeling zonder TWV arbeid te laten verrichten geldt niet voor (zie [artikel 3 Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437&artikel=3)):
Ter uitvoering van d zijn in de [artikelen 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=7) en [8 van het Besluit uitvoering Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=8) een aantal categorieën vreemdelingen respectievelijk werkzaamheden aangewezen waarvoor geen TWV is vereist. Vreemdelingen die tot één van deze aangewezen categorieën behoren, kunnen aan die aanwijzing op zichzelf geen aanspraak ontlenen op een verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd.
### 3.2.1. Vreemdelingen met aantekening ‘arbeid vrij toegestaan’
### 2.6.2. Arbeidsmarktaantekening
Op de verblijfsvergunning staat in beginsel de aantekening: ’arbeid in loondienst alleen toegestaan indien de werkgever beschikt over TWV’. (Zie [artikel 6.17, derde lid, onder b, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.17)).
Het verbod voor een werkgever om een vreemdeling zonder TWV arbeid te laten verrichten geldt niet voor (zie [artikel 3 Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437&artikel=3)):
### 2.6.3. Voorschrift
Aan de verlening van de verblijfsvergunning worden de volgende voorschriften verbonden:
Het verbod voor een werkgever om een vreemdeling zonder TWV arbeid te laten verrichten geldt niet voor een vreemdeling die beschikt over een verblijfsvergunning welke is voorzien van een aantekening van Onze Minister waaruit blijkt dat aan die verblijfsvergunning geen beperkingen zijn verbonden voor het verrichten van arbeid.
### 3.2.1. Vreemdelingen met aantekening ‘arbeid vrij toegestaan’
Zo’n aantekening wordt afgegeven aan een vreemdeling:
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst kan worden verleend aan een vreemdeling die in het bezit is van een arbeidsmarktaantekening ‘arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’ als hij in ieder geval voldoet aan de voorwaarden genoemd in [artikel 5.20, tweede lid, onder b, c en e, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.20).
Beleidsregel:
Een werkgever wordt geacht solvabel te zijn als aan hem een TWV is verleend voor de door de vreemdeling te verrichten arbeid.
### 3. Buitenlandse werknemers voor wie een TWV niet is vereist
### 3.1. Verblijfsvoorwaarden
De voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst door deze categorie buitenlandse werknemers zijn (zie [artikel 5.20 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.20) en [artikel 3 Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437&artikel=3)):
Vreemdelingen die als bemanningslid van internationale schepen en luchtvaartuigen werkzaam zijn, komen in beginsel niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. Deze vreemdelingen mogen zonder verblijfsvergunning voor bepaalde tijd in de openbare lichamen binnenkomen en er verblijven voor een periode van maximaal drie maanden (zie [artikel 4.3 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.3)). Zij hebben toelating van rechtswege op grond van [artikel 5a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5a).
### 3.2. Vrijgestelde categorieën vreemdelingen
De verbodsbepaling van de [Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437) is niet van toepassing op een vreemdeling die zijn hoofdverblijf buiten Nederland heeft én geen arbeidsovereenkomst heeft met een in de openbare lichamen gevestigde werkgever én uitsluitend arbeid verricht op buiten de openbare lichamen geregistreerde vervoermiddelen in het internationale verkeer (zie [artikel 8, onder b, Besluit uitvoering Wav-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=8)).
Als een vreemdeling:
In geval van een beoogd verblijf van langer dan drie maanden moet er ook een aanvraag voor een verblijfsvergunning en indien nodig een mvv te worden ingediend. Als de TWV wordt verleend, kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden afgegeven onder de beperking ‘arbeid in loondienst’, met arbeidsmarktaantekening ‘Arbeid uitsluitend toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’ (zie verder [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=3&z=2019-10-01&g=2019-10-01)).
Van bovengenoemde buitenlandse werknemers moeten worden onderscheiden opvarenden van tot de zee- of luchtmacht van enige mogendheid behorende schepen of luchtvaartuigen. [Artikel 3, eerste lid, onder e, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) bepaalt dat deze opvarenden van rechtswege toelating tot verblijf hebben in de openbare lichamen, gedurende de tijd dat de openbare lichamen met toestemming van de bevoegde autoriteiten worden aangedaan. Laatstgenoemde vreemdelingen hoeven derhalve niet in het bezit te zijn van een verblijfsvergunning als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=6).
Op het verblijfsdocument wordt de volgende aantekening geplaatst: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
Zo’n aantekening wordt afgegeven aan een vreemdeling:
### 4.3. Stagiaires en praktikanten
### 4. Bijzondere categorieën vreemdelingen
Als een vreemdeling:
In [artikel 5.20 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.20) staan de voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning voor het verrichten van arbeid in loondienst als stagiair of praktikant. Zie de onder dit hoofdstuk, paragraaf 2.1 genoemde voorwaarden.
### 4.3.2. Verblijfsvoorwaarden
[Artikel 15, eerste lid, Besluit uitvoering Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=15) bepaalt dat een TWV voor de vreemdeling die arbeid als praktikant wil gaan verrichten, voor maximaal 24 weken in een periode van een jaar kan worden verleend zonder arbeidsmarkttoets.
Zie voor de vereiste bescheiden [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=3&z=2019-10-01&g=2019-10-01) CTU-BES.
Het algemene vreemdelingenbeleid is niet van toepassing op buitenlandse werknemers in enkele specifieke sectoren (internationale luchtvaart en scheepvaart) van de internationale arbeidsmarkt, omdat zij niet dan wel het grootste deel van de tijd niet werkzaam zijn op Nederlands grondgebied. De toelating van rechtswege voor de duur van maximaal 3 maanden vervalt op het tijdstip van vertrek van het schip of luchtvaartuig.
De verbodsbepaling van de [Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437) is niet van toepassing op een vreemdeling die zijn hoofdverblijf buiten Nederland heeft én geen arbeidsovereenkomst heeft met een in de openbare lichamen gevestigde werkgever én uitsluitend arbeid verricht op buiten de openbare lichamen geregistreerde vervoermiddelen in het internationale verkeer (zie [artikel 8, onder b, Besluit uitvoering Wav-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=8)).
### 4.3.2. Verblijfsvoorwaarden
### 4.3.3.1. Beperking
Van bovengenoemde buitenlandse werknemers moeten worden onderscheiden opvarenden van tot de zee- of luchtmacht van enige mogendheid behorende schepen of luchtvaartuigen. [Artikel 3, eerste lid, onder e, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) bepaalt dat deze opvarenden van rechtswege toelating tot verblijf hebben in de openbare lichamen, gedurende de tijd dat de openbare lichamen met toestemming van de bevoegde autoriteiten worden aangedaan. Laatstgenoemde vreemdelingen hoeven derhalve niet in het bezit te zijn van een verblijfsvergunning als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=6).
Op het verblijfsdocument wordt vermeld: ‘specifieke arbeid toegestaan mits werkgever beschikt over TWV; andere arbeid niet toegestaan’.
### 4.3.3.3. Voorschriften
Aan de verlening van de verblijfsvergunning worden de volgende voorschriften verbonden:
### 4.3.5. Voortzetting van verblijf
Voor stagiaires geldt dat een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning voor het verrichten van arbeid in loondienst als stagiair voor hetzelfde doel wordt afgewezen, als de vreemdeling één jaar houder van deze verblijfsvergunning is geweest.
Het verblijf als stagiair en praktikant is op grond van [artikel 5.3, tweede lid, onder d, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.3) tijdelijk.
### 4.3.3.2. Arbeidsmarktaantekening
De geldigheid van de verblijfsvergunning voor praktikanten beloopt niet langer dan 24 weken.
Zie voor de vereiste bescheiden [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=3&z=2015-10-01&g=2015-10-01) CTU-BES.
Voor stagiaires geldt dat een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning voor het verrichten van arbeid in loondienst als stagiair voor hetzelfde doel wordt afgewezen, als de vreemdeling één jaar houder van deze verblijfsvergunning is geweest.
### 4.3.3.1. Beperking
Voortzetting van verblijf voor het verrichten van arbeid als stagiair of praktikant wordt dus niet toegestaan. Dit volgt uit het feit dat de TWV voor het verrichten van arbeid als stagiair of praktikant slechts voor maximaal een jaar respectievelijk 24 weken kan worden verleend.
Voortzetting van het verblijf is wel mogelijk als [artikel 5.24 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.24) van toepassing is (zie [hoofdstuk 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=15&z=2019-10-01&g=2019-10-01)).
Vreemdelingen die verblijf hebben in de vrije termijn en in die periode arbeid in loondienst verrichten zijn bijvoorbeeld:
Op het verblijfsdocument wordt vermeld: ‘specifieke arbeid toegestaan mits werkgever beschikt over TWV; andere arbeid niet toegestaan’.
### 4.3.3.3. Voorschriften
### 4.4.1. Inleiding
Het is mogelijk om in de vrije termijn arbeid in loondienst te verrichten in de openbare lichamen. De werkgever zal in dat geval vaak wel moeten beschikken over een TWV voor de vreemdeling.
Vreemdelingen die verblijf hebben in de vrije termijn en in die periode arbeid in loondienst verrichten zijn bijvoorbeeld:
Het verblijf als stagiair en praktikant is op grond van [artikel 5.3, tweede lid, onder d, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.3) tijdelijk.
De vreemdeling die van rechtswege is toegelaten als bedoeld in [artikel 5a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5a) en die arbeid gaat zoeken of arbeid gaat verrichten, meldt dit onmiddellijk bij de korpschef ([artikelen 6.38, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.38)).
### 4.4.1. Inleiding
Dit kan onder meer aannemelijk gemaakt worden aan de hand van een arbeidsovereenkomst voor de duur van maximaal drie maanden, te rekenen vanaf het tijdstip van binnenkomst van de vreemdeling.
Voor stagiaires geldt dat een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning voor het verrichten van arbeid in loondienst als stagiair voor hetzelfde doel wordt afgewezen, als de vreemdeling één jaar houder van deze verblijfsvergunning is geweest.
Visumplichtige vreemdelingen die voor maximaal drie maanden binnen een tijdvak van zes maanden arbeid in loondienst willen gaan verrichten in de openbare lichamen, moeten daarvoor eerst een visum aanvragen bij de Nederlandse vertegenwoordiging in het land van herkomst met als reisdoel arbeid. De vreemdeling dient daartoe bij de Nederlandse vertegenwoordiging een geldige TWV en een arbeidsovereenkomst te overleggen. Indien het visum wordt afgegeven moet de vreemdeling na binnenkomst in de openbare lichamen en binnen de maximaal toegestane verblijfsduur van het visum, bij de IND-unit Caribisch Nederland een aanvraag indienen om verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst. Voor verlening van deze verblijfsvergunning gelden in beginsel de verblijfsvoorwaarden als vermeld in paragraaf 2.1, behalve het mvv-vereiste. Verder geldt het volledige legestarief voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor arbeid in loondienst, zoals vermeld in [artikel 4.1, tweede lid, onder a, RTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028815&artikel=4.1).
### 4.4.3. Arbeidsovereenkomst of stage voor maximaal drie maanden
Als de visumplichtige vreemdeling langer dan drie maanden in de openbare lichamen wil verblijven, voor het verrichten van arbeid in loondienst of voor een ander verblijfsdoel, moet daarvoor eerst een mvv-aanvraag worden ingediend en moet de vreemdeling de uitkomst daarvan in zijn land van herkomst afwachten, tenzij hij valt onder één van de vrijstellingscategorieën van het mvv-vereiste. Na afgifte van de mvv kan hij een aanvraag indienen om verlenging van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd dan wel een aanvraag om wijziging van de beperking.
Niet-visumplichtige vreemdelingen en Nederlanders die op basis van een arbeidsovereenkomst voor maximaal drie maanden in de openbare lichamen arbeid in loondienst willen verrichten, hebben een vrije termijn van drie maanden binnen een tijdvak van zes maanden (zie [artikel 4.4, eerste lid, onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.4)). Binnen deze termijn hoeven zij niet in het bezit te zijn van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd dan wel van een verklaring waaruit blijkt dat men toelating van rechtswege heeft. Ook geldt voor hen geen meldplicht, als zij aannemelijk kunnen maken dat zij naar de openbare lichamen zijn gekomen om arbeid te verrichten voor een periode van maximaal drie maanden, te rekenen vanaf hun binnenkomst (zie paragraaf 4.4.2). In het geval van de niet-visumplichtige vreemdelingen zal de werkgever in beginsel wel in het bezit moeten zijn van een geldige TWV voor deze arbeid.
Als een Nederlander gedurende zijn verblijf als toerist in de vrije termijn van zes maanden besluit om arbeid in loondienst te gaan verrichten, is op hem niet langer [artikel 4.2, derde lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.2) van toepassing en bedraagt zijn vrije termijn vanaf dat moment drie maanden, te rekenen vanaf datum binnenkomst in de openbare lichamen. Als de vrije termijn van drie maanden op dat moment al is verstreken, moet de Nederlander binnen acht dagen nadat hij arbeid is gaan verrichten, een verklaring aanvragen waaruit zijn toelating van rechtswege op grond van [artikel 3 van de WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) blijkt (zie artikel 4.4, tweede lid, BTU-BES).
Als de niet-visumplichtige vreemdeling langer dan drie maanden in de openbare lichamen wil verblijven, voor het verrichten van arbeid in loondienst dan wel voor een ander verblijfsdoel, moet hij daarvoor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd aanvragen. Voor mvv-plichtige vreemdelingen die na drie maanden arbeid op basis van een arbeidsovereenkomst voor korte duur langer in de openbare lichamen willen verblijven, geldt nu wel het mvv-vereiste, tenzij men valt onder één van de vrijstellingscategorieën van het mvv-vereiste. Voor mvv-plichtige vreemdelingen dient nu eerst een mvv-aanvraag ingediend te worden. De uitkomst daarvan moet de vreemdeling in zijn land van herkomst afwachten. Dit om te voorkomen dat met het verblijf voor kortdurende arbeid het mvv-vereiste wordt omzeild.
Nederlanders die na drie maanden arbeid op basis van een arbeidsovereenkomst voor korte duur langer in de openbare lichamen willen verblijven, moeten daarvoor een verklaring aanvragen waaruit blijkt dat zij toelating van rechtswege hebben op grond van artikel 3 van de WTU-BES.
Het is mogelijk om in de vrije termijn arbeid in loondienst te verrichten in de openbare lichamen. De werkgever zal in dat geval vaak wel moeten beschikken over een TWV voor de vreemdeling.
Dit zijn in de openbare lichamen tewerkgestelde vreemdelingen die hun woonplaats hebben in een ander land, binnen of buiten het Koninkrijk, waarheen zij dagelijks, of ten minste eenmaal per week, terugkeren.
Het gaat daarbij bijvoorbeeld om vreemdelingen die in Curaçao, Sint Maarten of Aruba verblijf houden en in het bezit zijn van een geldige verblijfsvergunning voor Curaçao, Sint Maarten of Aruba en die in één van de openbare lichamen werken. Ook kan het gaan om vreemdelingen die in een land buiten het Koninkrijk verblijf houden en aldaar in het bezit zijn van een verblijfsvergunning dan wel de nationaliteit hebben van dat land, en die in één van de openbare lichamen werken.
Doordat zij grensarbeid verrichten komen zij niet toe aan het tijdstip waarop zij, op grond van [artikel 4.4 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.4), een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd zouden moeten hebben.
### 4.4.4. Grensarbeiders
Dit kan onder meer aannemelijk gemaakt worden aan de hand van een arbeidsovereenkomst voor de duur van maximaal drie maanden, te rekenen vanaf het tijdstip van binnenkomst van de vreemdeling.
De zekerheid bestaat uit het overleggen van een verklaring van een solvabele derde die zich voor de kosten garant stelt (zie [artikel 3.9, tweede lid, onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=3.9)). In dit geval moet deze verklaring door de werkgever worden ondertekend. Van de overige in artikel 3.9, tweede lid, BTU-BES genoemde zekerheidstellingen wordt in beginsel geen gebruik gemaakt.
De vreemdeling moet steeds binnen acht dagen terug reizen naar zijn land van herkomst, omdat zijn vrije termijn maximaal acht dagen is.
De werkgever moet in beginsel in het bezit zijn van een TWV (behoudens uitzonderingen genoemd in [artikel 3 Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437&artikel=3) en de [artikelen 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=7) en [8 Besluit uitvoering Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=8)). Voor de verlening van de TWV voor arbeid voor maximaal 12 weken moet de vreemdeling in het bezit zijn van een bewijs van rechtmatig verblijf. Met het oog daarop kan de vreemdeling zich melden bij de IND-unit Caribisch Nederland, die hem een verklaring afgeeft als aan de daarvoor geldende voorwaarden wordt voldaan (zie [artikel 3, derde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3)).
### 4.4.4. Grensarbeiders
Als deze vreemdelingen echter niet onder de omschrijving van [artikel 8, onder a, Besluit uitvoering Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=8) vallen, moet de werkgever wel in het bezit zijn van een TWV.
Niet-visumplichtige vreemdelingen en Nederlanders die op basis van een arbeidsovereenkomst voor maximaal drie maanden in de openbare lichamen arbeid in loondienst willen verrichten, hebben een vrije termijn van drie maanden binnen een tijdvak van zes maanden (zie [artikel 4.4, eerste lid, onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.4)). Binnen deze termijn hoeven zij niet in het bezit te zijn van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd dan wel van een verklaring waaruit blijkt dat men toelating van rechtswege heeft. Ook geldt voor hen geen meldplicht, als zij aannemelijk kunnen maken dat zij naar de openbare lichamen zijn gekomen om arbeid te verrichten voor een periode van maximaal drie maanden, te rekenen vanaf hun binnenkomst (zie paragraaf 4.4.2). In het geval van de niet-visumplichtige vreemdelingen zal de werkgever in beginsel wel in het bezit moeten zijn van een geldige TWV voor deze arbeid.
Voor vreemdelingen die op grond van [artikel 3, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) van rechtswege toelating tot verblijf hebben, hoeft de werkgever niet in het bezit te zijn van een TWV. Zie verder [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=2&z=2019-10-01&g=2019-10-01).
Verblijf langer dan drie maanden:
Vaak zijn directeuren-(groot)aandeelhouders feitelijk aan te merken als zelfstandig ondernemers vanwege hun positie binnen de onderneming.
### 4.5. Van rechtswege toegelaten vreemdelingen
Let op: voor de vreemdeling aan wie op grond van de [Wet vestiging bedrijven BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028164) een directievergunning is verleend, hoeft geen TWV te zijn afgegeven.
### 4.7. Dienstverrichters
Vreemdelingen die in het kader van dienstverlening in de openbare lichamen werken, worden wat betreft de TWV-plicht gelijk behandeld als vreemdelingen die bij een werkgever in de openbare lichamen gaan werken. De opdrachtgever of, als de dienstverrichter in loondienst werkzaam is voor een buitenlandse dienstverlener, de werkgever van deze dienstverrichter, moet in het bezit zijn van een TWV. De procedure van paragraaf 2.3 is van toepassing.
Het kan bijvoorbeeld gaan om een buiten de openbare lichamen gevestigd bouwbedrijf dat in opdracht van een in de openbare lichamen gevestigde persoon of bedrijf een woning of kantoorpand bouwt in de openbare lichamen of om een bedrijf dat een buiten de openbare lichamen gevestigd bedrijf opdracht geeft tot het aanleggen van een ICT-systeem. De vreemdeling die in dienst is van dat buiten de openbare lichamen gevestigde bedrijf verricht diensten voor de binnen de openbare lichamen gevestigde opdrachtgever en valt in beginsel onder de TWV-plicht.
Ook zijn de [artikelen 6.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.45) en [6.46 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.46) over de aanmeldingsplicht niet op grensarbeiders van toepassing, omdat deze arbeiders vallen onder de uitzonderingscategorie van [artikel 6.38, tweede lid, onder b, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.38).
### 5.1. Inleiding
Hieronder zijn factoren genoemd die van invloed kunnen zijn op het verblijfsrecht van een vreemdeling aan wie een verblijfsvergunning is verleend voor het verrichten van arbeid in loondienst.
Daarnaast kunnen er algemene gronden zijn die kunnen leiden tot verblijfsbeëindiging. Zie daarvoor hoofdstuk 3, paragraaf 1.12.3.
### 5.2. Ongeoorloofde tewerkstelling
### 5.3. Werkloosheid
Daarvan is bijvoorbeeld sprake als de vreemdeling:
In dat geval wordt immers niet meer voldaan aan de beperking waaronder de verblijfsvergunning aan de vreemdeling is verleend.
### 5.3. Werkloosheid
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan worden ingetrokken als de vreemdeling voor een werkgever arbeid verricht, zonder dat aan de [Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437) is voldaan (zie [artikel 14, onder e, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=14) jo. [artikel 5.21, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.21)).
Beleidsregel:
Werkloosheid is niet van invloed op het verblijfsrecht van de buitenlandse werknemer die in het bezit is van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd.
### 5.3.2. Houders van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
### 4.7. Dienstverrichters
Als de buitenlandse werknemer onvrijwillig werkloos is geworden, wordt zijn verblijfsvergunning voor bepaalde tijd om die reden ingetrokken zodra:
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan in dat geval op twee gronden worden ingetrokken:
### 5. Voortzetting van verblijf
Als de vreemdeling verblijf wenst voor een ander verblijfsdoel, moet hij een nieuwe aanvraag om een verblijfsvergunning indienen dan wel wijziging van de beperking van zijn verblijfsvergunningen aanvragen. Als hij aan de daarvoor geldende voorwaarden voldoet, kan aan de vreemdeling een nieuwe verblijfsvergunning worden verleend.
Hieronder zijn factoren genoemd die van invloed kunnen zijn op het verblijfsrecht van een vreemdeling aan wie een verblijfsvergunning is verleend voor het verrichten van arbeid in loondienst.
Als een vreemdeling, die in het bezit is van een voor het verrichten van arbeid in loondienst geldige verblijfsvergunning, arbeidsongeschikt wordt, kunnen zich de volgende situaties voordoen:
Als de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, wordt deze niet ingetrokken als de vreemdeling:
De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd kan wel worden ingetrokken op grond van het algemeen belang (zie artikel 14, aanhef en onder c, WTU-BES en artikel 5.46 BTU-BES).
Van de mogelijkheid de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd in te trekken op grond van artikel 14, aanhef en onder c, WTU-BES wordt geen gebruik gemaakt als de vreemdeling arbeidsongeschikt is en hij om die reden niet meer duurzaam en zelfstandig beschikt over voldoende middelen van bestaan.
### 5.4. Arbeidsongeschiktheid
Als de vreemdeling wel langer dan 5 jaar rechtmatig verblijf heeft in de openbare lichamen, maar niet in het bezit is van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, kan zijn verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wel worden ingetrokken op grond van artikel 14, aanhef en onder c, d en e WTU-BES.
Bij een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning voor bepaald tijd met als doel ‘arbeid in loondienst’, wordt in geval van arbeidsongeschiktheid de verblijfsvergunning ingetrokken op grond van:
De onder b genoemde intrekkingsgrond kan met name gebruikt worden in geval van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid, aangezien de vreemdeling dan vaak nog wel gedeeltelijk arbeid verricht en dus nog wel aan de beperking van de aan hem verleende verblijfsvergunning zou kunnen voldoen.
De vreemdeling is in het bezit van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst.
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, verleend onder een beperking verband houdend met het verrichten van arbeid in loondienst, wordt in geval van arbeidsongeschiktheid ingetrokken op grond van:
De onder b genoemde intrekkingsgrond kan met name gebruikt worden in geval van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid, aangezien de vreemdeling dan vaak nog wel gedeeltelijk arbeid verricht en dus nog wel aan de beperking van de aan hem verleende verblijfsvergunning voldoet.
Beleidsregel:
Voor het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst, is het van belang te weten of de vreemdeling nog werkzaam is. Dat wil zeggen of hij nog hetzelfde werk verricht bij dezelfde werkgever als waarvoor aan hem een verblijfsvergunning is verleend.
Om dit te controleren worden bij de aanvraag om verlenging onder meer de volgende bescheiden overgelegd:
Daarnaast moet de IND-unit Caribisch Nederland informatie inwinnen over de buitenlandse werknemer, bijvoorbeeld over:
Op grond van [artikel 9.2, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=9.2) kan de IND-unit Caribisch Nederland deze informatie inwinnen bij de RCN-unit SZW en de arbeidsbemiddelingsorganisatie.
Op grond van [artikel 9.2, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=9.2) kan de IND unit Caribisch Nederland deze informatie inwinnen bij SZW-BES en de arbeidsbemiddelingsorganisatie.
Een werkgever is strafbaar op grond van [artikel 23, tweede lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=23) wegens het niet nakomen van een vordering van Onze Minister op grond van [artikel 6.39 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.39) tot het verstrekken van gegevens over vreemdelingen die hij in dienst heeft gehad.
Een werknemer die werkt, zonder dat zijn werkgever over de vereiste TWV beschikt, is strafbaar wegens het niet voldoen aan de beperking en voorschriften (zie [artikel 26, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=26)).
### 5.5. Samenwerking met de arbeidsbemiddelingsorganisatie en SZW-BES
Zie voor een algemene toelichting op de strafbepalingen in de [WTU-BES hoofdstuk 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&hoofdstuk=9).
Van de mogelijkheid de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd in te trekken op grond van [artikel 14, aanhef en onder c, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=14) wordt geen gebruik gemaakt als de vreemdeling arbeidsongeschikt is en hij om die reden niet meer duurzaam en zelfstandig beschikt over voldoende middelen van bestaan.
Reden hiervoor is dat het op grond van [artikel 5.46 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.46) niet mogelijk is om de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd in te trekken op grond van [14, aanhef en onder d, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=14).
Aan een vreemdeling die een zelfstandig bedrijf uitoefent kan onder voorwaarden een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden verleend onder een beperking die verband houdt met het verrichten van arbeid als zelfstandige (zie [artikel 7, zevende lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7) en [artikel 5.2, eerste lid, onder d, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2)).
### 5.5. Samenwerking met de arbeidsbemiddelingsorganisatie en SZW-BES
‘elke onderneming, waarin eenig bedrijf, door wien ook wordt uitgeoefend’ (zie [artikel 1, eerste lid, Wet vestiging bedrijven BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028164&artikel=1)).
Onder het uitoefenen van een bedrijf/onderneming valt:
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt niet verleend aan de vreemdeling die:
Beleidsregel:
### 2. Verblijfsvoorwaarden
### 1. Inleiding
Uitoefenen bedrijf:
Vreemdelingen die in de openbare lichamen werkzaamheden als zelfstandige willen verrichten (uitoefenen van een bedrijf of starten van een bedrijf) of die als directeur van een bedrijf werkzaam willen zijn, moeten in het bezit zijn van een daartoe strekkende vergunning op grond van de [Wet vestiging bedrijven BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028164). Deze vestigingsvergunning of directievergunning kan worden aangevraagd bij het Bestuurscollege van het openbare lichaam waar de vreemdeling zich wil vestigen. Op grond van het [Besluit uitvoering Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231) geldt voor zelfstandig ondernemers/directeuren geen TWV-vereiste.
Uitoefenen zelfstandig beroep:
Vreemdelingen die in de openbare lichamen een zelfstandig beroep willen uitoefenen of op andere wijze als zelfstandige hun diensten aanbieden en die niet feitelijk in loondienst zijn, moeten daarvoor ook in het bezit zijn van een vergunning op grond van de [Wet vestiging bedrijven BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028164). Zij vallen onder het begrip zaak in de zin van [artikel 1, eerste lid, van de Wet vestiging bedrijven BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028164&artikel=1).
Op grond van [artikel 9.2, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=9.2) kan de IND unit Caribisch Nederland deze informatie inwinnen bij SZW-BES en de arbeidsbemiddelingsorganisatie.
### 6. Strafbepalingen in de WTU-BES
Een werkgever is strafbaar op grond van [artikel 23, tweede lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=23) wegens het niet nakomen van een vordering van Onze Minister op grond van [artikel 6.39 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.39) tot het verstrekken van gegevens over vreemdelingen die hij in dienst heeft gehad.
Een werknemer die werkt, zonder dat zijn werkgever over de vereiste TWV beschikt, is strafbaar wegens het niet voldoen aan de beperking en voorschriften (zie [artikel 26, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=26)).
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder de beperking: ‘arbeid als zelfstandige ......(aanduiding van het bedrijf)’.
Zie voor een algemene toelichting op de strafbepalingen in de [WTU-BES hoofdstuk 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&hoofdstuk=9).
Op de vergunning staat de aantekening: ‘arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’.
Op de vergunning staat de aantekening: ‘arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’.
### 4.3. Voorschriften
Onder ‘zaak’ in de zin van de [Wet vestiging bedrijven BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028164) wordt verstaan:
### 5. Geldigheidsduur
### Hoofdstuk 6. Het Nederlands-Amerikaans vriendschapsverdrag
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt niet verleend aan de vreemdeling die:
### 2. Verblijfsvoorwaarden
Het internationale recht, waaronder verdragen, gaat vóór het recht dat geldt in het Koninkrijk der Nederlanden en eist dat de verdragspartij zijn aangegane verplichtingen nakomt. De wijze waarop verdragsbepalingen in de rechtsorde van het Koninkrijk der Nederlanden doorwerken wordt echter niet geregeld door het internationale recht. Dit is een aangelegenheid van nationaal procedureel recht (zie [artikel 9.3 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=9.3)).
### 4. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
De strekking van deze uitspraak is dat Amerikaanse onderdanen in het Caribisch Deel van het Koninkrijk – en daarmee op het grondgebied van de openbare lichamen – aanspraak hebben op gelijke behandeling als Nederlanders die niet in het Caribisch Deel van het Koninkrijk zijn geboren. Dit betekent dat Amerikaanse onderdanen, net als Nederlanders op wie de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) (grotendeels) van overeenkomstige toepassing is, een vrije termijn van maximaal zes maanden hebben in een tijdbestek van een jaar (in plaats van drie maanden binnen een periode van zes maanden). Voorts komen zij in aanmerking voor een verklaring inzake toelating van rechtswege als ze aan de voorwaarden voldoen, waaraan ook bedoelde Nederlanders moeten voldoen. De voorwaarden staan omschreven in [hoofdstuk 2 van de CTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=2&z=2019-10-01&g=2019-10-01).
### 2.1. Verblijfsvoorwaarden
Uitoefenen zelfstandig beroep:
### 2.1. Verblijfsvoorwaarden
### 3. Vereiste bescheiden
De voorwaarden van artikel II, eerste lid, onder a en b, van het Verdrag zijn niet cumulatief, maar alternatief. Dit betekent dat de Amerikaanse onderdaan als regel recht op toegang en verblijf heeft op grond van het Verdrag als hij voldoet aan de voorwaarden die zijn genoemd in één van die beide artikelonderdelen.
De onderdelen a en b, moeten en met name ook onderdeel c moet in samenhang met artikel 3 van het Protocol, op grond van de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van 15 december 2014, aldus worden uitgelegd, dat Amerikaanse onderdanen die aan de voorwaarden voldoen waaraan Nederlanders moeten voldoen voor een toelating van rechtswege eveneens aanspraak op toelating van rechtswege hebben.
### 4.1. Beperking
### Hoofdstuk 6. Het Nederlands-Amerikaans vriendschapsverdrag
Dit sluit de mogelijkheid niet uit om maatregelen toe te passen die noodzakelijk zijn voor de handhaving van de openbare orde en voor de bescherming van de volksgezondheid, de goede zeden en de veiligheid. Hiermee wordt, voor zover hier van belang, bedoeld maatregelen die zijn voorzien bij de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571), zoals:
Op grond van artikel II, vierde lid, van het Verdrag laten de bepalingen van dat artikel namelijk het recht van ieder der Partijen onverlet om maatregelen toe te passen, welke noodzakelijk zijn ter handhaving van de openbare orde en ter bescherming van de volksgezondheid, de goede zeden en de veiligheid. Zoals blijkt uit de memorie van antwoord (Kamerstukken I, 1956–57, nr. 4338 (R38), nr. 140a, p2, rechter kolom) moet onderscheid worden gemaakt tussen het begrip ‘openbare orde’ in het Nederlandse staatsrecht en ditzelfde begrip in verdragen als het onderwerpelijke. Onder ‘maatregelen ter handhaving van de openbare orde’ in de zin van artikel II, vierde lid, van het Verdrag moeten niet alleen incidentele overheidsmaatregelen te voorkoming van onmiddellijk dreigende ordeverstoring worden begrepen, maar ook wettelijke bepalingen welke zijn geschreven met het oog op de handhaving van de openbare orde in de ruimste zin van het woord.
**Ad b Bedrijfsuitoefening**
Onder het begrip ‘bedrijfsuitoefening van een onderneming’ moet ook worden verstaan een persoon die een Amerikaanse onderneming in de openbare lichamen vertegenwoordigt en in dienst van deze onderneming in een sleutelfunctie werkzaam is (zie punt 2 van het Protocol).
Een vreemdeling die een vrij beroep uitoefent valt in het algemeen onder de werking van het Verdrag. Beroepsbeoefenaren met een zekere publieke taak, dan wel een functie in de gezondheidszorg of publieke veiligheidsector, worden van de werkingssfeer van het Verdrag uitgesloten. De werkzaamheden die iemand uitoefent, zijn daarom van belang bij de bepaling of de vreemdeling onder werking van het Verdrag valt.
Hieronder volgt een uitleg van het begrip ‘aanzienlijk kapitaal’ ten aanzien van de diverse mogelijke ondernemingsvormen.
Het moet gaan om eigen kapitaal, niet om geleend geld. Het belegde ‘aanzienlijk kapitaal’ moet op peil worden gehouden. Dit houdt in dat het kapitaal nooit lager mag zijn dan het voor de desbetreffende ondernemingsvorm geldende minimum. De vreemdeling moet ter onderbouwing van zijn aanvraag recente cijfers overleggen die zijn gecontroleerd door een daartoe bevoegde externe deskundige.
De onderneming moet zijn ingeschreven in het handelsregister op het betreffende openbare lichaam met een omschrijving van het bedrijf of de bedrijven die in de onderneming worden uitgeoefend.
**Ad a:**
Bij een eenmanszaak kan het aanzienlijk kapitaal worden aangetoond met enerzijds een bankafschrift van de onderneming waarop het geïnvesteerde geldbedrag staat én anderzijds de (openings)balans waarop het bedrag staat vermeld achter de rekening ‘Eigen vermogen’ (= de schuld van de zaak aan de eigenaar).
**Ad b:**
Bij een VoF kan het aanzienlijk kapitaal worden aangetoond met enerzijds een oprichtingsakte (of contract) waarin staat hoe groot de financiële deelname is van iedere vennoot en anderzijds de (openings)balans waarin aan de rechterkant (credit) de rekeningen staan met de bedragen zoals die in de oprichtingsakte staan vermeld. Deze rekeningen heten ‘Vermogen’ en dan de eigen naam van de vennoot. Bij een VoF wordt het woord ‘Eigen’ weggelaten en wordt in plaats daarvan de naam van de vennoot eraan toegevoegd. Dus bijvoorbeeld ‘Vermogen Robinson 100.000 ’. Er kan ook een bankafschrift van de onderneming worden gevraagd als bewijs dat het geld daadwerkelijk is overgemaakt.
**Ad c. en d:**
Bij een BV en een NV kan het aanzienlijk kapitaal worden aangetoond met de oprichtingsakte.
De vreemdeling moet bij de aanvraag de volgende documenten overleggen:
De vreemdeling moet bij de aanvraag de volgende documenten overleggen:
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederland, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
De onderdelen a en b, moeten en met name ook onderdeel c moet in samenhang met artikel 3 van het Protocol, op grond van de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van 15 december 2014, aldus worden uitgelegd, dat Amerikaanse onderdanen die aan de voorwaarden voldoen waaraan Nederlanders moeten voldoen voor een toelating van rechtswege eveneens aanspraak op toelating van rechtswege hebben.
### 2.2. Vereiste bescheiden arbeid als zelfstandige op grond van het Verdrag
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederland, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
### 3. Arbeid in loondienst
Als een Amerikaanse vreemdeling (hoofdpersoon) die op grond van het Verdrag in de openbare lichamen verblijft geen arbeid in loondienst als sleutelpersoneel wenst te verrichten, moet wijziging van de vergunning worden gevraagd en moet de werkgever beschikken over een TWV (zie hoofdstuk 4 ‘Arbeid in loondienst’ en punt 11 van het bijbehorende Protocol).
### 4. Gezinshereniging
Aan de echtgeno(o)t(e) of ongehuwd minderjarig kind – ongeacht hun nationaliteit – van een persoon die op grond van artikel II, eerste lid, onder a of b, van het Verdrag is toegelaten (de hoofdpersoon), kan verblijf worden toegestaan, indien zij hem vergezellen of voor gezinshereniging nareizen.
### 5.2. Voorschrift
Hieronder volgt een uitleg van het begrip ‘aanzienlijk kapitaal’ ten aanzien van de diverse mogelijke ondernemingsvormen.
Het moet gaan om eigen kapitaal, niet om geleend geld. Het belegde ‘aanzienlijk kapitaal’ moet op peil worden gehouden. Dit houdt in dat het kapitaal nooit lager mag zijn dan het voor de desbetreffende ondernemingsvorm geldende minimum. De vreemdeling moet ter onderbouwing van zijn aanvraag recente cijfers overleggen die zijn gecontroleerd door een daartoe bevoegde externe deskundige.
### 3. Arbeid in loondienst
### Hoofdstuk 7. Studie
Bij een eenmanszaak kan het aanzienlijk kapitaal worden aangetoond met enerzijds een bankafschrift van de onderneming waarop het geïnvesteerde geldbedrag staat én anderzijds de (openings)balans waarop het bedrag staat vermeld achter de rekening ‘Eigen vermogen’ (= de schuld van de zaak aan de eigenaar).
Aan de vergunning wordt als voorschrift verbonden de verplichting voldoende te zijn verzekerd tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.
### 6. Geldigheidsduur
Op grond van [artikel 5.25 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.25) wordt de verblijfsvergunning verleend voor één jaar.
### Hoofdstuk 7. Studie
Vreemdelingen die al in het bezit zijn van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met een ander doel, bijvoorbeeld gezinshereniging of arbeid, kunnen ook een studie volgen in de openbare lichamen. Zij hoeven daarvoor geen wijziging van hun verblijfsvergunning voor studie aan te vragen, wanneer zij nog aan de voorwaarden van de aan hen verleende verblijfsvergunning voldoen.
### 3. Aanvraag gedurende verblijf in de vrije termijn
### 2.3. Vereiste bescheiden arbeid in loondienst als sleutelpersoneel op grond van het Verdrag
De voorwaarden voor verblijf voor studie aan het hoger onderwijs staan in [artikel 9, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9) en in dit hoofdstuk.
Als een mvv-plichtige vreemdeling in de openbare lichamen verblijft zonder dat hij een geldige mvv heeft en hij gedurende zijn verblijf in de vrije termijn een aanvraag indient om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het volgen van een studie, dan verstrijkt de vrije termijn op de achtste dag na het indienen van die aanvraag (zie [artikel 5a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5a) en [artikel 4.4, eerste lid, onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.4)).
Vreemdelingen die al in het bezit zijn van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met een ander doel, bijvoorbeeld gezinshereniging of arbeid, kunnen ook een studie volgen in de openbare lichamen. Zij hoeven daarvoor geen wijziging van hun verblijfsvergunning voor studie aan te vragen, wanneer zij nog aan de voorwaarden van de aan hen verleende verblijfsvergunning voldoen.
### 3. Aanvraag gedurende verblijf in de vrije termijn
De vreemdeling die:
### 3. Aanvraag gedurende verblijf in de vrije termijn
Als een mvv-plichtige vreemdeling in de openbare lichamen verblijft zonder dat hij een geldige mvv heeft en hij gedurende zijn verblijf in de vrije termijn een aanvraag indient om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het volgen van een studie, dan verstrijkt de vrije termijn op de achtste dag na het indienen van die aanvraag (zie [artikel 5a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5a) en [artikel 4.4, eerste lid, onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.4)).
Als een mvv-plichtige vreemdeling in de openbare lichamen verblijft zonder dat hij een geldige mvv heeft en er doen zich andere omstandigheden voor, waaruit kan worden afgeleid dat hij het voornemen heeft langer dan drie maanden in de openbare lichamen te verblijven, dan verstrijkt de vrije termijn uiterlijk op de achtste dag nadat deze omstandigheden zich hebben voorgedaan (zie [artikel 4.4, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.4)). Dit is bijvoorbeeld het geval bij inschrijving gedurende de vrije termijn als student bij een onderwijsinstelling voor een studie die langer dan drie maanden duurt.
Het starten van een studie in de vrije termijn zonder in het bezit te zijn van een geldige mvv heeft dus twee gevolgen:
De niet mvv-plichtige vreemdeling kan wel gedurende zijn verblijf in de vrije termijn een aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het volgen van studie indienen.
Het gevolg daarvan is ook:
Deze aanvraag wordt in elk geval niet afgewezen wegens het ontbreken van een geldige mvv. Bovendien heeft het indienen van de aanvraag om verlening van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd in dit geval in beginsel tot gevolg dat de uitzetting achterwege blijft (zie [artikel 5.1, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.1)). De vreemdeling kan gedurende de periode dat de aanvraag in behandeling is, een document vragen bij de IND-unit Caribisch Nederland, waarin een aantekening is gemaakt over de verblijfsrechtelijke positie.
Let op:
Ten aanzien van deze voorwaarden zijn de beleidsregels met betrekking tot de algemene voorwaarden van artikel 9, eerste lid, WTU-BES van toepassing. Zie [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=3&z=2019-10-01&g=2019-10-01).
### Hoofdstuk 7. Studie
Om te kunnen beoordelen of de vreemdeling beschikt over voldoende middelen van bestaan moet eerst gekeken worden door wie de studie en het verblijf worden bekostigd. Dit kan zijn:
Middelen van bestaan kunnen dan bijvoorbeeld zijn:
De vreemdeling die een aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor studie heeft ingediend of die in het bezit is van deze vergunning, mag zijn studie niet bekostigen door het verrichten van arbeid in loondienst of als zelfstandige. Hij mag wel arbeid verrichten van bijkomstige aard. Zie hiervoor [hoofdstuk 3/7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=3&z=2019-10-01&g=2019-10-01).
De geldelijke bijdrage (het bruto-inkomen) die de vreemdeling per maand ontvangt moet tenminste gelijk zijn aan USD 559 per maand, aangevuld met college- of lesgelden.
Als de vreemdeling een bedrag ineens ontvangt voor het gehele studiejaar, moet dit bedrag tenminste gelijk zijn aan 12 x USD 559 + college- of lesgeld.
Vincent wil op Saba studeren en heeft een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor studie aangevraagd. Hij krijgt een studiebeurs van een organisatie uit de Verenigde Staten. Deze betaalt de beurs per jaar in zijn geheel uit aan het begin van het studiejaar op de bankrekening van Vincent in de Verenigde Staten. Deze beurs bedraagt voor het eerste studiejaar in totaal USD 25.000. Het collegegeld is USD 15.600 voor het eerste studiejaar (USD 7.800 per semester). Het bruto-inkomen van Vincent moet gelijk zijn aan 12 x USD 559 + USD 15.600 = USD 22.308. Zijn beurs is USD 25.000. Het bruto-inkomen van Vincent, aangevuld met college- of lesgeld, is dus in dit geval voldoende.
Middelen van bestaan kunnen dan bijvoorbeeld zijn:
De vreemdeling moet aantonen dat de financiële positie van deze (rechts)persoon toereikend is om de studie, het levensonderhoud en het college- of lesgeld te kunnen bekostigen. Toereikend wil zeggen dat de financier over voldoende middelen van bestaan moet beschikken om in zijn eigen onderhoud (en eventueel in dat van zijn gezin) en dat van de vreemdeling te kunnen voorzien.
Dit betekent dat het bruto-inkomen van de financier op maandbasis tenminste gelijk moeten zijn aan de norm als genoemd in hoofdstuk 3, paragraaf 1.9.3.3 + USD 559 + college- of lesgeld (omgerekend naar een maandbedrag).
De financier moet daarnaast een garantverklaring ondertekenen (MBES26). De garantverklaring kan niet worden ondertekend door de onderwijsinstelling zelf. Deze zal immers niet de financier zijn van de studie en het levensonderhoud van de vreemdeling.
Bij de berekening van het bruto-inkomen van de in de openbare lichamen gevestigde persoon kan in bepaalde gevallen het inkomen van de echtgenoot of (geregistreerd) partner worden meegeteld. Zie hiervoor de regels in hoofdstuk 3, paragraaf 1.9.3.1), De garantverklaring moet dan ook door de echtgenoot of (geregistreerd) partner worden ondertekend.
[Artikel 5.32, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.32) bepaalt welke inkomensbronnen in ieder geval zelfstandig zijn. Daarnaast kunnen middelen van bestaan ook zelfstandig zijn als ze afkomstig zijn uit andere inkomensbronnen dan genoemd in artikel 5.32, eerste lid, BTU-BES. Middelen van bestaan die afkomstig zijn uit de in onder ad c en d genoemde inkomensbronnen zijn zelfstandige middelen van bestaan.
Middelen van bestaan zijn duurzaam als ze nog één jaar beschikbaar zijn op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven (zie [artikel 5.34, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.34) en hoofdstuk 3, paragraaf 1.9.3.2).
Uitzondering: als de student korter dan één jaar in de openbare lichamen wil verblijven voor studie, moeten de middelen van bestaan beschikbaar zijn voor de daadwerkelijke duur van het verblijf. Als hij dus een verblijf van zes maanden voor studie wil, moet hij aantonen dat hij voor die periode over voldoende middelen van bestaan beschikt.
De bekostiging van de studie kan op twee manieren plaatsvinden:
Bekostiging door periodieke betalingen kunnen afkomstig zijn van zowel een buiten als binnen de openbare lichamen gevestigde persoon of instelling. Deze middelen zijn duurzaam als door de vreemdeling voldoende zekerheid is verschaft over het ongestoorde verloop van de periodieke geldstroom aan de hand van een verklaring van een bank.
Als de student beschikt over een bedrag op een (buitenlandse) bankrekening, moet dit bedrag minimaal gelijk zijn aan USD 559 x 12 maanden (of zoveel minder als de daadwerkelijke duur van het verblijf) + het verschuldigde college- of lesgeld. Het geld dat op de (buitenlandse) bankrekening is gestort, hoeft niet afkomstig te zijn van de student zelf. Voorwaarde is wel dat de bankrekening uitsluitend op naam van de student is gesteld.
De verblijfsvergunning kan worden verleend als sprake is van (voorlopige) inschrijving aan een onderwijsinstelling die voltijds hoger onderwijs aanbiedt. In Caribisch Nederland is dat op dit moment Saba University.
De verblijfsvergunning kan ook worden verleend als sprake is van (voorlopige) inschrijving aan een onderwijsinstelling die voltijds hoger onderwijs aanbiedt en die voldoet aan de voorwaarden van de overgangsregeling van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap betreffende de verkrijging van de status van rechtspersoon voor hoger onderwijs.
(Voorlopige) inschrijving:
De vreemdeling moet aantonen dat hij voor een studie aan één van de hiervoor genoemde in de openbare lichamen gevestigde onderwijsinstellingen voor voltijds hoger onderwijs is of zal worden ingeschreven. Dit kan hij aantonen door een verklaring te overleggen die is afgegeven door het College van Bestuur of het bevoegd gezag van de onderwijsinstelling.
Een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het volgen van een studie is tijdelijk (zie [artikel 5.3, tweede lid, onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.3)). Dit betekent dat de vreemdeling die een verblijfsvergunning voor studie heeft, bij tussentijdse beëindiging van de studie of als de studie niet tijdig (dus niet binnen de maximale verblijfsduur) is afgerond, de openbare lichamen moet verlaten. De vreemdeling moet een verklaring ondertekenen dat hij ermee bekend is dat hij alleen voor het verblijfsdoel studie in de openbare lichamen mag verblijven.
Voor vreemdelingen met een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor studie geldt een maximale verblijfsduur. De maximale verblijfsduur is afhankelijk van de studielast van de studie die wordt gevolgd en bedraagt één jaar meer dan die studielast. Als de vreemdeling de studie niet binnen de maximale verblijfsduur afrondt, is sprake van onvoldoende studievoortgang. In dat geval wordt de verblijfsvergunning niet verlengd en komt de vreemdeling ook niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning voor het volgen van een andere studie.
Als de vreemdeling tussentijds van studie verandert (van een studie met een studielast van meer dan vier jaar in een andere studie, of andersom), wordt de tijd die al is gestudeerd afgetrokken van de studielast van de nieuwe studie.
Alice, van Amerikaanse nationaliteit, gaat geneeskunde studeren (studielast 6 jaar). Maximale verblijfsduur voor deze studie is 7 jaar. Na één jaar breekt zij deze studie af en gaat een hoger beroepsopleiding volgen (studielast 4 jaar). De maximale verblijfsduur is bij deze studie normaliter 5 jaar. Doordat zij al 1 jaar heeft gestudeerd, heeft zij nog een maximale verblijfsduur voor studiedoeleinden van 4 jaar over (4 jaar studielast – 1 jaar al gestudeerd +1 jaar extra).
Als de vreemdeling binnen de maximale verblijfsduur de studie afrondt en een nieuwe studie begint, is de maximale verblijfsduur niet van toepassing. In dat geval is immers geen sprake van onvoldoende studievoortgang. Als hij aan alle voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning voor studie voldoet, wordt opnieuw een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor studie verleend. De berekening van de maximale verblijfsduur begint dan opnieuw.
Jason, van Canadese nationaliteit, rondt binnen de maximale verblijfsduur zijn medische studie af. Hij wil nu een ‘master of business administration’ gaan volgen. Omdat hij zijn medische studie binnen de maximale verblijfsduur heeft afgerond, wordt aan hem nu opnieuw een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het volgen van zijn nieuwe studie verleend, mits hij ook aan alle overige voorwaarden voldoet.
Als sprake is van een bachelor/masterstructuur wordt de studielast voor de bacheloropleiding en de masteropleiding bij elkaar opgeteld. De maximale verblijfsduur bedraagt één jaar meer dan die studielast. Het is niet noodzakelijk dat de master aan dezelfde instelling wordt gevolgd als de bachelor. Als de vreemdeling een schakeljaar volgt tussen HBO bachelor en universitaire master wordt de maximale verblijfsduur met één jaar verlengd.
De financier moet daarnaast een garantverklaring ondertekenen (zie model MBES26).
Als de studie wordt bekostigd met middelen die afkomstig zijn uit een buiten de openbare lichamen aanwezige trust, kan het zijn dat er wel sprake is van een referent in de openbare lichamen gevestigde referent, die kan optreden als tussenpersoon/vertegenwoordiger van de trust. Deze referent is dan mogelijk niet gerechtigd om zelf te bepalen hoeveel er vanuit de trust wordt betaald ten behoeve van de studie en het levensonderhoud van de student. In dat geval is sprake van een buiten de openbare lichamen gevestigde (rechts)persoon die de studie en het levensonderhoud bekostigt en moeten de onder c1 of c2 genoemde bescheiden worden overgelegd als bewijs dat zelfstandige en duurzaam wordt beschikt over voldoende middelen van bestaan.
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederland, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
[Artikel 5.32, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.32) bepaalt welke inkomensbronnen in ieder geval zelfstandig zijn. Daarnaast kunnen middelen van bestaan ook zelfstandig zijn als ze afkomstig zijn uit andere inkomensbronnen dan genoemd in artikel 5.32, eerste lid, BTU-BES. Middelen van bestaan die afkomstig zijn uit de in onder ad c en d genoemde inkomensbronnen zijn zelfstandige middelen van bestaan.
Middelen van bestaan zijn duurzaam als ze nog één jaar beschikbaar zijn op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven (zie [artikel 5.34, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.34) en hoofdstuk 3, paragraaf 1.9.3.2). Uitzondering: als de student korter dan één jaar in de openbare lichamen wil verblijven voor studie, moeten de middelen van bestaan beschikbaar zijn voor de daadwerkelijke duur van het verblijf. Als hij dus een verblijf van zes maanden voor studie wil, moet hij aantonen dat hij voor die periode over voldoende middelen van bestaan beschikt.
### 5. Vereiste bescheiden
Dit verblijfsrecht is tijdelijk van aard. Dit moet uitdrukkelijk in de beschikking waarbij de verblijfsvergunning wordt verleend, worden vermeld.
Als de student beschikt over een bedrag op een (buitenlandse) bankrekening, moet dit bedrag minimaal gelijk zijn aan USD 559 x 12 maanden (of zoveel minder als de daadwerkelijke duur van het verblijf) + het verschuldigde college- of lesgeld. Het geld dat op de (buitenlandse) bankrekening is gestort, hoeft niet afkomstig te zijn van de student zelf. Voorwaarde is wel dat de bankrekening uitsluitend op naam van de student is gesteld.
### 5. Vereiste bescheiden
### 6.3. Voorschriften
De schriftelijke garantstelling door de onderwijsinstelling is hier een voorschrift tot het stellen van zekerheid als bedoeld in [artikel 5.4, eerste lid, onder b, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.4).
De schriftelijke garantverklaring genoemd in paragraaf 3, onder c, sub 1 dient om aan te tonen dat wordt voldaan aan het middelenvereiste.
### 7. Het verrichten van arbeid
Als de vreemdeling als onderdeel van de opleiding als stagiair wordt tewerkgesteld kan voor maximaal een jaar een TWV worden verleend (zie [artikel 14, eerste lid, Besluit uitvoering Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=14)). Voorwaarde is onder meer dat de werkgever beschikt over een stageovereenkomst met de desbetreffende student en onderwijsinstelling.
### 6.3. Voorschriften
Als de vreemdeling tussentijds van studie verandert (van een studie met een studielast van meer dan vier jaar in een andere studie, of andersom), wordt de tijd die al is gestudeerd afgetrokken van de studielast van de nieuwe studie.
Aan de echtgeno(o)t(e) of (geregistreerde) partner en de minderjarige kinderen van de student kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verband houdend met gezinshereniging worden verleend, mits wordt voldaan aan de voor die beperking geldende voorwaarden, met uitzondering van de voorwaarde die betrekking heeft op het niet-tijdelijk verblijf van de hoofdpersoon (zie [artikel 5.9, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.9)).
### 9. Verandering van opleiding of onderwijsinstelling
Voor de overige verblijfsvoorwaarden en de vereiste bescheiden wordt verwezen [hoofdstuk 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=11&z=2019-10-01&g=2019-10-01) CTU-BES.
In geval van gezinshereniging bij een student zijn de middelen voldoende als wordt beschikt over het in hoofdstuk 3, paragraaf 1.9.3.3. genoemde normbedrag voor gezinshereniging in plaats van de in paragraaf 4 genoemde USD 559. Deze bedragen moeten dus niet bij elkaar opgeteld worden. Wel moet de student daarnaast voor zijn verblijfsrecht als student nog beschikken over middelen ter hoogte van het bedrag van het verschuldigde college- of lesgeld.
### 9. Verandering van opleiding of onderwijsinstelling
Voor verandering van onderwijsinstelling moet wijziging gevraagd worden van de beperking waaronder de verblijfsvergunning is verleend. De totale termijn op grond waarvan verblijf in de openbare lichamen voor studie is toegestaan mag echter de maximale verblijfsduur niet mag overschrijden.
Voor verandering van opleiding bij dezelfde onderwijsinstelling hoeft geen wijziging van de beperking van de verblijfsvergunning te worden gevraagd. Ook hier geldt dat de maximale verblijfsduur niet mag worden overschreden als bij dezelfde onderwijsinstelling van opleiding wordt veranderd, terwijl de eerdere opleiding nog niet is afgerond.
Het volgen van een studie/opleiding is primair gericht op voltooiing ervan. Daarom is een verklaring van de onderwijsinstelling nodig, waaruit blijkt dat voltooiing van de studie/opleiding binnen het resterende deel van de maximale verblijfsduur mogelijk is. De vreemdeling legt deze verklaring over bij de aanvraag om wijziging van de beperking van de verblijfsvergunning. Wanneer van opleiding wordt veranderd binnen dezelfde onderwijsinstelling legt de vreemdeling deze verklaring over bij de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning.
Het verblijf als gepensioneerde of rentenier moet het algemeen belang dienen van de openbare lichamen. Voor gepensioneerden en renteniers is dat het economisch belang. Dat wil zeggen dat van het verblijf van de vreemdeling als gepensioneerde of rentenier een stimulerende werking uit gaat op de economie van de openbare lichamen.
De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘Studie aan (naam onderwijsinstelling) te ......................... (plaatsnaam)’.
### 9. Verandering van opleiding of onderwijsinstelling
Het verblijf als gepensioneerde of rentenier moet het algemeen belang dienen van de openbare lichamen. Voor gepensioneerden en renteniers is dat het economisch belang. Dat wil zeggen dat van het verblijf van de vreemdeling als gepensioneerde of rentenier een stimulerende werking uit gaat op de economie van de openbare lichamen.
Onder een gepensioneerde wordt verstaan een vreemdeling die:
Onder een rentenier wordt verstaan een vermogende vreemdeling die:
### 2. Vreemdelingen die een beroep doen op de penshonado/rentenierswetgeving
### 2. Vreemdelingen die een beroep doen op de penshonado/rentenierswetgeving
De ‘penshonado/rentenierregeling’ uit de artikelen 23B, 23C, 23D en 23E van de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 zal op grond van [artikel 13b van de Wet geldstelsel BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028551&artikel=13b) na de transitie tot 1 januari 2011 ongewijzigd worden voortgezet. Dit betekent dat voor zover een gepensioneerde of rentenier op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van de transitie rechten en verplichtingen heeft op grond van genoemde regeling, deze rechten en verplichtingen daarna door blijven lopen.
In [artikel X](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029268&artikel=X) en [XI van de Invoeringswet fiscaal stelsel BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029268&artikel=XI) is een overgangsrecht opgenomen. In dit overgangsrecht wordt aangegeven dat de ‘penshonado/rentenierregeling’ uit de artikelen 23B, 23C, 23D en 23E van de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 wordt voortgezet tot maximaal 1 januari 2015 voor de belastingplichtige die:
In de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 staan de voorwaarden vermeld waaraan een vreemdeling of Nederlander moet voldoen om een beroep te kunnen doen op de ‘penshonado/rentenierregeling’. Eén van de voorwaarden is dat men voor onbepaalde tijd toegelaten moet zijn. Dit betekent dat men in het bezit moet zijn van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd of een verklaring dat men toelating van rechtswege heeft, dan wel dat men als Nederlander was toegelaten op grond van artikel 1 Landsverordening toelating en uitzetting.
Het enkel voldoen aan de voorwaarden van de fiscale ‘penshonado/rentenierregeling’ is op zichzelf geen grond voor toelating.
Aan de echtgeno(o)t(e) of (geregistreerde) partner en de minderjarige kinderen van de student kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verband houdend met gezinshereniging worden verleend, mits wordt voldaan aan de voor die beperking geldende voorwaarden, met uitzondering van de voorwaarde die betrekking heeft op het niet-tijdelijk verblijf van de hoofdpersoon (zie [artikel 5.9, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.9)).
### 3.1. Inleiding
Een vreemdeling die geen beroep doet of kan doen op de fiscale ‘penshonado/rentenierregeling’, maar die zich wel als gepensioneerde of rentenier in de openbare lichamen wil vestigen, kan in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder de beperking ‘verblijf als gepensioneerde of rentenier’ als hij voldoet aan de onder 3.2 genoemde voorwaarden.
In geval van gezinshereniging bij een student zijn de middelen voldoende als wordt beschikt over het in hoofdstuk 3, paragraaf 1.9.3.3. genoemde normbedrag voor gezinshereniging in plaats van de in paragraaf 4 genoemde USD 559. Deze bedragen moeten dus niet bij elkaar opgeteld worden. Wel moet de student daarnaast voor zijn verblijfsrecht als student nog beschikken over middelen ter hoogte van het bedrag van het verschuldigde college- of lesgeld.
Ten aanzien van deze voorwaarden zijn de beleidsregels met betrekking tot de algemene voorwaarden van [artikel 9, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9) van toepassing. Deze staan in [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=3&z=2019-10-01&g=2019-10-01).
### 3. Reguliere gepensioneerden en renteniers
### 3.3. Vereiste bescheiden
Het volgen van een studie/opleiding is primair gericht op voltooiing ervan. Daarom is een verklaring van de onderwijsinstelling nodig, waaruit blijkt dat voltooiing van de studie/opleiding binnen het resterende deel van de maximale verblijfsduur mogelijk is. De vreemdeling legt deze verklaring over bij de aanvraag om wijziging van de beperking van de verblijfsvergunning. Wanneer van opleiding wordt veranderd binnen dezelfde onderwijsinstelling legt de vreemdeling deze verklaring over bij de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning.
### Hoofdstuk 8. Gepensioneerden en renteniers
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan onder voorwaarden worden verleend onder een beperking die verband houdt met verblijf als gepensioneerde of rentenier (zie [artikel 7, zevende lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7) en [artikel 5.2, eerste lid, onder f, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2)).
Het verblijf als gepensioneerde of rentenier moet het algemeen belang dienen van de openbare lichamen. Voor gepensioneerden en renteniers is dat het economisch belang. Dat wil zeggen dat van het verblijf van de vreemdeling als gepensioneerde of rentenier een stimulerende werking uit gaat op de economie van de openbare lichamen.
### 3.1. Inleiding
Nederlanders en Amerikanen mogen zonder toelating van rechtswege toegekend als toerist in de openbare lichamen verblijven gedurende een periode van maximaal zes maanden binnen een tijdvak van een jaar.
Vreemdelingen die in de openbare lichamen willen overwinteren dan wel als toerist tijdelijk, gedurende een periode van maximaal zes maanden binnen een tijdvak van een jaar, in de openbare lichamen willen verblijven, kunnen een aanvraag indienen om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder de beperking ‘verblijf als gepensioneerde of rentenier’. Dit betreft een tijdelijk verblijfsrecht en moet uitdrukkelijk in de beschikking waarbij de verblijfsvergunning wordt verleend worden vermeld (zie [artikel 5.3, derde lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.3)).
Onder een rentenier wordt verstaan een vermogende vreemdeling die:
### 4. Overwinteraars
### 2. Vreemdelingen die een beroep doen op de penshonado/rentenierswetgeving
Een pensioenuitkering moet op het tijdstip waarop de aanvraag om een verblijfsvergunning is ontvangen of de beschikking wordt gegeven nog ten minste één jaar beschikbaar zijn. Dit kan worden aangetoond met een verklaring of brief van het pensioenfonds.
In [artikel X](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029268&artikel=X) en [XI van de Invoeringswet fiscaal stelsel BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029268&artikel=XI) is een overgangsrecht opgenomen. In dit overgangsrecht wordt aangegeven dat de ‘penshonado/rentenierregeling’ uit de artikelen 23B, 23C, 23D en 23E van de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 wordt voortgezet tot maximaal 1 januari 2015 voor de belastingplichtige die:
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
### 5. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
Als door de vreemdeling aan de hierboven in 2.2, 3.2 dan wel 4.2 genoemde voorwaarden wordt voldaan, wordt de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verleend onder de beperking: ‘verblijf als gepensioneerde of rentenier’.
Als door de vreemdeling aan de hierboven in 2.2, 3.2 dan wel 4.2 genoemde voorwaarden wordt voldaan, wordt de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verleend onder de beperking: ‘verblijf als gepensioneerde of rentenier’.
Een vreemdeling die geen beroep doet of kan doen op de fiscale ‘penshonado/rentenierregeling’, maar die zich wel als gepensioneerde of rentenier in de openbare lichamen wil vestigen, kan in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder de beperking ‘verblijf als gepensioneerde of rentenier’ als hij voldoet aan de onder 3.2 genoemde voorwaarden.
### 3.2. Verblijfsvoorwaarden
De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is maximaal zes maanden per jaar en is tijdelijk van aard. De tijdelijkheid moet altijd uitdrukkelijk in de beschikking waarbij de verblijfsvergunning wordt verleend, worden vermeld.
### 5.3. Arbeidsmarktaantekening
### 5.3. Arbeidsmarktaantekening
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: ’arbeid in loondienst alleen toegestaan indien de werkgever beschikt over TWV’.
### 5.4. Voorschriften
De verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting.
De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is maximaal zes maanden per jaar en is tijdelijk van aard. De tijdelijkheid moet altijd uitdrukkelijk in de beschikking waarbij de verblijfsvergunning wordt verleend, worden vermeld.
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan onder voorwaarden worden verleend onder een beperking die verband houdt met verblijf als investeerder (zie [artikel 7, zevende lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7) en [artikel 5.2, eerste lid, onder k, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2)).
### 5.3. Arbeidsmarktaantekening
Het verblijf als investeerder moet het algemeen belang van de openbare lichamen dienen. Voor investeerders is dat het economisch belang. Met de toelating van een vreemdeling moet een wezenlijk belang worden gediend binnen de openbare lichamen.
### 5.4. Voorschriften
‘het inbrengen van buitenlandse deviezen waarmee een bijdrage geleverd wordt aan de economische ontwikkeling van de gemeenschap binnen de openbare lichamen’.
### Hoofdstuk 9. Investeerders
### 5.3. Arbeidsmarktaantekening
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan onder een beperking verband houdend met verblijf als investeerder worden verleend als de vreemdeling voldoet aan de onder 2 genoemde verblijfsvoorwaarden. Als de vreemdeling niet voldoet aan één of meer van deze voorwaarden, wordt de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning afgewezen.
Ten aanzien van deze voorwaarden zijn de beleidsregels met betrekking tot de algemene voorwaarden van [artikel 9, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9) van toepassing. Deze staan in [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=3&z=2015-02-19&g=2015-02-19).
Ten aanzien van deze voorwaarden zijn de beleidsregels met betrekking tot de algemene voorwaarden van [artikel 9, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9) van toepassing. Deze staan in [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=3&z=2019-10-01&g=2019-10-01).
De vreemdeling moet een zakelijke investering doen en/of onroerend goed aanschaffen met een totale waarde van tenminste USD 365.000,00. Deze investering moet binnen 18 maanden na de eerste aanvraag zijn verwezenlijkt.
Een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verblijf als investeerder is tijdelijk (zie [artikel 5.3, tweede lid, onder f, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.3)). Dit betekent dat de vreemdeling die een verblijfsvergunning als investeerder heeft, bij het niet nakomen van de hiervoor geldende verplichtingen de openbare lichamen moet verlaten. De vreemdeling moet een verklaring ondertekenen dat hij ermee bekend is dat hij alleen voor het verblijfsdoel investeerder in de openbare lichamen mag verblijven.
Voor vreemdelingen met een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als ‘investeerder’ geldt een maximale verblijfsduur in de openbare lichamen van 120 dagen per jaar.
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands of Engels of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
### 4. Gezinshereniging
De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is maximaal zes maanden per jaar en is tijdelijk van aard. De tijdelijkheid moet altijd uitdrukkelijk in de beschikking waarbij de verblijfsvergunning wordt verleend, worden vermeld.
Als hoofdregel geldt dat de gezinsleden in aanmerking kunnen komen voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verband houdend met gezinshereniging als de hoofdpersoon in het bezit is van een verblijfsvergunning die niet-tijdelijk is als bedoeld in [artikel 5.3 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.3) (zie [artikel 5.9, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.9) en [artikel 5.11 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.11)). In andere gevallen kan de verblijfsvergunning worden verleend (zie artikel 5.9, tweede lid, BTU-BES). Een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder de beperking ‘investeerder’ is tijdelijk van aard (zie artikel 5.3, tweede lid, BTU-BES).
De gezinsleden, zoals genoemd in [artikel 5.10 BTU BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.10), komen in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op grond van gezinshereniging als aan de hoofdpersoon een verblijfsvergunning als ‘investeerders’ is verleend.
Naast de gezinsleden zoals genoemd in artikel 5.10 BTU-BES kunnen meerderjarige kinderen in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op grond van gezinshereniging als:
### 5.4. Voorschriften
De gezinsleden moeten de in paragraaf 3 onder a, b, c, d, e, g, j en k genoemde bescheiden overleggen.
### 5. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder de beperking: ‘verblijf als investeerder’.
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder de beperking: ‘verblijf als investeerder’.
De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van gezinshereniging wordt aan de gezinsleden verleend onder de beperking: ‘Verblijf bij (naam hoofdpersoon).’
Onder ‘wezenlijk belang’ wordt verstaan:
Op de vergunning staat de aantekening: ‘arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’.
### 5.3. Voorschriften
### Hoofdstuk 10. Vrijwilligers
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan onder een beperking verband houdend met verblijf als investeerder worden verleend als de vreemdeling voldoet aan de onder 2 genoemde verblijfsvoorwaarden. Als de vreemdeling niet voldoet aan één of meer van deze voorwaarden, wordt de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning afgewezen.
Aan een vreemdeling die vrijwilligerswerk verricht in de openbare lichamen kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden verleend onder een beperking verband houdend met ‘verblijf als vrijwilliger’, als aan de daarvoor geldende voorwaarden wordt voldaan (zie [artikel 5.2, eerste lid, onder m, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2)). De verblijfsvoorwaarden voor dit verblijfsdoel zijn hieronder uitgewerkt in beleidsregels.
### 5.2. Arbeidsmarktaantekening
Een vrijwilliger is een natuurlijke persoon die deelneemt aan arbeid die gebruikelijk onbetaald wordt verricht, geen winstoogmerk heeft en een algemeen maatschappelijk doel dient.
### 5.1. Beperking
Als een vreemdeling vrijwilligerswerk verricht voor langer dan 12 weken, dan is hiervoor wel een TWV vereist en moet de vreemdeling ook een aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd aanvragen onder een beperking verband houdend met ‘verblijf als vrijwilliger’. Dit is een tijdelijk verblijfsrecht dat voor maximaal één jaar kan worden verleend. Na één jaar kan de verblijfsvergunning niet meer worden verlengd.
### 2. Verblijfsvoorwaarden
### 5.2. Arbeidsmarktaantekening
Middelen van bestaan zijn in geval van een beoogd verblijf als vrijwilliger voldoende als de vreemdeling een voor het betreffende vrijwilligerswerk naar het oordeel van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gebruikelijk salaris of gebruikelijke vergoeding ontvangt.
Wat een gebruikelijk salaris of een gebruikelijke vergoeding is voor het door de vreemdeling te verrichten vrijwilligerswerk, wordt beoordeeld in het kader van de aanvraag om verlening van een TWV. Als een TWV voor het beoogde vrijwilligerswerk is afgegeven door de RCN-unit SZW, dan kan ervan worden uitgegaan dat de vreemdeling een gebruikelijk salaris of gebruikelijke vergoeding ontvangt voor zijn werkzaamheden als vrijwilliger en dat daarmee aan de onder d genoemde voorwaarde wordt voldaan.
De gezinsleden, zoals genoemd in [artikel 5.10 BTU BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.10), komen in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op grond van gezinshereniging als aan de hoofdpersoon een verblijfsvergunning als ‘investeerders’ is verleend.
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
### 1. Inleiding
Bij verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd in het kader van gezinshereniging bij een hoofdpersoon, die in het bezit is van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor verblijf als vrijwilliger dan wel die daarvoor een aanvraag heeft ingediend, moet de schriftelijke garantstelling worden ondertekend door de organisatie voor wie de hoofdpersoon als vrijwilliger werkt.
De organisatie voor wie vrijwilligerswerk wordt verricht wordt geacht solvabel te zijn als daaraan een TWV is verleend voor het door de vreemdeling te verrichten vrijwilligerswerk.
Beleidsregel:
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder de beperking: ‘verblijf als investeerder’.
### 4. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
Dit verblijfsrecht is tijdelijk van aard. Dit moet uitdrukkelijk in de beschikking waarbij de verblijfsvergunning wordt verleend, worden vermeld.
Op de vergunning staat de aantekening: ‘arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’.
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: 'arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’.
Aan de verblijfsvergunning is als voorschrift verbonden de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: 'arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’.
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met ‘verblijf als vrijwilliger’ kan worden verleend voor de duur waarvoor de TWV is afgegeven, met een maximum van één jaar (zie [artikel 5.25 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.25)).
### 5. Geldigheidsduur
### 4.1. Beperking
Als een vreemdeling vrijwilligerswerk verricht voor maximaal 12 weken binnen een periode van 52 weken, dan is hiervoor geen TWV vereist. Aangezien de vreemdeling in dat geval ook binnen de vrije termijn verblijft, hoeft hij ook geen verblijfsvergunning voor bepaalde tijd aan te vragen.
Beleidsregel:
### 2. Verblijfsvoorwaarden
Het verblijfsrecht van de hoofdpersoon/vrijwilliger is tijdelijk (zie [artikel 5.3, tweede lid, onder f, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.3)). [Artikel 5.9, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.9) en bovenstaande beleidsregel maken het mogelijk dat ook in dat geval een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verband houdend met gezinshereniging kan worden verleend.
### 4.1. Beperking
### 5. Geldigheidsduur
Wat een gebruikelijk salaris of een gebruikelijke vergoeding is voor het door de vreemdeling te verrichten vrijwilligerswerk, wordt beoordeeld in het kader van de aanvraag om verlening van een TWV. Als een TWV voor het beoogde vrijwilligerswerk is afgegeven door de SZW unit, dan kan ervan worden uitgegaan dat de vreemdeling een gebruikelijk salaris of gebruikelijke vergoeding ontvangt voor zijn werkzaamheden als vrijwilliger en dat daarmee aan de onder d genoemde voorwaarde wordt voldaan.
In geval van gezinshereniging bij een vrijwilliger geldt het middelenvereiste voor gezinshereniging zoals vermeld in hoofdstuk 3, paragraaf 1.9.3.3.
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands of Engels of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
### 1. Algemeen
Gezinsvorming is dus een bijzondere vorm van gezinshereniging. Verder wordt met de aansluiting bij het begrip ‘hoofdverblijf’ voorkomen dat ook in geval van een tijdens een buitenlandse vakantie van een in de openbare lichamen gevestigde persoon gesloten huwelijk of relatie, om de enkele reden dat het huwelijk of de relatie buiten de openbare lichamen tot stand is gekomen, sprake zou zijn van ‘gezinshereniging’.
In dit hoofdstuk wordt onder hoofdpersoon verstaan de persoon bij wie de vreemdeling als gezinslid (bijvoorbeeld als echtgenoot, geregistreerde partner, niet-geregistreerde partner, kind of ouder) in de openbare lichamen wil verblijven.
Beleidsregel:
In het kader van gezinshereniging kan verblijf in de openbare lichamen worden toegestaan op grond van een huwelijk, geregistreerd partnerschap, of niet-geregistreerd partnerschap dat al bestond toen beide (huwelijks)partners nog buiten de openbare lichamen verbleven. Voor toelating van kinderen die uit deze (huwelijks)relatie zijn geboren wordt verwezen naar paragraaf 5 (en verder) van dit hoofdstuk.
In geval van gezinshereniging bij een vrijwilliger geldt het middelenvereiste voor gezinshereniging zoals vermeld in hoofdstuk 3, paragraaf 1.9.3.3.
### 4.1. Beperking
### 2. Huwelijk en geregistreerd partnerschap
### 2.1. Verblijfsvoorwaarden
Ingevolge artikel 5.10, onder a, BTU-BES wordt de verblijfsvergunning op grond van een huwelijk verleend als het huwelijk naar Nederlands internationaal privaatrecht rechtsgeldig is. De verblijfsvergunning wordt niet op grond van een geregistreerd partnerschap verleend als dat partnerschap niet in Nederland is geregistreerd.
Het huwelijk is geldig als:
Het bestaan van een geldig huwelijk moet met gelegaliseerde documenten worden aangetoond. Als het huwelijk, gesloten buiten een land van het Koninkrijk, wegens strijd met de openbare orde, niet voor erkenning door de openbare lichamen in aanmerking komt, dan heeft dit tot gevolg dat dit huwelijk niet de basis kan vormen voor verlening van een vergunning tot (tijdelijk) verblijf.
### 5. Geldigheidsduur
De verblijfsvergunning wordt niet op grond van een huwelijk of een geregistreerd partnerschap verleend als het huwelijk of het geregistreerde partnerschap niet is aangetoond.
### 1.3. Beleid gezinsvorming
Ingeval van gezinshereniging of gezinsvorming wordt de verblijfsvergunning ingevolge de artikelen 5.10 en 5.11 BTU-BES verleend als de vreemdeling en de hoofdpersoon eenentwintig jaar of ouder zijn.
### 6. Gezinshereniging
### 1.2. Beleid gezinshereniging
Op grond van artikel 5.13 BTU-BES wordt de verblijfsvergunning verleend als de vreemdeling en de hoofdpersoon samenwonen en een gemeenschappelijke huishouding voeren.
De vreemdeling en de persoon bij wie deze wil verblijven, moeten feitelijk samenwonen en een gemeenschappelijke huishouding voeren. Zij moeten ook naar buiten toe, bijvoorbeeld naar de werkgever en de zorgverzekeraar, hetzelfde adres voeren. Daarnaast moeten de vreemdeling en de persoon bij wie deze wil verblijven op hetzelfde adres in de basisadministratie persoonsgegevens staan ingeschreven.
Voor vreemdelingen die vanuit het buitenland verblijf (mvv) aanvragen, geldt dat zij direct na inreis in de openbare lichamen met hun echtgeno(o)t(e) moeten gaan samenwonen als hier bedoeld.
De verblijfsvergunning wordt op grond van artikel 5.16 BTU-BES verleend als de vreemdeling geen gevaar vormt voor de openbare orde en nationale veiligheid.
In geval van gezinshereniging of gezinsvorming wordt op grond van [artikel 5.18, onder a, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.18) juncto [artikel 5.33 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.33), de verblijfsvergunning verleend als de hoofdpersoon duurzaam en zelfstandig beschikt over voldoende middelen van bestaan (zie hoofdstuk 3, paragraaf 1.9.3.3).
De verblijfsvergunning wordt op grond van [artikel 5.16 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.16) verleend als de vreemdeling geen gevaar vormt voor de openbare orde en nationale veiligheid.
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
Gezinsvorming wordt gedefinieerd als: ‘gezinshereniging van de echtgenoot, geregistreerd partner of niet-geregistreerde partner, voor zover de gezinsband tot stand is gekomen op een tijdstip waarop de hoofdpersoon in de openbare lichamen hoofdverblijf had.’
Gezinsvorming is dus een bijzondere vorm van gezinshereniging. Verder wordt met de aansluiting bij het begrip ‘hoofdverblijf’ voorkomen dat ook in geval van een tijdens een buitenlandse vakantie van een in de openbare lichamen gevestigde persoon gesloten huwelijk of relatie, om de enkele reden dat het huwelijk of de relatie buiten de openbare lichamen tot stand is gekomen, sprake zou zijn van ‘gezinshereniging’.
De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘verblijf bij echtgeno(o)t(e) / geregistreerd partner (naam)’.
De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘verblijf bij echtgeno(o)t(e) / geregistreerd partner (naam)’.
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: 'arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’. Beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.
Als [artikel 7 Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=7) van toepassing is, wordt de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist. Beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.
In het kader van gezinsvorming kan verblijf in de openbare lichamen worden toegestaan op grond van een huwelijk, geregistreerd partnerschap, of niet-geregistreerd partnerschap gesloten op een tijdstip dat een van de echtgenoten al in de openbare lichamen verbleef.
### 2. Huwelijk en geregistreerd partnerschap
### 2.4. Geldigheidsduur
### 2.4. Geldigheidsduur
Het huwelijk is geldig als:
### 3. Schijnhuwelijk
Huwelijken met vreemdelingen die tijdens het rechtmatig verblijf van de vreemdeling of Nederlander worden gesloten buiten de openbare lichamen moeten voordat er een verzoek tot gezinsvorming kan worden ingediend eerst ingeschreven worden in het bevolkingsregister. Bij twijfel zal de vreemdelingenpolitie worden verzocht een onderzoek in te stellen.
Als het huwelijk binnen de openbare lichamen wordt gesloten, zal het bevolkingsregister bij twijfel ook de vreemdelingenpolitie verzoeken een onderzoek te laten plaatsvinden.
### 2.3.1. Beperking
Ingeval van gezinshereniging of gezinsvorming wordt de verblijfsvergunning ingevolge de [artikelen 5.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.10) en [5.11 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.11) verleend als de vreemdeling en de hoofdpersoon eenentwintig jaar of ouder zijn.
### 4.1. Verblijfsvoorwaarden
Op grond van artikel 5.10 BTU-BES wordt de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van een relatie verleend, als de vreemdeling een duurzame en exclusieve relatie onderhoudt met de in de openbare lichamen gevestigde hoofdpersoon. Van een duurzame en exclusieve relatie is sprake als de (homo- of heteroseksuele) relatie in voldoende mate met een huwelijk op één lijn is te stellen.
### 3. Schijnhuwelijk
Verwantschap:
Op grond van artikel 5.10 BTU-BES wordt de verblijfsvergunning verleend als de vreemdeling en de hoofdpersoon niet tot elkaar in een zodanig nauwe relatie staan dat die naar Nederlands recht een huwelijksbeletsel zou vormen.
Op grond van artikel 5.10, onder 2, BTU-BES wordt de verblijfsvergunning verleend als de vreemdeling of de hoofdpersoon niet met een ander een in Nederland geregistreerd partnerschap is aangegaan of gehuwd is, tenzij het huwelijk of het geregistreerd partnerschap door wettelijke beletselen, waarop geen invloed kan worden uitgeoefend, niet is ontbonden.
De (ongehuwde) burgerlijke staat wordt aangetoond met officiële gelegaliseerde / geapostilleerde stukken.
### 2.2. Vereiste bescheiden
### 2.3. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
Ingeval van gezinshereniging of gezinsvorming wordt de verblijfsvergunning op grond van de artikelen 5.10 en 5.11 BTU-BES verleend als de vreemdeling en de hoofdpersoon eenentwintig jaar of ouder zijn.
Op grond van artikel 5.10 BTU-BES en artikel 5.12 BTU-BES wordt, zolang de vreemdeling of de hoofdpersoon met meer dan één andere persoon tegelijkertijd door een huwelijk of een (al dan niet geregistreerd) partnerschap is verbonden, de verblijfsvergunning maar aan één echtgenoot, geregistreerd partner of partner tegelijkertijd verleend, en aan de uit die vreemdeling geboren (minderjarige) kinderen.
Ook als de in de openbare lichamen verblijvende hoofdpersoon met een andere man of vrouw duurzaam samenleeft, komen de buitenlandse partner en de eventuele gezinsleden niet voor een verblijfsvergunning in aanmerking. Als de polygame situatie is beëindigd, bijvoorbeeld door overlijden of door een echtscheiding die naar het internationaal privaatrecht van de openbare lichamen is erkend, staat de vroegere polygame situatie niet aan verlening van de verblijfsvergunning in de weg.
De vreemdeling en de persoon bij wie deze wil verblijven, moeten feitelijk samenwonen en een gemeenschappelijke huishouding voeren. Zij moeten ook naar buiten toe, bijvoorbeeld naar de werkgever en de ziektekostenverzekeraar, hetzelfde adres voeren. Daarnaast moeten de vreemdeling en de persoon bij wie deze wil verblijven op hetzelfde adres in de basisadministratie persoonsgegevens staan ingeschreven.
Voor vreemdelingen die vanuit het buitenland verblijf (mvv) aanvragen, geldt dat zij direct na inreis in de openbare lichamen met hun (huwelijks)partner moeten gaan samenwonen als hier bedoeld.
De verblijfsvergunning wordt op grond van artikel 5.16 BTU-BES verleend als de vreemdeling geen gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid.
In geval van gezinshereniging of gezinsvorming wordt op grond van [artikel 5.18, onder a, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.18) juncto artikel 5.33 BTU-BES, de verblijfsvergunning verleend als de hoofdpersoon duurzaam en zelfstandig beschikt over voldoende middelen van bestaan (zie hoofdstuk 3, paragraaf 1.9.3.3).
De in de openbare lichamen gevestigde partner ondertekent een garantstelling, waarmee hij zich garant stelt voor de kosten die voor de staat en voor andere openbare lichamen voortvloeien uit het verblijf van de buitenlandse partner en ook voor de kosten van terugkeer naar een land waar de toelating van die buitenlandse partner is gewaarborgd. De garantverklaring kan niet door een derde worden ondertekend.
Op grond van [artikel 5.25 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.25) wordt de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verleend voor ten hoogste één jaar en kan de verblijfsvergunning telkens met ten hoogste één jaar worden verlengd.
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
Een schijnhuwelijk is een huwelijk dat wordt aangegaan met als doel de nog niet of niet meer tot de openbare lichamen toegelaten buitenlandse partner een verblijfsrecht te verschaffen. Het gaat hierbij om voorgenomen huwelijken die op de openbare lichamen zullen plaatsvinden en huwelijken die in het buitenland zijn gesloten.
Huwelijken met vreemdelingen die tijdens het rechtmatig verblijf van de vreemdeling of Nederlander worden gesloten buiten de openbare lichamen moeten voordat er een verzoek tot gezinsvorming kan worden ingediend eerst ingeschreven worden in het bevolkingsregister. Bij twijfel zal de vreemdelingenpolitie worden verzocht een onderzoek in te stellen.
De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘verblijf bij partner (naam)’.
Aan huwelijken gesloten binnen of buiten de openbare lichamen kunnen geen rechten voor het verkrijgen van een verblijfstitel worden ontleend. Andere criteria, zoals voldoende geldelijke middelen, moeten worden overlegd om een vergunning tot tijdelijk verblijf in het kader van gezinsvorming te verkrijgen.
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: 'arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’. Beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.
Als [artikel 7 Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=7) van toepassing is, wordt de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist. Beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.
Op grond van [artikel 5.10 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.10) wordt de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van een relatie verleend, als de vreemdeling een duurzame en exclusieve relatie onderhoudt met de in de openbare lichamen gevestigde hoofdpersoon. Van een duurzame en exclusieve relatie is sprake als de (homo- of heteroseksuele) relatie in voldoende mate met een huwelijk op één lijn is te stellen.
### 4.3.3. Voorschrift
### 4.4. Geldigheidsduur
### 4.4. Geldigheidsduur
Op grond van [artikel 5.10, onder 2, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.10) wordt de verblijfsvergunning verleend als de vreemdeling of de hoofdpersoon niet met een ander een in Nederland geregistreerd partnerschap is aangegaan of gehuwd is, tenzij het huwelijk of het geregistreerd partnerschap door wettelijke beletselen, waarop geen invloed kan worden uitgeoefend, niet is ontbonden.
### 5.1. Verblijfsvoorwaarden
Op grond van artikel 5.10, onder c, BTU-BES wordt de verblijfsvergunning, bedoeld in [artikel 5.9 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.9), op aanvraag verleend aan het minderjarige biologische of juridische kind van een in de openbare lichamen gevestigde hoofdpersoon. Het kind moet wel onder het rechtmatig gezag van de hoofdpersoon staan. Daarbij geldt als voorwaarde dat het kind naar het oordeel van Onze Minister feitelijk behoort en al in het land van herkomst feitelijk behoorde tot het gezin van de hoofdpersoon.
Het gestelde rechtmatig gezag van de om verblijf vragende echtgenoot, geregistreerd partner of partner van de hoofdpersoon moet in beginsel met gelegaliseerde bescheiden worden aangetoond.
### 4.3.1. Beperking
De aanvraag om een verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 5.9 BTU-BES, wordt niet vanwege het ontbreken van een familierechtelijke relatie afgewezen als het minderjarige kind een pleegkind is van de hoofdpersoon. Daarbij geldt als voorwaarde dat het kind naar het oordeel van Onze Minister feitelijk behoort en al in het land van herkomst feitelijk behoorde tot het gezin van de hoofdpersoon.
### 4.3.2. Arbeidsmarktaantekening
Door middel van officiële gelegaliseerde/geapostilleerde documenten wordt aangetoond dat de ouder(s) of wettelijk vertegenwoordiger, of (als zij zijn overleden of een onbekende verblijfplaats hebben) de autoriteiten in het land van herkomst instemmen met het verblijf van het kind in het gezin van de pleegouders. Alleen als het recht van het land van herkomst dit vereist, is naast instemming van de ouder(s) of de wettelijke vertegenwoordiger ook instemming van de autoriteiten van het land van herkomst vereist.
### 5. Minderjarige kinderen
### 4.3.3. Voorschrift
Kinderen die alleen bij moeder of alleen bij vader verblijf aanvragen, terwijl de (biologische) vader of moeder in het land van herkomst achterblijft, moeten, naast de gebruikelijke voorwaarden, aan de volgende voorwaarde voldoen:
Akten:
De familierechtelijke relatie tot degene bij wie verblijf wordt beoogd, wordt door middel van officiële gelegaliseerde/geapostilleerde documenten aangetoond.
Op grond van artikel 5.10, onder c, BTU-BES wordt de verblijfsvergunning verleend, als het kind feitelijk behoort en al in het buitenland feitelijk behoorde tot het gezin van de in de openbare lichamen wonende ouder(s) bij wie verblijf wordt beoogd. De gezinsband moet al in het buitenland hebben bestaan en het kind moet gaan samenwonen met de ouder(s).
De aanvraag wordt afgewezen, als het kind niet feitelijk behoort en al in het buitenland behoorde tot het gezin van de in de openbare lichamen wonende ouder(s) bij wie verblijf wordt beoogd.
Voor de invulling van het begrip feitelijke gezinsband in zaken waarin minderjarige biologische of juridische kinderen bij een in de openbare lichamen verblijvende ouder verblijf vragen, wordt aangesloten bij het begrip familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM.
Het gezinsleven tussen ouders en kinderen in de zin van artikel 8 EVRM eindigt slechts in zeer uitzonderlijke situaties. Ook als men niet samenwoont of maar heel kort heeft samengewoond, of er in een periode weinig of geheel geen contact is geweest, zijn er andere zwaarwegende feiten nodig om het gezinsleven als beëindigd te kunnen beschouwen. Alleen de ondertoezichtstelling of uithuisplaatsing van het kind beëindigt bijvoorbeeld niet het gezinsleven.
Als sprake is van gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM wordt aangenomen dat een biologisch of juridisch kind feitelijk behoort en al in het buitenland behoorde tot het gezin van de ouder(s).
Als sprake is van één of meer van de volgende genoemde omstandigheden wordt, in uitzondering op het bovenstaande, aangenomen dat een kind niet langer feitelijk behoort tot het gezin van de ouder(s):
Als het kind zelf de zorg heeft voor afhankelijke gezinsleden, onder wie (buitenechtelijke) kinderen, is dit alleen een reden om aan te nemen dat het niet langer feitelijk behoort tot het gezin van de ouder(s), als daarnaast sprake is van één van de eerste twee hiervóór genoemde omstandigheden.
Met de genoemde uitzonderingsgevallen is duidelijk gemaakt dat er omstandigheden kunnen zijn, waarin geoordeeld kan worden dat het kind niet (meer) feitelijk behoort tot het gezin van de ouder(s). In de eerste twee genoemde omstandigheden kan worden aangenomen dat het kind een zekere mate van zelfstandigheid heeft bereikt. In deze gevallen komt aan de handhaving van een restrictief vreemdelingenbeleid meer gewicht toe dan aan het individuele belang van het kind om alsnog bij zijn ouder(s) in de openbare lichamen te verblijven. De zorg voor afhankelijke gezinsleden, onder wie (buitenechtelijke) kinderen, kan uitsluitend tot het oordeel leiden dat het kind niet feitelijk behoort tot het gezin van de ouder(s), als het kind daarnaast zelfstandig woont en in eigen onderhoud voorziet, óf door het aangaan van een huwelijk of een relatie een zelfstandig gezin heeft gevormd.
Op grond van artikel 5.11 BTU-BES wordt de verblijfsvergunning verleend, als de hoofdpersoon in de openbare lichamen verblijft als:
Als de referent met meer dan één andere persoon tegelijkertijd door een huwelijk of (geregistreerd) partnerschap is verbonden, wordt op grond van artikel 5.12 BTU-BES geen verblijfsvergunning verleend aan het minderjarige biologische of juridische kind van de referent als:
Op grond van artikel 5.13 BTU-BES wordt de verblijfsvergunning verleend als het minderjarige kind en de hoofdpersoon (gaan) samenwonen.
De verblijfsvergunning wordt op grond van artikel 5.16 BTU-BES verleend als de vreemdeling geen gevaar vormt voor de openbare orde en nationale veiligheid.
De verblijfsvergunning wordt op grond van [artikel 5.18, onder a, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.18) verleend als de hoofdpersoon duurzaam en zelfstandig beschikt over voldoende middelen van bestaan (zie hoofdstuk 3, paragraaf 1.9.3.3).
Als de hoofdpersoon (de biologische of juridische ouder bij wie de vreemdeling verblijf beoogt) een naar Nederlands internationaal privaatrecht geldig huwelijk of een in Nederland geregistreerd partnerschap is aangegaan, dan wel een relatie onderhoudt in de zin van artikel 5.10, aanhef en onder b, BTU-BES met een persoon die houder is van een verblijfsvergunning, dan wel Nederlander is, kan het duurzame, zelfstandig verworven bruto-inkomen van die persoon – mits deze samenwoont met de hoofdpersoon – worden meegeteld bij de berekening van de bestaansmiddelen.
Daarbij geldt als aanvullende voorwaarde dat, tenzij de bovenbedoelde partner, geregistreerde partner of huwelijkspartner biologisch of juridisch ouder van de vreemdeling is, deze een garantstelling moet hebben ondertekend.
Als het gestelde rechtmatig gezag niet met gelegaliseerde bescheiden wordt aangetoond, wordt de aanvraag afgewezen.
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
Gelegaliseerde akten:
### 5.2. Vereiste bescheiden
### 5.3.1. In de openbare lichamen geboren kinderen
De verblijfsvergunning wordt verleend aan het in de openbare lichamen geboren kind, als:
### 5.3.1. In de openbare lichamen geboren kinderen
Gelegaliseerde akten:
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
### 5.4. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
### 5.4.1. Beperking
### 5.4.2. Arbeidsmarktaantekening
Het gezinsleven tussen ouders en kinderen in de zin van artikel 8 EVRM eindigt slechts in zeer uitzonderlijke situaties. Ook als men niet samenwoont of maar heel kort heeft samengewoond, of er in een periode weinig of geheel geen contact is geweest, zijn er andere zwaarwegende feiten nodig om het gezinsleven als beëindigd te kunnen beschouwen. Alleen de ondertoezichtstelling of uithuisplaatsing van het kind beëindigt bijvoorbeeld niet het gezinsleven.
### 5.2. Vereiste bescheiden
Bovengenoemde arbeidsmarktaantekening staat niet in de weg dat bij andere wetten beperkingen ten aanzien van het verrichten van arbeid door minderjarigen gesteld worden.
Als het kind zelf de zorg heeft voor afhankelijke gezinsleden, onder wie (buitenechtelijke) kinderen, is dit alleen een reden om aan te nemen dat het niet langer feitelijk behoort tot het gezin van de ouder(s), als daarnaast sprake is van één van de eerste twee hiervóór genoemde omstandigheden.
### 5.5. Geldigheidsduur
Op grond van [artikel 5.11 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.11) wordt de verblijfsvergunning verleend, als de hoofdpersoon in de openbare lichamen verblijft als:
### 6. Verruimde gezinshereniging
Op grond van [artikel 5.13 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.13) wordt de verblijfsvergunning verleend als het minderjarige kind en de hoofdpersoon (gaan) samenwonen.
### 5.4. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
De familierechtelijke relatie moet worden aangetoond met officiële gelegaliseerde / geapostilleerde documenten.
Verder wordt de eis gesteld dat achterlating van de persoon die om toelating verzoekt bij zijn/haar kind in de openbare lichamen een onevenredige hardheid oplevert.
Daarbij geldt als aanvullende voorwaarde dat, tenzij de bovenbedoelde partner, geregistreerde partner of huwelijkspartner biologisch of juridisch ouder van de vreemdeling is, deze een garantstelling moet hebben ondertekend.
### 5.2. Vereiste bescheiden
De verblijfsvergunning wordt verleend, als de in de openbare lichamen verblijvende kinderen in de openbare lichamen verblijven als:
De verblijfsvergunning wordt niet verleend als één van de kinderen niet duurzaam beschikt of de kinderen niet duurzaam beschikken over voldoende middelen van bestaan (zie hoofdstuk 3, paragraaf 1.9.3.3).
Aan de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden van het sluiten van een voldoende ziektekostenverzekering, met inbegrip van de kosten die zijn verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.
### 6.3.1. Beperking
### 6.3. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
### 6.3.1. Beperking
De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘verruimde gezinshereniging bij (naam gezinslid)’.
### 6.3.2. Arbeidsmarktaantekening
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: ‘arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’. Beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.
### 6.3.3. Voorschrift
Aan de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden van het sluiten van een voldoende ziektekostenverzekering, met inbegrip van de kosten die zijn verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.
### 6.4. Geldigheidsduur
Op grond van [artikel 5.25 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.25) wordt de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verleend voor ten hoogste één jaar en kan de verblijfsvergunning telkens met ten hoogste één jaar worden verlengd.
### 7. Artikel 8 EVRM
### 7.1. Familie- of gezinsleven
In de volgende gevallen is in ieder geval sprake van familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM:
In de volgende gevallen kan ook sprake zijn van familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM:
Het familie- of gezinsleven tussen (geregistreerde en huwelijks)partners eindigt met de feitelijke verbreking van de (huwelijkse) relatie.
### 7.2. Inmenging
Inmenging op het familie- en gezinsleven, dan wel het privé-leven wordt aangenomen, als de vreemdeling:
### 7.3. Belangenafweging
Om te kunnen bepalen of weigering van (voortzetting van) het verblijf van de vreemdeling in strijd is met artikel 8 EVRM, moeten alle relevante feiten en omstandigheden van het geval worden bekeken en tot uitdrukking worden gebracht in een belangenafweging. Welke belangen bij de belangenafweging moeten worden betrokken, hangt af van de concrete individuele casus. Van belang is dat het altijd gaat om de feitelijke situatie in het individuele geval, die per casus zal verschillen. Aangezien het gaat om de beoordeling en afweging van diverse belangen van verschillende aard, komt in beide gevallen aan de overheid een zekere beoordelingsvrijheid (a certain margin of appreciation) toe.
De uitgangspositie van de belangenafweging wordt mede bepaald door de omstandigheid of sprake is van inmenging. Bij de weigering van voortgezet verblijf is de uitgangspositie van de vreemdeling sterker dan bij eerste toelating van vreemdelingen tot de openbare lichamen. De omstandigheid dat nooit sprake is geweest van rechtmatig verblijf zal ten nadele van de vreemdeling worden betrokken bij deze belangenafweging.
Ook als er geen sprake is van inmenging moet er een belangenafweging tussen de belangen van de Staat en die van de vreemdeling plaatsvinden.
### 7.4. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
### 7.4.1. Beperking
De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘uitoefenen van het gezinsleven conform artikel 8 EVRM bij (naam)’.
Als het verblijfsrecht van de persoon bij wie de vreemdeling wil verblijven, tijdelijk van aard is, is het verblijfsrecht van de vreemdeling ook tijdelijk van aard.
Als het verblijf wordt verleend op grond van de pogingen van de vreemdeling om aan het gezinsleven met zijn kind invulling te gaan geven, is het verblijfsrecht altijd tijdelijk van aard.
### 7.4.2. Arbeidsmarktaantekening
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: ‘arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’. Beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.
Als [artikel 7 Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=7) van toepassing is, wordt de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist. Beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.
### 7.5. Geldigheidsduur
Op grond van [artikel 5.25 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.25) wordt de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verleend voor ten hoogste één jaar en kan de verblijfsvergunning telkens met ten hoogste één jaar worden verlengd.
### Hoofdstuk 12. Buitenlandse adoptiekinderen en buitenlandse pleegkinderen
### 1. Inleiding
Het verschil tussen buitenlandse adoptiekinderen en buitenlandse pleegkinderen is een juridisch verschil.
Bij buitenlandse adoptie gaat het om een minderjarig kind van niet-Nederlandse nationaliteit, dat niet in de openbare lichamen is geboren en dat, als gevolg van een erkende buitenlandse adoptiebeslissing, geldt als kind van de adoptanten. Dit betekent dat de banden tussen de biologische ouders en het adoptiekind ophouden te bestaan, dat zij afstand hebben gedaan van het kind en dat de adoptiefouders in familierechtelijke band komen te staan tot dat kind. Het gaat ook om een permanente situatie.
Buitenlandse pleegkinderen zijn minderjarige kinderen die om welke reden dan ook thuis (in het buitenland) niet meer kunnen opgroeien en in een pleeggezin worden geplaatst waarbij de pleegouders feitelijk de verzorging over de kinderen van de ouders overnemen, maar niet juridisch de ouders van het kind worden.
### 2. Adoptiekinderen
**Gereserveerd**
### 3. Buitenlandse pleegkinderen
### 3.1. Verblijfsvoorwaarden
In aanvulling op de algemene voorwaarden voor verblijf gelden voor de verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor verblijf als pleegkind de volgende cumulatieve voorwaarden:
Verblijf als pleegkind kan alleen worden verleend wanneer de verblijfgever de grootouder, broer, zuster, oom of tante van het pleegkind is.
Het is niet mogelijk een vast kader te geven wanneer wel of geen sprake is van een onaanvaardbare toekomst in het land van herkomst. Bij elke aanvraag wordt gekeken naar de individuele omstandigheden van het kind. Hierbij wordt gekeken naar de omstandigheden waaronder het kind leeft in het land van herkomst en de omstandigheden waaronder kinderen in vergelijkbare situaties in dat land leven.
Zo zijn factoren als armoede, alleenstaande ouders en werkloosheid op zichzelf geen factoren die van belang zijn bij de beslissing of een minderjarige wel of niet als pleegkind naar de openbare lichamen kan komen. Dit kunnen omstandigheden zijn die voor vele gezinnen met kinderen of alleenstaande ouders met kinderen gelden.
Wanneer deze omstandigheden er echter voor zorgen dat het kind, in vergelijking met andere kinderen van dezelfde leeftijd in dat land, wordt uitgesloten van zaken als bijvoorbeeld onderwijs en medische zorg en daardoor niet in staat zal zijn voor zichzelf een goede toekomst op te bouwen, dan wegen deze factoren, voor dat specifieke kind, anders.
De aspirant pleegouders overleggen een schriftelijke motivering van de bijzondere omstandigheden van het kind of die van de familieleden in het land van herkomst, waaruit blijkt dat het kind niet of bezwaarlijk kan worden verzorgd door de ouders of familieleden die in het land van herkomst wonen al dan niet met (financiële) steun van familieleden die in de openbare lichamen verblijven.
Zo nodig wint Onze Minister aanvullende gegevens in bij de Voogdijraad over de geschiktheid van de aspirant pleegouders voor de verzorging en opvoeding van het kind.
De aanvraag wordt afgewezen als uit de medische verklaring met betrekking tot het buitenlandse pleegkind niet blijkt dat in redelijkheid niet valt aan te nemen dat het kind lijdt aan een gevaarlijke besmettelijke of langdurige lichamelijke of geestelijke ziekte.
Dit vereiste zal er echter niet toe leiden dat een gehandicapt kind niet zou kunnen worden opgenomen. De Voogdijraad doet hier een uitspraak over.
Uit de medische verklaring moet blijken dat het kind is getest op TBC. Een onderzoek op TBC is verplicht, tenzij het kind de nationaliteit bezit van een van de bij ministeriële regeling vast te stellen landen die zijn vrijgesteld van de verplichting een TBC onderzoek te ondergaan.
Wanneer dit niet uit de medische verklaring blijkt, moet het kind (in de openbare lichamen) alsnog een TBC onderzoek ondergaan. Alleen wanneer niet aan dit onderzoek wordt meegewerkt of wanneer het kind weigert mee te werken aan de behandeling van TBC aan de ademhalingsorganen, wordt de aanvraag met toepassing van artikel WTU-BES afgewezen.
De aanvraag wordt afgewezen als niet door middel van officiële gelegaliseerde/geapostilleerde documenten wordt aangetoond dat de ouder(s) of wettelijke vertegenwoordiger, of (indien zij zijn overleden of een onbekende verblijfplaats hebben) de autoriteiten in het land van herkomst instemmen met het verblijf van het kind in het gezin van de aspirant-pleegouders. Alleen als het recht van het land van herkomst dit vereist, is naast instemming van de ouder(s) of de wettelijke vertegenwoordiger ook instemming van de autoriteiten van het land van herkomst vereist.
De ouders moeten ook het wettelijk gezag over de minderjarige (tijdelijk) aan de aspirant pleegouders overdragen. Per land moet onderzocht te worden of dit kan via een notariële verklaring of dat de ouders hiervoor een rechterlijke uitspraak nodig hebben.
De ouders verliezen niet het ouderlijk gezag over het kind.
De verblijfsvergunning wordt niet verleend als de aspirant-pleegouders niet zelfstandig en duurzaam beschikken over voldoende middelen van bestaan.
Als het familielid bij wie de vreemdeling verblijf beoogt een echtgenoot of partner heeft, kan het inkomen van die persoon worden meegeteld bij de berekening van het gezinsinkomen. Als aanvullende voorwaarde geldt dan dat ondertekening van de garantverklaring, bedoeld in [artikel art. 3.9, lid 2, onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=3.9) geschiedt door de hoofdpersoon en bedoelde partner.
### 3.2. Vereiste bescheiden
### 2. Adoptiekinderen
### 3.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: ‘arbeid is niet toegestaan’.
### 3.1. Verblijfsvoorwaarden
In aanvulling op de algemene voorwaarden voor verblijf gelden voor de verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor verblijf als pleegkind de volgende cumulatieve voorwaarden:
### 3.4. Geldigheidsduur
Het is niet mogelijk een vast kader te geven wanneer wel of geen sprake is van een onaanvaardbare toekomst in het land van herkomst. Bij elke aanvraag wordt gekeken naar de individuele omstandigheden van het kind. Hierbij wordt gekeken naar de omstandigheden waaronder het kind leeft in het land van herkomst en de omstandigheden waaronder kinderen in vergelijkbare situaties in dat land leven.
### 3.4. Geldigheidsduur
Wanneer deze omstandigheden er echter voor zorgen dat het kind, in vergelijking met andere kinderen van dezelfde leeftijd in dat land, wordt uitgesloten van zaken als bijvoorbeeld onderwijs en medische zorg en daardoor niet in staat zal zijn voor zichzelf een goede toekomst op te bouwen, dan wegen deze factoren, voor dat specifieke kind, anders.
De verblijfsvergunning krijgt dezelfde geldigheidsduur als de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd van de hoofdpersoon. Als de hoofdpersoon een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd heeft of Nederlander is, bedraagt de geldigheidsduur vijf jaren.
### 3.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### Hoofdstuk 13. Wedertoelating
Dit vereiste zal er echter niet toe leiden dat een gehandicapt kind niet zou kunnen worden opgenomen. De Voogdijraad doet hier een uitspraak over.
Op grond van [artikel 5.2 lid 1 onder g, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2) kan aan een oud-Nederlander verblijf verleend worden in het kader van wedertoelating tot de openbare lichamen.
### 2. Oud-Nederlanders
### 2. Oud-Nederlanders
De ouders moeten ook het wettelijk gezag over de minderjarige (tijdelijk) aan de aspirant pleegouders overdragen. Per land moet onderzocht te worden of dit kan via een notariële verklaring of dat de ouders hiervoor een rechterlijke uitspraak nodig hebben.
Als oud-Nederlanders kunnen in ieder geval worden aangemerkt:
### 2.2. Oud-Nederlanders die geboren en getogen zijn in de openbare lichamen
### 2.2. Oud-Nederlanders die geboren en getogen zijn in de openbare lichamen
Ten aanzien van de oud-Nederlanders die in de openbare lichamen zijn geboren en getogen, geldt dat zij, op grond van het feit dat zij in die periode als Nederlander in de openbare lichamen hebben verbleven, geacht worden zodanig sterke banden met de openbare lichamen te hebben opgebouwd en na hun vertrek uit de openbare lichamen te hebben behouden, dat zij met voorbijgaan aan een aantal algemene voorwaarden in aanmerking kunnen komen voor verblijf in de openbare lichamen.
Ten aanzien van de oud-Nederlanders die in de openbare lichamen zijn geboren en getogen, geldt dat zij, op grond van het feit dat zij in die periode als Nederlander in de openbare lichamen hebben verbleven, geacht worden zodanig sterke banden met de openbare lichamen te hebben opgebouwd en na hun vertrek uit de openbare lichamen te hebben behouden, dat zij met voorbijgaan aan een aantal algemene voorwaarden in aanmerking kunnen komen voor verblijf in de openbare lichamen.
### 3.3.1. Beperking
### 2.2.2. Vereiste bescheiden
### 3.3.2. Arbeidsmarktaantekening
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: ‘arbeid is niet toegestaan’.
Als oud-Nederlanders kunnen in ieder geval worden aangemerkt:
### 3. Oud-Nederlanders ([artikel 15, eerste lid, aanhef onder d of f, RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=15))
### 3.4. Geldigheidsduur
### 2.3.2. Verblijfsvoorwaarden
### 2.3.3. Vereiste bescheiden
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
### 3. Oud-Nederlanders ([artikel 15, eerste lid, aanhef onder d of f, RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=15))
Op grond van [artikel 5.2 lid 1 onder g, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2) kan aan een oud-Nederlander verblijf verleend worden in het kader van wedertoelating tot de openbare lichamen.
### 2.3.1. Algemeen
De meerderjarige oud-Nederlander die buiten de openbare lichamen is geboren en die woont in een ander land dan dat waarvan hij onderdaan is, kan in aanmerking komen voor verblijf in de openbare lichamen, als er naar het oordeel van de Minister sprake is van bijzondere banden met de openbare lichamen.
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan worden verleend aan de vreemdeling die:
### 3.3. Verblijfsvoorwaarden voor een vergunning voor onbepaalde tijd
De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd kan worden verleend aan de vreemdeling die:
### 2.2. Oud-Nederlanders die geboren en getogen zijn in de openbare lichamen
### 3.4. Vereiste bescheiden
Bij de aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde- of onbepaalde tijd moet de vreemdeling de volgende bescheiden overleggen:
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan worden verleend aan de vreemdeling die:
### 4.1. Verblijfsvoorwaarden
### 2.3.1. Algemeen
### 5.2. Arbeidsmarktaantekening
Het gaat hier om een vrijwillige handeling. De vreemdeling remigreert op grond van de remigratiewet naar het land van herkomst. Om in aanmerking te komen voor deze regelgeving moet de vreemdeling afstand doen van de Nederlandse nationaliteit. De vreemdeling moet binnen één jaar nadat hij de verklaring van afstand heeft afgelegd een aanvraag om een verblijfsvergunning indienen.
### 4.2. Vereiste bescheiden
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
Aan de verlening van de verblijfsvergunning is als voorschrift verbonden de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten aan opname of verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting (zie [artikel 5.4, eerste lid, aanhef en onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.4)).
### 5.1. Beperking
De genoemde verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt aan de oud-Nederlanders verleend onder de beperking ‘wedertoelating’.
### 5.2. Arbeidsmarktaantekening
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: 'arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’.
### 3.3. Verblijfsvoorwaarden voor een vergunning voor onbepaalde tijd
### 5.3. Voorschrift
Aan de verlening van de verblijfsvergunning is als voorschrift verbonden de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten aan opname of verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting (zie [artikel 5.4, eerste lid, aanhef en onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.4)).
### 6. Geldigheidsduur
De verblijfsvergunning is geldig voor de duur van vijf jaar ([art. 6, tweede lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=6) en [art. 5.28 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.28)).
### 7. Verlenging en intrekking van de verblijfsvergunning
De verblijfsvergunning kan worden verleend aan de persoon die bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba een verzoek, als bedoeld in [artikel 17 RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=17), heeft ingediend, als:
### 8.1. Verblijfsvoorwaarden
Het gaat hier om een vrijwillige handeling. De vreemdeling realiseert zich dat hij toch niet zijn oorspronkelijke wil verliezen en kiest er daarom zelf voor om afstand te doen van de Nederlandse nationaliteit, voordat hij hiertoe wordt gedwongen. De vreemdeling moet binnen twee jaar nadat hij de verklaring van afstand heeft afgelegd een aanvraag om een verblijfsvergunning indienen.
Gegeven de aard van de toelatingsgrond – een periode van eerder verblijf in Nederland – zal het zich niet voordoen dat de verblijfsvergunning die is verleend onder de beperking ‘wedertoelating’ kan worden ingetrokken, omdat niet meer wordt voldaan aan de beperking. Wel is het uiteraard mogelijk dat er onjuiste gegevens zijn verstrekt, die hebben geleid tot de verlening van de verblijfsvergunning. Verblijfsbeëindiging om die reden is niet uitgesloten.
### 8. Verblijfsvergunning in afwachting van verzoek ex [artikel 17 RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=17)
### 5. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 8.1. Verblijfsvoorwaarden
De verblijfsvergunning kan worden verleend aan de persoon die bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba een verzoek, als bedoeld in [artikel 17 RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=17), heeft ingediend, als:
### 5.2. Arbeidsmarktaantekening
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: 'arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’.
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
### 8.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
Aan de verlening van de verblijfsvergunning is als voorschrift verbonden de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten aan opname of verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting (zie [artikel 5.4, eerste lid, aanhef en onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.4)).
### 6. Geldigheidsduur
De verblijfsvergunning is geldig voor de duur van vijf jaar ([art. 6, tweede lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=6) en [art. 5.28 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.28)).
### 7. Verlenging en intrekking van de verblijfsvergunning
Als [artikel 7 Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=7) van toepassing is, wordt de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.
### 8.3.3. Voorschrift
### 7.2. Intrekking
Gegeven de aard van de toelatingsgrond – een periode van eerder verblijf in Nederland – zal het zich niet voordoen dat de verblijfsvergunning die is verleend onder de beperking ‘wedertoelating’ kan worden ingetrokken, omdat niet meer wordt voldaan aan de beperking. Wel is het uiteraard mogelijk dat er onjuiste gegevens zijn verstrekt, die hebben geleid tot de verlening van de verblijfsvergunning. Verblijfsbeëindiging om die reden is niet uitgesloten.
### 8. Verblijfsvergunning in afwachting van verzoek ex [artikel 17 RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=17)
Aan personen die een verzoek als bedoeld in [artikel 17 RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=17) hebben ingediend tot vaststelling van het Nederlanderschap kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden verleend.
### 8.1. Verblijfsvoorwaarden
De verblijfsvergunning kan worden verleend aan de persoon die bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba een verzoek, als bedoeld in [artikel 17 RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=17), heeft ingediend, als:
### 8.6.1. Verblijfsvoorwaarden
### 8.2. Vereiste bescheiden
Hoewel het merendeel van de slachtoffers van mensenhandel vrouw is, is in dit hoofdstuk afgezien van het hanteren van de meer gangbare term ‘vrouwenhandel’. Dit om eventuele verwarring te voorkomen, omdat ook mannelijke en minderjarige slachtoffers een beroep kunnen doen op de procedure die in dit hoofdstuk is beschreven.
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
Als het openbare orde criterium wordt tegengeworpen, wordt de vreemdeling niet uitgezet, zolang niet is beslist op de procedure ex artikel 17 RWN. De vreemdeling overlegt in ieder geval een volledig afschrift van het cassatieberoepschrift.
Het begrip mensenhandel bevat de volgende elementen:
De geldigheidsduur van de vergunning kan worden verlengd met maximaal een jaar of zoveel korter als de Hoge Raad uitspraak zal doen.
Als [artikel 7 Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=7) van toepassing is, wordt de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.
Het behandelen met respect van het slachtoffer en van de getuige-aangever die aangifte doet, maakt daarvan onderdeel uit. Evenals het garanderen van de veiligheid van slachtoffers en het beschermen van de rechten van de slachtoffers en getuige-aangevers van mensenhandel.
In deze paragraaf wordt het rechtmatige verblijf van slachtoffer- en getuige-aangevers en slachtoffers die op andere wijze medewerking verlenen aan het opsporings- of vervolgingsonderzoek van mensenhandel voorafgaande aan de aangifte en gedurende de periode van opsporing, vervolging en berechting in feitelijke aanleg na aangifte van mensenhandel geregeld.
### 8.4. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
### 1. Inleiding
Voor zowel het opsporings- als het vervolgingsonderzoek is van groot belang dat zowel slachtoffers die aangifte doen of op andere wijze medewerking verlenen aan het opsporings- of vervolgingsonderzoek, als getuigen die aangifte doen, gedurende langere tijd ter beschikking blijven van het OM om de bewijsvorming te kunnen afronden. Dit rechtvaardigt het verlenen van een tijdelijke verblijfsvergunning.
Mensenhandel is gericht op uitbuiting. Bij de strafbaarstelling van mensenhandel staat het belang van het individu steeds voorop. Dat belang is het behoud van zijn of haar lichamelijke en geestelijke integriteit en persoonlijke vrijheid.
Het begrip mensenhandel bevat de volgende elementen:
Het behandelen met respect van het slachtoffer en van de getuige-aangever die aangifte doet, maakt daarvan onderdeel uit. Evenals het garanderen van de veiligheid van slachtoffers en het beschermen van de rechten van de slachtoffers en getuige-aangevers van mensenhandel.
In dit hoofdstuk wordt uiteengezet onder welke voorwaarden de verblijfsvergunning in het kader van mensenhandel kan worden verleend.
### 2. Slachtoffer mensenhandel
### 2.1. Verblijfsvoorwaarden slachtoffer mensenhandel
### 8.6.3. Geldigheidsduur
Zodra de strafzaak door het OM wordt geseponeerd of tegen de uitspraak van de rechtbank in het proces tegen de verdachte geen beroep is ingesteld dan wel het gerechtshof uitspraak heeft gedaan, komt de grond aan de verblijfsvergunning als bedoeld in deze paragraaf te ontvallen.
In afwijking van de algemene voorwaarden genoemd in [artikel 9 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9) wordt de aanvraag niet afgewezen:
Ondertussen moet een geldig document voor grensoverschrijding worden aangevraagd bij de diplomatieke vertegenwoordiging van het land waarvan het slachtoffer de nationaliteit bezit.
De vreemdeling die een aanvraag om een verblijfsvergunning indient wegens verblijf als slachtoffers van mensenhandel is vrijgesteld van het betalen van leges.
Kinderen van het slachtoffer van mensenhandel die een mvv-aanvraag in het kader van gezinshereniging indienen, zijn eveneens vrijgesteld van het betalen van leges.
Hoewel het merendeel van de slachtoffers van mensenhandel vrouw is, is in dit hoofdstuk afgezien van het hanteren van de meer gangbare term ‘vrouwenhandel’. Dit om eventuele verwarring te voorkomen, omdat ook mannelijke en minderjarige slachtoffers een beroep kunnen doen op de procedure die in dit hoofdstuk is beschreven.
### 4.1. Beslissing op de aanvraag
### 3. Getuige-aangever
### 3.1. Verblijfsvoorwaarden getuige-aangever
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in [artikel 7 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7), kan onder een beperking verband houdend met de vervolging van mensenhandel worden verleend, als:
Getuige-aangevers zijn vreemdelingen die niet zelf slachtoffer zijn van mensenhandel maar hier wel getuige van zijn geweest. Getuige-aangevers kunnen vreemdelingen zijn die zelf werkzaam zijn in dezelfde sector als het slachtoffer. Tevens kunnen het personen zijn, die werkzaam zijn buiten deze sector en die kennis dragen van mensenhandel. Alleen de getuige-aangevers die geen geldige verblijfstitel hebben in de openbare lichamen kunnen rechten ontlenen aan de in deze paragraaf omschreven procedure.
### 2. Slachtoffer mensenhandel
### 2.1. Verblijfsvoorwaarden slachtoffer mensenhandel
De getuige-aangever van mensenhandel is vrijgesteld van het betalen van leges voor het indienen van een verblijfsvergunning verband houdend met mensenhandel.
De vreemdeling kan een aanvraag om een verblijfsvergunning verband houdend met mensenhandel indienen bij de IND-unit Caribisch Nederland.
### 4.2.3. Voorschrift
De vreemdeling die een aanvraag om een verblijfsvergunning indient wegens verblijf als slachtoffers van mensenhandel is vrijgesteld van het betalen van leges.
### 5. Geldigheidsduur
Aan de verlening van de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden dat de vreemdeling voldoet aan de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting (zie [artikel 5.4, eerste lid, aanhef en onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.4)).
### 4.1. Beslissing op de aanvraag
### 3.1. Verblijfsvoorwaarden getuige-aangever
De IND unit Caribisch Nederland stelt de politie in kennis van de beslissing op de aanvraag om een verblijfsvergunning.
Getuige-aangevers zijn vreemdelingen die niet zelf slachtoffer zijn van mensenhandel maar hier wel getuige van zijn geweest. Getuige-aangevers kunnen vreemdelingen zijn die zelf werkzaam zijn in dezelfde sector als het slachtoffer. Tevens kunnen het personen zijn, die werkzaam zijn buiten deze sector en die kennis dragen van mensenhandel. Alleen de getuige-aangevers die geen geldige verblijfstitel hebben in de openbare lichamen kunnen rechten ontlenen aan de in deze paragraaf omschreven procedure.
De aanvraag wordt niet afgewezen:
### 5.2. Getuige-aangever
Op het verblijfsdocument zal evenwel worden vermeld ‘beperking conform beschikking Minister’
De IND unit Caribisch Nederland neemt naar aanleiding van de aanvraag om een verblijfsvergunning contact op met het OM. Wat de getuige-aangevers betreft is de stem van het OM doorslaggevend of een verblijfsvergunning zal worden verstrekt of niet. Criterium is hierbij de vraag of de aanwezigheid van de getuige-aangever in de openbare lichamen gewenst is voor het opsporings- en vervolgingsonderzoek tegen de verdachte.
Bij de verlening wordt de arbeidsmarktaantekening gesteld: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
Aan de verlening van de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden dat de vreemdeling voldoet aan de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting (zie [artikel 5.4, eerste lid, aanhef en onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.4)).
### 4.1. Beslissing op de aanvraag
### 5. Geldigheidsduur
De IND unit Caribisch Nederland stelt de politie in kennis van de beslissing op de aanvraag om een verblijfsvergunning.
De verblijfsvergunning wordt in beginsel voor een periode van één jaar verleend. De verblijfsvergunning is geldig zolang er sprake is van een strafrechtelijk opsporings- of vervolgingsonderzoek naar of berechting in feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit waarvan aangifte is gedaan of waaraan op andere wijze medewerking is verleend.
Zodra de strafzaak door het OM wordt geseponeerd of tegen de uitspraak van de rechtbank in het proces tegen de verdachte geen beroep is ingesteld dan wel het gerechtshof uitspraak heeft gedaan en hiertegen geen beroep in cassatie is ingesteld, komt de grond aan de verblijfsvergunning verband houdend met de vervolging van mensenhandel te ontvallen. Het OM doet hiervan melding aan de IND unit Caribisch Nederland, alsmede aan het slachtoffer van mensenhandel.
### 6.3. Vereiste bescheiden
Op het verblijfsdocument zal evenwel worden vermeld ‘beperking conform beschikking Minister’
### 4.2.2. Arbeidsmarktaantekening
Zodra het OM de aanwezigheid van de vreemdeling in de openbare lichamen niet langer noodzakelijk acht, komt de grond aan de verblijfsvergunning verband houdend met mensenhandel te ontvallen. Het OM doet hiervan melding aan de IND-unit Caribisch Nederland en aan de getuige-aangever.
De IND-unit Caribisch Nederland trekt de verblijfsvergunning vervolgens in.
Het bovenstaande geldt ook als de strafzaak door het OM wordt geseponeerd of tegen de uitspraak van de rechtbank in het proces tegen de verdachte geen beroep is ingesteld dan wel het gerechtshof uitspraak heeft gedaan. Het OM doet hiervan melding aan de IND-unit Caribisch Nederland, alsmede aan de getuige-aangever van mensenhandel.
### 6. Verlenging
De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning van het slachtoffer kan worden verlengd zolang er sprake is van een strafrechtelijk opsporings- of vervolgingsonderzoek naar of berechting in feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit ter zake waarvan aangifte is gedaan of waaraan op andere wijze medewerking is verleend.
### 7. Gezinshereniging
### 7.1. Algemeen
Bij de beoordeling van de verlengingsaanvraag moet de IND unit Caribisch Nederland bij het OM na gaan of er nog sprake is van een strafrechtelijk opsporings- of vervolgingsonderzoek dan wel of de berechting in feitelijke aanleg van de verdachte heeft plaatsgevonden.
De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning van de getuige-aangever kan worden verlengd zolang er sprake is van een strafrechtelijk opsporings- en vervolgingsonderzoek naar of berechting in feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit waarvan aangifte is gedaan. Hierbij is van belang dat het OM de aanwezigheid van de vreemdeling in de openbare lichamen noodzakelijk acht. Als het OM de aanwezigheid van de vreemdeling in de openbare lichamen niet van belang acht, wordt de aanvraag om verlenging afgewezen.
De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning van de getuige-aangever kan worden verlengd zolang er sprake is van een strafrechtelijk opsporings- en vervolgingsonderzoek naar of berechting in feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit waarvan aangifte is gedaan. Hierbij is van belang dat het OM de aanwezigheid van de vreemdeling in de openbare lichamen noodzakelijk acht. Als het OM de aanwezigheid van de vreemdeling in de openbare lichamen niet van belang acht, wordt de aanvraag om verlenging afgewezen.
### 6.3. Vereiste bescheiden
### 1. Inleiding
De aanvraag wordt niet afgewezen wegens het ontbreken van voldoende zelfstandige en duurzame middelen van bestaan.
De eerste aanvraag om een verblijfsvergunning verband houdend met mensenhandel wordt niet afgewezen als de vreemdeling niet over een geldig document voor grensoverschrijding beschikt. Ondertussen moet een geldig document voor grensoverschrijding worden aangevraagd bij de diplomatieke vertegenwoordiging van het land waarvan het slachtoffer de nationaliteit bezit. Bij de aanvraag tot verlenging van de verblijfsvergunning zal, als de vreemdeling nog steeds niet beschikt over een geldig document tot grensoverschrijding, worden beoordeeld of er aanleiding is (tijdelijk) vrij te stellen van het paspoort vereiste, omdat de vreemdeling heeft aangetoond dat hij vanwege de regering van het land waarvan hij onderdaan is niet of niet meer in het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding kan worden gesteld (zie [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=3&z=2019-10-01&g=2019-10-01) CTU-BES).
De aanvraag wordt niet afgewezen wegens gevaar voor de openbare orde, indien er sprake is van een inbreuk op de openbare orde die naar het oordeel van de Minister rechtstreeks verband houdt met het feit waarvan aangifte is gedaan.
### 6.4. Leges
Het slachtoffer of getuige-aangever van mensenhandel die in aanmerking komt voor verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, is vrijgesteld van het betalen van leges.
### 7. Gezinshereniging
Een kind krijgt op 17 jarige leeftijd verblijf bij ouders. Wanneer dit kind 22 jaar oud is komt hij in aanmerking voor voortgezet verblijf. Deze vreemdeling is gedurende bijna de gehele verblijfsperiode van vijf jaar meerderjarig geweest.
Voor verlening van een verblijfsvergunning komen in aanmerking:
Op deze aanvraag zijn de algemene toelatingsvoorwaarden voor gezinshereniging van toepassing, met uitzondering van de bepalingen inzake het middelenvereiste.
Om te verzekeren dat de minderjarige kinderen slechts verblijf krijgen gedurende de periode van toelating van de slachtoffer- of de getuige-aangever, krijgt de aan hen verstrekte verblijfsvergunning dezelfde geldigheidsduur als die van de slachtoffer- of de getuige-aangever.
De eerste aanvraag om een verblijfsvergunning verband houdend met mensenhandel wordt niet afgewezen als de vreemdeling niet over een geldig document voor grensoverschrijding beschikt. Ondertussen moet een geldig document voor grensoverschrijding worden aangevraagd bij de diplomatieke vertegenwoordiging van het land waarvan het slachtoffer de nationaliteit bezit. Bij de aanvraag tot verlenging van de verblijfsvergunning zal, als de vreemdeling nog steeds niet beschikt over een geldig document tot grensoverschrijding, worden beoordeeld of er aanleiding is (tijdelijk) vrij te stellen van het paspoort vereiste, omdat de vreemdeling heeft aangetoond dat hij vanwege de regering van het land waarvan hij onderdaan is niet of niet meer in het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding kan worden gesteld. (zie [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=3&z=2015-10-01&g=2015-10-01) CTU-BES).
De aanvraag wordt niet afgewezen wegens gevaar voor de openbare orde, indien er sprake is van een inbreuk op de openbare orde die naar het oordeel van de Minister rechtstreeks verband houdt met het feit waarvan aangifte is gedaan.
### 6.4. Leges
### 2. Voortgezet verblijf na verblijf als minderjarige in het kader van gezinshereniging
### 7. Gezinshereniging
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: 'arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’.
### 2.3.2. Arbeidsmarktaantekening
Op deze aanvraag zijn de algemene toelatingsvoorwaarden voor gezinshereniging van toepassing, met uitzondering van de bepalingen inzake het middelenvereiste.
Op grond van [artikel 5.22 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.22) wordt de vergunning voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met voortgezet verblijf verleend aan de vreemdeling die:
### Hoofdstuk 15. Voortgezet verblijf
Een kind krijgt op 17 jarige leeftijd verblijf bij ouders. Wanneer dit kind 22 jaar oud is komt hij in aanmerking voor voortgezet verblijf. Deze vreemdeling is gedurende bijna de gehele verblijfsperiode van vijf jaar meerderjarig geweest.
### 3. Voortgezet verblijf voor de overige gezinsleden
Wanneer de vreemdeling op het moment van de aanvraag van de verblijfsvergunning nog minderjarig is, geldt het vereiste zelfstandig en duurzaam te beschikken over voldoende middelen van bestaan niet.
### 2.3. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
### 2.2. Vereiste bescheiden
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
Dat de relatie op het moment van aanvragen van de vergunning voor voortgezet verblijf is verbroken, is niet van belang. Wel is van belang dat gedurende de voorafgaande periode van vijf jaar aan alle voorwaarden voor verblijf is voldaan en dat nog steeds aan de voorwaarden van [artikel 9 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9) wordt voldaan. Wanneer de relatie binnen een periode van vijf jaar is verbroken bestaat er in beginsel, geen recht op voortgezet verblijf.
Op grond van [artikel 5.22 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.22) wordt de vergunning voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met voortgezet verblijf verleend aan de vreemdeling die:
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder de beperking: ‘voortgezet verblijf’.
Een kind krijgt op 17 jarige leeftijd verblijf bij ouders. Wanneer dit kind 22 jaar oud is komt hij in aanmerking voor voortgezet verblijf. Deze vreemdeling is gedurende bijna de gehele verblijfsperiode van vijf jaar meerderjarig geweest.
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist’.
Wanneer de vreemdeling op het moment van de aanvraag van de verblijfsvergunning nog minderjarig is, geldt het vereiste zelfstandig en duurzaam te beschikken over voldoende middelen van bestaan niet.
Aan de verlening van de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden dat de vreemdeling voldoet aan de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting (zie [artikel 5.4, eerste lid, aanhef en onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.4)).
Bij de beoordeling of artikel 8 EVRM aanleiding vormt om toch voortzetting van het verblijf toe te staan moet gedacht worden aan de volgende omstandigheden:
De verblijfsvergunning is geldig voor de duur van vijf jaar ([art. 6 lid 2 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=6) en [art. 5.28 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.28)).
Voorbeeld 1:
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder de beperking: ‘voortgezet verblijf’.
Het gaat hier om vreemdelingen die als echtgenoot, (geregistreerd) partner, meerderjarig kind, als ouder of ander gezinslid in het kader van gezinsvorming of (verruimde) gezinshereniging verblijf in de openbare lichamen hebben gehad.
Als het gaat om een meerderjarig kind dat nog feitelijk bij zijn ouders woont, studeert en financieel afhankelijk is van zijn ouders, dan mag het inkomen van de ouders meegenomen worden bij de middeleneis.
De (huwelijks)partner van een vreemdeling die zelf toegelaten is als student komt niet in aanmerking voor voortgezet verblijf. Dit zou immers betekenen dat de afhankelijke vreemdeling sneller in een betere verblijfsrechtelijke positie terecht zou komen dan de verblijfgever.
Een meerderjarige kind dat als minderjarige minimaal vijf jaar verblijf heeft gehad in de openbare lichamen in het kader van gezinsvorming of gezinshereniging kan eveneens voortgezet verblijf (dus een sterker verblijfrecht) verkrijgen als de ouders zelf dit (nog) niet hebben.
### 3.2. Vereiste bescheiden
### 2.4. Geldigheidsduur
### 3.3.1. Beperking
Voorbeeld 1:
### 3.1. Verblijfsvoorwaarden
Voorbeeld 2:
Een man en vrouw hebben al gedurende acht jaar een relatie. De man heeft gedurende de afgelopen vijf jaar verblijf bij haar gehad. De man en vrouw hebben nog steeds een relatie en blijven bij elkaar wonen. Toch wil de man een verblijfsvergunning aanvragen in het kader van voortgezet verblijf. Wanneer aan de voorwaarden voor verblijf wordt voldaan, krijgt de man de gevraagde verblijfsvergunning. Dat hij nog steeds een relatie met zijn vriendin heeft is geen reden de man te verplichten de afhankelijke verblijfsvergunning – afhankelijk van de relatie met zijn vriendin – te houden.
### 3.3.2. Arbeidsmarktaantekening
Wanneer vastgesteld wordt dat een vreemdeling niet aan de voorwaarden voor voortgezet verblijf voldoet en niet tot inwilliging van de aanvraag kan worden overgegaan, wordt altijd rekening gehouden met de werking van artikel 8 EVRM. In sommige gevallen kan er toch reden bestaan om de vreemdeling voortzetting van het verblijf toe te staan, zonder verblijf onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ te verlenen. Het verblijf dat dan verleend wordt, is verblijf in het kader van artikel 8 EVRM.
### 3.4. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
In dergelijke gevallen wordt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning slechts verleend voor de duur van maximaal één jaar. Bij elk verzoek om verlenging dient vastgesteld te worden dat de bijzondere gezinsband nog steeds bestaat.
### 4. Voortgezet verblijf na overlijden van (huwelijks) partner
### 3.4. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
Voorbeeld 2:
Uit de (huwelijks)relatie is een kind geboren. Het kind is 12 jaar oud en gaat naar school. Het kind heeft een dubbele nationaliteit, de Nederlandse en de Venezolaanse. De vader geeft, af en toe, geld aan de moeder voor het levensonderhoud van het kind. Soms ziet hij het kind wanneer zijn ex-partner zijn familie bezoekt. Hij gaat nooit alleen met zijn kind op stap en is niet betrokken bij de opvoeding van het kind.
### 4.1. Verblijfsvoorwaarden
### 3.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 3.3.1. Beperking
Een ouder die verblijf heeft verband houdend met bescherming, maar die niet betrokken is bij het leven van zijn biologische kind, vormt geen objectieve belemmering. Dat de vertrekkende ouder ‘hoopt’ dat deze ouder in de toekomst wel betrokken wil zijn bij het leven van het bewuste kind is onvoldoende reden om op dit moment een objectieve belemmering aan te nemen.
### 4.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
Uit de (huwelijks)relatie is een kind geboren. Het kind is 12 jaar oud en gaat naar school. Het kind heeft een dubbele nationaliteit, de Nederlandse en de Venezolaanse. De vader geeft, af en toe, geld aan de moeder voor het levensonderhoud van het kind. Soms ziet hij het kind wanneer zijn ex-partner zijn familie bezoekt. Hij gaat nooit alleen met zijn kind op stap en is niet betrokken bij de opvoeding van het kind.
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
### 3.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
In dat geval is het volgende van belang: hij die stelt toont aan. Niet de IND-unit Caribisch Nederland toont aan dat het niet zo is, de vreemdeling bewijst dat het wel zo is.
### 3.4. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
Een vrouw die stelt dat haar kind niet zal worden toegelaten tot het land waar zij naar toe terug moet keren, dient dit aan te tonen door het overleggen van een schriftelijke verklaring van de autoriteiten van dat land. Uit deze verklaring moet blijken dat het kind niet wordt toegelaten tot het land van herkomst van de moeder.
### 3.2. Vereiste bescheiden
### 3.3.3. Voorschrift
Aan de verlening van de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden dat de vreemdeling voldoet aan de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting (zie [artikel 5.4, eerste lid, aanhef en onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.4)).
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder de beperking: ‘voortgezet verblijf’’.
De verblijfsvergunning is geldig voor de duur van vijf jaar ([art. 6 lid 2 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=6) en [art. 5.28 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.28)).
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: 'arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’.
Als [artikel 7 Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=7) van toepassing is, wordt de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
Wanneer de (huwelijks) partner binnen vijf jaar komt te overlijden komt de vreemdeling op grond van de voorwaarden van [artikel. 5.24, derde lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.24) in aanmerking voor voortgezet verblijf ook al is nog geen sprake van vijf jaar verblijf. In dat geval wegen de humanitaire omstandigheden zwaar mee. Wel dient de vreemdeling te beschikken over voldoende middelen van bestaan.
Wanneer de vreemdeling is toegelaten in het kader van het ouderenbeleid en de verblijfgever – het kind van de ouder – binnen vijf jaar komt te overlijden komt de vreemdeling niet in aanmerking voor voortgezet verblijf. Bij de boordeling van de aanvraag moet een afweging gemaakt worden op grond van [artikel 5.25 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.25). Voortgezet verblijf op grond van bijzondere, individuele humanitaire omstandigheden kan nog steeds gewenst zijn. De vreemdeling moet in dat geval de bijzondere omstandigheden onderbouwen.
Bij een minderjarige is in verband met de leeftijd van de vreemdeling niet noodzakelijk dat de gezinsband is verbroken.
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
De IND unit Caribisch Nederland kan aan een slachtoffer of getuige-aangever van mensenhandel aan wie voor de duur en in het belang van het strafproces tijdelijk verblijf in Nederland was toegestaan een verblijfsvergunning verlenen op grond van [artikel 5.24 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.24).
Er zijn verschillende situaties mogelijk die kunnen leiden tot het verlenen van een verblijfsvergunning voortgezet verblijf aan slachtoffers of getuige-aangevers van mensenhandel.
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder de beperking: ‘voortgezet verblijf’.
Wanneer de vreemdeling is toegelaten in het kader van het ouderenbeleid en de verblijfgever – het kind van de ouder – binnen vijf jaar komt te overlijden komt de vreemdeling niet in aanmerking voor voortgezet verblijf. Bij de boordeling van de aanvraag moet een afweging gemaakt worden op grond van [artikel 5.25 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.25). Voortgezet verblijf op grond van bijzondere, individuele humanitaire omstandigheden kan nog steeds gewenst zijn. De vreemdeling moet in dat geval de bijzondere omstandigheden onderbouwen.
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
Als de aangifte of het op andere wijze verlenen van medewerking aan een strafzaak door het slachtoffer, terzake mensenhandel tot een veroordeling van de verdachte heeft geleid, wordt aangenomen dat terugkeer voor het slachtoffer risico’s met zich brengt.
Aan de verlening van de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden dat de vreemdeling voldoet aan de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting (zie [artikel 5.4, eerste lid, aanhef en onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.4)).
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder de beperking: ‘voortgezet verblijf’.
De verblijfsvergunning is geldig voor de duur van vijf jaar ([art. 6 lid 2 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=6) en [art. 5.28 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.28)).
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: 'arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’.
Als [artikel 7 Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=7) van toepassing is, wordt de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
[Artikel 5.24 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.24) regelt de mogelijkheid dat ook wanneer niet voldaan wordt aan de voorwaarden voor verblijf als genoemd in [artikel 5.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.22) en [5.23 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.23) die hierboven in paragraaf 2 en 3 zijn beschreven, toch voortgezet verblijf verleend kan worden vanwege bijzondere omstandigheden.
Hoewel het zowel om groepen als om individuele gevallen kan gaan moet vooral gedacht worden aan:
De vreemdeling moet de bijzondere individuele omstandigheden zelf onderbouwen met een schriftelijke verklaring en aanvullende stukken. Het belang van de vreemdeling kan alleen in bijzondere omstandigheden zwaarder wegen dan het algemeen belang van de overheid.
### 5.2. Vereiste bescheiden
### 5. Voortgezet verblijf wanneer sprake is van bijzondere omstandigheden
### 5.1. Verblijfsvoorwaarden
De IND unit Caribisch Nederland kan aan een slachtoffer of getuige-aangever van mensenhandel aan wie voor de duur en in het belang van het strafproces tijdelijk verblijf in Nederland was toegestaan een verblijfsvergunning verlenen op grond van [artikel 5.24 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.24).
### 5.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
De vreemdeling die onder één van de hierboven genoemde twee categorieën valt, is de eerst aangewezene om dit aan te tonen middels het overleggen van een afschrift van de rechterlijke uitspraak in de strafzaak.
De IND unit Caribisch Nederland kan de verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf verlenen als:
### 5.3.2. Arbeidsmarktaantekening
Als de aangifte of het op andere wijze verlenen van medewerking aan een strafzaak door het slachtoffer, terzake mensenhandel tot een veroordeling van de verdachte heeft geleid, wordt aangenomen dat terugkeer voor het slachtoffer risico’s met zich brengt.
### 5.4. Geldigheidsduur
Bij deze grond tot inwilliging is doorslaggevend dat het slachtoffer drie jaar of langer heeft bijgedragen aan de opsporing of de vervolging én er een rechterlijke uitspraak is gedaan. In het geval de zaak eerder geseponeerd is geweest en de daadwerkelijke vervolging eerst na een beklag ter hand is genomen, telt de termijn van de beklagprocedure mee voor de berekening van de driejaren termijn.
### Hoofdstuk 16. Aanvragen om bescherming tegen terugzending
### 5.4. Geldigheidsduur
Bij de beoordeling van een dergelijke aanvraag betrekt de IND unit Caribisch Nederland in elk geval de volgende factoren:
De vreemdeling geeft aan welke klemmende redenen van humanitaire aard naar zijn mening tot voortgezet verblijf dienen te leiden en onderbouwt het beroep met terzake relevante gegevens en documenten.
Bij de beoordeling van de mogelijkheden van sociale en maatschappelijke herintegratie wordt rekening gehouden met specifieke culturele achtergrond en het eventuele prostitutieverleden van betrokkene, duurzame ontwrichting van familierelaties, de eventuele maatschappelijke opvattingen over prostitutie en het overheidsbeleid terzake.
Als een getuige-aangever aangifte heeft gedaan en de aangifte uiteindelijk heeft geleid tot een veroordeling van de verdachte(n), moet bij de beoordeling van het risico van represailles per geval bezien worden of zwaar gewicht dient te worden toegekend aan deze veroordeling. Als de veroordeling de conclusie rechtvaardigt dat in geval van de getuige-aangever bij terugkeer naar het land van herkomst gevaar voor represailles aanwezig is, kan hieraan doorslaggevende betekenis worden toegekend bij de belangenafweging op grond van [artikel 5.24 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.24).
Ten aanzien van getuige-aangevers geldt evenals ten aanzien van slachtoffers van mensenhandel dat onder de veroordeling ook de veroordeling wordt verstaan op grond van één van de andere in de strafzaak ten laste gelegde misdrijven, mits mensenhandel een onderdeel vormt van de tenlastelegging.
De hiervoor genoemde factoren zijn niet de enige factoren die van belang zijn voor de beoordeling of aan het slachtoffer of de getuige-aangever, op grond van klemmende redenen van humanitaire aard verblijf dient te worden toegestaan. Buiten de reeds genoemde factoren kan bijvoorbeeld gedacht worden aan psychische problemen waarvoor de vreemdeling in Nederland in behandeling is, de zorg die de vreemdeling heeft voor kinderen die in Nederland zijn geboren of een opleiding volgen, de positie van alleenstaande vrouwen in het land van herkomst. Hierbij is nog van belang dat, indien psychische of andere medische omstandigheden worden aangevoerd, dit slechts als onderdeel van de te wegen factoren kan worden meegenomen. Indien enkel een beroep wordt gedaan op medische omstandigheden dan ligt beoordeling in het kader van het beleid medische behandeling meer in de rede.
Het is nadrukkelijk de eigen verantwoordelijkheid van de vreemdeling om bij het indienen van de aanvraag om voortgezet verblijf aan te geven welke factoren van belang zijn, en die met terzake relevante gegevens en bescheiden te onderbouwen. Hij is daartoe de meest gerede partij. Als het beroep op klemmende redenen van humanitaire aard niet, of niet afdoende met terzake relevante gegevens en bescheiden is onderbouwd bij het indienen van de aanvraag om voortgezet verblijf, stelt de IND unit Caribisch Nederland de vreemdeling in de gelegenheid dit gebrek te herstellen. In beginsel wordt de vreemdeling hiertoe een termijn van twee weken gegund. Bij de beoordeling van het beroep op klemmende redenen van humanitaire aard, wordt altijd een belangenafweging gemaakt, waarbij de belangen van de vreemdeling worden afgewogen tegen die van de Staat.
De vreemdeling geeft aan welke klemmende redenen van humanitaire aard naar zijn mening tot voortgezet verblijf dienen te leiden en onderbouwt het beroep met terzake relevante gegevens en documenten.
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
### 5.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 5.3.1. Beperking
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder de beperking: ‘voortgezet verblijf’.
Het is nadrukkelijk de eigen verantwoordelijkheid van de vreemdeling om bij het indienen van de aanvraag om voortgezet verblijf aan te geven welke factoren van belang zijn, en die met terzake relevante gegevens en bescheiden te onderbouwen. Hij is daartoe de meest gerede partij. Als het beroep op klemmende redenen van humanitaire aard niet, of niet afdoende met terzake relevante gegevens en bescheiden is onderbouwd bij het indienen van de aanvraag om voortgezet verblijf, stelt de IND unit Caribisch Nederland de vreemdeling in de gelegenheid dit gebrek te herstellen. In beginsel wordt de vreemdeling hiertoe een termijn van twee weken gegund. Bij de beoordeling van het beroep op klemmende redenen van humanitaire aard, wordt altijd een belangenafweging gemaakt, waarbij de belangen van de vreemdeling worden afgewogen tegen die van de Staat.
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
Een verblijfsvergunning verband houdend met bescherming kan worden verleend op grond van [artikel 12a, eerste lid, onder a, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a) indien de vreemdeling verdragsvluchteling is.
Aan de verlening van de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden dat de vreemdeling voldoet aan de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting (zie [artikel 5.4, eerste lid, aanhef en onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.4)).
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder de beperking: ‘voortgezet verblijf’.
De verblijfsvergunning is geldig voor de duur van vijf jaar ([art. 6 lid 2 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=6) en [art. 5.28 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.28)).
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: 'arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’.
Als [artikel 7 Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=7) van toepassing is, wordt de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
Een vreemdeling kan op verschillende wijze te kennen geven dat hij voor bescherming op de openbare lichamen in aanmerking wenst te komen. Hij kan dit bijvoorbeeld doen in de zeehavens of op de luchthavens bij een ambtenaar belast met de grensbewaking. In het geval hij zich al op het grondgebied bevindt, kan hij dit aangeven bij de ambtenaar belast met het toezicht of bij de IND unit Caribisch Nederland.
Voor de indiening van een aanvraag om bescherming moet de vreemdeling worden doorverwezen naar de IND unit Caribisch Nederland.
Een vreemdeling kan op de openbare lichamen bescherming inroepen tegen terugzending (refoulement) naar zijn land van herkomst als hij niet over de juiste documenten beschikt voor toegang en/of toelating tot de openbare lichamen maar wel voldoet aan de non-refoulement criteria die in de volgende internationale verdragen zijn vastgelegd, namelijk:
Het vorenstaande is vastgelegd in [artikel 12a van de WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a).
Het EG-recht is op de openbare lichamen niet van toepassing. Dat betekent dat de invloed die de EG-richtlijnen, zoals Richtlijn EG/2004/83 (de Kwalificatie- of Definitierichtlijn), hebben gehad op de Nederlandse interpretatie van de voornoemde Verdragen vanaf circa 2006 niet geldt,
De verzoeken om bescherming worden vertrouwelijk behandeld. De [Wbp](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011468) is van toepassing. Er wordt tijdens de procedure géén contact gelegd met de autoriteiten van het land van herkomst van de vreemdeling om zijn identiteit en/of de verklaringen te toetsen. Wanneer er na de beslissing op de aanvraag contact wordt opgenomen met de autoriteiten van het land van herkomst, wordt niet bekend gemaakt dat de vreemdeling een verzoek om bescherming heeft ingediend op de openbare lichamen.
Aanvragen om bescherming worden individueel beoordeeld.
In de verschillende fasen van de beschermingsprocedure handelen de ambtenaren belast met het toezicht en met de grensbewaking in overeenstemming met de door de IND unit Caribisch Nederland namens de Minister van Justitie gegeven aanwijzingen. Hierdoor wordt gewaarborgd dat internationale afspraken uniform worden nageleefd en dat de belangen van de vreemdeling optimaal tot hun recht komen.
De IND unit Caribisch Nederland is de organisatie die het beschermingsbeleid op de openbare lichamen uitvoert. Een aanvraag om bescherming kan daarom formeel alleen worden ingediend bij de IND unit Caribisch Nederland.
Het vorenstaande is vastgelegd in [artikel 12a van de WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a).
Het EG-recht is op de openbare lichamen niet van toepassing. Dat betekent dat de invloed die de EG-richtlijnen, zoals Richtlijn EG/2004/83 (de Kwalificatie- of Definitierichtlijn), hebben gehad op de Nederlandse interpretatie van de voornoemde Verdragen vanaf circa 2006 niet geldt,
### 2.2. Vervolgingsgronden
### 2.2.1. Discriminatie als daad van vervolging
Een vreemdeling moet zich wel buiten het land van zijn nationaliteit bevinden voordat hij voor erkenning als vluchteling in aanmerking kan komen.
Als de vervolging:
dan is de vreemdeling geen vluchteling.
### 2.1. De vreemdeling is verdragsvluchteling op grond van artikel 1A
Of een vreemdeling als vluchteling moet worden beschouwd, wordt beoordeeld op individuele basis. Op grond van de specifieke bijzonderheden van het geval wordt beoordeeld of de vreemdeling vluchteling is. Hierbij is onder andere van belang of hij persoonlijk de aandacht van de autoriteiten of derden heeft getrokken en daardoor gevaar loopt.
Het is mogelijk dat zich situaties voordoen waarbij een hele (bevolkings)groep te vrezen heeft voor vervolging. Een dergelijke groep kan bestaan uit:
Wanneer alle leden van deze groep te vrezen hebben voor vervolging, spreekt men van groepsvervolging. Ook in het geval van groepsvervolging moet op individuele basis worden vastgesteld of een vreemdeling vluchteling is, door te beoordelen of hij tot de betrokken groep behoort.
Vervolging kan plaatsvinden door:
Van de vreemdeling van wie is vastgesteld dat hij een gegronde vrees voor vervolging heeft van de zijde van de centrale autoriteiten, kan niet verwacht worden dat hij zich aan die vervolging kan onttrekken door zich ergens anders in het land van herkomst te vestigen.
Als de vervolging plaatsvindt door partijen of organisaties die niet het gehele grondgebied beheersen, komt de vreemdeling niet voor bescherming in aanmerking als is vastgesteld dat hij zich aan die vervolging kan onttrekken door zich elders in het land van herkomst te vestigen.
### 2.2.3. Vervolging vanwege politieke overtuiging
Onder een (internationale) organisatie wordt in dit verband verstaan:
Onder ‘land van herkomst’ wordt verstaan het land waarvan de vreemdeling de nationaliteit heeft.
Als de vreemdeling door geen enkel land als onderdaan wordt erkend, wordt hij aangemerkt als staatloze. In dat geval moet eerst het land van herkomst worden vastgesteld, vóór de beoordeling of betrokkene gegronde vrees voor vervolging heeft in het land van herkomst.
Als land van herkomst van een staatloze wordt aangemerkt, een land:
### 2.2.4. Vervolging vanwege nationaliteit en ras
Voorzover van toepassing kan bij de beoordeling van de vraag of de vreemdeling verdragsvluchteling is gebruik worden gemaakt van de in het Nederlandse landgebonden beleid van de Vreemdelingenwet aangewezen risicogroepen. Wanneer de vreemdeling aannemelijk maakt dat hij tot een aangewezen risicogroep behoort en problemen heeft, kan snel worden geconcludeerd dat deze problemen ook voldoende zwaarwegend zijn om vluchtelingschap aan te nemen. Indien een vreemdeling bijvoorbeeld aannemelijk maakt dat hij journalist was in een land van herkomst en in het betrokken landgebonden beleid journalisten als risicogroep zijn aangewezen omdat het centrale gezag censuur toepast, valt de toets al snel in het voordeel van de vreemdeling uit en kan hij in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning.
Het behoren tot een verboden geloof, het verspreiden van pamfletten voor een verboden politieke partij, het voeren van een strijd tegen misstanden in de lokale samenleving kunnen motieven zijn die in de volledige samenhang van het verhaal en bezien tegen de lokale achtergrond kunnen leiden tot een conclusie dat een vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij in het land van herkomst persoonlijk een gegronde vrees heeft voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag, Een beroep op de algemene situatie is over het algemeen onvoldoende om vluchtelingschap aan te nemen.
Onder ‘land van herkomst’ wordt verstaan het land waarvan de vreemdeling de nationaliteit heeft.
Als de vreemdeling door geen enkel land als onderdaan wordt erkend, wordt hij aangemerkt als staatloze. In dat geval moet eerst het land van herkomst worden vastgesteld, vóór de beoordeling of betrokkene gegronde vrees voor vervolging heeft in het land van herkomst.
Discriminatie door de autoriteiten en/of door medeburgers kan onder omstandigheden als daad van vervolging worden aangemerkt. Hiervan is sprake als de ondervonden discriminatie een dusdanig ernstige beperking van de bestaansmogelijkheden oplevert dat het onmogelijk is om op maatschappelijk en sociaal gebied te kunnen functioneren.
Een beschermingszoeker wordt als verdragsvluchteling aangemerkt, als hij:
### 2.2.5. Vervolging vanwege het behoren tot een sociale groep
Het behoren tot een verboden geloof, het verspreiden van pamfletten voor een verboden politieke partij, het voeren van een strijd tegen misstanden in de lokale samenleving kunnen motieven zijn die in de volledige samenhang van het verhaal en bezien tegen de lokale achtergrond kunnen leiden tot een conclusie dat een vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij in het land van herkomst persoonlijk een gegronde vrees heeft voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag, Een beroep op de algemene situatie is over het algemeen onvoldoende om vluchtelingschap aan te nemen.
Het begrip ‘godsdienst’ omvat met name theïstische, niet-theïstische en atheïstische geloofsovertuigingen. Dat wil zeggen: handelingen en gedachten die voortvloeien uit een (godsdienstige) stroming en overtuiging dat de mens door een bovennatuurlijke macht wordt geleid, of de overtuiging dat er geen bovennatuurlijke besturing bestaat en/of dat de mens zelf verantwoordelijk is voor zijn handelen.
Hierbij kan het gaan om het deelnemen aan, of het zich onthouden van, formele erediensten in de particuliere of openbare sfeer, hetzij alleen of in gemeenschap met anderen. Het kan ook gaan om andere religieuze activiteiten of uitingen of om vormen van persoonlijk of gemeenschappelijk gedrag die op een godsdienstige overtuiging zijn gebaseerd of daardoor worden bepaald.
Onder het begrip ‘godsdienst’ valt iedere godsdienst, levensbeschouwing of sekte, waartoe de vreemdeling behoort of waarvan de autoriteiten of andere actoren van vervolging (zie paragraaf 2.1, kopje ‘**Actoren van vervolging’)** stellen dat de vreemdeling ertoe behoort.
Vervolging om reden van godsdienst doet zich op verschillende manieren voor, zoals:
Beperkingen op het recht een godsdienst te belijden moeten dusdanig streng zijn, dat het leven als gevolg van de overtuiging in het land van herkomst daardoor ernstig wordt belemmerd. Van personen die in het land van herkomst een minderheidsreligie aanhangen wordt niet verlangd dat zij deze verborgen houden. Dit betekent bijvoorbeeld dat personen die gevlucht zijn uit hun land van herkomst omdat ze verborgen moesten houden dat ze de overtuiging van een minderheidsgroepering aanhangen, kunnen erkend worden als om godsdienst vervolgde vluchteling.
Te denken valt bijvoorbeeld aan een situatie waarin de autoriteiten van een land personen die een bepaalde godsdienst belijden actief opspoort en ze, onder bedreiging van gevangenis- of lijfstraffen, verbiedt om hun geloof uit te oefenen.
Het begrip ‘godsdienst’ omvat met name theïstische, niet-theïstische en atheïstische geloofsovertuigingen. Dat wil zeggen: handelingen en gedachten die voortvloeien uit een (godsdienstige) stroming en overtuiging dat de mens door een bovennatuurlijke macht wordt geleid, of de overtuiging dat er geen bovennatuurlijke besturing bestaat en/of dat de mens zelf verantwoordelijk is voor zijn handelen.
Het begrip ‘politieke overtuiging’ houdt onder andere in dat de vreemdeling een opvatting, gedachte of mening heeft over bijvoorbeeld het beleid of de methoden van de autoriteiten of andere actoren van vervolging (zie paragraaf 2.1, kopje ‘**Actoren van vervolging’)**, ofwel dat laatstgenoemden stellen dat de vreemdeling deze overtuiging heeft.
Om vervolging vanwege politieke overtuiging te kunnen aannemen dient de bedoelde opvatting, mening of gedachte onder de aandacht van de autoriteiten of andere actoren van vervolging te zijn gekomen, of moet het waarschijnlijk zijn dat dit alsnog zal gebeuren.
### 2.3. Politieke en commune delicten en discriminatoire of onevenredige bestraffing
Als de vreemdeling een vrouw is, kan het overtreden van seksediscriminerende sociale gebruiken, religieuze voorschriften of culturele normen voor vrouwen; of het overtreden van strafbepalingen die in zichzelf in strijd zijn met de universele mensenrechten, in de volgende gevallen worden opgevat als het uiten van een bepaalde politieke overtuiging:
Te denken valt bijvoorbeeld aan een situatie waarin de autoriteiten van een land personen die een bepaalde godsdienst belijden actief opspoort en ze, onder bedreiging van gevangenis- of lijfstraffen, verbiedt om hun geloof uit te oefenen.
Het begrip ‘nationaliteit’ is niet beperkt tot staatsburgerschap of het ontbreken daarvan, maar omvat ook het behoren tot een groep die wordt bepaald:
De omvang van deze groepering is daarbij niet relevant.
Hierbij kan gedacht worden aan een volk zonder eigen staat, maar met een eigen taal, geschiedenis en achtergrond.
### 2.4. Vervolging wegens dienstweigering of desertie
Bij het vaststellen van ras kan zowel op etnografische als sociale aspecten worden teruggegrepen.
Indien een overheid aanleiding ziet in een uiterlijk kenmerk van een persoon of een groep om over te gaan tot vervolging dan is er sprake van vervolging als hier bedoeld.
Het begrip ‘nationaliteit’ is niet beperkt tot staatsburgerschap of het ontbreken daarvan, maar omvat ook het behoren tot een groep die wordt bepaald:
Een groep wordt geacht een specifieke sociale groep te vormen als:
Deze categorie functioneert als restcategorie ten opzichte van de overige vervolgingsgronden in het Vluchtelingenverdrag.
Onder vervolging wegens het behoren tot een sociale groep als bedoeld in artikel 1A Vluchtelingenverdrag wordt mede vervolging wegens seksuele geaardheid begrepen.
Als een vreemdeling zich beroept op problemen vanwege de (gestelde) seksuele geaardheid moet de aanvraag worden beoordeeld met bijzondere aandacht voor de positie van homoseksuelen in het land van herkomst.
Als er sprake is van een bestraffing op basis van een strafbepaling die alleen betrekking heeft op homoseksuelen, is dit een daad van vervolging. Dit is bijvoorbeeld het geval als het homoseksueel zijn of het uiten van specifiek homoseksuele gevoelens strafbaar is gesteld. Voor de conclusie dat er sprake is van vluchtelingschap moet wel sprake zijn van een strenge bestraffingsmaatregel. Zo zal een enkele boete meestal onvoldoende zijn om te concluderen dat er sprake is van vluchtelingschap. De enkele strafbaarstelling van homoseksualiteit of homoseksuele handelingen in een land leidt niet zonder meer tot de conclusie dat een homoseksueel uit dat land vluchteling is. De vreemdeling moet (indien mogelijk met documenten) aannemelijk maken dat hij persoonlijk een gegronde reden heeft om te vrezen voor vervolging.
Van vreemdelingen met een homoseksuele voorkeur wordt niet verlangd dat zij deze voorkeur bij terugkeer verbergen.
Als de vreemdeling niet daadwerkelijk homoseksueel is, maar het geloofwaardig is dat de autoriteiten of andere actoren van vervolging hem of haar als zodanig beschouwen en het aannemelijk is dat vervolging plaatsvindt of zal vinden, is hij eveneens te beschouwen als verdragsvluchteling.
Ten slotte geldt dat het inroepen van de bescherming van de autoriteiten niet wordt verlangd in de gevallen waarin homoseksualiteit of homoseksuele handelingen strafbaar zijn in het land van herkomst.
Sekse kan niet het enige criterium zijn op grond waarvan wordt geconcludeerd dat sprake is van het behoren tot een ‘bepaalde sociale groep’. Vrouwen in het algemeen vormen niet een bepaalde sociale groep, omdat zij als sociale groep te divers van samenstelling zijn. Het individualiseringsvereiste is het uitgangspunt. Strafvervolging van een voorschrift dat specifiek voor vrouwen geldt, levert vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag op, als aannemelijk is dat:
Als de betrokken vreemdeling zich erop beroept dat er sprake is van discriminatie die specifiek tegen vrouwen is gericht, dan blijft de toepasselijkheid van één van de vervolgingsgronden een voorwaarde voor het concluderen van vluchtelingschap. Uiteraard geldt ook in deze gevallen het individualiseringsvereiste. Zo is het enkele bestaan van kledingvoorschriften voor vrouwen nog geen vorm van discriminatie op grond waarvan vervolging kan worden aangenomen.
Als er sprake is van een bestraffing op basis van een strafbepaling die alleen betrekking heeft op homoseksuelen, is dit een daad van vervolging. Dit is bijvoorbeeld het geval als het homoseksueel zijn of het uiten van specifiek homoseksuele gevoelens strafbaar is gesteld. Voor de conclusie dat er sprake is van vluchtelingschap moet wel sprake zijn van een strenge bestraffingsmaatregel. Zo zal een enkele boete meestal onvoldoende zijn om te concluderen dat er sprake is van vluchtelingschap. De enkele strafbaarstelling van homoseksualiteit of homoseksuele handelingen in een land leidt niet zonder meer tot de conclusie dat een homoseksueel uit dat land vluchteling is. De vreemdeling moet (indien mogelijk met documenten) aannemelijk maken dat hij persoonlijk een gegronde reden heeft om te vrezen voor vervolging.
Vervolging ingesteld vanwege een overtreding of een misdrijf dat over het algemeen als commuun delict (een ‘normaal’, niet politiek delict) wordt beschouwd levert in beginsel geen vluchtelingschap op. Er is sprake van een commuun delict, als de betrokkene in zijn land van herkomst een strafbepaling heeft overtreden die niet kan worden herleid tot één van de gronden van het Vluchtelingenverdrag.
Bestraffing wegens commune delicten leidt over het algemeen niet tot de conclusie dat de betrokkene verdragsvluchteling is. Wel moet steeds worden onderzocht of er sprake is van onevenredige of discriminatoire bestraffing die wel verband houdt met de gronden in het Vluchtelingenverdrag.
### 2.5. Bijzondere situaties
### 2.5.1. Refugiés sur place
In dat geval kan de betrokkene worden gezien als een verdragsvluchteling. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als in plaats van de gebruikelijke strafmaat van één jaar gevangenisstraf voor een individu twee jaar gevangenisstraf wordt opgelegd omdat hij behoort tot een geloofsgroepering waar de vervolgende instantie bezwaar tegen heeft. Een ander voorbeeld kan zijn als de straf geheel of gedeeltelijk in de brandende zon zonder bescherming moet worden doorgebracht in plaats van in een gewone cel omdat hij behoort tot een sociale groep waar de vervolgende instantie bezwaar tegen heeft. Er moet een causaal verband zijn tussen één van de vervolgingsgronden van het verdrag en de zwaarte van de bestraffing.
Bij deze categorie gaat het om een evenwicht tussen het onvervreemdbare recht van een staat om zich te verdedigen en het eveneens onvervreemdbare recht van het individu op gewetensvrijheid. Dit evenwicht kan blijken uit het feit dat aan het individu de mogelijkheid wordt geboden om een vervangende, niet-militaire dienstplicht te vervullen.
Een land kan een dienstplicht instellen. Strafvervolging wegens het ontduiken van dienstplicht wordt in beginsel niet aangemerkt als vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag. In de volgende gevallen kan dienstweigering of desertie desondanks leiden tot vluchtelingschap.
Een dienstweigeraar of deserteur is vluchteling als hij:
Bij deze categorie is de dienstweigering of desertie niet de oorzaak van de vervolging. De oorzaak is gelegen in de omstandigheid dat de vreemdeling behoort tot een van de genoemde groeperingen. De dienstweigering of desertie is slechts een aanleiding om tot vervolgingsmaatregelen over te gaan. Het enkele feit dat de dienstweigering wordt bestraft, leidt hier dan ook niet tot de conclusie dat de vreemdeling vluchteling is. Het moet gaan om een bestraffing met:
### 2.5.2. Als de UNHCR de vreemdeling heeft erkend als vluchteling
Bij deze categorie gaat het om een evenwicht tussen het onvervreemdbare recht van een staat om zich te verdedigen en het eveneens onvervreemdbare recht van het individu op gewetensvrijheid. Dit evenwicht kan blijken uit het feit dat aan het individu de mogelijkheid wordt geboden om een vervangende, niet-militaire dienstplicht te vervullen.
Als die mogelijkheid in het land van herkomst niet wordt geboden, kan:
aanleiding zijn om tot vluchtelingschap te besluiten, indien de betrokkene ernstige, onoverkomelijke gewetensbezwaren heeft tegen de vervulling van de dienstplicht.
Bij de beoordeling of er sprake is van vluchtelingschap is bij deze categorie niet vereist dat er sprake is van een discriminatoire of onevenredige bestraffing zoals genoemd onder a. In dit geval is er sprake van een inbreuk op de gewetensvrijheid van het individu die tot vluchtelingschap kan leiden. Er moet echter wel sprake zijn van een strenge bestraffingsmaatregel. Zo is een enkele boete onvoldoende om te concluderen dat er sprake is van vluchtelingschap.
Verder moet het gaan om ernstige, onoverkomelijke gewetensbezwaren op grond van een godsdienstige of een andere diepgewortelde overtuiging.
### 2.5.3. Minderjarige vreemdelingen
Hier is eigenlijk sprake van twee subcategorieën. Er is sprake van een militaire actie die:
Voor wat betreft de eerste subcategorie geldt als veroordeling door de internationale gemeenschap een veroordeling door:
### 2.5.3. Minderjarige vreemdelingen
### 2.6.1. Algemeen
Voor de beoordeling of een militaire actie behoort tot de tweede subcategorie is geen internationale veroordeling vereist. Wel moet zijn vastgesteld dat de betreffende militaire actie systematisch strijd oplevert met de fundamentele normen die gelden tijdens een gewapend conflict om bijvoorbeeld burgerslachtoffers te voorkomen. Een dergelijke vaststelling kan worden gedaan door:
### 2.6. Artikelen 1B tot en met 1F Vluchtelingenverdrag
Hier is eigenlijk sprake van twee subcategorieën. Er is sprake van een militaire actie die:
### 2.5.1. Refugiés sur place
De vrees voor vervolging hoeft niet altijd aanwezig te zijn op het moment dat iemand zijn land verlaat. Een persoon die geen vervolging te vrezen had op het moment dat hij zijn land van herkomst verliet, maar op een later tijdstip tijdens zijn verblijf buiten het land van herkomst vluchteling wordt heet ‘refugié sur place’. Er zijn twee mogelijke omstandigheden die iemand tot refugié sur place maken.
**Ten eerste** kan iemand een refugié sur place worden doordat de omstandigheden in het land van herkomst zich, tijdens zijn verblijf buiten het land van herkomst, zodanig wijzigen (bijvoorbeeld door een machtswisseling), dat hij bij terugkeer gegronde reden heeft te vrezen voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag.
Ook wanneer een vreemdeling zijn politieke overtuiging pas verkondigt na vertrek uit zijn land van herkomst, kan hij refugié sur place worden. Dit kan het geval zijn als hij aannemelijk maakt dat de overtuiging al bestond in het land van herkomst. In ieder geval is vereist dat:
### 2.6.4. Artikel 1D
Deze activiteiten kunnenaanleiding zijn voor statusverlening als het gaat om een voortzetting van activiteiten die de vreemdeling in het land van herkomst heeft ontplooid.
Dat is alleen anders wanneer de situatie in dat land voor een individuele vluchteling, ondanks de gewijzigde situatie, nog altijd niet veilig is.
### 2.6.4. Artikel 1D
Als de vreemdeling al door de UNHCR als vluchteling is erkend, wordt bekeken of deze erkenning:
### 2.6.6. Artikel 1F
Verder wordt bekeken in hoeverre de beoordeling van de situatie in het land van herkomst – die tot stand is gekomen op onder meer een landgebonden positie van de UNHCR – op dezelfde wijze wordt beoordeeld en of deze nog actueel is.
Overigens zal in een zaak waarin een individuele verklaring door de UNHCR is gegeven ook altijd een individuele toets plaatsvinden, waarbij gewijzigde omstandigheden in het land van herkomst sinds de verklaring worden meegewogen.
De toets aan artikel 1A Vluchtelingenverdrag wordt pas uitgevoerd indien is vastgesteld dat de situatie onder 1C tot en met 1F Vluchtelingenverdrag niet van toepassing is.
In het Vluchtelingenverdrag zijn geen aparte bepalingen opgenomen over (alleenstaande) minderjarige vreemdelingen. Indien hij vergezeld wordt door zijn ouder(s), kan hij vanwege het behoren tot het gezin een afhankelijke status krijgen in het geval de hoofdpersoon van het gezin wordt erkend en toegelaten als vluchteling. Indien het minderjarige kind een andere nationaliteit heeft dan de hoofdpersoon, heeft hij in beginsel geen recht op een afhankelijke status. Maar indien de minderjarige in dit geval zelfstandige vluchtmotieven heeft, kan hij vanwege deze zelfstandige motieven mogelijk op eigen titel een vergunning tot verblijf op grond van [artikel 12a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a) krijgen.
Een minderjarige vreemdeling niet wordt begeleid door zijn ouders of een voogd kan ook vanwege zelfstandige motieven in aanmerking komen voor een vergunning tot verblijf op grond van [artikel 12a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a). Om te kunnen vaststellen of een minderjarige vreemdeling als vluchteling kan worden erkend, gelden dezelfde criteria als voor volwassen vreemdelingen. Bij de beoordeling van een aanvraag om bescherming van een minderjarige vreemdeling moet wel rekening worden gehouden met de mate van geestelijke ontwikkeling en volwassenheid van de minderjarige, in relatie tot zijn (persoonlijke en culturele) achtergrond. Over het algemeen genomen geldt dat van een minderjarige niet dezelfde mate van onderbouwing en gedetailleerdheid van verklaringen kan worden verwacht als van een volwassene.
Vaak heeft de UNHCR geen tijd om een individueel onderzoek in te stellen en beoordeelt de UNHCR een verzoek om bescherming vooruitlopend op nader individueel onderzoek ‘prima facie’.
Verder wordt bekeken in hoeverre de beoordeling van de situatie in het land van herkomst – die tot stand is gekomen op onder meer een landgebonden positie van de UNHCR – op dezelfde wijze wordt beoordeeld en of deze nog actueel is.
De toets aan artikel 1A Vluchtelingenverdrag wordt pas uitgevoerd indien is vastgesteld dat de situatie onder 1C tot en met 1F Vluchtelingenverdrag niet van toepassing is.
Factoren die een rol spelen bij het bepalen van de ernst van een misdrijf zijn de aard van de handeling en de omvang van de gevolgen van de handeling. Wanneer er wordt gesteld dat een ernstig misdrijf is gepleegd om een politieke doelstelling na te streven, wordt een predominantie test uitgevoerd, dat wil zeggen dat het politieke element van het misdrijf afgewogen wordt tegen het commune element ervan en dat wordt gekeken of wordt voldaan aan de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit. Dat wil zeggen dat beoordeeld moet worden in hoeverre het delict dat betrokkene heeft gepleegd, zich verhoudt tot het bereiken van het beoogde politieke doel. Met andere woorden: had hij dit doel misschien ook op een andere, minder vergaande, manier kunnen bereiken.
Op grond van artikel 1B hebben landen die bij het Vluchtelingenverdrag zijn aangesloten, de mogelijkheid om de reikwijdte van het verdrag geografisch en in tijd te beperken. Nederland en de openbare lichamen kennen een dergelijke beperking niet. Dat betekent dat personen vanuit de hele wereld als vluchteling kunnen worden beschouwd. Artikel 1B heeft op de openbare lichamen dus geen zelfstandige betekenis.
Een minderjarige vreemdeling niet wordt begeleid door zijn ouders of een voogd kan ook vanwege zelfstandige motieven in aanmerking komen voor een vergunning tot verblijf op grond van [artikel 12a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a). Om te kunnen vaststellen of een minderjarige vreemdeling als vluchteling kan worden erkend, gelden dezelfde criteria als voor volwassen vreemdelingen. Bij de beoordeling van een aanvraag om bescherming van een minderjarige vreemdeling moet wel rekening worden gehouden met de mate van geestelijke ontwikkeling en volwassenheid van de minderjarige, in relatie tot zijn (persoonlijke en culturele) achtergrond. Over het algemeen genomen geldt dat van een minderjarige niet dezelfde mate van onderbouwing en gedetailleerdheid van verklaringen kan worden verwacht als van een volwassene.
Een vreemdeling verliest op grond van artikel 1C Vluchtelingenverdrag zijn recht op erkenning als vluchteling wanneer:
Voorbeelden van e en f zijn bijvoorbeeld situaties dat er in een land een machtswisseling heeft plaatsgevonden, waardoor onderdanen van dit land en personen die in dit land hun gewone verblijfplaats hadden, weer veilig kunnen terugkeren nadat zij eerder vanwege het heersende regime waren gevlucht.
Dat is alleen anders wanneer de situatie in dat land voor een individuele vluchteling, ondanks de gewijzigde situatie, nog altijd niet veilig is.
Om artikel 1F tegen te kunnen werpen dient er sprake zijn van een ernstig vermoeden dat de betrokken vreemdeling heeft deelgenomen aan een misdrijf vallend onder artikel 1F. De bewijslast hierbij ligt in dit bijzondere geval bij de Minister.
Het Vluchtelingenverdrag is op grond van artikel 1D niet van toepassing op personen die bescherming of bijstand genieten van andere organen of instellingen van de VN dan de UNHCR. Wanneer deze bescherming of bijstand om welke reden dan ook is opgehouden, zullen de personen die zich nog in het voormalig mandaatgebied bevinden van rechtswege, dus automatisch, onder het Vluchtelingenverdrag vallen.
### 2.6.3. Artikel 1C
Een vreemdeling verliest op grond van artikel 1C Vluchtelingenverdrag zijn recht op erkenning als vluchteling wanneer:
Als een vreemdeling dezelfde rechten en plichten heeft als een geboren Nederlandse onderdaan van de openbare lichamenis het Vluchtelingenverdrag niet van toepassing. De opstellers van het Verdrag hadden de vreemdelingen van Duitse herkomst voor ogen die zich na de Tweede Wereldoorlog rond 1951 vestigden in Duitsland.
Dat is alleen anders wanneer de situatie in dat land voor een individuele vluchteling, ondanks de gewijzigde situatie, nog altijd niet veilig is.
Het Vluchtelingenverdrag is voorts op grond van artikel 1F niet van toepassing op een persoon ten aanzien van wie er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat hij oorlogsmisdrijven of andere ernstige misdrijven heeft gepleegd. Personen op wie deze bepaling van toepassing is komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning voor bescherming op grond van [artikel 12a, eerste lid, onder a, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a). Zij komen evenmin voor bescherming in aanmerking op grond van artikel 12a, eerste lid, onder b, WTU-BES.
### 3. Bescherming in het EVRM tegen foltering of onmenselijke behandeling
### 3.1. Foltering of onmenselijke behandeling
Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan een individu of een land dat een gewapende aanval op burgers heeft ingezet.
Belangrijke instrumenten ter invulling van art. 1Fa zijn bijvoorbeeld:
Factoren die een rol spelen bij het bepalen van de ernst van een misdrijf zijn de aard van de handeling en de omvang van de gevolgen van de handeling. Wanneer er wordt gesteld dat een ernstig misdrijf is gepleegd om een politieke doelstelling na te streven, wordt een predominantie test uitgevoerd, dat wil zeggen dat het politieke element van het misdrijf afgewogen wordt tegen het commune element ervan en dat wordt gekeken of wordt voldaan aan de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit. Dat wil zeggen dat beoordeeld moet worden in hoeverre het delict dat betrokkene heeft gepleegd, zich verhoudt tot het bereiken van het beoogde politieke doel. Met andere woorden: had hij dit doel misschien ook op een andere, minder vergaande, manier kunnen bereiken.
Deze pre-dominantietest wordt toegepast bij relatieve politieke misdrijven als mishandeling (tenzij mishandeling hier moet worden beschouwd als foltering/marteling), drugshandel, roofovervallen met buitensporig geweld en brandstichting.
De pre-dominantietest kan achterwege blijven bij misdrijven die vallen binnen de delictsomschrijving van enig bindend internationaal instrument dat bepaalt dat er in geval van een misdrijf dat binnen het bereik van dat instrument valt geen sprake kan zijn van een politiek misdrijf en/of van vluchtelingschap. Voorbeelden van zulke internationale instrumenen zijn het Genocide Verdrag, het Europees Verdrag ter bestrijding van terrorisme van 1977 en de resoluties 1269 en 1373 van de Veiligheidsraad van de VN van respectievelijk 19 oktober 1999 en september 2001 inzake terrorisme.
Voorbeelden van dit soort misdrijven zijn onder meer moord, doodslag, verkrachting, foltering, genocide, slavernij, slavenhandel, hoogverraad en het verstoren van verkiezingen, vliegtuigkaping, aanslagen op internationaal beschermde personen, ontvoering, gijzeling, vrijheidsberoving en bomaanslagen en -brieven.
De doelstellingen van de VN staan opgesomd in de preambule en artikel 1 van het Handvest van de VN van 1945. De beginselen van de VN staan opgesomd in artikel 2 van het Handvest. Artikel 1F (c) is van toepassing op gevallen van schendingen van deze doelstellingen en beginselen. Het heeft in het bijzonder betrekking op personen met een hoge openbare functie die uit hoofde van hun verantwoordelijkheden handelingen hebben bevolen of toegestaan die in strijd zijn met genoemde doelstellingen en/of beginselen, alsmede op personen die verantwoordelijkheid hebben gedragen voor dergelijke handelingen, bijvoorbeeld omdat zij deel uitmaakten van de veiligheidsdiensten.
De volgende handelingen vallen in ieder geval onder artikel 1F(c):
### 2.7. Terugzending (refoulement)
Bezien moet worden of de vreemdeling individueel verantwoordelijk kan worden gehouden voor het misdrijf/de misdrijven. Daarvoor dient er een ernstig vermoeden te zijn dat hij op enige wijze persoonlijk heeft deelgenomen ('personal participation') en weet heeft gehad of had behoren te hebben van het plegen van het betreffende misdrijf/de misdrijven ('knowing participation').
### 3.2.1. Uitzonderlijke situatie
Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord of iemands opzet ook gericht was op het plegen van het misdrijf overeenkomstig artikel 30 van het Statuut van Rome.
Wanneer het vermoeden bestaat dat een vreemdeling oorlogsmisdrijven of andere ernstige misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag heeft gepleegd, dient voor advies hoe te handelen bij de beoordeling van de aanvraag contact te worden opgenomen met de unit 1F van de IND in Nederland.
De volgende handelingen vallen in ieder geval onder artikel 1F(c):
### 3.1. Foltering of onmenselijke behandeling
In beginsel zal terugzending van een vreemdeling aan de orde zijn als de openbare lichamen een vreemdeling van het grondgebied willen verwijderen of willen voorkomen dat de vreemdeling het grondgebied betreedt. Landen van herkomst worden geacht hun eigen onderdanen terug nemen. Terugzending van een vreemdeling zal dus in beginsel plaatsvinden naar het land waar de vreemdeling de nationaliteit van heeft. De vreemdeling heeft als gevolg van het Vluchtelingenverdrag in deze situatie het recht zich te beroepen op zijn status van vluchteling.
### 3.2.3. Kwetsbare minderheidsgroep
Artikel 33, tweede lid, Vluchtelingenverdrag staat een uitzondering op het verbod van refoulement toe, namelijk wanneer de vluchteling een bedreiging vormt van de nationale veiligheid of de openbare orde.
Wanneer het vermoeden bestaat dat een vreemdeling oorlogsmisdrijven of andere ernstige misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag heeft gepleegd, dient voor advies hoe te handelen bij de beoordeling van de aanvraag contact te worden opgenomen met de unit 1F van de IND in Nederland.
De reikwijdte van artikel 3 EVRM wordt bepaald door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. De jurisprudentie blijft in ontwikkeling.
Op grond van [artikel 12a, eerste lid, onder b, WTU](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a), kan een verblijfsvergunning worden verleend voor bescherming, indien de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat hij bij uitzetting naar zijn land van herkomst een reëel risico loopt om te worden onderworpen aan folteringen, aan onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen.
Deze bepaling is ontleend aan artikel 3 EVRM. De verwijdering naar een land waar iemand een reëel risico (‘real risk’) loopt aan een dergelijke behandeling te worden onderworpen, vormt een schending van dit artikel. Indien dit reële risico aannemelijk is gemaakt of geworden, is dit in beginsel aanleiding tot verlening van een verblijfsvergunning bescherming. De enkele mogelijkheid (mere possibility) van schending van artikel 3 EVRM is onvoldoende.
Vreemdelingen kunnen bescherming inroepen tegen terugkeer naar het land van herkomst als zij aannemelijk maken dat zij na de verwijdering naar dat land een reëel risico (‘real risk’) lopen te worden onderworpen aan:
In het geval van een reëel risico mag het gastland dat is aangesloten bij het EVRM de betrokken vreemdeling niet terugsturen naar zijn land van herkomst, omdat dit een schending is van artikel 3 EVRM. De openbare lichamen zijn aangesloten bij het EVRM.
### 3. Bescherming in het EVRM tegen foltering of onmenselijke behandeling
Actoren van een behandeling in de zin van artikel 3 EVRM kunnen onder meer zijn:
### 3.3. Het verbod op uitzetting heeft een absoluut karakter
Een reëel risico op een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM door derden wordt alleen aangenomen als de betrokkene aannemelijk heeft gemaakt dat de staat, of partijen of (internationale) organisaties in het land geen bescherming kunnen of willen bieden tegen de bedoelde behandeling.
Vreemdelingen kunnen bescherming inroepen tegen terugkeer naar het land van herkomst als zij aannemelijk maken dat zij na de verwijdering naar dat land een reëel risico (‘real risk’) lopen te worden onderworpen aan:
Om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning bescherming voor bepaalde tijd op grond van [artikel 12, eerste lid, onder b, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12), dient de vreemdeling aannemelijk te maken dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op de in die bepaling bedoelde behandeling. Bij de beantwoording van de vraag of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM is niet alleen de persoonlijke situatie van de vreemdeling van belang, maar ook de situatie in zijn land van herkomst. Met andere woorden: de individuele aspecten die de vreemdeling naar voren brengt, moeten worden afgewogen tegen de gewelds- en mensenrechtensituatie in het land van herkomst. Hoe slechter de situatie in het land van herkomst (‘most extreme cases’) hoe minder ‘distinguishing features’ nodig zijn om een reëel risico als bedoeld in artikel 3 EVRM aan te tonen. Dit vloeit voort uit de jurisprudentie van het Europese Hof van de rechten van de Mens. Er zijn vier situaties te onderscheiden.
### 3.2.1. Uitzonderlijke situatie
### 3.2.3. Kwetsbare minderheidsgroep
In het geval UNHCR in een actuele positie over een land verklaart dat in dit land sprake is van een uitzonderlijke slechte veiligheidssituatie, is deze positie in beginsel leidend voor de beoordeling maar niet bindend voor het verbod op uitzetting. Dat wil zeggen dat als er naast deze informatie van UNHCR ook andersluidende objectieve informatie beschikbaar is uit andere bronnen, de uitkomst van de weging van de informatie en de bronnen kan zijn dat de situatie toch niet zodanig uitzonderlijk slecht is dat de terugkeer van betrokkene een schending van het verdrag betekent.
Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer de UNHCR de situatie in een bepaald land aanmerkt als uitzonderlijk slecht, terwijl uit een ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken blijkt dat de aard en de intensiteit van het geweld in het land niet dusdanig is, dat moet worden geconcludeerd dat iedere burger in dat land een reëel risico op ernstige schade loopt.
Voor het oordeel dat de vreemdeling met op zichzelf beperkte indicaties aannemelijk heeft gemaakt dat een schending van artikel 3 EVRM dreigt, is niet vereist dat betrokkene persoonlijk een behandeling heeft ondervonden die voldoet aan de omschrijving van [artikel 12, eerste lid, onder b, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12).
Bij de bepaling of de mensenrechten van een bevolkingsgroep systematisch worden geschonden, zal de beschikbare landeninformatie een richtsnoer vormen om te concluderen of deze situatie zich in een land van herkomst van de vreemdeling voordoet. Deze situatie zal zich niet snel voordoen. Indien de vreemdeling aannemelijk maakt dat hij behoort tot een bevolkingsgroep van wie mensenrechten systematisch worden geschonden, komt hij in aanmerking voor bescherming. zie de uitspraak N.A. tegen het Verenigd Koninkrijk, EHRM 17 juli 2008, nr 25904/07
Een verzoek om bescherming kan worden afgewezen zonder statusbepaling als:
Bij de bepaling of een bevolkingsgroep moet worden aangemerkt als een kwetsbare minderheidsgroep zijn de volgende aspecten van belang:
In het landgebonden beleid dat in Nederland onder de Vreemdelingenwet is uitgewerkt, zijn verschillende groepen aangewezen als kwetsbare minderheidsgroepen. Deze aangewezen groepen gelden ook op de openbare lichamen als kwetsbare minderheidsgroepen. Indien in Nederland wijzigingen in deze aanwijzing worden doorgevoerd, gelden ze ook op de openbare lichamen. Voor de meest actuele informatie over kwetsbare minderheidsgroepen kan contact worden opgenomen met de IND in het Europese deel van Nederland.
Voor het oordeel dat de vreemdeling met op zichzelf beperkte indicaties aannemelijk heeft gemaakt dat een schending van artikel 3 EVRM dreigt, is niet vereist dat betrokkene persoonlijk een behandeling heeft ondervonden die voldoet aan de omschrijving van [artikel 12, eerste lid, onder b, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12).
### 3.2.2. De mensenrechten van een bevolkingsgroep worden systematisch geschonden
### 3.3. Het verbod op uitzetting heeft een absoluut karakter
Onder ‘mensenrechtenschendingen in de naaste omgeving’ wordt ook verstaan gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden in de naaste omgeving van de vreemdeling in het land van herkomst nadat de vreemdeling zelf al uit het land was vertrokken. Het oordeel, dat de vreemdeling bij terugkeer een reëel risico loopt op een behandeling als bedoeld in [artikel 12 WTU](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12) kan dus ook gevormd worden op basis van gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden na vertrek van de vreemdeling.
Zie uitspraak Salah Sheekh (nr. 1948/04), tegen Nederland
In het landgebonden beleid dat in Nederland onder de Vreemdelingenwet is uitgewerkt, zijn verschillende groepen aangewezen als kwetsbare minderheidsgroepen. Deze aangewezen groepen gelden ook op de openbare lichamen als kwetsbare minderheidsgroepen. Indien in Nederland wijzigingen in deze aanwijzing worden doorgevoerd, gelden ze ook op de openbare lichamen. Voor de meest actuele informatie over kwetsbare minderheidsgroepen kan contact worden opgenomen met de IND in het Europese deel van Nederland.
Als geen sprake is van een situatie als genoemd in de paragrafen 3.2.1, 3.2.2, of 3.2.3 dient de vreemdeling, om toch in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning bescherming voor bepaalde tijd op grond van [artikel 12, eerste lid, onder b, WTU](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12), aannemelijk te maken dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op de in die bepaling bedoelde behandeling. De bewijslast is hoog. De vreemdeling dient specifieke individuele kenmerken (‘special distinguishing features’) naar voren te brengen, waaruit dit persoonlijk risico op een behandeling in de zin van artikel 3 EVRM valt af te leiden. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn als de vreemdeling aannemelijk maakt dat hij vanwege het feit dat hij overspel heeft gepleegd bij terugkeer in zijn land van herkomst een reëel risico loopt te worden bestraft met zweepslagen. Zie de uitspraken inzake Vilvarajah en anderen tegen het Verenigd Koninkrijk, uitspraaknummers 13163/87, 13164/87, 13165/87, 13447/87, 13448/87.
### 3.3. Het verbod op uitzetting heeft een absoluut karakter
Artikel 3 EVRM heeft een absoluut karakter, dat wil zeggen dat het geen uitzonderingen toelaat op het bereik ervan. Anders dan het Vluchtelingenverdrag (artikel 33, tweede lid), kent het EVRM geen uitzondering op de plicht van non-refoulement wanneer de vreemdeling een bedreiging vormt voor de nationale veiligheid of openbare orde.
Dit betekent dat wanneer de vreemdeling aannemelijk maakt dat hem een reëel risico op executie of de doodstraf wacht of een andere onmenselijke behandeling in zijn land op grond van het feit dat hij daar een commuun delict heeft gepleegd, het EVRM de terugkeer naar het land van herkomst verbiedt.
Maar het EVRM verplicht in beginsel niet tot het verlenen van een verblijfsvergunning; er moet enkel worden afgezien van uitzetting van de vreemdeling naar het land van herkomst. Indien de vreemdeling naar een ander land kan worden uitgezet waar diens toelating wordt gewaarborgd is dit onder het EVRM ook toegestaan.
### 4. De beoordeling van aanvragen om bescherming
Als geen sprake is van een situatie als genoemd in de paragrafen 3.2.1, 3.2.2, of 3.2.3 dient de vreemdeling, om toch in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning bescherming voor bepaalde tijd op grond van [artikel 12, eerste lid, onder b, WTU](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12), aannemelijk te maken dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op de in die bepaling bedoelde behandeling. De bewijslast is hoog. De vreemdeling dient specifieke individuele kenmerken (‘special distinguishing features’) naar voren te brengen, waaruit dit persoonlijk risico op een behandeling in de zin van artikel 3 EVRM valt af te leiden. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn als de vreemdeling aannemelijk maakt dat hij vanwege het feit dat hij overspel heeft gepleegd bij terugkeer in zijn land van herkomst een reëel risico loopt te worden bestraft met zweepslagen. Zie de uitspraken inzake Vilvarajah en anderen tegen het Verenigd Koninkrijk, uitspraaknummers 13163/87, 13164/87, 13165/87, 13447/87, 13448/87.
Bij de beoordeling van de aanvraag om bescherming wordt eerst bekeken of de aanvraag zonder specifieke statusbepaling kan worden afgehandeld:
Een verzoek om bescherming kan worden afgewezen zonder statusbepaling als:
Een aanvraag om bescherming kan worden afgewezen zonder statusbepaling indien aannemelijk is dat de openbare lichamen niet het eerste land van ontvangst zijn omdat de vreemdeling:
### 4.2. Toetsingsvolgorde
Bij de beantwoording van de vraag of een vreemdeling rechtstreeks naar de openbare lichamen is gekomen kan de al in het vervolgingsland bestaande bedoeling van de vreemdeling om juist op de openbare lichamen bescherming te verkrijgen een rol spelen. Dit is alleen het geval als het bestaan van deze bedoeling uit objectieve feiten en/of omstandigheden blijkt.
Het kan ook zijn dat er sprake is van een derde land waar de toelating en het verblijf gewaarborgd is. Het is niet noodzakelijk dat de vreemdeling in een derde land eerder verbleven heeft, maar er moet wel op grond van objectieve feiten en omstandigheden worden beoordeeld of betrokkene tot het land zal worden toegelaten.
Voorts moet er sprake zijn van enige omstandigheden op grond waarvan geconcludeerd kan worden dat betrokkene beschermd is tegen refoulement.
Indien de toelating in een eerder ontvangend of derde land een tijdelijk of voorlopig karakter kent hoeft dit geen aanwijzing te zijn dat de betrokkene aangewezen is op bescherming op de openbare lichamen, aangezien een verblijfstitel verband houdend met bescherming op de openbare lichamen eveneens een tijdelijke karakter kent.
### 4.2. Toetsingsvolgorde
### 4.2.1. Algemeen
Wanneer een aanvraag om bescherming niet zonder statusbepaling kan worden afgewezen, dient eerst te worden beoordeeld of de vreemdeling een verdragsvluchteling is en in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning verband houdend met bescherming op grond van [artikel 12a, eerste lid, onder a, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a)
Als de vreemdeling hier niet voor in aanmerking komt, dient te worden beoordeeld of de vreemdeling bij terugkeer een schending van artikel 3 EVRM staat te wachten en in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning verband houdend met bescherming op grond van [artikel 12a, eerste lid, onder b, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a).
Daartoe wordt allereerst beoordeeld of het relaas geloofwaardig is, zie 4.3.
Zie 4.4. voor de situatie waarin een vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid.
### 4.2.2. Toetsingsvolgorde bij toetsing aan het Vluchtelingenverdrag
De toetsing aan het Vluchtelingenverdrag vindt plaats in de volgende volgorde:
Bij de beoordeling of betrokkene een vluchteling is in de zin van het Vluchtelingenverdrag speelt de geloofwaardigheid van de verklaringen van de vreemdeling een grote rol (zie 4.4.3).
Wanneer wordt geconstateerd dat betrokkene een vluchteling is in de zin van het Vluchtelingenverdrag, dan kan hij in aanmerking komen voor een vergunning tot verblijf voor bescherming als bedoeld in [artikel 12a, eerste lid, onder a, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a). De aanvraag dient echter eerst nog getoetst te worden aan de vraag of betrokkene een gevaar vormt voor de nationale veiligheid en openbare orde.
Daartoe wordt allereerst beoordeeld of het relaas geloofwaardig is, zie 4.3.
### 4.4.3. Openbare orde en artikel 3 EVRM
Het gaat steeds om de beoordeling van de situatie zoals die is in het land van herkomst op het moment dat het vertrek van de vreemdeling naar het land van herkomst aan de orde is. Dat geldt dus:
Ook bij de toetsing aan artikel 3 EVRM speelt de geloofwaardigheid van de verklaringen van de vreemdeling een grote rol.
Wanneer wordt geconstateerd dat betrokkene bij terugkeer naar zijn land van herkomst een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM staat te wachten, dient vervolgens getoetst te worden of betrokkene een gevaar vormt voor de nationale veiligheid en openbare orde. Zo dit niet het geval is kan de vreemdeling in aanmerking komen voor een vergunning tot verblijf voor bescherming als bedoeld in [artikel 12a, eerste lid, onder b, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a). wanneer.
Wanneer wordt geconstateerd dat betrokkene een vluchteling is in de zin van het Vluchtelingenverdrag, dan kan hij in aanmerking komen voor een vergunning tot verblijf voor bescherming als bedoeld in [artikel 12a, eerste lid, onder a, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a). De aanvraag dient echter eerst nog getoetst te worden aan de vraag of betrokkene een gevaar vormt voor de nationale veiligheid en openbare orde.
De vreemdeling hoeft niet expliciet te bewijzen maar moet aannemelijk maken dat hij gegronde vrees heeft voor vervolging of dat hij een reëel risico loopt op een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM. Hij moet alle relevante gegevens aanreiken. Zijn verklaringen moeten:
Wanneer de verklaringen van de vreemdeling niet consistent of geloofwaardig zijn en/of niet passen in wat algemeen bekend is over de situatie in het land van herkomst, heeft de vreemdeling onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij voor bescherming in aanmerking komt en dient de aanvraag om bescherming te worden afgewezen.
Als de vreemdeling niet over zodanig bewijs beschikt, moet hij een verklaring hebben voor het ontbreken ervan. Slaagt hij hierin, dan kan nader onderzoek worden ingesteld en/of hem het voordeel van de twijfel worden toegekend.
### 5. De procedure van verzoeken om bescherming
### 4.4. Openbare orde en nationale veiligheid
Of hiervan sprake is, wordt aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval beoordeeld. Voor verdere informatie kan de medewerker van de IND unit Caribisch Nederland contact opnemen met de unit 1F van de IND in het Europese deel van Nederland.
Aanvragen om bescherming kunnen worden afgewezen indien de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid.
Op verschillende manieren kan duidelijk worden dat de vreemdeling een misdrijf heeft gepleegd:
Onder gevaar voor de openbare orde wordt ook begrepen gevaar voor de openbare rust, de goede zeden, de volksgezondheid of de (goede) internationale betrekkingen. Ook ongewenste politieke activiteiten kunnen onder het openbare orde begrip worden geschaard.
### 5.2. Situatie in bewaring
Zodra de ambtenaar belast met de grensbewaking duidelijk is dat de vreemdeling bescherming wil aanvragen, moet hij eerst beoordelen of de vreemdeling in dit kader toegang krijgt om zich in persoon op afspraak bij de IND unit Caribisch Nederland te melden. Als de ambtenaar overweegt de toegang te weigeren, moet hij hiervoor een bijzondere aanwijzing vragen aan de IND unit Caribisch Nederland. Weigering van de toegang kan bijvoorbeeld aan de orde zijn in het geval er sprake is van een claimmogelijkheid op een vervoerder of in het geval er aanleiding is voor het vermoeden dat de vreemdeling zich aan het toezicht gaat onttrekken.
### 4.4.1. Algemeen
Een gevaar voor de nationale veiligheid is een afwijzingsgrond ontleend aan het algemeen belang. Dit is niet afhankelijk van een strafrechtelijke veroordeling en wordt per geval beoordeeld. Er dienen concrete aanwijzingen te zijn, bijvoorbeeld een ambtsbericht van een (inter-)nationaal ministerie of inlichtingendienst.
Er is sprake van een bijzonder ernstig misdrijf als:
Voor het weigeren van de vergunning is tevens vereist dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de gemeenschap van de openbare lichamen. Dit wordt ex nunc (op het moment van de beslissing) beoordeeld. Het feit dat sinds de veroordeling een aanzienlijke tijd is verstreken zonder dat recidive heeft plaatsgevonden, kan een aanwijzing vormen dat de vreemdeling geen gevaar meer oplevert. In geval van een bijzonder misdrijf wordt een verjaringstermijn van tien jaren gehanteerd.
Onder gevaar voor de gemeenschap of de nationale veiligheid wordt ook verstaan de situatie waarin het verlenen van een verblijfsvergunning zou betekenen dat de openbare lichamen zouden worden tot een gastland van mensen die elders de publieke rechtsorde ernstig schokten door daden die ook naar Nederlands recht zware misdrijven zouden opleveren.
Indien de vreemdeling beschermd moet worden tegen terugkeer naar het land van herkomst omdat er een reëel risico is op een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 3 EVRM, betekent dit niet automatisch dat hij in aanmerking komt voor de gevraagde vergunning tot tijdelijk verblijf. In de onderstaande situaties wordt de betrokkene niet teruggezonden, maar wordt de gevraagde vergunning niet verleend.
Er zijn ernstige redenen om aan te nemen dat:
Deze weigeringsgrond komt overeen met de in artikel 1F Vluchtelingenverdrag onder a. genoemde misdrijven
Er is sprake van een ernstig misdrijf als:
Deze afwijzingsgrond komt overeen met de handelingen, bedoeld in artikel 1F, onder c, Vluchtelingenverdrag.
Een gevaar voor de nationale veiligheid is een weigeringsgrond ontleend aan het algemeen belang. Dit is niet afhankelijk van een strafrechtelijke veroordeling en wordt per geval beoordeeld. Er moeten concrete aanwijzingen te zijn, bijvoorbeeld een ambtsbericht van een (inter-)nationaal ministerie of inlichtingendienst
Of hiervan sprake is, wordt aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval beoordeeld. Voor verdere informatie kan de medewerker van de IND unit Caribisch Nederland contact opnemen met de unit 1F van de IND in het Europese deel van Nederland.
### 5. De procedure van verzoeken om bescherming
Deze weigeringsgrond komt overeen met de in artikel 1F Vluchtelingenverdrag onder a. genoemde misdrijven
Een aanvraag om bescherming kan alleen worden ingediend bij de IND unit Caribisch Nederland. Voorafgaand aan de indiening van de aanvraag dient de vreemdeling contact op te nemen met een ambtenaar belast met de grensbewaking en/of het toezicht.
Steeds dienen de ambtenaren belast met de grensbewaking en het toezicht in contacten met vreemdelingen die niet over de juiste documenten beschikken en daarom in beginsel geen recht op toegang of toelating hebben, zorgvuldig te beoordelen of een vreemdeling een aanvraag om bescherming wil indienen, ook al verzoekt de vreemdeling niet met zoveel woorden om bescherming.
### 5.5. Aanmelding en meldplicht
De ambtenaar belast met het toezicht dan wel de ambtenaar belast met de grensbewaking beoordeelt tevens in overleg met de IND unit Caribisch Nederland of de vreemdeling de procedure in bewaring moet afwachten of dat hij op afspraak bij de IND unit Caribisch Nederland kan verschijnen voor de indiening van de aanvraag.
Onder vreemdelingen die bescherming verzoeken wordt in dit verband ook begrepen vreemdelingen wier verzoek om bescherming is afgewezen of die hun verzoek om bescherming hebben ingetrokken. In deze gevallen is het plaatsen van aantekeningen echter wel mogelijk als de vreemdeling niet langer enige procedure voert over zijn verzoek om bescherming én
In het geval de vreemdeling de procedure in bewaring moet afwachten wordt de IND unit Caribisch Nederland zo spoedig mogelijk op de hoogte gesteld dat de vreemdeling een aanvraag om bescherming wil indienen. De vreemdeling wordt op de locatie waar de bewaring ten uitvoer wordt gelegd in de gelegenheid gesteld een aanvraagformulier te ondertekenen. Hij wordt omtrent de aanvraag in bewaring gehoord door de IND unit Caribisch Nederland. De rechtsbijstandverlener die de vreemdeling bijstaat in het kader van de inbewaringstelling, wordt vooraf door de IND unit Caribisch Nederland geïnformeerd over de datum waarop het gehoor plaatsvindt.
### 5.3. Handelingen in het kader van het toezicht
Wanneer een vreemdeling een aanvraag om bescherming wil indienen en er geen aanleiding bestaat om de vreemdeling in bewaring te stellen, dient de ambtenaar belast met grensbewaking (die tevens bevoegd is om handelingen in het kader van toezicht uit te voeren) of de ambtenaar belast met toezicht handelingen uit te voeren ter voorbereiding van de indiening en behandeling van de aanvraag om bescherming.
Voor zover een goede communicatie dit vergt moet voor dit eerste contact een betrouwbare tolk worden ingeschakeld. De tolk kan in persoon of op afstand worden ingezet via telefoon of videoconference.
In het kader van toezicht en de voorbereiding op de indiening en behandeling van de aanvraag wordt de identiteit van de vreemdeling vastgesteld. De vreemdeling en diens kleding en bagage worden onderzocht op de aanwezigheid van reis- of identiteitspapieren, documenten of bescheiden die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag. In het geval de vreemdeling vergezeld wordt door gezinsleden, geldt voor hen hetzelfde. De gegevens van de vreemdeling(en) worden geregistreerd, voorzover hun gegevens nog niet in de vreemdelingenadministratie voorkomen.
### 5.2. Situatie in bewaring
De toezichthouder of, indien nodig de IND unit Caribisch Nederland stelt de vreemdeling(en) bij het eerste contact in de gelegenheid de motieven voor de aanvraag om bescherming op schrift te stellen.
Op basis van de verzamelde gegevens gaat de ambtenaar na of betrokkene(n) in de beschikbare (opsporings)registers voorkomt/voorkomen.
### 5.7. Melding op afspraak en het indienen van de aanvraag bij de IND unit Caribisch Nederland
De volgende gegevens van de vreemdeling worden bij dit telefoongesprek telefonisch aan de IND unit Caribisch Nederland verstrekt:
In het geval dat de gezinsleden zelfstandig om bescherming verzoeken, moeten van hen dezelfde gegevens verstrekt te worden.
Per fax of op andere geschikte wijze worden aanvullend op het gesprek kopieën van documenten en de schriftelijke verklaring met de asielmotieven doorgegeven aan de IND unit Caribisch Nederland.
Er worden zo min mogelijk originele documenten van de vreemdeling ingenomen. Als originele documenten worden ingenomen, krijgt de vreemdeling een bewijs van ontvangst en een afschrift van de stukken. Als er twijfel bestaat of terugkeer mogelijk is enkel op basis van kopieën van de reisdocumenten, kunnen de reisdocumenten worden ingenomen totdat de terugkeer feitelijk wordt geëffectueerd of op het moment dat terugkeer niet aan de orde is omdat de gevraagde vergunning wordt afgegeven of omdat beslist is dat er weliswaar geen vergunning behoeft te worden afgegeven, bijvoorbeeld vanwege artikel 1F maar dat een gedwongen uitzetting naar het land van herkomst een schending van artikel 3 EVRM betekent en niet wordt overwogen.
Op basis van de verzamelde gegevens gaat de ambtenaar na of betrokkene(n) in de beschikbare (opsporings)registers voorkomt/voorkomen.
Met nadruk wordt erop gewezen dat in de identiteits- en/of reisdocumenten van iemand die om bescherming verzoekt nooit aantekeningen mogen worden geplaatst, daar dit – bij afwijzing van het verzoek – voor de vreemdeling moeilijkheden in zijn land van herkomst met zich mee kan brengen.
Aantekeningen kunnen slechts worden gesteld op een afzonderlijk los inlegblad.
### 5.6. Voorbereidende handelingen van de IND unit Caribisch Nederland
Per fax of op andere geschikte wijze worden aanvullend op het gesprek kopieën van documenten en de schriftelijke verklaring met de asielmotieven doorgegeven aan de IND unit Caribisch Nederland.
De vreemdeling meldt zich bij de toezichthouder aan als hij bescherming wil vragen. De vreemdeling krijgt bij de aanmelding een periodieke meldplicht opgelegd. Hangende de beslissing op zijn aanvraag geldt in beginsel een wekelijkse aanmeldplicht. De ambtenaar maakt in het kader van toezicht een aantekening op een inlegformulier bij het reisdocument van de vreemdeling waaruit blijkt wanneer en waar de betrokkene zich moet melden en of het de vreemdeling is toegestaan arbeid te verrichten.
In het geval de vreemdeling is vergezeld door gezinsleden gelden de aanwijzingen ook voor hen.
De ambtenaar belast met het toezicht wijst de vreemdeling erop dat de aanvraag kan worden afgewezen wegens het ontbreken van een belang indien de vreemdeling zonder opgaaf van reden niet verschijnt. De vreemdeling wordt er tevens op gewezen eventuele wijzigingen omtrent zijn bereikbaarheid direct door te geven.
### 5.6. Voorbereidende handelingen van de IND unit Caribisch Nederland
De IND unit Caribisch Nederland verwerkt de gegevens die ten aanzien van de vreemdeling die om bescherming wil verzoeken beschikbaar zijn gesteld en stelt een dossier samen. Voordat de afspraak voor indiening van de aanvraag en een gehoor met de vreemdeling gemaakt wordt, regelt de IND unit Caribisch Nederland zo nodig dat een tolk op het afgesproken tijdstip beschikbaar is.
Voordat de vreemdeling op de afgesproken tijd verwacht wordt, bereidt de IND unit Caribisch Nederland het gehoor zorgvuldig voor. Op basis van de schriftelijke motivering van de vreemdeling en aan de hand van de opgegeven nationaliteit en de verdere beschikbare gegevens bepaalt de IND unit Caribisch Nederland welke documentatie hij tijdens het gehoor nodig heeft, zoals een atlas om de woonomgeving en de vluchtroute van de vreemdeling te kunnen verifiëren. De IND unit Caribisch Nederland zet voor zichzelf de informatie van de vreemdeling af tegen de feiten die hij in de landeninformatie heeft gevonden. Op deze wijze kan de IND unit Caribisch Nederland gericht vragen voorbereiden en wellicht aansluitend aan het gehoor een beslissing nemen op de aanvraag.
### 5.10. De strekking van de beslissing
In het geval de vreemdeling is vergezeld door gezinsleden gelden de aanwijzingen ook voor hen.
Zodra de vreemdeling zich meldt bij de IND unit Caribisch Nederland stelt de IND unit Caribisch Nederland de vreemdeling(en) in de gelegenheid om de aanvraagformulieren en de antecedentenverklaring te ondertekenen. De aanvraag kan door de hoofdpersoon worden ondertekend mede namens de minderjarige kinderen in het geval zij hebben aangegeven dat zij niet zelfstandig hoeven te worden gehoord omdat zij geen zelfstandige motieven hebben.
### 5.6. Voorbereidende handelingen van de IND unit Caribisch Nederland
De IND unit Caribisch Nederland verwerkt de gegevens die ten aanzien van de vreemdeling die om bescherming wil verzoeken beschikbaar zijn gesteld en stelt een dossier samen. Voordat de afspraak voor indiening van de aanvraag en een gehoor met de vreemdeling gemaakt wordt, regelt de IND unit Caribisch Nederland zo nodig dat een tolk op het afgesproken tijdstip beschikbaar is.
### 5.10.3. Afwijzende beslissing met de beslissing dat de vreemdeling mag worden uitgezet
De IND-unit Caribisch Nederland stelt tijdens het gehoor een verslag van het gehoor op.
Na afloop van het gehoor ontvangt de vreemdeling een exemplaar van het afgedrukte concept-verslag van het gehoor.
De IND-unit Caribisch Nederland neemt ter plaatse het concept-verslag met hem door, zo nodig door tussenkomst van de tolk, en de vreemdeling krijgt de gelegenheid ter plaatse correcties aan te brengen.
### 5.10.4. Bijzondere situatie: de vreemdeling krijgt geen verblijfsvergunning maar mag niet worden uitgezet
De IND-unit Caribisch Nederland gaat vervolgens na of alle gegevens aanwezig zijn om te beslissen op de aanvraag of dat er eerst andere handelingen moeten worden verricht, zoals het uitvoeren van een onderzoek naar de reisroute of naar een eventueel strafregister van de vreemdeling. Zoveel mogelijk wordt direct gehandeld. Dat betekent dat hetzij het wordt onderzoek gestart hetzij direct de beslissing wordt genomen.
Indien de beslissing niet direct wordt genomen, stelt de IND-unit Caribisch Nederland de vreemdeling op de hoogte van de vermoedelijke datum waarop de beslissing genomen zal worden. De IND-unit Caribisch Nederland informeert de vreemdeling tevens of hij, in het geval de wachtperiode dit rechtvaardigt, naar tijdelijk werk kan gaan zoeken. De vreemdeling wordt erop gewezen dat hij een werkgever moet zoeken die bereid is voor hem een tewerkstellingsvergunning aan te vragen. Als hij een werkgever heeft gevonden, dient hij de IND-unit Caribisch Nederland op de hoogte te stellen zodat de IND-unit Caribisch Nederland ten behoeve van de tewerkstellingsvergunning kan aangeven tot wanneer hij in verband met de lopende toelatingsprocedure in de openbare lichamen mag blijven.
De IND unit Caribisch Nederland stelt tijdens het gehoor een verslag van het gehoor op.
Het is mogelijk dat zich tijdens de procedure feiten of omstandigheden voordoen die van belang kunnen zijn voor de inhoud van de te nemen beslissing.
Hierbij moet gedacht worden aan:
### 5.10.1. Inwilligende beslissing
Tevens dient de vreemdeling en de hem bijstaande personen of instanties erop gewezen te worden dat het van belang is dat ook zij relevante gegevens aan de IND unit Caribisch Nederland – al dan niet door tussenkomst van de politie – doorgeven.
Indien de beslissing niet direct wordt genomen, stelt de IND unit Caribisch Nederland de vreemdeling op de hoogte van de vermoedelijke datum waarop de beslissing genomen zal worden. De IND unit Caribisch Nederland informeert de vreemdeling tevens of hij, in het geval de wachtperiode dit rechtvaardigt, naar tijdelijk werk kan gaan zoeken. De vreemdeling wordt erop gewezen dat hij een werkgever moet zoeken die bereid is voor hem een tewerkstellingsvergunning aan te vragen. Als hij een werkgever heeft gevonden, dient hij de IND unit Caribisch Nederland op de hoogte te stellen zodat de IND unit Caribisch Nederland ten behoeve van de tewerkstellingsvergunning kan aangeven tot wanneer hij in verband met de lopende toelatingsprocedure in de openbare lichamen mag blijven.
De beslissing op de aanvraag kan inwilligend of afwijzend zijn.
De beslissing houdt tevens een uitspraak in over de verwijdering.
Hierbij moet gedacht worden aan:
In het geval de beslissing inhoudt dat de vreemdeling beschermd moet worden tegen terugzending wordt dit in beschikking aan de vreemdeling vastgelegd. Tevens wordt hierin aangetekend:
### 5.12. Vertrek van de vreemdeling
Als het niet mogelijk is de beschikking in persoon aan de vreemdeling uit te reiken en zijn adres onbekend is, maakt de IND unit Caribisch Nederland een proces-verbaal op. Daarin wordt opgenomen dat het niet mogelijk is om de afwijzende beschikking aan de vreemdeling in persoon uit te reiken, terwijl vast staat dat hij niet verblijft op het laatst bekende adres. De IND unit Caribisch Nederland dient de beschikking op een andere geschikte wijze bekend te maken. In het geval de vreemdeling een gemachtigde heeft, kan de beschikking naar de gemachtigde worden gezonden.
Indien de aanvraag wordt ingewilligd geldt de datum van de indiening van de aanvraag in beginsel als ingangsdatum voor de te verlenen vergunning. Indien de inwilliging berust op feiten en/of omstandigheden die zich na het indienen van de aanvraag hebben voorgedaan, wordt de aanvraag ingewilligd met ingang van de dag dat door de vreemdeling is aangetoond dat aan de voorwaarden voor bescherming wordt voldaan.
### 5.10.3. Afwijzende beslissing met de beslissing dat de vreemdeling mag worden uitgezet
In het geval de beslissing inhoudt dat de vreemdeling niet tegen terugkeer beschermd hoeft te worden, maakt de IND unit Caribisch Nederland een gemotiveerde afwijzende beschikking op de aanvraag. Tevens beslist de IND unit Caribisch Nederland of de vreemdeling van het grondgebied verwijderd mag worden. Aangehecht aan de negatieve beschikking wordt gewezen op de mogelijkheid om rechtsmiddelen aan te wenden tegen het meervoudig besluit. Daarbij wordt vermeld dat het aanwenden van rechtsmiddelen het besluit niet schorst. Wel mag de vreemdeling een tijdig aanhangig gemaakte voorlopige voorziening afwachten (zie [hoofdstuk 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=19&z=2019-10-01&g=2019-10-01)).
De vreemdeling wordt verzocht de IND unit Caribisch Nederland en de politie in kennis te stellen in het geval hij een rechtsmiddel heeft ingesteld.
De IND unit Caribisch Nederland registreert de uitkomst van de beslissing en de datum van de uitreiking van de beslissing.
### 5.10.4. Bijzondere situatie: de vreemdeling krijgt geen verblijfsvergunning maar mag niet worden uitgezet
In bijzondere gevallen kan de beslissing op de aanvraag inhouden dat de betrokkene vanwege het belang van de openbare orde en/of vanwege artikel 1F uitgesloten wordt van verblijf, maar niet mag worden uitgezet naar het land van herkomst. Aangehecht aan de negatieve beschikking wordt gewezen op de mogelijkheid om rechtsmiddelen aan te wenden tegen het meervoudig besluit. In het geval rechtsmiddelen worden ingesteld wordt de vreemdeling verzocht de IND unit Caribisch Nederland en de politie hiervan in kennis te stellen.
In tegenstelling tot de gebruikelijke werkwijze (zie **tekst** hieronder), wordt de beschikking in dit geval in drievoud per brief aan de politie aangeboden met het verzoek om:
Het derde exemplaar is bestemd voor de administratie van de politie.
In dit geval wordt de vreemdeling verzocht na te gaan of er een derde land bereid is hem toe te laten. De periodieke meldplicht blijft gelden zolang er nog gebruik kan worden gemaakt of is gemaakt van de mogelijkheid om rechtsmiddelen in te stellen.
### 5.15. Doormigratie
Het verblijfsdocument voor bepaalde tijd verband houdend met bescherming wordt verleend voor de duur van een jaar. Op het document komt de aantekening ‘Arbeid is vrij toegestaan’.
### 6. Afgeleide status voor gezinsleden en nareizende gezinsleden
Bij de uitreiking dient aan de vreemdeling, in een voor hem kenbare taal, te worden medegedeeld wat de inhoud van de beschikking is. Wanneer de aanvraag om bescherming is afgewezen dient aan de vreemdeling te worden meegedeeld dat hij het land binnen vier weken moet verlaten, of korter als op grond van de uitzetting of de openbare orde een kortere vertrektermijn is gegeven. Daarnaast dient aan de vreemdeling te worden verteld dat tegen een afwijzende beslissing inzake een aanvraag om bescherming alleen beroep kan worden ingesteld. De beslissing op het beroepschrift mag de vreemdeling niet in de openbare lichamen afwachten. Wanneer de vreemdeling de rechtbank verzoekt om een voorlopige voorziening te treffen gericht tegen de uitzetting hangende het beroep, mag de vreemdeling deze eerste spoedprocedure in beginsel in de openbare lichamen afwachten.
Aan de vreemdeling wordt verzocht om de IND-unit Caribisch Nederland en de politie in kennis te stellen van eventuele rechtsmiddelen die hij instelt.
Een afschrift van de beschikking wordt per brief aan de politie aangeboden. Tevens wordt de politie verzocht de periodieke meldplicht te beëindigen, tenzij de vreemdeling inmiddels naar aanleiding van een afwijzende beschikking een rechtsmiddel heeft ingesteld dat het aangezegde vertrek opschort.
Er kan zo nodig aansluitend aan de uitreiking van de beschikking worden overgegaan tot inbewaringstelling, voorzover is voldaan aan de voorwaarden voor inbewaringstelling. In dit geval dient de vreemdeling onmiddellijk vertrek aangezegd te worden en direct na het uitreiken van de beschikking in de gelegenheid te worden gesteld een advocaat te raadplegen.
Als het niet mogelijk is de beschikking in persoon aan de vreemdeling uit te reiken en zijn adres onbekend is, maakt de IND-unit Caribisch Nederland een proces-verbaal op. Daarin wordt opgenomen dat het niet mogelijk is om de afwijzende beschikking aan de vreemdeling in persoon uit te reiken, terwijl vast staat dat hij niet verblijft op het laatst bekende adres. De IND-unit Caribisch Nederland dient de beschikking op een andere geschikte wijze bekend te maken. In het geval de vreemdeling een gemachtigde heeft, kan de beschikking naar de gemachtigde worden gezonden.
Wanneer de aanvraag om bescherming is afgewezen, wordt op de aan de vreemdeling uit te reiken beschikking aangetekend:
### 5.12. Vertrek van de vreemdeling
De politie of ambtenaar belast met de grensbewaking stelt de IND unit Caribisch Nederland zo spoedig mogelijk in kennis over het vertrek van de vreemdeling aan wie bescherming geweigerd is.
Als de vreemdeling niet in bewaring is gesteld en de vreemdeling de openbare lichamen niet uit eigen beweging heeft verlaten binnen de vertrektermijn dan moet tot uitzetting worden overgegaan.
Als het niet mogelijk is de beschikking in persoon aan de vreemdeling uit te reiken en zijn adres onbekend is, maakt de IND unit Caribisch Nederland een proces-verbaal op. Daarin wordt opgenomen dat het niet mogelijk is om de afwijzende beschikking aan de vreemdeling in persoon uit te reiken, terwijl vast staat dat hij niet verblijft op het laatst bekende adres. De IND unit Caribisch Nederland dient de beschikking op een andere geschikte wijze bekend te maken. In het geval de vreemdeling een gemachtigde heeft, kan de beschikking naar de gemachtigde worden gezonden.
Wanneer de vreemdeling tegen de afwijzing van de aanvraag om bescherming beroep bij de rechtbank instelt, dan schorst dit rechtsmiddel de werking van het besluit niet. Uitzettingshandelingen kunnen dus plaatsvinden vanaf het moment van bekendmaking van de eerste afwijzende beslissing.
Wanneer de vreemdeling de rechtbank verzoekt om een voorlopige voorziening te treffen gericht tegen de uitzetting hangende het beroep, mag de vreemdeling deze eerste spoedprocedure in beginsel in de openbare lichamen afwachten.
### 5.15. Doormigratie
Als de vreemdeling niet in bewaring is gesteld en de vreemdeling de openbare lichamen niet uit eigen beweging heeft verlaten binnen de vertrektermijn dan moet tot uitzetting worden overgegaan.
Wanneer de aanvraag om beschikking wordt ingewilligd, wordt de vreemdeling op de hoogte gesteld van de wijze waarop hij in het bezit wordt gesteld van een verblijfsdocument voor verblijf. Verder wordt hij gewezen op het belang dat hij tijdig vóór het verstrijken van de geldigheidsduur van het document om verlenging vraagt.
### 8. Verlenging van de verblijfstitel
### 9.1. Verblijfsbeëindiging omdat de grond voor bescherming is vervallen
De vreemdeling is vrijgesteld van het betalen van een waarborgsom en leges.
Achtergebleven gezinsleden kunnen vanuit het buitenland een mvv voor gezinshereniging aanvragen. Kiezen zij ervoor om zonder mvv spontaan in te reizen, dan dienen zij een zelfstandige aanvraag te doen voor een vergunning tot verblijf verband houdend met bescherming.
Bescherming op de openbare lichamen wordt tijdelijk verleend. De vreemdeling wordt aangemoedigd door de IND unit Caribisch Nederland om door te migreren naar een ander land in de regio waar zijn toelating en bescherming gewaarborgd is en zijn kansen op de arbeidsmarkt wellicht beter zijn.
### 6. Afgeleide status voor gezinsleden en nareizende gezinsleden
Als aan de hoofdpersoon van een gezin een verblijfsvergunning is verleend verband houdend met bescherming op grond van [artikel 12a, eerste lid en onder a of b, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a), kan een van hem afhankelijk gezinslid in aanmerking komen voor een afgeleide verblijfsvergunning. Er zijn daarbij twee situaties te onderscheiden:
Cumulatieve vereisten in beide gevallen zijn:
### 5.15. Doormigratie
Achtergebleven gezinsleden kunnen vanuit het buitenland een mvv voor gezinshereniging aanvragen. Kiezen zij ervoor om zonder mvv spontaan in te reizen, dan dienen zij een zelfstandige aanvraag te doen voor een vergunning tot verblijf verband houdend met bescherming.
### 6. Afgeleide status voor gezinsleden en nareizende gezinsleden
### 9.3. Verblijfsbeëindiging in verband met een strafbaar feit
Cumulatieve vereisten in beide gevallen zijn:
Indien na een geheel of gedeeltelijk afwijzende beschikking een nieuwe aanvraag wordt gedaan is de vreemdeling gehouden nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden te vermelden.
### 1. Inleiding
### 9. Verblijfsbeëindiging
De aanvraag, het voorlopig oordeel en de datum van de opmaak en uitreiking van de beschikking worden geregistreerd door de IND unit Caribisch Nederland.
### 7. Herhaalde aanvraag
Indien na een geheel of gedeeltelijk afwijzende beschikking een nieuwe aanvraag wordt gedaan is de vreemdeling gehouden nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden te vermelden.
### 2.3. Vertrektermijnen
### 2.2. Vertrek naar een ander land dan het land van herkomst
De aanvraag, het voorlopig oordeel en de datum van de opmaak en uitreiking van de beschikking worden geregistreerd door de IND unit Caribisch Nederland.
### 9.1. Verblijfsbeëindiging omdat de grond voor bescherming is vervallen
Indien bij de jaarlijkse verlenging blijkt dat de grond voor bescherming is vervallen, kan de gevraagde verlenging van de bescherming worden geweigerd. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn indien de situatie in het land van herkomst ingrijpend is gewijzigd of als de vreemdeling vrijwillig zich weer onder de bescherming van de autoriteiten van het land van herkomst heeft begeven.
### 2.3.3. Verkorten van de vertrektermijn
In beide situaties dient de betrokkene voorafgaand aan het besluit gehoord te worden door de IND unit Caribisch Nederland.
Als de vreemdeling geen gebruik maakt van de beroepstermijn, kan deze in mindering worden gebracht op de vertrektermijn van vier weken (zie [artikel 16a, tweede lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16a)). Omdat de beroepstermijn vier weken bedraagt, moet de vreemdeling de openbare lichamen in deze gevallen onmiddellijk verlaten. Reden hiervoor is dat de vreemdeling al voorbereidingen voor zijn vertrek heeft kunnen treffen.
### 9.1. Verblijfsbeëindiging omdat de grond voor bescherming is vervallen
De rechtspositie van de vreemdeling is nadien dezelfde als die van een vreemdeling die nimmer in het bezit is geweest van een vergunning tot verblijf.
### 9.3. Verblijfsbeëindiging in verband met een strafbaar feit
Als blijkt dat de houder van een vergunning tot tijdelijk verblijf verband houdend met bescherming een strafbaar feit heeft gepleegd op de openbare lichamen, stelt de politie de IND unit Caribisch Nederland hiervan zo snel mogelijk in kennis. De IND unit Caribisch Nederland toetst aan het beleidskader voor de openbare orde en beoordeelt of er aanleiding bestaat het toegestane verblijf te beëindigen.
### Hoofdstuk 17. Vertrek, uitzetting en ongewenstverklaring
Wanneer na afgifte van de vergunning tot tijdelijk verblijf verband houdend met bescherming blijkt dat de vergunning is verleend op onjuiste gegevens die door de vreemdeling zijn verstrekt, kan de vergunning worden ingetrokken en het rechtmatig verblijf van de vreemdeling worden beëindigd. Hetzelfde geldt als de vreemdeling gegevens heeft achtergehouden. De intrekking dient te berusten op het uitgangspunt dat de vergunning nimmer zou zijn verstrekt als op het moment van de verlening de feiten bekend waren geweest zoals ze nu bekend zijn geworden.
In [hoofdstuk 9 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&hoofdstuk=9) zijn regels opgenomen over het vertrek, de uitzetting en de ongewenstverklaring van de vreemdeling. Uitgangspunt is dat de vreemdeling die geen rechtmatig verblijf in de openbare lichamen (meer) heeft, deze uit eigen beweging verlaat. De vreemdeling is daarbij zelf verantwoordelijk voor het vertrek uit de openbare lichamen. Deze eigen verantwoordelijkheid is neergelegd in [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16) en [16a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16a).
### 9.3. Verblijfsbeëindiging in verband met een strafbaar feit
### 2. Vertrek
Aantekeningen over verwijdering mogen nooit worden geplaatst in de identiteits- of reisdocumenten van:
Van de vreemdeling kan worden geëist dat hij meewerkt aan de voorbereiding van zijn vertrek uit de openbare lichamen. Deze eis kan ook gesteld worden als een aanvraag om een verblijfsvergunning is afgewezen of de verblijfsvergunning is ingetrokken, terwijl de werking van het besluit is opgeschort. Dit is neergelegd in [artikel 16, tweede lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16). De ambtenaar belast met het toezicht zal aan de vreemdeling duidelijk maken wat er wordt verlangd. In de vreemdelingenadministratie wordt dit geregistreerd.
In [hoofdstuk 9 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&hoofdstuk=9) zijn regels opgenomen over het vertrek, de uitzetting en de ongewenstverklaring van de vreemdeling. Uitgangspunt is dat de vreemdeling die geen rechtmatig verblijf in de openbare lichamen (meer) heeft, deze uit eigen beweging verlaat. De vreemdeling is daarbij zelf verantwoordelijk voor het vertrek uit de openbare lichamen. Deze eigen verantwoordelijkheid is neergelegd in [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16) en [16a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16a).
Vreemdelingen die de openbare lichamen moeten verlaten, zijn vrij te gaan naar ieder land waar de toegang is gewaarborgd. Toegang tot een ander land dan het land van herkomst moet de vreemdeling zelf aannemelijk maken. Als de vreemdeling niet is vertrokken in de vertrektermijn en de overheid de uitzetting van de vreemdeling op zich heeft genomen, wordt de uitzetting niet opgeschort wanneer de vreemdeling aangeeft naar een ander land te willen vertrekken.
In [artikel 16b WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16b) is opgenomen dat de vreemdeling kan worden uitgezet als hij de openbare lichamen niet uit eigen beweging verlaat binnen de daartoe gestelde termijn. De rechter kan in zijn uitspraak beoordelen of er beletselen bestaan tegen uitzetting. Als de rechter de beschikking in stand laat, wordt daarmee bevestigd dat de vreemdeling de openbare lichamen moet verlaten.
Uitzetting vindt plaats:
### 2.3.4. Onthouden van een vertrektermijn
Rechtstreeks, dan wel indirect door middel van een tussenstop, naar een land waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling aldaar de toegang wordt verleend.
Als de vreemdeling geen gebruik maakt van de beroepstermijn, kan deze in mindering worden gebracht op de vertrektermijn van vier weken (zie [artikel 16a, tweede lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16a)). Omdat de beroepstermijn vier weken bedraagt, moet de vreemdeling de openbare lichamen in deze gevallen onmiddellijk verlaten. Reden hiervoor is dat de vreemdeling al voorbereidingen voor zijn vertrek heeft kunnen treffen.
### 2.3.3. Verkorten van de vertrektermijn
Er kunnen zich omstandigheden voordoen, die het wenselijk maken om een kortere vertrektermijn te geven. Om die reden is in [artikel 16a, vierde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16a) de bevoegdheid van de Minister opgenomen om de vertrektermijn tot minder dan vier weken te verkorten.
### 3.4. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
Aantekeningen over verwijdering mogen nooit worden geplaatst in de identiteits- of reisdocumenten van:
### 3. Uitzetting
In [hoofdstuk 6 van de Ambtsinstructie BES voor de politie, Koninklijke Marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028717&hoofdstuk=6) zijn regels opgesteld voor het gebruik van hulpmiddelen ten behoeve van de uitzetting.
Wanneer een vreemdeling niet beschikt over geldige reisdocumenten, moet hij hier zoveel mogelijk zelf voor zorgen.
De vertrektermijn kan in de volgende gevallen verkort worden in het belang van de uitzetting:
Ten aanzien van het plaatsen van aantekeningen over de verwijdering in het reisdocument van de vreemdeling, gelden de volgende hoofdregels:
### 3.6. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
Op grond van [artikel 34 Ambtsinstructie BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028717&artikel=34) wordt de toepassing van een hulpmiddel bij uitzetting onmiddellijk schriftelijk gemeld aan de meerdere. Dit onder vermelding van:
### 3.1. Inleiding
Uitzetting is een bevoegdheid en geen verplichting van de Minister. De titel tot uitzetting is het gevolg van:
In [artikel 16b WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16b) is opgenomen dat de vreemdeling kan worden uitgezet als hij de openbare lichamen niet uit eigen beweging verlaat binnen de daartoe gestelde termijn. De rechter kan in zijn uitspraak beoordelen of er beletselen bestaan tegen uitzetting. Als de rechter de beschikking in stand laat, wordt daarmee bevestigd dat de vreemdeling de openbare lichamen moet verlaten.
Uitzetting vindt plaats:
### 3. Uitzetting
Rechtstreeks, dan wel indirect door middel van een tussenstop, naar een land waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling aldaar de toegang wordt verleend.
### 3.4. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
In [artikel 16b WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16b) is opgenomen dat de vreemdeling kan worden uitgezet als hij de openbare lichamen niet uit eigen beweging verlaat binnen de daartoe gestelde termijn. De rechter kan in zijn uitspraak beoordelen of er beletselen bestaan tegen uitzetting. Als de rechter de beschikking in stand laat, wordt daarmee bevestigd dat de vreemdeling de openbare lichamen moet verlaten.
### 3.5. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
### 5. Vreemdelingen in de strafrechtketen
Rechtstreeks, dan wel indirect door middel van een tussenstop, naar een land waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling aldaar de toegang wordt verleend.
De Minister is verantwoordelijk voor de effectuering van de uitzetting. De feitelijke uitzetting geschiedt door de Commandant van de Koninklijke Marechaussee.
De meerdere ziet toe op de registratie van deze melding.
### 3.6. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
Een verzoek om een voorlopige voorziening mag niet in de openbare lichamen worden afgewacht:
In [hoofdstuk 6 van de Ambtsinstructie BES voor de politie, Koninklijke Marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028717&hoofdstuk=6) zijn regels opgesteld voor het gebruik van hulpmiddelen ten behoeve van de uitzetting.
De volgende hulpmiddelen kunnen, afzonderlijk dan wel gecombineerd, worden gebruikt:
De meerdere ziet toe op de registratie van deze melding.
Middels een vastgesteld model worden vooraf alle revelante omstandigheden gemeld. Het gaat hierbij om informatie over het gedrag van de vreemdeling en medische omstandigheden. Dit kan van belang kunnen zijn voor de veiligheid in het algemeen of de veiligheid van de ambtenaren die belast zijn met de begeleiding tijdens de vlucht. Als het gedrag van de vreemdeling daartoe aanleiding geeft, kan de Kmar besluiten de vreemdeling te begeleiden tijdens de vlucht.
[Artikel 16b, derde lid WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16b) bepaalt dat de uitzetting achterwege moet blijven zolang het, gelet op de gezondheidstoestand van de vreemdeling of van een van zijn gezinsleden, niet verantwoord is om te reizen. De ambtenaar belast met de uitzetting vraagt bij twijfel of het voor een vreemdeling verantwoord is om te reizen een verklaring ‘fit to fly’ aan bij een daartoe geautoriseerde arts.
In [hoofdstuk 6 van de Ambtsinstructie BES voor de politie, Koninklijke Marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028717&hoofdstuk=6) zijn regels opgesteld voor het gebruik van hulpmiddelen ten behoeve van de uitzetting.
Op grond van [artikel 22 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22) is de gezagvoerder, reder of de luchtvaartmaatschappij die een, niet tot verblijf in de openbare lichamen gerechtigde, vreemdeling heeft aangebracht verplicht deze vreemdeling voor zijn rekening weer uit de openbare lichamen te vervoeren of doen vervoeren (zie [hoofdstuk 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=1&z=2019-10-01&g=2019-10-01) CTU-BES).
Onder de toepassing van [artikel 22 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22) vallen niet alleen vreemdelingen:
Verstekelingen vallen ook onder deze regelgeving.
### 4. Bericht van vertrek of uitzetting
De KMar meldt het vertrek of de uitzetting van een vreemdeling uit de openbare lichamen aan de IND-unit Caribisch Nederland en de Korpschef door het vertrek te registreren in het Border Management System (BMS).
Een vreemdeling die buiten de rechtsmacht van Nederland een ernstig misdrijf heeft begaan, wordt in het belang van de internationale betrekkingen van Nederland ongewenst verklaard. Hierbij moet worden gedacht aan de vreemdelingen van wie het verblijf is geweigerd dan wel is beëindigd op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag (een oorlogsmisdrijf, of een misdrijf tegen de vrede of tegen de menselijkheid).
De vreemdeling die strafrechtelijk gedetineerd is en geen rechtmatig verblijf (meer) heeft, wordt zo spoedig mogelijk (afhankelijk van de feitelijke omstandigheden van zowel de overheid als de gedetineerde) na het ontslag uit de gevangenis/huis van bewaring uit de openbare lichamen verwijderd. Hiertoe worden voorbereidingen voorafgaand aan zijn ontslag genomen. Dit kunnen zijn:
Onder de toepassing van [artikel 22 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22) vallen niet alleen vreemdelingen:
Verstekelingen vallen ook onder deze regelgeving.
De ongewenstverklaring is een administratieve maatregel, bedoeld om bepaalde vreemdelingen te weren, die niet (langer) in de openbare lichamen mogen verblijven.
Door de ongewenstverklaring wordt het verblijf in en illegale terugkeer naar de openbare lichamen van de vreemdeling strafbaar. Een vreemdeling die in de openbare lichamen verblijft, terwijl hij weet of vermoedt dat hij tot ongewenste vreemdeling is verklaard, maakt zich schuldig aan:
De ongewenstverklaring heeft tot gevolg dat de vreemdeling:
De vreemdeling die strafrechtelijk gedetineerd is en geen rechtmatig verblijf (meer) heeft, wordt zo spoedig mogelijk (afhankelijk van de feitelijke omstandigheden van zowel de overheid als de gedetineerde) na het ontslag uit de gevangenis/huis van bewaring uit de openbare lichamen verwijderd. Hiertoe worden voorbereidingen voorafgaand aan zijn ontslag genomen. Dit kunnen zijn:
De vreemdeling kan ongewenst worden verklaard (zie [artikel 16d, eerste lid WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16d)):
Het betreft hier vreemdelingen die bij herhaling een bij de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) strafbaar gesteld feit hebben begaan (zie [artikel 26 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=26)). Om bij een tweede of latere overtreding tot ongewenstverklaring over te kunnen gaan, wordt een proces-verbaal opgemaakt als er een overtreding wordt geconstateerd. Of er is sprake van een transactie dan wel een uitgevaardigde strafbeschikking ter zake van de gepleegde strafbare feiten.
### 6.4. Opheffing van de ongewenstverklaring
### 6.4.1. Inleiding
Het betreft hier vreemdelingen die geen toelating van rechtswege of geen verblijfsvergunning hebben. Zij kunnen ongewenst worden verklaard vanwege het vormen van een gevaar voor de openbare orde of voor de nationale veiligheid. Vreemdelingen kunnen een gevaar voor de nationale veiligheid vormen zonder dat een strafrechtelijke veroordeling vereist is. Het gevaar voor de nationale veiligheid moet blijken uit concrete aanwijzingen, waarbij kan worden gedacht aan ambtsberichten van de AIVD, de Dienst Nationale Recherche, ((inter)nationale) ministeries of inlichtingendiensten.
Vreemdelingen vormen een gevaar voor de openbare orde als zij:
### 6.4.1. Inleiding
De taakstraf komt in plaats van een gevangenisstraf. In het geval dat de vreemdeling wordt veroordeeld tot het verrichten van een taakstraf wordt de duur van de door de rechter bepaalde vervangende hechtenis als uitgangspunt genomen. Dit betekent dat iedere taakstraf wordt tegengeworpen ongeacht de duur van de taakstraf. Het is niet vereist dat de uitspraak onherroepelijk is geworden.
Een ander land dat een vreemdeling ongewenst heeft verklaard, kan een onderbouwd verzoek doen om de vreemdeling ook in de openbare lichamen ongewenst te verklaren. Aan een dergelijk verzoek moet een verdrag ten grondslag liggen. Op dit moment zijn er geen verdragen gesloten die hierop zien en die gelden voor de openbare lichamen.
Een vreemdeling die buiten de rechtsmacht van Nederland een ernstig misdrijf heeft begaan, wordt in het belang van de internationale betrekkingen van Nederland ongewenst verklaard. Hierbij moet worden gedacht aan de vreemdelingen van wie het verblijf is geweigerd dan wel is beëindigd op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag (een oorlogsmisdrijf, of een misdrijf tegen de vrede of tegen de menselijkheid).
### 6.3. Procedurele aspecten
Voordat besloten wordt een vreemdeling ongewenst te verklaren, wordt hij in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen. De vreemdeling kan daarbij feiten en omstandigheden aanvoeren die naar diens mening bij de besluitvorming moeten worden betrokken. Deze zienswijze kan de vreemdeling mondeling of schriftelijk naar voren brengen. Van een mondelinge zienswijze wordt een verslag of proces-verbaal opgemaakt. Personen die volgens de verklaring van de vreemdeling iets in diens voordeel kunnen aanvoeren, worden ook zoveel mogelijk in de gelegenheid gesteld hun zienswijze naar voren te brengen. Wanneer de vreemdeling weigert zijn zienswijze te geven, of wanneer het niet mogelijk is gebleken de vreemdeling naar diens zienswijze te vragen, wordt niet afgezien van het voornemen om de vreemdeling ongewenst te verklaren. De beslissing om de vreemdeling ongewenst te verklaren wordt dan ook genomen. In de beschikking wordt de reden vermeld waarom de zienswijze ontbreekt.
De beschikking waarmee de vreemdeling ongewenst wordt verklaard, vermeldt:
Wanneer de beschikking niet in persoon aan de vreemdeling kan worden uitgereikt, wordt:
Wanneer geen gemachtigde bekend is volstaat de mededeling van de beschikking in de Staatscourant.
De ongewenstverklaring treedt onmiddellijk in werking nadat de beschikking bekend is gemaakt. De vreemdeling heeft vanaf dat moment geen rechtmatig verblijf meer in de openbare lichamen. De vreemdeling moet de openbare lichamen onmiddellijk uit eigen beweging verlaten en kan daartoe worden uitgezet (zie [artikel 16b, eerste lid WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16b)).
### 6.3. Procedurele aspecten
Tegen het besluit op bezwaar staat beroep bij de rechtbank open.
De ambtenaar belast met grensbewaking is bevoegd een aantekening te plaatsen in het reisdocument van de vreemdeling over de reden van weigering van de toegang (zie [artikel 6.23 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.23)).
### 6.4.4. De inhoud van de aanvraag
### 6.5.1. Inleiding
Het plaatsen van een dergelijke aantekening kan onder omstandigheden gevolgen hebben voor de doorreis of toelating tot een derde land. Als door deze aantekening de doorreis van de vreemdeling door, of diens toelating tot, een derde land wordt bemoeilijkt, mag deze aantekening niet in het document voor grensoverschrijding worden geplaatst.
Tegen een beschikking waarbij de vreemdeling ongewenst is verklaard, kan binnen vier weken een bezwaarschrift worden ingediend. De ongewenstverklaring heeft onmiddellijke werking en de vreemdeling wordt in principe uitgezet. Het indienen van een bezwaarschrift leidt er niet toe dat de werking van het besluit wordt opgeschort (zie [artikel 16a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16a)).
### 6.4.1. Inleiding
De ongewenstverklaring wordt alleen op aanvraag van de vreemdeling opgeheven. Dit volgt uit [artikel 16e WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16e).
In [artikel 8.5 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=8.5) zijn nadere regels gesteld over de mogelijkheden en bevoegdheden om de ongewenstverklaring op te heffen.
### 6.4.2. Aanvraag
De vreemdeling moet expliciet om opheffing van zijn ongewenstverklaring vragen.
De aanvraag moet:
### 6.4.1. Inleiding
### 6.4.3. Termijnen
De ongewenstverklaring wordt op aanvraag van de vreemdeling opgeheven, wanneer hij:
Bij het vaststellen van deze termijnen wordt er vanuit gegaan, dat na het verstrijken van de respectievelijke termijnen het gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid in een aanvaardbare mate is geweken. Ook wordt er vanuit gegaan dat het algemeen belang (gediend met de ongewenstverklaring) in redelijkheid moet wijken voor het persoonlijk belang van de vreemdeling. Er kunnen zich echter (uitzonderlijke) gevallen voordoen, waarbij het gevaar voor de openbare orde is geweken of het persoonlijk belang van de vreemdeling zwaarder moet wegen vóórdat de hierboven genoemde termijn is verstreken. Het persoonlijk belang van de vreemdeling weegt alleen zwaarder als sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden die niet zijn meegewogen bij de totstandkoming van de algemene regel (lees: de bovengrens). Het enkele gegeven dat de vreemdeling zich gedurende de ongewenstverklaring niet schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit en buiten de openbare lichamen heeft verbleven, wordt niet aangemerkt als een bijzonder feit of omstandigheid.
### 1. Inleiding
### 6.5. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
De termijn die de ongewenst verklaarde vreemdeling ten minste buiten de openbare lichamen moet verblijven begint weer opnieuw te lopen (zie [artikel 8.5, tweede lid BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=8.5)) als hij:
### 6.4.4. De inhoud van de aanvraag
Bij de aanvraag moet in ieder geval de volgende informatie worden verstrekt (zie [artikel 8.5 derde lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=8.5)):
Het overleggen van een verklaring als bedoeld onder d, kan achterwege blijven als het overleggen van een dergelijke verklaring niet mogelijk is, dit bijvoorbeeld vanwege de algemene (oorlogs)situatie of het ontbreken van een registratie in dat land.
### 6.5. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
Een ongewenstverklaring op grond van een gevaar voor de nationale veiligheid wordt alleen op aanvraag opgeheven als de vreemdeling ten minste tien jaren onafgebroken buiten de openbare lichamen verbleef. Zolang de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid wordt de ongewenstverklaring echter niet opgeheven. Het gevaar voor de nationale veiligheid is geweken als dat blijkt uit ambtsberichten van de AIVD, de Dienst Nationale Recherche, ((inter)nationale) ministeries of inlichtingendiensten.
Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring vindt alleen plaats in zeer uitzonderlijke en dringende gevallen. Aan de tijdelijke opheffing worden voorwaarden gesteld ten aanzien van de plaats van binnenkomst en de duur van het verblijf in de openbare lichamen (zie [artikel 8.6 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=8.6)).
Een verzoek tot tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring:
Bij de aanvraag moet in ieder geval de volgende informatie worden verstrekt (zie [artikel 8.5 derde lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=8.5)):
### Hoofdstuk 18. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
Hieronder staan (niet limitatief) verblijfsdoelen vermeld die kunnen leiden tot tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring.
Wordt een vrijheidsontnemende maatregel aan een minderjarige opgelegd dan wordt hier, ambtshalve, zo spoedig mogelijk mededeling van gedaan bij de ouder(s) of de voogd van die minderjarige, voor zover die zich in de openbare lichamen bevinden. Is dat niet mogelijk, dan wordt de zich in het Koninkrijk bevindende diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging ingelicht.
### 2.2.2. Aanmelding vreemdeling
Ook tijdens het verblijf in de openbare lichamen blijft de vreemdeling ondertoezicht. Hoe dat toezicht wordt ingericht, wordt per individueel geval bezien. Dit hangt onder meer af van de ernst van de feiten die tot de ongewenstverklaring hebben geleid en van de reden waarom tot de tijdelijke opheffing daarvan is besloten. Waar mogelijk wordt de toe te passen vorm van toezicht afgestemd met de instantie die om de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring heeft verzocht.
Het formulier wordt ingevuld door of namens de ambtenaar die verantwoordelijk is voor het opleggen van de maatregel. Deze ambtenaar is ook verantwoordelijk voor het aanbrengen van wijzigingen en aanvullingen op het formulier. Vanaf het moment dat de vrijheidsontneming in een inrichting plaatsvindt, is de ambtenaar die in die inrichting verantwoordelijk is voor uitzetting verantwoordelijk voor het formulier. Nadat de uitzetting is uitgevoerd, stuurt de ambtenaar die belast is met de grensbewaking het hele formulier aan de ambtenaar die verantwoordelijk was voor de oorspronkelijke vrijheidsbeneming.
Het verzoek moet minimaal de volgende gegevens bevatten:
Het vreemdelingentoezicht en het terugkeerbeleid maken deel uit van het door de overheid gevoerde vreemdelingenbeleid. De terugkeer van vreemdelingen is het sluitstuk van het binnenlandse vreemdelingentoezicht. Om deze taken van toezicht en terugkeer te realiseren maakt de overheid gebruik van vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen. Deze maatregelen zijn alleen geoorloofd op basis van een wettelijke bepaling.
Vanwege het ingrijpende karakter blijft de toepassing van een vrijheidsbeperkende of vrijheidsontnemende maatregel beperkt tot het strikt noodzakelijke. De beginselen van proportionaliteit (doelmatigheid) en subsidiariteit (toepassen lichter middel indien mogelijk) worden voortdurend in acht genomen. De uitvoering van deze maatregelen is met strikte waarborgen omkleed.
### 2. Maatregelen
Ook tijdens het verblijf in de openbare lichamen blijft de vreemdeling ondertoezicht. Hoe dat toezicht wordt ingericht, wordt per individueel geval bezien. Dit hangt onder meer af van de ernst van de feiten die tot de ongewenstverklaring hebben geleid en van de reden waarom tot de tijdelijke opheffing daarvan is besloten. Waar mogelijk wordt de toe te passen vorm van toezicht afgestemd met de instantie die om de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring heeft verzocht.
De [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) kent vijf maatregelen van vrijheidsbeperking:
### 2.2. Vrijheidsontnemende maatregelen
### 1. Inleiding
Er wordt sterk terughoudend gehandeld bij vrijheidsontneming van minderjarigen. Voor deze groep wordt extra aandacht besteed aan het gebruik van minder ingrijpende maatregelen dan vrijheidsontneming.
De Awb is niet van toepassing op beschikkingen die op de openbare lichamen zijn gegeven. Ten aanzien van een klachtbehandeling is de [Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537) wel van toepassing ([hoofdstuk 9 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&hoofdstuk=9)).
### 2.1. Vrijheidsbeperkende maatregelen
Op verzoek van de vreemdeling wordt zo snel mogelijk mededeling gedaan van de uitvoering van een maatregel op grond van [artikel 2o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2o), [15b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=15b) of [15c, eerste lid WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=15c). De mededeling wordt gedaan aan de naaste verwanten en aan een in het Koninkrijk gevestigde diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de staat waarvan de vreemdeling onderdaan is. Er wordt tijdens de contacten met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging geen mededeling gedaan omtrent een door de vreemdeling ingediende toelatingsaanvraag.
Er wordt geen mededeling over zijn vrijheidsontneming gedaan als de vreemdeling geen contact met de betreffende vertegenwoordiging wenst.
Wordt een vrijheidsontnemende maatregel aan een minderjarige opgelegd dan wordt hier, ambtshalve, zo spoedig mogelijk mededeling van gedaan bij de ouder(s) of de voogd van die minderjarige, voor zover die zich in de openbare lichamen bevinden. Is dat niet mogelijk, dan wordt de zich in het Koninkrijk bevindende diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging ingelicht.
### 2.2.2. Aanmelding vreemdeling
Ten behoeve van een zorgvuldige en efficiënte informatievoorziening aan alle betrokkenen, bij de uitzetting van een vreemdeling, wordt een aanmeldformulier vreemdeling (MBES18) opgemaakt. Het ingevulde formulier bevat informatie om de vrijheidsontneming en de uitzetting van een vreemdeling zo probleemloos mogelijk te laten verlopen. Het wordt opgemaakt bij iedere vrijheidsontneming op grond van [artikel 2o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2o), [15b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=15b), of [15c, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=15c) en moet de vreemdeling begeleiden van het moment van ingang van de maatregel tot zijn uitzetting of invrijheidstelling. Eventuele wijzigingen en aanvullingen worden gelijk aangebracht. Hierna wordt het formulier bewaard in de vreemdelingenadministratie.
MBES18 wordt ingevuld door of namens de ambtenaar die verantwoordelijk is voor het opleggen van de maatregel. Deze ambtenaar is ook verantwoordelijk voor het aanbrengen van wijzigingen en aanvullingen op het formulier. Vanaf het moment dat de vrijheidsontneming in een inrichting plaatsvindt, is de ambtenaar die in die inrichting verantwoordelijk is voor uitzetting verantwoordelijk voor het formulier. Nadat de uitzetting is uitgevoerd, stuurt de ambtenaar die belast is met de grensbewaking het hele formulier aan de ambtenaar die verantwoordelijk was voor de oorspronkelijke vrijheidsbeneming.
Op verzoek van de vreemdeling wordt zo snel mogelijk mededeling gedaan van de uitvoering van een maatregel op grond van [artikel 2o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2o), [15b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=15b) of [15c, eerste lid WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=15c). De mededeling wordt gedaan aan de naaste verwanten en aan een in het Koninkrijk gevestigde diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de staat waarvan de vreemdeling onderdaan is. Er wordt tijdens de contacten met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging geen mededeling gedaan omtrent een door de vreemdeling ingediende toelatingsaanvraag.
Gedurende de tenuitvoerlegging van de vrijheidsontneming op grond van [artikel 2o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2o), [15b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=15b), of [15c, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=15c) kan de vreemdeling voor korte duur naar een andere locatie (bijvoorbeeld politiebureau, brigade van KMar, een ambassade of consulaat etc.) overgebracht worden, als dit nodig is voor de toepassing van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571). De op grond van [artikel 2o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2o), [15b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=15b), of [15c, eerste lid WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=15c) opgelegde maatregel blijft gedurende de tijd dat de vreemdeling gelicht is van kracht.
Ten aanzien van gezinnen met minderjarige kinderen wordt zo veel mogelijk een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd in plaats van een vrijheidsontnemende maatregel om het vertrek voor te bereiden.
Onder het begrip ‘gezin’ wordt hier verstaan:
Als sprake is van een gezin met twee ouders en het gevaar van onttrekking aan het toezicht of de uitzetting bestaat, wordt zo veel mogelijk een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd aan één ouder. Aan de overige gezinsleden wordt in dat geval een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd. Echter, als het gezin de toegang tot de openbare lichamen is geweigerd, kan het gehele gezin de vrijheidsontnemende maatregel worden opgelegd, ongeacht of sprake is van een één- of tweeoudergezin. Dit is in het belang van een effectieve grensbewaking. Vrijheidsontneming van het gehele gezin blijft verder beperkt tot die situaties waarin gedwongen vertrek op korte termijn kan worden gerealiseerd. De beschikbaarheid van het gezin kan in dat geval noodzakelijk worden geacht en kan een reden zijn om een vrijheidsontnemende maatregel op te leggen. In de regel wordt aangenomen dat het gedwongen vertrek op korte termijn realiseerbaar is op het moment dat reisdocumenten (op korte termijn) beschikbaar (zullen) zijn.
De bewaring van een gezin met minderjarige kinderen mag niet langer duren dan veertien dagen. Deze termijn kan slechts worden overschreden indien de binnen de hier bedoelde termijn geplande uitzetting geen doorgang kan vinden vanwege:
De bezwaartermijn bedraagt, in afwijking van de [WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455), vier weken.
Tegen een besluit tot het opleggen van een vrijheidsbeperkende of vrijheidsontnemende maatregel kan de vreemdeling beroep instellen bij de rechtbank (zie [artikel 22k WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22k)). Het indienen van bezwaar of administratief beroep tegen deze maatregelen is niet mogelijk (zie [hoofdstuk 4 WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455&hoofdstuk=4)).
De Minister kan aan de Korpschef en aan de Commandant der Koninklijke Marechaussee aanwijzingen geven over de uitvoering van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571), ook ten aanzien van de in dit hoofdstuk genoemde maatregelen (zie [artikel 22b, tweede lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22b)).
Onder het begrip ‘gezin’ wordt hier verstaan:
Als sprake is van een gezin met twee ouders en het gevaar van onttrekking aan het toezicht of de uitzetting bestaat, wordt zo veel mogelijk een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd aan één ouder. Aan de overige gezinsleden wordt in dat geval een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd. Echter, als het gezin de toegang tot de openbare lichamen is geweigerd, kan het gehele gezin de vrijheidsontnemende maatregel worden opgelegd, ongeacht of sprake is van een één- of tweeoudergezin. Dit is in het belang van een effectieve grensbewaking. Vrijheidsontneming van het gehele gezin blijft verder beperkt tot die situaties waarin gedwongen vertrek op korte termijn kan worden gerealiseerd. De beschikbaarheid van het gezin kan in dat geval noodzakelijk worden geacht en kan een reden zijn om een vrijheidsontnemende maatregel op te leggen. In de regel wordt aangenomen dat het gedwongen vertrek op korte termijn realiseerbaar is op het moment dat reisdocumenten (op korte termijn) beschikbaar (zullen) zijn.
De [WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455) bepaalt welke rechtsmiddelen mogelijk zijn tegen beschikkingen die op de openbare lichamen zijn gegeven. In de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) zijn enkele uitzonderingen op enkele bepalingen over rechtsmiddelen in de WarBES opgenomen. Dit geldt bijvoorbeeld ten aanzien van de termijnen voor het indienen van rechtsmiddelen.
De Awb is niet van toepassing op beschikkingen die op de openbare lichamen zijn gegeven. Ten aanzien van een klachtbehandeling is de [Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537) wel van toepassing ([hoofdstuk 9 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&hoofdstuk=9)).
Tegen een besluit tot het opleggen van een vrijheidsbeperkende of vrijheidsontnemende maatregel kan de vreemdeling beroep instellen bij de rechtbank (zie [artikel 22k WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22k)). Het indienen van bezwaar of administratief beroep tegen deze maatregelen is niet mogelijk (zie [hoofdstuk 4 WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455&hoofdstuk=4)).
Het indienen van bezwaar is niet verplicht (zie [artikel 54 WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455&artikel=54)). Dit betekent dat een vreemdeling rechtstreeks bij het Gerecht in Eerste Aanleg in beroep kan gaan tegen een beschikking van de IND-unit Caribisch Nederland.
### Hoofdstuk 19. Rechtsmiddelen
Daarnaast kan het Gerecht in eerste aanleg de IND-unit Caribisch Nederland voorafgaande aan de openbare behandeling van het beroepschrift verzoeken om binnen een bepaalde termijn te verklaren of de IND-unit Caribisch Nederland bereid is de beschikking in heroverweging te nemen.
De [WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455) bepaalt welke rechtsmiddelen mogelijk zijn tegen beschikkingen die op de openbare lichamen zijn gegeven. In de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) zijn enkele uitzonderingen op enkele bepalingen over rechtsmiddelen in de WarBES opgenomen. Dit geldt bijvoorbeeld ten aanzien van de termijnen voor het indienen van rechtsmiddelen.
Wanneer de IND-unit Caribisch Nederland van plan is om voorafgaand aan een beroepschrift een bezwaarschrift te behandelen, dan wordt de mogelijkheid om bezwaar in te dienen in de beschikking opgenomen (zie [artikel 56, vierde lid, WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455&artikel=56)).
Een bezwaarschrift in mvv-zaken moet worden toegezonden aan de IND-unit Caribisch Nederland.
Tegen de afwijzing van een verzoek verband houdende met bescherming als bedoeld in [artikel 12a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a) moet rechtstreeks beroep worden ingesteld.
In een bezwaarschrift moet de volgende informatie staan ([artikel 57, vierde lid, WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455&artikel=57)):
Bij het bezwaarschrift worden zo mogelijk een kopie van de beschikking en de overige op de beschikking betrekking hebbende stukken overgelegd.
De bezwaartermijn bedraagt, in afwijking van de [WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455), vier weken.
### 2.3. Het verzoek om een voorlopige voorziening
Natuurlijke personen of rechtspersonen, die door een beschikking rechtstreeks in hun belang zijn getroffen. Natuurlijke personen zijn levende personen, rechtspersonen zijn instanties die volgens het Burgerlijk Wetboek BES in bepaalde gevallen als personen mogen handelen, zoals een vennootschap of een pensioenfonds.
### 2.4. Beroep
De IND-unit Caribisch Nederland verleent voor het indienen van de nadere gronden, als bedoeld in [artikel 57, vierde lid, onder c, WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455&artikel=57), bij het bezwaarschrift uitstel:
Als de besproken tolk een al gemaakte afspraak afzegt, komt dit voor rekening van de vreemdeling, tenzij sprake is van overmacht van de zijde van de tolk.
Als door het uitstel de benodigde tolk niet tijdig beschikbaar is, geldt het gestelde onder a. Na afloop van de uitsteltermijn van vijf werkdagen gaat de IND-unit Caribisch Nederland ervan uit dat de zaken van de betreffende advocaat door de kantoorgenoten of collega’s zijn overgenomen.
Voor eenmanskantoren wordt op uitdrukkelijk verzoek een ruimere termijn bepaald. Als uit het dossier blijkt dat de betrokken rechtshulpverlener al in eerdere fase van de procedure als rechtshulpverlener/gemachtigde is opgetreden, dan willigt de IND-unit Caribisch Nederland het verzoek om uitstel in.
### 2.5. Hoger beroep
Bij niet of niet tijdige indiening van de gronden het bezwaar verklaart de IND-unit Caribisch Nederland het bezwaarschrift niet-ontvankelijk.
De IND-unit Caribisch Nederland streeft er naar om binnen uiterlijk vier maanden na de datum van indiening op het bezwaarschrift te beslissen (zie [artikel 69, eerste lid, WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455&artikel=69)).
### 3. Bijzondere rechtsmiddelen in de situatie van vrijheidsontneming
Als door het uitstel de benodigde tolk niet tijdig beschikbaar is, geldt het gestelde onder a. Na afloop van de uitsteltermijn van vijf werkdagen gaat de IND-unit Caribisch Nederland ervan uit dat de zaken van de betreffende advocaat door de kantoorgenoten of collega’s zijn overgenomen.
### 2.5. Hoger beroep
De vreemdeling kan het Gerecht in Eerste Aanleg verzoeken om de werking van een beschikking waartegen beroep bij het Gerecht in Eerste Aanleg of bezwaar bij de IND-unit Caribisch Nederland is ingediend geheel of gedeeltelijk te schorsen (zie [artikel 85, eerste lid, WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455&artikel=85)). Ook kan de vreemdeling een verzoek om een voorlopige voorziening indienen (zie paragraaf 9.1.3) ter voorkoming van onevenredig nadeel. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als de vreemdeling meent dat er redenen zijn om niet uitgezet te worden zolang zijn aanwezigheid nog nodig is voor de behandeling van het bezwaar- of beroepschrift of indien de uitzetting een schending meebrengt van de non-refoulement verplichtingen (zie voor non-refoulement [hoofdstuk 16 CTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=16&z=2019-10-01&g=2019-10-01)).
Wanneer het Gerecht in Eerste Aanleg een verzoek om schorsing toewijst, wordt de werking van de beschikking onmiddellijk gestuit totdat over het beroep uitspraak is gedaan (zie [artikel 88 WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455&artikel=88)).
### 3. Bijzondere rechtsmiddelen in de situatie van vrijheidsontneming
Onder eilandskinderen van de openbare lichamen wordt verstaan: Nederlanders die op Bonaire, Sint Eustatius of Saba zijn geboren of de Nederlandse nationaliteit hebben verkregen en hun Nederlandse kinderen.
Voor het begrip ‘woonplaats’ is aangesloten bij de definitie zoals genoemd in [artikel 10, eerste lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028743&artikel=10). Daaruit volgt dat perioden van afwezigheid van de openbare lichamen binnen de referteperiode van een jaar niet in de weg staan aan de behandeling als eilandskind van de openbare lichamen. De duur en de reden van afwezigheid binnen de referteperiode is niet van belang, zolang vaststaat dat de betrokken Nederlander in de referteperiode ononderbroken zijn woonplaats op de openbare lichamen heeft gehad. De referteperiode van een jaar heeft tot doel om te voorkomen dat Nederlanders zich voor 10 oktober 2010 vestigen in de openbare lichamen met het oogmerk behandeld te worden als eilandskind van de openbare lichamen.
### 2.3. Toelating van rechtswege van Nederlanders
### 2.3. Toelating van rechtswege
Onder eilandskinderen van de openbare lichamen wordt verstaan: Nederlanders die op Bonaire, Sint Eustatius of Saba zijn geboren of de Nederlandse nationaliteit hebben verkregen en hun Nederlandse kinderen, waar dan ook geboren.
Het Gemeenschappelijk Hof van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba heeft op 15 december 2014 uitspraak gedaan inzake de uitleg van artikel 3 van het Protocol bij het Nederlands-Amerikaans verdrag inzake vriendschap, handel en scheepvaart.
### 2.3.2. Toelating van rechtswege op grond van [artikel 3, vijfde en zesde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3)
### 3.1. Bijzondere categorieën
Voor vreemdelingen die vallen onder één van de bovengenoemde categorieën is het mvv-vereiste niet van toepassing. Het mvv-vereiste is alleen een afwijzingsgrond voor de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd en is geen voorwaarde voor toelating van rechtswege.
**Ad b:**
**Ad c:**
### 3.2.1. Indiening van de aanvraag
Gedurende de tijd dat de openbare lichamen met toestemming van de bevoegde autoriteit wordt aangedaan.
### 3.2.2. Vereiste bescheiden
### 3.2.3. Verklaring
### 3.2. De toekenning van de toelating van rechtswege
Als de verklaring van goed gedrag recenter is afgegeven wordt deze aangemerkt als een schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, van de WTU-BES.
Met betrekking tot minderjarige kinderen vanaf 12 jaar geldt het volgende: deze personen dienen in beginsel ook een verklaring van goed gedrag te overleggen. Het niet hebben van een verklaring van goed gedrag wordt echter niet tegengeworpen aan minderjarige kinderen als aangetoond kan worden dat het land van herkomst geen verklaring van goed gedrag afgeeft ten behoeve van minderjarige kinderen.
Op de verklaring staat de aantekening dat de vreemdeling van rechtswege toelating tot verblijf heeft. Arbeid is vrij toegestaan. TWV is niet vereist. Aan de verklaring zijn geen beperkingen en voorschriften verbonden.
De verklaring dient uiterlijk twee maanden voor aankomst in de openbare lichamen te zijn afgegeven door de bevoegde autoriteit. Indien de verklaring van goed gedrag recenter is afgegeven wordt deze aangemerkt als een schriftelijke verklaring als bedoeld in [artikel 3, vijfde lid, van de WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3).
### 4. Verblijf in de vrije termijn
### 4.1. Algemeen
### 3.2.4. Einde toelating van rechtswege
**Ad b:**
### 4.1. Algemeen
Als een vreemdeling, van wie de toelating van rechtswege is geëindigd, een minderjarig kind heeft dat niet zelf toelating van rechtswege heeft op grond van [artikel 3, eerste lid, onder g, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3), eindigt ook de toelating van dit minderjarige kind. Dat is ook het geval als dit kind buiten de openbare lichamen verblijft voor studiedoeleinden of wegens geneeskundige behandeling (zie [artikel 4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=4), juncto [artikel 13 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=13)).
Voor deze situatie gelden aanvullend de volgende voorwaarden:
Voor specifieke voorschriften omtrent het verkrijgen toegang wordt verwezen naar hoofdstuk 1 ‘toegang’, paragraaf 7.3.
### 4.2. Categorieën
### 4.2.1. Toeristen
### 4.2.2. Bemanningsleden van schepen en luchtvaartuigen
Indien men korter dan drie maanden in de openbare lichamen wenst te verblijven hoeft men niet te voldoen aan de voorwaarde van bereidheid om mee te werken aan een onderzoek naar of behandeling van tuberculose.
Voor specifieke voorschriften over het verkrijgen van toegang in de openbare lichamen wordt verwezen naar hoofdstuk 1 ‘toegang’, paragraaf 7.3.
### 1.3. Ingangsdatum
### 1.4. Arbeidsmarktaantekening
### 1.7. Voorschriften
Een beroep op de publieke middelen kan in ieder geval gevolgen hebben voor het verblijfsrecht als de verblijfsvergunning is verleend onder één van de volgende beperkingen (zie [artikel 5.2, vierde lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2)):
In die gevallen kan de aantekening ‘beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’ op het verblijfsdocument worden geplaatst dan wel kan een met die aantekening corresponderende code op het verblijfsdocument worden geplaatst.
### 1.8. De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
In de betreffende hoofdstukken over de verschillende verblijfsdoelen wordt telkens aangegeven of en zo ja welke voorschriften aan de verblijfsvergunning worden verbonden.
### 1.9.1. Mvv-vereiste
### 1.9.1.1. Vrijstellingen
Deze landen zijn: Australië, België, Bulgarije, Canada, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Japan, Letland, Liechtenstein, Litouwen, Luxemburg, Malta, Monaco, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Vaticaanstad, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten van Amerika, IJsland, Zuid-Korea, Zweden en Zwitserland ([artikel 4.2 RTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028815&artikel=4.2)).
Het ontbreken van een mvv wordt niet tegengeworpen aan de vreemdeling die een aanvraag indient om wijziging van het verblijfsdoel. Er wordt hierbij geen onderscheid gemaakt naar het soort verblijfsdoel. De vrijstelling geldt bijvoorbeeld ook als een vreemdeling twee maanden in het bezit geweest is van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verband houdend met bescherming als bedoeld in [artikel 12a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a) en vervolgens in aanmerking wil komen voor verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder een andere beperking. De aanvraag tot wijziging van het verblijfsdoel moet wel tijdig, dat wil zeggen in ieder geval niet later dan zes maanden na afloop van de geldigheidsduur van de eerdere verblijfsvergunning, zijn ingediend.
### 1.9.1.2. Toetsing van de vrijstellingscategorie
### 1.9.1.2. Toetsing van de vrijstellingscategorie
Toepassing van de hardheidsclausule kan alleen in zeer bijzondere gevallen.
Een geldig document voor grensoverschrijding is meestal een geldig nationaal paspoort dat door Nederland wordt erkend.
### 1.9.3. Middelen van bestaan
### 1.9.3.1. Zelfstandige middelen van bestaan
Het zelfstandig en duurzaam beschikken over voldoende middelen van bestaan is een voorwaarde voor verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd (zie [artikel 9, eerste lid, onder b en c, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9)). Als hoofdregel geldt dat iedere vreemdeling zelfstandig en duurzaam moet beschikken over voldoende middelen van bestaan. Als dat niet het geval is, kan de aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden afgewezen.
### 1.9.3.2. Duurzaamheid middelen van bestaan
Als in een arbeidscontract een proeftijd is overeengekomen, heeft de proeftijd geen invloed voor het bepalen van de duurzaamheid van de middelen van bestaan. Als op het moment dat de aanvraag wordt beoordeeld de proeftijd nog niet is verstreken, dan vormt dit geen reden om de beslissing op de aanvraag aan te houden. Ook wordt de proeftijd niet in mindering gebracht op de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning. Ontslag tijdens de proeftijd kan wel gevolgen hebben voor het verblijfsrecht.
### 1.9.3.3. Voldoende middelen van bestaan
Beleidsregels:
Gevaar voor de openbare rust, de goede zeden, de volksgezondheid, de (goede) internationale betrekkingen, ongewenste politieke activiteiten of de nationale veiligheid worden per geval beoordeeld. In deze paragraaf worden geen algemene regels gegeven met betrekking tot die gronden om het verblijf van een vreemdeling in de openbare lichamen te weigeren of te beëindigen.
### 1.9.4.1. Eerste verblijfsaanvaarding
### 1.9.4.1. Eerste verblijfsaanvaarding
Als geen sprake is van één van de hierboven onder a, b of c genoemde gevallen, kan de aanvraag alleen worden afgewezen wegens gevaar voor de openbare orde als sprake is van zwaarwegende belangen. Hiervan mag slechts zeer terughoudend gebruik worden gemaakt. Bij toepassing van deze afwijzingsgrond moet een volledige individuele afweging worden gemaakt van de rechtstreeks in het geding zijnde belangen.
### 1.9.5. Medisch onderzoek
Als blijkt dat de vreemdeling niet bereid is om het TBC-formulier te ondertekenen dan wordt de aanvraag afgewezen. Als de vreemdeling het TBC-formulier wel heeft ondertekend en voldoet aan de overige voorwaarden van het beoogde verblijfsdoel kan de verblijfsvergunning worden verleend. De IND-unit Caribisch Nederland stelt achteraf vast, op basis van informatie verkregen van de arts, of de vreemdeling aan de verplichting om een TBC-onderzoek te ondergaan heeft voldaan. Als achteraf blijkt dat de vreemdeling ondanks ondertekening van het TBC-formulier niet daadwerkelijk bereid is gebleken onderzoek naar TBC of behandeling daarvan te ondergaan of daaraan mee te werken, wordt de verblijfsvergunning ingetrokken op grond van het algemeen belang wegens het verstrekken van onjuiste gegevens (zie [artikel 14, onder c, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=14)).
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan met het oog op het algemeen belang worden geweigerd als de vreemdeling niet voldoet aan de beperking verband houdende met het doel waarvoor hij wil verblijven (zie de [artikelen 9, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9), en [7, zevende lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7) en [artikel 5.2, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2)). In het [BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599) zijn regels gesteld over de beperkingen en voorschriften.
Het besluit moet wel aan de vreemdeling bekend worden gemaakt. Als de vreemdeling een rechtsmiddel heeft ingesteld tegen de afwijzing, dan heeft het aangetekende bezwaar of ingestelde beroep geen opschortende werking. Dit is alleen het geval als de vreemdeling door een beslissing van Onze Minister of door een rechterlijke beslissing de vervolgprocedure in de openbare lichamen mag afwachten. Op grond van [artikel 19 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=19) is de termijn voor het instellen van een rechtsmiddel (bezwaar of beroep) vier weken. Op grond van [artikel 16, tweede lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16) kan van de vreemdeling medewerking worden gevorderd aan de voorbereiding van het vertrek uit de openbare lichamen.
### 1.11. Vertrektermijn
### 1.10. Gevolgen van de afwijzing
De Minister kan met toepassing van [artikel 16a, vierde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16a) de vertrektermijn verkorten tot minder dan vier weken in het belang van:
Deze afwijzingsgrond geldt alleen voor de verlening van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd en niet voor het wijzigen of verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd.
### 1.12.1. Verlengen van de vergunning
### 1.10. Gevolgen van de afwijzing
### 1.12.2. Wijzigen van de vergunning
De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, verleend onder de beperking het verrichten van arbeid in loondienst, wordt niet op grond van [artikel 14, onder c, d, e, van de WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=14) afgewezen als de vreemdeling voor een periode van korter dan één jaar beschikt over arbeid in loondienst waarmee voldoende zelfstandige middelen van bestaan geworven wordt. De verblijfsvergunning wordt dan verlengd tot aan de periode waarin de vreemdeling beschikt over de arbeid (zie [artikel 5.43 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.43)).
### 1.12.2. Wijzigen van de vergunning
Als de aanvraag tot verlenging niet op de uiterste datum is ingediend, maar wel binnen zes maanden na afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning, moet de aanvraag wel als een verlengingsaanvraag worden behandeld. Alle vereiste documenten moeten ook binnen die termijn zijn overgelegd (zie [artikel 5.38 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.38)). De aanvraag wordt in dat geval niet afgewezen wegens het ontbreken van een geldige mvv en ook niet als de vreemdeling weigert een onderzoek naar en zonodig behandeling aan TBC te ondergaan (artikel 5.38, lid 1, BTU-BES).
### 1.12.3. Gronden intrekking
De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, verleend onder de beperking het verrichten van arbeid in loondienst, wordt niet op grond van [artikel 14, onder c, d, e, van de WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=14) afgewezen als de vreemdeling voor een periode van korter dan één jaar beschikt over arbeid in loondienst waarmee voldoende zelfstandige middelen van bestaan geworven wordt. De verblijfsvergunning wordt dan verlengd tot aan de periode waarin de vreemdeling beschikt over de arbeid (zie [artikel 5.43 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.43)).
De gedraging van de vreemdeling moet voldoende ernstig zijn, daarom worden alleen misdrijven in aanmerking genomen. De sanctie moet voldoende zwaar zijn. Als de misdraging als een overtreding gekwalificeerd wordt of buiten het strafrecht afgedaan wordt, blijft de misdraging buiten beschouwing. De vraag of een bepaalde misdraging een misdrijf of een overtreding is, is afhankelijk van de desbetreffende wetgeving. Als het vonnis nog niet onherroepelijk is, of als de strafzaak nog openstaat, wordt contact opgenomen met het OM. Bij de berekening van de norm (drie maanden of langer) wordt alleen het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straf meegeteld. In geval van meerdere veroordelingen worden de onvoorwaardelijke gedeelten bij elkaar opgesteld, als de verblijfsduur vijf jaren of korter is.
Gedacht kan worden aan de volgende situaties, waarbij opgemerkt wordt dat deze lijst niet uitputtend is:
### 1.12.3.2. Voortzetting verblijf na intrekking verblijfsvergunning
Gedacht kan worden aan de volgende situaties waarbij opgemerkt wordt dat deze lijst niet uitputtend is:
### 2. De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd
### 2.1. Algemeen
### 2.2. Systematiek
De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd wordt slechts verleend op aanvraag en ontstaat niet van rechtswege. De vreemdeling moet aan de hiervoor gestelde voorwaarden voldoen. Op het tijdstip van indiening of beoordeling van de aanvraag moet aan de voorwaarden worden voldaan. Er wordt niet ambtshalve getoetst of de vreemdeling op enig moment in het verleden aanspraak zou hebben gemaakt op de verblijfsvergunning als die destijds zou zijn aangevraagd. De afwijzing van de aanvraag betekent niet dat er sprake is van verblijfsbeëindiging.
Als een houder van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet aan de onder a tot en met f genoemde voorwaarden voldoet wordt de aanvraag afgewezen.
### 3. Procedurele bepalingen
### 3.1. De mvv-aanvraag
De vreemdeling kan een aanvraagformulier opvragen bij de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het land van herkomst of het land van bestendig verblijf.
### 3.1.1. Aanvraagprocedure mvv ingediend door de vreemdeling
Indien de vreemdeling beschikt over een referent hier te lande, kan laatstgenoemde een aanvraag indienen tot het verlenen van een mvv aan de vreemdeling (referentprocedure). De aanvraag wordt ingediend bij de IND unit Caribisch Nederland. Gelet op de ratio van het mvv-vereiste dient de vreemdeling zich ook gedurende de beoordeling van de door de referent ingediende aanvraag buiten de openbare lichamen te bevinden.
### 3.1.2. Aanvraagprocedure mvv ingediend door de referent
Als de aanvraag niet wordt ingewilligd, stuurt de IND unit Caribisch Nederland de beslissing naar de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging, die de beschikking bekendmaakt aan de vreemdeling. De referent ontvangt een afschrift van de beschikking. Als zowel de referent als de vreemdeling zich in het buitenland bevinden, kan door de vreemdeling een mvv worden aangevraagd. De referent moet dan wel aantonen dat de vreemdeling na binnenkomst in de openbare lichamen zal beschikken over voldoende middelen van bestaan.
De referent kan de aanvraag indienen door het daartoe bestemde formulier ingevuld en voorzien van de gevraagde gegevens en bescheiden te retourneren aan IND unit Caribisch Nederland. Als de referent bij het indienen van de aanvraag niet alle gevraagde gegevens en bescheiden heeft overgelegd, wordt de referent éénmaal een hersteltermijn van twee weken verleend.
### 3.1.3. Afgifte mvv
Als niet wordt voldaan aan de toelatingsvoorwaarden voor het gevraagde verblijfsdoel ontvangt de referent een negatieve beschikking.
### 3.1.4. Samenloop aanvraagprocedures
Als het onderzoek de authenticiteit van de desbetreffende documenten bevestigt en zich ook overigens geen feiten of omstandigheden voordoen die zich tegen de afgifte van de mvv verzetten, wordt de mvv afgegeven.
### 3.1.5. Mvv en verlening verblijfsvergunning bepaalde tijd
### 3.1.4. Samenloop aanvraagprocedures
Voor het indienen van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd moet de vreemdeling zich melden bij de IND unit Caribisch Nederland. Aan de houder van een geldige mvv kan, uit het oogpunt van rechtszekerheid, alleen in uitzonderlijke gevallen een verblijfsvergunning worden geweigerd. Hiervan is sprake als blijkt dat niet aan de voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is voldaan. Uitzonderlijke gevallen zijn in ieder geval situaties waarin de vreemdeling:
### 3.2.1. De vereisten voor het indienen van de aanvraag
Wanneer geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden worden vermeld, kan de aanvraag worden afgewezen onder verwijzing naar de eerdere afwijzende beschikking. De aanvrager hoeft niet in de gelegenheid te worden gesteld de aanvraag inhoudelijk dan wel procedureel aan te vullen (zie [artikel 8, tweede lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=8)). Als in het bezwaarschrift, gericht tegen de afwijzing van de herhaalde aanvraag, nieuwe feiten of omstandigheden worden aangevoerd vormt dat geen reden om het bezwaarschrift gegrond te verklaren. Deze nieuwe feiten en omstandigheden zijn immers niet aangevoerd bij de herhaalde aanvraag en doen daarom niet af aan de juistheid van de verkorte afdoening van de aanvraag. Dit kan voor de vreemdeling wel aanleiding zijn om een nieuwe aanvraag om een verblijfsvergunning in te dienen. Hiervoor moet wel opnieuw leges worden betaald.
### 3.3. Aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd
De aanvraag tot verlening, verlenging, vervanging of vernieuwing van een verblijfsvergunning wordt schriftelijk ingediend door middel van een formulier, waarvan het model bij ministeriële regeling is vastgesteld ([artikel 7, lid 2, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7) en [artikel 5.47, lid 1, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.47)). Als de aanvraag niet is ingediend middels het juiste aanvraagformulier kan de aanvraag onder omstandigheden buiten behandeling worden gesteld.
### 3.3. Aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd
De vreemdeling geeft op het aanvraagformulier aan welke verblijfsvergunning hij wenst te verkrijgen en voor welk verblijfsdoel hij in de openbare lichamen wenst te verblijven (zie [artikel 5.48, lid 1, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.48)).
### 3.5. Specifieke bepalingen procedure verblijfsvergunning (on)bepaalde tijd
Als verblijfsdocument in de zin van artikel 7, eerste lid, WTU-BES wordt aangemerkt de Sédula.
### 3.6. Leges
De toepassing van het gezinstarief bij verlengingsaanvragen is niet afhankelijk van de vraag of er sprake is van meerdere gelijktijdig ingediende aanvragen. Voor alle individueel ingediende verlengingsaanvragen voor het verblijfsdoel ‘gezinshereniging’ komen de gezinsleden voor gezinstarief in aanmerking.
Restitutie van de leges is slechts in uitzonderingsgevallen mogelijk en wordt per geval bekeken. Een verzoek om restitutie moet schriftelijk door de vreemdeling worden ingediend. In dit verzoek moet hij gemotiveerd aangeven waarom hij van mening is dat de leges aan hem moeten worden terugbetaald. Ook moet in het verzoek de volledige personalia van de vreemdeling bevatten en het bank- of gironummer.
### 3.7.5.1. Algemene regels
Hoofdregel: een beschikking wordt aan de belanghebbende toegezonden.
De vreemdeling mag de behandeling van de aanvraag tot het verlenen, verlengen of wijzigen van de verblijfsvergunning in de openbare lichamen afwachten, tenzij het een herhaalde aanvraag betreft (zie [artikel 5.1, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.1)). Als de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd mogelijk zou kunnen worden afgewezen, omdat de vreemdeling een gevaar is voor de openbare orde of nationale veiligheid, mag de vreemdeling de behandeling van de aanvraag niet afwachten in de openbare lichamen. Hij kan dan nog voordat op zijn aanvraag is beslist, worden uitgezet (zie [artikel 16a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16a) en artikel 5.1, tweede lid, BTU-BES). Tegen de beschikking inhoudende dat de uitzetting niet achterwege wordt gelaten kan bezwaar of beroep worden gemaakt. De termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift bedraagt vier weken ([artikel 19 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=19)).
### 3.7.5. Bekendmaking
### 3.7.2. Beslistermijn
### 3.7.5.1. Algemene regels
Na bekendmaking van de inwilligende beschikking door de IND-unit Caribisch Nederland aan de vreemdeling, moet aan de vreemdeling een verblijfsdocument worden verstrekt waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt.
De termijn voor het indienen van een beroep- of bezwaarschrift vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt ([artikel 16, lid 1,2 en 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455&artikel=16) en [artikel 56, lid 1,2 en 4 van de WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455&artikel=56)).
Bij wijziging van de vergunning (beperking) overeenkomstig een door de vreemdeling ingediende aanvraag wordt een nieuw verblijfsdocument verstrekt.
### 3.7.5.2. Weigering verlenging en wijziging beperking
### 3.8. Overgangsrecht
### 3.8.1. Geldige verblijfstitels, verklaringen van verblijf van rechtswege en nvt-verklaringen
Een vergunning tot verblijf met als beperking een woonplaats, gelegen op Bonaire, Sint Eustatius of Saba, wordt aangemerkt als een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571), met dien verstande dat daaraan verbonden beperkingen en voorschriften worden geacht te zijn opgeheven.
### 3.8.1. Geldige verblijfstitels, verklaringen van verblijf van rechtswege en nvt-verklaringen
Een op het tijdstip van inwerkingtreding van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) in behandeling zijnd verzoek tot het verstrekken van een verklaring van verblijf van rechtswege, ingediend bij de gezaghebber van Bonaire, Sint Eustatius of Saba, wordt aangemerkt als een aanvraag tot het verstrekken van een verklaring van verblijf van rechtswege op grond van de WTU-BES.
Op de behandeling van bovenstaande verzoeken blijft het recht dat gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) van toepassing.
Gedurende vijf jaar na inwerkingtreding van het [BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599) wordt de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (zoals opgenomen in [artikel 5.45 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.45)) verleend aan de vreemdeling die:
### 3.8.4. Verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd na vijf jaar
### Hoofdstuk 4. Arbeid in loondienst
### 1. Inleiding
Onder een buitenlandse werknemer wordt verstaan: een vreemdeling die in de openbare lichamen arbeid in loondienst verricht of wil (gaan) verrichten.
### Hoofdstuk 4. Arbeid in loondienst
De [Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437) kent een aantal uitzonderingen op de verplichte arbeidsmarkttoets (zie bijvoorbeeld [artikel 8, derde lid, Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437&artikel=8)). In die gevallen kan een TWV worden verleend zonder toetsing aan prioriteitgenietend aanbod op de arbeidsmarkt.
### 2.2. Vereiste bescheiden
In de behoefte aan arbeidskrachten moet zoveel mogelijk worden voorzien door inschakeling van het op de lokale arbeidsmarkt aanwezige of redelijkerwijs te verwachten aanbod. Dit is het zogenaamde prioriteitgenietend aanbod op de lokale arbeidsmarkt. Onder lokale arbeidsmarkt wordt verstaan: de arbeidsmarkten van de openbare lichamen samen.
Op grond van de [Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437) is een werkgever:
### 2.3.1. 1-loket procedure
**Bouwbedrijf B heeft in beginsel de TWV voor de tewerkstelling van Luciano bij bouwbedrijf A. Als bouwbedrijf B de TWV niet heeft, moet bouwbedrijf A de TWV aanvragen.**
### 2.2. Vereiste bescheiden
De beslissingen op de aanvragen om een TWV en om een mvv/verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden beide in beginsel bekendgemaakt door uitreiking in persoon van de beschikkingen aan het loket van de IND-BES. In beginsel vindt dit zoveel mogelijk gelijktijdig plaats (zie voor regels over bekendmaking van besluiten hoofdstuk 3, paragraaf 3.7.6)
### 2.3.2. Procedure gezinsleden bij het loket van IND-BES
### 2.3.1. 1-loket procedure
Voor verblijf in de openbare lichamen verband houdend met het verrichten van arbeid in loondienst moet de werkgever van de vreemdeling beschikken over een TWV en de vreemdeling over een verblijfsvergunning. De beslissing op de aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd enerzijds en de beslissing op de aanvraag om een TWV anderzijds beïnvloeden elkaar.
### 2.3.2. Procedure gezinsleden bij het loket van IND-BES
Bij het indienen van de aanvragen moeten de aanvraagformulieren:
### 2.4. Samenhang beslissing aanvraag TWV en verblijfsvergunning
Voor verblijf in de openbare lichamen verband houdend met het verrichten van arbeid in loondienst moet de werkgever van de vreemdeling beschikken over een TWV en de vreemdeling over een verblijfsvergunning. De beslissing op de aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd enerzijds en de beslissing op de aanvraag om een TWV anderzijds beïnvloeden elkaar.
Als de aanvraag om een TWV wordt geweigerd voordat op de aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is beslist, wordt als regel ook een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst geweigerd.
Een weigering de geldigheidsduur te verlengen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd of de intrekking ervan en ook intrekking van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd vormt op grond van [artikel 10, onder b, Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437&artikel=10) een dwingende reden voor intrekking van de TWV.
### 2.6. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 3.1. Verblijfsvoorwaarden
### 3.2. Vrijgestelde categorieën vreemdelingen
De voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst door deze categorie buitenlandse werknemers zijn (zie [artikel 5.20 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.20) en [artikel 3 Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437&artikel=3)):
Zie voor de vereiste bescheiden paragraaf 2.2 met uitzondering van een geldige TWV.
Ter uitvoering van d zijn in de [artikelen 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=7) en [8 van het Besluit uitvoering Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=8) een aantal categorieën vreemdelingen respectievelijk werkzaamheden aangewezen waarvoor geen TWV is vereist. Vreemdelingen die tot één van deze aangewezen categorieën behoren, kunnen aan die aanwijzing op zichzelf geen aanspraak ontlenen op een verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd.
### 3.2.1. Vreemdelingen met aantekening ‘arbeid vrij toegestaan’
### 4.1. Nederlandse zeeschepen
Op het verblijfsdocument wordt de volgende aantekening geplaatst: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
### 4.2. Internationale luchtvaart en scheepvaart
Als Nederlands zeeschip wordt aangemerkt een schip dat onder Nederlandse vlag vaart en in Nederland is geregistreerd.
Het algemene vreemdelingenbeleid is niet van toepassing op buitenlandse werknemers in enkele specifieke sectoren (internationale luchtvaart en scheepvaart) van de internationale arbeidsmarkt, omdat zij niet dan wel het grootste deel van de tijd niet werkzaam zijn op Nederlands grondgebied. De toelating van rechtswege voor de duur van maximaal 3 maanden vervalt op het tijdstip van vertrek van het schip of luchtvaartuig.
### 4.3.1. Inleiding
### 4.1. Nederlandse zeeschepen
### 4.3. Stagiaires en praktikanten
Onder stagiair wordt verstaan een vreemdeling die naar de openbare lichamen komt om arbeid te verrichten die noodzakelijk is om de opleiding in het land van herkomst te kunnen voltooien.
Onder praktikant wordt verstaan een vreemdeling die naar de openbare lichamen komt om werkervaring op te doen die voor diens toekomstig functioneren in het land van herkomst van belang is.
[Artikel 14, eerste lid, Besluit uitvoering Wav-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=14) bepaalt dat een TWV voor de vreemdeling die arbeid als stagiair wil gaan verrichten, voor maximaal een jaar kan worden verleend zonder arbeidsmarkttoets.
### 4.2. Internationale luchtvaart en scheepvaart
### 4.3.3.2. Arbeidsmarktaantekening
Deze verblijfsvergunningen zijn tijdelijk van aard (zie [artikel 5.3, eerste lid, onder d, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.3)). Dit moet uitdrukkelijk steeds worden vermeld in de beschikking waarbij de verblijfsvergunning wordt verleend.
De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor stagiaires beloopt maximaal één jaar.
### 4.3.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 4.3.5. Voortzetting van verblijf
Voor praktikanten geldt dat een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor het verrichten van arbeid in loondienst als praktikant voor hetzelfde doel wordt afgewezen, als de vreemdeling 24 weken houder van deze verblijfsvergunning is geweest.
### 4.3.4. Geldigheidsduur
Zodra een toerist in de vrije termijn arbeid in loondienst gaat verrichten, is hij niet meer aan te merken als toerist. Hij valt dan immers niet meer onder de definitie van toerist, zoals vermeld in [artikel 1.1, onder g, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=1.1). De vrije termijn voor deze vreemdelingen bedraagt in beginsel drie maanden (zie [artikel 5a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5a) en [artikel 4.4, eerste lid, onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.4)). Deze vreemdeling moet zich in dat geval melden bij de korpschef (zie paragraaf 4.4.2).
### 4.4. Kortdurende arbeid (maximaal drie maanden)
Als aan alle geldende verblijfsvoorwaarden wordt voldaan, kan de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor arbeid in loondienst in dit geval worden verleend voor de duur waarvoor de TWV ten behoeve van die arbeid in verleend.
### 4.4.2. Meldplicht
### 4.4.3. Arbeidsovereenkomst of stage voor maximaal drie maanden
Ook zijn de [artikelen 6.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.45) en [6.46 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.46) over de aanmeldingsplicht niet op grensarbeiders van toepassing, omdat deze arbeiders vallen onder de uitzonderingscategorie van [artikel 6.38, tweede lid, onder b, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.38).
### 4.7. Dienstverrichters
Als zij een belang van 25% of meer hebben in het bedrijf, ondernemingsrisico lopen en de hoogte van hun salaris zelf kunnen beïnvloeden, moeten zij een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als zelfstandige aanvragen. Als zij niet aan deze voorwaarden voldoen, is de procedure voor werknemers van toepassing. Zie in dat geval de voorwaarden voor verblijf genoemd in dit hoofdstuk, paragraaf 2.1.
Dit zijn in de openbare lichamen tewerkgestelde vreemdelingen die hun woonplaats hebben in een ander land, binnen of buiten het Koninkrijk, waarheen zij dagelijks, of ten minste eenmaal per week, terugkeren.
### 5. Voortzetting van verblijf
Voor vreemdelingen die op grond van [artikel 3, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) van rechtswege toelating tot verblijf hebben, hoeft de werkgever niet in het bezit te zijn van een TWV. Zie verder [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=2&z=2014-01-21&g=2014-01-21).
### 4.6. Directeuren-(groot)aandeelhouders
De werkgever moet in beginsel in het bezit zijn van een TWV (behoudens uitzonderingen genoemd in [artikel 3 Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437&artikel=3) en de [artikelen 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=7) en [8 Besluit uitvoering Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=8)). Voor de verlening van de TWV voor arbeid voor maximaal 12 weken moet de vreemdeling in het bezit zijn van een bewijs van rechtmatig verblijf. Met het oog daarop kan de vreemdeling zich melden bij de IND-unit Caribisch Nederland, die hem een verklaring afgeeft als aan de daarvoor geldende voorwaarden wordt voldaan (zie [artikel 3, derde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3)).
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan worden ingetrokken als de vreemdeling voor een werkgever arbeid verricht, zonder dat aan de [Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437) is voldaan (zie [artikel 14, onder e, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=14) jo. [artikel 5.21, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.21)).
### 5.3.1. Houders van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd
Voor vreemdelingen die op grond van [artikel 3, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) van rechtswege toelating tot verblijf hebben, hoeft de werkgever niet in het bezit te zijn van een TWV. Zie verder [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=2&z=2015-10-01&g=2015-10-01).
### 5.3.1. Houders van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd
### 5.1. Inleiding
Let op: voor de vreemdeling aan wie op grond van de [Wet vestiging bedrijven BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028164) een directievergunning is verleend, hoeft geen TWV te zijn afgegeven.
Als de buitenlandse werknemer vrijwillig werkloos is geworden, krijgt hij geen zoekperiode van zes weken en wordt de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd direct ingetrokken. Of sprake is van vrijwillige werkloosheid wordt beoordeeld door de RCN-unit SZW. Hierover kan met deze unit contact worden opgenomen.
### 5.1. Inleiding
### 5.4. Arbeidsongeschiktheid
### 5.3.2. Houders van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
Reden hiervoor is dat het op grond van artikel 5.46 BTU-BES niet mogelijk is om de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd in te trekken op grond van 14, aanhef en onder d, WTU-BES.
### 5.3.2. Houders van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
Een werknemer die van rechtswege toelating heeft op grond van [artikel 5a BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5a), is op grond van [artikel 26, tweede lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=26) strafbaar als hij de verplichting in [artikel 6.38 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.38) niet nakomt. Deze verplichting houdt in dat de vreemdeling, die gaat zoeken naar arbeid dan wel arbeid gaat verrichten, hier onmiddellijk mededeling van doet bij de korpschef. Deze verplichting geldt ook als de vreemdeling niet langer voldoet aan de [artikelen 6.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.39) en [6.40 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.40).
De vreemdeling moet aantonen dat hij door de uitoefening van zijn beroep of bedrijf beschikt over voldoende middelen van bestaan (zie [artikel 9, eerste lid, onder c, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9) en [artikel 5.33 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.33) en de beleidsregels bij deze algemene voorwaarde in hoofdstuk 3, paragraaf 1.9.3.3). Dat wil zeggen dat de vreemdeling een inkomen moet hebben dat ten minste gelijk is aan het bruto-inkomen per maand op grond van de [Wet minimumloon BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028170).
### Hoofdstuk 5. Arbeid als zelfstandige
### 3. Vereiste bescheiden
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
### Hoofdstuk 5. Arbeid als zelfstandige
Aan de vergunning is als voorschrift verbonden de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.
De geldigheidsduur van de te verlenen verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is een jaar. Deze kan daarna steeds met een jaar worden verlengd, als aan de daarvoor geldende voorwaarden wordt voldaan.
Onder het uitoefenen van een bedrijf/onderneming valt:
### 2. Voorwaarden
Mocht een Amerikaans onderdaan toch aanspraak willen maken op een verblijfsvergunning op grond van het Nederlands-Amerikaans vriendschapsverdrag, dan gelden de voorwaarden zoals omschreven in paragraaf 2 van dit hoofdstuk.
### 2. Voorwaarden
Vreemdelingen die in de openbare lichamen een zelfstandig beroep willen uitoefenen of op andere wijze als zelfstandige hun diensten aanbieden en die niet feitelijk in loondienst zijn, moeten daarvoor ook in het bezit zijn van een vergunning op grond van de [Wet vestiging bedrijven BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028164). Zij vallen onder het begrip zaak in de zin van [artikel 1, eerste lid, van de Wet vestiging bedrijven BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028164&artikel=1).
### 4. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
Een onderdaan van de Verenigde Staten van Amerika die, op grond artikel II, eerste lid, onder a of b, van het Verdrag, voorzetting van het verblijf wenst in de openbare lichamen, hoeft niet te voldoen aan het middelenvereiste zoals neergelegd in [artikel 9, eerste lid, aanhef en onder c, van de WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9), als hij voldoet aan de overige voorwaarden zoals omschreven in dit hoofdstuk.
### 4.2. Arbeidsmarktaantekening
### 2. Voorwaarden
### 5. Geldigheidsduur
De vreemdeling moet bij de aanvraag de volgende documenten overleggen:
Dit sluit de mogelijkheid niet uit om maatregelen toe te passen die noodzakelijk zijn voor de handhaving van de openbare orde en voor de bescherming van de volksgezondheid, de goede zeden en de veiligheid. Hiermee wordt, voor zover hier van belang, bedoeld maatregelen die zijn voorzien bij de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571), zoals:
**Ad b Bedrijfsuitoefening**
### 2.2. Vereiste bescheiden arbeid als zelfstandige op grond van het Verdrag
Het verblijf van de echtgeno(o)t(e) of ongehuwd minderjarig kind van de hoofdpersoon, ongeacht hun nationaliteit, kan met toepassing van [artikel 9 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=6) worden geweigerd, met uitzondering van het middelenvereiste (artikel 9, eerste lid, aanhef en onder c, WTU-BES). Dit geldt, zolang de hoofdpersoon voldoet aan de voorwaarden van het Verdrag, zowel voor eerste toelating als ook voor de verlengingsaanvraag van de gezinsleden.
### 5. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
De afhankelijke verblijfsvergunning voor bepaalde tijd aan echtgenoten en de minderjarige kinderen wordt verleend onder de beperking: ‘Verblijf bij .............. (naam hoofdpersoon).’
### 5.2. Voorschrift
Bij een VoF kan het aanzienlijk kapitaal worden aangetoond met enerzijds een oprichtingsakte (of contract) waarin staat hoe groot de financiële deelname is van iedere vennoot en anderzijds de (openings)balans waarin aan de rechterkant (credit) de rekeningen staan met de bedragen zoals die in de oprichtingsakte staan vermeld. Deze rekeningen heten ‘Vermogen’ en dan de eigen naam van de vennoot. Bij een VoF wordt het woord ‘Eigen’ weggelaten en wordt in plaats daarvan de naam van de vennoot eraan toegevoegd. Dus bijvoorbeeld ‘Vermogen Robinson 100.000 ’. Er kan ook een bankafschrift van de onderneming worden gevraagd als bewijs dat het geld daadwerkelijk is overgemaakt.
### 5. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan onder voorwaarden worden verleend onder een beperking die verband houdt met het volgen van studie (zie [artikel 7, zevende lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7) en [artikel 5.2, eerste lid, onder h, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2)). Het beleid voor buitenlandse studenten is erop gericht om onder bepaalde voorwaarden vreemdelingen in de gelegenheid te stellen tijdelijk in de openbare lichamen te studeren of een opleiding te volgen.
### 2. Studenten die al in het bezit zijn van een verblijfsvergunning voor een ander doel
### 1. Inleiding
moet een aanvraag om een mvv indienen, terwijl hij nog verblijft in zijn land van herkomst of bestendig verblijf. De vreemdeling moet de beslissing op de aanvraag om een mvv ook daar afwachten en niet, vooruitlopend op die beslissing, de openbare lichamen inreizen. De vreemdeling kan dus niet met een studie starten in de openbare lichamen voordat de IND-unit Caribisch Nederland positief op de aanvraag om een mvv heeft beslist.
### 2. Studenten die al in het bezit zijn van een verblijfsvergunning voor een ander doel
### 5.2. Voorschrift
De financiële middelen van de vreemdeling moeten toereikend zijn om zijn studie, kosten van levensonderhoud en het college- of lesgeld te kunnen betalen gedurende de periode dat hij in de openbare lichamen wil verblijven.
### 2. Studenten die al in het bezit zijn van een verblijfsvergunning voor een ander doel
De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘Studie aan (naam onderwijsinstelling) te ......................... (plaatsnaam)’.
De verblijfsvergunning kan worden verleend als sprake is van (voorlopige) inschrijving aan één van de volgende onderwijsinstellingen die voltijds hoger onderwijs aanbieden:
### 6. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
Een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor studie mag arbeid van bijkomende aard verrichten. Het gaat hier om arbeid van maximaal 10 uur per week of seizoenarbeid in de maanden juni, juli en augustus. Voor het verrichten van arbeid van bijkomende aard is een TWV vereist. Deze kan voor de duur van maximaal een jaar worden verleend (zie [artikel 16, eerste lid, Besluit uitvoering Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=16)).
### 8. Gezinshereniging
### 6. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan onder voorwaarden worden verleend onder een beperking die verband houdt met verblijf als gepensioneerde of rentenier (zie [artikel 7, zevende lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7) en [artikel 5.2, eerste lid, onder f, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2)).
### 6.3. Voorschriften
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan onder een beperking verband houdend met verblijf als gepensioneerde of rentenier worden verleend als de vreemdeling voldoet aan de onder paragraaf 2, 3.2 of 4.2 van dit hoofdstuk genoemde voorwaarden. Als hij niet voldoet aan één of meer van deze voorwaarden, wordt de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning afgewezen.
De schriftelijke garantverklaring genoemd in paragraaf 3, onder c, sub 1 dient om aan te tonen dat wordt voldaan aan het middelenvereiste.
### Hoofdstuk 8. Gepensioneerden en renteniers
### 1. Inleiding
Het verblijfsrecht van de hoofdpersoon/student is tijdelijk (zie [artikel 5.3, tweede lid, onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.3)). [Artikel 5.9, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.9) en bovenstaande beleidsregel maken het mogelijk dat ook in dat geval een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verband houdend met gezinshereniging kan worden verleend.
De middelen van bestaan van een gepensioneerde of rentenier zijn voldoende, zelfstandig en duurzaam als:
Er moet altijd gecontroleerd worden of de vreemdeling hoofdverblijf heeft in de betreffende woning in de openbare lichamen. Dit kan bijvoorbeeld aangetoond worden doordat blijkt dat de vreemdeling op het adres van de woning ingeschreven staat bij Burgerzaken.
### 4.1. Inleiding
### 4.2. Verblijfsvoorwaarden
Ten aanzien van deze voorwaarden zijn de beleidsregels met betrekking tot de algemene voorwaarden van artikel 9, eerste lid, WTU-BES van toepassing. Deze staan in [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=3&z=2019-10-01&g=2019-10-01) van de CTU-BES.
De middelen van bestaan zijn voldoende, zelfstandig en duurzaam als:
### 4.3. Vereiste bescheiden
### 5.1. Beperking
De geldigheidsduur van de te verlenen verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is een jaar. Deze kan daarna steeds met een jaar verlengd worden, als aan de daarvoor geldende voorwaarden wordt voldaan.
### 4.2. Verblijfsvoorwaarden
De geldigheidsduur van deze verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan niet worden verlengd. Als de vreemdeling in een volgend tijdvak van een jaar opnieuw als overwinteraar in de openbare lichamen wil verblijven, dan moet hij daarvoor een nieuwe aanvraag voor verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd indienen.
Een pensioenuitkering moet op het tijdstip waarop de aanvraag om een verblijfsvergunning is ontvangen of de beschikking wordt gegeven nog ten minste één jaar beschikbaar zijn. Dit kan worden aangetoond met een verklaring of brief van het pensioenfonds.
### Hoofdstuk 9. Investeerders
### 1. Inleiding
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan onder voorwaarden worden verleend onder een beperking die verband houdt met verblijf als investeerder (zie [artikel 7, zevende lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7) en [artikel 5.2, eerste lid, onder k, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2)).
### 5.2. Geldigheidsduur
Onder ‘wezenlijk belang’ wordt verstaan:
Onder het inbrengen van ‘ buitenlandse deviezen’ valt:
### 2. Verblijfsvoorwaarden
### 5. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 5.1. Beperking
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
De vreemdeling moet een zakelijke investering doen en/of onroerend goed aanschaffen met een totale waarde van tenminste USD 365.000,00. Deze investering moet binnen 18 maanden na de eerste aanvraag zijn verwezenlijkt.
### 5.2. Arbeidsmarktaantekening
### 5.3. Voorschriften
Onder het inbrengen van ‘ buitenlandse deviezen’ valt:
Aan de verblijfsvergunning is als voorschrift verbonden de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.
Aan een vreemdeling die vrijwilligerswerk verricht in de openbare lichamen kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden verleend onder een beperking verband houdend met ‘verblijf als vrijwilliger’, als aan de daarvoor geldende voorwaarden wordt voldaan (zie [artikel 5.2, eerste lid, onder m, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2)). De verblijfsvoorwaarden voor dit verblijfsdoel zijn hieronder uitgewerkt in beleidsregels.
### 5. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
Ten aanzien van deze voorwaarden zijn de beleidsregels met betrekking tot de algemene voorwaarden van [artikel 9, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9) van toepassing. Deze staan in [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=3&z=2015-02-19&g=2015-02-19).
### 5.3. Voorschriften
### Hoofdstuk 10. Vrijwilligers
### 5. Geldigheidsduur
Beleidsregel:
De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt daarna niet verlengd.
Aan de echtgeno(o)t(e) of (geregistreerde) partner en de minderjarige kinderen van de vrijwilliger kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verband houdend met gezinshereniging worden verleend, mits wordt voldaan aan de voor die beperking geldende voorwaarden, met uitzondering van de voorwaarde die betrekking heeft op het niet-tijdelijk verblijf van de hoofdpersoon (zie [artikel 5.9, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.9)).
### 4. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
In geval van gezinshereniging bij een vrijwilliger geldt het middelenvereiste voor gezinshereniging zoals vermeld in hoofdstuk 3, paragraaf 1.9.3.3.
### 1. Algemeen
### 1.1. Inleiding
### 1.3. Beleid gezinsvorming
In het kader van gezinsvorming kan verblijf in de openbare lichamen worden toegestaan op grond van een huwelijk, geregistreerd partnerschap, of niet-geregistreerd partnerschap gesloten op een tijdstip dat een van de echtgenoten al in de openbare lichamen verbleef.
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder de beperking: ‘verblijf als vrijwilliger’.
Dit verblijfsrecht is tijdelijk van aard. Dit moet uitdrukkelijk in de beschikking waarbij de verblijfsvergunning wordt verleend, worden vermeld.
### 4.3. Voorschriften
### 1.1. Inleiding
De verblijfsvergunning wordt ingevolge artikel 5.11, onder a en b, BTU-BES verleend, als de hoofdpersoon in de openbare lichamen verblijft als:
Op grond van artikel 5.10 BTU-BES en artikel 5.12 BTU-BES wordt, zolang de vreemdeling of de hoofdpersoon met meer dan één andere persoon tegelijkertijd door een huwelijk of een (al dan niet geregistreerd) partnerschap is verbonden, de verblijfsvergunning maar aan één echtgenoot, geregistreerd partner of partner tegelijkertijd verleend, en aan de uit die vreemdeling geboren (minderjarige) kinderen.
### 1.3. Beleid gezinsvorming
### 2. Huwelijk en geregistreerd partnerschap
### Hoofdstuk 11. Gezinshereniging en gezinsvorming
Aan de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden van het sluiten van een voldoende ziektekostenverzekering, met inbegrip van de kosten die zijn verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.
Aan de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden van het sluiten van een voldoende ziektekostenverzekering, met inbegrip van de kosten die zijn verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.
Op grond van [artikel 5.25 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.25) wordt de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verleend voor ten hoogste één jaar en kan de verblijfsvergunning telkens met ten hoogste één jaar worden verlengd.
Een schijnhuwelijk is een huwelijk dat wordt aangegaan met als doel de nog niet of niet meer tot de openbare lichamen toegelaten buitenlandse partner een verblijfsrecht te verschaffen. Het gaat hierbij om voorgenomen huwelijken die op de openbare lichamen zullen plaatsvinden en huwelijken die in het buitenland zijn gesloten.
### 2.2. Vereiste bescheiden
### 2.3. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
Het bestaan van een duurzame en een exclusieve relatie kan worden aangetoond door de ondertekening van een relatieverklaring door beide partners. Door de ondertekening van die schriftelijke verklaring verklaren de vreemdeling en de hoofdpersoon feitelijk samen te (gaan) wonen en een duurzame en exclusieve relatie te onderhouden.
### 2.3.3. Voorschrift
### 2.4. Geldigheidsduur
De verblijfsvergunning wordt op grond van artikel 5.11, onder a en b, BTU-BES verleend als de hoofdpersoon in de openbare lichamen verblijft als:
### 4. Relatie
### 4.1. Verblijfsvoorwaarden
Aan de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden van het sluiten van een voldoende ziektekostenverzekering, met inbegrip van de kosten die zijn verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.
Verwantschap:
Op grond van [artikel 5.25 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.25) wordt de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verleend voor ten hoogste één jaar en kan de verblijfsvergunning telkens met ten hoogste één jaar worden verlengd.
Gelegaliseerde akten:
### 5.1. Verblijfsvoorwaarden
### 4.3. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
De ouders moeten ook het wettelijk gezag over de minderjarige (tijdelijk) aan de pleegouders overdragen. Per land moet onderzocht worden of dit kan via een notariële verklaring of dat de ouders hiervoor een rechtelijke uitspraak nodig hebben.
### 4.4. Geldigheidsduur
### 4.2. Vereiste bescheiden
### 4.3. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
Voor kinderen die in de openbare lichamen zijn geboren uit niet-Nederlandse ouders van wie ten minste één houder is van een verblijfsvergunning voor (on)bepaalde tijd, is er een bijzondere regeling.
De ouders moeten ook het wettelijk gezag over de minderjarige (tijdelijk) aan de pleegouders overdragen. Per land moet onderzocht worden of dit kan via een notariële verklaring of dat de ouders hiervoor een rechtelijke uitspraak nodig hebben.
De aanvraag wordt niet afgewezen wegens het ontbreken van een geldig mvv of het ontbreken van voldoende middelen van bestaan. De aanvraag wordt ook niet afgewezen wegens het niet bereid zijn een onderzoek naar of behandeling voor TBC te ondergaan en daaraan mee te werken.
Op grond van [artikel 5.10, onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.10) wordt de verblijfsvergunning verleend, als het kind feitelijk behoort en al in het buitenland feitelijk behoorde tot het gezin van de in de openbare lichamen wonende ouder(s) bij wie verblijf wordt beoogd. De gezinsband moet al in het buitenland hebben bestaan en het kind moet gaan samenwonen met de ouder(s).
De aanvraag wordt afgewezen, als het kind niet feitelijk behoort en al in het buitenland behoorde tot het gezin van de in de openbare lichamen wonende ouder(s) bij wie verblijf wordt beoogd.
De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘gezinshereniging bij (naam ouder(s))’.
### 5.4.3. Voorschrift
In afwijking van [artikel 5.25 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.25) kan op grond van [artikel 5.26 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.26) de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met gezinshereniging als minderjarige worden verleend voor de duur van ten hoogste:
### 6. Verruimde gezinshereniging
### 5.4.1. Beperking
### 6.1. Bijzondere vereisten voor toelating
De bijzondere vereisten voor toelating zijn als volgt:
### 6.2. Vereiste bescheiden
De aanvraag wordt niet afgewezen wegens het ontbreken van een geldig mvv of het ontbreken van voldoende middelen van bestaan. De aanvraag wordt ook niet afgewezen wegens het niet bereid zijn een onderzoek naar of behandeling voor TBC te ondergaan en daaraan mee te werken.
De familierechtelijke relatie moet worden aangetoond met officiële gelegaliseerde documenten.
Bovengenoemde arbeidsmarktaantekening staat niet in de weg dat bij andere wetten beperkingen ten aanzien van het verrichten van arbeid door minderjarigen gesteld worden.
### 6.3.1. Beperking
### 6.3.2. Arbeidsmarktaantekening
De familierechtelijke relatie moet worden aangetoond met officiële gelegaliseerde documenten.
### 6.3.3. Voorschrift
De uitgangspositie van de belangenafweging wordt mede bepaald door de omstandigheid of sprake is van inmenging. Bij de weigering van voortgezet verblijf is de uitgangspositie van de vreemdeling sterker dan bij eerste toelating van vreemdelingen tot de openbare lichamen. De omstandigheid dat nooit sprake is geweest van rechtmatig verblijf zal ten nadele van de vreemdeling worden betrokken bij deze belangenafweging.
### 6.4. Geldigheidsduur
### 7.4.1. Beperking
Als het verblijfsrecht van de persoon bij wie de vreemdeling wil verblijven, tijdelijk van aard is, is het verblijfsrecht van de vreemdeling ook tijdelijk van aard.
### 6.3.2. Arbeidsmarktaantekening
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: ‘arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’. Beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.
### 6.3.3. Voorschrift
De uitgangspositie van de belangenafweging wordt mede bepaald door de omstandigheid of sprake is van inmenging. Bij de weigering van voortgezet verblijf is de uitgangspositie van de vreemdeling sterker dan bij eerste toelating van vreemdelingen tot de openbare lichamen. De omstandigheid dat nooit sprake is geweest van rechtmatig verblijf zal ten nadele van de vreemdeling worden betrokken bij deze belangenafweging.
In aanvulling op de algemene voorwaarden voor verblijf gelden voor de verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor verblijf als pleegkind de volgende cumulatieve voorwaarden:
### Hoofdstuk 12. Buitenlandse adoptiekinderen en buitenlandse pleegkinderen
### 7.4. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
### 2. Adoptiekinderen
### 3. Buitenlandse pleegkinderen
### 3.1. Verblijfsvoorwaarden
Buitenlandse pleegkinderen zijn minderjarige kinderen die om welke reden dan ook thuis (in het buitenland) niet meer kunnen opgroeien en in een pleeggezin worden geplaatst waarbij de pleegouders feitelijk de verzorging over de kinderen van de ouders overnemen, maar niet juridisch de ouders van het kind worden.
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
**Gereserveerd**
De verblijfsvergunning voor verblijf als buitenlands pleegkind wordt verleend onder de beperking ‘Verblijf bij ............. (naam pleegouder)’.
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: ‘arbeid is niet toegestaan’.
Aan de verblijfsvergunning wordt als voorschrift verbonden voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten, met inbegrip van kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.
### 1. Inleiding
### 2.1. Algemeen
Voor wedertoelating komen, onder voorwaarden, in aanmerking:
### 2.2.1. Verblijfsvoorwaarden
Verder kan onderscheid gemaakt worden tussen Nederlanders die in of buiten de openbare lichamen zijn geboren en getogen.
Als het familielid bij wie de vreemdeling verblijf beoogt een echtgenoot of partner heeft, kan het inkomen van die persoon worden meegeteld bij de berekening van het gezinsinkomen. Als aanvullende voorwaarde geldt dan dat ondertekening van de garantverklaring, bedoeld in [artikel art. 3.9, lid 2, onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=3.9) geschiedt door de hoofdpersoon en bedoelde partner.
### 2.2.1. Verblijfsvoorwaarden
### 3.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
Tegen het verblijf van de vreemdeling mag **geen** bezwaar bestaan uit oogpunt van openbare orde of nationale veiligheid.
De verblijfsvergunning voor verblijf als buitenlands pleegkind wordt verleend onder de beperking ‘Verblijf bij ............. (naam pleegouder)’.
### 2.3. Oud-Nederlanders die geboren en getogen zijn buiten de openbare lichamen
De meerderjarige oud-Nederlander die buiten de openbare lichamen is geboren en die woont in een ander land dan dat waarvan hij onderdaan is, kan in aanmerking komen voor verblijf in de openbare lichamen, als er naar het oordeel van de Minister sprake is van bijzondere banden met de openbare lichamen.
Als de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding wordt dat niet tegengeworpen.
### 3.1. Algemeen
### 4.1. Verblijfsvoorwaarden
### 4.2. Vereiste bescheiden
Verblijf kan worden verleend aan de vreemdeling:
Het gaat hier om een vrijwillige handeling. De vreemdeling realiseert zich dat hij toch niet zijn oorspronkelijke nationaliteit wil verliezen en kiest er daarom zelf voor om afstand te doen van de Nederlandse nationaliteit, voordat hij hiertoe wordt gedwongen. De vreemdeling moet binnen twee jaar nadat hij de verklaring van afstand heeft afgelegd een aanvraag om een verblijfsvergunning indienen.
### 3.4. Vereiste bescheiden
Als [artikel 7 Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=7) van toepassing is, wordt de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
### 2.3.3. Vereiste bescheiden
### 5. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
Verblijf kan worden verleend aan de vreemdeling:
Het gaat hier om een vrijwillige handeling. De vreemdeling remigreert op grond van de remigratiewet naar het land van herkomst. Om in aanmerking te komen voor deze regelgeving moet de vreemdeling afstand doen van de Nederlandse nationaliteit. De vreemdeling moet binnen één jaar nadat hij de verklaring van afstand heeft afgelegd een aanvraag om een verblijfsvergunning indienen.
### 7.1. Verlenging
Als [artikel 7 Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=7) van toepassing is, wordt de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
### 7.1. Verlenging
De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘wedertoelating’ wordt niet afgewezen om de reden dat niet meer wordt voldaan aan de beperking waaronder de vergunning is verleend.
### 7.2. Intrekking
De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘wedertoelating’ wordt niet afgewezen om de reden dat niet meer wordt voldaan aan de beperking waaronder de vergunning is verleend.
### 7.2. Intrekking
De beoordeling van de vraag of het verzoek ex [artikel 17 RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=17) klaarblijkelijk van elke grond is ontbloot, en de beslissing of de persoon hangende de beslissing op dat verzoek als vreemdeling uit de openbare lichamen zal worden verwijderd, geschiedt uitsluitend bij de IND unit Caribisch Nederland.
### 8.2. Vereiste bescheiden
De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking ‘in afwachting verzoek ex [artikel 17 RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=17)’.
### 8.3.2. Arbeidsmarktaantekening
### 7.1. Verlenging
De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘wedertoelating’ wordt niet afgewezen om de reden dat niet meer wordt voldaan aan de beperking waaronder de vergunning is verleend.
De verblijfsvergunning wordt verleend met een geldigheidsduur van ten hoogste een jaar of zoveel korter als het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba uitspraak zal doen.
### 8.5. Aard van het verblijfsrecht
Het verblijfsrecht is tijdelijk van aard. De houder van deze vergunning komt daarom niet in aanmerking voor naturalisatie of optie op grond van deze verblijfsvergunning.
### 8.6. Verlenging geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
De beoordeling van de vraag of het verzoek ex [artikel 17 RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=17) klaarblijkelijk van elke grond is ontbloot, en de beslissing of de persoon hangende de beslissing op dat verzoek als vreemdeling uit de openbare lichamen zal worden verwijderd, geschiedt uitsluitend bij de IND unit Caribisch Nederland.
### 8.3.1. Beperking
### 8.6.1. Verblijfsvoorwaarden
### 8.6.2. Vereiste bescheiden
### 1. Inleiding
Het begrip mensenhandel bevat de volgende elementen:
Als het openbare orde criterium wordt tegengeworpen, wordt de vreemdeling niet uitgezet, zolang niet is beslist op de procedure ex [artikel 17 RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=17). De vreemdeling overlegt in ieder geval een volledig afschrift van het cassatieberoepschrift.
De verblijfsvergunning, bedoeld in [artikel 7 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7), kan onder een beperking verband houdend met de vervolging van mensenhandel worden verleend, als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
### 2. Slachtoffer mensenhandel
### Hoofdstuk 14. Mensenhandel
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
### 4.2. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
De aanvraag wordt niet afgewezen:
Ondertussen moet een geldig document voor grensoverschrijding worden aangevraagd bij de diplomatieke vertegenwoordiging van het land waarvan het slachtoffer de nationaliteit bezit.
De IND-unit Caribisch Nederland neemt naar aanleiding van de aanvraag om een verblijfsvergunning contact op met het OM. Wat de getuige-aangevers betreft is de stem van het OM doorslaggevend of een verblijfsvergunning zal worden verstrekt of niet. Criterium is hierbij de vraag of de aanwezigheid van de getuige-aangever in de openbare lichamen gewenst is voor het opsporings- en vervolgingsonderzoek tegen de verdachte.
### 3.2. Vereiste bescheiden
### 4. De beslissing
De verblijfsvergunning wordt in beginsel voor een periode van één jaar verleend. De verblijfsvergunning is geldig zolang er sprake is van een strafrechtelijk opsporings- of vervolgingsonderzoek naar of berechting in feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit waarvan aangifte is gedaan of waaraan op andere wijze medewerking is verleend.
Ten aanzien van de termijn waarbinnen op de aanvraag dient te worden beslist, wordt onderscheid gemaakt of het een aanvraag van een slachtoffer of van een getuige-aangever betreft. Op de aanvraag van een slachtoffer dient – onvoorziene omstandigheden daargelaten – binnen 24 uur nadat de aanvraag is ingediend te worden beslist. Bij een aanvraag van een getuige-aangever is het praktisch niet haalbaar binnen een dergelijke termijn te beslissen. Dit in verband met het verplicht consulteren van het OM, voordat op de aanvraag kan worden beslist.
### 4.2. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 4.2. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
De genoemde verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder de beperking als genoemd in [hoofdstuk 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=14&z=2019-10-01&g=2019-10-01) van de CTU-BES.
### 4.2.2. Arbeidsmarktaantekening
### 3.2. Vereiste bescheiden
De verblijfsvergunning wordt in beginsel voor de periode van één jaar verleend. De verblijfsvergunning is geldig zolang het OM de aanwezigheid van de vreemdeling in de openbare lichamen noodzakelijk acht.
### 6. Verlenging
De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning van het slachtoffer kan worden verlengd zolang er sprake is van een strafrechtelijk opsporings- of vervolgingsonderzoek naar of berechting in feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit ter zake waarvan aangifte is gedaan of waaraan op andere wijze medewerking is verleend.
De geldigheid van de verblijfsvergunning wordt niet verlengd als er geen sprake meer is van een strafrechtelijk opsporings- of vervolgingsonderzoek naar of berechting in feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit ter zake waarvan aangifte is gedaan of waaraan op andere wijze medewerking is verleend.
### 6.2. Verblijfsvoorwaarden getuige-aangever
### 1. Inleiding
Zodra het OM de aanwezigheid van de vreemdeling in de openbare lichamen niet langer noodzakelijk acht, komt de grond aan de verblijfsvergunning verband houdend met mensenhandel te ontvallen. Het OM doet hiervan melding aan de IND unit Caribisch Nederland en aan de getuige-aangever.
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
### 6. Verlenging
### 7.1. Algemeen
Bij de beoordeling van de verlengingsaanvraag moet de IND unit Caribisch Nederland bij het OM na gaan of er nog sprake is van een strafrechtelijk opsporings- of vervolgingsonderzoek dan wel of de berechting in feitelijke aanleg van de verdachte heeft plaatsgevonden.
### 6.3. Vereiste bescheiden
### 1. Inleiding
Een verblijfsvergunning in het kader van voortgezet verblijf wordt alleen op aanvraag verleend.
Naast de voorwaarden zoals beschreven in de [artikelen 5.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.22), [5.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.23) en [5.24 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.24) gelden ook de algemene voorwaarden zoals beschreven in [artikel 9 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9).
### 2. Voortgezet verblijf na verblijf als minderjarige in het kader van gezinshereniging
De vreemdeling die als minderjarige in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning in het kader van gezinshereniging komt na vijf jaar verblijf in aanmerking voor een zelfstandige verblijfsvergunning. Ook de minderjarige die als pleeg- of adoptiekind verblijf heeft gehad, kan onder deze voorwaarden in aanmerking komen voor voortgezet verblijf.
Wanneer de minderjarige gedurende de periode van vijf jaar meerderjarig wordt, komt hij ook in aanmerking voor voortgezet verblijf. Deze regel geldt ook wanneer het kind gedurende het grootste gedeelte van de vijf jaar meerderjarig is geweest.
Daarnaast gelden de algemene voorwaarden voor verblijf:
### 3.1. Verblijfsvoorwaarden
### 2.3. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
### 2.3.2. Arbeidsmarktaantekening
### 2.3.3. Voorschriften
### 2.4. Geldigheidsduur
### 2.3. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
Voorbeeld:
Moeder van kind heeft minimaal vijf jaar een verblijfsvergunning met als doel ‘arbeid in loondienst. Vader van het kind heeft minimaal vijf jaar een verblijfsvergunning met als doel ‘gezinsvorming of gezinshereniging’ bij zijn vrouw. Het inmiddels meerderjarige kind heeft als minderjarige minimaal vijf jaar een verblijfsvergunning met als doel ‘gezinsvorming of gezinshereniging’ bij zijn ouders gehad. Dit kind kan – als aan alle voorwaarden zijn voldaan – een verblijfsvergunning met als doel ‘voortgezet verblijf’ verkrijgen, ook al hebben ouders dit sterker verblijfsrecht (nog) niet. In een dergelijk geval heeft het kind een sterker verblijfsrecht dan zijn ouders. Dit is gerechtvaardigd omdat het kind sneller integreert in de samenleving dan de ouders en komt derhalve in aanmerking voor een sterkere verblijfsvergunning dan de ouders.
Dat de relatie op het moment van aanvragen van de vergunning voor voortgezet verblijf is verbroken, is niet van belang. Wel is van belang dat gedurende de voorafgaande periode van vijf jaar aan alle voorwaarden voor verblijf is voldaan en dat nog steeds aan de voorwaarden van artikel 9 WTU-BES wordt voldaan. Wanneer de relatie binnen een periode van vijf jaar is verbroken bestaat er in beginsel, geen recht op voortgezet verblijf.
Een echtpaar is gedurende zes jaar gehuwd geweest. Gedurende de afgelopen vijf jaar heeft de vrouw verblijf bij haar echtgenoot gehad. Gedurende deze periode is aan alle voorwaarden voor verblijf voldaan. De echtgenote verzoekt om voortgezet verblijf, omdat zij inmiddels gescheiden is van haar echtgenoot. Zij kan, mits zij aan de voorwaarden voor verblijf voldoet, in het bezit gesteld worden van de verblijfsvergunning.
Uitzondering op deze regel zijn:
Bij de beoordeling of artikel 8 EVRM aanleiding vormt om toch voortzetting van het verblijf toe te staan moet gedacht worden aan de volgende omstandigheden:
Voorbeeld 1:
Uit de (huwelijks)relatie is een kind geboren. Het kind is acht jaar oud en gaat naar school. Het kind heeft een dubbele nationaliteit, de Nederlandse en de Venezolaanse. Het kind woont bij zijn moeder, maar de vader brengt en haalt het kind twee dagen in de week naar en van school. Het kind eet dan bij hem. Hij heeft samen met de moeder regelmatig contact met de school over de voortgang van het kind en wanneer er belangrijke beslissingen genomen moeten worden doen de ouders dit samen. De ouders hebben nog regelmatig contact over het kind. De vader draagt ook bij in de kosten van levensonderhoud van het kind. De ouders zijn voor deze regeling niet naar een rechter geweest. Zij hebben de afspraken in goede harmonie gemaakt en houden zich er ook aan.
### 3.3.2. Arbeidsmarktaantekening
### 4. Voortgezet verblijf na overlijden van (huwelijks) partner
### 4.1. Verblijfsvoorwaarden
### 4.3.2. Arbeidsmarktaantekening
### 4.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 4.4. Geldigheidsduur
### 4.2. Vereiste bescheiden
### 4.3.3. Voorschrift
De IND unit Caribisch Nederland verleent de verblijfsvergunning als sprake is van aantoonbaar ondervonden (seksueel) geweld binnen de familie dat heeft geleid tot de feitelijke verbreking van de (huwelijks)relatie.
Bij een minderjarige is in verband met de leeftijd van de vreemdeling niet noodzakelijk dat de gezinsband is verbroken.
Huiselijk geweld, waaronder seksueel geweld, wordt aangetoond door:
Er zijn verschillende situaties mogelijk die kunnen leiden tot het verlenen van een verblijfsvergunning voortgezet verblijf aan slachtoffers of getuige-aangevers van mensenhandel.
Een veroordeling op grond van één van de andere in de strafzaak ten laste gelegde misdrijven is ook voldoende, als mensenhandel een onderdeel vormt van de tenlastelegging.
Om het recht op voortgezet verblijf niet geheel afhankelijk te maken van het verloop van de strafzaak zal, als de strafzaak niet tot een veroordeling leidt, doch de uitspraak anders luidt, en er wel tenminste drie jaar is verstreken tussen de verlening van de verblijfsvergunning verband houdend met de vervolging van mensenhandel en het in kracht van gewijsde gaan van de rechterlijke uitspraak, de verblijfsduur van het slachtoffer als belangrijkste humanitaire factor wegen. Hierbij is dan ook van belang dat de rechterlijke uitspraak in de strafzaak onherroepelijk is geworden.
De IND unit Caribisch Nederland kan de verblijfsvergunning voortgezet verblijf ook verlenen als:
Aanvragen om voortgezet verblijf na afloop van de verblijfsvergunning verband houdend met de vervolging van mensenhandel van vreemdelingen die niet onder één van de hierboven genoemde categorieën vallen kunnen alleen voor voortgezet verblijf in aanmerking komen als naar het oordeel van Onze Minister wegens bijzondere individuele omstandigheden van de vreemdeling niet gevergd kan worden dat hij de openbare lichamen verlaat.
### 1. Inleiding
### 5.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 5.3.1. Beperking
### 5.3.2. Arbeidsmarktaantekening
Ten aanzien van getuige-aangevers geldt evenals ten aanzien van slachtoffers van mensenhandel dat onder de veroordeling ook de veroordeling wordt verstaan op grond van één van de andere in de strafzaak ten laste gelegde misdrijven, mits mensenhandel een onderdeel vormt van de tenlastelegging.
### 5.4. Geldigheidsduur
### 5.2. Vereiste bescheiden
### 5.3.3. Voorschrift
### Hoofdstuk 16. Aanvragen om bescherming tegen terugzending
### 1. Inleiding
Een verblijfsvergunning verband houdend met bescherming kan worden verleend op grond van [artikel 12a, eerste lid, onder a, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a) indien de vreemdeling verdragsvluchteling is.
Een verdragsvluchteling is een persoon die voldoet aan de voorwaarden van artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag. Een vreemdeling kan worden erkend als vluchteling als hij afkomstig is uit een land, waarin hij gegronde vrees heeft voor vervolging vanwege:
Een vreemdeling moet als vluchteling worden aangemerkt, zodra hij voldoet aan de hierboven genoemde criteria. De beslissing om een vreemdeling als vluchteling te erkennen is declaratoir: na de vlucht wordt vastgesteld of de vreemdeling op het moment dat hij zijn land van herkomst verliet gegronde vrees voor vervolging had (zie ook réfugiés sur place).
Vervolging door derden wordt alleen aangenomen als de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat de staat, of partijen of (internationale) organisaties in het land geen bescherming kunnen of willen bieden tegen de vervolging. Om dit te kunnen beoordelen dient te worden onderzocht of de vreemdeling aangifte heeft gedaan bij de (lokale) autoriteiten en, wanneer dit niet het geval is, waarom hij dit niet heeft gedaan.
### 2.2.3. Vervolging vanwege politieke overtuiging
### 2.2.1. Discriminatie als daad van vervolging
Bepalend hiervoor is de vraag of de vreemdeling in het betreffende land het centrum van zijn activiteiten (werk, wonen, familie) heeft.
### 2.2. Vervolgingsgronden
In het geval de vreemdeling vóór zijn vlucht geen bescherming aan de autoriteiten heeft gevraagd, moet worden onderzocht waarom dat niet is gebeurd. Als dit wel is gebeurd, maar de vreemdeling heeft het na één mislukte poging niet bij een andere overheidsinstantie geprobeerd, moet worden onderzocht waarom het bij één poging is gebleven.
### 2.2.1. Discriminatie als daad van vervolging
### 2.2.3. Vervolging vanwege politieke overtuiging
Voorbeelden van een uiting van een politieke overtuiging kunnen zijn een pamflet of een journalistiek stuk of een lidmaatschap van een verboden partij. Het bestaan ervan op zich is nog niet voldoende om al een situatie aan te nemen van vervolging. Bij vervolging wordt gedoeld op een situatie waarin de autoriteiten op de hoogte zijn van genoemde situaties en in deze omstandigheden de schrijver van het stuk of het lid van een verboden partij of de bezitter van een pamflet onderwerpt aan gevangenis- of lijfstraffen vanwege het enkele feit dat zij lid zijn van de verboden partij.
### 2.2.5. Vervolging vanwege het behoren tot een sociale groep
Voor het bepalen van ‘ras’ als vervolgingsgrond kan onder andere worden afgegaan op de aspecten:
### 2.2.5. Vervolging vanwege het behoren tot een sociale groep
### 2.4. Vervolging wegens dienstweigering of desertie
Hiervan is sprake als:
Het gaat hier dus om dat deel van de (tenuitvoerlegging van de) bestraffing, waarin tot uiting komt dat de beschermingszoeker (ook) wordt gestraft om redenen die verband houden met de vervolgingsgronden in het Vluchtelingenverdrag.
waarin tot uiting komt dat hier sprake is van een discriminatoire maatregel of een andere vervolgingshandeling, die in andere gevallen niet wordt opgelegd.
De betrokkene moet dus kunnen aangeven op welke (geloofs)overtuiging hij zijn gewetensbezwaren baseert en waarom deze overtuiging zijn dienstweigering of desertie voorschrijft. De gewetensbezwaren moeten zich richten tegen het gebruik van geweld over het algemeen. Vanzelfsprekend mogen aan een goed geschoolde persoon hogere eisen worden gesteld over de wijze waarop dit wordt onderbouwd dan aan een zeer jeugdig of ongeletterd persoon.
### 2.5. Bijzondere situaties
In een dergelijke veroordeling moet zijn opgenomen dat de militaire actie als zodanig als onrechtmatig wordt aangemerkt.
Als aannemelijk is dat bestraffing zal plaatsvinden omdat de vreemdeling geweigerd heeft aan een dergelijke militaire actie deel te nemen, of omdat hij de eerst mogelijke gelegenheid heeft aangewend om te deserteren, kan dit leiden tot de conclusie dat hij vluchteling is. Wel moet worden nagegaan of de vreemdeling, voordat hij deserteerde, zich schuldig heeft gemaakt aan handelingen als genoemd in artikel 1F Vluchtelingenverdrag Als de vreemdeling zich erop beroept dat hij niet wenst te worden ingezet in een conflict tegen het volk waarvan hij deel uitmaakt, wordt dit meegewogen bij de beoordeling of er ernstige, onoverkomelijke gewetensbezwaren zijn, zoals onder b (ofwel in strijd is met de fundamentele normen die gelden tijdens een gewapend conflict) beschreven. De enkele inzet tegen eigen volk of familie is onvoldoende voor de erkenning als vluchteling. Het bestaan van de ernstige, onoverkomelijke gewetensbezwaren tegen de inzet tegen eigen volk dienen te blijken uit (al dan niet politieke) activiteiten van de vreemdeling.
Voor wat betreft de eerste subcategorie geldt als veroordeling door de internationale gemeenschap een veroordeling door:
### 2.6.2. Artikel 1B
**Ten tweede** is het mogelijk dat iemand ten gevolge van zijn eigen activiteiten buiten het land van herkomst gegronde reden heeft te vrezen voor vervolging als hij naar dat land zou terugkeren. Hierbij kan gedacht worden aan:
Vaak heeft de UNHCR geen tijd om een individueel onderzoek in te stellen en beoordeelt de UNHCR een verzoek om bescherming vooruitlopend op nader individueel onderzoek ‘prima facie’.
### 2.6.5. Artikel 1E
### 2.6.1. Algemeen
### 2.6.2. Artikel 1B
### 2.6. Artikelen 1B tot en met 1F Vluchtelingenverdrag
### 2.6.4. Artikel 1D
### 2.6.1. Algemeen
### 2.6.4. Artikel 1D
Bijvoorbeeld is het Vluchtelingenverdrag niet van toepassing op staatloze Palestijnen in Jordanië, Libanon, Syrië en in de door Israël bezette gebieden omdat zij onder het mandaat vallen van de UNRWA. In het geval een Palestijn het mandaatgebied van de UNRWA zelfstandig verlaat, valt de uitsluitingsgrond van artikel 1D, eerste paragraaf, Vluchtelingenverdrag weg en is het Vluchtelingenverdrag weer van toepassing. Dit betekent echter niet dat voor deze persoon automatisch een verblijfsvergunning voor bescherming moet worden verleend. In gevallen waarin de personen het mandaatgebied hebben verlaten en in een ander land bescherming vragen dient een individuele beoordeling van de aanvraag om bescherming plaats te vinden.
Bij de beoordeling of de vreemdeling bescherming toekomt op grond van het Vluchtelingenverdrag, wordt daarom eerst de toepasselijkheid van artikel 1F Vluchtelingenverdrag onderzocht voordat wordt bezien of de vreemdeling een verdragsvluchteling in de zin van artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag is. Voor het tegenwerpen van artikel 1F is een (buitenlands) strafvonnis niet nodig, omdat vervolging van deze misdaden niet altijd kan plaatsvinden. Wordt artikel 1F tegengeworpen, dan is de toets aan het Vluchtelingenverdrag afgerond.
Ingevolge artikel 1F zijn de bepalingen van het Vluchtelingenverdrag niet van toepassing op een persoon ten aanzien van wie er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat:
Bij de toetsing van de verschillende deelnemingsvormen aan een misdrijf, bijv. het plegen van of iemand aanzetten tot het plegen van een misdrijf of deelnemen aan een criminele organisatie moet aansluiting worden gezocht bij de artikelen 25, en 28 van het Statuut van Rome.
### 2.7. Terugzending (refoulement)
Als de vreemdeling zich erop beroept dat hij vluchteling is, moet voorafgaand aan de terugzending worden onderzocht of de terugzending van de vreemdeling naar het land van zijn nationaliteit een schending van het Vluchtelingenverdrag is. Er moet ook worden onderzocht of er andere mogelijkheden zijn om de vluchteling van het grondgebied te verwijderen zonder dat er sprake is van schending van het Vluchtelingenverdrag. Dit kan als bescherming ergens anders kan worden verleend of als één van de andere gronden van het Vluchtelingenverdrag van toepassing is (artikel 1B tot en met 1F: zie 4.2.6).
### 3.2. Individualiseringsvereiste in de jurisprudentie
De reikwijdte van artikel 3 EVRM wordt bepaald door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. De jurisprudentie blijft in ontwikkeling.
### 3.1. Foltering of onmenselijke behandeling
Indien de behandeling niet plaatsvindt door de centrale autoriteiten van een land, maar bijvoorbeeld door de lokale autoriteiten, is van belang dat de betrokkene, van wie is vastgesteld dat er een reëel risico bestaat op een dergelijke behandeling, niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van [artikel 12a, eerste lid, onder b. WTU](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a), indien is vastgesteld dat hij zich aan de gevreesde gebeurtenissen kan onttrekken door zich elders in het land van herkomst te vestigen.
### 3.3. Het verbod op uitzetting heeft een absoluut karakter
De reikwijdte van artikel 3 EVRM wordt bepaald door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. De jurisprudentie blijft in ontwikkeling.
### 3.2.4. Individuele indicaties in de persoonlijke omstandigheden
Ook indien er sprake is van mensenrechtenschendingen in de naaste omgeving van de vreemdeling bij personen die behoren tot de zelfde kwetsbare minderheidsgroep, kan dit voldoende grond zijn om beperkte indicaties aan te nemen. Onder mensenrechtenschendingen wordt in dit verband onder meer verstaan: moord, verkrachting, mishandeling, intimidatie of beroving. In deze gevallen wordt niet van de vreemdeling verlangd om aannemelijk te maken dat de betreffende mensenrechtenschendingen zijn ingegeven door het behoren tot dezelfde kwetsbare minderheidsgroep.
### 4. De beoordeling van aanvragen om bescherming
De toetsing aan het Vluchtelingenverdrag vindt plaats in de volgende volgorde:
### 4. De beoordeling van aanvragen om bescherming
Een aanvraag om bescherming kan worden afgewezen zonder statusbepaling indien aannemelijk is dat de openbare lichamen niet het eerste land van ontvangst zijn omdat de vreemdeling:
### 4.2.3. Toetsingsvolgorde bij toetsing aan artikel 3 EVRM
Op verschillende manieren kan duidelijk worden dat de vreemdeling een misdrijf heeft gepleegd:
### 4.2.3. Toetsingsvolgorde bij toetsing aan artikel 3 EVRM
Binnen het uitgangspunt dat er steeds sprake is van een individuele beoordeling, valt de toets in vier achtereenvolgende stappen uiteen. Om praktische redenen geldt de volgende volgorde:
### 4.3. Bewijslast en geloofwaardigheid
### 4.2.3. Toetsingsvolgorde bij toetsing aan artikel 3 EVRM
Ambtsberichten van de Minister van Buitenlandse Zaken van Nederland kunnen als gezaghebbende bronnen worden aangemerkt.
Wanneer wordt geconstateerd dat betrokkene bij terugkeer naar zijn land van herkomst een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM staat te wachten, dient vervolgens getoetst te worden of betrokkene een gevaar vormt voor de nationale veiligheid en openbare orde. Zo dit niet het geval is kan de vreemdeling in aanmerking komen voor een vergunning tot verblijf voor bescherming als bedoeld in [artikel 12a, eerste lid, onder b, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a). wanneer.
### 4.4.1. Algemeen
Onder gevaar voor de gemeenschap of de nationale veiligheid wordt ook verstaan de situatie waarin het verlenen van een verblijfsvergunning zou betekenen dat de openbare lichamen zouden worden tot een gastland van mensen die elders de publieke rechtsorde ernstig schokten door daden die ook naar Nederlands recht zware misdrijven zouden opleveren.
### 4.4.2. Openbare orde en het Vluchtelingenverdrag
Als de vreemdeling een verdragsvluchteling is, mag de betrokkene een verblijfsvergunning geweigerd worden en mag de vreemdeling uitgezet worden op grond van artikel 33, tweede lid, van het Vluchtelingenverdrag als:
### 5. De procedure van verzoeken om bescherming
### 5.1. Start van de procedure
Er zijn ernstige redenen om aan te nemen dat:
### 5.1. Start van de procedure
### 5.4. Geen aantekeningen in documenten
Zodra de ambtenaar belast met de grensbewaking duidelijk is dat de vreemdeling bescherming wil aanvragen, moet hij eerst beoordelen of de vreemdeling in dit kader toegang krijgt om zich in persoon op afspraak bij de IND unit Caribisch Nederland te melden. Als de ambtenaar overweegt de toegang te weigeren, moet hij hiervoor een bijzondere aanwijzing vragen aan de IND unit Caribisch Nederland. Weigering van de toegang kan bijvoorbeeld aan de orde zijn in het geval er sprake is van een claimmogelijkheid op een vervoerder of in het geval er aanleiding is voor het vermoeden dat de vreemdeling zich aan het toezicht gaat onttrekken.
Een aanvraag om bescherming kan alleen worden ingediend bij de IND unit Caribisch Nederland. Voorafgaand aan de indiening van de aanvraag dient de vreemdeling contact op te nemen met een ambtenaar belast met de grensbewaking en/of het toezicht.
In het geval de hoofdpersoon vergezeld wordt door gezinsleden die ouder zijn dan twaalf jaar, vraagt de toezichthouder de gezinsleden of zij bescherming willen omdat de hoofdpersoon problemen heeft met terugkeer of dat zij vanwege hun eigen identiteit en/of activiteiten problemen hebben met terugkeer. De IND unit Caribisch Nederland legt uit dat het verschil relevant is omdat in het geval zij zelf problemen vrezen, zij zelf een aanvraag om bescherming kunnen indienen en zij zelf gehoord worden. In het geval zij zelf niet gehoord willen worden, kunnen zij om gezinshereniging vragen en in aanmerking komen voor een afgeleide vergunning tot verblijf (zie onder 6.)
### 5.5. Aanmelding en meldplicht
### 5.7. Melding op afspraak en het indienen van de aanvraag bij de IND unit Caribisch Nederland
Aantekeningen kunnen slechts worden gesteld op een afzonderlijk los inlegblad.
### 5.5. Aanmelding en meldplicht
In het geval het om een gezin gaat, bereidt de IND unit Caribisch Nederland ook vragen voor die aan de gezinsleden gesteld worden en bepaalt de IND unit Caribisch Nederland de volgorde waarin gehoord gaat worden. De IND unit Caribisch Nederland gaat na of er nog aanvullende handelingen verricht moeten worden. Hierbij valt te denken aan het eventueel collegiaal raadplegen van de IND in Nederland vooraf, tijdens of na het gehoor met het oog op dossieronderzoek of voor nader overleg. Een planning vooraf van de duur van het gehoor en over de mogelijkheid gezinsleden separaat van elkaar te horen kunnen nuttig zijn.
De IND unit Caribisch Nederland gaat na of alle formulieren ondertekend zijn en of het dossier nu compleet is of dat er nog aandachtspunten zijn voor de beslissing op de verblijfsvergunning. Daarbij kan gedacht aan bijvoorbeeld een controle van de verblijfshistorie van betrokkene in de vreemdelingenadministratie of het maken van een aantekening in het dossier van zaken die bij het eerste persoonlijk contact opvallen, zoals bijvoorbeeld een ziek kind.Er dienen ook foto’s van de vreemdeling in het dossier aanwezig te zijn.
Nadat de IND-unit Caribisch Nederland de door de vreemdeling ondertekende aanvraagformulieren heeft gevoegd in het dossier, wordt de vreemdeling al dan niet met tussenkomst van een tolk en al dan niet in het bijzijn van een (rechts)hulpverlener gehoord over de motieven om beschermd te worden tegen terugkeer. Tevens vraagt de IND-unit Caribisch Nederland naar de gezinssamenstelling en naar de persoonsgegevens van eventuele achtergebleven gezinsleden die mogelijk later nog gezinshereniging willen vragen. Ook wordt gevraagd naar het eventuele verblijf in derde landen voorafgaand aan de komst naar de openbare lichamen.
### 5.7. Melding op afspraak en het indienen van de aanvraag bij de IND unit Caribisch Nederland
In het geval de vreemdeling het verslag corrigeert, verwerkt de IND-unit Caribisch Nederland de correcties in het verslag. De medewerker van de IND-unit Caribisch Nederland maakt het verslag definitief. In het definitieve verslag gehoor vermeldt de IND-unit Caribisch Nederland dat de vreemdeling correcties heeft voorgesteld en dat deze zijn verwerkt. De IND-unit Caribisch Nederland geeft de vreemdeling een exemplaar van het aangepaste en uitgeprinte verslag van het gehoor mee en voegt tevens een exemplaar toe aan het dossier van de vreemdeling. De datum van het gehoor en de gegevens uit het gehoor worden door de IND-unit Caribisch Nederland in het registratiesysteem vastgelegd.
### 5.9. Mededelingen omtrent wijziging van de situatie
### 5.9. Mededelingen omtrent wijziging van de situatie
### 5.10.1. Inwilligende beslissing
De IND unit Caribisch Nederland registreert de uitkomst van de beslissing en de datum van de uitreiking van de beslissing.
### 5.10.4. Bijzondere situatie: de vreemdeling krijgt geen verblijfsvergunning maar mag niet worden uitgezet
De beslissing houdt tevens een uitspraak in over de verwijdering.
Wanneer de vreemdeling tegen de afwijzing van de aanvraag om bescherming bezwaar bij de IND unit Caribisch Nederland en/of rechtstreeks beroep bij de rechtbank instelt, dan schorst dit rechtsmiddel de werking van het besluit niet. Uitzettingshandelingen kunnen dus plaatsvinden vanaf het moment van bekendmaking van de eerste afwijzende beslissing.
### 5.11. Kennisgeving van beslissingen en aanzegging van vertrek
De IND unit Caribisch Nederland registreert de uitkomst van de beslissing en de datum van de verzending van de beslissing.
De beschikking wordt in beginsel door de IND-unit Caribisch Nederland in persoon uitgereikt.
### 5.15. Doormigratie
### 5.13. Rechtsmiddelen na afwijzing van de aanvraag
Bij de uitreiking dient aan de vreemdeling, in een voor hem kenbare taal, te worden medegedeeld wat de inhoud van de beschikking is. Wanneer de aanvraag om bescherming is afgewezen dient aan de vreemdeling te worden meegedeeld dat hij het land binnen vier weken moet verlaten, of korter als op grond van de uitzetting of de openbare orde een kortere vertrektermijn is gegeven. Daarnaast dient aan de vreemdeling te worden verteld dat een bezwaarschrift de termijn niet opschort maar dat een voorlopige voorziening met het verzoek om schorsing wel mag worden afgewacht. Voorts wordt de vreemdeling verzocht om de IND unit Caribisch Nederland en de politie in kennis te stellen van eventuele rechtsmiddelen die hij instelt.
### 5.14. Regeling van het verblijf na inwilliging van de aanvraag
### 5.13. Rechtsmiddelen na afwijzing van de aanvraag
Voorts wordt hem verzocht binnen drie maanden een TBC-onderzoek te ondergaan. De IND hoeft niet op de hoogte gesteld te worden van de uitkomsten van dit onderzoek omdat het wel of niet ondergaan van dit onderzoek geen consequenties heeft voor het verblijfsrecht verband houdend met bescherming.
Het verblijfsdocument voor bepaalde tijd verband houdend met bescherming wordt verleend voor de duur van een jaar. Op het document komt de aantekening ‘Arbeid is vrij toegestaan’.
Voorts wordt hem verzocht binnen drie maanden een TBC-onderzoek te ondergaan. De IND hoeft niet op de hoogte gesteld te worden van de uitkomsten van dit onderzoek omdat het wel of niet ondergaan van dit onderzoek geen consequenties heeft voor het verblijfsrecht verband houdend met bescherming.
### 7. Herhaalde aanvraag
Het huwelijk of partnerschap moet reeds bestaan hebben in het buitenland en er moet sprake zijn geweest van samenwoning in het land van herkomst. Een traditioneel huwelijk wordt gelijkgesteld aan partnerschap.
Wanneer de gezinsleden zijn ingereisd met een mvv, dienen zij zich te melden bij de IND unit Caribisch Nederland voor het indienen van een aanvraag voor een vergunning tot tijdelijk verblijf om redenen verband houdend met bescherming. Hiernaar wordt verwezen in de brieven bij de afgifte van de mvv. Ook gezinsleden die zijn ingereisd zonder een mvv, dienen zich voor het indienen van deze aanvraag te vervoegen bij de IND unit Caribisch Nederland.
De afgeleide vergunning tot verblijf verband houdend met bescherming wordt ook voor één jaar verleend.
### 7. Herhaalde aanvraag
De vreemdeling kan zich in verbinding stellen met de IND unit Caribisch Nederland om een afspraak te maken voor de indiening van een tweede of opvolgende aanvraag. Op de afgesproken datum wordt de vreemdeling in de gelegenheid gesteld de aanvraagformulieren te ondertekenen. De vreemdeling wordt gevraagd de nieuwe feiten en omstandigheden te noemen. Indien de IND unit Caribisch Nederland constateert dat er sprake is van een herhaling van hetgeen al in de eerdere procedure naar voren is gebracht, wordt het gehoor gestopt. De IND unit Caribisch Nederland brengt in dit geval de politie of de ambtenaar belast met de grensbewaking, direct – telefonisch en schriftelijk – van het voorlopig oordeel op de hoogte dat de betrokkene de afronding van de procedure niet mag afwachten. Een voorlopige voorziening gericht tegen het vertrek mag, indien er geen nieuwe feiten en omstandigheden zijn, niet worden afgewacht.
### 9.1. Verblijfsbeëindiging omdat de grond voor bescherming is vervallen
In het geval wel sprake is van nieuw gebleken feiten en/of omstandigheden is er geen sprake van een herhaalde maar van een opvolgende aanvraag en wordt gehandeld als bij een eerste aanvraag.
Zodra de vreemdeling een aanvraag heeft ingediend om verlenging van het verblijf verband houdend met bescherming, beoordeelt de IND unit Caribisch Nederland of de gronden voor bescherming nog steeds van toepassing zijn.
In het geval wel sprake is van nieuw gebleken feiten en/of omstandigheden is er geen sprake van een herhaalde maar van een opvolgende aanvraag en wordt gehandeld als bij een eerste aanvraag.
### 8. Verlenging van de verblijfstitel
Ook hangende de geldigheid van de vergunning tot verblijf kan verblijfsbeëindiging worden ingezet. In dit geval wordt een intrekkingsprocedure gestart.
### 2.3.2. In mindering brengen van beroepstermijn op de vertrektermijn
### 9.2. Verblijfsbeëindiging in verband met onjuiste gegevens
Wanneer na afgifte van de vergunning tot tijdelijk verblijf verband houdend met bescherming blijkt dat de vergunning is verleend op onjuiste gegevens die door de vreemdeling zijn verstrekt, kan de vergunning worden ingetrokken en het rechtmatig verblijf van de vreemdeling worden beëindigd. Hetzelfde geldt als de vreemdeling gegevens heeft achtergehouden. De intrekking dient te berusten op het uitgangspunt dat de vergunning nimmer zou zijn verstrekt als op het moment van de verlening de feiten bekend waren geweest zoals ze nu bekend zijn geworden.
### 2.3.4. Onthouden van een vertrektermijn
In een aantal gevallen wordt de vreemdeling geen vertrektermijn gegund (zie [artikel 16a, derde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16a)). Dit geldt voor de vreemdeling:
### 1. Inleiding
### 1. Inleiding
### 2.3.3. Verkorten van de vertrektermijn
### 2.4. Reisdocumenten
Wanneer een vreemdeling niet beschikt over geldige reisdocumenten, moet hij hier zoveel mogelijk zelf voor zorgen.
### 2.3.1. De algemene termijn van vier weken
De vertrektermijn kan in de volgende gevallen verkort worden in het belang van de uitzetting:
### 2.4. Reisdocumenten
Aantekeningen over verwijdering mogen nooit worden geplaatst in de identiteits- of reisdocumenten van:
Wanneer een vreemdeling niet beschikt over geldige reisdocumenten, moet hij hier zoveel mogelijk zelf voor zorgen.
### 2.4.1. Het stellen van aantekeningen in reisdocumenten
Een verzoek om een voorlopige voorziening mag niet in de openbare lichamen worden afgewacht:
### 3.3. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
### 3.5. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
### 5. Vreemdelingen in de strafrechtketen
### 6. Ongewenstverklaring
### 6. Ongewenstverklaring
Nadat de vreemdeling tweemaal een op basis van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) strafbaar gesteld feit heeft begaan, wordt zijn ongewenstverklaring voorgesteld aan de hand van de opgemaakte processen-verbaal, transactie of strafbeschikking.
Het betreft hier vreemdelingen van wie het verblijfsrecht, door intrekking of het niet-verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning, is beëindigd. Dit op grond van een onherroepelijk geworden veroordeling voor een misdrijf, waarbij een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van drie maanden of langer is opgelegd (zie [artikel 14, onder a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=14)). De veroordeling moet een misdrijf betreffen waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd. Als aan een vreemdeling de maatregel als bedoeld in [artikel 39, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=39) is opgelegd, kan dit inhouden dat het verblijfsrecht pas bij verlenging van die maatregel kan worden beëindigd. Na intrekking van het verblijfsrecht of het niet-verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning kan tot ongewenstverklaring worden overgegaan.
### 6.2. Gronden voor ongewenstverklaring
Een taakstraf is:
Het betreft hier vreemdelingen die geen toelating van rechtswege of geen verblijfsvergunning hebben. Zij kunnen ongewenst worden verklaard vanwege het vormen van een gevaar voor de openbare orde of voor de nationale veiligheid. Vreemdelingen kunnen een gevaar voor de nationale veiligheid vormen zonder dat een strafrechtelijke veroordeling vereist is. Het gevaar voor de nationale veiligheid moet blijken uit concrete aanwijzingen, waarbij kan worden gedacht aan ambtsberichten van de AIVD, de Dienst Nationale Recherche, ((inter)nationale) ministeries of inlichtingendiensten.
Tegen een beschikking waarbij de vreemdeling ongewenst is verklaard, kan binnen vier weken een bezwaarschrift worden ingediend. De ongewenstverklaring heeft onmiddellijke werking en de vreemdeling wordt in principe uitgezet. Het indienen van een bezwaarschrift leidt er niet toe dat de werking van het besluit wordt opgeschort (zie [artikel 16a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16a)).
### 6.4. Opheffing van de ongewenstverklaring
### 6.4.1. Inleiding
De hier bedoelde aantekening luidt: ‘ongewenst verklaard op (datum beschikking Minister)’.
Aantekeningen mogen nooit worden geplaatst in een document voor grensoverschrijding of identiteitsbewijs van een vreemdeling die om bescherming vraagt.
### 6.4.2. Aanvraag
Tegen het besluit op bezwaar staat beroep bij de rechtbank open.
### 6.4.3. Termijnen
Aantekeningen mogen nooit worden geplaatst in een document voor grensoverschrijding of identiteitsbewijs van een vreemdeling die om bescherming vraagt.
Een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd of onbepaalde tijd wordt niet ambtshalve aangemerkt als een aanvraag om opheffing van de ongewenstverklaring.
De ongewenstverklaring wordt alleen op aanvraag van de vreemdeling opgeheven. Dit volgt uit [artikel 16e WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16e).
### 6.4.4. De inhoud van de aanvraag
Indien naar het oordeel van Onze Minister sprake is van zwaarwegende belangen die zich verzetten tegen opheffing van de ongewenstverklaring na vijf jaren, wordt in afwijking van de termijn als genoemd onder a, onder 2 de aanvraag ingewilligd nadat de daar bedoelde vreemdeling ten minste tien achtereenvolgende jaren buiten Nederland heeft verbleven.
### 6.5.1. Inleiding
Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring vindt alleen plaats in zeer uitzonderlijke en dringende gevallen. Aan de tijdelijke opheffing worden voorwaarden gesteld ten aanzien van de plaats van binnenkomst en de duur van het verblijf in de openbare lichamen (zie [artikel 8.6 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=8.6)).
### 6.5.2. Inhoud van het verzoek
Indien naar het oordeel van Onze Minister sprake is van zwaarwegende belangen die zich verzetten tegen opheffing van de ongewenstverklaring na vijf jaren, wordt in afwijking van de termijn als genoemd onder a, onder 2 de aanvraag ingewilligd nadat de daar bedoelde vreemdeling ten minste tien achtereenvolgende jaren buiten Nederland heeft verbleven.
### 6.5.3. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing
### 6.5. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
Aan de overkomst van de vreemdeling worden de volgende voorwaarden gesteld:
### 2. Maatregelen
### Hoofdstuk 18. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
### 2.2. Vrijheidsontnemende maatregelen
Aan de overkomst van de vreemdeling worden de volgende voorwaarden gesteld:
### 2.1. Vrijheidsbeperkende maatregelen
Op verzoek van de vreemdeling wordt zo snel mogelijk mededeling gedaan van de uitvoering van een maatregel op grond van [artikel 2o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2o), [15b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=15b) of [15c, eerste lid WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=15c). De mededeling wordt gedaan aan de naaste verwanten en aan een in het Koninkrijk gevestigde diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de staat waarvan de vreemdeling onderdaan is. Er wordt tijdens de contacten met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging geen mededeling gedaan omtrent een door de vreemdeling ingediende toelatingsaanvraag.
De [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) kent vier vrijheidsontnemende maatregelen:
### 2.2.1. Mededeling van vrijheidsontnemende maatregelen
De ambtenaar belast met grensbewaking, het toezicht op vreemdelingen of de hulpofficier van justitie die een vreemdeling een maatregel op grond van [artikel 2o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2o), [artikel 15b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=15b) of [artikel 15c, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=15c) oplegt, brengt de IND unit Caribisch Nederland, namens de Minister, hiervan op de hoogte door middel van een vastgesteld model (zie [artikel 7.6 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=7.6)). Dit gebeurt vóór het verstrijken van de in [artikel 22l, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22l) genoemde termijn. Deze mededeling aan De Minister vindt ook plaats als de maatregel inmiddels is opgeheven. In verband met de kennisgeving van De Minister aan het Gerecht of een beroep bij de rechtbank van de vreemdeling tegen één van deze maatregelen wordt een aantal noodzakelijke bescheiden aan De Minister verzonden.
### 2.2. Vrijheidsontnemende maatregelen
Er wordt sterk terughoudend gehandeld bij vrijheidsontneming van minderjarigen. Voor deze groep wordt extra aandacht besteed aan het gebruik van minder ingrijpende maatregelen dan vrijheidsontneming.
### 3. Beroep
### Hoofdstuk 19. Rechtsmiddelen
### 1. Inleiding
### 2. Bezwaar en beroep algemeen
### 3. Beroep
De IND-unit Caribisch Nederland kan besluiten een dergelijk beroepschrift als een bezwaarschrift te behandelen. Dit gebeurt in de volgende gevallen:
Een bezwaarschrift mag worden ingediend door de volgende personen (zie [artikel 7, WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455&artikel=7)):
Wanneer een bezwaarschrift niet voldoet aan (één van) de hierboven genoemde vereisten, dan stelt de IND-unit Caribisch Nederland de indiener van het bezwaarschrift in de gelegenheid om binnen een termijn van twee weken alsnog het verzuim te herstellen.
### 2.2. Opschorting van de werking van het (afwijzende) besluit
De IND-unit Caribisch Nederland wijst een verzoek om uitstel af bij wijziging van de rechtshulpverlener.
Als de IND-unit Caribisch Nederland de streeftermijn niet haalt, verlengt de IND-unit Caribisch Nederland deze termijn eenmaal met ten hoogste dertig dagen. De IND-unit Caribisch Nederland zendt hiervan tijdig bericht aan de bezwaarde en eventuele andere partijen.
Beschikkingen genomen op grond van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) hebben onmiddellijke werking. Het instellen van een rechtsmiddel schorst de werking ervan in beginsel niet. In individuele gevallen kan dit anders worden bepaald. In de volgende situaties zal de IND-unit Caribisch Nederland hiertoe in ieder geval niet overgaan), indien:
In het geval de vreemdeling een rechtsmiddel aanwendt maakt de IND-unit Caribisch Nederland een aantekening wat dit voor de opschorting van het aangezegde vertrek van de vreemdeling betekent. De IND-unit Caribisch Nederland stelt of plaatst in het identiteitspapier/document voor grensoverschrijding van een vreemdeling een aantekening waaruit blijkt dat op welke datum bezwaar of beroep en/of een voorlopige voorziening is ingediend. In het geval van een lopende procedure over bescherming maakt de IND-unit Caribisch Nederland de aantekening op een los inlegblad.
### 2.2. Opschorting van de werking van het (afwijzende) besluit
In het geval de vreemdeling bezwaar of beroep instelt tegen een beschikking waarbij hem verder verblijf wordt ontzegd, neemt de IND-unit Caribisch Nederland het verblijfsdocument niet in als de uitzetting hangende het bezwaar of beroep mag worden afgewacht.
De IND-unit Caribisch Nederland haalt de genoemde aantekening door als het bezwaarschrift ongegrond is verklaard. Deze doorhaling wordt door de ambtenaar die de doorhaling verricht gedateerd en van zijn paraaf voorzien.
Wanneer het Gerecht in Eerste Aanleg een verzoek om schorsing toewijst, wordt de werking van de beschikking onmiddellijk gestuit totdat over het beroep uitspraak is gedaan (zie [artikel 88 WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455&artikel=88)).
Een vreemdeling mag een verzoek om een voorlopige voorziening, gericht tegen de uitzetting afwachten, tenzij:
In het geval de vreemdeling een rechtsmiddel aanwendt maakt de IND-unit Caribisch Nederland een aantekening wat dit voor de opschorting van het aangezegde vertrek van de vreemdeling betekent. De IND-unit Caribisch Nederland stelt of plaatst in het identiteitspapier/document voor grensoverschrijding van een vreemdeling een aantekening waaruit blijkt dat op welke datum bezwaar of beroep en/of een voorlopige voorziening is ingediend. In het geval van een lopende procedure over bescherming maakt de IND-unit Caribisch Nederland de aantekening op een los inlegblad.
De IND-unit Caribisch Nederland is verplicht om bij de beschikking mededeling te doen van de mogelijkheid van het indienen van beroep en de termijn waarbinnen het beroepschrift moet zijn ingediend bij het Gerecht in Eerste Aanleg ([artikel 16, lid 4, WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455&artikel=16)). De beroepstermijn bedraagt, in afwijking van de [WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455), vier weken.
### 2.5. Hoger beroep
Als betrokkene verblijft op Bonaire, dan moet het beroepschrift worden gestuurd naar de Griffie van het Gerecht in Eerste Aanleg te Bonaire.
Als betrokkene verblijft op Saba of Sint Eustatius, dan moet het beroepschrift worden gestuurd naar de Griffie van het Gerecht in Eerste Aanleg te Sint Maarten.
### 3. Bijzondere rechtsmiddelen in de situatie van vrijheidsontneming
Het Gerecht in Eerste Aanleg kan aanvullende informatie inwinnen bij de IND-unit Caribisch Nederland, maar ook bij andere overheidsinstanties.
### 2.5. Hoger beroep
Een vreemdeling kan in hoger beroep gaan bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Wanneer een vreemdeling in hoger beroep gaat, moet hij een kopie van het hoger beroepschrift aan de Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel (dus de IND-unit Caribisch Nederland) verzenden.
### 3. Bijzondere rechtsmiddelen in de situatie van vrijheidsontneming
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: ‘arbeid niet toegestaan met uitzondering van arbeid van bijkomende aard; TWV vereist’.
### 6.1. Beperking
### 6.2. Arbeidsmarktaantekening
Het verblijfsrecht van de hoofdpersoon/student is tijdelijk (zie [artikel 5.3, tweede lid, onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.3)). [Artikel 5.9, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.9) en bovenstaande beleidsregel maken het mogelijk dat ook in dat geval een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verband houdend met gezinshereniging kan worden verleend.
### 6.3. Voorschriften
Het volgen van een studie/opleiding is primair gericht op voltooiing ervan. Daarom is een verklaring van de onderwijsinstelling nodig, waaruit blijkt dat voltooiing van de studie/opleiding binnen het resterende deel van de maximale verblijfsduur mogelijk is. De vreemdeling legt deze verklaring over bij de aanvraag om wijziging van de beperking van de verblijfsvergunning. Wanneer van opleiding wordt veranderd binnen dezelfde onderwijsinstelling legt de vreemdeling deze verklaring over bij de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning.
### Hoofdstuk 8. Gepensioneerden en renteniers
### Hoofdstuk 8. Gepensioneerden en renteniers
### 1.9.3.2. Duurzaamheid middelen van bestaan
### 1.9.3.3. Voldoende middelen van bestaan
### 1.9.4. Openbare orde en nationale veiligheid
### 1.9.4.1. Eerste verblijfsaanvaarding
### 1.9.5. Medisch onderzoek
### 1.9.6. Niet voldoen aan de beperking
### 1.9.4.1. Eerste verblijfsaanvaarding
### 1.11. Vertrektermijn
### 1.10. Gevolgen van de afwijzing
### 1.12.1. Verlengen van de vergunning
### 1.12.3. Gronden intrekking
### 1.12.2. Wijzigen van de vergunning
### 1.12.3.2. Voortzetting verblijf na intrekking verblijfsvergunning
### 2. De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd
### 2.1. Algemeen
### 2.2. Systematiek
Strafbare feiten die buiten het Koninkrijk zijn gepleegd of bestraft, worden ook betrokken bij de beoordeling van het gevaar voor de openbare orde als het strafbare feiten naar het recht van de openbare lichamen zijn. Dat geldt ook als het strafbare feit naar buitenlands recht een overtreding, maar naar het recht van de openbare lichamen een misdrijf is. Of het feit naar het recht van de openbare lichamen een misdrijf is wordt beoordeeld aan de hand van de strafbepalingen in het [Wetboek van Strafrecht BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570) (op dit moment het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen) of de bijzondere strafwetten van de openbare lichamen. De vreemdeling verschaft zelf alle relevante gegevens en bescheiden met betrekking tot de strafbare feiten en de afdoening. Er wordt met het OM contact opgenomen voor de vraag welke straf in de openbare lichamen voor het strafbare feit zou worden gevorderd.
### 1.12.3.1. Besluit tot intrekking
### 2. De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd
### 2.1. Algemeen
[Artikel 5.45, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.45) stelt dat de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd wordt verleend aan de vreemdeling direct voorafgaand aan de aanvraag of op het moment van de beslissing op de aanvraag gedurende een ononderbroken periode van tenminste vijf jaren houder is van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor een niet-tijdelijk doel, als de vreemdeling:
### 3. Procedurele bepalingen
### 3.1.2. Aanvraagprocedure mvv ingediend door de referent
### 3.1.3. Afgifte mvv
### 3.1.4. Samenloop aanvraagprocedures
### 3.1.5. Mvv en verlening verblijfsvergunning bepaalde tijd
### 3.2.1. De vereisten voor het indienen van de aanvraag
### 3.3. Aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd
### 3.5. Specifieke bepalingen procedure verblijfsvergunning (on)bepaalde tijd
### 3.6. Leges
### 3.6. Leges
### 3.7. Behandeling van de aanvraag
### 3.7.1. Herstel verzuim
### 3.6. Leges
### 3.7. Behandeling van de aanvraag
Dat geldt voor:
Na bekendmaking van de inwilligende beschikking door de IND unit Caribisch Nederland aan de vreemdeling, moet aan de vreemdeling een verblijfsdocument worden verstrekt waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt.
### 3.7.5.1. Algemene regels
### 3.8. Overgangsrecht
### 3.7.3. Rechtmatig verblijf hangende besluitvorming
### 3.8.3. Voortgezet verblijf na vijf jaar
### 3.7.5.2. Weigering verlenging en wijziging beperking
### 3.8. Overgangsrecht
### 1.1. Samenhang tussen de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) en de [Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437)
### 2. Buitenlandse werknemers voor wie een TWV is vereist
### 2.3. Procedure bij het loket van IND-BES (1-loket procedure)
De werkgever vraagt ten behoeve van de vreemdeling die in de openbare lichamen arbeid in loondienst wil gaan verrichten, bij het loket van IND-BES zoveel mogelijk gelijktijdig een TWV én een mvv voor het verrichten van arbeid in loondienst aan. Als de vreemdeling niet mvv-plichtig is, dient de werkgever bij het loket een aanvraag om een TWV in en dient de vreemdeling, zoveel mogelijk gelijktijdig, een aanvraag in om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst. Als de vreemdeling zelf de aanvraag om een mvv indient bij de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in zijn land van herkomst of bestendig verblijf, wordt deze aanvraag ter afhandeling doorgezonden naar de IND unit Caribisch Nederland. Na ontvangst van deze mvv-aanvraag wordt de werkgever door de IND unit Caribisch Nederland uitgenodigd om bij het loket een TWV-aanvraag in te dienen.
### 2.4. Samenhang beslissing aanvraag TWV en verblijfsvergunning
### 2.3.2. Procedure gezinsleden bij het loket van IND-BES
### 2.6. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 2.4. Samenhang beslissing aanvraag TWV en verblijfsvergunning
### 2.6.2. Arbeidsmarktaantekening
### 2.6.3. Voorschrift
In afwachting van de beslissing op de aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst plaatst de IND unit Caribisch Nederland een verblijfsaantekening in het paspoort of identiteitsbewijs van de vreemdeling.
Als in de hiervoor genoemde gevallen ten behoeve van de vreemdeling een TWV is afgegeven, is daarmee ook aangetoond dat is voldaan aan het vereiste om zelfstandig te beschikken over voldoende middelen van bestaan (zie [artikel 5.33 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.33)). De in [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=3&z=2015-10-01&g=2015-10-01) genoemde bewijsstukken inkomsten uit arbeid in loondienst hoeven dan niet overgelegd te worden.
### 2.5. Geldigheidsduur: relatie met de TWV
Vreemdelingen die werkzaam zijn (geweest) op Nederlandse zeeschepen en die hun verlof willen doorbrengen in de openbare lichamen, komen op deze grond niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. Deze vreemdelingen mogen zonder verblijfsvergunning voor bepaalde tijd in de openbare lichamen binnenkomen en er verblijven voor de duur van maximaal drie maanden (zie [artikel 4.3 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.3)).
### 4.3.2. Verblijfsvoorwaarden
### 4.3.2. Verblijfsvoorwaarden
### 4.3.3.1. Beperking
### 4.3.3.1. Beperking
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder de beperking ‘voor arbeid in loondienst als stagiair bij ...(naam werkgever)’ c.q. ‘voor arbeid in loondienst als praktikant bij... (naam werkgever)’.
### 4.3.3.2. Arbeidsmarktaantekening
De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor stagiaires beloopt maximaal één jaar.
### 4.3.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 4.4.1. Inleiding
Vreemdelingen mogen als toerist in de openbare lichamen binnenkomen en er in beginsel maximaal drie maanden verblijven zonder verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd (zie [artikel 4.2, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.2)). Deze periode van drie maanden is de vrije termijn.
### 4.3.4. Geldigheidsduur
Deze meldplicht geldt niet als de vreemdeling (zie [artikel 6.38, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.38)):
### 4.4.1. Inleiding
### 4.4.2. Meldplicht
### 4.5. Van rechtswege toegelaten vreemdelingen
De TWV-plicht voor de werkgever geldt niet in het volgende geval:
### 4.6. Directeuren-(groot)aandeelhouders
### 5.1. Inleiding
Werkloosheid kan wel van invloed zijn op het verblijfsrecht van de buitenlandse werknemer die in het bezit is van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst. Bij werkloosheid is de buitenlandse werknemer verplicht dit onmiddellijk te melden aan de korpschef (zie [artikel 6.39 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.39)), omdat hij hierdoor niet langer voldoet aan de beperking waaronder de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is verleend.
### 5.5. Samenwerking met de arbeidsbemiddelingsorganisatie en SZW-BES
### 6. Strafbepalingen in de WTU-BES
### 1. Inleiding
### 1. Inleiding
Onder ‘zaak’ in de zin van de [Wet vestiging bedrijven BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028164) wordt verstaan:
### 4.1. Beperking
### 4.1. Beperking
### 1. Inleiding
Het Gemeenschappelijk Hof van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba heeft op 15 december 2014 uitspraak gedaan inzake de uitleg van artikel 3 van het Protocol bij het Nederlands-Amerikaans verdrag inzake vriendschap, handel en scheepvaart.
Onderdanen van de Verenigde Staten van Amerika mogen in de openbare lichamen verblijven:
Overigens zijn de onderdanen van de Verenigde Staten van Amerika in de openbare lichamen onderworpen aan de voor vreemdelingen in het algemeen geldende bepalingen van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571). Dit geldt zowel op het gebied van toegang en verblijf als op het gebied van de gronden waarop hun verblijf of voortzetting van verblijf kan worden ontzegd (zie artikel II, vierde lid, van het Verdrag).
### 2.2. Vereiste bescheiden arbeid als zelfstandige op grond van het Verdrag
### 2. Voorwaarden
### 3. Arbeid in loondienst
### 2.3. Vereiste bescheiden arbeid in loondienst als sleutelpersoneel op grond van het Verdrag
### 5.1. Beperking en arbeidsmarktaantekening
### 5.1. Beperking en arbeidsmarktaantekening
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt, al naar gelang de situatie, verleend onder de beperking:
Uitgangspunten:
Het starten van een studie in de vrije termijn zonder in het bezit te zijn van een geldige mvv heeft dus twee gevolgen:
### 5.1. Beperking en arbeidsmarktaantekening
### 5. Vereiste bescheiden
### 5. Vereiste bescheiden
### 6.1. Beperking
### 6.1. Beperking
### 6.3. Voorschriften
### 1. Inleiding
### 8. Gezinshereniging
### 3. Reguliere gepensioneerden en renteniers
### 3.2. Verblijfsvoorwaarden
### 1. Inleiding
### 4. Overwinteraars
Overwinteraars zijn Nederlanders en vreemdelingen die gedurende een periode van maximaal zes maanden per jaar in de openbare lichamen verblijven, veelal gedurende de wintermaanden in het land van herkomst.
### 5. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 3.1. Inleiding
### 3.3. Vereiste bescheiden
Er moet altijd gecontroleerd worden of de vreemdeling hoofdverblijf heeft in de betreffende woning in de openbare lichamen. Dit kan bijvoorbeeld aangetoond worden doordat blijkt dat de vreemdeling op het adres van de woning ingeschreven staat bij Burgerzaken.
### Hoofdstuk 9. Investeerders
De verblijfsvergunning biedt de mogelijkheid aan kapitaalkrachtige vreemdelingen om een langere periode in de openbare lichamen te kunnen verblijven zonder dat zij zich zakelijk moet vestigen in de openbare lichamen of hoofdverblijf moeten hebben in de openbare lichamen.
### 2. Verblijfsvoorwaarden
### 3. Vereiste bescheiden
Als de verblijfsvergunning van de hoofdpersoon vervalt dan vervalt eveneens de verblijfsvergunning van de gezinsleden.
### 5. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### Hoofdstuk 10. Vrijwilligers
Als een vreemdeling vrijwilligerswerk verricht voor maximaal 12 weken binnen een periode van 52 weken, dan is hiervoor geen TWV vereist. Aangezien de vreemdeling in dat geval ook binnen de vrije termijn verblijft, hoeft hij ook geen verblijfsvergunning voor bepaalde tijd aan te vragen.
### 2. Verblijfsvoorwaarden
Ten aanzien van deze voorwaarden zijn de beleidsregels met betrekking tot de algemene voorwaarden van artikel 9, eerste lid, WTU-BES van toepassing. Deze staan in [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=3&z=2019-10-01&g=2019-10-01).
### 3. Vereiste bescheiden
Bij verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor verblijf als vrijwilliger, moet de schriftelijke garantstelling worden ondertekend door de organisatie voor wie men als vrijwilliger werkt, mits deze solvabel is.
### 5.2. Arbeidsmarktaantekening
### 4.3. Voorschriften
### 1. Inleiding
Voor de overige verblijfsvoorwaarden en de vereiste bescheiden wordt verwezen naar [hoofdstuk 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=11&z=2019-10-01&g=2019-10-01) CTU-BES.
### 1.1. Inleiding
### 4.2. Arbeidsmarktaantekening
### 2.1. Verblijfsvoorwaarden
Gelegaliseerde/geapostilleerde akten:
Ook als de in de openbare lichamen verblijvende hoofdpersoon met een andere man of vrouw duurzaam samenleeft, komen de wettelijke echtgenote en de eventuele gezinsleden niet voor een verblijfsvergunning in aanmerking. Als de polygame situatie is beëindigd, bijvoorbeeld door overlijden of door een echtscheiding die naar het internationaal privaatrecht van de openbare lichamen is erkend, staat de vroegere polygame situatie niet aan verlening van de verblijfsvergunning in de weg.
### 2.3. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
### 2.3.1. Beperking
### 2.3.1. Beperking
### 2.3.2. Arbeidsmarktaantekening
Aan huwelijken gesloten binnen of buiten de openbare lichamen kunnen geen rechten voor het verkrijgen van een verblijfstitel worden ontleend. Andere criteria, zoals voldoende geldelijke middelen, moeten worden overlegd om een vergunning tot tijdelijk verblijf in het kader van gezinsvorming te verkrijgen.
### 4.1. Verblijfsvoorwaarden
Een verklaring van ongehuwd zijn mag niet ouder zijn dan zes maanden na afgifte door de daartoe bevoegde autoriteiten. De termijn van zes maanden wordt gezien als een redelijke termijn waarbinnen men wordt geacht niet (opnieuw) in het huwelijk te zijn getreden. Uiteraard wordt een bewijs van ongehuwd zijn dat minder dan zes maanden oud is in geval van contra-indicaties niet geaccepteerd. Hierbij valt te denken aan de situatie dat een vier maanden oud bewijs van ongehuwd zijn, wordt overgelegd en een echtscheidingsakte waaruit blijkt dat een huwelijksontbinding binnen die vier maanden heeft plaatsgevonden.
### 4.3. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
### 4.3.1. Beperking
### 4.3.1. Beperking
### 4. Relatie
Als het gestelde rechtmatig gezag niet met gelegaliseerde bescheiden wordt aangetoond, wordt de aanvraag afgewezen.
Akten:
De ouders verliezen niet het ouderlijk gezag over het kind.
### 5.2. Vereiste bescheiden
### 5.3. Kinderen geboren uit rechtmatig verblijvende ouders
### 5.3.2. Vereiste bescheiden
### 5.4. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: 'arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’. Beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd in het kader van verruimde gezinshereniging kan, op grond van [artikel 5.9, lid 2, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.9), op aanvraag worden verleend aan vreemdelingen van 60 jaar of ouder die in de openbare lichamen willen verblijven bij hun kind(eren). Het gaat hier dus om ouders op leeftijd, die bij een volwassen kind willen komen wonen.
### 6.1. Bijzondere vereisten voor toelating
### 6.2. Vereiste bescheiden
### 5.4.3. Voorschrift
Aan de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden van het sluiten van een voldoende ziektekostenverzekering, met inbegrip van de kosten die zijn verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.
In de volgende gevallen kan ook sprake zijn van familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM:
### 6. Verruimde gezinshereniging
### 7.4. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘uitoefenen van het gezinsleven conform artikel 8 EVRM bij (naam)’.
### 7.4.2. Arbeidsmarktaantekening
### 1. Inleiding
Het verschil tussen buitenlandse adoptiekinderen en buitenlandse pleegkinderen is een juridisch verschil.
Bij buitenlandse adoptie gaat het om een minderjarig kind van niet-Nederlandse nationaliteit, dat niet in de openbare lichamen is geboren en dat, als gevolg van een erkende buitenlandse adoptiebeslissing, geldt als kind van de adoptanten. Dit betekent dat de banden tussen de biologische ouders en het adoptiekind ophouden te bestaan, dat zij afstand hebben gedaan van het kind en dat de adoptiefouders in familierechtelijke band komen te staan tot dat kind. Het gaat ook om een permanente situatie.
### 2. Adoptiekinderen
### 3.1. Verblijfsvoorwaarden
Om te kunnen bepalen of weigering van (voortzetting van) het verblijf van de vreemdeling in strijd is met artikel 8 EVRM, moeten alle relevante feiten en omstandigheden van het geval worden bekeken en tot uitdrukking worden gebracht in een belangenafweging. Welke belangen bij de belangenafweging moeten worden betrokken, hangt af van de concrete individuele casus. Van belang is dat het altijd gaat om de feitelijke situatie in het individuele geval, die per casus zal verschillen. Aangezien het gaat om de beoordeling en afweging van diverse belangen van verschillende aard, komt in beide gevallen aan de overheid een zekere beoordelingsvrijheid (a certain margin of appreciation) toe.
### 3.2. Vereiste bescheiden
### 3.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 3.4. Geldigheidsduur
Als de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding wordt dat niet tegengeworpen.
De aanvraag wordt afgewezen als uit de medische verklaring met betrekking tot het buitenlandse pleegkind niet blijkt dat in redelijkheid niet valt aan te nemen dat het kind lijdt aan een gevaarlijke besmettelijke of langdurige lichamelijke of geestelijke ziekte.
### 1. Inleiding
De aanvraag wordt afgewezen als niet door middel van officiële gelegaliseerde documenten wordt aangetoond dat de ouder(s) of wettelijke vertegenwoordiger, of (indien zij zijn overleden of een onbekende verblijfplaats hebben) de autoriteiten in het land van herkomst instemmen met het verblijf van het kind in het gezin van de aspirant-pleegouders. Alleen als het recht van het land van herkomst dit vereist, is naast instemming van de ouder(s) of de wettelijke vertegenwoordiger ook instemming van de autoriteiten van het land van herkomst vereist.
### 2.1. Algemeen
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
### 2.3.1. Algemeen
De verblijfsvergunning krijgt dezelfde geldigheidsduur als de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd van de hoofdpersoon. Als de hoofdpersoon een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd heeft of Nederlander is, bedraagt de geldigheidsduur vijf jaren.
Aan de meerderjarige vreemdeling die het Nederlanderschap heeft verloren, omdat hij na de totstandkoming van zijn naturalisatie of optie heeft nagelaten al het mogelijke te doen om zijn oorspronkelijke nationaliteit te verliezen, kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd of onbepaalde tijd worden verleend.
### 3.2. Verblijfsvoorwaarden voor een vergunning voor bepaalde tijd
Het gevaar voor de openbare orde wordt beoordeeld aan de hand van de maatstaven die zijn aangelegd voor verblijfsbeëindiging. Bij de vaststelling van de verblijfsduur wordt mede betrokken de periode waarin de vreemdeling als Nederlander in de openbare lichamen heeft verbleven. Onder strafmaat wordt verstaan de totale duur van de vrijheidsbenemende straffen of maatregelen, met inbegrip van die welke bij al dan niet onherroepelijk geworden uitspraak zijn opgelegd in de periode waarin de vreemdeling het Nederlanderschap bezat en in de periode na het verlies van het Nederlanderschap.
Het gaat hier om een vrijwillige handeling. De vreemdeling realiseert zich dat hij toch niet zijn oorspronkelijke wil verliezen en kiest er daarom zelf voor om afstand te doen van de Nederlandse nationaliteit, voordat hij hiertoe wordt gedwongen. De vreemdeling moet binnen twee jaar nadat hij de verklaring van afstand heeft afgelegd een aanvraag om een verblijfsvergunning indienen.
### 4. Oud-Nederlanders ([artikel 15, eerste lid, aanhef onder b, RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=15))
Als [artikel 7 Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=7) van toepassing is, wordt de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
### 8.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
Aan personen die een verzoek als bedoeld in [artikel 17 RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=17) hebben ingediend tot vaststelling van het Nederlanderschap kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden verleend.
Nadat het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba een negatieve uitspraak heeft gedaan op het verzoek ex [artikel 17 RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=17), wordt de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning niet afgewezen om de enkele reden dat niet meer wordt voldaan aan de beperking waaronder de vergunning is verleend, als:
### 2.1. Verblijfsvoorwaarden slachtoffer mensenhandel
Mensenhandel is een grove schending van de rechten van de mens en een ernstig misdrijf. Het delict is strafbaar gesteld in [artikel 286f van het Wetboek van Strafrecht BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=286f). Dit artikel ziet op mensenhandel in het algemeen, daaraan gerelateerde vormen van uitbuiting en het trekken van profijt daaruit.
Hoewel het merendeel van de slachtoffers van mensenhandel vrouw is, is in dit hoofdstuk afgezien van het hanteren van de meer gangbare term ‘vrouwenhandel’. Dit om eventuele verwarring te voorkomen, omdat ook mannelijke en minderjarige slachtoffers een beroep kunnen doen op de procedure die in dit hoofdstuk is beschreven.
### 8.6.1. Verblijfsvoorwaarden
### 3. Getuige-aangever
### 3.2. Vereiste bescheiden
### 2.2. Vereiste bescheiden
Mensenhandel is gericht op uitbuiting. Bij de strafbaarstelling van mensenhandel staat het belang van het individu steeds voorop. Dat belang is het behoud van zijn of haar lichamelijke en geestelijke integriteit en persoonlijke vrijheid.
Het begrip mensenhandel bevat de volgende elementen:
### 4.2.1. Beperking
### 4.2.2. Arbeidsmarktaantekening
### 4.2.3. Voorschrift
Aan de verlening van de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden dat de vreemdeling voldoet aan de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting (zie [artikel 5.4, eerste lid, aanhef en onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.4)).
Ten aanzien van de termijn waarbinnen op de aanvraag dient te worden beslist, wordt onderscheid gemaakt of het een aanvraag van een slachtoffer of van een getuige-aangever betreft. Op de aanvraag van een slachtoffer dient – onvoorziene omstandigheden daargelaten – binnen 24 uur nadat de aanvraag is ingediend te worden beslist. Bij een aanvraag van een getuige-aangever is het praktisch niet haalbaar binnen een dergelijke termijn te beslissen. Dit in verband met het verplicht consulteren van het OM, voordat op de aanvraag kan worden beslist.
### 4.2. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 4.2.3. Voorschrift
### 6.1. Verblijfsvoorwaarden slachtoffermensenhandel
### 6.2. Verblijfsvoorwaarden getuige-aangever
### Hoofdstuk 15. Voortgezet verblijf
### 1. Inleiding
In de regel kan een verblijfsvergunning met als doel voortgezet verblijf pas na vijf jaar rechtmatig verblijf worden aangevraagd. In die vijf voorafgaande jaren moet de vreemdeling verblijf hebben gehad in het kader van gezinshereniging of gezinsvorming.
### 2.1. Verblijfsvoorwaarden
Wanneer niet aan de voorwaarden voor verblijf wordt voldaan, betekent dit niet zonder meer dat de vergunning wordt geweigerd. Individuele omstandigheden kunnen altijd een rol spelen. (zie verder paragraaf 5.).
Als het gaat om een meerderjarig kind dat nog feitelijk bij zijn ouders woont, studeert en financieel afhankelijk is van zijn ouders, dan mag het inkomen van de ouders meegenomen worden bij de middeleneis.
### 3. Voortgezet verblijf voor de overige gezinsleden
### 3.3.1. Beperking
### 3.3.3. Voorschrift
### 4. Voortgezet verblijf na overlijden van (huwelijks) partner
Er kan ook sprake zijn van objectieve belemmeringen om het gezinsleven buiten de openbare lichamen voort te zetten. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan:
In dat geval is het volgende van belang: hij die stelt toont aan. Niet de IND-unit Caribisch Nederland toont aan dat het niet zo is, de vreemdeling bewijst dat het wel zo is.
### 4.2. Vereiste bescheiden
### 3.2. Vereiste bescheiden
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder de beperking: ‘voortgezet verblijf’’.
### 3.3.2. Arbeidsmarktaantekening
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
### 3.4. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
### 5.2. Vereiste bescheiden
### 5.3.1. Beperking
### 5.3.3. Voorschrift
### Hoofdstuk 16. Aanvragen om bescherming tegen terugzending
Als een getuige-aangever aangifte heeft gedaan en de aangifte uiteindelijk heeft geleid tot een veroordeling van de verdachte(n), moet bij de beoordeling van het risico van represailles per geval bezien worden of zwaar gewicht dient te worden toegekend aan deze veroordeling. Als de veroordeling de conclusie rechtvaardigt dat in geval van de getuige-aangever bij terugkeer naar het land van herkomst gevaar voor represailles aanwezig is, kan hieraan doorslaggevende betekenis worden toegekend bij de belangenafweging op grond van [artikel 5.24 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.24).
### 5.3.2. Arbeidsmarktaantekening
### 2.2. Vervolgingsgronden
### 2. Bescherming op grond van het Vluchtelingenverdrag
### 2.2.2. Vervolging vanwege godsdienst
### 2.2.3. Vervolging vanwege politieke overtuiging
### 2.2.5. Vervolging vanwege het behoren tot een sociale groep
### 2.4. Vervolging wegens dienstweigering of desertie
### 2.5.1. Refugiés sur place
### 2.5.2. Als de UNHCR de vreemdeling heeft erkend als vluchteling
### 2.5. Bijzondere situaties
### 2.6.3. Artikel 1C
### 2.5.3. Minderjarige vreemdelingen
### 2.6.6. Artikel 1F
### 3. Bescherming in het EVRM tegen foltering of onmenselijke behandeling
### 2.6.6. Artikel 1F
Om artikel 1F tegen te kunnen werpen dient er sprake zijn van een ernstig vermoeden dat de betrokken vreemdeling heeft deelgenomen aan een misdrijf vallend onder artikel 1F. De bewijslast hierbij ligt in dit bijzondere geval bij de Minister.
### 3.2. Individualiseringsvereiste in de jurisprudentie
In het geval is vastgesteld dat een vreemdeling een vluchteling is, dan mag deze vreemdeling niet – op welke wijze dan ook – worden teruggezonden naar een land waar zijn leven of vrijheid zou worden bedreigd wegens de in artikel 1A Vluchtelingenverdrag genoemde gronden (het gebod van non-refoulement; zie artikel 33, eerste lid, Vluchtelingenverdrag).
### 3.2.2. De mensenrechten van een bevolkingsgroep worden systematisch geschonden
### 3.1. Foltering of onmenselijke behandeling
### 3.2.4. Individuele indicaties in de persoonlijke omstandigheden
Wanneer er in het land van herkomst sprake is van een uitzonderlijk slechte veiligheidssituatie, kan de vreemdeling in aanmerking komen voor bescherming om de enkele reden dat hij uit dit land komt (zie de uitspraak N.A. tegen het Verenigd Koninkrijk, EHRM 17 juli 2008, nr 25904/07). Van een uitzonderlijke situatie als hier bedoeld zal slechts zelden sprake zijn en er zijn nog geen voorbeelden van bekend. In de jurisprudentie zal dit criterium verder uitgewerkt worden. Het zal in ieder geval moeten gaan om een situatie gaan waarin heel veel gebruik wordt gemaakt van dodelijke wapens zodat het gevaar om een dodelijk slachtoffer te worden heel erg groot is.
### 4. De beoordeling van aanvragen om bescherming
### 3.2.2. De mensenrechten van een bevolkingsgroep worden systematisch geschonden
In beginsel wordt ervan uitgegaan dat de mensenrechtenschendingen die ten aanzien van de vreemdeling zelf of in zijn naaste omgeving hebben plaatsgevonden, voldoende grond opleveren voor het oordeel dat de vreemdeling bij terugkeer – opnieuw dan wel alsnog – een reëel risico zal lopen op een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM. Dit kan echter anders zijn, als er sprake is van een aanzienlijk tijdsverloop tussen de desbetreffende mensenrechtenschendingen en het vertrek uit het land van herkomst en de vreemdeling gedurende die periode geen nieuwe problemen heeft ondervonden.
### 4.2. Toetsingsvolgorde
### 3.2.4. Individuele indicaties in de persoonlijke omstandigheden
Ook indien er sprake is van mensenrechtenschendingen in de naaste omgeving van de vreemdeling bij personen die behoren tot de zelfde kwetsbare minderheidsgroep, kan dit voldoende grond zijn om beperkte indicaties aan te nemen. Onder mensenrechtenschendingen wordt in dit verband onder meer verstaan: moord, verkrachting, mishandeling, intimidatie of beroving. In deze gevallen wordt niet van de vreemdeling verlangd om aannemelijk te maken dat de betreffende mensenrechtenschendingen zijn ingegeven door het behoren tot dezelfde kwetsbare minderheidsgroep.
### 4.2.2. Toetsingsvolgorde bij toetsing aan het Vluchtelingenverdrag
### 4.2.3. Toetsingsvolgorde bij toetsing aan artikel 3 EVRM
Hierbij kan het gestelde onder artikel 1C van het Vluchtelingenverdrag worden betrokken.
### 4.3. Bewijslast en geloofwaardigheid
Hierbij kan het gestelde onder artikel 1C van het Vluchtelingenverdrag worden betrokken.
### 4.4. Openbare orde en nationale veiligheid
### 4.4.1. Algemeen
### 4.4.2. Openbare orde en het Vluchtelingenverdrag
### 4.4.3. Openbare orde en artikel 3 EVRM
### 5. De procedure van verzoeken om bescherming
### 5.1. Start van de procedure
### 5.2. Situatie in bewaring
### 5.3. Handelingen in het kader van het toezicht
### 5.1. Start van de procedure
### 5.6. Voorbereidende handelingen van de IND unit Caribisch Nederland
### 5.8. Het horen van de vreemdeling en de beslissing
Onder vreemdelingen die bescherming verzoeken wordt in dit verband ook begrepen vreemdelingen wier verzoek om bescherming is afgewezen of die hun verzoek om bescherming hebben ingetrokken. In deze gevallen is het plaatsen van aantekeningen echter wel mogelijk als de vreemdeling niet langer enige procedure voert over zijn verzoek om bescherming én
### 5.4. Geen aantekeningen in documenten
### 5.10.2. Ingangsdatum
### 5.10.3. Afwijzende beslissing met de beslissing dat de vreemdeling mag worden uitgezet
Van dergelijke feiten of omstandigheden moet de IND unit Caribisch Nederland onmiddellijk in kennis worden stellen in verband met de consequenties voor de beschikking Het kan ook voorkomen dat de IND unit Caribisch Nederland in verband met de voorbereiding van de beslissing op de aanvraag nog nadere informatie behoeft. In voorkomende gevallen zal de politie gevraagd worden deze informatie te verzamelen.
### 5.13. Rechtsmiddelen na afwijzing van de aanvraag
### 5.14. Regeling van het verblijf na inwilliging van de aanvraag
### 6. Afgeleide status voor gezinsleden en nareizende gezinsleden
### 5.13. Rechtsmiddelen na afwijzing van de aanvraag
Als de vreemdeling minvermogend is kan hij voor de indiening van een beroep een rechtsbijstandverlener via een toevoeging vragen.
### 5.15. Doormigratie
### 9.1. Verblijfsbeëindiging omdat de grond voor bescherming is vervallen
### Hoofdstuk 17. Vertrek, uitzetting en ongewenstverklaring
De IND unit Caribisch Nederland maakt zo spoedig mogelijk een beslissing op de aanvraag en stelt, indien mogelijk, de vreemdeling hiervan schriftelijk in kennis. De politie wordt eveneens geïnformeerd.
### 8. Verlenging van de verblijfstitel
Ook hangende de geldigheid van de vergunning tot verblijf kan verblijfsbeëindiging worden ingezet. In dit geval wordt een intrekkingsprocedure gestart.
Als blijkt dat de houder van een vergunning tot tijdelijk verblijf verband houdend met bescherming een strafbaar feit heeft gepleegd op de openbare lichamen, stelt de politie de IND unit Caribisch Nederland hiervan zo snel mogelijk in kennis. De IND unit Caribisch Nederland toetst aan het beleidskader voor de openbare orde en beoordeelt of er aanleiding bestaat het toegestane verblijf te beëindigen.
### 2.2. Vertrek naar een ander land dan het land van herkomst
De vreemdeling van wie het rechtmatig verblijf is geëindigd, moet de openbare lichamen op eigen gelegenheid binnen vier weken (vertrektermijn) verlaten. Dit is op grond van [artikel 16a, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16a). De vertrektermijn van vier weken gaat in nadat het rechtmatig verblijf is geëindigd. Voldoet de vreemdeling niet aan deze verplichting, dan kan uitzetting aan de orde zijn.
### 2.3.4. Onthouden van een vertrektermijn
In een aantal gevallen wordt de vreemdeling geen vertrektermijn gegund (zie [artikel 16a, derde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16a)). Dit geldt voor de vreemdeling:
### 2.4.1. Het stellen van aantekeningen in reisdocumenten
### 3.7. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
Indien geen van de bovenstaande opties mogelijk is:
Van belang is dat in het kader van de uitzetting nooit aan de autoriteiten van het land van herkomst van de vreemdeling, noch aan autoriteiten van het land van doorreis of bestemming, wordt meegedeeld dat de vreemdeling eerder om bescherming heeft gevraagd. Er worden ook geen documenten verstrekt waaruit dit blijkt. Om te voorkomen dat deze informatie de genoemde autoriteiten bereikt, mag ook nooit aan het personeel van de vervoersmaatschappij waarmee de vreemdeling wordt uitgezet, worden meegedeeld dat de vreemdeling bescherming heeft gevraagd. Er wordt alleen aangegeven dat de vreemdeling geen rechtmatig verblijf in de openbare lichamen (meer) heeft.
### 3.2. Geen uitzetting ondanks de vertrekplicht
In de volgende gevallen vindt vooralsnog geen uitzetting plaats ondanks het feit dat de vertrekplicht is ingegaan:
### 6. Ongewenstverklaring
### 3.4. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
Middels model MBES18 worden vooraf alle revelante omstandigheden gemeld. Het gaat hierbij om informatie over het gedrag van de vreemdeling en medische omstandigheden. Dit kan van belang zijn voor de veiligheid in het algemeen of de veiligheid van de ambtenaren die belast zijn met de begeleiding tijdens de vlucht. Als het gedrag van de vreemdeling daartoe aanleiding geeft, kan de KMar besluiten de vreemdeling te begeleiden tijdens de vlucht.
### 6.2. Gronden voor ongewenstverklaring
De taakstraf komt in plaats van een gevangenisstraf. In het geval dat de vreemdeling wordt veroordeeld tot het verrichten van een taakstraf wordt de duur van de door de rechter bepaalde vervangende hechtenis als uitgangspunt genomen. Dit betekent dat iedere taakstraf wordt tegengeworpen ongeacht de duur van de taakstraf. Het is niet vereist dat de uitspraak onherroepelijk is geworden.
### 6.3. Procedurele aspecten
### 6.4.2. Aanvraag
### 6.4.3. Termijnen
### 6.4. Opheffing van de ongewenstverklaring
### 6.4.2. Aanvraag
Een ongewenstverklaring op grond van een gevaar voor de nationale veiligheid wordt alleen op aanvraag opgeheven als de vreemdeling ten minste tien jaren onafgebroken buiten de openbare lichamen verbleef. Zolang de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid wordt de ongewenstverklaring echter niet opgeheven. Het gevaar voor de nationale veiligheid is geweken als dat blijkt uit ambtsberichten van de AIVD, de Dienst Nationale Recherche, ((inter)nationale) ministeries of inlichtingendiensten.
### 2.1. Vrijheidsbeperkende maatregelen
### 6.4.4. De inhoud van de aanvraag
Het verzoek moet minimaal de volgende gegevens bevatten:
### 1. Inleiding
### 2. Bezwaar en beroep algemeen
### 2.2.3. Het lichten van vreemdelingen
### 2.2. Opschorting van de werking van het (afwijzende) besluit
### 2.3. Het verzoek om een voorlopige voorziening
### 2.4. Beroep
### 2.3. Het verzoek om een voorlopige voorziening
Mocht een toerist langer dan voornoemde drie maanden op het grondgebied van de openbare lichamen willen verblijven, dan is dit mogelijk. De vrije termijn van drie maanden kan verlengd worden met maximaal drie maanden. Er moet wel sprake zijn van bijzondere omstandigheden als bedoeld in [artikel 4.4, eerste lid, onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.4). Dit wordt per individueel geval beoordeeld. Voor de aanvraag tot verlenging van de vrije termijn moet de toerist leges betalen.
Op grond van vigerende visumregelgeving zijn piloten en andere bemanningsleden van luchtvaartuigen die gedurende een aaneengesloten periode van niet langer dan 48 uur geland zijn, en geen gevaar opleveren voor de openbare orde en veiligheid uitgezonderd van de visumplicht.
### 7.1.4. Transitpassagiers van vliegtuigen
Op grond van [artikel 2v, tweede lid, onder c, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2v) worden geen stempels aangebracht in de documenten voor grensoverschrijding van zeelieden die slechts gedurende het afmeren van hun schip in de binnengevaren haven van de openbare lichamen verblijven.
Op grond van [artikel 4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.2) en [4.3 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.3) mogen bemanningsleden van zeeschepen de openbare lichamen binnenkomen zonder toelating tot verblijf. De toelating tot verblijf vervalt op het tijdstip van vertrek van het zeeschip (zie [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=2&z=2019-10-01&g=2019-10-01) CTU-BES).
### 7.1.5. Zeelieden
### Hoofdstuk 2. Toelating van rechtswege
### 1. Inleiding
Voor de regels over de verplichting tot aanmelding na binnenkomst bij de Korpschef wordt verwezen naar hoofdstuk 1 ‘Toegang’, paragraaf 4.6 ‘Aanmelding na binnenkomst in de openbare lichamen’.
Ten aanzien van toelating van rechtswege is in dit hoofdstuk het volgende onderscheid gemaakt:
### 2. Nederlanders
### 2.1. Algemeen
De toegang en toelating van Nederlanders tot de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba worden sinds 10 oktober 2010 beheerst door de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571).
### 2.2. Uitleg [artikel 1a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=1a)
Als de Nederlander binnen deze zes maanden op het grondgebied van de openbare lichamen wil werken, dan moet de Nederlander een verklaring van rechtswege aanvragen. Aan deze aanvraag zijn leges verbonden. Zie hiervoor de [Regeling toelating en uitzetting BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028815). Voor de opsomming van vereisten en bescheiden wordt verwezen naar paragraaf 3.2.2 van dit hoofdstuk.
### 2.3. Toelating van rechtswege
### 2.3.1. Toepassing van [artikel 5a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5a)
### 3. Bijzondere categorieën
### 3.1. Bijzondere categorieën
Zolang de vreemdeling militair is en is gestationeerd in de openbare lichamen.
### 3.2. De toekenning van de toelating van rechtswege
### 3.2.2. Vereiste bescheiden
### 3.2.3. Verklaring
Deze beëindigingsgrond geldt voor alle in [artikel 3, eerste, vijfde en zesde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) genoemde categorieën. Dit betekent dat als niet meer aan de daar genoemde beschrijving van de betreffende categorie wordt voldaan, de toelating van rechtswege eindigt.
De periode, bedoeld in [artikel 3, eerste lid, onder g, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) wordt niet onderbroken door een verblijf buiten de openbare lichamen voor studiedoeleinden of wegens geneeskundige behandeling, tenzij de vreemdeling aangeeft zijn toelating tot de openbare lichamen te willen opgeven (zie [artikel 4, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=4)). De toelating van rechtswege van de in artikel 3, eerste lid, onder g, WTU-BES bedoelde vreemdeling wordt geacht te zijn vervallen als de vreemdeling niet binnen een jaar na de voltooiing van zijn studie of de beëindiging van de geneeskundige behandeling is teruggekeerd naar de openbare lichamen (zie artikel 4, tweede lid, WTU-BES).
De volgende categorieën hebben verblijf in de vrije termijn in de openbare lichamen voor maximaal drie maanden per tijdvak van zes maanden, als bedoeld in [artikel 5a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5a):
### 4.1. Algemeen
Bemanningsleden van schepen (zeelieden) en luchtvaartuigen mogen zonder toelating bij vergunning verleend in de openbare lichamen binnenkomen en er verblijven gedurende een periode van maximaal drie maanden binnen een tijdvak van zes maanden, met dien verstande dat hun toelating vervalt op het tijdstip van vertrek van het schip of luchtvaartuig (zie [artikel 4.3 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.3)).
### 4.2.2. Bemanningsleden van schepen en luchtvaartuigen
### 4.3. Verklaring
### 4.4. Uitzondering op de termijn
Behalve voor de categorieën als genoemd in paragraaf 4.2 geldt er op grond van [artikel 4.4 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.4) voor sommige gevallen een afwijkende termijn gedurende welke het aan vreemdelingen is toegestaan in de vrije termijn in de openbare lichamen te verblijven:
### Hoofdstuk 3. Toelating bij vergunning verleend
### 1.1. Inleiding
### 1.2. Beperking
### 1.5. Aantekening tijdelijk verblijfsrecht
### 1.4. Arbeidsmarktaantekening
### 1.5. Aantekening tijdelijk verblijfsrecht
### 1.6. Aantekening omtrent beroep op de publieke middelen
### 1.7. Voorschriften
Als het voorschrift tot schriftelijke garantstelling aan de verblijfsvergunning is verbonden, betekent dit dat een in de openbare lichamen gevestigde solvabele derde een schriftelijke garantstelling ondertekent (MBES26), waarmee hij zich garant stelt voor de kosten die voor de staat en andere openbare overheden voortvloeien uit het verblijf van de vreemdeling in de openbare lichamen, en voor de kosten van terugkeer van de vreemdeling naar een plaats buiten de openbare lichamen waar zijn toelating is gewaarborgd.
### 1.8. De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
### 1.9. Afwijzingsgronden van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
### 1.9.1. Mvv-vereiste
### 1.9.1.1. Vrijstellingen
De persoon die feitelijk in de openbare lichamen verblijft en bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba een [artikel 17 RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=17) verzoek heeft ingediend tot vaststelling van zijn vermeende Nederlanderschap, wordt in het algemeen niet de openbare lichamen uitgezet als dat verzoek naar het oordeel van Onze Minister niet klaarblijkelijk van elke grond ontbloot is. In dat geval kan de vreemdeling, onder omstandigheden, in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, in afwachting van de beslissing op het artikel 17 RWN verzoek.
### 1.9.1.2. Toetsing van de vrijstellingscategorie
### 1.9.1.3. Hardheidsclausule
### 1.9.2. Geldig document voor grensoverschrijding
### 1.9.3. Middelen van bestaan
### 1.9.3.2. Duurzaamheid middelen van bestaan
### 1.9.3.3. Voldoende middelen van bestaan
### 1.9.4. Openbare orde en nationale veiligheid
### 1.9.6. Niet voldoen aan de beperking
### 1.11. Vertrektermijn
### 1.12. Verlenging en intrekking van de verblijfsvergunning voor (on)bepaalde tijd
### 1.12.3. Gronden intrekking
### 1.12.3.2. Voortzetting verblijf na intrekking verblijfsvergunning
### 2.2. Systematiek
### 2.3. Intrekking van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd
### 3.1. De mvv-aanvraag
### 3.1.1. Aanvraagprocedure mvv ingediend door de vreemdeling
### 3.1.2. Aanvraagprocedure mvv ingediend door de referent
### 3.1.3. Afgifte mvv
### 3.1.5. Mvv en verlening verblijfsvergunning bepaalde tijd
### 3.2. De aanvraag om een verblijfsvergunning voor (on)bepaalde tijd
### 3.2.1. De vereisten voor het indienen van de aanvraag
### 3.4. Onderbouwende gegevens en bescheiden
### 3.5. Specifieke bepalingen procedure verblijfsvergunning (on)bepaalde tijd
Wanneer moeten de leges worden terugbetaald:
Als niet wordt voldaan aan de vereisten voor het in behandeling nemen van de aanvraag biedt de IND unit Caribisch Nederland de vreemdeling de gelegenheid om binnen twee weken het verzuim te herstellen. Deze termijn is echter niet bedoeld om de vreemdeling alsnog in de gelegenheid te stellen om inhoudelijk aan de voorwaarden te voldoen. Als het gaat om het overleggen van een geldig document voor grensoverschrijding, dan geeft de IND unit Caribisch Nederland de aanvrager vier weken de tijd om dit verzuim te herstellen.
### 3.7.4. Bevoegdheid
### 3.7.5. Bekendmaking
### 3.7.5.1. Algemene regels
Een verklaring, inhoudende dat de Landsverordening toelating en uitzetting niet op de houder ervan van toepassing is, wordt, indien een vreemdeling daarvan de houder is en deze op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet woonplaats heeft op Bonaire, Sint Eustatius of Saba, aangemerkt als een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, afgegeven op grond van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571).
### 1. Inleiding
### 1.1. Samenhang tussen de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) en de [Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437)
### 2.1. Verblijfsvoorwaarden
### 2.2. Vereiste bescheiden
### 2.3.1. 1-loket procedure
### 3. Buitenlandse werknemers voor wie een TWV niet is vereist
### 3.1. Verblijfsvoorwaarden
### 3.2.1. Vreemdelingen met aantekening ‘arbeid vrij toegestaan’
### 4.3. Stagiaires en praktikanten
Hier gelden de beleidsregels zoals vermeld in 2.6.3.
### 4.3.4. Geldigheidsduur
### 4.4. Kortdurende arbeid (maximaal drie maanden)
### 4.3.5. Voortzetting van verblijf
### 4.4. Kortdurende arbeid (maximaal drie maanden)
### 4.4.3. Arbeidsovereenkomst of stage voor maximaal drie maanden
### 4.4.4. Grensarbeiders
### 4.5. Van rechtswege toegelaten vreemdelingen
### 5.2. Ongeoorloofde tewerkstelling
### 5.3. Werkloosheid
### 5.3.1. Houders van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd
### 6. Strafbepalingen in de WTU-BES
Ten aanzien van deze voorwaarden zijn de beleidsregels met betrekking tot de algemene voorwaarden van [artikel 9, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9) van toepassing. Deze staan in [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=3&z=2019-10-01&g=2019-10-01).
### 5.5. Samenwerking met de arbeidsbemiddelingsorganisatie en SZW-BES
### 4.3. Voorschriften
### 4.3. Voorschriften
### Hoofdstuk 6. Het Nederlands-Amerikaans vriendschapsverdrag
### 1. Inleiding
### 2.2. Vereiste bescheiden arbeid als zelfstandige op grond van het Verdrag
Bij een BV en een NV kan het aanzienlijk kapitaal worden aangetoond met de oprichtingsakte.
### 1. Inleiding
### 5. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 4. Verblijfsvoorwaarden
### 1. Inleiding
### 3. Aanvraag gedurende verblijf in de vrije termijn
### 4. Verblijfsvoorwaarden
De vreemdeling moet aantonen dat hij voor een studie aan één van de hiervoor genoemde in de openbare lichamen gevestigde onderwijsinstellingen voor voltijds hoger onderwijs is of zal worden ingeschreven. Dit kan hij aantonen door een verklaring te overleggen die is afgegeven door het College van Bestuur of het bevoegd gezag van de onderwijsinstelling.
### 6.2. Arbeidsmarktaantekening
### 7. Het verrichten van arbeid
### 9. Verandering van opleiding of onderwijsinstelling
Een pensioenuitkering moet op het tijdstip waarop de aanvraag om een verblijfsvergunning is ontvangen of de beschikking wordt gegeven nog ten minste één jaar beschikbaar zijn. Dit kan worden aangetoond met een verklaring of brief van het pensioenfonds.
Het enkel voldoen aan de voorwaarden van de fiscale ‘penshonado/rentenierregeling’ is op zichzelf geen grond voor toelating.
### 4.2. Verblijfsvoorwaarden
### 3. Vereiste bescheiden
### 5.3. Arbeidsmarktaantekening
### 5.1. Beperking
### 1. Inleiding
### 4. Gezinshereniging
### 5. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 4. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder de beperking: ‘verblijf als vrijwilliger’.
### 5.3. Voorschriften
Gezinsvorming wordt gedefinieerd als: ‘gezinshereniging van de echtgenoot, geregistreerd partner of niet-geregistreerde partner, voor zover de gezinsband tot stand is gekomen op een tijdstip waarop de hoofdpersoon in de openbare lichamen hoofdverblijf had.’
### 2.2. Vereiste bescheiden
### 1.1. Inleiding
### 2.3.2. Arbeidsmarktaantekening
### 1.3. Beleid gezinsvorming
Op grond van [artikel 5.10 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.10) en [artikel 5.12 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.12) wordt, zolang de vreemdeling of de hoofdpersoon met meer dan één andere persoon tegelijkertijd door een huwelijk of een (al dan niet geregistreerd) partnerschap is verbonden, de verblijfsvergunning maar aan één echtgenoot, geregistreerd partner of partner tegelijkertijd verleend, en aan de uit die vreemdeling geboren (minderjarige) kinderen.
### 2.3.1. Beperking
### 2.3.2. Arbeidsmarktaantekening
### 2.3.3. Voorschrift
### 2.4. Geldigheidsduur
### 3. Schijnhuwelijk
### 4.1. Verblijfsvoorwaarden
### 4.3.1. Beperking
### 4.3.2. Arbeidsmarktaantekening
### 4.3.3. Voorschrift
### 4.4. Geldigheidsduur
### 5. Minderjarige kinderen
### 5.1. Verblijfsvoorwaarden
Aan de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden van het sluiten van een voldoende ziektekostenverzekering, met inbegrip van de kosten die zijn verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.
### 5.3. Kinderen geboren uit rechtmatig verblijvende ouders
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
### 5.4. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
### 6.3.1. Beperking
### 7.4.1. Beperking
### 7.4.2. Arbeidsmarktaantekening
### 7.5. Geldigheidsduur
### Hoofdstuk 12. Buitenlandse adoptiekinderen en buitenlandse pleegkinderen
### 1. Inleiding
### 3.3.1. Beperking
### Hoofdstuk 13. Wedertoelating
### 2.1. Algemeen
Als oud-Nederlanders kunnen in ieder geval worden aangemerkt:
De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd kan worden verleend aan de vreemdeling die:
### 8.6.2. Vereiste bescheiden
### 8.6.3. Geldigheidsduur
### 8.5. Aard van het verblijfsrecht
### 8.6. Verlenging geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
### 1. Inleiding
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
### 4.2.1. Beperking
De IND unit Caribisch Nederland trekt de verblijfsvergunning vervolgens in.
### 6.1. Verblijfsvoorwaarden slachtoffermensenhandel
De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning van het slachtoffer kan worden verlengd zolang er sprake is van een strafrechtelijk opsporings- of vervolgingsonderzoek naar of berechting in feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit ter zake waarvan aangifte is gedaan of waaraan op andere wijze medewerking is verleend.
### 7.1. Algemeen
### 1. Inleiding
### 3. Voortgezet verblijf voor de overige gezinsleden
### 2.3.2. Arbeidsmarktaantekening
### 2.3.3. Voorschriften
In dit geval is er geen noemenswaardige band tussen vader en kind en ook geen reden om daarom woonachtig te blijven op de openbare lichamen.
Een vrouw die stelt dat haar kind niet zal worden toegelaten tot het land waar zij naar toe terug moet keren, dient dit aan te tonen door het overleggen van een schriftelijke verklaring van de autoriteiten van dat land. Uit deze verklaring moet blijken dat het kind niet wordt toegelaten tot het land van herkomst van de moeder.
Er kan ook sprake zijn van objectieve belemmeringen om het gezinsleven buiten de openbare lichamen voort te zetten. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan:
### 3.3.1. Beperking
### 3.3.3. Voorschrift
### 4.2. Vereiste bescheiden
### 4.3.1. Beperking
### 4.3.1. Beperking
### 4.3.2. Arbeidsmarktaantekening
### 4.3.3. Voorschrift
### 4.4. Geldigheidsduur
### 5.3.1. Beperking
### 5.3.2. Arbeidsmarktaantekening
### 5.3.3. Voorschrift
### 5.4. Geldigheidsduur
### 2.2. Vervolgingsgronden
### 2.2.2. Vervolging vanwege godsdienst
### 2.2.4. Vervolging vanwege nationaliteit en ras
### 2.4. Vervolging wegens dienstweigering of desertie
Een resolutie van het Europees Parlement en een verklaring van de Secretaris-Generaal van de VN kunnen niet als zodanig worden beschouwd.
### 2.5. Bijzondere situaties
### 2.5.2. Als de UNHCR de vreemdeling heeft erkend als vluchteling
Een bij het Vluchtelingenverdrag aangesloten land heeft een eigen bevoegdheid op het gebied van de statusbepaling en de beslissing of een verblijfsvergunning wordt verleend. De plicht van ieder aangesloten land tot samenwerking met UNHCR zoals deze is vastgelegd in artikel 35 van het Vluchtelingenverdrag doet hier niet aan af. Wanneer de UNHCR een vreemdeling al als vluchteling heeft erkend, hoeft dit oordeel dus niet te worden overgenomen.
### 2.6.2. Artikel 1B
### 2.6. Artikelen 1B tot en met 1F Vluchtelingenverdrag
### 2.6.4. Artikel 1D
### 2.6.5. Artikel 1E
### 3.2.3. Kwetsbare minderheidsgroep
### 3.2.3. Kwetsbare minderheidsgroep
### 3.3. Het verbod op uitzetting heeft een absoluut karakter
### 4.1. Afwijzing zonder statusbepaling
### 4.2.1. Algemeen
### 4.2.2. Toetsingsvolgorde bij toetsing aan het Vluchtelingenverdrag
### 4.4.2. Openbare orde en het Vluchtelingenverdrag
### 4.4.3. Openbare orde en artikel 3 EVRM
### 5.2. Situatie in bewaring
### 5.3. Handelingen in het kader van het toezicht
Vervolgens wordt telefonisch een afspraak gemaakt voor de vreemdeling(en) voor een gesprek met de IND unit Caribisch Nederland op het openbare lichaam waar hij verblijft.
### 5.8. Het horen van de vreemdeling en de beslissing
### 5.10.2. Ingangsdatum
### 5.10.1. Inwilligende beslissing
### 5.10.3. Afwijzende beslissing met de beslissing dat de vreemdeling mag worden uitgezet
### 5.11. Kennisgeving van beslissingen en aanzegging van vertrek
### 5.11. Kennisgeving van beslissingen en aanzegging van vertrek
### 5.12. Vertrek van de vreemdeling
Zolang de noodzaak tot bescherming blijft bestaan en er geen contra-indicaties bekend zijn die tot verblijfsbeëindiging aanleiding geven, kan het verblijfsdocument worden verlengd met een jaar. De vreemdeling kan in dat geval worden vrijgesteld van het vereiste om in het bezit te zijn van een geldig document voor grensoverschrijding.
### 2.1. Het vorderen van medewerking aan de voorbereiding van vertrek
### 2.3. Vertrektermijnen
### 2.3.1. De algemene termijn van vier weken
### 2.3.2. In mindering brengen van beroepstermijn op de vertrektermijn
### 2.3.4. Onthouden van een vertrektermijn
### 3. Uitzetting
### 3.1. Inleiding
### 3.4. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
### 5. Vreemdelingen in de strafrechtketen
### 4. Bericht van vertrek of uitzetting
### 5. Vreemdelingen in de strafrechtketen
### 6. Ongewenstverklaring
### 6.1. Inleiding
### 6.4. Opheffing van de ongewenstverklaring
### 6.5.3. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing
### 6.5.3. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing
### Hoofdstuk 18. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
### 2.2.1. Mededeling van vrijheidsontnemende maatregelen
### 2.2.2. Aanmelding vreemdeling
### 3. Beroep
### 1. Inleiding
### 2. Bezwaar en beroep algemeen
### 2.1. Vereisten voor de indiening van bezwaar
De vreemdeling kan ook een verzoek om schorsing indienen hangende het hoger beroep (zie [artikel 94 WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455&artikel=94)).
Wanneer een vreemdeling beroep indient, moet hij een kopie van het beroepschrift aan de IND-unit Caribisch Nederland verzenden.
### 2.3. Het verzoek om een voorlopige voorziening
De IND-unit Caribisch Nederland kan, in het geval gewichtige redenen daartoe aanleiding geven, het verstrekken van inlichtingen of stukken weigeren dan wel meedelen dat uitsluitend het Gerecht in Eerste Aanleg kennis mag nemen van de verstrekte inlichtingen of stukken. Hiervan is sprake als de beslissing berust op vertrouwelijke informatie.
### 2.4. Beroep
De IND-unit Caribisch Nederland is verplicht om bij de beschikking mededeling te doen van de mogelijkheid van het indienen van beroep en de termijn waarbinnen het beroepschrift moet zijn ingediend bij het Gerecht in Eerste Aanleg ([artikel 16, lid 4, WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455&artikel=16)). De beroepstermijn bedraagt, in afwijking van de [WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455), vier weken.
Als betrokkene verblijft op Saba of Sint Eustatius, dan moet het beroepschrift worden gestuurd naar de Griffie van het Gerecht in Eerste Aanleg te Sint Maarten.
In de situatie van vrijheidsontneming gelden bijzondere rechtsmiddelen. Deze zijn uitgewerkt in de [artikelen 22j – 22x, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22j).
Het Gerecht in Eerste Aanleg kan aanvullende informatie inwinnen bij de IND-unit Caribisch Nederland, maar ook bij andere overheidsinstanties.
### 2.5. Hoger beroep
De IND-BES unit doet de ingekomen klacht zoveel mogelijk informeel af, waarbij de IND unit Caribisch Nederland in samenspraak met de klager een oplossing zoekt. Van de informeel gemaakte afspraken wordt een telefoonnotitie gemaakt. Hierin wordt vastgelegd of de klager akkoord gaat dat de IND unit Caribisch Nederland de klacht als afgehandeld mag beschouwen. De klager wordt de telefoonnotitie toegezonden. Indien de klager niet akkoord gaat met een informele afdoening, wordt schriftelijk aangegeven of de klacht als gegrond of ongegrond wordt beschouwd. Als de klager niet tevreden is over de klachtafhandeling of indien de klachtafhandeling niet tijdig heeft plaatsgevonden, kan de klager zich wenden tot de Nationale ombudsman.
Wanneer een vreemdeling in hoger beroep gaat, moet hij een kopie van het hoger beroepschrift aan de Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel (dus de IND-unit Caribisch Nederland) verzenden.
### 3. Bijzondere rechtsmiddelen in de situatie van vrijheidsontneming
Verblijfsvergunning voor bepaalde tijd met MVV
### 4. Klachten
Verlenging verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
Verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd
### Modellen CTU-BES
De ambtenaar weigert de toegang aan de vreemdeling die is gesignaleerd in een van bovengenoemde database. Hiervan kan worden afgeweken als Onze Minister dit noodzakelijk acht op grond van klemmende redenen van humanitaire aard, in het belang van het land of internationale betrekkingen.
### 2.3.1. Geldig document voor grensoverschrijding
In [artikel 2r, eerste lid, onder a, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2r) is bepaald dat de toegang aan een vreemdeling wordt geweigerd, als deze niet in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding. Voor de nadere uitwerking van de voorwaarde om te beschikken over een geldig document voor grensoverschrijding wordt verwezen naar de [artikelen 3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=3.5) en [3.6 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=3.6).
Het bezit van een geldig (nationaal) paspoort is een algemeen uitgangspunt. Het paspoortvereiste wordt onder meer gesteld als waarborg voor terugkeer.
Onder een paspoort wordt verstaan:
Het grensoverschrijdingsdocument moet zijn afgegeven door de bevoegde autoriteiten van een door Nederland erkende staat. Een uitzondering hierop vormt Taiwan. Dit land wordt door Nederland niet erkend, terwijl het reisdocument van Taiwan wel wordt erkend als geldig document voor grensoverschrijding.
Het document voor grensoverschrijding moet zijn voorzien van een goedgelijkende pasfoto van de houder en moet door de houder zijn ondertekend. Daarnaast moet dit document in het algemeen de volgende gegevens bevatten:
De geldigheidsduur van het paspoort moet de duur van het voorgenomen verblijf overschrijden.
De door het Koninkrijk der Nederlanden uitgegeven documenten die worden aangemerkt als geldig document voor grensoverschrijding zijn opgenomen in de [(Rijks)Paspoortwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005212).
Op grond van [art 3.5, vierde lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=3.5) kan worden afgeweken van het vereiste bezit van een geldig document voor grensoverschrijding.
Aan niet-visumplichtige vreemdelingen (voor de visum wet- en regelgeving: zie de Rijksvisumwet) die bij binnenkomst niet beschikken over het vereiste document voor grensoverschrijding kan aan de grens, met het oog op kort verblijf, een bijzonder doorlaatbewijs worden afgegeven. Dit doorlaatbewijs is als model opgenomen in de [RTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028815). Dit bijzonder doorlaatbewijs wordt na afgifte hiervan aangemerkt als een geldig document voor grensoverschrijding.
De ambtenaar belast met grensbewaking is bevoegd om zelfstandig een bijzonder doorlaatbewijs af te geven aan een niet-visumplichtige vreemdeling. Voor afgifte moet steeds aan elk van de volgende voorwaarden zijn voldaan:
Voor de afgifte van bijzondere doorlaatbewijzen zijn geen leges verschuldigd.
### 2.3.2. Visum voor kort verblijf, terugkeervisum, machtiging tot voorlopig verblijf (mvv)
Behalve als de vreemdeling houder is van een geldige verblijfstitel, is een van de voorwaarden voor toegang voor de visumplichtige vreemdeling, het in het bezit zijn van een visum voor kort verblijf, een terugkeervisum of een mvv. Zie [artikel 2r, eerste lid, onder b, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2r).
Voor een nader uitleg van het hebben van een visum kort verblijf wordt verwezen naar de Rijksvisumwet (artikel 5, tweede lid).
De regels over het terugkeervisum worden nader uitgewerkt in paragraaf 6 van dit hoofdstuk.
De voorwaarden voor een mvv staan in [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=3&z=2015-10-01&g=2015-10-01) van de CTU-BES.
### 2.3.3. Het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf
Het door de vreemdeling opgegeven doel en de duur van het voorgenomen verblijf moet aannemelijk worden gemaakt. Ter onderbouwing hiervan moet de vreemdeling alle gegevens verstrekken en beschikbare documenten tonen. Indien het doel en de voorgenomen verblijfsduur niet voldoende aannemelijk zijn gemaakt wordt de toegang op grond van [artikel 2r, eerste lid, onder c, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2r) geweigerd.
Als de vreemdeling gebruikt heeft gemaakt van een elektronisch ticket en daarom niet in het bezit is van een retourpassagebiljet, kan de ambtenaar belast met grensbewaking met toestemming van de vreemdeling hierover inlichtingen inwinnen. De betreffende luchtvaartmaatschappij heeft hiervoor een informatiepunt beschikbaar gesteld. Als de vreemdeling geen toestemming verleent aan de ambtenaar belast met grensbewaking om de bovenbedoelde informatie op te vragen bij de betreffende luchtvaartmaatschappij en niet op een andere manier het doel en de duur van het voorgenomen verblijf aannemelijk kan maken, wijst de ambtenaar de vreemdeling er op dat dit tot toegangsweigering kan leiden.
### 2.3.4. Voldoende middelen van bestaan
Als toegangsvoorwaarde voor verblijf van ten hoogste drie maanden geldt het vereiste om te beschikken over voldoende middelen van bestaan (zie [artikel 2r, eerste lid, onder d WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2r) en [artikel 3.8 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=3.8)). Overigens wordt ook in het kader van de aanvraag tot het verlenen van een visum voor kort verblijf bezien of de vreemdeling beschikt over voldoende middelen van bestaan voor de duur van het voorgenomen verblijf.
De middelen moeten toereikend zijn om te voorzien in zowel de kosten van het verblijf in de openbare lichamen als in de kosten van de reis naar een plaats buiten de openbare lichamen waar de toegang is gewaarborgd. Of de middelen waarover de vreemdeling kan beschikken toereikend zijn, hangt af van verschillende (persoonsgebonden) factoren, waaronder:
Vaste maatstaven zijn in dit verband niet te geven. Ter indicatie kan worden aangenomen dat vreemdelingen die zelfstandig reizen, moeten kunnen voorzien in de kosten van hun verblijf en onderdak. Voor de openbare lichamen komt dit neer op een bedrag van minimaal USD 1000 per week per persoon. Dit bedrag is exclusief de eventuele kosten voor een vliegreis naar een plaats buiten de openbare lichamen waar de toegang is gewaarborgd.
Aan vreemdelingen van wie niet zeker is dat zij over voldoende middelen van bestaan kunnen beschikken, kan onder voorwaarden toegang worden verleend voor:
Zie hiervoor paragraaf 3.5 van dit hoofdstuk.
Een voorwaarde voor toegang is dat de vreemdeling -indien nodig- zekerheid stelt (zie [artikel 3.9, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=3.9)) voor de kosten van de reis naar een plaats buiten de openbare lichamen waar zijn toelating is gewaarborgd. Dit doet hij door:
Aan de vreemdeling kan worden verzocht een in zijn bezit zijnde retourpassagebiljet te deponeren tot zekerstelling. Als de vreemdeling gebruik heeft gemaakt van een elektronisch ticket en daarom niet in het bezit is van een retourpassagebiljet, wijst de ambtenaar belast met grensbewaking de vreemdeling op de mogelijkheid om alsnog door de luchtvaartmaatschappij een retourpassagebiljet te laten printen. Als de betreffende luchtvaartmaatschappij hier niet aan kan of wil voldoen, behoudt de ambtenaar belast met grensbewaking de bevoegdheid tot het stellen van zekerheid. De geldigheid van het retourpassagebiljet moet de duur van het voorgenomen verblijf overschrijden.
Het deponeren van een garantiesom als middel voor het stellen van zekerheid is alleen mogelijk in zeer uitzonderlijke situaties.
Aan vreemdelingen die bij binnenkomst in de openbare lichamen een garantiesom of een retourpassagebiljet deponeren, wordt een folder uitgereikt. Hierin wordt informatie verschaft over ontvangst, beheer en teruggave van aan de grens gedeponeerde garantiesommen en retourpassagebiljetten.
Aan de vreemdeling die een retourpassagebiljet of een garantiesom deponeert, wordt ook een bewijs van inname afgegeven. Ook aan een derde die een garantiesom deponeert, wordt een bewijs van inname afgegeven.
De Commandant van de KMar beheert de bij hem gedeponeerde retourpassagebiljetten en garantiesommen. Over gedeponeerde garantiesommen wordt geen rente vergoed.
De vreemdeling die een retourpassagebiljet of een garantiesom heeft gedeponeerd, moet zich voor teruggave daarvan rechtstreeks wenden tot de beherende instantie. Hetzelfde geldt voor derden die een garantiesom ten behoeve van een vreemdeling hebben gedeponeerd.
De garantiesom dan wel het retourpassagebiljet wordt aan de vreemdeling teruggegeven op vertoon van het ontvangstbewijs, als:
Garantiesommen gedeponeerd door derden worden op vertoon van het ontvangstbewijs gerestitueerd na vertrek van de vreemdeling uit de openbare lichamen.
Bij inname en teruggave van het retourpassagebiljet (MBES11 CTU-BES) dan wel de garantiesom (MBES12 CTU-BES) wordt het originele bewijs ingenomen dan wel teruggegeven.
Ook kan zekerheid worden gesteld doordat een op de openbare lichamen wonende solvabele derde zich garant stelt door ondertekening van een garantverklaring (MBES14 CTU-BES). In geval de vreemdeling zelf niet over voldoende middelen van bestaan beschikt kan desondanks toegang worden verleend wanneer een in de openbare lichamen rechtmatig verblijvende solvabele derde zich garant heeft gesteld.
Deze derde persoon stelt zich daarbij garant voor:
Nadat is besloten om de vreemdeling toegang te verlenen onder voorwaarden, brengt de ambtenaar belast met de grensbewaking een sticker ‘Doorlating onder voorwaarden openbare lichamen’ (MBES45 CTU-BES) aan in het paspoort van de vreemdeling. Vervolgens plaatst de ambtenaar een inreisstempel half op en half onder het laminaat. Zie hiervoor paragraaf 3.5 van dit hoofdstuk.
### 2.3.5. Geen gevaar voor de openbare orde, openbare veiligheid, de volksgezondheid of de internationale betrekkingen
Indien er indicaties zijn dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of de internationale betrekkingen, wordt op grond van [artikel 2r, eerste lid, onder e, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2r) de vreemdeling de toegang geweigerd. Indien de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de volksgezondheid, dient de ambtenaar belast met de grensbewaking contact op te nemen met de Korpschef. In het geval sprake is dat een vreemdeling een gevaar vormt voor de internationale betrekkingen dient contact te worden gezocht met de Directie Consulaire Zaken en Migratiebeleid (DCM) van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
### 2.3.6. Signalering ter fine van weigering
Een vreemdeling die toegang tot de openbare lichamen wenst, maar is geregistreerd ter fine van weigering van de toegang, wordt op grond van [artikel 2r, derde lid WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2r) de toegang geweigerd.
Bij twijfel kan de ambtenaar belast met de grensbewaking contact opnemen met de IND unit Caribisch Nederland en de zaak voorleggen. De IND unit Caribisch Nederland beslist of aan de vreemdeling alsnog toegang moet worden verleend op grond van klemmende redenen van humanitaire aard, in het belang van het land of de internationale betrekkingen. In het laatste geval dient de ambtenaar belast met de grensbewaking contact op te nemen met de Directie Consulaire Zaken en Migratiebeleid (DCM) van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. De vreemdeling moet natuurlijk ook voldoen aan alle overige voorwaarden voor toegang.
Registratie van een vreemdeling ter fine van weigering vindt plaats in het Border Management System (BMS). Dit is het systeem dat de KMar gebruikt om personen te registreren. Een vreemdeling kan om verschillende redenen worden geregistreerd. Het Hoofd Grensbewaking KMar op de openbare lichamen is verantwoordelijk voor de registratie. Wanneer een vreemdeling wordt geregistreerd moet altijd vermeld worden wat de motivatie/reden hiertoe is (openbare orde, voldoende middelen van bestaan, geen mvv, etc). Daarnaast moet de termijn van de signalering worden genoteerd.
### 3. Toezicht aan de buitengrens, toegangsverlening en toegangsweigering
### 2.3.6. Signalering (inter)nationale database
Bij twijfel kan de ambtenaar belast met de grensbewaking contact opnemen met de IND-unit Caribisch Nederland en de zaak voorleggen. De IND-unit Caribisch Nederland beslist of aan de vreemdeling alsnog toegang moet worden verleend op grond van klemmende redenen van humanitaire aard, in het belang van het land of de internationale betrekkingen. In het laatste geval dient de ambtenaar belast met de grensbewaking contact op te nemen met de Directie Consulaire Zaken en Visumbeleid (DCV) van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. De vreemdeling moet natuurlijk ook voldoen aan alle overige voorwaarden voor toegang.
### 3.1. Algemeen
Alvorens op de verschillende aspecten van toezicht aan de buitengrens wordt ingegaan, worden een paar algemene opmerkingen geplaatst.
Het is niet mogelijk om een mvv-aanvraag of een aanvraag om een verblijfsvergunning aan een grensdoorlaatpost of door tussenkomst van een ambtenaar belast met de grensbewaking in te dienen. Dit is om te voorkomen dat het mvv-vereiste en de bijbehorende aanvraagprocedure vanuit het buitenland worden omzeild. Het mvv-vereiste wordt behandeld in hoofdstuk 3 van de CTU-BES.
Het bovenstaande doet niet af aan de mogelijkheid om aangifte te doen betreffende mensenhandel. Zie hiervoor hoofdstuk 14 CTU-BES.
Het kan voorkomen dat een vreemdeling bij een ambtenaar belast met de grensbewaking aangeeft een aanvraag om een verblijfsvergunning voor bescherming te willen indienen. Voor de procedure wordt verwezen naar hoofdstuk 16 CTU-BES.
### 3.2. Minimumcontrole en grondige controle
Op grond van [artikel 2s WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2s) moet iedereen (zowel vreemdelingen, Nederlanders, eilandbewoners, etc.) bij in- en uitreis aan een minimumcontrole worden onderworpen.
De minimale controle behelst een onderzoek van het document voor grensoverschrijding en een onderzoek, op niet-systematische basis, naar signaleringen ter fine van opsporing en weigering van de toegang en het verblijf.
Op grond van [artikel 2t WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2t) worden slechts vreemdelingen bij binnenkomst en uitreis onderworpen aan een grondige controle. Een grondige controle bij inreis behelst verificatie van de toegangsvoorwaarden als genoemd in [artikel 2r WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2r).
Een grondige controle bij uitreis staat uitgewerkt in [artikel 2t, derde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2t). Daarbij kan worden onderzocht:
Als de nodige faciliteiten voorhanden zijn en de vreemdeling hier om verzoekt, vinden de bedoelde grondige controles in een privé-ruimte plaats.
### 3.3. Stempel
Op grond van [artikel 2v WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2v) worden bij overschrijding van de buitengrenzen de documenten voor grensoverschrijding afgestempeld. In artikel 2v, tweede lid WTU-BES staan de situaties neergeschreven wanneer er geen stempel hoeft te worden geplaatst.
Bij afwezigheid van een inreisstempel in het document voor grensoverschrijding wordt verwezen naar [artikel 2w WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2w). Wanneer in het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling geen inreisstempel is aangebracht, mogen de ambtenaren belast met de grensbewaking en het toezicht hier het vermoeden aan verbinden dat de houder niet of niet langer voldoet aan de voorwaarden ten aanzien van de maximale verblijfsduur. Het is aan de vreemdeling om het tegendeel aannemelijk te maken.
Verder wordt verwezen naar [artikel 6.20 tot en met artikel 6.24 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.20) voor het plaatsen van aantekeningen in reis- of identiteitspapieren.
### 3.4. Versoepeling grenscontroles
Op grond van [artikel 2u WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2u) kunnen de grenscontroles aan de grens in buitengewone en onvoorziene omstandigheden worden versoepeld. Van buitengewone en onvoorziene omstandigheden kan bijvoorbeeld sprake zijn ingeval van een overstroming of een andere ernstige natuurramp die de overschrijding van de grens bij andere doorlaatposten verhindert, zodat de verkeersstromen van verschillende doorlaatposten worden omgeleid naar slechts één grensdoorlaatpost.
Zelfs in geval van versoepeling van de grenscontroles moet de ambtenaar belast met de grensbewaking, zowel bij in- als bij uitreis de reisdocumenten van vreemdelingen afstempelen. Dit is neergelegd in [artikel 2v WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2v).
### 3.5. Toegangsverlening onder voorwaarden
Er kan door ambtenaren belast met grensbewaking aan de vreemdeling ‘toegang onder voorwaarden’ worden verleend als er sprake is van:
Er mag bij ‘toegang onder voorwaarden’ geen aanleiding bestaan de toegang om redenen genoemd in [artikel 2r WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2r) te weigeren. Voorts mogen er geen redenen zijn om aan te nemen dat de vreemdeling zich niet zal houden aan de in voorwaarden voor verblijf in de vrije termijn.
Bij toegang onder voorwaarden kunnen aantekeningen worden gesteld in het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling. Deze aantekeningen kunnen betrekking hebben op:
De aantekeningen worden geplaatst door middel van het aanbrengen van de sticker ’Doorlating onder voorwaarden openbare lichamen’ (MBES45 CTU-BES). Deze sticker moet in het paspoort worden aangebracht. De inreisstempel wordt half op en half onder het laminaat geplaatst.
Aan de Korpschef wordt van de toegang onder voorwaarden kennis gegeven door gebruik van een formulier (MBES17 CTU-BES). Een eventuele garantverklaring (MBES14 CTU-BES) wordt met deze kennisgeving meegezonden. In het geval van een niet-visumplichtige vreemdeling die zijn verblijfsdoel wijzigt in kort verblijf, worden eveneens de door de vreemdeling overgelegde verklaringen meegezonden.
Ten aanzien van het opleggen van de meldplicht wordt opgemerkt dat dit betekent dat de vreemdeling zich binnen drie dagen bij de Korpschef moet aanmelden.
Als de vreemdeling in verband met een zaterdag, zondag of feestdag niet zou kunnen voldoen aan de verplichting tot aanmelding binnen drie dagen, wordt in het document voor grensoverschrijding de volgende aantekening gesteld: ‘aanmelden uiterlijk op ...... (datum)’.
Als daarvoor in het belang van het toezicht op vreemdelingen gegronde reden bestaat, kan bij de inreis eveneens een van de andere aantekeningen die zijn opgenomen in [artikel 6.20, eerste lid, onder b en c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.20) (doel, duur en middelen voorgenomen verblijf) en de toepassing van [artikel 3.6 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=3.6) in het document voor grensoverschrijding worden geplaatst.
De aantekeningen worden geplaatst door middel van het aanbrengen van de sticker ’Doorlating onder voorwaarden openbare lichamen’ (MBES45). Deze sticker moet in het paspoort worden aangebracht. De inreisstempel wordt half op en half onder het laminaat geplaatst.
### 3.6. Toegangsweigering
### 3.6.1. Algemeen
Aan iedereen die niet aan de toegangsvoorwaarden, genoemd in [artikel 2r WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2r), voldoet, wordt de toegang tot de openbare lichamen geweigerd.
De toegang wordt geweigerd door de ambtenaar belast met de grensbewaking. De ambtenaar kan ook een vrijheidsbeperkende of vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 2o, eerste en tweede lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2o) opleggen.
Vanwege het ingrijpende karakter blijft de toepassing van een vrijheidsbeperkende of vrijheidsontnemende maatregel beperkt tot het strikt noodzakelijke. De beginselen van proportionaliteit (doelmatigheid) en subsidiariteit (toepassen lichter middel voor zover mogelijk) moeten voortdurend in acht worden genomen. De uitvoering van deze maatregelen is met strikte waarborgen omkleed.
Als het al dan niet verlenen van toegang nauw samenhangt met de toelatingsbeslissing, neemt de ambtenaar belast met de grensbewaking contact op met de IND unit Caribisch Nederland. Dit gebeurt in elk geval als de ambtenaar belast met grensbewaking voornemens is om de toegang te weigeren aan vreemdelingen behorend tot één van onderstaande categorieën:
Verder neemt de ambtenaar belast met de grensbewaking contact op met de IND unit Caribisch Nederland als het weigeren van toegang vanwege klemmende redenen van humanitaire aard dan wel in het belang van het land of internationale betrekkingen niet wenselijk wordt geacht. Hierbij kan worden gedacht aan het bijzonder urgente reisdoel van de vreemdeling. Zie [artikel 2r, derde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2r).
Het is op grond van [artikel 2m, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2m) slechts mogelijk om na een bijzondere aanwijzing de toegang te weigeren aan een vreemdeling die bescherming zegt nodig te hebben.
### 3.6.2. Procedure voor weigering toegang aan de grens
De toegangsweigering van een vreemdeling vindt schriftelijk plaats door uitreiking van een standaard weigeringsformulier (MBES15 CTU-BES). De toegang wordt geweigerd op basis van [artikel 2r van de WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2r). Hiertoe behoren ook vreemdelingen die om bescherming vragen.
In het standaard weigeringsformulier (MBES15 CTU-BES) moet het volgende duidelijk naar voren komen:
Iedere toegangweigering moet worden geregistreerd. De volgende zaken met betrekking tot de vreemdeling moeten worden bijgehouden:
Iedere toegangsweigering moet worden geregistreerd. De volgende zaken met betrekking tot de vreemdeling moeten worden bijgehouden:
### 3.6.3. Weigering toegang gevaar openbare orde en nationale veiligheid
In [artikel 3.7 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=3.7) is beschreven in welke gevallen de toegang van een vreemdeling tot de openbare lichamen wordt geweigerd op grond van gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid.
Op grond van het feit dat de vreemdeling een gevaar oplevert voor de openbare orde of de nationale veiligheid wordt in de volgende gevallen de toegang in ieder geval geweigerd:
In het geval een vreemdeling de toegang tot het grondgebied is geweigerd omdat hij een gevaar vormt voor de volksgezondheid, treft de ambtenaar belast met de grensbewaking de nodige maatregelen die erop gericht zijn de volksgezondheid te beschermen. De ambtenaar belast met grensbewaking informeert de Korpschef van het openbare lichaam waar de vreemdeling toegang is geweigerd, over de in het kader van de grensbewaking getroffen maatregelen.
### 3.6.4. Aanwenden rechtsmiddelen
De schriftelijke toegangsweigering is een besluit waartegen de vreemdeling op grond van [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=19) en [22k WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22k) beroep kan instellen.
Op grond van [artikel 6 WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455&artikel=6) wordt rechtshulp bij beroep vergoed.
Het beroep kan binnen vier weken worden ingediend bij het Gerecht in Eerste Aanleg, zittingsplaats Bonaire. De behandeling van het beroepschrift mag niet in de openbare lichamen worden afgewacht. Zie [hoofdstuk 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=19&z=2015-10-01&g=2015-10-01) CTU-BES.
Op grond van [artikel 2n, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2n), moet de vreemdeling de openbare lichamen onmiddellijk verlaten, tenzij:
Het beroep kan binnen vier weken worden ingediend bij het Gerecht in Eerste Aanleg, zittingsplaats Bonaire. De behandeling van het beroepschrift mag niet in de openbare lichamen worden afgewacht. Zie [hoofdstuk 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=19&z=2019-10-01&g=2019-10-01) CTU-BES.
### 3.6.5. De toegang blijft geweigerd
Als de vreemdeling de openbare lichamen niet onmiddellijk kan verlaten, kan een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van [artikel 2o, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2o) of vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 2o, tweede lid, WTU-BES worden opgelegd.
Ook als de geweigerde vreemdeling zijn vrijheid wordt ontnomen, bijvoorbeeld op strafrechtelijke gronden, blijft hem de toegang geweigerd. In dat geval blijft ook de terugvoerverplichting (zie paragraaf 5.1.4) in stand en blijft de mogelijkheid bestaan om hem – na beëindiging van de straf – in een grenslogies zijn vrijheid te ontnemen in afwachting van zijn uitzetting ([artikel 2o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2o) juncto [artikel 2p WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2p)). Hierbij kan worden gedacht aan de situatie waarin de vreemdeling op grond van het Wetboek van Strafrecht BES in een huis van bewaring wordt geplaatst. Het is dus mogelijk om de vreemdeling na vrijlating uit het huis van bewaring op grond van artikel 2o WTU-BES zijn vrijheid te beperken of te ontnemen (MBES16 CTU-BES).
### 3.6.6. Verplichtingen voor geweigerde
De vreemdelingen aan wie de toegang is geweigerd, is verplicht onmiddelijk te vertrekken uit het openbare lichaam met inachtneming van de aanwijzingen van de grensbewakingsambtenaar ([artikel 2q, vierde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2q)).
Deze aanwijzingen kunnen onder meer betreffen:
Overtreding van voornoemde aanwijzingen is een strafbaar feit op grond van [artikel 26 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=26).
Tot op het tijdstip van uitvoering van de terugbrenging kunnen geweigerde vreemdelingen de aanwijzing krijgen zich op te houden in de hun daartoe door een met de grensbewaking belaste ambtenaar aangewezen ruimte ([artikel 2o WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2o)), die kan worden afgesloten of op andere wijze kan worden verzekerd tegen ongeoorloofd vertrek daaruit. Dit om illegale binnenkomst te verhinderen.
### 3.6.7. Verplichtingen voor vervoerder
Vreemdelingen aan wie de toegang wordt geweigerd, moeten – ongeacht of zij wel of niet een verzoek tot bescherming hebben ingediend – voor terugname worden geclaimd bij de vervoerder ([artikel 22, tweede lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22) juncto [artikel 8.3 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=8.3)).
Ten aanzien van de luchtvaart moet, als het gaat om vreemdelingen die geen verzoek tot bescherming indienen, het vertrek worden geëffectueerd met als bestemming de plaats van het opstappen dan wel een andere plaats waar de toegang van de vreemdeling gewaarborgd is. Het effectueren van het vertrek moet plaatsvinden zodra plaatsing aan boord van een luchtvaartuig van de betreffende maatschappij mogelijk is.
Ten aanzien van de zeevaart moet als het gaat om vreemdelingen die geen verzoek tot bescherming indienen, het vertrek worden geëffectueerd zodra het aanvoerende schip vertrekt, tenzij het vertrek voordien, in overleg met de verantwoordelijke reder, op andere wijze kan worden geëffectueerd.
Zie voor een uitwerking van de verplichtingen voor vervoerders paragraaf 5 van dit hoofdstuk.
### 4. Verplichtingen in het kader van toezicht
### 4.1. Algemeen
In [artikel 22h, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22h) is de grondslag opgenomen voor de verplichtingen die als maatregel van toezicht aan vreemdelingen kunnen worden opgelegd.
Ten aanzien van vreemdelingen kan worden voorzien in een verplichting tot het – zonodig in persoon – verstrekken van gegevens die van belang zijn voor de toepassing van het bepaalde bij en op grond van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571).
De verplichting tot het op vordering verstrekken van gegevens kan worden opgelegd aan alle hier in de openbare lichamen aanwezige vreemdelingen, ongeacht of zij rechtmatig of onrechtmatig in de openbare lichamen verblijven. De vordering is steeds gericht tot de vreemdeling zelf, tenzij het kinderen beneden de leeftijd van twaalf jaar betreft. Ten aanzien van vreemdelingen beneden de leeftijd van twaalf jaar kan een vordering worden gericht tot de wettelijke vertegenwoordiger.
Het niet voldoen aan de verplichtingen als genoemd in de [BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599) is op grond van het bepaalde in [artikel 26 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=26) een strafbaar feit.
Als een vreemdeling bij herhaling opzettelijk niet voldoet aan de hem opgelegde verplichting kan dit onder omstandigheden aanleiding zijn voor in bewaringstelling ex [artikel 15c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=15c), vrijheidsontneming ex [artikel 15b WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=15b) of signalering in het BMS.
### 4.2. De verplichting tot opgave van verhuizing
De in [artikel 6.33, eerste lid onder a, b en d, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.33) bedoelde kennisgevingen hoeven niet in persoon te worden gedaan. Een vreemdeling moet dit binnen vijf dagen melden aan de Korpschef. Van deze kennisgevingen kan een aantekening worden gemaakt in het document voor grensoverschrijding ([artikel 6.28 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.28)).
### 4.3. De verplichting tot het verstrekken van gegevens
### 4.3.1. Algemeen
Op grond van [artikel 22h, eerste lid, onder b, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22h) kan ten aanzien van vreemdelingen worden voorzien in een verplichting tot het verstrekken van gegevens die van belang zijn voor de toepassing van het bepaalde bij en op grond van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571).
De verplichting tot het op vordering verstrekken van gegevens kan worden opgelegd aan alle aanwezige vreemdelingen. De vordering is gericht op de vreemdeling zelf, tenzij het gaat om kinderen jonger dan twaalf jaar. Ten aanzien van vreemdelingen die jonger zijn dan twaalf jaar kan een vordering worden gericht tot de wettelijk vertegenwoordiger ([artikel 6.34, vierde lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.34)).
### 4.3.2. Op vordering verstrekken van gegevens
Vreemdelingen zijn verplicht op vordering van de Korpschef, binnen de in de vordering aangegeven tijd, de gegevens te verstrekken die de Korpschef in het belang in het bepaalde bij en op grond van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) vraagt ([artikel 6.34 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.34)), voor zover het de gegevens betreft die worden bedoeld in [6.35 tot en met 6.40 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.35). Er moet steeds een rechtstreeks verband bestaan tussen het vragen van gegevens en de toepassing van de WTU-BES, dan wel de uitvoeringsbepalingen daarvan. Daarnaast kan een vordering tot het verstrekken van gegevens bijvoorbeeld worden gedaan met het oog op het bijhouden van de vreemdelingenadministratie.
Als daartoe in het belang van het toezicht op vreemdelingen gegronde reden bestaat, kan de vreemdeling worden verplicht de gevraagde gegevens persoonlijk te komen verstrekken.
Aanleiding tot het opleggen van deze verplichting bestaat bijvoorbeeld als:
Het verstrekken van onjuiste gegevens die hebben geleid tot het verlenen of verlengen van de verblijfsvergunning is strafbaar wegens overtreding van [artikel 6.34 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.34), juncto [artikel 22h, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22h). Voor de vreemdeling kan dit tot gevolg hebben dat de verleende vergunning wordt ingetrokken in het kader van het algemene belang ([artikel 14, onder c, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=14)).
### 4.3.3. Melding door de vreemdeling zonder rechtmatig verblijf
Op grond van [artikel 6.35 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.35) is een vreemdeling verplicht zijn aanwezigheid onmiddellijk in persoon mee te delen aan de Korpschef als hij:
Voorbeelden:
### 4.3.4. Kennis geven van het verschaffen van nachtverblijf
Op grond van [artikel 6.36 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.36) moet de persoon die nachtverblijf verschaft aan een vreemdeling van wie hij weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat deze niet rechtmatig in de openbare lichamen verblijft dit onmiddellijk meedelen aan de Korpschef. De strekking van deze bepaling is om de opsporing van illegaal in de openbare lichamen verblijvende vreemdelingen makkelijker te maken en om hen, die – te kwader trouw – aan dit illegale verblijf medewerking verlenen, strafbaar te stellen ([artikel 26 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=26)).
### 4.3.5. Verstrekken van gegevens over (vroegere) buitenlandse werknemers
Op grond van artikel 3.37 BTU-BES zijn werkgevers verplicht om ten aanzien van vreemdelingen aan wie het niet was toegestaan arbeid te verrichten desgevraagd gegevens te verstrekken aan de Korpschef. De verplichting geldt voor daartoe gevorderde werkgevers van wie bij de Korpschef bekend is dat zij vreemdelingen in dienst gehad hebben die illegaal in de openbare lichamen hebben verbleven of die ongeoorloofd in de openbare lichamen arbeid hebben verricht. De gevraagde gegevens moeten onmiddellijk of binnen een door de Korpschef aangegeven termijn worden verstrekt.
De Korpschef moet een vordering tot het verstrekken van inlichtingen aan de werkgever tekenen of per aangetekende brief verzenden. De vordering aan de werkgever moet duidelijk vermelden:
In het algemeen zal er aanleiding bestaan de werkgever te verplichten de gegevens te verstrekken over alle vreemdelingen, die op een bepaalde datum (te weten de datum waarop de vordering wordt gedaan) bij hem in dienst zijn, evenals de vreemdelingen (of bepaalde categorieën van vreemdelingen) die vanaf die datum bij hem tewerkgesteld worden. Het gaat om de volgende gegevens van zijn werknemers:
### 4.3.6. Mededeling over het zoeken of gaan verrichten van arbeid
De vreemdeling die van rechtswege is toegelaten in de openbare lichamen als bedoeld in [artikel 5a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5a), en die arbeid gaat zoeken of arbeid gaat verrichten, is verplicht daarvan onmiddellijk mededeling te doen aan de Korpschef ([artikel 6.38 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.38)). Een aantal categorieën, genoemd in artikel 6.38, tweede lid, BTU-BES, is vrijgesteld van deze verplichting.
De beperking die in het [derde lid van artikel 6.38 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.38) is opgenomen, vloeit voort uit [artikel 5.21 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.21), waarin is bepaald dat geen verblijfsvergunning wordt verstrekt als:
Het ligt voor de hand in dit geval evenmin vrijstelling van de meldplicht te verlenen.
### 4.3.7. Mededeling over vervallen verblijf van rechtswege dan wel verblijfsdoel
De vreemdeling die van rechtswege of bij vergunning verleend is toegelaten tot de openbare lichamen is verplicht onmiddellijk mededeling te doen aan de Korpschef ([artikel 6.39 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.39)) als:
Voldoet een vreemdeling niet meer aan de beperking waaronder de vergunning tot verblijf is verleend dan kan deze worden ingetrokken, dan wel kan de beperking worden gewijzigd of opgeheven.
### 4.4. Verlenen van medewerking aan identificatie
### 4.4.1. Foto en vingerafdrukken
De verplichtingen gelden tegenover de met de grensbewaking belaste ambtenaren en tegenover ambtenaren belast met het vreemdelingentoezicht ([artikel 6.41 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.41)). De verplichting tot het beschikbaar stellen van een pasfoto moet worden opgelegd met het oog op de registratie van de vreemdeling en in verband met de uitreiking van de voorgeschreven documenten.
De in [artikel 6.41, onder b, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.41) genoemde verplichting mag alleen worden opgelegd als daartoe, naar het oordeel van de desbetreffende ambtenaar, in het belang van het toezicht op vreemdelingen gegronde reden bestaat. Dit wil zeggen, alleen in speciale daarvoor in aanmerking komende gevallen. De verplichting zich te laten fotograferen en vingerafdrukken van zich te laten nemen behoort in ieder geval te worden opgelegd aan vreemdelingen:
### 4.5. Verlenen van medewerking aan onderzoek naar tuberculose
De vreemdeling die naar de openbare lichamen is gekomen voor een verblijf van langer dan drie maanden is op grond van [artikel 6.42, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.42) verplicht om een TBC-onderzoek te ondergaan. Deze verplichting geldt niet voor de in artikel 6.42, tweede lid, BTU-BES bedoelde vreemdelingen.
### 4.6. Aanmelding na binnenkomst in de openbare lichamen
### 4.6.1. Verblijf langer dan drie maanden
Een vreemdeling is ingevolge [artikel 6.43 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.43) verplicht zich binnen drie dagen na binnenkomst in de openbare lichamen in persoon aan te melden bij de Korpschef als hij:
Voor de berekening van het verblijf worden voorgaande verblijven in de openbare lichamen binnen een tijdvak van zes maanden onmiddellijk voorafgaande aan de binnenkomst mede in aanmerking genomen.
In het algemeen rust de aanmeldplicht op de vreemdeling zelf. Een uitzondering op deze regel bestaat voor kinderen jonger dan twaalf jaar. Degenen bij wie deze kinderen wonen of verblijven, zijn in dit geval tot aanmelding verplicht.
### 4.6.2. Verblijf korter dan drie maanden
Een vreemdeling is ingevolge [artikel 6.44 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.44) verplicht zich binnen drie dagen na binnenkomst in de openbare lichamen in persoon aan te melden bij de Korpschef al hij langer dan drie dagen in de openbare lichamen wil verblijven. Het gaat om een vreemdeling die:
In het algemeen rust de aanmeldplicht op de vreemdeling zelf. Een uitzondering op deze regel bestaat voor kinderen jonger dan twaalf jaar. Degenen bij wie deze kinderen wonen of verblijven, zijn in dit geval tot aanmelding verplicht.
De verplichting tot aanmelding geldt ingevolge [artikel 6.44, derde lid BTRU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.44) niet voor de vreemdeling die zijn intrek neemt in een hotel of in een inrichting, waarvan de eigenaar, houder of beheerder bij of op grond van gemeentelijke verordening verplicht is aan de daartoe aangewezen autoriteit kennis te geven van het verschaffen van nachtverblijf aan personen.
### 4.7. Periodieke aanmelding
### 4.7.1. Periodieke aanmelding ex [artikel 6.47 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.47)
Op grond van [artikel 6.47 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.47) is periodieke aanmelding bij de Korpschef verplicht voor de vreemdeling:
De vreemdeling moet zich dan wekelijks melden, tenzij de Korpschef een andere termijn stelt. De verplichting geldt niet voor vreemdelingen die rechtens van hun vrijheid zijn beroofd.
Bij aanvang van de procedure tot het verlenen van een verblijfsvergunning moet de vreemdeling door de Korpschef erop worden gewezen dat op hem, hangende de beslissing op zijn aanvraag een meldplicht rust ([artikel 22h, eerste lid, onder f, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22h) juncto [artikel 6.47, eerste lid, onder b, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.47)).
Bij vreemdelingen die een aanvraag om toelating tot de openbare lichamen hebben ingediend in het kader van bescherming vindt het vorenstaande plaats door middel van het model MBES33 CTU-BES. Het gaat hier om een wekelijkse meldplicht op grond van [artikel 6.47, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.47).
De Korpschef kan ontheffing van de meldplicht verlenen. Verder kan hij een andere meldingstermijn dan de wekelijkse aan de meldplicht verbinden. Als de Korpschef van mening is dat ontheffing niet langer gewenst is, kan hij de ontheffing beëindigen. De vreemdeling moet steeds op hem aangaande wijzigingen betreffende de meldplicht worden gewezen.
Ten aanzien van vreemdelingen die toelating tot de openbare lichamen hebben in het kader van bescherming geldt dat ontheffing van de meldplicht gedurende het afwachten van de beslissing in eerste aanleg alleen wordt verleend in overleg met de IND unit Caribisch Nederland.
Als de vreemdeling zich ondanks een verplichting daartoe niet houdt aan de meldplicht kan dit een aanwijzing zijn dat hij het land heeft verlaten of dat hij zich definitief aan het toezicht heeft onttrokken. Als de vreemdeling zich twee achtereenvolgende keren niet houdt aan de meldplicht moet hij gevorderd worden om in persoon gegevens te verstrekken over de onttrekking aan de meldplicht. Reageert de vreemdeling niet dan kan worden geconcludeerd dat hij de openbare lichamen heeft verlaten of zich definitief aan het toezicht heeft onttrokken en moet hij in de vreemdelingenadministratie worden afgemeld.
Over het (aangenomen) vertrek van een vreemdeling worden de IND unit Caribisch Nederland en de KMar geïnformeerd middels model MBES38 CTU-BES.
Bij aanvang van de procedure tot het verlenen van een verblijfsvergunning moet de vreemdeling door de Korpschef erop worden gewezen dat op hem, hangende de beslissing op zijn aanvraag een meldplicht rust ([artikel 22h, eerste lid, onder f, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22h) juncto artikel 6.47, eerste lid, onder b, BTU-BES).
### 4.7.2. Individuele verplichting tot periodieke aanmelding
De Minister kan op grond van [artikel 22h, tweede lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22h) aan een vreemdeling een individuele verplichting tot periodieke aanmelding bij de Korpschef opleggen. Deze maatregel kan alleen worden opgelegd als dat naar het oordeel van de Minister in het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid nodig is.
De verplichting kan worden opgelegd aan alle in de openbare lichamen verblijvende vreemdelingen.
Betreffende het opleggen van de verplichting wordt door de Korpschef de bij [artikel 6.25, eerste lid, onder e, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.25) voorgeschreven aantekening in het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling geplaatst. In de gevallen als omschreven in het derde lid van artikel 6.25 BTU-BES wordt de aantekening geplaatst op een afzonderlijk inlegblad.
### 4.8. Inleveren van het document waaruit het rechtmatige verblijf blijkt
Ingevolge [artikel 6.48 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.48) is in de volgende gevallen de vreemdeling verplicht het document waaruit de toelating van rechtswege of bij vergunning blijkt, in persoon in te leveren bij de Korpschef:
Het niet voldoen aan deze verplichting is op grond van het bepaalde in [artikel 26 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=26) een strafbaar feit.
### 4.9. Toezicht op documenten
### 4.9.1. Aangifte van vermissing van documenten
De IND unit Caribisch Nederland moet hierover worden bericht.
Het niet voldoen aan deze verplichting is op grond van het bepaalde in [artikel 26 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=26) een strafbaar feit.
### 4.9. Toezicht op documenten
### 4.9.1. Aangifte van vermissing van documenten
De vreemdeling moet ingevolge [artikel 6.40 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.40) in persoon aangifte doen bij de Korpschef als het document waaruit zijn toelating bij vergunning dan wel van rechtswege blijkt:
De IND unit Caribisch Nederland moet hierover worden bericht.
Het niet voldoen aan de verplichting van [artikel 6.40 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.40) is op grond van het bepaalde in [artikel 26 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=26) een strafbaar feit. Dit kan ertoe leiden dat er door Burgerzaken geen nieuw verblijfsdocument wordt afgegeven.
Van de aangifte moet proces-verbaal worden opgemaakt. Een afschrift van het proces-verbaal moet worden gezonden aan de IND unit Caribisch Nederland.
### 4.9.2. Vervanging van identiteitspapieren
Indien een verblijfsdocument moet worden vervangen, moet de IND unit Caribisch Nederland hierover worden bericht.
### 4.9.3. Gedragslijn bij vreemdelingen zonder documenten
Een vreemdeling die, bij aanmelding of bij aantreffen, niet (meer) in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding, moet op grond van [artikel 22d WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22d) worden staande gehouden en gehoord. Zijn identiteit moet worden vastgelegd aan de hand van:
De tolk moet als voldoende bekwaam en objectief kunnen worden beschouwd.
Van alle aangetroffen bescheiden, zoals reisbiljetten, diploma’s en dergelijke, moeten fotokopieën worden gemaakt. Op basis van aanwezige informatie zal de KMar proberen het voor het vertrek van de vreemdeling benodigde document te verkrijgen.
### 5. Verplichtingen vervoerders, en gezagvoerders
### 5.1. Verplichtingen voor vervoerders
Onder vervoerder wordt verstaan een natuurlijke of rechtspersoon die beroepsmatig personen vervoert.
Voor de openbare lichamen geldt dat vooral voor:
die één of meer vreemdelingen aanvoeren via een plaats waar buitengrenscontrole plaatsvindt en zich aan een aantal verplichtingen moeten houden.
De volgende verplichtingen zijn opgenomen in de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571):
Daarnaast kan de vervoerder op grond van [artikel 22, tweede lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22) juncto [artikel 8.3 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=8.3), aansprakelijk worden gesteld voor de uitzettings- en verblijfskosten die door de overheid worden gemaakt met betrekking tot geweigerde vreemdelingen die niet onmiddellijk kunnen worden terugvervoerd.
### 5.1.1. De zorgplicht
Op grond van [artikel 2q WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2q) moet een vervoerder de nodige maatregelen nemen en houdt hij het toezicht dat redelijkerwijs van hem kan worden gevorderd om te voorkomen dat door de persoon niet wordt voldaan aan [artikel 2r, eerste lid, onder a en b, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2r). Dit betekent dat vervoerder zodanige voorzorgsmaatregelen moet nemen dat de aanvoer van niet of niet juist gedocumenteerde vreemdelingen wordt voorkomen. Als dergelijke vreemdelingen zonder voorafgaande toestemming van bevoegde autoriteiten toch worden aangevoerd, kan de vervoerder strafbaar zijn. In ieder geval zal hiervan een proces-verbaal worden opgemaakt.
Voor de vaststelling of een document voor grensoverschrijding geldig is, moet een vervoerder zodanige maatregelen treffen dat zijn personeel, dusdanig wordt geïnstrueerd dat controle van reisdocumenten plaatsvindt bij het inchecken en bij vertrek naar de openbare lichamen. Onder personeel wordt ook verstaan het personeel dat onder de verantwoordelijkheid van de vervoerder bepaalde formaliteiten verricht.
De hierboven bedoelde controle houdt minimaal het volgende in:
Bij de controle van vervoersbewijzen wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van technische apparatuur.
De overheid van de openbare lichamen kan de individuele vervoerder aanwijzingen geven om extra voorzorgsmaatregelen te nemen voor de controle voorafgaand aan het vertrek bij vervoer dat als risicodragend wordt aangemerkt. Deze aanwijzingen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit:
### 5.1.2. De afschriftplicht
De overheid van de openbare lichamen kan op grond van [artikel 3.2 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=3.2) vervoerders verplichten een kopie te maken van de documenten die de vreemdeling in zijn bezit heeft. Deze afschriftplicht geldt slechts voor vluchten of vaarten vanaf die plaatsen van vertrek die specifiek, bij ministeriële regeling, zijn aangegeven.
Als de vervoerder de vreemdeling rechtstreeks, dan wel na transfer of transit naar de openbare lichamen, vervoert vanaf een luchthaven die bij ministeriële regeling is aangewezen als afschriftplichtige luchthaven, moet hij desgevraagd een afschrift kunnen overleggen van het op de vreemdeling betrekking hebbende document voor grensoverschrijding. De lijst met afschriftplichtige luchthavens is te vinden als bijlage in de [RTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028815).
Eerdergenoemde lijst kan worden aangepast als ervaringsgegevens hiertoe aanleiding geven. Wanneer de lijst is aangepast wordt de lijst per brief kenbaar gemaakt aan de luchtvervoerders die vliegen vanaf een bepaalde locatie waarop de afschriftplicht van toepassing is. Hierbij zal worden aangegeven per wanneer de afschriftplicht geldt.
Aan de afschriftplicht wordt voldaan door het maken van een afbeelding van de pagina’s van het reisdocument die een aantal essentiële gegevens van de vreemdeling moeten bevatten. Zie hiervoor [artikel 3.2, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=3.2). Het is niet de bedoeling dat van alle pagina’s van het document voor grensoverschrijding van vorenbedoelde vreemdeling een afbeelding wordt gemaakt. De afbeelding moet van een dusdanige kwaliteit te zijn, dat teksten goed leesbaar zijn en de foto op het reisdocument goed tot de houder van het document te herleiden is. Bij voorkeur wordt een digitale scan van het reisdocument gemaakt.
Als een vreemdeling bij binnenkomst in de openbare lichamen niet over (de juiste) reisdocumenten blijkt te beschikken, moeten de bedoelde afbeeldingen desgevraagd worden overhandigd aan de bevoegde grensbewakingsautoriteiten. Deze overhandiging moet plaatsvinden binnen één uur na het verzoek van de ambtenaar belast met de grensbewaking.
### 5.1.3. De passagiersinformatieplicht
Op grond van [artikel 2q, derde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2q) en [art 3.3 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=3.3) moeten de luchtvervoerder (luchtvaartmaatschappij) en gezagvoerder die passagiers naar de openbare lichamen vervoeren desgevraagd passagiersgegevens verzamelen en aan de grensbewakingautoriteiten van de openbare lichamen verstrekken.
Voor de passagiersgegevens die op vordering van de grensbewakingsautoriteiten door de luchtvervoerder moeten worden aangeleverd, wordt verwezen naar [artikel 3.3, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=3.3).
De passagiersgegevens worden elektronisch door de luchtvervoerder verstrekt. De ambtenaar belast met de grensbewaking die vordert tot het verzamelen en verstrekken van de passagiersgegevens, schrijft een specifieke wijze van elektronische verstrekking voor ([artikel 3.2 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=3.2)). Voorgeschreven kan worden om de gegevens via een daartoe ter beschikking gesteld geautomatiseerd systeem of via een beveiligde internetverbinding aan te leveren. De door de luchtvervoerder verzamelde gegevens moeten voor het einde van de instapcontrole, de zogenaamde ‘flightclosure’, worden overgelegd.
Op basis van ervaringsgegevens en risicoanalyses, met betrekking tot illegale immigratie, bepaalt de ambtenaar belast met de grensbewaking van welke plaatsen van vertrek en van welke luchtvervoerders de passagiersgegevens worden gevorderd.
De passagiersgegevens die de luchtvervoerder, op vordering van de grensbewakingsautoriteiten, heeft verzameld worden niet langer dan 24 uur na aankomst door de vervoerder bewaard. Deze gegevens worden binnen 24 uur na aankomst vernietigd. De mogelijkheid blijft echter bestaan om die gegevens langer te bewaren als ze zijn verzameld met het oog op bijvoorbeeld de dienstverlening door de luchtvervoerder.
Voor de ambtenaar belast met de grensbewaking geldt in beginsel ook een bewaartermijn van 24 uur. Dit is alleen anders als de passagiersgegevens langer nodig zijn voor de uitoefening van zijn taken. Hierbij moet onder meer worden gedacht aan de toepassing van de terugvoerplicht, zoals beschreven in [artikel 2q vierde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2q) (zie paragraaf 5.1.4 van dit hoofdstuk).
De luchtvervoerder informeert de passagier over de naam en de contactgegevens van zijn luchtvaartmaatschappij en de doeleinden van het verzamelen van de gegevens, namelijk het tegengaan van illegale immigratie door middel van betere grenscontroles. Verder wordt de passagier door de luchtvaartmaatschappij over de volgende zaken geïnformeerd:
### 5.1.4. De terugvoerplicht
Op grond van [artikel 2q, vierde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2q) heeft de vervoerder de verplichting om een vreemdeling die hij naar de openbare lichamen heeft vervoerd en aan wie de toegang is geweigerd, terug te vervoeren naar een plaats, het land of derde staat van waar zij die persoon heeft vervoerd. Zie hiervoor ook [artikel 2n WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2n).
De terugvoerplicht is van toepassing op vreemdelingen aan wie de toegang is geweigerd, ongeacht de weigeringsgronden als beschreven in [artikel 2r, eerste, tweede en derde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2r). Vreemdelingen aan wie de toegang wordt geweigerd, moeten – ongeacht of zij wel of niet een verzoek tot bescherming indienen – voor terugname worden geclaimd bij de vervoerder.
Voor vreemdelingen die geen verzoek tot bescherming indienen, moet het vertrek worden geëffectueerd met als bestemming de plaats van het opstappen dan wel een andere plaats waar de toegang van de vreemdeling gewaarborgd is, zodra plaatsing aan boord van een luchtvaartuig van de betreffende maatschappij mogelijk is.
Bij het terugvervoeren, als bedoeld in [artikel 2q, vierde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2q), worden ‘removal orders’ gehanteerd (zie MBES19 CTU-BES en MBES20 CTU-BES). Om het terugvoeren naar een plaats buiten de openbare lichamen door de vervoerder te faciliteren, wordt indien nodig door de ambtenaar belast met de grensbewaking gebruik gemaakt van de daarvoor in internationaal verband gehanteerde attesten. Deze attesten zijn bedoeld voor de met immigratie/grensbewaking belaste autoriteiten in het land van bestemming (Appendix 9, onder 1 en 2, van de Annex 9, Verdrag van Chicago).
Als de luchtvervoerder, reder of gezagvoerder het nalaat de vreemdeling uit de openbare lichamen te vervoeren of doen vervoeren, zullen zowel de kosten aan de uitzetting als alle andere noodzakelijke kosten, op grond van [artikel 22, tweede lid WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22), op de luchtvervoerder worden verhaald.
Vanaf het moment dat aan de vervoerder de aanwijzing is gegeven de vreemdeling terug te brengen naar een plaats buiten de openbare lichamen tot aan het moment dat de vreemdeling door de vervoersonderneming daadwerkelijk naar een plaats buiten de openbare lichamen wordt gevoerd, is de vervoerder verantwoordelijk voor de vreemdeling. Dit houdt in dat:
Indien nodig, kan door de ambtenaar belast met de grensbewaking of de ambtenaar belast met het toezicht op personen aan de vreemdeling, die zal worden teruggevoerd, een vrijheidsbeperkende of vrijheidsontnemende maatregel worden opgelegd.
In afwachting van het daadwerkelijke vertrek van de verstekeling ligt de verantwoordelijkheid voor de verstekeling bij de vervoerder. In overleg met de vervoerder kan de ambtenaar belast met de grensbewaking echter besluiten de verstekeling tijdelijk van boord te halen en de vrijheidsontnemende maatregel [artikel 2o WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2o) op te leggen (zie MBES16 CTU-BES). De vervoerder blijft echter gehouden de verstekeling zo snel mogelijk te laten vertrekken van het grondgebied van de openbare lichamen. De vervoerder wordt tijdig geïnformeerd over de plaatsing van de verstekeling aan boord ter uitvoering van zijn verplichting.
In plaats van terugplaatsing aan boord kan de verstekeling, eveneens op kosten van de vervoerder:
Deze wijze van terugvervoeren is alleen mogelijk als deze praktisch uitvoerbaar is. Hiervoor moet de verstekeling in principe over voldoende documenten beschikken. Als dit niet het geval is, moet de identiteit en/ of nationaliteit vastgesteld worden en moet de diplomatieke/ consulaire vertegenwoordiging van het land van bestemming een vervangend reisdocument verstrekken aan de verstekeling. De vaststelling van de nationaliteit en identiteit en de afgifte van de vervangende reisdocumenten moet plaatsvinden voordat het schip waarmee de verstekeling is aangevoerd de haven heeft verlaten. De uitvoering van de terugvoerverplichting op deze wijze mag echter niet ten koste gaan van een unieke verwijdermogelijkheid.
Gezagvoerders van zeeschepen kunnen zich niet onttrekken aan hun verplichtingen als bedoeld [artikel 22 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22), door een beroep te doen [artikel 471 Wetboek van Koophandel BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028278&artikel=471). In dat artikel is onder meer sprake van een bevoegdheid van de kapitein om een verstekeling bij de eerste gelegenheid die zich voordoet van boord te verwijderen. Onder ‘gelegenheid’ moet hier namelijk worden verstaan een wettelijk geoorloofde gelegenheid. Dit wil zeggen dat het van boord zetten van een vreemdeling slechts mag plaatsvinden na verkregen toestemming van de bevoegde autoriteiten.
Evenmin kan de kapitein zich zonder meer onttrekken aan terugplaatsing van de verstekeling aan boord, door een beroep te doen op voorschrift 8 Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee. In het geval dat de kapitein zich op dit voorschrift beroept, moeten de omstandigheden waarop hij zich beroept door de ambtenaar belast met de grensbewaking worden beoordeeld en afgewogen tegen het belang van terugplaatsing van de verstekeling aan boord.
Als de vervoerder bij een controle in het kader van de zorgplicht (zie paragraaf 5.1.1) constateert dat hij te maken heeft met een vreemdeling die niet de juiste of geen documenten heeft, moet hij deze in principe niet vervoeren. Als de vreemdeling stelt dat zijn leven in het land van waar hij op dat moment wil vertrekken in direct gevaar is, kan de vervoerder de vreemdeling niet naar de Nederlandse vertegenwoordiging sturen om daar een aanvraag voor een mvv met als doel ‘bescherming’ in te dienen. Als de vervoerder in deze situatie overweegt de vreemdeling te vervoeren, moet de vervoerder contact opnemen met de IND unit Caribisch Nederland. Deze unit bepaalt dan of de vreemdeling naar de openbare lichamen mag worden gebracht. Als een vervoerder een vreemdeling die niet de juiste of geen documenten heeft naar het grondgebied van de openbare lichamen heeft vervoerd, maar dit heeft gedaan met instemming van de IND unit Caribisch Nederland, geldt voor de vervoerder geen terugvoerplicht. Ook wordt geen proces-verbaal opgemaakt ten aanzien van vermoedelijke overtreding van [artikel 2q WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2q). Wel moet de vervoerder de feiten en omstandigheden zoals hij die daarbij heeft voorgelegd, deugdelijk schriftelijk vastleggen.
### 5.1.5. Strafrechtelijke aansprakelijkheid
De vervoerder kan worden vervolgd ten aanzien van overtreding van [artikel 2q, eerste en tweede lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2q) en ten aanzien van overtreding van artikel 2q vierde lid en [artikel 22 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22).
### 5.1.6. Aansprakelijkheid voor uitzetting- en verblijfskosten
Als het niet mogelijk is om de vreemdeling binnen redelijke tijd naar een plaats buiten de openbare lichamen te vervoeren, dan kunnen de kosten van uitzetting, waaronder ook de verblijfskosten, uit de openbare lichamen, kunnen worden verhaald op een reder of luchtvaartmaatschappij (zie [artikel 22, tweede lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22) juncto [artikel 8.3 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=8.3)). Deze kosten omvatten volgens artikel 8.3 BTU-BES in ieder geval de kosten die verbonden zijn aan:
Als een vreemdeling, aan wie de toegang is geweigerd, een aanvraag om een verblijfsvergunning bescherming indient, wordt de aansprakelijkheid van de vervoerder voor de kosten voor de duur van de behandeling van de aanvraag opgeschort. Er zullen pas weer kosten op de vervoerder worden verhaald nadat de vreemdeling rechtmatig verwijderbaar is geworden en de ambtenaar belast met de grensbewaking aan de vervoerder de aanwijzing heeft gegeven de vreemdeling terug te vervoeren naar een plaats buiten de openbare lichamen.
Ook als het uiteindelijk niet mogelijk blijkt de vreemdeling uit te zetten, is de vervoerder aansprakelijk voor de kosten die gemaakt worden met betrekking tot de door hem aangevoerde geweigerde vreemdeling.
De kosten worden berekend op basis van nacalculatie.
### 5.2. Verplichtingen voor gezagvoerders
Voor de verplichtingen voor gezagvoerders in de (internationale) luchtvaart wordt verwezen naar [artikel 6.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.11) en [6.12 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.12). Voor de verplichtingen voor gezagvoerders in de zeevaart wordt verwezen naar [artikel 6.6 tot en met 6.10 van de BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.10).
Hieruit blijkt onder meer dat de gezagvoerders direct bij binnenkomst een passagiers- en bemanningslijst moeten overhandigen aan de ambtenaar belast met de grensbewaking. In de [RTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028815) zijn de (internationale) luchtvaart en zeevaart modellen voor bemannings- en passagierslijsten opgenomen als bijlagen. De passagierslijst kan ook gebruikt worden voor de opgave van de aanwezigheid van aangetroffen verstekelingen.
De overheid van de openbare lichamen kan de vervoerder opleggen om op de passagierslijst naast de namen van de reizigers ook andere gegevens vast te leggen.
### 6. Terugkeervisum
### 6.1. Algemeen
Op grond van [artikel 1, onder g, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=1) wordt onder een terugkeervisum verstaan: een nationaal visum voor de toegang tot de openbare lichamen van een visumplichtige persoon die de openbare lichamen tijdelijk zal verlaten. Een dergelijk visum kan onder bepaalde voorwaarden door de IND unit Caribisch Nederland worden afgegeven aan vreemdelingen die daarom verzoeken. Aan het terugkeervisum worden voorschriften en beperkingen verbonden.
### 6.2. Vereiste bescheiden
De aanvraag (of wijziging) van een terugkeervisum moet in persoon plaatsvinden bij een loket van de IND unit Caribisch Nederland. Bij de aanvraag moeten de volgende documenten worden overgelegd:
Op de aanvraag wordt binnen twee weken beslist. Als er sprake is van verlenging van de beslistermijn, dan wordt er binnen vier weken beslist. Het terugkeervisum wordt in de vorm van een sticker in het document voor grensoverschrijding of op een apart inlegvel gekoppeld aan het document voor grensoverschrijding aangebracht.
De modellen van de beschikkingen tot afwijzing van de aanvraag, evenals het aanvraagformulier en de terugkeervisumsticker worden vastgelegd en beheerd door de IND unit Caribisch Nederland.
### 6.3. Criteria
In [artikel 2i, eerste lid, onder a t/m g, tweede en derde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2i) zijn de gronden opgesomd die kunnen leiden tot weigering van het terugkeervisum.
Een terugkeervisum kan worden geweigerd als:
Een terugkeervisum wordt geweigerd ten behoeve van de terugkeer uit het land van herkomst van de vreemdeling die houder is van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verband houdend met bescherming als bedoeld in [artikel 12a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a).
De aanvraag (of wijziging) van een terugkeervisum moet in persoon plaatsvinden bij een loket van de IND-unit Caribisch Nederland. Bij de aanvraag moeten de volgende documenten worden overgelegd:
Een terugkeervisum wordt geweigerd ten behoeve van de terugkeer uit het land van herkomst van de vreemdeling die een aanvraag verband houdend met bescherming als bedoeld in [artikel 12a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a) heeft gedaan en die in afwachting is van een beslissing op die aanvraag.
In de volgende gevallen wordt aangenomen dat sprake is van dringende redenen in de zin van [art 2i, eerste lid, onder a, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2i):
Op de hoofdregel dat sprake moet zijn van een dringende reden als bedoeld in [artikel 2i, eerste lid, onder a, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2i) bestaan een aantal uitzonderingen. Deze zijn opgesomd in [artikel 2.7 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=2.7).
Een terugkeervisum wordt niet geweigerd op de in [artikel 2i, eerste lid, onder a, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2i) bedoelde grond aan:
### 6.4. Geldigheidsduur
In [artikel 2j WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2j) is de geldigheidsduur van een terugkeervisum geregeld.
De geldigheidsduur van een terugkeervisum kan de geldigheidsduur van de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet overschrijden, omdat het terugkeervisum gekoppeld is aan het document, waarmee de vreemdeling wenst te reizen. De geldigheidsduur van een terugkeervisum bedraagt ten hoogste een jaar. Het terugkeervisum kan worden verleend voor een of meer reizen.
Als de vreemdeling in de openbare lichamen verblijft in afwachting van de beslissing om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, dan is het terugkeervisum ten hoogste drie maanden geldig en wordt verleend voor één reis.
De Minister kan vrijstelling dan wel ontheffing verlenen van het eerste en tweede lid. De geldigheidsduur van een terugkeervisum kan niet worden verlengd.
Onze Minister kan vrijstelling dan wel ontheffing verlenen van het eerste en tweede lid. De geldigheidsduur van een terugkeervisum kan niet worden verlengd.
### 6.5. Kosten
Voor de behandeling van de aanvraag voor een terugkeervisum zijn op grond van [Regeling op de Consulaire tarieven](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0016097) leges verschuldigd.
### 6.6. Wijzigen
Het wijzigen van een terugkeervisum is niet mogelijk als de vreemdeling de openbare lichamen heeft verlaten. De bedoeling van een terugkeervisum is immers dat de vreemdeling vooraf toestemming krijgt van de bevoegde autoriteiten om na een periode van uitreis weer terug te kunnen keren naar de openbare lichamen.
In het geval dat de vreemdeling er voor kiest om:
dan moet de vreemdeling een mvv aanvragen bij de Nederlandse vertegenwoordiging in het buitenland. De mvv moet betrekking hebben op het verblijfsdoel waarvoor de vreemdeling in de openbare lichamen verbleef, althans waarvoor de vreemdeling verblijf in de openbare lichamen beoogde.
Wijzigen van een terugkeervisum kan géén verlenging ([artikel 2j, vierde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2j)) en evenmin een omzetting van een enkele reis in een meervoudig terugkeervisum met zich meebrengen. Wel kan de reden (de oorzaak) of ook de beoogde duur van het verblijf in het land van herkomst van de aanvraag wijzigen, waardoor aanleiding kan bestaan de duur van het terugkeervisum in te korten. Inkorten vindt plaats door het aanbrengen van een nieuw sticker, waarbij het oorspronkelijke sticker ongeldig wordt gemaakt middels het doorhalen van de oude sticker door de IND unit Caribisch Nederland.
### 6.7. Intrekking
Op grond van [artikel 2c WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2c) kan een terugkeervisum worden ingetrokken:
De intrekking van een terugkeervisum vindt plaats door, bij voorkeur met rode inkt, op het terugkeervisum de volgende vermelding aan te brengen:
‘INGETROKKEN op ...(datum), op grond van [art 2c, sub ....(a,b,c of d), WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2c)’.
Als een ambtenaar van toezicht op grond van [art 2c, sub b, c of d, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2c) een terugkeervisum wil intrekken moet hier eerst contact over worden opgenomen met de IND unit Caribisch Nederland. Als toestemming wordt verleend voor intrekking, dan moet de intrekking van het terugkeervisum worden voorzien van een dienststempel en een paraaf van de desbetreffende ambtenaar belast met toezicht op vreemdelingen.
### 7. Specifieke voorschriften voor grenscontroles en categorieën vreemdelingen
@@ -604,6354 +7166,326 @@
### 7.1.1. Vreemdelingen die van rechtswege toelating tot verblijf hebben
De volgende categorieën vreemdelingen hebben op grond van [artikel 3, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) van rechtswege toelating tot verblijf:
Nederlanders hebben op grond van [artikel 3, vijfde en zesde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) van rechtswege toelating tot verblijf.
Het Gemeenschappelijk Hof van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba heeft op 15 december 2014 uitspraak gedaan inzake de uitleg van artikel 3 van het Protocol bij het Nederlands-Amerikaans verdrag inzake vriendschap, handel en scheepvaart.
De strekking van deze uitspraak is dat Amerikaanse onderdanen in het Caribisch Deel van het Koninkrijk de openbare lichamen aanspraak hebben op gelijke behandeling als Nederlanders die niet in het Caribisch Deel van het Koninkrijk zijn geboren. Dit betekent dat Amerikaanse onderdanen, net als die Nederlanders, op grond van [artikel 3, vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) WTU-BES op het grondgebied van de openbare lichamen van rechtswege toelating tot verblijf hebben.
### 7.1.2. Toeristen
Zie verder [hoofdstuk 2 CTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=2&z=2015-10-01&g=2015-10-01).
### 7.1.2. Toeristen
Op grond van [artikel 4.2, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.2) mogen toeristen het grondgebied van de openbare lichamen binnenkomen en er verblijven zonder toelating tot verblijf bij vergunning verleend. Zij mogen maximaal drie maanden op het grondgebied van de openbare lichamen verblijven binnen een tijdvak van zes maanden (zie [hoofdstuk 2 CTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=2&z=2015-10-01&g=2015-10-01)).
Mocht een toerist langer dan voornoemde drie maanden op het grondgebied van de openbare lichamen willen verblijven, dan is dit mogelijk. De vrije termijn van drie maanden kan verlengd worden met maximaal drie maanden. Er moet wel sprake zijn van bijzondere omstandigheden als bedoeld in [artikel 4, vierde lid, onder c, BTU-BES](onbekend). Dit wordt per individueel geval beoordeeld. Voor de aanvraag tot verlenging van de vrije termijn moet de toerist leges betalen.
Bij inwilliging van een dergelijke aanvraag dient de IND-unit Caribisch Nederland de reden van inwilliging in de vreemdelingenadministratie te registeren. Van de verlengingstermijn wordt in het paspoort een aantekening gemaakt.
### 7.1.4. Transitpassagiers van vliegtuigen
Het Gemeenschappelijk Hof van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba heeft op 15 december 2014 uitspraak gedaan inzake de uitleg van artikel 3 van het Protocol bij het Nederlands-Amerikaans verdrag inzake vriendschap, handel en scheepvaart.
In verband daarmee mogen ook Amerikaanse toeristen maximaal zes maanden binnen een tijdvak van een jaar op het grondgebied van de openbare lichamen verblijven, zonder verblijf van rechtswege **toegekend**. Ook voor Amerikaanse onderdanen geldt dat deze termijn niet kan worden verlengd.
Nederlanders mogen maximaal zes maanden binnen een tijdvak van een jaar als toerist op het grondgebied van de openbare lichamen verblijven (artikel 4.2, derde lid, BTU-BES), zonder verblijf van rechtswege toegekend. Deze termijn kan niet worden verlengd.
### 7.1.3. Piloten en andere bemanningsleden van luchtvaartuigen
Op grond van vigerende visumregelgeving zijn piloten en andere bemanningsleden van luchtvaartuigen die gedurende een aaneengesloten periode van niet langer dan 48 uur geland zijn, en geen gevaar opleveren voor de openbare orde en veiligheid uitgezonderd van de visumplicht.
Op grond van [artikel 4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.2) en [4.3 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.3) mogen bemanningsleden van luchtvaartuigen de openbare lichamen binnenkomen zonder toelating tot verblijf gedurende een periode van maximaal drie maanden binnen een tijdsvak van zes maanden. De toelating tot verblijf vervalt op het tijdstip van vertrek van het luchtvaartuig (zie ook [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=2&z=2015-10-01&g=2015-10-01)).
Op grond van [artikel 2v, tweede lid, onder b, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2v) wordt in de‘crew member licence’ of een ‘crew member certificate’ van piloten en bemanningsleden, als bedoeld in bijlage 9 bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart van 7 december 1944, geen in- of uitreisstempel aangebracht.
Op grond van [artikel 6.46 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.46) moet een vreemdeling die naar de openbare lichamen is gekomen, om als zeeman werk te zoen aan boord van een zeeschip, zich binnen drie dagen na binnenkomst in de openbare lichamen in persoon melden bij de Korpschef.
### 7.1.5. Zeelieden
### Hoofdstuk 2. Toelating van rechtswege
### 1. Inleiding
In [artikel 3, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) wordt bepaald wie van rechtswege toelating tot verblijf in de openbare lichamen hebben. Bij algemene maatregel van bestuur kan de categorie vreemdelingen die van rechtswege zijn toegelaten worden uitgebreid (zie [artikel 3, tweede lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3)).
Op grond van vigerende visumregelgeving zijn zeelieden die gedurende een aaneengesloten periode van niet langer dan 48 uur aangemeerd zijn, en geen gevaar opleveren voor de openbare orde en veiligheid uitgezonderd van de visumplicht.
Op grond van [artikel 2v, tweede lid, onder c, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2v) worden geen stempels aangebracht in de documenten voor grensoverschrijding van zeelieden die slechts gedurende het afmeren van hun schip in de binnengevaren haven van de openbare lichamen verblijven.
Op grond van [artikel 4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.2) en [4.3 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.3) mogen bemanningsleden van zeeschepen de openbare lichamen binnenkomen zonder toelating tot verblijf. De toelating tot verblijf vervalt op het tijdstip van vertrek van het zeeschip (zie [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=2&z=2015-10-01&g=2015-10-01) CTU-BES).
Op grond van [artikel 6.46 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.46) moet een vreemdeling die naar de openbare lichamen is gekomen, om als zeeman werk te zoen aan boord van een zeeschip, zich binnen drie dagen na binnenkomst in de openbare lichamen in persoon melden bij de Korpschef.
Ten aanzien van toelating van rechtswege is in dit hoofdstuk het volgende onderscheid gemaakt:
Deze categorieën zijn hieronder uitgewerkt.
### 2. Nederlanders
### 2.1. Algemeen
De toelating van rechtswege, bedoeld in de [artikelen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) en [5a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5a), is tijdelijk.
Een vreemdeling die toelating van rechtswege heeft kan na een ononderbroken periode van ten minste vijf jaren toelating van rechtswege wel in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, als de vreemdeling aan de daarvoor geldende voorwaarden voldoet (zie [artikel 5.45, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.45)).
Voor de regels over de verplichting tot aanmelding na binnenkomst bij de Korpschef wordt verwezen naar hoofdstuk 1 ‘Toegang’, paragraaf 4.6 ‘Aanmelding na binnenkomst in de openbare lichamen’.
Ten aanzien van toelating van rechtswege is in dit hoofdstuk het volgende onderscheid gemaakt:
Deze categorieën zijn hieronder uitgewerkt.
De toegang en toelating van Nederlanders tot de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba worden per 10 oktober 2010 beheerst door de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571).
Voor burgers van de Europese Unie en hun familieleden, ook Nederlanders, die zich naar de Caribische delen van het Koninkrijk begeven geldt dat zij geen beroep op de Europese regels betreffende het vrij verkeer van personen kunnen doen. Omdat de Caribische delen van het Koninkrijk behoren tot de zogeheten Landen en Gebieden Overzee, waarop alleen de Associatieregeling van toepassing is, zijn de Europese bepalingen en regels inzake het vrij verkeer van personen aldaar niet van toepassing.
### 2.2. Uitleg [artikel 1a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=1a)
Dat betekent dat tot aan de inwerkingtreding van een Rijkswet personenverkeer het volgende geldt:
De toegang en toelating van Nederlanders tot het Europese deel van Nederland blijven volledig vrij. Hier verandert niets aan.
De toegang en toelating van Nederlanders tot het land Aruba worden voorlopig beheerst door de Landsverordening toelating, uitzetting en verwijdering (LTUV) van het land Aruba.
De toegang en toelating van Nederlanders tot Curaçao en Sint Maarten worden per 10 oktober 2010 beheerst door de Landsverordeningen toelating en uitzetting (LTU) van beide, respectievelijke landen.
### 2.3. Toelating van rechtswege van Nederlanders
### 2.3.1. Toepassing van [artikel 5a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5a)
Met het vorenstaande wordt aangesloten bij [artikel 4 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=4).
De bepalingen van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) zijn van overeenkomstige toepassing op:
De bepalingen van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) zijn niet van overeenkomstige toepassing op:
### 2.3.2. Toelating van rechtswege op grond van [artikel 3, vijfde en zesde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3)
Voor het begrip ‘woonplaats’ is aangesloten bij de definitie zoals genoemd in [artikel 10, eerste lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028743&artikel=10). Daaruit volgt dat perioden van afwezigheid van de openbare lichamen binnen de referteperiode van een jaar niet in de weg staan aan de behandeling als eilandskind van de openbare lichamen. De duur en de reden van afwezigheid binnen de referteperiode is niet van belang, zolang vaststaat dat de betrokken Nederlander in de referteperiode ononderbroken zijn woonplaats op de openbare lichamen heeft gehad. De referteperiode van een jaar heeft tot doel om te voorkomen dat Nederlanders zich voor 10 oktober 2010 vestigen in de openbare lichamen met het oogmerk behandeld te worden als eilandskind van de openbare lichamen.
De periode genoemd onder d wordt niet als onderbroken beschouwd door een verblijf buiten de openbare lichamen voor studiedoeleinden of wegens geneeskundige behandeling. In dat geval zijn de bepalingen van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) niet van toepassing.
### 2.3.2. Toelating van rechtswege op grond van [artikel 3, vijfde en zesde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3)
### 3.1. Bijzondere categorieën
De minderjarige Nederlandse kinderen van de bovengenoemde Nederlanders die toelating van rechtswege hebben op grond van [artikel 3, vijfde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3), hebben toelating van rechtswege als één van de ouders het ouderlijk gezag heeft.
Dit betekent dat de aanvrager over een verklaring goed gedrag moet beschikken uit alle landen waar de Nederlander de afgelopen 5 jaar heeft verbleven.
Nederlanders op wie de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) (grotendeels) van overeenkomstige toepassing is mogen zonder toelating van rechtswege toegekend op het grondgebied van de openbare lichamen verblijven gedurende een periode van maximaal zes maanden binnen een tijdvak van een jaar (zie de [artikelen 1a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=1a) en [5a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5a). In dit geval is wel sprake van toelating van rechtswege, maar er wordt geen verklaring afgegeven waaruit de toekenning blijkt.
Bedoelde Nederlanders behoeven pas na zes maanden verblijf op het grondgebied van de openbare lichamen een verklaring waaruit blijkt dat hen toelating van rechtswege is toegekend. Zij moeten dan wel voldoen aan de voorwaarden van [artikel 3, vijfde of zesde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3). Dit geldt ook als de Nederlander al bij binnenkomst langer dan zes maanden verblijf beoogt. Nederlanders dienen de termijn van zes maanden zelf in de gaten te houden.
Als men binnen deze zes maanden op het grondgebied van de openbare lichamen wil werken, dan zal men wel een verklaring van rechtswege aan moeten vragen. Aan deze aanvraag zijn leges verbonden. Zie hiervoor de [Regeling toelating en uitzetting BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028815). Voor de opsomming van vereisten en bescheiden wordt verwezen naar paragraaf 3.2.2 van dit hoofdstuk.
Het Gemeenschappelijk Hof van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba heeft op 15 december 2014 uitspraak gedaan inzake de uitleg van artikel 3 van het Protocol bij het Nederlands-Amerikaans verdrag inzake vriendschap, handel en scheepvaart.
De strekking van deze uitspraak is dat Amerikaanse onderdanen in het Caribisch Deel van het Koninkrijk – en daarmee op het grondgebied van de openbare lichamen aanspraak hebben op gelijke behandeling als Nederlanders die niet in het Caribisch Deel van het Koninkrijk zijn geboren. Dit betekent dat Amerikaanse onderdanen, net als die Nederlanders, op wie de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) (grotendeels) van overeenkomstige toepassing is, een vrije termijn van maximaal zes maanden hebben in een tijdbestek van een jaar (in plaats van drie maanden binnen een periode van zes maanden). Voorts komen zij in aanmerking voor een verklaring inzake toelating van rechtswege als ze aan de voorwaarden voldoen, waaraan ook bedoelde Nederlanders moeten voldoen.
Voor de rest geldt voor een Amerikaans onderdaan hetzelfde zoals hierboven is omschreven onder het kopje “Nederlanders”.
Zolang de vreemdeling pensioen of uitkering bij wijze van pensioen ontvangt, dan wel zolang de weduwe of weduwnaar niet is hertrouwd.
Meerderjarige Nederlanders of Amerikanen op wie de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) van (al dan niet van overeenkomstige) toepassing is hebben recht op toelating van rechtswege als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
Voor voldoende middelen van bestaan wordt verwezen naar hoofdstuk 3/1.9.3.3 CTU-BES.
### 3.2. De toekenning van de toelating van rechtswege
### 3.2.1. Indiening van de aanvraag
Dit betekent dat de aanvrager over een verklaring goed gedrag moet beschikken uit alle landen waar de Nederlander de afgelopen 5 jaar heeft verbleven. De verklaring dient uiterlijk twee maanden voor aankomst op het grondgebied van de openbare lichamen te zijn afgegeven door de bevoegde autoriteit. Indien de verklaring van goed gedrag recenter is afgegeven wordt deze aangemerkt als een schriftelijke verklaring als bedoeld in [artikel 3, vijfde lid, van de WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3).
### 3. Bijzondere categorieën
Op grond van [artikel 38 van de Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028070&artikel=38) zijn leden en plaatsvervangend leden van het Hof alsmede hun echtgenoten of geregistreerd partners en minderjarige kinderen voor zover zij met hen een gemeenschappelijke huishouding voeren van rechtswege toegelaten tot de landen, en daarmee in voorkomend geval ook tot de openbare lichamen. Aan de leden en plaatsvervangend leden van het Hof en hun echtgenoten of geregistreerde partners worden geen nadere voorwaarden gesteld voor de uitoefening van een beroep of het verrichten van arbeid.
Aan de volgende bijzondere categorieën personen (vreemdelingen of Nederlanders) wordt op aanvraag de toelating van rechtswege op het grondgebied van de openbare lichamen toegekend (zie [artikel 3, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3)):
### 3.2. De toekenning van de toelating van rechtswege
**Ad b:**
### 3.2.4. Einde toelating van rechtswege
**Ad c:**
Zolang de vreemdeling in consulaire dienst is.
**Ad d:**
Zolang de vreemdeling militair is en is gestationeerd in de openbare lichamen.
**Ad e:**
Gedurende de tijd dat de openbare lichamen met toestemming van de bevoegde autoriteit wordt aangedaan.
**Ad f:**
Zolang de echtgenoot niet van tafel en bed is gescheiden en de kinderen nog minderjarig zijn.
De ongehuwde partner, van vreemde nationaliteit, van een vreemdeling die van rechtswege toelating heeft, kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd aanvragen voor een verblijfsdoel verband houdend met gezinshereniging bij partner. De geldigheidsduur van deze verblijfsvergunning is in beginsel een jaar. Als de hoofdpersoon korter dan een jaar van rechtswege is toegelaten, dan is de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning van de ongehuwde partner daarop afgestemd. Dit geldt ook voor de minderjarige kinderen, als deze kinderen zelf niet de Nederlandse nationaliteit hebben.
Op grond van [artikel 38 van de Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028070&artikel=38) zijn leden en plaatsvervangend leden van het Hof alsmede hun echtgenoten of geregistreerd partners en minderjarige kinderen voor zover zij met hen een gemeenschappelijke huishouding voeren van rechtswege toegelaten tot de landen, en daarmee in voorkomend geval ook tot de openbare lichamen. Aan de leden en plaatsvervangend leden van het Hof en hun echtgenoten of geregistreerde partners worden geen nadere voorwaarden gesteld voor de uitoefening van een beroep of het verrichten van arbeid.
Gelet op het bovenstaande wordt op aanvraag een verklaring inzake toelating van rechtswege in de openbare lichamen afgegeven aan de leden en plaatsvervangend leden alsmede hun echtgenoten of geregistreerd partners en minderjarige kinderen voor zover zij met hen een gemeenschappelijke huishouding voeren.
Ten aanzien van de in [artikel 3, eerste lid, onder a, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) genoemde categorie geldt dat als de vreemdeling niet meer in overheidsdienst werkzaam is, de toelating van rechtswege eindigt.
### 3.2.1. Indiening van de aanvraag
### 4.1. Algemeen
Onder onafgebroken verblijf als bedoeld in [artikel 5, onder b, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5) wordt verstaan onafgebroken toelating van rechtswege of verblijf grond van een verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd.
Bij het indienen van een aanvraag om een verklaring van toelating van rechtswege moeten de volgende gegevens en bescheiden worden verstrekt dan wel overgelegd (door zowel vreemdelingen als Nederlanders):
### 4.2. Categorieën
### 4.2.1. Toeristen
**Ad e bewijs ouderlijk gezag**
Dit geldt alleen als uit de geboorteakte blijkt dat het kind niet het biologisch kind is van beide ouders. In dat geval moet een rechterlijke uitspraak overgelegd worden waaruit blijkt dat het ouderlijk gezag / voogdij aan de in de openbare lichamen verblijvende ouder is toegewezen.
Op grond van [artikel 5a van de WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5a) kunnen bij of op basis van algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld over het verblijf zonder vergunning tot tijdelijk verblijf voor verblijf in de vrije termijn van niet langer dan zes maanden. Dit is uitgewerkt in de artikelen [4.1 tot en met 4.4 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.1). Hierin zijn regels gesteld over verblijf in de zogenoemde vrije termijn, met een maximale verblijfsduur van zes maanden. Dit verblijf is aan te merken als een vorm van toelating van rechtswege.
Op de verklaring staat de aantekening dat de vreemdeling van rechtswege toelating tot verblijf heeft. Arbeid is vrij toegestaan. TWV is niet vereist. Aan de verklaring zijn geen beperkingen en voorschriften verbonden.
Indien men korter dan drie maanden in de openbare lichamen wenst te verblijven hoeft men niet te voldoen aan de voorwaarde van bereidheid om mee te werken aan een onderzoek naar of behandeling van tuberculose.
### 4.2.1. Toeristen
De toelating van rechtswege eindigt van rechtswege. Dat wil zeggen dat daarvoor geen intrekkingsbeschikking of beëindigingsbeschikking nodig is. Doet één van de onder a of b genoemde omstandigheden zich voor, dan eindigt de toelating van rechtswege. De vreemdeling ontvangt een mededeling dat zijn toelating van rechtswege is geëindigd. Deze mededeling is aan te merken als een beschikking in de zin van de [WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455), zodat daartegen rechtsmiddelen aangewend kunnen worden. De vreemdeling moet de openbare lichamen zelfstandig verlaten na bekendmaking van de beschikking.
Als de toelating van rechtswege is geëindigd en er ook geen andere grond van toepassing is op grond waarvan toelating van rechtswege bestaat, maar men wel voor een ander doel in de openbare lichamen wil verblijven, kan daartoe een aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden ingediend. In dat geval is bij vreemdelingen in beginsel het mvv-vereiste van toepassing.
Als de vreemdeling of Nederlander toelating van rechtswege meent te hebben op een andere grond in [artikel 3 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3), moet hij daarvoor een nieuwe verklaring vragen waaruit de toelating van rechtswege blijkt. Pas dan kan immers getoetst worden of hij toelating van rechtswege heeft op de nieuwe grond.
### 4.3. Verklaring
Deze beëindigingsgrond geldt voor alle in [artikel 3, eerste, vijfde en zesde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) genoemde categorieën. Dit betekent dat als niet meer aan de daar genoemde beschrijving van de betreffende categorie wordt voldaan, de toelating van rechtswege eindigt.
### 4.2.2. Bemanningsleden van schepen en luchtvaartuigen
Ten aanzien van de in [artikel 3, vijfde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) genoemde categorie geldt dat als de Nederlander niet langer beschikt over huisvesting dan wel over voldoende middelen van bestaan, de toelating van rechtswege eindigt.
Ten aanzien van de in [artikel 3, zesde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) genoemde categorie geldt dat als één van de ouders niet langer voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 3, vijfde lid, WTU-BES, de toelating van rechtswege van de minderjarige Nederlandse kinderen van die ouder eindigt.
**Ad b:**
Onder onafgebroken verblijf als bedoeld in [artikel 5, onder b, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5) wordt verstaan onafgebroken toelating van rechtswege of verblijf grond van een verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd.
De periode, bedoeld in [artikel 3, eerste lid, onder g, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) wordt niet onderbroken door een verblijf buiten de openbare lichamen voor studiedoeleinden of wegens geneeskundige behandeling, tenzij de vreemdeling aangeeft zijn toelating tot de openbare lichamen te willen opgeven (zie [artikel 4, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=4)). De toelating van rechtswege van de in artikel 3, eerste lid, onder g, WTU-BES bedoelde vreemdeling wordt geacht te zijn vervallen als de vreemdeling niet binnen een jaar na de voltooiing van zijn studie of de beëindiging van de geneeskundige behandeling is teruggekeerd naar de openbare lichamen (zie artikel 4, tweede lid, WTU-BES).
### 4.4. Uitzondering op de termijn
### 3.2.2. Vereiste bescheiden
### 3.2.3. Verklaring
### 4. Verblijf in de vrije termijn
### 1. De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
### 4. Verblijf in de vrije termijn
De verlengingsmogelijkheid van drie naar zes maanden is slechts bedoeld voor uitzonderlijke situaties, zoals overmacht.
### 1.1. Inleiding
### 1.2. Beperking
De volgende categorieën hebben verblijf in de vrije termijn in de openbare lichamen voor maximaal drie maanden per tijdvak van zes maanden, als bedoeld in [artikel 5a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5a):
Deze beperkingen kunnen nader worden omschreven bij de verlening van de verblijfsvergunning (zie [artikel 5.2, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2)).
Daarnaast kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden verleend onder een andere beperking dan hiervoor genoemd (zie [artikel 5.2, derde lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2)). Hiervan zal weinig gebruik worden gemaakt om precedentwerking te voorkomen.
Met toerist wordt bedoeld een vreemdeling die:
Voor specifieke voorschriften omtrent het verkrijgen toegang wordt verwezen naar hoofdstuk 1 ‘toegang’, paragraaf 7.3.
### 1.2. Beperking
Op grond van [artikel 4.2, tweede lid BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.2) zijn toeristen onderworpen aan de bepalingen die gelden voor vreemdelingen die tot verblijf bij vergunning verleend zijn toegelaten. Zie hiervoor [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=3&z=2015-10-01&g=2015-10-01) CTU-BES.
### 1.3. Ingangsdatum
### 1.4. Arbeidsmarktaantekening
Daarnaast kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden verleend onder een andere beperking dan hiervoor genoemd (zie [artikel 5.2, derde lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2)). Hiervan zal weinig gebruik worden gemaakt om precedentwerking te voorkomen.
### 1.5. Aantekening tijdelijk verblijfsrecht
Bemanningsleden van schepen (zeelieden) en luchtvaartuigen mogen zonder toelating bij vergunning verleend in de openbare lichamen binnenkomen en er verblijven gedurende een periode van maximaal drie maanden binnen een tijdvak van zes maanden, met dien verstande dat hun toelating vervalt op het tijdstip van vertrek van het schip of luchtvaartuig (zie [artikel 4.3 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.3)).
Op grond van [artikel 6.46 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.46) moet een vreemdeling die naar de openbare lichamen is gekomen, om als zeeman werk te zoeken aan boord van een zeeschip, zich binnen drie dagen na binnenkomst in de openbare lichamen in persoon melden bij de Korpschef.
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend met ingang van de dag waarop de vreemdeling heeft aangetoond dat hij aan alle voorwaarden voldoet, maar niet eerder dan met ingang van de dag waarop de aanvraag is ontvangen. Dit geldt ook voor de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Zie [artikel 7, vierde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7).
Het is niet nodig dat toeristen en bemanningleden van schepen en luchtvaartuigen een verklaring, als bedoeld in [artikel 3, derde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3), aanvragen waaruit blijkt dat zij van rechtswege toelating in de openbare lichamen hebben.
Op het document waaruit de verblijfsrechtelijke positie van de vreemdeling blijkt wordt aangetekend of de vreemdeling arbeid mag verrichten en of daarvoor op grond van de [Wav-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437) een TWV vereist is (zie [artikel 6.17, derde lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.17)).
### 1.5. Aantekening tijdelijk verblijfsrecht
Voor deze situatie gelden aanvullend de volgende voorwaarden:
De verlengingsmogelijkheid van drie naar zes maanden is slechts bedoeld voor uitzonderlijke situaties, zoals overmacht.
Bijzondere omstandigheden zijn in ieder geval niet:
Voor deze situatie gelden aanvullend de volgende voorwaarden:
De tijdelijkheid van het verblijfsrecht heeft niets te maken met:
### 1. De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
Een beroep op de publieke middelen kan in ieder geval gevolgen hebben voor het verblijfsrecht als de verblijfsvergunning is verleend onder één van de volgende beperkingen (zie [artikel 5.2, vierde lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2)):
Een vreemdeling die in de openbare lichamen verblijft en die geen toelating van rechtswege heeft op grond van [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) of [artikel 5a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5a), heeft een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd nodig (zie [artikel 6, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=6)).
Als een beroep op de publieke middelen wordt gedaan kan dat betekenen dat niet meer aan de voorwaarden voor verblijf wordt voldaan zoals:
Een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder beperkingen die verband houden met het doel waarvoor het verblijf is toegestaan (zie [artikel 7, zevende lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7)). In [artikel 5.2, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2) zijn de volgende beperkingen genoemd:
Deze beperkingen kunnen nader worden omschreven bij de verlening van de verblijfsvergunning (zie [artikel 5.2, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2)).
Daarnaast kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden verleend onder een andere beperking dan hiervoor genoemd (zie [artikel 5.2, derde lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2)). Hiervan zal weinig gebruik worden gemaakt om precedentwerking te voorkomen.
Voor welke situaties is [artikel 5.2, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2)**niet** bedoeld?
Voor welke situaties is [artikel 5.2, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2)**wel** bedoeld?
In de betreffende hoofdstukken over de verschillende verblijfsdoelen wordt telkens aangegeven of en zo ja welke voorschriften aan de verblijfsvergunning worden verbonden.
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend met ingang van de dag waarop de vreemdeling heeft aangetoond dat hij aan alle voorwaarden voldoet, maar niet eerder dan met ingang van de dag waarop de aanvraag is ontvangen. Dit geldt ook voor de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Zie [artikel 7, vierde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7).
Beleidsregels:
Op het document waaruit de verblijfsrechtelijke positie van de vreemdeling blijkt wordt aangetekend of de vreemdeling arbeid mag verrichten en of daarvoor op grond van de [Wav-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437) een TWV vereist is (zie [artikel 6.17, derde lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.17)).
Regels voor het in ontvangst nemen, het beheer en de teruggave van waarborgsommen staan in de [artikelen 5.5 tot en met 5.8 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.5).
Het verblijfsrecht op grond van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan tijdelijk of niet-tijdelijk zijn (zie [artikel 5.3, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.3)).
Er is sprake van tijdelijk verblijfsrecht als de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is verleend onder de volgende beperkingen (zie [artikel 5.3, tweede lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.3)):
### 1.6. Aantekening omtrent beroep op de publieke middelen
### 1.8. De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
Gevolgen tijdelijk verblijfsrecht:
De tijdelijkheid van het verblijfsrecht heeft niets te maken met:
Deze periode is korter dan vijf jaren als:
Een beroep op de publieke middelen kan in ieder geval gevolgen hebben voor het verblijfsrecht als de verblijfsvergunning is verleend onder één van de volgende beperkingen (zie [artikel 5.2, vierde lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2)):
### 1.9. Afwijzingsgronden van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
Als een beroep op de publieke middelen wordt gedaan kan dat betekenen dat niet meer aan de voorwaarden voor verblijf wordt voldaan zoals:
Als aan één of beide genoemde voorwaarden niet meer wordt voldaan, kan de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd om die reden worden ingetrokken (zie [artikel 14, onder d en e, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=14)) of kan een aanvraag om verlenging worden afgewezen (zie [artikel 9, eerste lid, onder b en c, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9)).
### 1.9.1. Mvv-vereiste
Van deze hoofdregel wordt, in geval van bepaalde verblijfsdoelen, afgeweken in de [artikelen 5.27 tot en met 5.30 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.27).
Aan de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kunnen voorschriften worden verbonden (zie [artikel 7, zevende lid, WTU- BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7)). Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over voorschriften. Deze regels staan in de [artikelen 5.4 tot en met 5.9 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.4).
### 1.9. Afwijzingsgronden van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
In de betreffende hoofdstukken over de verschillende verblijfsdoelen wordt telkens aangegeven of en zo ja welke voorschriften aan de verblijfsvergunning worden verbonden.
De volgende voorschriften tot het stellen van zekerheid kunnen aan de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden verbonden (zie [artikel 5.4 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.4)):
Beleidsregels:
Van het voorschrift tot het deponeren van een waarborgsom voor de kosten van de reis naar een plaats buiten de openbare lichamen waar toelating van de vreemdeling gewaarborgd is, wordt in beginsel geen gebruik gemaakt, maar zal een solvabele derde zich schriftelijk moeten garantstellen. Dit voorschrift kan alleen aan de verblijfsvergunning worden verbonden op aanwijzing van Onze Minister. Dit zal alleen in uitzonderlijke gevallen plaatsvinden.
Regels voor het in ontvangst nemen, het beheer en de teruggave van waarborgsommen staan in de [artikelen 5.5 tot en met 5.8 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.5).
De uitvoering van de regels gaat als volgt:
In plaats van een waarborgsom kan een passagebiljet worden gedeponeerd voor de reis naar een plaats buiten de openbare lichamen waar toelating van de vreemdeling is gewaarborgd (zie [artikel 5.4, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.4)). Omdat passagebiljetten maar een beperkte geldigheidsduur hebben, wordt van deze mogelijkheid alleen gebruik gemaakt ten aanzien van vreemdelingen die een verblijf beogen van korter dan één jaar. De duur van de te verlenen verblijfsvergunning is dan steeds korter dan de geldigheidsduur van het passagebiljet. De vreemdeling heeft aan dit voorschrift voldaan als hij al in verband met verblijf in de vrije termijn een passagebiljet heeft gedeponeerd dat geldig is tot na het verstrijken van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning.
De uitvoering gaat als volgt:
Als het voorschrift tot schriftelijke garantstelling aan de verblijfsvergunning is verbonden, betekent dit dat een in de openbare lichamen gevestigde solvabele derde een schriftelijke garantstelling ondertekent (zie model MBES26 CTU-BES), waarmee hij zich garant stelt voor de kosten die voor de staat en andere openbare overheden voortvloeien uit het verblijf van de vreemdeling in de openbare lichamen, en voor de kosten van terugkeer van de vreemdeling naar een plaats buiten de openbare lichamen waar zijn toelating is gewaarborgd.
De verplichtingen die voortvloeien uit de garantstelling hebben uitsluitend betrekking op de kosten veroorzaakt binnen vijf jaren, nadat de verblijfsvergunning is verleend (zie [artikel 5.9, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.9)).
Deze periode is korter dan vijf jaren als:
In plaats van de zekerheid van een waarborgsom of een schriftelijke garantstelling kan zakelijke zekerheid worden gesteld. In beginsel zal hier geen gebruik van worden gemaakt. Wat hiervoor is bepaald over de termijn van vijf jaren en de gevallen waarin deze korter kan zijn dan vijf jaren, is van overeenkomstige toepassing op de verplichtingen die voortvloeien uit het stellen van zakelijke zekerheid (zie [artikel 5.9, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.9)). In beginsel zal een solvabele derde zich moeten garant stellen.
De vreemdeling moet met een schriftelijk bewijsstuk aantonen dat hij voldoende verzekerd is tegen ziektekosten, met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting. Een voorschrift tot het voldoende verzekerd zijn tegen ziektekosten wordt altijd aan de verblijfsvergunning verbonden.
De vreemdeling die voor zijn negentiende levensjaar tenminste vijf achtereenvolgende jaren toelating in de openbare lichamen heeft gehad, kan in aanmerking komen voor wedertoelating tot de openbare lichamen. Als de vreemdeling minderjarig is, kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden verleend. Is de vreemdeling meerderjarig dan kan een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd worden verleend. Hiermee verhoudt zich niet dat het mvv-vereiste wordt tegengeworpen.
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend voor ten hoogste vijf achtereenvolgende jaren (zie [artikel 6, tweede lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=6)). In de [artikelen 5.26 tot en met 5.30 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.26) zijn regels gesteld over de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning en de verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning.
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend voor ten hoogste één jaar en kan telkens met ten hoogste één jaar worden verlengd ([artikel 5.26 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.26)).
Van deze hoofdregel wordt, in geval van bepaalde verblijfsdoelen, afgeweken in de [artikelen 5.27 tot en met 5.30 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.27).
### 1.9.1.2. Toetsing van de vrijstellingscategorie
Gelet op het feit dat:
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan op grond van [artikel 9, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9), worden geweigerd:
### 1.9.1.1. Vrijstellingen
### 1.9.1.3. Hardheidsclausule
Het is aan de vreemdeling en/of de hoofdpersoon om de duur van het verblijf aan te tonen.
Als hoofdregel geldt dat een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning wordt afgewezen als de vreemdeling geen mvv heeft, die is afgegeven voor het verblijfsdoel waarvoor de verblijfsvergunning is aangevraagd ([artikel 9, eerste lid onder a, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9) en [artikel 5.31, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.31)).
Het mvv-vereiste geldt niet voor:
Als een vreemdeling zich beroept op een van de vrijstellingscategorieën moet hij zelf aantonen dat hij hiervoor in aanmerking kan komen. Dit gebeurt zoveel mogelijk direct aan het loket van de IND unit Caribisch Nederland. Op het aanvraagformulier staan de vrijstellingscategorieën ingevolge de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) en het [BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599) vermeld, voorzien van een korte toelichting per vrijstellingsgrond.
In de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) en de [BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599) zijn een aantal vrijstellingen van het mvv-vereiste opgenomen.
### 1.9.1.3. Hardheidsclausule
Deze landen zijn: Australië, België, Bulgarije, Canada, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Japan, Letland, Liechtenstein, Litouwen, Luxemburg, Malta, Monaco, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Vaticaanstad, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten van Amerika, IJsland, Zuid-Korea, Zweden en Zwitserland (zie [artikel 4.2 RTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028815&artikel=4.2)).
Vreemdelingen uit deze landen mogen wel onverplicht een mvv aan vragen om vooraf te laten toetsen of zij recht hebben op een verblijfsvergunning.
Voor deze vrijstelling wordt beoordeeld of de vreemdeling kan reizen naar zijn land van herkomst of bestendig verblijf om daar de behandeling af te wachten van een ingediende mvv-aanvraag. Omstandigheden die de feitelijke toegankelijkheid van de medische zorg in het land van herkomst of bestendig verblijf betreffen, worden niet betrokken bij de beoordeling.
Het ontbreken van een mvv wordt niet tegengeworpen aan de vreemdeling die een aanvraag indient om wijziging van het verblijfsdoel. Er wordt hierbij geen onderscheid gemaakt naar het soort verblijfsdoel. De vrijstelling geldt bijvoorbeeld ook als een vreemdeling twee maanden in het bezit geweest is van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verband houdend met bescherming als bedoeld in [artikel 12a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a) en vervolgens in aanmerking wil komen voor verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder een andere beperking. De aanvraag tot wijziging van het verblijfsdoel moet wel tijdig, dat wil zeggen in ieder geval niet later dan twee jaarna afloop van de geldigheidsduur van de eerdere verblijfsvergunning, zijn ingediend.
Een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt, in de volgende gevallen, op grond van [artikel 5.30,tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.30) niet afgewezen wegens het ontbreken van een geldige mvv:
De vreemdeling die voor zijn negentiende levensjaar tenminste vijf achtereenvolgende jaren toelating in de openbare lichamen heeft gehad, kan in aanmerking komen voor wedertoelating tot de openbare lichamen. Als de vreemdeling minderjarig is, kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden verleend. Is de vreemdeling meerderjarig dan kan een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd worden verleend. Hiermee verhoudt zich niet dat het mvv-vereiste wordt tegengeworpen.
Als hoofdregel geldt dat één van de ouders binnen drie dagen na de geboorte van het kind een aanvraag ten behoeve van het kind moet indienen bij de korpschef om het verblijfsrecht mede geldig te maken voor het kind. Vanaf de leeftijd van twaalf jaar kunnen deze kinderen ook feitelijk in het bezit worden gesteld van een vreemdelingendocument waaruit het verblijfsrecht blijkt.
Als het kind niet direct na de geboorte is aangemeld, dan kan tot en met de leeftijd van twaalf jaar alsnog een aanvraag worden ingediend. De verblijfsvergunning wordt verleend als naar het oordeel van de Minister van Justitie voldoende is aangetoond dat het kind vanaf de geboorte onafgebroken in de openbare lichamen heeft verbleven en feitelijk is blijven behoren tot het gezin van de ouder die houder is van een verblijfsvergunning. Bij aanvragen van kinderen die in de openbare lichamen zijn geboren, is het niet rechtvaardig de aanvraag af te wijzen, omdat het kind niet in het bezit is van een geldige mvv.
Dit geldt ook als de ouder op het moment van de geboorte rechtmatig in de openbare lichamen verbleef, al dan niet in afwachting van een (nadere) beslissing op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning, en die aansluitend daarop in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning. Van dat kind wordt ook niet verlangd dat het met die ouder vertrekt naar het land van herkomst om daar de beslissing op de mvv-aanvraag af te wachten. Ook zijn vrijgesteld andere kinderen die in de openbare lichamen zijn geboren op een moment waarop de ouder op andere gronden toelating tot verblijf had in de openbare lichamen en die aansluitend op die toelating tot verblijf in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning. Andere gronden voor toelating zijn bijvoorbeeld verblijf in verband met de aangifte van mensenhandel of tijdens de vrije termijn,
De persoon die feitelijk in de openbare lichamen verblijft en bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba een [artikel 17 RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=17) verzoek heeft ingediend tot vaststelling van zijn vermeende Nederlanderschap, wordt in het algemeen niet de openbare lichamen uitgezet als dat verzoek naar het oordeel van Minister van Justitie niet klaarblijkelijk van elke grond ontbloot is. In dat geval kan de vreemdeling, onder omstandigheden, in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, in afwachting van de beslissing op het artikel 17 RWN verzoek.
Gelet op het feit dat:
### 1.9.2. Geldig document voor grensoverschrijding
### 1.9.3. Middelen van bestaan
Het gezinslid wordt vrijgesteld van het mvv-vereiste als:
Het is aan de vreemdeling en/of de hoofdpersoon om de duur van het verblijf aan te tonen.
Het ontbreken van een geldige mvv leidt niet tot afwijzing van de aanvraag, als een ieder verbindende bepaling van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie zich daartegen verzet. Een voorbeeld van een dergelijke verplichting is artikel 8 EVRM. Toetsing aan artikel 8 EVRM vergt een op de concrete zaak toegespitste afweging van alle relevante feiten en omstandigheden van het individuele geval. Aan de vreemdeling van wie uitzetting in strijd met artikel 8 van het EVRM is, wordt op grond hiervan het mvv-vereiste niet tegen geworpen.
Dit kan een schriftelijke verklaring zijn van de autoriteiten van dat land, waarin gemotiveerd wordt aangegeven waarom de vreemdeling niet in het bezit wordt gesteld van een geldig document voor grensoverschrijding. Deze verklaring kan de vreemdeling vragen bij de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van zijn land in Nederland. Als dat niet lukt, moet de vreemdeling in beginsel naar zijn land van herkomst terugreizen om daar een geldig document voor grensoverschrijding te vragen.
### 1.9.3.1. Zelfstandige middelen van bestaan
Ten aanzien van de beoordeling van een beroep op een van de vrijstellingscategorieën van het mvv-vereiste geldt dat hierbij uitsluitend wordt getoetst aan de voorwaarden van de vrijstellingscategorie. Hierbij wordt dus nog niet volledig aan de inhoudelijke verblijfsvoorwaarden van het gevraagde verblijfsdoel getoetst, ook al zal een toets aan de voorwaarden van de vrijstellingscategorie vaak voor een deel overeenkomen met een inhoudelijke toets aan de verblijfsvoorwaarden. Pas nadat is vastgesteld dat de vreemdeling zich met succes kan beroepen op een van de vrijstellingscategorieën, wordt aan de inhoudelijke voorwaarden voor de verlening van de verblijfsvergunning getoetst.
Het zelfstandig en duurzaam beschikken over voldoende middelen van bestaan is een voorwaarde voor verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd (zie [artikel 9, eerste lid, onder b en c, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9)). Als hoofdregel geldt dat iedere vreemdeling zelfstandig en duurzaam moet beschikken over voldoende middelen van bestaan. Als dat niet het geval is, kan de aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden afgewezen.
In het derde lid van [artikel 5.31 BTU](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.31) staat de zogenoemde hardheidsclausule. Als de vreemdeling niet beschikt over een geldige mvv en niet behoort tot een van de vrijgestelde categorieën kan het zijn dat de aanvraag niet wordt afgewezen, omdat de vreemdeling niet beschikt over een mvv. Dit gebeurt als de toepassing van het mvv-vereiste naar het oordeel van de Minister zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
De vreemdeling die een beroep op de hardheidsclausule doet moet bij de indiening van zijn aanvraag om een verblijfsvergunning het beroep al zo veel mogelijk met bewijsstukken onderbouwen.
Toepassing van de hardheidsclausule kan alleen in zeer bijzondere gevallen.
Er is in ieder geval geen sprake van een zeer bijzonder geval, als de vreemdeling:
In bovengenoemde gevallen kan de hardheidsclausule in ieder geval niet worden toegepast.
Dit zijn inkomsten uit een inkomensvervangende uitkering krachtens een sociale verzekeringswet, waarvoor premie is afgedragen.
Uit een geldig document voor grensoverschrijding moet blijken:
Een geldig document voor grensoverschrijding is meestal een geldig nationaal paspoort dat door Nederland wordt erkend.
Let op: het komt soms voor dat op verzoek van een vreemdeling of van een familielid een paspoort wordt toegezonden aan de vreemdeling, zonder dat de beoogde houder van het paspoort zich in persoon voor de autoriteiten van het land van afgifte heeft moeten melden. Omdat in deze gevallen geen deugdelijke toetsing van de identiteit van de betrokken vreemdeling heeft plaatsgevonden, worden deze zogenoemde blanco paspoorten niet aangemerkt als geldig document voor grensoverschrijding.
Het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding is een voorwaarde voor verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, die wordt gesteld met het oog op het algemeen belang als bedoeld in [artikel 9, eerste lid, onder b, WTU- BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9). Als hoofdregel geldt dat iedere vreemdeling in het bezit moet zijn van een geldig document voor grensoverschrijding. Als dat niet het geval is, kan de aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden afgewezen.
### 1.9.3.2. Duurzaamheid middelen van bestaan
Bij de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd legt de vreemdeling in ieder geval een geldig document voor grensoverschrijding over (zie [artikel 5.50, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.50)). Als de vreemdeling dat niet overlegt, krijgt hij de gelegenheid om gedurende een redelijke termijn van vier weken de aanvraag aan te vullen door alsnog een geldig document voor grensoverschrijding te overleggen, voordat op de aanvraag wordt beslist. De redelijke termijn is in dit geval in beginsel vier weken. In bepaalde omstandigheden kan een kortere termijn worden gesteld, bijvoorbeeld als de vreemdeling snel kan worden uitgezet of als het een herhaalde aanvraag is.
De beslistermijn van vier maanden wordt opgeschort met de redelijke termijn die is geboden voor herstel van het verzuim. Als de vreemdeling na die redelijke termijn geen geldig document voor grensoverschrijding heeft overgelegd, wordt de aanvraag afgewezen, tenzij de vrijstelling van [artikel 5.31 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.31) van toepassing is.
Een aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan niet worden afgewezen op grond van [artikel 9, eerste lid, onder b, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9), met het oog op het algemeen belang om de enkele reden dat de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, als de vreemdeling naar het oordeel van Onze Minister heeft aangetoond dat hij vanwege de regering van het land waarvan hij onderdaan is, niet of niet meer in het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding kan worden gesteld (zie [artikel 5.31 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.31)).
De vreemdeling die stelt in aanmerking te komen voor deze vrijstelling moet, voor zover redelijkerwijs mogelijk, de volgende gegevens en bescheiden overleggen:
Dit kan een schriftelijke verklaring zijn van de autoriteiten van dat land, waarin gemotiveerd wordt aangegeven waarom de vreemdeling niet in het bezit wordt gesteld van een geldig document voor grensoverschrijding. Deze verklaring kan de vreemdeling vragen bij de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van zijn land in Nederland. Als dat niet lukt, moet de vreemdeling in beginsel naar zijn land van herkomst terugreizen om daar een geldig document voor grensoverschrijding te vragen.
Er wordt geen vrijstelling verleend om de enkele reden dat:
De inkomsten van een ondernemer die nog niet ten minste anderhalf jaar werkzaam is als zelfstandig kunnen derhalve niet als duurzaam aangemerkt worden, ongeacht de hoogte van zijn inkomsten uit arbeid als zelfstandige. Ook de omstandigheid dat een ondernemer een al langer bestaande onderneming overneemt, maakt niet dat de uit die onderneming verkregen inkomsten uit arbeid als zelfstandige duurzaam zijn.
Het zelfstandig en duurzaam beschikken over voldoende middelen van bestaan is een voorwaarde voor verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd (zie [artikel 9, eerste lid, onder b en c, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9)). Als hoofdregel geldt dat iedere vreemdeling zelfstandig en duurzaam moet beschikken over voldoende middelen van bestaan. Als dat niet het geval is, kan de aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden afgewezen.
In bepaalde gevallen geldt dat degene bij wie de vreemdeling in de openbare lichamen wil verblijven zelfstandig en duurzaam moet beschikken over voldoende middelen van bestaan.
Op enig moment tussen de datum van indiening van de aanvraag en het moment waarop op de aanvraag wordt beslist, moet gelijktijdig zijn voldaan aan alle drie de elementen van het middelenvereiste: zelfstandig, duurzaam en voldoende (zie [artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b en c, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9) en [artikel 7, vierde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7)).
Het algemene middelenvereiste is van toepassing op alle aanvragen tot het verlenen, verlengen en wijzigen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, tenzij uitdrukkelijk anders is vermeld in het [BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599) of in de CTU-BES.
### 1.9.3.1. Zelfstandige middelen van bestaan
Als zelfstandige middelen van bestaan worden aangemerkt (zie [artikel 5.32 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.32)):
Dit zijn inkomsten uit een inkomensvervangende uitkering krachtens een sociale verzekeringswet, waarvoor premie is afgedragen.
De volgende middelen van bestaan uit overige bron worden eveneens als zelfstandig aangemerkt:
Niet als (bestanddeel van) middelen van bestaan wordt aangemerkt een uitkering of bijdrage uit de publieke middelen op grond van sociale voorzieningen waarvoor geen premie wordt afgedragen.
Deze paragraaf bevat algemene beleidsregels met betrekking tot de openbare orde en het algemeen belang bij de verlening, verlenging, wijziging en intrekking van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in [artikel 6 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=6).
Middelen van bestaan moeten duurzaam zijn.
Hoofdregel:
Middelen van bestaan zijn duurzaam, als zij nog één jaar beschikbaar zijn op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven (zie [artikel 5.34, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.34)).
### 1.9.3.3. Voldoende middelen van bestaan
### 1.9.4. Openbare orde en nationale veiligheid
Als in een arbeidscontract een proeftijd is overeengekomen, heeft de proeftijd geen invloed voor het bepalen van de duurzaamheid van de middelen van bestaan. Als op het moment dat de aanvraag wordt beoordeeld de proeftijd nog niet is verstreken, dan vormt dit geen reden om de beslissing op de aanvraag aan te houden. Ook wordt de proeftijd niet in mindering gebracht op de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning. Ontslag tijdens de proeftijd kan wel gevolgen hebben voor het verblijfsrecht.
Middelen van bestaan verkregen uit eigen vermogen zijn duurzaam, als zij gedurende een aaneengesloten periode van één jaar beschikbaar zijn geweest en nog één jaar beschikbaar zijn op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven (zie [artikel 5.34, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.34)).
Duurzaamheid van middelen van bestaan uit eigen vermogen wordt aangetoond door overlegging van de volgende stukken:
Middelen van bestaan uit arbeid als zelfstandige zijn duurzaam, als zij gedurende ten minste anderhalf jaar zijn verworven en nog één jaar beschikbaar zijn op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven (zie [artikel 5.34, derde lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.34) en [artikel 4.4, eerste lid, RTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028815&artikel=4.4)).
### 1.9.4.1. Eerste verblijfsaanvaarding
Duurzaamheid van middelen van bestaan uit arbeid als zelfstandige wordt aangetoond door overlegging van:
Als het een aanvraag betreft om verlening van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met het verrichten van arbeid als zelfstandige, is bovenstaande duurzaamheidseis niet van toepassing (zie [artikel 4.4, tweede lid, RTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028815&artikel=4.4)).
Onregelmatige inkomsten (overwerkvergoeding, onregelmatigheidstoeslag en fooien) en loon in natura verworven uit arbeid in loondienst worden als duurzaam aangemerkt als deze inkomsten structureel zijn. Deze inkomsten zijn structureel als deze in de twaalf maanden voorafgaand aan de aanvraag of het moment van beschikken ten minste elf van de twaalf maanden zijn verworven. Het laagste verkregen maandelijkse bedrag wordt meegeteld bij de beoordeling of de vreemdeling over voldoende middelen van bestaan beschikt.
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan worden geweigerd door Onze Minister met het oog op het algemeen belang, namelijk bescherming van de volksgezondheid (zie [artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9)).
Hoofdregel:
Middelen van bestaan zijn voldoende, als het bruto-inkomen ten minste gelijk is aan de door Onze Minister vast te stellen bedragen (zie [artikel 9, eerste lid, aanhef en onder c, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9) en [artikel 5.33 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.33)). Voorkomen moet worden dat na verlening van een verblijfsvergunning aanspraak gemaakt kan worden op onderstand of een andere uitkering die gefinancierd wordt uit publieke middelen.
Beleidsregels:
Deze afwijzingsgrond geldt alleen voor de verlening van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd en niet voor het wijzigen of verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd.
### 1.9.5. Medisch onderzoek
Deze paragraaf bevat algemene beleidsregels met betrekking tot de openbare orde en het algemeen belang bij de verlening, verlenging, wijziging en intrekking van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in [artikel 6 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=6).
Onder gevaar voor de openbare orde wordt ook begrepen gevaar voor:
Gevaar voor de openbare rust, de goede zeden, de volksgezondheid, de (goede) internationale betrekkingen, ongewenste politieke activiteiten of de nationale veiligheid worden per geval beoordeeld. In deze paragraaf worden geen algemene regels gegeven met betrekking tot die gronden om het verblijf van een vreemdeling in de openbare lichamen te weigeren of te beëindigen.
Als een straf geheel of gedeeltelijk, voorwaardelijk of onvoorwaardelijk, door Nederlandse of buitenlandse autoriteiten is kwijtgescholden, wordt daaraan voor de toepassing van deze regels geen zelfstandige betekenis toegekend.
De verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd kan door Onze Minister worden geweigerd met het oog op de openbare orde of het algemeen belang (zie [artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9)).
Van de bevoegdheid om de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd te weigeren wordt in de hieronder genoemde gevallen gebruik gemaakt.
De aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan worden afgewezen als:
### 1.9.6. Niet voldoen aan de beperking
Aan gratieverlening komt geen betekenis toe. Ook hoeft de veroordeling niet onherroepelijk te zijn. Als hoger beroep is ingesteld tegen een veroordeling in eerste aanleg, of cassatieberoep is ingesteld tegen een veroordeling in hoger beroep, wordt de aanvraag om een verblijfsvergunning afgewezen. Bij een aanvraag voor een verblijfsdoel verband houdend met gezinshereniging of gezinsvorming moet bij de beoordeling van de aanvraag wel rekening worden gehouden met de aard en de hechtheid van de gezinsband van de vreemdeling en de duur van zijn verblijf, en ook het bestaan van familiebanden of culturele en sociale banden met het land van herkomst.
### 1.10. Gevolgen van de afwijzing
Als een straf geheel of gedeeltelijk, voorwaardelijk of onvoorwaardelijk, door Nederlandse of buitenlandse autoriteiten is kwijtgescholden, wordt daaraan voor de toepassing van deze regels geen zelfstandige betekenis toegekend.
Als geen sprake is van één van de hierboven onder a, b of c genoemde gevallen, kan de aanvraag alleen worden afgewezen wegens gevaar voor de openbare orde als sprake is van zwaarwegende belangen. Hiervan mag slechts zeer terughoudend gebruik worden gemaakt. Bij toepassing van deze afwijzingsgrond moet een volledige individuele afweging worden gemaakt van de rechtstreeks in het geding zijnde belangen.
### 1.9.5. Medisch onderzoek
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan worden geweigerd door Onze Minister met het oog op het algemeen belang, namelijk bescherming van de volksgezondheid (zie [artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9)).
Als de vreemdeling niet bereid is onderzoek naar of behandeling van tuberculose te ondergaan of daaraan niet meewerkt wordt aangenomen dat het algemeen belang zich verzet tegen verlening van de vergunning (zie [artikel 5.35, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.35)).
Deze afwijzingsgrond geldt niet voor vreemdelingen die de nationaliteit bezitten van één van de in [artikel 4.3 van de RTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028815&artikel=4.3) genoemde landen (zie [artikel 5.35, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.35)).
### 1.12. Verlenging en intrekking van de verblijfsvergunning voor (on)bepaalde tijd
### 1.12.1. Verlengen van de vergunning
Als de vreemdeling voor het indienen van de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd het onderzoek naar TBC aan de ademhalingsorganen nog niet heeft ondergaan, en daar niet van is vrijgesteld, ondertekent de vreemdeling bij het indienen van de aanvraag om een verblijfsvergunning het TBC-formulier (zie model MBES22 CTU-BES). Daarin geeft de vreemdeling aan bereid te zijn een onderzoek naar en, indien nodig, behandeling van TBC te ondergaan. De vreemdeling meldt zich binnen drie maanden na datum aanvraag bij de daarvoor aangewezen instantie. De arts belast met het onderzoek vergelijkt de gegevens in het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling met de gegevens op het TBC-formulier. De arts vult na het onderzoek het formulier in en zendt het naar de IND unit Caribisch Nederland.
Als blijkt dat de vreemdeling niet bereid is om het TBC-formulier te ondertekenen dan wordt de aanvraag afgewezen. Als de vreemdeling het TBC-formulier wel heeft ondertekend en voldoet aan de overige voorwaarden van het beoogde verblijfsdoel kan de verblijfsvergunning worden verleend. De IND unit Caribisch Nederland stelt achteraf vast, op basis van informatie verkregen van de arts, of de vreemdeling aan de verplichting om een TBC-onderzoek te ondergaan heeft voldaan. Als achteraf blijkt dat de vreemdeling ondanks ondertekening van het TBC-formulier niet daadwerkelijk bereid is gebleken onderzoek naar TBC of behandeling daarvan te ondergaan of daaraan mee te werken, wordt de verblijfsvergunning ingetrokken op grond van het algemeen belang wegens het verstrekken van onjuiste gegevens (zie [artikel 14, onder c, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=14)).
Bovengenoemde geldt niet als de vreemdeling:
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan met het oog op het algemeen belang worden geweigerd als de vreemdeling niet voldoet aan de beperking verband houdende met het doel waarvoor hij wil verblijven (zie de [artikelen 9, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9), en [7, zevende lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7) en [artikel 5.2, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2)). In het [BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599) zijn regels gesteld over de beperkingen en voorschriften.
De niet-tijdig ingediende aanvraag tot het wijzigen of tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt gelijkgesteld met een aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd (zie [artikel 5.36, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.36)). Dat is het geval als de verlengingsaanvraag na zes maanden, na verloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning, is ingediend. Betrokkene heeft in die periode geen verblijfsrecht. Betrokkene moet de afhandeling van de aanvraag in het buitenland afwachten. Als positief op de aanvraag is beslist verkrijgt betrokkene weer toelating tot verblijf in de zin van [artikel 6 van de WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=6).
Als een vreemdeling geen verblijfsvergunning (meer) heeft en het hem niet is toegestaan de beslissing op de openbare lichamen af te wachten, moet de vreemdeling uit zichzelf de openbare lichamen verlaten binnen een gestelde termijn (zie [artikel 16a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16a)). Mocht de vreemdeling hier geen gehoor aan geven, dan kan hij worden uitgezet (zie [artikel 16 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16)).
Het besluit moet wel aan de vreemdeling bekend worden gemaakt. Als de vreemdeling een rechtsmiddel heeft ingesteld tegen de afwijzing, dan heeft het aangetekende bezwaar of ingestelde beroep geen opschortende werking. Dit is alleen het geval als de vreemdeling door een beslissing van Onze Minister of door een rechterlijke beslissing de vervolgprocedure in de openbare lichamen mag afwachten. Op grond van [artikel 19 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=19) is de termijn voor het instellen van een rechtsmiddel (bezwaar of beroep) vier weken. Op grond van [artikel 16, tweede lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16) kan van de vreemdeling medewerking worden gevorderd aan de voorbereiding van het vertrek uit de openbare lichamen.
De aanvraag wordt beoordeeld aan de hand van het recht zoals dat gold op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen en niet op het tijdstip waarop de geldigheidsduur van de oorspronkelijke vergunning afliep.
Als de toelating bij vergunning is geëindigd of de aanvraag tot het verlenen, wijzigen of verlengen van een verblijfsvergunning wordt afgewezen, wordt aangegeven binnen welke termijn de vreemdeling de openbare lichamen moet verlaten. Als regel geldt dat de vreemdeling de openbare lichamen uit eigen beweging binnen vier weken moet verlaten (zie [artikel 16 a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16a)). Bij de bekendmaking van de beschikking wordt dat aan de vreemdeling meegedeeld. Tegen de vertrektermijn kan geen rechtsmiddel worden ingesteld.
Als de aanvraag is afgewezen, de verblijfsvergunning is ingetrokken, dan wel niet is verlengd verlaat de vreemdeling de openbare lichamen onmiddellijk als de beroepstermijn ongebruikt verstrijkt en tijdens die termijn de werking van de beschikking is opgeschort (zie [artikel 16a, tweede lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16a)).
De Minister kan met toepassing van [artikel 16a, vierde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16a) de vertrektermijn verkorten tot minder dan vier weken in het belang van:
De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verleend onder een beperking verband houdend met de vervolging van mensenhandel, wordt niet afgewezen op grond van [artikel 14, onder e, van de WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=14), om de enkele reden dat een beslissing tot niet vervolging of niet verdere vervolging van de verdachte is genomen, als de vreemdeling tegen die beslissing schriftelijk beklag heeft gedaan bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba en op dat beklag nog niet is beslist. Hiermee wordt beoogd om het slachtoffer of de getuige-aangever van mensenhandel een verblijfsvergunning voor de duur van het opsporings- en vervolgingsonderzoek in feitelijke aanleg te verlenen.
### 1.12.1. Verlengen van de vergunning
Een aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning voor (on)bepaalde tijd kan worden afgewezen (zie [artikel 9, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9)):
De aanvraag tot het wijzigen of het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is tijdig ingediend, als de aanvraag is ontvangen uiterlijk op de dag voor de dag waarop de geldigheidsduur verstrijkt (zie [artikel 5.36, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.36)). De aanvraag kan maximaal vier maanden voor het verstrijken van de geldigheidsduur en uiterlijk op de dag van verloop van de geldigheidsduur worden ingediend. De vreemdeling wordt geacht gedurende zijn verlengingsverzoek rechtmatig in de openbare lichamen te verblijven.
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan worden verlengd met ingang van de dag waarop de vreemdeling heeft aangetoond dat hij aan alle voorwaarden voldoet, maar niet eerder dan met ingang van de dag na die waarop de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning waarvoor verlenging is gevraagd, afloopt (zie [artikel 7, vijfde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7)).
Als de aanvraag later is ontvangen en de termijnoverschrijding de vreemdeling niet kan worden toegerekend, dan kan de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden verlengd met ingang van de dag na die waarop de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning waarvoor verlenging is gevraagd afloopt (zie [artikel 5.36, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.36) en [artikel 7, zesde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7)).
De vraag of de te late ontvangst van de aanvraag aan de vreemdeling is toe te rekenen, wordt van geval tot geval beoordeeld. Als uitgangspunt geldt dat de vreemdeling zelf de volledige verantwoordelijkheid draagt voor tijdige indiening van de verlengingsaanvraag.
Onderstaande omstandigheden kunnen niet worden aangemerkt als verschoonbare redenen voor termijnoverschrijding:
Als de te late indiening van de aanvraag of de te late verstrekking van de noodzakelijke gegevens of bescheiden niet aan de vreemdeling toe te rekenen is, wordt gebruik gemaakt van de bevoegdheid om de verblijfsvergunning te verlengen in aansluiting op de verlopen vergunning.
### 1.12.3. Gronden intrekking
Bovengenoemde geldt niet als de vreemdeling:
Als de aanvraag wordt ingewilligd dan is de ingangsdatum de datum waarop de verlengingsaanvraag is ingediend, tenzij het de vreemdeling niet is toe te rekenen dat de aanvraag te laat is ingediend (zie [artikel 7, zesde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7)). Er ontstaat een onderbreking in het verblijfsrecht van de vreemdeling wat gevolgen heeft voor de opbouw van de verdere verblijfsrechten. Als de te late indiening van de aanvraag of de te late verstrekking van de noodzakelijke gegevens of bescheiden niet aan de vreemdeling toe te rekenen is, wordt gebruik gemaakt van de bevoegdheid om de verblijfsvergunning te verlengen in aansluiting op de verlopen verblijfsvergunning.
De niet-tijdig ingediende aanvraag tot het wijzigen of tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt gelijkgesteld met een aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd (zie [artikel 5.36, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.36)). Dat is het geval als de verlengingsaanvraag na zes maanden, na verloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning, is ingediend. Betrokkene heeft in die periode geen verblijfsrecht. Betrokkene moet de afhandeling van de aanvraag in het buitenland afwachten. Als positief op de aanvraag is beslist verkrijgt betrokkene weer toelating tot verblijf in de zin van [artikel 6 van de WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=6).
De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, verleend onder de beperking het verrichten van arbeid in loondienst, wordt niet op grond van [artikel 14, onder c, d, e, van de WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=14) afgewezen als de vreemdeling voor een periode van korter dan één jaar beschikt over arbeid in loondienst waarmee voldoende zelfstandige middelen van bestaan geworven wordt. De verblijfsvergunning wordt dan verlengd tot aan de periode waarin de vreemdeling beschikt over de arbeid (zie [artikel 5.43 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.43)).
Een tijdig ingediende aanvraag tot het wijzigen van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt getoetst als een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het gewijzigde doel en de [artikelen 5.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.30) en [5.35 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.35) zijn niet van toepassing (zie [artikel 5.37 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.37)). Als de aanvraag is ontvangen uiterlijk op de dag voor de dag waarop de geldigheidsduur van de oorspronkelijke vergunning verstrijkt is er sprake van voortgezet verblijf. De aanvraag wordt in dat geval niet afgewezen wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf en ook niet als de vreemdeling weigert een onderzoek naar en zonodig behandeling aan TBC te ondergaan.
De aanvraag wordt beoordeeld aan de hand van het recht zoals dat gold op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen en niet op het tijdstip waarop de geldigheidsduur van de oorspronkelijke vergunning afliep.
Een aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt op grond van [artikel 14, onder c, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=14) niet afgewezen, als de vreemdeling niet of niet langer beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding en naar het oordeel van Onze Minister heeft aangetoond dat hij niet of niet meer in het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding kan worden gesteld (zie [artikel 5.39 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.39)). Wat geldt voor het verlenen van de verblijfsvergunning (zie paragraaf 1.9.2) geldt ook voor de verlenging van de verblijfsvergunning. Als eerder bij de verlening van een verblijfsvergunning het ontbreken van een geldig document voor grensoverschrijding niet is tegengeworpen, moet bij de wijzigings- of verlengingsaanvraag beoordeeld worden of de vreemdeling inmiddels wel in het bezit kan worden gesteld van een geldig document voor grensoverschrijding of daarvan wederom kan worden vrijgesteld. De situatie kan namelijk zijn gewijzigd.
Een aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt op grond van [artikel 14, onder c, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=14) niet afgewezen, als de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden die tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag tot het verlenen of verlengen zouden hebben geleid, als er sinds de verlening, verlenging of wijziging van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd een periode van twaalf jaar is verstreken (zie [artikel 5.40 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.40)). Na verloop van twaalf jaren wegen de belangen van de overheid niet op tegen de belangen van de vreemdeling, namelijk voortzetting van het verblijf in de openbare lichamen. De periode van twaalf jaar wordt berekend vanaf de (op onjuiste of onvolledige gegevens gebaseerde) beslissing tot het verlenen, wijzigen of verlengen van de verblijfsvergunning.
Volgens [artikel 5.41 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.41) wordt de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet op grond van [artikel 14, onder d, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=14) afgewezen, als de vreemdeling en degene bij wie hij als gezinslid in het kader van gezinshereniging of gezinsvorming verblijft gezamenlijk zelfstandig en duurzaam beschikken over een bruto-inkomen als bedoeld in [artikel 5.33 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.33) (zie paragraaf 1.9.3).
De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verleend onder een beperking verband houdend met de vervolging van mensenhandel, wordt niet afgewezen op grond van [artikel 14, onder e, van de WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=14), om de enkele reden dat een beslissing tot niet vervolging of niet verdere vervolging van de verdachte is genomen, als de vreemdeling tegen die beslissing schriftelijk beklag heeft gedaan bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba en op dat beklag nog niet is beslist. Hiermee wordt beoogd om het slachtoffer of de getuige-aangever van mensenhandel een verblijfsvergunning voor de duur van het opsporings- en vervolgingsonderzoek in feitelijke aanleg te verlenen.
### 1.12.3.1. Besluit tot intrekking
Het is de houder van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd toegestaan voor onbepaalde tijd in de openbare lichamen te verblijven. Aan deze verblijfsvergunning worden geen beperkingen en voorschriften verbonden en deze hoeft niet te worden verlengd (zie [artikel 7, negende lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7)). Een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd mag arbeid verrichten, zonder dat een TWV is vereist.
Volgens [artikel 14 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=14) kan de verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd door Onze Minister worden ingetrokken, bij een met reden omklede beslissing, in de volgende gevallen:
### 1.12.3.2. Voortzetting verblijf na intrekking verblijfsvergunning
Als een straf geheel of gedeeltelijk, voorwaardelijk of onvoorwaardelijk, door Nederlandse of buitenlandse autoriteiten is kwijtgescholden, wordt daaraan voor de toepassing van deze regels geen zelfstandige betekenis toegekend.
### 1.12.3.1. Besluit tot intrekking
### 2.1. Algemeen
Van vergaande behoeftigheid is bijvoorbeeld sprake als de vreemdeling tot bedelarij en/of landloperij (geen onderkomen) is vervallen.
De verblijfsvergunning wordt ingetrokken als niet wordt voldaan aan de beperking waaronder de vergunning is verleend of een voorschrift dat aan de vergunning is verbonden.
### 2.2. Systematiek
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd die is verleend onder de beperking gezinshereniging of gezinsvorming, wordt niet ingetrokken op de enkele grond dat de samenwoning tijdelijk is verbroken, als de vreemdeling de persoon bij wie verblijf is toegestaan wegens gewelddaden heeft verlaten. Dit geldt niet als sinds de verbreking van de samenwoning een jaar is verstreken (zie [artikel 5.44 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.44)).
Verblijfsbeëindiging blijft achterwege als het in strijd komt met een ieder verbindende verdragsbepaling of de gevolgen wegens de bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding met de beleidsregel te dienen doel. De verblijfsvergunning kan in die gevallen ambtshalve gewijzigd worden wegens de veranderde omstandigheden. Als wordt vastgesteld dat er bij de verlening, verlenging of wijziging van een verblijfsvergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt of relevante gegevens zijn achtergehouden, wordt de zaak bezien op aangifte van een strafbaar feit bij het OM.
De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd wordt slechts verleend op aanvraag en ontstaat niet van rechtswege. De vreemdeling moet aan de hiervoor gestelde voorwaarden voldoen. Op het tijdstip van indiening of beoordeling van de aanvraag moet aan de voorwaarden worden voldaan. Er wordt niet ambtshalve getoetst of de vreemdeling op enig moment in het verleden aanspraak zou hebben gemaakt op de verblijfsvergunning als die destijds zou zijn aangevraagd. De afwijzing van de aanvraag betekent niet dat er sprake is van verblijfsbeëindiging.
Voordat tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt overgegaan moet de vreemdeling in de gelegenheid gesteld worden om zijn zienswijze naar voren te brengen. Als de vreemdeling onvindbaar is kan de IND unit Caribisch Nederland direct tot intrekking van de verblijfsvergunning overgaan.
Het besluit om een verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd in te trekken moet:
[Artikel 5.46 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.46) stelt dat de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd niet wordt ingetrokken met toepassing van [artikel 14 onder b of d WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=14). Reden hiervoor is gelegen in de versterking van de rechtspositie van de vreemdeling die in de openbare lichamen verblijft op basis van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd.
De aanvraag van de vreemdeling wiens verblijfsvergunning is ingetrokken, maar waarbij de aanvraag nog is ontvangen binnen de redelijke termijn van zes maanden na de datum waarop de intrekkingsbeschikking is bekendgemaakt, wordt getoetst aan de voorwaarden voor voortzetting van verblijf. Het valt onder de categorie **‘niet-tijdig maar binnen de redelijke termijn’**. De aanvraag is slechts tijdig als deze is ingediend vóór het tijdstip tot wanneer de verblijfsvergunning is ingetrokken. Als de verblijfsvergunning is ingetrokken tot en met de datum waarop zij is verleend, kan betrokkene per definitie niet tijdig een verlengingsaanvraag indienen. De aanvraag wordt in deze gevallen aangemerkt als een aanvraag om eerste toelating.
[Artikel 5.45, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.45) stelt dat de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd wordt verleend aan de vreemdeling direct voorafgaand aan de aanvraag of op het moment van de beslissing op de aanvraag gedurende een ononderbroken periode van tenminste vijf jaren houder is van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor een niet-tijdelijk doel, als de vreemdeling:
Als een houder van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet aan de onder a tot en met f genoemde voorwaarden voldoet wordt de aanvraag afgewezen.
### 2.3. Intrekking van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd
Het is de houder van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd toegestaan voor onbepaalde tijd in de openbare lichamen te verblijven. Aan deze verblijfsvergunning worden geen beperkingen en voorschriften verbonden en deze hoeft niet te worden verlengd (zie [artikel 7, negende lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7)). Een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd mag arbeid verrichten, zonder dat een TWV is vereist.
De aanvraag om afgifte van een mvv leidt, na verstrekking van de machtiging, tot afgifte van een visum voor het Koninkijk der Nederlanden Caribisch gebied.
De gronden waarop de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd afgewezen kunnen worden, komen overeen met de afwijzingsgronden voor het verlenen of verlengen van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd (zie [artikel 9, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9)).
[Artikel 5.45 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.45) vormt een nadere invulling van de afwijzingsgronden zoals opgenomen in [artikel 9, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9). Er zijn twee situaties te onderscheiden:
### 2.3. Intrekking van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd
### 3.1. De mvv-aanvraag
Bepalend is de vraag of de vreemdeling al dan niet toelating van rechtswege heeft gehad gedurende een ononderbroken periode van ten minste vijf jaren. Als dit zo is, dan wordt de vergunning voor onbepaalde tijd verleend.
Als de vreemdeling in afwachting is van een beslissing op een aanvraag om verlening, wijziging of verlenging van een verblijfsvergunning dan is er sprake van een formeel beperkt verblijfsrecht. Hangende bezwaar of beroep tegen de weigering een verblijfsvergunning te verlenen, verlengen, wijzigen of een intrekking van een verblijfsvergunning is er ook sprake van een formeel beperkt verblijfsrecht. Als de verblijfsvergunning uiteindelijk wordt verleend, verlengd, gewijzigd dan wel dat de intrekking van de verblijfsvergunning ongedaan wordt gemaakt en deze perioden uiteindelijk worden bestreken door een verblijfsvergunning tellen deze alsnog mee.
De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd kan worden verleend aan de vreemdeling die direct voorafgaand aan de aanvraag of op het moment van de beslissing op de aanvraag gedurende een ononderbroken periode van ten minste vijf jaren toelating van rechtswege heeft en die voldoet aan de voorwaarden a tot en met d zoals hierboven genoemd (zie [artikel 5.45 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.45)).
In het geval dat een vreemdeling onjuiste gegevens dan wel essentiële gegevens heeft achtergehouden die hebben geleid tot de onterechte afgifte van een bewijs van toelating van rechtswege is bepalend of de vreemdeling toelating van rechtswege heeft gehad gedurende een ononderbroken periode van ten minste vijf jaren.
Als aan de bovengenoemde voorwaarden niet wordt voldaan wordt de aanvraag afgewezen.
In ieder geval zal geen bestendig verblijf worden aangenomen indien de vreemdeling in het bezit is van een toeristen- of zakenvisum.
Volgens [artikel 14 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=14) kan de verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd door Onze Minister worden ingetrokken, bij een met reden omklede beslissing, in de volgende gevallen:
Zie paragraaf 1.12.3 van dit hoofdstuk voor de toelichting op de intrekkingsgronden.
[Artikel 5.46 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.46) stelt dat de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd niet wordt ingetrokken met toepassing van [artikel 14 onder b of d WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=14). Reden hiervoor is gelegen in de versterking van de rechtspositie van de vreemdeling die in de openbare lichamen verblijft op basis van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd.
Zoals uit het bovengenoemde blijkt zijn de gronden voor intrekking van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd en onbepaalde tijd aan elkaar gelijk afgezien van [artikel 14 onderdeel e WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=14). In [artikel 7, lid 9, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7) staat dat geen beperkingen en voorschriften verbonden worden aan de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Daarom staat eveneens in [artikel 5.46 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.46) dat de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd niet wordt ingetrokken met toepassing van artikel 14 onder e WTU-BES.
Een vreemdeling die langer dan drie maanden in de openbare lichamen wil moet in het algemeen in het bezit zijn van een geldig document voor grensoverschrijding voorzien van een geldige mvv.
De vreemdeling kan een aanvraagformulier opvragen bij de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het land van herkomst of het land van bestendig verblijf.
Op grond van [artikel 9 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9) kan een aanvraag tot het verlenen van verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in [artikel 7 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7) worden afgewezen als de vreemdeling niet beschikt over een geldige mvv die overeenkomt met het verblijfsdoel waarvoor de verblijfsvergunning is aangevraagd. Het beschikken over een geldige mvv is één van de voorwaarden voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd.
De aanvraag om afgifte van een mvv wordt getoetst aan de voorwaarden die worden gesteld met het oog op het verlenen van een verblijfsvergunning voor de openbare lichamen. De verplichting om vóór de komst naar de openbare lichamen een mvv aan te vragen, stelt de overheid in staat te onderzoeken of de vreemdeling aan alle voor toelating gestelde vereisten voldoet, zonder daarbij door diens aanwezigheid in de openbare lichamen voor een voldongen feit te worden geplaatst.
De aanvraag om afgifte van een mvv leidt, na verstrekking van de machtiging, tot afgifte van een visum voor het Koninkijk der Nederlanden Caribisch gebied.
In [artikel 9, derde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9) en [artikel 5.31 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.31) is een aantal categorieën aanvragen om verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in [artikel 7 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7) benoemd, die niet worden afgewezen wegens het ontbreken van een geldige mvv.
De mvv is in [artikel 1, onder e, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=1) omschreven als een visum voor de toegang tot een openbaar lichaam voor verblijf van meer dan drie maanden.
### 3.1.1. Aanvraagprocedure mvv ingediend door de vreemdeling
Een mvv kan worden aangevraagd:
Indien in het land van herkomst of bestendig verblijf geen Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging aanwezig is, kan de mvv in persoon worden aangevraagd bij:
De mvv wordt verstrekt door:
Een land van bestendig verblijf is een land waar de vreemdeling gerechtigd is om langer dan drie maanden te verblijven op grond van enige verblijfstitel. Hierbij is niet vereist dat de vreemdeling al gedurende drie maanden feitelijk in dat land verbleven heeft op het moment dat de aanvraag om een mvv wordt ingediend. Wel zal op het moment van indienen van de aanvraag, dan wel op het toetsmoment, sprake moeten zijn van nog ten minste drie maanden rechtmatig verblijf om te kunnen spreken van bestendig verblijf.
Van bestendig verblijf kan sprake zijn in de volgende gevallen:
De algemene uitgangspunten dat het verblijf rechtmatig moet zijn (naar maatstaven van het betreffende land) en voor een periode langer dan drie maanden, zijn hierop steeds van toepassing. Als het handhaven van de termijn van meer dan drie maanden rechtmatig verblijf tot onredelijke gevolgen zal leiden, kan in voorkomende gevallen een kortere termijn volstaan, als er maar geen sprake is van het omzeilen van de mvv-procedure of het oneigenlijk gebruik van de mvv-procedure.
In ieder geval zal geen bestendig verblijf worden aangenomen indien de vreemdeling in het bezit is van een toeristen- of zakenvisum.
Het bestendig verblijf moet door de vreemdeling aangetoond worden met officiële documenten, afgegeven door de autoriteiten van het land waar de vreemdeling verblijft. Uit deze documenten zal telkens moeten blijken dat de vreemdeling daar rechtmatig verblijft, en voor welke periode.
Ingevolge [artikel 2h WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2h) beslist Onze Minister binnen drie maanden na ontvangst van een aanvraag om verlenging of wijziging van een machtiging tot voorlopig verblijf. Onze Minister kan deze termijn verlengen met ten hoogste drie maanden. De termijn kan verlengd worden als naar het oordeel van Onze Minister voor de beoordeling van de aanvraag advies van of onderzoek door derden nodig is.
Een aanvraag tot het verlenen van een mvv wordt door de vreemdeling ingediend bij de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging. De vreemdeling wacht de uitkomst van de aanvraag tot het verlenen van een mvv af in het land van herkomst of bestendig verblijf.
### 3.1.2. Aanvraagprocedure mvv ingediend door de referent
Bij de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging wordt onderzocht of de dan door de vreemdeling te overleggen originele buitenlandse bewijsstukken betreffende de staat van personen en het document voor grensoverschrijding, die door de referent in kopie bij de IND unit Caribisch Nederland zijn overgelegd, authentiek zijn en of deze (voor zover vereist) daadwerkelijk zijn gelegaliseerd of geapostilleerd.
De vreemdeling kan een aanvraagformulier opvragen bij de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het land van herkomst of het land van bestendig verblijf.
De aanvraag om een mvv wordt ingediend door dit formulier ingevuld en voorzien van de gevraagde gegevens en bescheiden in persoon te retourneren aan de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging. Immers de aanvraag dient in beginsel altijd in persoon te worden ingediend. De vreemdeling toont zijn identiteit aan. Vervolgens wordt door de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging bezien of betrokkene de vereiste gegevens en bescheiden heeft overgelegd.
Voor zover de door de vreemdeling te verstrekken gegevens en bescheiden moeten worden aangevuld, wordt hij eenmaal in de gelegenheid gesteld de aanvraag binnen twee weken aan te vullen. De IND unit Caribisch Nederland wordt bij het doorsturen van de aanvraag door de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging geïnformeerd over de datum waarop de herstel verzuim periode van twee weken is ingegaan.
In voorkomende gevallen kan de vreemdeling ook worden verzocht zich in persoon bij de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging aan te melden om een mondelinge toelichting op zijn aanvraag te geven.
Na ommekomst van de termijn voor het aanvullen van de aanvraag, wordt door de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging bezien of de aldaar overgelegde buitenlandse bewijsstukken betreffende de staat van personen authentiek zijn, en of deze (voor zover vereist) zijn gelegaliseerd of geapostilleerd. Verder wordt door de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging bezien of ambtshalve feiten en omstandigheden bekend zijn die zich verzetten tegen afgifte van de mvv en of de leges zijn voldaan, dan wel herstel verzuim daarvoor is geboden. Daarna wordt de aanvraag doorgezonden naar de IND unit Caribisch Nederland, onder mededeling van alle relevante feiten en omstandigheden.
Na ontvangst van de aanvraag gaat de IND unit Caribisch Nederland aan de hand van de door de vreemdeling verstrekte gegevens na of een (in de openbare lichamen woonachtige) referent bekend is. Als dat het geval is, dan wordt (behoudens bijzondere omstandigheden) de referent door de IND unit Caribisch Nederland schriftelijk in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken de vereiste gegevens en bescheiden in te dienen. Als de referent van deze gelegenheid geen gebruik maakt, of niet alle gevraagde stukken overlegt, wordt hem éénmaal een hersteltermijn van twee weken verleend. Na ommekomst van de hersteltermijn beziet de IND unit Caribisch Nederland of de gevraagde documenten zijn overgelegd, en of deze documenten in orde zijn. Zonodig vindt onderzoek plaats naar de inhoud of authenticiteit van de overgelegde stukken.
De IND unit Caribisch Nederland beoordeelt de aanvraag en stelt zo nodig nader onderzoek in naar de door de vreemdeling en/of referent aangeleverde informatie.
De IND unit Caribisch Nederland besluit vervolgens of de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging gemachtigd kan worden om de mvv af te geven. De wettelijk beslistermijn voor een mvv-aanvraag is drie maanden (zie [artikel 2h WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2h)).
In geval van een inwilliging wordt de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging gemachtigd om een mvv af te geven. De IND unit Caribisch Nederland stuurt de machtiging naar de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging en maakt deze tevens bekend aan de referent. De diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging nodigt de vreemeling uit om in persoon te verschijnen ten behoeve van de afgifte van de mvv. De vreemdeling moet zijn document voor grensoverschrijding meebrengen, zodat de mvv in dat document kan worden aangebracht. De vreemdeling moet binnen drie maanden na ontvangst van de machtiging van de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging door deIND unit Caribisch Nederland, verschijnen voor de afgifte van de mvv ([artikel 2e, eerste lid, van de WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2e)).
### 3.1.3. Afgifte mvv
Voor het indienen van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd moet de vreemdeling zich melden bij de IND unit Caribisch Nederland. Aan de houder van een geldige mvv kan, uit het oogpunt van rechtszekerheid, alleen in uitzonderlijke gevallen een verblijfsvergunning worden geweigerd. Hiervan is sprake als blijkt dat niet aan de voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is voldaan. Uitzonderlijke gevallen zijn in ieder geval situaties waarin de vreemdeling:
Een in de openbare lichamen verblijvende referent kan ten behoeve van een vreemdeling in het buitenland een mvv aanvragen. Gelet op de ratio van het mvv-vereiste mag de vreemdeling zich ook gedurende de beoordeling van een door de referent ingediende aanvraag om een mvv niet in de openbare lichamen te bevinden.
### 3.2. De aanvraag om een verblijfsvergunning voor (on)bepaalde tijd
Na ommekomst van de hersteltermijn beziet de IND unit Caribisch Nederland of de gevraagde gegevens en bescheiden zijn overgelegd, en of deze in orde zijn.
De IND unit Caribisch Nederland neemt vervolgens een beslissing op de aanvraag.
### 3.1.5. Mvv en verlening verblijfsvergunning bepaalde tijd
Als wordt voldaan aan de toelatingsvoorwaarden voor het gevraagde verblijfsdoel, machtigt de IND unit Caribisch Nederland onder voorbehoud de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging om de mvv af te geven. Dit voorbehoud houdt in, dat door nader onderzoek door de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging naar de authenticiteit van de originele buitenlandse bewijsstukken betreffende de staat van personen en van het document voor grensoverschrijding, de identiteit van de vreemdeling komt vast te staan en dat zich ook verder geen feiten of omstandigheden voordoen die zich tegen de afgifte van de mvv verzetten.
Verder wordt de referent op de hoogte gebracht van de positieve beslissing omtrent de afgifte van een mvv, onder vermelding van het voorbehoud. De referent wordt erop gewezen dat de vreemdeling, ter verkrijging van een mvv, zich moet wenden tot de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van zijn land van herkomst of bestendig verblijf. De vreemdeling wordt niet ambtshalve van de beslissing op de hoogte gebracht.
Bij de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging wordt onderzocht of de dan door de vreemdeling te overleggen originele buitenlandse bewijsstukken betreffende de staat van personen en het document voor grensoverschrijding, die door de referent in kopie bij de IND unit Caribisch Nederland zijn overgelegd, authentiek zijn en of deze (voor zover vereist) daadwerkelijk zijn gelegaliseerd of geapostilleerd.
### 3.2. De aanvraag om een verblijfsvergunning voor (on)bepaalde tijd
Als uit dit onderzoek blijkt dat de betreffende documenten niet authentiek zijn of als zich feiten en omstandigheden voordoen die zich tegen de afgifte van de mvv verzetten, kan de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging aan de IND unit Caribisch Nederland een verzoek om heroverweging doen onder vermelding van alle relevante feiten en omstandigheden. Als daarvoor aanleiding is, kan de IND unit Caribisch Nederland vervolgens de inwilligende beschikking intrekken en een nieuwe beslissing nemen op de aanvraag.
Als er verzocht wordt om heroverweging van een in rechte onaantastbaar geworden beschikking wordt de vreemdeling eerst in de gelegenheid gesteld om aan de formele vereisten voor het indienen van een aanvraag te voldoen. Aan de vreemdeling wordt een termijn gegeven om het verzuim te herstellen. Als daarna nog steeds niet aan de formele vereisten wordt voldaan, kan de aanvraag buiten behandeling worden gesteld. Als de voor de aanvraag verschuldigde leges niet zijn betaald, kan de aanvraag bovendien buiten behandeling worden gesteld op grond van [artikel 7, derde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7). Als de vreemdeling wel voldoet aan de formele vereisten voor het indienen van de aanvraag, dan is het kopje ‘**herhaalde aanvraag’** in deze paragraaf van toepassing.
De mvv wordt afgegeven door de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het buitenland. De mvv kan alleen worden afgegeven na de kennisgeving van de IND unit Caribisch Nederland. Deze machtiging is drie maanden geldig te rekenen vanaf de datum van dagtekening van het bericht van de IND unit Caribisch Nederland aan de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging om een mvv te verstrekken. Binnen die drie maanden moet de vreemdeling de mvv hebben afgehaald. Als de vreemdeling zich niet binnen drie maanden bij de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging heeft vervoegd voor de afgifte van de mvv, zal een nieuwe aanvraag om een mvv moeten worden ingediend. Als de afgifte van de mvv plaats heeft gevonden binnen die drie maanden, heeft de vreemdeling vervolgens drie maanden, vanaf datum afgifte mvv, om naar de openbare lichamen te reizen.
Voordat de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging tot afgifte van de mvv overgaat, vindt een identiteitscontrole plaats. De vreemdeling moet zijn identiteit genoegzaam aantonen.
De aanvraag moet in persoon worden ingediend ([artikel 5.49, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.49)).
Het mvv-vereiste geldt niet voor aanvragen om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd om redenen verband houdend met bescherming (zie [artikel 12a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a)) en voor aanvragen om een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd.
Als een vreemdeling een aanvraag heeft indiend om verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd om redenen verband houdend met bescherming, kan hij geen aanvraag om toelating doen op andere gronden dan voorzien bij [artikel 12a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a) zolang niet onherroepelijk is beslist op de aanvraag om toelating verband houdend met artikel 12a WTU-BES.
De aanvraag tot verlening, verlenging, vervanging of vernieuwing van een verblijfsvergunning wordt schriftelijk ingediend door middel van een formulier, waarvan het model bij ministeriële regeling is vastgesteld ([artikel 7, lid 2, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7) en [artikel 5.47, lid 1, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.47)). Als de aanvraag niet is ingediend middels het juiste aanvraagformulier kan de aanvraag onder omstandigheden buiten behandeling worden gesteld.
De houder van een geldige mvv moet zich binnen drie dagen na binnenkomst in de openbare lichamen in persoon aanmelden bij de korpschef (zie [artikel 6.43, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.43)). Door de korpschef wordt in het geldige document voor grensoverschrijding van de vreemdeling of op een afzonderlijk inlegblad een aantekening gesteld omtrent het voldoen aan de aanmeldingsplicht (zie [artikel 6.25, eerste lid, onder a, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.25)). Op de sticker ‘Aantekeningen Toezicht’ wordt door de korpschef de datum van aanmelding en het nummer van het paspoort ingevuld achter de tekst ‘aangemeld op (datum)’.
### 3.2.1. De vereisten voor het indienen van de aanvraag
Er is geen sprake van een uitzonderlijk geval als degene bij wie de vreemdeling verblijf beoogt na afgifte van de mvv alleen vanwege een latere aanscherping van het middelenvereiste niet meer voldoet aan het middelenvereiste.
De aanvraag bevat in ieder geval de naam en het adres van de vreemdeling, de dagtekening van de aanvraag. Bij ontvangst van de aanvraag wordt aangetekend op welke datum de aanvraag is ontvangen.
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als ook de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd wordt op aanvraag verleend. Dit geldt ook voor het verlengen van de al verleende verblijfsvergunning dan wel het wijzigen van de beperking van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd.
Een vreemdeling kan met een brief een aanvraag en eventuele vervolgprocedures intrekken. Uit de brief moet duidelijk blijken welke (vervolg)procedure wordt ingetrokken.
Een vreemdeling, zijn wettelijk vertegenwoordiger of gevolmachtigde kunnen een aanvraag en eventuele vervolgprocedures schriftelijk middels ondertekening intrekken. Het moet duidelijk zijn welke aanvraag of vervolgprocedure wordt ingetrokken. Indien dat niet duidelijk is moet de IND unit Caribisch Nederland dit schriftelijk navragen. Voorts informeert de IND unit Caribisch Nederland de politie over het beëindigen van de procedure.
De intrekking moet plaatsvinden middels model MBES35 CTU-BES.
Een herhaalde aanvraag kan op grond van [artikel 8 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=8) worden afgewezen. Deze aanvraag kan zich in verschillende vormen voordoen.
In het geval dat de vreemdeling schriftelijk aan het bestuursorgaan verzoekt om terug te komen op een besluit dat in rechte onaantastbaar is geworden, dan moet dit verzoek aangemerkt als een herhaling van de eerdere aanvraag. Het verzoek is immers dat alsnog een verblijfsvergunning wordt verleend, zonder dat een nieuwe aanvraag wordt ingediend en nieuwe feiten en omstandigheden worden vermeld. Van de bevoegdheid om terug te komen op een rechtens onaantastbaar geworden besluit, wordt geen gebruik gemaakt.
In het geval dat de vreemdeling een nieuwe aanvraag indient na een geheel of gedeeltelijk afwijzende beschikking, dan moeten deze nieuwe feiten en omstandigheden worden vermeld. Er is sprake van nieuwe feiten en omstandigheden als die:
### 3.4. Onderbouwende gegevens en bescheiden
Als er verzocht wordt om heroverweging van een in rechte onaantastbaar geworden beschikking wordt de vreemdeling eerst in de gelegenheid gesteld om aan de formele vereisten voor het indienen van een aanvraag te voldoen. Aan de vreemdeling wordt een termijn gegeven om het verzuim te herstellen. Als daarna nog steeds niet aan de formele vereisten wordt voldaan, kan de aanvraag buiten behandeling worden gesteld. Als de voor de aanvraag verschuldigde leges niet zijn betaald, kan de aanvraag bovendien buiten behandeling worden gesteld op grond van [artikel 7, derde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7). Als de vreemdeling wel voldoet aan de formele vereisten voor het indienen van de aanvraag, dan is het kopje ‘**herhaalde aanvraag’** in deze paragraaf van toepassing.
Als de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, legt hij, voorzover mogelijk, gegevens en bescheiden over, waarmee wordt aangetoond dat hij vanwege de regering van het land waarvan hij onderdaan is, niet of niet meer in het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding kan worden gesteld. In dat geval legt hij gegevens of bescheiden over omtrent zijn identiteit en nationaliteit (zie [artikel 5.50, lid 2, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.50)).
De aanvraag wordt altijd schriftelijk ingediend.
De aanvraag moet in persoon worden ingediend ([artikel 5.49, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.49)).
De vreemdeling kan tijdens kantooruren langs gaan bij een IND-BES loket om een aanvraag om een verblijfsvergunning in te dienen.
Als de vreemdeling rechtens de vrijheid is ontnomen wordt de aanvraag om een verblijfsvergunning ingediend op de plaats waar de vrijheidsontneming ten uitvoer wordt gelegd middels het model MBES34 ([artikel 5.49, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.49)). De korpschef neemt de aanvraag in ontvangst en zendt haar door naar de IND unit Caribisch Nederland. De relevante stukken worden met de aanvraag meegezonden. De IND unit Caribisch Nederland beslist op de aanvraag en stelt de korpschef in kennis van de inhoud van de beslissing.
### 3.4. Onderbouwende gegevens en bescheiden
De ingediende aanvraag tot het verlenen, het wijzigen of het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan ook betrekking hebben op de inwonende kinderen die jonger zijn dan twaalf jaar (zie [artikel 5.47, lid 2, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.47)). Deze kinderen worden zelf niet in het bezit gesteld van een verblijfsdocument.
Een aanvraagformulier kan worden verkregen bij de IND unit Caribisch Nederland of anders via de website.
De aanvraag wordt ondertekend door de vreemdeling zelf of door een wettelijk vertegenwoordiger. Hieronder wordt verstaan: ouder, voogd of curator. Een advocaat of een zaakwaarnemer is dus geen wettelijk vertegenwoordiger. De aanvraag tot het verlenen, wijzigen of verlengen van een verblijfsvergunning kan namelijk mede betrekking hebben op de inwonende kinderen die jonger zijn dan twaalf jaar ([artikel 5.47, lid 2, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.47)). De vreemdeling die namens een minderjarig kind een aanvraag indient, moet aantonen de wettelijke vertegenwoordiger van het kind te zijn. Als bij de aanvraag dat niet is aangetoond, dan moet de vreemdeling de gelegenheid worden geboden om dit alsnog binnen een termijn van twee weken aan te tonen. Als na deze twee weken het gebrek nog niet is hersteld, dan moet de aanvraag buiten behandeling worden gesteld. De aanvraag voldoet immers niet aan (een van) de vormvereisten.
De aanvraag bevat in ieder geval de naam en het adres van de vreemdeling, de dagtekening van de aanvraag. Bij ontvangst van de aanvraag wordt aangetekend op welke datum de aanvraag is ontvangen.
De vreemdeling moet hiervoor langs bij het IND-BES loket en aan het loket wordt een afspraak gemaakt met de vreemdeling voor het indienen van zijn aanvraag.
### 3.5. Specifieke bepalingen procedure verblijfsvergunning (on)bepaalde tijd
Als de vreemdeling aangeeft op grond van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd zonder beperking in de openbare lichamen te willen verblijven, dan moet hij in de gelegenheid worden gesteld om de aanvraag nader aan te vullen met een concreet verblijfsdoel. Ook moet hij de aanvraag nader met gegevens en bescheiden onderbouwen. De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt niet zonder beperking verleend, maar altijd onder een beperking die verband houdt met een specifiek verblijfsdoel (zie [artikel 5.2 BTU BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2)).
Per aanvraag wordt één verblijfsdoel aangegeven. De verblijfsdoelen zijn genoemd in [artikel 5.2, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2). Als de vreemdeling aangeeft voor meerdere verblijfsdoelen in de openbare lichamen te verblijven, dan moet hij voor ieder gewenst verblijfsdoel een aparte aanvraag indienen. Per aanvraag moet de vreemdeling leges betalen.
Als de vreemdeling na de indiening van de aanvraag aangeeft verblijf in de openbare lichamen voor een ander doel te wensen, moet hij hiervoor een nieuwe aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd indienen (zie [artikel 5.48, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.48)). Op de aanvraag moet worden beschikt zoals zij is ingediend en er mag niet iets anders worden toegewezen of afgewezen dan is aangevraagd. Alleen als redelijkerwijs niet van wijziging van het verblijfsdoel kan worden gesproken, hoeft geen nieuwe aanvraag te worden ingediend. Dit is bijvoorbeeld het geval als eerst verblijf bij een ongehuwde partner wordt beoogd en men vervolgende gedurende de behandeling van de aanvraag trouwt.
Als de vreemdeling de eerdere ingediende aanvraag wenst in te trekken dan worden de leges die de vreemdeling hiervoor heeft betaald niet teruggegeven.
Zolang geen onherroepelijke beslissing is genomen op de aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verband houdend met bescherming tegen terugzending, kan de vreemdeling geen aanvraag om toelating doen op andere gronden dan genoemd in [artikel 12a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a) (zie [artikel 5.48, lid 2, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.48)).
De vreemdeling moet voor een aanvraag leges betalen. Als hij meer dan één aanvraag indient, dan moet hij voor iedere afzonderlijke aanvraag leges betalen. De leges moeten betaald worden ongeacht de beslissing op de aanvraag. Als de vreemdeling de leges niet betaalt, dan wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld of het document niet afgegeven ([artikel 7, lid 3, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7)).
Bij de indiening van de aanvraag legt de vreemdeling een geldig document voor grensoverschrijding over en verstrekt hij de gegevens en bescheiden waarmee wordt aangetoond dat hij voldoet aan de voorwaarden (zie [artikel 5.50, lid 1, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.50)). Uitgangspunt is dat de vreemdeling een complete aanvraag indient. De vreemdeling draagt de verantwoordelijkheid om zich op de hoogte te stellen welke gegevens nodig zijn.
Als de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, legt hij, voorzover mogelijk, gegevens en bescheiden over, waarmee wordt aangetoond dat hij vanwege de regering van het land waarvan hij onderdaan is, niet of niet meer in het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding kan worden gesteld. In dat geval legt hij gegevens of bescheiden over omtrent zijn identiteit en nationaliteit (zie [artikel 5.50, lid 2, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.50)).
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands of Engels of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
Een vreemdeling die twaalf jaar of ouder is moet bij een aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd een antecedentenverklaring ondertekenen. Deze verklaring is geïntegreerd in het aanvraagformulier. In het geval dat de vreemdeling dit gedeelte van het aanvraagformulier niet kan ondertekenen, moet worden onderzocht waarom hij dit niet kan. Als er sprake is van antecedenten, dan moet de vreemdeling documenten overleggen die betrekking hebben op deze antecedenten (bijvoorbeeld proces-verbaal, vonnis). Als de vreemdeling de redenen niet aangeeft of de documenten die betrekking hebben op zijn antecedenten niet overlegt, kan de aanvraag om procedurele redenen worden afgewezen (zie [artikel 5.47, derde lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.47)).
### 3.6. Leges
Als gelijktijdig aanvragen worden gedaan tot het verlengen en het wijzigen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, zijn voor de afdoening van de aanvraag tot het verlengen van de vergunning geen leges verschuldigd. Alleen voor de afdoening van de aanvraag tot het wijzigen van de vergunning moet de aanvrager leges betalen.
In de openbare lichamen zijn loketten aanwezig waar de vreemdeling een aanvraag om een verblijfsvergunning kan indienen. De vreemdeling kan via de website en brochures nagaan waar hij zich moet melden en hoe de procedure werkt. De vreemdeling kan ook langs gaan bij het loket voor informatie over de procedure. Aan het loket wordt dan een afspraak met de vreemdeling gemaakt voor het indienen van zijn aanvraag om een verblijfsvergunning.
De identiteit van de vreemdeling moet worden vastgesteld aan de hand van de vereiste brondocumenten zoals aangegeven in de basisadministratie persoonsgegevens en aan het loket worden de overgelegde documenten op echtheid beoordeeld
De IND unit Caribisch Nederland verstrekt aan de vreemdeling na de indiening van een aanvraag tot verlening dan wel wijziging van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd de sticker ‘verblijfsaantekeningen openbare lichamen algemeen’ (MBES46 CTU-BES). De sticker wordt afgegeven voor een duur die één maand korter is dan de geldigheidsduur van het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling met een maximum van 6 maanden. De sticker bevat naast de aantekening over het rechtmatig verblijf ook informatie over de toegang tot de arbeidsmarkt (zie [artikel 7, eerste lid, WTU BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7)).
De IND unit Caribisch Nederland maakt van alle door de vreemdeling overgelegde originele stukken kopieën.
De vreemdeling kan het aanvraagformulier halen bij een IND-BES loket of anders via de website.
De vreemdeling moet hiervoor langs bij het IND-BES loket en aan het loket wordt een afspraak gemaakt met de vreemdeling voor het indienen van zijn aanvraag.
De vreemdeling die na het verstrijken van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd in de openbare lichamen mag blijven om de beslissing op de verlengingsaanvraag af te wachten kan een sticker ‘verblijfsaantekeningen openbare lichamen algemeen’ (MBES46 CTU-BES) krijgen waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt. Dit geldt ook voor de vreemdeling die in afwachting is van een beslissing op een door hem ingediende aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. De sticker bevat ook informatie over de toegang tot de arbeidsmarkt (zie [artikel 7, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7)).
Na bekendmaking van de inwilligende beschikking door de IND unit Caribisch Nederland aan de vreemdeling, moet aan de vreemdeling een verblijfsdocument worden verstrekt waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt.
### 3.6.1. Restitutie leges
De Sédula wordt afgegeven door Burgerzaken. Voor afgifte van de Sédula moet de vreemdeling zich in persoon melden bij Burgerzaken en daar de originele beschikking tonen waarbij de verblijfsvergunning is verleend. Het verblijfsdocument wordt alleen in persoon aan de vreemdeling uitgereikt. Een eventuele eerder afgegeven Sédula moet dan worden ingeleverd. Als sprake is van vermissing van de oude Sédula moet ook (een kopie van) een proces-verbaal van aangifte van vermissing daarvan worden overgelegd. Als de vreemdeling minderjarig is, moet het verblijfsdocument door de wettelijke vertegenwoordiger in het bijzijn van de minderjarige in ontvangst worden genomen.
De toepassing van het gezinstarief bij verlengingsaanvragen is niet afhankelijk van de vraag of er sprake is van meerdere gelijktijdig ingediende aanvragen. Voor alle individueel ingediende verlengingsaanvragen voor het verblijfsdoel ‘gezinshereniging’ komen de gezinsleden voor gezinstarief in aanmerking.
De vreemdeling is leges verschuldigd voor de afdoening van een aanvraag tot het verlenen, wijzigen of verlengen van een verblijfsvergunning. Daarnaast kan aan de vreemdeling ook leges worden gevraagd voor de afgifte van het document zelf ([artikel 7, lid 3, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7)).
### 3.7. Behandeling van de aanvraag
### 3.7.1. Herstel verzuim
### 3.7.3. Rechtmatig verblijf hangende besluitvorming
Voor het afdoen van aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning met het oog op gezinshereniging kunnen twee legestarieven van toepassing zijn: een standaardtarief en een gezinstarief. Het gezinstarief is van toepassing als meerdere aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor gezinshereniging voor verblijf bij dezelfde hoofdpersoon, gelijktijdig worden ingediend. In het geval dat twee of meer vreemdelingen gelijktijdig een aanvraag indienen tot het verlenen van een verblijfsvergunning met het oog op gezinshereniging met een in de openbare lichaam verblijvende persoon, één van de aanvragers het standaardtarief moet betalen en de andere aanvragers het gezinstarief.
Een vreemdeling die een aanvraag indient tot het verlenen van een verblijfsvergunning onder een beperking gezinshereniging kan ontheven worden van de verplichting tot het betalen van leges. De vreemdeling moet een gerechtvaardigd beroep doen op artikel 8 EVRM. De hoofdpersoon bij wie de vreemdeling verblijf beoogd moet zijn financiële situatie met bewijsstukken aantonen. Hij moet aantonen dat hij niet over middelen beschikt om de leges te voldoen en dat hij de afgelopen drie jaren alles heeft gedaan om over de vereiste middelen te kunnen beschikken. Daarnaast moet hij ook aantonen dat hij op korte termijn niet zelf zal kunnen beschikken over de middelen om de leges te kunnen voldoen of door anderen in zijn omgeving. De vreemdeling moet bij het indienen van de aanvraag stukken overleggen waaruit dat blijkt. Als de vreemdeling zich beroept op vrijstelling van de leges maar bij de aanvraag geen stukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat hij de leges niet kan betalen, dan wordt hem herstel verzuim geboden. Als de vreemdeling vervolgens geen stukken overlegt dan wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld.
Het legestarief voor de afdoening van een aanvraag tot het verlengen van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is vastgelegd in de [RTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028815).
### 3.7.5. Bekendmaking
Als gelijktijdig aanvragen worden gedaan tot het verlengen en het wijzigen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, zijn voor de afdoening van de aanvraag tot het verlengen van de vergunning geen leges verschuldigd. Alleen voor de afdoening van de aanvraag tot het wijzigen van de vergunning moet de aanvrager leges betalen.
Als gelijktijdig aanvragen worden gedaan tot het verlengen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd en het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, dan moet de vreemdeling alleen de leges voor de afdoening van de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd betalen.
### 3.6.1. Restitutie leges
Restitutie van de leges is slechts in uitzonderingsgevallen mogelijk en wordt per geval bekeken. Een verzoek om restitutie moet schriftelijk door de vreemdeling worden ingediend. In dit verzoek moet hij gemotiveerd aangeven waarom hij van mening is dat de leges aan hem moeten worden terugbetaald. Ook moet in het verzoek de volledige personalia van de vreemdeling bevatten en het bank- of gironummer.
### 3.7.2. Beslistermijn
Als de vreemdeling na het indienen van de aanvraag besluit om de aanvraag in te trekken, de aanvraag is afgewezen of buiten behandeling gesteld, dan worden de leges niet terugbetaald.
### 3.7. Behandeling van de aanvraag
### 3.7.1. Herstel verzuim
Als niet wordt voldaan aan de vereisten voor het in behandeling nemen van de aanvraag biedt de IND unit Caribisch Nederland de vreemdeling de gelegenheid om binnen twee weken het verzuim te herstellen. Deze termijn is echter niet bedoeld om de vreemdeling alsnog in de gelegenheid te stellen om inhoudelijk aan de voorwaarden te voldoen. Als het gaat om het overleggen van een geldig document voor grensoverschrijding, dan geeft de IND unit Caribisch Nederland de aanvrager vier weken de tijd om dit verzuim te herstellen.
Het bieden van herstel verzuim is niet nodig als van te voren al vast staat dat de vreemdeling niet aan een bepaalde inhoudelijke voorwaarde voldoet.
De herstel verzuim termijn kan worden verlengd. Hiervoor moeten wel goede redenen aanwezig zijn. De vreemdeling moet dit schriftelijk verzoeken. In dit verzoek moet hij gemotiveerd aangeven waarom hij een langere termijn nodig heeft om het verzuim te herstellen.
Bij wijziging van de vergunning (beperking) overeenkomstig een door de vreemdeling ingediende aanvraag wordt een nieuw verblijfsdocument verstrekt.
De beschikking op de aanvraag moet worden gegeven uiterlijk binnen zes maanden (zie [artikel 3 lid 3 WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455&artikel=3)). De wettelijke beslistermijn begint op de dag van ontvangst van de aanvraag en eindigt op het moment dat de beslissing aan de vreemdeling bekend is gemaakt.
Dat geldt voor:
Hoofdregel: een beschikking wordt aan de belanghebbende toegezonden.
De vreemdeling mag de behandeling van de aanvraag tot het verlenen, verlengen of wijzigen van de verblijfsvergunning in de openbare lichamen afwachten, tenzij het een herhaalde aanvraag betreft (zie [artikel 5.1, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.1)). Als de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd mogelijk zou kunnen worden afgewezen, omdat de vreemdeling een gevaar is voor de openbare orde of nationale veiligheid, mag de vreemdeling de behandeling van de aanvraag niet afwachten in de openbare lichamen. Hij kan dan nog voordat op zijn aanvraag is beslist, worden uitgezet (zie [artikel 16a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16a) en [artikel 5.1, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.1)). Tegen de beschikking inhoudende dat de uitzetting niet achterwege wordt gelaten kan bezwaar worden gemaakt (zie [artikel 17, lid 1 sub d, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=17)).
Een vergunning tot tijdelijk verblijf met als beperking een woonplaats, gelegen op Bonaire, Sint Eustatius of Saba, wordt, onder handhaving van de beperkingen en de geldigheidsduur, aangemerkt als een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571), met dien verstande dat de beperking met betrekking tot de woonplaats geacht wordt te zijn opgeheven.
### 3.7.5.2. Weigering verlenging en wijziging beperking
Een vergunning tot verblijf met als beperking een woonplaats, gelegen op Bonaire, Sint Eustatius of Saba, wordt aangemerkt als een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571), met dien verstande dat daaraan verbonden beperkingen en voorschriften worden geacht te zijn opgeheven.
Een verklaring van verblijf van rechtswege, waarvan een vreemdeling houder is, met als beperking een woonplaats, gelegen op Bonaire, Sint Eustatius of Saba, wordt, onder handhaving van de voorwaarden waaronder de verklaring is verstrekt en de geldigheidsduur, aangemerkt als een verklaring van verblijf van rechtswege als bedoeld in de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571), met dien verstande dat de daaraan verbonden voorwaarde met betrekking tot de woonplaats wordt geacht te zijn opgeheven.
### 3.8. Overgangsrecht
### 3.8.1. Geldige verblijfstitels, verklaringen van verblijf van rechtswege en nvt-verklaringen
### 3.8.2. In behandeling zijnde verzoeken
Verzending van de schriftelijk, gemotiveerde beschikking naar het adres, zoals blijkt uit de basisadministratie persoonsgegevens, van de vreemdeling als bekendmaking van de beschikking ([artikel 5.52, lid4, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.52)). In de beschikking wordt de vreemdeling gewezen op het instellen van rechtsmiddelen. Bij minderjarige kinderen geldt het adres van de wettelijk vertegenwoordiger. Als de vreemdeling niet op het bij de IND unit Caribisch Nederland bekende adres woont en hij heeft verzuimd een adreswijziging door te geven, dan moet de beschikking naar het laatst bekende adres, zoals blijkt uit de basisadministratie persoonsgegevens, worden toegezonden. De beschikking is op deze wijze op voorgeschreven wijze bekend gemaakt.
Gevallen waarin de originele beschikking in persoon wordt uitgereikt.
Wordt een beschikking gegeven waarbij aan de vreemdeling (voortzetting van) verblijf wordt toegestaan, geheel of gedeeltelijk in overeenstemming met een door hem ingediende aanvraag, dan moet de vreemdeling zich in persoon met de originele beschikking melden bij Burgerzaken voor uitreiking van het verblijfsdocument.
Als de vreemdeling zich buiten het openbare lichaam bevindt dan wordt de beschikking bekendgemaakt na zijn aankomst in het openbaar lichaam (zie [artikel 5.52, lid 3, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.52)).
Na bekendmaking van de inwilligende beschikking door de IND unit Caribisch Nederland aan de vreemdeling, moet aan de vreemdeling een verblijfsdocument worden verstrekt waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt.
Als verblijfsdocument in de zin van [artikel 7, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7) wordt aangemerkt de Sédula.
### 3.8.2. In behandeling zijnde verzoeken
Bij de eerstvolgende aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur moet de vreemdeling op het aanvraagformulier het verblijfsdoel aangeven dat overeenkomt met het verblijfsdoel waarvoor de aan vergunning tot tijdelijk verblijf destijds aan hem is verleend. De aanvraag om verlenging wordt vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) getoetst aan de vanaf dat tijdstip geldende de voorwaarden voor verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het betreffende verblijfsdoel.
Bij wijziging van de vergunning (beperking) overeenkomstig een door de vreemdeling ingediende aanvraag wordt een nieuw verblijfsdocument verstrekt.
Van deze beschikking wordt niet afzonderlijk kennis gegeven als tevens verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning wordt geweigerd of de vergunning wordt ingetrokken.
Een verklaring, inhoudende dat de Landsverordening toelating en uitzetting niet op de houder ervan van toepassing is, wordt, indien een vreemdeling daarvan de houder is en deze op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet woonplaats heeft op Bonaire, Sint Eustatius of Saba, aangemerkt als een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, afgegeven op grond van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571).
Op de behandeling van bovenstaande verzoeken blijft het recht dat gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) van toepassing.
### 3.8.3. Voortgezet verblijf na vijf jaar
Een vergunning tot tijdelijk verblijf met als beperking een woonplaats, gelegen op Bonaire, Sint Eustatius of Saba, wordt, onder handhaving van de beperkingen en de geldigheidsduur, aangemerkt als een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571), met dien verstande dat de beperking met betrekking tot de woonplaats geacht wordt te zijn opgeheven.
### 3.8.4. Verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd na vijf jaar
Een vergunning tot verblijf met als beperking een woonplaats, gelegen op Bonaire, Sint Eustatius of Saba, wordt aangemerkt als een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571), met dien verstande dat daaraan verbonden beperkingen en voorschriften worden geacht te zijn opgeheven.
Een verklaring van verblijf van rechtswege, waarvan een vreemdeling houder is, met als beperking een woonplaats, gelegen op Bonaire, Sint Eustatius of Saba, wordt, onder handhaving van de voorwaarden waaronder de verklaring is verstrekt en de geldigheidsduur, aangemerkt als een verklaring van verblijf van rechtswege als bedoeld in de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571), met dien verstande dat de daaraan verbonden voorwaarde met betrekking tot de woonplaats wordt geacht te zijn opgeheven.
### 1.1. Samenhang tussen de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) en de [Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437)
### 3.8.2. In behandeling zijnde verzoeken
Een op het tijdstip van inwerkingtreding van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) in behandeling zijnd verzoek tot het verlenen, wijzigen of verlengen van een vergunning tot tijdelijk verblijf wordt aangemerkt als een aanvraag tot het verlenen, wjzigen of verlengen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van de WTU-BES.
Een op het tijdstip van inwerkingtreding van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) in behandeling zijnd verzoek tot het verlenen van een vergunning tot verblijf wordt aangemerkt als een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd op grond van de WTU-BES.
Een op het tijdstip van inwerkingtreding van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) in behandeling zijnd verzoek tot het verstrekken van een verklaring van verblijf van rechtswege, ingediend bij de gezaghebber van Bonaire, Sint Eustatius of Saba, wordt aangemerkt als een aanvraag tot het verstrekken van een verklaring van verblijf van rechtswege op grond van de WTU-BES.
Een op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet in behandeling zijnd verzoek tot het verstrekken van een verklaring, inhoudende dat de Landsverordening toelating en uitzetting niet van toepassing is, ingediend bij de gezaghebber van Bonaire, Sint Eustatius of Saba, wordt aangemerkt als een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd op grond van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571).
Op de behandeling van bovenstaande verzoeken blijft het recht dat gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) van toepassing.
### 3.8.3. Voortgezet verblijf na vijf jaar
Gedurende vijf jaar na inwerkingtreding van het [BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599) wordt de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd in het kader van ‘voortgezet verblijf’ (zoals opgenomen in [artikel 5.2, lid 1 sub e, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2)) verleend aan de vreemdeling die:
De [Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437) kent een aantal uitzonderingen op de verplichte arbeidsmarkttoets (zie bijvoorbeeld [artikel 8, derde lid, Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437&artikel=8)). In die gevallen kan een TWV worden verleend zonder toetsing aan prioriteitgenietend aanbod op de arbeidsmarkt.
Gedurende vijf jaar na inwerkingtreding van het [BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599) wordt de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (zoals opgenomen in [artikel 5.45 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.45)) verleend aan de vreemdeling die:
De aanvraag wordt beoordeeld aan de hand van het recht zoals dat gold op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen en niet op het tijdstip waarop de geldigheidsduur van de oorspronkelijke vergunning afliep (zie [artikel 5.51 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.51)).
**Bouwbedrijf B heeft in beginsel de TWV voor de tewerkstelling van Luciano bij bouwbedrijf A. Als bouwbedrijf B de TWV niet heeft, moet bouwbedrijf A de TWV aanvragen.**
**Luciano verricht arbeid als metselaar bij bouwbedrijf A voor 3 dagen in de week. Daarnaast verricht hij werkzaamheden als metselaar bij bouwbedrijf B voor 2 dagen in de week. Beide bouwbedrijven moeten in dit geval een TWV hebben.**
In [artikel 5.20 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.20) is geregeld in welke gevallen en onder welke voorwaarden een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend voor arbeid in loondienst, als er geen afwijzingsgronden van toepassing zijn. Als aan één of meer van de in artikel 5.20 BTU-BES genoemde verblijfsvoorwaarden niet is voldaan, of wanneer een algemene weigeringsgrond (zie [artikel 9 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9)) van toepassing is, is de Minister niet verplicht doch wel bevoegd de verblijfsvergunning te verlenen. De gevallen waarin van de bevoegdheid om de verblijfsvergunning te verlenen gebruik wordt gemaakt, worden aangegeven in de CTU-BES.
Gelet op [artikel 5.20, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.20) wordt, met inachtneming van een aantal procedurele bepalingen, de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met het verrichten van arbeid in loondienst verleend:
### 2.1. Verblijfsvoorwaarden
Onder een buitenlandse werknemer wordt verstaan: een vreemdeling die in de openbare lichamen arbeid in loondienst verricht of wil (gaan) verrichten.
[Artikel 5.21 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.21) bepaalt dat geen verblijfsvergunning wordt verleend voor het verrichten van arbeid, hetzij in loondienst, hetzij als zelfstandige, die geheel of gedeeltelijk bestaat uit het verrichten van seksuele handelingen of het verlenen van seksuele diensten.
Als er geen voor arbeid geldige verblijfsvergunning is aangevraagd, is dat een dwingende grond om een TWV te weigeren op grond van [artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d, Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437&artikel=8).
Onze Minister is verantwoordelijk voor de verlening van een verblijfsvergunning op grond van het bepaalde bij en krachtens de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571).
De Minister van SZW is verantwoordelijk voor het beleid met betrekking tot de toelating tot de arbeidsmarkt van de openbare lichamen op grond van de [Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437). Hij heeft de uitvoering van de Wav BES gedelegeerd aan de SZW-BES unit in de openbare lichamen.
### 2. Buitenlandse werknemers voor wie een TWV is vereist
### 2.1. Verblijfsvoorwaarden
[Artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437&artikel=2), bepaalt dat het een werkgever verboden is een vreemdeling in de openbare lichamen arbeid te laten verrichten zonder TWV. De [Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437) voorziet in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437&artikel=7) en [8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437&artikel=8) in een aantal uitzonderingen op deze verbodsbepaling.
Op grond van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) wordt getoetst of aan de voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning is voldaan.
Op grond van de [Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437) wordt getoetst of aan de voorwaarden voor verlening van een TWV is voldaan door de werkgever waarvoor de vreemdeling arbeid wil gaan verrichten.
De procedures die op grond van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) en de [Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437) moeten worden gevolgd hangen zeer nauw met elkaar samen en de beslissingen op de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd en de aanvraag om verlening van een TWV beïnvloeden elkaar. Daarom is een nauwe samenwerking tussen de diensten die deze regelingen uitvoeren van belang.
### 1.2. Meerdere werkgevers
Het werkgeversbegrip verwijst niet naar een juridische verhouding, gebaseerd op een arbeidsovereenkomst of aanstelling, maar naar de feitelijke situatie, waarbij een vreemdeling feitelijk arbeid verricht in opdracht van of voor een ander. Als gevolg van het brede werkgeversbegrip kunnen zich situaties voordoen dat een vreemdeling voor hetzelfde werk meerdere werkgevers heeft (uitzendarbeid, aanneming van werk). Met hetzelfde werk wordt hier letterlijk bedoeld hetzelfde werk (dus niet hetzelfde soort werk of dezelfde soort functie bij meerdere werkgevers). Als één van de werkgevers al beschikt over een TWV voor het betreffende werk, hoeven andere werkgevers geen TWV aan te vragen (zie voorbeeld 1). Als de vreemdeling meerdere werkgevers heeft als gevolg van het feit dat hij ook meerdere banen heeft, geldt dat elk van de werkgevers over een TWV moet beschikken voor de werkzaamheden die de vreemdeling voor die betreffende werkgever verricht (zie voorbeeld 2).
**Luciano verricht arbeid als metselaar bij bouwbedrijf A dat hem heeft ingeleend van bouwbedrijf B.**
### 2.3. Procedure bij het loket van IND-BES (1-loket procedure)
**Luciano verricht arbeid als metselaar bij bouwbedrijf A voor 3 dagen in de week. Daarnaast verricht hij werkzaamheden als metselaar bij bouwbedrijf B voor 2 dagen in de week. Beide bouwbedrijven moeten in dit geval een TWV hebben.**
**Luciano werkt bij een ICT-bedrijf dat hem bij verschillende werkgevers opdrachten laat uitvoeren. Het ICT-bedrijf moet beschikken over een TWV, op basis waarvan Luciano bij verschillende klanten opdrachten in de ICT-sector mag uitvoeren.**
### 2. Buitenlandse werknemers voor wie een TWV is vereist
Als een werkgever een vreemdeling arbeid laat verrichten in de zin van de [Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437), zonder dat hij in het bezit is van de vereiste TWV, wordt vermoed dat die vreemdeling gedurende tenminste zes maanden werkzaam is geweest voor die werkgever (zie [artikel 20 Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437&artikel=20)). Met behulp van dit rechtsvermoeden kan een vreemdeling een loonvordering instellen. Voor het doorlopen van deze procedure in de openbare lichamen wordt aan de illegale vreemdeling echter geen verblijf toegestaan.
De voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst zijn (zie [artikel 5.20 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.20)):
De van TWV-plicht vrijgestelde categorieën worden beschreven in [artikel 7 Besluit uitvoering Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=7).
Als er geen voor arbeid geldige verblijfsvergunning is aangevraagd, is dat een dwingende grond om een TWV te weigeren op grond van [artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d, Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437&artikel=8).
Andersom zal een aanvraag voor verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd of verlenging daarvan worden afgewezen als de vreemdeling arbeid verricht zonder dat voor die arbeid een TWV is verleend (zie [artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9) en [artikel 5.20, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.20)).
Voor gezinsleden gelden daarnaast de in [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=3&z=2015-02-19&g=2015-02-19) neergelegde toepasselijke voorwaarden, waaronder de voorwaarden inzake legalisatie en verificatie van documenten.
De vreemdeling moet de volgende bescheiden overleggen:
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands of Engels of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
### 2.3. Procedure bij het loket van IND-BES (1-loket procedure)
Van belang is de volgorde waarin de aanvragen worden ingediend en de volgorde waarin daarop wordt beslist. Ook is het belangrijk dat de bij de beslissingen betrokken instanties informatie met elkaar uitwisselen over de bij hen ingekomen aanvragen en hun beslissingen daarop. Hierdoor wordt voorkomen dat er een vicieuze cirkel ontstaat. Om deze reden is in de openbare lichamen een 1-loket procedure ingericht.
Om de doelmatigheid en de snelheid van de afhandeling van aanvragen om toelating en om een TWV te bevorderen en om een goede afstemming van de werkprocessen bij de IND unit Caribisch Nederland en de SZW-BES unit te waarborgen, kunnen aanvragen om een mvv /verblijfsvergunning én om een TWV bij het loket van de IND-BES worden ingediend.
Mogelijke situaties:
De werkgever vraagt ten behoeve van de vreemdeling die in de openbare lichamen arbeid in loondienst wil gaan verrichten, bij het loket van IND-BES zoveel mogelijk gelijktijdig een TWV én een mvv voor het verrichten van arbeid in loondienst aan. Als de vreemdeling niet mvv-plichtig is, dient de werkgever bij het loket een aanvraag om een TWV in en dient de vreemdeling, zoveel mogelijk gelijktijdig, een aanvraag in om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst. Als de vreemdeling zelf de aanvraag om een mvv indient bij de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in zijn land van herkomst of bestendig verblijf, wordt deze aanvraag ter afhandeling doorgezonden naar de IND unit Caribisch Nederland. Na ontvangst van deze mvv-aanvraag wordt de werkgever door de IND unit Caribisch Nederland uitgenodigd om bij het loket een TWV-aanvraag in te dienen.
De formulieren voor het aanvragen van een TWV, een mvv en een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd zijn in ieder geval verkrijgbaar bij het loket van de IND-BES. In deze aanvraagformulieren staat welke gegevens en bescheiden bij het indienen van de aanvragen overgelegd moeten worden.
### 2.4. Samenhang beslissing aanvraag TWV en verblijfsvergunning
De IND unit Caribisch Nederland stuurt de TWV-aanvraag ter behandeling door naar de SZW-BES unit. Deze voert een arbeidsmarkttoets uit en neemt een beslissing op de aanvraag om een TWV. Vervolgens wordt deze beslissing dan wel de TWV doorgestuurd naar de IND unit Caribisch Nederland.
Zodra de beslissing op de TWV-aanvraag bij de IND unit Caribisch Nederland bekend is, neemt IND unit Caribisch Nederland een beslissing op de aanvraag om een mvv of een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. Als de aanvraag om een TWV is afgewezen, wordt ook de aanvraag om een verblijfsvergunning afgewezen. Als de aanvraag om een TWV is ingewilligd, wordt in de regel ook de aanvraag om een mvv of verblijfsvergunning ingewilligd. Dit laatste hoeft echter niet per se het geval te zijn. Het kan voorkomen dat de aanvraag om een TWV is ingewilligd, maar dat niet aan alle voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt voldaan.
**Uitzondering**: als meteen al duidelijk is dat de mvv of verblijfsvergunning moet worden geweigerd, ongeacht of er wel of geen TWV wordt verleend, wordt de aanvraag om een mvv of verblijfsvergunning direct afgewezen en wordt niet gewacht op de beslissing van SZW-BES unit op de aanvraag om een TWV. Hierbij moet met name worden gedacht aan gevallen waarin de aanvraag om een mvv of verblijfsvergunning wordt afgewezen wegens gevaar voor de openbare orde. De SZW-BES unit wordt zo snel mogelijk van de beslissing op de aanvraag om een mvv of verblijfsvergunning in kennis gesteld, vanwege de te nemen beslissing op de TWV-aanvraag.
De beslissingen op de aanvragen om een TWV en om een mvv/verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden beide in beginsel bekendgemaakt door uitreiking in persoon van de beschikkingen aan het loket van de IND-BES. In beginsel vindt dit zoveel mogelijk gelijktijdig plaats (zie voor regels over bekendmaking van besluiten hoofdstuk 3, paragraaf 3.7.6)
Als een werkgever een vreemdeling arbeid laat verrichten in de zin van de [Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437), zonder dat hij in het bezit is van de vereiste TWV, wordt vermoed dat die vreemdeling gedurende tenminste zes maanden werkzaam is geweest voor die werkgever (zie [artikel 20 Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437&artikel=20)). Met behulp van dit rechtsvermoeden kan een vreemdeling een loonvordering instellen. Voor het doorlopen van deze procedure in de openbare lichamen wordt aan de illegale vreemdeling echter geen verblijf toegestaan.
Voor verblijf in de openbare lichamen verband houdend met het verrichten van arbeid in loondienst moet de werkgever van de vreemdeling beschikken over een TWV en de vreemdeling over een verblijfsvergunning. De beslissing op de aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd enerzijds en de beslissing op de aanvraag om een TWV anderzijds beïnvloeden elkaar.
Aanvragen om een mvv in het kader van gezinshereniging met een arbeidsmigrant worden eveneens bij het IND-BES loket ingediend als:
Het gelijktijdig afdoen van de aanvraag om toelating van gezinsleden door het IND-BES loket, samen met die van de hoofdaanvrager, is verder alleen mogelijk:
Aanvragen verband houdend met adoptie en opname als pleegkind worden niet gelijktijdig met de aanvraag van de hoofdaanvrager afgehandeld.
Voor gezinsleden gelden daarnaast de in [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=3&z=2015-10-01&g=2015-10-01) neergelegde toepasselijke voorwaarden, waaronder de voorwaarden inzake legalisatie en verificatie van documenten.
Gezinsleden van arbeidsmigranten zijn niet vrij op de arbeidsmarkt. Als zij willen werken, moet de werkgever beschikken over een TWV.
Als de aanvraag om een TWV wordt geweigerd voordat op de aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is beslist, wordt als regel ook een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst geweigerd.
### 2.5. Geldigheidsduur: relatie met de TWV
Hoofdregel:
Met de beslissing op de aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt gewacht totdat op de aanvraag om een TWV is beslist. Wordt de TWV verleend dan zal als regel ook de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden verleend, als ook aan de overige voorwaarden wordt voldaan.
Mogelijke situaties:
De afwijzing van de aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is een dwingende weigeringsgrond voor een TWV (zie [artikel 8, eerste lid onder e Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437&artikel=8)). Door, als dat mogelijk is, direct op de aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd te beslissen wordt de ongewenste situatie voorkomen dat achteraf het verblijf moet worden ontzegd aan een vreemdeling, die inmiddels op grond van een aan de werkgever op diens aanvraag verleende TWV arbeid in loondienst is gaan verrichten. Er wordt direct op een aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd beslist als sprake is van de weigeringsgronden van [artikel 9 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9):
### 2.5. Geldigheidsduur: relatie met de TWV
### 2.6.1. Beperking
Een vreemdeling, die naar de openbare lichamen komt om arbeid in loondienst te verrichten, vraagt een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst aan bij de IND unit Caribisch Nederland. In de periode, gelegen tussen verlening van een TWV en de beslissing op de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning, is het de vreemdeling toegestaan de arbeid te verrichten waarvoor de TWV is afgegeven. Zolang geen beslissing op de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning is genomen, wordt hij daarom niet uit de openbare lichamen verwijderd. De verlening van een TWV betekent dat met de komst van een vreemdeling een wezenlijk belang is gediend. De verblijfsvergunning zal dan ook in principe worden verleend, tenzij één van de weigeringsgronden van [artikel 9 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9) van toepassing is.
### 2.6.2. Arbeidsmarktaantekening
Om in aanmerking te komen voor een TWV voor het verrichten van arbeid in loondienst of arbeid in loondienst als praktikant toetst SZW-BES unit of de vreemdeling met de voorgenomen arbeid een salaris zal ontvangen dat:
Om in aanmerking te komen voor een TWV voor het verrichten van arbeid in loondienst als stagiair toetst SZW-BES of de vreemdeling een stagevergoeding ontvangt van minimaal 50% van het bruto minimumloon, genoemd in [artikel 9 van de Wet minimumlonen BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028170&artikel=9), na aftrek van de daarop in te houden loonheffing.
### 2.6.1. Beperking
Als aan de hierboven in 2.1 genoemde voorwaarden wordt voldaan, wordt de verblijfsvergunning verleend onder de beperking ‘arbeid in loondienst bij ............ (naam werkgever)’.
Een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst wordt verleend voor een duur die maximaal gelijk is aan de duur van de TWV (zie [artikel 5.27 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.27)).
Een TWV wordt voor bepaalde tijd afgegeven (zie [artikel 7 Wav-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437&artikel=7)). In normale gevallen is de geldigheidsduur van een TWV gelijk aan de duur van het arbeidscontract. De maximale geldigheidsduur van een TWV is drie jaar. Er kan daarna (ook door dezelfde werkgever, ten behoeve van dezelfde werknemer en voor hetzelfde werk) wel een nieuwe TWV worden aangevraagd en verleend. De maximale geldigheidsduur van de verblijfsvergunning met als verblijfsdoel het verrichten van arbeid in loondienst is daarom drie jaar. Dit komt overeen met de maximale duur waarvoor een TWV kan worden afgegeven. De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning kan daarna telkens worden verlengd met de duur van daarop volgende tewerkstellingen.
Het is van belang dat de ingangsdatum van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd zo veel mogelijk gelijk is aan de ingangsdatum van de TWV. Is dat niet zo, dan moet tijdig (d.w.z. voor afloop van de TWV waarvan verlening wordt beoogd), contact worden opgenomen met het loket van de IND unit Caribisch Nederland om verlenging van de verblijfsvergunning aan te vragen, als dat mogelijk is.
Arbeid in loondienst is een niet-tijdelijk verblijfsdoel (zie [artikel 5.3, derde lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.3)).
Het verbod voor een werkgever om een vreemdeling zonder TWV arbeid te laten verrichten geldt niet voor (zie [artikel 3 Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437&artikel=3)):
Ter uitvoering van d zijn in de [artikelen 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=7) en [8 van het Besluit uitvoering Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=8) een aantal categorieën vreemdelingen respectievelijk werkzaamheden aangewezen waarvoor geen TWV is vereist. Vreemdelingen die tot één van deze aangewezen categorieën behoren, kunnen aan die aanwijzing op zichzelf geen aanspraak ontlenen op een verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd.
### 3.2.1. Vreemdelingen met aantekening ‘arbeid vrij toegestaan’
### 2.6.2. Arbeidsmarktaantekening
Op de verblijfsvergunning staat in beginsel de aantekening: ’arbeid in loondienst alleen toegestaan indien de werkgever beschikt over TWV’. (Zie [artikel 6.17, derde lid, onder b, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.17)).
Als een vreemdeling voor een ander doel dan het verrichten van arbeid in loondienst wordt toegelaten, wordt ook een arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument geplaatst. Deze aantekening is afhankelijk van het doel waarvoor verblijf is toegestaan. In de desbetreffende hoofdstukken staat welke arbeidsmarktaantekening dan geldt.
### 2.6.3. Voorschrift
Aan de verlening van de verblijfsvergunning worden de volgende voorschriften verbonden:
Beleidsregel:
### 3.2.1. Vreemdelingen met aantekening ‘arbeid vrij toegestaan’
in loondienst, moet de schriftelijke garantstelling worden ondertekend door de werkgever, mits deze solvabel is.
Bij verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd in het kader van gezinshereniging bij een hoofdpersoon, die in het bezit is van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst dan wel die daarvoor een aanvraag heeft ingediend, moet de schriftelijke garantstelling worden ondertekend door de werkgever van de hoofdpersoon, mits deze solvabel is.
Beleidsregel:
Een werkgever wordt geacht solvabel te zijn als aan hem een TWV is verleend voor de door de vreemdeling te verrichten arbeid.
### 3. Buitenlandse werknemers voor wie een TWV niet is vereist
### Hoofdstuk 4. Arbeid in loondienst
### 1. Inleiding
### 3.2. Vrijgestelde categorieën vreemdelingen
### 4. Bijzondere categorieën vreemdelingen
### 4.1. Nederlandse zeeschepen
### 4.2. Internationale luchtvaart en scheepvaart
### 4.3.1. Inleiding
### 4.3.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 4.4.2. Meldplicht
### 4.4.3. Arbeidsovereenkomst of stage voor maximaal drie maanden
### 4.4.4. Grensarbeiders
### 4.4.4.1. Verblijfsvoorwaarden
### 4.5. Van rechtswege toegelaten vreemdelingen
### 4.6. Directeuren-(groot)aandeelhouders
### 5.5. Samenwerking met de arbeidsbemiddelingsorganisatie en de RCN-unit SZW
### Hoofdstuk 5. Arbeid als zelfstandige
### 2. Verblijfsvoorwaarden
### 4. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 4.2. Arbeidsmarktaantekening
### 5. Geldigheidsduur
Het Verdrag van vriendschap, handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika met bijbehorend Protocol (Trb. 1956, 40) dat integrerend onderdeel uitmaakt van het verdrag (hierna: het Verdrag), heeft als doel de handel tussen Nederland en de Verenigde Staten van Amerika te vergemakkelijken. Het verdrag en Protocol zijn op 5 december 1957 inwerking getreden voor de alle toenmalige landen van het Koninkrijk. Het Verdrag is nog steeds van kracht, en dus ook van toepassing in de openbare lichamen.
### 6. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
### 6.2. Arbeidsmarktaantekening
### 1. Inleiding
### 3.2. Verblijfsvoorwaarden
### 3.3. Vereiste bescheiden
### 4.2. Verblijfsvoorwaarden
### 4.3. Vereiste bescheiden
### 5.2. Geldigheidsduur
### 4. Gezinshereniging
### 5.2. Arbeidsmarktaantekening
### 4.1. Beperking
### 4.2. Arbeidsmarktaantekening
### 6. Gezinshereniging
### Hoofdstuk 11. Gezinshereniging en gezinsvorming
### 1.2. Beleid gezinshereniging
### 2.3.3. Voorschrift
### 3. Schijnhuwelijk
### 4. Relatie
### 4.2. Vereiste bescheiden
### 4.3.2. Arbeidsmarktaantekening
### 4.3.3. Voorschrift
### 5. Minderjarige kinderen
### 5.2. Vereiste bescheiden
### 5.4.2. Arbeidsmarktaantekening
### 5.4.3. Voorschrift
### 5.5. Geldigheidsduur
### 3.3.2. Arbeidsmarktaantekening
### 3.3.3. Voorschrift
De ouders zijn beiden geboren en getogen op Saba en in het bezit van de Nederlandse nationaliteit. De ouders verhuizen naar Venezuela alwaar hun kinderen zijn geboren. De kinderen hadden bij geboorte de Nederlandse nationaliteit. De ouders en de kinderen verkrijgen na verloop van tijd de Venezolaanse nationaliteit en verliezen daarbij de Nederlandse nationaliteit. Een van de kinderen verblijft inmiddels in Colombia en verzoekt nu om wedertoelating tot Saba op grond van het feit dat hij oud-Nederlander is.
### 8.3.1. Beperking
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: 'arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’.
Aan de verlening van de verblijfsvergunning is als voorschrift verbonden de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten aan opname of verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting (zie [artikel 5.4, eerste lid, aanhef en onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.4)).
### 8.4. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
### Hoofdstuk 14. Mensenhandel
### 4.2.1. Beperking
### 4.2.2. Arbeidsmarktaantekening
### 5.1. Slachtoffer
### 5.2. Getuige-aangever
### 2.3.1. Beperking
### 3.1. Verblijfsvoorwaarden
De voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst door deze categorie buitenlandse werknemers zijn (zie [artikel 5.20 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.20) en [artikel 3 Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437&artikel=3)):
Zie voor de vereiste bescheiden paragraaf 2.2 met uitzondering van een geldige TWV.
### 3.2. Vrijgestelde categorieën vreemdelingen
Het verbod voor een werkgever om een vreemdeling zonder TWV arbeid te laten verrichten geldt niet voor (zie [artikel 3 Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437&artikel=3)):
Ter uitvoering van d zijn in de [artikelen 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=7) en [8 van het Besluit uitvoering Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=8) een aantal categorieën vreemdelingen respectievelijk werkzaamheden aangewezen waarvoor geen TWV is vereist. Vreemdelingen die tot één van deze aangewezen categorieën behoren, kunnen aan die aanwijzing op zichzelf geen aanspraak ontlenen op een verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd.
Onder praktikant wordt verstaan een vreemdeling die naar de openbare lichamen komt om werkervaring op te doen die voor diens toekomstig functioneren in het land van herkomst van belang is.
Het verbod voor een werkgever om een vreemdeling zonder TWV arbeid te laten verrichten geldt niet voor een vreemdeling die beschikt over een verblijfsvergunning welke is voorzien van een aantekening van de Minister van Justitie waaruit blijkt dat aan die vergunning geen beperkingen zijn verbonden voor het verrichten van arbeid (zie [artikel 8,onder e, Besluit uitvoering Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=8)).
Op het verblijfsdocument wordt de volgende aantekening geplaatst: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
Zo’n aantekening wordt afgegeven aan een vreemdeling:
### 4.3. Stagiaires en praktikanten
### 4. Bijzondere categorieën vreemdelingen
Als een vreemdeling:
Vreemdelingen die werkzaam zijn (geweest) op Nederlandse zeeschepen en die hun verlof willen doorbrengen in de openbare lichamen, komen op deze grond niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. Deze vreemdelingen mogen zonder verblijfsvergunning voor bepaalde tijd in de openbare lichamen binnenkomen en er verblijven voor de duur van maximaal drie maanden (zie [artikel 4.3 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.3)).
### 4.3.2. Verblijfsvoorwaarden
Deze verblijfsvergunningen zijn tijdelijk van aard (zie [artikel 5.3, eerste lid, onder d, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.3)). Dit moet uitdrukkelijk steeds worden vermeld in de beschikking waarbij de verblijfsvergunning wordt verleend.
Vreemdelingen die als bemanningslid van internationale schepen en luchtvaartuigen werkzaam zijn, komen in beginsel niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. Deze vreemdelingen mogen zonder verblijfsvergunning voor bepaalde tijd in de openbare lichamen binnenkomen en er verblijven voor een periode van maximaal drie maanden (zie [artikel 4.3 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.3)). Zij hebben toelating van rechtswege op grond van [artikel 5a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5a).
Het algemene vreemdelingenbeleid is niet van toepassing op buitenlandse werknemers in enkele specifieke sectoren (internationale luchtvaart en scheepvaart) van de internationale arbeidsmarkt, omdat zij niet dan wel het grootste deel van de tijd niet werkzaam zijn op Nederlands grondgebied. De toelating van rechtswege voor de duur van maximaal 3 maanden vervalt op het tijdstip van vertrek van het schip of luchtvaartuig.
De verbodsbepaling van de [Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437) is niet van toepassing op een vreemdeling die zijn hoofdverblijf buiten Nederland heeft én geen arbeidsovereenkomst heeft met een in de openbare lichamen gevestigde werkgever én uitsluitend arbeid verricht op buiten de openbare lichamen geregistreerde vervoermiddelen in het internationale verkeer (zie [artikel 8, onder b, Besluit uitvoering Wav-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=8)).
### 4.3.2. Verblijfsvoorwaarden
### 4.3.3.1. Beperking
Van bovengenoemde buitenlandse werknemers moeten worden onderscheiden opvarenden van tot de zee- of luchtmacht van enige mogendheid behorende schepen of luchtvaartuigen. [Artikel 3, eerste lid, onder e, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) bepaalt dat deze opvarenden van rechtswege toelating tot verblijf hebben in de openbare lichamen, gedurende de tijd dat de openbare lichamen met toestemming van de bevoegde autoriteiten worden aangedaan. Laatstgenoemde vreemdelingen hoeven derhalve niet in het bezit te zijn van een verblijfsvergunning als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=6).
Het verblijf als stagiair en praktikant is op grond van [artikel 5.3, tweede lid, onder d, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.3) tijdelijk.
### 4.3.1. Inleiding
Onder stagiair wordt verstaan een vreemdeling die naar de openbare lichamen komt om arbeid te verrichten die noodzakelijk is om de opleiding in het land van herkomst te kunnen voltooien.
### 4.3.5. Voortzetting van verblijf
Voor stagiaires geldt dat een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning voor het verrichten van arbeid in loondienst als stagiair voor hetzelfde doel wordt afgewezen, als de vreemdeling één jaar houder van deze verblijfsvergunning is geweest.
In [artikel 5.20 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.20) staan de voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning voor het verrichten van arbeid in loondienst als stagiair of praktikant. Zie de onder dit hoofdstuk, paragraaf 2.1 genoemde voorwaarden.
### 4.3.3.2. Arbeidsmarktaantekening
[Artikel 15, eerste lid, Besluit uitvoering Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=15) bepaalt dat een TWV voor de vreemdeling die arbeid als praktikant wil gaan verrichten, voor maximaal 24 weken in een periode van een jaar kan worden verleend zonder arbeidsmarkttoets.
Zie voor de vereiste bescheiden [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=3&z=2015-10-01&g=2015-10-01) CTU-BES.
Aan de verlening van de verblijfsvergunning worden de volgende voorschriften verbonden:
### 4.3.3.1. Beperking
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder de beperking ‘voor arbeid in loondienst als stagiair bij ...(naam werkgever)’ c.q. ‘voor arbeid in loondienst als praktikant bij... (naam werkgever)’.
Deze verblijfsvergunningen zijn tijdelijk van aard (zie [artikel 5.3, eerste lid, onder d, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.3)). Dit moet uitdrukkelijk steeds worden vermeld in de beschikking waarbij de verblijfsvergunning wordt verleend.
Vreemdelingen die verblijf hebben in de vrije termijn en in die periode arbeid in loondienst verrichten zijn bijvoorbeeld:
Op het verblijfsdocument wordt vermeld: ‘specifieke arbeid toegestaan mits werkgever beschikt over TWV; andere arbeid niet toegestaan’.
### 4.3.3.3. Voorschriften
### 4.4.1. Inleiding
Hier gelden de beleidsregels zoals vermeld in 2.6.3.
Voortzetting van verblijf voor het verrichten van arbeid als stagiair of praktikant wordt dus niet toegestaan. Dit volgt uit het feit dat de TWV voor het verrichten van arbeid als stagiair of praktikant slechts voor maximaal een jaar respectievelijk 24 weken kan worden verleend.
Het verblijf als stagiair en praktikant is op grond van [artikel 5.3, tweede lid, onder d, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.3) tijdelijk.
De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor stagiaires beloopt maximaal één jaar.
### 4.4.1. Inleiding
Als de visumplichtige vreemdeling langer dan drie maanden in de openbare lichamen wil verblijven, voor het verrichten van arbeid in loondienst of voor een ander verblijfsdoel, moet daarvoor eerst een mvv-aanvraag worden ingediend en moet de vreemdeling de uitkomst daarvan in zijn land van herkomst afwachten, tenzij hij valt onder één van de vrijstellingscategorieën van het mvv-vereiste. Na afgifte van de mvv kan hij een aanvraag indienen om verlenging van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd dan wel een aanvraag om wijziging van de beperking.
Voor stagiaires geldt dat een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning voor het verrichten van arbeid in loondienst als stagiair voor hetzelfde doel wordt afgewezen, als de vreemdeling één jaar houder van deze verblijfsvergunning is geweest.
Voor praktikanten geldt dat een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor het verrichten van arbeid in loondienst als praktikant voor hetzelfde doel wordt afgewezen, als de vreemdeling 24 weken houder van deze verblijfsvergunning is geweest.
### 4.4.3. Arbeidsovereenkomst of stage voor maximaal drie maanden
Voortzetting van het verblijf is wel mogelijk als [artikel 5.24 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.24) van toepassing is (zie [hoofdstuk 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=15&z=2015-10-01&g=2015-10-01)).
Nederlanders die na drie maanden arbeid op basis van een arbeidsovereenkomst voor korte duur langer in de openbare lichamen willen verblijven, moeten daarvoor een verklaring aanvragen waaruit blijkt dat zij toelating van rechtswege hebben op grond van [artikel 3 van de WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3).
Deze meldplicht geldt niet als de vreemdeling (zie [artikel 6.38, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.38)):
Vreemdelingen mogen als toerist in de openbare lichamen binnenkomen en er in beginsel maximaal drie maanden verblijven zonder verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd (zie [artikel 4.2, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.2)). Deze periode van drie maanden is de vrije termijn.
Zodra een toerist in de vrije termijn arbeid in loondienst gaat verrichten, is hij niet meer aan te merken als toerist. Hij valt dan immers niet meer onder de definitie van toerist, zoals vermeld in [artikel 1.1, onder g, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=1.1). De vrije termijn voor deze vreemdelingen bedraagt in beginsel drie maanden (zie [artikel 5a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5a) en [artikel 4.4, eerste lid, onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.4)). Deze vreemdeling moet zich in dat geval melden bij de korpschef (zie paragraaf 4.4.2).
Het is mogelijk om in de vrije termijn arbeid in loondienst te verrichten in de openbare lichamen. De werkgever zal in dat geval vaak wel moeten beschikken over een TWV voor de vreemdeling.
Vreemdelingen die verblijf hebben in de vrije termijn en in die periode arbeid in loondienst verrichten zijn bijvoorbeeld:
Verblijf langer dan drie maanden:
De vreemdeling die van rechtswege is toegelaten als bedoeld in [artikel 5a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5a) en die arbeid gaat zoeken of arbeid gaat verrichten, meldt dit onmiddellijk bij de korpschef ([artikelen 6.38, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.38)).
### 4.4.4. Grensarbeiders
Dit kan onder meer aannemelijk gemaakt worden aan de hand van een arbeidsovereenkomst voor de duur van maximaal drie maanden, te rekenen vanaf het tijdstip van binnenkomst van de vreemdeling.
De TWV-plicht voor de werkgever geldt niet in het volgende geval:
Visumplichtige vreemdelingen die voor maximaal drie maanden binnen een tijdvak van zes maanden arbeid in loondienst willen gaan verrichten in de openbare lichamen, moeten daarvoor eerst een visum aanvragen bij de Nederlandse vertegenwoordiging in het land van herkomst met als reisdoel arbeid. De vreemdeling dient daartoe bij de Nederlandse vertegenwoordiging een geldige TWV en een arbeidsovereenkomst te overleggen. Indien het visum wordt afgegeven moet de vreemdeling na binnenkomst in de openbare lichamen en binnen de maximaal toegestane verblijfsduur van het visum, bij de IND-BES unit een aanvraag indienen om verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst. Voor verlening van deze verblijfsvergunning gelden in beginsel de verblijfsvoorwaarden als vermeld in paragraaf 2.1, behalve het mvv-vereiste. Verder geldt het volledige legestarief voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor arbeid in loondienst, zoals vermeld in [artikel 4.1, tweede lid, onder a, RTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028815&artikel=4.1).
Als aan alle geldende verblijfsvoorwaarden wordt voldaan, kan de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor arbeid in loondienst in dit geval worden verleend voor de duur waarvoor de TWV ten behoeve van die arbeid in verleend.
### 4.4.4. Grensarbeiders
Als de visumplichtige vreemdeling langer dan drie maanden in de openbare lichamen wil verblijven, voor het verrichten van arbeid in loondienst of voor een ander verblijfsdoel, moet daarvoor eerst een mvv-aanvraag worden ingediend en moet de vreemdeling de uitkomst daarvan in zijn land van herkomst afwachten, tenzij hij valt onder één van de vrijstellingscategorieën van het mvv-vereiste. Na afgifte van de mvv kan hij een aanvraag indienen om verlenging van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd dan wel een aanvraag om wijziging van de beperking.
Niet-visumplichtige vreemdelingen en Nederlanders die op basis van een arbeidsovereenkomst voor maximaal drie maanden in de openbare lichamen arbeid in loondienst willen verrichten, hebben een vrije termijn van drie maanden binnen een tijdvak van zes maanden (zie [artikel 4.4, eerste lid, onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.4)). Binnen deze termijn hoeven zij niet in het bezit te zijn van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd dan wel van een verklaring waaruit blijkt dat men toelating van rechtswege heeft. Ook geldt voor hen geen meldplicht, als zij aannemelijk kunnen maken dat zij naar de openbare lichamen zijn gekomen om arbeid te verrichten voor een periode van maximaal drie maanden, te rekenen vanaf hun binnenkomst (zie paragraaf 4.4.2). In het geval van de niet-visumplichtige vreemdelingen zal de werkgever in beginsel wel in het bezit moeten zijn van een geldige TWV voor deze arbeid.
Als een Nederlander gedurende zijn verblijf als toerist in de vrije termijn van zes maanden besluit om arbeid in loondienst te gaan verrichten, is op hem niet langer [artikel 4.2, derde lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.2) van toepassing en bedraagt zijn vrije termijn vanaf dat moment drie maanden, te rekenen vanaf datum binnenkomst in de openbare lichamen. Als de vrije termijn van drie maanden op dat moment al is verstreken, moet de Nederlander binnen acht dagen nadat hij arbeid is gaan verrichten, een verklaring aanvragen waaruit zijn toelating van rechtswege op grond van [artikel 3 van de WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) blijkt (zie [artikel 4.4, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.4)).
Verblijf langer dan drie maanden:
Als de niet-visumplichtige vreemdeling langer dan drie maanden in de openbare lichamen wil verblijven, voor het verrichten van arbeid in loondienst dan wel voor een ander verblijfsdoel, moet hij daarvoor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd aanvragen. Voor mvv-plichtige vreemdelingen die na drie maanden arbeid op basis van een arbeidsovereenkomst voor korte duur langer in de openbare lichamen willen verblijven, geldt nu wel het mvv-vereiste, tenzij men valt onder één van de vrijstellingscategorieën van het mvv-vereiste. Voor mvv-plichtige vreemdelingen dient nu eerst een mvv-aanvraag ingediend te worden, De uitkomst daarvan moet de vreemdeling in zijn land van herkomst afwachten. Dit om te voorkomen dat met het verblijf voor kortdurende arbeid het mvv-vereiste wordt omzeild.
### 4.5. Van rechtswege toegelaten vreemdelingen
Het kan bijvoorbeeld gaan om een buiten de openbare lichamen gevestigd bouwbedrijf dat in opdracht van een in de openbare lichamen gevestigde persoon of bedrijf een woning of kantoorpand bouwt in de openbare lichamen of om een bedrijf dat een buiten de openbare lichamen gevestigd bedrijf opdracht geeft tot het aanleggen van een ICT-systeem. De vreemdeling die in dienst is van dat buiten de openbare lichamen gevestigde bedrijf verricht diensten voor de binnen de openbare lichamen gevestigde opdrachtgever en valt in beginsel onder de TWV-plicht.
### 5. Voortzetting van verblijf
Het gaat daarbij bijvoorbeeld om vreemdelingen die in Curaçao, Sint Maarten of Aruba verblijf houden en in het bezit zijn van een geldige verblijfsvergunning voor Curaçao, Sint Maarten of Aruba en die in één van de openbare lichamen werken. Ook kan het gaan om vreemdelingen die in een land buiten het Koninkrijk verblijf houden en aldaar in het bezit zijn van een verblijfsvergunning dan wel de nationaliteit hebben van dat land, en die in één van de openbare lichamen werken.
Doordat zij grensarbeid verrichten komen zij niet toe aan het tijdstip waarop zij, op grond van [artikel 4.4 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.4), een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd zouden moeten hebben.
Ook zijn de [artikelen 6.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.45) en [6.46 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.46) over de aanmeldingsplicht niet op grensarbeiders van toepassing, omdat deze arbeiders vallen onder de uitzonderingscategorie van [artikel 6.38, tweede lid, onder b, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.38).
### 4.4.4.1. Verblijfsvoorwaarden
De zekerheid bestaat uit het overleggen van een verklaring van een solvabele derde die zich voor de kosten garant stelt (zie [artikel 3.9, tweede lid, onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=3.9)). In dit geval moet deze verklaring door de werkgever worden ondertekend. Van de overige in artikel 3.9, tweede lid, BTU-BES genoemde zekerheidstellingen wordt in beginsel geen gebruik gemaakt.
De vreemdeling moet steeds binnen acht dagen terug reizen naar zijn land van herkomst, omdat zijn vrije termijn maximaal acht dagen is.
### 5. Voortzetting van verblijf
### 5.3. Werkloosheid
Als deze vreemdelingen echter niet onder de omschrijving van [artikel 8, onder a, Besluit uitvoering Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=8) vallen, moet de werkgever wel in het bezit zijn van een TWV.
Beleidsregel:
### 5.2. Ongeoorloofde tewerkstelling
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan worden ingetrokken als de vreemdeling voor een werkgever arbeid verricht, zonder dat aan de [Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437) is voldaan (zie [artikel 14, onder e, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=14) jo. [artikel 5.21, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.21)).
Vaak zijn directeuren-(groot)aandeelhouders feitelijk aan te merken als zelfstandig ondernemers vanwege hun positie binnen de onderneming.
Als zij een belang van 25% of meer hebben in het bedrijf, ondernemingsrisico lopen en de hoogte van hun salaris zelf kunnen beïnvloeden, moeten zij een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als zelfstandige aanvragen. Als zij niet aan deze voorwaarden voldoen, is de procedure voor werknemers van toepassing. Zie in dat geval de voorwaarden voor verblijf genoemd in dit hoofdstuk, paragraaf 2.1.
### 5.3. Werkloosheid
### 4.7. Dienstverrichters
Vreemdelingen die in het kader van dienstverlening in de openbare lichamen werken, worden wat betreft de TWV-plicht gelijk behandeld als vreemdelingen die bij een werkgever in de openbare lichamen gaan werken. De opdrachtgever of, als de dienstverrichter in loondienst werkzaam is voor een buitenlandse dienstverlener, de werkgever van deze dienstverrichter, moet in het bezit zijn van een TWV. De procedure van paragraaf 2.3 is van toepassing.
Het kan bijvoorbeeld gaan om een buiten de openbare lichamen gevestigd bouwbedrijf dat in opdracht van een in de openbare lichamen gevestigde persoon of bedrijf een woning of kantoorpand bouwt in de openbare lichamen of om een bedrijf dat een buiten de openbare lichamen gevestigd bedrijf opdracht geeft tot het aanleggen van een ICT-systeem. De vreemdeling die in dienst is van dat buiten de openbare lichamen gevestigde bedrijf verricht diensten voor de binnen de openbare lichamen gevestigde opdrachtgever en valt in beginsel onder de TWV-plicht.
### 5. Voortzetting van verblijf
Als een vreemdeling, die in het bezit is van een voor het verrichten van arbeid in loondienst geldige verblijfsvergunning, arbeidsongeschikt wordt, kunnen zich de volgende situaties voordoen:
Hieronder zijn factoren genoemd die van invloed kunnen zijn op het verblijfsrecht van een vreemdeling aan wie een verblijfsvergunning is verleend voor het verrichten van arbeid in loondienst.
Daarnaast kunnen er algemene gronden zijn die kunnen leiden tot verblijfsbeëindiging. Zie daarvoor hoofdstuk 3, paragraaf 1.12.3.
Beleidsregel:
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan worden ingetrokken als de vreemdeling voor een werkgever arbeid verricht, zonder dat aan de [Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437) is voldaan (zie [artikel 14, onder e, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=14) jo. [artikel 5.21, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.21)).
Daarvan is bijvoorbeeld sprake als de vreemdeling:
### 5.4. Arbeidsongeschiktheid
Beleidsregel:
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, verleend onder een beperking verband houdend met het verrichten van arbeid in loondienst, wordt in geval van arbeidsongeschiktheid ingetrokken op grond van:
Beleidsregel:
Werkloosheid is niet van invloed op het verblijfsrecht van de buitenlandse werknemer die in het bezit is van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd.
Beleidsregel:
Werkloosheid kan wel van invloed zijn op het verblijfsrecht van de buitenlandse werknemer die in het bezit is van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst. Bij werkloosheid is de buitenlandse werknemer verplicht dit onmiddellijk te melden aan de korpschef (zie [artikel 6.39 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.39)), omdat hij hierdoor niet langer voldoet aan de beperking waaronder de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is verleend.
Beleidsregel:
Als de buitenlandse werknemer onvrijwillig werkloos is geworden, wordt zijn verblijfsvergunning voor bepaalde tijd om die reden ingetrokken zodra:
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan in dat geval op twee gronden worden ingetrokken:
Als de buitenlandse werknemer vrijwillig werkloos is geworden, krijgt hij geen zoekperiode van zes weken en wordt de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd direct ingetrokken. Of sprake is van vrijwillige werkloosheid wordt beoordeeld door de SZW-BES unit. Hierover kan met deze unit contact worden opgenomen.
Als de vreemdeling verblijf wenst voor een ander verblijfsdoel, moet hij een nieuwe aanvraag om een verblijfsvergunning indienen dan wel wijziging van de beperking van zijn verblijfsvergunningen aanvragen. Als hij aan de daarvoor geldende voorwaarden voldoet, kan aan de vreemdeling een nieuwe verblijfsvergunning worden verleend.
Op grond van [artikel 9.2, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=9.2) kan de IND unit Caribisch Nederland deze informatie inwinnen bij SZW-BES en de arbeidsbemiddelingsorganisatie.
Als een vreemdeling, die in het bezit is van een voor het verrichten van arbeid in loondienst geldige verblijfsvergunning, arbeidsongeschikt wordt, kunnen zich de volgende situaties voordoen:
Als de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, wordt deze niet ingetrokken als de vreemdeling:
### 5.5. Samenwerking met de arbeidsbemiddelingsorganisatie en SZW-BES
Beleidsregel:
Van de mogelijkheid de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd in te trekken op grond van [artikel 14, aanhef en onder c, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=14) wordt geen gebruik gemaakt als de vreemdeling arbeidsongeschikt is en hij om die reden niet meer duurzaam en zelfstandig beschikt over voldoende middelen van bestaan.
Reden hiervoor is dat het op grond van [artikel 5.46 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.46) niet mogelijk is om de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd in te trekken op grond van [14, aanhef en onder d, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=14).
Als de vreemdeling wel langer dan 5 jaar rechtmatig verblijf heeft in de openbare lichamen, maar niet in het bezit is van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, kan zijn verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wel worden ingetrokken op grond van [artikel 14, aanhef en onder c, d en e WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=14). Dan geldt de volgende beleidsregel:
### 5.5. Samenwerking met de arbeidsbemiddelingsorganisatie en SZW-BES
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, verleend onder een beperking verband houdend met het verrichten van arbeid in loondienst, wordt in geval van arbeidsongeschiktheid ingetrokken op grond van:
De onder b genoemde intrekkingsgrond kan met name gebruikt worden in geval van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid, aangezien de vreemdeling dan vaak nog wel gedeeltelijk arbeid verricht en dus nog wel aan de beperking van de aan hem verleende verblijfsvergunning zou kunnen voldoen.
De vreemdeling is in het bezit van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst.
Beleidsregel:
### 2. Verblijfsvoorwaarden
### 3.3.1. Beperking
### 4.3.2. Arbeidsmarktaantekening
### 4.4. Geldigheidsduur
### 5. Voortgezet verblijf wanneer sprake is van bijzondere omstandigheden
### 5.1. Verblijfsvoorwaarden
### 5.2. Vereiste bescheiden
### 5.4. Geldigheidsduur
### Hoofdstuk 16. Aanvragen om bescherming tegen terugzending
### 1. Inleiding
De vreemdeling moet aantonen dat hij door de uitoefening van zijn beroep of bedrijf beschikt over voldoende middelen van bestaan (zie [artikel 9, eerste lid, onder c, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9) en [artikel 5.33 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.33) en de beleidsregels bij deze algemene voorwaarde in hoofdstuk 3, paragraaf 1.9.3.3). Dat wil zeggen dat de vreemdeling een inkomen moet hebben dat ten minste gelijk is aan het bruto-inkomen per maand op grond van de [Wet minimumloon BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028170).
Voor het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst, is het van belang te weten of de vreemdeling nog werkzaam is. Dat wil zeggen of hij nog hetzelfde werk verricht bij dezelfde werkgever als waarvoor aan hem een verblijfsvergunning is verleend.
Om dit te controleren worden bij de aanvraag om verlenging onder meer de volgende bescheiden overgelegd:
Daarnaast moet de IND unit Caribisch Nederland informatie inwinnen over de buitenlandse werknemer, bijvoorbeeld over:
Op grond van [artikel 9.2, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=9.2) kan de IND unit Caribisch Nederland deze informatie inwinnen bij SZW-BES en de arbeidsbemiddelingsorganisatie.
### 6. Strafbepalingen in de WTU-BES
Een werkgever is strafbaar op grond van [artikel 23, tweede lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=23) wegens het niet nakomen van een vordering van Onze Minister op grond van [artikel 6.39 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.39) tot het verstrekken van gegevens over vreemdelingen die hij in dienst heeft gehad.
Een werknemer die werkt, zonder dat zijn werkgever over de vereiste TWV beschikt, is strafbaar wegens het niet voldoen aan de beperking en voorschriften (zie [artikel 26, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=26)).
Een werknemer die van rechtswege toelating heeft op grond van [artikel 5a BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5a), is op grond van [artikel 26, tweede lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=26) strafbaar als hij de verplichting in [artikel 6.38 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.38) niet nakomt. Deze verplichting houdt in dat de vreemdeling, die gaat zoeken naar arbeid dan wel arbeid gaat verrichten, hier onmiddellijk mededeling van doet bij de korpschef. Deze verplichting geldt ook als de vreemdeling niet langer voldoet aan de [artikelen 6.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.39) en [6.40 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.40).
Zie voor een algemene toelichting op de strafbepalingen in de [WTU-BES hoofdstuk 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&hoofdstuk=9).
Uitoefenen zelfstandig beroep:
Op de vergunning staat de aantekening: ‘arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’.
### 4.3. Voorschriften
Onder ‘zaak’ in de zin van de [Wet vestiging bedrijven BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028164) wordt verstaan:
### 5. Geldigheidsduur
### 4.1. Beperking
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt niet verleend aan de vreemdeling die:
### 2. Verblijfsvoorwaarden
Ten aanzien van deze voorwaarden zijn de beleidsregels met betrekking tot de algemene voorwaarden van [artikel 9, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9) van toepassing. Deze staan in [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=3&z=2015-10-01&g=2015-10-01).
### 4. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
Uitoefenen bedrijf:
### 2.1. Verblijfsvoorwaarden
Uitoefenen zelfstandig beroep:
### Hoofdstuk 6. Het Nederlands-Amerikaans vriendschapsverdrag
### 3. Vereiste bescheiden
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands of Engels of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
Daarbij moet de toelatingsvraag worden onderscheiden van de vraag welke rechten of behandeling de toegelatene toekomen. Aanwijzing daarvoor is dat in de Memorie van Toelichting bij de goedkeuringswet (Kamerstukken II, 1955-56, nr. 4338 (R38), nr.3, p. 4, tweede kolom) is vermeld dat na binnenkomst de wettig toegelatene aan het leven in het gastland zal kunnen deelnemen en dat een en ander is geregeld in het derde lid.
### 4.1. Beperking
### Hoofdstuk 6. Het Nederlands-Amerikaans vriendschapsverdrag
Overigens zijn de onderdanen van de Verenigde Staten van Amerika in de openbare lichamen onderworpen aan de voor vreemdelingen in het algemeen geldende bepalingen van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571). Dit geldt zowel op het gebied van toegang en verblijf als op het gebied van de gronden waarop hun verblijf of voortzetting van verblijf kan worden ontzegd (zie artikel II, vierde lid, van het Verdrag).
Op de vergunning staat de aantekening: ‘arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’.
Op grond van artikel II, vierde lid, van het Verdrag laten de bepalingen van dat artikel namelijk het recht van ieder der Partijen onverlet om maatregelen toe te passen, welke noodzakelijk zijn ter handhaving van de openbare orde en ter bescherming van de volksgezondheid, de goede zeden en de veiligheid. Zoals blijkt uit de memorie van antwoord (Kamerstukken I, 1956-57, nr. 4338 (R38), nr. 140a, p2, rechter kolom) moet onderscheid worden gemaakt tussen het begrip ‘openbare orde’ in het Nederlandse staatsrecht en ditzelfde begrip in verdragen als het onderwerpelijke. Onder ‘maatregelen ter handhaving van de openbare orde’ in de zin van artikel II, vierde lid, van het Verdrag moeten niet alleen incidentele overheidsmaatregelen te voorkoming van onmiddellijk dreigende ordeverstoring worden begrepen, maar ook wettelijke bepalingen welke zijn geschreven met het oog op de handhaving van de openbare orde in de ruimste zin van het woord.
Aan de vergunning is als voorschrift verbonden de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.
Een vreemdeling die een vrij beroep uitoefent valt in het algemeen onder de werking van het Verdrag. Beroepsbeoefenaren met een zekere publieke taak, dan wel een functie in de gezondheidszorg of publieke veiligheidsector, worden van de werkingssfeer van het Verdrag uitgesloten. De werkzaamheden die iemand uitoefent, zijn daarom van belang bij de bepaling of de vreemdeling onder werking van het Verdrag valt.
De geldigheidsduur van de te verlenen verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is een jaar. Deze kan daarna steeds met een jaar worden verlengd, als aan de daarvoor geldende voorwaarden wordt voldaan.
Het moet gaan om eigen kapitaal, niet om geleend geld. Het belegde ‘aanzienlijk kapitaal’ moet op peil worden gehouden. Dit houdt in dat het kapitaal nooit lager mag zijn dan het voor de desbetreffende ondernemingsvorm geldende minimum. De vreemdeling moet ter onderbouwing van zijn aanvraag recente cijfers overleggen die zijn gecontroleerd door een daartoe bevoegde externe deskundige.
De onderneming moet zijn ingeschreven in het handelsregister op het betreffende openbare lichaam met een omschrijving van het bedrijf of de bedrijven die in de onderneming worden uitgeoefend.
Het Verdrag van vriendschap, handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika met bijbehorend Protocol (Trb. 1956, 40) dat integrerend onderdeel uitmaakt van het verdrag (hierna: het Verdrag), heeft als doel de handel tussen Nederland en de Verenigde Staten van Amerika te vergemakkelijken. Het verdrag en Protocol zijn op 5 december 1957 inwerking getreden voor de alle toenmalige landen van het Koninkrijk. Het Verdrag is nog steeds van kracht, en dus ook van toepassing in de openbare lichamen.
Het internationale recht, waaronder verdragen, gaat vóór het recht dat geldt in het Koninkrijk der Nederlanden en eist dat de verdragspartij zijn aangegane verplichtingen nakomt. De wijze waarop verdragsbepalingen in de rechtsorde van het Koninkrijk der Nederlanden doorwerken wordt echter niet geregeld door het internationale recht. Dit is een aangelegenheid van nationaal procedureel recht (zie [artikel 9.3 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=9.3)).
Het Gemeenschappelijk Hof van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba heeft op 15 december 2014 uitspraak gedaan inzake de uitleg van artikel 3 van het Protocol bij het Nederlands-Amerikaans verdrag inzake vriendschap, handel en scheepvaart.
De strekking van deze uitspraak is dat Amerikaanse onderdanen in het Caribisch Deel van het Koninkrijk – en daarmee op het grondgebied van de openbare lichamen – aanspraak hebben op gelijke behandeling als Nederlanders die niet in het Caribisch Deel van het Koninkrijk zijn geboren. Dit betekent dat Amerikaanse onderdanen, net als Nederlanders op wie de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) (grotendeels) van overeenkomstige toepassing is, een vrije termijn van maximaal zes maanden hebben in een tijdbestek van een jaar (in plaats van drie maanden binnen een periode van zes maanden). Voorts komen zij in aanmerking voor een verklaring inzake toelating van rechtswege als ze aan de voorwaarden voldoen, waaraan ook bedoelde Nederlanders moeten voldoen. De voorwaarden staan omschreven in [hoofdstuk 2 van de CTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=2&z=2015-10-01&g=2015-10-01).
Mocht een Amerikaans onderdaan toch aanspraak willen maken op een verblijfsvergunning op grond van het Nederlands-Amerikaans vriendschapsverdrag, dan gelden de voorwaarden zoals omschreven in paragraaf 2 van dit hoofdstuk.
Dit sluit de mogelijkheid niet uit om maatregelen toe te passen die noodzakelijk zijn voor de handhaving van de openbare orde en voor de bescherming van de volksgezondheid, de goede zeden en de veiligheid. Hiermee wordt, voor zover hier van belang, bedoeld maatregelen die zijn voorzien bij de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571), zoals:
De vreemdeling moet bij de aanvraag de volgende documenten overleggen:
Onderdanen van de Verenigde Staten van Amerika mogen in de openbare lichamen verblijven:
De voorwaarden van artikel II, eerste lid, onder a en b, van het Verdrag zijn niet cumulatief, maar alternatief. Dit betekent dat de Amerikaanse onderdaan als regel recht op toegang en verblijf heeft op grond van het Verdrag als hij voldoet aan de voorwaarden die zijn genoemd in één van die beide artikelonderdelen.
De onderdelen a en b, moeten en met name ook onderdeel c moet in samenhang met artikel 3 van het Protocol, op grond van de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van 15 december 2014, aldus worden uitgelegd, dat Amerikaanse onderdanen die aan de voorwaarden voldoen waaraan Nederlanders moeten voldoen voor een toelating van rechtswege eveneens aanspraak op toelating van rechtswege hebben.
### 2.2. Vereiste bescheiden arbeid als zelfstandige op grond van het Verdrag
Overigens zijn de onderdanen van de Verenigde Staten van Amerika in de openbare lichamen onderworpen aan de voor vreemdelingen in het algemeen geldende bepalingen van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571). Dit geldt zowel op het gebied van toegang en verblijf als op het gebied van de gronden waarop hun verblijf of voortzetting van verblijf kan worden ontzegd (zie artikel II, vierde lid, van het Verdrag).
### 5. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
Op grond van artikel II, vierde lid, van het Verdrag laten de bepalingen van dat artikel namelijk het recht van ieder der Partijen onverlet om maatregelen toe te passen, welke noodzakelijk zijn ter handhaving van de openbare orde en ter bescherming van de volksgezondheid, de goede zeden en de veiligheid. Zoals blijkt uit de memorie van antwoord (Kamerstukken I, 1956–57, nr. 4338 (R38), nr. 140a, p2, rechter kolom) moet onderscheid worden gemaakt tussen het begrip ‘openbare orde’ in het Nederlandse staatsrecht en ditzelfde begrip in verdragen als het onderwerpelijke. Onder ‘maatregelen ter handhaving van de openbare orde’ in de zin van artikel II, vierde lid, van het Verdrag moeten niet alleen incidentele overheidsmaatregelen te voorkoming van onmiddellijk dreigende ordeverstoring worden begrepen, maar ook wettelijke bepalingen welke zijn geschreven met het oog op de handhaving van de openbare orde in de ruimste zin van het woord.
### 3. Arbeid in loondienst
Onder het begrip ‘bedrijfsuitoefening van een onderneming’ moet ook worden verstaan een persoon die een Amerikaanse onderneming in de openbare lichamen vertegenwoordigt en in dienst van deze onderneming in een sleutelfunctie werkzaam is (zie punt 2 van het Protocol).
### 5.2. Voorschrift
Hieronder volgt een uitleg van het begrip ‘aanzienlijk kapitaal’ ten aanzien van de diverse mogelijke ondernemingsvormen.
Het moet gaan om eigen kapitaal, niet om geleend geld. Het belegde ‘aanzienlijk kapitaal’ moet op peil worden gehouden. Dit houdt in dat het kapitaal nooit lager mag zijn dan het voor de desbetreffende ondernemingsvorm geldende minimum. De vreemdeling moet ter onderbouwing van zijn aanvraag recente cijfers overleggen die zijn gecontroleerd door een daartoe bevoegde externe deskundige.
### 3. Arbeid in loondienst
### Hoofdstuk 7. Studie
Bij een eenmanszaak kan het aanzienlijk kapitaal worden aangetoond met enerzijds een bankafschrift van de onderneming waarop het geïnvesteerde geldbedrag staat én anderzijds de (openings)balans waarop het bedrag staat vermeld achter de rekening ‘Eigen vermogen’ (= de schuld van de zaak aan de eigenaar).
**Ad b:**
### 5.2. Voorschrift
**Ad c. en d:**
### 2. Studenten die al in het bezit zijn van een verblijfsvergunning voor een ander doel
Vreemdelingen die al in het bezit zijn van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met een ander doel, bijvoorbeeld gezinshereniging of arbeid, kunnen ook een studie volgen in de openbare lichamen. Zij hoeven daarvoor geen wijziging van hun verblijfsvergunning voor studie aan te vragen, wanneer zij nog aan de voorwaarden van de aan hen verleende verblijfsvergunning voldoen.
### 3. Aanvraag gedurende verblijf in de vrije termijn
### 2.3. Vereiste bescheiden arbeid in loondienst als sleutelpersoneel op grond van het Verdrag
De vreemdeling moet bij de aanvraag de volgende documenten overleggen:
Als een mvv-plichtige vreemdeling in de openbare lichamen verblijft zonder dat hij een geldige mvv heeft en hij gedurende zijn verblijf in de vrije termijn een aanvraag indient om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het volgen van een studie, dan verstrijkt de vrije termijn op de achtste dag na het indienen van die aanvraag (zie [artikel 5a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5a) en [artikel 4.4, eerste lid, onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.4)).
Als een Amerikaanse vreemdeling (hoofdpersoon) die op grond van het Verdrag in de openbare lichamen verblijft geen arbeid in loondienst als sleutelpersoneel wenst te verrichten, moet wijziging van de vergunning worden gevraagd en moet de werkgever beschikken over een TWV (zie hoofdstuk 4 ‘Arbeid in loondienst’ en punt 11 van het bijbehorende Protocol).
### 4. Gezinshereniging
Aan de echtgeno(o)t(e) of ongehuwd minderjarig kind – ongeacht hun nationaliteit – van een persoon die op grond van artikel II, eerste lid, onder a of b, van het Verdrag is toegelaten (de hoofdpersoon), kan verblijf worden toegestaan, indien zij hem vergezellen of voor gezinshereniging nareizen.
### 3. Aanvraag gedurende verblijf in de vrije termijn
Deze aanvraag wordt in elk geval niet afgewezen wegens het ontbreken van een geldige mvv. Bovendien heeft het indienen van de aanvraag om verlening van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd in dit geval in beginsel tot gevolg dat de uitzetting achterwege blijft (zie [artikel 5.1, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.1)). De vreemdeling kan gedurende de periode dat de aanvraag in behandeling is, een document vragen bij de IND-unit Caribisch Nederland, waarin een aantekening is gemaakt over de verblijfsrechtelijke positie.
De voorwaarden voor verblijf voor studie aan het hoger onderwijs staan in [artikel 9, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9) en in dit hoofdstuk.
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt, al naar gelang de situatie, verleend onder de beperking:
De afhankelijke verblijfsvergunning voor bepaalde tijd aan echtgenoten en de minderjarige kinderen wordt verleend onder de beperking: ‘Verblijf bij .............. (naam hoofdpersoon).’
Om te kunnen beoordelen of de vreemdeling beschikt over voldoende middelen van bestaan moet eerst gekeken worden door wie de studie en het verblijf worden bekostigd. Dit kan zijn:
Aan de vergunning wordt als voorschrift verbonden de verplichting voldoende te zijn verzekerd tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.
Let op:
Op grond van [artikel 5.25 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.25) wordt de verblijfsvergunning verleend voor één jaar.
### Hoofdstuk 7. Studie
Als de vreemdeling een bedrag ineens ontvangt voor het gehele studiejaar, moet dit bedrag tenminste gelijk zijn aan 12 x USD 559 + college- of lesgeld.
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan onder voorwaarden worden verleend onder een beperking die verband houdt met het volgen van studie (zie [artikel 7, zevende lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7) en [artikel 5.2, eerste lid, onder h, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2)). Het beleid voor buitenlandse studenten is erop gericht om onder bepaalde voorwaarden vreemdelingen in de gelegenheid te stellen tijdelijk in de openbare lichamen te studeren of een opleiding te volgen.
Uitgangspunten:
De voorwaarden voor verblijf voor studie aan het hoger onderwijs staan in [artikel 9, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9) en in dit hoofdstuk.
Dit betekent dat het bruto-inkomen van de financier op maandbasis tenminste gelijk moeten zijn aan de norm als genoemd in hoofdstuk 3, paragraaf 1.9.3.3 + USD 559 + college- of lesgeld (omgerekend naar een maandbedrag).
Vreemdelingen die al in het bezit zijn van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met een ander doel, bijvoorbeeld gezinshereniging of arbeid, kunnen ook een studie volgen in de openbare lichamen. Zij hoeven daarvoor geen wijziging van hun verblijfsvergunning voor studie aan te vragen, wanneer zij nog aan de voorwaarden van de aan hen verleende verblijfsvergunning voldoen.
De garantverklaring kan niet worden ondertekend door de onderwijsinstelling zelf. Deze zal immers niet de financier zijn van de studie en het levensonderhoud van de vreemdeling.
De vreemdeling die:
moet een aanvraag om een mvv indienen, terwijl hij nog verblijft in zijn land van herkomst of bestendig verblijf. De vreemdeling moet de beslissing op de aanvraag om een mvv ook daar afwachten en niet, vooruitlopend op die beslissing, de openbare lichamen inreizen. De vreemdeling kan dus niet met een studie starten in de openbare lichamen voordat de IND-unit Caribisch Nederland positief op de aanvraag om een mvv heeft beslist.
Als een mvv-plichtige vreemdeling in de openbare lichamen verblijft zonder dat hij een geldige mvv heeft en hij gedurende zijn verblijf in de vrije termijn een aanvraag indient om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het volgen van een studie, dan verstrijkt de vrije termijn op de achtste dag na het indienen van die aanvraag (zie [artikel 5a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5a) en [artikel 4.4, eerste lid, onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.4)).
Als een mvv-plichtige vreemdeling in de openbare lichamen verblijft zonder dat hij een geldige mvv heeft en er doen zich andere omstandigheden voor, waaruit kan worden afgeleid dat hij het voornemen heeft langer dan drie maanden in de openbare lichamen te verblijven, dan verstrijkt de vrije termijn uiterlijk op de achtste dag nadat deze omstandigheden zich hebben voorgedaan (zie [artikel 4.4, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.4)). Dit is bijvoorbeeld het geval bij inschrijving gedurende de vrije termijn als student bij een onderwijsinstelling voor een studie die langer dan drie maanden duurt.
Het starten van een studie in de vrije termijn zonder in het bezit te zijn van een geldige mvv heeft dus twee gevolgen:
De niet mvv-plichtige vreemdeling kan wel gedurende zijn verblijf in de vrije termijn een aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het volgen van studie indienen.
Het gevolg daarvan is ook:
Deze aanvraag wordt in elk geval niet afgewezen wegens het ontbreken van een geldige mvv. Bovendien heeft het indienen van de aanvraag om verlening van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd in dit geval in beginsel tot gevolg dat de uitzetting achterwege blijft (zie [artikel 5.1, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.1)). De vreemdeling kan gedurende de periode dat de aanvraag in behandeling is, een document vragen bij de IND-unit Caribisch Nederland, waarin een aantekening is gemaakt over de verblijfsrechtelijke positie.
De verblijfsvergunning kan ook worden verleend als sprake is van (voorlopige) inschrijving aan een onderwijsinstelling die voltijds hoger onderwijs aanbiedt en die voldoet aan de voorwaarden van de overgangsregeling van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap betreffende de verkrijging van de status van rechtspersoon voor hoger onderwijs.
Ten aanzien van deze voorwaarden zijn de beleidsregels met betrekking tot de algemene voorwaarden van [artikel 9, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9) van toepassing. Zie [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=3&z=2015-10-01&g=2015-10-01).
De financiële middelen van de vreemdeling moeten toereikend zijn om zijn studie, kosten van levensonderhoud en het college- of lesgeld te kunnen betalen gedurende de periode dat hij in de openbare lichamen wil verblijven.
Om te kunnen beoordelen of de vreemdeling beschikt over voldoende middelen van bestaan moet eerst gekeken worden door wie de studie en het verblijf worden bekostigd. Dit kan zijn:
Middelen van bestaan kunnen dan bijvoorbeeld zijn:
Let op:
De vreemdeling die een aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor studie heeft ingediend of die in het bezit is van deze vergunning, mag zijn studie niet bekostigen door het verrichten van arbeid in loondienst of als zelfstandige. Hij mag wel arbeid verrichten van bijkomstige aard. Zie hiervoor [hoofdstuk 3/7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=3&z=2015-10-01&g=2015-10-01).
De geldelijke bijdrage (het bruto-inkomen) die de vreemdeling per maand ontvangt moet tenminste gelijk zijn aan USD 559 per maand, aangevuld met college- of lesgelden.
Als de vreemdeling een bedrag ineens ontvangt voor het gehele studiejaar, moet dit bedrag tenminste gelijk zijn aan 12 x USD 559 + college- of lesgeld.
Vincent wil op Saba studeren en heeft een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor studie aangevraagd. Hij krijgt een studiebeurs van een organisatie uit de Verenigde Staten. Deze betaalt de beurs per jaar in zijn geheel uit aan het begin van het studiejaar op de bankrekening van Vincent in de Verenigde Staten. Deze beurs bedraagt voor het eerste studiejaar in totaal USD 25.000. Het collegegeld is USD 15.600 voor het eerste studiejaar (USD 7.800 per semester). Het bruto-inkomen van Vincent moet gelijk zijn aan 12 x USD 559 + USD 15.600 = USD 22.308. Zijn beurs is USD 25.000. Het bruto-inkomen van Vincent, aangevuld met college- of lesgeld, is dus in dit geval voldoende.
Middelen van bestaan kunnen dan bijvoorbeeld zijn:
De vreemdeling moet aantonen dat de financiële positie van deze (rechts)persoon toereikend is om de studie, het levensonderhoud en het college- of lesgeld te kunnen bekostigen. Toereikend wil zeggen dat de financier over voldoende middelen van bestaan moet beschikken om in zijn eigen onderhoud (en eventueel in dat van zijn gezin) en dat van de vreemdeling te kunnen voorzien.
Dit betekent dat het bruto-inkomen van de financier op maandbasis tenminste gelijk moeten zijn aan de norm als genoemd in hoofdstuk 3, paragraaf 1.9.3.3 + USD 559 + college- of lesgeld (omgerekend naar een maandbedrag).
De financier moet daarnaast een garantverklaring ondertekenen (zie model MBES26).
De garantverklaring kan niet worden ondertekend door de onderwijsinstelling zelf. Deze zal immers niet de financier zijn van de studie en het levensonderhoud van de vreemdeling.
Bij de berekening van het bruto-inkomen van de in de openbare lichamen gevestigde persoon kan in bepaalde gevallen het inkomen van de echtgenoot of (geregistreerd) partner worden meegeteld. Zie hiervoor de regels in hoofdstuk 3, paragraaf 1.9.3.1), De garantverklaring moet dan ook door de echtgenoot of (geregistreerd) partner worden ondertekend.
[Artikel 5.32, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.32) bepaalt welke inkomensbronnen in ieder geval zelfstandig zijn. Daarnaast kunnen middelen van bestaan ook zelfstandig zijn als ze afkomstig zijn uit andere inkomensbronnen dan genoemd in artikel 5.32, eerste lid, BTU-BES. Middelen van bestaan die afkomstig zijn uit de in onder ad c en d genoemde inkomensbronnen zijn zelfstandige middelen van bestaan.
Middelen van bestaan zijn duurzaam als ze nog één jaar beschikbaar zijn op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven (zie [artikel 5.34, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.34) en hoofdstuk 3, paragraaf 1.9.3.2). Uitzondering: als de student korter dan één jaar in de openbare lichamen wil verblijven voor studie, moeten de middelen van bestaan beschikbaar zijn voor de daadwerkelijke duur van het verblijf. Als hij dus een verblijf van zes maanden voor studie wil, moet hij aantonen dat hij voor die periode over voldoende middelen van bestaan beschikt.
### 5. Vereiste bescheiden
Bekostiging door periodieke betalingen kunnen afkomstig zijn van zowel een buiten als binnen de openbare lichamen gevestigde persoon of instelling. Deze middelen zijn duurzaam als door de vreemdeling voldoende zekerheid is verschaft over het ongestoorde verloop van de periodieke geldstroom aan de hand van een verklaring van een bank.
Als de student beschikt over een bedrag op een (buitenlandse) bankrekening, moet dit bedrag minimaal gelijk zijn aan USD 559 x 12 maanden (of zoveel minder als de daadwerkelijke duur van het verblijf) + het verschuldigde college- of lesgeld. Het geld dat op de (buitenlandse) bankrekening is gestort, hoeft niet afkomstig te zijn van de student zelf. Voorwaarde is wel dat de bankrekening uitsluitend op naam van de student is gesteld.
### 5. Vereiste bescheiden
### 7. Het verrichten van arbeid
De verblijfsvergunning kan ook worden verleend als sprake is van (voorlopige) inschrijving aan een onderwijsinstelling die voltijds hoger onderwijs aanbiedt en die voldoet aan de voorwaarden van de overgangsregeling van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap betreffende de verkrijging van de status van rechtspersoon voor hoger onderwijs.
(Voorlopige) inschrijving:
### 8. Gezinshereniging
Een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het volgen van een studie is tijdelijk (zie [artikel 5.3, tweede lid, onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.3)). Dit betekent dat de vreemdeling die een verblijfsvergunning voor studie heeft, bij tussentijdse beëindiging van de studie of als de studie niet tijdig (dus niet binnen de maximale verblijfsduur) is afgerond, de openbare lichamen moet verlaten. De vreemdeling moet een verklaring ondertekenen dat hij ermee bekend is dat hij alleen voor het verblijfsdoel studie in de openbare lichamen mag verblijven.
### 6.3. Voorschriften
Als de vreemdeling tussentijds van studie verandert (van een studie met een studielast van meer dan vier jaar in een andere studie, of andersom), wordt de tijd die al is gestudeerd afgetrokken van de studielast van de nieuwe studie.
Alice, van Amerikaanse nationaliteit, gaat geneeskunde studeren (studielast 6 jaar). Maximale verblijfsduur voor deze studie is 7 jaar. Na één jaar breekt zij deze studie af en gaat een hoger beroepsopleiding volgen (studielast 4 jaar). De maximale verblijfsduur is bij deze studie normaliter 5 jaar. Doordat zij al 1 jaar heeft gestudeerd, heeft zij nog een maximale verblijfsduur voor studiedoeleinden van 4 jaar over (4 jaar studielast – 1 jaar al gestudeerd +1 jaar extra).
### 9. Verandering van opleiding of onderwijsinstelling
Jason, van Canadese nationaliteit, rondt binnen de maximale verblijfsduur zijn medische studie af. Hij wil nu een ‘master of business administration’ gaan volgen. Omdat hij zijn medische studie binnen de maximale verblijfsduur heeft afgerond, wordt aan hem nu opnieuw een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het volgen van zijn nieuwe studie verleend, mits hij ook aan alle overige voorwaarden voldoet.
Als sprake is van een bachelor/masterstructuur wordt de studielast voor de bacheloropleiding en de masteropleiding bij elkaar opgeteld. De maximale verblijfsduur bedraagt één jaar meer dan die studielast. Het is niet noodzakelijk dat de master aan dezelfde instelling wordt gevolgd als de bachelor. Als de vreemdeling een schakeljaar volgt tussen HBO bachelor en universitaire master wordt de maximale verblijfsduur met één jaar verlengd.
### 5. Vereiste bescheiden
Als de studie wordt bekostigd met middelen die afkomstig zijn uit een buiten de openbare lichamen aanwezige trust, kan het zijn dat er wel sprake is van een referent in de openbare lichamen gevestigde referent, die kan optreden als tussenpersoon/vertegenwoordiger van de trust. Deze referent is dan mogelijk niet gerechtigd om zelf te bepalen hoeveel er vanuit de trust wordt betaald ten behoeve van de studie en het levensonderhoud van de student. In dat geval is sprake van een buiten de openbare lichamen gevestigde (rechts)persoon die de studie en het levensonderhoud bekostigt en moeten de onder c1 of c2 genoemde bescheiden worden overgelegd als bewijs dat zelfstandige en duurzaam wordt beschikt over voldoende middelen van bestaan.
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands of Engels of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan onder voorwaarden worden verleend onder een beperking die verband houdt met verblijf als gepensioneerde of rentenier (zie [artikel 7, zevende lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7) en [artikel 5.2, eerste lid, onder f, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2)).
Het verblijf als gepensioneerde of rentenier moet het algemeen belang dienen van de openbare lichamen. Voor gepensioneerden en renteniers is dat het economisch belang. Dat wil zeggen dat van het verblijf van de vreemdeling als gepensioneerde of rentenier een stimulerende werking uit gaat op de economie van de openbare lichamen.
De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘Studie aan (naam onderwijsinstelling) te ......................... (plaatsnaam)’.
### 9. Verandering van opleiding of onderwijsinstelling
**Rentenier:**
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: ‘arbeid niet toegestaan met uitzondering van arbeid van bijkomende aard; TWV vereist’.
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan onder een beperking verband houdend met verblijf als gepensioneerde of rentenier wordt verleend als de vreemdeling voldoet aan de onder paragraaf 2, 3.2 of 4.2 van dit hoofdstuk genoemde voorwaarden. Als hij niet voldoet aan één of meer van deze voorwaarden, wordt de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning afgewezen.
### 2. Vreemdelingen die een beroep doen op de penshonado/rentenierswetgeving
### 2. Bescherming op grond van het Vluchtelingenverdrag
### 2.1. De vreemdeling is verdragsvluchteling op grond van artikel 1A
### 2.2.1. Discriminatie als daad van vervolging
### 2.2.2. Vervolging vanwege godsdienst
### 2.2.4. Vervolging vanwege nationaliteit en ras
### 2.3. Politieke en commune delicten en discriminatoire of onevenredige bestraffing
### 2.6.1. Algemeen
### 2.6.3. Artikel 1C
### 2.6.5. Artikel 1E
### 3. Bescherming in het EVRM tegen foltering of onmenselijke behandeling
### 3.2. Individualiseringsvereiste in de jurisprudentie
### 4.1. Afwijzing zonder statusbepaling
### 4.4.3. Openbare orde en artikel 3 EVRM
### 5.4. Geen aantekeningen in documenten
### 5.5. Aanmelding en meldplicht
### 5.7. Melding op afspraak en het indienen van de aanvraag bij de IND unit Caribisch Nederland
### 5.8. Het horen van de vreemdeling en de beslissing
### 5.10. De strekking van de beslissing
### 5.14. Regeling van het verblijf na inwilliging van de aanvraag
### 9. Verblijfsbeëindiging
De termijn waarbinnen deze vreemdelingen de openbare lichamen moeten verlaten varieert en is geregeld in [artikel 16a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16a).
### 3.3. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
### 3.5. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
### 3.6. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
### 3.7. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 6.1. Inleiding
### 6.2. Gronden voor ongewenstverklaring
### 6.5.1. Inleiding
### 6.5.2. Inhoud van het verzoek
### Hoofdstuk 19. Rechtsmiddelen
### 1. Inleiding
In [artikel X](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029268&artikel=X) en [XI van de Invoeringswet fiscaal stelsel BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029268&artikel=XI) is een overgangsrecht opgenomen. In dit overgangsrecht wordt aangegeven dat de ‘penshonado/rentenierregeling’ uit de artikelen 23B, 23C, 23D en 23E van de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 wordt voortgezet tot maximaal 1 januari 2015 voor de belastingplichtige die:
Als de vreemdeling als onderdeel van de opleiding als stagiair wordt tewerkgesteld kan voor maximaal een jaar een TWV worden verleend (zie [artikel 14, eerste lid, Besluit uitvoering Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=14)). Voorwaarde is onder meer dat de werkgever beschikt over een stageovereenkomst met de desbetreffende student en onderwijsinstelling.
Een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor studie mag arbeid van bijkomende aard verrichten. Het gaat hier om arbeid van maximaal 10 uur per week of seizoenarbeid in de maanden juni, juli en augustus. Voor het verrichten van arbeid van bijkomende aard is een TWV vereist. Deze kan voor de duur van maximaal een jaar worden verleend (zie [artikel 16, eerste lid, Besluit uitvoering Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=16)).
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan onder voorwaarden worden verleend onder een beperking die verband houdt met verblijf als gepensioneerde of rentenier (zie [artikel 7, zevende lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7) en [artikel 5.2, eerste lid, onder f, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2)).
Aan de echtgeno(o)t(e) of (geregistreerde) partner en de minderjarige kinderen van de student kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verband houdend met gezinshereniging worden verleend, mits wordt voldaan aan de voor die beperking geldende voorwaarden, met uitzondering van de voorwaarde die betrekking heeft op het niet-tijdelijk verblijf van de hoofdpersoon (zie [artikel 5.9, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.9)).
### 2. Vreemdelingen die een beroep doen op de penshonado/rentenierswetgeving
Voor de overige verblijfsvoorwaarden en de vereiste bescheiden wordt verwezen [hoofdstuk 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=11&z=2015-10-01&g=2015-10-01) CTU-BES.
In geval van gezinshereniging bij een student zijn de middelen voldoende als wordt beschikt over het in hoofdstuk 3, paragraaf 1.9.3.3. genoemde normbedrag voor gezinshereniging in plaats van de in paragraaf 4 genoemde USD 559. Deze bedragen moeten dus niet bij elkaar opgeteld worden. Wel moet de student daarnaast voor zijn verblijfsrecht als student nog beschikken over middelen ter hoogte van het bedrag van het verschuldigde college- of lesgeld.
De middelen van bestaan van een gepensioneerde of rentenier zijn voldoende, zelfstandig en duurzaam als:
### 3. Reguliere gepensioneerden en renteniers
### 3.3. Vereiste bescheiden
Het volgen van een studie/opleiding is primair gericht op voltooiing ervan. Daarom is een verklaring van de onderwijsinstelling nodig, waaruit blijkt dat voltooiing van de studie/opleiding binnen het resterende deel van de maximale verblijfsduur mogelijk is. De vreemdeling legt deze verklaring over bij de aanvraag om wijziging van de beperking van de verblijfsvergunning. Wanneer van opleiding wordt veranderd binnen dezelfde onderwijsinstelling legt de vreemdeling deze verklaring over bij de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning.
### Hoofdstuk 8. Gepensioneerden en renteniers
In de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 staan de voorwaarden vermeld waaraan een vreemdeling of Nederlander moet voldoen om een beroep te kunnen doen op de ‘penshonado/rentenierregeling’. Eén van de voorwaarden is dat men voor onbepaalde tijd toegelaten moet zijn. Dit betekent dat men in het bezit moet zijn van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd of een verklaring dat men toelating van rechtswege heeft, dan wel dat men als Nederlander was toegelaten op grond van artikel 1 Landsverordening toelating en uitzetting.
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan onder voorwaarden worden verleend onder een beperking die verband houdt met verblijf als gepensioneerde of rentenier (zie [artikel 7, zevende lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7) en [artikel 5.2, eerste lid, onder f, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2)).
Het verblijf als gepensioneerde of rentenier moet het algemeen belang dienen van de openbare lichamen. Voor gepensioneerden en renteniers is dat het economisch belang. Dat wil zeggen dat van het verblijf van de vreemdeling als gepensioneerde of rentenier een stimulerende werking uit gaat op de economie van de openbare lichamen.
### 3.1. Inleiding
Onder een gepensioneerde wordt verstaan een vreemdeling die:
**Rentenier:**
Onder een rentenier wordt verstaan een vermogende vreemdeling die:
### 4. Overwinteraars
### 2. Vreemdelingen die een beroep doen op de penshonado/rentenierswetgeving
De ‘penshonado/rentenierregeling’ uit de artikelen 23B, 23C, 23D en 23E van de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 zal op grond van [artikel 13b van de Wet geldstelsel BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028551&artikel=13b) na de transitie tot 1 januari 2011 ongewijzigd worden voortgezet. Dit betekent dat voor zover een gepensioneerde of rentenier op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van de transitie rechten en verplichtingen heeft op grond van genoemde regeling, deze rechten en verplichtingen daarna door blijven lopen.
In [artikel X](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029268&artikel=X) en [XI van de Invoeringswet fiscaal stelsel BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029268&artikel=XI) is een overgangsrecht opgenomen. In dit overgangsrecht wordt aangegeven dat de ‘penshonado/rentenierregeling’ uit de artikelen 23B, 23C, 23D en 23E van de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 wordt voortgezet tot maximaal 1 januari 2015 voor de belastingplichtige die:
In de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 staan de voorwaarden vermeld waaraan een vreemdeling of Nederlander moet voldoen om een beroep te kunnen doen op de ‘penshonado/rentenierregeling’. Eén van de voorwaarden is dat men voor onbepaalde tijd toegelaten moet zijn. Dit betekent dat men in het bezit moet zijn van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd of een verklaring dat men toelating van rechtswege heeft, dan wel dat men als Nederlander was toegelaten op grond van artikel 1 Landsverordening toelating en uitzetting.
### 5.1. Beperking
Als door de vreemdeling aan de hierboven in 2.2, 3.2 dan wel 4.2 genoemde voorwaarden wordt voldaan, wordt de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verleend onder de beperking: ‘verblijf als gepensioneerde of rentenier’.
Overwinteraars zijn Nederlanders en vreemdelingen die gedurende een periode van maximaal zes maanden per jaar in de openbare lichamen verblijven, veelal gedurende de wintermaanden in het land van herkomst.
Een vreemdeling die geen beroep doet of kan doen op de fiscale ‘penshonado/rentenierregeling’, maar die zich wel als gepensioneerde of rentenier in de openbare lichamen wil vestigen, kan in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder de beperking ‘verblijf als gepensioneerde of rentenier’ als hij voldoet aan de onder 3.2 genoemde voorwaarden.
### 3.2. Verblijfsvoorwaarden
Ten aanzien van deze voorwaarden zijn de beleidsregels met betrekking tot de algemene voorwaarden van [artikel 9, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9) van toepassing. Deze staan in [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=3&z=2015-10-01&g=2015-10-01).
### 5.3. Arbeidsmarktaantekening
### 5.1. Beperking
Een pensioenuitkering moet op het tijdstip waarop de aanvraag om een verblijfsvergunning is ontvangen of de beschikking wordt gegeven nog ten minste één jaar beschikbaar zijn. Dit kan worden aangetoond met een verklaring of brief van het pensioenfonds.
### 4.3. Vereiste bescheiden
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands of Engels of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is maximaal zes maanden per jaar en is tijdelijk van aard. De tijdelijkheid moet altijd uitdrukkelijk in de beschikking waarbij de verblijfsvergunning wordt verleend, worden vermeld.
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan onder voorwaarden worden verleend onder een beperking die verband houdt met verblijf als investeerder (zie [artikel 7, zevende lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7) en [artikel 5.2, eerste lid, onder k, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2)).
### 5.3. Arbeidsmarktaantekening
Voor Nederlanders geldt een vrije termijn van zes maanden binnen een tijdvak van een jaar (zie [artikel 4.2, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.2)) gedurende welke zij in de openbare lichamen kunnen verblijven.
### 5.4. Voorschriften
Onder het inbrengen van ‘ buitenlandse deviezen’ valt:
### Hoofdstuk 9. Investeerders
### 5.3. Arbeidsmarktaantekening
Een pensioenuitkering moet op het tijdstip waarop de aanvraag om een verblijfsvergunning is ontvangen of de beschikking wordt gegeven nog ten minste één jaar beschikbaar zijn. Dit kan worden aangetoond met een verklaring of brief van het pensioenfonds.
Ten aanzien van deze voorwaarden zijn de beleidsregels met betrekking tot de algemene voorwaarden van [artikel 9, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9) van toepassing. Deze staan in [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=3&z=2015-02-19&g=2015-02-19).
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands of Engels of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
Een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verblijf als investeerder is tijdelijk (zie [artikel 5.3, tweede lid, onder f, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.3)). Dit betekent dat de vreemdeling die een verblijfsvergunning als investeerder heeft, bij het niet nakomen van de hiervoor geldende verplichtingen de openbare lichamen moet verlaten. De vreemdeling moet een verklaring ondertekenen dat hij ermee bekend is dat hij alleen voor het verblijfsdoel investeerder in de openbare lichamen mag verblijven.
Voor vreemdelingen met een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als ‘investeerder’ geldt een maximale verblijfsduur in de openbare lichamen van 120 dagen per jaar.
Als door de vreemdeling aan de hierboven in 2.2, 3.2 dan wel 4.2 genoemde voorwaarden wordt voldaan, wordt de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verleend onder de beperking: ‘verblijf als gepensioneerde of rentenier’.
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands of Engels of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
### 4. Gezinshereniging
De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is maximaal zes maanden per jaar en is tijdelijk van aard. De tijdelijkheid moet altijd uitdrukkelijk in de beschikking waarbij de verblijfsvergunning wordt verleend, worden vermeld.
De geldigheidsduur van deze verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan niet worden verlengd. Als de vreemdeling in een volgend tijdvak van een jaar opnieuw als overwinteraar in de openbare lichamen wil verblijven, dan moet hij daarvoor een nieuwe aanvraag voor verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd indienen.
Naast de gezinsleden zoals genoemd in [artikel 5.10 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.10) kunnen meerderjarige kinderen in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op grond van gezinshereniging als:
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: ’arbeid in loondienst alleen toegestaan indien de werkgever beschikt over TWV’.
### 5.4. Voorschriften
De verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting.
### Hoofdstuk 9. Investeerders
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder de beperking: ‘verblijf als investeerder’.
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan onder voorwaarden worden verleend onder een beperking die verband houdt met verblijf als investeerder (zie [artikel 7, zevende lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7) en [artikel 5.2, eerste lid, onder k, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2)).
Het verblijf als investeerder moet het algemeen belang van de openbare lichamen dienen. Voor investeerders is dat het economisch belang. Met de toelating van een vreemdeling moet een wezenlijk belang worden gediend binnen de openbare lichamen.
Onder ‘wezenlijk belang’ wordt verstaan:
‘het inbrengen van buitenlandse deviezen waarmee een bijdrage geleverd wordt aan de economische ontwikkeling van de gemeenschap binnen de openbare lichamen’.
### 5. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### Hoofdstuk 10. Vrijwilligers
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan onder een beperking verband houdend met verblijf als investeerder worden verleend als de vreemdeling voldoet aan de onder 2 genoemde verblijfsvoorwaarden. Als de vreemdeling niet voldoet aan één of meer van deze voorwaarden, wordt de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning afgewezen.
Aan een vreemdeling die vrijwilligerswerk verricht in de openbare lichamen kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden verleend onder een beperking verband houdend met ‘verblijf als vrijwilliger’, als aan de daarvoor geldende voorwaarden wordt voldaan (zie [artikel 5.2, eerste lid, onder m, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2)). De verblijfsvoorwaarden voor dit verblijfsdoel zijn hieronder uitgewerkt in beleidsregels.
### 5.2. Arbeidsmarktaantekening
De vreemdeling moet een zakelijke investering doen en/of onroerend goed aanschaffen met een totale waarde van tenminste USD 365.000,00. Deze investering moet binnen 18 maanden na de eerste aanvraag zijn verwezenlijkt.
### 5.1. Beperking
Voor vreemdelingen met een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als ‘investeerder’ geldt een maximale verblijfsduur in de openbare lichamen van 120 dagen per jaar.
### 3. Vereiste bescheiden
### 5.2. Arbeidsmarktaantekening
Middelen van bestaan zijn in geval van een beoogd verblijf als vrijwilliger voldoende als de vreemdeling een voor het betreffende vrijwilligerswerk naar het oordeel van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gebruikelijk salaris of gebruikelijke vergoeding ontvangt.
Als hoofdregel geldt dat de gezinsleden in aanmerking kunnen komen voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verband houdend met gezinshereniging als de hoofdpersoon in het bezit is van een verblijfsvergunning die niet-tijdelijk is als bedoeld in [artikel 5.3 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.3) (zie [artikel 5.9, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.9) en [artikel 5.11 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.11)). In andere gevallen kan de verblijfsvergunning worden verleend (zie artikel 5.9, tweede lid, BTU-BES). Een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder de beperking ‘investeerder’ is tijdelijk van aard (zie artikel 5.11, eerste lid, onder b, BTU-BES en artikel 5.3, tweede lid, BTU-BES).
De gezinsleden, zoals genoemd in [artikel 5.10 BTU BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.10), komen in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op grond van gezinshereniging als aan de hoofdpersoon een verblijfsvergunning als ‘investeerders’ is verleend.
Naast de gezinsleden zoals genoemd in [artikel 5.10 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.10) kunnen meerderjarige kinderen in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op grond van gezinshereniging als:
### 1. Inleiding
De gezinsleden moeten de in paragraaf 3 onder a, b, c, d, e, g, j en k genoemde bescheiden overleggen.
Bij verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd in het kader van gezinshereniging bij een hoofdpersoon, die in het bezit is van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor verblijf als vrijwilliger dan wel die daarvoor een aanvraag heeft ingediend, moet de schriftelijke garantstelling worden ondertekend door de organisatie voor wie de hoofdpersoon als vrijwilliger werkt.
Beleidsregel:
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder de beperking: ‘verblijf als investeerder’.
### 4. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
Ten aanzien van deze voorwaarden zijn de beleidsregels met betrekking tot de algemene voorwaarden van [artikel 9, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9) van toepassing. Deze staan in [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=3&z=2014-01-21&g=2014-01-21).
Op de vergunning staat de aantekening: ‘arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’.
Dit verblijfsrecht is tijdelijk van aard. Dit moet uitdrukkelijk in de beschikking waarbij de verblijfsvergunning wordt verleend, worden vermeld.
Aan de verblijfsvergunning is als voorschrift verbonden de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: 'arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’.
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands of Engels of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
### 5. Geldigheidsduur
### 4.1. Beperking
Als een vreemdeling vrijwilligerswerk verricht voor maximaal 12 weken binnen een periode van 52 weken, dan is hiervoor geen TWV vereist. Aangezien de vreemdeling in dat geval ook binnen de vrije termijn verblijft, hoeft hij ook geen verblijfsvergunning voor bepaalde tijd aan te vragen.
Als een vreemdeling vrijwilligerswerk verricht voor langer dan 12 weken, dan is hiervoor wel een TWV vereist en moet de vreemdeling ook een aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd aanvragen onder een beperking verband houdend met ‘verblijf als vrijwilliger’. Dit is een tijdelijk verblijfsrecht dat voor maximaal één jaar kan worden verleend. Na één jaar kan de verblijfsvergunning niet meer worden verlengd.
### 2. Verblijfsvoorwaarden
Ten aanzien van deze voorwaarden zijn de beleidsregels met betrekking tot de algemene voorwaarden van [artikel 9, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9) van toepassing. Deze staan in [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=3&z=2015-10-01&g=2015-10-01).
### 4.1. Beperking
### 5. Geldigheidsduur
Wat een gebruikelijk salaris of een gebruikelijke vergoeding is voor het door de vreemdeling te verrichten vrijwilligerswerk, wordt beoordeeld in het kader van de aanvraag om verlening van een TWV. Als een TWV voor het beoogde vrijwilligerswerk is afgegeven door de SZW unit, dan kan ervan worden uitgegaan dat de vreemdeling een gebruikelijk salaris of gebruikelijke vergoeding ontvangt voor zijn werkzaamheden als vrijwilliger en dat daarmee aan de onder d genoemde voorwaarde wordt voldaan.
In geval van gezinshereniging bij een vrijwilliger geldt het middelenvereiste voor gezinshereniging zoals vermeld in hoofdstuk 3, paragraaf 1.9.3.3.
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands of Engels of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
### 1. Algemeen
Bij verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor verblijf als vrijwilliger, moet de schriftelijke garantstelling worden ondertekend door de organisatie voor wie men als vrijwilliger werkt, mits deze solvabel is.
Bij verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd in het kader van gezinshereniging bij een hoofdpersoon, die in het bezit is van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor verblijf als vrijwilliger dan wel die daarvoor een aanvraag heeft ingediend, moet de schriftelijke garantstelling worden ondertekend door de organisatie voor wie de hoofdpersoon als vrijwilliger werkt.
Beleidsregel:
De organisatie voor wie vrijwilligerswerk wordt verricht wordt geacht solvabel te zijn als daaraan een TWV is verleend voor het door de vreemdeling te verrichten vrijwilligerswerk.
In geval van gezinshereniging bij een vrijwilliger geldt het middelenvereiste voor gezinshereniging zoals vermeld in hoofdstuk 3, paragraaf 1.9.3.3.
### 4.1. Beperking
### 1.3. Beleid gezinsvorming
### 1.1. Inleiding
Voor de overige verblijfsvoorwaarden en de vereiste bescheiden wordt verwezen naar [hoofdstuk 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=11&z=2014-01-21&g=2014-01-21) CTU-BES.
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: 'arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’.
Ingevolge [artikel 5.10, onder a, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.10) wordt de verblijfsvergunning op grond van een huwelijk verleend als het huwelijk naar Nederlands internationaal privaatrecht rechtsgeldig is. De verblijfsvergunning wordt niet op grond van een geregistreerd partnerschap verleend als dat partnerschap niet in Nederland is geregistreerd.
### 5. Geldigheidsduur
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met ‘verblijf als vrijwilliger’ kan worden verleend voor de duur waarvoor de TWV is afgegeven, met een maximum van één jaar (zie [artikel 5.25 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.25)).
### 1.3. Beleid gezinsvorming
De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt daarna niet verlengd.
### 6. Gezinshereniging
### 1.2. Beleid gezinshereniging
Aan de echtgeno(o)t(e) of (geregistreerde) partner en de minderjarige kinderen van de vrijwilliger kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verband houdend met gezinshereniging worden verleend, mits wordt voldaan aan de voor die beperking geldende voorwaarden, met uitzondering van de voorwaarde die betrekking heeft op het niet-tijdelijk verblijf van de hoofdpersoon (zie [artikel 5.9, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.9)).
Het verblijfsrecht van de hoofdpersoon/vrijwilliger is tijdelijk (zie [artikel 5.3, tweede lid, onder f, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.3)). [Artikel 5.9, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.9) en bovenstaande beleidsregel maken het mogelijk dat ook in dat geval een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verband houdend met gezinshereniging kan worden verleend.
Voor de overige verblijfsvoorwaarden en de vereiste bescheiden wordt verwezen naar [hoofdstuk 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=11&z=2015-10-01&g=2015-10-01) CTU-BES.
In geval van gezinshereniging bij een vrijwilliger geldt het middelenvereiste voor gezinshereniging zoals vermeld in hoofdstuk 3, paragraaf 1.9.3.3.
Voor vreemdelingen die vanuit het buitenland verblijf (mvv) aanvragen, geldt dat zij direct na inreis in de openbare lichamen met hun echtgeno(o)t(e) moeten gaan samenwonen als hier bedoeld.
De verblijfsvergunning wordt op grond van [artikel 5.16 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.16) verleend als de vreemdeling geen gevaar vormt voor de openbare orde en nationale veiligheid.
In geval van gezinshereniging of gezinsvorming wordt op grond van [artikel 5.18, onder a, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.18) juncto [artikel 5.33 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.33), de verblijfsvergunning verleend als de hoofdpersoon duurzaam en zelfstandig beschikt over voldoende middelen van bestaan (zie hoofdstuk 3, paragraaf 1.9.3.3).
Gezinsvorming wordt gedefinieerd als: ‘gezinshereniging van de echtgenoot, geregistreerd partner of niet-geregistreerde partner, voor zover de gezinsband tot stand is gekomen op een tijdstip waarop de hoofdpersoon in de openbare lichamen hoofdverblijf had.’
Gezinsvorming is dus een bijzondere vorm van gezinshereniging. Verder wordt met de aansluiting bij het begrip ‘hoofdverblijf’ voorkomen dat ook in geval van een tijdens een buitenlandse vakantie van een in de openbare lichamen gevestigde persoon gesloten huwelijk of relatie, om de enkele reden dat het huwelijk of de relatie buiten de openbare lichamen tot stand is gekomen, sprake zou zijn van ‘gezinshereniging’.
In dit hoofdstuk wordt onder hoofdpersoon verstaan de persoon bij wie de vreemdeling als gezinslid (bijvoorbeeld als echtgenoot, geregistreerde partner, niet-geregistreerde partner, kind of ouder) in de openbare lichamen wil verblijven.
De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘verblijf bij echtgeno(o)t(e) / geregistreerd partner (naam)’.
In het kader van gezinshereniging kan verblijf in de openbare lichamen worden toegestaan op grond van een huwelijk, geregistreerd partnerschap, of niet-geregistreerd partnerschap dat al bestond toen beide (huwelijks)partners nog buiten de openbare lichamen verbleven. Voor toelating van kinderen die uit deze (huwelijks)relatie zijn geboren wordt verwezen naar paragraaf 5 (en verder) van dit hoofdstuk.
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: 'arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’. Beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.
In het kader van gezinsvorming kan verblijf in de openbare lichamen worden toegestaan op grond van een huwelijk, geregistreerd partnerschap, of niet-geregistreerd partnerschap gesloten op een tijdstip dat een van de echtgenoten al in de openbare lichamen verbleef.
### 2. Huwelijk en geregistreerd partnerschap
### 2.1. Verblijfsvoorwaarden
### 2.4. Geldigheidsduur
Het huwelijk is geldig als:
### 3. Schijnhuwelijk
Gelegaliseerde akten:
De verblijfsvergunning wordt niet op grond van een huwelijk of een geregistreerd partnerschap verleend als het huwelijk of het geregistreerde partnerschap niet is aangetoond.
### 2.3.1. Beperking
Ingeval van gezinshereniging of gezinsvorming wordt de verblijfsvergunning ingevolge de [artikelen 5.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.10) en [5.11 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.11) verleend als de vreemdeling en de hoofdpersoon eenentwintig jaar of ouder zijn.
### 4. Relatie
Ook als de in de openbare lichamen verblijvende hoofdpersoon met een andere man of vrouw duurzaam samenleeft, komen de wettelijke echtgenote en de eventuele gezinsleden niet voor een verblijfsvergunning in aanmerking. Als de polygame situatie is beëindigd, bijvoorbeeld door overlijden of door een echtscheiding die naar het internationaal privaatrecht van de openbare lichamen is erkend, staat de vroegere polygame situatie niet aan verlening van de verblijfsvergunning in de weg.
### 3. Schijnhuwelijk
De vreemdeling en de persoon bij wie deze wil verblijven, moeten feitelijk samenwonen en een gemeenschappelijke huishouding voeren. Zij moeten ook naar buiten toe, bijvoorbeeld naar de werkgever en de zorgverzekeraar, hetzelfde adres voeren. Daarnaast moeten de vreemdeling en de persoon bij wie deze wil verblijven op hetzelfde adres in de basisadministratie persoonsgegevens staan ingeschreven.
Voor vreemdelingen die vanuit het buitenland verblijf (mvv) aanvragen, geldt dat zij direct na inreis in de openbare lichamen met hun echtgeno(o)t(e) moeten gaan samenwonen als hier bedoeld.
De verblijfsvergunning wordt op grond van [artikel 5.16 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.16) verleend als de vreemdeling geen gevaar vormt voor de openbare orde en nationale veiligheid.
In geval van gezinshereniging of gezinsvorming wordt op grond van [artikel 5.18, onder a, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.18) juncto [artikel 5.33 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.33), de verblijfsvergunning verleend als de hoofdpersoon duurzaam en zelfstandig beschikt over voldoende middelen van bestaan (zie hoofdstuk 3, paragraaf 1.9.3.3).
### 2.2. Vereiste bescheiden
### 2.3. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
Een verklaring van ongehuwd zijn mag niet ouder zijn dan zes maanden na afgifte door de daartoe bevoegde autoriteiten. De termijn van zes maanden wordt gezien als een redelijke termijn waarbinnen men wordt geacht niet (opnieuw) in het huwelijk te zijn getreden. Uiteraard wordt een bewijs van ongehuwd zijn dat minder dan zes maanden oud is in geval van contra-indicaties niet geaccepteerd. Hierbij valt te denken aan de situatie dat een vier maanden oud bewijs van ongehuwd zijn, wordt overgelegd en een echtscheidingsakte waaruit blijkt dat een huwelijksontbinding binnen die vier maanden heeft plaatsgevonden.
De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘verblijf bij echtgeno(o)t(e) / geregistreerd partner (naam)’.
Ingeval van gezinshereniging of gezinsvorming wordt de verblijfsvergunning op grond van de [artikelen 5.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.10) en [5.11 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.11) verleend als de vreemdeling en de hoofdpersoon eenentwintig jaar of ouder zijn.
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: 'arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’. Beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.
Als [artikel 7 Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=7) van toepassing is, wordt de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist. Beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.
De vreemdeling en de persoon bij wie deze wil verblijven, moeten feitelijk samenwonen en een gemeenschappelijke huishouding voeren. Zij moeten ook naar buiten toe, bijvoorbeeld naar de werkgever en de ziektekostenverzekeraar, hetzelfde adres voeren. Daarnaast moeten de vreemdeling en de persoon bij wie deze wil verblijven op hetzelfde adres in de basisadministratie persoonsgegevens staan ingeschreven.
Aan de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden van het sluiten van een voldoende ziektekostenverzekering, met inbegrip van de kosten die zijn verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.
De verblijfsvergunning wordt op grond van [artikel 5.16 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.16) verleend als de vreemdeling geen gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid.
Op grond van [artikel 5.25 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.25) wordt de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verleend voor ten hoogste één jaar en kan de verblijfsvergunning telkens met ten hoogste één jaar worden verlengd.
De in de openbare lichamen gevestigde partner ondertekent een garantstelling, waarmee hij zich garant stelt voor de kosten die voor de staat en voor andere openbare lichamen voortvloeien uit het verblijf van de buitenlandse partner en ook voor de kosten van terugkeer naar een land waar de toelating van die buitenlandse partner is gewaarborgd. De garantverklaring kan niet door een derde worden ondertekend.
Een schijnhuwelijk is een huwelijk dat wordt aangegaan met als doel de nog niet of niet meer tot de openbare lichamen toegelaten buitenlandse partner een verblijfsrecht te verschaffen. Het gaat hierbij om voorgenomen huwelijken die op de openbare lichamen zullen plaatsvinden en huwelijken die in het buitenland zijn gesloten.
Huwelijken met vreemdelingen die tijdens het rechtmatig verblijf van de vreemdeling of Nederlander worden gesloten buiten de openbare lichamen moeten voordat er een verzoek tot gezinsvorming kan worden ingediend eerst ingeschreven worden in het bevolkingsregister. Bij twijfel zal de vreemdelingenpolitie worden verzocht een onderzoek in te stellen.
Als het huwelijk binnen de openbare lichamen wordt gesloten, zal het bevolkingsregister bij twijfel ook de vreemdelingenpolitie verzoeken een onderzoek te laten plaatsvinden.
Aan huwelijken gesloten binnen of buiten de openbare lichamen kunnen geen rechten voor het verkrijgen van een verblijfstitel worden ontleend. Andere criteria, zoals voldoende geldelijke middelen, moeten worden overlegd om een vergunning tot tijdelijk verblijf in het kader van gezinsvorming te verkrijgen.
Ingeval van gezinshereniging of gezinsvorming wordt de verblijfsvergunning op grond van de [artikelen 5.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.10) en [5.11 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.11) verleend als de vreemdeling en de hoofdpersoon eenentwintig jaar of ouder zijn.
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: 'arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’. Beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.
Op grond van [artikel 5.10 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.10) wordt de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van een relatie verleend, als de vreemdeling een duurzame en exclusieve relatie onderhoudt met de in de openbare lichamen gevestigde hoofdpersoon. Van een duurzame en exclusieve relatie is sprake als de (homo- of heteroseksuele) relatie in voldoende mate met een huwelijk op één lijn is te stellen.
### 4.3.3. Voorschrift
### 4.3. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
### 4.4. Geldigheidsduur
Op grond van [artikel 5.10, onder 2, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.10) wordt de verblijfsvergunning verleend als de vreemdeling of de hoofdpersoon niet met een ander een in Nederland geregistreerd partnerschap is aangegaan of gehuwd is, tenzij het huwelijk of het geregistreerd partnerschap door wettelijke beletselen, waarop geen invloed kan worden uitgeoefend, niet is ontbonden.
### 5. Minderjarige kinderen
De (ongehuwde) burgerlijke staat wordt aangetoond met officiële gelegaliseerde bescheiden.
Een verklaring van ongehuwd zijn mag niet ouder zijn dan zes maanden na afgifte door de daartoe bevoegde autoriteiten. De termijn van zes maanden wordt gezien als een redelijke termijn waarbinnen men wordt geacht niet (opnieuw) in het huwelijk te zijn getreden. Uiteraard wordt een bewijs van ongehuwd zijn dat minder dan zes maanden oud is in geval van contra-indicaties niet geaccepteerd. Hierbij valt te denken aan de situatie dat een vier maanden oud bewijs van ongehuwd zijn, wordt overgelegd en een echtscheidingsakte waaruit blijkt dat een huwelijksontbinding binnen die vier maanden heeft plaatsgevonden.
### 4.3.1. Beperking
Ingeval van gezinshereniging of gezinsvorming wordt de verblijfsvergunning op grond van de [artikelen 5.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.10) en [5.11 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.11) verleend als de vreemdeling en de hoofdpersoon eenentwintig jaar of ouder zijn.
### 4.3.2. Arbeidsmarktaantekening
Ook als de in de openbare lichamen verblijvende hoofdpersoon met een andere man of vrouw duurzaam samenleeft, komen de buitenlandse partner en de eventuele gezinsleden niet voor een verblijfsvergunning in aanmerking. Als de polygame situatie is beëindigd, bijvoorbeeld door overlijden of door een echtscheiding die naar het internationaal privaatrecht van de openbare lichamen is erkend, staat de vroegere polygame situatie niet aan verlening van de verblijfsvergunning in de weg.
### 5. Minderjarige kinderen
### 4.3.3. Voorschrift
De verblijfsvergunning wordt op grond van [artikel 5.16 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.16) verleend als de vreemdeling geen gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid.
In geval van gezinshereniging of gezinsvorming wordt op grond van [artikel 5.18, onder a, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.18) juncto [artikel 5.33 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.33), de verblijfsvergunning verleend als de hoofdpersoon duurzaam en zelfstandig beschikt over voldoende middelen van bestaan (zie hoofdstuk 3, paragraaf 1.9.3.3).
De in de openbare lichamen gevestigde partner ondertekent een garantstelling, waarmee hij zich garant stelt voor de kosten die voor de staat en voor andere openbare lichamen voortvloeien uit het verblijf van de buitenlandse partner en ook voor de kosten van terugkeer naar een land waar de toelating van die buitenlandse partner is gewaarborgd. De garantverklaring kan niet door een derde worden ondertekend.
De familierechtelijke relatie tot degene bij wie verblijf wordt beoogd, wordt door middel van officiële gelegaliseerde bescheiden aangetoond.
Op grond van [artikel 5.10, onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.10) wordt de verblijfsvergunning verleend, als het kind feitelijk behoort en al in het buitenland feitelijk behoorde tot het gezin van de in de openbare lichamen wonende ouder(s) bij wie verblijf wordt beoogd. De gezinsband moet al in het buitenland hebben bestaan en het kind moet gaan samenwonen met de ouder(s).
De aanvraag wordt afgewezen, als het kind niet feitelijk behoort en al in het buitenland behoorde tot het gezin van de in de openbare lichamen wonende ouder(s) bij wie verblijf wordt beoogd.
De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘verblijf bij partner (naam)’.
Het gezinsleven tussen ouders en kinderen in de zin van artikel 8 EVRM eindigt slechts in zeer uitzonderlijke situaties. Ook als men niet samenwoont of maar heel kort heeft samengewoond, of er in een periode weinig of geheel geen contact is geweest, zijn er andere zwaarwegende feiten nodig om het gezinsleven als beëindigd te kunnen beschouwen. Alleen de ondertoezichtstelling of uithuisplaatsing van het kind beëindigt bijvoorbeeld niet het gezinsleven.
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: 'arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’. Beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.
Als [artikel 7 Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=7) van toepassing is, wordt de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist. Beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.
Als het kind zelf de zorg heeft voor afhankelijke gezinsleden, onder wie (buitenechtelijke) kinderen, is dit alleen een reden om aan te nemen dat het niet langer feitelijk behoort tot het gezin van de ouder(s), als daarnaast sprake is van één van de eerste twee hiervóór genoemde omstandigheden.
Aan de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden van het sluiten van een voldoende ziektekostenverzekering, met inbegrip van de kosten die zijn verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.
Op grond van [artikel 5.11 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.11) wordt de verblijfsvergunning verleend, als de hoofdpersoon in de openbare lichamen verblijft als:
Op grond van [artikel 5.25 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.25) wordt de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verleend voor ten hoogste één jaar en kan de verblijfsvergunning telkens met ten hoogste één jaar worden verlengd.
Op grond van [artikel 5.13 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.13) wordt de verblijfsvergunning verleend als het minderjarige kind en de hoofdpersoon (gaan) samenwonen.
De verblijfsvergunning wordt op grond van [artikel 5.16 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.16) verleend als de vreemdeling geen gevaar vormt voor de openbare orde en nationale veiligheid.
Op grond van [artikel 5.10, onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.10) wordt de verblijfsvergunning, bedoeld in [artikel 5.9 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.9), op aanvraag verleend aan het minderjarige biologische of juridische kind van een in de openbare lichamen gevestigde hoofdpersoon. Het kind moet wel onder het rechtmatig gezag van de hoofdpersoon staan. Daarbij geldt als voorwaarde dat het kind naar het oordeel van de Minister feitelijk behoort en al in het land van herkomst feitelijk behoorde tot het gezin van de hoofdpersoon.
Het gestelde rechtmatig gezag van de om verblijf vragende echtgenoot, geregistreerd partner of partner van de hoofdpersoon moet in beginsel met gelegaliseerde bescheiden worden aangetoond.
Als het gestelde rechtmatig gezag niet met gelegaliseerde bescheiden wordt aangetoond, wordt de aanvraag afgewezen.
De aanvraag om een verblijfsvergunning, bedoeld in [artikel 5.9 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.9), wordt niet vanwege het ontbreken van een familierechtelijke relatie afgewezen als het minderjarige kind een pleegkind is van de hoofdpersoon. Daarbij geldt als voorwaarde dat het kind naar het oordeel van de Minister feitelijk behoort en al in het land van herkomst feitelijk behoorde tot het gezin van de hoofdpersoon.
Gelegaliseerde akten:
### 5.2. Vereiste bescheiden
### 5.3.1. In de openbare lichamen geboren kinderen
De ouders verliezen niet het ouderlijk gezag over het kind.
### 5.3.1. In de openbare lichamen geboren kinderen
Gelegaliseerde akten:
De familierechtelijke relatie tot degene bij wie verblijf wordt beoogd, wordt door middel van officiële gelegaliseerde bescheiden aangetoond.
### 5.4.1. Beperking
### 5.4. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
### 5.4.2. Arbeidsmarktaantekening
Het gezinsleven tussen ouders en kinderen in de zin van artikel 8 EVRM eindigt slechts in zeer uitzonderlijke situaties. Ook als men niet samenwoont of maar heel kort heeft samengewoond, of er in een periode weinig of geheel geen contact is geweest, zijn er andere zwaarwegende feiten nodig om het gezinsleven als beëindigd te kunnen beschouwen. Alleen de ondertoezichtstelling of uithuisplaatsing van het kind beëindigt bijvoorbeeld niet het gezinsleven.
### 5.2. Vereiste bescheiden
Als sprake is van één of meer van de volgende genoemde omstandigheden wordt, in uitzondering op het bovenstaande, aangenomen dat een kind niet langer feitelijk behoort tot het gezin van de ouder(s):
Als het kind zelf de zorg heeft voor afhankelijke gezinsleden, onder wie (buitenechtelijke) kinderen, is dit alleen een reden om aan te nemen dat het niet langer feitelijk behoort tot het gezin van de ouder(s), als daarnaast sprake is van één van de eerste twee hiervóór genoemde omstandigheden.
### 5.5. Geldigheidsduur
Op grond van [artikel 5.11 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.11) wordt de verblijfsvergunning verleend, als de hoofdpersoon in de openbare lichamen verblijft als:
### 6. Verruimde gezinshereniging
Op grond van [artikel 5.13 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.13) wordt de verblijfsvergunning verleend als het minderjarige kind en de hoofdpersoon (gaan) samenwonen.
### 5.4. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
De verblijfsvergunning wordt op grond van [artikel 5.18, onder a, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.18) verleend als de hoofdpersoon duurzaam en zelfstandig beschikt over voldoende middelen van bestaan (zie hoofdstuk 3, paragraaf 1.9.3.3).
Als de hoofdpersoon (de biologische of juridische ouder bij wie de vreemdeling verblijf beoogt) een naar Nederlands internationaal privaatrecht geldig huwelijk of een in Nederland geregistreerd partnerschap is aangegaan, dan wel een relatie onderhoudt in de zin van [artikel 5.10, aanhef en onder b, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.10) met een persoon die houder is van een verblijfsvergunning, dan wel Nederlander is, kan het duurzame, zelfstandig verworven bruto-inkomen van die persoon – mits deze samenwoont met de hoofdpersoon – worden meegeteld bij de berekening van de bestaansmiddelen.
Daarbij geldt als aanvullende voorwaarde dat, tenzij de bovenbedoelde partner, geregistreerde partner of huwelijkspartner biologisch of juridisch ouder van de vreemdeling is, deze een garantstelling moet hebben ondertekend.
### 5.2. Vereiste bescheiden
De verblijfsvergunning wordt niet verleend als één van de kinderen niet duurzaam beschikt of de kinderen niet duurzaam beschikken over voldoende middelen van bestaan (zie hoofdstuk 3, paragraaf 1.9.3.3).
Voor kinderen die in de openbare lichamen zijn geboren uit niet-Nederlandse ouders van wie ten minste één houder is van een verblijfsvergunning voor (on)bepaalde tijd, is er een bijzondere regeling.
Aan de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden van het sluiten van een voldoende ziektekostenverzekering, met inbegrip van de kosten die zijn verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.
### 6.3.1. Beperking
### 6.3. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
### 5.3.2. Vereiste bescheiden
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: ‘arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’. Beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.
### 5.4.1. Beperking
De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘gezinshereniging bij (naam ouder(s))’.
### 5.4.2. Arbeidsmarktaantekening
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: 'arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’. Beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.
### 7. Artikel 8 EVRM
De verblijfsvergunning wordt niet verleend als één van de kinderen niet duurzaam beschikt of de kinderen niet duurzaam beschikken over voldoende middelen van bestaan (zie hoofdstuk 3, paragraaf 1.9.3.3).
### 6.2. Vereiste bescheiden
### 5.5. Geldigheidsduur
In afwijking van [artikel 5.25 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.25) kan op grond van [artikel 5.26 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.26) de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met gezinshereniging als minderjarige worden verleend voor de duur van ten hoogste:
De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘verruimde gezinshereniging bij (naam gezinslid)’.
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd in het kader van verruimde gezinshereniging kan, op grond van [artikel 5.9, lid 2, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.9), op aanvraag worden verleend aan vreemdelingen van 60 jaar of ouder die in de openbare lichamen willen verblijven bij hun kind(eren). Het gaat hier dus om ouders op leeftijd, die bij een volwassen kind willen komen wonen.
### 7.3. Belangenafweging
Verder wordt de eis gesteld dat achterlating van de persoon die om toelating verzoekt een onevenredige hardheid oplevert.
### 6.1. Bijzondere vereisten voor toelating
De bijzondere vereisten voor toelating zijn de volgende:
De verblijfsvergunning wordt verleend, als de in de openbare lichamen verblijvende kinderen in de openbare lichamen verblijven als:
De verblijfsvergunning wordt niet verleend als één van de kinderen niet duurzaam beschikt of de kinderen niet duurzaam beschikken over voldoende middelen van bestaan (zie hoofdstuk 3, paragraaf 1.9.3.3).
### 6.2. Vereiste bescheiden
### 6.3. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
Als het verblijf wordt verleend op grond van de pogingen van de vreemdeling om aan het gezinsleven met zijn kind invulling te gaan geven, is het verblijfsrecht altijd tijdelijk van aard.
De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘verruimde gezinshereniging bij (naam gezinslid)’.
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: ‘arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’. Beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.
### 7.4.2. Arbeidsmarktaantekening
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: ‘arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’. Beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.
Aan de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden van het sluiten van een voldoende ziektekostenverzekering, met inbegrip van de kosten die zijn verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.
### 6.4. Geldigheidsduur
Op grond van [artikel 5.25 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.25) wordt de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verleend voor ten hoogste één jaar en kan de verblijfsvergunning telkens met ten hoogste één jaar worden verlengd.
### 7. Artikel 8 EVRM
### 7.1. Familie- of gezinsleven
In de volgende gevallen is in ieder geval sprake van familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM:
In de volgende gevallen kan ook sprake zijn van familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM:
Het familie- of gezinsleven tussen (geregistreerde en huwelijks)partners eindigt met de feitelijke verbreking van de (huwelijkse) relatie.
### 7.2. Inmenging
Inmenging op het familie- en gezinsleven, dan wel het privé-leven wordt aangenomen, als de vreemdeling:
### 7.3. Belangenafweging
### 7.5. Geldigheidsduur
De uitgangspositie van de belangenafweging wordt mede bepaald door de omstandigheid of sprake is van inmenging. Bij de weigering van voortgezet verblijf is de uitgangspositie van de vreemdeling sterker dan bij eerste toelating van vreemdelingen tot de openbare lichamen. De omstandigheid dat nooit sprake is geweest van rechtmatig verblijf zal ten nadele van de vreemdeling worden betrokken bij deze belangenafweging.
Ook als er geen sprake is van inmenging moet er een belangenafweging tussen de belangen van de Staat en die van de vreemdeling plaatsvinden.
Wanneer deze omstandigheden er echter voor zorgen dat het kind, in vergelijking met andere kinderen van dezelfde leeftijd in dat land, wordt uitgesloten van zaken als bijvoorbeeld onderwijs en medische zorg en daardoor niet in staat zal zijn voor zichzelf een goede toekomst op te bouwen, dan wegen deze factoren, voor dat specifieke kind, anders.
De aspirant pleegouders overleggen een schriftelijke motivering van de bijzondere omstandigheden van het kind of die van de familieleden in het land van herkomst, waaruit blijkt dat het kind niet of bezwaarlijk kan worden verzorgd door de ouders of familieleden die in het land van herkomst wonen al dan niet met (financiële) steun van familieleden die in de openbare lichamen verblijven.
De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘uitoefenen van het gezinsleven conform artikel 8 EVRM bij (naam)’.
Als het verblijfsrecht van de persoon bij wie de vreemdeling wil verblijven, tijdelijk van aard is, is het verblijfsrecht van de vreemdeling ook tijdelijk van aard.
Als het verblijf wordt verleend op grond van de pogingen van de vreemdeling om aan het gezinsleven met zijn kind invulling te gaan geven, is het verblijfsrecht altijd tijdelijk van aard.
Uit de medische verklaring moet blijken dat het kind is getest op TBC. Een onderzoek op TBC is verplicht, tenzij het kind de nationaliteit bezit van een van de bij ministeriële regeling vast te stellen landen die zijn vrijgesteld van de verplichting een TBC onderzoek te ondergaan.
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: ‘arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’. Beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.
Als [artikel 7 Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=7) van toepassing is, wordt de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist. Beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.
De ouders moeten ook het wettelijk gezag over de minderjarige (tijdelijk) aan de aspirant pleegouders overdragen. Per land moet onderzocht te worden of dit kan via een notariële verklaring of dat de ouders hiervoor een rechterlijke uitspraak nodig hebben.
Op grond van [artikel 5.25 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.25) wordt de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verleend voor ten hoogste één jaar en kan de verblijfsvergunning telkens met ten hoogste één jaar worden verlengd.
De verblijfsvergunning wordt niet verleend als de aspirant-pleegouders niet zelfstandig en duurzaam beschikken over voldoende middelen van bestaan.
Als het familielid bij wie de vreemdeling verblijf beoogt een echtgenoot of partner heeft, kan het inkomen van die persoon worden meegeteld bij de berekening van het gezinsinkomen. Als aanvullende voorwaarde geldt dan dat ondertekening van de garantverklaring, bedoeld in [artikel art. 3.9, lid 2, onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=3.9) geschiedt door de hoofdpersoon en bedoelde partner.
Het verschil tussen buitenlandse adoptiekinderen en buitenlandse pleegkinderen is een juridisch verschil.
Bij buitenlandse adoptie gaat het om een minderjarig kind van niet-Nederlandse nationaliteit, dat niet in de openbare lichamen is geboren en dat, als gevolg van een erkende buitenlandse adoptiebeslissing, geldt als kind van de adoptanten. Dit betekent dat de banden tussen de biologische ouders en het adoptiekind ophouden te bestaan, dat zij afstand hebben gedaan van het kind en dat de adoptiefouders in familierechtelijke band komen te staan tot dat kind. Het gaat ook om een permanente situatie.
### 3.3.1. Beperking
### 2. Adoptiekinderen
### 3.3.2. Arbeidsmarktaantekening
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: ‘arbeid is niet toegestaan’.
### 3.1. Verblijfsvoorwaarden
In aanvulling op de algemene voorwaarden voor verblijf gelden voor de verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor verblijf als pleegkind de volgende cumulatieve voorwaarden:
### 3.4. Geldigheidsduur
Het is niet mogelijk een vast kader te geven wanneer wel of geen sprake is van een onaanvaardbare toekomst in het land van herkomst. Bij elke aanvraag wordt gekeken naar de individuele omstandigheden van het kind. Hierbij wordt gekeken naar de omstandigheden waaronder het kind leeft in het land van herkomst en de omstandigheden waaronder kinderen in vergelijkbare situaties in dat land leven.
### 3.4. Geldigheidsduur
Wanneer deze omstandigheden er echter voor zorgen dat het kind, in vergelijking met andere kinderen van dezelfde leeftijd in dat land, wordt uitgesloten van zaken als bijvoorbeeld onderwijs en medische zorg en daardoor niet in staat zal zijn voor zichzelf een goede toekomst op te bouwen, dan wegen deze factoren, voor dat specifieke kind, anders.
De aspirant pleegouders overleggen een schriftelijke motivering van de bijzondere omstandigheden van het kind of die van de familieleden in het land van herkomst, waaruit blijkt dat het kind niet of bezwaarlijk kan worden verzorgd door de ouders of familieleden die in het land van herkomst wonen al dan niet met (financiële) steun van familieleden die in de openbare lichamen verblijven.
### 3.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 3.3.1. Beperking
Dit vereiste zal er echter niet toe leiden dat een gehandicapt kind niet zou kunnen worden opgenomen. De Voogdijraad doet hier een uitspraak over.
Uit de medische verklaring moet blijken dat het kind is getest op TBC. Een onderzoek op TBC is verplicht, tenzij het kind de nationaliteit bezit van een van de bij ministeriële regeling vast te stellen landen die zijn vrijgesteld van de verplichting een TBC onderzoek te ondergaan.
### 2. Oud-Nederlanders
### 3.3.3. Voorschrift
De ouders moeten ook het wettelijk gezag over de minderjarige (tijdelijk) aan de aspirant pleegouders overdragen. Per land moet onderzocht te worden of dit kan via een notariële verklaring of dat de ouders hiervoor een rechterlijke uitspraak nodig hebben.
De ouders verliezen niet het ouderlijk gezag over het kind.
### 2.2. Oud-Nederlanders die geboren en getogen zijn in de openbare lichamen
### 2.2.1. Verblijfsvoorwaarden
Ten aanzien van de oud-Nederlanders die in de openbare lichamen zijn geboren en getogen, geldt dat zij, op grond van het feit dat zij in die periode als Nederlander in de openbare lichamen hebben verbleven, geacht worden zodanig sterke banden met de openbare lichamen te hebben opgebouwd en na hun vertrek uit de openbare lichamen te hebben behouden, dat zij met voorbijgaan aan een aantal algemene voorwaarden in aanmerking kunnen komen voor verblijf in de openbare lichamen.
Tegen het verblijf van de vreemdeling mag **geen** bezwaar bestaan uit oogpunt van openbare orde of nationale veiligheid.
### 3.3.1. Beperking
### 2.3. Oud-Nederlanders die geboren en getogen zijn buiten de openbare lichamen
### 3.3.2. Arbeidsmarktaantekening
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: ‘arbeid is niet toegestaan’.
Als oud-Nederlanders kunnen in ieder geval worden aangemerkt:
### 3. Oud-Nederlanders ([artikel 15, eerste lid, aanhef onder d of f, RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=15))
### 3.4. Geldigheidsduur
### 2.2.1. Verblijfsvoorwaarden
### 3.2. Verblijfsvoorwaarden voor een vergunning voor bepaalde tijd
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan worden verleend aan de vreemdeling die:
### 1. Inleiding
Op grond van [artikel 5.2 lid 1 onder g, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2) kan aan een oud-Nederlander verblijf verleend worden in het kader van wedertoelating tot de openbare lichamen.
### 2.3.1. Algemeen
De meerderjarige oud-Nederlander die buiten de openbare lichamen is geboren en die woont in een ander land dan dat waarvan hij onderdaan is, kan in aanmerking komen voor verblijf in de openbare lichamen, als er naar het oordeel van de Minister sprake is van bijzondere banden met de openbare lichamen.
Bij de aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde- of onbepaalde tijd moet de vreemdeling de volgende bescheiden overleggen:
### 4. Oud-Nederlanders ([artikel 15, eerste lid, aanhef onder b, RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=15))
Verder kan onderscheid gemaakt worden tussen Nederlanders die in of buiten de openbare lichamen zijn geboren en getogen.
### 2.2. Oud-Nederlanders die geboren en getogen zijn in de openbare lichamen
### 2.2.1. Verblijfsvoorwaarden
Ten aanzien van de oud-Nederlanders die in de openbare lichamen zijn geboren en getogen, geldt dat zij, op grond van het feit dat zij in die periode als Nederlander in de openbare lichamen hebben verbleven, geacht worden zodanig sterke banden met de openbare lichamen te hebben opgebouwd en na hun vertrek uit de openbare lichamen te hebben behouden, dat zij met voorbijgaan aan een aantal algemene voorwaarden in aanmerking kunnen komen voor verblijf in de openbare lichamen.
Tegen het verblijf van de vreemdeling mag **geen** bezwaar bestaan uit oogpunt van openbare orde of nationale veiligheid.
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan worden verleend aan de vreemdeling die:
### 2.3. Oud-Nederlanders die geboren en getogen zijn buiten de openbare lichamen
### 2.3.1. Algemeen
### 5.2. Arbeidsmarktaantekening
De ouders zijn beiden geboren en getogen op Saba en in het bezit van de Nederlandse nationaliteit. De ouders verhuizen naar Venezuela alwaar hun kinderen zijn geboren. De kinderen hadden bij geboorte de Nederlandse nationaliteit. De ouders en de kinderen verkrijgen na verloop van tijd de Venezolaanse nationaliteit en verliezen daarbij de Nederlandse nationaliteit. Een van de kinderen verblijft inmiddels in Colombia en verzoekt nu om wedertoelating tot Saba op grond van het feit dat hij oud-Nederlander is.
### 2.3.2. Verblijfsvoorwaarden
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: 'arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’.
Aan de verlening van de verblijfsvergunning is als voorschrift verbonden de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten aan opname of verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting (zie [artikel 5.4, eerste lid, aanhef en onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.4)).
### 3.1. Algemeen
Aan de meerderjarige vreemdeling die het Nederlanderschap heeft verloren, omdat hij na de totstandkoming van zijn naturalisatie of optie heeft nagelaten al het mogelijke te doen om zijn oorspronkelijke nationaliteit te verliezen, kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd of onbepaalde tijd worden verleend.
### 3.2. Verblijfsvoorwaarden voor een vergunning voor bepaalde tijd
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan worden verleend aan de vreemdeling die:
### 3.3. Verblijfsvoorwaarden voor een vergunning voor onbepaalde tijd
### 7.2. Intrekking
Het gevaar voor de openbare orde wordt beoordeeld aan de hand van de maatstaven die zijn aangelegd voor verblijfsbeëindiging. Bij de vaststelling van de verblijfsduur wordt mede betrokken de periode waarin de vreemdeling als Nederlander in de openbare lichamen heeft verbleven. Onder strafmaat wordt verstaan de totale duur van de vrijheidsbenemende straffen of maatregelen, met inbegrip van die welke bij al dan niet onherroepelijk geworden uitspraak zijn opgelegd in de periode waarin de vreemdeling het Nederlanderschap bezat en in de periode na het verlies van het Nederlanderschap.
### 3.4. Vereiste bescheiden
Bij de aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde- of onbepaalde tijd moet de vreemdeling de volgende bescheiden overleggen:
### 4. Oud-Nederlanders ([artikel 15, eerste lid, aanhef onder b, RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=15))
De verblijfsvergunning kan worden verleend aan de persoon die bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba een verzoek, als bedoeld in [artikel 17 RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=17), heeft ingediend, als:
### 8.1. Verblijfsvoorwaarden
Het gaat hier om een vrijwillige handeling. De vreemdeling realiseert zich dat hij toch niet zijn oorspronkelijke wil verliezen en kiest er daarom zelf voor om afstand te doen van de Nederlandse nationaliteit, voordat hij hiertoe wordt gedwongen. De vreemdeling moet binnen twee jaar nadat hij de verklaring van afstand heeft afgelegd een aanvraag om een verblijfsvergunning indienen.
Het gaat hier om een vrijwillige handeling. De vreemdeling remigreert op grond van de remigratiewet naar het land van herkomst. Om in aanmerking te komen voor deze regelgeving moet de vreemdeling afstand doen van de Nederlandse nationaliteit. De vreemdeling moet binnen één jaar nadat hij de verklaring van afstand heeft afgelegd een aanvraag om een verblijfsvergunning indienen.
### 4.2. Vereiste bescheiden
### 5. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 5.1. Beperking
De genoemde verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt aan de oud-Nederlanders verleend onder de beperking ‘wedertoelating’.
### 5.2. Arbeidsmarktaantekening
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: 'arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’.
Als [artikel 7 Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=7) van toepassing is, wordt de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
### 5.3. Voorschrift
Aan de verlening van de verblijfsvergunning is als voorschrift verbonden de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten aan opname of verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting (zie [artikel 5.4, eerste lid, aanhef en onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.4)).
### 6. Geldigheidsduur
De verblijfsvergunning is geldig voor de duur van vijf jaar ([art. 6, tweede lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=6) en [art. 5.28 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.28)).
### 7. Verlenging en intrekking van de verblijfsvergunning
Het verblijfsrecht is tijdelijk van aard. De houder van deze vergunning komt daarom niet in aanmerking voor naturalisatie of optie op grond van deze verblijfsvergunning.
### 8.6. Verlenging geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
### 7.2. Intrekking
Gegeven de aard van de toelatingsgrond – een periode van eerder verblijf in Nederland – zal het zich niet voordoen dat de verblijfsvergunning die is verleend onder de beperking ‘wedertoelating’ kan worden ingetrokken, omdat niet meer wordt voldaan aan de beperking. Wel is het uiteraard mogelijk dat er onjuiste gegevens zijn verstrekt, die hebben geleid tot de verlening van de verblijfsvergunning. Verblijfsbeëindiging om die reden is niet uitgesloten.
### 8. Verblijfsvergunning in afwachting van verzoek ex [artikel 17 RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=17)
Aan personen die een verzoek als bedoeld in [artikel 17 RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=17) hebben ingediend tot vaststelling van het Nederlanderschap kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden verleend.
### 8.1. Verblijfsvoorwaarden
De verblijfsvergunning kan worden verleend aan de persoon die bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba een verzoek, als bedoeld in [artikel 17 RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=17), heeft ingediend, als:
### Hoofdstuk 14. Mensenhandel
### 8.2. Vereiste bescheiden
Hoewel het merendeel van de slachtoffers van mensenhandel vrouw is, is in dit hoofdstuk afgezien van het hanteren van de meer gangbare term ‘vrouwenhandel’. Dit om eventuele verwarring te voorkomen, omdat ook mannelijke en minderjarige slachtoffers een beroep kunnen doen op de procedure die in dit hoofdstuk is beschreven.
Voor zowel het opsporings- als het vervolgingsonderzoek is van groot belang dat zowel slachtoffers die aangifte doen of op andere wijze medewerking verlenen aan het opsporings- of vervolgingsonderzoek, als getuigen die aangifte doen, gedurende langere tijd ter beschikking blijven van het OM om de bewijsvorming te kunnen afronden. Dit rechtvaardigt het verlenen van een tijdelijke verblijfsvergunning.
De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking ‘in afwachting verzoek ex [artikel 17 RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=17)’.
Het begrip mensenhandel bevat de volgende elementen:
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: 'arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’.
Als [artikel 7 Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=7) van toepassing is, wordt de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.
Het behandelen met respect van het slachtoffer en van de getuige-aangever die aangifte doet, maakt daarvan onderdeel uit. Evenals het garanderen van de veiligheid van slachtoffers en het beschermen van de rechten van de slachtoffers en getuige-aangevers van mensenhandel.
Aan de verlening van de verblijfsvergunning is als voorschrift verbonden de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten aan opname of verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting (zie [artikel 5.4, eerste lid, aanhef en onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.4)).
### 8.4. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
### 1. Inleiding
In afwijking van de algemene voorwaarden genoemd in [artikel 9 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9) wordt de aanvraag niet afgewezen:
Het verblijfsrecht is tijdelijk van aard. De houder van deze vergunning komt daarom niet in aanmerking voor naturalisatie of optie op grond van deze verblijfsvergunning.
Kinderen van het slachtoffer van mensenhandel die een mvv-aanvraag in het kader van gezinshereniging indienen, zijn eveneens vrijgesteld van het betalen van leges.
Voor zowel het opsporings- als het vervolgingsonderzoek is van groot belang dat zowel slachtoffers die aangifte doen of op andere wijze medewerking verlenen aan het opsporings- of vervolgingsonderzoek, als getuigen die aangifte doen, gedurende langere tijd ter beschikking blijven van het OM om de bewijsvorming te kunnen afronden. Dit rechtvaardigt het verlenen van een tijdelijke verblijfsvergunning.
Nadat het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba een negatieve uitspraak heeft gedaan op het verzoek ex [artikel 17 RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=17), wordt de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning niet afgewezen om de enkele reden dat niet meer wordt voldaan aan de beperking waaronder de vergunning is verleend, als:
### 8.6.2. Vereiste bescheiden
### 3. Getuige-aangever
### 8.6.3. Geldigheidsduur
De geldigheidsduur van de vergunning kan worden verlengd met maximaal een jaar of zoveel korter als de Hoge Raad uitspraak zal doen.
De getuige-aangever van mensenhandel is vrijgesteld van het betalen van leges voor het indienen van een verblijfsvergunning verband houdend met mensenhandel.
De vreemdeling kan een aanvraag om een verblijfsvergunning verband houdend met mensenhandel indienen bij de IND unit Caribisch Nederland.
In deze paragraaf wordt het rechtmatige verblijf van slachtoffer- en getuige-aangevers en slachtoffers die op andere wijze medewerking verlenen aan het opsporings- of vervolgingsonderzoek van mensenhandel voorafgaande aan de aangifte en gedurende de periode van opsporing, vervolging en berechting in feitelijke aanleg na aangifte van mensenhandel geregeld.
Mensenhandel is een grove schending van de rechten van de mens en een ernstig misdrijf. Het delict is strafbaar gesteld in [artikel 286f van het Wetboek van Strafrecht BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=286f). Dit artikel ziet op mensenhandel in het algemeen, daaraan gerelateerde vormen van uitbuiting en het trekken van profijt daaruit.
Hoewel het merendeel van de slachtoffers van mensenhandel vrouw is, is in dit hoofdstuk afgezien van het hanteren van de meer gangbare term ‘vrouwenhandel’. Dit om eventuele verwarring te voorkomen, omdat ook mannelijke en minderjarige slachtoffers een beroep kunnen doen op de procedure die in dit hoofdstuk is beschreven.
### 4.1. Beslissing op de aanvraag
### 2.2. Vereiste bescheiden
### 3. Getuige-aangever
Het behandelen met respect van het slachtoffer en van de getuige-aangever die aangifte doet, maakt daarvan onderdeel uit. Evenals het garanderen van de veiligheid van slachtoffers en het beschermen van de rechten van de slachtoffers en getuige-aangevers van mensenhandel.
In dit hoofdstuk wordt uiteengezet onder welke voorwaarden de verblijfsvergunning in het kader van mensenhandel kan worden verleend.
### 2. Slachtoffer mensenhandel
### 2.1. Verblijfsvoorwaarden slachtoffer mensenhandel
De verblijfsvergunning, bedoeld in [artikel 7 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7), kan onder een beperking verband houdend met de vervolging van mensenhandel worden verleend, als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
Zodra de strafzaak door het OM wordt geseponeerd of tegen de uitspraak van de rechtbank in het proces tegen de verdachte geen beroep is ingesteld dan wel het gerechtshof uitspraak heeft gedaan, komt de grond aan de verblijfsvergunning als bedoeld in deze paragraaf te ontvallen.
### 4.2.3. Voorschrift
De vreemdeling die een aanvraag om een verblijfsvergunning indient wegens verblijf als slachtoffers van mensenhandel is vrijgesteld van het betalen van leges.
### 5. Geldigheidsduur
Aan de verlening van de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden dat de vreemdeling voldoet aan de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting (zie [artikel 5.4, eerste lid, aanhef en onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.4)).
### 3. Getuige-aangever
### 3.1. Verblijfsvoorwaarden getuige-aangever
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in [artikel 7 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7), kan onder een beperking verband houdend met de vervolging van mensenhandel worden verleend, als:
Getuige-aangevers zijn vreemdelingen die niet zelf slachtoffer zijn van mensenhandel maar hier wel getuige van zijn geweest. Getuige-aangevers kunnen vreemdelingen zijn die zelf werkzaam zijn in dezelfde sector als het slachtoffer. Tevens kunnen het personen zijn, die werkzaam zijn buiten deze sector en die kennis dragen van mensenhandel. Alleen de getuige-aangevers die geen geldige verblijfstitel hebben in de openbare lichamen kunnen rechten ontlenen aan de in deze paragraaf omschreven procedure.
De aanvraag wordt niet afgewezen:
### 5.2. Getuige-aangever
De vreemdeling kan een aanvraag om een verblijfsvergunning verband houdend met mensenhandel indienen bij de IND unit Caribisch Nederland.
De IND unit Caribisch Nederland neemt naar aanleiding van de aanvraag om een verblijfsvergunning contact op met het OM. Wat de getuige-aangevers betreft is de stem van het OM doorslaggevend of een verblijfsvergunning zal worden verstrekt of niet. Criterium is hierbij de vraag of de aanwezigheid van de getuige-aangever in de openbare lichamen gewenst is voor het opsporings- en vervolgingsonderzoek tegen de verdachte.
De IND unit Caribisch Nederland trekt de verblijfsvergunning vervolgens in.
Aan de verlening van de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden dat de vreemdeling voldoet aan de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting (zie [artikel 5.4, eerste lid, aanhef en onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.4)).
### 4.1. Beslissing op de aanvraag
### 5.1. Slachtoffer
De IND unit Caribisch Nederland stelt de politie in kennis van de beslissing op de aanvraag om een verblijfsvergunning.
Zodra de strafzaak door het OM wordt geseponeerd of tegen de uitspraak van de rechtbank in het proces tegen de verdachte geen beroep is ingesteld dan wel het gerechtshof uitspraak heeft gedaan en hiertegen geen beroep in cassatie is ingesteld, komt de grond aan de verblijfsvergunning verband houdend met de vervolging van mensenhandel te ontvallen. Het OM doet hiervan melding aan de IND unit Caribisch Nederland, alsmede aan het slachtoffer van mensenhandel.
De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning van de getuige-aangever kan worden verlengd zolang er sprake is van een strafrechtelijk opsporings- en vervolgingsonderzoek naar of berechting in feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit waarvan aangifte is gedaan. Hierbij is van belang dat het OM de aanwezigheid van de vreemdeling in de openbare lichamen noodzakelijk acht. Als het OM de aanwezigheid van de vreemdeling in de openbare lichamen niet van belang acht, wordt de aanvraag om verlenging afgewezen.
### 6.3. Vereiste bescheiden
Op het verblijfsdocument zal evenwel worden vermeld ‘beperking conform beschikking Minister’
### 4.2.2. Arbeidsmarktaantekening
Bij de verlening wordt de arbeidsmarktaantekening gesteld: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
Het bovenstaande geldt ook als de strafzaak door het OM wordt geseponeerd of tegen de uitspraak van de rechtbank in het proces tegen de verdachte geen beroep is ingesteld dan wel het gerechtshof uitspraak heeft gedaan. Het OM doet hiervan melding aan de IND BES unit, alsmede aan de getuige-aangever van mensenhandel.
Aan de verlening van de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden dat de vreemdeling voldoet aan de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting (zie [artikel 5.4, eerste lid, aanhef en onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.4)).
### 5. Geldigheidsduur
De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning van het slachtoffer kan worden verlengd zolang er sprake is van een strafrechtelijk opsporings- of vervolgingsonderzoek naar of berechting in feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit ter zake waarvan aangifte is gedaan of waaraan op andere wijze medewerking is verleend.
### 7. Gezinshereniging
### 7.1. Algemeen
De IND unit Caribisch Nederland trekt de verblijfsvergunning vervolgens in.
De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning van de getuige-aangever kan worden verlengd zolang er sprake is van een strafrechtelijk opsporings- en vervolgingsonderzoek naar of berechting in feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit waarvan aangifte is gedaan. Hierbij is van belang dat het OM de aanwezigheid van de vreemdeling in de openbare lichamen noodzakelijk acht. Als het OM de aanwezigheid van de vreemdeling in de openbare lichamen niet van belang acht, wordt de aanvraag om verlenging afgewezen.
De verblijfsvergunning wordt in beginsel voor de periode van één jaar verleend. De verblijfsvergunning is geldig zolang het OM de aanwezigheid van de vreemdeling in de openbare lichamen noodzakelijk acht.
### Hoofdstuk 15. Voortgezet verblijf
### 1. Inleiding
Het bovenstaande geldt ook als de strafzaak door het OM wordt geseponeerd of tegen de uitspraak van de rechtbank in het proces tegen de verdachte geen beroep is ingesteld dan wel het gerechtshof uitspraak heeft gedaan. Het OM doet hiervan melding aan de IND BES unit, alsmede aan de getuige-aangever van mensenhandel.
In de regel kan een verblijfsvergunning met als doel voortgezet verblijf pas na vijf jaar rechtmatig verblijf worden aangevraagd. In die vijf voorafgaande jaren moet de vreemdeling verblijf hebben gehad in het kader van gezinshereniging of gezinsvorming.
De vreemdeling die als minderjarige in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning in het kader van gezinshereniging komt na vijf jaar verblijf in aanmerking voor een zelfstandige verblijfsvergunning. Ook de minderjarige die als pleeg- of adoptiekind verblijf heeft gehad, kan onder deze voorwaarden in aanmerking komen voor voortgezet verblijf.
### 2.1. Verblijfsvoorwaarden
De geldigheid van de verblijfsvergunning wordt niet verlengd als er geen sprake meer is van een strafrechtelijk opsporings- of vervolgingsonderzoek naar of berechting in feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit ter zake waarvan aangifte is gedaan of waaraan op andere wijze medewerking is verleend.
### 2.1. Verblijfsvoorwaarden
Een kind krijgt op 17 jarige leeftijd verblijf bij ouders. Wanneer dit kind 22 jaar oud is komt hij in aanmerking voor voortgezet verblijf. Deze vreemdeling is gedurende bijna de gehele verblijfsperiode van vijf jaar meerderjarig geweest.
De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning van de getuige-aangever kan worden verlengd zolang er sprake is van een strafrechtelijk opsporings- en vervolgingsonderzoek naar of berechting in feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit waarvan aangifte is gedaan. Hierbij is van belang dat het OM de aanwezigheid van de vreemdeling in de openbare lichamen noodzakelijk acht. Als het OM de aanwezigheid van de vreemdeling in de openbare lichamen niet van belang acht, wordt de aanvraag om verlenging afgewezen.
Wanneer de vreemdeling op het moment van de aanvraag van de verblijfsvergunning nog minderjarig is, geldt het vereiste zelfstandig en duurzaam te beschikken over voldoende middelen van bestaan niet.
De aanvraag wordt niet afgewezen wegens het ontbreken van voldoende zelfstandige en duurzame middelen van bestaan.
De eerste aanvraag om een verblijfsvergunning verband houdend met mensenhandel wordt niet afgewezen als de vreemdeling niet over een geldig document voor grensoverschrijding beschikt. Ondertussen moet een geldig document voor grensoverschrijding worden aangevraagd bij de diplomatieke vertegenwoordiging van het land waarvan het slachtoffer de nationaliteit bezit. Bij de aanvraag tot verlenging van de verblijfsvergunning zal, als de vreemdeling nog steeds niet beschikt over een geldig document tot grensoverschrijding, worden beoordeeld of er aanleiding is (tijdelijk) vrij te stellen van het paspoort vereiste, omdat de vreemdeling heeft aangetoond dat hij vanwege de regering van het land waarvan hij onderdaan is niet of niet meer in het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding kan worden gesteld. (zie [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=3&z=2015-10-01&g=2015-10-01) CTU-BES).
De aanvraag wordt niet afgewezen wegens gevaar voor de openbare orde, indien er sprake is van een inbreuk op de openbare orde die naar het oordeel van de Minister rechtstreeks verband houdt met het feit waarvan aangifte is gedaan.
### 6.4. Leges
### 2. Voortgezet verblijf na verblijf als minderjarige in het kader van gezinshereniging
### 7. Gezinshereniging
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: 'arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’.
### 2.3.2. Arbeidsmarktaantekening
Op deze aanvraag zijn de algemene toelatingsvoorwaarden voor gezinshereniging van toepassing, met uitzondering van de bepalingen inzake het middelenvereiste.
Om te verzekeren dat de minderjarige kinderen slechts verblijf krijgen gedurende de periode van toelating van de slachtoffer- of de getuige-aangever, krijgt de aan hen verstrekte verblijfsvergunning dezelfde geldigheidsduur als die van de slachtoffer- of de getuige-aangever.
### Hoofdstuk 15. Voortgezet verblijf
De verblijfsvergunning is geldig voor de duur van vijf jaar ([art. 6 lid 2 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=6) en [art. 5.28 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.28)).
### 3. Voortgezet verblijf voor de overige gezinsleden
In de regel kan een verblijfsvergunning met als doel voortgezet verblijf pas na vijf jaar rechtmatig verblijf worden aangevraagd. In die vijf voorafgaande jaren moet de vreemdeling verblijf hebben gehad in het kader van gezinshereniging of gezinsvorming.
### 2.3. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
### 2. Voortgezet verblijf na verblijf als minderjarige in het kader van gezinshereniging
De vreemdeling die als minderjarige in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning in het kader van gezinshereniging komt na vijf jaar verblijf in aanmerking voor een zelfstandige verblijfsvergunning. Ook de minderjarige die als pleeg- of adoptiekind verblijf heeft gehad, kan onder deze voorwaarden in aanmerking komen voor voortgezet verblijf.
Dat de relatie op het moment van aanvragen van de vergunning voor voortgezet verblijf is verbroken, is niet van belang. Wel is van belang dat gedurende de voorafgaande periode van vijf jaar aan alle voorwaarden voor verblijf is voldaan en dat nog steeds aan de voorwaarden van [artikel 9 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9) wordt voldaan. Wanneer de relatie binnen een periode van vijf jaar is verbroken bestaat er in beginsel, geen recht op voortgezet verblijf.
Op grond van [artikel 5.22 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.22) wordt de vergunning voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met voortgezet verblijf verleend aan de vreemdeling die:
Wanneer de minderjarige gedurende de periode van vijf jaar meerderjarig wordt, komt hij ook in aanmerking voor voortgezet verblijf. Deze regel geldt ook wanneer het kind gedurende het grootste gedeelte van de vijf jaar meerderjarig is geweest.
Een kind krijgt op 17 jarige leeftijd verblijf bij ouders. Wanneer dit kind 22 jaar oud is komt hij in aanmerking voor voortgezet verblijf. Deze vreemdeling is gedurende bijna de gehele verblijfsperiode van vijf jaar meerderjarig geweest.
Daarnaast gelden de algemene voorwaarden voor verblijf:
Wanneer de vreemdeling op het moment van de aanvraag van de verblijfsvergunning nog minderjarig is, geldt het vereiste zelfstandig en duurzaam te beschikken over voldoende middelen van bestaan niet.
Wanneer niet aan de voorwaarden voor verblijf wordt voldaan, betekent dit niet zonder meer dat de vergunning wordt geweigerd. Individuele omstandigheden kunnen altijd een rol spelen. (zie verder paragraaf 5.).
Bij de beoordeling of artikel 8 EVRM aanleiding vormt om toch voortzetting van het verblijf toe te staan moet gedacht worden aan de volgende omstandigheden:
In dergelijke gevallen wordt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning slechts verleend voor de duur van maximaal één jaar. Bij elk verzoek om verlenging dient vastgesteld te worden dat de bijzondere gezinsband nog steeds bestaat.
Voorbeeld 1:
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder de beperking: ‘voortgezet verblijf’.
Voorbeeld 2:
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: 'arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’.
Als [artikel 7 Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=7) van toepassing is, wordt de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan.
Er kan ook sprake zijn van objectieve belemmeringen om het gezinsleven buiten de openbare lichamen voort te zetten. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan:
### 3.2. Vereiste bescheiden
### 2.4. Geldigheidsduur
### 3.3.1. Beperking
Wanneer vastgesteld wordt dat een vreemdeling niet aan de voorwaarden voor voortgezet verblijf voldoet en niet tot inwilliging van de aanvraag kan worden overgegaan, wordt altijd rekening gehouden met de werking van artikel 8 EVRM. In sommige gevallen kan er toch reden bestaan om de vreemdeling voortzetting van het verblijf toe te staan, zonder verblijf onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ te verlenen. Het verblijf dat dan verleend wordt, is verblijf in het kader van artikel 8 EVRM.
### 3.1. Verblijfsvoorwaarden
Het gaat hier om vreemdelingen die als echtgenoot, (geregistreerd) partner, meerderjarig kind, als ouder of ander gezinslid in het kader van gezinsvorming of (verruimde) gezinshereniging verblijf in de openbare lichamen hebben gehad.
Als het gaat om een meerderjarig kind dat nog feitelijk bij zijn ouders woont, studeert en financieel afhankelijk is van zijn ouders, dan mag het inkomen van de ouders meegenomen worden bij de middeleneis.
### 3.3.2. Arbeidsmarktaantekening
Dat de relatie op het moment van aanvragen van de vergunning voor voortgezet verblijf is verbroken, is niet van belang. Wel is van belang dat gedurende de voorafgaande periode van vijf jaar aan alle voorwaarden voor verblijf is voldaan en dat nog steeds aan de voorwaarden van [artikel 9 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9) wordt voldaan. Wanneer de relatie binnen een periode van vijf jaar is verbroken bestaat er in beginsel, geen recht op voortgezet verblijf.
### 3.4. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
Een echtpaar is gedurende zes jaar gehuwd geweest. Gedurende de afgelopen vijf jaar heeft de vrouw verblijf bij haar echtgenoot gehad. Gedurende deze periode is aan alle voorwaarden voor verblijf voldaan. De echtgenote verzoekt om voortgezet verblijf, omdat zij inmiddels gescheiden is van haar echtgenoot. Zij kan, mits zij aan de voorwaarden voor verblijf voldoet, in het bezit gesteld worden van de verblijfsvergunning.
### 4. Voortgezet verblijf na overlijden van (huwelijks) partner
### 3.4. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
Uitzondering op deze regel zijn:
Wanneer vastgesteld wordt dat een vreemdeling niet aan de voorwaarden voor voortgezet verblijf voldoet en niet tot inwilliging van de aanvraag kan worden overgegaan, wordt altijd rekening gehouden met de werking van artikel 8 EVRM. In sommige gevallen kan er toch reden bestaan om de vreemdeling voortzetting van het verblijf toe te staan, zonder verblijf onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ te verlenen. Het verblijf dat dan verleend wordt, is verblijf in het kader van artikel 8 EVRM.
### 4.1. Verblijfsvoorwaarden
### 3.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 3.3.1. Beperking
Uit de (huwelijks)relatie is een kind geboren. Het kind is acht jaar oud en gaat naar school. Het kind heeft een dubbele nationaliteit, de Nederlandse en de Venezolaanse. Het kind woont bij zijn moeder, maar de vader brengt en haalt het kind twee dagen in de week naar en van school. Het kind eet dan bij hem. Hij heeft samen met de moeder regelmatig contact met de school over de voortgang van het kind en wanneer er belangrijke beslissingen genomen moeten worden doen de ouders dit samen. De ouders hebben nog regelmatig contact over het kind. De vader draagt ook bij in de kosten van levensonderhoud van het kind. De ouders zijn voor deze regeling niet naar een rechter geweest. Zij hebben de afspraken in goede harmonie gemaakt en houden zich er ook aan.
### 4.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
Uit de (huwelijks)relatie is een kind geboren. Het kind is 12 jaar oud en gaat naar school. Het kind heeft een dubbele nationaliteit, de Nederlandse en de Venezolaanse. De vader geeft, af en toe, geld aan de moeder voor het levensonderhoud van het kind. Soms ziet hij het kind wanneer zijn ex-partner zijn familie bezoekt. Hij gaat nooit alleen met zijn kind op stap en is niet betrokken bij de opvoeding van het kind.
In dit geval is er geen noemenswaardige band tussen vader en kind en ook geen reden om daarom woonachtig te blijven op de openbare lichamen.
### 4.3.2. Arbeidsmarktaantekening
In dat geval is het volgende van belang: hij die stelt toont aan. Niet de IND-unit Caribisch Nederland toont aan dat het niet zo is, de vreemdeling bewijst dat het wel zo is.
### 3.4. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
Een vrouw die stelt dat haar kind niet zal worden toegelaten tot het land waar zij naar toe terug moet keren, dient dit aan te tonen door het overleggen van een schriftelijke verklaring van de autoriteiten van dat land. Uit deze verklaring moet blijken dat het kind niet wordt toegelaten tot het land van herkomst van de moeder.
### 3.2. Vereiste bescheiden
### 3.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
De verblijfsvergunning is geldig voor de duur van vijf jaar ([art. 6 lid 2 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=6) en [art. 5.28 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.28)).
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder de beperking: ‘voortgezet verblijf’’.
De vreemdeling moet de bijzondere individuele omstandigheden zelf onderbouwen met een schriftelijke verklaring en aanvullende stukken. Het belang van de vreemdeling kan alleen in bijzondere omstandigheden zwaarder wegen dan het algemeen belang van de overheid.
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: 'arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’.
Als [artikel 7 Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=7) van toepassing is, wordt de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
De vreemdeling moet de bijzondere individuele omstandigheden zelf onderbouwen met een schriftelijke verklaring en aanvullende stukken. Het belang van de vreemdeling kan alleen in bijzondere omstandigheden zwaarder wegen dan het algemeen belang van de overheid.
Aan de verlening van de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden dat de vreemdeling voldoet aan de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting (zie [artikel 5.4, eerste lid, aanhef en onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.4)).
Bij een minderjarige is in verband met de leeftijd van de vreemdeling niet noodzakelijk dat de gezinsband is verbroken.
De verblijfsvergunning is geldig voor de duur van vijf jaar ([art. 6 lid 2 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=6) en [art. 5.28 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.28)).
De IND unit Caribisch Nederland kan aan een slachtoffer of getuige-aangever van mensenhandel aan wie voor de duur en in het belang van het strafproces tijdelijk verblijf in Nederland was toegestaan een verblijfsvergunning verlenen op grond van [artikel 5.24 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.24).
Er zijn verschillende situaties mogelijk die kunnen leiden tot het verlenen van een verblijfsvergunning voortgezet verblijf aan slachtoffers of getuige-aangevers van mensenhandel.
Wanneer de (huwelijks) partner binnen vijf jaar komt te overlijden komt de vreemdeling op grond van de voorwaarden van [artikel. 5.24, derde lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.24) in aanmerking voor voortgezet verblijf ook al is nog geen sprake van vijf jaar verblijf. In dat geval wegen de humanitaire omstandigheden zwaar mee. Wel dient de vreemdeling te beschikken over voldoende middelen van bestaan.
Wanneer de vreemdeling is toegelaten in het kader van het ouderenbeleid en de verblijfgever – het kind van de ouder – binnen vijf jaar komt te overlijden komt de vreemdeling niet in aanmerking voor voortgezet verblijf. Bij de boordeling van de aanvraag moet een afweging gemaakt worden op grond van [artikel 5.25 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.25). Voortgezet verblijf op grond van bijzondere, individuele humanitaire omstandigheden kan nog steeds gewenst zijn. De vreemdeling moet in dat geval de bijzondere omstandigheden onderbouwen.
Een veroordeling op grond van één van de andere in de strafzaak ten laste gelegde misdrijven is ook voldoende, als mensenhandel een onderdeel vormt van de tenlastelegging.
Als de aangifte of het op andere wijze verlenen van medewerking aan een strafzaak door het slachtoffer, terzake mensenhandel tot een veroordeling van de verdachte heeft geleid, wordt aangenomen dat terugkeer voor het slachtoffer risico’s met zich brengt.
Om het recht op voortgezet verblijf niet geheel afhankelijk te maken van het verloop van de strafzaak zal, als de strafzaak niet tot een veroordeling leidt, doch de uitspraak anders luidt, en er wel tenminste drie jaar is verstreken tussen de verlening van de verblijfsvergunning verband houdend met de vervolging van mensenhandel en het in kracht van gewijsde gaan van de rechterlijke uitspraak, de verblijfsduur van het slachtoffer als belangrijkste humanitaire factor wegen. Hierbij is dan ook van belang dat de rechterlijke uitspraak in de strafzaak onherroepelijk is geworden.
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder de beperking: ‘voortgezet verblijf’.
De IND unit Caribisch Nederland kan de verblijfsvergunning voortgezet verblijf ook verlenen als:
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: 'arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’.
Als [artikel 7 Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=7) van toepassing is, wordt de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
De vreemdeling geeft aan welke klemmende redenen van humanitaire aard naar zijn mening tot voortgezet verblijf dienen te leiden en onderbouwt het beroep met terzake relevante gegevens en documenten.
Aan de verlening van de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden dat de vreemdeling voldoet aan de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting (zie [artikel 5.4, eerste lid, aanhef en onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.4)).
Als een getuige-aangever aangifte heeft gedaan en de aangifte uiteindelijk heeft geleid tot een veroordeling van de verdachte(n), moet bij de beoordeling van het risico van represailles per geval bezien worden of zwaar gewicht dient te worden toegekend aan deze veroordeling. Als de veroordeling de conclusie rechtvaardigt dat in geval van de getuige-aangever bij terugkeer naar het land van herkomst gevaar voor represailles aanwezig is, kan hieraan doorslaggevende betekenis worden toegekend bij de belangenafweging op grond van [artikel 5.24 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.24).
### 5.2. Vereiste bescheiden
### 5. Voortgezet verblijf wanneer sprake is van bijzondere omstandigheden
### 5.1. Verblijfsvoorwaarden
[Artikel 5.24 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.24) regelt de mogelijkheid dat ook wanneer niet voldaan wordt aan de voorwaarden voor verblijf als genoemd in [artikel 5.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.22) en [5.23 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.23) die hierboven in paragraaf 2 en 3 zijn beschreven, toch voortgezet verblijf verleend kan worden vanwege bijzondere omstandigheden.
### 5.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
De vreemdeling moet de bijzondere individuele omstandigheden zelf onderbouwen met een schriftelijke verklaring en aanvullende stukken. Het belang van de vreemdeling kan alleen in bijzondere omstandigheden zwaarder wegen dan het algemeen belang van de overheid.
De IND unit Caribisch Nederland verleent de verblijfsvergunning als sprake is van aantoonbaar ondervonden (seksueel) geweld binnen de familie dat heeft geleid tot de feitelijke verbreking van de (huwelijks)relatie.
### 5.3.2. Arbeidsmarktaantekening
Huiselijk geweld, waaronder seksueel geweld, wordt aangetoond door:
### 5.4. Geldigheidsduur
Er zijn verschillende situaties mogelijk die kunnen leiden tot het verlenen van een verblijfsvergunning voortgezet verblijf aan slachtoffers of getuige-aangevers van mensenhandel.
### Hoofdstuk 16. Aanvragen om bescherming tegen terugzending
### 5.4. Geldigheidsduur
Een veroordeling op grond van één van de andere in de strafzaak ten laste gelegde misdrijven is ook voldoende, als mensenhandel een onderdeel vormt van de tenlastelegging.
Als de aangifte of het op andere wijze verlenen van medewerking aan een strafzaak door het slachtoffer, terzake mensenhandel tot een veroordeling van de verdachte heeft geleid, wordt aangenomen dat terugkeer voor het slachtoffer risico’s met zich brengt.
Om het recht op voortgezet verblijf niet geheel afhankelijk te maken van het verloop van de strafzaak zal, als de strafzaak niet tot een veroordeling leidt, doch de uitspraak anders luidt, en er wel tenminste drie jaar is verstreken tussen de verlening van de verblijfsvergunning verband houdend met de vervolging van mensenhandel en het in kracht van gewijsde gaan van de rechterlijke uitspraak, de verblijfsduur van het slachtoffer als belangrijkste humanitaire factor wegen. Hierbij is dan ook van belang dat de rechterlijke uitspraak in de strafzaak onherroepelijk is geworden.
Bij deze grond tot inwilliging is doorslaggevend dat het slachtoffer drie jaar of langer heeft bijgedragen aan de opsporing of de vervolging én er een rechterlijke uitspraak is gedaan. In het geval de zaak eerder geseponeerd is geweest en de daadwerkelijke vervolging eerst na een beklag ter hand is genomen, telt de termijn van de beklagprocedure mee voor de berekening van de driejaren termijn.
De IND unit Caribisch Nederland kan de verblijfsvergunning voortgezet verblijf ook verlenen als:
Aanvragen om voortgezet verblijf na afloop van de verblijfsvergunning verband houdend met de vervolging van mensenhandel van vreemdelingen die niet onder één van de hierboven genoemde categorieën vallen kunnen alleen voor voortgezet verblijf in aanmerking komen als naar het oordeel van Onze Minister wegens bijzondere individuele omstandigheden van de vreemdeling niet gevergd kan worden dat hij de openbare lichamen verlaat.
Bij de beoordeling van een dergelijke aanvraag betrekt de IND unit Caribisch Nederland in elk geval de volgende factoren:
De vreemdeling geeft aan welke klemmende redenen van humanitaire aard naar zijn mening tot voortgezet verblijf dienen te leiden en onderbouwt het beroep met terzake relevante gegevens en documenten.
Bij de beoordeling van de mogelijkheden van sociale en maatschappelijke herintegratie wordt rekening gehouden met specifieke culturele achtergrond en het eventuele prostitutieverleden van betrokkene, duurzame ontwrichting van familierelaties, de eventuele maatschappelijke opvattingen over prostitutie en het overheidsbeleid terzake.
### 5.3.3. Voorschrift
### 2.1. De vreemdeling is verdragsvluchteling op grond van artikel 1A
De hiervoor genoemde factoren zijn niet de enige factoren die van belang zijn voor de beoordeling of aan het slachtoffer of de getuige-aangever, op grond van klemmende redenen van humanitaire aard verblijf dient te worden toegestaan. Buiten de reeds genoemde factoren kan bijvoorbeeld gedacht worden aan psychische problemen waarvoor de vreemdeling in Nederland in behandeling is, de zorg die de vreemdeling heeft voor kinderen die in Nederland zijn geboren of een opleiding volgen, de positie van alleenstaande vrouwen in het land van herkomst. Hierbij is nog van belang dat, indien psychische of andere medische omstandigheden worden aangevoerd, dit slechts als onderdeel van de te wegen factoren kan worden meegenomen. Indien enkel een beroep wordt gedaan op medische omstandigheden dan ligt beoordeling in het kader van het beleid medische behandeling meer in de rede.
Het is nadrukkelijk de eigen verantwoordelijkheid van de vreemdeling om bij het indienen van de aanvraag om voortgezet verblijf aan te geven welke factoren van belang zijn, en die met terzake relevante gegevens en bescheiden te onderbouwen. Hij is daartoe de meest gerede partij. Als het beroep op klemmende redenen van humanitaire aard niet, of niet afdoende met terzake relevante gegevens en bescheiden is onderbouwd bij het indienen van de aanvraag om voortgezet verblijf, stelt de IND unit Caribisch Nederland de vreemdeling in de gelegenheid dit gebrek te herstellen. In beginsel wordt de vreemdeling hiertoe een termijn van twee weken gegund. Bij de beoordeling van het beroep op klemmende redenen van humanitaire aard, wordt altijd een belangenafweging gemaakt, waarbij de belangen van de vreemdeling worden afgewogen tegen die van de Staat.
Een vreemdeling moet zich wel buiten het land van zijn nationaliteit bevinden voordat hij voor erkenning als vluchteling in aanmerking kan komen.
Een verblijfsvergunning verband houdend met bescherming kan worden verleend op grond van [artikel 12a, eerste lid, onder a, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a) indien de vreemdeling verdragsvluchteling is.
Een verdragsvluchteling is een persoon die voldoet aan de voorwaarden van artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag. Een vreemdeling kan worden erkend als vluchteling als hij afkomstig is uit een land, waarin hij gegronde vrees heeft voor vervolging vanwege:
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder de beperking: ‘voortgezet verblijf’.
Als de vervolging:
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: 'arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’.
Als [artikel 7 Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=7) van toepassing is, wordt de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
Of een vreemdeling als vluchteling moet worden beschouwd, wordt beoordeeld op individuele basis. Op grond van de specifieke bijzonderheden van het geval wordt beoordeeld of de vreemdeling vluchteling is. Hierbij is onder andere van belang of hij persoonlijk de aandacht van de autoriteiten of derden heeft getrokken en daardoor gevaar loopt.
Aan de verlening van de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden dat de vreemdeling voldoet aan de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting (zie [artikel 5.4, eerste lid, aanhef en onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.4)).
Wanneer alle leden van deze groep te vrezen hebben voor vervolging, spreekt men van groepsvervolging. Ook in het geval van groepsvervolging moet op individuele basis worden vastgesteld of een vreemdeling vluchteling is, door te beoordelen of hij tot de betrokken groep behoort.
De verblijfsvergunning is geldig voor de duur van vijf jaar ([art. 6 lid 2 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=6) en [art. 5.28 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.28)).
Van de vreemdeling van wie is vastgesteld dat hij een gegronde vrees voor vervolging heeft van de zijde van de centrale autoriteiten, kan niet verwacht worden dat hij zich aan die vervolging kan onttrekken door zich ergens anders in het land van herkomst te vestigen.
Als de vervolging plaatsvindt door partijen of organisaties die niet het gehele grondgebied beheersen, komt de vreemdeling niet voor bescherming in aanmerking als is vastgesteld dat hij zich aan die vervolging kan onttrekken door zich elders in het land van herkomst te vestigen.
Een vreemdeling kan op verschillende wijze te kennen geven dat hij voor bescherming op de openbare lichamen in aanmerking wenst te komen. Hij kan dit bijvoorbeeld doen in de zeehavens of op de luchthavens bij een ambtenaar belast met de grensbewaking. In het geval hij zich al op het grondgebied bevindt, kan hij dit aangeven bij de ambtenaar belast met het toezicht of bij de IND unit Caribisch Nederland.
Voor de indiening van een aanvraag om bescherming moet de vreemdeling worden doorverwezen naar de IND unit Caribisch Nederland.
Een vreemdeling kan op de openbare lichamen bescherming inroepen tegen terugzending (refoulement) naar zijn land van herkomst als hij niet over de juiste documenten beschikt voor toegang en/of toelating tot de openbare lichamen maar wel voldoet aan de non-refoulement criteria die in de volgende internationale verdragen zijn vastgelegd, namelijk:
Het vorenstaande is vastgelegd in [artikel 12a van de WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a).
Het EG-recht is op de openbare lichamen niet van toepassing. Dat betekent dat de invloed die de EG-richtlijnen, zoals Richtlijn EG/2004/83 (de Kwalificatie- of Definitierichtlijn), hebben gehad op de Nederlandse interpretatie van de voornoemde Verdragen vanaf circa 2006 niet geldt,
### 2.2. Vervolgingsgronden
### 2.2.1. Discriminatie als daad van vervolging
In de verschillende fasen van de beschermingsprocedure handelen de ambtenaren belast met het toezicht en met de grensbewaking in overeenstemming met de door de IND unit Caribisch Nederland namens de Minister van Justitie gegeven aanwijzingen. Hierdoor wordt gewaarborgd dat internationale afspraken uniform worden nageleefd en dat de belangen van de vreemdeling optimaal tot hun recht komen.
De IND unit Caribisch Nederland is de organisatie die het beschermingsbeleid op de openbare lichamen uitvoert. Een aanvraag om bescherming kan daarom formeel alleen worden ingediend bij de IND unit Caribisch Nederland.
Vervolging kan plaatsvinden door:
### 2.1. De vreemdeling is verdragsvluchteling op grond van artikel 1A
Een verblijfsvergunning verband houdend met bescherming kan worden verleend op grond van [artikel 12a, eerste lid, onder a, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a) indien de vreemdeling verdragsvluchteling is.
Een verdragsvluchteling is een persoon die voldoet aan de voorwaarden van artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag. Een vreemdeling kan worden erkend als vluchteling als hij afkomstig is uit een land, waarin hij gegronde vrees heeft voor vervolging vanwege:
Een vreemdeling moet zich wel buiten het land van zijn nationaliteit bevinden voordat hij voor erkenning als vluchteling in aanmerking kan komen.
Als de vervolging:
dan is de vreemdeling geen vluchteling.
Een vreemdeling moet als vluchteling worden aangemerkt, zodra hij voldoet aan de hierboven genoemde criteria. De beslissing om een vreemdeling als vluchteling te erkennen is declaratoir: na de vlucht wordt vastgesteld of de vreemdeling op het moment dat hij zijn land van herkomst verliet gegronde vrees voor vervolging had (zie ook réfugiés sur place).
### 2.2.3. Vervolging vanwege politieke overtuiging
Het is mogelijk dat zich situaties voordoen waarbij een hele (bevolkings)groep te vrezen heeft voor vervolging. Een dergelijke groep kan bestaan uit:
Wanneer alle leden van deze groep te vrezen hebben voor vervolging, spreekt men van groepsvervolging. Ook in het geval van groepsvervolging moet op individuele basis worden vastgesteld of een vreemdeling vluchteling is, door te beoordelen of hij tot de betrokken groep behoort.
Vervolging kan plaatsvinden door:
Van de vreemdeling van wie is vastgesteld dat hij een gegronde vrees voor vervolging heeft van de zijde van de centrale autoriteiten, kan niet verwacht worden dat hij zich aan die vervolging kan onttrekken door zich ergens anders in het land van herkomst te vestigen.
### 2.2.4. Vervolging vanwege nationaliteit en ras
Vervolging door derden wordt alleen aangenomen als de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat de staat, of partijen of (internationale) organisaties in het land geen bescherming kunnen of willen bieden tegen de vervolging. Om dit te kunnen beoordelen dient te worden onderzocht of de vreemdeling aangifte heeft gedaan bij de (lokale) autoriteiten en, wanneer dit niet het geval is, waarom hij dit niet heeft gedaan.
Onder een (internationale) organisatie wordt in dit verband verstaan:
Onder ‘land van herkomst’ wordt verstaan het land waarvan de vreemdeling de nationaliteit heeft.
Als de vreemdeling door geen enkel land als onderdaan wordt erkend, wordt hij aangemerkt als staatloze. In dat geval moet eerst het land van herkomst worden vastgesteld, vóór de beoordeling of betrokkene gegronde vrees voor vervolging heeft in het land van herkomst.
Als land van herkomst van een staatloze wordt aangemerkt, een land:
Bepalend hiervoor is de vraag of de vreemdeling in het betreffende land het centrum van zijn activiteiten (werk, wonen, familie) heeft.
### 2.2.5. Vervolging vanwege het behoren tot een sociale groep
Het behoren tot een verboden geloof, het verspreiden van pamfletten voor een verboden politieke partij, het voeren van een strijd tegen misstanden in de lokale samenleving kunnen motieven zijn die in de volledige samenhang van het verhaal en bezien tegen de lokale achtergrond kunnen leiden tot een conclusie dat een vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij in het land van herkomst persoonlijk een gegronde vrees heeft voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag, Een beroep op de algemene situatie is over het algemeen onvoldoende om vluchtelingschap aan te nemen.
Indien een overheid aanleiding ziet in een uiterlijk kenmerk van een persoon of een groep om over te gaan tot vervolging dan is er sprake van vervolging als hier bedoeld.
Onder vervolging wegens het behoren tot een sociale groep als bedoeld in artikel 1A Vluchtelingenverdrag wordt mede vervolging wegens seksuele geaardheid begrepen.
Discriminatie door de autoriteiten en/of door medeburgers kan onder omstandigheden als daad van vervolging worden aangemerkt. Hiervan is sprake als de ondervonden discriminatie een dusdanig ernstige beperking van de bestaansmogelijkheden oplevert dat het onmogelijk is om op maatschappelijk en sociaal gebied te kunnen functioneren.
Een beschermingszoeker wordt als verdragsvluchteling aangemerkt, als hij:
In het geval de vreemdeling vóór zijn vlucht geen bescherming aan de autoriteiten heeft gevraagd, moet worden onderzocht waarom dat niet is gebeurd. Als dit wel is gebeurd, maar de vreemdeling heeft het na één mislukte poging niet bij een andere overheidsinstantie geprobeerd, moet worden onderzocht waarom het bij één poging is gebleven.
Als een vreemdeling zich beroept op problemen vanwege de (gestelde) seksuele geaardheid moet de aanvraag worden beoordeeld met bijzondere aandacht voor de positie van homoseksuelen in het land van herkomst.
Het begrip ‘godsdienst’ omvat met name theïstische, niet-theïstische en atheïstische geloofsovertuigingen. Dat wil zeggen: handelingen en gedachten die voortvloeien uit een (godsdienstige) stroming en overtuiging dat de mens door een bovennatuurlijke macht wordt geleid, of de overtuiging dat er geen bovennatuurlijke besturing bestaat en/of dat de mens zelf verantwoordelijk is voor zijn handelen.
Hierbij kan het gaan om het deelnemen aan, of het zich onthouden van, formele erediensten in de particuliere of openbare sfeer, hetzij alleen of in gemeenschap met anderen. Het kan ook gaan om andere religieuze activiteiten of uitingen of om vormen van persoonlijk of gemeenschappelijk gedrag die op een godsdienstige overtuiging zijn gebaseerd of daardoor worden bepaald.
Onder het begrip ‘godsdienst’ valt iedere godsdienst, levensbeschouwing of sekte, waartoe de vreemdeling behoort of waarvan de autoriteiten of andere actoren van vervolging (zie paragraaf 2.1, kopje ‘**Actoren van vervolging’)** stellen dat de vreemdeling ertoe behoort.
### 2.3. Politieke en commune delicten en discriminatoire of onevenredige bestraffing
Beperkingen op het recht een godsdienst te belijden moeten dusdanig streng zijn, dat het leven als gevolg van de overtuiging in het land van herkomst daardoor ernstig wordt belemmerd. Van personen die in het land van herkomst een minderheidsreligie aanhangen wordt niet verlangd dat zij deze verborgen houden. Dit betekent bijvoorbeeld dat personen die gevlucht zijn uit hun land van herkomst omdat ze verborgen moesten houden dat ze de overtuiging van een minderheidsgroepering aanhangen, kunnen erkend worden als om godsdienst vervolgde vluchteling.
Te denken valt bijvoorbeeld aan een situatie waarin de autoriteiten van een land personen die een bepaalde godsdienst belijden actief opspoort en ze, onder bedreiging van gevangenis- of lijfstraffen, verbiedt om hun geloof uit te oefenen.
Indien een overheid aanleiding ziet in een uiterlijk kenmerk van een persoon of een groep om over te gaan tot vervolging dan is er sprake van vervolging als hier bedoeld.
Het begrip ‘politieke overtuiging’ houdt onder andere in dat de vreemdeling een opvatting, gedachte of mening heeft over bijvoorbeeld het beleid of de methoden van de autoriteiten of andere actoren van vervolging (zie paragraaf 2.1, kopje ‘**Actoren van vervolging’)**, ofwel dat laatstgenoemden stellen dat de vreemdeling deze overtuiging heeft.
Om vervolging vanwege politieke overtuiging te kunnen aannemen dient de bedoelde opvatting, mening of gedachte onder de aandacht van de autoriteiten of andere actoren van vervolging te zijn gekomen, of moet het waarschijnlijk zijn dat dit alsnog zal gebeuren.
### 2.4. Vervolging wegens dienstweigering of desertie
Als de vreemdeling een vrouw is, kan het overtreden van seksediscriminerende sociale gebruiken, religieuze voorschriften of culturele normen voor vrouwen; of het overtreden van strafbepalingen die in zichzelf in strijd zijn met de universele mensenrechten, in de volgende gevallen worden opgevat als het uiten van een bepaalde politieke overtuiging:
In dat geval kan de betrokkene worden gezien als een verdragsvluchteling. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als in plaats van de gebruikelijke strafmaat van één jaar gevangenisstraf voor een individu twee jaar gevangenisstraf wordt opgelegd omdat hij behoort tot een geloofsgroepering waar de vervolgende instantie bezwaar tegen heeft. Een ander voorbeeld kan zijn als de straf geheel of gedeeltelijk in de brandende zon zonder bescherming moet worden doorgebracht in plaats van in een gewone cel omdat hij behoort tot een sociale groep waar de vervolgende instantie bezwaar tegen heeft. Er moet een causaal verband zijn tussen één van de vervolgingsgronden van het verdrag en de zwaarte van de bestraffing.
Het begrip ‘nationaliteit’ is niet beperkt tot staatsburgerschap of het ontbreken daarvan, maar omvat ook het behoren tot een groep die wordt bepaald:
De omvang van deze groepering is daarbij niet relevant.
Hierbij kan gedacht worden aan een volk zonder eigen staat, maar met een eigen taal, geschiedenis en achtergrond.
Voor het bepalen van ‘ras’ als vervolgingsgrond kan onder andere worden afgegaan op de aspecten:
Bij het vaststellen van ras kan zowel op etnografische als sociale aspecten worden teruggegrepen.
Indien een overheid aanleiding ziet in een uiterlijk kenmerk van een persoon of een groep om over te gaan tot vervolging dan is er sprake van vervolging als hier bedoeld.
Als die mogelijkheid in het land van herkomst niet wordt geboden, kan:
Een groep wordt geacht een specifieke sociale groep te vormen als:
Deze categorie functioneert als restcategorie ten opzichte van de overige vervolgingsgronden in het Vluchtelingenverdrag.
Onder vervolging wegens het behoren tot een sociale groep als bedoeld in artikel 1A Vluchtelingenverdrag wordt mede vervolging wegens seksuele geaardheid begrepen.
Als een vreemdeling zich beroept op problemen vanwege de (gestelde) seksuele geaardheid moet de aanvraag worden beoordeeld met bijzondere aandacht voor de positie van homoseksuelen in het land van herkomst.
Als er sprake is van een bestraffing op basis van een strafbepaling die alleen betrekking heeft op homoseksuelen, is dit een daad van vervolging. Dit is bijvoorbeeld het geval als het homoseksueel zijn of het uiten van specifiek homoseksuele gevoelens strafbaar is gesteld. Voor de conclusie dat er sprake is van vluchtelingschap moet wel sprake zijn van een strenge bestraffingsmaatregel. Zo zal een enkele boete meestal onvoldoende zijn om te concluderen dat er sprake is van vluchtelingschap. De enkele strafbaarstelling van homoseksualiteit of homoseksuele handelingen in een land leidt niet zonder meer tot de conclusie dat een homoseksueel uit dat land vluchteling is. De vreemdeling moet (indien mogelijk met documenten) aannemelijk maken dat hij persoonlijk een gegronde reden heeft om te vrezen voor vervolging.
Van vreemdelingen met een homoseksuele voorkeur wordt niet verlangd dat zij deze voorkeur bij terugkeer verbergen.
Als de vreemdeling niet daadwerkelijk homoseksueel is, maar het geloofwaardig is dat de autoriteiten of andere actoren van vervolging hem of haar als zodanig beschouwen en het aannemelijk is dat vervolging plaatsvindt of zal vinden, is hij eveneens te beschouwen als verdragsvluchteling.
### 2.5. Bijzondere situaties
### 2.5.1. Refugiés sur place
Als de betrokken vreemdeling zich erop beroept dat er sprake is van discriminatie die specifiek tegen vrouwen is gericht, dan blijft de toepasselijkheid van één van de vervolgingsgronden een voorwaarde voor het concluderen van vluchtelingschap. Uiteraard geldt ook in deze gevallen het individualiseringsvereiste. Zo is het enkele bestaan van kledingvoorschriften voor vrouwen nog geen vorm van discriminatie op grond waarvan vervolging kan worden aangenomen.
Bij deze categorie gaat het om een evenwicht tussen het onvervreemdbare recht van een staat om zich te verdedigen en het eveneens onvervreemdbare recht van het individu op gewetensvrijheid. Dit evenwicht kan blijken uit het feit dat aan het individu de mogelijkheid wordt geboden om een vervangende, niet-militaire dienstplicht te vervullen.
Vervolging ingesteld vanwege een overtreding of een misdrijf dat over het algemeen als commuun delict (een ‘normaal’, niet politiek delict) wordt beschouwd levert in beginsel geen vluchtelingschap op. Er is sprake van een commuun delict, als de betrokkene in zijn land van herkomst een strafbepaling heeft overtreden die niet kan worden herleid tot één van de gronden van het Vluchtelingenverdrag.
Bestraffing wegens commune delicten leidt over het algemeen niet tot de conclusie dat de betrokkene verdragsvluchteling is. Wel moet steeds worden onderzocht of er sprake is van onevenredige of discriminatoire bestraffing die wel verband houdt met de gronden in het Vluchtelingenverdrag.
Hiervan is sprake als:
### 2.5.2. Als de UNHCR de vreemdeling heeft erkend als vluchteling
In dat geval kan de betrokkene worden gezien als een verdragsvluchteling. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als in plaats van de gebruikelijke strafmaat van één jaar gevangenisstraf voor een individu twee jaar gevangenisstraf wordt opgelegd omdat hij behoort tot een geloofsgroepering waar de vervolgende instantie bezwaar tegen heeft. Een ander voorbeeld kan zijn als de straf geheel of gedeeltelijk in de brandende zon zonder bescherming moet worden doorgebracht in plaats van in een gewone cel omdat hij behoort tot een sociale groep waar de vervolgende instantie bezwaar tegen heeft. Er moet een causaal verband zijn tussen één van de vervolgingsgronden van het verdrag en de zwaarte van de bestraffing.
Deze activiteiten kunnenaanleiding zijn voor statusverlening als het gaat om een voortzetting van activiteiten die de vreemdeling in het land van herkomst heeft ontplooid.
Een land kan een dienstplicht instellen. Strafvervolging wegens het ontduiken van dienstplicht wordt in beginsel niet aangemerkt als vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag. In de volgende gevallen kan dienstweigering of desertie desondanks leiden tot vluchtelingschap.
Een dienstweigeraar of deserteur is vluchteling als hij:
Bij deze categorie is de dienstweigering of desertie niet de oorzaak van de vervolging. De oorzaak is gelegen in de omstandigheid dat de vreemdeling behoort tot een van de genoemde groeperingen. De dienstweigering of desertie is slechts een aanleiding om tot vervolgingsmaatregelen over te gaan. Het enkele feit dat de dienstweigering wordt bestraft, leidt hier dan ook niet tot de conclusie dat de vreemdeling vluchteling is. Het moet gaan om een bestraffing met:
### 2.5.3. Minderjarige vreemdelingen
Bij deze categorie gaat het om een evenwicht tussen het onvervreemdbare recht van een staat om zich te verdedigen en het eveneens onvervreemdbare recht van het individu op gewetensvrijheid. Dit evenwicht kan blijken uit het feit dat aan het individu de mogelijkheid wordt geboden om een vervangende, niet-militaire dienstplicht te vervullen.
Als die mogelijkheid in het land van herkomst niet wordt geboden, kan:
### 2.5.3. Minderjarige vreemdelingen
### 2.6.1. Algemeen
Verder moet het gaan om ernstige, onoverkomelijke gewetensbezwaren op grond van een godsdienstige of een andere diepgewortelde overtuiging.
### 2.6. Artikelen 1B tot en met 1F Vluchtelingenverdrag
Hier is eigenlijk sprake van twee subcategorieën. Er is sprake van een militaire actie die:
### 2.6.3. Artikel 1C
Een resolutie van het Europees Parlement en een verklaring van de Secretaris-Generaal van de VN kunnen niet als zodanig worden beschouwd.
In een dergelijke veroordeling moet zijn opgenomen dat de militaire actie als zodanig als onrechtmatig wordt aangemerkt.
Voor de beoordeling of een militaire actie behoort tot de tweede subcategorie is geen internationale veroordeling vereist. Wel moet zijn vastgesteld dat de betreffende militaire actie systematisch strijd oplevert met de fundamentele normen die gelden tijdens een gewapend conflict om bijvoorbeeld burgerslachtoffers te voorkomen. Een dergelijke vaststelling kan worden gedaan door:
### 2.6.4. Artikel 1D
Voorbeelden van e en f zijn bijvoorbeeld situaties dat er in een land een machtswisseling heeft plaatsgevonden, waardoor onderdanen van dit land en personen die in dit land hun gewone verblijfplaats hadden, weer veilig kunnen terugkeren nadat zij eerder vanwege het heersende regime waren gevlucht.
Dat is alleen anders wanneer de situatie in dat land voor een individuele vluchteling, ondanks de gewijzigde situatie, nog altijd niet veilig is.
### 2.6.4. Artikel 1D
**Ten eerste** kan iemand een refugié sur place worden doordat de omstandigheden in het land van herkomst zich, tijdens zijn verblijf buiten het land van herkomst, zodanig wijzigen (bijvoorbeeld door een machtswisseling), dat hij bij terugkeer gegronde reden heeft te vrezen voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag.
### 2.6.6. Artikel 1F
**Ten tweede** is het mogelijk dat iemand ten gevolge van zijn eigen activiteiten buiten het land van herkomst gegronde reden heeft te vrezen voor vervolging als hij naar dat land zou terugkeren. Hierbij kan gedacht worden aan:
Deze activiteiten kunnenaanleiding zijn voor statusverlening als het gaat om een voortzetting van activiteiten die de vreemdeling in het land van herkomst heeft ontplooid.
De toets aan artikel 1A Vluchtelingenverdrag wordt pas uitgevoerd indien is vastgesteld dat de situatie onder 1C tot en met 1F Vluchtelingenverdrag niet van toepassing is.
Een bij het Vluchtelingenverdrag aangesloten land heeft een eigen bevoegdheid op het gebied van de statusbepaling en de beslissing of een verblijfsvergunning wordt verleend. De plicht van ieder aangesloten land tot samenwerking met UNHCR zoals deze is vastgelegd in artikel 35 van het Vluchtelingenverdrag doet hier niet aan af. Wanneer de UNHCR een vreemdeling al als vluchteling heeft erkend, hoeft dit oordeel dus niet te worden overgenomen.
Als de vreemdeling al door de UNHCR als vluchteling is erkend, wordt bekeken of deze erkenning:
Vaak heeft de UNHCR geen tijd om een individueel onderzoek in te stellen en beoordeelt de UNHCR een verzoek om bescherming vooruitlopend op nader individueel onderzoek ‘prima facie’.
Verder wordt bekeken in hoeverre de beoordeling van de situatie in het land van herkomst – die tot stand is gekomen op onder meer een landgebonden positie van de UNHCR – op dezelfde wijze wordt beoordeeld en of deze nog actueel is.
Overigens zal in een zaak waarin een individuele verklaring door de UNHCR is gegeven ook altijd een individuele toets plaatsvinden, waarbij gewijzigde omstandigheden in het land van herkomst sinds de verklaring worden meegewogen.
Factoren die een rol spelen bij het bepalen van de ernst van een misdrijf zijn de aard van de handeling en de omvang van de gevolgen van de handeling. Wanneer er wordt gesteld dat een ernstig misdrijf is gepleegd om een politieke doelstelling na te streven, wordt een predominantie test uitgevoerd, dat wil zeggen dat het politieke element van het misdrijf afgewogen wordt tegen het commune element ervan en dat wordt gekeken of wordt voldaan aan de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit. Dat wil zeggen dat beoordeeld moet worden in hoeverre het delict dat betrokkene heeft gepleegd, zich verhoudt tot het bereiken van het beoogde politieke doel. Met andere woorden: had hij dit doel misschien ook op een andere, minder vergaande, manier kunnen bereiken.
In het Vluchtelingenverdrag zijn geen aparte bepalingen opgenomen over (alleenstaande) minderjarige vreemdelingen. Indien hij vergezeld wordt door zijn ouder(s), kan hij vanwege het behoren tot het gezin een afhankelijke status krijgen in het geval de hoofdpersoon van het gezin wordt erkend en toegelaten als vluchteling. Indien het minderjarige kind een andere nationaliteit heeft dan de hoofdpersoon, heeft hij in beginsel geen recht op een afhankelijke status. Maar indien de minderjarige in dit geval zelfstandige vluchtmotieven heeft, kan hij vanwege deze zelfstandige motieven mogelijk op eigen titel een vergunning tot verblijf op grond van [artikel 12a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a) krijgen.
Een minderjarige vreemdeling niet wordt begeleid door zijn ouders of een voogd kan ook vanwege zelfstandige motieven in aanmerking komen voor een vergunning tot verblijf op grond van [artikel 12a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a). Om te kunnen vaststellen of een minderjarige vreemdeling als vluchteling kan worden erkend, gelden dezelfde criteria als voor volwassen vreemdelingen. Bij de beoordeling van een aanvraag om bescherming van een minderjarige vreemdeling moet wel rekening worden gehouden met de mate van geestelijke ontwikkeling en volwassenheid van de minderjarige, in relatie tot zijn (persoonlijke en culturele) achtergrond. Over het algemeen genomen geldt dat van een minderjarige niet dezelfde mate van onderbouwing en gedetailleerdheid van verklaringen kan worden verwacht als van een volwassene.
Voorbeelden van dit soort misdrijven zijn onder meer moord, doodslag, verkrachting, foltering, genocide, slavernij, slavenhandel, hoogverraad en het verstoren van verkiezingen, vliegtuigkaping, aanslagen op internationaal beschermde personen, ontvoering, gijzeling, vrijheidsberoving en bomaanslagen en -brieven.
De doelstellingen van de VN staan opgesomd in de preambule en artikel 1 van het Handvest van de VN van 1945. De beginselen van de VN staan opgesomd in artikel 2 van het Handvest. Artikel 1F (c) is van toepassing op gevallen van schendingen van deze doelstellingen en beginselen. Het heeft in het bijzonder betrekking op personen met een hoge openbare functie die uit hoofde van hun verantwoordelijkheden handelingen hebben bevolen of toegestaan die in strijd zijn met genoemde doelstellingen en/of beginselen, alsmede op personen die verantwoordelijkheid hebben gedragen voor dergelijke handelingen, bijvoorbeeld omdat zij deel uitmaakten van de veiligheidsdiensten.
De toets aan artikel 1A Vluchtelingenverdrag wordt pas uitgevoerd indien is vastgesteld dat de situatie onder 1C tot en met 1F Vluchtelingenverdrag niet van toepassing is.
Om artikel 1F tegen te kunnen werpen dient er sprake zijn van een ernstig vermoeden dat de betrokken vreemdeling heeft deelgenomen aan een misdrijf vallend onder artikel 1F. De bewijslast hierbij ligt in dit bijzondere geval bij de Minister.
Op grond van artikel 1B hebben landen die bij het Vluchtelingenverdrag zijn aangesloten, de mogelijkheid om de reikwijdte van het verdrag geografisch en in tijd te beperken. Nederland en de openbare lichamen kennen een dergelijke beperking niet. Dat betekent dat personen vanuit de hele wereld als vluchteling kunnen worden beschouwd. Artikel 1B heeft op de openbare lichamen dus geen zelfstandige betekenis.
### 2.6.3. Artikel 1C
Een vreemdeling verliest op grond van artikel 1C Vluchtelingenverdrag zijn recht op erkenning als vluchteling wanneer:
Voorbeelden van e en f zijn bijvoorbeeld situaties dat er in een land een machtswisseling heeft plaatsgevonden, waardoor onderdanen van dit land en personen die in dit land hun gewone verblijfplaats hadden, weer veilig kunnen terugkeren nadat zij eerder vanwege het heersende regime waren gevlucht.
Dat is alleen anders wanneer de situatie in dat land voor een individuele vluchteling, ondanks de gewijzigde situatie, nog altijd niet veilig is.
In het geval is vastgesteld dat een vreemdeling een vluchteling is, dan mag deze vreemdeling niet – op welke wijze dan ook – worden teruggezonden naar een land waar zijn leven of vrijheid zou worden bedreigd wegens de in artikel 1A Vluchtelingenverdrag genoemde gronden (het gebod van non-refoulement; zie artikel 33, eerste lid, Vluchtelingenverdrag).
### 3. Bescherming in het EVRM tegen foltering of onmenselijke behandeling
### 3.1. Foltering of onmenselijke behandeling
Artikel 33, tweede lid, Vluchtelingenverdrag staat een uitzondering op het verbod van refoulement toe, namelijk wanneer de vluchteling een bedreiging vormt van de nationale veiligheid of de openbare orde.
Als een vreemdeling dezelfde rechten en plichten heeft als een geboren Nederlandse onderdaan van de openbare lichamenis het Vluchtelingenverdrag niet van toepassing. De opstellers van het Verdrag hadden de vreemdelingen van Duitse herkomst voor ogen die zich na de Tweede Wereldoorlog rond 1951 vestigden in Duitsland.
De volgende handelingen vallen in ieder geval onder artikel 1F(c):
Het Vluchtelingenverdrag is voorts op grond van artikel 1F niet van toepassing op een persoon ten aanzien van wie er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat hij oorlogsmisdrijven of andere ernstige misdrijven heeft gepleegd. Personen op wie deze bepaling van toepassing is komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning voor bescherming op grond van [artikel 12a, eerste lid, onder a, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a). Zij komen evenmin voor bescherming in aanmerking op grond van artikel 12a, eerste lid, onder b, WTU-BES.
Bij de beoordeling of de vreemdeling bescherming toekomt op grond van het Vluchtelingenverdrag, wordt daarom eerst de toepasselijkheid van artikel 1F Vluchtelingenverdrag onderzocht voordat wordt bezien of de vreemdeling een verdragsvluchteling in de zin van artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag is. Voor het tegenwerpen van artikel 1F is een (buitenlands) strafvonnis niet nodig, omdat vervolging van deze misdaden niet altijd kan plaatsvinden. Wordt artikel 1F tegengeworpen, dan is de toets aan het Vluchtelingenverdrag afgerond.
Ingevolge artikel 1F zijn de bepalingen van het Vluchtelingenverdrag niet van toepassing op een persoon ten aanzien van wie er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat:
Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan een individu of een land dat een gewapende aanval op burgers heeft ingezet.
Belangrijke instrumenten ter invulling van art. 1Fa zijn bijvoorbeeld:
### 2.7. Terugzending (refoulement)
Deze pre-dominantietest wordt toegepast bij relatieve politieke misdrijven als mishandeling (tenzij mishandeling hier moet worden beschouwd als foltering/marteling), drugshandel, roofovervallen met buitensporig geweld en brandstichting.
### 3.2.1. Uitzonderlijke situatie
Voorbeelden van dit soort misdrijven zijn onder meer moord, doodslag, verkrachting, foltering, genocide, slavernij, slavenhandel, hoogverraad en het verstoren van verkiezingen, vliegtuigkaping, aanslagen op internationaal beschermde personen, ontvoering, gijzeling, vrijheidsberoving en bomaanslagen en -brieven.
De doelstellingen van de VN staan opgesomd in de preambule en artikel 1 van het Handvest van de VN van 1945. De beginselen van de VN staan opgesomd in artikel 2 van het Handvest. Artikel 1F (c) is van toepassing op gevallen van schendingen van deze doelstellingen en beginselen. Het heeft in het bijzonder betrekking op personen met een hoge openbare functie die uit hoofde van hun verantwoordelijkheden handelingen hebben bevolen of toegestaan die in strijd zijn met genoemde doelstellingen en/of beginselen, alsmede op personen die verantwoordelijkheid hebben gedragen voor dergelijke handelingen, bijvoorbeeld omdat zij deel uitmaakten van de veiligheidsdiensten.
De volgende handelingen vallen in ieder geval onder artikel 1F(c):
### 3.1. Foltering of onmenselijke behandeling
Bezien moet worden of de vreemdeling individueel verantwoordelijk kan worden gehouden voor het misdrijf/de misdrijven. Daarvoor dient er een ernstig vermoeden te zijn dat hij op enige wijze persoonlijk heeft deelgenomen ('personal participation') en weet heeft gehad of had behoren te hebben van het plegen van het betreffende misdrijf/de misdrijven ('knowing participation').
### 3.2.3. Kwetsbare minderheidsgroep
Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord of iemands opzet ook gericht was op het plegen van het misdrijf overeenkomstig artikel 30 van het Statuut van Rome.
Wanneer het vermoeden bestaat dat een vreemdeling oorlogsmisdrijven of andere ernstige misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag heeft gepleegd, dient voor advies hoe te handelen bij de beoordeling van de aanvraag contact te worden opgenomen met de unit 1F van de IND in Nederland.
De reikwijdte van artikel 3 EVRM wordt bepaald door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. De jurisprudentie blijft in ontwikkeling.
In het geval is vastgesteld dat een vreemdeling een vluchteling is, dan mag deze vreemdeling niet – op welke wijze dan ook – worden teruggezonden naar een land waar zijn leven of vrijheid zou worden bedreigd wegens de in artikel 1A Vluchtelingenverdrag genoemde gronden (het gebod van non-refoulement; zie artikel 33, eerste lid, Vluchtelingenverdrag).
In beginsel zal terugzending van een vreemdeling aan de orde zijn als de openbare lichamen een vreemdeling van het grondgebied willen verwijderen of willen voorkomen dat de vreemdeling het grondgebied betreedt. Landen van herkomst worden geacht hun eigen onderdanen terug nemen. Terugzending van een vreemdeling zal dus in beginsel plaatsvinden naar het land waar de vreemdeling de nationaliteit van heeft. De vreemdeling heeft als gevolg van het Vluchtelingenverdrag in deze situatie het recht zich te beroepen op zijn status van vluchteling.
Als de vreemdeling zich erop beroept dat hij vluchteling is, moet voorafgaand aan de terugzending worden onderzocht of de terugzending van de vreemdeling naar het land van zijn nationaliteit een schending van het Vluchtelingenverdrag is. Er moet ook worden onderzocht of er andere mogelijkheden zijn om de vluchteling van het grondgebied te verwijderen zonder dat er sprake is van schending van het Vluchtelingenverdrag. Dit kan als bescherming ergens anders kan worden verleend of als één van de andere gronden van het Vluchtelingenverdrag van toepassing is (artikel 1B tot en met 1F: zie 4.2.6).
Artikel 33, tweede lid, Vluchtelingenverdrag staat een uitzondering op het verbod van refoulement toe, namelijk wanneer de vluchteling een bedreiging vormt van de nationale veiligheid of de openbare orde.
### 3. Bescherming in het EVRM tegen foltering of onmenselijke behandeling
Onder ‘mensenrechtenschendingen in de naaste omgeving’ wordt ook verstaan gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden in de naaste omgeving van de vreemdeling in het land van herkomst nadat de vreemdeling zelf al uit het land was vertrokken. Het oordeel, dat de vreemdeling bij terugkeer een reëel risico loopt op een behandeling als bedoeld in [artikel 12 WTU](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12) kan dus ook gevormd worden op basis van gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden na vertrek van de vreemdeling.
### 3.3. Het verbod op uitzetting heeft een absoluut karakter
Deze bepaling is ontleend aan artikel 3 EVRM. De verwijdering naar een land waar iemand een reëel risico (‘real risk’) loopt aan een dergelijke behandeling te worden onderworpen, vormt een schending van dit artikel. Indien dit reële risico aannemelijk is gemaakt of geworden, is dit in beginsel aanleiding tot verlening van een verblijfsvergunning bescherming. De enkele mogelijkheid (mere possibility) van schending van artikel 3 EVRM is onvoldoende.
Vreemdelingen kunnen bescherming inroepen tegen terugkeer naar het land van herkomst als zij aannemelijk maken dat zij na de verwijdering naar dat land een reëel risico (‘real risk’) lopen te worden onderworpen aan:
In het geval van een reëel risico mag het gastland dat is aangesloten bij het EVRM de betrokken vreemdeling niet terugsturen naar zijn land van herkomst, omdat dit een schending is van artikel 3 EVRM. De openbare lichamen zijn aangesloten bij het EVRM.
### 4. De beoordeling van aanvragen om bescherming
### 3.2.3. Kwetsbare minderheidsgroep
Indien de behandeling niet plaatsvindt door de centrale autoriteiten van een land, maar bijvoorbeeld door de lokale autoriteiten, is van belang dat de betrokkene, van wie is vastgesteld dat er een reëel risico bestaat op een dergelijke behandeling, niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van [artikel 12a, eerste lid, onder b. WTU](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a), indien is vastgesteld dat hij zich aan de gevreesde gebeurtenissen kan onttrekken door zich elders in het land van herkomst te vestigen.
Een reëel risico op een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM door derden wordt alleen aangenomen als de betrokkene aannemelijk heeft gemaakt dat de staat, of partijen of (internationale) organisaties in het land geen bescherming kunnen of willen bieden tegen de bedoelde behandeling.
Voor het oordeel dat de vreemdeling met op zichzelf beperkte indicaties aannemelijk heeft gemaakt dat een schending van artikel 3 EVRM dreigt, is niet vereist dat betrokkene persoonlijk een behandeling heeft ondervonden die voldoet aan de omschrijving van [artikel 12, eerste lid, onder b, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12).
Om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning bescherming voor bepaalde tijd op grond van [artikel 12, eerste lid, onder b, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12), dient de vreemdeling aannemelijk te maken dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op de in die bepaling bedoelde behandeling. Bij de beantwoording van de vraag of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM is niet alleen de persoonlijke situatie van de vreemdeling van belang, maar ook de situatie in zijn land van herkomst. Met andere woorden: de individuele aspecten die de vreemdeling naar voren brengt, moeten worden afgewogen tegen de gewelds- en mensenrechtensituatie in het land van herkomst. Hoe slechter de situatie in het land van herkomst (‘most extreme cases’) hoe minder ‘distinguishing features’ nodig zijn om een reëel risico als bedoeld in artikel 3 EVRM aan te tonen. Dit vloeit voort uit de jurisprudentie van het Europese Hof van de rechten van de Mens. Er zijn vier situaties te onderscheiden.
Een verzoek om bescherming kan worden afgewezen zonder statusbepaling als:
Wanneer er in het land van herkomst sprake is van een uitzonderlijk slechte veiligheidssituatie, kan de vreemdeling in aanmerking komen voor bescherming om de enkele reden dat hij uit dit land komt (zie de uitspraak N.A. tegen het Verenigd Koninkrijk, EHRM 17 juli 2008, nr 25904/07). Van een uitzonderlijke situatie als hier bedoeld zal slechts zelden sprake zijn en er zijn nog geen voorbeelden van bekend. In de jurisprudentie zal dit criterium verder uitgewerkt worden. Het zal in ieder geval moeten gaan om een situatie gaan waarin heel veel gebruik wordt gemaakt van dodelijke wapens zodat het gevaar om een dodelijk slachtoffer te worden heel erg groot is.
In het geval UNHCR in een actuele positie over een land verklaart dat in dit land sprake is van een uitzonderlijke slechte veiligheidssituatie, is deze positie in beginsel leidend voor de beoordeling maar niet bindend voor het verbod op uitzetting. Dat wil zeggen dat als er naast deze informatie van UNHCR ook andersluidende objectieve informatie beschikbaar is uit andere bronnen, de uitkomst van de weging van de informatie en de bronnen kan zijn dat de situatie toch niet zodanig uitzonderlijk slecht is dat de terugkeer van betrokkene een schending van het verdrag betekent.
Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer de UNHCR de situatie in een bepaald land aanmerkt als uitzonderlijk slecht, terwijl uit een ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken blijkt dat de aard en de intensiteit van het geweld in het land niet dusdanig is, dat moet worden geconcludeerd dat iedere burger in dat land een reëel risico op ernstige schade loopt.
### 3.2.2. De mensenrechten van een bevolkingsgroep worden systematisch geschonden
### 3.3. Het verbod op uitzetting heeft een absoluut karakter
Indien de toelating in een eerder ontvangend of derde land een tijdelijk of voorlopig karakter kent hoeft dit geen aanwijzing te zijn dat de betrokkene aangewezen is op bescherming op de openbare lichamen, aangezien een verblijfstitel verband houdend met bescherming op de openbare lichamen eveneens een tijdelijke karakter kent.
Bij de bepaling of een bevolkingsgroep moet worden aangemerkt als een kwetsbare minderheidsgroep zijn de volgende aspecten van belang:
In het landgebonden beleid dat in Nederland onder de Vreemdelingenwet is uitgewerkt, zijn verschillende groepen aangewezen als kwetsbare minderheidsgroepen. Deze aangewezen groepen gelden ook op de openbare lichamen als kwetsbare minderheidsgroepen. Indien in Nederland wijzigingen in deze aanwijzing worden doorgevoerd, gelden ze ook op de openbare lichamen. Voor de meest actuele informatie over kwetsbare minderheidsgroepen kan contact worden opgenomen met de IND in het Europese deel van Nederland.
Voor het oordeel dat de vreemdeling met op zichzelf beperkte indicaties aannemelijk heeft gemaakt dat een schending van artikel 3 EVRM dreigt, is niet vereist dat betrokkene persoonlijk een behandeling heeft ondervonden die voldoet aan de omschrijving van [artikel 12, eerste lid, onder b, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12).
### 4.1. Afwijzing zonder statusbepaling
In beginsel wordt ervan uitgegaan dat de mensenrechtenschendingen die ten aanzien van de vreemdeling zelf of in zijn naaste omgeving hebben plaatsgevonden, voldoende grond opleveren voor het oordeel dat de vreemdeling bij terugkeer – opnieuw dan wel alsnog – een reëel risico zal lopen op een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM. Dit kan echter anders zijn, als er sprake is van een aanzienlijk tijdsverloop tussen de desbetreffende mensenrechtenschendingen en het vertrek uit het land van herkomst en de vreemdeling gedurende die periode geen nieuwe problemen heeft ondervonden.
Onder ‘mensenrechtenschendingen in de naaste omgeving’ wordt ook verstaan gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden in de naaste omgeving van de vreemdeling in het land van herkomst nadat de vreemdeling zelf al uit het land was vertrokken. Het oordeel, dat de vreemdeling bij terugkeer een reëel risico loopt op een behandeling als bedoeld in [artikel 12 WTU](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12) kan dus ook gevormd worden op basis van gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden na vertrek van de vreemdeling.
Zie uitspraak Salah Sheekh (nr. 1948/04), tegen Nederland
### 3.2.4. Individuele indicaties in de persoonlijke omstandigheden
Als geen sprake is van een situatie als genoemd in de paragrafen 3.2.1, 3.2.2, of 3.2.3 dient de vreemdeling, om toch in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning bescherming voor bepaalde tijd op grond van [artikel 12, eerste lid, onder b, WTU](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12), aannemelijk te maken dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op de in die bepaling bedoelde behandeling. De bewijslast is hoog. De vreemdeling dient specifieke individuele kenmerken (‘special distinguishing features’) naar voren te brengen, waaruit dit persoonlijk risico op een behandeling in de zin van artikel 3 EVRM valt af te leiden. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn als de vreemdeling aannemelijk maakt dat hij vanwege het feit dat hij overspel heeft gepleegd bij terugkeer in zijn land van herkomst een reëel risico loopt te worden bestraft met zweepslagen. Zie de uitspraken inzake Vilvarajah en anderen tegen het Verenigd Koninkrijk, uitspraaknummers 13163/87, 13164/87, 13165/87, 13447/87, 13448/87.
Wanneer wordt geconstateerd dat betrokkene een vluchteling is in de zin van het Vluchtelingenverdrag, dan kan hij in aanmerking komen voor een vergunning tot verblijf voor bescherming als bedoeld in [artikel 12a, eerste lid, onder a, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a). De aanvraag dient echter eerst nog getoetst te worden aan de vraag of betrokkene een gevaar vormt voor de nationale veiligheid en openbare orde.
Artikel 3 EVRM heeft een absoluut karakter, dat wil zeggen dat het geen uitzonderingen toelaat op het bereik ervan. Anders dan het Vluchtelingenverdrag (artikel 33, tweede lid), kent het EVRM geen uitzondering op de plicht van non-refoulement wanneer de vreemdeling een bedreiging vormt voor de nationale veiligheid of openbare orde.
Dit betekent dat wanneer de vreemdeling aannemelijk maakt dat hem een reëel risico op executie of de doodstraf wacht of een andere onmenselijke behandeling in zijn land op grond van het feit dat hij daar een commuun delict heeft gepleegd, het EVRM de terugkeer naar het land van herkomst verbiedt.
### 4.2. Toetsingsvolgorde
Ook bij de toetsing aan artikel 3 EVRM speelt de geloofwaardigheid van de verklaringen van de vreemdeling een grote rol.
Wanneer wordt geconstateerd dat betrokkene bij terugkeer naar zijn land van herkomst een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM staat te wachten, dient vervolgens getoetst te worden of betrokkene een gevaar vormt voor de nationale veiligheid en openbare orde. Zo dit niet het geval is kan de vreemdeling in aanmerking komen voor een vergunning tot verblijf voor bescherming als bedoeld in [artikel 12a, eerste lid, onder b, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a). wanneer.
Bij de beoordeling van de aanvraag om bescherming wordt eerst bekeken of de aanvraag zonder specifieke statusbepaling kan worden afgehandeld:
Een verzoek om bescherming kan worden afgewezen zonder statusbepaling als:
### 4.4. Openbare orde en nationale veiligheid
### 4.2.2. Toetsingsvolgorde bij toetsing aan het Vluchtelingenverdrag
Bij de beantwoording van de vraag of een vreemdeling rechtstreeks naar de openbare lichamen is gekomen kan de al in het vervolgingsland bestaande bedoeling van de vreemdeling om juist op de openbare lichamen bescherming te verkrijgen een rol spelen. Dit is alleen het geval als het bestaan van deze bedoeling uit objectieve feiten en/of omstandigheden blijkt.
Het kan ook zijn dat er sprake is van een derde land waar de toelating en het verblijf gewaarborgd is. Het is niet noodzakelijk dat de vreemdeling in een derde land eerder verbleven heeft, maar er moet wel op grond van objectieve feiten en omstandigheden worden beoordeeld of betrokkene tot het land zal worden toegelaten.
Voorts moet er sprake zijn van enige omstandigheden op grond waarvan geconcludeerd kan worden dat betrokkene beschermd is tegen refoulement.
Indien de toelating in een eerder ontvangend of derde land een tijdelijk of voorlopig karakter kent hoeft dit geen aanwijzing te zijn dat de betrokkene aangewezen is op bescherming op de openbare lichamen, aangezien een verblijfstitel verband houdend met bescherming op de openbare lichamen eveneens een tijdelijke karakter kent.
### 4.2. Toetsingsvolgorde
Onder gevaar voor de openbare orde wordt ook begrepen gevaar voor de openbare rust, de goede zeden, de volksgezondheid of de (goede) internationale betrekkingen. Ook ongewenste politieke activiteiten kunnen onder het openbare orde begrip worden geschaard.
Wanneer een aanvraag om bescherming niet zonder statusbepaling kan worden afgewezen, dient eerst te worden beoordeeld of de vreemdeling een verdragsvluchteling is en in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning verband houdend met bescherming op grond van [artikel 12a, eerste lid, onder a, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a)
Als de vreemdeling hier niet voor in aanmerking komt, dient te worden beoordeeld of de vreemdeling bij terugkeer een schending van artikel 3 EVRM staat te wachten en in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning verband houdend met bescherming op grond van [artikel 12a, eerste lid, onder b, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a).
Daartoe wordt allereerst beoordeeld of het relaas geloofwaardig is, zie 4.3.
### 4.4.3. Openbare orde en artikel 3 EVRM
Er is sprake van een bijzonder ernstig misdrijf als:
De toetsing aan het Vluchtelingenverdrag vindt plaats in de volgende volgorde:
Bij de beoordeling of betrokkene een vluchteling is in de zin van het Vluchtelingenverdrag speelt de geloofwaardigheid van de verklaringen van de vreemdeling een grote rol (zie 4.4.3).
Wanneer wordt geconstateerd dat betrokkene een vluchteling is in de zin van het Vluchtelingenverdrag, dan kan hij in aanmerking komen voor een vergunning tot verblijf voor bescherming als bedoeld in [artikel 12a, eerste lid, onder a, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a). De aanvraag dient echter eerst nog getoetst te worden aan de vraag of betrokkene een gevaar vormt voor de nationale veiligheid en openbare orde.
Er zijn ernstige redenen om aan te nemen dat:
Binnen het uitgangspunt dat er steeds sprake is van een individuele beoordeling, valt de toets in vier achtereenvolgende stappen uiteen. Om praktische redenen geldt de volgende volgorde:
Het gaat steeds om de beoordeling van de situatie zoals die is in het land van herkomst op het moment dat het vertrek van de vreemdeling naar het land van herkomst aan de orde is. Dat geldt dus:
### 5. De procedure van verzoeken om bescherming
### 5.1. Start van de procedure
Of hiervan sprake is, wordt aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval beoordeeld. Voor verdere informatie kan de medewerker van de IND unit Caribisch Nederland contact opnemen met de unit 1F van de IND in het Europese deel van Nederland.
De vreemdeling hoeft niet expliciet te bewijzen maar moet aannemelijk maken dat hij gegronde vrees heeft voor vervolging of dat hij een reëel risico loopt op een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM. Hij moet alle relevante gegevens aanreiken. Zijn verklaringen moeten:
Wanneer de verklaringen van de vreemdeling niet consistent of geloofwaardig zijn en/of niet passen in wat algemeen bekend is over de situatie in het land van herkomst, heeft de vreemdeling onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij voor bescherming in aanmerking komt en dient de aanvraag om bescherming te worden afgewezen.
Als de vreemdeling niet over zodanig bewijs beschikt, moet hij een verklaring hebben voor het ontbreken ervan. Slaagt hij hierin, dan kan nader onderzoek worden ingesteld en/of hem het voordeel van de twijfel worden toegekend.
### 5.2. Situatie in bewaring
Zodra de ambtenaar belast met de grensbewaking duidelijk is dat de vreemdeling bescherming wil aanvragen, moet hij eerst beoordelen of de vreemdeling in dit kader toegang krijgt om zich in persoon op afspraak bij de IND unit Caribisch Nederland te melden. Als de ambtenaar overweegt de toegang te weigeren, moet hij hiervoor een bijzondere aanwijzing vragen aan de IND unit Caribisch Nederland. Weigering van de toegang kan bijvoorbeeld aan de orde zijn in het geval er sprake is van een claimmogelijkheid op een vervoerder of in het geval er aanleiding is voor het vermoeden dat de vreemdeling zich aan het toezicht gaat onttrekken.
### 4.4.1. Algemeen
Aanvragen om bescherming kunnen worden afgewezen indien de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid.
Op verschillende manieren kan duidelijk worden dat de vreemdeling een misdrijf heeft gepleegd:
Onder gevaar voor de openbare orde wordt ook begrepen gevaar voor de openbare rust, de goede zeden, de volksgezondheid of de (goede) internationale betrekkingen. Ook ongewenste politieke activiteiten kunnen onder het openbare orde begrip worden geschaard.
Onder gevaar voor de gemeenschap of de nationale veiligheid wordt ook verstaan de situatie waarin het verlenen van een verblijfsvergunning zou betekenen dat de openbare lichamen zouden worden tot een gastland van mensen die elders de publieke rechtsorde ernstig schokten door daden die ook naar Nederlands recht zware misdrijven zouden opleveren.
Voor zover een goede communicatie dit vergt moet voor dit eerste contact een betrouwbare tolk worden ingeschakeld. De tolk kan in persoon of op afstand worden ingezet via telefoon of videoconference.
Als de vreemdeling een verdragsvluchteling is, mag de betrokkene een verblijfsvergunning geweigerd worden en mag de vreemdeling uitgezet worden op grond van artikel 33, tweede lid, van het Vluchtelingenverdrag als:
Een gevaar voor de nationale veiligheid is een afwijzingsgrond ontleend aan het algemeen belang. Dit is niet afhankelijk van een strafrechtelijke veroordeling en wordt per geval beoordeeld. Er dienen concrete aanwijzingen te zijn, bijvoorbeeld een ambtsbericht van een (inter-)nationaal ministerie of inlichtingendienst.
Er is sprake van een bijzonder ernstig misdrijf als:
Voor het weigeren van de vergunning is tevens vereist dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de gemeenschap van de openbare lichamen. Dit wordt ex nunc (op het moment van de beslissing) beoordeeld. Het feit dat sinds de veroordeling een aanzienlijke tijd is verstreken zonder dat recidive heeft plaatsgevonden, kan een aanwijzing vormen dat de vreemdeling geen gevaar meer oplevert. In geval van een bijzonder misdrijf wordt een verjaringstermijn van tien jaren gehanteerd.
Vervolgens wordt telefonisch een afspraak gemaakt voor de vreemdeling(en) voor een gesprek met de IND unit Caribisch Nederland op het openbare lichaam waar hij verblijft.
Indien de vreemdeling beschermd moet worden tegen terugkeer naar het land van herkomst omdat er een reëel risico is op een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 3 EVRM, betekent dit niet automatisch dat hij in aanmerking komt voor de gevraagde vergunning tot tijdelijk verblijf. In de onderstaande situaties wordt de betrokkene niet teruggezonden, maar wordt de gevraagde vergunning niet verleend.
### 5.4. Geen aantekeningen in documenten
Deze weigeringsgrond komt overeen met de in artikel 1F Vluchtelingenverdrag onder a. genoemde misdrijven
Er is sprake van een ernstig misdrijf als:
Deze afwijzingsgrond komt overeen met de handelingen, bedoeld in artikel 1F, onder c, Vluchtelingenverdrag.
### 5.5. Aanmelding en meldplicht
Of hiervan sprake is, wordt aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval beoordeeld. Voor verdere informatie kan de medewerker van de IND unit Caribisch Nederland contact opnemen met de unit 1F van de IND in het Europese deel van Nederland.
Onder vreemdelingen die bescherming verzoeken wordt in dit verband ook begrepen vreemdelingen wier verzoek om bescherming is afgewezen of die hun verzoek om bescherming hebben ingetrokken. In deze gevallen is het plaatsen van aantekeningen echter wel mogelijk als de vreemdeling niet langer enige procedure voert over zijn verzoek om bescherming én
In het geval de hoofdpersoon vergezeld wordt door gezinsleden die ouder zijn dan twaalf jaar, vraagt de toezichthouder de gezinsleden of zij bescherming willen omdat de hoofdpersoon problemen heeft met terugkeer of dat zij vanwege hun eigen identiteit en/of activiteiten problemen hebben met terugkeer. De IND unit Caribisch Nederland legt uit dat het verschil relevant is omdat in het geval zij zelf problemen vrezen, zij zelf een aanvraag om bescherming kunnen indienen en zij zelf gehoord worden. In het geval zij zelf niet gehoord willen worden, kunnen zij om gezinshereniging vragen en in aanmerking komen voor een afgeleide vergunning tot verblijf (zie onder 6.)
### 5.6. Voorbereidende handelingen van de IND unit Caribisch Nederland
Steeds dienen de ambtenaren belast met de grensbewaking en het toezicht in contacten met vreemdelingen die niet over de juiste documenten beschikken en daarom in beginsel geen recht op toegang of toelating hebben, zorgvuldig te beoordelen of een vreemdeling een aanvraag om bescherming wil indienen, ook al verzoekt de vreemdeling niet met zoveel woorden om bescherming.
Zodra de ambtenaar belast met de grensbewaking duidelijk is dat de vreemdeling bescherming wil aanvragen, moet hij eerst beoordelen of de vreemdeling in dit kader toegang krijgt om zich in persoon op afspraak bij de IND unit Caribisch Nederland te melden. Als de ambtenaar overweegt de toegang te weigeren, moet hij hiervoor een bijzondere aanwijzing vragen aan de IND unit Caribisch Nederland. Weigering van de toegang kan bijvoorbeeld aan de orde zijn in het geval er sprake is van een claimmogelijkheid op een vervoerder of in het geval er aanleiding is voor het vermoeden dat de vreemdeling zich aan het toezicht gaat onttrekken.
De ambtenaar belast met het toezicht dan wel de ambtenaar belast met de grensbewaking beoordeelt tevens in overleg met de IND unit Caribisch Nederland of de vreemdeling de procedure in bewaring moet afwachten of dat hij op afspraak bij de IND unit Caribisch Nederland kan verschijnen voor de indiening van de aanvraag.
### 5.2. Situatie in bewaring
In het geval de vreemdeling de procedure in bewaring moet afwachten wordt de IND unit Caribisch Nederland zo spoedig mogelijk op de hoogte gesteld dat de vreemdeling een aanvraag om bescherming wil indienen. De vreemdeling wordt op de locatie waar de bewaring ten uitvoer wordt gelegd in de gelegenheid gesteld een aanvraagformulier te ondertekenen. Hij wordt omtrent de aanvraag in bewaring gehoord door de IND unit Caribisch Nederland. De rechtsbijstandverlener die de vreemdeling bijstaat in het kader van de inbewaringstelling, wordt vooraf door de IND unit Caribisch Nederland geïnformeerd over de datum waarop het gehoor plaatsvindt.
In het geval het om een gezin gaat, bereidt de IND unit Caribisch Nederland ook vragen voor die aan de gezinsleden gesteld worden en bepaalt de IND unit Caribisch Nederland de volgorde waarin gehoord gaat worden. De IND unit Caribisch Nederland gaat na of er nog aanvullende handelingen verricht moeten worden. Hierbij valt te denken aan het eventueel collegiaal raadplegen van de IND in Nederland vooraf, tijdens of na het gehoor met het oog op dossieronderzoek of voor nader overleg. Een planning vooraf van de duur van het gehoor en over de mogelijkheid gezinsleden separaat van elkaar te horen kunnen nuttig zijn.
### 5.7. Melding op afspraak en het indienen van de aanvraag bij de IND unit Caribisch Nederland
Voor zover een goede communicatie dit vergt moet voor dit eerste contact een betrouwbare tolk worden ingeschakeld. De tolk kan in persoon of op afstand worden ingezet via telefoon of videoconference.
In het kader van toezicht en de voorbereiding op de indiening en behandeling van de aanvraag wordt de identiteit van de vreemdeling vastgesteld. De vreemdeling en diens kleding en bagage worden onderzocht op de aanwezigheid van reis- of identiteitspapieren, documenten of bescheiden die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag. In het geval de vreemdeling vergezeld wordt door gezinsleden, geldt voor hen hetzelfde. De gegevens van de vreemdeling(en) worden geregistreerd, voorzover hun gegevens nog niet in de vreemdelingenadministratie voorkomen.
In het geval de hoofdpersoon vergezeld wordt door gezinsleden die ouder zijn dan twaalf jaar, vraagt de toezichthouder de gezinsleden of zij bescherming willen omdat de hoofdpersoon problemen heeft met terugkeer of dat zij vanwege hun eigen identiteit en/of activiteiten problemen hebben met terugkeer. De IND unit Caribisch Nederland legt uit dat het verschil relevant is omdat in het geval zij zelf problemen vrezen, zij zelf een aanvraag om bescherming kunnen indienen en zij zelf gehoord worden. In het geval zij zelf niet gehoord willen worden, kunnen zij om gezinshereniging vragen en in aanmerking komen voor een afgeleide vergunning tot verblijf (zie onder 6.)
De toezichthouder of, indien nodig de IND unit Caribisch Nederland stelt de vreemdeling(en) bij het eerste contact in de gelegenheid de motieven voor de aanvraag om bescherming op schrift te stellen.
Op basis van de verzamelde gegevens gaat de ambtenaar na of betrokkene(n) in de beschikbare (opsporings)registers voorkomt/voorkomen.
Vervolgens wordt telefonisch een afspraak gemaakt voor de vreemdeling(en) voor een gesprek met de IND unit Caribisch Nederland op het openbare lichaam waar hij verblijft.
De volgende gegevens van de vreemdeling worden bij dit telefoongesprek telefonisch aan de IND unit Caribisch Nederland verstrekt:
### 5.6. Voorbereidende handelingen van de IND unit Caribisch Nederland
Per fax of op andere geschikte wijze worden aanvullend op het gesprek kopieën van documenten en de schriftelijke verklaring met de asielmotieven doorgegeven aan de IND unit Caribisch Nederland.
Er worden zo min mogelijk originele documenten van de vreemdeling ingenomen. Als originele documenten worden ingenomen, krijgt de vreemdeling een bewijs van ontvangst en een afschrift van de stukken. Als er twijfel bestaat of terugkeer mogelijk is enkel op basis van kopieën van de reisdocumenten, kunnen de reisdocumenten worden ingenomen totdat de terugkeer feitelijk wordt geëffectueerd of op het moment dat terugkeer niet aan de orde is omdat de gevraagde vergunning wordt afgegeven of omdat beslist is dat er weliswaar geen vergunning behoeft te worden afgegeven, bijvoorbeeld vanwege artikel 1F maar dat een gedwongen uitzetting naar het land van herkomst een schending van artikel 3 EVRM betekent en niet wordt overwogen.
In het geval het om een gezin gaat, bereidt de IND unit Caribisch Nederland ook vragen voor die aan de gezinsleden gesteld worden en bepaalt de IND unit Caribisch Nederland de volgorde waarin gehoord gaat worden. De IND unit Caribisch Nederland gaat na of er nog aanvullende handelingen verricht moeten worden. Hierbij valt te denken aan het eventueel collegiaal raadplegen van de IND in Nederland vooraf, tijdens of na het gehoor met het oog op dossieronderzoek of voor nader overleg. Een planning vooraf van de duur van het gehoor en over de mogelijkheid gezinsleden separaat van elkaar te horen kunnen nuttig zijn.
Met nadruk wordt erop gewezen dat in de identiteits- en/of reisdocumenten van iemand die om bescherming verzoekt nooit aantekeningen mogen worden geplaatst, daar dit – bij afwijzing van het verzoek – voor de vreemdeling moeilijkheden in zijn land van herkomst met zich mee kan brengen.
### 5.10. De strekking van de beslissing
Onder vreemdelingen die bescherming verzoeken wordt in dit verband ook begrepen vreemdelingen wier verzoek om bescherming is afgewezen of die hun verzoek om bescherming hebben ingetrokken. In deze gevallen is het plaatsen van aantekeningen echter wel mogelijk als de vreemdeling niet langer enige procedure voert over zijn verzoek om bescherming én
Tevens dient de vreemdeling en de hem bijstaande personen of instanties erop gewezen te worden dat het van belang is dat ook zij relevante gegevens aan de IND unit Caribisch Nederland – al dan niet door tussenkomst van de politie – doorgeven.
### 5.10. De strekking van de beslissing
In het geval de vreemdeling is vergezeld door gezinsleden gelden de aanwijzingen ook voor hen.
De ambtenaar belast met het toezicht wijst de vreemdeling erop dat de aanvraag kan worden afgewezen wegens het ontbreken van een belang indien de vreemdeling zonder opgaaf van reden niet verschijnt. De vreemdeling wordt er tevens op gewezen eventuele wijzigingen omtrent zijn bereikbaarheid direct door te geven.
### 5.6. Voorbereidende handelingen van de IND unit Caribisch Nederland
De IND unit Caribisch Nederland verwerkt de gegevens die ten aanzien van de vreemdeling die om bescherming wil verzoeken beschikbaar zijn gesteld en stelt een dossier samen. Voordat de afspraak voor indiening van de aanvraag en een gehoor met de vreemdeling gemaakt wordt, regelt de IND unit Caribisch Nederland zo nodig dat een tolk op het afgesproken tijdstip beschikbaar is.
### 5.10.3. Afwijzende beslissing met de beslissing dat de vreemdeling mag worden uitgezet
In het geval het om een gezin gaat, bereidt de IND unit Caribisch Nederland ook vragen voor die aan de gezinsleden gesteld worden en bepaalt de IND unit Caribisch Nederland de volgorde waarin gehoord gaat worden. De IND unit Caribisch Nederland gaat na of er nog aanvullende handelingen verricht moeten worden. Hierbij valt te denken aan het eventueel collegiaal raadplegen van de IND in Nederland vooraf, tijdens of na het gehoor met het oog op dossieronderzoek of voor nader overleg. Een planning vooraf van de duur van het gehoor en over de mogelijkheid gezinsleden separaat van elkaar te horen kunnen nuttig zijn.
Indien de aanvraag wordt ingewilligd geldt de datum van de indiening van de aanvraag in beginsel als ingangsdatum voor de te verlenen vergunning. Indien de inwilliging berust op feiten en/of omstandigheden die zich na het indienen van de aanvraag hebben voorgedaan, wordt de aanvraag ingewilligd met ingang van de dag dat door de vreemdeling is aangetoond dat aan de voorwaarden voor bescherming wordt voldaan.
Zodra de vreemdeling zich meldt bij de IND unit Caribisch Nederland stelt de IND unit Caribisch Nederland de vreemdeling(en) in de gelegenheid om de aanvraagformulieren en de antecedentenverklaring te ondertekenen. De aanvraag kan door de hoofdpersoon worden ondertekend mede namens de minderjarige kinderen in het geval zij hebben aangegeven dat zij niet zelfstandig hoeven te worden gehoord omdat zij geen zelfstandige motieven hebben.
### 5.10.4. Bijzondere situatie: de vreemdeling krijgt geen verblijfsvergunning maar mag niet worden uitgezet
De vreemdeling wordt verzocht de IND unit Caribisch Nederland en de politie in kennis te stellen in het geval hij een rechtsmiddel heeft ingesteld.
Nadat de IND unit Caribisch Nederland de door de vreemdeling ondertekende aanvraagformulieren heeft gevoegd in het dossier, wordt de vreemdeling al dan niet met tussenkomst van een tolk en al dan niet in het bijzijn van een (rechts)hulpverlener gehoord over de motieven om beschermd te worden tegen terugkeer. Tevens vraagt de IND unit Caribisch Nederland naar de gezinssamenstelling en naar de persoonsgegevens van eventuele achtergebleven gezinsleden die mogelijk later nog gezinshereniging willen vragen. Ook wordt gevraagd naar het eventuele verblijf in derde landen voorafgaand aan de komst naar de openbare lichamen.
De IND unit Caribisch Nederland stelt tijdens het gehoor een verslag van het gehoor op.
Na afloop van het gehoor ontvangt de vreemdeling een exemplaar van het afgedrukte concept-verslag van het gehoor.
De IND unit Caribisch Nederland neemt ter plaatse het concept-verslag met hem door, zo nodig door tussenkomst van de tolk, en de vreemdeling krijgt de gelegenheid ter plaatse correcties aan te brengen.
### 5.10.1. Inwilligende beslissing
De IND unit Caribisch Nederland gaat vervolgens na of alle gegevens aanwezig zijn om te beslissen op de aanvraag of dat er eerst andere handelingen moeten worden verricht, zoals het uitvoeren van een onderzoek naar de reisroute of naar een eventueel strafregister van de vreemdeling. Zoveel mogelijk wordt direct gehandeld. Dat betekent dat hetzij het wordt onderzoek gestart hetzij direct de beslissing wordt genomen.
Indien de beslissing niet direct wordt genomen, stelt de IND unit Caribisch Nederland de vreemdeling op de hoogte van de vermoedelijke datum waarop de beslissing genomen zal worden. De IND unit Caribisch Nederland informeert de vreemdeling tevens of hij, in het geval de wachtperiode dit rechtvaardigt, naar tijdelijk werk kan gaan zoeken. De vreemdeling wordt erop gewezen dat hij een werkgever moet zoeken die bereid is voor hem een tewerkstellingsvergunning aan te vragen. Als hij een werkgever heeft gevonden, dient hij de IND unit Caribisch Nederland op de hoogte te stellen zodat de IND unit Caribisch Nederland ten behoeve van de tewerkstellingsvergunning kan aangeven tot wanneer hij in verband met de lopende toelatingsprocedure in de openbare lichamen mag blijven.
Een afschrift van de beschikking wordt per brief aan de politie aangeboden. Tevens wordt de politie verzocht de periodieke meldplicht te beëindigen, tenzij de vreemdeling inmiddels naar aanleiding van een afwijzende beschikking een rechtsmiddel heeft ingesteld dat het aangezegde vertrek opschort.
Het is mogelijk dat zich tijdens de procedure feiten of omstandigheden voordoen die van belang kunnen zijn voor de inhoud van de te nemen beslissing.
Hierbij moet gedacht worden aan:
Van dergelijke feiten of omstandigheden moet de IND unit Caribisch Nederland onmiddellijk in kennis worden stellen in verband met de consequenties voor de beschikking Het kan ook voorkomen dat de IND unit Caribisch Nederland in verband met de voorbereiding van de beslissing op de aanvraag nog nadere informatie behoeft. In voorkomende gevallen zal de politie gevraagd worden deze informatie te verzamelen.
### 5.12. Vertrek van de vreemdeling
Als het niet mogelijk is de beschikking in persoon aan de vreemdeling uit te reiken en zijn adres onbekend is, maakt de IND unit Caribisch Nederland een proces-verbaal op. Daarin wordt opgenomen dat het niet mogelijk is om de afwijzende beschikking aan de vreemdeling in persoon uit te reiken, terwijl vast staat dat hij niet verblijft op het laatst bekende adres. De IND unit Caribisch Nederland dient de beschikking op een andere geschikte wijze bekend te maken. In het geval de vreemdeling een gemachtigde heeft, kan de beschikking naar de gemachtigde worden gezonden.
De beslissing op de aanvraag kan inwilligend of afwijzend zijn.
### 5.12. Vertrek van de vreemdeling
De politie of ambtenaar belast met de grensbewaking stelt de IND unit Caribisch Nederland zo spoedig mogelijk in kennis over het vertrek van de vreemdeling aan wie bescherming geweigerd is.
In het geval de beslissing inhoudt dat de vreemdeling beschermd moet worden tegen terugzending wordt dit in beschikking aan de vreemdeling vastgelegd. Tevens wordt hierin aangetekend:
De IND unit Caribisch Nederland registreert de uitkomst van de beslissing en de datum van de uitreiking van de beslissing.
### 5.10.2. Ingangsdatum
Indien de aanvraag wordt ingewilligd geldt de datum van de indiening van de aanvraag in beginsel als ingangsdatum voor de te verlenen vergunning. Indien de inwilliging berust op feiten en/of omstandigheden die zich na het indienen van de aanvraag hebben voorgedaan, wordt de aanvraag ingewilligd met ingang van de dag dat door de vreemdeling is aangetoond dat aan de voorwaarden voor bescherming wordt voldaan.
Als de vreemdeling minvermogend is kan hij voor de indiening van een beroep een rechtsbijstandverlener via een toevoeging vragen. Het is niet mogelijk een toevoeging te vragen in het kader van een bezwaarschrift.
In het geval de beslissing inhoudt dat de vreemdeling niet tegen terugkeer beschermd hoeft te worden, maakt de IND unit Caribisch Nederland een gemotiveerde afwijzende beschikking op de aanvraag. Tevens beslist de IND unit Caribisch Nederland of de vreemdeling van het grondgebied verwijderd mag worden. Aangehecht aan de negatieve beschikking wordt gewezen op de mogelijkheid om rechtsmiddelen aan te wenden tegen het meervoudig besluit. Daarbij wordt vermeld dat het aanwenden van rechtsmiddelen het besluit niet schorst. Wel mag de vreemdeling een tijdig aanhangig gemaakte voorlopige voorziening afwachten (zie [hoofdstuk 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=19&z=2015-10-01&g=2015-10-01)).
De vreemdeling wordt verzocht de IND unit Caribisch Nederland en de politie in kennis te stellen in het geval hij een rechtsmiddel heeft ingesteld.
### 5.15. Doormigratie
Het verblijfsdocument voor bepaalde tijd verband houdend met bescherming wordt verleend voor de duur van een jaar. Op het document komt de aantekening ‘Arbeid is vrij toegestaan’.
### 6. Afgeleide status voor gezinsleden en nareizende gezinsleden
In tegenstelling tot de gebruikelijke werkwijze (zie **tekst** hieronder), wordt de beschikking in dit geval in drievoud per brief aan de politie aangeboden met het verzoek om:
Het derde exemplaar is bestemd voor de administratie van de politie.
In dit geval wordt de vreemdeling verzocht na te gaan of er een derde land bereid is hem toe te laten. De periodieke meldplicht blijft gelden zolang er nog gebruik kan worden gemaakt of is gemaakt van de mogelijkheid om rechtsmiddelen in te stellen.
De IND unit Caribisch Nederland registreert de uitkomst van de beslissing en de datum van de verzending van de beslissing.
Cumulatieve vereisten in beide gevallen zijn:
De beschikking wordt in beginsel door de IND unit Caribisch Nederland in persoon uitgereikt.
### 7. Herhaalde aanvraag
Een afschrift van de beschikking wordt per brief aan de politie aangeboden. Tevens wordt de politie verzocht de periodieke meldplicht te beëindigen, tenzij de vreemdeling inmiddels naar aanleiding van een afwijzende beschikking een rechtsmiddel heeft ingesteld dat het aangezegde vertrek opschort.
Er kan zo nodig aansluitend aan de uitreiking van de beschikking worden overgegaan tot inbewaringstelling, voorzover is voldaan aan de voorwaarden voor inbewaringstelling. In dit geval dient de vreemdeling onmiddellijk vertrek aangezegd te worden en direct na het uitreiken van de beschikking in de gelegenheid te worden gesteld een advocaat te raadplegen.
Als het niet mogelijk is de beschikking in persoon aan de vreemdeling uit te reiken en zijn adres onbekend is, maakt de IND unit Caribisch Nederland een proces-verbaal op. Daarin wordt opgenomen dat het niet mogelijk is om de afwijzende beschikking aan de vreemdeling in persoon uit te reiken, terwijl vast staat dat hij niet verblijft op het laatst bekende adres. De IND unit Caribisch Nederland dient de beschikking op een andere geschikte wijze bekend te maken. In het geval de vreemdeling een gemachtigde heeft, kan de beschikking naar de gemachtigde worden gezonden.
Wanneer de aanvraag om bescherming is afgewezen, wordt op de aan de vreemdeling uit te reiken beschikking aangetekend:
De vreemdeling kan zich in verbinding stellen met de IND unit Caribisch Nederland om een afspraak te maken voor de indiening van een tweede of opvolgende aanvraag. Op de afgesproken datum wordt de vreemdeling in de gelegenheid gesteld de aanvraagformulieren te ondertekenen. De vreemdeling wordt gevraagd de nieuwe feiten en omstandigheden te noemen. Indien de IND unit Caribisch Nederland constateert dat er sprake is van een herhaling van hetgeen al in de eerdere procedure naar voren is gebracht, wordt het gehoor gestopt. De IND unit Caribisch Nederland brengt in dit geval de politie of de ambtenaar belast met de grensbewaking, direct – telefonisch en schriftelijk – van het voorlopig oordeel op de hoogte dat de betrokkene de afronding van de procedure niet mag afwachten. Een voorlopige voorziening gericht tegen het vertrek mag, indien er geen nieuwe feiten en omstandigheden zijn, niet worden afgewacht.
### 5.15. Doormigratie
Als de vreemdeling niet in bewaring is gesteld en de vreemdeling de openbare lichamen niet uit eigen beweging heeft verlaten binnen de vertrektermijn dan moet tot uitzetting worden overgegaan.
In het geval wel sprake is van nieuw gebleken feiten en/of omstandigheden is er geen sprake van een herhaalde maar van een opvolgende aanvraag en wordt gehandeld als bij een eerste aanvraag.
### 8. Verlenging van de verblijfstitel
### 9.1. Verblijfsbeëindiging omdat de grond voor bescherming is vervallen
Als de vreemdeling minvermogend is kan hij voor de indiening van een beroep een rechtsbijstandverlener via een toevoeging vragen. Het is niet mogelijk een toevoeging te vragen in het kader van een bezwaarschrift.
Achtergebleven gezinsleden kunnen vanuit het buitenland een mvv voor gezinshereniging aanvragen. Kiezen zij ervoor om zonder mvv spontaan in te reizen, dan dienen zij een zelfstandige aanvraag te doen voor een vergunning tot verblijf verband houdend met bescherming.
Wanneer de aanvraag om beschikking wordt ingewilligd, wordt de vreemdeling op de hoogte gesteld van de wijze waarop hij in het bezit wordt gesteld van een verblijfsdocument voor verblijf. Verder wordt hij gewezen op het belang dat hij tijdig vóór het verstrijken van de geldigheidsduur van het document om verlenging vraagt.
### 9.2. Verblijfsbeëindiging in verband met onjuiste gegevens
Het verblijfsdocument voor bepaalde tijd verband houdend met bescherming wordt verleend voor de duur van een jaar. Op het document komt de aantekening ‘Arbeid is vrij toegestaan’.
De vreemdeling is vrijgesteld van het betalen van een waarborgsom en leges.
### 5.15. Doormigratie
Bescherming op de openbare lichamen wordt tijdelijk verleend. De vreemdeling wordt aangemoedigd door de IND unit Caribisch Nederland om door te migreren naar een ander land in de regio waar zijn toelating en bescherming gewaarborgd is en zijn kansen op de arbeidsmarkt wellicht beter zijn.
### 6. Afgeleide status voor gezinsleden en nareizende gezinsleden
### 9.3. Verblijfsbeëindiging in verband met een strafbaar feit
Cumulatieve vereisten in beide gevallen zijn:
Het huwelijk of partnerschap moet reeds bestaan hebben in het buitenland en er moet sprake zijn geweest van samenwoning in het land van herkomst. Een traditioneel huwelijk wordt gelijkgesteld aan partnerschap.
### 1. Inleiding
### 9. Verblijfsbeëindiging
De afgeleide vergunning tot verblijf verband houdend met bescherming wordt ook voor één jaar verleend.
### 7. Herhaalde aanvraag
Indien na een geheel of gedeeltelijk afwijzende beschikking een nieuwe aanvraag wordt gedaan is de vreemdeling gehouden nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden te vermelden.
### 2.3. Vertrektermijnen
### 2.2. Vertrek naar een ander land dan het land van herkomst
De aanvraag, het voorlopig oordeel en de datum van de opmaak en uitreiking van de beschikking worden geregistreerd door de IND unit Caribisch Nederland.
### 2.3. Vertrektermijnen
Als de vreemdeling geen gebruik maakt van de beroepstermijn, kan deze in mindering worden gebracht op de vertrektermijn van vier weken (zie [artikel 16a, tweede lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16a)). Omdat de beroepstermijn vier weken bedraagt, moet de vreemdeling de openbare lichamen in deze gevallen onmiddellijk verlaten. Reden hiervoor is dat de vreemdeling al voorbereidingen voor zijn vertrek heeft kunnen treffen.
### 2.3.3. Verkorten van de vertrektermijn
Zolang de noodzaak tot bescherming blijft bestaan en er geen contra-indicaties bekend zijn die tot verblijfsbeëindiging aanleiding geven, kan het verblijfsdocument worden verlengd met een jaar. De vreemdeling kan in dat geval worden vrijgesteld van het vereiste om in het bezit te zijn van een geldig document voor grensoverschrijding.
Als de vreemdeling geen gebruik maakt van de beroepstermijn, kan deze in mindering worden gebracht op de vertrektermijn van vier weken (zie [artikel 16a, tweede lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16a)). Omdat de beroepstermijn vier weken bedraagt, moet de vreemdeling de openbare lichamen in deze gevallen onmiddellijk verlaten. Reden hiervoor is dat de vreemdeling al voorbereidingen voor zijn vertrek heeft kunnen treffen.
### 9.1. Verblijfsbeëindiging omdat de grond voor bescherming is vervallen
Indien bij de jaarlijkse verlenging blijkt dat de grond voor bescherming is vervallen, kan de gevraagde verlenging van de bescherming worden geweigerd. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn indien de situatie in het land van herkomst ingrijpend is gewijzigd of als de vreemdeling vrijwillig zich weer onder de bescherming van de autoriteiten van het land van herkomst heeft begeven.
### 2. Vertrek
In beide situaties dient de betrokkene voorafgaand aan het besluit gehoord te worden door de IND unit Caribisch Nederland.
### 9.2. Verblijfsbeëindiging in verband met onjuiste gegevens
Wanneer na afgifte van de vergunning tot tijdelijk verblijf verband houdend met bescherming blijkt dat de vergunning is verleend op onjuiste gegevens die door de vreemdeling zijn verstrekt, kan de vergunning worden ingetrokken en het rechtmatig verblijf van de vreemdeling worden beëindigd. Hetzelfde geldt als de vreemdeling gegevens heeft achtergehouden. De intrekking dient te berusten op het uitgangspunt dat de vergunning nimmer zou zijn verstrekt als op het moment van de verlening de feiten bekend waren geweest zoals ze nu bekend zijn geworden.
De rechtspositie van de vreemdeling is nadien dezelfde als die van een vreemdeling die nimmer in het bezit is geweest van een vergunning tot verblijf.
### 9.3. Verblijfsbeëindiging in verband met een strafbaar feit
### 2.3.1. De algemene termijn van vier weken
Aantekeningen over verwijdering mogen nooit worden geplaatst in de identiteits- of reisdocumenten van:
In [artikel 16b WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16b) is opgenomen dat de vreemdeling kan worden uitgezet als hij de openbare lichamen niet uit eigen beweging verlaat binnen de daartoe gestelde termijn. De rechter kan in zijn uitspraak beoordelen of er beletselen bestaan tegen uitzetting. Als de rechter de beschikking in stand laat, wordt daarmee bevestigd dat de vreemdeling de openbare lichamen moet verlaten.
In [hoofdstuk 9 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&hoofdstuk=9) zijn regels opgenomen over het vertrek, de uitzetting en de ongewenstverklaring van de vreemdeling. Uitgangspunt is dat de vreemdeling die geen rechtmatig verblijf in de openbare lichamen (meer) heeft, deze uit eigen beweging verlaat. De vreemdeling is daarbij zelf verantwoordelijk voor het vertrek uit de openbare lichamen. Deze eigen verantwoordelijkheid is neergelegd in [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16) en [16a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16a).
De termijn waarbinnen deze vreemdelingen de openbare lichamen moeten verlaten varieert en is geregeld in [artikel 16a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16a).
In [artikel 16b WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16b) is opgenomen dat de vreemdeling kan worden uitgezet als hij de openbare lichamen niet uit eigen beweging verlaat binnen de daartoe gestelde termijn. De rechter kan in zijn uitspraak beoordelen of er beletselen bestaan tegen uitzetting. Als de rechter de beschikking in stand laat, wordt daarmee bevestigd dat de vreemdeling de openbare lichamen moet verlaten.
Uitzetting vindt plaats:
### 2.3.4. Onthouden van een vertrektermijn
Rechtstreeks, dan wel indirect door middel van een tussenstop, naar een land waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling aldaar de toegang wordt verleend.
Vreemdelingen die de openbare lichamen moeten verlaten, zijn vrij te gaan naar ieder land waar de toegang is gewaarborgd. Toegang tot een ander land dan het land van herkomst moet de vreemdeling zelf aannemelijk maken. Als de vreemdeling niet is vertrokken in de vertrektermijn en de overheid de uitzetting van de vreemdeling op zich heeft genomen, wordt de uitzetting niet opgeschort wanneer de vreemdeling aangeeft naar een ander land te willen vertrekken.
### 2.3. Vertrektermijnen
In de volgende gevallen vindt vooralsnog geen uitzetting plaats ondanks het feit dat de vertrekplicht is ingegaan:
### 3.4. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
Aantekeningen over verwijdering mogen nooit worden geplaatst in de identiteits- of reisdocumenten van:
### 3. Uitzetting
In [hoofdstuk 6 van de Ambtsinstructie BES voor de politie, Koninklijke Marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028717&hoofdstuk=6) zijn regels opgesteld voor het gebruik van hulpmiddelen ten behoeve van de uitzetting.
Er kunnen zich omstandigheden voordoen, die het wenselijk maken om een kortere vertrektermijn te geven. Om die reden is in [artikel 16a, vierde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16a) de bevoegdheid van de Minister opgenomen om de vertrektermijn tot minder dan vier weken te verkorten.
De vertrektermijn kan in de volgende gevallen verkort worden in het belang van de uitzetting:
In [hoofdstuk 6 van de Ambtsinstructie BES voor de politie, Koninklijke Marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028717&hoofdstuk=6) zijn regels opgesteld voor het gebruik van hulpmiddelen ten behoeve van de uitzetting.
### 3.6. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
Op grond van [artikel 34 Ambtsinstructie BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028717&artikel=34) wordt de toepassing van een hulpmiddel bij uitzetting onmiddellijk schriftelijk gemeld aan de meerdere. Dit onder vermelding van:
### 3.7. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
Op grond van [artikel 22 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22) is de gezagvoerder, reder of de luchtvaartmaatschappij die een, niet tot verblijf in de openbare lichamen gerechtigde, vreemdeling heeft aangebracht verplicht deze vreemdeling voor zijn rekening weer uit de openbare lichamen te vervoeren of doen vervoeren (zie [hoofdstuk 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=1&z=2010-10-08&g=2010-10-08) CTU-BES).
Ten aanzien van het plaatsen van aantekeningen over de verwijdering in het reisdocument van de vreemdeling, gelden de volgende hoofdregels:
Aantekeningen over verwijdering mogen nooit worden geplaatst in de identiteits- of reisdocumenten van:
### 3. Uitzetting
Onder de toepassing van [artikel 22 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22) vallen niet alleen vreemdelingen:
### 3.4. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
In [artikel 16b WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16b) is opgenomen dat de vreemdeling kan worden uitgezet als hij de openbare lichamen niet uit eigen beweging verlaat binnen de daartoe gestelde termijn. De rechter kan in zijn uitspraak beoordelen of er beletselen bestaan tegen uitzetting. Als de rechter de beschikking in stand laat, wordt daarmee bevestigd dat de vreemdeling de openbare lichamen moet verlaten.
### 3.5. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
### 5. Vreemdelingen in de strafrechtketen
Rechtstreeks, dan wel indirect door middel van een tussenstop, naar een land waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling aldaar de toegang wordt verleend.
Van belang is dat in het kader van de uitzetting nooit aan de autoriteiten van het land van herkomst van de vreemdeling, noch aan autoriteiten van het land van doorreis of bestemming, wordt meegedeeld dat de vreemdeling eerder om bescherming heeft gevraagd. Er worden ook geen documenten verstrekt waaruit dit blijkt. Om te voorkomen dat deze informatie de genoemde autoriteiten bereikt, mag ook nooit aan het personeel van de vervoersmaatschappij waarmee de vreemdeling wordt uitgezet, worden meegedeeld dat de vreemdeling bescherming heeft gevraagd. Er wordt alleen aangegeven dat de vreemdeling geen rechtmatig verblijf in de openbare lichamen (meer) heeft.
De meerdere ziet toe op de registratie van deze melding.
### 3.6. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
Een verzoek om een voorlopige voorziening mag niet in de openbare lichamen worden afgewacht:
De ongewenstverklaring heeft tot gevolg dat de vreemdeling:
De Minister is verantwoordelijk voor de effectuering van de uitzetting. De feitelijke uitzetting geschiedt door de Commandant van de Koninklijke Marechaussee.
De vreemdeling kan ongewenst worden verklaard (zie [artikel 16d, eerste lid WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16d)):
Middels een vastgesteld model worden vooraf alle revelante omstandigheden gemeld. Het gaat hierbij om informatie over het gedrag van de vreemdeling en medische omstandigheden. Dit kan van belang kunnen zijn voor de veiligheid in het algemeen of de veiligheid van de ambtenaren die belast zijn met de begeleiding tijdens de vlucht. Als het gedrag van de vreemdeling daartoe aanleiding geeft, kan de Kmar besluiten de vreemdeling te begeleiden tijdens de vlucht.
Nadat de vreemdeling tweemaal een op basis van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) strafbaar gesteld feit heeft begaan, wordt zijn ongewenstverklaring voorgesteld aan de hand van de opgemaakte processen-verbaal, transactie of strafbeschikking.
In [hoofdstuk 6 van de Ambtsinstructie BES voor de politie, Koninklijke Marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028717&hoofdstuk=6) zijn regels opgesteld voor het gebruik van hulpmiddelen ten behoeve van de uitzetting.
De volgende hulpmiddelen kunnen, afzonderlijk dan wel gecombineerd, worden gebruikt:
Op grond van [artikel 34 Ambtsinstructie BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028717&artikel=34) wordt de toepassing van een hulpmiddel bij uitzetting onmiddellijk schriftelijk gemeld aan de meerdere. Dit onder vermelding van:
De meerdere ziet toe op de registratie van deze melding.
### 3.6. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
[Artikel 16b, derde lid WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16b) bepaalt dat de uitzetting achterwege moet blijven zolang het, gelet op de gezondheidstoestand van de vreemdeling of van een van zijn gezinsleden, niet verantwoord is om te reizen. De ambtenaar belast met de uitzetting vraagt bij twijfel of het voor een vreemdeling verantwoord is om te reizen een verklaring ‘fit to fly’ aan bij een daartoe geautoriseerde arts.
Een vreemdeling die buiten de rechtsmacht van Nederland een ernstig misdrijf heeft begaan, wordt in het belang van de internationale betrekkingen van Nederland ongewenst verklaard. Hierbij moet worden gedacht aan de vreemdelingen van wie het verblijf is geweigerd dan wel is beëindigd op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag (een oorlogsmisdrijf, of een misdrijf tegen de vrede of tegen de menselijkheid).
Op grond van [artikel 22 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22) is de gezagvoerder, reder of de luchtvaartmaatschappij die een, niet tot verblijf in de openbare lichamen gerechtigde, vreemdeling heeft aangebracht verplicht deze vreemdeling voor zijn rekening weer uit de openbare lichamen te vervoeren of doen vervoeren (zie [hoofdstuk 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=1&z=2015-10-01&g=2015-10-01) CTU-BES).
Onder de toepassing van [artikel 22 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22) vallen niet alleen vreemdelingen:
Verstekelingen vallen ook onder deze regelgeving.
Wanneer de beschikking niet in persoon aan de vreemdeling kan worden uitgereikt, wordt:
De vreemdelingenpolitie of KMar meldt het vertrek of de uitzetting van een vreemdeling uit de openbare lichamen aan de IND unit Caribisch Nederland door het toesturen van een bericht van vertrek.
De ongewenstverklaring treedt onmiddellijk in werking nadat de beschikking bekend is gemaakt. De vreemdeling heeft vanaf dat moment geen rechtmatig verblijf meer in de openbare lichamen. De vreemdeling moet de openbare lichamen onmiddellijk uit eigen beweging verlaten en kan daartoe worden uitgezet (zie [artikel 16b, eerste lid WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16b)).
De vreemdeling die strafrechtelijk gedetineerd is en geen rechtmatig verblijf (meer) heeft, wordt zo spoedig mogelijk (afhankelijk van de feitelijke omstandigheden van zowel de overheid als de gedetineerde) na het ontslag uit de gevangenis/huis van bewaring uit de openbare lichamen verwijderd. Hiertoe worden voorbereidingen voorafgaand aan zijn ontslag genomen. Dit kunnen zijn:
Tegen het besluit op bezwaar staat beroep bij de rechtbank open.
De ambtenaar belast met grensbewaking is bevoegd een aantekening te plaatsen in het reisdocument van de vreemdeling over de reden van weigering van de toegang (zie [artikel 6.23 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.23)).
### 6.4. Opheffing van de ongewenstverklaring
### 6.4.1. Inleiding
De ongewenstverklaring heeft tot gevolg dat de vreemdeling:
In [artikel 8.5 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=8.5) zijn nadere regels gesteld over de mogelijkheden en bevoegdheden om de ongewenstverklaring op te heffen.
### 6.4.1. Inleiding
Het betreft hier vreemdelingen die bij herhaling een bij de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) strafbaar gesteld feit hebben begaan (zie [artikel 26 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=26)). Om bij een tweede of latere overtreding tot ongewenstverklaring over te kunnen gaan, wordt een proces-verbaal opgemaakt als er een overtreding wordt geconstateerd. Of er is sprake van een transactie dan wel een uitgevaardigde strafbeschikking ter zake van de gepleegde strafbare feiten.
Nadat de vreemdeling tweemaal een op basis van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) strafbaar gesteld feit heeft begaan, wordt zijn ongewenstverklaring voorgesteld aan de hand van de opgemaakte processen-verbaal, transactie of strafbeschikking.
Het betreft hier vreemdelingen van wie het verblijfsrecht, door intrekking of het niet-verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning, is beëindigd. Dit op grond van een onherroepelijk geworden veroordeling voor een misdrijf, waarbij een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van drie maanden of langer is opgelegd (zie [artikel 14, onder a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=14)). De veroordeling moet een misdrijf betreffen waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd. Als aan een vreemdeling de maatregel als bedoeld in [artikel 39, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=39) is opgelegd, kan dit inhouden dat het verblijfsrecht pas bij verlenging van die maatregel kan worden beëindigd. Na intrekking van het verblijfsrecht of het niet-verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning kan tot ongewenstverklaring worden overgegaan.
### 6.4.3. Termijnen
Vreemdelingen vormen een gevaar voor de openbare orde als zij:
Een taakstraf is:
De taakstraf komt in plaats van een gevangenisstraf. In het geval dat de vreemdeling wordt veroordeeld tot het verrichten van een taakstraf wordt de duur van de door de rechter bepaalde vervangende hechtenis als uitgangspunt genomen. Dit betekent dat iedere taakstraf wordt tegengeworpen ongeacht de duur van de taakstraf. Het is niet vereist dat de uitspraak onherroepelijk is geworden.
Een ander land dat een vreemdeling ongewenst heeft verklaard, kan een onderbouwd verzoek doen om de vreemdeling ook in de openbare lichamen ongewenst te verklaren. Aan een dergelijk verzoek moet een verdrag ten grondslag liggen. Op dit moment zijn er geen verdragen gesloten die hierop zien en die gelden voor de openbare lichamen.
Een vreemdeling die buiten de rechtsmacht van Nederland een ernstig misdrijf heeft begaan, wordt in het belang van de internationale betrekkingen van Nederland ongewenst verklaard. Hierbij moet worden gedacht aan de vreemdelingen van wie het verblijf is geweigerd dan wel is beëindigd op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag (een oorlogsmisdrijf, of een misdrijf tegen de vrede of tegen de menselijkheid).
### 6.3. Procedurele aspecten
Voordat besloten wordt een vreemdeling ongewenst te verklaren, wordt hij in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen. De vreemdeling kan daarbij feiten en omstandigheden aanvoeren die naar diens mening bij de besluitvorming moeten worden betrokken. Deze zienswijze kan de vreemdeling mondeling of schriftelijk naar voren brengen. Van een mondelinge zienswijze wordt een verslag of proces-verbaal opgemaakt. Personen die volgens de verklaring van de vreemdeling iets in diens voordeel kunnen aanvoeren, worden ook zoveel mogelijk in de gelegenheid gesteld hun zienswijze naar voren te brengen. Wanneer de vreemdeling weigert zijn zienswijze te geven, of wanneer het niet mogelijk is gebleken de vreemdeling naar diens zienswijze te vragen, wordt niet afgezien van het voornemen om de vreemdeling ongewenst te verklaren. De beslissing om de vreemdeling ongewenst te verklaren wordt dan ook genomen. In de beschikking wordt de reden vermeld waarom de zienswijze ontbreekt.
De beschikking waarmee de vreemdeling ongewenst wordt verklaard, vermeldt:
### 6.4.4. De inhoud van de aanvraag
### 6.5.1. Inleiding
De ongewenstverklaring treedt onmiddellijk in werking nadat de beschikking bekend is gemaakt. De vreemdeling heeft vanaf dat moment geen rechtmatig verblijf meer in de openbare lichamen. De vreemdeling moet de openbare lichamen onmiddellijk uit eigen beweging verlaten en kan daartoe worden uitgezet (zie [artikel 16b, eerste lid WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16b)).
Tegen een beschikking waarbij de vreemdeling ongewenst is verklaard, kan binnen vier weken een bezwaarschrift worden ingediend. De ongewenstverklaring heeft onmiddellijke werking en de vreemdeling wordt in principe uitgezet. Het indienen van een bezwaarschrift leidt er niet toe dat de werking van het besluit wordt opgeschort (zie [artikel 16a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16a)).
### 6.5.1. Inleiding
De ambtenaar belast met grensbewaking is bevoegd een aantekening te plaatsen in het reisdocument van de vreemdeling over de reden van weigering van de toegang (zie [artikel 6.23 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.23)).
De hier bedoelde aantekening luidt: ‘ongewenst verklaard op (datum beschikking Minister)’.
### 6.5.2. Inhoud van het verzoek
Het plaatsen van een dergelijke aantekening kan onder omstandigheden gevolgen hebben voor de doorreis of toelating tot een derde land. Als door deze aantekening de doorreis van de vreemdeling door, of diens toelating tot, een derde land wordt bemoeilijkt, mag deze aantekening niet in het document voor grensoverschrijding worden geplaatst.
Hieronder staan (niet limitatief) verblijfsdoelen vermeld die kunnen leiden tot tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring.
### 6.4.1. Inleiding
### 1. Inleiding
In [artikel 8.5 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=8.5) zijn nadere regels gesteld over de mogelijkheden en bevoegdheden om de ongewenstverklaring op te heffen.
Bij de aanvraag moet in ieder geval de volgende informatie worden verstrekt (zie [artikel 8.5 derde lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=8.5)):
### 1. Inleiding
### 6.5. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
Een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd of onbepaalde tijd wordt niet ambtshalve aangemerkt als een aanvraag om opheffing van de ongewenstverklaring.
### 6.4.3. Termijnen
De ongewenstverklaring wordt op aanvraag van de vreemdeling opgeheven, wanneer hij:
Bij het vaststellen van deze termijnen wordt er vanuit gegaan, dat na het verstrijken van de respectievelijke termijnen het gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid in een aanvaardbare mate is geweken. Ook wordt er vanuit gegaan dat het algemeen belang (gediend met de ongewenstverklaring) in redelijkheid moet wijken voor het persoonlijk belang van de vreemdeling. Er kunnen zich echter (uitzonderlijke) gevallen voordoen, waarbij het gevaar voor de openbare orde is geweken of het persoonlijk belang van de vreemdeling zwaarder moet wegen vóórdat de hierboven genoemde termijn is verstreken. Het persoonlijk belang van de vreemdeling weegt alleen zwaarder als sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden die niet zijn meegewogen bij de totstandkoming van de algemene regel (lees: de bovengrens). Het enkele gegeven dat de vreemdeling zich gedurende de ongewenstverklaring niet schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit en buiten de openbare lichamen heeft verbleven, wordt niet aangemerkt als een bijzonder feit of omstandigheid.
### 2.2. Vrijheidsontnemende maatregelen
Een ongewenstverklaring op grond van een gevaar voor de nationale veiligheid wordt alleen op aanvraag opgeheven als de vreemdeling ten minste tien jaren onafgebroken buiten de openbare lichamen verbleef. Zolang de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid wordt de ongewenstverklaring echter niet opgeheven. Het gevaar voor de nationale veiligheid is geweken als dat blijkt uit ambtsberichten van de AIVD, de Dienst Nationale Recherche, ((inter)nationale) ministeries of inlichtingendiensten.
De termijn die de ongewenst verklaarde vreemdeling ten minste buiten de openbare lichamen moet verblijven begint weer opnieuw te lopen (zie [artikel 8.5, tweede lid BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=8.5)) als hij:
Aan de overkomst van de vreemdeling worden de volgende voorwaarden gesteld:
Bij de aanvraag moet in ieder geval de volgende informatie worden verstrekt (zie [artikel 8.5 derde lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=8.5)):
### Hoofdstuk 18. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
Er wordt geen mededeling over zijn vrijheidsontneming gedaan als de vreemdeling geen contact met de betreffende vertegenwoordiging wenst.
Wordt een vrijheidsontnemende maatregel aan een minderjarige opgelegd dan wordt hier, ambtshalve, zo spoedig mogelijk mededeling van gedaan bij de ouder(s) of de voogd van die minderjarige, voor zover die zich in de openbare lichamen bevinden. Is dat niet mogelijk, dan wordt de zich in het Koninkrijk bevindende diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging ingelicht.
### 2.2.2. Aanmelding vreemdeling
Een verzoek tot tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring:
Het formulier wordt ingevuld door of namens de ambtenaar die verantwoordelijk is voor het opleggen van de maatregel. Deze ambtenaar is ook verantwoordelijk voor het aanbrengen van wijzigingen en aanvullingen op het formulier. Vanaf het moment dat de vrijheidsontneming in een inrichting plaatsvindt, is de ambtenaar die in die inrichting verantwoordelijk is voor uitzetting verantwoordelijk voor het formulier. Nadat de uitzetting is uitgevoerd, stuurt de ambtenaar die belast is met de grensbewaking het hele formulier aan de ambtenaar die verantwoordelijk was voor de oorspronkelijke vrijheidsbeneming.
Het verzoek moet minimaal de volgende gegevens bevatten:
Hieronder staan (niet limitatief) verblijfsdoelen vermeld die kunnen leiden tot tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring.
Ten aanzien van gezinnen met minderjarige kinderen wordt zo veel mogelijk een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd in plaats van een vrijheidsontnemende maatregel om het vertrek voor te bereiden.
### 3. Beroep
Ook tijdens het verblijf in de openbare lichamen blijft de vreemdeling ondertoezicht. Hoe dat toezicht wordt ingericht, wordt per individueel geval bezien. Dit hangt onder meer af van de ernst van de feiten die tot de ongewenstverklaring hebben geleid en van de reden waarom tot de tijdelijke opheffing daarvan is besloten. Waar mogelijk wordt de toe te passen vorm van toezicht afgestemd met de instantie die om de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring heeft verzocht.
De bewaring van een gezin met minderjarige kinderen mag niet langer duren dan veertien dagen. Deze termijn kan slechts worden overschreden indien de binnen de hier bedoelde termijn geplande uitzetting geen doorgang kan vinden vanwege:
### 1. Inleiding
### 1. Inleiding
Vanwege het ingrijpende karakter blijft de toepassing van een vrijheidsbeperkende of vrijheidsontnemende maatregel beperkt tot het strikt noodzakelijke. De beginselen van proportionaliteit (doelmatigheid) en subsidiariteit (toepassen lichter middel indien mogelijk) worden voortdurend in acht genomen. De uitvoering van deze maatregelen is met strikte waarborgen omkleed.
De Awb is niet van toepassing op beschikkingen die op de openbare lichamen zijn gegeven. Ten aanzien van een klachtbehandeling is de [Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537) wel van toepassing ([hoofdstuk 9 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&hoofdstuk=9)).
### 2.1. Vrijheidsbeperkende maatregelen
De [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) kent vijf maatregelen van vrijheidsbeperking:
De Awb is niet van toepassing op beschikkingen die op de openbare lichamen zijn gegeven. Ten aanzien van een klachtbehandeling is de [Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537) wel van toepassing ([hoofdstuk 9 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&hoofdstuk=9)).
De [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) kent vier vrijheidsontnemende maatregelen:
### 2. Bezwaar en beroep algemeen
### 2.1. Vereisten voor de indiening van bezwaar
De IND-unit Caribisch Nederland kan besluiten een dergelijk beroepschrift als een bezwaarschrift te behandelen. Dit gebeurt in de volgende gevallen:
De ambtenaar belast met grensbewaking, het toezicht op vreemdelingen of de hulpofficier van justitie die een vreemdeling een maatregel op grond van [artikel 2o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2o), [artikel 15b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=15b) of [artikel 15c, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=15c) oplegt, brengt de IND unit Caribisch Nederland, namens de Minister, hiervan op de hoogte door middel van een vastgesteld model (zie [artikel 7.6 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=7.6)). Dit gebeurt vóór het verstrijken van de in [artikel 22l, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22l) genoemde termijn. Deze mededeling aan De Minister vindt ook plaats als de maatregel inmiddels is opgeheven. In verband met de kennisgeving van De Minister aan het Gerecht of een beroep bij de rechtbank van de vreemdeling tegen één van deze maatregelen wordt een aantal noodzakelijke bescheiden aan De Minister verzonden.
Op verzoek van de vreemdeling wordt zo snel mogelijk mededeling gedaan van de uitvoering van een maatregel op grond van [artikel 2o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2o), [15b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=15b) of [15c, eerste lid WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=15c). De mededeling wordt gedaan aan de naaste verwanten en aan een in het Koninkrijk gevestigde diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de staat waarvan de vreemdeling onderdaan is. Er wordt tijdens de contacten met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging geen mededeling gedaan omtrent een door de vreemdeling ingediende toelatingsaanvraag.
Er wordt geen mededeling over zijn vrijheidsontneming gedaan als de vreemdeling geen contact met de betreffende vertegenwoordiging wenst.
Wordt een vrijheidsontnemende maatregel aan een minderjarige opgelegd dan wordt hier, ambtshalve, zo spoedig mogelijk mededeling van gedaan bij de ouder(s) of de voogd van die minderjarige, voor zover die zich in de openbare lichamen bevinden. Is dat niet mogelijk, dan wordt de zich in het Koninkrijk bevindende diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging ingelicht.
Tegen de afwijzing van een verzoek verband houdende met bescherming als bedoeld in [artikel 12a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a) moet rechtstreeks beroep worden ingesteld.
Ten behoeve van een zorgvuldige en efficiënte informatievoorziening aan alle betrokkenen, bij de uitzetting van een vreemdeling, wordt een aanmeldformulier vreemdeling opgemaakt. Het ingevulde formulier bevat informatie om de vrijheidsontneming en de uitzetting van een vreemdeling zo probleemloos mogelijk te laten verlopen. Het wordt opgemaakt bij iedere vrijheidsontneming op grond van [artikel 2o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2o), [15b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=15b), of [15c, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=15c) en moet de vreemdeling begeleiden van het moment van ingang van de maatregel tot zijn uitzetting of invrijheidstelling. Eventuele wijzigingen en aanvullingen worden gelijk aangebracht. Hierna wordt het formulier bewaard in de vreemdelingenadministratie.
Het formulier wordt ingevuld door of namens de ambtenaar die verantwoordelijk is voor het opleggen van de maatregel. Deze ambtenaar is ook verantwoordelijk voor het aanbrengen van wijzigingen en aanvullingen op het formulier. Vanaf het moment dat de vrijheidsontneming in een inrichting plaatsvindt, is de ambtenaar die in die inrichting verantwoordelijk is voor uitzetting verantwoordelijk voor het formulier. Nadat de uitzetting is uitgevoerd, stuurt de ambtenaar die belast is met de grensbewaking het hele formulier aan de ambtenaar die verantwoordelijk was voor de oorspronkelijke vrijheidsbeneming.
De bezwaartermijn bedraagt, in afwijking van de [WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455), vier weken.
Gedurende de tenuitvoerlegging van de vrijheidsontneming op grond van [artikel 2o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2o), [15b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=15b), of [15c, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=15c) kan de vreemdeling voor korte duur naar een andere locatie (bijvoorbeeld politiebureau, brigade van KMar, een ambassade of consulaat etc.) overgebracht worden, als dit nodig is voor de toepassing van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571). De op grond van [artikel 2o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2o), [15b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=15b), of [15c, eerste lid WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=15c) opgelegde maatregel blijft gedurende de tijd dat de vreemdeling gelicht is van kracht.
Ten aanzien van gezinnen met minderjarige kinderen wordt zo veel mogelijk een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd in plaats van een vrijheidsontnemende maatregel om het vertrek voor te bereiden.
Onder het begrip ‘gezin’ wordt hier verstaan:
Als sprake is van een gezin met twee ouders en het gevaar van onttrekking aan het toezicht of de uitzetting bestaat, wordt zo veel mogelijk een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd aan één ouder. Aan de overige gezinsleden wordt in dat geval een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd. Echter, als het gezin de toegang tot de openbare lichamen is geweigerd, kan het gehele gezin de vrijheidsontnemende maatregel worden opgelegd, ongeacht of sprake is van een één- of tweeoudergezin. Dit is in het belang van een effectieve grensbewaking. Vrijheidsontneming van het gehele gezin blijft verder beperkt tot die situaties waarin gedwongen vertrek op korte termijn kan worden gerealiseerd. De beschikbaarheid van het gezin kan in dat geval noodzakelijk worden geacht en kan een reden zijn om een vrijheidsontnemende maatregel op te leggen. In de regel wordt aangenomen dat het gedwongen vertrek op korte termijn realiseerbaar is op het moment dat reisdocumenten (op korte termijn) beschikbaar (zullen) zijn.
De bewaring van een gezin met minderjarige kinderen mag niet langer duren dan veertien dagen. Deze termijn kan slechts worden overschreden indien de binnen de hier bedoelde termijn geplande uitzetting geen doorgang kan vinden vanwege:
Als door het uitstel de benodigde tolk niet tijdig beschikbaar is, geldt het gestelde onder a. Na afloop van de uitsteltermijn van vijf werkdagen gaat de IND-unit Caribisch Nederland ervan uit dat de zaken van de betreffende advocaat door de kantoorgenoten of collega’s zijn overgenomen.
Tegen een besluit tot het opleggen van een vrijheidsbeperkende of vrijheidsontnemende maatregel kan de vreemdeling beroep instellen bij de rechtbank (zie [artikel 22k WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22k)). Het indienen van bezwaar of administratief beroep tegen deze maatregelen is niet mogelijk (zie [hoofdstuk 4 WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455&hoofdstuk=4)).
De Minister kan aan de Korpschef en aan de Commandant der Koninklijke Marechaussee aanwijzingen geven over de uitvoering van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571), ook ten aanzien van de in dit hoofdstuk genoemde maatregelen (zie [artikel 22b, tweede lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22b)).
### Hoofdstuk 19. Rechtsmiddelen
De IND-unit Caribisch Nederland streeft er naar om binnen uiterlijk vier maanden na de datum van indiening op het bezwaarschrift te beslissen (zie [artikel 69, eerste lid, WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455&artikel=69)).
De [WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455) bepaalt welke rechtsmiddelen mogelijk zijn tegen beschikkingen die op de openbare lichamen zijn gegeven. In de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) zijn enkele uitzonderingen op enkele bepalingen over rechtsmiddelen in de WarBES opgenomen. Dit geldt bijvoorbeeld ten aanzien van de termijnen voor het indienen van rechtsmiddelen.
De Awb is niet van toepassing op beschikkingen die op de openbare lichamen zijn gegeven. Ten aanzien van een klachtbehandeling is de [Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537) wel van toepassing ([hoofdstuk 9 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&hoofdstuk=9)).
Beschikkingen genomen op grond van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) hebben onmiddellijke werking. Het instellen van een rechtsmiddel schorst de werking ervan in beginsel niet. In individuele gevallen kan dit anders worden bepaald. In de volgende situaties zal de IND-unit Caribisch Nederland hiertoe in ieder geval niet overgaan), indien:
Het indienen van bezwaar is niet verplicht (zie [artikel 54 WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455&artikel=54)). Dit betekent dat een vreemdeling rechtstreeks bij het Gerecht in Eerste Aanleg in beroep kan gaan tegen een beschikking van de IND-unit Caribisch Nederland.
De IND-unit Caribisch Nederland kan besluiten een dergelijk beroepschrift als een bezwaarschrift te behandelen. Dit gebeurt in de volgende gevallen:
Daarnaast kan het Gerecht in eerste aanleg de IND-unit Caribisch Nederland voorafgaande aan de openbare behandeling van het beroepschrift verzoeken om binnen een bepaalde termijn te verklaren of de IND-unit Caribisch Nederland bereid is de beschikking in heroverweging te nemen.
In het geval de vreemdeling een rechtsmiddel aanwendt maakt de IND-unit Caribisch Nederland een aantekening wat dit voor de opschorting van het aangezegde vertrek van de vreemdeling betekent. De IND-unit Caribisch Nederland stelt of plaatst in het identiteitspapier/document voor grensoverschrijding van een vreemdeling een aantekening waaruit blijkt dat op welke datum bezwaar of beroep en/of een voorlopige voorziening is ingediend. In het geval van een lopende procedure over bescherming maakt de IND-unit Caribisch Nederland de aantekening op een los inlegblad.
### 2.3. Het verzoek om een voorlopige voorziening
Een bezwaarschrift in mvv-zaken moet worden toegezonden aan de IND-unit Caribisch Nederland.
### 2.2. Opschorting van de werking van het (afwijzende) besluit
Ook tekent de IND-unit Caribisch Nederland aan of de vreemdeling dit rechtsmiddel mag afwachten en of de vreemdeling gedurende deze periode mag werken. Tenslotte geeft de IND-unit Caribisch Nederland aan tot wanneer de aantekening geldig blijft. Indien niet bekend is op welke datum de uitspraak bekend, vermeldt de IND-unit Caribisch Nederland een datum waarbinnen redelijkerwijs de beslissing of uitspraak te verwachten is.
### 2.4. Beroep
In een bezwaarschrift moet de volgende informatie staan ([artikel 57, vierde lid, WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455&artikel=57)):
Bij het bezwaarschrift worden zo mogelijk een kopie van de beschikking en de overige op de beschikking betrekking hebbende stukken overgelegd.
De bezwaartermijn bedraagt, in afwijking van de [WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455), vier weken.
Een bezwaarschrift mag worden ingediend door de volgende personen (zie [artikel 7, WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455&artikel=7)):
### 2.5. Hoger beroep
Wanneer een bezwaarschrift niet voldoet aan (één van) de hierboven genoemde vereisten, dan stelt de IND-unit Caribisch Nederland de indiener van het bezwaarschrift in de gelegenheid om binnen een termijn van twee weken alsnog het verzuim te herstellen.
De IND-unit Caribisch Nederland verleent voor het indienen van de nadere gronden, als bedoeld in [artikel 57, vierde lid, onder c, WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455&artikel=57), bij het bezwaarschrift uitstel:
### 3. Bijzondere rechtsmiddelen in de situatie van vrijheidsontneming
Als door het uitstel de benodigde tolk niet tijdig beschikbaar is, geldt het gestelde onder a. Na afloop van de uitsteltermijn van vijf werkdagen gaat de IND-unit Caribisch Nederland ervan uit dat de zaken van de betreffende advocaat door de kantoorgenoten of collega’s zijn overgenomen.
### 2.5. Hoger beroep
De IND-unit Caribisch Nederland wijst een verzoek om uitstel af bij wijziging van de rechtshulpverlener.
Bij niet of niet tijdige indiening van de gronden het bezwaar verklaart de IND-unit Caribisch Nederland het bezwaarschrift niet-ontvankelijk.
### 3. Bijzondere rechtsmiddelen in de situatie van vrijheidsontneming
De toegang en toelating van Nederlanders tot de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba worden per 10 oktober 2010 beheerst door de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571).
Voor burgers van de Europese Unie en hun familieleden, ook Nederlanders, die zich naar de Caribische delen van het Koninkrijk begeven geldt dat zij geen beroep op de Europese regels betreffende het vrij verkeer van personen kunnen doen. Omdat de Caribische delen van het Koninkrijk behoren tot de zogeheten Landen en Gebieden Overzee, waarop alleen de Associatieregeling van toepassing is, zijn de Europese bepalingen en regels inzake het vrij verkeer van personen aldaar niet van toepassing.
### 2.3. Toelating van rechtswege van Nederlanders
### 2.3.1. Toepassing van [artikel 5a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5a)
Onder eilandskinderen van de openbare lichamen wordt verstaan: Nederlanders die op Bonaire, Sint Eustatius of Saba zijn geboren of de Nederlandse nationaliteit hebben verkregen en hun Nederlandse kinderen, waar dan ook geboren.
Met het vorenstaande wordt aangesloten bij [artikel 4 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=4).
### 3. Bijzondere categorieën
### 3.1. Bijzondere categorieën
De minderjarige Nederlandse of Amerikaanse kinderen van de bovengenoemde Nederlanders respectievelijk Amerikanen die toelating van rechtswege hebben op grond van [artikel 3, vijfde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3), hebben toelating van rechtswege als één van de ouders het ouderlijk gezag heeft.
**Ad a**
De ongehuwde partner, van vreemde nationaliteit, van een vreemdeling die van rechtswege toelating heeft, kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd aanvragen voor een verblijfsdoel verband houdend met gezinshereniging bij partner. De geldigheidsduur van deze verblijfsvergunning is in beginsel een jaar. Als de hoofdpersoon korter dan een jaar van rechtswege is toegelaten, dan is de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning van de ongehuwde partner daarop afgestemd. Dit geldt ook voor de minderjarige kinderen, als deze kinderen zelf niet de Nederlandse nationaliteit hebben.
### 3.2.1. Indiening van de aanvraag
Zolang de vreemdeling pensioen of uitkering bij wijze van pensioen ontvangt, dan wel zolang de weduwe of weduwnaar niet is hertrouwd.
### 3.2.2. Vereiste bescheiden
### 3.2.3. Verklaring
### 3.2.4. Einde toelating van rechtswege
Ten aanzien van de in [artikel 3, vijfde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) genoemde categorie geldt dat als de Nederlander niet langer beschikt over huisvesting dan wel over voldoende middelen van bestaan, de toelating van rechtswege eindigt.
Om voor een verklaring in aanmerking te komen waaruit blijkt dat de toelating van rechtswege is toegekend moet een daartoe strekkende aanvraag worden ingediend bij de IND-unit Caribisch Nederland (model MBES8). Voor de aanvraag moeten leges worden betaald.
**Ad d: verklaring goed gedrag**
De verklaring dient uiterlijk twee maanden voor aankomst in de openbare lichamen te zijn afgegeven door de bevoegde autoriteit. Indien de verklaring van goed gedrag recenter is afgegeven wordt deze aangemerkt als een schriftelijke verklaring als bedoeld in [artikel 3, vijfde lid, van de WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3).
### 4. Verblijf in de vrije termijn
### 4.1. Algemeen
### 3.2.4. Einde toelating van rechtswege
**Ad a:**
### 4.3. Verklaring
Als een vreemdeling, van wie de toelating van rechtswege is geëindigd, een minderjarig kind heeft dat niet zelf toelating van rechtswege heeft op grond van [artikel 3, eerste lid, onder g, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3), eindigt ook de toelating van dit minderjarige kind. Dat is ook het geval als dit kind buiten de openbare lichamen verblijft voor studiedoeleinden of wegens geneeskundige behandeling (zie [artikel 4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=4), juncto [artikel 13 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=13)).
Voor deze situatie gelden aanvullend de volgende voorwaarden:
Op grond van [artikel 5a van de WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5a) kunnen bij of op basis van algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld over het verblijf zonder vergunning tot tijdelijk verblijf voor verblijf in de vrije termijn van niet langer dan zes maanden. Dit is uitgewerkt in de artikelen [4.1 tot en met 4.4 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.1). Hierin zijn regels gesteld over verblijf in de zogenoemde vrije termijn, met een maximale verblijfsduur van zes maanden. Dit verblijf is aan te merken als een vorm van toelating van rechtswege.
### 4.2. Categorieën
### 4.2.1. Toeristen
### 1.1. Inleiding
Indien men korter dan drie maanden in de openbare lichamen wenst te verblijven hoeft men niet te voldoen aan de voorwaarde van bereidheid om mee te werken aan een onderzoek naar of behandeling van tuberculose.
Voor specifieke voorschriften over het verkrijgen van toegang in de openbare lichamen wordt verwezen naar hoofdstuk 1 ‘toegang’, paragraaf 7.3.
### 1.3. Ingangsdatum
### 1.4. Arbeidsmarktaantekening
### 1.7. Voorschriften
Als sprake is van een andere beperking dan hiervoor genoemd, is het verblijfsrecht van niet-tijdelijke aard, tenzij bij de verlening van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd anders is bepaald. Dit geldt ook voor de verblijfsvergunning die verleend wordt onder een andere beperking, bedoeld in [artikel 5.2, derde lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2).
In die gevallen kan de aantekening ‘beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’ op het verblijfsdocument worden geplaatst dan wel kan een met die aantekening corresponderende code op het verblijfsdocument worden geplaatst.
### 1.8. De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
Onder publieke middelen wordt verstaan alle middelen die niet vallen onder de in de paragraaf 1.9.3.1 genoemde middelen. Dit zijn bijvoorbeeld middelen op grond van de Wet op de onderstand BES.
### 1.9.1. Mvv-vereiste
### 1.9.1.1. Vrijstellingen
Bij het onder a genoemde geval moet wel bedacht worden dat bij de verlenging van deze afhankelijke verblijfsvergunning de geldigheidsduur daarvan zich nooit mag uitstrekken tot na de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning van de echtgenoot of (geregistreerd) partner. Als de vreemdeling echter in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met voortgezet verblijf en hij heeft om wijziging van de beperking van zijn vergunning in voortgezet verblijf gevraagd, dan kan de vergunning wel verlengd worden tot na de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning van de echtgenoot of (geregistreerd) partner. De verblijfsvergunning kan dan dus gewoon verlengd worden met vijf jaren onder gelijktijdige wijziging van de beperking in ‘voortgezet verblijf’.
Hierna worden deze afwijzingsgronden toegelicht.
### 1.9.1.2. Toetsing van de vrijstellingscategorie
### 1.9.2. Geldig document voor grensoverschrijding
is het niet redelijk van hen te verlangen dat zij terugkeren naar het land van herkomst om aldaar een mvv aan te vragen.
Als een vreemdeling zich beroept op een van de vrijstellingscategorieën moet hij zelf aantonen dat hij hiervoor in aanmerking kan komen. Dit gebeurt zoveel mogelijk direct aan het loket van de IND unit Caribisch Nederland. Op het aanvraagformulier staan de vrijstellingscategorieën ingevolge de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) en het [BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599) vermeld, voorzien van een korte toelichting per vrijstellingsgrond.
### 1.9.3. Middelen van bestaan
### 1.9.3.1. Zelfstandige middelen van bestaan
Van die bevoegdheid om een aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd om die reden af te wijzen wordt steeds gebruik gemaakt, behalve in de gevallen, bedoeld in [artikel 5.31 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.31).
### 1.9.3.2. Duurzaamheid middelen van bestaan
Hoofdregel:
### 1.9.3.3. Voldoende middelen van bestaan
Proeftijd:
De inkomsten van een ondernemer die nog niet ten minste anderhalf jaar werkzaam is als zelfstandig kunnen derhalve niet als duurzaam aangemerkt worden, ongeacht de hoogte van zijn inkomsten uit arbeid als zelfstandige. Ook de omstandigheid dat een ondernemer een al langer bestaande onderneming overneemt, maakt niet dat de uit die onderneming verkregen inkomsten uit arbeid als zelfstandige duurzaam zijn.
### 1.9.4. Openbare orde en nationale veiligheid
### 1.9.4.1. Eerste verblijfsaanvaarding
De verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd kan door Onze Minister worden geweigerd met het oog op de openbare orde of het algemeen belang (zie [artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9)).
### 1.9.5. Medisch onderzoek
Onder vrijheidsontnemende maatregelen wordt ook verstaan:
Als een strafzaak wegens het plegen van een misdrijf openstaat en bekendheid met de uitkomst van de strafzaak voor de te nemen beslissing noodzakelijk is, wordt contact opgenomen met het OM. De redelijke termijn voor het geven van de beschikking wordt in dat geval schriftelijk met maximaal zes maanden verlengd.
Een aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning voor (on)bepaalde tijd kan worden afgewezen (zie [artikel 9, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9)):
### 1.9.6. Niet voldoen aan de beperking
### 1.10. Gevolgen van de afwijzing
Als TBC wordt vastgesteld, is dat op zichzelf geen grond om de aanvraag af te wijzen. Het gaat alleen om de bereidheid een onderzoek naar TBC dan wel behandeling van TBC te ondergaan of daaraan mee te werken.
Deze afwijzingsgrond geldt alleen voor de verlening van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd en niet voor het wijzigen of verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd.
### 1.11. Vertrektermijn
### 1.10. Gevolgen van de afwijzing
### 1.12.2. Wijzigen van de vergunning
De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, verleend onder de beperking het verrichten van arbeid in loondienst, wordt niet op grond van [artikel 14, onder c, d, e, van de WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=14) afgewezen als de vreemdeling voor een periode van korter dan één jaar beschikt over arbeid in loondienst waarmee voldoende zelfstandige middelen van bestaan geworven wordt. De verblijfsvergunning wordt dan verlengd tot aan de periode waarin de vreemdeling beschikt over de arbeid (zie [artikel 5.43 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.43)).
### 1.12.2. Wijzigen van de vergunning
Als de aanvraag tot verlenging niet op de uiterste datum is ingediend, maar wel binnen zes maanden na afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning, moet de aanvraag wel als een verlengingsaanvraag worden behandeld. Alle vereiste documenten moeten ook binnen die termijn zijn overgelegd (zie [artikel 5.38 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.38)). De aanvraag wordt in dat geval niet afgewezen wegens het ontbreken van een geldige mvv en ook niet als de vreemdeling weigert een onderzoek naar en zonodig behandeling aan TBC te ondergaan (artikel 5.38, lid 1, BTU-BES).
### 1.12.3. Gronden intrekking
De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, verleend onder de beperking het verrichten van arbeid in loondienst, wordt niet op grond van [artikel 14, onder c, d, e, van de WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=14) afgewezen als de vreemdeling voor een periode van korter dan één jaar beschikt over arbeid in loondienst waarmee voldoende zelfstandige middelen van bestaan geworven wordt. De verblijfsvergunning wordt dan verlengd tot aan de periode waarin de vreemdeling beschikt over de arbeid (zie [artikel 5.43 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.43)).
De gedraging van de vreemdeling moet voldoende ernstig zijn, daarom worden alleen misdrijven in aanmerking genomen. De sanctie moet voldoende zwaar zijn. Als de misdraging als een overtreding gekwalificeerd wordt of buiten het strafrecht afgedaan wordt, blijft de misdraging buiten beschouwing. De vraag of een bepaalde misdraging een misdrijf of een overtreding is, is afhankelijk van de desbetreffende wetgeving. Als het vonnis nog niet onherroepelijk is, of als de strafzaak nog openstaat, wordt contact opgenomen met het OM. Bij de berekening van de norm (drie maanden of langer) wordt alleen het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straf meegeteld. In geval van meerdere veroordelingen worden de onvoorwaardelijke gedeelten bij elkaar opgesteld, als de verblijfsduur vijf jaren of korter is.
Gedacht kan worden aan de volgende situaties, waarbij opgemerkt wordt dat deze lijst niet uitputtend is:
### 1.12.3.2. Voortzetting verblijf na intrekking verblijfsvergunning
Gedacht kan worden aan de volgende situaties waarbij opgemerkt wordt dat deze lijst niet uitputtend is:
### 2. De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd
### 2.1. Algemeen
### 2.2. Systematiek
De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd wordt slechts verleend op aanvraag en ontstaat niet van rechtswege. De vreemdeling moet aan de hiervoor gestelde voorwaarden voldoen. Op het tijdstip van indiening of beoordeling van de aanvraag moet aan de voorwaarden worden voldaan. Er wordt niet ambtshalve getoetst of de vreemdeling op enig moment in het verleden aanspraak zou hebben gemaakt op de verblijfsvergunning als die destijds zou zijn aangevraagd. De afwijzing van de aanvraag betekent niet dat er sprake is van verblijfsbeëindiging.
Als een houder van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet aan de onder a tot en met f genoemde voorwaarden voldoet wordt de aanvraag afgewezen.
### 3. Procedurele bepalingen
### 3.1. De mvv-aanvraag
Een vreemdeling die langer dan drie maanden in de openbare lichamen wil moet in het algemeen in het bezit zijn van een geldig document voor grensoverschrijding voorzien van een geldige mvv.
### 3.1.1. Aanvraagprocedure mvv ingediend door de vreemdeling
Indien de vreemdeling beschikt over een referent hier te lande, kan laatstgenoemde een aanvraag indienen tot het verlenen van een mvv aan de vreemdeling (referentprocedure). De aanvraag wordt ingediend bij de IND unit Caribisch Nederland. Gelet op de ratio van het mvv-vereiste dient de vreemdeling zich ook gedurende de beoordeling van de door de referent ingediende aanvraag buiten de openbare lichamen te bevinden.
### 3.1.2. Aanvraagprocedure mvv ingediend door de referent
Als de aanvraag niet wordt ingewilligd, stuurt de IND unit Caribisch Nederland de beslissing naar de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging, die de beschikking bekendmaakt aan de vreemdeling. De referent ontvangt een afschrift van de beschikking. Als zowel de referent als de vreemdeling zich in het buitenland bevinden, kan door de vreemdeling een mvv worden aangevraagd. De referent moet dan wel aantonen dat de vreemdeling na binnenkomst in de openbare lichamen zal beschikken over voldoende middelen van bestaan.
De referent kan de aanvraag indienen door het daartoe bestemde formulier ingevuld en voorzien van de gevraagde gegevens en bescheiden te retourneren aan IND unit Caribisch Nederland. Als de referent bij het indienen van de aanvraag niet alle gevraagde gegevens en bescheiden heeft overgelegd, wordt de referent éénmaal een hersteltermijn van twee weken verleend.
### 3.1.3. Afgifte mvv
Als niet wordt voldaan aan de toelatingsvoorwaarden voor het gevraagde verblijfsdoel ontvangt de referent een negatieve beschikking.
### 3.1.4. Samenloop aanvraagprocedures
Als het onderzoek de authenticiteit van de desbetreffende documenten bevestigt en zich ook overigens geen feiten of omstandigheden voordoen die zich tegen de afgifte van de mvv verzetten, wordt de mvv afgegeven.
### 3.1.5. Mvv en verlening verblijfsvergunning bepaalde tijd
### 3.1.4. Samenloop aanvraagprocedures
Voor het indienen van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd moet de vreemdeling zich melden bij de IND unit Caribisch Nederland. Aan de houder van een geldige mvv kan, uit het oogpunt van rechtszekerheid, alleen in uitzonderlijke gevallen een verblijfsvergunning worden geweigerd. Hiervan is sprake als blijkt dat niet aan de voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is voldaan. Uitzonderlijke gevallen zijn in ieder geval situaties waarin de vreemdeling:
### 3.2.1. De vereisten voor het indienen van de aanvraag
Wanneer geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden worden vermeld, kan de aanvraag worden afgewezen onder verwijzing naar de eerdere afwijzende beschikking. De aanvrager hoeft niet in de gelegenheid te worden gesteld de aanvraag inhoudelijk dan wel procedureel aan te vullen (zie [artikel 8, tweede lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=8)). Als in het bezwaarschrift, gericht tegen de afwijzing van de herhaalde aanvraag, nieuwe feiten of omstandigheden worden aangevoerd vormt dat geen reden om het bezwaarschrift gegrond te verklaren. Deze nieuwe feiten en omstandigheden zijn immers niet aangevoerd bij de herhaalde aanvraag en doen daarom niet af aan de juistheid van de verkorte afdoening van de aanvraag. Dit kan voor de vreemdeling wel aanleiding zijn om een nieuwe aanvraag om een verblijfsvergunning in te dienen. Hiervoor moet wel opnieuw leges worden betaald.
### 3.3. Aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd
De aanvraag tot verlening, verlenging, vervanging of vernieuwing van een verblijfsvergunning wordt schriftelijk ingediend door middel van een formulier, waarvan het model bij ministeriële regeling is vastgesteld ([artikel 7, lid 2, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7) en [artikel 5.47, lid 1, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.47)). Als de aanvraag niet is ingediend middels het juiste aanvraagformulier kan de aanvraag onder omstandigheden buiten behandeling worden gesteld.
### 3.3. Aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd
De vreemdeling geeft op het aanvraagformulier aan welke verblijfsvergunning hij wenst te verkrijgen en voor welk verblijfsdoel hij in de openbare lichamen wenst te verblijven (zie [artikel 5.48, lid 1, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.48)).
### 3.5. Specifieke bepalingen procedure verblijfsvergunning (on)bepaalde tijd
Alle buitenlandse documenten/verklaringen moeten zijn voorzien van legalisatie of apostille, afhankelijk van het land dat het stuk afgeeft. De vreemdeling moet hier zelf voor zorgen.
### 3.6. Leges
Als verblijfsdocument in de zin van [artikel 7, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7) wordt aangemerkt de Sédula.
De vreemdeling moet voor een aanvraag leges betalen. Als hij meer dan één aanvraag indient, dan moet hij voor iedere afzonderlijke aanvraag leges betalen. De leges moeten betaald worden ongeacht de beslissing op de aanvraag. Als de vreemdeling de leges niet betaalt, dan wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld of het document niet afgegeven ([artikel 7, lid 3, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7)).
### 3.7.5.1. Algemene regels
Hoofdregel: een beschikking wordt aan de belanghebbende toegezonden.
Als de vreemdeling zich buiten het openbare lichaam bevindt dan wordt de beschikking bekendgemaakt na zijn aankomst in het openbaar lichaam (zie [artikel 5.52, lid 3, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.52)).
### 3.7.4. Bevoegdheid
### 3.7.2. Beslistermijn
### 3.7.5.1. Algemene regels
Alle beslissingen met betrekking tot de inwilliging, de afwijzing of buitenbehandelingstelling van aanvragen tot het verlenen, verlengen of wijzigen van verblijfsvergunningen, en intrekking daarvan, worden door of namens de Minister van Justitie genomen.
De termijn voor het indienen van een beroep- of bezwaarschrift vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt ([artikel 16, lid 1,2 en 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455&artikel=16) en [artikel 56, lid 1,2 en 4 van de WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455&artikel=56)).
Hoofdregel: een beschikking wordt aan de belanghebbende toegezonden.
### 3.7.5.2. Weigering verlenging en wijziging beperking
### 3.8. Overgangsrecht
### 3.8.1. Geldige verblijfstitels, verklaringen van verblijf van rechtswege en nvt-verklaringen
De Sédula wordt afgegeven door Burgerzaken. Voor afgifte van de Sédula moet de vreemdeling zich in persoon melden bij Burgerzaken en daar de originele beschikking tonen waarbij de verblijfsvergunning is verleend. Het verblijfsdocument wordt alleen in persoon aan de vreemdeling uitgereikt. Een eventuele eerder afgegeven Sédula moet dan worden ingeleverd. Als sprake is van vermissing van de oude Sédula moet ook (een kopie van) een proces-verbaal van aangifte van vermissing daarvan worden overgelegd. Als de vreemdeling minderjarig is, moet het verblijfsdocument door de wettelijke vertegenwoordiger in het bijzijn van de minderjarige in ontvangst worden genomen.
### 3.8.1. Geldige verblijfstitels, verklaringen van verblijf van rechtswege en nvt-verklaringen
Een op het tijdstip van inwerkingtreding van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) geldige verblijfstitel, verklaring van verblijf van rechtswege of een verklaring, inhoudende dat de Landsverordening toelating en uitzetting niet op de houder ervan van toepassing is, afgegeven door of namens de Minister van Justitie van de Nederlandse Antillen, wordt op dat tijdstip met inachtneming van het tweede tot en met het vijfde lid van artikel II van de WTU-BES van rechtswege aangemerkt als een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, dan wel verklaring van verblijf van rechtswege, op grond van de WTU-BES.
Bij de eerstvolgende aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur moet de vreemdeling op het aanvraagformulier het verblijfsdoel aangeven dat overeenkomt met het verblijfsdoel waarvoor de aan vergunning tot tijdelijk verblijf destijds aan hem is verleend. De aanvraag om verlenging wordt vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) getoetst aan de vanaf dat tijdstip geldende de voorwaarden voor verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het betreffende verblijfsdoel.
Onze Minister is verantwoordelijk voor de verlening van een verblijfsvergunning op grond van het bepaalde bij en krachtens de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571).
### 3.8.4. Verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd na vijf jaar
### Hoofdstuk 4. Arbeid in loondienst
### 1. Inleiding
Op grond van de [Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437) wordt getoetst of aan de voorwaarden voor verlening van een TWV is voldaan door de werkgever waarvoor de vreemdeling arbeid wil gaan verrichten.
### Hoofdstuk 4. Arbeid in loondienst
De [Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437) kent een aantal uitzonderingen op de verplichte arbeidsmarkttoets (zie bijvoorbeeld [artikel 8, derde lid, Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437&artikel=8)). In die gevallen kan een TWV worden verleend zonder toetsing aan prioriteitgenietend aanbod op de arbeidsmarkt.
### 2.2. Vereiste bescheiden
In de behoefte aan arbeidskrachten moet zoveel mogelijk worden voorzien door inschakeling van het op de lokale arbeidsmarkt aanwezige of redelijkerwijs te verwachten aanbod. Dit is het zogenaamde prioriteitgenietend aanbod op de lokale arbeidsmarkt. Onder lokale arbeidsmarkt wordt verstaan: de arbeidsmarkten van de openbare lichamen samen.
Op grond van de [Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437) is een werkgever:
### 2.3.1. 1-loket procedure
**Bouwbedrijf B heeft in beginsel de TWV voor de tewerkstelling van Luciano bij bouwbedrijf A. Als bouwbedrijf B de TWV niet heeft, moet bouwbedrijf A de TWV aanvragen.**
### 2.2. Vereiste bescheiden
De beslissingen op de aanvragen om een TWV en om een mvv/verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden beide in beginsel bekendgemaakt door uitreiking in persoon van de beschikkingen aan het loket van de IND-BES. In beginsel vindt dit zoveel mogelijk gelijktijdig plaats (zie voor regels over bekendmaking van besluiten hoofdstuk 3, paragraaf 3.7.6)
### 2.3.2. Procedure gezinsleden bij het loket van IND-BES
### 2.3.1. 1-loket procedure
Voor verblijf in de openbare lichamen verband houdend met het verrichten van arbeid in loondienst moet de werkgever van de vreemdeling beschikken over een TWV en de vreemdeling over een verblijfsvergunning. De beslissing op de aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd enerzijds en de beslissing op de aanvraag om een TWV anderzijds beïnvloeden elkaar.
### 2.3.2. Procedure gezinsleden bij het loket van IND-BES
Bij het indienen van de aanvragen moeten de aanvraagformulieren:
### 2.4. Samenhang beslissing aanvraag TWV en verblijfsvergunning
Voor verblijf in de openbare lichamen verband houdend met het verrichten van arbeid in loondienst moet de werkgever van de vreemdeling beschikken over een TWV en de vreemdeling over een verblijfsvergunning. De beslissing op de aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd enerzijds en de beslissing op de aanvraag om een TWV anderzijds beïnvloeden elkaar.
Als de aanvraag om een TWV wordt geweigerd voordat op de aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is beslist, wordt als regel ook een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst geweigerd.
Een weigering de geldigheidsduur te verlengen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd of de intrekking ervan en ook intrekking van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd vormt op grond van [artikel 10, onder b, Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437&artikel=10) een dwingende reden voor intrekking van de TWV.
### 2.6. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 3.1. Verblijfsvoorwaarden
### 3.2. Vrijgestelde categorieën vreemdelingen
Als aan de hierboven in 2.1 genoemde voorwaarden wordt voldaan, wordt de verblijfsvergunning verleend onder de beperking ‘arbeid in loondienst bij ............ (naam werkgever)’.
Het verbod voor een werkgever om een vreemdeling zonder TWV arbeid te laten verrichten geldt niet voor een vreemdeling die beschikt over een verblijfsvergunning welke is voorzien van een aantekening van de Minister van Justitie waaruit blijkt dat aan die vergunning geen beperkingen zijn verbonden voor het verrichten van arbeid (zie [artikel 8,onder e, Besluit uitvoering Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=8)).
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst kan worden verleend aan een vreemdeling die in het bezit is van een arbeidsmarktaantekening ‘arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’ als hij in ieder geval voldoet aan de voorwaarden genoemd in [artikel 5.20, tweede lid, onder b, c en e, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.20).
### 4. Bijzondere categorieën vreemdelingen
### 4.1. Nederlandse zeeschepen
Bij verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid
### 4.2. Internationale luchtvaart en scheepvaart
Als een vreemdeling:
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst kan worden verleend aan een vreemdeling die in het bezit is van een arbeidsmarktaantekening ‘arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’ als hij in ieder geval voldoet aan de voorwaarden genoemd in [artikel 5.20, tweede lid, onder b, c en e, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.20).
### 4.3.1. Inleiding
### 4.1. Nederlandse zeeschepen
### 4.2. Internationale luchtvaart en scheepvaart
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst kan worden verleend aan een vreemdeling die in het bezit is van een arbeidsmarktaantekening ‘arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’ als hij in ieder geval voldoet aan de voorwaarden genoemd in [artikel 5.20, tweede lid, onder b, c en e, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.20).
Zie voor de vereiste bescheiden [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=3&z=2015-02-19&g=2015-02-19) CTU-BES.
Als Nederlands zeeschip wordt aangemerkt een schip dat onder Nederlandse vlag vaart en in Nederland is geregistreerd.
### 4.2. Internationale luchtvaart en scheepvaart
### 4.3.3.2. Arbeidsmarktaantekening
In geval van een beoogd verblijf van langer dan drie maanden moet er ook een aanvraag voor een verblijfsvergunning en indien nodig een mvv te worden ingediend. Als de TWV wordt verleend, kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden afgegeven onder de beperking ‘arbeid in loondienst’, met arbeidsmarktaantekening ‘Arbeid uitsluitend toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’ (zie verder [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=3&z=2015-10-01&g=2015-10-01)).
De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor stagiaires beloopt maximaal één jaar.
### 4.3.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 4.4. Kortdurende arbeid (maximaal drie maanden)
Vreemdelingen mogen als toerist in de openbare lichamen binnenkomen en er in beginsel maximaal drie maanden verblijven zonder verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd (zie [artikel 4.2, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.2)). Deze periode van drie maanden is de vrije termijn.
### 4.3.4. Geldigheidsduur
Aan de verlening van de verblijfsvergunning worden de volgende voorschriften verbonden:
### 4.4. Kortdurende arbeid (maximaal drie maanden)
Voortzetting van verblijf voor het verrichten van arbeid als stagiair of praktikant wordt dus niet toegestaan. Dit volgt uit het feit dat de TWV voor het verrichten van arbeid als stagiair of praktikant slechts voor maximaal een jaar respectievelijk 24 weken kan worden verleend.
### 4.4.2. Meldplicht
### 4.4.3. Arbeidsovereenkomst of stage voor maximaal drie maanden
Deze meldplicht geldt niet als de vreemdeling (zie [artikel 6.38, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.38)):
### 4.7. Dienstverrichters
Nederlanders die na drie maanden arbeid op basis van een arbeidsovereenkomst voor korte duur langer in de openbare lichamen willen verblijven, moeten daarvoor een verklaring aanvragen waaruit blijkt dat zij toelating van rechtswege hebben op grond van [artikel 3 van de WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3).
Dit zijn in de openbare lichamen tewerkgestelde vreemdelingen die hun woonplaats hebben in een ander land, binnen of buiten het Koninkrijk, waarheen zij dagelijks, of ten minste eenmaal per week, terugkeren.
### 4.5. Van rechtswege toegelaten vreemdelingen
Voor vreemdelingen die op grond van [artikel 3, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) van rechtswege toelating tot verblijf hebben, hoeft de werkgever niet in het bezit te zijn van een TWV. Zie verder [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=2&z=2014-01-21&g=2014-01-21).
### 4.6. Directeuren-(groot)aandeelhouders
De werkgever moet in beginsel in het bezit zijn van een TWV (behoudens uitzonderingen genoemd in [artikel 3 Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437&artikel=3) en de [artikelen 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=7) en [8 Besluit uitvoering Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=8)). Voor de verlening van de TWV voor arbeid voor maximaal 12 weken moet de vreemdeling in het bezit zijn van een bewijs van rechtmatig verblijf. Met het oog daarop kan de vreemdeling zich melden bij de IND-unit Caribisch Nederland, die hem een verklaring afgeeft als aan de daarvoor geldende voorwaarden wordt voldaan (zie [artikel 3, derde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3)).
De TWV-plicht voor de werkgever geldt niet in het volgende geval:
### 5.3.1. Houders van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd
Voor vreemdelingen die op grond van [artikel 3, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) van rechtswege toelating tot verblijf hebben, hoeft de werkgever niet in het bezit te zijn van een TWV. Zie verder [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=2&z=2015-10-01&g=2015-10-01).
### 4.6. Directeuren-(groot)aandeelhouders
### 5.1. Inleiding
Let op: voor de vreemdeling aan wie op grond van de [Wet vestiging bedrijven BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028164) een directievergunning is verleend, hoeft geen TWV te zijn afgegeven.
In dat geval wordt immers niet meer voldaan aan de beperking waaronder de verblijfsvergunning aan de vreemdeling is verleend.
### 5.1. Inleiding
### 5.3.1. Houders van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd
### 5.3.2. Houders van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
In dat geval wordt immers niet meer voldaan aan de beperking waaronder de verblijfsvergunning aan de vreemdeling is verleend.
### 5.3.2. Houders van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd kan wel worden ingetrokken op grond van het algemeen belang (zie [artikel 14, aanhef en onder c, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=14) en [artikel 5.46 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.46)).
De onder b genoemde intrekkingsgrond kan met name gebruikt worden in geval van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid, aangezien de vreemdeling dan vaak nog wel gedeeltelijk arbeid verricht en dus nog wel aan de beperking van de aan hem verleende verblijfsvergunning voldoet.
### Hoofdstuk 5. Arbeid als zelfstandige
### 1. Inleiding
Aan een vreemdeling die een zelfstandig bedrijf uitoefent kan onder voorwaarden een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden verleend onder een beperking die verband houdt met het verrichten van arbeid als zelfstandige (zie [artikel 7, zevende lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7) en [artikel 5.2, eerste lid, onder d, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2)).
### Hoofdstuk 5. Arbeid als zelfstandige
Aan een vreemdeling die een zelfstandig bedrijf uitoefent kan onder voorwaarden een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden verleend onder een beperking die verband houdt met het verrichten van arbeid als zelfstandige (zie [artikel 7, zevende lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7) en [artikel 5.2, eerste lid, onder d, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2)).
‘elke onderneming, waarin eenig bedrijf, door wien ook wordt uitgeoefend’ (zie [artikel 1, eerste lid, Wet vestiging bedrijven BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028164&artikel=1)).
Onder het uitoefenen van een bedrijf/onderneming valt:
### 2. Voorwaarden
Vreemdelingen die in de openbare lichamen werkzaamheden als zelfstandige willen verrichten (uitoefenen van een bedrijf of starten van een bedrijf) of die als directeur van een bedrijf werkzaam willen zijn, moeten in het bezit zijn van een daartoe strekkende vergunning op grond van de [Wet vestiging bedrijven BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028164). Deze vestigingsvergunning of directievergunning kan worden aangevraagd bij het Bestuurscollege van het openbare lichaam waar de vreemdeling zich wil vestigen. Op grond van het [Besluit uitvoering Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231) geldt voor zelfstandig ondernemers/directeuren geen TWV-vereiste.
### 4.2. Arbeidsmarktaantekening
Vreemdelingen die in de openbare lichamen een zelfstandig beroep willen uitoefenen of op andere wijze als zelfstandige hun diensten aanbieden en die niet feitelijk in loondienst zijn, moeten daarvoor ook in het bezit zijn van een vergunning op grond van de [Wet vestiging bedrijven BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028164). Zij vallen onder het begrip zaak in de zin van [artikel 1, eerste lid, van de Wet vestiging bedrijven BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028164&artikel=1).
### 4. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
De behandeling die een toegelaten Amerikaanse onderdaan in de openbare lichamen toekomt, is als gevolg van artikel II, derde lid, gelijk aan die van Nederlanders, maar als gevolg van punt 3 van het Protocol niet gunstiger dan die van Nederlanders die niet in de openbare lichamen zijn geboren.
### 4.2. Arbeidsmarktaantekening
### 2. Voorwaarden
### 5. Geldigheidsduur
Een onderdaan van de Verenigde Staten van Amerika die, op grond artikel II, eerste lid, onder a of b, van het Verdrag, voorzetting van het verblijf wenst in de openbare lichamen, hoeft niet te voldoen aan het middelenvereiste zoals neergelegd in [artikel 9, eerste lid, aanhef en onder c, van de WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9), als hij voldoet aan de overige voorwaarden zoals omschreven in dit hoofdstuk.
Dit sluit de mogelijkheid niet uit om maatregelen toe te passen die noodzakelijk zijn voor de handhaving van de openbare orde en voor de bescherming van de volksgezondheid, de goede zeden en de veiligheid. Hiermee wordt, voor zover hier van belang, bedoeld maatregelen die zijn voorzien bij de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571), zoals:
**Ad b Bedrijfsuitoefening**
### 2.2. Vereiste bescheiden arbeid als zelfstandige op grond van het Verdrag
Een vreemdeling die een vrij beroep uitoefent valt in het algemeen onder de werking van het Verdrag. Beroepsbeoefenaren met een zekere publieke taak, dan wel een functie in de gezondheidszorg of publieke veiligheidsector, worden van de werkingssfeer van het Verdrag uitgesloten. De werkzaamheden die iemand uitoefent, zijn daarom van belang bij de bepaling of de vreemdeling onder werking van het Verdrag valt.
### 2.3. Vereiste bescheiden arbeid in loondienst als sleutelpersoneel op grond van het Verdrag
**Ad a:**
### 1. Inleiding
Bij een VoF kan het aanzienlijk kapitaal worden aangetoond met enerzijds een oprichtingsakte (of contract) waarin staat hoe groot de financiële deelname is van iedere vennoot en anderzijds de (openings)balans waarin aan de rechterkant (credit) de rekeningen staan met de bedragen zoals die in de oprichtingsakte staan vermeld. Deze rekeningen heten ‘Vermogen’ en dan de eigen naam van de vennoot. Bij een VoF wordt het woord ‘Eigen’ weggelaten en wordt in plaats daarvan de naam van de vennoot eraan toegevoegd. Dus bijvoorbeeld ‘Vermogen Robinson 100.000 ’. Er kan ook een bankafschrift van de onderneming worden gevraagd als bewijs dat het geld daadwerkelijk is overgemaakt.
### 5. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
De vreemdeling moet bij de aanvraag de volgende documenten overleggen:
### 3. Arbeid in loondienst
### 1. Inleiding
Het verblijf van de echtgeno(o)t(e) of ongehuwd minderjarig kind van de hoofdpersoon, ongeacht hun nationaliteit, kan met toepassing van [artikel 9 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=6) worden geweigerd, met uitzondering van het middelenvereiste (artikel 9, eerste lid, aanhef en onder c, WTU-BES). Dit geldt, zolang de hoofdpersoon voldoet aan de voorwaarden van het Verdrag, zowel voor eerste toelating als ook voor de verlengingsaanvraag van de gezinsleden.
### 2. Studenten die al in het bezit zijn van een verblijfsvergunning voor een ander doel
### 5.2. Voorschrift
De geldelijke bijdrage (het bruto-inkomen) die de vreemdeling per maand ontvangt moet tenminste gelijk zijn aan USD 559 per maand, aangevuld met college- of lesgelden.
### 2. Studenten die al in het bezit zijn van een verblijfsvergunning voor een ander doel
De bekostiging van de studie kan op twee manieren plaatsvinden:
De verblijfsvergunning kan worden verleend als sprake is van (voorlopige) inschrijving aan één van de volgende onderwijsinstellingen die voltijds hoger onderwijs aanbieden:
### 6. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
Voor vreemdelingen met een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor studie geldt een maximale verblijfsduur. De maximale verblijfsduur is afhankelijk van de studielast van de studie die wordt gevolgd en bedraagt één jaar meer dan die studielast. Als de vreemdeling de studie niet binnen de maximale verblijfsduur afrondt, is sprake van onvoldoende studievoortgang. In dat geval wordt de verblijfsvergunning niet verlengd en komt de vreemdeling ook niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning voor het volgen van een andere studie.
### 6.2. Arbeidsmarktaantekening
### 6. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
Dit verblijfsrecht is tijdelijk van aard. Dit moet uitdrukkelijk in de beschikking waarbij de verblijfsvergunning wordt verleend, worden vermeld.
### 6.3. Voorschriften
De schriftelijke garantstelling door de onderwijsinstelling is hier een voorschrift tot het stellen van zekerheid als bedoeld in [artikel 5.4, eerste lid, onder b, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.4).
De schriftelijke garantverklaring genoemd in paragraaf 3, onder c, sub 1 dient om aan te tonen dat wordt voldaan aan het middelenvereiste.
### Hoofdstuk 8. Gepensioneerden en renteniers
### 1. Inleiding
Het verblijfsrecht van de hoofdpersoon/student is tijdelijk (zie [artikel 5.3, tweede lid, onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.3)). [Artikel 5.9, tweede lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.9) en bovenstaande beleidsregel maken het mogelijk dat ook in dat geval een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verband houdend met gezinshereniging kan worden verleend.
Voor verandering van onderwijsinstelling moet wijziging gevraagd worden van de beperking waaronder de verblijfsvergunning is verleend. De totale termijn op grond waarvan verblijf in de openbare lichamen voor studie is toegestaan mag echter de maximale verblijfsduur niet mag overschrijden.
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands of Engels of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
### 3. Reguliere gepensioneerden en renteniers
### 4.2. Verblijfsvoorwaarden
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan onder een beperking verband houdend met verblijf als gepensioneerde of rentenier wordt verleend als de vreemdeling voldoet aan de onder paragraaf 2, 3.2 of 4.2 van dit hoofdstuk genoemde voorwaarden. Als hij niet voldoet aan één of meer van deze voorwaarden, wordt de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning afgewezen.
Een pensioenuitkering moet op het tijdstip waarop de aanvraag om een verblijfsvergunning is ontvangen of de beschikking wordt gegeven nog ten minste één jaar beschikbaar zijn. Dit kan worden aangetoond met een verklaring of brief van het pensioenfonds.
### 4.3. Vereiste bescheiden
### 3. Reguliere gepensioneerden en renteniers
De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is maximaal zes maanden per jaar en is tijdelijk van aard. De tijdelijkheid moet altijd uitdrukkelijk in de beschikking waarbij de verblijfsvergunning wordt verleend, worden vermeld.
### 4.2. Verblijfsvoorwaarden
De middelen van bestaan van een gepensioneerde of rentenier zijn voldoende, zelfstandig en duurzaam als:
Een pensioenuitkering moet op het tijdstip waarop de aanvraag om een verblijfsvergunning is ontvangen of de beschikking wordt gegeven nog ten minste één jaar beschikbaar zijn. Dit kan worden aangetoond met een verklaring of brief van het pensioenfonds.
### 4. Overwinteraars
### 4.1. Inleiding
Overwinteraars zijn Nederlanders en vreemdelingen die gedurende een periode van maximaal zes maanden per jaar in de openbare lichamen verblijven, veelal gedurende de wintermaanden in het land van herkomst.
### 5.2. Geldigheidsduur
Vreemdelingen die in de openbare lichamen willen overwinteren dan wel als toerist tijdelijk, gedurende een periode van maximaal zes maanden binnen een tijdvak van een jaar, in de openbare lichamen willen verblijven, kunnen een aanvraag indienen om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder de beperking ‘verblijf als gepensioneerde of rentenier’. Dit betreft een tijdelijk verblijfsrecht en moet uitdrukkelijk in de beschikking waarbij de verblijfsvergunning wordt verleend worden vermeld (zie [artikel 5.3, derde lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.3)).
Ten aanzien van deze voorwaarden zijn de beleidsregels met betrekking tot de algemene voorwaarden van [artikel 9, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9) van toepassing. Deze staan in [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=3&z=2015-10-01&g=2015-10-01).
### 4.3. Vereiste bescheiden
### 5. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 5.1. Beperking
De geldigheidsduur van de te verlenen verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is een jaar. Deze kan daarna steeds met een jaar verlengd worden, als aan de daarvoor geldende voorwaarden wordt voldaan.
De vreemdeling moet een zakelijke investering doen en/of onroerend goed aanschaffen met een totale waarde van tenminste USD 365.000,00. Deze investering moet binnen 18 maanden na de eerste aanvraag zijn verwezenlijkt.
### 5.2. Arbeidsmarktaantekening
### 5.3. Voorschriften
Onder het inbrengen van ‘ buitenlandse deviezen’ valt:
De verblijfsvergunning biedt de mogelijkheid aan kapitaalkrachtige vreemdelingen om een langere periode in de openbare lichamen te kunnen verblijven zonder dat zij zich zakelijk moet vestigen in de openbare lichamen of hoofdverblijf moeten hebben in de openbare lichamen.
Ten aanzien van deze voorwaarden zijn de beleidsregels met betrekking tot de algemene voorwaarden van [artikel 9, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9) van toepassing. Deze staan in [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=3&z=2015-10-01&g=2015-10-01).
### 5. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
Ten aanzien van deze voorwaarden zijn de beleidsregels met betrekking tot de algemene voorwaarden van [artikel 9, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9) van toepassing. Deze staan in [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=3&z=2015-02-19&g=2015-02-19).
### 5.3. Voorschriften
### Hoofdstuk 10. Vrijwilligers
### Hoofdstuk 10. Vrijwilligers
Aan een vreemdeling die vrijwilligerswerk verricht in de openbare lichamen kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden verleend onder een beperking verband houdend met ‘verblijf als vrijwilliger’, als aan de daarvoor geldende voorwaarden wordt voldaan (zie [artikel 5.2, eerste lid, onder m, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2)). De verblijfsvoorwaarden voor dit verblijfsdoel zijn hieronder uitgewerkt in beleidsregels.
Een vrijwilliger is een natuurlijke persoon die deelneemt aan arbeid die gebruikelijk onbetaald wordt verricht, geen winstoogmerk heeft en een algemeen maatschappelijk doel dient.
De organisatie voor wie vrijwilligerswerk wordt verricht wordt geacht solvabel te zijn als daaraan een TWV is verleend voor het door de vreemdeling te verrichten vrijwilligerswerk.
### 4. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
Middelen van bestaan zijn in geval van een beoogd verblijf als vrijwilliger voldoende als de vreemdeling een voor het betreffende vrijwilligerswerk naar het oordeel van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gebruikelijk salaris of gebruikelijke vergoeding ontvangt.
### 3. Vereiste bescheiden
### 1.1. Inleiding
### 4. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
In het kader van gezinshereniging kan verblijf in de openbare lichamen worden toegestaan op grond van een huwelijk, geregistreerd partnerschap, of niet-geregistreerd partnerschap dat al bestond toen beide (huwelijks)partners nog buiten de openbare lichamen verbleven. Voor toelating van kinderen die uit deze (huwelijks)relatie zijn geboren wordt verwezen naar paragraaf 5 (en verder) van dit hoofdstuk.
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder de beperking: ‘verblijf als vrijwilliger’.
Dit verblijfsrecht is tijdelijk van aard. Dit moet uitdrukkelijk in de beschikking waarbij de verblijfsvergunning wordt verleend, worden vermeld.
### 4.3. Voorschriften
### 1.1. Inleiding
Beleidsregel:
De verblijfsvergunning wordt ingevolge [artikel 5.11, onder a en b, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.11) verleend, als de hoofdpersoon in de openbare lichamen verblijft als:
### 1.3. Beleid gezinsvorming
### 2. Huwelijk en geregistreerd partnerschap
### Hoofdstuk 11. Gezinshereniging en gezinsvorming
Op grond van [artikel 5.13 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.13) wordt de verblijfsvergunning verleend als de vreemdeling en de hoofdpersoon samenwonen en een gemeenschappelijke huishouding voeren.
Aan de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden van het sluiten van een voldoende ziektekostenverzekering, met inbegrip van de kosten die zijn verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.
Ingevolge [artikel 5.10, onder a, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.10) wordt de verblijfsvergunning op grond van een huwelijk verleend als het huwelijk naar Nederlands internationaal privaatrecht rechtsgeldig is. De verblijfsvergunning wordt niet op grond van een geregistreerd partnerschap verleend als dat partnerschap niet in Nederland is geregistreerd.
Het bestaan van een geldig huwelijk moet met gelegaliseerde documenten worden aangetoond. Als het huwelijk, gesloten buiten een land van het Koninkrijk, wegens strijd met de openbare orde, niet voor erkenning door de openbare lichamen in aanmerking komt, dan heeft dit tot gevolg dat dit huwelijk niet de basis kan vormen voor verlening van een vergunning tot (tijdelijk) verblijf.
### 2.2. Vereiste bescheiden
### 2.3. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
Op grond van [artikel 5.13 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.13) wordt de verblijfsvergunning verleend als de vreemdeling en de hoofdpersoon samenwonen en een gemeenschappelijke huishouding voeren.
### 2.3.3. Voorschrift
### 2.4. Geldigheidsduur
De (ongehuwde) burgerlijke staat wordt aangetoond met officiële gelegaliseerde bescheiden.
### 4. Relatie
### 4.1. Verblijfsvoorwaarden
Het bestaan van een duurzame en een exclusieve relatie kan worden aangetoond door de ondertekening van een relatieverklaring door beide partners. Door de ondertekening van die schriftelijke verklaring verklaren de vreemdeling en de hoofdpersoon feitelijk samen te (gaan) wonen en een duurzame en exclusieve relatie te onderhouden.
Verwantschap:
Op grond van [artikel 5.10 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.10) wordt de verblijfsvergunning verleend als de vreemdeling en de hoofdpersoon niet tot elkaar in een zodanig nauwe relatie staan dat die naar Nederlands recht een huwelijksbeletsel zou vormen.
Gelegaliseerde akten:
### 5.1. Verblijfsvoorwaarden
### 4.3. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
De vreemdeling en de persoon bij wie deze wil verblijven, moeten feitelijk samenwonen en een gemeenschappelijke huishouding voeren. Zij moeten ook naar buiten toe, bijvoorbeeld naar de werkgever en de ziektekostenverzekeraar, hetzelfde adres voeren. Daarnaast moeten de vreemdeling en de persoon bij wie deze wil verblijven op hetzelfde adres in de basisadministratie persoonsgegevens staan ingeschreven.
### 4.4. Geldigheidsduur
### 4.2. Vereiste bescheiden
### 4.3. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
Door middel van officiële gelegaliseerde documenten wordt aangetoond dat de ouder(s) of wettelijk vertegenwoordiger, of (als zij zijn overleden of een onbekende verblijfplaats hebben) de autoriteiten in het land van herkomst instemmen met het verblijf van het kind in het gezin van de pleegouders. Alleen als het recht van het land van herkomst dit vereist, is naast instemming van de ouder(s) of de wettelijke vertegenwoordiger ook instemming van de autoriteiten van het land van herkomst vereist.
De ouders moeten ook het wettelijk gezag over de minderjarige (tijdelijk) aan de pleegouders overdragen. Per land moet onderzocht worden of dit kan via een notariële verklaring of dat de ouders hiervoor een rechtelijke uitspraak nodig hebben.
Kinderen die alleen bij moeder of alleen bij vader verblijf aanvragen, terwijl de (biologische) vader of moeder in het land van herkomst achterblijft, moeten, naast de gebruikelijke voorwaarden, aan de volgende voorwaarde voldoen:
Op grond van [artikel 5.10, onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.10) wordt de verblijfsvergunning verleend, als het kind feitelijk behoort en al in het buitenland feitelijk behoorde tot het gezin van de in de openbare lichamen wonende ouder(s) bij wie verblijf wordt beoogd. De gezinsband moet al in het buitenland hebben bestaan en het kind moet gaan samenwonen met de ouder(s).
De aanvraag wordt afgewezen, als het kind niet feitelijk behoort en al in het buitenland behoorde tot het gezin van de in de openbare lichamen wonende ouder(s) bij wie verblijf wordt beoogd.
Voor de invulling van het begrip feitelijke gezinsband in zaken waarin minderjarige biologische of juridische kinderen bij een in de openbare lichamen verblijvende ouder verblijf vragen, wordt aangesloten bij het begrip familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM.
### 5.4.3. Voorschrift
Als de referent met meer dan één andere persoon tegelijkertijd door een huwelijk of (geregistreerd) partnerschap is verbonden, wordt op grond van [artikel 5.12 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.12) geen verblijfsvergunning verleend aan het minderjarige biologische of juridische kind van de referent als:
### 5.3.2. Vereiste bescheiden
### 5.4.1. Beperking
### 5.4.2. Arbeidsmarktaantekening
De verblijfsvergunning wordt verleend, als de in de openbare lichamen verblijvende kinderen in de openbare lichamen verblijven als:
### 6.2. Vereiste bescheiden
De aanvraag wordt niet afgewezen wegens het ontbreken van een geldig mvv of het ontbreken van voldoende middelen van bestaan. De aanvraag wordt ook niet afgewezen wegens het niet bereid zijn een onderzoek naar of behandeling voor TBC te ondergaan en daaraan mee te werken.
De familierechtelijke relatie moet worden aangetoond met officiële gelegaliseerde documenten.
Bovengenoemde arbeidsmarktaantekening staat niet in de weg dat bij andere wetten beperkingen ten aanzien van het verrichten van arbeid door minderjarigen gesteld worden.
### 6.3.1. Beperking
### 6.3.2. Arbeidsmarktaantekening
De familierechtelijke relatie moet worden aangetoond met officiële gelegaliseerde documenten.
### 6.3.3. Voorschrift
De uitgangspositie van de belangenafweging wordt mede bepaald door de omstandigheid of sprake is van inmenging. Bij de weigering van voortgezet verblijf is de uitgangspositie van de vreemdeling sterker dan bij eerste toelating van vreemdelingen tot de openbare lichamen. De omstandigheid dat nooit sprake is geweest van rechtmatig verblijf zal ten nadele van de vreemdeling worden betrokken bij deze belangenafweging.
### 6.4. Geldigheidsduur
### 7.4.1. Beperking
Als het verblijfsrecht van de persoon bij wie de vreemdeling wil verblijven, tijdelijk van aard is, is het verblijfsrecht van de vreemdeling ook tijdelijk van aard.
### 6.3.2. Arbeidsmarktaantekening
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: ‘arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’. Beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.
### 6.3.3. Voorschrift
De uitgangspositie van de belangenafweging wordt mede bepaald door de omstandigheid of sprake is van inmenging. Bij de weigering van voortgezet verblijf is de uitgangspositie van de vreemdeling sterker dan bij eerste toelating van vreemdelingen tot de openbare lichamen. De omstandigheid dat nooit sprake is geweest van rechtmatig verblijf zal ten nadele van de vreemdeling worden betrokken bij deze belangenafweging.
In aanvulling op de algemene voorwaarden voor verblijf gelden voor de verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor verblijf als pleegkind de volgende cumulatieve voorwaarden:
### Hoofdstuk 12. Buitenlandse adoptiekinderen en buitenlandse pleegkinderen
### 7.4. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
### 2. Adoptiekinderen
### 3. Buitenlandse pleegkinderen
### 3.1. Verblijfsvoorwaarden
Buitenlandse pleegkinderen zijn minderjarige kinderen die om welke reden dan ook thuis (in het buitenland) niet meer kunnen opgroeien en in een pleeggezin worden geplaatst waarbij de pleegouders feitelijk de verzorging over de kinderen van de ouders overnemen, maar niet juridisch de ouders van het kind worden.
De verblijfsvergunning voor verblijf als buitenlands pleegkind wordt verleend onder de beperking ‘Verblijf bij ............. (naam pleegouder)’.
**Gereserveerd**
Wanneer dit niet uit de medische verklaring blijkt, moet het kind (in de openbare lichamen) alsnog een TBC onderzoek ondergaan. Alleen wanneer niet aan dit onderzoek wordt meegewerkt of wanneer het kind weigert mee te werken aan de behandeling van TBC aan de ademhalingsorganen, wordt de aanvraag met toepassing van artikel [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) afgewezen.
Verblijf kan alleen worden verleend wanneer de verblijfgever de grootouder, broer, zuster, oom of tante van het pleegkind is.
Zo zijn factoren als armoede, alleenstaande ouders en werkloosheid op zichzelf geen factoren die van belang zijn bij de beslissing of een minderjarige wel of niet als pleegkind naar de openbare lichamen kan komen. Dit kunnen omstandigheden zijn die voor vele gezinnen met kinderen of alleenstaande ouders met kinderen gelden.
### 1. Inleiding
### 2.1. Algemeen
Wanneer dit niet uit de medische verklaring blijkt, moet het kind (in de openbare lichamen) alsnog een TBC onderzoek ondergaan. Alleen wanneer niet aan dit onderzoek wordt meegewerkt of wanneer het kind weigert mee te werken aan de behandeling van TBC aan de ademhalingsorganen, wordt de aanvraag met toepassing van artikel [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) afgewezen.
### 2.2.1. Verblijfsvoorwaarden
De verblijfsvergunning wordt niet verleend als de aspirant-pleegouders niet zelfstandig en duurzaam beschikken over voldoende middelen van bestaan.
Als het familielid bij wie de vreemdeling verblijf beoogt een echtgenoot of partner heeft, kan het inkomen van die persoon worden meegeteld bij de berekening van het gezinsinkomen. Als aanvullende voorwaarde geldt dan dat ondertekening van de garantverklaring, bedoeld in [artikel art. 3.9, lid 2, onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=3.9) geschiedt door de hoofdpersoon en bedoelde partner.
### 3.2. Vereiste bescheiden
### 3.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
Op grond van [artikel 5.2 lid 1 onder g, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.2) kan aan een oud-Nederlander verblijf verleend worden in het kader van wedertoelating tot de openbare lichamen.
De verblijfsvergunning voor verblijf als buitenlands pleegkind wordt verleend onder de beperking ‘Verblijf bij ............. (naam pleegouder)’.
### 2.3.2. Verblijfsvoorwaarden
Aan de verblijfsvergunning wordt als voorschrift verbonden voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten, met inbegrip van kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.
Als de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding wordt dat niet tegengeworpen.
### 2.3. Oud-Nederlanders die geboren en getogen zijn buiten de openbare lichamen
### 4.1. Verblijfsvoorwaarden
### 4.2. Vereiste bescheiden
De genoemde verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt aan de oud-Nederlanders verleend onder de beperking ‘wedertoelating’.
De meerderjarige oud-Nederlander die buiten de openbare lichamen is geboren en die woont in een ander land dan dat waarvan hij onderdaan is, kan in aanmerking komen voor verblijf in de openbare lichamen, als er naar het oordeel van de Minister sprake is van bijzondere banden met de openbare lichamen.
### 3.4. Vereiste bescheiden
Als [artikel 7 Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=7) van toepassing is, wordt de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
### 2.3.3. Vereiste bescheiden
### 3. Oud-Nederlanders ([artikel 15, eerste lid, aanhef onder d of f, RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=15))
Verblijf kan worden verleend aan de vreemdeling:
Het gaat hier om een vrijwillige handeling. De vreemdeling remigreert op grond van de remigratiewet naar het land van herkomst. Om in aanmerking te komen voor deze regelgeving moet de vreemdeling afstand doen van de Nederlandse nationaliteit. De vreemdeling moet binnen één jaar nadat hij de verklaring van afstand heeft afgelegd een aanvraag om een verblijfsvergunning indienen.
### 7.1. Verlenging
Als [artikel 7 Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=7) van toepassing is, wordt de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
### 4.1. Verblijfsvoorwaarden
Verblijf kan worden verleend aan de vreemdeling:
### 8.2. Vereiste bescheiden
De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘wedertoelating’ wordt niet afgewezen om de reden dat niet meer wordt voldaan aan de beperking waaronder de vergunning is verleend.
### 7.2. Intrekking
Als [artikel 7 Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=7) van toepassing is, wordt de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.
### 8.3.3. Voorschrift
De beoordeling van de vraag of het verzoek ex [artikel 17 RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=17) klaarblijkelijk van elke grond is ontbloot, en de beslissing of de persoon hangende de beslissing op dat verzoek als vreemdeling uit de openbare lichamen zal worden verwijderd, geschiedt uitsluitend bij de IND unit Caribisch Nederland.
### 8.2. Vereiste bescheiden
### 7.1. Verlenging
De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘wedertoelating’ wordt niet afgewezen om de reden dat niet meer wordt voldaan aan de beperking waaronder de vergunning is verleend.
Als [artikel 7 Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=7) van toepassing is, wordt de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.
### 8.3.3. Voorschrift
Aan de verlening van de verblijfsvergunning is als voorschrift verbonden de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten aan opname of verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting (zie [artikel 5.4, eerste lid, aanhef en onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.4)).
### 1. Inleiding
De beoordeling van de vraag of het verzoek ex [artikel 17 RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=17) klaarblijkelijk van elke grond is ontbloot, en de beslissing of de persoon hangende de beslissing op dat verzoek als vreemdeling uit de openbare lichamen zal worden verwijderd, geschiedt uitsluitend bij de IND unit Caribisch Nederland.
### 8.3.1. Beperking
### 8.6.1. Verblijfsvoorwaarden
### 8.6.2. Vereiste bescheiden
### 8.3.3. Voorschrift
Het begrip mensenhandel bevat de volgende elementen:
Als het openbare orde criterium wordt tegengeworpen, wordt de vreemdeling niet uitgezet, zolang niet is beslist op de procedure ex [artikel 17 RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=17). De vreemdeling overlegt in ieder geval een volledig afschrift van het cassatieberoepschrift.
Getuige-aangevers zijn vreemdelingen die niet zelf slachtoffer zijn van mensenhandel maar hier wel getuige van zijn geweest. Getuige-aangevers kunnen vreemdelingen zijn die zelf werkzaam zijn in dezelfde sector als het slachtoffer. Tevens kunnen het personen zijn, die werkzaam zijn buiten deze sector en die kennis dragen van mensenhandel. Alleen de getuige-aangevers die geen geldige verblijfstitel hebben in de openbare lichamen kunnen rechten ontlenen aan de in deze paragraaf omschreven procedure.
### 2. Slachtoffer mensenhandel
### Hoofdstuk 14. Mensenhandel
Voor zowel het opsporings- als het vervolgingsonderzoek is van groot belang dat zowel slachtoffers die aangifte doen of op andere wijze medewerking verlenen aan het opsporings- of vervolgingsonderzoek, als getuigen die aangifte doen, gedurende langere tijd ter beschikking blijven van het OM om de bewijsvorming te kunnen afronden. Dit rechtvaardigt het verlenen van een tijdelijke verblijfsvergunning.
### 4.2. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
De genoemde verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder de beperking als genoemd in [hoofdstuk 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=14&z=2015-02-19&g=2015-02-19) van de CTU-BES.
Op het verblijfsdocument zal evenwel worden vermeld ‘beperking conform beschikking Minister’
In afwijking van de algemene voorwaarden genoemd in [artikel 9 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9) wordt de aanvraag niet afgewezen:
### 3.2. Vereiste bescheiden
### 2.2. Vereiste bescheiden
De verblijfsvergunning wordt in beginsel voor een periode van één jaar verleend. De verblijfsvergunning is geldig zolang er sprake is van een strafrechtelijk opsporings- of vervolgingsonderzoek naar of berechting in feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit waarvan aangifte is gedaan of waaraan op andere wijze medewerking is verleend.
Zodra de strafzaak door het OM wordt geseponeerd of tegen de uitspraak van de rechtbank in het proces tegen de verdachte geen beroep is ingesteld dan wel het gerechtshof uitspraak heeft gedaan en hiertegen geen beroep in cassatie is ingesteld, komt de grond aan de verblijfsvergunning verband houdend met de vervolging van mensenhandel te ontvallen. Het OM doet hiervan melding aan de IND unit Caribisch Nederland, alsmede aan het slachtoffer van mensenhandel.
### 4.2. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 5.2. Getuige-aangever
De getuige-aangever van mensenhandel is vrijgesteld van het betalen van leges voor het indienen van een verblijfsvergunning verband houdend met mensenhandel.
### 4.2.2. Arbeidsmarktaantekening
### 3.2. Vereiste bescheiden
De eerste aanvraag om een verblijfsvergunning verband houdend met mensenhandel wordt niet afgewezen als de vreemdeling niet over een geldig document voor grensoverschrijding beschikt. Ondertussen moet een geldig document voor grensoverschrijding worden aangevraagd bij de diplomatieke vertegenwoordiging van het land waarvan het slachtoffer de nationaliteit bezit. Bij de aanvraag tot verlenging van de verblijfsvergunning zal, als de vreemdeling nog steeds niet beschikt over een geldig document tot grensoverschrijding, worden beoordeeld of er aanleiding is (tijdelijk) vrij te stellen van het paspoort vereiste, omdat de vreemdeling heeft aangetoond dat hij vanwege de regering van het land waarvan hij onderdaan is niet of niet meer in het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding kan worden gesteld. (zie [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=3&z=2015-02-19&g=2015-02-19) CTU-BES).
### 6. Verlenging
De verblijfsvergunning wordt in beginsel voor een periode van één jaar verleend. De verblijfsvergunning is geldig zolang er sprake is van een strafrechtelijk opsporings- of vervolgingsonderzoek naar of berechting in feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit waarvan aangifte is gedaan of waaraan op andere wijze medewerking is verleend.
Zodra de strafzaak door het OM wordt geseponeerd of tegen de uitspraak van de rechtbank in het proces tegen de verdachte geen beroep is ingesteld dan wel het gerechtshof uitspraak heeft gedaan en hiertegen geen beroep in cassatie is ingesteld, komt de grond aan de verblijfsvergunning verband houdend met de vervolging van mensenhandel te ontvallen. Het OM doet hiervan melding aan de IND unit Caribisch Nederland, alsmede aan het slachtoffer van mensenhandel.
### 6.2. Verblijfsvoorwaarden getuige-aangever
### 1. Inleiding
Zodra het OM de aanwezigheid van de vreemdeling in de openbare lichamen niet langer noodzakelijk acht, komt de grond aan de verblijfsvergunning verband houdend met mensenhandel te ontvallen. Het OM doet hiervan melding aan de IND unit Caribisch Nederland en aan de getuige-aangever.
De IND unit Caribisch Nederland trekt de verblijfsvergunning vervolgens in.
### 6. Verlenging
### 7.1. Algemeen
Bij de beoordeling van de verlengingsaanvraag moet de IND unit Caribisch Nederland bij het OM na gaan of er nog sprake is van een strafrechtelijk opsporings- of vervolgingsonderzoek dan wel of de berechting in feitelijke aanleg van de verdachte heeft plaatsgevonden.
### 6.3. Vereiste bescheiden
### 1. Inleiding
Naast de voorwaarden zoals beschreven in de [artikelen 5.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.22), [5.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.23) en [5.24 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.24) gelden ook de algemene voorwaarden zoals beschreven in [artikel 9 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9).
De vreemdeling die als minderjarige in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning in het kader van gezinshereniging komt na vijf jaar verblijf in aanmerking voor een zelfstandige verblijfsvergunning. Ook de minderjarige die als pleeg- of adoptiekind verblijf heeft gehad, kan onder deze voorwaarden in aanmerking komen voor voortgezet verblijf.
### 7.1. Algemeen
Voor verlening van een verblijfsvergunning komen in aanmerking:
Daarnaast gelden de algemene voorwaarden voor verblijf:
Een verblijfsvergunning in het kader van voortgezet verblijf wordt alleen op aanvraag verleend.
### 3.1. Verblijfsvoorwaarden
### 2.1. Verblijfsvoorwaarden
### 2.3.3. Voorschriften
### 2.4. Geldigheidsduur
### 2.2. Vereiste bescheiden
### 2.3. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
Aan de verlening van de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden dat de vreemdeling voldoet aan de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting (zie [artikel 5.4, eerste lid, aanhef en onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.4)).
Een ouder die verblijf heeft verband houdend met bescherming, maar die niet betrokken is bij het leven van zijn biologische kind, vormt geen objectieve belemmering. Dat de vertrekkende ouder ‘hoopt’ dat deze ouder in de toekomst wel betrokken wil zijn bij het leven van het bewuste kind is onvoldoende reden om op dit moment een objectieve belemmering aan te nemen.
De verblijfsvergunning is geldig voor de duur van vijf jaar ([art. 6 lid 2 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=6) en [art. 5.28 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.28)).
Bij de beoordeling of artikel 8 EVRM aanleiding vormt om toch voortzetting van het verblijf toe te staan moet gedacht worden aan de volgende omstandigheden:
De (huwelijks)partner van een vreemdeling die zelf toegelaten is als student komt niet in aanmerking voor voortgezet verblijf. Dit zou immers betekenen dat de afhankelijke vreemdeling sneller in een betere verblijfsrechtelijke positie terecht zou komen dan de verblijfgever.
Voorbeeld 1:
Voorbeeld 2:
Een man en vrouw hebben al gedurende acht jaar een relatie. De man heeft gedurende de afgelopen vijf jaar verblijf bij haar gehad. De man en vrouw hebben nog steeds een relatie en blijven bij elkaar wonen. Toch wil de man een verblijfsvergunning aanvragen in het kader van voortgezet verblijf. Wanneer aan de voorwaarden voor verblijf wordt voldaan, krijgt de man de gevraagde verblijfsvergunning. Dat hij nog steeds een relatie met zijn vriendin heeft is geen reden de man te verplichten de afhankelijke verblijfsvergunning – afhankelijk van de relatie met zijn vriendin – te houden.
### 3.3.2. Arbeidsmarktaantekening
### 4.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 4.3.1. Beperking
### 4.3.2. Arbeidsmarktaantekening
### 4. Voortgezet verblijf na overlijden van (huwelijks) partner
### 4.4. Geldigheidsduur
### 4.2. Vereiste bescheiden
### 4.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
De verblijfsvergunning is geldig voor de duur van vijf jaar ([art. 6 lid 2 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=6) en [art. 5.28 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.28)).
De hiervoor genoemde factoren zijn niet de enige factoren die van belang zijn voor de beoordeling of aan het slachtoffer of de getuige-aangever, op grond van klemmende redenen van humanitaire aard verblijf dient te worden toegestaan. Buiten de reeds genoemde factoren kan bijvoorbeeld gedacht worden aan psychische problemen waarvoor de vreemdeling in Nederland in behandeling is, de zorg die de vreemdeling heeft voor kinderen die in Nederland zijn geboren of een opleiding volgen, de positie van alleenstaande vrouwen in het land van herkomst. Hierbij is nog van belang dat, indien psychische of andere medische omstandigheden worden aangevoerd, dit slechts als onderdeel van de te wegen factoren kan worden meegenomen. Indien enkel een beroep wordt gedaan op medische omstandigheden dan ligt beoordeling in het kader van het beleid medische behandeling meer in de rede.
Het is nadrukkelijk de eigen verantwoordelijkheid van de vreemdeling om bij het indienen van de aanvraag om voortgezet verblijf aan te geven welke factoren van belang zijn, en die met terzake relevante gegevens en bescheiden te onderbouwen. Hij is daartoe de meest gerede partij. Als het beroep op klemmende redenen van humanitaire aard niet, of niet afdoende met terzake relevante gegevens en bescheiden is onderbouwd bij het indienen van de aanvraag om voortgezet verblijf, stelt de IND unit Caribisch Nederland de vreemdeling in de gelegenheid dit gebrek te herstellen. In beginsel wordt de vreemdeling hiertoe een termijn van twee weken gegund. Bij de beoordeling van het beroep op klemmende redenen van humanitaire aard, wordt altijd een belangenafweging gemaakt, waarbij de belangen van de vreemdeling worden afgewogen tegen die van de Staat.
Hoewel het zowel om groepen als om individuele gevallen kan gaan moet vooral gedacht worden aan:
Bij een minderjarige is in verband met de leeftijd van de vreemdeling niet noodzakelijk dat de gezinsband is verbroken.
De IND unit Caribisch Nederland kan aan een slachtoffer of getuige-aangever van mensenhandel aan wie voor de duur en in het belang van het strafproces tijdelijk verblijf in Nederland was toegestaan een verblijfsvergunning verlenen op grond van [artikel 5.24 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.24).
De vreemdeling die onder één van de hierboven genoemde twee categorieën valt, is de eerst aangewezene om dit aan te tonen middels het overleggen van een afschrift van de rechterlijke uitspraak in de strafzaak.
De IND unit Caribisch Nederland kan de verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf verlenen als:
### 1. Inleiding
### 5.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 5.3.1. Beperking
### 5.3.2. Arbeidsmarktaantekening
Ten aanzien van getuige-aangevers geldt evenals ten aanzien van slachtoffers van mensenhandel dat onder de veroordeling ook de veroordeling wordt verstaan op grond van één van de andere in de strafzaak ten laste gelegde misdrijven, mits mensenhandel een onderdeel vormt van de tenlastelegging.
### 5.4. Geldigheidsduur
### 5.2. Vereiste bescheiden
### 5.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### Hoofdstuk 16. Aanvragen om bescherming tegen terugzending
### 1. Inleiding
De verzoeken om bescherming worden vertrouwelijk behandeld. De [Wbp](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011468) is van toepassing. Er wordt tijdens de procedure géén contact gelegd met de autoriteiten van het land van herkomst van de vreemdeling om zijn identiteit en/of de verklaringen te toetsen. Wanneer er na de beslissing op de aanvraag contact wordt opgenomen met de autoriteiten van het land van herkomst, wordt niet bekend gemaakt dat de vreemdeling een verzoek om bescherming heeft ingediend op de openbare lichamen.
Aanvragen om bescherming worden individueel beoordeeld.
Discriminatie door de autoriteiten en/of door medeburgers kan onder omstandigheden als daad van vervolging worden aangemerkt. Hiervan is sprake als de ondervonden discriminatie een dusdanig ernstige beperking van de bestaansmogelijkheden oplevert dat het onmogelijk is om op maatschappelijk en sociaal gebied te kunnen functioneren.
Of een vreemdeling als vluchteling moet worden beschouwd, wordt beoordeeld op individuele basis. Op grond van de specifieke bijzonderheden van het geval wordt beoordeeld of de vreemdeling vluchteling is. Hierbij is onder andere van belang of hij persoonlijk de aandacht van de autoriteiten of derden heeft getrokken en daardoor gevaar loopt.
### 2.2.3. Vervolging vanwege politieke overtuiging
### 2.2.1. Discriminatie als daad van vervolging
Als de vervolging plaatsvindt door partijen of organisaties die niet het gehele grondgebied beheersen, komt de vreemdeling niet voor bescherming in aanmerking als is vastgesteld dat hij zich aan die vervolging kan onttrekken door zich elders in het land van herkomst te vestigen.
### 2.2.4. Vervolging vanwege nationaliteit en ras
Voorzover van toepassing kan bij de beoordeling van de vraag of de vreemdeling verdragsvluchteling is gebruik worden gemaakt van de in het Nederlandse landgebonden beleid van de Vreemdelingenwet aangewezen risicogroepen. Wanneer de vreemdeling aannemelijk maakt dat hij tot een aangewezen risicogroep behoort en problemen heeft, kan snel worden geconcludeerd dat deze problemen ook voldoende zwaarwegend zijn om vluchtelingschap aan te nemen. Indien een vreemdeling bijvoorbeeld aannemelijk maakt dat hij journalist was in een land van herkomst en in het betrokken landgebonden beleid journalisten als risicogroep zijn aangewezen omdat het centrale gezag censuur toepast, valt de toets al snel in het voordeel van de vreemdeling uit en kan hij in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning.
### 2.2.1. Discriminatie als daad van vervolging
### 2.2.4. Vervolging vanwege nationaliteit en ras
Vervolging om reden van godsdienst doet zich op verschillende manieren voor, zoals:
### 2.2.5. Vervolging vanwege het behoren tot een sociale groep
Voorbeelden van een uiting van een politieke overtuiging kunnen zijn een pamflet of een journalistiek stuk of een lidmaatschap van een verboden partij. Het bestaan ervan op zich is nog niet voldoende om al een situatie aan te nemen van vervolging. Bij vervolging wordt gedoeld op een situatie waarin de autoriteiten op de hoogte zijn van genoemde situaties en in deze omstandigheden de schrijver van het stuk of het lid van een verboden partij of de bezitter van een pamflet onderwerpt aan gevangenis- of lijfstraffen vanwege het enkele feit dat zij lid zijn van de verboden partij.
### 2.2.5. Vervolging vanwege het behoren tot een sociale groep
### 2.4. Vervolging wegens dienstweigering of desertie
Ten slotte geldt dat het inroepen van de bescherming van de autoriteiten niet wordt verlangd in de gevallen waarin homoseksualiteit of homoseksuele handelingen strafbaar zijn in het land van herkomst.
Sekse kan niet het enige criterium zijn op grond waarvan wordt geconcludeerd dat sprake is van het behoren tot een ‘bepaalde sociale groep’. Vrouwen in het algemeen vormen niet een bepaalde sociale groep, omdat zij als sociale groep te divers van samenstelling zijn. Het individualiseringsvereiste is het uitgangspunt. Strafvervolging van een voorschrift dat specifiek voor vrouwen geldt, levert vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag op, als aannemelijk is dat:
Het gaat hier dus om dat deel van de (tenuitvoerlegging van de) bestraffing, waarin tot uiting komt dat de beschermingszoeker (ook) wordt gestraft om redenen die verband houden met de vervolgingsgronden in het Vluchtelingenverdrag.
waarin tot uiting komt dat hier sprake is van een discriminatoire maatregel of een andere vervolgingshandeling, die in andere gevallen niet wordt opgelegd.
### 2.5. Bijzondere situaties
Bij de beoordeling of er sprake is van vluchtelingschap is bij deze categorie niet vereist dat er sprake is van een discriminatoire of onevenredige bestraffing zoals genoemd onder a. In dit geval is er sprake van een inbreuk op de gewetensvrijheid van het individu die tot vluchtelingschap kan leiden. Er moet echter wel sprake zijn van een strenge bestraffingsmaatregel. Zo is een enkele boete onvoldoende om te concluderen dat er sprake is van vluchtelingschap.
De betrokkene moet dus kunnen aangeven op welke (geloofs)overtuiging hij zijn gewetensbezwaren baseert en waarom deze overtuiging zijn dienstweigering of desertie voorschrijft. De gewetensbezwaren moeten zich richten tegen het gebruik van geweld over het algemeen. Vanzelfsprekend mogen aan een goed geschoolde persoon hogere eisen worden gesteld over de wijze waarop dit wordt onderbouwd dan aan een zeer jeugdig of ongeletterd persoon.
Voor wat betreft de eerste subcategorie geldt als veroordeling door de internationale gemeenschap een veroordeling door:
### 2.6.2. Artikel 1B
Als aannemelijk is dat bestraffing zal plaatsvinden omdat de vreemdeling geweigerd heeft aan een dergelijke militaire actie deel te nemen, of omdat hij de eerst mogelijke gelegenheid heeft aangewend om te deserteren, kan dit leiden tot de conclusie dat hij vluchteling is. Wel moet worden nagegaan of de vreemdeling, voordat hij deserteerde, zich schuldig heeft gemaakt aan handelingen als genoemd in artikel 1F Vluchtelingenverdrag Als de vreemdeling zich erop beroept dat hij niet wenst te worden ingezet in een conflict tegen het volk waarvan hij deel uitmaakt, wordt dit meegewogen bij de beoordeling of er ernstige, onoverkomelijke gewetensbezwaren zijn, zoals onder b (ofwel in strijd is met de fundamentele normen die gelden tijdens een gewapend conflict) beschreven. De enkele inzet tegen eigen volk of familie is onvoldoende voor de erkenning als vluchteling. Het bestaan van de ernstige, onoverkomelijke gewetensbezwaren tegen de inzet tegen eigen volk dienen te blijken uit (al dan niet politieke) activiteiten van de vreemdeling.
Ook wanneer een vreemdeling zijn politieke overtuiging pas verkondigt na vertrek uit zijn land van herkomst, kan hij refugié sur place worden. Dit kan het geval zijn als hij aannemelijk maakt dat de overtuiging al bestond in het land van herkomst. In ieder geval is vereist dat:
### 2.6.5. Artikel 1E
### 2.6.1. Algemeen
### 2.6.2. Artikel 1B
### 2.6.3. Artikel 1C
### 2.6.4. Artikel 1D
### 2.6.1. Algemeen
### 2.6.2. Artikel 1B
Bij de toetsing van de verschillende deelnemingsvormen aan een misdrijf, bijv. het plegen van of iemand aanzetten tot het plegen van een misdrijf of deelnemen aan een criminele organisatie moet aansluiting worden gezocht bij de artikelen 25, en 28 van het Statuut van Rome.
Het Vluchtelingenverdrag is op grond van artikel 1D niet van toepassing op personen die bescherming of bijstand genieten van andere organen of instellingen van de VN dan de UNHCR. Wanneer deze bescherming of bijstand om welke reden dan ook is opgehouden, zullen de personen die zich nog in het voormalig mandaatgebied bevinden van rechtswege, dus automatisch, onder het Vluchtelingenverdrag vallen.
Bijvoorbeeld is het Vluchtelingenverdrag niet van toepassing op staatloze Palestijnen in Jordanië, Libanon, Syrië en in de door Israël bezette gebieden omdat zij onder het mandaat vallen van de UNRWA. In het geval een Palestijn het mandaatgebied van de UNRWA zelfstandig verlaat, valt de uitsluitingsgrond van artikel 1D, eerste paragraaf, Vluchtelingenverdrag weg en is het Vluchtelingenverdrag weer van toepassing. Dit betekent echter niet dat voor deze persoon automatisch een verblijfsvergunning voor bescherming moet worden verleend. In gevallen waarin de personen het mandaatgebied hebben verlaten en in een ander land bescherming vragen dient een individuele beoordeling van de aanvraag om bescherming plaats te vinden.
De pre-dominantietest kan achterwege blijven bij misdrijven die vallen binnen de delictsomschrijving van enig bindend internationaal instrument dat bepaalt dat er in geval van een misdrijf dat binnen het bereik van dat instrument valt geen sprake kan zijn van een politiek misdrijf en/of van vluchtelingschap. Voorbeelden van zulke internationale instrumenen zijn het Genocide Verdrag, het Europees Verdrag ter bestrijding van terrorisme van 1977 en de resoluties 1269 en 1373 van de Veiligheidsraad van de VN van respectievelijk 19 oktober 1999 en september 2001 inzake terrorisme.
### 3.2.1. Uitzonderlijke situatie
Bij de toetsing van de verschillende deelnemingsvormen aan een misdrijf, bijv. het plegen van of iemand aanzetten tot het plegen van een misdrijf of deelnemen aan een criminele organisatie moet aansluiting worden gezocht bij de artikelen 25, en 28 van het Statuut van Rome.
### 3.2. Individualiseringsvereiste in de jurisprudentie
In beginsel wordt ervan uitgegaan dat de mensenrechtenschendingen die ten aanzien van de vreemdeling zelf of in zijn naaste omgeving hebben plaatsgevonden, voldoende grond opleveren voor het oordeel dat de vreemdeling bij terugkeer – opnieuw dan wel alsnog – een reëel risico zal lopen op een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM. Dit kan echter anders zijn, als er sprake is van een aanzienlijk tijdsverloop tussen de desbetreffende mensenrechtenschendingen en het vertrek uit het land van herkomst en de vreemdeling gedurende die periode geen nieuwe problemen heeft ondervonden.
### 3.1. Foltering of onmenselijke behandeling
Op grond van [artikel 12a, eerste lid, onder b, WTU](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a), kan een verblijfsvergunning worden verleend voor bescherming, indien de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat hij bij uitzetting naar zijn land van herkomst een reëel risico loopt om te worden onderworpen aan folteringen, aan onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen.
### 3.3. Het verbod op uitzetting heeft een absoluut karakter
De reikwijdte van artikel 3 EVRM wordt bepaald door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. De jurisprudentie blijft in ontwikkeling.
### 3.2.4. Individuele indicaties in de persoonlijke omstandigheden
Het kan ook zijn dat er sprake is van een derde land waar de toelating en het verblijf gewaarborgd is. Het is niet noodzakelijk dat de vreemdeling in een derde land eerder verbleven heeft, maar er moet wel op grond van objectieve feiten en omstandigheden worden beoordeeld of betrokkene tot het land zal worden toegelaten.
### 4. De beoordeling van aanvragen om bescherming
De toetsing aan het Vluchtelingenverdrag vindt plaats in de volgende volgorde:
### 4. De beoordeling van aanvragen om bescherming
Een aanvraag om bescherming kan worden afgewezen zonder statusbepaling indien aannemelijk is dat de openbare lichamen niet het eerste land van ontvangst zijn omdat de vreemdeling:
### 4.2.3. Toetsingsvolgorde bij toetsing aan artikel 3 EVRM
Op verschillende manieren kan duidelijk worden dat de vreemdeling een misdrijf heeft gepleegd:
### 4.3. Bewijslast en geloofwaardigheid
Zie 4.4. voor de situatie waarin een vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid.
### 4.4. Openbare orde en nationale veiligheid
### 4.2.3. Toetsingsvolgorde bij toetsing aan artikel 3 EVRM
Ook bij de toetsing aan artikel 3 EVRM speelt de geloofwaardigheid van de verklaringen van de vreemdeling een grote rol.
Wanneer wordt geconstateerd dat betrokkene bij terugkeer naar zijn land van herkomst een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM staat te wachten, dient vervolgens getoetst te worden of betrokkene een gevaar vormt voor de nationale veiligheid en openbare orde. Zo dit niet het geval is kan de vreemdeling in aanmerking komen voor een vergunning tot verblijf voor bescherming als bedoeld in [artikel 12a, eerste lid, onder b, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a). wanneer.
### 4.3. Bewijslast en geloofwaardigheid
Ambtsberichten van de Minister van Buitenlandse Zaken van Nederland kunnen als gezaghebbende bronnen worden aangemerkt.
### 4.4. Openbare orde en nationale veiligheid
De ambtenaar belast met het toezicht dan wel de ambtenaar belast met de grensbewaking beoordeelt tevens in overleg met de IND unit Caribisch Nederland of de vreemdeling de procedure in bewaring moet afwachten of dat hij op afspraak bij de IND unit Caribisch Nederland kan verschijnen voor de indiening van de aanvraag.
### 5. De procedure van verzoeken om bescherming
### 5.1. Start van de procedure
Er zijn ernstige redenen om aan te nemen dat:
### 5.2. Situatie in bewaring
### 5.4. Geen aantekeningen in documenten
Een gevaar voor de nationale veiligheid is een weigeringsgrond ontleend aan het algemeen belang. Dit is niet afhankelijk van een strafrechtelijke veroordeling en wordt per geval beoordeeld. Er moeten concrete aanwijzingen te zijn, bijvoorbeeld een ambtsbericht van een (inter-)nationaal ministerie of inlichtingendienst
Een aanvraag om bescherming kan alleen worden ingediend bij de IND unit Caribisch Nederland. Voorafgaand aan de indiening van de aanvraag dient de vreemdeling contact op te nemen met een ambtenaar belast met de grensbewaking en/of het toezicht.
De IND unit Caribisch Nederland verwerkt de gegevens die ten aanzien van de vreemdeling die om bescherming wil verzoeken beschikbaar zijn gesteld en stelt een dossier samen. Voordat de afspraak voor indiening van de aanvraag en een gehoor met de vreemdeling gemaakt wordt, regelt de IND unit Caribisch Nederland zo nodig dat een tolk op het afgesproken tijdstip beschikbaar is.
### 5.5. Aanmelding en meldplicht
### 5.7. Melding op afspraak en het indienen van de aanvraag bij de IND unit Caribisch Nederland
Aantekeningen kunnen slechts worden gesteld op een afzonderlijk los inlegblad.
### 5.5. Aanmelding en meldplicht
De vreemdeling meldt zich bij de toezichthouder aan als hij bescherming wil vragen. De vreemdeling krijgt bij de aanmelding een periodieke meldplicht opgelegd. Hangende de beslissing op zijn aanvraag geldt in beginsel een wekelijkse aanmeldplicht. De ambtenaar maakt in het kader van toezicht een aantekening op een inlegformulier bij het reisdocument van de vreemdeling waaruit blijkt wanneer en waar de betrokkene zich moet melden en of het de vreemdeling is toegestaan arbeid te verrichten.
De IND unit Caribisch Nederland neemt ter plaatse het concept-verslag met hem door, zo nodig door tussenkomst van de tolk, en de vreemdeling krijgt de gelegenheid ter plaatse correcties aan te brengen.
Voordat de vreemdeling op de afgesproken tijd verwacht wordt, bereidt de IND unit Caribisch Nederland het gehoor zorgvuldig voor. Op basis van de schriftelijke motivering van de vreemdeling en aan de hand van de opgegeven nationaliteit en de verdere beschikbare gegevens bepaalt de IND unit Caribisch Nederland welke documentatie hij tijdens het gehoor nodig heeft, zoals een atlas om de woonomgeving en de vluchtroute van de vreemdeling te kunnen verifiëren. De IND unit Caribisch Nederland zet voor zichzelf de informatie van de vreemdeling af tegen de feiten die hij in de landeninformatie heeft gevonden. Op deze wijze kan de IND unit Caribisch Nederland gericht vragen voorbereiden en wellicht aansluitend aan het gehoor een beslissing nemen op de aanvraag.
### 5.7. Melding op afspraak en het indienen van de aanvraag bij de IND unit Caribisch Nederland
De IND unit Caribisch Nederland gaat na of alle formulieren ondertekend zijn en of het dossier nu compleet is of dat er nog aandachtspunten zijn voor de beslissing op de verblijfsvergunning. Daarbij kan gedacht aan bijvoorbeeld een controle van de verblijfshistorie van betrokkene in de vreemdelingenadministratie of het maken van een aantekening in het dossier van zaken die bij het eerste persoonlijk contact opvallen, zoals bijvoorbeeld een ziek kind.Er dienen ook foto’s van de vreemdeling in het dossier aanwezig te zijn.
### 5.10.4. Bijzondere situatie: de vreemdeling krijgt geen verblijfsvergunning maar mag niet worden uitgezet
### 5.9. Mededelingen omtrent wijziging van de situatie
### 5.10.3. Afwijzende beslissing met de beslissing dat de vreemdeling mag worden uitgezet
Tevens dient de vreemdeling en de hem bijstaande personen of instanties erop gewezen te worden dat het van belang is dat ook zij relevante gegevens aan de IND unit Caribisch Nederland – al dan niet door tussenkomst van de politie – doorgeven.
### 5.10.4. Bijzondere situatie: de vreemdeling krijgt geen verblijfsvergunning maar mag niet worden uitgezet
De beslissing houdt tevens een uitspraak in over de verwijdering.
Wanneer de vreemdeling tegen de afwijzing van de aanvraag om bescherming bezwaar bij de IND unit Caribisch Nederland en/of rechtstreeks beroep bij de rechtbank instelt, dan schorst dit rechtsmiddel de werking van het besluit niet. Uitzettingshandelingen kunnen dus plaatsvinden vanaf het moment van bekendmaking van de eerste afwijzende beslissing.
### 5.11. Kennisgeving van beslissingen en aanzegging van vertrek
De IND unit Caribisch Nederland registreert de uitkomst van de beslissing en de datum van de uitreiking van de beslissing.
In bijzondere gevallen kan de beslissing op de aanvraag inhouden dat de betrokkene vanwege het belang van de openbare orde en/of vanwege artikel 1F uitgesloten wordt van verblijf, maar niet mag worden uitgezet naar het land van herkomst. Aangehecht aan de negatieve beschikking wordt gewezen op de mogelijkheid om rechtsmiddelen aan te wenden tegen het meervoudig besluit. In het geval rechtsmiddelen worden ingesteld wordt de vreemdeling verzocht de IND unit Caribisch Nederland en de politie hiervan in kennis te stellen.
### 5.15. Doormigratie
### 5.13. Rechtsmiddelen na afwijzing van de aanvraag
Bij de uitreiking dient aan de vreemdeling, in een voor hem kenbare taal, te worden medegedeeld wat de inhoud van de beschikking is. Wanneer de aanvraag om bescherming is afgewezen dient aan de vreemdeling te worden meegedeeld dat hij het land binnen vier weken moet verlaten, of korter als op grond van de uitzetting of de openbare orde een kortere vertrektermijn is gegeven. Daarnaast dient aan de vreemdeling te worden verteld dat een bezwaarschrift de termijn niet opschort maar dat een voorlopige voorziening met het verzoek om schorsing wel mag worden afgewacht. Voorts wordt de vreemdeling verzocht om de IND unit Caribisch Nederland en de politie in kennis te stellen van eventuele rechtsmiddelen die hij instelt.
### 5.14. Regeling van het verblijf na inwilliging van de aanvraag
### 5.13. Rechtsmiddelen na afwijzing van de aanvraag
Wanneer de vreemdeling tegen de afwijzing van de aanvraag om bescherming bezwaar bij de IND unit Caribisch Nederland en/of rechtstreeks beroep bij de rechtbank instelt, dan schorst dit rechtsmiddel de werking van het besluit niet. Uitzettingshandelingen kunnen dus plaatsvinden vanaf het moment van bekendmaking van de eerste afwijzende beslissing.
Wanneer de vreemdeling de rechtbank verzoekt om een voorlopige voorziening te treffen gericht tegen de uitzetting hangende het bezwaar en/of beroep, mag de vreemdeling deze eerste spoedprocedure in beginsel afwachten.
Voorts wordt hem verzocht binnen drie maanden een TBC-onderzoek te ondergaan. De IND hoeft niet op de hoogte gesteld te worden van de uitkomsten van dit onderzoek omdat het wel of niet ondergaan van dit onderzoek geen consequenties heeft voor het verblijfsrecht verband houdend met bescherming.
### 7. Herhaalde aanvraag
De vreemdeling kan zich in verbinding stellen met de IND unit Caribisch Nederland om een afspraak te maken voor de indiening van een tweede of opvolgende aanvraag. Op de afgesproken datum wordt de vreemdeling in de gelegenheid gesteld de aanvraagformulieren te ondertekenen. De vreemdeling wordt gevraagd de nieuwe feiten en omstandigheden te noemen. Indien de IND unit Caribisch Nederland constateert dat er sprake is van een herhaling van hetgeen al in de eerdere procedure naar voren is gebracht, wordt het gehoor gestopt. De IND unit Caribisch Nederland brengt in dit geval de politie of de ambtenaar belast met de grensbewaking, direct – telefonisch en schriftelijk – van het voorlopig oordeel op de hoogte dat de betrokkene de afronding van de procedure niet mag afwachten. Een voorlopige voorziening gericht tegen het vertrek mag, indien er geen nieuwe feiten en omstandigheden zijn, niet worden afgewacht.
De rechtspositie van de vreemdeling is nadien dezelfde als die van een vreemdeling die nimmer in het bezit is geweest van een vergunning tot verblijf.
Als aan de hoofdpersoon van een gezin een verblijfsvergunning is verleend verband houdend met bescherming op grond van [artikel 12a, eerste lid en onder a of b, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a), kan een van hem afhankelijk gezinslid in aanmerking komen voor een afgeleide verblijfsvergunning. Er zijn daarbij twee situaties te onderscheiden:
### 8. Verlenging van de verblijfstitel
Achtergebleven gezinsleden kunnen vanuit het buitenland een mvv voor gezinshereniging aanvragen. Kiezen zij ervoor om zonder mvv spontaan in te reizen, dan dienen zij een zelfstandige aanvraag te doen voor een vergunning tot verblijf verband houdend met bescherming.
### 9.1. Verblijfsbeëindiging omdat de grond voor bescherming is vervallen
Indien bij de jaarlijkse verlenging blijkt dat de grond voor bescherming is vervallen, kan de gevraagde verlenging van de bescherming worden geweigerd. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn indien de situatie in het land van herkomst ingrijpend is gewijzigd of als de vreemdeling vrijwillig zich weer onder de bescherming van de autoriteiten van het land van herkomst heeft begeven.
De vreemdeling kan zich in verbinding stellen met de IND unit Caribisch Nederland om een afspraak te maken voor de indiening van een tweede of opvolgende aanvraag. Op de afgesproken datum wordt de vreemdeling in de gelegenheid gesteld de aanvraagformulieren te ondertekenen. De vreemdeling wordt gevraagd de nieuwe feiten en omstandigheden te noemen. Indien de IND unit Caribisch Nederland constateert dat er sprake is van een herhaling van hetgeen al in de eerdere procedure naar voren is gebracht, wordt het gehoor gestopt. De IND unit Caribisch Nederland brengt in dit geval de politie of de ambtenaar belast met de grensbewaking, direct – telefonisch en schriftelijk – van het voorlopig oordeel op de hoogte dat de betrokkene de afronding van de procedure niet mag afwachten. Een voorlopige voorziening gericht tegen het vertrek mag, indien er geen nieuwe feiten en omstandigheden zijn, niet worden afgewacht.
In het geval wel sprake is van nieuw gebleken feiten en/of omstandigheden is er geen sprake van een herhaalde maar van een opvolgende aanvraag en wordt gehandeld als bij een eerste aanvraag.
### 8. Verlenging van de verblijfstitel
Zodra de vreemdeling een aanvraag heeft ingediend om verlenging van het verblijf verband houdend met bescherming, beoordeelt de IND unit Caribisch Nederland of de gronden voor bescherming nog steeds van toepassing zijn.
### 2.3.2. In mindering brengen van beroepstermijn op de vertrektermijn
### 9. Verblijfsbeëindiging
In [hoofdstuk 9 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&hoofdstuk=9) zijn regels opgenomen over het vertrek, de uitzetting en de ongewenstverklaring van de vreemdeling. Uitgangspunt is dat de vreemdeling die geen rechtmatig verblijf in de openbare lichamen (meer) heeft, deze uit eigen beweging verlaat. De vreemdeling is daarbij zelf verantwoordelijk voor het vertrek uit de openbare lichamen. Deze eigen verantwoordelijkheid is neergelegd in [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16) en [16a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16a).
### 2.3.4. Onthouden van een vertrektermijn
In een aantal gevallen wordt de vreemdeling geen vertrektermijn gegund (zie [artikel 16a, derde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16a)). Dit geldt voor de vreemdeling:
### 2.4. Reisdocumenten
### 1. Inleiding
### 2.3.3. Verkorten van de vertrektermijn
### 2.4. Reisdocumenten
Wanneer een vreemdeling niet beschikt over geldige reisdocumenten, moet hij hier zoveel mogelijk zelf voor zorgen.
### 2.3.1. De algemene termijn van vier weken
De vreemdeling van wie het rechtmatig verblijf is geëindigd, moet de openbare lichamen op eigen gelegenheid binnen vier weken (vertrektermijn) verlaten. Dit is op grond van [artikel 16a, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16a). De vertrektermijn van vier weken gaat in nadat het rechtmatig verblijf is geëindigd. Voldoet de vreemdeling niet aan deze verplichting, dan kan uitzetting aan de orde zijn.
### 2.3.3. Verkorten van de vertrektermijn
In een aantal gevallen wordt de vreemdeling geen vertrektermijn gegund (zie [artikel 16a, derde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16a)). Dit geldt voor de vreemdeling:
Wanneer een vreemdeling niet beschikt over geldige reisdocumenten, moet hij hier zoveel mogelijk zelf voor zorgen.
### 2.4.1. Het stellen van aantekeningen in reisdocumenten
Indien geen van de bovenstaande opties mogelijk is:
### 3.3. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
### 3.5. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
### 5. Vreemdelingen in de strafrechtketen
### 6. Ongewenstverklaring
### 6.2. Gronden voor ongewenstverklaring
De ongewenstverklaring is een administratieve maatregel, bedoeld om bepaalde vreemdelingen te weren, die niet (langer) in de openbare lichamen mogen verblijven.
Door de ongewenstverklaring wordt het verblijf in en illegale terugkeer naar de openbare lichamen van de vreemdeling strafbaar. Een vreemdeling die in de openbare lichamen verblijft, terwijl hij weet of vermoedt dat hij tot ongewenste vreemdeling is verklaard, maakt zich schuldig aan:
### 6.2. Gronden voor ongewenstverklaring
De vreemdeling kan ongewenst worden verklaard (zie [artikel 16d, eerste lid WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16d)):
Het betreft hier vreemdelingen die geen toelating van rechtswege of geen verblijfsvergunning hebben. Zij kunnen ongewenst worden verklaard vanwege het vormen van een gevaar voor de openbare orde of voor de nationale veiligheid. Vreemdelingen kunnen een gevaar voor de nationale veiligheid vormen zonder dat een strafrechtelijke veroordeling vereist is. Het gevaar voor de nationale veiligheid moet blijken uit concrete aanwijzingen, waarbij kan worden gedacht aan ambtsberichten van de AIVD, de Dienst Nationale Recherche, ((inter)nationale) ministeries of inlichtingendiensten.
Indien naar het oordeel van Onze Minister sprake is van zwaarwegende belangen die zich verzetten tegen opheffing van de ongewenstverklaring na vijf jaren, wordt in afwijking van de termijn als genoemd onder a, onder 2 de aanvraag ingewilligd nadat de daar bedoelde vreemdeling ten minste tien achtereenvolgende jaren buiten Nederland heeft verbleven.
### 6.4. Opheffing van de ongewenstverklaring
### 6.4.1. Inleiding
Wanneer de beschikking niet in persoon aan de vreemdeling kan worden uitgereikt, wordt:
Wanneer geen gemachtigde bekend is volstaat de mededeling van de beschikking in de Staatscourant.
### 6.4.2. Aanvraag
Tegen het besluit op bezwaar staat beroep bij de rechtbank open.
### 6.4.3. Termijnen
Aantekeningen mogen nooit worden geplaatst in een document voor grensoverschrijding of identiteitsbewijs van een vreemdeling die om bescherming vraagt.
Een ongewenstverklaring op grond van een gevaar voor de nationale veiligheid wordt alleen op aanvraag opgeheven als de vreemdeling ten minste tien jaren onafgebroken buiten de openbare lichamen verbleef. Zolang de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid wordt de ongewenstverklaring echter niet opgeheven. Het gevaar voor de nationale veiligheid is geweken als dat blijkt uit ambtsberichten van de AIVD, de Dienst Nationale Recherche, ((inter)nationale) ministeries of inlichtingendiensten.
De ongewenstverklaring wordt alleen op aanvraag van de vreemdeling opgeheven. Dit volgt uit [artikel 16e WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16e).
### 6.4.4. De inhoud van de aanvraag
De vreemdeling moet expliciet om opheffing van zijn ongewenstverklaring vragen.
### 6.5.1. Inleiding
Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring vindt alleen plaats in zeer uitzonderlijke en dringende gevallen. Aan de tijdelijke opheffing worden voorwaarden gesteld ten aanzien van de plaats van binnenkomst en de duur van het verblijf in de openbare lichamen (zie [artikel 8.6 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=8.6)).
### 6.5.2. Inhoud van het verzoek
Indien naar het oordeel van Onze Minister sprake is van zwaarwegende belangen die zich verzetten tegen opheffing van de ongewenstverklaring na vijf jaren, wordt in afwijking van de termijn als genoemd onder a, onder 2 de aanvraag ingewilligd nadat de daar bedoelde vreemdeling ten minste tien achtereenvolgende jaren buiten Nederland heeft verbleven.
### 6.5.3. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing
### 6.5. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring vindt alleen plaats in zeer uitzonderlijke en dringende gevallen. Aan de tijdelijke opheffing worden voorwaarden gesteld ten aanzien van de plaats van binnenkomst en de duur van het verblijf in de openbare lichamen (zie [artikel 8.6 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=8.6)).
### 2. Maatregelen
### 6.5.2. Inhoud van het verzoek
### 2.2. Vrijheidsontnemende maatregelen
Aan de overkomst van de vreemdeling worden de volgende voorwaarden gesteld:
### 2.2.1. Mededeling van vrijheidsontnemende maatregelen
Op verzoek van de vreemdeling wordt zo snel mogelijk mededeling gedaan van de uitvoering van een maatregel op grond van [artikel 2o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2o), [15b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=15b) of [15c, eerste lid WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=15c). De mededeling wordt gedaan aan de naaste verwanten en aan een in het Koninkrijk gevestigde diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de staat waarvan de vreemdeling onderdaan is. Er wordt tijdens de contacten met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging geen mededeling gedaan omtrent een door de vreemdeling ingediende toelatingsaanvraag.
Het vreemdelingentoezicht en het terugkeerbeleid maken deel uit van het door de overheid gevoerde vreemdelingenbeleid. De terugkeer van vreemdelingen is het sluitstuk van het binnenlandse vreemdelingentoezicht. Om deze taken van toezicht en terugkeer te realiseren maakt de overheid gebruik van vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen. Deze maatregelen zijn alleen geoorloofd op basis van een wettelijke bepaling.
### 2. Maatregelen
Ten behoeve van een zorgvuldige en efficiënte informatievoorziening aan alle betrokkenen, bij de uitzetting van een vreemdeling, wordt een aanmeldformulier vreemdeling opgemaakt. Het ingevulde formulier bevat informatie om de vrijheidsontneming en de uitzetting van een vreemdeling zo probleemloos mogelijk te laten verlopen. Het wordt opgemaakt bij iedere vrijheidsontneming op grond van [artikel 2o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=2o), [15b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=15b), of [15c, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=15c) en moet de vreemdeling begeleiden van het moment van ingang van de maatregel tot zijn uitzetting of invrijheidstelling. Eventuele wijzigingen en aanvullingen worden gelijk aangebracht. Hierna wordt het formulier bewaard in de vreemdelingenadministratie.
### 2.2. Vrijheidsontnemende maatregelen
Er wordt sterk terughoudend gehandeld bij vrijheidsontneming van minderjarigen. Voor deze groep wordt extra aandacht besteed aan het gebruik van minder ingrijpende maatregelen dan vrijheidsontneming.
### 3. Beroep
### Hoofdstuk 19. Rechtsmiddelen
### 1. Inleiding
### 2. Bezwaar en beroep algemeen
### 3. Beroep
Bij niet of niet tijdige indiening van de gronden het bezwaar verklaart de IND-unit Caribisch Nederland het bezwaarschrift niet-ontvankelijk.
Wanneer de IND-unit Caribisch Nederland van plan is om voorafgaand aan een beroepschrift een bezwaarschrift te behandelen, dan wordt de mogelijkheid om bezwaar in te dienen in de beschikking opgenomen (zie [artikel 56, vierde lid, WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455&artikel=56)).
Tegen de afwijzing van een verzoek verband houdende met bescherming als bedoeld in [artikel 12a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=12a) moet rechtstreeks beroep worden ingesteld.
### 2.2. Opschorting van de werking van het (afwijzende) besluit
Natuurlijke personen of rechtspersonen, die door een beschikking rechtstreeks in hun belang zijn getroffen. Natuurlijke personen zijn levende personen, rechtspersonen zijn instanties die volgens het Burgerlijk Wetboek BES in bepaalde gevallen als personen mogen handelen, zoals een vennootschap of een pensioenfonds.
Als de besproken tolk een al gemaakte afspraak afzegt, komt dit voor rekening van de vreemdeling, tenzij sprake is van overmacht van de zijde van de tolk.
Voor eenmanskantoren wordt op uitdrukkelijk verzoek een ruimere termijn bepaald. Als uit het dossier blijkt dat de betrokken rechtshulpverlener al in eerdere fase van de procedure als rechtshulpverlener/gemachtigde is opgetreden, dan willigt de IND-unit Caribisch Nederland het verzoek om uitstel in.
Als de IND-unit Caribisch Nederland de streeftermijn niet haalt, verlengt de IND-unit Caribisch Nederland deze termijn eenmaal met ten hoogste dertig dagen. De IND-unit Caribisch Nederland zendt hiervan tijdig bericht aan de bezwaarde en eventuele andere partijen.
### 2.2. Opschorting van de werking van het (afwijzende) besluit
Beschikkingen genomen op grond van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) hebben onmiddellijke werking. Het instellen van een rechtsmiddel schorst de werking ervan in beginsel niet. In individuele gevallen kan dit anders worden bepaald. In de volgende situaties zal de IND-unit Caribisch Nederland hiertoe in ieder geval niet overgaan), indien:
De vreemdeling kan het Gerecht in Eerste Aanleg verzoeken om de werking van een beschikking waartegen beroep bij het Gerecht in Eerste Aanleg of bezwaar bij de IND-unit Caribisch Nederland is ingediend geheel of gedeeltelijk te schorsen (zie [artikel 85, eerste lid, WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455&artikel=85)). Ook kan de vreemdeling een verzoek om een voorlopige voorziening indienen (zie paragraaf 9.1.3) ter voorkoming van onevenredig nadeel. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als de vreemdeling meent dat er redenen zijn om niet uitgezet te worden zolang zijn aanwezigheid nog nodig is voor de behandeling van het bezwaar- of beroepschrift of indien de uitzetting een schending meebrengt van de non-refoulement verplichtingen (zie voor non-refoulement [hoofdstuk 16 CTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=16&z=2015-10-01&g=2015-10-01)).
Wanneer het Gerecht in Eerste Aanleg een verzoek om schorsing toewijst, wordt de werking van de beschikking onmiddellijk gestuit totdat over het beroep uitspraak is gedaan (zie [artikel 88 WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455&artikel=88)).
De vreemdeling kan ook een verzoek om schorsing indienen hangende het hoger beroep (zie [artikel 94 WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455&artikel=94)).
In het geval de vreemdeling een rechtsmiddel aanwendt maakt de IND-unit Caribisch Nederland een aantekening wat dit voor de opschorting van het aangezegde vertrek van de vreemdeling betekent. De IND-unit Caribisch Nederland stelt of plaatst in het identiteitspapier/document voor grensoverschrijding van een vreemdeling een aantekening waaruit blijkt dat op welke datum bezwaar of beroep en/of een voorlopige voorziening is ingediend. In het geval van een lopende procedure over bescherming maakt de IND-unit Caribisch Nederland de aantekening op een los inlegblad.
Ook tekent de IND-unit Caribisch Nederland aan of de vreemdeling dit rechtsmiddel mag afwachten en of de vreemdeling gedurende deze periode mag werken. Tenslotte geeft de IND-unit Caribisch Nederland aan tot wanneer de aantekening geldig blijft. Indien niet bekend is op welke datum de uitspraak bekend, vermeldt de IND-unit Caribisch Nederland een datum waarbinnen redelijkerwijs de beslissing of uitspraak te verwachten is.
### 2.5. Hoger beroep
De IND-unit Caribisch Nederland haalt de genoemde aantekening door als het bezwaarschrift ongegrond is verklaard. Deze doorhaling wordt door de ambtenaar die de doorhaling verricht gedateerd en van zijn paraaf voorzien.
Wanneer een vreemdeling in hoger beroep gaat, moet hij een kopie van het hoger beroepschrift aan de Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel (dus de IND-unit Caribisch Nederland) verzenden.
### 3. Bijzondere rechtsmiddelen in de situatie van vrijheidsontneming
In de situatie van vrijheidsontneming gelden bijzondere rechtsmiddelen. Deze zijn uitgewerkt in de [artikelen 22j – 22x, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22j).
### 4. Klachten
Wanneer een vreemdeling beroep indient, moet hij een kopie van het beroepschrift aan de IND-unit Caribisch Nederland verzenden.
Als betrokkene verblijft op Bonaire, dan moet het beroepschrift worden gestuurd naar de Griffie van het Gerecht in Eerste Aanleg te Bonaire.
De [Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537) is niet van toepassing op de openbare lichamen, met uitzondering van [hoofdstuk 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&hoofdstuk=9) (klachtbehandeling). Dit betekent dat vreemdelingen volgens hoofdstuk 9 van de Awb klachten kunnen indienen tegen de gedragingen van de IND unit Caribisch Nederland tot een jaar nadat de gedraging plaats heeft gevonden. Ongeacht de geldende wettelijke termijn ontvangt de IND unit Caribisch Nederland de klachten bij voorkeur zo snel mogelijk nadat de gedraging zich heeft voorgedaan.
### Modellen CTU-BES
Onderwijsinstellingen:
### 6.1. Beperking
### 6.2. Arbeidsmarktaantekening
Als de vreemdeling binnen de maximale verblijfsduur de studie afrondt en een nieuwe studie begint, is de maximale verblijfsduur niet van toepassing. In dat geval is immers geen sprake van onvoldoende studievoortgang. Als hij aan alle voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning voor studie voldoet, wordt opnieuw een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor studie verleend. De berekening van de maximale verblijfsduur begint dan opnieuw.
### 6.3. Voorschriften
Het volgen van een studie/opleiding is primair gericht op voltooiing ervan. Daarom is een verklaring van de onderwijsinstelling nodig, waaruit blijkt dat voltooiing van de studie/opleiding binnen het resterende deel van de maximale verblijfsduur mogelijk is. De vreemdeling legt deze verklaring over bij de aanvraag om wijziging van de beperking van de verblijfsvergunning. Wanneer van opleiding wordt veranderd binnen dezelfde onderwijsinstelling legt de vreemdeling deze verklaring over bij de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning.
### Hoofdstuk 8. Gepensioneerden en renteniers
### 6.1. Beperking
### 1.9.3.2. Duurzaamheid middelen van bestaan
### 1.9.3.3. Voldoende middelen van bestaan
### 1.9.4. Openbare orde en nationale veiligheid
### 1.9.4.1. Eerste verblijfsaanvaarding
### 1.9.5. Medisch onderzoek
### 1.9.6. Niet voldoen aan de beperking
### 1.9.4.1. Eerste verblijfsaanvaarding
### 1.11. Vertrektermijn
### 1.12. Verlenging en intrekking van de verblijfsvergunning voor (on)bepaalde tijd
### 1.12.1. Verlengen van de vergunning
### 1.12.3. Gronden intrekking
### 1.12.2. Wijzigen van de vergunning
### 1.12.3.2. Voortzetting verblijf na intrekking verblijfsvergunning
### 2. De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd
### 2.1. Algemeen
### 2.2. Systematiek
Strafbare feiten die buiten het Koninkrijk zijn gepleegd of bestraft, worden ook betrokken bij de beoordeling van het gevaar voor de openbare orde als het strafbare feiten naar het recht van de openbare lichamen zijn. Dat geldt ook als het strafbare feit naar buitenlands recht een overtreding, maar naar het recht van de openbare lichamen een misdrijf is. Of het feit naar het recht van de openbare lichamen een misdrijf is wordt beoordeeld aan de hand van de strafbepalingen in het [Wetboek van Strafrecht BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570) (op dit moment het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen) of de bijzondere strafwetten van de openbare lichamen. De vreemdeling verschaft zelf alle relevante gegevens en bescheiden met betrekking tot de strafbare feiten en de afdoening. Er wordt met het OM contact opgenomen voor de vraag welke straf in de openbare lichamen voor het strafbare feit zou worden gevorderd.
### 1.12.3.1. Besluit tot intrekking
### 2. De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd
### 2.1. Algemeen
[Artikel 5.45, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.45) stelt dat de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd wordt verleend aan de vreemdeling direct voorafgaand aan de aanvraag of op het moment van de beslissing op de aanvraag gedurende een ononderbroken periode van tenminste vijf jaren houder is van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor een niet-tijdelijk doel, als de vreemdeling:
### 3. Procedurele bepalingen
### 3.1.2. Aanvraagprocedure mvv ingediend door de referent
### 3.1.3. Afgifte mvv
### 3.1.4. Samenloop aanvraagprocedures
### 3.1.5. Mvv en verlening verblijfsvergunning bepaalde tijd
### 3.2.1. De vereisten voor het indienen van de aanvraag
### 3.3. Aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd
### 3.5. Specifieke bepalingen procedure verblijfsvergunning (on)bepaalde tijd
### 3.6. Leges
### 3.6.1. Restitutie leges
### 3.7. Behandeling van de aanvraag
### 3.7.1. Herstel verzuim
### 3.6. Leges
### 3.7.4. Bevoegdheid
Wanneer moeten de leges worden terugbetaald:
Na bekendmaking van de inwilligende beschikking door de IND unit Caribisch Nederland aan de vreemdeling, moet aan de vreemdeling een verblijfsdocument worden verstrekt waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt.
### 3.7.5.2. Weigering verlenging en wijziging beperking
### 3.8. Overgangsrecht
### 3.7.3. Rechtmatig verblijf hangende besluitvorming
### 3.8.3. Voortgezet verblijf na vijf jaar
### 3.7.5.2. Weigering verlenging en wijziging beperking
### 3.8. Overgangsrecht
### 3.8.4. Verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd na vijf jaar
### 2. Buitenlandse werknemers voor wie een TWV is vereist
### 2.3. Procedure bij het loket van IND-BES (1-loket procedure)
De werkgever vraagt ten behoeve van de vreemdeling die in de openbare lichamen arbeid in loondienst wil gaan verrichten, bij het loket van IND-BES zoveel mogelijk gelijktijdig een TWV én een mvv voor het verrichten van arbeid in loondienst aan. Als de vreemdeling niet mvv-plichtig is, dient de werkgever bij het loket een aanvraag om een TWV in en dient de vreemdeling, zoveel mogelijk gelijktijdig, een aanvraag in om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst. Als de vreemdeling zelf de aanvraag om een mvv indient bij de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in zijn land van herkomst of bestendig verblijf, wordt deze aanvraag ter afhandeling doorgezonden naar de IND unit Caribisch Nederland. Na ontvangst van deze mvv-aanvraag wordt de werkgever door de IND unit Caribisch Nederland uitgenodigd om bij het loket een TWV-aanvraag in te dienen.
### 2.4. Samenhang beslissing aanvraag TWV en verblijfsvergunning
### 2.3.2. Procedure gezinsleden bij het loket van IND-BES
### 2.6. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 2.4. Samenhang beslissing aanvraag TWV en verblijfsvergunning
### 2.6.2. Arbeidsmarktaantekening
### 2.6.3. Voorschrift
In afwachting van de beslissing op de aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst plaatst de IND unit Caribisch Nederland een verblijfsaantekening in het paspoort of identiteitsbewijs van de vreemdeling.
Als in de hiervoor genoemde gevallen ten behoeve van de vreemdeling een TWV is afgegeven, is daarmee ook aangetoond dat is voldaan aan het vereiste om zelfstandig te beschikken over voldoende middelen van bestaan (zie [artikel 5.33 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.33)). De in [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=3&z=2015-10-01&g=2015-10-01) genoemde bewijsstukken inkomsten uit arbeid in loondienst hoeven dan niet overgelegd te worden.
### 2.5. Geldigheidsduur: relatie met de TWV
De verbodsbepaling van de [Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437) is niet van toepassing op een vreemdeling die zijn hoofdverblijf buiten Nederland heeft én geen arbeidsovereenkomst heeft met een in de openbare lichamen gevestigde werkgever én uitsluitend arbeid verricht op buiten de openbare lichamen geregistreerde vervoermiddelen in het internationale verkeer (zie [artikel 8, onder b, Besluit uitvoering Wav-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=8)).
### 4.3.2. Verblijfsvoorwaarden
### 4.1. Nederlandse zeeschepen
### 4.3.3.1. Beperking
### 4.3.3.3. Voorschriften
Als een vreemdeling:
### 4.3.4. Geldigheidsduur
[Artikel 14, eerste lid, Besluit uitvoering Wav-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028231&artikel=14) bepaalt dat een TWV voor de vreemdeling die arbeid als stagiair wil gaan verrichten, voor maximaal een jaar kan worden verleend zonder arbeidsmarkttoets.
### 4.3.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 4.4.2. Meldplicht
De vreemdeling die van rechtswege is toegelaten als bedoeld in [artikel 5a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5a) en die arbeid gaat zoeken of arbeid gaat verrichten, meldt dit onmiddellijk bij de korpschef ([artikelen 6.38, eerste lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=6.38)).
### 4.3.4. Geldigheidsduur
De geldigheid van de verblijfsvergunning voor praktikanten beloopt niet langer dan 24 weken.
### 4.4.1. Inleiding
### 4.4.2. Meldplicht
### 4.5. Van rechtswege toegelaten vreemdelingen
Verblijf langer dan drie maanden:
### 4.6. Directeuren-(groot)aandeelhouders
### 5.1. Inleiding
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan in dat geval op twee gronden worden ingetrokken:
### 5.5. Samenwerking met de arbeidsbemiddelingsorganisatie en SZW-BES
### 6. Strafbepalingen in de WTU-BES
### Hoofdstuk 5. Arbeid als zelfstandige
### 1. Inleiding
Beleidsregel:
### 4. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 4.1. Beperking
### Hoofdstuk 6. Het Nederlands-Amerikaans vriendschapsverdrag
De vreemdeling moet aantonen dat hij door de uitoefening van zijn beroep of bedrijf beschikt over voldoende middelen van bestaan (zie [artikel 9, eerste lid, onder c, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9) en [artikel 5.33 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.33) en de beleidsregels bij deze algemene voorwaarde in hoofdstuk 3, paragraaf 1.9.3.3). Dat wil zeggen dat de vreemdeling een inkomen moet hebben dat ten minste gelijk is aan het bruto-inkomen per maand op grond van de [Wet minimumloon BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028170).
Onderdeel c daarentegen verduidelijkt dat het recht op toegang en verblijf van Amerikaanse onderdanen die voor andere doeleinden op het grondgebied van het Koninkrijk wensen te verblijven niet wordt ontleend aan het Verdrag, maar dat daartoe de wetten met betrekking tot de toelating en het verblijf van vreemdelingen in acht moeten worden genomen.
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder de beperking: ‘arbeid als zelfstandige ......(aanduiding van het bedrijf)’.
### 2.2. Vereiste bescheiden arbeid als zelfstandige op grond van het Verdrag
### 2. Voorwaarden
### 3. Arbeid in loondienst
### 4. Gezinshereniging
### 5.1. Beperking en arbeidsmarktaantekening
### 6. Geldigheidsduur
De onderneming moet zijn ingeschreven in het handelsregister op het betreffende openbare lichaam met een omschrijving van het bedrijf of de bedrijven die in de onderneming worden uitgeoefend.
De vreemdeling die:
Het starten van een studie in de vrije termijn zonder in het bezit te zijn van een geldige mvv heeft dus twee gevolgen:
### 5.1. Beperking en arbeidsmarktaantekening
### 5. Vereiste bescheiden
### 6. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
### 6.1. Beperking
### 6.2. Arbeidsmarktaantekening
### 6.3. Voorschriften
### 1. Inleiding
### 8. Gezinshereniging
### 3.1. Inleiding
### 3.2. Verblijfsvoorwaarden
### 1. Inleiding
### 4.1. Inleiding
**Gepensioneerde:**
### 5. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 3.1. Inleiding
### 3.3. Vereiste bescheiden
Er moet altijd gecontroleerd worden of de vreemdeling hoofdverblijf heeft in de betreffende woning in de openbare lichamen. Dit kan bijvoorbeeld aangetoond worden doordat blijkt dat de vreemdeling op het adres van de woning ingeschreven staat bij Burgerzaken.
### Hoofdstuk 9. Investeerders
De middelen van bestaan zijn voldoende, zelfstandig en duurzaam als:
### 2. Verblijfsvoorwaarden
### 3. Vereiste bescheiden
De gezinsleden moeten de in paragraaf 3 onder a, b, c, d, e, g, j en k genoemde bescheiden overleggen.
### 5. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 1. Inleiding
Een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verblijf als investeerder is tijdelijk (zie [artikel 5.3, tweede lid, onder f, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.3)). Dit betekent dat de vreemdeling die een verblijfsvergunning als investeerder heeft, bij het niet nakomen van de hiervoor geldende verplichtingen de openbare lichamen moet verlaten. De vreemdeling moet een verklaring ondertekenen dat hij ermee bekend is dat hij alleen voor het verblijfsdoel investeerder in de openbare lichamen mag verblijven.
### 2. Verblijfsvoorwaarden
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands of Engels of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
### 3. Vereiste bescheiden
Als de verblijfsvergunning van de hoofdpersoon vervalt dan vervalt eveneens de verblijfsvergunning van de gezinsleden.
### 5.2. Arbeidsmarktaantekening
### 4.2. Arbeidsmarktaantekening
### 1. Inleiding
Beleidsregel:
### Hoofdstuk 11. Gezinshereniging en gezinsvorming
### 4.2. Arbeidsmarktaantekening
### 2.1. Verblijfsvoorwaarden
Het huwelijk is geldig als:
Beleidsregel:
### 2.2. Vereiste bescheiden
### 2.3. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
### 2.3.1. Beperking
### 2.3.2. Arbeidsmarktaantekening
De verblijfsvergunning wordt ingevolge [artikel 5.11, onder a en b, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.11) verleend, als de hoofdpersoon in de openbare lichamen verblijft als:
### 4.1. Verblijfsvoorwaarden
Gelegaliseerde akten:
### 4.2. Vereiste bescheiden
### 4.3. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
### 4.3.1. Beperking
### 4. Relatie
De verblijfsvergunning wordt op grond van [artikel 5.11, onder a en b, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.11) verleend als de hoofdpersoon in de openbare lichamen verblijft als:
Op grond van [artikel 5.10 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.10) en [artikel 5.12 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.12) wordt, zolang de vreemdeling of de hoofdpersoon met meer dan één andere persoon tegelijkertijd door een huwelijk of een (al dan niet geregistreerd) partnerschap is verbonden, de verblijfsvergunning maar aan één echtgenoot, geregistreerd partner of partner tegelijkertijd verleend, en aan de uit die vreemdeling geboren (minderjarige) kinderen.
Voor vreemdelingen die vanuit het buitenland verblijf (mvv) aanvragen, geldt dat zij direct na inreis in de openbare lichamen met hun (huwelijks)partner moeten gaan samenwonen als hier bedoeld.
### 5.2. Vereiste bescheiden
### 5.3. Kinderen geboren uit rechtmatig verblijvende ouders
### 5.3.2. Vereiste bescheiden
### 5.4. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
Als sprake is van gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM wordt aangenomen dat een biologisch of juridisch kind feitelijk behoort en al in het buitenland behoorde tot het gezin van de ouder(s).
De verblijfsvergunning wordt op grond van [artikel 5.16 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.16) verleend als de vreemdeling geen gevaar vormt voor de openbare orde en nationale veiligheid.
### 6.1. Bijzondere vereisten voor toelating
### 5.3.1. In de openbare lichamen geboren kinderen
### 5.4.3. Voorschrift
Aan de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden van het sluiten van een voldoende ziektekostenverzekering, met inbegrip van de kosten die zijn verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.
In de volgende gevallen kan ook sprake zijn van familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM:
### 6. Verruimde gezinshereniging
### 7.4. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘uitoefenen van het gezinsleven conform artikel 8 EVRM bij (naam)’.
### 7.4.2. Arbeidsmarktaantekening
### 1. Inleiding
Het verschil tussen buitenlandse adoptiekinderen en buitenlandse pleegkinderen is een juridisch verschil.
Bij buitenlandse adoptie gaat het om een minderjarig kind van niet-Nederlandse nationaliteit, dat niet in de openbare lichamen is geboren en dat, als gevolg van een erkende buitenlandse adoptiebeslissing, geldt als kind van de adoptanten. Dit betekent dat de banden tussen de biologische ouders en het adoptiekind ophouden te bestaan, dat zij afstand hebben gedaan van het kind en dat de adoptiefouders in familierechtelijke band komen te staan tot dat kind. Het gaat ook om een permanente situatie.
### 2. Adoptiekinderen
### 3.1. Verblijfsvoorwaarden
Om te kunnen bepalen of weigering van (voortzetting van) het verblijf van de vreemdeling in strijd is met artikel 8 EVRM, moeten alle relevante feiten en omstandigheden van het geval worden bekeken en tot uitdrukking worden gebracht in een belangenafweging. Welke belangen bij de belangenafweging moeten worden betrokken, hangt af van de concrete individuele casus. Van belang is dat het altijd gaat om de feitelijke situatie in het individuele geval, die per casus zal verschillen. Aangezien het gaat om de beoordeling en afweging van diverse belangen van verschillende aard, komt in beide gevallen aan de overheid een zekere beoordelingsvrijheid (a certain margin of appreciation) toe.
### 3.2. Vereiste bescheiden
### 3.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### Hoofdstuk 13. Wedertoelating
Zo nodig wint de Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel aanvullende gegevens in bij de Voogdijraad over de geschiktheid van de aspirant pleegouders voor de verzorging en opvoeding van het kind.
De aanvraag wordt afgewezen als uit de medische verklaring met betrekking tot het buitenlandse pleegkind niet blijkt dat in redelijkheid niet valt aan te nemen dat het kind lijdt aan een gevaarlijke besmettelijke of langdurige lichamelijke of geestelijke ziekte.
### 2. Oud-Nederlanders
De aanvraag wordt afgewezen als niet door middel van officiële gelegaliseerde documenten wordt aangetoond dat de ouder(s) of wettelijke vertegenwoordiger, of (indien zij zijn overleden of een onbekende verblijfplaats hebben) de autoriteiten in het land van herkomst instemmen met het verblijf van het kind in het gezin van de aspirant-pleegouders. Alleen als het recht van het land van herkomst dit vereist, is naast instemming van de ouder(s) of de wettelijke vertegenwoordiger ook instemming van de autoriteiten van het land van herkomst vereist.
### 2.2. Oud-Nederlanders die geboren en getogen zijn in de openbare lichamen
De ouders zijn beiden geboren en getogen op Saba en in het bezit van de Nederlandse nationaliteit. De ouders verhuizen naar Venezuela alwaar hun kinderen zijn geboren. De kinderen hadden bij geboorte de Nederlandse nationaliteit. De ouders en de kinderen verkrijgen na verloop van tijd de Venezolaanse nationaliteit en verliezen daarbij de Nederlandse nationaliteit. Een van de kinderen verblijft inmiddels in Colombia en verzoekt nu om wedertoelating tot Saba op grond van het feit dat hij oud-Nederlander is.
### 3.3.3. Voorschrift
De verblijfsvergunning krijgt dezelfde geldigheidsduur als de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd van de hoofdpersoon. Als de hoofdpersoon een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd heeft of Nederlander is, bedraagt de geldigheidsduur vijf jaren.
Voor wedertoelating komen, onder voorwaarden, in aanmerking:
### 2. Oud-Nederlanders
Verblijf kan worden verleend aan de vreemdeling:
Het gaat hier om een vrijwillige handeling. De vreemdeling realiseert zich dat hij toch niet zijn oorspronkelijke wil verliezen en kiest er daarom zelf voor om afstand te doen van de Nederlandse nationaliteit, voordat hij hiertoe wordt gedwongen. De vreemdeling moet binnen twee jaar nadat hij de verklaring van afstand heeft afgelegd een aanvraag om een verblijfsvergunning indienen.
### 2.2.2. Vereiste bescheiden
De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘wedertoelating’ wordt niet afgewezen om de reden dat niet meer wordt voldaan aan de beperking waaronder de vergunning is verleend.
### 8.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking ‘in afwachting verzoek ex [artikel 17 RWN](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003738&artikel=17)’.
Mensenhandel is een grove schending van de rechten van de mens en een ernstig misdrijf. Het delict is strafbaar gesteld in [artikel 286f van het Wetboek van Strafrecht BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028570&artikel=286f). Dit artikel ziet op mensenhandel in het algemeen, daaraan gerelateerde vormen van uitbuiting en het trekken van profijt daaruit.
### 2.1. Verblijfsvoorwaarden slachtoffer mensenhandel
De verblijfsvergunning, bedoeld in [artikel 7 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=7), kan onder een beperking verband houdend met de vervolging van mensenhandel worden verleend, als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
De verblijfsvergunning wordt verleend met een geldigheidsduur van ten hoogste een jaar of zoveel korter als het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba uitspraak zal doen.
### 8.6.1. Verblijfsvoorwaarden
### 3. Getuige-aangever
### 3.2. Vereiste bescheiden
### 4. De beslissing
Mensenhandel is gericht op uitbuiting. Bij de strafbaarstelling van mensenhandel staat het belang van het individu steeds voorop. Dat belang is het behoud van zijn of haar lichamelijke en geestelijke integriteit en persoonlijke vrijheid.
Het begrip mensenhandel bevat de volgende elementen:
### 4.2.1. Beperking
### 4.2.2. Arbeidsmarktaantekening
### 4. De beslissing
De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning van het slachtoffer kan worden verlengd zolang er sprake is van een strafrechtelijk opsporings- of vervolgingsonderzoek naar of berechting in feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit ter zake waarvan aangifte is gedaan of waaraan op andere wijze medewerking is verleend.
Ten aanzien van de termijn waarbinnen op de aanvraag dient te worden beslist, wordt onderscheid gemaakt of het een aanvraag van een slachtoffer of van een getuige-aangever betreft. Op de aanvraag van een slachtoffer dient – onvoorziene omstandigheden daargelaten – binnen 24 uur nadat de aanvraag is ingediend te worden beslist. Bij een aanvraag van een getuige-aangever is het praktisch niet haalbaar binnen een dergelijke termijn te beslissen. Dit in verband met het verplicht consulteren van het OM, voordat op de aanvraag kan worden beslist.
### 4.2. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 4.2.3. Voorschrift
### 5.1. Slachtoffer
### 5.2. Getuige-aangever
### 2.2. Vereiste bescheiden
### 2.3. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
Het slachtoffer of getuige-aangever van mensenhandel die in aanmerking komt voor verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, is vrijgesteld van het betalen van leges.
### 2.3.3. Voorschriften
Naast de voorwaarden zoals beschreven in de [artikelen 5.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.22), [5.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.23) en [5.24 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.24) gelden ook de algemene voorwaarden zoals beschreven in [artikel 9 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9).
Als het gaat om een meerderjarig kind dat nog feitelijk bij zijn ouders woont, studeert en financieel afhankelijk is van zijn ouders, dan mag het inkomen van de ouders meegenomen worden bij de middeleneis.
### 3. Voortgezet verblijf voor de overige gezinsleden
### 3.3.1. Beperking
### 3.3.3. Voorschrift
### 4. Voortgezet verblijf na overlijden van (huwelijks) partner
In dergelijke gevallen wordt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning slechts verleend voor de duur van maximaal één jaar. Bij elk verzoek om verlenging dient vastgesteld te worden dat de bijzondere gezinsband nog steeds bestaat.
Voorbeeld 1:
### 4.2. Vereiste bescheiden
### 4.3.1. Beperking
Een ouder die verblijf heeft verband houdend met bescherming, maar die niet betrokken is bij het leven van zijn biologische kind, vormt geen objectieve belemmering. Dat de vertrekkende ouder ‘hoopt’ dat deze ouder in de toekomst wel betrokken wil zijn bij het leven van het bewuste kind is onvoldoende reden om op dit moment een objectieve belemmering aan te nemen.
### 4.3.3. Voorschrift
Aan de verlening van de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden dat de vreemdeling voldoet aan de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting (zie [artikel 5.4, eerste lid, aanhef en onder c, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.4)).
### 5. Voortgezet verblijf wanneer sprake is van bijzondere omstandigheden
### 5.2. Vereiste bescheiden
### 5.3.1. Beperking
### 5.3.3. Voorschrift
### Hoofdstuk 16. Aanvragen om bescherming tegen terugzending
Als een getuige-aangever aangifte heeft gedaan en de aangifte uiteindelijk heeft geleid tot een veroordeling van de verdachte(n), moet bij de beoordeling van het risico van represailles per geval bezien worden of zwaar gewicht dient te worden toegekend aan deze veroordeling. Als de veroordeling de conclusie rechtvaardigt dat in geval van de getuige-aangever bij terugkeer naar het land van herkomst gevaar voor represailles aanwezig is, kan hieraan doorslaggevende betekenis worden toegekend bij de belangenafweging op grond van [artikel 5.24 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.24).
### 2. Bescherming op grond van het Vluchtelingenverdrag
### 2.2. Vervolgingsgronden
### 2. Bescherming op grond van het Vluchtelingenverdrag
### 2.2.2. Vervolging vanwege godsdienst
### 2.2.3. Vervolging vanwege politieke overtuiging
### 2.4. Vervolging wegens dienstweigering of desertie
### 2.3. Politieke en commune delicten en discriminatoire of onevenredige bestraffing
### 2.5.1. Refugiés sur place
### 2.5.2. Als de UNHCR de vreemdeling heeft erkend als vluchteling
### 2.6.1. Algemeen
### 2.6.3. Artikel 1C
### 2.5.2. Als de UNHCR de vreemdeling heeft erkend als vluchteling
### 2.7. Terugzending (refoulement)
### 3. Bescherming in het EVRM tegen foltering of onmenselijke behandeling
### 2.6.6. Artikel 1F
Factoren die een rol spelen bij het bepalen van de ernst van een misdrijf zijn de aard van de handeling en de omvang van de gevolgen van de handeling. Wanneer er wordt gesteld dat een ernstig misdrijf is gepleegd om een politieke doelstelling na te streven, wordt een predominantie test uitgevoerd, dat wil zeggen dat het politieke element van het misdrijf afgewogen wordt tegen het commune element ervan en dat wordt gekeken of wordt voldaan aan de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit. Dat wil zeggen dat beoordeeld moet worden in hoeverre het delict dat betrokkene heeft gepleegd, zich verhoudt tot het bereiken van het beoogde politieke doel. Met andere woorden: had hij dit doel misschien ook op een andere, minder vergaande, manier kunnen bereiken.
### 3.2. Individualiseringsvereiste in de jurisprudentie
Om artikel 1F tegen te kunnen werpen dient er sprake zijn van een ernstig vermoeden dat de betrokken vreemdeling heeft deelgenomen aan een misdrijf vallend onder artikel 1F. De bewijslast hierbij ligt in dit bijzondere geval bij de Minister.
### 3.2.2. De mensenrechten van een bevolkingsgroep worden systematisch geschonden
### 2.7. Terugzending (refoulement)
### 3.2.4. Individuele indicaties in de persoonlijke omstandigheden
Actoren van een behandeling in de zin van artikel 3 EVRM kunnen onder meer zijn:
### 4. De beoordeling van aanvragen om bescherming
### 3.2. Individualiseringsvereiste in de jurisprudentie
Bij de bepaling of de mensenrechten van een bevolkingsgroep systematisch worden geschonden, zal de beschikbare landeninformatie een richtsnoer vormen om te concluderen of deze situatie zich in een land van herkomst van de vreemdeling voordoet. Deze situatie zal zich niet snel voordoen. Indien de vreemdeling aannemelijk maakt dat hij behoort tot een bevolkingsgroep van wie mensenrechten systematisch worden geschonden, komt hij in aanmerking voor bescherming. zie de uitspraak N.A. tegen het Verenigd Koninkrijk, EHRM 17 juli 2008, nr 25904/07
### 4.2. Toetsingsvolgorde
### 4.2.1. Algemeen
Ook indien er sprake is van mensenrechtenschendingen in de naaste omgeving van de vreemdeling bij personen die behoren tot de zelfde kwetsbare minderheidsgroep, kan dit voldoende grond zijn om beperkte indicaties aan te nemen. Onder mensenrechtenschendingen wordt in dit verband onder meer verstaan: moord, verkrachting, mishandeling, intimidatie of beroving. In deze gevallen wordt niet van de vreemdeling verlangd om aannemelijk te maken dat de betreffende mensenrechtenschendingen zijn ingegeven door het behoren tot dezelfde kwetsbare minderheidsgroep.
### 4.2.2. Toetsingsvolgorde bij toetsing aan het Vluchtelingenverdrag
### 4.2.3. Toetsingsvolgorde bij toetsing aan artikel 3 EVRM
Maar het EVRM verplicht in beginsel niet tot het verlenen van een verblijfsvergunning; er moet enkel worden afgezien van uitzetting van de vreemdeling naar het land van herkomst. Indien de vreemdeling naar een ander land kan worden uitgezet waar diens toelating wordt gewaarborgd is dit onder het EVRM ook toegestaan.
### 4.3. Bewijslast en geloofwaardigheid
Hierbij kan het gestelde onder artikel 1C van het Vluchtelingenverdrag worden betrokken.
### 4.4. Openbare orde en nationale veiligheid
### 4.4.1. Algemeen
### 4.4.2. Openbare orde en het Vluchtelingenverdrag
### 4.4.3. Openbare orde en artikel 3 EVRM
### 5. De procedure van verzoeken om bescherming
### 5.1. Start van de procedure
### 5.2. Situatie in bewaring
### 5.3. Handelingen in het kader van het toezicht
### 5.1. Start van de procedure
### 5.6. Voorbereidende handelingen van de IND unit Caribisch Nederland
### 5.8. Het horen van de vreemdeling en de beslissing
In het geval dat de gezinsleden zelfstandig om bescherming verzoeken, moeten van hen dezelfde gegevens verstrekt te worden.
### 5.4. Geen aantekeningen in documenten
### 5.10.2. Ingangsdatum
### 5.10.3. Afwijzende beslissing met de beslissing dat de vreemdeling mag worden uitgezet
In het geval de vreemdeling het verslag corrigeert, verwerkt de IND unit Caribisch Nederland de correcties in het verslag. De IND-BES medewerker maakt het verslag definitief. In het definitieve verslag gehoor vermeldt de IND unit Caribisch Nederland dat de vreemdeling correcties heeft voorgesteld en dat deze zijn verwerkt. De IND unit Caribisch Nederland geeft de vreemdeling een exemplaar van het aangepaste en uitgeprinte verslag van het gehoor mee en voegt tevens een exemplaar toe aan het dossier van de vreemdeling. De datum van het gehoor en de gegevens uit het gehoor worden door de IND unit Caribisch Nederland in het registratiesysteem vastgelegd.
### 5.13. Rechtsmiddelen na afwijzing van de aanvraag
### 5.14. Regeling van het verblijf na inwilliging van de aanvraag
### 6. Afgeleide status voor gezinsleden en nareizende gezinsleden
### 7. Herhaalde aanvraag
De politie of ambtenaar belast met de grensbewaking stelt de IND unit Caribisch Nederland zo spoedig mogelijk in kennis over het vertrek van de vreemdeling aan wie bescherming geweigerd is.
### 5.14. Regeling van het verblijf na inwilliging van de aanvraag
### 9.1. Verblijfsbeëindiging omdat de grond voor bescherming is vervallen
### Hoofdstuk 17. Vertrek, uitzetting en ongewenstverklaring
Wanneer de gezinsleden zijn ingereisd met een mvv, dienen zij zich te melden bij de IND unit Caribisch Nederland voor het indienen van een aanvraag voor een vergunning tot tijdelijk verblijf om redenen verband houdend met bescherming. Hiernaar wordt verwezen in de brieven bij de afgifte van de mvv. Ook gezinsleden die zijn ingereisd zonder een mvv, dienen zich voor het indienen van deze aanvraag te vervoegen bij de IND unit Caribisch Nederland.
### 2.1. Het vorderen van medewerking aan de voorbereiding van vertrek
Ook hangende de geldigheid van de vergunning tot verblijf kan verblijfsbeëindiging worden ingezet. In dit geval wordt een intrekkingsprocedure gestart.
Als blijkt dat de houder van een vergunning tot tijdelijk verblijf verband houdend met bescherming een strafbaar feit heeft gepleegd op de openbare lichamen, stelt de politie de IND unit Caribisch Nederland hiervan zo snel mogelijk in kennis. De IND unit Caribisch Nederland toetst aan het beleidskader voor de openbare orde en beoordeelt of er aanleiding bestaat het toegestane verblijf te beëindigen.
### 3.1. Inleiding
Van de vreemdeling kan worden geëist dat hij meewerkt aan de voorbereiding van zijn vertrek uit de openbare lichamen. Deze eis kan ook gesteld worden als een aanvraag om een verblijfsvergunning is afgewezen of de verblijfsvergunning is ingetrokken, terwijl de werking van het besluit is opgeschort. Dit is neergelegd in [artikel 16, tweede lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16). De ambtenaar belast met het toezicht zal aan de vreemdeling duidelijk maken wat er wordt verlangd. In de vreemdelingenadministratie wordt dit geregistreerd.
### 2.3.2. In mindering brengen van beroepstermijn op de vertrektermijn
Als de vreemdeling geen gebruik maakt van de beroepstermijn, kan deze in mindering worden gebracht op de vertrektermijn van vier weken (zie [artikel 16a, tweede lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=16a)). Omdat de beroepstermijn vier weken bedraagt, moet de vreemdeling de openbare lichamen in deze gevallen onmiddellijk verlaten. Reden hiervoor is dat de vreemdeling al voorbereidingen voor zijn vertrek heeft kunnen treffen.
### 3.5. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
### 3.7. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
Op grond van [artikel 22 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22) is de gezagvoerder, reder of de luchtvaartmaatschappij die een, niet tot verblijf in de openbare lichamen gerechtigde, vreemdeling heeft aangebracht verplicht deze vreemdeling voor zijn rekening weer uit de openbare lichamen te vervoeren of doen vervoeren (zie [hoofdstuk 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=1&z=2015-02-19&g=2015-02-19) CTU-BES).
Uitzetting is een bevoegdheid en geen verplichting van de Minister. De titel tot uitzetting is het gevolg van:
### 4. Bericht van vertrek of uitzetting
Uitzetting vindt plaats:
### 6. Ongewenstverklaring
### 3.2. Geen uitzetting ondanks de vertrekplicht
In de volgende gevallen vindt vooralsnog geen uitzetting plaats ondanks het feit dat de vertrekplicht is ingegaan:
### 6.2. Gronden voor ongewenstverklaring
De taakstraf komt in plaats van een gevangenisstraf. In het geval dat de vreemdeling wordt veroordeeld tot het verrichten van een taakstraf wordt de duur van de door de rechter bepaalde vervangende hechtenis als uitgangspunt genomen. Dit betekent dat iedere taakstraf wordt tegengeworpen ongeacht de duur van de taakstraf. Het is niet vereist dat de uitspraak onherroepelijk is geworden.
### 6.3. Procedurele aspecten
### 6.4.2. Aanvraag
### 6.4.3. Termijnen
### 6.5. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
### 6.4.2. Aanvraag
De aanvraag moet:
### 2.1. Vrijheidsbeperkende maatregelen
### 6.4.4. De inhoud van de aanvraag
Het overleggen van een verklaring als bedoeld onder d, kan achterwege blijven als het overleggen van een dergelijke verklaring niet mogelijk is, dit bijvoorbeeld vanwege de algemene (oorlogs)situatie of het ontbreken van een registratie in dat land.
### 2.2.3. Het lichten van vreemdelingen
### 2. Bezwaar en beroep algemeen
### 2.1. Vereisten voor de indiening van bezwaar
### 2.2. Opschorting van de werking van het (afwijzende) besluit
### 2.3. Het verzoek om een voorlopige voorziening
### 2.4. Beroep
### Modellen CTU-BES
De strekking van deze uitspraak is dat Amerikaanse onderdanen in het Caribisch Deel van het Koninkrijk de openbare lichamen aanspraak hebben op gelijke behandeling als Nederlanders die niet in het Caribisch Deel van het Koninkrijk zijn geboren. Dit betekent dat Amerikaanse onderdanen, net als die Nederlanders, op grond van [artikel 3, vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) WTU-BES op het grondgebied van de openbare lichamen van rechtswege toelating tot verblijf hebben.
Nederlanders mogen maximaal zes maanden binnen een tijdvak van een jaar als toerist op het grondgebied van de openbare lichamen verblijven ([artikel 4.2, derde lid, BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.2)), zonder verblijf van rechtswege **toegekend**. Deze termijn kan niet worden verlengd.
### 7.1.4. Transitpassagiers van vliegtuigen
Transitpassagiers hoeven op grond van de vigerende visumregeling niet in het bezit te zijn van een visum kort verblijf voor de openbare lichamen als zij:
Als transitpassagiers de transitruimte langer dan 48 uur willen verlaten, dan kan dit alleen op vertoon van een visum kort verblijf voor de openbare lichamen. Dit visum dient van te voren, in het land van herkomst, te worden aangevraagd.
### 7.1.5. Zeelieden
### Hoofdstuk 2. Toelating van rechtswege
### 1. Inleiding
In [artikel 3, eerste lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) is bepaald wie van rechtswege toelating tot verblijf in de openbare lichamen hebben. Bij algemene maatregel van bestuur kan de categorie vreemdelingen die van rechtswege zijn toegelaten worden uitgebreid (zie artikel 3, tweede lid, WTU-BES).
In [artikel 5a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5a) is bepaald dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels kunnen worden gesteld over het verblijf zonder verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor verblijf in de vrije termijn (van niet langer dan zes maanden). In de [artikelen 4.1 tot en met 4.4 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.1) is dit uitgewerkt.
### 2. Nederlanders
### 2.1. Algemeen
[Artikel 1a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=1a) voorziet in een overgangsregeling voor de toegang en het verblijf van Nederlanders in de openbare lichamen, in afwachting van de totstandkoming van een Rijkswet personenverkeer. Door middel van een Rijkswet personenverkeer wordt gestreefd naar een uniforme regeling voor de toegang en toelating van alle Nederlanders tot alle delen van het Koninkrijk. In de overgangsregeling artikel 1a WTU-BES zal het bestaande regime voor de toegang en toelating van de Nederlanders tussen de verschillende landen van het Koninkrijk vooralsnog gehandhaafd worden. Als overgegaan zou worden tot volledig vrije vestiging van Nederlanders voor alleen de openbare lichamen zonder dat de andere landen daartoe overgaan zou dat tot een ongewenste situatie leiden voor de openbare lichamen.
### 2.2. Uitleg [artikel 1a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=1a)
Als de Nederlander niet binnen een jaar na de voltooiing van zijn studie of de beëindiging van de geneeskundige behandeling is teruggekeerd naar de openbare lichamen, dan wordt de vreemdeling geacht zijn hoofdverblijf te hebben verplaatst. De bepalingen van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) zijn in dat geval wel op die vreemdeling van toepassing.
### 2.3. Toelating van rechtswege
### 2.3.1. Toepassing van [artikel 5a WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5a)
### 2.3.2. Toelating van rechtswege op grond van [artikel 3, vijfde en zesde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3)
### 3.1. Bijzondere categorieën
Voor vreemdelingen die vallen onder één van de bovengenoemde categorieën is het mvv-vereiste niet van toepassing. Het mvv-vereiste is alleen een afwijzingsgrond voor de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd en is geen voorwaarde voor toelating van rechtswege.
### 3.2. De toekenning van de toelating van rechtswege
### 3.2.2. Vereiste bescheiden
### 3.2.3. Verklaring
De toelating van rechtswege eindigt (zie [artikel 5 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=5)):
Ten aanzien van de in [artikel 3, eerste lid, onder a, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) genoemde categorie geldt dat als de vreemdeling niet meer in overheidsdienst werkzaam is, de toelating van rechtswege eindigt.
Als de toelating van rechtswege is geëindigd, betekent dit dat ook de afhankelijke toelating van de echtgeno(o)t(e) en minderjarige kinderen is geëindigd. Dit geldt echter niet voor echtgenoten die zelf op basis van [artikel 3 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=3) van rechtswege zijn toegelaten (zie [artikel 13 WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=13)).
### 4.1. Algemeen
Toeristen mogen ingevolge [artikel 4.2 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.2) zonder toelating bij vergunning verleend in de openbare lichamen binnenkomen en er verblijven gedurende een periode van maximaal drie maanden binnen een tijdsvak van zes maanden.
### 4.2.2. Bemanningsleden van schepen en luchtvaartuigen
### 4.3. Verklaring
### 4.4. Uitzondering op de termijn
Behalve voor de categorieën als genoemd in paragraaf 4.2 geldt er op grond van [artikel 4.4 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=4.4) voor sommige gevallen een afwijkende termijn gedurende welke het aan vreemdelingen is toegestaan in de vrije termijn in de openbare lichamen te verblijven:
### Hoofdstuk 3. Toelating bij vergunning verleend
### 1.1. Inleiding
### 1.2. Beperking
### 1.3. Ingangsdatum
### 1.4. Arbeidsmarktaantekening
### 1.5. Aantekening tijdelijk verblijfsrecht
### 1.6. Aantekening omtrent beroep op de publieke middelen
### 1.7. Voorschriften
Aan de verblijfsvergunning kunnen voorschriften tot het stellen van zekerheid worden verbonden. Met het stellen van een voorschrift tot het stellen van zekerheid wordt nog niet voldaan aan de algemene voorwaarde dat over voldoende middelen van bestaan moet worden beschikt. Ook is het stellen van een voorschrift aan een verblijfsvergunning niet hetzelfde als een voorschrift tot het stellen van zekerheid in verband met de vrije termijn.
### 1.8. De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
### 1.9. Afwijzingsgronden van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
### 1.9.1. Mvv-vereiste
### 1.9.1.1. Vrijstellingen
Een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt op grond van [artikel 9, derde lid, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=9) niet afgewezen wegens het ontbreken van een geldige mvv, in de volgende gevallen:
### 1.9.1.2. Toetsing van de vrijstellingscategorie
### 1.9.1.3. Hardheidsclausule
### 1.9.2. Geldig document voor grensoverschrijding
### 1.9.3. Middelen van bestaan
### 1.9.3.2. Duurzaamheid middelen van bestaan
### 1.9.3.3. Voldoende middelen van bestaan
### 1.9.4. Openbare orde en nationale veiligheid
### 1.9.6. Niet voldoen aan de beperking
### 1.11. Vertrektermijn
### 1.12. Verlenging en intrekking van de verblijfsvergunning voor (on)bepaalde tijd
### 1.12.3. Gronden intrekking
### 1.12.3.2. Voortzetting verblijf na intrekking verblijfsvergunning
### 2.2. Systematiek
### 2.3. Intrekking van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd
### 3.1. De mvv-aanvraag
### 3.1.1. Aanvraagprocedure mvv ingediend door de vreemdeling
### 3.1.2. Aanvraagprocedure mvv ingediend door de referent
### 3.1.3. Afgifte mvv
### 3.1.5. Mvv en verlening verblijfsvergunning bepaalde tijd
### 3.2. De aanvraag om een verblijfsvergunning voor (on)bepaalde tijd
### 3.2.1. De vereisten voor het indienen van de aanvraag
### 3.4. Onderbouwende gegevens en bescheiden
### 3.5. Specifieke bepalingen procedure verblijfsvergunning (on)bepaalde tijd
Als de vreemdeling één aanvraag indient mede ten behoeve van zijn minderjarige kinderen, dan moet voor ieder minderjarig kind ook leges worden betaald. Het totale bedrag moet in één keer worden voldaan.
De toepassing van het gezinstarief bij verlengingsaanvragen is niet afhankelijk van de vraag of er sprake is van meerdere gelijktijdig ingediende aanvragen. Voor alle individueel ingediende verlengingsaanvragen voor het verblijfsdoel ‘gezinshereniging’ komen de gezinsleden voor gezinstarief in aanmerking.
### 3.7.4. Bevoegdheid
### 3.7.5. Bekendmaking
### 3.7.5.1. Algemene regels
Een verklaring, inhoudende dat de Landsverordening toelating en uitzetting niet op de houder ervan van toepassing is, wordt, indien een vreemdeling daarvan de houder is en deze op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet woonplaats heeft op Bonaire, Sint Eustatius of Saba, aangemerkt als een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, afgegeven op grond van de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571).
### 1. Inleiding
### 1.1. Samenhang tussen de [WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571) en de [Wav BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028437)
### 2.1. Verblijfsvoorwaarden
### 2.2. Vereiste bescheiden
### 2.3.1. 1-loket procedure
### 2.6. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 2.6.1. Beperking
### 3.2.1. Vreemdelingen met aantekening ‘arbeid vrij toegestaan’
### 4.3. Stagiaires en praktikanten
Onder praktikant wordt verstaan een vreemdeling die naar de openbare lichamen komt om werkervaring op te doen die voor diens toekomstig functioneren in het land van herkomst van belang is.
### 4.3.2. Verblijfsvoorwaarden
### 4.3.3.2. Arbeidsmarktaantekening
### 4.3.5. Voortzetting van verblijf
### 4.4. Kortdurende arbeid (maximaal drie maanden)
### 4.4.3. Arbeidsovereenkomst of stage voor maximaal drie maanden
### 4.4.4. Grensarbeiders
### 4.5. Van rechtswege toegelaten vreemdelingen
### 5.2. Ongeoorloofde tewerkstelling
### 5.3. Werkloosheid
### 5.3.1. Houders van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd
### 5.4. Arbeidsongeschiktheid
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, verleend onder een beperking verband houdend met het verrichten van arbeid in loondienst, wordt in geval van arbeidsongeschiktheid ingetrokken op grond van:
### 5.5. Samenwerking met de arbeidsbemiddelingsorganisatie en SZW-BES
### 1. Inleiding
### 4.3. Voorschriften
### Hoofdstuk 6. Het Nederlands-Amerikaans vriendschapsverdrag
### 1. Inleiding
### 2.1. Verblijfsvoorwaarden
Bij een BV en een NV kan het aanzienlijk kapitaal worden aangetoond met de oprichtingsakte.
### 2.2. Vereiste bescheiden arbeid als zelfstandige op grond van het Verdrag
### 5. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 6. Geldigheidsduur
### 1. Inleiding
### 3. Aanvraag gedurende verblijf in de vrije termijn
### 4. Verblijfsvoorwaarden
De vreemdeling moet aantonen dat hij voor een studie aan één van de hiervoor genoemde in de openbare lichamen gevestigde onderwijsinstellingen voor voltijds hoger onderwijs is of zal worden ingeschreven. Dit kan hij aantonen door een verklaring te overleggen die is afgegeven door het College van Bestuur of het bevoegd gezag van de onderwijsinstelling.
### 6.2. Arbeidsmarktaantekening
### 7. Het verrichten van arbeid
### 9. Verandering van opleiding of onderwijsinstelling
Voor verandering van opleiding bij dezelfde onderwijsinstelling hoeft geen wijziging van de beperking van de verblijfsvergunning te worden gevraagd. Ook hier geldt dat de maximale verblijfsduur niet mag worden overschreden als bij dezelfde onderwijsinstelling van opleiding wordt veranderd, terwijl de eerdere opleiding nog niet is afgerond.
Het enkel voldoen aan de voorwaarden van de fiscale ‘penshonado/rentenierregeling’ is op zichzelf geen grond voor toelating.
### 4.2. Verblijfsvoorwaarden
### 5.2. Geldigheidsduur
### 5.3. Arbeidsmarktaantekening
### 1. Inleiding
### 2. Verblijfsvoorwaarden
### 4. Gezinshereniging
### 5. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 5.1. Beperking
De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van gezinshereniging wordt aan de gezinsleden verleend onder de beperking: ‘Verblijf bij (naam hoofdpersoon).’
### 5.3. Voorschriften
Beleidsregel:
### 1. Algemeen
### 1.1. Inleiding
### 1.2. Beleid gezinshereniging
### 1.3. Beleid gezinsvorming
Op grond van [artikel 5.10 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.10) en [artikel 5.12 BTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028599&artikel=5.12) wordt, zolang de vreemdeling of de hoofdpersoon met meer dan één andere persoon tegelijkertijd door een huwelijk of een (al dan niet geregistreerd) partnerschap is verbonden, de verblijfsvergunning maar aan één echtgenoot, geregistreerd partner of partner tegelijkertijd verleend, en aan de uit die vreemdeling geboren (minderjarige) kinderen.
### 2.3.1. Beperking
### 2.3.2. Arbeidsmarktaantekening
### 2.3.3. Voorschrift
### 2.4. Geldigheidsduur
### 3. Schijnhuwelijk
### 4.1. Verblijfsvoorwaarden
### 4.3.1. Beperking
### 4.3.2. Arbeidsmarktaantekening
### 4.3.3. Voorschrift
### 4.4. Geldigheidsduur
### 5. Minderjarige kinderen
### 5.1. Verblijfsvoorwaarden
Met de genoemde uitzonderingsgevallen is duidelijk gemaakt dat er omstandigheden kunnen zijn, waarin geoordeeld kan worden dat het kind niet (meer) feitelijk behoort tot het gezin van de ouder(s). In de eerste twee genoemde omstandigheden kan worden aangenomen dat het kind een zekere mate van zelfstandigheid heeft bereikt. In deze gevallen komt aan de handhaving van een restrictief vreemdelingenbeleid meer gewicht toe dan aan het individuele belang van het kind om alsnog bij zijn ouder(s) in de openbare lichamen te verblijven. De zorg voor afhankelijke gezinsleden, onder wie (buitenechtelijke) kinderen, kan uitsluitend tot het oordeel leiden dat het kind niet feitelijk behoort tot het gezin van de ouder(s), als het kind daarnaast zelfstandig woont en in eigen onderhoud voorziet, óf door het aangaan van een huwelijk of een relatie een zelfstandig gezin heeft gevormd.
### 5.3. Kinderen geboren uit rechtmatig verblijvende ouders
De verblijfsvergunning wordt verleend aan het in de openbare lichamen geboren kind, als:
### 5.4. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
### 6.3.1. Beperking
### 7.4.1. Beperking
### 7.4.2. Arbeidsmarktaantekening
### 7.5. Geldigheidsduur
### Hoofdstuk 12. Buitenlandse adoptiekinderen en buitenlandse pleegkinderen
### 1. Inleiding
### 3. Buitenlandse pleegkinderen
### Hoofdstuk 13. Wedertoelating
### 2.1. Algemeen
Als oud-Nederlanders kunnen in ieder geval worden aangemerkt:
De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd kan worden verleend aan de vreemdeling die:
### 8.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
### 8.3.2. Arbeidsmarktaantekening
### 8.5. Aard van het verblijfsrecht
### 8.6. Verlenging geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
### 1. Inleiding
Kinderen van het slachtoffer van mensenhandel die een mvv-aanvraag in het kader van gezinshereniging indienen, zijn eveneens vrijgesteld van het betalen van leges.
### 4.2.1. Beperking
De genoemde verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder de beperking als genoemd in [hoofdstuk 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028837&hoofdstuk=14&z=2015-10-01&g=2015-10-01) van de CTU-BES.
### 6.1. Verblijfsvoorwaarden slachtoffermensenhandel
De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning van het slachtoffer kan worden verlengd zolang er sprake is van een strafrechtelijk opsporings- of vervolgingsonderzoek naar of berechting in feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit ter zake waarvan aangifte is gedaan of waaraan op andere wijze medewerking is verleend.
### 6.2. Verblijfsvoorwaarden getuige-aangever
### 1. Inleiding
### 2.3.1. Beperking
### 2.3.2. Arbeidsmarktaantekening
### 2.3.3. Voorschriften
Bij de beoordeling of artikel 8 EVRM aanleiding vormt om toch voortzetting van het verblijf toe te staan moet gedacht worden aan de volgende omstandigheden:
Voorbeeld 2:
Er kan ook sprake zijn van objectieve belemmeringen om het gezinsleven buiten de openbare lichamen voort te zetten. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan:
### 3.3.1. Beperking
### 3.3.3. Voorschrift
### 3.4. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
### 4.1. Verblijfsvoorwaarden
### 4.3.1. Beperking
### 4.3.2. Arbeidsmarktaantekening
### 4.3.3. Voorschrift
### 4.4. Geldigheidsduur
### 5.3.1. Beperking
### 5.3.2. Arbeidsmarktaantekening
### 5.3.3. Voorschrift
### 5.4. Geldigheidsduur
### 2.2. Vervolgingsgronden
### 2.2.2. Vervolging vanwege godsdienst
### 2.2.4. Vervolging vanwege nationaliteit en ras
### 2.4. Vervolging wegens dienstweigering of desertie
aanleiding zijn om tot vluchtelingschap te besluiten, indien de betrokkene ernstige, onoverkomelijke gewetensbezwaren heeft tegen de vervulling van de dienstplicht.
### 2.5. Bijzondere situaties
### 2.5.1. Refugiés sur place
De vrees voor vervolging hoeft niet altijd aanwezig te zijn op het moment dat iemand zijn land verlaat. Een persoon die geen vervolging te vrezen had op het moment dat hij zijn land van herkomst verliet, maar op een later tijdstip tijdens zijn verblijf buiten het land van herkomst vluchteling wordt heet ‘refugié sur place’. Er zijn twee mogelijke omstandigheden die iemand tot refugié sur place maken.
### 2.5.3. Minderjarige vreemdelingen
### 2.6. Artikelen 1B tot en met 1F Vluchtelingenverdrag
### 2.6.4. Artikel 1D
### 2.6.5. Artikel 1E
### 3.2.1. Uitzonderlijke situatie
### 3.2.3. Kwetsbare minderheidsgroep
### 3.3. Het verbod op uitzetting heeft een absoluut karakter
### 4.1. Afwijzing zonder statusbepaling
### 4.2.1. Algemeen
### 4.2.2. Toetsingsvolgorde bij toetsing aan het Vluchtelingenverdrag
### 4.4.2. Openbare orde en het Vluchtelingenverdrag
### 4.4.3. Openbare orde en artikel 3 EVRM
### 5. De procedure van verzoeken om bescherming
### 5.3. Handelingen in het kader van het toezicht
Wanneer een vreemdeling een aanvraag om bescherming wil indienen en er geen aanleiding bestaat om de vreemdeling in bewaring te stellen, dient de ambtenaar belast met grensbewaking (die tevens bevoegd is om handelingen in het kader van toezicht uit te voeren) of de ambtenaar belast met toezicht handelingen uit te voeren ter voorbereiding van de indiening en behandeling van de aanvraag om bescherming.
### 5.8. Het horen van de vreemdeling en de beslissing
### 5.10. De strekking van de beslissing
### 5.10.1. Inwilligende beslissing
### 5.10.3. Afwijzende beslissing met de beslissing dat de vreemdeling mag worden uitgezet
### 5.10.4. Bijzondere situatie: de vreemdeling krijgt geen verblijfsvergunning maar mag niet worden uitgezet
### 5.11. Kennisgeving van beslissingen en aanzegging van vertrek
### 5.12. Vertrek van de vreemdeling
De IND unit Caribisch Nederland maakt zo spoedig mogelijk een beslissing op de aanvraag en stelt, indien mogelijk, de vreemdeling hiervan schriftelijk in kennis. De politie wordt eveneens geïnformeerd.
### Hoofdstuk 17. Vertrek, uitzetting en ongewenstverklaring
### 2. Vertrek
### 2.1. Het vorderen van medewerking aan de voorbereiding van vertrek
### 2.2. Vertrek naar een ander land dan het land van herkomst
### 2.3.4. Onthouden van een vertrektermijn
### 2.4. Reisdocumenten
### 3.1. Inleiding
### 3.4. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
### 3.7. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 4. Bericht van vertrek of uitzetting
### 5. Vreemdelingen in de strafrechtketen
### 6. Ongewenstverklaring
### 6.1. Inleiding
### 6.4. Opheffing van de ongewenstverklaring
### 6.5.1. Inleiding
### 6.5.3. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing
### Hoofdstuk 18. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
### 2.2.1. Mededeling van vrijheidsontnemende maatregelen
### 2.2.2. Aanmelding vreemdeling
### 2.2.3. Het lichten van vreemdelingen
### 1. Inleiding
### 2. Bezwaar en beroep algemeen
### 2.1. Vereisten voor de indiening van bezwaar
De IND-unit Caribisch Nederland streeft er naar om binnen uiterlijk vier maanden na de datum van indiening op het bezwaarschrift te beslissen (zie [artikel 69, eerste lid, WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455&artikel=69)).
In het geval de vreemdeling bezwaar of beroep instelt tegen een beschikking waarbij hem verder verblijf wordt ontzegd, neemt de IND-unit Caribisch Nederland het verblijfsdocument niet in als de uitzetting hangende het bezwaar of beroep mag worden afgewacht.
### 2.3. Het verzoek om een voorlopige voorziening
Een vreemdeling mag een verzoek om een voorlopige voorziening, gericht tegen de uitzetting afwachten, tenzij:
### 2.4. Beroep
De IND-unit Caribisch Nederland is verplicht om bij de beschikking mededeling te doen van de mogelijkheid van het indienen van beroep en de termijn waarbinnen het beroepschrift moet zijn ingediend bij het Gerecht in Eerste Aanleg ([artikel 16, lid 4, WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455&artikel=16)). De beroepstermijn bedraagt, in afwijking van de [WarBES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028455), vier weken.
Als betrokkene verblijft op Saba of Sint Eustatius, dan moet het beroepschrift worden gestuurd naar de Griffie van het Gerecht in Eerste Aanleg te Sint Maarten.
De IND-unit Caribisch Nederland kan, in het geval gewichtige redenen daartoe aanleiding geven, het verstrekken van inlichtingen of stukken weigeren dan wel meedelen dat uitsluitend het Gerecht in Eerste Aanleg kennis mag nemen van de verstrekte inlichtingen of stukken. Hiervan is sprake als de beslissing berust op vertrouwelijke informatie.
Het Gerecht in Eerste Aanleg kan aanvullende informatie inwinnen bij de IND-unit Caribisch Nederland, maar ook bij andere overheidsinstanties.
### 2.5. Hoger beroep
Een vreemdeling kan in hoger beroep gaan bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Wanneer een vreemdeling in hoger beroep gaat, moet hij een kopie van het hoger beroepschrift aan de Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel (dus de IND-unit Caribisch Nederland) verzenden.
### 3. Bijzondere rechtsmiddelen in de situatie van vrijheidsontneming
In de situatie van vrijheidsontneming gelden bijzondere rechtsmiddelen. Deze zijn uitgewerkt in de [artikelen 22j – 22x, WTU-BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028571&artikel=22j).
### 4. Klachten
De [Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537) is niet van toepassing op de openbare lichamen, met uitzondering van [hoofdstuk 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&hoofdstuk=9) (klachtbehandeling). Dit betekent dat vreemdelingen volgens hoofdstuk 9 van de Awb klachten kunnen indienen tegen de gedragingen van de IND unit Caribisch Nederland tot een jaar nadat de gedraging plaats heeft gevonden. Ongeacht de geldende wettelijke termijn ontvangt de IND unit Caribisch Nederland de klachten bij voorkeur zo snel mogelijk nadat de gedraging zich heeft voorgedaan.
De IND-BES unit doet de ingekomen klacht zoveel mogelijk informeel af, waarbij de IND unit Caribisch Nederland in samenspraak met de klager een oplossing zoekt. Van de informeel gemaakte afspraken wordt een telefoonnotitie gemaakt. Hierin wordt vastgelegd of de klager akkoord gaat dat de IND unit Caribisch Nederland de klacht als afgehandeld mag beschouwen. De klager wordt de telefoonnotitie toegezonden. Indien de klager niet akkoord gaat met een informele afdoening, wordt schriftelijk aangegeven of de klacht als gegrond of ongegrond wordt beschouwd. Als de klager niet tevreden is over de klachtafhandeling of indien de klachtafhandeling niet tijdig heeft plaatsgevonden, kan de klager zich wenden tot de Nationale ombudsman.
### Modellen CTU-BES
Machtiging tot voorlopig verblijf
Verblijfsvergunning voor bepaalde tijd zonder MVV of wijziging verblijfsdoel
Verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verbandhoudend met bescherming
Verlenging verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verbandhoudend met bescherming
Verklaring toelating van rechtswege
Verlenging verklaring toelating van rechtswege
Verklaring niet van toepassing
Verlening van een terugkeervisum
2015-10-01
Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba — ar
2015-02-19
Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba — ar
2014-01-21
Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba — ar
2012-07-01
Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba — ar
2010-10-08
Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba — ar
2010-10-08
Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba —
original version
Tekst op deze datum