Wijzigingsgeschiedenis

Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 12 oktober 2011, nr. WJZ/337681 (8299), houdende voorschriften betreffende de verstrekking van subsidie in 2011 en volgende jaren voor de instelling van een haalbaarheidsonderzoek voor de herbestemming van monumenten en voor het treffen van tijdelijke maatregelen ter voorkoming van het verval van monumenten (Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten)

11 versions · 2024-07-31
2024-07-31
Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten — arts. 4, 16, 25
2022-09-30
Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten — arts. 4, 16, 25
2021-09-15
Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten — arts. 4, 16, 25
2020-07-16
Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten
2016-07-01
Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten — arts. 4, 14, 15
2016-04-01
Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten
2013-04-13
Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten — arts. 4, 9, 14
2013-01-01
Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten — arts. 4, 4, 9 y
2012-10-01
Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten

Wijzigingen op 2012-10-01

@@ -22,19 +22,19 @@
- f. **herbestemming:** geven van een nieuwe functie aan een monument of een belangrijk deel daarvan;
- g. **onderzoek:** haalbaarheidsonderzoek dan welinteractief of procesgericht onderzoek;
- h. **haalbaarheidsonderzoek:** onderzoek als bedoeld in [artikel 5, eerste lid, onderdeel a, en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=5&z=2011-11-01&g=2011-11-01);
- i. **interactief of procesgericht onderzoek:** onderzoek als bedoeld in [artikel 5, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=5&z=2011-11-01&g=2011-11-01);
- j. **tijdelijke maatregel:** maatregel als bedoeld in [artikel 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=17&z=2011-11-01&g=2011-11-01);
- k. **subsidiabele kosten:** kosten als bedoeld in [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=20&z=2011-11-01&g=2011-11-01);
- l. **subsidietijdvak:** het tijdvak van 1 november tot en met 31 oktober van het daaropvolgende jaar;
- m. **woonhuis:** monument of zelfstandig onderdeel daarvan dat in oorsprong is vervaardigd voor bewoning of dat voor meer dan de helft van de oppervlakte voor bewoning in gebruik is met dien verstande dat niet als woonhuis wordt aangemerkt een monument dat als museum is geregistreerd, een kerkgebouw, kasteel, paleis, hoofdhuis van een buitenplaats, landhuis, gebouw van liefdadigheid, molen, gemaal, agrarisch gebouw of watertoren.
- g. **onderzoek:** haalbaarheidsonderzoek dan wel interactief of procesgericht onderzoek;
- h. **haalbaarheidsonderzoek:** onderzoek als bedoeld in [artikel 5, eerste lid, onderdeel a, en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=5&z=2012-10-01&g=2012-10-01);
- i. **interactief of procesgericht onderzoek:** onderzoek als bedoeld in [artikel 5, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=5&z=2012-10-01&g=2012-10-01);
- j. **tijdelijke maatregel:** maatregel als bedoeld in [artikel 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=17&z=2012-10-01&g=2012-10-01);
- k. **subsidiabele kosten:** kosten als bedoeld in [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=20&z=2012-10-01&g=2012-10-01);
- l. **subsidietijdvak:** tijdvak van 1 oktober tot en met 30 september in enig jaar;
- m. **woonhuis:** monument of zelfstandig onderdeel daarvan dat in oorsprong is vervaardigd voor bewoning of dat voor meer dan de helft van de oppervlakte voor bewoning in gebruik is met dien verstande dat niet als woonhuis wordt aangemerkt een gebouw dat deel uitmaakt van een geregistreerd museum, een kerkgebouw, kasteel, paleis, hoofdhuis van een buitenplaats, landhuis, gebouw van liefdadigheid, molen, gemaal, agrarisch gebouw of watertoren.
2. In deze regeling wordt onder monument tevens zelfstandig onderdeel begrepen, tenzij het tegendeel blijkt.
@@ -56,9 +56,9 @@
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- a. **subsidie:** een subsidie als bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=5&z=2011-11-01&g=2011-11-01);
- b. **aanvraag:** een aanvraag als bedoeld in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&artikel=9&z=2011-11-01&g=2011-11-01).
- a. **subsidie:** een subsidie als bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=5&z=2012-10-01&g=2012-10-01);
- b. **aanvraag:** een aanvraag als bedoeld in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&artikel=9&z=2012-10-01&g=2012-10-01).
##### Artikel 5. Te subsidiëren activiteiten
@@ -84,17 +84,23 @@
##### Artikel 6. Aanvragers
Subsidie kan worden aangevraagd door:
1. Subsidie kan worden aangevraagd door:
- a. eigenaren van een ander monument dan een woonhuis, en
- b. rechtspersonen die belang hebben bij de herbestemming van een ander monument dan een woonhuis.
2. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder een ander monument dan een woonhuis tevens begrepen een woonhuis dat onderdeel is van een samenstel van monumenten. Subsidie voor een woonhuis als bedoeld in de eerste volzin kan uitsluitend worden aangevraagd, indien voor dat samenstel van monumenten dan wel voor een of meer onderdelen daarvan tevens subsidie is aangevraagd.
##### Artikel 7. Subsidieplafond
1. Voor de subsidieverstrekking op grond van dit hoofdstuk is voor het tijdvak 1 november 2011 tot en met 31 oktober 2012 een bedrag van € 2,6 miljoen beschikbaar.
2. Voor de subsidieverstrekking op grond van dit hoofdstuk is voor de subsidietijdvakken na het tijdvak, bedoeld in het eerste lid, telkens een bedrag van € 1 miljoen beschikbaar.
1. Voor de subsidieverstrekking op grond van dit hoofdstuk is voor het tijdvak 1 oktober 2012 tot en met 30 september 2013 en de daaropvolgende subsidietijdvakken telkens een bedrag van € 1,7 miljoen beschikbaar.
2. Indien in enig subsidietijdvak een beschikbaar bedrag niet geheel wordt verstrekt, kan de minister het resterende bedrag toevoegen aan:
- a. het subsidieplafond, bedoeld in [artikel 19, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=19&z=2012-10-01&g=2012-10-01), voor het zelfde subsidietijdvak, of
- b. het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, voor het volgende subsidietijdvak.
##### Artikel 8. Subsidiebedrag; minimum- en maximumbedrag aan kosten
@@ -114,7 +120,7 @@
- b. op welk monument of welke monumenten dan wel op welk zelfstandig onderdeel of welke zelfstandige onderdelen het onderzoek betrekking heeft,
- c. tot welke soort monumenten, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2011-11-01&g=2011-11-01), het monument behoort, en
- c. tot welke soort monumenten, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2012-10-01&g=2012-10-01), het monument behoort, en
- d. of, voor zover van toepassing, de eigenaar van het monument heeft ingestemd met het instellen van een onderzoek.
@@ -128,7 +134,7 @@
##### Artikel 10. Indieningstermijn
1. De aanvraag wordt per subsidietijdvak ingediend van 1 november tot en met 30 september van het daaropvolgende jaar.
1. De aanvraag wordt per subsidietijdvak ingediend van 1 oktober tot en met 30 november.
2. De aanvraag wordt ingediend bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed te Amersfoort.
@@ -138,21 +144,33 @@
Onverminderd [artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:35) wordt de verstrekking van een subsidie in elk geval geweigerd, voor zover:
- a. de in de offerte, bedoeld in [artikel 9, derde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&artikel=9&z=2011-11-01&g=2011-11-01), opgenomen kosten naar het oordeel van de minister niet redelijk zijn,
- a. de in de offerte, bedoeld in [artikel 9, derde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&artikel=9&z=2012-10-01&g=2012-10-01), opgenomen kosten naar het oordeel van de minister niet redelijk zijn,
- b. met betrekking tot de kosten subsidie is verstrekt op grond van een andere rijkssubsidieregeling,
- c. met de werkzaamheden voor een onderzoek is begonnen, voordat de aanvraag is ingediend, of
- d. de rechtspersoon, bedoeld in [artikel 6, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=6&z=2011-11-01&g=2011-11-01), naar het oordeel van de minister onvoldoende of geen belang bij de herbestemming van het monument heeft.
- d. de rechtspersoon, bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=6&z=2012-10-01&g=2012-10-01), naar het oordeel van de minister onvoldoende of geen belang bij de herbestemming van het monument heeft.
##### Artikel 12. Wijze van verdeling van de beschikbare middelen
De minister verdeelt de beschikbare bedragen, bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=7&z=2011-11-01&g=2011-11-01), in volgorde van ontvangst van de aanvragen.
1. De minister voorziet in een gelijktijdige beslissing op aanvragen om subsidie met betrekking tot de activiteiten, bedoeld in [artikel 5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=5&z=2012-10-01&g=2012-10-01).
2. De minister rangschikt de aanvragen in de volgorde als hierna vermeld:
- a. aanvragen ingediend door organisaties als bedoeld in [artikel 33 van het Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten 2011](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028785&artikel=33), die eigenaar van het desbetreffende monument zijn,
- b. aanvragen ingediend door andere eigenaren dan die, bedoeld in onderdeel a,
- c. aanvragen ingediend door organisaties als bedoeld in [artikel 33 van het Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten 2011](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028785&artikel=33), die geen eigenaar van het desbetreffende monument zijn, en
- d. aanvragen ingediend door andere rechtspersonen dan die, bedoeld in onderdeel c.
3. Indien bij toepassing van het tweede lid het subsidieplafond, bedoeld in [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=7&z=2012-10-01&g=2012-10-01), dreigt te worden overschreden of wordt overschreden door subsidieverstrekking aan alle aanvragers in een van de categorieën aanvragen als bedoeld in het tweede lid, wordt op de aanvragen in die categorie beslist in de volgorde van de opgave van de kosten, bedoeld in [artikel 9, derde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&artikel=9&z=2012-10-01&g=2012-10-01), waarvoor subsidie wordt aangevraagd, waarbij een aanvraag met een lagere opgave van de kosten voorrang krijgt.
##### Artikel 13. Beschikking tot subsidievaststelling
1. De minister beslist binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag om subsidie.
1. De minister beslist binnen 13 weken na afloop van de periode, bedoeld in [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&artikel=10&z=2012-10-01&g=2012-10-01), op de aanvragen in de volgorde van de rangschikking, bedoeld in [artikel 12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=12&z=2012-10-01&g=2012-10-01), en zonodig met toepassing van artikel 12, derde lid.
2. De subsidie wordt vastgesteld zonder voorafgaande subsidieverlening.
@@ -162,9 +180,9 @@
##### Artikel 14. Subsidieverplichtingen
1. De ontvanger van een subsidie voltooit het onderzoek uiterlijk op het tijdstip, bedoeld in [artikel 13, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=13&z=2011-11-01&g=2011-11-01).
2. De ontvanger van een subsidie doet onmiddellijk schriftelijk mededeling aan de minister, indien aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt niet voor het tijdstip, bedoeld in [artikel 13, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=13&z=2011-11-01&g=2011-11-01), zijn verricht dan wel niet of niet geheel zullen worden verricht.
1. De ontvanger van een subsidie voltooit het onderzoek uiterlijk op het tijdstip, bedoeld in [artikel 13, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=13&z=2012-10-01&g=2012-10-01).
2. De ontvanger van een subsidie doet onmiddellijk schriftelijk mededeling aan de minister, indien aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt niet voor het tijdstip, bedoeld in [artikel 13, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=13&z=2012-10-01&g=2012-10-01), zijn verricht dan wel niet of niet geheel zullen worden verricht.
##### Artikel 15. Desgevraagd verantwoorden
@@ -172,7 +190,7 @@
- a. de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt, zijn verricht, en
- b. is voldaan aan de verplichting, bedoeld in [artikel 14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2&paragraaf=2.4&artikel=14&z=2011-11-01&g=2011-11-01).
- b. is voldaan aan de verplichting, bedoeld in [artikel 14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2&paragraaf=2.4&artikel=14&z=2012-10-01&g=2012-10-01).
2. Aan het eerste lid, aanhef en onderdeel a, is in elk geval toepassing gegeven, indien de ontvanger van een subsidie een rapport overlegt waarin de resultaten van het onderzoek zijn vastgelegd.
@@ -184,9 +202,9 @@
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- a. **subsidie:** een subsidie als bedoeld in [artikel 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=17&z=2011-11-01&g=2011-11-01);
- b. **aanvraag:** een aanvraag als bedoeld in [artikel 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=23&z=2011-11-01&g=2011-11-01).
- a. **subsidie:** een subsidie als bedoeld in [artikel 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=17&z=2012-10-01&g=2012-10-01);
- b. **aanvraag:** een aanvraag als bedoeld in [artikel 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=23&z=2012-10-01&g=2012-10-01).
##### Artikel 17. Te subsidiëren activiteiten
@@ -194,17 +212,27 @@
2. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt, indien met betrekking tot een monument recent een onderzoek is ingesteld of een aanvraag om subsidie voor een onderzoek is ingediend. Onder een onderzoek als bedoeld in de eerste volzin wordt mede begrepen een ander vergelijkbaar haalbaarheidsonderzoek.
3. Maatregelen als bedoeld in het eerste lid hebben betrekking op een of meer monumenten dan wel op een of meer zelfstandige onderdelen.
4. Indien een monument uit zelfstandige onderdelen bestaat of indien er sprake is van een samenstel van monumenten, kunnen voor dat monument onderscheidenlijk dat samenstel ten hoogste twee aanvragen om subsidie worden ingediend.
3. Voor zover een subsidie betrekking heeft op een woonhuis als bedoeld in [artikel 18, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=18&z=2012-10-01&g=2012-10-01), wordt die subsidie onverminderd het tweede lid uitsluitend verstrekt, indien met betrekking tot het desbetreffende samenstel van monumenten dan wel een of meer onderdelen daarvan recent een onderzoek is ingesteld of een aanvraag om subsidie voor een onderzoek is ingediend. De tweede volzin van het tweede lid is van toepassing.
4. Maatregelen als bedoeld in het eerste lid hebben betrekking op een of meer monumenten dan wel op een of meer zelfstandige onderdelen.
5. Indien een monument uit zelfstandige onderdelen bestaat of indien er sprake is van een samenstel van monumenten, kunnen voor dat monument onderscheidenlijk dat samenstel ten hoogste twee aanvragen om subsidie worden ingediend.
##### Artikel 18. Aanvragers
Subsidie kan worden aangevraagd door eigenaren van een ander monument dan een woonhuis.
1. Subsidie kan worden aangevraagd door eigenaren van een ander monument dan een woonhuis.
2. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder een ander monument dan een woonhuis tevens begrepen een woonhuis dat onderdeel is van een samenstel van monumenten.
##### Artikel 19. Subsidieplafond
Voor de subsidieverstrekking op grond van dit hoofdstuk is voor het tijdvak 1 november 2011 tot en met 31 oktober 2012 en de daaropvolgende subsidietijdvakken telkens een bedrag van € 1,4 miljoen beschikbaar.
1. Voor de subsidieverstrekking op grond van dit hoofdstuk is voor het tijdvak 1 oktober 2012 tot en met 30 september 2013 en de daaropvolgende subsidietijdvakken telkens een bedrag van € 0,7 miljoen beschikbaar.
2. Indien in enig subsidietijdvak een beschikbaar bedrag niet geheel wordt verstrekt, kan de minister het resterende bedrag toevoegen aan:
- a. het subsidieplafond, bedoeld in [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=7&z=2012-10-01&g=2012-10-01), voor het zelfde subsidietijdvak, of
- b. het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, voor het volgende subsidietijdvak.
##### Artikel 20. Subsidiabele kosten
@@ -258,7 +286,7 @@
- a. op welk monument of welke monumenten dan wel op welk zelfstandig onderdeel of welke zelfstandige onderdelen de tijdelijke maatregelen betrekking hebben, en
- b. tot welke soort monumenten, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2011-11-01&g=2011-11-01), het monument behoort.
- b. tot welke soort monumenten, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2012-10-01&g=2012-10-01), het monument behoort.
3. De aanvraag gaat vergezeld van:
@@ -268,13 +296,15 @@
- c. een opgave van de kosten waarvoor subsidie wordt aangevraagd en een offerte of een begroting van de uit te voeren werkzaamheden die is opgesteld volgens de hoofdstructuur van het Standaardbestek voor de burgerlijke en utiliteitsbouw, vastgesteld door de Stichting Stabu,
- d. een actueel rapport als bedoeld in [artikel 15, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2&paragraaf=2.4&artikel=15&z=2011-11-01&g=2011-11-01), met betrekking tot het monument of een daarmee gelijk te stellen document dan wel de mededeling dat een aanvraag om subsidie voor een haalbaarheidsonderzoek dan wel een interactief of procesgericht onderzoek met betrekking tot het monument is ingediend, en
- d. een actueel rapport als bedoeld in [artikel 15, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2&paragraaf=2.4&artikel=15&z=2012-10-01&g=2012-10-01), met betrekking tot het monument of een daarmee gelijk te stellen document dan wel de mededeling dat een aanvraag om subsidie voor een haalbaarheidsonderzoek dan wel een interactief of procesgericht onderzoek met betrekking tot het monument is ingediend, en
- e. in geval van een monument dat niet op grond van de [Monumentenwet 1988](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004471), een provinciale verordening of een gemeentelijke verordening is beschermd, een verklaring van het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente dat het monument van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, zijn betekenis voor de wetenschap of zijn cultuurhistorische waarde.
##### Artikel 24. Indieningstermijn
[Artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&artikel=10&z=2011-11-01&g=2011-11-01) is van toepassing.
1. De aanvraag wordt per subsidietijdvak ingediend van 1 oktober tot en met 30 november.
2. [Artikel 10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&artikel=10&z=2012-10-01&g=2012-10-01), is van toepassing.
#### Paragraaf 3.3. **Subsidieverstrekking**
@@ -282,7 +312,7 @@
Onverminderd [artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:35) wordt de verstrekking van een subsidie in elk geval geweigerd, voor zover:
- a. de in de offerte of begroting, bedoeld in [artikel 23, derde lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=23&z=2011-11-01&g=2011-11-01), opgenomen kosten naar het oordeel van de minister niet redelijk zijn,
- a. de in de offerte of begroting, bedoeld in [artikel 23, derde lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=23&z=2012-10-01&g=2012-10-01), opgenomen kosten naar het oordeel van de minister niet redelijk zijn,
- b. met betrekking tot de subsidiabele kosten subsidie is verstrekt op grond van een andere rijkssubsidieregeling,
@@ -292,13 +322,21 @@
##### Artikel 26. Wijze van verdeling van de beschikbare middelen
[Artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=12&z=2011-11-01&g=2011-11-01) is van overeenkomstige toepassing.
1. De minister voorziet in een gelijktijdige beslissing op aanvragen om subsidie met betrekking tot de activiteiten, bedoeld in [artikel 17, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=17&z=2012-10-01&g=2012-10-01).
2. De minister rangschikt de aanvragen in de volgorde als hierna vermeld:
- a. aanvragen ingediend door organisaties als bedoeld in [artikel 33 van het Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten 2011](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028785&artikel=33), en
- b. aanvragen ingediend door andere eigenaaren dan die, bedoeld in onderdeel a.
3. Indien bij toepassing van het tweede lid het subsidieplafond, bedoeld in [artikel 19, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=19&z=2012-10-01&g=2012-10-01), dreigt te worden overschreden of wordt overschreden door subsidieverstrekking aan alle aanvragers in een van de categorieën aanvragen als bedoeld in het tweede lid, wordt op de aanvragen in die categorie beslist in de volgorde van de opgave van de kosten, bedoeld in [artikel 23, derde lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=23&z=2012-10-01&g=2012-10-01), waarvoor subsidie wordt aangevraagd, waarbij een aanvraag met een lagere opgave van de kosten voorrang krijgt.
##### Artikel 27. Beschikking op de subsidieaanvraag
1. Indien de te verstrekken subsidie € 25.000 of meer bedraagt, geeft de minister de beschikking tot subsidieverlening binnen 13 weken na de ontvangst van de aanvraag.
2. Indien de te verstrekken subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, stelt de minister de subsidie zonder voorafgaande subsidieverlening vast binnen 13 weken na de ontvangst van de aanvraag.
1. Indien de te verstrekken subsidie € 25.000 of meer bedraagt, geeft de minister de beschikking tot subsidieverlening binnen 13 weken na afloop van de periode, bedoeld in [artikel 24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=24&z=2012-10-01&g=2012-10-01), in de volgorde van de rangschikking, bedoeld in [artikel 26, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3&paragraaf=3.3&artikel=26&z=2012-10-01&g=2012-10-01), en zonodig met toepassing van artikel 26, derde lid.
2. Indien de te verstrekken subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, stelt de minister de subsidie zonder voorafgaande subsidieverlening vast binnen 13 weken na afloop van de periode, bedoeld in [artikel 24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=24&z=2012-10-01&g=2012-10-01), in de volgorde van de rangschikking, bedoeld in [artikel 26, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3&paragraaf=3.3&artikel=26&z=2012-10-01&g=2012-10-01), en zonodig met toepassing van artikel 26, derde lid.
3. De beschikking vermeldt de aard van de werkzaamheden waarvoor subsidie wordt verstrekt, het subsidiebedrag en het tijdstip waarop de werkzaamheden uiterlijk zijn afgerond.
@@ -306,35 +344,35 @@
##### Artikel 28. Bevoorschotting
Indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, verstrekt de minister een voorschot van 90 procent van het verleende subsidiebedrag onmiddellijk na de verlening van de subsidie. De minister verstrekt het resterende voorschot onmiddellijk na indiening van de prestatieverklaring, bedoeld in [artikel 31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3&paragraaf=3.5&artikel=31&z=2011-11-01&g=2011-11-01).
Indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, verstrekt de minister een voorschot van 90 procent van het verleende subsidiebedrag onmiddellijk na de verlening van de subsidie. De minister verstrekt het resterende voorschot onmiddellijk na indiening van de prestatieverklaring, bedoeld in [artikel 31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3&paragraaf=3.5&artikel=31&z=2012-10-01&g=2012-10-01).
##### Artikel 29. Subsidieverplichtingen
1. De ontvanger van een subsidie voltooit de werkzaamheden uiterlijk op het tijdstip, bedoeld in [artikel 27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3&paragraaf=3.3&artikel=27&z=2011-11-01&g=2011-11-01).
2. [Artikel 14, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2&paragraaf=2.4&artikel=14&z=2011-11-01&g=2011-11-01), is van overeenkomstige toepassing.
1. De ontvanger van een subsidie voltooit de werkzaamheden uiterlijk op het tijdstip, bedoeld in [artikel 27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3&paragraaf=3.3&artikel=27&z=2012-10-01&g=2012-10-01).
2. [Artikel 14, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2&paragraaf=2.4&artikel=14&z=2012-10-01&g=2012-10-01), is van overeenkomstige toepassing.
#### Paragraaf 3.5. **Subsidievaststelling en verantwoording**
##### Artikel 30. Aanvraag tot subsidievaststelling
1. Indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, dient de ontvanger van een subsidie binnen 13 weken na het tijdstip, bedoeld in [artikel 27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3&paragraaf=3.3&artikel=27&z=2011-11-01&g=2011-11-01), een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.
1. Indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, dient de ontvanger van een subsidie binnen 13 weken na het tijdstip, bedoeld in [artikel 27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3&paragraaf=3.3&artikel=27&z=2012-10-01&g=2012-10-01), een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.
2. De aanvraag wordt ingediend bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed te Amersfoort.
##### Artikel 31. Verantwoording
1. Indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, toont de ontvanger van een subsidie aan de hand van een prestatieverklaring aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan. De minister stelt voor de prestatieverklaring een model vast. De prestatieverklaring wordt gevoegd bij de aanvraag, bedoeld in [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3&paragraaf=3.5&artikel=30&z=2011-11-01&g=2011-11-01).
2. Indien de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, is [artikel 15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2&paragraaf=2.4&artikel=15&z=2011-11-01&g=2011-11-01), van toepassing. Aan de eerste volzin is in elk geval toepassing gegeven, indien de ontvanger van een subsidie een prestatieverklaring als bedoeld in het eerste lid overlegt.
1. Indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, toont de ontvanger van een subsidie aan de hand van een prestatieverklaring aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan. De minister stelt voor de prestatieverklaring een model vast. De prestatieverklaring wordt gevoegd bij de aanvraag, bedoeld in [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3&paragraaf=3.5&artikel=30&z=2012-10-01&g=2012-10-01).
2. Indien de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, is [artikel 15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2&paragraaf=2.4&artikel=15&z=2012-10-01&g=2012-10-01), van toepassing. Aan de eerste volzin is in elk geval toepassing gegeven, indien de ontvanger van een subsidie een prestatieverklaring als bedoeld in het eerste lid overlegt.
##### Artikel 32. Subsidievaststelling
Indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, stelt de minister de subsidie vast binnen 22 weken na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3&paragraaf=3.5&artikel=30&z=2011-11-01&g=2011-11-01).
Indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, stelt de minister de subsidie vast binnen 22 weken na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3&paragraaf=3.5&artikel=30&z=2012-10-01&g=2012-10-01).
##### Artikel 33. Terugvordering
1. De subsidieontvanger is na de subsidievaststelling, bedoeld in [artikel 32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3&paragraaf=3.5&artikel=32&z=2011-11-01&g=2011-11-01), verplicht onverschuldigd betaalde subsidiebedragen onmiddellijk terug te betalen, tenzij de minister tot verrekening heeft besloten.
1. De subsidieontvanger is na de subsidievaststelling, bedoeld in [artikel 32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3&paragraaf=3.5&artikel=32&z=2012-10-01&g=2012-10-01), verplicht onverschuldigd betaalde subsidiebedragen onmiddellijk terug te betalen, tenzij de minister tot verrekening heeft besloten.
2. In geval van terugvordering van onverschuldigde subsidiebedragen kan de minister de subsidieontvanger verplichten de met de terugvordering verband houdende kosten te voldoen. Tevens kan de minister in dat geval de wettelijke rente vorderen.
@@ -349,3 +387,13 @@
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
##### Artikel 33a. Vervaldatum regeling
Deze regeling vervalt met ingang van 1 oktober 2016.
##### Artikel 33b. Overgangsbepaling
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
2011-11-01
Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten — arts. 1, 1, 2 y
2011-11-01
Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten — versión orig
original version Tekst op deze datum