Wijzigingsgeschiedenis
Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 12 oktober 2011, nr. WJZ/337681 (8299), houdende voorschriften betreffende de verstrekking van subsidie in 2011 en volgende jaren voor de instelling van een haalbaarheidsonderzoek voor de herbestemming van monumenten en voor het treffen van tijdelijke maatregelen ter voorkoming van het verval van monumenten (Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten)
11 versions
· 2024-07-31
2024-07-31
Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten — arts. 4, 16, 25
Wijzigingen op 2024-07-31
@@ -12,7 +12,7 @@
- a. **minister:** Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
- b. vervallen;
- b. **kerkgebouw:** monument of zelfstandig onderdeel dat in oorsprong uitsluitend of voor een overwegend deel is vervaardigd voor het gezamenlijk belijden van de godsdienst of levensovertuiging;
- c. **samenstel van monumenten:** twee of meer monumenten gekenmerkt door hun onderlinge samenhang die mede bepalend is voor hun monumentale waarde;
@@ -22,25 +22,27 @@
- f. **herbestemming:** geven van een nieuwe functie aan een monument of een belangrijk deel daarvan;
- g. **haalbaarheidsonderzoek:** onderzoek als bedoeld in [artikel 5, eerste lid, onderdeel a, en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2022-09-30&g=2022-09-30);
- h. **verduurzamingsonderzoek:** verduurzamingsonderzoek als bedoeld in [artikel 5, eerste lid, onderdeel b, en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2022-09-30&g=2022-09-30);
- i. **interactief of procesgericht onderzoek:** onderzoek als bedoeld in [artikel 5, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2022-09-30&g=2022-09-30);
- j. **tijdelijke maatregel:** maatregel als bedoeld in [artikel 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=17&z=2022-09-30&g=2022-09-30);
- k. **subsidiabele kosten:** kosten als bedoeld in [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=20&z=2022-09-30&g=2022-09-30);
- g. **haalbaarheidsonderzoek:** onderzoek als bedoeld in [artikel 5, eerste lid, onderdeel a, en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2024-07-31&g=2024-07-31);
- h. **verduurzamingsonderzoek:** verduurzamingsonderzoek als bedoeld in [artikel 5, eerste lid, onderdeel b, en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2024-07-31&g=2024-07-31);
- i. **interactief of procesgericht onderzoek:** onderzoek als bedoeld in [artikel 5, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2024-07-31&g=2024-07-31);
- j. **tijdelijke maatregel:** maatregel als bedoeld in [artikel 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=17&z=2024-07-31&g=2024-07-31);
- k. **subsidiabele kosten:** kosten als bedoeld in [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=20&z=2024-07-31&g=2024-07-31);
- l. **subsidietijdvak:** tijdvak van 1 oktober tot en met 30 september in enig jaar;
- m. **woonhuis:** monument of zelfstandig onderdeel daarvan dat in oorsprong is vervaardigd voor bewoning of dat voor meer dan de helft van de oppervlakte voor bewoning in gebruik is met dien verstande dat niet als woonhuis wordt aangemerkt een gebouw dat deel uitmaakt van een geregistreerd museum, een kerkgebouw, kasteel, paleis, hoofdhuis van een buitenplaats, landhuis, gebouw van liefdadigheid, molen, gemaal, agrarisch gebouw of watertoren.
- m. **woonhuis:** monument of zelfstandig onderdeel daarvan dat in oorsprong is vervaardigd voor bewoning of dat voor meer dan de helft van de oppervlakte voor bewoning in gebruik is met dien verstande dat niet als woonhuis wordt aangemerkt een gebouw dat deel uitmaakt van een geregistreerd museum, een kerkgebouw, kasteel, paleis, hoofdhuis van een buitenplaats, landhuis, gebouw van liefdadigheid, molen, gemaal, agrarisch gebouw of watertoren;
- n. **erfgoedgemeenschap:** erfgoedgemeenschap als bedoeld in [artikel 6, lid 1a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=6&z=2024-07-31&g=2024-07-31).
2. In deze regeling wordt onder monument tevens zelfstandig onderdeel begrepen, tenzij het tegendeel blijkt.
##### Artikel 2. Reikwijdte
Subsidie kan worden verstrekt ten behoeve van een op grond van de [Erfgoedwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037521), een provinciale verordening of een gemeentelijke verordening beschermd monument dan wel ten behoeve van een monument dat niet op grond van een van die regelingen is beschermd.
Subsidie kan worden verstrekt ten behoeve van een op grond van de [Erfgoedwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037521), een omgevingsplan als bedoeld in [artikel 2.4 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=2.4), een omgevingsverordening als bedoeld in [artikel 2.6 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=2.6), of een gemeentelijke verordening beschermd monument dan wel ten behoeve van een monument dat niet op grond van een van die regelingen is beschermd.
##### Artikel 3. Begrotingsvoorbehoud
@@ -54,9 +56,9 @@
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- a. **subsidie:** een subsidie als bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2022-09-30&g=2022-09-30);
- b. **aanvraag:** een aanvraag als bedoeld in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=9&z=2022-09-30&g=2022-09-30).
- a. **subsidie:** een subsidie als bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2024-07-31&g=2024-07-31);
- b. **aanvraag:** een aanvraag als bedoeld in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=9&z=2024-07-31&g=2024-07-31).
##### Artikel 5. Te subsidiëren activiteiten
@@ -70,6 +72,16 @@
2. Een onderzoek als bedoeld in het eerste lid heeft betrekking op een of meer monumenten dan wel op een of meer zelfstandige onderdelen.
2a. Indien een onderzoek als bedoeld in het eerste lid geheel of ten dele betrekking heeft op mogelijke nieuwe functies voor het desbetreffende monument of zelfstandig onderdeel en de inpassing van deze functies in dat monument of zelfstandig onderdeel, houdt het onderzoek uitdrukkelijk rekening met het belang van het behoud van de bouwhistorische en cultuurhistorische kenmerken van het monument.
2b. Een onderzoek als bedoeld in het eerste lid komt uitsluitend voor subsidie in aanmerking, indien het betrekking heeft op een monument of zelfstandig onderdeel:
- a. dat voor ten minste de helft van de oppervlakte leegstaat, of
- b. waarvan aannemelijk wordt gemaakt dat het naar verwachting binnen drie jaar voor ten minste de helft van de oppervlakte leeg zal komen te staan.
2c. Lid 2b is niet van toepassing indien sprake is van een kerkgebouw dat nog als zodanig in gebruik is.
3. Een haalbaarheidsonderzoek heeft betrekking op een of meer van de volgende onderwerpen:
- a. de bouwhistorische en cultuurhistorische kenmerken van het monument in relatie tot herbestemming,
@@ -82,21 +94,29 @@
4. De minister verstrekt een subsidie voor een verduurzamingsonderzoek uitsluitend in combinatie met een subsidie voor het haalbaarheidsonderzoek waarop het verduurzamingsonderzoek een aanvulling vormt.
5. Een verduurzamingsonderzoek voldoet ten minste aan de eisen, opgenomen in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&bijlage=1&z=2022-09-30&g=2022-09-30) bij deze regeling en houdt uitdrukkelijk rekening met de bouwhistorische en cultuurhistorische kenmerken van het monument aan de hand van:
5. Een verduurzamingsonderzoek voldoet ten minste aan de eisen, opgenomen in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&bijlage=1&z=2024-07-31&g=2024-07-31) bij deze regeling en houdt uitdrukkelijk rekening met de bouwhistorische en cultuurhistorische kenmerken van het monument aan de hand van:
- a. het rapport van het haalbaarheidsonderzoek waarop het een aanvulling vormt, indien dat haalbaarheidsonderzoek mede of volledig betrekking heeft op de onderwerpen, bedoeld in het derde lid, onderdeel a; of
- b. een rapport van een reeds uitgevoerd onderzoek met betrekking tot de bouwhistorische en cultuurhistorische kenmerken van het monument.
6. Indien een monument uit zelfstandige onderdelen bestaat of indien er sprake is van een samenstel van monumenten, kunnen voor dat monument onderscheidenlijk dat samenstel ten hoogste drie aanvragen om subsidie worden ingediend.
6. Indien een monument uit meerdere zelfstandige onderdelen bestaat of indien er sprake is van een samenstel van monumenten, kan een aanvrager voor dat monument onderscheidenlijk dat samenstel in enig jaar ten hoogste drie aanvragen om subsidie indienen.
7. Onverminderd het zesde lid kan een aanvrager per monument per drie jaar ten hoogste één aanvraag indienen. Indien een monument uit meerdere zelfstandige onderdelen bestaat, kan een aanvrager per zelfstandig onderdeel per drie jaar ten hoogste één aanvraag indienen.
##### Artikel 6. Aanvragers
1. Subsidie kan worden aangevraagd door:
- a. eigenaren van een ander monument dan een woonhuis, en
- b. rechtspersonen die belang hebben bij de herbestemming van een ander monument dan een woonhuis.
- a. een eigenaar van een ander monument dan een woonhuis, en
- b. een persoon die optreedt namens een erfgoedgemeenschap.
1a. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, kan uitsluitend worden gedaan, indien de erfgoedgemeenschap:
- a. een verband is van ten minste vijf natuurlijke personen, die zich als vrijwilligers inzetten voor het behoud van het monument of het zelfstandig onderdeel om dit aan toekomstige generaties over te kunnen dragen, en
- b. aantoonbaar gedurende ten minste zes maanden betrokken is bij het monument ten behoeve waarvan subsidie wordt gevraagd.
2. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder een ander monument dan een woonhuis tevens begrepen een woonhuis dat onderdeel is van een samenstel van monumenten. Subsidie voor een woonhuis als bedoeld in de eerste volzin kan uitsluitend worden aangevraagd, indien voor dat samenstel van monumenten dan wel voor een of meer onderdelen daarvan tevens subsidie is aangevraagd.
@@ -104,13 +124,13 @@
1. Voor subsidieverstrekking op grond van dit hoofdstuk is per subsidietijdvak is telkens een bedrag beschikbaar van:
- a. € 2,19 miljoen ten behoeve van haalbaarheidsonderzoeken of interactieve of procesgerichte onderzoeken, en
- b. € 0,5 miljoen ten behoeve van verduurzamingsonderzoeken.
- a. € 2.255.000,– ten behoeve van haalbaarheidsonderzoeken of interactieve of procesgerichte onderzoeken, en
- b. € 400.000,– ten behoeve van verduurzamingsonderzoeken.
2. Indien in enig subsidietijdvak een beschikbaar bedrag als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, niet geheel wordt verstrekt, kan de minister het resterende bedrag toevoegen aan:
- a. het subsidieplafond, bedoeld in [artikel 19, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=19&z=2022-09-30&g=2022-09-30), voor het zelfde subsidietijdvak, of
- a. het subsidieplafond, bedoeld in [artikel 19, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=19&z=2024-07-31&g=2024-07-31), voor het zelfde subsidietijdvak, of
- b. het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, voor het volgende subsidietijdvak.
@@ -122,7 +142,7 @@
2. Het bedrag aan kosten van een onderzoek waarover subsidie kan worden verstrekt, bedraagt:
- a. ten minste € 10.000 en ten hoogste € 25.000 per aanvraag voor een haalbaarheidsonderzoek of een interactief of procesgericht onderzoek; en
- a. ten minste € 10.000 en ten hoogste € 15.000 per aanvraag voor een haalbaarheidsonderzoek of een interactief of procesgericht onderzoek; en
- b. ten hoogste € 4.000 per aanvraag voor een verduurzamingsonderzoek.
@@ -140,9 +160,13 @@
- c. op welk monument of welke monumenten dan wel op welk zelfstandig onderdeel of welke zelfstandige onderdelen het onderzoek betrekking heeft,
- d. tot welke soort monumenten, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2022-09-30&g=2022-09-30), het monument behoort, en
- e. of, voor zover van toepassing, de eigenaar van het monument heeft ingestemd met het instellen van het desbetreffende onderzoek.
- d. tot welke soort monumenten, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2024-07-31&g=2024-07-31), het monument behoort, en
- e. indien de aanvraag wordt gedaan voor een erfgoedgemeenschap:
- 1°. dat de eigenaar van het monument of het zelfstandig onderdeel instemt met de uitvoering van het onderzoek, en
- 2°. dat de deelnemers aan de erfgoedgemeenschap uitsluitend als vrijwilliger bij de erfgoedgemeenschap betrokken zijn.
3. De aanvraag gaat vergezeld van:
@@ -150,9 +174,15 @@
- b. een opgave van de kosten waarvoor subsidie wordt aangevraagd en een offerte,
- c. indien subsidie wordt aangevraagd voor een verduurzamingsonderzoek waarop [artikel 5, vijfde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2022-09-30&g=2022-09-30), van toepassing is, een afschrift van het in dat onderdeel bedoelde rapport, en
- d. in geval van een monument dat niet op grond van de [Erfgoedwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037521), een provinciale verordening of een gemeentelijke verordening is beschermd, een verklaring van het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente dat het monument van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, zijn betekenis voor de wetenschap of zijn cultuurhistorische waarde.
- c. indien subsidie wordt aangevraagd voor een verduurzamingsonderzoek waarop [artikel 5, vijfde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2024-07-31&g=2024-07-31), van toepassing is, een afschrift van het in dat onderdeel bedoelde rapport, en
- d. in geval van een monument dat niet op grond van de [Erfgoedwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037521), een omgevingsplan als bedoeld in [artikel 2.4 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=2.4), een omgevingsverordening als bedoeld in [artikel 2.6 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=2.6), of een gemeentelijke verordening is beschermd, een verklaring van het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente dat het monument van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, zijn betekenis voor de wetenschap of zijn cultuurhistorische waarde,
- e. indien de aanvraag wordt gedaan voor een erfgoedgemeenschap:
- 1°. bewijsstukken waaruit blijkt dat de erfgoedgemeenschap gedurende ten minste zes maanden betrokken is bij het behoud van het monument of het zelfstandig onderdeel ten behoeve waarvan subsidie wordt gevraagd, en
- 2°. een verklaring van de eigenaar van het monument, waaruit blijkt dat hij medewerking zal verlenen aan de uitvoering van het desbetreffende onderzoek.
##### Artikel 10. Indieningstermijn
@@ -166,41 +196,37 @@
Onverminderd [artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:35) wordt de verstrekking van een subsidie in elk geval geweigerd, voor zover:
- a. de in de offerte, bedoeld in [artikel 9, derde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=9&z=2022-09-30&g=2022-09-30), opgenomen kosten naar het oordeel van de minister niet redelijk zijn,
- a. de in de offerte, bedoeld in [artikel 9, derde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=9&z=2024-07-31&g=2024-07-31), opgenomen kosten naar het oordeel van de minister niet redelijk zijn,
- b. met betrekking tot de kosten subsidie is verstrekt op grond van een andere rijkssubsidieregeling,
- c. met de werkzaamheden voor een onderzoek als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdelen g, h of i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2022-09-30&g=2022-09-30) is begonnen, voordat de aanvraag is ingediend, of
- d. de rechtspersoon, bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=6&z=2022-09-30&g=2022-09-30), naar het oordeel van de minister onvoldoende of geen belang bij de herbestemming van het monument heeft.
- c. met de werkzaamheden voor een onderzoek als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdelen g, h of i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2024-07-31&g=2024-07-31) is begonnen, voordat de aanvraag is ingediend, of
- d. de rechtspersoon, bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=6&z=2024-07-31&g=2024-07-31), naar het oordeel van de minister onvoldoende of geen belang bij de herbestemming van het monument heeft.
##### Artikel 12. Wijze van verdeling van de beschikbare middelen
1. De minister voorziet in een gelijktijdige beslissing op aanvragen om subsidie met betrekking tot de activiteiten, bedoeld in [artikel 5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2022-09-30&g=2022-09-30).
1. De minister voorziet in een gelijktijdige beslissing op aanvragen om subsidie met betrekking tot de activiteiten, bedoeld in [artikel 5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2024-07-31&g=2024-07-31).
2. De minister rangschikt de aanvragen in de volgorde als hierna vermeld:
- a. aanvragen ingediend door organisaties als bedoeld in [artikel 30 van de Subsidieregeling instandhouding monumenten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&artikel=30), die eigenaar van het desbetreffende monument zijn,
- b. aanvragen ingediend door andere eigenaren dan die, bedoeld in onderdeel a,
- c. aanvragen ingediend door organisaties als bedoeld in [artikel 30 van de Subsidieregeling instandhouding monumenten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&artikel=30), die geen eigenaar van het desbetreffende monument zijn, en
- d. aanvragen ingediend door andere rechtspersonen dan die, bedoeld in onderdeel c.
3. Indien bij toepassing van het tweede lid het subsidieplafond, bedoeld in [artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=7&z=2022-09-30&g=2022-09-30), dreigt te worden overschreden of wordt overschreden door subsidieverstrekking aan alle aanvragers in een van de categorieën aanvragen als bedoeld in het tweede lid, wordt op de aanvragen in die categorie beslist in de volgorde van de opgave van de kosten, bedoeld in [artikel 9, derde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=9&z=2022-09-30&g=2022-09-30), waarvoor subsidie wordt aangevraagd, waarbij een aanvraag met een lagere opgave van de kosten voorrang krijgt. De eventuele kosten voor een verduurzamingsonderzoek blijven daarbij buiten beschouwing.
4. Indien bij toepassing van het tweede lid het subsidieplafond, bedoeld in [artikel 7, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=7&z=2022-09-30&g=2022-09-30), dreigt te worden overschreden of wordt overschreden door subsidieverstrekking aan alle aanvragers in een van de categorieën aanvragen als bedoeld in het tweede lid, wordt op de aanvragen voor verduurzamingsonderzoeken beslist aan de hand van de volgorde, bedoeld in het derde lid.
- b. aanvragen ingediend door andere aanvragers dan die, bedoeld in onderdeel a.
3. Indien bij toepassing van het tweede lid het subsidieplafond, bedoeld in [artikel 7, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=7&z=2024-07-31&g=2024-07-31), dreigt te worden overschreden of wordt overschreden door subsidieverstrekking aan alle aanvragers in een van de categorieën aanvragen als bedoeld in het tweede lid, wordt op de aanvragen in die categorie beslist in de volgorde van de opgave van de kosten, bedoeld in [artikel 9, derde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=9&z=2024-07-31&g=2024-07-31), waarvoor subsidie wordt aangevraagd, waarbij een aanvraag met een lagere opgave van de kosten voorrang krijgt. De eventuele kosten voor een verduurzamingsonderzoek blijven daarbij buiten beschouwing.
4. Indien bij toepassing van het tweede lid het subsidieplafond, bedoeld in [artikel 7, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=7&z=2024-07-31&g=2024-07-31), dreigt te worden overschreden of wordt overschreden door subsidieverstrekking aan alle aanvragers in een van de categorieën aanvragen als bedoeld in het tweede lid, wordt op de aanvragen voor verduurzamingsonderzoeken beslist aan de hand van de volgorde, bedoeld in het derde lid.
##### Artikel 13. Beschikking tot subsidievaststelling
1. De minister beslist binnen 13 weken na afloop van de periode, bedoeld in [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=10&z=2022-09-30&g=2022-09-30), op de aanvragen in de volgorde van de rangschikking, bedoeld in [artikel 12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=12&z=2022-09-30&g=2022-09-30), en zonodig met toepassing van artikel 12, derde lid.
1. De minister beslist binnen 13 weken na afloop van de periode, bedoeld in [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=10&z=2024-07-31&g=2024-07-31), op de aanvragen in de volgorde van de rangschikking, bedoeld in [artikel 12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=12&z=2024-07-31&g=2024-07-31), en zonodig met toepassing van artikel 12, derde lid.
2. De subsidie wordt vastgesteld zonder voorafgaande subsidieverlening.
3. De beschikking tot subsidievaststelling vermeldt:
- a. de aard van het onderzoek, bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdelen g of i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2022-09-30&g=2022-09-30), waarvoor subsidie wordt verstrekt,
- a. de aard van het onderzoek, bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdelen g of i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2024-07-31&g=2024-07-31), waarvoor subsidie wordt verstrekt,
- b. of eveneens subsidie wordt verstrekt voor een verduurzamingsonderzoek,
@@ -214,13 +240,13 @@
##### Artikel 14. Subsidieverplichtingen
1. De ontvanger van een subsidie voltooit het haalbaarheidsonderzoek, hetzij het interactief of procesgericht onderzoek uiterlijk op het tijdstip, bedoeld in [artikel 13, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=13&z=2022-09-30&g=2022-09-30).
2. De ontvanger van een subsidie voor een verduurzamingsonderzoek voltooit het onderzoek uiterlijk op het tijdstip, bedoeld in [artikel 13, derde lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=13&z=2022-09-30&g=2022-09-30).
3. De ontvanger van een subsidie voor een verduurzamingsonderzoek, legt aan de minister binnen twee maanden na het tijdstip, bedoeld in [artikel 13, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=13&z=2022-09-30&g=2022-09-30), een rapport over met de resultaten van het onderzoek.
4. De ontvanger van een subsidie doet onmiddellijk schriftelijk mededeling aan de minister, indien aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt niet voor het tijdstip, bedoeld in [artikel 13, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=13&z=2022-09-30&g=2022-09-30), zijn verricht dan wel niet of niet geheel zullen worden verricht.
1. De ontvanger van een subsidie voltooit het haalbaarheidsonderzoek, hetzij het interactief of procesgericht onderzoek uiterlijk op het tijdstip, bedoeld in [artikel 13, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=13&z=2024-07-31&g=2024-07-31).
2. De ontvanger van een subsidie voor een verduurzamingsonderzoek voltooit het onderzoek uiterlijk op het tijdstip, bedoeld in [artikel 13, derde lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=13&z=2024-07-31&g=2024-07-31).
3. De ontvanger van een subsidie voor een verduurzamingsonderzoek, legt aan de minister binnen twee maanden na het tijdstip, bedoeld in [artikel 13, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=13&z=2024-07-31&g=2024-07-31), een rapport over met de resultaten van het onderzoek.
4. De ontvanger van een subsidie doet onmiddellijk schriftelijk mededeling aan de minister, indien aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt niet voor het tijdstip, bedoeld in [artikel 13, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=13&z=2024-07-31&g=2024-07-31), zijn verricht dan wel niet of niet geheel zullen worden verricht.
##### Artikel 15. Desgevraagd verantwoorden
@@ -228,7 +254,7 @@
- a. de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt, zijn verricht, en
- b. is voldaan aan de verplichting, bedoeld in [artikel 14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=14&z=2022-09-30&g=2022-09-30).
- b. is voldaan aan de verplichting, bedoeld in [artikel 14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=14&z=2024-07-31&g=2024-07-31).
2. Wat betreft een subsidie voor een haalbaarheidsonderzoek of een interactief of procesgericht onderzoek is aan het eerste lid, aanhef en onderdeel a, in elk geval toepassing gegeven, indien de ontvanger van de subsidie een rapport overlegt waarin de resultaten van het onderzoek zijn vastgelegd.
@@ -240,9 +266,9 @@
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- a. **subsidie:** een subsidie als bedoeld in [artikel 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=17&z=2022-09-30&g=2022-09-30);
- b. **aanvraag:** een aanvraag als bedoeld in [artikel 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=23&z=2022-09-30&g=2022-09-30).
- a. **subsidie:** een subsidie als bedoeld in [artikel 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=17&z=2024-07-31&g=2024-07-31);
- b. **aanvraag:** een aanvraag als bedoeld in [artikel 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=23&z=2024-07-31&g=2024-07-31).
##### Artikel 17. Te subsidiëren activiteiten
@@ -250,7 +276,7 @@
2. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt, indien met betrekking tot het monument recent een haalbaarheidsonderzoek of een interactief of procesgericht onderzoek is ingesteld, of indien op grond van deze regeling een aanvraag om subsidie voor een dergelijk onderzoek ingediend. Onder een onderzoek als bedoeld in de eerste volzin wordt mede begrepen een ander vergelijkbaar haalbaarheidsonderzoek.
3. Voor zover een subsidie betrekking heeft op een woonhuis als bedoeld in [artikel 18, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=18&z=2022-09-30&g=2022-09-30), wordt die subsidie onverminderd het tweede lid uitsluitend verstrekt, indien met betrekking tot het desbetreffende samenstel van monumenten dan wel een of meer onderdelen daarvan recent een haalbaarheidsonderzoek of een interactief of procesgericht onderzoek is ingesteld, of indien op grond van deze regeling een aanvraag om subsidie voor een dergelijk onderzoek is ingediend. De tweede volzin van het tweede lid is van toepassing.
3. Voor zover een subsidie betrekking heeft op een woonhuis als bedoeld in [artikel 18, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=18&z=2024-07-31&g=2024-07-31), wordt die subsidie onverminderd het tweede lid uitsluitend verstrekt, indien met betrekking tot het desbetreffende samenstel van monumenten dan wel een of meer onderdelen daarvan recent een haalbaarheidsonderzoek of een interactief of procesgericht onderzoek is ingesteld, of indien op grond van deze regeling een aanvraag om subsidie voor een dergelijk onderzoek is ingediend. De tweede volzin van het tweede lid is van toepassing.
4. Maatregelen als bedoeld in het eerste lid hebben betrekking op een of meer monumenten dan wel op een of meer zelfstandige onderdelen.
@@ -264,11 +290,11 @@
##### Artikel 19. Subsidieplafond
1. Voor de subsidieverstrekking op grond van dit hoofdstuk is per subsidietijdvak telkens een bedrag van € 0,7 miljoen beschikbaar.
1. Voor de subsidieverstrekking op grond van dit hoofdstuk is per subsidietijdvak telkens een bedrag van € 720.000,– beschikbaar.
2. Indien in enig subsidietijdvak een beschikbaar bedrag niet geheel wordt verstrekt, kan de minister het resterende bedrag toevoegen aan:
- a. het subsidieplafond, bedoeld in [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=7&z=2022-09-30&g=2022-09-30), voor het zelfde subsidietijdvak, of
- a. het subsidieplafond, bedoeld in [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=7&z=2024-07-31&g=2024-07-31), voor het zelfde subsidietijdvak, of
- b. het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, voor het volgende subsidietijdvak.
@@ -324,7 +350,7 @@
- a. op welk monument of welke monumenten dan wel op welk zelfstandig onderdeel of welke zelfstandige onderdelen de tijdelijke maatregelen betrekking hebben, en
- b. tot welke soort monumenten, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2022-09-30&g=2022-09-30), het monument behoort.
- b. tot welke soort monumenten, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2024-07-31&g=2024-07-31), het monument behoort.
3. De aanvraag gaat vergezeld van:
@@ -334,15 +360,15 @@
- c. een opgave van de kosten waarvoor subsidie wordt aangevraagd en een offerte of een begroting van de uit te voeren werkzaamheden die is opgesteld volgens de hoofdstructuur van het Standaardbestek voor de burgerlijke en utiliteitsbouw, vastgesteld door de Stichting Stabu,
- d. een actueel rapport als bedoeld in [artikel 15, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=15&z=2022-09-30&g=2022-09-30), met betrekking tot het monument of een daarmee gelijk te stellen document dan wel de mededeling dat een aanvraag om subsidie voor een haalbaarheidsonderzoek dan wel een interactief of procesgericht onderzoek met betrekking tot het monument is ingediend, en
- e. in geval van een monument dat niet op grond van de [Erfgoedwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037521), een provinciale verordening of een gemeentelijke verordening is beschermd, een verklaring van het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente dat het monument van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, zijn betekenis voor de wetenschap of zijn cultuurhistorische waarde.
- d. een actueel rapport als bedoeld in [artikel 15, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=15&z=2024-07-31&g=2024-07-31), met betrekking tot het monument of een daarmee gelijk te stellen document dan wel de mededeling dat een aanvraag om subsidie voor een haalbaarheidsonderzoek dan wel een interactief of procesgericht onderzoek met betrekking tot het monument is ingediend, en
- e. in geval van een monument dat niet op grond van de [Erfgoedwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037521), een omgevingsplan als bedoeld in [artikel 2.4 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=2.4), een omgevingsverordening als bedoeld in [artikel 2.6 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=2.6), of een gemeentelijke verordening is beschermd, een verklaring van het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente dat het monument van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, zijn betekenis voor de wetenschap of zijn cultuurhistorische waarde.
##### Artikel 24. Indieningstermijn
1. De aanvraag wordt per subsidietijdvak ingediend van 1 oktober tot en met 30 november.
2. [Artikel 10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=10&z=2022-09-30&g=2022-09-30), is van toepassing.
2. [Artikel 10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=10&z=2024-07-31&g=2024-07-31), is van toepassing.
#### Paragraaf 3.3. **Subsidieverstrekking**
@@ -350,7 +376,7 @@
Onverminderd [artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:35) wordt de verstrekking van een subsidie in elk geval geweigerd, voor zover:
- a. de in de offerte of begroting, bedoeld in [artikel 23, derde lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=23&z=2022-09-30&g=2022-09-30), opgenomen kosten naar het oordeel van de minister niet redelijk zijn,
- a. de in de offerte of begroting, bedoeld in [artikel 23, derde lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=23&z=2024-07-31&g=2024-07-31), opgenomen kosten naar het oordeel van de minister niet redelijk zijn,
- b. met betrekking tot de subsidiabele kosten subsidie is verstrekt op grond van een andere rijkssubsidieregeling,
@@ -360,7 +386,7 @@
##### Artikel 26. Wijze van verdeling van de beschikbare middelen
1. De minister voorziet in een gelijktijdige beslissing op aanvragen om subsidie met betrekking tot de activiteiten, bedoeld in [artikel 17, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=17&z=2022-09-30&g=2022-09-30).
1. De minister voorziet in een gelijktijdige beslissing op aanvragen om subsidie met betrekking tot de activiteiten, bedoeld in [artikel 17, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=17&z=2024-07-31&g=2024-07-31).
2. De minister rangschikt de aanvragen in de volgorde als hierna vermeld:
@@ -368,13 +394,13 @@
- b. aanvragen ingediend door andere eigenaaren dan die, bedoeld in onderdeel a.
3. Indien bij toepassing van het tweede lid het subsidieplafond, bedoeld in [artikel 19, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=19&z=2022-09-30&g=2022-09-30), dreigt te worden overschreden of wordt overschreden door subsidieverstrekking aan alle aanvragers in een van de categorieën aanvragen als bedoeld in het tweede lid, wordt op de aanvragen in die categorie beslist in de volgorde van de opgave van de kosten, bedoeld in [artikel 23, derde lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=23&z=2022-09-30&g=2022-09-30), waarvoor subsidie wordt aangevraagd, waarbij een aanvraag met een lagere opgave van de kosten voorrang krijgt.
3. Indien bij toepassing van het tweede lid het subsidieplafond, bedoeld in [artikel 19, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=19&z=2024-07-31&g=2024-07-31), dreigt te worden overschreden of wordt overschreden door subsidieverstrekking aan alle aanvragers in een van de categorieën aanvragen als bedoeld in het tweede lid, wordt op de aanvragen in die categorie beslist in de volgorde van de opgave van de kosten, bedoeld in [artikel 23, derde lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=23&z=2024-07-31&g=2024-07-31), waarvoor subsidie wordt aangevraagd, waarbij een aanvraag met een lagere opgave van de kosten voorrang krijgt.
##### Artikel 27. Beschikking op de subsidieaanvraag
1. Indien de te verstrekken subsidie € 25.000 of meer bedraagt, geeft de minister de beschikking tot subsidieverlening binnen 13 weken na afloop van de periode, bedoeld in [artikel 24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=24&z=2022-09-30&g=2022-09-30), in de volgorde van de rangschikking, bedoeld in [artikel 26, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=26&z=2022-09-30&g=2022-09-30), en zonodig met toepassing van artikel 26, derde lid.
2. Indien de te verstrekken subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, stelt de minister de subsidie zonder voorafgaande subsidieverlening vast binnen 13 weken na afloop van de periode, bedoeld in [artikel 24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=24&z=2022-09-30&g=2022-09-30), in de volgorde van de rangschikking, bedoeld in [artikel 26, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=26&z=2022-09-30&g=2022-09-30), en zonodig met toepassing van artikel 26, derde lid.
1. Indien de te verstrekken subsidie € 25.000 of meer bedraagt, geeft de minister de beschikking tot subsidieverlening binnen 13 weken na afloop van de periode, bedoeld in [artikel 24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=24&z=2024-07-31&g=2024-07-31), in de volgorde van de rangschikking, bedoeld in [artikel 26, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=26&z=2024-07-31&g=2024-07-31), en zonodig met toepassing van artikel 26, derde lid.
2. Indien de te verstrekken subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, stelt de minister de subsidie zonder voorafgaande subsidieverlening vast binnen 13 weken na afloop van de periode, bedoeld in [artikel 24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=24&z=2024-07-31&g=2024-07-31), in de volgorde van de rangschikking, bedoeld in [artikel 26, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=26&z=2024-07-31&g=2024-07-31), en zonodig met toepassing van artikel 26, derde lid.
3. De beschikking vermeldt de aard van de werkzaamheden waarvoor subsidie wordt verstrekt, het subsidiebedrag en het tijdstip waarop de werkzaamheden uiterlijk zijn afgerond.
@@ -382,35 +408,35 @@
##### Artikel 28. Bevoorschotting
Indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, verstrekt de minister een voorschot van 90 procent van het verleende subsidiebedrag onmiddellijk na de verlening van de subsidie. De minister verstrekt het resterende voorschot onmiddellijk na indiening van de prestatieverklaring, bedoeld in [artikel 31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=31&z=2022-09-30&g=2022-09-30).
Indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, verstrekt de minister een voorschot van 90 procent van het verleende subsidiebedrag onmiddellijk na de verlening van de subsidie. De minister verstrekt het resterende voorschot onmiddellijk na indiening van de prestatieverklaring, bedoeld in [artikel 31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=31&z=2024-07-31&g=2024-07-31).
##### Artikel 29. Subsidieverplichtingen
1. De ontvanger van een subsidie voltooit de werkzaamheden uiterlijk op het tijdstip, bedoeld in [artikel 27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=27&z=2022-09-30&g=2022-09-30).
2. [Artikel 14, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=14&z=2022-09-30&g=2022-09-30), is van overeenkomstige toepassing.
1. De ontvanger van een subsidie voltooit de werkzaamheden uiterlijk op het tijdstip, bedoeld in [artikel 27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=27&z=2024-07-31&g=2024-07-31).
2. [Artikel 14, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=14&z=2024-07-31&g=2024-07-31), is van overeenkomstige toepassing.
#### Paragraaf 3.5. **Subsidievaststelling en verantwoording**
##### Artikel 30. Aanvraag tot subsidievaststelling
1. Indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, dient de ontvanger van een subsidie binnen 13 weken na het tijdstip, bedoeld in [artikel 27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=27&z=2022-09-30&g=2022-09-30), een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.
1. Indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, dient de ontvanger van een subsidie binnen 13 weken na het tijdstip, bedoeld in [artikel 27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=27&z=2024-07-31&g=2024-07-31), een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.
2. De aanvraag wordt ingediend bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed te Amersfoort.
##### Artikel 31. Verantwoording
1. Indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, toont de ontvanger van een subsidie aan de hand van een prestatieverklaring aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan. De minister stelt voor de prestatieverklaring een model vast. De prestatieverklaring wordt gevoegd bij de aanvraag, bedoeld in [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=30&z=2022-09-30&g=2022-09-30).
2. Indien de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, is [artikel 15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=15&z=2022-09-30&g=2022-09-30), van toepassing. Aan de eerste volzin is in elk geval toepassing gegeven, indien de ontvanger van een subsidie een prestatieverklaring als bedoeld in het eerste lid overlegt.
1. Indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, toont de ontvanger van een subsidie aan de hand van een prestatieverklaring aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan. De minister stelt voor de prestatieverklaring een model vast. De prestatieverklaring wordt gevoegd bij de aanvraag, bedoeld in [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=30&z=2024-07-31&g=2024-07-31).
2. Indien de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, is [artikel 15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=15&z=2024-07-31&g=2024-07-31), van toepassing. Aan de eerste volzin is in elk geval toepassing gegeven, indien de ontvanger van een subsidie een prestatieverklaring als bedoeld in het eerste lid overlegt.
##### Artikel 32. Subsidievaststelling
Indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, stelt de minister de subsidie vast binnen 22 weken na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=30&z=2022-09-30&g=2022-09-30).
Indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, stelt de minister de subsidie vast binnen 22 weken na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=30&z=2024-07-31&g=2024-07-31).
##### Artikel 33. Terugvordering
1. De subsidieontvanger is na de subsidievaststelling, bedoeld in [artikel 32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=32&z=2022-09-30&g=2022-09-30), verplicht onverschuldigd betaalde subsidiebedragen onmiddellijk terug te betalen, tenzij de minister tot verrekening heeft besloten.
1. De subsidieontvanger is na de subsidievaststelling, bedoeld in [artikel 32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=32&z=2024-07-31&g=2024-07-31), verplicht onverschuldigd betaalde subsidiebedragen onmiddellijk terug te betalen, tenzij de minister tot verrekening heeft besloten.
2. In geval van terugvordering van onverschuldigde subsidiebedragen kan de minister de subsidieontvanger verplichten de met de terugvordering verband houdende kosten te voldoen. Tevens kan de minister in dat geval de wettelijke rente vorderen.
@@ -430,9 +456,9 @@
Deze regeling vervalt met ingang van 1 oktober 2027.
##### Artikel 33b. Overgangsbepaling
Vervallen
##### Artikel 33b. Vermindering subsidieplafond verduurzamingsonderzoeken 2024
Voor het subsidietijdvak in 2024 is [artikel 7, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030544&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=7&z=2024-07-31&g=2024-07-31), niet van toepassing ten aanzien van het beschikbare bedrag, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
2022-09-30
Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten — arts. 4, 16, 25
2021-09-15
Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten — arts. 4, 16, 25
2020-07-16
Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten
2016-07-01
Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten — arts. 4, 14, 15
2016-04-01
Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten
2013-04-13
Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten — arts. 4, 9, 14
2013-01-01
Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten — arts. 4, 4, 9 y
2012-10-01
Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten
2011-11-01
Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten — arts. 1, 1, 2 y
2011-11-01
Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten — versión orig
original version
Tekst op deze datum