Wijzigingsgeschiedenis

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 8 december 2014, nr. MBO/664185, houdende regels voor het verhogen van de kwaliteit van het middelbaar beroepsonderwijs (Regeling kwaliteitsafspraken mbo)

6 versions · 2016-07-20
2016-07-20
Regeling kwaliteitsafspraken mbo

Wijzigingen op 2016-07-20

@@ -12,13 +12,13 @@
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a. **investeringsbudget:** aanvullende bekostiging als bedoeld in [artikel 2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=2&artikel=2.1&z=2016-03-19&g=2016-03-19);
- b. **kwaliteitsplan:** kwaliteitsplan als bedoeld in [artikel 1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.4&z=2016-03-19&g=2016-03-19);
- a. **investeringsbudget:** aanvullende bekostiging als bedoeld in [artikel 2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=2&artikel=2.1&z=2016-07-20&g=2016-07-20);
- b. **kwaliteitsplan:** kwaliteitsplan als bedoeld in [artikel 1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.4&z=2016-07-20&g=2016-07-20);
- c. **minister:** de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor zover het betreft het beroepsonderwijs op het gebied van landbouw, natuurlijke omgeving en voedsel, de Minister van Economische Zaken;
- d. **resultaatafhankelijk budget:** aanvullende bekostiging als bedoeld in [artikel 3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=3&artikel=3.2&z=2016-03-19&g=2016-03-19);
- d. **resultaatafhankelijk budget:** aanvullende bekostiging als bedoeld in [artikel 3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=3&artikel=3.2&z=2016-07-20&g=2016-07-20);
- e. **wet:** de [Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625).
@@ -28,7 +28,7 @@
##### Artikel 1.3. Investeringsbudget
De aanvulling op de bekostiging, bedoeld in [artikel 1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.2&z=2016-03-19&g=2016-03-19), bestaat uit het investeringsbudget en het resultaatafhankelijk budget.
De aanvulling op de bekostiging, bedoeld in [artikel 1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.2&z=2016-07-20&g=2016-07-20), bestaat uit het investeringsbudget en het resultaatafhankelijk budget.
##### Artikel 1.4. Kwaliteitsplan
@@ -36,7 +36,7 @@
2. De instellingen leggen in het kwaliteitsplan gemotiveerd vast:
- a. wat hun uitgangssituatie op het moment van opstellen van het kwaliteitsplan is ten aanzien van de kwaliteit van het onderwijs, in het bijzonder ten aanzien van de in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&bijlage=1&z=2016-03-19&g=2016-03-19) genoemde thema’s en, indien van toepassing, ten aanzien van andere, niet in de bijlage genoemde thema’s waaraan zij de aanvulling op de bekostiging willen besteden;
- a. wat hun uitgangssituatie op het moment van opstellen van het kwaliteitsplan is ten aanzien van de kwaliteit van het onderwijs, in het bijzonder ten aanzien van de in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&bijlage=1&z=2016-07-20&g=2016-07-20) genoemde thema’s en, indien van toepassing, ten aanzien van andere, niet in de bijlage genoemde thema’s waaraan zij de aanvulling op de bekostiging willen besteden;
- b. wat de resultaten zijn die zij ten aanzien van het verhogen van de kwaliteit van het onderwijs willen bereiken;
@@ -44,7 +44,7 @@
- d. hoe zij de aanvulling op de bekostiging willen besteden ten aanzien van het bereiken van die resultaten.
3. De instellingen motiveren ten aanzien van de in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&bijlage=1&z=2016-03-19&g=2016-03-19) genoemde thema’s waaraan zij de aanvulling op de bekostiging niet willen besteden om welke reden zij hiertoe geen noodzaak zien.
3. De instellingen motiveren ten aanzien van de in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&bijlage=1&z=2016-07-20&g=2016-07-20) genoemde thema’s waaraan zij de aanvulling op de bekostiging niet willen besteden om welke reden zij hiertoe geen noodzaak zien.
4. De instellingen dienen het kwaliteitsplan uiterlijk op 30 april 2015 in bij de minister.
@@ -58,7 +58,9 @@
3. Een door de minister aangewezen instantie adviseert de minister over de beoordeling van het kwaliteitsplan ten aanzien van het thema stimuleren van excellentie.
4. De minister kan aan de instantie, bedoeld in het derde lid, subsidie verstrekken.
4. De in het derde lid bedoelde instantie is tevens belast met het beoordelen van de verbeterplannen bpv en de resultatenrapportages bpv, bedoeld in [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=4&z=2016-07-20&g=2016-07-20).
5. De minister kan aan de instantie, bedoeld in het derde lid, subsidie verstrekken.
##### Artikel 1.6. Monitor en evaluatie
@@ -72,7 +74,7 @@
##### Artikel 1.7. Verantwoordingsplicht
De verantwoording van de aanvulling op de bekostiging geschiedt conform het bepaalde in [artikel 13, tweede lid, onder c, van de Regeling OCW-subsidies](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028820&artikel=13).
De verantwoording van de aanvulling op de bekostiging geschiedt conform het bepaalde in [artikel 9.1, derde lid, onder c, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037603&artikel=9.1).
#### Hoofdstuk 2. Investeringsbudget
@@ -102,19 +104,19 @@
##### Artikel 2.3. Verdeling
1. Het in [artikel 2.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=2&artikel=2.2&z=2016-03-19&g=2016-03-19), genoemde bedrag wordt als volgt verdeeld over de instellingen die voldoen aan de subsidievoorwaarden, bedoeld in de [artikelen 1.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.4&z=2016-03-19&g=2016-03-19), en [1.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.5&z=2016-03-19&g=2016-03-19),:
1. Het in [artikel 2.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=2&artikel=2.2&z=2016-07-20&g=2016-07-20), genoemde bedrag wordt als volgt verdeeld over de instellingen die voldoen aan de subsidievoorwaarden, bedoeld in de [artikelen 1.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.4&z=2016-07-20&g=2016-07-20), en [1.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.5&z=2016-07-20&g=2016-07-20),:
- a. tweederde deel wordt over deze instellingen verdeeld naar rato van het totaal van de voor dat kalenderjaar op grond van [artikel 2.2.1, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WEB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010646&artikel=2.2.1) berekende rijksbijdragedelen voor die instelling;
- b. eenderde deel wordt over deze instellingen verdeeld naar rato van het aantal deelnemers dat is ingeschreven voor een basisberoepsopleiding, bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, aanhef en onder b, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=7.2.2) en dat voor bekostiging in aanmerking komt.
2. Het in [artikel 2.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=2&artikel=2.2&z=2016-03-19&g=2016-03-19), genoemde bedrag wordt verdeeld over de instellingen die aan de in [artikel 2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=2&artikel=2.4&z=2016-03-19&g=2016-03-19) bedoelde voorwaarde voldoen naar rato van het totaal van de rijksbijdragedelen voor die instelling, zoals die voor dat kalenderjaar op grond van [artikel 2.2.1, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WEB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010646&artikel=2.2.1) zijn berekend.
2. Het in [artikel 2.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=2&artikel=2.2&z=2016-07-20&g=2016-07-20), genoemde bedrag wordt verdeeld over de instellingen die aan de in [artikel 2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=2&artikel=2.4&z=2016-07-20&g=2016-07-20) bedoelde voorwaarde voldoen naar rato van het totaal van de rijksbijdragedelen voor die instelling, zoals die voor dat kalenderjaar op grond van [artikel 2.2.1, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WEB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010646&artikel=2.2.1) zijn berekend.
##### Artikel 2.4. Stimuleren van excellentie
1. Instellingen die in aanmerking willen komen voor het deel van het investeringsbudget dat is bedoeld voor het thema stimuleren van excellentie, dienen dit thema in het kwaliteitsplan op te nemen. [Artikel 1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.4&z=2016-03-19&g=2016-03-19) is van overeenkomstige toepassing.
2. De minister beoordeelt uiterlijk op 15 juli 2015 het thema stimuleren van excellentie, zoals dat is opgenomen in het kwaliteitsplan. Voor de beoordeling wordt gebruik gemaakt van het beoordelingskader in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&bijlage=2&z=2016-03-19&g=2016-03-19).
1. Instellingen die in aanmerking willen komen voor het deel van het investeringsbudget dat is bedoeld voor het thema stimuleren van excellentie, dienen dit thema in het kwaliteitsplan op te nemen. [Artikel 1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.4&z=2016-07-20&g=2016-07-20) is van overeenkomstige toepassing.
2. De minister beoordeelt uiterlijk op 15 juli 2015 het thema stimuleren van excellentie, zoals dat is opgenomen in het kwaliteitsplan. Voor de beoordeling wordt gebruik gemaakt van het beoordelingskader in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&bijlage=2&z=2016-07-20&g=2016-07-20).
3. Het investeringsbudget dat is bedoeld voor het thema stimuleren van excellentie wordt uitsluitend toegekend aan instellingen waarvan dit onderdeel van het kwaliteitsplan door de minister is goedgekeurd.
@@ -176,27 +178,27 @@
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- a. **basiswaarde:** de waarde, bedoeld in [artikel 3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=3&artikel=3.5&z=2016-03-19&g=2016-03-19);
- a. **basiswaarde:** de waarde, bedoeld in [artikel 3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=3&artikel=3.5&z=2016-07-20&g=2016-07-20);
- b. **diploma:** een door een deelnemer die op 1 oktober van het betreffende schooljaar de leeftijd van 27 jaar nog niet had bereikt, behaald diploma als bedoeld in [artikel 2.2.2, tweede lid, aanhef en onder b, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=2.2.2) op grond waarvan de instelling bekostiging heeft ontvangen of zal ontvangen;
- c. **diplomawaarde:** de waarde, bedoeld in [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&bijlage=3&z=2016-03-19&g=2016-03-19), die overeenkomstig het opleidingsniveau wordt toegekend aan de diploma’s van de basisberoepsopleiding, de vakopleiding en de middenkader- of specialistenopleiding;
- c. **diplomawaarde:** de waarde, bedoeld in [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&bijlage=3&z=2016-07-20&g=2016-07-20), die overeenkomstig het opleidingsniveau wordt toegekend aan de diploma’s van de basisberoepsopleiding, de vakopleiding en de middenkader- of specialistenopleiding;
- d. **eenheid:** een groep van beroepsopleidingen van een instelling van eenzelfde opleidingsniveau, bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onder b tot en met e, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=7.2.2), binnen een opleidingsdomein;
- e. **grenswaarde:** de waarde, bedoeld in [bijlage 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&bijlage=5&z=2016-03-19&g=2016-03-19);
- f. **landelijk budget voor behoud:** aanvullende bekostiging, bedoeld in [artikel 3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=3&artikel=3.7&z=2016-03-19&g=2016-03-19);
- g. **landelijk budget voor verbetering:** aanvullende bekostiging, bedoeld in [artikel 3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=3&artikel=3.8&z=2016-03-19&g=2016-03-19);
- h. **referentiewaarde:** de waarde, bedoeld in [bijlage 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&bijlage=4&z=2016-03-19&g=2016-03-19);
- e. **grenswaarde:** de waarde, bedoeld in [bijlage 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&bijlage=5&z=2016-07-20&g=2016-07-20);
- f. **landelijk budget voor behoud:** aanvullende bekostiging, bedoeld in [artikel 3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=3&artikel=3.7&z=2016-07-20&g=2016-07-20);
- g. **landelijk budget voor verbetering:** aanvullende bekostiging, bedoeld in [artikel 3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=3&artikel=3.8&z=2016-07-20&g=2016-07-20);
- h. **referentiewaarde:** de waarde, bedoeld in [bijlage 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&bijlage=4&z=2016-07-20&g=2016-07-20);
- i. **schooljaar:** de periode van 1 oktober van het daaraan voorafgaande kalenderjaar tot 1 oktober in het betreffende kalenderjaar;
- j. **studiewaarde:** de waarde, bedoeld in [artikel 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=3&artikel=3.4&z=2016-03-19&g=2016-03-19);
- k. **vooropleiding:** de vooropleiding, bedoeld in [bijlage 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&bijlage=4&z=2016-03-19&g=2016-03-19).
- j. **studiewaarde:** de waarde, bedoeld in [artikel 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=3&artikel=3.4&z=2016-07-20&g=2016-07-20);
- k. **vooropleiding:** de vooropleiding, bedoeld in [bijlage 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&bijlage=4&z=2016-07-20&g=2016-07-20).
##### Artikel 3.2. Resultaatafhankelijk budget
@@ -230,17 +232,17 @@
##### Artikel 3.6. Verdeling
1. De minister verdeelt het in [artikel 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=3&artikel=3.3&z=2016-03-19&g=2016-03-19) bedoelde bedrag voor het desbetreffende kalenderjaar over de instellingen op basis van de diploma’s behaald in het schooljaar voorafgaand aan het desbetreffende kalenderjaar.
2. De minister maakt voor de verdeling van het in [artikel 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=3&artikel=3.3&z=2016-03-19&g=2016-03-19) bedoelde bedrag onderscheid tussen het landelijk budget voor behoud en het landelijk budget voor verbetering.
3. Het landelijk budget voor behoud wordt per schooljaar berekend door het in [artikel 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=3&artikel=3.3&z=2016-03-19&g=2016-03-19) bedoelde bedrag te delen door het totaal aantal behaalde diploma’s in dat schooljaar te vermenigvuldigen met het aantal diploma’s dat op grond van [artikel 3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=3&artikel=3.7&z=2016-03-19&g=2016-03-19) voor het behoud van resultaten in aanmerking komt.
4. Het landelijk budget voor verbetering wordt bepaald door het in [artikel 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=3&artikel=3.3&z=2016-03-19&g=2016-03-19) bedoelde bedrag te verminderen met het landelijk budget voor behoud.
5. De minister kan een instelling op grond van [artikel 3.7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=3&artikel=3.7&z=2016-03-19&g=2016-03-19), en [artikel 3.8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=3&artikel=3.8&z=2016-03-19&g=2016-03-19), niet een groter deel van het in [artikel 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=3&artikel=3.3&z=2016-03-19&g=2016-03-19) bedoelde bedrag verstrekken dan maximaal acht procent van de rijksbijdrage, bedoeld in [artikel 2.2.1, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=2.2.1). Bij de bepaling van de in artikel 2.2.1, tweede lid, van de wet bedoelde rijksbijdrage wordt uitgegaan van het bedrag dat op grond van [artikel 2.2.1, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WEB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010646&artikel=2.2.1) is berekend in de maand september voorafgaand aan het jaar waarvoor het resultaatafhankelijk budget is vastgesteld.
6. Indien het resultaat van de in [artikel 3.7, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=3&artikel=3.7&z=2016-03-19&g=2016-03-19), en [artikel 3.8, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=3&artikel=3.8&z=2016-03-19&g=2016-03-19), bedoelde verdeelsleutels zou zijn dat het maximum, bedoeld in het vijfde lid, wordt overschreden, dan wordt het bedrag waarmee het maximum wordt overschreden verdeeld over de instellingen naar rato van het bedrag dat zij op grond van artikel 3.7, eerste lid, en 3.8, eerste lid, ontvangen.
1. De minister verdeelt het in [artikel 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=3&artikel=3.3&z=2016-07-20&g=2016-07-20) bedoelde bedrag voor het desbetreffende kalenderjaar over de instellingen op basis van de diploma’s behaald in het schooljaar voorafgaand aan het desbetreffende kalenderjaar.
2. De minister maakt voor de verdeling van het in [artikel 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=3&artikel=3.3&z=2016-07-20&g=2016-07-20) bedoelde bedrag onderscheid tussen het landelijk budget voor behoud en het landelijk budget voor verbetering.
3. Het landelijk budget voor behoud wordt per schooljaar berekend door het in [artikel 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=3&artikel=3.3&z=2016-07-20&g=2016-07-20) bedoelde bedrag te delen door het totaal aantal behaalde diploma’s in dat schooljaar te vermenigvuldigen met het aantal diploma’s dat op grond van [artikel 3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=3&artikel=3.7&z=2016-07-20&g=2016-07-20) voor het behoud van resultaten in aanmerking komt.
4. Het landelijk budget voor verbetering wordt bepaald door het in [artikel 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=3&artikel=3.3&z=2016-07-20&g=2016-07-20) bedoelde bedrag te verminderen met het landelijk budget voor behoud.
5. De minister kan een instelling op grond van [artikel 3.7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=3&artikel=3.7&z=2016-07-20&g=2016-07-20), en [artikel 3.8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=3&artikel=3.8&z=2016-07-20&g=2016-07-20), niet een groter deel van het in [artikel 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=3&artikel=3.3&z=2016-07-20&g=2016-07-20) bedoelde bedrag verstrekken dan maximaal acht procent van de rijksbijdrage, bedoeld in [artikel 2.2.1, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=2.2.1). Bij de bepaling van de in artikel 2.2.1, tweede lid, van de wet bedoelde rijksbijdrage wordt uitgegaan van het bedrag dat op grond van [artikel 2.2.1, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WEB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010646&artikel=2.2.1) is berekend in de maand september voorafgaand aan het jaar waarvoor het resultaatafhankelijk budget is vastgesteld.
6. Indien het resultaat van de in [artikel 3.7, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=3&artikel=3.7&z=2016-07-20&g=2016-07-20), en [artikel 3.8, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=3&artikel=3.8&z=2016-07-20&g=2016-07-20), bedoelde verdeelsleutels zou zijn dat het maximum, bedoeld in het vijfde lid, wordt overschreden, dan wordt het bedrag waarmee het maximum wordt overschreden verdeeld over de instellingen naar rato van het bedrag dat zij op grond van artikel 3.7, eerste lid, en 3.8, eerste lid, ontvangen.
##### Artikel 3.7. Landelijk budget voor behoud
@@ -282,13 +284,13 @@
1. Voor het kalenderjaar 2016 wordt de hoogte van het resultaatafhankelijk budget als volgt berekend:
- a. 50% van het subsidieplafond voor 2016, bedoeld in [artikel 3.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=3&artikel=3.3&z=2016-03-19&g=2016-03-19), wordt berekend op grond van de [artikelen 3.4 tot en met 3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=3&artikel=3.4&z=2016-03-19&g=2016-03-19);
- a. 50% van het subsidieplafond voor 2016, bedoeld in [artikel 3.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=3&artikel=3.3&z=2016-07-20&g=2016-07-20), wordt berekend op grond van de [artikelen 3.4 tot en met 3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=3&artikel=3.4&z=2016-07-20&g=2016-07-20);
- b. 50% van het subsidieplafond voor 2016 wordt verdeeld over de instellingen op grond van de verdeelsleutel, bedoeld in het derde lid.
2. Voor het kalenderjaar 2017 wordt de hoogte van het resultaatafhankelijk budget als volgt berekend:
- a. 65% van het subsidieplafond voor 2017, bedoeld in [artikel 3.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=3&artikel=3.3&z=2016-03-19&g=2016-03-19), wordt berekend op grond van de [artikelen 3.4 tot en met 3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=3&artikel=3.4&z=2016-03-19&g=2016-03-19);
- a. 65% van het subsidieplafond voor 2017, bedoeld in [artikel 3.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=3&artikel=3.3&z=2016-07-20&g=2016-07-20), wordt berekend op grond van de [artikelen 3.4 tot en met 3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=3&artikel=3.4&z=2016-07-20&g=2016-07-20);
- b. 35% van het subsidieplafond voor 2017 wordt verdeeld over de instellingen op grond van de verdeelsleutel, bedoeld in het derde lid.
@@ -296,7 +298,7 @@
Hierin staat **dH** voor elke instelling voor het aantal diploma’s met een diplomawaarde die hoger is dan de referentiewaarde die hoort bij de vooropleiding van de deelnemers die het diploma hebben behaald; LTdH voor het landelijk totaal aantal diploma’s dat hoger is dan de referentiewaarde die hoort bij de vooropleiding van de deelnemers die het diploma hebben behaald; **LBd** voor het landelijk budget voor 2016, bedoeld in het eerste lid onder b, respectievelijk 2017, bedoeld in het tweede lid, onder b.
4. In afwijking van [artikel 3.6, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=3&artikel=3.6&z=2016-03-19&g=2016-03-19), wordt in 2016 respectievelijk 2017, indien het resultaat van de in artikel 3.12, eerste lid, onder a. en b. bedoelde verdeelsleutels zou zijn dat het in artikel 3.6, vijfde lid, bedoelde maximum wordt overschreden voor 2016, dan wordt het bedrag waarmee dit maximum wordt overschreden, verdeeld over de instellingen naar rato van het bedrag dat zijn op grond van artikel 3,12, eerste lid, onder a ontvangen. Voor 2017 wordt dit verdeeld over de instellingen naar rato van het bedrag dat zij op grond van artikel 3.12, tweede lid, onder a, ontvangen.
4. In afwijking van [artikel 3.6, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=3&artikel=3.6&z=2016-07-20&g=2016-07-20), wordt in 2016 respectievelijk 2017, indien het resultaat van de in artikel 3.12, eerste lid, onder a. en b. bedoelde verdeelsleutels zou zijn dat het in artikel 3.6, vijfde lid, bedoelde maximum wordt overschreden voor 2016, dan wordt het bedrag waarmee dit maximum wordt overschreden, verdeeld over de instellingen naar rato van het bedrag dat zijn op grond van artikel 3,12, eerste lid, onder a ontvangen. Voor 2017 wordt dit verdeeld over de instellingen naar rato van het bedrag dat zij op grond van artikel 3.12, tweede lid, onder a, ontvangen.
### Artikel III. Overgangsbepaling
@@ -474,7 +476,7 @@
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
#### Hoofdstuk 3. Resultaatafhankelijk budget
#### Hoofdstuk 3. Resultaatafhankelijk budget studiewaarde
### Artikel II. Intrekking
@@ -511,3 +513,344 @@
| Middenkader- of specialistenopleiding | 4 |
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
#### Hoofdstuk 4. Resultaatafhankelijk budget beroepspraktijkvorming
##### Artikel 4.1. Begripsbepalingen
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- a. **behaald resultaat:** resultaat dat de instelling in 2017 en 2018 heeft bereikt met het uitvoeren van het verbeterplan bpv;
- b. **beoogd resultaat:** resultaat dat de instelling ten aanzien van de verbeterpunten wil bereiken in 2017 of 2018;
- c. **bpv:** beroepspraktijkvorming, bedoeld in [artikel 7.2.8, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=7.2.8);
- d. **indicator:** instrument ten behoeve van het meten van een resultaat;
- e. **resultatenrapportage bpv:** rapportage waarin de instelling de behaalde resultaten van de uitvoering van het verbeterplan bpv beschrijft ten opzichte van de beoogde resultaten;
- f. **verbeterplan bpv:** plan waarin de instelling onderbouwd de beoogde resultaten en de maatregelen beschrijft die nodig zijn voor verbetering van de bpv.
##### Artikel 4.2. Budget beroepspraktijkvorming
De minister kan in 2017 en 2018 een resultaatafhankelijk budget bpv verstrekken aan instellingen die de resultaten ten aanzien van de kwaliteit van de bpv hebben verbeterd ten opzichte van de uitgangssituatie in 2016.
##### Artikel 4.3. Verdeling
1. Het resultaatafhankelijk budget bpv wordt verdeeld over de instellingen die tenminste voldoende verbetering hebben gerealiseerd.
2. Het resultaatafhankelijk budget bpv wordt verdeeld op grond van de verdeelsleutel:
Hierin staat:
S voor het aantal deelnemers dat op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor het resultaatafhankelijk budget bpv wordt verstrekt, bij de instelling is ingeschreven en voor bekostiging in aanmerking komt;
F voor de wegingsfactor met de waarde 1 bij de classificatie ‘voldoende’ of met de waarde 1,5 bij de classificatie ‘goed’;
LT S x F voor het gewogen landelijk totaal voor alle instellingen;
LBbpv voor het vastgestelde subsidieplafond.
##### Artikel 4.4. Verbeterplan bpv
1. Om in aanmerking te kunnen komen het resultaatafhankelijk budget bpv stellen de instellingen een verbeterplan bpv op dat voldoet aan de voorschriften, opgenomen in de [artikelen 4.5 tot en met 4.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=4&artikel=4.5&z=2016-07-20&g=2016-07-20).
2. De instelling draagt er zorg voor dat het verbeterplan bpv uiterlijk op 31 augustus 2016 door de minister is ontvangen.
3. Indien de instelling naar aanleiding van het voorlopige oordeel van de instantie, bedoeld in [artikel 1.5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.5&z=2016-07-20&g=2016-07-20), aanleiding ziet het verbeterplan bpv aan te passen, draagt de instelling er zorg voor dat het aangepaste verbeterplan bpv uiterlijk op 30 november 2016 door de minister is ontvangen. De instelling zendt een afschrift van het aangepaste verbeterplan bpv aan de instantie.
4. De instelling die toepassing geeft aan [artikel 4.7, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=4&artikel=4.7&z=2016-07-20&g=2016-07-20), draagt er zorg voor dat het aangevulde verbeterplan bpv uiterlijk op 31 augustus 2017 door de minister is ontvangen.
5. Indien het verbeterplan bpv na de in het tweede, derde of vierde lid genoemde termijn door de minister is ontvangen, komt de instelling niet in aanmerking voor het resultaatafhankelijk budget bpv.
##### Artikel 4.5. Inhoud verbeterplan bpv
Het verbeterplan bpv bevat tenminste de volgende onderdelen:
- a. een analyse van de uitgangssituatie van de kwaliteit van de bpv van de instelling in 2016 gebaseerd op de meest actuele gegevens, leidend tot een gemotiveerde keuze van de verbeterpunten;
- b. een overzicht van de beoogde resultaten per aspect als bedoeld in [artikel 4.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=4&artikel=4.6&z=2016-07-20&g=2016-07-20), voor juli 2017 of 2018 met een motivering van de keuze van de verbeterpunten;
- c. een overzicht van de maatregelen waarmee de beoogde resultaten kunnen worden gerealiseerd.
##### Artikel 4.6. Analyse uitgangssituatie
1. De analyse, bedoeld [artikel 4.5, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=4&artikel=4.5&z=2016-07-20&g=2016-07-20), heeft in elk geval betrekking op de volgende aspecten van de bpv:
- a. de aansluiting van het programma van de beroepsopleiding op het programma van de bpv;
- b. het begeleiden van de deelnemer bij en het zorgdragen voor het vinden van een passende bpv-plek; en
- c. de begeleiding van de deelnemer door de instelling tijdens de periode van de bpv.
2. Indien dat uit de analyse, bedoeld in [artikel 4.5, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=4&artikel=4.5&z=2016-07-20&g=2016-07-20), volgt, kan de instelling naast de aspecten, bedoeld in het eerste lid, ook gemotiveerd verbeterpunten formuleren op andere aspecten die leiden tot verbetering van de kwaliteit van de bpv.
3. Indien uit de analyse, bedoeld in [artikel 4.5, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=4&artikel=4.5&z=2016-07-20&g=2016-07-20), blijkt dat een aspect, bedoeld in het eerste, geen verbetering behoeft, kan de instelling gemotiveerd dat aspect buiten beschouwing laten.
##### Artikel 4.7. Overzicht beoogde resultaten en indicatoren
1. De instelling formuleert de beoogde resultaten in het verbeterplan bpv ambitieus en haalbaar.
2. Bij het formuleren van de beoogde resultaten betrekt de instelling in ieder geval de grootte van de verbetering en het bereik, zijnde het aandeel van de bekostigde deelnemers dat baat heeft bij de verbetering.
3. De instelling kan in het verbeterplan bpv aangeven dat een aspect of een beoogd resultaat zwaarder weegt voor de verbetering van de kwaliteit van de bpv dan de andere aspecten of beoogde resultaten.
4. Voor het meten van de beoogde resultaten kiest de instelling in het verbeterplan bpv passende indicatoren, waarmee de kwaliteit van de bpv op eenduidige en betrouwbare wijze kan worden gemeten, dan wel andere instrumenten waarmee eenduidig en betrouwbaar kan worden vastgesteld of het beoogde resultaat is bereikt.
5. De instelling kan bij de resultatenrapportage bpv over 2017 het verbeterplan bpv aanvullen met een of meer beoogde resultaten voor 2018, indien de uitkomsten en de methodologische onderbouwing van de enquête leerbedrijven over 2016 daartoe aanleiding geven. Het eerste tot en met vierde lid, [artikel 4.5 onderdelen b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=4&artikel=4.5&z=2016-07-20&g=2016-07-20), [artikel 4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=4&artikel=4.6&z=2016-07-20&g=2016-07-20) en [artikel 4.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=4&artikel=4.8&z=2016-07-20&g=2016-07-20) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 4.8. Draagvlak verbeterplan bpv
De instelling stemt het verbeterplan bpv af met vertegenwoordigers van de bpv-begeleiders, de leerbedrijven en de deelnemers.
##### Artikel 4.9. Collegiale consultatie verbeterplan bpv
1. De instelling verklaart in het verbeterplan bpv dat de instelling bereid is deel te nemen aan een collegiale consultatie.
2. De collegiale consultatie vindt periodiek plaats en is gericht op verbetering van de kwaliteit van de bpv.
3. De instelling neemt de opbrengsten van de collegiale consultatie voor zover beschikbaar op in de resultatenrapportage bpv over 2017 en 2018.
##### Artikel 4.10. Beoordeling verbeterplan bpv
1. De instantie beoordeelt of het verbeterplan bpv voldoet aan de voorschriften, bedoeld in de [artikelen 4.5 tot en met 4.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=4&artikel=4.5&z=2016-07-20&g=2016-07-20).
2. De instantie beoordeelt het verbeterplan bpv op grond van het beoordelingskader verbeterplan bpv dat als [bijlage 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&bijlage=6&z=2016-07-20&g=2016-07-20) bij deze regeling is gevoegd.
3. De instantie informeert de instelling uiterlijk op 31 oktober 2016 over haar voorlopig oordeel over het verbeterplan bpv.
4. De instantie adviseert uiterlijk op 31 december 2016 de minister over het verbeterplan bpv van de instelling.
5. In geval toepassing is gegeven aan [artikel 4.7, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=4&artikel=4.7&z=2016-07-20&g=2016-07-20), adviseert de instantie de minister uiterlijk op 31 oktober 2017.
##### Artikel 4.11. Besluit minister; afwijzingsgrond
1. De minister besluit uiterlijk op 31 januari 2017 op basis van het advies van de instantie of het verbeterplan bpv van de instelling voldoet aan de voorschriften, bedoeld in de [artikelen 4.5 tot en met 4.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=4&artikel=4.5&z=2016-07-20&g=2016-07-20).
2. Indien het verbeterplan bpv niet voldoet aan de voorschriften, genoemd in het eerste lid, komt de instelling niet in aanmerking voor het resultaatafhankelijke budget bpv.
3. De minister besluit uiterlijk op 30 november 2017 op het aangevulde verbeterplan bpv, bedoeld in [artikel 4.7, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=4&artikel=4.7&z=2016-07-20&g=2016-07-20). Indien de minister de aanvulling niet goedkeurt, maakt dit beoogde resultaat geen deel uit van de beoordeling van de resultatenrapportage bpv over 2018.
##### Artikel 4.12. Resultatenrapportage bpv
De instelling draagt er zorg voor dat de minister uiterlijk op 15 augustus van de betreffende jaren de resultatenrapportage bpv heeft ontvangen. De instelling zendt een afschrift van de resultatenrapportage bpv aan de instantie.
##### Artikel 4.13. Beoordeling resultaten bpv door de instantie
1. De instantie geeft een oordeel over de behaalde resultaten per aspect, bedoeld in [artikel 4.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=4&artikel=4.6&z=2016-07-20&g=2016-07-20), van het verbeterplan bpv en een oordeel over het geheel van de behaalde resultaten voor het betreffende jaar door de instelling.
2. De instantie kan aan de instelling nadere informatie en toelichting vragen. De instelling reageert binnen tien werkdagen op het verzoek van de instantie.
3. De resultatenrapportage bpv van de instelling wordt beoordeeld op grond van het beoordelingskader resultatenrapportage bpv dat als [bijlage 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&bijlage=7&z=2016-07-20&g=2016-07-20) bij deze regeling is gevoegd.
4. Het oordeel in het eerste lid heeft betrekking op het bereik van de resultaten en de grootte van de gerealiseerde verbetering, zoals omschreven in [artikel 4.7, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=4&artikel=4.7&z=2016-07-20&g=2016-07-20). Bij de beoordeling houdt de instantie rekening met het belang dat de instelling in het verbeterplan heeft toegekend aan de verschillende aspecten en beoogde resultaten.
##### Artikel 4.14. Classificatie beoordeling resultaten bpv
1. De instantie drukt het resultaat van de beoordeling per aspect en het oordeel over het geheel van de behaalde resultaten uit in de classificatie ‘onvoldoende’, ‘voldoende’ of ‘goed’.
2. De instantie classificeert de behaalde resultaten voor het betreffende aspect als ‘goed’, indien het geheel van de beoogde resultaten voor een aspect is behaald.
3. De instantie classificeert de behaalde resultaten voor het betreffende aspect als ‘voldoende’, indien het geheel van de beoogde resultaten voor een aspect grotendeels is behaald.
4. De instantie classificeert de behaalde resultaten voor het betreffende aspect als ‘onvoldoende’, indien voor het geheel van de beoogde resultaten voor een aspect niet de classificatie ‘goed’ of ‘voldoende’ kan worden gegeven.
5. Ten aanzien van het oordeel over het geheel van de behaalde resultaten voor de instelling zijn het tweede tot en met het vierde lid van overeenkomstige toepassing.
6. De instantie adviseert de minister uiterlijk op 30 september van het desbetreffende jaar over zijn oordelen bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid.
##### Artikel 4.15. Besluit minister; afwijzingsgronden
1. De minister besluit uiterlijk op 31 oktober van het desbetreffende jaar over de toekenning aan een instelling van het aandeel in het resultaatafhankelijke budget op basis van de behaalde resultaten.
2. Het resultaatafhankelijke budget bpv wordt geweigerd indien de door de instelling behaalde resultaten in relatie tot de beoogde resultaten onvoldoende zijn of indien de resultatenrapportage bpv na de in [artikel 4.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=4&artikel=4.12&z=2016-07-20&g=2016-07-20) genoemde datum wordt ontvangen.
##### Artikel 4.16. Betaling van het resultaatafhankelijk budget bpv
De betaling van het resultaatafhankelijk budget bpv vindt in 2017 en 2018 in december plaats.
##### Artikel 4.17. Onvoorziene omstandigheden
Indien in een jaar meer dan de helft van de bekostigde deelnemers, bedoeld in [artikel 4.13, tweede lid, onder S](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=4&artikel=4.13&z=2016-07-20&g=2016-07-20), zijn ingeschreven op instellingen die niet in aanmerking komen voor het resultaatafhankelijk budget bpv op grond van [artikel 4.14, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=4&artikel=4.14&z=2016-07-20&g=2016-07-20), dan kan de minister met inachtneming van het subsidieplafond besluiten om de normen voor de classificatie, bedoeld in [artikel 4.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=4&artikel=4.12&z=2016-07-20&g=2016-07-20) of de waarde, bedoeld in artikel 4.13, tweede lid, onder F, voor de verdeling in 2017 of 2018 te herzien.
### Artikel II. Intrekking
### Artikel III. Overgangsbepaling
### Artikel IV. Inwerkingtreding
## Bijlage 1. bij [artikel 1.4, tweede lid, aanhef en onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.4&z=2016-07-20&g=2016-07-20), van de Regeling kwaliteitsafspraken mbo
De in deze bijlage beschreven doelstellingen en activiteiten dienen per thema, voor zover mogelijk, SMART te worden geformuleerd: Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden.
De instellingen formuleren het kwaliteitsplan mede met het oog op de verwachte resultaten voor vsv en studiewaarde, waarvoor vanaf 2016 resultaatafhankelijke bekostiging plaatsvindt.
| Thema | Omschrijving | Deelaspecten (indien van toepassing) |
| --- | --- | --- |
| Professionalisering | Aan de hand van de [Regeling bekwaamheid management en professionalisering onderwijspersoneel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031444) hebben de instellingen eerder een plan van aanpak opgesteld ten aanzien van bekwaamheid van het management, professionalisering van onderwijspersoneel en kwaliteitsverbetering HRM-beleid. Hiervan wordt een actualisatie gevraagd in het kwaliteitsplan, waarbij de instellingen ook aandacht besteden aan de | **Bekwaamheid van het management:** Instellingen geven aan hoe zij hun managers gaan scholen en wanneer zij welke activiteiten hiertoe gaan ontplooien. Daarbij kunnen zij gebruik maken van het door de MBO Raad ontwikkelde competentieprofiel voor het management. |
| | zeven thema’s van de Lerarenagenda 2013-2020 (**Kamerstukken II**2013/14, 27 923, nr. 171) is gepubliceerd. Hiernaast worden deze en de overige deelaspecten van het thema ‘professionalisering’ beschreven. | **Professionalisering van het onderwijspersoneel** Instellingen geven aan hoe en met welk resultaat zij hun onderwijspersoneel in staat stellen zich verder te professionaliseren. Zij geven aan wanneer zij welke acties hiertoe gaan ondernemen. |
| | | |
| | | **Kwaliteitsverbetering HRM-beleid** Instellingen geven aan welke activiteiten zij wanneer gaan ontplooien ten aanzien van het structureel voeren van functionerings-, beoordelings- en contextgesprekken en het onderhouden van bekwaamheidsdossiers. In het kwaliteitsplan wordt aandacht besteed aan kwaliteitsontwikkeling binnen en tussen teams en instellingen, onder meer door middel van peer review en kennismanagement. Tevens wordt aandacht geschonken aan de begeleiding van beginnende leraren. |
| | | |
| | | Instellingen geven aan hoe, wanneer en met welk resultaat zij werken aan de ambities uit de Lerarenagenda 2013-2020, waaronder begeleiding en ontwikkeling van startende docenten, meer masteropgeleide docenten, bekwaamheidsonderhoud, betere aansluiting en samenwerking met het bedrijfsleven, betere inzet ICT, verbetering samenwerkende teams, registratie in het Lerarenregister en het werken aan een systeem van kwaliteitsborging. De instellingen geven hierbij aan hoe hun activiteiten zich verhouden tot de ambities uit de Lerarenagenda. |
| | | |
| | | **Professionalisering van examenfunctionarissen** Instellingen geven aan hoe, met welk resultaat en wanneer zij hun examenfunctionarissen, waaronder in ieder geval de leden van de examencommissies, in staat stellen zich verder te professionaliseren. |
| Intensivering van het onderwijs in de Nederlandse taal en in rekenen | Instellingen geven aan hoe en wanneer zij het taal- en rekenonderwijs in hun instelling gaan vormgeven met het oog op het behalen van de benodigde taal- en rekenvaardigheden door de deelnemers. Zij geven aan welke activiteiten zij gaan inzetten op het gebied van: – professionalisering van docenten en overige functionarissen op het gebied van taal- en rekenonderwijs; – extra onderwijstijd; – nieuwe of aangepaste faciliteiten; – andere activiteiten die nodig zijn voor het behalen van de benodigde taal- en rekenvaardigheden. | |
| Terugdringen van voortijdig schoolverlaten (vsv) | Instellingen geven aan welke activiteiten zij wanneer gaan ontplooien om voortijdig schoolverlaten te voorkomen met het oog op het verder terugdringen van het aantal voortijdig schoolverlaters op de instelling. Instellingen geven tevens aan welke activiteiten zij gaan ondernemen om het voorkomen van voortijdig schoolverlaten structureel te borgen in het eigen onderwijsproces en hoe zij structurele borging van de samenwerking met andere onderwijsinstellingen en gemeenten in de RMC-regio gaan vormgeven. De instelling zet de middelen op dit kwaliteitsthema in voor het treffen van maatregelen op instellingsniveau om zodoende de vsv-streefnormen te halen. Deze normen zijn voor de verschillende onderwijsniveau bepaald voor de resterende schooljaren 2014-2015 en 2015-2016 en vastgelegd in het vsv-convenant. Bij het behalen van de normen komt de instelling in aanmerking voor de variabele prestatiebeloning. De streefnormen zijn een vertaling van de landelijke doelstelling van 25.000 nieuwe vsv’ers in 2016 (gemeten over schooljaar 2014/2015). Deze doelstelling wordt bereikt door intensieve samenwerking tussen instellingen uit vo en mbo en andere partijen als gemeenten, zorg en hulpverlening en werkgevers. Voor de groep kwetsbare jongeren nemen de instellingen in het kwaliteitsplan op welke ambitieuze en haalbare afspraken zij willen maken in de regionale samenwerking met jeugdzorg, gemeenten en OCW. | |
| Het bevorderen van de beschikbaarheid en de kwaliteit van de beroepspraktijkvormingsplaatsen (bpv) | Instellingen geven aan hoe, met welk resultaat en wanneer zij zich inzetten om de beschikbaarheid en de kwaliteit van de bpv-plaatsen te verhogen. In het kwaliteitsplan is aandacht voor de verantwoordelijkheden van de instelling t.a.v. de bpv zoals voorbereiding en matching, (de begeleiding tijdens) de bpv-periode, beoordeling en evaluatie. Bij deze beschrijving kunnen instellingen gebruik maken van het Bpv-protocol. | |
| Het stimuleren van excellentie | Instellingen geven aan op welke wijze zij excellentie en de ontwikkeling van een duurzame excellentiecultuur binnen de instelling stimuleren. Zie verder [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&bijlage=2&z=2016-07-20&g=2016-07-20). | |
| Het verbeteren van studiewaarde | Instellingen kunnen aparte, resultaatgerichte activiteiten ontplooien om studiewaarde te bevorderen. Instellingen geven aan hoe de activiteiten op de verschillende thema’s doorwerken op het verbeteren van studiewaarde en met welk beoogd resultaat. Met studiewaarde wordt de verhoging van het onderwijsniveau gemeten, waarbij als uitgangspunt de vooropleiding van de student geldt. | |
## Bijlage 2. bij [artikel 2.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=2&artikel=2.4&z=2016-07-20&g=2016-07-20), van de Regeling kwaliteitsafspraken mbo
### Beoordelingskader bij het thema stimuleren van excellentie
## Bijlage 3. bij [artikel 3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=3&artikel=3.1&z=2016-07-20&g=2016-07-20) van de Regeling kwaliteitsafspraken mbo
| Opleidingsniveau | Diplomawaarde |
| --- | --- |
| Basisberoepsopleiding | 2 |
| Vakopleiding | 3 |
| Middenkader- of specialistenopleiding | 4 |
## Bijlage 4. bij [artikel 3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=3&artikel=3.1&z=2016-07-20&g=2016-07-20) van de Regeling kwaliteitsafspraken mbo
| Vooropleiding | Referentiewaarde |
| --- | --- |
| Praktijkonderwijs | 1,20 |
| Vmbo zonder diploma | 1,72 |
| Havo/vwo zonder diploma | 3,66 |
| Vmbo bbl | 2,62 |
| Vmbo kbl | 3,31 |
| Vmbo gl | 3,65 |
| Vmbo tl | 3,70 |
| Havo/vwo | 3,69 |
| Overig | 2,25 |
## Bijlage 5. bij [artikel 3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=3&artikel=3.1&z=2016-07-20&g=2016-07-20) van de Regeling kwaliteitsafspraken mbo
| Aggregatieniveau | Domeincode | Niveau diploma | Grenswaarde |
| --- | --- | --- | --- |
| Niveau van de eenheid | | | |
| opleidingsdomein | 79000 | 2 | 0,07 |
| | 79000 | 3 | 0,27 |
| | 79000 | 4 | 0,52 |
| opleidingsdomein | 79010 | 2 | 0,09 |
| | 79010 | 3 | 0,18 |
| | 79010 | 4 | 0,55 |
| opleidingsdomein | 79020 | 2 | 0,05 |
| | 79020 | 3 | 0,22 |
| | 79020 | 4 | 0,55 |
| opleidingsdomein | 79030 | 3 | 0,11 |
| | 79030 | 4 | 0,52 |
| opleidingsdomein | 79040 | 2 | 0,04 |
| | 79040 | 3 | 0,19 |
| | 79040 | 4 | 0,56 |
| opleidingsdomein | 79050 | 2 | 0,13 |
| | 79050 | 3 | 0,24 |
| | 79050 | 4 | 0,66 |
| opleidingsdomein | 79060 | 2 | 0,06 |
| | 79060 | 3 | 0,19 |
| | 79060 | 4 | 0,57 |
| opleidingsdomein | 79070 | 2 | 0,08 |
| | 79070 | 3 | 0,23 |
| | 79070 | 4 | 0,50 |
| opleidingsdomein | 79080 | 2 | 0,14 |
| | 79080 | 3 | 0,20 |
| | 79080 | 4 | 0,57 |
| opleidingsdomein | 79090 | 2 | 0,10 |
| | 79090 | 3 | 0,18 |
| | 79090 | 4 | 0,55 |
| opleidingsdomein | 79100 | 2 | 0,05 |
| | 79100 | 3 | 0,12 |
| | 79100 | 4 | 0,50 |
| opleidingsdomein | 79110 | 2 | 0,07 |
| | 79110 | 3 | 0,17 |
| | 79110 | 4 | 0,45 |
| opleidingsdomein | 79120 | 2 | 0,09 |
| | 79120 | 3 | 0,22 |
| | 79120 | 4 | 0,53 |
| opleidingsdomein | 79130 | 2 | 0,08 |
| | 79130 | 3 | 0,14 |
| | 79130 | 4 | 0,56 |
| opleidingsdomein | 79140 | 2 | 0,12 |
| | 79140 | 3 | 0,24 |
| | 79140 | 4 | 0,55 |
| opleidingsdomein | 79150 | 2 | 0,10 |
| | 79150 | 3 | 0,18 |
| | 79150 | 4 | 0,48 |
| opleidingsdomein | 79160 | 2 | 0,03 |
| | 79160 | 3 | 0,12 |
| Niveau van het opleidingsdomein | | | |
| opleidingsdomein | 79000 | | 0,27 |
| opleidingsdomein | 79010 | | 0,27 |
| opleidingsdomein | 79020 | | 0,24 |
| opleidingsdomein | 79030 | | 0,36 |
| opleidingsdomein | 79040 | | 0,50 |
| opleidingsdomein | 79050 | | 0,30 |
| opleidingsdomein | 79060 | | 0,19 |
| opleidingsdomein | 79070 | | 0,24 |
| opleidingsdomein | 79080 | | 0,33 |
| opleidingsdomein | 79090 | | 0,39 |
| opleidingsdomein | 79100 | | 0,23 |
| opleidingsdomein | 79110 | | 0,17 |
| opleidingsdomein | 79120 | | 0,25 |
| opleidingsdomein | 79130 | | 0,32 |
| opleidingsdomein | 79140 | | 0,37 |
| opleidingsdomein | 79150 | | 0,28 |
| opleidingsdomein | 79160 | | 0,06 |
| Niveau van de instelling | | | 0,31 |
## Bijlage 6. bij [artikel 4.10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=4&artikel=4.10&z=2016-07-20&g=2016-07-20)
De instantie vormt een integraal oordeel over het verbeterplan bpv van de mbo-instelling. Dit integrale oordeel is gebaseerd op een toets van het verbeterplan bpv (zijn de voorgeschreven stappen op een goede manier uitgevoerd) en een toets van het ambitieniveau (liggen de beoogde resultaten op het juiste niveau). Deze laatste toets is van een andere orde dan de meer technische toets van het verbeterplan bpv. Met de toets van het ambitieniveau wordt beoordeeld of de beoogde resultaten, als ze worden bereikt, een beloning van een zware categorie ‘goed’ rechtvaardigen. De instelling dient de beoogde resultaten in het verbeterplan bpv zodanig ambitieus te formuleren dat als deze resultaten worden bereikt, de instantie deze bij de beoordeling, bedoeld in [artikel 4.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=4&artikel=4.14&z=2016-07-20&g=2016-07-20), de classificatie ‘goed’ kan geven.
Onderstaand beoordelingskader geeft in de eerste kolom de criteria waarop de beoordeling wordt gebaseerd. De kolom met de minimale vereisten geeft aan wat er onder het criterium valt; de kolom met de beoordeling beschrijft hoe wordt getoetst of daaraan voldaan wordt. De aspecten worden beoordeeld op de variabelen grootte en bereik. De instantie houdt rekening met het belang dat de instelling in het verbeterplan heeft toegekend aan de verschillende aspecten en resultaten.
De beoogde resultaten voor de instelling worden in onderlinge samenhang beoordeeld.
| Criterium | Minimale vereisten | Beoordeling |
| --- | --- | --- |
| **Analyse beginsituatie** | 1) De instelling beschrijft in het verbeterplan bpv de analyse van de uitgangssituatie van de bpv in 2016. 2) De instelling gebruikt hiervoor de relevante informatie en geeft aan welke informatie is gebruikt1. 3) Bij de analyse besteedt de instelling in ieder geval aandacht aan de aspecten bedoeld in artikel 4.6, eerste lid. 4) De instelling kiest gemotiveerd de verbeterpunten voor de kalenderjaren 2017 en 2018. | De verbeterpunten vloeien voort uit de analyse van de uitgangssituatie van de bpv in 2016. De keuze voor de verbeterpunten is gemotiveerd. Indien is gekozen voor bepaalde aspecten geen verbeterpunten te kiezen of voor andere aspecten juist wel verbeterpunten te kiezen, vloeit dit voort uit de analyse. Uit de analyse vloeit een juiste weging van het belang van de aspecten voort. |
| **Beoogde resultaten** | 1) De instelling omschrijft de beoogde resultaten per aspect voor 2017 en 2018. 2) De beoogde resultaten zijn SMART2 geformuleerd. 3) De beoogde resultaten hebben ten minste betrekking op de aspecten bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, tenzij hiervan op grond van de analyse gemotiveerd wordt afgeweken. 4) Een eventueel zwaarder wegend belang van bepaalde beoogde resultaten wordt omschreven. | Heeft de instelling om te bepalen of de beoogde resultaten voor de bpv zijn bereikt, passende indicatoren dan wel andere instrumenten gekozen, waarmee op betrouwbare wijze en eenduidig kan worden vastgesteld of het beoogde resultaat is bereikt. De beoogde resultaten voor 2017 en 2018 vloeien voort uit de analyse van de uitgangssituatie. Van de beoogde resultaten zijn de grootte en het bereik beschreven. Uit de analyse vloeit een gemotiveerde weging van het belang van de beoogde resultaten voort. |
| **Waardering beoogde resultaten** | Toets van het ambitieniveau: De beoogde resultaten zijn ambitieus en haalbaar geformuleerd. | 1. a. Grootte: Het beoogde resultaat is ambitieuzer naarmate de beoogde verbeteringen groter zijn. b. Bereik: Het beoogde resultaat is ambitieuzer naarmate het aandeel van de deelnemers dat baat heeft bij de beoogde verbeteringen groter is. 2. De beoogde resultaten zijn realistisch, in die zin dat ze niet te ambitieus zijn geformuleerd en haalbaar zijn (in de tijd) met de voorgenomen maatregelen. |
| **Maatregelen** | De instelling geeft een overzicht van de maatregelen waarmee de beoogde resultaten kunnen worden gerealiseerd en de wijze waarop de implementatie van de maatregelen wordt georganiseerd. | De maatregelen zijn voldoende concreet uitgewerkt in termen van betrokkenen en verantwoordelijkheden, monitoring, borging en communicatie met in- en externe betrokkenen. De maatregelen kunnen worden uitgevoerd, gelet op de structuren en processen van de instelling. |
| **Draagvlak** | De beoogde resultaten en de te treffen maatregelen zijn gedragen door de interne en externe betrokkenen. | De beoogde resultaten en maatregelen zijn afgestemd met vertegenwoordigers van de leerbedrijven, deelnemers en bpv-begeleiders. |
| **Collegiale consultatie** | De instelling committeert zich te participeren aan de collegiale consultatie voor de bpv. De instelling geeft zelf vorm aan deze consultatie. | In het verbeterplan bpv is de deelname aan de collegiale consultatie van het verbeterplan bpv opgenomen. |
1 Indien de instelling informatie gebruikt uit onderzoek dat in opdracht van de instelling is uitgevoerd, wordt de onderbouwende informatie (bijv. het onderzoeksrapport) bij het verbeterplan verstrekt.
2 Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch, Tijdgebonden of anderszins meetbaar, aantoonbaar en verifieerbaar.
## Bijlage 7. bij [artikel 4.13, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=4&artikel=4.13&z=2016-07-20&g=2016-07-20)
Voor de resultatenrapportage worden de behaalde resultaten afgezet tegen de beoogde resultaten en vergeleken met de uitgangssituatie zoals vastgelegd in het verbeterplan bpv.
De instelling kan een toelichting geven over de behaalde resultaten.
| | Programma | Matching | Begeleiding | Eventueel ander aspect |
| --- | --- | --- | --- | --- |
| **Uitgangssituatie van de bpv in 2016** | 1. Resultaat A 2. Resultaat B 3. …. | 1. 2. 3. | 1. 2. 3. | 1. 2. 3. |
| **Beoogde resultaten voor 2017** | 1. 2. 3. | 1. 2. 3. | 1. 2. 3. | 1. 2. 3. |
| **Behaalde resultaten in 2017** | 1. 2. 3. | 1. 2. 3. | 1. 2. 3. | 1. 2. 3. |
De instantie vormt een integraal oordeel over de verbetering van de bpv bij de instelling. Dit oordeel is opgebouwd uit de oordelen per aspect. Voor deze oordelen per aspect zet de instantie de behaalde resultaten af tegen de beoogde resultaten en de uitgangssituatie zoals die in het verbeterplan bpv zijn opgenomen. De instantie betrekt de door de instelling gegeven toelichting bij de beoordeling. Bij dit integraal oordeel worden de drie variabelen grootte, bereik en belang van de gerealiseerde verbetering voor de resultaten per aspect gewogen. Het is niet mogelijk voor deze kwalitatieve beoordeling een kwantitatieve beslisregel te formuleren. Daarom vormt de instantie een integraal oordeel over de verbetering van de bpv zoals die blijkt uit de bereikte resultaten, voor de instelling als geheel en voor de diverse aspecten. Dit oordeel wordt onderbouwd en gemotiveerd.
De resultaten worden beoordeeld als behaald als ze ten minste op het niveau van de beoogde resultaten liggen.
In [Artikel 4.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=4&artikel=4.14&z=2016-07-20&g=2016-07-20) staat in het tweede lid, dat indien het geheel van de beoogde resultaten van een aspect is bereikt, de instantie de behaalde resultaten voor het betreffende aspect classificeert als ‘goed’.
In [Artikel 4.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=4&artikel=4.14&z=2016-07-20&g=2016-07-20) staat in het derde lid, dat indien het geheel van de beoogde resultaten grotendeels is gerealiseerd, de instantie de behaalde resultaten voor het betreffende aspect classificeert als ‘voldoende’.
De instantie beoordeelt het geheel van de gerealiseerde resultaten voor een aspect als ‘voldoende’ als alle beoogde resultaten grotendeels zijn bereikt of als een groot deel van de resultaten geheel is bereikt.
In [Artikel 4.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=4&artikel=4.14&z=2016-07-20&g=2016-07-20) staat in het vierde lid, dat indien voor de beoogde resultaten niet de classificatie ‘goed’ of ‘voldoende’ kan worden gegeven, de instantie de behaalde resultaten voor dit aspect classificeert als ‘onvoldoende’.
In [Artikel 4.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=4&artikel=4.14&z=2016-07-20&g=2016-07-20) staat in het vijfde lid, dat bij de beoordeling van de gerealiseerde resultaten voor de instelling als geheel het eerste tot en met het derde lid van overeenkomstige toepassing zijn.
Dit geldt ook voor de hierboven vermelde normen voor de beoordeling ‘goed’ en ‘voldoende’.
Voor 2018 wordt eenzelfde tabel gebruikt als voor 2017. Er is geen verband tussen het oordeel in 2017 en het oordeel in 2018. Het kan voorkomen dat de resultaten van een instelling in 2017 als ‘goed’ worden beoordeeld, terwijl de resultaten in 2018 als ‘onvoldoende’ worden beoordeeld en omgekeerd.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
2016-03-19
Regeling kwaliteitsafspraken mbo
2016-01-01
Regeling kwaliteitsafspraken mbo
2015-03-11
Regeling kwaliteitsafspraken mbo — arts. 1, 1, 1 y 9 más
2015-01-01
Regeling kwaliteitsafspraken mbo — arts. 1, 1, 1 y 28 más
2015-01-01
Regeling kwaliteitsafspraken mbo
original version Tekst op deze datum