Wijzigingsgeschiedenis

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 8 december 2014, nr. MBO/664185, houdende regels voor het verhogen van de kwaliteit van het middelbaar beroepsonderwijs (Regeling kwaliteitsafspraken mbo)

6 versions · 2016-07-20
2016-07-20
Regeling kwaliteitsafspraken mbo
2016-03-19
Regeling kwaliteitsafspraken mbo
2016-01-01
Regeling kwaliteitsafspraken mbo
2015-03-11
Regeling kwaliteitsafspraken mbo — arts. 1, 1, 1 y 9 más

Wijzigingen op 2015-03-11

@@ -12,9 +12,9 @@
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a. **investeringsbudget:** aanvullende bekostiging als bedoeld in [artikel 2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=2&artikel=2.1&z=2015-01-01&g=2015-01-01);
- a. **investeringsbudget:** aanvullende bekostiging als bedoeld in [artikel 2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=2&artikel=2.1&z=2015-03-11&g=2015-03-11);
- b. **kwaliteitsplan:** kwaliteitsplan als bedoeld in [artikel 1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.4&z=2015-01-01&g=2015-01-01);
- b. **kwaliteitsplan:** kwaliteitsplan als bedoeld in [artikel 1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.4&z=2015-03-11&g=2015-03-11);
- c. **minister:** de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor zover het betreft het beroepsonderwijs op het gebied van landbouw, natuurlijke omgeving en voedsel, de Minister van Economische Zaken;
@@ -26,7 +26,7 @@
##### Artikel 1.3. Investeringsbudget
De aanvulling op de bekostiging, bedoeld in [artikel 1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.2&z=2015-01-01&g=2015-01-01), bestaat uit het investeringsbudget.
De aanvulling op de bekostiging, bedoeld in [artikel 1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.2&z=2015-03-11&g=2015-03-11), bestaat uit het investeringsbudget.
##### Artikel 1.4. Kwaliteitsplan
@@ -34,7 +34,7 @@
2. De instellingen leggen in het kwaliteitsplan gemotiveerd vast:
- a. wat hun uitgangssituatie op het moment van opstellen van het kwaliteitsplan is ten aanzien van de kwaliteit van het onderwijs, in het bijzonder ten aanzien van de in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&bijlage=1&z=2015-01-01&g=2015-01-01) genoemde thema’s en, indien van toepassing, ten aanzien van andere, niet in de bijlage genoemde thema’s waaraan zij de aanvulling op de bekostiging willen besteden;
- a. wat hun uitgangssituatie op het moment van opstellen van het kwaliteitsplan is ten aanzien van de kwaliteit van het onderwijs, in het bijzonder ten aanzien van de in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&bijlage=1&z=2015-03-11&g=2015-03-11) genoemde thema’s en, indien van toepassing, ten aanzien van andere, niet in de bijlage genoemde thema’s waaraan zij de aanvulling op de bekostiging willen besteden;
- b. wat de resultaten zijn die zij ten aanzien van het verhogen van de kwaliteit van het onderwijs willen bereiken;
@@ -42,7 +42,7 @@
- d. hoe zij de aanvulling op de bekostiging willen besteden ten aanzien van het bereiken van die resultaten.
3. De instellingen motiveren ten aanzien van de in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&bijlage=1&z=2015-01-01&g=2015-01-01) genoemde thema’s waaraan zij de aanvulling op de bekostiging niet willen besteden om welke reden zij hiertoe geen noodzaak zien.
3. De instellingen motiveren ten aanzien van de in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&bijlage=1&z=2015-03-11&g=2015-03-11) genoemde thema’s waaraan zij de aanvulling op de bekostiging niet willen besteden om welke reden zij hiertoe geen noodzaak zien.
4. De instellingen dienen het kwaliteitsplan uiterlijk op 30 april 2015 in bij de minister.
@@ -98,19 +98,19 @@
##### Artikel 2.3. Verdeling
1. Het in [artikel 2.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=2&artikel=2.2&z=2015-01-01&g=2015-01-01), genoemde bedrag wordt als volgt verdeeld over de instellingen die voldoen aan de subsidievoorwaarden, bedoeld in de [artikelen 1.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.4&z=2015-01-01&g=2015-01-01), en [1.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.5&z=2015-01-01&g=2015-01-01):
1. Het in [artikel 2.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=2&artikel=2.2&z=2015-03-11&g=2015-03-11), genoemde bedrag wordt als volgt verdeeld over de instellingen die voldoen aan de subsidievoorwaarden, bedoeld in de [artikelen 1.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.4&z=2015-03-11&g=2015-03-11), en [1.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.5&z=2015-03-11&g=2015-03-11),:
- a. tweederde deel wordt over deze instellingen verdeeld naar rato van het totaal van de voor dat kalenderjaar op grond van [artikel 2.2.1, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WEB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010646&artikel=2.2.1) berekende rijksbijdragedelen voor die instelling;
- b. eenderde deel wordt over deze instellingen verdeeld naar rato van het aantal deelnemers dat is ingeschreven voor een basisberoepsopleiding, bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, aanhef en onder b, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=7.2.2) en dat voor bekostiging in aanmerking komt.
2. Het in [artikel 2.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=2&artikel=2.2&z=2015-01-01&g=2015-01-01), genoemde bedrag wordt verdeeld over de instellingen die aan de in [artikel 2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=2&artikel=2.4&z=2015-01-01&g=2015-01-01) bedoelde voorwaarde voldoen naar rato van het totaal van de rijksbijdragedelen voor die instelling, zoals die voor dat kalenderjaar op grond van [artikel 2.2.1, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WEB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010646&artikel=2.2.1) zijn berekend.
2. Het in [artikel 2.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=2&artikel=2.2&z=2015-03-11&g=2015-03-11), genoemde bedrag wordt verdeeld over de instellingen die aan de in [artikel 2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=2&artikel=2.4&z=2015-03-11&g=2015-03-11) bedoelde voorwaarde voldoen naar rato van het totaal van de rijksbijdragedelen voor die instelling, zoals die voor dat kalenderjaar op grond van [artikel 2.2.1, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WEB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010646&artikel=2.2.1) zijn berekend.
##### Artikel 2.4. Stimuleren van excellentie
1. Instellingen die in aanmerking willen komen voor het deel van het investeringsbudget dat is bedoeld voor het thema stimuleren van excellentie, dienen dit thema in het kwaliteitsplan op te nemen. [Artikel 1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.4&z=2015-01-01&g=2015-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
1. Instellingen die in aanmerking willen komen voor het deel van het investeringsbudget dat is bedoeld voor het thema stimuleren van excellentie, dienen dit thema in het kwaliteitsplan op te nemen. [Artikel 1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.4&z=2015-03-11&g=2015-03-11) is van overeenkomstige toepassing.
2. De minister beoordeelt uiterlijk op 15 juli 2015 het thema stimuleren van excellentie, zoals dat is opgenomen in het kwaliteitsplan. Voor de beoordeling wordt gebruik gemaakt van het beoordelingskader in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&bijlage=2&z=2015-01-01&g=2015-01-01).
2. De minister beoordeelt uiterlijk op 15 juli 2015 het thema stimuleren van excellentie, zoals dat is opgenomen in het kwaliteitsplan. Voor de beoordeling wordt gebruik gemaakt van het beoordelingskader in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&bijlage=2&z=2015-03-11&g=2015-03-11).
3. Het investeringsbudget dat is bedoeld voor het thema stimuleren van excellentie wordt uitsluitend toegekend aan instellingen waarvan dit onderdeel van het kwaliteitsplan door de minister is goedgekeurd.
@@ -130,7 +130,7 @@
### Artikel IV. Inwerkingtreding
## Bijlage 1. bij [artikel 1.4, tweede lid, aanhef en onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.4&z=2015-01-01&g=2015-01-01), van de Regeling kwaliteitsafspraken mbo
## Bijlage 1. bij [artikel 1.4, tweede lid, aanhef en onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=1&artikel=1.4&z=2015-03-11&g=2015-03-11), van de Regeling kwaliteitsafspraken mbo
De in deze bijlage beschreven doelstellingen en activiteiten dienen per thema, voor zover mogelijk, SMART te worden geformuleerd: Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden.
@@ -149,10 +149,10 @@
| Intensivering van het onderwijs in de Nederlandse taal en in rekenen | Instellingen geven aan hoe en wanneer zij het taal- en rekenonderwijs in hun instelling gaan vormgeven met het oog op het behalen van de benodigde taal- en rekenvaardigheden door de deelnemers. Zij geven aan welke activiteiten zij gaan inzetten op het gebied van: – professionalisering van docenten en overige functionarissen op het gebied van taal- en rekenonderwijs; – extra onderwijstijd; – nieuwe of aangepaste faciliteiten; – andere activiteiten die nodig zijn voor het behalen van de benodigde taal- en rekenvaardigheden. | |
| Terugdringen van voortijdig schoolverlaten (vsv) | Instellingen geven aan welke activiteiten zij wanneer gaan ontplooien om voortijdig schoolverlaten te voorkomen met het oog op het verder terugdringen van het aantal voortijdig schoolverlaters op de instelling. Instellingen geven tevens aan welke activiteiten zij gaan ondernemen om het voorkomen van voortijdig schoolverlaten structureel te borgen in het eigen onderwijsproces en hoe zij structurele borging van de samenwerking met andere onderwijsinstellingen en gemeenten in de RMC-regio gaan vormgeven. De instelling zet de middelen op dit kwaliteitsthema in voor het treffen van maatregelen op instellingsniveau om zodoende de vsv-streefnormen te halen. Deze normen zijn voor de verschillende onderwijsniveau bepaald voor de resterende schooljaren 2014-2015 en 2015-2016 en vastgelegd in het vsv-convenant. Bij het behalen van de normen komt de instelling in aanmerking voor de variabele prestatiebeloning. De streefnormen zijn een vertaling van de landelijke doelstelling van 25.000 nieuwe vsv’ers in 2016 (gemeten over schooljaar 2014/2015). Deze doelstelling wordt bereikt door intensieve samenwerking tussen instellingen uit vo en mbo en andere partijen als gemeenten, zorg en hulpverlening en werkgevers. Voor de groep kwetsbare jongeren nemen de instellingen in het kwaliteitsplan op welke ambitieuze en haalbare afspraken zij willen maken in de regionale samenwerking met jeugdzorg, gemeenten en OCW. | |
| Het bevorderen van de beschikbaarheid en de kwaliteit van de beroepspraktijkvormingsplaatsen (bpv) | Instellingen geven aan hoe, met welk resultaat en wanneer zij zich inzetten om de beschikbaarheid en de kwaliteit van de bpv-plaatsen te verhogen. In het kwaliteitsplan is aandacht voor de verantwoordelijkheden van de instelling t.a.v. de bpv zoals voorbereiding en matching, (de begeleiding tijdens) de bpv-periode, beoordeling en evaluatie. Bij deze beschrijving kunnen instellingen gebruik maken van het Bpv-protocol. | |
| Het stimuleren van excellentie | Instellingen geven aan op welke wijze zij excellentie en de ontwikkeling van een duurzame excellentiecultuur binnen de instelling stimuleren. Zie verder [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&bijlage=2&z=2015-01-01&g=2015-01-01). | |
| Het stimuleren van excellentie | Instellingen geven aan op welke wijze zij excellentie en de ontwikkeling van een duurzame excellentiecultuur binnen de instelling stimuleren. Zie verder [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&bijlage=2&z=2015-03-11&g=2015-03-11). | |
| Het verbeteren van studiesucces | Instellingen kunnen aparte, resultaatgerichte activiteiten ontplooien om studiesucces te bevorderen. Instellingen geven aan hoe de activiteiten op de verschillende thema’s doorwerken op het verbeteren van studiesucces en met welk beoogd resultaat. Met studiesucces wordt de verhoging van het onderwijsniveau gemeten, waarbij als uitgangspunt de vooropleiding van de student geldt. | |
## Bijlage 2. bij [artikel 2.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=2&artikel=2.4&z=2015-01-01&g=2015-01-01), van de Regeling kwaliteitsafspraken mbo
## Bijlage 2. bij [artikel 2.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035923&artikel=I&hoofdstuk=2&artikel=2.4&z=2015-03-11&g=2015-03-11), van de Regeling kwaliteitsafspraken mbo
### Beoordelingskader bij het thema stimuleren van excellentie
2015-01-01
Regeling kwaliteitsafspraken mbo — arts. 1, 1, 1 y 28 más
2015-01-01
Regeling kwaliteitsafspraken mbo
original version Tekst op deze datum