Wijzigingsgeschiedenis

Besluit van 9 december 2014, houdende regels inzake de langdurige zorg (Besluit langdurige zorg)

32 versions · 2015-01-01 — 2026-04-01
2026-04-01
Besluit langdurige zorg
2026-01-01
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 4 más
2025-07-01
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 6 más
2025-01-01
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 6 más
2024-01-01
Besluit langdurige zorg
2023-01-01
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 6 más
2022-01-01
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 7 más
2021-09-01
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 7 más
2021-07-15
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 7 más
2021-01-01
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 17 más
2020-10-01
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 17 más
2020-01-01
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 27 más
2019-11-27
Besluit langdurige zorg
2019-10-01
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 37 más
2019-03-30
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 37 más
2019-01-01
Besluit langdurige zorg
2018-07-28
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 7 más
2018-06-18
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 17 más
2018-05-25
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 17 más
2018-01-01
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 7 más
2017-12-16
Besluit langdurige zorg
2017-01-01
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 22 más
2016-12-01
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 36 más
2016-11-09
Besluit langdurige zorg
2016-08-01
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 49 más
2016-02-01
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 62 más
2016-01-26
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 49 más
2016-01-04
Besluit langdurige zorg — arts. 3, 3, 3 y 62 más
2016-01-01
Besluit langdurige zorg
2015-05-30
Besluit langdurige zorg — arts. 1, 1, 1 y 89 más
2015-01-01
Besluit langdurige zorg — arts. 1, 1, 1 y 222 más
2015-01-01
Besluit langdurige zorg
original version Tekst op deze datum

Wijzigingen op 2026-04-01

@@ -52,13 +52,15 @@
- **pensioengerechtigde leeftijd:** pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in [artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=7a);
- **preventieve maatregel:** maatregel als bedoeld in [artikel 4.2.4, zesde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=4.2.4);
- **rendementsgrondslag:** rendementsgrondslag, bedoeld in [artikel 5.3, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=5.3);
- **standaardpremie:** bedrag, bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de Wet op de zorgtoeslag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018451&artikel=1);
- **vermogen:** vermogen, bedoeld in [artikel 3.3.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=3.3.1.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
- **vermogensinkomensbijtelling:** bijtelling van het vermogen als bedoeld in [artikel 3.3.1.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=3.3.1.2a&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
- **vermogen:** vermogen, bedoeld in [artikel 3.3.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=3.3.1.2&z=2026-04-01&g=2026-04-01);
- **vermogensinkomensbijtelling:** bijtelling van het vermogen als bedoeld in [artikel 3.3.1.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=3.3.1.2a&z=2026-04-01&g=2026-04-01);
- **volledig pakket thuis:** integraal en volledig pakket thuis als bedoeld in [artikel 3.3.2, eerste lid, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=3.3.2);
@@ -180,13 +182,13 @@
Indien de verzekerde is aangewezen op zorg, vermeldt het indicatiebesluit:
- a. de resultaten van het voorbereidend onderzoek, bedoeld in [artikel 3.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=2&artikel=3.2.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
- a. de resultaten van het voorbereidend onderzoek, bedoeld in [artikel 3.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=2&artikel=3.2.2&z=2026-04-01&g=2026-04-01);
- b. aandoeningen, beperkingen, stoornissen of handicaps als gevolg waarvan hij op de zorg is aangewezen;
- c. het zorgprofiel waarop hij is aangewezen;
- d. bij ministeriële regeling te bepalen kenmerken van de verzekerde of van zijn zorgbehoefte die aanleiding kunnen geven tot de toekenning van meer zorg als bedoeld in [artikel 3.1.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=1&artikel=3.1.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
- d. bij ministeriële regeling te bepalen kenmerken van de verzekerde of van zijn zorgbehoefte die aanleiding kunnen geven tot de toekenning van meer zorg als bedoeld in [artikel 3.1.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=1&artikel=3.1.1&z=2026-04-01&g=2026-04-01);
- e. voorwaarden en beperkingen die aan het geïndiceerde recht op zorg verbonden zijn;
@@ -218,7 +220,7 @@
2. De vermogensgrondslag van een persoon is zijn rendementsgrondslag aan het begin van het peiljaar voor zover die rendementsgrondslag meer bedraagt dan het voor dat jaar van toepassing zijnde bedrag in [artikel 9.4, eerste lid, onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=9.4).
3. In afwijking van het tweede lid is de vermogensgrondslag van een persoon in geval [artikel 3.3.2.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=3.3.2.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01), of [artikel 3.3.2.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=3.3.2.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01), van toepassing is, de te verwachten rendementsgrondslag over het lopende jaar voor zover die rendementsgrondslag meer bedraagt dan het van toepassing zijnde bedrag in [artikel 9.4, eerste lid, onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=9.4).
3. In afwijking van het tweede lid is de vermogensgrondslag van een persoon in geval [artikel 3.3.2.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=3.3.2.3&z=2026-04-01&g=2026-04-01), of [artikel 3.3.2.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=3.3.2.4&z=2026-04-01&g=2026-04-01), van toepassing is, de te verwachten rendementsgrondslag over het lopende jaar voor zover die rendementsgrondslag meer bedraagt dan het van toepassing zijnde bedrag in [artikel 9.4, eerste lid, onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=9.4).
4. Het deel van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, dat de vermogensgrondslag van de persoon overtreft, wordt voor zijn echtgenoot als vermindering toegepast.
@@ -240,13 +242,13 @@
##### Artikel 3.3.1.4
1. Een wijziging in de burgerlijke staat van de verzekerde en het bereiken van een voor de toepassing van dit besluit van belang zijnde leeftijd door de verzekerde of zijn echtgenoot wordt in aanmerking genomen met ingang van de datum waarop de bijdrage wordt vastgesteld, met dien verstande dat bij de jaarlijkse herberekening, bedoeld in [artikel 3.3.2.8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=3.3.2.8&z=2026-01-01&g=2026-01-01), een verzekerde als pensioengerechtigde wordt beschouwd indien hij uiterlijk op 31 januari van het kalenderjaar waarop de herberekening betrekking heeft, de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt.
1. Een wijziging in de burgerlijke staat van de verzekerde en het bereiken van een voor de toepassing van dit besluit van belang zijnde leeftijd door de verzekerde of zijn echtgenoot wordt in aanmerking genomen met ingang van de datum waarop de bijdrage wordt vastgesteld, met dien verstande dat bij de jaarlijkse herberekening, bedoeld in [artikel 3.3.2.8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=3.3.2.8&z=2026-04-01&g=2026-04-01), een verzekerde als pensioengerechtigde wordt beschouwd indien hij uiterlijk op 31 januari van het kalenderjaar waarop de herberekening betrekking heeft, de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt.
2. De verzekerde meldt aan het CAK wijzigingen als bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 3.3.1.5
1. De eigen bijdrage wordt zo spoedig mogelijk vastgesteld nadat de gegevens, bedoeld in [artikel 3.3.1.3, vierde lid, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=3.3.1.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01), door het CAK zijn ontvangen.
1. De eigen bijdrage wordt zo spoedig mogelijk vastgesteld nadat de gegevens, bedoeld in [artikel 3.3.1.3, vierde lid, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.1&artikel=3.3.1.3&z=2026-04-01&g=2026-04-01), door het CAK zijn ontvangen.
2. De eigen bijdrage is verschuldigd met ingang van de maand waarin de verzekerde zorg is verleend of, indien het een persoonsgebonden budget betreft, met ingang van de eerste maand waarover dat is verleend, doch ten hoogste over de 12 maanden die voorafgaan aan de maand waarin het besluit, waarmee de eigen bijdrage is vastgesteld, aan de verzekerde is verzonden.
@@ -286,15 +288,15 @@
##### Artikel 3.3.1.7
1. Bij ministeriële regeling worden de bedragen, genoemd in de [artikelen 3.3.2.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=3.3.2.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [3.3.2.2, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=3.3.2.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [3.3.2.4, eerste, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=3.3.2.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01), jaarlijks gewijzigd aan de hand van de prijsindex voor de gezinsconsumptie. De berekende bedragen worden naar beneden afgerond op een veelvoud van € 0,2. Bij de jaarlijkse toepassing van de eerste zin wordt de afronding buiten beschouwing gelaten.
2. Bij ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, worden de bedragen voor de toepassing van de [artikelen 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel b, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=3.3.2.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [3.3.2.4, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=3.3.2.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01), en [3.3.2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=3.3.2.6&z=2026-01-01&g=2026-01-01) afzonderlijk vastgesteld voor zowel het peiljaar als het lopende kalenderjaar.
1. Bij ministeriële regeling worden de bedragen, genoemd in de [artikelen 3.3.2.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=3.3.2.1&z=2026-04-01&g=2026-04-01), [3.3.2.2, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=3.3.2.2&z=2026-04-01&g=2026-04-01) en [3.3.2.4, eerste, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=3.3.2.4&z=2026-04-01&g=2026-04-01), jaarlijks gewijzigd aan de hand van de prijsindex voor de gezinsconsumptie. De berekende bedragen worden naar beneden afgerond op een veelvoud van € 0,2. Bij de jaarlijkse toepassing van de eerste zin wordt de afronding buiten beschouwing gelaten.
2. Bij ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, worden de bedragen voor de toepassing van de [artikelen 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel b, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=3.3.2.3&z=2026-04-01&g=2026-04-01), [3.3.2.4, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=3.3.2.4&z=2026-04-01&g=2026-04-01), en [3.3.2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=3.3.2.6&z=2026-04-01&g=2026-04-01) afzonderlijk vastgesteld voor zowel het peiljaar als het lopende kalenderjaar.
#### § 3.2. De berekening van de eigen bijdragen
##### Artikel 3.3.2.1
1. De eigen bijdrage bedraagt per maand een twaalfde gedeelte van het bijdrageplichtig inkomen, berekend volgens [artikel 3.3.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=3.3.2.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01), voor:
1. De eigen bijdrage bedraagt per maand een twaalfde gedeelte van het bijdrageplichtig inkomen, berekend volgens [artikel 3.3.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=3.3.2.3&z=2026-04-01&g=2026-04-01), voor:
- a. de ongehuwde verzekerde die in een instelling verblijft,
@@ -308,7 +310,7 @@
##### Artikel 3.3.2.2
1. In afwijking van [artikel 3.3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=3.3.2.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01) bedraagt een eigen bijdrage per maand een twaalfde gedeelte van 10% van het bijdrageplichtig inkomen, berekend volgens [artikel 3.3.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=3.3.2.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01) voor:
1. In afwijking van [artikel 3.3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=3.3.2.1&z=2026-04-01&g=2026-04-01) bedraagt een eigen bijdrage per maand een twaalfde gedeelte van 10% van het bijdrageplichtig inkomen, berekend volgens [artikel 3.3.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=3.3.2.4&z=2026-04-01&g=2026-04-01) voor:
- a. de ongehuwde verzekerde gedurende de eerste vier maanden van verblijf in een instelling;
@@ -320,7 +322,7 @@
- e. de ongehuwde verzekerde of de gehuwde verzekerden tezamen indien de Wlz-uitvoerder aan elk van hen deeltijdverblijf in een instelling heeft toegekend.
2. De eigen bijdrage bedraagt voorts per maand een twaalfde deel van 10% van het bijdrageplichtig inkomen, berekend volgens [artikel 3.3.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=3.3.2.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01) voor:
2. De eigen bijdrage bedraagt voorts per maand een twaalfde deel van 10% van het bijdrageplichtig inkomen, berekend volgens [artikel 3.3.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=3.3.2.4&z=2026-04-01&g=2026-04-01) voor:
- a. de gehuwde verzekerde die in een instelling verblijft, een volledig pakket thuis, een modulair pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt, en wiens echtgenoot geen zorg in natura of persoonsgebonden budget ontvangt;
@@ -356,7 +358,7 @@
- a. het een verzekerde betreft van wie het recht op verblijf en de daarbij behorende medisch noodzakelijke geneeskundige zorg in verband met een psychische stoornis krachtens zijn zorgverzekering is geëindigd omdat de krachtens de [Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450) geldende maximumduur voor die zorg is bereikt, of
- b. het verblijf aanvangt binnen vier maanden na beëindiging van een verblijf in een instelling waarvoor de ongehuwde verzekerde of de gehuwde verzekerden tezamen een eigen bijdrage als bedoeld in [artikel 3.3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=3.3.2.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01) verschuldigd was of waren, of
- b. het verblijf aanvangt binnen vier maanden na beëindiging van een verblijf in een instelling waarvoor de ongehuwde verzekerde of de gehuwde verzekerden tezamen een eigen bijdrage als bedoeld in [artikel 3.3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=3.3.2.1&z=2026-04-01&g=2026-04-01) verschuldigd was of waren, of
- c. het verblijf aanvangt binnen vier maanden na beëindiging van een verblijf in een instelling voor beschermd wonen waarvoor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen een bijdrage als bedoeld in [artikel 3.11 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035733&artikel=3.11) verschuldigd was of waren.
@@ -374,7 +376,7 @@
##### Artikel 3.3.2.3
1. Het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in [artikel 3.3.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=3.3.2.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), wordt als volgt berekend:
1. Het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in [artikel 3.3.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=3.3.2.1&z=2026-04-01&g=2026-04-01), wordt als volgt berekend:
- a. het inkomen over het peiljaar van de ongehuwde verzekerde onderscheidenlijk de gehuwde verzekerden tezamen wordt verminderd met de door die verzekerde onderscheidenlijk die verzekerden verschuldigde of ingehouden belasting;
@@ -398,7 +400,7 @@
##### Artikel 3.3.2.4
1. Voor de berekening van de eigen bijdrage, bedoeld in [artikel 3.3.2.2, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=3.3.2.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01), bestaat het bijdrageplichtig inkomen uit het inkomen over het peiljaar van de ongehuwde verzekerde, onderscheidenlijk van de gehuwde verzekerden tezamen, vermeerderd met de vermogensinkomensbijtelling. Dit bijdrageplichtig inkomen wordt verminderd met € 7.727,60, indien een verzekerde een modulair pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt.
1. Voor de berekening van de eigen bijdrage, bedoeld in [artikel 3.3.2.2, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=3.3.2.2&z=2026-04-01&g=2026-04-01), bestaat het bijdrageplichtig inkomen uit het inkomen over het peiljaar van de ongehuwde verzekerde, onderscheidenlijk van de gehuwde verzekerden tezamen, vermeerderd met de vermogensinkomensbijtelling. Dit bijdrageplichtig inkomen wordt verminderd met € 7.727,60, indien een verzekerde een modulair pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt.
2. Op aanvraag van de verzekerde stelt het CAK, in afwijking van het eerste lid, het bijdrageplichtig inkomen voorlopig vast op grond van het inkomen en het vermogen van het lopende jaar, indien redelijkerwijs te verwachten is dat het bijdrageplichtig inkomen in het lopende jaar ten minste € 3.293,60 lager zal zijn dan het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in het eerste lid, dan wel indien de verzekerde algemene bijstand op grond van de [Participatiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703) ontvangt.
@@ -414,15 +416,15 @@
##### Artikel 3.3.2.6
Indien [artikel 3.3.2.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=3.3.2.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01), van toepassing is, worden, in afwijking van artikel 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2, twaalf maal het in het lopende kalenderjaar geldende bedrag voor zak- en kleedgeld, de in het lopende kalenderjaar te betalen premies voor een zorgverzekering gecorrigeerd voor de zorgtoeslag en, indien van toepassing, de algemene korting voor wie de pensioensgerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt onderscheidenlijk de algemene korting voor wie de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, alsmede extra vrijlatingen als bedoeld in artikel 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2, in mindering gebracht.
Indien [artikel 3.3.2.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=3.3.2.3&z=2026-04-01&g=2026-04-01), van toepassing is, worden, in afwijking van artikel 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2, twaalf maal het in het lopende kalenderjaar geldende bedrag voor zak- en kleedgeld, de in het lopende kalenderjaar te betalen premies voor een zorgverzekering gecorrigeerd voor de zorgtoeslag en, indien van toepassing, de algemene korting voor wie de pensioensgerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt onderscheidenlijk de algemene korting voor wie de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, alsmede extra vrijlatingen als bedoeld in artikel 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2, in mindering gebracht.
##### Artikel 3.3.2.7
1. Indien ten aanzien van de ongehuwde verzekerde of de gehuwde verzekerde en diens echtgenoot geen voor de vaststelling van de eigen bijdrage benodigde gegevens inzake het inkomen en de rendementsgrondslag beschikbaar zijn:
- a. wordt de eigen bijdrage, bedoeld in [artikel 3.3.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=3.3.2.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), vastgesteld op € 0 per maand;
- b. wordt de eigen bijdrage, bedoeld in [artikel 3.3.2.2, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=3.3.2.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01), vastgesteld op het minimumbedrag, genoemd in het derde lid van dat artikel, en is het vierde lid van dat artikel van overeenkomstige toepassing.
- a. wordt de eigen bijdrage, bedoeld in [artikel 3.3.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=3.3.2.1&z=2026-04-01&g=2026-04-01), vastgesteld op € 0 per maand;
- b. wordt de eigen bijdrage, bedoeld in [artikel 3.3.2.2, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=3.3.2.2&z=2026-04-01&g=2026-04-01), vastgesteld op het minimumbedrag, genoemd in het derde lid van dat artikel, en is het vierde lid van dat artikel van overeenkomstige toepassing.
2. Indien na de vaststelling van de eigen bijdrage uit alsnog beschikbaar gekomen gegevens inzake het inkomen of de rendementsgrondslag of uit een wijziging van deze gegevens, blijkt dat de eigen bijdrage op een te hoog of te laag bedrag is vastgesteld, herziet het CAK de eigen bijdrage met inachtneming van de beschikbaar gekomen gegevens dan wel van die wijziging.
@@ -430,7 +432,7 @@
1. De hoogte van de eigen bijdrage wordt jaarlijks opnieuw berekend voor de periode van de eerste dag van januari tot en met de eenendertigste dag van de daaropvolgende maand december.
2. In afwijking van [artikel 3.3.2.7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=3.3.2.7&z=2026-01-01&g=2026-01-01), geldt, indien het inkomen bij de jaarlijkse herberekening nog moet worden vastgesteld, als eigen bijdrage, de eigen bijdrage die over de laatste maand in het vorige kalenderjaar verschuldigd was.
2. In afwijking van [artikel 3.3.2.7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=3.3.2.7&z=2026-04-01&g=2026-04-01), geldt, indien het inkomen bij de jaarlijkse herberekening nog moet worden vastgesteld, als eigen bijdrage, de eigen bijdrage die over de laatste maand in het vorige kalenderjaar verschuldigd was.
##### Artikel 3.3.2.9
@@ -466,13 +468,13 @@
##### Artikel 3.4.2
1. In afwijking van [artikel 3.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=4&artikel=3.4.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01) bedraagt voor de daar bedoelde verzekerde die in Nederland is gaan wonen binnen twaalf jaar nadat zijn verzekering ingevolge de wet of de [Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002614) laatstelijk is geëindigd of, indien het een minderjarige betreft, de verzekering ingevolge de wet dan wel de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten van zijn wettelijk vertegenwoordiger laatstelijk is geëindigd, de periode gedurende welke hij geen recht op de in artikel 3.4.1 bedoelde zorg heeft, een aantal maanden overeenkomend met het aantal volle jaren liggende tussen het tijdstip van vestiging in Nederland en het einde van het laatste tijdvak van verzekering ingevolge de wet dan wel de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.
1. In afwijking van [artikel 3.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=4&artikel=3.4.1&z=2026-04-01&g=2026-04-01) bedraagt voor de daar bedoelde verzekerde die in Nederland is gaan wonen binnen twaalf jaar nadat zijn verzekering ingevolge de wet of de [Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002614) laatstelijk is geëindigd of, indien het een minderjarige betreft, de verzekering ingevolge de wet dan wel de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten van zijn wettelijk vertegenwoordiger laatstelijk is geëindigd, de periode gedurende welke hij geen recht op de in artikel 3.4.1 bedoelde zorg heeft, een aantal maanden overeenkomend met het aantal volle jaren liggende tussen het tijdstip van vestiging in Nederland en het einde van het laatste tijdvak van verzekering ingevolge de wet dan wel de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.
2. Indien de verzekerde, bedoeld in het eerste lid, in die periode van twaalf jaar ten laste van Nederland recht heeft gehad op verstrekkingen met toepassing van een Verordening van de Raad van de Europese gemeenschappen of van een verdrag inzake sociale zekerheid waarbij Nederland partij is, wordt het aantal volle jaren gedurende welke hij dat recht ten laste van Nederland had, in mindering gebracht op de periode, bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 3.4.3
De [artikelen 3.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=4&artikel=3.4.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [3.4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=4&artikel=3.4.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01) zijn niet van toepassing op:
De [artikelen 3.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=4&artikel=3.4.1&z=2026-04-01&g=2026-04-01) en [3.4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=4&artikel=3.4.2&z=2026-04-01&g=2026-04-01) zijn niet van toepassing op:
- a. vreemdelingen die rechtmatig in Nederland verblijf hebben als bedoeld in [artikel 8, onder c en d, van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8);
@@ -512,7 +514,7 @@
- d. de verzekerde, gelet op de door hem verstrekte gegevens of bescheiden, voornemens is om het persoonsgebonden budget uitsluitend te besteden aan de inkoop van zorg bij zorgaanbieders die gecontracteerd zijn door de Wlz-uitvoerder.
2. Het zorgkantoor kan besluiten de verleningsbeschikking niet in te trekken indien de verzekerde het persoonsgebonden budget geheel besteedt aan de inkoop van zorg bij een kleinschalig wooninitiatief als bedoeld in [artikel 3.1.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=1&artikel=3.1.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01), dat nadat het kleinschalig wooninitiatief aan betreffende verzekerde zorg heeft verleend ten laste van een persoonsgebonden budget op grond van deze wet, inmiddels gecontracteerd is door de Wlz-uitvoerder.
2. Het zorgkantoor kan besluiten de verleningsbeschikking niet in te trekken indien de verzekerde het persoonsgebonden budget geheel besteedt aan de inkoop van zorg bij een kleinschalig wooninitiatief als bedoeld in [artikel 3.1.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=1&artikel=3.1.4&z=2026-04-01&g=2026-04-01), dat nadat het kleinschalig wooninitiatief aan betreffende verzekerde zorg heeft verleend ten laste van een persoonsgebonden budget op grond van deze wet, inmiddels gecontracteerd is door de Wlz-uitvoerder.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de verlening of weigering van een persoonsgebonden budget.
@@ -522,7 +524,7 @@
- a. vermindering van het bedrag voor de bestanddelen behandeling, kapitaallasten, kosten voor verblijf of andere bestanddelen,
- b. vermeerdering van het bedrag voor verzekerden die wonen in een kleinschalig wooninitiatief als bedoeld in [artikel 3.1.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=1&artikel=3.1.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01),
- b. vermeerdering van het bedrag voor verzekerden die wonen in een kleinschalig wooninitiatief als bedoeld in [artikel 3.1.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=1&artikel=3.1.3&z=2026-04-01&g=2026-04-01),
- c. de hoogte van het bedrag indien de verzekerde naast het persoonsgebonden budget ook een modulair pakket thuis ontvangt of wenst te ontvangen.
@@ -562,7 +564,7 @@
- a. overeenkomstig de beschikking tot verlening van het persoonsgebonden budget, bedoeld in [artikel 3.3.3, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=3.3.3);
- b. overeenkomstig de door de verzekerde met de zorgaanbieder of mantelzorger gesloten, geldige overeenkomst die voldoet aan de bij ministeriële regeling gestelde regels en voorwaarden als bedoeld in [artikel 3.6.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=6&artikel=3.6.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
- b. overeenkomstig de door de verzekerde met de zorgaanbieder of mantelzorger gesloten, geldige overeenkomst die voldoet aan de bij ministeriële regeling gestelde regels en voorwaarden als bedoeld in [artikel 3.6.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=6&artikel=3.6.4&z=2026-04-01&g=2026-04-01);
- c. tot afdracht van eventuele loonheffing, premies voor de sociale verzekeringen en inkomensafhankelijke bijdragen op grond van de [Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450);
@@ -872,7 +874,7 @@
1. Het Zorginstituut verstrekt aan organisaties subsidies voor het verlenen van ADL-assistentie voor zover die organisaties de ADL-assistentie verlenen aan verzekerden die woonachtig zijn in ADL-woningen.
2. De organisaties, bedoeld in het eerste lid, verlenen ADL-assistentie aan verzekerden volgens een door het CIZ genomen besluit als bedoeld in [artikel 5.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=5&paragraaf=2&artikel=5.2.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
2. De organisaties, bedoeld in het eerste lid, verlenen ADL-assistentie aan verzekerden volgens een door het CIZ genomen besluit als bedoeld in [artikel 5.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=5&paragraaf=2&artikel=5.2.1&z=2026-04-01&g=2026-04-01).
3. In de ADL-woningen wordt zorg geleverd aan verzekerden:
@@ -960,350 +962,406 @@
Wijzigt het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten.
#### § 3. Sociale Zaken en Werkgelegenheid
##### Artikel 8.4.1
Wijzigt het Interimbesluit forensische zorg.
##### Artikel 8.4.2
Wijzigt het Reglement verpleging ter beschikking gestelden.
##### Artikel 8.4.3
Wijzigt de Penitentiaire maatregel.
##### Artikel 8.4.4
Wijzigt het Vrijstellingsbesluit Wbp.
#### § 5. Wonen en Rijksdienst
##### Artikel 8.5.1
Wijzigt het Besluit op de huurtoeslag.
#### § 4. Veiligheid en Justitie
##### Artikel 8.4.1
Wijzigt het Interimbesluit forensische zorg.
##### Artikel 8.4.2
Wijzigt het Reglement verpleging ter beschikking gestelden.
##### Artikel 8.4.3
Wijzigt de Penitentiaire maatregel.
##### Artikel 8.4.4
Wijzigt het Vrijstellingsbesluit Wbp.
##### Artikel 8.6.1
Wijzigt het Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen.
##### Artikel 8.6.2
Wijzigt het Besluit bijzondere militaire pensioenen.
#### § 6. Defensie
##### Artikel 8.7.1
Wijzigt het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW).
#### § 5. Wonen en Rijksdienst
##### Artikel 8.5.1
Wijzigt het Besluit op de huurtoeslag.
##### Artikel 8.8.1
Wijzigt het Besluit Bibob.
#### § 6. Defensie
##### Artikel 8.9.1
Wijzigt het Besluit tijdelijke verruiming toepassingsbereik concentratietoezicht op ondernemingen die zorg verlenen.
### Hoofdstuk 9. Innovatie
### Hoofdstuk 9. Innovatie
##### Artikel 10.1
Het [Administratiebesluit Bijzondere Ziektekostenverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003585) wordt ingetrokken.
##### Artikel 10.2
Het [Besluit wachttijd bijzondere ziektekostenverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005337) wordt ingetrokken.
##### Artikel 10.3
Het [Besluit zorgaanspraken AWBZ](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014149) wordt ingetrokken.
##### Artikel 10.4
Het [Besluit zorgplanbespreking AWBZ-zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025521) wordt ingetrokken.
##### Artikel 10.5
Het [Bijdragebesluit zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008253) wordt ingetrokken.
##### Artikel 10.6
Het [Inschrijvingsbesluit bijzondere ziektekostenverzekering 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005335) wordt ingetrokken.
##### Artikel 10.7
Het [Zorgindicatiebesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008946) wordt ingetrokken.
##### Artikel 10.8
Na de inwerkingtreding van de wet berust het [Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010182) mede op [artikel 2.1.1, vierde en vijfde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=2.1.1).
##### Artikel 10.9
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2016/484.
Tot uiterlijk 1 mei 2015 is het [derde lid van artikel 2.10 van het Besluit zorgverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&artikel=2.10) niet van toepassing op de verzekerde aan wie onmiddellijk voorafgaand aan de intrekking van de [Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002614) een persoonsgebonden budget op grond van die wet was verleend voor persoonlijke verzorging als bedoeld in [artikel 4 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014149&artikel=4) of voor verpleging als bedoeld in [artikel 5 van dat besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014149&artikel=5).
##### Artikel 10.10
Een zorgkantoor zorgt in afwijking van [artikel 7.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=7&artikel=7.1.2&z=2026-04-01&g=2026-04-01) voor een project voor preventieve maatregelen waaraan het deelneemt op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, van het Besluit van 4 februari 2026 tot wijziging van het Besluit langdurige zorg in verband met regels inzake maatregelen van zorgkantoren gericht op voorkoming, vermindering of uitstel van de behoefte aan zorg op grond van de Wet langdurige zorg en tot wijziging van het Besluit Wfsv (Stb. 2026, 24), binnen drie maanden na dat tijdstip, voor een projectplan dat voldoet aan artikel 7.1.2.
##### Artikel 10.11
Bij ministeriële regeling kunnen ten behoeve van een goede uitvoering van dit besluit nadere regels worden gesteld met betrekking tot de in dit besluit geregelde onderwerpen.
##### Artikel 10.12
1. Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
2. [Artikel 8.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=8&paragraaf=1&artikel=8.1.3&z=2026-04-01&g=2026-04-01) werkt terug tot en met de datum waarop [de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917) in werking treedt.
##### Artikel 10.13
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit langdurige zorg.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 10.10a
Vervallen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
#### § 7. Infrastructuur en Milieu
##### Artikel 9.1. Begripsbepalingen
Vervallen
##### Artikel 9.2. Doel van het experiment
Vervallen
##### Artikel 9.3. Reikwijdte en toegang tot het experiment.
Vervallen
##### Artikel 9.4. Ondersteuningsplan
Vervallen
##### Artikel 9.5. Organisatie integraal budget
Vervallen
##### Artikel 9.6. Verlening, -vaststelling van het integrale budget en trekkingsrecht
Vervallen
##### Artikel 9.7. Evaluatie
Vervallen
### Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 3.3.2.4a
Vervallen
#### § 3.3. Eigen bijdrage voor modulair pakket thuis
#### § 4. Wachttijd
#### § 5. Zorg in natura
#### § 6. Persoonsgebonden budget
#### § 7. Levering buiten Nederland
### Hoofdstuk 4. De wlz-uitvoerders
#### § 1. De aan- en afmelding en de statuten
#### § 1. De aan- en afmelding en de statuten
#### § 2. Regels ten behoeve van de aanwijzing, bedoeld in [artikel 4.2.4, tweede lid, Wlz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=4.2.4)
### Hoofdstuk 5. Het het Zorginstituut en het CIZ
#### § 3. Uitbestedingsverbod
#### § 1. Zorginstituut
### Hoofdstuk 6. Zorgplanbespreking
### Hoofdstuk 6. Zorgplanbespreking
### Hoofdstuk 7. Overige bepalingen
#### § 1. Volksgezondheid, Welzijn en Sport
#### § 2. Financiën
#### § 2. Financiën
#### § 4. Veiligheid en Justitie
#### § 5. Wonen en Rijksdienst
##### Artikel 8.6.1
Wijzigt het Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen.
##### Artikel 8.6.2
Wijzigt het Besluit bijzondere militaire pensioenen.
#### § 5. Wonen en Rijksdienst
#### § 6. Defensie
##### Artikel 8.7.1
Wijzigt het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW).
#### § 7. Infrastructuur en Milieu
##### Artikel 8.8.1
Wijzigt het Besluit Bibob.
#### § 7. Infrastructuur en Milieu
##### Artikel 8.9.1
Wijzigt het Besluit tijdelijke verruiming toepassingsbereik concentratietoezicht op ondernemingen die zorg verlenen.
#### § 8. Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
#### § 9. Economische Zaken
### Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 3.3.1.2a
De vermogensinkomensbijtelling bedraagt 4% van het vermogen van de ongehuwde verzekerde, dan wel de opgetelde vermogens van de gehuwde verzekerden.
#### § 3.2. De berekening van de eigen bijdragen
#### § 3.3. Eigen bijdrage voor modulair pakket thuis
#### § 4. Wachttijd
#### § 5. Zorg in natura
#### § 6. Persoonsgebonden budget
#### § 7. Levering buiten Nederland
### Hoofdstuk 4. De wlz-uitvoerders
#### § 1. De aan- en afmelding en de statuten
#### § 2. Regels ten behoeve van de aanwijzing, bedoeld in [artikel 4.2.4, tweede lid, Wlz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=4.2.4)
#### § 3. Uitbestedingsverbod
### Hoofdstuk 5. Het het Zorginstituut en het CIZ
#### § 1. Zorginstituut
### Hoofdstuk 7. Overige bepalingen
#### § 1. Volksgezondheid, Welzijn en Sport
#### § 2. Financiën
#### § 4. Veiligheid en Justitie
#### § 5. Wonen en Rijksdienst
#### § 8. Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
### Hoofdstuk 9. Innovatie
#### § 8. Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
### Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 3.3.2.2a
1. In geval aan een verzekerde of gehuwde verzekerden tezamen meerdere leveringsvormen zijn toegekend, wordt met het oog op de samenloop van bijdragen bij de toepassing van de [artikelen 3.3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=3.3.2.1&z=2026-04-01&g=2026-04-01) en [3.3.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=3.3.2.2&z=2026-04-01&g=2026-04-01) de volgende rangorde in acht genomen bij de verschuldigdheid van bijdragen door de ongehuwde verzekerde of de gehuwde verzekerden tezamen:
- 1°. verblijf in een instelling;
- 2°. een volledig pakket thuis;
- 3°. een persoonsgebonden budget; of
- 4°. een modulair pakket thuis.
2. Indien de verzekerde meerdere leveringsvormen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen 1° tot en met 4°, ontvangt, is telkens enkel de bijdrage voor de bovenstaande leveringsvorm in de rangorde, bedoeld in het eerste lid, verschuldigd.
#### § 3.3. Eigen bijdrage voor modulair pakket thuis
#### § 4. Wachttijd
#### § 5. Zorg in natura
#### § 6. Persoonsgebonden budget
#### § 7. Levering buiten Nederland
### Hoofdstuk 4. De wlz-uitvoerders
### Hoofdstuk 5. Het het Zorginstituut en het CIZ
#### § 2. Neventaken CIZ
### Hoofdstuk 8. Aanpassing van andere algemene maatregelen van bestuur
#### § 1. Volksgezondheid, Welzijn en Sport
#### § 3. Sociale Zaken en Werkgelegenheid
#### § 4. Veiligheid en Justitie
### Hoofdstuk 9. Innovatie
##### Artikel 10.1
Het [Administratiebesluit Bijzondere Ziektekostenverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003585) wordt ingetrokken.
##### Artikel 10.2
Het [Besluit wachttijd bijzondere ziektekostenverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005337) wordt ingetrokken.
##### Artikel 10.3
Het [Besluit zorgaanspraken AWBZ](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014149) wordt ingetrokken.
##### Artikel 10.4
Het [Besluit zorgplanbespreking AWBZ-zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025521) wordt ingetrokken.
##### Artikel 10.5
Het [Bijdragebesluit zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008253) wordt ingetrokken.
##### Artikel 10.6
Het [Inschrijvingsbesluit bijzondere ziektekostenverzekering 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005335) wordt ingetrokken.
##### Artikel 10.7
Het [Zorgindicatiebesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008946) wordt ingetrokken.
##### Artikel 10.8
Na de inwerkingtreding van de wet berust het [Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010182) mede op [artikel 2.1.1, vierde en vijfde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=2.1.1).
##### Artikel 10.9
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2016/484.
Tot uiterlijk 1 mei 2015 is het [derde lid van artikel 2.10 van het Besluit zorgverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&artikel=2.10) niet van toepassing op de verzekerde aan wie onmiddellijk voorafgaand aan de intrekking van de [Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002614) een persoonsgebonden budget op grond van die wet was verleend voor persoonlijke verzorging als bedoeld in [artikel 4 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014149&artikel=4) of voor verpleging als bedoeld in [artikel 5 van dat besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014149&artikel=5).
##### Artikel 10.10
Vervallen
##### Artikel 10.11
Bij ministeriële regeling kunnen ten behoeve van een goede uitvoering van dit besluit nadere regels worden gesteld met betrekking tot de in dit besluit geregelde onderwerpen.
##### Artikel 10.12
1. Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
2. [Artikel 8.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=8&paragraaf=1&artikel=8.1.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01) werkt terug tot en met de datum waarop [de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917) in werking treedt.
##### Artikel 10.13
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit langdurige zorg.
#### § 1. Experiment integraal budget
### Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 10.10a
Vervallen
##### Artikel 2.1.5
Als regio als bedoeld in [artikel 2.2.1, eerste lid, onderdeel b, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=2.2.1) wordt aangewezen Utrecht.
### Hoofdstuk 3. De inhoud van de verzekering
#### § 1. Het verzekerde pakket en het recht op zorg
#### § 2. Bepalingen over indicatiebesluiten
#### § 3.1. Eigen bijdrage algemeen
#### § 3.2. De berekening van de eigen bijdragen
#### § 3.3. Eigen bijdrage voor modulair pakket thuis
#### § 6. Persoonsgebonden budget
### Hoofdstuk 4. De wlz-uitvoerders
### Hoofdstuk 5. Het het Zorginstituut en het CIZ
#### § 2. Neventaken CIZ
### Hoofdstuk 8. Aanpassing van andere algemene maatregelen van bestuur
#### § 1. Volksgezondheid, Welzijn en Sport
#### § 3. Sociale Zaken en Werkgelegenheid
#### § 4. Veiligheid en Justitie
### Hoofdstuk 9. Innovatie
#### § 9. Economische Zaken
### Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
#### § 9. Economische Zaken
##### Artikel 9.1. Begripsbepalingen
Vervallen
##### Artikel 9.2. Doel van het experiment
Vervallen
##### Artikel 9.3. Reikwijdte en toegang tot het experiment.
Vervallen
##### Artikel 9.4. Ondersteuningsplan
Vervallen
##### Artikel 9.5. Organisatie integraal budget
Vervallen
##### Artikel 9.6. Verlening, -vaststelling van het integrale budget en trekkingsrecht
Vervallen
##### Artikel 9.7. Evaluatie
Vervallen
##### Artikel 7.1.2
Een zorgkantoor zorgt voorafgaand aan het deelnemen aan een project voor preventieve maatregelen voor een projectplan waarin worden opgenomen:
- a. de wijze waarop het project naar verwachting bijdraagt aan de voorkoming, vermindering of uitstel van de behoefte van zorg op grond van de wet en daarbij de kwaliteit van leven van verzekerden verbetert;
- b. de bij het opstellen van dat plan betrokken vertegenwoordigers of mantelzorgers van verzekerden en de wijze waarop die betrokkenheid heeft plaatsgevonden;
- c. de geraamde kosten van het project die niet het op grond van de wet verzekerde pakket betreffen;
- d. de op aannemelijke en navolgbare wijze onderbouwde verwachte besparing van kosten voor het op grond van de wet verzekerde pakket, en voor zover die aanwezig is, de verwachte besparing van kosten voor prestaties als bedoeld in [artikel 11 van de Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=11) en voor de uitvoering van de [Wet maatschappelijke ondersteuning 2015](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035362) en de [Wet forensische zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040634);
- e. de financiële bijdrage van het zorgkantoor en van elk van de andere betrokken partijen bij het project;
- f. een aannemelijke en navolgbare onderbouwing dat het bedrag van de verwachte besparing van kosten voor het op grond van de [wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917) verzekerde pakket ten minste overeenkomt met de financiële bijdrage van het zorgkantoor.
##### Artikel 7.1.3
De financiële bijdrage van het zorgkantoor aan het project voor preventieve maatregelen bedraagt niet meer dan de in het projectplan aannemelijk en navolgbaar onderbouwde verwachte besparing van kosten van het op grond van de [wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917) verzekerde pakket.
##### Artikel 7.1.4
1. Het zorgkantoor zorgt jaarlijks voor 1 juli voor de monitoring van het project over het voorafgaande kalenderjaar.
2. In de monitoring worden opgenomen:
- a. de gerealiseerde bijdrage van het project aan de voorkoming, vermindering of uitstel van de behoefte van zorg op grond van de [wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917) en aan de verbetering van de kwaliteit van leven van verzekerden;
- b. de wijze waarop vertegenwoordigers of mantelzorgers van de deelnemende verzekerden zijn betrokken;
- c. de gerealiseerde financiële bijdrage van het zorgkantoor en van elk van de andere betrokken andere partijen bij het project;
- d. het aantal verzekerden dat heeft deelgenomen aan dat project;
- e. de op aannemelijke en navolgbare wijze onderbouwde gerealiseerde besparing van kosten voor het op grond van de [wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917) verzekerde pakket, en voor zover die aanwezig is, de gerealiseerde besparing van kosten voor prestaties als bedoeld in [artikel 11 van de Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=11) en voor de uitvoering van de [Wet maatschappelijke ondersteuning 2015](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035362) en de [Wet forensische zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040634);
- f. een aannemelijke en navolgbare onderbouwing van eventuele negatieve verschillen tussen de gerealiseerde bijdrage van het zorgkantoor en gerealiseerde besparing van kosten voor het op grond van de [wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917) verzekerde pakket;
- g. het uitvoering geven aan de conclusies van de monitoring door het zorgkantoor.
3. Het zorgkantoor verstrekt desgevraagd aan Onze Minister gegevens en inlichtingen uit de jaarlijkse monitoring.
### Hoofdstuk 8. Aanpassing van andere algemene maatregelen van bestuur
#### § 1. Volksgezondheid, Welzijn en Sport
#### § 2. Financiën
### Hoofdstuk 9. Innovatie
#### § 1. Experiment integraal budget
### Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 3.3.2.4a
Vervallen
#### § 3.3. Eigen bijdrage voor modulair pakket thuis
#### § 4. Wachttijd
#### § 5. Zorg in natura
#### § 6. Persoonsgebonden budget
#### § 7. Levering buiten Nederland
### Hoofdstuk 4. De wlz-uitvoerders
#### § 1. De aan- en afmelding en de statuten
#### § 1. De aan- en afmelding en de statuten
#### § 2. Regels ten behoeve van de aanwijzing, bedoeld in [artikel 4.2.4, tweede lid, Wlz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=4.2.4)
### Hoofdstuk 5. Het het Zorginstituut en het CIZ
#### § 3. Uitbestedingsverbod
#### § 1. Zorginstituut
### Hoofdstuk 6. Zorgplanbespreking
### Hoofdstuk 6. Zorgplanbespreking
### Hoofdstuk 7. Overige bepalingen
#### § 1. Volksgezondheid, Welzijn en Sport
#### § 2. Financiën
#### § 2. Financiën
#### § 4. Veiligheid en Justitie
#### § 5. Wonen en Rijksdienst
#### § 5. Wonen en Rijksdienst
#### § 6. Defensie
#### § 7. Infrastructuur en Milieu
#### § 8. Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
#### § 9. Economische Zaken
### Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 3.3.1.2a
De vermogensinkomensbijtelling bedraagt 4% van het vermogen van de ongehuwde verzekerde, dan wel de opgetelde vermogens van de gehuwde verzekerden.
#### § 3.2. De berekening van de eigen bijdragen
#### § 3.3. Eigen bijdrage voor modulair pakket thuis
#### § 4. Wachttijd
#### § 5. Zorg in natura
#### § 6. Persoonsgebonden budget
#### § 7. Levering buiten Nederland
### Hoofdstuk 4. De wlz-uitvoerders
#### § 1. De aan- en afmelding en de statuten
#### § 2. Regels ten behoeve van de aanwijzing, bedoeld in [artikel 4.2.4, tweede lid, Wlz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=4.2.4)
#### § 3. Uitbestedingsverbod
### Hoofdstuk 5. Het het Zorginstituut en het CIZ
#### § 1. Zorginstituut
### Hoofdstuk 7. Overige bepalingen
#### § 1. Volksgezondheid, Welzijn en Sport
#### § 2. Financiën
#### § 4. Veiligheid en Justitie
#### § 5. Wonen en Rijksdienst
#### § 8. Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
### Hoofdstuk 9. Innovatie
#### § 1. Experiment integraal budget
### Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 3.3.2.2a
1. In geval aan een verzekerde of gehuwde verzekerden tezamen meerdere leveringsvormen zijn toegekend, wordt met het oog op de samenloop van bijdragen bij de toepassing van de [artikelen 3.3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=3.3.2.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [3.3.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035948&hoofdstuk=3&paragraaf=3.2&artikel=3.3.2.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01) de volgende rangorde in acht genomen bij de verschuldigdheid van bijdragen door de ongehuwde verzekerde of de gehuwde verzekerden tezamen:
- 1°. verblijf in een instelling;
- 2°. een volledig pakket thuis;
- 3°. een persoonsgebonden budget; of
- 4°. een modulair pakket thuis.
2. Indien de verzekerde meerdere leveringsvormen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen 1° tot en met 4°, ontvangt, is telkens enkel de bijdrage voor de bovenstaande leveringsvorm in de rangorde, bedoeld in het eerste lid, verschuldigd.
#### § 3.3. Eigen bijdrage voor modulair pakket thuis
#### § 4. Wachttijd
#### § 5. Zorg in natura
#### § 6. Persoonsgebonden budget
#### § 7. Levering buiten Nederland
### Hoofdstuk 4. De wlz-uitvoerders
### Hoofdstuk 5. Het het Zorginstituut en het CIZ
#### § 2. Neventaken CIZ
### Hoofdstuk 8. Aanpassing van andere algemene maatregelen van bestuur
#### § 1. Volksgezondheid, Welzijn en Sport
#### § 3. Sociale Zaken en Werkgelegenheid
#### § 4. Veiligheid en Justitie
### Hoofdstuk 9. Innovatie
#### § 1. Experiment integraal budget
### Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 2.1.5
Als regio als bedoeld in [artikel 2.2.1, eerste lid, onderdeel b, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=2.2.1) wordt aangewezen Utrecht.
### Hoofdstuk 3. De inhoud van de verzekering
#### § 1. Het verzekerde pakket en het recht op zorg
#### § 2. Bepalingen over indicatiebesluiten
#### § 3.1. Eigen bijdrage algemeen
#### § 3.2. De berekening van de eigen bijdragen
#### § 3.3. Eigen bijdrage voor modulair pakket thuis
#### § 6. Persoonsgebonden budget
### Hoofdstuk 4. De wlz-uitvoerders
### Hoofdstuk 5. Het het Zorginstituut en het CIZ
#### § 2. Neventaken CIZ
### Hoofdstuk 8. Aanpassing van andere algemene maatregelen van bestuur
#### § 1. Volksgezondheid, Welzijn en Sport
#### § 3. Sociale Zaken en Werkgelegenheid
#### § 4. Veiligheid en Justitie
### Hoofdstuk 9. Innovatie
#### § 1. Experiment integraal budget
### Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.